Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2ZieH7200, Ik heb met nameH8034geroepenH7121BezaleelH1212, den zoonH1121 van UriH221, den zoonH1121 van HurH2354, van den stamH4294 van JudaH3063.Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
KJVSee,1I have called2by name3Bezaleel4the son5of Uri,6the son7of Hur,8of the tribe9of Judah:
1רְאֵ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2קָרָ֣אתִֽיH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say3בְשֵׁ֑םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4בְּצַלְאֵ֛לH1212BezaleelBezaleel5בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אוּרִ֥יH221UriUri7בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8ח֖וּרH2354HurHur9לְמַטֵּ֥הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe10יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
3En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En Ik heb hem vervuldH4390 met den GeestH7307GodsH430, met wijsheidH2451, en met verstandH8394, en met wetenschapH1847, namelijk in alleH3605handwerkH4399;En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
KJVAnd I have filled1him with the spirit3of God,4in wisdom,5and in understanding,6and in knowledge,7and in all manner of workmanship,
1וָאֲמַלֵּ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly2אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4אֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5בְּחָכְמָ֛הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit6וּבִתְבוּנָ֥הH8394verstand, verstandigheid, verstandsdiscretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom7וּבְדַ֖עַתH1847wetenschap, kennis, kennencunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly)8וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9מְלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
4Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Om te bedenkenH2803vernuftigen arbeidH4284; te werkenH6213 in goudH2091, en in zilverH3701, en in koperH5178,Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,
KJVTo devise1cunning works,2to work3in gold,4and in silver,5and in brass,
5En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En in kunstige steensnijdingH2799, om in te zettenH4390, en in kunstige houtsnijdingH2799, om te werkenH6213 in alleH3605handwerkH4399.En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk.
KJVAnd in cutting1of stones,2to set3them, and in carving4of timber,5to work6in all manner of workmanship.
1וּבַחֲרֹ֥שֶׁתH2799kunstige houtsnijding, kunstige steensnijdingcarving, cutting2אֶ֛בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)3לְמַלֹּ֖אתH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly4וּבַחֲרֹ֣שֶׁתH2799kunstige houtsnijding, kunstige steensnijdingcarving, cutting5עֵ֑ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood6לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מְלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
6En Ik, zie, Ik heb hem bijgevoegd Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan; en in het hart van een iegelijk, die wijs van hart is, heb Ik wijsheid gegeven; en zij zullen maken al wat Ik u geboden heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En Ik, zieH2009, Ik heb hem bijgevoegdH5414AholiabH171, den zoonH1121 van AhisamachH294, van den stamH4294 van Dan; en in het hartH3820 van een iegelijkH3605, die wijsH2450 van hartH3820 is, heb Ik wijsheidH2451gegevenH5414; en zij zullen makenH6213alH3605watH834 Ik u gebodenH6680 heb.En Ik, zie, Ik heb hem bijgevoegd Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan; en in het hart van een iegelijk, die wijs van hart is, heb Ik wijsheid gegeven; en zij zullen maken al wat Ik u geboden heb.
KJVAnd I, behold, I have given3with him Aholiab,6the son7of Ahisamach,8of the tribe9of Dan:10and in the hearts11of all that are wise13hearted14I have put15wisdom,16that they may make17all that I have commanded
1וַאֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2הִנֵּ֧הH2009ziet, ziebehold, lo, see3נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4אִתּ֗וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אָהֳלִיאָ֞בH171AholiabAholiab7בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8אֲחִֽיסָמָךְ֙H294AhisamachAhisamach9לְמַטֵּהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe10דָ֔ןH1835DanDaniel11וּבְלֵ֥בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13חֲכַםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)14לֵ֖בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom15נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16חָכְמָ֑הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit17וְעָשׂ֕וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21צִוִּיתִֽךָH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
7Namelijk de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis, en het verzoendeksel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap der tent;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Namelijk de tentH168 der samenkomstH4150, en de arkH727 der getuigenisH5715, en het verzoendekselH3727, datH834 daarop zal zijn, en alH3605 het gereedschapH3627 der tentH168;Namelijk de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis, en het verzoendeksel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap der tent;
KJVThe tabernacle2of the congregation,3and the ark5of the testimony,6and the mercy seat8that is thereupon, and all the furniture13of the tabernacle,
1אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent3מוֹעֵ֗דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָֽאָרֹן֙H727ark, kistark, chest, coffin6לָֽעֵדֻ֔תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַכַּפֹּ֖רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13כְּלֵ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever14הָאֹֽהֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
8En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En de tafelH7979, met haar gereedschapH3627; en den louterenH2889kandelaarH4501, met alH3605 zijn gereedschapH3627; en het reukaltaarH4196;En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;
KJVAnd the table2and his furniture,4and the pure7candlestick6with all his furniture,10and the altar12of incense,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַשֻּׁלְחָן֙H7979tafel, tafelen, tafelstable3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כֵּלָ֔יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַמְּנֹרָ֥הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick7הַטְּהֹרָ֖הH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10כֵּלֶ֑יהָH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever11וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar13הַקְּטֹֽרֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume
9Ook des brandoffers altaar, met al zijn gereedschap; en het wasvat met zijn voet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Ook des brandoffersH5930altaarH4196, met alH3605 zijn gereedschapH3627; en het wasvatH3595 met zijn voetH3653;Ook des brandoffers altaar, met al zijn gereedschap; en het wasvat met zijn voet;
KJVAnd the altar2of burnt offering3with all his furniture,6and the laver8and his foot,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar3הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַכִּיּ֖וֹרH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כַּנּֽוֹH3653voet, staat, rechtbase, estate, foot, office, place, well
10En de ambtsklederen, en de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En de ambtsklederenH899, en de heiligeH6944klederenH899 van den priesterH3548AaronH175, en de klederenH899 van zijn zonenH1121, om het priesterambt te bedienen;En de ambtsklederen, en de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen;
Ook in dit vers
priesterambt bedienenH3547
KJVAnd the cloths2of service,3and the holy6garments5for Aaron7the priest,8and the garments10of his sons,11to minister in the priest's office,
1וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בִּגְדֵ֣יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe3הַשְּׂרָ֑דH8278service4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בִּגְדֵ֤יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe6הַקֹּ֨דֶשׁ֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary7לְאַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe11בָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12לְכַהֵֽןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)
11Ook de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom; naar alles, wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Ook de zalfolieH4888, en het reukwerkH7004 van welriekende specerijenH5561 voor het heiligdomH6944; naar alles, watH834 Ik u gebodenH6680 heb, zullen zij het makenH6213.Ook de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom; naar alles, wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken.
KJVAnd the anointing3oil,2and sweet6incense5for the holy7place: according to all that I have commanded10thee shall they do.
1וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שֶׁ֧מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine3הַמִּשְׁחָ֛הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5קְטֹ֥רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume6הַסַּמִּ֖יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)7לַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary8כְּכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוִּיתִ֖ךָH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11יַעֲשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Verder sprakH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
13Gij nu, spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13GijH859 nu, spreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, zeggendeH559: Gij zult evenwel mijn sabbattenH7676onderhoudenH8104; wantH3588 dit is een tekenH226tussenH996 Mij en tussenH996 ulieden, bij uw geslachtenH1755; opdat men weteH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben, DieH1931 u heiligeH6942.Gij nu, spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.
KJVSpeak2thou also unto the children4of Israel,5saying,6Verily7my sabbaths9ye shall keep:10for it is a sign12between me and you throughout your generations;16that ye may know17that I am the LORD20that doth sanctify
1וְאַתָּ֞הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2דַּבֵּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אַ֥ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שַׁבְּתֹתַ֖יH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath10תִּשְׁמֹ֑רוּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)11כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12א֨וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token13הִ֜ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14בֵּינִ֤יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within15וּבֵֽינֵיכֶם֙H996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within16לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity17לָדַ֕עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot18כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21מְקַדִּשְׁכֶֽםH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly
14Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14OnderhoudtH8104 dan den sabbatH7676, dewijlH3588 hij ulieden heiligH6944 is! Wie hemH1931ontheiligtH2490, zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden; wantH3588 een iederH3605, die op denzelven enig werkH4399doetH6213, die zielH5315 zal uitgeroeidH3772 worden uit het middenH7130 harer volkenH5971.Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.
KJVYe shall keep1the sabbath3therefore; for it is holy5unto you: every one that defileth8it shall surely9be put to death:10for whosoever doeth13any work15therein, that soul17shall be cut off16from among19his people.
1וּשְׁמַרְתֶּם֙H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַשַּׁבָּ֔תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath4כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5קֹ֥דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6הִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7לָכֶ֑ם8מְחַֽלְלֶ֨יהָ֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound9מ֣וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10יוּמָ֔תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעֹשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14בָהּ֙15מְלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)16וְנִכְרְתָ֛הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want17הַנֶּ֥פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it18הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19מִקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self20עַמֶּֽיהָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
15Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heiligheid des HEEREN! Wie op de sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15ZesH8337dagenH3117 zal men het werkH4399doenH6213; doch op den zevendenH7637 dag is de sabbatH7676 der rustH7677, een heiligheidH6944 des HEERENH3068! Wie op de sabbatdagH7676arbeidH4399doetH6213, zal zekerlijkH4191gedoodH4191 worden.Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heiligheid des HEEREN! Wie op de sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.
KJVSix1days2may work4be done;3but in the seventh6is the sabbath7of rest,8holy9to the LORD:10whosoever doeth12any work13in the sabbath15day,5he shall surely16be put to death.
1שֵׁ֣שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2יָמִים֮H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3יֵעָשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4מְלָאכָה֒H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)5וּבַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשְּׁבִיעִ֗יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7שַׁבַּ֧תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath8שַׁבָּת֛וֹןH7677rust, rusterest, sabbath9קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָעֹשֶׂ֧הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13מְלָאכָ֛הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)14בְּי֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַשַּׁבָּ֖תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath16מ֥וֹתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise17יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
16Dat dan de kinderen Israels de sabbat houden, de sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Dat dan de kinderenH1121IsraelsH3478 de sabbatH7676houdenH8104, de sabbatH7676onderhoudendeH6213 in hun geslachtenH1755, tot een eeuwigH5769verbondH1285.Dat dan de kinderen Israels de sabbat houden, de sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.
KJVWherefore the children2of Israel3shall keep1the sabbath,5to observe6the sabbath8throughout their generations,9for a perpetual11covenant.
1וְשָׁמְר֥וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַשַּׁבָּ֑תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath6לַעֲשׂ֧וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַשַּׁבָּ֛תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath9לְדֹרֹתָ֖םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity10בְּרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league11עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
17Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israels een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17HijH1931 zal tussen Mij en tussen de kinderenH1121IsraelsH3478 een tekenH226 in eeuwigheidH5769 zijn; dewijlH3588 de HEEREH3068, in zesH8337dagenH3117, den hemelH8064 en de aardeH776gemaaktH6213, en op den zevendenH7637dagH3117gerustH7673 en Zich verkwiktH5314 heeft.Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israels een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.
KJVIt is a sign5between me and the children3of Israel4for ever:7for in six9days10the LORD12made11heaven14and earth,16and on the seventh18day17he rested,19and was refreshed.
1בֵּינִ֗יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within2וּבֵין֙H996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5א֥וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token6הִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7לְעֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)8כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9שֵׁ֣שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth10יָמִ֗יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַשָּׁמַ֣יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17וּבַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18הַשְּׁבִיעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)19שָׁבַ֖תH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away20וַיִּנָּפַֽשׁH5314adem scheppe, verkwikt, verkwikte(be) refresh selves (-ed)
18En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En Hij gafH5414aanH413MozesH4872, als Hij met hem op den bergH2022SinaiH5514 te sprekenH1696geeindigdH3615 had, de tweeH8147tafelenH3871 der getuigenisH5715, tafelenH3871 van steenH68, beschrevenH3789 met den vingerH676GodsH430.En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.
KJVAnd he gave1unto Moses,3when he had made an end4of communing5with him upon mount7Sinai,8two9tables10of testimony,11tables12of stone,13written14with the finger15of God.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 31:2— Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.Exodus 36:1→Exodus 35:30→Jesaja 45:3→Exodus 33:17→Johannes 3:27→Exodus 37:1→Markus 3:16→1 Kronieken 2:19→
Exodus 31:3— En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;Exodus 35:31→1 Koningen 7:14→Jesaja 28:26→1 Korinthe 12:4→Jesaja 28:6→1 Koningen 3:9→
Exodus 31:4— Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,Exodus 28:15→2 Kronieken 2:13→Exodus 25:32→1 Koningen 7:14→2 Kronieken 2:7→Exodus 26:1→
Exodus 31:5— En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk.Exodus 28:9→
Exodus 31:6— En Ik, zie, Ik heb hem bijgevoegd Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan; en in het hart van een iegelijk, die wijs van hart is, heb Ik wijsheid gegeven; en zij zullen maken al wat Ik u geboden heb.Exodus 35:10→Exodus 35:34→Exodus 28:3→Ezechiël 43:1→Exodus 35:25→1 Koningen 6:1→Exodus 6:26→Spreuken 2:6→
Exodus 31:7— Namelijk de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis, en het verzoendeksel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap der tent;Exodus 36:8→Exodus 27:9→Exodus 25:10→Exodus 26:1→
Exodus 31:8— En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;Exodus 37:10→Exodus 25:23→Exodus 30:1→
Exodus 31:9— Ook des brandoffers altaar, met al zijn gereedschap; en het wasvat met zijn voet;Exodus 38:1→Exodus 30:18→Exodus 27:1→Exodus 40:11→
Exodus 31:10— En de ambtsklederen, en de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen;Exodus 39:1→Leviticus 8:13→Exodus 28:1→Leviticus 8:7→Numeri 4:5→
Exodus 31:11— Ook de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom; naar alles, wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken.Exodus 37:29→Exodus 30:23→
Exodus 31:13— Gij nu, spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.Ezechiël 20:20→Ezechiël 20:12→Exodus 31:17→Leviticus 19:30→Leviticus 19:3→Nehemia 9:14→Exodus 20:8→Leviticus 26:2→
Exodus 31:14— Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.Exodus 35:2→Jesaja 58:13→Ezechiël 20:21→Ezechiël 20:24→Nehemia 9:14→Deuteronomium 5:12→Exodus 20:8→Numeri 15:32→
Exodus 31:15— Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heiligheid des HEEREN! Wie op de sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.Exodus 16:23→Leviticus 23:3→Genesis 2:2→Exodus 34:21→Lukas 23:56→Exodus 35:2→Numeri 15:32→Exodus 31:14→
Exodus 31:16— Dat dan de kinderen Israels de sabbat houden, de sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.Genesis 17:11→Jeremia 50:5→Genesis 9:13→
Exodus 31:17— Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israels een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.Genesis 1:31→Exodus 31:13→Genesis 2:2→Hebreeën 4:10→Ezechiël 20:12→Hebreeën 4:3→Psalmen 104:31→Job 38:7→
Exodus 31:18— En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.Deuteronomium 4:13→Exodus 24:12→Deuteronomium 5:22→Exodus 32:15→2 Korinthe 3:3→Exodus 34:28→Exodus 8:19→Deuteronomium 9:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 31 vers 2— Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
met name geroepen Bezáleël,
Dat is, voor alle anderen tot dit werk verkoren; gelijk onder, Ex. 35:30.
Hertaald:met name geroepen Bezáleël,
Dat is: boven alle anderen voor dit werk gekozen; zie hieronder, Ex. 35:30.
Exodus 31 vers 3— En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
met den Geest Gods,
Dat is, met de gaven des Geestes Gods, met dezulke, gelijk straks verhaald worden; waaruit dan genoegzaam blijkt, dat fraaie handwerken maken een gave Gods is.
Hertaald:met den Geest Gods,
Dat is: met de gaven van de Geest van God, zoals die hierna genoemd worden; hieruit blijkt genoegzaam dat het maken van fraaie handwerken een gave van God is.
alle handwerk;
Dat is, allerlei, en alzo vs.5.
Hertaald:alle handwerk;
Dat is: allerlei; zo ook in vers 5.
Exodus 31 vers 4— Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,
Exodus 31 vers 5— En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk.
steensnijding,
Versta hier, edele gesteenten.
Hertaald:steensnijding,
Versta hier: edelstenen.
in te zetten,
Hebreeuws, te vullen.
Hertaald:in te zetten,
Hebreeuws: te vullen.
Exodus 31 vers 6— En Ik, zie, Ik heb hem bijgevoegd Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan; en in het hart van een iegelijk, die wijs van hart is, heb Ik wijsheid gegeven; en zij zullen maken al wat Ik u geboden heb.
hem bijgevoegd Ahóliab,
Hebreeuws, met, of, bij hem gegeven.
Hertaald:hem bijgevoegd Ahóliab,
Hebreeuws: met, of bij hem gegeven.
wijsheid gegeven;
Dat is, kloekheid, of vernuft in de kunst, die zij uitoefenen.
Hertaald:wijsheid gegeven;
Dat is: bekwaamheid, of vernuft in de kunst die zij beoefenen.
Exodus 31 vers 8— En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;
den louteren kandelaar,
Dat is, die uit louter goud zou gemaakt worden. Zie Ex. 25:31.
Hertaald:den louteren kandelaar,
Dat is: die uit zuiver goud gemaakt zou worden. Zie Ex. 25:31.
Exodus 31 vers 10— En de ambtsklederen, en de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen;
ambtsklederen,
Versta hier, onder den naam van ambtsklederen, ook de tapijten en behangsels des tabernakels, waarvan Ex. 26:36, gesproken wordt. Idem de deksels, waarmede men de tafel, de ark, het altaar en ander heilig gereedschap bedekte en bewond, wanneer men opbrak, en van de ene plaats naar de andere trok. Zie Num. 4:5, Num. 4:9, Num. 4:11-12.
Hertaald:ambtsklederen,
Versta hier onder ambtsklederen ook de tapijten en behangsels van de tabernakel, waarover in Ex. 26:36 gesproken wordt. En ook de dekkleden waarmee men de tafel, de ark, het altaar en ander heilig gereedschap bedekte, wanneer men opbrak en van de ene plaats naar de andere trok. Zie Num. 4:5, Num. 4:9, Num. 4:11-12.
den priester Aäron,
Te weten, des hogepriesters.
Hertaald:den priester Aäron,
Namelijk: de hogepriester.
om het priesterambt te bedienen;
Dat is, die zij aantrokken, wanneer zij het priesterambt bedienden.
Hertaald:om het priesterambt te bedienen;
Dat is: die zij aantrokken wanneer zij het priesterambt uitoefenden.
Exodus 31 vers 13— Gij nu, spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.
evenwel
Alsof God zeide: Ofschoon het werk des tabernakels ten spoedigste moet volmaakt worden, zo zult gij evenwel op den sabbat er niet aan arbeiden, of, ganselijk, immers.
Hertaald:evenwel
Alsof God zei: Al moet het werk aan de tabernakel zo snel mogelijk voltooid worden, toch zult u er op de sabbat niet aan werken, of: in geen geval.
Mijn sabbatten onderhouden;
Dat is, tot mijn dienst ingesteld.
Hertaald:Mijn sabbatten onderhouden;
Dat is: ingesteld voor Mijn dienst.
Exodus 31 vers 14— Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.
heilig is!
Hebreeuws, heiligheid.
Hertaald:heilig is!
Hebreeuws: heiligheid.
ziel
Dat is, die persoon.
Hertaald:ziel
Dat is: die persoon.
uitgeroeid worden
Zie Gen. 17:14.
Hertaald:uitgeroeid worden
Zie Gen. 17:14.
Exodus 31 vers 16— Dat dan de kinderen Israels de sabbat houden, de sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.
tot een eeuwig verbond
Zie Gen. 17:7.
Hertaald:tot een eeuwig verbond
Zie Gen. 17:7.
Exodus 31 vers 17— Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israels een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.
een teken
Vergelijk Gen. 17:11.
Hertaald:een teken
Vergelijk Gen. 17:11.
gerust
Zie Gen. 2:2.
Hertaald:gerust
Zie Gen. 2:2.
Zich verkwikt heeft
God, die een geest is, wordt nimmer moede; het is een manier van spreken van de mensen genomen, die na langen en zwaren arbeid zich door de rust verkwikken en ademhalen.
Hertaald:Zich verkwikt heeft
God, Die een Geest is, wordt nooit moe; dit is een manier van spreken, ontleend aan mensen die zich na lange en zware arbeid door rust verkwikken en op adem komen.
Exodus 31 vers 18— En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.
Hij gaf aan Mozes,
Te weten, de HEERE.
Hertaald:Hij gaf aan Mozes,
Namelijk: de HEERE.
der getuigenis,
Dat is, de wet, in welke God betuigt hoe Hij van zijn volk geëerd en bediend wil zijn.
Hertaald:der getuigenis,
Dat is: de wet, waarin God betuigt hoe Hij door Zijn volk geëerd en gediend wil worden.
den vinger Gods
De vinger des Heeren betekent hier de kracht en het werk Gods; vergelijk boven, Ex. 8:19; Luc. 11:20, vergelijk met Matt. 12:28, en elders.
Hertaald:den vinger Gods
De vinger van de HEERE betekent hier de kracht en het werk van God; vergelijk hierboven, Ex. 8:19; Luk. 11:20, vergelijk met Matt. 12:28, en elders.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Hur — vrijheid, of: blankheid
Samen met Aäron ondersteunde hij de handen van Mozes op de heuvel tijdens de strijd tegen Amalek, totdat de zon onderging (Ex. 17:10, 12). Later, toen Mozes de berg Sinaï opklom, liet hij Aäron en Hur als leiders bij het volk achter (Ex. 24:14). Volgens de overlevering was hij de man van Mirjam en de grootvader van Bezaleël, de kunstenaar van de tabernakel (Ex. 31:2).
Bezaleël — in de schaduw (bescherming) van God
De zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda. De HEERE riep hem met name en vervulde hem met de Geest van God, met wijsheid, verstand en kennis in allerlei vakmanschap, om het kunstwerk van de tabernakel en al haar gerei te ontwerpen en te vervaardigen (Ex. 31:1-5). Hij was de hoofdverantwoordelijke kunstenaar, en maakte onder meer de ark van het verbond zelf (Ex. 37:1).
Aholiab — tent van de vader
De zoon van Ahisamach, uit de stam Dan, die de HEERE aan Bezaleël toevoegde om hem te helpen bij het werk aan de tabernakel (Ex. 31:6). Hij was bijzonder bedreven in het weven en borduren, en had samen met Bezaleël ook de gave om anderen in dit werk te onderwijzen (Ex. 35:34-35).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Een teken tussen Mij en ulieden — 31:1-3, 12-18
God besluit Zijn aanwijzingen voor de tabernakel met twee dingen: Hij wijst de man aan die het maken moet, en Hij geeft er een waarschuwing bij. Er is namelijk veel werk te doen, en juist daarom moet er iets níét gedaan worden.
Aan het eind van de bouwopdracht staat de sabbat, en die wordt een teken van het verbond genoemd — niet een gebod maar een teken.
Eerst wordt de handwerksman geroepen. Van Bezaleël staat er dat God hem vervuld heeft met Zijn Geest, in wijsheid en in verstand en in wetenschap. Dat woord wijsheid betekent in het Hebreeuws eenvoudig vaardigheid of bekwaamheid, en waar die bekwaamheid over gaat, blijkt uit het verband. Bij Bezaleël gaat het over goud, zilver en houtsnijwerk. Bij een ander gaat het over koperwerk, en bij Jozef over besturen. Kortom: waar iemand goed in is, heet in de Schrift zijn wijsheid.
En dan komt de wending: “Gij zult evenwel Mijn sabbatten onderhouden.” Dat woordje evenwel staat er niet voor niets. Er ligt een grote opdracht klaar — een tabernakel, priesterklederen, een altaar — en midden in die haast zegt God dat er één dag in de zeven niets gemaakt mag worden. Zelfs aan het heiligdom niet.
Wat de sabbat is, wordt er in één woord bij gezegd: “want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.” Een teken is iets dat naar iets anders verwijst. De rust wijst dus ergens heen, en waar zij heen wijst staat er ook bij: naar Hem Die heiligt. Het is niet de rust die heiligt; het is de HEERE.
De grond eronder ligt nog verder terug. De sabbat is een teken in eeuwigheid, staat er, omdat de HEERE in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt heeft en op de zevende dag gerust heeft. De dag hangt dus niet aan Israël maar aan de schepping.
De strengheid van de bepaling laat zien hoe zwaar dit teken woog: wie eraan werkte, zou sterven. En juist daarom is het opmerkelijk wat het Nieuwe Testament ermee doet. Paulus schrijft dat niemand de gemeente mag oordelen in het stuk van de sabbatten, en hij zegt er meteen bij waarom: welke zijn een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus. Een schaduw houdt op zodra datgene er is dat hem wierp.
De Hebreeënbrief werkt dat uit tot een belofte. Daar staat dat er nog een rust overblijft voor het volk van God, en dat wie in Zijn rust is ingegaan, zelf ook rust van zijn werken gelijk God van de Zijne. En Christus zegt het in gewone woorden, met een uitnodiging erbij die dit hele hoofdstuk in het kort samenvat: komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
Het hoofdstuk sluit met de mededeling dat Mozes de twee tafelen ontving, geschreven met de vinger Gods. Wat er daarna gebeurt, staat in het volgende hoofdstuk: hij komt de berg af met die tafelen in zijn handen en vindt een gouden kalf.
Exodus 31:3 — Bezaleël wordt met Gods Geest vervuld — met vaardigheid voor zijn werk.
Exodus 31:13 — Midden in de bouwhaast: gij zult evenwel Mijn sabbatten onderhouden.
Exodus 31:13 — De rust is een teken, en zij wijst naar Hem Die heiligt.
Genesis 2:2-3 — De grond eronder ligt in de schepping en niet in Israël.
Kolossenzen 2:16-17 — Een schaduw der toekomende dingen; het lichaam is van Christus.
Mattheüs 11:28 — Komt herwaarts tot Mij, en Ik zal u rust geven.
In het Nieuwe Testament: Kolossenzen 2:16-17; Hebreeën 4:9-10; Mattheüs 11:28; Markus 2:27-28; Genesis 2:2-3
Hoever dit reikt: Dat de sabbatten een schaduw zijn waarvan het lichaam Christus is, zegt Kolossenzen 2 met zoveel woorden, en Hebreeën 4 spreekt van een rust die overblijft. Op die twee plaatsen rust wat hier gelegd wordt. Over de vraag hoe de sabbat zich verhoudt tot de zondag lopen de opvattingen uiteen, en die vraag wordt hier niet behandeld; dit gaat over wat het teken in Exodus 31 aanwijst.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
AANWIJZING VAN DE WERKMEESTERS. SABBATVIERING. TAFELEN VAN DE WET.
I. Exodus 31 vers 1-11
Nadat aan Mozes in détail gezegd is, wat hij tot oprichting van een heiligdom en tot inrichting van een bestendige dienst van de Heere in Israël maken moet, ontvangt hij verder aanwijzing van God, door wie hij dat alles moet laten vervaardigen; zowel de opzieners worden hem met name genoemd, als ook de arbeiders aangewezen, die tot dat werk geschikt zijn.
1. Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2. Zie, Ik heb met name geroepen, 1) met bijzondere zorg uitgekozen, Bezßleël (in de schaduw is God), de zoon van Uri (lichtend), de zoon van Hur (hoofdstuk 17:10; 24:12) uit de stam van Juda (1Kron.2:3-5, 18-20).
1) Misschien ligt in de uitdrukking: “met name geroepen,” een zinspeling op de betekenis van het woord Bezßleël = in schaduw is of woont God; want in het te bouwen heiligdom en de gehele daar te volbrengen dienst woonde God vooralsnog in schaduwen, de eigenlijke woning zou eerst later in Christus komen (Kol.2:17,19). Later wordt hij overal het eerst (hoofdstuk 35:30; 36:1 vv.), of ook alleen (hoofdstuk 37:1; 38:22) genoemd; hij was de opperwerkmeester.
Met name geroepen, betekent geroepen, bestemd, uitgekozen tot een bijzondere zaak. Deze uitdrukking wordt ook gebruikt van Cyrus (Jesaja 45:3b, 4), die de Heere had uitverkoren, om Israël uit Babels gevangenschap te verlossen.
3. En Ik heb hem op buitengewone wijze en in bijzonder rijke mate vervuld met de Geest van God, 1) namelijk met wijsheid en met verstand, met een diep aanschouwings- en goed onderscheidingsvermogen, en met wetenschap, metpraktisch inzicht en met kennis, namelijk in elk handwerk.
1) De werking van de Heilige Geest is drieërlei, of zoals hier bij Bezßleël, om te bezielen “tot vernuftige arbeid” of ambtelijk, of zaligmakend.
4. Om te bedenken vernuftige arbeid, 1) om kunstige ontwerpen uit te denken en vervolgens uit te voeren, te werken in goud, en in zilver en in koper.
1) Vernuftige uitvinding en bekwaamheid, om sierlijk te maken, hetgeen men uitgevonden heeft, zijn twee nodige vereisten in een kunstenaar. Op het eerste schijnt gedoeld te worden in dit vers, en op het andere in het volgende, zoals ook op de kennis, om andere kunstenaars, die onder Bezßleël en Ahóliab arbeiden zouden, te onderwijzen.
In het Hebreeuws Lachschov machaschaboth. Om te bedenken, kunstige ontwerpen. Wel had God, de Heere, nauwkeurig opgegeven, naar welke plannen de tabernakel moest worden gemaakt, maar God moest ook wijsheid en verstand geven, opdat dat plan nauwkeurig werd verwezenlijkt. Bezßleël moest het als het ware in zijn gedachten verwerken, om het vervolgens weer te geven, naar het bevel van God, aan Mozes gegeven.
5. En in kunstige steensnijding, om in goud en zilver in te zetten (hoofdstuk 28:9 vv.; 17 vv.) en in kunstige houtsnijding, om te werken in elk handwerk, 1) zoals Ik dat voorgeschreven heb.
1) Hoewel het gebouw van de tent en de vorm van de afzonderlijke gereedschappen, zowel als de aard en de gesteldheid van al hetgeen verder tot de dienst geëist werd, niet eerst uit te denken, maar aan Mozes reeds door God in een beeld getoond en met woorden beschreven was, zo behoorde er toch nog een bijzondere gave toe, om alles behoorlijk op te vatten, overeenkomstig Gods gedachten af te beelden en dan ook zorgvuldig en nauwkeurig door arbeiders (vs.6) te laten uitvoeren.
6. En Ik, zie, Ik heb aan hem, als tweede, ondergeschikte werkmeester, toegevoegd Ahóliab (vader van mijn tabernakel), de zoon van Ahisamach (broeder van de ondersteuning) uit de stam van Dan; deze is een meester in steen- en houtwerk, en ook een kunst- en bontwerker (hoofdstuk 38:23); en in het hart van een ieder, 1) die reeds van zijn kindsheid af door mij met verstand en kennis begaafd, en alzo wijs van hart is, heb Ik nog bovendien wijsheid gegeven; en zij zullen, volgens de aanwijzing en onder de leiding vande beide werkmeesters, maken al, wat Ik u geboden heb.
1) Hiermee hebben we niet alleen mannelijke, maar ook vrouwelijke handwerklieden te verstaan. Voor het borduren en stikken waren vrouwen nodig. (hoofdstuk 35:25,26).
7. Namelijk de tent der samenkomst, de plankenomgeving met haar vier bedekkingen en de twee voorhangsels (hoofdstuk 26), en de Ark van de Getuigenis, en het Verzoendekdel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap van de tent (hoofdstuk 25:10-22).
8. En de tafel, met haar gereedschap (hoofdstuk 25:23-30), en de zuivere, de fijn gouden kandelaar, met al zijn gereedschap (hoofdstuk 25:31-40), en het reukaltaar (hoofdstuk 30:1-10).
9. Ook het brandofferaltaar, met al zijn gereedschap (hoofdstuk 27:1-8); en het wasvat met zijn voet (hoofdstuk 30:17-21).
10. En de ambtskleren, 1) en de heilige kleren van de hogepriester Aäron, die hij met de overige priesters gemeen heeft, en de klederen van zijn zonen, de gewone priester, die zij dragen (hoofdstuk 28), wanneer zij in het heiligdom zijn, om het priesterambt te bedienen.
1) In het Hebreeuws Bigdee haserar. Door de Statenvertalers weergegeven door ambtskleren. Anderen verstaan eronder de voorhangsels, en nog weer anderen, de kleden, waarmee de tafel, de kandelaar en de gouden altaar waren bedekt, als het leger opbrak. De LXX vertaalt: tav stolav tav leitourgikav, alsof er stond in het Hebreeuws Bigdee haserath. Dan zijn het de kleren geweest, welke de Hogepriester alleen droeg. De verklaring, alsof het kleden zijn geweest, die dienden om de heilige zaken in de tabernakel te bedekken, komt ons het meest waarschijnlijk voor, maar sluiten daarbij in ook de kleden, die dienden om de tabernakel zelf te bedekken.
11. Ook de zalfolie en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom (hoofdstuk 30:23-38); naar alles wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken; 1) de gave van Mijn Geest en van goddelijke wijsheid zal ieder van de arbeiders aanwenden, om de een dit, de ander dat te maken. Bezßleël en Ahóliab zullen die arbeiders onderwijzen en aanstellen.
1) Opnieuw zien wij, hoezeer het erop aankomt, dat het heiligdom met zijn gereedschappen juist zo is, als de Heere wil en zelfs in kleine, ondergeschikte punten niet anders gemaakt worden. Niet alleen toonde de Heere alles aan Mozes in een beeld, en licht Hij het hem met woorden toe, maar Hij begiftigd ook de tot volvoering geroepen arbeiders met Zijn Geest. De reden van deze zorgvuldigheid is deze, dat alles, gelijk wij reeds verklaarden, deels een symbolische (zinnebeeldige), deels een typische (voorafschaduwende) betekenis heeft. Nemen wij hetgeen wij hier en daar gezegd hebben, in een kort overzicht tezamen, en laat ons eerst de symbolische, vervolgens de typische betekenis van de tent der samenkomst ons voorstellen. “Ik zal onder hen wonen,” zegt de Heere. Daarom richt Hij in het midden van Israël de tent der samenkomst met Zijn volk op, de tent van de getuigenis en van de openbaring; om dit middelpunt woont Israël, eerst de priesters en de Levieten, in wijdere kring de twaalf stammen (Numeri. 2:3), alles in voorgeschreven orde, maar ook alles op eerbiedige afstand. Wil het volk met zijn God tezamen komen, zo moet het uit de tenten, waarin het woont, uitgaan en de voorhof binnentreden, dat is de afgeslotene heilige ruimte; daar is het afgezonderd van zijn dagelijkse arbeid. De wand van deze ruimte, 5 el hoog, en driemaal 100 el lang en breed wordt door vijfmaal 12 zuilen gedragen; dat zijn de getallen van het Verbondsvolk en daarom voleinding; want het volk van het Verbond, dat hier verschijnt, bereikt de volkomenheid slechts voor de helft. Op deze nog onvolkomen heerlijkheid, die het ten deel wordt, wijzen ook de koperen voeten van de zuilen, de koperen gereedschappen van de voorhof, en de maat van het brandofferaltaar (vijf el in het vierkant, en de drie el in de hoogte, door de omgang in het midden in twee helften gedeeld). Dat echter ook op het nog onvolkomen standpunt, reinheid en heiligheid de eis en het doel zijn, wijst het omhangsel van witte byssus en het zilver aan de kapitelen, haken en sluitbomen van de zuilen aan. De eis wordt gebillijkt, en het doel wordt nagejaagd, daar het volk hier, in de voorhof, zijn God met gaven en offers nadert, en van Hem door de zegen van de priester (Numeri. 6:24 vv.), en ook door Zijn onderricht (Mal.2:7) genade, heil en leven ontvangt. In hoeverre nu Israël dat doel bereikt, dat toont zijn plaats bij het door de voorhof omgeven heiligdom; het staat nog buiten de tabernakel, en ziet diens heerlijkheid slechts gedeeltelijk en van verre in de vier kleuren, die het ingangsvoorhangsel draagt; want het bevindt zich onder de wet, die tot geen werkelijke gemeenschap met God kan brengen. Toch is aan Israël een toekomstige opheffing van de thans nog bestaande scheiding met zijn God beloofd; deze beloofde toekomst wordt aan het volk voorgehouden en als in voorbeeld door de priesters voorgesteld, aan wie het ingaan in het heilige gegeven is. Wat deze daar volbrengen is voorzegging, deels van Christus, deels van de gemeente van het Nieuwe Verbond; en zo sluit zich aan de symbolische betekenis van de tabernakel de typische aan.
Als Jezus zich door Johannes in de Jordaan laat dopen, om alle gerechtigheid te volbrengen, volbrengt Hij in werkelijkheid, wat de priesters van het Oude Testament in voorafschaduwing deden, wanneer zij in het koperen wasvat de handen en voeten wasten; en als Hij bij de verzoeking in de woestijn zich geheel, naar lichaam, ziel en geest aan God overgeeft, offert Hij het rechte brandoffer. Zijn volgende wandel op aarde, waarbij Hij het licht der wereld is en het zijn spijze laat zijn, de wil te doen van Degene, die Hem gezonden heeft, en de adem van Zijn gebed onafgebroken opgaat, is een volbrengen van hetgeen de priesters in het heilige hadden te verrichten; Zijn lijden en sterven is het ingaan van de hogepriester in het allerheilige op de grote Verzoendag. Sinds Hij nu ten hemel gevaren is en Zijn geest over Zijn jongeren heeft uitgestort, zijn diegenen, die in zijn naam geloven, het werkelijke Israël, doch zo, dat er geen bemiddelende priesterschaar meer is, maar de gehele gemeente haar voorrang toeëigent. Door het waterbad van de doop zijn toch alle gelovigen geroepen om in het heiligdom in te gaan en daar de werken van hun priesterschap te verrichten, en in het heilig avondmaal hebben zij een altaar, waarvan zij eten. Velen-en niet alleen de naam Christenen van onecht karakter, maar ook niet weinigen, die, hoewel godsvruchtig, toch niet werkelijk verlicht en geestelijk, niet zelfstandig zijn-blijven steeds in de voorhof staan; de rijpere Christenen daarentegen staan als lichtdragers onder hun geslacht, werken om de spijs, die blijft in het eeuwige leven, en laten onafgebroken het reukwerk van hun gebed ten hemel opstijgen. Intussen staan ook de priesters van het Nieuwe Verbond nog voor een gesloten heiligdom; het is nog niet geopenbaard wat zij zullen zijn; hun leven is met Christus verborgen in God. Wanneer echter Christus, hun leven, zich openbaren zal, dan zullen ook zij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid (Kol.3:3 vv.). Zo blijkt uit de tabernakel, wat Augustinus van de verhouding van het Oude tot het Nieuwe, en van het Nieuwe tot het Oude Testament zegt: “het Nieuwe Testament ligt in het Oude Testament verborgen; het Oude Testament is in het Nieuwe vervuld.”.
II. Exodus 31 vers 12-17
Tot besluit van alle eerder gegeven voorschriften over de oprichting van een heiligdom, scherpt de Heere met nadruk het houden van Zijn Sabbat in; want gelijk het heiligdom Zijn woning onder het volk zou zijn, alzo de Sabbat de voortdurende belijdenis door het volk van het Verbond, dat het met de Heere gesloten had.
12. Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
13. Gij nu, spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: Gij zult evenwel 1) Mijn 2) Sabbat onderhouden, dat gij op deze rust van alle arbeid, zoals Ik u geboden heb, (hoofdstuk 16:23,29 vv.; 20:8 vv.; 23:120 en u tot Mijn woning, die Ik u nu opricht (Leviticus. 23:3), begeeft; want dit is een teken 3) tussen Mij en tussen u, een teken van het tussen ons bestaande verbond, bij uw geslachten, zolang de tegenwoordige bedeling zal bestaan; opdat men, gelijk gij van uw zijde door het vieren van deze dag Mij de Schepper van hemel en aarde, als uw God belijdt, ook van Mijn zijde weet en door hetgeen Ik op deze dag u geef, ervaart, dat Ik de HEERE ben, die u heilige; dat Ik u niet op uw eigen wegen laat gaan, maar altijd weer van de zondige wereldaftrek en in Mijn gemeenschap inleid.
1) Dit evenwel staat in verband met het bevel in de vorige verzen gegeven. Alles moest gemaakt worden, zoals de Heere het bevolen had, maar ook ten opzichte van dit werk, moest op de Sabbat gerust worden.
2) Mijn Sabbat, wil zeggen, de wekelijks wederkerende Sabbat, door de Heere verordend.
3) De Sabbat was een teken, dat op God en op het volk betrekking had; een teken tussen Mij en tussen U, zegt de Heere. Hij verbond zich, om hen te heiligen en als Zijn volk te zegenen, zij, om Hem te verheerlijken en voor hun God te erkennen, en van die wederzijdse verbintenis van de Sabbat een teken en de godvruchtige waarnemer verzegelde de wederzijdse verbintenis openlijk, zo dikwijls hij elke terugkerende zevende dag naar Gods instelling vierde, terwijl God aan zijn kant niet naliet die dag met zonderlinge zegeningen te bekronen.
14. a) Onderhoudt dan de Sabbat, omdat hij voor u heilig is, 1) dat gij die dag van de overige dagen onderscheidt en dan uw bezigheden nalaat. Wie hemontheiligt, zal zeker gedood worden; want een ieder, die op deze dag enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden, uit het midden van de volken, omdat hij de wet van Mijn Verbondsvolk verbroken heeft.
a) Exodus. 20:8 Deuteronomium. 5:12 Ezech.20:12
1) Hetzelfde, dat vroeger is ingeprent, met bijvoeging van enige andere woorden, als: “Hij zal voor u heilig zijn,” met welk woord Hij vermaant om zijn dienst, zowel heilig en ongeschonden, als zorgvuldig te onderhouden, omdat in de verwaarlozing ervan de godsdienst zou lijden. En daarom kondigt Hij de doodstraf aan, indien iemand op die dag enig werk zou verrichten. Daarmee wordt andermaal de heiligheid en voortreffelijkheid van de verborgen zin gedachte gebracht, omdat God het vergrijp, hoewel licht in zijn soort, de dood waardig keurt. Geenszins echter was de geringschatting te verontschuldigen, om hem met opzet te doen vervallen, omdat God wilde, dat hij tot een teken van onderscheiding zou zijn tussen Zijn volk en de heidense volken.
De ontwijding van de Sabbat was niet minder dan het verbreken van het Verbond, dat de Heere met Israël had opgericht en daarom moest op de overtreding van het vierde gebod de dood volgen.
15. Zes dagen zal men werk doen; doch op de zevende dag is de Sabbat van de rust, een heiligheid van de HEERE! 1) Wie op de Sabbatdag werkt, zal zeker gedood worden, gelijk Ik nogmaals herhaal, opdat een ieder zich ervoor wacht.
1) Volgens de Hebreeuwse tekst wordt in deze woorden: “rust van de rust”, dat is volkomen rust, geheel onthouden van alle bezigheden bevolen; hetzelfde wordt later (Leviticus. 16:31; 23:32) voor de grote Verzoendag ingesteld. Op beide dagen, zowel op de wekelijkse Sabbat, als op de Verzoendag, moesten alle bezigheden rusten, op de overige feestdagen slechts de dienstarbeid (Leviticus. 23:7 vv.; 23:25,35 vv.). Terwijl wat de laatste betreft de bezigheden van de burgerlijke handtering en van het tijdelijk beroep, als akkerbouw, handwerk enz. te verstaan zijn, zijn bij de eerste ook verrichtingen van het huiselijk leven, bijv. aansteken van vuur tot het bereiden van spijzen (Ex.35:2 vv. Ex.12:16) bedoeld. De grote strengheid ten opzichte van de bezigheden voor de Sabbat, moest aan deze dag het karakter van een geheel bijzondere heiligheid verlenen; deze vormt dan ook de kern van de overige Israëlitische feesten, rondom deze groeperen zij zich, als om hun middelpunt.
De LXX vertaalt: een heilige rust van de Heere. De bedoeling van deze woorden is, dat het rusten niet moest zijn een niets doen, maar een zich bezighouden met de dingen van de Heere, een heilige rust, hierin bestaande, dat men ten zeerste de dienst van het huis van de Heere waarnam.
16. Dat dan een ieder weet, dat Ik de Heere ben, die u heilig (vs.13), en dat, opdat geen ziel uitgeroeid wordt uit Mijn volk (vs.14 vv.) en de kinderen van Israël de Sabbat houden, de Sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig Verbond, tot een voor altijd ingesteld verbondsteken, dat eerst dan ophouden zal van kracht te zijn, wanneer de Heere zelf een ander daarvoor in de plaats stelt (Genesis 17:10,13).
17. Hij, de Sabbat, zal tussen Mij en tussen de kinderen van Israël een teken in eeuwigheid zijn, dat in zijn grond nooit kan ophouden, daar het Verbond nooit ophoudt, maar alleen in een ander, een nieuw volmaakt zal worden; het zal blijven bestaan, omdat de HEERE in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt en op de zevende dag gerust en zich verkwikt heeft 1) (Genesis 2:2), zich in Zijn rust heeft teruggetrokken, om zich geheel aan de vreugde over Zijn heerlijk scheppingswerk over te geven.
1) Tot deze heilige rust van de eeuwigheid wil God dan ook Zijn volk leiden (Hebr.4:9 vv.), en opdat Hij dit zou kunnen, gebiedt Hij, hier beneden reeds op elke zevende dag van elke arbeid van de werkdagen zich te onthouden en zich te verkwikken. Bezwaard hart, leg de zorgen af; verhef u, neergebogen hoofd; de aangename morgen komt, waarop God u heeft veroorloofd te rusten en zelf uw rust heeft gewijd; welaan dan, gij hebt tevoren veel tijd aan de dienst van de Heere ontstolen (vs.1). Wanneer de werkdag van het leven eindigt, rust dan, mijn geest, van alle moeite verlost, in Gods Vaderhanden, mijn lichaam in de schoot van uw moeder, totdat gij beiden feest zult houden daarboven, waar men in vrede rust, niets denkt of doet, dan God beminnen, God loven (vs.8)
III. Exodus 31 vers 18
Nadat de Heere aan Mozes alles gezegd heeft, wat hij hem over het op te richten heiligdom wilde meedelen, volgt de overgave van de twee tafelen van de wet, tot de ontvangst waarvan Hij hem vooraf tot zich op de berg bescheiden had (hoofdstuk 24:12).
18. En Hij gaf aan Mozes, toen Hij met hem op de berg Sinaï te spreken geëindigd had (hoofdstuk 25:1-31:17), de twee, door Hem zelf gemaakte (hoofdstuk 32:16) ruim 2« el lange en 1« el brede (hoofdstuk 25:10) tafelen van de getuigenis, aan beide zijden (hoofdstuk 32:15) beschreven met de (hoofdstuk 20:1-17) tien geboden die Hij tot de gehele gemeente van de kinderen van Israël gesproken had; deze waren tafelen van steen, om de onvergankelijke voortduring en de onuitwisbare geldigheid van die getuigenis aan te duiden, en beschreven met de vinger van God 1) zelf.
1) Deze tafelen moest Mozes, wanneer de tabernakel met al zijn gereedschappen gereed was, in de Ark van het Verbond leggen (hoofdstuk 40:20). Zonder twijfel zijn er twee tafelen, niet meer en niet minder, omdat de tien woorden zich tot twee laten terugbrengen, tot deze (Deuteronomium. 6:5 Leviticus. 18): “Gij zult liefhebben de Heere uw God, van ganser harte, enz.” en “gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Matth.22:37 vv.). Nergens in de Heilige Schrift wordt echter gezegd, hoeveel en welke woorden op de een, en hoeveel en welke op de tweede tafel geschreven stonden; de gedachten daarover zijn daarom van vroege tijd af verschillend geweest. 1. Sommigen verdeelden de tien geboden in twee gelijke helften en rekenen alzo vijf geboden tot de eerste en vijf geboden tot de tweede tafel; zo verdeelt zowel Philo, die uit (hoofdstuk 20:3-6) twee geboden maakt, als ook Knobel, die vs.2 voor het eerste van de 10 woorden houdt, terwijl hij in vs. 3-6 slechts één gebod ziet. Zij zetten alzo het gebod (vs.12): “Eert uw vader en uw moeder, enz.”, als vijfde woord, mede op de eerste tafel; het volgende gedeelte (vs.13-17) vormt naar hun wijze van berekening eveneens 5 geboden, daar zij (vs.17): “Gij zult niet begeren uws naasten huis, gij zult niet begeren uws naasten vrouw enz.” voor één gebod houden. 2. Anderen, en daaronder onze Gereformeerde kerk, daar zij ook de verzen 3- 6 in twee geboden verdelen, en vs.17 als één opvatten, maar vs.12 niet meer tot de eerste tafel rekenen, maar de tweede daarmee beginnen, verdelen naar de getallen 4,6. 3. Augustinus eindelijk, en met hem de Rooms-Katholieke en de Evangelisch-Luthersche kerk, verdelen naar de getallen 3 en 7, zodat de tweede tafel, evenals in de Gereformeerde kerk met de woorden: “Eert uw vader en uw moeder, enz. begint, deze echter niet het vijfde, maar, na weglating van de woorden (vs.4 vv.) of samentrekking met die van vs.3 eerst het vierde gebod uitmaken, terwijl, door verdeling van vs. 17 in twee geboden, op de tweede tafel een gebod meer komt te staan. Van deze verdelingen is die onder 2, degene, die het minst met de getallensymboliek overeenkomt; wel heeft de Gereformeerde kerk daarin gelijk, dat zij het gebod van ouderliefde mede tot de eerste tafel rekent. Want, hoe waar het ook is, dat de ouders en heren plaatsvervangers van God of middelpersonen, en daarom niet alleen te beminnen, maar ook te eren zijn, zo moeten wij toch, bij de gestrenge nauwkeurigheid, waarmee de wet over haar Monotheïsme (de leer: “er is slechts één God) waakt, en bij de scherpe scheiding, die zij tussen Schepper en schepsel, tussen God en mens stelt, het voor ondenkbaar houden, dat zij aan een gebod, dat de mens betreft, in tegenstelling tot alle gelijksoortige geboden, op de eerste tafel een plaats gegeven zou hebben. Staat het gebod om de ouders te eren, op de eerste tafel, zo is de verplichting jegens de ouders bij de verering van God gevoegd. Zulk een nevenplaatsing moest echter aan de wet als afgoderij voorkomen, want het eerste gebod zegt: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.” Tot tegenbewijs kan men zich niet beroepen, op de naam “Goden” (hoofdstuk 21:6; 22:8,28), die aan rechters en overheidspersonen gegeven wordt, wegens de goddelijke majesteit, die in hen verborgen lag (zie Ex 20.12); want de grondtekst spreekt ook daar van God, en noemt slechts het brengen voor de rechters daarom een brengen “voor God,” omdat deze in de naam van God recht spreken. Zo zien wij ons tot de derde wijze, om de tafelen te verdelen, bepaald (zie Ex 20.17). Het vierde gebod van de verplichting jegens ouders, waarmee hier de tweede tafel begint, vormt een geschikte overgang van de eerste tot de tweede, daar zich hierin Gods opperste macht afspiegelt; aan de andere zijde is het toch slechts een betrekking van mensen tot mensen. De volgende geboden beschrijven daarna de verhouding van de nevenorde van mensen tot mensen, en wel in trapsgewijze voortgang (leven, echt, eigendom, daad, woord, begeerte). Daarin, dat het 4de gebod, tot op een zekere hoogte, zich van de overige geboden van de tweede tafel afzondert, ligt wel de reden, dat de Heer in de optelling (Matth.19:18 vv. Mark.10:19 Luk.18:20) het na de andere geboden noemt; Hij kenschetst het daarmee als een zodanig, dat niet geheel onder hetzelfde gezichtspunt valt met de anderen, en neemt het dan toch onder dezelfde hoofdzin tezamen: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf,” waardoor Hij het duidelijk op de tweede tafel plaatst. Opmerkelijk is het daarbij, dat bij Markus en Lukas niet, zoals bij Mattheüs, dezelfde opvolging in het opnoemen van de geboden 5-7 in acht genomen wordt, als in Ex.20 en Deuteronomium. 5: “Gij zult niet doodslaan; gij zult niet echtbreken; gij zult niet stelen”, maar de andere, die wij ook in Rom.13:9 aantreffen: “Gij zult niet echtbreken; gij zult niet doodslaan; gij zult niet stelen. Hieraan ligt de afwijkende volgorde van de Grieksen tekst van de Septuaginta ten grondslag, die dikwijls bij de vertaling van het Oude Testament vrij en willekeurig te werk gaan; bij deze vertaling sluiten zich vele nieuwtestamentische schrijvers aan, waarover later uitvoeriger zal gesproken worden.
Beschreven met de vinger van God, d.i. als onmiddellijk werk van God. God zelf heeft de wet op die stenen ingegrift. Zoiets was Hem niet te moeilijk, die hemel en aarde uit het niet tevoorschijn heeft geroepen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 31
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
AANWIJZING VAN DE WERKMEESTERS. SABBATVIERING. TAFELEN VAN DE WET.
I. Exodus 31 vers 1-11
Nadat aan Mozes in détail gezegd is, wat hij tot oprichting van een heiligdom en tot inrichting van een bestendige dienst van de Heere in Israël maken moet, ontvangt hij verder aanwijzing van God, door wie hij dat alles moet laten vervaardigen; zowel de opzieners worden hem met name genoemd, als ook de arbeiders aangewezen, die tot dat werk geschikt zijn.
1. Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2. Zie, Ik heb met name geroepen, 1) met bijzondere zorg uitgekozen, Bezßleël (in de schaduw is God), de zoon van Uri (lichtend), de zoon van Hur (hoofdstuk 17:10; 24:12) uit de stam van Juda (1Kron.2:3-5, 18-20).
1) Misschien ligt in de uitdrukking: “met name geroepen,” een zinspeling op de betekenis van het woord Bezßleël = in schaduw is of woont God; want in het te bouwen heiligdom en de gehele daar te volbrengen dienst woonde God vooralsnog in schaduwen, de eigenlijke woning zou eerst later in Christus komen (Kol.2:17,19). Later wordt hij overal het eerst (hoofdstuk 35:30; 36:1 vv.), of ook alleen (hoofdstuk 37:1; 38:22) genoemd; hij was de opperwerkmeester.
Met name geroepen, betekent geroepen, bestemd, uitgekozen tot een bijzondere zaak. Deze uitdrukking wordt ook gebruikt van Cyrus (Jesaja 45:3b, 4), die de Heere had uitverkoren, om Israël uit Babels gevangenschap te verlossen.
3. En Ik heb hem op buitengewone wijze en in bijzonder rijke mate vervuld met de Geest van God, 1) namelijk met wijsheid en met verstand, met een diep aanschouwings- en goed onderscheidingsvermogen, en met wetenschap, metpraktisch inzicht en met kennis, namelijk in elk handwerk.
1) De werking van de Heilige Geest is drieërlei, of zoals hier bij Bezßleël, om te bezielen “tot vernuftige arbeid” of ambtelijk, of zaligmakend.
4. Om te bedenken vernuftige arbeid, 1) om kunstige ontwerpen uit te denken en vervolgens uit te voeren, te werken in goud, en in zilver en in koper.
1) Vernuftige uitvinding en bekwaamheid, om sierlijk te maken, hetgeen men uitgevonden heeft, zijn twee nodige vereisten in een kunstenaar. Op het eerste schijnt gedoeld te worden in dit vers, en op het andere in het volgende, zoals ook op de kennis, om andere kunstenaars, die onder Bezßleël en Ahóliab arbeiden zouden, te onderwijzen.
In het Hebreeuws Lachschov machaschaboth. Om te bedenken, kunstige ontwerpen. Wel had God, de Heere, nauwkeurig opgegeven, naar welke plannen de tabernakel moest worden gemaakt, maar God moest ook wijsheid en verstand geven, opdat dat plan nauwkeurig werd verwezenlijkt. Bezßleël moest het als het ware in zijn gedachten verwerken, om het vervolgens weer te geven, naar het bevel van God, aan Mozes gegeven.
5. En in kunstige steensnijding, om in goud en zilver in te zetten (hoofdstuk 28:9 vv.; 17 vv.) en in kunstige houtsnijding, om te werken in elk handwerk, 1) zoals Ik dat voorgeschreven heb.
1) Hoewel het gebouw van de tent en de vorm van de afzonderlijke gereedschappen, zowel als de aard en de gesteldheid van al hetgeen verder tot de dienst geëist werd, niet eerst uit te denken, maar aan Mozes reeds door God in een beeld getoond en met woorden beschreven was, zo behoorde er toch nog een bijzondere gave toe, om alles behoorlijk op te vatten, overeenkomstig Gods gedachten af te beelden en dan ook zorgvuldig en nauwkeurig door arbeiders (vs.6) te laten uitvoeren.
6. En Ik, zie, Ik heb aan hem, als tweede, ondergeschikte werkmeester, toegevoegd Ahóliab (vader van mijn tabernakel), de zoon van Ahisamach (broeder van de ondersteuning) uit de stam van Dan; deze is een meester in steen- en houtwerk, en ook een kunst- en bontwerker (hoofdstuk 38:23); en in het hart van een ieder, 1) die reeds van zijn kindsheid af door mij met verstand en kennis begaafd, en alzo wijs van hart is, heb Ik nog bovendien wijsheid gegeven; en zij zullen, volgens de aanwijzing en onder de leiding vande beide werkmeesters, maken al, wat Ik u geboden heb.
1) Hiermee hebben we niet alleen mannelijke, maar ook vrouwelijke handwerklieden te verstaan. Voor het borduren en stikken waren vrouwen nodig. (hoofdstuk 35:25,26).
7. Namelijk de tent der samenkomst, de plankenomgeving met haar vier bedekkingen en de twee voorhangsels (hoofdstuk 26), en de Ark van de Getuigenis, en het Verzoendekdel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap van de tent (hoofdstuk 25:10-22).
8. En de tafel, met haar gereedschap (hoofdstuk 25:23-30), en de zuivere, de fijn gouden kandelaar, met al zijn gereedschap (hoofdstuk 25:31-40), en het reukaltaar (hoofdstuk 30:1-10).
9. Ook het brandofferaltaar, met al zijn gereedschap (hoofdstuk 27:1-8); en het wasvat met zijn voet (hoofdstuk 30:17-21).
10. En de ambtskleren, 1) en de heilige kleren van de hogepriester Aäron, die hij met de overige priesters gemeen heeft, en de klederen van zijn zonen, de gewone priester, die zij dragen (hoofdstuk 28), wanneer zij in het heiligdom zijn, om het priesterambt te bedienen.
1) In het Hebreeuws Bigdee haserar. Door de Statenvertalers weergegeven door ambtskleren. Anderen verstaan eronder de voorhangsels, en nog weer anderen, de kleden, waarmee de tafel, de kandelaar en de gouden altaar waren bedekt, als het leger opbrak. De LXX vertaalt: tav stolav tav leitourgikav, alsof er stond in het Hebreeuws Bigdee haserath. Dan zijn het de kleren geweest, welke de Hogepriester alleen droeg. De verklaring, alsof het kleden zijn geweest, die dienden om de heilige zaken in de tabernakel te bedekken, komt ons het meest waarschijnlijk voor, maar sluiten daarbij in ook de kleden, die dienden om de tabernakel zelf te bedekken.
11. Ook de zalfolie en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom (hoofdstuk 30:23-38); naar alles wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken; 1) de gave van Mijn Geest en van goddelijke wijsheid zal ieder van de arbeiders aanwenden, om de een dit, de ander dat te maken. Bezßleël en Ahóliab zullen die arbeiders onderwijzen en aanstellen.
1) Opnieuw zien wij, hoezeer het erop aankomt, dat het heiligdom met zijn gereedschappen juist zo is, als de Heere wil en zelfs in kleine, ondergeschikte punten niet anders gemaakt worden. Niet alleen toonde de Heere alles aan Mozes in een beeld, en licht Hij het hem met woorden toe, maar Hij begiftigd ook de tot volvoering geroepen arbeiders met Zijn Geest. De reden van deze zorgvuldigheid is deze, dat alles, gelijk wij reeds verklaarden, deels een symbolische (zinnebeeldige), deels een typische (voorafschaduwende) betekenis heeft. Nemen wij hetgeen wij hier en daar gezegd hebben, in een kort overzicht tezamen, en laat ons eerst de symbolische, vervolgens de typische betekenis van de tent der samenkomst ons voorstellen. “Ik zal onder hen wonen,” zegt de Heere. Daarom richt Hij in het midden van Israël de tent der samenkomst met Zijn volk op, de tent van de getuigenis en van de openbaring; om dit middelpunt woont Israël, eerst de priesters en de Levieten, in wijdere kring de twaalf stammen (Numeri. 2:3), alles in voorgeschreven orde, maar ook alles op eerbiedige afstand. Wil het volk met zijn God tezamen komen, zo moet het uit de tenten, waarin het woont, uitgaan en de voorhof binnentreden, dat is de afgeslotene heilige ruimte; daar is het afgezonderd van zijn dagelijkse arbeid. De wand van deze ruimte, 5 el hoog, en driemaal 100 el lang en breed wordt door vijfmaal 12 zuilen gedragen; dat zijn de getallen van het Verbondsvolk en daarom voleinding; want het volk van het Verbond, dat hier verschijnt, bereikt de volkomenheid slechts voor de helft. Op deze nog onvolkomen heerlijkheid, die het ten deel wordt, wijzen ook de koperen voeten van de zuilen, de koperen gereedschappen van de voorhof, en de maat van het brandofferaltaar (vijf el in het vierkant, en de drie el in de hoogte, door de omgang in het midden in twee helften gedeeld). Dat echter ook op het nog onvolkomen standpunt, reinheid en heiligheid de eis en het doel zijn, wijst het omhangsel van witte byssus en het zilver aan de kapitelen, haken en sluitbomen van de zuilen aan. De eis wordt gebillijkt, en het doel wordt nagejaagd, daar het volk hier, in de voorhof, zijn God met gaven en offers nadert, en van Hem door de zegen van de priester (Numeri. 6:24 vv.), en ook door Zijn onderricht (Mal.2:7) genade, heil en leven ontvangt. In hoeverre nu Israël dat doel bereikt, dat toont zijn plaats bij het door de voorhof omgeven heiligdom; het staat nog buiten de tabernakel, en ziet diens heerlijkheid slechts gedeeltelijk en van verre in de vier kleuren, die het ingangsvoorhangsel draagt; want het bevindt zich onder de wet, die tot geen werkelijke gemeenschap met God kan brengen. Toch is aan Israël een toekomstige opheffing van de thans nog bestaande scheiding met zijn God beloofd; deze beloofde toekomst wordt aan het volk voorgehouden en als in voorbeeld door de priesters voorgesteld, aan wie het ingaan in het heilige gegeven is. Wat deze daar volbrengen is voorzegging, deels van Christus, deels van de gemeente van het Nieuwe Verbond; en zo sluit zich aan de symbolische betekenis van de tabernakel de typische aan.
Als Jezus zich door Johannes in de Jordaan laat dopen, om alle gerechtigheid te volbrengen, volbrengt Hij in werkelijkheid, wat de priesters van het Oude Testament in voorafschaduwing deden, wanneer zij in het koperen wasvat de handen en voeten wasten; en als Hij bij de verzoeking in de woestijn zich geheel, naar lichaam, ziel en geest aan God overgeeft, offert Hij het rechte brandoffer. Zijn volgende wandel op aarde, waarbij Hij het licht der wereld is en het zijn spijze laat zijn, de wil te doen van Degene, die Hem gezonden heeft, en de adem van Zijn gebed onafgebroken opgaat, is een volbrengen van hetgeen de priesters in het heilige hadden te verrichten; Zijn lijden en sterven is het ingaan van de hogepriester in het allerheilige op de grote Verzoendag. Sinds Hij nu ten hemel gevaren is en Zijn geest over Zijn jongeren heeft uitgestort, zijn diegenen, die in zijn naam geloven, het werkelijke Israël, doch zo, dat er geen bemiddelende priesterschaar meer is, maar de gehele gemeente haar voorrang toeëigent. Door het waterbad van de doop zijn toch alle gelovigen geroepen om in het heiligdom in te gaan en daar de werken van hun priesterschap te verrichten, en in het heilig avondmaal hebben zij een altaar, waarvan zij eten. Velen-en niet alleen de naam Christenen van onecht karakter, maar ook niet weinigen, die, hoewel godsvruchtig, toch niet werkelijk verlicht en geestelijk, niet zelfstandig zijn-blijven steeds in de voorhof staan; de rijpere Christenen daarentegen staan als lichtdragers onder hun geslacht, werken om de spijs, die blijft in het eeuwige leven, en laten onafgebroken het reukwerk van hun gebed ten hemel opstijgen. Intussen staan ook de priesters van het Nieuwe Verbond nog voor een gesloten heiligdom; het is nog niet geopenbaard wat zij zullen zijn; hun leven is met Christus verborgen in God. Wanneer echter Christus, hun leven, zich openbaren zal, dan zullen ook zij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid (Kol.3:3 vv.). Zo blijkt uit de tabernakel, wat Augustinus van de verhouding van het Oude tot het Nieuwe, en van het Nieuwe tot het Oude Testament zegt: “het Nieuwe Testament ligt in het Oude Testament verborgen; het Oude Testament is in het Nieuwe vervuld.”.
II. Exodus 31 vers 12-17
Tot besluit van alle eerder gegeven voorschriften over de oprichting van een heiligdom, scherpt de Heere met nadruk het houden van Zijn Sabbat in; want gelijk het heiligdom Zijn woning onder het volk zou zijn, alzo de Sabbat de voortdurende belijdenis door het volk van het Verbond, dat het met de Heere gesloten had.
12. Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
13. Gij nu, spreek tot de kinderen van Israël, zeggende: Gij zult evenwel 1) Mijn 2) Sabbat onderhouden, dat gij op deze rust van alle arbeid, zoals Ik u geboden heb, (hoofdstuk 16:23,29 vv.; 20:8 vv.; 23:120 en u tot Mijn woning, die Ik u nu opricht (Leviticus. 23:3), begeeft; want dit is een teken 3) tussen Mij en tussen u, een teken van het tussen ons bestaande verbond, bij uw geslachten, zolang de tegenwoordige bedeling zal bestaan; opdat men, gelijk gij van uw zijde door het vieren van deze dag Mij de Schepper van hemel en aarde, als uw God belijdt, ook van Mijn zijde weet en door hetgeen Ik op deze dag u geef, ervaart, dat Ik de HEERE ben, die u heilige; dat Ik u niet op uw eigen wegen laat gaan, maar altijd weer van de zondige wereldaftrek en in Mijn gemeenschap inleid.
1) Dit evenwel staat in verband met het bevel in de vorige verzen gegeven. Alles moest gemaakt worden, zoals de Heere het bevolen had, maar ook ten opzichte van dit werk, moest op de Sabbat gerust worden.
2) Mijn Sabbat, wil zeggen, de wekelijks wederkerende Sabbat, door de Heere verordend.
3) De Sabbat was een teken, dat op God en op het volk betrekking had; een teken tussen Mij en tussen U, zegt de Heere. Hij verbond zich, om hen te heiligen en als Zijn volk te zegenen, zij, om Hem te verheerlijken en voor hun God te erkennen, en van die wederzijdse verbintenis van de Sabbat een teken en de godvruchtige waarnemer verzegelde de wederzijdse verbintenis openlijk, zo dikwijls hij elke terugkerende zevende dag naar Gods instelling vierde, terwijl God aan zijn kant niet naliet die dag met zonderlinge zegeningen te bekronen.
14. a) Onderhoudt dan de Sabbat, omdat hij voor u heilig is, 1) dat gij die dag van de overige dagen onderscheidt en dan uw bezigheden nalaat. Wie hemontheiligt, zal zeker gedood worden; want een ieder, die op deze dag enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden, uit het midden van de volken, omdat hij de wet van Mijn Verbondsvolk verbroken heeft.
a) Exodus. 20:8 Deuteronomium. 5:12 Ezech.20:12
1) Hetzelfde, dat vroeger is ingeprent, met bijvoeging van enige andere woorden, als: “Hij zal voor u heilig zijn,” met welk woord Hij vermaant om zijn dienst, zowel heilig en ongeschonden, als zorgvuldig te onderhouden, omdat in de verwaarlozing ervan de godsdienst zou lijden. En daarom kondigt Hij de doodstraf aan, indien iemand op die dag enig werk zou verrichten. Daarmee wordt andermaal de heiligheid en voortreffelijkheid van de verborgen zin gedachte gebracht, omdat God het vergrijp, hoewel licht in zijn soort, de dood waardig keurt. Geenszins echter was de geringschatting te verontschuldigen, om hem met opzet te doen vervallen, omdat God wilde, dat hij tot een teken van onderscheiding zou zijn tussen Zijn volk en de heidense volken.
De ontwijding van de Sabbat was niet minder dan het verbreken van het Verbond, dat de Heere met Israël had opgericht en daarom moest op de overtreding van het vierde gebod de dood volgen.
15. Zes dagen zal men werk doen; doch op de zevende dag is de Sabbat van de rust, een heiligheid van de HEERE! 1) Wie op de Sabbatdag werkt, zal zeker gedood worden, gelijk Ik nogmaals herhaal, opdat een ieder zich ervoor wacht.
1) Volgens de Hebreeuwse tekst wordt in deze woorden: “rust van de rust”, dat is volkomen rust, geheel onthouden van alle bezigheden bevolen; hetzelfde wordt later (Leviticus. 16:31; 23:32) voor de grote Verzoendag ingesteld. Op beide dagen, zowel op de wekelijkse Sabbat, als op de Verzoendag, moesten alle bezigheden rusten, op de overige feestdagen slechts de dienstarbeid (Leviticus. 23:7 vv.; 23:25,35 vv.). Terwijl wat de laatste betreft de bezigheden van de burgerlijke handtering en van het tijdelijk beroep, als akkerbouw, handwerk enz. te verstaan zijn, zijn bij de eerste ook verrichtingen van het huiselijk leven, bijv. aansteken van vuur tot het bereiden van spijzen (Ex.35:2 vv. Ex.12:16) bedoeld. De grote strengheid ten opzichte van de bezigheden voor de Sabbat, moest aan deze dag het karakter van een geheel bijzondere heiligheid verlenen; deze vormt dan ook de kern van de overige Israëlitische feesten, rondom deze groeperen zij zich, als om hun middelpunt.
De LXX vertaalt: een heilige rust van de Heere. De bedoeling van deze woorden is, dat het rusten niet moest zijn een niets doen, maar een zich bezighouden met de dingen van de Heere, een heilige rust, hierin bestaande, dat men ten zeerste de dienst van het huis van de Heere waarnam.
16. Dat dan een ieder weet, dat Ik de Heere ben, die u heilig (vs.13), en dat, opdat geen ziel uitgeroeid wordt uit Mijn volk (vs.14 vv.) en de kinderen van Israël de Sabbat houden, de Sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig Verbond, tot een voor altijd ingesteld verbondsteken, dat eerst dan ophouden zal van kracht te zijn, wanneer de Heere zelf een ander daarvoor in de plaats stelt (Genesis 17:10,13).
17. Hij, de Sabbat, zal tussen Mij en tussen de kinderen van Israël een teken in eeuwigheid zijn, dat in zijn grond nooit kan ophouden, daar het Verbond nooit ophoudt, maar alleen in een ander, een nieuw volmaakt zal worden; het zal blijven bestaan, omdat de HEERE in zes dagen de hemel en de aarde gemaakt en op de zevende dag gerust en zich verkwikt heeft 1) (Genesis 2:2), zich in Zijn rust heeft teruggetrokken, om zich geheel aan de vreugde over Zijn heerlijk scheppingswerk over te geven.
1) Tot deze heilige rust van de eeuwigheid wil God dan ook Zijn volk leiden (Hebr.4:9 vv.), en opdat Hij dit zou kunnen, gebiedt Hij, hier beneden reeds op elke zevende dag van elke arbeid van de werkdagen zich te onthouden en zich te verkwikken. Bezwaard hart, leg de zorgen af; verhef u, neergebogen hoofd; de aangename morgen komt, waarop God u heeft veroorloofd te rusten en zelf uw rust heeft gewijd; welaan dan, gij hebt tevoren veel tijd aan de dienst van de Heere ontstolen (vs.1). Wanneer de werkdag van het leven eindigt, rust dan, mijn geest, van alle moeite verlost, in Gods Vaderhanden, mijn lichaam in de schoot van uw moeder, totdat gij beiden feest zult houden daarboven, waar men in vrede rust, niets denkt of doet, dan God beminnen, God loven (vs.8)
III. Exodus 31 vers 18
Nadat de Heere aan Mozes alles gezegd heeft, wat hij hem over het op te richten heiligdom wilde meedelen, volgt de overgave van de twee tafelen van de wet, tot de ontvangst waarvan Hij hem vooraf tot zich op de berg bescheiden had (hoofdstuk 24:12).
18. En Hij gaf aan Mozes, toen Hij met hem op de berg Sinaï te spreken geëindigd had (hoofdstuk 25:1-31:17), de twee, door Hem zelf gemaakte (hoofdstuk 32:16) ruim 2« el lange en 1« el brede (hoofdstuk 25:10) tafelen van de getuigenis, aan beide zijden (hoofdstuk 32:15) beschreven met de (hoofdstuk 20:1-17) tien geboden die Hij tot de gehele gemeente van de kinderen van Israël gesproken had; deze waren tafelen van steen, om de onvergankelijke voortduring en de onuitwisbare geldigheid van die getuigenis aan te duiden, en beschreven met de vinger van God 1) zelf.
1) Deze tafelen moest Mozes, wanneer de tabernakel met al zijn gereedschappen gereed was, in de Ark van het Verbond leggen (hoofdstuk 40:20). Zonder twijfel zijn er twee tafelen, niet meer en niet minder, omdat de tien woorden zich tot twee laten terugbrengen, tot deze (Deuteronomium. 6:5 Leviticus. 18): “Gij zult liefhebben de Heere uw God, van ganser harte, enz.” en “gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Matth.22:37 vv.). Nergens in de Heilige Schrift wordt echter gezegd, hoeveel en welke woorden op de een, en hoeveel en welke op de tweede tafel geschreven stonden; de gedachten daarover zijn daarom van vroege tijd af verschillend geweest. 1. Sommigen verdeelden de tien geboden in twee gelijke helften en rekenen alzo vijf geboden tot de eerste en vijf geboden tot de tweede tafel; zo verdeelt zowel Philo, die uit (hoofdstuk 20:3-6) twee geboden maakt, als ook Knobel, die vs.2 voor het eerste van de 10 woorden houdt, terwijl hij in vs. 3-6 slechts één gebod ziet. Zij zetten alzo het gebod (vs.12): “Eert uw vader en uw moeder, enz.”, als vijfde woord, mede op de eerste tafel; het volgende gedeelte (vs.13-17) vormt naar hun wijze van berekening eveneens 5 geboden, daar zij (vs.17): “Gij zult niet begeren uws naasten huis, gij zult niet begeren uws naasten vrouw enz.” voor één gebod houden. 2. Anderen, en daaronder onze Gereformeerde kerk, daar zij ook de verzen 3- 6 in twee geboden verdelen, en vs.17 als één opvatten, maar vs.12 niet meer tot de eerste tafel rekenen, maar de tweede daarmee beginnen, verdelen naar de getallen 4,6. 3. Augustinus eindelijk, en met hem de Rooms-Katholieke en de Evangelisch-Luthersche kerk, verdelen naar de getallen 3 en 7, zodat de tweede tafel, evenals in de Gereformeerde kerk met de woorden: “Eert uw vader en uw moeder, enz. begint, deze echter niet het vijfde, maar, na weglating van de woorden (vs.4 vv.) of samentrekking met die van vs.3 eerst het vierde gebod uitmaken, terwijl, door verdeling van vs. 17 in twee geboden, op de tweede tafel een gebod meer komt te staan. Van deze verdelingen is die onder 2, degene, die het minst met de getallensymboliek overeenkomt; wel heeft de Gereformeerde kerk daarin gelijk, dat zij het gebod van ouderliefde mede tot de eerste tafel rekent. Want, hoe waar het ook is, dat de ouders en heren plaatsvervangers van God of middelpersonen, en daarom niet alleen te beminnen, maar ook te eren zijn, zo moeten wij toch, bij de gestrenge nauwkeurigheid, waarmee de wet over haar Monotheïsme (de leer: “er is slechts één God) waakt, en bij de scherpe scheiding, die zij tussen Schepper en schepsel, tussen God en mens stelt, het voor ondenkbaar houden, dat zij aan een gebod, dat de mens betreft, in tegenstelling tot alle gelijksoortige geboden, op de eerste tafel een plaats gegeven zou hebben. Staat het gebod om de ouders te eren, op de eerste tafel, zo is de verplichting jegens de ouders bij de verering van God gevoegd. Zulk een nevenplaatsing moest echter aan de wet als afgoderij voorkomen, want het eerste gebod zegt: “Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.” Tot tegenbewijs kan men zich niet beroepen, op de naam “Goden” (hoofdstuk 21:6; 22:8,28), die aan rechters en overheidspersonen gegeven wordt, wegens de goddelijke majesteit, die in hen verborgen lag (zie Ex 20.12); want de grondtekst spreekt ook daar van God, en noemt slechts het brengen voor de rechters daarom een brengen “voor God,” omdat deze in de naam van God recht spreken. Zo zien wij ons tot de derde wijze, om de tafelen te verdelen, bepaald (zie Ex 20.17). Het vierde gebod van de verplichting jegens ouders, waarmee hier de tweede tafel begint, vormt een geschikte overgang van de eerste tot de tweede, daar zich hierin Gods opperste macht afspiegelt; aan de andere zijde is het toch slechts een betrekking van mensen tot mensen. De volgende geboden beschrijven daarna de verhouding van de nevenorde van mensen tot mensen, en wel in trapsgewijze voortgang (leven, echt, eigendom, daad, woord, begeerte). Daarin, dat het 4de gebod, tot op een zekere hoogte, zich van de overige geboden van de tweede tafel afzondert, ligt wel de reden, dat de Heer in de optelling (Matth.19:18 vv. Mark.10:19 Luk.18:20) het na de andere geboden noemt; Hij kenschetst het daarmee als een zodanig, dat niet geheel onder hetzelfde gezichtspunt valt met de anderen, en neemt het dan toch onder dezelfde hoofdzin tezamen: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf,” waardoor Hij het duidelijk op de tweede tafel plaatst. Opmerkelijk is het daarbij, dat bij Markus en Lukas niet, zoals bij Mattheüs, dezelfde opvolging in het opnoemen van de geboden 5-7 in acht genomen wordt, als in Ex.20 en Deuteronomium. 5: “Gij zult niet doodslaan; gij zult niet echtbreken; gij zult niet stelen”, maar de andere, die wij ook in Rom.13:9 aantreffen: “Gij zult niet echtbreken; gij zult niet doodslaan; gij zult niet stelen. Hieraan ligt de afwijkende volgorde van de Grieksen tekst van de Septuaginta ten grondslag, die dikwijls bij de vertaling van het Oude Testament vrij en willekeurig te werk gaan; bij deze vertaling sluiten zich vele nieuwtestamentische schrijvers aan, waarover later uitvoeriger zal gesproken worden.
Beschreven met de vinger van God, d.i. als onmiddellijk werk van God. God zelf heeft de wet op die stenen ingegrift. Zoiets was Hem niet te moeilijk, die hemel en aarde uit het niet tevoorschijn heeft geroepen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel