Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aaron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel; en buigt u neder van verre!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna zeideH559 Hij tot MozesH4872: KlimH5927 op totH413 den HEEREH3068, gijH859 en AaronH175, NadabH5070 en AbihuH30, en zeventigH7657 van de oudstenH2205 van IsraelH3478; en buigtH7812 u neder van verreH7350!Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aaron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel; en buigt u neder van verre!
KJVAnd he said3unto Moses,2Come up4unto the LORD,6thou, and Aaron,8Nadab,9and Abihu,10and seventy11of the elders12of Israel;13and worship14ye afar off.
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2מֹשֶׁ֨הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אָמַ֜רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4עֲלֵ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you8וְאַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron9נָדָ֣בH5070NadabNadab10וַאֲבִיה֔וּאH30AbihuAbihu11וְשִׁבְעִ֖יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)12מִזִּקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator13יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14וְהִשְׁתַּחֲוִיתֶ֖םH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship15מֵרָחֹֽקH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come
2En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En dat MozesH4872 alleen zich nadereH5066totH413 den HEEREH3068, maar dat zijH1992nietH3808naderenH5066; en het volkH5971klimmeH5927 ook nietH3808 op metH5973 hem.En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem.
KJVAnd Moses2alone shall come near1the LORD:5but they shall not come nigh;8neither shall the people9go up
1וְנִגַּ֨שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לְבַדּוֹ֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְהֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יִגָּ֑שׁוּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand9וְהָעָ֕םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יַעֲל֖וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
3Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en al de rechten, toen antwoordde al het volk met een stem, en zij zeiden: Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Als MozesH4872kwamH935 en verhaaldeH5608 aan het volkH5971alH3605 de woordenH1697 des HEERENH3068, en alH3605 de rechtenH4941, toen antwoorddeH6030alH3605 het volkH5971 met eenH259stemH6963, en zij zeidenH559: AlH3605 deze woordenH1697, dieH834 de HEEREH3068gesprokenH1696 heeft, zullen wij doenH6213.Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en al de rechten, toen antwoordde al het volk met een stem, en zij zeiden: Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.
KJVAnd Moses2came1and told3the people4all the words7of the LORD,8and all the judgments:11and all the people14answered12with one16voice,15and said,17All the words19which the LORD22hath said21will we do.
1וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וַיְסַפֵּ֤רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer4לָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַמִּשְׁפָּטִ֑יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong12וַיַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָעָ֜םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15ק֤וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell16אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,17וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הַדְּבָרִ֛יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work20אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work22יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23נַעֲשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
4Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4MozesH4872 nu beschreefH3789alH3605 de woordenH1697 des HEERENH3068, en hij maakte zich des morgensH1242vroegH7925 op, en hij bouwdeH1129 een altaarH4196onderH8478 aan den bergH2022, en twaalf kolommenH4676, naar de twaalfH8147stammenH7626 van IsraelH3478.Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israel.
KJVAnd Moses2wrote1all the words5of the LORD,6and rose up early7in the morning,8and builded9an altar10under11the hill,12and twelve pillars,15according to the twelve13tribes18of Israel.
5En hij zond de jongelingen van de kinderen Israels, die brandofferen offerden, en den HEERE dankofferen offerden, van jonge ossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij zondH7971 de jongelingenH5288 van de kinderenH1121IsraelsH3478, die brandofferenH5930 offerden, en den HEEREH3068dankofferenH8002 offerden, van jonge ossenH6499.En hij zond de jongelingen van de kinderen Israels, die brandofferen offerden, en den HEERE dankofferen offerden, van jonge ossen.
Ook in dit vers
offerdenH2076
offerdenH5927
KJVAnd he sent1young men3of the children4of Israel,5which offered6burnt offerings,7and sacrificed8peace10offerings9of oxen12unto the LORD.
1וַיִּשְׁלַ֗חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3נַעֲרֵי֙H5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וַיַּֽעֲל֖וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7עֹלֹ֑תH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)8וַֽיִּזְבְּח֞וּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay9זְבָחִ֧יםH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice10שְׁלָמִ֛יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering11לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12פָּרִֽיםH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox
6En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En MozesH4872namH3947 de helftH2677 van het bloedH1818, en zetteH7760 het in bekkensH101; en de helftH2677 van het bloedH1818sprengdeH2236 hij opH5921 het altaarH4196.En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar.
KJVAnd Moses2took1half3of the blood,4and put5it in basons;6and half7of the blood8he sprinkled9on the altar.
1וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3חֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts4הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5וַיָּ֖שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work6בָּאַגָּנֹ֑תH101beker, bekers, bekkensbasin, cup, goblet7וַחֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts8הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9זָרַ֖קH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
7En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij namH3947 het boekH5612 des verbondsH1285, en hij lasH7121 het voor de orenH241 des volksH5971; en zij zeidenH559: AlH3605watH834 de HEEREH3068gesprokenH1696 heeft, zullen wij doenH6213 en gehoorzamenH8085.En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen.
KJVAnd he took1the book2of the covenant,3and read4in the audience5of the people:6and they said,7All that the LORD11hath said10will we do,12and be obedient.
1וַיִּקַּח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2סֵ֣פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll3הַבְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league4וַיִּקְרָ֖אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5בְּאָזְנֵ֣יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show6הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8כֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12נַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13וְנִשְׁמָֽעH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
8Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen namH3947MozesH4872 dat bloedH1818, en sprengdeH2236 het opH5921 het volkH5971; en hij zeideH559: ZietH2009, ditH428 is het bloedH1818 des verbondsH1285, hetwelkH834 de HEEREH3068metH5973 ulieden gemaakt heeft overH5921alH3605 die woordenH1697.Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden.
KJVAnd Moses2took1the blood,4and sprinkled5it on the people,7and said,8Behold the blood10of the covenant,11which the LORD14hath made13with you concerning all these words.
1וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5וַיִּזְרֹ֖קH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see10דַֽםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11הַבְּרִית֙H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13כָּרַ֤תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want14יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15עִמָּכֶ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)16עַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work19הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
9Mozes nu en Aaron klommen opwaarts, ook Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9MozesH4872 nu en AaronH175klommenH5927 opwaarts, ook NadabH5070 en AbihuH30, en zeventigH7657 van de oudstenH2205 van IsraelH3478.Mozes nu en Aaron klommen opwaarts, ook Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel.
KJVThen went up1Moses,2and Aaron,3Nadab,4and Abihu,5and seventy6of the elders7of Israel:
1וַיַּ֥עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְאַהֲרֹ֑ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4נָדָב֙H5070NadabNadab5וַאֲבִיה֔וּאH30AbihuAbihu6וְשִׁבְעִ֖יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)7מִזִּקְנֵ֥יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator8יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
10En zij zagen den God van Israel, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zij zagenH7200 den GodH430 van IsraelH3478, en onderH8478 Zijn voetenH7272 als een werkH3840 van saffierstenenH5601, en als de gestaltenisH6106 des hemelsH8064 in Zijn klaarheidH2892.En zij zagen den God van Israel, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid.
KJVAnd they saw1the God3of Israel:4and there was under his feet6as it were a paved8work7of a sapphire stone,9and as it were the body10of heaven11in his clearness.
1וַיִּרְא֕וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְתַ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with6רַגְלָ֗יוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time7כְּמַעֲשֵׂה֙H4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought8לִבְנַ֣תH3840werkpaved9הַסַּפִּ֔ירH5601Saffier, saffieren, saffiersapphire10וּכְעֶ֥צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very11הַשָּׁמַ֖יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)12לָטֹֽהַרH2892reiniging, klaarheid, schoonheidclearness, glory, purifying
11Doch Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israels; maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Doch Hij strekteH7971 Zijn handH3027nietH3808totH413 de afgezonderdenH678 van de kinderenH1121IsraelsH3478; maar zij atenH398 en dronkenH8354, nadat zij GodH430 gezien hadden.Doch Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israels; maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden.
KJVAnd upon the nobles2of the children3of Israel4he laid6not his hand:7also they saw8God,10and did eat11and drink.
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2אֲצִילֵי֙H678afgezonderden, bijzonderstechief man, noble3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6שָׁלַ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7יָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8וַֽיֶּחֱזוּ֙H2372zien, aanschouwen, aanschouwtbehold, look, prophesy, provide, see9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָ֣אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11וַיֹּאכְל֖וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12וַיִּשְׁתּֽוּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
12Toen zeide de HEERE tot Mozes: Kom tot Mij op den berg, en wees aldaar; en Ik zal u stenen tafelen geven, en de wet, en de geboden, die Ik geschreven heb, om hen te onderwijzen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: KomH5927totH413 Mij op den bergH2022, en weesH1961aldaarH8033; en Ik zal u stenenH68tafelenH3871gevenH5414, en de wetH8451, en de gebodenH4687, dieH834 Ik geschrevenH3789 heb, om hen te onderwijzenH3384.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Kom tot Mij op den berg, en wees aldaar; en Ik zal u stenen tafelen geven, en de wet, en de geboden, die Ik geschreven heb, om hen te onderwijzen.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Come up5to me into the mount,7and be there: and I will give10thee tables13of stone,14and a law,15and commandments16which I have written;18that thou mayest teach
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5עֲלֵ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָהָ֖רָהH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion8וֶהְיֵהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10וְאֶתְּנָ֨הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לְךָ֜12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לֻחֹ֣תH3871tafelen, planken, tafelboard, plate, table14הָאֶ֗בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)15וְהַתּוֹרָה֙H8451wet, wetten, leerlaw16וְהַמִּצְוָ֔הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18כָּתַ֖בְתִּיH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)19לְהוֹרֹתָֽםH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through
13Toen maakte zich Mozes op, met Jozua, zijn dienaar; en Mozes klom op den berg Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen maakte zich MozesH4872 op, met JozuaH3091, zijn dienaarH8334; en MozesH4872klomH5927 op den bergH2022GodsH430.Toen maakte zich Mozes op, met Jozua, zijn dienaar; en Mozes klom op den berg Gods.
KJVAnd Moses2rose up,1and his minister4Joshua:3and Moses6went up5into the mount8of God.
1וַיָּ֣קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וִיהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4מְשָׁרְת֑וֹH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on5וַיַּ֥עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion9הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
14En hij zeide tot de oudsten: Blijft gij ons hier, totdat wij weder tot u komen; en ziet, Aaron en Hur zijn bij u; wie enige zaken heeft, zal tot dezelve komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En hij zeideH559 tot de oudstenH2205: BlijftH3427 gij ons hierH2088, totdatH5704 wij weder tot u komen; en zietH2009, AaronH175 en HurH2354 zijn bijH5973 u; wieH4310 enige zakenH1697 heeft, zal tot dezelve komen.En hij zeide tot de oudsten: Blijft gij ons hier, totdat wij weder tot u komen; en ziet, Aaron en Hur zijn bij u; wie enige zaken heeft, zal tot dezelve komen.
Ook in dit vers
komenH5066
komenH7725
KJVAnd he said3unto the elders,2Tarry4ye here6for us, until we come again9unto you: and, behold, Aaron12and Hur13are with you: if any15man16have any matters17to do,let him come
1וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2הַזְּקֵנִ֤יםH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4שְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry5לָ֣נוּ6בָזֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10אֲלֵיכֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see12אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron13וְחוּר֙H2354HurHur14עִמָּכֶ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)15מִיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God16בַ֥עַלH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of17דְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work18יִגַּ֥שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand19אֲלֵהֶֽםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
15Toen Mozes op den berg geklommen was, zo heeft een wolk den berg bedekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen MozesH4872 op den bergH2022geklommenH5927 was, zo heeft een wolkH6051 den bergH2022bedektH3680.Toen Mozes op den berg geklommen was, zo heeft een wolk den berg bedekt.
KJVAnd Moses2went up1into the mount,4and a cloud6covered5the mount.
1וַיַּ֥עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָהָ֑רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion5וַיְכַ֥סH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)6הֶעָנָ֖ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָהָֽרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
16En de heerlijkheid des HEEREN woonde op den berg Sinai, en de wolk bedekte hem zes dagen, en op den zevenden dag riep Hij Mozes uit het midden der wolk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068woondeH7931opH5921 den bergH2022SinaiH5514, en de wolkH6051bedekteH3680 hem zesH8337dagenH3117, en op den zevendenH7637dagH3117riepH7121 Hij MozesH4872 uit het middenH8432 der wolkH6051.En de heerlijkheid des HEEREN woonde op den berg Sinai, en de wolk bedekte hem zes dagen, en op den zevenden dag riep Hij Mozes uit het midden der wolk.
KJVAnd the glory2of the LORD3abode1upon mount5Sinai,6and the cloud8covered7it six9days:10and the seventh15day14he called11unto Moses13out of the midst16of the cloud.
1וַיִּשְׁכֹּ֤ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)2כְּבוֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion6סִינַ֔יH5514SinaiSinai7וַיְכַסֵּ֥הוּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)8הֶעָנָ֖ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)9שֵׁ֣שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth10יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וַיִּקְרָ֧אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses14בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַשְּׁבִיעִ֖יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)16מִתּ֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)17הֶעָנָֽןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)
17En het aanzien der heerlijkheid des HEEREN was als een verterend vuur, op het opperste diens bergs, in de ogen der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En het aanzienH4758 der heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 was als een verterendH398vuurH784, op het oppersteH7218 diens bergsH2022, in de ogenH5869 der kinderenH1121IsraelsH3478.En het aanzien der heerlijkheid des HEEREN was als een verterend vuur, op het opperste diens bergs, in de ogen der kinderen Israels.
KJVAnd the sight1of the glory2of the LORD3was like devouring5fire4on the top6of the mount7in the eyes8of the children9of Israel.
18En Mozes ging in het midden der wolk, nadat hij op den berg geklommen was; en Mozes was op dien berg veertig dagen en veertig nachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En MozesH4872 ging in het middenH8432 der wolkH6051, nadat hij op den bergH2022geklommenH5927wasH1961; en MozesH4872 was op dien bergH2022veertigH705dagenH3117 en veertigH705nachtenH3915.En Mozes ging in het midden der wolk, nadat hij op den berg geklommen was; en Mozes was op dien berg veertig dagen en veertig nachten.
KJVAnd Moses2went1into the midst3of the cloud,4and gat him up5into the mount:7and Moses9was in the mount10forty11days12and forty13nights.
1וַיָּבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)4הֶעָנָ֖ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)5וַיַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָהָ֑רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion8וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses10בָּהָ֔רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty12י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13וְאַרְבָּעִ֖יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty14לָֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 24:1— Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aaron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel; en buigt u neder van verre!Numeri 11:16→Exodus 6:23→Exodus 28:1→Leviticus 10:1→Exodus 19:24→Exodus 19:9→Exodus 34:2→Exodus 3:5→
Exodus 24:2— En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem.Exodus 24:13→Exodus 24:15→Exodus 24:18→Hebreeën 9:24→Jeremia 30:21→Exodus 20:21→Numeri 16:5→Jeremia 49:19→
Exodus 24:3— Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en al de rechten, toen antwoordde al het volk met een stem, en zij zeiden: Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.Exodus 19:8→Exodus 24:7→Deuteronomium 5:1→Deuteronomium 5:31→Deuteronomium 4:45→Jozua 24:22→Galaten 3:19→Deuteronomium 4:5→
Exodus 24:4— Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israel.Deuteronomium 31:9→Genesis 28:18→Genesis 31:45→Lukas 22:30→Jozua 4:20→Leviticus 24:5→Exodus 28:21→1 Koningen 11:30→
Exodus 24:5— En hij zond de jongelingen van de kinderen Israels, die brandofferen offerden, en den HEERE dankofferen offerden, van jonge ossen.Exodus 18:12→Leviticus 3:1→Leviticus 1:1→Leviticus 7:11→Exodus 19:22→
Exodus 24:6— En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar.Hebreeën 9:18→Hebreeën 12:24→Leviticus 4:6→Leviticus 3:2→1 Petrus 1:2→Leviticus 3:8→Kolossenzen 1:20→Exodus 29:16→
Exodus 24:7— En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen.Exodus 24:3→Kolossenzen 4:16→Deuteronomium 31:11→Handelingen 13:15→Jeremia 7:23→Hebreeën 9:18→1 Thessalonicenzen 5:27→
Exodus 24:8— Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden.Hebreeën 13:20→1 Petrus 1:2→Mattheüs 26:28→Markus 14:24→1 Korinthe 11:25→Lukas 22:20→Zacharia 9:11→Jesaja 52:15→
Exodus 24:9— Mozes nu en Aaron klommen opwaarts, ook Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel.Exodus 24:1→
Exodus 24:10— En zij zagen den God van Israel, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid.Johannes 1:18→Ezechiël 10:1→Openbaring 4:3→Exodus 33:20→Exodus 33:23→Genesis 32:30→Openbaring 21:11→1 Timotheüs 6:16→
Exodus 24:11— Doch Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israels; maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden.Genesis 16:13→Genesis 31:54→Exodus 19:21→Exodus 18:12→Genesis 32:24→2 Kronieken 23:20→Genesis 18:18→Richteren 13:22→
Exodus 24:12— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Kom tot Mij op den berg, en wees aldaar; en Ik zal u stenen tafelen geven, en de wet, en de geboden, die Ik geschreven heb, om hen te onderwijzen.Exodus 31:18→Deuteronomium 5:22→Exodus 32:15→Exodus 24:18→Exodus 24:15→Exodus 24:2→Nehemia 9:13→Jeremia 31:33→
Exodus 24:13— Toen maakte zich Mozes op, met Jozua, zijn dienaar; en Mozes klom op den berg Gods.Exodus 33:11→Exodus 17:9→Exodus 3:1→Exodus 32:17→Numeri 11:28→
Exodus 24:14— En hij zeide tot de oudsten: Blijft gij ons hier, totdat wij weder tot u komen; en ziet, Aaron en Hur zijn bij u; wie enige zaken heeft, zal tot dezelve komen.Exodus 17:10→Exodus 17:12→Genesis 22:5→1 Samuël 13:8→Exodus 32:1→Exodus 18:25→1 Samuël 10:8→
Exodus 24:15— Toen Mozes op den berg geklommen was, zo heeft een wolk den berg bedekt.Exodus 19:9→Mattheüs 17:5→Exodus 19:16→2 Kronieken 6:1→
Exodus 24:16— En de heerlijkheid des HEEREN woonde op den berg Sinai, en de wolk bedekte hem zes dagen, en op den zevenden dag riep Hij Mozes uit het midden der wolk.Exodus 16:10→Numeri 14:10→Leviticus 9:23→Numeri 16:42→Psalmen 99:7→Exodus 24:17→Ezechiël 1:28→Exodus 19:11→
Exodus 24:17— En het aanzien der heerlijkheid des HEEREN was als een verterend vuur, op het opperste diens bergs, in de ogen der kinderen Israels.Hebreeën 12:29→Exodus 3:2→Deuteronomium 4:36→Hebreeën 12:18→Deuteronomium 4:24→Exodus 19:18→Nahum 1:6→Habakuk 3:4→
Exodus 24:18— En Mozes ging in het midden der wolk, nadat hij op den berg geklommen was; en Mozes was op dien berg veertig dagen en veertig nachten.Exodus 34:28→Deuteronomium 9:9→Deuteronomium 10:10→Deuteronomium 9:25→Deuteronomium 9:18→Markus 1:13→1 Koningen 19:8→Exodus 19:20→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 24 vers 1— Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aaron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel; en buigt u neder van verre!
Hij tot Mozes
Te weten, God.
Hertaald:Hij tot Mozes
Namelijk: God.
Klim op
Te weten, nadat gij de bovenverhaalde geboden aan het volk zult voorgedragen hebben.
Hertaald:Klim op
Namelijk: nadat u de hierboven genoemde geboden aan het volk hebt voorgehouden.
tot den HEERE,
Dat is, tot Mij.
Hertaald:tot den HEERE,
Dat is: tot Mij.
Nadab en Abihu,
Dezen waren Aärons oudste zonen; zij zijn naderhand door het vuur des Heeren verslonden, Lev. 10:1-2, omdat zij vreemd vuur offerden.
Hertaald:Nadab en Abihu,
Dit waren Aärons oudste zonen; zij zijn later door het vuur van de HEERE verteerd, Lev. 10:1-2, omdat zij vreemd vuur offerden.
Exodus 24 vers 2— En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem.
hem
Te weten, Mozes, ook met de oudsten. Het volk moest beneden aan den voet des bergs blijven, doch de oudsten gingen slechts halfweg, en zagen enigszins de heerlijkheid Gods, vs.9,10, maar Mozes ging tot boven op de spits des bergs in de duistere wolk, vs.18.
Hertaald:hem
Namelijk: Mozes, samen met de oudsten. Het volk moest beneden aan de voet van de berg blijven; de oudsten gingen maar halverwege en zagen iets van Gods heerlijkheid, vers 9-10; maar Mozes ging helemaal tot de top van de berg, in de donkere wolk, vers 18.
Exodus 24 vers 3— Als Mozes kwam en verhaalde aan het volk al de woorden des HEEREN, en al de rechten, toen antwoordde al het volk met een stem, en zij zeiden: Al deze woorden, die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.
kwam en verhaalde aan het volk
Te weten, van den berg in het leger.
Hertaald:kwam en verhaalde aan het volk
Namelijk: vanaf de berg naar het leger.
Al deze woorden,
Dit sprak het volk, niet wetende de onmogelijkheid van de onderhouding der wet, die door het vlees krank is; Rom. 8:3.
Hertaald:Al deze woorden,
Dit zei het volk, zonder te weten hoe onmogelijk het is de wet te onderhouden, die door het vlees zwak is; Rom. 8:3.
Exodus 24 vers 4— Mozes nu beschreef al de woorden des HEEREN, en hij maakte zich des morgens vroeg op, en hij bouwde een altaar onder aan den berg, en twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israel.
beschreef al de woorden des HEEREN,
Te weten, nadat hij ze het volk mondeling had voorgedragen, vs.3.
Hertaald:beschreef al de woorden des HEEREN,
Namelijk: nadat hij het mondeling aan het volk had voorgehouden, vers 3.
hij bouwde een altaar
Te weten, tot een gedenkteken van het opgerichte verbond tussen God en het volk, gelijk Gen. 31:45.
Hertaald:hij bouwde een altaar
Namelijk: als gedenkteken van het gesloten verbond tussen God en het volk, zoals in Gen. 31:45.
onder aan den berg,
Te weten, aan den voet des bergs.
Hertaald:onder aan den berg,
Namelijk: aan de voet van de berg.
en twaalf kolommen,
Om hun indachtig te maken het verbond met God opgericht.
Hertaald:en twaalf kolommen,
Om hen te doen denken aan het met God gesloten verbond.
Exodus 24 vers 5— En hij zond de jongelingen van de kinderen Israels, die brandofferen offerden, en den HEERE dankofferen offerden, van jonge ossen.
de jongelingen van de kinderen Israëls,
Dat is, de eerstgeborenen, die priesters of offeraars waren, totdat de Levieten [die in de plaats der eerstgeborenen genomen zijn, Num. 3:41 ] , tot het priesterambt verordineerd zijn geworden. Het Hebreeuwse woord jongelingen betekent niet altijd die jong van jaren zijn, maar ook diegenen, die bekwaam waren om dienst te doen, hetzij in de kerk, politie, krijg, of voor hun ouders of vrienden.
Hertaald:de jongelingen van de kinderen Israëls,
Dat is: de eerstgeborenen, die priesters of offeraars waren totdat de Levieten - die in de plaats van de eerstgeborenen genomen zijn, Num. 3:41 - tot het priesterambt aangesteld werden. Het Hebreeuwse woord jongelingen betekent niet altijd wie jong van jaren is, maar ook wie bekwaam was om dienst te doen, in de kerk, het bestuur, het leger, of voor ouders of vrienden.
jonge ossen
En ook van andere beesten; Hebr. 9:19.
Hertaald:jonge ossen
En ook van andere dieren; Hebr. 9:19.
Exodus 24 vers 6— En Mozes nam de helft van het bloed, en zette het in bekkens; en de helft van het bloed sprengde hij op het altaar.
van het bloed,
Te weten, der geslachte beesten.
Hertaald:van het bloed,
Namelijk: van de geslachte dieren.
het altaar
Ook op het boek; Hebr. 9:19.
Hertaald:het altaar
Ook op het boek; Hebr. 9:19.
Exodus 24 vers 7— En hij nam het boek des verbonds, en hij las het voor de oren des volks; en zij zeiden: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen.
boek des verbonds,
Zie vs.4.
Hertaald:boek des verbonds,
Zie vers 4.
Exodus 24 vers 8— Toen nam Mozes dat bloed, en sprengde het op het volk; en hij zeide: Ziet, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden.
bloed,
Te weten, de andere helft van het bloed.
Hertaald:bloed,
Namelijk: de andere helft van het bloed.
over al die woorden
Te weten, die in het boek des verbonds geschreven staan.
Hertaald:over al die woorden
Namelijk: die in het boek van het verbond geschreven staan.
Exodus 24 vers 10— En zij zagen den God van Israel, en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, en als de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid.
zij zagen den God van Israël,
Te weten, tekenen der tegenwoordigheid van God, vs.15,16; want nooit heeft een mens God in zijn wezen gezien; Ex. 33:20, en 1 Tim. 6:16.
Hertaald:zij zagen den God van Israël,
Namelijk: tekenen van Gods tegenwoordigheid, vers 15-16; want nooit heeft een mens God in Zijn wezen gezien; Ex. 33:20 en 1 Tim. 6:16.
als een werk van saffierstenen,
Dat is, timmerwerk, gebouw. Anders, als het werk eens plaveisels van saffieren.
Hertaald:als een werk van saffierstenen,
Dat is: als een bouwwerk, een vloer. Ook mogelijk: als het werk van een plaveisel van saffieren.
de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid
Hebreeuws, het lichaam.
Hertaald:de gestaltenis des hemels in Zijn klaarheid
Hebreeuws: het lichaam.
Exodus 24 vers 11— Doch Hij strekte Zijn hand niet tot de afgezonderden van de kinderen Israels; maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden.
Hij strekte Zijn hand niet
Dat is, Hij sloeg noch plaagde hen, gelijk Hij bedreigd had, Ex. 19:12, want ditmaal deden zij het op bevel van God, vs.1, 9.
Hertaald:Hij strekte Zijn hand niet
Dat is: Hij sloeg of strafte hen niet, zoals Hij gedreigd had, Ex. 19:12, want dit keer deden zij het op Gods bevel, vers 1 en 9.
de afgezonderden van de kinderen Israëls;
Versta, de oudsten des volks, van wie gesproken wordt vs.1, 9. Anders, vorsten, oversten.
Hertaald:de afgezonderden van de kinderen Israëls;
Versta: de oudsten van het volk, over wie in vers 1 en 9 gesproken wordt. Ook mogelijk: vorsten, leiders.
aten en dronken,
Dat is, zij bleven fris en gezond, door hun eten en drinken zulks bewijzende.
Hertaald:aten en dronken,
Dat is: zij bleven fris en gezond, wat zij door hun eten en drinken bewezen.
Exodus 24 vers 13— Toen maakte zich Mozes op, met Jozua, zijn dienaar; en Mozes klom op den berg Gods.
op den berg Gods
Te weten, op den berg Sinaï.
Hertaald:op den berg Gods
Namelijk: op de berg Sinaï.
Exodus 24 vers 14— En hij zeide tot de oudsten: Blijft gij ons hier, totdat wij weder tot u komen; en ziet, Aaron en Hur zijn bij u; wie enige zaken heeft, zal tot dezelve komen.
hij zeide tot de oudsten
Te weten, toen hij uit het leger scheidde, om tot den berg te gaan.
Hertaald:hij zeide tot de oudsten
Namelijk: toen hij uit het leger vertrok om naar de berg te gaan.
wie enige zaken heeft,
Hebreeuws, die meester van woorden, of, werken is.
Hertaald:wie enige zaken heeft,
Hebreeuws: wie meester van zaken, of van werken is.
Exodus 24 vers 15— Toen Mozes op den berg geklommen was, zo heeft een wolk den berg bedekt.
zo heeft een wolk den berg bedekt
Dit was een teken der tegenwoordigheid Gods, ofschoon het met schrik en vrees geschied is; 2 Kron. 6:1; Hebr. 12:18. Zie ook Ex. 19:9.
Hertaald:zo heeft een wolk den berg bedekt
Dit was een teken van Gods tegenwoordigheid, al ging het met schrik en vrees gepaard; 2 Kron. 6:1; Hebr. 12:18. Zie ook Ex. 19:9.
Exodus 24 vers 16— En de heerlijkheid des HEEREN woonde op den berg Sinai, en de wolk bedekte hem zes dagen, en op den zevenden dag riep Hij Mozes uit het midden der wolk.
hem zes dagen,
Te weten, den Heere, of Mozes, of den berg.
Hertaald:hem zes dagen,
Namelijk: de HEERE, of Mozes, of de berg.
Hij Mozes uit het midden der wolk
Te weten, Mozes alleen; zelfs was Jozua met Mozes niet toen de Heere met hem sprak.
Hertaald:Hij Mozes uit het midden der wolk
Namelijk: Mozes alleen; zelfs Jozua was niet bij Mozes toen de HEERE met hem sprak.
Exodus 24 vers 17— En het aanzien der heerlijkheid des HEEREN was als een verterend vuur, op het opperste diens bergs, in de ogen der kinderen Israels.
een verterend vuur,
Dit diende daartoe, om de overtreders van de wet schrik aan te jagen; Deut. 4:24.
Hertaald:een verterend vuur,
Dit diende om de overtreders van de wet schrik aan te jagen; Deut. 4:24.
op het opperste diens bergs,
Hebreeuws, op het hoofd.
Hertaald:op het opperste diens bergs,
Hebreeuws: op het hoofd.
Exodus 24 vers 18— En Mozes ging in het midden der wolk, nadat hij op den berg geklommen was; en Mozes was op dien berg veertig dagen en veertig nachten.
veertig dagen en veertig nachten
Te weten, zonder eten of drinken; Ex. 34:28; Deut. 9:9, Deut. 9:18.
Hertaald:veertig dagen en veertig nachten
Namelijk: zonder eten of drinken; Ex. 34:28; Deut. 9:9, Deut. 9:18.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Jozua — de HEERE is hulp (oorspronkelijk: Hosea, 'hulp')
Hier voor het eerst genoemd als de man die Mozes aanstelde om tegen Amalek te strijden bij Rafidim, terwijl Mozes op de heuvel met de staf Gods zijn handen ophief in gebed (Ex. 17:9-13). Hij was Mozes' persoonlijke dienaar en zou later, als zijn opvolger, Israël het beloofde land binnenleiden. Zijn naam werd later veranderd van Hoséa ('hulp') in Jozua ('de HEERE is hulp'), zie Num. 13:16.
Hur — vrijheid, of: blankheid
Samen met Aäron ondersteunde hij de handen van Mozes op de heuvel tijdens de strijd tegen Amalek, totdat de zon onderging (Ex. 17:10, 12). Later, toen Mozes de berg Sinaï opklom, liet hij Aäron en Hur als leiders bij het volk achter (Ex. 24:14). Volgens de overlevering was hij de man van Mirjam en de grootvader van Bezaleël, de kunstenaar van de tabernakel (Ex. 31:2).
Nadab — vrijwillig, mildelijk gevend
De oudste zoon van Aäron en Elizabeth (Ex. 6:23). Samen met zijn broer Abihu mocht hij met Mozes, Aäron en de zeventig oudsten de HEERE op de berg Sinaï van verre aanschouwen (Ex. 24:1, 9-11), maar later kwamen beiden om toen zij vreemd vuur voor de HEERE brachten dat Hij hun niet geboden had (Lev. 10:1-2).
Abihu — hij is mijn vader
De tweede zoon van Aäron en Elizabeth (Ex. 6:23). Evenals zijn broer Nadab kwam hij om door vuur van de HEERE, omdat beiden vreemd vuur voor Zijn aangezicht brachten, in strijd met wat Hij geboden had (Lev. 10:1-2).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb (Sinai) — Horeb: waarschijnlijk "woestenij, dorre plaats"; Sinai: onzeker, mogelijk verwant aan een wortel die "schijnen, blinken" betekent
Ligging: "De berg Gods", op het Sinaïtisch schiereiland; van oudsher, al sinds de vierde eeuw na Christus, geïdentificeerd met Djebel Moesa ("berg van Mozes", ruim 2.200 meter hoog), gelegen in het granietmassief van et-Toer, met de vlakte er-Rachah aan de voet ervan als natuurlijk legerkamp, en met een rijke, voor de Sinaïwoestijn ongewoon overvloedige watervoorziening uit verscheidene bronnen en beken.
Geschiedenis: Hierheen bracht Mozes de kudden van zijn schoonvader Jethro, toen de HEERE hem in een brandende doornstruik verscheen die niet verteerd werd, hem tot zijn zending riep en Zijn Naam bekendmaakte: "Ik ben Die Ik ben" (Ex. 3). Dezelfde berg zou later, onder de naam Sinai, de plaats zijn waar de HEERE Zijn volk de Wet gaf (Ex. 19-20); Horeb en Sinai worden in de Schrift door elkaar gebruikt voor dezelfde berg (Horeb overwegend in Deuteronomium, Sinai overwegend in de overige boeken van de Pentateuch). Ook Elia zocht hier later, in tijd van vervolging, zijn toevlucht en ontving er de openbaring van de zachte stilte (1 Kon. 19).
Bijbelse betekenis: De berg van Gods openbaring bij uitstek in het Oude Testament — waar Hij Zich eerst aan Mozes bekendmaakte als de eeuwig Zijnde, en later aan geheel Israël als de Wetgever van het verbond.
Recente inzichten: Over de exacte identificatie van de berg bestaat, ondanks de eeuwenoude en breed aanvaarde traditie rond Djebel Moesa, onder geleerden geen volledige eenstemmigheid; enkele alternatieve locaties zijn voorgesteld (zoals Djebel Serbal, verder naar het westen), maar deze stuiten volgens ISBE op ernstige praktische bezwaren (te weinig water en weidegrond voor de grote menigte van Israël) en worden niet algemeen aanvaard.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
Het bloed des verbonds — 24:3-8
Aan de voet van de Sinaï. Het volk heeft de woorden gehoord en beloofd ze te doen; nu wordt het verbond bekrachtigd.
Mozes sprengt bloed op het volk en noemt het bloed des verbonds; Christus gebruikt diezelfde woorden over de drinkbeker.
Nadat het volk gezegd heeft dat het alles doen zal wat de HEERE gesproken heeft, neemt Mozes het bloed en sprengt het op hen met de woorden: ziet, dit is het bloed des verbonds. Een verbond wordt dus niet met een handdruk gesloten maar met bloed. Als Christus in de nacht van Zijn overlevering de drinkbeker neemt, zegt Hij: dit is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments. Hij pakt de woorden van de Sinaï op en zegt dat het nu om Zijn bloed gaat. De Hebreeënbrief werkt dat uit met de opmerking dat ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd is, en trekt de conclusie dat er zonder bloedstorting geen vergeving geschiedt. Het verschil is dat Israël beloofde te doen wat het niet deed; in het nieuwe verbond schrijft God de wet in het hart.
Exodus 24:7 — Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen.
Exodus 24:8 — Mozes sprengt bloed op het volk: dit is het bloed des verbonds.
Jeremia 31:31 — Een nieuw verbond, met de wet in het hart geschreven.
Mattheüs 26:28 — Dit is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments.
Hebreeën 9:22 — Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 26:28; Markus 14:24; Hebreeën 9:18-22; Jeremia 31:33
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 24:1–2. KruisverwijzingenNumeri 11:16→Exodus 6:23→Exodus 28:1→Leviticus 10:1→Exodus 19:24→Exodus 24:13→Exodus 24:15→Exodus 24:18→ — Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aaron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel; en buigt u neder van verre! En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem. Aäron, Nadab en Abihu, samen met zeventig oudsten van Israël, moesten “opgaan” en dichter tot God naderen dan het volk mocht komen, maar ook zij moesten op afstand blijven. Het was een verbond van afstand. Rond de berg waren grenzen gesteld, zodat het volk niet te dicht bij God zou komen. Vergeleken met de heidenen stonden zij dicht bij God, maar vergeleken met hen die nu door het onderwijs van de Geest van God, door het dierbare bloed van Jezus, nabij God zijn gebracht, stonden zij nog veraf.
Alleen Mozes mocht op de berg Sinaï tot de HEERE naderen. Het volk mocht niet met hem opgaan, zelfs niet met de man die hun middelaar bij God was, want dat was Mozes. Maar wij mogen opgaan met Hem Die veel groter is dan Mozes, met Hem Die de enige Middelaar is tussen God en de mensen, de Mens Christus Jezus (1 Tim. 2:5). Want God heeft ons met Hem opgewekt en heeft ons “mede gezet in den hemel in Christus Jezus” (Ef. 2:6).
MOZES STIJGT, NA BEVESTIGING VAN HET VERBOND, WEER OP DE BERG SINAI.
I. Exodus 24 vers 1-11
Volgens een nadere aanwijzing, die Mozes voor zichzelf van de Heere ontvangt, stijgt hij weer van de berg, deelt hij aan het volk de eisen en beloften van God mee en schrijft beide, als Israël zich tot aanneming van deze bereid verklaard heeft, in een boek. Op de morgen van de daarop volgende dag slacht hij, als middelaar, het offer van het verbond en de plechtige inwijding heeft plaats; hierop bestijgt hij met Aäron en diens beide zonen, alsmede met de 70 oudsten de berg, ziet daar met hen de Heere en houdt met hen het verbondsmaal, tot bewaring van de verkregen gemeenschap.
1. Daarna 1) zei Hij tot Mozes, ten opzichte, van hem zelf: Klim, wanneer gij Mijn last bij het volk volbracht en het antwoord ontvangen hebt, weer op tot de HEERE, op deze berg, namelijk gij en uw broeder Aäron (hoofdstuk 19:24), Nadab en Abihu, en, als plaatsbekleders van Mijn volk, zeventig van de oudsten van Israël, 2) de hoofden van de stammen en geslachten (hoofdstuk 3:16 zie “Ge 46.27); en, wanneer gij op de rug van de berg gekomen zijt, buigt u neer van verre, om Mij te aanbidden!
1) Nadat Mozes zijn last bij Israëls volk had uitgevoerd, moest hij wederom verschijnen voor Gods aangezicht, om verder te vernemen, wat de Heere hem te zeggen heeft. Zo hebben ook de Kanttekenaars het verstaan, als zij zeggen: t.w. nadat gij de boven verhaalde woordenaan het volk hebt bekendgemaakt. Vs.1 en 2 behoren eigenlijk nog tot het vorige hoofdstuk. Als Mozes de rechten en instellingen, tevoren vermeld, aan het volk had bekend gemaakt, moet hij Aäron en diens beide oudste zonen meenemen.
2) Mozes was de profeet en middelaar van het Oude Verbond. Aäron klom op, omdat hij met zijn geslacht straks afgezonderd zou worden tot het Priesterambt en de zeventig oudsten vertegenwoordigden het volk. Zeven x tien. Zeven het getal van het Verbond en tien het getal van de volkomendheid. Daar God de Heere met Israël het Verbond sloot.
2. En dat na deze aanbidding Mozes alleen zich nadere tot de HEERE, op de top opklimme tot de onmiddellijke nabijheid van de Heere (hoofdstuk 20:21) maar dat zij niet naderen, maar op hun plaats blijven; en het volk klimme ook niet op met hem, 1) maar blijve onderaan de berg, buiten de omheining (hoofdstuk 19:12 vv.; 19:24 vv.).
1) Nadat de Heere de ordening van het priesterschap daardoor opgeheven heeft, dat Hij (hoofdstuk 19:24) de priesters met het volk geheel gelijk stelde, en hun eveneens ontzegde de berg te naderen, bereidt Hij nu de nieuwe ordening, die Hij voorheeft, namelijk het Aäronitische priesterschap voor, daar Mozes, Aäron en zijn beide zonen met zich meenemen moet. In hoofdstuk 28:1 vv. volgt dan de wettige instelling en in Numeri. 17 de plechtige bevestiging van dit priesterschap.
Deze toenadering van de oudsten, en wel op zo’n wijze, als nu gezegd is, diende niet alleen, om hen ontzag in te boezemen jegens God, hun koning, voor wiens aangezicht zij stonden te verschijnen, maar ook, om zich als onderdanen aan hem op te dragen, hem in de naam van het hele volk hulde te doen en de eed van trouw aan hem af te leggen, nadat zij het verbond met hun koning door plechtige offeranden zouden gestaafd hebben; want dat zoiets vooraf moest gaan eer zij opklommen, blijkt uit het volgende. Daarbij werden deze oudsten, en dus zoveel als het gehele volk, door deze toenadering in staat gesteld, om getuigenis te kunnen geven van de onmiddellijke openbaring, waarmee Mozes van God vereerd werd en overtuigd van de goddelijkheid van de bevelen, die hij hen overleverde, hoewel de krachtige bewijzen daarvan reeds zo overvloedig waren.
3. Als Mozes door de Heere gezonden (hoofdstuk 20:21) van de berg neergedaald was, kwam hij en verhaalde hij aan het volk al de woorden van de HEERE, alles wat God volgens het te sluiten verbond aanbood (hoofdstuk 23:20-33), en al de rechten, alles, wat Hij van hen eiste en hen oplegde (hoofdstuk 20:22-23:19), toen antwoordde al het volk met één 1) stem, en zij zeiden: Al deze woorden, 2) die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen; Zijn beloften nemen wij gelovig aan en Zijn instellingen willen wij gehoorzaam volbrengen. 3)
1) Met één stem, betekent ook hier weer, als uit één mond, gezamenlijk.
2) De wetten, die door de koningen aan hun volken worden gegeven, moeten gehoorzaamd worden, en daarmee is de zaak uit; maar God wil in een veel nauwere betrekking tot Zijn volk treden, in een betrekking van liefde. Hij wil Zijn wet niet van kracht gehouden hebben, alvorens het volk zelf zegt: “De wet is goed, wij zullen haar doen”! En wanneer nu de kinderen van Israël betuigen: “Al wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen, zo is dit niet anders dan de getuigenis van het geweten, dat Gods wet goed is en niets onbillijks van de mens eist, ja dat God niet anders eisen kan dan Hij doet, zodat Zijn wet volkomen Godswaardig is. Doch de gezondste spijzen zijn de zieke niet gezond. En hierin ligt de eenvoudige oplossing van de voor velen zo moeilijk te begrijpen zaak: dat Gods wet goed is, en de mens zelf haar goedkeurt en toch niet doet. Vanwaar dit? Van de zonde, die in ons is, en die zich stelt tussen ons geweten en de wet.
3) Al deze woorden zien niet in de eerste plaats op de Wet van de Tien geboden. Deze had de Heere zelf afgekondigd, maar op de rechten en instellingen in het algemeen, welke het volk uit de mond van Mozes had vernomen. Deze handeling gaat aan de verbondssluiting vooraf, dient tot voorbereiding ervan.
Het is goed de Heere een gelofte te doen, maar met de bedeom Zijn kracht; maar laat het dan ook onophoudelijk zijn: “Ik zal de Heere mijn gelofte betalen” (Psalm. 116:14).
4. Mozes nu beschreef al de woorden van de HEERE; behalve de woorden (hoofdstuk 20:22-23:33), schreef hij ook zeker de tien geboden (hoofdstuk 20:2-17) nog in de loop van de dag in het boek, dat de oorkonde van het verbond vormen zou, en hij maaktezich de volgende dag ‘s morgens vroeg op, uit zijn tent, waar hij alles opgetekend had, en hij bouwde een altaar van aarde en ongehouwen stenen (hoofdstuk 20:24 vv.) onderaan de berg, als de plaats van de tegenwoordigheid van Jehova onder Zijn volk; en hij plaatste rondom het altaar twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israël, 1) als gedenktekenen van het verbond, dat heden zou bevestigd worden, om de Heere heen verzameld.
1) Het altaar vertegenwoordigde God en de twaalf kolommen vertegenwoordigden Israël, het gehele volk. De mening, dat die 12 kolommen tot gedenkzuilen werden opgericht, is onjuist. God en het volk sluiten het verbond. Daarom moest niet alleen de Heere door het altaar vertegenwoordigd zijn, maar ook Israël door de twaalf kolommen.
5. En hij zond, nadat hij het volk opnieuw uit het leger God tegemoet geleid had, (hoofdstuk 19:17) de jongemannen 1) van de kinderen van Israël heen, om de voor dit offer nodige offerdieren te halen, die brandoffers offerden, en de HEERE dankoffers offerden, van jonge ossenof varren.
1) Deze jongemannen zijn dienaars en helpers geweest van Mozes, die, als middelaar van het verbond zelf het offer zal gebracht hebben; hij heeft daartoe krachtige lieden genomen, zoveel als hij nodig had voor de gehele menigte dieren, die aangebracht en geslacht moesten worden. Brandoffers en dankoffers waren tot hiertoe de enige gewone soorten van offeranden; in het bijzonder zijn de zoenoffers eerst later (Leviticus. 1) als een nieuwe soort door de Heere toegevoegd. Zou Israël in een verbond met de Heere komen, zo moest tevoren zijn zonde uitgedelgd worden, en dit geschiedt, doordat in plaats van het schuldige leven van het schuldige volk het onschuldige leven van de offerdieren in de dood gegeven wordt. Later gaan echter beide soorten in hun betekenis uit elkaar: in de brandoffers, waarvan het vlees geheel op het altaar in het vuur opging, wijdde zich het volk met alle zijn leden en krachten tot een geheel en onverdeeld eigendom van de Heere: in de dankoffers daarentegen, van welke slechts de stukken vet op het altaar kwamen, en het vlees tot de offermaaltijd (vs.11) gebruikt werd, moest het door de oudsten vertegenwoordigde Israël zijn gemeenschap met de Heere door uitwendige tekenen zich bewust worden, en zich hierover in het binnenste van het hart verheugen.
In het brandoffer lag, vóór de volledige instelling van de offerdienst, vóór de verdeling van de offeranden in brand-, dank- en zoenoffers, het idee van verzoening opgesloten. Niet zozeer in het dankoffer.
6. En Mozes nam de helft 1) van het door hem, als waarnemend priester, in vaten opgevangen bloed van de door de jongemannen geslachte varren, en zette het (de ene helft van het bloed) in enige bekkens; en de andere helft van het bloed sprenkelde hij op het altaar, 2) om alzo het, totverzoening van de zonden van het volk bestemde, bloed aan de Heere te geven, opdat Hij de verzoening zou aannemen, de zonden naar zijn genade bedekken, en nu met het ontzondigde volk in de verbondsgemeenschap zou treden.
1) Mozes deelt het bloed in tweeën, enkel om deze reden, dat hij en het altaar en het volk moest besprenkelen. De Apostel meldt niet van de besprenkeling van het altaar, maar van de besprenkeling van het boek, waaruit men schijnt te mogen besluiten, dat het boek op het altaar heeft gelegen en dat alzo het altaar met het boek God gerepresenteerd heeft als de Verbondsmaker van Israël, die door zijn knecht Mozes de belofte van zijn erfgoed en de voorwaarden van zijn verbond in dat boek had laten beschrijven.
Het sprenkelen van het bloed op het altaar beduidde, dat het volk als door de zonde ter dood gedoemd, alle aanspraak op het leven had verbeurd. Hiermee gaf het volk als het ware zijn leven, waarop het omwille van de zonde geen recht had, aan God terug.
7. En hij nam het boek van het verbond 1) (vs.4), en hij las het voor de oren van het volk; en zij zeiden weer, zoals zij reeds de vorige dag (vs.3) gedaan hadden op al hetgeen hun hier bevolen was en aangeboden werd: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. 2)
1) Hetgeen hier “boek” wordt genoemd, is wellicht een rol geweest van perkament, waarop de wetten en instellingen van God waren beschreven.
2) De toestemmende onderwerping heeft de mens op de voorstelling van het verbond niet kunnen weigeren. 1e. Uit kracht van de wet, die hem geheel verbindt, om alles met nederigheid te omhelzen, hetgeen door God voorgesteld wordt. God nu alleszins onderworpen te zijn, is het zedelijk schepsel zo eigen, dat het tot zijn wezen behoort. 2e. Om de allerhoogste uitnemendheid van God, aan wie de oppermacht toekomt om van zijn goederen te schikken naar zijn welgevallen, onder zodanig een voorwaarde als het hem belieft; en met een de mens te bevelen, dat hij onder de voorgeschreven voorwaarden streeft naar de aangeboden goederen. Waarom dat verbond, omdat het plaats heeft tussen hen, die elkaar zeer ongelijk zijn, de natuur van die verbonden aantrekt, welke de Grieken geboden of verboden of bevelen noemen. Hier komt het vandaan, dat Paulus het zeggen van Mozes, “ziet het bloed van het verbond, dat de Heere met u gemaakt heeft,” vertaalt met: “dit is het bloed van het Verbond, dat de Heere U geboden heeft (Hebr.9:20). Het staat aan de mens niet Gods verbond òf te omhelzen òf te verwerpen naar zijn welgevallen.
8. Toen nam Mozes dat bloed, dat hij in de bekkens bewaard had (vs.6) en sprenkelde het op het volk, 1) door het midden heengaande, om het op deze wijze te wijden en in de verbondsgemeenschap met God op te nemen; en hij zei: a) Ziet, dit is het bloed van het verbond, 2) dat de HEERE met u gemaakt heeft over al die woorden, overeenkomstig die woorden, die ik u straks uit het boek van het verbond voorgelezen heb, en aan welke gij uzelf hebt gegeven (vs.8).
a) 1 Petr.1:2 Hebr.9:20
1) In de verdeling van het gezamenlijk offerbloed in twee helften (vs.16) ligt uitgedrukt, dat twee partijen zich tot een gemeenschap verenigen; evenwel zijn bij de dubbele zich daaraan aansluitende handeling beide helften als één bloed te beschouwen, dat bij elkaar behoort. Zowel bij de besprenkeling van het altaar, als bij de besprenkeling van het volk is het eigenlijk het gehele bloed, dat beide malen gesprengd wordt: hetzelfde bloed, dat op het altaar de zonden van het volk verzoend heeft, zal met de Godskracht, die het daar verkrijgt, nu ook het volk tot verbondsgemeenschap met God wijden en verenigen. “Zou de gehele gedachte, die hier uitgedrukt wordt, ten volle kunnen afgebeeld worden, zo zou eerst al het bloed op de altaar en dan, aangedaan met de helende kracht, door de genadige tegenwoordigheid van God daaraan verleend, weer weggenomen en op het volk gesprenkeld zijn”.
De gedachte, die hier uitgedrukt wordt, is deze: “In het op het altaar gesprengde bloed wordt het natuurlijke leven van het volk als door de dood doorgegaan, aan God overgegeven, en van Zijn genade doortrokken; en door het sprenkelen van het bloed op het volk, wordt dat leven als een door de goddelijke genade vernieuwd leven, aan het volk teruggegeven. Op deze wijze wordt het bloed niet slechts tot een verbindingsmiddel tussen Jehova en Zijn volk, maar als verbondsbloed ook tot een goddelijke levenskracht, die Israël met zijn God verenigt; en de besprenkeling van het volk met dit bloed wordt tot een daad van levensvernieuwing, tot een overplaatsing van Israël in het rijk van God, waarin het met krachten van de goddelijke Geest van genade vervuld en tot een koninkrijk van priesters, tot een heilig volk van Jehova (hoofdstuk 19:6) geheiligd wordt.
Wanneer de voorstelling van onze geschiedenis in Hebr.9:19-21 op enige punten van het hier voor ons liggende afwijkt, zo komt dit daardoor, dat de Apostel bij de verbondsinwijding van het volk op deze plaats ook nog de priester- en Levietenwijding (Leviticus. 8; Numeri. 9) neemt; in alle drie die wijdingsplechtigheden is toch aangewezen, dat ook het oude verbond niet zonder bloed gesloten kon worden en dat is het, wat de Apostel wil aanwijzen.
2) Nadat het volk, als uit één mond wederom door zijn oudsten verklaard heeft, dat het de woorden van de Heere zal gehoorzamen, sprenkelt Mozes het andere gedeelte van het bloed op het volk uit, als teken, dat het leven, door de zonde verbeurd, is teruggegeven en dat Israël voortaan in een tot God geheiligde betrekking komt te staan, uit kracht van het verbond, dat gesloten is, dat de Heere met Israël heeft opgericht.
Nauwelijks hoort Mozes de belofte van het volk (Exodus. 24:7), of hij doet verzoening over het volk, van het bloed sprengende op het volk, zeggende: “Dit is het bloed van het Verbond.” Hij weet, dat zonder deze verzoening Israël verloren is, alleen onder de besprenging van het bloed van het Verbond is het veilig”.
9. Mozes en Aäron klommen opwaarts, nadat deze inwijding van het verbond had plaatsgehad, ook Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël, overeenkomstig het bevel van God. Zij beklommen de rug van de berg, om als de bloem van het volk en in diens naam de werkelijke door het verbond herstelde gemeenschap met de Heere te genieten.
10. En zij zagen, van hun standplaats af in de wolk, die de top van de berg omgaf, de God van Israël, 1) de God, die door het gesloten verbond Israëls God geworden was, in een van licht en heerlijkheid omgeven gedaante, die zich met menselijke woorden niet beschrijven laat (Numeri. 12:8 Jesaja. 6:1 Ezech.1:26), en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, 2) daar was iets, als een voetbank, gemaakt uit enkel doorschijnende edelgesteenten, en als de gestaltenis van de hemel in zijn helderheid.
1) Wij verstaan dit zien van een lichamelijke en stoffelijke vertoning. Niet alsof hetgeen zich aan hun ogen voordeed, God zelf was, maar hetgeen zij zagen was een zichtbaar blijk en een uitwendig teken van Gods heerlijke tegenwoordigheid, die zich daar op een bijzondere wijze in zijn gunst voor de ogen van het volk, of liever voor diens oudsten, wilde openbaren; in welke zin gezegd wordt, dat JEHOVA oog aan oog onder de Israëlieten gezien werd, hetgeen nochthans te verstaan is, van de wolk- en vuurkolom (Numeri. 14:14), die niet God zelf, maar een zinnebeeldig en zichtbaar teken was van Gods Majesteit, die zich daarin aan Israël openbaarde.
Op de vraag, in welke gedaante zij de God van Israël zagen, luiden de antwoorden verschillend. Er zijn er, die menen, dat het ook in de gedaante van een wolk is geweest, maar zoals door anderen terecht is aangemerkt, strijdt het tekstverband daartegen. Velen zijn van mening, dat de Heere zich vertoond heeft in een menselijke gedaante, omdat er zo aanstonds van voeten sprake is. Ook Jesaja (6:1), Micha (1 Kon.22:19), Ezechiël (1:26) en Daniël (7:9,13) hebben Hem gezien. Ezechiël ook in een menselijke gedaante. In verband met wat onmiddellijk volgt, ten opzichte van hetgeen onder zijn voeten was, hebben we het ervoor te houden, dat zij de Heere, de God van Israël, die nu door het verbond werkelijk de God van Israël is geworden, hebben gezien in zijn koninklijke Majesteit, voor zover dit door mensenogen aanschouwd kon worden. De God van Israël zagen zij als de Koning van Israël, die als het ware in zijn oudsten, van Israël, hier op de berg, het teken van aanbidding en onderwerping ontving. De oudsten konden ook later geen beschrijving geven van die gedaante en Mozes heeft het evenmin gedaan, opdat Israël niet de zonde tegen het tweede gebod zou begaan.
2) Anderen vertalen, als een werk van heldere saffiersteen of van doorschijnende saffieren. Bij Ezechiël (1:26) heeft de troon van Jehova het aanzien van saffiersteen. De bedoeling is hier de heerlijkheid en reinheid en zuiverheid van de hemel te schilderen, de plaats, waar de Heere Zijn heerlijkheid het luisterrijkst openbaart. De voetbank was als ware van zuivere, heldere saffieren en zo zuiver als de gestalte van de hemel, wanneer de lucht doorschijnend blauw is.
Duidelijk wil de Heere hier zijn volk zijn heerlijkheid en zaligheid openbaar maken, maar hun ook te kennen geven, welk een heerlijkheid zij zullen genieten, indien zij het verbond zullen onderhouden.
11. a) Doch Hij strekte Zijn hand niet 1) tot de afgezonderden 2) van de kinderen van Israël, tot Mozes en Aäron, Nadab en Abihu, en de zeventig oudsten. Zij werden niet verteerd van die gloed van Gods Majesteit, maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden, 3)zij hielden van de meegebrachte stukken vlees van het dankoffer en de meegebrachte wijn de offermaaltijd, om zich alzo op uitwendig zichtbare wijze aan de heerlijke en zalige goederen van het Godsrijk, dat nu in Israël was opgericht, te verkwikken.
1) Uitdrukkelijk wordt dit hier gemeld, om de bijzondere genade en gunst van God aan te duiden, openbaar wordende in het sparen van hen, die zijn aangezicht hadden gezien.
2) Afgezonderden, hier in de zin van, uitgelezenen of aanzienlijken.
3) Wil men deze en de voorgaande omstandigheid wat meer in een Evangelische zin aanmerken, zoals men zeker op grond en gezag van het woord van de Heere doen mag, men zou deze afgezonderden van de kinderen van Israël kunnen aanmerken, als de hele uitverkoren en in de tijd geroepen en geheiligde kerk, die op de offerande van Jozua het verbond met God gemaakt en met Zijn bloed, het bloed van het Testament of verbond, besprenkeld zijnde, daarop worden toegelaten om te eten en te drinken aan de tafel van de Heere in Zijn Koninkrijk.
Het zien van de God van Israël was een voorsmaak van de zaligheid van het zien van God in het eeuwige leven, en het op de berg voor het aangezicht van God gehouden verbondsmaal, een voorbeeldend feest van het bruiloftsmaal van het Lam, waartoe de Heere zijn verzamelde Gemeente ten dage van de volle openbaring van zijn heerlijkheid geroepen, leiden zal.
II. Exodus 24 vers 12-18
Als Mozes na het eindigen van het verbondsmaal met zijn begeleiders naar het leger teruggekeerd is, wordt hij spoedig weer opnieuw naar de berg geroepen om de tafelen van de wet te halen, die de Heere hem geven wil. Hij laat de oudsten in het leger achter, draagt gedurende de tijd van zijn afwezigheid de leiding van de gemeente aan Aäron en Hur op, en bestijgt nu met zijn dienaar Jozua de berg. Op deze berg rust de heerlijkheid van de Heere; zij bedekt die met een wolk zes dagen lang, vervolgens wordt Mozes nog nader tot de Heere in het duistere van de wolk geroepen en vertoeft daar 40 dagen en nachten.
12. Toen 1) zei de HEERE tot Mozes, waarschijnlijk met luide, voor allen hoorbare stem van de berg af; Kom tot Mij op de berg, en wees daar, 2) totdat Ik alles met u zal besproken hebben (hoofdstuk 31:18); en Ik zal u stenen 3) tafelen geven, en op deze de wet en de geboden; de wet van de tien geboden (hoofdstuk 20:2 vv.) die Ik, nadat Ik ze voor de gehele gemeente uitgesproken heb, nu ook met Mijn vinger geschreven heb, om hen daardoor als de grondwet van het met hen gesloten verbond, te onderwijzen.
1) Toen, d.i. nadat de oudsten van het volk met Mozes en Aäron, Nadab en Abihu tot het leger van de Israëlieten waren teruggekeerd, toen de offermaaltijd was afgelopen. Uit vs.13 en 14 blijkt duidelijk, dat, toen dit bevel tot Mozes kwam, hij tevens bij het volk Israël was.
2) Wees daar, in de zin van, blijf daar. Tot nu toe was het een opklimmen en neerdalen geweest, nu wordt Mozes bevolen op de berg te blijven, totdat hij de wetten van God had ontvangen.
3) Steen is in de Heilige Schrift het beeld van de onveranderlijkheid. Daarom wordt de Heere dikwijls vergeleken met een steen, met een rotssteen. Wanneer Mozes nu stenen tafelen zal ontvangen, daarmee wil de Heere hem duidelijk zeggen, dat die geboden onveranderlijk zijn, zolang het heden genoemd wordt, dat zij daarom niet alleen voor Israël waren bestemd, maar voor heel de Kerk, voor alle eeuwen.
13. Toen maakte zich Mozes op, met Jozua, zijn dienaar (hoofdstuk 17:9); en Mozes klom (maakte zich gereed om te klimmen) op de berg van God.
14. En hij zei, terwijl hij het leger verliet, tot de oudsten: Blijft gij hier, 1) totdat wij weer tot u komen: en ziet, Aäron en Hur (hoofdstuk 17:10) zijn bij u; wie van het volk enige zaken, een twistzaak heeft (hoofdstuk 18:21 vv.) zal tot deze komen. 2)
1) Blijft gij hier, betekent hier, wacht ons op deze plaats, waar gij nu zijt, op.
2) Een leer voor de Christen, dat hij zijn dagelijks beroep niet mag vergeten of veronachtzamen voor geestelijke bespiegelingen. Wij zeggen u dit met nadruk, omdat wij weten, dat velen door het verzuim hiervan in het tijdelijke verachterd, en in grote zorgen gekomen zijn, en wij willen met de Apostel Paulus 1 Corinthiers. 7:23), dat gij zonder bekommernis zijt.
Als een goed huisbezorger stelt Mozes eerst orde op de zaken, als een goed vorst, draagt hij zijn ambt aan regenten over.
15. Toen nu Mozes, vergezeld door Jozua, op de berg, de rug van de berg (zie “Ex 19.2” en zie “Ex 19.3) geklommen was, heeft een wolk de berg bedekt. 1)
1) De wolk bedekte de berg, opdat Mozes eerst zes dagen voorbereid zou worden voor zijn nadere verschijning voor God. De wolk verhinderde Mozes daarom verder te gaan.
16. En de heerlijkheid van de HEERE, die reeds vroeger eens in een wolk verschenen was (hoofdstuk 16:10) woonde op de berg Sinaï, had zich op de hoogste spits neergelaten en bleef daar, en de wolk bedekte hem, nl. de berg, zes dagen, gedurende welke tijd Mozes met zijn begeleider op eerbiedige afstand staan bleef en zich op de openbaringen, die hij ontvangen zou, voorbereidde; en op de zevende dag riep Hij, de Heere, Mozes uit het midden van de wolk.
17. En a) het aanzien van de heerlijkheid van de HEERE was als een verterend vuur, op het bovenste van die berg, in de ogen van de kinderen van Israël. 1)
a) Hebr.12:29
1) De kinderen van Israël, die uit het leger de berg voor zich zagen, zagen zijn spits in helder vuur branden, alsof die daardoor verteerd zou worden; want nu een nadere verklaring omtrent de wet zou gegeven worden, moest het volk door de gedachte worden aangegrepen, dat de Heere God een verterend vuur en een ijverig God was (Deuteronomium. 4:24), opdat het zou leren voor Zijn toorn te vrezen en niet tegen Zijn geboden zou handelen (hoofdstuk 19:16 vv.)
Niet in de ogen van Mozes was God een verterend vuur, deze voelde zich in de zaligheid. Op dezelfde wijze is God ook voor de goddelozen een verterend vuur, doch de drie jongemannen te Babel bleven niet alleen ongedeerd in de gloeiende oven, maar waren aldaar in het gezelschap van een Engel, dus in de hemel. Zo ook wij, die geloven, wij leven reeds nu, en zullen eeuwig leven in het verterende vuur van God onverteerd, en daarom wensen wij zo gaarne allen, die voordat vuur vrezen, toe te roepen: “Doet de Heere Jezus Christus aan door een waarachtig geloof, want deze is het enige, onverbrandbare kleed voor dat vuur”.
Dus komen hier de heerlijkheid van de Heere en de wolken, waarvan zo-even gesproken is, als twee onderscheiden zaken voor, hetgeen meer geschiedt (Leviticus. 9:6,23,24) en wel zo, dat door de heerlijkheid van de Heere eigenlijk een glanzig vuur verstaan wordt, dat of in een wolk besloten, of daarmee vermengd was. Tot hiertoe was de heerlijkheid van de Heere binnen de wolken gebleven, maar nu brak deze door de wolken heen en vertoonde zich als een vlammend of verterend vuur, waarop mogelijk de woorden van de heilige Psalmzinger zinspeelde (Psalm. 97:2). Wat zou ook een gepaster zinnebeeld kunnen zijn van Gods heerlijke majesteit?.
18. En Mozes ging, Jozua achter zich op de rug van de berg (vs.15) latende, in het midden van de wolk, nadat hij op de berg geklommen was;a) en Mozes was op die berg veertig 1) dagen en veertig nachten, zonder dat hij gedurende deze tijd enig voedsel nam (Deuteronomium. 9:18 zie “Mt 4.2).
a) Ex.34:28 Deuteronomium. 9:9,10
1) Het getal veertig is niet zonder betekenis, daar het niet alleen twee maal bij een langer vertoeven van Mozes op de Sinaï herhaald wordt (hoofdstuk 34:28 Deuteronomium. 9:18), maar ook in de veertig dagen van de reis van Elia tot de berg van God, Horeb, in de kracht van de door de Engel ontvangen spijze (1 Kon.19:1) en in het vasten van Jezus bij Zijn verzoeking (Matth.4:2) terugkeert; ook in de 40 jaren van de reis van Israël in de woestijn (Deuteronomium. 8:2). In al deze gevallen betekent dit getal een tijd van geloofsbeproeving en verzoeking, niet minder dan de geloofsversterking door wonderbaar goddelijke hulp.
Veertig dagen bracht hij daar op de berg door, ten einde van het standpunt, waarop hij nu geplaatst was, afgezonderd, in de heilige gemeenschap met God levende, zijn gehele toekomstige roeping te overzien, en zich door vasten en gebed daartoe voor te bereiden, en als het ware reeds tevoren geheel de strijd van 40 jaar te doorstrijden, die hem wachtte.
Het getal 40 duidt in de Heilige schrift een tijdperk aan, waarna God zijn belofte en bedreiging “vertraagt” of slechts voorlopig vervult, m.a.w. een tijdperk van beproeving.
Als middelaar moest Mozes alleen staan en mocht hij alleen tot God naderen. Aan het schaduwbeeld van Christus mocht niets ontbreken. Het portret moest op de persoon volmaakt lijken. “Er is één middelaar van God en de mensen, de mens Christus Jezus (1 Tim.2:5). Het volk mocht in het geheel niet opklimmen; het werd nog verder verwijderd, tot een bewijs dat er een kloof was tussen God en het volk: de zonde. Dit alles is natuurlijk een aanstoot voor de wijzen van deze wereld. Deze willen God zelf zien. “Wat, mensen tussen mij en God!” roept Rousseau uit, “waarom spreekt God niet onmiddellijk tot mij?” Doch wij zeggen op onze beurt, “wat zou gij eraan hebben? God zelf te zien, ware uw dood. Hij zou een verterend vuur zijn. Zal God verdraaglijk voor u zijn, dan moet gij Hem menselijk, in de menselijke vorm zien. En al kwam nu Christus zelf met al de bewijzen van Zijn waarachtige Godheid tot u, zo zou gij toch zeggen: “Deze is God niet, maar een mens!” tenzij God u het hart en de ogen opende; dan zou gij in deze mens God zien.
Mozes, welke uit de hand van de Heere de wet aan Israël gaf, Elia, welke optrad als handhaver van de wet en onze Heere Jezus Christus, welke de wet volkomen vervuld heeft, hebben allen veertig dagen en nachten gevast. Mozes op de berg (Ex.34:28). Elia in de veertig dagen van de reis tot Horeb, en de Heer in de woestijn.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 24
Exodus 24:1–2. KruisverwijzingenNumeri 11:16→Exodus 6:23→Exodus 28:1→Leviticus 10:1→Exodus 19:24→Exodus 24:13→Exodus 24:15→Exodus 24:18→
— Daarna zeide Hij tot Mozes: Klim op tot den HEERE, gij en Aaron, Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israel; en buigt u neder van verre! En dat Mozes alleen zich nadere tot den HEERE, maar dat zij niet naderen; en het volk klimme ook niet op met hem.
Aäron, Nadab en Abihu, samen met zeventig oudsten van Israël, moesten “opgaan” en dichter tot God naderen dan het volk mocht komen, maar ook zij moesten op afstand blijven. Het was een verbond van afstand. Rond de berg waren grenzen gesteld, zodat het volk niet te dicht bij God zou komen. Vergeleken met de heidenen stonden zij dicht bij God, maar vergeleken met hen die nu door het onderwijs van de Geest van God, door het dierbare bloed van Jezus, nabij God zijn gebracht, stonden zij nog veraf.
Alleen Mozes mocht op de berg Sinaï tot de HEERE naderen. Het volk mocht niet met hem opgaan, zelfs niet met de man die hun middelaar bij God was, want dat was Mozes. Maar wij mogen opgaan met Hem Die veel groter is dan Mozes, met Hem Die de enige Middelaar is tussen God en de mensen, de Mens Christus Jezus (1 Tim. 2:5). Want God heeft ons met Hem opgewekt en heeft ons “mede gezet in den hemel in Christus Jezus” (Ef. 2:6).
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
MOZES STIJGT, NA BEVESTIGING VAN HET VERBOND, WEER OP DE BERG SINAI.
I. Exodus 24 vers 1-11
Volgens een nadere aanwijzing, die Mozes voor zichzelf van de Heere ontvangt, stijgt hij weer van de berg, deelt hij aan het volk de eisen en beloften van God mee en schrijft beide, als Israël zich tot aanneming van deze bereid verklaard heeft, in een boek. Op de morgen van de daarop volgende dag slacht hij, als middelaar, het offer van het verbond en de plechtige inwijding heeft plaats; hierop bestijgt hij met Aäron en diens beide zonen, alsmede met de 70 oudsten de berg, ziet daar met hen de Heere en houdt met hen het verbondsmaal, tot bewaring van de verkregen gemeenschap.
1. Daarna 1) zei Hij tot Mozes, ten opzichte, van hem zelf: Klim, wanneer gij Mijn last bij het volk volbracht en het antwoord ontvangen hebt, weer op tot de HEERE, op deze berg, namelijk gij en uw broeder Aäron (hoofdstuk 19:24), Nadab en Abihu, en, als plaatsbekleders van Mijn volk, zeventig van de oudsten van Israël, 2) de hoofden van de stammen en geslachten (hoofdstuk 3:16 zie “Ge 46.27); en, wanneer gij op de rug van de berg gekomen zijt, buigt u neer van verre, om Mij te aanbidden!
1) Nadat Mozes zijn last bij Israëls volk had uitgevoerd, moest hij wederom verschijnen voor Gods aangezicht, om verder te vernemen, wat de Heere hem te zeggen heeft. Zo hebben ook de Kanttekenaars het verstaan, als zij zeggen: t.w. nadat gij de boven verhaalde woordenaan het volk hebt bekendgemaakt. Vs.1 en 2 behoren eigenlijk nog tot het vorige hoofdstuk. Als Mozes de rechten en instellingen, tevoren vermeld, aan het volk had bekend gemaakt, moet hij Aäron en diens beide oudste zonen meenemen.
2) Mozes was de profeet en middelaar van het Oude Verbond. Aäron klom op, omdat hij met zijn geslacht straks afgezonderd zou worden tot het Priesterambt en de zeventig oudsten vertegenwoordigden het volk. Zeven x tien. Zeven het getal van het Verbond en tien het getal van de volkomendheid. Daar God de Heere met Israël het Verbond sloot.
2. En dat na deze aanbidding Mozes alleen zich nadere tot de HEERE, op de top opklimme tot de onmiddellijke nabijheid van de Heere (hoofdstuk 20:21) maar dat zij niet naderen, maar op hun plaats blijven; en het volk klimme ook niet op met hem, 1) maar blijve onderaan de berg, buiten de omheining (hoofdstuk 19:12 vv.; 19:24 vv.).
1) Nadat de Heere de ordening van het priesterschap daardoor opgeheven heeft, dat Hij (hoofdstuk 19:24) de priesters met het volk geheel gelijk stelde, en hun eveneens ontzegde de berg te naderen, bereidt Hij nu de nieuwe ordening, die Hij voorheeft, namelijk het Aäronitische priesterschap voor, daar Mozes, Aäron en zijn beide zonen met zich meenemen moet. In hoofdstuk 28:1 vv. volgt dan de wettige instelling en in Numeri. 17 de plechtige bevestiging van dit priesterschap.
Deze toenadering van de oudsten, en wel op zo’n wijze, als nu gezegd is, diende niet alleen, om hen ontzag in te boezemen jegens God, hun koning, voor wiens aangezicht zij stonden te verschijnen, maar ook, om zich als onderdanen aan hem op te dragen, hem in de naam van het hele volk hulde te doen en de eed van trouw aan hem af te leggen, nadat zij het verbond met hun koning door plechtige offeranden zouden gestaafd hebben; want dat zoiets vooraf moest gaan eer zij opklommen, blijkt uit het volgende. Daarbij werden deze oudsten, en dus zoveel als het gehele volk, door deze toenadering in staat gesteld, om getuigenis te kunnen geven van de onmiddellijke openbaring, waarmee Mozes van God vereerd werd en overtuigd van de goddelijkheid van de bevelen, die hij hen overleverde, hoewel de krachtige bewijzen daarvan reeds zo overvloedig waren.
3. Als Mozes door de Heere gezonden (hoofdstuk 20:21) van de berg neergedaald was, kwam hij en verhaalde hij aan het volk al de woorden van de HEERE, alles wat God volgens het te sluiten verbond aanbood (hoofdstuk 23:20-33), en al de rechten, alles, wat Hij van hen eiste en hen oplegde (hoofdstuk 20:22-23:19), toen antwoordde al het volk met één 1) stem, en zij zeiden: Al deze woorden, 2) die de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen; Zijn beloften nemen wij gelovig aan en Zijn instellingen willen wij gehoorzaam volbrengen. 3)
1) Met één stem, betekent ook hier weer, als uit één mond, gezamenlijk.
2) De wetten, die door de koningen aan hun volken worden gegeven, moeten gehoorzaamd worden, en daarmee is de zaak uit; maar God wil in een veel nauwere betrekking tot Zijn volk treden, in een betrekking van liefde. Hij wil Zijn wet niet van kracht gehouden hebben, alvorens het volk zelf zegt: “De wet is goed, wij zullen haar doen”! En wanneer nu de kinderen van Israël betuigen: “Al wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen, zo is dit niet anders dan de getuigenis van het geweten, dat Gods wet goed is en niets onbillijks van de mens eist, ja dat God niet anders eisen kan dan Hij doet, zodat Zijn wet volkomen Godswaardig is. Doch de gezondste spijzen zijn de zieke niet gezond. En hierin ligt de eenvoudige oplossing van de voor velen zo moeilijk te begrijpen zaak: dat Gods wet goed is, en de mens zelf haar goedkeurt en toch niet doet. Vanwaar dit? Van de zonde, die in ons is, en die zich stelt tussen ons geweten en de wet.
3) Al deze woorden zien niet in de eerste plaats op de Wet van de Tien geboden. Deze had de Heere zelf afgekondigd, maar op de rechten en instellingen in het algemeen, welke het volk uit de mond van Mozes had vernomen. Deze handeling gaat aan de verbondssluiting vooraf, dient tot voorbereiding ervan.
Het is goed de Heere een gelofte te doen, maar met de bedeom Zijn kracht; maar laat het dan ook onophoudelijk zijn: “Ik zal de Heere mijn gelofte betalen” (Psalm. 116:14).
4. Mozes nu beschreef al de woorden van de HEERE; behalve de woorden (hoofdstuk 20:22-23:33), schreef hij ook zeker de tien geboden (hoofdstuk 20:2-17) nog in de loop van de dag in het boek, dat de oorkonde van het verbond vormen zou, en hij maaktezich de volgende dag ‘s morgens vroeg op, uit zijn tent, waar hij alles opgetekend had, en hij bouwde een altaar van aarde en ongehouwen stenen (hoofdstuk 20:24 vv.) onderaan de berg, als de plaats van de tegenwoordigheid van Jehova onder Zijn volk; en hij plaatste rondom het altaar twaalf kolommen, naar de twaalf stammen van Israël, 1) als gedenktekenen van het verbond, dat heden zou bevestigd worden, om de Heere heen verzameld.
1) Het altaar vertegenwoordigde God en de twaalf kolommen vertegenwoordigden Israël, het gehele volk. De mening, dat die 12 kolommen tot gedenkzuilen werden opgericht, is onjuist. God en het volk sluiten het verbond. Daarom moest niet alleen de Heere door het altaar vertegenwoordigd zijn, maar ook Israël door de twaalf kolommen.
5. En hij zond, nadat hij het volk opnieuw uit het leger God tegemoet geleid had, (hoofdstuk 19:17) de jongemannen 1) van de kinderen van Israël heen, om de voor dit offer nodige offerdieren te halen, die brandoffers offerden, en de HEERE dankoffers offerden, van jonge ossenof varren.
1) Deze jongemannen zijn dienaars en helpers geweest van Mozes, die, als middelaar van het verbond zelf het offer zal gebracht hebben; hij heeft daartoe krachtige lieden genomen, zoveel als hij nodig had voor de gehele menigte dieren, die aangebracht en geslacht moesten worden. Brandoffers en dankoffers waren tot hiertoe de enige gewone soorten van offeranden; in het bijzonder zijn de zoenoffers eerst later (Leviticus. 1) als een nieuwe soort door de Heere toegevoegd. Zou Israël in een verbond met de Heere komen, zo moest tevoren zijn zonde uitgedelgd worden, en dit geschiedt, doordat in plaats van het schuldige leven van het schuldige volk het onschuldige leven van de offerdieren in de dood gegeven wordt. Later gaan echter beide soorten in hun betekenis uit elkaar: in de brandoffers, waarvan het vlees geheel op het altaar in het vuur opging, wijdde zich het volk met alle zijn leden en krachten tot een geheel en onverdeeld eigendom van de Heere: in de dankoffers daarentegen, van welke slechts de stukken vet op het altaar kwamen, en het vlees tot de offermaaltijd (vs.11) gebruikt werd, moest het door de oudsten vertegenwoordigde Israël zijn gemeenschap met de Heere door uitwendige tekenen zich bewust worden, en zich hierover in het binnenste van het hart verheugen.
In het brandoffer lag, vóór de volledige instelling van de offerdienst, vóór de verdeling van de offeranden in brand-, dank- en zoenoffers, het idee van verzoening opgesloten. Niet zozeer in het dankoffer.
6. En Mozes nam de helft 1) van het door hem, als waarnemend priester, in vaten opgevangen bloed van de door de jongemannen geslachte varren, en zette het (de ene helft van het bloed) in enige bekkens; en de andere helft van het bloed sprenkelde hij op het altaar, 2) om alzo het, totverzoening van de zonden van het volk bestemde, bloed aan de Heere te geven, opdat Hij de verzoening zou aannemen, de zonden naar zijn genade bedekken, en nu met het ontzondigde volk in de verbondsgemeenschap zou treden.
1) Mozes deelt het bloed in tweeën, enkel om deze reden, dat hij en het altaar en het volk moest besprenkelen. De Apostel meldt niet van de besprenkeling van het altaar, maar van de besprenkeling van het boek, waaruit men schijnt te mogen besluiten, dat het boek op het altaar heeft gelegen en dat alzo het altaar met het boek God gerepresenteerd heeft als de Verbondsmaker van Israël, die door zijn knecht Mozes de belofte van zijn erfgoed en de voorwaarden van zijn verbond in dat boek had laten beschrijven.
Het sprenkelen van het bloed op het altaar beduidde, dat het volk als door de zonde ter dood gedoemd, alle aanspraak op het leven had verbeurd. Hiermee gaf het volk als het ware zijn leven, waarop het omwille van de zonde geen recht had, aan God terug.
7. En hij nam het boek van het verbond 1) (vs.4), en hij las het voor de oren van het volk; en zij zeiden weer, zoals zij reeds de vorige dag (vs.3) gedaan hadden op al hetgeen hun hier bevolen was en aangeboden werd: Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. 2)
1) Hetgeen hier “boek” wordt genoemd, is wellicht een rol geweest van perkament, waarop de wetten en instellingen van God waren beschreven.
2) De toestemmende onderwerping heeft de mens op de voorstelling van het verbond niet kunnen weigeren. 1e. Uit kracht van de wet, die hem geheel verbindt, om alles met nederigheid te omhelzen, hetgeen door God voorgesteld wordt. God nu alleszins onderworpen te zijn, is het zedelijk schepsel zo eigen, dat het tot zijn wezen behoort. 2e. Om de allerhoogste uitnemendheid van God, aan wie de oppermacht toekomt om van zijn goederen te schikken naar zijn welgevallen, onder zodanig een voorwaarde als het hem belieft; en met een de mens te bevelen, dat hij onder de voorgeschreven voorwaarden streeft naar de aangeboden goederen. Waarom dat verbond, omdat het plaats heeft tussen hen, die elkaar zeer ongelijk zijn, de natuur van die verbonden aantrekt, welke de Grieken geboden of verboden of bevelen noemen. Hier komt het vandaan, dat Paulus het zeggen van Mozes, “ziet het bloed van het verbond, dat de Heere met u gemaakt heeft,” vertaalt met: “dit is het bloed van het Verbond, dat de Heere U geboden heeft (Hebr.9:20). Het staat aan de mens niet Gods verbond òf te omhelzen òf te verwerpen naar zijn welgevallen.
8. Toen nam Mozes dat bloed, dat hij in de bekkens bewaard had (vs.6) en sprenkelde het op het volk, 1) door het midden heengaande, om het op deze wijze te wijden en in de verbondsgemeenschap met God op te nemen; en hij zei: a) Ziet, dit is het bloed van het verbond, 2) dat de HEERE met u gemaakt heeft over al die woorden, overeenkomstig die woorden, die ik u straks uit het boek van het verbond voorgelezen heb, en aan welke gij uzelf hebt gegeven (vs.8).
a) 1 Petr.1:2 Hebr.9:20
1) In de verdeling van het gezamenlijk offerbloed in twee helften (vs.16) ligt uitgedrukt, dat twee partijen zich tot een gemeenschap verenigen; evenwel zijn bij de dubbele zich daaraan aansluitende handeling beide helften als één bloed te beschouwen, dat bij elkaar behoort. Zowel bij de besprenkeling van het altaar, als bij de besprenkeling van het volk is het eigenlijk het gehele bloed, dat beide malen gesprengd wordt: hetzelfde bloed, dat op het altaar de zonden van het volk verzoend heeft, zal met de Godskracht, die het daar verkrijgt, nu ook het volk tot verbondsgemeenschap met God wijden en verenigen. “Zou de gehele gedachte, die hier uitgedrukt wordt, ten volle kunnen afgebeeld worden, zo zou eerst al het bloed op de altaar en dan, aangedaan met de helende kracht, door de genadige tegenwoordigheid van God daaraan verleend, weer weggenomen en op het volk gesprenkeld zijn”.
De gedachte, die hier uitgedrukt wordt, is deze: “In het op het altaar gesprengde bloed wordt het natuurlijke leven van het volk als door de dood doorgegaan, aan God overgegeven, en van Zijn genade doortrokken; en door het sprenkelen van het bloed op het volk, wordt dat leven als een door de goddelijke genade vernieuwd leven, aan het volk teruggegeven. Op deze wijze wordt het bloed niet slechts tot een verbindingsmiddel tussen Jehova en Zijn volk, maar als verbondsbloed ook tot een goddelijke levenskracht, die Israël met zijn God verenigt; en de besprenkeling van het volk met dit bloed wordt tot een daad van levensvernieuwing, tot een overplaatsing van Israël in het rijk van God, waarin het met krachten van de goddelijke Geest van genade vervuld en tot een koninkrijk van priesters, tot een heilig volk van Jehova (hoofdstuk 19:6) geheiligd wordt.
Wanneer de voorstelling van onze geschiedenis in Hebr.9:19-21 op enige punten van het hier voor ons liggende afwijkt, zo komt dit daardoor, dat de Apostel bij de verbondsinwijding van het volk op deze plaats ook nog de priester- en Levietenwijding (Leviticus. 8; Numeri. 9) neemt; in alle drie die wijdingsplechtigheden is toch aangewezen, dat ook het oude verbond niet zonder bloed gesloten kon worden en dat is het, wat de Apostel wil aanwijzen.
2) Nadat het volk, als uit één mond wederom door zijn oudsten verklaard heeft, dat het de woorden van de Heere zal gehoorzamen, sprenkelt Mozes het andere gedeelte van het bloed op het volk uit, als teken, dat het leven, door de zonde verbeurd, is teruggegeven en dat Israël voortaan in een tot God geheiligde betrekking komt te staan, uit kracht van het verbond, dat gesloten is, dat de Heere met Israël heeft opgericht.
Nauwelijks hoort Mozes de belofte van het volk (Exodus. 24:7), of hij doet verzoening over het volk, van het bloed sprengende op het volk, zeggende: “Dit is het bloed van het Verbond.” Hij weet, dat zonder deze verzoening Israël verloren is, alleen onder de besprenging van het bloed van het Verbond is het veilig”.
9. Mozes en Aäron klommen opwaarts, nadat deze inwijding van het verbond had plaatsgehad, ook Nadab en Abihu, en zeventig van de oudsten van Israël, overeenkomstig het bevel van God. Zij beklommen de rug van de berg, om als de bloem van het volk en in diens naam de werkelijke door het verbond herstelde gemeenschap met de Heere te genieten.
10. En zij zagen, van hun standplaats af in de wolk, die de top van de berg omgaf, de God van Israël, 1) de God, die door het gesloten verbond Israëls God geworden was, in een van licht en heerlijkheid omgeven gedaante, die zich met menselijke woorden niet beschrijven laat (Numeri. 12:8 Jesaja. 6:1 Ezech.1:26), en onder Zijn voeten als een werk van saffierstenen, 2) daar was iets, als een voetbank, gemaakt uit enkel doorschijnende edelgesteenten, en als de gestaltenis van de hemel in zijn helderheid.
1) Wij verstaan dit zien van een lichamelijke en stoffelijke vertoning. Niet alsof hetgeen zich aan hun ogen voordeed, God zelf was, maar hetgeen zij zagen was een zichtbaar blijk en een uitwendig teken van Gods heerlijke tegenwoordigheid, die zich daar op een bijzondere wijze in zijn gunst voor de ogen van het volk, of liever voor diens oudsten, wilde openbaren; in welke zin gezegd wordt, dat JEHOVA oog aan oog onder de Israëlieten gezien werd, hetgeen nochthans te verstaan is, van de wolk- en vuurkolom (Numeri. 14:14), die niet God zelf, maar een zinnebeeldig en zichtbaar teken was van Gods Majesteit, die zich daarin aan Israël openbaarde.
Op de vraag, in welke gedaante zij de God van Israël zagen, luiden de antwoorden verschillend. Er zijn er, die menen, dat het ook in de gedaante van een wolk is geweest, maar zoals door anderen terecht is aangemerkt, strijdt het tekstverband daartegen. Velen zijn van mening, dat de Heere zich vertoond heeft in een menselijke gedaante, omdat er zo aanstonds van voeten sprake is. Ook Jesaja (6:1), Micha (1 Kon.22:19), Ezechiël (1:26) en Daniël (7:9,13) hebben Hem gezien. Ezechiël ook in een menselijke gedaante. In verband met wat onmiddellijk volgt, ten opzichte van hetgeen onder zijn voeten was, hebben we het ervoor te houden, dat zij de Heere, de God van Israël, die nu door het verbond werkelijk de God van Israël is geworden, hebben gezien in zijn koninklijke Majesteit, voor zover dit door mensenogen aanschouwd kon worden. De God van Israël zagen zij als de Koning van Israël, die als het ware in zijn oudsten, van Israël, hier op de berg, het teken van aanbidding en onderwerping ontving. De oudsten konden ook later geen beschrijving geven van die gedaante en Mozes heeft het evenmin gedaan, opdat Israël niet de zonde tegen het tweede gebod zou begaan.
2) Anderen vertalen, als een werk van heldere saffiersteen of van doorschijnende saffieren. Bij Ezechiël (1:26) heeft de troon van Jehova het aanzien van saffiersteen. De bedoeling is hier de heerlijkheid en reinheid en zuiverheid van de hemel te schilderen, de plaats, waar de Heere Zijn heerlijkheid het luisterrijkst openbaart. De voetbank was als ware van zuivere, heldere saffieren en zo zuiver als de gestalte van de hemel, wanneer de lucht doorschijnend blauw is.
Duidelijk wil de Heere hier zijn volk zijn heerlijkheid en zaligheid openbaar maken, maar hun ook te kennen geven, welk een heerlijkheid zij zullen genieten, indien zij het verbond zullen onderhouden.
11. a) Doch Hij strekte Zijn hand niet 1) tot de afgezonderden 2) van de kinderen van Israël, tot Mozes en Aäron, Nadab en Abihu, en de zeventig oudsten. Zij werden niet verteerd van die gloed van Gods Majesteit, maar zij aten en dronken, nadat zij God gezien hadden, 3)zij hielden van de meegebrachte stukken vlees van het dankoffer en de meegebrachte wijn de offermaaltijd, om zich alzo op uitwendig zichtbare wijze aan de heerlijke en zalige goederen van het Godsrijk, dat nu in Israël was opgericht, te verkwikken.
a) Genesis 37:22; 1 Samuel. 24:7, Esther 2:21 Job 1:2; 30:21 Psalm. 55:21; 138:7
1) Uitdrukkelijk wordt dit hier gemeld, om de bijzondere genade en gunst van God aan te duiden, openbaar wordende in het sparen van hen, die zijn aangezicht hadden gezien.
2) Afgezonderden, hier in de zin van, uitgelezenen of aanzienlijken.
3) Wil men deze en de voorgaande omstandigheid wat meer in een Evangelische zin aanmerken, zoals men zeker op grond en gezag van het woord van de Heere doen mag, men zou deze afgezonderden van de kinderen van Israël kunnen aanmerken, als de hele uitverkoren en in de tijd geroepen en geheiligde kerk, die op de offerande van Jozua het verbond met God gemaakt en met Zijn bloed, het bloed van het Testament of verbond, besprenkeld zijnde, daarop worden toegelaten om te eten en te drinken aan de tafel van de Heere in Zijn Koninkrijk.
Het zien van de God van Israël was een voorsmaak van de zaligheid van het zien van God in het eeuwige leven, en het op de berg voor het aangezicht van God gehouden verbondsmaal, een voorbeeldend feest van het bruiloftsmaal van het Lam, waartoe de Heere zijn verzamelde Gemeente ten dage van de volle openbaring van zijn heerlijkheid geroepen, leiden zal.
II. Exodus 24 vers 12-18
Als Mozes na het eindigen van het verbondsmaal met zijn begeleiders naar het leger teruggekeerd is, wordt hij spoedig weer opnieuw naar de berg geroepen om de tafelen van de wet te halen, die de Heere hem geven wil. Hij laat de oudsten in het leger achter, draagt gedurende de tijd van zijn afwezigheid de leiding van de gemeente aan Aäron en Hur op, en bestijgt nu met zijn dienaar Jozua de berg. Op deze berg rust de heerlijkheid van de Heere; zij bedekt die met een wolk zes dagen lang, vervolgens wordt Mozes nog nader tot de Heere in het duistere van de wolk geroepen en vertoeft daar 40 dagen en nachten.
12. Toen 1) zei de HEERE tot Mozes, waarschijnlijk met luide, voor allen hoorbare stem van de berg af; Kom tot Mij op de berg, en wees daar, 2) totdat Ik alles met u zal besproken hebben (hoofdstuk 31:18); en Ik zal u stenen 3) tafelen geven, en op deze de wet en de geboden; de wet van de tien geboden (hoofdstuk 20:2 vv.) die Ik, nadat Ik ze voor de gehele gemeente uitgesproken heb, nu ook met Mijn vinger geschreven heb, om hen daardoor als de grondwet van het met hen gesloten verbond, te onderwijzen.
1) Toen, d.i. nadat de oudsten van het volk met Mozes en Aäron, Nadab en Abihu tot het leger van de Israëlieten waren teruggekeerd, toen de offermaaltijd was afgelopen. Uit vs.13 en 14 blijkt duidelijk, dat, toen dit bevel tot Mozes kwam, hij tevens bij het volk Israël was.
2) Wees daar, in de zin van, blijf daar. Tot nu toe was het een opklimmen en neerdalen geweest, nu wordt Mozes bevolen op de berg te blijven, totdat hij de wetten van God had ontvangen.
3) Steen is in de Heilige Schrift het beeld van de onveranderlijkheid. Daarom wordt de Heere dikwijls vergeleken met een steen, met een rotssteen. Wanneer Mozes nu stenen tafelen zal ontvangen, daarmee wil de Heere hem duidelijk zeggen, dat die geboden onveranderlijk zijn, zolang het heden genoemd wordt, dat zij daarom niet alleen voor Israël waren bestemd, maar voor heel de Kerk, voor alle eeuwen.
13. Toen maakte zich Mozes op, met Jozua, zijn dienaar (hoofdstuk 17:9); en Mozes klom (maakte zich gereed om te klimmen) op de berg van God.
14. En hij zei, terwijl hij het leger verliet, tot de oudsten: Blijft gij hier, 1) totdat wij weer tot u komen: en ziet, Aäron en Hur (hoofdstuk 17:10) zijn bij u; wie van het volk enige zaken, een twistzaak heeft (hoofdstuk 18:21 vv.) zal tot deze komen. 2)
1) Blijft gij hier, betekent hier, wacht ons op deze plaats, waar gij nu zijt, op.
2) Een leer voor de Christen, dat hij zijn dagelijks beroep niet mag vergeten of veronachtzamen voor geestelijke bespiegelingen. Wij zeggen u dit met nadruk, omdat wij weten, dat velen door het verzuim hiervan in het tijdelijke verachterd, en in grote zorgen gekomen zijn, en wij willen met de Apostel Paulus 1 Corinthiers. 7:23), dat gij zonder bekommernis zijt.
Als een goed huisbezorger stelt Mozes eerst orde op de zaken, als een goed vorst, draagt hij zijn ambt aan regenten over.
15. Toen nu Mozes, vergezeld door Jozua, op de berg, de rug van de berg (zie “Ex 19.2” en zie “Ex 19.3) geklommen was, heeft een wolk de berg bedekt. 1)
1) De wolk bedekte de berg, opdat Mozes eerst zes dagen voorbereid zou worden voor zijn nadere verschijning voor God. De wolk verhinderde Mozes daarom verder te gaan.
16. En de heerlijkheid van de HEERE, die reeds vroeger eens in een wolk verschenen was (hoofdstuk 16:10) woonde op de berg Sinaï, had zich op de hoogste spits neergelaten en bleef daar, en de wolk bedekte hem, nl. de berg, zes dagen, gedurende welke tijd Mozes met zijn begeleider op eerbiedige afstand staan bleef en zich op de openbaringen, die hij ontvangen zou, voorbereidde; en op de zevende dag riep Hij, de Heere, Mozes uit het midden van de wolk.
17. En a) het aanzien van de heerlijkheid van de HEERE was als een verterend vuur, op het bovenste van die berg, in de ogen van de kinderen van Israël. 1)
a) Hebr.12:29
1) De kinderen van Israël, die uit het leger de berg voor zich zagen, zagen zijn spits in helder vuur branden, alsof die daardoor verteerd zou worden; want nu een nadere verklaring omtrent de wet zou gegeven worden, moest het volk door de gedachte worden aangegrepen, dat de Heere God een verterend vuur en een ijverig God was (Deuteronomium. 4:24), opdat het zou leren voor Zijn toorn te vrezen en niet tegen Zijn geboden zou handelen (hoofdstuk 19:16 vv.)
Niet in de ogen van Mozes was God een verterend vuur, deze voelde zich in de zaligheid. Op dezelfde wijze is God ook voor de goddelozen een verterend vuur, doch de drie jongemannen te Babel bleven niet alleen ongedeerd in de gloeiende oven, maar waren aldaar in het gezelschap van een Engel, dus in de hemel. Zo ook wij, die geloven, wij leven reeds nu, en zullen eeuwig leven in het verterende vuur van God onverteerd, en daarom wensen wij zo gaarne allen, die voordat vuur vrezen, toe te roepen: “Doet de Heere Jezus Christus aan door een waarachtig geloof, want deze is het enige, onverbrandbare kleed voor dat vuur”.
Dus komen hier de heerlijkheid van de Heere en de wolken, waarvan zo-even gesproken is, als twee onderscheiden zaken voor, hetgeen meer geschiedt (Leviticus. 9:6,23,24) en wel zo, dat door de heerlijkheid van de Heere eigenlijk een glanzig vuur verstaan wordt, dat of in een wolk besloten, of daarmee vermengd was. Tot hiertoe was de heerlijkheid van de Heere binnen de wolken gebleven, maar nu brak deze door de wolken heen en vertoonde zich als een vlammend of verterend vuur, waarop mogelijk de woorden van de heilige Psalmzinger zinspeelde (Psalm. 97:2). Wat zou ook een gepaster zinnebeeld kunnen zijn van Gods heerlijke majesteit?.
18. En Mozes ging, Jozua achter zich op de rug van de berg (vs.15) latende, in het midden van de wolk, nadat hij op de berg geklommen was;a) en Mozes was op die berg veertig 1) dagen en veertig nachten, zonder dat hij gedurende deze tijd enig voedsel nam (Deuteronomium. 9:18 zie “Mt 4.2).
a) Ex.34:28 Deuteronomium. 9:9,10
1) Het getal veertig is niet zonder betekenis, daar het niet alleen twee maal bij een langer vertoeven van Mozes op de Sinaï herhaald wordt (hoofdstuk 34:28 Deuteronomium. 9:18), maar ook in de veertig dagen van de reis van Elia tot de berg van God, Horeb, in de kracht van de door de Engel ontvangen spijze (1 Kon.19:1) en in het vasten van Jezus bij Zijn verzoeking (Matth.4:2) terugkeert; ook in de 40 jaren van de reis van Israël in de woestijn (Deuteronomium. 8:2). In al deze gevallen betekent dit getal een tijd van geloofsbeproeving en verzoeking, niet minder dan de geloofsversterking door wonderbaar goddelijke hulp.
Veertig dagen bracht hij daar op de berg door, ten einde van het standpunt, waarop hij nu geplaatst was, afgezonderd, in de heilige gemeenschap met God levende, zijn gehele toekomstige roeping te overzien, en zich door vasten en gebed daartoe voor te bereiden, en als het ware reeds tevoren geheel de strijd van 40 jaar te doorstrijden, die hem wachtte.
Het getal 40 duidt in de Heilige schrift een tijdperk aan, waarna God zijn belofte en bedreiging “vertraagt” of slechts voorlopig vervult, m.a.w. een tijdperk van beproeving.
Als middelaar moest Mozes alleen staan en mocht hij alleen tot God naderen. Aan het schaduwbeeld van Christus mocht niets ontbreken. Het portret moest op de persoon volmaakt lijken. “Er is één middelaar van God en de mensen, de mens Christus Jezus (1 Tim.2:5). Het volk mocht in het geheel niet opklimmen; het werd nog verder verwijderd, tot een bewijs dat er een kloof was tussen God en het volk: de zonde. Dit alles is natuurlijk een aanstoot voor de wijzen van deze wereld. Deze willen God zelf zien. “Wat, mensen tussen mij en God!” roept Rousseau uit, “waarom spreekt God niet onmiddellijk tot mij?” Doch wij zeggen op onze beurt, “wat zou gij eraan hebben? God zelf te zien, ware uw dood. Hij zou een verterend vuur zijn. Zal God verdraaglijk voor u zijn, dan moet gij Hem menselijk, in de menselijke vorm zien. En al kwam nu Christus zelf met al de bewijzen van Zijn waarachtige Godheid tot u, zo zou gij toch zeggen: “Deze is God niet, maar een mens!” tenzij God u het hart en de ogen opende; dan zou gij in deze mens God zien.
Mozes, welke uit de hand van de Heere de wet aan Israël gaf, Elia, welke optrad als handhaver van de wet en onze Heere Jezus Christus, welke de wet volkomen vervuld heeft, hebben allen veertig dagen en nachten gevast. Mozes op de berg (Ex.34:28). Elia in de veertig dagen van de reis tot Horeb, en de Heer in de woestijn.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel