Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen zij van ElimH362gereisdH5265 waren, zo kwamH935 de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478 in de woestijnH4057SinH5512, welkeH834 is tussenH996ElimH362 en tussenH996SinaiH5514, aanH413 den vijftiendenH2568dagH3117 der tweedeH8145maandH2320, nadat zij uit EgyptelandH776uitgegaanH3318 waren.Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.
KJVAnd they took their journey1from Elim,2and all the congregation5of the children6of Israel7came3unto the wilderness9of Sin,10which is between Elim13and Sinai,15on the fifteenth16day18of the second20month19after their departing out21of the land22of Egypt.
1וַיִּסְעוּ֙H5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2מֵֽאֵילִ֔םH362ElimElim3וַיָּבֹ֜אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֲדַ֤תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)6בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9מִדְבַּרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness10סִ֔יןH5512SinSin11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בֵּיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within13אֵילִ֖םH362ElimElim14וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within15סִינָ֑יH5514SinaiSinai16בַּחֲמִשָּׁ֨הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)17עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)18יוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon20הַשֵּׁנִ֔יH8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)21לְצֵאתָ֖םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter22מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world23מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
2En de ganse vergadering der kinderen Israels murmureerde tegen Mozes en tegen Aaron, in de woestijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478murmureerdeH3885tegenH5921MozesH4872 en tegenH5921AaronH175, in de woestijnH4057.En de ganse vergadering der kinderen Israels murmureerde tegen Mozes en tegen Aaron, in de woestijn.
KJVAnd the whole congregation3of the children4of Israel5murmured1against Moses7and Aaron9in the wilderness:
1וַיִּלּ֜וֹנוּH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עֲדַ֧תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)4בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7מֹשֶׁ֥הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses8וְעַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron10בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
3En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En de kinderenH1121IsraelsH3478zeidenH559totH413 hen: OchH4310, dat wij in EgyptelandH776gestorvenH4191 waren door de handH3027 des HEERENH3068, toen wij bijH5921 de vleespottenH1320zatenH3427, toen wij totH413verzadigingH7648broodH3899atenH398! WantH3588 gijlieden hebt ons uitgeleidH3318 in deze woestijnH4057, om deze ganseH3605gemeenteH6951 door den hongerH7458 te dodenH4191.En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.
KJVAnd the children3of Israel4said1unto them, Would to God5we had died7by the hand8of the LORD9in the land10of Egypt,11when we sat12by the flesh15pots,14and when we did eat16bread17to the full;18for ye have brought us forth20into this wilderness,23to kill25this whole assembly28with hunger.
1וַיֹּאמְר֨וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֜םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5מִֽיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God6יִתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7מוּתֵ֤נוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8בְיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12בְּשִׁבְתֵּ֨נוּ֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14סִ֣ירH5518pot, potten, doornencaldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn15הַבָּשָׂ֔רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin16בְּאָכְלֵ֥נוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite17לֶ֖חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals18לָשֹׂ֑בַעH7648verzadigingfill, full(-ness), satisfying, be satisfied19כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20הוֹצֵאתֶ֤םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter21אֹתָ֨נוּ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)22אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23הַמִּדְבָּ֣רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness24הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)25לְהָמִ֛יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise26אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)28הַקָּהָ֥לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude29הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)30בָּרָעָֽבH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger
4Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: ZieH2005, Ik zal voor ulieden broodH3899uitH4480 den hemelH8064regenenH4305; en het volkH5971 zal uitgaanH3318, en verzamelenH3950 elke dagmaatH1697 op haar dagH3117; opdatH4616 Ik het verzoekeH5254, of het in Mijn wetH8451gaH3212, of nietH3808.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.
KJVThen said1the LORD2unto Moses,4Behold, I will rain6bread8from heaven10for you; and the people12shall go out11and gather13a certain rate14every day,15that I may prove18them, whether they will walk19in my law,
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though6מַמְטִ֥ירH4305regenen, regende, beregend(cause to) rain (upon)7לָכֶ֛ם8לֶ֖חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals9מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)11וְיָצָ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12הָעָ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13וְלָֽקְטוּ֙H3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean14דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work15י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16בְּיוֹמ֔וֹH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17לְמַ֧עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to18אֲנַסֶּ֛נּוּH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try19הֲיֵלֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak20בְּתוֹרָתִ֖יH8451wet, wetten, leerlaw21אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet22לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
5En het zal geschieden op den zesden dag, dat zij bereiden zullen hetgeen zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij dagelijks zullen verzamelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En het zal geschieden op den zesdenH8345dagH3117, dat zij bereidenH3559 zullen hetgeenH834 zij ingebrachtH935 zullen hebben; dat zal dubbelH4932 zijn bovenH5921 hetgeen zij dagelijksH3117 zullen verzamelenH3950.En het zal geschieden op den zesden dag, dat zij bereiden zullen hetgeen zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij dagelijks zullen verzamelen.
KJVAnd it shall come to pass, that on the sixth3day2they shall prepare4that which6they bring in;7and it shall be twice9as much as they gather12daily.13
1וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַשִּׁשִּׁ֔יH8345zesde, zesdensixth (part)4וְהֵכִ֖ינוּH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed5אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יָבִ֑יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9מִשְׁנֶ֔הH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much10עַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יִלְקְט֖וּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean13י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14יֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
6Toen zeiden Mozes en Aaron tot al de kinderen Israels: Aan den avond, dan zult gij weten, dat u de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen zeidenH559MozesH4872 en AaronH175totH413alH3605 de kinderenH1121IsraelsH3478: Aan den avondH6153, dan zult gij wetenH3045, datH3588 u de HEEREH3068 uit EgyptelandH776uitgeleidH3318 heeft;Toen zeiden Mozes en Aaron tot al de kinderen Israels: Aan den avond, dan zult gij weten, dat u de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft;
KJVAnd Moses2and Aaron3said1unto all the children6of Israel,7At even,8then ye shall know9that the LORD11hath brought you out12from the land14of Egypt:
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְאַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8עֶ֕רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night9וִֽידַעְתֶּ֕םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12הוֹצִ֥יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
7En morgen, dan zult gij des HEEREN heerlijkheid zien, dewijl Hij uw murmureringen tegen den HEERE gehoord heeft; want wat zijn wij, dat gij tegen ons murmureert?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En morgenH1242, dan zult gij des HEERENH3068heerlijkheidH3519zienH7200, dewijl Hij uw murmureringenH8519tegenH5921 den HEEREH3068gehoordH8085 heeft; want watH4100 zijn wij, datH3588 gij tegenH5921 ons murmureertH3885?En morgen, dan zult gij des HEEREN heerlijkheid zien, dewijl Hij uw murmureringen tegen den HEERE gehoord heeft; want wat zijn wij, dat gij tegen ons murmureert?
KJVAnd in the morning,1then ye shall see2the glory4of the LORD;5for that he heareth6your murmurings8against the LORD:10and what are we,11that ye murmur14
1וּבֹ֗קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow2וּרְאִיתֶם֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כְּב֣וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בְּשָׁמְע֥וֹH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תְּלֻנֹּתֵיכֶ֖םH8519murmureringenmurmuring9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וְנַ֣חְנוּH5168gemakkelijk overvallenwe12מָ֔הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why13כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14תַלִּ֖ינוּH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)15עָלֵֽינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
8Voorts zeide Mozes: Als de HEERE ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de HEERE uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Voorts zeideH559MozesH4872: Als de HEEREH3068 ulieden aan den avondH6153vleesH1320 te etenH398 zal gevenH5414, en aan den morgenH1242broodH3899 tot verzadigingH7646, het zal zijn, omdat de HEEREH3068 uw murmureringenH8519gehoordH8085 heeft, dieH834gijH859 tegen Hem murmureertH3885; want wat zijn wij? Uw murmureringenH8519 zijn nietH3808 tegen ons, maarH3588tegenH5921 den HEEREH3068.Voorts zeide Mozes: Als de HEERE ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de HEERE uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen den HEERE.
KJVAnd Moses2said,1This shall be, when the LORD4shall give3you in the evening6flesh7to eat,8and in the morning10bread9to the full;11for that the LORD13heareth12your murmurings15which ye murmuragainst him: and what are we?20your murmurings18are not against us, but against the LORD.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3בְּתֵ֣תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4יְהוָה֩H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לָכֶ֨ם6בָּעֶ֜רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night7בָּשָׂ֣רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin8לֶאֱכֹ֗לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9וְלֶ֤חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals10בַּבֹּ֨קֶר֙H1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow11לִשְׂבֹּ֔עַH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of12בִּשְׁמֹ֤עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness13יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15תְּלֻנֹּ֣תֵיכֶ֔םH8519murmureringenmurmuring16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you18מַלִּינִ֖םH8519murmureringenmurmuring19עָלָ֑יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20וְנַ֣חְנוּH5168gemakkelijk overvallenwe21מָ֔הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why22לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23עָלֵ֥ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24תְלֻנֹּתֵיכֶ֖םH8519murmureringenmurmuring25כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet26עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with27יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9Daarna zeide Mozes tot Aaron: Zeg tot de ganse vergadering der kinderen Israels: Nadert voor het aangezicht des HEEREN, want Hij heeft uw murmureringen gehoord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Daarna zeideH559MozesH4872totH413AaronH175: ZegH559totH413 de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478: NadertH7126 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, wantH3588 Hij heeft uw murmureringenH8519gehoordH8085.Daarna zeide Mozes tot Aaron: Zeg tot de ganse vergadering der kinderen Israels: Nadert voor het aangezicht des HEEREN, want Hij heeft uw murmureringen gehoord.
KJVAnd Moses2spake1unto Aaron,4Say5unto all the congregation8of the children9of Israel,10Come near11before12the LORD:13for he hath heard15your murmurings.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5אֱמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8עֲדַת֙H5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)9בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11קִרְב֖וּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take12לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15שָׁמַ֔עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness16אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17תְּלֻנֹּתֵיכֶֽםH8519murmureringenmurmuring
10En het geschiedde, als Aaron tot de ganse vergadering der kinderen Israels sprak, en zij zich naar de woestijn keerden, zo ziet, de heerlijkheid des HEEREN verscheen in de wolk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En het geschiedde, als AaronH175totH413 de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478sprakH1696, en zijH1961 zich naarH413 de woestijnH4057keerdenH6437, zo zietH2009, de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068verscheenH7200 in de wolkH6051.En het geschiedde, als Aaron tot de ganse vergadering der kinderen Israels sprak, en zij zich naar de woestijn keerden, zo ziet, de heerlijkheid des HEEREN verscheen in de wolk.
KJVAnd it came to pass, as Aaron3spake2unto the whole congregation6of the children7of Israel,8that they looked9toward the wilderness,11and, behold, the glory13of the LORD14appeared15in the cloud.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֲדַ֣תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)7בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וַיִּפְנ֖וּH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הַמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see13כְּב֣וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15נִרְאָ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16בֶּעָנָֽןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)
11Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Ook heeft de HEEREH3068totH413MozesH4872gesprokenH1696, zeggendeH559:Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:
12Ik heb de murmureringen der kinderen Israels gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Ik heb de murmureringenH8519 der kinderenH1121IsraelsH3478gehoordH8085; spreekH1696totH413 hen, zeggendeH559: TussenH996 twee avondenH6153 zult gij vleesH1320etenH398, en aan den morgenH1242 zult gij met broodH3899verzadigdH7646 worden; en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 uw GodH430 ben.Ik heb de murmureringen der kinderen Israels gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben.
KJVI have heard1the murmurings3of the children4of Israel:5speak6unto them, saying,8At even9ye shall eat11flesh,12and in the morning13ye shall be filled14with bread;15and ye shall know16that I am the LORD19your God.
1שָׁמַ֗עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3תְּלוּנֹּת֮H8519murmureringenmurmuring4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6דַּבֵּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work7אֲלֵהֶ֜םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9בֵּ֤יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within10הָֽעַרְבַּ֨יִם֙H6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night11תֹּאכְל֣וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12בָשָׂ֔רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin13וּבַבֹּ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow14תִּשְׂבְּעוּH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of15לָ֑חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals16וִֽידַעְתֶּ֕םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot17כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
13En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En het geschieddeH1961 aan den avondH6153, dat er kwakkelenH7958opkwamenH5927, en het legerH4264bedektenH3680; en aan den morgenH1242lagH7902 de dauwH2919rondomH5439 het legerH4264.En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger.
KJVAnd it came to pass, that at even2the quails4came up,3and covered5the camp:7and in the morning8the dew11lay10round about12the host.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בָעֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night3וַתַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4הַשְּׂלָ֔וH7958kwakkelenquails5וַתְּכַ֖סH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents8וּבַבֹּ֗קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow9הָֽיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10שִׁכְבַ֣תH7902bijligging, bijliggens, lag[idiom] carnally, copulation, [idiom] lay, seed11הַטַּ֔לH2919dauw, dauwsdew12סָבִ֖יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side13לַֽמַּחֲנֶֽהH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents
14Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Als nu de liggendeH7902dauwH2919opgevarenH5927 was, zo zietH2009, overH5921 de woestijnH4057 was een kleinH1851rond dingH2636, kleinH1851 als de rijmH3713, opH5921 de aardeH776.Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde.
KJVAnd when the dew3that lay2was gone up,1behold, upon the face6of the wilderness7there lay a small8round thing,9as small10as the hoar frost11on the ground.
1וַתַּ֖עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2שִׁכְבַ֣תH7902bijligging, bijliggens, lag[idiom] carnally, copulation, [idiom] lay, seed3הַטָּ֑לH2919dauw, dauwsdew4וְהִנֵּ֞הH2009ziet, ziebehold, lo, see5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6פְּנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7הַמִּדְבָּר֙H4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness8דַּ֣קH1851dun, dunne, kleindwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin9מְחֻסְפָּ֔סH2636rond dinground thing10דַּ֥קH1851dun, dunne, kleindwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin11כַּכְּפֹ֖רH3713bekers, rijm, bekerbason, hoar(-y) frost12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
15Toen het de kinderen Israels zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen het de kinderenH1121IsraelsH3478zagenH7200, zo zeidenH559 zij, de een totH413 den anderH251: Het is ManH4478, wantH3588 zij wistenH3045nietH3808 wat hetH1931 was. MozesH4872 dan zeideH559totH413 hen: Dit is hetH1931broodH3899, hetwelkH834 de HEEREH3068 ulieden te etenH402gegevenH5414 heeft.Toen het de kinderen Israels zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.
KJVAnd when the children2of Israel3saw1it, they said4one5to another,7It is manna:8for they wist12not what it was. And Moses16said15unto them, This is the bread19which the LORD22hath given21you to eat.
1וַיִּרְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4וַיֹּ֨אמְר֜וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7אָחִיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'8מָ֣ןH4478Man, Mannamanna9ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יָדְע֖וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses17אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who19הַלֶּ֔חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals20אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21נָתַ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23לָכֶ֖ם24לְאָכְלָֽהH402spijze, eten, verteerdconsume, devour, eat, food, meat
16Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16DitH2088 is het woordH1697, dat de HEEREH3068gebodenH6680 heeft: VerzameltH3950 daarvan een iederH376 naar dat hij etenH400 mag, een gomerH6016 voor een hoofdH1538, naar het getalH4557vanH4480 uw zielenH5315; iederH376 zal nemenH3947 voor degenen, die in zijn tentH168 zijn.Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.
KJVThis is the thing2which3the LORD5hath commanded,4Gather6of it every man8according9to his eating,10an omer11for every man,12according to the number13of your persons;14take18ye every man15for them which are in his tents.
1זֶ֤הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)2הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לִקְט֣וּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean7מִמֶּ֔נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9לְפִ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word10אָכְל֑וֹH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals11עֹ֣מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf12לַגֻּלְגֹּ֗לֶתH1538hoofd, hoofd hoofd, hoofdenhead, every man, poll, skull13מִסְפַּר֙H4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time14נַפְשֹׁ֣תֵיכֶ֔םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it15אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16לַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17בְּאָהֳל֖וֹH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent18תִּקָּֽחוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
17En de kinderen Israels deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En de kinderenH1121IsraelsH3478dedenH6213alzoH3651, en verzameldenH3950, de een veelH7235 en de ander weinigH4591.En de kinderen Israels deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig.
KJVAnd the children3of Israel4did1so, and gathered,5some more,6some less.
1וַיַּעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וַֽיִּלְקְט֔וּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean6הַמַּרְבֶּ֖הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very7וְהַמַּמְעִֽיטH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing
18Doch als zij het met de gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Doch als zij het met de gomerH6016matenH4058, zo had hij, die veel verzameldH7235 had, nietsH5736 over, en dien, die weinig verzameldH4591 had, ontbrakH2637nietH3808; een iegelijkH376verzameldeH3950zoveelH6310, als hij etenH400 mocht.Doch als zij het met de gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht.
KJVAnd when they did mete1it with an omer,2he that gathered much5had nothing over,4and he that gathered little6had no lack;8they gathered12every man9according10to his eating.
1וַיָּמֹ֣דּוּH4058mat, meten, gemetenmeasure, mete, stretch self2בָעֹ֔מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf3וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4הֶעְדִּיף֙H5736overschiet, overschieten, blijftbe more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain5הַמַּרְבֶּ֔הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very6וְהַמַּמְעִ֖יטH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הֶחְסִ֑ירH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want9אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10לְפִֽיH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word11אָכְל֖וֹH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals12לָקָֽטוּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean
19En Mozes zeide tot hen: Niemand late daarvan over tot den morgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En MozesH4872zeideH559 tot hen: NiemandH376lateH3498 daarvan over tot den morgenH1242.En Mozes zeide tot hen: Niemand late daarvan over tot den morgen.
KJVAnd Moses2said,1Let no man4leave6of it till the morning.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6יוֹתֵ֥רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest7מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9בֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
20Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Doch zij hoordenH8085nietH3808naarH413MozesH4872, maar sommige mannenH582lietenH3498 daarvan over tot den morgenH1242. Toen wiesenH7311 er wormenH8438 in, en het werd stinkendeH887; dies werd MozesH4872 zeer toornigH7107opH5921 hen.Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen.
KJVNotwithstanding they hearkened2not unto Moses;4but someof them left5of it until the morning,9and it bred10worms,11and stank:12and Moses15was wroth
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2שָׁמְע֣וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5וַיּוֹתִ֨רוּH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest6אֲנָשִׁ֤יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מִמֶּ֨נּוּ֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9בֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow10וַיָּ֥רֻםH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms11תּוֹלָעִ֖יםH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm12וַיִּבְאַ֑שׁH887stinkende, stinken, stonk(make to) be abhorred (had in abomination, loathsome, odious), (cause a, make to) stink(-ing savour), [idiom] utterly13וַיִּקְצֹ֥ףH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth14עֲלֵהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naar dat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zij nu verzameldenH3950 het allen morgenH1242, een iegelijkH376 naar dat hij etenH400 mocht; want als de zonH8121heetH2552 werd, zo versmoltH4549 het.Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naar dat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het.
Ook in dit vers
naardatH6310
KJVAnd they gathered1it every morning,3every man5according6to his eating:7and when the sun9waxed hot,8it melted.
1וַיִּלְקְט֤וּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean2אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בַּבֹּ֣קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow4בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6כְּפִ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7אָכְל֑וֹH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals8וְחַ֥םH2552warm, heet, warmtenflame self, get (have) heat, be (wax) hot, (be, wax) warm (self, at)9הַשֶּׁ֖מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)10וְנָמָֽסH4549smelten, versmolt, versmeltendiscourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly
22En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En het geschiedde op den zesdenH8345dagH3117, dat zij dubbelH4932broodH3899verzameldenH3950, tweeH8147gomersH6016 voor eenH259; en alH3605 de overstenH5387 der vergaderingH5712kwamenH935 en verkondigdenH5046 het aan MozesH4872.En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes.
KJVAnd it came to pass, that on the sixth3day2they gathered4twice6as much bread,5two7omers8for one9man: and all the rulers12of the congregation13came10and told14Moses.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַשִּׁשִּׁ֗יH8345zesde, zesdensixth (part)4לָֽקְט֥וּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean5לֶ֨חֶם֙H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals6מִשְׁנֶ֔הH4932tweede, dubbel, tweedencollege, copy, double, fatlings, next, second (order), twice as much7שְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8הָעֹ֖מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf9לָאֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10וַיָּבֹ֨אוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12נְשִׂיאֵ֣יH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour13הָֽעֵדָ֔הH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)14וַיַּגִּ֖ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter15לְמֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
23Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Hij dan zeideH559 tot hen: Dit is hetH1931, dat de HEEREH3068gesprokenH1696 heeft: Morgen is de rustH7677, de heiligeH6944sabbatH7676 des HEERENH3068! watH834 gij bakkenH644 zoudt, baktH644 dat, en ziedtH1310, watH834 gij ziedenH1310 zoudt; en alH3605 wat over blijftH5736, legtH3240 het op voor u in bewaringH4931 tot den morgen.Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen.
Ook in dit vers
morgenH1242
MorgenH4279
KJVAnd he said1unto them, This is that which the LORD6hath said,5To morrow11is the rest7of the holy9sabbath8unto the LORD:10bake14that which ye will bake15to day, and seethe18that ye will seethe;19and that which21remaineth over22lay up23for you to be kept25until the morning.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3ה֚וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7שַׁבָּת֧וֹןH7677rust, rusterest, sabbath8שַׁבַּתH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath9קֹ֛דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10לַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11מָחָ֑רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow12אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14תֹּאפ֞וּH644bakkers, bakken, bakkerbake(-r, (-meats))15אֵפ֗וּH644bakkers, bakken, bakkerbake(-r, (-meats))16וְאֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18תְּבַשְּׁלוּ֙H1310koken, gezoden, gekooktbake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden)19בַּשֵּׁ֔לוּH1310koken, gezoden, gekooktbake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden)20וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22הָ֣עֹדֵ֔ףH5736overschiet, overschieten, blijftbe more, odd number, be (have) over (and above), overplus, remain23הַנִּ֧יחוּH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)24לָכֶ֛ם25לְמִשְׁמֶ֖רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch26עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet27הַבֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
24En zij legden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En zij legden het op totH5704 den morgenH1242, gelijk als MozesH4872gebodenH6680 had; en het stonkH887 niet, en er wasH1961geenH3808wormH7415 in.En zij legden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in.
Ook in dit vers
leidenH3240
KJVAnd they laid it up1till the morning,4as Moses7bade:6and it did not stink,9neither was there any worm
1וַיַּנִּ֤יחוּH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)2אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4הַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow5כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הִבְאִ֔ישׁH887stinkende, stinken, stonk(make to) be abhorred (had in abomination, loathsome, odious), (cause a, make to) stink(-ing savour), [idiom] utterly10וְרִמָּ֖הH7415gewormte, made, madenworm11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12הָ֥יְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13בּֽוֹ
25Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des HEEREN; gij zult het heden op het veld niet vinden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Toen zeideH559MozesH4872: EetH398 dat hedenH3117, want het is hedenH3117 de sabbatH7676 des HEERENH3068; gij zult het hedenH3117 op het veldH7704nietH3808vindenH4672.Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des HEEREN; gij zult het heden op het veld niet vinden.
KJVAnd Moses2said,1Eat3that to day;4for to day7is a sabbath6unto the LORD:8to day9ye shall not find11it in the field.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אִכְלֻ֣הוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6שַׁבָּ֥תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath7הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9הַיּ֕וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תִמְצָאֻ֖הוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on12בַּשָּׂדֶֽהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild
26Zes dagen zult gij het verzamelen; doch op den zevenden dag is het sabbat, op denzelven zal het niet zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26ZesH8337dagenH3117 zult gij het verzamelenH3950; doch op den zevendenH7637dagH3117isH1961 het sabbatH7676, op denzelven zal het nietH3808 zijn.Zes dagen zult gij het verzamelen; doch op den zevenden dag is het sabbat, op denzelven zal het niet zijn.
KJVSix1days2ye shall gather3it; but on the seventh5day,4which is the sabbath,
1שֵׁ֥שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תִּלְקְטֻ֑הוּH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean4וּבַיּ֧וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הַשְּׁבִיעִ֛יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)6שַׁבָּ֖תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath7לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9בּֽוֹ
27En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En het geschiedde aan den zevendenH7637dagH3117, dat sommigen vanH4480 het volkH5971uitgingenH3318, om te verzamelenH3950; doch zij vondenH4672nietH3808.En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet.
KJVAnd it came to pass, that there went out4some of the people6on the seventh3day2for to gather,7and they found
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַשְּׁבִיעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)4יָצְא֥וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter5מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7לִלְקֹ֑טH3950lezen, verzamelen, opgelezengather (up), glean8וְלֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9מָצָֽאוּH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
28Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Toen zeideH559 de HEEREH3068 tot MozesH4872: Hoe langH575weigertH3985 gijlieden te houdenH8104 Mijn gebodenH4687 en Mijn wettenH8451?Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4How long refuse7ye to keep8my commandments9and my laws?
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6אָ֨נָה֙H575Hoe, waarhenen, lang[phrase] any (no) whither, now, where, whither(-soever)7מֵֽאַנְתֶּ֔םH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly8לִשְׁמֹ֥רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9מִצְוֺתַ֖יH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept10וְתוֹרֹתָֽיH8451wet, wetten, leerlaw
29Ziet, omdat de HEERE ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29ZietH7200, omdatH3588 de HEEREH3068 ulieden den sabbatH7676gegevenH5414 heeft, daaromH3651geeftH5414HijH1931 u aanH5921 den zesdenH8345dagH3117 voor twee dagenH3117broodH3899; een ieder blijveH3427 in zijn plaatsH4725! dat niemandH376 uit zijn plaatsH8478 ga op den zevendenH7637dagH3117!Ziet, omdat de HEERE ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag!
KJVSee,1for that the LORD3hath given4you the sabbath,6therefore he giveth10you on the sixth13day12the bread14of two days;15abide16ye every man17in his place, let no man21go out20of his place22on the seventh24day.
1רְא֗וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לָכֶ֣ם6הַשַּׁבָּת֒H7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כֵּ֠ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לָכֶ֛ם12בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13הַשִּׁשִּׁ֖יH8345zesde, zesdensixth (part)14לֶ֣חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals15יוֹמָ֑יִםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16שְׁב֣וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18תַּחְתָּ֗יוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with19אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than20יֵ֥צֵאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter21אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)22מִמְּקֹמ֖וֹH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)23בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger24הַשְּׁבִיעִֽיH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Alzo rustteH7673 het volkH5971 op den zevendenH7637dagH3117!Alzo rustte het volk op den zevenden dag!
KJVSo the people2rested1on the seventh4day.
1וַיִּשְׁבְּת֥וּH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away2הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַשְּׁבִעִֽיH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)
31En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En het huisH1004IsraelsH3478noemdeH7121 deszelfs naamH8034ManH4478; en hetH1931 was als korianderzaadH1407, witH3836, en de smaakH2940 daarvan was als honigkoekenH6838.En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken.
KJVAnd the house2of Israel3called1the name5thereof Manna:6and it was like coriander9seed,8white;10and the taste11of it was like wafers12made with honey.
1וַיִּקְרְא֧וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2בֵֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6מָ֑ןH4478Man, Mannamanna7וְה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8כְּזֶ֤רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time9גַּד֙H1407korianderzaadcoriander10לָבָ֔ןH3836wit, wittewhite11וְטַעְמ֖וֹH2940smaak, gelaat, redeadvice, behaviour, decree, discretion, judgment, reason, taste, understanding12כְּצַפִּיחִ֥תH6838honigkoekenwafer13בִּדְבָֽשׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)
32Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de HEERE bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Voorts zeideH559MozesH4872: DitH2088 is het woordH1697, hetwelkH834 de HEEREH3068bevolenH6680 heeft: VulH4393 een gomerH6016 daarvan tot bewaringH4931 voor uw geslachtenH1755, opdatH4616 zij zienH7200 het broodH3899, dat Ik ulieden heb te etenH398 gegeven in deze woestijnH4057, toen Ik u uitH4480EgyptelandH776uitleiddeH3318.Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de HEERE bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde.
KJVAnd Moses2said,1This is the thing4which the LORD7commandeth,6Fill8an omer9of it to be kept11for your generations;12that they may see14the bread16wherewith I have fed18you in the wilderness,20when I brought you forth21from the land23of Egypt.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3זֶ֤הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מְלֹ֤אH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude9הָעֹ֨מֶר֙H6016garf, gomer, garvenomer, sheaf10מִמֶּ֔נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11לְמִשְׁמֶ֖רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch12לְדֹרֹתֵיכֶ֑םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity13לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to14יִרְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַלֶּ֗חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals17אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18הֶאֱכַ֤לְתִּיH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite19אֶתְכֶם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness21בְּהוֹצִיאִ֥יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter22אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world24מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
33Ook zeide Mozes tot Aaron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor uw geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Ook zeideH559MozesH4872totH413AaronH175: NeemH3947 een kruikH6803, en doe een gomerH6016volH4393ManH4478 daarin; en zetH3240 die voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, tot bewaringH4931 voor uw geslachtenH1755.Ook zeide Mozes tot Aaron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor uw geslachten.
KJVAnd Moses2said1unto Aaron,4Take5a7pot,6and put8an omer11full10of manna12therein, and lay it up13before15the LORD,16to be kept17for your generations.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַהֲרֹ֗ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron5קַ֚חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6צִנְצֶ֣נֶתH6803kruikpot7אַחַ֔תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8וְתֶןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9שָׁ֥מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10מְלֹֽאH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude11הָעֹ֖מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf12מָ֑ןH4478Man, Mannamanna13וְהַנַּ֤חH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)14אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17לְמִשְׁמֶ֖רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch18לְדֹרֹתֵיכֶֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
34Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aaron voor de getuigenis tot bewaring.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Gelijk als de HEEREH3068aanH413MozesH4872gebodenH6680 had, alzo zetteH3240 ze AaronH175voorH6440 de getuigenisH5715 tot bewaringH4931.Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aaron voor de getuigenis tot bewaring.
KJVAs the LORD3commanded2Moses,5so Aaron7laid it up6before8the Testimony,9to be kept.
1כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6וַיַּנִּיחֵ֧הוּH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)7אַהֲרֹ֛ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron8לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9הָעֵדֻ֖תH5715getuigenis, getuigenissentestimony, witness10לְמִשְׁמָֽרֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch
35En de kinderen Israels aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35En de kinderenH1121IsraelsH3478atenH398ManH4478veertigH705jarenH8141, totdatH5704 zij in een bewoondH3427landH776 kwamen; zij atenH398ManH4478, totdatH5704 zij kwamenH935 aan de paleH7097 van het landH776KanaanH3667.En de kinderen Israels aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaan.
KJVAnd the children1of Israel2did eat3manna5forty6years,7until they came9to a land11inhabited;12they did eat15manna,14until they came17unto the borders19of the land20of Canaan.
1וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3אָֽכְל֤וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַמָּן֙H4478Man, Mannamanna6אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty7שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9בֹּאָ֖םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12נוֹשָׁ֑בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמָּן֙H4478Man, Mannamanna15אָֽכְל֔וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite16עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17בֹּאָ֕םH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19קְצֵ֖הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)20אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world21כְּנָֽעַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Een gomerH6016 nu is hetH1931tiendeH6224 deel van een efaH374.Een gomer nu is het tiende deel van een efa.
KJVNow an omer1is the tenth2part of an ephah.
1וְהָעֹ֕מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf2עֲשִׂרִ֥יתH6224tiende, tiendententh (part)3הָאֵיפָ֖הH374efa, tweeerleiephah, (divers) measure(-s)4הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 16:1— Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.Numeri 33:10→Exodus 15:27→Exodus 17:1→Ezechiël 30:15→
Exodus 16:2— En de ganse vergadering der kinderen Israels murmureerde tegen Mozes en tegen Aaron, in de woestijn.Exodus 15:24→1 Korinthe 10:10→Psalmen 106:25→Exodus 14:11→Psalmen 106:13→Genesis 19:4→Psalmen 106:7→
Exodus 16:3— En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.Klaagliederen 4:9→Exodus 17:3→Numeri 11:4→Numeri 20:3→Numeri 14:2→Handelingen 26:29→Numeri 16:41→Numeri 11:15→
Exodus 16:4— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.Psalmen 105:40→Psalmen 78:24→Exodus 15:25→1 Korinthe 10:3→Johannes 6:31→Deuteronomium 8:16→Deuteronomium 8:2→Mattheüs 6:32→
Exodus 16:5— En het zal geschieden op den zesden dag, dat zij bereiden zullen hetgeen zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij dagelijks zullen verzamelen.Leviticus 25:21→Exodus 35:2→Exodus 16:22→
Exodus 16:6— Toen zeiden Mozes en Aaron tot al de kinderen Israels: Aan den avond, dan zult gij weten, dat u de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft;Exodus 6:7→Numeri 16:30→Numeri 16:28→Exodus 16:12→Exodus 32:11→Exodus 16:3→Psalmen 77:20→Exodus 32:1→
Exodus 16:7— En morgen, dan zult gij des HEEREN heerlijkheid zien, dewijl Hij uw murmureringen tegen den HEERE gehoord heeft; want wat zijn wij, dat gij tegen ons murmureert?Numeri 16:11→Exodus 16:10→Jesaja 35:2→Jesaja 40:5→Johannes 11:4→Exodus 40:34→Johannes 11:40→Numeri 16:42→
Exodus 16:8— Voorts zeide Mozes: Als de HEERE ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de HEERE uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen den HEERE.Romeinen 13:2→1 Samuël 8:7→Numeri 14:27→Lukas 10:16→1 Thessalonicenzen 4:8→Numeri 21:7→Jesaja 37:29→Johannes 13:20→
Exodus 16:9— Daarna zeide Mozes tot Aaron: Zeg tot de ganse vergadering der kinderen Israels: Nadert voor het aangezicht des HEEREN, want Hij heeft uw murmureringen gehoord.Numeri 16:16→Exodus 16:8→Exodus 16:2→
Exodus 16:10— En het geschiedde, als Aaron tot de ganse vergadering der kinderen Israels sprak, en zij zich naar de woestijn keerden, zo ziet, de heerlijkheid des HEEREN verscheen in de wolk.Exodus 16:7→Numeri 16:42→Numeri 16:19→Leviticus 9:6→Exodus 40:34→Mattheüs 17:5→Exodus 13:21→Numeri 14:10→
Exodus 16:12— Ik heb de murmureringen der kinderen Israels gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben.Joël 3:17→Exodus 6:7→Exodus 7:17→Ezechiël 39:22→Exodus 16:7→Jeremia 31:24→Exodus 4:5→Zacharia 13:9→
Exodus 16:13— En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger.Numeri 11:9→Psalmen 78:27→Psalmen 105:40→Numeri 11:31→
Exodus 16:14— Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde.Psalmen 105:40→Numeri 11:7→Psalmen 78:24→Nehemia 9:15→Deuteronomium 8:3→Psalmen 147:16→Exodus 16:31→
Exodus 16:15— Toen het de kinderen Israels zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.Exodus 16:4→Exodus 16:31→Deuteronomium 8:3→Jozua 5:12→Johannes 6:58→1 Korinthe 10:3→Johannes 6:31→Exodus 16:33→
Exodus 16:16— Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.Exodus 16:36→Exodus 16:18→Exodus 16:32→
Exodus 16:18— Doch als zij het met de gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht.2 Korinthe 8:14→
Exodus 16:19— En Mozes zeide tot hen: Niemand late daarvan over tot den morgen.Exodus 23:18→Exodus 12:10→Mattheüs 6:34→Exodus 16:23→
Exodus 16:20— Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen.Hebreeën 13:5→Markus 10:14→Jakobus 5:2→Efeze 4:26→Numeri 12:3→Markus 3:5→Lukas 12:33→Numeri 16:15→
Exodus 16:21— Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naar dat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het.Mattheüs 6:33→Johannes 12:35→Spreuken 6:6→2 Korinthe 6:2→Prediker 9:10→Prediker 12:1→
Exodus 16:22— En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes.Exodus 16:5→Leviticus 25:22→Exodus 34:31→Exodus 16:16→Leviticus 25:12→
Exodus 16:23— Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen.Leviticus 23:3→Exodus 20:8→Exodus 31:15→Openbaring 1:10→Lukas 23:56→Exodus 23:12→Exodus 35:2→Numeri 11:8→
Exodus 16:24— En zij legden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in.Exodus 16:20→Exodus 16:33→
Exodus 16:25— Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des HEEREN; gij zult het heden op het veld niet vinden.Exodus 16:23→Nehemia 9:14→Exodus 16:29→
Exodus 16:26— Zes dagen zult gij het verzamelen; doch op den zevenden dag is het sabbat, op denzelven zal het niet zijn.Lukas 13:14→Exodus 20:9→Deuteronomium 5:13→Ezechiël 46:1→
Exodus 16:27— En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet.Spreuken 20:4→
Exodus 16:28— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?Psalmen 78:10→2 Koningen 17:14→Psalmen 106:13→Ezechiël 20:13→Jeremia 4:14→Jeremia 9:6→Markus 9:19→Jesaja 7:9→
Exodus 16:29— Ziet, omdat de HEERE ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag!Jesaja 58:13→Ezechiël 20:12→Nehemia 9:14→Lukas 23:56→Exodus 31:13→
Exodus 16:30— Alzo rustte het volk op den zevenden dag!Leviticus 23:3→Deuteronomium 5:12→Hebreeën 4:9→
Exodus 16:31— En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken.Exodus 16:15→Numeri 11:6→Hooglied 2:3→
Exodus 16:32— Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de HEERE bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde.Lukas 22:19→Psalmen 103:1→Psalmen 111:4→Psalmen 105:5→Hebreeën 2:1→
Exodus 16:33— Ook zeide Mozes tot Aaron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor uw geslachten.Hebreeën 9:4→
Exodus 16:34— Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aaron voor de getuigenis tot bewaring.Exodus 25:21→Exodus 25:16→Exodus 27:21→Exodus 40:20→Numeri 17:10→Exodus 30:36→Exodus 30:6→Exodus 31:18→
Exodus 16:35— En de kinderen Israels aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaan.Jozua 5:12→Nehemia 9:20→Deuteronomium 8:2→Nehemia 9:15→Numeri 33:38→Deuteronomium 1:8→Deuteronomium 34:1→Numeri 33:48→
Exodus 16:36— Een gomer nu is het tiende deel van een efa.Exodus 16:16→Exodus 16:32→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 16 vers 1— Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.
van Elim gereisd waren,
Vóór zij van Elim optrokken, waren zij weder bij de Rode zee geweest, welke reis Mozes hier niet beschrijft, maar hij verhaalt ze Num. 33:10-11.
Hertaald:van Elim gereisd waren,
Voordat zij van Elim vertrokken, waren zij opnieuw bij de Rode Zee geweest. Deze reis beschrijft Mozes hier niet, maar wel in Num. 33:10-11.
Sin,
De naam van een woestijn in Steenachtig Arabië, waar de achtste legerplaats der Israëlieten geweest is; Num. 33:10-11.
Hertaald:Sin,
De naam van een woestijn in het rotsachtige deel van Arabië, waar de achtste legerplaats van de Israëlieten was; Num. 33:10-11.
Sinaï,
Deze berg wordt anders genoemd Horeb, op welken Mozes de wet ontvangen heeft.
Hertaald:Sinaï,
Deze berg wordt ook Horeb genoemd; daar heeft Mozes de wet ontvangen.
Exodus 16 vers 3— En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.
Och,
Hebreeuws, wie zal geven, enz; vergelijk Deut. 5:29.
Hertaald:Och,
Hebreeuws: wie zal geven, enzovoort; vergelijk Deut. 5:29.
Exodus 16 vers 4— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.
Ik zal
Dat is, Ik zal he tspoedig laten regenen, dat is, in de gedaante van een regen uit den hemel laten vallen.
Hertaald:Ik zal
Dat is: Ik zal het spoedig laten regenen; dat wil zeggen: het als een regen uit de hemel laten neerdalen.
brood uit den hemel regenen;
Dat is, manna, waarvan de Israëlieten brood maakten.
Hertaald:brood uit den hemel regenen;
Dat is: manna, waarvan de Israëlieten brood maakten.
dagmaat op haar dag;
Hebreeuws, woord, of ding; hier betekent het zoveel brood als een mens iederen dag tot zijn nooddruft behoeft.
Hertaald:dagmaat op haar dag;
Hebreeuws: woord of ding; hier betekent het zoveel brood als iemand dagelijks nodig heeft.
Exodus 16 vers 5— En het zal geschieden op den zesden dag, dat zij bereiden zullen hetgeen zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij dagelijks zullen verzamelen.
op den zesden dag,
Te weten, daags vóór den sabbat, alsdan moesten de Israëlieten hun spijs bereiden, die zij op den sabbat eten zouden, want dan mocht men geen arbeid doen, ja zelfs geen vuur aansteken, gelijk te zien is Ex. 35:3.
Hertaald:op den zesden dag,
Namelijk: de dag vóór de sabbat. Dan moesten de Israëlieten het voedsel bereiden dat zij op de sabbat zouden eten, want op die dag mocht geen werk gedaan worden, zelfs geen vuur aangestoken, zoals blijkt uit Ex. 35:3.
dat zal dubbel zijn
Zie onder, vs.22.
Hertaald:dat zal dubbel zijn
Zie hieronder, vers 22.
dagelijks zullen verzamelen
Hebreeuws, dag dag, gelijk Gen. 39:10.
Hertaald:dagelijks zullen verzamelen
Hebreeuws: dag dag, zoals in Gen. 39:10.
Exodus 16 vers 6— Toen zeiden Mozes en Aaron tot al de kinderen Israels: Aan den avond, dan zult gij weten, dat u de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft;
Aan den avond,
Zie vs.13.
Hertaald:Aan den avond,
Zie vers 13.
de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft;
Niet wij, als uit onszelven, gelijk het volk hun verweet, vs.3.
Hertaald:de HEERE uit Egypteland uitgeleid heeft;
Niet wíj uit onszelf, zoals het volk hun verweet, vers 3.
Exodus 16 vers 8— Voorts zeide Mozes: Als de HEERE ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de HEERE uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen den HEERE.
tegen ons,
Hij wil zeggen, niet tegen ons alleen; of, niet zozeer tegen ons, als wel tegen den HEERE. Zie ook dergelijke manier van spreken, Gen. 32:28, en 1 Sam. 8:7; Joh. 12:44.
Hertaald:tegen ons,
Hij bedoelt: niet tegen ons alleen, of: niet zozeer tegen ons als wel tegen de HEERE. Zie eenzelfde manier van spreken in Gen. 32:28, 1 Sam. 8:7 en Joh. 12:44.
Exodus 16 vers 9— Daarna zeide Mozes tot Aaron: Zeg tot de ganse vergadering der kinderen Israels: Nadert voor het aangezicht des HEEREN, want Hij heeft uw murmureringen gehoord.
Nadert voor het aangezicht des HEEREN,
Dat is, vergadert voor de wolkkolom, in en door welke God de Heere zijn heerlijke tegenwoordigheid openbaarde, vs.10.
Hertaald:Nadert voor het aangezicht des HEEREN,
Dat is: verzamel u voor de wolkkolom, waarin en waardoor God de HEERE Zijn heerlijke tegenwoordigheid openbaarde, vers 10.
Exodus 16 vers 12— Ik heb de murmureringen der kinderen Israels gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben.
Tussen de twee avonden zult gij vlees eten,
Zie Ex. 12:6.
Hertaald:Tussen de twee avonden zult gij vlees eten,
Zie Ex. 12:6.
gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben
Te weten, inderdaad zulks bevindende en beproevende.
Hertaald:gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben
Namelijk: dit werkelijk ondervinden en ervaren.
Exodus 16 vers 13— En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger.
aan den avond,
Te weten, aan den avond van dien dag.
Hertaald:aan den avond,
Namelijk: aan de avond van die dag.
kwakkelen opkwamen,
Hebreeuws, de kwakkel; alzo Ex. 8:6
Hertaald:kwakkelen opkwamen,
Hebreeuws: de kwartel; zo ook in Ex. 8:6.
lag de dauw rondom het leger.
Hebreeuws, er was een ligging van dauw.
Hertaald:lag de dauw rondom het leger.
Hebreeuws: er was een neerslag van dauw.
Exodus 16 vers 14— Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde.
opgevaren was,
Te weten, in de lucht, verdwijnende door de hitte er zon. Het manna was bedekt en verborgen onder den dauw, die opwaarts trok met den opgang der zon. Zie Num. 11:9.
Hertaald:opgevaren was,
Namelijk: in de lucht, verdwijnend door de hitte van de zon. Het manna lag bedekt en verborgen onder de dauw, die optrok naarmate de zon opkwam. Zie Num. 11:9.
over de woestijn
Hebreeuws, op het aangezicht der woestijn.
Hertaald:over de woestijn
Hebreeuws: op het aangezicht van de woestijn.
klein rond ding,
Hebreeuws, dun.
Hertaald:klein rond ding,
Hebreeuws: dun.
Exodus 16 vers 15— Toen het de kinderen Israels zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.
de een tot den ander
Hebreeuws, de man tot zijn broeder.
Hertaald:de een tot den ander
Hebreeuws: de man tot zijn broeder.
Het is Man,
Dat is, dit is een voorbereide en ons toegeëigende spijs, of gave. Anders, wat is dat?
Hertaald:Het is Man,
Dat is: dit is voedsel, of een gave, die voor ons bestemd en ons toegeëigend is. Ook mogelijk: wat is dat?
Exodus 16 vers 16— Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.
een ieder naardat
Hebreeuws, naar den mond zijner spijs; dat is, der spijs, die hij en zijn huisgezin behoeft.
Hertaald:een ieder naardat
Hebreeuws: naar de mond van zijn voedsel; dat is: het voedsel dat hij en zijn huisgezin nodig hebben.
hij eten mag,
En zijn ganse huisgezin.
Hertaald:hij eten mag,
En zijn hele huisgezin.
een hoofd,
Hebreeuws, hersenbekken; dat is, persoon.
Hertaald:een hoofd,
Hebreeuws: schedel; dat is: persoon.
ieder zal nemen voor degenen,
Met deze woorden wordt verklaard, hetgeen straks tevoren in vs.17 gezegd is.
Hertaald:ieder zal nemen voor degenen,
Met deze woorden wordt toegelicht wat kort daarvoor in vers 17 gezegd is.
Exodus 16 vers 17— En de kinderen Israels deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig.
de een veel en de ander weinig
Hebreeuws, vermenigvuldigende en verminderende.
Hertaald:de een veel en de ander weinig
Hebreeuws: vermeerderend en verminderend.
Exodus 16 vers 18— Doch als zij het met de gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht.
Doch als zij het
De zin is, toen ieder tehuis bracht wat hij verzameld had, zo mat het de huisvader, en gaf elk zijn gomer of behoorlijk deel daarvan, alzo dat niemand meer dan zijn behoorlijke portie kreeg.
Hertaald:Doch als zij het
De betekenis is: toen ieder thuisbracht wat hij verzameld had, mat de huisvader het af en gaf ieder zijn gomer, het hem toekomende deel, zodat niemand meer kreeg dan zijn juiste portie.
gomer maten,
Zie onder, vs.36.
Hertaald:gomer maten,
Zie hieronder, vers 36.
zoveel, als hij eten mocht
Hebreeuws, naar den mond van zijn eten, of, van zijn spijs, gelijk vs.16.
Hertaald:zoveel, als hij eten mocht
Hebreeuws: naar de mond van zijn eten, of van zijn voedsel, zoals in vers 16.
Exodus 16 vers 20— Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen.
maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen
Dit deden zij uit onnutte voorzorg en wantrouwen, of nieuwsgierigheid, als willende beproeven en zien of ook het manna zolang duren Kon.
Hertaald:maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen
Dit deden zij uit nutteloze voorzorg, wantrouwen of nieuwsgierigheid, omdat zij wilden uitproberen of het manna ook zo lang kon blijven.
Exodus 16 vers 21— Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naar dat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het.
allen morgen,
Hebreeuws, in den morgen in den morgen.
Hertaald:allen morgen,
Hebreeuws: in de morgen, in de morgen.
zo versmolt het
Te weten, hetgeen op aarde bleef liggen. Zodat hier de oorzaak, waarom zij des morgens verzamelden, wordt aangewezen.
Hertaald:zo versmolt het
Namelijk: wat op de grond bleef liggen. Hiermee wordt de reden aangegeven waarom zij 's morgens verzamelden.
Exodus 16 vers 22— En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes.
en verkondigden het aan Mozes
Want zij twijfelden of het volk wèl kwalijk deed, dewijl Mozes bevolen had, dat voor ieder hoofd slechts één gomer zou vergaderd worden.
Hertaald:en verkondigden het aan Mozes
Want zij twijfelden of het volk hier verkeerd aan deed, omdat Mozes bevolen had dat voor ieder hoofd maar één gomer verzameld zou worden.
Exodus 16 vers 23— Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen.
bakken zoudt,
Te weten, morgen.
Hertaald:bakken zoudt,
Namelijk: morgen.
al wat over blijft,
Te weten, op den zesden dag. De helft van den dubbelen gomer, dien zij daags vóór den sabbat verzameld hadden, bleef overig.
Hertaald:al wat over blijft,
Namelijk: op de zesde dag. De helft van de dubbele gomer die zij daags vóór de sabbat verzameld hadden, bleef over.
Exodus 16 vers 24— En zij legden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in.
het stonk niet,
Gelijk tevoren geschied was, toen zij wat oplegden tegen het bevel van Mozes, vs.20.
Hertaald:het stonk niet,
Zoals eerder gebeurd was, toen zij tegen het bevel van Mozes in iets bewaarden, vers 20.
Exodus 16 vers 25— Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des HEEREN; gij zult het heden op het veld niet vinden.
heden, want
Mozes leert het volk hier niet alleen wat zij op dien dag doen zouden, maar van week tot week, zolang het manna regenen zou.
Hertaald:heden, want
Mozes leert het volk hier niet alleen wat zij op die dag moesten doen, maar ook van week tot week, zolang het manna zou regenen.
het is heden de sabbat des HEEREN;
Mozes heeft de woorden van vs.25 alsook de naastvolgende, gesproken, op dien avond toen de sabbat begon of inging, dien wij op onze wijze nu noemen Zaterdagavond; want de sabbat begon met den avond van den zesden dag, en eindigde met den avond van den zevenden dag.
Hertaald:het is heden de sabbat des HEEREN;
Mozes heeft de woorden van vers 25 en de volgende verzen gesproken op de avond waarop de sabbat begon, wat wij tegenwoordig zaterdagavond noemen; want de sabbat begon bij de avond van de zesde dag en eindigde bij de avond van de zevende dag.
Exodus 16 vers 27— En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet.
om te verzamelen;
Deze mensen geloofden God noch zijn dienaar Mozes.
Hertaald:om te verzamelen;
Deze mensen geloofden noch God, noch Zijn dienaar Mozes.
Exodus 16 vers 28— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?
Toen zeide de HEERE tot Mozes
Dat is, God beval Mozes dat hij dit aan het volk zou zeggen.
Hertaald:Toen zeide de HEERE tot Mozes
Dat is: God beval Mozes dit aan het volk te zeggen.
gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?
De zonde van enigen wordt hier gesteld, alsof het de zonde van allen waren.
Hertaald:gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?
De zonde van enkelen wordt hier voorgesteld alsof het de zonde van allen was.
Exodus 16 vers 29— Ziet, omdat de HEERE ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag!
in zijn plaats!
Hebreeuws, onder zich.
Hertaald:in zijn plaats!
Hebreeuws: onder zich.
dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag!
Te weten, om manna te verzamelen, of enig ander werk te doen, Lev. 23:3, wordt hun bevolen tot de heilige vergadering te gaan, en Hand. 1:12, wordt gesproken van een sabbatsreis.
Hertaald:dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag!
Namelijk: om manna te verzamelen of ander werk te doen. In Lev. 23:3 wordt hun bevolen naar de heilige samenkomst te gaan, en in Hand. 1:12 wordt gesproken van een sabbatsreis.
Exodus 16 vers 31— En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken.
als korianderzaad,
In gedaante en in grootte; maar het was wit als bedolah, of kristal, Num. 11:7.
Hertaald:als korianderzaad,
In vorm en grootte; maar het was wit als bedolah, of kristal, Num. 11:7.
de smaak daarvan was als honigkoeken
Te weten, wanneer men het van de aarde opraapte, ongekookt; maar als het gekookt was, zo smaakte het als verse olie, Num. 11:8.
Hertaald:de smaak daarvan was als honigkoeken
Namelijk: wanneer men het ongekookt van de grond opraapte; maar wanneer het gekookt was, smaakte het als verse olie, Num. 11:8.
Exodus 16 vers 32— Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de HEERE bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde.
tot bewaring voor uw geslachten,
Te weten, in den tabernakel, wanneer hij zou gemaakt zijn.
Hertaald:tot bewaring voor uw geslachten,
Namelijk: in de tabernakel, zodra die gemaakt zou zijn.
Exodus 16 vers 33— Ook zeide Mozes tot Aaron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor uw geslachten.
een kruik,
Hebr. 9:4 staat: het gouden vat; anders, schotel, schaal.
Hertaald:een kruik,
In Hebr. 9:4 staat: het gouden vat; ook mogelijk: schotel, schaal.
een gomer vol Man daarin;
Hebreeuws, de volheid van een gomer.
Hertaald:een gomer vol Man daarin;
Hebreeuws: de volheid van een gomer.
HEEREN,
Die zijn tegenwoordigheid boven de ark des verbonds openbaarde.
Hertaald:HEEREN,
Die Zijn tegenwoordigheid boven de ark van het verbond openbaarde.
Exodus 16 vers 34— Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aaron voor de getuigenis tot bewaring.
voor de getuigenis tot bewaring
Versta, voor de ark des verbonds, waarin de tafelen der wet Gods waren; zie Ex. 25:16, Ex. 25:21, welke genaamd worden de getuigenis, omdat zij van den wil Gods getuigden. De ark is eerst belast geworden te maken op den berg Sinaï, doch Mozes verhaalt dit hier in het kort, om de historie van het manna daarmede te besluiten.
Hertaald:voor de getuigenis tot bewaring
Versta hieronder: voor de ark van het verbond, waarin de tafelen van Gods wet lagen; zie Ex. 25:16 en Ex. 25:21. Deze worden de getuigenis genoemd, omdat zij van Gods wil getuigden. De opdracht om de ark te maken werd pas op de berg Sinaï gegeven, maar Mozes vertelt dit hier alvast kort, om de geschiedenis van het manna ermee af te sluiten.
Exodus 16 vers 35— En de kinderen Israels aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaan.
een bewoond land kwamen;
Dit wordt gesteld tegenover de woestijn.
Hertaald:een bewoond land kwamen;
Dit wordt gesteld tegenover de woestijn.
Exodus 16 vers 36— Een gomer nu is het tiende deel van een efa.
een efa
Dit is een maat van droge waren, begrijpende zoveel als 432 hennen-eierschalen; zodat de gomer, naar sommiger gevoelen, meer dan dubbel zo groot was als de choenix, Openb. 6:6 zijnde een maat koren, genoegzaam tot voedsel van een man op een dag. Zie Lev. 5:11, en Lev. 19:36; Deut. 25:14, enz.
Hertaald:een efa
Dit is een maat voor droge waren, gelijk aan ongeveer 432 hoenderei-schalen; zodat de gomer, naar de mening van sommigen, meer dan dubbel zo groot was als de choenix uit Openb. 6:6, een maat koren die voldoende was als voedsel voor één man voor één dag. Zie Lev. 5:11, Lev. 19:36 en Deut. 25:14, enzovoort.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De woestijn Sin — onzeker; niet te verwarren met de woestijn Zin, die met een andere Hebreeuwse letter geschreven wordt en verderop in de Schrift voorkomt (bij Kades)
Ligging: Gelegen tussen Elim en Sinai; vermoedelijk de smalle kustvlakte langs de oostoever van de (toenmalige) Schelfzee, ten zuiden van Wadi Taijibeh, het huidige El-Markha.
Geschiedenis: Hier, ruim een maand na het vertrek uit Egypte, begon het volk te murmureren over gebrek aan voedsel; de HEERE antwoordde door hun veertig jaar lang, elke dag opnieuw, manna te geven, en des avonds kwakkels (Ex. 16). Hier werd ook de sabbatsrust rond het verzamelen van het manna ingesteld.
Bijbelse betekenis: De plaats van het eerste, dagelijkse wonder van Gods trouwe voorziening in de woestijn — een school van vertrouwen, waarin het volk leren moest dat de mens niet bij brood alleen leeft, maar bij alles wat uit des HEEREN mond uitgaat.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Manna — "wat is dit?" (Hebreeuws: man hoe, de vraag die Israël stelde toen zij het voor het eerst zagen, Ex. 16:15)
Toen Israël in de woestijn Sin honger begon te lijden, liet de HEERE elke ochtend een fijn, schilferachtig voedsel met de dauw neerdalen, dat smaakte als koek met honing (Ex. 16:14-15,31). Het moest dagelijks verzameld worden — wie te veel verzamelde en bewaarde, zag het de volgende dag bedorven en vol wormen, behalve op de voorbereidingsdag vóór de sabbat, wanneer een dubbele hoeveelheid zonder te bederven bewaard bleef (Ex. 16:16-26). Veertig jaar lang, tot Israël in Kanaän aankwam, at het volk dit brood uit de hemel (Ex. 16:35).
Bijbelse betekenis: Het manna leerde Israël dagelijkse afhankelijkheid van God. Het kon niet worden opgeslagen of zelf verdiend, maar moest elke dag opnieuw uit Gods hand ontvangen worden. Dat was een voortdurend onderwijs dat de mens niet bij brood alleen leeft, maar bij alles wat uit de mond des HEEREN uitgaat (Deut. 8:3).
Typologie: Christus wijst Zelf naar deze geschiedenis wanneer Hij Zich het ware brood uit de hemel noemt: hun vaderen aten het manna in de woestijn en zijn gestorven, maar wie van Hem eet, zal in eeuwigheid leven (Joh. 6:31-51). Waar het manna het lichamelijk leven van Israël onderhield, geeft Christus Zelf het eeuwige leven aan wie in Hem gelooft.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toefunctie
Brood uit de hemel — 16:4, 15, 31-35
Zes weken na de uittocht. Het volk is vrij maar hongerig, en het murmureert dat het in Egypte beter had. Er is niets te eten in de woestijn.
God laat brood uit de hemel regenen, veertig jaar lang, elke dag opnieuw; Christus zegt dat Hijzelf het ware brood uit de hemel is.
Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen, zegt God, en het volk moet elke dag zijn dagmaat verzamelen — niet meer, want wat men bewaarde bedierf. Het heet Man, omdat zij niet wisten wat het was. Er wordt een gomer van bewaard voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor de geslachten. Johannes 6 is één lange uitleg van dit hoofdstuk. De schare vraagt naar het manna dat de vaderen aten, en Jezus corrigeert hen op twee punten: niet Mozes gaf dat brood maar Zijn Vader, en het manna was niet het ware brood, want die het aten zijn gestorven. Dan zegt Hij: Ik ben het Brood des levens. Het dagelijkse verzamelen blijft in het Onze Vader staan als de bede om het brood van deze dag.
Exodus 16:4 — Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen.
Exodus 16:15 — Het heet Man, want zij wisten niet wat het was.
Exodus 16:33 — Een gomer wordt bewaard voor het aangezicht des HEEREN.
Johannes 6:32 — Niet Mozes gaf dat brood, maar Mijn Vader geeft het ware brood.
Johannes 6:48 — Ik ben het Brood des levens.
Openbaring 2:17 — Aan wie overwint zal Ik geven van het verborgen manna.
In het Nieuwe Testament: Johannes 6:31-35, 48-51; 1 Korinthe 10:3; Openbaring 2:17; Mattheüs 6:11
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 16:4. KruisverwijzingenPsalmen 105:40→Psalmen 78:24→Exodus 15:25→1 Korinthe 10:3→Johannes 6:31→Deuteronomium 8:16→Deuteronomium 8:2→Mattheüs 6:32→ — Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet. Het lijkt ons een moeilijke opgave om honderdduizenden (of miljoenen) mensen die zich in de woestijn bevonden van voedsel te voorzien. Maar hoe moeilijk dat ook was, de voedselvoorziening was niet zo moeilijk als de opvoeding. Om die menigte slaven op te leiden tot een gedisciplineerde natie – om degenen die in slavernij hadden geleefd te verheffen en hen geschikt te maken om nationale voorrechten te genieten – dat was de titanische taak die Mozes moest volbrengen. En hun God, die de kinderen van Israël liefhad en hen had uitgekozen, nam het op Zich om hen te onderwijzen – en Hij gebruikte hun voedsel als een van de middelen voor hun opvoeding.
Dieren worden vaak onderwezen via hun voedsel. En de Heere, die wist hoe ruw de aard van Israël was, zorgde ervoor hen op alle mogelijke manieren te onderwijzen, niet alleen via de hogere en meer geestelijke middelen, via het typische en symbolische, maar Hij onderwees hen ook via hun honger en hun dorst. Hij wilde dat zij Hem zouden kennen. Als zij God kenden, zouden zij al het andere kennen, want uiteindelijk is God de ware studie van de mensheid. En wanneer iemand zijn God kent, kent hij zichzelf. Maar als hij denkt dat hij zichzelf kent terwijl hij zijn God niet kent, vergist hij zich schromelijk.
Zie Gods antwoord op het gemor van de mensen. Zij uiten hun klacht, en Hij belooft brood uit de hemel te laten regenen. Het is van Gods kant van begin tot eind een gezegend verhaal; een regen van barmhartigheid als antwoord op een rookwolk van geklaag.
Exodus 16:1–2. KruisverwijzingenExodus 15:24→1 Korinthe 10:10→Numeri 33:10→Psalmen 106:25→Exodus 15:27→Exodus 17:1→Ezechiël 30:15→Exodus 14:11→ — Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren. En de ganse vergadering der kinderen Israels murmureerde tegen Mozes en tegen Aaron, in de woestijn. Zij zijn nog maar ongeveer zes weken in de woestijn, en nu al komen zij in opstand tegen hun leiders. Bedenk dat wij te maken hebben met hetzelfde soort mensen als Mozes en Aäron. De kinderen van Israël waren niet beter dan enig ander volk; en ik denk niet dat zij slechter waren. Wij mogen hen beschouwen als een redelijk gemiddelde van de menselijke natuur, die zelfs onder de beste omstandigheden ontevreden en opstandig is.
Exodus 16:3. KruisverwijzingenKlaagliederen 4:9→Exodus 17:3→Numeri 11:4→Numeri 20:3→Numeri 14:2→Handelingen 26:29→Numeri 16:41→Numeri 11:15→ — En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden. Zij waren het maken van bakstenen, de zwepen en de ijzeren slavernij volledig vergeten, en zij dachten aan niets anders dan de vleespotten van Egypte. Ach, hoe snel vergeten wij een grote beproeving wanneer wij eraan ontsnappen! De huidige, veel kleinere beproeving lijkt veel zwaarder dan die uit het verleden.
Exodus 16:11–12.KruisverwijzingenJoël 3:17→Exodus 6:7→Exodus 7:17→Ezechiël 39:22→Exodus 16:7→Jeremia 31:24→Exodus 4:5→Zacharia 13:9→ — Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende: Ik heb de murmureringen der kinderen Israels gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben. “Ik heb de murmureringen van de kinderen Israëls gehoord.” God hoort altijd. O, wat een wonderbaarlijk geduld! Als Hij geen acht zou slaan op de mopperaars, of hen zou straffen voor hun goddeloosheid, zouden wij ons daar niet over verbazen; maar Hij is lankmoedig, zelfs jegens hen die Zijn medelijden niet verdienen. “Er zal geen twijfel bestaan over wie Ik ben. Ik zal dit wonder op zo’n Goddelijke wijze en op zo’n goddelijke schaal verrichten, dat gij zult weten dat Ik Jehova, uw God, ben.”
Exodus 16:13–16. KruisverwijzingenNumeri 11:9→Psalmen 78:27→Psalmen 105:40→Exodus 16:4→Exodus 16:36→Numeri 11:7→Psalmen 78:24→Nehemia 9:15→ — En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger. Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde. Toen het de kinderen Israels zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft. Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn. Ongeveer twee pints en een half, denk ik; volgens sommige berekeningen twee quarts, of daar omstreeks. Daarin zat waarschijnlijk meer voedingswaarde dan in een half brood per dag: “een gomer voor een hoofd.”
Exodus 16:16–18. KruisverwijzingenExodus 16:36→Exodus 16:18→Exodus 16:32→2 Korinthe 8:14→ — Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn. En de kinderen Israels deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig. Doch als zij het met de gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht. God had het zo bedoeld; niet voor ieder man naar zijn hebzucht, opdat hij er iets van zou kunnen bewaren, maar voor ieder mens naar zijn of haar behoefte. God zorgde ervoor dat noch de zwakken tekort zouden komen, noch de hebzuchtigen zich te buiten zouden gaan.
Exodus 16:19–22. KruisverwijzingenExodus 16:5→Exodus 23:18→Exodus 12:10→Mattheüs 6:34→Exodus 16:23→Hebreeën 13:5→Markus 10:14→Jakobus 5:2→ — En Mozes zeide tot hen: Niemand late daarvan over tot den morgen. Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen. Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naar dat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het. En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes. Hij had hun gezegd dat het zo zou zijn, maar zij aanvaardden de boodschap die Hij hun had overgebracht kennelijk niet als het ware Woord van Jehova, hun God; zodat, toen het in vervulling ging, het hen met verbazing vervulde en zij kwamen “en verkondigden het Mozes“.
Exodus 16:23. KruisverwijzingenLeviticus 23:3→Exodus 20:8→Exodus 31:15→Openbaring 1:10→Lukas 23:56→Exodus 23:12→Exodus 35:2→Numeri 11:8→ — Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen. Hoe vaak zou dit antwoord ook aan ons gegeven kunnen worden! God verhoort ons gebed, en wij haasten ons om te zeggen: “Wat een wonderlijke zaak! God heeft mijn gebed verhoord.” Maar het antwoord luidt: “Dit is wat de HEERE gesproken heeft.” Is het dan iets vreemds dat wat de HEERE heeft gesproken, waar blijkt te zijn? Is het werkelijk een reden tot verwondering dat Hij Zijn belofte nakomt? U doet God tekort wanneer u op deze manier spreekt.
De sabbat was volgens de wet nog niet ingesteld, wat bewijst dat de grondslag ervan dieper en vroeger lag dan de afkondiging van de Tien Geboden; hij is verweven met de wezenlijke ordening van de tijd sinds de schepping: “Dit is wat de Heere heeft gezegd: Morgen is de rustdag, de heilige sabbat voor de Heere.”
Exodus 16:23–27. KruisverwijzingenLeviticus 23:3→Exodus 20:8→Exodus 31:15→Exodus 16:20→Openbaring 1:10→Lukas 23:56→Exodus 16:23→Exodus 23:12→ — Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen. En zij legden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in. Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des HEEREN; gij zult het heden op het veld niet vinden. Zes dagen zult gij het verzamelen; doch op den zevenden dag is het sabbat, op denzelven zal het niet zijn. En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet. Zij hadden kunnen verwachten dat het zo zou zijn; maar zij wilden niet geloven, en omdat zij niet wilden geloven, moesten zij het Woord van God wel op de proef stellen. Maar het doorstaat de beproeving; het is altijd waar. O, dat de mensen het Woord van God in een gelovige geest zouden toetsen, in plaats van het op deze sceptische wijze te doen!
Exodus 16:28–31. KruisverwijzingenPsalmen 78:10→2 Koningen 17:14→Psalmen 106:13→Ezechiël 20:13→Jesaja 58:13→Exodus 16:15→Jeremia 4:14→Jeremia 9:6→ — Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten? Ziet, omdat de HEERE ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag! Alzo rustte het volk op den zevenden dag! En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken. Of: “Wat is het?“ Het was iets te wonderbaarlijks om te begrijpen en zij behielden de uitdrukking van hun verwondering als de naam van hun brood uit de hemel. Toen zij het voor het eerst zagen, riepen zij uit: “Man-hu?“ “Man-hu?“ “Wat is het?“ “Wat is het?“ Zo kreeg het zijn Hebreeuwse naam, Manna; maar God noemde het Brood uit de hemel.
Exodus 16:31–33. KruisverwijzingenHebreeën 9:4→Exodus 16:15→Numeri 11:6→Hooglied 2:3→Lukas 22:19→Psalmen 103:1→Psalmen 111:4→Psalmen 105:5→ — En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken. Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de HEERE bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde. Ook zeide Mozes tot Aaron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor uw geslachten. Dit product, dat onder normale omstandigheden geen enkele dag houdbaar zou zijn, bleef twee dagen goed om in de behoeften van de sabbat te voorzien, en het zou generaties lang bewaard blijven als een gedenkteken van Gods goedheid jegens Zijn uitverkoren volk tijdens hun veertigjarige omzwervingen door de woestijn. Wij mogen er vrij zeker van zijn dat Aäron geen stinkend iets voor het aangezicht van de Heer zou hebben bewaard.
Exodus 16:34–36. KruisverwijzingenJozua 5:12→Nehemia 9:20→Exodus 25:21→Exodus 25:16→Exodus 27:21→Exodus 40:20→Numeri 17:10→Deuteronomium 8:2→ — Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aaron voor de getuigenis tot bewaring. En de kinderen Israels aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaan. Een gomer nu is het tiende deel van een efa. Nu wil ik dat u in het boek Numeri leest. Verderop in de geschiedenis van de kinderen van Israël, toen het volk al lange tijd in de woestijn verbleef, gebeurde hetzelfde opnieuw.
Als de Israëlieten de vlakte aan de Schelfzee achter zich gelaten en de woestijn Sin bereikt hebben, morren zij tegen Mozes en Aäron, omdat zij vrezen, wegens gebrek aan brood de hongerdood te zullen sterven. Mozes, door de Heere onderricht, wat hij tot voeding van het volk doen zal, bestraft hen over hun misdadige rede; maar ook de Heere zelf bekrachtigt de woorden van Zijn dienstknecht en geeft een plechtig voor het volk waarneembaar getuigenis, daar Zijn heerlijkheid in glinsterende majesteit van de zijde van de woestijn verschijnt.
1. Toen zij van Elim gereisd waren, kwamen zij, na een tocht van acht of negen uur, over een hoge vlakte, die ter rechter- en linkerzijde door rotsen ingesloten was, in een vlakte, die zich anderhalf uur ver langs de oever van de Schelfzee uitstrekte, en met vele struiken begroeid was. Daar legerden zij zich (Numeri. 33:10) ongeveer twee dagen lang, en namen water in. Daar van het zuiden de rotswand zo nabij de zee kwam, dat zij niet verder in deze richting konden voortgaan, wendden zij zich oostelijk; zo kwam de gehele vergadering van de kinderen van Israël in de woestijn Sin, een hoge uitgestrekte zandige vlakte, welke thans Debbet en Ramleh genoemd wordt, en van het noordwesten tot het zuidoosten zich bijna over het gehele schiereiland uitstrekt. Deze woestijn is tussen Elim en tussen Sinaï. Na een reis van weer acht of negen uur rustten zij in het zogenaamde Koperdal of Wady Nasb, op de vijftiende dag van de tweede maand, dat is van de maand Sif of Jijar (zie “Ex 12.2), nadat zij op de vijftiende dag van de eerste maand uit Egypte gegaan waren; 1) alzo waren zij nu een maand op weg geweest.
1) Volgens de tot hiertoe door ons aangenomen telling was de reis van de kinderen van Israël deze:
1 15 Abib (Zondag) van Raméses naar Sukkoth.
2 16-17 Abib van Sukkoth tot Etham.
3 18 Abib van Etham tot het dal Machiroth.
4 19-20 Abib rust aan de zee.
5 21 Abib (Zaterdag) doortocht door de Rode zee.
6 22 Abib rustdag te Ayun Musa.
7 23-25 Abib reis van drie dagen in de woestijn.
8 26-28 Abib oponthoud te Mara.
9 29 Abib (Zondag) reis naar Elim.
10 1-7 Sif rust te Elim.
11 8-10 Sif reis tot aan de Schelfzee.
12 11-12 Sif legering bij de Schelfzee.
13 13-15 Sif reis tot aan de woestijn Sin.
De meeste uitleggers van de tegenwoordige tijd verstaan onder de woestijn Sin, de zandvlakte el-Kâa, die in aanmerkelijke breedte zich langs de zuidelijke helft van de oostkust van de Rode Zee tot aan de uiterste punt van het schiereiland, naar de Ras (voorgebergte) Mahommed, zich uitstrekt. Zij laten de kinderen van Israël van de rustplaats aan de Schelfzee af hun weg nemen, in zuidoostelijke richting door het met vele rotsopschriften voorziene dal Mokatteb, en dan door het wijde, liefelijke Feiran tot aan een derde dal, dat tot het gebergte Serbal behoort, om daarna in meer oostelijke richting naar Rafidim (hoofdstuk 17:1) te komen. Maar deels is niet recht in te zien, hoe van die zandvlakte gezegd kon worden, dat zij tussen Elim en Sinaï ligt, deels leidt deze weg op twee plaatsen door zeer nauwe bergpassen, door welke een zo groot en talrijk volk met vrouwen, kinderen en kuddes zich moeilijk had kunnen begeven. Van die eerste pas, die zich aan de ingang van het Mokatteb-dal bevindt, bericht een reiziger: “Wij stegen van onze drommedarissen af en lieten het aan hun instinct en aan hun zekere tred over, om de gevaarlijke pas te beklimmen.” Een ander bericht, dat de pas altijd slechts voor één kameel ruimte gelaten had, zodat de gehele karavaan zich had moeten verdelen en elk afzonderlijk had moeten doortrekken. Een tweede “nog vreselijker en wilder” pas bevindt zich bij de uitgang van dat dal, eer men in het heerlijke dal Feiran komt. Daarentegen was de weg naar de Wady (dal) Nasb, waarheen, om bovengenoemde reden, andere reizigers de tocht van de kinderen van Israël van de Schelfzee af zich laten bewegen, zonder twijfel toen reeds een begaanbare straat; want in dit dal waren aanzienlijke koperbergwerken, die van Egypte met kolonisten bevolkt en vlijtig bearbeid werden. Evenzo is hier tussen dadelbomen een bron met overvloedig en voortreffelijk water te vinden.
2. En de gehele vergadering 1) van de kinderen van Israël mopperde 2) tegen Mozes en tegen Aäron, in de woestijn.
1) Dit wil niet zeggen, hoofd voor hoofd, maar de vergadering in het algemeen, al zullen er gunstige uitzonderingen geweest zijn.
2) Op de tocht van dertig dagen waren de levensmidddelen, die uit Egypte meegenomen waren, verteerd, en hier, in deze dorre woestijn, was geen mogelijkheid, om zich nieuwe voorraad te verschaffen; in het geloof zich aan de Heere en Zijn hulp vast te houden, dat verstonden zij nog niet, hoewel Hij toch reeds twee maal (hoofdstuk 14:10 vv.; 15:22 vv.) zo wonderbaar geholpen had.
3. a) En de kinderen van Israël zeiden, in bitterheid en neerslachtigheid hun verlossing en Gods belofte voor niets achtende, tot hen: b) Och, dat wij in Egypte eveneens een plotselinge dood gestorven waren door de hand des HEEREN, 1) toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Wat nut hebben wij nu van deze bewaring en van onze uitleiding uit Egypte? Gij zijt de oorzaak van ons leed, want gij hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om, gelijk het heden is, deze hele gemeente van zo vele honderdduizenden zielen door de honger te doden.2) Wanneer uw macht niet verder reikt, dan dat gij ons hier een langzame en vreselijke dood tegemoet voert, dan had gij ons liever in Egypte moeten laten blijven, of met de Egyptenaars moeten laten omkomen.
a) 1 Kor.10:10 b) Numeri. 11:4
1) “Door de hand des Heeren.” Dit ziet op de laatste plaag, toen door de hand des Heeren alle eerstgeborenen van de Egyptenaren stierven. Zij zeggen nu, dat zij liever hadden gehad, dat ook zij toen door de hand des Heeren waren getroffen, dan dat zij nu van honger moesten sterven. Juist deze uitdrukking werpt een treurig licht over de geestelijke toestand van Israëls volk. Immers, die “hand des Heeren” had hun duidelijk bewezen, de uitreddende en bewarende hand des Heeren te zijn, Zijn macht en kracht, en in plaats dat nu dit feit hem stemde tot ootmoedig geloofsvertrouwen, dat de Heere verder zou helpen, stuiten zij hun ogen, en verloochenen zij de Heere, die hen gered had. Al de daden van Gods trouw, alle woorden van Zijn belofte, waren zij voor dit ogenblik vergeten, nu ongeloof en opstand tegen ‘s Heeren weg zich van hun harten meester had gemaakt.
2) In deze ondankbare en vermetele rede is alles vergroot. Vooreerst is het geheel onwaarschijnlijk, dat zij bij de vleespotten tot verzadiging brood aten, daar zij niet alleen arme slaven waren, maar ook onder zware verdrukkingen zuchten; zij verhieven alzo hun vorige toestand boven de waarheid, opdat de tegenwoordige des te ellendiger zou schijnen, gelijk de gewoonte van goddelozen en ongeduldigen is. Ten tweede waren zij in geen gevaar van terstond te sterven, daar zij zo vele kuddes hadden, om tot spijs te gebruiken; zij wilden zich echter hiermee niet vergenoegen zonder brood, waren onwillig iets te missen van hun voorraad, die zij liever wilden doen toe- dan afnemen, of anders zij verlangden nu reeds naar lekkernijen, gelijk vervolgens geschiedde, toen God bewogen werd om hun vele vogels toe te zenden.
Zo zijn wantrouwen en gierigheid hartstochten, die nooit nuttig zijn; wanneer slechts de geringste reden bestaat, om iets te vrezen, wordt alles veel groter gemaakt.
Waar eenmaal achterdocht en wrevel in de ziel een plaats vonden, is men ras geneigd alles aan nevenbedoelingen, ja zelfs aan boosaardigheid toe te schrijven; terwijl dit, bij enig bedaard nadenken en in kalmer ogenblikken, ons zelf als het toppunt van verblindheid moet voorkomen. Maar het is ons in een dergelijke stemming ook niet te doen, om iets te verbeteren, maar om iemand te verbitteren; niet om te overtuigen, maar om te krenken. Een achterdochtig en ontevreden gemoed wordt zo ras wreed, tot boosaardigheid toe. Want die een ander aldus van boosaardigheid kan verdenken, doet dit slechts, omdat hij zelf boosaardigheid in zijn hart heeft en verbergt.
4. Toen 1) zei de HEERE tot Mozes, zie, Ik zal voor u, daar de aarde geen brood voor u heeft, a) brood uit de hemel 2) regenen; en het volk zal uitgaan voor het leger, en verzamelen elke dagmaat op haar dag, 3) vooriedere dag juist zo veel als zij nodig hebben, en dit zolang zij in de woestijn zijn. Ik zal zorgen, dat zij nooit meer hebben dan dat, opdat Ik het volk verzoeke, 4) of het in Mijn wet ga, of niet, of het in Mijn beschikkingen zich vinden zal en geloof en gehoorzaamheid zal betonen.
a) Psalm. 78:24; 105:40
1) Het is geloofwaardig, dat veeleer de berisping door Mozes is verzwegen, omdat het niet pastte, dat zelfs niet met één woord het ongenoegen van het volk berispt werd. Ofschoon nu God in Zijn bijzondere goedgunstigheid spijs aan zo slechte en goddeloze mensen, die het licht van de zon en de adem onwaardig waren heeft verleend, heeft Hij echter geenzins gewild, hun boosheid door stilzwijgen te vergoeilijken; maar omdat Hij hun ondankbaarheid kende, heeft Hij hun overmoed hevig berispt. Doch Mozes, dit overslaande, springt over tot de voor de vermelding de meest merkwaardige geschiedenis, dat God dit ellendig volk als het ware met brood uit de hemel heeft gevoed, terwijl hij manna als dauw uit de wolken deed neerdruppelen.
2) Dit is het allerwonderbaarste van alle wonderen, dat hun brood zou gegeven worden, niet, als naar gewoonte, uit de aarde, maar uit de lucht, waarin nooit zaad gezaaid wordt.
3) Of, dagelijks. Zoveel als voor een dag voldoende was. Hiermee wilde de Heere zijn volk leren: te haten de gierigheid en schraapzucht, vergenoegd te zijn met het tegenwoordige, en in diepe afhankelijkheid van Hem te leven.
4) Of “beproeve”, ten eerste, of het Mij wegens zulk een wonderbaar en treffend teken niet beminnen en gehoorzamen zal; ten tweede of het, door het nedervallen van het manna, gedurende zo vele dagen, niet leren zal op Mij te vertrouwen, ten aanzien van de volgende dagen.
Bovendien, of zij zouden gehoorzamen aan hetgeen Hij (vs.5) zou bevelen.
5. En het zal geschieden op de zesde dag, 1) de dag vóór de Sabbat, dat zij bereiden zullen, hetgeen zij ingebracht zullen hebben: dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij gewoonlijk dagelijks zullen verzamelen. 2)
1) Op de Vrijdag zullen zij dubbel zo veel oplezen, dan op de andere dagen, en ook dat tweede deel toebereiden, opdat zij op de Zaterdag rusten mogen. Ook hierin wil Ik hun geloof beproeven, dat zij niet zorgeloos zijn, na reeds verscheidene malen elke dag te hebben ontvangen, maar naar Mijn gebod dan ook voor de volgende vergaderden.
2) Terwijl de Heere Zijn volk op wonderbare wijze verzorgt, wil Hij toch ook, dat het zelf zijn krachten inspant. Iedereen moet vroeg op zijn, juist wanneer de dauw zal gevallen zijn (vs.21), en zal vlijtig moeten inzamelen. Maar Hij wil ook, zowel bij het afmeten als bij de inzameling voor de Sabbat, hun geloof aan Zijn voorzienige trouw gedurig beproeven, en de hebzuchtige, die door een samenlezing voor de volgende dag het vernieuwd bewijs van zijn geloof nodeloos zoekt te maken, komt beschaamd uit (vs.20). In al deze wonderen zien wij het beeld van het geheim van de dagelijkse leiding van God, die voor de natuurlijke mens verborgen zijn.
Daar weldra melding wordt gemaakt van de Sabbat, verbonden aan de waarneming daarvan wat vanaf de wet daarvoor is vastgesteld, en halen er dan de zin uit, dat God de proef heeft genomen, of het volk ook op de zevende dag de voorgeschreven rust getrouw zou waarnemen, hetgeen niets betekent. Want nadat God levensonderhoud voor iedere dag aan de Zijnen belooft, voegt Hij er nu een uitzondering bij, nl. dat op de zesde dag, zij een dubbele portie zullen verzamelen, en de helft ervan nemen voor het gebruik op de Sabbat. Zo wordt door de zaak zelf de zevende dag geheiligd, vóór dat de wet is afgekondigd. Evenwel is het onzeker, of de rust reeds vroeger door de vaderen is in acht genomen, hetgeen wel waarschijnlijk is, hoewel ik er niet over wil strijden.
De zesde dag, dat wil niet zeggen, van de tijd af dat het manna begon te vallen, maar de zesde dag van de week.
6. Toen zeiden Mozes en Aäron, tot al de kinderen van Israël, door middel van de oudsten, die zich om hen vergaderden: Op de avond van deze dag, waarop gij zogemopperd hebt tegen ons, dan zult gij weten, dan zal het u ontegenzeglijk bewezen worden, dat noch Mozes, noch Aäron, maar dat u de HEERE uit Egypte uitgeleid heeft, daar Hij u geven zal, wat noch Mozes, noch Aäron vermogen; dan zult gij voelen, dat gij niet tegen ons, maar tegen de Heere gemopperd hebt, gelijk gij ook niet aan ons, maar aan Hem alleen uw verlossing te danken hebt.
7. En morgen, wanneer uw brood geheel verteerd zal zijn, dan zult gij de heerlijkheid van de HEERE 1) zien, wanneer gij daar voor u zult zien liggen, wat u voeden zal (vs.13,14) en alzo zien zult, dat Hij u kan onderhouden, ook zonder het brood dat uit de aarde voortkomt. Hij zal het doen, omdat Hij uw gemopper tegen de HEERE, 2) gehoord heeft, en Hij zich deze heeft aangetrokken; want wat zijn wij, Mozes en Aäron, dat gij tegen ons moppert. 3)
1) “De heerlijkheid van de Heere”. Deze uitdrukking komt vele malen in de Heilige Schrift, en betekent zeer dikwijls, zoals in Ex.24:16 de openbaring van Zijn heerlijkheid en majesteit. Echter ook, zoals hier, een bijzonder werk, dat door Hem gewrocht zal worden, en waardoor het openbaar wordt, dat Hij en Hij alleen de Werkmeester is; een werk, waardoor uit grote nood wordt gered. Zo sprak de Heere Jezus ook tot Martha en Maria, dat zij de heerlijkheid van God zouden zien, indien zij zouden geloven. Beide verzen, vs.6 en 7 moeten nauw met elkaar verbonden worden. Mozes wil toch zeggen, dat zij én ‘s avonds én ‘s morgens de heerlijkheid van God zullen zien.
2) Het gemopper tegen Mozes en Aäron worden hier genoemd, gemopper tegen de Heere. Want niet Mozes en Aäron hadden Israël in die woestijn geleid, maar de Heere zelf.
3) Daar door dit getuigen hij zich bewijst een getrouw dienstknecht van God te zijn, laten wij daaruit opmaken, dat niemand, rechtens voor zich in de kerk op eer aanspraak heeft, zodat zij voor wettige herders mogen worden gehouden, behalve die zowel van Gods wege daartoe geroepen zijn, zodat zij God tot auteur van hun ambt hebben, als ook, die uit zichzelf niet voortbrengen, maar slechts opvolgen, wat hun bevolen is. Zodat de zodanigen niet kunnen verworpen worden, zonder God daarmee te beledigen, Wiens plaats zij bekeerden. Alzo, wie naar willekeur het bewind uitoefenen, verschrikken de eenvoudigen met de naam van God nutteloos, omdat zij, in plaats van de waarheid, een bedrieglijk spook voorwerpen.
8. Voorts zei Mozes, door de mond van Aäron, om de kinderen van Israël nog duiderlijker hun zware zonden onder het oog te brengen; als de HEERE u ‘s avonds vlees te eten zal geven, en ‘s morgens brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de HEERE uw gemopper gehoord heeft, die gij tegen Hem moppert, en u nu bewijzen wil, dat Hij u ook in de woestijn kan geven, wat gij in Egypte gehad hebt (vs.3). Want, nog eens moeten wij het u zeggen: wat zijn wij, nietige mensen, die u nooit van farao haddenkunnen redden? Uw gemopper is niet tegen ons, maar tegen de HEERE. 1)
1) Mozes wil zeggen, dat, indien zij alleen tegen hem gemopperd hadden, hij zich stil had gehouden.
9. Daarna zei 1) Mozes, die het door de Heiligen Geest wist, dat de Heere thans zelf voor de oren van het gehele volk wilde getuigen, tot Aäron: Zeg tot de gehele vergadering van de kinderen van Israël: Nadert voor het aangezicht 2) van de HEERE; treedt uit uw tenten en begeeft u met ons voor de legerplaats, naar de wolkkolom, in welke de Heere bij u aanwezig is, want Hij heeft uw gemopper gehoord, en zal nu met eigen mond tot u spreken, opdat gij erkent, dat wij niet naar onze gedachten tot u spreken en met u handelen.
1) Er is geen twijfel aan, of hij daagt de schuldige voor de vierschaar van God, alsof hij zeggen wilde, dat zij zich bedrogen, indien zij meenden, dat hun gemopper voor Hem verborgen was. Ondertussen zinspeelt hij op de wolk, welke als een zichtbaar teken was van de aanwezigheid van God, en zo verwijt hij hun hun stompheid van geest, omdat zij niet hadden geaarzeld, God, die zo nabij was, die als bijna voor hun ogen stond, uit te dagen. Daarom is allereerst op te merken, dat zij zelf uit hun schuilhoek werden voor de dag gehaald, opdat hun onbeschaamdheid zou worden verbroken. Vervolgens, dat hun verstomptheid aan de dag werd gebracht, omdat zij God, hoewel aanwezig zijnde, niet hadden gevreesd.
2) “Voor de Sjechina of Majesteit van Jehova.” Mogelijk, dat Israël in toorn zich had omgewend, maar meer waarschijnlijk, dat de wolkkolom zich van het leger had verwijderd, en dat Israël nu opgeroepen wordt, om zich naar die wolk te begeven en af te wachten wat er geschieden zou.
10. En het geschiedde, als Aäron tot de gehele vergadering van de kinderen van Israël sprak, en zij zich, bij hun uittreden uit de legerplaats, naar de woestijn keerden, naar de richting waar de Sinaï ligt (vs.1) (want naar deze richting had de wolk haar plaats ingenomen, nadat zij bij de bestraffende woorden van Mozes (vs.7 en 8) zich van het leger van de kinderen van Israël verwijderd had), zo ziet, a) de heerlijkheid van de HEERE verscheen in de wolk; 1) toen zij zich buiten de legerplaats bevonden en de wolk gewaar werden, kwamplotseling een vurige lichtglans daaruit voort.
a) Exodus. 13:21
1) In waarheid, zegt Luther, zijn de kinderen van Israël een boos volk geweest, die Gods wonderen en weldaden spoedig vergaten en over hun roeping verdrietig werden; Mozes en Aäron lasterden zij, alsof die hen van honger hadden willen laten sterven; ja, zij schandvlekken God zelf, alsof Hij hen niet door Mozes uit Egypte had laten leiden. Daar de wolkkolom, dit teken van voortdurende tegenwoordigheid en leiding van God, reeds zo gewoon was geworden, dat het alle betekenis voor hen verloren had, moest de Heere door een onder het bereik van de zinnen vallende betoning van Zijn hoge Majesteit hun weer een heilzame vrees instorten, de zonde van hun muiterij hun onder de aandacht brengen, maar tevens te verstaan geven, dat de spijs, die zij hebben moeten, een gave van Zijn genade en barmhartigheid is. Dit is de oorzaak van de in de wolk opgaande lichtglans. Ziet, de wolk heeft zich daarom van het leger verwijderd, opdat Israël zie, dat zulk ongelovig morren, wanneer het zich gedurig zou vernieuwen, de Heere zou noodzaken, Zijn aanwezigheid aan het volk te onttrekken, en als een straffend Rechter zich tegenover hen te stellen; zij heeft zich bovendien naar de Sinaï gewend, als naar die plaats, waar Zijn tegenwoordige leiding haar voornaamste doel bereiken zouden. (Deuteronomium. 33:2).
Niet de heerlijkheid van God, versta ik eronder, welke zij dagelijks gewoon waren te zien, maar welke toen op een buitengewone wijze openbaar werd, om hun vrees aan te jagen, omdat zij voor gewone bewijzen reeds onvatbaar waren geworden.
Tweeledig is het doel: 1e. om hun te tonen, dat de Heere, tegen wie zij gemopperd hebben, de Heilige en Verhevene is; 2e. dat Hij het is, die hen hierheen geleid heeft en ook verder voor hen zal zorgen.
11. Ook 1) heeft de HEERE uit de lichtglans van de wolk tot Mozes gesproken met luide, voor al het volk hoorbare stem (hoofdstuk 14:15 vv.), zeggende:
1) Hier leert Mozes, dat hij niet tegen het bevel van de Heere heeft gehandeld, maar getrouw en bescheiden vervuld heeft, wat Hij aan zijn dienaar had opgedragen. En zeker, tenzij het door de mond van God gesproken was, zou hij niet beloofd hebben, wat wij tevoren gezien hebben.
God bevestigt hier, wat Hij reeds vroeger aan Mozes geopenbaard had.
12. Ik heb het gemopper 1) van de kinderen van Israël gehoord, en die opgenomen als tegen Mij zelf gericht; spreek tot hen, zeggende: In plaats van u te doden, zal Ik, Jehova, uw zonde met goedertierenheid beantwoorden; tussen de twee avonden (hoofdstuk 12:6) zult gij vlees eten, en ‘s morgens daarop zult gij a) met brood verzadigd worden, gelijk Gij begeerd hebt; en gij zult door hetgeen Ik doen zal duidelijk weten, dat Ik, de HEERE, uw God ben, die, gelijk Hij u uit Egypte in de woestijn geleid heeft, zo ook in de woestijn uw gehele gemeente weet te voeden, en u niet van honger zal laten omkomen, gelijk gij in uw ongeloof Mij gelasterd hebt.
a) Joh.6:49,58
1) Zulk een goddeloos bestaan, als wij hier in de kinderen van Israël waarnemen, ziet ook ons uit de ogen, wij zijn evenzo; wanneer het meel uit de zak is en geen deeg meer voorhanden, dan staat de afgod, onze buik, op en laat zich horen, en kan het uitstel van de Heere onze God niet verduren.
II. Exodus 16 vers 13-31
Nog op de avond van dezelfde dag laat zich een grote schare van kwakkels neer, daar, waar Israël zich gelegerd heeft, en de volgende morgen valt met de dauw het aan het volk toegedachte brood van de hemel. De kinderen van Israël noemen het Manna; de Heer beschikt echter ten opzichte van deze gave alzo, dat Israël een geheel van Hem afhankelijke leefwijze en de heiliging van de buiten gebruik geraakte sabbat leren moet. Daarom verleent Hij op gewone dagen altijd slechts zoveel, als de behoefte van elke dag vordert, op de zesde dag daarentegen geeft Hij het dubbel.
13. En het geschiedde nog op de avond van dezelfde dag, waarop Israël zo tegen de Heere gemopperd en de Heere Zijn hulp beloofd had, a) dat er door een zuidoosten wind over de Elanitische golf (Numeri. 11:31 Psalm. 78:26 vv.), dus uit dezelfde richting, naar welke de wolk (vs.10 vv.) gestaan had, kwakkels 1) opkwamen, en door Gods leiding juist over de plaats, waar de kinderen van Israël gelegerd waren, zich nederlieten, en zij het leger bedekten; en op de morgen lag de dauw, 2) een dikke nevel, rondom 3) het leger.
a) Numeri. 11:31 Psalm. 105:40
1) Behalve de gewone kwartel komt in die streken nog een bijzondere grote soort van hetzelfde geslacht voor, welke de Arabieren Kata noemen, en die in het systeem van Linneus onder de naam van Tetrao Alchato overgegaan is. Deze leeft in Arabië, Palestina, Syrië, Egypte enz. in grote menigte, is van de grote van een tortelduif, heeft een korte, kromme, gele bek, asgrauwe hals en kop, roodachtige buik en rug, wigvormige staart en poten, die van voren gevederd zijn; deze moet diensvolgens eigenlijk onder de patrijzen gerekend worden. Het vlees is wel hard en droog, maar wordt toch door de inwoners graag gegeten. Het is een trekvogel, die in de lente uit de zuidelijke landen naar het noorden trekt, en dan in zo dichte menigten vliegt, dat de Arabische jongens dikwijls twee of drie in een keer doden, alleen door een stok ertussen te werpen. Op onze plaats bestaat het wonder van de goddelijke genade in het aanvoeren van de kwakkels op deze tijd en naar deze plaats, zo mede in de buitengewone menigte, dat deze aan de behoefte van een zo talrijk volk evenredig was.
In het Hebreeuws Selav, door sommigen vertaald door fazanten en door anderen door zeevogels, door onze Statenvertalers, en terecht, door kwakkels. In het Arabisch betekent het woord, dat met het Hebreeuws overeenkomt, alleen “kwakkels.” Met het zenden van deze vogels wilde God aan Israël leren, dat Hij, die hun Manna tot dagelijks voedsel gaf, ook in staat was, om hun vlees te eten te geven.
2) Eigenlijk “een uitstorting van dauw.”.
In het Hebreeuws staat “een laag” of “bed van dauw;” Daarmee was het Manna bedekt; vandaar de zinspeling op ‘t verborgenmanna. Openb.2:17
3) Niet in de legerplaats, maar rondom, op het aangezicht van de woestijn (vs.14). Het leger was zo rein niet als de grond rondom, en daarom zo geschikt niet, om het manna te ontvangen.
14. a) Toen nu de liggende dauw opgevaren was, de nevel weggetrokken was; zo ziet, over de woestijn was een klein, rond ding, 1) een vaste stof, van gedaante en grootte klein als de rijp, die uit de nevel op de aardeachterblijft.
a) Numeri. 11:7 Nehemiah. 9:15 Psalm. 78:24; 105:40
1) Het tegenwoordige manna, dat op in het oogvallende wijze in vele opzichten met het Bijbelse overeenkomt, is het zoete sap van de Tarfaboom, een soort van Tamarisk, die gedurende de nacht in de hete zomertijd uit de bast van stam en takken (volgens Ehrenberg, ten gevolge van de steek van een insekt) tevoorschijn komt, tot kleine, ronde, witte korrels zich vormt, in deze vorm op de grond valt en vóór zonsopgang verzameld wordt, daar het in de hitte van de zon versmelt. De Tamarisk (Genesis 21:33) is een boom, die veelvuldig in Egypte, Arabië, Syrië en Palestina groeit, die een recht opschietende stam van middelbare hoogte, lange, smalle, dicht bij elkaar staande en altijd groene bladeren heeft, groene, harde bessen van de grootte van een noot, en een soort van galnoten draagt en een hoge ouderdom bereikt. Slechts weinig verschilt van deze de Tarfaboom; deze groeit hoger (soms 20 voet hoog), heeft meerdere en grotere takken, dichter loof, doch geeft, hoewel hij ook in Nubië, Egypte, Arabië en aan de Eufraat gevonden wordt, nergens Manna, dan in de nabijheid van de Sinaï, en wel het rijkste in die jaren, waarin het veel regent, terwijl het in andere geheel gemist wordt.
Ware dit manna het voedsel van Israël in de woestijn geweest, zo waren zij zeer te betreuren geweest; het bevat toch niet van die stoffen, die voor het dierlijk lichaam tot zijn dagelijks onderhoud onontbeerlijk nodig zijn, en waarin wormen van verrotting konden komen (vs.20). Het brood van de engelen (Psalm. 78:25), het manna van de hemel moet iets anders geweest zijn, dan het manna, dat door luizen en kevers uit de bomen te voorschijn gebracht.
Dat het dan ook werkelijk iets anders geweest is, daarop wijzen verschillende omstandigheden. “Het natuurlijke manna bevat geen meelstof, maar alleen slijmsuiker, waardoor ook de korrels de vastheid van was verkrijgen, terwijl de korrels van het de Israëlieten gegeven manna zo hard waren, dat zij in molens gemalen of in vijzels gestampt moesten worden, en zo veel meelstof bezaten, dat daarvan koeken gebakken werden, die de plaats van het gewone brood innamen.”.
Wat het geweest is, zeggen onze Heer en de apostelen Paulus met duidelijke, ondubbelzinnige woorden (Johannes 6:31 vv.; 1Kor.10:3), het was een wonderbare spijs, een brood, dat van de hemel gegeven was, krachtens Zijn goddelijke almacht, door welke de Heere even zo goed een meel- of broodachtige stof onmiddellijk uit Zijn hand, zonder bemiddeling van akker of akkerbouw kan geven, als Christus daarna op de bruiloft te Kana zonder bemiddeling van wijnstok en wijngaardenier uit zuiver water wijn schept. “Overigens is de dauw de gave van de hemel, welke de aarde vruchtbaar maakt, om het brood voort te brengen (Genesis 27:28). Maar in de woestijn kan de dauw niets teweeg brengen, want hier wordt niets gezaaid (Numeri. 20:5); wanneer nu de dauw toch brood brengt, zo is het hemels brood.”.
Opdat het ontwijfelbaar vaststond, dat deze spijs op verwonderlijke en op bovennatuurlijke wijze is geschapen, moet men het volgende nader overwegen. Vooreerst, dat het niet vroeger in de woestijn tevoorschijn kwam, dan op het uur, dat door Mozes op Gods bevel was aangekondigd. Vervolgens, dat geen verandering van dampkring in de weg stond, dat het Manna met gelijkmatige gang neerviel, noch vorst, noch regen, noch zomer, noch winter, geen hitte de loop van dit neerdruppelen afbrak. Ten derde, het benodigde, dat voor een zeer grote menigte voldoende was, werd elke dag gevonden, terwijl één gomer door ieder hoofd voor hoofd ontvangen werd. Hierbij komt nog, dat op de zesde dag het benodigde verdubbeld was, opdat zij een tweede gomer voor spijs op de Sabbat zouden verkrijgen. Ten vijfde, indien zij iets bewaarden, boven de vastgestelde maat, werd het door bederf onbruikbaar, terwijl de tweede portie, voor de Sabbat bestemd, goed bleef. Ten zesde, waarheen zij ook vertrokken, altijd verzelde hen deze weldaad van God en slechts in hun legerplaats was het Manna bekend. Ten zevende, zodra zij een vruchtbaar en aan koren rijk land binnentraden, bleef het Manna weg. Ten achtste, omdat, hetgeen Aäron bevolen werd in een kruik te bewaren, niet verrotte.
Wanneer wij zo beslist moeten vasthouden, dat het manna van Israël met het Tamariskenhars niets te maken heeft, zo blijft toch deze natuurverschijning van het Sinaïtische schiereiland een voor de vriend van de Heilige Schrift zeer merkwaardige verschijning, “Wanneer de krachtige hand van de Werkmeester eerst een kanaal door de rotsen gewrocht heeft, dan neemt het water in alle volgende eeuwen zijn loop daardoor heen. Als de stamvorm van de geslachten en van de verschillende soorten van zichtbare dingen eerst eens door het woord van de goddelijke almacht geschapen was, toen plantte het zich op de gewone weg van voortbrening voort; zo is ook het werk van de mannabereiding, hetwelk op zijn tijd de levensadem van de lucht en met deze alle levenskrachten van het land doordrong, tenminste nog in het levende bos van de Mannatamarisken voortdurend bewaard.” (v. Schubert). Dit voorhanden zijn van een aan het oorspronkelijk manna gelijk natuurvoortbrengsel, en wel juist in diezelfde streken, waar het eerste gegeven werd, en overigens nergens, laat dan “voor het geloof evenals voor het ongeloof ruimte (hoofdstuk 7:13), om of het wonder te erkennen en zijn Bewerker te prijzen, of het geheel te loochenen en alles geheel natuurlijk te verklaren.”
15. Toen het de kinderen van Israël bij hun uitgaan uit de tenten zagen, zo zeiden zij, de een tot de ander: a) Het is Manna, 1) de gave, die de Heere ons geschonken heeft, gelijk Hij gisteren beloofd heeft (vs.12); want zij wisten niet, wat het was, zij hadden nooit iets dergelijks gezien, zodat zij het ook geen meer bepaalde naam konden geven, dan in het algemeen gave, geschenk. Mozes dan zei tot hen, hun mening, dat het die beloofde gave was, bevestigende: Ja! dit is het brood, dat de HEERE u te eten gegeven heeft.
a) Joh.6:31; 1 Kor.10:3.
1) De Israëlieten geven een teken van dankbaarheid, waar zij de spijze, die hun van de hemel verschaft is “manna” noemen, en veroordelen daarmee stilzwijgend hun schuldige, zondige klacht, omdat het toch nog veel beter is een spijs, die gegeven is, in te zamelen, dan zich deze door moeilijke veldarbeid te verschaffen. Maar Mozes verklaart het hun, dat zij niet hebben gevraagd naar hetgeen hun tevoren geheel onbekend was, maar dat hun kennis met onkunde gepaard ging. Voor hun ogen was de almacht van God zichtbaar; maar hun blik werd beperkt door het deksel van het ongeloof, zodat zij de hun beloofde genade niet duidelijk opmerkten.
In het Hebreeuws Manchoe. De LXX ti esti touto, wat is dat? Ook andere uitleggers doen alzo en menen, dat het eerste woord een Egyptisch woord is. Doch dit ten onrechte. In verband met het stamverwante Arabisch, betekent Manna geschenk, Gods geschenk. In die taal wordt het aldus omschreven: een dauw, nederdalende an de hemel op bomen en stenen, welke zoet is en taai wordt zoals de honing en op hars lijkt.
In Numeri. 11:7 wordt gezegd, dat het Manna er uitzag als korianderzaad.
16. Dit is, zo ging Mozes voort: het woord, dat de HEERE geboden heeft, ten opzichte van de inzameling: Verzamelt daarvan een ieder, zoveel hij eten mag, zoveel hij nodig heeft, en hij berekene aldus: een gomer 1) voor een hoofd, naar het getal van uw zielen, ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn, dus even veel gomers, als er personen tot zijn gezin behoren.
1) De gomer is een kleine beker of nap, die in iedere huishouding voorhanden en overal van gelijke grootte was; gelijk vs.36 zegt, ging het tiende deel van een efa daarin. De grootte van de Hebreeuwse maten is onmogelijk te bepalen. De kinderen van Israël moesten verzamelen, zo veel zij konden, en het thuis in de gomer nameten; daar zou men bevinden, dat iedere vader in vereniging met zijn huisgenoten juist zo vele gomers verzameld had, als de familie uit personen bestond.
Israël moest niet alleen verwonderd staan bij het gezicht van de weldaden van God, maar moest ook die weldaden in het geloof aanvaarden. De gomer is ongeveer een pond van onze maat.
17. En de kinderen van Israël deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig, al naar gelang er op de plaats, waar hij verzamelde, veel of weinig lag.
18. Doch als zij het, ieder wat hij verzameld had, thuis met de gomer maten, a) zo had hij, die veel verzameld had, niets over, niets boven hetgeen er voor zijn gezin nodig was, en die, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een ieder verzamelde zoveel, als hij eten mocht. 1) Die een groot gezin had, had veel gevonden; wiens gezin slechts uit weinig personen bestond, die had slechts weinig. De Heere had aan ieder juist zijn deel toegemeten.
a) 2 Kor.8:15
1) Ik ben niet van oordeel, dat hier de gehoorzaamheid van het volk geprezen wordt. Immers, kort hierna laat Mozes volgen, dat sommigen niet met de juiste maat tevreden, meer dan geoorloofd was hadden bijeengeschraapt, dat anderen zelfs overschreden hadden, wat omtrent de Sabbat was voorgeschreven. Maar zo vat ik het op, dat, waar allen ijverig zich onledig hielden met het inzamelen van de bijeen vergaarde hoop, ieder, hoofd voor hoofd, een gomer ontving. Want niet een ieder in het bijzonder verschafte zich zijn rantsoen, maar waar allen het werk verrichtten, namen zij uit de algemene hoop het voorgeschreven aandeel. Zodat, wie door vlugheid uitmuntte, zonder enig verlies, zijn tragere en minder ijverige buurman te hulp kwam.
De Apostel past dit toe op de aalmoezen, en zijn oogmerk is, de Korinthiërs te vermanen, om van het hun, van hun overvloed mede te delen aan de armere broeders en zusters, opdat er in de gemeente geen gebrek zou worden geleden. De Heere wil hierdoor leren, dat Hij het is, die in al de noden en behoeften van Zijn volk voorziet.
De Joodse uitlegger Abarbanel tekent hierbij aan, “dat van deze spijs, als een goddelijk voedsel, geen gebruik mocht worden gemaakt, als van gewone dingen, welke de mensen samen bijeenbrengen, opleggen, daarmee handel drijven, of voor hun kinderen bewaren; maar dat men die eten moest als een gift van God, aan armen en rijken gemeen. Sommigen,” zo gaat hij voort, “kunnen meer, anderen minder tijdelijke goederen verzamelen, zodat sommigen geven en anderen ontvangen; maar hier ontvingen zij allen van de hemelse liefdadigheid, en God verordende het zo, dat het de armen aan niets ontbrak, terwijl de rijken, boven hun behoefte, niets hadden, om op te leggen of te verkopen, gelijk zij mat andere dingen deden.”.
19. En Mozes, van de bedoelingen van God, hoe het verder met het Manna gaan zou, reeds geheel door de Heilige Geest onderricht, zei tot hen: Niemand laat uit voorzorg voor de volgende dag, daarvan over tot de morgen. 1)
1) Wat de een of ander van zijn gedeelte niet verteren kan, dat verbrande hij met vuur, of geve het aan het vee; want het zal u dagelijks opnieuw gegeven worden, en altijd zoveel als gij voor iedere dag behoeft.
Van alle gierigheid, alle schraapzucht, alle onnodige zorgen voor de volgende morgen, maant Mozes hier af, en wil dat het volk in beoefening brenge, wat de Heer eeuwen daarna zegt: “Zijt niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” (Matth.6:34).
20. Doch zij hoorden niet allen naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot de morgen; de ene uit bezorgdheid dat het misschien de andere dag kon ontbreken, de ander om te beproeven, wat er van het overblijvende worden zou. Toen groeiden er ‘s nachts wormen in, 1) en het ging stinken, zodat men het wegwerpen moest; hierdoor werd Mozes zeer toornig op hen. 2)
1) Letterlijk: Verhief zich tot wormen, d.i. ging in wormen op. Ongeloof in de vermaningen van de Heere, bracht deze mannen er toe, om aldus te handelen. Zij versmaadden daarmee de beloften van God.
2) Mozes had recht, met over de Israëlieten, die hij zo menigmaal, maar steeds tevergeefs, gewaarschuwd had, verontwaardigd te zijn. Immers was hun het manna gegeven, om hun geloof en vertrouwen te beproeven; en nu bleek aanstonds, dat zij beiden misten. Daarin zag hij een tekort doen aan de eer van God. Indien zij hem zelf, hem persoonlijk beledigden, dat kon hij verduren; maar niet, dat zij aldus, door de daad, de eer van zijn God aanranden.
21. Zij nu verzamelden het van die dag af elke morgen, een ieder zoveel hij eten mocht (vs.16,18); zij moesten dit ‘s morgens doen, want als de zon heet werd, zo versmolt het. 1)
1) Op kinderlijke en zichtbare wijze wil hier de Heere de kinderen van Israël voor ogen stellen, hoe hun aards beroep naar Zijn wil moest volbracht worden; daarom richt Hij het zo eigenaardig met het Manna in. Eerst moeten zij leren, dat niet de grond van zichzelf geeft, wat mens en vee voedt en onderhoudt, maar dat Gods genade dit doet, en dat Hij ook zonder de vrucht van de akker hen onderhouden kan; daarom geeft Hij hun een hemelspijs, die onmiddellijk uit Zijn hand komt, hoewel Hem overigens nog vele andere middelen en wegen ten dienste stonden, om hem in de woestijn te onderhouden; onder deze ook zodanige, bij welke het meer natuurlijk en minder wonderbaar toegegaan zou zijn. Bij deze geheel van Hem afhankelijke leefwijze, daar zij in de echte zin van het woord aan Zijn dis eten, moeten zij dan ten tweede leren, dat aan Zijn tafel ieder ontvangt, wat hij behoeft, niet meer en niet minder; daarom is er ook geen voorraad voor de volgende dag, maar iedere dag moet voor het zijne zorgen. Terwijl zij zulk een gerust en stil leven zonder de heidense zorgen: “Wat zullen wij eten? wat zullen wij drinken? waarmee zullen wij ons kleden?” leiden kunnen, moeten zij toch, en wij merken dit in de derde plaats, niet werkeloos blijven zitten, maar vroeg op zijn, en het hun met vlijt verrichten. Wie niet arbeiden wil, dat hij ook niet ete! Alles, wat in deze geschiedenis van het Manna voorkomt, is verder niets dan het openbaar worden van datgene, dat anders achter het omhulsel van de zichtbare dingen verborgen is. Hetzelfde leven, dat de kinderen van Israël daar in de woestijn op zinnelijk-tastbare wijze mochten leiden, is de gelovigen nog altijd beschikt (Matth.6:11,34) en zijn geloof wordt niet zelden beproefd, opdat het bevestigd worde; wie gelooft, die zal de heerlijkheid van God zien, evenals Israël.
22. En het geschiedde op de zesde dag, dat zij dubbel brood 1) verzamelden; er was zulk een rijke oplezing, dat zij bij het meten thuis juist het dubbel bedrag vonden, twee gomers voor een; en al de oversten van de vergadering kwamen, 2) en zij verkondigden het aan Mozes, dat zij zulk een buitengewone samenlezing gehad hadden.
1) Dus toonde de Heere, dat Hij machtig was, om de Israëlieten, als het Hem behaagde, voor langer dan één dag van brood te bezorgen, en dat Hij het ook onbederfelijk bewaren kon, als in het te bewaren voor de volgende dag het voorschrift maar gevolgd werd.
2) De schending van de Sabbat wordt nog niet meegedeeld, maar slechts de domheid of al te grove onbekendheid bij de oversten zelf. Want ofschoon zij uit de mond van Mozes gehoord hadden, dat God op die dag hun zou geven, dat zij voor twee dagen genoeg voedsel hadden, verwonderden zij zich echter en boodschappen de zaak als nieuw en ongelofelijk aan Mozes. Gemakkelijk blijkt, dat zij wel aan het bevel gehoorzaamd hebben, om geen moeite te sparen in het verzamelen van een dubbele portie, maar hun ongeloof en stompheid van geest komt hierin te voorschijn, dat zij verbaasd staan, waar zij zien, dat door de zaak zelf uitkomt, wat God beloofd had. Overigens mag men vermoeden, dat zij met bevreemding hebben beschouwd, wat hen tot verwondering bracht. Daaruit volgt, dat zij God geloof geweigerd hebben, totdat de waarheid door de uitkomst was bevestigd. Maar door het verwonderlijk beleid van God is het geschied, dat hun slechte en verkeerde twijfel, zowel tot bevestiging van het wonder, als tot bewaring van de Sabbat heeft gediend. Hierdoor werd Mozes gelegenheid gegeven, om voor de tweede maal hun te zeggen, wat overigens zeer was verwaarloosd, nl. dat zij op de zevende dag de heilige rust in acht zouden nemen.
23. Hij dan zei tot hen: Dit is het, dat de HEERE, door dit dubbele deel gesproken heeft. Morgen is de rust, de heilige Sabbat (rust) van de HEERE, 1) de dag, die de Heere zich tot rust van alle arbeid door Zijn eigen rust op dezedag na het volbrachte scheppingswerk geheiligd heeft (Genesis 2:2 vv.). Opdat gij nu morgen werkelijk kunt rusten en het inzamelen overbodig zij, heeft Hij u reeds heden gegeven, wat gij voor morgen behoeft. Wat gij tot uw spijs voor deze dag bakken zou, bakt dat, en kookt, wat gij koken zou; en al wat over blijft, legt het voor uin bewaring tot de morgen, 2) opdat het dan gebakken en gekookt wordt; het zal deze dag niet weer bederven (vs.20).
1) Hieruit blijkt duidelijk genoeg, dat Israël niet onbekend was met de viering van de zevende dag, als rustdag van de Heere, maar ook, dat de Heere hen wil voorbereiden voor de afkondiging van het vierde gebod. zie Ex 16.26 en zie Ex 20.8.
2) Deze verplichting hield voorzeker een grote eis aan het geloofsvertrouwen in. Immers de ervaring van de vroegere dagen had de Israëlieten geleerd, dat men het manna niet tot de volgende dag kon overhouden; en nu gebiedt Mozes zelf, “al wat over bleef tot morgen in bewaring te leggen.” Daarin lag wel iets verrassends. Had de man van God dan vergeten, hoe hij over zo iets getoornd had, verontwaardigd over het verzuimen van zijn voorschrift, om het manna niet te bewaren? Evenwel Israël gehoorzaamt ditmaal, daartoe voorbereid en aangespoord door de dubbele zegen, die God vooraf reeds geschonken had, door op de zesde dag het dubbele te laten inzamelen.
24. En zij legden het neer tot de morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in. 1)
1) Volgens Numeri. 11:8 liet het Manna zich geheel als gewoon broodkoren behandelen, zodat men het met de handmolen malen, of in vijzels stoten en dan in de pot koken, of tot koek bakken kon; het tegenwoordige manna (zie Ex 16.14) is nooit zo hard, dat men daarmee op gelijke wijze zou kunnen handelen. Wat de wijze van broodbereiding bij de kinderen van Israël betreft, zo stampte men het koren (tarwe, gerst of pelt) of in vijzels, of het werd met de handmolen, wanneer er een in huis aanwezig was, door de dienstmaagden gemalen. De handmolen bestond uit twee over elkaar gelegde ronde stenen, één onder, die vast lag, harder en zwaarder en enigszins rond was (Job 14:15), en één daarboven, die zo veel was uitgehold, dat hij de onderste juist bedekte; in het midden was een trechter, om daardoor het koren in te gieten: door middel van een houten handvatsel werd nu de bovenste steen omgedraaid, om het koren, dat tussen beide stenen zich bevond, te vermalen; op deze wijze verkreeg men zowel fijn als gewoon broodmeel (Genesis 18:6). Het omdraaien van de steen was een moeilijke en langdurige arbeid, moeilijk voornamelijk in grote gezinnen; het geschiedde door de geringste dienstmaagden of door gevangenen (hoofdstuk 11:5 Jesaja. 47:2. Matth.24:11 Klaagl.5:13); de laatsten blinddoekte men en stak hun zelfs de ogen uit, een gruwzame straf, waardoor het duizelig worden bij het draaien moest verhoed worden (Richteren. 16:21). Men was altijd gewoon slechts zoveel te malen, als er juist voor die dag nodig was; daar dit malen dagelijks geschiedde, is het geluid van de molen (Jeremia. 25:10) tot een spreekwoord geworden, en betekent het bedrijvige leven in huis, evenals bij ons het geruis van de koffiemolen. Ook het bakken geschiedde dagelijks opnieuw. Het meel werd in houten schotels gemengd (hoofdstuk 12:34), en het deeg, nadat deze doorzuurd was, tot langwerpige ronde koeken van de grootte van een bord, en de dikte van een duim gevormd, en of alleen op kolen en gloeiende stenen geroosterd (1 Kon.19:6) of in bakovens gebakken (hoofdstuk 8:3). Deze bakovens, gelijk men die in iedere huishouding had, bestonden gewoonlijk slechts uit grote stenen kruiken van ongeveer drie voet hoogte, die geen bodem hadden en op enig toestel op een ijzeren plaat gezet werden; was door het op de plaat aangestoken vuur de kruik behoorlijk warm gemaakt, zo dekte men de bovenste opening toe, om de warmte te behouden, en legde dan op de wanden van de kruik de gereed gemaakte broden, die dan in korte tijd gebakken waren.
25. Toen zei Mozes, toen hetgeen van de vorige dag bewaard was op de volgende morgen nog onbedorven bleek te zijn: Eet dat heden, want het is heden de sabbat van de HEERE; gij zult het heden op het veld niet vinden; 1) want God wil, dat gij deze dag heiligt, dat is van de gewone arbeid u onthoudt.
1) De gedachten van God beheersen ook de gewone loop van de natuur, gelijk mede haar buitengewone openbaringen. Achter de gewone en ook achter de meer treffende verschijnselen op het gebied van de natuur schuilt de heilige achtergrond van de hoge raad van God. In het zichtbare van de schepping wordt het onzichtbare van God aan het peinzend gemoed en gelovige hart geopenbaard. Dat is de grote gedachte, die Mozes op dit ogenblik uitspreekt en die ook door de Sabbat zelf wordt gepredikt. Daar is een samenstemming van de gewillig gehoorzamende natuur met het gebod van de Heere, die haar Zijn ordeningen en wetten heeft ingeplant en opgelegd. Daar is geen toeval, maar alles is door de voorzienigheid van God aldus beschikt, bepaald en besteld.
26. Zes dagen zult gij het verzamelen; a) doch op de zevende dag is het Sabbat, op deze zal het niet zijn. 1)
a) Leviticus. 20:2; 23:9
1) Het is niet te betwijfelen, hoewel vele geleerden hun bedenkingen daartegen ingebracht hebben, dat, nadat reeds Adam de eerste Sabbat meegevierd had, van de heiliging van deze dag door de Heere zelf onderricht, ook de oudvaders en patriarchen deze dag voor heilig hielden (Genesis 4:3 vv.; 26:5,24; 12:7,8; 13:4; 26:25; 33:20). De viering van de Sabbat was echter nog geen bepaalde instelling, maar een vrije gehoorzaamheid aan Gods oorspronkelijke instelling (Genesis 26:5). In Egypte ging de heiliging van de zevende dag hoe langer hoe meer teniet, toen Israël tot een grote volksmenigte was aangegroeid, en geheel, toen het door de nieuw opgekomen dynastie in zo wrede slavernij gehouden werd (Exodus. 1:6 vv.). Toen de uittocht geschied was, heeft de Heere opnieuw Zijn dag gezegend en geheiligd; want de doortocht door de Rode Zee (hoofdstuk 14) en de lofzang van Mozes (hoofdstuk 15) vielen, gelijk wij ons daarvan overtuigden, op een Sabbat; vervolgens bereidt de Heere, door de wijze waarop Hij het Manna geeft (anders voor iedere dag een deel, op de zesde een dubbel en op de zevende niets), naar Zijn kinderlijk, zichtbare wijze van opvoeding, het gebod voor, dat Hij geven zal (hoofdstuk 20:8-11), en maakt tenslotte de Sabbat uitdrukkelijk tot een teken van Zijn verbond met Israël (hoofdstuk 31:16-17). Nadat die dag daartoe gesteld is, wordt door Mozes het onthouden van alle arbeid, zo ver versterkt, dat op de Sabbat niet eens een vuur mag aangestoken of enige spijze mag bereid worden (hoofdstuk 35:1-3). Dit streng, wettelijk en uitwendig verbindend karakter heeft het sabbatsgebod in het Nieuwe Testament weer verloren; wij zijn in dit opzicht als het ware weer verloren; wij zijn in dit opzicht als het ware weer tot het patriarchale standpunt teruggeplaatst, daar men uit vrije gehoorzaamheid het derde gebod houdt, hoewel op de ontheiliging van de feestdag geen doodstraf meer bedreigd is (Matth.12:8 Koll.2:16 vv.). Evenals Israël op de zesde dag zijn behoeften vooraf verkreeg, mag de Christen verzekerd zijn, dat de zegen van de Heere rijkelijk vergoeden kan, wat men aan tijdelijke winst moet verliezen, wanneer men op Zijn dag zich van de gewone arbeid onthoudt, en de dag des Heeren heiligt; ja, men zij verzekerd, dat de aardse arbeid op deze dag volbracht, eigenlijk geen winst oplevert, en niet alleen zichzelf verderft, maar ook het andere mee verteert.
27. En het geschiedde op de zevende dag, dat, ondanks de ontvangen aanwijzing, sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen, 1) en wel om te zien, of het werkelijk was, zoals Mozes gezegd had; doch zij vonden niet.
1) Dit is de tweede overschrijding van het bevel, omdat zij, op de zevende dag uitgegaan, de viering van de Sabbat schenden. Want duidelijk had hij hun aangezegd, dat zij niets zouden vinden. Daarom verdenken zij hem van leugen, omdat zij hun eigen ogen willen geloven. Ondertussen werd het heilig houden van de Sabbat door hen zelf voor niets gehouden, ja, zij hebben beproefd, de dag, welke God had geheiligd, te ontheiligen, zodat hij in niets van de anderen verschilde. Naar verdienste bestraft God hen zeer scherp. Want Mozes bestraffende, beschuldigt Hij in diens persoon de onbuigzame slechtheid van het gehele volk. Want Mozes was zeker niet een van het getal van hen, die de wetten van God hadden geweigerd te onderhouden, maar door deze algemene bestraffing wordt de menigte, die gezondigd had, des te scherper getroffen, en wordt de grote noodzakelijkheid, om het volk te kastijden, Mozes opgelegd, terwijl een gedeelte van de schuld op hem zelf wordt overgedragen. In het woordje: “Hoelang,” wijst God aan, dat hun hardnekkigheid geenszins te verdragen was, omdat zij geen einde maakten aan het zondigen, maar door nieuwe misdaden een groter straf zich op de hals te halen, toonden, dat er met hen niet te handelen was.
28. Toen zei de HEERE tot Mozes: Zeg tot de kinderen van Israël: Hoelang 1) weigert gij u te houden aan Mijn geboden en Mijn wetten? Nadat gij ze pas overtreden hebt (vs.19) en daarvoor bestraft zijt geworden, acht gij wederom Mijn inzetting (vs.20) niet.
1) Met dat woord “hoelang” geeft God uitdrukkelijk Zijn heilig misnoegen over de zonde te kennen. Deze was nu toch geen zwakheid, maar welbewuste daad van overtreding tegen Zijn gebod. Het was een opzettelijke zonde, en vandaar de klacht, welke een openlijke beschuldiging inhoudt.
29. Terwijl Mozes aan het volk dit woord bekend maakte, ging hij biddend en vermanend voort: Ziet, omdat de HEERE u de Sabbat, de dag van Zijn rust op zo vriendelijke wijze gegeven heeft, dat Hij u ook op deze rust wil schenken, daarom geeft Hij u op de zesde dag voor twee dagen brood, en bespaart u daardoor alle zorg voor uw voeding op deze dag: een ieder blijft in zijn plaats, in zijn tent, dat niemand uit zijn plaats gaat op de zevende dag, 1) om manna te verzamelen, of enig ander werk te doen!
1) Op grond van deze plaats hebben latere Joodse wetgeleerden bepaald, dat niemand op de Sabbat zich verder dan 2000 el van zijn woning verwijderen mag. Vandaar de uitdrukking sabbatsweg (Hand.1:12), welke Eusebius volgens de Griekse maat op 6 stadiën berekent (ongeveer 1/7 mijl).
Hiermee wordt Israël elk voorwendsel voor verontschuldiging ontnomen. Niet alleen had de Heere hun de Sabbatdag gegeven, maar er ook voor gezorgd, dat zij op die dag geen spijs behoefden in te zamelen. Zo werd ook door hen bewezen, dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God, dat het zich aan de wet van God niet onderwerpt, en het ook niet kan.
30. Alzo rustte het volk, nu gehoorzaam aan God, op de zevende dag. 1)
1) Hier staat niet, dat het volk op de Sabbat in zijn tenten bleef, maar dat het rustte, dat in tegenstelling staat tot het uitgaan uit het leger, om manna te verzamelen, zoals tevoren geschied was.
De rust van God is het doel, waartoe de gehele schepping komen moet. Om tot dit doel te leiden, werd aan het volk, waarin de verlossingsweg moest gebaand worden, geboden als correctief (verbeteringsmiddels) voor de schade, welke uit de zware, drukkende, van God aftrekkende arbeid, voor de, onder de vloek van de zonde staande mens voortspruit. Daarom heiligde God de zevende dag, dat is, Hij zonderde die van de overige dagen van de week af, tot een heilige dag voor de mens, terwijl Hij Zijn zegen op de rust van deze dag legde. Want op de mens, als evenbeeld van God, heeft deze zegening en heiliging voornamelijk betrekking. Gelijk de mens over het werk van God is gesteld (Genesis 1:28), zo zal hij ook deel hebben aan de rust van God. Het terugkeren van deze gezegende en heilige dag zal hem een gedurige herinnering en genieting van de goddelijke rust zijn.
Na de instelling van de tent der samenkomst en de gehele Godsverering kwam het bevel, om niet alleen te rusten van alle arbeid, maar ook dat aangaande de heilige samenroeping, de verdubbeling van het dagelijks offer, en het neerleggen voor het aangezicht des Heeren van de nieuwe toonbroden (Leviticus. 23:1-3; 24:8 Numeri. 28:9 vv. Ook bij heidense volken werd de zevende dag gewijd.
31. En het huis 1) van Israël (zie “Ex 6.15” corr.)noemde diens naam, de naam van hetgeen de Heere tot dagelijkse voeding gaf: Manna 2) (gave, vs.15); en het was als korianderzaad, 3) uit net zulke kleine, ronde bolletjes bestaande als de zaadkorrels van deze plant; wit, en de smaak daarvan als honingkoeken, evenals met honing bereid fijn gebak. (Numeri. 11:8).
1) Hier voor het eerst treedt het Verbondsvolk als “huis van Israël” (Béth Israël) op. Vroeger heette het de “kinderen van Israël” (béne Israël), ook de “vergadering van de kinderen van Israël” (âdat, of kahal Israël). De kinderen van Israël is de gehele naam van het volk in het algemeen, wanneer het in de geschiedenis optreedt; de vergadering van de kinderen van Israël wordt het genoemd, als het (meest in kwade zin) zich gemeenschappelijk in enige daad of raad van het geheel uitsprak; huis van Israël is de naam bovenal wanneer het in maatschappelijke of godsdienstige belangen gemeenschappelijk optreedt of handelt. Zo is het ook hier bij de benaming van het Manna, die zo langzamerhand in het volksgebruik was aangenomen.
2) Veertig jaren lang aten de kinderen van Israël brood uit de hemel, en dronken zij water uit de steenrots; doch, meent gij, dat dit voortdurend wonder hen bij het geloof bewaard heeft? Nee! wat veertig jaren geduurd heeft, is bij de mensen geen wonder meer. Alle uitwendige goddelijke werkingen baten niets, wanneer God niet van binnen in de mens werkt. Zonder dit blijven de treffendste wonderen van God enkel lichamelijke verlossingen, die buiten de ziel omgaan.
Niet zonder oorzaak herhaalt Mozes weer, wat hij tevoren gezegd heeft, dat de naam Manna is ingesteld voor de spijs, welke God had toebeschikt, opdat aan goddeloze hardnekkigheid zou schuldig verklaard worden, wie nog van zulk een bewezen zaak een punt van kwestie zou durven maken, wanneer de duidelijkheid van de zaak, aan overigens boze en ondankbare, dit woord heeft ontwrongen. De gedaante wordt uitgedrukt, om de zekerheid van het wonder te staven, nl. dat het ronde korrels waren, gelijk aan korianderzaad, omdat het nooit tevoren gezien was. De smaak noopte hen tot erkenning van hun ondankbaarheid, welke de spijs niet slechts als geschikt en gezond, maar ook zelfs zeer zoet van smaak, teruggaf.
3) De Koriander is een éénjarige, in Egypte zeer overvloedige groeiende plant, die men ook later in Palestina veelvuldig verbouwde. Zij heeft een hoge, ronde stengel, bladeren met brede stelen, die niet zelden als moes gebruikt worden, en draagt witte of roodachtige bloemen, die de vorm van een scherm hebben; de zaadkorrels zijn rond, geelachtig en van binnen hol; deze werden in Egypte bij het bereiden van de spijzen als specerij gebruikt. Het tegenwoordige manna komt ook in kleur met het Korianderzaad overeen; het is niet wit, gelijk het Bijbelse, maar geelachtig grauw, en heeft, wanneer men er veel van geniet, een zacht afleidende werking.
In Numeri. 11:7 wordt gezegd: “Zijn verf was als de verf van de bedólah.” Daar hoogwaarschijnlijk onder bedólah de parel wordt verstaan, kan men best nagaan, hoe wit de kleur is geweest. (zie Nu 11.7).
III. Exodus 16 vers 32-36
Tenslotte volgt een opmerking over de verdere geschiedenis van het Manna, welke door Mozes wel niet aanstonds, toen hij voor het eerst de gebeurtenissen bij de tocht van Israël door de woestijn optekende, maar eerst tegen het einde van zijn leven, bij het overzien van de vijf door hem vervaardigde boeken bijgevoegd is; alzo wordt hier de samenhang van het geschiedverhaal afgebroken en iets ingevoegd, dat tot een veel latere tijd behoort.
32. Voorts zei 1) Mozes, wellicht een jaar later, toen de ark van het verbond was opgericht, en de Godsverering geheel was ingericht, waarschijnlijk ten tijde, toen Israël van Sinaï opbrak (Numeri. 10:11 vv.), tot het volk: Dit is het woord, dat de HEERE mij bevolen heeft: Vult een gomer daarvan, even zo veel als ieder dagelijks voor zijn behoefte ontvangen heeft (vs.16), tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij nog in latere tijden, zien het brood, dat Ik u heb te eten gegeven in deze woestijn, toen ik u uit Egypte leidde.
1) Mozes vervolgt hier de geschiedenis niet volgens de orde, maar door dit bericht er bij wijze van vóórverhaal ertussen in te lassen, bevestigt hij des te meer, dat door de bijzondere gunst van God dit voedsel toen voor het volk is geschapen. Daar God heeft gewild, dat één gomer tot herinnering zou bewaard worden, hetwelk door geen stank bedorven, de roem van het wonder aan de nakomelingen heeft bekend gemaakt. Vooreerst brengt hij in het algemeen het bevel van God onder de aandacht. Vervolgens, in het laatste vers geeft hij de maat aan, nl. dat Aäron het zou wegbergen in een schaal of kruik, en het plaatsen bij de Ark van het Verbond. Waaruit ook blijkt, hoe hoog God deze Zijn weldaad heeft willen geschat hebben, waarvan Hij de herinnering heeft willen bewaren in het heiligdom, tegelijk met de tafels van Zijn Verbond.
33. Ook zei Mozes, toen hij aan het volk het goddelijk bevel bekend gemaakt had, tot Aäron: Neem een gouden (Hebr.9:4) kruik, en doe een gomer vol Manna daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, naast de ark van het verbond, tot bewaring voor uw geslachten.
Het neerleggen van het Manna in een gouden kist of kistje voor het aangezicht des Heeren, om aldaar vrij van alle bederf en verrotting bewaard te blijven, beduidt, dat Hij, die van de hemel is neergedaald, opdat Hij zou zijn het Brood des Levens, voor de zondaren, die zonder Hem ontwijfelbaar zouden moeten sterven, wederom in de hemel zouden opgenomen worden, opdat zij niet meer aan enige zwakheid onderworpen, in onverwelkelijke heerlijkheid eeuwig bij de Vader zou leven.
34. Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aäron later voor de getuigenis, 1) voor de kist, welke de getuigenis of de beide tafels van de wet bevatte (hoofdstuk 25:16; 40:20), tot bewaring voor de volgende geslachten.
1) Dat nu twee uitdrukkingen voor de zelfde zaak worden gebruikt: Voor het aangezicht des Heeren en voor de getuigenis, dient tot aanbeveling van de wettige eredienst, opdat het volk zou weten, dat de kracht van God in het heiligdom hun nabij was. Niet omdat deze aan de plaats was gebonden, of omdat Hij door een zichtbaar teken de harten van de zijnen wilde binden, maar voor hun zwakheid willende zorg dragen, daalt Hij tot hen op die wijze af, daar de tegenwoordigheid van Zijn kracht door uiterlijke tekenen wordt gestaafd. Hij daalt dus tot hen af, niet om van hun gemoederen in grof bijgeloof bezit te nemen, maar om hen trapsgewijs tot een geestelijke eredienst op te heffen.
35. a) En de kinderen van Israël aten Manna; niet alleen gedurende hun reis naar de Sinaï, ook niet alleen na het opbreken van daar, en na de bewaring daarvan in een gouden kruik, maar al de veertig jaar, 1) die zij in de woestijn doorgebracht hebben, totdat zij in een bewoond land kwamen; 2) zij aten Manna, totdat zij kwamen aan de grens van het land Kanaän, ja zelfs daarin; eerst toen zij aan de overzijde van de Jordaan waren, hield de wonderbare gave op Jozua 5:12).
a) Nehemiah. 9:15
1) Hieruit volgt niet, dat Israël gedurende die veertig jaar geen ander brood dan het Manna gegeten heeft. Volgens Leviticus. 8:2,26,31 vv.; 9:4; 10:12; 24:5 vv. Numeri. 7:13 vv. te oordelen, waren zij nog gedurende hun oponthoud bij de Sinaï genoeg van tarwemeel voorzien. Het gebergte Sinaï, waar “de lucht koel en zuiver is, waar de boze Samoen niet waait, de bronnen rijkelijk vloeien, de plantengroei sterk is en edele vruchten rijpen,” bood hun zonder twijfel vele plaatsen aan, die zij konden bezaaien, in elk geval veel meer dan tegenwoordig, nu door de verwoesting van het geboomte, ten gevolge van de kolenhandel, de vruchtbaarheid van die dalen, evenals het getal en de omvang van de groene oasen zeer afgenomen is. Terwijl zij dan daar tevens hun talrijke kuddes vee, die zij uit Egypte meegebracht hadden, konden weiden, ontbrak het hun niet aan melk en vlees; en daar zij niet zonder geld waren, konden zij ook van de daar wonende volken, evenals van doortrekkende karavanen, velerlei levensbehoeften inruilen. Dat zij dit na het opbreken van de Sinaï en gedurende 38 jaar, die zij tot hun straf in de woestijn Paran moesten rondtrekken, werkelijk gedaan hebben, wordt ons uitdrukkelijk (Deuteronomium. 2:6 vv.) gezegd. Hoe nader zij later aan het beloofde land kwamen, en de natuurlijke hulpbronnen toenamen, des te meer nam het Manna af Jozua 1:11); het zou daar niet als een weldaad ontvangen zijn, integendeel veracht zijn geworden, wanneer de Heere het nog in dezelfde volheid als tevoren gegeven had; maar eerst hield het geheel op, toen een nieuwe orde van zaken aanving met de inbezitneming van het land.
Maar waartoe het reeds hier in het vóórverhaal opgenomen? Gewis om ons ook deze vier dingen tot onze bemoediging, besturing en vertroosting te leren: 1e. dat God niet alleen voor de Zijnen begint te zorgen, maar dit laatste ook zolang voortzet, als dit nodig is; al duurt het dan ook veertig jaar lang. 2e. Al geeft God veertig jaar lang brood, geeft Hij het toch elke dag vers; ook in het geestelijke is versheid nodig. 3e. Dat het wonder ophoudt, zodra dit niet meer nodig is en de natuur zelf in de behoefte kan voorzien. Geen buitengewone genietingen moeten in het geestelijke leven verwacht en begeert worden, waar de gewone leidingen van het geloof kunnen volstaan. 4e. Dat het ophouden van de bijzondere zorg van God wijst op het naderend begin van de vervulling van de beloften van God.
2) Toen de heilige Schrijver dit opschreef, waren de veertig jaar bijna om, en was Israël genaderd tot en gelegerd in de vlakke velden van Moab. Toen was het Manna niet meer nodig, maar in de woestijn, waar niets groeide, waar niet te ploegen of te zaaien viel, ontving Israël het. Wel een bewijs van de tedere zorg, maar ook van het taai geduld van de Heere, die altijd weer, niettegenstaande Israël een weerbarstig volk was, de gave van Zijn genade bleef schenken.
36. Een gomer nu, zoveel, als ieder gedurende deze aangeven tijd dagelijks aan Manna ontving, is het tiende deel van een efa. 1)
1) Van de maten voor droge waren komen in de Heilige Schrift voor: a. de Homer (Leviticus. 27:16) of Kor (1 Kon.4:22), door Luther (Jesaja 5:10 Luk.16:7) met “mud” vertaald; deze zal, gelijk men meent 11246,7 kubieke Rijnlandse duim bevat hebben; b. de Efa, gelijk aan de Bath voor vloeibare stoffen, het tiende gedeelte van een Homer (Ezech.45:11) dus 1124,67 kubieke Rijnlandse duim; c. de Seah, maat (Luther “schepel) (1 Samuel 25:18 Matth.13:33) is het derde deel van een Efa 374,89 kubieke Rijnlandse duim; d. de Gomer, of het tiende (Leviticus. 14:10) is het tiende deel van een Efa 112,467 kubieke Rijnlandse duim; e. De Kab (2 Koningen. 6:25) is het zesde deel van een Seah 62,48 kubieke Rijnlandse duim. Men ziet, welk een buitengewoon grote menigte Manna voor meer dan twee miljoen mensen dagelijks neervallen moest; maar juist met het doel, om een diepe indruk van de grootheid van het goddelijk wonder bij alle volgende geslachten teweeg te brengen, heeft Mozes de laatste aanmerking van dit hoofdstuk er bijgevoegd. Het tegenwoordige Manna levert in de overvloedigste jaren slechts ongeveer 600 pond in een jaar; Israël had echter dagelijks alleen voor de mannen, vrouwen en kinderen niet mee gerekend, meer dan 600,000 pond nodig.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 16
Exodus 16:4. KruisverwijzingenPsalmen 105:40→Psalmen 78:24→Exodus 15:25→1 Korinthe 10:3→Johannes 6:31→Deuteronomium 8:16→Deuteronomium 8:2→Mattheüs 6:32→
— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.
Het lijkt ons een moeilijke opgave om honderdduizenden (of miljoenen) mensen die zich in de woestijn bevonden van voedsel te voorzien. Maar hoe moeilijk dat ook was, de voedselvoorziening was niet zo moeilijk als de opvoeding. Om die menigte slaven op te leiden tot een gedisciplineerde natie – om degenen die in slavernij hadden geleefd te verheffen en hen geschikt te maken om nationale voorrechten te genieten – dat was de titanische taak die Mozes moest volbrengen. En hun God, die de kinderen van Israël liefhad en hen had uitgekozen, nam het op Zich om hen te onderwijzen – en Hij gebruikte hun voedsel als een van de middelen voor hun opvoeding.
Dieren worden vaak onderwezen via hun voedsel. En de Heere, die wist hoe ruw de aard van Israël was, zorgde ervoor hen op alle mogelijke manieren te onderwijzen, niet alleen via de hogere en meer geestelijke middelen, via het typische en symbolische, maar Hij onderwees hen ook via hun honger en hun dorst. Hij wilde dat zij Hem zouden kennen. Als zij God kenden, zouden zij al het andere kennen, want uiteindelijk is God de ware studie van de mensheid. En wanneer iemand zijn God kent, kent hij zichzelf. Maar als hij denkt dat hij zichzelf kent terwijl hij zijn God niet kent, vergist hij zich schromelijk.
Zie Gods antwoord op het gemor van de mensen. Zij uiten hun klacht, en Hij belooft brood uit de hemel te laten regenen. Het is van Gods kant van begin tot eind een gezegend verhaal; een regen van barmhartigheid als antwoord op een rookwolk van geklaag.
Exodus 16:1–2. KruisverwijzingenExodus 15:24→1 Korinthe 10:10→Numeri 33:10→Psalmen 106:25→Exodus 15:27→Exodus 17:1→Ezechiël 30:15→Exodus 14:11→
— Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren. En de ganse vergadering der kinderen Israels murmureerde tegen Mozes en tegen Aaron, in de woestijn.
Zij zijn nog maar ongeveer zes weken in de woestijn, en nu al komen zij in opstand tegen hun leiders. Bedenk dat wij te maken hebben met hetzelfde soort mensen als Mozes en Aäron. De kinderen van Israël waren niet beter dan enig ander volk; en ik denk niet dat zij slechter waren. Wij mogen hen beschouwen als een redelijk gemiddelde van de menselijke natuur, die zelfs onder de beste omstandigheden ontevreden en opstandig is.
Exodus 16:3. KruisverwijzingenKlaagliederen 4:9→Exodus 17:3→Numeri 11:4→Numeri 20:3→Numeri 14:2→Handelingen 26:29→Numeri 16:41→Numeri 11:15→
— En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.
Zij waren het maken van bakstenen, de zwepen en de ijzeren slavernij volledig vergeten, en zij dachten aan niets anders dan de vleespotten van Egypte. Ach, hoe snel vergeten wij een grote beproeving wanneer wij eraan ontsnappen! De huidige, veel kleinere beproeving lijkt veel zwaarder dan die uit het verleden.
Exodus 16:11–12.KruisverwijzingenJoël 3:17→Exodus 6:7→Exodus 7:17→Ezechiël 39:22→Exodus 16:7→Jeremia 31:24→Exodus 4:5→Zacharia 13:9→
— Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende: Ik heb de murmureringen der kinderen Israels gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben.
“Ik heb de murmureringen van de kinderen Israëls gehoord.” God hoort altijd. O, wat een wonderbaarlijk geduld! Als Hij geen acht zou slaan op de mopperaars, of hen zou straffen voor hun goddeloosheid, zouden wij ons daar niet over verbazen; maar Hij is lankmoedig, zelfs jegens hen die Zijn medelijden niet verdienen. “Er zal geen twijfel bestaan over wie Ik ben. Ik zal dit wonder op zo’n Goddelijke wijze en op zo’n goddelijke schaal verrichten, dat gij zult weten dat Ik Jehova, uw God, ben.”
Exodus 16:13–16. KruisverwijzingenNumeri 11:9→Psalmen 78:27→Psalmen 105:40→Exodus 16:4→Exodus 16:36→Numeri 11:7→Psalmen 78:24→Nehemia 9:15→
— En het geschiedde aan den avond, dat er kwakkelen opkwamen, en het leger bedekten; en aan den morgen lag de dauw rondom het leger. Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo ziet, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm, op de aarde. Toen het de kinderen Israels zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft. Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn.
Ongeveer twee pints en een half, denk ik; volgens sommige berekeningen twee quarts, of daar omstreeks. Daarin zat waarschijnlijk meer voedingswaarde dan in een half brood per dag: “een gomer voor een hoofd.”
Exodus 16:16–18. KruisverwijzingenExodus 16:36→Exodus 16:18→Exodus 16:32→2 Korinthe 8:14→
— Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft: Verzamelt daarvan een ieder naar dat hij eten mag, een gomer voor een hoofd, naar het getal van uw zielen; ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn. En de kinderen Israels deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig. Doch als zij het met de gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht.
God had het zo bedoeld; niet voor ieder man naar zijn hebzucht, opdat hij er iets van zou kunnen bewaren, maar voor ieder mens naar zijn of haar behoefte. God zorgde ervoor dat noch de zwakken tekort zouden komen, noch de hebzuchtigen zich te buiten zouden gaan.
Exodus 16:19–22. KruisverwijzingenExodus 16:5→Exodus 23:18→Exodus 12:10→Mattheüs 6:34→Exodus 16:23→Hebreeën 13:5→Markus 10:14→Jakobus 5:2→
— En Mozes zeide tot hen: Niemand late daarvan over tot den morgen. Doch zij hoorden niet naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot den morgen. Toen wiesen er wormen in, en het werd stinkende; dies werd Mozes zeer toornig op hen. Zij nu verzamelden het allen morgen, een iegelijk naar dat hij eten mocht; want als de zon heet werd, zo versmolt het. En het geschiedde op den zesden dag, dat zij dubbel brood verzamelden, twee gomers voor een; en al de oversten der vergadering kwamen en verkondigden het aan Mozes.
Hij had hun gezegd dat het zo zou zijn, maar zij aanvaardden de boodschap die Hij hun had overgebracht kennelijk niet als het ware Woord van Jehova, hun God; zodat, toen het in vervulling ging, het hen met verbazing vervulde en zij kwamen “en verkondigden het Mozes“.
Exodus 16:23. KruisverwijzingenLeviticus 23:3→Exodus 20:8→Exodus 31:15→Openbaring 1:10→Lukas 23:56→Exodus 23:12→Exodus 35:2→Numeri 11:8→
— Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen.
Hoe vaak zou dit antwoord ook aan ons gegeven kunnen worden! God verhoort ons gebed, en wij haasten ons om te zeggen: “Wat een wonderlijke zaak! God heeft mijn gebed verhoord.” Maar het antwoord luidt: “Dit is wat de HEERE gesproken heeft.” Is het dan iets vreemds dat wat de HEERE heeft gesproken, waar blijkt te zijn? Is het werkelijk een reden tot verwondering dat Hij Zijn belofte nakomt? U doet God tekort wanneer u op deze manier spreekt.
De sabbat was volgens de wet nog niet ingesteld, wat bewijst dat de grondslag ervan dieper en vroeger lag dan de afkondiging van de Tien Geboden; hij is verweven met de wezenlijke ordening van de tijd sinds de schepping: “Dit is wat de Heere heeft gezegd: Morgen is de rustdag, de heilige sabbat voor de Heere.”
Exodus 16:23–27. KruisverwijzingenLeviticus 23:3→Exodus 20:8→Exodus 31:15→Exodus 16:20→Openbaring 1:10→Lukas 23:56→Exodus 16:23→Exodus 23:12→
— Hij dan zeide tot hen: Dit is het, dat de HEERE gesproken heeft: Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN! wat gij bakken zoudt, bakt dat, en ziedt, wat gij zieden zoudt; en al wat over blijft, legt het op voor u in bewaring tot den morgen. En zij legden het op tot den morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in. Toen zeide Mozes: Eet dat heden, want het is heden de sabbat des HEEREN; gij zult het heden op het veld niet vinden. Zes dagen zult gij het verzamelen; doch op den zevenden dag is het sabbat, op denzelven zal het niet zijn. En het geschiedde aan den zevenden dag, dat sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen; doch zij vonden niet.
Zij hadden kunnen verwachten dat het zo zou zijn; maar zij wilden niet geloven, en omdat zij niet wilden geloven, moesten zij het Woord van God wel op de proef stellen. Maar het doorstaat de beproeving; het is altijd waar. O, dat de mensen het Woord van God in een gelovige geest zouden toetsen, in plaats van het op deze sceptische wijze te doen!
Exodus 16:28–31. KruisverwijzingenPsalmen 78:10→2 Koningen 17:14→Psalmen 106:13→Ezechiël 20:13→Jesaja 58:13→Exodus 16:15→Jeremia 4:14→Jeremia 9:6→
— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten? Ziet, omdat de HEERE ulieden den sabbat gegeven heeft, daarom geeft Hij u aan den zesden dag voor twee dagen brood; een ieder blijve in zijn plaats! dat niemand uit zijn plaats ga op den zevenden dag! Alzo rustte het volk op den zevenden dag! En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken.
Of: “Wat is het?“ Het was iets te wonderbaarlijks om te begrijpen en zij behielden de uitdrukking van hun verwondering als de naam van hun brood uit de hemel. Toen zij het voor het eerst zagen, riepen zij uit: “Man-hu?“ “Man-hu?“ “Wat is het?“ “Wat is het?“ Zo kreeg het zijn Hebreeuwse naam, Manna; maar God noemde het Brood uit de hemel.
Exodus 16:31–33. KruisverwijzingenHebreeën 9:4→Exodus 16:15→Numeri 11:6→Hooglied 2:3→Lukas 22:19→Psalmen 103:1→Psalmen 111:4→Psalmen 105:5→
— En het huis Israels noemde deszelfs naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honigkoeken. Voorts zeide Mozes: Dit is het woord, hetwelk de HEERE bevolen heeft: Vul een gomer daarvan tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij zien het brood, dat Ik ulieden heb te eten gegeven in deze woestijn, toen Ik u uit Egypteland uitleidde. Ook zeide Mozes tot Aaron: Neem een kruik, en doe een gomer vol Man daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, tot bewaring voor uw geslachten.
Dit product, dat onder normale omstandigheden geen enkele dag houdbaar zou zijn, bleef twee dagen goed om in de behoeften van de sabbat te voorzien, en het zou generaties lang bewaard blijven als een gedenkteken van Gods goedheid jegens Zijn uitverkoren volk tijdens hun veertigjarige omzwervingen door de woestijn. Wij mogen er vrij zeker van zijn dat Aäron geen stinkend iets voor het aangezicht van de Heer zou hebben bewaard.
Exodus 16:34–36. KruisverwijzingenJozua 5:12→Nehemia 9:20→Exodus 25:21→Exodus 25:16→Exodus 27:21→Exodus 40:20→Numeri 17:10→Deuteronomium 8:2→
— Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aaron voor de getuigenis tot bewaring. En de kinderen Israels aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaan. Een gomer nu is het tiende deel van een efa.
Nu wil ik dat u in het boek Numeri leest. Verderop in de geschiedenis van de kinderen van Israël, toen het volk al lange tijd in de woestijn verbleef, gebeurde hetzelfde opnieuw.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
KWAKKELS EN MANNA WORDEN GEGEVEN.
I. Exodus 16 vers 1-12
Als de Israëlieten de vlakte aan de Schelfzee achter zich gelaten en de woestijn Sin bereikt hebben, morren zij tegen Mozes en Aäron, omdat zij vrezen, wegens gebrek aan brood de hongerdood te zullen sterven. Mozes, door de Heere onderricht, wat hij tot voeding van het volk doen zal, bestraft hen over hun misdadige rede; maar ook de Heere zelf bekrachtigt de woorden van Zijn dienstknecht en geeft een plechtig voor het volk waarneembaar getuigenis, daar Zijn heerlijkheid in glinsterende majesteit van de zijde van de woestijn verschijnt.
1. Toen zij van Elim gereisd waren, kwamen zij, na een tocht van acht of negen uur, over een hoge vlakte, die ter rechter- en linkerzijde door rotsen ingesloten was, in een vlakte, die zich anderhalf uur ver langs de oever van de Schelfzee uitstrekte, en met vele struiken begroeid was. Daar legerden zij zich (Numeri. 33:10) ongeveer twee dagen lang, en namen water in. Daar van het zuiden de rotswand zo nabij de zee kwam, dat zij niet verder in deze richting konden voortgaan, wendden zij zich oostelijk; zo kwam de gehele vergadering van de kinderen van Israël in de woestijn Sin, een hoge uitgestrekte zandige vlakte, welke thans Debbet en Ramleh genoemd wordt, en van het noordwesten tot het zuidoosten zich bijna over het gehele schiereiland uitstrekt. Deze woestijn is tussen Elim en tussen Sinaï. Na een reis van weer acht of negen uur rustten zij in het zogenaamde Koperdal of Wady Nasb, op de vijftiende dag van de tweede maand, dat is van de maand Sif of Jijar (zie “Ex 12.2), nadat zij op de vijftiende dag van de eerste maand uit Egypte gegaan waren; 1) alzo waren zij nu een maand op weg geweest.
1) Volgens de tot hiertoe door ons aangenomen telling was de reis van de kinderen van Israël deze:
1 15 Abib (Zondag) van Raméses naar Sukkoth.
2 16-17 Abib van Sukkoth tot Etham.
3 18 Abib van Etham tot het dal Machiroth.
4 19-20 Abib rust aan de zee.
5 21 Abib (Zaterdag) doortocht door de Rode zee.
6 22 Abib rustdag te Ayun Musa.
7 23-25 Abib reis van drie dagen in de woestijn.
8 26-28 Abib oponthoud te Mara.
9 29 Abib (Zondag) reis naar Elim.
10 1-7 Sif rust te Elim.
11 8-10 Sif reis tot aan de Schelfzee.
12 11-12 Sif legering bij de Schelfzee.
13 13-15 Sif reis tot aan de woestijn Sin.
De meeste uitleggers van de tegenwoordige tijd verstaan onder de woestijn Sin, de zandvlakte el-Kâa, die in aanmerkelijke breedte zich langs de zuidelijke helft van de oostkust van de Rode Zee tot aan de uiterste punt van het schiereiland, naar de Ras (voorgebergte) Mahommed, zich uitstrekt. Zij laten de kinderen van Israël van de rustplaats aan de Schelfzee af hun weg nemen, in zuidoostelijke richting door het met vele rotsopschriften voorziene dal Mokatteb, en dan door het wijde, liefelijke Feiran tot aan een derde dal, dat tot het gebergte Serbal behoort, om daarna in meer oostelijke richting naar Rafidim (hoofdstuk 17:1) te komen. Maar deels is niet recht in te zien, hoe van die zandvlakte gezegd kon worden, dat zij tussen Elim en Sinaï ligt, deels leidt deze weg op twee plaatsen door zeer nauwe bergpassen, door welke een zo groot en talrijk volk met vrouwen, kinderen en kuddes zich moeilijk had kunnen begeven. Van die eerste pas, die zich aan de ingang van het Mokatteb-dal bevindt, bericht een reiziger: “Wij stegen van onze drommedarissen af en lieten het aan hun instinct en aan hun zekere tred over, om de gevaarlijke pas te beklimmen.” Een ander bericht, dat de pas altijd slechts voor één kameel ruimte gelaten had, zodat de gehele karavaan zich had moeten verdelen en elk afzonderlijk had moeten doortrekken. Een tweede “nog vreselijker en wilder” pas bevindt zich bij de uitgang van dat dal, eer men in het heerlijke dal Feiran komt. Daarentegen was de weg naar de Wady (dal) Nasb, waarheen, om bovengenoemde reden, andere reizigers de tocht van de kinderen van Israël van de Schelfzee af zich laten bewegen, zonder twijfel toen reeds een begaanbare straat; want in dit dal waren aanzienlijke koperbergwerken, die van Egypte met kolonisten bevolkt en vlijtig bearbeid werden. Evenzo is hier tussen dadelbomen een bron met overvloedig en voortreffelijk water te vinden.
2. En de gehele vergadering 1) van de kinderen van Israël mopperde 2) tegen Mozes en tegen Aäron, in de woestijn.
1) Dit wil niet zeggen, hoofd voor hoofd, maar de vergadering in het algemeen, al zullen er gunstige uitzonderingen geweest zijn.
2) Op de tocht van dertig dagen waren de levensmidddelen, die uit Egypte meegenomen waren, verteerd, en hier, in deze dorre woestijn, was geen mogelijkheid, om zich nieuwe voorraad te verschaffen; in het geloof zich aan de Heere en Zijn hulp vast te houden, dat verstonden zij nog niet, hoewel Hij toch reeds twee maal (hoofdstuk 14:10 vv.; 15:22 vv.) zo wonderbaar geholpen had.
3. a) En de kinderen van Israël zeiden, in bitterheid en neerslachtigheid hun verlossing en Gods belofte voor niets achtende, tot hen: b) Och, dat wij in Egypte eveneens een plotselinge dood gestorven waren door de hand des HEEREN, 1) toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Wat nut hebben wij nu van deze bewaring en van onze uitleiding uit Egypte? Gij zijt de oorzaak van ons leed, want gij hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om, gelijk het heden is, deze hele gemeente van zo vele honderdduizenden zielen door de honger te doden.2) Wanneer uw macht niet verder reikt, dan dat gij ons hier een langzame en vreselijke dood tegemoet voert, dan had gij ons liever in Egypte moeten laten blijven, of met de Egyptenaars moeten laten omkomen.
a) 1 Kor.10:10 b) Numeri. 11:4
1) “Door de hand des Heeren.” Dit ziet op de laatste plaag, toen door de hand des Heeren alle eerstgeborenen van de Egyptenaren stierven. Zij zeggen nu, dat zij liever hadden gehad, dat ook zij toen door de hand des Heeren waren getroffen, dan dat zij nu van honger moesten sterven. Juist deze uitdrukking werpt een treurig licht over de geestelijke toestand van Israëls volk. Immers, die “hand des Heeren” had hun duidelijk bewezen, de uitreddende en bewarende hand des Heeren te zijn, Zijn macht en kracht, en in plaats dat nu dit feit hem stemde tot ootmoedig geloofsvertrouwen, dat de Heere verder zou helpen, stuiten zij hun ogen, en verloochenen zij de Heere, die hen gered had. Al de daden van Gods trouw, alle woorden van Zijn belofte, waren zij voor dit ogenblik vergeten, nu ongeloof en opstand tegen ‘s Heeren weg zich van hun harten meester had gemaakt.
2) In deze ondankbare en vermetele rede is alles vergroot. Vooreerst is het geheel onwaarschijnlijk, dat zij bij de vleespotten tot verzadiging brood aten, daar zij niet alleen arme slaven waren, maar ook onder zware verdrukkingen zuchten; zij verhieven alzo hun vorige toestand boven de waarheid, opdat de tegenwoordige des te ellendiger zou schijnen, gelijk de gewoonte van goddelozen en ongeduldigen is. Ten tweede waren zij in geen gevaar van terstond te sterven, daar zij zo vele kuddes hadden, om tot spijs te gebruiken; zij wilden zich echter hiermee niet vergenoegen zonder brood, waren onwillig iets te missen van hun voorraad, die zij liever wilden doen toe- dan afnemen, of anders zij verlangden nu reeds naar lekkernijen, gelijk vervolgens geschiedde, toen God bewogen werd om hun vele vogels toe te zenden.
Zo zijn wantrouwen en gierigheid hartstochten, die nooit nuttig zijn; wanneer slechts de geringste reden bestaat, om iets te vrezen, wordt alles veel groter gemaakt.
Waar eenmaal achterdocht en wrevel in de ziel een plaats vonden, is men ras geneigd alles aan nevenbedoelingen, ja zelfs aan boosaardigheid toe te schrijven; terwijl dit, bij enig bedaard nadenken en in kalmer ogenblikken, ons zelf als het toppunt van verblindheid moet voorkomen. Maar het is ons in een dergelijke stemming ook niet te doen, om iets te verbeteren, maar om iemand te verbitteren; niet om te overtuigen, maar om te krenken. Een achterdochtig en ontevreden gemoed wordt zo ras wreed, tot boosaardigheid toe. Want die een ander aldus van boosaardigheid kan verdenken, doet dit slechts, omdat hij zelf boosaardigheid in zijn hart heeft en verbergt.
4. Toen 1) zei de HEERE tot Mozes, zie, Ik zal voor u, daar de aarde geen brood voor u heeft, a) brood uit de hemel 2) regenen; en het volk zal uitgaan voor het leger, en verzamelen elke dagmaat op haar dag, 3) vooriedere dag juist zo veel als zij nodig hebben, en dit zolang zij in de woestijn zijn. Ik zal zorgen, dat zij nooit meer hebben dan dat, opdat Ik het volk verzoeke, 4) of het in Mijn wet ga, of niet, of het in Mijn beschikkingen zich vinden zal en geloof en gehoorzaamheid zal betonen.
a) Psalm. 78:24; 105:40
1) Het is geloofwaardig, dat veeleer de berisping door Mozes is verzwegen, omdat het niet pastte, dat zelfs niet met één woord het ongenoegen van het volk berispt werd. Ofschoon nu God in Zijn bijzondere goedgunstigheid spijs aan zo slechte en goddeloze mensen, die het licht van de zon en de adem onwaardig waren heeft verleend, heeft Hij echter geenzins gewild, hun boosheid door stilzwijgen te vergoeilijken; maar omdat Hij hun ondankbaarheid kende, heeft Hij hun overmoed hevig berispt. Doch Mozes, dit overslaande, springt over tot de voor de vermelding de meest merkwaardige geschiedenis, dat God dit ellendig volk als het ware met brood uit de hemel heeft gevoed, terwijl hij manna als dauw uit de wolken deed neerdruppelen.
2) Dit is het allerwonderbaarste van alle wonderen, dat hun brood zou gegeven worden, niet, als naar gewoonte, uit de aarde, maar uit de lucht, waarin nooit zaad gezaaid wordt.
3) Of, dagelijks. Zoveel als voor een dag voldoende was. Hiermee wilde de Heere zijn volk leren: te haten de gierigheid en schraapzucht, vergenoegd te zijn met het tegenwoordige, en in diepe afhankelijkheid van Hem te leven.
4) Of “beproeve”, ten eerste, of het Mij wegens zulk een wonderbaar en treffend teken niet beminnen en gehoorzamen zal; ten tweede of het, door het nedervallen van het manna, gedurende zo vele dagen, niet leren zal op Mij te vertrouwen, ten aanzien van de volgende dagen.
Bovendien, of zij zouden gehoorzamen aan hetgeen Hij (vs.5) zou bevelen.
5. En het zal geschieden op de zesde dag, 1) de dag vóór de Sabbat, dat zij bereiden zullen, hetgeen zij ingebracht zullen hebben: dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij gewoonlijk dagelijks zullen verzamelen. 2)
1) Op de Vrijdag zullen zij dubbel zo veel oplezen, dan op de andere dagen, en ook dat tweede deel toebereiden, opdat zij op de Zaterdag rusten mogen. Ook hierin wil Ik hun geloof beproeven, dat zij niet zorgeloos zijn, na reeds verscheidene malen elke dag te hebben ontvangen, maar naar Mijn gebod dan ook voor de volgende vergaderden.
2) Terwijl de Heere Zijn volk op wonderbare wijze verzorgt, wil Hij toch ook, dat het zelf zijn krachten inspant. Iedereen moet vroeg op zijn, juist wanneer de dauw zal gevallen zijn (vs.21), en zal vlijtig moeten inzamelen. Maar Hij wil ook, zowel bij het afmeten als bij de inzameling voor de Sabbat, hun geloof aan Zijn voorzienige trouw gedurig beproeven, en de hebzuchtige, die door een samenlezing voor de volgende dag het vernieuwd bewijs van zijn geloof nodeloos zoekt te maken, komt beschaamd uit (vs.20). In al deze wonderen zien wij het beeld van het geheim van de dagelijkse leiding van God, die voor de natuurlijke mens verborgen zijn.
Daar weldra melding wordt gemaakt van de Sabbat, verbonden aan de waarneming daarvan wat vanaf de wet daarvoor is vastgesteld, en halen er dan de zin uit, dat God de proef heeft genomen, of het volk ook op de zevende dag de voorgeschreven rust getrouw zou waarnemen, hetgeen niets betekent. Want nadat God levensonderhoud voor iedere dag aan de Zijnen belooft, voegt Hij er nu een uitzondering bij, nl. dat op de zesde dag, zij een dubbele portie zullen verzamelen, en de helft ervan nemen voor het gebruik op de Sabbat. Zo wordt door de zaak zelf de zevende dag geheiligd, vóór dat de wet is afgekondigd. Evenwel is het onzeker, of de rust reeds vroeger door de vaderen is in acht genomen, hetgeen wel waarschijnlijk is, hoewel ik er niet over wil strijden.
De zesde dag, dat wil niet zeggen, van de tijd af dat het manna begon te vallen, maar de zesde dag van de week.
6. Toen zeiden Mozes en Aäron, tot al de kinderen van Israël, door middel van de oudsten, die zich om hen vergaderden: Op de avond van deze dag, waarop gij zogemopperd hebt tegen ons, dan zult gij weten, dan zal het u ontegenzeglijk bewezen worden, dat noch Mozes, noch Aäron, maar dat u de HEERE uit Egypte uitgeleid heeft, daar Hij u geven zal, wat noch Mozes, noch Aäron vermogen; dan zult gij voelen, dat gij niet tegen ons, maar tegen de Heere gemopperd hebt, gelijk gij ook niet aan ons, maar aan Hem alleen uw verlossing te danken hebt.
7. En morgen, wanneer uw brood geheel verteerd zal zijn, dan zult gij de heerlijkheid van de HEERE 1) zien, wanneer gij daar voor u zult zien liggen, wat u voeden zal (vs.13,14) en alzo zien zult, dat Hij u kan onderhouden, ook zonder het brood dat uit de aarde voortkomt. Hij zal het doen, omdat Hij uw gemopper tegen de HEERE, 2) gehoord heeft, en Hij zich deze heeft aangetrokken; want wat zijn wij, Mozes en Aäron, dat gij tegen ons moppert. 3)
1) “De heerlijkheid van de Heere”. Deze uitdrukking komt vele malen in de Heilige Schrift, en betekent zeer dikwijls, zoals in Ex.24:16 de openbaring van Zijn heerlijkheid en majesteit. Echter ook, zoals hier, een bijzonder werk, dat door Hem gewrocht zal worden, en waardoor het openbaar wordt, dat Hij en Hij alleen de Werkmeester is; een werk, waardoor uit grote nood wordt gered. Zo sprak de Heere Jezus ook tot Martha en Maria, dat zij de heerlijkheid van God zouden zien, indien zij zouden geloven. Beide verzen, vs.6 en 7 moeten nauw met elkaar verbonden worden. Mozes wil toch zeggen, dat zij én ‘s avonds én ‘s morgens de heerlijkheid van God zullen zien.
2) Het gemopper tegen Mozes en Aäron worden hier genoemd, gemopper tegen de Heere. Want niet Mozes en Aäron hadden Israël in die woestijn geleid, maar de Heere zelf.
3) Daar door dit getuigen hij zich bewijst een getrouw dienstknecht van God te zijn, laten wij daaruit opmaken, dat niemand, rechtens voor zich in de kerk op eer aanspraak heeft, zodat zij voor wettige herders mogen worden gehouden, behalve die zowel van Gods wege daartoe geroepen zijn, zodat zij God tot auteur van hun ambt hebben, als ook, die uit zichzelf niet voortbrengen, maar slechts opvolgen, wat hun bevolen is. Zodat de zodanigen niet kunnen verworpen worden, zonder God daarmee te beledigen, Wiens plaats zij bekeerden. Alzo, wie naar willekeur het bewind uitoefenen, verschrikken de eenvoudigen met de naam van God nutteloos, omdat zij, in plaats van de waarheid, een bedrieglijk spook voorwerpen.
8. Voorts zei Mozes, door de mond van Aäron, om de kinderen van Israël nog duiderlijker hun zware zonden onder het oog te brengen; als de HEERE u ‘s avonds vlees te eten zal geven, en ‘s morgens brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat de HEERE uw gemopper gehoord heeft, die gij tegen Hem moppert, en u nu bewijzen wil, dat Hij u ook in de woestijn kan geven, wat gij in Egypte gehad hebt (vs.3). Want, nog eens moeten wij het u zeggen: wat zijn wij, nietige mensen, die u nooit van farao haddenkunnen redden? Uw gemopper is niet tegen ons, maar tegen de HEERE. 1)
1) Mozes wil zeggen, dat, indien zij alleen tegen hem gemopperd hadden, hij zich stil had gehouden.
9. Daarna zei 1) Mozes, die het door de Heiligen Geest wist, dat de Heere thans zelf voor de oren van het gehele volk wilde getuigen, tot Aäron: Zeg tot de gehele vergadering van de kinderen van Israël: Nadert voor het aangezicht 2) van de HEERE; treedt uit uw tenten en begeeft u met ons voor de legerplaats, naar de wolkkolom, in welke de Heere bij u aanwezig is, want Hij heeft uw gemopper gehoord, en zal nu met eigen mond tot u spreken, opdat gij erkent, dat wij niet naar onze gedachten tot u spreken en met u handelen.
1) Er is geen twijfel aan, of hij daagt de schuldige voor de vierschaar van God, alsof hij zeggen wilde, dat zij zich bedrogen, indien zij meenden, dat hun gemopper voor Hem verborgen was. Ondertussen zinspeelt hij op de wolk, welke als een zichtbaar teken was van de aanwezigheid van God, en zo verwijt hij hun hun stompheid van geest, omdat zij niet hadden geaarzeld, God, die zo nabij was, die als bijna voor hun ogen stond, uit te dagen. Daarom is allereerst op te merken, dat zij zelf uit hun schuilhoek werden voor de dag gehaald, opdat hun onbeschaamdheid zou worden verbroken. Vervolgens, dat hun verstomptheid aan de dag werd gebracht, omdat zij God, hoewel aanwezig zijnde, niet hadden gevreesd.
2) “Voor de Sjechina of Majesteit van Jehova.” Mogelijk, dat Israël in toorn zich had omgewend, maar meer waarschijnlijk, dat de wolkkolom zich van het leger had verwijderd, en dat Israël nu opgeroepen wordt, om zich naar die wolk te begeven en af te wachten wat er geschieden zou.
10. En het geschiedde, als Aäron tot de gehele vergadering van de kinderen van Israël sprak, en zij zich, bij hun uittreden uit de legerplaats, naar de woestijn keerden, naar de richting waar de Sinaï ligt (vs.1) (want naar deze richting had de wolk haar plaats ingenomen, nadat zij bij de bestraffende woorden van Mozes (vs.7 en 8) zich van het leger van de kinderen van Israël verwijderd had), zo ziet, a) de heerlijkheid van de HEERE verscheen in de wolk; 1) toen zij zich buiten de legerplaats bevonden en de wolk gewaar werden, kwamplotseling een vurige lichtglans daaruit voort.
a) Exodus. 13:21
1) In waarheid, zegt Luther, zijn de kinderen van Israël een boos volk geweest, die Gods wonderen en weldaden spoedig vergaten en over hun roeping verdrietig werden; Mozes en Aäron lasterden zij, alsof die hen van honger hadden willen laten sterven; ja, zij schandvlekken God zelf, alsof Hij hen niet door Mozes uit Egypte had laten leiden. Daar de wolkkolom, dit teken van voortdurende tegenwoordigheid en leiding van God, reeds zo gewoon was geworden, dat het alle betekenis voor hen verloren had, moest de Heere door een onder het bereik van de zinnen vallende betoning van Zijn hoge Majesteit hun weer een heilzame vrees instorten, de zonde van hun muiterij hun onder de aandacht brengen, maar tevens te verstaan geven, dat de spijs, die zij hebben moeten, een gave van Zijn genade en barmhartigheid is. Dit is de oorzaak van de in de wolk opgaande lichtglans. Ziet, de wolk heeft zich daarom van het leger verwijderd, opdat Israël zie, dat zulk ongelovig morren, wanneer het zich gedurig zou vernieuwen, de Heere zou noodzaken, Zijn aanwezigheid aan het volk te onttrekken, en als een straffend Rechter zich tegenover hen te stellen; zij heeft zich bovendien naar de Sinaï gewend, als naar die plaats, waar Zijn tegenwoordige leiding haar voornaamste doel bereiken zouden. (Deuteronomium. 33:2).
Niet de heerlijkheid van God, versta ik eronder, welke zij dagelijks gewoon waren te zien, maar welke toen op een buitengewone wijze openbaar werd, om hun vrees aan te jagen, omdat zij voor gewone bewijzen reeds onvatbaar waren geworden.
Tweeledig is het doel: 1e. om hun te tonen, dat de Heere, tegen wie zij gemopperd hebben, de Heilige en Verhevene is; 2e. dat Hij het is, die hen hierheen geleid heeft en ook verder voor hen zal zorgen.
11. Ook 1) heeft de HEERE uit de lichtglans van de wolk tot Mozes gesproken met luide, voor al het volk hoorbare stem (hoofdstuk 14:15 vv.), zeggende:
1) Hier leert Mozes, dat hij niet tegen het bevel van de Heere heeft gehandeld, maar getrouw en bescheiden vervuld heeft, wat Hij aan zijn dienaar had opgedragen. En zeker, tenzij het door de mond van God gesproken was, zou hij niet beloofd hebben, wat wij tevoren gezien hebben.
God bevestigt hier, wat Hij reeds vroeger aan Mozes geopenbaard had.
12. Ik heb het gemopper 1) van de kinderen van Israël gehoord, en die opgenomen als tegen Mij zelf gericht; spreek tot hen, zeggende: In plaats van u te doden, zal Ik, Jehova, uw zonde met goedertierenheid beantwoorden; tussen de twee avonden (hoofdstuk 12:6) zult gij vlees eten, en ‘s morgens daarop zult gij a) met brood verzadigd worden, gelijk Gij begeerd hebt; en gij zult door hetgeen Ik doen zal duidelijk weten, dat Ik, de HEERE, uw God ben, die, gelijk Hij u uit Egypte in de woestijn geleid heeft, zo ook in de woestijn uw gehele gemeente weet te voeden, en u niet van honger zal laten omkomen, gelijk gij in uw ongeloof Mij gelasterd hebt.
a) Joh.6:49,58
1) Zulk een goddeloos bestaan, als wij hier in de kinderen van Israël waarnemen, ziet ook ons uit de ogen, wij zijn evenzo; wanneer het meel uit de zak is en geen deeg meer voorhanden, dan staat de afgod, onze buik, op en laat zich horen, en kan het uitstel van de Heere onze God niet verduren.
II. Exodus 16 vers 13-31
Nog op de avond van dezelfde dag laat zich een grote schare van kwakkels neer, daar, waar Israël zich gelegerd heeft, en de volgende morgen valt met de dauw het aan het volk toegedachte brood van de hemel. De kinderen van Israël noemen het Manna; de Heer beschikt echter ten opzichte van deze gave alzo, dat Israël een geheel van Hem afhankelijke leefwijze en de heiliging van de buiten gebruik geraakte sabbat leren moet. Daarom verleent Hij op gewone dagen altijd slechts zoveel, als de behoefte van elke dag vordert, op de zesde dag daarentegen geeft Hij het dubbel.
13. En het geschiedde nog op de avond van dezelfde dag, waarop Israël zo tegen de Heere gemopperd en de Heere Zijn hulp beloofd had, a) dat er door een zuidoosten wind over de Elanitische golf (Numeri. 11:31 Psalm. 78:26 vv.), dus uit dezelfde richting, naar welke de wolk (vs.10 vv.) gestaan had, kwakkels 1) opkwamen, en door Gods leiding juist over de plaats, waar de kinderen van Israël gelegerd waren, zich nederlieten, en zij het leger bedekten; en op de morgen lag de dauw, 2) een dikke nevel, rondom 3) het leger.
a) Numeri. 11:31 Psalm. 105:40
1) Behalve de gewone kwartel komt in die streken nog een bijzondere grote soort van hetzelfde geslacht voor, welke de Arabieren Kata noemen, en die in het systeem van Linneus onder de naam van Tetrao Alchato overgegaan is. Deze leeft in Arabië, Palestina, Syrië, Egypte enz. in grote menigte, is van de grote van een tortelduif, heeft een korte, kromme, gele bek, asgrauwe hals en kop, roodachtige buik en rug, wigvormige staart en poten, die van voren gevederd zijn; deze moet diensvolgens eigenlijk onder de patrijzen gerekend worden. Het vlees is wel hard en droog, maar wordt toch door de inwoners graag gegeten. Het is een trekvogel, die in de lente uit de zuidelijke landen naar het noorden trekt, en dan in zo dichte menigten vliegt, dat de Arabische jongens dikwijls twee of drie in een keer doden, alleen door een stok ertussen te werpen. Op onze plaats bestaat het wonder van de goddelijke genade in het aanvoeren van de kwakkels op deze tijd en naar deze plaats, zo mede in de buitengewone menigte, dat deze aan de behoefte van een zo talrijk volk evenredig was.
In het Hebreeuws Selav, door sommigen vertaald door fazanten en door anderen door zeevogels, door onze Statenvertalers, en terecht, door kwakkels. In het Arabisch betekent het woord, dat met het Hebreeuws overeenkomt, alleen “kwakkels.” Met het zenden van deze vogels wilde God aan Israël leren, dat Hij, die hun Manna tot dagelijks voedsel gaf, ook in staat was, om hun vlees te eten te geven.
2) Eigenlijk “een uitstorting van dauw.”.
In het Hebreeuws staat “een laag” of “bed van dauw;” Daarmee was het Manna bedekt; vandaar de zinspeling op ‘t verborgenmanna. Openb.2:17
3) Niet in de legerplaats, maar rondom, op het aangezicht van de woestijn (vs.14). Het leger was zo rein niet als de grond rondom, en daarom zo geschikt niet, om het manna te ontvangen.
14. a) Toen nu de liggende dauw opgevaren was, de nevel weggetrokken was; zo ziet, over de woestijn was een klein, rond ding, 1) een vaste stof, van gedaante en grootte klein als de rijp, die uit de nevel op de aardeachterblijft.
a) Numeri. 11:7 Nehemiah. 9:15 Psalm. 78:24; 105:40
1) Het tegenwoordige manna, dat op in het oogvallende wijze in vele opzichten met het Bijbelse overeenkomt, is het zoete sap van de Tarfaboom, een soort van Tamarisk, die gedurende de nacht in de hete zomertijd uit de bast van stam en takken (volgens Ehrenberg, ten gevolge van de steek van een insekt) tevoorschijn komt, tot kleine, ronde, witte korrels zich vormt, in deze vorm op de grond valt en vóór zonsopgang verzameld wordt, daar het in de hitte van de zon versmelt. De Tamarisk (Genesis 21:33) is een boom, die veelvuldig in Egypte, Arabië, Syrië en Palestina groeit, die een recht opschietende stam van middelbare hoogte, lange, smalle, dicht bij elkaar staande en altijd groene bladeren heeft, groene, harde bessen van de grootte van een noot, en een soort van galnoten draagt en een hoge ouderdom bereikt. Slechts weinig verschilt van deze de Tarfaboom; deze groeit hoger (soms 20 voet hoog), heeft meerdere en grotere takken, dichter loof, doch geeft, hoewel hij ook in Nubië, Egypte, Arabië en aan de Eufraat gevonden wordt, nergens Manna, dan in de nabijheid van de Sinaï, en wel het rijkste in die jaren, waarin het veel regent, terwijl het in andere geheel gemist wordt.
Ware dit manna het voedsel van Israël in de woestijn geweest, zo waren zij zeer te betreuren geweest; het bevat toch niet van die stoffen, die voor het dierlijk lichaam tot zijn dagelijks onderhoud onontbeerlijk nodig zijn, en waarin wormen van verrotting konden komen (vs.20). Het brood van de engelen (Psalm. 78:25), het manna van de hemel moet iets anders geweest zijn, dan het manna, dat door luizen en kevers uit de bomen te voorschijn gebracht.
Dat het dan ook werkelijk iets anders geweest is, daarop wijzen verschillende omstandigheden. “Het natuurlijke manna bevat geen meelstof, maar alleen slijmsuiker, waardoor ook de korrels de vastheid van was verkrijgen, terwijl de korrels van het de Israëlieten gegeven manna zo hard waren, dat zij in molens gemalen of in vijzels gestampt moesten worden, en zo veel meelstof bezaten, dat daarvan koeken gebakken werden, die de plaats van het gewone brood innamen.”.
Wat het geweest is, zeggen onze Heer en de apostelen Paulus met duidelijke, ondubbelzinnige woorden (Johannes 6:31 vv.; 1Kor.10:3), het was een wonderbare spijs, een brood, dat van de hemel gegeven was, krachtens Zijn goddelijke almacht, door welke de Heere even zo goed een meel- of broodachtige stof onmiddellijk uit Zijn hand, zonder bemiddeling van akker of akkerbouw kan geven, als Christus daarna op de bruiloft te Kana zonder bemiddeling van wijnstok en wijngaardenier uit zuiver water wijn schept. “Overigens is de dauw de gave van de hemel, welke de aarde vruchtbaar maakt, om het brood voort te brengen (Genesis 27:28). Maar in de woestijn kan de dauw niets teweeg brengen, want hier wordt niets gezaaid (Numeri. 20:5); wanneer nu de dauw toch brood brengt, zo is het hemels brood.”.
Opdat het ontwijfelbaar vaststond, dat deze spijs op verwonderlijke en op bovennatuurlijke wijze is geschapen, moet men het volgende nader overwegen. Vooreerst, dat het niet vroeger in de woestijn tevoorschijn kwam, dan op het uur, dat door Mozes op Gods bevel was aangekondigd. Vervolgens, dat geen verandering van dampkring in de weg stond, dat het Manna met gelijkmatige gang neerviel, noch vorst, noch regen, noch zomer, noch winter, geen hitte de loop van dit neerdruppelen afbrak. Ten derde, het benodigde, dat voor een zeer grote menigte voldoende was, werd elke dag gevonden, terwijl één gomer door ieder hoofd voor hoofd ontvangen werd. Hierbij komt nog, dat op de zesde dag het benodigde verdubbeld was, opdat zij een tweede gomer voor spijs op de Sabbat zouden verkrijgen. Ten vijfde, indien zij iets bewaarden, boven de vastgestelde maat, werd het door bederf onbruikbaar, terwijl de tweede portie, voor de Sabbat bestemd, goed bleef. Ten zesde, waarheen zij ook vertrokken, altijd verzelde hen deze weldaad van God en slechts in hun legerplaats was het Manna bekend. Ten zevende, zodra zij een vruchtbaar en aan koren rijk land binnentraden, bleef het Manna weg. Ten achtste, omdat, hetgeen Aäron bevolen werd in een kruik te bewaren, niet verrotte.
Wanneer wij zo beslist moeten vasthouden, dat het manna van Israël met het Tamariskenhars niets te maken heeft, zo blijft toch deze natuurverschijning van het Sinaïtische schiereiland een voor de vriend van de Heilige Schrift zeer merkwaardige verschijning, “Wanneer de krachtige hand van de Werkmeester eerst een kanaal door de rotsen gewrocht heeft, dan neemt het water in alle volgende eeuwen zijn loop daardoor heen. Als de stamvorm van de geslachten en van de verschillende soorten van zichtbare dingen eerst eens door het woord van de goddelijke almacht geschapen was, toen plantte het zich op de gewone weg van voortbrening voort; zo is ook het werk van de mannabereiding, hetwelk op zijn tijd de levensadem van de lucht en met deze alle levenskrachten van het land doordrong, tenminste nog in het levende bos van de Mannatamarisken voortdurend bewaard.” (v. Schubert). Dit voorhanden zijn van een aan het oorspronkelijk manna gelijk natuurvoortbrengsel, en wel juist in diezelfde streken, waar het eerste gegeven werd, en overigens nergens, laat dan “voor het geloof evenals voor het ongeloof ruimte (hoofdstuk 7:13), om of het wonder te erkennen en zijn Bewerker te prijzen, of het geheel te loochenen en alles geheel natuurlijk te verklaren.”
15. Toen het de kinderen van Israël bij hun uitgaan uit de tenten zagen, zo zeiden zij, de een tot de ander: a) Het is Manna, 1) de gave, die de Heere ons geschonken heeft, gelijk Hij gisteren beloofd heeft (vs.12); want zij wisten niet, wat het was, zij hadden nooit iets dergelijks gezien, zodat zij het ook geen meer bepaalde naam konden geven, dan in het algemeen gave, geschenk. Mozes dan zei tot hen, hun mening, dat het die beloofde gave was, bevestigende: Ja! dit is het brood, dat de HEERE u te eten gegeven heeft.
a) Joh.6:31; 1 Kor.10:3.
1) De Israëlieten geven een teken van dankbaarheid, waar zij de spijze, die hun van de hemel verschaft is “manna” noemen, en veroordelen daarmee stilzwijgend hun schuldige, zondige klacht, omdat het toch nog veel beter is een spijs, die gegeven is, in te zamelen, dan zich deze door moeilijke veldarbeid te verschaffen. Maar Mozes verklaart het hun, dat zij niet hebben gevraagd naar hetgeen hun tevoren geheel onbekend was, maar dat hun kennis met onkunde gepaard ging. Voor hun ogen was de almacht van God zichtbaar; maar hun blik werd beperkt door het deksel van het ongeloof, zodat zij de hun beloofde genade niet duidelijk opmerkten.
In het Hebreeuws Manchoe. De LXX ti esti touto, wat is dat? Ook andere uitleggers doen alzo en menen, dat het eerste woord een Egyptisch woord is. Doch dit ten onrechte. In verband met het stamverwante Arabisch, betekent Manna geschenk, Gods geschenk. In die taal wordt het aldus omschreven: een dauw, nederdalende an de hemel op bomen en stenen, welke zoet is en taai wordt zoals de honing en op hars lijkt.
In Numeri. 11:7 wordt gezegd, dat het Manna er uitzag als korianderzaad.
16. Dit is, zo ging Mozes voort: het woord, dat de HEERE geboden heeft, ten opzichte van de inzameling: Verzamelt daarvan een ieder, zoveel hij eten mag, zoveel hij nodig heeft, en hij berekene aldus: een gomer 1) voor een hoofd, naar het getal van uw zielen, ieder zal nemen voor degenen, die in zijn tent zijn, dus even veel gomers, als er personen tot zijn gezin behoren.
1) De gomer is een kleine beker of nap, die in iedere huishouding voorhanden en overal van gelijke grootte was; gelijk vs.36 zegt, ging het tiende deel van een efa daarin. De grootte van de Hebreeuwse maten is onmogelijk te bepalen. De kinderen van Israël moesten verzamelen, zo veel zij konden, en het thuis in de gomer nameten; daar zou men bevinden, dat iedere vader in vereniging met zijn huisgenoten juist zo vele gomers verzameld had, als de familie uit personen bestond.
Israël moest niet alleen verwonderd staan bij het gezicht van de weldaden van God, maar moest ook die weldaden in het geloof aanvaarden. De gomer is ongeveer een pond van onze maat.
17. En de kinderen van Israël deden alzo, en verzamelden, de een veel en de ander weinig, al naar gelang er op de plaats, waar hij verzamelde, veel of weinig lag.
18. Doch als zij het, ieder wat hij verzameld had, thuis met de gomer maten, a) zo had hij, die veel verzameld had, niets over, niets boven hetgeen er voor zijn gezin nodig was, en die, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een ieder verzamelde zoveel, als hij eten mocht. 1) Die een groot gezin had, had veel gevonden; wiens gezin slechts uit weinig personen bestond, die had slechts weinig. De Heere had aan ieder juist zijn deel toegemeten.
a) 2 Kor.8:15
1) Ik ben niet van oordeel, dat hier de gehoorzaamheid van het volk geprezen wordt. Immers, kort hierna laat Mozes volgen, dat sommigen niet met de juiste maat tevreden, meer dan geoorloofd was hadden bijeengeschraapt, dat anderen zelfs overschreden hadden, wat omtrent de Sabbat was voorgeschreven. Maar zo vat ik het op, dat, waar allen ijverig zich onledig hielden met het inzamelen van de bijeen vergaarde hoop, ieder, hoofd voor hoofd, een gomer ontving. Want niet een ieder in het bijzonder verschafte zich zijn rantsoen, maar waar allen het werk verrichtten, namen zij uit de algemene hoop het voorgeschreven aandeel. Zodat, wie door vlugheid uitmuntte, zonder enig verlies, zijn tragere en minder ijverige buurman te hulp kwam.
De Apostel past dit toe op de aalmoezen, en zijn oogmerk is, de Korinthiërs te vermanen, om van het hun, van hun overvloed mede te delen aan de armere broeders en zusters, opdat er in de gemeente geen gebrek zou worden geleden. De Heere wil hierdoor leren, dat Hij het is, die in al de noden en behoeften van Zijn volk voorziet.
De Joodse uitlegger Abarbanel tekent hierbij aan, “dat van deze spijs, als een goddelijk voedsel, geen gebruik mocht worden gemaakt, als van gewone dingen, welke de mensen samen bijeenbrengen, opleggen, daarmee handel drijven, of voor hun kinderen bewaren; maar dat men die eten moest als een gift van God, aan armen en rijken gemeen. Sommigen,” zo gaat hij voort, “kunnen meer, anderen minder tijdelijke goederen verzamelen, zodat sommigen geven en anderen ontvangen; maar hier ontvingen zij allen van de hemelse liefdadigheid, en God verordende het zo, dat het de armen aan niets ontbrak, terwijl de rijken, boven hun behoefte, niets hadden, om op te leggen of te verkopen, gelijk zij mat andere dingen deden.”.
19. En Mozes, van de bedoelingen van God, hoe het verder met het Manna gaan zou, reeds geheel door de Heilige Geest onderricht, zei tot hen: Niemand laat uit voorzorg voor de volgende dag, daarvan over tot de morgen. 1)
1) Wat de een of ander van zijn gedeelte niet verteren kan, dat verbrande hij met vuur, of geve het aan het vee; want het zal u dagelijks opnieuw gegeven worden, en altijd zoveel als gij voor iedere dag behoeft.
Van alle gierigheid, alle schraapzucht, alle onnodige zorgen voor de volgende morgen, maant Mozes hier af, en wil dat het volk in beoefening brenge, wat de Heer eeuwen daarna zegt: “Zijt niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” (Matth.6:34).
20. Doch zij hoorden niet allen naar Mozes, maar sommige mannen lieten daarvan over tot de morgen; de ene uit bezorgdheid dat het misschien de andere dag kon ontbreken, de ander om te beproeven, wat er van het overblijvende worden zou. Toen groeiden er ‘s nachts wormen in, 1) en het ging stinken, zodat men het wegwerpen moest; hierdoor werd Mozes zeer toornig op hen. 2)
1) Letterlijk: Verhief zich tot wormen, d.i. ging in wormen op. Ongeloof in de vermaningen van de Heere, bracht deze mannen er toe, om aldus te handelen. Zij versmaadden daarmee de beloften van God.
2) Mozes had recht, met over de Israëlieten, die hij zo menigmaal, maar steeds tevergeefs, gewaarschuwd had, verontwaardigd te zijn. Immers was hun het manna gegeven, om hun geloof en vertrouwen te beproeven; en nu bleek aanstonds, dat zij beiden misten. Daarin zag hij een tekort doen aan de eer van God. Indien zij hem zelf, hem persoonlijk beledigden, dat kon hij verduren; maar niet, dat zij aldus, door de daad, de eer van zijn God aanranden.
21. Zij nu verzamelden het van die dag af elke morgen, een ieder zoveel hij eten mocht (vs.16,18); zij moesten dit ‘s morgens doen, want als de zon heet werd, zo versmolt het. 1)
1) Op kinderlijke en zichtbare wijze wil hier de Heere de kinderen van Israël voor ogen stellen, hoe hun aards beroep naar Zijn wil moest volbracht worden; daarom richt Hij het zo eigenaardig met het Manna in. Eerst moeten zij leren, dat niet de grond van zichzelf geeft, wat mens en vee voedt en onderhoudt, maar dat Gods genade dit doet, en dat Hij ook zonder de vrucht van de akker hen onderhouden kan; daarom geeft Hij hun een hemelspijs, die onmiddellijk uit Zijn hand komt, hoewel Hem overigens nog vele andere middelen en wegen ten dienste stonden, om hem in de woestijn te onderhouden; onder deze ook zodanige, bij welke het meer natuurlijk en minder wonderbaar toegegaan zou zijn. Bij deze geheel van Hem afhankelijke leefwijze, daar zij in de echte zin van het woord aan Zijn dis eten, moeten zij dan ten tweede leren, dat aan Zijn tafel ieder ontvangt, wat hij behoeft, niet meer en niet minder; daarom is er ook geen voorraad voor de volgende dag, maar iedere dag moet voor het zijne zorgen. Terwijl zij zulk een gerust en stil leven zonder de heidense zorgen: “Wat zullen wij eten? wat zullen wij drinken? waarmee zullen wij ons kleden?” leiden kunnen, moeten zij toch, en wij merken dit in de derde plaats, niet werkeloos blijven zitten, maar vroeg op zijn, en het hun met vlijt verrichten. Wie niet arbeiden wil, dat hij ook niet ete! Alles, wat in deze geschiedenis van het Manna voorkomt, is verder niets dan het openbaar worden van datgene, dat anders achter het omhulsel van de zichtbare dingen verborgen is. Hetzelfde leven, dat de kinderen van Israël daar in de woestijn op zinnelijk-tastbare wijze mochten leiden, is de gelovigen nog altijd beschikt (Matth.6:11,34) en zijn geloof wordt niet zelden beproefd, opdat het bevestigd worde; wie gelooft, die zal de heerlijkheid van God zien, evenals Israël.
22. En het geschiedde op de zesde dag, dat zij dubbel brood 1) verzamelden; er was zulk een rijke oplezing, dat zij bij het meten thuis juist het dubbel bedrag vonden, twee gomers voor een; en al de oversten van de vergadering kwamen, 2) en zij verkondigden het aan Mozes, dat zij zulk een buitengewone samenlezing gehad hadden.
1) Dus toonde de Heere, dat Hij machtig was, om de Israëlieten, als het Hem behaagde, voor langer dan één dag van brood te bezorgen, en dat Hij het ook onbederfelijk bewaren kon, als in het te bewaren voor de volgende dag het voorschrift maar gevolgd werd.
2) De schending van de Sabbat wordt nog niet meegedeeld, maar slechts de domheid of al te grove onbekendheid bij de oversten zelf. Want ofschoon zij uit de mond van Mozes gehoord hadden, dat God op die dag hun zou geven, dat zij voor twee dagen genoeg voedsel hadden, verwonderden zij zich echter en boodschappen de zaak als nieuw en ongelofelijk aan Mozes. Gemakkelijk blijkt, dat zij wel aan het bevel gehoorzaamd hebben, om geen moeite te sparen in het verzamelen van een dubbele portie, maar hun ongeloof en stompheid van geest komt hierin te voorschijn, dat zij verbaasd staan, waar zij zien, dat door de zaak zelf uitkomt, wat God beloofd had. Overigens mag men vermoeden, dat zij met bevreemding hebben beschouwd, wat hen tot verwondering bracht. Daaruit volgt, dat zij God geloof geweigerd hebben, totdat de waarheid door de uitkomst was bevestigd. Maar door het verwonderlijk beleid van God is het geschied, dat hun slechte en verkeerde twijfel, zowel tot bevestiging van het wonder, als tot bewaring van de Sabbat heeft gediend. Hierdoor werd Mozes gelegenheid gegeven, om voor de tweede maal hun te zeggen, wat overigens zeer was verwaarloosd, nl. dat zij op de zevende dag de heilige rust in acht zouden nemen.
23. Hij dan zei tot hen: Dit is het, dat de HEERE, door dit dubbele deel gesproken heeft. Morgen is de rust, de heilige Sabbat (rust) van de HEERE, 1) de dag, die de Heere zich tot rust van alle arbeid door Zijn eigen rust op dezedag na het volbrachte scheppingswerk geheiligd heeft (Genesis 2:2 vv.). Opdat gij nu morgen werkelijk kunt rusten en het inzamelen overbodig zij, heeft Hij u reeds heden gegeven, wat gij voor morgen behoeft. Wat gij tot uw spijs voor deze dag bakken zou, bakt dat, en kookt, wat gij koken zou; en al wat over blijft, legt het voor uin bewaring tot de morgen, 2) opdat het dan gebakken en gekookt wordt; het zal deze dag niet weer bederven (vs.20).
1) Hieruit blijkt duidelijk genoeg, dat Israël niet onbekend was met de viering van de zevende dag, als rustdag van de Heere, maar ook, dat de Heere hen wil voorbereiden voor de afkondiging van het vierde gebod. zie Ex 16.26 en zie Ex 20.8.
2) Deze verplichting hield voorzeker een grote eis aan het geloofsvertrouwen in. Immers de ervaring van de vroegere dagen had de Israëlieten geleerd, dat men het manna niet tot de volgende dag kon overhouden; en nu gebiedt Mozes zelf, “al wat over bleef tot morgen in bewaring te leggen.” Daarin lag wel iets verrassends. Had de man van God dan vergeten, hoe hij over zo iets getoornd had, verontwaardigd over het verzuimen van zijn voorschrift, om het manna niet te bewaren? Evenwel Israël gehoorzaamt ditmaal, daartoe voorbereid en aangespoord door de dubbele zegen, die God vooraf reeds geschonken had, door op de zesde dag het dubbele te laten inzamelen.
24. En zij legden het neer tot de morgen, gelijk als Mozes geboden had; en het stonk niet, en er was geen worm in. 1)
1) Volgens Numeri. 11:8 liet het Manna zich geheel als gewoon broodkoren behandelen, zodat men het met de handmolen malen, of in vijzels stoten en dan in de pot koken, of tot koek bakken kon; het tegenwoordige manna (zie Ex 16.14) is nooit zo hard, dat men daarmee op gelijke wijze zou kunnen handelen. Wat de wijze van broodbereiding bij de kinderen van Israël betreft, zo stampte men het koren (tarwe, gerst of pelt) of in vijzels, of het werd met de handmolen, wanneer er een in huis aanwezig was, door de dienstmaagden gemalen. De handmolen bestond uit twee over elkaar gelegde ronde stenen, één onder, die vast lag, harder en zwaarder en enigszins rond was (Job 14:15), en één daarboven, die zo veel was uitgehold, dat hij de onderste juist bedekte; in het midden was een trechter, om daardoor het koren in te gieten: door middel van een houten handvatsel werd nu de bovenste steen omgedraaid, om het koren, dat tussen beide stenen zich bevond, te vermalen; op deze wijze verkreeg men zowel fijn als gewoon broodmeel (Genesis 18:6). Het omdraaien van de steen was een moeilijke en langdurige arbeid, moeilijk voornamelijk in grote gezinnen; het geschiedde door de geringste dienstmaagden of door gevangenen (hoofdstuk 11:5 Jesaja. 47:2. Matth.24:11 Klaagl.5:13); de laatsten blinddoekte men en stak hun zelfs de ogen uit, een gruwzame straf, waardoor het duizelig worden bij het draaien moest verhoed worden (Richteren. 16:21). Men was altijd gewoon slechts zoveel te malen, als er juist voor die dag nodig was; daar dit malen dagelijks geschiedde, is het geluid van de molen (Jeremia. 25:10) tot een spreekwoord geworden, en betekent het bedrijvige leven in huis, evenals bij ons het geruis van de koffiemolen. Ook het bakken geschiedde dagelijks opnieuw. Het meel werd in houten schotels gemengd (hoofdstuk 12:34), en het deeg, nadat deze doorzuurd was, tot langwerpige ronde koeken van de grootte van een bord, en de dikte van een duim gevormd, en of alleen op kolen en gloeiende stenen geroosterd (1 Kon.19:6) of in bakovens gebakken (hoofdstuk 8:3). Deze bakovens, gelijk men die in iedere huishouding had, bestonden gewoonlijk slechts uit grote stenen kruiken van ongeveer drie voet hoogte, die geen bodem hadden en op enig toestel op een ijzeren plaat gezet werden; was door het op de plaat aangestoken vuur de kruik behoorlijk warm gemaakt, zo dekte men de bovenste opening toe, om de warmte te behouden, en legde dan op de wanden van de kruik de gereed gemaakte broden, die dan in korte tijd gebakken waren.
25. Toen zei Mozes, toen hetgeen van de vorige dag bewaard was op de volgende morgen nog onbedorven bleek te zijn: Eet dat heden, want het is heden de sabbat van de HEERE; gij zult het heden op het veld niet vinden; 1) want God wil, dat gij deze dag heiligt, dat is van de gewone arbeid u onthoudt.
1) De gedachten van God beheersen ook de gewone loop van de natuur, gelijk mede haar buitengewone openbaringen. Achter de gewone en ook achter de meer treffende verschijnselen op het gebied van de natuur schuilt de heilige achtergrond van de hoge raad van God. In het zichtbare van de schepping wordt het onzichtbare van God aan het peinzend gemoed en gelovige hart geopenbaard. Dat is de grote gedachte, die Mozes op dit ogenblik uitspreekt en die ook door de Sabbat zelf wordt gepredikt. Daar is een samenstemming van de gewillig gehoorzamende natuur met het gebod van de Heere, die haar Zijn ordeningen en wetten heeft ingeplant en opgelegd. Daar is geen toeval, maar alles is door de voorzienigheid van God aldus beschikt, bepaald en besteld.
26. Zes dagen zult gij het verzamelen; a) doch op de zevende dag is het Sabbat, op deze zal het niet zijn. 1)
a) Leviticus. 20:2; 23:9
1) Het is niet te betwijfelen, hoewel vele geleerden hun bedenkingen daartegen ingebracht hebben, dat, nadat reeds Adam de eerste Sabbat meegevierd had, van de heiliging van deze dag door de Heere zelf onderricht, ook de oudvaders en patriarchen deze dag voor heilig hielden (Genesis 4:3 vv.; 26:5,24; 12:7,8; 13:4; 26:25; 33:20). De viering van de Sabbat was echter nog geen bepaalde instelling, maar een vrije gehoorzaamheid aan Gods oorspronkelijke instelling (Genesis 26:5). In Egypte ging de heiliging van de zevende dag hoe langer hoe meer teniet, toen Israël tot een grote volksmenigte was aangegroeid, en geheel, toen het door de nieuw opgekomen dynastie in zo wrede slavernij gehouden werd (Exodus. 1:6 vv.). Toen de uittocht geschied was, heeft de Heere opnieuw Zijn dag gezegend en geheiligd; want de doortocht door de Rode Zee (hoofdstuk 14) en de lofzang van Mozes (hoofdstuk 15) vielen, gelijk wij ons daarvan overtuigden, op een Sabbat; vervolgens bereidt de Heere, door de wijze waarop Hij het Manna geeft (anders voor iedere dag een deel, op de zesde een dubbel en op de zevende niets), naar Zijn kinderlijk, zichtbare wijze van opvoeding, het gebod voor, dat Hij geven zal (hoofdstuk 20:8-11), en maakt tenslotte de Sabbat uitdrukkelijk tot een teken van Zijn verbond met Israël (hoofdstuk 31:16-17). Nadat die dag daartoe gesteld is, wordt door Mozes het onthouden van alle arbeid, zo ver versterkt, dat op de Sabbat niet eens een vuur mag aangestoken of enige spijze mag bereid worden (hoofdstuk 35:1-3). Dit streng, wettelijk en uitwendig verbindend karakter heeft het sabbatsgebod in het Nieuwe Testament weer verloren; wij zijn in dit opzicht als het ware weer verloren; wij zijn in dit opzicht als het ware weer tot het patriarchale standpunt teruggeplaatst, daar men uit vrije gehoorzaamheid het derde gebod houdt, hoewel op de ontheiliging van de feestdag geen doodstraf meer bedreigd is (Matth.12:8 Koll.2:16 vv.). Evenals Israël op de zesde dag zijn behoeften vooraf verkreeg, mag de Christen verzekerd zijn, dat de zegen van de Heere rijkelijk vergoeden kan, wat men aan tijdelijke winst moet verliezen, wanneer men op Zijn dag zich van de gewone arbeid onthoudt, en de dag des Heeren heiligt; ja, men zij verzekerd, dat de aardse arbeid op deze dag volbracht, eigenlijk geen winst oplevert, en niet alleen zichzelf verderft, maar ook het andere mee verteert.
27. En het geschiedde op de zevende dag, dat, ondanks de ontvangen aanwijzing, sommigen van het volk uitgingen, om te verzamelen, 1) en wel om te zien, of het werkelijk was, zoals Mozes gezegd had; doch zij vonden niet.
1) Dit is de tweede overschrijding van het bevel, omdat zij, op de zevende dag uitgegaan, de viering van de Sabbat schenden. Want duidelijk had hij hun aangezegd, dat zij niets zouden vinden. Daarom verdenken zij hem van leugen, omdat zij hun eigen ogen willen geloven. Ondertussen werd het heilig houden van de Sabbat door hen zelf voor niets gehouden, ja, zij hebben beproefd, de dag, welke God had geheiligd, te ontheiligen, zodat hij in niets van de anderen verschilde. Naar verdienste bestraft God hen zeer scherp. Want Mozes bestraffende, beschuldigt Hij in diens persoon de onbuigzame slechtheid van het gehele volk. Want Mozes was zeker niet een van het getal van hen, die de wetten van God hadden geweigerd te onderhouden, maar door deze algemene bestraffing wordt de menigte, die gezondigd had, des te scherper getroffen, en wordt de grote noodzakelijkheid, om het volk te kastijden, Mozes opgelegd, terwijl een gedeelte van de schuld op hem zelf wordt overgedragen. In het woordje: “Hoelang,” wijst God aan, dat hun hardnekkigheid geenszins te verdragen was, omdat zij geen einde maakten aan het zondigen, maar door nieuwe misdaden een groter straf zich op de hals te halen, toonden, dat er met hen niet te handelen was.
28. Toen zei de HEERE tot Mozes: Zeg tot de kinderen van Israël: Hoelang 1) weigert gij u te houden aan Mijn geboden en Mijn wetten? Nadat gij ze pas overtreden hebt (vs.19) en daarvoor bestraft zijt geworden, acht gij wederom Mijn inzetting (vs.20) niet.
1) Met dat woord “hoelang” geeft God uitdrukkelijk Zijn heilig misnoegen over de zonde te kennen. Deze was nu toch geen zwakheid, maar welbewuste daad van overtreding tegen Zijn gebod. Het was een opzettelijke zonde, en vandaar de klacht, welke een openlijke beschuldiging inhoudt.
29. Terwijl Mozes aan het volk dit woord bekend maakte, ging hij biddend en vermanend voort: Ziet, omdat de HEERE u de Sabbat, de dag van Zijn rust op zo vriendelijke wijze gegeven heeft, dat Hij u ook op deze rust wil schenken, daarom geeft Hij u op de zesde dag voor twee dagen brood, en bespaart u daardoor alle zorg voor uw voeding op deze dag: een ieder blijft in zijn plaats, in zijn tent, dat niemand uit zijn plaats gaat op de zevende dag, 1) om manna te verzamelen, of enig ander werk te doen!
1) Op grond van deze plaats hebben latere Joodse wetgeleerden bepaald, dat niemand op de Sabbat zich verder dan 2000 el van zijn woning verwijderen mag. Vandaar de uitdrukking sabbatsweg (Hand.1:12), welke Eusebius volgens de Griekse maat op 6 stadiën berekent (ongeveer 1/7 mijl).
Hiermee wordt Israël elk voorwendsel voor verontschuldiging ontnomen. Niet alleen had de Heere hun de Sabbatdag gegeven, maar er ook voor gezorgd, dat zij op die dag geen spijs behoefden in te zamelen. Zo werd ook door hen bewezen, dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God, dat het zich aan de wet van God niet onderwerpt, en het ook niet kan.
30. Alzo rustte het volk, nu gehoorzaam aan God, op de zevende dag. 1)
1) Hier staat niet, dat het volk op de Sabbat in zijn tenten bleef, maar dat het rustte, dat in tegenstelling staat tot het uitgaan uit het leger, om manna te verzamelen, zoals tevoren geschied was.
De rust van God is het doel, waartoe de gehele schepping komen moet. Om tot dit doel te leiden, werd aan het volk, waarin de verlossingsweg moest gebaand worden, geboden als correctief (verbeteringsmiddels) voor de schade, welke uit de zware, drukkende, van God aftrekkende arbeid, voor de, onder de vloek van de zonde staande mens voortspruit. Daarom heiligde God de zevende dag, dat is, Hij zonderde die van de overige dagen van de week af, tot een heilige dag voor de mens, terwijl Hij Zijn zegen op de rust van deze dag legde. Want op de mens, als evenbeeld van God, heeft deze zegening en heiliging voornamelijk betrekking. Gelijk de mens over het werk van God is gesteld (Genesis 1:28), zo zal hij ook deel hebben aan de rust van God. Het terugkeren van deze gezegende en heilige dag zal hem een gedurige herinnering en genieting van de goddelijke rust zijn.
Na de instelling van de tent der samenkomst en de gehele Godsverering kwam het bevel, om niet alleen te rusten van alle arbeid, maar ook dat aangaande de heilige samenroeping, de verdubbeling van het dagelijks offer, en het neerleggen voor het aangezicht des Heeren van de nieuwe toonbroden (Leviticus. 23:1-3; 24:8 Numeri. 28:9 vv. Ook bij heidense volken werd de zevende dag gewijd.
31. En het huis 1) van Israël (zie “Ex 6.15” corr.)noemde diens naam, de naam van hetgeen de Heere tot dagelijkse voeding gaf: Manna 2) (gave, vs.15); en het was als korianderzaad, 3) uit net zulke kleine, ronde bolletjes bestaande als de zaadkorrels van deze plant; wit, en de smaak daarvan als honingkoeken, evenals met honing bereid fijn gebak. (Numeri. 11:8).
1) Hier voor het eerst treedt het Verbondsvolk als “huis van Israël” (Béth Israël) op. Vroeger heette het de “kinderen van Israël” (béne Israël), ook de “vergadering van de kinderen van Israël” (âdat, of kahal Israël). De kinderen van Israël is de gehele naam van het volk in het algemeen, wanneer het in de geschiedenis optreedt; de vergadering van de kinderen van Israël wordt het genoemd, als het (meest in kwade zin) zich gemeenschappelijk in enige daad of raad van het geheel uitsprak; huis van Israël is de naam bovenal wanneer het in maatschappelijke of godsdienstige belangen gemeenschappelijk optreedt of handelt. Zo is het ook hier bij de benaming van het Manna, die zo langzamerhand in het volksgebruik was aangenomen.
2) Veertig jaren lang aten de kinderen van Israël brood uit de hemel, en dronken zij water uit de steenrots; doch, meent gij, dat dit voortdurend wonder hen bij het geloof bewaard heeft? Nee! wat veertig jaren geduurd heeft, is bij de mensen geen wonder meer. Alle uitwendige goddelijke werkingen baten niets, wanneer God niet van binnen in de mens werkt. Zonder dit blijven de treffendste wonderen van God enkel lichamelijke verlossingen, die buiten de ziel omgaan.
Niet zonder oorzaak herhaalt Mozes weer, wat hij tevoren gezegd heeft, dat de naam Manna is ingesteld voor de spijs, welke God had toebeschikt, opdat aan goddeloze hardnekkigheid zou schuldig verklaard worden, wie nog van zulk een bewezen zaak een punt van kwestie zou durven maken, wanneer de duidelijkheid van de zaak, aan overigens boze en ondankbare, dit woord heeft ontwrongen. De gedaante wordt uitgedrukt, om de zekerheid van het wonder te staven, nl. dat het ronde korrels waren, gelijk aan korianderzaad, omdat het nooit tevoren gezien was. De smaak noopte hen tot erkenning van hun ondankbaarheid, welke de spijs niet slechts als geschikt en gezond, maar ook zelfs zeer zoet van smaak, teruggaf.
3) De Koriander is een éénjarige, in Egypte zeer overvloedige groeiende plant, die men ook later in Palestina veelvuldig verbouwde. Zij heeft een hoge, ronde stengel, bladeren met brede stelen, die niet zelden als moes gebruikt worden, en draagt witte of roodachtige bloemen, die de vorm van een scherm hebben; de zaadkorrels zijn rond, geelachtig en van binnen hol; deze werden in Egypte bij het bereiden van de spijzen als specerij gebruikt. Het tegenwoordige manna komt ook in kleur met het Korianderzaad overeen; het is niet wit, gelijk het Bijbelse, maar geelachtig grauw, en heeft, wanneer men er veel van geniet, een zacht afleidende werking.
In Numeri. 11:7 wordt gezegd: “Zijn verf was als de verf van de bedólah.” Daar hoogwaarschijnlijk onder bedólah de parel wordt verstaan, kan men best nagaan, hoe wit de kleur is geweest. (zie Nu 11.7).
III. Exodus 16 vers 32-36
Tenslotte volgt een opmerking over de verdere geschiedenis van het Manna, welke door Mozes wel niet aanstonds, toen hij voor het eerst de gebeurtenissen bij de tocht van Israël door de woestijn optekende, maar eerst tegen het einde van zijn leven, bij het overzien van de vijf door hem vervaardigde boeken bijgevoegd is; alzo wordt hier de samenhang van het geschiedverhaal afgebroken en iets ingevoegd, dat tot een veel latere tijd behoort.
32. Voorts zei 1) Mozes, wellicht een jaar later, toen de ark van het verbond was opgericht, en de Godsverering geheel was ingericht, waarschijnlijk ten tijde, toen Israël van Sinaï opbrak (Numeri. 10:11 vv.), tot het volk: Dit is het woord, dat de HEERE mij bevolen heeft: Vult een gomer daarvan, even zo veel als ieder dagelijks voor zijn behoefte ontvangen heeft (vs.16), tot bewaring voor uw geslachten, opdat zij nog in latere tijden, zien het brood, dat Ik u heb te eten gegeven in deze woestijn, toen ik u uit Egypte leidde.
1) Mozes vervolgt hier de geschiedenis niet volgens de orde, maar door dit bericht er bij wijze van vóórverhaal ertussen in te lassen, bevestigt hij des te meer, dat door de bijzondere gunst van God dit voedsel toen voor het volk is geschapen. Daar God heeft gewild, dat één gomer tot herinnering zou bewaard worden, hetwelk door geen stank bedorven, de roem van het wonder aan de nakomelingen heeft bekend gemaakt. Vooreerst brengt hij in het algemeen het bevel van God onder de aandacht. Vervolgens, in het laatste vers geeft hij de maat aan, nl. dat Aäron het zou wegbergen in een schaal of kruik, en het plaatsen bij de Ark van het Verbond. Waaruit ook blijkt, hoe hoog God deze Zijn weldaad heeft willen geschat hebben, waarvan Hij de herinnering heeft willen bewaren in het heiligdom, tegelijk met de tafels van Zijn Verbond.
33. Ook zei Mozes, toen hij aan het volk het goddelijk bevel bekend gemaakt had, tot Aäron: Neem een gouden (Hebr.9:4) kruik, en doe een gomer vol Manna daarin; en zet die voor het aangezicht des HEEREN, naast de ark van het verbond, tot bewaring voor uw geslachten.
Het neerleggen van het Manna in een gouden kist of kistje voor het aangezicht des Heeren, om aldaar vrij van alle bederf en verrotting bewaard te blijven, beduidt, dat Hij, die van de hemel is neergedaald, opdat Hij zou zijn het Brood des Levens, voor de zondaren, die zonder Hem ontwijfelbaar zouden moeten sterven, wederom in de hemel zouden opgenomen worden, opdat zij niet meer aan enige zwakheid onderworpen, in onverwelkelijke heerlijkheid eeuwig bij de Vader zou leven.
34. Gelijk als de HEERE aan Mozes geboden had, alzo zette ze Aäron later voor de getuigenis, 1) voor de kist, welke de getuigenis of de beide tafels van de wet bevatte (hoofdstuk 25:16; 40:20), tot bewaring voor de volgende geslachten.
1) Dat nu twee uitdrukkingen voor de zelfde zaak worden gebruikt: Voor het aangezicht des Heeren en voor de getuigenis, dient tot aanbeveling van de wettige eredienst, opdat het volk zou weten, dat de kracht van God in het heiligdom hun nabij was. Niet omdat deze aan de plaats was gebonden, of omdat Hij door een zichtbaar teken de harten van de zijnen wilde binden, maar voor hun zwakheid willende zorg dragen, daalt Hij tot hen op die wijze af, daar de tegenwoordigheid van Zijn kracht door uiterlijke tekenen wordt gestaafd. Hij daalt dus tot hen af, niet om van hun gemoederen in grof bijgeloof bezit te nemen, maar om hen trapsgewijs tot een geestelijke eredienst op te heffen.
35. a) En de kinderen van Israël aten Manna; niet alleen gedurende hun reis naar de Sinaï, ook niet alleen na het opbreken van daar, en na de bewaring daarvan in een gouden kruik, maar al de veertig jaar, 1) die zij in de woestijn doorgebracht hebben, totdat zij in een bewoond land kwamen; 2) zij aten Manna, totdat zij kwamen aan de grens van het land Kanaän, ja zelfs daarin; eerst toen zij aan de overzijde van de Jordaan waren, hield de wonderbare gave op Jozua 5:12).
a) Nehemiah. 9:15
1) Hieruit volgt niet, dat Israël gedurende die veertig jaar geen ander brood dan het Manna gegeten heeft. Volgens Leviticus. 8:2,26,31 vv.; 9:4; 10:12; 24:5 vv. Numeri. 7:13 vv. te oordelen, waren zij nog gedurende hun oponthoud bij de Sinaï genoeg van tarwemeel voorzien. Het gebergte Sinaï, waar “de lucht koel en zuiver is, waar de boze Samoen niet waait, de bronnen rijkelijk vloeien, de plantengroei sterk is en edele vruchten rijpen,” bood hun zonder twijfel vele plaatsen aan, die zij konden bezaaien, in elk geval veel meer dan tegenwoordig, nu door de verwoesting van het geboomte, ten gevolge van de kolenhandel, de vruchtbaarheid van die dalen, evenals het getal en de omvang van de groene oasen zeer afgenomen is. Terwijl zij dan daar tevens hun talrijke kuddes vee, die zij uit Egypte meegebracht hadden, konden weiden, ontbrak het hun niet aan melk en vlees; en daar zij niet zonder geld waren, konden zij ook van de daar wonende volken, evenals van doortrekkende karavanen, velerlei levensbehoeften inruilen. Dat zij dit na het opbreken van de Sinaï en gedurende 38 jaar, die zij tot hun straf in de woestijn Paran moesten rondtrekken, werkelijk gedaan hebben, wordt ons uitdrukkelijk (Deuteronomium. 2:6 vv.) gezegd. Hoe nader zij later aan het beloofde land kwamen, en de natuurlijke hulpbronnen toenamen, des te meer nam het Manna af Jozua 1:11); het zou daar niet als een weldaad ontvangen zijn, integendeel veracht zijn geworden, wanneer de Heere het nog in dezelfde volheid als tevoren gegeven had; maar eerst hield het geheel op, toen een nieuwe orde van zaken aanving met de inbezitneming van het land.
Maar waartoe het reeds hier in het vóórverhaal opgenomen? Gewis om ons ook deze vier dingen tot onze bemoediging, besturing en vertroosting te leren: 1e. dat God niet alleen voor de Zijnen begint te zorgen, maar dit laatste ook zolang voortzet, als dit nodig is; al duurt het dan ook veertig jaar lang. 2e. Al geeft God veertig jaar lang brood, geeft Hij het toch elke dag vers; ook in het geestelijke is versheid nodig. 3e. Dat het wonder ophoudt, zodra dit niet meer nodig is en de natuur zelf in de behoefte kan voorzien. Geen buitengewone genietingen moeten in het geestelijke leven verwacht en begeert worden, waar de gewone leidingen van het geloof kunnen volstaan. 4e. Dat het ophouden van de bijzondere zorg van God wijst op het naderend begin van de vervulling van de beloften van God.
2) Toen de heilige Schrijver dit opschreef, waren de veertig jaar bijna om, en was Israël genaderd tot en gelegerd in de vlakke velden van Moab. Toen was het Manna niet meer nodig, maar in de woestijn, waar niets groeide, waar niet te ploegen of te zaaien viel, ontving Israël het. Wel een bewijs van de tedere zorg, maar ook van het taai geduld van de Heere, die altijd weer, niettegenstaande Israël een weerbarstig volk was, de gave van Zijn genade bleef schenken.
36. Een gomer nu, zoveel, als ieder gedurende deze aangeven tijd dagelijks aan Manna ontving, is het tiende deel van een efa. 1)
1) Van de maten voor droge waren komen in de Heilige Schrift voor: a. de Homer (Leviticus. 27:16) of Kor (1 Kon.4:22), door Luther (Jesaja 5:10 Luk.16:7) met “mud” vertaald; deze zal, gelijk men meent 11246,7 kubieke Rijnlandse duim bevat hebben; b. de Efa, gelijk aan de Bath voor vloeibare stoffen, het tiende gedeelte van een Homer (Ezech.45:11) dus 1124,67 kubieke Rijnlandse duim; c. de Seah, maat (Luther “schepel) (1 Samuel 25:18 Matth.13:33) is het derde deel van een Efa 374,89 kubieke Rijnlandse duim; d. de Gomer, of het tiende (Leviticus. 14:10) is het tiende deel van een Efa 112,467 kubieke Rijnlandse duim; e. De Kab (2 Koningen. 6:25) is het zesde deel van een Seah 62,48 kubieke Rijnlandse duim. Men ziet, welk een buitengewoon grote menigte Manna voor meer dan twee miljoen mensen dagelijks neervallen moest; maar juist met het doel, om een diepe indruk van de grootheid van het goddelijk wonder bij alle volgende geslachten teweeg te brengen, heeft Mozes de laatste aanmerking van dit hoofdstuk er bijgevoegd. Het tegenwoordige Manna levert in de overvloedigste jaren slechts ongeveer 600 pond in een jaar; Israël had echter dagelijks alleen voor de mannen, vrouwen en kinderen niet mee gerekend, meer dan 600,000 pond nodig.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel