Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Exodus 25

1 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, zeggendeH559: Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses,4 saying,

1 וַיְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Spreek tot de kinderen Israels, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 SpreekH1696 tot de kinderenH1121 IsraelsH3478, datH834 zij voor Mij een hefofferH8641 nemenH3947. VanH854 alleH3605 manH376, wiens hartH3820 zich vrijwillig bewegenH5068 zal, zult gij Mijn hefofferH8641 nemenH3947. Spreek tot de kinderen Israels, dat zij voor Mij een hefoffer nemen. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal, zult gij Mijn hefoffer nemen.

KJV Speak1 unto the children3 of Israel,4 that they bring5 me an offering:7 of every man10 that giveth it willingly12 with his heart13 ye shall take14 my offering.

1 דַּבֵּר֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 וְיִקְחוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 לִ֖י 7 תְּרוּמָ֑ה H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 8 מֵאֵ֤ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יִדְּבֶ֣נּוּ H5068 vrijwillig, gewillig aangeboden, vrijwillig gegeven offer freely, be (give, make, offer self) willing(-ly) 13 לִבּ֔וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 14 תִּקְח֖וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 תְּרוּמָתִֽי H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 DitH2063 nu is het hefofferH8641, hetwelkH834 gij vanH854 hen nemenH3947 zult: goudH2091, en zilverH3701, en koperH5178; Dit nu is het hefoffer, hetwelk gij van hen nemen zult: goud, en zilver, en koper;

KJV And this is the offering2 which ye shall take4 of them; gold,6 and silver,7 and brass,

1 וְזֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 הַתְּרוּמָ֔ה H8641 hefoffer, hefofferen, heffing gift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing) 3 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 תִּקְח֖וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 מֵאִתָּ֑ם H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 זָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 7 וָכֶ֖סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 8 וּנְחֹֽשֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Als ook hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8438, en fijn linnenH8336, en geitenH5795 haar. Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar.

KJV And blue,1 and purple,2 and scarlet,3 and fine linen,5 and goats'

1 וּתְכֵ֧לֶת H8504 hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwen blue 2 וְאַרְגָּמָ֛ן H713 purper, purperen purple 3 וְתוֹלַ֥עַת H8438 scharlaken, worm, karmozijn crimson, scarlet, worm 4 שָׁנִ֖י H8144 scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraad crimson, scarlet (thread) 5 וְשֵׁ֥שׁ H8336 linnen, marmeren, marmer [idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk 6 וְעִזִּֽים H5795 geiten, geit, geitenbok (she) goat, kid
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En roodgeverfdeH119 ramsvellenH352, en dassenvellenH8476, en sittimhoutH7848; En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;

KJV And rams'2 skins1 dyed red,3 and badgers'5 skins,4 and shittim7 wood,

1 וְעֹרֹ֨ת H5785 vel, huid, vellen hide, leather, skin 2 אֵילִ֧ם H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 3 מְאָדָּמִ֛ים H119 roodgeverfde, rood, roder be (dyed, made) red (ruddy) 4 וְעֹרֹ֥ת H5785 vel, huid, vellen hide, leather, skin 5 תְּחָשִׁ֖ים H8476 dassenvellen badger 6 וַעֲצֵ֥י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 7 שִׁטִּֽים H7848 sittimhout, sittim, sittimboom shittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 OlieH8081 tot den luchterH3974, specerijen ter zalfolieH4888, en tot rokingH5561 welriekende specerijen; Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;

Ook in dit vers specerijenH1314 specerijenH7004

KJV Oil1 for the light,2 spices3 for anointing5 oil,4 and for sweet7 incense,

1 שֶׁ֖מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 2 לַמָּאֹ֑ר H3974 licht, luchter, lichten bright, light 3 בְּשָׂמִים֙ H1314 specerijen, specerij, specerijkalmus smell, spice, sweet (odour) 4 לְשֶׁ֣מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 5 הַמִּשְׁחָ֔ה H4888 zalfolie, zalving, zalve (to be) anointed(-ing), ointment 6 וְלִקְטֹ֖רֶת H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 7 הַסַּמִּֽים H5561 specerijen, roking sweet (spice)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 SardonixstenenH7718, en vervullendeH4394 stenenH68 tot den efodH646, en tot den borstlapH2833. Sardonixstenen, en vervullende stenen tot den efod, en tot den borstlap.

KJV Onyx2 stones,1 and stones3 to be set4 in the ephod,5 and in the breastplate.

1 אַבְנֵי H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 2 שֹׁ֕הַם H7718 sardonixstenen, Sardonix, Sardonixstenen onyx 3 וְאַבְנֵ֖י H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 4 מִלֻּאִ֑ים H4394 vuloffers, vulofferen, vervullende consecration, be set 5 לָאֵפֹ֖ד H646 efod, efods, lijfrok ephod 6 וְלַחֹֽשֶׁן H2833 borstlap, borstlaps breastplate
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zij zullen Mij een heiligdomH4720 makenH6213, dat Ik in het middenH8432 van hen woneH7931. En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.

KJV And let them make1 me a sanctuary;3 that I may dwell4 among

1 וְעָ֥שׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 לִ֖י 3 מִקְדָּ֑שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 4 וְשָׁכַנְתִּ֖י H7931 wonen, woont, wone abide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up) 5 בְּתוֹכָֽם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Naar alH3605 wat IkH589 u tot een voorbeeldH8403 dezes tabernakelsH4908, en een voorbeeldH8403 van alH3605 deszelfs gereedschapH3627 wijzenH7200 zal, evenH6213 alzoH3651 zult gijlieden dat maken. Naar al wat Ik u tot een voorbeeld dezes tabernakels, en een voorbeeld van al deszelfs gereedschap wijzen zal, even alzo zult gijlieden dat maken.

KJV According to all that I shew4 thee, after the pattern7 of the tabernacle,8 and the pattern10 of all the instruments12 thereof, even so shall ye make

1 כְּכֹ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 מַרְאֶ֣ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 אוֹתְךָ֔ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 תַּבְנִ֣ית H8403 gedaante, voorbeeld, gelijkenis figure, form, likeness, pattern, similitude 8 הַמִּשְׁכָּ֔ן H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 9 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 תַּבְנִ֣ית H8403 gedaante, voorbeeld, gelijkenis figure, form, likeness, pattern, similitude 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 כֵּלָ֑יו H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 13 וְכֵ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 14 תַּעֲשֽׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zo zullen zij een arkH727 van sittimhoutH7848 makenH6213; twee ellenH520 en een halveH2677 zal haar lengteH753 zijn, en anderhalveH520 el haar breedteH7341, en anderhalveH520 el haar hoogteH6967. Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte.

KJV And they shall make1 an ark2 of shittim4 wood:3 two cubits5 and a half6 shall be the length7 thereof, and a cubit8 and a half9 the breadth10 thereof, and a cubit11 and a half12 the height

1 וְעָשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֲר֖וֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 3 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 4 שִׁטִּ֑ים H7848 sittimhout, sittim, sittimboom shittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה) 5 אַמָּתַ֨יִם H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 6 וָחֵ֜צִי H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 7 אָרְכּ֗וֹ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 8 וְאַמָּ֤ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 9 וָחֵ֨צִי֙ H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 10 רָחְבּ֔וֹ H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 11 וְאַמָּ֥ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 12 וָחֵ֖צִי H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 13 קֹמָתֽוֹ H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En gij zult ze met louterH2889 goudH2091 overtrekkenH6823, van binnen en van buitenH2351 zult gij ze overtrekkenH6823; en gij zult opH5921 dezelve een goudenH2091 kransH2213 makenH6213 rondomH5439 heen. En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.

KJV And thou shalt overlay1 it with pure4 gold,3 within5 and without6 shalt thou overlay7 it, and shalt make8 upon it a crown10 of gold11 round about.

1 וְצִפִּיתָ֤ H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 2 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 טָה֔וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 5 מִבַּ֥יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 וּמִח֖וּץ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 7 תְּצַפֶּ֑נּוּ H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 8 וְעָשִׂ֧יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 עָלָ֛יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 זֵ֥ר H2213 krans crown 11 זָהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 12 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En gietH3332 voor haar vierH702 goudenH2091 ringenH2885, en zetH5414 die aanH5921 haar vierH702 hoekenH6471, alzo dat tweeH8147 ringenH2885 opH5921 de eneH259 zijde derzelve zijn, en tweeH8147 ringenH2885 opH5921 haar andere zijde. En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde.

KJV And thou shalt cast1 four3 rings4 of gold5 for it, and put6 them in the four8 corners9 thereof; and two10 rings11 shall be in the one14 side13 of it, and two15 rings16 in the other

1 וְיָצַ֣קְתָּ H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 2 לּ֗וֹ 3 אַרְבַּע֙ H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 טַבְּעֹ֣ת H2885 ringen, ring, vingerring ring 5 זָהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 6 וְנָ֣תַתָּ֔ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 אַרְבַּ֣ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 9 פַּעֲמֹתָ֑יו H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 10 וּשְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 11 טַבָּעֹ֗ת H2885 ringen, ring, vingerring ring 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 צַלְעוֹ֙ H6763 zijkameren, zijden, zijkamer beam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber) 14 הָֽאֶחָ֔ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 15 וּשְׁתֵּי֙ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 16 טַבָּעֹ֔ת H2885 ringen, ring, vingerring ring 17 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 צַלְע֖וֹ H6763 zijkameren, zijden, zijkamer beam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber) 19 הַשֵּׁנִֽית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En maakH6213 handbomenH905 van sittimhoutH7848, en overtrekH6823 ze met goudH2091. En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud.

KJV And thou shalt make1 staves2 of shittim4 wood,3 and overlay5 them with gold.

1 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 בַדֵּ֖י H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 3 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 4 שִׁטִּ֑ים H7848 sittimhout, sittim, sittimboom shittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה) 5 וְצִפִּיתָ֥ H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 6 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 זָהָֽב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En steekH935 de handbomenH905 in de ringenH2885, die aanH5921 de zijde der arkH727 zijn, dat men de arkH727 daarmede drageH5375. En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.

KJV And thou shalt put1 the staves3 into the rings4 by the sides6 of the ark,7 that the ark10 may be borne

1 וְהֵֽבֵאתָ֤ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַבַּדִּים֙ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 4 בַּטַּבָּעֹ֔ת H2885 ringen, ring, vingerring ring 5 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 צַלְעֹ֣ת H6763 zijkameren, zijden, zijkamer beam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber) 7 הָאָרֹ֑ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 8 לָשֵׂ֥את H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָאָרֹ֖ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 11 בָּהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 De draagbomenH905 zullen in de ringenH2885 der arkH727 zijn; zij zullen er nietH3808 uitgetogenH5493 worden. De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.

KJV The staves4 shall be3 in the rings1 of the ark:2 they shall not be taken

1 בְּטַבְּעֹת֙ H2885 ringen, ring, vingerring ring 2 הָאָרֹ֔ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 3 יִהְי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 הַבַּדִּ֑ים H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 5 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 יָסֻ֖רוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 7 מִמֶּֽנּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Daarna zult gij in de arkH727 leggenH5414 de getuigenisH5715, dieH834 Ik u geven zal. Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.

KJV And thou shalt put1 into the ark3 the testimony5 which I shall give

1 וְנָתַתָּ֖ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הָאָרֹ֑ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 4 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הָעֵדֻ֔ת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 6 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 אֶתֵּ֖ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 אֵלֶֽיךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Gij zult ook een verzoendekselH3727 makenH6213 van louterH2889 goudH2091; twee ellenH520 en een halveH2677 zal deszelfs lengteH753 zijn, en anderhalveH520 el deszelfs breedteH7341. Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte.

KJV And thou shalt make1 a mercy seat2 of pure4 gold:3 two cubits5 and a half6 shall be the length7 thereof, and a cubit8 and a half9 the breadth

1 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 כַפֹּ֖רֶת H3727 verzoendeksel, verzoendeksels mercy seat 3 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 טָה֑וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 5 אַמָּתַ֤יִם H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 6 וָחֵ֨צִי֙ H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 7 אָרְכָּ֔הּ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 8 וְאַמָּ֥ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 9 וָחֵ֖צִי H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 10 רָחְבָּֽהּ H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Gij zult ook tweeH8147 cherubimH3742 van goudH2091 maken; van dichtH4749 goud zult gij ze maken, uit de beideH8147 eindenH7098 des verzoendekselsH3727. Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels.

KJV And thou shalt make1 two2 cherubims3 of gold,4 of beaten work5 shalt thou make6 them, in the two8 ends9 of the mercy seat.

1 וְעָשִׂ֛יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 שְׁנַ֥יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 כְּרֻבִ֖ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 4 זָהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 מִקְשָׁה֙ H4749 werk, dicht beaten (out of one piece, work), upright, whole piece 6 תַּעֲשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 מִשְּׁנֵ֖י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 9 קְצ֥וֹת H7098 einden, einde, geringsten coast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle 10 הַכַּפֹּֽרֶת H3727 verzoendeksel, verzoendeksels mercy seat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den andere cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En maakH6213 u eenH259 cherubH3742 uit het eneH259 eindeH7098 aan deze zijde, en den andere cherubH3742 uit het andere eindeH7098 aan geneH2088 zijde; uitH4480 het verzoendekselH3727 zult gijlieden de cherubimH3742 maken, uit de beideH8147 eindenH7098 van hetzelve. En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den andere cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve.

KJV And make1 one3 cherub2 on the one end,4 and the other7 cherub6 on the other5 end:8 even of the mercy seat11 shall ye make12 the cherubims14 on the two16 ends

1 וַ֠עֲשֵׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 כְּר֨וּב H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 3 אֶחָ֤ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 מִקָּצָה֙ H7098 einden, einde, geringsten coast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle 5 מִזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 וּכְרוּב H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 7 אֶחָ֥ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 מִקָּצָ֖ה H7098 einden, einde, geringsten coast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle 9 מִזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 הַכַּפֹּ֛רֶת H3727 verzoendeksel, verzoendeksels mercy seat 12 תַּעֲשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַכְּרֻבִ֖ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 שְׁנֵ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 17 קְצוֹתָֽיו H7098 einden, einde, geringsten coast, corner, (selv-) edge, lowest, (uttermost) participle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de cherubimH3742 zullen hun beide vleugelenH3671 omhoogH4605 uitbreidenH6566, bedekkendeH5526 met hun vleugelenH3671 het verzoendekselH3727; en hun aangezichtenH6440 zullen tegenoverH376 elkander zijn; de aangezichtenH6440 der cherubimH3742 zullen naarH413 het verzoendekselH3727 zijn. En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.

KJV And the cherubims2 shall stretch3 forth their wings4 on high,5 covering6 the mercy seat9 with their wings,7 and their faces10 shall look one11 to another;13 toward the mercy seat15 shall the faces17 of the cherubims

1 וְהָי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הַכְּרֻבִים֩ H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 3 פֹּרְשֵׂ֨י H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 4 כְנָפַ֜יִם H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 5 לְמַ֗עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 6 סֹכְכִ֤ים H5526 bedekt, bedekken, bedekkende cover, defence, defend, hedge in, join together, set, shut up 7 בְּכַנְפֵיהֶם֙ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הַכַּפֹּ֔רֶת H3727 verzoendeksel, verzoendeksels mercy seat 10 וּפְנֵיהֶ֖ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 אָחִ֑יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 הַכַּפֹּ֔רֶת H3727 verzoendeksel, verzoendeksels mercy seat 16 יִהְי֖וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 18 הַכְּרֻבִֽים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En gij zult het verzoendekselH3727 bovenH5921 op de arkH727 zettenH5414, nadat gij in de arkH727 de getuigenisH5715, dieH834 Ik u geven zal, zult gelegdH5414 hebben. En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben.

KJV And thou shalt put1 the mercy seat3 above6 upon the ark;5 and in the ark8 thou shalt put9 the testimony11 that I shall give

1 וְנָתַתָּ֧ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַכַּפֹּ֛רֶת H3727 verzoendeksel, verzoendeksels mercy seat 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הָאָרֹ֖ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 6 מִלְמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 7 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 הָ֣אָרֹ֔ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 9 תִּתֵּן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 הָ֣עֵדֻ֔ת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 12 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 אֶתֵּ֖ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 אֵלֶֽיךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En aldaarH8033 zal Ik bij u komenH3259, en Ik zal met u sprekenH1696 vanH854 bovenH5921 het verzoendekselH3727 af, van tussenH996 de tweeH8147 cherubimH3742, dieH834 opH5921 de arkH727 der getuigenisH5715 zijn zullen, allesH3605, watH834 Ik u gebiedenH6680 zal aan de kinderenH1121 IsraelsH3478. En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israels.

KJV And there I will meet1 with thee, and I will commune4 with thee from above the mercy seat,7 from between8 the two9 cherubims10 which are upon6 the ark13 of the testimony,14 of all things which I will give thee in commandment18 unto the children21 of Israel.

1 וְנוֹעַדְתִּ֣י H3259 vergaderd, dagvaarden, komen agree,(maxke an) appoint(-ment, a time), assemble (selves), betroth, gather (selves, together), meet (together), set (a time) 2 לְךָ֮ 3 שָׁם֒ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 4 וְדִבַּרְתִּ֨י H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 אִתְּךָ֜ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַכַּפֹּ֗רֶת H3727 verzoendeksel, verzoendeksels mercy seat 8 מִבֵּין֙ H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 9 שְׁנֵ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 10 הַכְּרֻבִ֔ים H3742 cherubs, cherubim, cherub cherub, (plural) cherubims 11 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 אֲרֹ֣ן H727 ark, kist ark, chest, coffin 14 הָעֵדֻ֑ת H5715 getuigenis, getuigenissen testimony, witness 15 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 אֲצַוֶּ֛ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 19 אוֹתְךָ֖ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 22 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Gij zult ook een tafelH7979 makenH6213 van sittimhoutH7848; twee ellenH520 zal haar lengteH753 zijn, en een elH520 haar breedteH7341, en een elH520 en een halveH2677 zal haar hoogteH6967 zijn. Gij zult ook een tafel maken van sittimhout; twee ellen zal haar lengte zijn, en een el haar breedte, en een el en een halve zal haar hoogte zijn.

KJV Thou shalt also make1 a table2 of shittim4 wood:3 two cubits5 shall be the length6 thereof, and a cubit7 the breadth8 thereof, and a cubit9 and a half10 the height

1 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 שֻׁלְחָ֖ן H7979 tafel, tafelen, tafels table 3 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 4 שִׁטִּ֑ים H7848 sittimhout, sittim, sittimboom shittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה) 5 אַמָּתַ֤יִם H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 6 אָרְכּוֹ֙ H753 lengte, langheid, Langheid [phrase] forever, length, long 7 וְאַמָּ֣ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 8 רָחְבּ֔וֹ H7341 breedte, brede, el breedte breadth, broad, largeness, thickness, wideness 9 וְאַמָּ֥ה H520 ellen, el, anderhalve cubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post 10 וָחֵ֖צִי H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 11 קֹמָתֽוֹ H6967 hoogte, stam, el hoogte [idiom] along, height, high, stature, tall
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En gij zult ze met louter goud overtrekken; gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom heen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En gij zult ze met louterH2889 goudH2091 overtrekkenH6823; gij zult ook een goudenH2091 kransH2213 daaraan makenH6213, rondomH5439 heen. En gij zult ze met louter goud overtrekken; gij zult ook een gouden krans daaraan maken, rondom heen.

KJV And thou shalt overlay1 it with pure4 gold,3 and make5 thereto a crown7 of gold8 round about.

1 וְצִפִּיתָ֥ H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 2 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 טָה֑וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 5 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 לּ֛וֹ 7 זֵ֥ר H2213 krans crown 8 זָהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 9 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een hand breed; en gij zult een gouden krans rondom derzelver lijst maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Gij zult ook een lijstH4526 rondomH5439 daaraan makenH6213, een hand breedH2948; en gij zult een goudenH2091 kransH2213 rondomH5439 derzelver lijstH4526 makenH6213. Gij zult ook een lijst rondom daaraan maken, een hand breed; en gij zult een gouden krans rondom derzelver lijst maken.

KJV And thou shalt make1 unto it a border3 of an hand breadth4 round about,5 and thou shalt make6 a golden8 crown7 to the border9 thereof round about.

1 וְעָשִׂ֨יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 לּ֥וֹ 3 מִסְגֶּ֛רֶת H4526 lijsten, lijst, sloten border, close place, hole 4 טֹ֖פַח H2948 handbreed, hand breed hand-breadth (broad) 5 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 6 וְעָשִׂ֧יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 זֵר H2213 krans crown 8 זָהָ֛ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 9 לְמִסְגַּרְתּ֖וֹ H4526 lijsten, lijst, sloten border, close place, hole 10 סָבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten zijn zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Ook zult gij vierH702 goudenH2091 ringenH2885 daaraan makenH6213; en gij zult de ringenH2885 zettenH5414 aanH5921 de vierH702 hoekenH6285, dieH834 aan derzelver vierH702 voetenH7272 zijn zullen. Ook zult gij vier gouden ringen daaraan maken; en gij zult de ringen zetten aan de vier hoeken, die aan derzelver vier voeten zijn zullen.

KJV And thou shalt make1 for it four3 rings4 of gold,5 and put6 the rings8 in the four10 corners11 that are on the four13 feet

1 וְעָשִׂ֣יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 לּ֔וֹ 3 אַרְבַּ֖ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 טַבְּעֹ֣ת H2885 ringen, ring, vingerring ring 5 זָהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 6 וְנָתַתָּ֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַטַּבָּעֹ֔ת H2885 ringen, ring, vingerring ring 9 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 אַרְבַּ֣ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 11 הַפֵּאֹ֔ת H6285 hoek, hoeken, palen corner, end, quarter, side 12 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 לְאַרְבַּ֥ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 14 רַגְלָֽיו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 TegenoverH5980 de lijstH4526 zullen de ringenH2885 zijnH1961, tot plaatsenH1004 voor de handbomenH905, om de tafelH7979 te dragenH5375. Tegenover de lijst zullen de ringen zijn, tot plaatsen voor de handbomen, om de tafel te dragen.

KJV Over against1 the border2 shall the rings4 be for places5 of the staves6 to bear7 the table.

1 לְעֻמַּת֙ H5980 tegenover, Tegenover, dicht (over) against, at, beside, hard by, in points 2 הַמִּסְגֶּ֔רֶת H4526 lijsten, lijst, sloten border, close place, hole 3 תִּהְיֶ֖יןָ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 הַטַּבָּעֹ֑ת H2885 ringen, ring, vingerring ring 5 לְבָתִּ֣ים H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 לְבַדִּ֔ים H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 7 לָשֵׂ֖את H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַשֻּׁלְחָֽן H7979 tafel, tafelen, tafels table
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Deze handbomenH905 nu zult gij van sittimhoutH7848 makenH6213, en gij zult dezelve met goudH2091 overtrekkenH6823; en de tafelH7979 zal daaraan gedragenH5375 worden. Deze handbomen nu zult gij van sittimhout maken, en gij zult dezelve met goud overtrekken; en de tafel zal daaraan gedragen worden.

KJV And thou shalt make1 the staves3 of shittim5 wood,4 and overlay6 them with gold,8 that the table12 may be borne

1 וְעָשִׂ֤יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַבַּדִּים֙ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 4 עֲצֵ֣י H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 5 שִׁטִּ֔ים H7848 sittimhout, sittim, sittimboom shittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה) 6 וְצִפִּיתָ֥ H6823 overtoog, overtrok, overtrekken cover, overlay 7 אֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 זָהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 9 וְנִשָּׂא H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 10 בָ֖ם 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַשֻּׁלְחָֽן H7979 tafel, tafelen, tafels table
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Gij zult ook makenH6213 haar schotelenH7086, en haar rookschalenH3709, en haar platelenH7184, en haar kroezenH4518 (met welkeH834 zij bedekt zal worden); van louterH2889 goudH2091 zult gij ze makenH6213. Gij zult ook maken haar schotelen, en haar rookschalen, en haar platelen, en haar kroezen (met welke zij bedekt zal worden); van louter goud zult gij ze maken.

KJV And thou shalt make1 the dishes2 thereof, and spoons3 thereof, and covers4 thereof, and bowls5 thereof, to cover7 withal:8 of pure10 gold9 shalt thou make

1 וְעָשִׂ֨יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 קְּעָרֹתָ֜יו H7086 schotel, schotelen, schotels charger, dish 3 וְכַפֹּתָ֗יו H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 4 וּקְשׂוֹתָיו֙ H7184 platelen, dekschotels, schotelen cover, cup 5 וּמְנַקִּיֹּתָ֔יו H4518 kroezen bowl 6 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 יֻסַּ֖ךְ H5258 offeren, goot, geofferd cover, melt, offer, (cause to) pour (out), set (up) 8 בָּהֵ֑ן H2004 zij, haar (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal 9 זָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 10 טָה֖וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 11 תַּעֲשֶׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 אֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 En gij zult opH5921 deze tafelH7979 altijdH8548 het toonbroodH3899 voor Mijn aangezichtH6440 leggenH5414. En gij zult op deze tafel altijd het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen.

KJV And thou shalt set1 upon the table3 shewbread4 before5 me alway.

1 וְנָתַתָּ֧ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 הַשֻּׁלְחָ֛ן H7979 tafel, tafelen, tafels table 4 לֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 5 פָּנִ֖ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 לְפָנַ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 תָּמִֽיד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Gij zult ook een kandelaarH4501 van louterH2889 goudH2091 maken. Van dicht werkH4749 zal deze kandelaarH4501 gemaakt worden, zijn schachtH3409, en zijn rietjesH7070; zijn schaaltjesH1375, zijn knopenH3730, en zijnH1961 bloemenH6525 zullen uitH4480 hem zijn. Gij zult ook een kandelaar van louter goud maken. Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, zijn schacht, en zijn rietjes; zijn schaaltjes, zijn knopen, en zijn bloemen zullen uit hem zijn.

KJV And thou shalt make1 a candlestick2 of pure4 gold:3 of beaten work5 shall the candlestick7 be made:6 his shaft,8 and his branches,9 his bowls,10 his knops,11 and his flowers,

1 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 מְנֹרַ֖ת H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 3 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 טָה֑וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 5 מִקְשָׁ֞ה H4749 werk, dicht beaten (out of one piece, work), upright, whole piece 6 תֵּעָשֶׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 הַמְּנוֹרָה֙ H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 8 יְרֵכָ֣הּ H3409 heup, schacht, dij [idiom] body, loins, shaft, side, thigh 9 וְקָנָ֔הּ H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 10 גְּבִיעֶ֛יהָ H1375 schaaltjes, beker, koppen house, cup, pot 11 כַּפְתֹּרֶ֥יהָ H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 12 וּפְרָחֶ֖יהָ H6525 bloemen, bloem, leliebloem blossom, bud, flower 13 מִמֶּ֥נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 יִהְיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En zes rieten zullen uit zijn zijden uitgaan; drie rieten des kandelaars uit zijn ene zijde, en drie rieten des kandelaars uit zijn andere zijde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En zesH8337 rietenH7070 zullen uit zijn zijdenH6654 uitgaanH3318; drieH7969 rietenH7070 des kandelaarsH4501 uit zijn eneH259 zijde, en drieH7969 rietenH7070 des kandelaarsH4501 uit zijn andere zijde. En zes rieten zullen uit zijn zijden uitgaan; drie rieten des kandelaars uit zijn ene zijde, en drie rieten des kandelaars uit zijn andere zijde.

KJV And six1 branches2 shall come3 out of the sides4 of it; three5 branches6 of the candlestick7 out of the one9 side,8 and three10 branches11 of the candlestick12 out of the other14 side:

1 וְשִׁשָּׁ֣ה H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 2 קָנִ֔ים H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 3 יֹצְאִ֖ים H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 מִצִּדֶּ֑יהָ H6654 zijden (be-) side 5 שְׁלֹשָׁ֣ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 6 קְנֵ֣י H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 7 מְנֹרָ֗ה H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 8 מִצִּדָּהּ֙ H6654 zijden (be-) side 9 הָאֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 וּשְׁלֹשָׁה֙ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 11 קְנֵ֣י H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 12 מְנֹרָ֔ה H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 13 מִצִּדָּ֖הּ H6654 zijden (be-) side 14 הַשֵּׁנִֽי H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 In het ene riet zullen drie schaaltjes zijn, gelijke amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit den kandelaar gaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 In het ene rietH7070 zullen drieH7969 schaaltjesH1375 zijn, gelijke amandelnotenH8246, een knoopH3730 en een bloemH6525; en drieH7969 schaaltjesH1375, gelijk amandelnotenH8246 in een anderH259 rietH7070, een knoopH3730 en een bloemH6525; alzoH3651 zullen die zesH8337 rietenH7070 zijn, die uitH4480 den kandelaarH4501 gaan. In het ene riet zullen drie schaaltjes zijn, gelijke amandelnoten, een knoop en een bloem; en drie schaaltjes, gelijk amandelnoten in een ander riet, een knoop en een bloem; alzo zullen die zes rieten zijn, die uit den kandelaar gaan.

KJV Three1 bowls2 made like unto almonds,3 with a knop6 and a flower7 in one5 branch;4 and three8 bowls9 made like almonds10 in the other12 branch,11 with a knop13 and a flower:14 so in the six16 branches17 that come18 out of the candlestick.

1 שְׁלֹשָׁ֣ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 2 גְ֠בִעִים H1375 schaaltjes, beker, koppen house, cup, pot 3 מְֽשֻׁקָּדִ֞ים H8246 amandelnoten make like (unto, after the fashion of) almonds 4 בַּקָּנֶ֣ה H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 5 הָאֶחָד֮ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 כַּפְתֹּ֣ר H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 7 וָפֶרַח֒ H6525 bloemen, bloem, leliebloem blossom, bud, flower 8 וּשְׁלֹשָׁ֣ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 9 גְבִעִ֗ים H1375 schaaltjes, beker, koppen house, cup, pot 10 מְשֻׁקָּדִ֛ים H8246 amandelnoten make like (unto, after the fashion of) almonds 11 בַּקָּנֶ֥ה H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 12 הָאֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 13 כַּפְתֹּ֣ר H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 14 וָפָ֑רַח H6525 bloemen, bloem, leliebloem blossom, bud, flower 15 כֵּ֚ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 16 לְשֵׁ֣שֶׁת H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 17 הַקָּנִ֔ים H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 18 הַיֹּצְאִ֖ים H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 19 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 20 הַמְּנֹרָֽה H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Maar aan den kandelaar zelven zullen vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met knopen, en met zijn bloemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Maar aan den kandelaarH4501 zelven zullen vierH702 schaaltjesH1375 zijn, gelijk amandelnotenH8246, met knopenH3730, en met zijn bloemenH6525. Maar aan den kandelaar zelven zullen vier schaaltjes zijn, gelijk amandelnoten, met knopen, en met zijn bloemen.

KJV And in the candlestick1 shall be four2 bowls3 made like unto almonds,4 with their knops5 and their flowers.

1 וּבַמְּנֹרָ֖ה H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick 2 אַרְבָּעָ֣ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 3 גְבִעִ֑ים H1375 schaaltjes, beker, koppen house, cup, pot 4 מְשֻׁקָּדִ֔ים H8246 amandelnoten make like (unto, after the fashion of) almonds 5 כַּפְתֹּרֶ֖יהָ H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 6 וּפְרָחֶֽיהָ H6525 bloemen, bloem, leliebloem blossom, bud, flower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven, uitgaande; alzo zal het zijn met zes rieten, die uit den kandelaar uitgaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En daar zal een knoopH3730 zijn onderH8478 tweeH8147 rietenH7070, uitH4480 denzelven uitgaande; ook een knoopH3730 onderH8478 tweeH8147 rietenH7070, uitH4480 denzelven uitgaande; nog een knoopH3730 onderH8478 tweeH8147 rietenH7070, uit denzelven, uitgaande; alzo zal het zijn met zesH8337 rietenH7070, die uitH4480 den kandelaarH4501 uitgaanH3318. En daar zal een knoop zijn onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; ook een knoop onder twee rieten, uit denzelven uitgaande; nog een knoop onder twee rieten, uit denzelven, uitgaande; alzo zal het zijn met zes rieten, die uit den kandelaar uitgaan.

KJV And there shall be a knop1 under two3 branches4 of the same, and a knop6 under two8 branches9 of the same, and a knop11 under two13 branches14 of the same, according to the six16 branches17 that proceed18 out of the candlestick.

1 וְכַפְתֹּ֡ר H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 2 תַּחַת֩ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 3 שְׁנֵ֨י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 הַקָּנִ֜ים H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 5 מִמֶּ֗נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 וְכַפְתֹּר֙ H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 7 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 שְׁנֵ֤י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 9 הַקָּנִים֙ H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 10 מִמֶּ֔נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 11 וְכַפְתֹּ֕ר H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 12 תַּחַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 13 שְׁנֵ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 14 הַקָּנִ֖ים H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 15 מִמֶּ֑נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 16 לְשֵׁ֨שֶׁת֙ H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 17 הַקָּנִ֔ים H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 18 הַיֹּצְאִ֖ים H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 19 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 20 הַמְּנֹרָֽה H4501 kandelaar, kandelaars, kandelaren candlestick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal altemaal een enig dicht werk van louter goud zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Hun knopenH3730 en hun rietenH7070 zullen uitH4480 hem zijnH1961; het zal altemaal eenH259 enig dicht werkH4749 van louterH2889 goudH2091 zijn. Hun knopen en hun rieten zullen uit hem zijn; het zal altemaal een enig dicht werk van louter goud zijn.

KJV Their knops1 and their branches2 shall be of the same: all it shall be one7 beaten work6 of pure9 gold.

1 כַּפְתֹּרֵיהֶ֥ם H3730 knoop, knopen, granaatappelen knop, (upper) lintel 2 וּקְנֹתָ֖ם H7070 rieten, riet, kalmus balance, bone, branch, calamus, cane, reed, [idiom] spearman, stalk 3 מִמֶּ֣נָּה H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 יִהְי֑וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 כֻּלָּ֛הּ H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מִקְשָׁ֥ה H4749 werk, dicht beaten (out of one piece, work), upright, whole piece 7 אַחַ֖ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 זָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 9 טָהֽוֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Gij zult hem ook zevenH7651 lampenH5216 makenH6213, en men zal zijn lampenH5216 aanstekenH5927, en doen lichtenH215 aanH5921 zijn zijdenH5676. Gij zult hem ook zeven lampen maken, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden.

KJV And thou shalt make1 the seven4 lamps3 thereof: and they shall light5 the lamps7 thereof, that they may give light8 over against10 it.

1 וְעָשִׂ֥יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 נֵרֹתֶ֖יהָ H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 4 שִׁבְעָ֑ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 5 וְהֶֽעֱלָה֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 נֵ֣רֹתֶ֔יהָ H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 8 וְהֵאִ֖יר H215 lichten, verlicht, licht [idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 עֵ֥בֶר H5676 gene, zijden, recht [idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight 11 פָּנֶֽיהָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Zijn snuiters en zijn blusvaten zullen louter goud zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Zijn snuitersH4457 en zijn blusvatenH4289 zullen louterH2889 goudH2091 zijn. Zijn snuiters en zijn blusvaten zullen louter goud zijn.

KJV And the tongs1 thereof, and the snuffdishes2 thereof, shall be of pure4 gold.

1 וּמַלְקָחֶ֥יהָ H4457 snuiters, tang snuffers, tongs 2 וּמַחְתֹּתֶ֖יהָ H4289 wierookvaten, wierookvat, blusvaten censer, firepan, snuffdish 3 זָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 טָהֽוֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Uit een talentH3603 louterH2889 goudH2091 zal men dat makenH6213, metH854 alH3605 ditH428 gereedschapH3627. Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap.

KJV Of a talent1 of pure3 gold2 shall he make4 it, with all these vessels.

1 כִּכָּ֛ר H3603 talenten, talent, vlakte loaf, morsel, piece, plain, talent 2 זָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 3 טָה֖וֹר H2889 rein, louter, reine clean, fair, pure(-ness) 4 יַעֲשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 אֹתָ֑הּ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אֵ֥ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הַכֵּלִ֖ים H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 9 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 ZieH7200 dan toe, dat gij het maaktH6213 naar hun voorbeeldH8403, hetwelkH834 uH859 op den bergH2022 getoondH7200 is. Zie dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op den berg getoond is.

KJV And look1 that thou make2 them after their pattern,3 which was shewed6 thee in the mount.

1 וּרְאֵ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וַעֲשֵׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 בְּתַ֨בְנִיתָ֔ם H8403 gedaante, voorbeeld, gelijkenis figure, form, likeness, pattern, similitude 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 אַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 מָרְאֶ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 7 בָּהָֽר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 25:2 Ezra 2:68 2 Korinthe 9:7 Ezra 1:6 Ezra 7:16 Nehemia 11:2 Ezra 3:5 1 Kronieken 29:1 Psalmen 110:3
Exodus 25:3 Job 28:2 Deuteronomium 8:9
Exodus 25:4 Openbaring 19:8 Ezechiël 16:10 Genesis 41:42
Exodus 25:5 Exodus 36:20 Exodus 26:37 Exodus 26:26 Exodus 26:14
Exodus 25:6 Exodus 27:20 Exodus 25:37 Exodus 30:23 Exodus 40:24
Exodus 25:7 Exodus 28:4 Exodus 28:6
Exodus 25:8 2 Korinthe 6:16 Openbaring 21:3 Exodus 29:45 1 Koningen 6:13 Hebreeën 9:1 Zacharia 2:10 Numeri 5:3 Hebreeën 3:6
Exodus 25:9 Exodus 25:40 Hebreeën 8:5 Hebreeën 9:9 1 Kronieken 28:11 Handelingen 7:44
Exodus 25:10 Hebreeën 9:4 Exodus 37:1 Deuteronomium 10:1 Openbaring 11:19 2 Kronieken 8:11
Exodus 25:11 Exodus 25:24 Exodus 30:3 1 Koningen 6:20 2 Kronieken 3:4
Exodus 25:12 Exodus 25:15 Exodus 26:29 Exodus 38:7 Exodus 25:26 Exodus 27:7 Exodus 37:5
Exodus 25:13 1 Kronieken 15:15 Numeri 4:14 Numeri 4:11 Exodus 37:4 Exodus 40:20 Numeri 4:6 Numeri 4:8 Exodus 30:5
Exodus 25:15 1 Koningen 8:8 2 Kronieken 5:9
Exodus 25:16 Deuteronomium 31:26 1 Koningen 8:9 Hebreeën 9:4 Exodus 16:34 Exodus 27:21 Exodus 30:6 Numeri 17:4 2 Kronieken 34:14
Exodus 25:17 Exodus 37:6 Romeinen 3:25 Hebreeën 9:5 Hebreeën 4:16 Leviticus 16:12 1 Johannes 2:2 1 Kronieken 28:11 Exodus 26:34
Exodus 25:18 Exodus 37:7 Ezechiël 10:20 Ezechiël 41:18 1 Koningen 8:6 Ezechiël 10:2 Hebreeën 9:5 Genesis 3:24 1 Kronieken 28:18
Exodus 25:20 1 Koningen 8:7 1 Kronieken 28:18 Hebreeën 9:5 Openbaring 5:11 1 Korinthe 4:9 Johannes 1:51 Mattheüs 24:31 Ezechiël 28:14
Exodus 25:21 Exodus 26:34 Romeinen 10:4 Exodus 25:16
Exodus 25:22 Exodus 29:42 Psalmen 80:1 Numeri 7:89 2 Samuël 6:2 1 Samuël 4:4 Leviticus 16:2 2 Koningen 19:15 Numeri 17:4
Exodus 25:23 Exodus 37:10 Hebreeën 9:2 2 Kronieken 4:8 1 Koningen 7:48 Ezechiël 40:41 Numeri 3:31 2 Kronieken 4:19 Exodus 40:22
Exodus 25:24 Exodus 25:11 1 Koningen 6:20
Exodus 25:25 Exodus 37:2 Exodus 30:3
Exodus 25:27 Exodus 25:28 Exodus 25:14
Exodus 25:28 Exodus 25:14 Numeri 10:17 Handelingen 9:15 Exodus 25:27
Exodus 25:29 Numeri 4:7 Exodus 37:16 2 Kronieken 4:22 Ezra 1:9 1 Koningen 7:50 Numeri 7:19 Hooglied 5:1 Leviticus 24:5
Exodus 25:30 Exodus 39:36 Maleachi 1:7 1 Kronieken 23:29 Exodus 35:13 Leviticus 24:5 Maleachi 1:12 1 Samuël 21:6 1 Kronieken 9:32
Exodus 25:31 Exodus 37:17 1 Koningen 7:49 Zacharia 4:2 Openbaring 1:12 Hebreeën 9:2 Openbaring 2:5 Exodus 40:24 1 Koningen 6:18
Exodus 25:33 Zacharia 4:3 Jeremia 1:11 Numeri 17:4 Exodus 37:19
Exodus 25:36 2 Kronieken 9:15 1 Koningen 10:16 Numeri 8:4 Exodus 25:18
Exodus 25:37 Numeri 8:2 Leviticus 24:2 Exodus 27:21 2 Kronieken 13:11 Openbaring 1:12 Exodus 37:23 Lukas 1:79 Zacharia 4:2
Exodus 25:38 2 Koningen 25:14 2 Koningen 12:13 Exodus 37:23 1 Koningen 7:50 Jeremia 52:18 Numeri 4:9 Jesaja 6:6 2 Kronieken 4:21
Exodus 25:40 Numeri 8:4 Hebreeën 8:5 Exodus 26:30 Handelingen 7:44 1 Kronieken 28:11 1 Kronieken 28:19 Ezechiël 43:11 Exodus 39:42
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 25 vers 2

voor Mij Dat is, tot mijn dienst, tot mijn eer.

Hertaald: voor Mij Dat is: tot Mijn dienst, tot Mijn eer.

hefoffer Dat is, een offer, wat men omhoog hief alsof men het God gaf of presenteerde. Hebreeuws, een heffing, of afzondering; als zijnde een gave afgezonderd van de rest en den Heere geheiligd.

Hertaald: hefoffer Dat is: een offer dat men omhoog hief, alsof men het aan God gaf of aanbood. Hebreeuws: een heffing, of afzondering; als een gave die van de rest afgezonderd en aan de HEERE geheiligd is.

nemen Hij wil zeggen, dat zij een hefoffer nemen, en Mij geven.

Hertaald: nemen Hij bedoelt dat zij een hefoffer nemen en Mij geven.

gij Mijn hefoffer nemen Gij Mozes en de mannen die Ik, Ex. 24:1, bevolen heb op den berg te klimmen.

Hertaald: gij Mijn hefoffer nemen U, Mozes, en de mannen die Ik, Ex. 24:1, bevolen heb de berg op te klimmen.

Exodus 25 vers 3

nemen zult Te weten, tot timmering van den tabernakel, en hetgeen er toe behoort.

Hertaald: nemen zult Namelijk: voor de bouw van de tabernakel en wat daarbij hoort.

Exodus 25 vers 4

hemelsblauw, Door deze volgende stoffen versta men, zijde, katoen, wol, vlas of dergelijke.

Hertaald: hemelsblauw, Versta onder deze stoffen: zijde, katoen, wol, linnen of iets dergelijks.

geitenhaar; Hiervan werd een deksel of sprei gemaakt over den tabernakel, Ex. 26:7, Ex. 26:13; en men moet hier zowel verstaan bokkenhaar als geitenhaar.

Hertaald: geitenhaar; Hiervan werd een deksel of kleed over de tabernakel gemaakt, Ex. 26:7, Ex. 26:13; men moet hier zowel bokkenhaar als geitenhaar onder verstaan.

Exodus 25 vers 5

dassenvellen, Van deze vellen was het bovenste deksel des tabernakels gemaakt; Ex. 26:14.

Hertaald: dassenvellen, Van deze huiden was het bovenste dekkleed van de tabernakel gemaakt; Ex. 26:14.

sittimhout; Men houdt het er voor dat dit een soort van cederbomenhout is, niet onderworpen aan verrotting. Zie Jes. 41:19, en Joël 3:18.

Hertaald: sittimhout; Men neemt aan dat dit een soort cederhout is, dat niet aan verrotting onderhevig is. Zie Jes. 41:19 en Joël 3:18.

Exodus 25 vers 6

Olie tot den luchter, Welke voor de luchters gebruikt werd om te branden, vs.37.

Hertaald: Olie tot den luchter, Die gebruikt werd voor de lampen om te branden, vers 37.

specerijen ter zalfolie, Waarmede men de heilige dingen, als de tabernakel en wat daartoe behoorde, zalven moest, alsook de priesters zelven.

Hertaald: specerijen ter zalfolie, Waarmee men de heilige voorwerpen, zoals de tabernakel en wat daarbij hoorde, moest zalven, en ook de priesters zelf.

tot roking welriekende specerijen; Anders, kostelijke kruiden tot reukwerk.

Hertaald: tot roking welriekende specerijen; Ook mogelijk: kostbare kruiden voor reukwerk.

Exodus 25 vers 7

vervullende stenen Dat is, die in hun kastjes ingezet werden, en die vervulden. Hebreeuws, stenen der vervullingen, of invullingen.

Hertaald: vervullende stenen Dat is: stenen die in hun kastjes gezet werden en die opvulden. Hebreeuws: stenen der vervulling, of invulling.

efod, Dit wordt door sommigen overgezet lijfrok, zijnde het voornaamste en kostelijkste priesterlijke overkleed, waaraan de borstlap met de urim en thummim gehecht was.

Hertaald: efod, Dit wordt door sommigen vertaald als lijfrok, het voornaamste en kostbaarste priesterlijke bovenkleed, waaraan de borstlap met de urim en tummim vastzat.

borstlap Deze was gemaakt van zijde, goud en kostelijke gesteenten, en bedekte de borst des hogepriesters.

Hertaald: borstlap Deze was gemaakt van zijde, goud en kostbare edelstenen, en bedekte de borst van de hogepriester.

Exodus 25 vers 8

een heiligdom maken, Dat is, een heilige woning, die gewoonlijk de tabernakel genoemd wordt, en de plaats was waar men den openlijken godsdienst oefende, gelijk naderhand in den tempel van Salomo.

Hertaald: een heiligdom maken, Dat is: een heilige woning, gewoonlijk de tabernakel genoemd, de plaats waar men de openbare eredienst hield, zoals later in de tempel van Salomo.

Exodus 25 vers 10

zij een ark van sittimhout maken; Te weten, de timmerlieden.

Hertaald: zij een ark van sittimhout maken; Namelijk: de timmerlieden.

ellen en een halve zal haar lengte zijn, Zie Gen. 6:15.

Hertaald: ellen en een halve zal haar lengte zijn, Zie Gen. 6:15.

Exodus 25 vers 11

krans maken rondom heen Of, rand, lijst, kroon.

Hertaald: krans maken rondom heen Of: rand, lijst, kroon.

Exodus 25 vers 12

haar vier gouden ringen, Te weten, de ark.

Hertaald: haar vier gouden ringen, Namelijk: de ark.

zet die aan haar vier hoeken, Hebreeuws, geef die.

Hertaald: zet die aan haar vier hoeken, Hebreeuws: geef die.

Exodus 25 vers 13

handbomen van sittimhout, Anders, draagstokken.

Hertaald: handbomen van sittimhout, Ook mogelijk: draagstokken.

Exodus 25 vers 14

steek de handbomen in de ringen, Er waren twee ringen aan de ene zijde, en twee aan de andere zijde der ark, waardoor men de handbomen stak.

Hertaald: steek de handbomen in de ringen, Er waren twee ringen aan de ene kant en twee aan de andere kant van de ark, waardoor men de draagstokken stak.

dat men de ark daarmede drage De Levieten, niemand anders, moesten de ark dragen op hun schouders; Num. 7:9; 2 Kron. 35:3; zie ook 1 Kron. 13:7, 1 Kron. 13:10-11, en 1 Kron. 15:12, 1 Kron. 15:15.

Hertaald: dat men de ark daarmede drage De Levieten, niemand anders, moesten de ark op hun schouders dragen; Num. 7:9; 2 Kron. 35:3; zie ook 1 Kron. 13:7, 1 Kron. 13:10-11 en 1 Kron. 15:12, 1 Kron. 15:15.

Exodus 25 vers 16

de getuigenis, Dat is, de twee stenen tafelen, waarop de tien geboden geschreven waren, zijnde een getuigenis van Gods wil, waarom de ark genoemd wordt de ark der getuigenis, vs.22, en elders dikwijls.

Hertaald: de getuigenis, Dat is: de twee stenen tafelen waarop de tien geboden geschreven waren, als een getuigenis van Gods wil; daarom wordt de ark de ark der getuigenis genoemd, vers 22 en elders vaak.

Exodus 25 vers 18

uit de beide einden des verzoendeksels Alsof Hij zeide, de cherubim zullen uit beide einden van den deksel uitgaan, òf daaruit als wassen, alzo dat de cherubim en het deksel uit één stuk moesten zijn, en niet in of aan elkander gezet of gesoldeerd zijn.

Hertaald: uit de beide einden des verzoendeksels Alsof Hij zei: de cherubs zullen uit beide uiteinden van het verzoendeksel voortkomen, of daaruit gevormd worden, zodat de cherubs en het deksel uit één stuk moesten zijn, en niet los aan elkaar bevestigd of gesoldeerd.

Exodus 25 vers 20

elkander zijn; Hebreeuws, de man zijnen nabuur.

Hertaald: elkander zijn; Hebreeuws: de man zijn buurman.

Exodus 25 vers 21

nadat gij in de ark Opdat men naderhand de ark niet zou openen, beveelt God de HEERE, dat men het getuigenis in de ark legge, eer Hij beveelt dat men het deksel maken zal, vs.16.

Hertaald: nadat gij in de ark Opdat men de ark later niet zou hoeven te openen, beveelt God de HEERE dat men het getuigenis in de ark legt, vóórdat Hij beveelt het deksel te maken, vers 16.

de getuigenis, Dat is, de tafelen des verbonds.

Hertaald: de getuigenis, Dat is: de tafelen van het verbond.

Exodus 25 vers 23

een tafel maken van sittimhout; Deze tafel stond in het heilige, dat is, in den tabernakel, voor het voorhangsel.

Hertaald: een tafel maken van sittimhout; Deze tafel stond in het heilige, dat is: in de tabernakel, vóór het voorhangsel.

Exodus 25 vers 25

ook een lijst rondom daaraan maken, Daaraan, te weten aan de tafel. Hebreeuws, haar.

Hertaald: ook een lijst rondom daaraan maken, Daaraan, namelijk aan de tafel. Hebreeuws: haar.

Exodus 25 vers 27

tot plaatsen voor de handbomen, Hebreeuws, tot huizen.

Hertaald: tot plaatsen voor de handbomen, Hebreeuws: tot huizen.

Exodus 25 vers 29

haar Te weten, der tafel.

Hertaald: haar Namelijk: van de tafel.

schotelen, Er waren twaalf schotels, naar het getal der toonbroden; Lev. 24:5.

Hertaald: schotelen, Er waren twaalf schotels, naar het getal van de toonbroden; Lev. 24:5.

rookschalen, Het Hebreeuwse woord betekent allerlei holligheid, of vaten die hol zijn, gelijk een palm van de hand. Deze vaten dienden om reukwerk in te doen; zie Lev. 24:7.

Hertaald: rookschalen, Het Hebreeuwse woord betekent allerlei holte, of vaten die hol zijn, zoals een holle hand. Deze vaten dienden om reukwerk in te doen; zie Lev. 24:7.

platelen, Versta, dekschotels, of dekplattelen, gelijk zij genoemd worden, Num. 4:7. Hebreeuws, plattelen der dekkingen, of, der besprengingen.

Hertaald: platelen, Versta hieronder: dekschotels, zoals ze genoemd worden in Num. 4:7. Hebreeuws: platelen der bedekkingen, of der besprengingen.

kroezen Anders, bezemen; dienende om de tafel te reinigen.

Hertaald: kroezen Ook mogelijk: bezems; dienend om de tafel te reinigen.

zij bedekt zal worden); Te weten de tafel, die met al deze vaten toegericht zou worden.

Hertaald: zij bedekt zal worden); Namelijk: de tafel, die met al deze voorwerpen toegerust zou worden.

Exodus 25 vers 30

het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen Deze broden lagen een weeklang op deze tafel: zij werden op elken sabbat verwisseld, Lev. 24:8. Hebreeuws, brood des aangezichts; omdat zij voor het aangezicht des Heeren lagen.

Hertaald: het toonbrood voor Mijn aangezicht leggen Deze broden lagen een week lang op deze tafel; zij werden elke sabbat verwisseld, Lev. 24:8. Hebreeuws: brood des aangezichts, omdat ze voor het aangezicht van de HEERE lagen.

Exodus 25 vers 31

Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, Dat is, het zal geen gegoten of gesoldeerd werk zijn, maar het zal met den hamer uit één stuk, of klomp, geslagen worden. Deze kandelaar was een talent zwaar, vs.39.

Hertaald: Van dicht werk zal deze kandelaar gemaakt worden, Dat is: het zal geen gegoten of gesoldeerd werk zijn, maar met de hamer uit één stuk of klomp geslagen worden. Deze kandelaar woog een talent, vers 39.

rietjes; Dat is, armen, of takken; alzo ook in het volgende.

Hertaald: rietjes; Dat is: armen, of takken; zo ook in het vervolg.

zullen uit hem zijn Zie de aantekeningen op vs.40.

Hertaald: zullen uit hem zijn Zie de aantekening bij vers 40.

Exodus 25 vers 33

gelijk amandelnoten, Dat is, hebbende den vorm of de gedaante van amandelnoten.

Hertaald: gelijk amandelnoten, Dat is: met de vorm of gedaante van amandelnoten.

in een ander riet, Dat is, al deze zes rieten zullen elkander gelijk zijn, gelijk vs.35, verklaard wordt.

Hertaald: in een ander riet, Dat is: al deze zes rieten zullen gelijk zijn aan elkaar, zoals in vers 35 wordt uitgelegd.

Exodus 25 vers 34

aan den kandelaar zelven Dat is, aan den stam des luchters.

Hertaald: aan den kandelaar zelven Dat is: aan de stam van de kandelaar.

Exodus 25 vers 35

uitgaande Dit wordt hier bijgevoegd, uit het einde van het vers.

Hertaald: uitgaande Dit wordt hier toegevoegd, ontleend aan het einde van het vers.

denzelven uitgaande; Te weten, kandelaar.

Hertaald: denzelven uitgaande; Namelijk: de kandelaar.

Exodus 25 vers 37

Gij zult hem ook zeven lampen maken, Hebreeuws, gij zult ook zijn zeven lampen maken.

Hertaald: Gij zult hem ook zeven lampen maken, Hebreeuws: u zult ook zijn zeven lampen maken.

aansteken, Hebreeuws, doen opgaan.

Hertaald: aansteken, Hebreeuws: doen opgaan.

aan zijn zijden Of tegen hem over. Hebreeuws, op de zijden zijner aangezichten.

Hertaald: aan zijn zijden Of: tegenover hem. Hebreeuws: op de zijden van zijn aangezichten.

Exodus 25 vers 39

een talent louter goud Of, centenaar; versta een centenaar des heiligdoms, houdende honderd vijf en twintig pond gouds; want een centenaar woog drie duizend sikkelen, [gelijk af te nemen is uit Ex. 38:25-26 ] , welke de voorschreven som uitbrengen, [hoewel anderen menen dat het slechts honderd en twintig pong gewogen heeft]. Aangaande den burgerlijken centenaar, dien houdt men omtrent half zoveel geweest te zijn.

Hertaald: een talent louter goud Of: centenaar; versta een centenaar naar de maat van het heiligdom, gelijk aan honderdvijfentwintig pond goud; want een centenaar woog drieduizend sikkels, [zoals blijkt uit Ex. 38:25-26], wat de genoemde som oplevert, [al menen anderen dat het maar honderdtwintig pond gewogen heeft]. Wat de gewone burgerlijke centenaar betreft, die wordt op ongeveer de helft daarvan geschat.

Exodus 25 vers 40

Zie dan toe, Er staat Ex. 39:43, dat Mozes dit alles naarstig heeft onderhouden.

Hertaald: Zie dan toe, In Ex. 39:43 staat dat Mozes dit alles zorgvuldig heeft nageleefd.

voorbeeld, Dat is, patroon, model, gelijkenis.

Hertaald: voorbeeld, Dat is: patroon, model, voorbeeld.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes  — getrokken, uitgetrokken

Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Tabernakel  — tent, woning (Hebreeuws: mishkan, van shakan, "wonen, verblijven")

Op de berg Sinaï gaf God Mozes de gedetailleerde opdracht om een tabernakel te bouwen. Het werd een draagbaar tentheiligdom met een voorhof, een heilige plaats en een heilige der heiligen, met daarin de ark van het verbond, de tafel der toonbroden, de kandelaar en de altaren. Alles moest gemaakt worden naar het patroon dat Mozes op de berg getoond werd (Ex. 25:1-9,40). Het volk bracht de bouwstoffen vrijwillig bijeen, en de tabernakel werd door Israël meegedragen op hun tocht door de woestijn.

Bijbelse betekenis: God gaf hiermee aan te midden van Zijn volk te willen wonen: "zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone" (Ex. 25:8). De strikte ontwerpvoorschriften onderstrepen dat de wijze van naderen tot God niet aan het eigen inzicht van de mens werd overgelaten, maar volledig door God Zelf werd bepaald.

Typologie: De Hebreeënbrief noemt de tabernakel en zijn dienst "de schaduw der hemelse dingen" (Hebr. 8:5) en "een afbeelding voor dien tegenwoordigen tijd" (Hebr. 9:9). Het voorhangsel, de heilige der heiligen en de jaarlijkse verzoendienst van de hogepriester wezen vooruit naar Christus, Die eens en voor altijd door Zijn eigen bloed is ingegaan in het ware, hemelse heiligdom (Hebr. 9:11-12,24). Johannes gebruikt hetzelfde beeld wanneer hij zegt dat het Woord vlees geworden is en onder ons getabernakeld heeft (Joh. 1:14).

Ex. 25:1-9,40; Hebr. 8:5; Hebr. 9:1-12,24; Joh. 1:14

Ark van het Verbond  — Hebreeuws: aron habberith, "kist van het verbond" (ander woord dan de "ark" van Noach, tebah — zie Ark (van Noach))

Als eerste en voornaamste onderdeel van de tabernakel gaf God de opdracht tot het maken van een kist van sittimhout, met goud overtrokken, met een gouden verzoendeksel erop en twee gouden cherubs die elkaar met uitgespreide vleugels aanzagen (Ex. 25:10-22). Hierin werden de twee stenen tafelen der wet gelegd (Ex. 25:16; later ook een gouden pot met manna en de staf van Aäron, Hebr. 9:4). De ark stond in de heilige der heiligen, en van tussen de twee cherubs op het verzoendeksel zou de HEERE tot Mozes spreken (Ex. 25:22).

Bijbelse betekenis: De ark was de plaats waar Gods tegenwoordigheid onder Israël op bijzondere wijze verbonden was aan Zijn wet én aan het verzoendeksel. Recht boven de wet die de mens veroordeelt, lag het deksel waarop eenmaal per jaar bloed gesprenkeld werd. Zo verenigde de ark in zichzelf zowel Gods heilige eis als de weg tot verzoening.

Typologie: Het Griekse woord voor "verzoendeksel" (hilasterion) gebruikt Paulus in Rom. 3:25 voor Christus Zelf: God heeft Hem voorgesteld tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed. Wat op de ark een voorwerp van goud was, is in Christus werkelijkheid geworden — de plaats waar Gods recht en Gods genade elkaar ontmoeten.

Ex. 25:10-22; Hebr. 9:3-5; Rom. 3:25

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

God bij Zijn volk niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe functie

Dat Ik in het midden van hen wone — 25:8, 17-22

Op de berg, terwijl het volk beneden wacht. Sinds de uitdrijving uit de hof is de vraag hoe een heilig God bij zondaren wonen kan; hier komt het eerste antwoord.

God geeft opdracht tot een heiligdom om in het midden van Zijn volk te wonen, en de ontmoetingsplaats is het verzoendeksel.

Sinds de uitdrijving uit de hof staat de vraag open hoe een heilig God bij zondige mensen wonen kan. Hier valt het eerste antwoord, en het is opvallend concreet: zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.

Alles aan dat heiligdom wordt voorgeschreven — de maten, de stoffen, de kleuren, tot de haken toe. Mozes bedenkt niets. Binnenin komt een kist met de wet erin, en daarboven een deksel van louter goud.

Dat deksel heet het verzoendeksel, en de plaatsbepaling die God erbij geeft is het hart van de hele tabernakel: aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim.

Denk na over die opstelling. Onderin de kist ligt de wet die Israël gebroken heeft en breken zal — de aanklacht zelf. Daarboven ligt het deksel, waarop eenmaal per jaar bloed gesprengd wordt. En dáár, tussen de cherubs die sinds Genesis 3 de toegang bewaken, spreekt God. Niet zonder de wet, en niet zonder bloed daartussen.

Het Nieuwe Testament neemt dat woord over. Wanneer Paulus uitlegt hoe God rechtvaardig kan zijn en tegelijk de goddeloze rechtvaardigen, gebruikt hij precies de term die de Griekse vertaling voor dit deksel koos: Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Christus is niet alleen het offer; Hij is ook de plaats waar de ontmoeting mogelijk werd.

En Johannes kiest voor de menswording een woord dat letterlijk tabernakelen betekent: het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. De vraag van Exodus 25 loopt dus niet uit op een beter gebouw maar op een Persoon — en in Openbaring klinkt zij als voldongen feit: ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen.

  1. Exodus 25:8 — Maak Mij een heiligdom, dat Ik in het midden van hen wone.
  2. Exodus 25:22 — Daar zal Ik met u spreken, van boven het verzoendeksel af.
  3. Leviticus 16:14 — Eenmaal per jaar wordt daar bloed gesprengd.
  4. Romeinen 3:25 — God heeft Christus voorgesteld tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed.
  5. Johannes 1:14 — Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.
  6. Openbaring 21:3 — Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen.

In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14; Romeinen 3:25; Hebreeën 9:5, 11-12; Openbaring 21:3

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Exodus 25

Exodus 25:6.KruisverwijzingenExodus 27:20Exodus 25:37Exodus 30:23Exodus 40:24
— Olie tot den luchter, specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
Niet elke soort olie kon worden gebruikt in de dienst van de HEERE. Noch de aardolie die overvloedig uit de aarde opwelt, noch olie uit vissen, noch olie die uit noten wordt gewonnen, was daarvoor geschikt. Slechts één soort olie werd uitgekozen: de zuiverste olijfolie.

Schijnbare genade die voortkomt uit natuurlijke goedheid, vermeende genade die door priesterlijke handen wordt doorgegeven of denkbeeldige genade uit uiterlijke plechtigheden zal een waar kind van God nooit voldoening geven. Hij weet dat de HEERE geen behagen heeft in stromen van zulke olie. Daarom gaat hij naar de olijfpers van Gethsémané en ontvangt hij alles uit Hem Die daar werd verbrijzeld.

De olie van de genade van het Evangelie is zuiver, zonder bezinksel of droesem. Daarom brandt het licht dat daardoor wordt gevoed helder en zuiver. Onze gemeenten zijn de gouden kandelaars van de Zaligmaker, en als zij lichtdragers willen zijn in deze donkere wereld, moeten zij overvloedig voorzien zijn van heilige olie. Laten wij bidden voor onszelf, voor onze predikanten en voor onze gemeenten, dat het hun nooit aan olie voor het licht zal ontbreken. Waarheid, heiligheid, blijdschap, kennis en liefde zijn allemaal stralen van dat heilige licht. Maar wij kunnen dat licht niet in de duisternis laten schijnen, tenzij wij in de verborgen omgang met God olie ontvangen van de Heilige Geest.

Exodus 25:10–11. KruisverwijzingenHebreeën 9:4Exodus 37:1Deuteronomium 10:1Exodus 25:24Exodus 30:3Openbaring 11:192 Kronieken 8:111 Koningen 6:20
— Zo zullen zij een ark van sittimhout maken; twee ellen en een halve zal haar lengte zijn, en anderhalve el haar breedte, en anderhalve el haar hoogte. En gij zult ze met louter goud overtrekken, van binnen en van buiten zult gij ze overtrekken; en gij zult op dezelve een gouden krans maken rondom heen.
De ark van het verbond was het heiligste voorwerp in de tabernakel in de woestijn. Zij stond helemaal achter in het Heilige der heiligen. Daarboven straalde het heerlijke licht van de Schechina, het zichtbare teken van Gods tegenwoordigheid.

De ark was ongetwijfeld een voorafschaduwing van onze Heere Jezus Christus. Zij was een heilige kist, bestemd om de wet van God te bewaren. Gezegend zijn zij die de wet in Christus kennen. Buiten Christus veroordeelt de wet, maar in Christus wordt zij voor ons een gezegende leidraad.

Deze ark was gemaakt van hout, als een beeld van de menselijke natuur van onze gezegende Heere. Maar het was acaciahout, dat niet vergaat en bestand is tegen bederf. Zo was er ook in Hem geen verdorvenheid door de zonde tijdens Zijn leven, en heeft de verderving Hem niet aangetast toen Hij een tijdlang in het graf rustte. Hout groeit uit de aarde, zoals ook Jezus is opgeschoten “als een wortel uit een dorre aarde”. Maar de ark moest van het beste hout worden gemaakt: onvergankelijk en onbezoedeld.

Toch leek de ark niet van hout te zijn, want zij was geheel overtrokken met zuiver goud. Overal zag men de Godheid, of, zo men wil, de volmaakte gerechtigheid van Jezus Christus. De ark was van acaciahout, maar tegelijk een ark van goud. Zo was Hij Die waarlijk Mens was, ook waarlijk God. Gezegend zij Zijn heilige Naam.

Rondom de bovenrand van de ark bevond zich een gouden kroon. Hoe heerlijk is Christus in Zijn Middelaarschap! Hij bedekt de wet en bewaart haar in Zichzelf. Hij is Koning, heerlijk in heiligheid en geëerd te midden van Zijn volk.

Exodus 25:12–14.KruisverwijzingenExodus 25:15Exodus 26:29Exodus 38:7Exodus 25:26Exodus 27:7Exodus 37:51 Kronieken 15:15Numeri 4:14
— En giet voor haar vier gouden ringen, en zet die aan haar vier hoeken, alzo dat twee ringen op de ene zijde derzelve zijn, en twee ringen op haar andere zijde. En maak handbomen van sittimhout, en overtrek ze met goud. En steek de handbomen in de ringen, die aan de zijde der ark zijn, dat men de ark daarmede drage.
De ringen waren bestemd om de draagstokken doorheen te steken, en met die draagstokken moesten de priesters de ark dragen wanneer zij van plaats naar plaats werd verplaatst. Zo trok zij met de kinderen van Israël mee op al hun reizen. Zo is ook onze Heere Jezus altijd met ons. Hij gaat met ons mee waar wij ook gaan en blijft bij ons waar wij ook verblijven. Hoewel Zijn verheerlijkt lichaam in de hemel is, is Zijn tegenwoordigheid niet aan één plaats gebonden, zoals Hij tot Zijn discipelen sprak: “En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.”

Exodus 25:15. Kruisverwijzingen1 Koningen 8:82 Kronieken 5:9
— De draagbomen zullen in de ringen der ark zijn; zij zullen er niet uitgetogen worden.
Zo was de ark altijd gereed om verplaatst te worden.

Exodus 25:16. KruisverwijzingenDeuteronomium 31:261 Koningen 8:9Hebreeën 9:4Exodus 16:34Exodus 27:21Exodus 30:6Numeri 17:42 Kronieken 34:14
— Daarna zult gij in de ark leggen de getuigenis, die Ik u geven zal.
Dat wil zeggen: de twee stenen tafelen moesten in de ark van het verbond worden gelegd.

Exodus 25:17. KruisverwijzingenExodus 37:6Romeinen 3:25Hebreeën 9:5Hebreeën 4:16Leviticus 16:121 Johannes 2:21 Kronieken 28:11Exodus 26:34
— Gij zult ook een verzoendeksel maken van louter goud; twee ellen en een halve zal deszelfs lengte zijn, en anderhalve el deszelfs breedte.
Het verzoendeksel paste precies op de ark en bedekte daardoor alles wat zich daarin bevond. Het was van zuiver goud. Misschien was dit wel het belangrijkste onderdeel van dit zo belangrijke voorwerp uit de tabernakel. Het was het verzoendeksel, dat de wet bedekte, de plaats waar God had beloofd Zijn volk te ontmoeten.

Exodus 25:18–20. Kruisverwijzingen1 Koningen 8:7Exodus 37:7Ezechiël 10:20Ezechiël 41:181 Koningen 8:6Ezechiël 10:2Hebreeën 9:5Genesis 3:24
— Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels. En maak u een cherub uit het ene einde aan deze zijde, en den andere cherub uit het andere einde aan gene zijde; uit het verzoendeksel zult gijlieden de cherubim maken, uit de beide einden van hetzelve. En de cherubim zullen hun beide vleugelen omhoog uitbreiden, bedekkende met hun vleugelen het verzoendeksel; en hun aangezichten zullen tegenover elkander zijn; de aangezichten der cherubim zullen naar het verzoendeksel zijn.
De cherubs vormden een onlosmakelijk deel van het verzoendeksel. Zij waren uit hetzelfde kostbare metaal vervaardigd en vormden samen één geheel. Zij kunnen een beeld zijn van de engelen, die verlangen in de verborgenheden van God in te zien. Ook kunnen zij een beeld zijn van de Kerk, die één is met Christus en voor eeuwig met Hem verbonden blijft.

Exodus 25:21–22. KruisverwijzingenExodus 29:42Psalmen 80:1Numeri 7:892 Samuël 6:21 Samuël 4:4Leviticus 16:22 Koningen 19:15Numeri 17:4
— En gij zult het verzoendeksel boven op de ark zetten, nadat gij in de ark de getuigenis, die Ik u geven zal, zult gelegd hebben. En aldaar zal Ik bij u komen, en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubim, die op de ark der getuigenis zijn zullen, alles, wat Ik u gebieden zal aan de kinderen Israels.
Dit was de ontmoetingsplaats van God en mensen. Daar was de wet bedekt met een massief gouden verzoendeksel. Zo is Jezus de ontmoetingsplaats tussen God en zondaren, waar de wet bedekt is door Zijn volmaakte gerechtigheid.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content