Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Exodus 2

1 En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En een manH376 van het huisH1004 van LeviH3878 gingH3212, en namH3947 een dochterH1323 van LeviH3878. En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.

KJV And there went1 a man2 of the house3 of Levi,4 and took5 to wife a daughter7 of Levi.

1 וַיֵּ֥לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 מִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 4 לֵוִ֑י H3878 Levi Levi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי) 5 וַיִּקַּ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 8 לֵוִֽי H3878 Levi Levi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En de vrouwH802 werd zwangerH2029, en baardeH3205 een zoonH1121. Toen zij hem zagH7200, dat hij schoonH2896 was, zo verborgH6845 zij hem drieH7969 maandenH3391. En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.

KJV And the woman2 conceived,1 and bare3 a son:4 and when she saw5 him that he was a goodly8 child, she hid10 him three11 months.

1 וַתַּ֥הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 2 הָאִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 בֵּ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 וַתֵּ֤רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 ט֣וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 9 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 וַֽתִּצְפְּנֵ֖הוּ H6845 verborgen, weggelegd, verbergen esteem, hide(-den one, self), lay up, lurk (be set) privily, (keep) secret(-ly, place) 11 שְׁלֹשָׁ֥ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 12 יְרָחִֽים H3391 maand, maanden, maan month, moon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin, en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Doch als zij hem nietH3808 langerH5750 verbergenH6845 konH3201, zo namH3947 zij voor hem een kistjeH8392 van biezen, en belijmdeH2560 het met lijmH2564 en met pekH2203; en zij legde het knechtjeH3206 daarin, en legde het in de biezen, aanH5921 den oeverH8193 der rivierH2975. Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin, en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.

Ook in dit vers biezenH1573 biezenH5488 leideH7760 leideH7760

KJV And when she could2 not longer3 hide4 him, she took5 for him an ark7 of bulrushes,8 and daubed9 it with slime10 and with pitch,11 and put12 the child15 therein; and she laid16 it in the flags17 by the river's20 brink.

1 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יָכְלָ֣ה H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 3 עוֹד֮ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 4 הַצְּפִינוֹ֒ H6845 verborgen, weggelegd, verbergen esteem, hide(-den one, self), lay up, lurk (be set) privily, (keep) secret(-ly, place) 5 וַתִּֽקַּֽח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 לוֹ֙ 7 תֵּ֣בַת H8392 ark, kistje ark 8 גֹּ֔מֶא H1573 biezen, bieze (bul-) rush 9 וַתַּחְמְרָ֥ה H2560 beroerd, belijmde, bemodderd daub, befoul, be red, trouble 10 בַחֵמָ֖ר H2564 lijm slime(-pit) 11 וּבַזָּ֑פֶת H2203 pek pitch 12 וַתָּ֤שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 13 בָּהּ֙ 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 הַיֶּ֔לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 16 וַתָּ֥שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 17 בַּסּ֖וּף H5488 Schelfzee, biezen, Suf flag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף) 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 שְׂפַ֥ת H8193 lippen, oever, spraak band, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words 20 הַיְאֹֽר H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En zijn zusterH269 steldeH3320 zich van verreH7350, om te wetenH3045, watH4100 hem gedaanH6213 zou worden. En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.

KJV And his sister2 stood1 afar off,3 to wit4 what would be done

1 וַתֵּתַצַּ֥ב H3320 stelde, stellen, stelt present selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up) 2 אֲחֹת֖וֹ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 3 מֵרָחֹ֑ק H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 4 לְדֵעָ֕ה H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 5 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 יֵּעָשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de dochterH1323 van FaraoH6547 ging af, om zich te wassenH7364 in de rivierH2975; en haar jonkvrouwenH5291 wandeldenH1980 aanH5921 den kantH3027 der rivierH2975; toen zij het kistjeH8392 in het middenH8432 van de biezenH5488 zagH7200, zo zondH7971 zij haar dienstmaagdH519 heen, en lietH3381 het halenH3947. En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.

KJV And the daughter2 of Pharaoh3 came down1 to wash4 herself at the river;6 and her maidens7 walked8 along by the river's11 side;10 and when she saw12 the ark14 among15 the flags,16 she sent17 her maid19 to fetch

1 וַתֵּ֤רֶד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 2 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 3 פַּרְעֹה֙ H6547 Farao Pharaoh 4 לִרְחֹ֣ץ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַיְאֹ֔ר H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 7 וְנַעֲרֹתֶ֥יהָ H5291 jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochters damsel, maid(-en), young (woman) 8 הֹלְכֹ֖ת H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 יַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 הַיְאֹ֑ר H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 12 וַתֵּ֤רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַתֵּבָה֙ H8392 ark, kistje ark 15 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 16 הַסּ֔וּף H5488 Schelfzee, biezen, Suf flag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף) 17 וַתִּשְׁלַ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 אֲמָתָ֖הּ H519 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant) 20 וַתִּקָּחֶֽהָ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen zij het openH6605 deed, zo zagH7200 zij dat knechtjeH3206; en zietH2009, het jongskenH5288 weendeH1058; en zij werd met barmhartigheid bewogenH2550 overH5921 hetzelve, en zij zeideH559: DitH2088 is een van de knechtjesH3206 der HebreenH5680! Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!

KJV And when she had opened1 it, she saw2 the child:4 and, behold, the babe6 wept.7 And she had compassion8 on him, and said,10 This is one of the Hebrews'12 children.

1 וַתִּפְתַּח֙ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 2 וַתִּרְאֵ֣הוּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַיֶּ֔לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 5 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 נַ֖עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 7 בֹּכֶ֑ה H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 8 וַתַּחְמֹ֣ל H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 9 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 וַתֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 מִיַּלְדֵ֥י H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 12 הָֽעִבְרִ֖ים H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 13 זֶֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Toen zeideH559 zijn zusterH269 totH413 FaraoH6547's dochterH1323: Zal ik heengaanH3212, en u een voedstervrouwH3243 uitH4480 de HebreinnenH5680 roepenH7121, die dat knechtjeH3206 voor u zogeH3243? Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?

KJV Then said1 his sister2 to Pharaoh's5 daughter,4 Shall I go6 and call7 to thee a nurse10 of the Hebrew12 women,9 that she may nurse13 the child

1 וַתֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲחֹתוֹ֮ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 פַּרְעֹה֒ H6547 Farao Pharaoh 6 הַאֵלֵ֗ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 וְקָרָ֤אתִי H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 לָךְ֙ 9 אִשָּׁ֣ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 10 מֵינֶ֔קֶת H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 11 מִ֖ן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הָעִבְרִיֹּ֑ת H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 13 וְתֵינִ֥ק H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 14 לָ֖ךְ 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 הַיָּֽלֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En de dochterH1323 van FaraoH6547 zeideH559 tot haar: GaH3212 heen. En de jonge maagdH5959 gingH3212, en riepH7121 des knechtjesH3206 moederH517. En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder.

KJV And Pharaoh's4 daughter3 said1 to her, Go.5 And the maid7 went6 and called8 the child's11 mother.

1 וַתֹּֽאמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָ֥הּ 3 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 פַּרְעֹ֖ה H6547 Farao Pharaoh 5 לֵ֑כִי H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 וַתֵּ֨לֶךְ֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 הָֽעַלְמָ֔ה H5959 maagd, maagden, jonge maagd damsel, maid, virgin 8 וַתִּקְרָ֖א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אֵ֥ם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 11 הַיָּֽלֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen zeide Farao's dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen zeideH559 FaraoH6547's dochterH1323 tot haar: NeemH3212 ditH2088 knechtjeH3206 heen, en zoogH3243 het mijH589; ik zal u uw loonH7939 gevenH5414. En de vrouwH802 namH3947 het knechtjeH3206 en zoogdeH5134 het. Toen zeide Farao's dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het.

KJV And Pharaoh's4 daughter3 said1 unto her, Take5 this child7 away, and nurse9 it for me, and I will give12 thee thy wages.14 And the woman16 took15 the child,17 and nursed

1 וַתֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָ֣הּ 3 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 פַּרְעֹ֗ה H6547 Farao Pharaoh 5 הֵילִ֜יכִי H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַיֶּ֤לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 8 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 וְהֵינִקִ֣הוּ H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 10 לִ֔י 11 וַאֲנִ֖י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 שְׂכָרֵ֑ךְ H7939 loon, beloning, Loon hire, price, reward(-ed), wages, worth 15 וַתִּקַּ֧ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 16 הָאִשָּׁ֛ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 17 הַיֶּ֖לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 18 וַתְּנִיקֵֽהוּ H5134 zoogde nurse
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En toen het knechtjeH3206 grootH1431 geworden was, zo brachtH935 zij het tot FaraoH6547's dochterH1323, en het werdH1961 haar ten zoonH1121; en zij noemdeH7121 zijn naamH8034 MozesH4872, en zeideH559: WantH3588 ik heb hem uitH4480 het waterH4325 getogenH4871. En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.

KJV And the child2 grew,1 and she brought3 him unto Pharaoh's5 daughter,4 and he became her son.8 And she called9 his name10 Moses:11 and she said,12 Because I drew16 him out of the water.

1 וַיִגְדַּ֣ל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 2 הַיֶּ֗לֶד H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 3 וַתְּבִאֵ֨הוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 לְבַת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 6 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לָ֖הּ 8 לְבֵ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 וַתִּקְרָ֤א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 10 שְׁמוֹ֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 11 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 12 וַתֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 15 הַמַּ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 16 מְשִׁיתִֽהוּ H4871 trok, getogen draw(out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En het geschiedde in dieH1992 dagenH3117, toen MozesH4872 grootH1431 geworden was, dat hij uitgingH3318 totH413 zijn broederenH251, en bezagH7200 hun lastenH5450; en hij zagH7200, dat een EgyptischH4713 manH376 een HebreeuwsenH5680 manH376 uit zijn broederenH251 sloegH5221. En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.

KJV And it came to pass in those days,2 when Moses5 was grown,4 that he went out6 unto his brethren,8 and looked9 on their burdens:10 and he spied11 an Egyptian13 smiting14 an Hebrew,16 one of his brethren.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הָהֵ֗ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 וַיִּגְדַּ֤ל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 5 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 6 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אֶחָ֔יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 9 וַיַּ֖רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 בְּסִבְלֹתָ֑ם H5450 lasten burden 11 וַיַּרְא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 מִצְרִ֔י H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 14 מַכֶּ֥ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 15 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 16 עִבְרִ֖י H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 17 מֵאֶחָֽיו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En hij zag herwaarts en gindswaartsH3541; en toen hij zag, datH3588 er niemandH376 was, zo versloegH5221 hij den EgyptenaarH4713, en verborgH2934 hem in het zandH2344. En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.

Ook in dit vers zagH6437 zagH7200

KJV And he looked1 this way2 and that way,3 and when he saw4 that there was no man,7 he slew8 the Egyptian,10 and hid11 him in the sand.

1 וַיִּ֤פֶן H6437 keerde, keerden, ziende appear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early) 2 כֹּה֙ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 וָכֹ֔ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 וַיַּ֖רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 אִ֑ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 וַיַּךְ֙ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַמִּצְרִ֔י H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 11 וַֽיִּטְמְנֵ֖הוּ H2934 verborgen, verberg, verbergt hide, lay privily, in secret 12 בַּחֽוֹל H2344 zand, zands sand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Des anderen daagsH3117 ging hij wederomH3318 uit, en zietH2009, tweeH8147 HebreeuwseH5680 mannenH582 twisttenH5327; en hij zeideH559 tot den ongerechteH7563: WaaromH4100 slaatH5221 gij uw naasteH7453? Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?

KJV And when he went out1 the second3 day,2 behold, two5 men of the Hebrews7 strove8 together: and he said9 to him that did the wrong,10 Wherefore smitest12 thou thy fellow?

1 וַיֵּצֵא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַשֵּׁנִ֔י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 4 וְהִנֵּ֛ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 שְׁנֵֽי H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 6 אֲנָשִׁ֥ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 עִבְרִ֖ים H5680 Hebreen, Hebreer, Hebreinnen Hebrew(-ess, woman) 8 נִצִּ֑ים H5327 twistten, gekijf, woeste be laid waste, runinous, strive (together) 9 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 לָֽרָשָׁ֔ע H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 11 לָ֥מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 12 תַכֶּ֖ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 13 רֵעֶֽךָ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Hij dan zeideH559: WieH4310 heeft u tot een oversteH8269 en rechterH8199 overH5921 ons gezetH7760? ZegtH559 gijH859 dit, om mij te dodenH2026, gelijk gij den EgyptenaarH4713 gedoodH2026 hebt? Toen vreesdeH3372 MozesH4872, en zeideH559: VoorwaarH403, deze zaakH1697 is bekendH3045 geworden! Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!

KJV And he said,1 Who made3 thee4 a prince5 and a judge6 over us? intendest10 thou to kill8 me, as thou killedst12 the Egyptian?14 And Moses16 feared,15 and said,17 Surely18 this thing20 is known.

1 וַ֠יֹּאמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 3 שָֽׂמְךָ֞ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 4 לְאִ֨ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 שַׂ֤ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 וְשֹׁפֵט֙ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 7 עָלֵ֔ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַלְהָרְגֵ֨נִי֙ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 9 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 אֹמֵ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 הָרַ֖גְתָּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַמִּצְרִ֑י H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 15 וַיִּירָ֤א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 16 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 17 וַיֹּאמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 18 אָכֵ֖ן H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 19 נוֹדַ֥ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 20 הַדָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao's aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Als nu FaraoH6547 dezeH2088 zaakH1697 hoordeH8085, zo zochtH1245 hij MozesH4872 te dodenH2026; doch MozesH4872 vloodH1272 voor FaraoH6547's aangezichtH6440, en woondeH3427 in het landH776 MidianH4080, en hij zat bijH5921 een waterputH875. Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao's aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.

KJV Now when Pharaoh2 heard1 this thing,4 he sought6 to slay7 Moses.9 But Moses11 fled10 from the face12 of Pharaoh,13 and dwelt14 in the land15 of Midian:16 and he sat down17 by a well.

1 וַיִּשְׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 פַּרְעֹה֙ H6547 Farao Pharaoh 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 וַיְבַקֵּ֖שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 7 לַהֲרֹ֣ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 10 וַיִּבְרַ֤ח H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 11 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 12 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 פַרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 14 וַיֵּ֥שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 15 בְּאֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 16 מִדְיָ֖ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 17 וַיֵּ֥שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 18 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 הַבְּאֵֽר H875 put, puts, waterput pit, well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En de priester in Midian had zeven dochters, die kwamen om te putten, en vulden de drinkbakken, om de kudde haars vaders te drenken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En de priesterH3548 in MidianH4080 had zevenH7651 dochtersH1323, die kwamenH935 om te puttenH1802, en vuldenH4390 de drinkbakkenH7298, om de kuddeH6629 haars vadersH1 te drenkenH8248. En de priester in Midian had zeven dochters, die kwamen om te putten, en vulden de drinkbakken, om de kudde haars vaders te drenken.

KJV Now the priest1 of Midian2 had seven3 daughters:4 and they came5 and drew6 water, and filled7 the troughs9 to water10 their father's12 flock.

1 וּלְכֹהֵ֥ן H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 2 מִדְיָ֖ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 3 שֶׁ֣בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 בָּנ֑וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 וַתָּבֹ֣אנָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 וַתִּדְלֶ֗נָה H1802 geput, opgetrokken, overvloedig draw (out), [idiom] enough, lift up 7 וַתְּמַלֶּ֨אנָה֙ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָ֣רְהָטִ֔ים H7298 goten, drinkbakken, galerijen gallery, gutter, trough 10 לְהַשְׁק֖וֹת H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 11 צֹ֥אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 12 אֲבִיהֶֽן H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Toen kwamen de herders, en zij dreven haar van daar; doch Mozes stond op, en verloste ze, en drenkte haar kudden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Toen kwamenH935 de herdersH7462, en zij drevenH1644 haar van daar; doch MozesH4872 stondH6965 op, en verlosteH3467 ze, en drenkteH8248 haar kuddenH6629. Toen kwamen de herders, en zij dreven haar van daar; doch Mozes stond op, en verloste ze, en drenkte haar kudden.

KJV And the shepherds2 came1 and drove them away:3 but Moses5 stood up4 and helped6 them, and watered7 their flock.

1 וַיָּבֹ֥אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הָרֹעִ֖ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 3 וַיְגָרְשׁ֑וּם H1644 uitdrijven, verstotene, dreef cast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out 4 וַיָּ֤קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 5 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 6 וַיּ֣וֹשִׁעָ֔ן H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 7 וַיַּ֖שְׁקְ H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 צֹאנָֽם H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En toen zij totH413 haar vaderH1 RehuelH7467 kwamen, zo sprakH559 hij: Waarom zijt gij hedenH3117 zo haastH4116 wedergekomenH935? En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?

KJV And when they came1 to Reuel3 their father,4 he said,5 How6 is it that ye are come8 so soon7 to day?

1 וַתָּבֹ֕אנָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 רְעוּאֵ֖ל H7467 Rehuel, Reuel Raguel, Reuel 4 אֲבִיהֶ֑ן H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 מַדּ֛וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 7 מִהַרְתֶּ֥ן H4116 haastte, haast, haasten be carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift 8 בֹּ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 הַיּֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Toen zeidenH559 zij: Een EgyptischH4713 manH376 heeft ons verlostH5337 uit de handH3027 der herderenH7462; en hij heeft ookH1571 overvloedigH1802 voor ons geputH1802, en de kuddeH6629 gedrenktH8248. Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt.

KJV And they said,1 An Egyptian3 delivered4 us out of the hand5 of the shepherds,6 and also drew8 water enough9 for us, and watered11 the flock.

1 וַתֹּאמַ֕רְןָ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 מִצְרִ֔י H4713 Egyptenaars, Egyptische, Egyptenaar Egyptian, of Egypt 4 הִצִּילָ֖נוּ H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 5 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 הָרֹעִ֑ים H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 7 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 דָּלֹ֤ה H1802 geput, opgetrokken, overvloedig draw (out), [idiom] enough, lift up 9 דָלָה֙ H1802 geput, opgetrokken, overvloedig draw (out), [idiom] enough, lift up 10 לָ֔נוּ 11 וַיַּ֖שְׁקְ H8248 drinken, drenken, schenkers cause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַצֹּֽאן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En hij zeideH559 totH413 zijn dochtersH1323: Waar is hij toch, waaromH4100 lietH5800 gij den manH376 nu gaan? roeptH7121 hem, datH2088 hij broodH3899 eteH398. En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.

KJV And he said1 unto his daughters,3 And where is he? why is it that ye have left7 the man?9 call10 him, that he may eat12 bread.

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֹתָ֖יו H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 וְאַיּ֑וֹ H346 waar? where 5 לָ֤מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 זֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 עֲזַבְתֶּ֣ן H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הָאִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 קִרְאֶ֥ן H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 11 ל֖וֹ 12 וְיֹ֥אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 13 לָֽחֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En MozesH4872 bewilligdeH2974 bijH854 den manH376 te wonenH3427; en hij gafH5414 MozesH4872 zijn dochterH1323 ZipporaH6855; En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora;

KJV And Moses2 was content1 to dwell3 with the man:5 and he gave6 Moses10 Zipporah8 his daughter.

1 וַיּ֥וֹאֶל H2974 wilden, beliefd, believe assay, begin, be content, please, take upon, [idiom] willingly, would 2 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 לָשֶׁ֣בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 4 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 הָאִ֑ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 וַיִּתֵּ֛ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 צִפֹּרָ֥ה H6855 Zippora Zipporah 9 בִתּ֖וֹ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 10 לְמֹשֶֽׁה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Die baardeH3205 een zoonH1121; en hij noemdeH7121 zijnH1961 naamH8034 GersomH1647; wantH3588 hij zeideH559: Ik ben een vreemdelingH1616 geworden in een vreemdH5237 landH776. Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.

KJV And she bare1 him a son,2 and he called3 his name5 Gershom:6 for he said,8 I have been a stranger9 in a strange12 land.

1 וַתֵּ֣לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 2 בֵּ֔ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 גֵּרְשֹׁ֑ם H1647 Gersom, Gerson Gershom 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אָמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 גֵּ֣ר H1616 vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelings alien, sojourner, stranger 10 הָיִ֔יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 בְּאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 נָכְרִיָּֽה H5237 vreemde, vreemd, onbekende alien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En het geschiedde na veleH7227 dezer dagenH3117, als de koningH4428 vanH4480 EgypteH4714 gestorvenH4191 was, dat de kinderenH1121 IsraelsH3478 zuchttenH584 en schreeuwdenH2199 over den dienstH5656; en hun gekrijtH7775 over hun dienstH5656 kwam op totH413 GodH430. En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God.

KJV And it came to pass in process4 of time,2 that the king6 of Egypt7 died:5 and the children9 of Israel10 sighed8 by reason of11 the bondage,12 and they cried,13 and their cry15 came up14 unto God17 by reason of the bondage.

1 וַיְהִי֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַיָּמִ֨ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הָֽרַבִּ֜ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 4 הָהֵ֗ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 5 וַיָּ֨מָת֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 וַיֵּאָנְח֧וּ H584 zucht, zuchten, zuchtten groan, mourn, sigh 9 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הָעֲבֹדָ֖ה H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought 13 וַיִּזְעָ֑קוּ H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 14 וַתַּ֧עַל H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 15 שַׁוְעָתָ֛ם H7775 geroep, geschrei, gekrijt crying 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 19 הָעֲבֹדָֽה H5656 dienst, dienstwerk, dienstbaarheid act, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En GodH430 hoordeH8085 hun gekermH5009, en GodH430 gedachtH2142 aan Zijn verbondH1285 metH854 AbrahamH85, metH854 IzakH3327, en metH854 JakobH3290. En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.

KJV And God2 heard1 their groaning,4 and God6 remembered5 his covenant8 with Abraham,10 with Isaac,12 and with Jacob.

1 וַיִּשְׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 נַאֲקָתָ֑ם H5009 gekerm, kermt, zuchtens groaning 5 וַיִּזְכֹּ֤ר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 6 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בְּרִית֔וֹ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 9 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 אַבְרָהָ֖ם H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 11 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 12 יִצְחָ֥ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 13 וְאֶֽת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 יַעֲקֹֽב H3290 Jakob, Jakobs Jacob
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En God zag de kinderen Israels aan, en God kende hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En GodH430 zagH7200 de kinderenH1121 IsraelsH3478 aan, en GodH430 kendeH3045 hen. En God zag de kinderen Israels aan, en God kende hen.

KJV And God2 looked1 upon the children4 of Israel,5 and God7 had respect

1 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וַיֵּ֖דַע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 אֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 2:1 Numeri 26:59 1 Kronieken 6:1 Exodus 6:16 1 Kronieken 23:12
Exodus 2:2 Hebreeën 11:23 Handelingen 7:20 Psalmen 112:5
Exodus 2:3 Jesaja 18:2 Exodus 1:22 Genesis 14:10 Handelingen 7:19 Mattheüs 2:16 Genesis 6:14 Genesis 11:3 Jesaja 19:6
Exodus 2:4 Exodus 15:20 Numeri 26:59 Micha 6:4 Numeri 12:1 Numeri 20:1
Exodus 2:5 Handelingen 7:21 Psalmen 12:5 Exodus 7:15 Exodus 8:20 Psalmen 9:9 1 Koningen 17:6 Psalmen 46:1 Psalmen 76:10
Exodus 2:6 1 Petrus 3:8 Handelingen 7:21 Nehemia 1:11 Spreuken 21:1 1 Koningen 8:50 Psalmen 106:46
Exodus 2:7 Exodus 2:4 Numeri 26:59 Exodus 15:20 Numeri 12:1
Exodus 2:8 Exodus 6:20 Ezechiël 16:8 Jesaja 46:3 Psalmen 27:10
Exodus 2:10 1 Johannes 3:1 Galaten 4:5 Hebreeën 11:24 Genesis 4:25 Handelingen 7:21 Genesis 48:5 1 Samuël 1:20 Mattheüs 1:21
Exodus 2:11 Hebreeën 11:24 Exodus 1:11 Mattheüs 11:28 Exodus 3:7 Handelingen 7:22 Lukas 4:18 Exodus 5:9 Exodus 5:14
Exodus 2:12 Handelingen 7:24
Exodus 2:13 1 Korinthe 6:7 Handelingen 7:26
Exodus 2:14 Lukas 12:14 Genesis 19:9 Mattheüs 21:23 Genesis 13:8 Spreuken 19:12 Genesis 37:8 Lukas 19:27 Numeri 16:3
Exodus 2:15 Handelingen 7:29 Hebreeën 11:27 Genesis 29:2 Genesis 24:11 Genesis 25:4 1 Koningen 19:1 Mattheüs 10:23 Jeremia 26:21
Exodus 2:16 Genesis 24:11 Exodus 3:1 1 Samuël 9:11 Genesis 29:6 Genesis 14:18 Genesis 41:45 Genesis 24:14
Exodus 2:17 Genesis 29:10 Genesis 21:25 Exodus 2:12 Genesis 26:15
Exodus 2:18 Exodus 3:1 Exodus 4:18 Numeri 10:29 Numeri 19:20 Exodus 18:1
Exodus 2:19 Genesis 29:10 Genesis 50:11
Exodus 2:20 Genesis 31:54 Genesis 43:25 Genesis 19:2 1 Timotheüs 5:10 Hebreeën 13:2 Job 31:32 Genesis 18:5 Genesis 24:31
Exodus 2:21 Filippenzen 4:11 Exodus 18:2 Hebreeën 11:25 Hebreeën 13:5 Exodus 2:10 Numeri 12:1 Jakobus 1:10 1 Timotheüs 6:6
Exodus 2:22 Hebreeën 11:13 Handelingen 7:29 Exodus 22:21 Exodus 2:10 Psalmen 39:12 1 Kronieken 23:14 1 Kronieken 16:20 1 Kronieken 29:15
Exodus 2:23 Jakobus 5:4 Handelingen 7:30 Genesis 18:20 Handelingen 12:23 Deuteronomium 26:6 Exodus 3:7 Psalmen 81:6 Genesis 4:10
Exodus 2:24 Exodus 6:5 Psalmen 105:42 Genesis 26:3 Psalmen 106:45 Psalmen 102:20 Genesis 32:28 Genesis 28:12 Psalmen 79:11
Exodus 2:25 Exodus 4:31 Exodus 3:7 Lukas 1:25 2 Samuël 16:12 1 Samuël 1:11 Job 33:27 Exodus 1:8 Psalmen 55:22
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 2 vers 1

een man Wiens naam was Amram, de zoon van Kehath, den zoon van Levi; Ex. 6:17, Ex. 6:19; Num. 26:59.

Hertaald: een man Wiens naam Amram was, de zoon van Kehath, de zoon van Levi; Ex. 6:17, Ex. 6:19; Num. 26:59.

van het huis van Levi ging, Dat is, van het huisgezin en geslacht van Levi.

Hertaald: van het huis van Levi ging, Dat is: van het huisgezin en geslacht van Levi.

nam Te weten, ter vrouw.

Hertaald: nam Namelijk: tot vrouw.

een dochter van Levi Aan Levi zelven geboren, genaamd Jochebed, Num. 26:59; Kehats zuster, de tante van Amram, haar man; dat is, de zuster van zijn vader, Ex. 6:19. Dusdanige huwelijken zijn naderhand verboden; Lev. 18:12.

Hertaald: een dochter van Levi Aan Levi zelf geboren, genaamd Jochebed, Num. 26:59; Kehaths zuster, de tante van Amram, haar man; dat is: de zuster van zijn vader, Ex. 6:19. Dergelijke huwelijken zijn later verboden; Lev. 18:12.

Exodus 2 vers 2

schoon was, Hebreeuws, goed; zie Gen. 6:2.

Hertaald: schoon was, Hebreeuws: goed; zie Gen. 6:2.

Exodus 2 vers 3

niet langer verbergen kon, Want de Israëlieten woonden vermengd onder en met de Egyptenaars, Ex. 3:22. En het bevel van den koning was hard en gevaarlijk het te overtreden, Ex. 1:22; Hebr. 11:23.

Hertaald: niet langer verbergen kon, Want de Israëlieten woonden vermengd onder en met de Egyptenaren, Ex. 3:22. En het gebod van de koning was streng, en het was gevaarlijk om het te overtreden, Ex. 1:22; Hebreeën 11:23.

een kistje Anders, een lade.

Hertaald: een kistje Anders: een kist.

biezen, Hiervan maakten de Egyptenaars lichte schuiltjes; Jes. 18:2.

Hertaald: biezen, Hiervan maakten de Egyptenaren lichte schuitjes; Jes. 18:2.

oever der rivier Hebreeuws, lip. Dit deed de moeder, opdat het kind des te lichter zou gehoord, gezien en gevonden kunnen worden.

Hertaald: oever der rivier Hebreeuws: lip. Dit deed de moeder, opdat het kind des te gemakkelijker gehoord, gezien en gevonden zou kunnen worden.

Exodus 2 vers 4

zijn zuster stelde zich van verre, Genaamd Mirjam; Ex. 15:20; Num. 26:59.

Hertaald: zijn zuster stelde zich van verre, Genaamd Mirjam; Ex. 15:20; Num. 26:59.

Exodus 2 vers 5

den kant der rivier; Hebreeuws, aan de hand.

Hertaald: den kant der rivier; Hebreeuws: aan de hand.

liet het halen Hebreeuws, nam het.

Hertaald: liet het halen Hebreeuws: nam het.

Exodus 2 vers 6

zij dat knechtje; Hebreeuws, en zij zag hem, het knechtje.

Hertaald: zij dat knechtje; Hebreeuws: en zij zag hem, het knechtje.

Exodus 2 vers 7

voedstervrouw uit de Hebreïnnen roepen, Hebreeuws, zogende vrouw.

Hertaald: voedstervrouw uit de Hebreïnnen roepen, Hebreeuws: zogende vrouw.

Exodus 2 vers 10

en het werd haar ten zoon; Dat is, zij nam hem aan voor haar zoon: zij liet hem onderwijzen in alle wijsheid der Egyptenaars; Hand. 7:21.

Hertaald: en het werd haar ten zoon; Dat is: zij nam hem aan als haar zoon: zij liet hem onderwijzen in alle wijsheid van de Egyptenaren; Hand. 7:21.

Mozes, Dat is, uitgetrokken; te weten, uit het water.

Hertaald: Mozes, Dat is: uitgetrokken; namelijk: uit het water.

Exodus 2 vers 11

toen Mozes groot geworden was, Mozes was in dien tijd veertig jaren oud, machtig in woorden en daden; Hand. 7:23.

Hertaald: toen Mozes groot geworden was, Mozes was in die tijd veertig jaar oud, machtig in woorden en daden; Hand. 7:23.

broederen sloeg Dat is, verwanten of landslieden.

Hertaald: broederen sloeg Dat is: verwanten of landgenoten.

Exodus 2 vers 12

zo versloeg hij den Egyptenaar, Dit heeft Mozes gedaan om zijn broeders te doen verstaan, dat God hen door zijn hand verlossen zou, maar zij verstonden het niet; Hand. 7:25.

Hertaald: zo versloeg hij den Egyptenaar, Dit heeft Mozes gedaan om zijn broeders te laten begrijpen dat God hen door Zijn hand zou verlossen, maar zij begrepen het niet; Hand. 7:25.

Exodus 2 vers 13

den ongerechte Dat is, tot dien die ongelijk had.

Hertaald: den ongerechte Dat is: tot degene die ongelijk had.

Exodus 2 vers 14

overste en rechter over ons gezet? Hebreeuws, een man een vorst; dat is, een vorstelijk man.

Hertaald: overste en rechter over ons gezet? Hebreeuws: een man een vorst; dat is: een vorstelijk man.

zaak is bekend geworden! Of, daad, of, handel.

Hertaald: zaak is bekend geworden! Of: daad, of: handeling.

Exodus 2 vers 15

deze zaak hoorde, Dat is, den doodslag, door Mozes begaan, vernomen heeft.

Hertaald: deze zaak hoorde, Dat is: de doodslag die Mozes begaan had, vernomen heeft.

Midian, Hand. 7:29. Madjan; zie Gen. 25:2.

Hertaald: Midian, Hand. 7:29. Madjan; zie Gen. 25:2.

Exodus 2 vers 16

de priester in Midian Anders de prins, of, overste; zie van het Hebreeuwse woord Cohen Gen. 41:45. Zijn naam was Jethro, Ex. 3:1, en Hobab, Num. 10:29.

Hertaald: de priester in Midian Anders: de vorst, of: overste; zie over het Hebreeuwse woord Cohen Gen. 41:45. Zijn naam was Jethro, Ex. 3:1, en Hobab, Num. 10:29.

Exodus 2 vers 18

vader Rehuël kwamen, Dat is, grootvader; alzo wordt het woord genomen 2 Kon. 14:3, en 2 Kon. 16:2, en 2 Kon. 18:3. Deze was een Midianiet, Hobabs of Jethros vader, Num. 10:29.

Hertaald: vader Rehuël kwamen, Dat is: grootvader; zo wordt het woord ook gebruikt in 2 Kon. 14:3, en 2 Kon. 16:2, en 2 Kon. 18:3. Deze was een Midianiet, de vader van Hobab of Jethro, Num. 10:29.

Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen? Hebreeuws, waarom hebt gij heden gehaast te komen?

Hertaald: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen? Hebreeuws: waarom hebt gij heden gehaast om te komen?

Exodus 2 vers 19

overvloedig voor ons geput, Hebreeuws, puttende geput.

Hertaald: overvloedig voor ons geput, Hebreeuws: puttende geput.

Exodus 2 vers 20

dochters Dat is, nichten, gelijk te zien is Num. 10:29; zie de aantekeningen op 1 Kron. 1:50.

Hertaald: dochters Dat is: nichten, zoals te zien is in Num. 10:29; zie de aantekeningen bij 1 Kron. 1:50.

nu gaan? Te weten, nu het zo laat op den dag is.

Hertaald: nu gaan? Namelijk: nu het zo laat op de dag is.

brood ete Dat is, dat hij maaltijd houde; zie Gen. 31:54.

Hertaald: brood ete Dat is: dat hij de maaltijd houdt; zie Gen. 31:54.

Exodus 2 vers 21

dochter Zippora; Zijn nicht, te weten, de dochter van zijn zoon Jethro, Ex. 3:1.

Hertaald: dochter Zippora; Zijn nicht, namelijk: de dochter van zijn zoon Jethro, Ex. 3:1.

Exodus 2 vers 22

* Achter deze woorden staan in onze oude overzetting vele woorden, die in het Hebreeuws niet zijn, maar zij zijn er bijgevoegd uit de Griekse overzetting, en staan ook in den Hebreeuwsen tekst, Ex. 18:4; vandaar zijn zij hier overgebracht.

Hertaald: * Achter deze woorden staan in onze oude vertaling veel woorden die niet in het Hebreeuws voorkomen, maar die zijn toegevoegd vanuit de Griekse vertaling; zij staan ook in de Hebreeuwse tekst van Ex. 18:4, en zijn vandaar hierheen overgebracht.

Exodus 2 vers 23

vele dezer dagen, Te weten, omtrent veertig jaren, Ex. 7:7; Hand. 7:30. Mozes heeft aan het hof van Faraö veertig jaren geleefd; hij is veertig jaren een vreemdeling en herder geweest in Midian, en veertig jaren is hij in de woestijn geweest.

Hertaald: vele dezer dagen, Namelijk: ongeveer veertig jaar, Ex. 7:7; Hand. 7:30. Mozes heeft veertig jaar aan het hof van Farao geleefd; hij is veertig jaar een vreemdeling en herder geweest in Midian, en veertig jaar is hij in de woestijn geweest.

koning van Egypte gestorven was, En allen die naar het leven van Mozes stonden, Ex. 4:19, waardoor Mozes vrijheid had in Egypte terug te keren.

Hertaald: koning van Egypte gestorven was, En allen die Mozes naar het leven stonden, Ex. 4:19, waardoor Mozes vrijheid had om naar Egypte terug te keren.

Exodus 2 vers 24

en God gedacht Zie Gen. 8:1.

Hertaald: en God gedacht Zie Gen. 8:1.

aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob Te weten, gemaakt of opgericht.

Hertaald: aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob Namelijk: gemaakt of opgericht.

Exodus 2 vers 25

God kende hen. Dat is, nam zich harer aan.

Hertaald: God kende hen. Dat is: nam Zich hunner aan.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes  — getrokken, uitgetrokken

Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.

Reguël (Jethro)  — vriend van God (Reguël); zijn voortreffelijkheid (Jethro)

De priester van Midian, wiens zeven dochters Mozes bij de put tegen herders verdedigde, waarna hij bij hem introk (Ex. 2:16-21). Later in Exodus wordt hij Jethro genoemd; hij gaf zijn dochter Zippora aan Mozes tot vrouw, en gaf Mozes later, bij Sinaï, de wijze raad om onderrechters aan te stellen (Ex. 18).

Zippora  — vogeltje

De dochter van Reguël (Jethro), die Mozes tot vrouw kreeg nadat hij haar en haar zusters bij de put tegen de herders verdedigd had (Ex. 2:21). Zij baarde hem twee zonen, Gersom en Eliëzer, en besneed onderweg naar Egypte zelf hun zoon om een oordeel van de HEERE over Mozes af te wenden (Ex. 4:24-26).

Gersom  — een vreemdeling aldaar

De eerste zoon van Mozes en Zippora, zo genoemd omdat Mozes zei: 'Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land' (Ex. 2:22).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte  — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — zie voor de volledige geschiedenis van het land het artikel bij Genesis 12, waar Egypte voor het eerst in de Schrift genoemd wordt

Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, met het bewoonbare land vrijwel geheel beperkt tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.

Geschiedenis: Waar Jozef eerst als slaaf en gevangene, en later als onderkoning verhoogd werd, en waar zijn hele familie zich in het land Gosen vestigde (Gen. 37-50), wordt Egypte in het boek Exodus het land van verdrukking: "er stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had" (Ex. 1:8). Uit vrees voor de groei van het volk Israël werden de Hebreeën tot harde slavenarbeid gedwongen, onder meer voor de bouw van de voorraadsteden Pithom en Raämses, en werd bevel gegeven hun pasgeboren zonen te doden (Ex. 1:8-22). Dit vormt het decor van heel het boek Exodus, tot aan de uittocht (Ex. 12) en de doortocht door de Schelfzee (Ex. 14).

Bijbelse betekenis: Het land dat eerst redding en overvloed bood (onder Jozef), wordt hier het "ijzeren smeltoven" van verdrukking (Deut. 4:20) — waaruit de HEERE Zijn volk met sterke hand en uitgestrekte arm zou uitleiden, tot in alle latere Schrift het grondpatroon van verlossing.

Ex. 1:1-22; en de rest van het boek Exodus

Midian  — vernoemd naar Midian, een zoon van Abraham bij Ketura (Gen. 25:2)

Ligging: Een uitgestrekt, niet scherp begrensd gebied ten oosten van de Golf van Akaba, zich uitstrekkend tot in het Arabisch schiereiland; het bijbelse "land Midian" waar Mozes naartoe vluchtte lag vermoedelijk (mede) op het Sinaïtisch schiereiland zelf, ten oosten daarvan.

Geschiedenis: Hierheen vluchtte Mozes nadat hij een Egyptenaar had doodgeslagen; hij trouwde er met Zippora, de dochter van Jethro, de priester van Midian, en hoedde er diens kudden (Ex. 2:15-22). Van hieruit, bij de berg Horeb, riep de HEERE hem tot zijn levenswerk (Ex. 3). Later, na de uittocht, waren de Midianieten aanvankelijk bevriend (Jethro bezoekt Israël, Ex. 18), maar zij verleidden Israël tot afgoderij bij Baäl-Peor (Num. 25; 31), en traden nog weer later, ten tijde van Gideon, op als vijanden van Israël (Richt. 6-8).

Bijbelse betekenis: De plaats van veertig jaar stille voorbereiding — waar Mozes, ver van het paleis van Farao, als eenvoudig herder leerde wat hij later als herder van Gods volk nodig zou hebben, en waar de HEERE Zelf hem riep.

Ex. 2:15-22; 3:1; 4:19; 18:1-12; Num. 25; 31; Richt. 6-8

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen functie

De verlosser die zijn broeders niet herkenden — 2:1-15, 23-25

Farao heeft bevolen dat elk pasgeboren jongetje van de Hebreeën in de rivier geworpen moet worden. In dat bevel wordt een kind geboren dat drie maanden lang verborgen wordt gehouden, en dan alsnog in de rivier gelegd — maar in een kistje.

Mozes wordt gered uit de dood van alle kinderen, groeit op aan het hof van de moordenaar, en wordt door de mensen die hij komt verlossen afgewezen.

De moeder doet uiteindelijk wat de koning bevolen heeft, maar op haar manier: zij legt het kind in de rivier, in een kistje van biezen, dichtgesmeerd met lijm en pek. De kanttekening voegt er een detail aan toe dat het tafereel opeens scherpstelt. Zij legde het aan de oever, waar het Hebreeuws letterlijk spreekt van de lip van de rivier. Dat deed zij, zegt de kanttekening, opdat het kind des te gemakkelijker gehoord, gezien en gevonden zou kunnen worden. Dit is geen wanhoop. Dit is een moeder die haar kind neerlegt waar iemand het moet vinden.

En iemand vindt het. Van alle mensen die langs die oever hadden kunnen komen, komt de dochter van de man die het doodvonnis getekend heeft. Zij hoort een kind wenen, wordt met barmhartigheid bewogen, en zegt hardop wat zij ziet: dit is een van de knechtjes der Hebreeën. Zij weet dus precies welk kind zij redt, en zij redt het toch. Het kind dat volgens de wet dood moest zijn, groeit op in het huis van de wetgever, en wordt in de eerste jaren nog betaald opgevoed door zijn eigen moeder.

Veertig jaar later gaat hij uit tot zijn broederen en bezag hun lasten. Hij ziet een Egyptenaar een Hebreeër slaan, en hij grijpt in. Waarom eigenlijk? De kanttekening geeft daar een antwoord dat zij rechtstreeks uit Handelingen 7 haalt: Mozes deed dit om zijn broeders te laten begrijpen dat God hen door zijn hand zou verlossen — maar zij begrepen het niet. Wat een misdaad lijkt, was een aankondiging. En zij werd niet verstaan.

De dag daarna wordt dat pijnlijk duidelijk. Hij probeert twee ruziënde Hebreeën uit elkaar te halen, en krijgt de vraag terug die alles zegt: “Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet?” Zijn eigen volk wil hem niet. Hij vlucht, en verdwijnt veertig jaar lang uit beeld als herder in Midian.

Stefanus houdt zijn rechters precies deze geschiedenis voor, en hij haalt die ene vraag woordelijk aan. Dan zet hij er de zin achter waar heel zijn verdediging op uitloopt: dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, dezen heeft God tot een overste en verlosser gezonden. Het volk verwierp de man die God gezonden had, en God zond hem opnieuw, als dezelfde. Stefanus vertelt dat niet als geschiedenis maar als patroon, en zijn hoorders begrijpen maar al te goed op wie hij uitkomt.

De Hebreeënbrief kijkt naar dezelfde jaren en zegt iets dat men niet zou durven bedenken als het er niet stond. Toen Mozes weigerde een zoon van Farao's dochter genoemd te worden, achtte hij de versmaadheid van Christus meerder rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte. De smaad die hij droeg had, eeuwen vooruit, al een naam.

Het hoofdstuk sluit niet af met Mozes maar met God. Het volk zucht, en er staat vier keer achter elkaar een werkwoord met God als onderwerp: God hoorde, God gedacht aan Zijn verbond, God zag aan, en God kende hen. De kanttekening vat dat laatste kort samen: Hij nam Zich hunner aan. De verlossing begint niet bij de man in Midian, maar bij een verbond dat God Zich herinnert.

  1. Exodus 2:3 — Het kind wordt neergelegd waar het gevonden moet worden, en de dochter van de moordenaar vindt het.
  2. Exodus 2:11-12 — Hij gaat uit tot zijn broederen en grijpt in — als aankondiging van de verlossing.
  3. Exodus 2:14 — Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zijn volk wil hem niet.
  4. Handelingen 7:35 — Stefanus: dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zond God als overste en verlosser.
  5. Hebreeën 11:26 — Wat hij in Egypte droeg, heet daar de versmaadheid van Christus.
  6. Johannes 1:11 — Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 7:23-35; Hebreeën 11:24-27; Johannes 1:11; Mattheüs 2:13-16

Hoever dit reikt: Dat Mozes hier op Christus wijst, staat niet met zoveel woorden in Exodus. Wat er wél staat is het gegeven zelf: een gezonden verlosser die door zijn eigen broeders wordt afgewezen. Het Nieuwe Testament gebruikt dat gegeven ook zo. Stefanus haalt de vraag uit vers 14 woordelijk aan en bouwt er zijn betoog op, en de Hebreeënbrief noemt de smaad die Mozes droeg de versmaadheid van Christus. De vergelijking tussen het kindermoordbevel van Farao en dat van Herodes ligt voor de hand, maar wordt door de Schrift zelf niet gemaakt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Exodus 2

Exodus 2:24.KruisverwijzingenExodus 6:5Psalmen 105:42Genesis 26:3Psalmen 106:45Psalmen 102:20Genesis 32:28Genesis 28:12Psalmen 79:11
— En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.
“En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak en met Jakob.”

Ik zou graag willen weten hoe ik over dit vers zou moeten preken. God zag de kinderen van Israël en dacht niet aan hun zonden, namelijk dat zij in feite Egyptenaren waren geworden en Egypte en de afgoden van Egypte liefhadden. Hij dacht aan Zijn vriend Abraham. Hij dacht aan Isaak. Hij dacht aan Jakob, die Hij liefhad. Hij dacht aan de belofte die Hij hun had gegeven: dat Hij hen zou zegenen en tot een zegen zou maken. Dat deed Hij niet vanwege enige verdienste van de Israëlieten, maar omwille van degenen die Hij had liefgehad en geëerd.

Omwille van het verbond dat Hij met hen had gesloten, zei Hij: “Ik zal de macht van de farao breken, en Ik zal Mijn volk zegenen. Ik zal hen uit de slavernij leiden en hen in vrijheid stellen.”

Als God voor eeuwig naar een zondaar zou kijken, zou Hij in hem niets anders kunnen zien dan wat Hij rechtvaardig moet bestraffen. Maar wanneer Hij ziet op Zijn geliefde Zoon, Die Hij liefheeft, en Zich herinnert hoe Hij leefde en liefhad, bloedde en stierf, en verzoening deed voor de schuldigen, en wanneer Hij Zich Zijn verbond met Zijn Geliefde herinnert, dan zegt Hij: “Ik zal dit volk zegenen dat Ik Hem heb gegeven door een eeuwigdurend verbond. Ik heb beloofd dat Hij de vruchten van Zijn zielenmoeite zou zien, en dat zal Hij ook. Ik zal de macht van de zonde breken, en Ik zal deze gevangenen bevrijden tot lof van de heerlijkheid van Mijn genade. En zij zullen aanvaard worden in de Geliefde.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content