Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Gij zult geen valsH7723geruchtH8088opnemenH5375; en steltH7896 uw handH3027 niet bijH5973 den goddelozeH7563, om een getuigeH5707 tot geweldH2555 te zijnH1961.Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.
KJVThou shalt not raise2a false4report:3put6not thine hand7with the wicked9to be an unrighteous12witness.
1לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִשָּׂ֖אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3שֵׁ֣מַעH8088gerucht, tijding, gehoorbruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings4שָׁ֑וְאH7723ijdelheid, ijdellijk, vergeefsfalse(-ly), lie, lying, vain, vanity5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תָּ֤שֶׁתH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take7יָֽדְךָ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9רָשָׁ֔עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong10לִהְיֹ֖תH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11עֵ֥דH5707getuige, getuigen, Getuigewitness12חָמָֽסH2555geweld, gewelds, wrevelcruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong
2Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Gij zult de menigteH7227 tot bozeH7451 zaken nietH3808volgenH310; en gij zult nietH3808sprekenH6030 in een twistigeH5186zaakH7379, dat gij u neigtH310 naar de menigteH7227, om het recht te buigenH5186.Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen.
KJVThou shalt not follow3a multitude4to do evil;5neither shalt thou speak7in a cause9to decline10after11many12to wrest
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3אַחֲרֵֽיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4רַבִּ֖יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5לְרָעֹ֑תH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תַעֲנֶ֣הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9רִ֗בH7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit10לִנְטֹ֛תH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield11אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12רַבִּ֖יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)13לְהַטֹּֽתH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield
3Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Ook zult gij den geringeH1800nietH3808voortrekkenH1921 en zijn twistige zaakH7379.Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.
KJVNeither shalt thou countenance3a poor1man in his cause.
1וְדָ֕לH1800armen, arme, armlean, needy, poor (man), weaker2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תֶהְדַּ֖רH1921voortrekken, Praal, geeerdcountenance, crooked place, glorious, honour, put forth4בְּרִיבֽוֹH7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit
4Wanneer gij uw vijands os, of zijn dwalenden ezel, ontmoet, gij zult hem denzelven ganselijk wederbrengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Wanneer gij uw vijandsH341osH7794, ofH176 zijn dwalendenH8582ezelH2543, ontmoetH6293, gij zult hem denzelven ganselijkH7725wederbrengenH7725.Wanneer gij uw vijands os, of zijn dwalenden ezel, ontmoet, gij zult hem denzelven ganselijk wederbrengen.
KJVIf thou meet2thine enemy's4ox3or his ass6going astray,7thou shalt surely8bring it back9to him again.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תִפְגַּ֞עH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run3שׁ֧וֹרH7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))4אֹֽיִבְךָ֛H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe5א֥וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether6חֲמֹר֖וֹH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass7תֹּעֶ֑הH8582dwalen, dolen, verleid(cause to) go astray, deceive, dissemble, (cause to, make to) err, pant, seduce, (make to) stagger, (cause to) wander, be out of the way8הָשֵׁ֥בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9תְּשִׁיבֶ֖נּוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10לֽוֹ
5Wanneer gij uws haters ezel onder zijn last ziet liggen, zult gij dan nalatig zijn, om het uwe te verlaten voor hem? Gij zult het in alle manier met hem verlaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Wanneer gij uws hatersH8130ezelH2543onderH8478 zijn lastH4853zietH7200liggenH7257, zult gij dan nalatigH2308 zijn, om het uwe te verlatenH5800 voor hem? Gij zult het in alle manierH5800metH5973 hem verlatenH5800.Wanneer gij uws haters ezel onder zijn last ziet liggen, zult gij dan nalatig zijn, om het uwe te verlaten voor hem? Gij zult het in alle manier met hem verlaten.
KJVIf thou see2the ass3of him that hateth4thee lying5under his burden,7and wouldest forbear8to help9him, thou shalt surely11help
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תִרְאֶ֞הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3חֲמ֣וֹרH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass4שֹׂנַאֲךָ֗H8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly5רֹבֵץ֙H7257nederliggen, legeren, ligtcrouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit6תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with7מַשָּׂא֔וֹH4853last, opheffen, bezwaarnisburden, carry away, prophecy, [idiom] they set, song, tribute8וְחָדַלְתָּ֖H2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want9מֵעֲזֹ֣בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely10ל֑וֹ11עָזֹ֥בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely12תַּעֲזֹ֖בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely13עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
6Gij zult het recht uws armen niet buigen in zijn twistige zaak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Gij zult het rechtH4941 uws armenH34nietH3808buigenH5186 in zijn twistige zaakH7379.Gij zult het recht uws armen niet buigen in zijn twistige zaak.
KJVThou shalt not wrest2the judgment3of thy poor4in his cause.
1לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַטֶּ֛הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield3מִשְׁפַּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4אֶבְיֹנְךָ֖H34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)5בְּרִיבֽוֹH7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit
7Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zijt verreH7368 van valseH8267zakenH1697; en den onschuldigeH5355 en gerechtigeH6662 zult gij niet dodenH2026; wantH3588 Ik zal de goddelozeH7563 niet rechtvaardigenH6663.Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen.
KJVKeep thee far3from a false2matter;1and the innocent4and righteous5slay7thou not: for I will not justify10the wicked.
1מִדְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work2שֶׁ֖קֶרH8267leugen, valse, valsheidwithout a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully3תִּרְחָ֑קH7368verre, wees verre, ver(a-, be, cast, drive, get, go, keep (self), put, remove, be too, (wander), withdraw) far (away, off), loose, [idiom] refrain, very, (be) a good way (off)4וְנָקִ֤יH5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit5וְצַדִּיק֙H6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)6אַֽלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than7תַּהֲרֹ֔גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10אַצְדִּ֖יקH6663rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigencleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness)11רָשָֽׁעH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong
8Ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, en het verkeert de zaak der rechtvaardigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Ook zult gij geenH3808geschenkH7810nemenH3947; wantH3588 het geschenkH7810verblindtH5786 de ziendenH6493, en het verkeertH5557 de zaakH1697 der rechtvaardigenH6662.Ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, en het verkeert de zaak der rechtvaardigen.
KJVAnd thou shalt take3no gift:1for the gift5blindeth6the wise,7and perverteth8the words9of the righteous.
1וְשֹׁ֖חַדH7810geschenk, geschenkenbribe(-ry), gift, present, reward2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִקָּ֑חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5הַשֹּׁ֨חַד֙H7810geschenk, geschenkenbribe(-ry), gift, present, reward6יְעַוֵּ֣רH5786verblindde, verblindtblind, put out. See also H5895 (עַיִר)7פִּקְחִ֔יםH6493ziende, ziendenseeing, wise8וִֽיסַלֵּ֖ףH5557omkeren, verkeert, stortoverthrow, pervert9דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10צַדִּיקִֽיםH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)
9Gij zult ook den vreemdeling niet onderdrukken; want gij kent het gemoed des vreemdelings, dewijl gij vreemdelingen geweest zijt in Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Gij zult ook den vreemdelingH1616nietH3808onderdrukkenH3905; want gijH859kentH3045 het gemoedH5315 des vreemdelingsH1616, dewijlH3588 gij vreemdelingenH1616geweestH1961 zijt in EgyptelandH776.Gij zult ook den vreemdeling niet onderdrukken; want gij kent het gemoed des vreemdelings, dewijl gij vreemdelingen geweest zijt in Egypteland.
KJVAlso thou shalt not oppress3a stranger:1for ye know5the heart7of a stranger,8seeing9ye were strangers10in the land12of Egypt.
1וְגֵ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3תִלְחָ֑ץH3905dringt, drongen, klemdeafflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self4וְאַתֶּ֗םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5יְדַעְתֶּם֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נֶ֣פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it8הַגֵּ֔רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10גֵרִ֥יםH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger11הֱיִיתֶ֖םH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
10Gij zult ook zes jaar uw land bezaaien, en deszelfs inkomst verzamelen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Gij zult ook zesH8337jaarH8141 uw landH776bezaaienH2232, en deszelfs inkomstH8393verzamelenH622;Gij zult ook zes jaar uw land bezaaien, en deszelfs inkomst verzamelen;
KJVAnd six1years2thou shalt sow3thy land,5and shalt gather6in the fruits
1וְשֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2שָׁנִ֖יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)3תִּזְרַ֣עH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אַרְצֶ֑ךָH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6וְאָסַפְתָּ֖H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תְּבוּאָתָֽהּH8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue
11Maar in het zevende zult gij het rusten en stil liggen laten, dat de armen uws volks mogen eten, en het overige daarvan de beesten des velds eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard, en met uw olijfbomen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar in het zevendeH7637 zult gij het rustenH8058 en stil liggenH5203 laten, dat de armenH34 uws volksH5971 mogen etenH398, en het overigeH3499 daarvan de beestenH2416 des veldsH7704etenH398 mogen; alzoH3651 zult gij ook doenH6213 met uw wijngaardH3754, en met uw olijfbomenH2132.Maar in het zevende zult gij het rusten en stil liggen laten, dat de armen uws volks mogen eten, en het overige daarvan de beesten des velds eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard, en met uw olijfbomen.
KJVBut the seventh1year thou shalt let it rest2and lie3still; that the poor5of thy people6may eat:4and what they leave7the beasts9of the field10shall eat.8In like manner thou shalt deal12with thy vineyard,13and with thy oliveyard.
1וְהַשְּׁבִיעִ֞תH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)2תִּשְׁמְטֶ֣נָּהH8058struikelden, Stoot neder, aflatendiscontinue, overthrow, release, let rest, shake, stumble, throw down3וּנְטַשְׁתָּ֗הּH5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer4וְאָֽכְלוּ֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5אֶבְיֹנֵ֣יH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)6עַמֶּ֔ךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וְיִתְרָ֕םH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with8תֹּאכַ֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9חַיַּ֣תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop10הַשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild11כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12תַּעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לְכַרְמְךָ֖H3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)14לְזֵיתֶֽךָH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet
12Zes dagen zult gij uw werken doen; maar op den zevenden dag zult gij rusten; opdat uw os en uw ezel ruste, en dat de zoon uwer dienstmaagd en de vreemdeling adem scheppe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12ZesH8337dagenH3117 zult gij uw werkenH4639doenH6213; maar op den zevendenH7637dagH3117 zult gij rustenH7673; opdatH4616 uw osH7794 en uw ezelH2543rusteH5117, en dat de zoonH1121 uwer dienstmaagdH519 en de vreemdelingH1616adem scheppeH5314.Zes dagen zult gij uw werken doen; maar op den zevenden dag zult gij rusten; opdat uw os en uw ezel ruste, en dat de zoon uwer dienstmaagd en de vreemdeling adem scheppe.
KJVSix1days2thou shalt do3thy work,4and on the seventh6day5thou shalt rest:7that thine ox10and thine ass11may rest,9and the son13of thy handmaid,14and the stranger,15may be refreshed.
1שֵׁ֤שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2יָמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תַּעֲשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4מַעֲשֶׂ֔יךָH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought5וּבַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשְּׁבִיעִ֖יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7תִּשְׁבֹּ֑תH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away8לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9יָנ֗וּחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)10שֽׁוֹרְךָ֙H7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))11וַחֲמֹרֶ֔ךָH2543ezel, ezelen, ezels(he) ass12וְיִנָּפֵ֥שׁH5314adem scheppe, verkwikt, verkwikte(be) refresh selves (-ed)13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14אֲמָתְךָ֖H519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)15וְהַגֵּֽרH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger
13In alles, wat Ik tot ulieden gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; en den naam van andere goden zult gij niet gedenken; uit uw mond zal hij niet gehoord worden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13In allesH3605, watH834 Ik totH413 ulieden gezegdH559 heb, zult gij opH5921 uw hoedeH8104 zijn; en den naamH8034 van andere godenH430 zult gij nietH3808gedenkenH2142; uit uw mondH6310 zal hij nietH3808gehoordH8085 worden!In alles, wat Ik tot ulieden gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; en den naam van andere goden zult gij niet gedenken; uit uw mond zal hij niet gehoord worden!
KJVAnd in all things that I have said3unto you be circumspect:5and make no mention10of the name6of other8gods,7neither let it be heard12out13of thy mouth.
1וּבְכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3אָמַ֥רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲלֵיכֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5תִּשָּׁמֵ֑רוּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)6וְשֵׁ֨םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7אֱלֹהִ֤יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲחֵרִים֙H312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תַזְכִּ֔ירוּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִשָּׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14פִּֽיךָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
14Drie reizen in het jaar zult gij Mij feest houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14DrieH7969reizenH7272 in het jaarH8141 zult gij Mij feest houdenH2287.Drie reizen in het jaar zult gij Mij feest houden.
KJVThree1times2thou shalt keep a feast3unto me in the year.
1שָׁלֹ֣שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)2רְגָלִ֔יםH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time3תָּחֹ֥גH2287vieren, feest houden, dansencelebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro4לִ֖י5בַּשָּׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
15Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Het feestH2282 van de ongezuurdeH4682 broden zult gij houdenH8104; zevenH7651dagenH3117 zult gij ongezuurdeH4682 broden etenH398 (gelijk Ik u gebodenH6680 heb), ter bestemder tijdH4150 in de maandH2320AbibH24, want in dezelve zijt gij uit EgypteH4714getogenH3318; doch men zal nietH3808ledigH7387 voor Mijn aangezichtH6440verschijnenH7200.Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.
KJVThou shalt keep4the feast2of unleavened bread:3(thou shalt eat7unleavened bread8seven5days,6as I commanded10thee, in the time appointed11of the month12Abib;13for in it thou camest out16from Egypt:17and none shall appear19before20me empty:)
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2חַ֣גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity3הַמַּצּוֹת֮H4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven4תִּשְׁמֹר֒H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)5שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6יָמִים֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7תֹּאכַ֨לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8מַצּ֜וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven9כַּֽאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוִּיתִ֗ךָH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11לְמוֹעֵד֙H4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)12חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon13הָֽאָבִ֔יבH24Abib, aar, groene arenAbib, ear, green ears of corn (not maize)14כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15ב֖וֹ16יָצָ֣אתָH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17מִמִּצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim18וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יֵרָא֥וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions20פָנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you21רֵיקָֽםH7387ledig, oorzaakwithout cause, empty, in vain, void
16En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het feestH2282 des oogstesH7105, der eerste vruchtenH1061 van uw arbeidH4639, dieH834 gij op het veldH7704gezaaidH2232 zult hebben. En het feestH2282 der inzamelingH614, op den uitgangH3318 des jaarsH8141, wanneer gij uw arbeidH4639uitH4480 het veldH7704 zult ingezameldH622 hebben.En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.
KJVAnd the feast1of harvest,2the firstfruits3of thy labours,4which thou hast sown6in the field:7and the feast8of ingathering,9which is in the end10of the year,11when thou hast gathered12in thy labours14out of the field.
1וְחַ֤גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity2הַקָּצִיר֙H7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)3בִּכּוּרֵ֣יH1061eerste vruchten, eerstelingen, feest eerstelingenfirst fruit (-ripe (figuratively)), hasty fruit4מַעֲשֶׂ֔יךָH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6תִּזְרַ֖עH2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield7בַּשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild8וְחַ֤גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity9הָֽאָסִף֙H614inzamelingingathering10בְּצֵ֣אתH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11הַשָּׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12בְּאָסְפְּךָ֥H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw13אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מַעֲשֶׂ֖יךָH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought15מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16הַשָּׂדֶֽהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild
17Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17DrieH7969malenH6471 des jaarsH8141 zullen alH3605 uw mannenH2138 voor het aangezichtH6440 des HeerenH113HEERENH3068verschijnenH7200.Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen.
KJVThree1times2in the year3all thy males6shall appear4before8the Lord9GOD.
1שָׁלֹ֥שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)2פְּעָמִ֖יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel3בַּשָּׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4יֵרָאֶה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6זְכ֣וּרְךָ֔H2138mannelijk, mannenmales, men-children7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8פְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9הָאָדֹ֥ןH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'10יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
18Gij zult het bloed Mijns offers met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij zult het bloedH1818 Mijns offersH2077 met geen gedesemdeH2557 broden offerenH2076; ook zal het vetteH2459 Mijns feestesH2282totH5704opH5921 den morgenH1242 niet vernachtenH3885.Gij zult het bloed Mijns offers met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten.
KJVThou shalt not offer2the blood5of my sacrifice6with leavened bread;4neither shall the fat9of my sacrifice10remain8until the morning.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִזְבַּ֥חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4חָמֵ֖ץH2557gedesemde, gedesemd, desemleaven, leavened (bread)5דַּםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6זִבְחִ֑יH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice7וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָלִ֥יןH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)9חֵֽלֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow10חַגִּ֖יH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12בֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
19De eerstelingen der eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19De eerstelingenH7225 der eerste vruchtenH1061 uws landsH127 zult gij in het huisH1004 des HEERENH3068 uws GodsH430brengenH935. Gij zult het bokjeH1423nietH3808kokenH1310 in de melkH2461 zijner moederH517.De eerstelingen der eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.
KJVThe first1of the firstfruits2of thy land3thou shalt bring4into the house5of the LORD6thy God.7Thou shalt not seethe9a kid10in his mother's12milk.
1רֵאשִׁ֗יתH7225eerstelingen, begin, beginselbeginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing2בִּכּוּרֵי֙H1061eerste vruchten, eerstelingen, feest eerstelingenfirst fruit (-ripe (figuratively)), hasty fruit3אַדְמָ֣תְךָ֔H127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land4תָּבִ֕יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5בֵּ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תְבַשֵּׁ֥לH1310koken, gezoden, gekooktbake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden)10גְּדִ֖יH1423bokje, geitenbokje, geitenbokkid11בַּחֲלֵ֥בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking12אִמּֽוֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting
20Ziet, Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20ZietH2009, IkH595zendeH7971 een EngelH4397 voor uw aangezichtH6440, om u te behoedenH8104 op dezen wegH1870, en om u te brengenH935totH413 de plaatsH4725, dieH834 Ik bereidH3559 heb.Ziet, Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.
KJVBehold, I send3an Angel4before5thee, to keep6thee in the way,7and to bring8thee into the place10which I have prepared.
1הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see2אָנֹכִ֜יH595ik, mijI, me, [idiom] which3שֹׁלֵ֤חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4מַלְאָךְ֙H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6לִשְׁמָרְךָ֖H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7בַּדָּ֑רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8וְלַהֲבִ֣יאֲךָ֔H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הֲכִנֹֽתִיH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed
21Hoedt u voor Zijn aangezicht, en weest Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtredingen niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21HoedtH8104 u voor Zijn aangezichtH6440, en weest Zijner stemH6963gehoorzaamH8085, en verbittertH4843 Hem niet; wantH3588 Hij zal ulieder overtredingenH6588 niet vergevenH5375; wantH3588 Mijn NaamH8034 is in het binnensteH7130 van Hem.Hoedt u voor Zijn aangezicht, en weest Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtredingen niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.
KJVBeware1of2him, and obey3his voice,4provoke6him not; for he will not pardon10your transgressions:11for my name13is in him.
1הִשָּׁ֧מֶרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2מִפָּנָ֛יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3וּשְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4בְּקֹל֖וֹH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תַּמֵּ֣רH4843bitter, bitterheid aangedaan, verbitterd(be, be in, deal, have, make) bitter(-ly, -ness), be moved with choler, (be, have sorely, it) grieved(-eth), provoke, vex7בּ֑וֹ8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יִשָּׂא֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11לְפִשְׁעֲכֶ֔םH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13שְׁמִ֖יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report14בְּקִרְבּֽוֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
22Maar zo gij Zijner stem naarstiglijk gehoorzaamt, en doet al wat Ik spreken zal, zo zal Ik uwer vijanden vijand, en uwer wederpartijders wederpartij zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22MaarH3588 zo gij Zijner stemH6963naarstiglijkH8085gehoorzaamtH8085, en doetH6213alH3605watH834 Ik sprekenH1696 zal, zo zal Ik uwer vijandenH341vijandH340, en uwer wederpartijdersH6696wederpartijH6887 zijn.Maar zo gij Zijner stem naarstiglijk gehoorzaamt, en doet al wat Ik spreken zal, zo zal Ik uwer vijanden vijand, en uwer wederpartijders wederpartij zijn.
KJVBut if thou shalt indeed3obey4his voice,5and do6all that I speak;9then I will be an enemy10unto thine enemies,12and an adversary15unto thine adversaries.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3שָׁמֹ֤עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4תִּשְׁמַע֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5בְּקֹל֔וֹH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell6וְעָשִׂ֕יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אֲדַבֵּ֑רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work10וְאָֽיַבְתִּי֙H340vijandbe an enemy11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֹ֣יְבֶ֔יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe13וְצַרְתִּ֖יH6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15צֹרְרֶֽיךָH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex
23Want Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan, en Hij zal u inbrengen tot de Amorieten, en Hethieten, en Ferezieten, en Kanaanieten, Hevieten, en Jebusieten; en Ik zal hen verdelgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23WantH3588 Mijn EngelH4397 zal voor uw aangezichtH6440gaanH3212, en Hij zal u inbrengenH935totH413 de AmorietenH567, en HethietenH2850, en FerezietenH6522, en KanaanietenH3669, HevietenH2340, en JebusietenH2983; en Ik zal hen verdelgenH3582.Want Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan, en Hij zal u inbrengen tot de Amorieten, en Hethieten, en Ferezieten, en Kanaanieten, Hevieten, en Jebusieten; en Ik zal hen verdelgen.
KJVFor mine Angel3shall go2before4thee, and bring5thee in unto the Amorites,7and the Hittites,8and the Perizzites,9and the Canaanites,10the Hivites,11and the Jebusites:12and I will cut them off.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יֵלֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3מַלְאָכִי֮H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4לְפָנֶיךָ֒H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וֶהֱבִֽיאֲךָ֗H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָֽאֱמֹרִי֙H567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite8וְהַ֣חִתִּ֔יH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities9וְהַפְּרִזִּי֙H6522Ferezieten, FerezietPerizzite10וְהַֽכְּנַעֲנִ֔יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker11הַחִוִּ֖יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite12וְהַיְבוּסִ֑יH2983Jebusieten, Jebusiet, JebusiJebusite(-s)13וְהִכְחַדְתִּֽיוH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide
24Gij zult u voor hun goden niet buigen, noch hen dienen; ook zult gij naar hun werken niet doen; maar gij zult ze geheel afbreken, en hun opgerichte beelden ganselijk vermorzelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Gij zult u voor hun godenH430 niet buigenH7812, noch hen dienenH5647; ook zult gij naar hun werkenH4639 niet doenH6213; maarH3588 gij zult ze geheelH2040afbrekenH2040, en hun opgerichte beeldenH4676ganselijkH7665vermorzelenH7665.Gij zult u voor hun goden niet buigen, noch hen dienen; ook zult gij naar hun werken niet doen; maar gij zult ze geheel afbreken, en hun opgerichte beelden ganselijk vermorzelen.
KJVThou shalt not bow down2to their gods,3nor serve5them, nor do7after their works:8but thou shalt utterly10overthrow11them, and quite12break down13their images.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִשְׁתַּחֲוֶ֤הH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship3לֵאלֹֽהֵיהֶם֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תָֽעָבְדֵ֔םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,6וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תַעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8כְּמַֽעֲשֵׂיהֶ֑םH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought9כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10הָרֵס֙H2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly11תְּהָ֣רְסֵ֔םH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly12וְשַׁבֵּ֥רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))13תְּשַׁבֵּ֖רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))14מַצֵּבֹתֵיהֶֽםH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar
25En gij zult den HEERE uw God dienen, zo zal Hij uw brood en uw water zegenen; en Ik zal de krankheden uit het midden van u weren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En gij zult den HEEREH3068 uw GodH430dienenH5647, zo zal Hij uw broodH3899 en uw waterH4325zegenenH1288; en Ik zal de krankhedenH4245 uit het middenH7130 van u werenH5493.En gij zult den HEERE uw God dienen, zo zal Hij uw brood en uw water zegenen; en Ik zal de krankheden uit het midden van u weren.
KJVAnd ye shall serve1the LORD3your God,4and he shall bless5thy bread,7and thy water;9and I will take10sickness11awayfrom the midst
1וַעֲבַדְתֶּ֗םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,2אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹֽהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וּבֵרַ֥ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank6אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לַחְמְךָ֖H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֵימֶ֑יךָH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))10וַהֲסִרֹתִ֥יH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without11מַחֲלָ֖הH4245krankheid, krankhedendisease, infirmity, sickness12מִקִּרְבֶּֽךָH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
26Er zal geen misdrachtige, noch onvruchtbare in uw land zijn; Ik zal het getal uwer dagen vervullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Er zal geen misdrachtigeH7921, noch onvruchtbareH6135 in uw landH776zijnH1961; Ik zal het getalH4557 uwer dagenH3117vervullenH4390.Er zal geen misdrachtige, noch onvruchtbare in uw land zijn; Ik zal het getal uwer dagen vervullen.
KJVThere shall nothing cast their young,3nor be barren,4in thy land:5the number7of thy days8I will fulfil.
1לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִהְיֶ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3מְשַׁכֵּלָ֥הH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil4וַעֲקָרָ֖הH6135onvruchtbaar, onvruchtbare, man([idiom] male or female) barren (woman)5בְּאַרְצֶ֑ךָH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִסְפַּ֥רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time8יָמֶ֖יךָH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9אֲמַלֵּֽאH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly
27Ik zal Mijn schrik voor uw aangezicht zenden, en al het volk, tot hetwelk gij komt, versaagd maken; en Ik zal maken, dat al uw vijanden u den nek toekeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Ik zal Mijn schrikH367 voor uw aangezichtH6440zendenH7971, en alH3605 het volkH5971, totH413hetwelkH834 gij komtH935, versaagdH2000 maken; en Ik zal maken, dat alH3605 uw vijandenH341 u den nek toekerenH6203.Ik zal Mijn schrik voor uw aangezicht zenden, en al het volk, tot hetwelk gij komt, versaagd maken; en Ik zal maken, dat al uw vijanden u den nek toekeren.
KJVI will send3my fear2before4thee, and will destroy5all the people8to whom thou shalt come,10and I will make12all thine enemies15turn their backs
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2אֵֽימָתִי֙H367verschrikking, schrik, verschrikkingendread, fear, horror, idol, terrible, terror3אֲשַׁלַּ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וְהַמֹּתִי֙H2000verschrikte, verslaan, breektbreak, consume, crush, destroy, discomfit, trouble, vex6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10תָּבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11בָּהֶ֑ם12וְנָתַתִּ֧יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אֹיְבֶ֛יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe16אֵלֶ֖יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17עֹֽרֶףH6203nek, hardnekkig, nek toekerenback ((stiff-) neck((-ed)
28Ik zal ook horzelen voor uw aangezicht zenden; die zullen van voor uw aangezicht uitstoten de Hevieten, de Kanaanieten en de Hethieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Ik zal ook horzelenH6880 voor uw aangezichtH6440zendenH7971; die zullen van voor uw aangezichtH6440uitstotenH1644 de HevietenH2340, de KanaanietenH3669 en de HethietenH2850.Ik zal ook horzelen voor uw aangezicht zenden; die zullen van voor uw aangezicht uitstoten de Hevieten, de Kanaanieten en de Hethieten.
KJVAnd I will send1hornets3before4thee, which shall drive out5the Hivite,7the Canaanite,9and the Hittite,11from before
1וְשָׁלַחְתִּ֥יH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַצִּרְעָ֖הH6880horzelenhornet4לְפָנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וְגֵרְשָׁ֗הH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַחִוִּ֧יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַֽכְּנַעֲנִ֛יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַחִתִּ֖יH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities12מִלְּפָנֶֽיךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
29Ik zal hen in een jaar van uw aangezicht niet uitstoten, opdat het land niet woest worde, en het wild gedierte boven u niet vermenigvuldigd worde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Ik zal hen in eenH259jaarH8141 van uw aangezichtH6440nietH3808uitstotenH1644, opdat het landH776 niet woestH8077 worde, en het wildH2416gedierteH7704bovenH5921 u niet vermenigvuldigdH7227 worde.Ik zal hen in een jaar van uw aangezicht niet uitstoten, opdat het land niet woest worde, en het wild gedierte boven u niet vermenigvuldigd worde.
KJVI will not drive them out2from before3thee in one5year;4lest the land8become desolate,9and the beast12of the field13multiply
1לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אֲגָרְשֶׁ֛נּוּH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out3מִפָּנֶ֖יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4בְּשָׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5אֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not7תִּהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9שְׁמָמָ֔הH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste10וְרַבָּ֥הH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)11עָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12חַיַּ֥תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop13הַשָּׂדֶֽהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild
30Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Ik zal hen allengskensH4592 van uw aangezichtH6440uitstotenH1644, totdatH5704 gij gewassenH6509 zijt en het landH776erftH5157.Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.
KJVBy little1and little2I will drive them out3from before4thee, until thou be increased,7and inherit8the land.
1מְעַ֥טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very2מְעַ֛טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very3אֲגָרְשֶׁ֖נּוּH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out4מִפָּנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7תִּפְרֶ֔הH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase8וְנָחַלְתָּ֖H5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
31En Ik zal uw landpalen zetten van de zee Suf tot aan de zee der Filistijnen, en van de woestijn tot aan de rivier; want Ik zal de inwoners van dat land in uw hand geven, dat gij hen voor uw aangezicht uitstoot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En Ik zal uw landpalenH1366zettenH7896 van de zeeH3220SufH5488 tot aanH5704 de zeeH3220 der FilistijnenH6430, en van de woestijnH4057 tot aanH5704 de rivierH5104; want Ik zal de inwonersH3427 van dat landH776 in uw handH3027gevenH5414, dat gij hen voor uw aangezichtH6440uitstootH1644.En Ik zal uw landpalen zetten van de zee Suf tot aan de zee der Filistijnen, en van de woestijn tot aan de rivier; want Ik zal de inwoners van dat land in uw hand geven, dat gij hen voor uw aangezicht uitstoot.
KJVAnd I will set1thy bounds3from the Red5sea4even unto the sea7of the Philistines,8and from the desert9unto the river:11for I will deliver13the inhabitants16of the land17into your hand;14and thou shalt drive them out18before
1וְשַׁתִּ֣יH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3גְּבֻלְךָ֗H1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space4מִיַּםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)5סוּף֙H5488Schelfzee, biezen, Sufflag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)6וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7יָ֣םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)8פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine9וּמִמִּדְבָּ֖רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַנָּהָ֑רH5104rivier, rivieren, stromenflood, river12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14בְּיֶדְכֶ֗םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18וְגֵרַשְׁתָּ֖מוֹH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out19מִפָּנֶֽיךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
32Gij zult met hen, noch met hun goden, een verbond maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Gij zult met hen, nochH3808 met hun godenH430, een verbondH1285 maken.Gij zult met hen, noch met hun goden, een verbond maken.
KJVThou shalt make2no covenant5with them, nor with their gods.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִכְרֹ֥תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want3לָהֶ֛ם4וְלֵאלֹֽהֵיהֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5בְּרִֽיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
33Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen; indien gij hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Zij zullen in uw landH776nietH3808wonenH3427, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigenH2398; indienH3588 gij hun godenH430dientH5647, het zal u voorzeker tot een valstrikH4170zijnH1961.Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen; indien gij hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik zijn.
KJVThey shall not dwell2in thy land,3lest they make thee sin5against me: for if thou serve9their gods,11it will surely be a snare
1לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יֵשְׁבוּ֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3בְּאַרְצְךָ֔H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not5יַחֲטִ֥יאוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass6אֹתְךָ֖H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לִ֑י8כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9תַעֲבֹד֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אֱלֹ֣הֵיהֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14לְךָ֖15לְמוֹקֵֽשׁH4170strik, strikken, valstrikbe ensnared, gin, (is) snare(-d), trap
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 23:1— Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.Psalmen 101:5→Psalmen 35:11→Spreuken 19:5→Exodus 20:16→Leviticus 19:11→Deuteronomium 5:20→Deuteronomium 19:16→Exodus 23:7→
Exodus 23:2— Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen.Exodus 23:6→Leviticus 19:15→Spreuken 1:10→Spreuken 1:15→Exodus 32:1→Job 31:34→Deuteronomium 1:17→Jozua 24:15→
Exodus 23:3— Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.Leviticus 19:15→Deuteronomium 1:17→Jakobus 3:17→Psalmen 82:2→
Exodus 23:4— Wanneer gij uw vijands os, of zijn dwalenden ezel, ontmoet, gij zult hem denzelven ganselijk wederbrengen.Deuteronomium 22:1→1 Thessalonicenzen 5:15→Spreuken 25:21→Mattheüs 5:44→Job 31:29→Lukas 6:27→Romeinen 12:17→Spreuken 24:17→
Exodus 23:5— Wanneer gij uws haters ezel onder zijn last ziet liggen, zult gij dan nalatig zijn, om het uwe te verlaten voor hem? Gij zult het in alle manier met hem verlaten.Deuteronomium 22:4→
Exodus 23:6— Gij zult het recht uws armen niet buigen in zijn twistige zaak.Jeremia 5:28→Exodus 23:2→Maleachi 3:5→Jesaja 10:1→Leviticus 19:15→Deuteronomium 27:19→Prediker 5:8→Deuteronomium 16:19→
Exodus 23:7— Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen.Exodus 34:7→Deuteronomium 27:25→Efeze 4:25→Exodus 23:1→Romeinen 1:18→Leviticus 19:11→Nahum 1:3→Spreuken 4:14→
Exodus 23:8— Ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, en het verkeert de zaak der rechtvaardigen.Deuteronomium 16:19→Spreuken 17:23→Jesaja 5:23→Spreuken 15:27→1 Samuël 8:3→Spreuken 17:8→Psalmen 26:10→Spreuken 19:4→
Exodus 23:9— Gij zult ook den vreemdeling niet onderdrukken; want gij kent het gemoed des vreemdelings, dewijl gij vreemdelingen geweest zijt in Egypteland.Exodus 22:21→Deuteronomium 27:19→Psalmen 94:6→Deuteronomium 24:14→Exodus 21:21→Deuteronomium 10:19→Hebreeën 2:17→Mattheüs 18:33→
Exodus 23:10— Gij zult ook zes jaar uw land bezaaien, en deszelfs inkomst verzamelen;Leviticus 25:3→
Exodus 23:11— Maar in het zevende zult gij het rusten en stil liggen laten, dat de armen uws volks mogen eten, en het overige daarvan de beesten des velds eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard, en met uw olijfbomen.Leviticus 25:11→Leviticus 25:22→Leviticus 26:34→Leviticus 25:2→Leviticus 25:20→
Exodus 23:12— Zes dagen zult gij uw werken doen; maar op den zevenden dag zult gij rusten; opdat uw os en uw ezel ruste, en dat de zoon uwer dienstmaagd en de vreemdeling adem scheppe.Exodus 20:8→Lukas 13:14→Exodus 31:15→Exodus 35:3→Jesaja 58:3→Exodus 34:21→Deuteronomium 5:13→
Exodus 23:13— In alles, wat Ik tot ulieden gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; en den naam van andere goden zult gij niet gedenken; uit uw mond zal hij niet gehoord worden!1 Timotheüs 4:16→Jozua 23:7→Deuteronomium 4:9→Hosea 2:17→Psalmen 16:4→Jozua 22:5→Zacharia 13:2→Deuteronomium 12:3→
Exodus 23:14— Drie reizen in het jaar zult gij Mij feest houden.Deuteronomium 16:16→Leviticus 23:16→Exodus 23:17→Leviticus 23:34→Exodus 34:22→Leviticus 23:5→
Exodus 23:15— Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.Exodus 34:20→Deuteronomium 16:16→Numeri 28:16→Leviticus 23:10→Exodus 12:43→2 Koningen 23:21→Exodus 12:14→Markus 14:12→
Exodus 23:16— En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.Exodus 34:22→Leviticus 23:9→Leviticus 23:34→Zacharia 14:16→Numeri 28:26→Johannes 7:37→Deuteronomium 16:9→Numeri 29:12→
Exodus 23:17— Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen.Deuteronomium 16:16→Exodus 34:23→Deuteronomium 12:5→Exodus 23:14→Psalmen 84:7→Deuteronomium 31:11→Lukas 2:42→
Exodus 23:18— Gij zult het bloed Mijns offers met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten.Leviticus 2:11→Deuteronomium 16:4→Exodus 34:25→Exodus 12:8→Exodus 12:10→Exodus 12:15→Leviticus 7:15→Leviticus 7:12→
Exodus 23:19— De eerstelingen der eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.Exodus 34:26→Deuteronomium 14:21→Deuteronomium 26:10→Exodus 22:29→Nehemia 10:35→Numeri 18:12→Deuteronomium 26:2→1 Korinthe 15:20→
Exodus 23:20— Ziet, Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.Exodus 14:19→Exodus 32:34→Exodus 33:14→Jesaja 63:9→Exodus 33:2→Mattheüs 25:34→Exodus 3:2→Jozua 5:13→
Exodus 23:21— Hoedt u voor Zijn aangezicht, en weest Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtredingen niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.Psalmen 78:56→Psalmen 78:40→Exodus 3:14→Hebreeën 12:25→Numeri 14:11→Exodus 34:5→Exodus 32:34→Johannes 10:38→
Exodus 23:22— Maar zo gij Zijner stem naarstiglijk gehoorzaamt, en doet al wat Ik spreken zal, zo zal Ik uwer vijanden vijand, en uwer wederpartijders wederpartij zijn.Genesis 12:3→Deuteronomium 30:7→Numeri 24:9→Jeremia 30:20→Handelingen 9:4→Zacharia 2:8→
Exodus 23:23— Want Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan, en Hij zal u inbrengen tot de Amorieten, en Hethieten, en Ferezieten, en Kanaanieten, Hevieten, en Jebusieten; en Ik zal hen verdelgen.Exodus 23:20→Jozua 24:8→Genesis 15:19→Exodus 3:17→Jesaja 5:13→Genesis 34:2→Exodus 32:2→
Exodus 23:24— Gij zult u voor hun goden niet buigen, noch hen dienen; ook zult gij naar hun werken niet doen; maar gij zult ze geheel afbreken, en hun opgerichte beelden ganselijk vermorzelen.Exodus 20:5→Numeri 33:52→Deuteronomium 12:3→Deuteronomium 12:30→Deuteronomium 7:5→Leviticus 18:3→Exodus 34:13→Exodus 32:20→
Exodus 23:25— En gij zult den HEERE uw God dienen, zo zal Hij uw brood en uw water zegenen; en Ik zal de krankheden uit het midden van u weren.Deuteronomium 7:15→Deuteronomium 6:13→Deuteronomium 7:13→Deuteronomium 10:12→Jozua 22:5→Mattheüs 4:10→Exodus 15:26→1 Samuël 12:20→
Exodus 23:26— Er zal geen misdrachtige, noch onvruchtbare in uw land zijn; Ik zal het getal uwer dagen vervullen.Deuteronomium 7:14→Job 5:26→Psalmen 55:23→Psalmen 107:38→Psalmen 144:13→Jesaja 65:20→Job 21:10→Maleachi 3:10→
Exodus 23:27— Ik zal Mijn schrik voor uw aangezicht zenden, en al het volk, tot hetwelk gij komt, versaagd maken; en Ik zal maken, dat al uw vijanden u den nek toekeren.Deuteronomium 2:25→Deuteronomium 7:23→Genesis 35:5→Psalmen 18:40→Exodus 15:14→Jozua 2:9→1 Samuël 14:15→Deuteronomium 11:25→
Exodus 23:28— Ik zal ook horzelen voor uw aangezicht zenden; die zullen van voor uw aangezicht uitstoten de Hevieten, de Kanaanieten en de Hethieten.Deuteronomium 7:20→Jozua 24:11→
Exodus 23:29— Ik zal hen in een jaar van uw aangezicht niet uitstoten, opdat het land niet woest worde, en het wild gedierte boven u niet vermenigvuldigd worde.Deuteronomium 7:22→Richteren 3:1→Jozua 16:10→Jozua 17:12→Jozua 15:63→
Exodus 23:31— En Ik zal uw landpalen zetten van de zee Suf tot aan de zee der Filistijnen, en van de woestijn tot aan de rivier; want Ik zal de inwoners van dat land in uw hand geven, dat gij hen voor uw aangezicht uitstoot.Deuteronomium 11:24→Genesis 15:18→Jozua 21:44→Jozua 1:4→1 Koningen 4:21→Richteren 1:4→1 Koningen 4:24→Richteren 11:21→
Exodus 23:32— Gij zult met hen, noch met hun goden, een verbond maken.Deuteronomium 7:2→Exodus 34:12→Exodus 34:15→2 Korinthe 6:15→Deuteronomium 7:16→2 Samuël 21:1→Numeri 25:1→Jozua 9:14→
Exodus 23:33— Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen; indien gij hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik zijn.Psalmen 106:36→Deuteronomium 7:16→Richteren 2:3→Exodus 34:12→Jozua 23:13→Deuteronomium 12:30→1 Samuël 18:21→2 Timotheüs 2:26→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 23 vers 1— Gij zult geen vals gerucht opnemen; en stelt uw hand niet bij den goddeloze, om een getuige tot geweld te zijn.
vals gerucht
Hebreeuws, gerucht der leugens, of, horing der valsheid.
Hertaald:vals gerucht
Hebreeuws: gerucht van leugens, of horen van valsheid.
Hertaald:opnemen;
Ook mogelijk: aannemen, verspreiden, uitstrooien.
stelt uw hand niet bij den goddeloze,
Dat is, vergezelt u niet, noch vervoegt u bij de boze mensen, om hen te helpen uitvoeren hun kwade zaak.
Hertaald:stelt uw hand niet bij den goddeloze,
Dat is: sluit u niet aan bij, en voegt u niet bij boosdoeners, om hen te helpen bij hun kwade zaak.
tot geweld te zijn
Hebreeuws, des gewelds.
Hertaald:tot geweld te zijn
Hebreeuws: van het geweld.
Exodus 23 vers 2— Gij zult de menigte tot boze zaken niet volgen; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen.
menigte tot boze zaken niet volgen;
Hebreeuws, velen; anders, machtigen, groten, geweldigen.
Hertaald:menigte tot boze zaken niet volgen;
Hebreeuws: velen; ook mogelijk: machtigen, groten, invloedrijken.
Exodus 23 vers 3— Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.
voortrekken en zijn twistige zaak
Hebreeuws, heerlijk maken, versieren.
Hertaald:voortrekken en zijn twistige zaak
Hebreeuws: verheerlijken, versieren.
Exodus 23 vers 4— Wanneer gij uw vijands os, of zijn dwalenden ezel, ontmoet, gij zult hem denzelven ganselijk wederbrengen.
Exodus 23 vers 5— Wanneer gij uws haters ezel onder zijn last ziet liggen, zult gij dan nalatig zijn, om het uwe te verlaten voor hem? Gij zult het in alle manier met hem verlaten.
zult gij dan nalatig zijn,
Anders, gij zult u onthouden hem dien daar te laten, en verlatende zult hem verlaten met hem; dat is, niet eerder dan hij hem verlaat.
Hertaald:zult gij dan nalatig zijn,
Ook mogelijk: u zult zich ervan onthouden hem daar te laten, en zult hem, verlatend, verlaten met hem; dat is: niet eerder dan hijzelf hem verlaat.
Gij zult het in alle manier
Hebreeuws, verlatende zult gij verlaten; anders, gij zult het op alle manieren met hem oprichten; vergelijk Neh. 3:8, en Neh. 4:2.
Hertaald:Gij zult het in alle manier
Hebreeuws: verlatend zult u verlaten; ook mogelijk: u zult het op alle manieren met hem in orde brengen; vergelijk Neh. 3:8 en Neh. 4:2.
met hem verlaten
Dat is, gelijk hij zijn zaken moet verlaten om zijn ezel te redden, alzo zult gij ook zijnenthalve het uwe verzuimen.
Hertaald:met hem verlaten
Dat is: zoals hij zijn zaken moet laten liggen om zijn ezel te redden, zo zult ook u ter wille van hem het uwe verzuimen.
Exodus 23 vers 6— Gij zult het recht uws armen niet buigen in zijn twistige zaak.
Gij zult het recht uws armen niet buigen
Te weten, gij die rechters des volks zijt.
Hertaald:Gij zult het recht uws armen niet buigen
Namelijk: u die rechters van het volk bent.
Exodus 23 vers 7— Zijt verre van valse zaken; en den onschuldige en gerechtige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen.
zaken;
Of, woorden.
Hertaald:zaken;
Of: woorden.
zult gij niet doden;
Dat is, ter dood verwijzen, want hij spreekt hier de magistraten aan.
Hertaald:zult gij niet doden;
Dat is: ter dood veroordelen, want hij spreekt hier de overheden aan.
goddeloze niet rechtvaardigen
Te weten, een goddelozen, onrechtvaardigen rechter, die een onrechtvaardig oordeel over een onschuldig mens uitspreekt.
Hertaald:goddeloze niet rechtvaardigen
Namelijk: een goddeloze, onrechtvaardige rechter, die een onrechtvaardig oordeel over een onschuldig mens uitspreekt.
Exodus 23 vers 8— Ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, en het verkeert de zaak der rechtvaardigen.
geen geschenk nemen;
Te weten, van personen, die voor het gericht pleiten, of iets te doen hebben.
Hertaald:geen geschenk nemen;
Namelijk: van personen die voor het gerecht pleiten of iets te verhandelen hebben.
zaak der rechtvaardigen
Of, woorden.
Hertaald:zaak der rechtvaardigen
Of: woorden.
Exodus 23 vers 9— Gij zult ook den vreemdeling niet onderdrukken; want gij kent het gemoed des vreemdelings, dewijl gij vreemdelingen geweest zijt in Egypteland.
kent het gemoed des vreemdelings,
Anders, weet hoe een vreemdeling om het hart is.
Hertaald:kent het gemoed des vreemdelings,
Ook mogelijk: weet hoe het een vreemdeling te moede is.
Exodus 23 vers 11— Maar in het zevende zult gij het rusten en stil liggen laten, dat de armen uws volks mogen eten, en het overige daarvan de beesten des velds eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard, en met uw olijfbomen.
rusten en stil liggen laten,
Dat is, onbebouwd laten; vergelijk Jer. 17:4.
Hertaald:rusten en stil liggen laten,
Dat is: onbebouwd laten; vergelijk Jer. 17:4.
dat de armen uws volks
Wel verstaande, met u en met de uwen, dewijl de vruchten niet door den arbeid van enigen mens, maar door Gods zonderlingen zegen, wassen zullen. Zie Lev. 25:6-7.
Hertaald:dat de armen uws volks
Namelijk samen met u en de uwen, omdat de vruchten dan niet door iemands arbeid, maar door Gods bijzondere zegen zullen groeien. Zie Lev. 25:6-7.
eten,
Te weten, hetgeen in het zevende jaar vanzelf wast, Lev. 25:5-6.
Hertaald:eten,
Namelijk: wat in het zevende jaar vanzelf groeit, Lev. 25:5-6.
Exodus 23 vers 12— Zes dagen zult gij uw werken doen; maar op den zevenden dag zult gij rusten; opdat uw os en uw ezel ruste, en dat de zoon uwer dienstmaagd en de vreemdeling adem scheppe.
de zoon uwer dienstmaagd
Dat is, de knecht, die van uw dienstmaagd geboren is.
Hertaald:de zoon uwer dienstmaagd
Dat is: de knecht die geboren is van uw dienstmaagd.
Exodus 23 vers 13— In alles, wat Ik tot ulieden gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; en den naam van andere goden zult gij niet gedenken; uit uw mond zal hij niet gehoord worden!
zal hij niet gehoord worden!
Hetzij in het doen van den eed, of in dergelijke voorstellen.
Hertaald:zal hij niet gehoord worden!
Hetzij bij het afleggen van een eed, of bij soortgelijke gelegenheden.
Exodus 23 vers 15— Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten (gelijk Ik u geboden heb), ter bestemder tijd in de maand Abib, want in dezelve zijt gij uit Egypte getogen; doch men zal niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen.
Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden;
Het paasfeest en het feest der ongezuurde broden is wel een en hetzelfde, maar dit onderscheid is er tussen, dat die dag alleen pasen genoemd wordt, op welken men het paaslam at, de andere zeven dagen werden genoemd de dagen van het ongezuurde brood.
Hertaald:Het feest van de ongezuurde broden zult gij houden;
Het paasfeest en het feest van de ongezuurde broden zijn eigenlijk hetzelfde feest, maar met dit onderscheid: alleen die ene dag heet Pascha, waarop men het paaslam at; de andere zeven dagen werden de dagen van het ongezuurde brood genoemd.
maand Abib,
Zie Ex. 12:2, en Ex. 13:4.
Hertaald:maand Abib,
Zie Ex. 12:2 en Ex. 13:4.
men zal
Dit wordt alleen tot de mannen gesproken, gelijk blijkt vs.17, en Deut. 16:16.
Hertaald:men zal
Dit wordt alleen tot de mannen gezegd, zoals blijkt uit vers 17 en Deut. 16:16.
niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen
Dat is, niet zonder enige geschenk, of offer.
Hertaald:niet ledig voor Mijn aangezicht verschijnen
Dat is: niet zonder een geschenk of offer.
Exodus 23 vers 16— En het feest des oogstes, der eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben. En het feest der inzameling, op den uitgang des jaars, wanneer gij uw arbeid uit het veld zult ingezameld hebben.
het feest
Dit feest is naderhand bij de Grieken genoemd pentecoste, bij ons pinksteren; komende vijftig dagen na pasen, Lev. 23:15-16; Deut. 16:9; Hand. 2:1. Ten tijde van dit feest heeft God de tien geboden gegeven, Ex. 19, en naderhand den Heiligen Geest gezonden op zijn apostelen, Hand. 2:28.
Hertaald:het feest
Dit feest werd later door de Grieken pentecoste genoemd, bij ons Pinksteren; het viel vijftig dagen na Pascha, Lev. 23:15-16; Deut. 16:9; Hand. 2:1. Rond dit feest heeft God de tien geboden gegeven, Ex. 19, en later de Heilige Geest op Zijn apostelen gezonden, Hand. 2:28.
des oogstes,
Versta hier den tarweoogst.
Hertaald:des oogstes,
Versta hier de tarweoogst.
van uw arbeid,
Dat is, uwer vruchten, om welke te genieten gij gearbeid en het veld bebouwd hebt, en welke u God door uw arbeid gegeven heeft.
Hertaald:van uw arbeid,
Dat is: van uw vruchten, waarvoor u gewerkt en het land bebouwd hebt, en die God u door uw arbeid gegeven heeft.
het feest der inzameling,
Dit feest kwam in de zevende maand des jaars, te weten in September; het begon op den vijftienden dag der zevende maand, en het duurde zeven dagen. Het wordt anders genoemd het feest der tabernakelen, of, der loofhutten, Lev. 23:34, en Deut. 16:11.
Hertaald:het feest der inzameling,
Dit feest viel in de zevende maand van het jaar, namelijk in september; het begon op de vijftiende dag van de zevende maand en duurde zeven dagen. Het wordt ook wel het feest der tabernakelen of loofhutten genoemd, Lev. 23:34 en Deut. 16:11.
Exodus 23 vers 17— Drie malen des jaars zullen al uw mannen voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen.
Drie malen des jaars
Te weten, op de drie genoemde hoge feestdagen.
Hertaald:Drie malen des jaars
Namelijk: op de drie genoemde hoogtijdagen.
al uw mannen
Te weten, tenzij er een wettelijke verhindering is, zoals ziekte, kindse jaren of iets dergelijks.
Hertaald:al uw mannen
Namelijk: tenzij er een wettige verhindering is, zoals ziekte, kinderjaren of iets dergelijks.
voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen
Dit was naderhand de tempel te Jeruzalem; 1 Kon. 14:11.
Hertaald:voor het aangezicht des Heeren HEEREN verschijnen
Dit was later de tempel in Jeruzalem; 1 Kon. 14:11.
Exodus 23 vers 18— Gij zult het bloed Mijns offers met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten.
met geen gedesemde broden offeren;
Dat is, hebbende gezuurd brood in uw huis, Ex. 12:15.
Hertaald:met geen gedesemde broden offeren;
Dat is: terwijl u gezuurd brood in huis hebt, Ex. 12:15.
Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten
Dat is, des offers van mijn feest; dat is, van het lam dat geofferd moest worden.
Hertaald:Mijns feestes tot op den morgen niet vernachten
Dat is: het offer van Mijn feest; dat is: het lam dat geofferd moest worden.
Exodus 23 vers 19— De eerstelingen der eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. Gij zult het bokje niet koken in de melk zijner moeder.
De eerstelingen der eerste vruchten uws lands
Hebreeuws, het begin der eerste vrucht.
Hertaald:De eerstelingen der eerste vruchten uws lands
Hebreeuws: het begin van de eerste vrucht.
in het huis des HEEREN
In den tabernakel; 1 Kron. 9:19, 1 Kron. 9:23, naderhand in den tempel te Jeruzalem; zie Deut. 26:1-2, enz.
Hertaald:in het huis des HEEREN
In de tabernakel; 1 Kron. 9:19, 1 Kron. 9:23; later in de tempel in Jeruzalem; zie Deut. 26:1-2.
Exodus 23 vers 20— Ziet, Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.
een Engel voor uw aangezicht,
Hij wordt Ex. 13:21, genoemd de Heere; te weten, Christus, wien de Joden in de woestijn getergd hebben; 1 Kor. 10:9. Hij wordt een engel, dat is, bode genoemd, omdat Hij van den Vader gezonden is.
Hertaald:een Engel voor uw aangezicht,
Hij wordt in Ex. 13:21 de HEERE genoemd; namelijk Christus, Die de Joden in de woestijn getergd hebben; 1 Kor. 10:9. Hij wordt een Engel, dat is: bode, genoemd, omdat Hij door de Vader gezonden is.
de plaats, die Ik bereid heb
Te weten, in het land Kanaän.
Hertaald:de plaats, die Ik bereid heb
Namelijk: in het land Kanaän.
Exodus 23 vers 21— Hoedt u voor Zijn aangezicht, en weest Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtredingen niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.
voor Zijn aangezicht,
Dat is, vanwege zijn tegenwoordigheid.
Hertaald:voor Zijn aangezicht,
Dat is: vanwege Zijn tegenwoordigheid.
Mijn Naam is in het binnenste van Hem
Dat is, Hij is een waarachtig God met Mij, zijnde ook JHWH genoemd. Zie Jer. 23:6; Joh. 10:30, Joh. 10:38; 2 Kor. 5:19, en Hebr. 1:8; idem vergelijk Joh. 14:10.
Hertaald:Mijn Naam is in het binnenste van Hem
Dat is: Hij is een waarachtig God met Mij, ook JHWH genoemd. Zie Jer. 23:6; Joh. 10:30, Joh. 10:38; 2 Kor. 5:19 en Hebr. 1:8; vergelijk ook Joh. 14:10.
Exodus 23 vers 22— Maar zo gij Zijner stem naarstiglijk gehoorzaamt, en doet al wat Ik spreken zal, zo zal Ik uwer vijanden vijand, en uwer wederpartijders wederpartij zijn.
naarstiglijk gehoorzaamt,
Hebreeuws, horende hoort in zijn stem.
Hertaald:naarstiglijk gehoorzaamt,
Hebreeuws: horend hoort naar Zijn stem.
Exodus 23 vers 23— Want Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan, en Hij zal u inbrengen tot de Amorieten, en Hethieten, en Ferezieten, en Kanaanieten, Hevieten, en Jebusieten; en Ik zal hen verdelgen.
tot de Amorieten
Dat is, in het land der Amorieten, enz., en zo in het volgende.
Hertaald:tot de Amorieten
Dat is: in het land van de Amorieten, enzovoort, en zo verder.
Exodus 23 vers 24— Gij zult u voor hun goden niet buigen, noch hen dienen; ook zult gij naar hun werken niet doen; maar gij zult ze geheel afbreken, en hun opgerichte beelden ganselijk vermorzelen.
Exodus 23 vers 26— Er zal geen misdrachtige, noch onvruchtbare in uw land zijn; Ik zal het getal uwer dagen vervullen.
getal uwer dagen vervullen
Die gij naar den loop der natuur te leven hebt; daar integendeel de bozen de helft hunner dagen niet beleven; Ps. 55:24.
Hertaald:getal uwer dagen vervullen
Die u naar de gewone loop van de natuur te leven hebt; terwijl de goddelozen daarentegen niet eens de helft van hun dagen beleven; Ps. 55:24.
Exodus 23 vers 27— Ik zal Mijn schrik voor uw aangezicht zenden, en al het volk, tot hetwelk gij komt, versaagd maken; en Ik zal maken, dat al uw vijanden u den nek toekeren.
Mijn schrik voor uw aangezicht zenden,
Dat is, een grote schrik, of, een schrik dien Ik den volken zal aanjagen. Zie hiervan exempelen Gen. 35:5; 1 Sam. 14:15, en 2 Kron. 20:29.
Hertaald:Mijn schrik voor uw aangezicht zenden,
Dat is: een grote schrik, of een schrik die Ik de volken zal aanjagen. Zie hiervan voorbeelden in Gen. 35:5; 1 Sam. 14:15 en 2 Kron. 20:29.
Ik zal maken,
Hebreeuws, Ik zal al uw vijanden den nek te uwaarts geven.
Hertaald:Ik zal maken,
Hebreeuws: Ik zal al uw vijanden de nek naar u toe geven.
den nek toekeren
Dat is, de rug.
Hertaald:den nek toekeren
Dat is: de rug.
Exodus 23 vers 28— Ik zal ook horzelen voor uw aangezicht zenden; die zullen van voor uw aangezicht uitstoten de Hevieten, de Kanaanieten en de Hethieten.
Hevieten, de Kanaänieten en de Hethieten.
Versta hier ook die andere natiën, die vs.23 genoemd zijn.
Hertaald:Hevieten, de Kanaänieten en de Hethieten.
Versta hier ook de andere volken die in vers 23 genoemd zijn.
Exodus 23 vers 29— Ik zal hen in een jaar van uw aangezicht niet uitstoten, opdat het land niet woest worde, en het wild gedierte boven u niet vermenigvuldigd worde.
woest worde,
Dat is ledig van inwoners.
Hertaald:woest worde,
Dat is: leeg van inwoners.
Exodus 23 vers 31— En Ik zal uw landpalen zetten van de zee Suf tot aan de zee der Filistijnen, en van de woestijn tot aan de rivier; want Ik zal de inwoners van dat land in uw hand geven, dat gij hen voor uw aangezicht uitstoot.
de woestijn
Versta de woestijn Zin, op den weg naar Egypte.
Hertaald:de woestijn
Versta de woestijn Zin, op de weg naar Egypte.
rivier;
Versta hier de rivier Eufraat.
Hertaald:rivier;
Versta hier de rivier de Eufraat.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Engel des HEERENniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenambt
Mijn Naam is in het binnenste van Hem — 23:20-23
Aan de voet van de Sinaï. De lange reeks rechtsregels loopt af, en voordat het volk verder trekt sluit God die reeks met een belofte over de weg die nog komt. Kanaän is nog niets dan een naam en een richting.
God kondigt een Engel aan van Wie drie dingen gezegd worden die van geen schepsel gezegd kunnen worden: gehoorzaam Zijn stem, verbitter Hem niet, en de Naam is in Hem.
“Ziet, Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb.” Zo begint het, en de kanttekening laat er geen moment tussen vallen: deze Engel wordt eerder in dit boek de Heere genoemd, namelijk Christus, Dien de Joden in de woestijn getergd hebben. Zij voegt er een taalkundige opmerking bij die veel misverstand wegneemt: het woord engel betekent bode, en Hij heet zo omdat Hij van de Vader gezonden is — niet omdat Hij tot de rang der geschapen engelen zou behoren.
Wat er dan volgt, is een waarschuwing die zorgvuldig gelezen wil worden: “Hoedt u voor Zijn aangezicht, en weest Zijner stem gehoorzaam, en verbittert Hem niet; want Hij zal ulieder overtredingen niet vergeven; want Mijn Naam is in het binnenste van Hem.”
Er staan hier drie dingen bij elkaar. Ten eerste wordt gehoorzaamheid aan Zijn stem gevraagd, en dat vraagt in de Schrift alleen God. Ten tweede staat er dat Hij niet zal vergeven — maar wie niet vergeven wíl, moet vergeven kúnnen, en die bevoegdheid is nergens anders dan bij God te vinden. Toen de schriftgeleerden later hoorden dat Iemand zonden vergaf, wisten zij dat feilloos: wie kan zonden vergeven dan God alleen? Zij hadden de theologie op orde en trokken alleen de verkeerde conclusie. Ten derde legt de kanttekening bij dat laatste woord uit wat de Naam in Hem zijn betekent: Hij is een waarachtig God met Mij, ook JHWH genoemd. Zij verwijst daarbij naar de Naam van de Spruit bij Jeremia, naar Ik en de Vader zijn één, en naar het eerste hoofdstuk van Hebreeën.
En toch spreekt God in ditzelfde hoofdstuk over Hem in de derde persoon: “Mijn Engel zal voor uw aangezicht gaan”. Hij is God, en Hij is van God te onderscheiden. Dat is geen slordigheid in de tekst maar een patroon dat door heel het Oude Testament loopt. Het staat bij Hagar in de woestijn, bij het braambos, bij Jozua vóór Jericho, bij Gideon in de wijnpersbak en bij de ouders van Simson. En het staat bij de zee, waar de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, Zich achter het volk stelt.
Jesaja kijkt precies op deze belofte terug, en hij houdt dezelfde twee dingen bij elkaar: “In al hun benauwdheid was Hij benauwd, en de Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden”. En Paulus noemt tenslotte de naam die de kanttekening hier ook noemt, wanneer hij de woestijnreis behandelt als een geschiedenis waarin de gemeente zich spiegelen moet: “En laat ons Christus niet verzoeken, gelijk ook sommigen van hen verzocht hebben”. Wie de woestijn leest zonder Hem, houdt een reis over met een lege Gids voorop.
Exodus 3:2 — De Engel des HEEREN in het braambos, Die God blijkt te zijn.
Exodus 14:19 — De Engel Gods gaat mee door de zee en stelt Zich achter het volk.
Exodus 23:20 — Ik zende een Engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg.
Exodus 23:21 — Gehoorzaam Zijn stem; Hij vergeeft of vergeeft niet; de Naam is in Hem.
Jesaja 63:9 — De Engel Zijns aangezichts heeft hen behouden — God, en van God onderscheiden.
1 Korinthe 10:9 — Paulus noemt Degene Die in de woestijn getergd werd bij Zijn naam: Christus.
In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 10:9; Johannes 10:30; Hebreeën 1:8; Markus 2:7; Exodus 14:19; Jesaja 63:9
Hoever dit reikt: Wat vaststaat is dat deze Engel gehoorzaamheid vraagt en dat de macht om te vergeven aan Hem wordt toegeschreven. Vast staat ook dat God zegt dat Zijn Naam in Hem is, en dat Paulus de woestijnreis rechtstreeks op Christus toepast. Dat de Engel des HEEREN de Zoon is, is de uitleg van de kanttekeningen en van de kerk door de eeuwen heen. Dat élke plaats waar het woord engel valt over Hem zou gaan, staat niet vast en volgt hier ook niet uit.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Verder wordt aan de in de plaats van God staande rechters strenge gezetheid en rechtvaardigheid in de behandeling van rechtzaken ten plicht gesteld; een nauwgezetheid, die geen aanklacht zonder nauwkeurig onderzoek voor waar aanneemt en door geen vals medelijden, ook door geen persoonlijke afkerigheid geleid wordt (vs.1-5), en een rechtvaardigheid, die aan ieder zijn recht geeft, aan de arme, zowel als aan de vreemdeling, en door geen geschenken zich laat omkopen (vs.6-9).
1. Gij zult geen vals gerucht opnemen, de tegen hem ingebrachte aanklacht niet zonder meer voor waar houden, daar zij integendeel in de grond vals kan zijn (Deuteronomium. 19:16 vv.), en stelt uw hand niet bij degoddeloze. Vreest ervoor, om door onrechtvaardige rechtspraak een getuige tot geweld te zijn. 1)
1) Door deze verbinding maant God de zijn, om geen valse beschuldigingen te verspreiden en noemt hen, die, door de hand te reiken aan goddelozen, hun naasten te schande maken, valse getuigen, omdat het weinig verschilt, of gij de beschuldiging uitdenkt of laat voortduren.
Hier wordt zowel veroordeeld degene, die een vals gerucht en onware beschuldigingen opneemt, als degene, die de hand reikt aan de goddeloze, om een getuige tot geweld of onrecht te zijn. Stelt uw hand niet bij de goddeloze, wil zeggen, biedt de goddeloze de hand niet, verenig u niet met hem. Een getuige tot geweld of onrecht is iemand, die opzettelijk een gerucht verspreidt of vermeerdert, om zijn naaste in het ongeluk te storten.
2. Gij zult verder de menigte 1) tot boze zaken niet volgen, noch door mensenvrees, noch door mensengunst bij uw oordeel u laten leiden; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, uw rechtspraak in enige zaak alzo stellen, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen; al wilde ook al het volk u tot rechtsverdraaiing bewegen, uw plicht is het met een rechte weegschaal te wegen.
1) Onder menigte hebben vrij hier o.i. niet te verstaan de grote hoop, maar de aanzienlijken, de machtigen, in tegenstelling tot de geringen in vs.3. De bedoeling is dan, dat Israël, om de grote en aanzienlijke te behagen, niet tegen de verordeningen van God in mocht gaan, noch het recht buigen. Noch de rijke gelijk geven, omdat hij rijk is, noch de arme, omdat hij arm is. De rijke niet, omdat hij in de maatschappij hoog geplaatst is, de geringe niet uit een misplaatst medelijden.
3. a) Ook zult gij door vals medelijden u niet tot een onrechtvaardige beslissing laten leiden; gij zult de geringe niet vóórtrekken in zijn twistige zaak, niemand daarom helpen, omdat hij arm en gering is, hoewel gij zijnzaak voor verkeerd houden moet.
a) Leviticus. 19:15
4. a) Wanneer gij, om een voorbeeld te stellen, de os van uw vijand os, of zijn dwalende ezel ontmoet, iets, dat van hem afgedwaald, of door hem verloren is, gij zult hem deze in zijn geheel zeker terugbrengen, of wanneer gij dit niet aanstonds kunt, die in bewaring nemen. (Deuteronomium. 22:1,2)
a) Luk.6:27 Filipp.2:4
Geen persoonlijke afkeer, geen geleden onrecht mag in aanmerking komen, mag de minste invloed hebben in het dagelijks leven. Ook jegens de vijand zou men de liefde jegens de naaste beoefenen.
5. Of in een ander geval: wanneer gij de ezel van uw hater onder zijn last, die hem te zwaar geworden is, bezweken ziet liggen, zult gij het dan nalaten, om het uwe te verlaten voor hem? Zult gij dan horen naar de inspraak van uw natuurlijk hart, dat u raadt, het dier alleen aan uw hater over te laten, hoe hij zich helpen zal? Nee! verre zij dit van u; gij zult het uwe in alle manier met hem, om zijnentwil, verlaten; 1) gij zult de behulpzame hand bieden, om het dier van zijn last te ontheffen en weer te doen opstaan (Deuteronomium. 22:4).
1) Of, gij zult het zeker met hem ontbinden. Alle wraak wil de Heere ver wegdoen uit het midden van zijn volk.
6. a) Gij zult het recht van uw 1) armen niet buigen in zijn twistige zaak (Leviticus. 19:15)
a) Deuteronomium. 27:19
1) Van uw armen. De Heere wil niet, dat de geringen uit een misplaatst medelijden worden voorgetrokken, maar evenmin, dat zijn recht verbogen wordt. Bovendien zegt de Heere niet van de arme, maar van uw armen, om daarmee te kennen te geven, dat ook de arme evengoed als de rijke, een burger van de staat is, alsmede om de nauwe betrekking tussen rijken en armen aan het licht te brengen.
7. Zijt ver van valse zaken, 1) dat is de hoofdwet, die u bij alle rechtzaken leiden moet; en de onschuldige en gerechtige zult gij niet doden, in het bijzonder wanneer het een doodstraf geldt, zult gij met de allergrootstevoorzichtigheid en nauwkeurigheid tewerk gaan, opdat gij niet de zware schuld op u laadt, een gerechtelijke moord gepleegd te hebben; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen; uw rechterlijk vonnis maakt het onrecht niet tot recht.
1) Mozes veroordeelt hier met de opzet valse getuigen en haalt slechts één soort aan, waaruit moet blijken, hoe afschuwelijk de misdaad is, de broeder met laster te besmetten, omdat een valse getuige met zijn tong meer doodt, dan een beul met het zwaard. Ofschoon in de manier van te liegen tegen zijn broeder de onmenslievendheid te misdadiger is, wordt echter de zaak nog erger, indien de broeder ten onrechte wordt gedood, omdat bij de trouweloosheid dan nog een moord komt. De bedreiging wordt er nog bijgevoegd, waarmee God de valse getuigen voor zijn vierschaar daagt, waarvan zij niet straffeloos zullen uitgaan, die door hun bedrieglijke handelingen aan de goeden gevaar hebben bezorgd.
8. a) Ook zult gij, om voor elk onrechtvaardig oordeel uw ziel te bewaren, geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, 1) neemt het gemoed zozeer voor de gever in, dat, alhoewel de onrechtvaardigheid van zijn zaak wordt ingezien, men die toch niet zien wil, en het verdraait de zaak van de rechtvaardigen, het bewerkt een beslissing ten nadele van de anderen, die een rechtvaardige zaak had, maar geen geschenk bracht.
a) Deuteronomium. 16:19; 1 Samuel. 8:3 Spreuken. 19:6 Prediker. 7:7
1) Eigenlijk maakt open ogen blind.
9. a) Gij zult ook de vreemdeling niet onderdrukken in uw rechterlijk ambt, door hem zijn toekomend recht niet te verlenen (Deuteronomium. 24:17; 27:19); want gij kent het gemoed van de vreemdeling, 1)gij weet hoe hij zich in het vreemde land reeds genoeg gedrukt engebogen gevoelt, omdat gij vreemdelingen geweest zijt in Egypte.
a) Exodus. 22:21 Leviticus. 19:33
1) Het gemoed van de vreemdeling kennen wil zeggen, bij ervaring weten, hoe het de vreemdeling te moe is, wanneer hem recht geweigerd wordt.
II. Exodus 23 vers 10-19
Ten opzichte van hun religieus-theocratische betrekking tot Jehova, wordt de kinderen van Israël bevolen, de door de Heere later nog nader te beschrijven feestdagen nauwkeurig volgens de goddelijke instelling te houden (vs.10-16), en daardoor in de gemeenschap met hun onzichtbare heerser steeds gesterkt te worden (vs.17-19).
10. Gij zult ook zes jaar uw land bezaaien, en de inkomsten daarvan verzamelen.
11. Maar in het zevende zult gij het rusten en stil, onbearbeid en laten, 1) dat de armen van uw volk van hetgeen in dat jaar vanzelf groeit mogen eten, en het overige daarvan, hetgeen door de armen niet gebruikt wordt, de beesten van het veld eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard en met uw olijfbomen; ook deze zult gij in het zevende jaar voor de armen overlaten (zie verder over het sabbatsjaar Leviticus. 25:1-7).
Door deze wet heeft Hij hun onverzadigbare begeerte besnoeid, want daarom zaaiden zij, opdat zij meer zouden trekken, terwijl ondertussen het land zonder rust zijnde, magerder oogsten voortbracht.
1) Dat nu het land Kanaän zes jaar achter elkaar kon bezaaid worden, zonder uitgeput te geraken, was wel een teken van zeldzame en uitstekende vruchtbaarheid. Hierdoor veredelt God het ten gunste van zijn volk. En deze rust nu schrijft Hij niet noodzakelijkerwijs voor, omdat Hij in het zesde jaar de kracht van zijn weldaden heeft verdubbeld, maar opdat aan alle kanten de heerlijkheid van de Sabbat zou tevoorschijn treden en de kinderen van Israël aldus meer tot de waarneming ervan zouden aangevuurd worden, door de aanblik van de aarde. Verder zodanig was het gehalte van rust, dat zij niets mochten zaaien in het heilige jaar en geen druiven mochten persen. Doch indien er iets groeide uit de overgebleven gezaaide granen van het vorige jaar, kwam uit ten voordele van de geringen en de vreemdelingen. Evenwel, aan de armen werd zowel de veldvrucht als de most, wat van zelf als het ware opkwam of groeide, in het bijzonder toegestaan, opdat er enige onbaatzuchtige schenking zou zijn, om hun armoede op te heffen. En deze menslievendheid en goedertierenheid was hulpmiddel tot oefening in de Godsvrucht. Het was nu wel niet het meest en voornamelijk door God verordend om de armen enige troost te verschaffen, maar het was niet ongerijmd, de plicht van liefde te verbinden aan de dienst van God.
Deze wet diende: Om een gedenkteken te zijn van Gods rust op de zevende dag, en om de volken gestadig te herinneren, één van hun voornaamste geloofstukken, nl. dat de enige, enige en almachtige God hemel en aarde in zes dagen geschapen had ten opzichte van welke waarheid, alle andere volken zo geweldig verbijsterd waren. 2e. Doordat zij om het zevende jaar geen voordeel hadden van het land, maar het onbebouwd lieten, en zij dat jaar als een heilig jaar God moesten toewijden. Daarmee wilde de Wetgever hun een openlijke belijdenis afvorderen, dat het land niet hun eigen, maar van God was, en dat zij er slechts vruchtgebruikers van waren, waarom de Israëlieten, door de zevende jaarlijkse rust van het land, het als het ware God weer opdroegen, erkennende zijn Oppereigendom hierover, terwijl zij op zijn bevel moesten nalaten het land te bouwen, en zij het in de volgende jaren weer als opnieuw als een leengoed van God ontvingen.
Het sabbatjaar was tevens profetie, dat de bedeling van de schaduwdienst eenmaal een einde zou nemen, en gevolgd worden door de dagen van het Nieuwe Verbond.
12. Zes dagen zult gij uw werk doen (hoofdstuk 20:9 vv.), maar op de zevende dag zult gij met uw hele huis rusten; opdat uw os en uw ezel rust, en dat de zoon van uw dienstmaagd, de knecht die in uw huis geboren is (Genesis 14:14), en evenals deze ook uwgekochte knecht (Exodus. 12:44) en de in uw land zich voor korter of langer tijd ophoudende vreemdeling adem schept, en weer tot krachten komt.
13. In alles, wat Ik (hoofdstuk 20:22-23:13) tot u gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; neemt dat zorgvuldig in acht, want slechts op deze wijze kan Mijn verbond met u bestaan; en, hetgeen het gewichtigste gebod onder alles is, a) de naam van andere goden zult gij niet gedenken, dat gij hun naast Mij godsdienst bewijzen zou (Hos.2:17); uit uw mond zal hij (de naam van die valse goden) zelfs niet gehoord worden! gij zult die naam niet noemen, om daarbij te zweren Jozua 23:7); wanneer gij zweert, zult gij het bij Mijn naam doen. (Deuteronomium. 6:13; 10:20).
a) Numeri. 32:38 Psalm. 16:4 Zacheria 13:2
14. Drie reizen in het jaar zult gij Mij feesthouden, en daardoor op plechtige wijze uitspreken, dat gij Mijn volk zijt (vs.17).
15. Namelijk, allereerst: Het feest van de ongezuurde broden of het Paasfeest zult gij houden. Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb (Exodus. 12:15; 13:6), op de daarvoorbestemde tijd in de maand Abib, van 15-21 van die maand, want in deze tijd zijt gij uit Egypte vertrokken, en die weldaad zult gij nooit vergeten. Doch men zal, wanneer men op dit en de volgende feesten (vs.16) komt (vs.17), niet met lege handen 1) voor Mijn aangezicht verschijnen, maar men zal van de ontvangen zegeningen, die offergaven brengen, die Ik u (Numeri. 28 en 29) nog nader aanwijzen zal (Deuteronomium. 16:16 vv.).
1) Niet met lege handen, maar met offeranden of offergaven, deels om daarmee zijn dankbaarheid jegens de liefde van de Heere te openbaren, deels om daarmee de Priester en de Leviet te onderhouden.
16. En daarna, zeven weken later, zult gij het feest van de oogst houden, het feest van de eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben; op datfeest van de eerstelingen van de oogst zult gij de eerste van het nieuwe koren gebakken tarwebroden offeren (hoofdstuk 34:22). En eindelijk zult gij houden het feest van de inzameling, het feest van de geheel volbrachte oogst, op het einde van het jaar (zie “Ex 12.2), wanneer gij de opbrengst van uw arbeid uit het veld zult ingezameld 1) hebben, als ook die van uw tuinen en olijf- en wijnbergen, dus in de maand Tisri en wel van de 15-21 van die maand.
1) Meer over deze drie hoofdfeesten, zie Leviticus. 23. Of, bij uw inzamelen. De tijd van het feest werd niet geheel afhankelijk gesteld van het voleindigd zijn van de oogst. Dit feest toch werd gevierd van 15-21 van de maand Tischri.
17. Drie maal per jaar, wanneer deze hoge feesten zijn, zullen al uw mannen in persoon en met hun offergaven voor het aangezicht van de Heere HEERE verschijnen. 1)
1) Hiermee wordt het opgaan van alle mannelijke Israëlieten, die geen wettige redenen van verontschuldiging hadden, verplicht gesteld. Waarschijnlijk was de leeftijd op 20 jaar bepaald, omdat zij dan in de census of tempelschatting werden opgenomen. Vrouwen en kinderen mochten ook mee optrekken.
18. Gij zult echter, om de zegen, die Ik u op Mijn feest toegedacht heb, werkelijk deelachtig te worden, het op de juiste wijze vieren, overeenkomstig Mijn geboden, en alzo, wat het Paasfeest betreft, het bloed van Mijn offer 1) met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette van Mijn feest, 2) tot op de morgen niet vernachten, maar nog in diezelfde nacht verteerd en het overige met vuur verbrand worden (hoofdstuk 12:10; 34:25).
1) Van mijn offer wil zeggen, van het Paasoffer. Het Paasoffer was als het ware bij uitnemendheid het offer van de Heere.
2) “Het vette van mijn feest”, betekent het beste van het Paasoffer. Hiermee is bedoeld het vlees van het Paaslam, wat gegeten moest worden en waarvan het overblijvende met vuur moest worden verbrand (hoofdstuk 12:7)
19. Wat verder het feest van de weken of Pinksteren betreft, zo zult gij niet het eerste, wat u voor de hand komt, voor de beweegbroden (Leviticus. 23:17) nemen (Genesis 4:3 vv.); de eerstelingen, het beste, van de eerste vruchten van uw land zult gij in het huis van de HEERE, uw God, brengen, gij zult het bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 1)
1) De laatste woorden van dit vers, die ook in hoofdstuk 34:26 en in Deuteronomium. 14:21) gevonden worden, hebben de uitleggers veel moeite veroorzaakt, zodat Augustinus (Quaest.in Exodus. 34:26) aan de mogelijkheid van een bevredigende verklaring twijfelde. De volgende zijn de drie voornaamste proeven van verklaring: 1. Volgens de Lutherse vertaling zal de betekenis zijn: “Gij zult het bokje niet koken terwijl het aan de melk van zijn moeder is,” en zou het alzo verboden zijn een bokje, dat nog geen zeven dagen is, te slachten, om te koken of te braden (hoofdstuk 22:30 Leviticus. 22:27). Men moet alzo, wanneer men deze vertaling volgt, het verbod tot deze tijd beperken, want melklammeren te offeren en te genieten was geenszins verboden (1 Samuel 7:9); volgens de samenhang heeft dan het verbod niet op het derde, maar op het eerste feest betrekking, zodat voor paaslammeren bokjes van minstens acht dagen moesten genomen worden. 2. Anderen, die onze Statenvertaling overnemen, geloven, dat bij het verbod niet meer van de feestviering gesproken wordt, maar van de toebereiding van de vleesspijzen in het gewone, dagelijkse leven. Geitenbokjes toch waren een bijzonder geliefde spijs (Genesis 27:9,14 Richteren. 6:19; 13:15; 1 Samuel. 16:20), men zocht deze nog smakelijker te maken door ze te koken in melk, voornamelijk in zure melk. Dit werd nu de Israëliet wel niet verboden, maar wel het koken van een bokje in de melk van zijn moeder, omdat dit een omkering van de goddelijke orde was, ten opzichte van de betrekking tussen ouden en jongen; het verbod zou dan op één lijn staan met voorschriften als Leviticus. 22:28 en Deuteronomium. 22:6 vv., welke evenzeer verschoning van de natuur van de dierenwereld bedoelen. 3. Een derde mening behoudt de Statenvertaling, en laat het verbod doelen op een bij de heidenen meermalen voorkomend bijgelovig gebruik, om na het einde van de oogst een geitebokje in de melk van zijn moeder te koken, en met deze melk bomen, wijnstokken, velden enz. te besprengen, waaraan men dan een magische (toverachtige) invloed tot groter vruchtbaarheid van de daarmee besprengde bomen enz. toeschreef. Reeds Maimonides, een zeer beroemd Joods theoloog en wetverklaarder (geb. 1139 te Cordova, gest. 1209 te Caïro) en na hem Abarbanel (gest. 1508) hebben op deze uitleg gewezen; dien ten gevolge werd aan Israël verboden, hun feest van de inzameling door heidens bijgeloof te ontwijden en door dergelijke gebruiken te bezoedelen, maar het op de door God bevolen wijze te houden, dan zou de zegen van de Heere niet ontbreken. Met de tweede mening kunnen wij ons het best verenigen.
III. Exodus 23 vers 20-33
Wat de Heere hierop aan Zijn volk in het met Hem te sluiten verbond aanbiedt (zie Ex 20.22) is een veilig geleide tot aan de grenzen van het beloofde land door de in de wolk- en vuurkolom voor hen heentrekkende Engel (vs.20-22) krachtige bijstand tot uitroeiing van de Kanaänieten, opdat Israël bezit van zijn land neemt en in het genot van rijke, goddelijke zegen daarin zou kunnen wonen (vs.23-28) voortdurende uitbreiding van de grenzen van het land, totdat het de omvang zou verkregen hebben, die reeds aan Abraham beloofd was (vs.29-33).
20. a) Ziet Ik zend een Engel 1) voor uw aangezicht, dezelfde, door wie Ik u uit Egypte geleid en tot hiertoe gebracht heb (Exodus. 14:19 Numeri. 20:16), deze zend Ik in de wolk- en vuurkolom, voor u heen, om u te behoeden op deze weg, die gij gaan zult, en om u te brengen tot de plaats, die Ik u tot woning bereid heb, naar het land Kanaän.
a) Jesaja. 63:9
1) Ongetwijfeld wordt hier beloofd de voortdurende zorg en bewaking van de Engel van het Verbond, de tweede persoon van het Goddelijk wezen.
21. Hoedt u voor Zijn aangezicht, dat altijd naar u heengekeerd is, zodat Hij al uw werken ziet, en al uw woorden hoort, ook de gedachten van uw hart van verreverstaat, en weest aan Zijn stem gehoorzaam, door gewillig de weg te gaan, die Hij u leidt, en getrouw te doen, wat Hij u beveelt, en verbittert Hem niet door ongeloof en ongehoorzaamheid, gelijk gij tot hiertoe meermalen gedaan hebt (hoofdstuk 14:11 vv.; 15:24; 16:2 vv.; 17:2 vv.); want Hij zal uw overtredingen niet vergeven, 1) wanneer gij volhardt in tegenstreven; maar u aan Zijn toorn en Zijn gericht prijsgeven, en dit is hetzelfde, als waart gij in Mijn gericht, want Mijn naam 2) is in het binnenste van Hem, de gehele volheid van Mijn goddelijk wezen woont in Hem; Hij is één wezen met Mij.
1) Niet vergeven, beduidt hier, zwaar en streng straffen, bezoeking doen over hun zonde en ongerechtigheid.
2) Want Mijn naam is in het binnenste van Hem. Met deze woorden deelt de Heere zelf aan de Engel de Majesteit en Heiligheid van Zijn wezen toe. Naam staat hier toch voor Wezen. De Engel is daarom hetzelfde Wezen deelachtig als de heilige God. Heilig en Rechtvaardig, Barmhartig en Genadig, zal Hij zich openbaren. Daarom, omdat Hij het wezen van Jehova deelachtig is, zal Hij het kwade niet kunnen aanschouwen, noch de ongehoorzaamheid van Israël kunnen dulden. De Heere God wil daarom zijn volk een heilige vrees en eerbied voor de Engel van het Verbond inprenten, opdat Israël Hem gehoorzaam zou zijn. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eist de Engel evenals Jehova zelf.
21. Hoedt u voor Zijn aangezicht, dat altijd naar u heengekeerd is, zodat Hij al uw werken ziet, en al uw woorden hoort, ook de gedachten van uw hart van verreverstaat, en weest aan Zijn stem gehoorzaam, door gewillig de weg te gaan, die Hij u leidt, en getrouw te doen, wat Hij u beveelt, en verbittert Hem niet door ongeloof en ongehoorzaamheid, gelijk gij tot hiertoe meermalen gedaan hebt (hoofdstuk 14:11 vv.; 15:24; 16:2 vv.; 17:2 vv.); want Hij zal uw overtredingen niet vergeven, 1) wanneer gij volhardt in tegenstreven; maar u aan Zijn toorn en Zijn gericht prijsgeven, en dit is hetzelfde, als waart gij in Mijn gericht, want Mijn naam 2) is in het binnenste van Hem, de gehele volheid van Mijn goddelijk wezen woont in Hem; Hij is één wezen met Mij.
1) Niet vergeven, beduidt hier, zwaar en streng straffen, bezoeking doen over hun zonde en ongerechtigheid.
2) Want Mijn naam is in het binnenste van Hem. Met deze woorden deelt de Heere zelf aan de Engel de Majesteit en Heiligheid van Zijn wezen toe. Naam staat hier toch voor Wezen.
De Engel is daarom hetzelfde Wezen deelachtig als de heilige God. Heilig en Rechtvaardig, Barmhartig en Genadig, zal Hij zich openbaren. Daarom, omdat Hij het wezen van Jehova deelachtig is, zal Hij het kwade niet kunnen aanschouwen, noch de ongehoorzaamheid van Israël kunnen dulden. De Heere God wil daarom zijn volk een heilige vrees en eerbied voor de Engel van het Verbond inprenten, opdat Israël Hem gehoorzaam zou zijn. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eist de Engel evenals Jehova zelf.
22. Maar zo gij Zijn stem naarstig gehoorzaamt, en doet al, wat Ik door Zijn mond spreken zal, zo zal Ik de vijand van uw vijanden, en de tegenstander van uw tegenstanders zijn; Ik zal met hen handelen, alsof zij zich vijandig tegenover Mij zelf gesteld hadden (Genesis 12:3 Jesaja. 63:8,9).
23. Want Mijn Engel zal, gelijk Ik u zo-even (vs.20) gezegd heb, voor uw aangezicht gaan, en Hij zal u door Zijn leiding en hulp brengen tot de Amorieten, en Hethieten, en Ferezieten en Kanaänieten, Hevieten en Jebusieten (hoofdstuk 3:8), en Ik zal hen verdelgen en u in het bezit van hun land stellen.
1) De heerlijkste beloften van genade en trouw, ontvangt Israël. Maar het wordt ook hier aan het volk bekend gemaakt dat, als het veilig door de woestijn komt en straks op eigen grond woont in Kanaän, het dit enig en alleen te danken heeft aan zijn God, die Zijn Engel voor hun aangezicht zond. De Hethieten woonden in het zuiden van het land Kanaän, bij Hesbon en Ber-séba. De Ferezieten waren hoogstwaarschijnlijk nakomelingen van Ferez, een van de zonen van Cham. Onder Kanaänieten hebben wij te verstaan, die volksstam, die woonde in het noorden aan de zeekant en bij de Jordaan. De Jebusieten waren gevestigd in en in de omtrek van Jeruzalem. De Hevieten woonden bij het gebergte Libanon totdat men komt te Rameses (Ruth 3:9). Men vereenzelvigt hen wel met de Kadmonieten. Bij deze volken behoren nog de Girgazieten, welke hun verblijf hielden aan de overzijde van de Jordaan.
24. Gij zult u voor hun goden niet buigen, noch hen dienen; want Ik heb u geboden (hoofdstuk 20:3) geen andere goden naast Mij te hebben; ook zult gij naar a) hun werken niet doen; gij zult die boosheden niet bedrijven, die met die afgodendienst in verband staan. Gij zult die goden niet eren; maar gij zult ze geheel afbreken, en hun opgerichte beelden1) met de zuilen, waarop zij staan, geheel vermorzelen.
a) Leviticus. 18:3
1) Onder opgerichte beelden moeten verstaan worden de gedenktekenen, welke aan de afgoden gewijd werden.
25. En gij zult de HEERE uw God dienen, zo zal Hij uw brood en uw water 1) zegenen, u overvloedig voedsel geven in het land van uw erfdeel en Ik zal de ziekten, gelijk die, welke andere landen om de afgoderij van de inwoners treffen (hoofdstuk 15:26 Leviticus. 26:16,25 vv. Deuteronomium. 28:20 vv.) uit hetmidden van u weren.
1) Onder brood en water is te verstaan de noodzakelijke levensbehoeften.
26. Er zal onder mensen en vee geen misdrachtige noch onvruchtbare in uw land zijn (Deuteronomium. 7:13 vv.): Ik zal het getal van uw dagen vervullen; 1) Ik zal zorgen, dat gij niet met de goddelozen vóór de tijd afgesneden wordt (Job 14:5 Psalm. 55:24) gij zult geen voortijdige, onnatuurlijke dood sterven.
1) Het getal van uw dagen vervullen, wil zeggen: dat zij oud zouden worden. Wordt van de goddeloze gezegd (Psalm. 31:16; 55:24) dat hij weggeraapt wordt in het midden, of op de helft van zijn jaren, hier wordt de godvrezende een hoge ouderdom beloofd. In dit vers wordt beloofd een goed nakomelingschap en een lang leven, twee van de vurigste wensen van een vroom Israëliet.
Elke ziekte, elk onheil roept ons van Gods weg toe; onderzoekt uw hart en uw wegen. Menige ziekte is het gevolg van onze verkeerdheid, al is er ook geen natuurlijk verband (Exodus. 4:24 vv.). Bij belijdenis van de schuld is de troost van de Christus in Hem, die zijn zonden en ook zijn ziekten (Jesaja 53:4) gedragen heeft.
27. Ik zal, onder voorwaarde dat gij de stem van de Engel gehoorzaamt, en om te bewijzen dat Ik de vijand van uw vijanden ben, Mijn schrik, een door Mijn wonderen, die Ik aan u doe, teweeggebrachte schrik voor uw aangezicht zenden, en al het volk, waartoe gij komt Jozua 2:9; 9:24) versaagd maken; en Ik zal maken, dat al uw vijanden u de nek toekeren, 1)dat degenen, die het wagen zich tegen u te verzetten, op de vlucht moeten gaan. (Jozua 8,10,11)
1) De nek toekeren, is hier in eigenlijke zin te verstaan, nl. dat zij zouden vluchten voor het aangezicht van de kinderen van Israël.
28. Ik zal ook horzels 1) voor uw aangezicht zenden, die hun geen rust zullen laten, maar zich in menigten op hen zullen werpen; die zullen van voor uw aangezicht uitstoten de Hevieten, de Kanaänieten en de Hethieten, totdat niemand van hen meer over is in uw land. (Deuteronomium. 7:20 Jozua. 24:12)
1) De meeste uitleggers verstaan, volgens voorbeeld van Augustinus, onder deze horzels, die de kinderen van Israël bij de verdrijving van de Kanaänieten zouden voorgaan, oneigenlijk de vrees, die hen vervullen en verdrijven zou; zij beroepen zich daarop, dat in het boek van Jozua niet alleen niets van de overweldiging van de Kanaänieten door deze bericht is, maar ook hoofdstuk 24:12 onze plaats uitdrukkelijk op een geval toegepast wordt, waarbij horzels in de eigenlijke zin, volgens het verhaal in Numeri. 21:21 vv. in het geheel niet werkzaam geweest waren. Intussen heeft Bochart in zijn reeds vermeld boek Hierozoïcon daarop opmerkzaam gemaakt, dat niet zelden kikvorsen, slangen, muizen enz. gehele volken verdreven hebben, en uit Aelianus (Var. hist. 11; 28) het bericht aangehaald, dat de Faselieten, waarschijnlijk een Kanaänitisch volk, werkelijk door wespen uit hun woonplaatsen verdreven zijn. Andere dergelijke voorbeelden kan men vinden bij Herodotus, Diodorus, Siculus, Plinius, Justinus enz. Hier moet dus het woord horzel in de eigenlijke zin worden opgevat. In Jozua. 24:12 wordt hier nader over gesproken en in het apocriefe Boek der Wijsheid 12:8 worden de horzels voorlopers van de Heere genoemd.
29. Ik zal hen, echter in een jaar van uw aangezicht niet allen opeens uitstoten, opdat het land, dat voor u te groot is om het te bezetten en te bebouwen, niet woest wordt, en het wild gedierte boven U niet vermenigvuldigd wordt1) en mens en vee in gevaar brengen (Leviticus. 26:22 Ezech.14:15 2 Koningen. 17:25 vv.).
1) Dit is een van de redenen, waarom God de goddelozen op de wereld laat overblijven; juist wanneer zij allen verdelgd werden, zou het meeste deel van het aardrijk woest worden, en in plaats van mensen, wilde dieren daarop vermenigvuldigen, die de vromen beschadigen zouden. Daarom laat God zo wel kwaden als goeden overblijven en bewijst zijn macht en ere daarin, dat Hij een kleine kudde, zoals de Heere Jezus zijn Kerk noemt, bewaart en beschermt in het midden van een woeste vijandige wereld.
30. Ik zal hen, die na de inneming van het land nog overblijven, allengs van uw aangezicht uitstoten, 1) totdat gij gegroeid zijt en het land erft, wanneer hetgetal zo groot is geworden, dat gij alleen het land kunt vervullen.
1) Dien ten gevolge handelde Jozua geheel naar de wil en de bepaling van God, toen hij later het land slechts in het groot veroverde, maar nog menige Kanaänitische stam overliet; deze langzamerhand en al naar gelang er behoefte was te verdrijven, was een werk voor de volgende tijd, maar de kinderen van Israël lieten dit na, en zondigden tegen het uitdrukkelijk gebod (vs.32 vv.); vandaar die gedurig terugkerende nood in de tijd van de richters.
Dit is ook mede een reden, waarom God de goddelozen nog op de aarde duldt; want wanneer Hij hen allen verdelgde, zo zou het grootste deel van de aarde woest worden, en in plaats van mensen zouden daar wilde dieren wonen, die de vromen schade aandeden. Nu echter laat God beiden, goeden en bozen blijven, en Hij bewijst Zijn macht en Zijn eer daarin, dat Hij een handvol godvrezenden onder een wereld van goddelozen behoudt en bewaart.
In Richteren. 3:1,2,4 wordt nog een andere reden vermeld, maar het behaagde de Heere deze alsnog voor de Israëlieten verborgen te houden. De Heere ging geheel opvoedend met Israël, als zijn kind, te werk.
31. En Ik zal uw grenzen stellen van de zee Suf, de Schelfzee (zie “Ex 14.21) in het westen, tot aan de zee van de Filistijnen, de Middellandse Zee, waaraan de Filistijnen wonen en in het oosten van de grote Arabische woestijn tot aan de rivier, 1) de Eufraat (Genesis 15:18 Numeri. 32:2 vv.): Want Ik zal de inwoners van dat land, dat tussen deze grenzen is, de 6of 7 Kanaänitische stammen, in uw hand geven, dat gij hen na elkaar voor uw aangezicht uitstoot, en geen van deze in het land overlaat (Numeri. 33:51 vv.).
1) De grenzen van het land worden hier zeer ruim genomen. Van de Rode Zee tot de Middellandse Zee, en van de Arabische woestijn tot aan de rivier, de Eupfraat. Deze belofte is in de dagen van Salomo als het ware vervuld. (1 Kon.4:21).
32. Gij zult met hen, noch met hun goden, geen verbond maken; 1) gij zult hen niet in uw midden dulden, noch onder u laten wonen (hoofdstuk 34:12 vv. Deuteronomium. 7:2 vv.)
1) Een verbond maken met de heidense volken sluit in: een dulden van hen en hun afgoden. Daardoor kon Israël, ja, daardoor moest Israël, uit kracht van de zondige natuur, tot afgodendienst vervallen.
33. Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen, en door hun afgoderij van Mij aftrekken; indien gij hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik 1) zijn, tot een oorzaak van vele ellenden, want Ik ben een grimmig wreker (Jozua 23:13 Richteren. 2:3).
1) Tot een valstrik zijn, betekent, oorzaak worden, dat de Heere zijn aangezicht van hun afwendde en hen met zijn straffen bezocht.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 23
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
OVER FEESTEN EN FEESTDAGEN.
I. Exodus 23 vers 1-9
Verder wordt aan de in de plaats van God staande rechters strenge gezetheid en rechtvaardigheid in de behandeling van rechtzaken ten plicht gesteld; een nauwgezetheid, die geen aanklacht zonder nauwkeurig onderzoek voor waar aanneemt en door geen vals medelijden, ook door geen persoonlijke afkerigheid geleid wordt (vs.1-5), en een rechtvaardigheid, die aan ieder zijn recht geeft, aan de arme, zowel als aan de vreemdeling, en door geen geschenken zich laat omkopen (vs.6-9).
1. Gij zult geen vals gerucht opnemen, de tegen hem ingebrachte aanklacht niet zonder meer voor waar houden, daar zij integendeel in de grond vals kan zijn (Deuteronomium. 19:16 vv.), en stelt uw hand niet bij degoddeloze. Vreest ervoor, om door onrechtvaardige rechtspraak een getuige tot geweld te zijn. 1)
1) Door deze verbinding maant God de zijn, om geen valse beschuldigingen te verspreiden en noemt hen, die, door de hand te reiken aan goddelozen, hun naasten te schande maken, valse getuigen, omdat het weinig verschilt, of gij de beschuldiging uitdenkt of laat voortduren.
Hier wordt zowel veroordeeld degene, die een vals gerucht en onware beschuldigingen opneemt, als degene, die de hand reikt aan de goddeloze, om een getuige tot geweld of onrecht te zijn. Stelt uw hand niet bij de goddeloze, wil zeggen, biedt de goddeloze de hand niet, verenig u niet met hem. Een getuige tot geweld of onrecht is iemand, die opzettelijk een gerucht verspreidt of vermeerdert, om zijn naaste in het ongeluk te storten.
2. Gij zult verder de menigte 1) tot boze zaken niet volgen, noch door mensenvrees, noch door mensengunst bij uw oordeel u laten leiden; en gij zult niet spreken in een twistige zaak, uw rechtspraak in enige zaak alzo stellen, dat gij u neigt naar de menigte, om het recht te buigen; al wilde ook al het volk u tot rechtsverdraaiing bewegen, uw plicht is het met een rechte weegschaal te wegen.
1) Onder menigte hebben vrij hier o.i. niet te verstaan de grote hoop, maar de aanzienlijken, de machtigen, in tegenstelling tot de geringen in vs.3. De bedoeling is dan, dat Israël, om de grote en aanzienlijke te behagen, niet tegen de verordeningen van God in mocht gaan, noch het recht buigen. Noch de rijke gelijk geven, omdat hij rijk is, noch de arme, omdat hij arm is. De rijke niet, omdat hij in de maatschappij hoog geplaatst is, de geringe niet uit een misplaatst medelijden.
3. a) Ook zult gij door vals medelijden u niet tot een onrechtvaardige beslissing laten leiden; gij zult de geringe niet vóórtrekken in zijn twistige zaak, niemand daarom helpen, omdat hij arm en gering is, hoewel gij zijnzaak voor verkeerd houden moet.
a) Leviticus. 19:15
4. a) Wanneer gij, om een voorbeeld te stellen, de os van uw vijand os, of zijn dwalende ezel ontmoet, iets, dat van hem afgedwaald, of door hem verloren is, gij zult hem deze in zijn geheel zeker terugbrengen, of wanneer gij dit niet aanstonds kunt, die in bewaring nemen. (Deuteronomium. 22:1,2)
a) Luk.6:27 Filipp.2:4
Geen persoonlijke afkeer, geen geleden onrecht mag in aanmerking komen, mag de minste invloed hebben in het dagelijks leven. Ook jegens de vijand zou men de liefde jegens de naaste beoefenen.
5. Of in een ander geval: wanneer gij de ezel van uw hater onder zijn last, die hem te zwaar geworden is, bezweken ziet liggen, zult gij het dan nalaten, om het uwe te verlaten voor hem? Zult gij dan horen naar de inspraak van uw natuurlijk hart, dat u raadt, het dier alleen aan uw hater over te laten, hoe hij zich helpen zal? Nee! verre zij dit van u; gij zult het uwe in alle manier met hem, om zijnentwil, verlaten; 1) gij zult de behulpzame hand bieden, om het dier van zijn last te ontheffen en weer te doen opstaan (Deuteronomium. 22:4).
1) Of, gij zult het zeker met hem ontbinden. Alle wraak wil de Heere ver wegdoen uit het midden van zijn volk.
6. a) Gij zult het recht van uw 1) armen niet buigen in zijn twistige zaak (Leviticus. 19:15)
a) Deuteronomium. 27:19
1) Van uw armen. De Heere wil niet, dat de geringen uit een misplaatst medelijden worden voorgetrokken, maar evenmin, dat zijn recht verbogen wordt. Bovendien zegt de Heere niet van de arme, maar van uw armen, om daarmee te kennen te geven, dat ook de arme evengoed als de rijke, een burger van de staat is, alsmede om de nauwe betrekking tussen rijken en armen aan het licht te brengen.
7. Zijt ver van valse zaken, 1) dat is de hoofdwet, die u bij alle rechtzaken leiden moet; en de onschuldige en gerechtige zult gij niet doden, in het bijzonder wanneer het een doodstraf geldt, zult gij met de allergrootstevoorzichtigheid en nauwkeurigheid tewerk gaan, opdat gij niet de zware schuld op u laadt, een gerechtelijke moord gepleegd te hebben; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen; uw rechterlijk vonnis maakt het onrecht niet tot recht.
1) Mozes veroordeelt hier met de opzet valse getuigen en haalt slechts één soort aan, waaruit moet blijken, hoe afschuwelijk de misdaad is, de broeder met laster te besmetten, omdat een valse getuige met zijn tong meer doodt, dan een beul met het zwaard. Ofschoon in de manier van te liegen tegen zijn broeder de onmenslievendheid te misdadiger is, wordt echter de zaak nog erger, indien de broeder ten onrechte wordt gedood, omdat bij de trouweloosheid dan nog een moord komt. De bedreiging wordt er nog bijgevoegd, waarmee God de valse getuigen voor zijn vierschaar daagt, waarvan zij niet straffeloos zullen uitgaan, die door hun bedrieglijke handelingen aan de goeden gevaar hebben bezorgd.
8. a) Ook zult gij, om voor elk onrechtvaardig oordeel uw ziel te bewaren, geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de zienden, 1) neemt het gemoed zozeer voor de gever in, dat, alhoewel de onrechtvaardigheid van zijn zaak wordt ingezien, men die toch niet zien wil, en het verdraait de zaak van de rechtvaardigen, het bewerkt een beslissing ten nadele van de anderen, die een rechtvaardige zaak had, maar geen geschenk bracht.
a) Deuteronomium. 16:19; 1 Samuel. 8:3 Spreuken. 19:6 Prediker. 7:7
1) Eigenlijk maakt open ogen blind.
9. a) Gij zult ook de vreemdeling niet onderdrukken in uw rechterlijk ambt, door hem zijn toekomend recht niet te verlenen (Deuteronomium. 24:17; 27:19); want gij kent het gemoed van de vreemdeling, 1)gij weet hoe hij zich in het vreemde land reeds genoeg gedrukt engebogen gevoelt, omdat gij vreemdelingen geweest zijt in Egypte.
a) Exodus. 22:21 Leviticus. 19:33
1) Het gemoed van de vreemdeling kennen wil zeggen, bij ervaring weten, hoe het de vreemdeling te moe is, wanneer hem recht geweigerd wordt.
II. Exodus 23 vers 10-19
Ten opzichte van hun religieus-theocratische betrekking tot Jehova, wordt de kinderen van Israël bevolen, de door de Heere later nog nader te beschrijven feestdagen nauwkeurig volgens de goddelijke instelling te houden (vs.10-16), en daardoor in de gemeenschap met hun onzichtbare heerser steeds gesterkt te worden (vs.17-19).
10. Gij zult ook zes jaar uw land bezaaien, en de inkomsten daarvan verzamelen.
11. Maar in het zevende zult gij het rusten en stil, onbearbeid en laten, 1) dat de armen van uw volk van hetgeen in dat jaar vanzelf groeit mogen eten, en het overige daarvan, hetgeen door de armen niet gebruikt wordt, de beesten van het veld eten mogen; alzo zult gij ook doen met uw wijngaard en met uw olijfbomen; ook deze zult gij in het zevende jaar voor de armen overlaten (zie verder over het sabbatsjaar Leviticus. 25:1-7).
Door deze wet heeft Hij hun onverzadigbare begeerte besnoeid, want daarom zaaiden zij, opdat zij meer zouden trekken, terwijl ondertussen het land zonder rust zijnde, magerder oogsten voortbracht.
1) Dat nu het land Kanaän zes jaar achter elkaar kon bezaaid worden, zonder uitgeput te geraken, was wel een teken van zeldzame en uitstekende vruchtbaarheid. Hierdoor veredelt God het ten gunste van zijn volk. En deze rust nu schrijft Hij niet noodzakelijkerwijs voor, omdat Hij in het zesde jaar de kracht van zijn weldaden heeft verdubbeld, maar opdat aan alle kanten de heerlijkheid van de Sabbat zou tevoorschijn treden en de kinderen van Israël aldus meer tot de waarneming ervan zouden aangevuurd worden, door de aanblik van de aarde. Verder zodanig was het gehalte van rust, dat zij niets mochten zaaien in het heilige jaar en geen druiven mochten persen. Doch indien er iets groeide uit de overgebleven gezaaide granen van het vorige jaar, kwam uit ten voordele van de geringen en de vreemdelingen. Evenwel, aan de armen werd zowel de veldvrucht als de most, wat van zelf als het ware opkwam of groeide, in het bijzonder toegestaan, opdat er enige onbaatzuchtige schenking zou zijn, om hun armoede op te heffen. En deze menslievendheid en goedertierenheid was hulpmiddel tot oefening in de Godsvrucht. Het was nu wel niet het meest en voornamelijk door God verordend om de armen enige troost te verschaffen, maar het was niet ongerijmd, de plicht van liefde te verbinden aan de dienst van God.
Deze wet diende: Om een gedenkteken te zijn van Gods rust op de zevende dag, en om de volken gestadig te herinneren, één van hun voornaamste geloofstukken, nl. dat de enige, enige en almachtige God hemel en aarde in zes dagen geschapen had ten opzichte van welke waarheid, alle andere volken zo geweldig verbijsterd waren. 2e. Doordat zij om het zevende jaar geen voordeel hadden van het land, maar het onbebouwd lieten, en zij dat jaar als een heilig jaar God moesten toewijden. Daarmee wilde de Wetgever hun een openlijke belijdenis afvorderen, dat het land niet hun eigen, maar van God was, en dat zij er slechts vruchtgebruikers van waren, waarom de Israëlieten, door de zevende jaarlijkse rust van het land, het als het ware God weer opdroegen, erkennende zijn Oppereigendom hierover, terwijl zij op zijn bevel moesten nalaten het land te bouwen, en zij het in de volgende jaren weer als opnieuw als een leengoed van God ontvingen.
Het sabbatjaar was tevens profetie, dat de bedeling van de schaduwdienst eenmaal een einde zou nemen, en gevolgd worden door de dagen van het Nieuwe Verbond.
12. Zes dagen zult gij uw werk doen (hoofdstuk 20:9 vv.), maar op de zevende dag zult gij met uw hele huis rusten; opdat uw os en uw ezel rust, en dat de zoon van uw dienstmaagd, de knecht die in uw huis geboren is (Genesis 14:14), en evenals deze ook uwgekochte knecht (Exodus. 12:44) en de in uw land zich voor korter of langer tijd ophoudende vreemdeling adem schept, en weer tot krachten komt.
13. In alles, wat Ik (hoofdstuk 20:22-23:13) tot u gezegd heb, zult gij op uw hoede zijn; neemt dat zorgvuldig in acht, want slechts op deze wijze kan Mijn verbond met u bestaan; en, hetgeen het gewichtigste gebod onder alles is, a) de naam van andere goden zult gij niet gedenken, dat gij hun naast Mij godsdienst bewijzen zou (Hos.2:17); uit uw mond zal hij (de naam van die valse goden) zelfs niet gehoord worden! gij zult die naam niet noemen, om daarbij te zweren Jozua 23:7); wanneer gij zweert, zult gij het bij Mijn naam doen. (Deuteronomium. 6:13; 10:20).
a) Numeri. 32:38 Psalm. 16:4 Zacheria 13:2
14. Drie reizen in het jaar zult gij Mij feesthouden, en daardoor op plechtige wijze uitspreken, dat gij Mijn volk zijt (vs.17).
15. Namelijk, allereerst: Het feest van de ongezuurde broden of het Paasfeest zult gij houden. Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb (Exodus. 12:15; 13:6), op de daarvoorbestemde tijd in de maand Abib, van 15-21 van die maand, want in deze tijd zijt gij uit Egypte vertrokken, en die weldaad zult gij nooit vergeten. Doch men zal, wanneer men op dit en de volgende feesten (vs.16) komt (vs.17), niet met lege handen 1) voor Mijn aangezicht verschijnen, maar men zal van de ontvangen zegeningen, die offergaven brengen, die Ik u (Numeri. 28 en 29) nog nader aanwijzen zal (Deuteronomium. 16:16 vv.).
1) Niet met lege handen, maar met offeranden of offergaven, deels om daarmee zijn dankbaarheid jegens de liefde van de Heere te openbaren, deels om daarmee de Priester en de Leviet te onderhouden.
16. En daarna, zeven weken later, zult gij het feest van de oogst houden, het feest van de eerste vruchten van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid zult hebben; op datfeest van de eerstelingen van de oogst zult gij de eerste van het nieuwe koren gebakken tarwebroden offeren (hoofdstuk 34:22). En eindelijk zult gij houden het feest van de inzameling, het feest van de geheel volbrachte oogst, op het einde van het jaar (zie “Ex 12.2), wanneer gij de opbrengst van uw arbeid uit het veld zult ingezameld 1) hebben, als ook die van uw tuinen en olijf- en wijnbergen, dus in de maand Tisri en wel van de 15-21 van die maand.
1) Meer over deze drie hoofdfeesten, zie Leviticus. 23. Of, bij uw inzamelen. De tijd van het feest werd niet geheel afhankelijk gesteld van het voleindigd zijn van de oogst. Dit feest toch werd gevierd van 15-21 van de maand Tischri.
17. Drie maal per jaar, wanneer deze hoge feesten zijn, zullen al uw mannen in persoon en met hun offergaven voor het aangezicht van de Heere HEERE verschijnen. 1)
1) Hiermee wordt het opgaan van alle mannelijke Israëlieten, die geen wettige redenen van verontschuldiging hadden, verplicht gesteld. Waarschijnlijk was de leeftijd op 20 jaar bepaald, omdat zij dan in de census of tempelschatting werden opgenomen. Vrouwen en kinderen mochten ook mee optrekken.
18. Gij zult echter, om de zegen, die Ik u op Mijn feest toegedacht heb, werkelijk deelachtig te worden, het op de juiste wijze vieren, overeenkomstig Mijn geboden, en alzo, wat het Paasfeest betreft, het bloed van Mijn offer 1) met geen gedesemde broden offeren; ook zal het vette van Mijn feest, 2) tot op de morgen niet vernachten, maar nog in diezelfde nacht verteerd en het overige met vuur verbrand worden (hoofdstuk 12:10; 34:25).
1) Van mijn offer wil zeggen, van het Paasoffer. Het Paasoffer was als het ware bij uitnemendheid het offer van de Heere.
2) “Het vette van mijn feest”, betekent het beste van het Paasoffer. Hiermee is bedoeld het vlees van het Paaslam, wat gegeten moest worden en waarvan het overblijvende met vuur moest worden verbrand (hoofdstuk 12:7)
19. Wat verder het feest van de weken of Pinksteren betreft, zo zult gij niet het eerste, wat u voor de hand komt, voor de beweegbroden (Leviticus. 23:17) nemen (Genesis 4:3 vv.); de eerstelingen, het beste, van de eerste vruchten van uw land zult gij in het huis van de HEERE, uw God, brengen, gij zult het bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 1)
1) De laatste woorden van dit vers, die ook in hoofdstuk 34:26 en in Deuteronomium. 14:21) gevonden worden, hebben de uitleggers veel moeite veroorzaakt, zodat Augustinus (Quaest.in Exodus. 34:26) aan de mogelijkheid van een bevredigende verklaring twijfelde. De volgende zijn de drie voornaamste proeven van verklaring: 1. Volgens de Lutherse vertaling zal de betekenis zijn: “Gij zult het bokje niet koken terwijl het aan de melk van zijn moeder is,” en zou het alzo verboden zijn een bokje, dat nog geen zeven dagen is, te slachten, om te koken of te braden (hoofdstuk 22:30 Leviticus. 22:27). Men moet alzo, wanneer men deze vertaling volgt, het verbod tot deze tijd beperken, want melklammeren te offeren en te genieten was geenszins verboden (1 Samuel 7:9); volgens de samenhang heeft dan het verbod niet op het derde, maar op het eerste feest betrekking, zodat voor paaslammeren bokjes van minstens acht dagen moesten genomen worden. 2. Anderen, die onze Statenvertaling overnemen, geloven, dat bij het verbod niet meer van de feestviering gesproken wordt, maar van de toebereiding van de vleesspijzen in het gewone, dagelijkse leven. Geitenbokjes toch waren een bijzonder geliefde spijs (Genesis 27:9,14 Richteren. 6:19; 13:15; 1 Samuel. 16:20), men zocht deze nog smakelijker te maken door ze te koken in melk, voornamelijk in zure melk. Dit werd nu de Israëliet wel niet verboden, maar wel het koken van een bokje in de melk van zijn moeder, omdat dit een omkering van de goddelijke orde was, ten opzichte van de betrekking tussen ouden en jongen; het verbod zou dan op één lijn staan met voorschriften als Leviticus. 22:28 en Deuteronomium. 22:6 vv., welke evenzeer verschoning van de natuur van de dierenwereld bedoelen. 3. Een derde mening behoudt de Statenvertaling, en laat het verbod doelen op een bij de heidenen meermalen voorkomend bijgelovig gebruik, om na het einde van de oogst een geitebokje in de melk van zijn moeder te koken, en met deze melk bomen, wijnstokken, velden enz. te besprengen, waaraan men dan een magische (toverachtige) invloed tot groter vruchtbaarheid van de daarmee besprengde bomen enz. toeschreef. Reeds Maimonides, een zeer beroemd Joods theoloog en wetverklaarder (geb. 1139 te Cordova, gest. 1209 te Caïro) en na hem Abarbanel (gest. 1508) hebben op deze uitleg gewezen; dien ten gevolge werd aan Israël verboden, hun feest van de inzameling door heidens bijgeloof te ontwijden en door dergelijke gebruiken te bezoedelen, maar het op de door God bevolen wijze te houden, dan zou de zegen van de Heere niet ontbreken. Met de tweede mening kunnen wij ons het best verenigen.
III. Exodus 23 vers 20-33
Wat de Heere hierop aan Zijn volk in het met Hem te sluiten verbond aanbiedt (zie Ex 20.22) is een veilig geleide tot aan de grenzen van het beloofde land door de in de wolk- en vuurkolom voor hen heentrekkende Engel (vs.20-22) krachtige bijstand tot uitroeiing van de Kanaänieten, opdat Israël bezit van zijn land neemt en in het genot van rijke, goddelijke zegen daarin zou kunnen wonen (vs.23-28) voortdurende uitbreiding van de grenzen van het land, totdat het de omvang zou verkregen hebben, die reeds aan Abraham beloofd was (vs.29-33).
20. a) Ziet Ik zend een Engel 1) voor uw aangezicht, dezelfde, door wie Ik u uit Egypte geleid en tot hiertoe gebracht heb (Exodus. 14:19 Numeri. 20:16), deze zend Ik in de wolk- en vuurkolom, voor u heen, om u te behoeden op deze weg, die gij gaan zult, en om u te brengen tot de plaats, die Ik u tot woning bereid heb, naar het land Kanaän.
a) Jesaja. 63:9
1) Ongetwijfeld wordt hier beloofd de voortdurende zorg en bewaking van de Engel van het Verbond, de tweede persoon van het Goddelijk wezen.
21. Hoedt u voor Zijn aangezicht, dat altijd naar u heengekeerd is, zodat Hij al uw werken ziet, en al uw woorden hoort, ook de gedachten van uw hart van verreverstaat, en weest aan Zijn stem gehoorzaam, door gewillig de weg te gaan, die Hij u leidt, en getrouw te doen, wat Hij u beveelt, en verbittert Hem niet door ongeloof en ongehoorzaamheid, gelijk gij tot hiertoe meermalen gedaan hebt (hoofdstuk 14:11 vv.; 15:24; 16:2 vv.; 17:2 vv.); want Hij zal uw overtredingen niet vergeven, 1) wanneer gij volhardt in tegenstreven; maar u aan Zijn toorn en Zijn gericht prijsgeven, en dit is hetzelfde, als waart gij in Mijn gericht, want Mijn naam 2) is in het binnenste van Hem, de gehele volheid van Mijn goddelijk wezen woont in Hem; Hij is één wezen met Mij.
1) Niet vergeven, beduidt hier, zwaar en streng straffen, bezoeking doen over hun zonde en ongerechtigheid.
2) Want Mijn naam is in het binnenste van Hem. Met deze woorden deelt de Heere zelf aan de Engel de Majesteit en Heiligheid van Zijn wezen toe. Naam staat hier toch voor Wezen. De Engel is daarom hetzelfde Wezen deelachtig als de heilige God. Heilig en Rechtvaardig, Barmhartig en Genadig, zal Hij zich openbaren. Daarom, omdat Hij het wezen van Jehova deelachtig is, zal Hij het kwade niet kunnen aanschouwen, noch de ongehoorzaamheid van Israël kunnen dulden. De Heere God wil daarom zijn volk een heilige vrees en eerbied voor de Engel van het Verbond inprenten, opdat Israël Hem gehoorzaam zou zijn. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eist de Engel evenals Jehova zelf.
21. Hoedt u voor Zijn aangezicht, dat altijd naar u heengekeerd is, zodat Hij al uw werken ziet, en al uw woorden hoort, ook de gedachten van uw hart van verreverstaat, en weest aan Zijn stem gehoorzaam, door gewillig de weg te gaan, die Hij u leidt, en getrouw te doen, wat Hij u beveelt, en verbittert Hem niet door ongeloof en ongehoorzaamheid, gelijk gij tot hiertoe meermalen gedaan hebt (hoofdstuk 14:11 vv.; 15:24; 16:2 vv.; 17:2 vv.); want Hij zal uw overtredingen niet vergeven, 1) wanneer gij volhardt in tegenstreven; maar u aan Zijn toorn en Zijn gericht prijsgeven, en dit is hetzelfde, als waart gij in Mijn gericht, want Mijn naam 2) is in het binnenste van Hem, de gehele volheid van Mijn goddelijk wezen woont in Hem; Hij is één wezen met Mij.
1) Niet vergeven, beduidt hier, zwaar en streng straffen, bezoeking doen over hun zonde en ongerechtigheid.
2) Want Mijn naam is in het binnenste van Hem. Met deze woorden deelt de Heere zelf aan de Engel de Majesteit en Heiligheid van Zijn wezen toe. Naam staat hier toch voor Wezen.
De Engel is daarom hetzelfde Wezen deelachtig als de heilige God. Heilig en Rechtvaardig, Barmhartig en Genadig, zal Hij zich openbaren. Daarom, omdat Hij het wezen van Jehova deelachtig is, zal Hij het kwade niet kunnen aanschouwen, noch de ongehoorzaamheid van Israël kunnen dulden. De Heere God wil daarom zijn volk een heilige vrees en eerbied voor de Engel van het Verbond inprenten, opdat Israël Hem gehoorzaam zou zijn. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eist de Engel evenals Jehova zelf.
22. Maar zo gij Zijn stem naarstig gehoorzaamt, en doet al, wat Ik door Zijn mond spreken zal, zo zal Ik de vijand van uw vijanden, en de tegenstander van uw tegenstanders zijn; Ik zal met hen handelen, alsof zij zich vijandig tegenover Mij zelf gesteld hadden (Genesis 12:3 Jesaja. 63:8,9).
23. Want Mijn Engel zal, gelijk Ik u zo-even (vs.20) gezegd heb, voor uw aangezicht gaan, en Hij zal u door Zijn leiding en hulp brengen tot de Amorieten, en Hethieten, en Ferezieten en Kanaänieten, Hevieten en Jebusieten (hoofdstuk 3:8), en Ik zal hen verdelgen en u in het bezit van hun land stellen.
1) De heerlijkste beloften van genade en trouw, ontvangt Israël. Maar het wordt ook hier aan het volk bekend gemaakt dat, als het veilig door de woestijn komt en straks op eigen grond woont in Kanaän, het dit enig en alleen te danken heeft aan zijn God, die Zijn Engel voor hun aangezicht zond. De Hethieten woonden in het zuiden van het land Kanaän, bij Hesbon en Ber-séba. De Ferezieten waren hoogstwaarschijnlijk nakomelingen van Ferez, een van de zonen van Cham. Onder Kanaänieten hebben wij te verstaan, die volksstam, die woonde in het noorden aan de zeekant en bij de Jordaan. De Jebusieten waren gevestigd in en in de omtrek van Jeruzalem. De Hevieten woonden bij het gebergte Libanon totdat men komt te Rameses (Ruth 3:9). Men vereenzelvigt hen wel met de Kadmonieten. Bij deze volken behoren nog de Girgazieten, welke hun verblijf hielden aan de overzijde van de Jordaan.
24. Gij zult u voor hun goden niet buigen, noch hen dienen; want Ik heb u geboden (hoofdstuk 20:3) geen andere goden naast Mij te hebben; ook zult gij naar a) hun werken niet doen; gij zult die boosheden niet bedrijven, die met die afgodendienst in verband staan. Gij zult die goden niet eren; maar gij zult ze geheel afbreken, en hun opgerichte beelden1) met de zuilen, waarop zij staan, geheel vermorzelen.
a) Leviticus. 18:3
1) Onder opgerichte beelden moeten verstaan worden de gedenktekenen, welke aan de afgoden gewijd werden.
25. En gij zult de HEERE uw God dienen, zo zal Hij uw brood en uw water 1) zegenen, u overvloedig voedsel geven in het land van uw erfdeel en Ik zal de ziekten, gelijk die, welke andere landen om de afgoderij van de inwoners treffen (hoofdstuk 15:26 Leviticus. 26:16,25 vv. Deuteronomium. 28:20 vv.) uit hetmidden van u weren.
1) Onder brood en water is te verstaan de noodzakelijke levensbehoeften.
26. Er zal onder mensen en vee geen misdrachtige noch onvruchtbare in uw land zijn (Deuteronomium. 7:13 vv.): Ik zal het getal van uw dagen vervullen; 1) Ik zal zorgen, dat gij niet met de goddelozen vóór de tijd afgesneden wordt (Job 14:5 Psalm. 55:24) gij zult geen voortijdige, onnatuurlijke dood sterven.
1) Het getal van uw dagen vervullen, wil zeggen: dat zij oud zouden worden. Wordt van de goddeloze gezegd (Psalm. 31:16; 55:24) dat hij weggeraapt wordt in het midden, of op de helft van zijn jaren, hier wordt de godvrezende een hoge ouderdom beloofd. In dit vers wordt beloofd een goed nakomelingschap en een lang leven, twee van de vurigste wensen van een vroom Israëliet.
Elke ziekte, elk onheil roept ons van Gods weg toe; onderzoekt uw hart en uw wegen. Menige ziekte is het gevolg van onze verkeerdheid, al is er ook geen natuurlijk verband (Exodus. 4:24 vv.). Bij belijdenis van de schuld is de troost van de Christus in Hem, die zijn zonden en ook zijn ziekten (Jesaja 53:4) gedragen heeft.
27. Ik zal, onder voorwaarde dat gij de stem van de Engel gehoorzaamt, en om te bewijzen dat Ik de vijand van uw vijanden ben, Mijn schrik, een door Mijn wonderen, die Ik aan u doe, teweeggebrachte schrik voor uw aangezicht zenden, en al het volk, waartoe gij komt Jozua 2:9; 9:24) versaagd maken; en Ik zal maken, dat al uw vijanden u de nek toekeren, 1)dat degenen, die het wagen zich tegen u te verzetten, op de vlucht moeten gaan. (Jozua 8,10,11)
1) De nek toekeren, is hier in eigenlijke zin te verstaan, nl. dat zij zouden vluchten voor het aangezicht van de kinderen van Israël.
28. Ik zal ook horzels 1) voor uw aangezicht zenden, die hun geen rust zullen laten, maar zich in menigten op hen zullen werpen; die zullen van voor uw aangezicht uitstoten de Hevieten, de Kanaänieten en de Hethieten, totdat niemand van hen meer over is in uw land. (Deuteronomium. 7:20 Jozua. 24:12)
1) De meeste uitleggers verstaan, volgens voorbeeld van Augustinus, onder deze horzels, die de kinderen van Israël bij de verdrijving van de Kanaänieten zouden voorgaan, oneigenlijk de vrees, die hen vervullen en verdrijven zou; zij beroepen zich daarop, dat in het boek van Jozua niet alleen niets van de overweldiging van de Kanaänieten door deze bericht is, maar ook hoofdstuk 24:12 onze plaats uitdrukkelijk op een geval toegepast wordt, waarbij horzels in de eigenlijke zin, volgens het verhaal in Numeri. 21:21 vv. in het geheel niet werkzaam geweest waren. Intussen heeft Bochart in zijn reeds vermeld boek Hierozoïcon daarop opmerkzaam gemaakt, dat niet zelden kikvorsen, slangen, muizen enz. gehele volken verdreven hebben, en uit Aelianus (Var. hist. 11; 28) het bericht aangehaald, dat de Faselieten, waarschijnlijk een Kanaänitisch volk, werkelijk door wespen uit hun woonplaatsen verdreven zijn. Andere dergelijke voorbeelden kan men vinden bij Herodotus, Diodorus, Siculus, Plinius, Justinus enz. Hier moet dus het woord horzel in de eigenlijke zin worden opgevat. In Jozua. 24:12 wordt hier nader over gesproken en in het apocriefe Boek der Wijsheid 12:8 worden de horzels voorlopers van de Heere genoemd.
29. Ik zal hen, echter in een jaar van uw aangezicht niet allen opeens uitstoten, opdat het land, dat voor u te groot is om het te bezetten en te bebouwen, niet woest wordt, en het wild gedierte boven U niet vermenigvuldigd wordt1) en mens en vee in gevaar brengen (Leviticus. 26:22 Ezech.14:15 2 Koningen. 17:25 vv.).
1) Dit is een van de redenen, waarom God de goddelozen op de wereld laat overblijven; juist wanneer zij allen verdelgd werden, zou het meeste deel van het aardrijk woest worden, en in plaats van mensen, wilde dieren daarop vermenigvuldigen, die de vromen beschadigen zouden. Daarom laat God zo wel kwaden als goeden overblijven en bewijst zijn macht en ere daarin, dat Hij een kleine kudde, zoals de Heere Jezus zijn Kerk noemt, bewaart en beschermt in het midden van een woeste vijandige wereld.
30. Ik zal hen, die na de inneming van het land nog overblijven, allengs van uw aangezicht uitstoten, 1) totdat gij gegroeid zijt en het land erft, wanneer hetgetal zo groot is geworden, dat gij alleen het land kunt vervullen.
1) Dien ten gevolge handelde Jozua geheel naar de wil en de bepaling van God, toen hij later het land slechts in het groot veroverde, maar nog menige Kanaänitische stam overliet; deze langzamerhand en al naar gelang er behoefte was te verdrijven, was een werk voor de volgende tijd, maar de kinderen van Israël lieten dit na, en zondigden tegen het uitdrukkelijk gebod (vs.32 vv.); vandaar die gedurig terugkerende nood in de tijd van de richters.
Dit is ook mede een reden, waarom God de goddelozen nog op de aarde duldt; want wanneer Hij hen allen verdelgde, zo zou het grootste deel van de aarde woest worden, en in plaats van mensen zouden daar wilde dieren wonen, die de vromen schade aandeden. Nu echter laat God beiden, goeden en bozen blijven, en Hij bewijst Zijn macht en Zijn eer daarin, dat Hij een handvol godvrezenden onder een wereld van goddelozen behoudt en bewaart.
In Richteren. 3:1,2,4 wordt nog een andere reden vermeld, maar het behaagde de Heere deze alsnog voor de Israëlieten verborgen te houden. De Heere ging geheel opvoedend met Israël, als zijn kind, te werk.
31. En Ik zal uw grenzen stellen van de zee Suf, de Schelfzee (zie “Ex 14.21) in het westen, tot aan de zee van de Filistijnen, de Middellandse Zee, waaraan de Filistijnen wonen en in het oosten van de grote Arabische woestijn tot aan de rivier, 1) de Eufraat (Genesis 15:18 Numeri. 32:2 vv.): Want Ik zal de inwoners van dat land, dat tussen deze grenzen is, de 6of 7 Kanaänitische stammen, in uw hand geven, dat gij hen na elkaar voor uw aangezicht uitstoot, en geen van deze in het land overlaat (Numeri. 33:51 vv.).
1) De grenzen van het land worden hier zeer ruim genomen. Van de Rode Zee tot de Middellandse Zee, en van de Arabische woestijn tot aan de rivier, de Eupfraat. Deze belofte is in de dagen van Salomo als het ware vervuld. (1 Kon.4:21).
32. Gij zult met hen, noch met hun goden, geen verbond maken; 1) gij zult hen niet in uw midden dulden, noch onder u laten wonen (hoofdstuk 34:12 vv. Deuteronomium. 7:2 vv.)
1) Een verbond maken met de heidense volken sluit in: een dulden van hen en hun afgoden. Daardoor kon Israël, ja, daardoor moest Israël, uit kracht van de zondige natuur, tot afgodendienst vervallen.
33. Zij zullen in uw land niet wonen, opdat zij u tegen Mij niet doen zondigen, en door hun afgoderij van Mij aftrekken; indien gij hun goden dient, het zal u voorzeker tot een valstrik 1) zijn, tot een oorzaak van vele ellenden, want Ik ben een grimmig wreker (Jozua 23:13 Richteren. 2:3).
1) Tot een valstrik zijn, betekent, oorzaak worden, dat de Heere zijn aangezicht van hun afwendde en hen met zijn straffen bezocht.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel