Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, zeggendeH559:Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
2Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israels, van mensen en van beesten, dat is Mijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2HeiligH6942 Mij alleH3605eerstgeborenenH1060; wat enigeH3605baarmoederH7358opentH6363 onder de kinderenH1121IsraelsH3478, van mensenH120 en van beestenH929, datH1931 is Mijn.Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israels, van mensen en van beesten, dat is Mijn.
KJVSanctify1unto me all the firstborn,4whatsoever openeth5the womb7among the children8of Israel,9both of man10and of beast:
1קַדֶּשׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly2לִ֨י3כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4בְּכ֜וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)5פֶּ֤טֶרH6363opent, geboren, openingfirstling, openeth, such as open6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7רֶ֨חֶם֙H7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb8בִּבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10בָּאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person11וּבַבְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle12לִ֖י13הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
3Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Verder zeideH559MozesH4872totH413 het volkH5971: GedenktH2142 aan dezenH2088 zelfden dagH3117, op welkenH834 gijlieden uit EgypteH4714, uit het diensthuisH1004, gegaanH3318 zijt; wantH3588 de HEEREH3068 heeft u door een sterkeH2392handH3027 van hierH2088uitgevoerdH3318; daarom zal het gedesemdeH2557nietH3808gegetenH398 worden.Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.
KJVAnd Moses2said1unto the people,4Remember5this8day,7in which ye came out10from Egypt,11out of the house12of bondage;13for by strength15of hand16the LORD18brought you out17from this place: there shall no leavened bread23be eaten.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5זָכ֞וֹרH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יְצָאתֶ֤םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11מִמִּצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)13עֲבָדִ֔יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant14כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15בְּחֹ֣זֶקH2392sterke, sterkte, vastigheidstrength16יָ֔דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17הוֹצִ֧יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter18יְהֹוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20מִזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)21וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22יֵאָכֵ֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite23חָמֵֽץH2557gedesemde, gedesemd, desemleaven, leavened (bread)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4HedenH3117 gaat gijliedenH859 uit, in de maandH2320AbibH24.Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.
KJVThis day1came ye out3in the month4Abib.
1הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3יֹצְאִ֑יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4בְּחֹ֖דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הָאָבִֽיבH24Abib, aar, groene arenAbib, ear, green ears of corn (not maize)
5En het zal geschieden, als u de HEERE zal gebracht hebben in het land der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Hevieten, en der Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honig; zo zult gij dezen dienst houden in deze maand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En het zal geschiedenH1961, alsH3588 u de HEEREH3068 zal gebrachtH935 hebben in het landH776 der KanaanietenH3669, en der HethietenH2850, en der AmorietenH567, en der HevietenH2340, en der JebusietenH2983, hetwelkH834 Hij uw vaderenH1gezworenH7650 heeft u te gevenH5414, een landH776vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706; zo zult gij dezenH2088dienstH5656houdenH5647 in deze maandH2320.En het zal geschieden, als u de HEERE zal gebracht hebben in het land der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Hevieten, en der Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honig; zo zult gij dezen dienst houden in deze maand.
KJVAnd it shall be when the LORD4shall bring3thee into the land6of the Canaanites,7and the Hittites,8and the Amorites,9and the Hivites,10and the Jebusites,11which he sware13unto thy fathers14to give15thee, a land17flowing18with milk19and honey,20that thou shalt keep21this service23in this month.
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יְבִֽיאֲךָ֣H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4יְהוָ֡הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7הַֽ֠כְּנַעֲנִיH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker8וְהַחִתִּ֨יH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities9וְהָאֱמֹרִ֜יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite10וְהַחִוִּ֣יH2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite11וְהַיְבוּסִ֗יH2983Jebusieten, Jebusiet, JebusiJebusite(-s)12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נִשְׁבַּ֤עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear14לַאֲבֹתֶ֨יךָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15לָ֣תֶתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16לָ֔ךְ17אֶ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18זָבַ֥תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run19חָלָ֖בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking20וּדְבָ֑שׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)21וְעָבַדְתָּ֛H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23הָעֲבֹדָ֥הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought24הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus25בַּחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon26הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
6Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag zal den HEERE een feest zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6ZevenH7651dagenH3117 zult gij ongezuurde brodenH4682etenH398, en aan den zevendenH7637dagH3117 zal den HEEREH3068 een feestH2282 zijn.Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag zal den HEERE een feest zijn.
KJVSeven1days2thou shalt eat3unleavened bread,4and in the seventh6day5shall be a feast7to the LORD.
1שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)2יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תֹּאכַ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4מַצֹּ֑תH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven5וּבַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשְּׁבִיעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7חַ֖גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity8לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
7Zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in al uw palen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7ZevenH7651dagenH3117 zullen ongezuurdeH4682 broden gegetenH398 worden, en het gedesemdeH2557 zal bij u nietH7200gezienH7200 worden, ja, er zal geenH3808zuurdeegH7603 bij u gezien worden, in alH3605 uw palenH1366.Zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in al uw palen.
KJVUnleavened bread1shall be eaten2seven4days;5and there shall no leavened bread9be seen7with thee, neither shall there be leaven13seen11with thee in all thy quarters.
1מַצּוֹת֙H4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven2יֵֽאָכֵ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)5הַיָּמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יֵרָאֶ֨הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8לְךָ֜9חָמֵ֗ץH2557gedesemde, gedesemd, desemleaven, leavened (bread)10וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יֵרָאֶ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12לְךָ֛13שְׂאֹ֖רH7603zuurdeeg, zuurdesemleaven14בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15גְּבֻלֶֽךָH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
8En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En gij zult uw zoonH1121 te kennenH5046 geven te dienzelven dageH3117, zeggendeH559: DitH2088 is om hetgeen de HEEREH3068 mij gedaanH6213 heeft, toen ik uit EgypteH4714uittoogH3318.En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.
KJVAnd thou shalt shew1thy son2in that day,3saying,5This is done because of6that7which the LORD9did8unto me when I came forth11out of Egypt.
1וְהִגַּדְתָּ֣H5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לְבִנְךָ֔H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6בַּעֲב֣וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to7זֶ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10לִ֔י11בְּצֵאתִ֖יH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
9En het zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, omdat u de HEERE door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En het zal u zijnH1961 tot een tekenH226opH5921 uw handH3027, en tot een gedachtenisH2146tussenH996 uw ogenH5869, opdatH4616 de wetH8451 des HEERENH3068 in uw mondH6310zijH1961, omdat u de HEEREH3068 door een sterkeH2389handH3027 uit EgypteH4714uitgevoerdH3318 heeft.En het zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, omdat u de HEERE door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft.
KJVAnd it shall be for a sign3unto thee upon thine hand,5and for a memorial6between thine eyes,8that the LORD'S12law11may be in thy mouth:13for with a strong16hand15hath the LORD18brought thee out17of Egypt.
1וְהָיָה֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְךָ֨3לְא֜וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יָדְךָ֗H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6וּלְזִכָּרוֹן֙H2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record7בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8עֵינֶ֔יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9לְמַ֗עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to10תִּהְיֶ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11תּוֹרַ֥תH8451wet, wetten, leerlaw12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13בְּפִ֑יךָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word14כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15בְּיָ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16חֲזָקָ֔הH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)17הוֹצִֽאֲךָ֥H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter18יְהֹוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
10Daarom onderhoudt deze inzetting ter bestemder tijd, van jaar tot jaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Daarom onderhoudtH8104dezeH2063inzettingH2708 ter bestemder tijdH4150, van jaarH3117 tot jaarH3117.Daarom onderhoudt deze inzetting ter bestemder tijd, van jaar tot jaar.
KJVThou shalt therefore keep1this ordinance3in his season5from year6to year.
1וְשָׁמַרְתָּ֛H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַחֻקָּ֥הH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute4הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5לְמוֹעֲדָ֑הּH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)6מִיָּמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7יָמִֽימָהH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
11Het zal ook geschieden, wanneer u de HEERE in het land der Kanaanieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven hebben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Het zal ook geschiedenH1961, wanneer u de HEEREH3068 in het landH776 der KanaanietenH3669 zal gebrachtH935 hebben, gelijk Hij u en uw vaderenH1gezworenH7650 heeft, en Hij het u zal gegevenH5414 hebben;Het zal ook geschieden, wanneer u de HEERE in het land der Kanaanieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven hebben;
KJVAnd it shall be when the LORD4shall bring3thee into the land6of the Canaanites,7as he sware9unto thee and to thy fathers,11and shall give
1וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יְבִֽאֲךָ֤H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7הַֽכְּנַעֲנִ֔יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker8כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נִשְׁבַּ֥עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear10לְךָ֖11וְלַֽאֲבֹתֶ֑יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12וּנְתָנָ֖הּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לָֽךְ
12Zo zult gij tot den HEERE doen overgaan alles, wat de baarmoeder opent; ook alles, wat de baarmoeder opent van de vrucht der beesten, die gij hebben zult; de mannetjes zullen des HEEREN zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zo zult gij tot den HEEREH3068 doen overgaanH5674allesH3605, wat de baarmoederH7358opentH6363; ook allesH3605, wat de baarmoeder opentH6363 van de vruchtH7698 der beestenH929, dieH834 gij hebben zult; de mannetjesH2145 zullen des HEERENH3068zijnH1961.Zo zult gij tot den HEERE doen overgaan alles, wat de baarmoeder opent; ook alles, wat de baarmoeder opent van de vrucht der beesten, die gij hebben zult; de mannetjes zullen des HEEREN zijn.
KJVThat thou shalt set apart1unto the LORD5all that openeth3the matrix,4and every firstling7that cometh8of a beast9which thou hast; the males13shall be the LORD'S.
1וְהַעֲבַרְתָּ֥H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3פֶּֽטֶרH6363opent, geboren, openingfirstling, openeth, such as open4רֶ֖חֶםH7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb5לַֽיהֹוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7פֶּ֣טֶרH6363opent, geboren, openingfirstling, openeth, such as open8שֶׁ֣גֶרH7698voortzetting, vruchtthat cometh of, increase9בְּהֵמָ֗הH929beesten, vee, beestbeast, cattle10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לְךָ֛13הַזְּכָרִ֖יםH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)14לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13Doch al wat de baarmoeder der ezelin opent, zult gij lossen met een lam; wanneer gij het nu niet lost, zo zult gij het den nek breken; maar alle eerstgeborenen des mensen onder uw zonen zult gij lossen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Doch alH3605 wat de baarmoeder der ezelinH2543opentH6363, zult gij lossenH6299 met een lamH7716; wanneer gij het nu nietH3808lostH6299, zoH518 zult gij het den nek brekenH6202; maar alleH3605eerstgeborenenH1060 des mensenH120 onder uw zonenH1121 zult gij lossenH6299.Doch al wat de baarmoeder der ezelin opent, zult gij lossen met een lam; wanneer gij het nu niet lost, zo zult gij het den nek breken; maar alle eerstgeborenen des mensen onder uw zonen zult gij lossen.
KJVAnd every firstling2of an ass3thou shalt redeem4with a lamb;5and if thou wilt not redeem8it, then thou shalt break his neck:9and all the firstborn11of man12among thy children13shalt thou redeem.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2פֶּ֤טֶרH6363opent, geboren, openingfirstling, openeth, such as open3חֲמֹר֙H2543ezel, ezelen, ezels(he) ass4תִּפְדֶּ֣הH6299verlost, lossen, verlossen[idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely5בְשֶׂ֔הH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)6וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תִפְדֶּ֖הH6299verlost, lossen, verlossen[idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely9וַעֲרַפְתּ֑וֹH6202nek breken, breekt, doorhouwenthat is beheaded, break down, break (cut off, strike off) neck10וְכֹ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11בְּכ֥וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)12אָדָ֛םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person13בְּבָנֶ֖יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14תִּפְדֶּֽהH6299verlost, lossen, verlossen[idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely
14Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat is dat? zo zult gij tot hem zeggen: De HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte, uit het diensthuis, uitgevoerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Wanneer het geschieden zal, dat uw zoonH1121 u morgenH4279 zal vragenH7592, zeggendeH559: WatH4100 is dat? zo zult gij totH413 hem zeggenH559: De HEEREH3068 heeft ons door een sterkeH2392handH3027 uit EgypteH4714, uit het diensthuisH1004, uitgevoerdH3318.Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat is dat? zo zult gij tot hem zeggen: De HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte, uit het diensthuis, uitgevoerd.
KJVAnd it shall be when thy son4asketh3thee in time to come,5saying,6What is this? that thou shalt say9unto him, By strength11of hand12the LORD14brought us out13from Egypt,15from the house16of bondage:
1וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יִשְׁאָלְךָ֥H7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish4בִנְךָ֛H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מָחָ֖רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow6לֵאמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8זֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11בְּחֹ֣זֶקH2392sterke, sterkte, vastigheidstrength12יָ֗דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13הוֹצִיאָ֧נוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15מִמִּצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16מִבֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17עֲבָדִֽיםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
15Want het geschiedde, toen Farao zich verhardde ons te laten trekken, zo doodde de HEERE alle eerstgeborenen in Egypteland, van des mensen eerstgeborene af, tot den eerstgeborene der beesten; daarom offer ik den HEERE de mannetjes van alles, wat de baarmoeder opent; doch alle eerstgeborenen mijner zonen los ik.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15WantH3588 het geschieddeH1961, toen FaraoH6547 zich verharddeH7185 ons te laten trekkenH7971, zo dooddeH2026 de HEEREH3068alleH3605eerstgeborenenH1060 in EgyptelandH776, van des mensenH120eerstgeboreneH1060afH5704, tot den eerstgeboreneH1060 der beestenH929; daaromH3651offerH2076ikH589 den HEEREH3068 de mannetjesH2145 van allesH3605, wat de baarmoederH7358opentH6363; doch alleH3605eerstgeborenenH1060 mijner zonenH1121losH6299 ik.Want het geschiedde, toen Farao zich verhardde ons te laten trekken, zo doodde de HEERE alle eerstgeborenen in Egypteland, van des mensen eerstgeborene af, tot den eerstgeborene der beesten; daarom offer ik den HEERE de mannetjes van alles, wat de baarmoeder opent; doch alle eerstgeborenen mijner zonen los ik.
KJVAnd it came to pass, when Pharaoh4would hardly3let us go,5that the LORD7slew6all the firstborn9in the land10of Egypt,11both the firstborn12of man,13and the firstborn15of beast:16therefore I sacrifice20to the LORD21all that openeth23the matrix,24being males;25but all the firstborn27of my children28I redeem.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3הִקְשָׁ֣הH7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))4פַרְעֹה֮H6547FaraoPharaoh5לְשַׁלְּחֵנוּ֒H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6וַיַּהֲרֹ֨גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely7יְהֹוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9בְּכוֹר֙H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)10בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12מִבְּכֹ֥רH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)13אָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person14וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15בְּכ֣וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)16בְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18כֵּן֩H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you19אֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20זֹבֵ֜חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay21לַֽיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23פֶּ֤טֶרH6363opent, geboren, openingfirstling, openeth, such as open24רֶ֨חֶם֙H7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb25הַזְּכָרִ֔יםH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)26וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)27בְּכ֥וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)28בָּנַ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth29אֶפְדֶּֽהH6299verlost, lossen, verlossen[idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely
16En het zal tot een teken zijn op uw hand, en tot voorhoofdspanselen tussen uw ogen; want de HEERE heeft door een sterke hand ons uit Egypte uitgevoerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het zal tot een tekenH226zijnH1961opH5921 uw handH3027, en tot voorhoofdspanselenH2903tussenH996 uw ogenH5869; wantH3588 de HEEREH3068 heeft door een sterkeH2392handH3027 ons uit EgypteH4714uitgevoerdH3318.En het zal tot een teken zijn op uw hand, en tot voorhoofdspanselen tussen uw ogen; want de HEERE heeft door een sterke hand ons uit Egypte uitgevoerd.
KJVAnd it shall be for a token2upon thine hand,4and for frontlets5between thine eyes:7for by strength9of hand10the LORD12brought us forth11out of Egypt.
1וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְאוֹת֙H226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4יָ֣דְכָ֔הH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5וּלְטוֹטָפֹ֖תH2903voorhoofdspanselenfrontlet6בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7עֵינֶ֑יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9בְּחֹ֣זֶקH2392sterke, sterkte, vastigheidstrength10יָ֔דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11הוֹצִיאָ֥נוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
17En het is geschied, toen Farao het volk had laten trekken, zo leidde hen God niet op den weg van het land der Filistijnen, hoewel die nader was; want God zeide: Dat het den volke niet rouwe, als zij den strijd zien zouden, en wederkeren naar Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En het is geschied, toen FaraoH6547 het volkH5971 had laten trekkenH7971, zo leiddeH5148 hen GodH430nietH3808 op den wegH1870 van het landH776 der FilistijnenH6430, hoewelH3588 die naderH7138 was; want GodH430zeideH559: Dat het den volkeH5971 niet rouweH5162, als zij den strijdH4421zienH7200 zouden, en wederkerenH7725 naar EgypteH4714.En het is geschied, toen Farao het volk had laten trekken, zo leidde hen God niet op den weg van het land der Filistijnen, hoewel die nader was; want God zeide: Dat het den volke niet rouwe, als zij den strijd zien zouden, en wederkeren naar Egypte.
KJVAnd it came to pass, when Pharaoh3had let the people5go,2that God8led7them not through the way9of the land10of the Philistines,11although12that was near;13for God17said,16Lest peradventure the people20repent19when they see21war,22and they return23to Egypt:
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּשַׁלַּ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3פַּרְעֹה֮H6547FaraoPharaoh4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָעָם֒H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7נָחָ֣םH5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten8אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9דֶּ֚רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)10אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13קָר֖וֹבH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)14ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17אֱלֹהִ֗יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18פֶּֽןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not19יִנָּחֵ֥םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)20הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people21בִּרְאֹתָ֥םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions22מִלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)23וְשָׁ֥בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw24מִצְרָֽיְמָהH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
18Maar God leidde het volk om, langs den weg van de woestijn der Schelfzee. De kinderen Israels nu togen bij vijven uit Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Maar GodH430leiddeH5437 het volkH5971 om, langs den wegH1870 van de woestijnH4057 der SchelfzeeH5488. De kinderenH1121IsraelsH3478 nu togenH5927 bij vijvenH2571 uit EgyptelandH776.Maar God leidde het volk om, langs den weg van de woestijn der Schelfzee. De kinderen Israels nu togen bij vijven uit Egypteland.
KJVBut God2led1the people4about,through the way5of the wilderness6of the Red8sea:7and the children11of Israel12went up10harnessed9out of the land13of Egypt.
1וַיַּסֵּ֨בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)2אֱלֹהִ֧יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5דֶּ֥רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6הַמִּדְבָּ֖רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness7יַםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)8ס֑וּףH5488Schelfzee, biezen, Sufflag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)9וַחֲמֻשִׁ֛יםH2571gewapend, schildwachten, vijvenarmed (men), harnessed10עָל֥וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work11בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
19En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich; want hij had met een zwaren eed de kinderen Israels bezworen, zeggende: God zal ulieden voorzeker bezoeken; voert dan mijn beenderen met ulieden op van hier!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En MozesH4872namH3947 de beenderenH6106 van JozefH3130 met zich; wantH3588 hij had met een zwaren eedH7650 de kinderenH1121IsraelsH3478bezworenH7650, zeggendeH559: GodH430 zal ulieden voorzekerH6485bezoekenH6485; voertH5927 dan mijn beenderenH6106 met ulieden op vanH854hierH2088!En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich; want hij had met een zwaren eed de kinderen Israels bezworen, zeggende: God zal ulieden voorzeker bezoeken; voert dan mijn beenderen met ulieden op van hier!
KJVAnd Moses2took1the bones4of Joseph5with him: for he had straitly8sworn9the children11of Israel,12saying,13God16will surely14visit15you; and ye shall carry up18my bones20away
1וַיִּקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עַצְמ֥וֹתH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very5יוֹסֵ֖ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)6עִמּ֑וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הַשְׁבֵּ֨עַH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear9הִשְׁבִּ֜יעַH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11בְּנֵ֤יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14פָּקֹ֨דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want15יִפְקֹ֤דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want16אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18וְהַעֲלִיתֶ֧םH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20עַצְמֹתַ֛יH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very21מִזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)22אִתְּכֶֽםH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
20Alzo reisden zij uit Sukkoth; en zij legerden zich in Etham, aan het einde der woestijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Alzo reisdenH5265 zij uit SukkothH5523; en zij legerdenH2583 zich in EthamH864, aan het eindeH7097 der woestijnH4057.Alzo reisden zij uit Sukkoth; en zij legerden zich in Etham, aan het einde der woestijn.
KJVAnd they took their journey1from Succoth,2and encamped3in Etham,4in the edge5of the wilderness.
1וַיִּסְע֖וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2מִסֻּכֹּ֑תH5523SukkothSuccoth3וַיַּחֲנ֣וּH2583legerden, legeren, gelegerdabide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent4בְאֵתָ֔םH864EthamEtham5בִּקְצֵ֖הH7097einde, uiterste, deel[idiom] after, border, brim, brink, edge, end, (in-) finite, frontier, outmost coast, quarter, shore, (out-) side, [idiom] some, ut(-ter-) most (part)6הַמִּדְבָּֽרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness
21En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de HEEREH3068toogH1980 voor hun aangezichtH6440, des daagsH3119 in een wolkkolomH5982, dat Hij hen op den wegH1870leiddeH5148, en des nachtsH3915 in een vuurkolomH5982, dat Hij hen lichtteH215, om voortH3212 te gaan dagH3119 en nachtH3915.En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.
KJVAnd the LORD1went2before3them by day4in a pillar5of a cloud,6to lead7them the way;8and by night9in a pillar10of fire,11to give them light;12to go14by day15and night:
1וַֽיהוָ֡הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2הֹלֵךְ֩H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3לִפְנֵיהֶ֨םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4יוֹמָ֜םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)5בְּעַמּ֤וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar6עָנָן֙H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)7לַנְחֹתָ֣םH5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten8הַדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9וְלַ֛יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)10בְּעַמּ֥וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar11אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot12לְהָאִ֣ירH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine13לָהֶ֑ם14לָלֶ֖כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak15יוֹמָ֥םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)16וָלָֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
22Hij nam de wolkkolom des daags, noch de vuurkolom des nachts niet weg van het aangezicht des volks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Hij namH4185 de wolkkolomH5982 des daagsH3119, noch de vuurkolomH5982 des nachtsH3915 niet wegH4185 van het aangezichtH6440 des volksH5971.Hij nam de wolkkolom des daags, noch de vuurkolom des nachts niet weg van het aangezicht des volks.
KJVHe took not away2the pillar3of the cloud4by day,5nor the pillar6of fire7by night,8from before9the people.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יָמִ֞ישׁH4185wijken, houdt, wijktcease, depart, go back, remove, take away3עַמּ֤וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar4הֶֽעָנָן֙H6051wolk, wolken, wolkkolomcloud(-y)5יוֹמָ֔םH3119dag, daags, Dagdaily, (by, in the) day(-time)6וְעַמּ֥וּדH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar7הָאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot8לָ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)9לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 13:2— Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israels, van mensen en van beesten, dat is Mijn.Lukas 2:23→Deuteronomium 15:19→Numeri 3:13→Leviticus 27:26→Numeri 18:15→Exodus 22:29→Numeri 8:16→Exodus 34:19→
Exodus 13:3— Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.Deuteronomium 16:3→Exodus 6:1→Exodus 12:8→Exodus 12:42→Exodus 20:8→Exodus 12:15→Exodus 12:19→Deuteronomium 6:12→
Exodus 13:4— Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.Exodus 34:18→Exodus 23:15→Exodus 12:2→Deuteronomium 16:1→
Exodus 13:5— En het zal geschieden, als u de HEERE zal gebracht hebben in het land der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Hevieten, en der Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honig; zo zult gij dezen dienst houden in deze maand.Exodus 3:8→Exodus 12:25→Jozua 24:11→Exodus 6:8→Exodus 34:11→Exodus 3:17→Deuteronomium 7:1→Exodus 33:1→
Exodus 13:6— Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag zal den HEERE een feest zijn.Exodus 12:15→Leviticus 23:8→Exodus 34:18→
Exodus 13:7— Zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in al uw palen.Exodus 12:19→Mattheüs 16:6→
Exodus 13:8— En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.Exodus 13:14→Psalmen 44:1→Deuteronomium 4:9→Exodus 12:26→Jesaja 38:19→Psalmen 78:3→Exodus 10:2→Efeze 6:4→
Exodus 13:9— En het zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, omdat u de HEERE door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft.Deuteronomium 6:8→Exodus 13:16→Exodus 12:14→Mattheüs 23:5→Numeri 15:39→Deuteronomium 11:18→Exodus 13:3→Psalmen 89:13→
Exodus 13:10— Daarom onderhoudt deze inzetting ter bestemder tijd, van jaar tot jaar.Exodus 12:14→Exodus 23:15→Deuteronomium 16:3→Exodus 12:24→Leviticus 23:6→
Exodus 13:11— Het zal ook geschieden, wanneer u de HEERE in het land der Kanaanieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven hebben;Exodus 13:5→
Exodus 13:12— Zo zult gij tot den HEERE doen overgaan alles, wat de baarmoeder opent; ook alles, wat de baarmoeder opent van de vrucht der beesten, die gij hebben zult; de mannetjes zullen des HEEREN zijn.Numeri 18:15→Leviticus 27:26→Exodus 34:19→Exodus 13:2→Exodus 22:29→Deuteronomium 15:19→Ezechiël 44:30→Lukas 2:23→
Exodus 13:13— Doch al wat de baarmoeder der ezelin opent, zult gij lossen met een lam; wanneer gij het nu niet lost, zo zult gij het den nek breken; maar alle eerstgeborenen des mensen onder uw zonen zult gij lossen.Exodus 34:20→Numeri 18:15→Exodus 12:3→Exodus 12:21→Openbaring 14:4→Numeri 3:46→
Exodus 13:14— Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat is dat? zo zult gij tot hem zeggen: De HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte, uit het diensthuis, uitgevoerd.Exodus 13:3→Jozua 4:6→Deuteronomium 6:20→Exodus 12:26→Jozua 22:24→Psalmen 145:4→Exodus 10:2→Jozua 4:21→
Exodus 13:15— Want het geschiedde, toen Farao zich verhardde ons te laten trekken, zo doodde de HEERE alle eerstgeborenen in Egypteland, van des mensen eerstgeborene af, tot den eerstgeborene der beesten; daarom offer ik den HEERE de mannetjes van alles, wat de baarmoeder opent; doch alle eerstgeborenen mijner zonen los ik.Exodus 12:29→
Exodus 13:16— En het zal tot een teken zijn op uw hand, en tot voorhoofdspanselen tussen uw ogen; want de HEERE heeft door een sterke hand ons uit Egypte uitgevoerd.Exodus 13:9→Exodus 13:14→Mattheüs 23:5→Deuteronomium 6:7→Deuteronomium 26:8→Deuteronomium 11:18→Exodus 12:13→
Exodus 13:17— En het is geschied, toen Farao het volk had laten trekken, zo leidde hen God niet op den weg van het land der Filistijnen, hoewel die nader was; want God zeide: Dat het den volke niet rouwe, als zij den strijd zien zouden, en wederkeren naar Egypte.Numeri 14:1→Exodus 14:11→Deuteronomium 17:16→Nehemia 9:17→Deuteronomium 20:8→Handelingen 7:39→Handelingen 15:38→Lukas 14:27→
Exodus 13:18— Maar God leidde het volk om, langs den weg van de woestijn der Schelfzee. De kinderen Israels nu togen bij vijven uit Egypteland.Deuteronomium 32:10→Numeri 33:6→Exodus 14:2→Jozua 1:14→Exodus 12:51→Psalmen 107:7→
Exodus 13:19— En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich; want hij had met een zwaren eed de kinderen Israels bezworen, zeggende: God zal ulieden voorzeker bezoeken; voert dan mijn beenderen met ulieden op van hier!Jozua 24:32→Handelingen 7:16→Genesis 50:24→Exodus 4:31→Lukas 1:58→Lukas 7:16→Genesis 48:21→
Exodus 13:20— Alzo reisden zij uit Sukkoth; en zij legerden zich in Etham, aan het einde der woestijn.Numeri 33:5→Exodus 12:37→
Exodus 13:21— En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.Psalmen 78:14→Psalmen 99:7→Numeri 9:15→Deuteronomium 1:33→Psalmen 105:39→Nehemia 9:12→Nehemia 9:19→Numeri 14:14→
Exodus 13:22— Hij nam de wolkkolom des daags, noch de vuurkolom des nachts niet weg van het aangezicht des volks.Psalmen 121:5→Openbaring 10:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 13 vers 2— Heilig Mij alle eerstgeborenen; wat enige baarmoeder opent onder de kinderen Israels, van mensen en van beesten, dat is Mijn.
Heilig Mij
Dat is, beveel dat men Mij afzondere; of toeëigene, tot mijn heiligen dienst. Zie Lev. 8:10.
Hertaald:Heilig Mij
Dat is: gebied dat men Mij afzondert, of toewijdt, tot Mijn heilige dienst. Zie Lev. 8:10.
eerstgeborenen;
Te weten, die mannelijk zijn.
Hertaald:eerstgeborenen;
Namelijk: die van het mannelijk geslacht zijn.
wat enige baarmoeder opent
Hebreeuws, opening aller baarmoeder.
Hertaald:wat enige baarmoeder opent
Hebreeuws: opening van alle baarmoeders.
dat is Mijn
Te weten, daarom, omdat Ik uw eerstgeborenen verschoonde, toen Ik alle eerstgeborenen in Egypteland gedood heb. Zie onder, Ex. 13:15.
Hertaald:dat is Mijn
Namelijk: hierom, omdat Ik uw eerstgeborenen gespaard heb, toen Ik alle eerstgeborenen in Egypte doodde. Zie Ex. 13:15.
Exodus 13 vers 3— Verder zeide Mozes tot het volk: Gedenkt aan dezen zelfden dag, op welken gijlieden uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; daarom zal het gedesemde niet gegeten worden.
door een sterke hand van hier uitgevoerd;
Hebreeuws, in kracht der hand.
Hertaald:door een sterke hand van hier uitgevoerd;
Hebreeuws: in kracht der hand.
Exodus 13 vers 4— Heden gaat gijlieden uit, in de maand Abib.
in de maand Abib
Deze maand valt ten dele in Maart, ten deel in April, wanneer in de lente de dagen en nachten even lang zijn. Het Hebreeuwse woord Abib betekent een groene aar, waarvan deze maand haar naam heeft, overmits in dezelve het gezaaide, daar te lande, groene aren kreeg.
Hertaald:in de maand Abib
Deze maand valt deels in maart, deels in april, wanneer in de lente de dagen en nachten even lang zijn. Het Hebreeuwse woord Abib betekent een groene aar; deze maand is daarnaar genoemd, omdat het gezaaide daar te lande in die tijd groene aren kreeg.
Exodus 13 vers 5— En het zal geschieden, als u de HEERE zal gebracht hebben in het land der Kanaanieten, en der Hethieten, en der Amorieten, en der Hevieten, en der Jebusieten, hetwelk Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honig; zo zult gij dezen dienst houden in deze maand.
vloeiende van melk en honig;
Zie Ex. 3:8.
Hertaald:vloeiende van melk en honig;
Zie Ex. 3:8.
dezen dienst
Die in de volgende verzen verhaald wordt.
Hertaald:dezen dienst
Die in de volgende verzen beschreven wordt.
houden in deze maand
Hebreeuws, dienen.
Hertaald:houden in deze maand
Hebreeuws: dienen.
Exodus 13 vers 8— En gij zult uw zoon te kennen geven te dienzelven dage, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte uittoog.
zoon te kennen geven te dienzelven dage,
Dat is, uwen kinderen.
Hertaald:zoon te kennen geven te dienzelven dage,
Dat is: aan uw kinderen.
Exodus 13 vers 10— Daarom onderhoudt deze inzetting ter bestemder tijd, van jaar tot jaar.
ter bestemder tijd,
Zie boven, Ex. 12:6.
Hertaald:ter bestemder tijd,
Zie Ex. 12:6.
van jaar tot jaar
Hebreeuws, van dagen tot dagen. Aldus wordt ook het woord dagen genomen voor een jaar, Lev. 25:29; Am. 4:4.
Hertaald:van jaar tot jaar
Hebreeuws: van dagen tot dagen. Zo wordt het woord 'dagen' ook gebruikt voor een jaar, Lev. 25:29; Am. 4:4.
Exodus 13 vers 11— Het zal ook geschieden, wanneer u de HEERE in het land der Kanaanieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven hebben;
der Kanaänieten zal gebracht hebben,
Versta hieronder ook al de natiën, die hierboven vs.5 en Gen. 15 genoemd worden.
Hertaald:der Kanaänieten zal gebracht hebben,
Versta hieronder ook alle volken die hiervoor in vers 5 en in Gen. 15 genoemd worden.
Exodus 13 vers 12— Zo zult gij tot den HEERE doen overgaan alles, wat de baarmoeder opent; ook alles, wat de baarmoeder opent van de vrucht der beesten, die gij hebben zult; de mannetjes zullen des HEEREN zijn.
tot den HEERE doen overgaan
Te weten, van u tot den Heere, alzo dat het niet langer het uwe blijve, maar des Heeren zij.
Hertaald:tot den HEERE doen overgaan
Namelijk: van u aan de HEERE, zodat het niet langer het uwe blijft, maar van de HEERE is.
alles, wat de baarmoeder opent;
Hebreeuws, alle opening der baarmoeder; boven, vs.2.
Hertaald:alles, wat de baarmoeder opent;
Hebreeuws: alle opening der baarmoeder; zie vers 2.
vrucht der beesten,
Hebreeuws, voortzetting, of, aanwas.
Hertaald:vrucht der beesten,
Hebreeuws: voortzetting, of: aanwas.
Exodus 13 vers 13— Doch al wat de baarmoeder der ezelin opent, zult gij lossen met een lam; wanneer gij het nu niet lost, zo zult gij het den nek breken; maar alle eerstgeborenen des mensen onder uw zonen zult gij lossen.
ezelin opent,
Versta hieronder alle andere gedierten, die tot de offeranden onbekwaam waren.
Hertaald:ezelin opent,
Versta hieronder ook alle andere dieren die niet geschikt waren om te offeren.
lam;
Versta, zowel een lam der geiten, als der schapen.
Hertaald:lam;
Versta: zowel een lam van de geiten als van de schapen.
zo zult gij het den nek breken;
Te weten, opdat hetgeen den Heere toegeëigend is, tot geen gewone dingen gebruikt worde.
Hertaald:zo zult gij het den nek breken;
Namelijk: opdat wat aan de HEERE toegewijd is, niet voor gewone dingen gebruikt wordt.
zult gij lossen
Te weten, met vijf sikkelen des heiligdoms, Num. 18:16.
Hertaald:zult gij lossen
Namelijk: met vijf sikkel van het heiligdom, Num. 18:16.
Exodus 13 vers 14— Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat is dat? zo zult gij tot hem zeggen: De HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte, uit het diensthuis, uitgevoerd.
morgen zal vragen,
Zie boven, Ex. 12:26.
Hertaald:morgen zal vragen,
Zie Ex. 12:26.
Wat is dat?
Dat is, wat beduidt dat?
Hertaald:Wat is dat?
Dat is: wat betekent dat?
Exodus 13 vers 15— Want het geschiedde, toen Farao zich verhardde ons te laten trekken, zo doodde de HEERE alle eerstgeborenen in Egypteland, van des mensen eerstgeborene af, tot den eerstgeborene der beesten; daarom offer ik den HEERE de mannetjes van alles, wat de baarmoeder opent; doch alle eerstgeborenen mijner zonen los ik.
offer ik den HEERE
Of, slacht.
Hertaald:offer ik den HEERE
Of: slacht.
Exodus 13 vers 16— En het zal tot een teken zijn op uw hand, en tot voorhoofdspanselen tussen uw ogen; want de HEERE heeft door een sterke hand ons uit Egypte uitgevoerd.
voorhoofdspanselen tussen uw ogen;
Het schijnen enige gedenkcedels geweest te zijn, aan het voorhoofd gebonden, om daarbij des Heeren wet te gedenken. Zie Deut. 6:8.
Hertaald:voorhoofdspanselen tussen uw ogen;
Dit lijken een soort gedenkbriefjes geweest te zijn, aan het voorhoofd gebonden, om daarmee de wet van de HEERE te gedenken. Zie Deut. 6:8.
Exodus 13 vers 17— En het is geschied, toen Farao het volk had laten trekken, zo leidde hen God niet op den weg van het land der Filistijnen, hoewel die nader was; want God zeide: Dat het den volke niet rouwe, als zij den strijd zien zouden, en wederkeren naar Egypte.
nader was;
Te weten, om in het land Kanaän te komen.
Hertaald:nader was;
Namelijk: om in het land Kanaän te komen.
God zeide
Te weten, bij zichzelven. Zie Gen. 8:21.
Hertaald:God zeide
Namelijk: bij Zichzelf. Zie Gen. 8:21.
Dat het den volke
Of, dat het misschien; menselijker wijze gesproken.
Hertaald:Dat het den volke
Of: dat het misschien; op menselijke wijze gesproken.
niet rouwe,
Te weten, dat zij uit Egypteland getogen zijn.
Hertaald:niet rouwe,
Namelijk: dat zij uit Egypte getrokken zijn.
Exodus 13 vers 18— Maar God leidde het volk om, langs den weg van de woestijn der Schelfzee. De kinderen Israels nu togen bij vijven uit Egypteland.
van de woestijn der Schelfzee
Versta de woestijn Etham, vs.20, en Num. 33:8.
Hertaald:van de woestijn der Schelfzee
Versta hieronder de woestijn Etham, vers 20, en Num. 33:8.
bij vijven uit Egypteland
Hebreeuws, gevijfd; dat is, bij vijven, vijf nevens elkander, of, in vijf hopen, of heiren. Anders, gewapend, of, geharnast, gelijk Joz. 1:14, en Joz. 4:12; Richt. 7:11.
Hertaald:bij vijven uit Egypteland
Hebreeuws: gevijfd; dat is: bij vijven, vijf naast elkaar, of: in vijf groepen, of legerscharen. Anders: gewapend, of: geharnast, zoals Joz. 1:14, en Joz. 4:12; Richt. 7:11.
Exodus 13 vers 19— En Mozes nam de beenderen van Jozef met zich; want hij had met een zwaren eed de kinderen Israels bezworen, zeggende: God zal ulieden voorzeker bezoeken; voert dan mijn beenderen met ulieden op van hier!
met een zwaren eed
Hebreeuws, bezwerende bezworen; dat is ernstig of met een zwaren eed bezworen.
Hertaald:met een zwaren eed
Hebreeuws: bezwerende bezworen; dat is: dringend, of met een zware eed bezworen.
Exodus 13 vers 21— En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht.
de HEERE toog voor hun aangezicht,
Hij wordt Ex. 14:19 genoemd de engel Gods; Hij is geweest de eeuwige Zoon Gods, 1 Kor. 10:9.
Hertaald:de HEERE toog voor hun aangezicht,
Hij wordt in Ex. 14:19 de Engel Gods genoemd; Hij was de eeuwige Zoon van God, 1 Kor. 10:9.
een wolkkolom,
Ps. 105:39 staat, dat deze kolom werd uitgespreid als een deksel, zodat zij den Israëlieten een schaduw was voor de hitte van de zon.
Hertaald:een wolkkolom,
In Ps. 105:39 staat dat deze wolkkolom werd uitgespreid als een dekkleed, zodat zij de Israëlieten een schaduw gaf tegen de hitte van de zon.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Etham — onzeker; mogelijk verwant aan het Egyptische woord voor "vesting", of aan een woord voor "grens van de zee"
Ligging: Aan "het einde der woestijn", vermoedelijk nabij de noordpunt van de Bittere Meren, één dagreis van Sukkoth.
Geschiedenis: De tweede pleisterplaats van Israël, aan de rand van de woestijn; van hieruit wendde de HEERE het volk niet de directe, kortere weg naar Kanaän op (langs het land der Filistijnen), maar leidde hen om, via de weg van de woestijn bij de Schelfzee (Ex. 13:17-20).
Bijbelse betekenis: Een voorbeeld van Gods wijze, beschermende leiding: Hij spaarde Zijn nog jonge, ongeoefende volk de directe confrontatie met de strijdbare Filistijnen, ook al betekende dat een omweg.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
De eerstgeborenen zijn Mijn — 13:2, 11-16
Direct na de uittocht, met de nacht van het pascha nog vers. Elke eerstgeborene in Israël is die nacht gespaard doordat een ander stierf.
Wie door het bloed gespaard is, behoort voortaan God toe en moet gelost worden.
God eist alle eerstgeborenen op: wat enige baarmoeder opent, dat is Mijn. En tegelijk wordt bepaald dat de eerstgeborenen van mensen gelost moeten worden — teruggekocht, met een prijs. De grond daarvoor is de paasnacht: zij leven omdat er voor hen gestorven is. Hier komen twee dingen samen die door heel de Schrift blijven samengaan: wie verlost is, is niet van zichzelf, en verlossing kost iets. Lukas vertelt dat Jozef en Maria met het Kind naar de tempel gingen omdat er geschreven staat dat al wat mannelijk is de Heere geheiligd zal heten — de Eerstgeborene wordt zelf ingebracht onder deze wet. Paulus vat de andere kant samen met de woorden dat wij niet van onszelf zijn maar duur gekocht.
Exodus 12:29 — In de paasnacht sterft elke eerstgeborene die niet onder bloed schuilt.
Exodus 13:2 — Daarom eist God alle eerstgeborenen op: dat is Mijn.
Exodus 13:13 — Wie God toebehoort, moet gelost worden — met een prijs.
Lukas 2:22-23 — Het Kind wordt in de tempel gebracht onder deze wet.
1 Korinthe 6:20 — Gij zijt duur gekocht; gij zijt niet van uzelf.
In het Nieuwe Testament: Lukas 2:22-23; 1 Korinthe 6:19-20; Kolossenzen 1:15, 18; Hebreeën 12:23
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 13:13. De eerstgeborenen van mens en dier behoorden aan de Allerhoogste toe. Maar er ontstond een vraag over de onreine dieren, die volgens de wet niet aan God geofferd mochten worden. Veel van deze dieren waren onmisbaar voor de mens, omdat zij als last- of trekdieren dienden, maar zij behoorden niet tot de reine dieren, zoals die met gespleten hoeven die tevens herkauwen. De ezel bijvoorbeeld, die overal van groot nut was en vooral in het Oosten veel werd gebruikt, werd als onrein beschouwd. Hoe kon zo’n dier dan toch aan God worden gewijd?
Daarom vond er een plaatsvervanging plaats. In de plaats van de ezel werd een lam geofferd, waarna de ezel werd vrijgekocht. Wanneer de eigenaar het dier echter niet zoveel waard vond dat hij er een lam voor wilde geven, dan moest de nek van de ezel worden gebroken en het dier worden gedood.
Volgens de wet van Mozes was alleen dat dier rein wat gespleten hoeven had en herkauwde. Zo schiet ook de mens tegenwoordig op één of beide punten tekort en wordt hij door de wet als een zondaar aangemerkt, op één lijn gesteld met de onreine dieren.
Maar wat een wonder heeft het Evangelie voor ons verricht! Omdat wij voor een prijs zijn vrijgekocht, worden wij de schapen van God genoemd, de lammeren van de kudde van Christus. Door de wet waren wij vanwege de zonde verloren en tot in de diepte neergezonken, maar door de genade van Jezus Christus zijn wij tot de hoogste heerlijkheid verheven.
HEILIGING VAN DE EERSTGEBORENEN. VOORTZETTING VAN DE UITTOCHT.
I. Exodus 13 vers 1-16
Ook omtrent de heiliging van alle eerstgeborenen bij de kinderen van Israël ontvangt Mozes bevel van God; deze maakt aan het volk nog te Sukkoth bekend, wat de Heere hem ten opzichte van het zevendaagse feest van de ongezuurde broden, als ook omtrent de eerstgeborenen onder mensen en vee bevolen heeft, en scherpt het een bestendig aandenken aan deze uitleiding uit Egypte voor alle volgende tijden in.
1. Toen, waarschijnlijk bij de openbaring (Ex.12:43 vv.) te Sukkoth, sprak de HEERE verder tot Mozes, aan wie Hij nog een andere instelling, die op de gebeurtenis van de vorige nacht betrekking had, mee moest delen, zeggende:
2. Heilig 1) Mij, door bepaalde wettelijke inzettingen, die Ik door u aan het volk van Israël geef, alle eerstgeborenen. 2) Wat enige baarmoeder opent, het eerstgeborene van allerlei soort, wat door zijn geboorte voor de volgende geboorten als het ware de weg bereidt, onder de kinderen van Israël, van mensen en van beesten, dat is Mijn a) 3) eigendom.
a) Exodus. 22:29; 34:19 Leviticus. 27:26 Numeri. 8:17 Luk.2:23
1) Heiligen is eigenlijk afzonderen, en daarom afscheiden van het vermengde.
2) Het Oude Testament onderscheid twee soorten van eerstgeborenen, namelijk de eerstgeborenen van de vader en de eerstgeborenen van de moeder; de eersten genoten alleen de burgerlijke voorrechten van de eerstgeboorte, het recht op de voorrang in de familie en het recht op het dubbel erfdeel (Genesis 49:3 vv.) Deuteronomium. 21:15-17, men heeft ze daarom de “eerstgeborenen van de erfenis” (primogeniti hereditatis) genoemd. De tweeden daarentegen, van welke op onze plaats gesproken wordt, hadden, wanneer zij niet tevens eerstgeborenen van de vader waren, in het burgerlijke volstrekt geen voorrechten; maar moesten de Heere geheiligd worden; daarom worden zij ter onderscheiding van de eersten, “eerstgeborenen van de heiligheid” (primogeniti sanctitudinis) genoemd. Daar de Heere de eerstgeborenen van deze tweede klasse bij de kinderen van Israël zich heiligt, verklaart hij daardoor het gehele volk, van welk bloesem zij zijn (zie Ex 12.12) voor heilig en Hem gewijd, gelijk Hij door de bewaring eigenlijk het gehele volk verschoond had. Over de wijze van hun heiliging zegt de Heere voorlopig niets; eerst moet zich Israëls geschiedenis nog verder ontwikkelen, eer deze inzetting tot volle rijpheid komt. Zonder twijfel heeft de Heere over de heiliging van de eerstgeborenen onder het vee reeds hier aan Mozes de hoofdtrekken meegedeeld, hoewel het bericht van deze mededelingen niet gewaagt; zij blijken toch uit hetgeen Mozes later aan het volk openbaart (vs.11). Later heeft ook daarover de Heere met Mozes nog nader gehandeld, en wij vinden de verdere bepalingen in Leviticus. 27:26 vv. Numeri. 18:15-18
In Numeri. 13 wordt de grond aangegeven, waarom de Heere dit gebod geeft. Toen de Heere de eerstgeborenen van Egypte sloeg en de eerstgeborenen van Israël spaarde, heeft Hij hen zich, als de zijnen, in bijzondere zin toegeëigend. De diepe oorzaak lag dus in het Verbond, dat God met Israël had opgericht en waardoor het op zichtbare wijze was gespaard gebleven. Eerst het Pascha, daarna de ongezuurde broden en terstond daarop de heiliging van de eerstgeborenen. Hiertussen bestaat een onafscheidelijk verband. Het Pascha, teken van de vereniging van de Heere en Zijn volk; de ongezuurde broden, bewijs van het aanvankelijk verloste leven en de heiliging van de eerstgeborenen bevestiging, dat Israël als zoon door God is aangenomen. Bij de opvolging van het bevel moest Israël bedenken, dat het als volk geheel en al afhing van de genade van God, dat het alleen als volk de aanneming tot kinderen een beduidende plaats in de volkerenrij zou bekleden, en door de opvolging beleed het, dat het alleen uit vrije gunst en genade tot volk was geworden.
3) Gelijk de eerstgeborene voor de Heere heilig was, en voor zijn dienst afgevormd, zo was ook Christus de Heere heilig, voor hem en zijn dienst geheel afgevormd; gelijk door de eerstgeborene de andere broeders heilig verklaard werden, zo wordt ook door Christus al het geslacht, dat in de hemel en op aarde is, geheiligd.
3. Verder zei Mozes tot het volk, zowel in het bijzonder meedelende, wat hij bij de vergadering van de oudsten (hoofdstuk 12:21 vv.) nog niet had gezegd (hoofdstuk 12:15-20), als ook wat hij nueerst (hoofdstuk 13:1,2) als gebod van de Heere ontvangen had: Gedenkt deze dag, waarop gij uit Egypte uit het diensthuis gegaan zijt, vergeet die nooit, want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; 1) daarom zal door u, het geheiligde volk des Heeren, gedurende de gehele feesttijd, die gij ter gedachtenis van deze grote daad van uw God jaarlijks houden zult (hoofdstuk 12:14,24 vv.), het gedesemde niet gegeten worden. Dit zal u een teken zijn, dat gij door die uitleiding tot het onthouden van allen zuurdeeg van de Egyptische zonde geroepen en verplicht zijt.
1) Mozes wil bedacht hebben, dat de feestviering er is en moet zijn om het feit, dat haar in het aanzijn riep; maar dat daarentegen nooit het feit zelf uit de feestviering moet verklaard worden. Dat is ontrouw plegen aan de geschiedenis en het karakter van de waarheid verloochenen. Daarom roept Mozes Israël toe “gedenkt.” Daartoe moet de gestadige herinnering dienst doen; nu op elk feest zelf-laat u dit nimmer rouwen- moet de feeststof “herdacht” en behandeld worden.
Hij vermaant daarom, dat zij, wat hij tevoren bevolen heeft, vlijtig zouden waarnemen, nadat zij in hun land zouden gekomen zijn. En uit de samenvoeging blijkt, dat beide voorschriften tot hetzelfde doel dienen, zowel omtrent het heiligen van de eerstgeborene, als het vieren van het Pascha, dat de bevrijding het uitverkoren volk hield bij de bijzondere dienst van de ware God.
4. a) Heden, merkt de dag wel op! heden 1) gaat gij uit, in de maand Abib.
a) Exodus. 23:15
1) Hij stelt de dag van de uittocht met de gehele tijd van de inwoning in het land Kanaän, gelijk. Alsof Hij zeggen wilde, dat zij niet verlost werden, om slechts voor een ogenblik vrolijkheid te genieten, maar om alle eeuwen door aan de weldaad gedachtig te zijn.
De maan Abib moest immers voor Israël de maand zijn, waarin zij gedachten aan de verlossing uit Egypte. Elke maand Abib moest hun de verlossing klaar en duidelijk voor ogen staan.
5. En het zal geschieden, als u de HEERE door Zijn verdere genadige leiding zal gebracht hebben in het land van de Kanaänieten, en van de Hethieten, en van de Amorieten, en van de Hevieten, en van de Jebusieten, dat Hij uw vaderengezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honing, zo zult gij deze dienst van het Pascha houden in deze maand, 1) van de avond tussen 14 en 15 Abib af.
1) De heerlijkheid en overvloed van het land prijst hij wellicht aan om twee redenen. De eerste is, opdat niet na beroemde overwinningen de hoogmoed hun gemoederen in bezit zou nemen, en de vettigheid en de overvloed van de goederen hun ogen zou verblinden. Vervolgens, opdat door de grootheid van de goederen zelf, zij meer zouden aangezet worden, om hun plichten van dankbaarheid jegens God te vervullen. Want als overwinnaars van zo vele volken en als bezitters van zo vruchtbare en uitgestekte landen, konden zij overmoedig worden, tenzij zij herinnerd werden, dat zij het slechts aan God alleen verschuldigd waren, dat zij vele overwonnen volken en hun rijkdom hadden bemachtigd. Overigens toont Mozes aan, dat, naar mate de goedertierenheid van God jegens hen groter was, zij des te minder te verontschuldigen zouden zijn, indien zij niet met alle kracht zich er op toelegden, om Hem hun dankbaarheid te bewijzen. Daarom herhaalt hij de namen van de volken, wier landen, nadat zij hun vernietigd hadden, zij als toekomstige bezitters zouden verkrijgen. Vervolgens voegt hij erbij, dat het een land, overvloeiende van melk en honing was, opdat de grote overvloed van zaken, welke hun voor de ogen werd geschilderd, hen meer en meer tot vroomheid zou aanzetten.
6. Zeven dagen achter elkaar tot aan de 21ste van die maand, zult gij ongezuurde broden eten, en aan de zevende dag, met welke dan het eten van het ongezuurd brood eindigt, zal de HEERE 1) een feest zijn.
1) “De Heere een feest zijn.” Niet de mensen, maar de Heere, hun God, die hen uit Egypte had opgevoerd. De Heere drukt dit duidelijk uit, opdat Israël overtuigd zou zijn van de heiligheid van de zaak.
7. Gelijk ik gezegd heb, zeven 1) dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in heel uw land.
1) “Zeven dagen lang.” Niet een enkele dag, maar zeven dagen, opdat deze gebeurtenis diep in het geheugen zou ingeprent blijven niet alleen, maar opdat Israël zou leren, zich al de tijd van het levens te verlustigen in de dingen van de Heere.
8. En gij zult uw zoon 1) te kennen geven op dezelfde dag, waarom het feest met het eten van het Pascha begint, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij 2) gedaan heeft, toen ik 3) uit Egypte uittrok (hoofdstuk 12:26 vv.).
1) Men ziet hier: Zorg moest bijtijds gedragen worden, om de kinderen in de kennis van God te onderwijzen. Hier is een aloude wet voor het onderwijzen in het geloof. 2. Het is op een bijzondere wijze van groot nut, de kinderen tijdig de geschiedenissen van de Heilige Schrift te leren, en hen met deze gemeenzaam te maken.
2) Het Israël van nu en het Israël van later, is één. Om het Verbond, dat God met Abraham had opgericht. Het Israël van later, was, om het zo eens uit te drukken, in de lendenen van het Israël van toen besloten. De geslachten moesten elkaar opvolgen. Voor God bleef Israël het volk, dat Hij uit Egypte had opgevoerd.
3) Dus strekte het jaarlijkse Paasfeest hiertoe, om bij het volk het besef op te wekken en levendig te houden, dat het al wat het was en wat het had boven de andere volken, geheel en alleen verschuldigd was aan de genade van de Heere, aan zijn vrijgunstige verkiezing, en aan zijn almacht, aan zijn grote daden, door Hem voor de machtelozen van hun verlossing en vorming gedaan.
9. En hetgeen u thans over die jaarlijkse feestviering gezegd is, zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen. 1) Die wetten zullen het gehele jaar voor uw aandacht zijn, a) opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, een onderwerp van uw besprekingen, en gij alzo onophoudelijk dankt, omdat 2) u de HEERE door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft (vs.16).
a) Deuteronomium. 4:9 Psalm. 78:4,6,7
1) Aan deze en gelijksoortige plaatsen (Deuteronomium. 6:8; 11:18) heeft een gewoonte van de Rabbanitische Joden haar oorsprong te danken. Deze toch, aan de overleveringen een gelijk gezag als aan de wet toekennende, schrijven sommige wetsvoorschriften (Exodus. 13:2-10,11-16 Deuteronomium. 6:4-9; 11:13-21 volgens Hiëronymus ook de tien geboden) en strookjes perkament en hangen die (Tefelin, Phylacteria genaamd Matth.23:5) tussen de ogen, of binden ze aan de handen, zo vaak zij bidden. De Karaïtische Joden, alleen aan de Heilige Schrift vasthoudende, vatten daarentegen deze woorden als beeldspraak op. Op de hier voor ons liggende plaats is het bij de eerste oogopslag duidelijk, dat zij niet in de eigenlijke zin moeten verstaan worden, omdat zelfs in vs.16 de gehele feestviering “een teken op de hand” genoemd wordt. Op gelijke wijze wordt ook in Spreuken. 3:3 gezegd: “bind ze aan uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart.” De Joodse overlevering ontstond in een tijdperk (waarschijnlijk na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap), toen Israël de geest van de Heilige Schrift dodende, de heilige geboden van God in mensengeboden veranderde. (Matth.15:6).
Alsof hij wilde zeggen, dat de verlossing in het Pascha niet minder voor hun ogen moest staan als de ring, die aan de vinger werd gedragen, herhaaldelijk werd beschouwd, of het versiersel, hetwelk aan het voorhoofd werd gebonden. De hoofdsom is, in het Pascha een bewijsstuk daar te stellen van de gunst van God, opdat het nooit in de vergetelheid zou geraken, zoals de versierselen, welke aan het voorhoofd en aan de vinger prijken, de zinnen gedurig tot beschouwing hiervan aanzetten.
Toch zijn deze beelden naar ons inzien zeer duidelijk te begrijpen, indien men ze slechts eenvoudig opvat en aldus verklaart. “En het zal u tot een teken zijn op uw hand, tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des Heeren in uw mond zij.” Ziedaar de woorden van de Heilige Schrift zelf! En hun betekenis? Met andere woorden willen zij dit zeggen: De verlossing van Israël door God gemaakt moest de drijfveer zijn van hun daden (hand), het onderwerp van hun overpeinzing (tussen de ogen) en de inhoud van hun gesprekken (hun “mond)
Hiermee wil dus de Heere zeggen, dat de wonderdaden van de Heere betoond in de verlossing van Zijn volk, zo geheel en al hart en gedachten moesten vervullen, dat bij hen de mond uit de overvloed van het hart sprak. Israël moest het heilsfeit van de verlossing innerlijk in zich opnemen, en dit dan naar buiten openbaren.
2) Telkens wordt op de sterke hand van God gewezen, opdat Israël de verlossing niet gering zou achten.
10. Daarom onderhoudt deze inzetting van het Pascha op de bestemde tijd, 1) van jaar tot jaar. 2)
1) In het Hebreeuws Lamoadah, letterlijk, op haar bestemde tijd, d.i. van 15-21 van de maand Abib.
2) Letterlijk: Van dagen tot dagen, d.i. de ene tijd na de andere tijd, of jaar in jaar uit. Duidelijk geeft de Heere hiermee twee zaken te kennen. Vooreerst, dat Hij niet wil dat ook maar één enkele maal de viering van het Paasfeest verzuimd wordt, en in de tweede plaats, dat het gehele leven van Israëls vromen een leven was ter ere van God en in Zijn dienst.
11. Het zal ook geschieden, 1) wanneer u de HEERE in het land van de Kanaänieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven 2) hebben.
1) Uit dit vers blijkt, dat al de inzettingen, welke de Heere hier voorschrijft, eerst dan van volle kracht zullen zijn, als Israël in Kanaän gekomen is. Dit sluit echter niet uit, dat Israël ook in de woestijn tot dadelijke gehoorzaamheid verplicht was. Niet Israël zou zichzelf brengen in Kanaän, maar de Heere God zou het erin brengen. Zowel in het natuurlijke, als in het geestelijke.
2) Niet alleen in Kanaän brengen, dat had God ook Abraham gedaan, maar het in hun wettig en onvervreemdbaar bezit stellen. Duidelijk beeld van hetgeen God op geestelijk gebied doet.
Waar Hij een zondaar overbrengt in de staat vna het nieuwe leven, daar schenkt Hij hem in Christus al de weldaden van het nieuwe leven in beginsel.
12. a) Zo zult gij tot de Heere doen overgaan, 1) voor de Heere afzonderen alles, wat, zowel onder mensen als vee, de baarmoeder opent; ook alles, wat de eerstgeboorte onder het vee betreft, wat de baarmoeder opent van de vrucht van de beesten, de runderen, schapen en geiten, die gij hebben zult, de mannetjes zullen van de HEERE zijn; een eerstgeborene van deze, wanneer het geen bijzondere gebreken heeft, zult gij op de achtste dag na de geboorte tot een hefoffer brengen (hoofdstuk 22:20, Num.18:17-19 Deuteronomium. 15:21 vv.).
a) Exodus. 34:19 Leviticus. 27:26 Ezech.44:30
1) Ofschoon Hij nu beveelt, dat de eerstgeborenen in het geslacht van Abraham Hem aangeboden moeten worden, is het niet twijfelachtig, of hierdoor moest de heiliging tot het gehele volk worden uitgestrekt. Doch Hij zegt nu, dat het eerstgeborene het Zijne is, omdat zij voornamelijk de redding, door zijn mededogen ontvangen, moesten boeken; maar om dezelfde reden toont Hij, dat zij allen de Zijnen zijn.
“Doen overgaan,” in de zin van “overdragen.” Wel had de Heere als de Souvereine recht op hen, wel ook, omdat Hij het als verbondsvolk had aangenomen, maar Israël moest dit door de overdracht bewijzen en belijden. Daarmee afleggen belijdenis van hun geloof, dat Hij was de Souvereine en de Verbondsgod. In Kanaän deed het afgodisch volk hun kinderen door het vuur gaan en droegen hen daarmee over aan Moloch. (zie Ex 22.20).
13. Doch al wat de baarmoeder van de ezelin, 1) een onrein en tot offerande ongeschikt dier, opent, zult gij lossen met een lam, of een geitebokje, dat gij in zijn plaats offert; wanneer gij het ezelsveulen nu niet lost, zo zult gij het de nek breken, en het op deze wijze de Heere toewijden; maar alle eerstgeborenen van de mens onder uw zonen 2) zult gij in elk geval lossen, 3) terwijl gij voor elke eerstgeboren knaap 5 zilveren sikkels aan de priesters betaalt (Numeri. 3:47; 18:16).
1) Ezelin staat hier voor alle onreine dieren. In Numeri. 18:15 komt dit duidelijk uit. Haar eerstgeborene moest de nek gebroken worden, d.i. een geweldadige dood sterven, indien het niet met een lam gelost werd. Al wat onrein was lag onder de vloek, en moest ter wille van de gerechtigheid sterven, indien niet een ander in zijn plaats stierf. Onmiskenbaar worden we hier bepaald bij Wet en Evangelie. Het lam ter lossing ziet op het grote Offerlam, dat zichzelf ter lossing voor een arm en ellendig, onrein volk heeft gegeven.
2) De vrouwelijke eerstgeborenen worden niet opgesomd, omdat de man het hoofd is van de vrouw.
3) De in vs.11 geëiste afzondering en wijding van alle eerstgeborenen voor de Heere geschiedt 1. bij kinderen, door volledige overgave aan de onmiddellijke dienst van de Heere, bestaande in het verrichten van de niet-priesterlijke bezigheden bij het heiligdom; daar echter deze dienst later de Levieten opgedragen werd (Numeri. 3:15-13), zo moeten de eerstgeborenen van de hun afgenomen dienst, die eigenlijk hun plicht geweest was, door een losgeld losgekocht worden. De wijding van de eerstgeboorte 2. onder het vee daarentegen geschiedt door het offeren van het dier. Daar toch slechts reine dieren geofferd mochten worden, namelijk runderen, schapen en geiten, zo komt bij de onreine dieren, van welke de ezel, bij wijze van een voorbeeld, aangevoerd wordt, òf plaatsbekledend door een rein dier van ongeveer dezelfde waarde, òf doding voor; hiervoor wordt intussen later (Numeri. 18:15) eveneens lossing door geld volgens schatting van de priesters vastgesteld.
Ziedaar het verschil bij de wet aangaande drieërlei heiliging aan God. Het reine vee mocht niet gelost, maar moest de Heere geofferd worden; het onreine dier kon gelost of moest gedood worden; de mens moest gelost, en mocht zelf noch geofferd noch gedood worden. Uit deze gehele ordening blijkt, dat de mens onrein wordt geacht en dat hij zelf gewis de dood zou zoeken en vinden, indien niet een lossing van Godswege was bepaald en voorgeschreven. Hoedanig de lossing kon en moest geschieden wordt later gezegd (Numeri. 3), als verhaald wordt, hoe de Levieten in de plaats van de eerstgeborenen werden gesteld, en dat zekere prijs ter lossing voor alle eerstgeborenen was bepaald.
14. Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon u morgen (in latere tijden), wanneer gij naar deze voorschriften handelen zult, zal vragen, 1) zeggende: Wat is dat! (hoofdstuk 12:25 vv.), zo zult gij tot hemzeggen: De HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte, uit het diensthuis uitgevoerd.
1) God wil, dat niet alleen de kinderen de ouders zullen vragen, omtrent doel en betekenis van de Goddelijke zaken, maar ook, dat de ouders hun kinderen weten te antwoorden op al die vragen. Beschamend is het voor een ouder, indien hij op de vragen, die de eeuwige waarheden raken, geen antwoord kan geven.
15. Want het geschiedde, toen Farao zich verhardde ons te laten vertrekken, zo doodde de HEERE alle eerstgeborenen in Egypte, van de eerstgeborenen van mens af, tot deeerstgeborene van de beesten; daarom offer ik de HEERE de mannetjes van alles, wat de baarmoeder opent: doch alle eerstgeborenen van mijn zonen los ik.
16. a) En het zal tot een teken zijn op uw hand, en tot voorhoofdspanselen tussen uw ogen; 1) want de HEERE heeft door een sterke hand ons uit Egypte gevoerd.
a) Spreuken. 3:3
1) Over het hierop rustend gebruik van gedenktekens (Matth.23:5 zie Ex 13.9 en zie De 6.9). Over de betekenis hier van zie eveneens vs.9. Anderen zijn van mening, dat de Heere hier bedoelt, dat zij daardoor onuitwisbaar zijn eigendom zijn. Gelijk men een slaaf een teken op de hand geeft, of een teken op het voorhoofd, om daarmee te beduiden, dat zij iemands eigendom waren, alzo zou dit teken voor Israël zijn.
II. Exodus 13 vers 17-22.
Nadat de tocht van Rameses tot de eerste rustplaats te Sukkoth nogmaals vermeld is, en daarbij deels de reden, waarom men juist deze richting nam, deels de wijze, waarop men uittoog, verklaard is geworden, wordt de reis tot aan de tweede rustplaats in Etham beschreven. Van deze plaats af neemt de Heere zelf onmiddellijk de leiding van Zijn leger door de wolk- en vuurkolom, die het volk vóórgaat, op zich.
17. En het is geschied, toen Farao, gedwongen door vele tekenen en wonderen (hoofdst.7-12), het volk eindelijk had laten vertrekken (hoofdstuk 12:30-32), zo leidde hen God, van Rameses af, niet noordoostelijk op de weg van het land van de Filistijnen, die langs de Middellandse Zee naar Gaza loopt, hoewel die nader was, en hen binnen ongeveer tien dagen aan het doel van hun tocht zou gebracht hebben; want God zei: 1) Dat het het volk, dat door jarenlange slavernij vertraagd geworden is, niet rouwe, als zij de strijd zien zouden, als zij met dekrijgskundige en heldhaftige Filistijnen in een strijd zouden moeten komen, om zich door hun land door te slaan, en zij dan terugkeren zouden naar Egypte, terugbevende voor zulk een strijd (hoofdstuk 14:10-12).
1) God zei: “Dat het niet” enz. Zoals het in het oorspronkelijke samen gevoegd is, geeft het duidelijk aan, dat God bij zichzelf sprak, ten opzichte van het volk, in enige zorg verkerende. Vaderlijk handelende wordt God daarom ten opzichte van Israël voorgesteld.
18. Maar God leidde, om deze reden het volk om, in een zuidoostelijke richting, langs de weg van de woestijn van de Schelfzee, 1) terwijl Hij het eerst in Sukkoth zich legeren en daar volledig verzamelen liet (hoofdstuk 12:37). De kinderen van Israël nu trokken, niet als een hoop vluchtelingen, maar als een welgeordend krijgsleger bij vijven 2) (vijf aan vijf) uit Egypte.
1) Het Oudnederlandse “schelf” betekent “wier”. Schelfzee werd de Rode Zee genoemd wegens de menigte zeegras, die daarin groeit.
2) Hebreeuws “gevijfd”, = vijf naast elkaar of “in vijf legers”. In elk geval geeft het woord te kennen, dat zij in goede orde wegtrokken.
19. En Mozes, de aanvoerder van deze optocht, nam de beenderen van Jozef 1) met zich: a) want hij (Jozef) had vóór zijn sterven (Genesis 50:24 vv.) met een zware eed de kinderen van Israël bezworen, zeggende: God zal u voorzeker bezoeken, en u weer uit Egypte voeren: voert dan mijn beenderen met u op van hier! 2)
a) Jozua. 24:32
1) Waarschijnlijk ook de beenderen van de andere elf zonen van Jakob, omdat Stephanus daarvan spreekt. Jozef wordt hier alleen genoemd, daar van zijn begeerte alleen melding gemaakt is.
2) Deze waren daartoe 144 jaar lang zorgvuldig in een kist bewaard gebleven, en hielden gedurende die tijd de hoop op uitredding bij de verdrukten levend.
20. Alzo reisden zij, ondanks de spoed van de uittocht, toch in de beste orde uit Sukkoth, waar zij het eerste nachtverblijf gehad hadden; en zij legerden zich, na twee dagreizen, in Etham, (grenzende aan de zee, een grensscheiding, waarschijnlijk aan het zuideinde van de Bitterzee, aan het einde van de woestijn, 1) daar waar Egypte ophoudt, en de grote Arabische woestijn Tih-beni-Israël begint.
1) Steenachtig Arabië (Arabië petrace) bevat: deels het tussen de Rode Zee gelegen schiereiland van de Sinaï (hoofdstuk 2:15 zie Ex 3.1), deels de aan dit schiereiland zich ten noorden aansluitende landstreek, welke ten westen door Egypte en ten noorden door de Middellandse Zee en Palestina, ten oosten door Woest en Gelukkig Arabië begrensd wordt. Op de grenzen van deze beide delen bevindt zich een woeste zandige vlakte, “er Ramleh” geheten, welke ongeveer 300 voet hoger dan de oppervlakte van de zee ligt, en zich bijna in de vorm van een halve maan recht door het schiereiland uitstrekt. Uit deze oppervlakte verheft zich tegen het noorden een gebergte van kalksteen, “et-Tih” tot een hoogte van 4300 voet, en loopt als een boogvormige muur, parallel met die vlakte van het noordwestelijk einde van de Elanitische golf, tot aan die van Suez; van hier loopt het parallel met de oostkust van laatstgenoemde golf naar het noordwesten, en draagt de naam “er-Rahah”. Beide bergketenen dalen, de ene naar het noorden, de andere naar het oosten tot een zich ver uitstrekkende vlakte af, tot aan de woestijn: “Tih-beni-Israël” (d.i. verdwaling van de kinderen van Israël). De westelijke en noordelijke rand heet “el Dschifar”; tot dit gedeelte behoort ook de woestijn Etham of Sur (Exodus. 15:22 Numeri. 33:8); ten noorden wordt zij door het dal “el- Murreh” van het bergachtige land van Palestina gescheiden; in het oosten daarentegen daalt het neer tot het zogenaamde Arabah, een diep dal van verscheidene uren breed en ongeveer 20 mijlen lang, dat zich van het zuideinde van de Dode Zee tot aan de noordelijke punt van de Elanitische golf uitstrekt.
21. a) En de HEERE trok van nu af, dat zij het bewoonde land verlieten en in een onherbergzame woestijn trokken, voor hun aangezicht, opdat zij alleen die wegen zouden inslaan, die met de goddelijke bedoelingen overeenstemden, en die zij uit zichzelf niet vinden konden; overdag ging Hij hen voor in een wolkkolom, dat Hij hen op de weg leidde, en ‘s nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht, 1) om zowel ‘s nachts als overdag even veilig te kunnen reizen, zo dikwijls dit nodig was (hoofdstuk 14:19 vv.).
1) Het is nog heden evenals in oude tijden in het oosten gewoonte, dat karavanen en krijgslegers op onbekende en onveilige wegen door een kundige leidsman worden voorafgegaan, die in kleine ijzeren vaten, welke aan het einde van lange staven bevestigd zijn, een brandend vuur dragen. Dit vuur dient zowel tot een teken bij het opbreken, als tot een wegwijzer bij de tocht. De oude Perzen waren gewoon bij hun legertochten vuur op zilveren altaren vooraan te dragen, waarin zij meenden de Godheid bij zich tegenwoordig te hebben. Wat nu de karavanen op hun tochten nodig hebben, en de Perzen bij hun krijgstochten wilden hebben, dat mag aan de karavaan van de kinderen van Israël, die meer dan twee miljoenen groot is, in een, aan de behoefte overeenkomende mate niet ontbreken; dan zal het 600.000 strijdbare mannen omvattend krijgsleger werkelijk en niet op ingebeelde wijze, bij zich hebben. Van Etham af plaatst zich namelijk een wolk aan het hoofd van het leger, die gewoonlijk de vorm van een zuil heeft, maar naar omstandigheden ook de vorm van een uitgestrekte scheidsmuur (hoofdstuk 14:19 vv.) of van een beschermend deksel (Psalm. 105:39) aanneemt. Zonder twijfel was deze naar haar aard en haar uitwendige gesteldheid een eigenlijke wolk, en het door haar omsloten vuur, dat bij helder daglicht als een zwakke lichtende nevel zich vertoonde, bij nacht daarentegen een gloeiend rood schijnsel verbreidde, geheel als natuurlijk vuur; doch beide, wolk en vuur, waren naar bestemming en wezen oneindig veel meer dan dit. Zij waren de door de Heere aangenomen lichamelijkheid, waarmee Hij zich aan een bepaalde ruimte binden en Zich zichtbaar bij Zijn volk vertonen wilde, een lichamelijkheid, die, afgezien van haar doelmatigheid, tevens zinnebeeldige betekenis had; want het vuur is een zinnebeeld van de goddelijke heiligheid en gerechtigheid; de omringende wolk is een teken van de goddelijke genade en barmhartigheid.
God openbaart zich aan het volk, gelijk Hij dit aan Mozes heeft gedaan, als een vuurglans, maar die glans is in de wolk gehuld, omdat Israël niet in staat is Hem te verdragen.
De kolom was daarom een zinnebeeld van de Engel des Heeren, de Zoon van God, die ook in de wolk en vuurkolom zelf Israël voorging op de weg naar Kanaän. Ook hier dus een typische voorstelling van Hem, als de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof.
22. Hij nam de wolkkolom overdag, noch de vuurkolom ‘s nachts niet weg van het aangezicht van het volk, 1) zolang het in de woestijn reisde, maar liet zich later, toen de ark van het verbond vervaardigd was, op deze neer (hoofdstuk 40:34 vv.), en verdween eerst toen Israël aan de grenzen van het beloofde land stond (zie “Jozua 3.6).
1) God leidt ons niet aanstonds op de rechte weg naar de hemel; wij moeten vooraf veel ellende geproefd hebben en lang in de woestijn van deze wereld omdwalen; maar al moeten wij lang in de woestijn van deze wereld in een duister dal vol van angst en droefenis ronddwalen, zo behoeven wij toch niet te vrezen, want de Heere is met ons (Psalm. 23:4); Hij is ons licht, onze zon en schild.
“O licht, o leven, o trouwe Herder Immanuël, aan U ben ik eenmaal overgegeven; aan U behoort mijn lichaam en mijn ziel. Ik wil mij zelf niet meer leiden, de Vader zal het kind regeren; ga dan met mij in en uit, en leid mij bij alle mijn schreden. Ik ga, -och, Heere, hoor mijn bede! -ik ga zonder U geen schrede voort.”.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 13
Genesis 13:13. De eerstgeborenen van mens en dier behoorden aan de Allerhoogste toe. Maar er ontstond een vraag over de onreine dieren, die volgens de wet niet aan God geofferd mochten worden. Veel van deze dieren waren onmisbaar voor de mens, omdat zij als last- of trekdieren dienden, maar zij behoorden niet tot de reine dieren, zoals die met gespleten hoeven die tevens herkauwen. De ezel bijvoorbeeld, die overal van groot nut was en vooral in het Oosten veel werd gebruikt, werd als onrein beschouwd. Hoe kon zo’n dier dan toch aan God worden gewijd?
Daarom vond er een plaatsvervanging plaats. In de plaats van de ezel werd een lam geofferd, waarna de ezel werd vrijgekocht. Wanneer de eigenaar het dier echter niet zoveel waard vond dat hij er een lam voor wilde geven, dan moest de nek van de ezel worden gebroken en het dier worden gedood.
Volgens de wet van Mozes was alleen dat dier rein wat gespleten hoeven had en herkauwde. Zo schiet ook de mens tegenwoordig op één of beide punten tekort en wordt hij door de wet als een zondaar aangemerkt, op één lijn gesteld met de onreine dieren.
Maar wat een wonder heeft het Evangelie voor ons verricht! Omdat wij voor een prijs zijn vrijgekocht, worden wij de schapen van God genoemd, de lammeren van de kudde van Christus. Door de wet waren wij vanwege de zonde verloren en tot in de diepte neergezonken, maar door de genade van Jezus Christus zijn wij tot de hoogste heerlijkheid verheven.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
HEILIGING VAN DE EERSTGEBORENEN. VOORTZETTING VAN DE UITTOCHT.
I. Exodus 13 vers 1-16
Ook omtrent de heiliging van alle eerstgeborenen bij de kinderen van Israël ontvangt Mozes bevel van God; deze maakt aan het volk nog te Sukkoth bekend, wat de Heere hem ten opzichte van het zevendaagse feest van de ongezuurde broden, als ook omtrent de eerstgeborenen onder mensen en vee bevolen heeft, en scherpt het een bestendig aandenken aan deze uitleiding uit Egypte voor alle volgende tijden in.
1. Toen, waarschijnlijk bij de openbaring (Ex.12:43 vv.) te Sukkoth, sprak de HEERE verder tot Mozes, aan wie Hij nog een andere instelling, die op de gebeurtenis van de vorige nacht betrekking had, mee moest delen, zeggende:
2. Heilig 1) Mij, door bepaalde wettelijke inzettingen, die Ik door u aan het volk van Israël geef, alle eerstgeborenen. 2) Wat enige baarmoeder opent, het eerstgeborene van allerlei soort, wat door zijn geboorte voor de volgende geboorten als het ware de weg bereidt, onder de kinderen van Israël, van mensen en van beesten, dat is Mijn a) 3) eigendom.
a) Exodus. 22:29; 34:19 Leviticus. 27:26 Numeri. 8:17 Luk.2:23
1) Heiligen is eigenlijk afzonderen, en daarom afscheiden van het vermengde.
2) Het Oude Testament onderscheid twee soorten van eerstgeborenen, namelijk de eerstgeborenen van de vader en de eerstgeborenen van de moeder; de eersten genoten alleen de burgerlijke voorrechten van de eerstgeboorte, het recht op de voorrang in de familie en het recht op het dubbel erfdeel (Genesis 49:3 vv.) Deuteronomium. 21:15-17, men heeft ze daarom de “eerstgeborenen van de erfenis” (primogeniti hereditatis) genoemd. De tweeden daarentegen, van welke op onze plaats gesproken wordt, hadden, wanneer zij niet tevens eerstgeborenen van de vader waren, in het burgerlijke volstrekt geen voorrechten; maar moesten de Heere geheiligd worden; daarom worden zij ter onderscheiding van de eersten, “eerstgeborenen van de heiligheid” (primogeniti sanctitudinis) genoemd. Daar de Heere de eerstgeborenen van deze tweede klasse bij de kinderen van Israël zich heiligt, verklaart hij daardoor het gehele volk, van welk bloesem zij zijn (zie Ex 12.12) voor heilig en Hem gewijd, gelijk Hij door de bewaring eigenlijk het gehele volk verschoond had. Over de wijze van hun heiliging zegt de Heere voorlopig niets; eerst moet zich Israëls geschiedenis nog verder ontwikkelen, eer deze inzetting tot volle rijpheid komt. Zonder twijfel heeft de Heere over de heiliging van de eerstgeborenen onder het vee reeds hier aan Mozes de hoofdtrekken meegedeeld, hoewel het bericht van deze mededelingen niet gewaagt; zij blijken toch uit hetgeen Mozes later aan het volk openbaart (vs.11). Later heeft ook daarover de Heere met Mozes nog nader gehandeld, en wij vinden de verdere bepalingen in Leviticus. 27:26 vv. Numeri. 18:15-18
In Numeri. 13 wordt de grond aangegeven, waarom de Heere dit gebod geeft. Toen de Heere de eerstgeborenen van Egypte sloeg en de eerstgeborenen van Israël spaarde, heeft Hij hen zich, als de zijnen, in bijzondere zin toegeëigend. De diepe oorzaak lag dus in het Verbond, dat God met Israël had opgericht en waardoor het op zichtbare wijze was gespaard gebleven. Eerst het Pascha, daarna de ongezuurde broden en terstond daarop de heiliging van de eerstgeborenen. Hiertussen bestaat een onafscheidelijk verband. Het Pascha, teken van de vereniging van de Heere en Zijn volk; de ongezuurde broden, bewijs van het aanvankelijk verloste leven en de heiliging van de eerstgeborenen bevestiging, dat Israël als zoon door God is aangenomen. Bij de opvolging van het bevel moest Israël bedenken, dat het als volk geheel en al afhing van de genade van God, dat het alleen als volk de aanneming tot kinderen een beduidende plaats in de volkerenrij zou bekleden, en door de opvolging beleed het, dat het alleen uit vrije gunst en genade tot volk was geworden.
3) Gelijk de eerstgeborene voor de Heere heilig was, en voor zijn dienst afgevormd, zo was ook Christus de Heere heilig, voor hem en zijn dienst geheel afgevormd; gelijk door de eerstgeborene de andere broeders heilig verklaard werden, zo wordt ook door Christus al het geslacht, dat in de hemel en op aarde is, geheiligd.
3. Verder zei Mozes tot het volk, zowel in het bijzonder meedelende, wat hij bij de vergadering van de oudsten (hoofdstuk 12:21 vv.) nog niet had gezegd (hoofdstuk 12:15-20), als ook wat hij nueerst (hoofdstuk 13:1,2) als gebod van de Heere ontvangen had: Gedenkt deze dag, waarop gij uit Egypte uit het diensthuis gegaan zijt, vergeet die nooit, want de HEERE heeft u door een sterke hand van hier uitgevoerd; 1) daarom zal door u, het geheiligde volk des Heeren, gedurende de gehele feesttijd, die gij ter gedachtenis van deze grote daad van uw God jaarlijks houden zult (hoofdstuk 12:14,24 vv.), het gedesemde niet gegeten worden. Dit zal u een teken zijn, dat gij door die uitleiding tot het onthouden van allen zuurdeeg van de Egyptische zonde geroepen en verplicht zijt.
1) Mozes wil bedacht hebben, dat de feestviering er is en moet zijn om het feit, dat haar in het aanzijn riep; maar dat daarentegen nooit het feit zelf uit de feestviering moet verklaard worden. Dat is ontrouw plegen aan de geschiedenis en het karakter van de waarheid verloochenen. Daarom roept Mozes Israël toe “gedenkt.” Daartoe moet de gestadige herinnering dienst doen; nu op elk feest zelf-laat u dit nimmer rouwen- moet de feeststof “herdacht” en behandeld worden.
Hij vermaant daarom, dat zij, wat hij tevoren bevolen heeft, vlijtig zouden waarnemen, nadat zij in hun land zouden gekomen zijn. En uit de samenvoeging blijkt, dat beide voorschriften tot hetzelfde doel dienen, zowel omtrent het heiligen van de eerstgeborene, als het vieren van het Pascha, dat de bevrijding het uitverkoren volk hield bij de bijzondere dienst van de ware God.
4. a) Heden, merkt de dag wel op! heden 1) gaat gij uit, in de maand Abib.
a) Exodus. 23:15
1) Hij stelt de dag van de uittocht met de gehele tijd van de inwoning in het land Kanaän, gelijk. Alsof Hij zeggen wilde, dat zij niet verlost werden, om slechts voor een ogenblik vrolijkheid te genieten, maar om alle eeuwen door aan de weldaad gedachtig te zijn.
De maan Abib moest immers voor Israël de maand zijn, waarin zij gedachten aan de verlossing uit Egypte. Elke maand Abib moest hun de verlossing klaar en duidelijk voor ogen staan.
5. En het zal geschieden, als u de HEERE door Zijn verdere genadige leiding zal gebracht hebben in het land van de Kanaänieten, en van de Hethieten, en van de Amorieten, en van de Hevieten, en van de Jebusieten, dat Hij uw vaderengezworen heeft u te geven, een land vloeiende van melk en honing, zo zult gij deze dienst van het Pascha houden in deze maand, 1) van de avond tussen 14 en 15 Abib af.
1) De heerlijkheid en overvloed van het land prijst hij wellicht aan om twee redenen. De eerste is, opdat niet na beroemde overwinningen de hoogmoed hun gemoederen in bezit zou nemen, en de vettigheid en de overvloed van de goederen hun ogen zou verblinden. Vervolgens, opdat door de grootheid van de goederen zelf, zij meer zouden aangezet worden, om hun plichten van dankbaarheid jegens God te vervullen. Want als overwinnaars van zo vele volken en als bezitters van zo vruchtbare en uitgestekte landen, konden zij overmoedig worden, tenzij zij herinnerd werden, dat zij het slechts aan God alleen verschuldigd waren, dat zij vele overwonnen volken en hun rijkdom hadden bemachtigd. Overigens toont Mozes aan, dat, naar mate de goedertierenheid van God jegens hen groter was, zij des te minder te verontschuldigen zouden zijn, indien zij niet met alle kracht zich er op toelegden, om Hem hun dankbaarheid te bewijzen. Daarom herhaalt hij de namen van de volken, wier landen, nadat zij hun vernietigd hadden, zij als toekomstige bezitters zouden verkrijgen. Vervolgens voegt hij erbij, dat het een land, overvloeiende van melk en honing was, opdat de grote overvloed van zaken, welke hun voor de ogen werd geschilderd, hen meer en meer tot vroomheid zou aanzetten.
6. Zeven dagen achter elkaar tot aan de 21ste van die maand, zult gij ongezuurde broden eten, en aan de zevende dag, met welke dan het eten van het ongezuurd brood eindigt, zal de HEERE 1) een feest zijn.
1) “De Heere een feest zijn.” Niet de mensen, maar de Heere, hun God, die hen uit Egypte had opgevoerd. De Heere drukt dit duidelijk uit, opdat Israël overtuigd zou zijn van de heiligheid van de zaak.
7. Gelijk ik gezegd heb, zeven 1) dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden, en het gedesemde zal bij u niet gezien worden, ja, er zal geen zuurdeeg bij u gezien worden, in heel uw land.
1) “Zeven dagen lang.” Niet een enkele dag, maar zeven dagen, opdat deze gebeurtenis diep in het geheugen zou ingeprent blijven niet alleen, maar opdat Israël zou leren, zich al de tijd van het levens te verlustigen in de dingen van de Heere.
8. En gij zult uw zoon 1) te kennen geven op dezelfde dag, waarom het feest met het eten van het Pascha begint, zeggende: Dit is om hetgeen de HEERE mij 2) gedaan heeft, toen ik 3) uit Egypte uittrok (hoofdstuk 12:26 vv.).
1) Men ziet hier: Zorg moest bijtijds gedragen worden, om de kinderen in de kennis van God te onderwijzen. Hier is een aloude wet voor het onderwijzen in het geloof. 2. Het is op een bijzondere wijze van groot nut, de kinderen tijdig de geschiedenissen van de Heilige Schrift te leren, en hen met deze gemeenzaam te maken.
2) Het Israël van nu en het Israël van later, is één. Om het Verbond, dat God met Abraham had opgericht. Het Israël van later, was, om het zo eens uit te drukken, in de lendenen van het Israël van toen besloten. De geslachten moesten elkaar opvolgen. Voor God bleef Israël het volk, dat Hij uit Egypte had opgevoerd.
3) Dus strekte het jaarlijkse Paasfeest hiertoe, om bij het volk het besef op te wekken en levendig te houden, dat het al wat het was en wat het had boven de andere volken, geheel en alleen verschuldigd was aan de genade van de Heere, aan zijn vrijgunstige verkiezing, en aan zijn almacht, aan zijn grote daden, door Hem voor de machtelozen van hun verlossing en vorming gedaan.
9. En hetgeen u thans over die jaarlijkse feestviering gezegd is, zal u zijn tot een teken op uw hand, en tot een gedachtenis tussen uw ogen. 1) Die wetten zullen het gehele jaar voor uw aandacht zijn, a) opdat de wet des HEEREN in uw mond zij, een onderwerp van uw besprekingen, en gij alzo onophoudelijk dankt, omdat 2) u de HEERE door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd heeft (vs.16).
a) Deuteronomium. 4:9 Psalm. 78:4,6,7
1) Aan deze en gelijksoortige plaatsen (Deuteronomium. 6:8; 11:18) heeft een gewoonte van de Rabbanitische Joden haar oorsprong te danken. Deze toch, aan de overleveringen een gelijk gezag als aan de wet toekennende, schrijven sommige wetsvoorschriften (Exodus. 13:2-10,11-16 Deuteronomium. 6:4-9; 11:13-21 volgens Hiëronymus ook de tien geboden) en strookjes perkament en hangen die (Tefelin, Phylacteria genaamd Matth.23:5) tussen de ogen, of binden ze aan de handen, zo vaak zij bidden. De Karaïtische Joden, alleen aan de Heilige Schrift vasthoudende, vatten daarentegen deze woorden als beeldspraak op. Op de hier voor ons liggende plaats is het bij de eerste oogopslag duidelijk, dat zij niet in de eigenlijke zin moeten verstaan worden, omdat zelfs in vs.16 de gehele feestviering “een teken op de hand” genoemd wordt. Op gelijke wijze wordt ook in Spreuken. 3:3 gezegd: “bind ze aan uw hals, schrijf ze op de tafel van uw hart.” De Joodse overlevering ontstond in een tijdperk (waarschijnlijk na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap), toen Israël de geest van de Heilige Schrift dodende, de heilige geboden van God in mensengeboden veranderde. (Matth.15:6).
Alsof hij wilde zeggen, dat de verlossing in het Pascha niet minder voor hun ogen moest staan als de ring, die aan de vinger werd gedragen, herhaaldelijk werd beschouwd, of het versiersel, hetwelk aan het voorhoofd werd gebonden. De hoofdsom is, in het Pascha een bewijsstuk daar te stellen van de gunst van God, opdat het nooit in de vergetelheid zou geraken, zoals de versierselen, welke aan het voorhoofd en aan de vinger prijken, de zinnen gedurig tot beschouwing hiervan aanzetten.
Toch zijn deze beelden naar ons inzien zeer duidelijk te begrijpen, indien men ze slechts eenvoudig opvat en aldus verklaart. “En het zal u tot een teken zijn op uw hand, tot een gedachtenis tussen uw ogen, opdat de wet des Heeren in uw mond zij.” Ziedaar de woorden van de Heilige Schrift zelf! En hun betekenis? Met andere woorden willen zij dit zeggen: De verlossing van Israël door God gemaakt moest de drijfveer zijn van hun daden (hand), het onderwerp van hun overpeinzing (tussen de ogen) en de inhoud van hun gesprekken (hun “mond)
Hiermee wil dus de Heere zeggen, dat de wonderdaden van de Heere betoond in de verlossing van Zijn volk, zo geheel en al hart en gedachten moesten vervullen, dat bij hen de mond uit de overvloed van het hart sprak. Israël moest het heilsfeit van de verlossing innerlijk in zich opnemen, en dit dan naar buiten openbaren.
2) Telkens wordt op de sterke hand van God gewezen, opdat Israël de verlossing niet gering zou achten.
10. Daarom onderhoudt deze inzetting van het Pascha op de bestemde tijd, 1) van jaar tot jaar. 2)
1) In het Hebreeuws Lamoadah, letterlijk, op haar bestemde tijd, d.i. van 15-21 van de maand Abib.
2) Letterlijk: Van dagen tot dagen, d.i. de ene tijd na de andere tijd, of jaar in jaar uit. Duidelijk geeft de Heere hiermee twee zaken te kennen. Vooreerst, dat Hij niet wil dat ook maar één enkele maal de viering van het Paasfeest verzuimd wordt, en in de tweede plaats, dat het gehele leven van Israëls vromen een leven was ter ere van God en in Zijn dienst.
11. Het zal ook geschieden, 1) wanneer u de HEERE in het land van de Kanaänieten zal gebracht hebben, gelijk Hij u en uw vaderen gezworen heeft, en Hij het u zal gegeven 2) hebben.
1) Uit dit vers blijkt, dat al de inzettingen, welke de Heere hier voorschrijft, eerst dan van volle kracht zullen zijn, als Israël in Kanaän gekomen is. Dit sluit echter niet uit, dat Israël ook in de woestijn tot dadelijke gehoorzaamheid verplicht was. Niet Israël zou zichzelf brengen in Kanaän, maar de Heere God zou het erin brengen. Zowel in het natuurlijke, als in het geestelijke.
2) Niet alleen in Kanaän brengen, dat had God ook Abraham gedaan, maar het in hun wettig en onvervreemdbaar bezit stellen. Duidelijk beeld van hetgeen God op geestelijk gebied doet.
Waar Hij een zondaar overbrengt in de staat vna het nieuwe leven, daar schenkt Hij hem in Christus al de weldaden van het nieuwe leven in beginsel.
12. a) Zo zult gij tot de Heere doen overgaan, 1) voor de Heere afzonderen alles, wat, zowel onder mensen als vee, de baarmoeder opent; ook alles, wat de eerstgeboorte onder het vee betreft, wat de baarmoeder opent van de vrucht van de beesten, de runderen, schapen en geiten, die gij hebben zult, de mannetjes zullen van de HEERE zijn; een eerstgeborene van deze, wanneer het geen bijzondere gebreken heeft, zult gij op de achtste dag na de geboorte tot een hefoffer brengen (hoofdstuk 22:20, Num.18:17-19 Deuteronomium. 15:21 vv.).
a) Exodus. 34:19 Leviticus. 27:26 Ezech.44:30
1) Ofschoon Hij nu beveelt, dat de eerstgeborenen in het geslacht van Abraham Hem aangeboden moeten worden, is het niet twijfelachtig, of hierdoor moest de heiliging tot het gehele volk worden uitgestrekt. Doch Hij zegt nu, dat het eerstgeborene het Zijne is, omdat zij voornamelijk de redding, door zijn mededogen ontvangen, moesten boeken; maar om dezelfde reden toont Hij, dat zij allen de Zijnen zijn.
“Doen overgaan,” in de zin van “overdragen.” Wel had de Heere als de Souvereine recht op hen, wel ook, omdat Hij het als verbondsvolk had aangenomen, maar Israël moest dit door de overdracht bewijzen en belijden. Daarmee afleggen belijdenis van hun geloof, dat Hij was de Souvereine en de Verbondsgod. In Kanaän deed het afgodisch volk hun kinderen door het vuur gaan en droegen hen daarmee over aan Moloch. (zie Ex 22.20).
13. Doch al wat de baarmoeder van de ezelin, 1) een onrein en tot offerande ongeschikt dier, opent, zult gij lossen met een lam, of een geitebokje, dat gij in zijn plaats offert; wanneer gij het ezelsveulen nu niet lost, zo zult gij het de nek breken, en het op deze wijze de Heere toewijden; maar alle eerstgeborenen van de mens onder uw zonen 2) zult gij in elk geval lossen, 3) terwijl gij voor elke eerstgeboren knaap 5 zilveren sikkels aan de priesters betaalt (Numeri. 3:47; 18:16).
1) Ezelin staat hier voor alle onreine dieren. In Numeri. 18:15 komt dit duidelijk uit. Haar eerstgeborene moest de nek gebroken worden, d.i. een geweldadige dood sterven, indien het niet met een lam gelost werd. Al wat onrein was lag onder de vloek, en moest ter wille van de gerechtigheid sterven, indien niet een ander in zijn plaats stierf. Onmiskenbaar worden we hier bepaald bij Wet en Evangelie. Het lam ter lossing ziet op het grote Offerlam, dat zichzelf ter lossing voor een arm en ellendig, onrein volk heeft gegeven.
2) De vrouwelijke eerstgeborenen worden niet opgesomd, omdat de man het hoofd is van de vrouw.
3) De in vs.11 geëiste afzondering en wijding van alle eerstgeborenen voor de Heere geschiedt 1. bij kinderen, door volledige overgave aan de onmiddellijke dienst van de Heere, bestaande in het verrichten van de niet-priesterlijke bezigheden bij het heiligdom; daar echter deze dienst later de Levieten opgedragen werd (Numeri. 3:15-13), zo moeten de eerstgeborenen van de hun afgenomen dienst, die eigenlijk hun plicht geweest was, door een losgeld losgekocht worden. De wijding van de eerstgeboorte 2. onder het vee daarentegen geschiedt door het offeren van het dier. Daar toch slechts reine dieren geofferd mochten worden, namelijk runderen, schapen en geiten, zo komt bij de onreine dieren, van welke de ezel, bij wijze van een voorbeeld, aangevoerd wordt, òf plaatsbekledend door een rein dier van ongeveer dezelfde waarde, òf doding voor; hiervoor wordt intussen later (Numeri. 18:15) eveneens lossing door geld volgens schatting van de priesters vastgesteld.
Ziedaar het verschil bij de wet aangaande drieërlei heiliging aan God. Het reine vee mocht niet gelost, maar moest de Heere geofferd worden; het onreine dier kon gelost of moest gedood worden; de mens moest gelost, en mocht zelf noch geofferd noch gedood worden. Uit deze gehele ordening blijkt, dat de mens onrein wordt geacht en dat hij zelf gewis de dood zou zoeken en vinden, indien niet een lossing van Godswege was bepaald en voorgeschreven. Hoedanig de lossing kon en moest geschieden wordt later gezegd (Numeri. 3), als verhaald wordt, hoe de Levieten in de plaats van de eerstgeborenen werden gesteld, en dat zekere prijs ter lossing voor alle eerstgeborenen was bepaald.
14. Wanneer het geschieden zal, dat uw zoon u morgen (in latere tijden), wanneer gij naar deze voorschriften handelen zult, zal vragen, 1) zeggende: Wat is dat! (hoofdstuk 12:25 vv.), zo zult gij tot hemzeggen: De HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte, uit het diensthuis uitgevoerd.
1) God wil, dat niet alleen de kinderen de ouders zullen vragen, omtrent doel en betekenis van de Goddelijke zaken, maar ook, dat de ouders hun kinderen weten te antwoorden op al die vragen. Beschamend is het voor een ouder, indien hij op de vragen, die de eeuwige waarheden raken, geen antwoord kan geven.
15. Want het geschiedde, toen Farao zich verhardde ons te laten vertrekken, zo doodde de HEERE alle eerstgeborenen in Egypte, van de eerstgeborenen van mens af, tot deeerstgeborene van de beesten; daarom offer ik de HEERE de mannetjes van alles, wat de baarmoeder opent: doch alle eerstgeborenen van mijn zonen los ik.
16. a) En het zal tot een teken zijn op uw hand, en tot voorhoofdspanselen tussen uw ogen; 1) want de HEERE heeft door een sterke hand ons uit Egypte gevoerd.
a) Spreuken. 3:3
1) Over het hierop rustend gebruik van gedenktekens (Matth.23:5 zie Ex 13.9 en zie De 6.9). Over de betekenis hier van zie eveneens vs.9. Anderen zijn van mening, dat de Heere hier bedoelt, dat zij daardoor onuitwisbaar zijn eigendom zijn. Gelijk men een slaaf een teken op de hand geeft, of een teken op het voorhoofd, om daarmee te beduiden, dat zij iemands eigendom waren, alzo zou dit teken voor Israël zijn.
II. Exodus 13 vers 17-22.
Nadat de tocht van Rameses tot de eerste rustplaats te Sukkoth nogmaals vermeld is, en daarbij deels de reden, waarom men juist deze richting nam, deels de wijze, waarop men uittoog, verklaard is geworden, wordt de reis tot aan de tweede rustplaats in Etham beschreven. Van deze plaats af neemt de Heere zelf onmiddellijk de leiding van Zijn leger door de wolk- en vuurkolom, die het volk vóórgaat, op zich.
17. En het is geschied, toen Farao, gedwongen door vele tekenen en wonderen (hoofdst.7-12), het volk eindelijk had laten vertrekken (hoofdstuk 12:30-32), zo leidde hen God, van Rameses af, niet noordoostelijk op de weg van het land van de Filistijnen, die langs de Middellandse Zee naar Gaza loopt, hoewel die nader was, en hen binnen ongeveer tien dagen aan het doel van hun tocht zou gebracht hebben; want God zei: 1) Dat het het volk, dat door jarenlange slavernij vertraagd geworden is, niet rouwe, als zij de strijd zien zouden, als zij met dekrijgskundige en heldhaftige Filistijnen in een strijd zouden moeten komen, om zich door hun land door te slaan, en zij dan terugkeren zouden naar Egypte, terugbevende voor zulk een strijd (hoofdstuk 14:10-12).
1) God zei: “Dat het niet” enz. Zoals het in het oorspronkelijke samen gevoegd is, geeft het duidelijk aan, dat God bij zichzelf sprak, ten opzichte van het volk, in enige zorg verkerende. Vaderlijk handelende wordt God daarom ten opzichte van Israël voorgesteld.
18. Maar God leidde, om deze reden het volk om, in een zuidoostelijke richting, langs de weg van de woestijn van de Schelfzee, 1) terwijl Hij het eerst in Sukkoth zich legeren en daar volledig verzamelen liet (hoofdstuk 12:37). De kinderen van Israël nu trokken, niet als een hoop vluchtelingen, maar als een welgeordend krijgsleger bij vijven 2) (vijf aan vijf) uit Egypte.
1) Het Oudnederlandse “schelf” betekent “wier”. Schelfzee werd de Rode Zee genoemd wegens de menigte zeegras, die daarin groeit.
2) Hebreeuws “gevijfd”, = vijf naast elkaar of “in vijf legers”. In elk geval geeft het woord te kennen, dat zij in goede orde wegtrokken.
19. En Mozes, de aanvoerder van deze optocht, nam de beenderen van Jozef 1) met zich: a) want hij (Jozef) had vóór zijn sterven (Genesis 50:24 vv.) met een zware eed de kinderen van Israël bezworen, zeggende: God zal u voorzeker bezoeken, en u weer uit Egypte voeren: voert dan mijn beenderen met u op van hier! 2)
a) Jozua. 24:32
1) Waarschijnlijk ook de beenderen van de andere elf zonen van Jakob, omdat Stephanus daarvan spreekt. Jozef wordt hier alleen genoemd, daar van zijn begeerte alleen melding gemaakt is.
2) Deze waren daartoe 144 jaar lang zorgvuldig in een kist bewaard gebleven, en hielden gedurende die tijd de hoop op uitredding bij de verdrukten levend.
20. Alzo reisden zij, ondanks de spoed van de uittocht, toch in de beste orde uit Sukkoth, waar zij het eerste nachtverblijf gehad hadden; en zij legerden zich, na twee dagreizen, in Etham, (grenzende aan de zee, een grensscheiding, waarschijnlijk aan het zuideinde van de Bitterzee, aan het einde van de woestijn, 1) daar waar Egypte ophoudt, en de grote Arabische woestijn Tih-beni-Israël begint.
1) Steenachtig Arabië (Arabië petrace) bevat: deels het tussen de Rode Zee gelegen schiereiland van de Sinaï (hoofdstuk 2:15 zie Ex 3.1), deels de aan dit schiereiland zich ten noorden aansluitende landstreek, welke ten westen door Egypte en ten noorden door de Middellandse Zee en Palestina, ten oosten door Woest en Gelukkig Arabië begrensd wordt. Op de grenzen van deze beide delen bevindt zich een woeste zandige vlakte, “er Ramleh” geheten, welke ongeveer 300 voet hoger dan de oppervlakte van de zee ligt, en zich bijna in de vorm van een halve maan recht door het schiereiland uitstrekt. Uit deze oppervlakte verheft zich tegen het noorden een gebergte van kalksteen, “et-Tih” tot een hoogte van 4300 voet, en loopt als een boogvormige muur, parallel met die vlakte van het noordwestelijk einde van de Elanitische golf, tot aan die van Suez; van hier loopt het parallel met de oostkust van laatstgenoemde golf naar het noordwesten, en draagt de naam “er-Rahah”. Beide bergketenen dalen, de ene naar het noorden, de andere naar het oosten tot een zich ver uitstrekkende vlakte af, tot aan de woestijn: “Tih-beni-Israël” (d.i. verdwaling van de kinderen van Israël). De westelijke en noordelijke rand heet “el Dschifar”; tot dit gedeelte behoort ook de woestijn Etham of Sur (Exodus. 15:22 Numeri. 33:8); ten noorden wordt zij door het dal “el- Murreh” van het bergachtige land van Palestina gescheiden; in het oosten daarentegen daalt het neer tot het zogenaamde Arabah, een diep dal van verscheidene uren breed en ongeveer 20 mijlen lang, dat zich van het zuideinde van de Dode Zee tot aan de noordelijke punt van de Elanitische golf uitstrekt.
21. a) En de HEERE trok van nu af, dat zij het bewoonde land verlieten en in een onherbergzame woestijn trokken, voor hun aangezicht, opdat zij alleen die wegen zouden inslaan, die met de goddelijke bedoelingen overeenstemden, en die zij uit zichzelf niet vinden konden; overdag ging Hij hen voor in een wolkkolom, dat Hij hen op de weg leidde, en ‘s nachts in een vuurkolom, dat Hij hen lichtte, om voort te gaan dag en nacht, 1) om zowel ‘s nachts als overdag even veilig te kunnen reizen, zo dikwijls dit nodig was (hoofdstuk 14:19 vv.).
a) Exodus. 40:38 Numeri. 14:14 Deuteronomium. 1:33 Nehemiah. 9:12,19 Psalm. 78:14; 105:39; 1 Kor.10:1.
1) Het is nog heden evenals in oude tijden in het oosten gewoonte, dat karavanen en krijgslegers op onbekende en onveilige wegen door een kundige leidsman worden voorafgegaan, die in kleine ijzeren vaten, welke aan het einde van lange staven bevestigd zijn, een brandend vuur dragen. Dit vuur dient zowel tot een teken bij het opbreken, als tot een wegwijzer bij de tocht. De oude Perzen waren gewoon bij hun legertochten vuur op zilveren altaren vooraan te dragen, waarin zij meenden de Godheid bij zich tegenwoordig te hebben. Wat nu de karavanen op hun tochten nodig hebben, en de Perzen bij hun krijgstochten wilden hebben, dat mag aan de karavaan van de kinderen van Israël, die meer dan twee miljoenen groot is, in een, aan de behoefte overeenkomende mate niet ontbreken; dan zal het 600.000 strijdbare mannen omvattend krijgsleger werkelijk en niet op ingebeelde wijze, bij zich hebben. Van Etham af plaatst zich namelijk een wolk aan het hoofd van het leger, die gewoonlijk de vorm van een zuil heeft, maar naar omstandigheden ook de vorm van een uitgestrekte scheidsmuur (hoofdstuk 14:19 vv.) of van een beschermend deksel (Psalm. 105:39) aanneemt. Zonder twijfel was deze naar haar aard en haar uitwendige gesteldheid een eigenlijke wolk, en het door haar omsloten vuur, dat bij helder daglicht als een zwakke lichtende nevel zich vertoonde, bij nacht daarentegen een gloeiend rood schijnsel verbreidde, geheel als natuurlijk vuur; doch beide, wolk en vuur, waren naar bestemming en wezen oneindig veel meer dan dit. Zij waren de door de Heere aangenomen lichamelijkheid, waarmee Hij zich aan een bepaalde ruimte binden en Zich zichtbaar bij Zijn volk vertonen wilde, een lichamelijkheid, die, afgezien van haar doelmatigheid, tevens zinnebeeldige betekenis had; want het vuur is een zinnebeeld van de goddelijke heiligheid en gerechtigheid; de omringende wolk is een teken van de goddelijke genade en barmhartigheid.
God openbaart zich aan het volk, gelijk Hij dit aan Mozes heeft gedaan, als een vuurglans, maar die glans is in de wolk gehuld, omdat Israël niet in staat is Hem te verdragen.
De kolom was daarom een zinnebeeld van de Engel des Heeren, de Zoon van God, die ook in de wolk en vuurkolom zelf Israël voorging op de weg naar Kanaän. Ook hier dus een typische voorstelling van Hem, als de Overste Leidsman en Voleinder van het geloof.
22. Hij nam de wolkkolom overdag, noch de vuurkolom ‘s nachts niet weg van het aangezicht van het volk, 1) zolang het in de woestijn reisde, maar liet zich later, toen de ark van het verbond vervaardigd was, op deze neer (hoofdstuk 40:34 vv.), en verdween eerst toen Israël aan de grenzen van het beloofde land stond (zie “Jozua 3.6).
1) God leidt ons niet aanstonds op de rechte weg naar de hemel; wij moeten vooraf veel ellende geproefd hebben en lang in de woestijn van deze wereld omdwalen; maar al moeten wij lang in de woestijn van deze wereld in een duister dal vol van angst en droefenis ronddwalen, zo behoeven wij toch niet te vrezen, want de Heere is met ons (Psalm. 23:4); Hij is ons licht, onze zon en schild.
“O licht, o leven, o trouwe Herder Immanuël, aan U ben ik eenmaal overgegeven; aan U behoort mijn lichaam en mijn ziel. Ik wil mij zelf niet meer leiden, de Vader zal het kind regeren; ga dan met mij in en uit, en leid mij bij alle mijn schreden. Ik ga, -och, Heere, hoor mijn bede! -ik ga zonder U geen schrede voort.”.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel