Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Exodus 17

1 Daarna toog de ganse vergadering van de kinderen Israels, naar hun dagreizen, uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidim. Daar nu was geen water voor het volk om te drinken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Daarna toogH5265 de ganseH3605 vergaderingH5712 van de kinderenH1121 IsraelsH3478, naar hun dagreizenH4550, uit de woestijnH4057 SinH5512, opH5921 het bevelH6310 des HEERENH3068, en zij legerdenH2583 zich te RafidimH7508. Daar nu was geenH369 waterH4325 voor het volkH5971 om te drinkenH8354. Daarna toog de ganse vergadering van de kinderen Israels, naar hun dagreizen, uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidim. Daar nu was geen water voor het volk om te drinken.

KJV And all the congregation3 of the children4 of Israel5 journeyed1 from the wilderness6 of Sin,7 after their journeys,8 according to the commandment10 of the LORD,11 and pitched12 in Rephidim:13 and there was no water15 for the people17 to drink.

1 וַ֠יִּסְעוּ H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 עֲדַ֨ת H5712 vergadering, gemeente, bijenzwerm assembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה) 4 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֧ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 מִמִּדְבַּר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 7 סִ֛ין H5512 Sin Sin 8 לְמַסְעֵיהֶ֖ם H4550 reizen, tochten, dagreizen journey(-ing) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 פִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 11 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וַֽיַּחֲנוּ֙ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 13 בִּרְפִידִ֔ים H7508 Rafidim Rephidim 14 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 15 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 16 לִשְׁתֹּ֥ת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 17 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Toen twistte het volk met Mozes, en zeide: Geeft gijlieden ons water, dat wij drinken! Mozes dan zeide tot hen: Wat twist gij met mij? Waarom verzoekt gij den HEERE?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Toen twistteH7378 het volkH5971 metH5973 MozesH4872, en zeideH559: GeeftH5414 gijlieden ons waterH4325, dat wij drinkenH8354! MozesH4872 dan zeideH559 tot hen: WatH4100 twistH7378 gij met mij? WaaromH4100 verzoektH5254 gij den HEEREH3068? Toen twistte het volk met Mozes, en zeide: Geeft gijlieden ons water, dat wij drinken! Mozes dan zeide tot hen: Wat twist gij met mij? Waarom verzoekt gij den HEERE?

KJV Wherefore the people2 did chide1 with Moses,4 and said,5 Give6 us water8 that we may drink.9 And Moses12 said10 unto them, Why chide14 ye with me? wherefore do ye tempt17 the LORD?

1 וַיָּ֤רֶב H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 2 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 וַיֹּ֣אמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 תְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 לָ֥נוּ 8 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 9 וְנִשְׁתֶּ֑ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 10 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 לָהֶם֙ 12 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 13 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 14 תְּרִיבוּן֙ H7378 twisten, twist, getwist adversary, chide, complain, contend, debate, [idiom] ever, [idiom] lay wait, plead, rebuke, strive, [idiom] thoroughly 15 עִמָּדִ֔י H5978 met, bij against, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.) 16 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 17 תְּנַסּ֖וּן H5254 verzocht, verzoeken, verzochten adventure, assay, prove, tempt, try 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen nu het volk aldaar dorstte naar water, zo murmureerde het volk tegen Mozes, en het zeide: Waartoe hebt gij ons nu uit Egypte doen optrekken, opdat gij mij, en mijn kinderen, en mijn vee, van dorst deed sterven?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen nu het volkH5971 aldaarH8033 dorstteH6770 naar waterH4325, zo murmureerdeH3885 het volkH5971 tegenH5921 MozesH4872, en het zeideH559: WaartoeH4100 hebt gij ons nu uit EgypteH4714 doen optrekkenH5927, opdat gij mij, en mijn kinderenH1121, en mijn veeH4735, van dorstH6772 deed stervenH4191? Toen nu het volk aldaar dorstte naar water, zo murmureerde het volk tegen Mozes, en het zeide: Waartoe hebt gij ons nu uit Egypte doen optrekken, opdat gij mij, en mijn kinderen, en mijn vee, van dorst deed sterven?

KJV And the people3 thirsted1 there for water;4 and the people6 murmured5 against Moses,8 and said,9 Wherefore is this that thou hast brought12 us up out of Egypt,13 to kill14 us and our children17 and our cattle19 with thirst?

1 וַיִּצְמָ֨א H6770 dorst, dorsten, dorstte (be a-, suffer) thirst(-y) 2 שָׁ֤ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 לַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 וַיָּ֥לֶן H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 6 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 מֹשֶׁ֑ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 9 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 לָ֤מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 11 זֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 הֶעֱלִיתָ֣נוּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 מִמִּצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 14 לְהָמִ֥ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 15 אֹתִ֛י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 בָּנַ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 מִקְנַ֖י H4735 vee, bezitting, beesten cattle, flock, herd, possession, purchase, substance 20 בַּצָּמָֽא H6772 dorst, dorstig thirst(-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zo riep Mozes tot den HEERE, zeggende: Wat zal ik dit volk doen? Er feilt niet veel aan, of zij zullen mij stenigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zo riepH6817 MozesH4872 totH413 den HEEREH3068, zeggendeH559: WatH4100 zal ik ditH2088 volkH5971 doenH6213? Er feilt niet veel aan, of zij zullen mij stenigenH5619. Zo riep Mozes tot den HEERE, zeggende: Wat zal ik dit volk doen? Er feilt niet veel aan, of zij zullen mij stenigen.

Ook in dit vers feilt veelH4592

KJV And Moses2 cried1 unto the LORD,4 saying,5 What shall I do7 unto this people?8 they be almost11 ready to stone

1 וַיִּצְעַ֤ק H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 2 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 מָ֥ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 אֶעֱשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 לָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 10 ע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 11 מְעַ֖ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 12 וּסְקָלֻֽנִי H5619 stenigen, gestenigd, wierp (cast, gather out, throw) stone(-s), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht des volks, en neem met u uit de oudsten van Israel; en neem uw staf in uw hand, waarmede gij de rivier sloegt, en ga heen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Toen zeideH559 de HEEREH3068 tot MozesH4872: Ga heen voor het aangezichtH6440 des volksH5971, en neemH3947 metH854 u uit de oudstenH2205 van IsraelH3478; en neemH3947 uw stafH4294 in uw handH3027, waarmede gij de rivierH2975 sloegtH5221, en ga heen. Toen zeide de HEERE tot Mozes: Ga heen voor het aangezicht des volks, en neem met u uit de oudsten van Israel; en neem uw staf in uw hand, waarmede gij de rivier sloegt, en ga heen.

KJV And the LORD2 said1 unto Moses,4 Go on5 before6 the people,7 and take8 with thee of the elders10 of Israel;11 and thy rod,12 wherewith thou smotest14 the river,17 take18 in thine hand,19 and go.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 עֲבֹר֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 6 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 וְקַ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 9 אִתְּךָ֖ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 10 מִזִּקְנֵ֣י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 11 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 וּמַטְּךָ֗ H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 13 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 הִכִּ֤יתָ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 15 בּוֹ֙ 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַיְאֹ֔ר H2975 rivier, rivieren, stromen brook, flood, river, stream 18 קַ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 19 בְּיָדְךָ֖ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 20 וְהָלָֽכְתָּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op den rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 ZieH2005, Ik zal aldaarH8033 voor uw aangezichtH6440 opH5921 den rotssteenH6697 in HorebH2722 staanH5975; en gij zult op den rotssteenH6697 slaanH5221, zo zal er waterH4325 uitgaanH3318, dat het volkH5971 drinkeH8354. MozesH4872 nu deedH6213 alzo voor de ogenH5869 der oudstenH2205 vanH4480 IsraelH3478. Zie, Ik zal aldaar voor uw aangezicht op den rotssteen in Horeb staan; en gij zult op den rotssteen slaan, zo zal er water uitgaan, dat het volk drinke. Mozes nu deed alzo voor de ogen der oudsten van Israel.

KJV Behold, I will stand2 before3 thee there upon the rock6 in Horeb;7 and thou shalt smite8 the rock,9 and there shall come10 water12 out of it, that the people14 may drink.13 And Moses17 did15 so in the sight18 of the elders19 of Israel.

1 הִנְנִ֣י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 2 עֹמֵד֩ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 3 לְפָנֶ֨יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 שָּׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 5 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַצּוּר֮ H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 7 בְּחֹרֵב֒ H2722 Horeb Horeb 8 וְהִכִּ֣יתָ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 9 בַצּ֗וּר H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 10 וְיָצְא֥וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 11 מִמֶּ֛נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 וְשָׁתָ֣ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 14 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 15 וַיַּ֤עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 כֵּן֙ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 17 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 18 לְעֵינֵ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 19 זִקְנֵ֥י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 20 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En hij noemde den naam dier plaats Massa en Meriba, om de twist der kinderen Israels, en omdat zij den HEERE verzocht hadden, zeggende: Is de HEERE in het midden van ons, of niet?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En hij noemdeH7121 den naamH8034 dier plaatsH4725 MassaH4532 en MeribaH4809, om de twistH7379 der kinderenH1121 IsraelsH3478, en omdat zij den HEEREH3068 verzochtH5254 hadden, zeggendeH559: Is de HEEREH3068 in het middenH7130 van ons, ofH518 nietH369? En hij noemde den naam dier plaats Massa en Meriba, om de twist der kinderen Israels, en omdat zij den HEERE verzocht hadden, zeggende: Is de HEERE in het midden van ons, of niet?

KJV And he called1 the name2 of the place3 Massah,4 and Meribah,5 because of the chiding7 of the children8 of Israel,9 and because they tempted11 the LORD,13 saying,14 Is15 the LORD16 among

1 וַיִּקְרָא֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 שֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 הַמָּק֔וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 4 מַסָּ֖ה H4532 Massa Massah 5 וּמְרִיבָ֑ה H4809 Meriba Meribah 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 רִ֣יב H7379 twist, twistzaak, geschil [phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit 8 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 וְעַ֨ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 נַסֹּתָ֤ם H5254 verzocht, verzoeken, verzochten adventure, assay, prove, tempt, try 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 הֲיֵ֧שׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 16 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 בְּקִרְבֵּ֖נוּ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self 18 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 19 אָֽיִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Toen kwam Amalek en streed tegen Israel in Rafidim.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Toen kwamH935 AmalekH6002 en streedH3898 tegenH5973 IsraelH3478 in RafidimH7508. Toen kwam Amalek en streed tegen Israel in Rafidim.

KJV Then came1 Amalek,2 and fought3 with Israel5 in Rephidim.

1 וַיָּבֹ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עֲמָלֵ֑ק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek 3 וַיִּלָּ֥חֶם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 4 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 בִּרְפִידִֽם H7508 Rafidim Rephidim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 MozesH4872 dan zeideH559 totH413 JozuaH3091: KiesH977 ons mannenH582, en trekH3318 uit, strijdH3898 tegen AmalekH6002; morgenH4279 zal ikH595 opH5921 de hoogteH7218 des heuvelsH1389 staanH5324, en de stafH4294 GodsH430 zal in mijn handH3027 zijn. Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen, en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.

KJV And Moses2 said1 unto Joshua,4 Choose us out5 men, and go out,8 fight9 with Amalek:10 to morrow11 I will stand13 on the top15 of the hill16 with the rod17 of God18 in mine hand.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מֹשֶׁ֤ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יְהוֹשֻׁ֨עַ֙ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 5 בְּחַר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 6 לָ֣נוּ 7 אֲנָשִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 וְצֵ֖א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 הִלָּחֵ֣ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 10 בַּעֲמָלֵ֑ק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek 11 מָחָ֗ר H4279 morgen, Morgen time to come, tomorrow 12 אָנֹכִ֤י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 13 נִצָּב֙ H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 16 הַגִּבְעָ֔ה H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill 17 וּמַטֵּ֥ה H4294 stam, staf, stammen rod, staff, tribe 18 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 19 בְּיָדִֽי H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Jozua nu deed, als Mozes hem gezegd had, strijdende tegen Amalek; doch Mozes, Aaron en Hur klommen op de hoogte des heuvels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 JozuaH3091 nu deedH6213, als MozesH4872 hem gezegdH559 had, strijdendeH3898 tegen AmalekH6002; doch MozesH4872, AaronH175 en HurH2354 klommenH5927 op de hoogteH7218 des heuvelsH1389. Jozua nu deed, als Mozes hem gezegd had, strijdende tegen Amalek; doch Mozes, Aaron en Hur klommen op de hoogte des heuvels.

KJV So Joshua2 did1 as Moses6 had said4 to him, and fought7 with Amalek:8 and Moses,9 Aaron,10 and Hur11 went up12 to the top13 of the hill.

1 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 יְהוֹשֻׁ֗עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 3 כַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 אָֽמַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 לוֹ֙ 6 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 7 לְהִלָּחֵ֖ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 8 בַּעֲמָלֵ֑ק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek 9 וּמֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 10 אַהֲרֹ֣ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 11 וְח֔וּר H2354 Hur Hur 12 עָל֖וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 רֹ֥אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 14 הַגִּבְעָֽה H1389 heuvelen, heuvel, heuvels hill, little hill
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israel de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En het geschiedde, terwijl MozesH4872 zijn handH3027 ophiefH7311, zo was IsraelH3478 de sterksteH1396; maar terwijl hij zijn handH3027 nederlietH5117, zo was AmalekH6002 de sterksteH1396. En het geschiedde, terwijl Mozes zijn hand ophief, zo was Israel de sterkste; maar terwijl hij zijn hand nederliet, zo was Amalek de sterkste.

KJV And it came to pass, when Moses4 held up3 his hand,5 that Israel7 prevailed:6 and when he let down9 his hand,10 Amalek12 prevailed.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 יָרִ֥ים H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 4 מֹשֶׁ֛ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 וְגָבַ֣ר H1396 overhand, geweldig, machtig exceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant 7 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 וְכַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 יָנִ֛יחַ H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 10 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 וְגָבַ֥ר H1396 overhand, geweldig, machtig exceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant 12 עֲמָלֵֽק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aaron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, en ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Doch de handenH3027 van MozesH4872 werden zwaarH3515; daarom namenH3947 zij een steenH68, en legdenH7760 dien onderH8478 hem, dat hij daarop zat; en AaronH175 en HurH2354 onderstuttenH8551 zijn handenH3027, de een op dezeH2088, en anderH259 op de andere zijde; alzo warenH1961 zijn handenH3027 gewisH530, totdatH5704 de zonH8121 ondergingH935. Doch de handen van Mozes werden zwaar; daarom namen zij een steen, en legden dien onder hem, dat hij daarop zat; en Aaron en Hur onderstutten zijn handen, de een op deze, en ander op de andere zijde; alzo waren zijn handen gewis, totdat de zon onderging.

KJV But Moses'2 hands1 were heavy;3 and they took4 a stone,5 and put6 it under him, and he sat8 thereon; and Aaron10 and Hur11 stayed up12 his hands,13 the one on the one side,15 and the other on the other side;17 and his hands19 were steady20 until the going down22 of the sun.

1 וִידֵ֤י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 2 מֹשֶׁה֙ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 כְּבֵדִ֔ים H3515 zwaar, zware, zwaren (so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick 4 וַיִּקְחוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 אֶ֛בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 6 וַיָּשִׂ֥ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 תַחְתָּ֖יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 8 וַיֵּ֣שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 עָלֶ֑יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 וְאַהֲרֹ֨ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 11 וְח֜וּר H2354 Hur Hur 12 תָּֽמְכ֣וּ H8551 houdt, vast, onderhoudt (take, up-) hold (up), maintain, retain, stay (up) 13 בְיָדָ֗יו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 14 מִזֶּ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 16 וּמִזֶּ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 17 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 18 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 19 יָדָ֛יו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 20 אֱמוּנָ֖ה H530 waarheid, getrouwheid, ambt faith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily 21 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 22 בֹּ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 23 הַשָּֽׁמֶשׁ H8121 zon, Zon, glasvensters [phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Alzo dat JozuaH3091 AmalekH6002 en zijn volkH5971 krenkteH2522, door de scherpteH6310 des zwaardsH2719. Alzo dat Jozua Amalek en zijn volk krenkte, door de scherpte des zwaards.

KJV And Joshua2 discomfited1 Amalek4 and his people6 with the edge7 of the sword.

1 וַיַּחֲלֹ֧שׁ H2522 krenkte, krenktet, verzwakt discomfit, waste away, weaken 2 יְהוֹשֻׁ֛עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עֲמָלֵ֥ק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 עַמּ֖וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 לְפִי H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 8 חָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen zeideH559 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872: SchrijfH3789 ditH2063 ter gedachtenis in een boekH5612, en legH7760 het in de orenH241 van JozuaH3091, dat Ik de gedachtenis van AmalekH6002 geheelH4229 uitdelgenH4229 zal van onderH8478 den hemelH8064. Toen zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel.

Ook in dit vers gedachtenisH2143 gedachtenisH2146

KJV And the LORD2 said1 unto Moses,4 Write5 this for a memorial7 in a book,8 and rehearse9 it in the ears10 of Joshua:11 for I will utterly13 put out14 the remembrance16 of Amalek17 from under heaven.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 כְּתֹ֨ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 6 זֹ֤את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 זִכָּרוֹן֙ H2146 gedachtenis, gedachtenissen, gedenkteken memorial, record 8 בַּסֵּ֔פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 9 וְשִׂ֖ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 10 בְּאָזְנֵ֣י H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 11 יְהוֹשֻׁ֑עַ H3091 Jozua, Josua Jehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ) 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 מָחֹ֤ה H4229 uitgedelgd, delg, verdelgen abolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out) 14 אֶמְחֶה֙ H4229 uitgedelgd, delg, verdelgen abolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 זֵ֣כֶר H2143 gedachtenis, gedenknaam memorial, memory, remembrance, scent 17 עֲמָלֵ֔ק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek 18 מִתַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 19 הַשָּׁמָֽיִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Mozes bouwde een altaar; en hij noemde deszelfs naam: De HEERE is mijn Banier!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En MozesH4872 bouwdeH1129 een altaarH4196; en hij noemdeH7121 deszelfs naamH8034: De HEERE is mijn BanierH5251! En Mozes bouwde een altaar; en hij noemde deszelfs naam: De HEERE is mijn Banier!

KJV And Moses2 built1 an altar,3 and called4 the name5 of it Jehovahnissi:

1 וַיִּ֥בֶן H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 מֹשֶׁ֖ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 מִזְבֵּ֑חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 4 וַיִּקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 שְׁמ֖וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 יְהוָ֥ה H3071 Jehovah-nissi 7 נִסִּֽי H3071 Jehovah-nissi

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En hij zeide: Dewijl de hand op den troon des HEEREN is, zo zal de oorlog des HEEREN tegen Amalek zijn, van geslacht tot geslacht!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En hij zeideH559: DewijlH3588 de handH3027 opH5921 den troonH3676 des HEERENH3050 is, zo zal de oorlogH4421 des HEERENH3068 tegen AmalekH6002 zijn, van geslachtH1755 tot geslachtH1755! En hij zeide: Dewijl de hand op den troon des HEEREN is, zo zal de oorlog des HEEREN tegen Amalek zijn, van geslacht tot geslacht!

KJV For he said,1 Because the LORD6 hath sworn3 that the LORD8 will have war7 with Amalek9 from generation10 to generation.

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 יָד֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 כֵּ֣ס H3676 troon sworn 6 יָ֔הּ H3050 HEERE, HEEREN, Heere Jah, the Lord, most vehement. Compare names in '-iah,' '-jah.' 7 מִלְחָמָ֥ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 8 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 בַּֽעֲמָלֵ֑ק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek 10 מִדֹּ֖ר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 11 דֹּֽר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Rotsformatie in woestijn met gespleten rots
De gespleten rots bij Horeb
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 17:1 Exodus 19:2 Exodus 16:1 Exodus 17:8 Numeri 33:12
Exodus 17:2 Deuteronomium 6:16 Psalmen 78:41 Jesaja 7:12 1 Korinthe 10:9 Mattheüs 4:7 Psalmen 78:18 Hebreeën 3:9 Psalmen 95:9
Exodus 17:3 Exodus 16:2 Exodus 15:24
Exodus 17:4 Numeri 14:10 1 Samuël 30:6 Johannes 8:59 Johannes 10:31 Handelingen 14:19 Exodus 15:25 Numeri 11:11 Handelingen 7:50
Exodus 17:5 Exodus 7:19 Handelingen 20:23 Ezechiël 2:6 Numeri 20:8
Exodus 17:6 1 Korinthe 10:4 Psalmen 114:8 Psalmen 105:41 Nehemia 9:15 Openbaring 22:17 Johannes 7:37 Numeri 20:9 Deuteronomium 8:15
Exodus 17:7 Psalmen 81:7 Numeri 20:13 Psalmen 95:8 Deuteronomium 9:22 Hebreeën 3:8 Exodus 17:2 Numeri 20:24 Handelingen 7:37
Exodus 17:8 1 Samuël 15:2 1 Samuël 30:1 Genesis 36:12 Numeri 24:20 Deuteronomium 25:17 Psalmen 83:7 Genesis 36:16
Exodus 17:9 Exodus 24:13 Exodus 4:20 Exodus 4:2 Deuteronomium 32:44 Exodus 17:13 Numeri 13:16 Hebreeën 4:8 Numeri 11:28
Exodus 17:10 Exodus 24:14 Jozua 11:15 Exodus 17:12 Johannes 2:5 Mattheüs 28:20 Exodus 31:2 Johannes 15:14
Exodus 17:11 1 Timotheüs 2:8 Jakobus 5:16 Psalmen 56:9 Lukas 18:1
Exodus 17:12 Jesaja 35:3 1 Thessalonicenzen 5:25 Kolossenzen 4:2 Filippenzen 1:19 2 Korinthe 1:11 Hebreeën 12:12 Jakobus 1:6 Mattheüs 26:40
Exodus 17:13 Jozua 10:42 Jozua 10:32 Jozua 10:37 Jozua 10:28 Jozua 11:12
Exodus 17:14 1 Samuël 30:17 Exodus 34:27 2 Samuël 8:12 1 Samuël 30:1 Numeri 24:20 Exodus 12:14 Exodus 13:9 Hagai 2:2
Exodus 17:15 Genesis 22:14 Psalmen 60:4 Richteren 6:24 Genesis 33:20
Exodus 17:16 Psalmen 21:8 Handelingen 7:49 Jesaja 66:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 17 vers 1

hun dagreizen, Hun dagreizen waren dezen: van Sira tot Dofka, van Dofka tot Alus, van Alus tot Rafidim, Num. 33:12-14. Mozes verhaalt in dit hfdst. niet al de reizen, noch rustplaatsen des volks, maar die alleen, waarin wat zonderlings geschied is.

Hertaald: hun dagreizen, Hun dagreizen waren: van Sira naar Dofka, van Dofka naar Alus, van Alus naar Rafidim, Num. 33:12-14. Mozes vermeldt in dit hoofdstuk niet alle reizen en rustplaatsen van het volk, maar alleen die waarin iets bijzonders gebeurde.

op het bevel des HEEREN, Hebreeuws, op, of, naar den mond.

Hertaald: op het bevel des HEEREN, Hebreeuws: op, of naar de mond.

Rafidim. Rafidim is een plaats in de woestijn bij den berg Horeb. Dit was de elfde legerplaats.

Hertaald: Rafidim. Rafidim is een plaats in de woestijn bij de berg Horeb. Dit was de elfde legerplaats.

Exodus 17 vers 2

gijlieden ons water, Te weten, gij Mozes en Aäron.

Hertaald: gijlieden ons water, Namelijk: u, Mozes en Aäron.

verzoekt gij den HEERE? Te weten, door uw ongelovigheid, want zij twijfelden of ook de HEERE bij hen was, vs.7, hetwelk zij wilden, dat Hij door mirakelen zou doen blijken. Dit is God verzoeken; Ps. 78:18; Matt. 16:1.

Hertaald: verzoekt gij den HEERE? Namelijk: door uw ongeloof, want zij twijfelden of de HEERE wel bij hen was, vers 7, en wilden dat Hij dit door wonderen zou bewijzen. Dit is God verzoeken; Ps. 78:18; Matt. 16:1.

Exodus 17 vers 3

het volk tegen Mozes, Niet al het volk, maar enige boze mensen.

Hertaald: het volk tegen Mozes, Niet het hele volk, maar enkele kwaadwillige mensen.

Exodus 17 vers 4

feilt niet veel aan, Hebreeuws, nog een weinigje, en zij zullen mij stenigen. Met dergelijke woorden bedreigden zij Mozes ook, Num. 14:10.

Hertaald: feilt niet veel aan, Hebreeuws: nog een klein beetje, en zij zullen mij stenigen. Met soortgelijke woorden bedreigden zij Mozes ook in Num. 14:10.

Exodus 17 vers 5

Ga heen voor het aangezicht des volks, Te weten, naar den berg Horeb.

Hertaald: Ga heen voor het aangezicht des volks, Namelijk: naar de berg Horeb.

uit de oudsten van Israël; Opdat zij getuigen mogen zijn van hetgeen er geschieden zal.

Hertaald: uit de oudsten van Israël; Opdat zij getuige zouden zijn van wat er gebeuren zou.

waarmede gij de rivier sloegt, Dat is, waarmede gij Aäron geboden hebt te slaan.

Hertaald: waarmede gij de rivier sloegt, Dat is: waarmee u Aäron bevolen hebt te slaan.

Exodus 17 vers 7

Massa Dat is, verzoeking.

Hertaald: Massa Dat is: verzoeking.

Meriba, Dat is, twist. Zie van een ander Meriba, Num. 20:13.

Hertaald: Meriba, Dat is: twist. Zie voor een ander Meriba Num. 20:13.

Exodus 17 vers 8

Amalek Dat is, de Amalekieten, de nakomelingen van Ezau, den broeder van Jakob, Gen. 36:15-16. Hetgeen hier verhaald wordt, is geschied toen Mozes met de Israëlieten op den weg naar Horeb trok. Zie Deut. 25:17-18.

Hertaald: Amalek Dat is: de Amalekieten, de nakomelingen van Ezau, de broer van Jakob, Gen. 36:15-16. Wat hier verteld wordt, gebeurde toen Mozes met de Israëlieten onderweg was naar Horeb. Zie Deut. 25:17-18.

tegen Israël in Rafidim. Dat is, tegen de Israëlieten.

Hertaald: tegen Israël in Rafidim. Dat is: tegen de Israëlieten.

Exodus 17 vers 9

hoogte des heuvels staan, Hebreeuws, hoofd.

Hertaald: hoogte des heuvels staan, Hebreeuws: hoofd.

de staf Gods zal in mijn hand zijn Dat is, de staf, waarmede God grote wonderen gedaan heeft.

Hertaald: de staf Gods zal in mijn hand zijn Dat is: de staf waarmee God grote wonderen gedaan heeft.

Exodus 17 vers 10

Hur Deze Hur is te onderscheiden van Hur, die de vader was van Bezaleël, en de zoon van Kaleb, 1 Kron. 2:19.

Hertaald: Hur Deze Hur moet onderscheiden worden van de Hur die de vader van Bezaleël en de zoon van Kaleb was, 1 Kron. 2:19.

Exodus 17 vers 12

de een op deze, en de ander op de andere zijde; Hebreeuws, van hier een, en van daar een.

Hertaald: de een op deze, en de ander op de andere zijde; Hebreeuws: van hier één, en van daar één.

Exodus 17 vers 13

Amalek en zijn volk Het schijnt, dat men hier door Amalek moet verstaan den koning of overste, en door zijn volk het leger. Anderen verstaan door Amalek de Amalekieten, en door zijn volk de natiën, die hem te hulp gekomen waren.

Hertaald: Amalek en zijn volk Het lijkt erop dat men hier onder Amalek de koning of vorst moet verstaan, en onder zijn volk het leger. Anderen verstaan onder Amalek de Amalekieten, en onder zijn volk de volken die hem te hulp gekomen waren.

krenkte, Of, verzwakte, verbrak.

Hertaald: krenkte, Of: verzwakte, versloeg.

scherpte des zwaards Hebreeuws, mond.

Hertaald: scherpte des zwaards Hebreeuws: mond.

Exodus 17 vers 14

in een boek, Te weten, waarin gij de historiën der Israëlieten zult beschrijven.

Hertaald: in een boek, Namelijk: waarin u de geschiedenis van de Israëlieten zult beschrijven.

en leg het in de oren van Jozua, Dat is, scherp het Jozua uw navolger en druk hem het wel in.

Hertaald: en leg het in de oren van Jozua, Dat is: prent het je opvolger Jozua goed in.

geheel uitdelgen zal Hebreeuws, uitdelgende zal uitdelgen.

Hertaald: geheel uitdelgen zal Hebreeuws: uitroeiend zal Ik uitroeien.

van onder den hemel Dat is, overal, zover zich de hemel uitstrekt.

Hertaald: van onder den hemel Dat is: overal, zover de hemel zich uitstrekt.

Exodus 17 vers 15

De HEERE is mijn Banier! Hebreeuws, Jehova Nissi. Aldus heeft Mozes dit altaar genoemd ter gedachtenis van de victorie over Amalek.

Hertaald: De HEERE is mijn Banier! Hebreeuws: Jehova Nissi. Zo heeft Mozes dit altaar genoemd ter herinnering aan de overwinning op Amalek.

Exodus 17 vers 16

de hand op den troon des HEEREN is, Versta, de hand Gods, dat is, zijn macht, die Hij van den hemel [als zijnde zijn troon] uitstrekt tot bescherming van zijn volk, en demping van zijn vijanden. Men kan ook door den troon verstaan de kerk Gods. Sommigen leggen het uit van Gods eedzweren. Anders, dewijl de hand [Amaleks] tegen den troon des Heeren is; dat is, tegen hem en zijn volk geweest is. De plaats is wat duister.

Hertaald: de hand op den troon des HEEREN is, Versta hieronder: de hand van God, dat wil zeggen: Zijn macht, die Hij vanuit de hemel [als Zijn troon] uitstrekt om Zijn volk te beschermen en Zijn vijanden te bedwingen. Men kan onder de troon ook de kerk van God verstaan. Sommigen leggen het uit als Gods eedzwering. Ook mogelijk: omdat de hand [van Amalek] tegen de troon van de HEERE was, dat wil zeggen: tegen Hem en Zijn volk gericht was. Deze plaats is enigszins onduidelijk.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes  — getrokken, uitgetrokken

Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.

Aäron  — bergbewoner, of: verlichter

De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.

Jozua  — de HEERE is hulp (oorspronkelijk: Hosea, 'hulp')

Hier voor het eerst genoemd als de man die Mozes aanstelde om tegen Amalek te strijden bij Rafidim, terwijl Mozes op de heuvel met de staf Gods zijn handen ophief in gebed (Ex. 17:9-13). Hij was Mozes' persoonlijke dienaar en zou later, als zijn opvolger, Israël het beloofde land binnenleiden. Zijn naam werd later veranderd van Hoséa ('hulp') in Jozua ('de HEERE is hulp'), zie Num. 13:16.

Hur  — vrijheid, of: blankheid

Samen met Aäron ondersteunde hij de handen van Mozes op de heuvel tijdens de strijd tegen Amalek, totdat de zon onderging (Ex. 17:10, 12). Later, toen Mozes de berg Sinaï opklom, liet hij Aäron en Hur als leiders bij het volk achter (Ex. 24:14). Volgens de overlevering was hij de man van Mirjam en de grootvader van Bezaleël, de kunstenaar van de tabernakel (Ex. 31:2).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Horeb (Sinai)  — Horeb: waarschijnlijk "woestenij, dorre plaats"; Sinai: onzeker, mogelijk verwant aan een wortel die "schijnen, blinken" betekent

Ligging: "De berg Gods", op het Sinaïtisch schiereiland; van oudsher, al sinds de vierde eeuw na Christus, geïdentificeerd met Djebel Moesa ("berg van Mozes", ruim 2.200 meter hoog), gelegen in het granietmassief van et-Toer, met de vlakte er-Rachah aan de voet ervan als natuurlijk legerkamp, en met een rijke, voor de Sinaïwoestijn ongewoon overvloedige watervoorziening uit verscheidene bronnen en beken.

Geschiedenis: Hierheen bracht Mozes de kudden van zijn schoonvader Jethro, toen de HEERE hem in een brandende doornstruik verscheen die niet verteerd werd, hem tot zijn zending riep en Zijn Naam bekendmaakte: "Ik ben Die Ik ben" (Ex. 3). Dezelfde berg zou later, onder de naam Sinai, de plaats zijn waar de HEERE Zijn volk de Wet gaf (Ex. 19-20); Horeb en Sinai worden in de Schrift door elkaar gebruikt voor dezelfde berg (Horeb overwegend in Deuteronomium, Sinai overwegend in de overige boeken van de Pentateuch). Ook Elia zocht hier later, in tijd van vervolging, zijn toevlucht en ontving er de openbaring van de zachte stilte (1 Kon. 19).

Bijbelse betekenis: De berg van Gods openbaring bij uitstek in het Oude Testament — waar Hij Zich eerst aan Mozes bekendmaakte als de eeuwig Zijnde, en later aan geheel Israël als de Wetgever van het verbond.

Recente inzichten: Over de exacte identificatie van de berg bestaat, ondanks de eeuwenoude en breed aanvaarde traditie rond Djebel Moesa, onder geleerden geen volledige eenstemmigheid; enkele alternatieve locaties zijn voorgesteld (zoals Djebel Serbal, verder naar het westen), maar deze stuiten volgens ISBE op ernstige praktische bezwaren (te weinig water en weidegrond voor de grote menigte van Israël) en worden niet algemeen aanvaard.

Ex. 3:1-12; 17:6; 19-20; 33:6; Deut. 1:2,6,19; 4:10,15; 5:2; 1 Kon. 19:8; Ps. 106:19

Rafidim  — Hebreeuws voor "rustplaatsen" of "steunpunten"

Ligging: Gelegen tussen de woestijn Sin en de woestijn Sinai; vermoedelijk het huidige Wadi Feiran, het vruchtbaarste deel van het schiereiland, rijk aan water en met een palmbosje dat zich mijlenver door het dal uitstrekt.

Geschiedenis: Hier vond het volk geen water en morde het opnieuw tegen Mozes; op Gods bevel sloeg Mozes met zijn staf op de rots in Horeb, waaruit water te voorschijn kwam (Ex. 17:1-7; zie verder bij Massa en Meriba). Hier ook streed Israël, onder aanvoering van Jozua, voor het eerst tegen de Amalekieten, terwijl Mozes met opgeheven handen — ondersteund door Aäron en Hur — op de heuvel toezag (Ex. 17:8-16).

Bijbelse betekenis: De plaats van zowel wonderlijke voorziening (water uit de rots) als de eerste gewapende strijd van het pas verloste volk — een les dat de weg naar het beloofde land niet alleen door voorziening, maar ook door strijd zou gaan, met de opgeheven handen van voorbede als sleutel tot de overwinning.

Ex. 17:1-16; 19:2; Num. 33:14-15

Massa en Meriba  — Massa: Hebreeuws voor "verzoeking, beproeving"; Meriba: "twist, aanmerking" — de dubbele naam die Mozes aan de plaats gaf, "om de twisting der kinderen Israëls, en omdat zij den HEERE verzocht hadden" (Ex. 17:7)

Ligging: De naam voor de specifieke plek bij Rafidim waar de rots geslagen werd; niet een afzonderlijke locatie, maar dezelfde plaats onder een andere naam.

Geschiedenis: Hier morde het volk zo hevig over het gebrek aan water dat zij gereed stonden Mozes te stenigen; op des HEEREN bevel sloeg Mozes de rots in Horeb met zijn staf, waarna er water uitkwam voor het hele volk (Ex. 17:1-7). Deze geschiedenis wordt later herhaaldelijk als waarschuwend voorbeeld aangehaald (Ps. 95:8-9; Hebr. 3:8-9) — te onderscheiden van een vergelijkbare, latere geschiedenis bij Kades, veertig jaar later, waar Mozes eveneens zondigde door de rots te slaan in plaats van tot haar te spreken (Num. 20).

Bijbelse betekenis: Een van de meest aangehaalde voorbeelden in de Schrift van Israëls hardnekkig ongeloof, en tegelijk van Gods geduldige voorziening zelfs temidden van dat ongeloof — een blijvende waarschuwing om het hart niet te verharden, "gelijk het geschiedde in de verbittering, ten dage der verzoeking, in de woestijn" (Hebr. 3:8).

Ex. 17:1-7; Deut. 6:16; 9:22; 33:8; Ps. 81:8; 95:8-9; 106:32; Hebr. 3:8-9

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Rots (in de woestijn)

Toen het volk in de woestijn Rafidim gebrek aan water had en tegen Mozes murmureerde, gebood de HEERE hem met zijn staf op de rots bij Horeb te slaan; er kwam water uit, genoeg voor het hele volk (Ex. 17:1-7). Later, in Numeri 20, moest Mozes tot een andere rots spreken in plaats van slaan — en werd zelf gestraft omdat hij ook toen sloeg.

Bijbelse betekenis: Het water uit een dorre, harde rots, op Gods bevel tevoorschijn gekomen, is een sprekend beeld van Gods onverwachte, overvloedige voorziening te midden van de dorheid en het gemor van Zijn volk. Dat water kwam niet als beloning voor hun geloof, maar ondanks hun ongeloof.

Typologie: Paulus schrijft over deze geschiedenis: "zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus" (1 Kor. 10:4) — de eenmaal geslagen Rots (vgl. Christus eenmaal gekruisigd) geeft levend water aan wie erop terugziet, zoals Hij Zelf zei: "Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke" (Joh. 7:37).

Ex. 17:1-7; Num. 20:2-13; 1 Kor. 10:4; Joh. 7:37

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe functie

Water uit de geslagen rots — 17:1-7

Opnieuw in de woestijn, opnieuw een tekort. Het volk twist met Mozes en verzoekt de HEERE met de vraag of Hij wel in hun midden is.

God gaat op de rots staan, de rots wordt geslagen, en er komt water waar het volk van drinkt.

Het opvallende staat in het bevel: Ik zal aldaar voor uw aangezicht op den rotssteen in Horeb staan, en gij zult op den rotssteen slaan. De slag treft de plaats waar God staat, en daaruit komt het water waarvan het morrende volk drinkt. Paulus schrijft dat de vaderen allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit de geestelijke steenrots die volgde, en die steenrots was Christus. Dat is geen latere vondst maar de uitleg van een apostel. Het is bovendien veelzeggend dat Mozes later, wanneer God zegt dat hij tot de rots spreken moet, er alsnog op slaat — en dat hem dat het land kost; de rots hoefde maar eenmaal geslagen te worden.

  1. Exodus 17:6 — Ik zal op den rotssteen staan; sla erop, en er zal water uitgaan.
  2. Numeri 20:11 — Later slaat Mozes de rots tweemaal, en dat kost hem het land.
  3. Psalm 78:15 — De psalm bezingt het water uit de steenrots.
  4. 1 Korinthe 10:4 — Die steenrots was Christus.
  5. Johannes 7:37 — Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 10:4; Johannes 7:37-38; Johannes 19:34; Numeri 20:8-12

De opgeheven handen op de heuvel — 17:8-13

De eerste vijand na de uittocht. Israël is nauwelijks een volk en heeft geen leger van betekenis; Amalek valt de achterhoede aan.

Terwijl Jozua beneden strijdt, staat Mozes boven met opgeheven handen, en de uitkomst hangt aan die handen.

Zolang Mozes zijn hand ophief was Israël de sterkste, en zodra hij haar liet zakken werd Amalek de sterkste. Aäron en Hur ondersteunen zijn handen tot de zon ondergaat. De geschiedenis laat zien dat de overwinning beneden hangt aan de voorbede boven — een gedachte die door de Schrift heen versterkt wordt, want de hogepriester draagt de namen van het volk op zijn hart en Christus leeft altijd om voor hen te bidden. Toch moet dit voorzichtig gelezen worden: Mozes is hier geen priester, en de tekst legt de verbinding niet zelf.

  1. Exodus 17:11 — Zolang Mozes zijn hand ophief, was Israël de sterkste.
  2. Exodus 17:12 — Aäron en Hur ondersteunen zijn handen tot de zon onderging.
  3. Romeinen 8:34 — Christus is aan Gods rechterhand en bidt voor ons.
  4. Hebreeën 7:25 — Hij leeft altijd om voor hen te bidden.
  5. 1 Johannes 2:1 — Wij hebben een Voorspraak bij den Vader.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:25; Romeinen 8:34; 1 Johannes 2:1

Hoever dit reikt: Uitdrukkelijk niveau 4. Dat de opgeheven handen op de voorbede zien, is een oude en passende toepassing, maar de Schrift zegt het hier niet en Mozes bekleedde op dat moment geen priesterlijk ambt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Exodus 17

Exodus 17:8.Kruisverwijzingen1 Samuël 15:21 Samuël 30:1Genesis 36:12Numeri 24:20Deuteronomium 25:17Psalmen 83:7Genesis 36:16
— Toen kwam Amalek en streed tegen Israel in Rafidim.
Enerzijds was deze aanval op Israël de grote zonde van Amalek, waardoor dit volk was bestemd om uitgeroeid te worden (vers 14). Anderzijds was deze aanval ook een gevolg van de zonde van Israël. Het is veelzeggend dat dit gebeurde na de twist bij Massa en Meriba. Hieruit leren wij dat vervolging over ons kan komen door toedoen van goddeloze mensen, die handelen vanuit hun eigen verdorvenheid. Tegelijkertijd kan zij ook een gevolg zijn van onze eigen zonde. Omdat wij hebben gezondigd, wordt het hun toegestaan, ja zelfs opgedragen, ons leed te berokkenen.

Wanneer wij Gods waarheid proberen te begrijpen, lopen wij groot gevaar eenzijdig te worden. De meeste waarheden van Gods Woord hebben twee kanten, en het is goed beide te leren zien. Bijna iedere leer in de Heilige Schrift wordt in evenwicht gehouden door een andere leer. Veel van de meningsverschillen onder Gods volk zijn ontstaan doordat men één aspect van de waarheid te sterk heeft benadrukt en het andere vrijwel geheel heeft verwaarloosd. Sommigen zien bijvoorbeeld de soevereiniteit van God en raken zo in beslag genomen door die verheven waarheid, dat zij de verantwoordelijkheid van de mens ontkennen. Zij houden vast aan de leer die zij kennen en bestrijden de leer die zij niet kennen.

Anderen zien de algemene nodiging van het Evangelie en sporen met een ruim hart alle mensen aan zich tot God te bekeren en te leven. Maar zij hebben geen oog voor het bijzondere karakter van Christus’ verlossingswerk en verstaan daarom Gods eeuwige voornemen niet om Zijn uitverkoren volk te zaligen. Wie zich door slechts een halve waarheid laat leiden, is als iemand die met één schoen aan door de woestijn trekt. Hij wordt kreupel aan één voet en hinkt daardoor zijn hele weg. Het maakt niet uit welke voet kreupel is; zodra één voet zo is aangetast, loopt de hele mens mank.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content