Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israels, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696 tot de kinderenH1121IsraelsH3478, datH834 zij voor Mij een hefofferH8641nemenH3947. VanH854alleH3605manH376, wiens hartH3820 zich vrijwillig bewegenH5068 zal, zult gij Mijn hefofferH8641nemenH3947.Spreek tot de kinderen Israels, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4that they bring5me an offering:7of every man10that giveth it willingly12with his heart13ye shall take14my offering.
1דַּבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְיִקְחוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6לִ֖י7תְּרוּמָ֑הH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)8מֵאֵ֤תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יִדְּבֶ֣נּוּH5068vrijwillig, gewillig aangeboden, vrijwillig gegevenoffer freely, be (give, make, offer self) willing(-ly)13לִבּ֔וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom14תִּקְח֖וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16תְּרוּמָתִֽיH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)
3Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3DitH2063 nu is het hefofferH8641, hetwelkH834 gij vanH854 hen nemenH3947 zult: goudH2091, en zilverH3701, en koperH5178;Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper;
KJVAnd this is the offering2which ye shall take4of them; gold,6and silver,7and brass,
1וְזֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2הַתְּרוּמָ֔הH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תִּקְח֖וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5מֵאִתָּ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7וָכֶ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)8וּנְחֹֽשֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel
4Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Als ook hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8438, en fijn linnenH8336, en geitenH5795 haar.Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar.
KJVAnd blue,1and purple,2and scarlet,3and fine linen,5and goats'
5En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En roodgeverfdeH119ramsvellenH352, en dassenvellenH8476, en sittimhoutH7848;En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
6Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6OlieH8081 tot den luchterH3974, specerijen ter zalfolieH4888, en tot rokingH5561 welriekende specerijen;Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
Ook in dit vers
specerijenH1314
specerijenH7004
KJVOil1for the light,2spices3for anointing5oil,4and for sweet7incense,
7Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7SardonixstenenH7718, en vervullendeH4394stenenH68 tot den efodH646, en tot den borstlapH2833.Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap.
KJVOnyx2stones,1and stones3to be set4in the ephod,5and in the breastplate.
8En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En zij zullen Mij een heiligdomH4720makenH6213, dat Ik in het middenH8432 van hen woneH7931.En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.
KJVAnd let them make1me a sanctuary;3that I may dwell4among
1וְעָ֥שׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לִ֖י3מִקְדָּ֑שׁH4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary4וְשָׁכַנְתִּ֖יH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)5בְּתוֹכָֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
9Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Naar alH3605 wat IkH589 u tot een voorbeeldH8403 dezes tabernakelsH4908, en een voorbeeldH8403 van alH3605 deszelfs gereedschapH3627wijzenH7200 zal, evenH6213alzoH3651 zult gijlieden dat maken.Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken.
KJVAccording to all that I shew4thee, after the pattern7of the tabernacle,8and the pattern10of all the instruments12thereof, even so shall ye make
1כְּכֹ֗לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4מַרְאֶ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5אוֹתְךָ֔H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7תַּבְנִ֣יתH8403gedaante, voorbeeld, gelijkenisfigure, form, likeness, pattern, similitude8הַמִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent9וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10תַּבְנִ֣יתH8403gedaante, voorbeeld, gelijkenisfigure, form, likeness, pattern, similitude11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever13וְכֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you14תַּעֲשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
10Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Zo zullen zij een arkH727 van sittimhoutH7848makenH6213; twee ellenH520 en een halveH2677 zal haar lengteH753 zijn, en anderhalveH520 el haar breedteH7341, en anderhalveH520 el haar hoogteH6967.Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
KJVAnd they shall make1an ark2of shittim4wood:3two cubits5and a half6shall be the length7thereof, and a cubit8and a half9the breadth10thereof, and a cubit11and a half12the height
1וְעָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֲר֖וֹןH727ark, kistark, chest, coffin3עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)5אַמָּתַ֨יִםH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post6וָחֵ֜צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7אָרְכּ֗וֹH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long8וְאַמָּ֤הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post9וָחֵ֨צִי֙H2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts10רָחְבּ֔וֹH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness11וְאַמָּ֥הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post12וָחֵ֖צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts13קֹמָתֽוֹH6967hoogte, stam, el hoogte[idiom] along, height, high, stature, tall
11En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En gij zult ze met louterH2889goudH2091overtrekkenH6823, van binnen en van buitenH2351 zult gij ze overtrekkenH6823; en gij zult opH5921 dezelve een goudenH2091kransH2213makenH6213rondomH5439 heen.En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.
KJVAnd thou shalt overlay1it with pure4gold,3within5and without6shalt thou overlay7it, and shalt make8upon it a crown10of gold11round about.
1וְצִפִּיתָ֤H6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay2אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֔וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5מִבַּ֥יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6וּמִח֖וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without7תְּצַפֶּ֑נּוּH6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay8וְעָשִׂ֧יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9עָלָ֛יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10זֵ֥רH2213kranscrown11זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather12סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
12En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En gietH3332 voor haar vierH702goudenH2091ringenH2885, en zetH5414 die aanH5921 haar vierH702hoekenH6471, alzo dat tweeH8147ringenH2885opH5921 de eneH259 zijde derzelve zijn, en tweeH8147ringenH2885opH5921 haar andere zijde.En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.
KJVAnd thou shalt cast1four3rings4of gold5for it, and put6them in the four8corners9thereof; and two10rings11shall be in the one14side13of it, and two15rings16in the other
1וְיָצַ֣קְתָּH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast2לּ֗וֹ3אַרְבַּע֙H702vier, vierhonderd, veertienfour4טַבְּעֹ֣תH2885ringen, ring, vingerringring5זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather6וְנָ֣תַתָּ֔הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8אַרְבַּ֣עH702vier, vierhonderd, veertienfour9פַּעֲמֹתָ֑יוH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel10וּשְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11טַבָּעֹ֗תH2885ringen, ring, vingerringring12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13צַלְעוֹ֙H6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)14הָֽאֶחָ֔תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,15וּשְׁתֵּי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two16טַבָּעֹ֔תH2885ringen, ring, vingerringring17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18צַלְע֖וֹH6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)19הַשֵּׁנִֽיתH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
13En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En maakH6213handbomenH905 van sittimhoutH7848, en overtrekH6823 ze met goudH2091.En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.
KJVAnd thou shalt make1staves2of shittim4wood,3and overlay5them with gold.
1וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בַדֵּ֖יH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength3עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)5וְצִפִּיתָ֥H6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay6אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
14En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En steekH935 de handbomenH905 in de ringenH2885, die aanH5921 de zijde der arkH727 zijn, dat men de arkH727 daarmede drageH5375.En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.
KJVAnd thou shalt put1the staves3into the rings4by the sides6of the ark,7that the ark10may be borne
1וְהֵֽבֵאתָ֤H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבַּדִּים֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4בַּטַּבָּעֹ֔תH2885ringen, ring, vingerringring5עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6צַלְעֹ֣תH6763zijkameren, zijden, zijkamerbeam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber)7הָאָרֹ֑ןH727ark, kistark, chest, coffin8לָשֵׂ֥אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאָרֹ֖ןH727ark, kistark, chest, coffin11בָּהֶֽם
15De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15De draagbomenH905 zullen in de ringenH2885 der arkH727 zijn; zij zullen er nietH3808uitgetogenH5493 worden.De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.
KJVThe staves4shall be3in the rings1of the ark:2they shall not be taken
1בְּטַבְּעֹת֙H2885ringen, ring, vingerringring2הָאָרֹ֔ןH727ark, kistark, chest, coffin3יִהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4הַבַּדִּ֑יםH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יָסֻ֖רוּH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without7מִמֶּֽנּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
16Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Daarna zult gij in de arkH727leggenH5414 de getuigenisH5715, dieH834 Ik u geven zal.Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.
KJVAnd thou shalt put1into the ark3the testimony5which I shall give
1וְנָתַתָּ֖H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הָאָרֹ֑ןH727ark, kistark, chest, coffin4אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָעֵדֻ֔תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7אֶתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
17Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Gij zult ook een verzoendekselH3727makenH6213 van louterH2889goudH2091; twee ellenH520 en een halveH2677 zal deszelfs lengteH753 zijn, en anderhalveH520 el deszelfs breedteH7341.Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte.
KJVAnd thou shalt make1a mercy seat2of pure4gold:3two cubits5and a half6shall be the length7thereof, and a cubit8and a half9the breadth
1וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כַפֹּ֖רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5אַמָּתַ֤יִםH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post6וָחֵ֨צִי֙H2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7אָרְכָּ֔הּH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long8וְאַמָּ֥הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post9וָחֵ֖צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts10רָחְבָּֽהּH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness
18Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij zult ook tweeH8147cherubimH3742 van goudH2091 maken; van dichtH4749 goud zult gij ze maken, uit de beideH8147eindenH7098 des verzoendekselsH3727.Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels.
KJVAnd thou shalt make1two2cherubims3of gold,4of beaten work5shalt thou make6them, in the two8ends9of the mercy seat.
1וְעָשִׂ֛יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שְׁנַ֥יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3כְּרֻבִ֖יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims4זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5מִקְשָׁה֙H4749werk, dichtbeaten (out of one piece, work), upright, whole piece6תַּעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִשְּׁנֵ֖יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9קְצ֥וֹתH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle10הַכַּפֹּֽרֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat
19En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den andere cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En maakH6213 u eenH259cherubH3742 uit het eneH259eindeH7098 aan deze zijde, en den andere cherubH3742 uit het andere eindeH7098 aan geneH2088 zijde; uitH4480 het verzoendekselH3727 zult gijlieden de cherubimH3742 maken, uit de beideH8147eindenH7098 van hetzelve.En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den andere cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve.
KJVAnd make1one3cherub2on the one end,4and the other7cherub6on the other5end:8even of the mercy seat11shall ye make12the cherubims14on the two16ends
1וַ֠עֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כְּר֨וּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims3אֶחָ֤דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4מִקָּצָה֙H7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle5מִזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6וּכְרוּבH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims7אֶחָ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8מִקָּצָ֖הH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle9מִזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11הַכַּפֹּ֛רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat12תַּעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַכְּרֻבִ֖יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two17קְצוֹתָֽיוH7098einden, einde, geringstencoast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle
20En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En de cherubimH3742 zullen hun beide vleugelenH3671omhoogH4605uitbreidenH6566, bedekkendeH5526 met hun vleugelenH3671 het verzoendekselH3727; en hun aangezichtenH6440 zullen tegenoverH376 elkander zijn; de aangezichtenH6440 der cherubimH3742 zullen naarH413 het verzoendekselH3727 zijn.En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.
KJVAnd the cherubims2shall stretch3forth their wings4on high,5covering6the mercy seat9with their wings,7and their faces10shall look one11to another;13toward the mercy seat15shall the faces17of the cherubims
1וְהָי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַכְּרֻבִים֩H3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims3פֹּרְשֵׂ֨יH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)4כְנָפַ֜יִםH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)5לְמַ֗עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very6סֹכְכִ֤יםH5526bedekt, bedekken, bedekkendecover, defence, defend, hedge in, join together, set, shut up7בְּכַנְפֵיהֶם֙H3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַכַּפֹּ֔רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat10וּפְנֵיהֶ֖םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13אָחִ֑יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַכַּפֹּ֔רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat16יִהְי֖וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18הַכְּרֻבִֽיםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims
21En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En gij zult het verzoendekselH3727bovenH5921 op de arkH727zettenH5414, nadat gij in de arkH727 de getuigenisH5715, dieH834 Ik u geven zal, zult gelegdH5414 hebben.En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
KJVAnd thou shalt put1the mercy seat3above6upon the ark;5and in the ark8thou shalt put9the testimony11that I shall give
1וְנָתַתָּ֧H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַכַּפֹּ֛רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָאָרֹ֖ןH727ark, kistark, chest, coffin6מִלְמָ֑עְלָהH4605opwaarts, hoogste, omhoogabove, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very7וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הָ֣אָרֹ֔ןH727ark, kistark, chest, coffin9תִּתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָ֣עֵדֻ֔תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אֶתֵּ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14אֵלֶֽיךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
22En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En aldaarH8033 zal Ik bij u komenH3259, en Ik zal met u sprekenH1696vanH854bovenH5921 het verzoendekselH3727 af, van tussenH996 de tweeH8147cherubimH3742, dieH834opH5921 de arkH727 der getuigenisH5715 zijn zullen, allesH3605, watH834 Ik u gebiedenH6680 zal aan de kinderenH1121IsraelsH3478.En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israels.
KJVAnd there I will meet1with thee, and I will commune4with thee from above the mercy seat,7from between8the two9cherubims10which are upon6the ark13of the testimony,14of all things which I will give thee in commandment18unto the children21of Israel.
1וְנוֹעַדְתִּ֣יH3259vergaderd, dagvaarden, komenagree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time)2לְךָ֮3שָׁם֒H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither4וְדִבַּרְתִּ֨יH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5אִתְּךָ֜H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַכַּפֹּ֗רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat8מִבֵּין֙H996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within9שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two10הַכְּרֻבִ֔יםH3742cherubs, cherubim, cherubcherub, (plural) cherubims11אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13אֲרֹ֣ןH727ark, kistark, chest, coffin14הָעֵדֻ֑תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness15אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18אֲצַוֶּ֛הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order19אוֹתְךָ֖H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
23Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Gij zult ook een tafelH7979makenH6213 van sittimhoutH7848; twee ellenH520 zal haar lengteH753 zijn, en een elH520 haar breedteH7341, en een elH520 en een halveH2677 zal haar hoogteH6967 zijn.Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn.
KJVThou shalt also make1a table2of shittim4wood:3two cubits5shall be the length6thereof, and a cubit7the breadth8thereof, and a cubit9and a half10the height
1וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שֻׁלְחָ֖ןH7979tafel, tafelen, tafelstable3עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4שִׁטִּ֑יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)5אַמָּתַ֤יִםH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post6אָרְכּוֹ֙H753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long7וְאַמָּ֣הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post8רָחְבּ֔וֹH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness9וְאַמָּ֥הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post10וָחֵ֖צִיH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts11קֹמָתֽוֹH6967hoogte, stam, el hoogte[idiom] along, height, high, stature, tall
24En gij zult ze met louter goud overtrekken; gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom heen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En gij zult ze met louterH2889goudH2091overtrekkenH6823; gij zult ook een goudenH2091kransH2213 daaraan makenH6213, rondomH5439 heen.En gij zult ze met louter goud overtrekken; gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom heen.
KJVAnd thou shalt overlay1it with pure4gold,3and make5thereto a crown7of gold8round about.
1וְצִפִּיתָ֥H6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay2אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6לּ֛וֹ7זֵ֥רH2213kranscrown8זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
25Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een hand breed; en gij zult een gouden krans rondom derzelver lijst maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Gij zult ook een lijstH4526rondomH5439 daaraan makenH6213, een hand breedH2948; en gij zult een goudenH2091kransH2213rondomH5439 derzelver lijstH4526makenH6213.Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een hand breed; en gij zult een gouden krans rondom derzelver lijst maken.
KJVAnd thou shalt make1unto it a border3of an hand breadth4round about,5and thou shalt make6a golden8crown7to the border9thereof round about.
1וְעָשִׂ֨יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לּ֥וֹ3מִסְגֶּ֛רֶתH4526lijsten, lijst, slotenborder, close place, hole4טֹ֖פַחH2948handbreed, hand breedhand-breadth (broad)5סָבִ֑יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side6וְעָשִׂ֧יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7זֵרH2213kranscrown8זָהָ֛בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9לְמִסְגַּרְתּ֖וֹH4526lijsten, lijst, slotenborder, close place, hole10סָבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
26Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten zijn zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Ook zult gij vierH702goudenH2091ringenH2885 daaraan makenH6213; en gij zult de ringenH2885zettenH5414aanH5921 de vierH702hoekenH6285, dieH834 aan derzelver vierH702voetenH7272 zijn zullen.Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten zijn zullen.
KJVAnd thou shalt make1for it four3rings4of gold,5and put6the rings8in the four10corners11that are on the four13feet
1וְעָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2לּ֔וֹ3אַרְבַּ֖עH702vier, vierhonderd, veertienfour4טַבְּעֹ֣תH2885ringen, ring, vingerringring5זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather6וְנָתַתָּ֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַטַּבָּעֹ֔תH2885ringen, ring, vingerringring9עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10אַרְבַּ֣עH702vier, vierhonderd, veertienfour11הַפֵּאֹ֔תH6285hoek, hoeken, palencorner, end, quarter, side12אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13לְאַרְבַּ֥עH702vier, vierhonderd, veertienfour14רַגְלָֽיוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
27Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27TegenoverH5980 de lijstH4526 zullen de ringenH2885zijnH1961, tot plaatsenH1004 voor de handbomenH905, om de tafelH7979 te dragenH5375.Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.
KJVOver against1the border2shall the rings4be for places5of the staves6to bear7the table.
1לְעֻמַּת֙H5980tegenover, Tegenover, dicht(over) against, at, beside, hard by, in points2הַמִּסְגֶּ֔רֶתH4526lijsten, lijst, slotenborder, close place, hole3תִּהְיֶ֖יןָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4הַטַּבָּעֹ֑תH2885ringen, ring, vingerringring5לְבָתִּ֣יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6לְבַדִּ֔יםH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength7לָשֵׂ֖אתH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַשֻּׁלְחָֽןH7979tafel, tafelen, tafelstable
28Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Deze handbomenH905 nu zult gij van sittimhoutH7848makenH6213, en gij zult dezelve met goudH2091overtrekkenH6823; en de tafelH7979 zal daaraan gedragenH5375 worden.Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden.
KJVAnd thou shalt make1the staves3of shittim5wood,4and overlay6them with gold,8that the table12may be borne
1וְעָשִׂ֤יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבַּדִּים֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4עֲצֵ֣יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5שִׁטִּ֔יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)6וְצִפִּיתָ֥H6823overtoog, overtrok, overtrekkencover, overlay7אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8זָהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9וְנִשָּׂאH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield10בָ֖ם11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַשֻּׁלְחָֽןH7979tafel, tafelen, tafelstable
29Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Gij zult ook makenH6213 haar schotelenH7086, en haar rookschalenH3709, en haar platelenH7184, en haar kroezenH4518 (met welkeH834 zij bedekt zal worden); van louterH2889goudH2091 zult gij ze makenH6213.Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken.
KJVAnd thou shalt make1the dishes2thereof, and spoons3thereof, and covers4thereof, and bowls5thereof, to cover7withal:8of pure10gold9shalt thou make
1וְעָשִׂ֨יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2קְּעָרֹתָ֜יוH7086schotel, schotelen, schotelscharger, dish3וְכַפֹּתָ֗יוH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon4וּקְשׂוֹתָיו֙H7184platelen, dekschotels, schotelencover, cup5וּמְנַקִּיֹּתָ֔יוH4518kroezenbowl6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יֻסַּ֖ךְH5258offeren, goot, geofferdcover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up)8בָּהֵ֑ןH2004zij, haar (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal9זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather10טָה֖וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)11תַּעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
30En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En gij zult opH5921 deze tafelH7979altijdH8548 het toonbroodH3899 voor Mijn aangezichtH6440leggenH5414.En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen.
KJVAnd thou shalt set1upon the table3shewbread4before5me alway.
1וְנָתַתָּ֧H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַשֻּׁלְחָ֛ןH7979tafel, tafelen, tafelstable4לֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals5פָּנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6לְפָנַ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7תָּמִֽידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual
31Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Gij zult ook een kandelaarH4501 van louterH2889goudH2091 maken. Van dicht werkH4749 zal deze kandelaarH4501 gemaakt worden, zijn schachtH3409, en zijn rietjesH7070; zijn schaaltjesH1375, zijn knopenH3730, en zijnH1961bloemenH6525 zullen uitH4480 hem zijn.Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.
KJVAnd thou shalt make1a candlestick2of pure4gold:3of beaten work5shall the candlestick7be made:6his shaft,8and his branches,9his bowls,10his knops,11and his flowers,
1וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2מְנֹרַ֖תH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick3זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather4טָה֑וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)5מִקְשָׁ֞הH4749werk, dichtbeaten (out of one piece, work), upright, whole piece6תֵּעָשֶׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7הַמְּנוֹרָה֙H4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick8יְרֵכָ֣הּH3409heup, schacht, dij[idiom] body, loins, shaft, side, thigh9וְקָנָ֔הּH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk10גְּבִיעֶ֛יהָH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot11כַּפְתֹּרֶ֥יהָH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel12וּפְרָחֶ֖יהָH6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower13מִמֶּ֥נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14יִהְיֽוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
32En zes rieten zullen uit zijn zijden uitgaan; drie rieten des kandelaars uit zijn ene zijde, en drie rieten des kandelaars uit zijn andere zijde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En zesH8337rietenH7070 zullen uit zijn zijdenH6654uitgaanH3318; drieH7969rietenH7070 des kandelaarsH4501 uit zijn eneH259 zijde, en drieH7969rietenH7070 des kandelaarsH4501 uit zijn andere zijde.En zes rieten zullen uit zijn zijden uitgaan; drie rieten des kandelaars uit zijn ene zijde, en drie rieten des kandelaars uit zijn andere zijde.
KJVAnd six1branches2shall come3out of the sides4of it; three5branches6of the candlestick7out of the one9side,8and three10branches11of the candlestick12out of the other14side:
1וְשִׁשָּׁ֣הH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2קָנִ֔יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk3יֹצְאִ֖יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4מִצִּדֶּ֑יהָH6654zijden(be-) side5שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6קְנֵ֣יH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk7מְנֹרָ֗הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick8מִצִּדָּהּ֙H6654zijden(be-) side9הָאֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10וּשְׁלֹשָׁה֙H7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11קְנֵ֣יH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk12מְנֹרָ֔הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick13מִצִּדָּ֖הּH6654zijden(be-) side14הַשֵּׁנִֽיH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)
33In het ene riet zullen drie schaaltjes zijn, gelijke amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit den kandelaar gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33In het ene rietH7070 zullen drieH7969schaaltjesH1375 zijn, gelijke amandelnotenH8246, een knoopH3730 en een bloemH6525; en drieH7969schaaltjesH1375, gelijk amandelnotenH8246 in een anderH259rietH7070, een knoopH3730 en een bloemH6525; alzoH3651 zullen die zesH8337rietenH7070 zijn, die uitH4480 den kandelaarH4501 gaan.In het ene riet zullen drie schaaltjes zijn, gelijke amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit den kandelaar gaan.
KJVThree1bowls2made like unto almonds,3with a knop6and a flower7in one5branch;4and three8bowls9made like almonds10in the other12branch,11with a knop13and a flower:14so in the six16branches17that come18out of the candlestick.
1שְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)2גְ֠בִעִיםH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot3מְֽשֻׁקָּדִ֞יםH8246amandelnotenmake like (unto, after the fashion of) almonds4בַּקָּנֶ֣הH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk5הָאֶחָד֮H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6כַּפְתֹּ֣רH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel7וָפֶרַח֒H6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower8וּשְׁלֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)9גְבִעִ֗יםH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot10מְשֻׁקָּדִ֛יםH8246amandelnotenmake like (unto, after the fashion of) almonds11בַּקָּנֶ֥הH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk12הָאֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13כַּפְתֹּ֣רH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel14וָפָ֑רַחH6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower15כֵּ֚ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you16לְשֵׁ֣שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth17הַקָּנִ֔יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk18הַיֹּצְאִ֖יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with20הַמְּנֹרָֽהH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick
34Maar aan den kandelaar zelven zullen vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met knopen, en met zijn bloemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Maar aan den kandelaarH4501 zelven zullen vierH702schaaltjesH1375 zijn, gelijk amandelnotenH8246, met knopenH3730, en met zijn bloemenH6525.Maar aan den kandelaar zelven zullen vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met knopen, en met zijn bloemen.
KJVAnd in the candlestick1shall be four2bowls3made like unto almonds,4with their knops5and their flowers.
1וּבַמְּנֹרָ֖הH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick2אַרְבָּעָ֣הH702vier, vierhonderd, veertienfour3גְבִעִ֑יםH1375schaaltjes, beker, koppenhouse, cup, pot4מְשֻׁקָּדִ֔יםH8246amandelnotenmake like (unto, after the fashion of) almonds5כַּפְתֹּרֶ֖יהָH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel6וּפְרָחֶֽיהָH6525bloemen, bloem, leliebloemblossom, bud, flower
35En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven, uitgaande; alzo zal het zijn met zes rieten, die uit den kandelaar uitgaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En daar zal een knoopH3730 zijn onderH8478tweeH8147rietenH7070, uitH4480 denzelven uitgaande; ook een knoopH3730onderH8478tweeH8147rietenH7070, uitH4480 denzelven uitgaande; nog een knoopH3730onderH8478tweeH8147rietenH7070, uit denzelven, uitgaande; alzo zal het zijn met zesH8337rietenH7070, die uitH4480 den kandelaarH4501uitgaanH3318.En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven, uitgaande; alzo zal het zijn met zes rieten, die uit den kandelaar uitgaan.
KJVAnd there shall be a knop1under two3branches4of the same, and a knop6under two8branches9of the same, and a knop11under two13branches14of the same, according to the six16branches17that proceed18out of the candlestick.
1וְכַפְתֹּ֡רH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel2תַּחַת֩H8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with3שְׁנֵ֨יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4הַקָּנִ֜יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk5מִמֶּ֗נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6וְכַפְתֹּר֙H3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel7תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8שְׁנֵ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9הַקָּנִים֙H7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk10מִמֶּ֔נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11וְכַפְתֹּ֕רH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel12תַּחַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with13שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two14הַקָּנִ֖יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk15מִמֶּ֑נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16לְשֵׁ֨שֶׁת֙H8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth17הַקָּנִ֔יםH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk18הַיֹּצְאִ֖יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with20הַמְּנֹרָֽהH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick
36Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal altemaal een enig dicht werk van louter goud zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Hun knopenH3730 en hun rietenH7070 zullen uitH4480 hem zijnH1961; het zal altemaal eenH259 enig dicht werkH4749 van louterH2889goudH2091 zijn.Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal altemaal een enig dicht werk van louter goud zijn.
KJVTheir knops1and their branches2shall be of the same: all it shall be one7beaten work6of pure9gold.
1כַּפְתֹּרֵיהֶ֥םH3730knoop, knopen, granaatappelenknop, (upper) lintel2וּקְנֹתָ֖םH7070rieten, riet, kalmusbalance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk3מִמֶּ֣נָּהH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4יִהְי֑וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5כֻּלָּ֛הּH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מִקְשָׁ֥הH4749werk, dichtbeaten (out of one piece, work), upright, whole piece7אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9טָהֽוֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)
37Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Gij zult hem ook zevenH7651lampenH5216makenH6213, en men zal zijn lampenH5216aanstekenH5927, en doen lichtenH215aanH5921 zijn zijdenH5676.Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden.
KJVAnd thou shalt make1the seven4lamps3thereof: and they shall light5the lamps7thereof, that they may give light8over against10it.
1וְעָשִׂ֥יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3נֵרֹתֶ֖יהָH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light4שִׁבְעָ֑הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5וְהֶֽעֱלָה֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נֵ֣רֹתֶ֔יהָH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light8וְהֵאִ֖ירH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10עֵ֥בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight11פָּנֶֽיהָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
38Zijn snuiters en zijn blusvaten zullen louter goud zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Zijn snuitersH4457 en zijn blusvatenH4289 zullen louterH2889goudH2091 zijn.Zijn snuiters en zijn blusvaten zullen louter goud zijn.
KJVAnd the tongs1thereof, and the snuffdishes2thereof, shall be of pure4gold.
39Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Uit een talentH3603louterH2889goudH2091 zal men dat makenH6213, metH854alH3605ditH428gereedschapH3627.Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap.
KJVOf a talent1of pure3gold2shall he make4it, with all these vessels.
1כִּכָּ֛רH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent2זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather3טָה֖וֹרH2889rein, louter, reineclean, fair, pure(-ness)4יַעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֹתָ֑הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַכֵּלִ֖יםH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever9הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
40Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40ZieH7200 dan toe, dat gij het maaktH6213 naar hun voorbeeldH8403, hetwelkH834uH859 op den bergH2022getoondH7200 is.Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.
KJVAnd look1that thou make2them after their pattern,3which was shewed6thee in the mount.
1וּרְאֵ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וַעֲשֵׂ֑הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3בְּתַ֨בְנִיתָ֔םH8403gedaante, voorbeeld, gelijkenisfigure, form, likeness, pattern, similitude4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6מָרְאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7בָּהָֽרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 25:2— Spreek tot de kinderen Israels, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.Ezra 2:68→2 Korinthe 9:7→Ezra 1:6→Ezra 7:16→Nehemia 11:2→Ezra 3:5→1 Kronieken 29:1→Psalmen 110:3→
Exodus 25:3— Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper;Job 28:2→Deuteronomium 8:9→
Exodus 25:4— Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar.Openbaring 19:8→Ezechiël 16:10→Genesis 41:42→
Exodus 25:5— En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;Exodus 36:20→Exodus 26:37→Exodus 26:26→Exodus 26:14→
Exodus 25:6— Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;Exodus 27:20→Exodus 25:37→Exodus 30:23→Exodus 40:24→
Exodus 25:7— Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap.Exodus 28:4→Exodus 28:6→
Exodus 25:8— En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.2 Korinthe 6:16→Openbaring 21:3→Exodus 29:45→1 Koningen 6:13→Hebreeën 9:1→Zacharia 2:10→Numeri 5:3→Hebreeën 3:6→
Exodus 25:9— Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken.Exodus 25:40→Hebreeën 8:5→Hebreeën 9:9→1 Kronieken 28:11→Handelingen 7:44→
Exodus 25:10— Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.Hebreeën 9:4→Exodus 37:1→Deuteronomium 10:1→Openbaring 11:19→2 Kronieken 8:11→
Exodus 25:11— En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.Exodus 25:24→Exodus 30:3→1 Koningen 6:20→2 Kronieken 3:4→
Exodus 25:12— En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.Exodus 25:15→Exodus 26:29→Exodus 38:7→Exodus 25:26→Exodus 27:7→Exodus 37:5→
Exodus 25:13— En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.1 Kronieken 15:15→Numeri 4:14→Numeri 4:11→Exodus 37:4→Exodus 40:20→Numeri 4:6→Numeri 4:8→Exodus 30:5→
Exodus 25:15— De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.1 Koningen 8:8→2 Kronieken 5:9→
Exodus 25:16— Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.Deuteronomium 31:26→1 Koningen 8:9→Hebreeën 9:4→Exodus 16:34→Exodus 27:21→Exodus 30:6→Numeri 17:4→2 Kronieken 34:14→
Exodus 25:17— Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte.Exodus 37:6→Romeinen 3:25→Hebreeën 9:5→Hebreeën 4:16→Leviticus 16:12→1 Johannes 2:2→1 Kronieken 28:11→Exodus 26:34→
Exodus 25:18— Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels.Exodus 37:7→Ezechiël 10:20→Ezechiël 41:18→1 Koningen 8:6→Ezechiël 10:2→Hebreeën 9:5→Genesis 3:24→1 Kronieken 28:18→
Exodus 25:20— En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.1 Koningen 8:7→1 Kronieken 28:18→Hebreeën 9:5→Openbaring 5:11→1 Korinthe 4:9→Johannes 1:51→Mattheüs 24:31→Ezechiël 28:14→
Exodus 25:21— En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.Exodus 26:34→Romeinen 10:4→Exodus 25:16→
Exodus 25:22— En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israels.Exodus 29:42→Psalmen 80:1→Numeri 7:89→2 Samuël 6:2→1 Samuël 4:4→Leviticus 16:2→2 Koningen 19:15→Numeri 17:4→
Exodus 25:23— Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn.Exodus 37:10→Hebreeën 9:2→2 Kronieken 4:8→1 Koningen 7:48→Ezechiël 40:41→Numeri 3:31→2 Kronieken 4:19→Exodus 40:22→
Exodus 25:24— En gij zult ze met louter goud overtrekken; gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom heen.Exodus 25:11→1 Koningen 6:20→
Exodus 25:25— Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een hand breed; en gij zult een gouden krans rondom derzelver lijst maken.Exodus 37:2→Exodus 30:3→
Exodus 25:27— Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.Exodus 25:28→Exodus 25:14→
Exodus 25:28— Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden.Exodus 25:14→Numeri 10:17→Handelingen 9:15→Exodus 25:27→
Exodus 25:29— Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken.Numeri 4:7→Exodus 37:16→2 Kronieken 4:22→Ezra 1:9→1 Koningen 7:50→Numeri 7:19→Hooglied 5:1→Leviticus 24:5→
Exodus 25:30— En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen.Exodus 39:36→Maleachi 1:7→1 Kronieken 23:29→Exodus 35:13→Leviticus 24:5→Maleachi 1:12→1 Samuël 21:6→1 Kronieken 9:32→
Exodus 25:31— Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.Exodus 37:17→1 Koningen 7:49→Zacharia 4:2→Openbaring 1:12→Hebreeën 9:2→Openbaring 2:5→Exodus 40:24→1 Koningen 6:18→
Exodus 25:33— In het ene riet zullen drie schaaltjes zijn, gelijke amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit den kandelaar gaan.Zacharia 4:3→Jeremia 1:11→Numeri 17:4→Exodus 37:19→
Exodus 25:36— Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal altemaal een enig dicht werk van louter goud zijn.2 Kronieken 9:15→1 Koningen 10:16→Numeri 8:4→Exodus 25:18→
Exodus 25:37— Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden.Numeri 8:2→Leviticus 24:2→Exodus 27:21→2 Kronieken 13:11→Openbaring 1:12→Exodus 37:23→Lukas 1:79→Zacharia 4:2→
Exodus 25:38— Zijn snuiters en zijn blusvaten zullen louter goud zijn.2 Koningen 25:14→2 Koningen 12:13→Exodus 37:23→1 Koningen 7:50→Jeremia 52:18→Numeri 4:9→Jesaja 6:6→2 Kronieken 4:21→
Exodus 25:40— Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.Numeri 8:4→Hebreeën 8:5→Exodus 26:30→Handelingen 7:44→1 Kronieken 28:11→1 Kronieken 28:19→Ezechiël 43:11→Exodus 39:42→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 25 vers 2— Spreek tot de kinderen Israels, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.
voor Mij
Dat is, tot mijn dienst, tot mijn eer.
Hertaald:voor Mij
Dat is: tot Mijn dienst, tot Mijn eer.
hefoffer
Dat is, een offer, wat men omhoog hief alsof men het God gaf of presenteerde. Hebreeuws, een heffing, of afzondering; als zijnde een gave afgezonderd van de rest en den Heere geheiligd.
Hertaald:hefoffer
Dat is: een offer dat men omhoog hief, alsof men het aan God gaf of aanbood. Hebreeuws: een heffing, of afzondering; als een gave die van de rest afgezonderd en aan de HEERE geheiligd is.
nemen
Hij wil zeggen, dat zij een hefoffer nemen, en Mij geven.
Hertaald:nemen
Hij bedoelt dat zij een hefoffer nemen en Mij geven.
gij Mijn hefoffer nemen
Gij Mozes en de mannen die Ik, Ex. 24:1, bevolen heb op den berg te klimmen.
Hertaald:gij Mijn hefoffer nemen
U, Mozes, en de mannen die Ik, Ex. 24:1, bevolen heb de berg op te klimmen.
Exodus 25 vers 3— Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper;
nemen zult
Te weten, tot timmering van den tabernakel, en hetgeen er toe behoort.
Hertaald:nemen zult
Namelijk: voor de bouw van de tabernakel en wat daarbij hoort.
Exodus 25 vers 4— Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar.
hemelsblauw,
Door deze volgende stoffen versta men, zijde, katoen, wol, vlas of dergelijke.
Hertaald:hemelsblauw,
Versta onder deze stoffen: zijde, katoen, wol, linnen of iets dergelijks.
geitenhaar;
Hiervan werd een deksel of sprei gemaakt over den tabernakel, Ex. 26:7, Ex. 26:13; en men moet hier zowel verstaan bokkenhaar als geitenhaar.
Hertaald:geitenhaar;
Hiervan werd een deksel of kleed over de tabernakel gemaakt, Ex. 26:7, Ex. 26:13; men moet hier zowel bokkenhaar als geitenhaar onder verstaan.
Exodus 25 vers 5— En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
dassenvellen,
Van deze vellen was het bovenste deksel des tabernakels gemaakt; Ex. 26:14.
Hertaald:dassenvellen,
Van deze huiden was het bovenste dekkleed van de tabernakel gemaakt; Ex. 26:14.
sittimhout;
Men houdt het er voor dat dit een soort van cederbomenhout is, niet onderworpen aan verrotting. Zie Jes. 41:19, en Joël 3:18.
Hertaald:sittimhout;
Men neemt aan dat dit een soort cederhout is, dat niet aan verrotting onderhevig is. Zie Jes. 41:19 en Joël 3:18.
Exodus 25 vers 6— Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
Olie tot den luchter,
Welke voor de luchters gebruikt werd om te branden, vs.37.
Hertaald:Olie tot den luchter,
Die gebruikt werd voor de lampen om te branden, vers 37.
specerijen ter zalfolie,
Waarmede men de heilige dingen, als de tabernakel en wat daartoe behoorde, zalven moest, alsook de priesters zelven.
Hertaald:specerijen ter zalfolie,
Waarmee men de heilige voorwerpen, zoals de tabernakel en wat daarbij hoorde, moest zalven, en ook de priesters zelf.
tot roking welriekende specerijen;
Anders, kostelijke kruiden tot reukwerk.
Hertaald:tot roking welriekende specerijen;
Ook mogelijk: kostbare kruiden voor reukwerk.
Exodus 25 vers 7— Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap.
vervullende stenen
Dat is, die in hun kastjes ingezet werden, en die vervulden. Hebreeuws, stenen der vervullingen, of invullingen.
Hertaald:vervullende stenen
Dat is: stenen die in hun kastjes gezet werden en die opvulden. Hebreeuws: stenen der vervulling, of invulling.
efod,
Dit wordt door sommigen overgezet lijfrok, zijnde het voornaamste en kostelijkste priesterlijke overkleed, waaraan de borstlap met de urim en thummim gehecht was.
Hertaald:efod,
Dit wordt door sommigen vertaald als lijfrok, het voornaamste en kostbaarste priesterlijke bovenkleed, waaraan de borstlap met de urim en tummim vastzat.
borstlap
Deze was gemaakt van zijde, goud en kostelijke gesteenten, en bedekte de borst des hogepriesters.
Hertaald:borstlap
Deze was gemaakt van zijde, goud en kostbare edelstenen, en bedekte de borst van de hogepriester.
Exodus 25 vers 8— En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.
een heiligdom maken,
Dat is, een heilige woning, die gewoonlijk de tabernakel genoemd wordt, en de plaats was waar men den openlijken godsdienst oefende, gelijk naderhand in den tempel van Salomo.
Hertaald:een heiligdom maken,
Dat is: een heilige woning, gewoonlijk de tabernakel genoemd, de plaats waar men de openbare eredienst hield, zoals later in de tempel van Salomo.
Exodus 25 vers 10— Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
zij een ark van sittimhout maken;
Te weten, de timmerlieden.
Hertaald:zij een ark van sittimhout maken;
Namelijk: de timmerlieden.
ellen en een halve zal haar lengte zijn,
Zie Gen. 6:15.
Hertaald:ellen en een halve zal haar lengte zijn,
Zie Gen. 6:15.
Exodus 25 vers 11— En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.
krans maken rondom heen
Of, rand, lijst, kroon.
Hertaald:krans maken rondom heen
Of: rand, lijst, kroon.
Exodus 25 vers 12— En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.
haar vier gouden ringen,
Te weten, de ark.
Hertaald:haar vier gouden ringen,
Namelijk: de ark.
zet die aan haar vier hoeken,
Hebreeuws, geef die.
Hertaald:zet die aan haar vier hoeken,
Hebreeuws: geef die.
Exodus 25 vers 13— En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.
handbomen van sittimhout,
Anders, draagstokken.
Hertaald:handbomen van sittimhout,
Ook mogelijk: draagstokken.
Exodus 25 vers 14— En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.
steek de handbomen in de ringen,
Er waren twee ringen aan de ene zijde, en twee aan de andere zijde der ark, waardoor men de handbomen stak.
Hertaald:steek de handbomen in de ringen,
Er waren twee ringen aan de ene kant en twee aan de andere kant van de ark, waardoor men de draagstokken stak.
dat men de ark daarmede drage
De Levieten, niemand anders, moesten de ark dragen op hun schouders; Num. 7:9; 2 Kron. 35:3; zie ook 1 Kron. 13:7, 1 Kron. 13:10-11, en 1 Kron. 15:12, 1 Kron. 15:15.
Hertaald:dat men de ark daarmede drage
De Levieten, niemand anders, moesten de ark op hun schouders dragen; Num. 7:9; 2 Kron. 35:3; zie ook 1 Kron. 13:7, 1 Kron. 13:10-11 en 1 Kron. 15:12, 1 Kron. 15:15.
Exodus 25 vers 16— Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.
de getuigenis,
Dat is, de twee stenen tafelen, waarop de tien geboden geschreven waren, zijnde een getuigenis van Gods wil, waarom de ark genoemd wordt de ark der getuigenis, vs.22, en elders dikwijls.
Hertaald:de getuigenis,
Dat is: de twee stenen tafelen waarop de tien geboden geschreven waren, als een getuigenis van Gods wil; daarom wordt de ark de ark der getuigenis genoemd, vers 22 en elders vaak.
Exodus 25 vers 18— Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels.
uit de beide einden des verzoendeksels
Alsof Hij zeide, de cherubim zullen uit beide einden van den deksel uitgaan, òf daaruit als wassen, alzo dat de cherubim en het deksel uit één stuk moesten zijn, en niet in of aan elkander gezet of gesoldeerd zijn.
Hertaald:uit de beide einden des verzoendeksels
Alsof Hij zei: de cherubs zullen uit beide uiteinden van het verzoendeksel voortkomen, of daaruit gevormd worden, zodat de cherubs en het deksel uit één stuk moesten zijn, en niet los aan elkaar bevestigd of gesoldeerd.
Exodus 25 vers 20— En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.
elkander zijn;
Hebreeuws, de man zijnen nabuur.
Hertaald:elkander zijn;
Hebreeuws: de man zijn buurman.
Exodus 25 vers 21— En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
nadat gij in de ark
Opdat men naderhand de ark niet zou openen, beveelt God de HEERE, dat men het getuigenis in de ark legge, eer Hij beveelt dat men het deksel maken zal, vs.16.
Hertaald:nadat gij in de ark
Opdat men de ark later niet zou hoeven te openen, beveelt God de HEERE dat men het getuigenis in de ark legt, vóórdat Hij beveelt het deksel te maken, vers 16.
de getuigenis,
Dat is, de tafelen des verbonds.
Hertaald:de getuigenis,
Dat is: de tafelen van het verbond.
Exodus 25 vers 23— Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn.
een tafel maken van sittimhout;
Deze tafel stond in het heilige, dat is, in den tabernakel, voor het voorhangsel.
Hertaald:een tafel maken van sittimhout;
Deze tafel stond in het heilige, dat is: in de tabernakel, vóór het voorhangsel.
Exodus 25 vers 25— Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een hand breed; en gij zult een gouden krans rondom derzelver lijst maken.
ook een lijst rondom daaraan maken,
Daaraan, te weten aan de tafel. Hebreeuws, haar.
Hertaald:ook een lijst rondom daaraan maken,
Daaraan, namelijk aan de tafel. Hebreeuws: haar.
Exodus 25 vers 27— Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.
tot plaatsen voor de handbomen,
Hebreeuws, tot huizen.
Hertaald:tot plaatsen voor de handbomen,
Hebreeuws: tot huizen.
Exodus 25 vers 29— Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken.
haar
Te weten, der tafel.
Hertaald:haar
Namelijk: van de tafel.
schotelen,
Er waren twaalf schotels, naar het getal der toonbroden; Lev. 24:5.
Hertaald:schotelen,
Er waren twaalf schotels, naar het getal van de toonbroden; Lev. 24:5.
rookschalen,
Het Hebreeuwse woord betekent allerlei holligheid, of vaten die hol zijn, gelijk een palm van de hand. Deze vaten dienden om reukwerk in te doen; zie Lev. 24:7.
Hertaald:rookschalen,
Het Hebreeuwse woord betekent allerlei holte, of vaten die hol zijn, zoals een holle hand. Deze vaten dienden om reukwerk in te doen; zie Lev. 24:7.
platelen,
Versta, dekschotels, of dekplattelen, gelijk zij genoemd worden, Num. 4:7. Hebreeuws, plattelen der dekkingen, of, der besprengingen.
Hertaald:platelen,
Versta hieronder: dekschotels, zoals ze genoemd worden in Num. 4:7. Hebreeuws: platelen der bedekkingen, of der besprengingen.
kroezen
Anders, bezemen; dienende om de tafel te reinigen.
Hertaald:kroezen
Ook mogelijk: bezems; dienend om de tafel te reinigen.
zij bedekt zal worden);
Te weten de tafel, die met al deze vaten toegericht zou worden.
Hertaald:zij bedekt zal worden);
Namelijk: de tafel, die met al deze voorwerpen toegerust zou worden.
Exodus 25 vers 30— En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen.
het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen
Deze broden lagen een weeklang op deze tafel: zij werden op elken sabbat verwisseld, Lev. 24:8. Hebreeuws, brood des aangezichts; omdat zij voor het aangezicht des Heeren lagen.
Hertaald:het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen
Deze broden lagen een week lang op deze tafel; zij werden elke sabbat verwisseld, Lev. 24:8. Hebreeuws: brood des aangezichts, omdat ze voor het aangezicht van de HEERE lagen.
Exodus 25 vers 31— Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.
Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden,
Dat is, het zal geen gegoten of gesoldeerd werk zijn, maar het zal met den hamer uit één stuk, of klomp, geslagen worden. Deze kandelaar was een talent zwaar, vs.39.
Hertaald:Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden,
Dat is: het zal geen gegoten of gesoldeerd werk zijn, maar met de hamer uit één stuk of klomp geslagen worden. Deze kandelaar woog een talent, vers 39.
rietjes;
Dat is, armen, of takken; alzo ook in het volgende.
Hertaald:rietjes;
Dat is: armen, of takken; zo ook in het vervolg.
zullen uit hem zijn
Zie de aantekeningen op vs.40.
Hertaald:zullen uit hem zijn
Zie de aantekening bij vers 40.
Exodus 25 vers 33— In het ene riet zullen drie schaaltjes zijn, gelijke amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit den kandelaar gaan.
gelijk amandelnoten,
Dat is, hebbende den vorm of de gedaante van amandelnoten.
Hertaald:gelijk amandelnoten,
Dat is: met de vorm of gedaante van amandelnoten.
in een ander riet,
Dat is, al deze zes rieten zullen elkander gelijk zijn, gelijk vs.35, verklaard wordt.
Hertaald:in een ander riet,
Dat is: al deze zes rieten zullen gelijk zijn aan elkaar, zoals in vers 35 wordt uitgelegd.
Exodus 25 vers 34— Maar aan den kandelaar zelven zullen vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met knopen, en met zijn bloemen.
aan den kandelaar zelven
Dat is, aan den stam des luchters.
Hertaald:aan den kandelaar zelven
Dat is: aan de stam van de kandelaar.
Exodus 25 vers 35— En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven, uitgaande; alzo zal het zijn met zes rieten, die uit den kandelaar uitgaan.
uitgaande
Dit wordt hier bijgevoegd, uit het einde van het vers.
Hertaald:uitgaande
Dit wordt hier toegevoegd, ontleend aan het einde van het vers.
denzelven uitgaande;
Te weten, kandelaar.
Hertaald:denzelven uitgaande;
Namelijk: de kandelaar.
Exodus 25 vers 37— Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden.
Gij zult hem ook zeven lampen maken,
Hebreeuws, gij zult ook zijn zeven lampen maken.
Hertaald:Gij zult hem ook zeven lampen maken,
Hebreeuws: u zult ook zijn zeven lampen maken.
aansteken,
Hebreeuws, doen opgaan.
Hertaald:aansteken,
Hebreeuws: doen opgaan.
aan zijn zijden
Of tegen hem over. Hebreeuws, op de zijden zijner aangezichten.
Hertaald:aan zijn zijden
Of: tegenover hem. Hebreeuws: op de zijden van zijn aangezichten.
Exodus 25 vers 39— Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap.
een talent louter goud
Of, centenaar; versta een centenaar des heiligdoms, houdende honderd vijf en twintig pond gouds; want een centenaar woog drie duizend sikkelen, [gelijk af te nemen is uit Ex. 38:25-26 ] , welke de voorschreven som uitbrengen, [hoewel anderen menen dat het slechts honderd en twintig pong gewogen heeft]. Aangaande den burgerlijken centenaar, dien houdt men omtrent half zoveel geweest te zijn.
Hertaald:een talent louter goud
Of: centenaar; versta een centenaar naar de maat van het heiligdom, gelijk aan honderdvijfentwintig pond goud; want een centenaar woog drieduizend sikkels, [zoals blijkt uit Ex. 38:25-26], wat de genoemde som oplevert, [al menen anderen dat het maar honderdtwintig pond gewogen heeft]. Wat de gewone burgerlijke centenaar betreft, die wordt op ongeveer de helft daarvan geschat.
Exodus 25 vers 40— Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.
Zie dan toe,
Er staat Ex. 39:43, dat Mozes dit alles naarstig heeft onderhouden.
Hertaald:Zie dan toe,
In Ex. 39:43 staat dat Mozes dit alles zorgvuldig heeft nageleefd.
voorbeeld,
Dat is, patroon, model, gelijkenis.
Hertaald:voorbeeld,
Dat is: patroon, model, voorbeeld.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Tabernakel — tent, woning (Hebreeuws: mishkan, van shakan, "wonen, verblijven")
Op de berg Sinaï gaf God Mozes de gedetailleerde opdracht om een tabernakel te bouwen. Het werd een draagbaar tentheiligdom met een voorhof, een heilige plaats en een heilige der heiligen, met daarin de ark van het verbond, de tafel der toonbroden, de kandelaar en de altaren. Alles moest gemaakt worden naar het patroon dat Mozes op de berg getoond werd (Ex. 25:1-9,40). Het volk bracht de bouwstoffen vrijwillig bijeen, en de tabernakel werd door Israël meegedragen op hun tocht door de woestijn.
Bijbelse betekenis: God gaf hiermee aan te midden van Zijn volk te willen wonen: "zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone" (Ex. 25:8). De strikte ontwerpvoorschriften onderstrepen dat de wijze van naderen tot God niet aan het eigen inzicht van de mens werd overgelaten, maar volledig door God Zelf werd bepaald.
Typologie: De Hebreeënbrief noemt de tabernakel en zijn dienst "de schaduw der hemelse dingen" (Hebr. 8:5) en "een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd" (Hebr. 9:9). Het voorhangsel, de heilige der heiligen en de jaarlijkse verzoendienst van de hogepriester wezen vooruit naar Christus, Die eens en voor altijd door Zijn eigen bloed is ingegaan in het ware, hemelse heiligdom (Hebr. 9:11-12,24). Johannes gebruikt hetzelfde beeld wanneer hij zegt dat het Woord vlees geworden is en onder ons getabernakeld heeft (Joh. 1:14).
Ark van het Verbond — Hebreeuws: aron habberith, "kist van het verbond" (ander woord dan de "ark" van Noach, tebah — zie Ark (van Noach))
Als eerste en voornaamste onderdeel van de tabernakel gaf God de opdracht tot het maken van een kist van sittimhout, met goud overtrokken, met een gouden verzoendeksel erop en twee gouden cherubs die elkaar met uitgespreide vleugels aanzagen (Ex. 25:10-22). Hierin werden de twee stenen tafelen der wet gelegd (Ex. 25:16; later ook een gouden pot met manna en de staf van Aäron, Hebr. 9:4). De ark stond in de heilige der heiligen, en van tussen de twee cherubs op het verzoendeksel zou de HEERE tot Mozes spreken (Ex. 25:22).
Bijbelse betekenis: De ark was de plaats waar Gods tegenwoordigheid onder Israël op bijzondere wijze verbonden was aan Zijn wet én aan het verzoendeksel. Recht boven de wet die de mens veroordeelt, lag het deksel waarop eenmaal per jaar bloed gesprenkeld werd. Zo verenigde de ark in zichzelf zowel Gods heilige eis als de weg tot verzoening.
Typologie: Het Griekse woord voor "verzoendeksel" (hilasterion) gebruikt Paulus in Rom. 3:25 voor Christus Zelf: God heeft Hem voorgesteld tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed. Wat op de ark een voorwerp van goud was, is in Christus werkelijkheid geworden — de plaats waar Gods recht en Gods genade elkaar ontmoeten.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toefunctie
Dat Ik in het midden van hen wone — 25:8, 17-22
Op de berg, terwijl het volk beneden wacht. Sinds de uitdrijving uit de hof is de vraag hoe een heilig God bij zondaren wonen kan; hier komt het eerste antwoord.
God geeft opdracht tot een heiligdom om in het midden van Zijn volk te wonen, en de ontmoetingsplaats is het verzoendeksel.
Sinds de uitdrijving uit de hof staat de vraag open hoe een heilig God bij zondige mensen wonen kan. Hier valt het eerste antwoord, en het is opvallend concreet: zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.
Alles aan dat heiligdom wordt voorgeschreven — de maten, de stoffen, de kleuren, tot de haken toe. Mozes bedenkt niets. Binnenin komt een kist met de wet erin, en daarboven een deksel van louter goud.
Dat deksel heet het verzoendeksel, en de plaatsbepaling die God erbij geeft is het hart van de hele tabernakel: aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim.
Denk na over die opstelling. Onderin de kist ligt de wet die Israël gebroken heeft en breken zal — de aanklacht zelf. Daarboven ligt het deksel, waarop eenmaal per jaar bloed gesprengd wordt. En dáár, tussen de cherubs die sinds Genesis 3 de toegang bewaken, spreekt God. Niet zonder de wet, en niet zonder bloed daartussen.
Het Nieuwe Testament neemt dat woord over. Wanneer Paulus uitlegt hoe God rechtvaardig kan zijn en tegelijk de goddeloze rechtvaardigen, gebruikt hij precies de term die de Griekse vertaling voor dit deksel koos: Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Christus is niet alleen het offer; Hij is ook de plaats waar de ontmoeting mogelijk werd.
En Johannes kiest voor de menswording een woord dat letterlijk tabernakelen betekent: het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. De vraag van Exodus 25 loopt dus niet uit op een beter gebouw maar op een Persoon — en in Openbaring klinkt zij als voldongen feit: ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen.
Exodus 25:8 — Maak Mij een heiligdom, dat Ik in het midden van hen wone.
Exodus 25:22 — Daar zal Ik met u spreken, van boven het verzoendeksel af.
Leviticus 16:14 — Eenmaal per jaar wordt daar bloed gesprengd.
Romeinen 3:25 — God heeft Christus voorgesteld tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed.
Johannes 1:14 — Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.
Openbaring 21:3 — Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen.
In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14; Romeinen 3:25; Hebreeën 9:5, 11-12; Openbaring 21:3
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 25:6.KruisverwijzingenExodus 27:20→Exodus 25:37→Exodus 30:23→Exodus 40:24→ — Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen; Niet elke soort olie kon worden gebruikt in de dienst van de HEERE. Noch de aardolie die overvloedig uit de aarde opwelt, noch olie uit vissen, noch olie die uit noten wordt gewonnen, was daarvoor geschikt. Slechts één soort olie werd uitgekozen: de zuiverste olijfolie.
Schijnbare genade die voortkomt uit natuurlijke goedheid, vermeende genade die door priesterlijke handen wordt doorgegeven of denkbeeldige genade uit uiterlijke plechtigheden zal een waar kind van God nooit voldoening geven. Hij weet dat de HEERE geen behagen heeft in stromen van zulke olie. Daarom gaat hij naar de olijfpers van Gethsémané en ontvangt hij alles uit Hem Die daar werd verbrijzeld.
De olie van de genade van het Evangelie is zuiver, zonder bezinksel of droesem. Daarom brandt het licht dat daardoor wordt gevoed helder en zuiver. Onze gemeenten zijn de gouden kandelaars van de Zaligmaker, en als zij lichtdragers willen zijn in deze donkere wereld, moeten zij overvloedig voorzien zijn van heilige olie. Laten wij bidden voor onszelf, voor onze predikanten en voor onze gemeenten, dat het hun nooit aan olie voor het licht zal ontbreken. Waarheid, heiligheid, blijdschap, kennis en liefde zijn allemaal stralen van dat heilige licht. Maar wij kunnen dat licht niet in de duisternis laten schijnen, tenzij wij in de verborgen omgang met God olie ontvangen van de Heilige Geest.
Exodus 25:10–11. KruisverwijzingenHebreeën 9:4→Exodus 37:1→Deuteronomium 10:1→Exodus 25:24→Exodus 30:3→Openbaring 11:19→2 Kronieken 8:11→1 Koningen 6:20→ — Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte. En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen. De ark van het verbond was het heiligste voorwerp in de tabernakel in de woestijn. Zij stond helemaal achter in het Heilige der heiligen. Daarboven straalde het heerlijke licht van de Schechina, het zichtbare teken van Gods tegenwoordigheid.
De ark was ongetwijfeld een voorafschaduwing van onze Heere Jezus Christus. Zij was een heilige kist, bestemd om de wet van God te bewaren. Gezegend zijn zij die de wet in Christus kennen. Buiten Christus veroordeelt de wet, maar in Christus wordt zij voor ons een gezegende leidraad.
Deze ark was gemaakt van hout, als een beeld van de menselijke natuur van onze gezegende Heere. Maar het was acaciahout, dat niet vergaat en bestand is tegen bederf. Zo was er ook in Hem geen verdorvenheid door de zonde tijdens Zijn leven, en heeft de verderving Hem niet aangetast toen Hij een tijdlang in het graf rustte. Hout groeit uit de aarde, zoals ook Jezus is opgeschoten “als een wortel uit een dorre aarde”. Maar de ark moest van het beste hout worden gemaakt: onvergankelijk en onbezoedeld.
Toch leek de ark niet van hout te zijn, want zij was geheel overtrokken met zuiver goud. Overal zag men de Godheid, of, zo men wil, de volmaakte gerechtigheid van Jezus Christus. De ark was van acaciahout, maar tegelijk een ark van goud. Zo was Hij Die waarlijk Mens was, ook waarlijk God. Gezegend zij Zijn heilige Naam.
Rondom de bovenrand van de ark bevond zich een gouden kroon. Hoe heerlijk is Christus in Zijn Middelaarschap! Hij bedekt de wet en bewaart haar in Zichzelf. Hij is Koning, heerlijk in heiligheid en geëerd te midden van Zijn volk.
Exodus 25:12–14.KruisverwijzingenExodus 25:15→Exodus 26:29→Exodus 38:7→Exodus 25:26→Exodus 27:7→Exodus 37:5→1 Kronieken 15:15→Numeri 4:14→ — En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde. En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud. En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage. De ringen waren bestemd om de draagstokken doorheen te steken, en met die draagstokken moesten de priesters de ark dragen wanneer zij van plaats naar plaats werd verplaatst. Zo trok zij met de kinderen van Israël mee op al hun reizen. Zo is ook onze Heere Jezus altijd met ons. Hij gaat met ons mee waar wij ook gaan en blijft bij ons waar wij ook verblijven. Hoewel Zijn verheerlijkt lichaam in de hemel is, is Zijn tegenwoordigheid niet aan één plaats gebonden, zoals Hij tot Zijn discipelen sprak: “En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”
Exodus 25:15. Kruisverwijzingen1 Koningen 8:8→2 Kronieken 5:9→ — De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden. Zo was de ark altijd gereed om verplaatst te worden.
Exodus 25:16. KruisverwijzingenDeuteronomium 31:26→1 Koningen 8:9→Hebreeën 9:4→Exodus 16:34→Exodus 27:21→Exodus 30:6→Numeri 17:4→2 Kronieken 34:14→ — Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal. Dat wil zeggen: de twee stenen tafelen moesten in de ark van het verbond worden gelegd.
Exodus 25:17. KruisverwijzingenExodus 37:6→Romeinen 3:25→Hebreeën 9:5→Hebreeën 4:16→Leviticus 16:12→1 Johannes 2:2→1 Kronieken 28:11→Exodus 26:34→ — Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte. Het verzoendeksel paste precies op de ark en bedekte daardoor alles wat zich daarin bevond. Het was van zuiver goud. Misschien was dit wel het belangrijkste onderdeel van dit zo belangrijke voorwerp uit de tabernakel. Het was het verzoendeksel, dat de wet bedekte, de plaats waar God had beloofd Zijn volk te ontmoeten.
Exodus 25:18–20. Kruisverwijzingen1 Koningen 8:7→Exodus 37:7→Ezechiël 10:20→Ezechiël 41:18→1 Koningen 8:6→Ezechiël 10:2→Hebreeën 9:5→Genesis 3:24→ — Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels. En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den andere cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve. En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn. De cherubs vormden een onlosmakelijk deel van het verzoendeksel. Zij waren uit hetzelfde kostbare metaal vervaardigd en vormden samen één geheel. Zij kunnen een beeld zijn van de engelen, die verlangen in de verborgenheden van God in te zien. Ook kunnen zij een beeld zijn van de Kerk, die één is met Christus en voor eeuwig met Hem verbonden blijft.
Exodus 25:21–22. KruisverwijzingenExodus 29:42→Psalmen 80:1→Numeri 7:89→2 Samuël 6:2→1 Samuël 4:4→Leviticus 16:2→2 Koningen 19:15→Numeri 17:4→ — En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben. En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israels. Dit was de ontmoetingsplaats van God en mensen. Daar was de wet bedekt met een massief gouden verzoendeksel. Zo is Jezus de ontmoetingsplaats tussen God en zondaren, waar de wet bedekt is door Zijn volmaakte gerechtigheid.
Voordat de Heere Mozes de tafelen van de Wet overgeeft, handelt hij uitvoerig met hem over de oprichting van een heiligdom, waarin Hij als Verbondsgod onder Israël wonen wil, en dat in zijn voornaamst gedeelte, de Ark van het Verbond, de tafelen van de wet zal opnemen. Vooreerst worden Mozes de stoffen bekend gemaakt, waaruit het heiligdom zal vervaardigd worden; daarna wordt hem een voorbeeld of model van het geheel en van zijn delen in een gezicht getoond.
1. Toen sprak de HEERE tot Mozes, toen deze op de berg was, zeggende:
Het verdient opmerking, dat de schepping van hemel en aarde niet meer dan twee kapittels beslaat, terwijl aan de beschrijving van het heiligdom en zijn toebehoren, bijna de gehele helft van dit tweede boek van Mozes besteed is, hoewel zij de dingen, niet maar uitwendig en niet in haar betekenis voorstelt. Een blijk, dat God meer werk maakt van zijn Kerk, waarvan de Tabernakel de verzamelplaats en het voorbeeld was, en waar de Heere gediend werd, dan van de gehele wereld, die omwille van de Kerk geschapen is.
2. Spreek tot de kinderen van Israël, dat zij, van hun in Egypte verkregen goederen, die door hetgeen de Egyptenaren hun vrijwillig (hoofdstuk 12:35 vv.) geschonken hebben, zo aanzienlijk vermeerderd zijn, voor Mij een hefoffer 1) een afgezonderd deel als geschenk voor Mij, nemen. a) Van elke man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.
a) Ex.35:5; 1 Kronieken 29:3,5,9,14 Ezra 2:68; 3:5 Nehemiah. 11:2
1) Zulk een gave voor de Heere en Zijn dienst werd gewoonlijk tot zinnebeeldige aanwijzing, dat zij de Heere geschonken werd, en tot uitdrukking van de bede, dat Hij ze zich zou laten welgevallen, ten hemel geheven.
Daarmee hangt de naam hefoffer samen (hoofdstuk 30:15) over het hiermee verwante beweegoffer (zie Ex 29.24)
3. Dit nu is het hefoffer, dat gij van hen nemen zult: goud en zilver en koper;
4. Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, boomwol van al deze kleuren en byssus linnen, de fijnste soort, en geitehaar, uit het lange zijdeachtige haar van de langharige geiten gesponnen gaven.
5. En roodgeverfde ramsvellen, een soort van saffraan of marokijn en dassenvellen, 1) en sittimhout, 2) hout van de acacia.
1) In het Hebreeuws Techaschim. Dit woord komt nog éénmaal voor in Ezech.16:10, waar de Heere zegt: Ik schoeide u met “tachas.” Ook daar is het vertaald door “dassenvellen.” Een das werd echter met een andere naam genoemd. De vellen hier bedoeld, zijn die van de zeekoe uit de Rode Zee, wiens huid ook gebezigd werd, om de sandalen ervan te bereiden. De bovenhuid werd gebruikt, om tenten ermee te bedekken en deze voor weer en wind te beveiligen. De zeekoe is, volgens Rosenmuller, 8-17 voet lang, 6 ß 7 voet breed, en weegt van 500-800 pond.
2) Dit is de een boom van die landstreek, waaruit planken gezaagd kunnen worden. Hij bereikt de grote van een notenboom, groeit veelvuldig in Egypte en op het Arabische schiereiland en heeft een licht en duurzaam hout, dat noch van wormen, noch van verrotting te lijden heeft.
6. Bovendien olie tot de luchter (hoofdstuk 27:20), specerijen tot zalfolie (hoofdstuk 30:22 vv.) en tot roking welriekende specerijen (hoofdstuk 30:7 vv.; 34 vv.).
De olie hier bedoeld is de olijfolie; tot roking wil zeggen, tot reukwerk.
7. Sardonixstenen (Genesis 2:12), en vervullende 1) stenen, stenen om ingezet te worden, tot de efod (hoofdstuk 28:4 vv.), de lijfrok, en tot de borstlap (hoofdstuk 28:6 vv.; 15 vv.).
1) Vervullende stenen zijn die stenen, welke gebruikt moesten worden, om in de Efod en in de borstlap gezet te worden. Daarom werden zij vervullende stenen genoemd, omdat zij de kassen, waarin zij gezet werden, als het ware vol maakten.
8. En zij zullen Mij een heiligdom maken, opdat Ik daarin bestendig in het midden van hen woon.
9. Naar al wat Ik u tot een voorbeeld van deze tabernakel, 1) en een voorbeeld van al diens gereedschap wijzen zal, evenzo zult gij dat maken. 2)
1) De Tabernakel betekent eigenlijk: zwervende tent, omdat hij geen blijvende plaats had, en van oord tot oord weggedragen werd als het zinnebeeld van de Kerk van Christus, welke hier beneden slechts als gast en vreemdeling moet leven, om des te beter de stad van de inwoning daarboven te zoeken, wier tekenaar en bouwheer God is.
2) Daar dit wonen van God onder Israël een bepaalde bedoeling heeft-namelijk vooreerst, de zichtbare voorstelling van het rijk van God, gelijk het in Israël reeds voorhanden is, en vervolgens, de voorafschaduwing en voorbereiding van het in latere tijden te verwezenlijken huwelijksverbond-zo moet de wijze van het wonen, zowel als de toestand van de woning door de Heere zelf voorgeschreven worden, opdat die tot in bijzonderheden aan het beoogde doel beantwoordde. Nu geschiedde het tonen van het voorbeeld zonder twijfel door een gezicht, waarin aan Mozes niet alleen het geheel, maar ook ieder afzonderlijk deel voorgesteld werd; volgens dit gezicht, dat niet uitdrukkelijk gemeld is, maar toch als hier gezien moet aangenomen worden, volgden dan verdere aanwijzingen van God (hoofdstuk 25:10-31:11), doch niet in een doorlopende rede, maar in afzonderlijke gedeelten, waartussen aan Mozes tijd gelaten wordt tot geestelijk indringen in het gezegde en tot geestelijke reproductie (herhaling) van hetgeen hij gezien had. Tot recht verstand van het volgende is het nodig, wanneer ook wij een beeld van het telkens in de rede voorkomende voorwerp ons voorhouden, dat echter slechts een kan zijn, dat door de mens ontworpen is, en waarvan het steeds onzeker blijft, in hoeverre het overeenkomt met het aan Mozes getoonde model.
Hoe deze vertoning aan Mozes geschied zij, is niet goed te bepalen. Dit schijnt echter zeker te zijn en door de Apostel Paulus bevestigd te worden, dat aan Mozes niet alleen vertoond en vast in het geheugen ingeprent zij, een schets van de tabernakel met al diens vaten en gereedschappen, maar ook dat hem is ingeboezemd, dat zulks was een afbeelding van hemelse en geestelijke dingen, en dat hem tegelijk vertoond is, wat voor hemelse dingen en hoe die door de aardse tabernakel zouden verbeeld worden, eveneens of iemand willende een gebouw, dat het oorspronkelijke wel gelijkt, door een werkmeester nagemaakt hebben, hem, opdat hij het des te volmaakter zou namaken, het gebouw zelf, of een nauwkeurige aftekening laat zien, zolang, totdat hij van alles, wat daaromtrent waar te nemen is, een goede en diepe indruk heeft. Bijna eveneens is het ook hier gelegen; de Opperbouwmeester en Kunstenaar is God, die heeft gemaakt en in Zijn besluit vastgesteld, de hemelse en geestelijke dingen, die, voordat het Nieuwe Testament wezen zou, en deze heeft Hij door en in een tabernakel willen afgebeeld hebben. Van die tabernakel heeft Hij Mozes, Zijn dienaar, een afbeelding gegeven; maar om hem des te meer in staat te stellen, om die afbeelding nauwkeurig na te maken, heeft Hij hem ook vertoond de hemelse en geestelijke dingen zelf, en wat voor dingen het waren, en hoe die door de tabernakel konden en moesten afgebeeld worden.
In de bouw van de tabernakel is de grote Godsgedachte ten opzichte van de zaliging van de gelovigen, en van het behoud van de gehele Kerk zinnebeeldig getoond.
II. Exodus 25 vers 10-22
Hier volgen de bepalingen omtrent de vervaardiging van de Ark, die het heiligdom in het heiligdom en de eigenlijke zetel van God onder Zijn volk moest vormen.
10. Zo zullen zij een ark 1) van a) sittimhout maken: twee en een half el 2) zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
a) Ex.37:1 Hebr.9:1
1) Het woord ark betekent hier kist of koffer. De Ark is de troon van God onder Israël, tevens de troon van de genade, en als zodanig een type van Christus, de Godmens, die “de heerlijkheid van God openbaart en in wie Hij op aarde woont”. (Openb.11:19).
Deze ark draagt onderscheidene namen in de Heilige Schrift; die van Ark van het Verbond, omdat de tafels van het Verbond in haar verborgen waren; de Ark van de Getuigenis, de ark van God, of de ark van de sterkte van de Heere; de ark van de heiligheid of de Heiligheid, of de Heiligheid van de Heiligenheden, en ook de arke van de heerlijkheid. De meest gebruikelijke namen zijn: de Ark van het Verbond, of de Ark van de Getuigenis.
2) De Hebreeuwse el was waarschijnlijk de lengte van de elleboog tot aan de top van de middelste vinger (Deuteronomium. 3:11). Zo meten nog heden de Hindoes; iedere kleine man weet, hoeveel vingerbreedten hij nog aan zijn lengte moet toevoegen om de gewone maat te verkrijgen.
Het woord in de grondtekst betekent ook eigenlijk elleboog. De maat van een el was ongeveer 18 oude duimen.
11. En gij zult ze met louter 1) (fijn) goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken, en gij zult op deze een gouden krans 2) maken rondom uit massief goud gewerkt.
1) Van het gewone goud wordt het fijne onderscheiden, dat slechts zoveel andere stof, bijv. zilver, behouden heeft, als nodig is, om het metaal te kunnen bewerken. In de symboliek is het goud wegens zijn schone lichtgevende glans een zinnebeeld van de Godheid; evenzo het zilver wegens zijn reinheid.
Wordt door het sittimhout de menselijke natuur van Christus afgebeeld, door het louter (fijn) goud Zijn Godheid. In Christus was een volheid van genade, en uit de schatkamers van Zijn genade leeft de Kerk, daarom draagt ook de Ark de vorm van een kist.
2) Onder krans hebben we waarschijnlijk te verstaan, een zogenaamde kroonlijst van kransvormige gedaante.
12. En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier van onderen in voeten uitlopende hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde hiervan zijn en twee ringen op de andere zijde.
13. En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.
14. En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde van de Ark zijn, dat men de Ark daarmee draagt, 1) wanneer het heiligdom vervoerd moet worden.
1) Noch de Ark, noch de tafel van de toonbroden, noch het reukaltaar mochten op wagens worden vervoerd. Dit is, opdat de heilige vrees en eerbied des te meer zou worden betracht, en opdat er minder gevaar zou zijn voor beschadiging. Het Heilige moest heilig en eerbiedig worden behandeld.
15. a) De draagbomen zullen in de ringen van de Ark zijn, zij zullen er niet, gelijk de draagbomen aan de tafel van de toonbroden (vs.27 vv.) en aan het reukaltaar (hoofdstuk 30:4 vv.) uitgetrokken worden. 1)
a) 1 Kon.8:8
1) Het is mogelijk, dat ook met dit bevel gedoeld wordt, om te allen tijde gereed te zijn te vertrekken, maar hoofddoel is, opdat de dragers de Ark niet hoefden aan te raken. De Ark mocht niet worden aangeroerd.
16. Daarna a) zult gij in de Ark leggen de getuigenis, 1) die Ik u geven zal, 2) (hoofdstuk 31:18), de stenen tafelen met de tien geboden, Mijn getuigenis omtrent Mijn wil.
a) Hebr.9:4
1) De bestemming van de Ark was dus in de eerste plaats om het huis te zijn voor de wet van de beide tafelen. Dit was Israëls kleinood en kostbare schat, die een edele kast ter bewaring waardig was, en om dit kleinood, dat zij in zich sloot, was de kist niet alleen uitwendig, als de tafel van de toonbroden en het reukaltaar, maar ook inwendig met goud overtrokken. In zo verre nu de wet van de beide tafelen een getuigenis, de betuiging van God aan Zijn volk was, heette de Ark “Ark van de Getuigenis”; in zo verre dit tevens het verbond uitmaakte, of de oorkonde van het met Israël gesloten verbond vormde, heette de Ark ook “Ark van het Verbond”. De door de Ark omsloten wet was verder het hart, waarvan het hele geestelijk leven in Israël, het politieke zowel als het godsdienstige uitging; daarom werd zij later in het binnenste van het heiligdom (hoofdstuk 26:33) en daarmee in het centrum van het zich rondom de tabernakel legerende volk (Numeri. 2:2) gesteld. Evenzo was de wet om het Verbond, dat de Heere met Israël gesloten had, de bron van alle zegen en voorspoed voor het volk; daarom was de ark met een gouden krans, het zinnebeeld van bloei en welvaart versierd.
Jezus droeg de wet in zijn hart, en Hij zou niet komen om die te ontbinden, maar om die te vervullen. En juist daardoor, dat Hij als de Borg van een veel beter verbond, dan vroeger bestaan had, de verbondswet kwam vervullen, de verbondsschulden kwam betalen, en de verbondsbeloften kwam verwerven, daardoor zou Hij het eeuwige en enige voorwerp van aanbidding in de hemel zijn, beide als de verbondsark (waarin alles ligt opgesloten) voor zijn volk, en het voorwerp van welbehagen en eeuwige rust van de Vader.
Israël kon en wil door zichzelf de wet niet vervullen, kon dat donderen van de wet niet verdragen. Daarom moest voor die wet de Ark gemaakt worden. Die Ark, symbool van de Christus, zou de wet bevatten, d.w.z. Christus zou voor heel zijn volk de wet volkomen vervullen, in zijn menselijke natuur, gesterkt door zijn Godheid.
2) Wel was de wet gegeven of uitgesproken door de Heere God, maar hier zegt God aan Mozes, dat Hij hem die wet, geschreven, ter hand zal stellen.
17. a) Gij zult ook een verzoendeksel 1) maken van louter goud, een massief gouden plaat, ongeveer ter dikte van het platte van een hand, die de gedaante heeft van een deksel (vs.21), deze moet dienen, opdat aan deze de verzoening van de zonden jaarlijks op de grote Verzoendag volbracht wordt (Leviticus. 16:14 vv.): twee en een halve el zal diens lengte zijn, en anderhalve el diens breedte, dus juist zolang en zo breed als de kist zelf (vs.10), opdat hij die geheel bedekt en vast door de van boven omlopenden krans (vs.11) ingesloten wordt.
a) Exodus. 37:6
1) In het Hebreeuws Capporeth. Het werkwoord, waarvan dit zelfstandig naamwoord is afgeleid, betekent eigenlijk, bedekken, overstrijken, maar hetgeen dan ook niet anders kan betekenen, dan de zonde bedekken, d.i. de zonde verzoenen. In 1 Kronieken 28:11 wordt het Allerheiligste genoemd, het huis van de verzoening (Beth hacapporeth). Daarom onderstelt het verzoendeksel, de tussenkomst van het bloed van de verzoening, waardoor en waarmee de zonde van het volk bedekt wordt. Dit deksel moest van louter goud zijn. Waarom? Omdat het een symbool van Christus was, het grote middel van de verzoening van de zondaar met God. Boven dat verzoendeksel troonde God. En God kon daarboven tronen, kon daarboven rusten, omdat Hij zijn rust vond in het werk van de verzoening van Christus, zijn Zoon. Luther vertaalt niet verzoendeksel maar genadestoel.
18. a) Gij zult ook twee cherubim, 1) zinnebeelden van de hoogste geschapen wezens, van goud maken; van dicht 2) goud zult gij ze maken, dus niet massief, maar hol (Numeri. 10:2) uit de beide einden van de verzoendeksel, zodat zij als uit deze voortkomen.
a) Hebr.9:5
1) Ook: zie Ge 3.24
2) “Van dicht goud,” d.i. van gedegen goud, zonder enige holligheid van binnen. Ook kan het woord in de grondtekst betekenen: van goud met de hamer gedreven.
19. En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en de andere cherub uit het andere einde aan de andere zijde; uit het verzoendeksel zult gij de cherubim maken, uit de beide einden hiervan, zodat ze met het verzoendeksel een geheel vormen en niet daarvan weggenomen kunnen worden.
20. En de cherubim 1) zullen hun beide vleugels omhoog uitbreiden, a) bedekkende met hun vleugels, als met een scherm, het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkaar naar elkaar toegekeerd zijn; en de aangezichten van de cherubim zullen tevens zich naar beneden neigen en naar het verzoendeksel.
a) Hebr.9:5
1) Van cherubim was reeds in Genesis 3:24 sprake, daar werd de oorspronkelijk aan de mens toegewezen maar door hem zo slecht bewaakte hof, aan deze ter bewaking overgegeven; ongetwijfeld zijn schepsels van een hogere wereld, levende wezens, die de hoogste plaats in het rijk van de geschapen geesten innemen, hieronder te verstaan. Waar zij verder in de Bijbel vermeld worden, staan zij God, de hemelse Koning, bij Zijn gerichten op aarde ter zijde, en moeten zij met hun tegenwoordigheid de boven al het geschapene hoog verheven Majesteit van de Wereldrechter openbaren, daar zij de hoogste en volkomenste schepsels, het toppunt van de gehele schepping vormen. Met welk woord de naam cherub oorspronkelijk samenhangt, en wat het dus betekent, kan niet bepaald worden. In elk geval is het een woord uit de eerste tijd van het menselijk geslacht, en is met de herinnering aan de geschiedenis van de uitdrijving uit het paradijs ook op andere volkeren overgegaan, gelijk het verhaal van de gier-een uit verschillende bestanddelen gevormde diergestalte-die de goudgroeven in hoog-Azië te beschermen heeft, bewijst. Wanneer nu tevens deze eenvoudige, alleen door vleugels-het zinnebeeld van een dienstbaarheid, die boven de gewone perken van ruimte en tijd verheven is, uitstekende mensengedaante, gelijk die op onze plaats aan te nemen is, elders als uit verschillende diersoorten samengestelde diergestalten verschijnen (Ezech.1:10; 10:14), zodat daardoor de cherubim tot veranderlijke hiërogliefen worden, zo heeft dit daarin zijn reden, dat er geen wezens zijn, in de vorm als wij straks beschreven hebben, maar deze vorm slechts beeld, zinnebeeld is. Als wezens van de hemelse wereld staan zij ten opzichte van hun eigenlijke wijze van bestaan boven het bereik van de menselijke voorstelling; wat aan hen tot voorstelling gebracht wordt, is een gedachte, een idee, en alzo wisselt de vorm van hun verschijning af met de veranderlijke behoefte van de mens. Zulk een onbepaaldheid en veranderlijkheid van vorm heeft dan ook dit voordeel, dat daarmee het voor Israël overigens al te nabijzijnd gevaar afgesneden wordt, om met de cherubim afgoderij of beeldendienst te bedrijven.
In de Ark zijn zij de zinnebeelden van alle schepselen, die in de staat van heerlijkheid van het hiernamaals hun geluk of hun zaligheid zuilen toekennen aan het verzoendeksel, dat is: Jezus Christus, de verzoening van de wereld, de Borg en Zaligmaker van het door zijn bloed verloste volk. Die schare zullen vol ogen zijn, om de genade, liefde en trouw van hun Verlosser te aanschouwen, en nochthans zullen zij zich als het ware met vleugels moeten dekken, vanwege de heerlijkheid van het gezegende Lam.
De Apostel noemt deze cherubs “Cherubijnen van de heerlijkheid” (Hebr.9:5), vanwege hun stand en gebruik.
21. En a) gij zult het verzoendeksel bovenop de Ark zetten, nadat gij in de Ark de Getuigenis (vs.15), die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
a) Hebr.9:4,5
22. En a) aldaar zal Ik bij u komen; Ik zal aldaar in een wolk (Leviticus. 16:2) Mijn tegenwoordigheid u doen zien, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel 1) af, tussen de twee cherubim, die op de Ark van de Getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen van Israël.
a) Numeri. 7:89
1) Het Capporeth (verzoendeksel, volgens de vertaling van Luther, genadestoel) was alzo het middelpunt van de aanwezigheid van God onder Zijn volk, als het ware de troon, van welke Hij Israël, als diens onzichtbare koning regeren en Zijn bevelen geven wilde. Zij rustte op de ark, die de twee tafelen van de wet in zich besloot, want gerechtigheid en gericht zijn de vastheid van Zijn troon (Psalm. 89:15; 97:2). Zij was van massief goud, en cherubim waren aan haar beide einden opgericht, want die hier tronen wilde, rondom die is enkel licht en hemelse glans (Psalm. 104:1 vv.), voor hem neigt zich aanbiddende de schepping in haar meest verheven vertegenwoordigers (Psalm. 103:19 vv.). De Capporeth is echter tevens ook de voornaamste en de gewichtigste plaats tot verzoening, daar zij met haar onderstuk, de Ark van het Verbond, tezamen een altaar vormt; want voordat de Heere de genade en waarheid, die voor Zijn aangezicht zijn (Psalm. 89:15) openbaren kan, moeten eerst de overtredingen van Zijn volk, van welke de wet onder Zijn voeten getuigt, verzoend en uitgedelgd worden (Leviticus. 17:11). Nu is wel de wijze van verzoening, gelijk die later voor Israël verordend is (Leviticus. 16) eerst een voorlopige en nog onvolkomen (Hebr.9:6 vv.); maar in en met deze is Zijn raadsbesluit vooraf aangewezen, dat later tot uitvoering komen en de zonde werkelijk verdelgen moet. In dit Evangelie begeren ook de engelen in te zien (1 Petr.1:12), waarom de cherubim met hun ogen op de Capporeth neerzien.
Het rusten van God op het verzoendeksel, Jezus, te midden van zijn volk, had een heerlijke betekenis. Want God wilde rusten, maar kon slechts rusten in genade; in het bewijzen van genade vond hij slechts voldoening. Zo spreekt Hij bij de Profeet: “Ik zal rusten en stil zijn, en in eeuwigheid niet meer op U toornen en schelden.” Daarom bouwde Hij zich in zijn Zoon een genadestoel. En indien Hij ook gedurig met bezoekingen en tuchtroeden midden door Zijn volk wandelde, nochthans als Hij rusten wilde, dan vond Hij zijn rust op de stoel van de genade of van de verzoening. En de allerhoogste God kon waarlijk op die Ark en op dat verzoendeksel rusten, want daarin lag Zijn Wet zuiver ongeschonden.
III. Exodus 25 vers 23-30
Hierop volgen de bepalingen over de vervaardiging van een tafel, waarop bestendig toonbroden voor de Heere moeten liggen.
23. Gij zult ook een tafel 1) maken van sittimhout; twee el zal haar lengte zijn, en één el haar breedte, dus half zo breed als lang, en anderhalve el zal haar hoogte zijn, evenals de Ark van het Verbond (vs.10).
1) Alles van die tafel, en niet het minst haar rand of kroon schaduwde af de koninklijke bediening van de Heere Jezus en Zijn Kerk. Twaalf broden waren de zinnebeelden van de heilige algemene Kerk, gelijk die in de Openbaring van Johannes veeltijds wordt afgebeeld als de twaalf geslachten van de kinderen van Israël. Brood duidde aan, de genade, de onderscheiding en het leven van de Kerk voor haar verworven in het vlees en bloed van haar Koning.
24. En gij zult ze met louter goud overtrekken (vs.11); gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom het blad van de tafel.
25. Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een lijst onder het blad van de tafel, die de vier voeten tezamen verbindt, deze zal zijn een hand breed, en gij zult een gouden krans evenals om het tafelblad, rondom deze lijst maken.
26. Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan dezelfde vier voeten zullen zijn.
27. Tegenover de lijst zullen de ringen zijn tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel, bij verplaatsing van het heiligdom, te dragen.
28. Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult deze met goud overtrekken; en, gelijk reeds gezegd is, de tafel zal daaraan gedragen worden.
29. Gij zult ook maken haar, de tot de tafel behorende en daarop te plaatsen (hoofdstuk 37:16) schotels 1) in welke de broden (vs.30) liggen, en haar rookschalen, 2) noten in de gedaante van een lepel (Numeri. 4:7), waarin de tot de toonbroden behorende wierookgave (Leviticus. 24:7), op ieder van de beide gedeelten brood geplaatst kan worden, en haar plattelen, haar plengschalen, kruiken voor de eveneens daar te plaatsen wijn, en haar kroezen, bekers tot uitstorting van de wijn als dankoffer (met welke zij, de tafel, bedekt zal worden), 3) van louter goud zult gij ze maken, namelijk de schalen en bekers.
1) In het Hebreeuws Ke’arath, schotels. Hoogstwaarschijnlijk dienden deze schotels niet alleen, opdat de broden op of in deze zouden worden, maar ook, opdat zij daarmee op de tafel zouden gelegd worden gesteld. De gedaante is moeilijk aan te geven. Klein kunnen zij niet geweest zijn, omdat Nahesson (Numeri. 7:13) een schotel de Heere ten geschenke gaf, welke 130 sikkels zwaar was.
2) Het woord in de grondtekst geeft enige holheid te kennen. Deze schalen waren slechts 10 sikkels zwaar.
3) Van deze woorden vindt men verschillende vertalingen. De Engelse vertaling heeft: “Om mee te schenken”; andere “om plengoffers mee te verrichten”. Wordt de vertaling, bedekken behouden, dan is dit van toepassing op alles wat hiervoor vermeld is. In hoofdstuk 37:16 worden deze gereedschappen in een andere volgorde opgenoemd.
30. En gij zult op deze tafel altijd, zo dikwijls een nieuwe Sabbat aanbreekt, het toonbrood 1) over welks bereiding, getal en verder gebruik Ik later (Leviticus. 24:5 vv.) tot u spreken zal, voor Mijn aangezicht, voor mij, die in het Allerhoogste op het verzoendeksel Mijn troon heb, leggen, om ze daar gedurende die week te laten liggen.
1) De toonbroden, waarvoor de tafel moest zijn hadden hun naam van hun bestemming; het zijn broden, die voor Gods aangezicht neergelegd, Hem getoond worden, opdat Hij ze ziet en er Zich in verheugt. Wat echter betekenen deze? Zij zijn een onbloedig offer, waarin Israël de vrucht van zijn werken, leven en streven aan de Heere brengt, en zich openbaart als een volk, ijverig in goede werken. Israël was het akkerwerk van de Heere (1 Corinthiers. 3:9), zijn geestelijke wijngaard (Jesaja 5). Wat het nu daarbuiten op de akker en van de wijnberg in het land van zijn erfdeel, bij trouwe waarneming van het tijdelijk beroep, oogstte, daarvan bracht het hier onafgebroken, altijd opnieuw een gave, om daarmee te kennen te geven, dat het altijd in goede werken wilde bevonden worden. De Heere wilde deze vrucht van de arbeid, het beeld van geestelijke spijze (Johannes 6:27) altijd voor Zich zien, en Zich daarin verheugen. Het geheel was een voorafschaduwing van de nieuwtestamentische gemeente, waarvan het in Tit.2:14 heet: “die zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” De gehele tabernakel met al zijn gereedschap is dan ook niet eenzijdig op te vatten, maar naar een dubbel doel, deels als zinnebeeld van hetgeen de Heere reeds in Israël doet, en ten tweede als voorbeeld van hetgeen komen zal. Ten opzichte van het laatste moest aan Israël worden afgebeeld, hoe, in plaats van de tabernakel of de tempel, de gemeente zelf tot een heilige tempel in de Heere en een huis van God in de geest zou opgebouwd worden, (Efe.2:19 vv.). Wie denkt bij deze tafel met brood en wijn niet aan de dis van het Nieuwe Verbond?.
IV. Exodus 25 vers 31-40
De Heere bepaalt de vervaardiging van de kandelaar, die zeven armen moet hebben en net zoveel lampen.
31. Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken, (volgens de Joodse overlevering drie el hoog). Van dicht gepolijst werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, zijn stam, en zijn rieten of takken; zijn schaaltjes of bekers in de vorm aan amandelnoten (vs.33), zijn knopen 1) of knoppen, rond als een granaatappel, en zijn bloemen 2) zullen uit hem 3) zijn; deze zullen ter versiering uit één en hetzelfde stuk gevormd worden.
1) Zijn knopen. Hieronder moeten verstaan worden, ronde balletjes, in de vorm van granaatappels, (Amos 9:1 Zef.2:14)
2) De LXX vertaalt: zijn Lelies. Wij hebben hier echter onder te verstaan, in verband met het woord in de grondtekst, hetwelk van “uitbotten” is afgeleid, afbeeldingen van opengaande, zich ontsluitende bloemen.
3) Uit hem. Dit ziet niet alleen op de bloemen, maar op al het voorgaande en wil zeggen, dat de lamp als uit een stuk zal worden gemaakt, of dat alle onderdelen ten nauwste met de stam zullen verbonden worden en alles tezamen uit dicht goud gemaakt moest worden.
32. En zes rieten zullen uit zijn zijden, uit de in het midden opstaande schacht uitgaan: drie rieten van de kandelaar uit zijn ene zijde, en drie rieten van de kandelaar uit zijn andere zijde.
33. In het een riet zullen drie schaaltjes, versieringen in de vorm van bloemkelken zijn, gelijk amandelnoten; deze zullen uit een knoop en een bloem bestaan, namelijk een kogelvormige knop onder de kelk en de bloem boven hierop, en evenzo bij de andere rieten, drie schaaltjes gelijk amandelnoten 1) in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit de kandelaar gaan.
1) De amandelboom begint onder alle bomen het vroegst te bloeien. In januari heeft dit reeds plaats en ontwikkelt hij dan de bloesems en de vruchten. Israël was het eerst van alle andere volken geroepen tot het geestelijk leven.
34. Maar aan de kandelaar zelf zullen niet drie, maar vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met zijn knopen en met zijn bloemen.
35. En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit deze uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit deze uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit dezeuitgaande; alzo zal het zijn met de zes rieten, die uit de kandelaar uitgaan. Daar waar de zes rieten twee aan twee van het hoofdriet uitgaan, zal een knoop zich bevinden.
36. Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal allemaal een dicht werk van louter goud zijn; 1) de nevenrieten met hun versieringen zullen met het hoofdriet en alzo met de kandelaar zelf uit één stuk vervaardigd zijnen er één geheel mee vormen.
1) Dit geeft voor het hoofdriet drie schalen met knopen en bloemen; de vierde versiering is dus boven het uitgangspunt van de beide bovenste armen, of aan dat stuk van de schacht te denken, dat van daar tot aan de spits zich verhief.
37. Gij zult hem ook zeven lampen 1) maken, op de zes einden van de nevenrieten en op dat van het hoofdriet, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden; de priesters zullen er zorg voor dragen, dat deze lampen branden, en alzo zullen de armen geplaatst worden dat het licht is aan beide zijden van de kandelaar; zij zullen dat licht werpen naar de zijde, waar de tafel van de toonbroden staat, waarmee (hoofdstuk 26:35) deze kandelaar in nauwe betrekking staat.
1) In het Hebreeuws Neroth, LXX lucnov. In het Nieuwe Testament wordt dit woord altijd door kaars vertaald, behalve in 2 Petr.1:9, waar het door licht wordt overgezet. De lampen waren niet als vast aan de kandelaar verbonden, maar werden erop gezet.
38. Zijn snuiters en zijn blusvaten 1) zullen louter goud zijn.
1) De snuiters dienden, om de lampen, wanneer zij ‘s nachts gebrand hadden, ‘s morgens te reinigen en weer gereed te maken (hoofdstuk 27:20 vv. Leviticus. 24:2 vv.), de blusvaten om het onreine daarin op te nemen en uit het heiligdom weg te dragen.
Uit een talent 1) louter goud zal men dat maken met al dit gereedschap. a)
a) Ex.38:24 vv.
1) Een talent woog ongeveer 3000 sikkels. Een sikkel wordt gerekend op ongeveer f 1.25 vaste munt; daarom was een talent om en nabij 3750 gulden. Een talent goud bedroeg waarschijnlijk 45000 gulden.
40. Zie dan toe, dat gij het, de kandelaar, evenals de tafel en de Ark, maakt naar hun voorbeeld, dat u op de berg getoond is.
De kandelaar is de Kerk, in gemeenschap met haar heerlijk hoofd Christus, Die tegelijk haar Profeet is, Christus is de hoofdschacht, de gelovigen zijn de rieten die daaruit voortschieten. Op zichzelf is de Kerk duister; maar een en dezelfde olie vervult alle lampjes en doet ze lichten; de olie is de Heilige Geest, in Christus wonende zonder mate, en aan alle gelovigen meegedeeld, opdat Christus hun licht zou zijn, en opdat zij ook tevens als lichten zouden schijnen in het midden van een krom en verdraaid geslacht. De schalen, bloemen en knopen tonen bovendien duidelijk, hoe Christus als Profeet niet slechts het nodige, maar ook het overvloedige licht voor Zijn volk is, tot ontdekking van de heerlijkheid van de Heere, diens deugden, vriendelijk aangezicht en beminnelijke dienst.
De kandelaar met zijn zeven rieten en zijn gedurig licht door middel van reine olie, waardoor de priesters in staat waren, om niet alleen de heilige diensten te verrichten, maar ook om met genoegen en verwondering te aanschouwen het heerlijke en prachtige, dat in de Tabernakel gevonden werd, daardoor werd aangewezen: 1e. Hoe de Geest van Christus, bij zeven lampen vergeleken (Openb.1:4) volstrekt nodig was, om al die dingen en hetgeen verder aan de plechtige schaduwdienst vast was, recht en in haar wezenlijke betekenis te beschouwen, zoals daardoor werd afgebeeld het lijden, dat op Christus komen zou en de heerlijkheid daarna volgende. (1 Petr.1:11,12). 2e. Voor zover de kandelaar de heilige olie (waardoor vervolgens de gaven van de Heilige Geest betekend werden) in zich bevatten en deze aan de rieten ten wederzijden mededeelden, die geen olie hadden, dan die hen uit het lichaam van de kandelaar werd meegedeeld, zo was zulks een zinneprent van Christus de fontein van al het geestelijke licht (Efez.1:17,19), die leende de gaven van Zijn Geest aan al zijn dienaren, waardoor zij bekwaam werden om tot verlichting te zijn van Gods kerk.
De kandelaar diende om te verlichten, omdat in het Heilige geen licht binnendrong dan het weinige door het voorhangsel.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 25
Exodus 25:6.KruisverwijzingenExodus 27:20→Exodus 25:37→Exodus 30:23→Exodus 40:24→
— Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
Niet elke soort olie kon worden gebruikt in de dienst van de HEERE. Noch de aardolie die overvloedig uit de aarde opwelt, noch olie uit vissen, noch olie die uit noten wordt gewonnen, was daarvoor geschikt. Slechts één soort olie werd uitgekozen: de zuiverste olijfolie.
Schijnbare genade die voortkomt uit natuurlijke goedheid, vermeende genade die door priesterlijke handen wordt doorgegeven of denkbeeldige genade uit uiterlijke plechtigheden zal een waar kind van God nooit voldoening geven. Hij weet dat de HEERE geen behagen heeft in stromen van zulke olie. Daarom gaat hij naar de olijfpers van Gethsémané en ontvangt hij alles uit Hem Die daar werd verbrijzeld.
De olie van de genade van het Evangelie is zuiver, zonder bezinksel of droesem. Daarom brandt het licht dat daardoor wordt gevoed helder en zuiver. Onze gemeenten zijn de gouden kandelaars van de Zaligmaker, en als zij lichtdragers willen zijn in deze donkere wereld, moeten zij overvloedig voorzien zijn van heilige olie. Laten wij bidden voor onszelf, voor onze predikanten en voor onze gemeenten, dat het hun nooit aan olie voor het licht zal ontbreken. Waarheid, heiligheid, blijdschap, kennis en liefde zijn allemaal stralen van dat heilige licht. Maar wij kunnen dat licht niet in de duisternis laten schijnen, tenzij wij in de verborgen omgang met God olie ontvangen van de Heilige Geest.
Exodus 25:10–11. KruisverwijzingenHebreeën 9:4→Exodus 37:1→Deuteronomium 10:1→Exodus 25:24→Exodus 30:3→Openbaring 11:19→2 Kronieken 8:11→1 Koningen 6:20→
— Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte. En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.
De ark van het verbond was het heiligste voorwerp in de tabernakel in de woestijn. Zij stond helemaal achter in het Heilige der heiligen. Daarboven straalde het heerlijke licht van de Schechina, het zichtbare teken van Gods tegenwoordigheid.
De ark was ongetwijfeld een voorafschaduwing van onze Heere Jezus Christus. Zij was een heilige kist, bestemd om de wet van God te bewaren. Gezegend zijn zij die de wet in Christus kennen. Buiten Christus veroordeelt de wet, maar in Christus wordt zij voor ons een gezegende leidraad.
Deze ark was gemaakt van hout, als een beeld van de menselijke natuur van onze gezegende Heere. Maar het was acaciahout, dat niet vergaat en bestand is tegen bederf. Zo was er ook in Hem geen verdorvenheid door de zonde tijdens Zijn leven, en heeft de verderving Hem niet aangetast toen Hij een tijdlang in het graf rustte. Hout groeit uit de aarde, zoals ook Jezus is opgeschoten “als een wortel uit een dorre aarde”. Maar de ark moest van het beste hout worden gemaakt: onvergankelijk en onbezoedeld.
Toch leek de ark niet van hout te zijn, want zij was geheel overtrokken met zuiver goud. Overal zag men de Godheid, of, zo men wil, de volmaakte gerechtigheid van Jezus Christus. De ark was van acaciahout, maar tegelijk een ark van goud. Zo was Hij Die waarlijk Mens was, ook waarlijk God. Gezegend zij Zijn heilige Naam.
Rondom de bovenrand van de ark bevond zich een gouden kroon. Hoe heerlijk is Christus in Zijn Middelaarschap! Hij bedekt de wet en bewaart haar in Zichzelf. Hij is Koning, heerlijk in heiligheid en geëerd te midden van Zijn volk.
Exodus 25:12–14.KruisverwijzingenExodus 25:15→Exodus 26:29→Exodus 38:7→Exodus 25:26→Exodus 27:7→Exodus 37:5→1 Kronieken 15:15→Numeri 4:14→
— En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde. En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud. En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.
De ringen waren bestemd om de draagstokken doorheen te steken, en met die draagstokken moesten de priesters de ark dragen wanneer zij van plaats naar plaats werd verplaatst. Zo trok zij met de kinderen van Israël mee op al hun reizen. Zo is ook onze Heere Jezus altijd met ons. Hij gaat met ons mee waar wij ook gaan en blijft bij ons waar wij ook verblijven. Hoewel Zijn verheerlijkt lichaam in de hemel is, is Zijn tegenwoordigheid niet aan één plaats gebonden, zoals Hij tot Zijn discipelen sprak: “En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”
Exodus 25:15. Kruisverwijzingen1 Koningen 8:8→2 Kronieken 5:9→
— De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.
Zo was de ark altijd gereed om verplaatst te worden.
Exodus 25:16. KruisverwijzingenDeuteronomium 31:26→1 Koningen 8:9→Hebreeën 9:4→Exodus 16:34→Exodus 27:21→Exodus 30:6→Numeri 17:4→2 Kronieken 34:14→
— Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.
Dat wil zeggen: de twee stenen tafelen moesten in de ark van het verbond worden gelegd.
Exodus 25:17. KruisverwijzingenExodus 37:6→Romeinen 3:25→Hebreeën 9:5→Hebreeën 4:16→Leviticus 16:12→1 Johannes 2:2→1 Kronieken 28:11→Exodus 26:34→
— Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte.
Het verzoendeksel paste precies op de ark en bedekte daardoor alles wat zich daarin bevond. Het was van zuiver goud. Misschien was dit wel het belangrijkste onderdeel van dit zo belangrijke voorwerp uit de tabernakel. Het was het verzoendeksel, dat de wet bedekte, de plaats waar God had beloofd Zijn volk te ontmoeten.
Exodus 25:18–20. Kruisverwijzingen1 Koningen 8:7→Exodus 37:7→Ezechiël 10:20→Ezechiël 41:18→1 Koningen 8:6→Ezechiël 10:2→Hebreeën 9:5→Genesis 3:24→
— Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels. En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den andere cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve. En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.
De cherubs vormden een onlosmakelijk deel van het verzoendeksel. Zij waren uit hetzelfde kostbare metaal vervaardigd en vormden samen één geheel. Zij kunnen een beeld zijn van de engelen, die verlangen in de verborgenheden van God in te zien. Ook kunnen zij een beeld zijn van de Kerk, die één is met Christus en voor eeuwig met Hem verbonden blijft.
Exodus 25:21–22. KruisverwijzingenExodus 29:42→Psalmen 80:1→Numeri 7:89→2 Samuël 6:2→1 Samuël 4:4→Leviticus 16:2→2 Koningen 19:15→Numeri 17:4→
— En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben. En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israels.
Dit was de ontmoetingsplaats van God en mensen. Daar was de wet bedekt met een massief gouden verzoendeksel. Zo is Jezus de ontmoetingsplaats tussen God en zondaren, waar de wet bedekt is door Zijn volmaakte gerechtigheid.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
OPRICHTING VAN EEN HEILIGDOM.
I. Exodus 25 vers 1-9
Voordat de Heere Mozes de tafelen van de Wet overgeeft, handelt hij uitvoerig met hem over de oprichting van een heiligdom, waarin Hij als Verbondsgod onder Israël wonen wil, en dat in zijn voornaamst gedeelte, de Ark van het Verbond, de tafelen van de wet zal opnemen. Vooreerst worden Mozes de stoffen bekend gemaakt, waaruit het heiligdom zal vervaardigd worden; daarna wordt hem een voorbeeld of model van het geheel en van zijn delen in een gezicht getoond.
1. Toen sprak de HEERE tot Mozes, toen deze op de berg was, zeggende:
Het verdient opmerking, dat de schepping van hemel en aarde niet meer dan twee kapittels beslaat, terwijl aan de beschrijving van het heiligdom en zijn toebehoren, bijna de gehele helft van dit tweede boek van Mozes besteed is, hoewel zij de dingen, niet maar uitwendig en niet in haar betekenis voorstelt. Een blijk, dat God meer werk maakt van zijn Kerk, waarvan de Tabernakel de verzamelplaats en het voorbeeld was, en waar de Heere gediend werd, dan van de gehele wereld, die omwille van de Kerk geschapen is.
2. Spreek tot de kinderen van Israël, dat zij, van hun in Egypte verkregen goederen, die door hetgeen de Egyptenaren hun vrijwillig (hoofdstuk 12:35 vv.) geschonken hebben, zo aanzienlijk vermeerderd zijn, voor Mij een hefoffer 1) een afgezonderd deel als geschenk voor Mij, nemen. a) Van elke man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.
a) Ex.35:5; 1 Kronieken 29:3,5,9,14 Ezra 2:68; 3:5 Nehemiah. 11:2
1) Zulk een gave voor de Heere en Zijn dienst werd gewoonlijk tot zinnebeeldige aanwijzing, dat zij de Heere geschonken werd, en tot uitdrukking van de bede, dat Hij ze zich zou laten welgevallen, ten hemel geheven.
Daarmee hangt de naam hefoffer samen (hoofdstuk 30:15) over het hiermee verwante beweegoffer (zie Ex 29.24)
3. Dit nu is het hefoffer, dat gij van hen nemen zult: goud en zilver en koper;
4. Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, boomwol van al deze kleuren en byssus linnen, de fijnste soort, en geitehaar, uit het lange zijdeachtige haar van de langharige geiten gesponnen gaven.
5. En roodgeverfde ramsvellen, een soort van saffraan of marokijn en dassenvellen, 1) en sittimhout, 2) hout van de acacia.
1) In het Hebreeuws Techaschim. Dit woord komt nog éénmaal voor in Ezech.16:10, waar de Heere zegt: Ik schoeide u met “tachas.” Ook daar is het vertaald door “dassenvellen.” Een das werd echter met een andere naam genoemd. De vellen hier bedoeld, zijn die van de zeekoe uit de Rode Zee, wiens huid ook gebezigd werd, om de sandalen ervan te bereiden. De bovenhuid werd gebruikt, om tenten ermee te bedekken en deze voor weer en wind te beveiligen. De zeekoe is, volgens Rosenmuller, 8-17 voet lang, 6 ß 7 voet breed, en weegt van 500-800 pond.
2) Dit is de een boom van die landstreek, waaruit planken gezaagd kunnen worden. Hij bereikt de grote van een notenboom, groeit veelvuldig in Egypte en op het Arabische schiereiland en heeft een licht en duurzaam hout, dat noch van wormen, noch van verrotting te lijden heeft.
6. Bovendien olie tot de luchter (hoofdstuk 27:20), specerijen tot zalfolie (hoofdstuk 30:22 vv.) en tot roking welriekende specerijen (hoofdstuk 30:7 vv.; 34 vv.).
De olie hier bedoeld is de olijfolie; tot roking wil zeggen, tot reukwerk.
7. Sardonixstenen (Genesis 2:12), en vervullende 1) stenen, stenen om ingezet te worden, tot de efod (hoofdstuk 28:4 vv.), de lijfrok, en tot de borstlap (hoofdstuk 28:6 vv.; 15 vv.).
1) Vervullende stenen zijn die stenen, welke gebruikt moesten worden, om in de Efod en in de borstlap gezet te worden. Daarom werden zij vervullende stenen genoemd, omdat zij de kassen, waarin zij gezet werden, als het ware vol maakten.
8. En zij zullen Mij een heiligdom maken, opdat Ik daarin bestendig in het midden van hen woon.
9. Naar al wat Ik u tot een voorbeeld van deze tabernakel, 1) en een voorbeeld van al diens gereedschap wijzen zal, evenzo zult gij dat maken. 2)
1) De Tabernakel betekent eigenlijk: zwervende tent, omdat hij geen blijvende plaats had, en van oord tot oord weggedragen werd als het zinnebeeld van de Kerk van Christus, welke hier beneden slechts als gast en vreemdeling moet leven, om des te beter de stad van de inwoning daarboven te zoeken, wier tekenaar en bouwheer God is.
2) Daar dit wonen van God onder Israël een bepaalde bedoeling heeft-namelijk vooreerst, de zichtbare voorstelling van het rijk van God, gelijk het in Israël reeds voorhanden is, en vervolgens, de voorafschaduwing en voorbereiding van het in latere tijden te verwezenlijken huwelijksverbond-zo moet de wijze van het wonen, zowel als de toestand van de woning door de Heere zelf voorgeschreven worden, opdat die tot in bijzonderheden aan het beoogde doel beantwoordde. Nu geschiedde het tonen van het voorbeeld zonder twijfel door een gezicht, waarin aan Mozes niet alleen het geheel, maar ook ieder afzonderlijk deel voorgesteld werd; volgens dit gezicht, dat niet uitdrukkelijk gemeld is, maar toch als hier gezien moet aangenomen worden, volgden dan verdere aanwijzingen van God (hoofdstuk 25:10-31:11), doch niet in een doorlopende rede, maar in afzonderlijke gedeelten, waartussen aan Mozes tijd gelaten wordt tot geestelijk indringen in het gezegde en tot geestelijke reproductie (herhaling) van hetgeen hij gezien had. Tot recht verstand van het volgende is het nodig, wanneer ook wij een beeld van het telkens in de rede voorkomende voorwerp ons voorhouden, dat echter slechts een kan zijn, dat door de mens ontworpen is, en waarvan het steeds onzeker blijft, in hoeverre het overeenkomt met het aan Mozes getoonde model.
Hoe deze vertoning aan Mozes geschied zij, is niet goed te bepalen. Dit schijnt echter zeker te zijn en door de Apostel Paulus bevestigd te worden, dat aan Mozes niet alleen vertoond en vast in het geheugen ingeprent zij, een schets van de tabernakel met al diens vaten en gereedschappen, maar ook dat hem is ingeboezemd, dat zulks was een afbeelding van hemelse en geestelijke dingen, en dat hem tegelijk vertoond is, wat voor hemelse dingen en hoe die door de aardse tabernakel zouden verbeeld worden, eveneens of iemand willende een gebouw, dat het oorspronkelijke wel gelijkt, door een werkmeester nagemaakt hebben, hem, opdat hij het des te volmaakter zou namaken, het gebouw zelf, of een nauwkeurige aftekening laat zien, zolang, totdat hij van alles, wat daaromtrent waar te nemen is, een goede en diepe indruk heeft. Bijna eveneens is het ook hier gelegen; de Opperbouwmeester en Kunstenaar is God, die heeft gemaakt en in Zijn besluit vastgesteld, de hemelse en geestelijke dingen, die, voordat het Nieuwe Testament wezen zou, en deze heeft Hij door en in een tabernakel willen afgebeeld hebben. Van die tabernakel heeft Hij Mozes, Zijn dienaar, een afbeelding gegeven; maar om hem des te meer in staat te stellen, om die afbeelding nauwkeurig na te maken, heeft Hij hem ook vertoond de hemelse en geestelijke dingen zelf, en wat voor dingen het waren, en hoe die door de tabernakel konden en moesten afgebeeld worden.
In de bouw van de tabernakel is de grote Godsgedachte ten opzichte van de zaliging van de gelovigen, en van het behoud van de gehele Kerk zinnebeeldig getoond.
II. Exodus 25 vers 10-22
Hier volgen de bepalingen omtrent de vervaardiging van de Ark, die het heiligdom in het heiligdom en de eigenlijke zetel van God onder Zijn volk moest vormen.
10. Zo zullen zij een ark 1) van a) sittimhout maken: twee en een half el 2) zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
a) Ex.37:1 Hebr.9:1
1) Het woord ark betekent hier kist of koffer. De Ark is de troon van God onder Israël, tevens de troon van de genade, en als zodanig een type van Christus, de Godmens, die “de heerlijkheid van God openbaart en in wie Hij op aarde woont”. (Openb.11:19).
Deze ark draagt onderscheidene namen in de Heilige Schrift; die van Ark van het Verbond, omdat de tafels van het Verbond in haar verborgen waren; de Ark van de Getuigenis, de ark van God, of de ark van de sterkte van de Heere; de ark van de heiligheid of de Heiligheid, of de Heiligheid van de Heiligenheden, en ook de arke van de heerlijkheid. De meest gebruikelijke namen zijn: de Ark van het Verbond, of de Ark van de Getuigenis.
2) De Hebreeuwse el was waarschijnlijk de lengte van de elleboog tot aan de top van de middelste vinger (Deuteronomium. 3:11). Zo meten nog heden de Hindoes; iedere kleine man weet, hoeveel vingerbreedten hij nog aan zijn lengte moet toevoegen om de gewone maat te verkrijgen.
Het woord in de grondtekst betekent ook eigenlijk elleboog. De maat van een el was ongeveer 18 oude duimen.
11. En gij zult ze met louter 1) (fijn) goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken, en gij zult op deze een gouden krans 2) maken rondom uit massief goud gewerkt.
1) Van het gewone goud wordt het fijne onderscheiden, dat slechts zoveel andere stof, bijv. zilver, behouden heeft, als nodig is, om het metaal te kunnen bewerken. In de symboliek is het goud wegens zijn schone lichtgevende glans een zinnebeeld van de Godheid; evenzo het zilver wegens zijn reinheid.
Wordt door het sittimhout de menselijke natuur van Christus afgebeeld, door het louter (fijn) goud Zijn Godheid. In Christus was een volheid van genade, en uit de schatkamers van Zijn genade leeft de Kerk, daarom draagt ook de Ark de vorm van een kist.
2) Onder krans hebben we waarschijnlijk te verstaan, een zogenaamde kroonlijst van kransvormige gedaante.
12. En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier van onderen in voeten uitlopende hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde hiervan zijn en twee ringen op de andere zijde.
13. En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.
14. En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde van de Ark zijn, dat men de Ark daarmee draagt, 1) wanneer het heiligdom vervoerd moet worden.
1) Noch de Ark, noch de tafel van de toonbroden, noch het reukaltaar mochten op wagens worden vervoerd. Dit is, opdat de heilige vrees en eerbied des te meer zou worden betracht, en opdat er minder gevaar zou zijn voor beschadiging. Het Heilige moest heilig en eerbiedig worden behandeld.
15. a) De draagbomen zullen in de ringen van de Ark zijn, zij zullen er niet, gelijk de draagbomen aan de tafel van de toonbroden (vs.27 vv.) en aan het reukaltaar (hoofdstuk 30:4 vv.) uitgetrokken worden. 1)
a) 1 Kon.8:8
1) Het is mogelijk, dat ook met dit bevel gedoeld wordt, om te allen tijde gereed te zijn te vertrekken, maar hoofddoel is, opdat de dragers de Ark niet hoefden aan te raken. De Ark mocht niet worden aangeroerd.
16. Daarna a) zult gij in de Ark leggen de getuigenis, 1) die Ik u geven zal, 2) (hoofdstuk 31:18), de stenen tafelen met de tien geboden, Mijn getuigenis omtrent Mijn wil.
a) Hebr.9:4
1) De bestemming van de Ark was dus in de eerste plaats om het huis te zijn voor de wet van de beide tafelen. Dit was Israëls kleinood en kostbare schat, die een edele kast ter bewaring waardig was, en om dit kleinood, dat zij in zich sloot, was de kist niet alleen uitwendig, als de tafel van de toonbroden en het reukaltaar, maar ook inwendig met goud overtrokken. In zo verre nu de wet van de beide tafelen een getuigenis, de betuiging van God aan Zijn volk was, heette de Ark “Ark van de Getuigenis”; in zo verre dit tevens het verbond uitmaakte, of de oorkonde van het met Israël gesloten verbond vormde, heette de Ark ook “Ark van het Verbond”. De door de Ark omsloten wet was verder het hart, waarvan het hele geestelijk leven in Israël, het politieke zowel als het godsdienstige uitging; daarom werd zij later in het binnenste van het heiligdom (hoofdstuk 26:33) en daarmee in het centrum van het zich rondom de tabernakel legerende volk (Numeri. 2:2) gesteld. Evenzo was de wet om het Verbond, dat de Heere met Israël gesloten had, de bron van alle zegen en voorspoed voor het volk; daarom was de ark met een gouden krans, het zinnebeeld van bloei en welvaart versierd.
Jezus droeg de wet in zijn hart, en Hij zou niet komen om die te ontbinden, maar om die te vervullen. En juist daardoor, dat Hij als de Borg van een veel beter verbond, dan vroeger bestaan had, de verbondswet kwam vervullen, de verbondsschulden kwam betalen, en de verbondsbeloften kwam verwerven, daardoor zou Hij het eeuwige en enige voorwerp van aanbidding in de hemel zijn, beide als de verbondsark (waarin alles ligt opgesloten) voor zijn volk, en het voorwerp van welbehagen en eeuwige rust van de Vader.
Israël kon en wil door zichzelf de wet niet vervullen, kon dat donderen van de wet niet verdragen. Daarom moest voor die wet de Ark gemaakt worden. Die Ark, symbool van de Christus, zou de wet bevatten, d.w.z. Christus zou voor heel zijn volk de wet volkomen vervullen, in zijn menselijke natuur, gesterkt door zijn Godheid.
2) Wel was de wet gegeven of uitgesproken door de Heere God, maar hier zegt God aan Mozes, dat Hij hem die wet, geschreven, ter hand zal stellen.
17. a) Gij zult ook een verzoendeksel 1) maken van louter goud, een massief gouden plaat, ongeveer ter dikte van het platte van een hand, die de gedaante heeft van een deksel (vs.21), deze moet dienen, opdat aan deze de verzoening van de zonden jaarlijks op de grote Verzoendag volbracht wordt (Leviticus. 16:14 vv.): twee en een halve el zal diens lengte zijn, en anderhalve el diens breedte, dus juist zolang en zo breed als de kist zelf (vs.10), opdat hij die geheel bedekt en vast door de van boven omlopenden krans (vs.11) ingesloten wordt.
a) Exodus. 37:6
1) In het Hebreeuws Capporeth. Het werkwoord, waarvan dit zelfstandig naamwoord is afgeleid, betekent eigenlijk, bedekken, overstrijken, maar hetgeen dan ook niet anders kan betekenen, dan de zonde bedekken, d.i. de zonde verzoenen. In 1 Kronieken 28:11 wordt het Allerheiligste genoemd, het huis van de verzoening (Beth hacapporeth). Daarom onderstelt het verzoendeksel, de tussenkomst van het bloed van de verzoening, waardoor en waarmee de zonde van het volk bedekt wordt. Dit deksel moest van louter goud zijn. Waarom? Omdat het een symbool van Christus was, het grote middel van de verzoening van de zondaar met God. Boven dat verzoendeksel troonde God. En God kon daarboven tronen, kon daarboven rusten, omdat Hij zijn rust vond in het werk van de verzoening van Christus, zijn Zoon. Luther vertaalt niet verzoendeksel maar genadestoel.
18. a) Gij zult ook twee cherubim, 1) zinnebeelden van de hoogste geschapen wezens, van goud maken; van dicht 2) goud zult gij ze maken, dus niet massief, maar hol (Numeri. 10:2) uit de beide einden van de verzoendeksel, zodat zij als uit deze voortkomen.
a) Hebr.9:5
1) Ook: zie Ge 3.24
2) “Van dicht goud,” d.i. van gedegen goud, zonder enige holligheid van binnen. Ook kan het woord in de grondtekst betekenen: van goud met de hamer gedreven.
19. En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en de andere cherub uit het andere einde aan de andere zijde; uit het verzoendeksel zult gij de cherubim maken, uit de beide einden hiervan, zodat ze met het verzoendeksel een geheel vormen en niet daarvan weggenomen kunnen worden.
20. En de cherubim 1) zullen hun beide vleugels omhoog uitbreiden, a) bedekkende met hun vleugels, als met een scherm, het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkaar naar elkaar toegekeerd zijn; en de aangezichten van de cherubim zullen tevens zich naar beneden neigen en naar het verzoendeksel.
a) Hebr.9:5
1) Van cherubim was reeds in Genesis 3:24 sprake, daar werd de oorspronkelijk aan de mens toegewezen maar door hem zo slecht bewaakte hof, aan deze ter bewaking overgegeven; ongetwijfeld zijn schepsels van een hogere wereld, levende wezens, die de hoogste plaats in het rijk van de geschapen geesten innemen, hieronder te verstaan. Waar zij verder in de Bijbel vermeld worden, staan zij God, de hemelse Koning, bij Zijn gerichten op aarde ter zijde, en moeten zij met hun tegenwoordigheid de boven al het geschapene hoog verheven Majesteit van de Wereldrechter openbaren, daar zij de hoogste en volkomenste schepsels, het toppunt van de gehele schepping vormen. Met welk woord de naam cherub oorspronkelijk samenhangt, en wat het dus betekent, kan niet bepaald worden. In elk geval is het een woord uit de eerste tijd van het menselijk geslacht, en is met de herinnering aan de geschiedenis van de uitdrijving uit het paradijs ook op andere volkeren overgegaan, gelijk het verhaal van de gier-een uit verschillende bestanddelen gevormde diergestalte-die de goudgroeven in hoog-Azië te beschermen heeft, bewijst. Wanneer nu tevens deze eenvoudige, alleen door vleugels-het zinnebeeld van een dienstbaarheid, die boven de gewone perken van ruimte en tijd verheven is, uitstekende mensengedaante, gelijk die op onze plaats aan te nemen is, elders als uit verschillende diersoorten samengestelde diergestalten verschijnen (Ezech.1:10; 10:14), zodat daardoor de cherubim tot veranderlijke hiërogliefen worden, zo heeft dit daarin zijn reden, dat er geen wezens zijn, in de vorm als wij straks beschreven hebben, maar deze vorm slechts beeld, zinnebeeld is. Als wezens van de hemelse wereld staan zij ten opzichte van hun eigenlijke wijze van bestaan boven het bereik van de menselijke voorstelling; wat aan hen tot voorstelling gebracht wordt, is een gedachte, een idee, en alzo wisselt de vorm van hun verschijning af met de veranderlijke behoefte van de mens. Zulk een onbepaaldheid en veranderlijkheid van vorm heeft dan ook dit voordeel, dat daarmee het voor Israël overigens al te nabijzijnd gevaar afgesneden wordt, om met de cherubim afgoderij of beeldendienst te bedrijven.
In de Ark zijn zij de zinnebeelden van alle schepselen, die in de staat van heerlijkheid van het hiernamaals hun geluk of hun zaligheid zuilen toekennen aan het verzoendeksel, dat is: Jezus Christus, de verzoening van de wereld, de Borg en Zaligmaker van het door zijn bloed verloste volk. Die schare zullen vol ogen zijn, om de genade, liefde en trouw van hun Verlosser te aanschouwen, en nochthans zullen zij zich als het ware met vleugels moeten dekken, vanwege de heerlijkheid van het gezegende Lam.
De Apostel noemt deze cherubs “Cherubijnen van de heerlijkheid” (Hebr.9:5), vanwege hun stand en gebruik.
21. En a) gij zult het verzoendeksel bovenop de Ark zetten, nadat gij in de Ark de Getuigenis (vs.15), die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
a) Hebr.9:4,5
22. En a) aldaar zal Ik bij u komen; Ik zal aldaar in een wolk (Leviticus. 16:2) Mijn tegenwoordigheid u doen zien, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel 1) af, tussen de twee cherubim, die op de Ark van de Getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen van Israël.
a) Numeri. 7:89
1) Het Capporeth (verzoendeksel, volgens de vertaling van Luther, genadestoel) was alzo het middelpunt van de aanwezigheid van God onder Zijn volk, als het ware de troon, van welke Hij Israël, als diens onzichtbare koning regeren en Zijn bevelen geven wilde. Zij rustte op de ark, die de twee tafelen van de wet in zich besloot, want gerechtigheid en gericht zijn de vastheid van Zijn troon (Psalm. 89:15; 97:2). Zij was van massief goud, en cherubim waren aan haar beide einden opgericht, want die hier tronen wilde, rondom die is enkel licht en hemelse glans (Psalm. 104:1 vv.), voor hem neigt zich aanbiddende de schepping in haar meest verheven vertegenwoordigers (Psalm. 103:19 vv.). De Capporeth is echter tevens ook de voornaamste en de gewichtigste plaats tot verzoening, daar zij met haar onderstuk, de Ark van het Verbond, tezamen een altaar vormt; want voordat de Heere de genade en waarheid, die voor Zijn aangezicht zijn (Psalm. 89:15) openbaren kan, moeten eerst de overtredingen van Zijn volk, van welke de wet onder Zijn voeten getuigt, verzoend en uitgedelgd worden (Leviticus. 17:11). Nu is wel de wijze van verzoening, gelijk die later voor Israël verordend is (Leviticus. 16) eerst een voorlopige en nog onvolkomen (Hebr.9:6 vv.); maar in en met deze is Zijn raadsbesluit vooraf aangewezen, dat later tot uitvoering komen en de zonde werkelijk verdelgen moet. In dit Evangelie begeren ook de engelen in te zien (1 Petr.1:12), waarom de cherubim met hun ogen op de Capporeth neerzien.
Het rusten van God op het verzoendeksel, Jezus, te midden van zijn volk, had een heerlijke betekenis. Want God wilde rusten, maar kon slechts rusten in genade; in het bewijzen van genade vond hij slechts voldoening. Zo spreekt Hij bij de Profeet: “Ik zal rusten en stil zijn, en in eeuwigheid niet meer op U toornen en schelden.” Daarom bouwde Hij zich in zijn Zoon een genadestoel. En indien Hij ook gedurig met bezoekingen en tuchtroeden midden door Zijn volk wandelde, nochthans als Hij rusten wilde, dan vond Hij zijn rust op de stoel van de genade of van de verzoening. En de allerhoogste God kon waarlijk op die Ark en op dat verzoendeksel rusten, want daarin lag Zijn Wet zuiver ongeschonden.
III. Exodus 25 vers 23-30
Hierop volgen de bepalingen over de vervaardiging van een tafel, waarop bestendig toonbroden voor de Heere moeten liggen.
23. Gij zult ook een tafel 1) maken van sittimhout; twee el zal haar lengte zijn, en één el haar breedte, dus half zo breed als lang, en anderhalve el zal haar hoogte zijn, evenals de Ark van het Verbond (vs.10).
1) Alles van die tafel, en niet het minst haar rand of kroon schaduwde af de koninklijke bediening van de Heere Jezus en Zijn Kerk. Twaalf broden waren de zinnebeelden van de heilige algemene Kerk, gelijk die in de Openbaring van Johannes veeltijds wordt afgebeeld als de twaalf geslachten van de kinderen van Israël. Brood duidde aan, de genade, de onderscheiding en het leven van de Kerk voor haar verworven in het vlees en bloed van haar Koning.
24. En gij zult ze met louter goud overtrekken (vs.11); gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom het blad van de tafel.
25. Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een lijst onder het blad van de tafel, die de vier voeten tezamen verbindt, deze zal zijn een hand breed, en gij zult een gouden krans evenals om het tafelblad, rondom deze lijst maken.
26. Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan dezelfde vier voeten zullen zijn.
27. Tegenover de lijst zullen de ringen zijn tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel, bij verplaatsing van het heiligdom, te dragen.
28. Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult deze met goud overtrekken; en, gelijk reeds gezegd is, de tafel zal daaraan gedragen worden.
29. Gij zult ook maken haar, de tot de tafel behorende en daarop te plaatsen (hoofdstuk 37:16) schotels 1) in welke de broden (vs.30) liggen, en haar rookschalen, 2) noten in de gedaante van een lepel (Numeri. 4:7), waarin de tot de toonbroden behorende wierookgave (Leviticus. 24:7), op ieder van de beide gedeelten brood geplaatst kan worden, en haar plattelen, haar plengschalen, kruiken voor de eveneens daar te plaatsen wijn, en haar kroezen, bekers tot uitstorting van de wijn als dankoffer (met welke zij, de tafel, bedekt zal worden), 3) van louter goud zult gij ze maken, namelijk de schalen en bekers.
1) In het Hebreeuws Ke’arath, schotels. Hoogstwaarschijnlijk dienden deze schotels niet alleen, opdat de broden op of in deze zouden worden, maar ook, opdat zij daarmee op de tafel zouden gelegd worden gesteld. De gedaante is moeilijk aan te geven. Klein kunnen zij niet geweest zijn, omdat Nahesson (Numeri. 7:13) een schotel de Heere ten geschenke gaf, welke 130 sikkels zwaar was.
2) Het woord in de grondtekst geeft enige holheid te kennen. Deze schalen waren slechts 10 sikkels zwaar.
3) Van deze woorden vindt men verschillende vertalingen. De Engelse vertaling heeft: “Om mee te schenken”; andere “om plengoffers mee te verrichten”. Wordt de vertaling, bedekken behouden, dan is dit van toepassing op alles wat hiervoor vermeld is. In hoofdstuk 37:16 worden deze gereedschappen in een andere volgorde opgenoemd.
30. En gij zult op deze tafel altijd, zo dikwijls een nieuwe Sabbat aanbreekt, het toonbrood 1) over welks bereiding, getal en verder gebruik Ik later (Leviticus. 24:5 vv.) tot u spreken zal, voor Mijn aangezicht, voor mij, die in het Allerhoogste op het verzoendeksel Mijn troon heb, leggen, om ze daar gedurende die week te laten liggen.
1) De toonbroden, waarvoor de tafel moest zijn hadden hun naam van hun bestemming; het zijn broden, die voor Gods aangezicht neergelegd, Hem getoond worden, opdat Hij ze ziet en er Zich in verheugt. Wat echter betekenen deze? Zij zijn een onbloedig offer, waarin Israël de vrucht van zijn werken, leven en streven aan de Heere brengt, en zich openbaart als een volk, ijverig in goede werken. Israël was het akkerwerk van de Heere (1 Corinthiers. 3:9), zijn geestelijke wijngaard (Jesaja 5). Wat het nu daarbuiten op de akker en van de wijnberg in het land van zijn erfdeel, bij trouwe waarneming van het tijdelijk beroep, oogstte, daarvan bracht het hier onafgebroken, altijd opnieuw een gave, om daarmee te kennen te geven, dat het altijd in goede werken wilde bevonden worden. De Heere wilde deze vrucht van de arbeid, het beeld van geestelijke spijze (Johannes 6:27) altijd voor Zich zien, en Zich daarin verheugen. Het geheel was een voorafschaduwing van de nieuwtestamentische gemeente, waarvan het in Tit.2:14 heet: “die zichzelf voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en zichzelf een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.” De gehele tabernakel met al zijn gereedschap is dan ook niet eenzijdig op te vatten, maar naar een dubbel doel, deels als zinnebeeld van hetgeen de Heere reeds in Israël doet, en ten tweede als voorbeeld van hetgeen komen zal. Ten opzichte van het laatste moest aan Israël worden afgebeeld, hoe, in plaats van de tabernakel of de tempel, de gemeente zelf tot een heilige tempel in de Heere en een huis van God in de geest zou opgebouwd worden, (Efe.2:19 vv.). Wie denkt bij deze tafel met brood en wijn niet aan de dis van het Nieuwe Verbond?.
IV. Exodus 25 vers 31-40
De Heere bepaalt de vervaardiging van de kandelaar, die zeven armen moet hebben en net zoveel lampen.
31. Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken, (volgens de Joodse overlevering drie el hoog). Van dicht gepolijst werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, zijn stam, en zijn rieten of takken; zijn schaaltjes of bekers in de vorm aan amandelnoten (vs.33), zijn knopen 1) of knoppen, rond als een granaatappel, en zijn bloemen 2) zullen uit hem 3) zijn; deze zullen ter versiering uit één en hetzelfde stuk gevormd worden.
1) Zijn knopen. Hieronder moeten verstaan worden, ronde balletjes, in de vorm van granaatappels, (Amos 9:1 Zef.2:14)
2) De LXX vertaalt: zijn Lelies. Wij hebben hier echter onder te verstaan, in verband met het woord in de grondtekst, hetwelk van “uitbotten” is afgeleid, afbeeldingen van opengaande, zich ontsluitende bloemen.
3) Uit hem. Dit ziet niet alleen op de bloemen, maar op al het voorgaande en wil zeggen, dat de lamp als uit een stuk zal worden gemaakt, of dat alle onderdelen ten nauwste met de stam zullen verbonden worden en alles tezamen uit dicht goud gemaakt moest worden.
32. En zes rieten zullen uit zijn zijden, uit de in het midden opstaande schacht uitgaan: drie rieten van de kandelaar uit zijn ene zijde, en drie rieten van de kandelaar uit zijn andere zijde.
33. In het een riet zullen drie schaaltjes, versieringen in de vorm van bloemkelken zijn, gelijk amandelnoten; deze zullen uit een knoop en een bloem bestaan, namelijk een kogelvormige knop onder de kelk en de bloem boven hierop, en evenzo bij de andere rieten, drie schaaltjes gelijk amandelnoten 1) in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit de kandelaar gaan.
1) De amandelboom begint onder alle bomen het vroegst te bloeien. In januari heeft dit reeds plaats en ontwikkelt hij dan de bloesems en de vruchten. Israël was het eerst van alle andere volken geroepen tot het geestelijk leven.
34. Maar aan de kandelaar zelf zullen niet drie, maar vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met zijn knopen en met zijn bloemen.
35. En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit deze uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit deze uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit dezeuitgaande; alzo zal het zijn met de zes rieten, die uit de kandelaar uitgaan. Daar waar de zes rieten twee aan twee van het hoofdriet uitgaan, zal een knoop zich bevinden.
36. Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal allemaal een dicht werk van louter goud zijn; 1) de nevenrieten met hun versieringen zullen met het hoofdriet en alzo met de kandelaar zelf uit één stuk vervaardigd zijnen er één geheel mee vormen.
1) Dit geeft voor het hoofdriet drie schalen met knopen en bloemen; de vierde versiering is dus boven het uitgangspunt van de beide bovenste armen, of aan dat stuk van de schacht te denken, dat van daar tot aan de spits zich verhief.
37. Gij zult hem ook zeven lampen 1) maken, op de zes einden van de nevenrieten en op dat van het hoofdriet, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden; de priesters zullen er zorg voor dragen, dat deze lampen branden, en alzo zullen de armen geplaatst worden dat het licht is aan beide zijden van de kandelaar; zij zullen dat licht werpen naar de zijde, waar de tafel van de toonbroden staat, waarmee (hoofdstuk 26:35) deze kandelaar in nauwe betrekking staat.
1) In het Hebreeuws Neroth, LXX lucnov. In het Nieuwe Testament wordt dit woord altijd door kaars vertaald, behalve in 2 Petr.1:9, waar het door licht wordt overgezet. De lampen waren niet als vast aan de kandelaar verbonden, maar werden erop gezet.
38. Zijn snuiters en zijn blusvaten 1) zullen louter goud zijn.
1) De snuiters dienden, om de lampen, wanneer zij ‘s nachts gebrand hadden, ‘s morgens te reinigen en weer gereed te maken (hoofdstuk 27:20 vv. Leviticus. 24:2 vv.), de blusvaten om het onreine daarin op te nemen en uit het heiligdom weg te dragen.
a) Ex.38:24 vv.
1) Een talent woog ongeveer 3000 sikkels. Een sikkel wordt gerekend op ongeveer f 1.25 vaste munt; daarom was een talent om en nabij 3750 gulden. Een talent goud bedroeg waarschijnlijk 45000 gulden.
40. Zie dan toe, dat gij het, de kandelaar, evenals de tafel en de Ark, maakt naar hun voorbeeld, dat u op de berg getoond is.
De kandelaar is de Kerk, in gemeenschap met haar heerlijk hoofd Christus, Die tegelijk haar Profeet is, Christus is de hoofdschacht, de gelovigen zijn de rieten die daaruit voortschieten. Op zichzelf is de Kerk duister; maar een en dezelfde olie vervult alle lampjes en doet ze lichten; de olie is de Heilige Geest, in Christus wonende zonder mate, en aan alle gelovigen meegedeeld, opdat Christus hun licht zou zijn, en opdat zij ook tevens als lichten zouden schijnen in het midden van een krom en verdraaid geslacht. De schalen, bloemen en knopen tonen bovendien duidelijk, hoe Christus als Profeet niet slechts het nodige, maar ook het overvloedige licht voor Zijn volk is, tot ontdekking van de heerlijkheid van de Heere, diens deugden, vriendelijk aangezicht en beminnelijke dienst.
De kandelaar met zijn zeven rieten en zijn gedurig licht door middel van reine olie, waardoor de priesters in staat waren, om niet alleen de heilige diensten te verrichten, maar ook om met genoegen en verwondering te aanschouwen het heerlijke en prachtige, dat in de Tabernakel gevonden werd, daardoor werd aangewezen: 1e. Hoe de Geest van Christus, bij zeven lampen vergeleken (Openb.1:4) volstrekt nodig was, om al die dingen en hetgeen verder aan de plechtige schaduwdienst vast was, recht en in haar wezenlijke betekenis te beschouwen, zoals daardoor werd afgebeeld het lijden, dat op Christus komen zou en de heerlijkheid daarna volgende. (1 Petr.1:11,12). 2e. Voor zover de kandelaar de heilige olie (waardoor vervolgens de gaven van de Heilige Geest betekend werden) in zich bevatten en deze aan de rieten ten wederzijden mededeelden, die geen olie hadden, dan die hen uit het lichaam van de kandelaar werd meegedeeld, zo was zulks een zinneprent van Christus de fontein van al het geestelijke licht (Efez.1:17,19), die leende de gaven van Zijn Geest aan al zijn dienaren, waardoor zij bekwaam werden om tot verlichting te zijn van Gods kerk.
De kandelaar diende om te verlichten, omdat in het Heilige geen licht binnendrong dan het weinige door het voorhangsel.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel