Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Exodus 30

1 Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Gij zult ook een reukaltaarH4196 des reukwerksH4729 maken; van sittimhoutH7848 zult gij het maken. Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.

KJV And thou shalt make1 an altar2 to burn3 incense4 upon: of shittim6 wood5 shalt thou make

1 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 מִזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 3 מִקְטַ֣ר H4729 reukwerks to burn...upon 4 קְטֹ֑רֶת H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 5 עֲצֵ֥י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 6 שִׁטִּ֖ים H7848 sittimhout, sittim, sittimboom shittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה) 7 תַּעֲשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אֹתֽוֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Een elH520 zal zijn lengteH753 zijn, en een elH520 zijn breedteH7341, vierkantH7251 zal het zijnH1961, maar twee ellenH520 deszelfs hoogteH6967; uitH4480 hetzelve zullen zijn hoornenH7161 zijn. Een el zal zijn lengte zijn, en een el zijn breedte, vierkant zal het zijn, maar twee ellen deszelfs hoogte; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn.

KJV A cubit1 shall be the length2 thereof, and a cubit3 the breadth4 thereof; foursquare5 shall it be: and two cubits7 shall be the height8 thereof: the horns

1 אַמָּ֨ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 2 אָרְכּ֜וֹ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 3 וְאַמָּ֤ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 4 רָחְבּוֹ֙ H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 5 רָב֣וּעַ H7251 vierkant, vierkantig, Vierkant (four-) square(-d) 6 יִהְיֶ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 וְאַמָּתַ֖יִם H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 8 קֹמָת֑וֹ H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall 9 מִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 קַרְנֹתָֽיו H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En gij zult het met louterH2889 goudH2091 overtrekkenH6823, zijn dakH1406 en deszelfs wandenH7023 rondomH5439, als ook zijn hoornenH7161; en gij zult het een goudenH2091 kransH2213 rondomH5439 makenH6213. En gij zult het met louter goud overtrekken, zijn dak en deszelfs wanden rondom, als ook zijn hoornen; en gij zult het een gouden krans rondom maken.

KJV And thou shalt overlay1 it with pure4 gold,3 the top6 thereof, and the sides8 thereof round about,9 and the horns11 thereof; and thou shalt make12 unto it a crown14 of gold15 round about.

1 וְצִפִּיתָ֨ H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 2 אֹת֜וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 טָה֗וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 גַּגּ֧וֹ H1406 dak, daken roof (of the house), (house) top (of the house) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 קִירֹתָ֛יו H7023 wand, wanden, metselaars [phrase] mason, side, town, [idiom] very, wall 9 סָבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 10 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 קַרְנֹתָ֑יו H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 12 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 לּ֛וֹ 14 זֵ֥ר H2213 krans crown 15 זָהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 16 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Gij zult ook tweeH8147 goudenH2091 ringenH2885 daaraan makenH6213, onderH8478 zijn kransH2213; aanH5921 zijn tweeH8147 zijden zult gij dezelveH1992 makenH6213, aanH5921 zijn beideH8147 zijden; en zij zullen zijnH1961 tot plaatsenH1004 voor de handbomenH905, dat men het daarmede drageH5375. Gij zult ook twee gouden ringen daaraan maken, onder zijn krans; aan zijn twee zijden zult gij dezelve maken, aan zijn beide zijden; en zij zullen zijn tot plaatsen voor de handbomen, dat men het daarmede drage.

Ook in dit vers zijdenH6654 zijdenH6763

KJV And two1 golden3 rings2 shalt thou make4 to it under the crown7 of it, by the two9 corners10 thereof, upon the two13 sides14 of it shalt thou make11 it; and they shall be for places16 for the staves17 to bear18 it withal.

1 וּשְׁתֵּי֩ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 2 טַבְּעֹ֨ת H2885 ringen, ring, vingerring ring 3 זָהָ֜ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 תַּֽעֲשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 לּ֣וֹ 6 מִתַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 7 לְזֵר֗וֹ H2213 krans crown 8 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 שְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 10 צַלְעֹתָ֔יו H6763 zijkameren, zijden, zijkamer beam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber) 11 תַּעֲשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 שְׁנֵ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 14 צִדָּ֑יו H6654 zijden (be-) side 15 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 16 לְבָתִּ֣ים H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 לְבַדִּ֔ים H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 18 לָשֵׂ֥את H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 19 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 בָּהֵֽמָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 De draagbomenH905 nu zult gij van sittimhoutH7848 makenH6213, en gij zult die met goudH2091 overtrekkenH6823. De draagbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult die met goud overtrekken.

KJV And thou shalt make1 the staves3 of shittim5 wood,4 and overlay6 them with gold.

1 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַבַּדִּ֖ים H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 4 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 5 שִׁטִּ֑ים H7848 sittimhout, sittim, sittimboom shittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה) 6 וְצִפִּיתָ֥ H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 7 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 זָהָֽב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En gij zult het zettenH5414 voorH6440 den voorhangH6532, dieH834 voor de arkH727 der getuigenisH5715 zijn zal; voorH6440 het verzoendekselH3727, hetwelkH834 zijn zal bovenH5921 de getuigenisH5715, waarheen Ik met u samenkomenH3259 zal. En gij zult het zetten voor den voorhang, die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.

KJV And thou shalt put1 it before3 the vail4 that is by the ark7 of the testimony,8 before9 the mercy seat10 that is over the testimony,13 where I will meet

1 וְנָתַתָּ֤ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 הַפָּרֹ֔כֶת H6532 voorhang, voorhangs vail 5 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 אֲרֹ֣ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 8 הָעֵדֻ֑ת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 9 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 הַכַּפֹּ֗רֶת H3727 verzoendeksel, verzoendeksels mercy seat 11 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הָ֣עֵדֻ֔ת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 14 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 אִוָּעֵ֥ד H3259 vergaderd, dagvaarden, komen agree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time) 16 לְךָ֖ 17 שָֽׁמָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En AaronH175 zal daarop aanstekenH6999 welriekende specerijenH7004; allen morgenH1242, als hij de lampenH5216 wel zal toegerichtH3190 hebben, zal hij dezelve aanstekenH6999. En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.

KJV And Aaron3 shall burn1 thereon sweet5 incense4 every morning:6 when he dresseth8 the lamps,10 he shall burn incense

1 וְהִקְטִ֥יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 2 עָלָ֛יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 אַהֲרֹ֖ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 4 קְטֹ֣רֶת H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 5 סַמִּ֑ים H5561 specerijen, roking sweet (spice) 6 בַּבֹּ֣קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 7 בַּבֹּ֗קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 8 בְּהֵיטִיב֛וֹ H3190 goed, welga, weldoen be accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen) 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַנֵּרֹ֖ת H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 11 יַקְטִירֶֽנָּה H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En als Aaron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En als AaronH175 de lampenH5216 aansteken zal, tussenH996 de twee avondenH6153, zal hij dat aanstekenH6999; het zal een gedurigH8548 reukwerkH7004 zijn, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, bij uw geslachtenH1755. En als Aaron de lampen aansteken zal, tussen de twee avonden, zal hij dat aansteken; het zal een gedurig reukwerk zijn, voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.

Ook in dit vers aanstekenH5927

KJV And when Aaron2 lighteth1 the lamps4 at even,6 he shall burn incense7 upon it, a perpetual9 incense8 before10 the LORD11 throughout your generations.

1 וּבְהַעֲלֹ֨ת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 אַהֲרֹ֧ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַנֵּרֹ֛ת H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 5 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 6 הָעֲרְבַּ֖יִם H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 7 יַקְטִירֶ֑נָּה H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 8 קְטֹ֧רֶת H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 9 תָּמִ֛יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 10 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 לְדֹרֹתֵיכֶֽם H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Gij zult geen vreemdH2114 reukwerkH7004 opH5921 hetzelve aanstekenH5927, nochH3808 brandofferH5930, noch spijsofferH4503; gij zult ook geen drankofferH5262 daarop gietenH5258. Gij zult geen vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, noch brandoffer, noch spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.

KJV Ye shall offer2 no strange5 incense4 thereon, nor burnt sacrifice,6 nor meat offering;7 neither shall ye pour10 drink offering

1 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 תַעֲל֥וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 עָלָ֛יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 קְטֹ֥רֶת H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 5 זָרָ֖ה H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 6 וְעֹלָ֣ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 7 וּמִנְחָ֑ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 8 וְנֵ֕סֶךְ H5262 drankofferen, drankoffer, beeld cover, drink offering, molten image 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 תִסְּכ֖וּ H5258 offeren, goot, geofferd cover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up) 11 עָלָֽיו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En Aaron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En AaronH175 zal eens in het jaarH8141 overH5921 deszelfs hoornenH7161 verzoeningH3722 doen, met het bloedH1818 des zondoffersH2403 der verzoeningenH3725; eens in het jaarH8141 zal hij verzoeningH3722 daarop doen bijH5921 uw geslachtenH1755; het is heiligheidH6944 der heilighedenH6944 den HEEREH3068! En Aaron zal eens in het jaar over deszelfs hoornen verzoening doen, met het bloed des zondoffers der verzoeningen; eens in het jaar zal hij verzoening daarop doen bij uw geslachten; het is heiligheid der heiligheden den HEERE!

KJV And Aaron2 shall make an atonement1 upon the horns4 of it once5 in a year6 with the blood7 of the sin offering8 of atonements:9 once10 in the year11 shall he make atonement12 upon it throughout your generations:14 it is most15 holy16 unto the LORD.

1 וְכִפֶּ֤ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 2 אַהֲרֹן֙ H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 קַרְנֹתָ֔יו H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 5 אַחַ֖ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 בַּשָּׁנָ֑ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 7 מִדַּ֞ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 חַטַּ֣את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 9 הַכִּפֻּרִ֗ים H3725 verzoeningen, verzoening atonement 10 אַחַ֤ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 בַּשָּׁנָה֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 12 יְכַפֵּ֤ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 13 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔ם H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 15 קֹֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 16 קָֽדָשִׁ֥ים H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 17 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 18 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Verder sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Als gij de somH7218 van de kinderenH1121 IsraelsH3478 opnemenH5375 zult, naar de geteldenH6485 onder hen, zo zullen zij een iegelijkH376 de verzoeningH3724 zijner zielH5315 den HEEREH3068 gevenH5414, als gij hen tellenH6485 zult; opdat onder hen geenH3808 plageH5063 zijH1961, als gij hen tellenH6485 zult. Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.

KJV When thou takest2 the sum4 of the children5 of Israel6 after their number,7 then shall they give8 every man9 a ransom10 for his soul11 unto the LORD,12 when thou numberest13 them; that there be no plague18 among them, when thou numberest

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 תִשָּׂ֞א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 רֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יִשְׂרָאֵ֘ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 לִפְקֻדֵיהֶם֒ H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 8 וְנָ֨תְנ֜וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 כֹּ֧פֶר H3724 verzoening, rantsoen, losgeld bribe, camphire, pitch, ransom, satisfaction, sum of money, village 11 נַפְשׁ֛וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 12 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 בִּפְקֹ֣ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 14 אֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 בָהֶ֛ם 18 נֶ֖גֶף H5063 plaag, plage, aanstoots plague, stumbling 19 בִּפְקֹ֥ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 20 אֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar de sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Dit zullen zij gevenH5414, alH3605 die tot de geteldenH6485 overgaatH5674, de helftH4276 eens sikkelsH8255, naar de sikkelH8255 des heiligdomsH6944 (deze sikkel is twintigH6242 geraH1626); de helftH4276 eens sikkelsH8255 is een hefofferH8641 den HEEREH3068. Dit zullen zij geven, al die tot de getelden overgaat, de helft eens sikkels, naar de sikkel des heiligdoms (deze sikkel is twintig gera); de helft eens sikkels is een hefoffer den HEERE.

KJV This they shall give,2 every one that passeth4 among5 them that are numbered,6 half7 a shekel8 after the shekel9 of the sanctuary:10 (a shekel13 is twenty11 gerahs:)12 an half14 shekel15 shall be the offering16 of the LORD.

1 זֶ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 2 יִתְּנ֗וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָעֹבֵר֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַפְּקֻדִ֔ים H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 7 מַחֲצִ֥ית H4276 helft, half, halven half (so much), mid(-day) 8 הַשֶּׁ֖קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 9 בְּשֶׁ֣קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 10 הַקֹּ֑דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 11 עֶשְׂרִ֤ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 12 גֵּרָה֙ H1626 gera gerah 13 הַשֶּׁ֔קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 14 מַחֲצִ֣ית H4276 helft, half, halven half (so much), mid(-day) 15 הַשֶּׁ֔קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 16 תְּרוּמָ֖ה H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 17 לַֽיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 AlH3605 wie overgaatH5674 tot de geteldenH6485, van twintigH6242 jarenH8141 oudH1121 en daarboven, zal het hefofferH8641 des HEERENH3068 gevenH5414. Al wie overgaat tot de getelden, van twintig jaren oud en daarboven, zal het hefoffer des HEEREN geven.

KJV Every one that passeth2 among them that are numbered,4 from twenty6 years7 old5 and above,8 shall give9 an offering10 unto the LORD.

1 כֹּ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 הָעֹבֵר֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַפְּקֻדִ֔ים H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 5 מִבֶּ֛ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 עֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 7 שָׁנָ֖ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 8 וָמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 9 יִתֵּ֖ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 תְּרוּמַ֥ת H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 11 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des HEEREN geeft om voor uw zielen verzoening te doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De rijkeH6223 zal het nietH3808 vermeerderenH7235, en de armeH1800 zal het nietH3808 verminderenH4591 van de helftH4276 des sikkelsH8255, als gij het hefofferH8641 des HEERENH3068 geeftH5414 om voor uw zielenH5315 verzoeningH3722 te doen. De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen van de helft des sikkels, als gij het hefoffer des HEEREN geeft om voor uw zielen verzoening te doen.

KJV The rich1 shall not give more,3 and the poor4 shall not give less6 than half7 a shekel,8 when they give9 an offering11 unto the LORD,12 to make an atonement13 for your souls.

1 הֶֽעָשִׁ֣יר H6223 rijke, rijken, rijk rich (man) 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 יַרְבֶּ֗ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 4 וְהַדַּל֙ H1800 armen, arme, arm lean, needy, poor (man), weaker 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יַמְעִ֔יט H4591 verminderen, minder, verminderd suffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing 7 מִֽמַּחֲצִ֖ית H4276 helft, half, halven half (so much), mid(-day) 8 הַשָּׁ֑קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 9 לָתֵת֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 תְּרוּמַ֣ת H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 לְכַפֵּ֖ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 נַפְשֹׁתֵיכֶֽם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israels nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israels ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN, om voor uw zielen verzoening te doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Gij dan zult het geldH3701 der verzoeningenH3725 van de kinderenH1121 IsraelsH3478 nemenH3947, en zult het leggenH5414 tot den dienstH5656 van de tentH168 der samenkomstH4150; en het zal den kinderenH1121 IsraelsH3478 ter gedachtenisH2146 zijnH1961, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, om voor uw zielenH5315 verzoeningH3722 te doen. Gij dan zult het geld der verzoeningen van de kinderen Israels nemen, en zult het leggen tot den dienst van de tent der samenkomst; en het zal den kinderen Israels ter gedachtenis zijn, voor het aangezicht des HEEREN, om voor uw zielen verzoening te doen.

KJV And thou shalt take1 the atonement money3 of the children6 of Israel,7 and shalt appoint8 it for the service11 of the tabernacle12 of the congregation;13 that it may be a memorial17 unto the children15 of Israel16 before18 the LORD,19 to make an atonement4 for your souls.

1 וְלָקַחְתָּ֞ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כֶּ֣סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 4 הַכִּפֻּרִ֗ים H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 5 מֵאֵת֙ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 וְנָתַתָּ֣ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 עֲבֹדַ֖ת H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 12 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 13 מוֹעֵ֑ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 14 וְהָיָה֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 לִבְנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 יִשְׂרָאֵ֤ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 לְזִכָּרוֹן֙ H2146 gedachtenis, gedachtenissen, gedenkteken memorial, record 18 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 19 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 20 לְכַפֵּ֖ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 21 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 נַפְשֹׁתֵיכֶֽם H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de HEEREH3068 sprakH1696 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Gij zult ook een koperenH5178 wasvatH3595 makenH6213, met zijn koperenH5178 voetH3653, om te wassenH7364; en gij zult het zettenH5414 tussenH996 de tentH168 der samenkomstH4150, en tussenH996 het altaarH4196, en gij zult waterH4325 daarin doen; Gij zult ook een koperen wasvat maken, met zijn koperen voet, om te wassen; en gij zult het zetten tussen de tent der samenkomst, en tussen het altaar, en gij zult water daarin doen;

KJV Thou shalt also make1 a laver2 of brass,3 and his foot4 also of brass,5 to wash6 withal: and thou shalt put7 it between the tabernacle10 of the congregation11 and the altar,13 and thou shalt put14 water

1 וְעָשִׂ֜יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 כִּיּ֥וֹר H3595 wasvat, wasvaten, haard hearth, laver, pan, scaffold 3 נְחֹ֛שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 4 וְכַנּ֥וֹ H3653 voet, staat, recht base, estate, foot, office, place, well 5 נְחֹ֖שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 6 לְרָחְצָ֑ה H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 7 וְנָתַתָּ֣ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 אֹת֗וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 בֵּֽין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 10 אֹ֤הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 11 מוֹעֵד֙ H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 12 וּבֵ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 13 הַמִּזְבֵּ֔חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 וְנָתַתָּ֥ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 שָׁ֖מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 16 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Dat Aaron en zijn zonen zich daaruit wassen, hun handen en voeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Dat AaronH175 en zijn zonenH1121 zich daaruit wassenH7364, hun handenH3027 en voetenH7272. Dat Aaron en zijn zonen zich daaruit wassen, hun handen en voeten.

KJV For Aaron2 and his sons3 shall wash1 their hands6 and their feet

1 וְרָחֲצ֛וּ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 2 אַהֲרֹ֥ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 3 וּבָנָ֖יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 מִמֶּ֑נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יְדֵיהֶ֖ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 רַגְלֵיהֶֽם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Wanneer zij in de tentH168 der samenkomstH4150 zullen gaan, zo zullen zij zich met waterH4325 wassenH7364, opdat zij nietH3808 stervenH4191; ofH176 wanneer zij totH413 het altaarH4196 naderenH5066, om te dienenH8334, dat zij het vuurofferH801 den HEEREH3068 aanstekenH6999; Wanneer zij in de tent der samenkomst zullen gaan, zo zullen zij zich met water wassen, opdat zij niet sterven; of wanneer zij tot het altaar naderen, om te dienen, dat zij het vuuroffer den HEERE aansteken;

KJV When they go1 into the tabernacle3 of the congregation,4 they shall wash5 with water,6 that they die8 not; or when they come near10 to the altar12 to minister,13 to burn offering14 made by fire15 unto the LORD:

1 בְּבֹאָ֞ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אֹ֧הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 4 מוֹעֵ֛ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 5 יִרְחֲצוּ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 6 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 7 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָמֻ֑תוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 9 א֣וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 10 בְגִשְׁתָּ֤ם H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 הַמִּזְבֵּ֨חַ֙ H4196 altaar, altaren, altaars altar 13 לְשָׁרֵ֔ת H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on 14 לְהַקְטִ֥יר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 15 אִשֶּׁ֖ה H801 vuuroffer, vuurofferen, vuuroffers (offering, sacrifice), (made) by fire 16 לַֽיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Zij zullen dan hun handenH3027 en voetenH7272 wassenH7364, opdat zij nietH3808 stervenH4191; en dit zal hun een eeuwigeH5769 inzettingH2706 zijn, voor hem en zijn zaadH2233, bij hun geslachtenH1755. Zij zullen dan hun handen en voeten wassen, opdat zij niet sterven; en dit zal hun een eeuwige inzetting zijn, voor hem en zijn zaad, bij hun geslachten.

KJV So they shall wash1 their hands2 and their feet,3 that they die5 not: and it shall be a statute8 for ever9 to them, even to him and to his seed11 throughout their generations.

1 וְרָחֲצ֛וּ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 2 יְדֵיהֶ֥ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 וְרַגְלֵיהֶ֖ם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 4 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יָמֻ֑תוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 6 וְהָיְתָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לָהֶ֧ם 8 חָק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 9 עוֹלָ֛ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 10 ל֥וֹ 11 וּלְזַרְע֖וֹ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 12 לְדֹרֹתָֽם H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Verder sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

KJV Moreover the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Gij nu, neemH3947 u de voornaamsteH7218 specerijenH1314, de zuiversteH1865 mirreH4753, vijfhonderdH2568 sikkels, en specerijkaneelH1314, halfH4276 zoveelH4276 namelijk tweehonderdH3967 en vijftigH2572 sikkels, ook specerijkalmusH1314, tweehonderdH3967 en vijftigH2572 sikkels; Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels;

KJV Take2 thou also unto thee principal5 spices,4 of pure7 myrrh6 five8 hundred9 shekels, and of sweet11 cinnamon10 half12 so much, even two hundred14 and fifty13 shekels, and of sweet16 calamus15 two hundred18 and fifty

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 לְךָ֮ 4 בְּשָׂמִ֣ים H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 5 רֹאשׁ֒ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 6 מָר H4753 mirre myrrh 7 דְּרוֹר֙ H1865 vrijheid, zuiverste liberty, pure 8 חֲמֵ֣שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 9 מֵא֔וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 וְקִנְּמָן H7076 kaneel cinnamon 11 בֶּ֥שֶׂם H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 12 מַחֲצִית֖וֹ H4276 helft, half, halven half (so much), mid(-day) 13 חֲמִשִּׁ֣ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 14 וּמָאתָ֑יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 15 וּקְנֵה H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 16 בֹ֖שֶׂם H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 17 חֲמִשִּׁ֥ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 18 וּמָאתָֽיִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkels des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Ook kassieH6916, vijfhonderdH2568, naar den sikkelsH8255 des heiligdomsH6944, en olieH8081 van olijfbomenH2132 een hinH1969; Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkels des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin;

KJV And of cassia1 five2 hundred3 shekels, after the shekel4 of the sanctuary,5 and of oil6 olive7 an hin:

1 וְקִדָּ֕ה H6916 kassie cassia 2 חֲמֵ֥שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 3 מֵא֖וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 4 בְּשֶׁ֣קֶל H8255 sikkelen, sikkel, sikkels shekel 5 הַקֹּ֑דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 6 וְשֶׁ֥מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 7 זַ֖יִת H2132 olijfbomen, olijfboom, olijfgaarden olive (tree, -yard), Olivet 8 הִֽין H1969 hin hin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En maakH6213 daarvan een olieH8081 der heiligeH6944 zalvingH4888, een zalfH7545, heel kunstiglijkH4639 gemaakt, naar apothekerswerkH7543; het zal een olieH8081 der heiligeH6944 zalvingH4888 zijnH1961. En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn.

KJV And thou shalt make1 it an oil3 of holy5 ointment,4 an ointment6 compound7 after the art8 of the apothecary:9 it shall be an holy12 anointing11 oil.

1 וְעָשִׂ֣יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֹת֗וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שֶׁ֚מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 4 מִשְׁחַת H4888 zalfolie, zalving, zalve (to be) anointed(-ing), ointment 5 קֹ֔דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 6 רֹ֥קַח H7545 zalf confection, ointment 7 מִרְקַ֖חַת H4842 apothekerskunst, reukwerk prepared by the apothecaries' art, compound, ointment 8 מַעֲשֵׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 9 רֹקֵ֑חַ H7543 apothekers, apothekerswerk, bereiders apothecary, compound, make (ointment), prepare, spice 10 שֶׁ֥מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 11 מִשְׁחַת H4888 zalfolie, zalving, zalve (to be) anointed(-ing), ointment 12 קֹ֖דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 13 יִהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En met dezelve zult gij zalvenH4886 de tentH168 der samenkomstH4150, en de arkH727 der getuigenisH5715. En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis.

KJV And thou shalt anoint1 the tabernacle4 of the congregation5 therewith, and the ark7 of the testimony,

1 וּמָשַׁחְתָּ֥ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 2 ב֖וֹ 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 5 מוֹעֵ֑ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 6 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֲר֥וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 8 הָעֵדֻֽת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de tafel met al haar gereedschap, en de kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En de tafelH7979 met alH3605 haar gereedschapH3627, en de kandelaarH4501 met zijn gereedschapH3627, en het reukaltaarH4196; En de tafel met al haar gereedschap, en de kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar;

KJV And the table2 and all his vessels,5 and the candlestick7 and his vessels,9 and the altar11 of incense,

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 הַשֻּׁלְחָן֙ H7979 tafel, tafelen, tafels table 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 כֵּלָ֔יו H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 6 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַמְּנֹרָ֖ה H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כֵּלֶ֑יהָ H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 10 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 מִזְבַּ֥ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 12 הַקְּטֹֽרֶת H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En het altaarH4196 des brandoffersH5930, met alH3605 zijn gereedschapH3627, en het wasvatH3595 met zijn voetH3653. En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet.

KJV And the altar2 of burnt offering3 with all his vessels,6 and the laver8 and his foot.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 מִזְבַּ֥ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 3 הָעֹלָ֖ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 כֵּלָ֑יו H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַכִּיֹּ֖ר H3595 wasvat, wasvaten, haard hearth, laver, pan, scaffold 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כַּנּֽוֹ H3653 voet, staat, recht base, estate, foot, office, place, well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Gij zult ze alzo heiligenH6942, dat zijH1961 heiligheidH6944 der heilighedenH6944 zijn; alH3605 wat ze aanroertH5060, zal heiligH6942 zijn. Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn.

KJV And thou shalt sanctify1 them, that they may be most4 holy:5 whatsoever toucheth7 them shall be holy.

1 וְקִדַּשְׁתָּ֣ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 2 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 וְהָי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 קֹ֣דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 5 קָֽדָשִׁ֑ים H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַנֹּגֵ֥עַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 8 בָּהֶ֖ם 9 יִקְדָּֽשׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Gij zult ook AaronH175 en zijn zonenH1121 zalvenH4886, en gij zult hen heiligenH6942, om Mij het priesterambt te bedienen. Gij zult ook Aaron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen.

Ook in dit vers priesterambt bedienenH3547

KJV And thou shalt anoint5 Aaron2 and his sons,4 and consecrate6 them, that they may minister unto me in the priest's office.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 אַהֲרֹ֥ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בָּנָ֖יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 תִּמְשָׁ֑ח H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 6 וְקִדַּשְׁתָּ֥ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 7 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 לְכַהֵ֥ן H3547 priesterambt bedienen, priesterambt, bedienen deck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office) 9 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En gij zult tot de kinderen Israels spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En gij zult totH413 de kinderenH1121 IsraelsH3478 sprekenH1696, zeggendeH559: DitH2088 zal Mij een olieH8081 der heiligeH6944 zalvingH4888 zijnH1961 bij uw geslachtenH1755. En gij zult tot de kinderen Israels spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten.

KJV And thou shalt speak4 unto the children2 of Israel,3 saying,5 This shall be an holy8 anointing7 oil6 unto me throughout your generations.

1 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 תְּדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 שֶׁ֠מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 7 מִשְׁחַת H4888 zalfolie, zalving, zalve (to be) anointed(-ing), ointment 8 קֹ֨דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 זֶ֛ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 לִ֖י 12 לְדֹרֹתֵיכֶֽם H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 OpH5921 geens mensenH120 vleesH1320 zal men ze gietenH3251; gij zult ook naar haar maakselH4971 geenH3808 dergelijke makenH6213; hetH1931 is heiligheidH6944, zij zal ulieden heiligheidH6944 zijnH1961. Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn.

KJV Upon man's3 flesh2 shall it not be poured,5 neither shall ye make8 any other like it, after the composition6 of it: it is holy,10 and it shall be holy

1 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 בְּשַׂ֤ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 3 אָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יִיסָ֔ךְ H3251 gieten be poured 6 וּבְמַ֨תְכֻּנְתּ֔וֹ H4971 maaksel, gestaltenis, getal composition, measure, state, tale 7 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תַעֲשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 כָּמֹ֑הוּ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 10 קֹ֣דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 11 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 קֹ֖דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 13 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 De manH376, dieH834 zulk een zalfH7543 maken zal als deze, of die daarvan opH5921 wat vreemdsH2114 doet, die zal uitgeroeidH3772 worden uitH4480 zijn volkenH5971. De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.

KJV Whosoever2 compoundeth3 any like it, or whosoever putteth6 any of it upon a stranger,9 shall even be cut10 off from his people.

1 אִ֚ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 יִרְקַ֣ח H7543 apothekers, apothekerswerk, bereiders apothecary, compound, make (ointment), prepare, spice 4 כָּמֹ֔הוּ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 5 וַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 יִתֵּ֛ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 מִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 זָ֑ר H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 10 וְנִכְרַ֖ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 11 מֵעַמָּֽיו H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Verder zeideH559 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872: NeemH3947 tot u welriekende specerijenH5561, mirresapH5198, en onicheH7827, en galbanH2464, deze welriekende specerijenH5561, en zuiverenH2134 wierookH3828; dat elk bijzonderH905 zijH1961. Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij.

KJV And the LORD2 said1 unto Moses,4 Take5 unto thee sweet spices,7 stacte,8 and onycha,9 and galbanum;10 these sweet11 spices with pure13 frankincense:12 of each14 shall there be a like

1 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֨ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֜ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 לְךָ֣ 7 סַמִּ֗ים H5561 specerijen, roking sweet (spice) 8 נָטָ֤ף H5198 druppelen, mirresap drop, stacte 9 וּשְׁחֵ֨לֶת֙ H7827 oniche onycha 10 וְחֶלְבְּנָ֔ה H2464 galban galbanum 11 סַמִּ֖ים H5561 specerijen, roking sweet (spice) 12 וּלְבֹנָ֣ה H3828 wierook (frank-) incense 13 זַכָּ֑ה H2134 zuiver, zuiveren, rein clean, pure 14 בַּ֥ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 15 בְּבַ֖ד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 16 יִהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En gij zult een reukwerkH7004 ener zalfH7545 daaruit makenH6213, naar het werkH4639 des apothekersH7543, gemengdH4414, reinH2889, heiligH6944. En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig.

KJV And thou shalt make1 it a perfume,3 a confection4 after the art5 of the apothecary,6 tempered7 together, pure8 and holy:

1 וְעָשִׂ֤יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֹתָהּ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 קְטֹ֔רֶת H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 4 רֹ֖קַח H7545 zalf confection, ointment 5 מַעֲשֵׂ֣ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 6 רוֹקֵ֑חַ H7543 apothekers, apothekerswerk, bereiders apothecary, compound, make (ointment), prepare, spice 7 מְמֻלָּ֖ח H4414 geenszins, gemengd, verdwijnen [idiom] at all, salt, season, temper together, vanish away 8 טָה֥וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 9 קֹֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En gij zult vanH4480 hetzelve heel klein pulverH7833 stotenH1854, en gij zult daarvan leggenH5414 voorH6440 de getuigenisH5715 in de tentH168 der samenkomstH4150, waarheen Ik tot u komenH3259 zal; het zal ulieden heiligheidH6944 der heilighedenH6944 zijnH1961. En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn.

KJV And thou shalt beat1 some of it very small,3 and put4 of it before6 the testimony7 in the tabernacle8 of the congregation,9 where I will meet11 with thee: it shall be unto you most14 holy.

1 וְשָֽׁחַקְתָּ֣ H7833 vergruisde, pulver, vermalen beat, wear 2 מִמֶּנָּה֮ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 הָדֵק֒ H1854 vergruisde, klein, stampte beat in pieces (small), bruise, make dust, (into) [idiom] powder, (be, very) small, stamp (small) 4 וְנָתַתָּ֨ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 מִמֶּ֜נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 לִפְנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 הָעֵדֻת֙ H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 8 בְּאֹ֣הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 9 מוֹעֵ֔ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 10 אֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 אִוָּעֵ֥ד H3259 vergaderd, dagvaarden, komen agree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time) 12 לְךָ֖ 13 שָׁ֑מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 14 קֹ֥דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 15 קָֽדָשִׁ֖ים H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 16 תִּהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 לָכֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Doch naar het maakselH4971 dezes reukwerksH7004, hetwelkH834 gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geenH3808 maken; het zal u heiligheidH6944 zijnH1961 voor den HEEREH3068. Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.

KJV And as for the perfume1 which thou shalt make,3 ye shall not make6 to yourselves according to the composition4 thereof: it shall be unto thee holy8 for the LORD.

1 וְהַקְּטֹ֨רֶת֙ H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 2 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 תַּעֲשֶׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 בְּמַ֨תְכֻּנְתָּ֔הּ H4971 maaksel, gestaltenis, getal composition, measure, state, tale 5 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תַעֲשׂ֖וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 לָכֶ֑ם 8 קֹ֛דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 תִּהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לְךָ֖ 11 לַיהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 De manH376, dieH834 dergelijke makenH6213 zal, om daaraan te riekenH7306, die zal uitgeroeidH3772 worden uit zijn volkenH5971. De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.

KJV Whosoever2 shall make3 like unto that, to smell5 thereto, shall even be cut off7 from his people.

1 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 יַעֲשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 כָמ֖וֹהָ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 5 לְהָרִ֣יחַ H7306 rieken, rook, riekt accept, smell, [idiom] touch, make of quick understanding 6 בָּ֑הּ 7 וְנִכְרַ֖ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 8 מֵעַמָּֽיו H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 30:1 Exodus 37:25 Openbaring 8:3 Leviticus 4:7 Exodus 40:5 Exodus 30:7 2 Kronieken 26:16 Exodus 30:10 Leviticus 4:18
Exodus 30:2 Exodus 27:2
Exodus 30:3 Exodus 25:11 Exodus 25:24
Exodus 30:4 Exodus 25:27 Exodus 27:4 Exodus 27:7 Exodus 26:29 Exodus 25:12 Exodus 25:14
Exodus 30:5 Exodus 25:13 Exodus 25:27
Exodus 30:6 Exodus 25:21 Hebreeën 9:3 Leviticus 16:13 Hebreeën 4:16 Exodus 40:5 Exodus 40:3 Numeri 17:4 Exodus 26:31
Exodus 30:7 1 Samuël 2:28 1 Kronieken 23:13 Exodus 27:20 Lukas 1:9 1 Samuël 3:3 Handelingen 6:4 Exodus 30:34
Exodus 30:8 Hebreeën 9:24 Hebreeën 7:25 Exodus 12:6 1 Thessalonicenzen 5:17 Romeinen 8:34
Exodus 30:9 Leviticus 10:1
Exodus 30:10 Leviticus 16:18 Leviticus 23:27 Hebreeën 9:22 Leviticus 16:5 Hebreeën 9:7 Leviticus 16:29 Exodus 29:36 Hebreeën 1:3
Exodus 30:12 Numeri 31:50 Psalmen 49:7 Mattheüs 20:28 Exodus 38:25 Job 36:18 Numeri 1:2 Numeri 26:2 2 Kronieken 24:6
Exodus 30:13 Leviticus 27:25 Numeri 3:47 Ezechiël 45:12 Exodus 38:26 Mattheüs 27:24 Mattheüs 17:24
Exodus 30:14 Numeri 1:20 Numeri 26:2 Numeri 1:3 Numeri 14:29 Numeri 32:11 Numeri 1:18
Exodus 30:15 Efeze 6:9 Spreuken 22:2 Kolossenzen 3:25 2 Samuël 21:3 Leviticus 17:11 Job 34:19 Numeri 31:50 Exodus 30:12
Exodus 30:16 Numeri 16:40 Exodus 38:25 Exodus 12:14 Nehemia 10:32 Lukas 22:19
Exodus 30:18 Exodus 38:8 Exodus 40:7 1 Koningen 7:38 Zacharia 13:1 Exodus 40:30 2 Kronieken 4:6 Titus 3:5 2 Kronieken 4:2
Exodus 30:19 Jesaja 52:11 Exodus 40:31 Psalmen 26:6 Hebreeën 10:22 Openbaring 1:5 Titus 3:5 Johannes 13:8 Hebreeën 9:10
Exodus 30:20 Leviticus 10:1 Exodus 12:15 Handelingen 5:5 1 Samuël 6:19 Hebreeën 12:28 1 Kronieken 13:10 Handelingen 5:10 Leviticus 16:1
Exodus 30:21 Exodus 28:43 Exodus 27:21
Exodus 30:23 Hooglied 4:14 Ezechiël 27:19 Ezechiël 27:22 Jeremia 6:20 Psalmen 45:8 Spreuken 7:17 Exodus 37:29 Hooglied 1:3
Exodus 30:24 Psalmen 45:8 Exodus 29:40 Leviticus 19:36 Numeri 15:5 Ezechiël 45:12 Numeri 3:47
Exodus 30:25 Exodus 37:29 Psalmen 89:20 Numeri 35:25 Psalmen 133:2 Hebreeën 1:9 1 Kronieken 9:30 Exodus 40:9
Exodus 30:26 Numeri 7:1 Leviticus 8:10 Exodus 40:9 1 Johannes 2:27 2 Korinthe 1:21 1 Johannes 2:20 Handelingen 10:38 Jesaja 61:1
Exodus 30:29 Exodus 29:37 Mattheüs 23:19 Leviticus 6:18 Mattheüs 23:17
Exodus 30:30 Leviticus 8:12 Leviticus 8:30 Exodus 28:3 Numeri 3:3 Exodus 29:7 Exodus 40:15
Exodus 30:31 Psalmen 89:20 Leviticus 8:12 Leviticus 21:10 Exodus 37:29
Exodus 30:32 Exodus 30:25 Leviticus 21:10 Exodus 30:37 Mattheüs 7:6
Exodus 30:33 Exodus 30:38 Genesis 17:14 Exodus 12:15 Leviticus 17:9 Leviticus 23:29 Leviticus 7:20 Lukas 12:1 Exodus 29:33
Exodus 30:34 Exodus 25:6 Exodus 37:29 Exodus 30:23 1 Kronieken 9:29 Leviticus 2:1 Mattheüs 2:11 Nehemia 13:5 Leviticus 24:7
Exodus 30:35 Leviticus 2:13 Exodus 30:25 Hooglied 1:3 Hooglied 3:6 Spreuken 27:9 Johannes 12:3
Exodus 30:36 Exodus 25:22 Exodus 30:6 Exodus 29:42 Exodus 16:34 Leviticus 16:2
Exodus 30:37 Exodus 30:32 Leviticus 2:3 Exodus 29:37
Exodus 30:38 Exodus 30:33
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 30 vers 1

des reukwerks maken; Om iederen dag reukwerk daarop aan te steken. Dit altaar stond in het voorste deel des tabernakels voor het voorhangsel. Het was wel eigenlijk tot het reukwerk gemaakt, doch somtijds werd daarop ook de verzoening met bloed gedaan, gelijk te zien is onder, vs.10, en Lev. 4:7.

Hertaald: des reukwerks maken; Om er elke dag reukwerk op aan te steken. Dit altaar stond in het voorste deel van de tabernakel, vóór het voorhangsel. Het was eigenlijk voor het reukwerk gemaakt, maar soms werd er ook de verzoening met bloed op gedaan, zoals te zien is hieronder, vers 10, en in Lev. 4:7.

Exodus 30 vers 3

met louter goud overtrekken, Het wordt Num. 4:11, genoemd het gouden altaar; maar Ezech. 41:22 het houten altaar.

Hertaald: met louter goud overtrekken, In Num. 4:11 wordt het het gouden altaar genoemd; maar in Ezech. 41:22 het houten altaar.

wanden rondom, Dat is, de zijden, want gelijk door het dak wordt verstaan het deksel of de bovenplank des altaars, waar men het reukwerk op zette, alzo moet men hier door de wanden verstaan de zijden des altaars.

Hertaald: wanden rondom, Dat is: de zijden; want zoals met het dak het deksel of de bovenplaat van het altaar wordt bedoeld, waar men het reukwerk op zette, zo moet men hier onder de wanden de zijkanten van het altaar verstaan.

Exodus 30 vers 4

tot plaatsen voor de handbomen, Dat is, om de handbomen daarin te steken; te weten, wanneer de tabernakel zal verdragen of op een andere plaats zal gebracht worden; Num. 4:5, Num. 4:11, Num. 4:15.

Hertaald: tot plaatsen voor de handbomen, Dat is: om de draagstokken erin te steken, namelijk wanneer de tabernakel verplaatst of naar een andere plaats gebracht zal worden; Num. 4:5, Num. 4:11, Num. 4:15.

het daarmede drage Te weten, het altaar.

Hertaald: het daarmede drage Namelijk: het altaar.

Exodus 30 vers 6

den voorhang, Dit voorhangsel was een scheidsel, tussen de plaats, waar de priesters hun dienst deden, en het heilige der heiligen, waar de ark stond. die voor de ark der getuigenis zijn zal; voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.

Hertaald: den voorhang, Dit voorhangsel was een scheiding tussen de plaats waar de priesters hun dienst deden en het heilige der heiligen, waar de ark stond, die vóór de ark der getuigenis zou zijn; vóór het verzoendeksel, dat boven de getuigenis zou zijn, waar Ik met u zal samenkomen.

Exodus 30 vers 7

aansteken welriekende specerijen; Hebreeuws, doen roken.

Hertaald: aansteken welriekende specerijen; Hebreeuws: doen roken.

allen morgen, Hebreeuws, in den morgen in den morgen. lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.

Hertaald: allen morgen, Hebreeuws: in de morgen, in de morgen. Wanneer hij de lampen goed heeft klaargemaakt, zal hij ze aansteken.

Exodus 30 vers 8

dat aansteken; Te weten, het reukwerk.

Hertaald: dat aansteken; Namelijk: het reukwerk.

reukwerk zijn, Of, rookwerk, roking. voor het aangezicht des HEEREN, bij uw geslachten.

Hertaald: reukwerk zijn, Of: rookwerk. Voor het aangezicht van de HEERE, door al uw generaties heen.

Exodus 30 vers 9

vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, Dat is, van elders gebracht, of anders toebereid, zoals vs.34-36 verordineerd wordt.

Hertaald: vreemd reukwerk op hetzelve aansteken, Dat is: van elders aangevoerd, of anders bereid dan zoals in vers 34-36 wordt voorgeschreven.

brandoffer, Tot het brandoffer en spijsoffer was dit altaar verordineerd, waarvan Ex. 27:1, gesproken wordt. spijsoffer; gij zult ook geen drankoffer daarop gieten.

Hertaald: brandoffer, Dit altaar was bestemd voor het brandoffer en het spijsoffer, waarover in Ex. 27:1 gesproken wordt; u zult er ook geen drankoffer op gieten.

Exodus 30 vers 10

eens in het jaar Te weten, op den tienden dag der zevende maand, die daarom genoemd werd de dag der verzoening; Lev. 23:27.

Hertaald: eens in het jaar Namelijk: op de tiende dag van de zevende maand, die daarom de verzoendag genoemd werd; Lev. 23:27.

verzoening doen, Of, de verzoening doen.

Hertaald: verzoening doen, Of: de verzoening doen.

zondoffers der verzoeningen; Dat is, des zondoffers, waardoor de verzoening gemaakt wordt.

Hertaald: zondoffers der verzoeningen; Dat is: van het zondoffer, waardoor de verzoening tot stand komt.

Exodus 30 vers 12

som van de kinderen Israëls opnemen zult, Hebreeuws, het hoofd.

Hertaald: som van de kinderen Israëls opnemen zult, Hebreeuws: het hoofd.

naar de getelden onder hen, Dat is, naar degenen, die uit hen te tellen zullen zijn.

Hertaald: naar de getelden onder hen, Dat is: naar degenen die onder hen geteld zullen worden.

de verzoening Dat is, de prijs waarmede een iegelijk zijn leven redde.

Hertaald: de verzoening Dat is: de prijs waarmee ieder zijn leven vrijkocht.

zijner ziel Dat is, zijns levens, of, zijns persoons en zo in het volgende.

Hertaald: zijner ziel Dat is: van zijn leven, of van zijn persoon, en zo ook hierna.

geven, Te weten, eens vooral, niet ieder jaar. gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.

Hertaald: geven, Namelijk: eens en voor altijd, niet elk jaar. ...wanneer u hen telt, zodat er onder hen geen plaag zal zijn wanneer u hen telt.

Exodus 30 vers 13

die tot de getelden overgaat, Dat is, die overgaat van degenen, die geteld zullen worden, tot degenen die geteld zijn.

Hertaald: die tot de getelden overgaat, Dat is: wie overgaat van degenen die geteld zullen worden naar degenen die al geteld zijn.

naar den sikkel des heiligdoms Zie van de waarde des sikkels Gen. 20:16.

Hertaald: naar den sikkel des heiligdoms Zie voor de waarde van de sikkel Gen. 20:16.

gera); Zie Lev. 27:25. sikkels is een hefoffer den HEERE.

Hertaald: gera); Zie Lev. 27:25. ...sikkels is een hefoffer voor de HEERE.

Exodus 30 vers 14

van twintig jaren oud en daarboven, Hebreeuws, een zoon van twintig jaar; dat is, gaande in zijn twintigste jaar; hoe hoog het aantal mannen belopen heeft, zie Ex. 38:25-26. hefoffer des HEEREN geven.

Hertaald: van twintig jaren oud en daarboven, Hebreeuws: een zoon van twintig jaar; dat is: die zijn twintigste jaar ingaat; voor het aantal mannen, zie Ex. 38:25-26. ...zal een hefoffer voor de HEERE geven.

Exodus 30 vers 16

tot den dienst Of, tot het werk, of gereedschap. Zie onder, Ex. 38:27-28.

Hertaald: tot den dienst Of: voor het werk, of het gereedschap. Zie hieronder, Ex. 38:27-28.

Exodus 30 vers 18

een koperen wasvat maken, Dit werd gemaakt van de spiegels der vrouwen; Ex. 38:8.

Hertaald: een koperen wasvat maken, Dit werd gemaakt van de spiegels van de vrouwen; Ex. 38:8.

het altaar, Te weten, het altaar des brandoffers, waarvan Ex. 27 gesproken is.

Hertaald: het altaar, Namelijk: het brandofferaltaar, waarover in Ex. 27 gesproken is.

Exodus 30 vers 20

opdat zij niet sterven; Dat is, opdat God hen niet dode, gelijk Hij de zonen van Aäron gedood heeft; Lev. 10:1-2.

Hertaald: opdat zij niet sterven; Dat is: opdat God hen niet zal doden, zoals Hij de zonen van Aäron gedood heeft; Lev. 10:1-2.

Exodus 30 vers 21

hem en zijn zaad, Te weten, Aäron.

Hertaald: hem en zijn zaad, Namelijk: Aäron.

Exodus 30 vers 23

voornaamste specerijen, Hebreeuws, hoofdspecerijen; dat is, van de principaalste of beste, alzo ook Hoogl. 4:14; Ezech. 27:22.

Hertaald: voornaamste specerijen, Hebreeuws: hoofdspecerijen; dat is: van de voornaamste of beste, zo ook Hoogl. 4:14; Ezech. 27:22.

de zuiverste mirre, Hebreeuws, mirre des vrijdoms; dat is, die oprecht en onvervalst is, en vrij van alle onzuiverheid. Zij is een gom, vloeiende uit den mirreboom, de voortreffelijkste onder alle gomsoorten.

Hertaald: de zuiverste mirre, Hebreeuws: mirre der vrijheid; dat is: die zuiver en onvervalst is, vrij van elke onreinheid. Het is een hars die uit de mirreboom vloeit, de voortreffelijkste van alle harssoorten.

vijfhonderd sikkels, Dat is, zoveel als vijf honderd sikkels wegen.

Hertaald: vijfhonderd sikkels, Dat is: zoveel als vijfhonderd sikkels wegen.

half zoveel, Hebreeuws, de helft daarvan; te weten, van vijf honderd sikkels.

Hertaald: half zoveel, Hebreeuws: de helft daarvan; namelijk van vijfhonderd sikkels.

Exodus 30 vers 24

een hin; Zie Lev. 19:36.

Hertaald: een hin; Zie Lev. 19:36.

Exodus 30 vers 25

apothekerswerk; Anders, oliebereiders, zalfmakers. Zie 1 Kron. 9:30.

Hertaald: apothekerswerk; Ook mogelijk: oliebereiders, zalfmakers. Zie 1 Kron. 9:30.

Exodus 30 vers 29

Gij zult ze alzo heiligen, Te weten, door, of met de olie, waarvan vs.23-25, gesproken is.

Hertaald: Gij zult ze alzo heiligen, Namelijk: door of met de olie waarover in vers 23-25 gesproken is.

Exodus 30 vers 30

gij zult hen heiligen, Te weten, door de zalving der heilige olie.

Hertaald: gij zult hen heiligen, Namelijk: door de zalving met de heilige olie.

Exodus 30 vers 32

geens mensen vlees zal men ze gieten; Te weten, behalve op de lichamen van Aäron en zijn zonen.

Hertaald: geens mensen vlees zal men ze gieten; Namelijk: behalve op de lichamen van Aäron en zijn zonen.

Exodus 30 vers 33

op wat vreemds doet, Anders, op iemand vreemds.

Hertaald: op wat vreemds doet, Ook mogelijk: op iemand die vreemd is.

die zal uitgeroeid worden uit zijn volken Zie Gen. 17:14.

Hertaald: die zal uitgeroeid worden uit zijn volken Zie Gen. 17:14.

Exodus 30 vers 34

mirresap, Of, balsemdrop.

Hertaald: mirresap, Of: balsemdruppel.

oniche, Een soort van specerij, die men in reukwerk gebruikt.

Hertaald: oniche, Een soort specerij die in reukwerk gebruikt wordt.

elk bijzonder zij Hebreeuws, dat alleen bij alleen zij; dat is, elk zal voor zich, zonder met enig ander vocht vermengd te zijn, gestoten, en alzo rein zijnde, tezamen in één massa vermengd worden.

Hertaald: elk bijzonder zij Hebreeuws: dat alleen bij alleen zij; dat is: elk zal apart, zonder met een andere stof vermengd te worden, gestoten worden, en dan, rein zijnde, samen tot één geheel vermengd worden.

Exodus 30 vers 35

gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, Te weten, Mozes, die dit het eerst gemaakt heeft.

Hertaald: gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, Namelijk: Mozes, die dit voor het eerst gemaakt heeft.

gemengd, rein, heilig Anders, gezouten.

Hertaald: gemengd, rein, heilig Ook mogelijk: gezouten.

Exodus 30 vers 36

de getuigenis in de tent der samenkomst, Dat is, op het reukaltaar, dat voor de ark der getuigenis stond.

Hertaald: de getuigenis in de tent der samenkomst, Dat is: op het reukofferaltaar, dat vóór de ark der getuigenis stond.

Exodus 30 vers 37

u heiligheid zijn Te weten, zo den priester als het volk.

Hertaald: u heiligheid zijn Namelijk: zowel voor de priester als voor het volk.

voor den HEERE Dat is, tot dienst des Heeren.

Hertaald: voor den HEERE Dat is: voor de dienst van de HEERE.

Exodus 30 vers 38

om daaraan te rieken, Dat is, om dat tot een reukwerk te gebruiken.

Hertaald: om daaraan te rieken, Dat is: om het als reukwerk te gebruiken.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes  — getrokken, uitgetrokken

Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.

Aäron  — bergbewoner, of: verlichter

De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Reukwerk  — Hebreeuws: qetoret, "welriekend reukwerk"

God gaf de opdracht tot het maken van een gouden reukofferaltaar, vlak vóór het voorhangsel van de heilige der heiligen, waarop de priester elke morgen en avond welriekend reukwerk moest doen aansteken. Het was een zeer nauwkeurig voorgeschreven, heilige mengeling van specerijen, die voor geen ander gebruik nagemaakt mocht worden (Ex. 30:1-10,34-38).

Bijbelse betekenis: De opstijgende welriekende rook van het reukwerk, dagelijks en onophoudelijk voor Gods aangezicht gebracht, was een zichtbaar beeld van een voortdurend, welgevallig naderen tot God — apart gehouden van elk alledaags of eigenmachtig gebruik.

Typologie: In Openbaring wordt het reukwerk uitdrukkelijk verklaard: het is, samen met het gouden reukvat in de hand van een engel, een beeld van de gebeden der heiligen, die als een welriekende reuk voor Gods troon opstijgen (Op. 5:8; 8:3-4). Zo wijst het reukofferaltaar vooruit naar het gebed van de gelovige, aangenaam gemaakt door de voorbede van Christus, de ware Hogepriester.

Ex. 30:1-10,34-38; Op. 5:8; Op. 8:3-4; Ps. 141:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De olie der heilige zalving — 30:6-8, 11-16, 30-33

Profeet, priester en koning niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding ambt

De tabernakel is beschreven, en dit hoofdstuk vult de laatste dingen aan: het gouden reukaltaar, het geld dat bij een telling betaald moest worden, het wasvat, en een recept voor olie dat niemand mocht namaken.

Drie bepalingen in één hoofdstuk raken alle drie aan wat later van Christus gezegd wordt: de plaats van ontmoeting, de prijs voor een ziel, en de zalving die niemand anders krijgen mocht.

**Waar Ik met u samenkomen zal.** Het reukaltaar staat vlak voor het voorhangsel, en er staat bij waarom het daar staat: “voor het verzoendeksel, hetwelk zijn zal boven de getuigenis, waarheen Ik met u samenkomen zal.” Aäron moest er elke morgen en elke avond reukwerk op aansteken; het heet een gedurig reukwerk.

Dat woord samenkomen is een afspraakwoord. Men liep niet zomaar bij God binnen; Hij wees de plaats aan en zei erbij wanneer. En de plaats die Hij aanwees was er telkens een waar bloed of reukwerk tussen Hem en de mens in stond.

Dat reukwerk komt in het laatste bijbelboek terug, en daar wordt gezegd wat het betekende: gouden schalen vol reukwerk, welke zijn de gebeden der heiligen. Wat er elke morgen en avond opsteeg, was het beeld van het bidden van het volk — en het steeg op vanaf een altaar waarop vuur van het brandofferaltaar gelegd werd.

**De verzoening zijner ziel.** Dan het geld. Wie geteld werd, moest een halve sikkel betalen, en de reden staat er onomwonden bij: “zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven.” De kanttekening zegt kortweg wat dat is: de prijs waarmee een ieder zijn leven redde.

En dan het merkwaardigste: “De rijke zal het niet vermeerderen, en de arme zal het niet verminderen.” Voor de ene ziel geldt dezelfde prijs als voor de andere. Wie meer geld had, kon er niet meer voor betalen, want het ging niet om wat men bezat.

De psalmen trekken dat door tot het eind: niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen, hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven, want de verlossing van hun ziel is te kostelijk. Een halve sikkel was dus nooit de werkelijke prijs; het was een teken dat er een prijs was. Petrus schrijft wat die werkelijk was: niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, maar door het dierbaar bloed van Christus.

**Olie die niemand namaken mag.** Het slot is een recept, en daarna een verbod. Met deze olie werden Aäron en zijn zonen gezalfd om het priesterambt te bedienen. En dan: “Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken.” Wie haar namaakte of op een vreemde uitgoot, werd uitgeroeid.

Zalven was in Israël dus geen eerbewijs maar een aanstelling, en de olie ervoor was afgezonderd. Van het woord gezalfde komen de namen Messias en Christus. Wat hier met olie gebeurde bij een priester, gebeurde bij Hem zonder olie: God heeft Hem gezalfd met de Heilige Geest en met kracht.

Zo raken deze drie bepalingen alle drie aan Eén. De plaats waar God samenkomt met mensen, de prijs waarvoor een ziel vrijkomt, en de zalving die niemand anders krijgen mag.

  1. Exodus 30:6 — Het reukaltaar staat waar God met Zijn volk samenkomt.
  2. Openbaring 5:8 — Het reukwerk blijkt het beeld van de gebeden der heiligen.
  3. Exodus 30:12 — Voor elke geteldene een prijs: de verzoening zijner ziel.
  4. Psalm 49:8 — Maar niemand kan zijn broeder werkelijk loskopen.
  5. Exodus 30:32 — De zalfolie is afgezonderd; niemand mag haar namaken.
  6. Handelingen 10:38 — En Hem heeft God gezalfd met de Heilige Geest en met kracht.

In het Nieuwe Testament: Openbaring 5:8; Psalm 49:8-9; 1 Petrus 1:18-19; Handelingen 10:38; Hebreeën 7:26; Leviticus 8:12

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan. De verbindingen die hier gelegd worden rusten op wat er elders van dezelfde zaken gezegd wordt: het reukwerk in Openbaring 5, het rantsoen in Psalm 49 en 1 Petrus 1, en de zalving in Handelingen 10. De halve sikkel was een vaste heffing en geen losprijs in de zin van het Nieuwe Testament; wat hij liet zien is dat een ziel een prijs heeft, niet welke.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Exodus 30

Exodus 30:7.Kruisverwijzingen1 Samuël 2:281 Kronieken 23:13Exodus 27:20Lukas 1:91 Samuël 3:3Handelingen 6:4Exodus 30:34
— En Aaron zal daarop aansteken welriekende specerijen; allen morgen, als hij de lampen wel zal toegericht hebben, zal hij dezelve aansteken.
Wanneer wij met vrijmoedigheid tot de troon der hemelse genade mochten komen en hebben mogen zien in de getemperde glans van dat licht van God dat boven het verzoendeksel schijnt, dan is dat enkel door de oneindige verdienste van onze Heere Jezus. De geringste vorm van gemeenschap, in de buitenste voorhof, moet door het offer van Jezus zijn. En de hoogste vorm van gemeenschap, zelfs de innigste en meest verrukkelijke, is nog altijd door Christus.

Het reukwerk stelt Zijn verdienste voor, en ook dat is niet zonder bloed, want eenmaal per jaar werden de hoornen van het altaar bestreken met het bloed dat binnen de voorhang was gebracht. Er was geen komen binnen de voorhang zonder langs het reukaltaar te gaan, evenals er geen toegang tot God is dan door de almachtige tussenkomst van de Heere Jezus Christus.

Exodus 30:12.KruisverwijzingenNumeri 31:50Psalmen 49:7Mattheüs 20:28Exodus 38:25Job 36:18Numeri 1:2Numeri 26:22 Kronieken 24:6
— Als gij de som van de kinderen Israels opnemen zult, naar de getelden onder hen, zo zullen zij een iegelijk de verzoening zijner ziel den HEERE geven, als gij hen tellen zult; opdat onder hen geen plage zij, als gij hen tellen zult.
De enige ware christenen ter wereld zijn zij die door het bloed van het Lam van hun ongerechtigheid verlost zijn en die het losgeld dat de Heere verschaft heeft persoonlijk hebben aangenomen — die persoonlijk hun losgeld in de hand gebracht hebben door Christus tot hun eigendom te maken en Hem, door een daad des geloofs, aan de grote Vader voor te stellen. God heeft op aarde zoveel volk als er in Jezus Christus geloven, en wij mogen niemand anders de Zijnen noemen dan hen die zeggen kunnen: “In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden.” Wij moeten geen hoofden tellen die van Christus wéten, maar handen die het losgeld ontvangen hebben en het aan God voorhouden.

Er werd geen bedrag in één keer voor het hele volk betaald, en ook niet twaalf bedragen voor de twaalf stammen — ieder mens moest zijn eigen halve sikkel brengen, voor zichzelf. Geen verlossing zal ons ook maar iets baten tenzij zij persoonlijk aangenomen en in het geloof aan God voorgehouden wordt. Wij moeten, ieder voor zich, van de Heere Jezus kunnen zeggen: “Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Er was geen komen binnen de voorhang zonder langs het reukaltaar te gaan, evenals er geen toegang tot God is dan door de almachtige tussenkomst van de Heere Jezus Christus.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content