Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat God aan Mozes, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had: dat de HEERE Israel uit Egypte uitgevoerd had;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen JethroH3503, priesterH3548 van MidianH4080, schoonvaderH2859 van MozesH4872, hoordeH8085alH3605watH834GodH430 aan MozesH4872, en aan IsraelH3478, Zijn volkH5971, gedaanH6213 had: dat de HEEREH3068IsraelH3478 uit EgypteH4714uitgevoerdH3318 had;Toen Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat God aan Mozes, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had: dat de HEERE Israel uit Egypte uitgevoerd had;
KJVWhen Jethro,2the priest3of Midian,4Moses'6father in law,5heard1of all that God11had done10for Moses,12and for Israel13his people,14and that the LORD17had brought16Israel19out of Egypt;
1וַיִּשְׁמַ֞עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2יִתְר֨וֹH3503JethroJethro. Compare H3500 (יֶתֶר)3כֹהֵ֤ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4מִדְיָן֙H4080Midianieten, MidianMidian, Midianite5חֹתֵ֣ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law6מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12לְמֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses13וּלְיִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14עַמּ֑וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16הוֹצִ֧יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter17יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael20מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
2Zo nam Jethro, Mozes' schoonvader, Zippora, Mozes' huisvrouw (nadat hij haar wedergezonden had),
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo namH3947JethroH3503, Mozes'H4872schoonvaderH2859, ZipporaH6855, Mozes'H4872huisvrouwH802 (nadatH310 hij haar wedergezonden had),Zo nam Jethro, Mozes' schoonvader, Zippora, Mozes' huisvrouw (nadat hij haar wedergezonden had),
KJVThen Jethro,2Moses'4father in law,3took1Zipporah,6Moses'8wife,7after9he had sent her back,
1וַיִּקַּ֗חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2יִתְרוֹ֙H3503JethroJethro. Compare H3500 (יֶתֶר)3חֹתֵ֣ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6צִפֹּרָ֖הH6855ZipporaZipporah7אֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses9אַחַ֖רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10שִׁלּוּחֶֽיהָH7964geschenk, geschenkenpresents, have sent back
3Met haar twee zonen, welker enes naam was Gersom (want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land);
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Met haar tweeH8147zonenH1121, welker enesH259naamH8034 was GersomH1647 (wantH3588 hij zeideH559: Ik ben een vreemdelingH1616geweestH1961 in een vreemdH5237landH776);Met haar twee zonen, welker enes naam was Gersom (want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land);
KJVAnd her two2sons;3of which the name5of the one6was Gershom;7for he said,9I have been an alien10in a strange13land:
1וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3בָנֶ֑יהָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5שֵׁ֤םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6הָֽאֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7גֵּֽרְשֹׁ֔םH1647Gersom, GersonGershom8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אָמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10גֵּ֣רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger11הָיִ֔יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12בְּאֶ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13נָכְרִיָּֽהH5237vreemde, vreemd, onbekendealien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)
4En de naam des anderen was Eliezer, want, zeide hij, de God mijns vaders is tot mijn Hulpe geweest, en heeft mij verlost van Farao's zwaard.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En de naamH8034 des anderen was EliezerH461, wantH3588, zeide hij, de GodH430 mijns vadersH1 is tot mijn HulpeH5828 geweest, en heeft mij verlostH5337 van FaraoH6547's zwaardH2719.En de naam des anderen was Eliezer, want, zeide hij, de God mijns vaders is tot mijn Hulpe geweest, en heeft mij verlost van Farao's zwaard.
KJVAnd the name1of the other2was Eliezer;3for the God5of my father,6said he, was mine help,7and delivered8me from the sword9of Pharaoh:
5Toen nu Jethro, Mozes' schoonvader, met zijn zonen en zijn huisvrouw, tot Mozes kwam, in de woestijn, aan den berg Gods, waar hij zich gelegerd had,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen nu JethroH3503, MozesH4872' schoonvaderH2859, met zijn zonenH1121 en zijn huisvrouwH802, totH413MozesH4872kwamH935, in de woestijnH4057, aanH413 den bergH2022GodsH430, waar hijH1931 zich gelegerdH2583 had,Toen nu Jethro, Mozes' schoonvader, met zijn zonen en zijn huisvrouw, tot Mozes kwam, in de woestijn, aan den berg Gods, waar hij zich gelegerd had,
KJVAnd Jethro,2Moses'4father in law,3came1with his sons5and his wife6unto Moses8into the wilderness,10where he encamped13at the mount15of God:
1וַיָּבֹ֞אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2יִתְר֨וֹH3503JethroJethro. Compare H3500 (יֶתֶר)3חֹתֵ֥ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law4מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5וּבָנָ֥יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וְאִשְׁתּ֖וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַמִּדְבָּ֗רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12ה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13חֹנֶ֥הH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent14שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither15הַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion16הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
6Zo zeide hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw huisvrouw, en haar beide zonen met haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zo zeideH559 hij totH413MozesH4872: IkH589, uw schoonvaderH2859JethroH3503, komH935totH413 u, met uw huisvrouwH802, en haar beideH8147zonenH1121metH5973 haar.Zo zeide hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw huisvrouw, en haar beide zonen met haar.
KJVAnd he said1unto Moses,3I thy father in law5Jethro6am come7unto thee, and thy wife,9and her two10sons
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5חֹתֶנְךָ֥H2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law6יִתְר֖וֹH3503JethroJethro. Compare H3500 (יֶתֶר)7בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֵלֶ֑יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9וְאִ֨שְׁתְּךָ֔H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10וּשְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11בָנֶ֖יהָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12עִמָּֽהּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
7Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem; en zij vraagden de een den ander naar den welstand, en zij gingen naar de tent.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen ging MozesH4872 uit, zijn schoonvaderH2859tegemoetH7125, en hij boogH7812 zich, en kusteH5401 hem; en zij vraagdenH7592 de een den anderH7453 naar den welstandH7965, en zij gingenH935 naar de tentH168.Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem; en zij vraagden de een den ander naar den welstand, en zij gingen naar de tent.
KJVAnd Moses2went out1to meet3his father in law,4and did obeisance,5and kissed6him; and they asked8each9other10of their welfare;11and they came12into the tent.
1וַיֵּצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לִקְרַ֣אתH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way4חֹֽתְנ֗וֹH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law5וַיִּשְׁתַּ֨חוּ֙H7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship6וַיִּשַּׁקH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched7ל֔וֹ8וַיִּשְׁאֲל֥וּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish9אִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10לְרֵעֵ֖הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other11לְשָׁל֑וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly12וַיָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13הָאֹֽהֱלָהH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
8En Mozes vertelde zijn schoonvader alles, wat de HEERE aan Farao en aan de Egyptenaren gedaan had, om Israels wil; al de moeite, die hun op dien weg ontmoet was, en dat hen de HEERE verlost had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En MozesH4872verteldeH5608 zijn schoonvaderH2859 alles, watH834 de HEEREH3068 aan FaraoH6547 en aan de EgyptenarenH4714gedaanH6213 had, om IsraelsH3478 wil; alH3605 de moeiteH8513, die hun op dien wegH1870ontmoetH4672 was, en dat hen de HEEREH3068verlostH5337 had.En Mozes vertelde zijn schoonvader alles, wat de HEERE aan Farao en aan de Egyptenaren gedaan had, om Israels wil; al de moeite, die hun op dien weg ontmoet was, en dat hen de HEERE verlost had.
KJVAnd Moses2told1his father in law3all that the LORD8had done7unto Pharaoh9and to the Egyptians10for Israel's13sake,12and all the travail16that had come18upon them by the way,19and how the LORD21delivered
1וַיְסַפֵּ֤רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לְחֹ֣תְנ֔וֹH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law4אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לְפַרְעֹ֣הH6547FaraoPharaoh10וּלְמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אוֹדֹ֣תH182oorzake, oorzaken, zaak(be-) cause, concerning, sake13יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הַתְּלָאָה֙H8513moeitetravail, travel, trouble17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18מְצָאָ֣תַםH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on19בַּדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)20וַיַּצִּלֵ֖םH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)21יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
9Jethro nu verheugde zich over al het goede, hetwelk de HEERE Israel gedaan had; dat Hij het verlost had uit de hand der Egyptenaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9JethroH3503 nu verheugdeH2302 zich overH5921alH3605 het goedeH2896, hetwelkH834 de HEEREH3068IsraelH3478gedaanH6213 had; datH834 Hij het verlostH5337 had uit de handH3027 der EgyptenarenH4714.Jethro nu verheugde zich over al het goede, hetwelk de HEERE Israel gedaan had; dat Hij het verlost had uit de hand der Egyptenaren.
KJVAnd Jethro2rejoiced1for all the goodness5which the LORD8had done7to Israel,9whom he had delivered11out of the hand12of the Egyptians.
1וַיִּ֣חַדְּH2302verheugde, verheuge, vervrolijktmake glad, be joined, rejoice2יִתְר֔וֹH3503JethroJethro. Compare H3500 (יֶתֶר)3עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַטּוֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לְיִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הִצִּיל֖וֹH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)12מִיַּ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
10En Jethro zeide: Gezegend zij de HEERE, Die ulieden verlost heeft uit de hand der Egyptenaren, en uit Farao's hand; Die dit volk van onder de hand der Egyptenaren verlost heeft!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En JethroH3503zeideH559: GezegendH1288 zij de HEEREH3068, DieH834 ulieden verlostH5337 heeft uit de handH3027 der EgyptenarenH4714, en uit FaraoH6547's handH3027; DieH834 dit volkH5971 van onderH8478 de handH3027 der EgyptenarenH4714verlostH5337 heeft!En Jethro zeide: Gezegend zij de HEERE, Die ulieden verlost heeft uit de hand der Egyptenaren, en uit Farao's hand; Die dit volk van onder de hand der Egyptenaren verlost heeft!
KJVAnd Jethro2said,1Blessed3be the LORD,4who hath delivered6you out of the hand8of the Egyptians,9and out of the hand10of Pharaoh,11who hath delivered13the people15from under the hand17of the Egyptians.
1וַיֹּאמֶר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יִתְרוֹ֒H3503JethroJethro. Compare H3500 (יֶתֶר)3בָּר֣וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הִצִּ֥ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)7אֶתְכֶ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מִיַּ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10וּמִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh12אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הִצִּיל֙H5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16מִתַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with17יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
11Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Nu weetH3045 ik, dat de HEEREH3068groterH1419 is danH6258alleH3605godenH430; wantH3588 in de zaakH1697, waarin zij trotselijkH2102 gehandeld hebben, was Hij bovenH5921 hen.Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.
KJVNow I know2that the LORD5is greater4than all gods:7for in the thing9wherein they dealt proudly
1עַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2יָדַ֔עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4גָד֥וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9בַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11זָד֖וּH2102trotselijk, gekookt, handeldenbe proud, deal proudly, presume, (come) presumptuously, sod12עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
12Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, Gode brandoffer en slachtofferen; en Aaron kwam, en al de oversten van Israel, om brood te eten met den schoonvader van Mozes, voor het aangezicht Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen namH3947JethroH3503, de schoonvaderH2859 van MozesH4872, GodeH430brandofferH5930 en slachtofferenH2077; en AaronH175kwamH935, en alH3605 de overstenH2205 van IsraelH3478, om broodH3899 te etenH398metH5973 den schoonvaderH2859 van MozesH4872, voor het aangezichtH6440GodsH430.Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, Gode brandoffer en slachtofferen; en Aaron kwam, en al de oversten van Israel, om brood te eten met den schoonvader van Mozes, voor het aangezicht Gods.
KJVAnd Jethro,2Moses'4father in law,3took1a burnt offering5and sacrifices6for God:7and Aaron9came,8and all the elders11of Israel,12to eat13bread14with Moses'17father in law16before18God.
1וַיִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2יִתְר֨וֹH3503JethroJethro. Compare H3500 (יֶתֶר)3חֹתֵ֥ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law4מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5עֹלָ֥הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)6וּזְבָחִ֖יםH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice7לֵֽאלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אַהֲרֹ֜ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron10וְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11זִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator12יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13לֶאֱכָלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14לֶ֛חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals15עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)16חֹתֵ֥ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law17מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses18לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
13Doch het geschiedde des anderen daags, zo zat Mozes om het volk te richten, en het volk stond voor Mozes, van den morgen tot den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Doch het geschieddeH1961 des anderen daagsH4283, zo zat MozesH4872 om het volkH5971 te richtenH8199, en het volkH5971stondH5975 voor MozesH4872, vanH4480 den morgenH1242totH5704 den avondH6153.Doch het geschiedde des anderen daags, zo zat Mozes om het volk te richten, en het volk stond voor Mozes, van den morgen tot den avond.
KJVAnd it came to pass on the morrow,2that Moses4sat3to judge5the people:7and the people9stood8by Moses11from the morning13unto the evening.
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִֽמָּחֳרָ֔תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day3וַיֵּ֥שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry4מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5לִשְׁפֹּ֣טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8וַיַּעֲמֹ֤דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry9הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses12מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13הַבֹּ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow14עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15הָעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
14Als de schoonvader van Mozes alles zag, wat hij het volk deed, zo zeide hij: Wat ding is dit, dat gij het volk doet? Waarom zit gij zelf alleen, en al het volk staat voor u, van den morgen tot den avond?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Als de schoonvaderH2859 van MozesH4872allesH7200 zag, wat hijH1931 het volkH5971deedH6213, zo zeideH559 hij: Wat dingH1697 is ditH2088, dat gijH859 het volkH5971doetH6213? WaaromH4100zitH3427gijH859 zelf alleen, en alH3605 het volkH5971staatH5324 voor u, vanH4480 den morgenH1242totH5704 den avondH6153?Als de schoonvader van Mozes alles zag, wat hij het volk deed, zo zeide hij: Wat ding is dit, dat gij het volk doet? Waarom zit gij zelf alleen, en al het volk staat voor u, van den morgen tot den avond?
KJVAnd when Moses'3father in law2saw1all that he did8to the people,9he said,10What is this thing12that thou doest16to the people?17why sittest20thou thyself alone, and all the people23stand24by thee from morning27unto even?
1וַיַּרְא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2חֹתֵ֣ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law3מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8עֹשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9לָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11מָֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12הַדָּבָ֤רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אַתָּ֤הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you16עֹשֶׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18מַדּ֗וּעַH4069waarom?how, wherefore, why19אַתָּ֤הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you20יוֹשֵׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry21לְבַדֶּ֔ךָH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength22וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people24נִצָּ֥בH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state25עָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with27בֹּ֥קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow28עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet29עָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
15Toen zeide Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen zeideH559MozesH4872 tot zijn schoonvaderH2859: OmdatH3588 dit volkH5971totH413 mij komtH935, om GodH430 raad te vragenH1875.Toen zeide Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen.
KJVAnd Moses2said1unto his father in law,3Because the people7come5unto me to enquire8of God:
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לְחֹתְנ֑וֹH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5יָבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8לִדְרֹ֥שׁH1875zoeken, vragen, gezochtask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely9אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
16Wanneer zij een zaak hebben, zo komt het tot mij, dat ik richte tussen den man en tussen zijn naaste; en dat ik hun bekend make Gods instellingen en Zijn wetten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Wanneer zijH1961 een zaakH1697 hebben, zo komtH935 het totH413 mij, dat ik richteH8199tussenH996 den manH376 en tussenH996 zijn naasteH7453; en dat ik hun bekendH3045 make GodsH430instellingenH2706 en Zijn wettenH8451.Wanneer zij een zaak hebben, zo komt het tot mij, dat ik richte tussen den man en tussen zijn naaste; en dat ik hun bekend make Gods instellingen en Zijn wetten.
KJVWhen they have a matter,4they come5unto me; and I judge7between one9and another,11and I do make them know12the statutes14of God,15and his laws.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִהְיֶ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3לָהֶ֤ם4דָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7וְשָׁ֣פַטְתִּ֔יH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule8בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within9אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11רֵעֵ֑הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other12וְהוֹדַעְתִּ֛יH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14חֻקֵּ֥יH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task15הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17תּוֹרֹתָֽיוH8451wet, wetten, leerlaw
17Doch de schoonvader van Mozes zeide tot hem: De zaak is niet goed, die gij doet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Doch de schoonvaderH2859 van MozesH4872zeideH559totH413 hem: De zaakH1697 is nietH3808goedH2896, dieH834gijH859doetH6213.Doch de schoonvader van Mozes zeide tot hem: De zaak is niet goed, die gij doet.
KJVAnd Moses'3father in law2said1unto him, The thing7that thou doest10is not good.
1וַיֹּ֛אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חֹתֵ֥ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law3מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4אֵלָ֑יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6טוֹב֙H2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10עֹשֶֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
18Gij zult geheel vervallen, zo gij, als dit volk, hetwelk bij u is; want deze zaak is te zwaar voor u, gij alleen kunt het niet doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Gij zult geheelH5034vervallenH5034, zo gijH859, als dit volkH5971, hetwelkH834bijH5973 u is; wantH3588 deze zaakH1697 is te zwaarH3515 voor u, gij alleen kuntH3201 het nietH3808doenH6213.Gij zult geheel vervallen, zo gij, als dit volk, hetwelk bij u is; want deze zaak is te zwaar voor u, gij alleen kunt het niet doen.
KJVThou wilt surely1wear away,2both thou, and this people6that is with thee: for this thing13is too heavy11for thee; thou art not able15to perform
1נָבֹ֣לH5034afvallen, afvalt, vervallendisgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither2תִּבֹּ֔לH5034afvallen, afvalt, vervallendisgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither3גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4אַתָּ֕הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6הָעָ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עִמָּ֑ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11כָבֵ֤דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick12מִמְּךָ֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תוּכַ֥לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer16עֲשֹׂ֖הוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לְבַדֶּֽךָH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
19Hoor nu mijn stem, ik zal u raden, en God zal met u zijn; wees gij voor het volk bij God, en breng gij de zaken voor God;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19HoorH8085nuH6258 mijn stemH6963, ik zal u radenH3289, en GodH430 zal metH5973 u zijnH1961; wees gijH859 voor het volkH5971 bij GodH430, en brengH935gijH859 de zakenH1697 voor GodH430;Hoor nu mijn stem, ik zal u raden, en God zal met u zijn; wees gij voor het volk bij God, en breng gij de zaken voor God;
KJVHearken2now unto my voice,3I will give thee counsel,4and God6shall be5with thee: Be thou for the people10to God-ward,11that thou mayest bring13the causes16unto God:
1עַתָּ֞הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְׁמַ֤עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3בְּקֹלִי֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell4אִיעָ֣צְךָ֔H3289raad, beraadslaagd, geradenadvertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose5וִיהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7עִמָּ֑ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8הֱיֵ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10לָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11מ֚וּלH4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with12הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13וְהֵבֵאתָ֥H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14אַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
20En verklaar hun de instellingen en de wetten, en maak hun bekend den weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En verklaarH2094 hun de instellingenH2706 en de wettenH8451, en maak hun bekendH3045 den wegH1870, waarin zij wandelenH3212 zullen, en het werkH4639, datH834 zij doenH6213 zullen.En verklaar hun de instellingen en de wetten, en maak hun bekend den weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen.
KJVAnd thou shalt teach1them ordinances4and laws,6and shalt shew7them the way10wherein they must walk,11and the work14that they must do.
1וְהִזְהַרְתָּ֣הH2094waarschuwen, gewaarschuwd, waarschuwtadmonish, shine, teach, (give) warn(-ing)2אֶתְהֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַחֻקִּ֖יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַתּוֹרֹ֑תH8451wet, wetten, leerlaw7וְהוֹדַעְתָּ֣H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8לָהֶ֗ם9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַדֶּ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)11יֵ֣לְכוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak12בָ֔הּ13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַֽמַּעֲשֶׂ֖הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16יַעֲשֽׂוּןH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
21Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Doch zieH2372gijH859 om, onder alH3605 het volkH5971, naar kloekeH2428mannenH582, GodH430vrezendeH3373, waarachtigeH571mannenH582, de gierigheidH1215hatendeH8130; stelH7760 ze overH5921 hen, overstenH8269 der duizendenH505, overstenH8269 der honderdenH3967, overstenH8269 der vijftigenH2572, overstenH8269 der tienenH6235.Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.
KJVMoreover thou shalt provide2out of all the people4able6men,such as fear7God,8menof truth,10hating11covetousness;12and place13such over them, to be rulers15of thousands,16and rulers17of hundreds,18rulers19of fifties,20and rulers21of tens:
1וְאַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2תֶחֱזֶ֣הH2372zien, aanschouwen, aanschouwtbehold, look, prophesy, provide, see3מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָ֠עָםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אַנְשֵׁיH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6חַ֜יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)7יִרְאֵ֧יH3373vrezen, vreest, vrezendeafraid, fear (-ful)8אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9אַנְשֵׁ֥יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10אֱמֶ֖תH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity11שֹׂ֣נְאֵיH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly12בָ֑צַעH1215gierigheid, gewin, nuttigheidcovetousness, (dishonest) gain, lucre, profit13וְשַׂמְתָּ֣H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work14עֲלֵהֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15שָׂרֵ֤יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward16אֲלָפִים֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand17שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward18מֵא֔וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore19שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward20חֲמִשִּׁ֖יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty21וְשָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward22עֲשָׂרֹֽתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22Dat zij dit volk te allen tijde richten; doch het geschiede, dat zij alle grote zaken aan u brengen, maar dat zij alle kleine zaken richten; verlicht alzo uzelven, en laat hen met u dragen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Dat zij dit volkH5971 te allenH3605tijdeH6256richtenH8199; doch het geschiedeH1419, dat zij alleH3605 grote zakenH1697 aan u brengenH935, maar dat zij alleH3605kleineH6996zakenH1697richtenH8199; verlichtH7043 alzo uzelven, en laatH1961henH1992metH854 u dragenH5375.Dat zij dit volk te allen tijde richten; doch het geschiede, dat zij alle grote zaken aan u brengen, maar dat zij alle kleine zaken richten; verlicht alzo uzelven, en laat hen met u dragen.
KJVAnd let them judge1the people3at all seasons:5and it shall be, that every great9matter8they shall bring10unto thee, but every small14matter13they shall judge:15so shall it be easier17for thyself, and they shall bear
1וְשָׁפְט֣וּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָעָם֮H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֵת֒H6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַדָּבָ֤רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9הַגָּדֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very10יָבִ֣יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11אֵלֶ֔יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14הַקָּטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)15יִשְׁפְּטוּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule16הֵ֑םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17וְהָקֵל֙H7043lichter, vloeken, vloekteabate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet18מֵֽעָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19וְנָשְׂא֖וּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield20אִתָּֽךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
23Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt, zo zult gij kunnen bestaan; zo zal ook al dit volk in vrede aan zijn plaats komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Indien gij dezeH2088zaakH1697doetH6213, en GodH430 het u gebiedtH6680, zo zult gij kunnen bestaanH5975; zo zal ookH1571alH3605ditH2088volkH5971 in vredeH7965aanH5921 zijn plaatsH4725komenH935.Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt, zo zult gij kunnen bestaan; zo zal ook al dit volk in vrede aan zijn plaats komen.
KJVIf thou shalt do5this thing,3and God7command6thee so, then thou shalt be able8to endure,9and all this people12shall also go16to their place15in peace.
1אִ֣םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַדָּבָ֤רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5תַּעֲשֶׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וְצִוְּךָ֣H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7אֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וְיָֽכָלְתָּ֖H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer9עֲמֹ֑דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry10וְגַם֙H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15מְקֹמ֖וֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)16יָבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17בְשָׁלֽוֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
24Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24MozesH4872 nu hoordeH8085 naar de stemH6963 van zijn schoonvaderH2859, en hij deedH6213 alles, watH834 hij gezegdH559 had.Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had.
KJVSo Moses2hearkened1to the voice3of his father in law,4and did5all that he had said.
1וַיִּשְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לְק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell4חֹתְנ֑וֹH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law5וַיַּ֕עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אָמָֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
25En Mozes verkoos kloeke mannen, uit gans Israel, en maakte hen tot hoofden over het volk; oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, en oversten der tienen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En MozesH4872verkoosH977kloekeH2428mannenH582, uit gansH3605IsraelH3478, en maakte hen tot hoofdenH7218overH5921 het volkH5971; overstenH8269 der duizendenH505, overstenH8269 der honderdenH3967, overstenH8269 der vijftigenH2572, en overstenH8269 der tienenH6235;En Mozes verkoos kloeke mannen, uit gans Israel, en maakte hen tot hoofden over het volk; oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, en oversten der tienen;
KJVAnd Moses2chose1able4menout of all Israel,6and made7them heads9over the people,11rulers12of thousands,13rulers14of hundreds,15rulers16of fifties,17and rulers18of tens.
1וַיִּבְחַ֨רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require2מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אַנְשֵׁיH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4חַ֨יִל֙H2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)5מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7וַיִּתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8אֹתָ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9רָאשִׁ֖יםH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12שָׂרֵ֤יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward13אֲלָפִים֙H505duizend, duizenden, twee duizendthousand14שָׂרֵ֣יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward15מֵא֔וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore16שָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward17חֲמִשִּׁ֖יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty18וְשָׂרֵ֥יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward19עֲשָׂרֹֽתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
26Dat zij het volk te allen tijde richtten, de harde zaak tot Mozes brachten, maar zij alle kleine zaak richtten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Dat zij het volkH5971 te allenH3605tijdeH6256richttenH8199, de hardeH7186zaakH1697totH413MozesH4872brachtenH935, maar zijH1992alleH3605kleineH6996zaakH1697richttenH8199.Dat zij het volk te allen tijde richtten, de harde zaak tot Mozes brachten, maar zij alle kleine zaak richtten.
KJVAnd they judged1the people3at all seasons:5the hard8causes7they brought9unto Moses,11but every small14matter13they judged
1וְשָׁפְט֥וּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֵ֑תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַדָּבָ֤רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8הַקָּשֶׁה֙H7186hard, harde, hardenchurlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble9יְבִיא֣וּןH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses12וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14הַקָּטֹ֖ןH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)15יִשְׁפּוּט֥וּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule16הֵֽםH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
27Toen liet Mozes zijn schoonvader trekken; en hij ging naar zijn land.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen liet MozesH4872 zijn schoonvaderH2859trekkenH7971; en hij gingH3212naarH413 zijn landH776.Toen liet Mozes zijn schoonvader trekken; en hij ging naar zijn land.
KJVAnd Moses2let his father in law4depart;1and he went5his way into his own land.
1וַיְשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4חֹתְנ֑וֹH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law5וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6ל֖וֹ7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אַרְצֽוֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 18:1— Toen Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat God aan Mozes, en aan Israel, Zijn volk, gedaan had: dat de HEERE Israel uit Egypte uitgevoerd had;Exodus 2:16→Exodus 3:1→Psalmen 77:14→Richteren 4:11→Psalmen 105:43→Jozua 2:10→Numeri 10:29→Psalmen 136:10→
Exodus 18:2— Zo nam Jethro, Mozes' schoonvader, Zippora, Mozes' huisvrouw (nadat hij haar wedergezonden had),Exodus 2:21→Exodus 4:25→
Exodus 18:3— Met haar twee zonen, welker enes naam was Gersom (want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land);Exodus 2:22→Handelingen 7:29→Exodus 4:20→Psalmen 39:12→Hebreeën 11:13→1 Petrus 2:11→
Exodus 18:4— En de naam des anderen was Eliezer, want, zeide hij, de God mijns vaders is tot mijn Hulpe geweest, en heeft mij verlost van Farao's zwaard.Psalmen 18:48→Psalmen 46:1→2 Korinthe 1:8→Jesaja 50:7→2 Timotheüs 4:17→1 Kronieken 23:15→Exodus 2:15→Hebreeën 13:6→
Exodus 18:5— Toen nu Jethro, Mozes' schoonvader, met zijn zonen en zijn huisvrouw, tot Mozes kwam, in de woestijn, aan den berg Gods, waar hij zich gelegerd had,Exodus 3:1→Exodus 3:12→Exodus 19:20→Exodus 19:11→1 Koningen 19:8→Exodus 24:16→
Exodus 18:7— Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem; en zij vraagden de een den ander naar den welstand, en zij gingen naar de tent.Genesis 29:13→1 Koningen 2:19→2 Samuël 11:7→Genesis 14:17→Genesis 19:1→Genesis 18:2→Genesis 33:3→Genesis 46:29→
Exodus 18:8— En Mozes vertelde zijn schoonvader alles, wat de HEERE aan Farao en aan de Egyptenaren gedaan had, om Israels wil; al de moeite, die hun op dien weg ontmoet was, en dat hen de HEERE verlost had.Nehemia 9:32→Nehemia 9:9→Numeri 20:14→Psalmen 81:7→Psalmen 106:10→Psalmen 78:42→Exodus 15:16→Psalmen 66:16→
Exodus 18:9— Jethro nu verheugde zich over al het goede, hetwelk de HEERE Israel gedaan had; dat Hij het verlost had uit de hand der Egyptenaren.Jesaja 44:23→Romeinen 12:15→Jesaja 66:10→Romeinen 12:10→1 Korinthe 12:26→
Exodus 18:10— En Jethro zeide: Gezegend zij de HEERE, Die ulieden verlost heeft uit de hand der Egyptenaren, en uit Farao's hand; Die dit volk van onder de hand der Egyptenaren verlost heeft!Genesis 14:20→2 Samuël 18:28→Lukas 1:68→Openbaring 5:11→Psalmen 68:19→Psalmen 106:47→Efeze 1:3→1 Thessalonicenzen 3:9→
Exodus 18:11— Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.2 Kronieken 2:5→Exodus 15:11→Psalmen 95:3→Lukas 1:51→Psalmen 135:5→1 Kronieken 16:25→Psalmen 97:9→Daniël 4:37→
Exodus 18:12— Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, Gode brandoffer en slachtofferen; en Aaron kwam, en al de oversten van Israel, om brood te eten met den schoonvader van Mozes, voor het aangezicht Gods.Genesis 31:54→Deuteronomium 12:7→Exodus 24:5→Exodus 24:11→Deuteronomium 27:7→Lukas 14:15→Leviticus 7:11→Job 42:8→
Exodus 18:13— Doch het geschiedde des anderen daags, zo zat Mozes om het volk te richten, en het volk stond voor Mozes, van den morgen tot den avond.Jesaja 16:5→Job 29:7→Mattheüs 23:2→Romeinen 13:6→Romeinen 12:8→Joël 3:12→Richteren 5:10→
Exodus 18:15— Toen zeide Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen.Numeri 27:5→Numeri 15:34→Deuteronomium 17:8→Numeri 9:8→Numeri 9:6→Exodus 18:19→Leviticus 24:12→
Exodus 18:16— Wanneer zij een zaak hebben, zo komt het tot mij, dat ik richte tussen den man en tussen zijn naaste; en dat ik hun bekend make Gods instellingen en Zijn wetten.Exodus 24:14→1 Korinthe 6:1→Deuteronomium 4:5→Deuteronomium 5:1→2 Samuël 15:3→Exodus 2:13→Deuteronomium 6:1→1 Thessalonicenzen 4:1→
Exodus 18:18— Gij zult geheel vervallen, zo gij, als dit volk, hetwelk bij u is; want deze zaak is te zwaar voor u, gij alleen kunt het niet doen.Handelingen 6:1→Numeri 11:14→Filippenzen 2:30→1 Thessalonicenzen 2:8→Deuteronomium 1:9→2 Korinthe 12:15→
Exodus 18:19— Hoor nu mijn stem, ik zal u raden, en God zal met u zijn; wees gij voor het volk bij God, en breng gij de zaken voor God;Numeri 27:5→Genesis 39:2→Deuteronomium 5:5→Exodus 3:12→Exodus 20:19→Mattheüs 28:20→Exodus 4:12→Exodus 18:15→
Exodus 18:20— En verklaar hun de instellingen en de wetten, en maak hun bekend den weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen.Deuteronomium 5:1→Psalmen 143:8→Deuteronomium 1:18→Deuteronomium 4:5→Deuteronomium 4:1→Psalmen 32:8→1 Thessalonicenzen 4:1→Markus 13:34→
Exodus 18:21— Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.Handelingen 6:3→2 Kronieken 19:5→Deuteronomium 16:18→Exodus 18:25→2 Samuël 23:3→Genesis 42:18→Ezechiël 18:8→Nehemia 5:9→
Exodus 18:22— Dat zij dit volk te allen tijde richten; doch het geschiede, dat zij alle grote zaken aan u brengen, maar dat zij alle kleine zaken richten; verlicht alzo uzelven, en laat hen met u dragen.Numeri 11:17→Exodus 18:26→Leviticus 24:11→Numeri 27:2→Numeri 36:1→Numeri 15:33→Deuteronomium 17:8→Deuteronomium 1:17→
Exodus 18:23— Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt, zo zult gij kunnen bestaan; zo zal ook al dit volk in vrede aan zijn plaats komen.Exodus 18:18→1 Samuël 8:22→Genesis 18:33→Galaten 2:2→2 Samuël 21:17→Filippenzen 1:24→Handelingen 15:2→1 Samuël 8:6→
Exodus 18:24— Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had.1 Korinthe 12:21→Exodus 18:19→Exodus 18:2→Ezra 10:2→Ezra 10:5→Spreuken 1:5→
Exodus 18:25— En Mozes verkoos kloeke mannen, uit gans Israel, en maakte hen tot hoofden over het volk; oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, en oversten der tienen;Deuteronomium 1:15→Exodus 18:21→Handelingen 6:5→
Exodus 18:26— Dat zij het volk te allen tijde richtten, de harde zaak tot Mozes brachten, maar zij alle kleine zaak richtten.Exodus 18:22→Job 29:16→1 Koningen 3:16→Deuteronomium 17:8→Exodus 18:14→1 Koningen 10:1→
Exodus 18:27— Toen liet Mozes zijn schoonvader trekken; en hij ging naar zijn land.Numeri 10:29→Genesis 31:55→Genesis 24:59→Richteren 19:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 18 vers 2— Zo nam Jethro, Mozes' schoonvader, Zippora, Mozes' huisvrouw (nadat hij haar wedergezonden had),
(nadat hij haar wedergezonden had),
Hebreeuws, na haar wederomzending.
Hertaald:(nadat hij haar wedergezonden had),
Hebreeuws: na haar terugzending.
Exodus 18 vers 3— Met haar twee zonen, welker enes naam was Gersom (want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land);
haar twee zonen,
Te weten, Zippora.
Hertaald:haar twee zonen,
Namelijk: Zippora.
hij zeide
Te weten, Mozes, toen hij het kind dien naam gaf.
Hertaald:hij zeide
Namelijk: Mozes, toen hij het kind die naam gaf.
in een vreemd land);
Te weten, in het land Midian.
Hertaald:in een vreemd land);
Namelijk: in het land Midian.
Exodus 18 vers 5— Toen nu Jethro, Mozes' schoonvader, met zijn zonen en zijn huisvrouw, tot Mozes kwam, in de woestijn, aan den berg Gods, waar hij zich gelegerd had,
aan den berg Gods,
Dit was de berg Horeb, op welken God de wet aan Mozes gegeven heeft.
Hertaald:aan den berg Gods,
Dit was de berg Horeb, waar God de wet aan Mozes gegeven heeft.
Exodus 18 vers 6— Zo zeide hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw huisvrouw, en haar beide zonen met haar.
zeide hij tot Mozes
Dat is, hij ontbood door degenen, die hij vooruit schikte.
Hertaald:zeide hij tot Mozes
Dat is: hij liet dit weten door degenen die hij vooruitstuurde.
*
(schoonvader).
Hertaald:*
(schoonvader).
Exodus 18 vers 7— Toen ging Mozes uit, zijn schoonvader tegemoet, en hij boog zich, en kuste hem; en zij vraagden de een den ander naar den welstand, en zij gingen naar de tent.
de een den ander
Hebreeuws, de man zijn naaste, of, gezel.
Hertaald:de een den ander
Hebreeuws: de man zijn naaste, of metgezel.
naar den welstand,
Hebreeuws, vrede. Zie Gen. 37:14.
Hertaald:naar den welstand,
Hebreeuws: vrede. Zie Gen. 37:14.
naar de tent
Te weten, naar de tent van Mozes.
Hertaald:naar de tent
Namelijk: naar de tent van Mozes.
Exodus 18 vers 8— En Mozes vertelde zijn schoonvader alles, wat de HEERE aan Farao en aan de Egyptenaren gedaan had, om Israels wil; al de moeite, die hun op dien weg ontmoet was, en dat hen de HEERE verlost had.
ontmoet was,
Hebreeuws, gevonden had.
Hertaald:ontmoet was,
Hebreeuws: gevonden had.
Exodus 18 vers 11— Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.
goden;
Versta hier de afgoden der heidenen, die goden genoemd worden, maar zij zijn het niet inderdaad.
Hertaald:goden;
Versta hier de afgoden van de heidenen, die goden genoemd worden, maar dat in werkelijkheid niet zijn.
want in de zaak,
De zin van deze woorden is, dat de Egyptenaars, menende door de hulp van hun goden het volk Gods te vernielen, door God in het Rode meer gestort zijn, tot spijt en schande van al hun afgoden, waarop zij vertrouwd hadden.
Hertaald:want in de zaak,
De betekenis van deze woorden is dat de Egyptenaren, die dachten met de hulp van hun goden het volk van God te vernietigen, door God in de Rode Zee gestort zijn, tot schande van al hun afgoden waarop zij vertrouwd hadden.
was Hij boven hen
Dat is, Hij overtrof en overwon hen.
Hertaald:was Hij boven hen
Dat is: Hij overtrof en overwon hen.
Exodus 18 vers 12— Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, Gode brandoffer en slachtofferen; en Aaron kwam, en al de oversten van Israel, om brood te eten met den schoonvader van Mozes, voor het aangezicht Gods.
Gode brandoffer en slachtofferen;
Dat is, om aan God te offeren.
Hertaald:Gode brandoffer en slachtofferen;
Dat is: om aan God te offeren.
brood te eten met den schoonvader van Mozes,
Brood eten, is hier te zeggen een feestelijken maaltijd houden.
Hertaald:brood te eten met den schoonvader van Mozes,
Brood eten betekent hier: een feestelijke maaltijd houden.
voor het aangezicht Gods
Dat is, in de vreze des Heeren, den Heere voor ogen hebbende; of voor de majesteit Gods, verschijnende in de wolkkolom; vergelijk Deut. 12:7, en Deut. 27:7.
Hertaald:voor het aangezicht Gods
Dat is: in de vreze des HEEREN, met de HEERE voor ogen; of voor Gods majesteit, die verscheen in de wolkkolom; vergelijk Deut. 12:7 en Deut. 27:7.
Exodus 18 vers 14— Als de schoonvader van Mozes alles zag, wat hij het volk deed, zo zeide hij: Wat ding is dit, dat gij het volk doet? Waarom zit gij zelf alleen, en al het volk staat voor u, van den morgen tot den avond?
wat hij het volk deed,
Dat is, hoe hij zich jegens het volk gedroeg.
Hertaald:wat hij het volk deed,
Dat is: hoe hij zich tegenover het volk gedroeg.
alleen,
Zonder bijzitters in het gericht.
Hertaald:alleen,
Zonder bijzitters in het gerecht.
Exodus 18 vers 15— Toen zeide Mozes tot zijn schoonvader: Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen.
God raad te vragen
Anders, om God te zoeken; dat is, zij vragen mij wat met den wil en het bevel Gods overeenkomt. Zie 1 Sam. 9:9.
Hertaald:God raad te vragen
Ook mogelijk: om God te zoeken; dat wil zeggen: zij vragen mij wat overeenkomt met de wil en het gebod van God. Zie 1 Sam. 9:9.
Exodus 18 vers 17— Doch de schoonvader van Mozes zeide tot hem: De zaak is niet goed, die gij doet.
De zaak is niet goed,
Te weten, op die wijze, dat gij het alleen doet.
Hertaald:De zaak is niet goed,
Namelijk: op de manier waarop u het alleen doet.
Exodus 18 vers 18— Gij zult geheel vervallen, zo gij, als dit volk, hetwelk bij u is; want deze zaak is te zwaar voor u, gij alleen kunt het niet doen.
Gij zult geheel vervallen,
Dit is een manier van spreken bij gelijkenis van bloemen, bladen of kruiden genomen; zie Deut. 1:9, Deut. 1:12. Jethro wil zeggen dat Mozes zich afsloofde, doordien hij al de zaken van het volk zelf verhoorde en richtte; het volk werd ook afgemarteld en verdrietig, doordien het lang moest wachten, eer het gehoord kon worden. Anders, afgaan, bezwijken. Hebreeuws, gij zult verwelkende verwelken.
Hertaald:Gij zult geheel vervallen,
Dit is een uitdrukking, ontleend aan het beeld van bloemen, bladeren of kruiden; zie Deut. 1:9 en Deut. 1:12. Jethro bedoelt dat Mozes zich uitputte, doordat hij alle zaken van het volk zelf behandelde en berechtte; ook het volk werd vermoeid en ontmoedigd, doordat het lang moest wachten voordat het gehoord kon worden. Ook mogelijk: afgaan, bezwijken. Hebreeuws: u zult verwelkend verwelken.
zo gij, als dit volk,
Hebreeuws, ook gij, ook dit volk.
Hertaald:zo gij, als dit volk,
Hebreeuws: ook u, ook dit volk.
Exodus 18 vers 19— Hoor nu mijn stem, ik zal u raden, en God zal met u zijn; wees gij voor het volk bij God, en breng gij de zaken voor God;
wees gij voor het volk bij God,
Alsof hij zeggen wilde: Het is genoeg dat gij u in grote en gewichtige zaken laat gebruiken, waarin men God zelf om raad vragen moet; waarvan te lezen is Num. 15:33-34, en Num. 27:5-6. Andere kleine zaken, laat die anderen verrichten.
Hertaald:wees gij voor het volk bij God,
Alsof hij wilde zeggen: het is genoeg dat u zich inzet voor grote en gewichtige zaken, waarin men God zelf om raad moet vragen; zie hierover Num. 15:33-34 en Num. 27:5-6. Laat andere, kleinere zaken door anderen afhandelen.
Exodus 18 vers 21— Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.
kloeke mannen, God vrezende,
Anders, sterke, dappere, geharde mannen. Zie Gen. 47:6.
Hertaald:kloeke mannen, God vrezende,
Ook mogelijk: sterke, dappere, geharde mannen. Zie Gen. 47:6.
waarachtige mannen,
Hebreeuws, mannen der waarheid of, getrouwheid.
Hertaald:waarachtige mannen,
Hebreeuws: mannen van de waarheid, of van de trouw.
stel ze over hen,
Tot deze deugden, die in de regeerders van landen en steden vereist worden, voegt Mozes nog enige er bij, Ex. 23:6; Deut. 1:16, en Deut. 16:18; zie ook 2 Kron. 19:7, en Jes. 33:15.
Hertaald:stel ze over hen,
Aan deze deugden, die van bestuurders van landen en steden vereist worden, voegt Mozes nog enkele toe, Ex. 23:6; Deut. 1:16 en Deut. 16:18; zie ook 2 Kron. 19:7 en Jes. 33:15.
Exodus 18 vers 23— Indien gij deze zaak doet, en God het u gebiedt, zo zult gij kunnen bestaan; zo zal ook al dit volk in vrede aan zijn plaats komen.
aan zijn plaats komen
Te weten, in het land Kanaän; of elk tot zijn huis, hebbende een einde aan hun zaak gekregen, zonder te wachten van des morgens tot des avonds. Aldus wordt iemands huis genoemd zijn plaats, Richt. 7:7, en Richt. 9:55, en Richt. 19:28-29.
Hertaald:aan zijn plaats komen
Namelijk: in het land Kanaän; of: ieder naar zijn eigen huis, nadat zijn zaak was afgehandeld, zonder van 's morgens tot 's avonds te hoeven wachten. Zo wordt iemands huis zijn plaats genoemd, Richt. 7:7, Richt. 9:55 en Richt. 19:28-29.
Exodus 18 vers 24— Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, en hij deed alles, wat hij gezegd had.
hij deed alles,
Te weten, nadat God hem zulks had bevolen, Num. 11:16, en nadat hij het aan het volk had voorgedragen, Deut. 1:14.
Hertaald:hij deed alles,
Namelijk: nadat God hem dit bevolen had, Num. 11:16, en nadat hij het aan het volk had voorgelegd, Deut. 1:14.
Exodus 18 vers 25— En Mozes verkoos kloeke mannen, uit gans Israel, en maakte hen tot hoofden over het volk; oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, en oversten der tienen;
kloeke mannen,
Welken last en les Mozes dezen mannen gegeven heeft, zie Deut. 1:16-17.
Hertaald:kloeke mannen,
Welke opdracht en instructie Mozes deze mannen gegeven heeft, zie Deut. 1:16-17.
Exodus 18 vers 27— Toen liet Mozes zijn schoonvader trekken; en hij ging naar zijn land.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Zippora — vogeltje
De dochter van Reguël (Jethro), die Mozes tot vrouw kreeg nadat hij haar en haar zusters bij de put tegen de herders verdedigd had (Ex. 2:21). Zij baarde hem twee zonen, Gersom en Eliëzer, en besneed onderweg naar Egypte zelf hun zoon om een oordeel van de HEERE over Mozes af te wenden (Ex. 4:24-26).
Gersom — een vreemdeling aldaar
De eerste zoon van Mozes en Zippora, zo genoemd omdat Mozes zei: 'Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land' (Ex. 2:22).
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bij het uitgaan van Rafidim, terwijl Mozes enige dagen tegenover de berg van God gelegerd is, komt zijn schoonvader Jethro tot hem, en brengt hem zijn vrouw Zippora en zijn beide zonen Gersom en Eliëzer. Hij belijdt de naam des Heeren, die zo grote dingen aan Zijn volk gedaan heeft, en brengt Hem brand- en slachtoffers. Mozes en Aäron en alle oudsten van Israël nemen aan de offermaaltijd deel.
1. Toen a) Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat God aan Mozes en aan Israël, Zijn volk, gedaan had, want ook tot hem was dit doorgedrongen; dat de HEERE Israël uit Egypte uitgevoerd had, door eenuitgestrekte arm en door grote gerichten.
a) Ex.2:16; 3:1
2. Zo nam Jethro, Mozes’ schoonvader, Zippora, Mozes’ vrouw, (nadat hij, Mozes haar, na het voorval in de herberg (hoofdstuk 4:24-26) teruggezonden had, omdat zij niet geschikt was, om vol van geloofsmoed de in Egypte dreigende gevaren tegemoet te gaan, en waarschijnlijk zelf op terugkeren aangedrongen had).
3. Met haar twee zonen, van wie de ene Gersom heette: (want hij zei, hij had gezegd, toen het kind geboren was en had het daarom de naam gegeven: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land. (hoofdstuk 2:22)
4. En de naam van de andere was Eliëzer (hulp van God), want, zei hij, bij de geboorte van die tweede zoon: de God van mijn vader is mij tot hulp geweest, en heeft mijverlost van Farao’s zwaard. 1)
1) De betekenis van de namen, die Mozes zijn zonen gegeven heeft, is nu voor het eerst echt openbaar geworden, daarom wordt niet alleen de naam van de tweede zoon, in wie het geloof aan de hulp van Jehova uitgesproken is, en dat thans volle bevestiging gevonden heeft, voor de eerste maal vermeld, maar ook de naam van de eersten zoo herhaald, met vermelding van de reden, waarom hij die naam gaf, in zo verre nu door het uitzicht op het erfdeel van de vaderen het smartelijk gevoel, dat Mozes in den vreemde had, eerst goed te begrijpen valt.
5. Toen nu Jethro, 1) Mozes’ schoonvader, met zijn zonen en zijn vrouw tot Mozes kwam, na 4 of 5 dagen geleden van huis opgetrokken, de woestijn doorgetrokken en het tussen de Dschebel ed Deir en de middelste bergketen gelegen dal Schoeib doorgegaan te zijn; en gekomen waren inde woestijn, de vlakte er-Rabah, aan de berg van God, de Horeb (hoofdstuk 3:1) waar hij zich gelegerd had.
1) Niet zo zeer de liefde voor Mozes als wel het gerucht van de wonderen, had de grijsaard, hoewel door ouderdom verzwakt, gedwongen van huis te gaan en naar de woestijn te komen. Want dat hij niet door eerzucht werd gedreven, blijkt weldra uit het vervolg, daar hij, nadat hij God een offer had gebracht en door een plechtige daad van dankbaarheid had betuigd, dat hij de roem enkel en alleen aan God gaf, naar huis is teruggekeerd op dezelfde wijze, waarop hij gekomen was, met alle eenvoudigheid.
6. Zo zond hij boden, waarschijnlijk van de plaats, waar Mozes het gezicht van de brandende braambos gehad had, en nu het Catharijnenklooster zich bevindt; toen zei 1) hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw vrouw en haar beide zonen met haar.
1) Jethro wil dat men op zijn komst voorbereid is; hij zelf houdt waarschijnlijk niet van die onverwachte bezoeken, die zogenaamde verrassingen, die menige huishouding in de war sturen, menige moeder uit de goede stemming brengen en wel van veel hartelijkheid, maar niet van veel bezonnenheid blijk geven. Mogelijk had hij zelf een groot huishouden en kende hij daardoor beter de behoeften en eisen bij de gewone gang van het dagelijks leven in een gezin. Hij wilde dat zijn ontmoeting een oorzaak van genoegen en niet van schrik voor Mozes en de zijnen zou zijn. Daartoe, ook voor de juiste voorbereiding van zijn ontvangst, om gelegen te kunnen komen, zond hij eerst een bericht.
De tijd wanneer, is zonder twijfel geweest vóór de wetgeving.
7. Toen ging Mozes uit het leger, zijn schoonvader tegemoet, naar de plaats waar zij rust genomen hadden, en hij boog zich, ontving hem met de aan zijn stand toekomendeeerbewijzen, en kustte hem, volgens het recht van zijn verwantschap aan hem (Genesis 29:11) en zij vroegen de een de ander naar de welstand, en zij gingen, nadat ook Zippora haar echtgenoot en de beide zonen hun vader begroet hadden, tezamen naar de tent van Mozes.
8. En Mozes, nadat zij samen neergezeten waren, vertelde zijn schoonvader alles nauwkeurig en omstandig, wat de HEERE aan farao en aan de Egyptenaren gedaan had, omIsraëls wil; al de moeite, die hun op die weg uit Egypte tot hiertoe ontmoet was, en dat hen de HEERE op zo wonderbare wijze uit al deze moeite verlost had. 1)
1) Mozes wil van niets anders weten, dan van de daden en wonderen van de Allerhoogste. In alles, wat hij zijn schoonvader meedeelt, doet hij zo goed mogelijk uitkomen, dat het de Heere is, die hen verlost heeft.
9. Toen Jethro nu zoveel nauwkeuriger dan vroeger, uit de verspreide geruchten, alles vernam, verheugde hij zich over al het goede, dat de HEERE Israël gedaan had, en waarvan de hoofdzaak deze was, dat Hij het verlost had uit de hand vande Egyptenaren.
10. En Jethro zei: Gezegend zij de HEERE, 1) die u verlost heeft uit de hand van de Egyptenaren, en uit farao’s hand, uit de verdrukking van die tiran (hoofdstuk 12:29 vv.); die dit volk van onder de hand van de Egyptenaren verlost heeft, en middelen en wegen gevondenheeft, om u voor de tweede keer uit hun hand te redden, toen zij u achtervolgden, en reeds meenden, u weer in hun macht te hebben. (hoofdstuk 14:5 vv.).
1) Hieruit blijkt, dat Jethro, ofschoon de dienst van God toen bedorven was door vreemde inmengsels, niet zo aan bijgelovigheid was overgegeven, dat hij niet de vrees voor God kende en diende. Dat hij echter niet geheel en al van alle dwaling zuiver en vrij was, toonde de vergelijking, welke hij maakte, nl. dat Jehova groter was dan alle goden. Want ofschoon de profeten ook dikwijls zo spreken, is er toch verschil in hun uitdrukking. Wordt God soms boven de Engelen verheven, opdat Hij alleen uitblinke, terwijl voor ieder hemels wezen zijn voortreffelijkheid in rang wordt beperkt, soms wordt Hij oneigenlijk groot genoemd, niet omdat de schijngoden enige macht bekleedden, maar om hun hoge plaats, welke hun op valse en dwaze wijze in de wereld werd toebedeeld, te vernietigen. Doch hier stelt Jethro zich voor, volgens de algemene mening, dat de menigte van de mindere goden onderworpen zijn aan de hoogste God. Waar de zuivere waarheid van God niet aan het licht treedt, is de Godsverering nooit zuiver en zonder gebreken maar heeft iets troebels. Tegelijk echter schijnt Jethro iets vooruitgegaan te zijn, omdat hij nu verzekerde, dat hij de macht van God erkent, en daarmee toont dat hij juister de zaken inziet, dan tevoren.
11. Nu weet ik, nu zie ik uit zo vele bewijzen, wat ik wel vroeger geloofde, maar tot hiertoe nooit in zo duidelijk licht zag, dat de HEERE groter is dan alle goden van de heidenen (hoofdstuk 15:11); a) want in de zaak, waarin zij (de Egyptenaren) trots gehandeld hebben tegen de kinderen van Israël, in al de tegenstand tegen zijn woord, in alle duivelskunsten, die zij verrichtten, was Hij boven hen; 1) in alles heeft de Heere Zich groot aan hen bewezen, als de Vergelder van het kwade, door Zijn wonderen tot hun smadelijke ondergang.
a) Exodus. 1:10,16,22; 5:7; 14:18 Jak.2:8 Matth.7:2
1) “Boven hen”, d.i. niet boven de goden, maar boven de Egyptenaars. Het trotse handelen ziet op alles, wat zij tegen het volk van God hadden ondernomen.
12. Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, (Genesis 14:18 vv.) God tot brandoffer en slachtoffers, 1) en hij offerde deze aan God op een op de berg van God opgericht altaar, om aan zijn belijdenis van God ook opplechtige wijze een bevestiging te geven; en Aäron kwam, nadat het vet van de offeranden op het altaar verteerd was, en al de oversten van Israël kwamen naar de plaats van het offer, om brood te eten met de schoonvader van Mozes, voor het aangezicht van God. 2) Zo namen zij deel aan het offermaal, dat Jethro aanrichtte uit de overige stukkenvlees, en werden alzo tezamen verbonden tot de innigste gemeenschap van het geloof. (Genesis 31:54)
1) Wel was Jethro priester in Midian, maar geenszins daarom bracht hij nu ook onder Israël de brandoffers en slachtoffers. De wet was nog niet gegeven, dat alleen Aäron en zijn geslacht de Heere de offeranden moesten brengen, daarom wordt dit nu aan Jethro toegestaan, omdat hij ook de schoonvader van Mozes was. Sommigen zijn van mening, dat Jethro zelf niet geofferd heeft, maar dit wellicht door Mozes heeft laten doen. Dat van Aäron geen sprake is, dan alleen dat hij ook aanzat, is een bewijs, dat dit bezoek van Jethro vóór de wetgeving heeft plaats gehad.
Deze gebeurtenis staat niet slechts in uitwendig verband met de vorige (hoofdstuk 17:8-16), in zoverre zij zich aan die naar tijdsorde aansluit; maar er is ook tussen beide gebeurtenissen een inwendige verwantschap. In Amalek zagen wij de prototype van de wereld, die zich openlijk tegenover het rijk van God stelt en zijn voortgang bestrijdt; in Jethro daarentegen zien wij de eersteling van hen, die, hoewel buiten het burgerschap van Israël staande, toch de God van Israël als de ware, levende God erkennen en met Zijn uitverkoren volk in gemeenschap treden. Aan beiden wordt vervuld, wat de Heere eens tot Abraham gezegd heeft (Genesis 12:3): “Ik zal zegenen, die u zegenen, en vloeken, die u vloeken.” Amalek toch wordt tot uitroeiing veroordeeld; aan deze stam van de Midianieten daarentegen wordt later de opname in Israëls gemeenschap aangeboden en werkelijk gegeven (Numeri. 10:29-32 Richteren. 1:16; 4:11; 1 Samuel. 15:6; 30:29). Beiden hebben echter ook hun opvolgers in de latere geschiedenis van het Godsrijk: Amalek en al degenen, die zich ooit tot tegenstanders en onderdrukkers van de Gemeente van de Heere gesteld hebben, en ten laatste met verschrikking zijn ten ondergegaan: Jethro en alle zielen, die, als Rachab, Ruth enz. de zegen van Abraham zochten en die deelachtig werden.
2) Indien ons vermoeden juist is, geldt het hier een offermaaltijd, zoals bij Abraham (Genesis 21:27), Izak (Genesis 26:30) en Jakob (Genesis 31:54), ter inleiding of ter bezegeling van een nog te sluiten of reeds gesloten verbond van wederzijdse hulp en trouw. Het was een verbondsmaal, waarbij vooraf God als getuige was aangeroepen. Zo zaten tezamen aan Abraham en Abimélech, Jakob en Laban en, bij deze gelegenheid, Jethro, het stamhoofd van de Kenieten, van de ene zijde, en Mozes, Aäron en al de oversten van Israël van de andere zijde, als de wederzijdse partijen, die een verbond van vriendschap met elkaar sloten in de tegenwoordigheid en onder aanroeping van God. Dit is de betekenis van de woorden: “En Aäron kwam en al de oversten van Israël, om brood te eten met de schoonvader van Mozes, voor het aangezicht van God.” Van een eigenlijk offer, gelijk de Mozaïsche wetging die voorschreef en verordende, is hier dus in geen enkel opzicht sprake; wel van de slachtinge van vee, gevolgd door het gezamenlijk breken en eten van brood, als teken van de verbondssluiting.
“Voor het aangezicht van God”. Deze uitdrukking kan niet gebezigd worden, om daarmee te bewijzen dat de tabernakel toen reeds was ingesteld, omdat èn voor het aangezicht van God èn voor het aangezicht des Heeren ook vroeger zeer dikwijls voorkomt. “Voor het aangezicht van God” betekent hier, voor de wolkkolom. Van deze tijd af is de verhouding tussen Israël en de Kenieten, (waarvan Jethro het toenmalige stamhoofd was) zeer gunstig geweest. (Richteren. 1:16; 4:11; 5:24; 1 Samuel. 15:6; 1 Samuel. 30:29). Ook de Rechabieten behoorden tot deze stam.
II. Exodus 18 vers 13-27
Als Mozes de volgende dag zijn rechterlijk ambt uitoefent en het volk de hele dag van de morgen tot de avond rondom hem staat, neemt Jethro daaruit aanleiding, aan zijn schoonzoon goede raad te geven, hoe hij zijn al te zwaar ambt tot welzijn van het volk, kon verlichten. Mozes neemt dit voorstel aan en doet naar Jethro’s raad; deze keert vervolgens weer naar zijn land terug.
13. Doch het geschiedde 1) de volgende dag, zo zat 2) Mozes gelijk hij dat gewoon was telkens te doen, als de kinderen van Israël langer dan één nacht ergens vertoefden, op een vrije plaats, om het volk te richten, om alle verschillen, die zij onder elkaar hadden, aan te horen, en naar goddelijk recht te beslissen, en het volk stond voor Mozes van de morgen tot de avond, daar de menigte, van hen, die zijn beslissing begeerden, te groot was, dan dat hij dit werk spoedig zou hebben kunnen verrichtten.
1) Hier wordt een vermeldingswaardige zaak, die tevens zeer nuttig was om bekend te worden, ertussen gevoegd, dat in dat gedeelte van zijn bestuur, waarin God hem had gesteld, en hetgeen hij met een zeldzame luister van zijn glorie deed schitteren, iets berispingswaardig is geweest, wat Jethro heeft verbeterd. Vervolgens, dat Mozes zelfs, de grootste profeet en die alleen met God als met een vriend omging, naar verdienste is, berispt, omdat hij zichzelf en het volk, zonder erbij na te denken, al te zeer met arbeid bezwaarde. Dit is wel een bewijs van zijn uitstekende kracht en van zijn heldere ziel geweest, dat hij zoveel last en zoveel verdriet kon verdragen, en niet door vermoeidheid te onderging, hoewel hij zich dagelijks met nieuwe arbeid bezwaarde. Het is ook een nooit genoeg geprezen grootheid van ziel geweest, dat hij zich aan het slechte en verkeerde volk voor niets gaf, en niet van zijn voornemen afging, ofschoon hij zag, dat hij voor zijn weldaden een onbillijk loon ontving. Want wij zien hem meermalen geschokt door smaadredenen en smaadvolle behandelingen, met twisten en bedreigingen aangevallen, zodat het meer dan verwonderlijk is, dat hij zijn zo dikwijls aangevallen geduld niet heeft laten varen. Hier worden nu vele deugden aangetroffen, de hoogste lofzang waardig. En toch, in die loffelijke daden neemt Jethro een gebrek waar. Waardoor wij herinnerd worden, dat ook in de meest uitstekende daden van de mensen altijd nog enig gebrek schuilt, en dat er nauwelijks één bestaat, in het geheel volmaakt, of hij is altijd nog met enig vlekje bezoedeld. Dat zij daarom, wie zij ook zijn die zijn aangesteld over de volken, om hen te regeren, hoe nauwkeurig zij ook hun ambt uitoefenen, weten, dat, indien zij van de beste zaak, die zij hebben, rekenschap moeten geven, er altijd iets aan ontbreekt. Evenzo, opdat zowel de koningen als de overheidspersonen en de herders zouden weten, waar zij alle krachten inspannen, om hun plicht te beoefenen, er echter altijd iets overblijft, wat voor verbetering vatbaar is. Hier is het ook de moeite waard te noteren, dat er niemand onder de stervelingen is, in hoeveel en in hoe verschillende gaven hij ook uitblinkt, dat hij bekwaam is, om alle rollen te vervullen.
2) Zitten komt in de Heilige Schrift dikwijls voor als teken van met bedaardheid en ernst een zaak afdoen. Hoogstwaarschijnlijk zat Mozes op een verhevenheid, terwijl het volk voor hem stond. Dan wordt ook het volgende beter verstaan.
14. Als de schoonvader van Mozes alles zag, wat hij het volk deed, hoe hij de ene zaak na de andere behandelde, en zichzelf zo weinig ontzag, dat zulk een arbeid te zwaar voor hem was, zo zei hij ‘s avonds tegen Mozes toen hij met hem alleen was: Wat is dit, dat gij het volk doet? 1) Volbrengt gij zo uw ambt als rechter? Waarom zit gij zelf alleen, zonder een helper, en al het volk staat daarom voor u, van de morgen tot de avond? 2)
1) Jethro treedt hier op in zijn vaderlijk gezag tegenover Mozes. De inkleding van de vraag geeft iets terechtwijzends, iets berispends aan.
2) Ook hier komt het uit, dat niet het volk is om de Overheid, maar de Overheid om het volk, dat zowel de Overheid het volk heeft te ontzien, in de zin, dat zij de nodige zorg voor het welzijn van het gehele volk moet dragen, als dat het volk eerbied en ontzag voor de Overheid moet hebben en bewaren.
15. Toen zei Mozes tot zijn schoonvader; Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen. 1)
1) Oprecht antwoordt Mozes, als gold het een zaak, die ten hoogste was te prijzen, evenals iemand, die zich van geen enkele zonde bewust is. Hij bekent nu, dat hij dienaar van God is, en orgaan van de Geest. En zijn geloof en onbaatzuchtigheid kon niet in staat van beschuldiging komen. Maar hierin zondigde hij, dat hij zich overmatig met arbeid bezwaarde, noch voor zichzelf in het bijzonder, noch in het algemeen voor al de anderen zorg droeg. Overigens is uit deze woorden een nuttige kennis te verzamelen. Hij zegt, dat de twistenden kwamen, om God te vragen, dat hij dus de wetten en instellingen van God onderwees. Waaruit volgt, dat hij, zover hij op de politieke orde toezag, het deed alsof de vierschaar door God op de aarde was opgericht, waarop hij het ambt van rechter uitoefende, opdat de rechters en overheidspersonen zich geen macht zouden aanmatigen, die niet aan de wetten was ontleend; opdat niemand zich zou veroorloven, naar eigen willekeur en mening te rechten; opdat zij kortom niet tot zich zouden trekken, wat het eigendom van God was. Want dan eerst gedragen de overheidspersonen zich wel, indien zij zich herinneren, dat zij plaatsvervangers van God zijn.
In het Hebreeuws Lidrosch Elohiem, eigenlijk om God te zoeken. Mozes rechtte zo het volk, door hun de wetten en instellingen van God bekend te maken, door zo hun pleitzaken te beslechten, als overeenkomstig de wet van God was.
16. Wanneer zij een zaak hebben, over iets onder elkaar in strijd gekomen zijn, zo komt het volk tot mij, dat ik richtte tussen de man en tussen zijn naaste, met wie hij de twist heeft, en dat ik hun Gods instellingen en Zijn wetten 1) bekend maak.
1) Omdat de wet nog niet gegeven was en het volk zichzelf niet mocht rechten, zo kwamen zij tot Mozes, als Gods mond, die hen dan richtte, naar Gods voorheen gegeven wetten of hun verschillen, als het de zaak vereiste, telkens voor God bracht en de Heere raad vroeg.
Mozes bedoelt hier niet mee, dat hij deze gelegenheid aangreep om het volk de rechte wetten en instellingen te geven, maar om hun naar Gods wet een daarop gegronde uitspraak te geven.
17. Doch de schoonvader van Mozes zei tot hem: De zaak is niet goed, die gij doet; 1) hoewel ik ermee instem, dat gij naar goddelijk recht de rechtspleging volvoert, zo acht ik toch de wijze niet doelmatig.
1) Door deze handeling heeft God zijn knecht vernederd, evenals Paulus zegt dat hij door een engel van de satan met vuisten is geslagen, opdat de uitnemendheid van de openbaring hem niet al te zeer zou verheffen 2 Corinthiers. 12:7)
Met ronde woorden en zonder omwegen keurt Jethro de burgerlijke rechtspleging af, gelijk die door Mozes werd behandeld; “de zaak is niet goed.” Bovendien legt hij de gehele verantwoordelijkheid daarvan op Mozes en geenszins op het volk, dat Mozes zelf enigszins in de zaak had betrokken, alsof het volk Mozes juist daartoe had aangezocht. Geen overheid mag (ook wat het gezin betreft) in de aansporing of onredelijke drijving van het volk ooit enige verontschuldiging zoeken voor eigen daden en handelingen. Mozes is hier de man die het “doet”
18. Gij zult geheel vervallen, 1) zo gij, wanneer gij dit ambt alleen op u neemt en van de morgen tot de avond als rechter zit; als dit volk, dat bij u is en zijn rechtzaken voor u brengt, wanneer het de gehele dag om u staat, en wachten moet, totdat gij de zaak van de anderen beslist hebt. Het is in nadeel van beiden: want deze zaak is te zwaar voor u; gij alleen kunt het niet doen.
1) In het Hebreeuws Nabol thievol eigenlijk gij zult zeker verwelken. Het woord in de grondtekst wordt gebruikt van het blad, dat eerst verwelkt en dan afvalt. Daaronder moet verstaan worden van groen naar geel en tenslotte dat het blad afvalt. Zo, wil Jethro zeggen, zal het ook U gaan. Door de overmacht van arbeid zult gij langzaam, maar zeker te gronde gaan. En niet alleen Mozes, maar heel het volk.
19. Hoor nu mijn stem; ik zal u raden, hoe gij uw ambt lichter kunt maken, zonder dat er schade geleden wordt, en God zal met u zijn, 1) God zal u, zo gij naar mijn raad doet, hoewel die komt van een, die van uw volk niet is, ondersteunen, dat gij de zegen daarvan ondervindt; wees gij voor het volk bij God; blijft gij de middelaar tussen de Heere en Zijn volk, en breng gij de zaken, waar het menselijk oordeel niet toereikende, maar goddelijke beslissing nodig is (Numeri. 15:32 vv.; 27:1-11), voor God. 2)
1) Jethro durft wel een gelukkige uitkomst voorspellen, indien Mozes zijn raad opvolgt, maar pocht er niet trotselijk op, dat dit de vrucht zal zijn van zijn voorzichtigheid, maar schrijft het aan de zegen en de gunst van God toe, indien een gunstig verloop heeft, wat hij niet anders dan met de beste bedoelingen instelt. Want dit betekent de uitdrukking: Ik zal U raad geven, en God zal met U zijn (moge u zegenen)
2) Mozes moest blijven, de uitlegger. Hij moest de wetgevende arbeid op zich nemen, terwijl, zoals uit vs.20 blijkt, hij de rechtsprekende macht moest overlaten aan de oudsten. Jethro scheidt aldus de wetgevende en de rechtsprekende macht en wil niet, dat deze door één en dezelfde persoon zal worden uitgeoefend.
20. En verklaar hun, volgens de u ten deel gevallen openbaringen, de instellingen en de wetten, en maak hun bekend de weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen, 1) zodat gij altijd de profeet enopenbaarder van God voor Israël blijft.
1) De aan Jethro zowel als aan Mozes eigen hoofdovertuiging omtrent het wezen van het recht berust daarop, dat, waar de ziel van de mens in een moeilijke zaak is, en dat is in elke zaak, wanneer de ene mens tegenover de andere staat, het geval-niet eerder rust kan gevonden worden, dan God zelf daarin gesproken heeft. De moderne grondstellingen van de rechtspleging, die deze hoogst ernstige zaak zoeken te ontgaan, voldoen niet aan het menselijk bewustzijn, noch van de rechtvaardige, noch van de onrechtvaardige, en moeten eindelijk, in plaats van aan de stroom van de ongerechtigheid op aarde een onverwinnelijke tegenstand te stellen, zelf door de golven van de diepte weggerukt worden.
De gang van de wetgevende arbeid, die Jethro Mozes voorstelt, is naar zijn woorden deze: de enige bron van de zuivere rechtskennis en van het stellige recht moet bij God gezocht worden. Daar alleen, niet in de beschouwing van de natuur of in de gebruiken van het volk moest Mozes de nodig kennis vna het recht en van diens gronden zien te verwerven. De onderwerper zelf op dat gebied, waarop de verkregen waarheden van het recht dienden toegepast, moesten daarentegen bij het volk zelf gezocht worden. Mozes moest met het volk verkeren, hun zaken vernemen en die voor God brengen. Daarbij moest hij wel deugdelijk onderscheid maken tussen de leer van de beginselen en de gronden van het recht en tussen datgene, wat nodig was, om dit alles langs tweevoudige weg, door oefening en door uitoefening in het leven te doen treden. Zo hebben wij het verschil van de drie uitdrukkingen op te vatten, door Jethro gebezigd: instellingen en wetten te “verklaren”, “de weg bekend maken, waarin zij hebben te wandelen”, en dan daarbij “het werk dat zij hebben te doen.”.
21. a) Doch zie gij om, onder al het volk naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige, recht gezinde mannen, de gierigheid hatende, 1) zodat er geen vrees voor omkoperij behoeft te zijn; stel ze over hen, over deverschillende afdelingen van het volk (hoofdstuk 6:14), als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig, oversten van tien. 2)
a) Deuteronomium. 1:17
1) Dit is bij een vrij volk het meest te betrachten, dat de rechters niet gekozen worden om hun vermogen of rijkdom, maar zij, die in deugden uitblinken. Het is daarom evenwel recht, dat het eerst gezien wordt naar deugd, opdat, indien iemand onder het volk wordt gevonden, bovenmate geschikt, hij beter geacht worden dan een aanzienlijke of rijke; indien echter iemand dit als een eeuwige wet en als volstrekt noodzakelijk zou willen invoeren, zou hij, naar verdienste, voor strijdlustig gehouden worden.
Waarachtige, in de zin van, wakkere mannen, mannen van zedelijke kracht. Volgens de Rabbijnen moest een rechter zijn: wijs, nederig, Godvrezend, de rijkdom minachtende en een liefhebber van de waarheid, geacht bij zijn medemensen en een goede naam bezittende. Bovendien moest hij zijn, zonder enig letsel of gebreken van het lichaam, en ervaren in zeventig talen, opdat hij in het aanhoren van de rechtzaken geen tolk nodig zou hebben. Ook moest hij niet te oud zijn en vader van kinderen, opdat hij wist, wat barmhartigheid te oefenen was.
2) Het volk was van oudsher in “stammen,” “geslachten,” “vaderhuizen” en “hoofden van gezinnen” ingedeeld. De hoofden van de stammen en geslachten waren “vorsten” (Numeri. 1:44; Jozua. 22:14). De gezamenlijke vorsten “de oudsten.” In Egypte waren uit deze oudsten de “ambtslieden” (Exodus. 5:6) gekomen; thans worden uit hun getal “de oversten van duizend,” “honderd,” “vijftig” en “tien” (Deuteronomium. 1:15 vv.) aangesteld.
Deze vormden nu samen de Raad, waarvan de leden later zeventig in getal waren. Bij de Zeventig werden later nog gevoegd, óf de vorst van het volk en de vader van het rechthuis, óf de twee schriftgeleerden, waarvan de een veroordeelde en de andere vrijsprak.
22. Dat zij dit volk te allen tijde richten, 1) alle twistzaken onder het volk ter harte nemen, zodat voortaan geen meer onmiddellijk tot u gebracht wordt; doch het geschiede, dat zij alle grote zaken, alle die volgens de maat de reeds voorhanden wetten en rechten niet te beslissen zijn, aan u, de van God verkoren rechter, brengen, maar dat zij alle kleine zaken, voor welke het bestaande recht toereikend is, richten. Verlicht alzo uzelf 2) de regering van het volk, en laat hen met u die zware taak dragen.
1) Hiermee wordt bedoeld, dat zij alle voorkomende zaken zouden afdoen, zowel die tot de rechtsprekende macht behoorden, als die, welke meer op burgerlijk gebied gezocht moesten worden. De grote en gewichtige zaken, die meer met de wetgevende macht in verband stonden, moesten bij Mozes blijven.
2) Eigenlijk maak licht (makkelijk) van het op u liggende. Jethro noemt dus het ambt, of de ambten, die Mozes gekleedde, een last, die op hem lag.
23. Indien gij deze zaak doet, 1) zoals ik u aangeraden heb, en God het u gebiedt, 2) God het u toe zal staan om zo te handelen, zo zult gij kunnen bestaan, en niet aan het gevaar blootgesteld zijn, om door al te veel arbeid neergedrukt te worden; zo zal ook dit volk, dat gij tothiertoe zo schaars verzorgen kon, een voordeel daarvan hebben, en in vrede aan zijn plaats komen, het zal goed geordend en met een welingerichte rechtspleging Kanaän binnengaan.
1) De oorspronkelijke inrichting onder Israël berustte op de indeling van het volk in stammen, geslachten en families (zie Ex 6.16); de hoofden van deze, die wij meermalen onder de naam van oudsten aantroffen (hoofdstuk 3:16,18; 4:29; 12:21; 17:5), zoals zij de gemeente vertegenwoordigen, voor hun rechten optraden, en de tussenpersonen waren, door welke een werking op het gehele volk mogelijk was, waren ook de rechters en regeerders van de onder hen staande stammen, geslachten en familien. In Mozes, de door God onmiddellijk geroepen grondvester en middelaar van Zijn verbond met Israël, verkregen deze oversten van het volk een vaste standplaats over de anderen; op hen ging alle kracht van regeren en rechten op die wijze over, dat de Israëlitische gemeente reeds begon het karakter van een monarchie (heerschappij van een) aan te nemen, toen onder de Egyptische verdrukking het aanzien van de oudsten als overheden en rechters geheel in verval geraakt en tot veel wanorde gekomen was, gelijk dit voorval (hoofdstuk 2:11 vv.) bewijst. De raad van Jethro loopt hierop uit, dat Mozes, hoewel hij het hoofd van regering en recht blijven moest, toch weer meer teruggaan moest tot patriarchale inrichting. Over deze wijze van verdeling en de wederkerige verhouding tussen de hoofden van duizend, honderd enz. ten opzichte van hun rechterlijke werkzaamheid, zie Deuteronomium. 1:17
2) Jethro wil niet, dat Mozes zijn raad opvolgt, alvorens het aangezicht des Heeren gezocht te hebben, en van Hem verlof gekregen te hebben, dat hij zoiets mocht doen.
24. Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, 1) nadat hij zich van de goedkeuring van de Heere verzekerd had (Spreuken. 19:20), en hij deed later, toen hij met het volk in de woestijn Sinaï zich bevond, engeschied was, wat in de hoofdstukken 19-35 vermeld is, alles, wat hij gezegd had.
1) Een singelier bewijs van bescheidenheid, dat Mozes geen bezwaar maakt, de raad van zijn schoonvader op te volgen. Want ofschoon Jethro in leeftijd van bloedvriendschap hoger stond, stond hij toch in andere dingen veel lager. Dat Mozes dus wijkt voor zijn gezag, daarmee schrijft hij de grootste en voortreffelijkste doctoren de regel voor, om niet te weinig gehoor te geven aan de wenken van hen, welke zij erkennen, rechte dingen voor te schrijven, ofschoon zij niet met grote waardigheid zijn bekleed.
25. En Mozes verkoos volgens de voordrachten, die hij zich door het volk liet doen (Deuteronomium. 1:9 vv.), kloeke, oprechte mannen uit gehee; Israël, en maakte hen tot hoofden over het volk; sommigen tot oversten van duizend, anderen tot oversten van honderd, deze tot oversten van vijftig, en geen tot oversten van tien. 1)
1) Ongetwijfeld bewoog Mozes zich hier op de historische lijn. Uit hetgeen door Gods Voorzienigheid onder het volk geschiedkundig geworden was, dat regelde hij nu bij de wet. Deze verdeling sloot zich aan de natuurlijke indeling van het volk aan.
26. Dat zij het volk te allen tijde richten, de harde zaak, tot Mozes brachten, maar zij al kleine zaken richten. 1)
1) Is er gevaar, zo laat mij niet vrezen; geef mij heldenmoed om mijn kruis te dragen. Geef, Heer! dat ik mijn vijand door zachtmoedigheid overwin, en wanneer ik raad behoef, ook goede raad vind!.
Onder harde zaken hebben wij te verstaan, die, waaromtrent geen duidelijke aanwijzing in de wetten was gegeven; onder kleine zaken, die, waaromtrent de wetten wel een duidelijke aanwijzing gaven, of die volgens de algemene begrippen van het recht gemakkelijk konden behandeld worden.
27. Toen liet Mozes zijn schoonvader weer naar Midian vertrekken; en hij, Jethro, ging naar zijn land; 1) Zippora met haar zonen bleven voortaan bij Mozes.
1) De Chaldeeuwse uitbreiding zegt: “om zijn kinderen of het volk van het land Jodengenoten te maken. Het is ook waarschijnlijk, dat hij zich beijverd heeft, om de Midianieten de ware godsdienst te leren, en dat hij daarin geslaagd is, zodat de godsvrucht, onder verscheidene geslachten van dat land tot de volgende eeuwen voortgeplant werd. De Rechabieten toch, die Jeremia omtrent het einde van het rijk van Juda (hoofdstuk 35) prijst, waren, volgens 1 Kronieken 2:55 uit dat land afkomstig.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 18
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
JETHRO GEEFT AAN MOZES EEN GOEDE RAAD.
I. Exodus 18 vers 1-12
Bij het uitgaan van Rafidim, terwijl Mozes enige dagen tegenover de berg van God gelegerd is, komt zijn schoonvader Jethro tot hem, en brengt hem zijn vrouw Zippora en zijn beide zonen Gersom en Eliëzer. Hij belijdt de naam des Heeren, die zo grote dingen aan Zijn volk gedaan heeft, en brengt Hem brand- en slachtoffers. Mozes en Aäron en alle oudsten van Israël nemen aan de offermaaltijd deel.
1. Toen a) Jethro, priester van Midian, schoonvader van Mozes, hoorde al wat God aan Mozes en aan Israël, Zijn volk, gedaan had, want ook tot hem was dit doorgedrongen; dat de HEERE Israël uit Egypte uitgevoerd had, door eenuitgestrekte arm en door grote gerichten.
a) Ex.2:16; 3:1
2. Zo nam Jethro, Mozes’ schoonvader, Zippora, Mozes’ vrouw, (nadat hij, Mozes haar, na het voorval in de herberg (hoofdstuk 4:24-26) teruggezonden had, omdat zij niet geschikt was, om vol van geloofsmoed de in Egypte dreigende gevaren tegemoet te gaan, en waarschijnlijk zelf op terugkeren aangedrongen had).
3. Met haar twee zonen, van wie de ene Gersom heette: (want hij zei, hij had gezegd, toen het kind geboren was en had het daarom de naam gegeven: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land. (hoofdstuk 2:22)
4. En de naam van de andere was Eliëzer (hulp van God), want, zei hij, bij de geboorte van die tweede zoon: de God van mijn vader is mij tot hulp geweest, en heeft mijverlost van Farao’s zwaard. 1)
1) De betekenis van de namen, die Mozes zijn zonen gegeven heeft, is nu voor het eerst echt openbaar geworden, daarom wordt niet alleen de naam van de tweede zoon, in wie het geloof aan de hulp van Jehova uitgesproken is, en dat thans volle bevestiging gevonden heeft, voor de eerste maal vermeld, maar ook de naam van de eersten zoo herhaald, met vermelding van de reden, waarom hij die naam gaf, in zo verre nu door het uitzicht op het erfdeel van de vaderen het smartelijk gevoel, dat Mozes in den vreemde had, eerst goed te begrijpen valt.
5. Toen nu Jethro, 1) Mozes’ schoonvader, met zijn zonen en zijn vrouw tot Mozes kwam, na 4 of 5 dagen geleden van huis opgetrokken, de woestijn doorgetrokken en het tussen de Dschebel ed Deir en de middelste bergketen gelegen dal Schoeib doorgegaan te zijn; en gekomen waren inde woestijn, de vlakte er-Rabah, aan de berg van God, de Horeb (hoofdstuk 3:1) waar hij zich gelegerd had.
1) Niet zo zeer de liefde voor Mozes als wel het gerucht van de wonderen, had de grijsaard, hoewel door ouderdom verzwakt, gedwongen van huis te gaan en naar de woestijn te komen. Want dat hij niet door eerzucht werd gedreven, blijkt weldra uit het vervolg, daar hij, nadat hij God een offer had gebracht en door een plechtige daad van dankbaarheid had betuigd, dat hij de roem enkel en alleen aan God gaf, naar huis is teruggekeerd op dezelfde wijze, waarop hij gekomen was, met alle eenvoudigheid.
6. Zo zond hij boden, waarschijnlijk van de plaats, waar Mozes het gezicht van de brandende braambos gehad had, en nu het Catharijnenklooster zich bevindt; toen zei 1) hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw vrouw en haar beide zonen met haar.
1) Jethro wil dat men op zijn komst voorbereid is; hij zelf houdt waarschijnlijk niet van die onverwachte bezoeken, die zogenaamde verrassingen, die menige huishouding in de war sturen, menige moeder uit de goede stemming brengen en wel van veel hartelijkheid, maar niet van veel bezonnenheid blijk geven. Mogelijk had hij zelf een groot huishouden en kende hij daardoor beter de behoeften en eisen bij de gewone gang van het dagelijks leven in een gezin. Hij wilde dat zijn ontmoeting een oorzaak van genoegen en niet van schrik voor Mozes en de zijnen zou zijn. Daartoe, ook voor de juiste voorbereiding van zijn ontvangst, om gelegen te kunnen komen, zond hij eerst een bericht.
De tijd wanneer, is zonder twijfel geweest vóór de wetgeving.
7. Toen ging Mozes uit het leger, zijn schoonvader tegemoet, naar de plaats waar zij rust genomen hadden, en hij boog zich, ontving hem met de aan zijn stand toekomendeeerbewijzen, en kustte hem, volgens het recht van zijn verwantschap aan hem (Genesis 29:11) en zij vroegen de een de ander naar de welstand, en zij gingen, nadat ook Zippora haar echtgenoot en de beide zonen hun vader begroet hadden, tezamen naar de tent van Mozes.
8. En Mozes, nadat zij samen neergezeten waren, vertelde zijn schoonvader alles nauwkeurig en omstandig, wat de HEERE aan farao en aan de Egyptenaren gedaan had, omIsraëls wil; al de moeite, die hun op die weg uit Egypte tot hiertoe ontmoet was, en dat hen de HEERE op zo wonderbare wijze uit al deze moeite verlost had. 1)
1) Mozes wil van niets anders weten, dan van de daden en wonderen van de Allerhoogste. In alles, wat hij zijn schoonvader meedeelt, doet hij zo goed mogelijk uitkomen, dat het de Heere is, die hen verlost heeft.
9. Toen Jethro nu zoveel nauwkeuriger dan vroeger, uit de verspreide geruchten, alles vernam, verheugde hij zich over al het goede, dat de HEERE Israël gedaan had, en waarvan de hoofdzaak deze was, dat Hij het verlost had uit de hand vande Egyptenaren.
10. En Jethro zei: Gezegend zij de HEERE, 1) die u verlost heeft uit de hand van de Egyptenaren, en uit farao’s hand, uit de verdrukking van die tiran (hoofdstuk 12:29 vv.); die dit volk van onder de hand van de Egyptenaren verlost heeft, en middelen en wegen gevondenheeft, om u voor de tweede keer uit hun hand te redden, toen zij u achtervolgden, en reeds meenden, u weer in hun macht te hebben. (hoofdstuk 14:5 vv.).
1) Hieruit blijkt, dat Jethro, ofschoon de dienst van God toen bedorven was door vreemde inmengsels, niet zo aan bijgelovigheid was overgegeven, dat hij niet de vrees voor God kende en diende. Dat hij echter niet geheel en al van alle dwaling zuiver en vrij was, toonde de vergelijking, welke hij maakte, nl. dat Jehova groter was dan alle goden. Want ofschoon de profeten ook dikwijls zo spreken, is er toch verschil in hun uitdrukking. Wordt God soms boven de Engelen verheven, opdat Hij alleen uitblinke, terwijl voor ieder hemels wezen zijn voortreffelijkheid in rang wordt beperkt, soms wordt Hij oneigenlijk groot genoemd, niet omdat de schijngoden enige macht bekleedden, maar om hun hoge plaats, welke hun op valse en dwaze wijze in de wereld werd toebedeeld, te vernietigen. Doch hier stelt Jethro zich voor, volgens de algemene mening, dat de menigte van de mindere goden onderworpen zijn aan de hoogste God. Waar de zuivere waarheid van God niet aan het licht treedt, is de Godsverering nooit zuiver en zonder gebreken maar heeft iets troebels. Tegelijk echter schijnt Jethro iets vooruitgegaan te zijn, omdat hij nu verzekerde, dat hij de macht van God erkent, en daarmee toont dat hij juister de zaken inziet, dan tevoren.
11. Nu weet ik, nu zie ik uit zo vele bewijzen, wat ik wel vroeger geloofde, maar tot hiertoe nooit in zo duidelijk licht zag, dat de HEERE groter is dan alle goden van de heidenen (hoofdstuk 15:11); a) want in de zaak, waarin zij (de Egyptenaren) trots gehandeld hebben tegen de kinderen van Israël, in al de tegenstand tegen zijn woord, in alle duivelskunsten, die zij verrichtten, was Hij boven hen; 1) in alles heeft de Heere Zich groot aan hen bewezen, als de Vergelder van het kwade, door Zijn wonderen tot hun smadelijke ondergang.
a) Exodus. 1:10,16,22; 5:7; 14:18 Jak.2:8 Matth.7:2
1) “Boven hen”, d.i. niet boven de goden, maar boven de Egyptenaars. Het trotse handelen ziet op alles, wat zij tegen het volk van God hadden ondernomen.
12. Toen nam Jethro, de schoonvader van Mozes, (Genesis 14:18 vv.) God tot brandoffer en slachtoffers, 1) en hij offerde deze aan God op een op de berg van God opgericht altaar, om aan zijn belijdenis van God ook opplechtige wijze een bevestiging te geven; en Aäron kwam, nadat het vet van de offeranden op het altaar verteerd was, en al de oversten van Israël kwamen naar de plaats van het offer, om brood te eten met de schoonvader van Mozes, voor het aangezicht van God. 2) Zo namen zij deel aan het offermaal, dat Jethro aanrichtte uit de overige stukkenvlees, en werden alzo tezamen verbonden tot de innigste gemeenschap van het geloof. (Genesis 31:54)
1) Wel was Jethro priester in Midian, maar geenszins daarom bracht hij nu ook onder Israël de brandoffers en slachtoffers. De wet was nog niet gegeven, dat alleen Aäron en zijn geslacht de Heere de offeranden moesten brengen, daarom wordt dit nu aan Jethro toegestaan, omdat hij ook de schoonvader van Mozes was. Sommigen zijn van mening, dat Jethro zelf niet geofferd heeft, maar dit wellicht door Mozes heeft laten doen. Dat van Aäron geen sprake is, dan alleen dat hij ook aanzat, is een bewijs, dat dit bezoek van Jethro vóór de wetgeving heeft plaats gehad.
Deze gebeurtenis staat niet slechts in uitwendig verband met de vorige (hoofdstuk 17:8-16), in zoverre zij zich aan die naar tijdsorde aansluit; maar er is ook tussen beide gebeurtenissen een inwendige verwantschap. In Amalek zagen wij de prototype van de wereld, die zich openlijk tegenover het rijk van God stelt en zijn voortgang bestrijdt; in Jethro daarentegen zien wij de eersteling van hen, die, hoewel buiten het burgerschap van Israël staande, toch de God van Israël als de ware, levende God erkennen en met Zijn uitverkoren volk in gemeenschap treden. Aan beiden wordt vervuld, wat de Heere eens tot Abraham gezegd heeft (Genesis 12:3): “Ik zal zegenen, die u zegenen, en vloeken, die u vloeken.” Amalek toch wordt tot uitroeiing veroordeeld; aan deze stam van de Midianieten daarentegen wordt later de opname in Israëls gemeenschap aangeboden en werkelijk gegeven (Numeri. 10:29-32 Richteren. 1:16; 4:11; 1 Samuel. 15:6; 30:29). Beiden hebben echter ook hun opvolgers in de latere geschiedenis van het Godsrijk: Amalek en al degenen, die zich ooit tot tegenstanders en onderdrukkers van de Gemeente van de Heere gesteld hebben, en ten laatste met verschrikking zijn ten ondergegaan: Jethro en alle zielen, die, als Rachab, Ruth enz. de zegen van Abraham zochten en die deelachtig werden.
2) Indien ons vermoeden juist is, geldt het hier een offermaaltijd, zoals bij Abraham (Genesis 21:27), Izak (Genesis 26:30) en Jakob (Genesis 31:54), ter inleiding of ter bezegeling van een nog te sluiten of reeds gesloten verbond van wederzijdse hulp en trouw. Het was een verbondsmaal, waarbij vooraf God als getuige was aangeroepen. Zo zaten tezamen aan Abraham en Abimélech, Jakob en Laban en, bij deze gelegenheid, Jethro, het stamhoofd van de Kenieten, van de ene zijde, en Mozes, Aäron en al de oversten van Israël van de andere zijde, als de wederzijdse partijen, die een verbond van vriendschap met elkaar sloten in de tegenwoordigheid en onder aanroeping van God. Dit is de betekenis van de woorden: “En Aäron kwam en al de oversten van Israël, om brood te eten met de schoonvader van Mozes, voor het aangezicht van God.” Van een eigenlijk offer, gelijk de Mozaïsche wetging die voorschreef en verordende, is hier dus in geen enkel opzicht sprake; wel van de slachtinge van vee, gevolgd door het gezamenlijk breken en eten van brood, als teken van de verbondssluiting.
“Voor het aangezicht van God”. Deze uitdrukking kan niet gebezigd worden, om daarmee te bewijzen dat de tabernakel toen reeds was ingesteld, omdat èn voor het aangezicht van God èn voor het aangezicht des Heeren ook vroeger zeer dikwijls voorkomt. “Voor het aangezicht van God” betekent hier, voor de wolkkolom. Van deze tijd af is de verhouding tussen Israël en de Kenieten, (waarvan Jethro het toenmalige stamhoofd was) zeer gunstig geweest. (Richteren. 1:16; 4:11; 5:24; 1 Samuel. 15:6; 1 Samuel. 30:29). Ook de Rechabieten behoorden tot deze stam.
II. Exodus 18 vers 13-27
Als Mozes de volgende dag zijn rechterlijk ambt uitoefent en het volk de hele dag van de morgen tot de avond rondom hem staat, neemt Jethro daaruit aanleiding, aan zijn schoonzoon goede raad te geven, hoe hij zijn al te zwaar ambt tot welzijn van het volk, kon verlichten. Mozes neemt dit voorstel aan en doet naar Jethro’s raad; deze keert vervolgens weer naar zijn land terug.
13. Doch het geschiedde 1) de volgende dag, zo zat 2) Mozes gelijk hij dat gewoon was telkens te doen, als de kinderen van Israël langer dan één nacht ergens vertoefden, op een vrije plaats, om het volk te richten, om alle verschillen, die zij onder elkaar hadden, aan te horen, en naar goddelijk recht te beslissen, en het volk stond voor Mozes van de morgen tot de avond, daar de menigte, van hen, die zijn beslissing begeerden, te groot was, dan dat hij dit werk spoedig zou hebben kunnen verrichtten.
1) Hier wordt een vermeldingswaardige zaak, die tevens zeer nuttig was om bekend te worden, ertussen gevoegd, dat in dat gedeelte van zijn bestuur, waarin God hem had gesteld, en hetgeen hij met een zeldzame luister van zijn glorie deed schitteren, iets berispingswaardig is geweest, wat Jethro heeft verbeterd. Vervolgens, dat Mozes zelfs, de grootste profeet en die alleen met God als met een vriend omging, naar verdienste is, berispt, omdat hij zichzelf en het volk, zonder erbij na te denken, al te zeer met arbeid bezwaarde. Dit is wel een bewijs van zijn uitstekende kracht en van zijn heldere ziel geweest, dat hij zoveel last en zoveel verdriet kon verdragen, en niet door vermoeidheid te onderging, hoewel hij zich dagelijks met nieuwe arbeid bezwaarde. Het is ook een nooit genoeg geprezen grootheid van ziel geweest, dat hij zich aan het slechte en verkeerde volk voor niets gaf, en niet van zijn voornemen afging, ofschoon hij zag, dat hij voor zijn weldaden een onbillijk loon ontving. Want wij zien hem meermalen geschokt door smaadredenen en smaadvolle behandelingen, met twisten en bedreigingen aangevallen, zodat het meer dan verwonderlijk is, dat hij zijn zo dikwijls aangevallen geduld niet heeft laten varen. Hier worden nu vele deugden aangetroffen, de hoogste lofzang waardig. En toch, in die loffelijke daden neemt Jethro een gebrek waar. Waardoor wij herinnerd worden, dat ook in de meest uitstekende daden van de mensen altijd nog enig gebrek schuilt, en dat er nauwelijks één bestaat, in het geheel volmaakt, of hij is altijd nog met enig vlekje bezoedeld. Dat zij daarom, wie zij ook zijn die zijn aangesteld over de volken, om hen te regeren, hoe nauwkeurig zij ook hun ambt uitoefenen, weten, dat, indien zij van de beste zaak, die zij hebben, rekenschap moeten geven, er altijd iets aan ontbreekt. Evenzo, opdat zowel de koningen als de overheidspersonen en de herders zouden weten, waar zij alle krachten inspannen, om hun plicht te beoefenen, er echter altijd iets overblijft, wat voor verbetering vatbaar is. Hier is het ook de moeite waard te noteren, dat er niemand onder de stervelingen is, in hoeveel en in hoe verschillende gaven hij ook uitblinkt, dat hij bekwaam is, om alle rollen te vervullen.
2) Zitten komt in de Heilige Schrift dikwijls voor als teken van met bedaardheid en ernst een zaak afdoen. Hoogstwaarschijnlijk zat Mozes op een verhevenheid, terwijl het volk voor hem stond. Dan wordt ook het volgende beter verstaan.
14. Als de schoonvader van Mozes alles zag, wat hij het volk deed, hoe hij de ene zaak na de andere behandelde, en zichzelf zo weinig ontzag, dat zulk een arbeid te zwaar voor hem was, zo zei hij ‘s avonds tegen Mozes toen hij met hem alleen was: Wat is dit, dat gij het volk doet? 1) Volbrengt gij zo uw ambt als rechter? Waarom zit gij zelf alleen, zonder een helper, en al het volk staat daarom voor u, van de morgen tot de avond? 2)
1) Jethro treedt hier op in zijn vaderlijk gezag tegenover Mozes. De inkleding van de vraag geeft iets terechtwijzends, iets berispends aan.
2) Ook hier komt het uit, dat niet het volk is om de Overheid, maar de Overheid om het volk, dat zowel de Overheid het volk heeft te ontzien, in de zin, dat zij de nodige zorg voor het welzijn van het gehele volk moet dragen, als dat het volk eerbied en ontzag voor de Overheid moet hebben en bewaren.
15. Toen zei Mozes tot zijn schoonvader; Omdat dit volk tot mij komt, om God raad te vragen. 1)
1) Oprecht antwoordt Mozes, als gold het een zaak, die ten hoogste was te prijzen, evenals iemand, die zich van geen enkele zonde bewust is. Hij bekent nu, dat hij dienaar van God is, en orgaan van de Geest. En zijn geloof en onbaatzuchtigheid kon niet in staat van beschuldiging komen. Maar hierin zondigde hij, dat hij zich overmatig met arbeid bezwaarde, noch voor zichzelf in het bijzonder, noch in het algemeen voor al de anderen zorg droeg. Overigens is uit deze woorden een nuttige kennis te verzamelen. Hij zegt, dat de twistenden kwamen, om God te vragen, dat hij dus de wetten en instellingen van God onderwees. Waaruit volgt, dat hij, zover hij op de politieke orde toezag, het deed alsof de vierschaar door God op de aarde was opgericht, waarop hij het ambt van rechter uitoefende, opdat de rechters en overheidspersonen zich geen macht zouden aanmatigen, die niet aan de wetten was ontleend; opdat niemand zich zou veroorloven, naar eigen willekeur en mening te rechten; opdat zij kortom niet tot zich zouden trekken, wat het eigendom van God was. Want dan eerst gedragen de overheidspersonen zich wel, indien zij zich herinneren, dat zij plaatsvervangers van God zijn.
In het Hebreeuws Lidrosch Elohiem, eigenlijk om God te zoeken. Mozes rechtte zo het volk, door hun de wetten en instellingen van God bekend te maken, door zo hun pleitzaken te beslechten, als overeenkomstig de wet van God was.
16. Wanneer zij een zaak hebben, over iets onder elkaar in strijd gekomen zijn, zo komt het volk tot mij, dat ik richtte tussen de man en tussen zijn naaste, met wie hij de twist heeft, en dat ik hun Gods instellingen en Zijn wetten 1) bekend maak.
1) Omdat de wet nog niet gegeven was en het volk zichzelf niet mocht rechten, zo kwamen zij tot Mozes, als Gods mond, die hen dan richtte, naar Gods voorheen gegeven wetten of hun verschillen, als het de zaak vereiste, telkens voor God bracht en de Heere raad vroeg.
Mozes bedoelt hier niet mee, dat hij deze gelegenheid aangreep om het volk de rechte wetten en instellingen te geven, maar om hun naar Gods wet een daarop gegronde uitspraak te geven.
17. Doch de schoonvader van Mozes zei tot hem: De zaak is niet goed, die gij doet; 1) hoewel ik ermee instem, dat gij naar goddelijk recht de rechtspleging volvoert, zo acht ik toch de wijze niet doelmatig.
1) Door deze handeling heeft God zijn knecht vernederd, evenals Paulus zegt dat hij door een engel van de satan met vuisten is geslagen, opdat de uitnemendheid van de openbaring hem niet al te zeer zou verheffen 2 Corinthiers. 12:7)
Met ronde woorden en zonder omwegen keurt Jethro de burgerlijke rechtspleging af, gelijk die door Mozes werd behandeld; “de zaak is niet goed.” Bovendien legt hij de gehele verantwoordelijkheid daarvan op Mozes en geenszins op het volk, dat Mozes zelf enigszins in de zaak had betrokken, alsof het volk Mozes juist daartoe had aangezocht. Geen overheid mag (ook wat het gezin betreft) in de aansporing of onredelijke drijving van het volk ooit enige verontschuldiging zoeken voor eigen daden en handelingen. Mozes is hier de man die het “doet”
18. Gij zult geheel vervallen, 1) zo gij, wanneer gij dit ambt alleen op u neemt en van de morgen tot de avond als rechter zit; als dit volk, dat bij u is en zijn rechtzaken voor u brengt, wanneer het de gehele dag om u staat, en wachten moet, totdat gij de zaak van de anderen beslist hebt. Het is in nadeel van beiden: want deze zaak is te zwaar voor u; gij alleen kunt het niet doen.
1) In het Hebreeuws Nabol thievol eigenlijk gij zult zeker verwelken. Het woord in de grondtekst wordt gebruikt van het blad, dat eerst verwelkt en dan afvalt. Daaronder moet verstaan worden van groen naar geel en tenslotte dat het blad afvalt. Zo, wil Jethro zeggen, zal het ook U gaan. Door de overmacht van arbeid zult gij langzaam, maar zeker te gronde gaan. En niet alleen Mozes, maar heel het volk.
19. Hoor nu mijn stem; ik zal u raden, hoe gij uw ambt lichter kunt maken, zonder dat er schade geleden wordt, en God zal met u zijn, 1) God zal u, zo gij naar mijn raad doet, hoewel die komt van een, die van uw volk niet is, ondersteunen, dat gij de zegen daarvan ondervindt; wees gij voor het volk bij God; blijft gij de middelaar tussen de Heere en Zijn volk, en breng gij de zaken, waar het menselijk oordeel niet toereikende, maar goddelijke beslissing nodig is (Numeri. 15:32 vv.; 27:1-11), voor God. 2)
1) Jethro durft wel een gelukkige uitkomst voorspellen, indien Mozes zijn raad opvolgt, maar pocht er niet trotselijk op, dat dit de vrucht zal zijn van zijn voorzichtigheid, maar schrijft het aan de zegen en de gunst van God toe, indien een gunstig verloop heeft, wat hij niet anders dan met de beste bedoelingen instelt. Want dit betekent de uitdrukking: Ik zal U raad geven, en God zal met U zijn (moge u zegenen)
2) Mozes moest blijven, de uitlegger. Hij moest de wetgevende arbeid op zich nemen, terwijl, zoals uit vs.20 blijkt, hij de rechtsprekende macht moest overlaten aan de oudsten. Jethro scheidt aldus de wetgevende en de rechtsprekende macht en wil niet, dat deze door één en dezelfde persoon zal worden uitgeoefend.
20. En verklaar hun, volgens de u ten deel gevallen openbaringen, de instellingen en de wetten, en maak hun bekend de weg, waarin zij wandelen zullen, en het werk, dat zij doen zullen, 1) zodat gij altijd de profeet enopenbaarder van God voor Israël blijft.
1) De aan Jethro zowel als aan Mozes eigen hoofdovertuiging omtrent het wezen van het recht berust daarop, dat, waar de ziel van de mens in een moeilijke zaak is, en dat is in elke zaak, wanneer de ene mens tegenover de andere staat, het geval-niet eerder rust kan gevonden worden, dan God zelf daarin gesproken heeft. De moderne grondstellingen van de rechtspleging, die deze hoogst ernstige zaak zoeken te ontgaan, voldoen niet aan het menselijk bewustzijn, noch van de rechtvaardige, noch van de onrechtvaardige, en moeten eindelijk, in plaats van aan de stroom van de ongerechtigheid op aarde een onverwinnelijke tegenstand te stellen, zelf door de golven van de diepte weggerukt worden.
De gang van de wetgevende arbeid, die Jethro Mozes voorstelt, is naar zijn woorden deze: de enige bron van de zuivere rechtskennis en van het stellige recht moet bij God gezocht worden. Daar alleen, niet in de beschouwing van de natuur of in de gebruiken van het volk moest Mozes de nodig kennis vna het recht en van diens gronden zien te verwerven. De onderwerper zelf op dat gebied, waarop de verkregen waarheden van het recht dienden toegepast, moesten daarentegen bij het volk zelf gezocht worden. Mozes moest met het volk verkeren, hun zaken vernemen en die voor God brengen. Daarbij moest hij wel deugdelijk onderscheid maken tussen de leer van de beginselen en de gronden van het recht en tussen datgene, wat nodig was, om dit alles langs tweevoudige weg, door oefening en door uitoefening in het leven te doen treden. Zo hebben wij het verschil van de drie uitdrukkingen op te vatten, door Jethro gebezigd: instellingen en wetten te “verklaren”, “de weg bekend maken, waarin zij hebben te wandelen”, en dan daarbij “het werk dat zij hebben te doen.”.
21. a) Doch zie gij om, onder al het volk naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige, recht gezinde mannen, de gierigheid hatende, 1) zodat er geen vrees voor omkoperij behoeft te zijn; stel ze over hen, over deverschillende afdelingen van het volk (hoofdstuk 6:14), als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig, oversten van tien. 2)
a) Deuteronomium. 1:17
1) Dit is bij een vrij volk het meest te betrachten, dat de rechters niet gekozen worden om hun vermogen of rijkdom, maar zij, die in deugden uitblinken. Het is daarom evenwel recht, dat het eerst gezien wordt naar deugd, opdat, indien iemand onder het volk wordt gevonden, bovenmate geschikt, hij beter geacht worden dan een aanzienlijke of rijke; indien echter iemand dit als een eeuwige wet en als volstrekt noodzakelijk zou willen invoeren, zou hij, naar verdienste, voor strijdlustig gehouden worden.
Waarachtige, in de zin van, wakkere mannen, mannen van zedelijke kracht. Volgens de Rabbijnen moest een rechter zijn: wijs, nederig, Godvrezend, de rijkdom minachtende en een liefhebber van de waarheid, geacht bij zijn medemensen en een goede naam bezittende. Bovendien moest hij zijn, zonder enig letsel of gebreken van het lichaam, en ervaren in zeventig talen, opdat hij in het aanhoren van de rechtzaken geen tolk nodig zou hebben. Ook moest hij niet te oud zijn en vader van kinderen, opdat hij wist, wat barmhartigheid te oefenen was.
2) Het volk was van oudsher in “stammen,” “geslachten,” “vaderhuizen” en “hoofden van gezinnen” ingedeeld. De hoofden van de stammen en geslachten waren “vorsten” (Numeri. 1:44; Jozua. 22:14). De gezamenlijke vorsten “de oudsten.” In Egypte waren uit deze oudsten de “ambtslieden” (Exodus. 5:6) gekomen; thans worden uit hun getal “de oversten van duizend,” “honderd,” “vijftig” en “tien” (Deuteronomium. 1:15 vv.) aangesteld.
Deze vormden nu samen de Raad, waarvan de leden later zeventig in getal waren. Bij de Zeventig werden later nog gevoegd, óf de vorst van het volk en de vader van het rechthuis, óf de twee schriftgeleerden, waarvan de een veroordeelde en de andere vrijsprak.
22. Dat zij dit volk te allen tijde richten, 1) alle twistzaken onder het volk ter harte nemen, zodat voortaan geen meer onmiddellijk tot u gebracht wordt; doch het geschiede, dat zij alle grote zaken, alle die volgens de maat de reeds voorhanden wetten en rechten niet te beslissen zijn, aan u, de van God verkoren rechter, brengen, maar dat zij alle kleine zaken, voor welke het bestaande recht toereikend is, richten. Verlicht alzo uzelf 2) de regering van het volk, en laat hen met u die zware taak dragen.
1) Hiermee wordt bedoeld, dat zij alle voorkomende zaken zouden afdoen, zowel die tot de rechtsprekende macht behoorden, als die, welke meer op burgerlijk gebied gezocht moesten worden. De grote en gewichtige zaken, die meer met de wetgevende macht in verband stonden, moesten bij Mozes blijven.
2) Eigenlijk maak licht (makkelijk) van het op u liggende. Jethro noemt dus het ambt, of de ambten, die Mozes gekleedde, een last, die op hem lag.
23. Indien gij deze zaak doet, 1) zoals ik u aangeraden heb, en God het u gebiedt, 2) God het u toe zal staan om zo te handelen, zo zult gij kunnen bestaan, en niet aan het gevaar blootgesteld zijn, om door al te veel arbeid neergedrukt te worden; zo zal ook dit volk, dat gij tothiertoe zo schaars verzorgen kon, een voordeel daarvan hebben, en in vrede aan zijn plaats komen, het zal goed geordend en met een welingerichte rechtspleging Kanaän binnengaan.
1) De oorspronkelijke inrichting onder Israël berustte op de indeling van het volk in stammen, geslachten en families (zie Ex 6.16); de hoofden van deze, die wij meermalen onder de naam van oudsten aantroffen (hoofdstuk 3:16,18; 4:29; 12:21; 17:5), zoals zij de gemeente vertegenwoordigen, voor hun rechten optraden, en de tussenpersonen waren, door welke een werking op het gehele volk mogelijk was, waren ook de rechters en regeerders van de onder hen staande stammen, geslachten en familien. In Mozes, de door God onmiddellijk geroepen grondvester en middelaar van Zijn verbond met Israël, verkregen deze oversten van het volk een vaste standplaats over de anderen; op hen ging alle kracht van regeren en rechten op die wijze over, dat de Israëlitische gemeente reeds begon het karakter van een monarchie (heerschappij van een) aan te nemen, toen onder de Egyptische verdrukking het aanzien van de oudsten als overheden en rechters geheel in verval geraakt en tot veel wanorde gekomen was, gelijk dit voorval (hoofdstuk 2:11 vv.) bewijst. De raad van Jethro loopt hierop uit, dat Mozes, hoewel hij het hoofd van regering en recht blijven moest, toch weer meer teruggaan moest tot patriarchale inrichting. Over deze wijze van verdeling en de wederkerige verhouding tussen de hoofden van duizend, honderd enz. ten opzichte van hun rechterlijke werkzaamheid, zie Deuteronomium. 1:17
2) Jethro wil niet, dat Mozes zijn raad opvolgt, alvorens het aangezicht des Heeren gezocht te hebben, en van Hem verlof gekregen te hebben, dat hij zoiets mocht doen.
24. Mozes nu hoorde naar de stem van zijn schoonvader, 1) nadat hij zich van de goedkeuring van de Heere verzekerd had (Spreuken. 19:20), en hij deed later, toen hij met het volk in de woestijn Sinaï zich bevond, engeschied was, wat in de hoofdstukken 19-35 vermeld is, alles, wat hij gezegd had.
1) Een singelier bewijs van bescheidenheid, dat Mozes geen bezwaar maakt, de raad van zijn schoonvader op te volgen. Want ofschoon Jethro in leeftijd van bloedvriendschap hoger stond, stond hij toch in andere dingen veel lager. Dat Mozes dus wijkt voor zijn gezag, daarmee schrijft hij de grootste en voortreffelijkste doctoren de regel voor, om niet te weinig gehoor te geven aan de wenken van hen, welke zij erkennen, rechte dingen voor te schrijven, ofschoon zij niet met grote waardigheid zijn bekleed.
25. En Mozes verkoos volgens de voordrachten, die hij zich door het volk liet doen (Deuteronomium. 1:9 vv.), kloeke, oprechte mannen uit gehee; Israël, en maakte hen tot hoofden over het volk; sommigen tot oversten van duizend, anderen tot oversten van honderd, deze tot oversten van vijftig, en geen tot oversten van tien. 1)
1) Ongetwijfeld bewoog Mozes zich hier op de historische lijn. Uit hetgeen door Gods Voorzienigheid onder het volk geschiedkundig geworden was, dat regelde hij nu bij de wet. Deze verdeling sloot zich aan de natuurlijke indeling van het volk aan.
26. Dat zij het volk te allen tijde richten, de harde zaak, tot Mozes brachten, maar zij al kleine zaken richten. 1)
1) Is er gevaar, zo laat mij niet vrezen; geef mij heldenmoed om mijn kruis te dragen. Geef, Heer! dat ik mijn vijand door zachtmoedigheid overwin, en wanneer ik raad behoef, ook goede raad vind!.
Onder harde zaken hebben wij te verstaan, die, waaromtrent geen duidelijke aanwijzing in de wetten was gegeven; onder kleine zaken, die, waaromtrent de wetten wel een duidelijke aanwijzing gaven, of die volgens de algemene begrippen van het recht gemakkelijk konden behandeld worden.
27. Toen liet Mozes zijn schoonvader weer naar Midian vertrekken; en hij, Jethro, ging naar zijn land; 1) Zippora met haar zonen bleven voortaan bij Mozes.
1) De Chaldeeuwse uitbreiding zegt: “om zijn kinderen of het volk van het land Jodengenoten te maken. Het is ook waarschijnlijk, dat hij zich beijverd heeft, om de Midianieten de ware godsdienst te leren, en dat hij daarin geslaagd is, zodat de godsvrucht, onder verscheidene geslachten van dat land tot de volgende eeuwen voortgeplant werd. De Rechabieten toch, die Jeremia omtrent het einde van het rijk van Juda (hoofdstuk 35) prijst, waren, volgens 1 Kronieken 2:55 uit dat land afkomstig.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel