Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Exodus 15

1 Toen zong Mozes en de kinderen Israels de HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Toen zongH7891 MozesH4872 en de kinderenH1121 IsraelsH3478 de HEEREH3068 ditH2063 liedH7892, en sprakenH559, zeggendeH559: Ik zal den HEEREH3068 zingenH7891; wantH3588 Hij is hogelijkH1342 verhevenH1342! Het paardH5483 en zijn ruiterH7392 heeft Hij in de zeeH3220 geworpenH7411. Toen zong Mozes en de kinderen Israels de HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.

KJV Then sang2 Moses3 and the children4 of Israel5 this song7 unto the LORD,9 and spake,10 saying,11 I will sing12 unto the LORD,13 for he hath triumphed15 gloriously:16 the horse17 and his rider18 hath he thrown19 into the sea.

1 אָ֣ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 יָשִֽׁיר H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 3 מֹשֶׁה֩ H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 4 וּבְנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַשִּׁירָ֤ה H7892 lied, gezang, liederen musical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song 8 הַזֹּאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 9 לַֽיהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 אָשִׁ֤ירָה H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 13 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 גָאֹ֣ה H1342 hogelijk, verheven, Verheft gloriously, grow up, increase, be risen, triumph 16 גָּאָ֔ה H1342 hogelijk, verheven, Verheft gloriously, grow up, increase, be risen, triumph 17 ס֥וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 18 וְרֹכְב֖וֹ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 19 רָמָ֥ה H7411 bedrogen, bedriegelijk, bedriegt beguile, betray, (bow-) man, carry, deceive, throw 20 בַיָּֽם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De HEEREH3050 is mijn KrachtH5797 en LiedH2176, en Hij is mij tot een HeilH3444 geweest; dezeH2088 is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woningH5115 maken; Hij is mijns vadersH1 God, dies zal ik Hem verheffenH7311! De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen!

Ook in dit vers GodH410 GodH430

KJV The LORD3 is my strength1 and song,2 and he is become my salvation:6 he7 is my God,8 and I will prepare him an habitation;9 my father's11 God,10 and I will exalt

1 עָזִּ֤י H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 2 וְזִמְרָת֙ H2176 Psalm, Lied song 3 יָ֔הּ H3050 HEERE, HEEREN, Heere Jah, the Lord, most vehement. Compare names in '-iah,' '-jah.' 4 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 לִ֖י 6 לִֽישׁוּעָ֑ה H3444 heil, heils, verlossingen deliverance, health, help(-ing), salvation, save, saving (health), welfare 7 זֶ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 אֵלִי֙ H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 9 וְאַנְוֵ֔הוּ H5115 blijft, liefelijke woning keept at home, prepare an habitation 10 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 אָבִ֖י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 וַאֲרֹמְמֶֽנְהוּ H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 De HEEREH3068 is een krijgsmanH376; HEEREH3068 is Zijn NaamH8034! De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam!

KJV The LORD1 is a man2 of war:3 the LORD4 is his name.

1 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 מִלְחָמָ֑ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 4 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hij heeft Farao's wagenen en zijn heir in de zee geworpen; en de keure zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Hij heeft FaraoH6547's wagenenH4818 en zijn heirH2428 in de zeeH3220 geworpenH3384; en de keureH4005 zijner hoofdliedenH7991 zijn verdronkenH2883 in de SchelfzeeH5488. Hij heeft Farao's wagenen en zijn heir in de zee geworpen; en de keure zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee.

KJV Pharaoh's2 chariots1 and his host3 hath he cast4 into the sea:5 his chosen6 captains7 also are drowned8 in the Red10 sea.

1 מַרְכְּבֹ֥ת H4818 wagen, wagenen, wagens chariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת) 2 פַּרְעֹ֛ה H6547 Farao Pharaoh 3 וְחֵיל֖וֹ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 4 יָרָ֣ה H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 5 בַיָּ֑ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 וּמִבְחַ֥ר H4005 keur, uitgelezen, keure choice(-st), chosen 7 שָֽׁלִשָׁ֖יו H7991 hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannen captain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin) 8 טֻבְּע֥וּ H2883 gezonken, zonk, ingevest drown, fasten, settle, sink 9 בְיַם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 10 סֽוּף H5488 Schelfzee, biezen, Suf flag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 De afgrondenH8415 hebben hen bedektH3680; zij zijn in de dieptenH4688 gezonkenH3381 als een steenH68. De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen.

KJV The depths1 have covered2 them: they sank3 into the bottom4 as5 a stone.

1 תְּהֹמֹ֖ת H8415 afgrond, afgronden, afgronds deep (place), depth 2 יְכַסְיֻ֑מוּ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 3 יָרְד֥וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 4 בִמְצוֹלֹ֖ת H4688 diepten, diepte, grondeloze bottom, deep, depth 5 כְּמוֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 6 אָֽבֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft den vijand verbroken!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 O HEEREH3068! Uw rechterhandH3225 is verheerlijktH142 geworden in machtH3581; Uw rechterhandH3225, o HEEREH3068! heeft den vijandH341 verbrokenH7492! O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft den vijand verbroken!

KJV Thy right hand,1 O LORD,2 is become glorious3 in power:4 thy right hand,5 O LORD,6 hath dashed in pieces7 the enemy.

1 יְמִֽינְךָ֣ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 2 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 נֶאְדָּרִ֖י H142 verheerlijkt, heerlijk (become) glorious, honourable 4 בַּכֹּ֑חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 5 יְמִֽינְךָ֥ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 6 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 תִּרְעַ֥ץ H7492 onderdrukten, verbroken dash in pieces, vex 8 אוֹיֵֽב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En door Uw grote hoogheid hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpen; Gij hebt Uw brandenden toorn uitgezonden, die hen verteerd heeft als een stoppel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En door Uw grote hoogheidH1347 hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpenH2040; Gij hebt Uw brandenden toornH2740 uitgezondenH7971, die hen verteerdH398 heeft als een stoppelH7179. En door Uw grote hoogheid hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpen; Gij hebt Uw brandenden toorn uitgezonden, die hen verteerd heeft als een stoppel.

Ook in dit vers tegen opstondenH6965

KJV And in the greatness1 of thine excellency2 thou hast overthrown3 them that rose up against4 thee: thou sentest forth5 thy wrath,6 which consumed7 them as stubble.

1 וּבְרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 2 גְּאוֹנְךָ֖ H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 3 תַּהֲרֹ֣ס H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 4 קָמֶ֑יךָ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 5 תְּשַׁלַּח֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 חֲרֹ֣נְךָ֔ H2740 hittigheid, hitte, brandende toorn sore displeasure, fierce(-ness), fury, (fierce) wrath(-ful) 7 יֹאכְלֵ֖מוֹ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 8 כַּקַּֽשׁ H7179 stoppel, stoppelen stubble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stof geworden in het hart der zee.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En door het geblaasH7307 van Uw neusH639 zijn de waterenH4325 opgehooptH6192 geworden; de stromenH5140 hebben overeind gestaanH5324, als een hoopH5067; de afgrondenH8415 zijn stof geworden in het hartH3820 der zeeH3220. En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stof geworden in het hart der zee.

Ook in dit vers stijfH7087

KJV And with the blast1 of thy nostrils2 the waters4 were gathered together,3 the floods8 stood upright5 as an heap,7 and the depths10 were congealed9 in the heart11 of the sea.

1 וּבְר֤וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 2 אַפֶּ֨יךָ֙ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 3 נֶ֣עֶרְמוּ H6192 opgehoopt gather together 4 מַ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 5 נִצְּב֥וּ H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 6 כְמוֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 7 נֵ֖ד H5067 hoop heap 8 נֹזְלִ֑ים H5140 stromen, vloeien, vlieten distil, drop, flood, (cause to) flow(-ing), gush out, melt, pour (down), running water, stream 9 קָֽפְא֥וּ H7087 stijf, duisternis, runnen congeal, curdle, dark, settle 10 תְהֹמֹ֖ת H8415 afgrond, afgronden, afgronds deep (place), depth 11 בְּלֶב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 12 יָֽם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 De vijand zeide: Ik zal vervolgen, ik zal achterhalen, ik zal den buit delen, mijn ziel zal van hen vervuld worden, ik zal mijn zwaard uittrekken, mijn hand zal hen uitroeien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 De vijandH341 zeideH559: Ik zal vervolgenH7291, ik zal achterhalenH5381, ik zal den buitH7998 delenH2505, mijn zielH5315 zal van hen vervuldH4390 worden, ik zal mijn zwaardH2719 uittrekkenH7324, mijn handH3027 zal hen uitroeienH3423. De vijand zeide: Ik zal vervolgen, ik zal achterhalen, ik zal den buit delen, mijn ziel zal van hen vervuld worden, ik zal mijn zwaard uittrekken, mijn hand zal hen uitroeien.

KJV The enemy2 said,1 I will pursue,3 I will overtake,4 I will divide5 the spoil;6 my lust8 shall be satisfied7 upon them; I will draw9 my sword,10 my hand12 shall destroy

1 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אוֹיֵ֛ב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 3 אֶרְדֹּ֥ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 4 אַשִּׂ֖יג H5381 achterhalen, bereikt, achterhaalden ability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon) 5 אֲחַלֵּ֣ק H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 6 שָׁלָ֑ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 7 תִּמְלָאֵ֣מוֹ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 8 נַפְשִׁ֔י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 אָרִ֣יק H7324 uittrekken, afgieten, breng [idiom] arm, cast out, draw (out), (make) empty, pour forth (out) 10 חַרְבִּ֔י H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 11 תּוֹרִישֵׁ֖מוֹ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly 12 יָדִֽי H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Gij hebt met Uw windH7307 geblazenH5398; de zeeH3220 heeft hen gedektH3680, zij zonkenH6749 onder als loodH5777 in geweldigeH117 waterenH4325! Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren!

KJV Thou didst blow1 with thy wind,2 the sea4 covered3 them: they sank5 as lead6 in the mighty8 waters.

1 נָשַׁ֥פְתָּ H5398 blazen, geblazen blow 2 בְרוּחֲךָ֖ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 3 כִּסָּ֣מוֹ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 4 יָ֑ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 5 צָֽלֲלוּ֙ H6749 zonken sink. Compare H6750 (צָלַל), H6751 (צָלַל) 6 כַּֽעוֹפֶ֔רֶת H5777 lood, loden lead 7 בְּמַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 אַדִּירִֽים H117 heerlijken, voortreffelijken, heerlijk excellent, famous, gallant, glorious, goodly, lordly, mighty(-ier one), noble, principal, worthy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 O HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 O HEEREH3068! wieH4310 is als Gij onder de godenH410? wieH4310 is als Gij, verheerlijktH142 in heiligheidH6944, vreselijkH3372 in lofzangenH8416, doende wonderH6382? O HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder?

KJV Who is like unto thee, O LORD,4 among the gods?3 who is like thee, glorious7 in holiness,8 fearful9 in praises,10 doing11 wonders?

1 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 כָמֹ֤כָה H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 3 בָּֽאֵלִם֙ H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 4 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 מִ֥י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 6 כָּמֹ֖כָה H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 7 נֶאְדָּ֣ר H142 verheerlijkt, heerlijk (become) glorious, honourable 8 בַּקֹּ֑דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 נוֹרָ֥א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 10 תְהִלֹּ֖ת H8416 lof, roem, lofzang praise 11 עֹ֥שֵׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 פֶֽלֶא H6382 wonder, wonderen, wonderbaarlijk marvellous thing, wonder(-ful, -fully)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Gij hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft hen verslonden!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Gij hebt Uw rechterhandH3225 uitgestrektH5186, de aardeH776 heeft hen verslondenH1104! Gij hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft hen verslonden!

KJV Thou stretchedst out1 thy right hand,2 the earth4 swallowed

1 נָטִ֨יתָ֙ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 2 יְמִ֣ינְךָ֔ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 3 תִּבְלָעֵ֖מוֹ H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up) 4 אָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Gij leiddetH5148 door Uw weldadigheidH2617 dit volkH5971, dat Gij verlostH1350 hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkteH5797 totH413 de liefelijke woningH5116 Uwer heiligheidH6944. Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid.

Ook in dit vers voert zachtkensH5095

KJV Thou in thy mercy2 hast led forth1 the people3 which4 thou hast redeemed:5 thou hast guided6 them in thy strength7 unto thy holy10 habitation.

1 נָחִ֥יתָ H5148 leiden, geleid, leid bestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten 2 בְחַסְדְּךָ֖ H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 3 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 ז֣וּ H2098 deze, die that, this, [idiom] wherein, which, whom 5 גָּאָ֑לְתָּ H1350 Verlosser, lossen, verlost [idiom] in any wise, [idiom] at all, avenger, deliver, (do, perform the part of near, next) kinsfolk(-man), purchase, ransom, redeem(-er), revenger 6 נֵהַ֥לְתָּ H5095 zachtjes leiden, geleidde, leidsman carry, feed, guide, lead (gently, on) 7 בְעָזְּךָ֖ H5797 sterkte, Sterkte, sterke boldness, loud, might, power, strength, strong 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 נְוֵ֥ה H5116 woning, schaapskooi, kooi comely, dwelling (place), fold, habitation, pleasant place, sheepcote, stable, tarried 10 קָדְשֶֽׁךָ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 De volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 De volkenH5971 hebben het gehoordH8085, zij zullen sidderenH7264; weedomH2427 heeft de ingezetenenH3427 van PalestinaH6429 bevangenH270. De volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen.

KJV The people2 shall hear,1 and be afraid:3 sorrow4 shall take hold5 on the inhabitants6 of Palestina.

1 שָֽׁמְע֥וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 עַמִּ֖ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 יִרְגָּז֑וּן H7264 beroerd, woeden, beroerden be afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth 4 חִ֣יל H2427 weedom, smart, wee pain, pang, sorrow 5 אָחַ֔ז H270 bevangen, vast, bezitters [phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion) 6 יֹשְׁבֵ֖י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 פְּלָֽשֶׁת H6429 Palestina, Filistijn Palestina, Palestine, Philistia, Philistines
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Dan zullen de vorstenH441 van EdomH123 verbaasdH926 wezen; bevingH7461 zal de machtigenH352 der MoabietenH4124 bevangenH270; alH3605 de ingezetenenH3427 van KanaanH3667 zullen versmeltenH4127! Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten!

KJV Then1 the dukes3 of Edom4 shall be amazed;2 the mighty men5 of Moab,6 trembling8 shall take hold7 upon them; all the inhabitants11 of Canaan12 shall melt away.

1 אָ֤ז H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 נִבְהֲלוּ֙ H926 verschrikt, beroerd, verbaasd be (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex 3 אַלּוּפֵ֣י H441 vorst, vorsten, leidsman captain, duke, (chief) friend, governor, guide, ox 4 אֱד֔וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 5 אֵילֵ֣י H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 6 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 7 יֹֽאחֲזֵ֖מוֹ H270 bevangen, vast, bezitters [phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion) 8 רָ֑עַד H7461 beving, Beving trembling 9 נָמֹ֕גוּ H4127 gesmolten, versmelten, smelten consume, dissolve, (be) faint(-hearted), melt (away), make soft 10 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 יֹשְׁבֵ֥י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 כְנָֽעַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen, als een steen, totdat Uw volk, HEERE! henen doorkome; totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 VerschrikkingH367 en vreesH6343 zal opH5921 hen vallenH5307; door de grootheidH1419 van Uw armH2220 zullen zij verstommenH1826, als een steenH68, totdat Uw volkH5971, HEEREH3068! henen doorkomeH5674; totdatH5704 dit volkH5971 henen doorkomeH5674, dat Gij verworvenH7069 hebt. Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen, als een steen, totdat Uw volk, HEERE! henen doorkome; totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt.

KJV Fear3 and dread4 shall fall1 upon them; by the greatness5 of thine arm6 they shall be as still7 as a stone;8 till thy people11 pass over,10 O LORD,12 till the people15 pass over,14 which16 thou hast purchased.

1 תִּפֹּ֨ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 2 עֲלֵיהֶ֤ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 אֵימָ֨תָה֙ H367 verschrikking, schrik, verschrikkingen dread, fear, horror, idol, terrible, terror 4 וָפַ֔חַד H6343 vreze, schrik, verschrikking dread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror 5 בִּגְדֹ֥ל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 6 זְרוֹעֲךָ֖ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 7 יִדְּמ֣וּ H1826 stil, uitgeroeid, zwijgen cease, be cut down (off), forbear, hold peace, quiet self, rest, be silent, keep (put to) silence, be (stand) still, tarry, wait 8 כָּאָ֑בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 יַעֲבֹ֤ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 11 עַמְּךָ֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 עַֽד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 14 יַעֲבֹ֖ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 עַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 16 ז֥וּ H2098 deze, die that, this, [idiom] wherein, which, whom 17 קָנִֽיתָ H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Die zult Gij inbrengen, en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse, welke Gij, o HEERE! gemaakt hebt tot Uw woning, het heiligdom, hetwelk Uw handen gesticht hebben, o HEERE!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Die zult Gij inbrengenH935, en plantenH5193 hen op den bergH2022 Uwer erfenisH5159, ter plaatseH4349, welke Gij, o HEEREH136! gemaakt hebt tot Uw woningH3427, het heiligdomH4720, hetwelk Uw handenH3027 gestichtH3559 hebben, o HEEREH3068! Die zult Gij inbrengen, en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse, welke Gij, o HEERE! gemaakt hebt tot Uw woning, het heiligdom, hetwelk Uw handen gesticht hebben, o HEERE!

KJV Thou shalt bring1 them in, and plant2 them in the mountain3 of thine inheritance,4 in the place,5 O LORD,8 which thou hast made7 for thee to dwell in,6 in the Sanctuary,9 O Lord,10 which thy hands12 have established.

1 תְּבִאֵ֗מוֹ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 וְתִטָּעֵ֨מוֹ֙ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 3 בְּהַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 נַחֲלָֽתְךָ֔ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל) 5 מָכ֧וֹן H4349 vaste plaats, woning, vastigheid foundation, habitation, (dwelling-, settled) place 6 לְשִׁבְתְּךָ֛ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 פָּעַ֖לְתָּ H6466 werkers, gewrocht, werken commit, (evil-) do(-er), make(-r), ordain, work(-er) 8 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 מִקְּדָ֕שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 10 אֲדֹנָ֖י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 11 כּוֹנְנ֥וּ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 12 יָדֶֽיךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 De HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 De HEEREH3068 zal in eeuwigheidH5769 en geduriglijkH5703 regerenH4427! De HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren!

KJV The LORD1 shall reign2 for ever3 and ever.

1 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 יִמְלֹ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 3 לְעֹלָ֥ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 4 וָעֶֽד H5703 eeuwigheid, altoos, eeuwiglijk eternity, ever(-lasting, -more), old, perpetually, [phrase] world without end
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want Farao's paard, met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen, en de HEERE heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren; maar de kinderen Israels zijn op het droge in het midden van de zee gegaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WantH3588 FaraoH6547's paardH5483, met zijn wagenH7393, met zijn ruitersH6571, zijn in de zeeH3220 gekomenH935, en de HEEREH3068 heeft de waterenH4325 der zeeH3220 overH5921 hen doen wederkerenH7725; maar de kinderenH1121 IsraelsH3478 zijn op het drogeH3004 in het middenH8432 van de zeeH3220 gegaanH1980. Want Farao's paard, met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen, en de HEERE heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren; maar de kinderen Israels zijn op het droge in het midden van de zee gegaan.

KJV For the horse3 of Pharaoh4 went in2 with his chariots5 and with his horsemen6 into the sea,7 and the LORD9 brought again8 the waters12 of the sea13 upon them; but the children14 of Israel15 went16 on dry17 land in the midst18 of the sea.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 בָא֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 ס֨וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 פַּרְעֹ֜ה H6547 Farao Pharaoh 5 בְּרִכְבּ֤וֹ H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 6 וּבְפָרָשָׁיו֙ H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 7 בַּיָּ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 8 וַיָּ֧שֶׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 עֲלֵהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מֵ֣י H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 הַיָּ֑ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 14 וּבְנֵ֧י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 הָלְכ֥וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 17 בַיַּבָּשָׁ֖ה H3004 droge dry (ground, land) 18 בְּת֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 19 הַיָּֽם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En MirjamH4813, de profetesH5031, AaronsH175 zusterH269, namH3947 een trommelH8596 in haar handH3027; en alH3605 de vrouwenH802 gingenH3318 uit, haar naH310, met trommelenH8596 en met reienH4246. En Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien.

KJV And Miriam2 the prophetess,3 the sister4 of Aaron,5 took1 a timbrel7 in her hand;8 and all the women11 went out9 after12 her with timbrels13 and with dances.

1 וַתִּקַּח֩ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 מִרְיָ֨ם H4813 Mirjam Miriam 3 הַנְּבִיאָ֜ה H5031 profetes, profetesse prophetess 4 אֲח֧וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 5 אַהֲרֹ֛ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַתֹּ֖ף H8596 trommelen, trommel tabret, timbrel 8 בְּיָדָ֑הּ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 וַתֵּצֶ֤אןָ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 כָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הַנָּשִׁים֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 אַחֲרֶ֔יהָ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 13 בְּתֻפִּ֖ים H8596 trommelen, trommel tabret, timbrel 14 וּבִמְחֹלֹֽת H4246 reien, rei company, dances(-cing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt den HEERE; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen antwoorddeH6030 MirjamH4813 hunlieden: ZingtH7891 den HEEREH3068; wantH3588 Hij is hogelijkH1342 verhevenH1342! Hij heeft het paardH5483 met zijn ruiterH7392 in de zeeH3220 gestortH7411! Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt den HEERE; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!

KJV And Miriam3 answered1 them, Sing4 ye to the LORD,5 for he hath triumphed7 gloriously;8 the horse9 and his rider10 hath he thrown11 into the sea.

1 וַתַּ֥עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 לָהֶ֖ם 3 מִרְיָ֑ם H4813 Mirjam Miriam 4 שִׁ֤ירוּ H7891 zangers, zingen, Zingt behold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman) 5 לַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 גָאֹ֣ה H1342 hogelijk, verheven, Verheft gloriously, grow up, increase, be risen, triumph 8 גָּאָ֔ה H1342 hogelijk, verheven, Verheft gloriously, grow up, increase, be risen, triumph 9 ס֥וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 10 וְרֹכְב֖וֹ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 11 רָמָ֥ה H7411 bedrogen, bedriegelijk, bedriegt beguile, betray, (bow-) man, carry, deceive, throw 12 בַיָּֽם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Hierna deed Mozes de Israelieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Hierna deed MozesH4872 de IsraelietenH3478 voortreizenH5265 van de SchelfzeeH5488 af; en zij trokkenH3318 uit totH413 in de woestijnH4057 SurH7793, en zij gingenH3212 drieH7969 dagenH3117 in de woestijnH4057, en vondenH4672 geenH3808 waterH4325. Hierna deed Mozes de Israelieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.

KJV So Moses2 brought1 Israel4 from the Red6 sea,5 and they went out7 into the wilderness9 of Shur;10 and they went11 three12 days13 in the wilderness,14 and found16 no water.

1 וַיַּסַּ֨ע H5265 verreisden, reisden, optrekken cause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way 2 מֹשֶׁ֤ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 5 מִיַּם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 ס֔וּף H5488 Schelfzee, biezen, Suf flag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף) 7 וַיֵּצְא֖וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 מִדְבַּר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 10 שׁ֑וּר H7793 Sur Shur 11 וַיֵּלְכ֧וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 12 שְׁלֹֽשֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 13 יָמִ֛ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 בַּמִּדְבָּ֖ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 15 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 מָ֥צְאוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 17 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Toen kwamenH935 zij te MaraH4785; doch zij kondenH3201 het waterH4325 van MaraH4785 nietH3808 drinkenH8354, wantH3588 het was bitterH4751; daaromH3651 werd derzelver naamH8034 genoemdH7121 MaraH4785. Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara.

KJV And when they came1 to Marah,2 they could4 not drink5 of the waters6 of Marah,7 for they were bitter:9 therefore the name14 of it was called13 Marah.

1 וַיָּבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 מָרָ֔תָה H4785 Mara Marah 3 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יָֽכְל֗וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 5 לִשְׁתֹּ֥ת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 6 מַ֨יִם֙ H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 7 מִמָּרָ֔ה H4785 Mara Marah 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 מָרִ֖ים H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 10 הֵ֑ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 כֵּ֥ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 13 קָרָֽא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 14 שְׁמָ֖הּ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 15 מָרָֽה H4785 Mara Marah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Toen murmureerdeH3885 het volkH5971 tegenH5921 MozesH4872, zeggendeH559: WatH4100 zullen wij drinkenH8354? Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken?

KJV And the people2 murmured1 against Moses,4 saying,5 What shall we drink?

1 וַיִּלֹּ֧נוּ H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 2 הָעָ֛ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 מֹשֶׁ֥ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 לֵּאמֹ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 נִּשְׁתֶּֽה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Hij dan riep tot den HEERE; en de HEERE wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar verzocht Hij hetzelve,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Hij dan riepH6817 totH413 den HEEREH3068; en de HEEREH3068 weesH3384 hem een houtH6086, dat wierpH7993 hij in dat waterH4325; toen werd het waterH4325 zoetH4985. AldaarH8033 steldeH7760 Hij het volk een inzettingH2706 en rechtH4941, en aldaarH8033 verzochtH5254 Hij hetzelve, Hij dan riep tot den HEERE; en de HEERE wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar verzocht Hij hetzelve,

KJV And he cried1 unto the LORD;3 and the LORD5 shewed4 him a tree,6 which when he had cast7 into the waters,9 the waters11 were made sweet:10 there he made13 for them a statute15 and an ordinance,16 and there he proved

1 וַיִּצְעַ֣ק H6817 riep, riepen, roepen [idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together) 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 וַיּוֹרֵ֤הוּ H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 5 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 עֵ֔ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 7 וַיַּשְׁלֵךְ֙ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 וַֽיִּמְתְּק֖וּ H4985 zoet, zoetigheid be (made, [idiom] take) sweet 11 הַמָּ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 12 שָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 שָׂ֥ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 14 ל֛וֹ 15 חֹ֥ק H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 16 וּמִשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 17 וְשָׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 18 נִסָּֽהוּ H5254 verzocht, verzoeken, verzochten adventure, assay, prove, tempt, try
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En zeideH559: Is het, dat gij met ernstH8085 naar de stemH6963 des HEERENH3068 uws GodsH430 horenH8085 zult, en doenH6213, wat rechtH3477 is in Zijn ogenH5869, en uw oren neigtH238 tot Zijn gebodenH4687, en houdtH8104 alH3605 Zijn inzettingenH2706; zoH518 zal Ik geenH3808 van de krankhedenH4245 op u leggenH7760, dieH834 Ik op EgyptelandH4714 gelegdH7760 heb; wantH3588 IkH589 ben de HEEREH3068, uw HeelmeesterH7495! En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!

KJV And said,1 If thou wilt diligently3 hearken4 to the voice5 of the LORD6 thy God,7 and wilt do10 that which is right8 in his sight,9 and wilt give ear11 to his commandments,12 and keep13 all his statutes,15 I will put19 none of these diseases17 upon thee, which I have brought22 upon the Egyptians:20 for I am the LORD26 that healeth

1 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 שָׁמ֨וֹעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 תִּשְׁמַ֜ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 לְק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹהֶ֗יךָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 וְהַיָּשָׁ֤ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 9 בְּעֵינָיו֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 10 תַּעֲשֶׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 וְהַֽאֲזַנְתָּ֙ H238 ore, neem, neemt ore give (perceive by the) ear, hear(-ken). See H239 (אָזַן) 12 לְמִצְוֺתָ֔יו H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 13 וְשָׁמַרְתָּ֖ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 חֻקָּ֑יו H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 16 כָּֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 הַמַּֽחֲלָ֞ה H4245 krankheid, krankheden disease, infirmity, sickness 18 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 שַׂ֤מְתִּי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 20 בְמִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 21 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 אָשִׂ֣ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 23 עָלֶ֔יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 25 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 26 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 27 רֹפְאֶֽךָ H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Toen kwamenH935 zij te ElimH362, en daarH8033 waren twaalfH8147 waterfonteinenH5869, en zeventigH7657 palmbomenH8558; en zij legerdenH2583 zich aldaarH8033 aanH5921 de waterenH4325. Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.

KJV And they came1 to Elim,2 where were twelve4 wells6 of water,7 and threescore and ten8 palm trees:9 and they encamped10 there by the waters.

1 וַיָּבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֵילִ֔מָה H362 Elim Elim 3 וְשָׁ֗ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 4 שְׁתֵּ֥ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 עֶשְׂרֵ֛ה H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 6 עֵינֹ֥ת H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 וְשִׁבְעִ֣ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 9 תְּמָרִ֑ים H8558 palmboom, palmbomen palm (tree) 10 וַיַּחֲנוּ H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 11 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הַמָּֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Oase met palmbomen en stenen waterput
Een van de twaalf waterbronnen bij Elim
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 15:1 Openbaring 15:3 Psalmen 106:12 Exodus 15:21 Jesaja 51:10 Psalmen 107:21 Richteren 5:1 Psalmen 107:15 Psalmen 107:8
Exodus 15:2 Jesaja 12:2 Jesaja 25:1 Psalmen 59:17 Psalmen 118:14 Psalmen 18:46 Psalmen 99:5 Psalmen 145:1 Exodus 3:15
Exodus 15:3 Psalmen 24:8 Psalmen 83:18 Openbaring 19:11 Exodus 3:15 Exodus 14:14 Jesaja 42:8 Exodus 6:6 Psalmen 45:3
Exodus 15:4 Exodus 14:6 Exodus 14:13
Exodus 15:5 Nehemia 9:11 Exodus 14:28 Exodus 15:10 Jona 2:2 Jeremia 51:63 Ezechiël 27:34 Openbaring 18:21 Mattheüs 18:6
Exodus 15:6 Psalmen 118:15 Jesaja 51:9 Openbaring 2:27 Psalmen 2:9 Psalmen 60:5 Jeremia 13:14 1 Kronieken 29:11 Exodus 15:11
Exodus 15:7 Jesaja 5:24 Maleachi 4:1 Jesaja 47:14 Deuteronomium 33:26 Jesaja 37:36 Jeremia 10:6 Nahum 1:9 Mattheüs 3:12
Exodus 15:8 Psalmen 78:13 Exodus 14:21 Job 4:9 Jesaja 11:4 Habakuk 3:10 2 Thessalonicenzen 2:8 2 Samuël 22:16 Jesaja 37:7
Exodus 15:9 Jesaja 53:12 Richteren 5:30 Lukas 11:22 Exodus 14:5 Genesis 49:27 Habakuk 3:14 Exodus 14:8 Jesaja 10:8
Exodus 15:10 Jesaja 11:15 Exodus 14:21 Exodus 15:5 Exodus 14:27 Psalmen 135:7 Psalmen 147:18 Amos 4:13 Genesis 8:1
Exodus 15:11 Openbaring 4:8 Jesaja 6:3 1 Samuël 2:2 1 Koningen 8:23 Psalmen 77:14 Psalmen 86:8 Deuteronomium 3:24 2 Samuël 7:22
Exodus 15:12 Exodus 15:6
Exodus 15:13 Psalmen 77:20 Nehemia 9:12 Psalmen 80:1 Jeremia 2:6 Psalmen 77:14 Genesis 19:16 Jesaja 63:12 Psalmen 78:52
Exodus 15:14 Jozua 9:24 Deuteronomium 2:25 Numeri 14:14 Jozua 2:9 Numeri 22:5 Jesaja 14:29 Psalmen 48:6 Deuteronomium 2:4
Exodus 15:15 Jozua 5:1 Jozua 2:9 Jozua 2:11 Genesis 36:40 Deuteronomium 2:4 Numeri 22:3 Nahum 2:10 Numeri 20:14
Exodus 15:16 Psalmen 74:2 Deuteronomium 2:25 Jozua 2:9 1 Samuël 25:37 1 Petrus 2:9 Jeremia 31:11 Titus 2:14 Deuteronomium 11:25
Exodus 15:17 Psalmen 44:2 Psalmen 80:8 Psalmen 78:68 Jeremia 32:41 Psalmen 78:54 Jeremia 31:23 Jesaja 5:1 Jeremia 2:21
Exodus 15:18 Psalmen 10:16 Psalmen 29:10 Psalmen 146:10 Jesaja 57:15 Daniël 7:14 Daniël 2:44 Daniël 4:3 Daniël 7:27
Exodus 15:19 Exodus 14:28 Hebreeën 11:29 Exodus 14:22 Spreuken 21:31
Exodus 15:20 1 Samuël 18:6 Richteren 11:34 Numeri 26:59 Psalmen 150:4 Psalmen 149:3 Exodus 2:4 Psalmen 68:25 Richteren 4:4
Exodus 15:21 Exodus 15:1 Openbaring 5:9 Psalmen 134:1 Openbaring 19:1 Psalmen 24:7 1 Samuël 18:7 Openbaring 15:3 Openbaring 7:10
Exodus 15:22 Genesis 16:7 Genesis 25:18 1 Samuël 15:7 Exodus 3:18
Exodus 15:23 Numeri 33:8 Ruth 1:20
Exodus 15:24 Exodus 16:2 Exodus 14:11 Judas 1:16 Numeri 17:10 Numeri 16:11 1 Korinthe 10:10 Numeri 21:5 Exodus 16:8
Exodus 15:25 Richteren 3:4 Deuteronomium 8:2 Exodus 14:10 Exodus 16:4 Richteren 3:1 Deuteronomium 8:16 Psalmen 66:10 Richteren 2:22
Exodus 15:26 Deuteronomium 7:15 Psalmen 103:3 Psalmen 147:3 Exodus 23:25 Leviticus 26:13 Deuteronomium 28:60 Deuteronomium 28:27 Psalmen 41:3
Exodus 15:27 Numeri 33:9 Ezechiël 47:12 Openbaring 22:2 Openbaring 7:17 Jesaja 12:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 15 vers 1

Hij is hogelijk verheven! Hebreeuws, verhogende verhoogd.

Hertaald: Hij is hogelijk verheven! Hebreeuws: verhogende verhoogd.

Exodus 15 vers 2

Lied, Dat is, de materie van mijn lied, of, die mij oorzaak gegeven heeft, om hem met lofzangen te prijzen.

Hertaald: Lied, Dat is: het onderwerp van mijn lied, of: Degene die mij aanleiding gegeven heeft om Hem met lofzangen te prijzen.

tot een Heil geweest; Zie boven, Ex. 14:13.

Hertaald: tot een Heil geweest; Zie Ex. 14:13.

liefelijke woning maken; Of slechts, een woning. Anders, ik zal hem verheerlijken.

Hertaald: liefelijke woning maken; Of eenvoudigweg: een woning. Anders: ik zal Hem verheerlijken.

Exodus 15 vers 3

HEERE is Zijn Naam! Zie Gen. 2:4; Ex. 3:15, en Ex. 6:2.

Hertaald: HEERE is Zijn Naam! Zie Gen. 2:4; Ex. 3:15, en Ex. 6:2.

Exodus 15 vers 4

Schelfzee Dat is, de Rode zee.

Hertaald: Schelfzee Dat is: de Rode Zee.

Exodus 15 vers 5

afgronden hebben hen bedekt; Dat is, de hoge wateren, die als muren overeind stonden, zijn op hen gevallen; Ex. 14:22.

Hertaald: afgronden hebben hen bedekt; Dat is: de hoge wateren, die als muren overeind stonden, zijn op hen gevallen; Ex. 14:22.

Exodus 15 vers 7

door Uw grote hoogheid hebt Gij, Hebreeuws, door de grootheid uwer hoogheid.

Hertaald: door Uw grote hoogheid hebt Gij, Hebreeuws: door de grootheid van Uw hoogheid.

die tegen U opstonden, Dat is, die tegen uw volk opstonden; want al wat tegen Gods volk gedaan wordt, rekent God alsof het hemzelven gedaan ware. Zie Zach. 2:8; Matt. 25:45; Hand. 9:4.

Hertaald: die tegen U opstonden, Dat is: die tegen Uw volk opstonden; want alles wat tegen Gods volk gedaan wordt, rekent God Zich toe alsof het Hemzelf aangedaan was. Zie Zach. 2:8; Matt. 25:45; Hand. 9:4.

die hen verteerd heeft als een stoppel Dit is een afgebroken reden, die volkomenlijk aldus wordt uitgesproken: die hen verslonden heeft, gelijk de stoppels door het vuur verslonden worden.

Hertaald: die hen verteerd heeft als een stoppel Dit is een afgebroken zin, die volledig zo luidt: Die hen verslonden heeft, zoals stoppels door het vuur verslonden worden.

Exodus 15 vers 8

door het geblaas van Uw neus Dit is een omschrijving van den wind; zie Ex. 14:21.

Hertaald: door het geblaas van Uw neus Dit is een omschrijving van de wind; zie Ex. 14:21.

stof geworden Of, gestold.

Hertaald: stof geworden Of: gestold.

in het hart der zee Dat is, in de diepte, of, in het midden der zee, gelijk Ps. 18:16, en Ps. 46:3; Ezech. 28:2; vergelijk Deut. 4:11.

Hertaald: in het hart der zee Dat is: in de diepte, of: in het midden van de zee, zoals Ps. 18:16, en Ps. 46:3; Ezech. 28:2; vergelijk Deut. 4:11.

Exodus 15 vers 9

ik zal den buit delen, Dit placht met vreugde te geschieden, Jes. 9:2. Faraö en de zijnen beloofden zichzelven de victorie, maar het mislukte hun.

Hertaald: ik zal den buit delen, Dit gebeurde gewoonlijk met vreugde, Jes. 9:2. Farao en de zijnen beloofden zichzelf de overwinning, maar het mislukte hun.

mijn ziel zal van hen vervuld worden, Dat is, [gelijk sommigen hier overzetten] ik wil mijn moed aan hen koelen. Zie Job 16:10.

Hertaald: mijn ziel zal van hen vervuld worden, Dat is (zoals sommigen dit hier vertalen): ik wil mijn woede op hen koelen. Zie Job 16:10.

ik zal mijn zwaard uittrekken, Hebreeuws, ik zal mijn zwaard ledig maken.

Hertaald: ik zal mijn zwaard uittrekken, Hebreeuws: ik zal mijn zwaard ledig maken.

uitroeien Of, weder in [mijn] bezitting brengen, of, arm maken.

Hertaald: uitroeien Of: weer in mijn bezit brengen, of: arm maken.

Exodus 15 vers 11

verheerlijkt in heiligheid, Dat is, die met uitnemende grote heiligheid is versierd.

Hertaald: verheerlijkt in heiligheid, Dat is: Die met een buitengewoon grote heiligheid is bekleed.

vreselijk in lofzangen, Dat is, die met groten eerbied en kinderlijke vreze moet aangebeden, geëerd en geprezen worden.

Hertaald: vreselijk in lofzangen, Dat is: Die met grote eerbied en kinderlijke vrees aanbeden, geëerd en geprezen moet worden.

Exodus 15 vers 12

de aarde heeft hen verslonden! Dat is, de bodem of grond der zee.

Hertaald: de aarde heeft hen verslonden! Dat is: de bodem, of grond, van de zee.

Exodus 15 vers 13

de liefelijke woning Uwer heiligheid Versta, het land Kanaän, waar God zijn volk zou geven zijn heiligen godsdienst. Zie Ps. 78:52-54.

Hertaald: de liefelijke woning Uwer heiligheid Versta hieronder: het land Kanaän, waar God Zijn volk Zijn heilige godsdienst zou geven. Zie Ps. 78:52-54.

Exodus 15 vers 14

zij zullen sidderen; Zie de vervulling, Num. 22:3, Num. 22:6; Joz. 2:10-11, en Joz. 5:1; Ps. 68:3.

Hertaald: zij zullen sidderen; Zie de vervulling in Num. 22:3, Num. 22:6; Joz. 2:10-11, en Joz. 5:1; Ps. 68:3.

Exodus 15 vers 17

op den berg Uwer erfenis, Dat is, in het bergachtige land, gelijk Kanaän is; Deut. 11:11. Anderen verstaan hier den berg Moria, waarop naderhand de tempel gebouwd is.

Hertaald: op den berg Uwer erfenis, Dat is: in het bergachtige land, zoals Kanaän is; Deut. 11:11. Anderen verstaan hier de berg Moria, waarop later de tempel gebouwd is.

Exodus 15 vers 18

in eeuwigheid en geduriglijk regeren! Dat is, hier en hiernamaals.

Hertaald: in eeuwigheid en geduriglijk regeren! Dat is: hier en hierna.

Exodus 15 vers 19

de wateren der zee over hen doen wederkeren; Die straks tevoren als muren overeind gestaan hadden, Ex. 14:22.

Hertaald: de wateren der zee over hen doen wederkeren; Die kort daarvoor als muren overeind gestaan hadden, Ex. 14:22.

Exodus 15 vers 20

Aärons zuster, Zij was ook wel Mozes' zuster, maar omdat zij in het afwezen van Mozes langen tijd bij Aäron gewoond had, zo wordt zij daarom Aärons zuster genoemd.

Hertaald: Aärons zuster, Zij was ook wel Mozes' zuster, maar omdat zij in de tijd dat Mozes weg was lange tijd bij Aäron gewoond had, wordt zij daarom Aärons zuster genoemd.

met reien Anders, met fluiten, of, pijpen.

Hertaald: met reien Anders: met fluiten, of: pijpen.

Exodus 15 vers 21

antwoordde De mannen zongen voor, gelijk boven vs.1; de vrouwen zongen dit na.

Hertaald: antwoordde De mannen zongen voor, zoals in vers 1; de vrouwen zongen dit na.

Mirjam Met andere vrouwen.

Hertaald: Mirjam Met andere vrouwen.

hunlieden Te weten, den mannen.

Hertaald: hunlieden Namelijk: de mannen.

Hij is hogelijk verheven! Hebreeuws, verhogende verhoogd.

Hertaald: Hij is hogelijk verheven! Hebreeuws: verhogende verhoogd.

Exodus 15 vers 22

Sur, De naam van een woestijn, tussen Egypte en Arabië. Zie Gen. 16:7.

Hertaald: Sur, De naam van een woestijn, tussen Egypte en Arabië. Zie Gen. 16:7.

Exodus 15 vers 23

Mara; Toen Mozes met de Israëlieten aan deze plaats kwam, heette zij nog niet Mara, dat is, bitterheid; maar zij werd straks daarna zo genoemd, gelijk blijkt in vs.23.

Hertaald: Mara; Toen Mozes met de Israëlieten op deze plaats aankwam, heette zij nog niet Mara, dat is: bitterheid; maar zij werd kort daarna zo genoemd, zoals blijkt uit dit vers.

Exodus 15 vers 24

murmureerde het volk tegen Mozes, Murmureren is kwalijk van God, zijn woord en werken in zijn hart gevoelen, en met de tong onwaardiglijk daarvan spreken.

Hertaald: murmureerde het volk tegen Mozes, Morren is: kwaad denken over God, Zijn woord en werken, in het hart, en daar met de tong oneerbiedig over spreken.

Exodus 15 vers 25

toen werd het water zoet Dit water is zoet geworden tot den dienst en het gebruik der Israëlieten, voor een tijdlang, maar het is niet altijd zo gebleven, gelijk blijkt uit Plin. lib.6, natur. hist. c.29, die te zijner tijd melding maakt van deze bittere wateren. Zie 2 Kon. 2:21.

Hertaald: toen werd het water zoet Dit water werd zoet gemaakt voor de dienst en het gebruik van de Israëlieten, voor een bepaalde tijd, maar het is niet blijvend zo gebleven, zoals blijkt uit Plinius, Naturalis Historia, boek 6, hoofdstuk 29, die in zijn tijd melding maakt van deze bittere wateren. Zie 2 Kon. 2:21.

Hij Te weten, God.

Hertaald: Hij Namelijk: God.

het volk een inzetting en recht, Te weten, het volk van Israël.

Hertaald: het volk een inzetting en recht, Namelijk: het volk van Israël.

Exodus 15 vers 26

met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, Hebreeuws, horende zult horen.

Hertaald: met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, Hebreeuws: horende zult horen.

Ik ben de HEERE, uw Heelmeester! God de Heere wil zeggen: Ik ben het, die u aan de ziel en aan het lichaam helen, en voor alle ellenden bewaren kan, tegenwoordige en toekomende.

Hertaald: Ik ben de HEERE, uw Heelmeester! God de HEERE wil zeggen: Ik ben het Die u naar ziel en lichaam kan genezen, en u voor alle ellende, huidige en toekomstige, kan bewaren.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes  — getrokken, uitgetrokken

Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.

Mirjam  — bitterheid, of: opstand

De zuster van Mozes en Aäron, waarschijnlijk dezelfde die als meisje bij de Nijl waakte over het biezen kistje met haar broertje Mozes (Ex. 2:4-8), al wordt zij daar nog niet met name genoemd. Hier, na de doortocht door de Rode Zee, treedt zij voor het eerst met naam op als 'de profetes', en gaat zij de vrouwen van Israël voor met tamboerijn, reidans en gezang (Ex. 15:20-21). Later zou zij, samen met Aäron, tegen Mozes morren en daarvoor tijdelijk met melaatsheid gestraft worden (Num. 12).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Sur (woestijn)  — zie voor de geschiedenis van de naam het artikel bij Genesis 16

Ligging: De woestijn die zich ten oosten van de Golf van Suez uitstrekte, tussen de zee en Egypte, op de weg naar Assyrië; in Numeri 33:8 ook "de woestijn van Etham" genoemd.

Geschiedenis: Na de doortocht door de Schelfzee trok Israël de woestijn Sur in en reisde er drie dagen zonder water te vinden (Ex. 15:22).

Bijbelse betekenis: Het begin van de beproevende woestijnreis, direct na het grote verlossingswonder — een les dat verlossing niet meteen het einde van de beproeving betekent, maar het begin van een weg van vertrouwen.

Ex. 15:22; Num. 33:8

Mara  — Hebreeuws voor "bitter"

Ligging: De eerste pleisterplaats van Israël na de doortocht door de Schelfzee, aan het einde van de driedaagse tocht door de woestijn Sur; vermoedelijk te identificeren met Ain Chawara, een bronwater met een chalkachtige, brakke smaak.

Geschiedenis: Hier vond Israël water, maar het was bitter en ondrinkbaar, zodat het volk tegen Mozes murmureerde; op des HEEREN aanwijzing wierp Mozes een stuk hout in het water, waarna het zoet werd. Hier gaf de HEERE Israël ook een eerste inzetting en recht, en beproefde hen (Ex. 15:23-26).

Bijbelse betekenis: Het eerste murmureren van het pas verloste volk — een vroeg voorbeeld van hoe snel dankbaarheid in ongeloof kan omslaan, en van hoe de HEERE, ondanks dat ongeloof, toch voorziet en tegelijk beproeft en onderwijst.

Ex. 15:23-26; Num. 33:8-9

Elim  — Hebreeuws voor "sterke bomen" (palmbomen)

Ligging: De tweede pleisterplaats na de Schelfzeedoortocht, met twaalf waterbronnen en zeventig palmbomen; vermoedelijk het huidige Wadi Gharandel, ongeveer zes kilometer van Mara.

Geschiedenis: Na de bittere ervaring bij Mara kwam Israël hier aan bij overvloedig water en schaduwrijke palmen, en legerde zich er een tijd bij de wateren (Ex. 15:27; Num. 33:9).

Bijbelse betekenis: Een tastbaar contrast met Mara: na de beproeving van het bittere water volgt de verkwikking van twaalf bronnen — evenveel als de stammen van Israël — en zeventig palmen, een beeld van de HEERE'S rijke voorziening na de beproeving.

Ex. 15:27; 16:1; Num. 33:9-10

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen functie

Het eerste lied van de Bijbel — 15:1-18

De zee ligt achter hen en de Egyptenaars liggen aan de oever. Tot op deze bladzijde heeft niemand in de Bijbel gezongen: er is gebeden, geklaagd, gezegend en gevloekt, maar er is nog geen lied geweest. Het eerste lied begint hier, op de verkeerde kant van een zee die weer dicht is.

Het eerste lied van de Schrift wordt gezongen op de oever van een doorgang, en het laatste lied van de Schrift is ditzelfde lied, met één naam eraan toegevoegd.

Mozes begint met het feit: “Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.” De kanttekening merkt bij dat verheven op dat het Hebreeuws een verdubbeling gebruikt, verhogende verhoogd — het lied begint dus al met een woord dat zichzelf niet groot genoeg vindt.

Dan komt de regel waar het lied op rust: “De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest.” Bij dat middelste woord tekent de kanttekening iets aan dat gemakkelijk voorbijgaat: Lied betekent hier de stof van mijn lied, Degene Die mij oorzaak gegeven heeft om Hem te prijzen. God is dus niet alleen Degene voor Wie gezongen wordt; Hij is datgene waarover er iets te zingen valt. Wie Hem wegneemt, houdt geen lied over, alleen een melodie.

Deze drie woorden — Kracht, Lied, Heil — blijven niet bij de Rode Zee liggen. Jesaja legt ze eeuwen later in de mond van een volk dat uit een tweede en veel langere gevangenschap terugkomt: “want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden.” Het lied van de zee is dus niet één keer gezongen en toen opgeborgen. Het is een vorm geworden waarin verloste mensen leren spreken.

En het lied kijkt verder dan de zangers kunnen zien. Zij staan in het zand van een woestijn waar zij nog geen stap in gezet hebben. En zij zingen over de liefelijke woning Uwer heiligheid, over een planting op een berg, en tenslotte over een regering zonder einde: “De HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren!” De kanttekening vat dat laatste kort samen met: hier en hiernamaals.

Daar komt het lied uiteindelijk ook uit. Johannes ziet aan een zee van glas een schare staan die zingt, en hij noteert nauwkeurig wát zij zingen: “het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams”. Niet twee liederen, maar één, met twee namen. Beide keren staat er water; beide keren is het gericht voorbijgegaan; beide keren gaat het lied niet over de zangers maar over Hem. Alleen zingt Israël nog over een paard en zijn ruiter, terwijl daar gezongen wordt: “Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God”. Hetzelfde lied, verder gekomen.

  1. Exodus 14:30 — Israël staat aan de overzijde en ziet de macht van Egypte aan de oever liggen.
  2. Exodus 15:1 — Het eerste lied van de Bijbel begint, en het begint bij God.
  3. Exodus 15:2 — De HEERE is mijn Kracht en Lied — Hij is ook de stof van het lied.
  4. Exodus 15:18 — Het lied eindigt bij een koningschap zonder einde.
  5. Jesaja 12:2 — Dezelfde drie woorden in de mond van een teruggekeerd volk.
  6. Openbaring 15:3 — Aan de glazen zee: het gezang van Mozes én van het Lam, als één lied.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 12:2; Openbaring 15:3-4; 1 Korinthe 10:1-2

Hoever dit reikt: Wat vaststaat is dat Openbaring dit lied bij name noemt en het samenvoegt met het gezang van het Lam, en dat Jesaja de kernregel overneemt voor een latere verlossing. Dat elk beeld uit het lied — de wagenen, Palestina, Edom — een eigen tegenhanger in het Nieuwe Testament zou hebben, staat niet vast en wordt hier niet beweerd.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Exodus 15

Exodus 15:1. KruisverwijzingenOpenbaring 15:3Psalmen 106:12Exodus 15:21Jesaja 51:10Psalmen 107:21Richteren 5:1Psalmen 107:15Psalmen 107:8
— Toen zong Mozes en de kinderen Israels de HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.
Dit is het eerste loflied tot de HEERE dat in de Heilige Schrift is opgetekend. Uit de vele verwijzingen naar dit lied in de Schrift blijkt duidelijk dat het een diepe geestelijke betekenis heeft. Het leert ons niet alleen God te loven om de letterlijke ondergang van Egypte, maar ook om de ondergang van alle machten van het kwaad en de uiteindelijke verlossing van alle uitverkorenen. Het is Gods bedoeling dat vanaf de dagen van Mozes tot aan het uur waarop de vlammen de werken van de mensen zullen verteren en de hemelen zelf van hitte zullen vergaan, dit overal het lied van Zijn uitverkoren volk zal zijn: “Ik zal den HEERE zingen, want Hij is hogelijk verheven.”

Het lied is geheel aan God gewijd. Het is een gezegende lofprijzing wanneer het eigen ik met de Egyptenaren op de bodem van de zee ligt, wanneer alles wat in ons prijzenswaardig is, wordt toegeschreven aan de genade van God en de HEERE daarvoor wordt verheerlijkt. Alles tot eer van Jezus, en niets dan Jezus! Wij bederven onze lofzang wanneer wij onze gedachten op mensen richten. Laten wij de mensen vergeten, de aarde vergeten, de tijd vergeten, onszelf vergeten, dit sterfelijke leven vergeten en alleen aan onze God denken.

Let erop dat het lied spreekt over wat God heeft gedaan: “het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.” Er wordt niets gezegd over de daden van Mozes en Aäron, noch over de hoogmoed van de farao of de listen van Jannes en Jambres. Nee, alles is gewijd aan het handelen van de HEERE. Laten wij alle genade die wij ontvangen aan onze God toeschrijven, want Hij heeft al onze werken in ons gewerkt. Hij heeft ons uitverkoren, Hij heeft ons verlost, Hij heeft ons geroepen, Hij heeft ons levend gemaakt, Hij heeft ons bewaard, Hij heeft ons geheiligd en Hij zal ons volmaken in Christus Jezus. Alle eer komt de HEERE toe. Wanneer wij de geschiedenis van de mensheid lezen, behoren wij daarin de vinger van God te zien, de zilveren draad van Zijn verbondstrouw door de geschiedenis heen te volgen en op te merken hoe de HEERE het paard en zijn ruiter in de zee werpt wanneer zij tegen Hem of tegen Zijn volk optrekken.

Let erop dat zij zongen, luid en vol overwinning. Men zou gedacht hebben dat zij de volgende veertig jaar waren blijven zingen. Het was zo’n geweldige overwinning, zo’n machtige verlossing, Gods arm was zo duidelijk voor hun ogen geopenbaard, dat men zou verwachten dat hun gejuich ten minste een leven lang zou voortduren. Maar het duurde slechts korte tijd. Toch, wat een lied was het dat zij zongen! “Ik zal den HEERE zingen, want Hij is hogelijk verheven; het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.” Wat een overwinningslied is dat voor zielen die door het grote verzoenende offer van Christus verlost zijn van zonde, dood en hel! O, wanneer wij voor het eerst beseffen dat wij door het dierbare bloed van Christus zijn verlost, dan hebben wij werkelijk het verlangen om voortdurend te zingen. Onze zonden zijn weggewassen en wij menen dat wij zullen blijven zingen totdat wij ons voegen bij het lied van de verheerlijkten in de hemel. Zo zou het ook moeten zijn. Maar helaas, de ervaring leert ons dat het niet zo is.

Exodus 15:2.KruisverwijzingenJesaja 12:2Jesaja 25:1Psalmen 59:17Psalmen 118:14Psalmen 18:46Psalmen 99:5Psalmen 145:1Exodus 3:15
— De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen!
Dankbaarheid zet het hart ertoe aan iets voor God te willen doen. Het verlangt ernaar Hem een woning te bereiden. Maar welke woning zouden wij kunnen bereiden voor Hem Die zelfs door de hemel der hemelen niet kan worden omvat? Alles wat wij ooit kunnen doen, is te gering tegenover de grootheid van Zijn genade en heerlijkheid. “Gij hebt wel gedaan, dat het in uw hart geweest is”, zei de HEERE tegen David, hoewel hij geen woning voor God mocht bouwen. Het is goed dat ook vandaag in ons hart het verlangen leeft om iets, hoe klein ook, tot eer van God te doen. Zoals een oude puritein zegt: wij geven als liefdesteken een beschadigd muntstuk of een bloem die spoedig verwelkt. Niet de waarde ervan maakt het tot een liefdesteken, maar het is een uitdrukking van wat ons hart voelt en zou doen als het daartoe in staat was. Zo is het ook met de HEERE en de dienst die Zijn volk Hem wil bewijzen. Hij neemt onze geringe gaven aan en maakt er iets groots van.

Exodus 15:3–5. KruisverwijzingenPsalmen 24:8Nehemia 9:11Psalmen 83:18Openbaring 19:11Exodus 3:15Exodus 14:28Exodus 15:10Exodus 14:14
— De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam! Hij heeft Farao's wagenen en zijn heir in de zee geworpen; en de keure zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee. De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen.
Zo is het ook gegaan met alle machten die zich tegen ons hebben verzet. Waar zijn onze zonden gebleven? Heeft de HEERE ze niet in de diepten van de zee geworpen? Jazeker, geloofd zij Zijn Naam tot in eeuwigheid! Evenals Israël aan de overzijde van de Rode Zee loven wij de HEERE, omdat wij verlost zijn uit de hand van de onderdrukker en de farao ons niet langer als slaven vasthoudt. Alleen aan de HEERE komt de eer toe voor onze verlossing.

Exodus 15:6–8. KruisverwijzingenPsalmen 118:15Psalmen 78:13Jesaja 51:9Jesaja 5:24Exodus 14:21Job 4:9Openbaring 2:27Psalmen 2:9
— O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft den vijand verbroken! En door Uw grote hoogheid hebt Gij, die tegen U opstonden, omgeworpen; Gij hebt Uw brandenden toorn uitgezonden, die hen verteerd heeft als een stoppel. En door het geblaas van Uw neus zijn de wateren opgehoopt geworden; de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop; de afgronden zijn stof geworden in het hart der zee.
Wat is er onmogelijk voor God? Het vloeibare wordt vast; de natuur zelf verandert wanneer de God van de natuur Zijn macht openbaart. Vertrouw op God, en Hij zal ook voor u wonderen doen, zoals Hij die voor Zijn volk Israël heeft gedaan.

Exodus 15:9. KruisverwijzingenJesaja 53:12Richteren 5:30Lukas 11:22Exodus 14:5Genesis 49:27Habakuk 3:14Exodus 14:8Jesaja 10:8
— De vijand zeide: Ik zal vervolgen, ik zal achterhalen, ik zal den buit delen, mijn ziel zal van hen vervuld worden, ik zal mijn zwaard uittrekken, mijn hand zal hen uitroeien.
Hoe woeden en tieren de machten van de duisternis! Wat een rumoer maken zij! Wat spreken zij grote woorden! Wat koesteren zij wrede plannen tegen Gods volk! Zie daarentegen hoe rustig en onbeweeglijk de HEERE blijft te midden van al hun razernij.

Exodus 15:10. KruisverwijzingenJesaja 11:15Exodus 14:21Exodus 15:5Exodus 14:27Psalmen 135:7Psalmen 147:18Amos 4:13Genesis 8:1
— Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren!
Zij bestonden uit niets anders dan lawaai, grootspraak en opschepperij. Maar let op de verheven majesteit van God en hoe gemakkelijk Hij Zich van Zijn tegenstanders ontdeed: “Gij bliest met uw adem, de zee overdekte hen; als lood zonken zij in geweldige wateren.”

God hoeft slechts Zijn adem te gebruiken, en zij zijn verdwenen, samen met al hun grootspraak. Eén woord uit Gods mond kan al onze twijfels en angsten wegnemen. De adem van Zijn Geest kan al onze vijanden doen zinken en ons hart vervullen met een lied van vreugde over onze grote verlossing.

Exodus 15:11–13. KruisverwijzingenOpenbaring 4:8Jesaja 6:31 Samuël 2:21 Koningen 8:23Psalmen 77:14Psalmen 86:8Deuteronomium 3:242 Samuël 7:22
— O HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder? Gij hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft hen verslonden! Gij leiddet door Uw weldadigheid dit volk, dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de liefelijke woning Uwer heiligheid.
Het lied krijgt nu een profetisch karakter. Ware vreugde wordt profetisch, tenminste wanneer de vreugde van de aarde is aangeraakt door de gloeiende kool van het hemelse altaar. Wij beginnen God te prijzen “voor alle genade die wij nog niet hebben gesmaakt”, zoals Israël hier doet. Zij loven de HEERE omdat Hij Zijn volk door de woestijn zal leiden en hen naar Zijn heilige woning zal brengen, terwijl zij nog maar pas aan het begin van hun reis staan.

Exodus 15:14–15. KruisverwijzingenJozua 5:1Jozua 2:11Jozua 9:24Deuteronomium 2:25Numeri 14:14Jozua 2:9Genesis 36:40Numeri 22:5
— De volken hebben het gehoord, zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen. Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten!
Dat wil zeggen: de heidense volken die destijds het land Palestina bewoonden. “Zij zullen sidderen; weedom heeft de ingezetenen van Palestina bevangen.”

Wanneer zij horen welke grote dingen de HEERE voor Zijn volk heeft gedaan, zullen zij beseffen dat de dag van hun ondergang is aangebroken. Wie kan standhouden tegenover zo’n machtige God? Toch zijn er ook in onze tijd mensen wier hart nog harder en onverzettelijker is dan dat van de vorsten van Edom en de machtige mannen van Moab. Zij horen over Gods oordelen over de goddelozen en over het verschrikkelijke einde van de onbekeerden, en toch durven zij de HEERE te trotseren en in hun boze wegen voort te gaan.

Exodus 15:15. KruisverwijzingenJozua 5:1Jozua 2:9Jozua 2:11Genesis 36:40Deuteronomium 2:4Numeri 22:3Nahum 2:10Numeri 20:14
— Dan zullen de vorsten van Edom verbaasd wezen; beving zal de machtigen der Moabieten bevangen; al de ingezetenen van Kanaan zullen versmelten!
Deze grote daad van God zou in heel Palestina worden verteld en telkens opnieuw worden doorgegeven. De inwoners zouden beseffen dat hun einde nabij was, want wie kon standhouden tegenover de machtige God van Israël?

Exodus 15:16.KruisverwijzingenPsalmen 74:2Deuteronomium 2:25Jozua 2:91 Samuël 25:371 Petrus 2:9Jeremia 31:11Titus 2:14Deuteronomium 11:25
— Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen, als een steen, totdat Uw volk, HEERE! henen doorkome; totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt.
“Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen als een steen; totdat Uw volk, HEERE, henen doorkome, totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt.” Het bleef inderdaad stil! Gedurende de veertig jaar dat de Israëlieten in de woestijn waren, werden zij nauwelijks aangevallen. En als dat al gebeurde, was het niet door de inwoners van Kanaän, maar door de rondtrekkende Amalekieten, die de achterhoede aanvielen. Het is opmerkelijk dat na de ondergang bij de Rode Zee geen leger uit Egypte optrok om Gods volk lastig te vallen, en evenmin kwam er iemand uit Kanaän om hun de weg te versperren. Wanneer God slaat, vervult Hij Zijn tegenstanders met vrees voor iedere volgende strijd.

Exodus 15:16–18. KruisverwijzingenPsalmen 74:2Psalmen 44:2Psalmen 10:16Psalmen 29:10Deuteronomium 2:25Jozua 2:91 Samuël 25:37Psalmen 80:8
— Verschrikking en vrees zal op hen vallen; door de grootheid van Uw arm zullen zij verstommen, als een steen, totdat Uw volk, HEERE! henen doorkome; totdat dit volk henen doorkome, dat Gij verworven hebt. Die zult Gij inbrengen, en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse, welke Gij, o HEERE! gemaakt hebt tot Uw woning, het heiligdom, hetwelk Uw handen gesticht hebben, o HEERE! De HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren!
Wat moet die laatste toon machtig hebben geklonken uit de honderdduizenden mannenstemmen! Ook de vrouwen zullen hem met onuitsprekelijke vreugde hebben meegezongen, terwijl zij op hun tamboerijnen sloegen en voor de HEERE dansten.

Exodus 15:17–21.Kruisverwijzingen1 Samuël 18:6Richteren 11:34Psalmen 44:2Psalmen 10:16Psalmen 29:10Numeri 26:59Psalmen 150:4Exodus 15:1
— Die zult Gij inbrengen, en planten hen op den berg Uwer erfenis, ter plaatse, welke Gij, o HEERE! gemaakt hebt tot Uw woning, het heiligdom, hetwelk Uw handen gesticht hebben, o HEERE! De HEERE zal in eeuwigheid en geduriglijk regeren! Want Farao's paard, met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen, en de HEERE heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren; maar de kinderen Israels zijn op het droge in het midden van de zee gegaan. En Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien. Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt den HEERE; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!
Zij zongen als in een oratorium. Mirjam zong de solo en alle vrouwen vielen in met het jubelende koor. En terecht verheugden zij zich over de grote verlossing die de HEERE voor hen had gewerkt.

Exodus 15:19–22. Kruisverwijzingen1 Samuël 18:6Richteren 11:34Numeri 26:59Psalmen 150:4Exodus 15:1Exodus 14:28Psalmen 149:3Exodus 2:4
— Want Farao's paard, met zijn wagen, met zijn ruiters, zijn in de zee gekomen, en de HEERE heeft de wateren der zee over hen doen wederkeren; maar de kinderen Israels zijn op het droge in het midden van de zee gegaan. En Mirjam, de profetes, Aarons zuster, nam een trommel in haar hand; en al de vrouwen gingen uit, haar na, met trommelen en met reien. Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt den HEERE; want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort! Hierna deed Mozes de Israelieten voortreizen van de Schelfzee af; en zij trokken uit tot in de woestijn Sur, en zij gingen drie dagen in de woestijn, en vonden geen water.
Aanvankelijk waren zij bevreesd voor te veel water, voor de golven van de zee. Nu werden zij bang omdat er te weinig water was. Zouden hun lofzangen al na drie dagen verstommen? Ja, inderdaad. Aan het einde van de derde dag kwamen zij bij waterbronnen, maar het water was brak en bitter.

Exodus 15:23–24. KruisverwijzingenNumeri 33:8Ruth 1:20Exodus 16:2Exodus 14:11Judas 1:16Numeri 17:10Numeri 16:111 Korinthe 10:10
— Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd derzelver naam genoemd Mara. Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken?
Ach, wat waren deze zangers spoedig van toon veranderd! Waar waren nu de tamboerijnen? “En het volk murmureerde.”

Exodus 15:24–27. KruisverwijzingenDeuteronomium 7:15Psalmen 103:3Psalmen 147:3Exodus 23:25Exodus 16:2Richteren 3:4Deuteronomium 8:2Exodus 14:10
— Toen murmureerde het volk tegen Mozes, zeggende: Wat zullen wij drinken? Hij dan riep tot den HEERE; en de HEERE wees hem een hout, dat wierp hij in dat water; toen werd het water zoet. Aldaar stelde Hij het volk een inzetting en recht, en aldaar verzocht Hij hetzelve, En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester! Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.
Zij bleven waarschijnlijk maar enkele uren in Mara.

Exodus 15:27. KruisverwijzingenNumeri 33:9Ezechiël 47:12Openbaring 22:2Openbaring 7:17Jesaja 12:3
— Toen kwamen zij te Elim, en daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen; en zij legerden zich aldaar aan de wateren.
Elim moet door God Zelf voor Israël zijn voorbereid. Twaalf waterbronnen — evenveel als het aantal stammen. Zeventig palmbomen — evenveel als het aantal oudsten. Het verbaast mij niet dat Mozes deze aantallen nauwkeurig vermeldde. Het moet opmerkelijk zijn geweest dat de bronnen en de palmbomen al gereedstonden, lang voordat zij daar aankwamen. Het is veelzeggend dat alles was voorbereid overeenkomstig het aantal van de kinderen van Israël. Maar ook al het overige wordt volgens dezelfde regel bestuurd. Toen de HEERE de volken verdeelde, stelde Hij hun grenzen vast met het oog op het aantal van de kinderen van Israël. Volgens diezelfde maatstaf bouwt Hij nog steeds Zijn Kerk. Heel Zijn voorzienig bestuur wordt bepaald door Zijn gedachten over Zijn eigen volk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Wanneer wij de geschiedenis van de mensheid lezen, behoren wij daarin de vinger van God te zien, de zilveren draad van Zijn verbondstrouw door de geschiedenis heen te volgen en op te merken hoe de HEERE het paard en zijn ruiter in de zee werpt wanneer zij tegen Hem of tegen Zijn volk optrekken.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content