Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Gij zult ook een reukaltaarH4196 des reukwerksH4729 maken; van sittimhoutH7848 zult gij het maken.Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.
KJVAnd thou shalt make1an altar2to burn3incense4upon: of shittim6wood5shalt thou make
1וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2מִזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar3מִקְטַ֣רH4729reukwerksto burn...upon4קְטֹ֑רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume5עֲצֵ֥יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood6שִׁטִּ֖יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)7תַּעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
2Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Een elH520 zal zijn lengteH753 zijn, en een elH520 zijn breedteH7341, vierkantH7251 zal het zijnH1961, maar twee ellenH520 deszelfs hoogteH6967; uitH4480 hetzelve zullen zijn hoornenH7161 zijn.Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn.
KJVA cubit1shall be the length2thereof, and a cubit3the breadth4thereof; foursquare5shall it be: and two cubits7shall be the height8thereof: the horns
1אַמָּ֨הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post2אָרְכּ֜וֹH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long3וְאַמָּ֤הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post4רָחְבּוֹ֙H7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness5רָב֣וּעַH7251vierkant, vierkantig, Vierkant(four-) square(-d)6יִהְיֶ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7וְאַמָּתַ֖יִםH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post8קֹמָת֑וֹH6967hoogte, stam, el hoogte[idiom] along, height, high, stature, tall9מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10קַרְנֹתָֽיוH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn
3En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En gij zult het met louterH2889goudH2091overtrekkenH6823, zijn dakH1406 en deszelfs wandenH7023rondomH5439, als ook zijn hoornenH7161; en gij zult het een goudenH2091kransH2213rondomH5439makenH6213.En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.
KJVAnd thou shalt overlay1it with pure4gold,3the top6thereof, and the sides8thereof round about,9and the horns11thereof; and thou shalt make12unto it a crown14of gold15round about.
1וְצִפִּיתָ֨H6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay2אֹת֜וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֗וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6גַּגּ֧וֹH1406dak, dakenroof (of the house), (house) top (of the house)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8קִירֹתָ֛יוH7023wand, wanden, metselaars[phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall9סָבִ֖יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11קַרְנֹתָ֑יוH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn12וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לּ֛וֹ14זֵ֥רH2213kranscrown15זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather16סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
4Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Gij zult ook tweeH8147goudenH2091ringenH2885 daaraan makenH6213, onderH8478 zijn kransH2213; aanH5921 zijn tweeH8147 zijden zult gij dezelveH1992makenH6213, aanH5921 zijn beideH8147 zijden; en zij zullen zijnH1961 tot plaatsenH1004 voor de handbomenH905, dat men het daarmede drageH5375.Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.
Ook in dit vers
zijdenH6654
zijdenH6763
KJVAnd two1golden3rings2shalt thou make4to it under the crown7of it, by the two9corners10thereof, upon the two13sides14of it shalt thou make11it; and they shall be for places16for the staves17to bear18it withal.
1וּשְׁתֵּי֩H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2טַבְּעֹ֨תH2885ringen, ring, vingerringring3זָהָ֜בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4תַּֽעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לּ֣וֹ6מִתַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with7לְזֵר֗וֹH2213kranscrown8עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two10צַלְעֹתָ֔יוH6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)11תַּעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two14צִדָּ֑יוH6654zijden(be-) side15וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16לְבָתִּ֣יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17לְבַדִּ֔יםH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength18לָשֵׂ֥אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield19אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20בָּהֵֽמָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
5De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5De draagbomenH905 nu zult gij van sittimhoutH7848makenH6213, en gij zult die met goudH2091overtrekkenH6823.De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.
KJVAnd thou shalt make1the staves3of shittim5wood,4and overlay6them with gold.
1וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבַּדִּ֖יםH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)6וְצִפִּיתָ֥H6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay7אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
6En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En gij zult het zettenH5414voorH6440 den voorhangH6532, dieH834 voor de arkH727 der getuigenisH5715 zijn zal; voorH6440 het verzoendekselH3727, hetwelkH834 zijn zal bovenH5921 de getuigenisH5715, waarheen Ik met u samenkomenH3259 zal.En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.
KJVAnd thou shalt put1it before3the vail4that is by the ark7of the testimony,8before9the mercy seat10that is over the testimony,13where I will meet
1וְנָתַתָּ֤הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4הַפָּרֹ֔כֶתH6532voorhang, voorhangsvail5אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אֲרֹ֣ןH727ark, kistark, chest, coffin8הָעֵדֻ֑תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness9לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הַכַּפֹּ֗רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat11אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָ֣עֵדֻ֔תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness14אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אִוָּעֵ֥דH3259vergaderd, dagvaarden, komenagree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time)16לְךָ֖17שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
7En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En AaronH175 zal daarop aanstekenH6999 welriekende specerijenH7004; allen morgenH1242, als hij de lampenH5216 wel zal toegerichtH3190 hebben, zal hij dezelve aanstekenH6999.En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.
8En als Aaron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En als AaronH175 de lampenH5216 aansteken zal, tussenH996 de twee avondenH6153, zal hij dat aanstekenH6999; het zal een gedurigH8548reukwerkH7004 zijn, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, bij uw geslachtenH1755.En als Aaron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.
Ook in dit vers
aanstekenH5927
KJVAnd when Aaron2lighteth1the lamps4at even,6he shall burn incense7upon it, a perpetual9incense8before10the LORD11throughout your generations.
1וּבְהַעֲלֹ֨תH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2אַהֲרֹ֧ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַנֵּרֹ֛תH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light5בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6הָעֲרְבַּ֖יִםH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night7יַקְטִירֶ֑נָּהH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)8קְטֹ֧רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume9תָּמִ֛ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual10לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12לְדֹרֹתֵיכֶֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
9Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Gij zult geen vreemdH2114reukwerkH7004opH5921 hetzelve aanstekenH5927, nochH3808brandofferH5930, noch spijsofferH4503; gij zult ook geen drankofferH5262 daarop gietenH5258.Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.
KJVYe shall offer2no strange5incense4thereon, nor burnt sacrifice,6nor meat offering;7neither shall ye pour10drink offering
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַעֲל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4קְטֹ֥רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume5זָרָ֖הH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)6וְעֹלָ֣הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)7וּמִנְחָ֑הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice8וְנֵ֕סֶךְH5262drankofferen, drankoffer, beeldcover, drink offering, molten image9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִסְּכ֖וּH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)11עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
10En Aaron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En AaronH175 zal eens in het jaarH8141overH5921 deszelfs hoornenH7161verzoeningH3722 doen, met het bloedH1818 des zondoffersH2403 der verzoeningenH3725; eens in het jaarH8141 zal hij verzoeningH3722 daarop doen bijH5921 uw geslachtenH1755; het is heiligheidH6944 der heilighedenH6944 den HEEREH3068!En Aaron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!
KJVAnd Aaron2shall make an atonement1upon the horns4of it once5in a year6with the blood7of the sin offering8of atonements:9once10in the year11shall he make atonement12upon it throughout your generations:14it is most15holy16unto the LORD.
1וְכִפֶּ֤רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)2אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4קַרְנֹתָ֔יוH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn5אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6בַּשָּׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7מִדַּ֞םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent8חַטַּ֣אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)9הַכִּפֻּרִ֗יםH3725verzoeningen, verzoeningatonement10אַחַ֤תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11בַּשָּׁנָה֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12יְכַפֵּ֤רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)13עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity15קֹֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary16קָֽדָשִׁ֥יםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary17ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
12Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Als gij de somH7218 van de kinderenH1121IsraelsH3478opnemenH5375 zult, naar de geteldenH6485 onder hen, zo zullen zij een iegelijkH376 de verzoeningH3724 zijner zielH5315 den HEEREH3068gevenH5414, als gij hen tellenH6485 zult; opdat onder hen geenH3808plageH5063zijH1961, als gij hen tellenH6485 zult.Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
KJVWhen thou takest2the sum4of the children5of Israel6after their number,7then shall they give8every man9a ransom10for his soul11unto the LORD,12when thou numberest13them; that there be no plague18among them, when thou numberest
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תִשָּׂ֞אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4רֹ֥אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top5בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6יִשְׂרָאֵ֘לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7לִפְקֻדֵיהֶם֒H6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want8וְנָ֨תְנ֜וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10כֹּ֧פֶרH3724verzoening, rantsoen, losgeldbribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village11נַפְשׁ֛וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it12לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בִּפְקֹ֣דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want14אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17בָהֶ֛ם18נֶ֖גֶףH5063plaag, plage, aanstootsplague, stumbling19בִּפְקֹ֥דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want20אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
13Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar de sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Dit zullen zij gevenH5414, alH3605 die tot de geteldenH6485overgaatH5674, de helftH4276 eens sikkelsH8255, naar de sikkelH8255 des heiligdomsH6944 (deze sikkel is twintigH6242geraH1626); de helftH4276 eens sikkelsH8255 is een hefofferH8641 den HEEREH3068.Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar de sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.
KJVThis they shall give,2every one that passeth4among5them that are numbered,6half7a shekel8after the shekel9of the sanctuary:10(a shekel13is twenty11gerahs:)12an half14shekel15shall be the offering16of the LORD.
1זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2יִתְּנ֗וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעֹבֵר֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַפְּקֻדִ֔יםH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want7מַחֲצִ֥יתH4276helft, half, halvenhalf (so much), mid(-day)8הַשֶּׁ֖קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel9בְּשֶׁ֣קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel10הַקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11עֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)12גֵּרָה֙H1626geragerah13הַשֶּׁ֔קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel14מַחֲצִ֣יתH4276helft, half, halvenhalf (so much), mid(-day)15הַשֶּׁ֔קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel16תְּרוּמָ֖הH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)17לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14AlH3605 wie overgaatH5674 tot de geteldenH6485, van twintigH6242jarenH8141oudH1121 en daarboven, zal het hefofferH8641 des HEERENH3068gevenH5414.Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.
KJVEvery one that passeth2among them that are numbered,4from twenty6years7old5and above,8shall give9an offering10unto the LORD.
1כֹּ֗לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הָעֹבֵר֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַפְּקֻדִ֔יםH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want5מִבֶּ֛ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6עֶשְׂרִ֥יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)7שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8וָמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very9יִתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10תְּרוּמַ֥תH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
15De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des HEEREN geeft om voor uw zielen verzoening te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15De rijkeH6223 zal het nietH3808vermeerderenH7235, en de armeH1800 zal het nietH3808verminderenH4591 van de helftH4276 des sikkelsH8255, als gij het hefofferH8641 des HEERENH3068geeftH5414 om voor uw zielenH5315verzoeningH3722 te doen.De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des HEEREN geeft om voor uw zielen verzoening te doen.
KJVThe rich1shall not give more,3and the poor4shall not give less6than half7a shekel,8when they give9an offering11unto the LORD,12to make an atonement13for your souls.
1הֶֽעָשִׁ֣ירH6223rijke, rijken, rijkrich (man)2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יַרְבֶּ֗הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very4וְהַדַּל֙H1800armen, arme, armlean, needy, poor (man), weaker5לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יַמְעִ֔יטH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing7מִֽמַּחֲצִ֖יתH4276helft, half, halvenhalf (so much), mid(-day)8הַשָּׁ֑קֶלH8255sikkelen, sikkel, sikkelsshekel9לָתֵת֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11תְּרוּמַ֣תH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)12יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13לְכַפֵּ֖רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15נַפְשֹׁתֵיכֶֽםH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
16Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israels nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israels ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN, om voor uw zielen verzoening te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Gij dan zult het geldH3701 der verzoeningenH3725 van de kinderenH1121IsraelsH3478nemenH3947, en zult het leggenH5414 tot den dienstH5656 van de tentH168 der samenkomstH4150; en het zal den kinderenH1121IsraelsH3478 ter gedachtenisH2146zijnH1961, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, om voor uw zielenH5315verzoeningH3722 te doen.Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israels nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israels ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN, om voor uw zielen verzoening te doen.
KJVAnd thou shalt take1the atonementmoney3of the children6of Israel,7and shalt appoint8it for the service11of the tabernacle12of the congregation;13that it may be a memorial17unto the children15of Israel16before18the LORD,19to make an atonement4for your souls.
1וְלָקַחְתָּ֞H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כֶּ֣סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)4הַכִּפֻּרִ֗יםH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)5מֵאֵת֙H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וְנָתַתָּ֣H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11עֲבֹדַ֖תH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought12אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent13מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)14וְהָיָה֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לִבְנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵ֤לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17לְזִכָּרוֹן֙H2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record18לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20לְכַפֵּ֖רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22נַפְשֹׁתֵיכֶֽםH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En de HEEREH3068sprakH1696totH413MozesH4872, zeggendeH559:En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
18Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij zult ook een koperenH5178wasvatH3595makenH6213, met zijn koperenH5178voetH3653, om te wassenH7364; en gij zult het zettenH5414tussenH996 de tentH168 der samenkomstH4150, en tussenH996 het altaarH4196, en gij zult waterH4325 daarin doen;Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;
KJVThou shalt also make1a laver2of brass,3and his foot4also of brass,5to wash6withal: and thou shalt put7it between the tabernacle10of the congregation11and the altar,13and thou shalt put14water
1וְעָשִׂ֜יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כִּיּ֥וֹרH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold3נְחֹ֛שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel4וְכַנּ֥וֹH3653voet, staat, rechtbase, estate, foot, office, place, well5נְחֹ֖שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel6לְרָחְצָ֑הH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)7וְנָתַתָּ֣H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בֵּֽיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10אֹ֤הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent11מוֹעֵד֙H4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)12וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within13הַמִּזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar14וְנָתַתָּ֥H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither16מָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
19Dat Aaron en zijn zonen zich daaruit wassen, hun handen en voeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Dat AaronH175 en zijn zonenH1121 zich daaruit wassenH7364, hun handenH3027 en voetenH7272.Dat Aaron en zijn zonen zich daaruit wassen, hun handen en voeten.
KJVFor Aaron2and his sons3shall wash1their hands6and their feet
1וְרָחֲצ֛וּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)2אַהֲרֹ֥ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3וּבָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מִמֶּ֑נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְדֵיהֶ֖םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8רַגְלֵיהֶֽםH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
20Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Wanneer zij in de tentH168 der samenkomstH4150 zullen gaan, zo zullen zij zich met waterH4325wassenH7364, opdat zij nietH3808stervenH4191; ofH176 wanneer zij totH413 het altaarH4196naderenH5066, om te dienenH8334, dat zij het vuurofferH801 den HEEREH3068aanstekenH6999;Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;
KJVWhen they go1into the tabernacle3of the congregation,4they shall wash5with water,6that they die8not; or when they come near10to the altar12to minister,13to burn offering14made by fire15unto the LORD:
1בְּבֹאָ֞םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֹ֧הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent4מוֹעֵ֛דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)5יִרְחֲצוּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)6מַ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))7וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָמֻ֑תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise9א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether10בְגִשְׁתָּ֤םH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הַמִּזְבֵּ֨חַ֙H4196altaar, altaren, altaarsaltar13לְשָׁרֵ֔תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on14לְהַקְטִ֥ירH6999aansteken, roken, gerooktburn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)15אִשֶּׁ֖הH801vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers(offering, sacrifice), (made) by fire16לַֽיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
21Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zij zullen dan hun handenH3027 en voetenH7272wassenH7364, opdat zij nietH3808stervenH4191; en dit zal hun een eeuwigeH5769inzettingH2706 zijn, voor hem en zijn zaadH2233, bij hun geslachtenH1755.Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.
KJVSo they shall wash1their hands2and their feet,3that they die5not: and it shall be a statute8for ever9to them, even to him and to his seed11throughout their generations.
1וְרָחֲצ֛וּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)2יְדֵיהֶ֥םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3וְרַגְלֵיהֶ֖םH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time4וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יָמֻ֑תוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6וְהָיְתָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לָהֶ֧ם8חָקH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task9עוֹלָ֛םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)10ל֥וֹ11וּלְזַרְע֖וֹH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time12לְדֹרֹתָֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Verder sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
23Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Gij nu, neemH3947 u de voornaamsteH7218specerijenH1314, de zuiversteH1865mirreH4753, vijfhonderdH2568 sikkels, en specerijkaneelH1314, halfH4276zoveelH4276 namelijk tweehonderdH3967 en vijftigH2572 sikkels, ook specerijkalmusH1314, tweehonderdH3967 en vijftigH2572 sikkels;Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;
KJVTake2thou also unto thee principal5spices,4of pure7myrrh6five8hundred9shekels, and of sweet11cinnamon10half12so much,even two hundred14and fifty13shekels, and of sweet16calamus15two hundred18and fifty
24Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkels des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Ook kassieH6916, vijfhonderdH2568, naar den sikkelsH8255 des heiligdomsH6944, en olieH8081 van olijfbomenH2132 een hinH1969;Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkels des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;
KJVAnd of cassia1five2hundred3shekels, after the shekel4of the sanctuary,5and of oil6olive7an hin:
25En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En maakH6213 daarvan een olieH8081 der heiligeH6944zalvingH4888, een zalfH7545, heel kunstiglijkH4639 gemaakt, naar apothekerswerkH7543; het zal een olieH8081 der heiligeH6944zalvingH4888zijnH1961.En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.
KJVAnd thou shalt make1it an oil3of holy5ointment,4an ointment6compound7after the art8of the apothecary:9it shall be an holy12anointing11oil.
1וְעָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שֶׁ֚מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine4מִשְׁחַתH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment5קֹ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6רֹ֥קַחH7545zalfconfection, ointment7מִרְקַ֖חַתH4842apothekerskunst, reukwerkprepared by the apothecaries' art, compound, ointment8מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought9רֹקֵ֑חַH7543apothekers, apothekerswerk, bereidersapothecary, compound, make (ointment), prepare, spice10שֶׁ֥מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine11מִשְׁחַתH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment12קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary13יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
26En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En met dezelve zult gij zalvenH4886 de tentH168 der samenkomstH4150, en de arkH727 der getuigenisH5715.En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis.
KJVAnd thou shalt anoint1the tabernacle4of the congregation5therewith, and the ark7of the testimony,
1וּמָשַׁחְתָּ֥H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint2ב֖וֹ3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5מוֹעֵ֑דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲר֥וֹןH727ark, kistark, chest, coffin8הָעֵדֻֽתH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness
27En de tafel met al haar gereedschap, en de kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En de tafelH7979 met alH3605 haar gereedschapH3627, en de kandelaarH4501 met zijn gereedschapH3627, en het reukaltaarH4196;En de tafel met al haar gereedschap, en de kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;
KJVAnd the table2and all his vessels,5and the candlestick7and his vessels,9and the altar11of incense,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַשֻּׁלְחָן֙H7979tafel, tafelen, tafelstable3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5כֵּלָ֔יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמְּנֹרָ֖הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כֵּלֶ֑יהָH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever10וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar12הַקְּטֹֽרֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume
28En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En het altaarH4196 des brandoffersH5930, met alH3605 zijn gereedschapH3627, en het wasvatH3595 met zijn voetH3653.En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.
KJVAnd the altar2of burnt offering3with all his vessels,6and the laver8and his foot.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar3הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַכִּיֹּ֖רH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כַּנּֽוֹH3653voet, staat, rechtbase, estate, foot, office, place, well
29Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Gij zult ze alzo heiligenH6942, dat zijH1961heiligheidH6944 der heilighedenH6944 zijn; alH3605 wat ze aanroertH5060, zal heiligH6942 zijn.Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.
KJVAnd thou shalt sanctify1them, that they may be most4holy:5whatsoever toucheth7them shall be holy.
1וְקִדַּשְׁתָּ֣H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly2אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3וְהָי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4קֹ֣דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5קָֽדָשִׁ֑יםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַנֹּגֵ֥עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch8בָּהֶ֖ם9יִקְדָּֽשׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly
30Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Gij zult ook AaronH175 en zijn zonenH1121zalvenH4886, en gij zult hen heiligenH6942, om Mij het priesterambt te bedienen.Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.
Ook in dit vers
priesterambt bedienenH3547
KJVAnd thou shalt anoint5Aaron2and his sons,4and consecrate6them, that they may minister unto me in the priest's office.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אַהֲרֹ֥ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בָּנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5תִּמְשָׁ֑חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint6וְקִדַּשְׁתָּ֥H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly7אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8לְכַהֵ֥ןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)9לִֽי
31En gij zult tot de kinderen Israels spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En gij zult totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478sprekenH1696, zeggendeH559: DitH2088 zal Mij een olieH8081 der heiligeH6944zalvingH4888zijnH1961 bij uw geslachtenH1755.En gij zult tot de kinderen Israels spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten.
KJVAnd thou shalt speak4unto the children2of Israel,3saying,5This shall be an holy8anointing7oil6unto me throughout your generations.
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4תְּדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6שֶׁ֠מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine7מִשְׁחַתH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment8קֹ֨דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10זֶ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11לִ֖י12לְדֹרֹתֵיכֶֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
32Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32OpH5921 geens mensenH120vleesH1320 zal men ze gietenH3251; gij zult ook naar haar maakselH4971geenH3808 dergelijke makenH6213; hetH1931 is heiligheidH6944, zij zal ulieden heiligheidH6944zijnH1961.Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.
KJVUpon man's3flesh2shall it not be poured,5neither shall ye make8any other like it, after the composition6of it: it is holy,10and it shall be holy
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2בְּשַׂ֤רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin3אָדָם֙H120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִיסָ֔ךְH3251gietenbe poured6וּבְמַ֨תְכֻּנְתּ֔וֹH4971maaksel, gestaltenis, getalcomposition, measure, state, tale7לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תַעֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9כָּמֹ֑הוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth10קֹ֣דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary13יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לָכֶֽם
33De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33De manH376, dieH834 zulk een zalfH7543 maken zal als deze, of die daarvan opH5921 wat vreemdsH2114 doet, die zal uitgeroeidH3772 worden uitH4480 zijn volkenH5971.De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
KJVWhosoever2compoundeth3any like it, or whosoever putteth6any of it upon a stranger,9shall even be cut10off from his people.
1אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יִרְקַ֣חH7543apothekers, apothekerswerk, bereidersapothecary, compound, make (ointment), prepare, spice4כָּמֹ֔הוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth5וַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יִתֵּ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9זָ֑רH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)10וְנִכְרַ֖תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want11מֵעַמָּֽיוH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
34Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Verder zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: NeemH3947 tot u welriekende specerijenH5561, mirresapH5198, en onicheH7827, en galbanH2464, deze welriekende specerijenH5561, en zuiverenH2134wierookH3828; dat elk bijzonderH905zijH1961.Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Take5unto thee sweet spices,7stacte,8and onycha,9and galbanum;10these sweet11spiceswith pure13frankincense:12of each14shall there be a like
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5קַחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6לְךָ֣7סַמִּ֗יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)8נָטָ֤ףH5198druppelen, mirresapdrop, stacte9וּשְׁחֵ֨לֶת֙H7827onicheonycha10וְחֶלְבְּנָ֔הH2464galbangalbanum11סַמִּ֖יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)12וּלְבֹנָ֣הH3828wierook(frank-) incense13זַכָּ֑הH2134zuiver, zuiveren, reinclean, pure14בַּ֥דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength15בְּבַ֖דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength16יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
35En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En gij zult een reukwerkH7004 ener zalfH7545 daaruit makenH6213, naar het werkH4639 des apothekersH7543, gemengdH4414, reinH2889, heiligH6944.En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.
KJVAnd thou shalt make1it a perfume,3a confection4after the art5of the apothecary,6tempered7together, pure8and holy:
1וְעָשִׂ֤יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֹתָהּ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3קְטֹ֔רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume4רֹ֖קַחH7545zalfconfection, ointment5מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought6רוֹקֵ֑חַH7543apothekers, apothekerswerk, bereidersapothecary, compound, make (ointment), prepare, spice7מְמֻלָּ֖חH4414geenszins, gemengd, verdwijnen[idiom] at all, salt, season, temper together, vanish away8טָה֥וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)9קֹֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
36En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36En gij zult vanH4480 hetzelve heel klein pulverH7833stotenH1854, en gij zult daarvan leggenH5414voorH6440 de getuigenisH5715 in de tentH168 der samenkomstH4150, waarheen Ik tot u komenH3259 zal; het zal ulieden heiligheidH6944 der heilighedenH6944zijnH1961.En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.
KJVAnd thou shalt beat1some of it very small,3and put4of it before6the testimony7in the tabernacle8of the congregation,9where I will meet11with thee: it shall be unto you most14holy.
1וְשָֽׁחַקְתָּ֣H7833vergruisde, pulver, vermalenbeat, wear2מִמֶּנָּה֮H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הָדֵק֒H1854vergruisde, klein, stamptebeat in pieces (small), bruise, make dust, (into) [idiom] powder, (be, very) small, stamp (small)4וְנָתַתָּ֨הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5מִמֶּ֜נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6לִפְנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7הָעֵדֻת֙H5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness8בְּאֹ֣הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent9מוֹעֵ֔דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)10אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אִוָּעֵ֥דH3259vergaderd, dagvaarden, komenagree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time)12לְךָ֖13שָׁ֑מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14קֹ֥דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary15קָֽדָשִׁ֖יםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary16תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17לָכֶֽם
37Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Doch naar het maakselH4971 dezes reukwerksH7004, hetwelkH834 gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geenH3808 maken; het zal u heiligheidH6944zijnH1961 voor den HEEREH3068.Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.
KJVAnd as for the perfume1which thou shalt make,3ye shall not make6to yourselves according to the composition4thereof: it shall be unto thee holy8for the LORD.
1וְהַקְּטֹ֨רֶת֙H7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume2אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תַּעֲשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4בְּמַ֨תְכֻּנְתָּ֔הּH4971maaksel, gestaltenis, getalcomposition, measure, state, tale5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תַעֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7לָכֶ֑ם8קֹ֛דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9תִּהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לְךָ֖11לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
38De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38De manH376, dieH834 dergelijke makenH6213 zal, om daaraan te riekenH7306, die zal uitgeroeidH3772 worden uit zijn volkenH5971.De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
KJVWhosoever2shall make3like unto that, to smell5thereto, shall even be cut off7from his people.
1אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4כָמ֖וֹהָH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth5לְהָרִ֣יחַH7306rieken, rook, riektaccept, smell, [idiom] touch, make of quick understanding6בָּ֑הּ7וְנִכְרַ֖תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want8מֵעַמָּֽיוH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 30:1— Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.Exodus 37:25→Openbaring 8:3→Leviticus 4:7→Exodus 40:5→Exodus 30:7→2 Kronieken 26:16→Exodus 30:10→Leviticus 4:18→
Exodus 30:2— Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn.Exodus 27:2→
Exodus 30:3— En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.Exodus 25:11→Exodus 25:24→
Exodus 30:4— Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.Exodus 25:27→Exodus 27:4→Exodus 27:7→Exodus 26:29→Exodus 25:12→Exodus 25:14→
Exodus 30:5— De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.Exodus 25:13→Exodus 25:27→
Exodus 30:6— En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.Exodus 25:21→Hebreeën 9:3→Leviticus 16:13→Hebreeën 4:16→Exodus 40:5→Exodus 40:3→Numeri 17:4→Exodus 26:31→
Exodus 30:7— En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.1 Samuël 2:28→1 Kronieken 23:13→Exodus 27:20→Lukas 1:9→1 Samuël 3:3→Handelingen 6:4→Exodus 30:34→
Exodus 30:8— En als Aaron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.Hebreeën 9:24→Hebreeën 7:25→Exodus 12:6→1 Thessalonicenzen 5:17→Romeinen 8:34→
Exodus 30:9— Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.Leviticus 10:1→
Exodus 30:10— En Aaron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!Leviticus 16:18→Leviticus 23:27→Hebreeën 9:22→Leviticus 16:5→Hebreeën 9:7→Leviticus 16:29→Exodus 29:36→Hebreeën 1:3→
Exodus 30:12— Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.Numeri 31:50→Psalmen 49:7→Mattheüs 20:28→Exodus 38:25→Job 36:18→Numeri 1:2→Numeri 26:2→2 Kronieken 24:6→
Exodus 30:13— Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar de sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.Leviticus 27:25→Numeri 3:47→Ezechiël 45:12→Exodus 38:26→Mattheüs 27:24→Mattheüs 17:24→
Exodus 30:14— Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.Numeri 1:20→Numeri 26:2→Numeri 1:3→Numeri 14:29→Numeri 32:11→Numeri 1:18→
Exodus 30:15— De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des HEEREN geeft om voor uw zielen verzoening te doen.Efeze 6:9→Spreuken 22:2→Kolossenzen 3:25→2 Samuël 21:3→Leviticus 17:11→Job 34:19→Numeri 31:50→Exodus 30:12→
Exodus 30:16— Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israels nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israels ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN, om voor uw zielen verzoening te doen.Numeri 16:40→Exodus 38:25→Exodus 12:14→Nehemia 10:32→Lukas 22:19→
Exodus 30:18— Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;Exodus 38:8→Exodus 40:7→1 Koningen 7:38→Zacharia 13:1→Exodus 40:30→2 Kronieken 4:6→Titus 3:5→2 Kronieken 4:2→
Exodus 30:19— Dat Aaron en zijn zonen zich daaruit wassen, hun handen en voeten.Jesaja 52:11→Exodus 40:31→Psalmen 26:6→Hebreeën 10:22→Openbaring 1:5→Titus 3:5→Johannes 13:8→Hebreeën 9:10→
Exodus 30:20— Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;Leviticus 10:1→Exodus 12:15→Handelingen 5:5→1 Samuël 6:19→Hebreeën 12:28→1 Kronieken 13:10→Handelingen 5:10→Leviticus 16:1→
Exodus 30:21— Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.Exodus 28:43→Exodus 27:21→
Exodus 30:23— Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;Hooglied 4:14→Ezechiël 27:19→Ezechiël 27:22→Jeremia 6:20→Psalmen 45:8→Spreuken 7:17→Exodus 37:29→Hooglied 1:3→
Exodus 30:24— Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkels des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;Psalmen 45:8→Exodus 29:40→Leviticus 19:36→Numeri 15:5→Ezechiël 45:12→Numeri 3:47→
Exodus 30:25— En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.Exodus 37:29→Psalmen 89:20→Numeri 35:25→Psalmen 133:2→Hebreeën 1:9→1 Kronieken 9:30→Exodus 40:9→
Exodus 30:26— En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis.Numeri 7:1→Leviticus 8:10→Exodus 40:9→1 Johannes 2:27→2 Korinthe 1:21→1 Johannes 2:20→Handelingen 10:38→Jesaja 61:1→
Exodus 30:29— Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.Exodus 29:37→Mattheüs 23:19→Leviticus 6:18→Mattheüs 23:17→
Exodus 30:30— Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.Leviticus 8:12→Leviticus 8:30→Exodus 28:3→Numeri 3:3→Exodus 29:7→Exodus 40:15→
Exodus 30:31— En gij zult tot de kinderen Israels spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten.Psalmen 89:20→Leviticus 8:12→Leviticus 21:10→Exodus 37:29→
Exodus 30:32— Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.Exodus 30:25→Leviticus 21:10→Exodus 30:37→Mattheüs 7:6→
Exodus 30:33— De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.Exodus 30:38→Genesis 17:14→Exodus 12:15→Leviticus 17:9→Leviticus 23:29→Leviticus 7:20→Lukas 12:1→Exodus 29:33→
Exodus 30:34— Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.Exodus 25:6→Exodus 37:29→Exodus 30:23→1 Kronieken 9:29→Leviticus 2:1→Mattheüs 2:11→Nehemia 13:5→Leviticus 24:7→
Exodus 30:35— En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.Leviticus 2:13→Exodus 30:25→Hooglied 1:3→Hooglied 3:6→Spreuken 27:9→Johannes 12:3→
Exodus 30:36— En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.Exodus 25:22→Exodus 30:6→Exodus 29:42→Exodus 16:34→Leviticus 16:2→
Exodus 30:37— Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.Exodus 30:32→Leviticus 2:3→Exodus 29:37→
Exodus 30:38— De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.Exodus 30:33→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 30 vers 1— Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.
des reukwerks maken;
Om iederen dag reukwerk daarop aan te steken. Dit altaar stond in het voorste deel des tabernakels voor het voorhangsel. Het was wel eigenlijk tot het reukwerk gemaakt, doch somtijds werd daarop ook de verzoening met bloed gedaan, gelijk te zien is onder, vs.10, en Lev. 4:7.
Hertaald:des reukwerks maken;
Om er elke dag reukwerk op aan te steken. Dit altaar stond in het voorste deel van de tabernakel, vóór het voorhangsel. Het was eigenlijk voor het reukwerk gemaakt, maar soms werd er ook de verzoening met bloed op gedaan, zoals te zien is hieronder, vers 10, en in Lev. 4:7.
Exodus 30 vers 3— En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.
met louter goud overtrekken,
Het wordt Num. 4:11, genoemd het gouden altaar; maar Ezech. 41:22 het houten altaar.
Hertaald:met louter goud overtrekken,
In Num. 4:11 wordt het het gouden altaar genoemd; maar in Ezech. 41:22 het houten altaar.
wanden rondom,
Dat is, de zijden, want gelijk door het dak wordt verstaan het deksel of de bovenplank des altaars, waar men het reukwerk op zette, alzo moet men hier door de wanden verstaan de zijden des altaars.
Hertaald:wanden rondom,
Dat is: de zijden; want zoals met het dak het deksel of de bovenplaat van het altaar wordt bedoeld, waar men het reukwerk op zette, zo moet men hier onder de wanden de zijkanten van het altaar verstaan.
Exodus 30 vers 4— Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.
tot plaatsen voor de handbomen,
Dat is, om de handbomen daarin te steken; te weten, wanneer de tabernakel zal verdragen of op een andere plaats zal gebracht worden; Num. 4:5, Num. 4:11, Num. 4:15.
Hertaald:tot plaatsen voor de handbomen,
Dat is: om de draagstokken erin te steken, namelijk wanneer de tabernakel verplaatst of naar een andere plaats gebracht zal worden; Num. 4:5, Num. 4:11, Num. 4:15.
het daarmede drage
Te weten, het altaar.
Hertaald:het daarmede drage
Namelijk: het altaar.
Exodus 30 vers 6— En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.
den voorhang,
Dit voorhangsel was een scheidsel, tussen de plaats, waar de priesters hun dienst deden, en het heilige der heiligen, waar de ark stond. die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.
Hertaald:den voorhang,
Dit voorhangsel was een scheiding tussen de plaats waar de priesters hun dienst deden en het heilige der heiligen, waar de ark stond, die vóór de ark der getuigenis zou zijn; vóór het verzoendeksel, dat boven de getuigenis zou zijn, waar Ik met u zal samenkomen.
Exodus 30 vers 7— En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.
allen morgen,
Hebreeuws, in den morgen in den morgen. lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.
Hertaald:allen morgen,
Hebreeuws: in de morgen, in de morgen. Wanneer hij de lampen goed heeft klaargemaakt, zal hij ze aansteken.
Exodus 30 vers 8— En als Aaron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.
dat aansteken;
Te weten, het reukwerk.
Hertaald:dat aansteken;
Namelijk: het reukwerk.
reukwerk zijn,
Of, rookwerk, roking. voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.
Hertaald:reukwerk zijn,
Of: rookwerk. Voor het aangezicht van de HEERE, door al uw generaties heen.
Exodus 30 vers 9— Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.
vreemd reukwerk op hetzelve aansteken,
Dat is, van elders gebracht, of anders toebereid, zoals vs.34-36 verordineerd wordt.
Hertaald:vreemd reukwerk op hetzelve aansteken,
Dat is: van elders aangevoerd, of anders bereid dan zoals in vers 34-36 wordt voorgeschreven.
brandoffer,
Tot het brandoffer en spijsoffer was dit altaar verordineerd, waarvan Ex. 27:1, gesproken wordt. spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.
Hertaald:brandoffer,
Dit altaar was bestemd voor het brandoffer en het spijsoffer, waarover in Ex. 27:1 gesproken wordt; u zult er ook geen drankoffer op gieten.
Exodus 30 vers 10— En Aaron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!
eens in het jaar
Te weten, op den tienden dag der zevende maand, die daarom genoemd werd de dag der verzoening; Lev. 23:27.
Hertaald:eens in het jaar
Namelijk: op de tiende dag van de zevende maand, die daarom de verzoendag genoemd werd; Lev. 23:27.
verzoening doen,
Of, de verzoening doen.
Hertaald:verzoening doen,
Of: de verzoening doen.
zondoffers der verzoeningen;
Dat is, des zondoffers, waardoor de verzoening gemaakt wordt.
Hertaald:zondoffers der verzoeningen;
Dat is: van het zondoffer, waardoor de verzoening tot stand komt.
Exodus 30 vers 12— Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
som van de kinderen Israëls opnemen zult,
Hebreeuws, het hoofd.
Hertaald:som van de kinderen Israëls opnemen zult,
Hebreeuws: het hoofd.
naar de getelden onder hen,
Dat is, naar degenen, die uit hen te tellen zullen zijn.
Hertaald:naar de getelden onder hen,
Dat is: naar degenen die onder hen geteld zullen worden.
de verzoening
Dat is, de prijs waarmede een iegelijk zijn leven redde.
Hertaald:de verzoening
Dat is: de prijs waarmee ieder zijn leven vrijkocht.
zijner ziel
Dat is, zijns levens, of, zijns persoons en zo in het volgende.
Hertaald:zijner ziel
Dat is: van zijn leven, of van zijn persoon, en zo ook hierna.
geven,
Te weten, eens vooral, niet ieder jaar. gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
Hertaald:geven,
Namelijk: eens en voor altijd, niet elk jaar. ...wanneer u hen telt, zodat er onder hen geen plaag zal zijn wanneer u hen telt.
Exodus 30 vers 13— Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar de sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.
die tot de getelden overgaat,
Dat is, die overgaat van degenen, die geteld zullen worden, tot degenen die geteld zijn.
Hertaald:die tot de getelden overgaat,
Dat is: wie overgaat van degenen die geteld zullen worden naar degenen die al geteld zijn.
naar den sikkel des heiligdoms
Zie van de waarde des sikkels Gen. 20:16.
Hertaald:naar den sikkel des heiligdoms
Zie voor de waarde van de sikkel Gen. 20:16.
gera);
Zie Lev. 27:25. sikkels is een hefoffer den HEERE.
Hertaald:gera);
Zie Lev. 27:25. ...sikkels is een hefoffer voor de HEERE.
Exodus 30 vers 14— Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.
van twintig jaren oud en daarboven,
Hebreeuws, een zoon van twintig jaar; dat is, gaande in zijn twintigste jaar; hoe hoog het aantal mannen belopen heeft, zie Ex. 38:25-26. hefoffer des HEEREN geven.
Hertaald:van twintig jaren oud en daarboven,
Hebreeuws: een zoon van twintig jaar; dat is: die zijn twintigste jaar ingaat; voor het aantal mannen, zie Ex. 38:25-26. ...zal een hefoffer voor de HEERE geven.
Exodus 30 vers 16— Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israels nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israels ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN, om voor uw zielen verzoening te doen.
tot den dienst
Of, tot het werk, of gereedschap. Zie onder, Ex. 38:27-28.
Hertaald:tot den dienst
Of: voor het werk, of het gereedschap. Zie hieronder, Ex. 38:27-28.
Exodus 30 vers 18— Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;
een koperen wasvat maken,
Dit werd gemaakt van de spiegels der vrouwen; Ex. 38:8.
Hertaald:een koperen wasvat maken,
Dit werd gemaakt van de spiegels van de vrouwen; Ex. 38:8.
het altaar,
Te weten, het altaar des brandoffers, waarvan Ex. 27 gesproken is.
Hertaald:het altaar,
Namelijk: het brandofferaltaar, waarover in Ex. 27 gesproken is.
Exodus 30 vers 20— Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;
opdat zij niet sterven;
Dat is, opdat God hen niet dode, gelijk Hij de zonen van Aäron gedood heeft; Lev. 10:1-2.
Hertaald:opdat zij niet sterven;
Dat is: opdat God hen niet zal doden, zoals Hij de zonen van Aäron gedood heeft; Lev. 10:1-2.
Exodus 30 vers 21— Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.
hem en zijn zaad,
Te weten, Aäron.
Hertaald:hem en zijn zaad,
Namelijk: Aäron.
Exodus 30 vers 23— Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;
voornaamste specerijen,
Hebreeuws, hoofdspecerijen; dat is, van de principaalste of beste, alzo ook Hoogl. 4:14; Ezech. 27:22.
Hertaald:voornaamste specerijen,
Hebreeuws: hoofdspecerijen; dat is: van de voornaamste of beste, zo ook Hoogl. 4:14; Ezech. 27:22.
de zuiverste mirre,
Hebreeuws, mirre des vrijdoms; dat is, die oprecht en onvervalst is, en vrij van alle onzuiverheid. Zij is een gom, vloeiende uit den mirreboom, de voortreffelijkste onder alle gomsoorten.
Hertaald:de zuiverste mirre,
Hebreeuws: mirre der vrijheid; dat is: die zuiver en onvervalst is, vrij van elke onreinheid. Het is een hars die uit de mirreboom vloeit, de voortreffelijkste van alle harssoorten.
vijfhonderd sikkels,
Dat is, zoveel als vijf honderd sikkels wegen.
Hertaald:vijfhonderd sikkels,
Dat is: zoveel als vijfhonderd sikkels wegen.
half zoveel,
Hebreeuws, de helft daarvan; te weten, van vijf honderd sikkels.
Hertaald:half zoveel,
Hebreeuws: de helft daarvan; namelijk van vijfhonderd sikkels.
Exodus 30 vers 24— Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkels des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;
een hin;
Zie Lev. 19:36.
Hertaald:een hin;
Zie Lev. 19:36.
Exodus 30 vers 25— En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.
Hertaald:apothekerswerk;
Ook mogelijk: oliebereiders, zalfmakers. Zie 1 Kron. 9:30.
Exodus 30 vers 29— Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.
Gij zult ze alzo heiligen,
Te weten, door, of met de olie, waarvan vs.23-25, gesproken is.
Hertaald:Gij zult ze alzo heiligen,
Namelijk: door of met de olie waarover in vers 23-25 gesproken is.
Exodus 30 vers 30— Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.
gij zult hen heiligen,
Te weten, door de zalving der heilige olie.
Hertaald:gij zult hen heiligen,
Namelijk: door de zalving met de heilige olie.
Exodus 30 vers 32— Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.
geens mensen vlees zal men ze gieten;
Te weten, behalve op de lichamen van Aäron en zijn zonen.
Hertaald:geens mensen vlees zal men ze gieten;
Namelijk: behalve op de lichamen van Aäron en zijn zonen.
Exodus 30 vers 33— De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
op wat vreemds doet,
Anders, op iemand vreemds.
Hertaald:op wat vreemds doet,
Ook mogelijk: op iemand die vreemd is.
die zal uitgeroeid worden uit zijn volken
Zie Gen. 17:14.
Hertaald:die zal uitgeroeid worden uit zijn volken
Zie Gen. 17:14.
Exodus 30 vers 34— Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.
mirresap,
Of, balsemdrop.
Hertaald:mirresap,
Of: balsemdruppel.
oniche,
Een soort van specerij, die men in reukwerk gebruikt.
Hertaald:oniche,
Een soort specerij die in reukwerk gebruikt wordt.
elk bijzonder zij
Hebreeuws, dat alleen bij alleen zij; dat is, elk zal voor zich, zonder met enig ander vocht vermengd te zijn, gestoten, en alzo rein zijnde, tezamen in één massa vermengd worden.
Hertaald:elk bijzonder zij
Hebreeuws: dat alleen bij alleen zij; dat is: elk zal apart, zonder met een andere stof vermengd te worden, gestoten worden, en dan, rein zijnde, samen tot één geheel vermengd worden.
Exodus 30 vers 35— En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.
gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken,
Te weten, Mozes, die dit het eerst gemaakt heeft.
Hertaald:gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken,
Namelijk: Mozes, die dit voor het eerst gemaakt heeft.
gemengd, rein, heilig
Anders, gezouten.
Hertaald:gemengd, rein, heilig
Ook mogelijk: gezouten.
Exodus 30 vers 36— En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.
de getuigenis in de tent der samenkomst,
Dat is, op het reukaltaar, dat voor de ark der getuigenis stond.
Hertaald:de getuigenis in de tent der samenkomst,
Dat is: op het reukofferaltaar, dat vóór de ark der getuigenis stond.
Exodus 30 vers 37— Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.
u heiligheid zijn
Te weten, zo den priester als het volk.
Hertaald:u heiligheid zijn
Namelijk: zowel voor de priester als voor het volk.
voor den HEERE
Dat is, tot dienst des Heeren.
Hertaald:voor den HEERE
Dat is: voor de dienst van de HEERE.
Exodus 30 vers 38— De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
om daaraan te rieken,
Dat is, om dat tot een reukwerk te gebruiken.
Hertaald:om daaraan te rieken,
Dat is: om het als reukwerk te gebruiken.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
God gaf de opdracht tot het maken van een gouden reukofferaltaar, vlak vóór het voorhangsel van de heilige der heiligen, waarop de priester elke morgen en avond welriekend reukwerk moest doen aansteken. Het was een zeer nauwkeurig voorgeschreven, heilige mengeling van specerijen, die voor geen ander gebruik nagemaakt mocht worden (Ex. 30:1-10,34-38).
Bijbelse betekenis: De opstijgende welriekende rook van het reukwerk, dagelijks en onophoudelijk voor Gods aangezicht gebracht, was een zichtbaar beeld van een voortdurend, welgevallig naderen tot God — apart gehouden van elk alledaags of eigenmachtig gebruik.
Typologie: In Openbaring wordt het reukwerk uitdrukkelijk verklaard: het is, samen met het gouden reukvat in de hand van een engel, een beeld van de gebeden der heiligen, die als een welriekende reuk voor Gods troon opstijgen (Op. 5:8; 8:3-4). Zo wijst het reukofferaltaar vooruit naar het gebed van de gelovige, aangenaam gemaakt door de voorbede van Christus, de ware Hogepriester.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De olie der heilige zalving — 30:6-8, 11-16, 30-33
Profeet, priester en koningniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindingambt
De tabernakel is beschreven, en dit hoofdstuk vult de laatste dingen aan: het gouden reukaltaar, het geld dat bij een telling betaald moest worden, het wasvat, en een recept voor olie dat niemand mocht namaken.
Drie bepalingen in één hoofdstuk raken alle drie aan wat later van Christus gezegd wordt: de plaats van ontmoeting, de prijs voor een ziel, en de zalving die niemand anders krijgen mocht.
**Waar Ik met u samenkomen zal.** Het reukaltaar staat vlak voor het voorhangsel, en er staat bij waarom het daar staat: “voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.” Aäron moest er elke morgen en elke avond reukwerk op aansteken; het heet een gedurig reukwerk.
Dat woord samenkomen is een afspraakwoord. Men liep niet zomaar bij God binnen; Hij wees de plaats aan en zei erbij wanneer. En de plaats die Hij aanwees was er telkens een waar bloed of reukwerk tussen Hem en de mens in stond.
Dat reukwerk komt in het laatste bijbelboek terug, en daar wordt gezegd wat het betekende: gouden schalen vol reukwerk, welke zijn de gebeden der heiligen. Wat er elke morgen en avond opsteeg, was het beeld van het bidden van het volk — en het steeg op vanaf een altaar waarop vuur van het brandofferaltaar gelegd werd.
**De verzoening zijner ziel.** Dan het geld. Wie geteld werd, moest een halve sikkel betalen, en de reden staat er onomwonden bij: “zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven.” De kanttekening zegt kortweg wat dat is: de prijs waarmee een ieder zijn leven redde.
En dan het merkwaardigste: “De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen.” Voor de ene ziel geldt dezelfde prijs als voor de andere. Wie meer geld had, kon er niet meer voor betalen, want het ging niet om wat men bezat.
De psalmen trekken dat door tot het eind: niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen, hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven, want de verlossing van hun ziel is te kostelijk. Een halve sikkel was dus nooit de werkelijke prijs; het was een teken dat er een prijs was. Petrus schrijft wat die werkelijk was: niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, maar door het dierbaar bloed van Christus.
**Olie die niemand namaken mag.** Het slot is een recept, en daarna een verbod. Met deze olie werden Aäron en zijn zonen gezalfd om het priesterambt te bedienen. En dan: “Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken.” Wie haar namaakte of op een vreemde uitgoot, werd uitgeroeid.
Zalven was in Israël dus geen eerbewijs maar een aanstelling, en de olie ervoor was afgezonderd. Van het woord gezalfde komen de namen Messias en Christus. Wat hier met olie gebeurde bij een priester, gebeurde bij Hem zonder olie: God heeft Hem gezalfd met de Heilige Geest en met kracht.
Zo raken deze drie bepalingen alle drie aan Eén. De plaats waar God samenkomt met mensen, de prijs waarvoor een ziel vrijkomt, en de zalving die niemand anders krijgen mag.
Exodus 30:6 — Het reukaltaar staat waar God met Zijn volk samenkomt.
Openbaring 5:8 — Het reukwerk blijkt het beeld van de gebeden der heiligen.
Exodus 30:12 — Voor elke geteldene een prijs: de verzoening zijner ziel.
Psalm 49:8 — Maar niemand kan zijn broeder werkelijk loskopen.
Exodus 30:32 — De zalfolie is afgezonderd; niemand mag haar namaken.
Handelingen 10:38 — En Hem heeft God gezalfd met de Heilige Geest en met kracht.
In het Nieuwe Testament: Openbaring 5:8; Psalm 49:8-9; 1 Petrus 1:18-19; Handelingen 10:38; Hebreeën 7:26; Leviticus 8:12
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. De verbindingen die hier gelegd worden rusten op wat er elders van dezelfde zaken gezegd wordt: het reukwerk in Openbaring 5, het rantsoen in Psalm 49 en 1 Petrus 1, en de zalving in Handelingen 10. De halve sikkel was een vaste heffing en geen losprijs in de zin van het Nieuwe Testament; wat hij liet zien is dat een ziel een prijs heeft, niet welke.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 30:7.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:28→1 Kronieken 23:13→Exodus 27:20→Lukas 1:9→1 Samuël 3:3→Handelingen 6:4→Exodus 30:34→ — En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken. Wanneer wij met vrijmoedigheid tot de troon der hemelse genade mochten komen en hebben mogen zien in de getemperde glans van dat licht van God dat boven het verzoendeksel schijnt, dan is dat enkel door de oneindige verdienste van onze Heere Jezus. De geringste vorm van gemeenschap, in de buitenste voorhof, moet door het offer van Jezus zijn. En de hoogste vorm van gemeenschap, zelfs de innigste en meest verrukkelijke, is nog altijd door Christus.
Het reukwerk stelt Zijn verdienste voor, en ook dat is niet zonder bloed, want eenmaal per jaar werden de hoornen van het altaar bestreken met het bloed dat binnen de voorhang was gebracht. Er was geen komen binnen de voorhang zonder langs het reukaltaar te gaan, evenals er geen toegang tot God is dan door de almachtige tussenkomst van de Heere Jezus Christus.
Exodus 30:12.KruisverwijzingenNumeri 31:50→Psalmen 49:7→Mattheüs 20:28→Exodus 38:25→Job 36:18→Numeri 1:2→Numeri 26:2→2 Kronieken 24:6→ — Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult. De enige ware christenen ter wereld zijn zij die door het bloed van het Lam van hun ongerechtigheid verlost zijn en die het losgeld dat de Heere verschaft heeft persoonlijk hebben aangenomen — die persoonlijk hun losgeld in de hand gebracht hebben door Christus tot hun eigendom te maken en Hem, door een daad des geloofs, aan de grote Vader voor te stellen. God heeft op aarde zoveel volk als er in Jezus Christus geloven, en wij mogen niemand anders de Zijnen noemen dan hen die zeggen kunnen: “In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden.” Wij moeten geen hoofden tellen die van Christus wéten, maar handen die het losgeld ontvangen hebben en het aan God voorhouden.
Er werd geen bedrag in één keer voor het hele volk betaald, en ook niet twaalf bedragen voor de twaalf stammen — ieder mens moest zijn eigen halve sikkel brengen, voor zichzelf. Geen verlossing zal ons ook maar iets baten tenzij zij persoonlijk aangenomen en in het geloof aan God voorgehouden wordt. Wij moeten, ieder voor zich, van de Heere Jezus kunnen zeggen: “Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.”
VAN HET REUKALTAAR, DE BELASTING, HET WASVAT, DE ZALFOLIE EN HET REUKWERK.
I. Exodus 30 vers 1-10
Tot besluit van de bepalingen over de oprichting van het heiligdom en de regels van de priesters volgt nu wat in hoofdstuk 25 is afgebroken, de oprichting van het reukaltaar, dat in het Heilige voor het voorhangsel, dat het Allerheilige bedekt, zijn plaats moet hebben.
1. Gij zult ook, behalve het reeds genoemde (hoofdstuk 25-29) een a) reukaltaar van reukswerk maken, 1) op de wijze die Ik u later (vs.7 vv.) meedelen zal; van sittimhout, van acaciahout, zult gij het maken.
a) Exodus. 37:25
1) Nu geeft God het voorschrift, omtrent het reukaltaar, waardoor het volk des te zekerder wordt vertolkt, dat de reuk van de wettische eredienst, Hem aangenaam was. Want wel wordt ook bij de volken deze plechtigheid gevonden (waardoor bij de ongewijde schrijver, op menigvuldige wijze van het offer, van wierook, wordt melding gemaakt) maar waartoe het strekte, was voor hen zelf verborgen. En ook bij hen was er geen zorg om te letten op het rechte doel, daar zij het ervoor hielden, dat zij bloot met het symbool hun plicht volbrachten. Maar op deze wijze heeft God zijn gelovigen willen bezielen, omdat zij wisten, dat de dienst, welke zij, op zijn bevel, waarnamen, een goede reuk verspreidde. Ondertussen heeft Hij hen vermaand, ijverig ervoor zorg te dragen, dat het niet een onrein offer aanstak, maar dat zij gezuiverd en gereinigd voor Zijn aangezicht kwamen. En David brengt in het bijzonder met deze zaak zijn gebeden in verband, als hij zegt: “Mijn gebed wordt gesteld als reukwerk voor uw aangezicht.” (Psalm. 14:2). Daarom, zoals het brandofferaltaar bestemd was voor de offeranden om God te verzoenen, zo ook was dit andere bestemd, om door de reuk van het reukwerk, aan de offeranden toe te voegen, dat zij God aangenaam waren. Daarom werd het ook geplaatst voor de Ark van de Getuigenis, hoewel met het voorhangsel ertussenin, opdat zijn reuk, door geen beletsel weerhouden, terstond tot God zou doordringen.
Het reukaltaar in Christus, de biddende Hogepriester, Die met Zijn voorbede Zijn Gemeente heiligt, omdat het welbehagen van de Heere daarop rust, omdat het tegelijk de verklaring is van de wil van de Zoon, in welke wil wij geheiligd zijn door de offerande van Christus, eenmaal aan het kruis geschied (Psalm. 2:7,8 Joh.17:24 Hebr.10:10). Die voorbede van Christus ontleent haar oneindige waarde uit de heerlijkheid van Zijn Persoon, en uit de eeuwige kracht en verdienste van Zijn offer; daarom was aan Aäron de taak opgedragen om eenmaal per jaar te nemen van het bloed van de varren (Leviticus. 16:18,19), en dat te strijken rondom de hoornen van het reukaltaar “vanwege de onreinheden van de kinderen van Israël”
2. Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee el van diens hoogte, 1) als geheel dus een rechthoekige zuil; uit hetzelfde altaar zullen zijn hoornen zijn, aan zijn vier hoeken zullenevenals bij het brandofferaltaar (hoofdstuk 27:2) hoornen uitgaan.
1) De hoogte van het Heilige was tien el, de hoogte van het altaar twee el. De rook kon daarom geen schade toebrengen aan het kostbare voorhangsel. Het altaar was een langwerpig vierkant. Dit was om de onvolkomenheid van het werk van het priesterschap, naar de ordening van Aäron, aan te geven.
3. En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak, 1) het bovenste platte vlak en de vier wanden rondom, als ook zijn hoornen, zodat alleen het onderste vlak, waarmee het op de grond staat, onbekleed blijft; en gij zult het, evenals om de verbondskist en de tafel van de toonbroden (hoofdstuk 25:11,24) een gouden krans rondom maken. 2)
1) In het Hebreeuws Gago. De LXX vertaalt het door: thn eocaran autou, d.i. zijn vuurhaard. Een vuurhaard was echter niet nodig, omdat het reukwerk in het gouden wierookvat werd aangestoten. De Statenvertalers vertalen door dak.
2) De krans diende, om het afvallen van het reukwerk te voorkomen.
4. Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans, aan zijn twee zijden zult gij deze maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmee draagt.
5. De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.
6. En gij zult het zetten voor de voorhang, die voor de Ark van de Getuigenis zijn zal, en het Allerheilige van het Heilige afscheidt (hoofdstuk 26:32); voor het Verzoendeksel, dat zijn zal boven de Getuigenis, boven de Ark, waarin de wet van de beide tafelen gelegd is, waarheen Ik, naar Mijn toezegging (hoofdstuk 25:22), met u samenkomen zal.
De plaats van het reukaltaar was tussen de gouden kandelaar en de tafel van de toonbroden in, zo dicht mogelijk bij het voorhangsel. Daarom wordt dat altaar in 1 Kon.6:22 genoemd het altaar, die voor de aanspraakplaats was. Zo nauw was de betrekking en zo nauw hing zijn betekenis samen met de Ark van de Getuigenis en het Verzoendeksel, dat de Apostel in Hebr.9:4 dit altaar opsomt bij hetgeen in het Allerheiligste werd gevonden.
7. En Aäron, 1) of wie van de priesters deze dienst te verrichten heeft (Luk.1:8 vv.), zal daarop aansteken welriekende specerijen van de (vs.34 vv.) beschreven soort; elke morgen, bij het dagelijks morgenoffer (hoofdstuk 39:38 vv.),als hij uit de voorhof ingaat in het heilige en a) de lampen, die op de kandelaar met zeven armen staande de gehele nacht gebrand hebben, wel zal toegericht hebben, zal hij deze specerijen aansteken (hoofdstuk 27:20 vv.).
a) 1 Samuel. 3:3
1) Aäron wordt hier genoemd, 1e. omdat hij dit voor de eerste maal doen zou, 2e. omdat onder de vader de zonen mede begrepen waren; 3e. omdat de Hogepriester op de grote Verzoendag alleen op deze altaar roken mocht.
8. En als Aäron de lampen aansteken zal tussen de twee avonden, 1) tegen drie uur ‘s middags (Leviticus. 24:3) zal hij eveneens bij het dagelijks avondoffer (hoofdstuk 29:41 Numeri. 28:3 vv.) dat reukoffer aansteken, het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht van de HEERE, die in het Allerheilige aanwezig is; het zal een blijvende zaak zijn bij uw geslachten.
1) Omdat Christus aan het kruis ten tijde van het reukoffer stierf en het voorhangsel in de tempel scheurde (Luk.23:45), is een priester juist in het Heilige geweest, toen dat geschiedde, heeft hij het scheuren met verwondering gezien en daarvan verhaald.
9. Gij zult geen vreemd reukwerk, geen ander dan Ik daartoe voorschrijven zal (vs.34 vv.) hierop aansteken (Leviticus. 10:1 vv.), noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten; 1) daartoe is een ander altaar en zijnandere gereedschappen in het heilige (hoofdstuk 27:1 vv. hoofdstuk 25:33 vv.).
1) Daar het reukaltaar niet slechts door zijn naam, maar ook door het vierkante van zijn vorm en door zijn hoornen gelijk gemaakt was aan het brandofferaltaar, zo lag er veel gewicht in, om nauwkeurig te bepalen, welk soort van offers daarop zouden gebracht worden. Want als een offer werd het aansteken van welriekend reukwerk reeds daardoor gekarakteriseerd, dat het op een offerplaats, op een altaar geschiedde. Zo werd ook het laten opstijgen niet alleen voor het aansteken van het reukwerk, maar ook voor het aansteken en verbranden van de bloedige en onbloedige offers op het brandofferaltaar gebruikt. Eindelijk werd het verband tussen het brandoffer en het reukoffer nog hierdoor aangeduid, dat het tegelijkertijd moest worden gebracht. Door beide offers werd de overgave van Israël aan zijn God afgeschaduwd en, door het dagelijks brengen ervan, deze overgave als een bestendige, voortdurende, afgebeeld. Het onderscheid bestaat echter daarin, dat in het brandoffer Israël zijn gehele leven en sterven naar lichaam en ziel, de Heere wijdt en heiligt, in het reukoffer zijn gebed (Psalm. 141:2 Openb.5:8; 8:3) belichaamd wordt, als de verheffing van de geestelijke mens tot God, waarmee het verder onderscheid samenhangt, dat de overgave in het brandoffer slechts op grond van de verzoenende bloedsprenkeling voltrokken wordt, daarentegen het reukoffer de verzoening met God veronderstelt.
10. En Aäron, de hogepriester, zal eens in het jaar over deze hoornen verzoening doen, en wel op de grote Verzoendag, nadat hij de besprenkeling in het Allerheiligegebracht heeft, met het bloed van het zondoffer van de verzoeningen, met het bloed van de tot verzoening van de kinderen van Israël ten zondoffer bestemde geitebok; hij zal dat bloed aan de hoornen strijken, en daarna zeven maal voor het altaar sprenkelen (Leviticus. 16). Eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten: 1) het isHeiligheid der Heiligheden de HEERE. 2)
1) Ofschoon dit slechts eenmaal in het jaar geschiedde, werd het toch dagelijks ingeroepen ter herinnering, opdat zij door geloof en gebeden de dood van Christus zouden verheerlijken. En echter zouden zij weten, dat hun gebeden niet een liefelijke geur verspreidden, tenzij en in zoverre zij met het bloed van de verzoening waren besprenkeld.
Heiligheid der Heiligheden heet hier het reukaltaar, en elders ook het brandaltaar (Ex.40:10), ja, zelfs alle gereedschappen, die gezalfd zijn met de heilige zalfolie (Ex.30:29). Het reukaltaar was echter bovenal een heiligheid der Heiligheden, omdat het Christus Jezus afbeelde, de biddende Hogepriester.
2) Het reukaltaar staat in verhouding tot het brandofferaltaar gelijk het Heilige tot de voorhof, gelijk het priesterlijke volk tot het niet-priesterlijke, gelijk het lof- en dankgebed van de verzoende en geheiligde tot het verlangen naar verzoening en heiliging, gelijk de glans van het zevenvoudig gelouterd goud, die van dit altaar afstraalt, tot de natte donkere droevige glans van het koper, dat het altaar van de voorhof omgeeft. Het is een herhaling van het altaar, dat in de voorhof staat, maar een herhaling daarvan in zeer verhoogde heerlijkheid.
Het roken of aansteken van aangename specerijen is een zinnebeeld van de gebeden, die onafgebroken van de uitverkoren gemeente tot de Heere moeten opstijgen (Psalm. 141:2 Openbaring. 5:8. Hoewel bij de vroeger voorgeschreven toonbroden, die altijd op de tafel moesten liggen, en de met zeven lampen brandende kandelaar (hoofdstuk 25:30,37) hier nog het roken in het heilige komt, wordt het volk van God voorgesteld door het eerste als een volk veelbetekende beroeds-werkzaamheid en wereldverlichtende kennis, en hier als een volk van onafgebroken gebed (Luk.1:10). Nu is bidden het brengen van een offer (Psalm. 119:108 Hoz.14:9, daarom wordt ook voor dit offer een altaar geëist. De bepaling daaromtrent gebeurde niet vroeger, toen van de overige gereedschappen van het heilige sprake was (hoofdstuk 25), maar eerst hier, nadat een altaar voor het bloedige offer van de voorhof voorhanden is (hoofdstuk 27:1 vv.), omdat eerst de verzoende en opnieuw met de Heere verzoende gemeente Hem gebeden kan brengen, die een lieflijke reuk voor Hem zijn (vergl.Joh.16:23 vv.)
II. Exodus 30 vers 11-16
Hierop handelt de Heere met Mozes nog over enige bijzondere punten, die deels de vroeger gegeven bepalingen aanvullen, deels betrekking hebben op de bouw en het daarbij streng in acht te nemen sabbatsgebod; vervolgens over het door iedereen krijgsplichtige te betalen zoengeld voor zijn ziel, hetgeen dienen moet tot aanvulling van de in hoofdstuk 25:1-9 aangewezen vrijwillige bijdragen in bouwstoffen.
11. Verder sprak de HEERE, toen hij deze bepalingen in het algemeen gegeven had, nog nader tot Mozes, om hem ook over enkele zaken, die van bijzonder gewicht waren, Zijn wil te openbaren, zeggende:
12. Als gij, ten behoeve van de later (Numeri. 1) te verrichten monstering, de som van de kinderen van Israël opnemen zult, als gij zult tellen, hoeveel van hen naar hun ouderdom tot opneming in het leger van de Heere geschikt zijn, naar degetelden onder hen, zo zullen zij een ieder de verzoening van zijn ziel aan de HEERE geven, een hoofd- of losgeld, waarmee hij zijn persoon van Mijn straf, die hij verdiend had, loskoopt, als gij hen tellen zult, wanneer zij onder de krijgsplichtigen opgenomen worden; opdat onder hen geen plaag zij, als gij hen tellen zult, 1) en zij daarbij met Mij in onmiddellijke aanraking komen.
1) De wettige monstering en werkelijke opname van de deugdelijk bevondenen in het leger van de Heere volgde eerst een volle maand na de oprichting van de tabernakel (Numeri. 1:18 Ex.40:17), van nu tot die tijd verliepen alzo ongeveer 9 maanden. Mozes moest echter nu reeds een voorlopige telling doen van alle mannelijke personen, die boven de 20 jaar oud waren. Wanneer nu het getal, dat hierbij verkregen is, hetzelfde is als dat van de wettige monstering (Ex.38:26 Numeri. 1:40), zo blijkt het daaruit, allereerst, dat het volksbestaan gedurende die 9 maanden over het geheel dezelfde hoogte behield, en vervolgens, dat alle dienstplichtigen later ook als geschikt voor de strijd bevonden werden; enkele betrekkelijk slechts geringe verschillen en uitzonderingen schijnen daarbij niet in aanmerking genomen te zijn, waarom beide de keren slechts ronde getallen aangegeven worden.
Maar waarom was een verzoening van zijn ziel voor ieder, die geteld werd, nodig? En hoe komt het dat een gave in geld tot een zo hoog en heilig doel dienen moet? Ten opzichte van de eerste vraag is te bedenken, dat voor de offerdienst, die een schaduw was, de gemeente wel als een geheel verzoend en geheiligd werd, maar bij de telling van de hoofden ieder afzonderlijk, persoonlijk voor de Heere trad, en nu ook voor zijn persoon alles, wat hem in Gods ogen verderfelijk en verdoemelijk maakte, moest bedekt worden, opdat hij niet door Gods straffen zou worden getroffen; ten opzichte van de tweede vraag, zo valt het door Christus voor de zonde van de wereld aangebrachte offer met betrekking tot iedere enkele ziel ook onder het begrip van een losgeld (Matth.20:28 1Petr.1:18) en moest dit toekomstige losgeld zonder twijfel door het zoengeld, dat iedere Israëliet was opgelegd, afgebeeld worden.
De Heere vorderde hen die prijs af, als een openbare betuiging. 1e. Dat zij zonder enige verdienstelijkheid hun leven van God hadden. 2e. Dat het aan Hem stond, hetzelfde hen te benemen, of op allerlei wijze het hen bitter te maken, naar dat Hij Zijn rechtvaardige haat tegen de zonde en zondaars meer of min omtrent hen zou willen openbaren. Van de zijde van God werd door het eisen van dat losgeld te kennen gegeven: 1e. Dat Hij recht had en macht over hen, als de Heere van leven en dood. 2e. Dat Hij naar zijn rechtvaardigheid, dat recht tot hun verderf kon gebruiken, maar zoiets niet doen wilde, en omdat op te schorten, niet anders vorderde, dan alleen een erkentenis van dat recht. 3e. Dat Hij naar Zijn eeuwig voornemen gereed was, om met doodschuldigen in onderhandeling, wegens verzoening, te treden, doch niet zonder het opbrengen van een zwaarwichtig rantsoen.
13. Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, allen die tot de ouderdom komen voor de krijgsdienst bepaald, en daartoe geschikt bevonden worden, de helft van een sikkel, naar de sikkel van het Heiligdoms, niet naar de gewone, in het dagelijks leven gebruikelijke sikkel berekend, (deze sikkel is twintig gera) (Leviticus. 27:25 Numeri. 3:47; 18:16); de helft van een sikkel 1) of een beka, is een hefoffer voor de HEERE (hoofdstuk 25:1 vv.)
1) De munten van de Hebreeën waren: Gera, beka (halve sikkel), sikkel, Mina (Ezech.45:12) of een pond = 50 sikkels. en een centenaar of talent. De gera heeft men gehouden voor een Johannes broodboon, die in grootte en gewicht daarmee zou overeenkomen. Is deze veronderstelling waar, dan zou een sikkel ongeveer een halve gulden zijn en ieder Israëliet dus ongeveer een vierde gulden hebben moeten opbrengen. Deze stukken waren nog geen gestempelde munten, deze kwamen eerst ten tijde van de Makkabeeën, maar zilveren stukken met aanwijzing van hun gewicht, dat men, ter voorkoming van bedrog, nawoog (zie Ge 23.16). In de Babylonische ballingschap werden de Joden met het Babylonische en Perzische, en onder de heerschappij van de Seleuciden, met het Griekse geld bekend. Uit die tijd stammen de Dariken af (Ezra 2:69 Nehemiah. 7:70 vv), van deze de drachmen (Luk.15:8 vv.) en de staters (Matth.17:27). Onder de Romeinse overheersing eindelijk kwamen ook Romeinse munten in omloop: de denarius, van geringer waarde dan de drachme, doch in de handel daaraan gelijk gerekend (Matth.18:28; 20:2,9,13; 22:19 Mark.14:5 Luk.7:41; 10:35 Openb.6:6), de as of penning (Matth.10:29), de kwadrant = ¼ as (Matth.5:26 Mark.12:42), en als kleinste munt de scherf = ½ kwadrant (Mark.12:42 Luk.12:59).
14. Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaar en ouder, zal het hefoffer aan de HEERE geven.
15. De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal niet verminderen van de helft van de sikkel, als gij het hefoffer aan de HEERE geeft, om voor uw zielen verzoening te doen, 1) voor de Heere; toch is de ene ziel zoveelals de andere waard.
1) De hier voorgeschreven gave werd later tot een regelmatige tempelbelasting en bestond nog ten tijde van Christus (Matth.17:24 vv.)
Om tweeërlei redenen geeft de Heere deze instelling. De eerste is deze, dat de rijke zich niet zou verhovaardigen boven de arme, en de tweede is, dat de Heere hiermee wilde leren, dat allen voor Hem gelijk stonden, de rijke en de arme; dat er bij Hem geen onderscheid was tussen rijke zondaren en arme zondaren, dat de rijke zich in Gods ogen niets meer aangenaam kon maken, dan de arme.
Dit gebod verhinderde de rijke niet, om de Heere van het zijn vrijwillige offeranden te brengen. Hoe arm ook iemand wezen mocht, hij werd niet van deze tempelschatting vrijgesteld.
16. Gij dan zult het geld van de verzoeningen van de kinderen van Israël nemen, en zult het leggen tot de dienst van de tent der samenkomst, 1) en het zal de kinderen van Israël ter gedachtenis zijn voor het aangezicht van deHEERE, om voor uw zielen verzoening te doen; daar dit losgeld tot de bouw en het onderhoud van de woning van de Heere dient, zal het Mij tot een gedurige aandrang zijn, om de kinderen van Israël, die op Mijn bevel dat geld gebracht hebben, in genade te gedenken en hun hun misdaden niet toe te rekenen.
1) Niet alleen tot de bouw, maar ook tot hetgeen nodig was voor de eredienst moest dit geld gebruikt worden. De dagelijkse offerande, het onderhoud van de tabernakel, het zoenoffer voor het gehele volk moest ervan betaald worden.
Wij menen, dat het vorderen van die schatting duidelijk genoeg aanwees: 1e. Dat elke ziel een rantsoen, een lossing en een prijs van de verzoening nodig heeft, en wel: 2e. Een rantsoen, dat kostelijk en dierbaar is, en 3e. dat het ware rantsoen en de volmaakte zieleprijs strekken zouden tot opbouw van Gods geestelijk huis, bestaande uit de getelden en geroepenen tot het eeuwige leven.
III. Exodus 30 vers 17-21
Vervolgens wordt het koperen wasvat beschreven, en wat zijn bestemming betreft nader verklaard, daar dit bij de beschrijving (hoofdstuk 27) van de voorhof en zijn gereedschappen voorbijgegaan was.
17. En de HEERE sprak verder tot Mozes, zeggende:
18. Gij zult ook een koperen wasvat, 1) een grote waterbak, maken, met zijn koperen voet, een onderstel of bekken, waarin het water uit het vat door in het laatste aangebrachte kranen kan gelaten worden; dit zal dienen om te wassen bij de priesterlijke reinigingen (vs.19); en gij zult het zetten in de voorhof tussen de tent der samenkomst, en tussen het brandofferaltaar en gij zult water daarin doen;
1) Deze reiniging, welke God van Zijn priesters vraagt, was een teken van heiligheid. Daar echter het wasvat of het bekken, waarin het water in genoegzame voorraad voorhanden was, een deel uitmaakte, of één vat was van het Heiligdom, scheen men wat hieromtrent werd verordend, hierom te moeten verenigen of in elkaar te zetten, niet slechts, om wat de vorm aangaat, maar ook om wat het gebruik betreft, hetgeen niet gemakkelijk kon worden gescheiden. Want, indien er slechts melding werd gemaakt bloot van een bekken of watervat, dan zouden de lezers daarvan geen nut hebben getrokken. Maar waar God duidelijk beveelt, dat er water in het wasvat moest zijn, waarmee de priesters de handen en de voeten moesten reinigen, daaruit merken wij op, met hoeveel eerbied en heiligheid God de heilige dingen wil behandeld hebben.
19. Dat Aäron en zijn zonen, als de tot de heilige dienst geroepen priesters (hoofdstuk 28:1) zich daaruit wassen, hun handen en voeten.
20. Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of, wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer (vs.7 vv. Leviticus. 1:7-9) voor de HEERE aansteken. 1)
1) De Israëlieten werden er voornamelijk door indachtig gemaakt, hoe onwaardig zij waren, die God de offeranden brachten, daar de priesters, tot dit ambt uitgekozen, hun onreinheid in de weg stond, totdat zij met water gereinigd waren. Verder, de wassing van de handen en van de voeten beduidde, dat alle delen van het lichaam door onreinheid waren aangetast. Want, omdat de Schrift dikwijls de handen neemt voor de verrichtingen van het leven, en de gehele gang van het leven bij een weg of reis vergeleken wordt, gaat deze vergelijking best op, dat in de handen en in de voeten alle onreinheid werd afgewassen.
21. Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, 1) opdat zij niet sterven, hetgeen aanstonds geschieden zou, wanneer zij ongewassen de een of andere heilige plaats wilden naderen; en dit wassen telkens voor het verrichtenvan een godsdienstige handeling, zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem, Aäron en zijn nageslacht, bij hun geslachten, 2) voor al zijn nakomelingen.
1) Wel waren Aäron en zijn zonen geheiligd tot hun dienstwerk, maar deze heiliging verhinderde niet, dat zij steeds door eigen zonden en door die van het volk verontreinigd werden. Zij hadden daarom de gedurige wassing en reiniging en heiliging nodig. Wie eenmaal door het bloed van Christus gereinigd is, heeft toch, door de aanraking met zonde en wereld, de reiniging van zijn dagelijkse zonden nodig.
2) Het koperen wasvat wordt ten opzichte van grootte en gedaante niet nader beschreven, omdat het symbolisch geen betekenis had; wel was het wassen van handen en voeten, hetgeen de priesters bevolen was, voordat zij het Heiligdom betraden en de heilige werkzaamheden verrichten, een zinnebeeld van de inwendige, geestelijke reiniging, zonder welke niemand, allerminst die het ambt van de verzoening bekleedt, de heilige God naderen mag. (Matth.5:8).
Het wasvat (het tweede voorwerp, dat zich in de voorhof bevond) was een grote, ronde, koperen ketel of bak, uit de spiegels van de Joodse vrouwen van Bezßleël vervaardigd, en rustende op een voetstuk. Het stond schuin naast het zoenaltaar, en diende tot een gedurige reiniging van de offerende personen en van het offer zelf. Rondom waren er een menigte tuiten of kranen, door welke het water afliep, dat elke dag rein en vers door de Levieten daar werd ingedragen. Bij elke dienst moesten de priesters zich daarmee vooral handen en voeten wassen.
IV. Exodus 30 vers 22-33
Verder wordt naar stof en wijze van samenstelling gehandeld over de zalfolie, die bij de in hoofdstuk 29 voorgeschreven priesterwijding aan te wenden is.
22. Verder sprak de HEERE wederom tot Mozes, zeggende:
23. Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, namelijk de vier volgende: van de zuiverste mirre, die, welke vanzelf uit de boom uitgevloeid is, vijfhonderd sikkels, (waarschijnlijk ruim 14 pond) en kaneel, half zoveel, namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerij-kalmus, tweehonderd en vijftig sikkels.
24. Ook kassie, vijfhonderd, naar de sikkel van het heiligdom; dus net zoveel als van de mirre, en een hin olijfolie. 1) (zie “Ex 27.21).
1) De Myrtheboom (amyris) heeft een gladde, bleek asgrauwe bast, geelachtig wit hout en bladeren, die in groot getal op korte gladde stelen of afzonderlijk of in bosjes staan. De vruchten, bruin van kleur, komen aan steeltjes en zijn eirond. De boom was in Palestina niet inheems, doch werd ook in tuinen geteeld (Hoogl.1:13; 4:6). Het hart, in het begin olieachtig en van geelachtig witte kleur, wordt langzamerhand harder en donkerder, en wordt eindelijk roodachtig; in deze droge toestand wordt het als reukwerk gebruikt, in vloeibare toestand daarentegen, gelijk het of vanzelf of ten gevolge van insnijdingen, die men in de boom maakt, uit de bast vloeit, vormde het een hoofdbestanddeel van de kostbare en welriekende zalf; het hart, dat vanzelf voortkwam, was beter en sterker, dan hetgeen men op kunstmatige wijze verkreeg. De kaneelboom, wiens eigenlijk vaderland Sri Lanka is in de Indische zee, bereikt in de bossen een zeer aanmerkelijke hoogte, aan de kusten bedraagt die slechts 20-30 voet; de dikte van de stam is 3 voet in omtrek. De takken zijn zeer talrijk en met heldergroene, ovale, laurierachtige 4-6 duim lange bladeren bezet. De witachtige, aangename, maar niet aromatische bloesems vormen zich in april tot ovale steenvruchten, gelijkvormig aan jeneverbessen. Stam en takken zijn met een dubbele bast bekleed, waarvan de buitenste, witachtig of grauw en bijna reuk- en smakeloos is, de binnenste echter, die wederom uit twee vast aan elkaar hangende basten bestaat, de bruine kaneel levert; zij werd in de oudheid deels tot reukwerk, deels tot zalving gebruikt. De kalmus groeit ook wel in Europa, maar veel liever in de Aziatische, bijzonder de Indische en Arabische streken; deze heet kalmus van de welriekendheid en zijn wortel wordt eveneens tot reukwerk en zalf gebruikt. De Kassie (Cassia) is de bast van een op kaneel lijkende, in Indië en Arabië groeiende boom of struik, die wel als verder bestanddeel met de welriekende zalven gemengd werd, maar van donkerder kleur en zwakker reuk dan de kaneel was.
25. En maak daarvan een olie van Heilige zalving, een zalf, heel kunstig gemaakt, naar apothekers werk; 1) het zal een olie van heilige zalving zijn. 2)
1) De kunst, om reukwerken uit kostbare specerijen te bereiden, vormde in de oudheid een eigen beroep. De droge specerijen als kaneel, kalmus en cassia, werden daarbij wel niet tot poeder gewreven en zo met de mirre en de olie vermengd, daar dan daaruit een dikke brij ontstaan zou zijn, maar volgens de rabbijnen werden zij in water gekookt, om de kracht daaruit te trekken; deze werd dan weer met de vloeibare stoffen samen zolang gekookt, dat de waterdelen verdampt waren.
2) Ondanks alle tegenspraak stel ik vast, dat deze olie, uit de kostbaarste specerijen gemengd, een beeld is van de Heilige Geest. Want overal komt ons de overdrachtelijke betekenis van de zalving tegemoet, waar de profeten de kracht, het gevolg en de gave van de Geest, vermelden. Er is geen twijfel aan, of God, door de koningen te zalven heeft betuigd, dat Hij hen begiftigde met de Geest van wijsheid, kracht, zachtmoedigheid en rechtvaardigheid. Hieruit kan gemakkelijk worden opgemaakt, dat de tabernakel met de olie moest gezalfd worden, opdat de Israëlieten zouden leren, dat elke oefening in godsvrucht niets zou baten, zonder de goddelijke werking van de Geest. Zelfs iets groots werd aangetoond, dat de kracht en de genade van de Geest werkzaam was, en heerste in hetgeen het wezen uitmaakt van de schaduwbeelden zelf, en dat, welke goederen daardoor ontstonden, door de genade van dezelfde Geest tot nut van de gelovigen werden aangewend.
Die olie was daardoor een zinnebeeld van liefelijkheid en duurzaamheid. Zij werd uitgestort op het hoofd van de priester, en vloeide van daar naar beneden langs de baard en tot aan de zomen van het gewaad; zie Psalm 133. Op deze zalving doelt Johannes, zeggende: “Gij hebt de zalving van de Heilige.” Voor de priester betekende het, de genadige mededeling van die gaven, welke hij overeenkomstig zijn priesterambt behoefde. Als schaduw voor het Nieuwe Testament was de olie, de velerlei gaven van de Heilige Geest. Christus is de hoorn, die God ons opgericht heeft in Davids huis (Luk.1:69). Uit die gezegende Hoorn van zaligheid wordt Zijn volk bedeeld met alle geestelijke gaven en zegeningen (Psalm. 68:19); en ontvangt de erenaam van Christenen, omdat zij door Zijn olie geroepen en bekwaam gemaakt zijn om te wezen: profeten, tot het verkondigen van de deugden van Hem, Die hen liefhad; priesters, om zich Hem over te geven als een dankoffer; en koningen, om tegen al Zijn en hun vijanden te strijden, en over die vijanden te triomferen in Zijn kracht.
26. En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, wanneer die opgericht is, en de in het Allerheilige zich bevindende Ark van de Getuigenis.
27. En de in het Heilige staande tafel met al haar gereedschap, en de kandelaar met zijn gereedschap en het reukaltaar.
28. En het in de voorhof op te richten altaar van het brandoffer, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.
29. Gij zult ze alzo door deze zalving heiligen, dat zij Heiligheid der Heiligheden, hoogheilig (vs.10) zijn (hoofdstuk 40:9-11), al wat ze aanraakt zal heilig zijn (zie “Ex 40.10).
30. Gij zult ook Aäron en zijn zonen daarmee zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen 1) in het heiligdom, en de heilige gereedschappen te mogen aanraken (vs.29).
1) De volbrenging van dit goddelijk bevel wordt in Leviticus. 8 verteld. Wat nu de hierboven beschreven zalf betreft, die haar wijdende en heiligende kracht daardoor bezat, dat zij naar samenstelling en wijze van bereiding door God uitdrukkelijk bevolen en aan het algemeen gebruik voor altijd onttrokken was (vs.31 vv.), zo is de grondstof, de olie, wegens haar verfrissende, helende en lichtgevende kracht het zinnebeeld van de Heilige Geest; de zalving daarmee betekende alzo de mededeling van deze Geest, om bekwaam te maken tot de heilige dienst. De vier welriekende, specerijachtige bestanddelen, waarmee de olie vermengd was, dienden, om de levenwekkende kracht van de olie een kracht te geven om een aangename reuk te verspreiden, en daardoor op de werking van de Heilige Geest te wijzen, die beiden, God en mensen, welgevallig zijn. Dat er vier waren is niet willekeurig; dit getal is hier, evenals in hoofdstuk 28:39 en later in hoofdstuk 30:34 een karakteristiek kenteken van het Godsrijk, volgens zijn verschijning in de wereld en zijn bestemming voor haar. Nog kan gevraagd worden, in hoeverre het zalven met de welriekende olie ook in betrekking tot de tabernakel en zijn gereedschappen een mededeling van de Geest in zich sloot, daar dit toch levenloze voorwerpen zijn, en bij deze van zulk een mededeling niet in die zin sprake kan zijn, als bij de priesters. Daar echter de tabernakel met zijn gereedschappen de plaats was, waarvan de heiliging door de priesters voor Israël uitging, zo moest ook door de Heilige Geest tenminste beademd zijn. Zijn zegel moest daarop gedrukt worden, wanneer een eigenlijke mededeling geen plaats kon vinden.
31. En gij zult tot de kinderen van Israël spreken, zeggende: Dit zo samengesteld apothekerswerk zal Mij een olie van de heilige zalving zijn, alleen voor dit heilig gebruik (vs.26 vv.) bestemd, bij uw geslachten.
32. Niet op het vlees van een mens 1) zal men ze, als een gewone zalf gieten, gij zult ook naar haar maaksel 2) geen dergelijke voor het dagelijks leven maken; het is heiligheid; die zalf is daartoe door Mij bestemd zij zal u heiligheid zijn.
1) In het Hebreeuws Al basar adam. Op het vlees van een mens. De bedoeling is, op het vlees van een gewoon mens, van iemand, die geen priester was.
2) Naar haar maaksel, wil zeggen, naar de verhouding van de verschillende specerijen, welke Ik u opgegeven heb.
33. De man, die een zelfde zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, op iemand die geen priester is, of op enige zaak, die niet voor het heiligdom bestemd is, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken, 1) dedoodstraf zal aan hem voltrokken worden (hoofdstuk 12:15,19).
1) Hiermee wordt noch het bereiden van zalven voor het gewoon gebruik, noch de aanwending van de hier genoemde bestanddelen elk voor zich verboden; maar het is slechts de samenstelling van deze stoffen volgens de hier gegeven verhouding, welke uitsluitend voor het godsdienstig gebruik is voorbehouden.
V. Exodus 30 vers 34-38
Eveneens wordt het reukwerk, dat volgens vs.7 en 8 ‘s morgens en ‘s avonds door de priester bij het gereed maken en aansteken van de lampen op het reukaltaar gebrand moest worden, volgens zijn bestanddelen en wijze van bereiding nader beschreven.
34. Verder zei de HEERE, op dezelfde tijd toen Hij het bevel (vs.22 vv.) gaf, tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, namelijk de vier volgende: mirresap, storax gummi, en oniche, stacte, en galban, galbanum, deze welriekende specerijen, en zuivere wierook; dat elk bijzonder zij. 1)
1) Beter: “van elk gelijke delen.”.
35. En gij zult een reukwerk van een zalf 1) daaruit maken, naar het werk van de apotheker gemengd, en doe behalve zout, de noodzakelijke bijvoeging bij ieder offer (Leviticus. 2:13 Mark.9:49) niets erbij, opdat het rein, met geen andere bestanddelen vermengd, heilig, tot godsdienstig gebruik geschikt zij.
1) De storax is een boom, overeenkomende met de kweeboom die in Syrië, Arabië enz. zelfs in zuidelijk Europa groeit, met eironde, ongeveer 2 duim lange en 1« duim brede bladeren, die 12-20 voet hoog wordt, en vele dunne takken heeft. De sneeuwwitte bloemen zitten in bosjes aan het einde van de takken en geven een zeer aangename reuk, uit deze ontwikkelen zich noten, die twee harde, gladde, scherp smakende pitten bevatten. Vanzelf of door insnijdingen vloeit uit de stam van deze boom een gomachtig, doorzichtig bleek- of bruinrood, zeer aangenaam riekend hars, dat men onder reukwerk en zalf vermengde en ook als artsenij gebruikte. De oniche, ook stacte of duivelsklauw genoemd, is het kalkachtig bedeksel aan de schaal van een soort van mossels, die met de purperslak overeenkomt, en zich in de zeeën van Indië en in Arabische wateren bevindt; afzonderlijk verbrand riekt hij onaangenaam en stinkend, maar met andere reukstoffen vermengd, verliest hij zijn onaangename reuk en dient tot versterking, gelijk prof. Knobel zich daarvan overtuigd heeft, daar hij in een apotheek het boven beschreven reukwerk heeft laten samenstellen; hij vond de reuk sterk, verfrissend en zeer aangenaam. Het galbanum is het hars van een struik, die in Syrië, Arabië en Ethiopië groeit, Ferulo geheten; het wordt evenals de gom van de storax, door insnijden in de bast gewonnen, en verbreidt evenals de oniche, op zichzelf geen aangename reuk, maar versterkt andere geuren en doet deze langer blijven. De wierook is het welriekende hars van een boom, die in Arabië groeit, die echter niemand van de latere reizigers in zijn oorspronkelijke soort gezien heeft. De soort die thans in Arabië gekweekt wordt, is, volgens de verzekering van Niebuhr, een ontaarding, misschien van Indië overgeplant, waar verscheidene gewassen zijn, waaruit gom vloeit. Ook over het winnen van de Arabische wierook heerst bij de natuuronderzoekers nog onzekerheid; de beste en reinste was, die op uitgespreide kleden was gevallen, minder rein, die men van de grond oplas. De wierook van de herfst- was beter dan die van de lente-oplezing.
Dat ook voor het heilig reukwerk vier stoffen voorgeschreven worden, heeft ten dele dezelfde reden, die wij boven voor de bestanddelen van de heilige zalfolie opgaven, Toch ligt hierin ook wel een heenwijzen op de vier bestanddelen van een recht gebed, waarvan de inhoud zowel lof en dank, als bede en voorbede is, of volgens Luthers verklaring bij het tweede gebod: aanroepen, bidden, loven en danken; of volgens 1Tim.2:1 smeking, gebed, voorbede en dankzegging.
Deze offerande had bij de anderen geteld kunnen worden, maar omdat slechts de toebereiding van het reukwerk, welke behoort bij het reukaltaar, ja, zijn aanhangsel is, meen ik niet, dat er oorzaak is, waarom ik het zou scheiden. *) Weetgierigen mogen, indien zij willen, de soorten zelf scherpzinnelijk oplossen, mij is het genoeg, dat, deze volgens het oordeel van God zijn gekozen, welke de liefelijkste geur verspreidden. Want, dat sommigen beweren, dat het galban van een onaangename en kwalijk riekende reuk is, of dat het wel geschikt was, weet ik niet. En omdat zij over een onbekende zaak gissingen maken, verdienen zij weinig geloof. Ik stel daarom vast, dat zij van een aangename geur zijn geweest, hetgeen Mozes woorden kort daarop bevestigen, waar hij de doodstraf als vastgesteld aankondigt, opdat niemand voor bijzonder genoegen zodanig reukwerk zou gebruiken. Wat zeker ongerijmd zou geweest zijn te verbieden, indien niet de reuk bijzonder liefelijk was geweest. Voeg er nog bij, dat er geen overeenkomst tussen het teken en de afgebeelde zaak bestaat, indien niet de liefelijke geur getuigde, dat God de gebeden van de Zijnen ten zeerste behagen. Verder, opdat er des te meer eerbied zou zijn voor het heilig teken, mocht het mengsel niet voor eigen gebruik worden aangewend, omdat, daar de mensen ruw en van een dom verstand zijn, niets hun liever is, dan de hemel met de aarde te vermengen. Daarom, opdat zij hun harten des te hoger zouden opheffen, moest het reukwerk van het algemeen gebruik afgezonderd gehouden worden, waardoor een bijzondere heiligheid aan God alleen werd toegekend.
*) Calvijn behandelt deze verzen tegelijk met die over het reukaltaar.).
36. En gij zult hiervan heel fijn poeder stoten, zoveel als voor enige tijd nodig is, en gij zult daarvan leggen voor de Getuigenis 1) in de tent der samenkomst, waarheen Ik, volgens Mijn toezegging (hoofdstuk 25:22) daar tot u komen zal, terwijl gij op het reukaltaar (hoofdstuk 30:6) dat zich voor de Ark van het Verbond bevindt, dit reukwerk neerlegt; het zal voor u Heiligheid der Heiligheden zijn; 2) door deze bewaarplaats, die Ik (vs.10) als hoogheilig aanwees, zal het bewaarde zelf hoogheilig zijn en in gebruik voor Mij kunnen komen.
1) Voor de Getuigenis wil hier niet zeggen, in het Allerheiligste, maar in het Heilige op het reukaltaar, dat stond voor de voorhang voor het Heilige der Heiligen.
2) Wanneer het geheiligde reukwerk was verbruikt legde men het overige, dat elders was heengebracht, eveneens op het reukaltaar, opdat ook dit hoogheilig zou worden, voordat het gebruikt werd.
37. Doch naar het maaksel 1) van dit reukwerk dat gij gemaakt zult hebben, zult gij voor u zelf niets maken tot gewoon gebruik; het zal u heiligheid zijn voor de HEERE.
1) Naar het maaksel, wil ook hier weer zeggen, dat de Israëlieten geen reukwerk uit de in vs.34 opgenoemde specerijen mochten bereiden in de daar opgegeven verhouding.
38. De man, die dit maken zal, om daaraan te ruiken, 1) om daarvan een liefelijke reuk te hebben, die zal uitgeroeid worden uit zijn volk (vs.32 vv.); voor het dagelijks gebruik zult gij reukwerk maken volgens uw eigen samenstelling en toebereiding.
1) Om daaraan te ruiken, d.i. om het tot zijn vermaak te gebruiken, om voor zichzelf, tot eigen genoegen, zulk reukwerk te bereiden. Terwijl de priester op het altaar in het heiligdom het reukoffer bracht (vs.7-8), steeg, daar er geen andere opening was, de rook door het voorhangsel bij de ingang (hoofdstuk 26:36 vv.) naar voren, voor de ogen van het in de voorhof biddende volk (Luk.1:10), naar de hemel; dat opstijgen was evenzeer een vermaning tot gebed, als een troostrijke verzekering van verhoring.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Er was geen komen binnen de voorhang zonder langs het reukaltaar te gaan, evenals er geen toegang tot God is dan door de almachtige tussenkomst van de Heere Jezus Christus.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 30
Exodus 30:7.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:28→1 Kronieken 23:13→Exodus 27:20→Lukas 1:9→1 Samuël 3:3→Handelingen 6:4→Exodus 30:34→
— En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.
Wanneer wij met vrijmoedigheid tot de troon der hemelse genade mochten komen en hebben mogen zien in de getemperde glans van dat licht van God dat boven het verzoendeksel schijnt, dan is dat enkel door de oneindige verdienste van onze Heere Jezus. De geringste vorm van gemeenschap, in de buitenste voorhof, moet door het offer van Jezus zijn. En de hoogste vorm van gemeenschap, zelfs de innigste en meest verrukkelijke, is nog altijd door Christus.
Het reukwerk stelt Zijn verdienste voor, en ook dat is niet zonder bloed, want eenmaal per jaar werden de hoornen van het altaar bestreken met het bloed dat binnen de voorhang was gebracht. Er was geen komen binnen de voorhang zonder langs het reukaltaar te gaan, evenals er geen toegang tot God is dan door de almachtige tussenkomst van de Heere Jezus Christus.
Exodus 30:12.KruisverwijzingenNumeri 31:50→Psalmen 49:7→Mattheüs 20:28→Exodus 38:25→Job 36:18→Numeri 1:2→Numeri 26:2→2 Kronieken 24:6→
— Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
De enige ware christenen ter wereld zijn zij die door het bloed van het Lam van hun ongerechtigheid verlost zijn en die het losgeld dat de Heere verschaft heeft persoonlijk hebben aangenomen — die persoonlijk hun losgeld in de hand gebracht hebben door Christus tot hun eigendom te maken en Hem, door een daad des geloofs, aan de grote Vader voor te stellen. God heeft op aarde zoveel volk als er in Jezus Christus geloven, en wij mogen niemand anders de Zijnen noemen dan hen die zeggen kunnen: “In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden.” Wij moeten geen hoofden tellen die van Christus wéten, maar handen die het losgeld ontvangen hebben en het aan God voorhouden.
Er werd geen bedrag in één keer voor het hele volk betaald, en ook niet twaalf bedragen voor de twaalf stammen — ieder mens moest zijn eigen halve sikkel brengen, voor zichzelf. Geen verlossing zal ons ook maar iets baten tenzij zij persoonlijk aangenomen en in het geloof aan God voorgehouden wordt. Wij moeten, ieder voor zich, van de Heere Jezus kunnen zeggen: “Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VAN HET REUKALTAAR, DE BELASTING, HET WASVAT, DE ZALFOLIE EN HET REUKWERK.
I. Exodus 30 vers 1-10
Tot besluit van de bepalingen over de oprichting van het heiligdom en de regels van de priesters volgt nu wat in hoofdstuk 25 is afgebroken, de oprichting van het reukaltaar, dat in het Heilige voor het voorhangsel, dat het Allerheilige bedekt, zijn plaats moet hebben.
1. Gij zult ook, behalve het reeds genoemde (hoofdstuk 25-29) een a) reukaltaar van reukswerk maken, 1) op de wijze die Ik u later (vs.7 vv.) meedelen zal; van sittimhout, van acaciahout, zult gij het maken.
a) Exodus. 37:25
1) Nu geeft God het voorschrift, omtrent het reukaltaar, waardoor het volk des te zekerder wordt vertolkt, dat de reuk van de wettische eredienst, Hem aangenaam was. Want wel wordt ook bij de volken deze plechtigheid gevonden (waardoor bij de ongewijde schrijver, op menigvuldige wijze van het offer, van wierook, wordt melding gemaakt) maar waartoe het strekte, was voor hen zelf verborgen. En ook bij hen was er geen zorg om te letten op het rechte doel, daar zij het ervoor hielden, dat zij bloot met het symbool hun plicht volbrachten. Maar op deze wijze heeft God zijn gelovigen willen bezielen, omdat zij wisten, dat de dienst, welke zij, op zijn bevel, waarnamen, een goede reuk verspreidde. Ondertussen heeft Hij hen vermaand, ijverig ervoor zorg te dragen, dat het niet een onrein offer aanstak, maar dat zij gezuiverd en gereinigd voor Zijn aangezicht kwamen. En David brengt in het bijzonder met deze zaak zijn gebeden in verband, als hij zegt: “Mijn gebed wordt gesteld als reukwerk voor uw aangezicht.” (Psalm. 14:2). Daarom, zoals het brandofferaltaar bestemd was voor de offeranden om God te verzoenen, zo ook was dit andere bestemd, om door de reuk van het reukwerk, aan de offeranden toe te voegen, dat zij God aangenaam waren. Daarom werd het ook geplaatst voor de Ark van de Getuigenis, hoewel met het voorhangsel ertussenin, opdat zijn reuk, door geen beletsel weerhouden, terstond tot God zou doordringen.
Het reukaltaar in Christus, de biddende Hogepriester, Die met Zijn voorbede Zijn Gemeente heiligt, omdat het welbehagen van de Heere daarop rust, omdat het tegelijk de verklaring is van de wil van de Zoon, in welke wil wij geheiligd zijn door de offerande van Christus, eenmaal aan het kruis geschied (Psalm. 2:7,8 Joh.17:24 Hebr.10:10). Die voorbede van Christus ontleent haar oneindige waarde uit de heerlijkheid van Zijn Persoon, en uit de eeuwige kracht en verdienste van Zijn offer; daarom was aan Aäron de taak opgedragen om eenmaal per jaar te nemen van het bloed van de varren (Leviticus. 16:18,19), en dat te strijken rondom de hoornen van het reukaltaar “vanwege de onreinheden van de kinderen van Israël”
2. Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee el van diens hoogte, 1) als geheel dus een rechthoekige zuil; uit hetzelfde altaar zullen zijn hoornen zijn, aan zijn vier hoeken zullenevenals bij het brandofferaltaar (hoofdstuk 27:2) hoornen uitgaan.
1) De hoogte van het Heilige was tien el, de hoogte van het altaar twee el. De rook kon daarom geen schade toebrengen aan het kostbare voorhangsel. Het altaar was een langwerpig vierkant. Dit was om de onvolkomenheid van het werk van het priesterschap, naar de ordening van Aäron, aan te geven.
3. En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak, 1) het bovenste platte vlak en de vier wanden rondom, als ook zijn hoornen, zodat alleen het onderste vlak, waarmee het op de grond staat, onbekleed blijft; en gij zult het, evenals om de verbondskist en de tafel van de toonbroden (hoofdstuk 25:11,24) een gouden krans rondom maken. 2)
1) In het Hebreeuws Gago. De LXX vertaalt het door: thn eocaran autou, d.i. zijn vuurhaard. Een vuurhaard was echter niet nodig, omdat het reukwerk in het gouden wierookvat werd aangestoten. De Statenvertalers vertalen door dak.
2) De krans diende, om het afvallen van het reukwerk te voorkomen.
4. Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans, aan zijn twee zijden zult gij deze maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmee draagt.
5. De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.
6. En gij zult het zetten voor de voorhang, die voor de Ark van de Getuigenis zijn zal, en het Allerheilige van het Heilige afscheidt (hoofdstuk 26:32); voor het Verzoendeksel, dat zijn zal boven de Getuigenis, boven de Ark, waarin de wet van de beide tafelen gelegd is, waarheen Ik, naar Mijn toezegging (hoofdstuk 25:22), met u samenkomen zal.
De plaats van het reukaltaar was tussen de gouden kandelaar en de tafel van de toonbroden in, zo dicht mogelijk bij het voorhangsel. Daarom wordt dat altaar in 1 Kon.6:22 genoemd het altaar, die voor de aanspraakplaats was. Zo nauw was de betrekking en zo nauw hing zijn betekenis samen met de Ark van de Getuigenis en het Verzoendeksel, dat de Apostel in Hebr.9:4 dit altaar opsomt bij hetgeen in het Allerheiligste werd gevonden.
7. En Aäron, 1) of wie van de priesters deze dienst te verrichten heeft (Luk.1:8 vv.), zal daarop aansteken welriekende specerijen van de (vs.34 vv.) beschreven soort; elke morgen, bij het dagelijks morgenoffer (hoofdstuk 39:38 vv.),als hij uit de voorhof ingaat in het heilige en a) de lampen, die op de kandelaar met zeven armen staande de gehele nacht gebrand hebben, wel zal toegericht hebben, zal hij deze specerijen aansteken (hoofdstuk 27:20 vv.).
a) 1 Samuel. 3:3
1) Aäron wordt hier genoemd, 1e. omdat hij dit voor de eerste maal doen zou, 2e. omdat onder de vader de zonen mede begrepen waren; 3e. omdat de Hogepriester op de grote Verzoendag alleen op deze altaar roken mocht.
8. En als Aäron de lampen aansteken zal tussen de twee avonden, 1) tegen drie uur ‘s middags (Leviticus. 24:3) zal hij eveneens bij het dagelijks avondoffer (hoofdstuk 29:41 Numeri. 28:3 vv.) dat reukoffer aansteken, het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht van de HEERE, die in het Allerheilige aanwezig is; het zal een blijvende zaak zijn bij uw geslachten.
1) Omdat Christus aan het kruis ten tijde van het reukoffer stierf en het voorhangsel in de tempel scheurde (Luk.23:45), is een priester juist in het Heilige geweest, toen dat geschiedde, heeft hij het scheuren met verwondering gezien en daarvan verhaald.
9. Gij zult geen vreemd reukwerk, geen ander dan Ik daartoe voorschrijven zal (vs.34 vv.) hierop aansteken (Leviticus. 10:1 vv.), noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten; 1) daartoe is een ander altaar en zijnandere gereedschappen in het heilige (hoofdstuk 27:1 vv. hoofdstuk 25:33 vv.).
1) Daar het reukaltaar niet slechts door zijn naam, maar ook door het vierkante van zijn vorm en door zijn hoornen gelijk gemaakt was aan het brandofferaltaar, zo lag er veel gewicht in, om nauwkeurig te bepalen, welk soort van offers daarop zouden gebracht worden. Want als een offer werd het aansteken van welriekend reukwerk reeds daardoor gekarakteriseerd, dat het op een offerplaats, op een altaar geschiedde. Zo werd ook het laten opstijgen niet alleen voor het aansteken van het reukwerk, maar ook voor het aansteken en verbranden van de bloedige en onbloedige offers op het brandofferaltaar gebruikt. Eindelijk werd het verband tussen het brandoffer en het reukoffer nog hierdoor aangeduid, dat het tegelijkertijd moest worden gebracht. Door beide offers werd de overgave van Israël aan zijn God afgeschaduwd en, door het dagelijks brengen ervan, deze overgave als een bestendige, voortdurende, afgebeeld. Het onderscheid bestaat echter daarin, dat in het brandoffer Israël zijn gehele leven en sterven naar lichaam en ziel, de Heere wijdt en heiligt, in het reukoffer zijn gebed (Psalm. 141:2 Openb.5:8; 8:3) belichaamd wordt, als de verheffing van de geestelijke mens tot God, waarmee het verder onderscheid samenhangt, dat de overgave in het brandoffer slechts op grond van de verzoenende bloedsprenkeling voltrokken wordt, daarentegen het reukoffer de verzoening met God veronderstelt.
10. En Aäron, de hogepriester, zal eens in het jaar over deze hoornen verzoening doen, en wel op de grote Verzoendag, nadat hij de besprenkeling in het Allerheiligegebracht heeft, met het bloed van het zondoffer van de verzoeningen, met het bloed van de tot verzoening van de kinderen van Israël ten zondoffer bestemde geitebok; hij zal dat bloed aan de hoornen strijken, en daarna zeven maal voor het altaar sprenkelen (Leviticus. 16). Eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten: 1) het isHeiligheid der Heiligheden de HEERE. 2)
1) Ofschoon dit slechts eenmaal in het jaar geschiedde, werd het toch dagelijks ingeroepen ter herinnering, opdat zij door geloof en gebeden de dood van Christus zouden verheerlijken. En echter zouden zij weten, dat hun gebeden niet een liefelijke geur verspreidden, tenzij en in zoverre zij met het bloed van de verzoening waren besprenkeld.
Heiligheid der Heiligheden heet hier het reukaltaar, en elders ook het brandaltaar (Ex.40:10), ja, zelfs alle gereedschappen, die gezalfd zijn met de heilige zalfolie (Ex.30:29). Het reukaltaar was echter bovenal een heiligheid der Heiligheden, omdat het Christus Jezus afbeelde, de biddende Hogepriester.
2) Het reukaltaar staat in verhouding tot het brandofferaltaar gelijk het Heilige tot de voorhof, gelijk het priesterlijke volk tot het niet-priesterlijke, gelijk het lof- en dankgebed van de verzoende en geheiligde tot het verlangen naar verzoening en heiliging, gelijk de glans van het zevenvoudig gelouterd goud, die van dit altaar afstraalt, tot de natte donkere droevige glans van het koper, dat het altaar van de voorhof omgeeft. Het is een herhaling van het altaar, dat in de voorhof staat, maar een herhaling daarvan in zeer verhoogde heerlijkheid.
Het roken of aansteken van aangename specerijen is een zinnebeeld van de gebeden, die onafgebroken van de uitverkoren gemeente tot de Heere moeten opstijgen (Psalm. 141:2 Openbaring. 5:8. Hoewel bij de vroeger voorgeschreven toonbroden, die altijd op de tafel moesten liggen, en de met zeven lampen brandende kandelaar (hoofdstuk 25:30,37) hier nog het roken in het heilige komt, wordt het volk van God voorgesteld door het eerste als een volk veelbetekende beroeds-werkzaamheid en wereldverlichtende kennis, en hier als een volk van onafgebroken gebed (Luk.1:10). Nu is bidden het brengen van een offer (Psalm. 119:108 Hoz.14:9, daarom wordt ook voor dit offer een altaar geëist. De bepaling daaromtrent gebeurde niet vroeger, toen van de overige gereedschappen van het heilige sprake was (hoofdstuk 25), maar eerst hier, nadat een altaar voor het bloedige offer van de voorhof voorhanden is (hoofdstuk 27:1 vv.), omdat eerst de verzoende en opnieuw met de Heere verzoende gemeente Hem gebeden kan brengen, die een lieflijke reuk voor Hem zijn (vergl.Joh.16:23 vv.)
II. Exodus 30 vers 11-16
Hierop handelt de Heere met Mozes nog over enige bijzondere punten, die deels de vroeger gegeven bepalingen aanvullen, deels betrekking hebben op de bouw en het daarbij streng in acht te nemen sabbatsgebod; vervolgens over het door iedereen krijgsplichtige te betalen zoengeld voor zijn ziel, hetgeen dienen moet tot aanvulling van de in hoofdstuk 25:1-9 aangewezen vrijwillige bijdragen in bouwstoffen.
11. Verder sprak de HEERE, toen hij deze bepalingen in het algemeen gegeven had, nog nader tot Mozes, om hem ook over enkele zaken, die van bijzonder gewicht waren, Zijn wil te openbaren, zeggende:
12. Als gij, ten behoeve van de later (Numeri. 1) te verrichten monstering, de som van de kinderen van Israël opnemen zult, als gij zult tellen, hoeveel van hen naar hun ouderdom tot opneming in het leger van de Heere geschikt zijn, naar degetelden onder hen, zo zullen zij een ieder de verzoening van zijn ziel aan de HEERE geven, een hoofd- of losgeld, waarmee hij zijn persoon van Mijn straf, die hij verdiend had, loskoopt, als gij hen tellen zult, wanneer zij onder de krijgsplichtigen opgenomen worden; opdat onder hen geen plaag zij, als gij hen tellen zult, 1) en zij daarbij met Mij in onmiddellijke aanraking komen.
1) De wettige monstering en werkelijke opname van de deugdelijk bevondenen in het leger van de Heere volgde eerst een volle maand na de oprichting van de tabernakel (Numeri. 1:18 Ex.40:17), van nu tot die tijd verliepen alzo ongeveer 9 maanden. Mozes moest echter nu reeds een voorlopige telling doen van alle mannelijke personen, die boven de 20 jaar oud waren. Wanneer nu het getal, dat hierbij verkregen is, hetzelfde is als dat van de wettige monstering (Ex.38:26 Numeri. 1:40), zo blijkt het daaruit, allereerst, dat het volksbestaan gedurende die 9 maanden over het geheel dezelfde hoogte behield, en vervolgens, dat alle dienstplichtigen later ook als geschikt voor de strijd bevonden werden; enkele betrekkelijk slechts geringe verschillen en uitzonderingen schijnen daarbij niet in aanmerking genomen te zijn, waarom beide de keren slechts ronde getallen aangegeven worden.
Maar waarom was een verzoening van zijn ziel voor ieder, die geteld werd, nodig? En hoe komt het dat een gave in geld tot een zo hoog en heilig doel dienen moet? Ten opzichte van de eerste vraag is te bedenken, dat voor de offerdienst, die een schaduw was, de gemeente wel als een geheel verzoend en geheiligd werd, maar bij de telling van de hoofden ieder afzonderlijk, persoonlijk voor de Heere trad, en nu ook voor zijn persoon alles, wat hem in Gods ogen verderfelijk en verdoemelijk maakte, moest bedekt worden, opdat hij niet door Gods straffen zou worden getroffen; ten opzichte van de tweede vraag, zo valt het door Christus voor de zonde van de wereld aangebrachte offer met betrekking tot iedere enkele ziel ook onder het begrip van een losgeld (Matth.20:28 1Petr.1:18) en moest dit toekomstige losgeld zonder twijfel door het zoengeld, dat iedere Israëliet was opgelegd, afgebeeld worden.
De Heere vorderde hen die prijs af, als een openbare betuiging. 1e. Dat zij zonder enige verdienstelijkheid hun leven van God hadden. 2e. Dat het aan Hem stond, hetzelfde hen te benemen, of op allerlei wijze het hen bitter te maken, naar dat Hij Zijn rechtvaardige haat tegen de zonde en zondaars meer of min omtrent hen zou willen openbaren. Van de zijde van God werd door het eisen van dat losgeld te kennen gegeven: 1e. Dat Hij recht had en macht over hen, als de Heere van leven en dood. 2e. Dat Hij naar zijn rechtvaardigheid, dat recht tot hun verderf kon gebruiken, maar zoiets niet doen wilde, en omdat op te schorten, niet anders vorderde, dan alleen een erkentenis van dat recht. 3e. Dat Hij naar Zijn eeuwig voornemen gereed was, om met doodschuldigen in onderhandeling, wegens verzoening, te treden, doch niet zonder het opbrengen van een zwaarwichtig rantsoen.
13. Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, allen die tot de ouderdom komen voor de krijgsdienst bepaald, en daartoe geschikt bevonden worden, de helft van een sikkel, naar de sikkel van het Heiligdoms, niet naar de gewone, in het dagelijks leven gebruikelijke sikkel berekend, (deze sikkel is twintig gera) (Leviticus. 27:25 Numeri. 3:47; 18:16); de helft van een sikkel 1) of een beka, is een hefoffer voor de HEERE (hoofdstuk 25:1 vv.)
1) De munten van de Hebreeën waren: Gera, beka (halve sikkel), sikkel, Mina (Ezech.45:12) of een pond = 50 sikkels. en een centenaar of talent. De gera heeft men gehouden voor een Johannes broodboon, die in grootte en gewicht daarmee zou overeenkomen. Is deze veronderstelling waar, dan zou een sikkel ongeveer een halve gulden zijn en ieder Israëliet dus ongeveer een vierde gulden hebben moeten opbrengen. Deze stukken waren nog geen gestempelde munten, deze kwamen eerst ten tijde van de Makkabeeën, maar zilveren stukken met aanwijzing van hun gewicht, dat men, ter voorkoming van bedrog, nawoog (zie Ge 23.16). In de Babylonische ballingschap werden de Joden met het Babylonische en Perzische, en onder de heerschappij van de Seleuciden, met het Griekse geld bekend. Uit die tijd stammen de Dariken af (Ezra 2:69 Nehemiah. 7:70 vv), van deze de drachmen (Luk.15:8 vv.) en de staters (Matth.17:27). Onder de Romeinse overheersing eindelijk kwamen ook Romeinse munten in omloop: de denarius, van geringer waarde dan de drachme, doch in de handel daaraan gelijk gerekend (Matth.18:28; 20:2,9,13; 22:19 Mark.14:5 Luk.7:41; 10:35 Openb.6:6), de as of penning (Matth.10:29), de kwadrant = ¼ as (Matth.5:26 Mark.12:42), en als kleinste munt de scherf = ½ kwadrant (Mark.12:42 Luk.12:59).
14. Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaar en ouder, zal het hefoffer aan de HEERE geven.
15. De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal niet verminderen van de helft van de sikkel, als gij het hefoffer aan de HEERE geeft, om voor uw zielen verzoening te doen, 1) voor de Heere; toch is de ene ziel zoveelals de andere waard.
1) De hier voorgeschreven gave werd later tot een regelmatige tempelbelasting en bestond nog ten tijde van Christus (Matth.17:24 vv.)
Om tweeërlei redenen geeft de Heere deze instelling. De eerste is deze, dat de rijke zich niet zou verhovaardigen boven de arme, en de tweede is, dat de Heere hiermee wilde leren, dat allen voor Hem gelijk stonden, de rijke en de arme; dat er bij Hem geen onderscheid was tussen rijke zondaren en arme zondaren, dat de rijke zich in Gods ogen niets meer aangenaam kon maken, dan de arme.
Dit gebod verhinderde de rijke niet, om de Heere van het zijn vrijwillige offeranden te brengen. Hoe arm ook iemand wezen mocht, hij werd niet van deze tempelschatting vrijgesteld.
16. Gij dan zult het geld van de verzoeningen van de kinderen van Israël nemen, en zult het leggen tot de dienst van de tent der samenkomst, 1) en het zal de kinderen van Israël ter gedachtenis zijn voor het aangezicht van deHEERE, om voor uw zielen verzoening te doen; daar dit losgeld tot de bouw en het onderhoud van de woning van de Heere dient, zal het Mij tot een gedurige aandrang zijn, om de kinderen van Israël, die op Mijn bevel dat geld gebracht hebben, in genade te gedenken en hun hun misdaden niet toe te rekenen.
1) Niet alleen tot de bouw, maar ook tot hetgeen nodig was voor de eredienst moest dit geld gebruikt worden. De dagelijkse offerande, het onderhoud van de tabernakel, het zoenoffer voor het gehele volk moest ervan betaald worden.
Wij menen, dat het vorderen van die schatting duidelijk genoeg aanwees: 1e. Dat elke ziel een rantsoen, een lossing en een prijs van de verzoening nodig heeft, en wel: 2e. Een rantsoen, dat kostelijk en dierbaar is, en 3e. dat het ware rantsoen en de volmaakte zieleprijs strekken zouden tot opbouw van Gods geestelijk huis, bestaande uit de getelden en geroepenen tot het eeuwige leven.
III. Exodus 30 vers 17-21
Vervolgens wordt het koperen wasvat beschreven, en wat zijn bestemming betreft nader verklaard, daar dit bij de beschrijving (hoofdstuk 27) van de voorhof en zijn gereedschappen voorbijgegaan was.
17. En de HEERE sprak verder tot Mozes, zeggende:
18. Gij zult ook een koperen wasvat, 1) een grote waterbak, maken, met zijn koperen voet, een onderstel of bekken, waarin het water uit het vat door in het laatste aangebrachte kranen kan gelaten worden; dit zal dienen om te wassen bij de priesterlijke reinigingen (vs.19); en gij zult het zetten in de voorhof tussen de tent der samenkomst, en tussen het brandofferaltaar en gij zult water daarin doen;
1) Deze reiniging, welke God van Zijn priesters vraagt, was een teken van heiligheid. Daar echter het wasvat of het bekken, waarin het water in genoegzame voorraad voorhanden was, een deel uitmaakte, of één vat was van het Heiligdom, scheen men wat hieromtrent werd verordend, hierom te moeten verenigen of in elkaar te zetten, niet slechts, om wat de vorm aangaat, maar ook om wat het gebruik betreft, hetgeen niet gemakkelijk kon worden gescheiden. Want, indien er slechts melding werd gemaakt bloot van een bekken of watervat, dan zouden de lezers daarvan geen nut hebben getrokken. Maar waar God duidelijk beveelt, dat er water in het wasvat moest zijn, waarmee de priesters de handen en de voeten moesten reinigen, daaruit merken wij op, met hoeveel eerbied en heiligheid God de heilige dingen wil behandeld hebben.
19. Dat Aäron en zijn zonen, als de tot de heilige dienst geroepen priesters (hoofdstuk 28:1) zich daaruit wassen, hun handen en voeten.
20. Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of, wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer (vs.7 vv. Leviticus. 1:7-9) voor de HEERE aansteken. 1)
1) De Israëlieten werden er voornamelijk door indachtig gemaakt, hoe onwaardig zij waren, die God de offeranden brachten, daar de priesters, tot dit ambt uitgekozen, hun onreinheid in de weg stond, totdat zij met water gereinigd waren. Verder, de wassing van de handen en van de voeten beduidde, dat alle delen van het lichaam door onreinheid waren aangetast. Want, omdat de Schrift dikwijls de handen neemt voor de verrichtingen van het leven, en de gehele gang van het leven bij een weg of reis vergeleken wordt, gaat deze vergelijking best op, dat in de handen en in de voeten alle onreinheid werd afgewassen.
21. Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, 1) opdat zij niet sterven, hetgeen aanstonds geschieden zou, wanneer zij ongewassen de een of andere heilige plaats wilden naderen; en dit wassen telkens voor het verrichtenvan een godsdienstige handeling, zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem, Aäron en zijn nageslacht, bij hun geslachten, 2) voor al zijn nakomelingen.
1) Wel waren Aäron en zijn zonen geheiligd tot hun dienstwerk, maar deze heiliging verhinderde niet, dat zij steeds door eigen zonden en door die van het volk verontreinigd werden. Zij hadden daarom de gedurige wassing en reiniging en heiliging nodig. Wie eenmaal door het bloed van Christus gereinigd is, heeft toch, door de aanraking met zonde en wereld, de reiniging van zijn dagelijkse zonden nodig.
2) Het koperen wasvat wordt ten opzichte van grootte en gedaante niet nader beschreven, omdat het symbolisch geen betekenis had; wel was het wassen van handen en voeten, hetgeen de priesters bevolen was, voordat zij het Heiligdom betraden en de heilige werkzaamheden verrichten, een zinnebeeld van de inwendige, geestelijke reiniging, zonder welke niemand, allerminst die het ambt van de verzoening bekleedt, de heilige God naderen mag. (Matth.5:8).
Het wasvat (het tweede voorwerp, dat zich in de voorhof bevond) was een grote, ronde, koperen ketel of bak, uit de spiegels van de Joodse vrouwen van Bezßleël vervaardigd, en rustende op een voetstuk. Het stond schuin naast het zoenaltaar, en diende tot een gedurige reiniging van de offerende personen en van het offer zelf. Rondom waren er een menigte tuiten of kranen, door welke het water afliep, dat elke dag rein en vers door de Levieten daar werd ingedragen. Bij elke dienst moesten de priesters zich daarmee vooral handen en voeten wassen.
IV. Exodus 30 vers 22-33
Verder wordt naar stof en wijze van samenstelling gehandeld over de zalfolie, die bij de in hoofdstuk 29 voorgeschreven priesterwijding aan te wenden is.
22. Verder sprak de HEERE wederom tot Mozes, zeggende:
23. Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, namelijk de vier volgende: van de zuiverste mirre, die, welke vanzelf uit de boom uitgevloeid is, vijfhonderd sikkels, (waarschijnlijk ruim 14 pond) en kaneel, half zoveel, namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerij-kalmus, tweehonderd en vijftig sikkels.
24. Ook kassie, vijfhonderd, naar de sikkel van het heiligdom; dus net zoveel als van de mirre, en een hin olijfolie. 1) (zie “Ex 27.21).
1) De Myrtheboom (amyris) heeft een gladde, bleek asgrauwe bast, geelachtig wit hout en bladeren, die in groot getal op korte gladde stelen of afzonderlijk of in bosjes staan. De vruchten, bruin van kleur, komen aan steeltjes en zijn eirond. De boom was in Palestina niet inheems, doch werd ook in tuinen geteeld (Hoogl.1:13; 4:6). Het hart, in het begin olieachtig en van geelachtig witte kleur, wordt langzamerhand harder en donkerder, en wordt eindelijk roodachtig; in deze droge toestand wordt het als reukwerk gebruikt, in vloeibare toestand daarentegen, gelijk het of vanzelf of ten gevolge van insnijdingen, die men in de boom maakt, uit de bast vloeit, vormde het een hoofdbestanddeel van de kostbare en welriekende zalf; het hart, dat vanzelf voortkwam, was beter en sterker, dan hetgeen men op kunstmatige wijze verkreeg. De kaneelboom, wiens eigenlijk vaderland Sri Lanka is in de Indische zee, bereikt in de bossen een zeer aanmerkelijke hoogte, aan de kusten bedraagt die slechts 20-30 voet; de dikte van de stam is 3 voet in omtrek. De takken zijn zeer talrijk en met heldergroene, ovale, laurierachtige 4-6 duim lange bladeren bezet. De witachtige, aangename, maar niet aromatische bloesems vormen zich in april tot ovale steenvruchten, gelijkvormig aan jeneverbessen. Stam en takken zijn met een dubbele bast bekleed, waarvan de buitenste, witachtig of grauw en bijna reuk- en smakeloos is, de binnenste echter, die wederom uit twee vast aan elkaar hangende basten bestaat, de bruine kaneel levert; zij werd in de oudheid deels tot reukwerk, deels tot zalving gebruikt. De kalmus groeit ook wel in Europa, maar veel liever in de Aziatische, bijzonder de Indische en Arabische streken; deze heet kalmus van de welriekendheid en zijn wortel wordt eveneens tot reukwerk en zalf gebruikt. De Kassie (Cassia) is de bast van een op kaneel lijkende, in Indië en Arabië groeiende boom of struik, die wel als verder bestanddeel met de welriekende zalven gemengd werd, maar van donkerder kleur en zwakker reuk dan de kaneel was.
25. En maak daarvan een olie van Heilige zalving, een zalf, heel kunstig gemaakt, naar apothekers werk; 1) het zal een olie van heilige zalving zijn. 2)
1) De kunst, om reukwerken uit kostbare specerijen te bereiden, vormde in de oudheid een eigen beroep. De droge specerijen als kaneel, kalmus en cassia, werden daarbij wel niet tot poeder gewreven en zo met de mirre en de olie vermengd, daar dan daaruit een dikke brij ontstaan zou zijn, maar volgens de rabbijnen werden zij in water gekookt, om de kracht daaruit te trekken; deze werd dan weer met de vloeibare stoffen samen zolang gekookt, dat de waterdelen verdampt waren.
2) Ondanks alle tegenspraak stel ik vast, dat deze olie, uit de kostbaarste specerijen gemengd, een beeld is van de Heilige Geest. Want overal komt ons de overdrachtelijke betekenis van de zalving tegemoet, waar de profeten de kracht, het gevolg en de gave van de Geest, vermelden. Er is geen twijfel aan, of God, door de koningen te zalven heeft betuigd, dat Hij hen begiftigde met de Geest van wijsheid, kracht, zachtmoedigheid en rechtvaardigheid. Hieruit kan gemakkelijk worden opgemaakt, dat de tabernakel met de olie moest gezalfd worden, opdat de Israëlieten zouden leren, dat elke oefening in godsvrucht niets zou baten, zonder de goddelijke werking van de Geest. Zelfs iets groots werd aangetoond, dat de kracht en de genade van de Geest werkzaam was, en heerste in hetgeen het wezen uitmaakt van de schaduwbeelden zelf, en dat, welke goederen daardoor ontstonden, door de genade van dezelfde Geest tot nut van de gelovigen werden aangewend.
Die olie was daardoor een zinnebeeld van liefelijkheid en duurzaamheid. Zij werd uitgestort op het hoofd van de priester, en vloeide van daar naar beneden langs de baard en tot aan de zomen van het gewaad; zie Psalm 133. Op deze zalving doelt Johannes, zeggende: “Gij hebt de zalving van de Heilige.” Voor de priester betekende het, de genadige mededeling van die gaven, welke hij overeenkomstig zijn priesterambt behoefde. Als schaduw voor het Nieuwe Testament was de olie, de velerlei gaven van de Heilige Geest. Christus is de hoorn, die God ons opgericht heeft in Davids huis (Luk.1:69). Uit die gezegende Hoorn van zaligheid wordt Zijn volk bedeeld met alle geestelijke gaven en zegeningen (Psalm. 68:19); en ontvangt de erenaam van Christenen, omdat zij door Zijn olie geroepen en bekwaam gemaakt zijn om te wezen: profeten, tot het verkondigen van de deugden van Hem, Die hen liefhad; priesters, om zich Hem over te geven als een dankoffer; en koningen, om tegen al Zijn en hun vijanden te strijden, en over die vijanden te triomferen in Zijn kracht.
26. En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, wanneer die opgericht is, en de in het Allerheilige zich bevindende Ark van de Getuigenis.
27. En de in het Heilige staande tafel met al haar gereedschap, en de kandelaar met zijn gereedschap en het reukaltaar.
28. En het in de voorhof op te richten altaar van het brandoffer, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.
29. Gij zult ze alzo door deze zalving heiligen, dat zij Heiligheid der Heiligheden, hoogheilig (vs.10) zijn (hoofdstuk 40:9-11), al wat ze aanraakt zal heilig zijn (zie “Ex 40.10).
30. Gij zult ook Aäron en zijn zonen daarmee zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen 1) in het heiligdom, en de heilige gereedschappen te mogen aanraken (vs.29).
1) De volbrenging van dit goddelijk bevel wordt in Leviticus. 8 verteld. Wat nu de hierboven beschreven zalf betreft, die haar wijdende en heiligende kracht daardoor bezat, dat zij naar samenstelling en wijze van bereiding door God uitdrukkelijk bevolen en aan het algemeen gebruik voor altijd onttrokken was (vs.31 vv.), zo is de grondstof, de olie, wegens haar verfrissende, helende en lichtgevende kracht het zinnebeeld van de Heilige Geest; de zalving daarmee betekende alzo de mededeling van deze Geest, om bekwaam te maken tot de heilige dienst. De vier welriekende, specerijachtige bestanddelen, waarmee de olie vermengd was, dienden, om de levenwekkende kracht van de olie een kracht te geven om een aangename reuk te verspreiden, en daardoor op de werking van de Heilige Geest te wijzen, die beiden, God en mensen, welgevallig zijn. Dat er vier waren is niet willekeurig; dit getal is hier, evenals in hoofdstuk 28:39 en later in hoofdstuk 30:34 een karakteristiek kenteken van het Godsrijk, volgens zijn verschijning in de wereld en zijn bestemming voor haar. Nog kan gevraagd worden, in hoeverre het zalven met de welriekende olie ook in betrekking tot de tabernakel en zijn gereedschappen een mededeling van de Geest in zich sloot, daar dit toch levenloze voorwerpen zijn, en bij deze van zulk een mededeling niet in die zin sprake kan zijn, als bij de priesters. Daar echter de tabernakel met zijn gereedschappen de plaats was, waarvan de heiliging door de priesters voor Israël uitging, zo moest ook door de Heilige Geest tenminste beademd zijn. Zijn zegel moest daarop gedrukt worden, wanneer een eigenlijke mededeling geen plaats kon vinden.
31. En gij zult tot de kinderen van Israël spreken, zeggende: Dit zo samengesteld apothekerswerk zal Mij een olie van de heilige zalving zijn, alleen voor dit heilig gebruik (vs.26 vv.) bestemd, bij uw geslachten.
32. Niet op het vlees van een mens 1) zal men ze, als een gewone zalf gieten, gij zult ook naar haar maaksel 2) geen dergelijke voor het dagelijks leven maken; het is heiligheid; die zalf is daartoe door Mij bestemd zij zal u heiligheid zijn.
1) In het Hebreeuws Al basar adam. Op het vlees van een mens. De bedoeling is, op het vlees van een gewoon mens, van iemand, die geen priester was.
2) Naar haar maaksel, wil zeggen, naar de verhouding van de verschillende specerijen, welke Ik u opgegeven heb.
33. De man, die een zelfde zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, op iemand die geen priester is, of op enige zaak, die niet voor het heiligdom bestemd is, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken, 1) dedoodstraf zal aan hem voltrokken worden (hoofdstuk 12:15,19).
1) Hiermee wordt noch het bereiden van zalven voor het gewoon gebruik, noch de aanwending van de hier genoemde bestanddelen elk voor zich verboden; maar het is slechts de samenstelling van deze stoffen volgens de hier gegeven verhouding, welke uitsluitend voor het godsdienstig gebruik is voorbehouden.
V. Exodus 30 vers 34-38
Eveneens wordt het reukwerk, dat volgens vs.7 en 8 ‘s morgens en ‘s avonds door de priester bij het gereed maken en aansteken van de lampen op het reukaltaar gebrand moest worden, volgens zijn bestanddelen en wijze van bereiding nader beschreven.
34. Verder zei de HEERE, op dezelfde tijd toen Hij het bevel (vs.22 vv.) gaf, tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, namelijk de vier volgende: mirresap, storax gummi, en oniche, stacte, en galban, galbanum, deze welriekende specerijen, en zuivere wierook; dat elk bijzonder zij. 1)
1) Beter: “van elk gelijke delen.”.
35. En gij zult een reukwerk van een zalf 1) daaruit maken, naar het werk van de apotheker gemengd, en doe behalve zout, de noodzakelijke bijvoeging bij ieder offer (Leviticus. 2:13 Mark.9:49) niets erbij, opdat het rein, met geen andere bestanddelen vermengd, heilig, tot godsdienstig gebruik geschikt zij.
1) De storax is een boom, overeenkomende met de kweeboom die in Syrië, Arabië enz. zelfs in zuidelijk Europa groeit, met eironde, ongeveer 2 duim lange en 1« duim brede bladeren, die 12-20 voet hoog wordt, en vele dunne takken heeft. De sneeuwwitte bloemen zitten in bosjes aan het einde van de takken en geven een zeer aangename reuk, uit deze ontwikkelen zich noten, die twee harde, gladde, scherp smakende pitten bevatten. Vanzelf of door insnijdingen vloeit uit de stam van deze boom een gomachtig, doorzichtig bleek- of bruinrood, zeer aangenaam riekend hars, dat men onder reukwerk en zalf vermengde en ook als artsenij gebruikte. De oniche, ook stacte of duivelsklauw genoemd, is het kalkachtig bedeksel aan de schaal van een soort van mossels, die met de purperslak overeenkomt, en zich in de zeeën van Indië en in Arabische wateren bevindt; afzonderlijk verbrand riekt hij onaangenaam en stinkend, maar met andere reukstoffen vermengd, verliest hij zijn onaangename reuk en dient tot versterking, gelijk prof. Knobel zich daarvan overtuigd heeft, daar hij in een apotheek het boven beschreven reukwerk heeft laten samenstellen; hij vond de reuk sterk, verfrissend en zeer aangenaam. Het galbanum is het hars van een struik, die in Syrië, Arabië en Ethiopië groeit, Ferulo geheten; het wordt evenals de gom van de storax, door insnijden in de bast gewonnen, en verbreidt evenals de oniche, op zichzelf geen aangename reuk, maar versterkt andere geuren en doet deze langer blijven. De wierook is het welriekende hars van een boom, die in Arabië groeit, die echter niemand van de latere reizigers in zijn oorspronkelijke soort gezien heeft. De soort die thans in Arabië gekweekt wordt, is, volgens de verzekering van Niebuhr, een ontaarding, misschien van Indië overgeplant, waar verscheidene gewassen zijn, waaruit gom vloeit. Ook over het winnen van de Arabische wierook heerst bij de natuuronderzoekers nog onzekerheid; de beste en reinste was, die op uitgespreide kleden was gevallen, minder rein, die men van de grond oplas. De wierook van de herfst- was beter dan die van de lente-oplezing.
Dat ook voor het heilig reukwerk vier stoffen voorgeschreven worden, heeft ten dele dezelfde reden, die wij boven voor de bestanddelen van de heilige zalfolie opgaven, Toch ligt hierin ook wel een heenwijzen op de vier bestanddelen van een recht gebed, waarvan de inhoud zowel lof en dank, als bede en voorbede is, of volgens Luthers verklaring bij het tweede gebod: aanroepen, bidden, loven en danken; of volgens 1Tim.2:1 smeking, gebed, voorbede en dankzegging.
Deze offerande had bij de anderen geteld kunnen worden, maar omdat slechts de toebereiding van het reukwerk, welke behoort bij het reukaltaar, ja, zijn aanhangsel is, meen ik niet, dat er oorzaak is, waarom ik het zou scheiden. *) Weetgierigen mogen, indien zij willen, de soorten zelf scherpzinnelijk oplossen, mij is het genoeg, dat, deze volgens het oordeel van God zijn gekozen, welke de liefelijkste geur verspreidden. Want, dat sommigen beweren, dat het galban van een onaangename en kwalijk riekende reuk is, of dat het wel geschikt was, weet ik niet. En omdat zij over een onbekende zaak gissingen maken, verdienen zij weinig geloof. Ik stel daarom vast, dat zij van een aangename geur zijn geweest, hetgeen Mozes woorden kort daarop bevestigen, waar hij de doodstraf als vastgesteld aankondigt, opdat niemand voor bijzonder genoegen zodanig reukwerk zou gebruiken. Wat zeker ongerijmd zou geweest zijn te verbieden, indien niet de reuk bijzonder liefelijk was geweest. Voeg er nog bij, dat er geen overeenkomst tussen het teken en de afgebeelde zaak bestaat, indien niet de liefelijke geur getuigde, dat God de gebeden van de Zijnen ten zeerste behagen. Verder, opdat er des te meer eerbied zou zijn voor het heilig teken, mocht het mengsel niet voor eigen gebruik worden aangewend, omdat, daar de mensen ruw en van een dom verstand zijn, niets hun liever is, dan de hemel met de aarde te vermengen. Daarom, opdat zij hun harten des te hoger zouden opheffen, moest het reukwerk van het algemeen gebruik afgezonderd gehouden worden, waardoor een bijzondere heiligheid aan God alleen werd toegekend.
*) Calvijn behandelt deze verzen tegelijk met die over het reukaltaar.).
36. En gij zult hiervan heel fijn poeder stoten, zoveel als voor enige tijd nodig is, en gij zult daarvan leggen voor de Getuigenis 1) in de tent der samenkomst, waarheen Ik, volgens Mijn toezegging (hoofdstuk 25:22) daar tot u komen zal, terwijl gij op het reukaltaar (hoofdstuk 30:6) dat zich voor de Ark van het Verbond bevindt, dit reukwerk neerlegt; het zal voor u Heiligheid der Heiligheden zijn; 2) door deze bewaarplaats, die Ik (vs.10) als hoogheilig aanwees, zal het bewaarde zelf hoogheilig zijn en in gebruik voor Mij kunnen komen.
1) Voor de Getuigenis wil hier niet zeggen, in het Allerheiligste, maar in het Heilige op het reukaltaar, dat stond voor de voorhang voor het Heilige der Heiligen.
2) Wanneer het geheiligde reukwerk was verbruikt legde men het overige, dat elders was heengebracht, eveneens op het reukaltaar, opdat ook dit hoogheilig zou worden, voordat het gebruikt werd.
37. Doch naar het maaksel 1) van dit reukwerk dat gij gemaakt zult hebben, zult gij voor u zelf niets maken tot gewoon gebruik; het zal u heiligheid zijn voor de HEERE.
1) Naar het maaksel, wil ook hier weer zeggen, dat de Israëlieten geen reukwerk uit de in vs.34 opgenoemde specerijen mochten bereiden in de daar opgegeven verhouding.
38. De man, die dit maken zal, om daaraan te ruiken, 1) om daarvan een liefelijke reuk te hebben, die zal uitgeroeid worden uit zijn volk (vs.32 vv.); voor het dagelijks gebruik zult gij reukwerk maken volgens uw eigen samenstelling en toebereiding.
1) Om daaraan te ruiken, d.i. om het tot zijn vermaak te gebruiken, om voor zichzelf, tot eigen genoegen, zulk reukwerk te bereiden. Terwijl de priester op het altaar in het heiligdom het reukoffer bracht (vs.7-8), steeg, daar er geen andere opening was, de rook door het voorhangsel bij de ingang (hoofdstuk 26:36 vv.) naar voren, voor de ogen van het in de voorhof biddende volk (Luk.1:10), naar de hemel; dat opstijgen was evenzeer een vermaning tot gebed, als een troostrijke verzekering van verhoring.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel