Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-Hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-Zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij wederkerenH7725, en zich legerenH2583voorH6440Pi-HachirothH6367, tussenH996MigdolH4024 en tussenH996 de zeeH3220, voorH6440Baal-ZefonH1189; daar tegenoverH5226 zult gij u legerenH2583 aan de zeeH3220.Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-Hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-Zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee.
KJVSpeak1unto the children3of Israel,4that they turn5and encamp6before7Pihahiroth,8between Migdol11and the sea,13over against14Baalzephon:15before17it shall ye encamp18by the sea.
1דַּבֵּר֮H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵל֒H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5וְיָשֻׁ֗בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6וְיַחֲנוּ֙H2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent7לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8פִּ֣יH6367Pi-hachiroth, HachirothPi-hahiroth. (In Numbers 14:19 without Pi-.)9הַחִירֹ֔תH6367Pi-hachiroth, HachirothPi-hahiroth. (In Numbers 14:19 without Pi-.)10בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11מִגְדֹּ֖לH4024Migdol, toren, TorenMigdol, tower12וּבֵ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within13הַיָּ֑םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)14לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15בַּ֣עַלH1189Baal-zefon, Baal-sefonBaal-zephon16צְפֹ֔ןH1189Baal-zefon, Baal-sefonBaal-zephon17נִכְח֥וֹH5226recht, tegenoverbefore, over against18תַחֲנ֖וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20הַיָּֽםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
3Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3FaraoH6547 dan zal zeggenH559 van de kinderenH1121IsraelsH3478: Zij zijn verwardH943 in het landH776; die woestijnH4057 heeft hen beslotenH5462.Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten.
KJVFor Pharaoh2will say1of the children3of Israel,4They are entangled5in the land,7the wilderness10hath shut them in.
1וְאָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh3לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5נְבֻכִ֥יםH943verward, bedwelmdbe entangled, (perplexed)6הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye7בָּאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8סָגַ֥רH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly9עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
4En Ik zal Farao's hart verstokken, dat hij hen najage; en Ik zal aan Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzo dat de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben. En zij deden alzo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En Ik zal FaraoH6547's hartH3820verstokkenH2388, dat hij hen najageH7291; en Ik zal aan FaraoH6547 en aan alH3605 zijn heirH2428verheerlijktH3513 worden, alzo dat de EgyptenaarsH4714 zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben. En zij dedenH6213 alzo.En Ik zal Farao's hart verstokken, dat hij hen najage; en Ik zal aan Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzo dat de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben. En zij deden alzo.
KJVAnd I will harden1Pharaoh's4heart,3that he shall follow5after6them; and I will be honoured7upon Pharaoh,8and upon all his host;10that the Egyptiansmay know11that I am the LORD.15And they did
1וְחִזַּקְתִּ֣יH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3לֵבH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom4פַּרְעֹה֮H6547FaraoPharaoh5וְרָדַ֣ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)6אַחֲרֵיהֶם֒H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7וְאִכָּבְדָ֤הH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop8בְּפַרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh9וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10חֵיל֔וֹH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)11וְיָדְע֥וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12מִצְרַ֖יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וַיַּֽעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17כֵֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5Toen nu de koning van Egypte werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij zeiden: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israel hebben laten trekken, dat zij ons niet dienden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen nu de koningH4428 van EgypteH4714 werd geboodschaptH5046, dat het volkH5971vluchtteH1272, zo is het hartH3824 van FaraoH6547 en van zijn knechtenH5650veranderdH2015tegenH413 het volkH5971, en zij zeidenH559: WaaromH4100 hebben wij dat gedaanH6213, dat wij IsraelH3478 hebben laten trekkenH7971, dat zij ons niet diendenH5647?Toen nu de koning van Egypte werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij zeiden: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israel hebben laten trekken, dat zij ons niet dienden?
KJVAnd it was told1the king2of Egypt3that the people6fled:5and the heart8of Pharaoh9and of his servants10was turned7against the people,12and they said,13Why have we done16this, that we have let Israel20go18from serving
1וַיֻּגַּד֙H5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לְמֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5בָרַ֖חH1272vluchtte, vlood, gevlodenchase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot6הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וַ֠יֵּהָפֵךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)8לְבַ֨בH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding9פַּרְעֹ֤הH6547FaraoPharaoh10וַעֲבָדָיו֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13וַיֹּֽאמרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why15זֹּ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus16עָשִׂ֔ינוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18שִׁלַּ֥חְנוּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael21מֵעָבְדֵֽנוּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
6En hij spande zijn wagen aan, en nam zijn volk met zich.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij spandeH631 zijn wagenH7393 aan, en namH3947 zijn volkH5971metH5973 zich.En hij spande zijn wagen aan, en nam zijn volk met zich.
KJVAnd he made ready1his chariot,3and took6his people
1וַיֶּאְסֹ֖רH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3רִכְבּ֑וֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עַמּ֖וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6לָקַ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7עִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
7En hij nam zeshonderd uitgelezene wagens, ja, al de wagens van Egypte, en de hoofdlieden over die allen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En hij namH3947zeshonderdH8337uitgelezeneH977wagensH7393, ja, alH3605 de wagensH7393 van EgypteH4714, en de hoofdliedenH7991overH5921 die allenH3605.En hij nam zeshonderd uitgelezene wagens, ja, al de wagens van Egypte, en de hoofdlieden over die allen.
KJVAnd he took1six2hundred3chosen5chariots,4and all the chariots7of Egypt,8and captains
1וַיִּקַּ֗חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2שֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth3מֵא֥וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore4רֶ֨כֶב֙H7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon5בָּח֔וּרH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require6וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7רֶ֣כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וְשָׁלִשִׁ֖םH7991hoofdman, hoofdlieden, hoofdmannencaptain, instrument of musick, (great) lord, (great) measure, prince, three (from the margin)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כֻּלּֽוֹH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)
8Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels najaagde; doch de kinderen Israels waren door een hoge hand uitgegaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Want de HEEREH3068verstokteH2388 het hartH3820 van FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, dat hij de kinderenH1121IsraelsH3478najaagdeH7291; doch de kinderenH1121IsraelsH3478 waren door een hogeH7311handH3027uitgegaanH3318.Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels najaagde; doch de kinderen Israels waren door een hoge hand uitgegaan.
KJVAnd the LORD2hardened1the heart4of Pharaoh5king6of Egypt,7and he pursued8after9the children10of Israel:11and the children12of Israel13went out14with an high16hand.
1וַיְחַזֵּ֣קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2יְהֹוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לֵ֤בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8וַיִּרְדֹּ֕ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)9אַחֲרֵ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14יֹצְאִ֖יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15בְּיָ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16רָמָֽהH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms
9En de Egyptenaars jaagden hen na, en achterhaalden hen, daar zij zich gelegerd hadden aan de zee; al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters, en zijn heir; nevens Pi-Hachiroth, voor Baal-Zefon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En de EgyptenaarsH4714jaagdenH7291 hen naH310, en achterhaaldenH5381 hen, daar zij zich gelegerdH2583 hadden aanH5921 de zeeH3220; alH3605 de paardenH5483, de wagensH7393 van FaraoH6547 en zijn ruitersH6571, en zijn heirH2428; nevensH5921Pi-HachirothH6367, voorH6440Baal-ZefonH1189.En de Egyptenaars jaagden hen na, en achterhaalden hen, daar zij zich gelegerd hadden aan de zee; al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters, en zijn heir; nevens Pi-Hachiroth, voor Baal-Zefon.
KJVBut the Egyptianspursued1after3them, all the horses10and chariots11of Pharaoh,12and his horsemen,13and his army,14and overtook4them encamping6by the sea,8beside Pihahiroth,16before18Baalzephon.
1וַיִּרְדְּפ֨וּH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)2מִצְרַ֜יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt3אַחֲרֵיהֶ֗םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4וַיַּשִּׂ֤יגוּH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)5אוֹתָם֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6חֹנִ֣יםH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַיָּ֔םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10סוּס֙H5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)11רֶ֣כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon12פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh13וּפָרָשָׁ֖יוH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman14וְחֵיל֑וֹH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16פִּי֙H6367Pi-hachiroth, HachirothPi-hahiroth. (In Numbers 14:19 without Pi-.)17הַֽחִירֹ֔תH6367Pi-hachiroth, HachirothPi-hahiroth. (In Numbers 14:19 without Pi-.)18לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19בַּ֥עַלH1189Baal-zefon, Baal-sefonBaal-zephon20צְפֹֽןH1189Baal-zefon, Baal-sefonBaal-zephon
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
10Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Als FaraoH6547nabijH7126 gekomen was, zo hievenH5375 de kinderenH1121IsraelsH3478 hun ogenH5869 op, en zietH2009, de EgyptenaarsH4714togenH5265achterH310 hen; en zij vreesdenH3372zeerH3966; toen riepenH6817 de kinderenH1121IsraelsH3478totH413 den HEEREH3068.Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
KJVAnd when Pharaoh1drew nigh,2the children4of Israel5lifted up3their eyes,7and, behold, the Egyptiansmarched10after11them; and they were sore13afraid:12and the children15of Israel16cried out14unto the LORD.
1וּפַרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh2הִקְרִ֑יבH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take3וַיִּשְׂאוּ֩H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֨לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עֵינֵיהֶ֜םH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see9מִצְרַ֣יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt10נֹסֵ֣עַH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way11אַחֲרֵיהֶ֗םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with12וַיִּֽירְאוּ֙H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)13מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well14וַיִּצְעֲק֥וּH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)15בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
11En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zij zeidenH559totH413MozesH4872: Hebt gij ons daarom, omdat er in EgypteH4714 gans geenH369gravenH6913 waren, weggenomenH3947, opdat wij in deze woestijnH4057stervenH4191 zouden? WaaromH4100 hebt gij ons dat gedaanH6213, dat gij ons uit EgypteH4714 gevoerd hebt?En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt?
Ook in dit vers
uitgevoerdH3318
KJVAnd they said1unto Moses,3Because there were no graves6in Egypt,7hast thou taken us away8to die9in the wilderness?10wherefore12hast thou dealt13thus with us, to carry us forth15out of Egypt?
1וַיֹּאמְרוּ֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֹשֶׁה֒H4872Mozes, Mozes', mozesMoses4הַֽמִבְּלִ֤יH1097iemand, alsof, onwetendecorruption, ig(norantly), for lack of, where no...is, so that no, none, not, un(awares), without5אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)6קְבָרִים֙H6913graf, graven, begrafenissenburying place, grave, sepulchre7בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8לְקַחְתָּ֖נוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9לָמ֣וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness11מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12זֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus13עָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14לָּ֔נוּ15לְהוֹצִיאָ֖נוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter16מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
12Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Is ditH2088nietH3808 het woordH1697, dat wij in EgypteH4714totH413 u sprakenH1696, zeggendeH559: HoudH2308 af van ons, en laat ons de EgyptenarenH4714dienenH5647? WantH3588 het ware ons beterH2896 geweest de EgyptenarenH4714 te dienenH5647, dan in deze woestijnH4057 te stervenH4191.Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven.
KJVIs not this the word3that we did tell5thee in Egypt,7saying,8Let us alone,9that we may serve11the Egyptians?For it had been better15for us to serve17the Egyptians,than that we should die20in the wilderness.
1הֲלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3הַדָּבָ֗רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5דִּבַּ֨רְנוּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֵלֶ֤יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7בְמִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9חֲדַ֥לH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want10מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with11וְנַֽעַבְדָ֣הH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִצְרָ֑יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)16לָ֨נוּ֙17עֲבֹ֣דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19מִצְרַ֔יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt20מִמֻּתֵ֖נוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise21בַּמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
13Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Doch MozesH4872zeideH559totH413 het volkH5971: VreestH3372 niet, staat vastH3320, en ziet het heilH3444 des HEERENH3068, dat Hij hedenH3117 aan ulieden doenH6213 zal, wantH3588 de EgyptenaarsH4714, dieH834 gij hedenH3117 gezien hebt, zult gij niet weder zienH7200 in eeuwigheidH5704.Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid.
KJVAnd Moses2said1unto the people,4Fear6ye not, stand still,7and see8the salvation10of the LORD,11which he will shew13to you to day:15for the Egyptianswhom ye have seen18to day,21ye shall see24them again23no more for26ever.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעָם֮H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תִּירָאוּ֒H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)7הִֽתְיַצְב֗וּH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)8וּרְאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יְשׁוּעַ֣תH3444heil, heils, verlossingendeliverance, health, help(-ing), salvation, save, saving (health), welfare11יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14לָכֶ֖ם15הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18רְאִיתֶ֤םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20מִצְרַ֨יִם֙H4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt21הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger22לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23תֹסִ֛יפוּH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield24לִרְאֹתָ֥םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions25ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)26עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet27עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
14De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14De HEEREH3068 zal voor ulieden strijdenH3898, en gijH859 zult stilH2790 zijn.De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.
KJVThe LORD1shall fight2for you, and ye shall hold your peace.
1יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2יִלָּחֵ֣םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)3לָכֶ֑ם4וְאַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5תַּחֲרִישֽׁוּןH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker
15Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: WatH4100roeptH6817 gij totH413 Mij? ZegH1696 den kinderenH1121IsraelsH3478, dat zij voorttrekkenH5265.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Wherefore criest6thou unto me? speak8unto the children10of Israel,11that they go forward:
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6תִּצְעַ֖קH6817riep, riepen, roepen[idiom] at all, call together, cry (out), gather (selves) (together)7אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8דַּבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12וְיִסָּֽעוּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way
16En gij, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief dezelve, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En gijH859, hefH7311 uw stafH4294 op, en strekH5186 uw handH3027 uit overH5921 de zeeH3220, en kliefH1234 dezelve, dat de kinderenH1121IsraelsH3478 door het middenH8432 der zeeH3220 gaan op het drogeH3004.En gij, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief dezelve, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge.
KJVBut lift thou up2thy rod,4and stretch out5thine hand7over the sea,9and divide10it: and the children12of Israel13shall go11on dry16ground through the midst14of the sea.
1וְאַתָּ֞הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2הָרֵ֣םH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַטְּךָ֗H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe5וּנְטֵ֧הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יָדְךָ֛H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10וּבְקָעֵ֑הוּH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win11וְיָבֹ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)15הַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)16בַּיַּבָּשָֽׁהH3004drogedry (ground, land)
17En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En Ik, zieH2005, Ik zal het hartH3820 der EgyptenarenH4714verstokkenH2388, dat zij naH310 hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijktH3513 worden aan FaraoH6547 en aan alH3605 zijn heirH2428, aan zijn wagenenH7393 en aan zijn ruiterenH6571.En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
KJVAnd I, behold, I will harden3the hearts5of the Egyptians,and they shall follow7them:8and I will get me honour9upon Pharaoh,10and upon all his host,12upon his chariots,13and upon his horsemen.
1וַאֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3מְחַזֵּק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom6מִצְרַ֔יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt7וְיָבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אַחֲרֵיהֶ֑םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9וְאִכָּבְדָ֤הH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop10בְּפַרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh11וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12חֵיל֔וֹH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)13בְּרִכְבּ֖וֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon14וּבְפָרָשָֽׁיוH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de EgyptenaarsH4714 zullen wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben, wanneer Ik verheerlijktH3513 zal worden aan FaraoH6547, aan zijn wagenenH7393 en aan zijn ruiterenH6571.En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
KJVAnd the Egyptiansshall know1that I am the LORD,5when I have gotten me honour6upon Pharaoh,7upon his chariots,8and upon his horsemen.
1וְיָדְע֥וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2מִצְרַ֖יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt3כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6בְּהִכָּבְדִ֣יH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop7בְּפַרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh8בְּרִכְבּ֖וֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon9וּבְפָרָשָֽׁיוH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En de EngelH4397GodsH430, Die voor het heirH4264 van IsraelH3478 ging, vertrokH5265, en ging achterH310 hen; de wolkkolomH5982vertrokH5265 ook van hun aangezichtH6440, en stondH5975achterH310 hen.En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.
KJVAnd the angel2of God,3which went4before5the camp6of Israel,7removed1and went8behind9them; and the pillar11of the cloud12went10from before their face,13and stood14behind
1וַיִּסַּ֞עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3הָאֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4הַהֹלֵךְ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl5לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6מַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וַיֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9מֵאַחֲרֵיהֶ֑םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10וַיִּסַּ֞עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way11עַמּ֤וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar12הֶֽעָנָן֙H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)13מִפְּנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14וַיַּֽעֲמֹ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry15מֵאַחֲרֵיהֶֽםH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with
20En zij kwamen tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En zij kwamenH935 tussen het legerH4264 der EgyptenarenH4714, en tussenH996 het legerH4264 van IsraelH3478; en de wolkH6051wasH1961 te gelijk duisternisH2822 en verlichtteH215 den nachtH3915; zodat de een totH413 den anderH2088nietH3808naderdeH7126 den gansenH3605nachtH3915.En zij kwamen tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht.
KJVAnd it came1between the camp3of the Egyptians4and the camp6of Israel;7and it was a cloud9and darkness10to them, but it gave light11by night13to these: so that the one came not near15the other16all the night.
1וַיָּבֹ֞אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within3מַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents4מִצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5וּבֵין֙H996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within6מַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9הֶֽעָנָן֙H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)10וְהַחֹ֔שֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity11וַיָּ֖אֶרH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַלָּ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)14וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15קָרַ֥בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take16זֶ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הַלָּֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
21Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen MozesH4872 zijn handH3027uitstrekteH5186overH5921 de zeeH3220, zo deed de HEEREH3068 de zeeH3220weggaanH3212, door een sterkenH5794oostenwindH6921, dien gansenH3605nachtH3915, en maakte de zeeH3220droogH2724, en de waterenH4325 werden gekliefdH1234.Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.
KJVAnd Moses2stretched out1his hand4over the sea;6and the LORD8caused the sea10to go7back by a strong13east12wind11all that night,15and made16the sea18dry19land, and the waters21were divided.
1וַיֵּ֨טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield2מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יָדוֹ֮H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַיָּם֒H3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)7וַיּ֣וֹלֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַ֠יָּםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)11בְּר֨וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)12קָדִ֤יםH6921oosten, oostenwind, oosterhoekeast(-ward, wind)13עַזָּה֙H5794sterke, sterken, sterkfierce, [phrase] greedy, mighty, power, roughly, strong14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַלַּ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)16וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)19לֶחָרָבָ֑הH2724droge, droog, droogtedry (ground, land)20וַיִּבָּקְע֖וּH1234gekloofd, kliefde, brakenmake a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win21הַמָּֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
22En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En de kinderenH1121IsraelsH3478 zijn ingegaanH935 in het middenH8432 van de zeeH3220, op het drogeH3004; en de waterenH4325 waren hun een muurH2346, aan hun rechterH3225 hand en aan hun linkerhandH8040.En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.
KJVAnd the children2of Israel3went1into the midst4of the sea5upon the dry6ground: and the waters7were a wall9unto them on their right hand,10and on their left.
1וַיָּבֹ֧אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)5הַיָּ֖םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)6בַּיַּבָּשָׁ֑הH3004drogedry (ground, land)7וְהַמַּ֤יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8לָהֶם֙9חֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled10מִֽימִינָ֖םH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south11וּמִשְּׂמֹאלָֽםH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)
23En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En de EgyptenaarsH4714vervolgdenH7291 hen, en gingenH935 in, achterH310 hen, alH3605 de paardenH5483 van FaraoH6547, zijn wagenenH7393 en zijn ruiterenH6571, in het middenH8432 van de zeeH3220.En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee.
KJVAnd the Egyptianspursued,1and went in3after4them to the midst11of the sea,12even all Pharaoh's7horses,6his chariots,8and his horsemen.
1וַיִּרְדְּפ֤וּH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)2מִצְרַ֨יִם֙H4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt3וַיָּבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אַחֲרֵיהֶ֔םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with5כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6ס֣וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)7פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh8רִכְבּ֖וֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon9וּפָרָשָׁ֑יוH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11תּ֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)12הַיָּֽםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En het geschieddeH1961 in dezelfde morgenwakeH1242, dat de HEEREH3068, in de kolomH5982 des vuursH784 en der wolkH6051, zagH8259 op het legerH4264 der EgyptenarenH4714; en Hij verschrikteH2000 het legerH4264 der EgyptenarenH4714.En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren.
KJVAnd it came to pass, that in the morning3watch2the LORD5looked4unto the host7of the Egyptiansthrough the pillar9of fire10and of the cloud,11and troubled12the host14of the Egyptians,
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּאַשְׁמֹ֣רֶתH821nachtwaak, nachtwaken, wakenwatch3הַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow4וַיַּשְׁקֵ֤ףH8259keek, zag, nedergezienappear, look (down, forth, out)5יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7מַחֲנֵ֣הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents8מִצְרַ֔יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt9בְּעַמּ֥וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar10אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot11וְעָנָ֑ןH6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)12וַיָּ֕הָםH2000verschrikte, verslaan, breektbreak, consume, crush, destroy, discomfit, trouble, vex13אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מַחֲנֵ֥הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents15מִצְרָֽיִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israel, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En Hij stietH5493 de raderenH212 hunner wagenenH4818wegH5493, en deed ze zwaarlijkH3517voortvarenH5090. Toen zeidenH559 de EgyptenaarsH4714: Laat ons vliedenH5127 van het aangezichtH6440 van IsraelH3478, wantH3588 de HEEREH3068strijdtH3898 voor hen tegen de EgyptenaarsH4714.En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israel, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.
KJVAnd took off1their chariot4wheels,3that they drave5them heavily:6so that the Egyptians8said,7Let us flee9from the face10of Israel;11for the LORD13fighteth14for them against the Egyptians.
1וַיָּ֗סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֹפַ֣ןH212raderen, rad, paswheel4מַרְכְּבֹתָ֔יוH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)5וַֽיְנַהֲגֵ֖הוּH5090leiden, geleid, leiddeacquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth)6בִּכְבֵדֻ֑תH3517zwaarlijk[idiom] heavily7וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8מִצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9אָנ֨וּסָה֙H5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard10מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14נִלְחָ֥םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)15לָהֶ֖ם16בְּמִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
26En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En de HEEREH3068zeideH559totH413MozesH4872: StrekH5186 uw handH3027 uit overH5921 de zeeH3220, dat de waterenH4325wederkerenH7725overH5921 de EgyptenaarsH4714, overH5921 hun wagenenH7393 en overH5921 hun ruitersH6571.En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Stretch out5thine hand7over the sea,9that the waters11may come again10upon the Egyptians,13upon their chariots,15and upon their horsemen.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5נְטֵ֥הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יָדְךָ֖H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַיָּ֑םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)10וְיָשֻׁ֤בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11הַמַּ֨יִם֙H4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15רִכְבּ֖וֹH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon16וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17פָּרָשָֽׁיוH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman
27Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen strekteH5186MozesH4872 zijn handH3027 uit overH5921 de zeeH3220; en de zeeH3220 kwam weder, tegen het nakenH6437 van den morgenstondH1242, tot haar krachtH386; en de EgyptenaarsH4714vluchttenH5127 die tegemoetH7125; en de HEEREH3068stortteH5287 de EgyptenaarsH4714 in het middenH8432 der zeeH3220.Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee.
KJVAnd Moses2stretched forth1his hand4over the sea,6and the sea8returned7to his strength11when the morning10appeared;9and the Egyptians12fled13against14it; and the LORD16overthrew15the Egyptians18in the midst19of the sea.
1וַיֵּט֩H5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield2מֹשֶׁ֨הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יָד֜וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַיָּ֗םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)7וַיָּ֨שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8הַיָּ֜םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)9לִפְנ֥וֹתH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)10בֹּ֨קֶר֙H1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow11לְאֵ֣יתָנ֔וֹH386sterke, kracht, machtigenhard, mighty, rough, strength, strong12וּמִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13נָסִ֣יםH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard14לִקְרָאת֑וֹH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way15וַיְנַעֵ֧רH5287schudde, uitgeschud, Schuduitshake (off, out, self), overthrow, toss up and down16יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim19בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)20הַיָּֽםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
28Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Want als de waterenH4325wederkeerdenH7725, zo bedektenH3680 zij de wagenenH7393 en de ruitersH6571 van het ganseH3605heirH2428 van FaraoH6547, dat hen nagevolgdH935 was in de zeeH3220; er bleefH7604nietH3808eenH259 van hen over.Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over.
KJVAnd the waters2returned,1and covered3the chariots,5and the horsemen,7and all the host9of Pharaoh10that came11into the sea13after12them; there remained15not so much as17one
1וַיָּשֻׁ֣בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2הַמַּ֗יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))3וַיְכַסּ֤וּH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָרֶ֨כֶב֙H7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַפָּ֣רָשִׁ֔יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman8לְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9חֵ֣ילH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)10פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh11הַבָּאִ֥יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אַחֲרֵיהֶ֖םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with13בַּיָּ֑םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)14לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נִשְׁאַ֥רH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest16בָּהֶ֖ם17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
29Maar de kinderen Israels gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Maar de kinderenH1121IsraelsH3478gingenH1980 op het drogeH3004, in het middenH8432 der zeeH3220; en de waterenH4325 waren hun een muurH2346, aan hun rechterH3225 hand en aan hun linkerhandH8040.Maar de kinderen Israels gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.
KJVBut the children1of Israel2walked3upon dry4land in the midst5of the sea;6and the waters7were a wall9unto them on their right hand,10and on their left.
1וּבְנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3הָלְכ֥וּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4בַיַּבָּשָׁ֖הH3004drogedry (ground, land)5בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6הַיָּ֑םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)7וְהַמַּ֤יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8לָהֶם֙9חֹמָ֔הH2346muur, muren, muurswall, walled10מִֽימִינָ֖םH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south11וּמִשְּׂמֹאלָֽםH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)
30Alzo verloste de HEERE Israel aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israel zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Alzo verlosteH3467 de HEEREH3068IsraelH3478 aan dienH1931dagH3117 uit de handH3027 der EgyptenarenH4714; en IsraelH3478zagH7200 de EgyptenarenH4714doodH4191aanH5921 den oeverH8193 der zeeH3220.Alzo verloste de HEERE Israel aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israel zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee.
KJVThus the LORD2saved1Israel6that day3out of the hand7of the Egyptians;8and Israel10saw9the Egyptians12dead13upon the sea16shore.
1וַיּ֨וֹשַׁעH3467verlossen, verlost, behouden[idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֛וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וַיַּ֤רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13מֵ֖תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15שְׂפַ֥תH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words16הַיָּֽםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)
31Ook zag Israel de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Ook zagH7200IsraelH3478 de groteH1419handH3027, dieH834 de HEEREH3068 aan de EgyptenarenH4714bewezenH6213 had; en het volkH5971vreesdeH3372 den HEEREH3068, en geloofdeH539 in den HEEREH3068, en aan MozesH4872, Zijn knechtH5650.Ook zag Israel de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht.
KJVAnd Israel2saw1that great5work4which the LORD8did7upon the Egyptians:9and the people11feared10the LORD,13and believed14the LORD,15and his servant17Moses.
1וַיַּ֨רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יִשְׂרָאֵ֜לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַיָּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5הַגְּדֹלָ֗הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10וַיִּֽירְא֥וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)11הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14וַיַּֽאֲמִ֨ינוּ֙H539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right15בַּֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16וּבְמֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses17עַבְדּֽוֹH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 14:1— Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:Exodus 13:1→Exodus 12:1→
Exodus 14:2— Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-Hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-Zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee.Jeremia 44:1→Numeri 33:7→Ezechiël 29:10→Exodus 14:9→Exodus 13:17→Jeremia 46:14→
Exodus 14:3— Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten.Richteren 16:2→Psalmen 139:4→Psalmen 3:2→Jeremia 20:10→Psalmen 139:2→1 Samuël 23:23→Handelingen 4:28→Psalmen 71:11→
Exodus 14:4— En Ik zal Farao's hart verstokken, dat hij hen najage; en Ik zal aan Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzo dat de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben. En zij deden alzo.Romeinen 9:22→Exodus 7:5→Romeinen 9:17→Exodus 7:3→Exodus 9:16→Nehemia 9:10→Exodus 14:8→Daniël 4:30→
Exodus 14:5— Toen nu de koning van Egypte werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij zeiden: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israel hebben laten trekken, dat zij ons niet dienden?Psalmen 105:25→2 Petrus 2:20→Jeremia 34:10→Lukas 11:24→Exodus 12:33→
Exodus 14:7— En hij nam zeshonderd uitgelezene wagens, ja, al de wagens van Egypte, en de hoofdlieden over die allen.Exodus 15:4→Psalmen 20:7→Exodus 14:23→Richteren 4:3→Psalmen 68:17→Jesaja 37:24→Richteren 4:15→Jozua 17:16→
Exodus 14:8— Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels najaagde; doch de kinderen Israels waren door een hoge hand uitgegaan.Handelingen 13:17→Numeri 33:3→Deuteronomium 32:27→Exodus 13:9→Deuteronomium 26:8→Exodus 13:16→Exodus 14:4→Exodus 6:1→
Exodus 14:9— En de Egyptenaars jaagden hen na, en achterhaalden hen, daar zij zich gelegerd hadden aan de zee; al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters, en zijn heir; nevens Pi-Hachiroth, voor Baal-Zefon.Exodus 15:9→Jozua 24:6→Exodus 14:2→
Exodus 14:10— Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.Jozua 24:7→Nehemia 9:9→Psalmen 34:17→Psalmen 107:6→Psalmen 106:44→Psalmen 107:28→Psalmen 107:19→1 Johannes 4:18→
Exodus 14:11— En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt?Psalmen 106:7→Exodus 17:2→Numeri 16:41→Numeri 11:1→Exodus 15:23→Exodus 16:2→Genesis 43:6→Numeri 14:1→
Exodus 14:12— Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven.Exodus 5:21→Exodus 3:9→Markus 5:17→Exodus 6:9→Jona 4:8→Hosea 4:17→Jona 4:3→Markus 5:7→
Exodus 14:13— Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid.Exodus 14:30→2 Kronieken 20:17→2 Kronieken 20:15→Klaagliederen 3:26→Genesis 49:18→2 Koningen 6:16→Nehemia 9:9→Hosea 13:4→
Exodus 14:14— De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.Deuteronomium 3:22→Deuteronomium 20:4→Jozua 23:3→Deuteronomium 1:30→Jesaja 30:15→2 Kronieken 20:17→2 Kronieken 20:29→Nehemia 4:20→
Exodus 14:15— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken.Ezra 10:4→Jozua 7:10→Exodus 17:4→Nehemia 9:9→
Exodus 14:16— En gij, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief dezelve, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge.Exodus 7:19→Exodus 4:17→Exodus 14:26→Exodus 4:20→Numeri 20:8→Jesaja 10:26→Exodus 7:9→Exodus 4:2→
Exodus 14:17— En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.Exodus 14:4→Exodus 14:8→Exodus 7:13→Leviticus 26:28→Ezechiël 5:8→Jeremia 23:39→Ezechiël 34:20→Exodus 7:3→
Exodus 14:18— En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.Exodus 7:5→Exodus 7:17→Exodus 14:4→
Exodus 14:19— En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.Numeri 20:16→Exodus 32:34→Jesaja 63:9→Exodus 13:21→Exodus 14:24→Exodus 23:20→
Exodus 14:20— En zij kwamen tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht.Jesaja 8:14→Psalmen 18:11→2 Korinthe 2:15→Spreuken 4:18→
Exodus 14:21— Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.Jesaja 63:12→Exodus 15:8→Psalmen 66:6→Nehemia 9:11→Psalmen 74:13→Jozua 4:23→Psalmen 78:13→Jesaja 51:10→
Exodus 14:22— En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.Hebreeën 11:29→Psalmen 66:6→Exodus 15:19→Psalmen 78:13→Exodus 14:29→Exodus 15:8→Jesaja 63:13→1 Korinthe 10:1→
Exodus 14:23— En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee.Exodus 14:17→1 Koningen 22:20→Exodus 15:19→Jesaja 14:24→Exodus 15:9→Prediker 9:3→
Exodus 14:24— En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren.Exodus 13:21→Psalmen 77:16→Job 34:29→Psalmen 104:32→Psalmen 18:13→Job 23:15→Job 34:20→Job 40:12→
Exodus 14:25— En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israel, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.Exodus 14:14→Amos 5:19→Richteren 4:15→Amos 1:14→Job 27:22→Deuteronomium 3:22→Jeremia 51:21→Job 11:20→
Exodus 14:26— En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters.Exodus 14:16→Exodus 8:5→Mattheüs 7:2→Exodus 1:22→Exodus 7:19→Richteren 1:6→Jakobus 2:13→Openbaring 16:6→
Exodus 14:27— Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee.Jozua 4:18→Psalmen 78:53→Deuteronomium 11:4→Exodus 14:21→Hebreeën 11:29→Exodus 15:1→Richteren 5:20→
Exodus 14:28— Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over.Psalmen 78:53→Habakuk 3:8→Habakuk 3:13→Psalmen 136:15→Hebreeën 11:29→Psalmen 106:9→Deuteronomium 11:4→Exodus 14:13→
Exodus 14:29— Maar de kinderen Israels gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.Exodus 14:22→Jozua 3:16→Psalmen 78:52→Psalmen 77:19→Jesaja 51:13→Jesaja 51:10→Jesaja 63:12→Psalmen 66:6→
Exodus 14:30— Alzo verloste de HEERE Israel aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israel zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee.Psalmen 106:10→Psalmen 106:8→Exodus 14:13→Psalmen 58:10→Psalmen 59:10→Jesaja 63:9→Judas 1:5→Psalmen 92:9→
Exodus 14:31— Ook zag Israel de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht.Johannes 2:11→Johannes 11:45→Exodus 4:31→Exodus 19:9→2 Kronieken 20:20→1 Samuël 12:18→Psalmen 106:12→Johannes 2:23→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 14 vers 2— Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-Hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-Zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee.
voor Pi-Hachirôth,
Anders, voor den mond van Chiroth; dat is, voor de engte, of ingang, tussen de bergen van Chiroth.
Hertaald:voor Pi-Hachirôth,
Anders: voor de mond van Chiroth; dat is: voor de engte, of ingang, tussen de bergen van Chiroth.
Migdol en tussen de zee,
De naam van een stad in Egypte, Jer. 44:1.
Hertaald:Migdol en tussen de zee,
De naam van een stad in Egypte, Jer. 44:1.
Exodus 14 vers 3— Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten.
Faraö dan zal zeggen van de kinderen Israëls
Te weten, wanneer hij horen zal dat gij terug zijt gegaan, en op een zeer ongelegen plaats gelegerd zijt.
Hertaald:Faraö dan zal zeggen van de kinderen Israëls
Namelijk: wanneer hij zal horen dat u teruggekeerd bent en u op een zeer ongunstige plaats gelegerd hebt.
die woestijn heeft hen besloten
Hebreeuws, de woestijn heeft over hen besloten.
Hertaald:die woestijn heeft hen besloten
Hebreeuws: de woestijn heeft over hen besloten.
Exodus 14 vers 4— En Ik zal Farao's hart verstokken, dat hij hen najage; en Ik zal aan Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzo dat de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben. En zij deden alzo.
verheerlijkt worden,
God behaalt eer, zowel in het straffen der goddelozen, als in het ontfermen over zijn uitverkorenen; Ezech. 28:22; Rom. 9:22-23.
Hertaald:verheerlijkt worden,
God verkrijgt eer, zowel bij het straffen van de goddelozen als bij het Zich ontfermen over Zijn uitverkorenen; Ezech. 28:22; Rom. 9:22-23.
Egyptenaars zullen weten,
Zowel die, welke in de zee verdrinken zullen, als die, welke in het leven blijven zullen.
Hertaald:Egyptenaars zullen weten,
Zowel zij die in de zee zullen verdrinken, als zij die in leven zullen blijven.
zij deden alzo
Dat is, zij gingen terug, gelijk de Heere hun geboden had.
Hertaald:zij deden alzo
Dat is: zij keerden terug, zoals de HEERE hun geboden had.
Exodus 14 vers 5— Toen nu de koning van Egypte werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij zeiden: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israel hebben laten trekken, dat zij ons niet dienden?
dat zij ons niet dienden?
Hebreeuws, van ons te dienen.
Hertaald:dat zij ons niet dienden?
Hebreeuws: van ons te dienen.
Exodus 14 vers 7— En hij nam zeshonderd uitgelezene wagens, ja, al de wagens van Egypte, en de hoofdlieden over die allen.
al de wagens van Egypte,
Versta, die allen, welke men in de haast heeft kunnen krijgen.
Hertaald:al de wagens van Egypte,
Versta hieronder: al degene die men in de haast bijeen kon krijgen.
hoofdlieden over die allen
Het Hebreeuwse woord heeft zijn oorsprong van drie, of derde, zodat enigen hier verstaan de derde soort of orde bij den koning.
Hertaald:hoofdlieden over die allen
Het Hebreeuwse woord is afgeleid van 'drie', of 'derde', zodat sommigen hier de derde rang of orde bij de koning verstaan.
Exodus 14 vers 8— Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels najaagde; doch de kinderen Israels waren door een hoge hand uitgegaan.
door een hoge hand uitgegaan
Dat is, door Gods macht; vergelijk Ex. 13:16. Anders, openlijk, vrijmoediglijk, in goede orde. Zie Ex. 13:18, en in het aanzien der Egyptenaars, Num. 33:3.
Hertaald:door een hoge hand uitgegaan
Dat is: door Gods macht; vergelijk Ex. 13:16. Anders: openlijk, vrijmoedig, in goede orde. Zie Ex. 13:18, en in het bijzijn van de Egyptenaren, Num. 33:3.
Exodus 14 vers 10— Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
de Egyptenaars togen achter hen;
Anders, Egypte toog, of reisde; dat is, de Egyptenaars.
Hertaald:de Egyptenaars togen achter hen;
Anders: Egypte trok, of reisde; dat is: de Egyptenaren.
Exodus 14 vers 13— Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid.
vast,
Dat is, wankelt niet in uw hart.
Hertaald:vast,
Dat is: wankel niet in uw hart.
het heil des HEEREN,
Dat is, de victorie, die de Heere geven zal. Zie Gen. 49:18.
Hertaald:het heil des HEEREN,
Dat is: de overwinning die de HEERE geven zal. Zie Gen. 49:18.
gij heden gezien hebt,
Anders, gelijk gij hen heden gezien hebt.
Hertaald:gij heden gezien hebt,
Anders: zoals u hen heden gezien hebt.
Exodus 14 vers 14— De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.
gij zult stil zijn
Alsof hij zeggen wilde: Gijlieden zult niets er toe doen, noch met woorden, noch met werken, de Heere zal voor u vechten. Of, weest gijlieden maar stil, houdt op van murmureren tegen God en mij.
Hertaald:gij zult stil zijn
Alsof hij wilde zeggen: u hoeft er niets aan te doen, noch met woorden, noch met daden; de HEERE zal voor u strijden. Of: wees maar stil, houd op met morren tegen God en mij.
Exodus 14 vers 17— En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren.
En Ik, zie,
Anders, wat mij aangaat, ziet, Ik zal.
Hertaald:En Ik, zie,
Anders: wat Mij betreft, zie, Ik zal.
daarin gaan;
Te weten, in de zee.
Hertaald:daarin gaan;
Namelijk: in de zee.
Exodus 14 vers 19— En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.
de Engel Gods,
Ex. 13:21 wordt Hij genoemd de Heere.
Hertaald:de Engel Gods,
In Ex. 13:21 wordt Hij de HEERE genoemd.
Exodus 14 vers 20— En zij kwamen tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht.
duisternis en verlichtte den nacht;
Duisternis bij de Egyptenaars, die achter kwamen, en verlichtende de Israëlieten, die voorgingen.
Hertaald:duisternis en verlichtte den nacht;
Duisternis voor de Egyptenaren, die er achteraan kwamen, en licht voor de Israëlieten, die voorop gingen.
Exodus 14 vers 21— Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd.
maakte de zee droog,
Hebreeuws, zette de zee ter droogte.
Hertaald:maakte de zee droog,
Hebreeuws: zette de zee tot droogte.
Exodus 14 vers 22— En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand.
zijn ingegaan in het midden van de zee,
De kinderen Israëls hadden tevoren wel een anderen, bekwamer weg kunnen ingaan dan door de Rode zee, maar het heeft God den Heere beliefd, hen daardoor te doen passeren, om Faraö en zijn heirleger te doen verdrinken, en zijn kracht te betonen.
Hertaald:zijn ingegaan in het midden van de zee,
De kinderen van Israël hadden vooraf wel een andere, geschiktere weg kunnen nemen dan door de Rode Zee, maar het heeft God de HEERE behaagd hen daardoor te laten trekken, om Farao en zijn leger te laten verdrinken en Zijn kracht te tonen.
Exodus 14 vers 24— En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren.
dat de HEERE,
De profeet David verhaalt dit, Ps. 77:18-19, met veel omstandigheden, betuigende dat zich God de Heere vertoonde met bliksem, donder en regen tegen de Egyptenaars.
Hertaald:dat de HEERE,
De profeet David vertelt dit in Ps. 77:18-19 uitvoerig, en getuigt dat God de HEERE Zich tegen de Egyptenaren toonde met bliksem, donder en regen.
in de kolom des vuurs en der wolk,
Deze kolom was vuur van voren, maar duister van achteren.
Hertaald:in de kolom des vuurs en der wolk,
Deze zuil was aan de voorkant vuur, maar aan de achterkant duister.
zag op het leger der Egyptenaren;
Dat is, God heeft zich krachtiglijk vertoond, zijnde in de vuurkolom.
Hertaald:zag op het leger der Egyptenaren;
Dat is: God heeft Zich krachtig getoond, aanwezig in de vuurzuil.
verschrikte het leger der Egyptenaren
Of, verstoorde, verbrak, versloeg.
Hertaald:verschrikte het leger der Egyptenaren
Of: verstoorde, verbrak, versloeg.
Exodus 14 vers 25— En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israel, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.
hunner wagenen weg,
Hebreeuws, zijner [idem] deed hem, dat is, elk een; of, het ziet op het vorafgaande woord, leger.
Hertaald:hunner wagenen weg,
Hebreeuws: zijner (idem) deed hem; dat is: elk een; of: het slaat op het voorafgaande woord 'leger'.
deed ze zwaarlijk voortvaren
Hebreeuws, Hij leidde hen met zwaarte.
Hertaald:deed ze zwaarlijk voortvaren
Hebreeuws: Hij leidde hen met zwaarte.
Toen zeiden de Egyptenaars
Hebreeuws, de Egyptenaar zeide: laat mij vlieden.
Hertaald:Toen zeiden de Egyptenaars
Hebreeuws: de Egyptenaar zei: laat mij vluchten.
HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars
Hier wordt voltrokken hetgeen vs.14 voorzegd is.
Hertaald:HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars
Hier wordt vervuld wat in vers 14 voorzegd is.
Exodus 14 vers 26— En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters.
dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars,
Dit deed de Heere door een sterken wind, Ex. 15:10.
Hertaald:dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars,
Dit deed de HEERE door een sterke wind, Ex. 15:10.
Exodus 14 vers 27— Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee.
naken van den morgenstond,
Hebreeuws, aanzien, of wederkeren; dat is, met het aanbreken van den dag.
Hertaald:naken van den morgenstond,
Hebreeuws: aanzien, of: wederkeren; dat is: bij het aanbreken van de dag.
tot haar kracht;
Dat is, tot haar gewonen vloed; want tevoren was zij opgehouden geweest.
Hertaald:tot haar kracht;
Dat is: tot haar gewone vloed; want daarvoor was die opgehouden.
die tegemoet;
Te weten, zee; dat is, waar de Egyptenaars zich keerden of wendden, de zee kwam hen tegen.
Hertaald:die tegemoet;
Namelijk: de zee; dat is: waarheen de Egyptenaren zich ook keerden of wendden, de zee kwam hen tegemoet.
stortte de Egyptenaars in het midden der zee
Hebreeuws, schudde hen uit. Dit is een rechtvaardige straf van God geweest over de Egyptenaars, die de kleine kinderen der Israëlieten in het water geworpen en gesmoord hadden.
Hertaald:stortte de Egyptenaars in het midden der zee
Hebreeuws: schudde hen uit. Dit was een rechtvaardige straf van God over de Egyptenaren, die de kleine kinderen van de Israëlieten in het water geworpen en verdronken hadden.
Exodus 14 vers 28— Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over.
wederkeerden,
Wel verstaande, afvallende van de hopen, waarin zij op elkander gelopen waren.
Hertaald:wederkeerden,
Namelijk: uiteenvallend van de hopen waarin zij op elkaar gelopen waren.
hen nagevolgd was in de zee;
Te weten, de Israël.
Hertaald:hen nagevolgd was in de zee;
Namelijk: Israël.
Exodus 14 vers 30— Alzo verloste de HEERE Israel aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israel zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee.
dood
Anders, stervende.
Hertaald:dood
Anders: stervend.
aan den oever der zee
Hebreeuws, aan de lip der zee.
Hertaald:aan den oever der zee
Hebreeuws: aan de lip der zee.
Exodus 14 vers 31— Ook zag Israel de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht.
de grote hand,
Dat is, het voortreffelijk en krachtig werk des Heeren, gelijk Ps. 109:27.
Hertaald:de grote hand,
Dat is: het voortreffelijke en krachtige werk van de HEERE, zoals Ps. 109:27.
bewezen had;
Hebreeuws, gedaan.
Hertaald:bewezen had;
Hebreeuws: gedaan.
en aan Mozes, Zijn knecht
Dat is, zij geloofden het woord, hetwelk Mozes in den naam Gods tot hen sprak, gelijk Ex. 19:9, en 2 Kron. 20:20. De manier van spreken in het Hebreeuws is wel enerlei, maar het onderscheid wordt genomen uit de natuur van de zaak.
Hertaald:en aan Mozes, Zijn knecht
Dat is: zij geloofden het woord dat Mozes in Gods naam tot hen sprak, zoals Ex. 19:9, en 2 Kron. 20:20. De manier van spreken is in het Hebreeuws wel gelijk, maar het onderscheid wordt afgeleid uit de aard van de zaak.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Pi-Hachiroth — onzeker; van de betekenis van de naam is niets met zekerheid bekend
Ligging: Ergens aan de westelijke oever van de Schelfzee, tussen Migdol en de zee, tegenover Baäl-Zefon; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Hier legerde Israël zich vlak voor de doortocht door de Schelfzee, op Gods eigen aanwijzing — een schijnbaar hopeloze positie, "ingesloten in het land", die Farao ertoe bracht Israël te achtervolgen (Ex. 14:1-9).
Bijbelse betekenis: De plaats van de grootste beproeving vlak vóór de grootste verlossing — waar het volk, ogenschijnlijk in de val gelokt, moest leren stil te zijn en de verlossing des HEEREN te zien (Ex. 14:13-14).
Ex. 14:1-9; Num. 33:7-8
Migdol — Hebreeuws voor "toren, wachttoren"
Ligging: Ergens ten westen van de Bittere Meren, mogelijk een uitkijktoren op een van de bergtoppen van het Jebel Ataka-gebergte; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Genoemd als oriëntatiepunt bij de legerplaats van Israël vlak vóór de Schelfzeedoortocht: "tussen Migdol en de zee" (Ex. 14:2; Num. 33:7).
Bijbelse betekenis: Samen met Pi-Hachiroth en Baäl-Zefon een van de oriëntatiepunten die de ogenschijnlijk uitzichtloze positie van Israël markeren, vlak voordat de HEERE op wonderlijke wijze een weg door de zee baande.
Ex. 14:2; Num. 33:7
Baäl-Zefon — Hebreeuws voor "heer van het noorden"; mogelijk de naam van een Semitische afgod met een heiligdom op deze plaats
Ligging: Tegenover de legerplaats van Israël, aan de overzijde bij Pi-Hachiroth; de precieze locatie is onbekend.
Geschiedenis: Genoemd als tweede oriëntatiepunt, tegenover de legerplaats van Israël vlak vóór de Schelfzeedoortocht (Ex. 14:2,9; Num. 33:7).
Bijbelse betekenis: Een heidense godennaam die de omgeving van Israëls grootste verlossingswonder markeert — een stille herinnering dat de ware bevrijding niet van enige afgod, maar alleen van de HEERE komt.
Ex. 14:2,9; Num. 33:7
De Schelfzee (Rode Zee) — Hebreeuws Jam Soef, letterlijk "zee van riet/zeewier"; door de Septuaginta en de meeste vertalingen weergegeven als "Rode Zee"
Ligging: In de Schrift wordt de naam zowel gebruikt voor de Golf van Suez als voor de Golf van Akaba; de zee die Israël hier doortrok was vermoedelijk de (in de oudheid noordelijker reikende) Golf van Suez, ter hoogte van de latere Bittere Meren.
Geschiedenis: Hier baande de HEERE, door een sterke oostenwind de hele nacht, een weg dwars door de zee, zodat Israël droogvoets kon oversteken; toen de Egyptenaren hen achterna trokken, liet de HEERE de wateren terugvloeien en verdronk heel de legermacht van Farao (Ex. 14:15-31). Israël bezong deze verlossing in het lied van Mozes (Ex. 15:1-21).
Bijbelse betekenis: Het grote verlossingswonder van het Oude Testament bij uitstek — de definitieve bevrijding uit de slavernij van Egypte, die door heel de verdere Schrift heen als het grondpatroon van Gods verlossende handelen wordt aangehaald.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Uittocht (Rode Zee)
Nadat Farao Israël uit Egypte had laten gaan, achtervolgde hij het volk met zijn leger tot aan de Schelfzee. Op Gods bevel strekte Mozes zijn staf uit, de zee spleet zich, en Israël trok droogvoets erdoorheen, terwijl de achtervolgende Egyptenaren in de terugkerende wateren omkwamen (Ex. 14:1-31). Israël zag die dag Gods grote hand, en geloofde in de HEERE en in Mozes, Zijn knecht (Ex. 14:31).
Bijbelse betekenis: Deze doortocht is de grondslag en het blijvende voorbeeld van Gods verlossing in het Oude Testament: Israël deed zelf niets dan stilstaan en zien (Ex. 14:13). De verlossing was volledig Gods eigen werk, en niet het resultaat van Israëls kracht of strijd.
Typologie: Paulus noemt deze doortocht een doop in Mozes, in de wolk en in de zee (1 Kor. 10:1-2). De vroege kerk heeft dat beeld doorgetrokken naar de doop als teken van de verlossing die alleen God bewerkt: de gelovige gaat, evenals Israël, niet door eigen kracht maar door Gods reddende hand door het water heen.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toeuitwerking
Door de zee heen, op het droge — 14:13-31
Israël staat klem tussen het water en het leger van Farao. Verlost uit Egypte, maar nog niet vrij — de macht die hen vasthield is nog niet gebroken.
God maakt een weg door het water waar geen weg was; het volk doet niets dan staan en zien.
Mozes zegt tegen het volk: staat vast, en ziet het heil des HEEREN. Dat is de kern van de doortocht — het is van begin tot eind Gods werk. De wateren worden gekliefd, het volk gaat op het droge, en het water dat voor Israël een muur was, wordt voor Egypte een graf. Paulus gebruikt deze doortocht als beeld van de doop: allen zijn zij in Mozes gedoopt in de zee. De uittocht wordt bovendien in de Schrift zelf het grote model van verlossing; de profeten grijpen er telkens op terug als zij een nieuwe verlossing aankondigen, en op de berg der verheerlijking spreken Mozes en Elia met Christus over Zijn uitgang die Hij te Jeruzalem volbrengen zou. Het woord dat Lukas daar gebruikt is hetzelfde als het Griekse woord voor uittocht.
Exodus 14:13 — Staat vast, en ziet het heil des HEEREN.
Exodus 14:21 — De wateren worden gekliefd; het volk gaat op het droge.
Jesaja 43:16 — De profeten grijpen op de uittocht terug als beeld van nieuwe verlossing.
1 Korinthe 10:1-2 — Allen zijn in Mozes gedoopt in de zee.
Lukas 9:31 — Op de berg spreken zij met Christus over Zijn uitgang te Jeruzalem.
In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 10:1-2; Lukas 9:31; Jesaja 43:16-19; Hebreeën 11:29
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Exodus 14:1–2. KruisverwijzingenJeremia 44:1→Numeri 33:7→Exodus 13:1→Exodus 12:1→Ezechiël 29:10→Exodus 14:9→Exodus 13:17→Jeremia 46:14→ — Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-Hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-Zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee. Het zou misschien voldoende zijn geweest als de wolkkolom zich in die richting had bewogen. Maar het was zo’n buitengewone leiding van de Heere om Zijn volk rechtstreeks naar de zee te voeren, dat Hij niet alleen de wolkkolom liet voortgaan, maar ook een uitdrukkelijk bevel gaf. Opdat Mozes zelf niet verbijsterd zou raken door deze voor hem zo merkwaardige leiding, zegt de Heere hem wat hij tot het volk moet spreken en geeft Hij vervolgens deze verklaring.
Exodus 14:3–4.KruisverwijzingenRomeinen 9:22→Exodus 7:5→Romeinen 9:17→Exodus 7:3→Exodus 9:16→Richteren 16:2→Psalmen 139:4→Psalmen 3:2→ — Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten. En Ik zal Farao's hart verstokken, dat hij hen najage; en Ik zal aan Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzo dat de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben. En zij deden alzo. Israël was uit Egypte vertrokken. Geen hoef van hun vee was achtergebleven en ook geen kind of oude man was in het slavenhuis achtergelaten. Maar hoewel zij vertrokken waren, werden zij niet vergeten door de tiran die hen had onderdrukt. Zij waren een waardevolle groep arbeiders geweest, want zij hadden voor de farao schatsteden en voorraadplaatsen gebouwd. Omdat zij zonder loon moesten werken, kostten zij de tiran niets anders dan de zweep. Toen zij weg waren, begon de farao te beseffen wat hij had verloren, en zijn dienaren dachten er net zo over. Daarom riepen zij: “Waarom hebben wij dit gedaan, dat wij Israël uit onze dienst hebben laten gaan?” Vervolgens besloten zij hen terug te halen, en zij meenden dat dit gemakkelijk zou zijn. Zij wisten dat de Israëlieten geen krijgshaftig volk waren en waren ervan overtuigd dat zij hen slechts hoefden in te halen om hen als een kudde vee terug te drijven. Misschien had hun God Zijn laatste pijl afgeschoten en kon Egypte Zijn volk zonder vrees voor nieuwe plagen opnieuw gevangennemen. Zo dachten zij, maar de Heere dacht anders.
Die vier woorden: “En zij deden alzo”, zijn kort en eenvoudig, maar zeggen bijzonder veel. Och, mocht dat altijd van ons gezegd kunnen worden wanneer God ons iets gebiedt: “En zij deden alzo.”
Exodus 14:5. KruisverwijzingenPsalmen 105:25→2 Petrus 2:20→Jeremia 34:10→Lukas 11:24→Exodus 12:33→ — Toen nu de koning van Egypte werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij zeiden: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israel hebben laten trekken, dat zij ons niet dienden? Niets anders dan de genade van God kan een mens werkelijk verootmoedigen. Deze Egyptenaren waren door zware plagen tot een schijnbare nederigheid gedwongen, maar al spoedig waren zij weer even hoogmoedig als tevoren. Alleen de almachtige genade van God kan een trots en hardnekkig hart werkelijk onderwerpen.
Exodus 14:6–8. KruisverwijzingenHandelingen 13:17→Numeri 33:3→Exodus 15:4→Psalmen 20:7→Exodus 14:23→Richteren 4:3→Psalmen 68:17→Jesaja 37:24→ — En hij spande zijn wagen aan, en nam zijn volk met zich. En hij nam zeshonderd uitgelezene wagens, ja, al de wagens van Egypte, en de hoofdlieden over die allen. Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels najaagde; doch de kinderen Israels waren door een hoge hand uitgegaan. Zij waren vastberaden en moedig zolang zij beseften dat God met hen was. De Egyptenaren daarentegen waren onverschrokken en hoogmoedig, hoewel God niet met hen was. Er waren die dag twee verheven machten: de macht van de trotse, nietige farao en de macht van de eeuwig gezegende, almachtige HEERE.
Exodus 14:9–10. KruisverwijzingenExodus 15:9→Jozua 24:7→Nehemia 9:9→Jozua 24:6→Psalmen 34:17→Psalmen 107:6→Exodus 14:2→Psalmen 106:44→ — En de Egyptenaars jaagden hen na, en achterhaalden hen, daar zij zich gelegerd hadden aan de zee; al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters, en zijn heir; nevens Pi-Hachiroth, voor Baal-Zefon. Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE. Doordat zij vergaten wat God voor hen had gedaan en wat Hij hun had beloofd, werden zij bevreesd toen zij hun vroegere meester zagen naderen. Zij kenden de wreedheid van de Egyptenaren in oorlogstijd, en de moed zonk hun in de schoenen.
Exodus 14:10. KruisverwijzingenJozua 24:7→Nehemia 9:9→Psalmen 34:17→Psalmen 107:6→Psalmen 106:44→Psalmen 107:28→Psalmen 107:19→1 Johannes 4:18→ — Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE. Ach, geliefde vrienden, als zij in een waar gelovig gebed tot de Heere hadden geroepen, zouden zij lof hebben verdiend. Maar dat deden zij niet. Zij riepen tot de Heere in een ongelovige klacht, zoals het volgende vers duidelijk laat zien.
Exodus 14:11–12. KruisverwijzingenPsalmen 106:7→Exodus 5:21→Exodus 17:2→Numeri 16:41→Numeri 11:1→Exodus 15:23→Exodus 16:2→Genesis 43:6→ — En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt? Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven. Wat waren zij toch laf en moedeloos! Was dit het volk dat Kanaän zou veroveren? Was dit Gods uitverkoren volk? Ach, veroordeel hen niet, want u en ik zijn vaak even moedeloos en even wankelmoedig geweest als zij. Moge God ons vergeven, zoals Hij ook hen telkens opnieuw heeft vergeven.
Exodus 14:13–15. KruisverwijzingenDeuteronomium 3:22→Deuteronomium 20:4→Jozua 23:3→Deuteronomium 1:30→Jesaja 30:15→Exodus 14:30→2 Kronieken 20:29→Nehemia 4:20→ — Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid. De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn. Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. Mozes bad ongetwijfeld in zijn hart, al lezen wij niet dat hij zijn gebed hardop uitsprak. Maar dit was niet de tijd om te bidden; het was de tijd om te handelen. Wanneer mensen, terwijl zij hun plicht kennen, zeggen: “Wij zullen er eerst voor bidden”, bedoelen zij vaak dat zij een reden zoeken om het niet te doen. U hoeft niet over een zaak te bidden wanneer u weet wat uw plicht is. Ga dan eenvoudig heen en doe wat u behoort te doen.
Exodus 14:15. KruisverwijzingenEzra 10:4→Jozua 7:10→Exodus 17:4→Nehemia 9:9→ — Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken. Geestelijke mensen nemen in hun nood onmiddellijk de toevlucht tot het gebed, zoals een hert op de vlucht slaat wanneer het wordt opgejaagd. Het gebed is een toevlucht die nooit faalt; het brengt altijd een zegen met zich mee. Zelfs los van de verhoring is het beoefenen van het gebed heilzaam voor degene die bidt. Het zij verre van mij ooit iets te zeggen dat afbreuk doet aan deze heilige, zalige en hemelse oefening.
Toch zijn er momenten waarop bidden alleen niet voldoende is, ja, waarop zelfs het gebed niet op zijn plaats is. Dat lijkt misschien een harde uitspraak, maar onze tekst zegt het duidelijk. Mozes bad of God Zijn volk wilde verlossen, maar de Heere zei tegen hem: „Waarom roept gij tot Mij?” Dat wil zeggen: dit is niet de tijd om te bidden, maar om te handelen. “Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij voorttrekken.” Wanneer wij over een zaak voldoende hebben gebeden, wordt het zondig om nog langer te talmen. Dan is het onze duidelijke plicht onze verlangens om te zetten in daden en, nadat wij Gods leiding hebben gezocht en Zijn kracht hebben ontvangen, zonder verder beraad of uitstel onze plicht te doen.
Exodus 14:16–20. KruisverwijzingenExodus 7:19→Exodus 4:17→Exodus 14:4→Exodus 14:8→Exodus 14:26→Exodus 4:20→Exodus 7:5→Numeri 20:16→ — En gij, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief dezelve, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge. En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren. En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren. En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. En zij kwamen tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht. God was als een vurige muur tussen Zijn volk en hun vijanden. Daarom hadden zij geen enkele reden om bang te zijn, hoe dichtbij de Egyptenaren ook waren.
Exodus 14:21–25. KruisverwijzingenJesaja 63:12→Exodus 15:8→Hebreeën 11:29→Exodus 15:19→Exodus 14:29→Exodus 14:14→Psalmen 66:6→Nehemia 9:11→ — Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee. En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren. En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israel, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars. Zij bevonden zich nu midden in de zee, tussen twee hoge muren van water. En voordat de Egyptenaren konden ontkomen, zie wat er met hen gebeurde.
Exodus 14:26–31. KruisverwijzingenExodus 14:22→Jozua 4:18→Psalmen 106:10→Psalmen 106:8→Johannes 2:11→Exodus 14:16→Habakuk 3:8→Habakuk 3:13→ — En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee. Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over. Maar de kinderen Israels gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. Alzo verloste de HEERE Israel aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israel zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee. Ook zag Israel de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht. En dat was niet zonder reden. Toch morden zij al spoedig opnieuw, zowel tegen de Heere als tegen Mozes.
VOORTZETTING VAN DE UITTOCHT, ONDERGANG VAN DE EGYPTENAREN IN DE RODE ZEE.
I. Exodus 14 vers 1-18
Terwijl de kinderen van Israël in zuidoostelijke richting naar het noordelijk einde van de Rode Zee gaan, ontvangen zij bevel van Etham af meer rechts te gaan, en zich te begeven voor Baäl-Zefon, aan de westelijke zijde van de zee, nog binnen het gebied van Egypte. Het geschiedt, zoals de Heere gewild heeft. Farao ijlt hem na met zijn wagens en ruiters; maar nu is het uur gekomen, dat de Heere Zijn heerlijkheid aan Farao bewijst, zodat hij met de zijnen omkomt.
1. Toen, nog voordat de wolkkolom op de morgen van de vierde dag (hoofdstuk 13:21 vv.) zich verhief, sprak de HEERE tot Mozes, om hem de reden en het doel van de schijnbaar zo dwaze leiding te openbaren, zeggende:
2. Spreek tot de kinderen van Israël, en beveel hen in Mijn naam, dat zij niet in de tot hiertoe ingeslagen richting naar het zuidoosten verder trekken, maar terugkeren, de wolkkolom volgende, in de richting naar het zuiden, en zich legeren voor Pi-Hachirôth (mond van spelonken of een plaats waar gras groeit), ten zuidoosten van de uitgang van de bergpas bij Hachiroth (Numeri. 33:7), tussen Migdol (vesting) ter rechterzijde, en tussen de zee ter linkerzijde: voor, dicht bij, Baäl Zefon (heer van het noorden), daartegenover in de vijf uur lange en even zo brede vlakte zult gij u legeren aan de zee. 1)
1) Een van de oudste meningen over de weg, die de kinderen van Israël van Gosen tot aan de Rode Zee insloegen, is de onlangs weer door K.v.Raumer verdedigde gedachte, volgens welke Raméses niet als de naam van een stad, maar van het gehele land Gosen mede aan te merken is, en de stad On of Heliopolis (Genesis 41:45) als eerste verzamelplaats te nemen is. Van daar heeft zich dan het leger in zuidelijke richting naar het bij Caïro gelegen dorp Besatin gewend, en in de nabijheid het eerste leger (Sukkoth) opgeslagen. Op de tweede dag volgde Israël de zuidoostelijke richting, door het zogenoemde dal van de verdwaling (Wady-et-Tih) tot aan de bron Gandelhy (Etham), en zou nu van hier uit de noordoostelijke richting, door een met dit dal verbonden, tussen het gebergte Mokattem in het westen en Atakah in het oosten naar het noordeinde van Heroöpolitaanse golf opvoerend tweede dal, hebben moeten inslaan, om naar de woestijn Sur te komen. In plaats daarvan ontvangen de kinderen van Israël op de derde dag bevel, om zich om te wenden; dat is de zuidoostelijke richting verder te vervolgen, en hun weg door het dal van de verdwaling tot aan het uiteinde, de zeevlakte Bede (Hachiroth), voort te zetten. Wij kunnen met deze opvattingen niet instemmen, om redenen, die wij hier niet elk in het bijzonder kunnen aanwijzen; wel blijven wij bij het Wady-et-Tih, “dal van de verdwaling” dat zijn naam daarvan verkregen heeft, dat men het voor de door Mozes beschreven weg van de kinderen van Israël hield, nog een ogenblik staan. De bergketen, die dit dal ten noorden begrenst, verdeelt zich in twee helften, daar, waar de bovengenoemde bron Gandelhy zich bevindt, en het dal van de verdwaling in een tweede dal uitloopt, dat naar het noordoosten zich uitstrekt. Het westelijk gedeelte van die bergketen is Mokattem, het oostelijke het gebergte Atakah. Het laatste komt zó nabij aan de zee, en maakt de zeekust zó nauw, dat slechts weinig mensen naast elkaar kunnen gaan. Hier lag Baäl-Zefon, waar de Egyptische afgod Tyfon een heiligdom had. Men geloofde, dat deze god de lijfeigenen en gevangenen, wanneer zij uit Egypte hierdoor wilden vluchten, terugbande en niet uit het land liet gaan; het is dus een veelbetekende hoon, de afgod aangedaan, dat Israël zich in het gezicht van zijn heiligdom moet legeren, om dan straks onder zijn ogen midden door de Rode zee te gaan. Twee of drie mijl ten noorden van Atakah loopt de karavaanweg, die door Caïro naar Suez leidt, nadat zij de bergpas Muktala achter zich gelaten heeft, en dan door een bergkloof doorgegaan is, in een vlakte uit. Hier bevindt zich een kleine vesting tot bescherming van de karavanen; zij heeft een bron met overvloedig, maar zoutachtig water, heet thans Adschrud en is duidelijk dezelfde plaats als ons Pi-Hachiroth, terwijl Migdol met de straks genoemde bergpas Muktala één schijnt te zijn. Terwijl Israël zich op de van God bevolen wijze legert, is het voortgaan ten westen en zuiden door bergkloven en steile gebergten belet; ten oosten wordt het door de Schelfzee teruggehouden, zodat het aan de van het noorden af najagende Farao niet zou hebben kunnen ontkomen, wanneer niet op wonderbare wijze een weg door de zee ware gebaand; maar juist die wonderbare weg opent de Heere, omdat Hij zich aan Israël zowel als aan Farao verheerlijken wil; daarom leidde Hij Zijn volk juist in dit oord.
3. Wanneer Farao van dit omkeren horen zal, dan zal hij zeggen van de kinderen van Israël: zij zijn verward in het land; zij dwalen radeloos, en weten, onbekend met de weg, niet verder te komen: die Egyptische woestijn, in welke zij geraakt zijn, in plaats van naar de woestijn Sur te trekken, heeft hen besloten,1) heeft, evenals een gevangenis, hen achter haar muren en poorten opgenomen, om hen niet weer weg te laten gaan.
1) Zonder twijfel heeft Farao de weggetrokken Israëlieten laten achtervolgen door zijn spionnen, om hem op de hoogte van de zaak te houden. Hiermee houdt de Heere rekening. Is deze veronderstelling juist, en daaraan is geen twijfel, dan blijkt daaruit wel, hoe Farao nog in niets veranderd is. Hoe hij noch altijd jegens Gods volk in een wrokkende toestand verkeert en plannen beraamt, op welke wijze hij het weer gemakkelijk terug zal voeren in zijn land. Dat wordt hem tot een valstrik, en leidt tot zijn gehele ondergang.
4. a) En Ik zal Farao’s hart verstokken, dat hij, in de mening de kinderen van Israël weer in zijn macht te hebben, hen achtervolgt; en Ik zal aan Farao en aan heel zijn leger, verheerlijkt worden, 1) alzo dat de Egyptenaars, zowel die in het water omkomen, als ook de anderen, die nog thuis zijn, zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de ware, almachtige God, tegen Wie zich niemand ongestraft verzetten kan. En zij, de kinderen van Israël, deden alzo; zij legerden zich, gelijk Mozes hun bevolen had, in de uitgestrekte vlakte aan de overzijde van Hachiroth, voor Baäl Zefon, en rustten daar de beide volgende dagen.
a) Exodus. 4:21; 10:20
1) De verheerlijking van God, ziedaar het einddoel van dit alles. God wordt verheerlijkt, zowel door Zijn gericht te oefenen aan de goddelozen, als door Zijn genade te bewijzen aan Zijn kinderen.
5. Toen 1) nu de koning van Egypte, op de tweede of derde dag na die nacht (hoofdstuk 12:29 vv.), waarin Israël de tocht naar Etham had aangevangen (hoofdstuk 13:20 vv.), werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, dat het op een wijze was weggetrokken, die niet slechts aan een wegtrekken voor drie dagreizen in de woestijn, maar aan een geheel verlaten van Egypte deed denken, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij, de koning en de hovelingen, zeiden, de een tegen de ander: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israël hebben laten vertrekken, dat zij ons niet dienden? 2)
1) Mozes bedoelt niet enkel, dat de koning toen voor het eerst van de vlucht van het volk gehoord heeft, die toch niet in het geheim had plaats gehad, maar dat de omstandigheden hem verhaald werden, welke hem aanspoorde iets te beproeven. Daarom, waar hij hoort, dat het volk angstig wegvlucht, meent hij, dat hij door geen enkele belemmering wordt weerhouden. En niet alleen lijdt hij zelf aan zulk een grote zinneloosheid, maar alle aanzienlijken aan zijn hof rekenen het tot hun schande, dat het volk is uitgetrokken. Zij vragen zichzelf af, waarom zij geduld hebben, dat de kinderen van Israël zijn weggegaan? Alsof zij niet op allerlei manier beproefd hebben, de vrije aftocht te verhinderen; alsof niet hun hardnekkig verzet tienmaal als van uit de hemel was overwonnen; alsof God niet eindelijk zijn volk hun onvrijwillig had ontrukt. Maar dit is de domheid van de goddelozen, dat zij slechts voor de hand van God, als deze tegenwoordig is, vrezen, maar terstond alles, wat zij gezien hebben, vergeten hebben. Door hevige en verschrikkelijke straffen waren zij gekweld; nu, alsof er niets gebeurd was, vroegen zij zich af, waarom zij niet tot het uiterste toe God hadden weerstaan, die hen eindelijk gedwongen had, op de meest heldere wijze af te laten, nadat zij tienmaal hadden beproefd vruchteloos weerstand te bieden. Maar door zodanige hoogmoed moesten de goddelozen verblind worden, opdat zij in hun eigen verderf zouden lopen, terwijl zij in niets overtuigd werden, dat het hard is tegen God te strijden.
2) Hen dienen, dat wilde men van Israël. Gods volk als slaven behandelen, dat heeft men voor. Daarom treurt men dan ook alleen, omdat dit niet meer mogelijk is. Ook hier verraadt Farao met zijn knechten het zelfzuchtig karakter van de wereld.
6. En 1) hij spande, in de verstoktheid van zijn hart, zijn eigen koninklijke strijdwagen in, en nam zijn krijgsvolk met zich, om de door de nood hem afgeperste toestemming met geweld van wapens weer terug te nemen en Israël terug te halen.
1) Met weinig woorden beschrijft Mozes de toerusting tot de strijd, niet slechts om de grootheid van Gods kracht in het bevrijden van het volk in helder daglicht te stellen, maar ook, om te leren, met hoe grote drift en door niets weerhouden stoutmoedigheid de goddelozen zich prijsgeven, wanneer zij de vrije teugel laten aan hun boze en misdadige begeerlijkheden. Onlangs lagen de Egyptenaars bijna ontzield ter aarde en riepen uit, dat het met hen gedaan was, en nauwelijks is er één dag voorbijgegaan, of zij verzamelen een machtig leger, bestaand uit de bloem van de troepen.
Tussen de gedachte in het vorige vers uitgesproken en de uitvoering van het plan, ligt slechts één ogenblik. Helaas, hij bedenkt niet, dat hij zich schuldig maakt, én aan ontrouw aan zijn belofte, én aan woordbreuk tegenover het gehele volk, én aan opstand tegen God, welke zonden zouden uitlopen op algehele ondergang.
7. En hij nam zeshonderd uitgelezen wagens, 1) die tot zijn lijfwacht behoorden en aanstonds gereed waren, ja, al de wagens van Egypte, die zij in de haast konden tezamen brengen, en de hoofdlieden 2) over die allen; bovendien ook nog ruiters (vs.9).
1) In de oude tijd had men, voornamelijk in het oosten, wagens van twee wielen, die met twee of meer paarden bespannen waren, voor de strijd; op deze was, behalve de wagenmenner, in de regel slechts één strijder; niet zelden had echter de strijder nog een derde man als wapendrager aan zijn zijde. Gewoonlijk waren deze strijdwagens sterk met ijzer beslagen en van zeisen of sikkels, die aan de assen waren aangebracht, voorzien, om daarmee de te voet strijdende vijand neer te maaien (Johannes 17:16 2 Makk.13:2). Egypte was bijzonder door zijn wagens beroemd; koning Sesostris (zie Ge 47.25) bezat er 27.000; bovendien was er ook voetvolk en ruiterij; het eerste neemt Farao niet mee, omdat een snelle achtervolging plaats moest hebben.
2) Volgens Hiëronymus waren de Mysls(Schalischim), de drie voornaamste in het gebied naast de koning. Aldus werden zij genoemd, die de tweede rang in het rijk bekleedden.
8. Want de HEERE verstokte het hart van Farao, de koning van Egypte, dat hij de kinderen van Israël achtervolgde, 1) en meende zijn doel niet te kunnen missen; a) doch de kinderen van Israël waren door een hoge hand uitgegaan. 2)
a) Jesaja. 26:11 Numeri. 33:3
1) Vrgl.2 Thess.2:11 en 12
2) De Heere verschaft recht aan hen, die onrecht lijden; hongerigen wil Hij spijzigen, gebondenen vrijmaken. Zijn genade is groot. Maar die God vergeten houdt Hij met machtige hand tegen, zodat zij vallen in hun eigen strikken. De Heere is Koning in eeuwigheid! Zion! uw God zorgt voor u!.
Laten wij door dit voorbeeld aangespoord worden om, terwijl wij veilig zijn onder de bescherming van God, de oordelen, welke kunnen geschieden, te vrezen, niet om met angstig gemoed rumoer te maken, maar om bedaard te schuilen onder Zijn vleugels, en niet door onbedachtzame vreugde te worden vervoerd.
Tegenover het achtervolgen van Farao, wijst de Schrijver op het grote voorrecht van de Israëlieten. Had Farao dit laatste bedacht, hij zou zich wel gewacht hebben tegen de Heere verder te strijden. Hij is echter als geheel van zijn verstand beroofd, en zijn hart is toegesloten voor elke goede indruk. Israël kon gerust zijn.
9. a) En de Egyptenaars jaagden hen na, de vijfde en zesde dag van Tanis uit, en achterhaalden hen aan de avond van de zesde dag, daar zij, de Israëlieten, zich sederd drie dagen gelegerd hadden aan de zee, al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters 1) en zijn legerjaagden hen na; en zij achterhaalden hen bij Pi-Hachirôth, voor Baäl-Zefon (vs.4).
a) Jozua. 24:6
1) De krijgsmacht van Egypte bestond te allen tijde voornamelijk uit krijgswagens en ruiterij. Gewoonlijk bevond deze zich in Opper-Egypte.
10. Als Farao nabij gekomen was, 1) zo hieven de kinderen van Israël, door het gevaar van het aankomend leger opmerkzaam gemaakt, hun ogen op, om te zien, wat het voor een gevaar was; en ziet, de Egyptenaars trokken achter hen, en zij vreesden 2) zeer, daar er aan geen ontkomen te denken was, toen riepen 3) de kinderen van Israël, half in wanhoop, tot de HEERE, dat Hij raad en hulp zou geven, daar Hij zelf hen in die toestand gebracht had.
1) Mozes wijst aan, dat door het plotselinge van de zaak, de schrik hen des te meer overviel, omdat geen bode vooraf was gezonden, zodat hun geen kleine rijdruimte zelfs werd gelaten, om zich gereed te maken. Daarom was er zelfs voor zeer krachtige gemoederen oorzaak voor vrees geweest, indien zij de maat maar niet hadden overschreden. Maar op tweeërlei wijze hebben zij gezondigd, zowel omdat met de herinnering aan de bewezen weldaden van God, de hoop op goddelijke hulp hun was ontzonken, als omdat zij daardoor tot ondankbaarheid zijn vervallen, zodat zij tegen God en Mozes onbeschaamd opstonden. Evenwel twee tegenovergestelde zaken schijnen hier verhaald te worden, èn dat zij roepen tot de Heere, èn dat zij oproer verwekken tegen zijn dienaar. Maar men mag aannemen, dat dit geroep noch uit geloof is voortgekomen, noch uit een ernstige en godsdienstige stemming van het hart, maar door de verwarde toestand hun is afgeperst, zoals het natuurlijk gevoel alle stervelingen tezamen dringt, om zonder onderscheid in tegenspoed hun gebeden tot God op te zenden, ofschoon zij noch Zijn mededogen aangrijpen, noch aan Zijn macht zich overgeven.
2) Deze vrees is een zeer zondige vrees, omdat zij kort tevoren op zulk een zichtbare wijze de beschermende hand van God hadden ondervonden. Hieruit bleek, dat Israël een zondig volk was en dat, waar de Heere het straks uithielp, Hij dit niet deed, omdat het volk dat waardig was, maar omwille van Zichzelf.
3) Dit was geen ootmoedig tot de Heere roepen, maar als het ware het roepen van het ongeloof. Terwijl zij toch tot de Heere riepen, murmureerden zij tegen Mozes. Waar zij aan de ene zijde door Hem om bijstand riepen en om verlossing, daar stootten zij aan die andere zijde, door hun murmureren, de hand van God van zich af.
11. En zij zeiden tot Mozes, de verslagenheid van hun hart hem openbarende: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte geheel geen 1) graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Wij zouden ook daar niet onbegraven zijn gebleven, om ten spijze van vogels en wilde dieren te zijn. Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt, 2) wanneer uw uitleiding nu zulk een ellendig einde nemen zal?
1) In het Hebreeuws komt de dubbele ontkenning zeer duidelijk uit. Hiermee maakt Israël zich onwaardig, om uit de ellende geholpen te worden en geeft rechtvaardige redenen, dat God de deur van zijn genade toesluit. God heeft geduld, omdat Hij eeuwig is, zegt de kerkvader Augustinus; in de gangen met zijn volk heeft Hij dit zeer duidelijk bewezen.
2) Nauwelijks is de roede van Farao weggenomen, of hij verhardt zich; nauwelijks zijn de wonderen van God tot redding van Zijn kinderen geschied, of zij zijn in vrees en murmureren: O, mijn God! wat is de mens, dat Gij hem genadig kunt zijn!.
De kinderen van Israël de dood voor ogen ziende, riepen tot de Heere met kreten van angst en vertwijfeling; doch, onmiddellijk geen verlossing ziende, murmureerden zij tegelijk en als in één adem tegen Mozes, hem beschuldigende en zich over hem beklagende, en het betreurende, dat zij niet liever in de slavernij gebleven waren, dat toch zo veel beter was, dan gedood te worden. “Dit is vergaande ondankbaar en ongelovig!” Zeker, doch welke Christen moet niet met schaamte belijden, dat hij in zijn hart wel eens diezelfde taal spreekt, wanneer het pad van het geloof duister wordt, de nood hem van alle kanten omringt, en de begeerlijkheden van de wereld hem weer krachtig aanspreken. Ach! dan is hem de vroegere vleselijke gerustheid nog zo aanlokkend!.
12. Is dit niet het woord, en was het niet naar recht, dat wij in Egypte tot u spraken, toen gij nog reeds van onze uitleiding sprak, maar wij reeds erkenden, dat daarvan nooit iets komen kon (hoofdstuk 6:9), zeggende: Houd af van ons; denk niet langer aan onze bevrijding, en laat ons de Egyptenaren dienen? Tot ons ongeluk hebben wij opnieuw aan uw verleidende stem gehoor gegeven, en zijn wij uw leiding gevolgd. Nu blijkt het, dat wij recht gezien hadden: want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, hoe hard ook dat juk ware, dan in deze woestijn, allen opeens jammerlijk te sterven, 1) zodat er nieteens een graf voor ons overblijft.
1) Misschien zijt gij reeds op gelijke wegen geleid, als de kinderen van Israël, wonderlijke wegen, die gij nooit zou ingeslagen zijn, die u, in plaats van tot uw doel, van het doel schenen af te leiden, bij welke gij de Heere niet begrijpen kon; gij stond dan misschien ook plotseling in een dal Hachirôth, afgesneden van alle hulp, gelijk het scheen; geen uitweg meer zichtbaar; een zeker verderf voor u; van alle bescherming beroofd; alle steun verbroken; in het geheel niets meer, waaraan het hart zich in de nood kon vasthouden, en waarin de vrezende ziel troost kon vinden; nergens een toevlucht! Nergens, zei ik-ik zei te veel: één toevlucht heeft de mens altijd, één weg is hem altijd open; voor een ieder staat altijd de hemelladder, die hij biddend kan opstijgen, al ware hij ook in de donkerste diepte. Ik weet niet, of gij deze weg bewandeld hebt, toen gij in het dal Hachirôth waart, dit echter weet ik, de wegen, die in dat dal leiden, zijn genadewegen en het vertoeven daarin kan kostelijk, kan rijk gezegend worden, wanneer de ziel de naar boven opengelaten weg bewandelt; dan ervaart zij, wat zij aan haar geloof en aan haar Heer heeft. Bij zonneschijn en op heldere hoogten ervaren wij dit minder; daar bedriegt zich de mens. Hij denkt in de Heere te geloven; maar misschien is het toch slechts zijn wel voorziene voorraadschuur, zijn veilige woning, zijn blinkende guldens, zijn vaste gezondheid, zijn vruchtbare akker, zijn talrijke vrienden, zijn aanzienlijke stand, zijn hem toelachend geluk, die zijn moed opwekken, zijn ziel troosten, zijn vertrouwen sterken.
Daarom is het goed, dat de Heere hem van tijd tot tijd in het dal Hachirôth leidt, waar al deze steun hem verlaat, waar al deze goden hem hulpeloos laten, en waar hij niets anders heeft dan alleen zijn geloof, en geen andere weg, dan alleen die van het gebed.
Zegt niet; ik zie geen middelen, waar ik ook zoek, niets vind ik voor mij; want het is Gods eretitel, te helpen, wanneer de nood het hoogst is. Waar ik en gij geen uitweg meer zien, daar komt God om ons veilig te leiden. Vertrouw mijn ziel, op Hem!.
13. Doch Mozes, die nog het gevaar, dat hem van Farao’s zijde dreigde, bevreesd gemaakt had, noch die zich door het bittere verwijt (vs.11) uit zijn kalme stemming liet rukken, zei 1) tot het volk: Vreest niet voor dit grote leger van de Egyptenaren, en wanhoopt daarom niet aan uw redding, omdat gij het niet kunt ontvluchten; staat veeleer vast, en ziet de wonderbare hulp van God; het heil des HEEREN, dat Hij heden aan u doen zal! Want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weer zien in eeuwigheid.
1) Ofschoon hij overeenkomstig zijn zachtmoedigheid hen vriendelijk vermaand heeft, om het goede te hopen, is het echter niet waarschijnlijk, dat hij stilzwijgend dat misdadig gemor, waarmee hij zag, dat zij God hevig aanvielen, heeft verdragen. Ik acht, dat hij de plicht betracht heeft van een goede dokter, door vrij hun onnadenkendheid te kastijden, welke volstrekt niet te dulden was. Vervolgens toen hij de woorden, welke de geest van God hem in gaf, sprak, is het niet twijfelachtig, of God zelf heeft die God-onterende taal ernstig aangepakt, opdat Hij deze niet door teerhartigheid in de hand werkte. Maar Mozes, na de berisping weggelaten te hebben, leert slechts, dat de zachtmoedigheid van God hoger stond dan de verfoeielijke boosheid van het volk, opdat Hij hun smart lenigde en hun verwarring deed ophouden. Verder verbiedende te vrezen, en bevelende, om vast te staan in het zien op het heil des Heeren, wijst hij hen met deze woorden erop, dat, zolang de vrees hun gemoederen in bezit houdt, zij blind en door angst te ontsteld zijn, om de hulp van God te verbeiden. Door het woord “staat vast”, wil hij hun tot kalmte brengen, alsof hij zeggen wilde, dat het niet nodig was, dat iemand zijn vinger bewoog, omdat God alleen de zich rustig houdende en hem, die kalm was, zou redden.
14. De HEERE, de echte krijgsman (hoofdstuk 15:3), zal voor u strijden, 1) en gij zult stil zijn, 2) u bij de strijd die thans aanvangt, rustig houden; Hij, de Heere, zal zonder enige medewerking van uw zijde, de overwinning teweeg brengen.
1) Zo staan in dit geschiedverhaal het volk Israël en diens tijdelijke leidsman als vertegenwoordigers van het ongeloof en van het geloof tegenover elkaar. Eerst zien wij in Israël, hoe het ongeloof optreedt als onbestemde vrees (vs.10), onbillijk verwijt (vs.11), welbewuste terging (vs.12); terwijl bij Mozes daarentegen het geloof zich uitspreekt in kalm vertrouwen, rustige verwachting en zekere hoop (vs. 13,14). Zo zorgt de Heere, onze God, dat er in tijden van algemene verslapping en inzinking van het geloof steeds enkelen gevonden worden, in wier hart Hij dan als de gehele rijke schat van het innigst en tederst geloof heeft weggeborgen. Daardoor is het, dat gij het moedigst en krachtigst geloof juist in die ziet optreden, als de algemene verflauwing dit het meest nodig maakt en diens gemis tevens op het scherpst doet uitkomen.
In het Hebreeuws Thacharischoen, beter, gij zult stilzwijgen, d.i. u rustig houden, en met uw gemor ophouden. Niet rustig neerzitten, of lijdelijk afwachten, maar in stil vertrouwen op de Heere verkeren. Calvijn zegt dan ook: “Hij vermaant, zijns inziens, hen niet tot niets doen, maar hij verstaat eronder, dat bij God alleen genoeg hulp is, om te overwinnen, al liggen zij daar als ontzield ter aarde,” en Da Costa: “De verlossing moest alleen Gods werk zijn. Hij alleen moest de eer en de roem ervan wegdragen. De verlossing moest wel aan Israël geschieden, maar eigenlijk zonder diens medewerking.” Uit dit woord van Mozes spreekt zijn geloofsmoed en zijn geloofskracht tegenover het vreesachtige en murmurerende volk.
2) “De Heere zal voor hen strijden, en zij zullen stil zijn, niet stil zitten. De verwarring van deze beide wijd verschillende zaken is een van de noodlottigste beletsels van het geestelijke leven. Stil te zijn is niet werkeloos te zijn, maar het is kalm, bedaard, vertrouwend, biddend, wakend en wachtend te zijn, gereed en bereid, om de weg, die de Heere ons aanwijst, in te slaan. De Israëlieten moesten niet strijden, maar konden ook niet strijden, want zij hadden zwaard noch boog, spies noch lans. Ook daarom zou God voor hen strijden, en zij zouden stil zijn; maar, toen zij Kanaän in bezit moesten nemen, deed God het toen ook? Ja! maar door hen. Toen hadden zij wapens, en daarbij geleerd ze te hanteren. Het ging toen als met Jonathan en zijn wapendrager. De wapendrager had enkel de vijanden, die voor Jonathan overwonnen neervielen, af te maken. Zo hebben ook de gelovigen de door Christus overwonnen vijanden enkel te doden. Indien wij ze overwinnen moesten, ze zouden nooit overwonnen worden; want zij zijn ons te machtig. Ook op deze wijze wordt de leer van de onmacht in haar juiste licht gesteld. De mens is onmachtig, zolang hij in Egypte en vóór de Rode Zee, zolang hij in zijn zonde is. Is hij verlost, en door de Rode Zee gegaan, dan leeft en werkt God door hem. De rechtvaardigmaking geschiedt voor de mens, aan de mens; de heiligmaking in de mens, met de mens. De verlossing uit Egypte, uit de hand van hun vijanden, geschiedde zonder medewerking van de kinderen van Israël, het in bezit nemen van hun erfenis, van Kanaän, geschiedde met hun medewerking, door tegen de Kanaänieten te strijden; daarom droeg Jozua ook geen staf als Mozes, maar een spies.
15. Op het laatste beslissende ogenblik kwam het antwoord van boven. Toen zei 1) de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij, 2) alsof Ik het rechte ogenblik tot hulp zou laten voorbijgaan? zeg de kinderen van Israël, dat zij voortgaan, 3) recht op de zee aan.
1) Hieruit blijkt, dat Mozes tot God heeft geroepen om hulp en redding. Want men moet niet vergeten, dat de verhouding van Mozes tegenover de Heere een geheel andere is, als die tegenover het volk. Tegenover de Heere is hij immer de diep ootmoedige, die het weet en voelt, dat hij alles, ook zijn geloofskracht en moed, van Hem moet ontvangen.
2) De betekenis is deze; dat de Heere Mozes wil zeggen, dat hij weet, dat zijn gebed reeds verhoord is, eer hij riep, omdat het de bedoeling van de Heere was, het volk zeker te verlossen.
3) Mozes heeft niet angstig te vragen: “waarheen?” want ziet, daar is slechts één pad, en geen ander hem ter keuze gegeven! Terug, dat is op het stelligst verboden; ter rechter- of linkerzijde, het zou nergens toe dienen, daar verheffen zich bovendien hemelhoge bergen en rotsen, die het volk als in een vesting besluiten. Vooruit alzo-maar daar dreigt een onmetelijk watergraf, wie het wagen durft een schrede voorwaarts te zetten; daar wacht geen vaartuig, dat de overtocht voor een enkelen mogelijk maakt; daar is geen weg, want de eindpaal van alle hoop op verlossing is hier? “Wat roept gij tot Mij-voortgaan,” spreekt de stem van Jehova. “Ik heb aan de zee gezegd, dat zij een pad als van graniet u zou banen!” O, wat moet het voor Mozes geweest zijn, werkelijk de éérste schrede op dat nog nooit bewandeld spoor in het hart van de baren te zetten; wat voor Israël achter hem te gaan, vergezeld van al wat het dierbaars heeft, voortgedreven als door een onweerstaanbare hand, indien mogelijk Farao ontweken, maar verhoedt God het niet, de dood in het aangezicht! Ja, wel mocht de gewijde dichter betuigen: “O God, uw weg was in de zee, en Uw pad in de grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend” (Psalm. 77:20). Maar wel mogen wij hier ook, bij duizendvoudige verscheidenheid, de gelijkenis vinden met de baan, waarop de Heere u en mij bij vernieuwing tot voortgaan roept. Die weg zelf, hij is in de hoofdzaak even eenvoudig, even moeilijk, en toch ook wederom even zeker, als het pad, dat hier Israël wacht. Stelt u voor, dat Israël, door het denkbeeld van voortgaan midden door de baren verschrikt, zich tijdig bezonnen en de terugtocht beproefd, of ter rechter- en ter linkerzijde naar een gleuf in de bergen gezocht had, om het naderend verderf te ontsluipen, het zou naar het oordeel van alle natuurlijke mensen, uiterst verstandig gehandeld hebben, en toch het ware zijn graf in de kaken gesneld! De weg door de zee is veel veiliger dan de weg langs het rustige strand, zodra het slechts blijkt dat God ons op de eersten wil zien; want onze veiligheid hangt niet af van de baan, maar van de gids, die wij kiezen. Juist, waar Jona Nineve ontvlucht en zijn veiligheid in Tarsis wil zoeken, zit hem het gevaar van de dood op de hielen; en integendeel, waar Paulus, door de Heer naar Rome geleid, moedig de Euroclydon en alle andere stormen trotseert, gaat het schip, maar niet zijn leven verloren. Veel beter met God op een schijnbaar hopeloos spoor, dan zonder God, of tegen Zijn wil op een effen pad, dat vlees en bloed ons ontsloot. Daar is geen gevaar, omdat Zijn hoge hand ons beveiligt; duizenden zien wij ter rechter-, tienduizenden ter linkerzijde vallen, zonder dat het kwaad ons nabij komt. Zelfs ons leven is niet bedreigd, waar het in de dienst van God wordt gewaagd, want-het is naar waarheid gezegd-wij zijn onsterfelijk, zolang wij hier noodzakelijk zijn.
Tegenover het roepen van Mozes en het murmureren van de Israëlieten stelt God Zijn bevel, en vraagt onvoorwaardelijke geloofsgehoorzaamheid.
16. En gij, 1) wanneer gij aan de oever zult gekomen zijn, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief deze, opdat de kinderen van Israël door het midden van de zee gaan op het droge.
1) Al de nadruk valt op het woordje “gij,” als om Mozes zijn bijzondere roeping aan te wijzen. De kinderen van Israël moeten voortgaan tot aan de oever van de zee, en hij is geroepen, de staf uit te strekken over de zee, opdat in de voortgang van de Israëlieten geen oponthoud zou zijn.
17. En Ik, zie, Ik zal terwijl gij in Mijn kracht de weg voor Israël baant, het hart van de Egyptenaren verstokken, 1) dat zij na hen daarin gaan, om hun voornemen tegen u toch ten uitvoer te brengen, ondanks het duidelijk teken, dat gij onder de bescherming van de Almachtige staat; en Ik, wanneer zij zo ver in hun ongeloof en hun verharding zijn voortgegaan, zal, door de wijze van Mijn gericht, verheerlijkt 2) worden aan Farao en aan heel zijn leger, aan zijn wagens en aan zijn ruiters.
1) Wederom verzekert God, opdat Hij zijn Macht des te meer luister bijzette, dat Hij de Egyptenaren zal verstokken, opdat zij zich, als het ware tot het verderf overgegeven, midden in de zee zouden werpen. Wat zij zeker nooit zouden gedaan hebben, indien niet hun harten van Godswege daartoe waren bestuurd, omdat het hun niet verborgen kon zijn, dat de doortocht aan de Israëlieten, door een buitengewone gunst was gebaand, waaruit zij konden opmaken, dat zij voor zich met de elementen te stijden zouden hebben. Alzo, nooit hadden zij de zee, welke zij als het ware gewapend tegen zich zagen, durven ingaan, indien zij niet van Godswege verblind waren geworden.
2) De verheerlijking zou hierin bestaan, dat Zijn Souvereine Opperheerschappij zou worden erkend, Zijn Almacht groot gemaakt en Zijn rechtvaardigheid geprezen. “Aan zijn wapens en aan zijn ruiterij” is nadere verklaring van, “heel zijn leger.”.
18. En de Egyptenaars in het bijzonder, onder welke zo vele tekenen en wonderen geschied zijn, zullen weten, wat zij nog altijd niet hebben willen erkennen, dat Ik de HEERE ben, de enig ware en almachtige God, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagens, en aan zijn ruiters.
Met de dood in de Rode Zee zou de kracht, om tegen de Heere op te staan, geheel en al gebroken zijn. Het laatste bedrijf zou voorgoed een einde maken aan Egypte’s verdrukking ten opzichte van Israëls volk, maar ook het voor aller oog openbaar maken, dat niet de afgoden van Egypte, maar de God van de Hebreeën, de God van Israël, de enige ware God is, die Zijn Verbond gedenkt.
II. Exodus 14 vers 19-31
De wolkkolom verheft zich, en plaatst zich achter de kinderen van Israël, om als duistere wolk de Egyptenaars van hen af te houden, en als lichte wolk hen ook ‘s nachts te verlichten. Nu strekt Mozes zijn staf over de zee; een sterke oostenwind scheidt de wateren van elkaar, en Israël gaat droogvoets door de zee. Ook Farao met zijn paarden en ruiters gaat daar in, om hen te achtervolgen; doch de Heere, als zij midden in het water zijn, verschrikt hen, en brengt hen in verwarring; als zij nu haastig omkeren laat hij het water over hen komen, waarin zij allen omkomen.
19. En de Engel van God, 1) die tot hiertoe in het zichtbaar teken van de wolk- en vuurkolom (hoofdstuk 13:21 vv.) voor het heer van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; 2) de wolkkolom, die hen vergezelde en omgaf, vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.
1) Wie in hoofdstuk 13:21 Jehova werd genoemd, wordt hier “de Engel van God” genoemd, omdat Hij de Leidsman van het volk van God was. Vroeger had Jakob Hem genoemd de Engel van de Verlossing. Later krijgt Hij bij Jesaja de naam Engel van het aangezicht en bij Maleachi Engel van het Verbond. De Heilige Geest verklaart ons, door de Apostel Paulus 1 Corinthiers 10:4), dat Hij geweest is, de eniggeboren Zoon van God, de tweede persoon van het Goddelijk Wezen.
2) Met het stoffelijk oog zag men slechts de wolk op deze wijze van standplaats veranderen; maar door het geloof wist men, dat in en met deze de Heere zelf zich om Zijn volk legerde, en het in de rug bedekte.
De bedoeling is duidelijk. Achter in de rug waren de vijanden. Weldra, aan de spits van het leger, bij de ingang van de Schelfzee, had de Heere Mozes geplaatst met de staf in zijn hand, uitgestrekt over de zee, om een pad midden door de wateren te banen. De achterhoede was niet gedekt. De Heere toont daarmee, dat Hij zowel de voor- als de achterhoede van Zijn volk zal zijn. Daarom, waar de Heere als Engel van God de achterhoede dekte, om Israël te beschermen tegen de vijanden, daar verplaatst zich ook het zichtbaar teken van Zijn tegenwoordigheid, de wolk- of vuurkolom. Hij zelf ging, ten opzichte van zijn werkingen, achteraan en beduidde dit, door het achter het volk doen staan van de wolk.
20. En zij kwam tussen het leger van de Egyptenaren en tussen het leger van Israël; en de wolk, die de gedaante van een zich ver uitstrekkende scheidsmuur aannam, was tegelijk, naar de zijde van de Egyptenaren, duisternis, zodat deze de reeds aanbrekende nacht voor hen nog donkerder maakte, en verlichtte 1) tevens naar de zijde van Israël, als een heldere wolk, de nacht, zodat de een tot de ander, (de Israëlieten en de Egyptenaren tot elkaar), niet naderde de hele nacht; want de Israëlieten, als bij dag wandelende, konden hun schreden verhaasten, terwijl de Egyptenaren, met de dichtste duisternis voor zich, zich slechts langzaam konden voortbewegen.
1) In het Hebreeuws Wajehi haanân wehachoschek wajaer. De wolk was er deels duisternis, deels verlichting. Voor de Israëlieten gaf zij licht, voor de Egyptenaren vermeerderde zij als het ware nog de duisternis. Het teken van Gods zichtbare tegenwoordigheid maakt aldus scheiding tussen de ongelovige wereld en het volk van God. Zo is het met ieder teken van God, met het Sacrament, zo is het met heel het Evangelie. Woord en teken beide maken scheiding. Het Evangelie is een reuk van dood ten dode, of een reuk van leven ten leven.
21. Toen Mozes 1) zijn hand, waarin hij de staf van God had, uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE 2) de zee weggaan, de wateren wegvloeien van de plaats, waar een open weg moest gevormd worden, door een sterke oostenwind, die van de tegenoverliggende oever af de watergolven verdeelde en wegdreef, en ze zo die gehele nacht van elkaar hield, a)en Hij maakte door deze hete en verzengende wind de zee droog, b) en de wateren werden alzo gekliefd, 3) dat zij door de gehele breedte van de zee, deels naar het noorden, deels naar het zuiden heen, bleven staan (Jozua 3:16), en in het midden een brede straat vrij lieten.
a) Psalm. 66:6 b) Jozua. 4:23 Psalm. 78:13; 106:9; 114:3.
1) Vrij en gemakkelijk kon het volk ‘s nachts overgaan, omdat de vuurkolom dat gedeelte met haar glans verlichtte. En zeker niet in één uur of twee kon zo grote menigte het tegenoverliggende land bereiken. Van de schemering daarom tot tegen het aanbreken van het morgenrood hebben de Israëlieten de doortocht volbracht. Weldra hebben de Egyptenaren, terwijl de weg hun bekend was, opdat zij de achterhoede zouden aanvallen, zich gehaast, om hen te volgen. Ofschoon nu bij dit wonder geen opsieringen worden gebruikt, om het breed uit te meten, toch moet het blote verhaal ervan een krachtige indruk geven. En alzo is het meer sober gesteld, dan dat het met schelle kleuren en grote omhaal van woorden werd geschetst, om de gemoederen in beweging te brengen. Wie nu, om tot de grootste bewondering van de goddelijke kracht voortgesleept te worden, zou luidklinkende uitroepen verlangen, waar hij op eenvoudige en met weinige woorden hoort verhalen, dat de zee door de staf van Mozes gespleten is, dat een ruimte droog werd, zoveel als voor de doortocht van het volk voldoende was; dat zeer hoge muren van wateren aan weerszijden als sterke rotsen bleven staan? Met voordacht heeft hij daarom de zaak zelf, ontbloot van alle opsmukking door woorden, voor ogen gesteld. Evenwel, kort daarop heeft hij haar naar waarde in een lied verheerlijkt, en is zij gedurig bij de profeten en in de psalmen hoog verheven.
2) Gelieve hier wel te onderscheiden tussen de eigenlijke Werker van dit wonder, de Lastgever daartoe “de Heere,” en tussen de lasthebber, die middellijk werd gesteld, om het teken voor het begin van het wonder aan te geven, namelijk Mozes. Wil ook wel onderscheiden datgene, wat werd gebruikt als middel van medewerkende oorzaak, namelijk de oostenwind, en dan de zee, die, als voorwerp van de wonderdoende macht van God, als vanzelf terugweek. Uitdrukkelijk wordt gezegd, dat noch de over de zee uitgestrekte hand van Mozes, noch de oostenwind, die over haar oppervlakte blies, noch de zee, die droog werd, dit alles veroorzaakten. Wel is het “de Heere,” die de zee deed weggaan, op Zijn machtwoord en door Zijn kracht. Wij hebben hier wel degelijk met een wonder, en niet met enig natuurlijk te verklaren verschijnsel van sterke eb en vloed, te doen. Dat spreekt de Schrift ook duidelijk uit, zowel hier in de onloochenbare uitdrukkingen en in de opmerkelijke volgorde van de handelingen, als later nog in Mozes’ lied door de zinrijke woorden: “de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop, of als een steile wand; de afgronden zijn stijf geworden in het hart van de zee” (Ex.15:8). Dat geschiedt door geen eb. Ook wordt daarin het gehele machtige werk aan de Heere alleen en aan diens wonderdoende macht toegekend. En laat ons daarbij niet vergeten, dat wij in het lied van Mozes, met zijn overoude taalvormen en eigenaardige beelden en beschrijvingen, een kennelijk echt en met de gebeurtenis zelf gelijktijdig ontstaan stuk bezitten.
Hoe duidelijk en helder doet de heilige Schrijver hier uitkomen, dat hij slechts een gering instrument was in dienst van de Heere, en dat dit grote wonder, hetwelk hij beschrijft, niet aan zijn macht en wijsheid, maar alleen aan de macht en kracht van God moest worden toegeschreven. Hij is dienaar, maar de Heere is enig en alleen de bewerker van het wonder.
3) In Hand.7:35 Hebr.11:29 Boek der wijsheid, waar onze geschiedenis wordt aangehaald, heet deze zee de Rode. Waarschijnlijk draagt zij deze naam door de roodgevlekte bladeren van het daarop drijvende zeegras, dat onder andere ook aan de kusten van de Middellandse Zee en in de straat van de Darnellen (Hellespont) gevonden wordt. Eigenlijk bedoelt men onder de naam “Rode Zee” de gehele tussen Egypte en Indië zich bevindende (Erithreïsche) zee, met de beide golven, de Arabische in het westen en de Perzische in het oosten. De Arabische golf, die Egypte en Ethiopië van Arabië scheidt, verdeelt zich dan weer (zie Ex 2.15) in twee bochten, welke het schiereiland van Steenachtig Arabië insluiten; de westelijke of Heroöpolitaanse golf, eveneens wegens het veelvuldige zeegras de Schelfzee genaamd (hoofdstuk 10:19 Numeri. 14:25), heeft de eigenaardigheid, dat eb en vloed zich hoog tot aan het noordelijkst einde uitstrekken. Men heeft nu aan deze natuurverschijning gedacht, en het door Mozes vermelde wonder natuurlijk zoeken te verklaren. Zulk een verklaring stuit echter op zó vele spraakkunstige en zakelijke moeilijkheden, dat zij geheel onhoudbaar is (bij de eb, die nooit zolang aanhoudt als hier nodig was, zodat reeds een wonderbare versterking moet worden aangenomen, staan de wateren niet aan beide zijden, maar trekken zich naar het zuiden terug; en moet nu verder voor de oostenwind een noordenwind aangenomen worden, bovendien blijft bij de eb de waterstand altijd nog van twee voeten); theologisch is zij geheel en al af te wijzen. “De verlossing en bevrijding van het volk van God is het hoogste en het laatste werelddoel, de hoogste en laagste wereldwet; aan dit doel en deze wet moeten niet alleen alle andere doeleinden en wetten ten dienst staan, maar zij moeten ook hieraan verbroken worden en ten onder gaan, opdat de genade als de alleen blijvende en eeuwige macht openbaar wordt. Wie de zaak zo beschouwt, voor hem is het een wonder, waarbij de wet van de natuur overtreden wordt, gerechtvaardigd, en hij mag en kan zich op geen andere wijze de verlossing van Israël denken; wie echter daarbij blijft staan, dat het water volgens de wet van zwaarte en vloeibaarheid niet gescheiden kan worden noch blijven staan, die blijft in de krachten en wetten van de natuur, in de macht van de Egyptische goden, en moet in de wateren omkomen, zoals farao; want het is waar wat Luther (bij Genesis 1:1) zegt: “Wat is ons hele leven op aarde anders dan een tocht door de Rode zee, waarin aan beide zijden het water verheven staat, zoals twee hoge muren?” Zo min wij ons de wolkkolom als rook uit een schoorsteen, of de vuurkolom als een haardvuur kunnen denken, evenmin zal de sterke oostenwind, waardoor Jehovah de zee laat weggaan, een gewone wind geweest zijn. Jehovah maakt Zijn Engelen tot winden (Psalm. 104:4), en zodanig een met pneumatische (geestelijke) kracht toegeruste wind heeft wel zo veel macht over het element water, dat dit uit elkaar moet gaan, om voor de legerscharen van God een baan te maken.”.
Moeilijk is het, het punt te bepalen, vanwaar de kinderen van Israël de Rode Zee zijn doorgegaan, daar de tekst hierover geen aanwijzingen geeft. Volgens de overlevering zijn zij boven Ayun Musa (bronnen van Mozes) op de oostelijke oever aan land gekomen; daar nu het achterste gedeelte van hun leger zich waarschijnlijk in die streek bevond, waar nu Suez legt, diegenen echter, welke het meest de naijlende Egyptenaren nabij waren, zonder twijfel het eerst in de droog geworden zee intraden, en de wolkkolom farao’s leger zolang terughield tot ook de voorsten aan de voet van Atakah gelegerde gedeelte, ingegaan waren, zo is voor de weg om door te trekken een schuine lijn in zuidoostelijke richting gegeven. Hierdoor had de weg aan de ene zijde nog altijd geen zo grote breedte, dat het gehele leger van Israël het niet in acht uren, van ongeveer 9 uur ‘s avonds tot 5 uur ‘s morgens had kunnen afleggen, dat het waarschijnlijk wel zo breed was, dat ongeveer duizend man naast elkaar konden gaan, en daar juist beneden Suez de golf zeer smal (3450 voet breed) is; aan de andere zijde daarentegen had hij ook de nodige lengte, om Farao’s wagens en ruiters, die zich juist in het midden van de zee bevonden, toen de Heere hen verschrikte en tot omkeren noodzaakte (vs.24 vv.), in zijn golven te begraven. Dan moet het echter niet een eigenlijke oostenwind maar een zuidoostenwind geweest zijn, die de wateren van elkaar scheidde. Dit aan te nemen is niet in strijd met de Bijbelse tekst, daar de Hebreeuwse taal slechts voor de 4 hemelstreken eigen namen heeft, en de bijzondere richtingen als noordoost, zuidoost enz. niet nader aanduidt.
22. a) En de kinderen Israël zijn, door het geloof (Hebr.11:29) gegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter- en aan hun linkerhand. 1)
a) 1 Kor.10:1
1) Deze tocht door de zee geschiedde in een donkere nacht, en niet wanneer de maan scheen, want het was zeven dagen na volle maan, zodat zij geen ander licht hadden, dan hetgeen van de vuurkolom voortkwam. Dit maakt die tocht ijselijker, maar, waar God ons leidt, zal Hij ons lichten, waar wij Zijn geleide volgen, zal het ons aan geen vertroostingen ontbreken. Dit is geschied en aangetekend ter aanmoediging van Gods volk in alle eeuwen, om in de grootste benauwdheid op Hem te vertrouwen.
Zij geloofden als zij door de Rode Zee gingen. Want zij geloofden niet alleen in het algemeen, dat God hun God was, gelijk Hij hun vaderen beloofd had, maar zij geloofden ook, dat God met hen zou zijn, en hun leven bewaren in het midden van de Rode Zee. Een treffend stuk. Zij geloofden, om zo te zeggen, in het midden van hun graven, (want zo moest de Rode Zee wel genoemd worden), dat God hen het eeuwige leven zou geven en hen veilig door de Rode Zee zou geleiden, en van hun vijanden redden.
Waarom gevreesd, de weg te bewandelen, die God u wijst, het werk te doen, dat Hij gebiedt? Als Gods Almacht wateren tot beschermende muren maakt, waar is dan gevaar?.
23. En de Egyptenaars, de wolk, achter welke zij wisten, dat de kinderen van Israël verborgen waren, nawandelende, vervolgden hen, en gingen het water in, 1) geen gevaar vrezende, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagens en zijn ruiters, en zij kwamen zo in het midden van de zee, 2) ten tijde dat Israël behouden de tegenoverliggende oever bereikt had.
1) De grote dwaasheid van Farao was, dat hij hetzelfde beproefde als de Israëlieten, maar daarvoor het bevel van God miste. Daarom was voor hem een roekeloze daad, wat voor de Israëlieten een geloofsdaad was. Zonder bevel van God, maar ook zonder op Zijn bescherming te kunnen hopen, gaat Farao de Rode Zee in. Een bewijs, dat de Heere hem geheel en al aan zichzelf heeft overgegeven.
2) Dat is zo geheel de handelwijze van de verstokte en onboetvaardige zondaar: blind rent hij in zijn verderf, in zijn overmoed er niet aan denkende, hoe spoedig Gods toorn en wraak hem naijlen kan.
24. En het geschiedde in dezelfde morgenwake, tussen 2 en 6 uur ‘s morgens (zie “Ex 12.3), en wel in het vijfde of zesde morgenuur, dat de HEERE opeens met toornige blik in de kolom van het vuur en van de wolk zag 1) op het leger van de Egyptenaren, en Hij verschrikte 2) het leger van de Egyptenaren, 3) daar het licht plotseling door de donkere wolk heenbrak en Hij hen zien liet, op welk een plaats zij zich bevonden, midden in de zee, links en rechts door hoge watergolven omgeven.
a) Genesis 18:4
1) Dit zien had ongetwijfeld iets bijzonders in. Het was een opzettelijk zien, omdat er voor de Heere God overigens niets naakt en verborgen is. Er wordt hier duidelijk gezegd, dat de Heere zag in de kolom van het vuur en van de wolk. Daarom kan men niet anders denken, als dat de Heere plotseling de lichtzijde van de vuurkolom naar de Egyptenaren wendde, waardoor zij geheel en al in verwarring raakten, omdat de Heere God voor de goddelozen is een verterend vuur. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt in Genesis 18:4 ten opzichte van Sodom en Gomórra.
2) Ten eerste opende Hij hun de ogen, dat zij te laat zagen, waartoe hun woede hen gedreven had; vervolgens, opdat zij zouden voelen, dat zij niet met de mensen, maar met God oorlog voerden. En zo verplet waren zij door de plotselinge verwarring, dat zij niet te rechter tijd naar het strand terug konden vluchten. Want daarom werden zij midden in de zee in het nauw gebracht, omdat de schrik bij hen alles in verwarring bracht, omdat zij merkten, dat God hun tegenstander was. Zij zagen wel, dat er niets veiliger was, dan terug te wijken, omdat God voor Israël streed, maar omdat zij met schrik waren vervuld, was er geen denken aan, om voort te gaan, of liever, omdat de een de ander in de weg stond, heeft de zee allen verzwolgen.
Wij hebben hier te denken aan een geweldige schrik, welke de Heere in de harten van de Egyptenaren uitstorte, niet zo zeer door donder en bliksem, gelijk sommigen willen, maar door een inwendige werking van het hart, veroorzaakt door het op hen nederzien in de vuur-en wolkkolom. Aan een schrik in nog heviger mate, als de Syriërs overviel bij de belegering van Samaria in de dagen van Elisa. De Psalmist beschrijft op dichterlijke wijze wat hier plaats vond (Psalm. 78:17-20)
3) Roept niet te spoedig van overwinning, ongelovigen! wanneer de geest van uw ontkenningen terrein wint en de menigte, die in Gods wonderen gelooft, voor u heen vlucht. De duisternis, over u gebracht, zodat gij de wonderen verloochenen kunt, zal straks door het licht van de verpletterende Majesteit van God worden weggenomen, en het eerste wonder, dat gij erkennen moet, zal zijn, om u te verdelgen. Beroemt u niet te spoedig, werkers van de ongerechtigheid, als gij het vermogen vermenigvuldigt en uw wandaden u gelukken. God leeft!.
25. En hij stootte de raderen van hun wagens weg, en deed ze moeilijk voortvaren; 1) de schuw en wild geworden paarden renden met de wagens in elkaar; de raderen werden van de assen afgedreven, zodat zij niet meer van hun plaats konden. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vluchten van het aangezicht van Israël, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars. 2)
1) De raderen werden dus van de assen afgedreven, door een bijzondere almachtige werking van God. Wij hebben hier niet te denken aan een bloot natuurlijke oorzaak, maar aan een buitengewone openbaring van Gods kracht. Door de schrik van de Heere werd mens en dier beangst en beroerd, en raakte alles in verwarring. Het was een bijzondere openbaring van Gods strafoefenende gerechtigheid. “En deed ze moeilijk voortvaren,” of, maakte, dat zij met moeite reden.
2) Er wordt gevraagd, hoe Mozes dat wist, omdat allen in de zee zijn omgekomen. Vooreerst moet men niet voorbijzien, de ingeving van de Heilige Geest, maar dan ook niet over het hoofd zien, hoe hun angstgeschrei ongetwijfeld tot Mozes is doorgedrongen. In het ondergaan van Farao en zijn leger worden de Egyptenaars gedwongen, de almacht en liefde van God voor zijn volk getuigenis te geven.
Nu eerst zien zij dat de Heer tegen Egypte is, maar het is te laat; heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw hart niet.
26. En de HEERE, voor wie dit vluchten geenszins genoeg was, maar die Zijn naam nog verder aan de Egyptenaren verheerlijken moest, zei tot Mozes: Strek uw hand, met destaf wederom uit over de zee, dat de wateren terugkeren naar hun plaats, en zo komen over de Egyptenaars, over hun wagens en over hun ruiters.
Hier verhaalt Mozes, dat de zee niet minder in het verderven van de Egyptenaren het bevel van de Heere heeft gehoorzaamd, als toen zij zo-even aan het volk de doortocht had toegestaan. Want nadat Mozes zijn staf had opgeheven, zijn de wateren weer teruggekeerd in hun plaats, evenals zij eerder tot hopen verzameld waren. De Egyptenaren hadden nu wel berouw over de zinneloosheid van hun vorst en hadden besloten, als door de macht van God overwonnen, na de kinderen van Israël verlaten te hebben, naar huis terug te keren. Maar God, die hen wilde vernietigen, heeft hun verderf op het ogenblik zelf besloten. En nu, opdat wij zouden weten, dat het een in het oog vallend wonder was, beschrijft Mozes nu nauwkeurig wat er voorviel. Hij zegt nu, dat het toen dag begon te worden, zodat het volle licht aan de ogen van de toeschouwers de gehele zaak toonde. Want wel waren ‘s nachts de wateren tot twee hopen staande, maar de vuurkolom, welke bij de Israëlieten licht was, en toonde hun duidelijk de weg, liet niet toe, dat de weldaden Gods verborgen waren. Bij de Egyptenaren was het juist andersom. En alzo moesten zij niet alleen overdag omkomen, maar moest ook door het licht van de zon hun ondergang voor aller oog zichtbaar gemaakt worden. Dit ook doet hij, om te getuigen van de macht van God, omdat, terwijl zij poogden te vluchten, God hen zo openlijk slaat en treft, alsof zij zich met opzet zelf onderdompelden.
27. Toen strekte Mozes van de tegenoverstelde oever zijn hand uit over de zee; en de zolang teruggedrongen zee kwam weer, tegen het waken van de morgenstond, tot haar kracht, 1) met ontzettende kracht vielen de muren van water neer; en de Egyptenaars vluchtten die in het westen het eerst terugkerende wateren tegemoet, terwijl tegelijkertijd de van achter afkomende wateren hen begroeven in hun golven; en de HEERE stortte alzo de Egyptenaars in het midden van de zee naar Zijn woord (vs.13).
1) In het Hebreeuws Leíethano, beter, tot zijn bestendige duur, tot zijn normale toestand. Wij hebben het ons zo voor te stellen, dat de Egyptenaren zich reeds dicht bij de tegenovergestelde oever bevonden. En dat nu, terwijl aan de zijde van de Israëlieten de Heere hen verschrikte, en de wateren aan de andere zijde zich begonnen te sluiten, zij de zich sluitende wateren tegemoet ijlden in hun grote verwarring, terwijl het volgende ogenblik de wateren met donderend geweld zich over hen sloten, zodat zij verdronken.
28. a) Want als de wateren terugkeerden, zo bedekten zij de wagens en de ruiters van het gehele leger van Farao, dat hen (de kinderen van Israël), achternagekomen was in de zee; 1) er bleef niet één van hen over. 2)
a) Psalm. 78:53; 106:11
1) Hier uit deze daad van Farao en van zijn volk leren wij, wanneer God de mens laat varen en hem aan zichzelf overlaat, dat hij dan anders niet doet als roekeloos heen lopen tot zijn eigen verderf. Dit is de weg en staat van al degenen, die van God verlaten worden. Dit aanmerkende, moeten wij leren, een bijzonder bijvoegsel te gebruiken in onze gebeden; wij moeten altijd hierom bidden, dat God ons nooit wil verlaten, noch verwerpen. Deze stand is vreselijker, als de staat van enig schepsel in de gehele wereld; want wanneer God de mens verlaat, al wat hij doet is, dat hij zich haast tot zijn eigen verderf.
2) Zo volkomen was de strafoefening van de Heere tegen Farao en zijn volk. Dit was als de uiterste schakel van de keten van de strafoefenende gerechtigheid van God. Bij het doden van de eerstgeborenen had de Heere getoond wat Hij kon, nl. een geheel volk doen omkomen, maar treedt nog verschonend op, (de eerstgeborene vertegenwoordigde het geslacht), hier openbaart Hij zijn volle toorn over de uitgietingen van de ongerechtigheid van een zondige koning en een zondig volk.
29. a) Maar de kinderen van Israël, die zij achtervolgden en die zij meenden zeker te zullen verslinden, gingen op het droge in het midden van de zee; en de wateren waren hun een muur aan hun rechter- en aan hun linkerhand. 1)
a) Psalm. 77:20
1) Israëls doortocht door de Rode Zee is een beeld van uw leven; aan beide zijden zijn zichtbare en onzichtbare golven van ongeluk opeengehoopt; maar uw God houdt ze terug, dat zij niet over u gaan.
De wateren, die Mozes en de Israëlieten ongeschonden doorgetrokken waren, zijn het middel geweest van het verderf en de dood van de Egyptenaars, waarvan er niet één ontkomen is. Zo zal ook Gods toorn en vloek, die Christus en de gelovigen in hem ondergaan heeft, en van waaronder hij ongeschonden gekomen is, het middel zijn, om satan en zijn engelen, bovendien alle verworpelingen te storten in eeuwig verderf, waaruit voor geen van de vaten van de toorn ontkoming wezen zal.
Tegenover de ondergang van Farao met zijn leger stelt de Heere hier de volkomen redding van Zijn volk. Zijn macht in het verschrikken van de Egyptenaren stelt Hij tegenover Zijn macht tot bewaring van de kinderen van Israël. De zee, die weer kwam tot haar kracht, tegenover de wateren, die stonden als een muur aan hun rechter- en linkerhand.
30. Alzo verloste de HEERE Israël op die dag, 1) de zevende van het Paasfeest, uit de hand van de Egyptenaren; en Israël zag, als de morgen aangebroken was, de Egyptenaren dood aan de oostelijke oever van de zee,2) waarheen de westenwind (vs.27) hun lijkendreef.
1) De Joodse overlevering heeft vanouds af daaraan vastgehouden, dat de uittocht, die de 15 Nisan begon, op de 21e dag van diezelfde maand met de doortocht door de Rode Zee volbracht is. Deze berekening heeft veel voor, hoewel de tekst daarvan niets zegt; de zeven feestdagen van de ongezuurde broden hadden dan benevens de heiligheid van het getal “zeven”, ook een geschiedkundige oorsprong, gelijk dan ook “het ideaal normative moment (hetgeen voor de gedachten als een toonbeeld geldend is) in de voorspelling en openbaring meermalen met het accidenteel-historische (geschiedkundig bijkomende) in de loop van de gebeurtenissen van de heilige geschiedenis overeenkomt; een overeenkomst, die de opmerkzame beschouwer van het goddelijk bestuur in de geschiedenis de weldadige indruk van volle overeenstemming en juistheid ook in het toevallige en in nevenzaken schenkt.” Wanneer de Joodse overlevering dan bovendien beweert, dat de 21 Nisan in ieder jaar een Zaterdag geweest is, zo past dit zeer goed bij hetgeen de Heere in Deuteronomium. 5:15 zegt, hoewel de plaats niet op zichzelf een bewijs voor de onvoorwaardelijke juistheid van deze bewering geeft. Het past ook voortreffelijk bij de nieuwtestamentische geschiedenis, want de dag van de uittocht uit Raméses (hoofdstuk 12:47) valt dan op een Zondag, op welke dag Christus ‘s morgens uit het graf opstond.
Ziet bij elke verlossing hebben wij op deze onderscheiden dingen acht te geven. Hoe wij verlost zijn? door de Almachtige hand van God; waarin de verlossing eigenlijk bestaat: in een uitleiding en redding; wanneer deze is geschied, op de juiste tijd, door God zelf van eeuwigheid bepaald en in de volheid van de tijd gewerkt. Daarbij mogen wij niet vergeten op Hem te letten, die ons verloste. Geen mens als Mozes, geen uitnemend leider en leraar, geen verschrikkende stormwind, geen wijkende zee is de oorzaak van onze redding: maar de Heere alleen.
2) Ook dit was een zeer grote straf voor de Egyptenaren, die schatten ervoor over hadden, dat hun lijken werden gebalsemd. Nu werden hun dode lichamen de roofvogels en het roofgedierte ten prooi gegeven. Zo triomfeerde de Heere voor aller oog over alle goden van Egypte.
31. Ook zag Israël de grote hand, 1) die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk, diep getroffen over dit gericht, dat zijn vervolgers getroffen had, en over het wonder van de redding, dat zij zelf hadden ondervonden, vreesde 2) de HEERE, en geloofde3) in de HEERE, en in Mozes, 4) zijn knecht; zij hadden tochgezien, hoe de Heere door hem de watergolven verdeeld had, en door hem over de Egyptenaars terug had laten komen.
1) Onder “de grote hand” wordt zonder twijfel de almacht van de Heere verstaan.
2) Vrees wordt hier voor ontzag genomen, welke het volk bij hun plicht hield. Want niet alleen, dat zij met vrees werden aangedaan, maar ook zijn zij ertoe gebracht, om zich aan God, wiens goedheid zij op een liefelijke en aangename wijze hadden ervaren, over te geven. En ofschoon deze vroomheid niet van aangeven duur is geweest, tenminste bij een zeer groot deel, toch mag men geloven, dat bij enige weinigen zij wortel heeft geschoten; omdat er altijd enig zaad is overgebleven, en niet bij allen de herinnering aan deze weldaad geheel en al is uitgeblust.
3) Bij zeer velen was dit een tijdgeloof, gedwongen als zij ertoe werden, door het zien van de grote hand van God, maar bij anderen hield dit geloof stand. Gods einddoel was nu in beginsel bereikt, nl. de verheerlijking van Zijn Naam en het vertrouwen op die Naam, door en bij het volk Israël. De doortocht door de Rode Zee is een symbool van de verlossing. Israël wordt daardoor van de wereld afgescheiden en alzo tot een volk van het Verbond, van het eigendom gemaakt (1Kor.10:1,2). De verlossende daad van God gaat aan de wetgeving vooraf. Deze daad van God wordt van de zijde van de Israëlieten in het geloof aanvaard. (Hebr.11:29).
4) Voor de eerste maal wordt Mozes de knecht des Heeren genoemd, een uitdrukking, die later zijn blijvende titel geworden is. Deze naam duidt deels de man aan, die de wil van God uitvoert, of er naar streeft, om die te volbrengen, deels hem, aan wie de uitvoering van een bijzondere goddelijke opdracht toevertrouwd is. In de eerste zin wordt die naam gebruikt van de dienstbare Hemelgeesten (Job4:18), van Job (hoofdstuk 1:8; 2:3; 42:7 vv.), van het volk Israël (Leviticus. 25:42,55 Jesaja. 41:8; 44:1 vv.); in de tweede zin van Mozes (Numeri. 12:7 vv. Jozua. 1:2,7; 2 Koningen. 21:8, van Jozua (hoofdstuk 24:29 Richteren. 2:8), van profeten Jesaja 20:3 Jer.7:25), van koningen (2 Samuel 3:18; 2 Kron.32:16, of van andere theocratische gewichtige personen Jesaja 22:20 Hagg.2:24), zelfs van heidense vorsten (Jeremia. 25:9). Het is een zeer eervolle titel, die niet slechts gehoorzaamheid jegens de Heere, maar tevens de goddelijke verkiezing en bijzondere voorzorg uitdrukt, terwijl alleen diegene de knecht des Heeren zijn kan, die de Heere zelf daarvoor verklaard en daartoe gemaakt heeft.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 14
Exodus 14:1–2. KruisverwijzingenJeremia 44:1→Numeri 33:7→Exodus 13:1→Exodus 12:1→Ezechiël 29:10→Exodus 14:9→Exodus 13:17→Jeremia 46:14→
— Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: Spreek tot de kinderen Israels, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-Hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baal-Zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee.
Het zou misschien voldoende zijn geweest als de wolkkolom zich in die richting had bewogen. Maar het was zo’n buitengewone leiding van de Heere om Zijn volk rechtstreeks naar de zee te voeren, dat Hij niet alleen de wolkkolom liet voortgaan, maar ook een uitdrukkelijk bevel gaf. Opdat Mozes zelf niet verbijsterd zou raken door deze voor hem zo merkwaardige leiding, zegt de Heere hem wat hij tot het volk moet spreken en geeft Hij vervolgens deze verklaring.
Exodus 14:3–4.KruisverwijzingenRomeinen 9:22→Exodus 7:5→Romeinen 9:17→Exodus 7:3→Exodus 9:16→Richteren 16:2→Psalmen 139:4→Psalmen 3:2→
— Farao dan zal zeggen van de kinderen Israels: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten. En Ik zal Farao's hart verstokken, dat hij hen najage; en Ik zal aan Farao en aan al zijn heir verheerlijkt worden, alzo dat de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben. En zij deden alzo.
Israël was uit Egypte vertrokken. Geen hoef van hun vee was achtergebleven en ook geen kind of oude man was in het slavenhuis achtergelaten. Maar hoewel zij vertrokken waren, werden zij niet vergeten door de tiran die hen had onderdrukt. Zij waren een waardevolle groep arbeiders geweest, want zij hadden voor de farao schatsteden en voorraadplaatsen gebouwd. Omdat zij zonder loon moesten werken, kostten zij de tiran niets anders dan de zweep. Toen zij weg waren, begon de farao te beseffen wat hij had verloren, en zijn dienaren dachten er net zo over. Daarom riepen zij: “Waarom hebben wij dit gedaan, dat wij Israël uit onze dienst hebben laten gaan?” Vervolgens besloten zij hen terug te halen, en zij meenden dat dit gemakkelijk zou zijn. Zij wisten dat de Israëlieten geen krijgshaftig volk waren en waren ervan overtuigd dat zij hen slechts hoefden in te halen om hen als een kudde vee terug te drijven. Misschien had hun God Zijn laatste pijl afgeschoten en kon Egypte Zijn volk zonder vrees voor nieuwe plagen opnieuw gevangennemen. Zo dachten zij, maar de Heere dacht anders.
Die vier woorden: “En zij deden alzo”, zijn kort en eenvoudig, maar zeggen bijzonder veel. Och, mocht dat altijd van ons gezegd kunnen worden wanneer God ons iets gebiedt: “En zij deden alzo.”
Exodus 14:5. KruisverwijzingenPsalmen 105:25→2 Petrus 2:20→Jeremia 34:10→Lukas 11:24→Exodus 12:33→
— Toen nu de koning van Egypte werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij zeiden: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israel hebben laten trekken, dat zij ons niet dienden?
Niets anders dan de genade van God kan een mens werkelijk verootmoedigen. Deze Egyptenaren waren door zware plagen tot een schijnbare nederigheid gedwongen, maar al spoedig waren zij weer even hoogmoedig als tevoren. Alleen de almachtige genade van God kan een trots en hardnekkig hart werkelijk onderwerpen.
Exodus 14:6–8. KruisverwijzingenHandelingen 13:17→Numeri 33:3→Exodus 15:4→Psalmen 20:7→Exodus 14:23→Richteren 4:3→Psalmen 68:17→Jesaja 37:24→
— En hij spande zijn wagen aan, en nam zijn volk met zich. En hij nam zeshonderd uitgelezene wagens, ja, al de wagens van Egypte, en de hoofdlieden over die allen. Want de HEERE verstokte het hart van Farao, den koning van Egypte, dat hij de kinderen Israels najaagde; doch de kinderen Israels waren door een hoge hand uitgegaan.
Zij waren vastberaden en moedig zolang zij beseften dat God met hen was. De Egyptenaren daarentegen waren onverschrokken en hoogmoedig, hoewel God niet met hen was. Er waren die dag twee verheven machten: de macht van de trotse, nietige farao en de macht van de eeuwig gezegende, almachtige HEERE.
Exodus 14:9–10. KruisverwijzingenExodus 15:9→Jozua 24:7→Nehemia 9:9→Jozua 24:6→Psalmen 34:17→Psalmen 107:6→Exodus 14:2→Psalmen 106:44→
— En de Egyptenaars jaagden hen na, en achterhaalden hen, daar zij zich gelegerd hadden aan de zee; al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters, en zijn heir; nevens Pi-Hachiroth, voor Baal-Zefon. Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
Doordat zij vergaten wat God voor hen had gedaan en wat Hij hun had beloofd, werden zij bevreesd toen zij hun vroegere meester zagen naderen. Zij kenden de wreedheid van de Egyptenaren in oorlogstijd, en de moed zonk hun in de schoenen.
Exodus 14:10. KruisverwijzingenJozua 24:7→Nehemia 9:9→Psalmen 34:17→Psalmen 107:6→Psalmen 106:44→Psalmen 107:28→Psalmen 107:19→1 Johannes 4:18→
— Als Farao nabij gekomen was, zo hieven de kinderen Israels hun ogen op, en ziet, de Egyptenaars togen achter hen; en zij vreesden zeer; toen riepen de kinderen Israels tot den HEERE.
Ach, geliefde vrienden, als zij in een waar gelovig gebed tot de Heere hadden geroepen, zouden zij lof hebben verdiend. Maar dat deden zij niet. Zij riepen tot de Heere in een ongelovige klacht, zoals het volgende vers duidelijk laat zien.
Exodus 14:11–12. KruisverwijzingenPsalmen 106:7→Exodus 5:21→Exodus 17:2→Numeri 16:41→Numeri 11:1→Exodus 15:23→Exodus 16:2→Genesis 43:6→
— En zij zeiden tot Mozes: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte gans geen graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt? Is dit niet het woord, dat wij in Egypte tot u spraken, zeggende: Houd af van ons, en laat ons de Egyptenaren dienen? Want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, dan in deze woestijn te sterven.
Wat waren zij toch laf en moedeloos! Was dit het volk dat Kanaän zou veroveren? Was dit Gods uitverkoren volk? Ach, veroordeel hen niet, want u en ik zijn vaak even moedeloos en even wankelmoedig geweest als zij. Moge God ons vergeven, zoals Hij ook hen telkens opnieuw heeft vergeven.
Exodus 14:13–15. KruisverwijzingenDeuteronomium 3:22→Deuteronomium 20:4→Jozua 23:3→Deuteronomium 1:30→Jesaja 30:15→Exodus 14:30→2 Kronieken 20:29→Nehemia 4:20→
— Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast, en ziet het heil des HEEREN, dat Hij heden aan ulieden doen zal, want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in eeuwigheid. De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn. Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken.
Mozes bad ongetwijfeld in zijn hart, al lezen wij niet dat hij zijn gebed hardop uitsprak. Maar dit was niet de tijd om te bidden; het was de tijd om te handelen. Wanneer mensen, terwijl zij hun plicht kennen, zeggen: “Wij zullen er eerst voor bidden”, bedoelen zij vaak dat zij een reden zoeken om het niet te doen. U hoeft niet over een zaak te bidden wanneer u weet wat uw plicht is. Ga dan eenvoudig heen en doe wat u behoort te doen.
Exodus 14:15. KruisverwijzingenEzra 10:4→Jozua 7:10→Exodus 17:4→Nehemia 9:9→
— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij? Zeg den kinderen Israels, dat zij voorttrekken.
Geestelijke mensen nemen in hun nood onmiddellijk de toevlucht tot het gebed, zoals een hert op de vlucht slaat wanneer het wordt opgejaagd. Het gebed is een toevlucht die nooit faalt; het brengt altijd een zegen met zich mee. Zelfs los van de verhoring is het beoefenen van het gebed heilzaam voor degene die bidt. Het zij verre van mij ooit iets te zeggen dat afbreuk doet aan deze heilige, zalige en hemelse oefening.
Toch zijn er momenten waarop bidden alleen niet voldoende is, ja, waarop zelfs het gebed niet op zijn plaats is. Dat lijkt misschien een harde uitspraak, maar onze tekst zegt het duidelijk. Mozes bad of God Zijn volk wilde verlossen, maar de Heere zei tegen hem: „Waarom roept gij tot Mij?” Dat wil zeggen: dit is niet de tijd om te bidden, maar om te handelen. “Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij voorttrekken.” Wanneer wij over een zaak voldoende hebben gebeden, wordt het zondig om nog langer te talmen. Dan is het onze duidelijke plicht onze verlangens om te zetten in daden en, nadat wij Gods leiding hebben gezocht en Zijn kracht hebben ontvangen, zonder verder beraad of uitstel onze plicht te doen.
Exodus 14:16–20. KruisverwijzingenExodus 7:19→Exodus 4:17→Exodus 14:4→Exodus 14:8→Exodus 14:26→Exodus 4:20→Exodus 7:5→Numeri 20:16→
— En gij, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief dezelve, dat de kinderen Israels door het midden der zee gaan op het droge. En Ik, zie, Ik zal het hart der Egyptenaren verstokken, dat zij na hen daarin gaan; en Ik zal verheerlijkt worden aan Farao en aan al zijn heir, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren. En de Egyptenaars zullen weten, dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagenen en aan zijn ruiteren. En de Engel Gods, Die voor het heir van Israel ging, vertrok, en ging achter hen; de wolkkolom vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen. En zij kwamen tussen het leger der Egyptenaren, en tussen het leger van Israel; en de wolk was te gelijk duisternis en verlichtte den nacht; zodat de een tot den ander niet naderde den gansen nacht.
God was als een vurige muur tussen Zijn volk en hun vijanden. Daarom hadden zij geen enkele reden om bang te zijn, hoe dichtbij de Egyptenaren ook waren.
Exodus 14:21–25. KruisverwijzingenJesaja 63:12→Exodus 15:8→Hebreeën 11:29→Exodus 15:19→Exodus 14:29→Exodus 14:14→Psalmen 66:6→Nehemia 9:11→
— Toen Mozes zijn hand uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE de zee weggaan, door een sterken oostenwind, dien gansen nacht, en maakte de zee droog, en de wateren werden gekliefd. En de kinderen Israels zijn ingegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. En de Egyptenaars vervolgden hen, en gingen in, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagenen en zijn ruiteren, in het midden van de zee. En het geschiedde in dezelfde morgenwake, dat de HEERE, in de kolom des vuurs en der wolk, zag op het leger der Egyptenaren; en Hij verschrikte het leger der Egyptenaren. En Hij stiet de raderen hunner wagenen weg, en deed ze zwaarlijk voortvaren. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vlieden van het aangezicht van Israel, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars.
Zij bevonden zich nu midden in de zee, tussen twee hoge muren van water. En voordat de Egyptenaren konden ontkomen, zie wat er met hen gebeurde.
Exodus 14:26–31. KruisverwijzingenExodus 14:22→Jozua 4:18→Psalmen 106:10→Psalmen 106:8→Johannes 2:11→Exodus 14:16→Habakuk 3:8→Habakuk 3:13→
— En de HEERE zeide tot Mozes: Strek uw hand uit over de zee, dat de wateren wederkeren over de Egyptenaars, over hun wagenen en over hun ruiters. Toen strekte Mozes zijn hand uit over de zee; en de zee kwam weder, tegen het naken van den morgenstond, tot haar kracht; en de Egyptenaars vluchtten die tegemoet; en de HEERE stortte de Egyptenaars in het midden der zee. Want als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over. Maar de kinderen Israels gingen op het droge, in het midden der zee; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter hand en aan hun linkerhand. Alzo verloste de HEERE Israel aan dien dag uit de hand der Egyptenaren; en Israel zag de Egyptenaren dood aan den oever der zee. Ook zag Israel de grote hand, die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk vreesde den HEERE, en geloofde in den HEERE, en aan Mozes, Zijn knecht.
En dat was niet zonder reden. Toch morden zij al spoedig opnieuw, zowel tegen de Heere als tegen Mozes.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VOORTZETTING VAN DE UITTOCHT, ONDERGANG VAN DE EGYPTENAREN IN DE RODE ZEE.
I. Exodus 14 vers 1-18
Terwijl de kinderen van Israël in zuidoostelijke richting naar het noordelijk einde van de Rode Zee gaan, ontvangen zij bevel van Etham af meer rechts te gaan, en zich te begeven voor Baäl-Zefon, aan de westelijke zijde van de zee, nog binnen het gebied van Egypte. Het geschiedt, zoals de Heere gewild heeft. Farao ijlt hem na met zijn wagens en ruiters; maar nu is het uur gekomen, dat de Heere Zijn heerlijkheid aan Farao bewijst, zodat hij met de zijnen omkomt.
1. Toen, nog voordat de wolkkolom op de morgen van de vierde dag (hoofdstuk 13:21 vv.) zich verhief, sprak de HEERE tot Mozes, om hem de reden en het doel van de schijnbaar zo dwaze leiding te openbaren, zeggende:
2. Spreek tot de kinderen van Israël, en beveel hen in Mijn naam, dat zij niet in de tot hiertoe ingeslagen richting naar het zuidoosten verder trekken, maar terugkeren, de wolkkolom volgende, in de richting naar het zuiden, en zich legeren voor Pi-Hachirôth (mond van spelonken of een plaats waar gras groeit), ten zuidoosten van de uitgang van de bergpas bij Hachiroth (Numeri. 33:7), tussen Migdol (vesting) ter rechterzijde, en tussen de zee ter linkerzijde: voor, dicht bij, Baäl Zefon (heer van het noorden), daartegenover in de vijf uur lange en even zo brede vlakte zult gij u legeren aan de zee. 1)
1) Een van de oudste meningen over de weg, die de kinderen van Israël van Gosen tot aan de Rode Zee insloegen, is de onlangs weer door K.v.Raumer verdedigde gedachte, volgens welke Raméses niet als de naam van een stad, maar van het gehele land Gosen mede aan te merken is, en de stad On of Heliopolis (Genesis 41:45) als eerste verzamelplaats te nemen is. Van daar heeft zich dan het leger in zuidelijke richting naar het bij Caïro gelegen dorp Besatin gewend, en in de nabijheid het eerste leger (Sukkoth) opgeslagen. Op de tweede dag volgde Israël de zuidoostelijke richting, door het zogenoemde dal van de verdwaling (Wady-et-Tih) tot aan de bron Gandelhy (Etham), en zou nu van hier uit de noordoostelijke richting, door een met dit dal verbonden, tussen het gebergte Mokattem in het westen en Atakah in het oosten naar het noordeinde van Heroöpolitaanse golf opvoerend tweede dal, hebben moeten inslaan, om naar de woestijn Sur te komen. In plaats daarvan ontvangen de kinderen van Israël op de derde dag bevel, om zich om te wenden; dat is de zuidoostelijke richting verder te vervolgen, en hun weg door het dal van de verdwaling tot aan het uiteinde, de zeevlakte Bede (Hachiroth), voort te zetten. Wij kunnen met deze opvattingen niet instemmen, om redenen, die wij hier niet elk in het bijzonder kunnen aanwijzen; wel blijven wij bij het Wady-et-Tih, “dal van de verdwaling” dat zijn naam daarvan verkregen heeft, dat men het voor de door Mozes beschreven weg van de kinderen van Israël hield, nog een ogenblik staan. De bergketen, die dit dal ten noorden begrenst, verdeelt zich in twee helften, daar, waar de bovengenoemde bron Gandelhy zich bevindt, en het dal van de verdwaling in een tweede dal uitloopt, dat naar het noordoosten zich uitstrekt. Het westelijk gedeelte van die bergketen is Mokattem, het oostelijke het gebergte Atakah. Het laatste komt zó nabij aan de zee, en maakt de zeekust zó nauw, dat slechts weinig mensen naast elkaar kunnen gaan. Hier lag Baäl-Zefon, waar de Egyptische afgod Tyfon een heiligdom had. Men geloofde, dat deze god de lijfeigenen en gevangenen, wanneer zij uit Egypte hierdoor wilden vluchten, terugbande en niet uit het land liet gaan; het is dus een veelbetekende hoon, de afgod aangedaan, dat Israël zich in het gezicht van zijn heiligdom moet legeren, om dan straks onder zijn ogen midden door de Rode zee te gaan. Twee of drie mijl ten noorden van Atakah loopt de karavaanweg, die door Caïro naar Suez leidt, nadat zij de bergpas Muktala achter zich gelaten heeft, en dan door een bergkloof doorgegaan is, in een vlakte uit. Hier bevindt zich een kleine vesting tot bescherming van de karavanen; zij heeft een bron met overvloedig, maar zoutachtig water, heet thans Adschrud en is duidelijk dezelfde plaats als ons Pi-Hachiroth, terwijl Migdol met de straks genoemde bergpas Muktala één schijnt te zijn. Terwijl Israël zich op de van God bevolen wijze legert, is het voortgaan ten westen en zuiden door bergkloven en steile gebergten belet; ten oosten wordt het door de Schelfzee teruggehouden, zodat het aan de van het noorden af najagende Farao niet zou hebben kunnen ontkomen, wanneer niet op wonderbare wijze een weg door de zee ware gebaand; maar juist die wonderbare weg opent de Heere, omdat Hij zich aan Israël zowel als aan Farao verheerlijken wil; daarom leidde Hij Zijn volk juist in dit oord.
3. Wanneer Farao van dit omkeren horen zal, dan zal hij zeggen van de kinderen van Israël: zij zijn verward in het land; zij dwalen radeloos, en weten, onbekend met de weg, niet verder te komen: die Egyptische woestijn, in welke zij geraakt zijn, in plaats van naar de woestijn Sur te trekken, heeft hen besloten,1) heeft, evenals een gevangenis, hen achter haar muren en poorten opgenomen, om hen niet weer weg te laten gaan.
1) Zonder twijfel heeft Farao de weggetrokken Israëlieten laten achtervolgen door zijn spionnen, om hem op de hoogte van de zaak te houden. Hiermee houdt de Heere rekening. Is deze veronderstelling juist, en daaraan is geen twijfel, dan blijkt daaruit wel, hoe Farao nog in niets veranderd is. Hoe hij noch altijd jegens Gods volk in een wrokkende toestand verkeert en plannen beraamt, op welke wijze hij het weer gemakkelijk terug zal voeren in zijn land. Dat wordt hem tot een valstrik, en leidt tot zijn gehele ondergang.
4. a) En Ik zal Farao’s hart verstokken, dat hij, in de mening de kinderen van Israël weer in zijn macht te hebben, hen achtervolgt; en Ik zal aan Farao en aan heel zijn leger, verheerlijkt worden, 1) alzo dat de Egyptenaars, zowel die in het water omkomen, als ook de anderen, die nog thuis zijn, zullen weten, dat Ik de HEERE ben, de ware, almachtige God, tegen Wie zich niemand ongestraft verzetten kan. En zij, de kinderen van Israël, deden alzo; zij legerden zich, gelijk Mozes hun bevolen had, in de uitgestrekte vlakte aan de overzijde van Hachiroth, voor Baäl Zefon, en rustten daar de beide volgende dagen.
a) Exodus. 4:21; 10:20
1) De verheerlijking van God, ziedaar het einddoel van dit alles. God wordt verheerlijkt, zowel door Zijn gericht te oefenen aan de goddelozen, als door Zijn genade te bewijzen aan Zijn kinderen.
5. Toen 1) nu de koning van Egypte, op de tweede of derde dag na die nacht (hoofdstuk 12:29 vv.), waarin Israël de tocht naar Etham had aangevangen (hoofdstuk 13:20 vv.), werd geboodschapt, dat het volk vluchtte, dat het op een wijze was weggetrokken, die niet slechts aan een wegtrekken voor drie dagreizen in de woestijn, maar aan een geheel verlaten van Egypte deed denken, zo is het hart van Farao en van zijn knechten veranderd tegen het volk, en zij, de koning en de hovelingen, zeiden, de een tegen de ander: Waarom hebben wij dat gedaan, dat wij Israël hebben laten vertrekken, dat zij ons niet dienden? 2)
1) Mozes bedoelt niet enkel, dat de koning toen voor het eerst van de vlucht van het volk gehoord heeft, die toch niet in het geheim had plaats gehad, maar dat de omstandigheden hem verhaald werden, welke hem aanspoorde iets te beproeven. Daarom, waar hij hoort, dat het volk angstig wegvlucht, meent hij, dat hij door geen enkele belemmering wordt weerhouden. En niet alleen lijdt hij zelf aan zulk een grote zinneloosheid, maar alle aanzienlijken aan zijn hof rekenen het tot hun schande, dat het volk is uitgetrokken. Zij vragen zichzelf af, waarom zij geduld hebben, dat de kinderen van Israël zijn weggegaan? Alsof zij niet op allerlei manier beproefd hebben, de vrije aftocht te verhinderen; alsof niet hun hardnekkig verzet tienmaal als van uit de hemel was overwonnen; alsof God niet eindelijk zijn volk hun onvrijwillig had ontrukt. Maar dit is de domheid van de goddelozen, dat zij slechts voor de hand van God, als deze tegenwoordig is, vrezen, maar terstond alles, wat zij gezien hebben, vergeten hebben. Door hevige en verschrikkelijke straffen waren zij gekweld; nu, alsof er niets gebeurd was, vroegen zij zich af, waarom zij niet tot het uiterste toe God hadden weerstaan, die hen eindelijk gedwongen had, op de meest heldere wijze af te laten, nadat zij tienmaal hadden beproefd vruchteloos weerstand te bieden. Maar door zodanige hoogmoed moesten de goddelozen verblind worden, opdat zij in hun eigen verderf zouden lopen, terwijl zij in niets overtuigd werden, dat het hard is tegen God te strijden.
2) Hen dienen, dat wilde men van Israël. Gods volk als slaven behandelen, dat heeft men voor. Daarom treurt men dan ook alleen, omdat dit niet meer mogelijk is. Ook hier verraadt Farao met zijn knechten het zelfzuchtig karakter van de wereld.
6. En 1) hij spande, in de verstoktheid van zijn hart, zijn eigen koninklijke strijdwagen in, en nam zijn krijgsvolk met zich, om de door de nood hem afgeperste toestemming met geweld van wapens weer terug te nemen en Israël terug te halen.
1) Met weinig woorden beschrijft Mozes de toerusting tot de strijd, niet slechts om de grootheid van Gods kracht in het bevrijden van het volk in helder daglicht te stellen, maar ook, om te leren, met hoe grote drift en door niets weerhouden stoutmoedigheid de goddelozen zich prijsgeven, wanneer zij de vrije teugel laten aan hun boze en misdadige begeerlijkheden. Onlangs lagen de Egyptenaars bijna ontzield ter aarde en riepen uit, dat het met hen gedaan was, en nauwelijks is er één dag voorbijgegaan, of zij verzamelen een machtig leger, bestaand uit de bloem van de troepen.
Tussen de gedachte in het vorige vers uitgesproken en de uitvoering van het plan, ligt slechts één ogenblik. Helaas, hij bedenkt niet, dat hij zich schuldig maakt, én aan ontrouw aan zijn belofte, én aan woordbreuk tegenover het gehele volk, én aan opstand tegen God, welke zonden zouden uitlopen op algehele ondergang.
7. En hij nam zeshonderd uitgelezen wagens, 1) die tot zijn lijfwacht behoorden en aanstonds gereed waren, ja, al de wagens van Egypte, die zij in de haast konden tezamen brengen, en de hoofdlieden 2) over die allen; bovendien ook nog ruiters (vs.9).
1) In de oude tijd had men, voornamelijk in het oosten, wagens van twee wielen, die met twee of meer paarden bespannen waren, voor de strijd; op deze was, behalve de wagenmenner, in de regel slechts één strijder; niet zelden had echter de strijder nog een derde man als wapendrager aan zijn zijde. Gewoonlijk waren deze strijdwagens sterk met ijzer beslagen en van zeisen of sikkels, die aan de assen waren aangebracht, voorzien, om daarmee de te voet strijdende vijand neer te maaien (Johannes 17:16 2 Makk.13:2). Egypte was bijzonder door zijn wagens beroemd; koning Sesostris (zie Ge 47.25) bezat er 27.000; bovendien was er ook voetvolk en ruiterij; het eerste neemt Farao niet mee, omdat een snelle achtervolging plaats moest hebben.
2) Volgens Hiëronymus waren de Mysls(Schalischim), de drie voornaamste in het gebied naast de koning. Aldus werden zij genoemd, die de tweede rang in het rijk bekleedden.
8. Want de HEERE verstokte het hart van Farao, de koning van Egypte, dat hij de kinderen van Israël achtervolgde, 1) en meende zijn doel niet te kunnen missen; a) doch de kinderen van Israël waren door een hoge hand uitgegaan. 2)
a) Jesaja. 26:11 Numeri. 33:3
1) Vrgl.2 Thess.2:11 en 12
2) De Heere verschaft recht aan hen, die onrecht lijden; hongerigen wil Hij spijzigen, gebondenen vrijmaken. Zijn genade is groot. Maar die God vergeten houdt Hij met machtige hand tegen, zodat zij vallen in hun eigen strikken. De Heere is Koning in eeuwigheid! Zion! uw God zorgt voor u!.
Laten wij door dit voorbeeld aangespoord worden om, terwijl wij veilig zijn onder de bescherming van God, de oordelen, welke kunnen geschieden, te vrezen, niet om met angstig gemoed rumoer te maken, maar om bedaard te schuilen onder Zijn vleugels, en niet door onbedachtzame vreugde te worden vervoerd.
Tegenover het achtervolgen van Farao, wijst de Schrijver op het grote voorrecht van de Israëlieten. Had Farao dit laatste bedacht, hij zou zich wel gewacht hebben tegen de Heere verder te strijden. Hij is echter als geheel van zijn verstand beroofd, en zijn hart is toegesloten voor elke goede indruk. Israël kon gerust zijn.
9. a) En de Egyptenaars jaagden hen na, de vijfde en zesde dag van Tanis uit, en achterhaalden hen aan de avond van de zesde dag, daar zij, de Israëlieten, zich sederd drie dagen gelegerd hadden aan de zee, al de paarden, de wagens van Farao en zijn ruiters 1) en zijn legerjaagden hen na; en zij achterhaalden hen bij Pi-Hachirôth, voor Baäl-Zefon (vs.4).
a) Jozua. 24:6
1) De krijgsmacht van Egypte bestond te allen tijde voornamelijk uit krijgswagens en ruiterij. Gewoonlijk bevond deze zich in Opper-Egypte.
10. Als Farao nabij gekomen was, 1) zo hieven de kinderen van Israël, door het gevaar van het aankomend leger opmerkzaam gemaakt, hun ogen op, om te zien, wat het voor een gevaar was; en ziet, de Egyptenaars trokken achter hen, en zij vreesden 2) zeer, daar er aan geen ontkomen te denken was, toen riepen 3) de kinderen van Israël, half in wanhoop, tot de HEERE, dat Hij raad en hulp zou geven, daar Hij zelf hen in die toestand gebracht had.
1) Mozes wijst aan, dat door het plotselinge van de zaak, de schrik hen des te meer overviel, omdat geen bode vooraf was gezonden, zodat hun geen kleine rijdruimte zelfs werd gelaten, om zich gereed te maken. Daarom was er zelfs voor zeer krachtige gemoederen oorzaak voor vrees geweest, indien zij de maat maar niet hadden overschreden. Maar op tweeërlei wijze hebben zij gezondigd, zowel omdat met de herinnering aan de bewezen weldaden van God, de hoop op goddelijke hulp hun was ontzonken, als omdat zij daardoor tot ondankbaarheid zijn vervallen, zodat zij tegen God en Mozes onbeschaamd opstonden. Evenwel twee tegenovergestelde zaken schijnen hier verhaald te worden, èn dat zij roepen tot de Heere, èn dat zij oproer verwekken tegen zijn dienaar. Maar men mag aannemen, dat dit geroep noch uit geloof is voortgekomen, noch uit een ernstige en godsdienstige stemming van het hart, maar door de verwarde toestand hun is afgeperst, zoals het natuurlijk gevoel alle stervelingen tezamen dringt, om zonder onderscheid in tegenspoed hun gebeden tot God op te zenden, ofschoon zij noch Zijn mededogen aangrijpen, noch aan Zijn macht zich overgeven.
2) Deze vrees is een zeer zondige vrees, omdat zij kort tevoren op zulk een zichtbare wijze de beschermende hand van God hadden ondervonden. Hieruit bleek, dat Israël een zondig volk was en dat, waar de Heere het straks uithielp, Hij dit niet deed, omdat het volk dat waardig was, maar omwille van Zichzelf.
3) Dit was geen ootmoedig tot de Heere roepen, maar als het ware het roepen van het ongeloof. Terwijl zij toch tot de Heere riepen, murmureerden zij tegen Mozes. Waar zij aan de ene zijde door Hem om bijstand riepen en om verlossing, daar stootten zij aan die andere zijde, door hun murmureren, de hand van God van zich af.
11. En zij zeiden tot Mozes, de verslagenheid van hun hart hem openbarende: Hebt gij ons daarom, omdat er in Egypte geheel geen 1) graven waren, weggenomen, opdat wij in deze woestijn sterven zouden? Wij zouden ook daar niet onbegraven zijn gebleven, om ten spijze van vogels en wilde dieren te zijn. Waarom hebt gij ons dat gedaan, dat gij ons uit Egypte gevoerd hebt, 2) wanneer uw uitleiding nu zulk een ellendig einde nemen zal?
1) In het Hebreeuws komt de dubbele ontkenning zeer duidelijk uit. Hiermee maakt Israël zich onwaardig, om uit de ellende geholpen te worden en geeft rechtvaardige redenen, dat God de deur van zijn genade toesluit. God heeft geduld, omdat Hij eeuwig is, zegt de kerkvader Augustinus; in de gangen met zijn volk heeft Hij dit zeer duidelijk bewezen.
2) Nauwelijks is de roede van Farao weggenomen, of hij verhardt zich; nauwelijks zijn de wonderen van God tot redding van Zijn kinderen geschied, of zij zijn in vrees en murmureren: O, mijn God! wat is de mens, dat Gij hem genadig kunt zijn!.
De kinderen van Israël de dood voor ogen ziende, riepen tot de Heere met kreten van angst en vertwijfeling; doch, onmiddellijk geen verlossing ziende, murmureerden zij tegelijk en als in één adem tegen Mozes, hem beschuldigende en zich over hem beklagende, en het betreurende, dat zij niet liever in de slavernij gebleven waren, dat toch zo veel beter was, dan gedood te worden. “Dit is vergaande ondankbaar en ongelovig!” Zeker, doch welke Christen moet niet met schaamte belijden, dat hij in zijn hart wel eens diezelfde taal spreekt, wanneer het pad van het geloof duister wordt, de nood hem van alle kanten omringt, en de begeerlijkheden van de wereld hem weer krachtig aanspreken. Ach! dan is hem de vroegere vleselijke gerustheid nog zo aanlokkend!.
12. Is dit niet het woord, en was het niet naar recht, dat wij in Egypte tot u spraken, toen gij nog reeds van onze uitleiding sprak, maar wij reeds erkenden, dat daarvan nooit iets komen kon (hoofdstuk 6:9), zeggende: Houd af van ons; denk niet langer aan onze bevrijding, en laat ons de Egyptenaren dienen? Tot ons ongeluk hebben wij opnieuw aan uw verleidende stem gehoor gegeven, en zijn wij uw leiding gevolgd. Nu blijkt het, dat wij recht gezien hadden: want het ware ons beter geweest de Egyptenaren te dienen, hoe hard ook dat juk ware, dan in deze woestijn, allen opeens jammerlijk te sterven, 1) zodat er nieteens een graf voor ons overblijft.
1) Misschien zijt gij reeds op gelijke wegen geleid, als de kinderen van Israël, wonderlijke wegen, die gij nooit zou ingeslagen zijn, die u, in plaats van tot uw doel, van het doel schenen af te leiden, bij welke gij de Heere niet begrijpen kon; gij stond dan misschien ook plotseling in een dal Hachirôth, afgesneden van alle hulp, gelijk het scheen; geen uitweg meer zichtbaar; een zeker verderf voor u; van alle bescherming beroofd; alle steun verbroken; in het geheel niets meer, waaraan het hart zich in de nood kon vasthouden, en waarin de vrezende ziel troost kon vinden; nergens een toevlucht! Nergens, zei ik-ik zei te veel: één toevlucht heeft de mens altijd, één weg is hem altijd open; voor een ieder staat altijd de hemelladder, die hij biddend kan opstijgen, al ware hij ook in de donkerste diepte. Ik weet niet, of gij deze weg bewandeld hebt, toen gij in het dal Hachirôth waart, dit echter weet ik, de wegen, die in dat dal leiden, zijn genadewegen en het vertoeven daarin kan kostelijk, kan rijk gezegend worden, wanneer de ziel de naar boven opengelaten weg bewandelt; dan ervaart zij, wat zij aan haar geloof en aan haar Heer heeft. Bij zonneschijn en op heldere hoogten ervaren wij dit minder; daar bedriegt zich de mens. Hij denkt in de Heere te geloven; maar misschien is het toch slechts zijn wel voorziene voorraadschuur, zijn veilige woning, zijn blinkende guldens, zijn vaste gezondheid, zijn vruchtbare akker, zijn talrijke vrienden, zijn aanzienlijke stand, zijn hem toelachend geluk, die zijn moed opwekken, zijn ziel troosten, zijn vertrouwen sterken.
Daarom is het goed, dat de Heere hem van tijd tot tijd in het dal Hachirôth leidt, waar al deze steun hem verlaat, waar al deze goden hem hulpeloos laten, en waar hij niets anders heeft dan alleen zijn geloof, en geen andere weg, dan alleen die van het gebed.
Zegt niet; ik zie geen middelen, waar ik ook zoek, niets vind ik voor mij; want het is Gods eretitel, te helpen, wanneer de nood het hoogst is. Waar ik en gij geen uitweg meer zien, daar komt God om ons veilig te leiden. Vertrouw mijn ziel, op Hem!.
13. Doch Mozes, die nog het gevaar, dat hem van Farao’s zijde dreigde, bevreesd gemaakt had, noch die zich door het bittere verwijt (vs.11) uit zijn kalme stemming liet rukken, zei 1) tot het volk: Vreest niet voor dit grote leger van de Egyptenaren, en wanhoopt daarom niet aan uw redding, omdat gij het niet kunt ontvluchten; staat veeleer vast, en ziet de wonderbare hulp van God; het heil des HEEREN, dat Hij heden aan u doen zal! Want de Egyptenaars, die gij heden gezien hebt, zult gij niet weer zien in eeuwigheid.
1) Ofschoon hij overeenkomstig zijn zachtmoedigheid hen vriendelijk vermaand heeft, om het goede te hopen, is het echter niet waarschijnlijk, dat hij stilzwijgend dat misdadig gemor, waarmee hij zag, dat zij God hevig aanvielen, heeft verdragen. Ik acht, dat hij de plicht betracht heeft van een goede dokter, door vrij hun onnadenkendheid te kastijden, welke volstrekt niet te dulden was. Vervolgens toen hij de woorden, welke de geest van God hem in gaf, sprak, is het niet twijfelachtig, of God zelf heeft die God-onterende taal ernstig aangepakt, opdat Hij deze niet door teerhartigheid in de hand werkte. Maar Mozes, na de berisping weggelaten te hebben, leert slechts, dat de zachtmoedigheid van God hoger stond dan de verfoeielijke boosheid van het volk, opdat Hij hun smart lenigde en hun verwarring deed ophouden. Verder verbiedende te vrezen, en bevelende, om vast te staan in het zien op het heil des Heeren, wijst hij hen met deze woorden erop, dat, zolang de vrees hun gemoederen in bezit houdt, zij blind en door angst te ontsteld zijn, om de hulp van God te verbeiden. Door het woord “staat vast”, wil hij hun tot kalmte brengen, alsof hij zeggen wilde, dat het niet nodig was, dat iemand zijn vinger bewoog, omdat God alleen de zich rustig houdende en hem, die kalm was, zou redden.
14. De HEERE, de echte krijgsman (hoofdstuk 15:3), zal voor u strijden, 1) en gij zult stil zijn, 2) u bij de strijd die thans aanvangt, rustig houden; Hij, de Heere, zal zonder enige medewerking van uw zijde, de overwinning teweeg brengen.
1) Zo staan in dit geschiedverhaal het volk Israël en diens tijdelijke leidsman als vertegenwoordigers van het ongeloof en van het geloof tegenover elkaar. Eerst zien wij in Israël, hoe het ongeloof optreedt als onbestemde vrees (vs.10), onbillijk verwijt (vs.11), welbewuste terging (vs.12); terwijl bij Mozes daarentegen het geloof zich uitspreekt in kalm vertrouwen, rustige verwachting en zekere hoop (vs. 13,14). Zo zorgt de Heere, onze God, dat er in tijden van algemene verslapping en inzinking van het geloof steeds enkelen gevonden worden, in wier hart Hij dan als de gehele rijke schat van het innigst en tederst geloof heeft weggeborgen. Daardoor is het, dat gij het moedigst en krachtigst geloof juist in die ziet optreden, als de algemene verflauwing dit het meest nodig maakt en diens gemis tevens op het scherpst doet uitkomen.
In het Hebreeuws Thacharischoen, beter, gij zult stilzwijgen, d.i. u rustig houden, en met uw gemor ophouden. Niet rustig neerzitten, of lijdelijk afwachten, maar in stil vertrouwen op de Heere verkeren. Calvijn zegt dan ook: “Hij vermaant, zijns inziens, hen niet tot niets doen, maar hij verstaat eronder, dat bij God alleen genoeg hulp is, om te overwinnen, al liggen zij daar als ontzield ter aarde,” en Da Costa: “De verlossing moest alleen Gods werk zijn. Hij alleen moest de eer en de roem ervan wegdragen. De verlossing moest wel aan Israël geschieden, maar eigenlijk zonder diens medewerking.” Uit dit woord van Mozes spreekt zijn geloofsmoed en zijn geloofskracht tegenover het vreesachtige en murmurerende volk.
2) “De Heere zal voor hen strijden, en zij zullen stil zijn, niet stil zitten. De verwarring van deze beide wijd verschillende zaken is een van de noodlottigste beletsels van het geestelijke leven. Stil te zijn is niet werkeloos te zijn, maar het is kalm, bedaard, vertrouwend, biddend, wakend en wachtend te zijn, gereed en bereid, om de weg, die de Heere ons aanwijst, in te slaan. De Israëlieten moesten niet strijden, maar konden ook niet strijden, want zij hadden zwaard noch boog, spies noch lans. Ook daarom zou God voor hen strijden, en zij zouden stil zijn; maar, toen zij Kanaän in bezit moesten nemen, deed God het toen ook? Ja! maar door hen. Toen hadden zij wapens, en daarbij geleerd ze te hanteren. Het ging toen als met Jonathan en zijn wapendrager. De wapendrager had enkel de vijanden, die voor Jonathan overwonnen neervielen, af te maken. Zo hebben ook de gelovigen de door Christus overwonnen vijanden enkel te doden. Indien wij ze overwinnen moesten, ze zouden nooit overwonnen worden; want zij zijn ons te machtig. Ook op deze wijze wordt de leer van de onmacht in haar juiste licht gesteld. De mens is onmachtig, zolang hij in Egypte en vóór de Rode Zee, zolang hij in zijn zonde is. Is hij verlost, en door de Rode Zee gegaan, dan leeft en werkt God door hem. De rechtvaardigmaking geschiedt voor de mens, aan de mens; de heiligmaking in de mens, met de mens. De verlossing uit Egypte, uit de hand van hun vijanden, geschiedde zonder medewerking van de kinderen van Israël, het in bezit nemen van hun erfenis, van Kanaän, geschiedde met hun medewerking, door tegen de Kanaänieten te strijden; daarom droeg Jozua ook geen staf als Mozes, maar een spies.
15. Op het laatste beslissende ogenblik kwam het antwoord van boven. Toen zei 1) de HEERE tot Mozes: Wat roept gij tot Mij, 2) alsof Ik het rechte ogenblik tot hulp zou laten voorbijgaan? zeg de kinderen van Israël, dat zij voortgaan, 3) recht op de zee aan.
1) Hieruit blijkt, dat Mozes tot God heeft geroepen om hulp en redding. Want men moet niet vergeten, dat de verhouding van Mozes tegenover de Heere een geheel andere is, als die tegenover het volk. Tegenover de Heere is hij immer de diep ootmoedige, die het weet en voelt, dat hij alles, ook zijn geloofskracht en moed, van Hem moet ontvangen.
2) De betekenis is deze; dat de Heere Mozes wil zeggen, dat hij weet, dat zijn gebed reeds verhoord is, eer hij riep, omdat het de bedoeling van de Heere was, het volk zeker te verlossen.
3) Mozes heeft niet angstig te vragen: “waarheen?” want ziet, daar is slechts één pad, en geen ander hem ter keuze gegeven! Terug, dat is op het stelligst verboden; ter rechter- of linkerzijde, het zou nergens toe dienen, daar verheffen zich bovendien hemelhoge bergen en rotsen, die het volk als in een vesting besluiten. Vooruit alzo-maar daar dreigt een onmetelijk watergraf, wie het wagen durft een schrede voorwaarts te zetten; daar wacht geen vaartuig, dat de overtocht voor een enkelen mogelijk maakt; daar is geen weg, want de eindpaal van alle hoop op verlossing is hier? “Wat roept gij tot Mij-voortgaan,” spreekt de stem van Jehova. “Ik heb aan de zee gezegd, dat zij een pad als van graniet u zou banen!” O, wat moet het voor Mozes geweest zijn, werkelijk de éérste schrede op dat nog nooit bewandeld spoor in het hart van de baren te zetten; wat voor Israël achter hem te gaan, vergezeld van al wat het dierbaars heeft, voortgedreven als door een onweerstaanbare hand, indien mogelijk Farao ontweken, maar verhoedt God het niet, de dood in het aangezicht! Ja, wel mocht de gewijde dichter betuigen: “O God, uw weg was in de zee, en Uw pad in de grote wateren, en Uw voetstappen werden niet bekend” (Psalm. 77:20). Maar wel mogen wij hier ook, bij duizendvoudige verscheidenheid, de gelijkenis vinden met de baan, waarop de Heere u en mij bij vernieuwing tot voortgaan roept. Die weg zelf, hij is in de hoofdzaak even eenvoudig, even moeilijk, en toch ook wederom even zeker, als het pad, dat hier Israël wacht. Stelt u voor, dat Israël, door het denkbeeld van voortgaan midden door de baren verschrikt, zich tijdig bezonnen en de terugtocht beproefd, of ter rechter- en ter linkerzijde naar een gleuf in de bergen gezocht had, om het naderend verderf te ontsluipen, het zou naar het oordeel van alle natuurlijke mensen, uiterst verstandig gehandeld hebben, en toch het ware zijn graf in de kaken gesneld! De weg door de zee is veel veiliger dan de weg langs het rustige strand, zodra het slechts blijkt dat God ons op de eersten wil zien; want onze veiligheid hangt niet af van de baan, maar van de gids, die wij kiezen. Juist, waar Jona Nineve ontvlucht en zijn veiligheid in Tarsis wil zoeken, zit hem het gevaar van de dood op de hielen; en integendeel, waar Paulus, door de Heer naar Rome geleid, moedig de Euroclydon en alle andere stormen trotseert, gaat het schip, maar niet zijn leven verloren. Veel beter met God op een schijnbaar hopeloos spoor, dan zonder God, of tegen Zijn wil op een effen pad, dat vlees en bloed ons ontsloot. Daar is geen gevaar, omdat Zijn hoge hand ons beveiligt; duizenden zien wij ter rechter-, tienduizenden ter linkerzijde vallen, zonder dat het kwaad ons nabij komt. Zelfs ons leven is niet bedreigd, waar het in de dienst van God wordt gewaagd, want-het is naar waarheid gezegd-wij zijn onsterfelijk, zolang wij hier noodzakelijk zijn.
Tegenover het roepen van Mozes en het murmureren van de Israëlieten stelt God Zijn bevel, en vraagt onvoorwaardelijke geloofsgehoorzaamheid.
16. En gij, 1) wanneer gij aan de oever zult gekomen zijn, hef uw staf op, en strek uw hand uit over de zee, en klief deze, opdat de kinderen van Israël door het midden van de zee gaan op het droge.
1) Al de nadruk valt op het woordje “gij,” als om Mozes zijn bijzondere roeping aan te wijzen. De kinderen van Israël moeten voortgaan tot aan de oever van de zee, en hij is geroepen, de staf uit te strekken over de zee, opdat in de voortgang van de Israëlieten geen oponthoud zou zijn.
17. En Ik, zie, Ik zal terwijl gij in Mijn kracht de weg voor Israël baant, het hart van de Egyptenaren verstokken, 1) dat zij na hen daarin gaan, om hun voornemen tegen u toch ten uitvoer te brengen, ondanks het duidelijk teken, dat gij onder de bescherming van de Almachtige staat; en Ik, wanneer zij zo ver in hun ongeloof en hun verharding zijn voortgegaan, zal, door de wijze van Mijn gericht, verheerlijkt 2) worden aan Farao en aan heel zijn leger, aan zijn wagens en aan zijn ruiters.
1) Wederom verzekert God, opdat Hij zijn Macht des te meer luister bijzette, dat Hij de Egyptenaren zal verstokken, opdat zij zich, als het ware tot het verderf overgegeven, midden in de zee zouden werpen. Wat zij zeker nooit zouden gedaan hebben, indien niet hun harten van Godswege daartoe waren bestuurd, omdat het hun niet verborgen kon zijn, dat de doortocht aan de Israëlieten, door een buitengewone gunst was gebaand, waaruit zij konden opmaken, dat zij voor zich met de elementen te stijden zouden hebben. Alzo, nooit hadden zij de zee, welke zij als het ware gewapend tegen zich zagen, durven ingaan, indien zij niet van Godswege verblind waren geworden.
2) De verheerlijking zou hierin bestaan, dat Zijn Souvereine Opperheerschappij zou worden erkend, Zijn Almacht groot gemaakt en Zijn rechtvaardigheid geprezen. “Aan zijn wapens en aan zijn ruiterij” is nadere verklaring van, “heel zijn leger.”.
18. En de Egyptenaars in het bijzonder, onder welke zo vele tekenen en wonderen geschied zijn, zullen weten, wat zij nog altijd niet hebben willen erkennen, dat Ik de HEERE ben, de enig ware en almachtige God, wanneer Ik verheerlijkt zal worden aan Farao, aan zijn wagens, en aan zijn ruiters.
Met de dood in de Rode Zee zou de kracht, om tegen de Heere op te staan, geheel en al gebroken zijn. Het laatste bedrijf zou voorgoed een einde maken aan Egypte’s verdrukking ten opzichte van Israëls volk, maar ook het voor aller oog openbaar maken, dat niet de afgoden van Egypte, maar de God van de Hebreeën, de God van Israël, de enige ware God is, die Zijn Verbond gedenkt.
II. Exodus 14 vers 19-31
De wolkkolom verheft zich, en plaatst zich achter de kinderen van Israël, om als duistere wolk de Egyptenaars van hen af te houden, en als lichte wolk hen ook ‘s nachts te verlichten. Nu strekt Mozes zijn staf over de zee; een sterke oostenwind scheidt de wateren van elkaar, en Israël gaat droogvoets door de zee. Ook Farao met zijn paarden en ruiters gaat daar in, om hen te achtervolgen; doch de Heere, als zij midden in het water zijn, verschrikt hen, en brengt hen in verwarring; als zij nu haastig omkeren laat hij het water over hen komen, waarin zij allen omkomen.
19. En de Engel van God, 1) die tot hiertoe in het zichtbaar teken van de wolk- en vuurkolom (hoofdstuk 13:21 vv.) voor het heer van Israël ging, vertrok, en ging achter hen; 2) de wolkkolom, die hen vergezelde en omgaf, vertrok ook van hun aangezicht, en stond achter hen.
1) Wie in hoofdstuk 13:21 Jehova werd genoemd, wordt hier “de Engel van God” genoemd, omdat Hij de Leidsman van het volk van God was. Vroeger had Jakob Hem genoemd de Engel van de Verlossing. Later krijgt Hij bij Jesaja de naam Engel van het aangezicht en bij Maleachi Engel van het Verbond. De Heilige Geest verklaart ons, door de Apostel Paulus 1 Corinthiers 10:4), dat Hij geweest is, de eniggeboren Zoon van God, de tweede persoon van het Goddelijk Wezen.
2) Met het stoffelijk oog zag men slechts de wolk op deze wijze van standplaats veranderen; maar door het geloof wist men, dat in en met deze de Heere zelf zich om Zijn volk legerde, en het in de rug bedekte.
De bedoeling is duidelijk. Achter in de rug waren de vijanden. Weldra, aan de spits van het leger, bij de ingang van de Schelfzee, had de Heere Mozes geplaatst met de staf in zijn hand, uitgestrekt over de zee, om een pad midden door de wateren te banen. De achterhoede was niet gedekt. De Heere toont daarmee, dat Hij zowel de voor- als de achterhoede van Zijn volk zal zijn. Daarom, waar de Heere als Engel van God de achterhoede dekte, om Israël te beschermen tegen de vijanden, daar verplaatst zich ook het zichtbaar teken van Zijn tegenwoordigheid, de wolk- of vuurkolom. Hij zelf ging, ten opzichte van zijn werkingen, achteraan en beduidde dit, door het achter het volk doen staan van de wolk.
20. En zij kwam tussen het leger van de Egyptenaren en tussen het leger van Israël; en de wolk, die de gedaante van een zich ver uitstrekkende scheidsmuur aannam, was tegelijk, naar de zijde van de Egyptenaren, duisternis, zodat deze de reeds aanbrekende nacht voor hen nog donkerder maakte, en verlichtte 1) tevens naar de zijde van Israël, als een heldere wolk, de nacht, zodat de een tot de ander, (de Israëlieten en de Egyptenaren tot elkaar), niet naderde de hele nacht; want de Israëlieten, als bij dag wandelende, konden hun schreden verhaasten, terwijl de Egyptenaren, met de dichtste duisternis voor zich, zich slechts langzaam konden voortbewegen.
1) In het Hebreeuws Wajehi haanân wehachoschek wajaer. De wolk was er deels duisternis, deels verlichting. Voor de Israëlieten gaf zij licht, voor de Egyptenaren vermeerderde zij als het ware nog de duisternis. Het teken van Gods zichtbare tegenwoordigheid maakt aldus scheiding tussen de ongelovige wereld en het volk van God. Zo is het met ieder teken van God, met het Sacrament, zo is het met heel het Evangelie. Woord en teken beide maken scheiding. Het Evangelie is een reuk van dood ten dode, of een reuk van leven ten leven.
21. Toen Mozes 1) zijn hand, waarin hij de staf van God had, uitstrekte over de zee, zo deed de HEERE 2) de zee weggaan, de wateren wegvloeien van de plaats, waar een open weg moest gevormd worden, door een sterke oostenwind, die van de tegenoverliggende oever af de watergolven verdeelde en wegdreef, en ze zo die gehele nacht van elkaar hield, a)en Hij maakte door deze hete en verzengende wind de zee droog, b) en de wateren werden alzo gekliefd, 3) dat zij door de gehele breedte van de zee, deels naar het noorden, deels naar het zuiden heen, bleven staan (Jozua 3:16), en in het midden een brede straat vrij lieten.
a) Psalm. 66:6 b) Jozua. 4:23 Psalm. 78:13; 106:9; 114:3.
1) Vrij en gemakkelijk kon het volk ‘s nachts overgaan, omdat de vuurkolom dat gedeelte met haar glans verlichtte. En zeker niet in één uur of twee kon zo grote menigte het tegenoverliggende land bereiken. Van de schemering daarom tot tegen het aanbreken van het morgenrood hebben de Israëlieten de doortocht volbracht. Weldra hebben de Egyptenaren, terwijl de weg hun bekend was, opdat zij de achterhoede zouden aanvallen, zich gehaast, om hen te volgen. Ofschoon nu bij dit wonder geen opsieringen worden gebruikt, om het breed uit te meten, toch moet het blote verhaal ervan een krachtige indruk geven. En alzo is het meer sober gesteld, dan dat het met schelle kleuren en grote omhaal van woorden werd geschetst, om de gemoederen in beweging te brengen. Wie nu, om tot de grootste bewondering van de goddelijke kracht voortgesleept te worden, zou luidklinkende uitroepen verlangen, waar hij op eenvoudige en met weinige woorden hoort verhalen, dat de zee door de staf van Mozes gespleten is, dat een ruimte droog werd, zoveel als voor de doortocht van het volk voldoende was; dat zeer hoge muren van wateren aan weerszijden als sterke rotsen bleven staan? Met voordacht heeft hij daarom de zaak zelf, ontbloot van alle opsmukking door woorden, voor ogen gesteld. Evenwel, kort daarop heeft hij haar naar waarde in een lied verheerlijkt, en is zij gedurig bij de profeten en in de psalmen hoog verheven.
2) Gelieve hier wel te onderscheiden tussen de eigenlijke Werker van dit wonder, de Lastgever daartoe “de Heere,” en tussen de lasthebber, die middellijk werd gesteld, om het teken voor het begin van het wonder aan te geven, namelijk Mozes. Wil ook wel onderscheiden datgene, wat werd gebruikt als middel van medewerkende oorzaak, namelijk de oostenwind, en dan de zee, die, als voorwerp van de wonderdoende macht van God, als vanzelf terugweek. Uitdrukkelijk wordt gezegd, dat noch de over de zee uitgestrekte hand van Mozes, noch de oostenwind, die over haar oppervlakte blies, noch de zee, die droog werd, dit alles veroorzaakten. Wel is het “de Heere,” die de zee deed weggaan, op Zijn machtwoord en door Zijn kracht. Wij hebben hier wel degelijk met een wonder, en niet met enig natuurlijk te verklaren verschijnsel van sterke eb en vloed, te doen. Dat spreekt de Schrift ook duidelijk uit, zowel hier in de onloochenbare uitdrukkingen en in de opmerkelijke volgorde van de handelingen, als later nog in Mozes’ lied door de zinrijke woorden: “de stromen hebben overeind gestaan, als een hoop, of als een steile wand; de afgronden zijn stijf geworden in het hart van de zee” (Ex.15:8). Dat geschiedt door geen eb. Ook wordt daarin het gehele machtige werk aan de Heere alleen en aan diens wonderdoende macht toegekend. En laat ons daarbij niet vergeten, dat wij in het lied van Mozes, met zijn overoude taalvormen en eigenaardige beelden en beschrijvingen, een kennelijk echt en met de gebeurtenis zelf gelijktijdig ontstaan stuk bezitten.
Hoe duidelijk en helder doet de heilige Schrijver hier uitkomen, dat hij slechts een gering instrument was in dienst van de Heere, en dat dit grote wonder, hetwelk hij beschrijft, niet aan zijn macht en wijsheid, maar alleen aan de macht en kracht van God moest worden toegeschreven. Hij is dienaar, maar de Heere is enig en alleen de bewerker van het wonder.
3) In Hand.7:35 Hebr.11:29 Boek der wijsheid, waar onze geschiedenis wordt aangehaald, heet deze zee de Rode. Waarschijnlijk draagt zij deze naam door de roodgevlekte bladeren van het daarop drijvende zeegras, dat onder andere ook aan de kusten van de Middellandse Zee en in de straat van de Darnellen (Hellespont) gevonden wordt. Eigenlijk bedoelt men onder de naam “Rode Zee” de gehele tussen Egypte en Indië zich bevindende (Erithreïsche) zee, met de beide golven, de Arabische in het westen en de Perzische in het oosten. De Arabische golf, die Egypte en Ethiopië van Arabië scheidt, verdeelt zich dan weer (zie Ex 2.15) in twee bochten, welke het schiereiland van Steenachtig Arabië insluiten; de westelijke of Heroöpolitaanse golf, eveneens wegens het veelvuldige zeegras de Schelfzee genaamd (hoofdstuk 10:19 Numeri. 14:25), heeft de eigenaardigheid, dat eb en vloed zich hoog tot aan het noordelijkst einde uitstrekken. Men heeft nu aan deze natuurverschijning gedacht, en het door Mozes vermelde wonder natuurlijk zoeken te verklaren. Zulk een verklaring stuit echter op zó vele spraakkunstige en zakelijke moeilijkheden, dat zij geheel onhoudbaar is (bij de eb, die nooit zolang aanhoudt als hier nodig was, zodat reeds een wonderbare versterking moet worden aangenomen, staan de wateren niet aan beide zijden, maar trekken zich naar het zuiden terug; en moet nu verder voor de oostenwind een noordenwind aangenomen worden, bovendien blijft bij de eb de waterstand altijd nog van twee voeten); theologisch is zij geheel en al af te wijzen. “De verlossing en bevrijding van het volk van God is het hoogste en het laatste werelddoel, de hoogste en laagste wereldwet; aan dit doel en deze wet moeten niet alleen alle andere doeleinden en wetten ten dienst staan, maar zij moeten ook hieraan verbroken worden en ten onder gaan, opdat de genade als de alleen blijvende en eeuwige macht openbaar wordt. Wie de zaak zo beschouwt, voor hem is het een wonder, waarbij de wet van de natuur overtreden wordt, gerechtvaardigd, en hij mag en kan zich op geen andere wijze de verlossing van Israël denken; wie echter daarbij blijft staan, dat het water volgens de wet van zwaarte en vloeibaarheid niet gescheiden kan worden noch blijven staan, die blijft in de krachten en wetten van de natuur, in de macht van de Egyptische goden, en moet in de wateren omkomen, zoals farao; want het is waar wat Luther (bij Genesis 1:1) zegt: “Wat is ons hele leven op aarde anders dan een tocht door de Rode zee, waarin aan beide zijden het water verheven staat, zoals twee hoge muren?” Zo min wij ons de wolkkolom als rook uit een schoorsteen, of de vuurkolom als een haardvuur kunnen denken, evenmin zal de sterke oostenwind, waardoor Jehovah de zee laat weggaan, een gewone wind geweest zijn. Jehovah maakt Zijn Engelen tot winden (Psalm. 104:4), en zodanig een met pneumatische (geestelijke) kracht toegeruste wind heeft wel zo veel macht over het element water, dat dit uit elkaar moet gaan, om voor de legerscharen van God een baan te maken.”.
Moeilijk is het, het punt te bepalen, vanwaar de kinderen van Israël de Rode Zee zijn doorgegaan, daar de tekst hierover geen aanwijzingen geeft. Volgens de overlevering zijn zij boven Ayun Musa (bronnen van Mozes) op de oostelijke oever aan land gekomen; daar nu het achterste gedeelte van hun leger zich waarschijnlijk in die streek bevond, waar nu Suez legt, diegenen echter, welke het meest de naijlende Egyptenaren nabij waren, zonder twijfel het eerst in de droog geworden zee intraden, en de wolkkolom farao’s leger zolang terughield tot ook de voorsten aan de voet van Atakah gelegerde gedeelte, ingegaan waren, zo is voor de weg om door te trekken een schuine lijn in zuidoostelijke richting gegeven. Hierdoor had de weg aan de ene zijde nog altijd geen zo grote breedte, dat het gehele leger van Israël het niet in acht uren, van ongeveer 9 uur ‘s avonds tot 5 uur ‘s morgens had kunnen afleggen, dat het waarschijnlijk wel zo breed was, dat ongeveer duizend man naast elkaar konden gaan, en daar juist beneden Suez de golf zeer smal (3450 voet breed) is; aan de andere zijde daarentegen had hij ook de nodige lengte, om Farao’s wagens en ruiters, die zich juist in het midden van de zee bevonden, toen de Heere hen verschrikte en tot omkeren noodzaakte (vs.24 vv.), in zijn golven te begraven. Dan moet het echter niet een eigenlijke oostenwind maar een zuidoostenwind geweest zijn, die de wateren van elkaar scheidde. Dit aan te nemen is niet in strijd met de Bijbelse tekst, daar de Hebreeuwse taal slechts voor de 4 hemelstreken eigen namen heeft, en de bijzondere richtingen als noordoost, zuidoost enz. niet nader aanduidt.
22. a) En de kinderen Israël zijn, door het geloof (Hebr.11:29) gegaan in het midden van de zee, op het droge; en de wateren waren hun een muur, aan hun rechter- en aan hun linkerhand. 1)
a) 1 Kor.10:1
1) Deze tocht door de zee geschiedde in een donkere nacht, en niet wanneer de maan scheen, want het was zeven dagen na volle maan, zodat zij geen ander licht hadden, dan hetgeen van de vuurkolom voortkwam. Dit maakt die tocht ijselijker, maar, waar God ons leidt, zal Hij ons lichten, waar wij Zijn geleide volgen, zal het ons aan geen vertroostingen ontbreken. Dit is geschied en aangetekend ter aanmoediging van Gods volk in alle eeuwen, om in de grootste benauwdheid op Hem te vertrouwen.
Zij geloofden als zij door de Rode Zee gingen. Want zij geloofden niet alleen in het algemeen, dat God hun God was, gelijk Hij hun vaderen beloofd had, maar zij geloofden ook, dat God met hen zou zijn, en hun leven bewaren in het midden van de Rode Zee. Een treffend stuk. Zij geloofden, om zo te zeggen, in het midden van hun graven, (want zo moest de Rode Zee wel genoemd worden), dat God hen het eeuwige leven zou geven en hen veilig door de Rode Zee zou geleiden, en van hun vijanden redden.
Waarom gevreesd, de weg te bewandelen, die God u wijst, het werk te doen, dat Hij gebiedt? Als Gods Almacht wateren tot beschermende muren maakt, waar is dan gevaar?.
23. En de Egyptenaars, de wolk, achter welke zij wisten, dat de kinderen van Israël verborgen waren, nawandelende, vervolgden hen, en gingen het water in, 1) geen gevaar vrezende, achter hen, al de paarden van Farao, zijn wagens en zijn ruiters, en zij kwamen zo in het midden van de zee, 2) ten tijde dat Israël behouden de tegenoverliggende oever bereikt had.
1) De grote dwaasheid van Farao was, dat hij hetzelfde beproefde als de Israëlieten, maar daarvoor het bevel van God miste. Daarom was voor hem een roekeloze daad, wat voor de Israëlieten een geloofsdaad was. Zonder bevel van God, maar ook zonder op Zijn bescherming te kunnen hopen, gaat Farao de Rode Zee in. Een bewijs, dat de Heere hem geheel en al aan zichzelf heeft overgegeven.
2) Dat is zo geheel de handelwijze van de verstokte en onboetvaardige zondaar: blind rent hij in zijn verderf, in zijn overmoed er niet aan denkende, hoe spoedig Gods toorn en wraak hem naijlen kan.
24. En het geschiedde in dezelfde morgenwake, tussen 2 en 6 uur ‘s morgens (zie “Ex 12.3), en wel in het vijfde of zesde morgenuur, dat de HEERE opeens met toornige blik in de kolom van het vuur en van de wolk zag 1) op het leger van de Egyptenaren, en Hij verschrikte 2) het leger van de Egyptenaren, 3) daar het licht plotseling door de donkere wolk heenbrak en Hij hen zien liet, op welk een plaats zij zich bevonden, midden in de zee, links en rechts door hoge watergolven omgeven.
a) Genesis 18:4
1) Dit zien had ongetwijfeld iets bijzonders in. Het was een opzettelijk zien, omdat er voor de Heere God overigens niets naakt en verborgen is. Er wordt hier duidelijk gezegd, dat de Heere zag in de kolom van het vuur en van de wolk. Daarom kan men niet anders denken, als dat de Heere plotseling de lichtzijde van de vuurkolom naar de Egyptenaren wendde, waardoor zij geheel en al in verwarring raakten, omdat de Heere God voor de goddelozen is een verterend vuur. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt in Genesis 18:4 ten opzichte van Sodom en Gomórra.
2) Ten eerste opende Hij hun de ogen, dat zij te laat zagen, waartoe hun woede hen gedreven had; vervolgens, opdat zij zouden voelen, dat zij niet met de mensen, maar met God oorlog voerden. En zo verplet waren zij door de plotselinge verwarring, dat zij niet te rechter tijd naar het strand terug konden vluchten. Want daarom werden zij midden in de zee in het nauw gebracht, omdat de schrik bij hen alles in verwarring bracht, omdat zij merkten, dat God hun tegenstander was. Zij zagen wel, dat er niets veiliger was, dan terug te wijken, omdat God voor Israël streed, maar omdat zij met schrik waren vervuld, was er geen denken aan, om voort te gaan, of liever, omdat de een de ander in de weg stond, heeft de zee allen verzwolgen.
Wij hebben hier te denken aan een geweldige schrik, welke de Heere in de harten van de Egyptenaren uitstorte, niet zo zeer door donder en bliksem, gelijk sommigen willen, maar door een inwendige werking van het hart, veroorzaakt door het op hen nederzien in de vuur-en wolkkolom. Aan een schrik in nog heviger mate, als de Syriërs overviel bij de belegering van Samaria in de dagen van Elisa. De Psalmist beschrijft op dichterlijke wijze wat hier plaats vond (Psalm. 78:17-20)
3) Roept niet te spoedig van overwinning, ongelovigen! wanneer de geest van uw ontkenningen terrein wint en de menigte, die in Gods wonderen gelooft, voor u heen vlucht. De duisternis, over u gebracht, zodat gij de wonderen verloochenen kunt, zal straks door het licht van de verpletterende Majesteit van God worden weggenomen, en het eerste wonder, dat gij erkennen moet, zal zijn, om u te verdelgen. Beroemt u niet te spoedig, werkers van de ongerechtigheid, als gij het vermogen vermenigvuldigt en uw wandaden u gelukken. God leeft!.
25. En hij stootte de raderen van hun wagens weg, en deed ze moeilijk voortvaren; 1) de schuw en wild geworden paarden renden met de wagens in elkaar; de raderen werden van de assen afgedreven, zodat zij niet meer van hun plaats konden. Toen zeiden de Egyptenaars: Laat ons vluchten van het aangezicht van Israël, want de HEERE strijdt voor hen tegen de Egyptenaars. 2)
1) De raderen werden dus van de assen afgedreven, door een bijzondere almachtige werking van God. Wij hebben hier niet te denken aan een bloot natuurlijke oorzaak, maar aan een buitengewone openbaring van Gods kracht. Door de schrik van de Heere werd mens en dier beangst en beroerd, en raakte alles in verwarring. Het was een bijzondere openbaring van Gods strafoefenende gerechtigheid. “En deed ze moeilijk voortvaren,” of, maakte, dat zij met moeite reden.
2) Er wordt gevraagd, hoe Mozes dat wist, omdat allen in de zee zijn omgekomen. Vooreerst moet men niet voorbijzien, de ingeving van de Heilige Geest, maar dan ook niet over het hoofd zien, hoe hun angstgeschrei ongetwijfeld tot Mozes is doorgedrongen. In het ondergaan van Farao en zijn leger worden de Egyptenaars gedwongen, de almacht en liefde van God voor zijn volk getuigenis te geven.
Nu eerst zien zij dat de Heer tegen Egypte is, maar het is te laat; heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw hart niet.
26. En de HEERE, voor wie dit vluchten geenszins genoeg was, maar die Zijn naam nog verder aan de Egyptenaren verheerlijken moest, zei tot Mozes: Strek uw hand, met destaf wederom uit over de zee, dat de wateren terugkeren naar hun plaats, en zo komen over de Egyptenaars, over hun wagens en over hun ruiters.
Hier verhaalt Mozes, dat de zee niet minder in het verderven van de Egyptenaren het bevel van de Heere heeft gehoorzaamd, als toen zij zo-even aan het volk de doortocht had toegestaan. Want nadat Mozes zijn staf had opgeheven, zijn de wateren weer teruggekeerd in hun plaats, evenals zij eerder tot hopen verzameld waren. De Egyptenaren hadden nu wel berouw over de zinneloosheid van hun vorst en hadden besloten, als door de macht van God overwonnen, na de kinderen van Israël verlaten te hebben, naar huis terug te keren. Maar God, die hen wilde vernietigen, heeft hun verderf op het ogenblik zelf besloten. En nu, opdat wij zouden weten, dat het een in het oog vallend wonder was, beschrijft Mozes nu nauwkeurig wat er voorviel. Hij zegt nu, dat het toen dag begon te worden, zodat het volle licht aan de ogen van de toeschouwers de gehele zaak toonde. Want wel waren ‘s nachts de wateren tot twee hopen staande, maar de vuurkolom, welke bij de Israëlieten licht was, en toonde hun duidelijk de weg, liet niet toe, dat de weldaden Gods verborgen waren. Bij de Egyptenaren was het juist andersom. En alzo moesten zij niet alleen overdag omkomen, maar moest ook door het licht van de zon hun ondergang voor aller oog zichtbaar gemaakt worden. Dit ook doet hij, om te getuigen van de macht van God, omdat, terwijl zij poogden te vluchten, God hen zo openlijk slaat en treft, alsof zij zich met opzet zelf onderdompelden.
27. Toen strekte Mozes van de tegenoverstelde oever zijn hand uit over de zee; en de zolang teruggedrongen zee kwam weer, tegen het waken van de morgenstond, tot haar kracht, 1) met ontzettende kracht vielen de muren van water neer; en de Egyptenaars vluchtten die in het westen het eerst terugkerende wateren tegemoet, terwijl tegelijkertijd de van achter afkomende wateren hen begroeven in hun golven; en de HEERE stortte alzo de Egyptenaars in het midden van de zee naar Zijn woord (vs.13).
1) In het Hebreeuws Leíethano, beter, tot zijn bestendige duur, tot zijn normale toestand. Wij hebben het ons zo voor te stellen, dat de Egyptenaren zich reeds dicht bij de tegenovergestelde oever bevonden. En dat nu, terwijl aan de zijde van de Israëlieten de Heere hen verschrikte, en de wateren aan de andere zijde zich begonnen te sluiten, zij de zich sluitende wateren tegemoet ijlden in hun grote verwarring, terwijl het volgende ogenblik de wateren met donderend geweld zich over hen sloten, zodat zij verdronken.
28. a) Want als de wateren terugkeerden, zo bedekten zij de wagens en de ruiters van het gehele leger van Farao, dat hen (de kinderen van Israël), achternagekomen was in de zee; 1) er bleef niet één van hen over. 2)
a) Psalm. 78:53; 106:11
1) Hier uit deze daad van Farao en van zijn volk leren wij, wanneer God de mens laat varen en hem aan zichzelf overlaat, dat hij dan anders niet doet als roekeloos heen lopen tot zijn eigen verderf. Dit is de weg en staat van al degenen, die van God verlaten worden. Dit aanmerkende, moeten wij leren, een bijzonder bijvoegsel te gebruiken in onze gebeden; wij moeten altijd hierom bidden, dat God ons nooit wil verlaten, noch verwerpen. Deze stand is vreselijker, als de staat van enig schepsel in de gehele wereld; want wanneer God de mens verlaat, al wat hij doet is, dat hij zich haast tot zijn eigen verderf.
2) Zo volkomen was de strafoefening van de Heere tegen Farao en zijn volk. Dit was als de uiterste schakel van de keten van de strafoefenende gerechtigheid van God. Bij het doden van de eerstgeborenen had de Heere getoond wat Hij kon, nl. een geheel volk doen omkomen, maar treedt nog verschonend op, (de eerstgeborene vertegenwoordigde het geslacht), hier openbaart Hij zijn volle toorn over de uitgietingen van de ongerechtigheid van een zondige koning en een zondig volk.
29. a) Maar de kinderen van Israël, die zij achtervolgden en die zij meenden zeker te zullen verslinden, gingen op het droge in het midden van de zee; en de wateren waren hun een muur aan hun rechter- en aan hun linkerhand. 1)
a) Psalm. 77:20
1) Israëls doortocht door de Rode Zee is een beeld van uw leven; aan beide zijden zijn zichtbare en onzichtbare golven van ongeluk opeengehoopt; maar uw God houdt ze terug, dat zij niet over u gaan.
De wateren, die Mozes en de Israëlieten ongeschonden doorgetrokken waren, zijn het middel geweest van het verderf en de dood van de Egyptenaars, waarvan er niet één ontkomen is. Zo zal ook Gods toorn en vloek, die Christus en de gelovigen in hem ondergaan heeft, en van waaronder hij ongeschonden gekomen is, het middel zijn, om satan en zijn engelen, bovendien alle verworpelingen te storten in eeuwig verderf, waaruit voor geen van de vaten van de toorn ontkoming wezen zal.
Tegenover de ondergang van Farao met zijn leger stelt de Heere hier de volkomen redding van Zijn volk. Zijn macht in het verschrikken van de Egyptenaren stelt Hij tegenover Zijn macht tot bewaring van de kinderen van Israël. De zee, die weer kwam tot haar kracht, tegenover de wateren, die stonden als een muur aan hun rechter- en linkerhand.
30. Alzo verloste de HEERE Israël op die dag, 1) de zevende van het Paasfeest, uit de hand van de Egyptenaren; en Israël zag, als de morgen aangebroken was, de Egyptenaren dood aan de oostelijke oever van de zee,2) waarheen de westenwind (vs.27) hun lijkendreef.
1) De Joodse overlevering heeft vanouds af daaraan vastgehouden, dat de uittocht, die de 15 Nisan begon, op de 21e dag van diezelfde maand met de doortocht door de Rode Zee volbracht is. Deze berekening heeft veel voor, hoewel de tekst daarvan niets zegt; de zeven feestdagen van de ongezuurde broden hadden dan benevens de heiligheid van het getal “zeven”, ook een geschiedkundige oorsprong, gelijk dan ook “het ideaal normative moment (hetgeen voor de gedachten als een toonbeeld geldend is) in de voorspelling en openbaring meermalen met het accidenteel-historische (geschiedkundig bijkomende) in de loop van de gebeurtenissen van de heilige geschiedenis overeenkomt; een overeenkomst, die de opmerkzame beschouwer van het goddelijk bestuur in de geschiedenis de weldadige indruk van volle overeenstemming en juistheid ook in het toevallige en in nevenzaken schenkt.” Wanneer de Joodse overlevering dan bovendien beweert, dat de 21 Nisan in ieder jaar een Zaterdag geweest is, zo past dit zeer goed bij hetgeen de Heere in Deuteronomium. 5:15 zegt, hoewel de plaats niet op zichzelf een bewijs voor de onvoorwaardelijke juistheid van deze bewering geeft. Het past ook voortreffelijk bij de nieuwtestamentische geschiedenis, want de dag van de uittocht uit Raméses (hoofdstuk 12:47) valt dan op een Zondag, op welke dag Christus ‘s morgens uit het graf opstond.
Ziet bij elke verlossing hebben wij op deze onderscheiden dingen acht te geven. Hoe wij verlost zijn? door de Almachtige hand van God; waarin de verlossing eigenlijk bestaat: in een uitleiding en redding; wanneer deze is geschied, op de juiste tijd, door God zelf van eeuwigheid bepaald en in de volheid van de tijd gewerkt. Daarbij mogen wij niet vergeten op Hem te letten, die ons verloste. Geen mens als Mozes, geen uitnemend leider en leraar, geen verschrikkende stormwind, geen wijkende zee is de oorzaak van onze redding: maar de Heere alleen.
2) Ook dit was een zeer grote straf voor de Egyptenaren, die schatten ervoor over hadden, dat hun lijken werden gebalsemd. Nu werden hun dode lichamen de roofvogels en het roofgedierte ten prooi gegeven. Zo triomfeerde de Heere voor aller oog over alle goden van Egypte.
31. Ook zag Israël de grote hand, 1) die de HEERE aan de Egyptenaren bewezen had; en het volk, diep getroffen over dit gericht, dat zijn vervolgers getroffen had, en over het wonder van de redding, dat zij zelf hadden ondervonden, vreesde 2) de HEERE, en geloofde3) in de HEERE, en in Mozes, 4) zijn knecht; zij hadden tochgezien, hoe de Heere door hem de watergolven verdeeld had, en door hem over de Egyptenaars terug had laten komen.
1) Onder “de grote hand” wordt zonder twijfel de almacht van de Heere verstaan.
2) Vrees wordt hier voor ontzag genomen, welke het volk bij hun plicht hield. Want niet alleen, dat zij met vrees werden aangedaan, maar ook zijn zij ertoe gebracht, om zich aan God, wiens goedheid zij op een liefelijke en aangename wijze hadden ervaren, over te geven. En ofschoon deze vroomheid niet van aangeven duur is geweest, tenminste bij een zeer groot deel, toch mag men geloven, dat bij enige weinigen zij wortel heeft geschoten; omdat er altijd enig zaad is overgebleven, en niet bij allen de herinnering aan deze weldaad geheel en al is uitgeblust.
3) Bij zeer velen was dit een tijdgeloof, gedwongen als zij ertoe werden, door het zien van de grote hand van God, maar bij anderen hield dit geloof stand. Gods einddoel was nu in beginsel bereikt, nl. de verheerlijking van Zijn Naam en het vertrouwen op die Naam, door en bij het volk Israël. De doortocht door de Rode Zee is een symbool van de verlossing. Israël wordt daardoor van de wereld afgescheiden en alzo tot een volk van het Verbond, van het eigendom gemaakt (1Kor.10:1,2). De verlossende daad van God gaat aan de wetgeving vooraf. Deze daad van God wordt van de zijde van de Israëlieten in het geloof aanvaard. (Hebr.11:29).
4) Voor de eerste maal wordt Mozes de knecht des Heeren genoemd, een uitdrukking, die later zijn blijvende titel geworden is. Deze naam duidt deels de man aan, die de wil van God uitvoert, of er naar streeft, om die te volbrengen, deels hem, aan wie de uitvoering van een bijzondere goddelijke opdracht toevertrouwd is. In de eerste zin wordt die naam gebruikt van de dienstbare Hemelgeesten (Job4:18), van Job (hoofdstuk 1:8; 2:3; 42:7 vv.), van het volk Israël (Leviticus. 25:42,55 Jesaja. 41:8; 44:1 vv.); in de tweede zin van Mozes (Numeri. 12:7 vv. Jozua. 1:2,7; 2 Koningen. 21:8, van Jozua (hoofdstuk 24:29 Richteren. 2:8), van profeten Jesaja 20:3 Jer.7:25), van koningen (2 Samuel 3:18; 2 Kron.32:16, of van andere theocratische gewichtige personen Jesaja 22:20 Hagg.2:24), zelfs van heidense vorsten (Jeremia. 25:9). Het is een zeer eervolle titel, die niet slechts gehoorzaamheid jegens de Heere, maar tevens de goddelijke verkiezing en bijzondere voorzorg uitdrukt, terwijl alleen diegene de knecht des Heeren zijn kan, die de Heere zelf daarvoor verklaard en daartoe gemaakt heeft.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel