Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen het volkH5971zagH7200, dat MozesH4872vertoogH954 van den bergH2022afH4480 te komenH3381, zo verzameldeH6950 zich het volkH5971 tot AaronH175, en zij zeidenH559totH413 hem: StaH6965opH5921, maakH6213 ons godenH430, die voor ons aangezichtH6440gaanH3212; wantH3588dezenH2088MozesH4872, dien manH376, die ons uit EgyptelandH776uitgevoerdH5927 heeft, wij wetenH3045nietH3808, wat hem geschied zij.Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.
KJVAnd when the people2saw1that Moses5delayed4to come down6out of the mount,8the people10gathered themselves together9unto Aaron,12and said13unto him, Up,15make16us gods,18which shall go20before21us; for as for this Moses,24the man25that brought27us up out of the land28of Egypt,29we wot
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4בֹשֵׁ֥שׁH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long5מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6לָרֶ֣דֶתH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הָהָ֑רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion9וַיִּקָּהֵ֨לH6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)10הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אַהֲרֹ֗ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron13וַיֹּאמְר֤וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15ק֣וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)16עֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לָ֣נוּ18אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20יֵֽלְכוּ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak21לְפָנֵ֔ינוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you22כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet23זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)24מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses25הָאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)26אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27הֶֽעֱלָ֨נוּ֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work28מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world29מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim30לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without31יָדַ֖עְנוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot32מֶהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why33הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use34לֽוֹ
2Aaron nu zeide tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, uwer zonen, en uwer dochteren zijn; en brengt ze tot mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2AaronH175 nu zeideH559totH413 hen: RuktH6561 af de goudenH2091oorsierselenH5141, dieH834 in de orenH241 uwer vrouwenH802, uwer zonenH1121, en uwer dochterenH1323 zijn; en brengtH935 ze totH413 mij.Aaron nu zeide tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, uwer zonen, en uwer dochteren zijn; en brengt ze tot mij.
KJVAnd Aaron3said1unto them, Break off4the golden6earrings,5which are in the ears8of your wives,9of your sons,10and of your daughters,11and bring
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4פָּֽרְקוּ֙H6561rukke, Rukt, afgebrokenbreak (off), deliver, redeem, rend (in pieces), tear in pieces5נִזְמֵ֣יH5141voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselenearring, jewel6הַזָּהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בְּאָזְנֵ֣יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show9נְשֵׁיכֶ֔םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10בְּנֵיכֶ֖םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11וּבְנֹתֵיכֶ֑םH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12וְהָבִ֖יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֵלָֽיH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
3Toen rukte het ganse volk de gouden oorsierselen af, die in hun oren waren; en zij brachten ze tot Aaron.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen rukteH6561 het ganseH3605volkH5971 de goudenH2091oorsierselenH5141 af, dieH834 in hun orenH241 waren; en zij brachtenH935 ze totH413AaronH175.Toen rukte het ganse volk de gouden oorsierselen af, die in hun oren waren; en zij brachten ze tot Aaron.
KJVAnd all the people3brake off1the golden6earrings5which were in their ears,8and brought9them unto Aaron.
1וַיִּתְפָּֽרְקוּ֙H6561rukke, Rukt, afgebrokenbreak (off), deliver, redeem, rend (in pieces), tear in pieces2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5נִזְמֵ֥יH5141voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselenearring, jewel6הַזָּהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בְּאָזְנֵיהֶ֑םH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show9וַיָּבִ֖יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אַהֲרֹֽןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron
4En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En hij namH3947 ze uit hun handH3027, en hij bewierpH6696 het met een griffieH2747, en hij maakteH6213 een gegotenH4541kalfH5695 daaruit. Toen zeidenH559 zij: DitH428 zijn uw godenH430, IsraelH3478! die u uit EgyptelandH776opgevoerdH5927 hebben.En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
KJVAnd he received1them at their hand,2and fashionedit with a graving tool,5after he had made6it a molten8calf:7and they said,9These be thy gods,11O Israel,12which brought14thee up out of the land15of Egypt.
1וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מִיָּדָ֗םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3וַיָּ֤צַרH3335geformeerd, formeert, pottenbakker[idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose4אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בַּחֶ֔רֶטH2747griffel, griffiegraving tool, pen6וַֽיַּעֲשֵׂ֖הוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7עֵ֣גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf8מַסֵּכָ֑הH4541beeld, beelden, gegotencovering, molten (image), vail9וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֵ֤לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הֶעֱל֖וּךָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work15מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5Als Aaron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aaron riep uit, en zeide: Morgen zal den HEERE een feest zijn!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Als AaronH175 dat zagH7200, zo bouwdeH1129 hij een altaarH4196voorH6440 hetzelve; en AaronH175riepH7121 uit, en zeideH559: MorgenH4279 zal den HEEREH3068 een feestH2282 zijn!Als Aaron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aaron riep uit, en zeide: Morgen zal den HEERE een feest zijn!
KJVAnd when Aaron2saw1it, he built3an altar4before5it; and Aaron7made proclamation,6and said,8To morrow11is a feast9to the LORD.
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3וַיִּ֥בֶןH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4מִזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar5לְפָנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6וַיִּקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say7אַֽהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8וַיֹּאמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9חַ֥גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity10לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11מָחָֽרH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow
6En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zij stonden des anderen daagsH4283vroegH7925 op, en offerdenH5927brandofferH5930, en brachtenH5066dankofferH8002 daartoe; en het volkH5971 zat nederH3427 om te etenH398 en te drinkenH8354; daarna stonden zij op, om te spelenH6711.En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen.
Ook in dit vers
stondenH6965
KJVAnd they rose up early1on the morrow,2and offered3burnt offerings,4and brought5peace offerings;6and the people8sat7down to eat9and to drink,10and rose up11to play.
1וַיַּשְׁכִּ֨ימוּ֙H7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning2מִֽמָּחֳרָ֔תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3וַיַּעֲל֣וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4עֹלֹ֔תH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)5וַיַּגִּ֖שׁוּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand6שְׁלָמִ֑יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering7וַיֵּ֤שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9לֶֽאֱכֹ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10וְשָׁת֔וֹH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)11וַיָּקֻ֖מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)12לְצַחֵֽקH6711gelachen, jokkende, lachtelaugh, mock, play, make sport
7Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872: GaH3212 heen, klimH3381 af! wantH3588 uw volkH5971, dat gij uit EgyptelandH776opgevoerdH5927 hebt, heeft het verdorvenH7843.Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Go,5get thee down;6for thy people,9which thou broughtest11out of the land12of Egypt,13have corrupted
1וַיְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6רֵ֕דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down7כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8שִׁחֵ֣תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)9עַמְּךָ֔H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הֶעֱלֵ֖יתָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
8En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israel, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En zij zijn haastH4118afgewekenH5493vanH4480 den wegH1870, dienH834 Ik hun gebodenH6680 had, zij hebben zich een gegotenH4541kalfH5695gemaaktH6213; en zij hebben zich voor hetzelve gebogenH7812, en hebben het offerandeH2076 gedaan, en gezegdH559: DitH428 zijn uw godenH430, IsraelH3478, die u uit EgyptelandH776opgevoerdH5927 hebben.En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israel, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
KJVThey have turned1aside quickly2out of the way4which I commanded6them: they have made7them a molten10calf,9and have worshipped11it, and have sacrificed13thereunto, and said,15These be thy gods,17O Israel,18which have brought thee up20out of the land21of Egypt.
1סָ֣רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2מַהֵ֗רH4118haastelijk, haast, haastendehasteth, hastily, at once, quickly, soon, speedily, suddenly3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4הַדֶּ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוִּיתִ֔םH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7עָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לָהֶ֔ם9עֵ֖גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf10מַסֵּכָ֑הH4541beeld, beelden, gegotencovering, molten (image), vail11וַיִּשְׁתַּֽחֲווּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship12לוֹ֙13וַיִּזְבְּחוּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay14ל֔וֹ15וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16אֵ֤לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)17אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20הֶֽעֱל֖וּךָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work21מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world22מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
9Verder zeide de HEERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Verder zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: Ik heb ditH2088volkH5971gezienH7200, en zie, hetH1931 is een hardnekkigH7186volkH5971!Verder zeide de HEERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk!
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4I have seen5this people,7and, behold, it is a stiffnecked11people:
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5רָאִ֨יתִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see10עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11קְשֵׁהH7186hard, harde, hardenchurlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble12עֹ֖רֶףH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)13הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
10En nu, laat Mij toe, dat Mijn toorn tegen hen ontsteke, en hen vertere; zo zal Ik u tot een groot volk maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En nuH6258, laat Mij toe, dat Mijn toornH639 tegen hen ontstekeH2734, en hen vertereH3615; zo zal Ik u tot een grootH1419volkH1471makenH6213.En nu, laat Mij toe, dat Mijn toorn tegen hen ontsteke, en hen vertere; zo zal Ik u tot een groot volk maken.
KJVNow therefore let me alone,2that my wrath5may wax hot4against them, and that I may consume7them: and I will make8of thee a great11nation.
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2הַנִּ֣יחָהH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)3לִּ֔י4וְיִֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)5אַפִּ֥יH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath6בָהֶ֖ם7וַאֲכַלֵּ֑םH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste8וְאֶֽעֱשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אוֹתְךָ֖H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10לְג֥וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people11גָּדֽוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
11Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Doch MozesH4872aanbadH2470 het aangezichtH6440 des HEERENH3068 zijns GodsH430, en hij zeideH559: O HEEREH3068! waaromH4100 zou Uw toornH639ontstekenH2734 tegen Uw volkH5971, hetwelkH834 Gij met groteH1419krachtH3581, en met een sterkeH2389handH3027, uit EgyptelandH776uitgevoerdH3318 hebt?Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt?
KJVAnd Moses2besought1the LORD5his God,6and said,7LORD,9why doth thy wrath11wax hot10against thy people,12which thou hast brought forth14out of the land15of Egypt16with great18power,17and with a mighty20hand?
1וַיְחַ֣לH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהָ֑יוH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8לָמָ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why9יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10יֶחֱרֶ֤הH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)11אַפְּךָ֙H639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath12בְּעַמֶּ֔ךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הוֹצֵ֨אתָ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim17בְּכֹ֥חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth18גָּד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very19וּבְיָ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20חֲזָקָֽהH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)
12Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van den aardbodem? Keer af van de hittigheid Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12WaaromH4100 zouden de EgyptenaarsH4714sprekenH559, zeggendeH559: In kwaadheidH7451 heeft Hij hen uitgevoerdH3318, opdat Hij hen dooddeH2026 op de bergenH2022, en opdat Hij hen vernieldeH3615 van den aardbodemH6440? Keer af van de hittigheidH2740 Uws toornsH639, en laat het U overH5921 het kwaadH7451 Uws volksH5971berouwenH5162.Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van den aardbodem? Keer af van de hittigheid Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen.
KJVWherefore should the Egyptiansspeak,2and say,4For mischief5did he bring6them out, to slay7them in the mountains,9and to consume10them from the face12of the earth?13Turn14from thy fierce15wrath,16and repent17of this evil19against thy people.
1לָמָּה֩H4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2יֹאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3מִצְרַ֜יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt4לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5בְּרָעָ֤הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6הֽוֹצִיאָם֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7לַהֲרֹ֤גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely8אֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בֶּֽהָרִ֔יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10וּ֨לְכַלֹּתָ֔םH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste11מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13הָֽאֲדָמָ֑הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land14שׁ֚וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15מֵחֲר֣וֹןH2740hittigheid, hitte, brandende toornsore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful)16אַפֶּ֔ךָH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath17וְהִנָּחֵ֥םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הָרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)20לְעַמֶּֽךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israel, Uw knechten, aan welke Gij bij Uzelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13GedenkH2142 aan AbrahamH85, aan IzakH3327 en aan IsraelH3478, Uw knechtenH5650, aan welkeH834 Gij bij Uzelven gezworenH7650 hebt, en hebt tot hen gesprokenH1696: Ik zal uw zaadH2233vermenigvuldigenH7235 als de sterrenH3556 des hemelsH8064; en ditH2063geheleH3605landH776, waarvan Ik gezegdH559 heb, zal Ik aan ulieder zaadH2233gevenH5414, dat zij het erfelijkH5157 bezitten in eeuwigheidH5769.Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israel, Uw knechten, aan welke Gij bij Uzelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid.
KJVRemember1Abraham,2Isaac,3and Israel,4thy servants,5to whom thou swarest7by thine own self, and saidst10unto them, I will multiply12your seed14as the stars15of heaven,16and all this land18that I have spoken21of will I give22unto your seed,23and they shall inherit24it for ever.
1זְכֹ֡רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2לְאַבְרָהָם֩H85Abraham, Abrahams, zoonAbraham3לְיִצְחָ֨קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)4וּלְיִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5עֲבָדֶ֗יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נִשְׁבַּ֣עְתָּH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear8לָהֶם֮9בָּךְ֒10וַתְּדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12אַרְבֶּה֙H7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very13אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14זַרְעֲכֶ֔םH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time15כְּכוֹכְבֵ֖יH3556sterren, sterstar(-gazer)16הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)17וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הָאָ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19הַזֹּ֜אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus20אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21אָמַ֗רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet22אֶתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield23לְזַרְעֲכֶ֔םH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time24וְנָחֲל֖וּH5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)25לְעֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
14Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen berouwdeH5162 het den HEEREH3068overH5921 het kwaadH7451, hetwelkH834 Hij gesprokenH1696 had Zijn volkH5971 te zullen doenH6213.Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.
KJVAnd the LORD2repented1of the evil4which he thought6to do7unto his people.
1וַיִּנָּ֖חֶםH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)2יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הָ֣רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6דִּבֶּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8לְעַמּֽוֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
15En Mozes wendde zich om, en klom van den berg af, met de twee tafelen der getuigenis in zijn hand; deze tafelen waren op haar beide zijden beschreven, zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En MozesH4872wenddeH6437 zich om, en klomH3381 van den bergH2022 af, met de tweeH8147tafelenH3871 der getuigenisH5715 in zijn handH3027; dezeH2088tafelenH3871 waren op haar beideH8147zijdenH5676beschrevenH3789, zijH1992 waren op de ene en op de andere zijde beschrevenH3789.En Mozes wendde zich om, en klom van den berg af, met de twee tafelen der getuigenis in zijn hand; deze tafelen waren op haar beide zijden beschreven, zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.
KJVAnd Moses3turned,1and went down2from the mount,5and the two6tables7of the testimony8were in his hand:9the tables10were written11on both12their sides;13on the one side and on the other were they written.
1וַיִּ֜פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2וַיֵּ֤רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down3מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הָהָ֔רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion6וּשְׁנֵ֛יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7לֻחֹ֥תH3871tafelen, planken, tafelboard, plate, table8הָעֵדֻ֖תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness9בְּיָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10לֻחֹ֗תH3871tafelen, planken, tafelboard, plate, table11כְּתֻבִים֙H3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)12מִשְּׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13עֶבְרֵיהֶ֔םH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight14מִזֶּ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15וּמִזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)16הֵ֥םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17כְּתֻבִֽיםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)
16En diezelfde tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En diezelfde tafelenH3871 waren GodsH430werkH4639; het geschriftH4385 was ook GodsH430geschriftH4385zelfH1931, in de tafelenH3871gegraveerdH2801.En diezelfde tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd.
KJVAnd the tables1were the work2of God,3and the writing5was the writing6of God,7graven9upon the tables.
1וְהַ֨לֻּחֹ֔תH3871tafelen, planken, tafelboard, plate, table2מַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought3אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4הֵ֑מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye5וְהַמִּכְתָּ֗בH4385geschrift, schrift, beschrijvingwriting6מִכְתַּ֤בH4385geschrift, schrift, beschrijvingwriting7אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9חָר֖וּתH2801gegraveerdgraven10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַלֻּחֹֽתH3871tafelen, planken, tafelboard, plate, table
17Toen nu Jozua des volks stem hoorde, als het juichte, zo zeide hij tot Mozes: Er is een krijgsgeschrei in het leger.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen nu JozuaH3091 des volksH5971stemH6963hoordeH8085, als het juichteH7452, zo zeideH559 hij totH413MozesH4872: Er is een krijgsgeschreiH6963 in het legerH4264.Toen nu Jozua des volks stem hoorde, als het juichte, zo zeide hij tot Mozes: Er is een krijgsgeschrei in het leger.
KJVAnd when Joshua2heard1the noise4of the people5as they shouted,6he said7unto Moses,9There is a noise10of war11in the camp.
1וַיִּשְׁמַ֧עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2יְהוֹשֻׁ֛עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6בְּרֵעֹ֑הH7452geklater, geschrei, juichte[idiom] aloud, noise, shouted7וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses10ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell11מִלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)12בַּֽמַּחֲנֶהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
18Maar hij zeide: Het is geen stem des geroeps van overwinning, het is ook geen stem des geroeps van nederlaag; ik hoor een stem van zingen bij beurte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar hij zeideH559: Het is geenH369stemH6963 des geroepsH6030 van overwinningH1369, het is ook geenH369stemH6963 des geroepsH6030 van nederlaagH2476; ikH595hoorH8085 een stemH6963 van zingenH6031 bij beurte.Maar hij zeide: Het is geen stem des geroeps van overwinning, het is ook geen stem des geroeps van nederlaag; ik hoor een stem van zingen bij beurte.
KJVAnd he said,1It is not the voice3of them that shout4for mastery,5neither is it the voice7of them that cry8for being overcome:9but the noise10of them that singdo I hear.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)3קוֹל֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell4עֲנ֣וֹתH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)5גְּבוּרָ֔הH1369macht, mogendheden, sterkteforce, mastery, might, mighty (act, power), power, strength6וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7ק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8עֲנ֣וֹתH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)9חֲלוּשָׁ֑הH2476nederlaagbeing overcome10ק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell11עַנּ֔וֹתH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)12אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which13שֹׁמֵֽעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19En het geschiedde, als hij aan het leger naderde, en het kalf, en de reien zag, dat de toorn van Mozes ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en dezelve beneden aan den berg verbrak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En het geschiedde, als hij aanH413 het legerH4264naderdeH7126, en het kalfH5695, en de reienH4246zagH7200, dat de toornH639 van MozesH4872ontstakH2734, en dat hij de tafelenH3871 uit zijn handenH3027wierpH7993, en dezelve benedenH8478 aan den bergH2022verbrakH7665.En het geschiedde, als hij aan het leger naderde, en het kalf, en de reien zag, dat de toorn van Mozes ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en dezelve beneden aan den berg verbrak.
KJVAnd it came to pass, as soon as he came nigh3unto the camp,5that he saw6the calf,8and the dancing:9and Moses'12anger11waxed hot,10and he cast13the tables16out of his hands,14and brake17them beneath19the mount.
1וַֽיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3קָרַב֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents6וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָעֵ֖גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf9וּמְחֹלֹ֑תH4246reien, reicompany, dances(-cing)10וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)11אַ֣ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath12מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses13וַיַּשְׁלֵ֤ךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw14מִיָּדָיו֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַלֻּחֹ֔תH3871tafelen, planken, tafelboard, plate, table17וַיְשַׁבֵּ֥רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))18אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19תַּ֥חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with20הָהָֽרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
20En hij nam dat kalf, dat zij gemaakt hadden, en verbrandde het in het vuur, en vermaalde het, totdat het klein werd, en strooide het op het water, en deed het den kinderen Israels drinken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En hij namH3947 dat kalfH5695, dat zij gemaaktH6213 hadden, en verbranddeH8313 het in het vuurH784, en vermaaldeH2912 het, totdatH5704 het kleinH1854 werd, en strooideH2219 het opH5921 het waterH4325, en deed het den kinderenH1121IsraelsH3478drinkenH8248.En hij nam dat kalf, dat zij gemaakt hadden, en verbrandde het in het vuur, en vermaalde het, totdat het klein werd, en strooide het op het water, en deed het den kinderen Israels drinken.
KJVAnd he took1the calf3which they had made,5and burnt6it in the fire,7and ground8it to powder,11and strawed12it upon14the water,15and made the children18of Israel19drink
1וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָעֵ֨גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf4אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5עָשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וַיִּשְׂרֹ֣ףH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly7בָּאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot8וַיִּטְחַ֖ןH2912malende, maal, maaldegrind(-er)9עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11דָּ֑קH1854vergruisde, klein, stamptebeat in pieces (small), bruise, make dust, (into) [idiom] powder, (be, very) small, stamp (small)12וַיִּ֨זֶר֙H2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15הַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))16וַיַּ֖שְׁקְH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
21En Mozes zeide tot Aaron: Wat heeft u dit volk gedaan, dat gij zulk een grote zonde over hetzelve gebracht hebt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En MozesH4872zeideH559totH413AaronH175: WatH4100 heeft u ditH2088volkH5971gedaanH6213, dat gij zulk een groteH1419zondeH2401overH5921 hetzelve gebrachtH935 hebt?En Mozes zeide tot Aaron: Wat heeft u dit volk gedaan, dat gij zulk een grote zonde over hetzelve gebracht hebt?
KJVAnd Moses2said1unto Aaron,4What did6this people8unto thee, that thou hast brought11so great14a sin
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5מֶֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7לְךָ֖8הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הֵבֵ֥אתָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13חֲטָאָ֥הH2401zonde, zondoffersin (offering)14גְדֹלָֽהH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
22Toen zeide Aaron: De toorn mijns heren ontsteke niet! gij kent dit volk, dat het in den boze ligt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen zeideH559AaronH175: De toornH639 mijns herenH113ontstekeH2734nietH408! gijH859kentH3045 dit volkH5971, dat hetH1931 in den bozeH7451 ligt.Toen zeide Aaron: De toorn mijns heren ontsteke niet! gij kent dit volk, dat het in den boze ligt.
KJVAnd Aaron2said,1Let not the anger5of my lord6wax hot:4thou knowest8the people,10that they are set on mischief.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than4יִ֥חַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)5אַ֖ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath6אֲדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'7אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8יָדַ֣עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12בְרָ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
23Zij dan zeiden tot mij: Maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan, want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland opgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zij dan zeidenH559 tot mij: MaakH6213 ons godenH430, die voor ons aangezichtH6440gaanH3212, wantH3588dezenH2088MozesH4872, dien manH376, die ons uit EgyptelandH776opgevoerdH5927 heeft, wij wetenH3045nietH3808, wat hem geschied zij.Zij dan zeiden tot mij: Maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan, want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland opgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.
KJVFor they said1unto me, Make3us gods,5which shall go7before8us: for as for this Moses,11the man12that brought us up14out of the land15of Egypt,16we wot
1וַיֹּ֣אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לִ֔י3עֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4לָ֣נוּ5אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יֵלְכ֖וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8לְפָנֵ֑ינוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses12הָאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הֶֽעֱלָ֨נוּ֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work15מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim17לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יָדַ֖עְנוּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot19מֶהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why20הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use21לֽוֹ
24Toen zeide ik tot hen: Wie goud heeft, die rukke het af, en geve het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er uit gekomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen zeideH559 ik tot hen: WieH4310goudH2091 heeft, die rukkeH6561 het af, en geveH5414 het mij; en ik wierpH7993 het in het vuurH784, en ditH2088kalfH5695 is er uit gekomen.Toen zeide ik tot hen: Wie goud heeft, die rukke het af, en geve het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er uit gekomen.
KJVAnd I said1unto them, Whosoever hath any gold,4let them break5it off. So they gave6it me: then I cast8it into the fire,9and there came out10this calf.
1וָאֹמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶם֙3לְמִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God4זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5הִתְפָּרָ֖קוּH6561rukke, Rukt, afgebrokenbreak (off), deliver, redeem, rend (in pieces), tear in pieces6וַיִּתְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לִ֑י8וָאַשְׁלִכֵ֣הוּH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw9בָאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot10וַיֵּצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11הָעֵ֥גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf12הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
25Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, (want Aaron had het ontbloot tot verkleining onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaan),
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Als MozesH4872zagH7200, dat het volkH5971ontblootH6544 was, (wantH3588AaronH175 had het ontbloot tot verkleiningH8103 onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaanH6965),Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, (want Aaron had het ontbloot tot verkleining onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaan),
KJVAnd when Moses2saw1that the people4were naked;6(for Aaron10had made them naked9unto their shame11among their enemies:)
1וַיַּ֤רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6פָרֻ֖עַH6544ontbloot, ontbloten, verwerptavenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover7ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9פְרָעֹ֣הH6544ontbloot, ontbloten, verwerptavenge, avoid, bare, go back, let, (make) naked, set at nought, perish, refuse, uncover10אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron11לְשִׁמְצָ֖הH8103verkleiningshame12בְּקָמֵיהֶֽםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)
26Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Zo bleefH5975MozesH4872staanH5975 in de poortH8179 des legersH4264, en zeideH559: WieH4310 den HEEREH3068 toebehoort, kome totH413 mij! Toen verzameldenH622 zich totH413 hem alH3605 de zonenH1121 van LeviH3878.Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.
KJVThen Moses2stood1in the gate3of the camp,4and said,5Who is on the LORD'S7side? let him come unto me. And all the sons12of Levi13gathered
1וַיַּעֲמֹ֤דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3בְּשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)4הַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents5וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God7לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9וַיֵּאָסְפ֥וּH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw10אֵלָ֖יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13לֵוִֽיH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)
27En hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en een iegelijk dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En hij zeideH559 tot hen: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 van IsraelH3478: Een iederH376 doe zijn zwaardH2719aanH5921 zijn heupH3409; gaat door en keert weder, van poortH8179 tot poortH8179 in het legerH4264, en een iegelijk dodeH2026 zijn broederH251, en elkH376 zijn vriendH7453, en elkH376 zijn naasteH7138!En hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en een iegelijk dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste!
KJVAnd he said1unto them, Thus saith4the LORD5God6of Israel,7Put8every man9his sword10by his side,12and go13in and out14from gate15to gate16throughout the camp,17and slay18every man19his brother,21and every man22his companion,24and every man25his neighbour.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהֶ֗ם3כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8שִׂ֥ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work9אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10חַרְבּ֖וֹH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12יְרֵכ֑וֹH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh13עִבְר֨וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath14וָשׁ֜וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15מִשַּׁ֤עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)16לָשַׁ֨עַר֙H8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)17בַּֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents18וְהִרְג֧וּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely19אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21אָחִ֛יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'22וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24רֵעֵ֖הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other25וְאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)26אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27קְרֹבֽוֹH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)
28En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op dien dag, omtrent drie duizend man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En de zonenH1121 van LeviH3878dedenH6213 naar het woordH1697 van MozesH4872; en er vielenH5307vanH4480 het volkH5971, op dien dagH3117, omtrent drieH7969duizendH505manH376.En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op dien dag, omtrent drie duizend man.
KJVAnd the children2of Levi3did1according to the word4of Moses:5and there fell6of the people8that day9about three11thousand12men.
1וַיַּֽעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3לֵוִ֖יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)4כִּדְבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6וַיִּפֹּ֤לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11כִּשְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)12אַלְפֵ֖יH505duizend, duizenden, twee duizendthousand13אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
29Want Mozes had gezegd: Vult heden uw handen den HEERE; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over ulieden geve!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Want MozesH4872 had gezegdH559: VultH4390hedenH3117 uw handenH3027 den HEEREH3068; wantH3588elkH376 zal zijn tegen zijn zoonH1121, en tegen zijn broederH251; en dit, opdat Hij hedenH3117 een zegenH1293overH5921 ulieden geveH5414!Want Mozes had gezegd: Vult heden uw handen den HEERE; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over ulieden geve!
KJVFor Moses2had said,1Consecrate yourselves3to day5to the LORD,6even7every man8upon his son,9and upon his brother;10that he may bestow11upon you a blessing14this day.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3מִלְא֨וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly4יֶדְכֶ֤םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5הַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9בִּבְנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10וּבְאָחִ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'11וְלָתֵ֧תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12עֲלֵיכֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14בְּרָכָֽהH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present
30En het geschiedde des anderen daags, dat Mozes tot het volk zeide: Gijlieden hebt een grote zonde gezondigd; doch nu, ik zal tot den HEERE opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En het geschieddeH1961 des anderen daagsH4283, dat MozesH4872totH413 het volkH5971zeideH559: GijliedenH859 hebt een groteH1419 zonde gezondigdH2398; doch nuH6258, ik zal totH413 den HEEREH3068opklimmenH5927; misschien zal ik een verzoeningH3722 doen voor uw zonde.En het geschiedde des anderen daags, dat Mozes tot het volk zeide: Gijlieden hebt een grote zonde gezondigd; doch nu, ik zal tot den HEERE opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde.
Ook in dit vers
zondeH2401
zondeH2403
KJVAnd it came to pass on the morrow,2that Moses4said3unto the people,6Ye have sinned8a great10sin:9and now I will go up12unto the LORD;14peradventure15I shall make an atonement16for17your sin.
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִֽמָּחֳרָ֔תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8חֲטָאתֶ֖םH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass9חֲטָאָ֣הH2401zonde, zondoffersin (offering)10גְדֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very11וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas12אֶֽעֱלֶ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אוּלַ֥יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless16אֲכַפְּרָ֖הH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)17בְּעַ֥דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within18חַטַּאתְכֶֽםH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
31Zo keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden gemaakt hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Zo keerdeH7725MozesH4872 weder totH413 den HEEREH3068, en zeideH559: OchH577, dit volkH5971 heeft een groteH1419zondeH2401gezondigdH2398, dat zij zich goudenH2091godenH430gemaaktH6213 hebben.Zo keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden gemaakt hebben.
KJVAnd Moses2returned1unto the LORD,4and said,5Oh,6this people8have sinned7a great11sin,10and have made12them gods14of gold.
1וַיָּ֧שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אָ֣נָּ֗אH577Och, Ei, ochI (me) beseech (pray) thee, O7חָטָ֞אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass8הָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10חֲטָאָ֣הH2401zonde, zondoffersin (offering)11גְדֹלָ֔הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12וַיַּֽעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לָהֶ֖ם14אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
32Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Nu dan, indien Gij hun zondenH2403vergevenH5375 zult! dochH4994 zo nietH369, zo delgH4229 mij nu uit Uw boekH5612, hetwelkH834 Gij geschrevenH3789 hebt.Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.
KJVYet now, if thou wilt forgive3their sin—;4and if not, blot7me, I pray thee, out of thy book9which thou hast written.
1וְעַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3תִּשָּׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4חַטָּאתָ֑םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)5וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6אַ֕יִןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7מְחֵ֣נִיH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)8נָ֔אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh9מִֽסִּפְרְךָ֖H5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11כָּתָֽבְתָּH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)
33Toen zeide de HEERE tot Mozes: Dien zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: Dien zou Ik uit Mijn boekH5612delgenH4229, dieH834 aan Mij zondigtH2398.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Dien zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Whosoever6hath sinned7against me, him will I blot out9of my book.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5מִ֚יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7חָֽטָאH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass8לִ֔י9אֶמְחֶ֖נּוּH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)10מִסִּפְרִֽיH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll
34Doch ga nu heen, leid dit volk, waarheen Ik u gezegd heb; zie, Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan! doch ten dage Mijns bezoekens, zo zal Ik hun zonde over hen bezoeken!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Doch gaH3212nuH6258 heen, leidH5148 dit volkH5971, waarheen Ik u gezegdH1696 heb; zieH2009, Mijn EngelH4397 zal voor uw aangezichtH6440gaanH3212! doch ten dageH3117 Mijns bezoekensH6485, zo zal Ik hun zondeH2403overH5921 hen bezoekenH6485!Doch ga nu heen, leid dit volk, waarheen Ik u gezegd heb; zie, Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan! doch ten dage Mijns bezoekens, zo zal Ik hun zonde over hen bezoeken!
KJVTherefore now go,2lead3the people5unto the place of which I have spoken8unto thee: behold, mine Angel11shall go12before13thee: nevertheless in the day14when I visit15I will visit16their sin
1וְעַתָּ֞הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3נְחֵ֣הH5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6אֶ֤לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8דִּבַּ֨רְתִּי֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9לָ֔ךְ10הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see11מַלְאָכִ֖יH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger12יֵלֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13לְפָנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14וּבְי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15פָּקְדִ֔יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want16וּפָקַדְתִּ֥יH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want17עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18חַטָּאתָֽםH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)
35Aldus plaagde de HEERE dit volk, omdat zij dat kalf gemaakt hadden, hetwelk Aaron gemaakt had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Aldus plaagdeH5062 de HEEREH3068 dit volkH5971, omdat zij datH834kalfH5695gemaaktH6213 hadden, hetwelkH834AaronH175gemaaktH6213 had.Aldus plaagde de HEERE dit volk, omdat zij dat kalf gemaakt hadden, hetwelk Aaron gemaakt had.
KJVAnd the LORD2plagued1the people,4because6they made7the calf,9which10Aaron12made.
1וַיִּגֹּ֥ףH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָעֵ֔גֶלH5695kalf, kalveren, kalfsbullock, calf10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אַהֲרֹֽןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 32:1— Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.Handelingen 7:40→Exodus 24:18→2 Petrus 3:4→Deuteronomium 9:9→Exodus 32:7→Exodus 13:21→Exodus 14:11→Genesis 19:14→
Exodus 32:2— Aaron nu zeide tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, uwer zonen, en uwer dochteren zijn; en brengt ze tot mij.Richteren 8:24→Ezechiël 16:11→Hosea 2:8→Ezechiël 16:17→Exodus 12:35→Genesis 24:22→Exodus 35:22→Genesis 24:47→
Exodus 32:3— Toen rukte het ganse volk de gouden oorsierselen af, die in hun oren waren; en zij brachten ze tot Aaron.Jesaja 40:19→Jesaja 46:6→Jeremia 10:9→Richteren 17:3→
Exodus 32:4— En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.Nehemia 9:18→Handelingen 7:41→Deuteronomium 9:16→Exodus 32:8→1 Koningen 12:28→Richteren 17:3→Handelingen 17:29→Jesaja 40:18→
Exodus 32:5— Als Aaron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aaron riep uit, en zeide: Morgen zal den HEERE een feest zijn!2 Koningen 10:20→Leviticus 23:37→Leviticus 23:2→Exodus 10:9→2 Kronieken 30:5→1 Samuël 14:35→2 Koningen 16:11→Hosea 8:14→
Exodus 32:6— En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen.1 Korinthe 10:7→Numeri 25:2→Openbaring 11:10→Amos 2:8→Exodus 24:4→Exodus 32:17→Handelingen 7:41→Richteren 16:23→
Exodus 32:7— Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.Deuteronomium 9:12→Exodus 32:11→Hosea 9:9→Genesis 6:11→Richteren 2:19→Deuteronomium 32:5→Daniël 9:24→Deuteronomium 4:16→
Exodus 32:8— En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israel, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.Exodus 20:23→Exodus 20:3→1 Koningen 12:28→Deuteronomium 9:16→Richteren 2:17→Exodus 22:20→Exodus 32:4→
Exodus 32:9— Verder zeide de HEERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk!Jesaja 48:4→Deuteronomium 9:13→Handelingen 7:51→Exodus 33:3→Exodus 33:5→Exodus 34:9→2 Kronieken 30:8→Deuteronomium 31:27→
Exodus 32:10— En nu, laat Mij toe, dat Mijn toorn tegen hen ontsteke, en hen vertere; zo zal Ik u tot een groot volk maken.Deuteronomium 9:14→Numeri 14:12→Deuteronomium 9:19→Exodus 22:24→Numeri 16:45→Numeri 16:22→Numeri 14:19→Genesis 32:26→
Exodus 32:11— Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt?Deuteronomium 9:18→Deuteronomium 9:26→Psalmen 74:1→Psalmen 106:23→Numeri 16:22→Jeremia 12:1→Numeri 11:11→Jesaja 63:17→
Exodus 32:12— Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van den aardbodem? Keer af van de hittigheid Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen.Numeri 14:13→Deuteronomium 9:28→Jozua 7:9→Exodus 32:14→Deuteronomium 32:26→Amos 7:6→Amos 7:3→Deuteronomium 32:36→
Exodus 32:13— Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israel, Uw knechten, aan welke Gij bij Uzelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid.Hebreeën 6:13→Genesis 12:7→Genesis 22:16→Genesis 15:18→Genesis 15:5→Genesis 15:7→Genesis 48:16→Genesis 35:11→
Exodus 32:14— Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.Psalmen 106:45→2 Samuël 24:16→Jona 3:10→1 Kronieken 21:15→Jeremia 18:8→Jeremia 26:19→Jona 4:2→Jeremia 26:13→
Exodus 32:15— En Mozes wendde zich om, en klom van den berg af, met de twee tafelen der getuigenis in zijn hand; deze tafelen waren op haar beide zijden beschreven, zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.Deuteronomium 9:15→Psalmen 19:7→Exodus 40:20→Exodus 24:18→Exodus 16:34→Openbaring 5:1→Exodus 31:18→Deuteronomium 5:22→
Exodus 32:16— En diezelfde tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd.Exodus 31:18→2 Korinthe 3:7→Deuteronomium 9:15→Exodus 34:1→Deuteronomium 10:1→Deuteronomium 9:9→Exodus 34:4→2 Korinthe 3:3→
Exodus 32:17— Toen nu Jozua des volks stem hoorde, als het juichte, zo zeide hij tot Mozes: Er is een krijgsgeschrei in het leger.Exodus 17:9→Exodus 24:13→Psalmen 47:1→Richteren 15:14→Jozua 6:16→Exodus 32:18→Jozua 6:5→1 Samuël 4:5→
Exodus 32:18— Maar hij zeide: Het is geen stem des geroeps van overwinning, het is ook geen stem des geroeps van nederlaag; ik hoor een stem van zingen bij beurte.Exodus 15:1→Daniël 5:4→Daniël 5:23→
Exodus 32:19— En het geschiedde, als hij aan het leger naderde, en het kalf, en de reien zag, dat de toorn van Mozes ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en dezelve beneden aan den berg verbrak.Deuteronomium 9:16→2 Samuël 6:14→Mattheüs 5:22→Exodus 32:11→Efeze 4:26→Jeremia 31:32→Markus 10:14→Exodus 15:20→
Exodus 32:20— En hij nam dat kalf, dat zij gemaakt hadden, en verbrandde het in het vuur, en vermaalde het, totdat het klein werd, en strooide het op het water, en deed het den kinderen Israels drinken.Deuteronomium 9:21→Spreuken 14:14→2 Koningen 23:6→Spreuken 1:31→Deuteronomium 7:5→2 Koningen 23:15→Deuteronomium 7:25→
Exodus 32:21— En Mozes zeide tot Aaron: Wat heeft u dit volk gedaan, dat gij zulk een grote zonde over hetzelve gebracht hebt?Genesis 20:9→1 Koningen 14:16→Deuteronomium 13:6→Jozua 7:19→2 Koningen 21:9→1 Koningen 21:22→Genesis 26:10→1 Samuël 26:19→
Exodus 32:22— Toen zeide Aaron: De toorn mijns heren ontsteke niet! gij kent dit volk, dat het in den boze ligt.Deuteronomium 9:24→Exodus 14:11→1 Samuël 15:24→Exodus 16:20→Exodus 15:24→Psalmen 36:4→Exodus 16:28→Deuteronomium 31:27→
Exodus 32:23— Zij dan zeiden tot mij: Maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan, want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland opgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.Exodus 32:1→Exodus 32:8→
Exodus 32:24— Toen zeide ik tot hen: Wie goud heeft, die rukke het af, en geve het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er uit gekomen.Exodus 32:4→Lukas 10:29→Genesis 3:12→Romeinen 3:10→
Exodus 32:25— Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, (want Aaron had het ontbloot tot verkleining onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaan),Romeinen 6:21→Exodus 33:4→Genesis 3:10→Jesaja 47:3→2 Kronieken 28:19→Openbaring 16:15→Openbaring 3:17→Daniël 12:2→
Exodus 32:26— Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.Mattheüs 12:30→2 Koningen 9:32→Jozua 5:13→2 Samuël 20:11→
Exodus 32:27— En hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en een iegelijk dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste!Numeri 25:5→Exodus 32:26→Numeri 25:7→Exodus 32:29→Lukas 14:26→Deuteronomium 33:8→2 Korinthe 5:16→
Exodus 32:28— En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op dien dag, omtrent drie duizend man.Deuteronomium 33:9→Numeri 16:41→Maleachi 2:4→1 Korinthe 10:8→Hebreeën 2:2→Numeri 16:32→
Exodus 32:29— Want Mozes had gezegd: Vult heden uw handen den HEERE; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over ulieden geve!Zacharia 13:3→Mattheüs 10:37→Numeri 25:11→Spreuken 21:3→Deuteronomium 33:9→Deuteronomium 13:6→1 Samuël 15:18→Joël 2:12→
Exodus 32:30— En het geschiedde des anderen daags, dat Mozes tot het volk zeide: Gijlieden hebt een grote zonde gezondigd; doch nu, ik zal tot den HEERE opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde.1 Samuël 12:20→Numeri 25:13→Amos 5:15→1 Samuël 12:23→2 Samuël 16:12→Jakobus 5:16→1 Samuël 2:17→Job 42:7→
Exodus 32:31— Zo keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden gemaakt hebben.Exodus 20:23→Exodus 32:30→Ezra 9:6→Exodus 20:4→Daniël 9:11→Daniël 9:8→Exodus 34:28→Daniël 9:5→
Exodus 32:32— Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.Filippenzen 4:3→Daniël 12:1→Psalmen 69:28→Openbaring 21:27→Romeinen 9:3→Openbaring 3:5→Psalmen 56:8→Psalmen 139:16→
Exodus 32:33— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Dien zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt.Ezechiël 18:4→Filippenzen 4:3→Openbaring 13:8→Psalmen 9:5→Openbaring 20:12→Psalmen 109:13→Leviticus 23:30→Psalmen 69:28→
Exodus 32:34— Doch ga nu heen, leid dit volk, waarheen Ik u gezegd heb; zie, Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan! doch ten dage Mijns bezoekens, zo zal Ik hun zonde over hen bezoeken!Exodus 23:20→Deuteronomium 32:35→Jesaja 63:9→Jeremia 5:9→Exodus 3:17→Exodus 33:2→Amos 3:14→Numeri 14:27→
Exodus 32:35— Aldus plaagde de HEERE dit volk, omdat zij dat kalf gemaakt hadden, hetwelk Aaron gemaakt had.2 Samuël 12:9→Mattheüs 27:3→Handelingen 7:41→Exodus 32:25→Exodus 32:4→Handelingen 1:18→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 32 vers 1— Toen het volk zag, dat Mozes vertoog van den berg af te komen, zo verzamelde zich het volk tot Aaron, en zij zeiden tot hem: Sta op, maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; want dezen Mozes, dien man, die ons uit Egypteland uitgevoerd heeft, wij weten niet, wat hem geschied zij.
het volk zag,
Versta dit van sommigen onder dit volk; want zij zijn hier niet onder te tellen, die naderhand, op het bevel van Mozes, de afgodendienaars gedood hebben, vs.26. Zie 1 Kor. 10:7.
Hertaald:het volk zag,
Versta dit van sommigen onder dit volk; want daarbij mogen niet gerekend worden zij die later, op bevel van Mozes, de afgodendienaars gedood hebben, vers 26. Zie 1 Kor. 10:7.
tot Aäron,
Anders, tegen.
Hertaald:tot Aäron,
Ook mogelijk: tegen.
goden,
Dat is, een zichtbaar teken of beeld des onzichtbaren Gods; gelijk vs.4.
Hertaald:goden,
Dat is: een zichtbaar teken of beeld van de onzichtbare God; zoals in vers 4.
Exodus 32 vers 2— Aaron nu zeide tot hen: Rukt af de gouden oorsierselen, die in de oren uwer vrouwen, uwer zonen, en uwer dochteren zijn; en brengt ze tot mij.
Rukt af de gouden oorsierselen,
Het is gelooflijk, dat Aäron gemeend heeft dat de Israëlieten liever het gouden kalf zouden ontberen, dan hem hun kostbare juwelen over te leveren; maar hij is in deze zijn mening bedrogen.
Hertaald:Rukt af de gouden oorsierselen,
Het is aannemelijk dat Aäron dacht dat de Israëlieten liever het gouden kalf zouden missen dan hun kostbare sieraden af te geven; maar hierin heeft hij zich vergist.
Exodus 32 vers 4— En hij nam ze uit hun hand, en hij bewierp het met een griffie, en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israel! die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
het met
Te weten, het kalf.
Hertaald:het met
Namelijk: het kalf.
een griffie,
Of, pen; gelijk Jes. 8:1. De mening schijnt deze te zijn: dat Aäron eerst met een pen, griffel, of penseel, een gedaante van het kalf ergens op getrokken heeft, om die het volk te vertonen, en te vragen, of hun zulk een vorm of model zou behagen.
Hertaald:een griffie,
Of: pen; zoals in Jes. 8:1. De bedoeling lijkt te zijn dat Aäron eerst met een pen, griffel of penseel ergens een afbeelding van het kalf getekend heeft, om die aan het volk te tonen en te vragen of zo'n vorm hun zou bevallen.
hij maakte
Hebreeuws, Hij maakte het een kalf der gieting.
Hertaald:hij maakte
Hebreeuws: Hij maakte het tot een gegoten kalf.
kalf daaruit
Of, os. De afgod Apis werd bij de Egyptenaars vereerd onder de gedaante van een kalf of os. Dit schijnen hier de Israëlieten nageaapt te hebben.
Hertaald:kalf daaruit
Of: os. De afgod Apis werd bij de Egyptenaren vereerd in de gedaante van een kalf of os. Het lijkt erop dat de Israëlieten dit hier hebben nagedaan.
Exodus 32 vers 5— Als Aaron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aaron riep uit, en zeide: Morgen zal den HEERE een feest zijn!
dat zag,
Te weten, dat het volk het kalf goddelijke eer wilde aandoen.
Hertaald:dat zag,
Namelijk: dat het volk het kalf goddelijke eer wilde bewijzen.
HEERE een feest zijn!
Aäron gebruikt hier den naam van den waren God, als willende dien voor dit kalf eren; maar evenwel was het afgoderij.
Hertaald:HEERE een feest zijn!
Aäron gebruikt hier de naam van de ware God, alsof hij die aan dit kalf wilde toekennen; maar toch was het afgoderij.
Exodus 32 vers 6— En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen.
daartoe;
Te weten, tot het altaar, dat is, zij offerden aan het kalf.
Hertaald:daartoe;
Namelijk: tot het altaar; dat is: zij offerden aan het kalf.
om te spelen
Zie vs.19.
Hertaald:om te spelen
Zie vers 19.
Exodus 32 vers 7— Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.
uw volk,
God acht het volk van Israël niet waardig dat Hij het langer zijn volk noemen zou, dewijl het zichzelven een kalf tot zijn God gemaakt had.
Hertaald:uw volk,
God acht het volk van Israël niet meer waard om nog langer Zijn volk genoemd te worden, omdat het zichzelf een kalf tot god gemaakt had.
heeft het verdorven
Anders, heeft zich verdorven; dat is, het heeft zich door zijn afgoderij in het verderf gebracht.
Hertaald:heeft het verdorven
Ook mogelijk: heeft zichzelf verdorven; dat is: het heeft zich door zijn afgoderij in het verderf gestort.
Exodus 32 vers 8— En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israel, die u uit Egypteland opgevoerd hebben.
haast afgeweken van den weg,
Te weten, straks na het opgerichte verbond; Ex. 19
Hertaald:haast afgeweken van den weg,
Namelijk: kort nadat het verbond gesloten was; Ex. 19.
zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt;
Aäron heeft het gouden kalf gemaakt, of laten maken, vs.4, op het verzoek of bevel van het volk, vs.1.
Hertaald:zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt;
Aäron heeft het gouden kalf gemaakt, of laten maken, vers 4, op verzoek of bevel van het volk, vers 1.
hebben het offerande gedaan,
Te weten, het kalf, en niet Mij, ofschoon zij den naam willen hebben, dat zij zulks doen, vs.5.
Hertaald:hebben het offerande gedaan,
Namelijk: aan het kalf, en niet aan Mij, ook al willen zij doen alsof, vers 5.
Exodus 32 vers 9— Verder zeide de HEERE tot Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een hardnekkig volk!
een hardnekkig volk!
Dat is, wrevelmoedig, stout, ongebonden, dat zijn nek onder de wetten en den wil des Heeren niet buigen wil. Het is een gelijkenis, genomen van de beesten, die hun halzen zo hard en stijf houden, dat zij die niet willen buigen naar de begeerte desgenen, die hun het juk opleggen of hen met den toom regeren wil. Zie Deut. 10:16; Spr. 29:1; Hand. 7:51.
Hertaald:een hardnekkig volk!
Dat is: koppig, opstandig, weerspannig, dat zijn nek niet wil buigen onder de wetten en de wil van de HEERE. Het is een beeld ontleend aan dieren die hun nek zo hard en stijf houden dat zij die niet willen buigen naar de wens van wie hun het juk oplegt of hen met de teugel wil sturen. Zie Deut. 10:16; Spr. 29:1; Hand. 7:51.
Exodus 32 vers 10— En nu, laat Mij toe, dat Mijn toorn tegen hen ontsteke, en hen vertere; zo zal Ik u tot een groot volk maken.
laat Mij toe,
Verhinder Mij niet door uw voorbede; want het gebed der gelovigen vermag veel bij God; Jak. 5:16.
Hertaald:laat Mij toe,
Verhinder Mij niet door uw voorbede; want het gebed van gelovigen vermag veel bij God; Jak. 5:16.
Exodus 32 vers 12— Waarom zouden de Egyptenaars spreken, zeggende: In kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, en opdat Hij hen vernielde van den aardbodem? Keer af van de hittigheid Uws toorns, en laat het U over het kwaad Uws volks berouwen.
kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd,
Dat is, met een listig en kwaad voornemen; anders, ten kwade; dat is, tot hun ongeluk en verderf.
Hertaald:kwaadheid heeft Hij hen uitgevoerd,
Dat is: met een listig en kwaad opzet; ook mogelijk: ten kwade; dat is: tot hun ongeluk en verderf.
van den aardbodem?
Dat is, dat zij op den aardbodem niet blijven zouden.
Hertaald:van den aardbodem?
Dat is: dat zij niet op de aarde zouden blijven.
laat het U over het kwaad Uws volks berouwen
Mozes bidt hier dat God berouw hebbe; dat is, dat Hij het volk het kwaad niet late overkomen; dat is, de straf, die Hij over hen wilde brengen. Zie Gen. 6:6.
Hertaald:laat het U over het kwaad Uws volks berouwen
Mozes bidt hier dat God berouw zou hebben, dat wil zeggen: dat Hij het volk het kwaad, de straf die Hij over hen wilde brengen, zou besparen. Zie Gen. 6:6.
Exodus 32 vers 13— Gedenk aan Abraham, aan Izak en aan Israel, Uw knechten, aan welke Gij bij Uzelven gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw zaad vermenigvuldigen als de sterren des hemels; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan ulieder zaad geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid.
Gedenk aan Abraham,
Dat is, gedenk aan de belofte, die Gij Abraham, enz. gedaan hebt.
Hertaald:Gedenk aan Abraham,
Dat is: gedenk aan de belofte die U aan Abraham gedaan hebt.
Uzelven gezworen hebt,
God geen groter hebbende om bij te zweren, zweert bij zichzelven; Hebr. 6:13, Hebr. 6:17.
Hertaald:Uzelven gezworen hebt,
Omdat God niemand groter heeft om bij te zweren, zweert Hij bij Zichzelf; Hebr. 6:13, Hebr. 6:17.
als de sterren des hemels;
Zie Gen. 15:5.
Hertaald:als de sterren des hemels;
Zie Gen. 15:5.
gezegd heb,
Beloofd heb.
Hertaald:gezegd heb,
Beloofd hebt.
Exodus 32 vers 14— Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.
Toen berouwde het den HEERE over het kwaad,
Dat is, toen verdelgde Hij het volk niet, gelijk Hij bedreigd had, maar Hij liet zich er mede vergenoegen, dat er 3000 verslagen werden.
Hertaald:Toen berouwde het den HEERE over het kwaad,
Dat is: toen verdelgde Hij het volk niet, zoals Hij gedreigd had, maar Hij nam er genoegen mee dat er 3000 gedood werden.
Exodus 32 vers 15— En Mozes wendde zich om, en klom van den berg af, met de twee tafelen der getuigenis in zijn hand; deze tafelen waren op haar beide zijden beschreven, zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.
der getuigenis in zijn hand;
Dat is, der wet Gods.
Hertaald:der getuigenis in zijn hand;
Dat is: van de wet van God.
op de ene en op de andere zijde beschreven
Hebreeuws, van hier en van daar beschreven.
Hertaald:op de ene en op de andere zijde beschreven
Hebreeuws: van hier en van daar beschreven.
Exodus 32 vers 17— Toen nu Jozua des volks stem hoorde, als het juichte, zo zeide hij tot Mozes: Er is een krijgsgeschrei in het leger.
nu Jozua des volks stem hoorde,
Die mede op den berg gebleven was; Ex. 24:13.
Hertaald:nu Jozua des volks stem hoorde,
Die eveneens op de berg gebleven was; Ex. 24:13.
Exodus 32 vers 18— Maar hij zeide: Het is geen stem des geroeps van overwinning, het is ook geen stem des geroeps van nederlaag; ik hoor een stem van zingen bij beurte.
hij zeide
Te weten, Mozes.
Hertaald:hij zeide
Namelijk: Mozes.
Het is geen stem des geroeps van overwinning,
Hebreeuws, het is geen stem van het roepen der sterkte, en het is geen stem van het roepen der zwakheid.
Hertaald:Het is geen stem des geroeps van overwinning,
Hebreeuws: het is geen stem van het roepen van sterkte, en het is geen stem van het roepen van zwakte.
Exodus 32 vers 19— En het geschiedde, als hij aan het leger naderde, en het kalf, en de reien zag, dat de toorn van Mozes ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en dezelve beneden aan den berg verbrak.
de reien zag,
Versta, zodanige reien, waarbij gefluit en gespeeld werd, naar de wijze der heidenen.
Hertaald:de reien zag,
Versta: zulke reidansen, waarbij gefloten en gespeeld werd, naar de gewoonte van de heidenen.
verbrak
Te weten, voor de ogen des volks; Deut. 9:17.
Hertaald:verbrak
Namelijk: voor de ogen van het volk; Deut. 9:17.
Exodus 32 vers 20— En hij nam dat kalf, dat zij gemaakt hadden, en verbrandde het in het vuur, en vermaalde het, totdat het klein werd, en strooide het op het water, en deed het den kinderen Israels drinken.
verbrandde het in het vuur,
Dat is, hij smolt het kalf, en maakte het wederom tot een klomp.
Hertaald:verbrandde het in het vuur,
Dat is: hij smolt het kalf en maakte er weer een klomp van.
deed het den kinderen Israëls drinken.
Opdat zij hierdoor zouden leren verstaan de nietigheid van zulke goden, die men kon inzwelgen; alsook om den Israëlieten indachtig te maken, dat zij verdiend hadden den vloek en den toorn Gods te drinken. Zie Num. 5:18.
Hertaald:deed het den kinderen Israëls drinken.
Opdat zij hierdoor zouden begrijpen hoe nietig zulke goden zijn, die men zomaar kon inslikken; en ook om de Israëlieten eraan te herinneren dat zij verdiend hadden de vloek en de toorn van God te drinken. Zie Num. 5:18.
Exodus 32 vers 24— Toen zeide ik tot hen: Wie goud heeft, die rukke het af, en geve het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er uit gekomen.
en geve het mij;
Anders, en zij gaven het mij.
Hertaald:en geve het mij;
Ook mogelijk: en zij gaven het mij.
en dit kalf is er uit gekomen
Aäron belijdt hier zijn eigen zonde, doch zo oprechtelijk en zo openlijk niet, als hij de zonde des volks beleden heeft; hij spreekt van het kalf, alsof het meer bij toeval dan door zijn wil of kunst gemaakt ware; doch boven, vs.4, staat geheel anders. Zie Deut. 9:20; Aärons excuus is zo kaal als dat van Adam, Gen. 3
Hertaald:en dit kalf is er uit gekomen
Aäron belijdt hier zijn eigen zonde, maar niet zo oprecht en openlijk als hij de zonde van het volk beleden heeft; hij spreekt over het kalf alsof het meer bij toeval dan door zijn wil of vaardigheid gemaakt was; maar hierboven, vers 4, staat het heel anders. Zie Deut. 9:20; het excuus van Aäron is net zo armzalig als dat van Adam, Gen. 3.
Exodus 32 vers 25— Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, (want Aaron had het ontbloot tot verkleining onder degenen, die tegen hen hadden mogen opstaan),
ontbloot was
Niet zozeer van hun sieraad, als van Gods bescherming, zijnde nu als naakte, ongewapende mensen, die van hun vijanden lichtelijk konden overvallen en vernield worden; vergelijk dit met Gen. 3:10; Openb. 3:18, en Openb. 16:15.
Hertaald:ontbloot was
Niet zozeer van hun sieraden, als wel van Gods bescherming, zodat zij nu als naakte, weerloze mensen door hun vijanden gemakkelijk konden worden overvallen en vernietigd; vergelijk dit met Gen. 3:10; Openb. 3:18 en Openb. 16:15.
Aäron had het ontbloot
Deze ontbloting wordt Aäron toegeschreven, omdat hij het goddeloze verzoek des volks niet alleen heeft geconsenteerd, maar ook bevorderd.
Hertaald:Aäron had het ontbloot
Deze ontbloting wordt aan Aäron toegeschreven, omdat hij het goddeloze verzoek van het volk niet alleen heeft toegestaan, maar ook nog aangewakkerd heeft.
Exodus 32 vers 26— Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.
in de poort des legers,
Het leger was met een wal of palissaden, of iets anders omringd, en had poorten hier en daar. De poorten waren ook plaatsen des gerichts, gelijk Gen. 34:20; Deut. 17:5; Ruth 4:1, Ruth 4:11.
Hertaald:in de poort des legers,
Het kamp was omringd met een wal of een omheining, en had hier en daar poorten. De poorten waren ook plaatsen van rechtspraak, zoals Gen. 34:20; Deut. 17:5; Ruth 4:1, Ruth 4:11.
Wie den HEERE toebehoort,
Of, wie des Heeren is, tot mij. Mozes heeft door haast en ijver enige woorden nagelaten. Zie dergelijke manier van spreken ook Gen. 13:9, en Gen. 23:13, enz.
Hertaald:Wie den HEERE toebehoort,
Of: wie van de HEERE is, kome tot mij. Mozes heeft door haast en ijver enkele woorden weggelaten. Zie een soortgelijke manier van spreken ook in Gen. 13:9 en Gen. 23:13.
al de zonen van Levi
Dat is, bijna allen; want enigen hunner hadden zich ook in afgoderij verlopen, ja zelfs Aäron, zie vs.29, en Deut. 9:20, en Deut. 33:9. Anders, en die zicht tot hem verzamelden, waren allen kinderen van Levi, die, thuis gebleven zijnde, geen afgoderij met het kalf te aanbidden begaan hadden.
Hertaald:al de zonen van Levi
Dat is: bijna allen; want sommigen onder hen hadden zich ook aan afgoderij overgegeven, zelfs Aäron, zie vers 29 en Deut. 9:20, Deut. 33:9. Ook mogelijk: en wie zich bij hem voegden, waren allen kinderen van Levi, die, thuisgebleven, geen afgoderij met het kalf hadden bedreven.
Exodus 32 vers 27— En hij zeide tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israel: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup; gaat door en keert weder, van poort tot poort in het leger, en een iegelijk dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste!
de God van Israël
Te weten, de ware God Israëls, niet het kalf, waarvan zij spraken vs.4: Dit zijn uwe goden, Israël.
Hertaald:de God van Israël
Namelijk: de ware God van Israël, niet het kalf waarover zij in vers 4 spraken: dit zijn uw goden, Israël.
zijn broeder,
Dat is, den eersten die hem bejegent; verschoont niemand, al ware het uw broeder.
Hertaald:zijn broeder,
Dat is: wie hem het eerst tegenkomt; ontzie niemand, al was het uw broer.
Exodus 32 vers 28— En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes; en er vielen van het volk, op dien dag, omtrent drie duizend man.
er vielen van het volk,
Te weten, door de scherpte van het zwaard.
Hertaald:er vielen van het volk,
Namelijk: door de scherpte van het zwaard.
Exodus 32 vers 29— Want Mozes had gezegd: Vult heden uw handen den HEERE; want elk zal zijn tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; en dit, opdat Hij heden een zegen over ulieden geve!
Want Mozes had gezegd
Met deze woorden wordt aangewezen wat de Levieten zo stout en onversaagd gemaakt had, dat zij zelfs hun naaste vrienden gedood hadden, namelijk omdat zij van Mozes verstaan hadden, dat zij God hiermede een aangenamen dienst zouden doen, en dat zij derhalve een bijzonderen zegen van God ontvangen zouden.
Hertaald:Want Mozes had gezegd
Met deze woorden wordt aangegeven wat de Levieten zo vastberaden en onbevreesd gemaakt had, dat zij zelfs hun naaste vrienden gedood hadden: namelijk omdat zij van Mozes begrepen hadden dat zij God hiermee een welgevallige dienst zouden bewijzen, en dat zij daarom een bijzondere zegen van God zouden ontvangen.
Vult heden uw handen den HEERE;
Dat is, heiligt den Heere heden uw handen; dat is, doet hem dezen heiligen dienst. Zie Lev. 7:37. God de Heere betuigt hier dat justitie en straf oefenen over de boosdoeners hem zo aangenaam is als offerande. Zie 1 Sam. 15:18, 1 Sam. 15:22. Deze daad der Levieten herhaalt Mozes Deut. 33:9.
Hertaald:Vult heden uw handen den HEERE;
Dat is: heilig vandaag uw handen voor de HEERE; dat is: bewijs Hem deze heilige dienst. Zie Lev. 7:37. God de HEERE betuigt hier dat het handhaven van recht en het straffen van boosdoeners Hem net zo aangenaam is als een offer. Zie 1 Sam. 15:18, 1 Sam. 15:22. Deze daad van de Levieten herhaalt Mozes in Deut. 33:9.
Hij heden een zegen over ulieden geve!
Te weten, God, de Heere.
Hertaald:Hij heden een zegen over ulieden geve!
Namelijk: God, de HEERE.
Exodus 32 vers 30— En het geschiedde des anderen daags, dat Mozes tot het volk zeide: Gijlieden hebt een grote zonde gezondigd; doch nu, ik zal tot den HEERE opklimmen; misschien zal ik een verzoening doen voor uw zonde.
des anderen daags,
Te weten, nadat er 3000 omgebracht waren.
Hertaald:des anderen daags,
Namelijk: nadat er 3000 gedood waren.
Exodus 32 vers 31— Zo keerde Mozes weder tot den HEERE, en zeide: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden gemaakt hebben.
Zo keerde Mozes weder tot den HEERE,
Mozes bleef wederom veertig dagen op den berg, zonder eten, God den Heere voor het volk biddende, Deut. 9:18.
Hertaald:Zo keerde Mozes weder tot den HEERE,
Mozes bleef opnieuw veertig dagen op de berg, zonder eten, God de HEERE biddend voor het volk, Deut. 9:18.
gouden goden gemaakt hebben
Anders, een god van goud; dat is, het kalf.
Hertaald:gouden goden gemaakt hebben
Ook mogelijk: een god van goud; dat is: het kalf.
Exodus 32 vers 32— Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.
zult!
Versta, zo is het wel; vergelijk deze manier van spreken met Luc. 13:9.
Hertaald:zult!
Versta: zo is het goed; vergelijk deze manier van spreken met Luk. 13:9.
zo delg mij nu uit
Wien God eens ten eeuwigen leven uitverkoren heeft, dien verwerpt Hij nimmermeer. Maar Mozes heeft met deze woorden geopenbaard zijn innerlijken ijver voor de eer Gods, en zijn grote liefde tot het volk Israëls; vergelijk hiermede den ijver van Paulus, Rom. 9:3.
Hertaald:zo delg mij nu uit
Wie God eenmaal tot het eeuwige leven heeft uitverkoren, verwerpt Hij nooit. Maar Mozes heeft met deze woorden zijn diepe ijver voor Gods eer en zijn grote liefde voor het volk Israël geopenbaard; vergelijk hiermee de ijver van Paulus, Rom. 9:3.
Uw boek,
Hetwelk anders genoemd wordt het boek des levens, omdat er in aangetekend staan die allen, welke God ten eeuwigen leven verordineerd heeft; Ps. 69:29; Fil. 4:3; Openb. 3:5, en Openb. 20:12, en Openb. 21:27; doch dit is menselijker wijze van God gesproken, want door dit boek is niet anders te verstaan, dan zijn eeuwige raad en onveranderlijk besluit der verkiezing.
Hertaald:Uw boek,
Dit wordt ook wel het boek des levens genoemd, omdat daarin allen staan opgetekend die God tot het eeuwige leven verordineerd heeft; Ps. 69:29; Fil. 4:3; Openb. 3:5, Openb. 20:12 en Openb. 21:27; dit is echter op menselijke wijze over God gesproken, want met dit boek wordt niets anders bedoeld dan Zijn eeuwige raad en onveranderlijk verkiezingsbesluit.
Exodus 32 vers 33— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Dien zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt.
Dien zou Ik uit Mijn boek delgen,
Versta hierbij, indien Ik iemand er uit zou delgen. Anders, dien zal Ik.
Hertaald:Dien zou Ik uit Mijn boek delgen,
Versta hierbij: mocht Ik iemand eruit delgen. Ook mogelijk: die zal Ik.
Exodus 32 vers 34— Doch ga nu heen, leid dit volk, waarheen Ik u gezegd heb; zie, Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan! doch ten dage Mijns bezoekens, zo zal Ik hun zonde over hen bezoeken!
waarheen Ik u gezegd heb;
Te weten, naar het land Kanaän.
Hertaald:waarheen Ik u gezegd heb;
Namelijk: naar het land Kanaän.
Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan!
Aldus bedreigt God in zijn toorn dit volk over te geven aan Mozes en aan een engel; zie daarvan Ex. 33:2.
Hertaald:Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan!
Zo dreigt God in Zijn toorn dit volk over te geven aan Mozes en aan een engel; zie daarover Ex. 33:2.
hun zonde over hen
Voornamelijk deze zonde der afgoderij, met het gouden kalf begaan.
Hertaald:hun zonde over hen
Vooral deze zonde van afgoderij, begaan met het gouden kalf.
bezoeken!
Zie Gen. 21:1.
Hertaald:bezoeken!
Zie Gen. 21:1.
Exodus 32 vers 35— Aldus plaagde de HEERE dit volk, omdat zij dat kalf gemaakt hadden, hetwelk Aaron gemaakt had.
plaagde de HEERE dit volk,
Anders, sloeg; te weten, door het zwaard der Levieten, vs.28.
Hertaald:plaagde de HEERE dit volk,
Ook mogelijk: sloeg; namelijk door het zwaard van de Levieten, vers 28.
omdat zij dat kalf gemaakt hadden,
Dat is, omdat zij Aäron er toe genoodzaakt en gedreven hadden, dat hij dit kalf maken zou. Wat men door iemand anders doet, is zoveel alsof men het zelf deed; middelerwijl is hij niet onschuldig, die zich als een instrument er toe laat gebruiken.
Hertaald:omdat zij dat kalf gemaakt hadden,
Dat is: omdat zij Aäron ertoe gedwongen en aangezet hadden dit kalf te maken. Wat men door iemand anders laat doen, is net zo goed als wanneer men het zelf doet; ondertussen is hij niet onschuldig die zich als werktuig daarvoor laat gebruiken.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Jozua — de HEERE is hulp (oorspronkelijk: Hosea, 'hulp')
Hier voor het eerst genoemd als de man die Mozes aanstelde om tegen Amalek te strijden bij Rafidim, terwijl Mozes op de heuvel met de staf Gods zijn handen ophief in gebed (Ex. 17:9-13). Hij was Mozes' persoonlijke dienaar en zou later, als zijn opvolger, Israël het beloofde land binnenleiden. Zijn naam werd later veranderd van Hoséa ('hulp') in Jozua ('de HEERE is hulp'), zie Num. 13:16.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb (Sinai) — Horeb: waarschijnlijk "woestenij, dorre plaats"; Sinai: onzeker, mogelijk verwant aan een wortel die "schijnen, blinken" betekent
Ligging: "De berg Gods", op het Sinaïtisch schiereiland; van oudsher, al sinds de vierde eeuw na Christus, geïdentificeerd met Djebel Moesa ("berg van Mozes", ruim 2.200 meter hoog), gelegen in het granietmassief van et-Toer, met de vlakte er-Rachah aan de voet ervan als natuurlijk legerkamp, en met een rijke, voor de Sinaïwoestijn ongewoon overvloedige watervoorziening uit verscheidene bronnen en beken.
Geschiedenis: Hierheen bracht Mozes de kudden van zijn schoonvader Jethro, toen de HEERE hem in een brandende doornstruik verscheen die niet verteerd werd, hem tot zijn zending riep en Zijn Naam bekendmaakte: "Ik ben Die Ik ben" (Ex. 3). Dezelfde berg zou later, onder de naam Sinai, de plaats zijn waar de HEERE Zijn volk de Wet gaf (Ex. 19-20); Horeb en Sinai worden in de Schrift door elkaar gebruikt voor dezelfde berg (Horeb overwegend in Deuteronomium, Sinai overwegend in de overige boeken van de Pentateuch). Ook Elia zocht hier later, in tijd van vervolging, zijn toevlucht en ontving er de openbaring van de zachte stilte (1 Kon. 19).
Bijbelse betekenis: De berg van Gods openbaring bij uitstek in het Oude Testament — waar Hij Zich eerst aan Mozes bekendmaakte als de eeuwig Zijnde, en later aan geheel Israël als de Wetgever van het verbond.
Recente inzichten: Over de exacte identificatie van de berg bestaat, ondanks de eeuwenoude en breed aanvaarde traditie rond Djebel Moesa, onder geleerden geen volledige eenstemmigheid; enkele alternatieve locaties zijn voorgesteld (zoals Djebel Serbal, verder naar het westen), maar deze stuiten volgens ISBE op ernstige praktische bezwaren (te weinig water en weidegrond voor de grote menigte van Israël) en worden niet algemeen aanvaard.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Afgoderij
Terwijl Mozes nog op de berg was, drong het volk er bij Aäron op aan een god te maken die voor hen uit zou gaan. Aäron goot van hun gouden oorsieraden een kalf, en het volk riep: "Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypteland opgevoerd hebben" (Ex. 32:1-6). Mozes brak, van toorn ontstoken, de stenen tafelen, en er volgde een zwaar oordeel over het volk (Ex. 32:19-28).
Bijbelse betekenis: Dit gebeurde vlak nadat Israël plechtig het verbond met de HEERE had aanvaard (Ex. 24:3,7) en terwijl de geboden tegen het maken en dienen van beelden nog vers gegeven waren (Ex. 20:3-5). Het is een schrijnend voorbeeld van hoe snel het hart tot afgoderij kan afwijken, ook bij een volk dat Gods wonderen gezien heeft.
Typologie: Paulus haalt deze geschiedenis uitdrukkelijk aan als waarschuwing voor de gemeente: "wordt geen afgodendienaars, gelijkerwijs als sommigen van hen" (1 Kor. 10:7), en over die geschiedenissen: "deze dingen alle zijn hunlieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons" (1 Kor. 10:7,11). Wat Israël in de woestijn overkwam, dient de kerk van alle eeuwen tot een blijvende les tegen elke vorm van het stellen van iets of iemand in Gods plaats.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenambt
Delg mij nu uit Uw boek — 32:7-14, 30-35
Mozes is veertig dagen op de berg. Beneden is het verbond dat daar gesloten werd nog geen zes weken oud, en beneden staat inmiddels een gegoten kalf. Mozes weet er niets van; God vertelt het hem.
Mozes biedt aan zelf uit Gods boek geschrapt te worden om het volk te sparen, en God wijst dat aanbod af — met een reden die alles verklaart.
God begint met een voornaamwoord. Hij zegt niet: Mijn volk heeft het verdorven, maar: “want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven.” De kanttekening ziet die verschuiving en verklaart haar: God acht het volk niet meer waard om nog langer Zijn volk genoemd te worden. Het eerste wat Mozes in zijn gebed doet, is dat woordje teruggeven — hij spreekt van Uw volk, dat Gíj met grote kracht uit Egypte hebt uitgevoerd.
Dan volgt de zin waar de hele geschiedenis om draait: “En nu, laat Mij toe, dat Mijn toorn tegen hen ontsteke, en hen vertere; zo zal Ik u tot een groot volk maken.” De kanttekening durft die woorden uit te leggen zoals ze klinken: verhinder Mij niet door uw voorbede, want het gebed van gelovigen vermag veel bij God. God zegt daarmee Zelf dat er iets is wat Hem tegenhoudt, en dat is het gebed van één man. En Hij legt Mozes tegelijk het aanbod voor waar iedere leidsman van zou dromen: laat dit lastige volk vallen, en de belofte aan Abraham gaat verder door u.
Mozes gaat er niet op in. Hij pleit met twee dingen die niet van hemzelf zijn: wat de Egyptenaars zouden zeggen over de bedoelingen van God, en de eed die God aan Abraham, Izak en Israël gezworen heeft. Bij dat laatste tekent de kanttekening aan dat God, omdat Hij niemand groter heeft om bij te zweren, bij Zichzelf gezworen heeft. Mozes bidt dus niet met een goede eigenschap van het volk in zijn hand, want die is er niet; hij bidt met Gods eigen woord in zijn hand.
De volgende dag gaat hij verder dan bidden. Hij houdt het volk voor hoe zwaar hun zonde is, en zegt dan dat hij tot de HEERE zal opklimmen; misschien, zegt hij, zal hij een verzoening doen voor hun zonde. Boven op de berg spreekt hij de zin uit die hem groot maakt en waarop hij tegelijk stukloopt: “Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, hetwelk Gij geschreven hebt.” Hij maakt de eerste zin niet eens af. Wat hij aanbiedt is zichzelf, in de plaats van het volk. De kanttekening legt uit welk boek hier bedoeld wordt: het boek des levens, waarmee niets anders wordt aangeduid dan Gods eeuwige raad en onveranderlijk besluit. En zij zet er de ijver van Paulus naast, die schreef dat hij zelf wel verbannen wilde zijn van Christus, voor zijn broeders.
Het antwoord van God is een weigering, en juist in die weigering ligt de lijn naar het Evangelie: “Dien zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt.” Wie geschrapt wordt, wordt geschrapt om zijn eigen zonde. Mozes mag niet betalen voor een ander, want hij heeft zijn eigen rekening. Zijn aanbod was echt en zijn liefde was echt, maar hij had niet wat ervoor nodig was.
Wat er nodig was, staat een paar honderd jaar later bij Jesaja: God zag dat er niemand was, en Hij ontzette Zich omdat er geen voorbidder was, en daarom bracht Zijn eigen arm Hem heil aan. Twee mannen in de Schrift hebben aangeboden wat Mozes aanbood — Mozes zelf en Paulus — en geen van beiden mocht. De Derde hoefde het niet aan te bieden, want Hij was er al voor gekomen.
Exodus 32:10 — God zegt dat één mans voorbede Hem tegenhoudt, en biedt Mozes een eigen volk aan.
Exodus 32:13 — Mozes pleit niet op het volk maar op de eed die God bij Zichzelf gezworen heeft.
Exodus 32:32 — Hij biedt zichzelf aan: vergeef hun, en zo niet, delg mij dan uit Uw boek.
Exodus 32:33 — God weigert: geschrapt wordt wie aan Hém zondigt — Mozes kan niet voor een ander betalen.
Romeinen 9:3 — Paulus wenst hetzelfde voor zijn broeders, en ook hij kan het niet.
Jesaja 59:16 — Er was geen voorbidder; daarom brengt Gods eigen arm het heil aan.
In het Nieuwe Testament: Romeinen 9:3; Johannes 10:11; Hebreeën 7:25; Galaten 3:13; Lukas 23:34
Hoever dit reikt: De Schrift zegt niet met zoveel woorden dat het aanbod van Mozes een afbeelding van Christus is. Wat er wél staat is het aanbod, de weigering, en de reden van de weigering: geschrapt wordt wie aan God zondigt. De kanttekenaars leggen bij dit vers zelf het verband met Paulus in Romeinen 9. De stap van daar naar het kruis is een gevolgtrekking — een goed onderbouwde, maar wel een gevolgtrekking.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 32:11.KruisverwijzingenDeuteronomium 9:18→Deuteronomium 9:26→Psalmen 74:1→Psalmen 106:23→Numeri 16:22→Jeremia 12:1→Numeri 11:11→Jesaja 63:17→ — Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt? Het gebed van Mozes is opmerkelijk. In hoge mate stemde hij op dat ogenblik — en nog veel meer daarna — met God in Zijn toorn in. Wij hebben gelezen van de toorn van Mozes toen hij het kalf zag en de dansenden. Denk aan die heilige man die de kostbare tafelen op de aarde stukslaat, omdat hij ze te heilig achtte voor de onheilige ogen van afgodendienaars. Hij behoedt ze, om zo te zeggen, voor de ontheiliging van de aanraking met zulk een schuldig volk, door ze op de grond in stukken te breken.
Zie hoe zijn ogen vuur schieten wanneer hij hun afgod neerhaalt, hem in het vuur verbrandt, tot poeder vermaalt, op het water strooit en hen het laat drinken. Hij is er vast op besloten dat het hun ingewanden zal ingaan. Zij moeten weten wat voor een ding het was dat zij god noemden. Hij was buitengewoon vertoornd op Aäron, en toen hij de zonen van Levi gebood het zwaard der wraak te trekken en de vermetele opstandelingen te doden, brandde zijn toorn hevig — en dat met recht.
En toch bidt hij voor dit schuldige volk. Laat onze verontwaardiging over de zonde ons nooit weerhouden van het gebed voor zondaren. Al steekt het onweer op, al bliksemen onze ogen en spreken onze lippen donderslagen — laat toch de zilveren druppels van medelijdende tranen langs onze wangen vallen. En bid de Heere dat die gezegende regen Hem aangenaam mag zijn, vooral wanneer wij pleiten om Jezus’ wil. Niets kan de ware liefhebber van zielen weerhouden voor hen te pleiten, zelfs niet onze brandende verontwaardiging over schandelijke ongerechtigheid. Wij zien haar, en ons bloed kookt bij het gezicht, en toch vallen wij op de knieën en roepen: “God, wees deze grote zondaren genadig, en vergeef hun, om Jezus’ wil.”
Exodus 32:14.KruisverwijzingenPsalmen 106:45→2 Samuël 24:16→Jona 3:10→1 Kronieken 21:15→Jeremia 18:8→Jeremia 26:19→Jona 4:2→Jeremia 26:13→ — Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen. Ik hoef nauwelijks te zeggen dat dit vers spreekt naar menselijke wijze. Over God spreken zoals God Zelf over Zich spreekt, is aan God alleen voorbehouden; sterfelijke mensen zouden zulke taal niet kunnen vatten. De Heere spreekt dikwijls niet naar de letterlijke werkelijkheid, maar naar de wijze waarop de dingen zich aan ons voordoen, opdat wij het goddelijke zouden begrijpen zover een mens dat kan.
De voornemens van de Heere veranderen nooit werkelijk. Zijn eeuwige wil moet altijd dezelfde blijven, want Hij kan niet veranderen: Hij zou immers óf ten goede óf ten kwade moeten veranderen. Ten goede kan Hij niet veranderen, want Hij is oneindig goed. En het is godslasterlijk te veronderstellen dat Hij ten kwade zou kunnen veranderen. Hij die alle dingen tegelijk ziet en in één oogopslag het begin en het einde van alle dingen overziet, heeft geen berouw nodig. “God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou” (Num. 23:19).
Maar in de loop van Zijn handelen lijkt het ons soms een grote verandering. Wij zeggen van de zon dat zij opgaat en ondergaat, terwijl zij dat in werkelijkheid niet doet, en toch bedriegen wij niemand wanneer wij zo spreken. Zo zeggen wij ook van God, in de taal van dit vers, dat het Hem “berouwde”. Zo doet het zich aan ons voor, en zo is het ook in de daad van God — maar deze uitdrukking doet niets af aan de grote en heerlijke leer van de onveranderlijkheid van God.
Exodus 32:20.KruisverwijzingenDeuteronomium 9:21→Spreuken 14:14→2 Koningen 23:6→Spreuken 1:31→Deuteronomium 7:5→2 Koningen 23:15→Deuteronomium 7:25→ — En hij nam dat kalf, dat zij gemaakt hadden, en verbrandde het in het vuur, en vermaalde het, totdat het klein werd, en strooide het op het water, en deed het den kinderen Israels drinken. Zie de kracht van deze ééne man, die God achter zich heeft en God in zich heeft. Terwijl het volk rondom hun afgod danst, haalt hij hem neer, vermaalt hem tot poeder en “deed het den kinderen Israëls drinken”. Mozes staat alleen tegenover miljoenen, maar wat geeft hij om hun miljoenen? God is met hem, en hij is Gods dienstknecht; daarom beven zij allen voor hem.
Exodus 32:26.KruisverwijzingenMattheüs 12:30→2 Koningen 9:32→Jozua 5:13→2 Samuël 20:11→ — Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi. Veel van wat Mozes bij die gelegenheid deed, moet in elke tijd opnieuw gedaan worden. Er moet een banier worden opgeheven ter wille van de waarheid van God, en mensen moeten geroepen worden zich daaronder te scharen. En wie dat doen — wie het meest onbevreesd en het meest getrouw zijn — zullen een groot loon ontvangen, zoals wij in het boek Deuteronomium lezen dat Mozes een bijzondere zegen over de stam Levi uitsprak, omdat haar zonen getrouw waren in die zware en proefhoudende tijd.
Ook zijn zij gezegend die zich in onze dagen niet buigen voor de moderne afgoden die zovelen aanbidden. Gezegend zijn de dapperen die zich nooit afvragen of een bepaalde weg wel “opbrengt”, maar die doen wat recht is, wat de gevolgen ook mogen zijn.
Terwijl de Heere op de berg voor Israël een godsdienst en een heiligdom instelt, overeenkomstig de roeping van Zijn volk, om niet te zijn als de heidenen, denkt het volk onder aan de berg daaraan, dat het zich een God en een godsdienst maakt naar de wijze van de heidenen. Op het ogenblik, dat Mozes zich voorneemt is, met de zo-even ontvangen tafelen van de wet de top van de berg te verlaten (hoofdstuk 31:18), maakt hem God bekend, dat Zijn volk, dat Hij uit Egypte geleid heeft, het gesloten Verbond vernietigd en het gehele werk verijdeld heeft. De Heere wil nu opnieuw aanvangen en Mozes tot een groot volk maken, doch deze treedt als een echt middelaar met zulk een dringende voorbede in de bres, dat het de Heere berouwt, over het kwade, dat Hij reeds gedreigd had het volk te doen.
1. Toen het volk, dat onder de leiding van Aäron en Hur in het leger was achtergelaten (hoofdstuk 24:14) zag, dat Mozes talmde, 1) van de berg af te komen, want het was reeds zes weken, dat hij van hen gegaan was, (hoofdstuk 24:18), zo verzamelde zich het volk, door de woordvoerders, die tot deze zaak hadden aangezet, 2) bij Aäron, en zij zeiden tot hem: Sta op, a) maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; 3) maak ons een zichtbaar beeld van God, dat op onze verdere tocht ons vooruit gedragen wordt; want deze Mozes, die man, die ons uit Egypte gevoerd heeft, wij weten niet wat hem geschied zij, 4) of hij omgekomen is, of heimelijk zich heeft weggemaakt, en wij kunnen toch niet altijd hier gelegerd blijven, maar moeten aan voortgaan denken.
a) Hand.7:40
1) Zij spraken van Mozes, alsof hij het volk schandelijk verlaten en gevlucht was, zodat zij niet weten, wat zij nu moeten doen. Wanneer God ons een kleine tijd verlaat, denken ook wij, dat God ons alleen laat, en wij elders hulp moeten zoeken; dan wordt zo’n kalf onze God.
Daar ziet hij, bijna zes weken achterelkaar, de dagen als uren voorbijsnellen, en, terwijl aan de eisen van de lichamelijke natuur het stilzwijgen opgelegd is, kan ook hij in zijn mate verklaren, dat hij een andere spijze heeft, dan het manna, waarmee iederen morgen de woestijn bij vernieuwing bezaaid wordt. Gelukkige Mozes, wie schetst ons, hoe gij u zult hebben gebaad in een stroom van hoge genieting; hoe uw ziel gelaafd zal zijn uit de volle beek van de wellusten van God; hoe gij thans al de moeite vergeten hebt; die daar beneden vaak als een loden last op u drukte? Wat staat hij hoog, de man van God, boven dat vleselijk Israël, dat naar niets zo onophoudelijk hunkert als naar de Egyptische vleesspijzen! Geeft aan Mozes’ ziel het uitgelezendste van farao’s hof, en zeker, zij zal van honger vergaan; want in Gods gemeenschap slechts kan zij rust en lust, leven en zaligheid smaken.
2) Dat zijn geen geringe mensen geweest, maar de besten en voornaamsten, die de anderen regeerden; als deze voorgaan, gaat de menigte hen na en volgt hun voorbeeld.
Waarschijnlijk is Aäron reeds vroeger daartoe verzocht, maar heeft hij geweigerd en het volk gerustgesteld, dat Mozes wel spoedig zou komen. Dit is af te leiden uit het woord: Sta op. Zij roepen Aäron toe: toef niet langer, maar maak ons goden (of een god) die voor ons aangezicht gaan. Het is Israël niet te doen, om een afgod, maar om een beeld van God. Israël was een zinnelijk volk, had behoefte aan iets zichtbaars en vergt daarom van Aäron, dat hij voor hen, in de plaats van Mozes, een zichtbaar beeld zal maken, dat zij kunnen zien, en dat hun als teken van God de weg wijst. Hoe tekent dit de diep bedorven toestand van de mens. Pas heeft Israël beloofd, Gods geboden te zullen onderhouden, en nu reeds begaat het de verschrikkelijke zonde tegen het tweede gebod. De eerste nationale zonde van Israël na de wetgeving, was een zonde tegen de geestelijke eredienst, zoals God die door het tweede gebod had verordend; was een veranderen van de belijdenis, door God zelf aan Zijn volk gegeven.
3) O hoe vergeetachtig (Psalm. 106:21 vv.), hoe verkeerd, hoe ontrouw is het menselijk hart! Wat is er te bouwen op alle menselijke voornemens en beloften (hoofdstuk 19:8; 20:19; 24:3); wanneer er geen nieuw hart bij is, wanneer niet genade de mens vasthoudt en bevestigt!.
4) Israël moest zich wel aan Mozes vasthouden en aan Hem geloven (hoofdstuk 19:9); maar alleen als aan de knecht van Jehova (hoofdstuk 14:31); Israël heeft echter Jehova vergeten, anders zou het voor Mozes niets kwaads kunnen vrezen, daar Hij op de berg van God in de wolk van Jehova vertoeft. Terwijl nu Israël Jehova van Mozes gescheiden heeft, zo is in hun oog Mozes als verlosser uit Egypte een natuurlijk, een gewoon mens geworden, die al het menselijke overkomen kan, en die men voor zijn ogen moet hebben, wanneer men omtrent hem zeker zal zijn. Met dit hechten aan het uitwendige hangt te samen, dat Israël zichtbare goden verlangt, die voor hen moeten heentrekken. Daardoor is Israël naar het standpunt van de heidenen teruggetreden.
Israël, dat pas was uitverkoren boven alle volken, wil liever een volk zijn, zoals de andere volken en goden hebben, zoals de heidenen; en daar het toch Jehovah, die het uit Egypte gevoerd en met brood van de hemel gespijzigd en met water uit de rots gedrenkt heeft, niet wil opgeven, zo wenst het Jehovah mee te trekken in de diepte, waarin het zelf terug gevallen is, dat is, de heilige, geestelijke en transcendente (boven de wereld verheven) God met Zijn reeds zo heerlijk betoonde kracht in de natuur te verbannen, om Hem meer nabij en tastbaarder te hebben. Jehovah wilde het volk tot Zijn heiligheid optrekken; in plaats van op de weg van de heiliging zich aan Hem te assimileren (gelijk maken), achtten zij het beter de bovennatuurlijke God aan hun natuurlijkheid te assimileren.
2. Aäron nu 1) zei tot hen: Rukt af de gouden versierselen, die in de oren van uw vrouwen, van uw zonen en uw dochters zijn, 2) en brengt ze tot mij; ik moet eerst goud, veel goud in handen hebben, anders kan ik ugeen God maken, zoals gij begeert.
1) Aäron had verkeerd gerekend, want het was hier te doen, om de goddelijke wil door te voeren, en daartoe is voor een mensenhart geen offer te zwaar. “Dat iemand op het godsaltaar zijn tooisel nederlegt, en voor het rijk van God een offer brengt, dat is een zeldzaamheid; maar voor de dienst van de ijdelheid en de weelde, van genot en wellust worden gewillig zilver en goud, en, wanneer dit reeds geheel verkwist is, kleren en huisraad gegeven. Men vergelijkt slechts het aantal huizen van redding met die van de zonde, de menigte die naar drink- en speeltafel zich begeeft met de kleine kring, die zich om de tafel van de Heere verzamelt.
Wee het volk, welks overheid het met Aäron vergeet, dat zij een dienares van God is en voor de ere van God waken moet, die uit mensenvrees, verschrikt door het geroep van de menigte, onrechtvaardige eisen niet durft weigeren, oproerige bewegingen niet durft dempen, valse profeten en verleiders, die het arme volk van Gods Woord afleiden, niet durft tegemoet treden. Aäron had uit medelijden met het volk die begeerte moeten afwijzen; hij had moeten denken als Jozef: “Hoe, zou ik een zo groot kwaad doen, en zondigen tegen God”; hij had moeten voelen: “Wie zijn leven zal verliezen omwille van de Heere, die zal het vinden”; hij had moeten opzien tot Die, van wie hij wist, dat Hij veel machtiger was dan deze dreigende menigte, en in het geloof aan Hem, had hij vast en onbeweeglijk moeten staan, als een rots door stormen en golven omgeven, maar geen duimbreed mogen toegeven.
2) Hoogstwaarschijnlijk en volgens de kerkvaders, behalve Ambrosius, zeer zeker, heeft Aäron niet aanstonds aan hun zondige wens toegegeven, maar heeft hij getracht hen te vermanen, om het niet te doen. Alleen de kerkvader Ambrosius zegt: “Ik zou niet durven op mij nemen, die Hogepriester te verdedigen, noch over hem vonnis te strijken.” Gouden oorsierselen werden zowel door mannen als door vrouwen gedragen. Wellicht dat zij ze uit Egypte hadden meegebracht. Het waren kostbaarheden, waarop men zeer gesteld was. Daarom eist Aäron deze, om het maken van “goden” te voorkomen. Echter de hoogmoed zegepraalde over de gierigheid. Waar Aäron de moed mist, om deze wens van het volk beslist te weigeren, daar ziet hij zich ook in zijn plan teleurgesteld, om dit zijdelings te doen. Waar de leider niet Gods woord stelt tegenover de zondige begeerte van het volk, daar wordt hij tenslotte geleid tegen de verordeningen van Gods woord in.
3. Toen rukte aanstonds het gehele volk de gouden oorversieringen af, die in hun oren waren, en zij brachten 1) ze tot Aäron, die nu in zijn eigen list gevangen was en aan het verlangen van de opgewondene gemeente zich prijsgegeven zag.
1) God had hen verrijkt met de kostbaarheden van de Egyptenaren, hetgeen deze ondankbaren nu gebruikten tot een opgericht teken voor de afgodendienst, waardoor zij het verwijt verdienden, hetgeen Ezechiël verscheidene eeuwen daarna hun nakomelingen tegenvoerde. (Ezech.16:32,33).
Wat het volk wilde, bleek ook hieruit duidelijk, een zichtbaar geleide op de verdere tocht. Wat zij brachten, meenden zij te brengen tot eer van God en ten behoeve van Zijn dienst.
4. En hij nam ze, zeker met kloppend hart en bevende handen, uit hun hand; doch langzamerhand wist hij zich in zijn toestand te schikken en het geweten tot zwijgen te brengen (Genesis 27:11-19) en hij bewierp het met een griffie, 1) en hij maakte vervolgens eengegoten kalf 2) daaruit, uit het samengebrachte goud, of een houten beeld daarmee overtrokken. Toen zeiden zij, die tot Aäron als woordvoerders van het volk gekomen waren, volkomen met dat werk tevreden: Dit zijn uw goden, 3) Israël, die u uit Egypte opgevoerd hebben; hier hebt gij die God in een zichtbaar beeld voor u; nu moge Mozes gebeurt zijn, wat het zij, wij hebben onze God zichtbaar bij ons, daarom kunnen wij bemoedigd verder trekken.
1) In het Hebreeuws Wajitsar otho bacheret. Door de Statenvertalers vertaald: Hij bewierp het met een griffie. Zo vertalen ook de LXX en anderen. Anderen vertalen: Wierp het in een buidel, omdat, beweert men, de graveerkunst nog niet was uitgevonden en voor zo’n werk meer dan één dag nodig was. De laatste vertaling is echter zeer gewrongen, en eist ook enige verandering in de grondtekst. De vertaling, bewierp, d.i. graveerde het met een griffie is beter. In verband met Jesaja. 40:19; 30:22 hebben wij het ons zo voor te stellen, dat het innerlijke van het kalf, dat gemaakt werd, van hout was, en dat deze houten vorm met goud werd overtrokken. Dan verklaart zich ook, hetgeen later van het verbranden gezegd wordt. Ook de grote afgodsbeelden van later waren houten beelden met goud overtrokken. En daarvoor was evenzeer nodig, de graveerstift, als voor voorwerpen, welke van massief goud werden vervaardigd.
2) In Egypte werden twee levende stieren, de een (als symbool van Osiris; zie Ge 41.4) te Memphis (Genesis 41:14), en de ander (als representant van de zonnegod On) te Heliopolis (zie Ge 41.45) godsdienstig vereerd; de eerste heette Apis, de tweede Mnevis. Waarschijnlijk is het de eerste geweest, die Aäron tot voorbeeld diende, om voor het volk een beeltenis en gelijkenis van God te ontwerpen. De gedachte, waarmee hij daarbij zijn geweten heeft gerustgesteld, is deze, dat men hier toch niet met een teken van een natuurkracht, met een levende stier te doen had, gelijk bij de heidense godsdienst van de Egyptenaren, maar met de Heere zelf, die het volk onder een reeds gewoon geworden zinnebeeld in zijn meer onmiddellijke nabijheid wilde brengen; maar hij vergeet daarbij geheel, wat God (hoofdstuk 20:4 vv.) onder strenge bedreiging verboden had. “Zo gaat het, wanneer men Gods woord niet meer liefheeft of niet acht, dat menselijke wijsheid zich een eigen godsdienst kiest en maakt, en daaraan welgevallen heeft, en het voor iets kostelijks houdt, hoewel het door Gods Woord verboden en een gruwel is. Het menselijk verstand meent, dat het met goddelijke zaken mag spelen, gelijk het goedvindt, en dat, hetgeen de mens bevalt, ook God welgevallig zijn moet; om vervolgens een dergelijke afgoderij te behouden en te verdedigen tooit men haar met het Woord van God; dit moet daartoe dienen, dat men een recht schone gedaante en kleur daaraan geeft, als ware het niet tegen dat Woord.
3) In het Hebreeuws is het woord “Elohim” (God) een meervoudige vorm, deze is dikwijls vertaald met: “Goden,” waar beter het woord “God” zou staan (hoofdstuk 21:6; 22:8,28). Zo ook in ons vers en vs.1. Bij Nehemia (9:18) lezen we: Dit is uw God, die u uit Egypte heeft gevoerd. De naam Jehova gebruikt Israël niet. Het verbond lag verbroken.
Israël noemt God niet meer Jehovah, de Verbondsgod, want het heeft zijn verbond verbroken. De Christenen, die de naam van “Vader” niet meer durven gebruiken, mogen zichzelf wel eens onderzoeken of ook zij niet door afgoderij een breuk hebben doen ontstaan.
5. Als Aäron dat 1) zag, zo bouwde hij, om de zaak zelf ter hand te nemen en het volk tenminste te bewaren, dat het niet de dienst van de Egyptische Apis invoerde, maar in dit beeld Israëls God diende, een altaar voor dezelve; en Aäron riep uit, en zei: Morgen zal de HEERE (Jehova) een feest zijn; 2) voor hem de feestelijke dag van morgen.
1) Sommigen hebben gemeend dat dit vers doelt op een daad van het volk, die hier niet vermeld wordt, nl. dat zij, in navolging van de gewoonte in Egypte, het beeld op een verhevenheid of zuil hebben gesteld, om het godsdienstige eer te bewijzen, hetgeen Aäron door het bouwen van het altaar trachtte te voorkomen.
2) Evenals het volk niet om zijn eigen waardigheid geroepen is tot een uitvekoren volk, maar uit genade, zo is het ook met Aäron, die tot Hogepriester van het Verbondsvolk bestemd is. Zijn natuurlijke zwakheid moet openbaar worden, voordat hij tot het ambt komt, opdat hij zich in het ambt niet verheffe. De harde tegenspraak, die aan het priesterschap in Israël kleeft, en de gedachte ontlokt, dat dit niet het volkomen priesterschap is, wordt in hem openbaar, namelijk de tegenspraak, dat de toenmalige verzoener van de zonden zelf nog een zondig mens is, die evenzeer verzoening behoefde.
Aäron is een theoretisch man; de naam, die hij aan zijn gegoten kalf geeft, geeft te kennen, dat hij in theorie de enige God niet wil opgeven; maar de Heilige Schrift bemoeit zich niet met theorieën; zij beoordeelt de zaak praktisch, en noemt zijn kalf een afgod (Hand.7:41) en de door hem ingestelde godsdienst, afgoderij. (1 Corinthiers. 10:7).
De heilige naam van Jehova, door Aäron bij de uitroeping van het feest gebruikt, schijnt mee te brengen, dat het kalf gemaakt was, om een zichtbaar teken te zijn van Gods aanwezigheid onder het volk, en dat feest, dat hij uitriep, geen ander tot een voorwerp had, dan Jehova, die zij zich onder zulk een zichtbaar teken tot aanbidding voorstelden, evenals naderhand Micha zijn terafim (Richteren. 17:3,13), en Jerobeam de gegoten kalveren tot dat oogmerk gebruikte (1 Kon.12:28). Maar dit belet niet, dat de Geest van God alleen het gouden kalf de naam geeft van afgod (Hand.7:41), en dat de aanbidders hiervan geen betere naam verdienen, dan die van afgodendienaars (Psalm. 106:19,20; 1 Kor.10:7), en hun bedrijf hierin niet anders was, dan een gruwelijke afgoderij, door God onder de zwaarste bedreigingen veroordeeld.
Op gelijke lijn met hem staan degenen, die zich hebben losgerukt van het geloof van onze vaders, van de God van de bijbel, van de Christus, die waarachtig God is, hooggeprezen tot in eeuwigheid, en door Wiens bloed wij duur gekocht zijn, en die toch uit een soort vangewetensangst en om de gelovigen in de gemeente, Zijn naam gebruiken en de valse Christus, die zij uitgedacht hebben en de mensen verkondigen, als de Zoon van God en als de Verlosser van de wereld, prijzen. Maar wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij bij Zijn naam niet..liegen of bedriegen.
6. En zij, de kinderen van Israël, stonden de volgende dag, dezelfde dag, waarop Mozes de tafelen van de getuigenis van de Heere ontving, vroeg op, en offerde brandoffer op het door Aäron gebouwde altaar, en brachten dankoffer daartoe; en a) het volk zat neer om te eten en te drinken, en alzo de offermaaltijd te houden (hoofdstuk 18:19; 24:11); daarna, na de gehouden maaltijd, stonden zij op om te spelen, 1) om onder luid gejubel en beurtgezangen om het gouden kalf te dansen (vs.18 vv.).
a) 1 Kor.10:7
1) Aäron was van deze tijd af door de goddelijke bestelling geschikt tot het hoge ambt van het priesterschap. Ofschoon hij het niet wist, Mozes op de berg wist het, en opdat hij zich wegens de eer, die aan hem werd opgedragen, niet verheffen zou, zo werd toegelaten, dat een engel van satan in de hevige verzoeking, de overhand over hem kreeg, zodat hij een zeer zware zondenval deed, ten einde de gedachte daaraan hem steeds nederig zou houden. Hij, die een van de dwaasheden begaan had, om een altaar te bouwen voor een gouden kalf, moest zich te enenmale de eer onwaardig achten om Gods altaar te bedienen, maar dit te houden voor enkel gunst en genade.
Met luide vreugdebetuigingen, onder gezang en dans, werden, volgens Herodotus (II: 60; III: 27) ook de Egyptische Apis-feesten gevierd; toch spreekt deze nabootsing van Egyptische gewoonten niet tegen, dat deze feestviering voor de Heere zou zijn; gezangen en reien vonden wij ook bij de rechte dienst van Jehova (hoofdstuk 15:20 vv.) en vinden wij weer bij het terughalen van de Ark van het Verbond (2 Samuel 6:14 vv.)
7. Toen sprak de HEERE tot Mozes, als deze juist de tafelen van de getuigenis van Hem ontvangen had (hoofdstuk 31:18): Ga heen, klim haastig van de berg af, en zie wat Israël in het leger doet; want uw volk, 1) datgij uit Egypte gevoerd hebt, a) heeft het verdorven.
a) Deuteronomium. 32:5
1) “Uw volk,” zieldoorsnijdend woord; is het niet alsof Jehova met andere woorden verklaart: “Zulk een volk kan Mijn volk niet meer zijn.”.
Om tweeërlei redenen noemt de Heere hier Israël uw volk. Niet alleen om daarmee te wijzen op het feit, dat Israël het Verbond met Hem heeft verbroken, maar ook, maar bovenal, om Mozes te wijzen op zijn Middelaarsambt, op de hoge noodzakelijkheid, om voor zijn volk bij God tussen te treden.
8. En zij zijn haast 1) afgeweken van de weg, die Ik hun geboden had; zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich hiervoor gebogen en hebben het offerande gedaan, en gezegd: a) Dit zijn uw Goden, Israël, die u uit Egypte gevoerd hebben.
a) 1 Kon.12:28
1) Haast, d.i. zo kort, nadat zij het hebben betuigd, dat zij de woorden van God zouden gehoorzamen.
9. Verder zei de HEERE tot Mozes, die sprakeloos van smart op die woorden (vs.7 vv.) zweeg: Ik heb dit volk gezien, en zie, a) het is een hardnekkig 1) volk, een volk, dat zijn nek niet onder het juk van Mijngeboden wil buigen.
a) Ex.33:3 Deuteronomium. 9:6,13 Jesaja. 48:4 Jer.5:3 Hos.4:16
1) Eigenlijk hard van nek. De uitdrukking is ontleend aan de onwil van jonge runderen, die weigeren hun nek te buigen onder het juk, niet willen lopen in het gareel voor de ploeg.
10. En nu, laat Mij toe, 1) dat Mijn toorn tegen hen ontsteekt, en hen verteert, zoals een vuur (Deuteronomium. 32:22); zo zal Ik, nadat Ik deze nakomelingen van Abraham vernietigd heb, en u behalve Jozua de enig onschuldige bij deze misdadige verbreking van het Verbond, tot een groot volk maken. 2) (Genesis 12:2 Numeri. 4:11 vv.)
1) Deze woorden geven duidelijk te kennen, hoe diep de menslievende God zich tot heil van verloren zondaren evenwel wil nederbuigen. Zover, dat Hij in de werkingen van Zijn strafoefenende rechtvaardigheid van het geloof en het gebed van Zijn kinderen en kracht als wil afhangen, evenals hier de uitbarsting van Zijn rechtvaardige toorn werd tegengehouden, door de ijverige voorbede van Mozes.
2) “Uw volk” (vs.7). Met dit woord legt God Israël aan Mozes op het hart, en het is een oproep voor Mozes, om zijn middelaarsambt waar te nemen. De Heere heeft Israëls lot in zijn hand gelegd; van hem hangt het af, of de goddelijke gerichten tot vernietiging over het volk zullen komen of niet. Terwijl Mozes dus gelegenheid verkrijgt, om zich een echt en getrouw middelaar te betonen, wordt hij tevens door de woorden: “Ik zal u tot een groot volk maken,” in verzoeking gebracht, die het duidelijk zal aanwijzen, hoe vrij van zelfzucht en hoe rijk in zelfverloochenende liefde zijn middelaarshart is. Het had hem tot werkelijke verzoeking kunnen worden, wanneer hij niet zo vast gegrond was geweest, als hij werkelijk was. Wanneer God hier met hem, evenals met Abraham (Genesis 22), een wonderbare weg inslaat, waarvan, naar de zwakheid van het menselijk hart, het einde zeer treurig had kunnen zijn, zo is in aanmerking te nemen, dat God, de alwetende, reeds vooraf de uitslag kende en alzo aan de menselijke vrijheid ruimte tot zelfbeslissing geven kon, hoewel geen menselijke speculatie het conflict tussen goddelijke vóórwetenschap en menselijke vrijheid kan oplossen. De beproeving daarentegen, die wij op gelijke wijze van Jozef met zijn broeders vinden (Genesis 44:1-17), was op zichzelf, wanneer men hem slechts als mens aanziet, hoogst bedenkelijk; maar Jozef staat daar onder de ingeving en leiding van de Geest van God; in de grond van de zaak is het eveneens de Heere, die de broeders van Jozef verzoekt, alleen doet Hij het daar niet onmiddellijk, maar door Zijn plaatsbekleder. “Laat Mij toe” -o, hoe wel herkennen wij aan dat Woord de levende God, die Zijn almacht aan Zijn getrouwheid verbonden acht, en zelfs Zijn toorn niet wil laten ontvlammen, zonder dat Hij Zijn vertrouwde dienaar wapent tegen wat Hij voor verschrikkelijks gereed staat te doen. Maar hoe voelen wij tevens, dat dergelijke taal aan Mozes als een donderslag moet hebben tegengeklonken, veel schrikwekkender dan al de donderslagen op de morgen van de wetgeving samen. Eén doodvonnis, maar dat honderdduizenden geldt, en die honderdduizenden werkelijk schuldig, schuldig aan gekwetste majesteit van God; en dat niet op mijlen afstand, maar in de schaduw van Sinaï, niet door eigen moedwil alleen, maar tevens door de zwakheid van zijn eigen broeder! In waarheid, dat moet een gewaarwording voor Mozes geweest zijn, alsof de granietgrond onder zijn voeten begon te splijten en weg te zinken.
Sommigen vertalen het woord maken door bevorderen, zodat de Heere hier aan Mozes voorstelt, hem tot een vorst over een ander volk te stellen, waarop Mozes zijn voorbede voor zijn volk laat horen. Deze vertaling is grammaticaal zeer goed te verdedigen. In die zin wordt het woord in de grondtekst ook gebruikt. Jer.37:15 vv. 1 Samuel. 12:6.
11. Doch Mozes aanbad 1) het aangezicht van de HEERE zijn God, omdat hij zo nabij Hem stond, dat hij, als een kind zijn vader, Hem het aangezicht als aanraken konde, om Zijn toorn te stillen; en hij zei, Hem Zijn uw als teruggevende (vs.11) en vervolgens aan deere van Zijn naam (vs.12) en aan de trouw van Zijn beloften herinnerde (vs.13): O HEERE, waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, a) dat gij met grote kracht en met een sterke hand uit Egypte gevoerd hebt?
a) Psalm. 106:21
Hier en vervolgens blijkt, dat Mozes zijn voorbede aandringt met drie beweegredenen, nl. 1e. Gods wonder in de verlossing van Israël. 2e. De smaadheid, die de vijanden op Gods naam zou werpen, indien Hij ze verdelgde. 3e. Gods belofte aan de aartsvaderen.
1) In het Hebreeuws Wajechal, eigenlijk: en hij streelde. Dit woord wordt hier gebruikt, om de smekende houding van Mozes aan te duiden. Als smekeling nadert Mozes hier tot God.
12. Waarom zouden de Egyptenaren, wanneer zij Israëls ondergang zullen zien, vol van hoon tegen U en vol van vreugde over de dood van Uw volk, spreken, zeggende: a) In kwaadheid 1) heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, van Horeb, en opdat Hij hen vernielde van de aardbodem, zij toch verstaan het niet, Uw toorn te rechtvaardigen! Keer af van de hitte van Uw toorn, en laat het U over het kwaad van Uw volk berouwen, en wees het genadig!
a) Numeri. 14:13 vv.
1) In het Hebreeuws Bera’ah. Beter dan in kwaadheid is de vertaling van Luther, tot hun ongeluk.
13. Gedenk bovendien aan Abraham, aan Izak en aan Israël, uw knechten, aan welke Gij bij U zelf gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren aan de hemel; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan uw nakomelingen geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid 1) (Genesis 22:16 vv.; 26:3 vv.; 28:13 vv.).
Gods beloften behoren mede tot de drangredenen, die een gebed veel nadruk bijzetten, en de hoop van de gelovige bidder krachtig opwekken en versterken; want hetgeen God beloofd heeft, is hij machtig na te komen, en de eer van zijn werk vordert, dat Hij doet, hetgeen Hij belooft.
1) Het behoud van het volk, maar bovenal de eer van God, gaat Mozes ter harte. Het is hem te doen om de eer van God, en daarom pleit hij op het Verbond, door God met Abraham opgericht, en wijst op de eedzwering, door God aan Abraham gedaan.
14. Toen berouwde het de HEERE over het kwaad, dat Hij gesproken had, Zijn volk te zullen doen; 1) toch sprak de Heere daarvan nog niet tot Mozes, maar liet hem nog zonder verzekering van zijn vergeving van de berg gaan, opdat hij in staat zou zijn, de gehele ernst van de goddelijke vuurijver in het leger tegenover het volk te openbaren.
1) Daarin dat God door de voorbede van Mozes zich laat bewegen, Zijn oordeel over Israël terug te nemen, ligt een grote waarheid, daar de verschoning van het volk volgens de Goddelijke gerechtigheid niet mogelijk was, wanneer er niet tenminste één onder het volk ware geweest, die zich aan het verbreken van het verbond niet schuldig gemaakt had; om zijnentwil bleef het verbond nog bestaan, aan hem kon de goddelijke liefde zich nog aanknopen, om de gerechtigheid te overwinnen. Beide, de zonden straffende gerechtigheid en de zonden vergevende genade, zijn wel voor God opgeheven tegenstellingen, maar eer zich naar buiten kan openbaren, welke van beiden de andere overwonnen heeft, moet vooraf aan het menselijk oog te zien gegeven worden, naar welke zijde de weegschaal zich neigt, opdat God rechtvaardig zij in Zijn woorden en rein verschijnen in Zijn gerichten (Psalm. 51:6). Evenals bij het oordeel over Sodom en Gomórra (Genesis 18:17 vv.), Abraham beproeft, in de schaal van de zonde vergevende genade alles te werpen, wat ter van hun gunste kan genoemd worden, zo doet Mozes hier hetzelfde ten opzichte van het oordeel over Israël; wat Mozes voortbrengt is hetzelfde, wat bij God de genade boven de gerechtigheid heeft doen wegen; het komt in de voorbede van Mozes, om zo te zeggen, onder woorden, en voert daar een zo welsprekende en machtige taal, dat de gerechtigheid ongeschonden en ongekrenkt aan de genade plaats geeft. Anders was het bij Abrahams voorbede. Het minste wat de genade tegenover de gerechtigheid kan plaatsen, waren tien rechtvaardigen in Sodom; maar ook deze waren niet voorhanden, daarom overwint de gerechtigheid; maar om aan de genade geheel te laten, wat haar toebehoort, wordt Lot met vrouw en dochters gered, terwijl Lots vrouw van onder de vleugels van de genade wegloopt, en zich moedwillig in de handen van de gerechtigheid stort.
Zo groot is het vermogen van een krachtig gebed van een rechtvaardige. De Heere deed niet, hetgeen Hij zou gedaan hebben, indien het gewicht van de pleitrede, waarvan Mozes zich bediende, hem niet weerhouden had. Niet in die zin, alsof God van besluit en voornemen zou veranderen, want alles, wat Mozes bijbracht, was de Alwetende tevoren bekend en door de Heilige Geest zelf hem in het hart en in de mond gegeven, maar Hij handelde voor het uitwendige zo, als was Hij van besluit veranderd en dus bleek, dat de Heere niet ten volle had besloten, het gehele volk te verteren, zoals Hij gesproken had, maar dat Hij in Zijn raad had vastgesteld, hen door tussenkomst van Mozes’ voorbede, in Zijn lankmoedigheid noch te sparen.
Berouw hebben, komt ook hier voor in de zin van, smart hebben over, in een andere stemming komen.
II. Vers 15-29
Nadat Mozes zich voor het volk in de bres gesteld heeft, en Gods vergevende genade heeft afgesmeekt, moet hij nu ook de plaatbekleder van de Heere voor het volk zijn, om middellaar te kunnen zijn. Dit doet hij, terwijl hij bij het nederdalen van de berg de tafels vol heilige toorn verbreekt, daarna het gouden kalf met vuur verbrandt en tot stof gemaakt, de kinderen van Israël te drinken geeft; Aäron wegens zijn zonde straft en een decimatiegericht onder het volk beveelt, ten gevolge waarvan 3000 man als offer vallen.
15. En Mozes wende zich om, hij verwijderde zich van de Heere, nadat hij deze voorbede gedaan had, zonder toezegging van Gods genade, en hij klom van de berg Sinaïaf, met de twee tafelen van de getuigenis in zijn hand; 1) deze tafelen waren op haar beide zijden beschreven, zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.
1) Waar was de gewijde hand, die het gegund was, de voorhang van het heiligdom op te lichten? Waar was het opgeklaard oog, dat door de dikke wolk van offerrook de heerlijkheid van de Heere kon aanschouwen? En waar het hart, dat dit alles tot het hoge doel van de verhevenste beloften kon verenigen? Gij, Mozes! gij wijze, goddelijke man, gij bezat dat oog en dat hart! Toen gij van de berg afkwam, met de tafelen van de getuigenis in uw hand, toen glinsterde uw angezicht in hemelse gloed, en nog helderder schitterde het Godslicht in uw grote ziel.
16. En deze a) tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd. 1)
a) Ex.31:18 Deuteronomium. 9:10
Zij waren dus het sprekend bewijs, hoe getrouw de Heere aan Zijn zijde in deze 40 dagen voor Zijn volk gezorgd had, om Zijn wet, zonder menselijke bemiddeling, voor alle volgende geslachten rein en zuiver te bewaren, gelijk Hij zonder menselijke bemiddeling die aan het tegenwoordig Israël had gegeven; nu had echter intussen Israël alles gedaan, om het gesloten verbond te vernietigen.
17. Toen nu Mozes op de rug van de berg (hoofdstuk 24:15 vv.) Jozua 1) weer ontmoette, en deze, bij het verder afdalen, de stem van het volk hoorde, toen het juichte (vs.6), zo zei hij tot Mozes, niets vermoedende van hetgeen voorgevallen was: Er is een krijgsgeschreeuw in het leger, misschien is Israël weer door de Amalekieten aangevallen (hoofdstuk 17:8 vv.).
1) IJdele vragen zijn zeker voor de gelovige Bijbellezer vragen als deze, hoe Mozes in staat was, de zware tafelen alleen te dragen, en wel zonder grote moeite of groot bezwaar, als ook, hoe Jozua in staat was, zo lang op het terugkeren van Mozes te wachten. Bij buitengewone verheffing van het geestelijk leven verheffen zich meermalen de fysische krachten tot buitengewone hoogte; hoe zou dit niet vooral geschieden, wanneer de ziel in onmiddellijk verkeer met de Heere staat! Luther is eenmaal in een schriftwoord zo in gedachten verzonken geweest, dat hij een gehele dag lang als aan zijn stoel genageld zat, niets zag of hoorde, niet at of dronk.
18. Maar hij, die de werkelijke toedracht van de zaak kende, en scherper luisterde, zei: Het is geen stem van het geroep van overwinning, het is ook geen stem vna het geroep van nederlaag, ik hoor een stem van zingen bij beurtzang.
19. En het geschiedde, toen hij beneden aan de berg gekomen was, aan het leger naderde, en het kalf en de a) reien zag, dat de toorn van Mozes bij dit gezicht ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en deze, door dekracht van zijn wegwerpen, onderaan de berg verbrak, 1) ten teken, dat door hun zonde de wet des Heeren en Zijn verbond was vebroken.
a) Deuteronomium. 9:17
1) Het was geen menselijke drift, welke Mozes de tafelen van de wet deed verbreken, maar goddelijke ijver. Daarmee wilde hij toch tonen, wat zij verbroken, wat zij verloren hadden. Wij lezen dan ook nergens, dat God hem hierover bestraft heeft, wel dat God hem zachtmoedig heeft genoemd. Zo straks blijkt, dat Mozes, toornde over de zonde, maar tegenover Aäron zijn medelijden met het volk toonde.
20. En hij nam, toen hij in het leger getreden was, dat kalf, dat zij gemaakt hadden, van zijn plaats, en verbrandde het in het vuur, zodat het hout (vs.4) verkoolde en het goud versmolt, en hij vermaalde het gesmolten metaal met de kolen totdat het klein stof werd, en strooide het op het water van de van de berg afstromende beek (Deuteronomium. 9:21), en deed het de kinderen van Israël drinken. 1)
1) Om goud te verbranden, en het stof te vermalen, zijn scheikundige middelen nodig, die Mozes geredelijk in Egypte had kunnen leren kennen. Hij mocht dit niet verzuimen, om de verdelging te voltooien. De hoofdzaak was deze, dat hij het verkalkte goud in de beek wierp en van het water daaruit te drinken gaf. Immers omdat zovele vreemde volkeren de Egyptenaren een gruwel waren, omdat deze de dieren aten, die zij voor heilig hielden, hoeveel te meer was de verloochening van de afgoderij volkomen, wanneer iemend het beeld op at, waarin de godheid zich onder het volk een zichtbare woning had gekozen.
In hoeverre hij daarbij het met de stof van het verbrande kalf vermengde bleekwater te drinken gaf, of door hen dadelijk drinken te bevelen, of onmiddellijk in zoverre hij de beek, die hun het drinkwater opleverde bezoedelde, is niet te bepalen. In het eerste geval zien wij hier reeds, evenals later vers 25 vv. bij het strafgerecht, aan de zijde van het volk de vrees en de schrik, die aan het kwaad geweten eigen zijn, en tot elke tegenstand, tegen een moedig en krachtig ingrijpen door de van de God gestelde overheid, onbekwaam makem; in het tweede geval daarentegen neemt het niets van de betekenis weg, dat de gouddelen onderzonken, en het stof door de beek werd weggevoerd, en de kinderen van Israël zo noch het ene noch het andere werkelijk meedronken, want het geheel is een symbolische handeling, welke bedoeling reeds met het inficeren (bevlekken) van de beek bereikt was. Wonderbare kracht van God in de ogen van de gelovigen! Ja waarlijk, het geloof overwint de wereld. Een enige Mozes tegenover duizenden en duizenden, en het kalf, met zoveel opoffering verkregen, wordt vernietigd, het volk laat zich slachten (vers 28). Het is die kracht, die Jezus de tempel deed reinigen en de woedende menigte weerhield in het stenigen; het is diezelfde kracht Christenen, die in beginsel in u woont. Overwint de wereld!.
Waarom gaf Mozes het water uit de beek, die van de berg afstroomde, te drinken? (Deuteronomium. 9:21). Niet zozeer, om daarmee Israël te wijzen op de nietigheid van hun afgod, als wel, om hen door dit zichbare teken te beduiden, dat, gelijk zij het water met het stof van hun afgod hadden opgedronken, zij ook de vloek zouden dragen, welke op de zonde gezet was, dat zij verdiend hadden, om gedrenkt te worden met de vloek van God over de zonde.
21. En Mozes zei tot Aäron, 1) nadat hij zo het volk zijn zonde had doen wegdrinken, ten teken dat het deze zou moeten dragen en boeten (Numeri. 5:24): Welk kwaad heeft u dit volk gedaan, dat gij zo’n grote zonde over hen gebracht hebt? Gij zijt de oorzaak daarvan, enalle lichamelijk leed, dat een vijand zijn vijand aandoet, is hiermee niet te vergelijken, want gij hebt deze zielen schade aangedaan.
1) Volgens Deuteronomium. 9:20 heeft Mozes nog afzonderlijk voor Aäron gebeden.
22. Toen zei Aäron, zich voor Mozes verootmoedigende, met bijzondere eerbied voor die kracht en die ijver vervuld (Numeri. 12:11): De toorn van mijn heer 1) ontsteke niet tegen mij; ik ben zo schuldig niet! gij kentdit volk door eigen ervaring, a) dat het in het boze ligt, dat het tot alle zonden, voornamelijk tot afval van de Heere geneigd is, en dit niet te veranderen is.
a) 1 Joh.5:19
1) Van mijn heer. Aäron spreekt Mozes zo aan, niet alleen om zijn ambt, maar ook omdat hij het diepst ontzag heeft voor zijn ijver voor de Heere. Hij belijdt daarmee zijn schuld reeds en vernedert zich voor hem.
23. Zij dan zeiden tot mij: Maak ons goden (een God), die voor ons aangezicht gaan, want deze Mozes, die man, die ons uit Egypte gevoerd heeft, wij weten niet wat hem gebeurd is.
24. Toen zei ik tot hen: Wie goud heeft, die rukt het af, en geeft het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er onder mijn handen uitgekomen; 1) ik weet nauwelijks wat ik daarbij gedacht of gedaan heb.
1) Dit meer korte dan nauwkeurige bericht is geheel overeenkomstig de vuurijver van Mozes, die Aäron niet tot ademen laat komen. Wij zien hem in zijn stoute verschijning voor ons, hoe hij door de ijver voor het huis, dat is de gemeente, van zijn Heere verslonden wordt. (Johannes 2:13 vv. Matth.21:12).
25. Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, niet slechts van sieraad, maar vooral van tucht, en daardoor van de bescherming van de Heere, (want Aäron had het ontbloot door zijn zwakheid in het besturen, terwijl toch aan hem de leiding was opgedragen, zodat deze zonde moest zijn tot verkleining onder degene, die tegen hen hadden mogen opstaan), 1) tot vernedering voor het aangezicht van hun vijanden; hij toch had aan de dienst een betekenis willen geven, of het nog de dienst van de ware God was, enzij geen zonde hierdoor pleegden. (Jesaja 5:20 Ezech.13:18 vv.)
1) Hun vijanden hen in die toestand vindende en aangrijpende, zouden over hen als een volk, dat machteloos is en van alle hulp en wel vooral van alle goddelijke hulp is, zegepralen, en dus zou Israël, de heiden tot spot en beschimping worden.
Door de zonde was een ban in het leger gekomen, lag Israël aan de ban; zou daarom die ban worden opgeheven, dan moest eerst de gerechtigheid van God zijn geoefend over dat volk.
26. Zo bleef Mozes staan in de poort van het leger, in de volle overtuiging, dat de heilloze zwakheid van Aäron door een des te meer besliste ernst en een des te krachtiger optreden moest hersteld worden, en dat het gericht, dat deHeere gedreigd had (vs.10) over allen, door het gericht over degene, die in hun zonden volharden, moest worden afgewend, en hij zei: Wie de HEERE toebehoort, 1) kome tot mij! (tot mij, die voor Jehova is). Toen verzamelden zich tot hem, aanstonds besloten, al de zonen van Levi, 2) de stam, waartoe ook Mozes zelf behoorde.
1) Of, zich de Heere aansluit, partij kiest voor Jehova.
2) Waarom alleen de zonen van Levi? Ook wellicht, omdat zij tot de stam van Mozes behoorden, maar vooral, omdat zij door Gods Geest tot boete en bekering waren bewerkt, en aldus door hun heilige ijver voor de Heere, als het ware de vloek door hun stamvader over zijn gehele familie gebracht, ophieven.
27. En hij, steeds meer vevuld met de Geest van God, zei tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israël: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup gaat door en keert weer, van poort tot poort in het leger, en een ieder dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste, verschoont niemand, want hier moet de eer van de Heere hersteld worden (Matth.10:37).
28. En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes, zij trokken door het leger van het ene naar het andere einde, met het woord: Kom tot ons, die de Heere toebehoort, en zij doodden zonder aanzien des persoons ieder, die zichniet bij hen aansloot en er vielen van het volk op die dag omtrent drieduizend man. 1)
1) Deze strengheid van Mozes is niet, zoals sommige uitleggers haar noemen, een onmenselijke wreedheid, maar is geheel overeenkomstig met de grootheid van de bedreven zonde, waarop volgens Gods eigen wil (hoofdstuk 22:20) de straf van de uitroeiing of vernietiging gesteld was. Het gehele volk heeft zich nu zo’n straf waardig gemaakt; maar Mozes heeft voor hen en voor Aäron de grootste van de schuldigen gebeden
(Deuteronomium. 9:20); daarom beproeft hij door een decimatie, dat is door een straf van hen, die hardnekkig en trots, in hun zonden volharden en de aangeboden amnestie of verheving versmaden, aan de goddelijke gerechtigheid te voldoen. Voor hen, die niet met sentimentele inzichten de Schrift ter hand nemen, maar geestelijke zaken geestelijk weten te beoordelen, ligt in Mozes handelwijze zo weinig, dat aanstoot geeft, dat zij integendeel zijn groots karakter bewonderen. “Naar beide zijden heen is hij een dapper middelaar; de zaak van het volk neemt hij bij God op zich met zijn gebed, die van God bij het volk met zijn zwaard; vol hartelijke liefde weerstaat hij de toorn van God met gebeden; uitwendig vol heilige toorn, delgt hij de zonde van het volk met slagen en komt de dood, die allen dreigt, door de dood van weinigen voor.”
Wat daarbij de kinderen van Levi aangaat, die het gericht voltrekken en zelfs hun naaste bloedverwanten niet verschonen, zo ontvlamt in hen de vuurijver van hun stamvader (Genesis 34:25 vv.), maar, met dit onderscheid, dat zij nu niet voor hun eigen, maar voor Gods eer ijveren en alzo de smaad uitwissen, waarmee het zwaard van hun stam onteerd is. (Genesis 49:5 vv.).
29. Want Mozes had gezegd tot de Levieten: Vult heden uw handen voor de HEERE, 1) want elk zal tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; niemand mag zijn naastebloedverwanten ontzien, wanneer deze weigeren hun oproer te eindigen; en dit, opdat Hij heden een zegen over u geve, 2) de op u rustende vloek wegneme en een zegen schenke, die de Heere u later aanwijzen zal (Numeri. 3 en 4).
1) Als Mozes tot hen zegt: Vult uw handen voor de Heere, opdat Hij heden een zegen over U geve, dan geeft Hij daarmee niet onduidelijk aan hen te kennen, dat zij nu gelegenheid hadden, om bevorderd te worden, en dat, als zij zich daarin naar behoren kweten, zij zich daardoor de Heere en Zijn dienst op zo’n wijze zouden toewijden, dat hun stam daardoor voor altijd eer zou behalen. Zij, die hun handen vullen voor de Heere, of zich in Zijn dienst overgeven, zal God voor zichzelf afzonderen.
De volgende gedachte ligt in dit vers: Voorziet u heden met een gave voor de Heere; wijdt u heden voor de dienst van de Heere, terwijl gij de zo-even beproefde gehoorzaamheid jegens Hem blijft betonen, in Zijn dienst zoon noch broeder meer kent en alzo een zegen u verwerft. Mozes ziet in de hun vlees en bloed verloochenende volbrenging van het goddelijk bevel een gezindheid en daad, die hen voor de dienst van de Heere bekwaam maakt, moedigt hen aan, met heenwijzing op de zegen, welke daaruit voor hen ontspruiten zal, en door hun verkiezing tot bijzonder eigendom van Jehova, welke hun hierna ten deel zal vallen, in deze trouw jegens de Heere te volharden.
De verklaring van deze woorden is onderscheiden: Of men meent, dat Mozes hen aanzet, om zich de dienst van de Heere te wijden, of, dat Mozes hun beveelt met het bloed van de verslagenen als met een slachtoffer de handen te vullen. De eerste verklaring is de meest waarschijnlijke. Er mocht bij de Levieten geen aanneming van persoon zijn. Zij waren geroepen in de naam des Heeren recht en gerechtigheid te oefenen. Eerst dan, als dit geschied was, zou de Heere weer onder Zijn volk kunnen wonen. Daarom wordt ook van de troon van de genade gezegd, dat deze op recht en gerechtigheid is gegrondvest, omdat de Heere eerst dan genadig kan zijn, als aan het recht is voldaan.
2) Door ongunstige en ongoddelijke ijver voor de eer van zijn eigen huis heeft de stamvader Levi zich een vloek op de hals gehaald, die nog op de stam rust; door eerlijke en heilige ijver voor de eer van het huis van God hebben zijn nakomelingen de vloek uitgedelgd en in een zegen veranderd. Had de stamvader door de wraak aan de Sichemieten waarheid, trouw en recht verbroken uit verkeerde ijver voor zijn bloedverwanten, zijn nakomelingen hebben nu door het wreken van Jehovah aan hun eigen bloedverwanten, de waarheid, het recht en het verbond gered. De gezindheid, die Levi hier aan de dag legde, en in volstrekte gehoorzaamheid volbracht, om vader, moeder, vriend en broeder gering te achten bij Jehovah, deze gezindheid was het, die de stam van Levi boven alle andere stammen geschikt maakte tot de dienst in het huis van Jehovah; deze was het, die hem waardig maakte tot het lot en het erfdeel van Jehovah uitverkoren te worden.
III. Vers 30-35
Door een dergelijke bevestiging van zijn middelaarstoorn aan het volk, heeft Mozes ook aan de drang van zijn middelaarssmeken voor de Heer, nieuw recht en nieuwe kracht verleend. De volgende dag stijgt hij op de berg en verkrijgt door zijn voorspraak tenminste zoveel, dat de Heere zijn eerste bedreiging, om het volk met één slag te vernietigen, terugtrekt en opnieuw toezegt, het onder geleide van Zijn engel naar Kanaän te brengen.
30. En het geschiedde de volgende dag na het voorgevallene (vs.6-29), dat Mozes tot het volk zei: Gij hebt door uw afgoderij een grote zonde gepleegd; doch nu, ik zal tot de HEERE opklimmen, misschien zal ik eenverzoening doen voor uw zonde, misschien zal ik de toorn van God (vs.10) in verschonende genade veranderen; want nog heeft de Heere op mijn voorbede mij geen toestemmend antwoord gegeven. (vs.14)
31. Zo keerde Mozes weer tot de HEERE op de berg, en zei: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden (een gouden god) gemaakt hebben, en dit tegen uw uitdrukkelijk verbod (hoofdstuk 20:23).
32. Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult, 1) moge gij ze vergeven! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, dat Gij geschreven hebt. 2) Waarom zou mijn naam daarin staan, wanneer de namen van alle anderen uit mijnvolk daarin ontbreken? Ik ben één met hen.
1) Mozes beëindigt de zin niet. Het is slechts stamelen wat hij doet, zo is hij onder de indruk van de zonde van het volk en van de geschonden gerechtigheid van God. Het is slechts een gebroken volzin, waarop had moeten volgen: zo zullen wij Uw naam groot maken. Mozes toont ook uit het volgende, de rechte Middelaar te zijn.
2) Het boek, dat Jehova geschreven heeft, is het boek des levens of van de levenden (Psalm. 69:29 Dan.12:1). Deze voorstelling is ontleend aan de gewoonte, om de burgers van een rijk, of van een stad op een lijst aan te tekenen, waardoor zij als leden van het rijk, als burgers van de stad erkend en hun alle rechten van rijksgenoten of van de burgerij verzekerd worden. Het boek des levens bevat de aantekening van de rechtvaardigen, en verzekert hun het leven voor God, allereerst in het aardse Godsrijk, en vervolgens, bij de voortgaande ontwikkeling van de Gods openbaring, het eeuwige leven. Zo lezen wij in het Nieuwe Testament, waar de erfgenamen van het eeuwige leven als in het levensboek geschreven voorkomen. (Filipp.4:3 Hand.3:5; 13:8 vv.); tot deze voorstelling is reeds door Jesaja. 4:3 en Dan.12:1 de weg gebaand. Uit het boek van Jehova uitdelgen is dus: uit de gemeenschap met de levende God, of uit het rijk van de levenden voor God uitdelgen en aan de dood overleveren.
Het is hoogst opmerkelijk, dat Mozes God een wet schijnt voor te schrijven, dat Hij Zijn eeuwig raadsbesluit schijnt te willen verijdelen, en Hem beroven van Zijn rechtvaardigheid. Zouden niet allen het woord als een woord van hoogmoed veroordelen: “Wilt Gij de bozen niet sparen, tel mij dan niet langer onder Uw knechten.” Schijnt het niet een even grote lichtzinnigheid, Gods eeuwig raadsbesluit te willen vernietigen? En heet dat niet het onderscheid tussen goed en kwaad opheffen, dat hij dezelfde straf ook op zich wenst toegepast te zien? Ik ontken het niet, dat Mozes hier door een zo heftige ontroering is voortgestuwd, dat hij als het ware zichzelf geen meester meer was. Maar men moet wel in het oog houden, dat, wanneer de gelovigen hun bezwaren uitstorten in Gods schoot, zij niet altijd spreken met heldere onderscheiding en in afgemeten uitdrukkingen, maar nu eens stamelen zij en ademen met onuitsprekelijke verzuchtingen, dan weer hechten en klemmen zij zich vast aan één bepaalde wens, en dringen daarop zeer aan. Zeer zeker bedoelde Mozes niets minder, dan God een wet voor te schrijven; evenmin zou hij het gewaagd hebben te betuigen, dat Gods raadsbesluiten, die Hij van vóór de schepping had voorgenomen, ten aanzien van Zijn uitverkorenen, zouden hebben kunnen worden omvergestoten; en even zo zeker stond het bij hem vast, dat de Rechter van de wereld geen rechtvaardige tegelijk met de goddeloze kan verdoemen. Maar omdat geheel zijn gemoed vervuld was met bekommering wegens dit volk, waarvan God hem het geluk had toevertrouwd, zo heeft hij daarom geen enkele andere gedachte, dan de begeerte naar diens redding, en hij laat niets in het binnenste luid worden, dat met die grote wens in strijd zou zijn. Zo komt het, dat hij dat alles voorbijziet, dat hij zichzelf borg stelt voor het volk, dat hij het raadsbesluit van God, voor zover het hemzelf betreft, vergeet, en er niet aan denkt, wat alleen betamelijk zij voor God. Verder nog ging een Paulus, toen hij wenste een vervloeking te worden om de wil van zijn broeders (Rom.9:3). Enkel en alleen op het heil van het uitverkoren volk bedacht, denken beide niet met nauwkeurigheid aan hun eigen belang, maar willen zichzelf opofferen voor de gehele gemeente, omdat deze waarheid in het algemeen hun zielen is ingeprent, dat, is het lichaam gered, het ook al de leden wel gaat. Het zou ons ook niet behoeven te bevreemden, dat zij in een zekere verbijstering hebben verkeerd; met de verdelging toch van het uitverkoren volk was immers ook de trouw en de waarachtigheid van God te gronde gegaan; God zou zichzelf hebben verloochend, wanneer de eeuwige verkiezing, welke Hij Abrahams kinderen had waardig gekeurd, teniet was gegaan.
Over de maat van de liefde van Mozes en Paulus is niet gemakkelijk een oordeel te vellen: de maat van onze verstandelijke gedachten vat haar niet, evenals een knaap de hoge moed van de krijgshelden niet begrijpt.
De heilige dronkenschap van de liefde mag wel over de grenzen van het ware gaan; de ogenblikkelijke dwaling behoort tot de menselijke beperktheid, maar de liefde is goddelijk.
Verdorre vrij zijn straks ontbladerde tronk, als Israëls woud maar niet geveld wordt, aan welks geboomte hij reeds de bijl ziet neergelegd! Alles, alles kan zijn biddende liefde vergeten, maar slechts het zondig Israël niet. Hij gaat van de bergtop niet af, zolang hij de toezegging niet heeft meegenomen, dat het verdiende vonnis, indien niet opgeheven, althans nog uitgesteld wordt! Een heilige verrukking grijpt ons aan, wanneer wij zulk bidden beluisteren. Meer-wij zeggen het vrijmoedig-meer dan Abraham is hier, toen deze pleitte voor het misdadige Sodom, want die bozen hadden althans Abraham niet persoonlijk verworpen, en zijn eigen leven biedt de aartsvader niet als schuldoffer aan. Een zodanig gebod zou voldoende zijn, om Mozes’ naam en roem voor alle eeuwen te waarborgen, en-dit een gebed is de eersteling van honderden, of liever is de grondtoon van een veertigjarig geloofs- en gebeds- en liefdesleven van Mozes, dat niet sterft, waar hem de adem begeeft. Komt nu herwaarts, die verstaan wilt, wat waarachtig, wat God behagelijk bidden mag heten, en slaat het oog op die man, die als een andere Jakob worstelt, niet om zijn eigen, maar om Israëls leven, en als Israël de lofspraak verdient, dat hij zich vorstelijk gedroeg jegens God! Zulk bidden, wie voelt het niet, dßt mag bidden heten, terwijl zoveel daarentegen, dat met die schone naam wordt bestempeld, weinig meer dan werktuigelijk prevelen, indien maar niet verborgen zondigen is! Nee, het is niet genoeg, of gij God al aanroept om hulp, wanneer eigen nood en ellende u kwelt; bidt ook voor anderen, zo roept Mozes u toe, voor anderen des te vuriger, naarmate zij ongelukkiger, schuldiger, jegens u ondankbaarder en misdadiger werden! Het is niet genoeg, dat gij uw en hun noden Hem opdraagt. Gods eer moet het hoogste doel van uw bidden zijn, zo predikt Mozes u andermaal; wee de mens, wiens bidden slechts zelfzuchtig vragen, geen verheerlijken van Gods oppermajesteit is! Het is niet genoeg, of gij enkele malen biddend het hart omhaag heft, maar alras vertraagt in die ijver; volhardt in de gebeden, zegt Mozes tot alle strijders op aarde, de trouwste vrienden van God zijn de beste vrienden van de mensheid! O gelukkig, driewerf gelukkig de natie, de gemeente, het gezin, dat zulke biddende Mozessen onder zijn leden mag tellen! De eeuwigheid zal het eens openbaren, wat de wereld te danken had aan wie alzo geleerd hebben in gemeenschap met de hemel te leven!.
Wel is Mozes hier de type van de Middelaar van het Nieuwe Testament. Wel wordt hier onder de Oude dag in Mozes getoond, wat de Gemeente van Christus aan haar Middelaar heeft.
33. Toen zei de HEERE tot Mozes: Wat verlangt gij van Mij? Ik zou u uit Mijn boek uitdelgen? Die zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt. 1)
1) Een ongelooflijke liefde, die in haar opoffering zo ver gaan kan, anderen niet te beminnen als zichzelf, maar zelfs in die mate, dat men zijn ziel en zijn zaligheid voor hen waagt! Toch werd de aanbieding van Mozes afgewezen, het geldend offer te brengen, was voor een andere bewaard.
Zoals de manier, waarop godzalige ouders de uitdrukking van een schoon maar ongewoon gevoel bij hun kind nauwelijks schijnen op te merken, opdat de eenvoudigheid van het kind niet door de lof bevlekt wordt, zo doet God hier: Hij berispt niet de woorden van Zijn knecht, Hij toont ook geen welgevallen, maar toch openbaart zich het moederhart van de genade en de daad.
Alsof de Heere zei: Het zij verre van mij, dat Ik deze misdaad zou wreken aan U, die niet tegen mij hebt overtreden, of U schuldig gemaakt hebt aan deze afgoderij; indien Ik mijn grimmigheid uitvoerde, zo zal Ik het doen aan dat weerspannig en hardnekkig volk, om hen uit mijn boek te delgen, die tegenstrijdig, hardnekkig en onboetvaardig zondigen, en over hen mijn gedreigd oordeel uit te storten, om hen in mijn toorn te verteren en van de aarde uit te roeien.
34. Doch ga nu heen, leid dit volk, waarheen Ik u gezegd heb, naar Kanaän, opdat de Egyptenaren niet zeggen: Hij heeft hen tot hun ongeluk uitgeleid (vs.12), en opdat Ik de aan Mijn dienstknechten Abraham, Izak en Jakob gezworen belofte (vs.13) in vervulling breng; toch zal Ik niet de engel, in wie Mijn naam is, voor u heen zenden (hoofdstuk 23:20); zie, Mijn engel, een van de geschapen engelen, die de plaats van Mijn persoonlijke aanwezigheid innemen zal (hoofdstuk 33:2), zal voor uw aangezicht gaan; doch, hoewel Ik het heden niet doe, op de dag van Mijn bezoek (Numeri. 14:26 vv.), zo zal Ik hun zonde, tegelijk met andere, waardoor zij de mate van hun schuld vol maken, over henbezoeken. 1)
1) De rabbijnen verstaan de laatste woorden zo: “Nooit zal Mijn hand voortaan zwaar over de kinderen van Israël worden, om hen wegens een nieuwe misdaad te straffen, of de straf om de nu begane zonde zal zwaarder worden, dan zij anders zou geworden zijn.” Een van hen (Moses Gerundensis) zegt daarom: “O Israël! God tuchtigt u nooit, dat er niet bij Zijn straf één van ons wegens de misdaad, welke gij bij het gouden kalf begaan hebt, zou gevonden worden.” Hierop zien de woorden van rabbi Uchaja: “tot aan de dagen van Jerobiam zogen de Israëlieten alleen aan één kalf, maar daarna aan drie,” dat is, hun straf was toen zoveel groter, want zij maakten twee kalveren, hoewel zij gezien hadden, welk een straf hun voorvaderen overkomen was over het maken van één.
Wie zegt u, hoe menig verborgen zondaar hier neerzit, van wiens schuldig hoofd het zwaard nog is afgewend door het gebed van een vader of van een moeder, wier liefde hij nooit heeft geloond; en wie vergunt het ons niet, dat wij in het diep gevoel van onze zwakheid, een aanmerkelijk deel van onze kracht in stilte daaruit verklaren, dat er ook voor ons met veel gebed gebeden wordt? O liefelijke gedachte, zó kan de armste door zijn gebed een weldoener voor anderen, gelijk Mozes voor Israël, zijn, en de wolk van het gebed, van de aarde ten hemel gestegen, keert in een milde regen van heil van de hemel naar de aarde terug.
Op de dag van mijn bezoek. Deze dag kwam, toen Israël zijn zonde had volgemaakt bij Kadesch Barnéa, door te weigeren, hat land Kanaän binnen te trekken (Numeri. 14:26). Een geschapen Engel staat Israël naar Kanaän te voeren. Uit lankmoedigheid trekt God “zichzelf”, “Zijn aangezicht,” de Engel, in wie Zijn naam woont, terug. Maar daarmee verliest Israël zijn betekenis boven andere volken, daarmee blijft Israël onder het oordeel van de verwerping.
35. Zo plaagde de HEERE dit volk; zo liet de Heere het bij dit strafgericht (vs.25) voor ditmaal genoeg zijn, en doodde niet allen ineens, zoals zij verdiend hadden, omdat zij dat kalf gemaakt hadden, dat Aäron op hun aandringen (vs.1) gemaakt had. 1)
1) Met deze toezegging van voorlopige verschoning had Mozes alles gewonnen, wat voor dit ogenblik, zolang het volk nog geen bewijzen van oprecht berouw en boete gegeven had, kon verkregen worden; dit erkende hij, daarom vergenoegt hij zich voor het tegenwoordige met hetgeen de goddelijke genade heeft toegestaan, en beproeft hij vervolgens eerst berouw en boete op te wekken, voordat hij verder met de Heere handelt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 32
Exodus 32:11.KruisverwijzingenDeuteronomium 9:18→Deuteronomium 9:26→Psalmen 74:1→Psalmen 106:23→Numeri 16:22→Jeremia 12:1→Numeri 11:11→Jesaja 63:17→
— Doch Mozes aanbad het aangezicht des HEEREN zijns Gods, en hij zeide: O HEERE! waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, hetwelk Gij met grote kracht, en met een sterke hand, uit Egypteland uitgevoerd hebt?
Het gebed van Mozes is opmerkelijk. In hoge mate stemde hij op dat ogenblik — en nog veel meer daarna — met God in Zijn toorn in. Wij hebben gelezen van de toorn van Mozes toen hij het kalf zag en de dansenden. Denk aan die heilige man die de kostbare tafelen op de aarde stukslaat, omdat hij ze te heilig achtte voor de onheilige ogen van afgodendienaars. Hij behoedt ze, om zo te zeggen, voor de ontheiliging van de aanraking met zulk een schuldig volk, door ze op de grond in stukken te breken.
Zie hoe zijn ogen vuur schieten wanneer hij hun afgod neerhaalt, hem in het vuur verbrandt, tot poeder vermaalt, op het water strooit en hen het laat drinken. Hij is er vast op besloten dat het hun ingewanden zal ingaan. Zij moeten weten wat voor een ding het was dat zij god noemden. Hij was buitengewoon vertoornd op Aäron, en toen hij de zonen van Levi gebood het zwaard der wraak te trekken en de vermetele opstandelingen te doden, brandde zijn toorn hevig — en dat met recht.
En toch bidt hij voor dit schuldige volk. Laat onze verontwaardiging over de zonde ons nooit weerhouden van het gebed voor zondaren. Al steekt het onweer op, al bliksemen onze ogen en spreken onze lippen donderslagen — laat toch de zilveren druppels van medelijdende tranen langs onze wangen vallen. En bid de Heere dat die gezegende regen Hem aangenaam mag zijn, vooral wanneer wij pleiten om Jezus’ wil. Niets kan de ware liefhebber van zielen weerhouden voor hen te pleiten, zelfs niet onze brandende verontwaardiging over schandelijke ongerechtigheid. Wij zien haar, en ons bloed kookt bij het gezicht, en toch vallen wij op de knieën en roepen: “God, wees deze grote zondaren genadig, en vergeef hun, om Jezus’ wil.”
Exodus 32:14.KruisverwijzingenPsalmen 106:45→2 Samuël 24:16→Jona 3:10→1 Kronieken 21:15→Jeremia 18:8→Jeremia 26:19→Jona 4:2→Jeremia 26:13→
— Toen berouwde het den HEERE over het kwaad, hetwelk Hij gesproken had Zijn volk te zullen doen.
Ik hoef nauwelijks te zeggen dat dit vers spreekt naar menselijke wijze. Over God spreken zoals God Zelf over Zich spreekt, is aan God alleen voorbehouden; sterfelijke mensen zouden zulke taal niet kunnen vatten. De Heere spreekt dikwijls niet naar de letterlijke werkelijkheid, maar naar de wijze waarop de dingen zich aan ons voordoen, opdat wij het goddelijke zouden begrijpen zover een mens dat kan.
De voornemens van de Heere veranderen nooit werkelijk. Zijn eeuwige wil moet altijd dezelfde blijven, want Hij kan niet veranderen: Hij zou immers óf ten goede óf ten kwade moeten veranderen. Ten goede kan Hij niet veranderen, want Hij is oneindig goed. En het is godslasterlijk te veronderstellen dat Hij ten kwade zou kunnen veranderen. Hij die alle dingen tegelijk ziet en in één oogopslag het begin en het einde van alle dingen overziet, heeft geen berouw nodig. “God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou” (Num. 23:19).
Maar in de loop van Zijn handelen lijkt het ons soms een grote verandering. Wij zeggen van de zon dat zij opgaat en ondergaat, terwijl zij dat in werkelijkheid niet doet, en toch bedriegen wij niemand wanneer wij zo spreken. Zo zeggen wij ook van God, in de taal van dit vers, dat het Hem “berouwde”. Zo doet het zich aan ons voor, en zo is het ook in de daad van God — maar deze uitdrukking doet niets af aan de grote en heerlijke leer van de onveranderlijkheid van God.
Exodus 32:20.KruisverwijzingenDeuteronomium 9:21→Spreuken 14:14→2 Koningen 23:6→Spreuken 1:31→Deuteronomium 7:5→2 Koningen 23:15→Deuteronomium 7:25→
— En hij nam dat kalf, dat zij gemaakt hadden, en verbrandde het in het vuur, en vermaalde het, totdat het klein werd, en strooide het op het water, en deed het den kinderen Israels drinken.
Zie de kracht van deze ééne man, die God achter zich heeft en God in zich heeft. Terwijl het volk rondom hun afgod danst, haalt hij hem neer, vermaalt hem tot poeder en “deed het den kinderen Israëls drinken”. Mozes staat alleen tegenover miljoenen, maar wat geeft hij om hun miljoenen? God is met hem, en hij is Gods dienstknecht; daarom beven zij allen voor hem.
Exodus 32:26.KruisverwijzingenMattheüs 12:30→2 Koningen 9:32→Jozua 5:13→2 Samuël 20:11→
— Zo bleef Mozes staan in de poort des legers, en zeide: Wie den HEERE toebehoort, kome tot mij! Toen verzamelden zich tot hem al de zonen van Levi.
Veel van wat Mozes bij die gelegenheid deed, moet in elke tijd opnieuw gedaan worden. Er moet een banier worden opgeheven ter wille van de waarheid van God, en mensen moeten geroepen worden zich daaronder te scharen. En wie dat doen — wie het meest onbevreesd en het meest getrouw zijn — zullen een groot loon ontvangen, zoals wij in het boek Deuteronomium lezen dat Mozes een bijzondere zegen over de stam Levi uitsprak, omdat haar zonen getrouw waren in die zware en proefhoudende tijd.
Ook zijn zij gezegend die zich in onze dagen niet buigen voor de moderne afgoden die zovelen aanbidden. Gezegend zijn de dapperen die zich nooit afvragen of een bepaalde weg wel “opbrengt”, maar die doen wat recht is, wat de gevolgen ook mogen zijn.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
AFGODERIJ MET HET GEGOTEN KALF
I. Vers 1-14
Terwijl de Heere op de berg voor Israël een godsdienst en een heiligdom instelt, overeenkomstig de roeping van Zijn volk, om niet te zijn als de heidenen, denkt het volk onder aan de berg daaraan, dat het zich een God en een godsdienst maakt naar de wijze van de heidenen. Op het ogenblik, dat Mozes zich voorneemt is, met de zo-even ontvangen tafelen van de wet de top van de berg te verlaten (hoofdstuk 31:18), maakt hem God bekend, dat Zijn volk, dat Hij uit Egypte geleid heeft, het gesloten Verbond vernietigd en het gehele werk verijdeld heeft. De Heere wil nu opnieuw aanvangen en Mozes tot een groot volk maken, doch deze treedt als een echt middelaar met zulk een dringende voorbede in de bres, dat het de Heere berouwt, over het kwade, dat Hij reeds gedreigd had het volk te doen.
1. Toen het volk, dat onder de leiding van Aäron en Hur in het leger was achtergelaten (hoofdstuk 24:14) zag, dat Mozes talmde, 1) van de berg af te komen, want het was reeds zes weken, dat hij van hen gegaan was, (hoofdstuk 24:18), zo verzamelde zich het volk, door de woordvoerders, die tot deze zaak hadden aangezet, 2) bij Aäron, en zij zeiden tot hem: Sta op, a) maak ons goden, die voor ons aangezicht gaan; 3) maak ons een zichtbaar beeld van God, dat op onze verdere tocht ons vooruit gedragen wordt; want deze Mozes, die man, die ons uit Egypte gevoerd heeft, wij weten niet wat hem geschied zij, 4) of hij omgekomen is, of heimelijk zich heeft weggemaakt, en wij kunnen toch niet altijd hier gelegerd blijven, maar moeten aan voortgaan denken.
a) Hand.7:40
1) Zij spraken van Mozes, alsof hij het volk schandelijk verlaten en gevlucht was, zodat zij niet weten, wat zij nu moeten doen. Wanneer God ons een kleine tijd verlaat, denken ook wij, dat God ons alleen laat, en wij elders hulp moeten zoeken; dan wordt zo’n kalf onze God.
Daar ziet hij, bijna zes weken achterelkaar, de dagen als uren voorbijsnellen, en, terwijl aan de eisen van de lichamelijke natuur het stilzwijgen opgelegd is, kan ook hij in zijn mate verklaren, dat hij een andere spijze heeft, dan het manna, waarmee iederen morgen de woestijn bij vernieuwing bezaaid wordt. Gelukkige Mozes, wie schetst ons, hoe gij u zult hebben gebaad in een stroom van hoge genieting; hoe uw ziel gelaafd zal zijn uit de volle beek van de wellusten van God; hoe gij thans al de moeite vergeten hebt; die daar beneden vaak als een loden last op u drukte? Wat staat hij hoog, de man van God, boven dat vleselijk Israël, dat naar niets zo onophoudelijk hunkert als naar de Egyptische vleesspijzen! Geeft aan Mozes’ ziel het uitgelezendste van farao’s hof, en zeker, zij zal van honger vergaan; want in Gods gemeenschap slechts kan zij rust en lust, leven en zaligheid smaken.
2) Dat zijn geen geringe mensen geweest, maar de besten en voornaamsten, die de anderen regeerden; als deze voorgaan, gaat de menigte hen na en volgt hun voorbeeld.
Waarschijnlijk is Aäron reeds vroeger daartoe verzocht, maar heeft hij geweigerd en het volk gerustgesteld, dat Mozes wel spoedig zou komen. Dit is af te leiden uit het woord: Sta op. Zij roepen Aäron toe: toef niet langer, maar maak ons goden (of een god) die voor ons aangezicht gaan. Het is Israël niet te doen, om een afgod, maar om een beeld van God. Israël was een zinnelijk volk, had behoefte aan iets zichtbaars en vergt daarom van Aäron, dat hij voor hen, in de plaats van Mozes, een zichtbaar beeld zal maken, dat zij kunnen zien, en dat hun als teken van God de weg wijst. Hoe tekent dit de diep bedorven toestand van de mens. Pas heeft Israël beloofd, Gods geboden te zullen onderhouden, en nu reeds begaat het de verschrikkelijke zonde tegen het tweede gebod. De eerste nationale zonde van Israël na de wetgeving, was een zonde tegen de geestelijke eredienst, zoals God die door het tweede gebod had verordend; was een veranderen van de belijdenis, door God zelf aan Zijn volk gegeven.
3) O hoe vergeetachtig (Psalm. 106:21 vv.), hoe verkeerd, hoe ontrouw is het menselijk hart! Wat is er te bouwen op alle menselijke voornemens en beloften (hoofdstuk 19:8; 20:19; 24:3); wanneer er geen nieuw hart bij is, wanneer niet genade de mens vasthoudt en bevestigt!.
4) Israël moest zich wel aan Mozes vasthouden en aan Hem geloven (hoofdstuk 19:9); maar alleen als aan de knecht van Jehova (hoofdstuk 14:31); Israël heeft echter Jehova vergeten, anders zou het voor Mozes niets kwaads kunnen vrezen, daar Hij op de berg van God in de wolk van Jehova vertoeft. Terwijl nu Israël Jehova van Mozes gescheiden heeft, zo is in hun oog Mozes als verlosser uit Egypte een natuurlijk, een gewoon mens geworden, die al het menselijke overkomen kan, en die men voor zijn ogen moet hebben, wanneer men omtrent hem zeker zal zijn. Met dit hechten aan het uitwendige hangt te samen, dat Israël zichtbare goden verlangt, die voor hen moeten heentrekken. Daardoor is Israël naar het standpunt van de heidenen teruggetreden.
Israël, dat pas was uitverkoren boven alle volken, wil liever een volk zijn, zoals de andere volken en goden hebben, zoals de heidenen; en daar het toch Jehovah, die het uit Egypte gevoerd en met brood van de hemel gespijzigd en met water uit de rots gedrenkt heeft, niet wil opgeven, zo wenst het Jehovah mee te trekken in de diepte, waarin het zelf terug gevallen is, dat is, de heilige, geestelijke en transcendente (boven de wereld verheven) God met Zijn reeds zo heerlijk betoonde kracht in de natuur te verbannen, om Hem meer nabij en tastbaarder te hebben. Jehovah wilde het volk tot Zijn heiligheid optrekken; in plaats van op de weg van de heiliging zich aan Hem te assimileren (gelijk maken), achtten zij het beter de bovennatuurlijke God aan hun natuurlijkheid te assimileren.
2. Aäron nu 1) zei tot hen: Rukt af de gouden versierselen, die in de oren van uw vrouwen, van uw zonen en uw dochters zijn, 2) en brengt ze tot mij; ik moet eerst goud, veel goud in handen hebben, anders kan ik ugeen God maken, zoals gij begeert.
1) Aäron had verkeerd gerekend, want het was hier te doen, om de goddelijke wil door te voeren, en daartoe is voor een mensenhart geen offer te zwaar. “Dat iemand op het godsaltaar zijn tooisel nederlegt, en voor het rijk van God een offer brengt, dat is een zeldzaamheid; maar voor de dienst van de ijdelheid en de weelde, van genot en wellust worden gewillig zilver en goud, en, wanneer dit reeds geheel verkwist is, kleren en huisraad gegeven. Men vergelijkt slechts het aantal huizen van redding met die van de zonde, de menigte die naar drink- en speeltafel zich begeeft met de kleine kring, die zich om de tafel van de Heere verzamelt.
Wee het volk, welks overheid het met Aäron vergeet, dat zij een dienares van God is en voor de ere van God waken moet, die uit mensenvrees, verschrikt door het geroep van de menigte, onrechtvaardige eisen niet durft weigeren, oproerige bewegingen niet durft dempen, valse profeten en verleiders, die het arme volk van Gods Woord afleiden, niet durft tegemoet treden. Aäron had uit medelijden met het volk die begeerte moeten afwijzen; hij had moeten denken als Jozef: “Hoe, zou ik een zo groot kwaad doen, en zondigen tegen God”; hij had moeten voelen: “Wie zijn leven zal verliezen omwille van de Heere, die zal het vinden”; hij had moeten opzien tot Die, van wie hij wist, dat Hij veel machtiger was dan deze dreigende menigte, en in het geloof aan Hem, had hij vast en onbeweeglijk moeten staan, als een rots door stormen en golven omgeven, maar geen duimbreed mogen toegeven.
2) Hoogstwaarschijnlijk en volgens de kerkvaders, behalve Ambrosius, zeer zeker, heeft Aäron niet aanstonds aan hun zondige wens toegegeven, maar heeft hij getracht hen te vermanen, om het niet te doen. Alleen de kerkvader Ambrosius zegt: “Ik zou niet durven op mij nemen, die Hogepriester te verdedigen, noch over hem vonnis te strijken.” Gouden oorsierselen werden zowel door mannen als door vrouwen gedragen. Wellicht dat zij ze uit Egypte hadden meegebracht. Het waren kostbaarheden, waarop men zeer gesteld was. Daarom eist Aäron deze, om het maken van “goden” te voorkomen. Echter de hoogmoed zegepraalde over de gierigheid. Waar Aäron de moed mist, om deze wens van het volk beslist te weigeren, daar ziet hij zich ook in zijn plan teleurgesteld, om dit zijdelings te doen. Waar de leider niet Gods woord stelt tegenover de zondige begeerte van het volk, daar wordt hij tenslotte geleid tegen de verordeningen van Gods woord in.
3. Toen rukte aanstonds het gehele volk de gouden oorversieringen af, die in hun oren waren, en zij brachten 1) ze tot Aäron, die nu in zijn eigen list gevangen was en aan het verlangen van de opgewondene gemeente zich prijsgegeven zag.
1) God had hen verrijkt met de kostbaarheden van de Egyptenaren, hetgeen deze ondankbaren nu gebruikten tot een opgericht teken voor de afgodendienst, waardoor zij het verwijt verdienden, hetgeen Ezechiël verscheidene eeuwen daarna hun nakomelingen tegenvoerde. (Ezech.16:32,33).
Wat het volk wilde, bleek ook hieruit duidelijk, een zichtbaar geleide op de verdere tocht. Wat zij brachten, meenden zij te brengen tot eer van God en ten behoeve van Zijn dienst.
4. En hij nam ze, zeker met kloppend hart en bevende handen, uit hun hand; doch langzamerhand wist hij zich in zijn toestand te schikken en het geweten tot zwijgen te brengen (Genesis 27:11-19) en hij bewierp het met een griffie, 1) en hij maakte vervolgens eengegoten kalf 2) daaruit, uit het samengebrachte goud, of een houten beeld daarmee overtrokken. Toen zeiden zij, die tot Aäron als woordvoerders van het volk gekomen waren, volkomen met dat werk tevreden: Dit zijn uw goden, 3) Israël, die u uit Egypte opgevoerd hebben; hier hebt gij die God in een zichtbaar beeld voor u; nu moge Mozes gebeurt zijn, wat het zij, wij hebben onze God zichtbaar bij ons, daarom kunnen wij bemoedigd verder trekken.
1) In het Hebreeuws Wajitsar otho bacheret. Door de Statenvertalers vertaald: Hij bewierp het met een griffie. Zo vertalen ook de LXX en anderen. Anderen vertalen: Wierp het in een buidel, omdat, beweert men, de graveerkunst nog niet was uitgevonden en voor zo’n werk meer dan één dag nodig was. De laatste vertaling is echter zeer gewrongen, en eist ook enige verandering in de grondtekst. De vertaling, bewierp, d.i. graveerde het met een griffie is beter. In verband met Jesaja. 40:19; 30:22 hebben wij het ons zo voor te stellen, dat het innerlijke van het kalf, dat gemaakt werd, van hout was, en dat deze houten vorm met goud werd overtrokken. Dan verklaart zich ook, hetgeen later van het verbranden gezegd wordt. Ook de grote afgodsbeelden van later waren houten beelden met goud overtrokken. En daarvoor was evenzeer nodig, de graveerstift, als voor voorwerpen, welke van massief goud werden vervaardigd.
2) In Egypte werden twee levende stieren, de een (als symbool van Osiris; zie Ge 41.4) te Memphis (Genesis 41:14), en de ander (als representant van de zonnegod On) te Heliopolis (zie Ge 41.45) godsdienstig vereerd; de eerste heette Apis, de tweede Mnevis. Waarschijnlijk is het de eerste geweest, die Aäron tot voorbeeld diende, om voor het volk een beeltenis en gelijkenis van God te ontwerpen. De gedachte, waarmee hij daarbij zijn geweten heeft gerustgesteld, is deze, dat men hier toch niet met een teken van een natuurkracht, met een levende stier te doen had, gelijk bij de heidense godsdienst van de Egyptenaren, maar met de Heere zelf, die het volk onder een reeds gewoon geworden zinnebeeld in zijn meer onmiddellijke nabijheid wilde brengen; maar hij vergeet daarbij geheel, wat God (hoofdstuk 20:4 vv.) onder strenge bedreiging verboden had. “Zo gaat het, wanneer men Gods woord niet meer liefheeft of niet acht, dat menselijke wijsheid zich een eigen godsdienst kiest en maakt, en daaraan welgevallen heeft, en het voor iets kostelijks houdt, hoewel het door Gods Woord verboden en een gruwel is. Het menselijk verstand meent, dat het met goddelijke zaken mag spelen, gelijk het goedvindt, en dat, hetgeen de mens bevalt, ook God welgevallig zijn moet; om vervolgens een dergelijke afgoderij te behouden en te verdedigen tooit men haar met het Woord van God; dit moet daartoe dienen, dat men een recht schone gedaante en kleur daaraan geeft, als ware het niet tegen dat Woord.
3) In het Hebreeuws is het woord “Elohim” (God) een meervoudige vorm, deze is dikwijls vertaald met: “Goden,” waar beter het woord “God” zou staan (hoofdstuk 21:6; 22:8,28). Zo ook in ons vers en vs.1. Bij Nehemia (9:18) lezen we: Dit is uw God, die u uit Egypte heeft gevoerd. De naam Jehova gebruikt Israël niet. Het verbond lag verbroken.
Israël noemt God niet meer Jehovah, de Verbondsgod, want het heeft zijn verbond verbroken. De Christenen, die de naam van “Vader” niet meer durven gebruiken, mogen zichzelf wel eens onderzoeken of ook zij niet door afgoderij een breuk hebben doen ontstaan.
5. Als Aäron dat 1) zag, zo bouwde hij, om de zaak zelf ter hand te nemen en het volk tenminste te bewaren, dat het niet de dienst van de Egyptische Apis invoerde, maar in dit beeld Israëls God diende, een altaar voor dezelve; en Aäron riep uit, en zei: Morgen zal de HEERE (Jehova) een feest zijn; 2) voor hem de feestelijke dag van morgen.
1) Sommigen hebben gemeend dat dit vers doelt op een daad van het volk, die hier niet vermeld wordt, nl. dat zij, in navolging van de gewoonte in Egypte, het beeld op een verhevenheid of zuil hebben gesteld, om het godsdienstige eer te bewijzen, hetgeen Aäron door het bouwen van het altaar trachtte te voorkomen.
2) Evenals het volk niet om zijn eigen waardigheid geroepen is tot een uitvekoren volk, maar uit genade, zo is het ook met Aäron, die tot Hogepriester van het Verbondsvolk bestemd is. Zijn natuurlijke zwakheid moet openbaar worden, voordat hij tot het ambt komt, opdat hij zich in het ambt niet verheffe. De harde tegenspraak, die aan het priesterschap in Israël kleeft, en de gedachte ontlokt, dat dit niet het volkomen priesterschap is, wordt in hem openbaar, namelijk de tegenspraak, dat de toenmalige verzoener van de zonden zelf nog een zondig mens is, die evenzeer verzoening behoefde.
Aäron is een theoretisch man; de naam, die hij aan zijn gegoten kalf geeft, geeft te kennen, dat hij in theorie de enige God niet wil opgeven; maar de Heilige Schrift bemoeit zich niet met theorieën; zij beoordeelt de zaak praktisch, en noemt zijn kalf een afgod (Hand.7:41) en de door hem ingestelde godsdienst, afgoderij. (1 Corinthiers. 10:7).
De heilige naam van Jehova, door Aäron bij de uitroeping van het feest gebruikt, schijnt mee te brengen, dat het kalf gemaakt was, om een zichtbaar teken te zijn van Gods aanwezigheid onder het volk, en dat feest, dat hij uitriep, geen ander tot een voorwerp had, dan Jehova, die zij zich onder zulk een zichtbaar teken tot aanbidding voorstelden, evenals naderhand Micha zijn terafim (Richteren. 17:3,13), en Jerobeam de gegoten kalveren tot dat oogmerk gebruikte (1 Kon.12:28). Maar dit belet niet, dat de Geest van God alleen het gouden kalf de naam geeft van afgod (Hand.7:41), en dat de aanbidders hiervan geen betere naam verdienen, dan die van afgodendienaars (Psalm. 106:19,20; 1 Kor.10:7), en hun bedrijf hierin niet anders was, dan een gruwelijke afgoderij, door God onder de zwaarste bedreigingen veroordeeld.
Op gelijke lijn met hem staan degenen, die zich hebben losgerukt van het geloof van onze vaders, van de God van de bijbel, van de Christus, die waarachtig God is, hooggeprezen tot in eeuwigheid, en door Wiens bloed wij duur gekocht zijn, en die toch uit een soort vangewetensangst en om de gelovigen in de gemeente, Zijn naam gebruiken en de valse Christus, die zij uitgedacht hebben en de mensen verkondigen, als de Zoon van God en als de Verlosser van de wereld, prijzen. Maar wij moeten God vrezen en liefhebben, zodat wij bij Zijn naam niet..liegen of bedriegen.
6. En zij, de kinderen van Israël, stonden de volgende dag, dezelfde dag, waarop Mozes de tafelen van de getuigenis van de Heere ontving, vroeg op, en offerde brandoffer op het door Aäron gebouwde altaar, en brachten dankoffer daartoe; en a) het volk zat neer om te eten en te drinken, en alzo de offermaaltijd te houden (hoofdstuk 18:19; 24:11); daarna, na de gehouden maaltijd, stonden zij op om te spelen, 1) om onder luid gejubel en beurtgezangen om het gouden kalf te dansen (vs.18 vv.).
a) 1 Kor.10:7
1) Aäron was van deze tijd af door de goddelijke bestelling geschikt tot het hoge ambt van het priesterschap. Ofschoon hij het niet wist, Mozes op de berg wist het, en opdat hij zich wegens de eer, die aan hem werd opgedragen, niet verheffen zou, zo werd toegelaten, dat een engel van satan in de hevige verzoeking, de overhand over hem kreeg, zodat hij een zeer zware zondenval deed, ten einde de gedachte daaraan hem steeds nederig zou houden. Hij, die een van de dwaasheden begaan had, om een altaar te bouwen voor een gouden kalf, moest zich te enenmale de eer onwaardig achten om Gods altaar te bedienen, maar dit te houden voor enkel gunst en genade.
Met luide vreugdebetuigingen, onder gezang en dans, werden, volgens Herodotus (II: 60; III: 27) ook de Egyptische Apis-feesten gevierd; toch spreekt deze nabootsing van Egyptische gewoonten niet tegen, dat deze feestviering voor de Heere zou zijn; gezangen en reien vonden wij ook bij de rechte dienst van Jehova (hoofdstuk 15:20 vv.) en vinden wij weer bij het terughalen van de Ark van het Verbond (2 Samuel 6:14 vv.)
7. Toen sprak de HEERE tot Mozes, als deze juist de tafelen van de getuigenis van Hem ontvangen had (hoofdstuk 31:18): Ga heen, klim haastig van de berg af, en zie wat Israël in het leger doet; want uw volk, 1) datgij uit Egypte gevoerd hebt, a) heeft het verdorven.
a) Deuteronomium. 32:5
1) “Uw volk,” zieldoorsnijdend woord; is het niet alsof Jehova met andere woorden verklaart: “Zulk een volk kan Mijn volk niet meer zijn.”.
Om tweeërlei redenen noemt de Heere hier Israël uw volk. Niet alleen om daarmee te wijzen op het feit, dat Israël het Verbond met Hem heeft verbroken, maar ook, maar bovenal, om Mozes te wijzen op zijn Middelaarsambt, op de hoge noodzakelijkheid, om voor zijn volk bij God tussen te treden.
8. En zij zijn haast 1) afgeweken van de weg, die Ik hun geboden had; zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich hiervoor gebogen en hebben het offerande gedaan, en gezegd: a) Dit zijn uw Goden, Israël, die u uit Egypte gevoerd hebben.
a) 1 Kon.12:28
1) Haast, d.i. zo kort, nadat zij het hebben betuigd, dat zij de woorden van God zouden gehoorzamen.
9. Verder zei de HEERE tot Mozes, die sprakeloos van smart op die woorden (vs.7 vv.) zweeg: Ik heb dit volk gezien, en zie, a) het is een hardnekkig 1) volk, een volk, dat zijn nek niet onder het juk van Mijngeboden wil buigen.
a) Ex.33:3 Deuteronomium. 9:6,13 Jesaja. 48:4 Jer.5:3 Hos.4:16
1) Eigenlijk hard van nek. De uitdrukking is ontleend aan de onwil van jonge runderen, die weigeren hun nek te buigen onder het juk, niet willen lopen in het gareel voor de ploeg.
10. En nu, laat Mij toe, 1) dat Mijn toorn tegen hen ontsteekt, en hen verteert, zoals een vuur (Deuteronomium. 32:22); zo zal Ik, nadat Ik deze nakomelingen van Abraham vernietigd heb, en u behalve Jozua de enig onschuldige bij deze misdadige verbreking van het Verbond, tot een groot volk maken. 2) (Genesis 12:2 Numeri. 4:11 vv.)
1) Deze woorden geven duidelijk te kennen, hoe diep de menslievende God zich tot heil van verloren zondaren evenwel wil nederbuigen. Zover, dat Hij in de werkingen van Zijn strafoefenende rechtvaardigheid van het geloof en het gebed van Zijn kinderen en kracht als wil afhangen, evenals hier de uitbarsting van Zijn rechtvaardige toorn werd tegengehouden, door de ijverige voorbede van Mozes.
2) “Uw volk” (vs.7). Met dit woord legt God Israël aan Mozes op het hart, en het is een oproep voor Mozes, om zijn middelaarsambt waar te nemen. De Heere heeft Israëls lot in zijn hand gelegd; van hem hangt het af, of de goddelijke gerichten tot vernietiging over het volk zullen komen of niet. Terwijl Mozes dus gelegenheid verkrijgt, om zich een echt en getrouw middelaar te betonen, wordt hij tevens door de woorden: “Ik zal u tot een groot volk maken,” in verzoeking gebracht, die het duidelijk zal aanwijzen, hoe vrij van zelfzucht en hoe rijk in zelfverloochenende liefde zijn middelaarshart is. Het had hem tot werkelijke verzoeking kunnen worden, wanneer hij niet zo vast gegrond was geweest, als hij werkelijk was. Wanneer God hier met hem, evenals met Abraham (Genesis 22), een wonderbare weg inslaat, waarvan, naar de zwakheid van het menselijk hart, het einde zeer treurig had kunnen zijn, zo is in aanmerking te nemen, dat God, de alwetende, reeds vooraf de uitslag kende en alzo aan de menselijke vrijheid ruimte tot zelfbeslissing geven kon, hoewel geen menselijke speculatie het conflict tussen goddelijke vóórwetenschap en menselijke vrijheid kan oplossen. De beproeving daarentegen, die wij op gelijke wijze van Jozef met zijn broeders vinden (Genesis 44:1-17), was op zichzelf, wanneer men hem slechts als mens aanziet, hoogst bedenkelijk; maar Jozef staat daar onder de ingeving en leiding van de Geest van God; in de grond van de zaak is het eveneens de Heere, die de broeders van Jozef verzoekt, alleen doet Hij het daar niet onmiddellijk, maar door Zijn plaatsbekleder. “Laat Mij toe” -o, hoe wel herkennen wij aan dat Woord de levende God, die Zijn almacht aan Zijn getrouwheid verbonden acht, en zelfs Zijn toorn niet wil laten ontvlammen, zonder dat Hij Zijn vertrouwde dienaar wapent tegen wat Hij voor verschrikkelijks gereed staat te doen. Maar hoe voelen wij tevens, dat dergelijke taal aan Mozes als een donderslag moet hebben tegengeklonken, veel schrikwekkender dan al de donderslagen op de morgen van de wetgeving samen. Eén doodvonnis, maar dat honderdduizenden geldt, en die honderdduizenden werkelijk schuldig, schuldig aan gekwetste majesteit van God; en dat niet op mijlen afstand, maar in de schaduw van Sinaï, niet door eigen moedwil alleen, maar tevens door de zwakheid van zijn eigen broeder! In waarheid, dat moet een gewaarwording voor Mozes geweest zijn, alsof de granietgrond onder zijn voeten begon te splijten en weg te zinken.
Sommigen vertalen het woord maken door bevorderen, zodat de Heere hier aan Mozes voorstelt, hem tot een vorst over een ander volk te stellen, waarop Mozes zijn voorbede voor zijn volk laat horen. Deze vertaling is grammaticaal zeer goed te verdedigen. In die zin wordt het woord in de grondtekst ook gebruikt. Jer.37:15 vv. 1 Samuel. 12:6.
11. Doch Mozes aanbad 1) het aangezicht van de HEERE zijn God, omdat hij zo nabij Hem stond, dat hij, als een kind zijn vader, Hem het aangezicht als aanraken konde, om Zijn toorn te stillen; en hij zei, Hem Zijn uw als teruggevende (vs.11) en vervolgens aan deere van Zijn naam (vs.12) en aan de trouw van Zijn beloften herinnerde (vs.13): O HEERE, waarom zou Uw toorn ontsteken tegen Uw volk, a) dat gij met grote kracht en met een sterke hand uit Egypte gevoerd hebt?
a) Psalm. 106:21
Hier en vervolgens blijkt, dat Mozes zijn voorbede aandringt met drie beweegredenen, nl. 1e. Gods wonder in de verlossing van Israël. 2e. De smaadheid, die de vijanden op Gods naam zou werpen, indien Hij ze verdelgde. 3e. Gods belofte aan de aartsvaderen.
1) In het Hebreeuws Wajechal, eigenlijk: en hij streelde. Dit woord wordt hier gebruikt, om de smekende houding van Mozes aan te duiden. Als smekeling nadert Mozes hier tot God.
12. Waarom zouden de Egyptenaren, wanneer zij Israëls ondergang zullen zien, vol van hoon tegen U en vol van vreugde over de dood van Uw volk, spreken, zeggende: a) In kwaadheid 1) heeft Hij hen uitgevoerd, opdat Hij hen doodde op de bergen, van Horeb, en opdat Hij hen vernielde van de aardbodem, zij toch verstaan het niet, Uw toorn te rechtvaardigen! Keer af van de hitte van Uw toorn, en laat het U over het kwaad van Uw volk berouwen, en wees het genadig!
a) Numeri. 14:13 vv.
1) In het Hebreeuws Bera’ah. Beter dan in kwaadheid is de vertaling van Luther, tot hun ongeluk.
13. Gedenk bovendien aan Abraham, aan Izak en aan Israël, uw knechten, aan welke Gij bij U zelf gezworen hebt, en hebt tot hen gesproken: Ik zal uw nageslacht vermenigvuldigen als de sterren aan de hemel; en dit gehele land, waarvan Ik gezegd heb, zal Ik aan uw nakomelingen geven, dat zij het erfelijk bezitten in eeuwigheid 1) (Genesis 22:16 vv.; 26:3 vv.; 28:13 vv.).
Gods beloften behoren mede tot de drangredenen, die een gebed veel nadruk bijzetten, en de hoop van de gelovige bidder krachtig opwekken en versterken; want hetgeen God beloofd heeft, is hij machtig na te komen, en de eer van zijn werk vordert, dat Hij doet, hetgeen Hij belooft.
1) Het behoud van het volk, maar bovenal de eer van God, gaat Mozes ter harte. Het is hem te doen om de eer van God, en daarom pleit hij op het Verbond, door God met Abraham opgericht, en wijst op de eedzwering, door God aan Abraham gedaan.
14. Toen berouwde het de HEERE over het kwaad, dat Hij gesproken had, Zijn volk te zullen doen; 1) toch sprak de Heere daarvan nog niet tot Mozes, maar liet hem nog zonder verzekering van zijn vergeving van de berg gaan, opdat hij in staat zou zijn, de gehele ernst van de goddelijke vuurijver in het leger tegenover het volk te openbaren.
1) Daarin dat God door de voorbede van Mozes zich laat bewegen, Zijn oordeel over Israël terug te nemen, ligt een grote waarheid, daar de verschoning van het volk volgens de Goddelijke gerechtigheid niet mogelijk was, wanneer er niet tenminste één onder het volk ware geweest, die zich aan het verbreken van het verbond niet schuldig gemaakt had; om zijnentwil bleef het verbond nog bestaan, aan hem kon de goddelijke liefde zich nog aanknopen, om de gerechtigheid te overwinnen. Beide, de zonden straffende gerechtigheid en de zonden vergevende genade, zijn wel voor God opgeheven tegenstellingen, maar eer zich naar buiten kan openbaren, welke van beiden de andere overwonnen heeft, moet vooraf aan het menselijk oog te zien gegeven worden, naar welke zijde de weegschaal zich neigt, opdat God rechtvaardig zij in Zijn woorden en rein verschijnen in Zijn gerichten (Psalm. 51:6). Evenals bij het oordeel over Sodom en Gomórra (Genesis 18:17 vv.), Abraham beproeft, in de schaal van de zonde vergevende genade alles te werpen, wat ter van hun gunste kan genoemd worden, zo doet Mozes hier hetzelfde ten opzichte van het oordeel over Israël; wat Mozes voortbrengt is hetzelfde, wat bij God de genade boven de gerechtigheid heeft doen wegen; het komt in de voorbede van Mozes, om zo te zeggen, onder woorden, en voert daar een zo welsprekende en machtige taal, dat de gerechtigheid ongeschonden en ongekrenkt aan de genade plaats geeft. Anders was het bij Abrahams voorbede. Het minste wat de genade tegenover de gerechtigheid kan plaatsen, waren tien rechtvaardigen in Sodom; maar ook deze waren niet voorhanden, daarom overwint de gerechtigheid; maar om aan de genade geheel te laten, wat haar toebehoort, wordt Lot met vrouw en dochters gered, terwijl Lots vrouw van onder de vleugels van de genade wegloopt, en zich moedwillig in de handen van de gerechtigheid stort.
Zo groot is het vermogen van een krachtig gebed van een rechtvaardige. De Heere deed niet, hetgeen Hij zou gedaan hebben, indien het gewicht van de pleitrede, waarvan Mozes zich bediende, hem niet weerhouden had. Niet in die zin, alsof God van besluit en voornemen zou veranderen, want alles, wat Mozes bijbracht, was de Alwetende tevoren bekend en door de Heilige Geest zelf hem in het hart en in de mond gegeven, maar Hij handelde voor het uitwendige zo, als was Hij van besluit veranderd en dus bleek, dat de Heere niet ten volle had besloten, het gehele volk te verteren, zoals Hij gesproken had, maar dat Hij in Zijn raad had vastgesteld, hen door tussenkomst van Mozes’ voorbede, in Zijn lankmoedigheid noch te sparen.
Berouw hebben, komt ook hier voor in de zin van, smart hebben over, in een andere stemming komen.
II. Vers 15-29
Nadat Mozes zich voor het volk in de bres gesteld heeft, en Gods vergevende genade heeft afgesmeekt, moet hij nu ook de plaatbekleder van de Heere voor het volk zijn, om middellaar te kunnen zijn. Dit doet hij, terwijl hij bij het nederdalen van de berg de tafels vol heilige toorn verbreekt, daarna het gouden kalf met vuur verbrandt en tot stof gemaakt, de kinderen van Israël te drinken geeft; Aäron wegens zijn zonde straft en een decimatiegericht onder het volk beveelt, ten gevolge waarvan 3000 man als offer vallen.
15. En Mozes wende zich om, hij verwijderde zich van de Heere, nadat hij deze voorbede gedaan had, zonder toezegging van Gods genade, en hij klom van de berg Sinaïaf, met de twee tafelen van de getuigenis in zijn hand; 1) deze tafelen waren op haar beide zijden beschreven, zij waren op de ene en op de andere zijde beschreven.
1) Waar was de gewijde hand, die het gegund was, de voorhang van het heiligdom op te lichten? Waar was het opgeklaard oog, dat door de dikke wolk van offerrook de heerlijkheid van de Heere kon aanschouwen? En waar het hart, dat dit alles tot het hoge doel van de verhevenste beloften kon verenigen? Gij, Mozes! gij wijze, goddelijke man, gij bezat dat oog en dat hart! Toen gij van de berg afkwam, met de tafelen van de getuigenis in uw hand, toen glinsterde uw angezicht in hemelse gloed, en nog helderder schitterde het Godslicht in uw grote ziel.
16. En deze a) tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd. 1)
a) Ex.31:18 Deuteronomium. 9:10
Zij waren dus het sprekend bewijs, hoe getrouw de Heere aan Zijn zijde in deze 40 dagen voor Zijn volk gezorgd had, om Zijn wet, zonder menselijke bemiddeling, voor alle volgende geslachten rein en zuiver te bewaren, gelijk Hij zonder menselijke bemiddeling die aan het tegenwoordig Israël had gegeven; nu had echter intussen Israël alles gedaan, om het gesloten verbond te vernietigen.
17. Toen nu Mozes op de rug van de berg (hoofdstuk 24:15 vv.) Jozua 1) weer ontmoette, en deze, bij het verder afdalen, de stem van het volk hoorde, toen het juichte (vs.6), zo zei hij tot Mozes, niets vermoedende van hetgeen voorgevallen was: Er is een krijgsgeschreeuw in het leger, misschien is Israël weer door de Amalekieten aangevallen (hoofdstuk 17:8 vv.).
1) IJdele vragen zijn zeker voor de gelovige Bijbellezer vragen als deze, hoe Mozes in staat was, de zware tafelen alleen te dragen, en wel zonder grote moeite of groot bezwaar, als ook, hoe Jozua in staat was, zo lang op het terugkeren van Mozes te wachten. Bij buitengewone verheffing van het geestelijk leven verheffen zich meermalen de fysische krachten tot buitengewone hoogte; hoe zou dit niet vooral geschieden, wanneer de ziel in onmiddellijk verkeer met de Heere staat! Luther is eenmaal in een schriftwoord zo in gedachten verzonken geweest, dat hij een gehele dag lang als aan zijn stoel genageld zat, niets zag of hoorde, niet at of dronk.
18. Maar hij, die de werkelijke toedracht van de zaak kende, en scherper luisterde, zei: Het is geen stem van het geroep van overwinning, het is ook geen stem vna het geroep van nederlaag, ik hoor een stem van zingen bij beurtzang.
19. En het geschiedde, toen hij beneden aan de berg gekomen was, aan het leger naderde, en het kalf en de a) reien zag, dat de toorn van Mozes bij dit gezicht ontstak, en dat hij de tafelen uit zijn handen wierp, en deze, door dekracht van zijn wegwerpen, onderaan de berg verbrak, 1) ten teken, dat door hun zonde de wet des Heeren en Zijn verbond was vebroken.
a) Deuteronomium. 9:17
1) Het was geen menselijke drift, welke Mozes de tafelen van de wet deed verbreken, maar goddelijke ijver. Daarmee wilde hij toch tonen, wat zij verbroken, wat zij verloren hadden. Wij lezen dan ook nergens, dat God hem hierover bestraft heeft, wel dat God hem zachtmoedig heeft genoemd. Zo straks blijkt, dat Mozes, toornde over de zonde, maar tegenover Aäron zijn medelijden met het volk toonde.
20. En hij nam, toen hij in het leger getreden was, dat kalf, dat zij gemaakt hadden, van zijn plaats, en verbrandde het in het vuur, zodat het hout (vs.4) verkoolde en het goud versmolt, en hij vermaalde het gesmolten metaal met de kolen totdat het klein stof werd, en strooide het op het water van de van de berg afstromende beek (Deuteronomium. 9:21), en deed het de kinderen van Israël drinken. 1)
1) Om goud te verbranden, en het stof te vermalen, zijn scheikundige middelen nodig, die Mozes geredelijk in Egypte had kunnen leren kennen. Hij mocht dit niet verzuimen, om de verdelging te voltooien. De hoofdzaak was deze, dat hij het verkalkte goud in de beek wierp en van het water daaruit te drinken gaf. Immers omdat zovele vreemde volkeren de Egyptenaren een gruwel waren, omdat deze de dieren aten, die zij voor heilig hielden, hoeveel te meer was de verloochening van de afgoderij volkomen, wanneer iemend het beeld op at, waarin de godheid zich onder het volk een zichtbare woning had gekozen.
In hoeverre hij daarbij het met de stof van het verbrande kalf vermengde bleekwater te drinken gaf, of door hen dadelijk drinken te bevelen, of onmiddellijk in zoverre hij de beek, die hun het drinkwater opleverde bezoedelde, is niet te bepalen. In het eerste geval zien wij hier reeds, evenals later vers 25 vv. bij het strafgerecht, aan de zijde van het volk de vrees en de schrik, die aan het kwaad geweten eigen zijn, en tot elke tegenstand, tegen een moedig en krachtig ingrijpen door de van de God gestelde overheid, onbekwaam makem; in het tweede geval daarentegen neemt het niets van de betekenis weg, dat de gouddelen onderzonken, en het stof door de beek werd weggevoerd, en de kinderen van Israël zo noch het ene noch het andere werkelijk meedronken, want het geheel is een symbolische handeling, welke bedoeling reeds met het inficeren (bevlekken) van de beek bereikt was. Wonderbare kracht van God in de ogen van de gelovigen! Ja waarlijk, het geloof overwint de wereld. Een enige Mozes tegenover duizenden en duizenden, en het kalf, met zoveel opoffering verkregen, wordt vernietigd, het volk laat zich slachten (vers 28). Het is die kracht, die Jezus de tempel deed reinigen en de woedende menigte weerhield in het stenigen; het is diezelfde kracht Christenen, die in beginsel in u woont. Overwint de wereld!.
Waarom gaf Mozes het water uit de beek, die van de berg afstroomde, te drinken? (Deuteronomium. 9:21). Niet zozeer, om daarmee Israël te wijzen op de nietigheid van hun afgod, als wel, om hen door dit zichbare teken te beduiden, dat, gelijk zij het water met het stof van hun afgod hadden opgedronken, zij ook de vloek zouden dragen, welke op de zonde gezet was, dat zij verdiend hadden, om gedrenkt te worden met de vloek van God over de zonde.
21. En Mozes zei tot Aäron, 1) nadat hij zo het volk zijn zonde had doen wegdrinken, ten teken dat het deze zou moeten dragen en boeten (Numeri. 5:24): Welk kwaad heeft u dit volk gedaan, dat gij zo’n grote zonde over hen gebracht hebt? Gij zijt de oorzaak daarvan, enalle lichamelijk leed, dat een vijand zijn vijand aandoet, is hiermee niet te vergelijken, want gij hebt deze zielen schade aangedaan.
1) Volgens Deuteronomium. 9:20 heeft Mozes nog afzonderlijk voor Aäron gebeden.
22. Toen zei Aäron, zich voor Mozes verootmoedigende, met bijzondere eerbied voor die kracht en die ijver vervuld (Numeri. 12:11): De toorn van mijn heer 1) ontsteke niet tegen mij; ik ben zo schuldig niet! gij kentdit volk door eigen ervaring, a) dat het in het boze ligt, dat het tot alle zonden, voornamelijk tot afval van de Heere geneigd is, en dit niet te veranderen is.
a) 1 Joh.5:19
1) Van mijn heer. Aäron spreekt Mozes zo aan, niet alleen om zijn ambt, maar ook omdat hij het diepst ontzag heeft voor zijn ijver voor de Heere. Hij belijdt daarmee zijn schuld reeds en vernedert zich voor hem.
23. Zij dan zeiden tot mij: Maak ons goden (een God), die voor ons aangezicht gaan, want deze Mozes, die man, die ons uit Egypte gevoerd heeft, wij weten niet wat hem gebeurd is.
24. Toen zei ik tot hen: Wie goud heeft, die rukt het af, en geeft het mij; en ik wierp het in het vuur, en dit kalf is er onder mijn handen uitgekomen; 1) ik weet nauwelijks wat ik daarbij gedacht of gedaan heb.
1) Dit meer korte dan nauwkeurige bericht is geheel overeenkomstig de vuurijver van Mozes, die Aäron niet tot ademen laat komen. Wij zien hem in zijn stoute verschijning voor ons, hoe hij door de ijver voor het huis, dat is de gemeente, van zijn Heere verslonden wordt. (Johannes 2:13 vv. Matth.21:12).
25. Als Mozes zag, dat het volk ontbloot was, niet slechts van sieraad, maar vooral van tucht, en daardoor van de bescherming van de Heere, (want Aäron had het ontbloot door zijn zwakheid in het besturen, terwijl toch aan hem de leiding was opgedragen, zodat deze zonde moest zijn tot verkleining onder degene, die tegen hen hadden mogen opstaan), 1) tot vernedering voor het aangezicht van hun vijanden; hij toch had aan de dienst een betekenis willen geven, of het nog de dienst van de ware God was, enzij geen zonde hierdoor pleegden. (Jesaja 5:20 Ezech.13:18 vv.)
1) Hun vijanden hen in die toestand vindende en aangrijpende, zouden over hen als een volk, dat machteloos is en van alle hulp en wel vooral van alle goddelijke hulp is, zegepralen, en dus zou Israël, de heiden tot spot en beschimping worden.
Door de zonde was een ban in het leger gekomen, lag Israël aan de ban; zou daarom die ban worden opgeheven, dan moest eerst de gerechtigheid van God zijn geoefend over dat volk.
26. Zo bleef Mozes staan in de poort van het leger, in de volle overtuiging, dat de heilloze zwakheid van Aäron door een des te meer besliste ernst en een des te krachtiger optreden moest hersteld worden, en dat het gericht, dat deHeere gedreigd had (vs.10) over allen, door het gericht over degene, die in hun zonden volharden, moest worden afgewend, en hij zei: Wie de HEERE toebehoort, 1) kome tot mij! (tot mij, die voor Jehova is). Toen verzamelden zich tot hem, aanstonds besloten, al de zonen van Levi, 2) de stam, waartoe ook Mozes zelf behoorde.
1) Of, zich de Heere aansluit, partij kiest voor Jehova.
2) Waarom alleen de zonen van Levi? Ook wellicht, omdat zij tot de stam van Mozes behoorden, maar vooral, omdat zij door Gods Geest tot boete en bekering waren bewerkt, en aldus door hun heilige ijver voor de Heere, als het ware de vloek door hun stamvader over zijn gehele familie gebracht, ophieven.
27. En hij, steeds meer vevuld met de Geest van God, zei tot hen: Alzo zegt de HEERE, de God van Israël: Een ieder doe zijn zwaard aan zijn heup gaat door en keert weer, van poort tot poort in het leger, en een ieder dode zijn broeder, en elk zijn vriend, en elk zijn naaste, verschoont niemand, want hier moet de eer van de Heere hersteld worden (Matth.10:37).
28. En de zonen van Levi deden naar het woord van Mozes, zij trokken door het leger van het ene naar het andere einde, met het woord: Kom tot ons, die de Heere toebehoort, en zij doodden zonder aanzien des persoons ieder, die zichniet bij hen aansloot en er vielen van het volk op die dag omtrent drieduizend man. 1)
1) Deze strengheid van Mozes is niet, zoals sommige uitleggers haar noemen, een onmenselijke wreedheid, maar is geheel overeenkomstig met de grootheid van de bedreven zonde, waarop volgens Gods eigen wil (hoofdstuk 22:20) de straf van de uitroeiing of vernietiging gesteld was. Het gehele volk heeft zich nu zo’n straf waardig gemaakt; maar Mozes heeft voor hen en voor Aäron de grootste van de schuldigen gebeden
(Deuteronomium. 9:20); daarom beproeft hij door een decimatie, dat is door een straf van hen, die hardnekkig en trots, in hun zonden volharden en de aangeboden amnestie of verheving versmaden, aan de goddelijke gerechtigheid te voldoen. Voor hen, die niet met sentimentele inzichten de Schrift ter hand nemen, maar geestelijke zaken geestelijk weten te beoordelen, ligt in Mozes handelwijze zo weinig, dat aanstoot geeft, dat zij integendeel zijn groots karakter bewonderen. “Naar beide zijden heen is hij een dapper middelaar; de zaak van het volk neemt hij bij God op zich met zijn gebed, die van God bij het volk met zijn zwaard; vol hartelijke liefde weerstaat hij de toorn van God met gebeden; uitwendig vol heilige toorn, delgt hij de zonde van het volk met slagen en komt de dood, die allen dreigt, door de dood van weinigen voor.”
Wat daarbij de kinderen van Levi aangaat, die het gericht voltrekken en zelfs hun naaste bloedverwanten niet verschonen, zo ontvlamt in hen de vuurijver van hun stamvader (Genesis 34:25 vv.), maar, met dit onderscheid, dat zij nu niet voor hun eigen, maar voor Gods eer ijveren en alzo de smaad uitwissen, waarmee het zwaard van hun stam onteerd is. (Genesis 49:5 vv.).
29. Want Mozes had gezegd tot de Levieten: Vult heden uw handen voor de HEERE, 1) want elk zal tegen zijn zoon, en tegen zijn broeder; niemand mag zijn naastebloedverwanten ontzien, wanneer deze weigeren hun oproer te eindigen; en dit, opdat Hij heden een zegen over u geve, 2) de op u rustende vloek wegneme en een zegen schenke, die de Heere u later aanwijzen zal (Numeri. 3 en 4).
1) Als Mozes tot hen zegt: Vult uw handen voor de Heere, opdat Hij heden een zegen over U geve, dan geeft Hij daarmee niet onduidelijk aan hen te kennen, dat zij nu gelegenheid hadden, om bevorderd te worden, en dat, als zij zich daarin naar behoren kweten, zij zich daardoor de Heere en Zijn dienst op zo’n wijze zouden toewijden, dat hun stam daardoor voor altijd eer zou behalen. Zij, die hun handen vullen voor de Heere, of zich in Zijn dienst overgeven, zal God voor zichzelf afzonderen.
De volgende gedachte ligt in dit vers: Voorziet u heden met een gave voor de Heere; wijdt u heden voor de dienst van de Heere, terwijl gij de zo-even beproefde gehoorzaamheid jegens Hem blijft betonen, in Zijn dienst zoon noch broeder meer kent en alzo een zegen u verwerft. Mozes ziet in de hun vlees en bloed verloochenende volbrenging van het goddelijk bevel een gezindheid en daad, die hen voor de dienst van de Heere bekwaam maakt, moedigt hen aan, met heenwijzing op de zegen, welke daaruit voor hen ontspruiten zal, en door hun verkiezing tot bijzonder eigendom van Jehova, welke hun hierna ten deel zal vallen, in deze trouw jegens de Heere te volharden.
De verklaring van deze woorden is onderscheiden: Of men meent, dat Mozes hen aanzet, om zich de dienst van de Heere te wijden, of, dat Mozes hun beveelt met het bloed van de verslagenen als met een slachtoffer de handen te vullen. De eerste verklaring is de meest waarschijnlijke. Er mocht bij de Levieten geen aanneming van persoon zijn. Zij waren geroepen in de naam des Heeren recht en gerechtigheid te oefenen. Eerst dan, als dit geschied was, zou de Heere weer onder Zijn volk kunnen wonen. Daarom wordt ook van de troon van de genade gezegd, dat deze op recht en gerechtigheid is gegrondvest, omdat de Heere eerst dan genadig kan zijn, als aan het recht is voldaan.
2) Door ongunstige en ongoddelijke ijver voor de eer van zijn eigen huis heeft de stamvader Levi zich een vloek op de hals gehaald, die nog op de stam rust; door eerlijke en heilige ijver voor de eer van het huis van God hebben zijn nakomelingen de vloek uitgedelgd en in een zegen veranderd. Had de stamvader door de wraak aan de Sichemieten waarheid, trouw en recht verbroken uit verkeerde ijver voor zijn bloedverwanten, zijn nakomelingen hebben nu door het wreken van Jehovah aan hun eigen bloedverwanten, de waarheid, het recht en het verbond gered. De gezindheid, die Levi hier aan de dag legde, en in volstrekte gehoorzaamheid volbracht, om vader, moeder, vriend en broeder gering te achten bij Jehovah, deze gezindheid was het, die de stam van Levi boven alle andere stammen geschikt maakte tot de dienst in het huis van Jehovah; deze was het, die hem waardig maakte tot het lot en het erfdeel van Jehovah uitverkoren te worden.
III. Vers 30-35
Door een dergelijke bevestiging van zijn middelaarstoorn aan het volk, heeft Mozes ook aan de drang van zijn middelaarssmeken voor de Heer, nieuw recht en nieuwe kracht verleend. De volgende dag stijgt hij op de berg en verkrijgt door zijn voorspraak tenminste zoveel, dat de Heere zijn eerste bedreiging, om het volk met één slag te vernietigen, terugtrekt en opnieuw toezegt, het onder geleide van Zijn engel naar Kanaän te brengen.
30. En het geschiedde de volgende dag na het voorgevallene (vs.6-29), dat Mozes tot het volk zei: Gij hebt door uw afgoderij een grote zonde gepleegd; doch nu, ik zal tot de HEERE opklimmen, misschien zal ik eenverzoening doen voor uw zonde, misschien zal ik de toorn van God (vs.10) in verschonende genade veranderen; want nog heeft de Heere op mijn voorbede mij geen toestemmend antwoord gegeven. (vs.14)
31. Zo keerde Mozes weer tot de HEERE op de berg, en zei: Och, dit volk heeft een grote zonde gezondigd, dat zij zich gouden goden (een gouden god) gemaakt hebben, en dit tegen uw uitdrukkelijk verbod (hoofdstuk 20:23).
32. Nu dan, indien Gij hun zonden vergeven zult, 1) moge gij ze vergeven! doch zo niet, zo delg mij nu uit Uw boek, dat Gij geschreven hebt. 2) Waarom zou mijn naam daarin staan, wanneer de namen van alle anderen uit mijnvolk daarin ontbreken? Ik ben één met hen.
1) Mozes beëindigt de zin niet. Het is slechts stamelen wat hij doet, zo is hij onder de indruk van de zonde van het volk en van de geschonden gerechtigheid van God. Het is slechts een gebroken volzin, waarop had moeten volgen: zo zullen wij Uw naam groot maken. Mozes toont ook uit het volgende, de rechte Middelaar te zijn.
2) Het boek, dat Jehova geschreven heeft, is het boek des levens of van de levenden (Psalm. 69:29 Dan.12:1). Deze voorstelling is ontleend aan de gewoonte, om de burgers van een rijk, of van een stad op een lijst aan te tekenen, waardoor zij als leden van het rijk, als burgers van de stad erkend en hun alle rechten van rijksgenoten of van de burgerij verzekerd worden. Het boek des levens bevat de aantekening van de rechtvaardigen, en verzekert hun het leven voor God, allereerst in het aardse Godsrijk, en vervolgens, bij de voortgaande ontwikkeling van de Gods openbaring, het eeuwige leven. Zo lezen wij in het Nieuwe Testament, waar de erfgenamen van het eeuwige leven als in het levensboek geschreven voorkomen. (Filipp.4:3 Hand.3:5; 13:8 vv.); tot deze voorstelling is reeds door Jesaja. 4:3 en Dan.12:1 de weg gebaand. Uit het boek van Jehova uitdelgen is dus: uit de gemeenschap met de levende God, of uit het rijk van de levenden voor God uitdelgen en aan de dood overleveren.
Het is hoogst opmerkelijk, dat Mozes God een wet schijnt voor te schrijven, dat Hij Zijn eeuwig raadsbesluit schijnt te willen verijdelen, en Hem beroven van Zijn rechtvaardigheid. Zouden niet allen het woord als een woord van hoogmoed veroordelen: “Wilt Gij de bozen niet sparen, tel mij dan niet langer onder Uw knechten.” Schijnt het niet een even grote lichtzinnigheid, Gods eeuwig raadsbesluit te willen vernietigen? En heet dat niet het onderscheid tussen goed en kwaad opheffen, dat hij dezelfde straf ook op zich wenst toegepast te zien? Ik ontken het niet, dat Mozes hier door een zo heftige ontroering is voortgestuwd, dat hij als het ware zichzelf geen meester meer was. Maar men moet wel in het oog houden, dat, wanneer de gelovigen hun bezwaren uitstorten in Gods schoot, zij niet altijd spreken met heldere onderscheiding en in afgemeten uitdrukkingen, maar nu eens stamelen zij en ademen met onuitsprekelijke verzuchtingen, dan weer hechten en klemmen zij zich vast aan één bepaalde wens, en dringen daarop zeer aan. Zeer zeker bedoelde Mozes niets minder, dan God een wet voor te schrijven; evenmin zou hij het gewaagd hebben te betuigen, dat Gods raadsbesluiten, die Hij van vóór de schepping had voorgenomen, ten aanzien van Zijn uitverkorenen, zouden hebben kunnen worden omvergestoten; en even zo zeker stond het bij hem vast, dat de Rechter van de wereld geen rechtvaardige tegelijk met de goddeloze kan verdoemen. Maar omdat geheel zijn gemoed vervuld was met bekommering wegens dit volk, waarvan God hem het geluk had toevertrouwd, zo heeft hij daarom geen enkele andere gedachte, dan de begeerte naar diens redding, en hij laat niets in het binnenste luid worden, dat met die grote wens in strijd zou zijn. Zo komt het, dat hij dat alles voorbijziet, dat hij zichzelf borg stelt voor het volk, dat hij het raadsbesluit van God, voor zover het hemzelf betreft, vergeet, en er niet aan denkt, wat alleen betamelijk zij voor God. Verder nog ging een Paulus, toen hij wenste een vervloeking te worden om de wil van zijn broeders (Rom.9:3). Enkel en alleen op het heil van het uitverkoren volk bedacht, denken beide niet met nauwkeurigheid aan hun eigen belang, maar willen zichzelf opofferen voor de gehele gemeente, omdat deze waarheid in het algemeen hun zielen is ingeprent, dat, is het lichaam gered, het ook al de leden wel gaat. Het zou ons ook niet behoeven te bevreemden, dat zij in een zekere verbijstering hebben verkeerd; met de verdelging toch van het uitverkoren volk was immers ook de trouw en de waarachtigheid van God te gronde gegaan; God zou zichzelf hebben verloochend, wanneer de eeuwige verkiezing, welke Hij Abrahams kinderen had waardig gekeurd, teniet was gegaan.
Over de maat van de liefde van Mozes en Paulus is niet gemakkelijk een oordeel te vellen: de maat van onze verstandelijke gedachten vat haar niet, evenals een knaap de hoge moed van de krijgshelden niet begrijpt.
De heilige dronkenschap van de liefde mag wel over de grenzen van het ware gaan; de ogenblikkelijke dwaling behoort tot de menselijke beperktheid, maar de liefde is goddelijk.
Verdorre vrij zijn straks ontbladerde tronk, als Israëls woud maar niet geveld wordt, aan welks geboomte hij reeds de bijl ziet neergelegd! Alles, alles kan zijn biddende liefde vergeten, maar slechts het zondig Israël niet. Hij gaat van de bergtop niet af, zolang hij de toezegging niet heeft meegenomen, dat het verdiende vonnis, indien niet opgeheven, althans nog uitgesteld wordt! Een heilige verrukking grijpt ons aan, wanneer wij zulk bidden beluisteren. Meer-wij zeggen het vrijmoedig-meer dan Abraham is hier, toen deze pleitte voor het misdadige Sodom, want die bozen hadden althans Abraham niet persoonlijk verworpen, en zijn eigen leven biedt de aartsvader niet als schuldoffer aan. Een zodanig gebod zou voldoende zijn, om Mozes’ naam en roem voor alle eeuwen te waarborgen, en-dit een gebed is de eersteling van honderden, of liever is de grondtoon van een veertigjarig geloofs- en gebeds- en liefdesleven van Mozes, dat niet sterft, waar hem de adem begeeft. Komt nu herwaarts, die verstaan wilt, wat waarachtig, wat God behagelijk bidden mag heten, en slaat het oog op die man, die als een andere Jakob worstelt, niet om zijn eigen, maar om Israëls leven, en als Israël de lofspraak verdient, dat hij zich vorstelijk gedroeg jegens God! Zulk bidden, wie voelt het niet, dßt mag bidden heten, terwijl zoveel daarentegen, dat met die schone naam wordt bestempeld, weinig meer dan werktuigelijk prevelen, indien maar niet verborgen zondigen is! Nee, het is niet genoeg, of gij God al aanroept om hulp, wanneer eigen nood en ellende u kwelt; bidt ook voor anderen, zo roept Mozes u toe, voor anderen des te vuriger, naarmate zij ongelukkiger, schuldiger, jegens u ondankbaarder en misdadiger werden! Het is niet genoeg, dat gij uw en hun noden Hem opdraagt. Gods eer moet het hoogste doel van uw bidden zijn, zo predikt Mozes u andermaal; wee de mens, wiens bidden slechts zelfzuchtig vragen, geen verheerlijken van Gods oppermajesteit is! Het is niet genoeg, of gij enkele malen biddend het hart omhaag heft, maar alras vertraagt in die ijver; volhardt in de gebeden, zegt Mozes tot alle strijders op aarde, de trouwste vrienden van God zijn de beste vrienden van de mensheid! O gelukkig, driewerf gelukkig de natie, de gemeente, het gezin, dat zulke biddende Mozessen onder zijn leden mag tellen! De eeuwigheid zal het eens openbaren, wat de wereld te danken had aan wie alzo geleerd hebben in gemeenschap met de hemel te leven!.
Wel is Mozes hier de type van de Middelaar van het Nieuwe Testament. Wel wordt hier onder de Oude dag in Mozes getoond, wat de Gemeente van Christus aan haar Middelaar heeft.
33. Toen zei de HEERE tot Mozes: Wat verlangt gij van Mij? Ik zou u uit Mijn boek uitdelgen? Die zou Ik uit Mijn boek delgen, die aan Mij zondigt. 1)
1) Een ongelooflijke liefde, die in haar opoffering zo ver gaan kan, anderen niet te beminnen als zichzelf, maar zelfs in die mate, dat men zijn ziel en zijn zaligheid voor hen waagt! Toch werd de aanbieding van Mozes afgewezen, het geldend offer te brengen, was voor een andere bewaard.
Zoals de manier, waarop godzalige ouders de uitdrukking van een schoon maar ongewoon gevoel bij hun kind nauwelijks schijnen op te merken, opdat de eenvoudigheid van het kind niet door de lof bevlekt wordt, zo doet God hier: Hij berispt niet de woorden van Zijn knecht, Hij toont ook geen welgevallen, maar toch openbaart zich het moederhart van de genade en de daad.
Alsof de Heere zei: Het zij verre van mij, dat Ik deze misdaad zou wreken aan U, die niet tegen mij hebt overtreden, of U schuldig gemaakt hebt aan deze afgoderij; indien Ik mijn grimmigheid uitvoerde, zo zal Ik het doen aan dat weerspannig en hardnekkig volk, om hen uit mijn boek te delgen, die tegenstrijdig, hardnekkig en onboetvaardig zondigen, en over hen mijn gedreigd oordeel uit te storten, om hen in mijn toorn te verteren en van de aarde uit te roeien.
34. Doch ga nu heen, leid dit volk, waarheen Ik u gezegd heb, naar Kanaän, opdat de Egyptenaren niet zeggen: Hij heeft hen tot hun ongeluk uitgeleid (vs.12), en opdat Ik de aan Mijn dienstknechten Abraham, Izak en Jakob gezworen belofte (vs.13) in vervulling breng; toch zal Ik niet de engel, in wie Mijn naam is, voor u heen zenden (hoofdstuk 23:20); zie, Mijn engel, een van de geschapen engelen, die de plaats van Mijn persoonlijke aanwezigheid innemen zal (hoofdstuk 33:2), zal voor uw aangezicht gaan; doch, hoewel Ik het heden niet doe, op de dag van Mijn bezoek (Numeri. 14:26 vv.), zo zal Ik hun zonde, tegelijk met andere, waardoor zij de mate van hun schuld vol maken, over henbezoeken. 1)
1) De rabbijnen verstaan de laatste woorden zo: “Nooit zal Mijn hand voortaan zwaar over de kinderen van Israël worden, om hen wegens een nieuwe misdaad te straffen, of de straf om de nu begane zonde zal zwaarder worden, dan zij anders zou geworden zijn.” Een van hen (Moses Gerundensis) zegt daarom: “O Israël! God tuchtigt u nooit, dat er niet bij Zijn straf één van ons wegens de misdaad, welke gij bij het gouden kalf begaan hebt, zou gevonden worden.” Hierop zien de woorden van rabbi Uchaja: “tot aan de dagen van Jerobiam zogen de Israëlieten alleen aan één kalf, maar daarna aan drie,” dat is, hun straf was toen zoveel groter, want zij maakten twee kalveren, hoewel zij gezien hadden, welk een straf hun voorvaderen overkomen was over het maken van één.
Wie zegt u, hoe menig verborgen zondaar hier neerzit, van wiens schuldig hoofd het zwaard nog is afgewend door het gebed van een vader of van een moeder, wier liefde hij nooit heeft geloond; en wie vergunt het ons niet, dat wij in het diep gevoel van onze zwakheid, een aanmerkelijk deel van onze kracht in stilte daaruit verklaren, dat er ook voor ons met veel gebed gebeden wordt? O liefelijke gedachte, zó kan de armste door zijn gebed een weldoener voor anderen, gelijk Mozes voor Israël, zijn, en de wolk van het gebed, van de aarde ten hemel gestegen, keert in een milde regen van heil van de hemel naar de aarde terug.
Op de dag van mijn bezoek. Deze dag kwam, toen Israël zijn zonde had volgemaakt bij Kadesch Barnéa, door te weigeren, hat land Kanaän binnen te trekken (Numeri. 14:26). Een geschapen Engel staat Israël naar Kanaän te voeren. Uit lankmoedigheid trekt God “zichzelf”, “Zijn aangezicht,” de Engel, in wie Zijn naam woont, terug. Maar daarmee verliest Israël zijn betekenis boven andere volken, daarmee blijft Israël onder het oordeel van de verwerping.
35. Zo plaagde de HEERE dit volk; zo liet de Heere het bij dit strafgericht (vs.25) voor ditmaal genoeg zijn, en doodde niet allen ineens, zoals zij verdiend hadden, omdat zij dat kalf gemaakt hadden, dat Aäron op hun aandringen (vs.1) gemaakt had. 1)
1) Met deze toezegging van voorlopige verschoning had Mozes alles gewonnen, wat voor dit ogenblik, zolang het volk nog geen bewijzen van oprecht berouw en boete gegeven had, kon verkregen worden; dit erkende hij, daarom vergenoegt hij zich voor het tegenwoordige met hetgeen de goddelijke genade heeft toegestaan, en beproeft hij vervolgens eerst berouw en boete op te wekken, voordat hij verder met de Heere handelt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel