Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En een manH376 van het huisH1004 van LeviH3878gingH3212, en namH3947 een dochterH1323 van LeviH3878.En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.
KJVAnd there went1a man2of the house3of Levi,4and took5to wife a daughter7of Levi.
1וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4לֵוִ֑יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)5וַיִּקַּ֖חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8לֵוִֽיH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)
2En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de vrouwH802 werd zwangerH2029, en baardeH3205 een zoonH1121. Toen zij hem zagH7200, dat hij schoonH2896 was, zo verborgH6845 zij hem drieH7969maandenH3391.En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.
KJVAnd the woman2conceived,1and bare3a son:4and when she saw5him that he was a goodly8child, she hid10him three11months.
1וַתַּ֥הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor2הָאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4בֵּ֑ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וַתֵּ֤רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8ט֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)9ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10וַֽתִּצְפְּנֵ֖הוּH6845verborgen, weggelegd, verbergenesteem, hide(-den one, self), lay up, lurk (be set) privily, (keep) secret(-ly, place)11שְׁלֹשָׁ֥הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)12יְרָחִֽיםH3391maand, maanden, maanmonth, moon
3Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin, en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Doch als zij hem nietH3808langerH5750verbergenH6845konH3201, zo namH3947 zij voor hem een kistjeH8392 van biezen, en belijmdeH2560 het met lijmH2564 en met pekH2203; en zij legde het knechtjeH3206 daarin, en legde het in de biezen, aanH5921 den oeverH8193 der rivierH2975.Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin, en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.
Ook in dit vers
biezenH1573
biezenH5488
leideH7760
leideH7760
KJVAnd when she could2not longer3hide4him, she took5for him an ark7of bulrushes,8and daubed9it with slime10and with pitch,11and put12the child15therein; and she laid16it in the flags17by the river's20brink.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יָכְלָ֣הH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3עוֹד֮H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)4הַצְּפִינוֹ֒H6845verborgen, weggelegd, verbergenesteem, hide(-den one, self), lay up, lurk (be set) privily, (keep) secret(-ly, place)5וַתִּֽקַּֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6לוֹ֙7תֵּ֣בַתH8392ark, kistjeark8גֹּ֔מֶאH1573biezen, bieze(bul-) rush9וַתַּחְמְרָ֥הH2560beroerd, belijmde, bemodderddaub, befoul, be red, trouble10בַחֵמָ֖רH2564lijmslime(-pit)11וּבַזָּ֑פֶתH2203pekpitch12וַתָּ֤שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work13בָּהּ֙14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַיֶּ֔לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)16וַתָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work17בַּסּ֖וּףH5488Schelfzee, biezen, Sufflag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19שְׂפַ֥תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words20הַיְאֹֽרH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream
4En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En zijn zusterH269steldeH3320 zich van verreH7350, om te wetenH3045, watH4100 hem gedaanH6213 zou worden.En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.
KJVAnd his sister2stood1afar off,3to wit4what would be done
1וַתֵּתַצַּ֥בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)2אֲחֹת֖וֹH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together3מֵרָחֹ֑קH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come4לְדֵעָ֕הH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot5מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6יֵּעָשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7לֽוֹ
5En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de dochterH1323 van FaraoH6547 ging af, om zich te wassenH7364 in de rivierH2975; en haar jonkvrouwenH5291wandeldenH1980aanH5921 den kantH3027 der rivierH2975; toen zij het kistjeH8392 in het middenH8432 van de biezenH5488zagH7200, zo zondH7971 zij haar dienstmaagdH519 heen, en lietH3381 het halenH3947.En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.
KJVAnd the daughter2of Pharaoh3came down1to wash4herself at the river;6and her maidens7walked8along by the river's11side;10and when she saw12the ark14among15the flags,16she sent17her maid19to fetch
1וַתֵּ֤רֶדH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh4לִרְחֹ֣ץH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַיְאֹ֔רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream7וְנַעֲרֹתֶ֥יהָH5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)8הֹלְכֹ֖תH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11הַיְאֹ֑רH2975rivier, rivieren, stromenbrook, flood, river, stream12וַתֵּ֤רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַתֵּבָה֙H8392ark, kistjeark15בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)16הַסּ֔וּףH5488Schelfzee, biezen, Sufflag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)17וַתִּשְׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19אֲמָתָ֖הּH519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)20וַתִּקָּחֶֽהָH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
6Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen zij het openH6605 deed, zo zagH7200 zij dat knechtjeH3206; en zietH2009, het jongskenH5288weendeH1058; en zij werd met barmhartigheid bewogenH2550overH5921 hetzelve, en zij zeideH559: DitH2088 is een van de knechtjesH3206 der HebreenH5680!Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!
KJVAnd when she had opened1it, she saw2the child:4and, behold, the babe6wept.7And she had compassion8on him, and said,10This is one of the Hebrews'12children.
1וַתִּפְתַּח֙H6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent2וַתִּרְאֵ֣הוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַיֶּ֔לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)5וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see6נַ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7בֹּכֶ֑הH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep8וַתַּחְמֹ֣לH2550verschonen, sparen, verschoondehave compassion, (have) pity, spare9עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וַתֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11מִיַּלְדֵ֥יH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)12הָֽעִבְרִ֖יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)13זֶֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
7Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen zeideH559 zijn zusterH269totH413FaraoH6547's dochterH1323: Zal ik heengaanH3212, en u een voedstervrouwH3243uitH4480 de HebreinnenH5680roepenH7121, die dat knechtjeH3206 voor u zogeH3243?Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?
KJVThen said1his sister2to Pharaoh's5daughter,4Shall I go6and call7to thee a nurse10of the Hebrew12women,9that she may nurse13the child
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲחֹתוֹ֮H269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5פַּרְעֹה֒H6547FaraoPharaoh6הַאֵלֵ֗ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7וְקָרָ֤אתִיH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8לָךְ֙9אִשָּׁ֣הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10מֵינֶ֔קֶתH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)11מִ֖ןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הָעִבְרִיֹּ֑תH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)13וְתֵינִ֥קH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)14לָ֖ךְ15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַיָּֽלֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)
8En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En de dochterH1323 van FaraoH6547zeideH559 tot haar: GaH3212 heen. En de jonge maagdH5959gingH3212, en riepH7121 des knechtjesH3206moederH517.En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder.
KJVAnd Pharaoh's4daughter3said1to her, Go.5And the maid7went6and called8the child's11mother.
1וַתֹּֽאמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָ֥הּ3בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh5לֵ֑כִיH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6וַתֵּ֨לֶךְ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7הָֽעַלְמָ֔הH5959maagd, maagden, jonge maagddamsel, maid, virgin8וַתִּקְרָ֖אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֵ֥םH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting11הַיָּֽלֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)
9Toen zeide Farao's dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen zeideH559FaraoH6547's dochterH1323 tot haar: NeemH3212ditH2088knechtjeH3206 heen, en zoogH3243 het mijH589; ik zal u uw loonH7939gevenH5414. En de vrouwH802namH3947 het knechtjeH3206 en zoogdeH5134 het.Toen zeide Farao's dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het.
KJVAnd Pharaoh's4daughter3said1unto her, Take5this child7away,and nurse9it for me, and I will give12thee thy wages.14And the woman16took15the child,17and nursed
1וַתֹּ֧אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָ֣הּ3בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4פַּרְעֹ֗הH6547FaraoPharaoh5הֵילִ֜יכִיH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַיֶּ֤לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)8הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9וְהֵינִקִ֣הוּH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)10לִ֔י11וַאֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12אֶתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14שְׂכָרֵ֑ךְH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth15וַתִּקַּ֧חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win16הָאִשָּׁ֛הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English17הַיֶּ֖לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)18וַתְּנִיקֵֽהוּH5134zoogdenurse
10En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En toen het knechtjeH3206grootH1431 geworden was, zo brachtH935 zij het tot FaraoH6547's dochterH1323, en het werdH1961 haar ten zoonH1121; en zij noemdeH7121 zijn naamH8034MozesH4872, en zeideH559: WantH3588 ik heb hem uitH4480 het waterH4325getogenH4871.En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.
KJVAnd the child2grew,1and she brought3him unto Pharaoh's5daughter,4and he became her son.8And she called9his name10Moses:11and she said,12Because I drew16him out of the water.
1וַיִגְדַּ֣לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower2הַיֶּ֗לֶדH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)3וַתְּבִאֵ֨הוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4לְבַתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh6וַֽיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לָ֖הּ8לְבֵ֑ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וַתִּקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say10שְׁמוֹ֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report11מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses12וַתֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with15הַמַּ֖יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))16מְשִׁיתִֽהוּH4871trok, getogendraw(out)
11En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En het geschiedde in dieH1992dagenH3117, toen MozesH4872grootH1431 geworden was, dat hij uitgingH3318totH413 zijn broederenH251, en bezagH7200 hun lastenH5450; en hij zagH7200, dat een EgyptischH4713manH376 een HebreeuwsenH5680manH376 uit zijn broederenH251sloegH5221.En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.
KJVAnd it came to pass in those days,2when Moses5was grown,4that he went out6unto his brethren,8and looked9on their burdens:10and he spied11an Egyptian13smiting14an Hebrew,16one of his brethren.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הָהֵ֗םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4וַיִּגְדַּ֤לH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower5מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses6וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֶחָ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9וַיַּ֖רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10בְּסִבְלֹתָ֑םH5450lastenburden11וַיַּרְא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13מִצְרִ֔יH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt14מַכֶּ֥הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound15אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16עִבְרִ֖יH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)17מֵאֶחָֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
12En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En hij zag herwaarts en gindswaartsH3541; en toen hij zag, datH3588 er niemandH376 was, zo versloegH5221 hij den EgyptenaarH4713, en verborgH2934 hem in het zandH2344.En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.
Ook in dit vers
zagH6437
zagH7200
KJVAnd he looked1this way2and that way,3and when he saw4that there was no man,7he slew8the Egyptian,10and hid11him in the sand.
1וַיִּ֤פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2כֹּה֙H3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3וָכֹ֔הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4וַיַּ֖רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7אִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8וַיַּךְ֙H5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַמִּצְרִ֔יH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt11וַֽיִּטְמְנֵ֖הוּH2934verborgen, verberg, verbergthide, lay privily, in secret12בַּחֽוֹלH2344zand, zandssand
13Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Des anderen daagsH3117 ging hij wederomH3318 uit, en zietH2009, tweeH8147HebreeuwseH5680mannenH582twisttenH5327; en hij zeideH559 tot den ongerechteH7563: WaaromH4100slaatH5221 gij uw naasteH7453?Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?
KJVAnd when he went out1the second3day,2behold, two5menof the Hebrews7strove8together: and he said9to him that did the wrong,10Wherefore smitest12thou thy fellow?
1וַיֵּצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)4וְהִנֵּ֛הH2009ziet, ziebehold, lo, see5שְׁנֵֽיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6אֲנָשִׁ֥יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7עִבְרִ֖יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)8נִצִּ֑יםH5327twistten, gekijf, woestebe laid waste, runinous, strive (together)9וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10לָֽרָשָׁ֔עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong11לָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12תַכֶּ֖הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound13רֵעֶֽךָH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Hij dan zeideH559: WieH4310 heeft u tot een oversteH8269 en rechterH8199overH5921 ons gezetH7760? ZegtH559gijH859 dit, om mij te dodenH2026, gelijk gij den EgyptenaarH4713gedoodH2026 hebt? Toen vreesdeH3372MozesH4872, en zeideH559: VoorwaarH403, deze zaakH1697 is bekendH3045 geworden!Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!
KJVAnd he said,1Who made3thee4a prince5and a judge6over us? intendest10thou to kill8me, as thou killedst12the Egyptian?14And Moses16feared,15and said,17Surely18this thing20is known.
1וַ֠יֹּאמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God3שָֽׂמְךָ֞H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work4לְאִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5שַׂ֤רH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward6וְשֹׁפֵט֙H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule7עָלֵ֔ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַלְהָרְגֵ֨נִי֙H2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely9אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10אֹמֵ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הָרַ֖גְתָּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמִּצְרִ֑יH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt15וַיִּירָ֤אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)16מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses17וַיֹּאמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet18אָכֵ֖ןH403waarlijk, Voorwaar, Waarlijkbut, certainly, nevertheless, surely, truly, verily19נוֹדַ֥עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot20הַדָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
15Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao's aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Als nu FaraoH6547dezeH2088zaakH1697hoordeH8085, zo zochtH1245 hij MozesH4872 te dodenH2026; doch MozesH4872vloodH1272 voor FaraoH6547's aangezichtH6440, en woondeH3427 in het landH776MidianH4080, en hij zat bijH5921 een waterputH875.Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao's aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.
KJVNow when Pharaoh2heard1this thing,4he sought6to slay7Moses.9But Moses11fled10from the face12of Pharaoh,13and dwelt14in the land15of Midian:16and he sat down17by a well.
1וַיִּשְׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6וַיְבַקֵּ֖שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)7לַהֲרֹ֣גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses10וַיִּבְרַ֤חH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot11מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses12מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13פַרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh14וַיֵּ֥שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry15בְּאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִדְיָ֖ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite17וַיֵּ֥שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry18עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַבְּאֵֽרH875put, puts, waterputpit, well
16En de priester in Midian had zeven dochters, die kwamen om te putten, en vulden de drinkbakken, om de kudde haars vaders te drenken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En de priesterH3548 in MidianH4080 had zevenH7651dochtersH1323, die kwamenH935 om te puttenH1802, en vuldenH4390 de drinkbakkenH7298, om de kuddeH6629 haars vadersH1 te drenkenH8248.En de priester in Midian had zeven dochters, die kwamen om te putten, en vulden de drinkbakken, om de kudde haars vaders te drenken.
KJVNow the priest1of Midian2had seven3daughters:4and they came5and drew6water, and filled7the troughs9to water10their father's12flock.
1וּלְכֹהֵ֥ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer2מִדְיָ֖ןH4080Midianieten, MidianMidian, Midianite3שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)4בָּנ֑וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5וַתָּבֹ֣אנָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6וַתִּדְלֶ֗נָהH1802geput, opgetrokken, overvloedigdraw (out), [idiom] enough, lift up7וַתְּמַלֶּ֨אנָה֙H4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָ֣רְהָטִ֔יםH7298goten, drinkbakken, galerijengallery, gutter, trough10לְהַשְׁק֖וֹתH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)11צֹ֥אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)12אֲבִיהֶֽןH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
17Toen kwamen de herders, en zij dreven haar van daar; doch Mozes stond op, en verloste ze, en drenkte haar kudden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen kwamenH935 de herdersH7462, en zij drevenH1644 haar van daar; doch MozesH4872stondH6965 op, en verlosteH3467 ze, en drenkteH8248 haar kuddenH6629.Toen kwamen de herders, en zij dreven haar van daar; doch Mozes stond op, en verloste ze, en drenkte haar kudden.
KJVAnd the shepherds2came1and drove them away:3but Moses5stood up4and helped6them, and watered7their flock.
1וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הָרֹעִ֖יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste3וַיְגָרְשׁ֑וּםH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out4וַיָּ֤קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)5מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses6וַיּ֣וֹשִׁעָ֔ןH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory7וַיַּ֖שְׁקְH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9צֹאנָֽםH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
18En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En toen zij totH413 haar vaderH1RehuelH7467 kwamen, zo sprakH559 hij: Waarom zijt gij hedenH3117 zo haastH4116wedergekomenH935?En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?
KJVAnd when they came1to Reuel3their father,4he said,5How6is it that ye are come8so soon7to day?
1וַתָּבֹ֕אנָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3רְעוּאֵ֖לH7467Rehuel, ReuelRaguel, Reuel4אֲבִיהֶ֑ןH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6מַדּ֛וּעַH4069waarom?how, wherefore, why7מִהַרְתֶּ֥ןH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift8בֹּ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
19Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Toen zeidenH559 zij: Een EgyptischH4713manH376 heeft ons verlostH5337 uit de handH3027 der herderenH7462; en hij heeft ookH1571overvloedigH1802 voor ons geputH1802, en de kuddeH6629gedrenktH8248.Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt.
KJVAnd they said,1An Egyptian3delivered4us out of the hand5of the shepherds,6and also drew8water enough9for us, and watered11the flock.
1וַתֹּאמַ֕רְןָH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3מִצְרִ֔יH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt4הִצִּילָ֖נוּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)5מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6הָרֹעִ֑יםH7462weiden, herders, herder[idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste7וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea8דָּלֹ֤הH1802geput, opgetrokken, overvloedigdraw (out), [idiom] enough, lift up9דָלָה֙H1802geput, opgetrokken, overvloedigdraw (out), [idiom] enough, lift up10לָ֔נוּ11וַיַּ֖שְׁקְH8248drinken, drenken, schenkerscause to (give, give to, let, make to) drink, drown, moisten, water. See H7937 (שָׁכַר), H8354 (שָׁתָה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַצֹּֽאןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)
20En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En hij zeideH559totH413 zijn dochtersH1323: Waar is hij toch, waaromH4100lietH5800 gij den manH376 nu gaan? roeptH7121 hem, datH2088 hij broodH3899eteH398.En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.
KJVAnd he said1unto his daughters,3And where is he? why is it that ye have left7the man?9call10him, that he may eat12bread.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֹתָ֖יוH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4וְאַיּ֑וֹH346waar?where5לָ֤מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6זֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7עֲזַבְתֶּ֣ןH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10קִרְאֶ֥ןH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say11ל֖וֹ12וְיֹ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite13לָֽחֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals
21En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En MozesH4872bewilligdeH2974bijH854 den manH376 te wonenH3427; en hij gafH5414MozesH4872 zijn dochterH1323ZipporaH6855;En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora;
KJVAnd Moses2was content1to dwell3with the man:5and he gave6Moses10Zipporah8his daughter.
1וַיּ֥וֹאֶלH2974wilden, beliefd, believeassay, begin, be content, please, take upon, [idiom] willingly, would2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לָשֶׁ֣בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry4אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5הָאִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6וַיִּתֵּ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8צִפֹּרָ֥הH6855ZipporaZipporah9בִתּ֖וֹH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village10לְמֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
22Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Die baardeH3205 een zoonH1121; en hij noemdeH7121zijnH1961naamH8034GersomH1647; wantH3588 hij zeideH559: Ik ben een vreemdelingH1616 geworden in een vreemdH5237landH776.Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.
KJVAnd she bare1him a son,2and he called3his name5Gershom:6for he said,8I have been a stranger9in a strange12land.
1וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)2בֵּ֔ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6גֵּרְשֹׁ֑םH1647Gersom, GersonGershom7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אָמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9גֵּ֣רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger10הָיִ֔יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11בְּאֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12נָכְרִיָּֽהH5237vreemde, vreemd, onbekendealien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)
23En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En het geschiedde na veleH7227 dezer dagenH3117, als de koningH4428vanH4480EgypteH4714gestorvenH4191 was, dat de kinderenH1121IsraelsH3478zuchttenH584 en schreeuwdenH2199 over den dienstH5656; en hun gekrijtH7775 over hun dienstH5656 kwam op totH413GodH430.En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God.
KJVAnd it came to pass in process4of time,2that the king6of Egypt7died:5and the children9of Israel10sighed8by reason of11the bondage,12and they cried,13and their cry15came up14unto God17by reason of the bondage.
1וַיְהִי֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַיָּמִ֨יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הָֽרַבִּ֜יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4הָהֵ֗םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye5וַיָּ֨מָת֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8וַיֵּאָנְח֧וּH584zucht, zuchten, zuchttengroan, mourn, sigh9בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הָעֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought13וַיִּזְעָ֑קוּH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed14וַתַּ֧עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work15שַׁוְעָתָ֛םH7775geroep, geschrei, gekrijtcrying16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with19הָעֲבֹדָֽהH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought
24En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En GodH430hoordeH8085 hun gekermH5009, en GodH430gedachtH2142 aan Zijn verbondH1285metH854AbrahamH85, metH854IzakH3327, en metH854JakobH3290.En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.
KJVAnd God2heard1their groaning,4and God6remembered5his covenant8with Abraham,10with Isaac,12and with Jacob.
1וַיִּשְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4נַאֲקָתָ֑םH5009gekerm, kermt, zuchtensgroaning5וַיִּזְכֹּ֤רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well6אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּרִית֔וֹH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league9אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10אַבְרָהָ֖םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham11אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix12יִצְחָ֥קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)13וְאֶֽתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14יַעֲקֹֽבH3290Jakob, JakobsJacob
25En God zag de kinderen Israels aan, en God kende hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En GodH430zagH7200 de kinderenH1121IsraelsH3478 aan, en GodH430kendeH3045 hen.En God zag de kinderen Israels aan, en God kende hen.
KJVAnd God2looked1upon the children4of Israel,5and God7had respect
1וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וַיֵּ֖דַעH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 2:1— En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.Numeri 26:59→1 Kronieken 6:1→Exodus 6:16→1 Kronieken 23:12→
Exodus 2:2— En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.Hebreeën 11:23→Handelingen 7:20→Psalmen 112:5→
Exodus 2:3— Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin, en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.Jesaja 18:2→Exodus 1:22→Genesis 14:10→Handelingen 7:19→Mattheüs 2:16→Genesis 6:14→Genesis 11:3→Jesaja 19:6→
Exodus 2:4— En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.Exodus 15:20→Numeri 26:59→Micha 6:4→Numeri 12:1→Numeri 20:1→
Exodus 2:5— En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.Handelingen 7:21→Psalmen 12:5→Exodus 7:15→Exodus 8:20→Psalmen 9:9→1 Koningen 17:6→Psalmen 46:1→Psalmen 76:10→
Exodus 2:6— Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!1 Petrus 3:8→Handelingen 7:21→Nehemia 1:11→Spreuken 21:1→1 Koningen 8:50→Psalmen 106:46→
Exodus 2:7— Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?Exodus 2:4→Numeri 26:59→Exodus 15:20→Numeri 12:1→
Exodus 2:8— En de dochter van Farao zeide tot haar: Ga heen. En de jonge maagd ging, en riep des knechtjes moeder.Exodus 6:20→Ezechiël 16:8→Jesaja 46:3→Psalmen 27:10→
Exodus 2:10— En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.1 Johannes 3:1→Galaten 4:5→Hebreeën 11:24→Genesis 4:25→Handelingen 7:21→Genesis 48:5→1 Samuël 1:20→Mattheüs 1:21→
Exodus 2:11— En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.Hebreeën 11:24→Exodus 1:11→Mattheüs 11:28→Exodus 3:7→Handelingen 7:22→Lukas 4:18→Exodus 5:9→Exodus 5:14→
Exodus 2:12— En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.Handelingen 7:24→
Exodus 2:13— Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?1 Korinthe 6:7→Handelingen 7:26→
Exodus 2:14— Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!Lukas 12:14→Genesis 19:9→Mattheüs 21:23→Genesis 13:8→Spreuken 19:12→Genesis 37:8→Lukas 19:27→Numeri 16:3→
Exodus 2:15— Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao's aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.Handelingen 7:29→Hebreeën 11:27→Genesis 29:2→Genesis 24:11→Genesis 25:4→1 Koningen 19:1→Mattheüs 10:23→Jeremia 26:21→
Exodus 2:16— En de priester in Midian had zeven dochters, die kwamen om te putten, en vulden de drinkbakken, om de kudde haars vaders te drenken.Genesis 24:11→Exodus 3:1→1 Samuël 9:11→Genesis 29:6→Genesis 14:18→Genesis 41:45→Genesis 24:14→
Exodus 2:17— Toen kwamen de herders, en zij dreven haar van daar; doch Mozes stond op, en verloste ze, en drenkte haar kudden.Genesis 29:10→Genesis 21:25→Exodus 2:12→Genesis 26:15→
Exodus 2:18— En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?Exodus 3:1→Exodus 4:18→Numeri 10:29→Numeri 19:20→Exodus 18:1→
Exodus 2:19— Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt.Genesis 29:10→Genesis 50:11→
Exodus 2:20— En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.Genesis 31:54→Genesis 43:25→Genesis 19:2→1 Timotheüs 5:10→Hebreeën 13:2→Job 31:32→Genesis 18:5→Genesis 24:31→
Exodus 2:21— En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora;Filippenzen 4:11→Exodus 18:2→Hebreeën 11:25→Hebreeën 13:5→Exodus 2:10→Numeri 12:1→Jakobus 1:10→1 Timotheüs 6:6→
Exodus 2:22— Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.Hebreeën 11:13→Handelingen 7:29→Exodus 22:21→Exodus 2:10→Psalmen 39:12→1 Kronieken 23:14→1 Kronieken 16:20→1 Kronieken 29:15→
Exodus 2:23— En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God.Jakobus 5:4→Handelingen 7:30→Genesis 18:20→Handelingen 12:23→Deuteronomium 26:6→Exodus 3:7→Psalmen 81:6→Genesis 4:10→
Exodus 2:24— En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.Exodus 6:5→Psalmen 105:42→Genesis 26:3→Psalmen 106:45→Psalmen 102:20→Genesis 32:28→Genesis 28:12→Psalmen 79:11→
Exodus 2:25— En God zag de kinderen Israels aan, en God kende hen.Exodus 4:31→Exodus 3:7→Lukas 1:25→2 Samuël 16:12→1 Samuël 1:11→Job 33:27→Exodus 1:8→Psalmen 55:22→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 2 vers 1— En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.
een man
Wiens naam was Amram, de zoon van Kehath, den zoon van Levi; Ex. 6:17, Ex. 6:19; Num. 26:59.
Hertaald:een man
Wiens naam Amram was, de zoon van Kehath, de zoon van Levi; Ex. 6:17, Ex. 6:19; Num. 26:59.
van het huis van Levi ging,
Dat is, van het huisgezin en geslacht van Levi.
Hertaald:van het huis van Levi ging,
Dat is: van het huisgezin en geslacht van Levi.
nam
Te weten, ter vrouw.
Hertaald:nam
Namelijk: tot vrouw.
een dochter van Levi
Aan Levi zelven geboren, genaamd Jochebed, Num. 26:59; Kehats zuster, de tante van Amram, haar man; dat is, de zuster van zijn vader, Ex. 6:19. Dusdanige huwelijken zijn naderhand verboden; Lev. 18:12.
Hertaald:een dochter van Levi
Aan Levi zelf geboren, genaamd Jochebed, Num. 26:59; Kehaths zuster, de tante van Amram, haar man; dat is: de zuster van zijn vader, Ex. 6:19. Dergelijke huwelijken zijn later verboden; Lev. 18:12.
Exodus 2 vers 2— En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.
schoon was,
Hebreeuws, goed; zie Gen. 6:2.
Hertaald:schoon was,
Hebreeuws: goed; zie Gen. 6:2.
Exodus 2 vers 3— Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin, en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.
niet langer verbergen kon,
Want de Israëlieten woonden vermengd onder en met de Egyptenaars, Ex. 3:22. En het bevel van den koning was hard en gevaarlijk het te overtreden, Ex. 1:22; Hebr. 11:23.
Hertaald:niet langer verbergen kon,
Want de Israëlieten woonden vermengd onder en met de Egyptenaren, Ex. 3:22. En het gebod van de koning was streng, en het was gevaarlijk om het te overtreden, Ex. 1:22; Hebreeën 11:23.
een kistje
Anders, een lade.
Hertaald:een kistje
Anders: een kist.
biezen,
Hiervan maakten de Egyptenaars lichte schuiltjes; Jes. 18:2.
Hertaald:biezen,
Hiervan maakten de Egyptenaren lichte schuitjes; Jes. 18:2.
oever der rivier
Hebreeuws, lip. Dit deed de moeder, opdat het kind des te lichter zou gehoord, gezien en gevonden kunnen worden.
Hertaald:oever der rivier
Hebreeuws: lip. Dit deed de moeder, opdat het kind des te gemakkelijker gehoord, gezien en gevonden zou kunnen worden.
Exodus 2 vers 4— En zijn zuster stelde zich van verre, om te weten, wat hem gedaan zou worden.
zijn zuster stelde zich van verre,
Genaamd Mirjam; Ex. 15:20; Num. 26:59.
Hertaald:zijn zuster stelde zich van verre,
Genaamd Mirjam; Ex. 15:20; Num. 26:59.
Exodus 2 vers 5— En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.
den kant der rivier;
Hebreeuws, aan de hand.
Hertaald:den kant der rivier;
Hebreeuws: aan de hand.
liet het halen
Hebreeuws, nam het.
Hertaald:liet het halen
Hebreeuws: nam het.
Exodus 2 vers 6— Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreen!
zij dat knechtje;
Hebreeuws, en zij zag hem, het knechtje.
Hertaald:zij dat knechtje;
Hebreeuws: en zij zag hem, het knechtje.
Exodus 2 vers 7— Toen zeide zijn zuster tot Farao's dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreinnen roepen, die dat knechtje voor u zoge?
voedstervrouw uit de Hebreïnnen roepen,
Hebreeuws, zogende vrouw.
Hertaald:voedstervrouw uit de Hebreïnnen roepen,
Hebreeuws: zogende vrouw.
Exodus 2 vers 10— En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao's dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.
en het werd haar ten zoon;
Dat is, zij nam hem aan voor haar zoon: zij liet hem onderwijzen in alle wijsheid der Egyptenaars; Hand. 7:21.
Hertaald:en het werd haar ten zoon;
Dat is: zij nam hem aan als haar zoon: zij liet hem onderwijzen in alle wijsheid van de Egyptenaren; Hand. 7:21.
Mozes,
Dat is, uitgetrokken; te weten, uit het water.
Hertaald:Mozes,
Dat is: uitgetrokken; namelijk: uit het water.
Exodus 2 vers 11— En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.
toen Mozes groot geworden was,
Mozes was in dien tijd veertig jaren oud, machtig in woorden en daden; Hand. 7:23.
Hertaald:toen Mozes groot geworden was,
Mozes was in die tijd veertig jaar oud, machtig in woorden en daden; Hand. 7:23.
broederen sloeg
Dat is, verwanten of landslieden.
Hertaald:broederen sloeg
Dat is: verwanten of landgenoten.
Exodus 2 vers 12— En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.
zo versloeg hij den Egyptenaar,
Dit heeft Mozes gedaan om zijn broeders te doen verstaan, dat God hen door zijn hand verlossen zou, maar zij verstonden het niet; Hand. 7:25.
Hertaald:zo versloeg hij den Egyptenaar,
Dit heeft Mozes gedaan om zijn broeders te laten begrijpen dat God hen door Zijn hand zou verlossen, maar zij begrepen het niet; Hand. 7:25.
Exodus 2 vers 13— Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?
den ongerechte
Dat is, tot dien die ongelijk had.
Hertaald:den ongerechte
Dat is: tot degene die ongelijk had.
Exodus 2 vers 14— Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!
overste en rechter over ons gezet?
Hebreeuws, een man een vorst; dat is, een vorstelijk man.
Hertaald:overste en rechter over ons gezet?
Hebreeuws: een man een vorst; dat is: een vorstelijk man.
zaak is bekend geworden!
Of, daad, of, handel.
Hertaald:zaak is bekend geworden!
Of: daad, of: handeling.
Exodus 2 vers 15— Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao's aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.
deze zaak hoorde,
Dat is, den doodslag, door Mozes begaan, vernomen heeft.
Hertaald:deze zaak hoorde,
Dat is: de doodslag die Mozes begaan had, vernomen heeft.
Midian,
Hand. 7:29. Madjan; zie Gen. 25:2.
Hertaald:Midian,
Hand. 7:29. Madjan; zie Gen. 25:2.
Exodus 2 vers 16— En de priester in Midian had zeven dochters, die kwamen om te putten, en vulden de drinkbakken, om de kudde haars vaders te drenken.
de priester in Midian
Anders de prins, of, overste; zie van het Hebreeuwse woord Cohen Gen. 41:45. Zijn naam was Jethro, Ex. 3:1, en Hobab, Num. 10:29.
Hertaald:de priester in Midian
Anders: de vorst, of: overste; zie over het Hebreeuwse woord Cohen Gen. 41:45. Zijn naam was Jethro, Ex. 3:1, en Hobab, Num. 10:29.
Exodus 2 vers 18— En toen zij tot haar vader Rehuel kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?
vader Rehuël kwamen,
Dat is, grootvader; alzo wordt het woord genomen 2 Kon. 14:3, en 2 Kon. 16:2, en 2 Kon. 18:3. Deze was een Midianiet, Hobabs of Jethros vader, Num. 10:29.
Hertaald:vader Rehuël kwamen,
Dat is: grootvader; zo wordt het woord ook gebruikt in 2 Kon. 14:3, en 2 Kon. 16:2, en 2 Kon. 18:3. Deze was een Midianiet, de vader van Hobab of Jethro, Num. 10:29.
Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?
Hebreeuws, waarom hebt gij heden gehaast te komen?
Hertaald:Waarom zijt gij heden zo haast wedergekomen?
Hebreeuws: waarom hebt gij heden gehaast om te komen?
Exodus 2 vers 19— Toen zeiden zij: Een Egyptisch man heeft ons verlost uit de hand der herderen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput, en de kudde gedrenkt.
overvloedig voor ons geput,
Hebreeuws, puttende geput.
Hertaald:overvloedig voor ons geput,
Hebreeuws: puttende geput.
Exodus 2 vers 20— En hij zeide tot zijn dochters: Waar is hij toch, waarom liet gij den man nu gaan? roept hem, dat hij brood ete.
dochters
Dat is, nichten, gelijk te zien is Num. 10:29; zie de aantekeningen op 1 Kron. 1:50.
Hertaald:dochters
Dat is: nichten, zoals te zien is in Num. 10:29; zie de aantekeningen bij 1 Kron. 1:50.
nu gaan?
Te weten, nu het zo laat op den dag is.
Hertaald:nu gaan?
Namelijk: nu het zo laat op de dag is.
brood ete
Dat is, dat hij maaltijd houde; zie Gen. 31:54.
Hertaald:brood ete
Dat is: dat hij de maaltijd houdt; zie Gen. 31:54.
Exodus 2 vers 21— En Mozes bewilligde bij den man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora;
dochter Zippora;
Zijn nicht, te weten, de dochter van zijn zoon Jethro, Ex. 3:1.
Hertaald:dochter Zippora;
Zijn nicht, namelijk: de dochter van zijn zoon Jethro, Ex. 3:1.
Exodus 2 vers 22— Die baarde een zoon; en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land.
*
Achter deze woorden staan in onze oude overzetting vele woorden, die in het Hebreeuws niet zijn, maar zij zijn er bijgevoegd uit de Griekse overzetting, en staan ook in den Hebreeuwsen tekst, Ex. 18:4; vandaar zijn zij hier overgebracht.
Hertaald:*
Achter deze woorden staan in onze oude vertaling veel woorden die niet in het Hebreeuws voorkomen, maar die zijn toegevoegd vanuit de Griekse vertaling; zij staan ook in de Hebreeuwse tekst van Ex. 18:4, en zijn vandaar hierheen overgebracht.
Exodus 2 vers 23— En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God.
vele dezer dagen,
Te weten, omtrent veertig jaren, Ex. 7:7; Hand. 7:30. Mozes heeft aan het hof van Faraö veertig jaren geleefd; hij is veertig jaren een vreemdeling en herder geweest in Midian, en veertig jaren is hij in de woestijn geweest.
Hertaald:vele dezer dagen,
Namelijk: ongeveer veertig jaar, Ex. 7:7; Hand. 7:30. Mozes heeft veertig jaar aan het hof van Farao geleefd; hij is veertig jaar een vreemdeling en herder geweest in Midian, en veertig jaar is hij in de woestijn geweest.
koning van Egypte gestorven was,
En allen die naar het leven van Mozes stonden, Ex. 4:19, waardoor Mozes vrijheid had in Egypte terug te keren.
Hertaald:koning van Egypte gestorven was,
En allen die Mozes naar het leven stonden, Ex. 4:19, waardoor Mozes vrijheid had om naar Egypte terug te keren.
Exodus 2 vers 24— En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.
en God gedacht
Zie Gen. 8:1.
Hertaald:en God gedacht
Zie Gen. 8:1.
aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob
Te weten, gemaakt of opgericht.
Hertaald:aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob
Namelijk: gemaakt of opgericht.
Exodus 2 vers 25— En God zag de kinderen Israels aan, en God kende hen.
God kende hen.
Dat is, nam zich harer aan.
Hertaald:God kende hen.
Dat is: nam Zich hunner aan.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Reguël (Jethro) — vriend van God (Reguël); zijn voortreffelijkheid (Jethro)
De priester van Midian, wiens zeven dochters Mozes bij de put tegen herders verdedigde, waarna hij bij hem introk (Ex. 2:16-21). Later in Exodus wordt hij Jethro genoemd; hij gaf zijn dochter Zippora aan Mozes tot vrouw, en gaf Mozes later, bij Sinaï, de wijze raad om onderrechters aan te stellen (Ex. 18).
Zippora — vogeltje
De dochter van Reguël (Jethro), die Mozes tot vrouw kreeg nadat hij haar en haar zusters bij de put tegen de herders verdedigd had (Ex. 2:21). Zij baarde hem twee zonen, Gersom en Eliëzer, en besneed onderweg naar Egypte zelf hun zoon om een oordeel van de HEERE over Mozes af te wenden (Ex. 4:24-26).
Gersom — een vreemdeling aldaar
De eerste zoon van Mozes en Zippora, zo genoemd omdat Mozes zei: 'Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land' (Ex. 2:22).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — zie voor de volledige geschiedenis van het land het artikel bij Genesis 12, waar Egypte voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, met het bewoonbare land vrijwel geheel beperkt tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Waar Jozef eerst als slaaf en gevangene, en later als onderkoning verhoogd werd, en waar zijn hele familie zich in het land Gosen vestigde (Gen. 37-50), wordt Egypte in het boek Exodus het land van verdrukking: "er stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had" (Ex. 1:8). Uit vrees voor de groei van het volk Israël werden de Hebreeën tot harde slavenarbeid gedwongen, onder meer voor de bouw van de voorraadsteden Pithom en Raämses, en werd bevel gegeven hun pasgeboren zonen te doden (Ex. 1:8-22). Dit vormt het decor van heel het boek Exodus, tot aan de uittocht (Ex. 12) en de doortocht door de Schelfzee (Ex. 14).
Bijbelse betekenis: Het land dat eerst redding en overvloed bood (onder Jozef), wordt hier het "ijzeren smeltoven" van verdrukking (Deut. 4:20) — waaruit de HEERE Zijn volk met sterke hand en uitgestrekte arm zou uitleiden, tot in alle latere Schrift het grondpatroon van verlossing.
Ex. 1:1-22; en de rest van het boek Exodus
Midian — vernoemd naar Midian, een zoon van Abraham bij Ketura (Gen. 25:2)
Ligging: Een uitgestrekt, niet scherp begrensd gebied ten oosten van de Golf van Akaba, zich uitstrekkend tot in het Arabisch schiereiland; het bijbelse "land Midian" waar Mozes naartoe vluchtte lag vermoedelijk (mede) op het Sinaïtisch schiereiland zelf, ten oosten daarvan.
Geschiedenis: Hierheen vluchtte Mozes nadat hij een Egyptenaar had doodgeslagen; hij trouwde er met Zippora, de dochter van Jethro, de priester van Midian, en hoedde er diens kudden (Ex. 2:15-22). Van hieruit, bij de berg Horeb, riep de HEERE hem tot zijn levenswerk (Ex. 3). Later, na de uittocht, waren de Midianieten aanvankelijk bevriend (Jethro bezoekt Israël, Ex. 18), maar zij verleidden Israël tot afgoderij bij Baäl-Peor (Num. 25; 31), en traden nog weer later, ten tijde van Gideon, op als vijanden van Israël (Richt. 6-8).
Bijbelse betekenis: De plaats van veertig jaar stille voorbereiding — waar Mozes, ver van het paleis van Farao, als eenvoudig herder leerde wat hij later als herder van Gods volk nodig zou hebben, en waar de HEERE Zelf hem riep.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenfunctie
De verlosser die zijn broeders niet herkenden — 2:1-15, 23-25
Farao heeft bevolen dat elk pasgeboren jongetje van de Hebreeën in de rivier geworpen moet worden. In dat bevel wordt een kind geboren dat drie maanden lang verborgen wordt gehouden, en dan alsnog in de rivier gelegd — maar in een kistje.
Mozes wordt gered uit de dood van alle kinderen, groeit op aan het hof van de moordenaar, en wordt door de mensen die hij komt verlossen afgewezen.
De moeder doet uiteindelijk wat de koning bevolen heeft, maar op haar manier: zij legt het kind in de rivier, in een kistje van biezen, dichtgesmeerd met lijm en pek. De kanttekening voegt er een detail aan toe dat het tafereel opeens scherpstelt. Zij legde het aan de oever, waar het Hebreeuws letterlijk spreekt van de lip van de rivier. Dat deed zij, zegt de kanttekening, opdat het kind des te gemakkelijker gehoord, gezien en gevonden zou kunnen worden. Dit is geen wanhoop. Dit is een moeder die haar kind neerlegt waar iemand het moet vinden.
En iemand vindt het. Van alle mensen die langs die oever hadden kunnen komen, komt de dochter van de man die het doodvonnis getekend heeft. Zij hoort een kind wenen, wordt met barmhartigheid bewogen, en zegt hardop wat zij ziet: dit is een van de knechtjes der Hebreeën. Zij weet dus precies welk kind zij redt, en zij redt het toch. Het kind dat volgens de wet dood moest zijn, groeit op in het huis van de wetgever, en wordt in de eerste jaren nog betaald opgevoed door zijn eigen moeder.
Veertig jaar later gaat hij uit tot zijn broederen en bezag hun lasten. Hij ziet een Egyptenaar een Hebreeër slaan, en hij grijpt in. Waarom eigenlijk? De kanttekening geeft daar een antwoord dat zij rechtstreeks uit Handelingen 7 haalt: Mozes deed dit om zijn broeders te laten begrijpen dat God hen door zijn hand zou verlossen — maar zij begrepen het niet. Wat een misdaad lijkt, was een aankondiging. En zij werd niet verstaan.
De dag daarna wordt dat pijnlijk duidelijk. Hij probeert twee ruziënde Hebreeën uit elkaar te halen, en krijgt de vraag terug die alles zegt: “Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet?” Zijn eigen volk wil hem niet. Hij vlucht, en verdwijnt veertig jaar lang uit beeld als herder in Midian.
Stefanus houdt zijn rechters precies deze geschiedenis voor, en hij haalt die ene vraag woordelijk aan. Dan zet hij er de zin achter waar heel zijn verdediging op uitloopt: dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, dezen heeft God tot een overste en verlosser gezonden. Het volk verwierp de man die God gezonden had, en God zond hem opnieuw, als dezelfde. Stefanus vertelt dat niet als geschiedenis maar als patroon, en zijn hoorders begrijpen maar al te goed op wie hij uitkomt.
De Hebreeënbrief kijkt naar dezelfde jaren en zegt iets dat men niet zou durven bedenken als het er niet stond. Toen Mozes weigerde een zoon van Farao's dochter genoemd te worden, achtte hij de versmaadheid van Christus meerder rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte. De smaad die hij droeg had, eeuwen vooruit, al een naam.
Het hoofdstuk sluit niet af met Mozes maar met God. Het volk zucht, en er staat vier keer achter elkaar een werkwoord met God als onderwerp: God hoorde, God gedacht aan Zijn verbond, God zag aan, en God kende hen. De kanttekening vat dat laatste kort samen: Hij nam Zich hunner aan. De verlossing begint niet bij de man in Midian, maar bij een verbond dat God Zich herinnert.
Exodus 2:3 — Het kind wordt neergelegd waar het gevonden moet worden, en de dochter van de moordenaar vindt het.
Exodus 2:11-12 — Hij gaat uit tot zijn broederen en grijpt in — als aankondiging van de verlossing.
Exodus 2:14 — Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zijn volk wil hem niet.
Handelingen 7:35 — Stefanus: dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zond God als overste en verlosser.
Hebreeën 11:26 — Wat hij in Egypte droeg, heet daar de versmaadheid van Christus.
Johannes 1:11 — Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
In het Nieuwe Testament: Handelingen 7:23-35; Hebreeën 11:24-27; Johannes 1:11; Mattheüs 2:13-16
Hoever dit reikt: Dat Mozes hier op Christus wijst, staat niet met zoveel woorden in Exodus. Wat er wél staat is het gegeven zelf: een gezonden verlosser die door zijn eigen broeders wordt afgewezen. Het Nieuwe Testament gebruikt dat gegeven ook zo. Stefanus haalt de vraag uit vers 14 woordelijk aan en bouwt er zijn betoog op, en de Hebreeënbrief noemt de smaad die Mozes droeg de versmaadheid van Christus. De vergelijking tussen het kindermoordbevel van Farao en dat van Herodes ligt voor de hand, maar wordt door de Schrift zelf niet gemaakt.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 2:24.KruisverwijzingenExodus 6:5→Psalmen 105:42→Genesis 26:3→Psalmen 106:45→Psalmen 102:20→Genesis 32:28→Genesis 28:12→Psalmen 79:11→ — En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob. “En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak en met Jakob.”
Ik zou graag willen weten hoe ik over dit vers zou moeten preken. God zag de kinderen van Israël en dacht niet aan hun zonden, namelijk dat zij in feite Egyptenaren waren geworden en Egypte en de afgoden van Egypte liefhadden. Hij dacht aan Zijn vriend Abraham. Hij dacht aan Isaak. Hij dacht aan Jakob, die Hij liefhad. Hij dacht aan de belofte die Hij hun had gegeven: dat Hij hen zou zegenen en tot een zegen zou maken. Dat deed Hij niet vanwege enige verdienste van de Israëlieten, maar omwille van degenen die Hij had liefgehad en geëerd.
Omwille van het verbond dat Hij met hen had gesloten, zei Hij: “Ik zal de macht van de farao breken, en Ik zal Mijn volk zegenen. Ik zal hen uit de slavernij leiden en hen in vrijheid stellen.”
Als God voor eeuwig naar een zondaar zou kijken, zou Hij in hem niets anders kunnen zien dan wat Hij rechtvaardig moet bestraffen. Maar wanneer Hij ziet op Zijn geliefde Zoon, Die Hij liefheeft, en Zich herinnert hoe Hij leefde en liefhad, bloedde en stierf, en verzoening deed voor de schuldigen, en wanneer Hij Zich Zijn verbond met Zijn Geliefde herinnert, dan zegt Hij: “Ik zal dit volk zegenen dat Ik Hem heb gegeven door een eeuwigdurend verbond. Ik heb beloofd dat Hij de vruchten van Zijn zielenmoeite zou zien, en dat zal Hij ook. Ik zal de macht van de zonde breken, en Ik zal deze gevangenen bevrijden tot lof van de heerlijkheid van Mijn genade. En zij zullen aanvaard worden in de Geliefde.”
Als de nood zeer hoog gestegen is, wordt de toekomstige redder van Israël in de stam van Levi geboren, door moederlijke list en goddelijke leiding in het leven bewaard, en aan het hof van Farao, als koningszoon, opgevoed.
1. En, niet eerst ten tijde, toen het bovenvermelde voorviel, maar reeds veel vroeger, misschien nog vóór het optreden van de nieuwe koning, geschiedde het, dat een man van het huis van Levi, Amram, zoon van Kehat, (hoofdstuk. 6:17) uitging, om voor zich een vrouw te begeren, en hij nam een dochter van Levi, 1) zijn tante, Jochébed (wier roem Jehova is), (hoofdstuk. 6:19 Numeri. 26:59).
1) Niet overbodig is het, dat Mozes verhaalt, dat zijn (Mozes) vader zijn vrouw heeft genomen uit zijn eigen stam, daar de dubbele band van vereniging hen moest bemoedigen, om hun kroost te bewaren.
Deze man was Amram, de zoon van Kehath en kleinzoon van Levi. De dochter, die hij tot vrouw nam, was Jochébed, een dochter van Levi, en bij gevolg zijn tante. De LXX en de Vertaling gevolgd van vele geleerde uitleggers, zowel protestants als roomsgezind, menen, dat ze zijn oom, Kehaths dochter, en daarom niets meer dan zijn volle nicht was, omdat de huwelijken met een tante naderhand in de Levitische wet verboden zijn (Leviticus. 18). Maar ofschoon het woord dwd (Dod) soms in de grondtaal betekent een ooms zoon als in Jerem.32:12 en hdwd (Dodah) een ooms dochter of volle nicht, echter hebben we, omdat Mozes zegt in Numeri 26:59, dat ze uit Levi geboren was, en hij haar uit dien hoofde Amrams tante noemt. Ezra 6:19 oordeelt, dat we haar veilig die naam mogen geven.
Dat eerst bij de geboorte van Mozes van het huwelijk van Amram en Jochébed wordt melding gemaakt, hoewel Aäron reeds drie en Mirjam ongeveer acht of tien jaar oud geweest moet zijn, komt daarvan, dat bij de geboorte van Mozes dit huwelijk bijzondere betekenis verkrijgt, zowel ten opzichte van Israël als van het Godsrijk.
2. a) En de vrouw werd, toen haar dochter Mirjam reeds een jong meisje (vs.4) en haar zoon Aäron ruim twee jaar oud was (hoofdstuk. 7:7), voor de derde keer zwanger, en baarde, juist ten tijde van het bevel tot vermoording van de jongetjes (hoofdstuk. 1:22), een tweede zoon 1) (in het wereldjaar 2433 = 1567 vóór Christus). Toen zij hem zag, dat hij schoon was, 2) als met bovenaardse schoonheid bedeeld, (Hand.7:20) en daaruit wellicht besloot, dat God iets groots met dat kind voorhad, en alzo de knaap wel tegen de koning zou beschermen, zo verborg zij hem drie maanden.
a) 1 Kronieken 23:13 Hebr.11:23
1) Wie telt de stille tranen, haar reeds bij de gedachte ontvloeid, dat het wrede dwangbevel dit pand van haar liefde kan treffen? Wie zegt, hoe vurig zij de God van de vaderen heeft gebeden, dat zij aan een dochtertje het leven mocht schenken? Maar God heeft over haar wat beters voorzien, dan de verhoring van die zo natuurlijke bede. De eerste kreet van het pasgeboren jongske klinkt haar als een doodvonnis, en iedere glimlach van de zuigeling snijdt haar als een dolk door de ziel. Arme moeder, wat reikt gij nog de volle boezem aan lipjes, straks door de wateren van de Nijl meer dan overvloedig gelaafd? Maar nee, dat kan de droevige vrouw niet van het hart; “kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over de zoon van haar schoot?” En het kind is zo schoon, meer nog dan Aäron of Mirjam, het schijnt om zijn leven te smeken, het is schoon voor God, gelijk het oorspronkelijk in de redevoering van Stefanus heet, als van bovenaardse hemelse schoonheid! Hebben wellicht de ouders, met Gods oude beloften aan het nakroost van zijn vrienden bekend, juist in die schoonheid van het kind het voedsel van een verwachting gevonden, waarvan zij nauwelijks zichzelf rekenschap durfden geven? Het verdient althans opmerking, dat de verberging van het kind in de brief van de Hebreeën als een geloofsdaad voorgesteld wordt, waaruit kennelijk bleek, dat zij het gebod van de koning niet vreesden. Mogen wij op getuigenis van Flavius Josefus geloven, dat Amram op zijn vurig noodgebed, reeds enige maanden vroeger een openbaring ontvangen had, dat het kind het verdrukte volk zou verlossen? Heeft mogelijk de herinnering van de tijdsbepaling in een oude godsspraak aan Abraham, het voorgevoel te krachtiger opgewekt? Maar waartoe gissing op gissing gestapeld, alsof zonder deze de langdurige verberging van het kind volstrekt onverklaarbaar zou zijn? Wat moeder, die haar zuigeling ongevergd aan moordenaars biedt; welke dochter van Israël, die geen list weet te plaatsen tegen gruwelijk, dreigend geweld! Nee, zolang mogelijk de noodlottige geboorte ontveinsd; zorgvuldiger dan immer de vreugdeloze woning voor vreemde blikken gesloten; elk verdacht geluid aan de geprangde boezem gesmoord, en ondertussen de God van de vaderen aangeroepen, dat Hij het hart van de dwingeland buigt!.
2) Het is niet twijfelachtig, dat hij van Gods wege met deze schone gedaante is begiftigd, welke de gemoederen van de ouders, om hem te redden, temeer heeft aangetrokken, zoals God pleegt te doen, waar Hij ziet, dat de Zijnen te traag zijn, om hun plicht te doen, hun traagheid door aanlokkelijkheden opwekt. Evenwel uit het getuigenis van de Apostel staat vast, dat dit aanloksel niet alleen heeft behoefd, om hun medelijden te voorschijn te roepen, maar een steun is geweest voor hun zwak geloof. Want hij leert, dat Mozes door het geloof van de ouders is bewaard geworden. Indien nu iemand tegenwerpt, dat het geloof en de beschouwing van de schoonheid zaken zijn, die niet slechts zeer verschillend zijn, maar bijna tegenover elkaar staan, dan antwoord ik, dat door de verwonderlijke tedere liefde van God bewerkt is, dat een hindernis, welke het geloof kon benevelen, het juist heeft geholpen, wanneer het in de belofte zelf vast en sterk moest zijn. Derhalve, indien het geloof een zuiver en helder licht in hun harten verspreid had, zouden zij bij de schone gedaante zich niet opgehouden hebben. Wederom, tenzij de belofte bij hen van invloed was geweest, ja, de eerste rang had bekleed, zou er in de bevalligheid van het lichaam niet zo veel aantrekkingskracht geweest zijn, dat zij hen had kunnen aftrekken, om hem vrijwillig te doen sterven.
3. Doch als zij hem voor de verspiedende blikken van de Egyptische beulen niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje 1) van biezen, van Papyrusriet, en belijmde het met lijm, asfalt (Genesis 14:10), en met pek, om het indringen van het water te beletten; en zij legde het knechtje, dat zij liever in Gods handen dan in die van de mensen wilde laten vallen, (2Sam.24:14) daarin, en legde het knaapje met zijn kistje in de biezen, aan de oever van de rivier, 2) de Nijl.
1) In het Hebreeuws Theevah, kistje. Dit zelfde woord wordt ook gebruikt voor de ark van Noach. Zoals in die ark de redder en tweede stamvader van het menselijk geslacht werd bewaard, zo hier de redder van Israël. Beide, én Noach én Mozes, op geestelijke wijze, de redders van de Kerk.
Wat moest er nu worden van de vervulling van de belofte, eens door de Heere tot Abraham gesproken? Wel waren er de donkere tijden, donkerder dan de ovenrook door Abraham gezien (Genesis 15:17), en donkerder ook dan de zwartgebrande tint van de kinderen van Israël, die tussen twee rijen stenen waren en voor de ticheloven zwoegden (Psalm. 68:14). Maar wat maar op een zweem van uitkomst geleek of kon doen hopen, was nog zeer verre. Daar lag de hoop van de moeder, de zoete verwachting van de vader, daar lag het beeld van de schoonheid, als een armelijk en krijtend kind in het schamel kistje, verborgen in het oeverriet, straks, weldra misschien, een prooi van de speelse wateren of van de vraatzuchtige krokodillen. Wie zal zorgen, wie waken?.
Aldus waagden de ouders het leven van hun kind, om het hun te behouden, waarin wij mogen zien, een groot gebrek en zwakheid in hun geloof. Want zij bewaarden een tijdlang hun kind door het geloof, maar daarna stelden zij het in het gevaar van de wateren, van de wilde dieren en de vogels in de lucht. Zodat het blijkt, dat hun geloof zwak was, en met enige vrees en twijfeling gemengd. Want dat zij hun kind drie maanden lang bewaard hebben, daarin hebben zij een levendig geloof behouden, maar wanneer zij hem uitgezet hebben in het gevaar tot hun eigen behoud, daarin hebben zij enig gebrek aan liefde en zwakheid in het geloof bewezen, nochtans zien wij, dat ze om hun geloof geprezen worden. Dit betoont klaarlijk, indien een mens een waar en oprecht geloof heeft, al is het nog zwak, dat God nochtans in barmhartigheid hetzelfde wil erkennen en prijzen, de zwakheid van deze overziende, ja, ook aan zulk een geloof wil Hij geven van de beloften van het eeuwig leven, die gedaan zijn in Christus Jezus.
2) Heeft haar een beeld, naast dat ene, in de eenzaamheid kunnen verzellen, het is wellicht dat van Noach’s ark geweest, met de kostbaarste lading bevracht, en veilig in de haven gekomen, zonder dat de golven de weg door het gesloten toevluchtsoord vonden! Onze arm is te kort, om de diepte van dat moederlijden te peilen, en wellicht heeft Jochébed ervaren, dat zwijgen in het hachelijkst uur de grootste kracht is van de ziel.
4. En zijn zuster, Mirjam, door haar moeder als wachteres gesteld, stelde zich van verre, om te weten, wat met hem gedaan zou worden. 1)
1) Wat nu de plaats betreft, welke zij uitgekozen had, om wat geschieden zou af te wachten, daaruit blijkt, dat er enige hoop bij de ouders aanwezig is geweest, ofschoon deze gering was. Want, wie van de Egyptenaren daarheen zijn schreden gericht had, was zonder twijfel, de beul van de knaap geworden, zowel ten gevolge van het bevel van de koning, als vanwege de algemene haat van het volk tegen de Hebreeën. Doch het schijnt, dat Mirjam nu daar door de ouders op wacht gesteld is, meer om toeschouwster te zijn van de dood van haar broeder, dan om voor het heil van de knaap zorg te dragen. Maar, daar wij kort te voren gezien hebben, dat te midden van haar droefheid en wanhoop, de stralen van haar geloof geflikkerd hebben, de moeder haar zoontje aan de oever neerleggende, heeft haar zorg niet opgegeven, maar heeft gewild, het kind aan het medelijden, van wie het ook mocht ontmoeten, aan te bevelen. Want indien zij had gehoord, dat hij tot aan de nacht er gelegen had, zou zij heimelijk gekomen zijn, om hem te zogen. En deze overweging nu is nutteloos geweest, evenals dat met verwarde en dubbelzinnige zaken het geval is, maar God heeft op verwonderlijke wijze Zijn macht in het bewaren van de jongen aangewend.
Dat is het ware geloof, dat op Gods daden blijft letten en biddend de uitkomst verwacht.
Het dwaze van God is wijzer dan de mensen, hoe blijkt dat ook hier. Want toch, dat jongetje is bestemd tot grote dingen, en hoe hulpeloos ligt het hier! In een biezen kistje, op de wateren van de Nijl, bewaakt door een zwak meisje! Ook God zou hier tonen, dat Zijn Raad bestaan zal en Hij al Zijn welbehagen doet.
5. En de dochter van Farao, volgens de overlevering, Tharmutis, die wel gehuwd, maar kinderloos was, ging af, om zich te wassen 1) in de rivier, die voor heilig werd gehouden, en aan het water daarvan schreef men een levenbehoudende en vruchtbaarheid vermeerderende kracht toe: en haar jonkvrouwen, die haar vergezelden, wandelden aan de kant van de rivier; a) toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij, begerig om te weten wat daarin was, haar dienstmaagd heen, de slavin, die tot het bewijzen van hulp was meegenomen, en zij liet het halen. 2)
a) Hand.7:21 Hebr.11:23
1) Er is beweerd, dat dit in strijd was met de gewoonte van de Egyptische vrouwen. De onderzoekingen van de laatste tijd hebben echter bewezen, dat dit niet zo is. Afbeeldingen uit de Oudegyptische tijd bevestigen de daad van deze prinses. Aan het baden in de rivier werd zowel vroeger als later bijzondere zegen toegeschreven.
Op de ogenblikken van de beslissing in de geschiedenis van het heil, als een nieuwe knop van de ontwikkeling zich opent, komt, als door de voorzienigheid geroepen, altijd het heidendom te hulp, en helpt de knop van zijn boeien bevrijden, opdat zij zich kan ontsluiten tot een heerlijk, ver geurende bloem.
2) Het is niet twijfelachtig, of het is de bijzondere voorzienigheid van God geweest, waardoor de dochter van de koning naar de rivier geleid werd, die het zou durven ondernemen de knaap op te voeden, maar waardoor ook haar gemoed tot zachtheid gestemd werd, om de knaap het leven te sparen; waardoor, kortom, deze gehele handeling bestuurd werd. Want dat zij niet ijveriger onderzoekt, wie de ouders van de knaap zijn, hoe een voedster zich zo plotseling aanbiedt, (daar deze overhaasting werkelijk achterdocht had kunnen wekken), daaruit leiden alle vromen af, dat God de bewerker van deze zo grote voorkomendheid is geweest.
6. Toen zij het open deed, zo zag zij dat jongetje; en ziet hij weende; 1) en zij werd met barmhartigheid bewogen over het kind, en zij zei, het doel wel begrijpende, waarmee dit kistje daar was geplaatst: Dit is een van de zoontjes van de Hebreeën!
1) Wat snelle en onverwachte omkeer, wat verrassende wending in de toestand van die arme moeder! Zo straks nog mogelijk zuchtende en snikkende over het verlies van haar lief en bevallig zo wonderschoon kind, zo wreed haar van het moederhart gescheurd; en nu met verdubbeld genot en verhoogde weelde dat verloren en gestorven geacht kind, dat zo’n erge dorst had, klokkende aan haar volle moederborst! God is goed, ja, God is groot. Hij weet rijk te maken, te ontnemen om te geven, te slaan om te helen, arm te maken om dubbele rijkdom te schenken; om tevens door dit alles de heilige gangen van Zijn Vredesraad te schragen en te bevestigen. Want niet slechts om de verheugde moeder die vreugde, maar veel meer om het jeugdige kind een plaats van geschikte opvoeding te beschikken, geschiedde dit alles aldus. Zojuist ontving Mozes de eigenaardige als tweeledige vorming, die, zoals later bleek, voor zijn later levensdoel reeds nu nodig was.
Ook dit ging niet buiten de Goddelijke Voorzienigheid om. Dit wenen moest, als middel in Gods hand, het hart van de koningsdochter tot medelijden stemmen. Het was iets gerings, dat wenen van het kindje, maar toch ook hier weer blijkt het, als overal, dat God juist door het kleine regeert.
7. Toen zei zijn zuster; die op het ogenblik, dat het kind bewonderd werd, nadertrad, en zich de uiting, dat het jammer was zulk een kind te laten omkomen, tot nut maakte, tot Farao’s dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreeuwse vrouwen roepen, die dat jongetje voor u zoogt?
8. En de dochter van Farao, wie dit voorstel juist gelegen kwam, zei tot haar: Ga heen. 1) En de jonge maagd ging, riep haar en het jongetjes moeder.
1) Dat Mirjam verlof ontvangt, om een voedster te zoeken is weer bewijs van de bijzondere leiding van God. Met de moedermelk zoog hij als het ware de liefde voor zijn volk in, en bleef hij Hebreeër, ook al ontvangt hij straks een opvoeding naar de wijze van de Egyptenaren. Het is geheel niet onverschillig, op welke wijze en door wie de kinderen, ook in de eerste kinderjaren, opgevoed worden.
9. Toen zei Farao’s dochter tot haar, tot Jochébed, als deze genaderd was: Neem dit jongetje, dat ik hier gevonden heb en besloten heb tot mijn pleegkind aan te nemen, heen en zoog het voor mij, ik zal u uw loon geven. En de vrouw, zich bedwingende, om niet te verraden, dat zij de ware moeder was, nam het jongetje mee in haar huis, en zoogde het 1) ongeveer drie jaar. (2 Makk.7:27 vv.)
1) “Uw loon” -hebt gij het volstrekt niet geraden, Tharmutis, dat gij meer dan de kostbaarste schat in de arm van de Hebreeuwse hebt neergelegd, die in diepe deemoed zich buigt, maar zonder woorden te vinden? Maar reeds is Jochébed verdwenen, en legt op het huisaltaar het eerste onvermengde dankoffer na drie bange maanden, en denkt..Doch wat zullen wij nog voegen bij het eenvoudige verhaal: “en de vrouw nam het knechtje, en zoogde het.” Ongetwijfeld hebt gij de liefde van God reeds bewonderd, die drie maanden van onbeschrijfbare moedersmart door drie jaren van onvermengde moederweelde verving, en daarbij gedacht aan het woord: “een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedertierenheid; ‘s avonds vernacht het geween, maar ‘s morgens is er gejuich.” Maar zegt ons hebt gij ook reeds Gods diepe wijsheid bewonderd, gelijk ongetwijfeld Amrams nadenkende geest het weldra zal hebben doorzien, waarom de Heere deze zaak juist langs deze weg had geleid? Ziet, Jochébed heeft hoger bestemming, dan enkel voedster van haar kind, zij moet tevens de eerste leidsvrouw van Israël’s aanstaande voorganger wezen. Met eigen hand knoopt hier de God van de hemel en van de aarde de draden aaneen, die Mozes en Israël voor het leven, ja, mogen wij niet zeggen, voor de eeuwigheid aan elkaar verbinden, en moet hij straks in Egyptische scholen gevormd worden, het eerste voedsel voor de ontluikende geest zal reeds een tegengif tegen heidense waanwijsheid en jammerlijk bijgeloof zijn. Als met de moedermelk-wie bepaalt, hoe nauw de eerste ontwikkeling van lichaam en geest verbonden is? – zal hij de liefde voor Israël inzuigen, en de eerste naam, die het knaapje stamelen leert, het zal niet die van Isis en Orisis, het zal die van de God van de vaderen zijn.
10. En toen het knechtje groot, gespeend (Genesis 21:8) geworden was, zo bracht zij het (1 Samuel 1:23 vv.) tot Farao’s dochter, 1) en het werd haar tot zoon; en zij noemde hem Mozes, 2)(Mo-udsche, van het Egyptische Mo = water, en udsche = gered,) en zei: Want ik heb hem uit het water getrokken, 3) gered. En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren, 4)en was machtig in woorden en in werken. (Hand.7:22). 5)
1) Zal de vorstelijke pleegmoeder de bevallige knaap niet van tijd tot tijd graag toestaan, om naar de voedster weer te keren, die in het kinderlijk hart de vonk van liefde voor godsdienst en vrijheid zal aanblazen? En nooit zal zij haar verlaten, of de overlevering van Gods verbond met Zijn vriend, van Jakob’s sterven en Jozefs laatste bevel, van Israël’s bestemming voor Kanaän en het beloofde heil voor de wereld, is dieper hem ingeprent, en wat hij hoort in die overdierbare kring, geeft reeds vroegtijdig een beslissende wending aan de loop van zijn stille peinzen. Straks zal Egyptische wetenschap, bedwelmende wijn in plaats van zuivere moedermelk, overvloedige lafenis bieden aan deze naar waarheid dorstende geest. Onder het meest beschaafde, geleerde, geoefende volk, moet hij, mag ik mij zo uitdrukken, het werktuiglijke leren van alles, wat later tot de grote taak van zijn leven behoren zal. De hoogste wijsheid van de aarde moet in zijn oren weerklinken en in haar hoogste heerlijkheid voor zijn ogen voorbijgaan, opdat hij later bij ervaring versta, dat alle wijsheid van de wereld dwaasheid bij God, en alle heerlijkheid van de mensen aan het knakkend Nijlriet gelijk is. Maar dat de Egyptischgevormde man niet met hart en ziel Egyptenaar wordt, ziet, daarvoor heeft Jochébed te zorgen, en juist die vereniging, indien ik zo spreken mag, van het Egyptisch en het Israëlitisch element in de vorming van Mozes zal meewerken, om hem tot de latere, geheel enige Mozes te maken.
Mozes! Reeds vierendertig eeuwen zijn daarheen gesneld sinds een vorstelijke mond het eerst zijn welluidende naam over het hoofd van een zuigeling uitsprak, en toch, noemt mij een ander naast die van Abraham, die glansrijker schittert in de geschiedenis van het Oude Verbond? Het is te weinig, dat één godsdienst op aarde zich op hem, als haar stichter verheft; van drie onderscheiden godsdiensten hebben de belijders als met elkaar gewedijverd, wie van hen de schoonste kroon om het hoofd van Mozes zou vlechten. De Jood spreekt nog heden met geen mindere fierheid, dan de Farizeeën in de dagen van de heer: “wij zijn Mozes’ discipelen!” De Moslim rangschikt hem onder de uitnemendste voorgangers en wegbereiders van zijn grote profeet. En de Christen, zonder voorbehoud onderschrijft hij de lofspraak, door een gewijde hand onder de beeltenis van Mozes geplaatst: “hij is getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar!” (Hebr.3:5) Mozes, de tolk, de vertrouweling, de gunstgenoot van God uitstek; Mozes, de reuze geest, wiens beleid door de kracht van Boven gesteund, een diep verbasterd slaventeelt in een volk van koningen en priesters herschiep; Mozes, de heldengestalte, die zich even hoog verheft boven al de hem omringende tijdgenoten, als de Sinaï de kruin boven lagere heuvelen beurt. Zou het voor iemand van ons mogelijk zijn een uur in zijn nabijheid te vertoeven, zonder dat hij, zoals Petrus eenmaal (MATTHEUS.17:4), de behoefte voelt, om een tabernakel voor de Godsman te bouwen?.
2) Als pleegmoeder gaf de vorstin het door haar aangenomen kind een naam, welke in onze gewone spreektaal: “een uit het water gehaalde” en dus “van de dood geredde” betekent. Deze naam moest door hem gedurende zijn gehele leven gedragen worden, en gedurende al de eeuwen de grote daden van God, in Mozes gewrocht, verkondigen. En was ook niet zijn verder leven een behouden worden, een behouden door het water heen? Immers door het water van de Rode Zee leidde hij Israël voorgoed uit de macht van de Egyptenaren. “Wateren” betekenen in de Schrift “verdrukkingen”. Zo was zijn leven, het bestond in verdrukkingen.
Ofschoon God als het ware met uitgebreide handen zijn knecht tot Zich en tot het lichaam van de kerk trok, zo kwam dit temeer uit, waar Hij in zijn naam de herinnering aan zijn oorsprong hem gaf. Want de dochter van de koning had hem niet zonder de leiding van de Geest van God de naam gegeven, waardoor Mozes wist, dat hij uit de vloed was getrokken, waarin hij weldra zou omgekomen zijn. Zo dikwijls hij nu zijn naam hoorde moest hij zich herinneren, uit welk volk hij was gesproten.
De Hebreeuwse naam Mozes is van de Egyptische naam Mo-udsche afgeleid. Mozes betekent, uittrekker. Hij, die uitgetrokken was, voerde later zijn volk uit, uit de wateren van de verdrukking.
3) Een kind is uit het water getogen, en van deze ogenblik af is voor Israël een nieuwe toekomst geopend. Weinig vermoedt de dwingeland, die de geselroede bij de heersersstaf zwaait, dat het uitgelezen werktuig van Jehova’s vergelding, door zijn eigen dochter gered, onder zijn eigen ogen zal opgroeien. “Ik zal verdelgen, ik zal vernielen,” zo spreekt hij;.. ” Ik zal werken,” spreekt de Heere, “en wie zal keren,” en plaatst de wieg, die de hoop van Israël draagt, als op de trede van Farao’s troon. Beef, Memphis, want dat kinderlijk oog, het zal straks van verontwaardiging fonkelen, als het de ongerechtigheid vermenigvuldigen ziet. Die hand, die beurtelings Tharmutis en Jochébed omvat, zal eenmaal de wonderstaf voeren, waarvoor zich de golven verdelen. Ja, als natie zal Israël zijn geboortestond kunnen dagtekenen van dezelfde stond, die Mozes op het toneel doet verschijnen. O diepte van rijkdom, zowel van de wijsheid als van de kennis van God.
4) De vijf boeken van Mozes zijn zo rijk aan ongezochte zinspelingen op Egypte, op de toestand van het land, de zeden en gebruiken, dat alleen een man, die zeer nauwkeurig met dat land bekend was, ze geschreven kan hebben. Zelfs de verdeling in vijf boeken, die zo voortreffelijk met de inhoud en het plan van de bewerker samen stemt, herinnert aan Egyptisch gebruik; dat getal toch was in Egypte in grote eer. (Genesis 43:34; 45:22; 47:2).
5) De Joodse geschiedschrijver Josefus verhaalt, dat Mozes een Egyptisch krijgsleger tegen Ethiopië heeft aangevoerd, tot Meroë is doorgedrongen en die sterke stad heeft ingenomen. Over “machtig in woorden” zie Ex 4.10.
II. Exodus 2 vers 11-22
Mozes, 40 jaar oud geworden, treedt eigenmachtig als wreker van zijn onderdrukt volk op, wordt echter vernederd en moet eerst een veertigtal jaren in de school van de woestijn doorbrengen, voordat hij werkelijk tot bevrijding van Israël geschikt is.
11. En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot 1) geworden was, toen hij veertig jaar oud was (Hand.7:23), dat hij van dat koninklijk hof uitging 2) tot zijn broeders (Hebr.11:24-26). Hij bezocht hen, om, zo mogelijk, hun redder en bevrijder te worden, en bezag met eigen ogen hun lasten, en hij zag, bij gelegenheid van zulk een bezoek, a) dat een Egyptisch man, waarschijnlijk een opzichter, een Hebreeuwse man uit zijn broeders op onbarmhartige wijze sloeg.
a) Hand.7:23 Hebr.11:24,25
1) “Groot geworden,” d.i. tot mannelijke ontwikkeling gekomen. Mozes was toen omstreeks 40 jaar oud. Hij wist dus wat hij deed en wat hij deed geschiedde na rijpe overwegingen.
2) Reeds dit is een voorbeeld van het geloof, dat de Apostel aanwijst, dat hij begon te tonen, toen Mozes liever de minachting van Christus wilde ondergaan, dan de vermaken en schatten van het hof te genieten. Want niet alleen door liefde voor zijn volk, maar ook door het geloof in de belofte geleid, nam hij deze zorg op zich, waardoor hij wist, dat hij bij alle Egyptenaren gehaat zou zijn. Ofschoon hij nu niet terstond afstand deed van de rijkdommen, van de eer, van de gunst en macht, was dit toch een voorspel, dat hij vrijwillig de burgerlijke lieflijkheden wilde prijsgeven. Vandaar dan ook dat de Apostel zegt, dat hij niet tot het geslacht van de koning gerekend wilde worden.
Hieruit moeten wij leren, dat wij ons zelf behoren te begeven, niet zozeer om te weten of te spreken, van de zaken van de Religie, als om deze te doen en te belijden voor God en de mensen. Dit deed Mozes. Het is het algemene gebrek van onze eeuw, dat wij wel tevreden zijn, dat men ons de leer van de Godzaligheid voordrage, ja velen willen ze ons leren en dikwijls daarvan spreken, maar daar zijn er weinigen, die het geweten hebben, om die dingen te doen, die ze horen en daar zij van spreken.
In dat uitgaan tot zijn broeders lag de gezindheid om hen te helpen, om hun druk en kommer te verlichten. Ook aan het hof van Farao was Mozes Hebreeër gebleven, ja hoe ouder hij werd hoe meer zijn hart hem naar Israël heentrok. Ook te midden van de wereld, wanneer hij daar geplaatst is en zijn werkkring heeft, voelt de gelovige zich één met het arme en verdrukte volk van God. Vleselijke banden zijn sterk, maar geestelijke banden zijn voor een eeuwigheid gelegd. Het woord in de grondtekst geeft een heilige liefde en genegenheid aan.
12. En hij, in toorn daarover ontstoken, zag herwaarts en derwaarts, en toen hij zag, dat er, behalve hem en die beiden, niemand was, zo sloeg hij de Egyptenaar dood, en verborg diens lijk in het zand. 1)
1) Mozes was in zijn ontwikkeling op dat punt gekomen, waarop men grote dwalingen makkelijk met grote waarheden verwart; waarop men meent door de geest gedreven te zijn, en toch slechts door vleselijke ijdelheid en eigen wil gedreven wordt; waarop men meent, wie weet welke heldendaden te doen, terwijl men zware zonden bedrijft. Hij voelde zich geroepen, om de beschermer en bevrijder van zijn volk te worden; maar hij was nog niet daartoe geroepen; hij liep de Heere vooruit, die hem eerst in zijn ambt zou stellen, en hem tijd en middelen en wegen tot verlossing van Israël tonen moest.
Wanneer ik de eeuwige wet van God raadpleeg, dan bemerk ik, dat hij, die geen wettig ambt bekleedde, deze man, al deed hij onrecht, al was hij goddeloos, niet had moeten doden. Maar mannen, tot grote dingen bekwaam, begaan dikwijls eerst grote misslagen, waardoor het blijkt, tot welke deugden zij het meest geschikt zijn, wanneer de grond van hun hart door Gods geboden is toebereid. Zo komt de landman, wanneer hij een akker overvloedig onkruid ziet voortbrengen, tot de overtuiging, dat, als dit eerst zal zijn uitgeroeid, het veld zeer geschikt is, om graan voort te brengen. Zo riep de Heere van uit de hemel Saul, die zijn gemeente vervolgde; Hij wierp hem ter aarde; Hij richtte hem op; Hij vervulde hem met Zijn Geest; Hij rukte hem uit, besnoeide hem, plantte hem over, begoot hem. Zo bestraft de Heere een Petrus, die met het uitgetogen zwaard het oor van één van Zijn vervolgers afslaat, omdat hij zonder wettige roeping bloed vergiet, en toch maakt Hij hem tot herder van Zijn gemeente.
Daar is, gij kunt het niet ontkennen, iets edels en koens in die fiere daad, in die onstuimige drift, die voor een ogenblik eigen veiligheid doet vergeten om de hoon over de broeders te wreken. Maar toch, later zou hij het zelf uitspreken, het was een overtreding van Gods heilige wil. Het was een zichzelf recht willen verschaffen en een verlossing willen aanbrengen op een tijd en langs een weg, door God zelf nog niet gewild, hem niet aangewezen en gewis ook niet aldus afgebakend en bepaald. Wel leert ook dit voorval ons, dat Mozes, met de bijzondere omstandigheden van zijn jeugd bekend geworden, waarschijnlijk reeds nu iets in zich begon te voelen van een toekomstige roeping, om de redder van zijn verdrukt volk te worden. De strafoefening van de Egyptenaar moest daarvan een eerste teken en bewijs voor het volk zijn. Aldus vat ook Stephanus die doodslag op. (Hand.7:25).
Niet dat Mozes de kinderen van Israël wilde helpen en verlossen, was zonde, maar dat hij het eigenmachtig wilde. Zo het nu geschied was, was het een werk van Mozes geweest en het moest een werk van God zijn. Van alles moet God altijd de eer hebben, omdat Hij is de Alfa en de Omega.
13. De volgende dag ging hij weer uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twisten; 1) en hij zei tot de onrechtvaardige, tot degene, die duidelijk onrecht had: Waarom slaat gij uw naaste?
1) Mozes ziet hier nu niet een Egyptische en een Israëlitische, maar twee Israëlieten twisten. Is het niet in de weg van de leiding van God, opdat Mozes zal zien, dat, indien dat volk wordt uitgeleid, het niet zal geschieden, omdat het dit verdient, maar om het verbond van God dat onverbrekelijk is? Mozes ziet hier, dat, als hij de leidsman en bevrijder van dat volk zal zijn, hij te doen zal hebben met een even zondig geslacht.
Voordat Mozes in de woestijn gevormd wordt, moet hij ook leren kennen, wat Israël is, opdat hij later niet teleurgesteld is, als hij opmerkt, dat er ook onder Abrahams nakomelingen veel zonden zijn. Hier kon hij niet als de vorige dag partij nemen; beiden zijn zijn volksgenoten; hier tracht hij vrede te stichten.
14. Hij dan zei: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Wat gaan u onze handelingen aan? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij gisteren de Egyptenaar gedood hebt? 1) Toen vreesde Mozes en zei: Voorwaar deze zaak is bekend geworden! 2) Het kan niet anders, of dit is verhaald door hem, die ik bevrijd heb. Hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou, maar zij hebben het niet verstaan. (Hand.7:25). In plaats van hem dankbaar te zijn, verachtte men hem en verweet hem zijndaad.
1) Hij had Mozes, wegens zodanig bewijs van zijn vroomheid, niet anders dan als een engel van God moeten omhelzen, maar de weldaad in een misdaad omkerende, verwijt hij hem niet slechts op hatelijke wijze, wat billijk was geprezen te worden, maar beschimpt hem ook.
Kon hij wel reeds als leider van zo weerbarstig en onhandelbaar volk optreden? Had hij niet de maat van eigen krachten overschat? De uitvoerbaarheid van de hoge taak niet gelijk geacht met zijn vurig verlangen om die te aanvaarden en te volbrengen? Was het niet alles in eigen kracht! Dit bleek weldra door die spoedige inzinking, die op zo vermetele verheffing volgde. “Toen vreesde Mozes en zei: Voorwaar deze zaak is bekend geworden.” En zo was het. Zijn roekeloos ingrijpen in de gang van de dingen kon de zaak verergeren en over hem zelf schande en dood brengen. Och, de mensen maken gewoonlijk door eigen kracht en eigenwillige inmenging de zaken eerder erger dan beter en bezorgen daarnaast zichzelf en anderen veel verdriet. “Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vluchtte voor Farao’s aangezicht en woonde in het land Midian en hij zat bij een waterput.” Zij, die leiden zullen, moeten zelf eerst geleid en tot die grote taak eerst door God geoefend worden.
2) “Vreesde Mozes.” De man, die zo-even nog zo hoog stond, is nu gelijk een teder riet. De oorzaak is niet ver te zoeken. Wel was er bij Mozes geloof, maar dit geloof was nog niet bevestigd en waar nu de uitkomst geheel anders is dan hij verwacht heeft, nu dreigt het geloof te bezwijken. Aan het hof van Farao had hij een wetenschappelijke opleiding genoten. God zou hem nu in de woestijn leiden, opdat Hij aldaar zijn geestelijke opleiding zou ontvangen.
Het was Gods tijd nog niet. Israël was nog niet rijp voor de verlossing en de zonde van de Kanaänieten was nog niet volkomen.
15. Als nu Farao deze zaak, die spoedig alom besproken werd, hoorde, en beter dan de kinderen van Israël verstond, wat dit betekende, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes, bevreesd geworden, vluchtte voor Farao’s aangezicht, 1) volgens de besturing van die God, die ook de zonden van de mensen tot volvoering van Zijn oogmerken gebruikt, en Mozes woonde in het land Midian; 2) hij vluchtte naar het schiereiland in het zuiden, met het doel, om daar een verblijfplaats te zoeken, en hij zat bij een waterput; 3) (Genesis 24:11 vv.).
1) Mozes loopt de jaren van zijn jeugd en pubertijd door, en wordt man. Nu, meent hij, is de tijd gekomen, om te doen, wat hij reeds lang bij zichzelf heeft voorgenomen, en waartoe hij de roeping, zowel als de aandrang in zich voelt. De nederlaag van de Egyptenaar, die zich aan de Hebreeër vergrijpt, moet, in het kleine, voor het volk een spiegel zijn van hetgeen Mozes de wil heeft in het grote voor zijn volk te doen; moet voor Israël het teken zijn, om op te staan, en de ketens, waarmee het gebonden is, tegen het hoofd van zijn dwingelanden, van zijn beulen, te verbrijzelen. Tevergeefs! Mozes mocht menen, dat het zijn tijd is; Gods tijd is het nog niet. Mozes, de jeugdige, vurige geestdrijver, de opgewonden zeloot, de sterke en zich sterk voelende man, maar die juist daarom op zijn sterkte bouwt, en-het gebeurde bewijst het- vlees tot zijn arm stelt, is het geschikte werktuig nog niet voor God, die Zijn kracht in zwakheid volbrengt, opdat niet ons, maar Hem alleen de ere zij. In plaats van de Verlosser van zijn volk te zijn, wordt Mozes gedwongen zelf om zijns levens wil te vluchten.
Niet het zwaard, maar de staf van God zou in de hand van Mozes zijn. Zeker was dit een geheel andere weg, dan die, welke Mozes zich had voorgesteld en dan ieder mens zou hebben ingeslagen; doch Gods wegen zijn ook niet onze wegen; ging het met de Heere Jezus niet ook geheel anders, dan het menselijker wijze scheen te moeten gaan? Toen de Hosanna’s de lucht vervulden, scheen het de juiste tijd te zijn, om Hem koning te maken, zo Hij ooit koning wilde worden, doch juist moest nu het tarwegraan sterven, en eerst daarna zou het weer uit de aarde oprijzen en vele vruchten dragen. En gelijk nu Mozes veertig jaar van het toneel van de aanstaande kampstrijd en van de verlossing verwijderd werd, zo verwijderde zich Christus na de eeuwige verlossing volbracht te hebben, en na veertig dagen op aarde vertoefd te hebben, van de aarde, om weer te komen, en ook de aarde te zegenen met vrede.
2) De Midianieten, door Ketûra van Abraham afstammend (Genesis 25:2,4), hadden hun woonplaatsen aan de oostzijde van de Elamitische golf, van waar zij zich noordwaarts tot in de velden van Moab uitbreidden (Genesis 36:35), en karavanenhandel door Kanaän naar Egypte dreven (Genesis 37:28,36). Een nomadiserende tak van deze moet toch over deze golf zijn getrokken, en zich aan het zuideinde van het schiereiland van Sinaï hebben gevestigd. Dit laatste breidt zich tussen de beide golven van de Rode Zee, de Elanitische in het oosten en die van Suez in het westen in de vorm van een driehoek, die een oppervlakte van 5 tot 600 vierkante mijl omvat, en ten zuiden eindigt in de Ras (het voorgebergte) Mohammed. Niet ver van hier vindt men aan de Elanitische golf een baai, Scherm geheten, met verscheidene diepe bronnen, die ogenschijnlijk een werk uit oude tijden zijn; ook berichten ons oude geografen van een zeer vruchtbaar palmenbos, dat zich daar bevond, dat in hoge eer was en door een priesterfamilie bewoond werd. Deze landstreek schijnt het hier bedoelde land Midian te zijn.
3) Dat van hem gezegd wordt, gezeten te hebben bij de put, leg ik uit, dat hij daar wegens vermoeidheid, terwijl de zon zich ten onder neigde, heeft gerust, opdat hij omtrent de avond naar een verblijfplaats zou kunnen onderzoek doen bij de inwoners, welke hij hoopte, dat komen zouden, om water te scheppen.
De putten waren in het oosten een middelpunt van het verkeer.
16. En de priester in Midian, 1) had zeven dochters, die kwamen, met hun kuddes, om te putten, 2) en vulden de drinkbakken, om de kuddes van hun vader te drenken. (Genesis 29:9,10).
1) Deze priester draagt ogenschijnlijk meerdere namen. Die van Jethro of Jeter, Reguël of Rehuël en Hobab zijn de meest bekende. Hoogwaarschijnlijk is echter Reguël niet de naam van Mozes’ schoonvader, maar die van de vader van zijn schoonvader. Anderen zijn van mening, dat Reguël of Rehuël een erenaam is geweest, en weer zijn er anderen, die de naam Jethro houden voor een titel of voor een naam, welke de plaats aanduidt, die Reguël onder zijn volk innam. Wij verenigen ons met deze mening, die Reguël aanneemt als de grootvader van Zippora. Deze priester was een van de herdersvorsten, evenals er meer in de Heilige Schrift voorkomen, zoals Melchizedek e.a.
2) Deze ontmoeting zouden natuurlijke mensen aan een gelukkige toeval toeschrijven, waarin echter God ons een levend beeld van Zijn Voorzienigheid voor ogen stelt, alsof Hij als met uitgebreide handen, uit de hemel de schreden van zijn knecht bestuurt. Dagelijks richtten de meisjes hun schreden naar de put, en Mozes, om nachtverblijf te zoeken, hield bij het water halt, waarbij het waarschijnlijk was, dat er tegen de avond in een dorre landstreek als deze was, een samenkomst van inwoners zou zijn. Dat hij echter op de tijd kwam, om de meisjes hulp te kunnen verlenen, en Jethro hem vriendelijk nodigt, is niet toevallig, maar God was voor Zijn dwalende knecht steeds tot een gids op de reis, opdat Hij hem niet alleen een langdurig verblijf, maar ook een dragelijke woning tot het einde van zijn ballingschap toe, bereidde. En ofschoon het herderlijk ambt verachtelijk was, zo was toch de aanzienlijke verzwagering hem tot niet geringe troost.
17. Toen kwamen, bijna tegelijkertijd met hen, ook de herders uit die omstreken, en zij dreven hen vandaar, gelijk dit gewoonlijk geschiedde (vs.18); doch Mozes stond op, en hij, die geen onrecht kon dulden, snelde weer het verdrukte ter hulp, en verloste ze, 1) en drenkte hun kuddes.2)
1) Hij, die niet kon aanzien, dat de een Israëliet de anderen onrecht aandeed, kon ook niet dulden, dat hier de zwakke vrouwen onbeschermd bleven tegen de moedwil van de herders.
2) Mozes helpt niet gedeeltelijk, maar volkomen. Hij verlost niet alleen, maar helpt ze ook in het drenken van de kuddes. Ongetwijfeld heeft zijn persoonlijkheid een overwegende indruk gemaakt op de herders, en zagen zij in hem de man van aanzien en gezag. In die dagen, waar het recht van de sterkste in het bijzonder gold, had ook het gezag een grote invloed. Bovendien is ook hier de hand van God op te merken, die de herders weerhield hun handen aan hem, de vreemdeling te slaan.
18. En toen zij thuis tot hun vader Rehuël (vriend van God) kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haastig teruggekomen?
Ik oordeel niet, dat het de dochters van Rehuël tot ondeugd moet aangerekend worden, dat zij Mozes geen verblijf aanboden, daar de meisjes zedigheid past, en het al te stoutmoedig zou geweest zijn, indien zij buiten weten van de vader een vreemdeling en onbekend persoon in huis hadden gehaald. Maar God legt in het gemoed van de vader een gevoel van dankbaarheid, zodat hij beveelt hem te halen. Zo vindt Mozes, van de put weggehaald, het huis, waarin hij zo wel geschikt zal wonen, als ook van zijn arbeid leven, en volgens het recht van bloedverwantschap menslievend zal worden behandeld.
19. Toen zeiden zij: Een Egyptisch man, die wij bij de put aantroffen, heeft ons verlost uit de hand van de herders, die ons anders altijd met geweld vóórkomen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput en de kudde gedrenkt.
20. En hij zei tot zijn dochters: Waar is hij toch? waarom liet gij de man nu gaan, terwijl hij toch zeker van de reis vermoeid was? Roept hem, opdat hij brood eet. En hij zond hen heen en liet de vreemdeling uitnodigen (Hebr.13:2). Nadat hij hem gevoed en gedrenkt en zijn omstandigheden vernomen had, bood hij hem, omdat hij een opperhoofd van zijn volk was, aan om in zijn huis te blijven.
21. En Mozes stemde erin toe bij de man te wonen; 1) en hij gaf Mozes, na verloop van enige tijd, toen hij hem beter had leren kennen, zijn dochter Zippora 2) (kleine vogel) tot vrouw.
1) Daar toeft hij nog veertig volle jaren; veertig jaren van lijdzaamheid, van geduld, van oefening in het geloof en in de gehoorzaamheid van het geloof; veertig jaren van afzondering in de eenzaamheid, die kweekschool van grote gedachten, gevoelens en daden, die grond, waarop grote geesten in de gemeenschap met God opwassen, hoog boven alle kinderen van de mensen, evenals de eenzame ceders op de steile Libanon. Veertig jaren, beantwoordende aan de veertig dagen, door Elia in dezelfde woestijn, aan de veertig dagen, door de Zoon des mensen in de woestijn Quarantania doorgebracht! In dit veertigtal jaren rijpt de schone, veel belovende bloesem van Mozes’ edele geest tot een liefelijke, milde vrucht. Een Jethro’s herder groeit onder de kuddes van Midian evenzo tot een herder van volken op, als later David onder de schapen en lammeren van zijn vader.
2) Daar God voor Mozes veertig jaar van afzondering en stille voorbereiding bestemd had, kwam het ook, door Zijn voorzienige beschikking, in het hart van Rehuël op, om een van zijn dochters aan Mozes tot vrouw te geven. Zonder dit huwelijk zou hem deze langdurige vreemdelingschap ondraaglijk zijn geweest. Doch nu werd hij man en vader, en kon hij de tijd, die God voor zijn ballingschap bepaald had, rustig afwachten. Zo komt God de mens tegemoet, opdat hij het uithouden kan met te wachten; doch uithouden en wachten moet hij.
Wellicht dat hem daarom Zippora tot vrouw werd gegeven, opdat dit een onderpand zou zijn voor een altijd durend verblijf in dat huis. Welk een verschil voor Mozes! Het hof van Egypte en de herderswoning te Midian! God leidt echter dikwijls eerst in de diepte, opdat, wanneer Hij daarna tot de hoogte brengt, die weldaad des te meer zal worden gewaardeerd.
22. Die baarde, niet aanstonds, maar eerst in de latere tijd van haar huwelijk (hoofdstuk. 4:20,25; 18:3) een zoon, en hij noemde hem Gersom 1) (vreemdeling, balling), want hij zei: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land! En zij baarde wederom een zoon, die noemde hij Eliëzer, (hulp van God) en zei: De God van mijn vader is mijn Helper, en Hij heeft mij van de hand van Farao gered. 2)
1) Gersom betekent eigenlijk “verbanning”. Mozes blijft bij deze betekenis niet staan, maar zijn volgende rede zinspeelt op het woord in de zin van Ger-Scham, dat is: “een vreemdeling daar.” Dergelijke uitdrukkingen van gevoel, die zich aan een naam verbinden, maar boven zijn eerste betekenis gaan en op een bijna gelijkluidend woord spelen, vinden wij dikwijls; bijv.in Genesis 29:32
Deze woonplaats nu van Mozes, Midian was door de Voorzienigheid geschikt: 1. Om hem voor het tegenwoordige als tot een vrijstad te dienen tegen de bloedwreker. God zal voor Zijn volk, ten dage van hun benauwdheid, schuilplaats vinden, ja, Hij zelf zal voor hen een verberging zijn, en zal hen beveiligen, hetzij hier beneden of in de hemel. 2. Ook was zulks geschikt, om hem tot grote diensten, die hij stond te verrichten, te bereiden en bekwaam te maken.
Hoewel ons te weinig van Mozes huwelijk en huiselijk leven wordt bericht, om daar een geheel stelsel van vermoedens op te bouwen, maakte dit weinige toch de algemene indruk, dat Mozes in zijn echtelijk leven niet gelukkig was. Hoe hij zelf over de toestand van dat tijdperk in zijn leven dacht, kunnen wij vrij juist opmaken uit de naamgeving van zijn eerstgeboren zoon. De betekenis van die naam geeft nog al de stemming van het hart aan, die op dat ogenblik vaders deel was. Bij Abraham was het heilige blijdschap en de naam Izaak verkondigt het u; bij Jakob schenkt de naamgeving van ieder kind als een blik in het hart of van de moeder of van de vader. Hier bij Mozes wijst de naamgeving op een gevoel van eenzaamheid en verlatenheid, dat hij niet beter wist weer te geven, dan door aan zijn eerste kind de naam van Gersom te geven.
2) Deze aanhaling uit hoofdstuk 18:4 heeft, op het voorbeeld van enige handschriften van de oude Griekse vertaling (Septuaginta), de Latijnse vertaling (Vulgata) aan de grondtekst toegevoegd. Het verblijf in Midian was voor Mozes een verbanning, en een school van diepe vernedering. Reeds de sterke tegenstelling van het leven aan het hof en dat in de woestijn, maakt het begrijpelijk. Bovendien schijnt Zippora (hoofdstuk. 4:24 vv.) een hartstochtelijk, heerszuchtig karakter gehad te hebben. Dat de gehechtheid aan zijn volk onder die omstandigheden en de hoop op verlossing daarvan niet te versterven was, bewijzen de namen, die hij aan zijn kinderen geeft; daaruit klinkt een zekere weemoed en een stil verlangen.
III. Exodus 2 vers 23-25
Terwijl de beproevingstijd van Mozes in Midian ten einde snelt, wordt ook Israël in Egypte voor de nabij zijnde verlossing rijper, daar het bij de dood van de koning, van diens opvolger een betere toestand verwacht, maar, in die verwachting teleurgesteld, zich met zuchten en tranen tot de God van zijn vaderen wendt.
23. En het geschiedde na veel van deze dagen, bijna veertig jaar na het beproeven van Mozes om Israël te redden, als de koning van Egypte gestorven was, 1) die toen Mozes naar het leven stond, (vs.15) dat de kinderen van Israël zuchten, daar zij onder de opvolger geen verlichting van hun lasten verkregen, en zij schreeuwden tot Hem, die een Wreker van de onderdrukten en een Helper van de ellendigen is, over de dienst, die zij dienen moesten; en hun gekrijt over hun harde dienstbaarheid kwam op tot God. a) 2)
a) Genesis 4:10; 18:20,21; 19:18 Psalm. 18:7
1) Van de geboorte van Mozes tot op de tijd, welke hier beschreven wordt, waren ongeveer tachtig jaar voorbijgegaan. Daardoor mag men vermoeden, dat, vóór de bevrijding nabij was, er nog één of meer opvolgers tussen in zijn geweest. In die veelvuldige verandering van zaken, terwijl de toestand van het volk of gelijk bleef of slechter werd, perst de uiterste nood niet alleen die ongewone klachten naar buiten, maar drijft ook de wanhoop hen tot gebed, niet, omdat er tevoren geen behoefte om tot God te roepen in hun harten aanwezig was, maar omdat zij al te zeer herwaarts en derwaarts heen zagen, totdat, nadat alle aardse middelen waren afgesneden, zij gedwongen werden zich tot de hemel te wenden, om hulp te vragen. Door welk voorbeeld wij leren, dat, ofschoon de zwaarte van de rampen ons met droefenis en geween vervult, wij niet terstond onze wensen aan God bekend maken, maar onze traagheid meerdere prikkels nodig heeft. Doch Mozes vermeldt, dat het niets wonderlijks is, indien God niet te spoedig opstaat om te helpen, wanneer de kinderen van Israël in hun ellende als gevoelloos liggen. Vervolgens leren wij door dit voorbeeld, opdat God des te spoediger Zijn genade openbare, om terstond tot Hem de toevlucht te nemen.
Daar schijnt een lichtstraal te dagen; de koning van Egypte is gestorven, die zo menige vadervloek, moederkreet en kindermoord op zijn rekening heeft. Schept moed, verdrukten, de tiran heeft het hoofd voor de koning van de verschrikking gebogen. Helaas! de verademing duurt weinig langer, dan de vorstelijke troon is ontledigd! Verandering van heer, maar verzwaring van dienst, verzwaring, des te pijnlijker, omdat men een ogenblik van gewenste verandering droomde, ziedaar dan al wat hun rest! De morgenstond scheen gekomen, maar de nacht daalt nog dieper dan anders; toch heeft Israël eindelijk nog iets anders dan klagen geleerd, het begint met ongekende aandrang te bidden. Waar de laatste toevlucht rondom hen is afgesneden, en geen aards koning gehoor aan hun klachten verleent, daar wendt zich het mat geschreide oog naar de hemel, en vindt hem, weliswaar, met donkere wolken omrand, maar toch ook boven die wolken is nog een ster, Gods verbond met Zijn vrienden gesloten.
Dat juist na het vermelden van de dood van de koning er gesproken wordt van een schreeuwen om hulp, laat de veronderstelling toe, dat de kinderen van Israël gehoopt hadden, dat bij verandering van kroon, ook hun toestand een verandering ten goede zou ondergaan, in welke hoop zij bitterlijk teleurgesteld werden, en nu hun toestand dubbel erg vonden.
2) Met deze woorden geeft Mozes niet alleen te kennen, hoezeer de zwaarte van hun dienst hen gedrukt heeft, die hen bitterlijk deed wenen en jammerlijk kermen; maar het oogmerk is hier eigenlijk te tonen, hoe dat alles opklom tot God; waaruit dan blijkt: 1. Dat zij geen murmureringen tegen God, noch vloeken tegen de Egyptenaren uitgebracht, maar alleen tot God gezucht en geschreid hebben uit de diepte van hun benauwdheid; vervolgens 2. dat zij de handen niet hebben uitgestoken tot het plegen van ongerechtigheid, om zichzelf te redden en te wreken; 3. dat zij van alle menselijke hulp en vertrouwen op valse goden afgezien, en zich door een ware bekering tot God gewend hebben met smeking om hulp en verlossing; 4. dat hun gebed recht ernstig en krachtig is geweest, zodat het als doordrong door de wolken en opklom tot God en tot voor zijn troon.
Eerst zuchtten zij over de ellende, en toen leerde God hen waarlijk zuchten en roepen in de ellende.
24. En God hoorde 1) hun gekerm, 2) en God dacht aan zijn a) verbond3) met Abraham, met Izaak, en met Jakob, waarop Israël in zijn klagen zich beriep, terwijl zij het vroeger zo geheel vergeten waren.
a) Genesis 15:14 Psalm. 107:19
1) Het gekerm van de verdrukten klinkt hard in de oren van de rechtvaardige God, die alleen de wraak toekomt; voornamelijk het zuchten van Gods geestelijk Israël. Hij weet de lasten, onder welke zij zuchten, en de zegeningen, om welke zij roepen, terwijl de Heilige Geest onder en door deze zuchten hen een waarborg verstrekt van een gunstige verhoring.
“God hoorde.” Hiermee wil de Heilige Schrift zeggen, dat God, de Heere, met genegenheid van hart luisterde naar hun gekerm en gekrijt, en daarom zich gereed maakte, om te verlossen.
2) Wat is de God van de Bijbel toch een heerlijk, een aanbiddenswaardig God! De wijsgeer meent zijn God wonderhoog te verheffen, wanneer hij Hem voorstelt als een onveranderlijk Opperwezen, dat eenmaal alles geschapen, en zo volmaakt ingericht heeft, dat Hij nu alles kan laten aflopen naar Zijn eigen wetten, zonder dat het Hem ooit nodig schijnt, weer in te grijpen in het rusteloos rad van de wisselende wereldgeschiedenis. Dat rad wentelt voort om zijn eigen as, en wondt deze, en verplettert geen, en stuwt een ander vooruit. Maar angstkreten, zij baten ons niet; gebeden zijn zuchten, waarmee wij onze eigen boezem verluchten, maar in God niet het minste teweegbrengen; en klachten, zij sterven op de adem van de winden, die haar dagelijks hemelwaarts voeren. Ware dat Godsbegrip waarheid, wat betere raad konden wij aan lijdende toedienen, dan de vrouw van Job aan de neergebogen lijder horen deed: “God te zegenen en-in wanhoop te sterven?” Maar nee, de God van de Schrift, Hij treedt, vergunt ons de uitdrukking, in oneindig menselijker en juist daardoor in oneindig goddelijker licht voor ons oog. Een God die leeft; een God die denkt; een God, die ziet en hoort en zich erbarmt, meer dan een moeder over haar krijtende zuigeling doet. Ziet daar de God van Israël, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.
3) Dit wil niet zeggen, dat God vroeger niet aan dat Verbond had gedacht. Immers daarom was Israël niet vergaan. Maar het betekent, dat God toebereidselen ging maken, om de belofte, van in Kanaän als op eigen erfgoed te wonen, in vervulling te brengen, en het volk, dat Israël verdrukt had, te berechten.
25. En God zag de kinderen van Israël aan, 1) en God kende 2) hen, dat zij Zijn bondgenoten waren, en schikte Zich, om hen te verlossen en hun juk te verbreken.
1) Dat wil zeggen, zag ze aan met een oog van mededogen en ontferming, zag ze aan als het voorwerp voor een bijzondere verlossing. Had het tot hiertoe geschenen, dat Israël als het ware vergeten werd door de Heere, nu zouden Abrahams nakomelingen het ondervinden, dat al zijn lijden wel ter dege bij God, de Heere, bekend was. De uitdrukking, hier gebezigd, is tegenstelling van “iemand de rug toekeren”
2) Verdienen zij het, dat Hij over hen gedachten van vrede zal denken? Ach, nauwelijks zijn nog enkele sporen van Abrahams geloof en Isaak’s zachtmoedigheid, en Jakob’s moed en Jozefs godsvrucht in hen overgebleven, en, wat de Heere later bij Ezechiël sprak, Hij kon het thans reeds betuigen: “Ik doe het niet om uwentwil, het zij u bekend, schaam u en word schaamrood om uw wegen, gij huis van Israël!”.
Soms wordt ons door “God zien en kennen” de weg getekend, die de toorn van God doorloopt, om van uit Zijn heiligheid de ongerechtigheid van de mensen te treffen en te straffen. Soms daarentegen wordt de lijn aangewezen, die van de ellende van de mens tot de Ontferming van God reikt door de Heere zelf is afgebakend. Dat laatste geschiedt in het vijftal uitdrukkingen, die wij hier achtereenvolgens vermeld vinden: het opstijgen van het gekrijt van de ellendigen, het horen van God naar het gekerm, het gedenken aan Zijn verbond, het aanzien van de nooddruftigen, het kennen van de Zijnen.
In het Hebreeuws Wajéda. eig. erkennen als het zijne. Hiermee wordt dan ook niet minder bedoeld, dan dat God het Verbond, dat Hij met Abraham had gesloten, op Israël ging toepassen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 2
Exodus 2:24.KruisverwijzingenExodus 6:5→Psalmen 105:42→Genesis 26:3→Psalmen 106:45→Psalmen 102:20→Genesis 32:28→Genesis 28:12→Psalmen 79:11→
— En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.
“En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak en met Jakob.”
Ik zou graag willen weten hoe ik over dit vers zou moeten preken. God zag de kinderen van Israël en dacht niet aan hun zonden, namelijk dat zij in feite Egyptenaren waren geworden en Egypte en de afgoden van Egypte liefhadden. Hij dacht aan Zijn vriend Abraham. Hij dacht aan Isaak. Hij dacht aan Jakob, die Hij liefhad. Hij dacht aan de belofte die Hij hun had gegeven: dat Hij hen zou zegenen en tot een zegen zou maken. Dat deed Hij niet vanwege enige verdienste van de Israëlieten, maar omwille van degenen die Hij had liefgehad en geëerd.
Omwille van het verbond dat Hij met hen had gesloten, zei Hij: “Ik zal de macht van de farao breken, en Ik zal Mijn volk zegenen. Ik zal hen uit de slavernij leiden en hen in vrijheid stellen.”
Als God voor eeuwig naar een zondaar zou kijken, zou Hij in hem niets anders kunnen zien dan wat Hij rechtvaardig moet bestraffen. Maar wanneer Hij ziet op Zijn geliefde Zoon, Die Hij liefheeft, en Zich herinnert hoe Hij leefde en liefhad, bloedde en stierf, en verzoening deed voor de schuldigen, en wanneer Hij Zich Zijn verbond met Zijn Geliefde herinnert, dan zegt Hij: “Ik zal dit volk zegenen dat Ik Hem heb gegeven door een eeuwigdurend verbond. Ik heb beloofd dat Hij de vruchten van Zijn zielenmoeite zou zien, en dat zal Hij ook. Ik zal de macht van de zonde breken, en Ik zal deze gevangenen bevrijden tot lof van de heerlijkheid van Mijn genade. En zij zullen aanvaard worden in de Geliefde.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
MOZES’ GEBOORTE, OPVOEDING, VLUCHT EN HUWELIJK.
I. Exodus 2 vers 1-10
Als de nood zeer hoog gestegen is, wordt de toekomstige redder van Israël in de stam van Levi geboren, door moederlijke list en goddelijke leiding in het leven bewaard, en aan het hof van Farao, als koningszoon, opgevoed.
1. En, niet eerst ten tijde, toen het bovenvermelde voorviel, maar reeds veel vroeger, misschien nog vóór het optreden van de nieuwe koning, geschiedde het, dat een man van het huis van Levi, Amram, zoon van Kehat, (hoofdstuk. 6:17) uitging, om voor zich een vrouw te begeren, en hij nam een dochter van Levi, 1) zijn tante, Jochébed (wier roem Jehova is), (hoofdstuk. 6:19 Numeri. 26:59).
1) Niet overbodig is het, dat Mozes verhaalt, dat zijn (Mozes) vader zijn vrouw heeft genomen uit zijn eigen stam, daar de dubbele band van vereniging hen moest bemoedigen, om hun kroost te bewaren.
Deze man was Amram, de zoon van Kehath en kleinzoon van Levi. De dochter, die hij tot vrouw nam, was Jochébed, een dochter van Levi, en bij gevolg zijn tante. De LXX en de Vertaling gevolgd van vele geleerde uitleggers, zowel protestants als roomsgezind, menen, dat ze zijn oom, Kehaths dochter, en daarom niets meer dan zijn volle nicht was, omdat de huwelijken met een tante naderhand in de Levitische wet verboden zijn (Leviticus. 18). Maar ofschoon het woord dwd (Dod) soms in de grondtaal betekent een ooms zoon als in Jerem.32:12 en hdwd (Dodah) een ooms dochter of volle nicht, echter hebben we, omdat Mozes zegt in Numeri 26:59, dat ze uit Levi geboren was, en hij haar uit dien hoofde Amrams tante noemt. Ezra 6:19 oordeelt, dat we haar veilig die naam mogen geven.
Dat eerst bij de geboorte van Mozes van het huwelijk van Amram en Jochébed wordt melding gemaakt, hoewel Aäron reeds drie en Mirjam ongeveer acht of tien jaar oud geweest moet zijn, komt daarvan, dat bij de geboorte van Mozes dit huwelijk bijzondere betekenis verkrijgt, zowel ten opzichte van Israël als van het Godsrijk.
2. a) En de vrouw werd, toen haar dochter Mirjam reeds een jong meisje (vs.4) en haar zoon Aäron ruim twee jaar oud was (hoofdstuk. 7:7), voor de derde keer zwanger, en baarde, juist ten tijde van het bevel tot vermoording van de jongetjes (hoofdstuk. 1:22), een tweede zoon 1) (in het wereldjaar 2433 = 1567 vóór Christus). Toen zij hem zag, dat hij schoon was, 2) als met bovenaardse schoonheid bedeeld, (Hand.7:20) en daaruit wellicht besloot, dat God iets groots met dat kind voorhad, en alzo de knaap wel tegen de koning zou beschermen, zo verborg zij hem drie maanden.
a) 1 Kronieken 23:13 Hebr.11:23
1) Wie telt de stille tranen, haar reeds bij de gedachte ontvloeid, dat het wrede dwangbevel dit pand van haar liefde kan treffen? Wie zegt, hoe vurig zij de God van de vaderen heeft gebeden, dat zij aan een dochtertje het leven mocht schenken? Maar God heeft over haar wat beters voorzien, dan de verhoring van die zo natuurlijke bede. De eerste kreet van het pasgeboren jongske klinkt haar als een doodvonnis, en iedere glimlach van de zuigeling snijdt haar als een dolk door de ziel. Arme moeder, wat reikt gij nog de volle boezem aan lipjes, straks door de wateren van de Nijl meer dan overvloedig gelaafd? Maar nee, dat kan de droevige vrouw niet van het hart; “kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over de zoon van haar schoot?” En het kind is zo schoon, meer nog dan Aäron of Mirjam, het schijnt om zijn leven te smeken, het is schoon voor God, gelijk het oorspronkelijk in de redevoering van Stefanus heet, als van bovenaardse hemelse schoonheid! Hebben wellicht de ouders, met Gods oude beloften aan het nakroost van zijn vrienden bekend, juist in die schoonheid van het kind het voedsel van een verwachting gevonden, waarvan zij nauwelijks zichzelf rekenschap durfden geven? Het verdient althans opmerking, dat de verberging van het kind in de brief van de Hebreeën als een geloofsdaad voorgesteld wordt, waaruit kennelijk bleek, dat zij het gebod van de koning niet vreesden. Mogen wij op getuigenis van Flavius Josefus geloven, dat Amram op zijn vurig noodgebed, reeds enige maanden vroeger een openbaring ontvangen had, dat het kind het verdrukte volk zou verlossen? Heeft mogelijk de herinnering van de tijdsbepaling in een oude godsspraak aan Abraham, het voorgevoel te krachtiger opgewekt? Maar waartoe gissing op gissing gestapeld, alsof zonder deze de langdurige verberging van het kind volstrekt onverklaarbaar zou zijn? Wat moeder, die haar zuigeling ongevergd aan moordenaars biedt; welke dochter van Israël, die geen list weet te plaatsen tegen gruwelijk, dreigend geweld! Nee, zolang mogelijk de noodlottige geboorte ontveinsd; zorgvuldiger dan immer de vreugdeloze woning voor vreemde blikken gesloten; elk verdacht geluid aan de geprangde boezem gesmoord, en ondertussen de God van de vaderen aangeroepen, dat Hij het hart van de dwingeland buigt!.
2) Het is niet twijfelachtig, dat hij van Gods wege met deze schone gedaante is begiftigd, welke de gemoederen van de ouders, om hem te redden, temeer heeft aangetrokken, zoals God pleegt te doen, waar Hij ziet, dat de Zijnen te traag zijn, om hun plicht te doen, hun traagheid door aanlokkelijkheden opwekt. Evenwel uit het getuigenis van de Apostel staat vast, dat dit aanloksel niet alleen heeft behoefd, om hun medelijden te voorschijn te roepen, maar een steun is geweest voor hun zwak geloof. Want hij leert, dat Mozes door het geloof van de ouders is bewaard geworden. Indien nu iemand tegenwerpt, dat het geloof en de beschouwing van de schoonheid zaken zijn, die niet slechts zeer verschillend zijn, maar bijna tegenover elkaar staan, dan antwoord ik, dat door de verwonderlijke tedere liefde van God bewerkt is, dat een hindernis, welke het geloof kon benevelen, het juist heeft geholpen, wanneer het in de belofte zelf vast en sterk moest zijn. Derhalve, indien het geloof een zuiver en helder licht in hun harten verspreid had, zouden zij bij de schone gedaante zich niet opgehouden hebben. Wederom, tenzij de belofte bij hen van invloed was geweest, ja, de eerste rang had bekleed, zou er in de bevalligheid van het lichaam niet zo veel aantrekkingskracht geweest zijn, dat zij hen had kunnen aftrekken, om hem vrijwillig te doen sterven.
3. Doch als zij hem voor de verspiedende blikken van de Egyptische beulen niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje 1) van biezen, van Papyrusriet, en belijmde het met lijm, asfalt (Genesis 14:10), en met pek, om het indringen van het water te beletten; en zij legde het knechtje, dat zij liever in Gods handen dan in die van de mensen wilde laten vallen, (2Sam.24:14) daarin, en legde het knaapje met zijn kistje in de biezen, aan de oever van de rivier, 2) de Nijl.
1) In het Hebreeuws Theevah, kistje. Dit zelfde woord wordt ook gebruikt voor de ark van Noach. Zoals in die ark de redder en tweede stamvader van het menselijk geslacht werd bewaard, zo hier de redder van Israël. Beide, én Noach én Mozes, op geestelijke wijze, de redders van de Kerk.
Wat moest er nu worden van de vervulling van de belofte, eens door de Heere tot Abraham gesproken? Wel waren er de donkere tijden, donkerder dan de ovenrook door Abraham gezien (Genesis 15:17), en donkerder ook dan de zwartgebrande tint van de kinderen van Israël, die tussen twee rijen stenen waren en voor de ticheloven zwoegden (Psalm. 68:14). Maar wat maar op een zweem van uitkomst geleek of kon doen hopen, was nog zeer verre. Daar lag de hoop van de moeder, de zoete verwachting van de vader, daar lag het beeld van de schoonheid, als een armelijk en krijtend kind in het schamel kistje, verborgen in het oeverriet, straks, weldra misschien, een prooi van de speelse wateren of van de vraatzuchtige krokodillen. Wie zal zorgen, wie waken?.
Aldus waagden de ouders het leven van hun kind, om het hun te behouden, waarin wij mogen zien, een groot gebrek en zwakheid in hun geloof. Want zij bewaarden een tijdlang hun kind door het geloof, maar daarna stelden zij het in het gevaar van de wateren, van de wilde dieren en de vogels in de lucht. Zodat het blijkt, dat hun geloof zwak was, en met enige vrees en twijfeling gemengd. Want dat zij hun kind drie maanden lang bewaard hebben, daarin hebben zij een levendig geloof behouden, maar wanneer zij hem uitgezet hebben in het gevaar tot hun eigen behoud, daarin hebben zij enig gebrek aan liefde en zwakheid in het geloof bewezen, nochtans zien wij, dat ze om hun geloof geprezen worden. Dit betoont klaarlijk, indien een mens een waar en oprecht geloof heeft, al is het nog zwak, dat God nochtans in barmhartigheid hetzelfde wil erkennen en prijzen, de zwakheid van deze overziende, ja, ook aan zulk een geloof wil Hij geven van de beloften van het eeuwig leven, die gedaan zijn in Christus Jezus.
2) Heeft haar een beeld, naast dat ene, in de eenzaamheid kunnen verzellen, het is wellicht dat van Noach’s ark geweest, met de kostbaarste lading bevracht, en veilig in de haven gekomen, zonder dat de golven de weg door het gesloten toevluchtsoord vonden! Onze arm is te kort, om de diepte van dat moederlijden te peilen, en wellicht heeft Jochébed ervaren, dat zwijgen in het hachelijkst uur de grootste kracht is van de ziel.
4. En zijn zuster, Mirjam, door haar moeder als wachteres gesteld, stelde zich van verre, om te weten, wat met hem gedaan zou worden. 1)
1) Wat nu de plaats betreft, welke zij uitgekozen had, om wat geschieden zou af te wachten, daaruit blijkt, dat er enige hoop bij de ouders aanwezig is geweest, ofschoon deze gering was. Want, wie van de Egyptenaren daarheen zijn schreden gericht had, was zonder twijfel, de beul van de knaap geworden, zowel ten gevolge van het bevel van de koning, als vanwege de algemene haat van het volk tegen de Hebreeën. Doch het schijnt, dat Mirjam nu daar door de ouders op wacht gesteld is, meer om toeschouwster te zijn van de dood van haar broeder, dan om voor het heil van de knaap zorg te dragen. Maar, daar wij kort te voren gezien hebben, dat te midden van haar droefheid en wanhoop, de stralen van haar geloof geflikkerd hebben, de moeder haar zoontje aan de oever neerleggende, heeft haar zorg niet opgegeven, maar heeft gewild, het kind aan het medelijden, van wie het ook mocht ontmoeten, aan te bevelen. Want indien zij had gehoord, dat hij tot aan de nacht er gelegen had, zou zij heimelijk gekomen zijn, om hem te zogen. En deze overweging nu is nutteloos geweest, evenals dat met verwarde en dubbelzinnige zaken het geval is, maar God heeft op verwonderlijke wijze Zijn macht in het bewaren van de jongen aangewend.
Dat is het ware geloof, dat op Gods daden blijft letten en biddend de uitkomst verwacht.
Het dwaze van God is wijzer dan de mensen, hoe blijkt dat ook hier. Want toch, dat jongetje is bestemd tot grote dingen, en hoe hulpeloos ligt het hier! In een biezen kistje, op de wateren van de Nijl, bewaakt door een zwak meisje! Ook God zou hier tonen, dat Zijn Raad bestaan zal en Hij al Zijn welbehagen doet.
5. En de dochter van Farao, volgens de overlevering, Tharmutis, die wel gehuwd, maar kinderloos was, ging af, om zich te wassen 1) in de rivier, die voor heilig werd gehouden, en aan het water daarvan schreef men een levenbehoudende en vruchtbaarheid vermeerderende kracht toe: en haar jonkvrouwen, die haar vergezelden, wandelden aan de kant van de rivier; a) toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij, begerig om te weten wat daarin was, haar dienstmaagd heen, de slavin, die tot het bewijzen van hulp was meegenomen, en zij liet het halen. 2)
a) Hand.7:21 Hebr.11:23
1) Er is beweerd, dat dit in strijd was met de gewoonte van de Egyptische vrouwen. De onderzoekingen van de laatste tijd hebben echter bewezen, dat dit niet zo is. Afbeeldingen uit de Oudegyptische tijd bevestigen de daad van deze prinses. Aan het baden in de rivier werd zowel vroeger als later bijzondere zegen toegeschreven.
Op de ogenblikken van de beslissing in de geschiedenis van het heil, als een nieuwe knop van de ontwikkeling zich opent, komt, als door de voorzienigheid geroepen, altijd het heidendom te hulp, en helpt de knop van zijn boeien bevrijden, opdat zij zich kan ontsluiten tot een heerlijk, ver geurende bloem.
2) Het is niet twijfelachtig, of het is de bijzondere voorzienigheid van God geweest, waardoor de dochter van de koning naar de rivier geleid werd, die het zou durven ondernemen de knaap op te voeden, maar waardoor ook haar gemoed tot zachtheid gestemd werd, om de knaap het leven te sparen; waardoor, kortom, deze gehele handeling bestuurd werd. Want dat zij niet ijveriger onderzoekt, wie de ouders van de knaap zijn, hoe een voedster zich zo plotseling aanbiedt, (daar deze overhaasting werkelijk achterdocht had kunnen wekken), daaruit leiden alle vromen af, dat God de bewerker van deze zo grote voorkomendheid is geweest.
6. Toen zij het open deed, zo zag zij dat jongetje; en ziet hij weende; 1) en zij werd met barmhartigheid bewogen over het kind, en zij zei, het doel wel begrijpende, waarmee dit kistje daar was geplaatst: Dit is een van de zoontjes van de Hebreeën!
1) Wat snelle en onverwachte omkeer, wat verrassende wending in de toestand van die arme moeder! Zo straks nog mogelijk zuchtende en snikkende over het verlies van haar lief en bevallig zo wonderschoon kind, zo wreed haar van het moederhart gescheurd; en nu met verdubbeld genot en verhoogde weelde dat verloren en gestorven geacht kind, dat zo’n erge dorst had, klokkende aan haar volle moederborst! God is goed, ja, God is groot. Hij weet rijk te maken, te ontnemen om te geven, te slaan om te helen, arm te maken om dubbele rijkdom te schenken; om tevens door dit alles de heilige gangen van Zijn Vredesraad te schragen en te bevestigen. Want niet slechts om de verheugde moeder die vreugde, maar veel meer om het jeugdige kind een plaats van geschikte opvoeding te beschikken, geschiedde dit alles aldus. Zojuist ontving Mozes de eigenaardige als tweeledige vorming, die, zoals later bleek, voor zijn later levensdoel reeds nu nodig was.
Ook dit ging niet buiten de Goddelijke Voorzienigheid om. Dit wenen moest, als middel in Gods hand, het hart van de koningsdochter tot medelijden stemmen. Het was iets gerings, dat wenen van het kindje, maar toch ook hier weer blijkt het, als overal, dat God juist door het kleine regeert.
7. Toen zei zijn zuster; die op het ogenblik, dat het kind bewonderd werd, nadertrad, en zich de uiting, dat het jammer was zulk een kind te laten omkomen, tot nut maakte, tot Farao’s dochter: Zal ik heengaan, en u een voedstervrouw uit de Hebreeuwse vrouwen roepen, die dat jongetje voor u zoogt?
8. En de dochter van Farao, wie dit voorstel juist gelegen kwam, zei tot haar: Ga heen. 1) En de jonge maagd ging, riep haar en het jongetjes moeder.
1) Dat Mirjam verlof ontvangt, om een voedster te zoeken is weer bewijs van de bijzondere leiding van God. Met de moedermelk zoog hij als het ware de liefde voor zijn volk in, en bleef hij Hebreeër, ook al ontvangt hij straks een opvoeding naar de wijze van de Egyptenaren. Het is geheel niet onverschillig, op welke wijze en door wie de kinderen, ook in de eerste kinderjaren, opgevoed worden.
9. Toen zei Farao’s dochter tot haar, tot Jochébed, als deze genaderd was: Neem dit jongetje, dat ik hier gevonden heb en besloten heb tot mijn pleegkind aan te nemen, heen en zoog het voor mij, ik zal u uw loon geven. En de vrouw, zich bedwingende, om niet te verraden, dat zij de ware moeder was, nam het jongetje mee in haar huis, en zoogde het 1) ongeveer drie jaar. (2 Makk.7:27 vv.)
1) “Uw loon” -hebt gij het volstrekt niet geraden, Tharmutis, dat gij meer dan de kostbaarste schat in de arm van de Hebreeuwse hebt neergelegd, die in diepe deemoed zich buigt, maar zonder woorden te vinden? Maar reeds is Jochébed verdwenen, en legt op het huisaltaar het eerste onvermengde dankoffer na drie bange maanden, en denkt..Doch wat zullen wij nog voegen bij het eenvoudige verhaal: “en de vrouw nam het knechtje, en zoogde het.” Ongetwijfeld hebt gij de liefde van God reeds bewonderd, die drie maanden van onbeschrijfbare moedersmart door drie jaren van onvermengde moederweelde verving, en daarbij gedacht aan het woord: “een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedertierenheid; ‘s avonds vernacht het geween, maar ‘s morgens is er gejuich.” Maar zegt ons hebt gij ook reeds Gods diepe wijsheid bewonderd, gelijk ongetwijfeld Amrams nadenkende geest het weldra zal hebben doorzien, waarom de Heere deze zaak juist langs deze weg had geleid? Ziet, Jochébed heeft hoger bestemming, dan enkel voedster van haar kind, zij moet tevens de eerste leidsvrouw van Israël’s aanstaande voorganger wezen. Met eigen hand knoopt hier de God van de hemel en van de aarde de draden aaneen, die Mozes en Israël voor het leven, ja, mogen wij niet zeggen, voor de eeuwigheid aan elkaar verbinden, en moet hij straks in Egyptische scholen gevormd worden, het eerste voedsel voor de ontluikende geest zal reeds een tegengif tegen heidense waanwijsheid en jammerlijk bijgeloof zijn. Als met de moedermelk-wie bepaalt, hoe nauw de eerste ontwikkeling van lichaam en geest verbonden is? – zal hij de liefde voor Israël inzuigen, en de eerste naam, die het knaapje stamelen leert, het zal niet die van Isis en Orisis, het zal die van de God van de vaderen zijn.
10. En toen het knechtje groot, gespeend (Genesis 21:8) geworden was, zo bracht zij het (1 Samuel 1:23 vv.) tot Farao’s dochter, 1) en het werd haar tot zoon; en zij noemde hem Mozes, 2)(Mo-udsche, van het Egyptische Mo = water, en udsche = gered,) en zei: Want ik heb hem uit het water getrokken, 3) gered. En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren, 4)en was machtig in woorden en in werken. (Hand.7:22). 5)
1) Zal de vorstelijke pleegmoeder de bevallige knaap niet van tijd tot tijd graag toestaan, om naar de voedster weer te keren, die in het kinderlijk hart de vonk van liefde voor godsdienst en vrijheid zal aanblazen? En nooit zal zij haar verlaten, of de overlevering van Gods verbond met Zijn vriend, van Jakob’s sterven en Jozefs laatste bevel, van Israël’s bestemming voor Kanaän en het beloofde heil voor de wereld, is dieper hem ingeprent, en wat hij hoort in die overdierbare kring, geeft reeds vroegtijdig een beslissende wending aan de loop van zijn stille peinzen. Straks zal Egyptische wetenschap, bedwelmende wijn in plaats van zuivere moedermelk, overvloedige lafenis bieden aan deze naar waarheid dorstende geest. Onder het meest beschaafde, geleerde, geoefende volk, moet hij, mag ik mij zo uitdrukken, het werktuiglijke leren van alles, wat later tot de grote taak van zijn leven behoren zal. De hoogste wijsheid van de aarde moet in zijn oren weerklinken en in haar hoogste heerlijkheid voor zijn ogen voorbijgaan, opdat hij later bij ervaring versta, dat alle wijsheid van de wereld dwaasheid bij God, en alle heerlijkheid van de mensen aan het knakkend Nijlriet gelijk is. Maar dat de Egyptischgevormde man niet met hart en ziel Egyptenaar wordt, ziet, daarvoor heeft Jochébed te zorgen, en juist die vereniging, indien ik zo spreken mag, van het Egyptisch en het Israëlitisch element in de vorming van Mozes zal meewerken, om hem tot de latere, geheel enige Mozes te maken.
Mozes! Reeds vierendertig eeuwen zijn daarheen gesneld sinds een vorstelijke mond het eerst zijn welluidende naam over het hoofd van een zuigeling uitsprak, en toch, noemt mij een ander naast die van Abraham, die glansrijker schittert in de geschiedenis van het Oude Verbond? Het is te weinig, dat één godsdienst op aarde zich op hem, als haar stichter verheft; van drie onderscheiden godsdiensten hebben de belijders als met elkaar gewedijverd, wie van hen de schoonste kroon om het hoofd van Mozes zou vlechten. De Jood spreekt nog heden met geen mindere fierheid, dan de Farizeeën in de dagen van de heer: “wij zijn Mozes’ discipelen!” De Moslim rangschikt hem onder de uitnemendste voorgangers en wegbereiders van zijn grote profeet. En de Christen, zonder voorbehoud onderschrijft hij de lofspraak, door een gewijde hand onder de beeltenis van Mozes geplaatst: “hij is getrouw geweest in geheel zijn huis, als een dienaar!” (Hebr.3:5) Mozes, de tolk, de vertrouweling, de gunstgenoot van God uitstek; Mozes, de reuze geest, wiens beleid door de kracht van Boven gesteund, een diep verbasterd slaventeelt in een volk van koningen en priesters herschiep; Mozes, de heldengestalte, die zich even hoog verheft boven al de hem omringende tijdgenoten, als de Sinaï de kruin boven lagere heuvelen beurt. Zou het voor iemand van ons mogelijk zijn een uur in zijn nabijheid te vertoeven, zonder dat hij, zoals Petrus eenmaal (MATTHEUS.17:4), de behoefte voelt, om een tabernakel voor de Godsman te bouwen?.
2) Als pleegmoeder gaf de vorstin het door haar aangenomen kind een naam, welke in onze gewone spreektaal: “een uit het water gehaalde” en dus “van de dood geredde” betekent. Deze naam moest door hem gedurende zijn gehele leven gedragen worden, en gedurende al de eeuwen de grote daden van God, in Mozes gewrocht, verkondigen. En was ook niet zijn verder leven een behouden worden, een behouden door het water heen? Immers door het water van de Rode Zee leidde hij Israël voorgoed uit de macht van de Egyptenaren. “Wateren” betekenen in de Schrift “verdrukkingen”. Zo was zijn leven, het bestond in verdrukkingen.
Ofschoon God als het ware met uitgebreide handen zijn knecht tot Zich en tot het lichaam van de kerk trok, zo kwam dit temeer uit, waar Hij in zijn naam de herinnering aan zijn oorsprong hem gaf. Want de dochter van de koning had hem niet zonder de leiding van de Geest van God de naam gegeven, waardoor Mozes wist, dat hij uit de vloed was getrokken, waarin hij weldra zou omgekomen zijn. Zo dikwijls hij nu zijn naam hoorde moest hij zich herinneren, uit welk volk hij was gesproten.
De Hebreeuwse naam Mozes is van de Egyptische naam Mo-udsche afgeleid. Mozes betekent, uittrekker. Hij, die uitgetrokken was, voerde later zijn volk uit, uit de wateren van de verdrukking.
3) Een kind is uit het water getogen, en van deze ogenblik af is voor Israël een nieuwe toekomst geopend. Weinig vermoedt de dwingeland, die de geselroede bij de heersersstaf zwaait, dat het uitgelezen werktuig van Jehova’s vergelding, door zijn eigen dochter gered, onder zijn eigen ogen zal opgroeien. “Ik zal verdelgen, ik zal vernielen,” zo spreekt hij;.. ” Ik zal werken,” spreekt de Heere, “en wie zal keren,” en plaatst de wieg, die de hoop van Israël draagt, als op de trede van Farao’s troon. Beef, Memphis, want dat kinderlijk oog, het zal straks van verontwaardiging fonkelen, als het de ongerechtigheid vermenigvuldigen ziet. Die hand, die beurtelings Tharmutis en Jochébed omvat, zal eenmaal de wonderstaf voeren, waarvoor zich de golven verdelen. Ja, als natie zal Israël zijn geboortestond kunnen dagtekenen van dezelfde stond, die Mozes op het toneel doet verschijnen. O diepte van rijkdom, zowel van de wijsheid als van de kennis van God.
4) De vijf boeken van Mozes zijn zo rijk aan ongezochte zinspelingen op Egypte, op de toestand van het land, de zeden en gebruiken, dat alleen een man, die zeer nauwkeurig met dat land bekend was, ze geschreven kan hebben. Zelfs de verdeling in vijf boeken, die zo voortreffelijk met de inhoud en het plan van de bewerker samen stemt, herinnert aan Egyptisch gebruik; dat getal toch was in Egypte in grote eer. (Genesis 43:34; 45:22; 47:2).
5) De Joodse geschiedschrijver Josefus verhaalt, dat Mozes een Egyptisch krijgsleger tegen Ethiopië heeft aangevoerd, tot Meroë is doorgedrongen en die sterke stad heeft ingenomen. Over “machtig in woorden” zie Ex 4.10.
II. Exodus 2 vers 11-22
Mozes, 40 jaar oud geworden, treedt eigenmachtig als wreker van zijn onderdrukt volk op, wordt echter vernederd en moet eerst een veertigtal jaren in de school van de woestijn doorbrengen, voordat hij werkelijk tot bevrijding van Israël geschikt is.
11. En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot 1) geworden was, toen hij veertig jaar oud was (Hand.7:23), dat hij van dat koninklijk hof uitging 2) tot zijn broeders (Hebr.11:24-26). Hij bezocht hen, om, zo mogelijk, hun redder en bevrijder te worden, en bezag met eigen ogen hun lasten, en hij zag, bij gelegenheid van zulk een bezoek, a) dat een Egyptisch man, waarschijnlijk een opzichter, een Hebreeuwse man uit zijn broeders op onbarmhartige wijze sloeg.
a) Hand.7:23 Hebr.11:24,25
1) “Groot geworden,” d.i. tot mannelijke ontwikkeling gekomen. Mozes was toen omstreeks 40 jaar oud. Hij wist dus wat hij deed en wat hij deed geschiedde na rijpe overwegingen.
2) Reeds dit is een voorbeeld van het geloof, dat de Apostel aanwijst, dat hij begon te tonen, toen Mozes liever de minachting van Christus wilde ondergaan, dan de vermaken en schatten van het hof te genieten. Want niet alleen door liefde voor zijn volk, maar ook door het geloof in de belofte geleid, nam hij deze zorg op zich, waardoor hij wist, dat hij bij alle Egyptenaren gehaat zou zijn. Ofschoon hij nu niet terstond afstand deed van de rijkdommen, van de eer, van de gunst en macht, was dit toch een voorspel, dat hij vrijwillig de burgerlijke lieflijkheden wilde prijsgeven. Vandaar dan ook dat de Apostel zegt, dat hij niet tot het geslacht van de koning gerekend wilde worden.
Hieruit moeten wij leren, dat wij ons zelf behoren te begeven, niet zozeer om te weten of te spreken, van de zaken van de Religie, als om deze te doen en te belijden voor God en de mensen. Dit deed Mozes. Het is het algemene gebrek van onze eeuw, dat wij wel tevreden zijn, dat men ons de leer van de Godzaligheid voordrage, ja velen willen ze ons leren en dikwijls daarvan spreken, maar daar zijn er weinigen, die het geweten hebben, om die dingen te doen, die ze horen en daar zij van spreken.
In dat uitgaan tot zijn broeders lag de gezindheid om hen te helpen, om hun druk en kommer te verlichten. Ook aan het hof van Farao was Mozes Hebreeër gebleven, ja hoe ouder hij werd hoe meer zijn hart hem naar Israël heentrok. Ook te midden van de wereld, wanneer hij daar geplaatst is en zijn werkkring heeft, voelt de gelovige zich één met het arme en verdrukte volk van God. Vleselijke banden zijn sterk, maar geestelijke banden zijn voor een eeuwigheid gelegd. Het woord in de grondtekst geeft een heilige liefde en genegenheid aan.
12. En hij, in toorn daarover ontstoken, zag herwaarts en derwaarts, en toen hij zag, dat er, behalve hem en die beiden, niemand was, zo sloeg hij de Egyptenaar dood, en verborg diens lijk in het zand. 1)
1) Mozes was in zijn ontwikkeling op dat punt gekomen, waarop men grote dwalingen makkelijk met grote waarheden verwart; waarop men meent door de geest gedreven te zijn, en toch slechts door vleselijke ijdelheid en eigen wil gedreven wordt; waarop men meent, wie weet welke heldendaden te doen, terwijl men zware zonden bedrijft. Hij voelde zich geroepen, om de beschermer en bevrijder van zijn volk te worden; maar hij was nog niet daartoe geroepen; hij liep de Heere vooruit, die hem eerst in zijn ambt zou stellen, en hem tijd en middelen en wegen tot verlossing van Israël tonen moest.
Wanneer ik de eeuwige wet van God raadpleeg, dan bemerk ik, dat hij, die geen wettig ambt bekleedde, deze man, al deed hij onrecht, al was hij goddeloos, niet had moeten doden. Maar mannen, tot grote dingen bekwaam, begaan dikwijls eerst grote misslagen, waardoor het blijkt, tot welke deugden zij het meest geschikt zijn, wanneer de grond van hun hart door Gods geboden is toebereid. Zo komt de landman, wanneer hij een akker overvloedig onkruid ziet voortbrengen, tot de overtuiging, dat, als dit eerst zal zijn uitgeroeid, het veld zeer geschikt is, om graan voort te brengen. Zo riep de Heere van uit de hemel Saul, die zijn gemeente vervolgde; Hij wierp hem ter aarde; Hij richtte hem op; Hij vervulde hem met Zijn Geest; Hij rukte hem uit, besnoeide hem, plantte hem over, begoot hem. Zo bestraft de Heere een Petrus, die met het uitgetogen zwaard het oor van één van Zijn vervolgers afslaat, omdat hij zonder wettige roeping bloed vergiet, en toch maakt Hij hem tot herder van Zijn gemeente.
Daar is, gij kunt het niet ontkennen, iets edels en koens in die fiere daad, in die onstuimige drift, die voor een ogenblik eigen veiligheid doet vergeten om de hoon over de broeders te wreken. Maar toch, later zou hij het zelf uitspreken, het was een overtreding van Gods heilige wil. Het was een zichzelf recht willen verschaffen en een verlossing willen aanbrengen op een tijd en langs een weg, door God zelf nog niet gewild, hem niet aangewezen en gewis ook niet aldus afgebakend en bepaald. Wel leert ook dit voorval ons, dat Mozes, met de bijzondere omstandigheden van zijn jeugd bekend geworden, waarschijnlijk reeds nu iets in zich begon te voelen van een toekomstige roeping, om de redder van zijn verdrukt volk te worden. De strafoefening van de Egyptenaar moest daarvan een eerste teken en bewijs voor het volk zijn. Aldus vat ook Stephanus die doodslag op. (Hand.7:25).
Niet dat Mozes de kinderen van Israël wilde helpen en verlossen, was zonde, maar dat hij het eigenmachtig wilde. Zo het nu geschied was, was het een werk van Mozes geweest en het moest een werk van God zijn. Van alles moet God altijd de eer hebben, omdat Hij is de Alfa en de Omega.
13. De volgende dag ging hij weer uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twisten; 1) en hij zei tot de onrechtvaardige, tot degene, die duidelijk onrecht had: Waarom slaat gij uw naaste?
1) Mozes ziet hier nu niet een Egyptische en een Israëlitische, maar twee Israëlieten twisten. Is het niet in de weg van de leiding van God, opdat Mozes zal zien, dat, indien dat volk wordt uitgeleid, het niet zal geschieden, omdat het dit verdient, maar om het verbond van God dat onverbrekelijk is? Mozes ziet hier, dat, als hij de leidsman en bevrijder van dat volk zal zijn, hij te doen zal hebben met een even zondig geslacht.
Voordat Mozes in de woestijn gevormd wordt, moet hij ook leren kennen, wat Israël is, opdat hij later niet teleurgesteld is, als hij opmerkt, dat er ook onder Abrahams nakomelingen veel zonden zijn. Hier kon hij niet als de vorige dag partij nemen; beiden zijn zijn volksgenoten; hier tracht hij vrede te stichten.
14. Hij dan zei: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Wat gaan u onze handelingen aan? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij gisteren de Egyptenaar gedood hebt? 1) Toen vreesde Mozes en zei: Voorwaar deze zaak is bekend geworden! 2) Het kan niet anders, of dit is verhaald door hem, die ik bevrijd heb. Hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou, maar zij hebben het niet verstaan. (Hand.7:25). In plaats van hem dankbaar te zijn, verachtte men hem en verweet hem zijndaad.
1) Hij had Mozes, wegens zodanig bewijs van zijn vroomheid, niet anders dan als een engel van God moeten omhelzen, maar de weldaad in een misdaad omkerende, verwijt hij hem niet slechts op hatelijke wijze, wat billijk was geprezen te worden, maar beschimpt hem ook.
Kon hij wel reeds als leider van zo weerbarstig en onhandelbaar volk optreden? Had hij niet de maat van eigen krachten overschat? De uitvoerbaarheid van de hoge taak niet gelijk geacht met zijn vurig verlangen om die te aanvaarden en te volbrengen? Was het niet alles in eigen kracht! Dit bleek weldra door die spoedige inzinking, die op zo vermetele verheffing volgde. “Toen vreesde Mozes en zei: Voorwaar deze zaak is bekend geworden.” En zo was het. Zijn roekeloos ingrijpen in de gang van de dingen kon de zaak verergeren en over hem zelf schande en dood brengen. Och, de mensen maken gewoonlijk door eigen kracht en eigenwillige inmenging de zaken eerder erger dan beter en bezorgen daarnaast zichzelf en anderen veel verdriet. “Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vluchtte voor Farao’s aangezicht en woonde in het land Midian en hij zat bij een waterput.” Zij, die leiden zullen, moeten zelf eerst geleid en tot die grote taak eerst door God geoefend worden.
2) “Vreesde Mozes.” De man, die zo-even nog zo hoog stond, is nu gelijk een teder riet. De oorzaak is niet ver te zoeken. Wel was er bij Mozes geloof, maar dit geloof was nog niet bevestigd en waar nu de uitkomst geheel anders is dan hij verwacht heeft, nu dreigt het geloof te bezwijken. Aan het hof van Farao had hij een wetenschappelijke opleiding genoten. God zou hem nu in de woestijn leiden, opdat Hij aldaar zijn geestelijke opleiding zou ontvangen.
Het was Gods tijd nog niet. Israël was nog niet rijp voor de verlossing en de zonde van de Kanaänieten was nog niet volkomen.
15. Als nu Farao deze zaak, die spoedig alom besproken werd, hoorde, en beter dan de kinderen van Israël verstond, wat dit betekende, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes, bevreesd geworden, vluchtte voor Farao’s aangezicht, 1) volgens de besturing van die God, die ook de zonden van de mensen tot volvoering van Zijn oogmerken gebruikt, en Mozes woonde in het land Midian; 2) hij vluchtte naar het schiereiland in het zuiden, met het doel, om daar een verblijfplaats te zoeken, en hij zat bij een waterput; 3) (Genesis 24:11 vv.).
1) Mozes loopt de jaren van zijn jeugd en pubertijd door, en wordt man. Nu, meent hij, is de tijd gekomen, om te doen, wat hij reeds lang bij zichzelf heeft voorgenomen, en waartoe hij de roeping, zowel als de aandrang in zich voelt. De nederlaag van de Egyptenaar, die zich aan de Hebreeër vergrijpt, moet, in het kleine, voor het volk een spiegel zijn van hetgeen Mozes de wil heeft in het grote voor zijn volk te doen; moet voor Israël het teken zijn, om op te staan, en de ketens, waarmee het gebonden is, tegen het hoofd van zijn dwingelanden, van zijn beulen, te verbrijzelen. Tevergeefs! Mozes mocht menen, dat het zijn tijd is; Gods tijd is het nog niet. Mozes, de jeugdige, vurige geestdrijver, de opgewonden zeloot, de sterke en zich sterk voelende man, maar die juist daarom op zijn sterkte bouwt, en-het gebeurde bewijst het- vlees tot zijn arm stelt, is het geschikte werktuig nog niet voor God, die Zijn kracht in zwakheid volbrengt, opdat niet ons, maar Hem alleen de ere zij. In plaats van de Verlosser van zijn volk te zijn, wordt Mozes gedwongen zelf om zijns levens wil te vluchten.
Niet het zwaard, maar de staf van God zou in de hand van Mozes zijn. Zeker was dit een geheel andere weg, dan die, welke Mozes zich had voorgesteld en dan ieder mens zou hebben ingeslagen; doch Gods wegen zijn ook niet onze wegen; ging het met de Heere Jezus niet ook geheel anders, dan het menselijker wijze scheen te moeten gaan? Toen de Hosanna’s de lucht vervulden, scheen het de juiste tijd te zijn, om Hem koning te maken, zo Hij ooit koning wilde worden, doch juist moest nu het tarwegraan sterven, en eerst daarna zou het weer uit de aarde oprijzen en vele vruchten dragen. En gelijk nu Mozes veertig jaar van het toneel van de aanstaande kampstrijd en van de verlossing verwijderd werd, zo verwijderde zich Christus na de eeuwige verlossing volbracht te hebben, en na veertig dagen op aarde vertoefd te hebben, van de aarde, om weer te komen, en ook de aarde te zegenen met vrede.
2) De Midianieten, door Ketûra van Abraham afstammend (Genesis 25:2,4), hadden hun woonplaatsen aan de oostzijde van de Elamitische golf, van waar zij zich noordwaarts tot in de velden van Moab uitbreidden (Genesis 36:35), en karavanenhandel door Kanaän naar Egypte dreven (Genesis 37:28,36). Een nomadiserende tak van deze moet toch over deze golf zijn getrokken, en zich aan het zuideinde van het schiereiland van Sinaï hebben gevestigd. Dit laatste breidt zich tussen de beide golven van de Rode Zee, de Elanitische in het oosten en die van Suez in het westen in de vorm van een driehoek, die een oppervlakte van 5 tot 600 vierkante mijl omvat, en ten zuiden eindigt in de Ras (het voorgebergte) Mohammed. Niet ver van hier vindt men aan de Elanitische golf een baai, Scherm geheten, met verscheidene diepe bronnen, die ogenschijnlijk een werk uit oude tijden zijn; ook berichten ons oude geografen van een zeer vruchtbaar palmenbos, dat zich daar bevond, dat in hoge eer was en door een priesterfamilie bewoond werd. Deze landstreek schijnt het hier bedoelde land Midian te zijn.
3) Dat van hem gezegd wordt, gezeten te hebben bij de put, leg ik uit, dat hij daar wegens vermoeidheid, terwijl de zon zich ten onder neigde, heeft gerust, opdat hij omtrent de avond naar een verblijfplaats zou kunnen onderzoek doen bij de inwoners, welke hij hoopte, dat komen zouden, om water te scheppen.
De putten waren in het oosten een middelpunt van het verkeer.
16. En de priester in Midian, 1) had zeven dochters, die kwamen, met hun kuddes, om te putten, 2) en vulden de drinkbakken, om de kuddes van hun vader te drenken. (Genesis 29:9,10).
1) Deze priester draagt ogenschijnlijk meerdere namen. Die van Jethro of Jeter, Reguël of Rehuël en Hobab zijn de meest bekende. Hoogwaarschijnlijk is echter Reguël niet de naam van Mozes’ schoonvader, maar die van de vader van zijn schoonvader. Anderen zijn van mening, dat Reguël of Rehuël een erenaam is geweest, en weer zijn er anderen, die de naam Jethro houden voor een titel of voor een naam, welke de plaats aanduidt, die Reguël onder zijn volk innam. Wij verenigen ons met deze mening, die Reguël aanneemt als de grootvader van Zippora. Deze priester was een van de herdersvorsten, evenals er meer in de Heilige Schrift voorkomen, zoals Melchizedek e.a.
2) Deze ontmoeting zouden natuurlijke mensen aan een gelukkige toeval toeschrijven, waarin echter God ons een levend beeld van Zijn Voorzienigheid voor ogen stelt, alsof Hij als met uitgebreide handen, uit de hemel de schreden van zijn knecht bestuurt. Dagelijks richtten de meisjes hun schreden naar de put, en Mozes, om nachtverblijf te zoeken, hield bij het water halt, waarbij het waarschijnlijk was, dat er tegen de avond in een dorre landstreek als deze was, een samenkomst van inwoners zou zijn. Dat hij echter op de tijd kwam, om de meisjes hulp te kunnen verlenen, en Jethro hem vriendelijk nodigt, is niet toevallig, maar God was voor Zijn dwalende knecht steeds tot een gids op de reis, opdat Hij hem niet alleen een langdurig verblijf, maar ook een dragelijke woning tot het einde van zijn ballingschap toe, bereidde. En ofschoon het herderlijk ambt verachtelijk was, zo was toch de aanzienlijke verzwagering hem tot niet geringe troost.
17. Toen kwamen, bijna tegelijkertijd met hen, ook de herders uit die omstreken, en zij dreven hen vandaar, gelijk dit gewoonlijk geschiedde (vs.18); doch Mozes stond op, en hij, die geen onrecht kon dulden, snelde weer het verdrukte ter hulp, en verloste ze, 1) en drenkte hun kuddes.2)
1) Hij, die niet kon aanzien, dat de een Israëliet de anderen onrecht aandeed, kon ook niet dulden, dat hier de zwakke vrouwen onbeschermd bleven tegen de moedwil van de herders.
2) Mozes helpt niet gedeeltelijk, maar volkomen. Hij verlost niet alleen, maar helpt ze ook in het drenken van de kuddes. Ongetwijfeld heeft zijn persoonlijkheid een overwegende indruk gemaakt op de herders, en zagen zij in hem de man van aanzien en gezag. In die dagen, waar het recht van de sterkste in het bijzonder gold, had ook het gezag een grote invloed. Bovendien is ook hier de hand van God op te merken, die de herders weerhield hun handen aan hem, de vreemdeling te slaan.
18. En toen zij thuis tot hun vader Rehuël (vriend van God) kwamen, zo sprak hij: Waarom zijt gij heden zo haastig teruggekomen?
Ik oordeel niet, dat het de dochters van Rehuël tot ondeugd moet aangerekend worden, dat zij Mozes geen verblijf aanboden, daar de meisjes zedigheid past, en het al te stoutmoedig zou geweest zijn, indien zij buiten weten van de vader een vreemdeling en onbekend persoon in huis hadden gehaald. Maar God legt in het gemoed van de vader een gevoel van dankbaarheid, zodat hij beveelt hem te halen. Zo vindt Mozes, van de put weggehaald, het huis, waarin hij zo wel geschikt zal wonen, als ook van zijn arbeid leven, en volgens het recht van bloedverwantschap menslievend zal worden behandeld.
19. Toen zeiden zij: Een Egyptisch man, die wij bij de put aantroffen, heeft ons verlost uit de hand van de herders, die ons anders altijd met geweld vóórkomen; en hij heeft ook overvloedig voor ons geput en de kudde gedrenkt.
20. En hij zei tot zijn dochters: Waar is hij toch? waarom liet gij de man nu gaan, terwijl hij toch zeker van de reis vermoeid was? Roept hem, opdat hij brood eet. En hij zond hen heen en liet de vreemdeling uitnodigen (Hebr.13:2). Nadat hij hem gevoed en gedrenkt en zijn omstandigheden vernomen had, bood hij hem, omdat hij een opperhoofd van zijn volk was, aan om in zijn huis te blijven.
21. En Mozes stemde erin toe bij de man te wonen; 1) en hij gaf Mozes, na verloop van enige tijd, toen hij hem beter had leren kennen, zijn dochter Zippora 2) (kleine vogel) tot vrouw.
1) Daar toeft hij nog veertig volle jaren; veertig jaren van lijdzaamheid, van geduld, van oefening in het geloof en in de gehoorzaamheid van het geloof; veertig jaren van afzondering in de eenzaamheid, die kweekschool van grote gedachten, gevoelens en daden, die grond, waarop grote geesten in de gemeenschap met God opwassen, hoog boven alle kinderen van de mensen, evenals de eenzame ceders op de steile Libanon. Veertig jaren, beantwoordende aan de veertig dagen, door Elia in dezelfde woestijn, aan de veertig dagen, door de Zoon des mensen in de woestijn Quarantania doorgebracht! In dit veertigtal jaren rijpt de schone, veel belovende bloesem van Mozes’ edele geest tot een liefelijke, milde vrucht. Een Jethro’s herder groeit onder de kuddes van Midian evenzo tot een herder van volken op, als later David onder de schapen en lammeren van zijn vader.
2) Daar God voor Mozes veertig jaar van afzondering en stille voorbereiding bestemd had, kwam het ook, door Zijn voorzienige beschikking, in het hart van Rehuël op, om een van zijn dochters aan Mozes tot vrouw te geven. Zonder dit huwelijk zou hem deze langdurige vreemdelingschap ondraaglijk zijn geweest. Doch nu werd hij man en vader, en kon hij de tijd, die God voor zijn ballingschap bepaald had, rustig afwachten. Zo komt God de mens tegemoet, opdat hij het uithouden kan met te wachten; doch uithouden en wachten moet hij.
Wellicht dat hem daarom Zippora tot vrouw werd gegeven, opdat dit een onderpand zou zijn voor een altijd durend verblijf in dat huis. Welk een verschil voor Mozes! Het hof van Egypte en de herderswoning te Midian! God leidt echter dikwijls eerst in de diepte, opdat, wanneer Hij daarna tot de hoogte brengt, die weldaad des te meer zal worden gewaardeerd.
22. Die baarde, niet aanstonds, maar eerst in de latere tijd van haar huwelijk (hoofdstuk. 4:20,25; 18:3) een zoon, en hij noemde hem Gersom 1) (vreemdeling, balling), want hij zei: Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land! En zij baarde wederom een zoon, die noemde hij Eliëzer, (hulp van God) en zei: De God van mijn vader is mijn Helper, en Hij heeft mij van de hand van Farao gered. 2)
1) Gersom betekent eigenlijk “verbanning”. Mozes blijft bij deze betekenis niet staan, maar zijn volgende rede zinspeelt op het woord in de zin van Ger-Scham, dat is: “een vreemdeling daar.” Dergelijke uitdrukkingen van gevoel, die zich aan een naam verbinden, maar boven zijn eerste betekenis gaan en op een bijna gelijkluidend woord spelen, vinden wij dikwijls; bijv.in Genesis 29:32
Deze woonplaats nu van Mozes, Midian was door de Voorzienigheid geschikt: 1. Om hem voor het tegenwoordige als tot een vrijstad te dienen tegen de bloedwreker. God zal voor Zijn volk, ten dage van hun benauwdheid, schuilplaats vinden, ja, Hij zelf zal voor hen een verberging zijn, en zal hen beveiligen, hetzij hier beneden of in de hemel. 2. Ook was zulks geschikt, om hem tot grote diensten, die hij stond te verrichten, te bereiden en bekwaam te maken.
Hoewel ons te weinig van Mozes huwelijk en huiselijk leven wordt bericht, om daar een geheel stelsel van vermoedens op te bouwen, maakte dit weinige toch de algemene indruk, dat Mozes in zijn echtelijk leven niet gelukkig was. Hoe hij zelf over de toestand van dat tijdperk in zijn leven dacht, kunnen wij vrij juist opmaken uit de naamgeving van zijn eerstgeboren zoon. De betekenis van die naam geeft nog al de stemming van het hart aan, die op dat ogenblik vaders deel was. Bij Abraham was het heilige blijdschap en de naam Izaak verkondigt het u; bij Jakob schenkt de naamgeving van ieder kind als een blik in het hart of van de moeder of van de vader. Hier bij Mozes wijst de naamgeving op een gevoel van eenzaamheid en verlatenheid, dat hij niet beter wist weer te geven, dan door aan zijn eerste kind de naam van Gersom te geven.
2) Deze aanhaling uit hoofdstuk 18:4 heeft, op het voorbeeld van enige handschriften van de oude Griekse vertaling (Septuaginta), de Latijnse vertaling (Vulgata) aan de grondtekst toegevoegd. Het verblijf in Midian was voor Mozes een verbanning, en een school van diepe vernedering. Reeds de sterke tegenstelling van het leven aan het hof en dat in de woestijn, maakt het begrijpelijk. Bovendien schijnt Zippora (hoofdstuk. 4:24 vv.) een hartstochtelijk, heerszuchtig karakter gehad te hebben. Dat de gehechtheid aan zijn volk onder die omstandigheden en de hoop op verlossing daarvan niet te versterven was, bewijzen de namen, die hij aan zijn kinderen geeft; daaruit klinkt een zekere weemoed en een stil verlangen.
III. Exodus 2 vers 23-25
Terwijl de beproevingstijd van Mozes in Midian ten einde snelt, wordt ook Israël in Egypte voor de nabij zijnde verlossing rijper, daar het bij de dood van de koning, van diens opvolger een betere toestand verwacht, maar, in die verwachting teleurgesteld, zich met zuchten en tranen tot de God van zijn vaderen wendt.
23. En het geschiedde na veel van deze dagen, bijna veertig jaar na het beproeven van Mozes om Israël te redden, als de koning van Egypte gestorven was, 1) die toen Mozes naar het leven stond, (vs.15) dat de kinderen van Israël zuchten, daar zij onder de opvolger geen verlichting van hun lasten verkregen, en zij schreeuwden tot Hem, die een Wreker van de onderdrukten en een Helper van de ellendigen is, over de dienst, die zij dienen moesten; en hun gekrijt over hun harde dienstbaarheid kwam op tot God. a) 2)
a) Genesis 4:10; 18:20,21; 19:18 Psalm. 18:7
1) Van de geboorte van Mozes tot op de tijd, welke hier beschreven wordt, waren ongeveer tachtig jaar voorbijgegaan. Daardoor mag men vermoeden, dat, vóór de bevrijding nabij was, er nog één of meer opvolgers tussen in zijn geweest. In die veelvuldige verandering van zaken, terwijl de toestand van het volk of gelijk bleef of slechter werd, perst de uiterste nood niet alleen die ongewone klachten naar buiten, maar drijft ook de wanhoop hen tot gebed, niet, omdat er tevoren geen behoefte om tot God te roepen in hun harten aanwezig was, maar omdat zij al te zeer herwaarts en derwaarts heen zagen, totdat, nadat alle aardse middelen waren afgesneden, zij gedwongen werden zich tot de hemel te wenden, om hulp te vragen. Door welk voorbeeld wij leren, dat, ofschoon de zwaarte van de rampen ons met droefenis en geween vervult, wij niet terstond onze wensen aan God bekend maken, maar onze traagheid meerdere prikkels nodig heeft. Doch Mozes vermeldt, dat het niets wonderlijks is, indien God niet te spoedig opstaat om te helpen, wanneer de kinderen van Israël in hun ellende als gevoelloos liggen. Vervolgens leren wij door dit voorbeeld, opdat God des te spoediger Zijn genade openbare, om terstond tot Hem de toevlucht te nemen.
Daar schijnt een lichtstraal te dagen; de koning van Egypte is gestorven, die zo menige vadervloek, moederkreet en kindermoord op zijn rekening heeft. Schept moed, verdrukten, de tiran heeft het hoofd voor de koning van de verschrikking gebogen. Helaas! de verademing duurt weinig langer, dan de vorstelijke troon is ontledigd! Verandering van heer, maar verzwaring van dienst, verzwaring, des te pijnlijker, omdat men een ogenblik van gewenste verandering droomde, ziedaar dan al wat hun rest! De morgenstond scheen gekomen, maar de nacht daalt nog dieper dan anders; toch heeft Israël eindelijk nog iets anders dan klagen geleerd, het begint met ongekende aandrang te bidden. Waar de laatste toevlucht rondom hen is afgesneden, en geen aards koning gehoor aan hun klachten verleent, daar wendt zich het mat geschreide oog naar de hemel, en vindt hem, weliswaar, met donkere wolken omrand, maar toch ook boven die wolken is nog een ster, Gods verbond met Zijn vrienden gesloten.
Dat juist na het vermelden van de dood van de koning er gesproken wordt van een schreeuwen om hulp, laat de veronderstelling toe, dat de kinderen van Israël gehoopt hadden, dat bij verandering van kroon, ook hun toestand een verandering ten goede zou ondergaan, in welke hoop zij bitterlijk teleurgesteld werden, en nu hun toestand dubbel erg vonden.
2) Met deze woorden geeft Mozes niet alleen te kennen, hoezeer de zwaarte van hun dienst hen gedrukt heeft, die hen bitterlijk deed wenen en jammerlijk kermen; maar het oogmerk is hier eigenlijk te tonen, hoe dat alles opklom tot God; waaruit dan blijkt: 1. Dat zij geen murmureringen tegen God, noch vloeken tegen de Egyptenaren uitgebracht, maar alleen tot God gezucht en geschreid hebben uit de diepte van hun benauwdheid; vervolgens 2. dat zij de handen niet hebben uitgestoken tot het plegen van ongerechtigheid, om zichzelf te redden en te wreken; 3. dat zij van alle menselijke hulp en vertrouwen op valse goden afgezien, en zich door een ware bekering tot God gewend hebben met smeking om hulp en verlossing; 4. dat hun gebed recht ernstig en krachtig is geweest, zodat het als doordrong door de wolken en opklom tot God en tot voor zijn troon.
Eerst zuchtten zij over de ellende, en toen leerde God hen waarlijk zuchten en roepen in de ellende.
24. En God hoorde 1) hun gekerm, 2) en God dacht aan zijn a) verbond3) met Abraham, met Izaak, en met Jakob, waarop Israël in zijn klagen zich beriep, terwijl zij het vroeger zo geheel vergeten waren.
a) Genesis 15:14 Psalm. 107:19
1) Het gekerm van de verdrukten klinkt hard in de oren van de rechtvaardige God, die alleen de wraak toekomt; voornamelijk het zuchten van Gods geestelijk Israël. Hij weet de lasten, onder welke zij zuchten, en de zegeningen, om welke zij roepen, terwijl de Heilige Geest onder en door deze zuchten hen een waarborg verstrekt van een gunstige verhoring.
“God hoorde.” Hiermee wil de Heilige Schrift zeggen, dat God, de Heere, met genegenheid van hart luisterde naar hun gekerm en gekrijt, en daarom zich gereed maakte, om te verlossen.
2) Wat is de God van de Bijbel toch een heerlijk, een aanbiddenswaardig God! De wijsgeer meent zijn God wonderhoog te verheffen, wanneer hij Hem voorstelt als een onveranderlijk Opperwezen, dat eenmaal alles geschapen, en zo volmaakt ingericht heeft, dat Hij nu alles kan laten aflopen naar Zijn eigen wetten, zonder dat het Hem ooit nodig schijnt, weer in te grijpen in het rusteloos rad van de wisselende wereldgeschiedenis. Dat rad wentelt voort om zijn eigen as, en wondt deze, en verplettert geen, en stuwt een ander vooruit. Maar angstkreten, zij baten ons niet; gebeden zijn zuchten, waarmee wij onze eigen boezem verluchten, maar in God niet het minste teweegbrengen; en klachten, zij sterven op de adem van de winden, die haar dagelijks hemelwaarts voeren. Ware dat Godsbegrip waarheid, wat betere raad konden wij aan lijdende toedienen, dan de vrouw van Job aan de neergebogen lijder horen deed: “God te zegenen en-in wanhoop te sterven?” Maar nee, de God van de Schrift, Hij treedt, vergunt ons de uitdrukking, in oneindig menselijker en juist daardoor in oneindig goddelijker licht voor ons oog. Een God die leeft; een God die denkt; een God, die ziet en hoort en zich erbarmt, meer dan een moeder over haar krijtende zuigeling doet. Ziet daar de God van Israël, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus.
3) Dit wil niet zeggen, dat God vroeger niet aan dat Verbond had gedacht. Immers daarom was Israël niet vergaan. Maar het betekent, dat God toebereidselen ging maken, om de belofte, van in Kanaän als op eigen erfgoed te wonen, in vervulling te brengen, en het volk, dat Israël verdrukt had, te berechten.
25. En God zag de kinderen van Israël aan, 1) en God kende 2) hen, dat zij Zijn bondgenoten waren, en schikte Zich, om hen te verlossen en hun juk te verbreken.
1) Dat wil zeggen, zag ze aan met een oog van mededogen en ontferming, zag ze aan als het voorwerp voor een bijzondere verlossing. Had het tot hiertoe geschenen, dat Israël als het ware vergeten werd door de Heere, nu zouden Abrahams nakomelingen het ondervinden, dat al zijn lijden wel ter dege bij God, de Heere, bekend was. De uitdrukking, hier gebezigd, is tegenstelling van “iemand de rug toekeren”
2) Verdienen zij het, dat Hij over hen gedachten van vrede zal denken? Ach, nauwelijks zijn nog enkele sporen van Abrahams geloof en Isaak’s zachtmoedigheid, en Jakob’s moed en Jozefs godsvrucht in hen overgebleven, en, wat de Heere later bij Ezechiël sprak, Hij kon het thans reeds betuigen: “Ik doe het niet om uwentwil, het zij u bekend, schaam u en word schaamrood om uw wegen, gij huis van Israël!”.
Soms wordt ons door “God zien en kennen” de weg getekend, die de toorn van God doorloopt, om van uit Zijn heiligheid de ongerechtigheid van de mensen te treffen en te straffen. Soms daarentegen wordt de lijn aangewezen, die van de ellende van de mens tot de Ontferming van God reikt door de Heere zelf is afgebakend. Dat laatste geschiedt in het vijftal uitdrukkingen, die wij hier achtereenvolgens vermeld vinden: het opstijgen van het gekrijt van de ellendigen, het horen van God naar het gekerm, het gedenken aan Zijn verbond, het aanzien van de nooddruftigen, het kennen van de Zijnen.
In het Hebreeuws Wajéda. eig. erkennen als het zijne. Hiermee wordt dan ook niet minder bedoeld, dan dat God het Verbond, dat Hij met Abraham had gesloten, op Israël ging toepassen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel