Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1De HEEREH3068 nu had totH413MozesH4872 en totH413AaronH175 in EgyptelandH776gesprokenH559, zeggendeH559:De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4and Aaron6in the land7of Egypt,8saying,
2Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2DezeH2088zelfde maandH2320 zal ulieden het hoofdH7218 der maandenH2320 zijn; zij zal u de eersteH7223 van de maandenH2320 des jaarsH8141 zijn.Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
KJVThis month1shall be unto you the beginning4of months:5it shall be the first6month9of the year
1הַחֹ֧דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon2הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3לָכֶ֖ם4רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top5חֳדָשִׁ֑יםH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6רִאשׁ֥וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past7הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8לָכֶ֔ם9לְחָדְשֵׁ֖יH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10הַשָּׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
3Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3SpreektH1696totH413 de ganseH3605vergaderingH5712 van IsraelH3478, zeggendeH559: Aan den tiendenH6218 dezer maandH2320nemeH3947 een iegelijk een lamH7716, naar de huizenH1004 der vaderenH1, een lamH7716 voor een huisH1004.Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
KJVSpeak1ye unto all the congregation4of Israel,5saying,6In the tenth7day of this month8they shall take10to them every man12a lamb,13according to the house14of their fathers,15a lamb16for an house:
1דַּבְּר֗וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4עֲדַ֤תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)5יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7בֶּעָשֹׂ֖רH6218tienden, tiensnarig instrument, tien(instrument of) ten (strings, -th)8לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְיִקְח֣וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11לָהֶ֗ם12אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13שֶׂ֥הH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)14לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15אָבֹ֖תH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16שֶׂ֥הH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)17לַבָּֽיִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
4Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar indien een huisH1004 te kleinH4591isH1961 voor een lamH7716, zo nemeH3947 hij het en zijn nabuurH7934, de naasteH7138 aan zijn huisH1004, naarH413 het getalH4373 der zielenH5315, een iegelijkH376 naar dat hij etenH400 kan; gij zult rekeningH3699 maken naar het lamH7716.Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
KJVAnd if the household3be4too little2for the lamb,5let him and his neighbour8next9unto his house11take6it according to the number12of the souls;13every man14according15to his eating16shall make your count17for the lamb.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2יִמְעַ֣טH4591verminderen, minder, verminderdsuffer to decrease, diminish, (be, [idiom] borrow a, give, make) few (in number, -ness), gather least (little), be (seem) little, ([idiom] give the) less, be minished, bring to nothing3הַבַּיִת֮H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4מִהְיֹ֣תH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5מִשֶּׂה֒H7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)6וְלָקַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win7ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8וּשְׁכֵנ֛וֹH7934naburen, nabuur, gebureninhabitant, neighbour, nigh9הַקָּרֹ֥בH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11בֵּית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12בְּמִכְסַ֣תH4373getal, somnumber, worth13נְפָשֹׁ֑תH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)15לְפִ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word16אָכְל֔וֹH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals17תָּכֹ֖סּוּH3699rekeningmake count18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַשֶּֽׂהH7716klein vee, lam, schaap(lesser, small) cattle, ewe, goat, lamb, sheep. Compare H2089 (זֶה)
5Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Gij zult een volkomenH8549lamH7716 hebben, een mannekenH2145, een jaarH8141oudH1121; vanH4480 de schapenH3532 of vanH4480 de geitenbokkenH5795 zult gij het nemenH3947.Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
KJVYour lamb1shall be without blemish,2a male3of the first4year:5ye shall take12it out from the sheep,9or from the goats:
6En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En gij zult het in bewaringH4931 hebben totH5704 den veertiendenH702dagH3117 dezer maandH2320; en de ganseH3605gemeenteH6951 der vergaderingH5712 van IsraelH3478 zal het slachtenH7819tussenH996 twee avondenH6153.En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.
KJVAnd ye shall keep3it up until the fourteenth5day7of the same month:8and the whole12assembly13of the congregation14of Israel15shall kill10it in16the evening.
1וְהָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לָכֶם֙3לְמִשְׁמֶ֔רֶתH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch4עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5אַרְבָּעָ֥הH702vier, vierhonderd, veertienfour6עָשָׂ֛רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)7י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְשָׁחֲט֣וּH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter11אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כֹּ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13קְהַ֥לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude14עֲדַֽתH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)15יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within17הָעַרְבָּֽיִםH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
7En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En zij zullen vanH4480 het bloedH1818nemenH3947, en strijkenH5414 het aanH5921beideH8147zijpostenH4201, en aanH5921 den bovendorpelH4947, aanH5921 de huizenH1004, in welkeH834 zij het etenH398 zullen.En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
KJVAnd they shall take1of the blood,3and strike4it on the two6side posts7and on the upper door post9of the houses,11wherein they shall eat
1וְלָֽקְחוּ֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent4וְנָֽתְנ֛וּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6שְׁתֵּ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two7הַמְּזוּזֹ֖תH4201posten, post, zijposten(door, side) post8וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַמַּשְׁק֑וֹףH4947bovendorpellintel10עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַבָּ֣תִּ֔יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יֹאכְל֥וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בָּהֶֽם
8En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En zij zullen het vleesH1320etenH398 in denzelfden nachtH3915, aanH5921 het vuurH784gebradenH6748, met ongezuurde brodenH4682; zij zullen het met bittereH4844 saus etenH398.En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
KJVAnd they shall eat1the flesh3in that night,4roast6with fire,7and unleavened bread;8and with bitter10herbs they shall eat
1וְאָכְל֥וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבָּשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin4בַּלַּ֣יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)5הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6צְלִיH6748gebraden, gebraadroast7אֵ֣שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot8וּמַצּ֔וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10מְרֹרִ֖יםH4844bittere, bitterhedenbitter(-ness)11יֹאכְלֻֽהוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
9Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Gij zult daarvan nietH408rauwH4995etenH398, ook geenszins in waterH4325gezodenH1310; maarH3588aanH5921 het vuurH784gebradenH6748, zijn hoofdH7218 met zijn schenkelenH3767 en met zijn ingewandH7130.Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
KJVEat2not of it raw,4nor sodden6at all with water,7but roast10with fire;11his head12with his legs,14and with the purtenance
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תֹּאכְל֤וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3מִמֶּ֨נּוּ֙H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4נָ֔אH4995rauwraw5וּבָשֵׁ֥לH1311gezoden[idiom] at all, sodden6מְבֻשָּׁ֖לH1310koken, gezoden, gekooktbake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden)7בַּמָּ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet10צְלִיH6748gebraden, gebraadroast11אֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot12רֹאשׁ֥וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14כְּרָעָ֖יוH3767schenkelenleg15וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16קִרְבּֽוֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
10Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Gij zult daarvan ook nietH3808 laten overblijvenH3498totH5704 den morgenH1242; maar hetgeen daarvan overblijftH3498totH5704 den morgenH1242, zult gij met vuurH784verbrandenH8313.Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
KJVAnd ye shall let nothing of it remain2until the morning;5and that which remaineth6of it until the morning9ye shall burn11with fire.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תוֹתִ֥ירוּH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest3מִמֶּ֖נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5בֹּ֑קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow6וְהַנֹּתָ֥רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest7מִמֶּ֛נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9בֹּ֖קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow10בָּאֵ֥שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot11תִּשְׂרֹֽפוּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly
11Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11AldusH3602 nu zult gij het etenH398: uw lendenH4975 zullen opgeschortH2296 zijn, uw schoenenH5275 aan uw voetenH7272, en uw stafH4731 in uw handH3027; en gij zult het met haastH2649etenH398; het is des HEERENH3068paschaH6453.Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
KJVAnd thus1shall ye eat2it; with your loins4girded,5your shoes6on your feet,7and your staff8in your hand;9and ye shall eat10it in haste:12it is the LORD'S15passover.
1וְכָכָה֮H3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus2תֹּאכְל֣וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3אֹתוֹ֒H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מָתְנֵיכֶ֣םH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side5חֲגֻרִ֔יםH2296aangegord, gordde, omgordbe able to put on, be afraid, appointed, gird, restrain, [idiom] on every side6נַֽעֲלֵיכֶם֙H5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)7בְּרַגְלֵיכֶ֔םH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time8וּמַקֶּלְכֶ֖םH4731roeden, stok, stafrod, (hand-)staff9בְּיֶדְכֶ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10וַאֲכַלְתֶּ֤םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11אֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּחִפָּז֔וֹןH2649haasthaste13פֶּ֥סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)14ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
12Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Want Ik zal in dezenH2088nachtH3915 door EgyptelandH776 gaan, en alleH3605eerstgeborenenH1060 in EgyptelandH776slaanH5221, van de mensenH120 af totH5704 de beestenH929 toe; en Ik zal gerichtenH8201oefenenH6213 aan alleH3605godenH430 der EgyptenarenH4714, Ik, de HEEREH3068!Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
KJVFor I will pass1through the land2of Egypt3this night,4and will smite6all the firstborn8in the land9of Egypt,10both man11and beast;13and against all the gods15of Egypt16I will execute17judgment:18I am the LORD.
1וְעָבַרְתִּ֣יH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2בְאֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3מִצְרַיִם֮H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4בַּלַּ֣יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)5הַזֶּה֒H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6וְהִכֵּיתִ֤יH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8בְּכוֹר֙H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)9בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11מֵאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person12וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13בְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle14וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אֱלֹהֵ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim17אֶֽעֱשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18שְׁפָטִ֖יםH8201gerichten, oordelen, Gerichtenjudgment19אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
13En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En datH834bloedH1818 zal ulieden tot een tekenH226zijnH1961aanH5921 de huizenH1004, waarin gijH859 zijt; wanneer Ik het bloedH1818zieH7200, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geenH3808plaagH5063 onder ulieden ten verderveH4889zijnH1961, wanneer Ik EgyptelandH776slaanH5221 zal.En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
Ook in dit vers
voorbijgaanH6452
KJVAnd the blood2shall be to you for a token4upon the houses6where ye are: and when I see10the blood,12I will pass13over you, and the plague18shall not be upon you to destroy19you, when I smite20the land21of Egypt.
1וְהָיָה֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַדָּ֨םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent3לָכֶ֜ם4לְאֹ֗תH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token5עַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַבָּתִּים֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10וְרָאִ֨יתִי֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַדָּ֔םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent13וּפָסַחְתִּ֖יH6452voorbijgaan, doorgaande, hinkthalt, become lame, leap, pass over14עֲלֵכֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִֽהְיֶ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17בָכֶ֥ם18נֶ֨גֶף֙H5063plaag, plage, aanstootsplague, stumbling19לְמַשְׁחִ֔יתH4889verderve, Mashith, verderfelijken strikcorruption, (to) destroy(-ing), destruction, trap, [idiom] utterly20בְּהַכֹּתִ֖יH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound21בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world22מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
14En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En dezeH2088dagH3117 zal ulieden wezenH1961 ter gedachtenisH2146, en gij zult hem den HEEREH3068 tot een feestH2282vierenH2287; gij zult hem vierenH2287 onder uw geslachtenH1755 tot een eeuwigeH5769inzettingH2708.En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.
KJVAnd this day2shall be unto you for a memorial;5and ye shall keep6it a feast8to the LORD9throughout your generations;10ye shall keep it a feast13by an ordinance11for ever.
1וְהָיָה֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַיּ֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַזֶּ֤הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4לָכֶם֙5לְזִכָּר֔וֹןH2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record6וְחַגֹּתֶ֥םH2287vieren, feest houden, dansencelebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro7אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חַ֣גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity9לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10לְדֹרֹ֣תֵיכֶ֔םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity11חֻקַּ֥תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute12עוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)13תְּחָגֻּֽהוּH2287vieren, feest houden, dansencelebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro
15Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15ZevenH7651dagenH3117 zult gijlieden ongezuurde brodenH4682etenH398; maar aan den eerstenH7223dagH3117 zult gij het zuurdeegH7603wegdoenH7673 uit uw huizenH1004; wantH3588 wie het gedesemdeH2557eetH398, van den eerstenH7223dagH3117 af tot op den zevendenH7637dagH3117, diezelve zielH5315 zal uitgeroeidH3772 worden uit IsraelH3478.Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel.
KJVSeven1days2shall ye eat4unleavened bread;3even5the first7day6ye shall put away8leaven9out of your houses:10for whosoever eateth13leavened bread14from the first20day19until the seventh23day,22that soul16shall be cut15off from Israel.
1שִׁבְעַ֤תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)2יָמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3מַצּ֣וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven4תֹּאכֵ֔לוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5אַ֚ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)6בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הָרִאשׁ֔וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past8תַּשְׁבִּ֥יתוּH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away9שְּׂאֹ֖רH7603zuurdeeg, zuurdesemleaven10מִבָּתֵּיכֶ֑םH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֹכֵ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14חָמֵ֗ץH2557gedesemde, gedesemd, desemleaven, leavened (bread)15וְנִכְרְתָ֞הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want16הַנֶּ֤פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it17הַהִוא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18מִיִּשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael19מִיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger20הָרִאשֹׁ֖ןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past21עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet22י֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger23הַשְּׁבִעִֽיH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)
16En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En op den eerstenH7223dagH3117 zal er een heiligeH6944verzamelingH4744zijnH1961; ook zult gij een heiligeH6944verzamelingH4744 hebben op den zevendenH7637dagH3117; er zal geenH3808werkH4399 op denzelven gedaanH6213 worden; maar watH834 van iedere zielH5315gegetenH398 zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
KJVAnd in the first2day1there shall be an holy4convocation,3and in the seventh6day5there shall be an holy8convocation7to you; no manner of work12shall be done14in them, save16that which every man20must eat,18that only may be done
1וּבַיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָרִאשׁוֹן֙H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past3מִקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading4קֹ֔דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary5וּבַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשְּׁבִיעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7מִקְרָאH4744samenroeping, samenroepingen, vergaderingenassembly, calling, convocation, reading8קֹ֖דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לָכֶ֑ם11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מְלָאכָה֙H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14יֵעָשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15בָהֶ֔ם16אַ֚ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18יֵאָכֵ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite19לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20נֶ֔פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it21ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who22לְבַדּ֖וֹH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength23יֵעָשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use24לָכֶֽם
17Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Zo onderhoudtH8104 dan de ongezuurde brodenH4682, dewijlH3588 Ik even aan denzelfdenH6106dagH3117 ulieder heirenH6635 uit EgyptelandH776geleidH3318 zal hebben; daarom zult gij dezenH2088dagH3117houdenH8104, onder uw geslachtenH1755, tot een eeuwigeH5769inzettingH2708.Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.
KJVAnd ye shall observe1the feast of unleavened bread;3for in this selfsame5day6have I brought8your armies10out of the land11of Egypt:12therefore shall ye observe13this day15in your generations17by an ordinance18for ever.
1וּשְׁמַרְתֶּם֮H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמַּצּוֹת֒H4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven4כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5בְּעֶ֨צֶם֙H6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very6הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8הוֹצֵ֥אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10צִבְאוֹתֵיכֶ֖םH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)11מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13וּשְׁמַרְתֶּ֞םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)17לְדֹרֹתֵיכֶ֖םH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity18חֻקַּ֥תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute19עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
18In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18In de eersteH7223maandH2320, aan den veertiendenH6240dagH3117 der maandH2320, in den avondH6153, zult gij ongezuurde brodenH4682etenH398, totH5704 den eenH259 en twintigstenH6242dagH3117 der maand, in den avondH6153.In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond.
KJVIn the first1month, on the fourteenth3day4of the month5at even,6ye shall eat7unleavened bread,8until the one11and twentieth12day10of the month13at even.
1בָּרִאשֹׁ֡ןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past2בְּאַרְבָּעָה֩H702vier, vierhonderd, veertienfour3עָשָׂ֨רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)4י֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5לַחֹ֨דֶשׁ֙H2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6בָּעֶ֔רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night7תֹּאכְל֖וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8מַצֹּ֑תH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven9עַ֠דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11הָאֶחָ֧דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,12וְעֶשְׂרִ֛יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)13לַחֹ֖דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon14בָּעָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
19Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Dat er zevenH7651dagenH3117 lang geenH3808zuurdesemH7603 in uw huizenH1004gevondenH4672 worde, wantH3588alH3605 wie het gedesemdeH2556etenH398 zal, dezelve zielH5315 zal uit de vergaderingH5712 van IsraelH3478uitgeroeidH3772 worden, hij zij een vreemdelingH1616 of een ingeboreneH249 des landsH776.Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.
KJVSeven1days2shall there be no leaven3found5in your houses:6for whosoever eateth9that which is leavened,even that soul12shall be cut off11from the congregation14of Israel,15whether he be a stranger,16or born17in the land.
1שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)2יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3שְׂאֹ֕רH7603zuurdeeg, zuurdesemleaven4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִמָּצֵ֖אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on6בְּבָתֵּיכֶ֑םH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֹכֵ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10מַחְמֶ֗צֶתH2557gedesemde, gedesemd, desemleaven, leavened (bread)11וְנִכְרְתָ֞הH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want12הַנֶּ֤פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13הַהִוא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14מֵעֲדַ֣תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)15יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16בַּגֵּ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger17וּבְאֶזְרַ֥חH249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)18הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Gij zult niets etenH398, dat gedesemdH2556 is; in alH3605 uw woningenH4186 zult gij ongezuurde brodenH4682etenH398.Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
KJVYe shall eat4nothing leavened;in all your habitations6shall ye eat7unleavened bread.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מַחְמֶ֖צֶתH2557gedesemde, gedesemd, desemleaven, leavened (bread)3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4תֹאכֵ֑לוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5בְּכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מוֹשְׁבֹ֣תֵיכֶ֔םH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning7תֹּאכְל֖וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8מַצּֽוֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Mozes dan riep al de oudsten van Israel, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21MozesH4872 dan riepH7121alH3605 de oudstenH2205 van IsraelH3478, en zeideH559totH413 hen: LeestH4900 uit, en neemtH3947 u lammeren voor uw huisgezinnenH4940, en slachtH7819 het paschaH6453.Mozes dan riep al de oudsten van Israel, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha.
Ook in dit vers
ammerenH6629
KJVThen Moses2called1for all the elders4of Israel,5and said6unto them, Draw out8and take9you a lamb11according to your families,12and kill13the passover.
22Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22NeemtH3947 dan een bundelkenH92hysopH231, en dooptH2881 het in het bloedH1818, datH834 in een bekkenH5592 zal wezen; en strijktH5060 aan den bovendorpelH4947, en aan de beideH8147zijpostenH4201vanH4480 dat bloedH1818, hetwelkH834 in het bekkenH5592 zijn zal; doch uH859 aangaande, niemandH376 zal uitgaanH3318 uit de deurH6607 van zijn huisH1004, tot aan den morgenH1242.Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen.
KJVAnd ye shall take1a bunch2of hyssop,3and dip4it in the blood5that is in the bason,7and strike8the lintel10and the two12side posts13with the blood15that is in the bason;17and none21of you shall go out20at the door22of his house23until the morning.
1וּלְקַחְתֶּ֞םH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֲגֻדַּ֣תH92banden, benden, bundelkenbunch, burden, troop3אֵז֗וֹבH231hysophyssop4וּטְבַלְתֶּם֮H2881doopte, dopen, indopendip, plunge5בַּדָּ֣םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בַּסַּף֒H5592dorpel, dorpelen, schalenbason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold8וְהִגַּעְתֶּ֤םH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַמַּשְׁקוֹף֙H4947bovendorpellintel11וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13הַמְּזוּזֹ֔תH4201posten, post, zijposten(door, side) post14מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with15הַדָּ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17בַּסָּ֑ףH5592dorpel, dorpelen, schalenbason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold18וְאַתֶּ֗םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20תֵצְא֛וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter21אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)22מִפֶּֽתַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place23בֵּית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)24עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet25בֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
23Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Want de HEEREH3068 zal doorgaanH5674, om de EgyptenarenH4714 te slaanH5062; doch wanneer Hij het bloedH1818zienH7200 zal aan den bovendorpelH4947 en aan de tweeH8147zijpostenH4201, zo zal de HEEREH3068 de deurH6607voorbijgaanH6452, en den verderverH7843nietH3808toelatenH5414 in uw huizenH1004 te komenH935 om te slaanH5062.Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.
KJVFor the LORD2will pass through1to smite3the Egyptians;5and when he seeth6the blood8upon the lintel,10and on the two12side posts,13the LORD15will pass over14the door,17and will not suffer19the destroyer20to come21in unto your houses23to smite
1וְעָבַ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לִנְגֹּ֣ףH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִצְרַיִם֒H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6וְרָאָ֤הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַדָּם֙H1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַמַּשְׁק֔וֹףH4947bovendorpellintel11וְעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13הַמְּזוּזֹ֑תH4201posten, post, zijposten(door, side) post14וּפָסַ֤חH6452voorbijgaan, doorgaande, hinkthalt, become lame, leap, pass over15יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הַפֶּ֔תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place18וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יִתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20הַמַּשְׁחִ֔יתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)21לָבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way22אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23בָּתֵּיכֶ֖םH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)24לִנְגֹּֽףH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse
24Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24OnderhoudtH8104 dan dezeH2088zaakH1697, tot een inzettingH2706 voor u en voor uw kinderenH1121, totH5704 in eeuwigheidH5769.Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid.
KJVAnd ye shall observe1this thing3for an ordinance5to thee and to thy sons7for8ever.
1וּשְׁמַרְתֶּ֖םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5לְחָקH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task6לְךָ֥7וּלְבָנֶ֖יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
25En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En het zal geschiedenH1961, alsH3588 gij in dat landH776komtH935, dat u de HEEREH3068gevenH5414 zal, gelijk Hij gesprokenH1696 heeft, zo zult gij dezen dienstH5656onderhoudenH8104.En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
KJVAnd it shall come to pass, when ye be come3to the land5which the LORD8will give7you, according as he hath promised,11that ye shall keep12this service.
1וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3תָבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יִתֵּ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לָכֶ֖ם10כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11דִּבֵּ֑רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12וּשְׁמַרְתֶּ֖םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הָעֲבֹדָ֥הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought15הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
26En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor een dienst?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En het zal geschiedenH1961, wanneer uw kinderenH1121totH413 u zullen zeggenH559: WatH4100 hebt gij daar voor een dienstH5656?En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor een dienst?
KJVAnd it shall come to pass, when your children5shall say3unto you, What mean ye by this service?
27Zo zult gij zeggen: Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg, en onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Zo zult gij zeggenH559: Dit is den HEEREH3068 een paasofferH2077, Die voor de huizenH1004 der kinderenH1121IsraelsH3478voorbijgingH6452 in EgypteH4714, toen Hij de EgyptenarenH4714sloegH5062, en onze huizenH1004bevrijddeH5337! Toen boogH6915 zich het volkH5971 en neigdeH7812 zich.Zo zult gij zeggen: Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg, en onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.
KJVThat ye shall say,1It is the sacrifice2of the LORD'S5passover,3who passed7over the houses9of the children10of Israel11in Egypt,12when he smote13the Egyptians,15and delivered18our houses.17And the people20bowed the head19and worshipped.
1וַאֲמַרְתֶּ֡םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2זֶֽבַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice3פֶּ֨סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)4ה֜וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5לַֽיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7פָּ֠סַחH6452voorbijgaan, doorgaande, hinkthalt, become lame, leap, pass over8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9בָּתֵּ֤יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13בְּנָגְפּ֥וֹH5062geslagen, slaan, sloegbeat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17בָּתֵּ֣ינוּH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18הִצִּ֑ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)19וַיִּקֹּ֥דH6915neigde, neigde hoofd, boogbow (down) (the) head, stoop20הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people21וַיִּֽשְׁתַּחֲוּֽוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship
28En de kinderen Israels gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En de kinderenH1121IsraelsH3478gingenH3212 en dedenH6213 het, gelijk als de HEEREH3068MozesH4872 en AaronH175gebodenH6680 had, alzoH3651dedenH6213 zij.En de kinderen Israels gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.
KJVAnd the children3of Israel4went away,1and did2as the LORD7had commanded6Moses9and Aaron,10so did
1וַיֵּלְכ֥וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2וַיַּֽעֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֹשֶׁ֥הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses10וְאַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron11כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12עָשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
29En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29En het geschieddeH1961 ter middernachtH2677, dat de HEEREH3068alH3605 de eerstgeborenenH1060 in EgyptelandH776sloegH5221, van den eerstgeboreneH1060 van FaraoH6547 af, die op zijn troonH3678zittenH3427 zou, totH5704 op den eerstgeboreneH1060 van de gevangeneH7628, dieH834 in het gevangenhuisH1004 was, en alleH3605eerstgeborenenH1060 der beestenH929.En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.
KJVAnd it came to pass, that at midnight2the LORD4smote5all the firstborn7in the land8of Egypt,9from the firstborn10of Pharaoh11that sat12on his throne14unto the firstborn16of the captive17that was in the dungeon;19and all the firstborn22of cattle.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּחֲצִ֣יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts3הַלַּ֗יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)4וַֽיהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5הִכָּ֣הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound6כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7בְּכוֹר֮H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)8בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרַיִם֒H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10מִבְּכֹ֤רH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)11פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh12הַיֹּשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14כִּסְא֔וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne15עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16בְּכ֣וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)17הַשְּׁבִ֔יH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken18אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)20הַבּ֑וֹרH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well21וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22בְּכ֥וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)23בְּהֵמָֽהH929beesten, vee, beestbeast, cattle
30En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En FaraoH6547stondH6965 op bij nachtH3915, hijH1931 en alH3605 zijn knechtenH5650, en alH3605 de EgyptenaarsH4714; en er wasH1961 een grootH1419geschreiH6818 in EgypteH4714; wantH3588 er was geenH369huisH1004, waarin nietH369 een dodeH4191 was.En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.
KJVAnd Pharaoh2rose up1in the night,3he, and all his servants,6and all the Egyptians;8and there was a great11cry10in Egypt;12for there was not a house15where there was not one dead.
1וַיָּ֨קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2פַּרְעֹ֜הH6547FaraoPharaoh3לַ֗יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)4ה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֲבָדָיו֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וַתְּהִ֛יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10צְעָקָ֥הH6818geroep, geschrei, gekrijtscry(-ing)11גְדֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15בַּ֔יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)18שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither19מֵֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
31Toen riep hij Mozes en Aaron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israel; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Toen riepH7121 hij MozesH4872 en AaronH175 in den nachtH3915, en zeideH559: MaaktH6965 u op, trektH3318 uit het middenH8432 van mijn volkH5971, zo gijliedenH859 als de kinderenH1121 van IsraelH3478; en gaatH3212 heen, dientH5647 den HEEREH3068, gelijk gijlieden gesprokenH1696 hebt.Toen riep hij Mozes en Aaron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israel; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt.
KJVAnd he called1for Moses2and Aaron3by night,4and said,5Rise up,6and get you forth7from among8my people,9both ye and the children13of Israel;14and go,15serve16the LORD,18as ye have said.
1וַיִּקְרָא֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2לְמֹשֶׁ֨הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וּֽלְאַהֲרֹ֜ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4לַ֗יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)5וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6ק֤וּמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7צְּאוּ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)9עַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea11אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea13בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15וּלְכ֛וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16עִבְד֥וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19כְּדַבֶּרְכֶֽםH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
32Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32NeemtH3947ookH1571 met u uw schapenH6629 en uw runderenH1241, zoals gijlieden gesprokenH1696 hebt, en gaatH3212 heen, en zegentH1288 mij ookH1571.Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook.
KJVAlso take5your flocks2and your herds,4as ye have said,7and be gone;8and bless
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2צֹאנְכֶ֨םH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)3גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4בְּקַרְכֶ֥םH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox5קְח֛וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7דִּבַּרְתֶּ֖םH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8וָלֵ֑כוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9וּבֵֽרַכְתֶּ֖םH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank10גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea11אֹתִֽיH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
33En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En de EgyptenaarsH4714 hielden sterkH2388 aan bij het volkH5971, haastendeH4116, om die uitH4480 het landH776 te drijvenH7971; wantH3588 zij zeidenH559: Wij zijn allenH3605doodH4191!En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!
KJVAnd the Egyptianswere urgent1upon the people,4that they might send6them out of the land8in haste;5for they said,10We be all dead
1וַתֶּחֱזַ֤קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2מִצְרַ֨יִם֙H4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5לְמַהֵ֖רH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift6לְשַׁלְּחָ֣םH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with8הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אָמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כֻּלָּ֥נוּH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12מֵתִֽיםH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
34En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En het volkH5971namH5375 zijn deegH1217 op, eerH2962 het gedesemdH2556 was, hun deegklompenH4863, gebondenH6887 in hun klederenH8071, opH5921 hun schouderenH7926.En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen.
KJVAnd the people2took1their dough4before it was leavened,6their kneadingtroughs7being bound up8in their clothes9upon their shoulders.
1וַיִּשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּצֵק֖וֹH1217deegdough, flour5טֶ֣רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet6יֶחְמָ֑ץH2556gedesemd, besprenkelde, doorgezuurdcruel (man), dyed, be grieved, leavened7מִשְׁאֲרֹתָ֛םH4863baktrog, baktroggen, deegklompenkneading trough, store8צְרֻרֹ֥תH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex9בְּשִׂמְלֹתָ֖םH8071klederen, kleed, kledingapparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה)10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11שִׁכְמָֽםH7926schouder, schouderen, Sichemback, [idiom] consent, portion, shoulder
35De kinderen Israels nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geeist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35De kinderenH1121IsraelsH3478 nu hadden gedaanH6213 naar het woordH1697 van MozesH4872, en hadden van de EgyptenarenH4714geeistH7592zilverenH3701vatenH3627, en goudenH2091vatenH3627, en klederenH8071.De kinderen Israels nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geeist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.
KJVAnd the children1of Israel2did3according to the word4of Moses;5and they borrowed6of the Egyptians7jewels8of silver,9and jewels10of gold,11and raiment:
1וּבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2יִשְׂרָאֵ֥לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3עָשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4כִּדְבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses6וַֽיִּשְׁאֲלוּ֙H7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish7מִמִּצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8כְּלֵיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever9כֶ֛סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)10וּכְלֵ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever11זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather12וּשְׂמָלֹֽתH8071klederen, kleed, kledingapparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה)
36Daartoe had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen der Egyptenaren, dat zij hun hun begeerte deden; en zij beroofden de Egyptenaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Daartoe had de HEEREH3068 het volkH5971genadeH2580gegevenH5414 in de ogenH5869 der EgyptenarenH4714, dat zij hun hun begeerteH7592 deden; en zij beroofdenH5337 de EgyptenarenH4714.Daartoe had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen der Egyptenaren, dat zij hun hun begeerte deden; en zij beroofden de Egyptenaren.
KJVAnd the LORD1gave2the people5favour4in the sight6of the Egyptians,7so that they lent8unto them such things as they required. And they spoiled9the Egyptians.
1וַֽיהוָ֞הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2נָתַ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4חֵ֥ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured5הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6בְּעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8וַיַּשְׁאִל֑וּםH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish9וַֽיְנַצְּל֖וּH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
37Alzo reisden de kinderen Israels uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Alzo reisdenH5265 de kinderenH1121IsraelsH3478 uit van RamesesH7486 naar SukkothH5523, omtrent zeshonderdH8337duizendH505 te voetH7273, mannenH1397 alleen, behalve de kinderkensH2945.Alzo reisden de kinderen Israels uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.
KJVAnd the children2of Israel3journeyed1from Rameses4to Succoth,5about six6hundred7thousand8on foot9that were men,10beside11children.
1וַיִּסְע֧וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way2בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4מֵרַעְמְסֵ֖סH7486Rameses, RaamsesRaamses, Rameses5סֻכֹּ֑תָהH5523SukkothSuccoth6כְּשֵׁשׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth7מֵא֨וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8אֶ֧לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand9רַגְלִ֛יH7273voet, voetvolks, voetgangers(on) foot(-man)10הַגְּבָרִ֖יםH1397man, mans, mannenevery one, man, [idiom] mighty11לְבַ֥דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength12מִטָּֽףH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families
38En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38En veelH3515vermengdH6154volkH7227trokH5927ookH1571metH854 hen op, en schapenH6629, en runderenH1241, gansH3966 veel veeH4735.En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.
KJVAnd a mixed2multitude3went up4also with them; and flocks,6and herds,7even very10much9cattle.
1וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2עֵ֥רֶבH6154inslag, vermengd, vermengelingArabia, mingled people, mixed (multitude), woof3רַ֖בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4עָלָ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5אִתָּ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6וְצֹ֣אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)7וּבָקָ֔רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox8מִקְנֶ֖הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance9כָּבֵ֥דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick10מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
39En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En zij baktenH644 van het deegH1217, dat zij uit EgypteH4714gebrachtH3318 hadden, ongezuurdeH4682koekenH5692; wantH3588 het was nietH3808gedesemdH2556; overmits zij uit EgypteH4714uitgedrevenH1644 werden, zodat zij nietH3808vertoevenH4102kondenH3201, nochH3808ookH1571teringH6720 voor zich bereidenH6213.En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.
KJVAnd they baked1unleavened8cakes7of the dough3which they brought forth5out of Egypt,6for it was not leavened;11because they were thrust out13of Egypt,14and could16not tarry,17neither had they prepared21for themselves any victual.
1וַיֹּאפ֨וּH644bakkers, bakken, bakkerbake(-r, (-meats))2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבָּצֵ֜קH1217deegdough, flour4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הוֹצִ֧יאוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6מִמִּצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7עֻגֹ֥תH5692koekencake (upon the hearth)8מַצּ֖וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven9כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11חָמֵ֑ץH2556gedesemd, besprenkelde, doorgezuurdcruel (man), dyed, be grieved, leavened12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13גֹרְשׁ֣וּH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out14מִמִּצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim15וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יָֽכְלוּ֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer17לְהִתְמַהְמֵ֔הַּH4102vertoeven, vertoefden, gezuimddelay, linger, stay selves, tarry18וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea19צֵדָ֖הH6720teerkost, reiskost, teringmeat, provision, venison, victuals20לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21עָשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22לָהֶֽם
40De tijd nu der woning, die de kinderen Israels in Egypte gewoond hebben, is vierhonderd jaren en dertig jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40De tijd nu der woningH4186, dieH834 de kinderenH1121IsraelsH3478 in EgypteH4714gewoondH3427 hebben, is vierhonderdH702jarenH8141 en dertigH7970jarenH8141.De tijd nu der woning, die de kinderen Israels in Egypte gewoond hebben, is vierhonderd jaren en dertig jaren.
KJVNow the sojourning1of the children2of Israel,3who dwelt5in Egypt,6was four9hundred10and thirty7years.
1וּמוֹשַׁב֙H4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יָשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7שְׁלֹשִׁ֣יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)9וְאַרְבַּ֥עH702vier, vierhonderd, veertienfour10מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore11שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
41En het geschiedde ten einde van de vierhonderd en dertig jaren, zo is het even op denzelfden dag geschied, dat al de heiren des HEEREN uit Egypteland gegaan zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41En het geschieddeH1961 ten eindeH7093 van de vierhonderdH702 en dertigH7970jarenH8141, zo isH1961 het even op denzelfdenH6106dagH3117 geschied, datH2088alH3605 de heirenH6635 des HEERENH3068 uit EgyptelandH776gegaanH3318 zijn.En het geschiedde ten einde van de vierhonderd en dertig jaren, zo is het even op denzelfden dag geschied, dat al de heiren des HEEREN uit Egypteland gegaan zijn.
KJVAnd it came to pass at the end2of the four5hundred6and thirty3years,4even the selfsame9day10it came to pass, that all the hosts14of the LORD15went out12from the land16of Egypt.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מִקֵּץ֙H7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process3שְׁלֹשִׁ֣יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4שָׁנָ֔הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5וְאַרְבַּ֥עH702vier, vierhonderd, veertienfour6מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore7שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)8וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9בְּעֶ֨צֶם֙H6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very10הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12יָֽצְא֛וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14צִבְא֥וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)15יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
42Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israels, onder hun geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Dezen nachtH3915 zal men den HEEREH3068 op hetH1931vlijtigstH8107 houden, omdat Hij hen uit EgyptelandH776geleidH3318 heeft; dezeH2088 is de nachtH3915 des HEERENH3068, die op het vlijtigstH8107 moet gehouden worden, van alH3605 de kinderenH1121IsraelsH3478, onder hun geslachtenH1755.Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israels, onder hun geslachten.
KJVIt is a night1to be much observed2unto the LORD4for bringing5them out from the land6of Egypt:7this is that night9of the LORD11to be observed12of all the children14of Israel15in their generations.
1לֵ֣ילH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)2שִׁמֻּרִ֥יםH8107vlijtigst[idiom] be (much) observed3הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לְהוֹצִיאָ֖םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9הַלַּ֤יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)10הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12שִׁמֻּרִ֛יםH8107vlijtigst[idiom] be (much) observed13לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael16לְדֹרֹתָֽםH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
43Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Voorts zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872 en AaronH175: DitH2063 is de inzettingH2708 van het paschaH6453: geenH3808zoonH1121 eens vreemdelingsH5236 zal daarvan etenH398.Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses4and Aaron,5This is the ordinance7of the passover:8There shall no stranger10eat
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5וְאַהֲרֹ֔ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron6זֹ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7חֻקַּ֣תH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute8הַפָּ֑סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11נֵכָ֖רH5236vreemden, vreemde, vreemdalien, strange ([phrase] -er)12לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יֹ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite14בּֽוֹ
44Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44Doch alleH3605knechtH5650 van iedereenH376, die voor geldH3701gekochtH4736 is, nadat gij hem zult besnedenH4135 hebben, dan zal hij daarvan etenH398.Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten.
KJVBut every man's3servant2that is bought4for money,5when thou hast circumcised6him, then shall he eat
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עֶ֥בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4מִקְנַתH4736gekocht, gekochte, gekochten(he that is) bought, possession, piece, purchase5כָּ֑סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)6וּמַלְתָּ֣הH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs7אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אָ֖זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet9יֹ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10בּֽוֹ
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Geen uitlanderH8453 noch huurlingH7916 zal er van etenH398.Geen uitlander noch huurling zal er van eten.
KJVA foreigner1and an hired servant2shall not eat
1תּוֹשָׁ֥בH8453bijwoner, bijwoners, inwonerforeigner, inhabitant, sojourner, stranger2וְשָׂכִ֖ירH7916dagloner, dagloners, gehuurdhired (man, servant), hireling3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יֹ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5בּֽוֹ
46In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46In eenH259huisH1004 zal het gegetenH398 worden; gij zult vanH4480 het vleesH1320nietH3808buitenH2351uitH4480 het huisH1004dragenH3318, en gij zult geenH3808beenH6106 daaraan brekenH7665.In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.
KJVIn one2house1shall it be eaten;3thou shalt not carry forth5ought of the flesh9abroad10out of the house;7neither shall ye break13a bone
1בְּבַ֤יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)2אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3יֵאָכֵ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תוֹצִ֧יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7הַבַּ֛יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with9הַבָּשָׂ֖רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin10ח֑וּצָהH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without11וְעֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִשְׁבְּרוּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))14בֽוֹ
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47De ganseH3605vergaderingH5712 van IsraelH3478 zal het doenH6213.De ganse vergadering van Israel zal het doen.
KJVAll the congregation2of Israel3shall keep
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עֲדַ֥תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)3יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4יַעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
48Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48AlsH3588 nu een vreemdelingH1616bijH854 u verkeertH1481, en den HEEREH3068 het paschaH6453houdenH6213 zal, dat allesH3605, wat mannelijkH2145 is, bij hem besnedenH4135 worde, en dan komeH7126 hij daartoe, om dat te houdenH6213, en hij zal wezenH1961 als een ingeboreneH249 des landsH776; maar geenH3808onbesnedeneH6189 zal daarvan etenH398.Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.
KJVAnd when a stranger4shall sojourn2with thee, and will keep5the passover6to the LORD,7let all his males11be circumcised,8and then let him come near13and keep14it; and he shall be as one that is born16in the land:17for no uncircumcised person19shall eat
1וְכִֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָג֨וּרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely3אִתְּךָ֜H854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4גֵּ֗רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger5וְעָ֣שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6פֶסַח֮H6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)7לַיהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8הִמּ֧וֹלH4135besneden, besneed, verhouwencircumcise(-ing), selves), cut down (in pieces), destroy, [idiom] must needs9ל֣וֹ10כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11זָכָ֗רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)12וְאָז֙H227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet13יִקְרַ֣בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take14לַעֲשֹׂת֔וֹH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15וְהָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16כְּאֶזְרַ֣חH249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)17הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19עָרֵ֖לH6189onbesnedenen, onbesneden, voorhuiduncircumcised (person)20לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יֹ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite22בּֽוֹ
49Enerlei wet zij voor de ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49EnerleiH259wetH8451zijH1961 voor de ingeboreneH249, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het middenH8432 van u verkeertH1481.Enerlei wet zij voor de ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.
Ook in dit vers
vreemdelingH1616
KJVOne2law1shall be to him that is homeborn,4and unto the stranger5that sojourneth6among
1תּוֹרָ֣הH8451wet, wetten, leerlaw2אַחַ֔תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3יִהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4לָֽאֶזְרָ֑חH249inboorling, inboorlingen, ingeborenebay tree, (home-) born (in the land), of the (one's own) country (nation)5וְלַגֵּ֖רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger6הַגָּ֥רH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely7בְּתוֹכְכֶֽםH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
50En alle kinderen Israels deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50En alleH3605kinderenH1121IsraelsH3478dedenH6213 het; gelijk als de HEEREH3068MozesH4872 en AaronH175gebodenH6680 had, alzoH3651dedenH6213 zij.En alle kinderen Israels deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.
KJVThus did1all the children3of Israel;4as the LORD7commanded6Moses9and Aaron,11so did
1וַיַּֽעֲשׂ֖וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מֹשֶׁ֥הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses10וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אַהֲרֹ֖ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron12כֵּ֥ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you13עָשֽׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
51En het geschiedde even ten zelfden dage, dat de HEERE de kinderen Israels uit Egypteland leidde, naar hun heiren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51En het geschieddeH1961 even ten zelfden dageH3117, datH2088 de HEEREH3068 de kinderenH1121IsraelsH3478 uit EgyptelandH776leiddeH3318, naar hun heirenH6635.En het geschiedde even ten zelfden dage, dat de HEERE de kinderen Israels uit Egypteland leidde, naar hun heiren.
Ook in dit vers
tenzelfdenH6106
KJVAnd it came to pass the selfsame2day,3that the LORD6did bring5the children8of Israel9out of the land10of Egypt11by their armies.
1וַיְהִ֕יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּעֶ֖צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very3הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5הוֹצִ֨יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בְּנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13צִבְאֹתָֽםH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 12:2— Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.Deuteronomium 16:1→Exodus 13:4→Exodus 23:15→Exodus 34:18→Esther 3:7→Leviticus 23:5→Numeri 28:16→
Exodus 12:3— Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.2 Kronieken 35:7→Jozua 7:14→Exodus 20:19→Johannes 1:36→1 Samuël 7:9→Exodus 12:6→Exodus 6:6→Exodus 14:15→
Exodus 12:5— Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.Hebreeën 9:13→Deuteronomium 17:1→Maleachi 1:14→Leviticus 23:12→1 Petrus 1:18→Leviticus 1:3→Leviticus 22:18→Leviticus 1:10→
Exodus 12:6— En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.Leviticus 23:5→Numeri 28:16→Exodus 16:12→Handelingen 4:27→2 Kronieken 30:15→Numeri 9:11→Markus 15:11→Markus 15:1→
Exodus 12:7— En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.Hebreeën 11:28→Exodus 12:22→Hebreeën 9:22→Hebreeën 9:13→Hebreeën 10:14→1 Petrus 1:2→Efeze 1:7→Hebreeën 10:29→
Exodus 12:8— En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.Exodus 34:25→Deuteronomium 16:7→Numeri 9:11→Exodus 13:3→Deuteronomium 16:3→Exodus 13:7→1 Thessalonicenzen 1:6→Mattheüs 16:12→
Exodus 12:9— Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.Exodus 12:8→Deuteronomium 16:7→Klaagliederen 1:13→
Exodus 12:10— Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.Exodus 23:18→Exodus 34:25→Exodus 29:34→Leviticus 22:30→Leviticus 7:15→Deuteronomium 16:4→
Exodus 12:11— Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.Efeze 6:15→Exodus 12:27→1 Petrus 1:13→Leviticus 23:5→1 Korinthe 5:7→Lukas 12:35→Lukas 7:38→Lukas 15:22→
Exodus 12:12— Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!Numeri 33:4→Exodus 6:2→Amos 5:17→Ezechiël 12:16→Psalmen 82:1→Jesaja 19:1→Exodus 12:23→Jeremia 43:13→
Exodus 12:13— En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.Hebreeën 11:28→1 Johannes 1:7→1 Thessalonicenzen 1:10→Genesis 17:11→Jozua 2:12→Exodus 12:23→
Exodus 12:14— En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.Exodus 12:24→Exodus 13:9→2 Koningen 23:21→Exodus 12:17→1 Korinthe 5:7→Exodus 12:43→Leviticus 23:4→1 Korinthe 11:23→
Exodus 12:15— Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel.Deuteronomium 16:3→Exodus 34:18→Numeri 9:13→Exodus 23:15→Genesis 17:14→Numeri 28:17→Deuteronomium 16:8→Exodus 12:19→
Exodus 12:16— En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.Numeri 28:25→Leviticus 23:7→Numeri 28:18→Numeri 29:1→Exodus 16:23→Jeremia 17:21→Leviticus 23:2→Exodus 20:10→
Exodus 12:17— Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.Exodus 13:3→Exodus 13:8→Exodus 12:41→Numeri 20:16→Exodus 7:5→
Exodus 12:18— In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond.Leviticus 23:5→Exodus 12:15→Exodus 12:1→Numeri 28:16→
Exodus 12:19— Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.Exodus 12:15→Exodus 12:48→Exodus 23:15→Numeri 9:13→Exodus 34:18→Deuteronomium 16:3→Exodus 12:43→1 Korinthe 5:7→
Exodus 12:21— Mozes dan riep al de oudsten van Israel, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha.Exodus 12:3→Markus 14:12→Exodus 19:7→2 Koningen 23:21→1 Korinthe 10:4→Exodus 17:5→Ezra 6:20→Numeri 11:16→
Exodus 12:22— Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen.Hebreeën 11:28→Psalmen 51:7→Hebreeën 9:19→Numeri 19:18→Exodus 12:7→Hebreeën 9:14→1 Petrus 1:2→Hebreeën 9:1→
Exodus 12:23— Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.Hebreeën 11:28→Openbaring 7:3→1 Korinthe 10:10→Openbaring 9:4→Exodus 12:12→Ezechiël 9:6→Hebreeën 12:24→2 Samuël 24:16→
Exodus 12:24— Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid.Exodus 12:14→Genesis 17:8→
Exodus 12:25— En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.Exodus 3:17→Exodus 3:8→Deuteronomium 12:8→Deuteronomium 16:5→Jozua 5:10→Psalmen 105:44→Deuteronomium 4:5→
Exodus 12:26— En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor een dienst?Exodus 13:14→Deuteronomium 32:7→Efeze 6:4→Psalmen 78:3→Jozua 4:21→Jozua 4:6→Jesaja 38:19→Psalmen 145:4→
Exodus 12:27— Zo zult gij zeggen: Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg, en onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.Exodus 12:11→Exodus 4:31→1 Korinthe 5:7→2 Kronieken 20:18→2 Kronieken 29:30→Nehemia 8:6→Exodus 34:8→Exodus 34:25→
Exodus 12:28— En de kinderen Israels gingen en deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.Hebreeën 11:28→
Exodus 12:29— En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.Psalmen 78:51→Exodus 4:23→Exodus 11:4→Numeri 33:4→Psalmen 135:8→Psalmen 136:10→Psalmen 105:36→Numeri 8:17→
Exodus 12:30— En Farao stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot geschrei in Egypte; want er was geen huis, waarin niet een dode was.Exodus 11:6→Amos 5:17→Mattheüs 25:6→Spreuken 21:13→Jakobus 2:13→
Exodus 12:31— Toen riep hij Mozes en Aaron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israel; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt.Exodus 10:9→Psalmen 105:38→Exodus 3:19→Exodus 6:1→Exodus 8:8→Exodus 11:8→Exodus 10:29→
Exodus 12:32— Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook.Exodus 10:26→Exodus 9:28→Genesis 27:38→Exodus 10:9→Genesis 27:34→Exodus 8:28→
Exodus 12:33— En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!Psalmen 105:38→Exodus 11:1→Numeri 17:12→Genesis 20:3→
Exodus 12:34— En het volk nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, gebonden in hun klederen, op hun schouderen.Exodus 8:3→
Exodus 12:35— De kinderen Israels nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en hadden van de Egyptenaren geeist zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen.Exodus 11:2→Genesis 15:14→Exodus 3:21→Psalmen 105:37→
Exodus 12:36— Daartoe had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen der Egyptenaren, dat zij hun hun begeerte deden; en zij beroofden de Egyptenaren.Exodus 11:3→Genesis 15:14→Exodus 3:21→Psalmen 105:37→Genesis 39:21→Daniël 1:9→Handelingen 2:47→Handelingen 7:10→
Exodus 12:37— Alzo reisden de kinderen Israels uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.Numeri 11:21→Numeri 1:46→Numeri 33:5→Exodus 38:26→Numeri 33:3→Genesis 47:11→Exodus 1:11→Numeri 2:32→
Exodus 12:38— En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.Numeri 11:4→Zacharia 8:23→
Exodus 12:39— En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.Exodus 11:1→Exodus 6:1→Exodus 12:31→
Exodus 12:40— De tijd nu der woning, die de kinderen Israels in Egypte gewoond hebben, is vierhonderd jaren en dertig jaren.Genesis 15:13→Handelingen 7:6→Genesis 12:1→Handelingen 13:17→Hebreeën 11:9→Galaten 3:16→
Exodus 12:41— En het geschiedde ten einde van de vierhonderd en dertig jaren, zo is het even op denzelfden dag geschied, dat al de heiren des HEEREN uit Egypteland gegaan zijn.Exodus 12:51→Daniël 9:24→Johannes 7:8→Exodus 12:17→Habakuk 2:3→Exodus 7:4→Exodus 3:10→Jozua 5:14→
Exodus 12:42— Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israels, onder hun geslachten.Deuteronomium 16:1→Exodus 12:14→Exodus 13:10→
Exodus 12:43— Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.Exodus 12:48→Numeri 9:14→Leviticus 22:10→Exodus 12:11→Efeze 2:12→
Exodus 12:44— Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten.Genesis 17:12→Genesis 17:23→
Exodus 12:45— Geen uitlander noch huurling zal er van eten.Leviticus 22:10→Efeze 2:12→
Exodus 12:46— In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.Numeri 9:12→Johannes 19:36→Johannes 19:33→1 Korinthe 12:12→Efeze 2:19→Psalmen 34:20→
Exodus 12:47— De ganse vergadering van Israel zal het doen.Exodus 12:6→Numeri 9:13→Exodus 12:3→
Exodus 12:48— Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.Numeri 9:14→Exodus 12:43→Numeri 15:15→Kolossenzen 3:11→Galaten 3:28→Ezechiël 44:9→Ezechiël 47:22→Exodus 12:19→
Exodus 12:49— Enerlei wet zij voor de ingeborene, en den vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert.Numeri 15:15→Numeri 15:29→Galaten 3:28→Numeri 9:14→Leviticus 24:22→Kolossenzen 3:11→
Exodus 12:50— En alle kinderen Israels deden het; gelijk als de HEERE Mozes en Aaron geboden had, alzo deden zij.Johannes 13:17→Exodus 7:4→Mattheüs 7:24→Exodus 6:26→Deuteronomium 12:32→Johannes 15:14→Exodus 12:41→Mattheüs 28:20→
Exodus 12:51— En het geschiedde even ten zelfden dage, dat de HEERE de kinderen Israels uit Egypteland leidde, naar hun heiren.Exodus 12:41→Exodus 6:26→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 12 vers 1— De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende:
had tot Mozes en tot Aäron in Egypteland gesproken,
Te weten, eer Mozes van de tegenwoordigheid van Faraö gescheiden was, Ex. 11:4; hetzij dat het geschied is vóór de driedaagse duisternis, Ex. 10:21, of daarna, Ex. 11:1.
Hertaald:had tot Mozes en tot Aäron in Egypteland gesproken,
Namelijk: voordat Mozes bij Farao was weggegaan, Ex. 11:4; hetzij dat dit gebeurd is vóór de driedaagse duisternis, Ex. 10:21, of daarna, Ex. 11:1.
Exodus 12 vers 2— Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
Deze zelfde maand
Bij de Hebreën genoemd Abib, Ex. 13:4; anders genaamd Nisan; Neh. 2:1; Est. 3:7.
Hertaald:Deze zelfde maand
Bij de Hebreeën Abib genoemd, Ex. 13:4; ook wel Nisan genaamd; Neh. 2:1; Est. 3:7.
het hoofd der maanden zijn;
Dat is, het begin; alzo staat er Ezech. 40:1, het hoofd des jaars; dat is, het begin des jaars.
Hertaald:het hoofd der maanden zijn;
Dat is: het begin; zo staat er ook in Ezech. 40:1: het hoofd van het jaar; dat is: het begin van het jaar.
de eerste van de maanden des jaars zijn
Dat is te verstaan van kerkelijke zaken, maar in politieke zaken begon het jaar met de zevende maand. Zie Ex. 34:22, en Lev. 25:9.
Hertaald:de eerste van de maanden des jaars zijn
Dit moet verstaan worden van kerkelijke zaken; in wereldlijke zaken begon het jaar met de zevende maand. Zie Ex. 34:22, en Lev. 25:9.
Exodus 12 vers 3— Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis.
een lam,
Hetzij een schaapslam, of een geitenlam, vs.5. Dit lam was een figuur of voorbeeld, wijzende op Christus, het ware Lam Gods; Joh. 1:29, en 1 Kor. 5:7.
Hertaald:een lam,
Hetzij een schapenlam, of een geitenlam, vers 5. Dit lam was een beeld of voorafschaduwing, wijzend op Christus, het ware Lam Gods; Joh. 1:29, en 1 Kor. 5:7.
naar de huizen der vaderen,
Dat is, naar de huisgezinnen, die naar de vaders genoemd werden.
Hertaald:naar de huizen der vaderen,
Dat is: naar de huisgezinnen, die naar hun vaders genoemd werden.
Exodus 12 vers 4— Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
klein is voor een lam,
Dat is, indien hunner te weinig zijn om het lam dien avond geheel te eten.
Hertaald:klein is voor een lam,
Dat is: als zij met te weinig zijn om het lam die avond helemaal op te eten.
hij het en zijn nabuur,
Te weten, de huisvader.
Hertaald:hij het en zijn nabuur,
Namelijk: het gezinshoofd.
der zielen,
Dat is, der personen. Zie Gen. 12:5.
Hertaald:der zielen,
Dat is: van de personen. Zie Gen. 12:5.
een iegelijk naar dat hij eten kan;
Hebreeuws, de man naar den mond zijns etens.
Hertaald:een iegelijk naar dat hij eten kan;
Hebreeuws: de man naar de mond van zijn eten.
naar het lam
Dat is, naar evenredigheid van het lam en het getal der personen, die daarvan eten zouden; er op lettende dat er noch te veel, noch te weinig personen waren.
Hertaald:naar het lam
Dat is: in verhouding tot het lam en het aantal personen dat ervan zou eten; erop lettend dat er niet te veel en niet te weinig personen waren.
Exodus 12 vers 5— Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
een volkomen lam hebben,
Dusdanig moest Christus wezen, 1 Petr. 1:19.
Hertaald:een volkomen lam hebben,
Zo moest ook Christus zijn, 1 Petr. 1:19.
een jaar oud;
Hebreeuws, de zoon eens jaars; dat is, een jarig lam.
Hertaald:een jaar oud;
Hebreeuws: de zoon van een jaar; dat is: een lam van een jaar oud.
Exodus 12 vers 6— En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.
En gij zult het in bewaring hebben
Dat is, gij zult het apart zetten, afgezonderd van de kudde, vier dagen lang, van den tienden tot den veertienden dag.
Hertaald:En gij zult het in bewaring hebben
Dat is: u zult het apart zetten, afgezonderd van de kudde, vier dagen lang, van de tiende tot de veertiende dag.
tussen twee avonden
Dat is, tussen het begin en het einde van den avond; dat is, tussen ons derde uur na den middag, en den ondergang der zon; te dien tijde is onze Heere Jezus Christus, het rechte paaslam, gestorven; Matt. 27:46, Matt. 27:50.
Hertaald:tussen twee avonden
Dat is: tussen het begin en het einde van de avond; dat is: tussen ons derde uur na de middag en de zonsondergang. In die tijd is onze Heere Jezus Christus, het ware paaslam, gestorven; Matt. 27:46, Matt. 27:50.
Exodus 12 vers 7— En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
het bloed nemen,
Te weten, van het geslachte lam.
Hertaald:het bloed nemen,
Namelijk: van het geslachte lam.
strijken het aan beide zijposten,
Hebreeuws, geven het, of, doen het, te weten, met busseltjes van hysop, gelijk vs.22 staat. Van deze ceremoniën wordt nergens meer gewag gemaakt, ook niet van enige der volgende ceremoniën, omdat zij alleen in dit eerste pascha moesten onderhouden worden.
Hertaald:strijken het aan beide zijposten,
Hebreeuws: geven het, of: doen het; namelijk: met bosjes hysop, zoals in vers 22 staat. Van deze ceremonie wordt verder nergens meer melding gemaakt, evenmin als van sommige volgende ceremonieën, omdat die alleen bij dit eerste pascha in acht genomen moesten worden.
Exodus 12 vers 8— En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
met ongezuurde broden;
De Israëlieten aten het paaslam met ongezuurde koeken, ter gedachtenis dat zij in de haast hun ongezuurd deeg met zich uit Egypteland gedragen hadden; zie onder, vs.34.
Hertaald:met ongezuurde broden;
De Israëlieten aten het paaslam met ongezuurde koeken, tot gedachtenis dat zij in de haast hun ongezuurde deeg met zich uit Egypte hadden meegedragen; zie vers 34.
met bittere saus eten
Anders bittere kruiden. Hebreeuws, met bitterheden, of, met bittere dingen.
Hertaald:met bittere saus eten
Anders: bittere kruiden. Hebreeuws: met bitterheden, of: met bittere dingen.
Exodus 12 vers 9— Gij zult daarvan niet rauw eten, ook geenszins in water gezoden; maar aan het vuur gebraden, zijn hoofd met zijn schenkelen en met zijn ingewand.
niet rauw eten,
Of, niet genoeg gekookt zijnde.
Hertaald:niet rauw eten,
Of: niet gaar gekookt.
geenszins in water gezoden;
Hebreeuws, ziedende gezoden, of, kokende gekookt in het water.
Hertaald:geenszins in water gezoden;
Hebreeuws: ziedende gezoden, of: kokende gekookt in het water.
Exodus 12 vers 10— Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
zult gij met vuur verbranden
Opdat het nergens anders toe zou gebruikt worden, hetzij tot afgoderij, of tot gemene spijs.
Hertaald:zult gij met vuur verbranden
Opdat het nergens anders voor gebruikt zou worden, hetzij voor afgoderij, of als gewoon voedsel.
Exodus 12 vers 11— Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
Aldus nu zult gij het eten
Te weten, ditmaal; maar na dezen tijd zijn deze dingen niet onderhouden, zelfs niet door Christus, noch door zijn apostelen. Zie boven, vs.7.
Hertaald:Aldus nu zult gij het eten
Namelijk: deze ene keer; want na deze tijd zijn deze dingen niet meer in acht genomen, zelfs niet door Christus, noch door Zijn apostelen. Zie vers 7.
uw lenden zullen opgeschort zijn,
Dit betekent vaardigheid in het reizen, of haast in het uitrichten van enige zaak, gelijk 2 Kon. 4:29, en 2 Kon. 9:1; Jer. 1:17; Luc. 12:35-36.
Hertaald:uw lenden zullen opgeschort zijn,
Dit duidt op gereedheid om te reizen, of haast bij het uitvoeren van een taak, zoals in 2 Kon. 4:29, en 2 Kon. 9:1; Jer. 1:17; Luc. 12:35-36.
pascha
Hebreeuws, Pesach. Het betekent een doorgang, voorbijgang, of overspringing, omdat de slaande engel de huizen der Israëlieten is voorbijgegaan of voorbijgesprongen, vs.13, 23, 27. Het lam wordt hier Pesach, dat is, voorbijgang genoemd, omdat het een teken daarvan was. Zie deze sacramentele wijze van spreken, Gen. 17:10, en de eigenlijke manier van spreken onder, vs.13, en Ex. 13:9.
Hertaald:pascha
Hebreeuws: Pesach. Het betekent een doorgang, voorbijgang, of overspringing, omdat de slaande engel de huizen van de Israëlieten voorbijging of oversloeg, vers 13, 23, 27. Het lam wordt hier Pesach, dat is: voorbijgang, genoemd, omdat het daarvan een teken was. Zie deze sacramentele manier van spreken in Gen. 17:10, en de eigenlijke manier van spreken in vers 13, en Ex. 13:9.
Exodus 12 vers 12— Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan,
Wat God door den slaanden engel gedaan heeft, zegt Hij zelf gedaan te hebben.
Hertaald:Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan,
Wat God door de slaande engel gedaan heeft, zegt Hij van Zichzelf gedaan te hebben.
alle eerstgeborenen in Egypteland slaan,
Te weten, der Egyptenaars.
Hertaald:alle eerstgeborenen in Egypteland slaan,
Namelijk: van de Egyptenaren.
al de goden der Egyptenaren,
Alsof God zeide: Ik zal doen blijken dat al de afgoden ijdel zijn en niet helpen kunnen.
Hertaald:al de goden der Egyptenaren,
Alsof God zei: Ik zal laten blijken dat alle afgoden nietig zijn en niet kunnen helpen.
Exodus 12 vers 13— En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
dat bloed zal ulieden
Te weten, waarmede gij de posten en dorpels besprenkeld hebt, vs.7.
Hertaald:dat bloed zal ulieden
Namelijk: waarmee u de posten en de dorpel besprenkeld hebt, vers 7.
een teken zijn aan de huizen,
Om te gedenken aan mijn belofte tot versterking van uw geloof.
Hertaald:een teken zijn aan de huizen,
Om te gedenken aan Mijn belofte, tot versterking van uw geloof.
Egypteland slaan zal
Dat is, de eerstgeborenen in Egypteland.
Hertaald:Egypteland slaan zal
Dat is: de eerstgeborenen in Egypte.
Exodus 12 vers 14— En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting.
ter gedachtenis,
Te weten, van de ontvangen weldaad, dat Ik u uit Egypte verlost heb.
Hertaald:ter gedachtenis,
Namelijk: van de ontvangen weldaad, dat Ik u uit Egypte verlost heb.
tot een eeuwige inzetting
Te weten, totdat de Messias komt, die het einde en de vervulling der wet is. Zie Gen. 13:15, en Gen. 17:7, Gen. 17:13.
Hertaald:tot een eeuwige inzetting
Namelijk: totdat de Messias komt, Die het einde en de vervulling van de wet is. Zie Gen. 13:15, en Gen. 17:7, Gen. 17:13.
Exodus 12 vers 15— Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel.
Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten;
Te weten, na den paaschdag, want dit was een bijzonder feest.
Hertaald:Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten;
Namelijk: na de paasdag, want dit was een apart feest.
wegdoen uit uw huizen;
Hebreeuws, doen ophouden.
Hertaald:wegdoen uit uw huizen;
Hebreeuws: doen ophouden.
diezelve ziel
Dat is, die mens.
Hertaald:diezelve ziel
Dat is: die mens.
zal uitgeroeid worden uit Israël.
Zie Gen. 17:14.
Hertaald:zal uitgeroeid worden uit Israël.
Zie Gen. 17:14.
Exodus 12 vers 16— En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
een heilige verzameling hebben op den zevenden dag;
Hebreeuws, verzameling der heiligheid, en zo in het volgende.
Hertaald:een heilige verzameling hebben op den zevenden dag;
Hebreeuws: verzameling der heiligheid; en zo ook verderop.
maar wat van iedere ziel gegeten zal worden,
Dit was ongeoorloofd te doen op den sabbat, Ex. 16:23, Ex. 16:29, en Ex. 35:2-3.
Hertaald:maar wat van iedere ziel gegeten zal worden,
Dit was op de sabbat niet toegestaan, Ex. 16:23, Ex. 16:29, en Ex. 35:2-3.
Exodus 12 vers 17— Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting.
broden,
Of, koeken, naar het gebruik der Joden.
Hertaald:broden,
Of: koeken, naar het gebruik van de Joden.
Exodus 12 vers 19— Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands.
Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde,
Zie boven, vs.15, en 1 Kor. 5:8.
Hertaald:Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde,
Zie vers 15, en 1 Kor. 5:8.
hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands
Hebreeuws, in, aan, of, onder den vreemdeling, enz.
Hertaald:hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands
Hebreeuws: in, aan, of: onder de vreemdeling, enz.
Exodus 12 vers 20— Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
niets eten,
Noch brood, noch koeken, noch iets anders.
Hertaald:niets eten,
Noch brood, noch koeken, noch iets anders.
Exodus 12 vers 21— Mozes dan riep al de oudsten van Israel, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha.
Leest uit,
Hebreeuws, trekt uit; te weten, uit de schaapskooi of kudde.
Hertaald:Leest uit,
Hebreeuws: trekt uit; namelijk: uit de schaapskooi of kudde.
lammeren voor uw huisgezinnen,
Of, klein vee; dat is, schapen of geiten.
Hertaald:lammeren voor uw huisgezinnen,
Of: klein vee; dat is: schapen of geiten.
het pascha
Dat is, het lam, hetwelk een teken was van het pascha, of doorgang des worgengels.
Hertaald:het pascha
Dat is: het lam, dat een teken was van het pascha, oftewel de doorgang van de verderfengel.
Exodus 12 vers 22— Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen.
Neemt dan een bundelken
Dit is een der ceremoniën, die alleen bij het eerste pascha moesten onderhouden worden. Zie boven, vs.7.
Hertaald:Neemt dan een bundelken
Dit is een van de ceremoniën die alleen bij dit eerste pascha in acht genomen moesten worden. Zie vers 7.
hysop,
Van hysop, zie 1 Kon. 4:33.
Hertaald:hysop,
Over hysop, zie 1 Kon. 4:33.
strijkt aan den bovendorpel,
Hebreeuws, doet aanraken.
Hertaald:strijkt aan den bovendorpel,
Hebreeuws: doet aanraken.
Exodus 12 vers 23— Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan.
de Egyptenaren te slaan;
Anders, Egypte; versta de eerstgeborenen der Egyptenaars.
Hertaald:de Egyptenaren te slaan;
Anders: Egypte; versta hieronder de eerstgeborenen van de Egyptenaren.
voorbijgaan,
Of, voorbijspringen.
Hertaald:voorbijgaan,
Of: voorbijspringen.
verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan
Versta, dien slaanden engel.
Hertaald:verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan
Versta: die slaande engel.
Exodus 12 vers 24— Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid.
deze zaak,
Uitgenomen de ceremoniën, die dit eerste pascha eigen waren. Zie boven, vs.7, 11, 22.
Hertaald:deze zaak,
Uitgezonderd de ceremoniën die alleen bij dit eerste pascha hoorden. Zie vers 7, 11, 22.
tot in eeuwigheid
Wel verstaande, tot op Christus. Zie boven, vs.14.
Hertaald:tot in eeuwigheid
Namelijk: tot op Christus. Zie vers 14.
Exodus 12 vers 25— En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
in dat land komt,
Te weten, in het land Kanaän. In de woestijn hebben zij maar eens pascha gehouden; Num. 9:5.
Hertaald:in dat land komt,
Namelijk: in het land Kanaän. In de woestijn hebben zij maar één keer pascha gehouden; Num. 9:5.
dienst onderhouden
Dat is, godsdienst. Alzo ook vs.26, gelijk blijkt vs.27.
Hertaald:dienst onderhouden
Dat is: godsdienst; zo ook in vers 26, zoals blijkt uit vers 27.
Exodus 12 vers 26— En het zal geschieden, wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: Wat hebt gij daar voor een dienst?
Wat hebt gij daar voor een dienst?
Hebreeuws, wat [is] ulieden deze dienst? is, dat is, betekent.
Hertaald:Wat hebt gij daar voor een dienst?
Hebreeuws: wat is u deze dienst? — 'is' betekent hier: betekent.
Exodus 12 vers 27— Zo zult gij zeggen: Dit is den HEERE een paasoffer, Die voor de huizen der kinderen Israels voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaren sloeg, en onze huizen bevrijdde! Toen boog zich het volk en neigde zich.
Dit is den HEERE een paasoffer,
Te weten, het paaslam.
Hertaald:Dit is den HEERE een paasoffer,
Namelijk: het paaslam.
Exodus 12 vers 29— En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.
al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg,
Dit heeft God gedaan tot een straf over het ongelijk, hetwelk Faraö en zijn onderdanen aan Israël, Gods eerstgeborene, gedaan hadden, Ex. 4:22-23.
Hertaald:al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg,
Dit heeft God gedaan als straf voor het onrecht dat Farao en zijn onderdanen Israël, Gods eerstgeborene, hadden aangedaan, Ex. 4:22-23.
tot op den eerstgeborene van den gevangene,
Vergelijk met deze manier van spreken, boven Ex. 11:5.
Hertaald:tot op den eerstgeborene van den gevangene,
Vergelijk met deze manier van spreken Ex. 11:5.
die in het gevangenhuis was,
Hebreeuws, in het huis van den put, of van den kuil.
Hertaald:die in het gevangenhuis was,
Hebreeuws: in het huis van de put, of van de kuil.
Exodus 12 vers 31— Toen riep hij Mozes en Aaron in den nacht, en zeide: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk, zo gijlieden als de kinderen van Israel; en gaat heen, dient den HEERE, gelijk gijlieden gesproken hebt.
Toen riep hij Mozes en Aäron in den nacht,
Mozes en Aäron kwamen niet tot Faraö, maar des konings gezanten moesten tot hen komen, en Mozes met nederigheid bidden, dat zij toch wilden uittrekken, gelijk af te nemen is uit Ex. 10:29, en Ex. 11:8.
Hertaald:Toen riep hij Mozes en Aäron in den nacht,
Mozes en Aäron gingen niet naar Farao toe, maar de gezanten van de koning moesten naar hen toe komen, en Mozes nederig verzoeken toch te willen vertrekken, zoals af te leiden is uit Ex. 10:29, en Ex. 11:8.
gelijk gijlieden gesproken hebt
Te weten, zonder enige conditiën, waarvan de koning tevoren gesproken heeft.
Hertaald:gelijk gijlieden gesproken hebt
Namelijk: zonder enige voorwaarden, waarover de koning eerder gesproken had.
Exodus 12 vers 32— Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gijlieden gesproken hebt, en gaat heen, en zegent mij ook.
schapen en uw runderen,
Of, uw klein vee, en uw groot vee.
Hertaald:schapen en uw runderen,
Of: uw kleinvee en uw grootvee.
zegent mij ook
Dat is, bidt God voor mij dat Hij mij van deze plaag verlosse. Dit begeert Faraö ook Ex. 8:8, en Ex. 9:28, en Ex. 10:16-17. Het schijnt dat Faraö in zijn hart overtuigd was dat hij zich gruwelijk tegen God den Heere bezondigd had, handelende tegen zijn eigen conscientie.
Hertaald:zegent mij ook
Dat is: bid God voor mij dat Hij mij van deze plaag verlost. Dit vraagt Farao ook in Ex. 8:8, en Ex. 9:28, en Ex. 10:16-17. Het lijkt erop dat Farao in zijn hart overtuigd was dat hij zich zwaar tegen God de Heere bezondigd had, en handelde tegen zijn eigen geweten.
Exodus 12 vers 33— En de Egyptenaars hielden sterk aan bij het volk, haastende, om die uit het land te drijven; want zij zeiden: Wij zijn allen dood!
zijn allen dood!
Zie Gen. 20:3.
Hertaald:zijn allen dood!
Zie Gen. 20:3.
Exodus 12 vers 36— Daartoe had de HEERE het volk genade gegeven in de ogen der Egyptenaren, dat zij hun hun begeerte deden; en zij beroofden de Egyptenaren.
beroofden de Egyptenaren
Aldus is vervuld hetgeen God Abraham beloofd had, Gen. 15:14, en den Israëlieten, Ex. 3:22.
Hertaald:beroofden de Egyptenaren
Zo is vervuld wat God aan Abraham beloofd had, Gen. 15:14, en aan de Israëlieten, Ex. 3:22.
Exodus 12 vers 37— Alzo reisden de kinderen Israels uit van Rameses naar Sukkoth, omtrent zeshonderd duizend te voet, mannen alleen, behalve de kinderkens.
Raméses
Zie Gen. 47:11.
Hertaald:Raméses
Zie Gen. 47:11.
Sukkoth,
Een plaats, zo geheten, omdat de kinderen Israëls, toen zij daar waren gekomen, hutten van takken hebben gemaakt; en dit is hun eerste rustplaats, ndat zij uit Egypte getrokken zijn. Vergelijk Lev. 23:43. Dit Sukkoth is te onderscheiden van een ander, waarvan gesproken wordt Gen. 33:17.
Hertaald:Sukkoth,
Een plaats die zo genoemd is, omdat de kinderen van Israël daar hutten van takken gemaakt hebben; dit is hun eerste rustplaats nadat zij uit Egypte getrokken waren. Vergelijk Lev. 23:43. Dit Sukkoth moet onderscheiden worden van een ander Sukkoth, waarover gesproken wordt in Gen. 33:17.
zeshonderd duizend te voet,
Onder welk groot getal niet één zwak, noch krank mens was; Ps. 105:37.
Hertaald:zeshonderd duizend te voet,
Onder dit grote aantal was niet één zwak of ziek mens; Ps. 105:37.
kinderkens
Versta hieronder ook de vrouwen, zonder wier hulp de kindertjes zich niet helpen konden, alzo ook Ex. 10:24.
Hertaald:kinderkens
Versta hieronder ook de vrouwen, zonder wier hulp de kinderen zich niet konden redden; zo ook in Ex. 10:24.
Exodus 12 vers 38— En veel vermengd volk trok ook met hen op, en schapen, en runderen, gans veel vee.
veel vermengd volk trok ook met hen op,
Te weten, Egyptenaars en anderen, die door de wonderwerken, welke zij gezien hadden, bewogen waren mede te trekken, doch daarna bezweken zijn; Num. 11:4-5.
Hertaald:veel vermengd volk trok ook met hen op,
Namelijk: Egyptenaren en anderen, die door de wonderwerken die zij gezien hadden ertoe bewogen waren mee te trekken, maar die later zijn bezweken; Num. 11:4-5.
gans veel vee
Hebreeuws, zeer zwaar vee.
Hertaald:gans veel vee
Hebreeuws: zeer zwaar vee.
Exodus 12 vers 39— En zij bakten van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken; want het was niet gedesemd; overmits zij uit Egypte uitgedreven werden, zodat zij niet vertoeven konden, noch ook tering voor zich bereiden.
bakten van het deeg,
Te weten, toen zij te Sukkoth gekomen waren.
Hertaald:bakten van het deeg,
Namelijk: nadat zij in Sukkoth aangekomen waren.
uitgedreven werden,
Gelijk God de Heere voorzegd had, Ex. 5:24.
Hertaald:uitgedreven werden,
Zoals God de Heere voorzegd had, Ex. 5:24.
Exodus 12 vers 40— De tijd nu der woning, die de kinderen Israels in Egypte gewoond hebben, is vierhonderd jaren en dertig jaren.
is vierhonderd jaren en dertig jaren
Zie Gen. 15:13.
Hertaald:is vierhonderd jaren en dertig jaren
Zie Gen. 15:13.
Exodus 12 vers 42— Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden, omdat Hij hen uit Egypteland geleid heeft; deze is de nacht des HEEREN, die op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen Israels, onder hun geslachten.
Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden,
Anders, dit is die nacht, welken de HEERE in acht genomen heeft, om hen uit Egypteland te leiden. Hebreeuws, Dit is een nacht der onderhoudingen en Heere.
Hertaald:Dezen nacht zal men den HEERE op het vlijtigst houden,
Anders: dit is de nacht die de HEERE in acht genomen heeft om hen uit Egypte te leiden. Hebreeuws: dit is een nacht van onderhoudingen voor de HEERE.
Exodus 12 vers 43— Voorts zeide de HEERE tot Mozes en Aaron: Dit is de inzetting van het pascha: geen zoon eens vreemdelings zal daarvan eten.
zal daarvan eten
Wel verstaande, tenzij hij besneden is, gelijk af te nemen is uit vs.44, 48.
Hertaald:zal daarvan eten
Namelijk: tenzij hij besneden is, zoals af te leiden is uit vers 44 en 48.
Exodus 12 vers 44— Doch alle knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, nadat gij hem zult besneden hebben, dan zal hij daarvan eten.
nadat gij hem zult besneden hebben,
Wel verstaande, nadat hij in de ware religie onderwezen zal zijn, en dezelve hebben aangenomen.
Hertaald:nadat gij hem zult besneden hebben,
Namelijk: nadat hij in de ware religie onderwezen is en die heeft aangenomen.
Exodus 12 vers 45— Geen uitlander noch huurling zal er van eten.
uitlander noch huurling
Te weten, zodanig uitlander, die in een land woont, waar hij niet thuis behoort, of met een ander inwoont.
Hertaald:uitlander noch huurling
Namelijk: zo'n vreemdeling die in een land woont waar hij niet thuishoort, of bij een ander inwoont.
zal er van eten
Versta, tenzij dat zij besneden zijn.
Hertaald:zal er van eten
Versta: tenzij zij besneden zijn.
Exodus 12 vers 46— In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.
In een huis zal het gegeten worden;
De zin is: Elk lam zal men in een bijzonder huis eten, elk huisgezin het zijne, gelijk boven, vs.3, gezegd wordt.
Hertaald:In een huis zal het gegeten worden;
De betekenis is: elk lam zal men in één apart huis eten, elk huisgezin het zijne, zoals in vers 3 gezegd wordt.
gij zult geen been daaraan breken
Dit ziet op Christus, het rechte paaslam, aan wien geen been gebroken is; Joh. 19:33, Joh. 19:36.
Hertaald:gij zult geen been daaraan breken
Dit wijst op Christus, het ware paaslam, aan Wie geen been gebroken is; Joh. 19:33, Joh. 19:36.
Exodus 12 vers 47— De ganse vergadering van Israel zal het doen.
het doen
Dat is, zal het pascha bereiden en eten, zoals de HEERE bevolen heeft; wie het verzuimde, werd afgesneden; Num. 9:13.
Hertaald:het doen
Dat is: zal het pascha bereiden en eten, zoals de HEERE bevolen heeft; wie dit naliet, werd afgesneden; Num. 9:13.
Exodus 12 vers 48— Als nu een vreemdeling bij u verkeert, en den HEERE het pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, bij hem besneden worde, en dan kome hij daartoe, om dat te houden, en hij zal wezen als een ingeborene des lands; maar geen onbesnedene zal daarvan eten.
houden zal,
Hebreeuws, doen zal; en zo in het volgende.
Hertaald:houden zal,
Hebreeuws: doen zal; en zo ook verderop.
hij zal wezen als een ingeborene des lands;
Dat is, hij zal hetzelfde recht genieten, hetwelk de ingeborenen genieten.
Hertaald:hij zal wezen als een ingeborene des lands;
Dat is: hij zal hetzelfde recht genieten als de ingeborenen.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Raämses — Egyptisch Ra-messoe, "Ra heeft hem geschapen"
Ligging: Een stad in het noordoosten van de Nijldelta, in het land Gosen; recente archeologische opgravingen plaatsen de stad bij het huidige Kantir.
Geschiedenis: Samen met Pithom een van de twee "voorraadsteden" die de Israëlieten onder dwang voor Farao bouwden (Ex. 1:11). Later ook de naam van het gebied waar de Israëlieten woonden ("het land Rameses", Gen. 47:11) en van de verzamelplaats vanwaar de uittocht zelf begon (Ex. 12:37; Num. 33:3,5).
Bijbelse betekenis: De plaats van dwangarbeid die tegelijk, aan het einde van het boek, de plaats van vertrek naar de vrijheid wordt — een wending die geheel aan de HEERE, niet aan Israëls eigen kracht, is toe te schrijven.
Archeologie: Recente opgravingen bij Kantir hebben de resten van een omvangrijke stad blootgelegd die algemeen met het bijbelse Raämses geïdentificeerd wordt.
Gen. 47:11; Ex. 1:11; 12:37; Num. 33:3,5
Sukkoth — zie voor de geschiedenis van de naam het artikel bij Genesis 33, waar Sukkoth voor het eerst genoemd wordt (Jakobs hutten voor zijn vee)
Ligging: Een plaats ten oosten van de Nijldelta, in de richting van de woestijn, waarschijnlijk het huidige Tell el-Maschoeta.
Geschiedenis: De eerste pleisterplaats van Israël na het vertrek uit Raämses, bij het begin van de uittocht: "Alzo verreisden de kinderen Israëls uit Raämses naar Sukkoth" (Ex. 12:37; 13:20; Num. 33:5-6).
Bijbelse betekenis: De eerste stap op de lange weg van de verlossing — een tastbaar begin van de tocht die de HEERE Zelf leidde, eerst met een wolkkolom, later met een vuurkolom (Ex. 13:21-22).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Pascha — voorbijgang (Hebreeuws: pesach, van pasach, "voorbijgaan, sparen")
Op de avond vóór de uittocht uit Egypte gaf God Israël de opdracht een lam zonder gebrek te slachten en het bloed aan de posten en de bovendorpel van de deur te strijken. Waar dit bloed was, zou de HEERE voorbijgaan wanneer Hij die nacht alle eerstgeborenen van Egypte sloeg (Ex. 12:1-13). Het lam moest gebraden en met ongezuurde broden en bittere kruiden gegeten worden, met de gordel omgord en de staf in de hand, gereed om te vertrekken (Ex. 12:8-11). Israël kreeg de opdracht dit feest jaarlijks te blijven vieren als een eeuwige inzetting (Ex. 12:14,24-27).
Bijbelse betekenis: Het Pascha gedenkt dat Israëls eerstgeborenen alleen gespaard bleven door het bloed van een plaatsvervangend offer — niet door enige eigen verdienste, maar doordat God Zelf een teken van verzoening had voorgeschreven waar Zijn oordeel aan voorbijging.
Typologie: Paulus noemt Christus uitdrukkelijk "ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus" (1 Kor. 5:7): zoals het bloed van het lam Israël spaarde van het oordeel, zo redt het bloed van Christus, het ware Lam Gods, van het eeuwige oordeel (vgl. Joh. 1:29; 1 Petr. 1:19). Het feest dat Israël moest blijven vieren, vond zo zijn vervulling in het volbrachte offer van Christus, eens en voor altijd gebracht (Hebr. 9:26; 10:10).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toefunctie
Het paaslam en het bloed aan de deurpost — 12:3-13, 46
De laatste nacht in Egypte. Negen plagen hebben Farao niet gebroken; nu gaat het oordeel ook door Israël heen, en het enige verschil tussen de huizen is bloed.
Een volkomen lam sterft in de plaats van de eerstgeborene, en wie onder het bloed schuilt gaat het oordeel voorbij.
Negen plagen hebben Farao niet gebroken. Nu komt de tiende, en die gaat niet om Egypte heen maar door Israël heen. Het oordeel treft elk huis waar geen bloed te zien is — ook een Israëlitisch huis.
De voorschriften zijn nauwkeurig. Een lam per huis, niet per persoon en niet per dorp. Het moet volkomen zijn, een manneken van een jaar oud. De kanttekening laat hier geen ruimte voor twijfel: dit lam was een beeld of voorafschaduwing, wijzend op Christus, het ware Lam Gods. En bij het woord volkomen tekent zij eenvoudig aan: zo moest ook Christus zijn.
Het lam wordt op de tiende dag afgezonderd en pas op de veertiende geslacht. Vier dagen loopt het in huis rond, onder de ogen van de kinderen. Men leerde het kennen voordat het stierf.
Dan het bloed. Het gaat niet op een altaar maar aan de deurpost — op de plaats waar iedereen naar binnen en naar buiten gaat. En dan volgt de zin waar alles om draait: wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan. Niet: wanneer Ik uw gehoorzaamheid zie, of uw afkomst. Het bloed. Israël wordt niet gespaard omdat het beter was dan Egypte, maar omdat er iets te zien was.
Binnen dat huis werd het lam gegeten, staande, met de lendenen omgord. Verlossing en voedsel horen bijeen: men schuilt niet alleen achter het bloed, men leeft ook van het lam.
Er is nog één voorschrift dat overbodig lijkt: gij zult geen been daaraan breken. Waarom zou dat uitmaken bij een dier dat toch gebraden wordt? Johannes geeft het antwoord. Als de soldaten bij het kruis de benen van de misdadigers breken en bij Jezus zien dat Hij reeds gestorven is, laten zij Hem ongemoeid — en Johannes schrijft erbij dat dit geschiedde opdat de Schrift vervuld zou worden: geen been van Hem zal gebroken worden. De kanttekening had het al aangewezen: dit wijst op Christus, het ware paaslam, aan Wie geen been gebroken is.
Eén ding ontbrak eraan, en juist daarop stoot de Hebreeënbrief door: dit pascha moest elk jaar opnieuw. Van het andere Lam geldt: één offerande voor de zonden, voor altijd.
Exodus 12:5 — Een volkomen lam, een manneken van een jaar oud.
Exodus 12:13 — Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan.
Exodus 12:46 — Geen been van het lam mag gebroken worden.
Johannes 1:29 — Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt.
Johannes 19:36 — Bij het kruis: geen been van Hem zal gebroken worden.
1 Korinthe 5:7 — Ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.
In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 5:7; Johannes 1:29; Johannes 19:33-36; 1 Petrus 1:19; Hebreeën 10:10-14
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:1→Exodus 13:4→Exodus 23:15→Exodus 34:18→Esther 3:7→Leviticus 23:5→Numeri 28:16→ — De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende: Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
God hecht grote waarde aan de verlossing van Zijn volk. Toen Hij hen uit de Egyptische slavernij verloste, zorgde Hij ervoor dat deze machtige daad op waardige wijze herdacht zou worden. Vanaf dat moment moest het Joodse jaar beginnen met de viering van de nationale bevrijding. Zo geldt ook voor ons: wanneer wij ons tot God bekeren en worden bevrijd uit de slavernij van de zonde, beginnen wij pas werkelijk te leven. Alles wat daaraan voorafging, is vergeefs geweest. Maar wanneer wij God werkelijk leren kennen door het geloof in onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus, dan hebben wij pas ontdekt wat het ware leven is. De maand van onze bekering behoort daarom voor ons het begin van de maanden te zijn, de eerste maand van het jaar.
Om deze reden moesten zij nu als volk hun eigen geschiedenis beginnen, afgezonderd van alle andere volken op aarde.
Exodus 12:3–4
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:7→Jozua 7:14→Exodus 20:19→Johannes 1:36→1 Samuël 7:9→Exodus 12:6→Exodus 6:6→Exodus 14:15→ — Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis. Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
De eredienst aan God moet op ordelijke wijze worden verricht, met zorgvuldige voorbereiding en eerbied. Dit paasmaal mocht niet naar eigen inzicht worden gevierd. Men moest de tijd nemen om het lam nauwkeurig te onderzoeken, zodat het in alle opzichten volmaakt bevonden werd, en alles zorgvuldig gereedmaken, opdat het feest met gepaste eerbied en plechtigheid kon worden gehouden. Laten ook wij zo handelen in al onze godsdienstige oefeningen. Laten wij niet overhaast bidden of ons haasten in de lofprijzing, maar eerst stilstaan en overdenken wat wij gaan doen, opdat wij niet het offer van dwazen brengen en de Heere ons zou gebieden terug te nemen wat wij zonder de nodige bedachtzaamheid op Zijn altaar hebben gelegd.
Het lam moest ongeveer vier dagen vóór de slachting worden afgezonderd. Waarschijnlijk werd het gedurende die tijd in huis gehouden. Volgens de Joodse overlevering was dat inderdaad zo. Zij hoorden het blaten en werden daardoor telkens herinnerd aan het doel waarvoor het geslacht zou worden.
Exodus 12:5
KruisverwijzingenHebreeën 9:13→Deuteronomium 17:1→Maleachi 1:14→Leviticus 23:12→1 Petrus 1:18→Leviticus 1:3→Leviticus 22:18→Leviticus 1:10→ — Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
Het lam moest een voorafschaduwing van Christus zijn. Daarom moest het het beste zijn wat zij bezaten. Het moest zich bevinden in de volle kracht van zijn leven, want alleen dan was het een passend beeld van de sterke Zoon van God, Wiens machtige liefde Hem ertoe bracht Zichzelf voor ons aan de dood over te geven.
U weet welk een treffend beeld dit is van Christus, zonder smet, Die voor ons werd geofferd in de volle kracht van Zijn leven, in de bloei en heerlijkheid van Zijn mensheid, terwijl Hij Zichzelf overgaf om ons Paaslam te zijn, het Lam Gods.
Exodus 12:6
KruisverwijzingenLeviticus 23:5→Numeri 28:16→Exodus 16:12→Handelingen 4:27→2 Kronieken 30:15→Numeri 9:11→Markus 15:11→Markus 15:1→ — En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.
Dit gebeurde juist toen de zon onderging, of vlak vóór zonsondergang. Er is ook de kanttekening: “tussen de twee avonden”. De tijd vóór zonsondergang werd als de eerste avond beschouwd, en het overblijvende daglicht na zonsondergang als de tweede.
Exodus 12:7
KruisverwijzingenHebreeën 11:28→Exodus 12:22→Hebreeën 9:22→Hebreeën 9:13→Hebreeën 10:14→1 Petrus 1:2→Efeze 1:7→Hebreeën 10:29→ — En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
Het bloed mocht niet op de drempel worden gestreken, opdat het niet vertrapt zou worden. Wee de mens die het bloed van Christus vertrapt! Op de beide deurposten en op de bovendorpel werd het teken aangebracht waaruit bleek dat God de bewoners van dat huis door bloed had verlost.
Exodus 12:8
KruisverwijzingenExodus 34:25→Deuteronomium 16:7→Numeri 9:11→Exodus 13:3→Deuteronomium 16:3→Exodus 13:7→1 Thessalonicenzen 1:6→Mattheüs 16:12→ — En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
Zoals het lam geroosterd en gegeten moest worden, zo moeten ook wij, die door de dood van Christus behouden zijn, blijven leven uit Christus. Zoals Hij tot de Joden zei: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden, tenzij dat gij het vlees van den Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.” (Johannes 6:53). Dit is uiteraard beeldspraak. Het betekent dat Christus voedsel moet zijn voor ons verstand en voeding voor ons hart. Wij moeten Hem liefhebben, op Hem vertrouwen en ernaar verlangen Hem steeds beter te leren kennen.
Het lam moest geroosterd gegeten worden, niet rauw en ook niet gekookt, maar met vuur gebraden. Christus is voedsel voor ons hart als Degene Die voor ons geleden heeft, als Degene Die door het vuur van Gods toorn over de zonde is gegaan. Ik verheug mij in Christus nu Hij verheerlijkt is aan de rechterhand van de Vader, maar allereerst moet ik Hem kennen als de Verachte en Verworpene. De wederkomst van Christus is een rechtmatige bron van vreugde, maar pas wanneer wij eerst Zijn komst in vernedering hebben leren verstaan en Hem zien op Golgotha. Christus aan het kruis moet het enige Voorwerp van ons geloof zijn. Op Hem moeten wij daar zien, zoals de Israëliet zag op het lam dat boven het vuur was geroosterd en ervan at.
Denk eens na over wat Christus voor ons heeft verdragen. O, door welk vuur is onze Heere Jezus Christus gegaan, opdat Hij voedsel voor onze zielen zou worden! Wij moeten een volledige Christus bezitten: Zijn wijsheid, Zijn liefde, Zijn levenswandel, Zijn omgang, en heel Zijn verborgen innerlijke leven en genade moeten de onze worden.
Exodus 12:10
KruisverwijzingenExodus 23:18→Exodus 34:25→Exodus 29:34→Leviticus 22:30→Leviticus 7:15→Deuteronomium 16:4→ — Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
Er mocht niets overblijven wat door de Egyptenaren onteerd kon worden; alles moest door het vuur worden verteerd.
Exodus 12:11
KruisverwijzingenEfeze 6:15→Exodus 12:27→1 Petrus 1:13→Leviticus 23:5→1 Korinthe 5:7→Lukas 12:35→Lukas 7:38→Lukas 15:22→ — Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
Zo oefenden zij een daad van geloof. Waarom moesten zij haastig eten? Omdat zij verwachtten spoedig te vertrekken. Zij moesten gereedstaan als reizigers die op het punt staan op reis te gaan, in het geloof dat God hen weldra zou bevrijden. Och, mochten ook wij altijd geloof beoefenen in al onze godsdienstige oefeningen, want zonder geloof is het onmogelijk God te behagen.
Exodus 12:11–12
KruisverwijzingenEfeze 6:15→Exodus 12:27→Numeri 33:4→Exodus 6:2→1 Petrus 1:13→Leviticus 23:5→1 Korinthe 5:7→Lukas 12:35→ — Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha. Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
Al die valse goden waren reeds getroffen door de verschillende plagen. Nu zou de laatste slag worden toegebracht, omdat de Egyptenaren de eerstgeborene van het gezin met bijzondere eerbied beschouwden. Farao en al zijn onderdanen zouden bezwijken onder deze verpletterende slag.
Exodus 12:12–13
KruisverwijzingenNumeri 33:4→Exodus 6:2→Hebreeën 11:28→Amos 5:17→Ezechiël 12:16→Psalmen 82:1→Jesaja 19:1→Exodus 12:23→ — Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE! En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
Wat een heerlijke evangelieverkondiging ligt hierin! Wanneer de zondaar het bloed ziet, is dat tot zijn troost. Maar uiteindelijk is Gods zien op het bloed het allerbelangrijkste. En wanneer ziet Hij het niet?
Exodus 12:13
KruisverwijzingenHebreeën 11:28→1 Johannes 1:7→1 Thessalonicenzen 1:10→Genesis 17:11→Jozua 2:12→Exodus 12:23→ — En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
Och, mochten wij allen het bloed van Jezus beschouwen als een teken: een teken van goddelijke liefde, waardoor de Welbeminde werd overgegeven om voor ons te sterven; een teken dat aan Gods gerechtigheid volledig is voldaan; een teken dat wij voor eeuwig volkomen veilig zijn.
Het is Gods zien op het bloed van Christus dat van beslissende betekenis is. Wanneer Hij ziet op Christus aan het kruis en voldaan is met de verzoening die Hij daar heeft aangebracht, gaat de Heere voorbij aan allen voor wie Christus als Plaatsvervanger gestorven is.
Exodus 12:13–15
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:3→Exodus 12:24→Exodus 13:9→2 Koningen 23:21→Exodus 12:17→Exodus 34:18→Numeri 9:13→Exodus 23:15→ — En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal. En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting. Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel.
Wie niet gereinigd is van huichelarij, heeft geen deel aan de door bloed verworven verlossing. Hij mag zeggen wat hij wil, maar het bloed zal hem niet behouden zolang hij zich niet bekeert. Het zuurdesem van de Farizeeën, dat is de huichelarij, moet worden weggedaan, anders zal zelfs het bloed van de verzoening hem niet baten.
Exodus 12:16
KruisverwijzingenNumeri 28:25→Leviticus 23:7→Numeri 28:18→Numeri 29:1→Exodus 16:23→Jeremia 17:21→Leviticus 23:2→Exodus 20:10→ — En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
Wat bracht dit een rust in de huizen van de Israëlieten! Zij werden niet alleen verlost van de plagen, maar ontvingen ook rust van al hun arbeid. Hierin ligt de zaligheid van het bloed van het Lam. Wanneer het het huis en het hart van de gelovige binnentreedt, schenkt het rust aan de ziel, terwijl anderen zich vergeefs afmatten om door hun eigen werken verlichting te vinden.
Exodus 12:17–25
KruisverwijzingenExodus 12:3→Openbaring 7:3→Exodus 12:48→Hebreeën 11:28→1 Korinthe 10:10→Openbaring 9:4→Exodus 12:12→Exodus 13:3→ — Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting. In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond. Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands. Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten. Mozes dan riep al de oudsten van Israel, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha. Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen. Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan. Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid. En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
Wat! Mochten zij het slachten van het lam en het sprengen van het bloed nooit vergeten? Nee, nooit. Zelfs niet toen zij Kanaän binnengingen, het land dat vloeit van melk en honing, en God nog zoveel andere grote wonderen voor hen had gedaan. Nee, nooit. En de hoogste eer die wij ooit zullen ontvangen, zal zijn dat wij in waarheid kunnen zingen:
“Een gedenkteken van genade,
Een zondaar, door bloed gered.”
Exodus 12:13–20
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:3→Exodus 12:24→Exodus 13:9→2 Koningen 23:21→Exodus 12:17→Exodus 34:18→Numeri 9:13→Exodus 23:15→ — En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal. En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting. Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel. En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden. Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting. In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond. Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands. Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
Zo zien wij hoe God een blijvende gedachtenis instelt aan de verlossing van Zijn volk uit Egypte. Hoeveel te meer behoren ook wij met vreugde de verlossing van onze ziel uit de slavernij van de zonde en van de satan te gedenken. Laten wij die dag nooit vergeten. Ik zou graag, samen met u die de Heere kent, de herinneringen aan vroegere dagen willen ophalen. Moge de Heere u met diepe dankbaarheid doen terugdenken aan de dag waarop u voor het eerst uw Zaligmaker zag, het juk van uw hals werd afgenomen, de last van uw schouders werd weggenomen, en eer zij de verlossende Heere!
Exodus 12:29
KruisverwijzingenPsalmen 78:51→Exodus 4:23→Exodus 11:4→Numeri 33:4→Psalmen 135:8→Psalmen 136:10→Psalmen 105:36→Numeri 8:17→ — En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.
Er was geen uitzondering. Elk huis was vervuld van gejammer, behalve de huizen waarop het bloedteken boven en naast de deur was aangebracht. De verderfengel ging dat huis voorbij en sloeg daar niemand. Uitdrukkelijk wordt ons gezegd dat het Gods zien op het gesprenkelde bloed was waardoor de eerstgeborenen van Israël voor het verderf werden bewaard.
Dit is het grote voorbeeld van de verzoening door Christus. Christus Jezus stierf als Plaatsvervanger voor allen die in Hem geloven, en God onthoudt hun rechtvaardig de straf voor hun zonde, omdat Christus die heeft gedragen. Hoe zou Hij tweemaal betaling van dezelfde schuld kunnen eisen: eerst uit de hand van de bloedende Plaatsvervanger en daarna opnieuw uit de hand van hen voor wie Hij in de plaats stond?
Christus is de Plaatsvervanger van al Zijn uitverkorenen. Zijn uitverkorenen zijn allen die in Hem geloven. Daaraan zijn zij te herkennen: zij schuilen onder Zijn gesprenkelde bloed. Wanneer God het bloed ziet, gaat Hij hen voorbij.
Laat ieder zichzelf daarom afvragen: „Schuil ik achter het bloed van Jezus? Rust mijn vertrouwen geheel op de grote verzoening en voldoening die Christus heeft aangebracht? Zo ja, dan zal ik leven. Geen verderver zal mij ooit treffen. God Zelf zal mij op de dag van het oordeel voorbijgaan, en ik zal “aangenaam gemaakt zijn in den Geliefde”.”
Exodus 12:47
KruisverwijzingenExodus 12:6→Numeri 9:13→Exodus 12:3→ — De ganse vergadering van Israel zal het doen.
Laten wij die nacht nooit vergeten waarin Hij om de overtreding van Zijn volk werd geslagen. Het was een donkere nacht toen Hij opstond van de maaltijd, die Hij voor het laatst met Zijn discipelen had gehouden, en naar Gethsémané ging. Vervolgens werd Hij geleid naar Pilatus, Herodes en Kajafas om ter dood veroordeeld te worden, om verhoogd te worden aan het kruis, te bloeden en lichamelijke pijn, zieleangst en een geestelijk lijden te dragen dat wij nooit ten volle zullen kunnen doorgronden.
Het was een nacht die in al onze geslachten herdacht moet worden. Laat zij nooit vergeten worden. Wat wij ook niet weten, laten wij het kruis kennen. Welk onderwerp ook een tweede plaats inneemt in onze waardering, laat de losprijs die op Golgotha is betaald altijd de eerste plaats behouden.
Wij moeten de vier Evangeliën zorgvuldig bestuderen, want christenen behoren vertrouwd te zijn met ieder bijzonder voorval uit het sterven van hun Zaligmaker. In iedere spijker ligt onderwijs; de spons, de zure wijn en de hysop hebben elk hun betekenis; ook de speer die Zijn zijde doorboorde is vol geestelijke lessen. Wij behoren deze dingen te bestuderen, en opnieuw te bestuderen, en steeds weer opnieuw.
Hier ligt de kern van ons vertrouwen. Dit is de pijler waarop onze ziel rust. Als er hoop is voor zondaren, troost voor lijdenden, reiniging voor schuldigen en leven voor doden, dan is dat hier.
INSTELLING VAN HET PASCHA. DOOD VAN DE EERSTGEBORENEN. BEGIN VAN DE UITTOCHT.
I. Exodus 12 vers 1-20
Na het weggaan uit Farao’s paleis, ongeveer 5 of 6 dagen vóór de uittocht, ontvangen Mozes en Aäron bevel van God, om met die maand een nieuwe jaartelling onder het volk Israël te beginnen, en van dat tijdstip af de maanden van het jaar te berekenen; tevens worden hun de nauwkeurigste voorschriften gegeven omtrent het Paaslam, dat op de tiende dag van de maand moet uitgekozen en op de veertiende geslacht worden, alsook omtrent het daarmee verbonden feest van zeven dagen.
1. De HEERE nu had (heeft) tot Mozes en tot Aäron, toen zij nog in Egypte waren, gesproken (de andere wetten zou God eerst later bij de Sinaï en in de woestijn meedelen), zeggende:
2. Deze maand, de maand Abib of maand van de aren (hoofdstuk 13:4) zal u het hoofd van de maanden zijn; zij zal u, in plaats van de herfstdag- en nacht-evening (Genesis 7:11), de eerste van de maanden van het jaar zijn. 1)
1) De oorspronkelijke berekening van het jaar begon met het intreden van de zon in de balans, dus, volgens onze verbeterde kalender, met de 22 september, de dag van de Herfstdag- en nacht-evening. Deze telling heeft Mozes overal in het eerste boek gevolgd, en nog in het tweede boek (hoofdstuk 23:16; 34:22) komt zij voor; zij is ook, met betrekking tot het burgerlijk leven, de natuurlijkste, daar zij met de zaaitijd begint en met het slot van de oogst eindigt (Leviticus. 25:9). Als een soort van economisch jaar is die berekening dan ook voortaan in Israël voor vele landelijke zaken gebleven, bijv. voor verpachting, verkoop enz., totdat zij na de Babylonische ballingschap als een burgerlijk jaar nevens het kerkelijke in zwang kwam. Met de ballingschap kwamen ook namen voor de gezamenlijke 12 maanden in gebruik, terwijl ten tijde van Mozes alleen de eerste maand, ten tijde van de koningen, ook de tweede, zevende en achtste benoemd (Deuteronomium. 16:1; 1 Kon.6:37,38; 8:2), de overige eenvoudig geteld werden. Deze na-exilische (na de ballingschap) namen, zijn andere dan de voor-exilische (voor de ballingschap) en zijn duidelijk van Babylonische oorsprong, zij zijn (het eerste getal betekent de kerkelijke, de tweede de burgerlijke maand):
I. 7. Nisan, vroeger Abib. (Nehemiah. 2:1).
II. 8. Ijar, vroeger Zif d.i. bloeimaand.
III. 9. Sivan (Esther. 8:9).
IV. 10. Thammuz.
V. 11. Ab.
VI. 12. Elul (Nehemiah. 6:15).
VII. 1. Tischri, vroeger Etanim, d.i. stromende vloed.
VIII. 2. Marchesvan, vroeger Bul, d.i. regenmaand.
IX. 3. Chisleu (Nehemiah. 1:1).
X. 4. Thebet (Esther. 2:16).
XI. 5. Schebat (Zacheria 1:7).
XII. 6. Adar (Esther. 3:7).
De maand Nisan of Abib komt ongeveer overeen met onze april, Tischri met oktober; toch waren al deze maanden slechts zogenaamde Synodale maanden van 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 3 seconden, en begonnen met het eerste verschijnen van de nieuwe maan. Werd, wanneer de 29ste dag van een maand voorbij was, de avond of de nacht daarop de nieuwe maan gezien, zo begon met de volgende dag een nieuwe maand; vertoonde zich de nieuwe maan nog niet na het einde van de 29ste dag, maar eerst aan de avond van de 30ste dag, dan had die maand 30 dagen. Alzo waren de jaren van de Israëlieten, evenals nog die van de hedendaagse Joden, maanjaren van 354 dagen, 8 uren, 48 minuten en 38 seconden. Om nu een gelijkheid met het zonnejaar te verkrijgen werd van tijd tot tijd een schrikkelmaand ingeschoven, die als verdubbeling of herhaling van de maand Adar beschouwd en daarom Veadar genoemd werd; deze inlassing werd later door de Hoge Raad vastgesteld; vroeger geschiedde het bij de vaststelling van een schrikkelmaand, dat men eerst tegen het einde van de twaalfde maand de zaadvelden bezichtigde, om na te gaan, of de gerst tegen het midden van de volgende maand rijp kon worden. Kon men dit verwachten, zo werd met de nieuwe maand een nieuw jaar begonnen, zo niet, dan werd het oude jaar met een dertiende maand verlengd. Wat-om dit punt hier af te handelen-de berekening van de dagen betreft, zo werd de natuurlijke dag, die van de opgang van het morgenrood tot het verschijnen van de sterren duurde, in het begin slechts in morgen, middag en avond onderscheiden; uit de ballingschap brachten de Joden de verdeling in 12 uur (Johannes 11:9) mee, het waren echter, daar de lengte van de dagen in Palestina zich tussen 14 uur 12 minuten en 9 uur 48 minuten beweegt, zeer ongelijke uren, naar de verschillende jaargetijden, nu eens langer, dan eens korter, tot bepaling daarvan dienden de, reeds vóór de ballingschap, volgens het voorbeeld van de Babylonische uurwerken in Palestina gebruikelijk geworden, zonnewijzers (Jesaja 38:8; 2Kon.20:9 vv.) De nacht verdeelde men in twee helften (Exodus. 12:29) of in drie nachtwaken (Klaagl.2:19 Richteren. 7:19 Exodus. 14:24); met de opperheerschappij van de Romeinen kwam de verdeling in vier nachtwaken (Matth.14:25 Mark.13:35). De burgerlijke dag, die uit één nacht en een dag bestond, werd van zonsondergang tot zonsondergang gerekend (Leviticus. 23:32 zie Ge 1.5); de verschillende dagen van een week voerden geen afzonderlijke namen, maar werden als de eerste, tweede, derde enz. dag onderscheiden, terwijl de Egyptenaren ze naar de planeten noemden, evenals op hun voorbeeld ook de Romeinen. Dat elke week met de zevende dag of Sabbat gesloten werd, is bekend; daarom werden de weken soms Sabbatten dat is, zeven met een rustdag eindigende dagen genoemd (Leviticus. 13:15 Deuteronomium. 16:9)
Met de uittocht, of liever, met de instelling van het Pascha begint de geschiedenis van Israël als volk. Het is daarom, dat het nu ook een nieuwe tijdrekening ontvangt. Begon het jaar vroeger met de aanvang van de Herfst, voortaan zal het beginnen met de Lente, omdat met de instelling van het Pascha en met de uittocht uit Egypte er voor Israël een nieuw leven als volk begon. De ellende van de verdrukking was voorbij, de lentezon van de vrijheid was opgegaan.
3. Spreekt, terwijl gij dit Mijn besluit bekend maakt, tot de gehele vergadering van Israël, zeggende: Op de tiende dag van deze maand 1) neemt een ieder een lam, naar de huizen van de vaderen; 2) iedere vader zoekt voor zich en de leden van zijn gezin een lam van de kudde, gelijk Ik dit nader (vs.5) aanwijzen zal; een lam zal altijd voor een huis genomen worden, zodat niet een gezelschap naar welgevallen, maar alleen degenen, die totdat huis behoren (hoofdstuk 6:14) zich tot gemeenschappelijk genot daarvan verenigen.
1) Gewis is het, dat Israël een onderscheid moest leren kennen tussen de gewijde en natuurlijke tijdkring, die op een rijk van de natuur en van de genade moest wijzen. Maar dan moest daarbij wel bedacht worden, dat ook het natuurlijk of burgerlijk jaar geheiligd dient door de ordeningen van, en aldus mede gewijd aan de dienst van die God, en aldus mede heeft: “Weest heilig, want Ik ben heilig.” O, mijn lieve! een stroom van het heilige leven van God moet ook door en over de stroming van ons tijdelijk leven heengaan: opdat dit voorbereiding kan zijn voor en een heenleiding tot het eeuwige. Valt daartoe wellicht de gang van het burgerlijk en kerkelijk jaar soms zo merkwaardig samen, om door die treffende overeenkomst onwillekeurig de aandacht te boeien?.
De tiende dag van de eerste maand van het Kerkelijk jaar, (de zevende van het burgerlijk) het Paaslam afgezonderd. De tiende dag van de zevende maand van het Kerkelijk jaar, (de eerste van het burgerlijk) de Grote Verzoendag met zijn zoen- of schuldoffer. Bij beiden dus de getallen zeven en tien. Zeven het getal van het Verbond. Tien het getal van de volkomenheid.
2) In het Hebreeuws Lebeeth aboth, naar de huizen van de vaderen, in de zin van, naar de natuurlijke afdelingen van het volk in families. Niet willekeurig gekozen mocht dus het gezelschap zijn, maar volgens de goddelijke ordening. De heiligheid van het gezin heeft de Heere hier voor aller ogen willen tekenen; het organisch verband tussen de leden van dezelfde familie.
4. Maar indien een huis te klein is voor een lam, om het geheel te kunnen verteren, zo neemt hij het en zijn buurman, de naaste aan zijn huis gezamenlijk, en, zo nodig, kunnen meerdere families worden samengevoegd, naar het getal van de zielen, een ieder zodat hij, ten gevolge van het getal van zijn huisgenoten met hen eten kan; gij zult rekening maken, hoeveel bij elkaar gevoegd kunnen worden, naar het lam. 1)
1) In latere tijden rekenden de Joden het getal van de deelnemers aan zulke gezelschappen op minstens tien en hoogstens twintig.
Ook dit is niet zonder hoge betekenis. Er mochten niet te weinig aan tafel zitten van hen, die de Paasmaaltijd zouden genieten, opdat alle gedachte van overdaad ver verwijderd zou zijn, en altijd de gedachte van een heilige, God gewijde, maaltijd allen zou beheersen. Daarom was het denkbeeld van meer dan twee gezinnen niet uitgesloten.
5. a) Gij zult een volkomen 1) lam hebben, een mannetje, omdat het in de plaats zal treden voor uw mannelijke eerstgeboren, een jaar oud, want eerst dan ishet in zijn volle, frisse levenskracht; van de schapen of, indien die lammeren niet toereikend zijn, van de geitenbokken zult gij het nemen. 2)
a) Leviticus. 1:3 Mal.1:8; 1 Petrus. 1:19.
1) Het lam moest volkomen zijn, d.i. zonder gebreken. In Leviticus. 22:22-24 worden de gebreken opgesomd, welke een offerlam niet mocht hebben. Verder moest het een mannetje zijn, omdat de man en niet de vrouw het hoofd is en de vertegenwoordiger van het geslacht; de man is het verbondshoofd. Vervolgens éénjarig, d.i. volwassen. Christus Jezus is opgetreden, terwijl Hij, voor zoveel het vlees aangaat, was in de volle kracht van zijn leeftijd. Bovendien moest het uit de kudde genomen. Wel afgezonderd van de kudde moest het worden, maar overigens niets van de anderen verschillende, omdat Christus, het waarachtig Pascha, wel afgescheiden van de zondaren is geweest, maar toch in alles de broeders gelijk is geworden, uitgenomen de zonde.
2) Van die vergunning werd later geen gebruik gemaakt, maar altijd een lam genomen. Het lam moest reeds vier dagen vóór het feest afgezonderd worden, opdat men er zich aan gewennen zou, het als iets heiligs te beschouwen, opdat men met het oog op de goddelijke inzetting de gewone natuur gemakkelijker zou vergeten, maar nog meer, opdat reeds enige tijd vóór het feest de gemoederen aanleiding zouden hebben, om zich voor het feest voor te bereiden, de hun te geven, grote weldaad recht te bedenken en zich voor het ontvangen waardig voor te bereiden.
Dat juist vier dagen bepaald werden, heeft wellicht zijn grond in de vier geslachten, waarvan de Heere (Genesis 15:16) tot Mozes gesproken had; de kinderen van Israël moesten dus tevens bedenken, dat de verlossing juist in die tijd kwam, die voorzegd was geworden. Zo is ook Christus het ware offerlam, vier dagen vóór Zijn opoffering Israël voor ogen gesteld, daar Hij op Palmzondag (10 Abib of Nisan) feestelijk Jeruzalem binnentrok, en van toen af dagelijks in de tempel verscheen tot de avond van de Dinsdag. (Matth.21:1-24).
6. En gij zult het in bewaring hebben, het afgezonderd van de kudde houden tot de veertiende dag van deze maand; met welke dag de maand, wegens de aan de avond invallende nieuwe maan, haar hoogste punt bereikt heeft; en de gehelegemeente van de vergadering van Israël, 1) ieder gezin, zonder uitzondering, hetzij afzonderlijk, hetzij met een ander verenigd, zal het slachten, allen op dezelfde tijd, tussen de twee avonden, 2) in de tussentijd van de dubbele avond, tegen het ondergaan van de zon.
1) ieder gezin moest dus op hetzelfde ogenblik het lam slachten. Dit diende, om het organisch verband tussen de families van hetzelfde volk te kennen te geven. Wel bestond het volk uit gezinnen, gelijk het gezin uit leden, maar deze stonden niet los naast elkaar, maar werden door dezelfde banden van het bloed en van de geest verbonden. Bovendien was dit gezamenlijk slachten een gezamenlijk getuigen van gehoorzaamheid aan het Woord des Heeren, een zich gezamenlijk voorbereiden voor de te houden samenkomst. Iedere samenkomst vormde een gemeente.
2) Deze tijdsbepaling werd reeds door de Joden verschillend opgevat. Enige (de Karaïten en Samaritanen) verklaarden de eerste avond voor de tijd, dat de zon onder de horizon verschijnt, de tweede voor het komen van de gehele duisternis; zij rekenden dus van 6 tot 7« uur ‘s avonds; anderen (de Farizeeërs en Rabbaniten) daarentegen verstonden onder de eerste avond de namiddag van de tijd af, dat de zon zich ten ondergang begon te neigen; onder de tweede de werkelijke ondergang, en rekenden alzo van 3 tot 6 uur. (Op deze tijd is Jezus Christus, het echte Paaslam gestorven. De eerste opvatting is zonder twijfel de juiste; toch werd de andere later aan de tempeldienst ten grondslag gelegd, omdat ook het dagelijks avondoffer benevens het reukoffer “tussen de beide avonden” moest gebracht worden (hoofdstuk 29:39,41; 30:8), en beide handelingen niet tegelijk konden geschieden. Dit is met de wet in geen bepaalde tegenspraak, daar het uitgebreide gebruik van het woord avond in het Hebreeuws ruimte genoeg voor deze vroegere termijn van het slachten overlaat.
Wij veronderstellen dan, dat men het Paaslam uitkoos op de tiende dag van de maand; dat men de volgende tijd tot op de 14de dag besteedde tot onderzoek, of er niet enig gebrek aan was, dat het onbekwaam of onwettig maakte, dat men het slachtte de 14de, in de tussentijd van drie tot zes uur.
7. En zij zullen van het bloed nemen, door er een bundeltje hysop in te dopen (vs.22), en het strijken aan de beide zijposten, en aan de bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het lam eten zullen. 1)
1) Later, toen Israël een heiligdom met een altaar, en een bijzondere priesterschap had, werd veel in deze voorschriften veranderd (Deuteronomium. 16:2,5,6). In hun strijd tegen de Roomse kerk, welke de viering van het Heilig Avondmaal voor een onbloedige herhaling van het offer van Christus uitgeeft, hebben de oudere protestantse theologen ontkend, dat het Joodse Paasfeest de betekenis van een werkelijk offer had; zij deden dit om aan die opvatting van het Heilig Avondmaal de schijnbaar bijbelse grond te ontnemen. Intussen wordt het Pascha (vs.27) (hoofdstuk 34:25) niet alleen uitdrukkelijk een offer genoemd, maar het draagt ook in de slachting en bloedsprenging twee hoofdkentekenen van een bloedig offer; door de slachting leed het lam, plaatsbekledend voor de vader en de zijnen, de dood als bezoldiging van de zonde; in de bloedsprenging werd het verdiende door de geleden dood, de vergeving van de zonden en de verlossing van de toorn van God, de in het huis wonende toegeëigend. Wanneer nu het Pascha volgens zijn eerste deel een zoenoffer is, zo wordt het in zijn tweede deel, in de daaraan verbonden Paasmaaltijd (vs.4,8) tot een dankoffer. Ten opzichte van het eerste, kan het Heilig Avondmaal slechts in zo verre daarmee in vergelijking gebracht worden, als ook hier de verdiensten van de geleden dood van Christus ons ten eigendom gegeven worden; van een herhaling van de offerdood zelf kan echter geen sprake zijn, omdat deze éénmaal voor altijd geleden is en eeuwig geldt (Rom.6:10 Hebr.7:27; 9:28); met het Pascha was het ten opzichte van de slachting geheel anders; wegens de ontoereikendheid van de oudtestamentische offers, die ook slechts voorafschaduwingen waren, moest dat natuurlijk altijd weer opnieuw geschieden, gelijk er dan ook altijd nieuwe offerlammeren waren, die de plaats bekleedden en de offerdood leden. Ten opzichte van het tweede deel daarentegen, de offermaaltijd, komen Avondmaal en Pascha geheel overeen; bij beide wordt de communie gevierd, de gemeenschap met de Heere en de gemeenschap van de disgenoten onder elkaar. (zie Le 3.1e.v.).
De gehele ingang dus van het huis was als met bloed geverfd en wees aldus aan, dat daar als een ingang van de doemschuld en van de dood was. Want dit is de betekenis van het bloed. Met rode letteren was dan als het ware voor het huis geschreven: hier is de poort van de dood; wie hier binnentreden zijn kinderen van de dood, kinderen van de bloedschuld, wier eigen bloed verdiende vergoten te worden.
Wie door het bloed wordt verschoond, moest door het vlees worden gevoed. De beide handelingen vulden elkaar slechts aan en behoorden onafscheidelijk samen. Het lam werd niet alleen vóór hen geslacht, maar ook met hen verenigd en in hen opgenomen. 1 Cor.5:7, Joh.6:53-57.
Opmerkelijk, dat het bloed niet op de benedendorpel mocht uitgestort worden. Het mocht niet vertreden of onrein worden geacht. (Hebr.10:29).
8. a) En zij zullen het vlees eten in dezelfde nacht (van 14-15 Abib), aan het vuur, met behulp van een braadspit, gebraden, met ongezuurde broden 1) daarbij; zij zullen het vlees met bittere saus, 2) uit kruiden, als wilde latuw, andijvie, radijs enz., eten. 3)
1) Wel was het ongezuurde brood spoediger gereed dan het gezuurde, maar daarom alleen gaf de Heere dit bevel niet. Het zuurdeeg is zinnebeeld van het zedelijk bederf. Met de uittocht moest al wat onzuiver was uit Egypte, uitgezuiverd worden. Het moest een heilig en gereinigd volk zijn en worden. (Galaten. 5:9).
2) De bittere saus herinnerde aan de verdrukking en het lijden in Egypte. Dat lijden mocht niet vergeten worden. Het zoete Paaslam van de verlossing deed echter de bittere saus van de verdrukking als niets achten. Zoals altijd: de hoop op de hemelse zaligheid doet de tijdelijke ellende en smarten als gering achten.
3) De spijs, die de kinderen van Israël in die nacht eten moesten, bestond dus uit vlees en brood, de gewone voedingsmiddelen van de mensen: het vlees is heilig, de Heere gewijd offervlees, het brood is ongezuurd, dat is eveneens heilig brood, en alzo zijn beide geschikt tot een heilig voedsel voor het natuurlijke en geestelijke leven, tot een spijs, die niet alleen de lichamelijke, maar tevens de geestelijke mens verzadigt, en krachten van het hogere leven werkt.
De bittere kruiden staan ongetwijfeld in betrekking tot de bitterheid van de verdrukking in Egypte, van welke in hoofdstuk 1:14, gezegd is: “Zij maakten hun het leven bitter.” Overigens komt het genot van bittere spijzen en dranken ook voor als een beeld van het lijden, van smart en gevaren (Psalm. 69:22, Jer.8:14). Als bijgerecht bij het zoete lamsvlees krijgen zij tevens de betekenis van kruiding; het zoete vlees moet door het bittere bijgerecht smakelijker worden, want de bitterheid wordt weggenomen door de zoetheid van het vlees, en dit krijgt daardoor eerst zijn ware kruiding. Wat voor de zoete spijs het bittere kruid is, dat is voor de verlossing uit Egypte de herinnering aan het lijden in Egypte. Hier is echter nog meer bedoeld dan alleen de herinnering aan dit lijden. Gelijk bij het maal bitterheid en zoetheid aanvullen, zo staat ook het lijden in Egypte tot de redding in Egypte in een nauw en redelijk verband; zonder het eerste zou het tweede niet geweest zijn, en door het verlevendigd bewustzijn van het eerste, krijgt de herinnering aan het tweede eerst haar ware wijding. Vergelijk Hebr.12:11: “Alle kastijding, als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid aan hen, die daarin geoefend zijn.
9. Gij zult daarvan niet rauw, niets in de haast half gebraden, eten, ook geenszins in water gekookt, maar aan het vuur gebraden; 1) niet in stukken gesneden, maar geheel en al, met zijn hoofd, met zijn schenkels en ingewanden, dat tevoren gereinigd eveneens in de buik mee gebraden moet worden.
1) Hier valt ons het uitdrukkelijk bevel in het oog, het dier niet in stukken te verdelen, het niet eens een been te breken. In zoverre bij het lichaam van mensen en dieren de beenderen de eigenlijke bouw, de vaste grond vormen, waarop al het overige rust, is de Schrift gewoon, door het lijden aan de beenderen, of nog meer door het breken daarvan het innigste, diepste lijden en een verwoesting tot de grond toe aan te duiden (Job 30:17; 33:21, Psalm. 102:4; 38:4 Klaagl.3:4 Jesaja. 38:13 Micha 3:3). Omgekeerd is het bewaren voor verbreking van de beenderen een bewaren als geheel (Psalm. 34:21). Dat gebod wil dus dat het te eten paaslam geheel en volkomen zal zijn, zodat het bij het eten als één geheel zal verschijnen; want niet het verdeelde, het in stukken gesnedene, maar alleen het geheel is één. Dit had geen ander doel dan om aan te duiden, dat al degene, die van het geheel en het één, een deel verkregen en daarvan aten, zich als een geheel, als een gemeenschap zouden beschouwen, evenals het nieuwtestamentische Pascha het eten van het lichaam van Christus 1 Corinthiers. 5:7) beschouwt, waarvan de Apostel in 1 Kor.10:17 zegt: “Eén brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, omdat wij allen één brood deelachtig zijn.” Daarin heeft dan ook de bepaling van het volgende vers zijn grond.
Ook hierin ligt niet het begrip van, haast, opgesloten. Want toch evengoed kon het dan gekookt worden. Het gebod van niet rauw te mogen eten, sloot alle denkbeeld van overhaasting uit. Maar het lam moest in zijn geheel, zodat geen been gebroken werd, aan het braadspit worden gestoken en alzo met het vuur in aanraking gebracht. Waarom? Om daarmee af te beelden het waarachtige Paaslam Christus, hetwelk ook met het vuur van Gods strafeisende gerechtigheid in aanraking kwam en wel dientengevolge de dood inging, maar niet werd vernietigd. Vuur is altijd, tenminste zeer dikwijls, beeld van Gods toorn, van Zijn strafeisende gerechtigheid.
10. Gij zult daarvan ook niets uit uw huis dragen (vs.46), ook niet laten overblijven tot de morgen, om het dan nog te genieten; maar hetgeen daarvan overblijft tot de morgen, omdat gij het in de Paasnacht niet kon verteren, zult gij de volgende morgen met vuur verbranden. 1)
1) Ditzelfde voorschrift wordt later (Leviticus. 7:15; 22:30) met betrekking tot het overblijvende van de dankoffers gegeven. Het diende om de heiligheid van het Paaslam hoog te houden. Geen onreine en onheilige Egyptenaar mocht van hetgeen voor het heilig Verbondsvolk bestemd was iets genieten.
11. Aldus, op de volgende wijze, nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, evenals bij degenen, die willen uitgaan, en door het ongegord, lang, afhangend kleed in het gaan zouden gehinderd worden (1 Kon.18:46; 2 Koningen. 4:29); uw schoenen, sandalen, aan uw voeten, terwijl gij thuis barrevoets gaat (Hand.12:8), en uw staf in uw hand (Genesis 32:10), en gij zult het vervolgens, in zulk een reisvaardige toestand, met haast eten, alsdegenen, die in een spanning ieder ogenblik het teken verwachten, dat zij moeten wegtrekken en een lange reis aanvaarden; alzo zult gij het eten; want het is het Pascha van de HEERE, 1) een door hem ingesteld maal, dat tot Zijn eer moet gehouden worden, en waardoor Hij geestelijk en lichamelijk sterkt tot de aanstonds aan te vangen reis.
1) De bepaling ten opzichte van de reisvaardige toestand bij het eten van het Pascha, geldt slechts voor deze eerste viering; zij is echter daarom van eeuwig gedenkwaardige betekenis, omdat met de verschoning en de uitvoering van Israël, het nu tot een eigen, zelfstandig volk en wel tot een eigen volk des Heeren en tot Zijn priesterlijk koninkrijk werd. In het Pascha viert alzo Israël zijn geboorte of schepping Jesaja 43:1,15); het is het feest van zijn geestelijke geboorte en de grondlegging van alle overige feesten. Het werkwoord, waarvan de naam Passah (eigenlijk Pesach, in het Aramees Pascha) afgeleid is, betekent vooreerst springen, huppelen, over iets heenstappen, om het niet te vertreden, daarom ook verschonen. De uitdrukking wordt dus hier gebruikt 1. van het voorbijgaan van de slaande engel voorbij de met bloed bestreken deuren van de kinderen van Israël, en het verschonen van hun eerstgeborenen (vs.27); 2. van het lam, waarvan het bloed aan de deuren moest gestreken worden, opdat de Heere, terwijl Hij het ziet, verschonen en voorbij gaan kon (vs.21); 3. van de bereiding van het lam, tot het door de Heere bevolen maal en de viering van dit maal (vs.11); 4.van de gehele feestviering, die met de maaltijd begon en zeven dagen duurde, en van de overige offers, die op het feest moesten gebracht worden (Deuteronomium. 16:1,2). Het laatste, het feest van de zeven dagen, heet gewoonlijk het feest van de ongezuurde broden (hoofdstuk 23:15; 34:18 Leviticus. 23:6 Deuteronomium. 16:16), omdat gedurende de viering daarvan slechts ongezuurd brood genoten werd (vs.15)
Wij zouden deze laatste woorden bijna als de instellingswoorden van het sacrament van het Paaslam willen beschouwen, die er het gehele karakter van moesten aangeven, en die, straks verklaard, ook de diepere betekenis, die erin lag, in het licht moesten stellen. Eigenlijk staat er in het oorspronkelijke, en dit, door de tegenstelling met al het voorgaande, des te krachtiger uitgedrukt, “het is het pascha, de Heere gewijd”; dat wil zeggen, dat het Jehova en niet het volk Israël toebehoort; dat het er is, om op Jehova te wijzen, Zijn tegenwoordigheid aan te duiden en Zijn gewisse hulp te verkondigen. Evenals het elders heet: “dat is mijn lichaam”, “het brood dat we breken is de gemeenschap van het lichaam van de Heere,” zo klinkt het hier plechtig en statig: “het is het pascha van de Heere,” of liever nog “het pascha voor de Heere.”.
Van zeven merkwaardige Paasfeesten wordt in de Heilige Schrift melding gemaakt. De eerste bij de uittocht uit Egypte; de tweede in de woestijn (Numeri. 9); de derde door Jozua en de Israëlieten bij de intocht in Kanaän Jozua 5); de vierde bij de hervorming door Hiskia (2 Kron.30); de vijfde onder koning Josia (2 Kron.35); de zesde door Israël, na de terugkomst uit Babel (Ezra.6); de zevende door de Heere Jezus Christus in de nacht, in welke Hij verraden werd (Luk.22). Bij het zevende stelde de Heere het Avondmaal in, waarmee het Sacrament van het Oude Verbond door dat van het Nieuwe vervangen werd.
12. Want 1) een bijzondere bewaring zal werkelijk plaats hebben ten tijde, dat gij de maaltijd houden zult. Ik zal in deze nacht door Egypte gaan, en alleeerstgeborenen 2) in Egypte slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal, door zulk een verslaan van de eerstgeborenen, gerichten oefenen aan al de goden van de Egyptenaren, die Mij zolang tegengestreefd hebben; Ik, de HEERE, zal het doen, die Mij wel als de enige, waarachtige God tegenover hen door teken en wonderen genoegzaam bewezen heb, maar nu ook nog Mijn gericht over hen volbrengen moet, opdat de wereld erkent, dat Ik Mijn eer aan geen andere geven wil (Jeremia. 42:8).
1) Door vs.12 en 13 wordt nader verklaard: “Het is het Pascha van de Heere”. Jehova zal Zijn gerichten oefenen aan Egypte, maar zal Israël, als het Zijn bevel gehoorzaamt, voorbijgaan.
2) De eerstgeborene, als de eerste macht van de vader (Genesis 49:3) en de eerste vrucht van de moeder (Ex.13:2) staat tot het geheel in een bijzonder nauwe betrekking; als de eerste geboorte is zij de bloesem van alle volgende geboorten, zij representeert dus een geheel volk of de gehele soort, zowel naar boven als naar beneden, zowel in de vóór- als in nageslachten; zij neemt, om zo te zeggen, een universele, een op het geheel en al zijn delen betrekking hebbende plaats in. Terwijl dan de Heer hen slaat, beide onder mensen en vee, slaat Hij eigenlijk alles in Egypte, wat een levensadem heeft; slechts Zijn lankmoedigheid en barmhartigheid is het, dat Hij niet werkelijk allen doodt, evenals eens bij de zondvloed, maar alleen de plaatsbekleders van het geheel. Nu is de vraag, in hoeverre dit gericht, dat aan mensen en vee moet volbracht worden, tevens voor een vernietigingswerk aan alle goden van de Egyptenaren moet aangezien worden, en niet alleen voor een strafgerecht aan mensen en vee (Numeri. 33:4). Ter beantwoording van deze vraag moeten wij ons voorstellen, deels hoe Egyptische koningen op de geschriften van hun gedenktekens zich als zonen of zelfs als Incarnaties (vlees- of menswording) van de goden lieten prijzen, deels hoe ontelbare dieren door de Egyptenaren als heilig vereerd en voor verschijningen van een Godheid aangezien werden. Nadat de Heere Zijn gericht reeds aan de werkelijke goden van de Egyptenaren, de demonen en boze geesten onder de hemel (zie Ex 7.20) uitgeoefend, en al hun macht te schande gemaakt heeft (hoofdstuk 8:18,19), houdt Hij nu ook gericht over alle hun ingebeelde goden, over de als god aanbeden koning, daar Hij zijn eerstgeboren zoon geheel gelijk stelt met de eerste zoon van de gevangene in de gevangenis, en de eerste zoon van de maagd, die achter de molen is, en over de voor heilig gehouden, en tegen alle aanranding door de wetten in bescherming genomen dieren, daar Hij deze eveneens behandelt als de onreinste van hun soort, bijvoorbeeld: als de zwijnen, aan wier herders het niet eens geoorloofd was, een tempel te betreden (zie Ge 41.46). Waarlijk, wanneer de zonde en de dwaasheid van de mensen ooit toelieten, dat de gerichten van God datgene werkelijk op hen konden vermogen, wat zij moesten vermogen, zo hadden de Egyptenaars, na de dood van hun eerstgeborenen, zich voor een brandhout, dat uit het vuur gerukt is, moeten aanzien, en na de slachting van de eerstgeborene van hun koning en van alle heilige dieren het voor altijd moeten afleren, om valse en nietige goden te dienen! Doch gelijk overal, zo is het ook hier: “Gij hebt ze geslagen, maar zij hebben geen pijn gehad; gij hebt ze verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots; zij hebben geweigerd zich te bekeren”. (Jeremia. 5:3).
13. En dat aan de deurposten en de bovendorpel gestreken bloed 1) (vs.7) zal u, die daardoor van de Egyptenaren afgescheiden zijt (hoofdstuk 11:7) tot een onderscheidend teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan, en er zal geen plaag onder u ten verderve zijn, die u eveneens zou verderven als degenen, die in het land zijn, in wiens midden gij woont, wanneer Ik Egypte slaan zal.
1) Op zichzelf beschouwd, had ook Israël de dood verdiend. Alleen dan, wanneer het werkelijk geloofde in de kracht van het bloed van de bevrijding en daarmee Gods woord door het geloof aanvaardde, zou het verschoond blijven. In zichzelf had Israël geen grond, om te hopen van het verderf verschoond te blijven. Het teken van het bloed, als door God ingesteld en aangegeven, werd het teken van de verschoning. Hier wordt duidelijk geleerd, dat zonder bloedstorting geen vergeving is, en wederom: In Christus hebben wij de verlossing door Zijn bloed (Efez.1:7). Gelijk het bloed van het Paaslam het teken was voor Israël ter verlossing, zo is het bloed van Christus het teken van de verlossing voor alle gelovigen. Daarom luidt het ook (Hebr.11:28): “Daartoe heeft Hij het Pascha uitgericht en de besprenging vna het bloed.
14. a) En deze dag, waarop het geschieden zal dat gij verschoond wordt van het algemeen verderf, zal u wezen ter gedachtenis van de ondervonden genade, en gij zult hem jaarlijks de HEERE tot een feest vieren; gij zult hemvieren onder uw geslachten 1) tot een eeuwige inzetting, evenals uw bewaring zelf van een eeuwige betekenis is.
a) Exodus. 5:1
1) Deze dag mocht nimmer vergeten worden. Daarom zegt de Heere, onder of in uw geslachten, d.w.z. in de opvolgende geslachten, van geslacht tot geslacht.
15. Zeven dagen achter elkaar zult gij ongezuurde broden eten; maar 1) op de eerste dag, de 15de van Abib, zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen, nadat gij reeds bij het aan die dag onmiddellijk voorafgegaan Paasmaal ongezuurd brood gegeten hebt (vs.8); want wie het gedesemde eet, van de eerste dag af tot op de zevende dag, die ziel zal, omdat zij een misdaad begaan en Mijn verbond nagelaten heeft, (Genesis 17:14 Numeri. 15:30), uitgeroeid worden 2) uit Israël.
1) In het Hebreeuws eigenlijk slecht tot. De betekenis is, dat niet later dan de eerste dag het zuurdeeg moest weggedaan worden.
2) De hoge betekenis ligt in het eten van de ongezuurde broden. Waarmee aangeduid wordt, de aflegging, het uitzuiveren van de oude mens van de zonde en het aandoen van de nieuwe mens. Duidelijk straalt dan hier het veband door tussen rechtvaardigmaking en heiligmaking. Wie dus wel het Paaslam wilde eten, maar niet de ongezuurde broden, toonde daarmee, dat hij wel wilde de vergeving, maar niet de verlossing van de zonde. Israël eenmaal verlost uit de banden van de slavernij, moest een heilig en geheiligd volk zijn en worden. Ook hier is Israël beeld van de Kerk van Christus. Wie de heiligmaking niet wilde, zou uitgeroeid worden. Hij vertrad daarmee het bloed van de verzoening.
16. En op de eerste dag (15 Abib) zal er, wanneer gij een heiligdom (hoofdstuk 25-31) zult bezitten, een heilige verzameling 1) zijn, er zal een algemene samenkomst tot verheerlijking van Mij plaats hebben; ook zult gij eenheilige verzameling hebben op de zevende dag (21 Abib); er zal geen werk, dat tot de dagelijkse bemoeiingen behoort (Leviticus. 23:7 vv.), op dezelfde dag gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden; zoveel als tot spijziging nodig is, dat alleen mag van u toebereid, gereed gemaakt worden, hetgeen op de Sabbat en de Grote Verzoendag ook niet geoorloofd zal zijn (hoofdstuk 35:2 vv. Leviticus. 16:29-31).
1) In het Hebreeuws Mikra Kodesch, een gebeurtenis tot een heilig doel, nl. om de Heere te aanbidden. Men had burgerlijke en heilige verzamelingen van het volk. Op de laatste mocht niets gedaan worden, dan de dienst van de Heere waarnemen. Geen zaken mochten worden behandeld, geen strafgerichten gehouden.
17. Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, ook gedurende de dagen tussen 15 en 21 Abib, hoewel gij dan niet samenkomt, maar uw gewone bezigheden verricht, omdat Ikeven aan dezelfde dag, waarop het feest begint, uw legers rond middernacht uit Egypte geleid zal hebben; 1) daarom zult gij, op de zo-even beschreven wijze, deze dag houden; en niet alleen onder u, maar ook onder uw geslachten 2) zal die dag gevierd worden; tot eeneeuwige inzetting heb Ik u dit gebod gegeven.
1) Nu wordt nog in het kort het geschiedkundig feit herinnerd, dat aan de feestviering en aan het sacrament zelf ten grondslag ligt en waaraan beide steeds moesten vastgeknoopt blijven. Want weet dit wel, als men het sacrament van zijn eigenlijke geschiedkundige oorsprong losmaakt, dan heft men het ware wezen van het sacrament, evenals dat van de heilige feestdagen op. Daardoor zullen zij al het heiligende en waarlijk opbouwende verliezen, en geheel ophouden dit te zijn, wat zij eigenlijk willen en moeten zijn, waartoe zij ook ingesteld zijn en gevierd worden. Zo doen immers de ongelovigen van onze dagen, in onze kerk, onder onze ogen, met de Christelijke feestdagen en de sacramenten van doop en avondmaal. Men kan zich aan het sacrament vergrijpen; òf door het feit te loochenen, waaraan het zijn goddelijke oorsprong dankt, òf door de heilige betekenis te ontkennen, die God zelf erin gelegd en waartoe hij het ingesteld heeft.
2) De uitleiding van Israël, waarvan de Heere hier spreekt, was nog niet geschied, maar zou eerst na enige dagen plaats hebben; toch geeft de Heere reeds voorschriften voor het feest “ter gedachtenis” (vs.14). Zo wordt de weldaad, waaraan Israël in volgende jaren gedenken zal, beschouwd, alsof zij reeds ervaren ware; voor de Heere toch is alles, wat Hij zich voorgenomen heeft, zo goed alsof het reeds geschied was. Dat hier en vervolgens zo sterk wordt aangedrongen, dat Israël op het feest van zijn uitleiding uit Egypte gedurende al de zeven dagen alleen ongezuurd brood eet, heeft zijn grond in de zinnebeeldige betekenis van het zuurdeeg. Het is, als door de gisting bedorven, in de Heilige Schrift meestal een beeld van het oude en ontaaarde wezen van de mens (Matth.16:16), van boosheid en listigheid 1
Corinthiers. 5:6-8), en stelt alzo in zijn ook het overige deeg aanstekend zuur de verderfelijke en verzurende invloed voor, die al het zondige en ongoddelijke overal, waar het geduld wordt, uitoefent (Galaten. 5:9); daarom wordt later streng verboden, het te vermengen onder de koeken, die voor een spijsoffer bestemd waren (Leviticus. 2:4-12). Door de uitleiding uit Egypte nu wil de Heere niet alleen Israël uitwendig verlossen van de ellende, die het tot hiertoe ondervonden heeft, maar het tevens tot Zijn volk, tot een heilig volk (Exodus. 19:6) maken, dat van de zuurdeeg van het oude Egypte gereinigd is, en na zijn redding krachtens het verzoeningsbloed van het lam in een nieuw leven wandelt. Dit nieuwe leven, waarin het geplaatst is, moet door het eten van ongezuurd brood afgeschaduwd worden; de straf van de uitroeiing, welke op het eten van ongezuurd brood gesteld is, wijst op de waarheid van het Nieuwe Testament, dat zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal. (Hebr.12:14 1 Thess.4:1 vv.).
18. a) In de eerste maand, aan de veertiende dag van de maand, in de avond, wanneer gij Pascha houdt, en de 15de dag is ingegaan, zult gij ongezuurde broden eten, tot de eenentwintigste dag van de maand, in de avond, wanneer het einde van het feest is.
a) Leviticus. 23:5 Numeri. 28:16
Niet alleen op de eerste dag, maar zeven dagen lang moest Israël zich onthouden van het eten van gedesemd brood. Het getal zeven is ook hier weer opzettelijk gekozen. Dit bevel strekt, om aan het volk te leren, dat het niet genoeg was de oude zuurdesem aanvankelijk uit te zuiveren, maar dat dit een voortdurend werk moest zijn. Niet alleen de rechtvaardiging, maar ook de heiligmaking is doel van Gods uitredding.
19. Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde! Want al wie het gedesemde eten zal, die ziel zal uit de vergadering van Israël uitgeroeid worden, 1) hij zij een vreemdeling,2) of een ingeborene 3) van het land, een nakomeling van Abraham, een geborene in het land, dat God, de Heere, u geven zal.
1) Door de straf van de “uitroeiing uit het volk”, welke dikwijls in de wet voorkomt (Exodus. 31:14 Leviticus. 17:4; 20:17) dreigt God de overtreder, dat hem alles treffen zal, waartegen hij door het verbond met God beschermd was; hij werd daardoor te midden van het volk in zekere zin vogelvrij; iedereen kon hem aan de eerste de beste overheidspersoon aangeven, en hem laten vonnissen; zo dit niet geschiedde, moest de schuldige in aanhoudende bezorgdheid verkeren, dat God zelf op een meer onmiddellijke wijze de straf aan hem zou ten uitvoer leggen. (Exodus. 4:24). Daarom zien wij, dat aan sommigen de bedreiging van de uitroeiing uit het volk werd vervuld door hen ter dood te brengen (Numeri. 15:30,31), terwijl b.v. het nalaten van de besnijdenis in de woestijn door het algemeen Godsgericht, dat in Numeri. 14:22-24, wordt aangekondigd, werd gestraft (Genesis 17:14)
2) Onder “vreemdeling” is te verstaan, elke niet-Israëliet, die voor kortere of langere tijd onder Israël verkeerde, maar Israël niet was ingelijfd.
3) In het Hebreeuws Ezrach haárets, ingeborene van het land. Het eerste woord betekent eigenlijk een inlandse boom, en van daar de betekenis van, ingeboren, van iemand, die in het land zelf geboren, met het land onafscheidelijk één is. Deze zijn de Israëlieten, die in Kanaän geboren zijn. De laatste staat dus tegenover de eerste. Al wie niet ingeboren is, d.i. uit Abraham voortgekomen, is vreemdeling, hij moge al of niet tot Israëls godsdienst zijn overgegaan en proseliet van de gerechtigheid zijn geworden.
20. Gij zult, om zulk een straf van uitroeiing te ontgaan, niets eten, dat gedesemd is; a) in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten, 1) gedurende de in vs.18 genoemde zeven dagen.
a) Deuteronomium. 16:3
1) Overeenkomstig dit bevel werd naderhand, op de dag vóór het feest, al het zuurdeeg met grote angstvalligheid en zorg uit de huizen verwijderd; iedere vader stelde een formele huiszoeking in, zag alle vertrekken, kisten, kasten en hoeken zorgvuldig na, of ergens een stukje of kruimeltje gezuurd brood gevonden werd, en sprak, na dit onderzoek, een gebed uit, dat alles, wat hij soms niet gezien of gevonden had, door God zelf tot stof en as mocht gemaakt worden.
II. Exodus 12 vers 21-28.
Mozes verzamelt vervolgens alle oudsten in Israël en openbaart hun Gods bevel ten opzichte van het Pascha. Deze gaan heen en zorgen voor de volbrenging op de bepaalde dagen.
21. Mozes dan riep al de oudsten 1) van Israël, die hoofden van stammen, geslachten en families waren (hoofdstuk 3:16; 4:29), en zei tot hen: Leest uit, zoekt naar het beste, en neemt u, op de tiende dag van deze maand, lammeren van schapen of geiten, die éénjarig zijn, en waaraan geen gebrek is, voor uw gezinnen (vs.3,4) a) en slacht, nadat gij het tot de veertiende afzonderlijk gehouden hebt, het Pascha, 2) tussen de twee avonden (vs.6).
a) Hebr.11:28
1) Het gesprek wordt in het bijzonder met de oudsten gevoerd, welke het vervolgens aan het volk moesten overbrengen. Want het kon niet tegelijk door zulk een grote menigte aangehoord worden. Doch ofschoon de verdeling van dat volk onder die wrede tyrannie veel te wensen overliet, toch wilde God, dat er toch enig bewijs van orde zou blijven, en heeft Hij niet geduld, dat zij, die Hij zich aangenomen had, van alle bestuur zouden verstoken zijn. Ook deze reden was er voor, om de eenheid te bevorderen, opdat het uitverkoren zaad van Abraham niet tot niets zou worden.
2) Mozes spreekt hier bevelend. Hij is de overbrenger van de last van God. En nu heeft Israël alleen te gehoorzamen, zonder enig beding.
22. Neemt dan een bundeltje hysop, 1) en doopt het in het bloed, dat in het bekken zal wezen, dat gij in het bekken bij het slachten zult opvangen; en strijkt aan de bovendorpel en aan de beide zijposten van dat bloed, dat in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal, gedurende de volgende nacht, uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan de, na middernacht beginnende morgen. 2)
1) Onder hysop verstaan de uitleggers hier en in Leviticus. 14:4,51 Numeri. 19:6,18 Psalm. 51:9, waar het als besprengings- en reinigingsmiddel voorkomt, óf de Hijssopus officinalus, een ook in ons vaderland op muren groeiende plant met smalle, stijve lancetvormige bladeren, die ongeveer een duim lang zijn, een stengel van 1 tot anderhalve voet hebben, en blauwe of zeer witte bloemen dragen, die van juni tot augustus verschijnen en de bijen veel honing aanbieden; óf een met de hysop zeer overeenkomstige soort van Origanum (agrimonie, orego of kattestaart). Dit is een aromatische plant met een sterke, een voet hoge stengel, veel wolachtige bladeren en witte bloesems; hij groeit veel op steenachtige grond. Het is niet te beslissen, welke van beide meningen de ware is, daar over datgene, wat de ouden onder hysop verstonden, nog veel onzekerheid heerst; in ieder geval komt het niet alleen als werktuig van bestrijken voor, waartoe het wegens zijn tedere harige bladeren, die een vocht, waarin zij gedoopt zijn, licht opzuigen en even zo gemakkelijk bij drukking weer van zich geven, zeer geschikt is; maar, meer nog, wegens zijn medicinale kracht, daar men het oudtijds zowel onder spijzen en andere dingen vermengde, om deze van onreine bestanddelen te zuiveren, als ook in het bijzonder gebruikte tot reiniging van het lichaam van verkeerde vochten enz. Op onze plaats dient het “zeker” tot het eerste, “Symbolisch” tot het tweede doel; het is dus deels werktuig, deels symbool.
Mozes spreekt alleen van de besprenging van het bloed, omdat hij over het eten van het lam zich reeds had verklaard. Hij beveelt hysopstengels in het bloed, dat in het bekken was opgevangen, te dopen en aan ieder alzo de bovendorpel van zijn eigen huis en de beide zijposten te besprenkelen. Door welk teken God getuigd heeft, dat Hij het volk aan het algemeen verderf ontrukte, omdat het door het teken van het bloed van de goddeloze werd afgezonderd. Want het moest de Israëlieten met nadruk vemaand worden, vooreerst, dat zij door de verzoening door het offer van de plaag werden bevrijd, en hun gezinnen ongedeerd bewaard bleven; vervolgens, dat alzo het offer hun alleen voordelig was, indien het teken ervan duidelijk bij hen naar buiten trad. Elders zien wij, dat het Paaslam type is geweest van Christus, die door Zijn dood ons de vrede heeft verzekerd, opdat wij niet met de overige wereld zouden omkomen. Maar reeds van vroege tijden af heeft Hij gewild, dat onder de wet aan de ouden zou betuigd worden, dat Hij hen niet anders genadig kon zijn. En nu is het volstrekt niet twijfelachtig, of door een zichtbaar teken heeft Hij hun zinnen willen vestigen op het ware en hemelse voorbeeld, dat van de ceremonieën van de wet af te scheiden, ongerijmd en onwettig zou zijn. Want wat is kinderachtiger, dan het bloed van vee te stellen tegen de macht van God, of om daarin oorzaak van redding te zoeken? Doch God toont, dat Hij niet anders dan uit kracht van het offer Israël spaart. Waaruit blijkt, dat Hij door deze heilige handeling hun de dood van Christus heeft voorgesteld, welke alleen het onderscheid daarstelde tussen hen en de Egyptenaren. Maar tegelijk leert Hij, dat geen vrucht van het vergoten bloed is te hopen zonder besprenging. Niet, omdat de werkelijke en zichtbare besprenging iets nut aanbrengt, maar omdat door deze ceremonie, welke door het gezin gepleegd werd, het nuttig was, dat de onervarene als het ware op de zaak zelf werd gewezen,, opdat zij wisten, dat geestelijk verstaan moest worden, wat zij voor hun ogen zagen gebeuren.
“Dat door het bloed van Christus onze zielen door de Geest besprengd worden”, is uit de brief van Petrus wel bekend. Van deze zaak is nu het beeld in de hysopstengel voorgesteld, welk kruid een uitnemende kracht bezit, om te zuiveren, en daarom ook bij andere offeranden wordt gebruikt.
Besprengd worden met de hysopstengel was tot reiniging, tot ontzondiging. David bidt in Psalm. 51, om daarmee ontzondigd te worden, waardoor hij inroept de reinigmakende kracht van het bloed van de verzoening.
2) Alleen de huizen, getekend door het bloed van het Paaslam, waren schuilplaatsen tegen de slaande hand van de engel van het verderf. Waarschijnlijk zinspeelt de Heere hierop in Jesaja. 26:20
23. Want 1) de HEERE zal door Egypte gaan om middernacht om de Egyptenaren voor de tiende maal te slaan, door het doden van alle eerstgeborenen onder mensen en vee; doch wanneer Hij bij het omgaan het bloed zien zal aan de bovendorpel, en aan de twee zijposten van uw deur, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en de verderver 2) van de eerstgeborenen (Hebr.11:28), die Hem ter zijde staat en het gericht in zijn naam volbrengt, niet toelaten in uw huizen te komen, om u, gelijk de Egyptenaren, te slaan. 3)
1) Hij verbiedt hun ‘s nachts uit te trekken, opdat zij zich niet vermengden met de Egyptenaars, maar zich rustig onder de bescherming van het bloed verborgen hielden. Waardoor zij herinnerd werden, dat ook zij aan het verderf waren blootgesteld, tenzij zij door het bloed van de ongelovige werden gescheiden. Daarna voegt Hij de belofte erbij dat, indien zij zich slechts hielden onder de bescherming van het bloed, de engel zou voorbijgaan, om hen geen schade toe te brengen. Waarom Hij dit wederom herhaalt, dat zij eerst door middel van het bloed behouden waren, die niet verzuimden zich ermee te besprenkelen, omdat alleen het geloof ons het heil, door het brengen van het offer verkregen, deelachtig maakt. Als verderver wordt hier zonder twijfel de Engel genoemd, welke God had verordend, om Egypte te slaan. Doch ofschoon Hij dikwijls door kwade engelen Zijn oordelen laat uitoefenen, is toch uit andere plaatsen op te maken, dat hier één bedoeld wordt uit de uitgekozenen; dezelfde, die onder het Hoofd Christus, diens aanvoerder van de bevrijding van het volk is geweest.
2) Onder de verderver is zonder twijfel een werkelijke Engel te verstaan, niet gelijk sommigen willen, die Engel van God, van wie in hoofdstuk 3:2 vv. gesproken is; toch was de Heere in en door deze Engel werkzaam, zodat, wat Hij deed, aan God zelf toegeschreven wordt (2 Samuel 24:16; 2 Koningen. 19:35). Omgekeerd eigenen (Genesis 19:13) de beide Engelen, die tot Lot kwamen, zich het werk toe, dat in vs.24 vv. de Heere onmiddellijk volvoert, omdat zij het voorbereid en tot het punt gebracht hebben, waarop de Heere weer persoonlijk bij hen aanwezig kon zijn. (vs.17).
In het Hebreeuws Hamaschchee, verderver. Sommigen vertalen verderf. In Hebr.11:28 lezen we: de verderver. Wie het Hebreeuwse woord door “verderf” vertalen, zijn van oordeel, dat onder het Griekse woord, de dood, wordt verstaan. Echter is het beter hier verderver en niet verderf te behouden. Wat God in het begin van dit vers aan Zichzelf toeschrijft als aan de eerste oorzaak van alles, dat, zegt Hij aan het einde, te zullen doen door Zijn Engel, als midden oorzaak. Het is daarom dan ook, dat sommigen van mening zijn, dat hier de Engel van God bedoeld wordt, die aan de aartsvaderen verscheen.
3) De Heere eist dus volstrekte gehoorzaamheid. Daarin ligt bevrijding van de dood. En onvoorwaardelijk geloof, daarin ligt het behoud en het leven.
24. Onderhoudt1) dan deze zaak 2), dit slachten van het paaslam op de avond van de 14 Abib, tot een inzetting voor u en uw kinderen, tot in eeuwigheid, daar de Heere u, dat is iedere vader in het bijzonder, in die verschrikkelijke nacht om het bloed van het Pascha bewaard heeft.
1) Altijd, ook later moest Israël zich dat herinneren, om zich in gehoorzaamheid te oefenen. “Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en uw kinderen tot in eeuwigheid”. Het is de heilige roeping van de getuigen van Gods grote daden, de herinnering daaraan ongerept en ongeschonden te bewaren. En niet slechts omwille van hen zelf, maar ook en bovenal omwille van de geslachten, die na hen komen zouden en misschien dergelijke tekenen en blijken van Gods macht en grootheid niet zo van nabij zouden aanschouwen. Immers de heilige instellingen en gewijde feesten reiken van eeuw tot eeuw de heugenis van de grote daden van God aan de opvolgende geslachten over. Daarom is de plechtige viering en waarderende wijding van de gedenkdagen en overgeleverde instellingen een plicht van het volk. Zo getuigt het ook in Psalm. 78, die als een herinnering aan de paasnacht, als een Paaspsalm kan beschouwd worden.
2) “Deze zaak”, eigenlijk dit woord, dit voorschrift, maar hier terecht door “zaak” vertaald, omdat het niet alleen zag op het bestrijken van het bloed, maar op het gehele voorschrift van de Paasviering.
25. En het zal geschieden; als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij in vroegere tijden tot de vaderen en nu weer tot u gesproken 1) heeft, zo zult gij jaarlijks deze door de Heere u voorgeschreven dienst 2) onderhouden.
1) Naast het middel tot bevrijding van de plaag, geeft de Heere hier hen uitzicht op algehele verlossing, en verzekert hun, dat zij eenmaal zeker in Kanaän zullen komen. Zonder twijfel, om het geloof te versterken. Gelijk bij het Avondmaal de Gemeente van Christus niet alleen gedachtenis moet vieren, van het lijden en sterven van het volmaakte Paaslam, maar ook daarbij gewezen wordt op de komst van Christus, als wanneer al hetgeen ten dele was, zal teniet gedaan zijn en de eeuwige verlossing een aanvang neemt, zo ook wordt hier Israël bij de instelling van het tweede Sacrament van het Oude Verbond niet alleen op ogenblikkelijke bevrijding en verlossing gewezen, maar het ook een uitzicht geschonken op volkomen bevrijding, als het in Kanaän op eigen erfgoed zou gesteld zijn.
2) In het Hebreeuws Avoodah, dienst. Met opzet wordt het onderhouden van het paasfeest hier een dienst genoemd, omdat het niet aan Israëls willekeur werd overgelaten om het te vieren, maar omdat het tot zijn dure verplichtingen behoorde. Met de plechtige viering van het Paasfeest zou Israël zijn geloof en geloofsgehoorzaamheid aan de Heere God tonen.
26. a) En het zal geschieden, wanneer uw kinderen, als zij tot de ouderdom van opmerken en vragen gekomen zijn, tot u zullen zeggen, terwijl zij de verschillende gebruiken van de feestviering zien: Wat hebt gij daar voor een dienst; wat betekenen deze plechtigheden?
a) Jozua. 4:6
27. Zo zult gij zeggen; Dit geslachte lam, dat wij eten, is de HEERE een Paasoffer, 1) waardoor wij Hem prijzen voor Zijn bewaring in Egypte; het is een offer voor Hem,die voor de huizen van de kinderen van Israël voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaars sloeg, en door dit voorbijgaan, onze huizen bevrijdde. 2) Toen Mozes dit aan de oudsten geopenbaard had, boog zich in hen, het door hen vertegenwoordigde volk, en neigde zich, 3) om zijn geloof aan het Woord des Heeren en zijn bereidwilligheid tot nauwkeurige gehoorzaamheid te betuigen (hoofdstuk 4:31).
1) In het Hebreeuws Zvach pésach. Paasoffer, of het offer van de voorbijgang. Het woord komt van een werkwoord, dat eigenlijk springen betekent. Vandaar de betekenis van hinken en van overgaan, voorbijgaan. Het woord betekent eigenlijk slachtoffer. Het Pascha was daarom een offerande. Het bloed was zonder twijfel strekkende tot een voorbeeldige verzoening. Het bloed van het Paaslam was als het ware het rantsoen voor de eerstgeborenen van Isaëls volk om deze te bevrijden van het verderf.
2) Met dit bevel heeft God ten doel. Zijn grote daden door mondelinge overlevering onder het volk in levendige herinnering te houden. (Johannes 4:16); daartoe bestond in latere dagen een feestorde, de Haggada of de verkondiging. Deze hield in, dat vóór de eigenlijke maaltijd, als het bepaalde gedeelte uit de wet was voorgedragen en de tweede beker wijn ingeschonken was, de oudste zoon des huizes tot de vader de vraag richtte (Deuteronomium. 32:7), wat dit alles betekende; deze antwoordde daarop (Exodus. 13:8): “Dit Pascha eten wij daarom, omdat de Heere voor de huizen van onze vaderen in Egypte is voorbijgegaan.” Terwijl hij hierop de bittere kruiden met de hand ophief, ging hij voort: “Deze bittere kruiden eten wij, omdat de Egyptenaren het leven van onze vaderen in Egypte bitter gemaakt hebben.” Vervolgens nam hij ook een ongezuurd brood in zijn hand en zei: “Deze ongezuurde koeken eten wij, omdat onze vaderen geen tijd hadden om het deeg te verzuren, eer God hun verscheen en hen verloste. Daarom moeten wij Die, die onze vaderen en ons deze wonderen bewezen heeft, en ons uit de dienstbaarheid in de vrijheid, uit het leed in de vreugde, uit de duisternis tot groot licht gebracht heeft, belijden, loven, prijzen en verhogen. Zo laat ons dan spreken: “Halleluja! Looft de Heere, gij zijn knechten!” Hiermee was de volgende plechtigheid, het Hallel, of het lofgezang ingeleid; eerst werden psalm 113 en 114 uitgesproken, waarop de vader de reeds ingeschonken tweede beker zegende en rondreikte; het tweede deel van het lofgezang, Psalm 115-118 werd eerst, nadat de maaltijd geheel geëindigd was, bij het genot van de vierde beker, voorgedragen. (Matt.26:30).
De herhaling van deze plechtigheid bij de vernieuwing van elk jaar geschiedde 1e om terug te zien als een gedenkboek, opdat daarin verse heugenis zou blijven van de grote zaken, die God voor hen en hun vaders verricht had. 2e om vooruit te zien, als een onderpand van de grote offerande van het Lam Gods in de volheid van de tijd, in de plaats van ons en onze eerstgeborenen; wij waren aan het zwaard van de slaande engel onderworpen, maar Christus, ons Paaslam is voor ons geslacht en zijn dood verstrekt ons ten leven, en dus is hij het Lam, geslacht voor de grondlegging van de wereld. Mozes heeft door het geloof het Pascha uitgericht, want het einde van de wet is Christus.
3) Het buigen van het lichaam is tot de knieën toe; het buigen van het hoofd, is met het aangezicht nederwaarts; het buigen van zichzelf, is het uitbreiden van handen en voeten, totdat men met zijn aangezicht neer ligt op de aarde.
28. En de kinderen van Israël, van wie de oudsten, na het weggaan van Mozes, de ontvangen mededelingen van huis tot huis bekend maakten, gingen en deden het: zoals als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij. 1)
1) Zij verdeelden zich naar de grootte van hun families in gezelschappen, kozen de 10 Abib een lam, slachtten het op de avond tussen de 14de en 15de dag van de maand, bestreken met het bloed de bovendorpel en de beide deurposten van hun huizen, en genoten hierop, geheel reisvaardig, het in zijn geheel aan het vuur gebraden paaslam, met de bittere kruiden en de ongezuurde broden; het overige gedeelte van de nacht bleven zij in de huizen tezamen die met bloed getekend waren, totdat geschied zou zijn, wat de Heere zich voorgenomen had. De Egyptenaren zullen zich verwonderd hebben, toen zij zagen, dat op dezelfde dag in alle Israëlitische families een lam ter maaltijd werd gereed gemaakt, en iedere huisdeur met bloed werd getekend; menigeen, die onder de vorige elkaar opvolgende plagen de God van Israël had leren vrezen, zal bij zulk een aanblik een bang voorgevoel gehad hebben. Toch legden zich allen, als de nacht inviel, ter ruste neer.
De dag neigde, de schaduwen van de nacht legerden zich over Egypte; Farao en zijn volk legden zich tot slapen neer. Ach, gij ongelukkige zielen! gij had het zo nodig gehad u de Heere aan te bevelen, wiens zware gerichten gij reeds door de vreselijke slagen kende. Maar er kwam geen avondzegen over deze lippen, er steeg geen smeken om genade en barmhartigheid uit deze harten op, die zich tegen de Heere verzetten; onder gedachten van tegenstand, onder beelden van wellust, onder dromen van zonde, in trotse zekerheid, sliepen deze ellendige mensen in. Ach, ook wij zijn wel reeds dikwijls genoeg ingeslapen met zondige gedachten, in plaats van met gebeden; met het hart vol onreine en boze lusten, in plaats van het zoeken van de genade; in trotse zekerheid, in plaats van in oprechte boete en ware verootmoediging voor Hem. God helpe ons, dat voor ons nooit weer een nacht aanbreke, dan in verbond met onze Heiland! Ons ontwaken kon anders wel eens vreselijk en ontzettend zijn!
Hiermee erkenden zij hun doemwaardigheid, toonden hun gehoorzaamheid, deden belijdenis van hun geloof, en brachten het offer van dankbaarheid.
III. Exodus 12 vers 29-42
Te middernacht, terwijl de kinderen van Israël na het genot van het Pascha reisvaardig achter hun deuren wachten, en lofgezangen en feestliederen van hun lippen klinken, volgt de laatste beslissende slag, de tiende plaag. De engel van het verderf gaat door geheel Egypte, en slaat alle eerstgeborenen van de Egyptenaren onder mensen en vee; Farao staat op in de algemene schrik van de nacht, en zendt een boodschap aan Mozes en Aäron, dat hij het volk nu laat vertrekken; de Egyptenaren dringen en drijven de kinderen van Israël, om ten spoedigste van hen bevrijd te zijn.
29. a) En het geschiedde te middernacht, 1) toen alles stil was en rustte (1 Thess.5:3), dat de HEERE, door de uitgezonden verderver (vs.23) al de eerstgeborenen in Egypte sloeg, 2) van de eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, de erfgenaam van de troon, tot op de eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, de tot de geringste slavenarbeid veroordeelde misdadiger, en alle eerstgeborenen van de beesten, 3) gelijk Hij ongeveer 5 of 6 dagen geleden Farao door Mozes bedreigd had, maarwaarnaar deze in verharding niet had geluisterd (hoofdstuk 10:28-11:8).
a) Psalm. 78:51; 105:36; 135:8; 136:10.
1) Opdat de hand van God in dit wonder niet bedekt zou zijn, noch in het bewaren van zijn volk, noch in het oefenen van zijn strafgerichten over de Egyptenaren, verheerlijkt Mozes Zijn macht in vele bijzonderheden. Want eerst verhaalt hij, dat midden in de nacht, het vernielen is begonnen, welke tijd door God vantevoren was vastgesteld. Vervolgens voegt hij eraan toe, dat alle eerstgeborenen zijn geslagen, van de zoon van de koning af tot de zoon van de slaaf toe, die in het gevangenhuis was. Want hij noemt alzo de geringste bij wijze van spreken, daar hij vroeger gezegd heeft, tot aan de zoon de van de dienstmaagd, welke de molensteen draait in de molen. Wat niet anders dan door een bijzonder wonderteken had kunnen geschieden, dat op hetzelfde uur, huis voor huis hetzelfde verlies, zonder uitzondering trof, voornamelijk, omdat het zelfs tot het vee werd uitgestrekt. Ten derde vermeldt hij, dat in één ogenblik alle Egyptenaren opstonden en openlijk getuigenis gaven, dat zij wisten, dat de God van Israël hun tegenstander was. Ten vierde, dat Farao als smekeling gevraagd heeft, dat Mozes haastig het volk uitvoerde, ja zelfs hem op ongelegen tijd daartoe heeft gedwongen. En toch is door zo duidelijke en krachtige bewijzen, de goddeloosheid en lichtvaardigheid van sommigen niet weerhouden, om te beproeven, dit merkwaardige werk van God, door hun leugens te verduisteren.
2) Vele uitleggers denken hier, wijzende op 2 Samuel. 24:15 vv., dat een pest het middel geweest zal zijn, waardoor de verderver de dood van de eerstgeborenen volbracht. Intussen is van een plotselinge invallende ziekte, die zich door aansteking over geheel Egypte verspreidde, hier geen sprake. Geen aansteking die als de elektrische vonk op onbegrijpelijke wijze nu hier dan daar invalt, is de oorzaak dat een zo groot getal als offers van deze plaag vallen; niet door lichamelijke geschiktheid voor een raadselachtige ziekte stof zijn de offers die hier vallen gepredestineerd (vooraf bepaald); maar de hand van Jehova, of van de verderver, die Hij zendt, grijpt onmiddellijk in. Vantevoren is nauwkeurig bepaald, hoeveel en wie er vallen zullen, en wel volgens een regel, die niet het minst met de wetten van aansteking te doen heeft.
Alles pleit ervoor, dat het niet de gewone pest is geweest, die wel meer in Egypte, vooral in het voorjaar, voorkwam. Vooreerst, reeds vroeger had de Heere een pest onder het vee gezonden, en dit met name aangeduid. In de tweede plaats wordt duidelijk deze ziekte gewoonlijk bij name genoemd, en eindelijk, al werkt de pest snel en spoedig, toch niet zo spoedig in de regel, dat in een enkel uur alles afgelopen is. Het was een plotseling invallende dood, waardoor alle eerstgeborenen getroffen werden, voorafgegaan door verschijnselen, die de ziekte aankondigden, en waardoor de huisgenoten uit de slaap werden opgewekt. Onverwacht komt de Heere, gelijk een dief in de nacht.
3) De eerstgeboren zoon van farao heette wellicht Osiris; tenminste bestond in Egypte later de gewoonte, om in een bepaalde nacht, wanneer het volle maan was, een algemene weeklacht in het land om de verloren Osiris aan te heffen, en dat men daarna onder luid geween en geschreeuw uitging, om hem te zoeken.
30. a) En Farao, aangegrepen door de verschrikking van God, stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot gehuil in Egypte; 1) want er was geen huis, waarin niet een dode was. 2)
a) Psalm. 105:38
1) Verschrikkelijk was die nacht de toestand in Egypte, een toestand des te verschrikkelijker, omdat de een de ander niet kon bijstaan, omdat ieder in zijn eigen huis een zieke had te verzorgen, of een dode had te betreuren.
2) Er kan gevraagd worden, of er dan in ieder huis een eerstgeborene was, in de zin van eerstgeboren zoon of dochter. Men vergete echter niet, dat hier niet van eerstgeboren kinderen sprake is, maar van eerstgeborenen. Ook de vader of de moeder, ook de man of de vrouw, ook de dienstbare kon een eerstgeborene zijn. En dan werden deze getroffen.
31. Toen riep 1) hij Mozes en Aäron in de nacht, en zei, hun de toestemming tot een onvoorwaardelijke aftocht gevende: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk weg, zo gij als de kinderen van Israël; en gaat heen, dientde HEERE, gelijk gij gesproken hebt 2) (hoofdstuk 10:8-11:24).
1) Vroeger had Farao Mozes met de dood gedreigd, indien hij weer voor zijn aangezicht verscheen, nu laat hij, in de ontzaglijke angst van zijn hart, hem weer ontbieden, of laat hem door zijn knechten aanzeggen, om heen te gaan. Alle wensen willigt hij in. Hij bedingt geen enkele voorwaarde meer. Hoe eerder zij vertrekken, hoe liever hij het heeft.
2) Dat zal steeds voor het geloof het einde van de volhardende kamp zijn, dat de vijandige wereld ten laatste het recht van Gods uitverkoren volk moet erkennen en de dienst van de Heere vrijlaten. Daartoe dwong de Heere in de dagen van onze moedige vaderen de wrede koning van Spanje; daartoe dwong Hij in Egypte de trotse en wrede Farao: om het recht van het geweten op de vrije uitoefening van de godsdienst te erkennen. En zo zal het, o mannen of vrouwen! ook onder u worden, indien een van beiden ongelovig de rechten van het geloof beperkt en betwist. Indien de gelovige volhardt, zal God het ongeloof tenslotte tot erkenning van het recht brengen. Indien gij slechts bidt en wacht, gelooft en vertrouwt.
Hiermee verklaart Farao, dat hij op dit ogenblik geheel en al aan de eisen van God zal gehoorzamen, niet gewillig, maar door de plagen gedwongen, en hierdoor wordt vervuld wat de Heere vroeger over hem gesproken heeft. In het Hebreeuws Berachtem, zegent (imperativus pluralis). Farao vraagt hier van Mozes, dat als zij de Heere zullen dienen, hun feest zullen vieren en tot de Heere zullen bidden, zij ook hem dan zullen gedenken, opdat hij van verdere plagen bevrijd moge blijven. Duidelijk straalt hierin door, dat hij op dit ogenblik een onvoorwaardelijke uittocht aanbiedt, zonder enige reserve.
32. Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gij gesproken hebt (hoofdstuk 10:25-27), en gaat heen, en zegent mij ook. 1)
1) Wanneer de gerichten van de Heere, het ene na het andere, wanneer de middernachten van het leven op ontzettende wijze over de zondaar aanbreken, dan erkent hij wel de lang bespotte en verachte God; dan voelt hij zich als een sidderende worm in de hand van de Almachtige: dan komt hij in een toestand, zeer gelijk aan die van de boete, hoewel hij van de ware boete verder verwijderd is, dan de hemel van de aarde. Zulk een boete heeft reeds menig hardnekkig zondaar gedaan, wanneer de Heere in onweer daar heen trok; wanneer zijn eerstgeborene koud en bleek voor hem lag; wanneer verschrikkelijke gevaren zijn leven bedreigden; of wanneer hij aan de poort van de dood stond en de verschrikkingen van het gericht in het laatste duistere uur indrongen en zijn hart bestormden; zulk een boete zullen zelfs de verdoemden doen, wanneer de laatste middernacht van de weeklacht van hun eeuwige kwellingen weerklinkt.
33. En de Egyptenaars, terwijl hun koning zelf of door zijn afgezanten, zo nederig, als om een gunst, Mozes tot vertrekken bidden moest, hielden sterk aan, drongen evenzo met gebeden en bezweringen, er hard op aan bij het volk van Israël, zich haastende om die uit het land te drijven, alle moeite aanwendende, om de aftocht zo spoedig mogelijk tot stand te brengen; want zij zeiden bij zichzelf: Wij zijn allen dood, 1) wanneer dit slaan en doden van de verderver nog langer aanhoudt.
1) Waar hij dus haastig alle uitzonderingen afsnijdt, daaruit treedt wel de verandering van de mens tevoorschijn, omdat God dit stalen gemoed, dat Hij vroeger verhard had, nu verbreekt. Vandaar die wanhoopskreet: Wij zijn allen dood. Vandaar de bereidwilligheid om hun uit eigen beweging een uitrusting te geven, zodat zij hen, welke zij vroeger hadden uitgeschud, nu met buit belaadden.
34. En het volk, terwijl het aan het dringen en drijven van de Egyptenaars toegaf en haastig opbrak, nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, 1) die voor spijs op de reis in de baktrog reeds gekneed, maar nog nietmet zuurdeeg vermengd waren, gebonden in hun kleren, 2) op hun schouders.
1) In het Hebreeuws Mischarotham, hier vertaald door deegklompen. Beter is de vertaling van baktroggen, de bakken, waarin het deeg bereid werd (Deuteronomium. 28:5). Zij konden het niet laten doorzuren en waren daarom genoodzaakt ongezuurd brood te eten. Zo zorgde God op bijzondere wijze voor de nakoming van zijn gebod.
2) De gewone kleding van de Israëlieten bestond uit een lijfrok of een onderkleed, en een mantel of opperkleed. De lijfrok (Matth.5:40) was een kledingstuk van wol of boomwol, dat in de regel op het blote lichaam als hemd gedragen werd, nauw toesloot, tot aan de knieën reikte, en mouwen had; met een gordel werd het om de lendenen vastgebonden; de mantel daarentegen was een groot vierkant stuk doek, dat men om de schouders wierp. Wie alleen het onderkleed droeg, heette naar het gewone spraakgebruik “naakt” (1 Samuel 19:24 Job 24:10 Jesaja. 20:2); het opperkleed, gelijk aan de Haik of Burnus van de tegenwoordige Arabieren, werd door armeren of reizigers als deken gedurende de nacht (Exodus. 22:26 vv.), en in het gewone leven dikwijls voor een zak of voor een draagdoek gebruikt, daar men, hetgeen men verdragen wilde, daarin bond en de bundel op de schouder nam; zo hier en in Richteren. 3:15, Spreuken. 30:4.
35. a) De kinderen van Israël nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en dien ten gevolge naar het goddlijk bevel (hoofdstuk 3:21 vv.; 11:2 vv.), dat door hun oudsten tot hen gebracht was (hoofdstuk 12:21 vv.), en hadden van de Egyptenaren geëist, 1)zilveren vaten, en gouden vaten, (kleinoden) en feestkleren.
a) Psalm. 105:37
1) Het bevel, dat God aan de kinderen van Israël gaf, toen zij uit Egypte zouden geleid worden is zeer opmerkens- en nadenkenswaardig. Zoiets is geen diefstal geweest, omdat zij die vaten niet namen tegen het weten en willen van de Egyptenaren, maar zij vonden genade bij de Egyptenaren, zodat zij hun hetzelfde en het goed gaven. De Israëlieten hadden die mening niet, om daarmee weg te trekken, maar deden het alleen om Gods bevel in acht te nemen, wiens oogmerk zij niet wisten. De Egyptenaren eisten de vaten niet weer, maar drongen daarop aan, dat zij haastig het land moesten verlaten. God was de rechte Leenheer van de goederen, die een vrije macht heeft, deze de Egyptenaren te ontnemen en aan de Israëlieten te geven. Zij kwamen de Israëlieten toe, omdat zij de aangeven tijd van hun dienstbaarheid, om niet moesten arbeiden en geen loon hadden ontvangen; dus wilde God hebben, dat zij zich daarmee zouden betaald achten.
36. Daartoe had de HEERE, gelijk Hij beloofd had, het volk genade gegeven in de ogen van de Egyptenaren, dat zij hun begeerte 1) deden, het geëiste werkelijk brachten, daar de Egyptenaren, in dit uur van algemene schrik en angstvoor meerdere strafgerichten (vs.33), tot alles bereid waren, wat slechts enigszins kon bijdragen, om de aftocht van de kinderen van Israël te bespoedigen en de toorn van hun God te verzoenen; en zij, de kinderen van Israël, beroofden de Egyptenaren.
1) Een verkeerde vertaling: “dat zij hun leenden” (in de Lutherse vertaling) heeft veel aanstoot in oudere en nieuwere tijd tegen deze handelwijze opgewekt. Volgens die vertaling zouden de Israëlieten bedrieglijk hebben gehandeld, daar zij wel wisten, dat zij niet terug zouden komen, en hen voorgeven van lenen dus werkelijk ontvreemden, stelen was. En wat het ergste daarbij was, God zelf had dit geboden. De beste verklaring die bij behoud van dit woord gegeven is, is deze: Van het begin af tot het einde toe is voor Farao en de Egyptenaren van niets anders sprake geweest, dan van een reis van drie dagen in de woestijn tot viering van een feest. Daartoe hebben de Egyptenaren hun vaten en klederen de arme Israëlieten te leen gegeven, om ze waardig toe te rusten. Zij verwachtten niets anders, dan het terugkeren van de laatsten na afloop van de feesttijd, en hoopten dan weer in het bezit van het hunne te komen; en deze hadden inderdaad ook de bedoeling om weer te komen en alles weer mede te brengen. Maar Farao gaf door zijn achtervolging (hoofdstk 14) aan de zaak een geheel andere wending; Hij stelde zich daarmee op voet van oorlog tegen Israël, het leger van de Heere, en de Heere moest voor Zijn volk strijden. Deze nu gaf toen Farao in de Rode Zee was aangekomen, Egypte’s goed aan de kinderen van Israël, als een weggedragen krijgsbuit, volgens krijgsrecht hun eigendom. Intussen heeft Farao de oorspronkelijke eis van Mozes reeds bij zijn laatste gesprek (hoofdstuk 10:24-11:8) daardoor teniet gedaan, dat hij met Mozes niet meer onderhandelen wilde; als hij vervolgens (hoofdstuk 12:31 vv.) tot deze zendt, staat hij volledige en onvoorwaardelijke aftocht, om nooit weer te keren, toe, wel in de angst van het ogenblik, maar toch zó dat hij werkelijk alle verdere aanspraak op Israël opgeeft. Met hem denken duidelijk ook de Egyptenaren er niet aan, dat de Israëlieten ooit zouden terugkeren. Er is dus hier in het geheel geen sprake van lenen van de vaten en van de kleren, maar van de zijde van de Israëlieten van een eisen, van de zijde van de Egyptenaren, van een toestaan van zulk een eis. Daartoe leidt dan ook de betekenis van het woord in de grondtekst; het ontvreemden is een beroven (spoliare), een als krijgsbuit wegnemen. Israël trekt, met de buit van zijn machtige vijanden beladen, weg, ten teken van de overwinning, die Gods almacht aan zijn machteloosheid verleend heeft.
Het Hebreeuwse woord door beroven vertaald, wordt niet altijd in een ongunstige zin gebezigd. Het betekent “wegnemen”. Dit wegnemen kan, maar behoeft niet gelijk te staan met “ontvreemden”
37. Alzo reisden de kinderen van Israël uit van Raméses, 1) Heröonpolis (hoofdstuk 1:11), de hoofdstad van het land Gosen (zie “Ge 47.4), waar zij zich, voor zover zij die stad in diezelfde nacht bereiken konden, na het gebeurde (vs.35-36), verzameld hadden; vandaar gingen zij naar Sukkoth (tenten), een legerplaats, ongeveer 5 of 6 uur zuidoostelijk; daar hielden zij hun eerste rust; onderweg sloten zich meerdere scharen aan, totdat het gehele volk verzameld was; er waren omtrent zeshonderdduizend te voet, mannen alleen, behalve de vrouwen en de kinderen. 2)
1) Het is evenwel mogelijk, dat zij zich verder verbreid hebben, omdat die landstreek zo grote menigte niet kon bevatten, vooral omdat de Egyptenaren er tegelijk woonden. Daar echter de herinnering aan de belofte van God bij hen voortleefde, waardoor de hoop op de verlossing op enige tijd altijd bij hen aanwezig was, is het niet verwonderlijk, indien zij liever wilden, al was het dan ook met groot ongemak, binnen een enge ruimte beperkt te blijven, dan door andere woonplaatsen te zoeken, zich van de massa af te scheiden. Dat dit nu de eigenlijke woonplaats van het volk is geweest, blijkt ook uit voornoemde dingen, waar Mozes verhaalt, dat zij tot slaafse arbeid gedwongen werden, opdat zij daar de versterkte steden bouwden, welke hen als het ware als een vesting zouden besluiten. In het getal van de mensen, dat hij noemt, blijkt het ongelooflijke wonder van de genade van God in het vormen en uitbreiden van hun geslacht. Zo wordt de vermetelheid van de goddelozen tot schande gemaakt, die menen, dat het een bespottelijke zaak was, dat uit één gezin, in zo kort tijdsbestek, een machtig volk kon voortkomen.
Dat niettegenstaande de zware verdrukking het volk Israëls toch zulk een groot aantal zielen telde, is tot troost en sterkte voor de Kerk van alle eeuwen. Onuitroeibaar, onvernietigbaar bleek Israël te zijn. God had door Zijn macht en sterke hand dat volk beschermd. Dit is en zal de ervaring van de Kerk zijn.
2) Van oudsher is de vruchtbaarheid in Egypte bij mensen en dieren een elders voorbeeldige geweest; het land was dus met betrekking tot de bedoelingen, die God voor Israël had (Genesis 46:3), bijzonder geschikt. Toch is de natuurlijke vruchtbaarheid van Egypte, daar, volgens de getuigenissen van de oude geboorten van meer dan één kind tegelijk daar aan de orde van de dag waren, niet genoegzaam, om een zo buitengewoon sterke vermeerdering van ongeveer 70 zielen, die in het land kwamen, tot boven de 2 miljoenen, voor een betrekkelijk korte tijdsruimte van 215 jaar, als natuurlijk te doen voorkomen; veelmeer is Gods voorzienigheid hier op bijzondere wijze werkzaam geweest, namelijk door bewaring van de kinderen bij het leven en door afwending van alle tegenspoeden, ziekten en andere gevaren. Dat zulk een vermeerdering niet onmogelijk is, toont het volgend overzicht, waarbij voor ieder huwelijk door elkaar niet niet meer dan op vier zonen gerekend is, en niet in aanmerking wordt genomen, dat menig man wellicht meer dan een vrouw gehad heeft.
Bij de aankomst in Egypte: 63 mannen, 30 jaren later 252 mannen, 60 jaren later 1.008 mannen, 90 jaren later 4.032 mannen, 120 jaren later 16.128 mannen, 150 jaren later 64.512 mannen, 180 jaren later 258.048 mannen, 210 jaren later 1.032.192 mannen.
Ten tijde van de uittocht leefden de laatste drie geslachten; van het eerste van deze laatste drie waren waarschijnlijk reeds velen dood, of tenminste boven de leeftijd, om nog krijgslieden te kunnen zijn, waarom wij slechts de helft daarvan in rekening brengen; van het laatste kon daarentegen slechts een derde boven de twintig jaren zijn, dit geeft: laatste lid: 344.064 mannen, voorlaatste lid: 258.048 mannen, vóór-voorlaatste lid: 32.256 mannen, totaal: 634.368 mannen.
Er kunnen dus nog 34.368 afgerekend worden voor degenen, die vroeg gestorven zijn, of om enige andere omstandigheid moesten wegvallen. (Numeri. 1:16).
Het getal, hier genoemd, is een zogenaamd rond getal. Volgens de telling bij Sinaï bedroeg het getal mannen 603.550 zielen van 20 jaar en ouder, en 22.000 mannelijke Levieten van één maand en daarboven (Numeri. 1:46 Ex.3:9
38. En veel vermengd volk 1) trok ook met hen op, een talrijke menigte, uit mensen van verschillende afstammingen dooreen gemengd, die, wel merendeels de geringsten kasten van de Egyptische bevolking toebehoorden, gelijke verdrukking met het volk van God hadden ondergaan. (Numeri. 11:14); en schapen en runderen, heel veel vee (zie “Ex 1.7).
1) Ofschoon Abraham veel slaven had bezeten, is het nauwelijks denkbaar, dat Jakob, tijdens de hongersnood, anderen heeft gevoed, dan zijn eigen kinderen, voor welke hij nauwelijks voldoende voedsel kon aanwezig hebben, opdat zij niet allen door vasten zouden uitgeput raken. Althans, omdat Mozes, als hij verhaalt, dat zij in Egypte kwamen, van de slaven niet gesproken heeft, mag men vermoeden, dat niet een grote menigte mee is opgetrokken, omdat de nood vorderde, tenminste met weinig tevreden te zijn. Daarom besluit men, dat het vermengd volk, hetwelk zich met de Israëlieten verenigde, of zijn oorsprong had uit Egypte, of uit de naburige landstreek daar waren komen wonen. Zodat de vruchtbare landstreek, door de liefelijkheid en overvloed, vele bewoners tot zich zou hebben getrokken. Indien het nu iemand ongerijmd toeschijnt, dat natuurlijke mensen, met geen hoop op iets hogers voor ogen, uit eigen beweging een geschikt en vruchtbaar oord hebben verlaten, om, zwervende en dolende, nieuwe woonplaatsen te zoeken, die bedenke, dat Egypte toen door zo vele verliezen was getroffen, dat het in zijn ontredderde toestand en gebrek, zijn eigen bewoners gemakkelijk kon verjagen. Een groot deel van het vee was gestorven, alle vruchten waren bedorven, de akkers verwoest en bijkans woest. Niet te verwonderen daarom, indien het vele vreemdelingen en ook enigen uit de ingezetenen zelf op de vlucht dreef. Doch het was ook mogelijk, dat zij, onmenselijk behandeld, en nu een weg tot de vrijheid ontsloten ziende, het juk van de tyrannie hebben afgeschud.
Ook is het niet onwaarschijnlijk, dat velen, door het zien van de tekenen en wonderen en behoeve van het volk van Israël geschied, zich gedwongen hebben gevoeld, mee op te trekken, om aldus in de zegeningen van Israël te delen. Later werden zij Israël tot een valstrik.
39. En zij bakten, in Sukkoth aangekomen, van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken, dunne, ronde koeken, gelijk zij tot hun Pascha gegeten hadden (vs.8), want het deeg, dat zij voor de reis meegenomen hadden, was niet gedesemd, daar zij het zo spoedig hadden moeten meenemen (vs.34); omdat zij uit Egypte uitgedreven werden (vs.33), zodat zij niet vertoeven konden, niet zolang de uittocht konden verschuiven, dat zij het deeg tot gewoon gezuurd brood hadden gemaakt; noch ook hadden zij, daar alle zuurdeeg om het Pascha onmiddellijk uit de huizen hadden moeten verwijderd worden, andere teerkost, voor zich kunnen bereiden. 1)
1) De kinderen van Israël kwamen dus bij dit eerste paschavieren op gedwongen wijze ertoe, om ook de volgende dagen tot 21 Abib buitengewoon of rein brood te eten, evenals in de nacht van 14-15 Abib; zij volgden dus ten gevolge van de druk van de omstandigheden, de bepalingen in vs.15 vv., die naar de gehele inhoud, hun noch wel niet meegedeeld waren (vs.21-27). Deze dwang en druk van de omstandigheden behoort nog tot de periode van hun ellende, daar men hun niet eens tijd liet, om zich voor de reis toe te rusten, maar hen, zoals zij waren, uit het land dreef; daarom wordt in Deuteronomium. 16:3 het ongezuurde brood “brood van de ellende” genoemd. Toch heeft het eten, gedurende zeven dagen, van zulk brood niet uitsluitend ten doel, om als een beeld van de doorgestane dienstbaarheid aan de volgende geslachten altijd opnieuw te herinneren; de eerste en voornaamste betekenis bestaat veelmeer hierin, om het nieuwe leven van de verlosten af te beelden, die de oude zuurdesem van de boosheid van zich weggedaan hebben, en nu in het zoete deeg van de reinheid en waarheid wandelen, 1 Kor.5:6 vv. Bovendien is het echter niet zonder geestelijke betekenis, dat Israël niet vrijwillig, maar gedwongen bij de broodbereiding te Sukkoth van het zuurdeeg afziet, en het eten van ongezuurd brood gedurende zeven dagen achter elkaar voor de smaak juist niet iets aangenaams heeft; want Israël, als nog in het oude verbond staande, heeft nog niet vrijwillig het oude wezen van de natuur, de zuurdeeg van Egypte losgelaten; dat zal eerst te Zijner tijd de Geest van de genade bewerken, wanneer de nieuwtestamentische verlossing geschied is, en heeft ook dan, in het Nieuwe Verbond, het nieuwe leven van de verlosten van de Heere niets met de zwakheid van het vlees te doen? Het kost veel een Christen te zijn en naar de mening van de Heilige Geest te leven. Onze natuur went zich er moeilijk aan, om zich altijd in de dood van Christus over te geven, en is hier in één strijd de overwinning behaald, wij zijn daarom nog niet veel verder.
Door welk voorbeeld wij leren, dat de weldaden van God altijd met enige ongemakken vermengd worden, opdat niet al te veel genot de gemoederen van de vromen zouden bederven.
Wordt het ongezuurde brood (Deuteronomium. 16:3) een brood van de ellende genoemd, het is om te herinneren aan de haast, waarmee het volk uit Egypte was getogen, daar het geen tijd had, om het naar gewoonlijke wijze te bereiden en aangenaam of smakelijk te maken.
40. a) De tijd nu van de woning; die de kinderen van Israël in Egypte 1) gewoond hebben, gerekend van de tijd, dat Abrahem spoedig na zijn intrede in het land Kanaän, voor de eerste maal naar Egypte verhuisde (Genesis 12:9 vv.), is vierhonderd en dertig jaar, 2) van het jaar 2083 tot 2513 na de wereldschepping = 1917-1487 vóór Christus.
a) Genesis 15:13 Hand.7:6 Galaten. 3:17
1) Het begin van deze tijdrekening wordt niet genomen vanaf de tocht van Jakob, omdat uit andere plaatsen duidelijk blijkt, dat vanaf de tijd, dat Jakob naar Egypte trok, tot op de uittocht, er hoogstens 230 jaar zijn voorbij gegaan. De Hebreeën tellen er in het algemeen slechts tien. Maar Mozes begrijpt ook die tijd eronder, waarin Abraham en zijn zonen het bezit van het beloofde land moesten derven. De bedoeling is daarom, dat, sedert Kanaän aan Abraham tot een wettige bezitting was gegeven, de belofte hangende was, gedurende vierhonderd jaar, voordat zijn nakomelingen hun recht konden genieten. Want ook Paulus lost deze zwarigheid alzo op in Galaten. 3, waar hij zegt, dat vóór de Wet is afgekondigd, God sedert 430 jaar Zijn Verbond met Abraham had gesloten. Daarom neemt Mozes het begin van de tijdrekening van het als vreemdeling in Kanaän vertoeven van Abraham, daar deze wel heer was van het land Kanaän, volgens het recht van schenking. Dat nu in Genesis 15 God de dertig jaar weglaat, daarin is niets tegenstrijdigs te ontdekken, omdat reeds vele jaren tevoren aan Abraham het land, waarin hij nauwelijks als vreemdeling mocht verkeren, beloofd was; slechts kon hij niet zijn heerschappij erover voeren. Daarom maakte God hem opmerkzaam, dat er nog 400 jaar zouden voorbij gaan, voordat Hij zijn nakomelingen in het bezit zou zetten, en dat daarom die kleine tijd, welke hij heeft doorgebracht, niet voldoende is, om zijn geduld te beproeven, maar dat zowel voor hem zelf als voor zijn nakomelingen een buitengewone standvastigheid nodig zou zijn, opdat het niet uit verdriet, om het langer vertoeven, ten onder ging. Verder, omdat Hij nu niet precies de jaren telt, wijkt hij niet af van het gewone spraakgebruik. Wel restten er meer dan vierhonderd en twintig jaar of daaromtrent, maar omdat er bij God geen ander voornemen is, dan de Zijn tot verdraagzaamheid te vermanen, berekent of bepaalt Hij het niet tot een vast getal van jaren, omdat het genoeg was, dat hun in hoofdsom vierhonderd jaar werden voorgesteld. In dezelfde zin voegt hij er ook het volgende vers bij: “Ten einde van de 430 jaar,” namelijk sedert Abraham begonnen was de wettige bezitter van het land te zijn. Want Mozes wil leren, dat, ofschoon God Zijn belofte op gegeven tijd na haar gedaan te hebben in vervulling bracht, echter Zijn waarheid en trouw althans voor beproed moest verklaard worden, niet slechts, omdat Hij getrouw vervulde, wat Hij beloofd had, maar ook, omdat Hij de vastgestelde tijd had bewaard.
Als de Apostel Paulus in de brief aan de Galaten (Galaten. 3:17) van dezelfde tijdruimte van 430 jaar spreekt, stelt hij, als de twee eindpunten van aanvang en uiteinde, het verbond van God met Abraham gemaakt (Genesis 15) en de wetgeving, die kort na Israëls uittocht uit Egypte geschiedde. Ook Stephanus bracht de ruim vier eeuwen van Israëls zijn in Egypte in verband met Abrahams vertrek uit Haran, met het verbond van God met hem gemaakt en met de belofte van de Heere, hem geschonken (Hand.7:6). Uit dit alles blijkt dan genoegzaam, dat bij de berekening van Israëls verblijf in Egypte ook het tijdelijk verblijf van de aartsvaderen daaronder gerekend werd. En wij weten ook niet, welke uitdrukking, in de grondtekst, gelijk men dan soms wel beweert, met recht tegen deze opvatting kan ingebracht worden.
De Septuaginta vertaalt: De inwoning van de kinderen van Israël, welke zij in het land van Egypte en in het land Kanaän hebben doorgebracht, was 430 jaar. De “Zeventigen” hebben daarom ook het verblijf van de aartsvaderen bij het verblijf in Egypte getrokken. Dit kan trouwens ook niet anders. Wat Mozes hier schrijft, schrijft hij als het ware als profeet, met een profetische blik. Het is hem voornamelijk erom te doen, te wijzen op de vervulling van de belofte, welke God aan Abraham heeft gedaan. Daarom scheidt hij niet het wonen in Kanaän en in Egypte. Ook het wonen in Kanaän was een wonen als vreemdeling en bijwoner, een toestand van druk. Wat Israël in Egypte gebeurde, was eigenlijk de voltooiing van hetgeen Abraham en Izak reeds hadden ondervonden in Kanaän. Het was één toestand van verdrukking geweest, slechts die in Egypte was wreder en hardvochtiger. En nu overziet de Godsman als met één blik al die eeuwen, die voorbij gegaan zijn. De eeuwen van verdrukking gaan zijn gedachten voorbij, maar hij ziet ook het einde. En waar hij tevens het einde ziet, daar vat hij alles in één wonen in Egypte samen, terwijl hij tegelijk wijst op Gods trouw en waarheid, waardoor op de bepaalde tijd aan de toestand van verdrukking een einde wordt gemaakt.
2) Dat bij de telling van 430 jaar werkelijk van Abrahams eerste verhuizen naar Egypte, en niet, gelijk anderen willen, van die van Jakob moet gerekend worden, blijkt deels uit het geslachtsregister (Exodus. 6:16 vv.), deels uit de nieuwtestamentische plaats in Galaten. 3:17. De gehele tijdruimte is in twee delen te verdelen; 215 jaar van Abrahams tot Jakobs verhuizing (2083-2298 na de wereldschepping), en 215 jaar tot op de uittocht onder Mozes (2298-2513)
41. En het geschiedde na de vierhonderd en dertig jaar, waarmee het tevoren aangekondigde tijdstip (Genesis 15:13 vv.) gekomen was, zo is het even op dezelfde dag, 1) waarop, met het invallen van de nacht, het Pascha van de Heere gehouden was, dat is de 15 Abib van het jaar 1487 v. Chr., geschied, dat al de legers, 2) van de HEERE, door Zijn sterke hand uitgeleid (hoofdstuk 7:4), en door de wolk- en vuurkolom op de juiste weg gebracht (hoofdstuk 13:21 vv.), uit Egypte gegaan zijn.
1) Dit wil niet zeggen, dat de uittocht geschiedde juist op de laatste dag van het 430ste jaar, maar dit ziet op de dag, waarop God besteld had, dat Israël zou uittrekken, de 15de Abib (Nisan)
2) “Al de legers.” Hiermee wil Mozes wijzen op het feit, dat de belofte volkomen is vervuld, dat er geen klauw zou achterblijven. Ook hieruit zien wij, hoe de Schrijver elke bijzonderheid aangrijpt, om de deugden van Gods trouw en waarheid te verkondigen.
IV. Exodus 12 vers 42-51
Onder de uittrekkende Israëlieten waren ook vreemdelingen (vs.38); de Heere wijst nu aan Mozes en Aäron aan, hoe bij de viering van het Pascha ten opzichte van deze moest gehandeld worden.
42. Deze nacht, 1) de 15 Abib, zal men daarom de HEERE op het vlijtigst, allernauwgezetst houden, 2) omdat Hij hen op die tijd uit Egypte geleid heeft deze is de nacht van de HEERE, die, volgens Zijn bevel (vs.14; 24vv.), op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen van Israël, onder hun geslachten.
1) Niet één eeuw, maar alle eeuwen moet dit feest gevierd worden, totdat de tijd van de schaduwdienst voorbij zal zijn en door de komst van Christus voor de Kerk de Nieuwe bedeling zou aanvangen. In de nacht werd als het ware de kracht van het Paaslam ervaren, in de nacht heeft de Heere het Sacrament van het Avondmaal ingesteld.
2) In het Hebreeuws Schimrim, bewaring. Beter is dus de vertaling: Deze nacht zal de Heere een bewaring zijn, d.i. deze nacht zal de Heere zijn tot een feest als bewaring, enz. Omdat de Heere Israël bewaard had voor de slaande engel, moest deze nacht tot een eigen instelling van de Heere zijn, om die te vieren ter gedachtenis. Anderen vertalen: “tot een feest.”.
43. Voorts zei de HEERE tot Mozes en Aäron, misschien toen de kinderen van Israël te Sukkoth ongezuurde broden van het medegenomen deeg (vs.39) bakten: Dit is de instelling van het Pascha, geen zoon van een vreemdeling 1) zal daarvan eten; dat volk, dat met u uitgetogen is, heeft, hoewel het nu met u de zeven dagen ongezuurd brood eet, aan het Pascha zelf geen deel mogen nemen, en zal dit ook in de toekomst niet mogen doen.
1) Hieronder is te verstaan, elk niet-Israëliet, die van andere volken afstamde. Een buitenlander (vs.45) werd genoemd zo iemand, die tijdelijk verblijf hield bij de Israëlieten en een huurling, die voor loon diende. Het is duidelijk, waarom de Heere op deze dingen wees. Het Paaslam was het Sacrament van het Oude Verbond, het teken van het Verbond. Wie nu dat Sacrament zou genieten, moesten het teken van het Verbond, d.i. van de besnijdenis, ontvangen hebben. Alleen de besnijdenis gaf recht op het Pascha. Eerst de besnijdenis en dan het Pascha. Daarom eerst de Doop en dan het Avondmaal.
44. Doch elke knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, en door zijn lijfeigenschap in Israëls volksgemeenschap is overgegaan, nadat gij hem besneden zult hebben (Genesis 17:12), dan zal hij daarvan eten.
45. Geen buitenlander, of bij u inwonende, die in uw godsdienstgemeenschap niet opgenomen is, noch huurling, een voor dagloon bij u arbeidende vreemdeling, zal ervan eten, 1) want zij staan beide tot u slechts in een uitwendige betrekking, die telkens weer kan verbroken worden.
1) Wie niet-Israëliet was, of bij Israël door de besnijdenis was ingelijfd, mocht het Pascha niet eten. Het Paasfeest diende toch, om de gemeenschap van de kinderen van Israël met hun Verbondsgod en de gemeenschap onderling te bevorderen, drong bovenal tot afmaning van en breken met de zonde, met al wat onrein en onheilig was en is. Israël was een afgezonderd volk en moest dat ook openbaren bij het Paasfeest.
46. Bij het genot van het Pascha moet een scherp aangeduide voorstelling plaats hebben van uw volksgemeenschap en de daaraan ten grondslag liggende familiegemeenschap. In een huis 1) zal het gegeten worden; gij zult het met het getal, dat zich daartoe verenigd heeft, geheel eten, en van het vlees niet buiten uit het huis dragen; degenen, met wie gij het paaslam genomen hebt, zullen tot uw huis overkomen; gij moogt geen gedeelte naar hun woningen voeren, opdat zij het daar afzonderlijk zouden eten, a) en gij zult geen been daaraan breken; tot aan de maaltijd mag het lam niet in stukken verdeeld worden, het moet in zijn geheel op uw dis worden geplaatst.
a) Numeri. 9:12 Joh.19:36
1) Het Paaslam wees immers op de heelheid en eenheid van het volk als volk van de Heere. Daarop wezen wij reeds vroeger, als wij melding maakten van de eenheid van tijd en wijze van de slachting van het Paaslam. Hier komt dit nu nog duidelijker uit in de voorgeschreven eenheid van de plaats waar het gegeten moest worden, in de heelheid van het lichaam waarin het bij de toebereiding moest gelaten, in de gezamenlijkheid van het volk, waardoor het moest verricht worden. In één huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen; en gij zult geen been daaraan breken. De gehele vergadering zal het doen. Ziedaar het boven aangeduide drieledig voorschrift.
47. De gehele vergadering van Israël zal het doen; in alle families, óf door elke afzonderlijk, óf door enige tezamen (vs.4), zal het gegeten worden, maar streng afgesloten van alle vreemdelingen.
48. Als nu een vreemdeling bij u verkeert (vs.45) en hij heeft zo grote begeerte, dat hij de HEERE mede het Pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, onder de leden van zijn familie tevoren bij hembesneden wordt, 1) dan behoeft het hem niet langer geweigerd te worden, en dan komt hij daartoe, om dat Pascha te houden, en hij zal wezen als een ingeborene van het land; hij wordt voortaan, omdat hij met de zijnen het verbondsteken draagt, als in ieder opzicht gelijk staandegerekend met u, de inwoners van dat land, waarheen Ik u voeren zal; maar ook alleen onder die voorwaarde zult gij hem toelaten, want geen onbesnedene zal daarvan eten.
1) Zulk iemand werd dan genoemd, proseliet van de gerechtigheid. Wie slechts de Noachitische geboden beloofde te onderhouden, was proseliet van de poort.
49. Enerlei wet zij voor de eerstgeborene, en de vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert; 1) de een heeft als de ander slechts dan het recht de Heere te naderen en hem het Pascha te houden, wanneer hij de besnijdenis ontvangen heeft.
1) Het volk dat de verlossing heeft door het bloed van het Lam, namelijk de vergeving van de misdaden naar de rijkdom van de genade van God (Efez.1:7), kan niet meer in de dienst van de zonde en van de wereld leven. Het bloed van de verzoening maakt een scheiding tussen het volk van God en de wereld. Israël zou niet enkel uit het plaatselijk Egypte, maar uit de dienstbaarheid en gemeenschap van de wereld uitgeleid en tot de waardigheid van een vrij en zelfstandig, van de heidenen afgezonderd volk van God verheven en gevormd worden. Van deze bestemming moest het bewust blijven. Het volk, dat vergeven heeft, zal in dankbaarheid en in liefde zijn God dienen en verheerlijken. Geheel het Paasfeest scherpte dat in en drong daartoe.
Niet het ingeboren zijn was voldoende om aan het Paasfeest deel te nemen, maar het besneden zijn op de achtste dag, dus het werkelijk en wezenlijk tot het Israëlitisch volk behoren, door het teken van het Verbond te hebben ontvangen. Duidelijke vingerwijzing voor alle tijden, ook voor onze tijd. Niet het uiterlijk lid zijn van de Kerk, verschaft ons in de grond van de zaak het recht, om het teken van het Avondmaal te genieten, maar dit, dat men de geestelijke besnijdenis van het hart heeft ondergaan als een oprecht belijder bij God bekend staat.
Het aaneengesloten en van alle volken afgezonderd Israël is het beeld van de heilige gemeenschap van de gelovigen in het Lam Gods, dat de zonde van de wereld draagt. De besnijdenis van het lichaam is het beeld van de besnijdenis van het hart; zonder bekering geen deel aan het Lam; maar de gemeenschap staat open voor een ieder, die zich bekeren wil.
50. En alle kinderen van Israël deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij; zij namen al deze bepalingen in gehoorzaamheid aan en richten zich daarnaar getrouw in latere dagen (Numeri. 9:1-5 Jozua. 5:1-10).
51. En het geschiedde, gelijk (vs.29-41) is meegedeeld, op dezelfde dag, dat de HEERE de kinderen van Israël uit Egypte leidde, 1)naar hun legers, (hoofdstuk 6:6,26).
1) Niet alleen had de Heere Israël uitgeleid, maar Hij bleef hun Leidsman. De Heere begint niet alleen, maar zet ook voort en voleindigt.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 12
Exodus 12:1–2
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:1→Exodus 13:4→Exodus 23:15→Exodus 34:18→Esther 3:7→Leviticus 23:5→Numeri 28:16→— De HEERE nu had tot Mozes en tot Aaron in Egypteland gesproken, zeggende: Deze zelfde maand zal ulieden het hoofd der maanden zijn; zij zal u de eerste van de maanden des jaars zijn.
God hecht grote waarde aan de verlossing van Zijn volk. Toen Hij hen uit de Egyptische slavernij verloste, zorgde Hij ervoor dat deze machtige daad op waardige wijze herdacht zou worden. Vanaf dat moment moest het Joodse jaar beginnen met de viering van de nationale bevrijding. Zo geldt ook voor ons: wanneer wij ons tot God bekeren en worden bevrijd uit de slavernij van de zonde, beginnen wij pas werkelijk te leven. Alles wat daaraan voorafging, is vergeefs geweest. Maar wanneer wij God werkelijk leren kennen door het geloof in onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus, dan hebben wij pas ontdekt wat het ware leven is. De maand van onze bekering behoort daarom voor ons het begin van de maanden te zijn, de eerste maand van het jaar.
Om deze reden moesten zij nu als volk hun eigen geschiedenis beginnen, afgezonderd van alle andere volken op aarde.
Exodus 12:3–4
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:7→Jozua 7:14→Exodus 20:19→Johannes 1:36→1 Samuël 7:9→Exodus 12:6→Exodus 6:6→Exodus 14:15→— Spreekt tot de ganse vergadering van Israel, zeggende: Aan den tienden dezer maand neme een iegelijk een lam, naar de huizen der vaderen, een lam voor een huis. Maar indien een huis te klein is voor een lam, zo neme hij het en zijn nabuur, de naaste aan zijn huis, naar het getal der zielen, een iegelijk naar dat hij eten kan; gij zult rekening maken naar het lam.
De eredienst aan God moet op ordelijke wijze worden verricht, met zorgvuldige voorbereiding en eerbied. Dit paasmaal mocht niet naar eigen inzicht worden gevierd. Men moest de tijd nemen om het lam nauwkeurig te onderzoeken, zodat het in alle opzichten volmaakt bevonden werd, en alles zorgvuldig gereedmaken, opdat het feest met gepaste eerbied en plechtigheid kon worden gehouden. Laten ook wij zo handelen in al onze godsdienstige oefeningen. Laten wij niet overhaast bidden of ons haasten in de lofprijzing, maar eerst stilstaan en overdenken wat wij gaan doen, opdat wij niet het offer van dwazen brengen en de Heere ons zou gebieden terug te nemen wat wij zonder de nodige bedachtzaamheid op Zijn altaar hebben gelegd.
Het lam moest ongeveer vier dagen vóór de slachting worden afgezonderd. Waarschijnlijk werd het gedurende die tijd in huis gehouden. Volgens de Joodse overlevering was dat inderdaad zo. Zij hoorden het blaten en werden daardoor telkens herinnerd aan het doel waarvoor het geslacht zou worden.
Exodus 12:5
KruisverwijzingenHebreeën 9:13→Deuteronomium 17:1→Maleachi 1:14→Leviticus 23:12→1 Petrus 1:18→Leviticus 1:3→Leviticus 22:18→Leviticus 1:10→— Gij zult een volkomen lam hebben, een manneken, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.
Het lam moest een voorafschaduwing van Christus zijn. Daarom moest het het beste zijn wat zij bezaten. Het moest zich bevinden in de volle kracht van zijn leven, want alleen dan was het een passend beeld van de sterke Zoon van God, Wiens machtige liefde Hem ertoe bracht Zichzelf voor ons aan de dood over te geven.
U weet welk een treffend beeld dit is van Christus, zonder smet, Die voor ons werd geofferd in de volle kracht van Zijn leven, in de bloei en heerlijkheid van Zijn mensheid, terwijl Hij Zichzelf overgaf om ons Paaslam te zijn, het Lam Gods.
Exodus 12:6
KruisverwijzingenLeviticus 23:5→Numeri 28:16→Exodus 16:12→Handelingen 4:27→2 Kronieken 30:15→Numeri 9:11→Markus 15:11→Markus 15:1→— En gij zult het in bewaring hebben tot den veertienden dag dezer maand; en de ganse gemeente der vergadering van Israel zal het slachten tussen twee avonden.
Dit gebeurde juist toen de zon onderging, of vlak vóór zonsondergang. Er is ook de kanttekening: “tussen de twee avonden”. De tijd vóór zonsondergang werd als de eerste avond beschouwd, en het overblijvende daglicht na zonsondergang als de tweede.
Exodus 12:7
KruisverwijzingenHebreeën 11:28→Exodus 12:22→Hebreeën 9:22→Hebreeën 9:13→Hebreeën 10:14→1 Petrus 1:2→Efeze 1:7→Hebreeën 10:29→— En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan beide zijposten, en aan den bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het eten zullen.
Het bloed mocht niet op de drempel worden gestreken, opdat het niet vertrapt zou worden. Wee de mens die het bloed van Christus vertrapt! Op de beide deurposten en op de bovendorpel werd het teken aangebracht waaruit bleek dat God de bewoners van dat huis door bloed had verlost.
Exodus 12:8
KruisverwijzingenExodus 34:25→Deuteronomium 16:7→Numeri 9:11→Exodus 13:3→Deuteronomium 16:3→Exodus 13:7→1 Thessalonicenzen 1:6→Mattheüs 16:12→— En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.
Zoals het lam geroosterd en gegeten moest worden, zo moeten ook wij, die door de dood van Christus behouden zijn, blijven leven uit Christus. Zoals Hij tot de Joden zei: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden, tenzij dat gij het vlees van den Zoon des mensen eet en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.” (Johannes 6:53). Dit is uiteraard beeldspraak. Het betekent dat Christus voedsel moet zijn voor ons verstand en voeding voor ons hart. Wij moeten Hem liefhebben, op Hem vertrouwen en ernaar verlangen Hem steeds beter te leren kennen.
Het lam moest geroosterd gegeten worden, niet rauw en ook niet gekookt, maar met vuur gebraden. Christus is voedsel voor ons hart als Degene Die voor ons geleden heeft, als Degene Die door het vuur van Gods toorn over de zonde is gegaan. Ik verheug mij in Christus nu Hij verheerlijkt is aan de rechterhand van de Vader, maar allereerst moet ik Hem kennen als de Verachte en Verworpene. De wederkomst van Christus is een rechtmatige bron van vreugde, maar pas wanneer wij eerst Zijn komst in vernedering hebben leren verstaan en Hem zien op Golgotha. Christus aan het kruis moet het enige Voorwerp van ons geloof zijn. Op Hem moeten wij daar zien, zoals de Israëliet zag op het lam dat boven het vuur was geroosterd en ervan at.
Denk eens na over wat Christus voor ons heeft verdragen. O, door welk vuur is onze Heere Jezus Christus gegaan, opdat Hij voedsel voor onze zielen zou worden! Wij moeten een volledige Christus bezitten: Zijn wijsheid, Zijn liefde, Zijn levenswandel, Zijn omgang, en heel Zijn verborgen innerlijke leven en genade moeten de onze worden.
Exodus 12:10
KruisverwijzingenExodus 23:18→Exodus 34:25→Exodus 29:34→Leviticus 22:30→Leviticus 7:15→Deuteronomium 16:4→— Gij zult daarvan ook niet laten overblijven tot den morgen; maar hetgeen daarvan overblijft tot den morgen, zult gij met vuur verbranden.
Er mocht niets overblijven wat door de Egyptenaren onteerd kon worden; alles moest door het vuur worden verteerd.
Exodus 12:11
KruisverwijzingenEfeze 6:15→Exodus 12:27→1 Petrus 1:13→Leviticus 23:5→1 Korinthe 5:7→Lukas 12:35→Lukas 7:38→Lukas 15:22→— Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha.
Zo oefenden zij een daad van geloof. Waarom moesten zij haastig eten? Omdat zij verwachtten spoedig te vertrekken. Zij moesten gereedstaan als reizigers die op het punt staan op reis te gaan, in het geloof dat God hen weldra zou bevrijden. Och, mochten ook wij altijd geloof beoefenen in al onze godsdienstige oefeningen, want zonder geloof is het onmogelijk God te behagen.
Exodus 12:11–12
KruisverwijzingenEfeze 6:15→Exodus 12:27→Numeri 33:4→Exodus 6:2→1 Petrus 1:13→Leviticus 23:5→1 Korinthe 5:7→Lukas 12:35→— Aldus nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des HEEREN pascha. Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!
Al die valse goden waren reeds getroffen door de verschillende plagen. Nu zou de laatste slag worden toegebracht, omdat de Egyptenaren de eerstgeborene van het gezin met bijzondere eerbied beschouwden. Farao en al zijn onderdanen zouden bezwijken onder deze verpletterende slag.
Exodus 12:12–13
KruisverwijzingenNumeri 33:4→Exodus 6:2→Hebreeën 11:28→Amos 5:17→Ezechiël 12:16→Psalmen 82:1→Jesaja 19:1→Exodus 12:23→— Want Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE! En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
Wat een heerlijke evangelieverkondiging ligt hierin! Wanneer de zondaar het bloed ziet, is dat tot zijn troost. Maar uiteindelijk is Gods zien op het bloed het allerbelangrijkste. En wanneer ziet Hij het niet?
Exodus 12:13
KruisverwijzingenHebreeën 11:28→1 Johannes 1:7→1 Thessalonicenzen 1:10→Genesis 17:11→Jozua 2:12→Exodus 12:23→— En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal.
Och, mochten wij allen het bloed van Jezus beschouwen als een teken: een teken van goddelijke liefde, waardoor de Welbeminde werd overgegeven om voor ons te sterven; een teken dat aan Gods gerechtigheid volledig is voldaan; een teken dat wij voor eeuwig volkomen veilig zijn.
Het is Gods zien op het bloed van Christus dat van beslissende betekenis is. Wanneer Hij ziet op Christus aan het kruis en voldaan is met de verzoening die Hij daar heeft aangebracht, gaat de Heere voorbij aan allen voor wie Christus als Plaatsvervanger gestorven is.
Exodus 12:13–15
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:3→Exodus 12:24→Exodus 13:9→2 Koningen 23:21→Exodus 12:17→Exodus 34:18→Numeri 9:13→Exodus 23:15→— En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal. En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting. Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel.
Wie niet gereinigd is van huichelarij, heeft geen deel aan de door bloed verworven verlossing. Hij mag zeggen wat hij wil, maar het bloed zal hem niet behouden zolang hij zich niet bekeert. Het zuurdesem van de Farizeeën, dat is de huichelarij, moet worden weggedaan, anders zal zelfs het bloed van de verzoening hem niet baten.
Exodus 12:16
KruisverwijzingenNumeri 28:25→Leviticus 23:7→Numeri 28:18→Numeri 29:1→Exodus 16:23→Jeremia 17:21→Leviticus 23:2→Exodus 20:10→— En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden.
Wat bracht dit een rust in de huizen van de Israëlieten! Zij werden niet alleen verlost van de plagen, maar ontvingen ook rust van al hun arbeid. Hierin ligt de zaligheid van het bloed van het Lam. Wanneer het het huis en het hart van de gelovige binnentreedt, schenkt het rust aan de ziel, terwijl anderen zich vergeefs afmatten om door hun eigen werken verlichting te vinden.
Exodus 12:17–25
KruisverwijzingenExodus 12:3→Openbaring 7:3→Exodus 12:48→Hebreeën 11:28→1 Korinthe 10:10→Openbaring 9:4→Exodus 12:12→Exodus 13:3→— Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting. In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond. Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands. Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten. Mozes dan riep al de oudsten van Israel, en zeide tot hen: Leest uit, en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen, en slacht het pascha. Neemt dan een bundelken hysop, en doopt het in het bloed, dat in een bekken zal wezen; en strijkt aan den bovendorpel, en aan de beide zijposten van dat bloed, hetwelk in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan den morgen. Want de HEERE zal doorgaan, om de Egyptenaren te slaan; doch wanneer Hij het bloed zien zal aan den bovendorpel en aan de twee zijposten, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en den verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan. Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en voor uw kinderen, tot in eeuwigheid. En het zal geschieden, als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij gesproken heeft, zo zult gij dezen dienst onderhouden.
Wat! Mochten zij het slachten van het lam en het sprengen van het bloed nooit vergeten? Nee, nooit. Zelfs niet toen zij Kanaän binnengingen, het land dat vloeit van melk en honing, en God nog zoveel andere grote wonderen voor hen had gedaan. Nee, nooit. En de hoogste eer die wij ooit zullen ontvangen, zal zijn dat wij in waarheid kunnen zingen:
“Een gedenkteken van genade,
Een zondaar, door bloed gered.”
Exodus 12:13–20
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:3→Exodus 12:24→Exodus 13:9→2 Koningen 23:21→Exodus 12:17→Exodus 34:18→Numeri 9:13→Exodus 23:15→— En dat bloed zal ulieden tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbij gaan; en er zal geen plaag onder ulieden ten verderve zijn, wanneer Ik Egypteland slaan zal. En deze dag zal ulieden wezen ter gedachtenis, en gij zult hem den HEERE tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting. Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel zal uitgeroeid worden uit Israel. En op den eersten dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op den zevenden dag; er zal geen werk op denzelven gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden, datzelve alleen mag van ulieden toegemaakt worden. Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, dewijl Ik even aan denzelfden dag ulieder heiren uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij dezen dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting. In de eerste maand, aan den veertienden dag der maand, in den avond, zult gij ongezuurde broden eten, tot den een en twintigsten dag der maand, in den avond. Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, dezelve ziel zal uit de vergadering van Israel uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands. Gij zult niets eten, dat gedesemd is; in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten.
Zo zien wij hoe God een blijvende gedachtenis instelt aan de verlossing van Zijn volk uit Egypte. Hoeveel te meer behoren ook wij met vreugde de verlossing van onze ziel uit de slavernij van de zonde en van de satan te gedenken. Laten wij die dag nooit vergeten. Ik zou graag, samen met u die de Heere kent, de herinneringen aan vroegere dagen willen ophalen. Moge de Heere u met diepe dankbaarheid doen terugdenken aan de dag waarop u voor het eerst uw Zaligmaker zag, het juk van uw hals werd afgenomen, de last van uw schouders werd weggenomen, en eer zij de verlossende Heere!
Exodus 12:29
KruisverwijzingenPsalmen 78:51→Exodus 4:23→Exodus 11:4→Numeri 33:4→Psalmen 135:8→Psalmen 136:10→Psalmen 105:36→Numeri 8:17→— En het geschiedde ter middernacht, dat de HEERE al de eerstgeborenen in Egypteland sloeg, van den eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, tot op den eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, en alle eerstgeborenen der beesten.
Er was geen uitzondering. Elk huis was vervuld van gejammer, behalve de huizen waarop het bloedteken boven en naast de deur was aangebracht. De verderfengel ging dat huis voorbij en sloeg daar niemand. Uitdrukkelijk wordt ons gezegd dat het Gods zien op het gesprenkelde bloed was waardoor de eerstgeborenen van Israël voor het verderf werden bewaard.
Dit is het grote voorbeeld van de verzoening door Christus. Christus Jezus stierf als Plaatsvervanger voor allen die in Hem geloven, en God onthoudt hun rechtvaardig de straf voor hun zonde, omdat Christus die heeft gedragen. Hoe zou Hij tweemaal betaling van dezelfde schuld kunnen eisen: eerst uit de hand van de bloedende Plaatsvervanger en daarna opnieuw uit de hand van hen voor wie Hij in de plaats stond?
Christus is de Plaatsvervanger van al Zijn uitverkorenen. Zijn uitverkorenen zijn allen die in Hem geloven. Daaraan zijn zij te herkennen: zij schuilen onder Zijn gesprenkelde bloed. Wanneer God het bloed ziet, gaat Hij hen voorbij.
Laat ieder zichzelf daarom afvragen: „Schuil ik achter het bloed van Jezus? Rust mijn vertrouwen geheel op de grote verzoening en voldoening die Christus heeft aangebracht? Zo ja, dan zal ik leven. Geen verderver zal mij ooit treffen. God Zelf zal mij op de dag van het oordeel voorbijgaan, en ik zal “aangenaam gemaakt zijn in den Geliefde”.”
Exodus 12:47
KruisverwijzingenExodus 12:6→Numeri 9:13→Exodus 12:3→— De ganse vergadering van Israel zal het doen.
Laten wij die nacht nooit vergeten waarin Hij om de overtreding van Zijn volk werd geslagen. Het was een donkere nacht toen Hij opstond van de maaltijd, die Hij voor het laatst met Zijn discipelen had gehouden, en naar Gethsémané ging. Vervolgens werd Hij geleid naar Pilatus, Herodes en Kajafas om ter dood veroordeeld te worden, om verhoogd te worden aan het kruis, te bloeden en lichamelijke pijn, zieleangst en een geestelijk lijden te dragen dat wij nooit ten volle zullen kunnen doorgronden.
Het was een nacht die in al onze geslachten herdacht moet worden. Laat zij nooit vergeten worden. Wat wij ook niet weten, laten wij het kruis kennen. Welk onderwerp ook een tweede plaats inneemt in onze waardering, laat de losprijs die op Golgotha is betaald altijd de eerste plaats behouden.
Wij moeten de vier Evangeliën zorgvuldig bestuderen, want christenen behoren vertrouwd te zijn met ieder bijzonder voorval uit het sterven van hun Zaligmaker. In iedere spijker ligt onderwijs; de spons, de zure wijn en de hysop hebben elk hun betekenis; ook de speer die Zijn zijde doorboorde is vol geestelijke lessen. Wij behoren deze dingen te bestuderen, en opnieuw te bestuderen, en steeds weer opnieuw.
Hier ligt de kern van ons vertrouwen. Dit is de pijler waarop onze ziel rust. Als er hoop is voor zondaren, troost voor lijdenden, reiniging voor schuldigen en leven voor doden, dan is dat hier.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
INSTELLING VAN HET PASCHA. DOOD VAN DE EERSTGEBORENEN. BEGIN VAN DE UITTOCHT.
I. Exodus 12 vers 1-20
Na het weggaan uit Farao’s paleis, ongeveer 5 of 6 dagen vóór de uittocht, ontvangen Mozes en Aäron bevel van God, om met die maand een nieuwe jaartelling onder het volk Israël te beginnen, en van dat tijdstip af de maanden van het jaar te berekenen; tevens worden hun de nauwkeurigste voorschriften gegeven omtrent het Paaslam, dat op de tiende dag van de maand moet uitgekozen en op de veertiende geslacht worden, alsook omtrent het daarmee verbonden feest van zeven dagen.
1. De HEERE nu had (heeft) tot Mozes en tot Aäron, toen zij nog in Egypte waren, gesproken (de andere wetten zou God eerst later bij de Sinaï en in de woestijn meedelen), zeggende:
2. Deze maand, de maand Abib of maand van de aren (hoofdstuk 13:4) zal u het hoofd van de maanden zijn; zij zal u, in plaats van de herfstdag- en nacht-evening (Genesis 7:11), de eerste van de maanden van het jaar zijn. 1)
1) De oorspronkelijke berekening van het jaar begon met het intreden van de zon in de balans, dus, volgens onze verbeterde kalender, met de 22 september, de dag van de Herfstdag- en nacht-evening. Deze telling heeft Mozes overal in het eerste boek gevolgd, en nog in het tweede boek (hoofdstuk 23:16; 34:22) komt zij voor; zij is ook, met betrekking tot het burgerlijk leven, de natuurlijkste, daar zij met de zaaitijd begint en met het slot van de oogst eindigt (Leviticus. 25:9). Als een soort van economisch jaar is die berekening dan ook voortaan in Israël voor vele landelijke zaken gebleven, bijv. voor verpachting, verkoop enz., totdat zij na de Babylonische ballingschap als een burgerlijk jaar nevens het kerkelijke in zwang kwam. Met de ballingschap kwamen ook namen voor de gezamenlijke 12 maanden in gebruik, terwijl ten tijde van Mozes alleen de eerste maand, ten tijde van de koningen, ook de tweede, zevende en achtste benoemd (Deuteronomium. 16:1; 1 Kon.6:37,38; 8:2), de overige eenvoudig geteld werden. Deze na-exilische (na de ballingschap) namen, zijn andere dan de voor-exilische (voor de ballingschap) en zijn duidelijk van Babylonische oorsprong, zij zijn (het eerste getal betekent de kerkelijke, de tweede de burgerlijke maand):
I. 7. Nisan, vroeger Abib. (Nehemiah. 2:1).
II. 8. Ijar, vroeger Zif d.i. bloeimaand.
III. 9. Sivan (Esther. 8:9).
IV. 10. Thammuz.
V. 11. Ab.
VI. 12. Elul (Nehemiah. 6:15).
VII. 1. Tischri, vroeger Etanim, d.i. stromende vloed.
VIII. 2. Marchesvan, vroeger Bul, d.i. regenmaand.
IX. 3. Chisleu (Nehemiah. 1:1).
X. 4. Thebet (Esther. 2:16).
XI. 5. Schebat (Zacheria 1:7).
XII. 6. Adar (Esther. 3:7).
De maand Nisan of Abib komt ongeveer overeen met onze april, Tischri met oktober; toch waren al deze maanden slechts zogenaamde Synodale maanden van 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 3 seconden, en begonnen met het eerste verschijnen van de nieuwe maan. Werd, wanneer de 29ste dag van een maand voorbij was, de avond of de nacht daarop de nieuwe maan gezien, zo begon met de volgende dag een nieuwe maand; vertoonde zich de nieuwe maan nog niet na het einde van de 29ste dag, maar eerst aan de avond van de 30ste dag, dan had die maand 30 dagen. Alzo waren de jaren van de Israëlieten, evenals nog die van de hedendaagse Joden, maanjaren van 354 dagen, 8 uren, 48 minuten en 38 seconden. Om nu een gelijkheid met het zonnejaar te verkrijgen werd van tijd tot tijd een schrikkelmaand ingeschoven, die als verdubbeling of herhaling van de maand Adar beschouwd en daarom Veadar genoemd werd; deze inlassing werd later door de Hoge Raad vastgesteld; vroeger geschiedde het bij de vaststelling van een schrikkelmaand, dat men eerst tegen het einde van de twaalfde maand de zaadvelden bezichtigde, om na te gaan, of de gerst tegen het midden van de volgende maand rijp kon worden. Kon men dit verwachten, zo werd met de nieuwe maand een nieuw jaar begonnen, zo niet, dan werd het oude jaar met een dertiende maand verlengd. Wat-om dit punt hier af te handelen-de berekening van de dagen betreft, zo werd de natuurlijke dag, die van de opgang van het morgenrood tot het verschijnen van de sterren duurde, in het begin slechts in morgen, middag en avond onderscheiden; uit de ballingschap brachten de Joden de verdeling in 12 uur (Johannes 11:9) mee, het waren echter, daar de lengte van de dagen in Palestina zich tussen 14 uur 12 minuten en 9 uur 48 minuten beweegt, zeer ongelijke uren, naar de verschillende jaargetijden, nu eens langer, dan eens korter, tot bepaling daarvan dienden de, reeds vóór de ballingschap, volgens het voorbeeld van de Babylonische uurwerken in Palestina gebruikelijk geworden, zonnewijzers (Jesaja 38:8; 2Kon.20:9 vv.) De nacht verdeelde men in twee helften (Exodus. 12:29) of in drie nachtwaken (Klaagl.2:19 Richteren. 7:19 Exodus. 14:24); met de opperheerschappij van de Romeinen kwam de verdeling in vier nachtwaken (Matth.14:25 Mark.13:35). De burgerlijke dag, die uit één nacht en een dag bestond, werd van zonsondergang tot zonsondergang gerekend (Leviticus. 23:32 zie Ge 1.5); de verschillende dagen van een week voerden geen afzonderlijke namen, maar werden als de eerste, tweede, derde enz. dag onderscheiden, terwijl de Egyptenaren ze naar de planeten noemden, evenals op hun voorbeeld ook de Romeinen. Dat elke week met de zevende dag of Sabbat gesloten werd, is bekend; daarom werden de weken soms Sabbatten dat is, zeven met een rustdag eindigende dagen genoemd (Leviticus. 13:15 Deuteronomium. 16:9)
Met de uittocht, of liever, met de instelling van het Pascha begint de geschiedenis van Israël als volk. Het is daarom, dat het nu ook een nieuwe tijdrekening ontvangt. Begon het jaar vroeger met de aanvang van de Herfst, voortaan zal het beginnen met de Lente, omdat met de instelling van het Pascha en met de uittocht uit Egypte er voor Israël een nieuw leven als volk begon. De ellende van de verdrukking was voorbij, de lentezon van de vrijheid was opgegaan.
3. Spreekt, terwijl gij dit Mijn besluit bekend maakt, tot de gehele vergadering van Israël, zeggende: Op de tiende dag van deze maand 1) neemt een ieder een lam, naar de huizen van de vaderen; 2) iedere vader zoekt voor zich en de leden van zijn gezin een lam van de kudde, gelijk Ik dit nader (vs.5) aanwijzen zal; een lam zal altijd voor een huis genomen worden, zodat niet een gezelschap naar welgevallen, maar alleen degenen, die totdat huis behoren (hoofdstuk 6:14) zich tot gemeenschappelijk genot daarvan verenigen.
1) Gewis is het, dat Israël een onderscheid moest leren kennen tussen de gewijde en natuurlijke tijdkring, die op een rijk van de natuur en van de genade moest wijzen. Maar dan moest daarbij wel bedacht worden, dat ook het natuurlijk of burgerlijk jaar geheiligd dient door de ordeningen van, en aldus mede gewijd aan de dienst van die God, en aldus mede heeft: “Weest heilig, want Ik ben heilig.” O, mijn lieve! een stroom van het heilige leven van God moet ook door en over de stroming van ons tijdelijk leven heengaan: opdat dit voorbereiding kan zijn voor en een heenleiding tot het eeuwige. Valt daartoe wellicht de gang van het burgerlijk en kerkelijk jaar soms zo merkwaardig samen, om door die treffende overeenkomst onwillekeurig de aandacht te boeien?.
De tiende dag van de eerste maand van het Kerkelijk jaar, (de zevende van het burgerlijk) het Paaslam afgezonderd. De tiende dag van de zevende maand van het Kerkelijk jaar, (de eerste van het burgerlijk) de Grote Verzoendag met zijn zoen- of schuldoffer. Bij beiden dus de getallen zeven en tien. Zeven het getal van het Verbond. Tien het getal van de volkomenheid.
2) In het Hebreeuws Lebeeth aboth, naar de huizen van de vaderen, in de zin van, naar de natuurlijke afdelingen van het volk in families. Niet willekeurig gekozen mocht dus het gezelschap zijn, maar volgens de goddelijke ordening. De heiligheid van het gezin heeft de Heere hier voor aller ogen willen tekenen; het organisch verband tussen de leden van dezelfde familie.
4. Maar indien een huis te klein is voor een lam, om het geheel te kunnen verteren, zo neemt hij het en zijn buurman, de naaste aan zijn huis gezamenlijk, en, zo nodig, kunnen meerdere families worden samengevoegd, naar het getal van de zielen, een ieder zodat hij, ten gevolge van het getal van zijn huisgenoten met hen eten kan; gij zult rekening maken, hoeveel bij elkaar gevoegd kunnen worden, naar het lam. 1)
1) In latere tijden rekenden de Joden het getal van de deelnemers aan zulke gezelschappen op minstens tien en hoogstens twintig.
Ook dit is niet zonder hoge betekenis. Er mochten niet te weinig aan tafel zitten van hen, die de Paasmaaltijd zouden genieten, opdat alle gedachte van overdaad ver verwijderd zou zijn, en altijd de gedachte van een heilige, God gewijde, maaltijd allen zou beheersen. Daarom was het denkbeeld van meer dan twee gezinnen niet uitgesloten.
5. a) Gij zult een volkomen 1) lam hebben, een mannetje, omdat het in de plaats zal treden voor uw mannelijke eerstgeboren, een jaar oud, want eerst dan ishet in zijn volle, frisse levenskracht; van de schapen of, indien die lammeren niet toereikend zijn, van de geitenbokken zult gij het nemen. 2)
a) Leviticus. 1:3 Mal.1:8; 1 Petrus. 1:19.
1) Het lam moest volkomen zijn, d.i. zonder gebreken. In Leviticus. 22:22-24 worden de gebreken opgesomd, welke een offerlam niet mocht hebben. Verder moest het een mannetje zijn, omdat de man en niet de vrouw het hoofd is en de vertegenwoordiger van het geslacht; de man is het verbondshoofd. Vervolgens éénjarig, d.i. volwassen. Christus Jezus is opgetreden, terwijl Hij, voor zoveel het vlees aangaat, was in de volle kracht van zijn leeftijd. Bovendien moest het uit de kudde genomen. Wel afgezonderd van de kudde moest het worden, maar overigens niets van de anderen verschillende, omdat Christus, het waarachtig Pascha, wel afgescheiden van de zondaren is geweest, maar toch in alles de broeders gelijk is geworden, uitgenomen de zonde.
2) Van die vergunning werd later geen gebruik gemaakt, maar altijd een lam genomen. Het lam moest reeds vier dagen vóór het feest afgezonderd worden, opdat men er zich aan gewennen zou, het als iets heiligs te beschouwen, opdat men met het oog op de goddelijke inzetting de gewone natuur gemakkelijker zou vergeten, maar nog meer, opdat reeds enige tijd vóór het feest de gemoederen aanleiding zouden hebben, om zich voor het feest voor te bereiden, de hun te geven, grote weldaad recht te bedenken en zich voor het ontvangen waardig voor te bereiden.
Dat juist vier dagen bepaald werden, heeft wellicht zijn grond in de vier geslachten, waarvan de Heere (Genesis 15:16) tot Mozes gesproken had; de kinderen van Israël moesten dus tevens bedenken, dat de verlossing juist in die tijd kwam, die voorzegd was geworden. Zo is ook Christus het ware offerlam, vier dagen vóór Zijn opoffering Israël voor ogen gesteld, daar Hij op Palmzondag (10 Abib of Nisan) feestelijk Jeruzalem binnentrok, en van toen af dagelijks in de tempel verscheen tot de avond van de Dinsdag. (Matth.21:1-24).
6. En gij zult het in bewaring hebben, het afgezonderd van de kudde houden tot de veertiende dag van deze maand; met welke dag de maand, wegens de aan de avond invallende nieuwe maan, haar hoogste punt bereikt heeft; en de gehelegemeente van de vergadering van Israël, 1) ieder gezin, zonder uitzondering, hetzij afzonderlijk, hetzij met een ander verenigd, zal het slachten, allen op dezelfde tijd, tussen de twee avonden, 2) in de tussentijd van de dubbele avond, tegen het ondergaan van de zon.
1) ieder gezin moest dus op hetzelfde ogenblik het lam slachten. Dit diende, om het organisch verband tussen de families van hetzelfde volk te kennen te geven. Wel bestond het volk uit gezinnen, gelijk het gezin uit leden, maar deze stonden niet los naast elkaar, maar werden door dezelfde banden van het bloed en van de geest verbonden. Bovendien was dit gezamenlijk slachten een gezamenlijk getuigen van gehoorzaamheid aan het Woord des Heeren, een zich gezamenlijk voorbereiden voor de te houden samenkomst. Iedere samenkomst vormde een gemeente.
2) Deze tijdsbepaling werd reeds door de Joden verschillend opgevat. Enige (de Karaïten en Samaritanen) verklaarden de eerste avond voor de tijd, dat de zon onder de horizon verschijnt, de tweede voor het komen van de gehele duisternis; zij rekenden dus van 6 tot 7« uur ‘s avonds; anderen (de Farizeeërs en Rabbaniten) daarentegen verstonden onder de eerste avond de namiddag van de tijd af, dat de zon zich ten ondergang begon te neigen; onder de tweede de werkelijke ondergang, en rekenden alzo van 3 tot 6 uur. (Op deze tijd is Jezus Christus, het echte Paaslam gestorven. De eerste opvatting is zonder twijfel de juiste; toch werd de andere later aan de tempeldienst ten grondslag gelegd, omdat ook het dagelijks avondoffer benevens het reukoffer “tussen de beide avonden” moest gebracht worden (hoofdstuk 29:39,41; 30:8), en beide handelingen niet tegelijk konden geschieden. Dit is met de wet in geen bepaalde tegenspraak, daar het uitgebreide gebruik van het woord avond in het Hebreeuws ruimte genoeg voor deze vroegere termijn van het slachten overlaat.
Wij veronderstellen dan, dat men het Paaslam uitkoos op de tiende dag van de maand; dat men de volgende tijd tot op de 14de dag besteedde tot onderzoek, of er niet enig gebrek aan was, dat het onbekwaam of onwettig maakte, dat men het slachtte de 14de, in de tussentijd van drie tot zes uur.
7. En zij zullen van het bloed nemen, door er een bundeltje hysop in te dopen (vs.22), en het strijken aan de beide zijposten, en aan de bovendorpel, aan de huizen, in welke zij het lam eten zullen. 1)
1) Later, toen Israël een heiligdom met een altaar, en een bijzondere priesterschap had, werd veel in deze voorschriften veranderd (Deuteronomium. 16:2,5,6). In hun strijd tegen de Roomse kerk, welke de viering van het Heilig Avondmaal voor een onbloedige herhaling van het offer van Christus uitgeeft, hebben de oudere protestantse theologen ontkend, dat het Joodse Paasfeest de betekenis van een werkelijk offer had; zij deden dit om aan die opvatting van het Heilig Avondmaal de schijnbaar bijbelse grond te ontnemen. Intussen wordt het Pascha (vs.27) (hoofdstuk 34:25) niet alleen uitdrukkelijk een offer genoemd, maar het draagt ook in de slachting en bloedsprenging twee hoofdkentekenen van een bloedig offer; door de slachting leed het lam, plaatsbekledend voor de vader en de zijnen, de dood als bezoldiging van de zonde; in de bloedsprenging werd het verdiende door de geleden dood, de vergeving van de zonden en de verlossing van de toorn van God, de in het huis wonende toegeëigend. Wanneer nu het Pascha volgens zijn eerste deel een zoenoffer is, zo wordt het in zijn tweede deel, in de daaraan verbonden Paasmaaltijd (vs.4,8) tot een dankoffer. Ten opzichte van het eerste, kan het Heilig Avondmaal slechts in zo verre daarmee in vergelijking gebracht worden, als ook hier de verdiensten van de geleden dood van Christus ons ten eigendom gegeven worden; van een herhaling van de offerdood zelf kan echter geen sprake zijn, omdat deze éénmaal voor altijd geleden is en eeuwig geldt (Rom.6:10 Hebr.7:27; 9:28); met het Pascha was het ten opzichte van de slachting geheel anders; wegens de ontoereikendheid van de oudtestamentische offers, die ook slechts voorafschaduwingen waren, moest dat natuurlijk altijd weer opnieuw geschieden, gelijk er dan ook altijd nieuwe offerlammeren waren, die de plaats bekleedden en de offerdood leden. Ten opzichte van het tweede deel daarentegen, de offermaaltijd, komen Avondmaal en Pascha geheel overeen; bij beide wordt de communie gevierd, de gemeenschap met de Heere en de gemeenschap van de disgenoten onder elkaar. (zie Le 3.1e.v.).
De gehele ingang dus van het huis was als met bloed geverfd en wees aldus aan, dat daar als een ingang van de doemschuld en van de dood was. Want dit is de betekenis van het bloed. Met rode letteren was dan als het ware voor het huis geschreven: hier is de poort van de dood; wie hier binnentreden zijn kinderen van de dood, kinderen van de bloedschuld, wier eigen bloed verdiende vergoten te worden.
Wie door het bloed wordt verschoond, moest door het vlees worden gevoed. De beide handelingen vulden elkaar slechts aan en behoorden onafscheidelijk samen. Het lam werd niet alleen vóór hen geslacht, maar ook met hen verenigd en in hen opgenomen. 1 Cor.5:7, Joh.6:53-57.
Opmerkelijk, dat het bloed niet op de benedendorpel mocht uitgestort worden. Het mocht niet vertreden of onrein worden geacht. (Hebr.10:29).
8. a) En zij zullen het vlees eten in dezelfde nacht (van 14-15 Abib), aan het vuur, met behulp van een braadspit, gebraden, met ongezuurde broden 1) daarbij; zij zullen het vlees met bittere saus, 2) uit kruiden, als wilde latuw, andijvie, radijs enz., eten. 3)
1) Wel was het ongezuurde brood spoediger gereed dan het gezuurde, maar daarom alleen gaf de Heere dit bevel niet. Het zuurdeeg is zinnebeeld van het zedelijk bederf. Met de uittocht moest al wat onzuiver was uit Egypte, uitgezuiverd worden. Het moest een heilig en gereinigd volk zijn en worden. (Galaten. 5:9).
2) De bittere saus herinnerde aan de verdrukking en het lijden in Egypte. Dat lijden mocht niet vergeten worden. Het zoete Paaslam van de verlossing deed echter de bittere saus van de verdrukking als niets achten. Zoals altijd: de hoop op de hemelse zaligheid doet de tijdelijke ellende en smarten als gering achten.
3) De spijs, die de kinderen van Israël in die nacht eten moesten, bestond dus uit vlees en brood, de gewone voedingsmiddelen van de mensen: het vlees is heilig, de Heere gewijd offervlees, het brood is ongezuurd, dat is eveneens heilig brood, en alzo zijn beide geschikt tot een heilig voedsel voor het natuurlijke en geestelijke leven, tot een spijs, die niet alleen de lichamelijke, maar tevens de geestelijke mens verzadigt, en krachten van het hogere leven werkt.
De bittere kruiden staan ongetwijfeld in betrekking tot de bitterheid van de verdrukking in Egypte, van welke in hoofdstuk 1:14, gezegd is: “Zij maakten hun het leven bitter.” Overigens komt het genot van bittere spijzen en dranken ook voor als een beeld van het lijden, van smart en gevaren (Psalm. 69:22, Jer.8:14). Als bijgerecht bij het zoete lamsvlees krijgen zij tevens de betekenis van kruiding; het zoete vlees moet door het bittere bijgerecht smakelijker worden, want de bitterheid wordt weggenomen door de zoetheid van het vlees, en dit krijgt daardoor eerst zijn ware kruiding. Wat voor de zoete spijs het bittere kruid is, dat is voor de verlossing uit Egypte de herinnering aan het lijden in Egypte. Hier is echter nog meer bedoeld dan alleen de herinnering aan dit lijden. Gelijk bij het maal bitterheid en zoetheid aanvullen, zo staat ook het lijden in Egypte tot de redding in Egypte in een nauw en redelijk verband; zonder het eerste zou het tweede niet geweest zijn, en door het verlevendigd bewustzijn van het eerste, krijgt de herinnering aan het tweede eerst haar ware wijding. Vergelijk Hebr.12:11: “Alle kastijding, als die tegenwoordig is, schijnt geen zaak van vreugde, maar van droefheid te zijn; doch daarna geeft zij van zich een vreedzame vrucht der gerechtigheid aan hen, die daarin geoefend zijn.
9. Gij zult daarvan niet rauw, niets in de haast half gebraden, eten, ook geenszins in water gekookt, maar aan het vuur gebraden; 1) niet in stukken gesneden, maar geheel en al, met zijn hoofd, met zijn schenkels en ingewanden, dat tevoren gereinigd eveneens in de buik mee gebraden moet worden.
1) Hier valt ons het uitdrukkelijk bevel in het oog, het dier niet in stukken te verdelen, het niet eens een been te breken. In zoverre bij het lichaam van mensen en dieren de beenderen de eigenlijke bouw, de vaste grond vormen, waarop al het overige rust, is de Schrift gewoon, door het lijden aan de beenderen, of nog meer door het breken daarvan het innigste, diepste lijden en een verwoesting tot de grond toe aan te duiden (Job 30:17; 33:21, Psalm. 102:4; 38:4 Klaagl.3:4 Jesaja. 38:13 Micha 3:3). Omgekeerd is het bewaren voor verbreking van de beenderen een bewaren als geheel (Psalm. 34:21). Dat gebod wil dus dat het te eten paaslam geheel en volkomen zal zijn, zodat het bij het eten als één geheel zal verschijnen; want niet het verdeelde, het in stukken gesnedene, maar alleen het geheel is één. Dit had geen ander doel dan om aan te duiden, dat al degene, die van het geheel en het één, een deel verkregen en daarvan aten, zich als een geheel, als een gemeenschap zouden beschouwen, evenals het nieuwtestamentische Pascha het eten van het lichaam van Christus 1 Corinthiers. 5:7) beschouwt, waarvan de Apostel in 1 Kor.10:17 zegt: “Eén brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, omdat wij allen één brood deelachtig zijn.” Daarin heeft dan ook de bepaling van het volgende vers zijn grond.
Ook hierin ligt niet het begrip van, haast, opgesloten. Want toch evengoed kon het dan gekookt worden. Het gebod van niet rauw te mogen eten, sloot alle denkbeeld van overhaasting uit. Maar het lam moest in zijn geheel, zodat geen been gebroken werd, aan het braadspit worden gestoken en alzo met het vuur in aanraking gebracht. Waarom? Om daarmee af te beelden het waarachtige Paaslam Christus, hetwelk ook met het vuur van Gods strafeisende gerechtigheid in aanraking kwam en wel dientengevolge de dood inging, maar niet werd vernietigd. Vuur is altijd, tenminste zeer dikwijls, beeld van Gods toorn, van Zijn strafeisende gerechtigheid.
10. Gij zult daarvan ook niets uit uw huis dragen (vs.46), ook niet laten overblijven tot de morgen, om het dan nog te genieten; maar hetgeen daarvan overblijft tot de morgen, omdat gij het in de Paasnacht niet kon verteren, zult gij de volgende morgen met vuur verbranden. 1)
1) Ditzelfde voorschrift wordt later (Leviticus. 7:15; 22:30) met betrekking tot het overblijvende van de dankoffers gegeven. Het diende om de heiligheid van het Paaslam hoog te houden. Geen onreine en onheilige Egyptenaar mocht van hetgeen voor het heilig Verbondsvolk bestemd was iets genieten.
11. Aldus, op de volgende wijze, nu zult gij het eten: uw lenden zullen opgeschort zijn, evenals bij degenen, die willen uitgaan, en door het ongegord, lang, afhangend kleed in het gaan zouden gehinderd worden (1 Kon.18:46; 2 Koningen. 4:29); uw schoenen, sandalen, aan uw voeten, terwijl gij thuis barrevoets gaat (Hand.12:8), en uw staf in uw hand (Genesis 32:10), en gij zult het vervolgens, in zulk een reisvaardige toestand, met haast eten, alsdegenen, die in een spanning ieder ogenblik het teken verwachten, dat zij moeten wegtrekken en een lange reis aanvaarden; alzo zult gij het eten; want het is het Pascha van de HEERE, 1) een door hem ingesteld maal, dat tot Zijn eer moet gehouden worden, en waardoor Hij geestelijk en lichamelijk sterkt tot de aanstonds aan te vangen reis.
1) De bepaling ten opzichte van de reisvaardige toestand bij het eten van het Pascha, geldt slechts voor deze eerste viering; zij is echter daarom van eeuwig gedenkwaardige betekenis, omdat met de verschoning en de uitvoering van Israël, het nu tot een eigen, zelfstandig volk en wel tot een eigen volk des Heeren en tot Zijn priesterlijk koninkrijk werd. In het Pascha viert alzo Israël zijn geboorte of schepping Jesaja 43:1,15); het is het feest van zijn geestelijke geboorte en de grondlegging van alle overige feesten. Het werkwoord, waarvan de naam Passah (eigenlijk Pesach, in het Aramees Pascha) afgeleid is, betekent vooreerst springen, huppelen, over iets heenstappen, om het niet te vertreden, daarom ook verschonen. De uitdrukking wordt dus hier gebruikt 1. van het voorbijgaan van de slaande engel voorbij de met bloed bestreken deuren van de kinderen van Israël, en het verschonen van hun eerstgeborenen (vs.27); 2. van het lam, waarvan het bloed aan de deuren moest gestreken worden, opdat de Heere, terwijl Hij het ziet, verschonen en voorbij gaan kon (vs.21); 3. van de bereiding van het lam, tot het door de Heere bevolen maal en de viering van dit maal (vs.11); 4.van de gehele feestviering, die met de maaltijd begon en zeven dagen duurde, en van de overige offers, die op het feest moesten gebracht worden (Deuteronomium. 16:1,2). Het laatste, het feest van de zeven dagen, heet gewoonlijk het feest van de ongezuurde broden (hoofdstuk 23:15; 34:18 Leviticus. 23:6 Deuteronomium. 16:16), omdat gedurende de viering daarvan slechts ongezuurd brood genoten werd (vs.15)
Wij zouden deze laatste woorden bijna als de instellingswoorden van het sacrament van het Paaslam willen beschouwen, die er het gehele karakter van moesten aangeven, en die, straks verklaard, ook de diepere betekenis, die erin lag, in het licht moesten stellen. Eigenlijk staat er in het oorspronkelijke, en dit, door de tegenstelling met al het voorgaande, des te krachtiger uitgedrukt, “het is het pascha, de Heere gewijd”; dat wil zeggen, dat het Jehova en niet het volk Israël toebehoort; dat het er is, om op Jehova te wijzen, Zijn tegenwoordigheid aan te duiden en Zijn gewisse hulp te verkondigen. Evenals het elders heet: “dat is mijn lichaam”, “het brood dat we breken is de gemeenschap van het lichaam van de Heere,” zo klinkt het hier plechtig en statig: “het is het pascha van de Heere,” of liever nog “het pascha voor de Heere.”.
Van zeven merkwaardige Paasfeesten wordt in de Heilige Schrift melding gemaakt. De eerste bij de uittocht uit Egypte; de tweede in de woestijn (Numeri. 9); de derde door Jozua en de Israëlieten bij de intocht in Kanaän Jozua 5); de vierde bij de hervorming door Hiskia (2 Kron.30); de vijfde onder koning Josia (2 Kron.35); de zesde door Israël, na de terugkomst uit Babel (Ezra.6); de zevende door de Heere Jezus Christus in de nacht, in welke Hij verraden werd (Luk.22). Bij het zevende stelde de Heere het Avondmaal in, waarmee het Sacrament van het Oude Verbond door dat van het Nieuwe vervangen werd.
12. Want 1) een bijzondere bewaring zal werkelijk plaats hebben ten tijde, dat gij de maaltijd houden zult. Ik zal in deze nacht door Egypte gaan, en alleeerstgeborenen 2) in Egypte slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal, door zulk een verslaan van de eerstgeborenen, gerichten oefenen aan al de goden van de Egyptenaren, die Mij zolang tegengestreefd hebben; Ik, de HEERE, zal het doen, die Mij wel als de enige, waarachtige God tegenover hen door teken en wonderen genoegzaam bewezen heb, maar nu ook nog Mijn gericht over hen volbrengen moet, opdat de wereld erkent, dat Ik Mijn eer aan geen andere geven wil (Jeremia. 42:8).
1) Door vs.12 en 13 wordt nader verklaard: “Het is het Pascha van de Heere”. Jehova zal Zijn gerichten oefenen aan Egypte, maar zal Israël, als het Zijn bevel gehoorzaamt, voorbijgaan.
2) De eerstgeborene, als de eerste macht van de vader (Genesis 49:3) en de eerste vrucht van de moeder (Ex.13:2) staat tot het geheel in een bijzonder nauwe betrekking; als de eerste geboorte is zij de bloesem van alle volgende geboorten, zij representeert dus een geheel volk of de gehele soort, zowel naar boven als naar beneden, zowel in de vóór- als in nageslachten; zij neemt, om zo te zeggen, een universele, een op het geheel en al zijn delen betrekking hebbende plaats in. Terwijl dan de Heer hen slaat, beide onder mensen en vee, slaat Hij eigenlijk alles in Egypte, wat een levensadem heeft; slechts Zijn lankmoedigheid en barmhartigheid is het, dat Hij niet werkelijk allen doodt, evenals eens bij de zondvloed, maar alleen de plaatsbekleders van het geheel. Nu is de vraag, in hoeverre dit gericht, dat aan mensen en vee moet volbracht worden, tevens voor een vernietigingswerk aan alle goden van de Egyptenaren moet aangezien worden, en niet alleen voor een strafgerecht aan mensen en vee (Numeri. 33:4). Ter beantwoording van deze vraag moeten wij ons voorstellen, deels hoe Egyptische koningen op de geschriften van hun gedenktekens zich als zonen of zelfs als Incarnaties (vlees- of menswording) van de goden lieten prijzen, deels hoe ontelbare dieren door de Egyptenaren als heilig vereerd en voor verschijningen van een Godheid aangezien werden. Nadat de Heere Zijn gericht reeds aan de werkelijke goden van de Egyptenaren, de demonen en boze geesten onder de hemel (zie Ex 7.20) uitgeoefend, en al hun macht te schande gemaakt heeft (hoofdstuk 8:18,19), houdt Hij nu ook gericht over alle hun ingebeelde goden, over de als god aanbeden koning, daar Hij zijn eerstgeboren zoon geheel gelijk stelt met de eerste zoon van de gevangene in de gevangenis, en de eerste zoon van de maagd, die achter de molen is, en over de voor heilig gehouden, en tegen alle aanranding door de wetten in bescherming genomen dieren, daar Hij deze eveneens behandelt als de onreinste van hun soort, bijvoorbeeld: als de zwijnen, aan wier herders het niet eens geoorloofd was, een tempel te betreden (zie Ge 41.46). Waarlijk, wanneer de zonde en de dwaasheid van de mensen ooit toelieten, dat de gerichten van God datgene werkelijk op hen konden vermogen, wat zij moesten vermogen, zo hadden de Egyptenaars, na de dood van hun eerstgeborenen, zich voor een brandhout, dat uit het vuur gerukt is, moeten aanzien, en na de slachting van de eerstgeborene van hun koning en van alle heilige dieren het voor altijd moeten afleren, om valse en nietige goden te dienen! Doch gelijk overal, zo is het ook hier: “Gij hebt ze geslagen, maar zij hebben geen pijn gehad; gij hebt ze verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots; zij hebben geweigerd zich te bekeren”. (Jeremia. 5:3).
13. En dat aan de deurposten en de bovendorpel gestreken bloed 1) (vs.7) zal u, die daardoor van de Egyptenaren afgescheiden zijt (hoofdstuk 11:7) tot een onderscheidend teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan, en er zal geen plaag onder u ten verderve zijn, die u eveneens zou verderven als degenen, die in het land zijn, in wiens midden gij woont, wanneer Ik Egypte slaan zal.
1) Op zichzelf beschouwd, had ook Israël de dood verdiend. Alleen dan, wanneer het werkelijk geloofde in de kracht van het bloed van de bevrijding en daarmee Gods woord door het geloof aanvaardde, zou het verschoond blijven. In zichzelf had Israël geen grond, om te hopen van het verderf verschoond te blijven. Het teken van het bloed, als door God ingesteld en aangegeven, werd het teken van de verschoning. Hier wordt duidelijk geleerd, dat zonder bloedstorting geen vergeving is, en wederom: In Christus hebben wij de verlossing door Zijn bloed (Efez.1:7). Gelijk het bloed van het Paaslam het teken was voor Israël ter verlossing, zo is het bloed van Christus het teken van de verlossing voor alle gelovigen. Daarom luidt het ook (Hebr.11:28): “Daartoe heeft Hij het Pascha uitgericht en de besprenging vna het bloed.
14. a) En deze dag, waarop het geschieden zal dat gij verschoond wordt van het algemeen verderf, zal u wezen ter gedachtenis van de ondervonden genade, en gij zult hem jaarlijks de HEERE tot een feest vieren; gij zult hemvieren onder uw geslachten 1) tot een eeuwige inzetting, evenals uw bewaring zelf van een eeuwige betekenis is.
a) Exodus. 5:1
1) Deze dag mocht nimmer vergeten worden. Daarom zegt de Heere, onder of in uw geslachten, d.w.z. in de opvolgende geslachten, van geslacht tot geslacht.
15. Zeven dagen achter elkaar zult gij ongezuurde broden eten; maar 1) op de eerste dag, de 15de van Abib, zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen, nadat gij reeds bij het aan die dag onmiddellijk voorafgegaan Paasmaal ongezuurd brood gegeten hebt (vs.8); want wie het gedesemde eet, van de eerste dag af tot op de zevende dag, die ziel zal, omdat zij een misdaad begaan en Mijn verbond nagelaten heeft, (Genesis 17:14 Numeri. 15:30), uitgeroeid worden 2) uit Israël.
1) In het Hebreeuws eigenlijk slecht tot. De betekenis is, dat niet later dan de eerste dag het zuurdeeg moest weggedaan worden.
2) De hoge betekenis ligt in het eten van de ongezuurde broden. Waarmee aangeduid wordt, de aflegging, het uitzuiveren van de oude mens van de zonde en het aandoen van de nieuwe mens. Duidelijk straalt dan hier het veband door tussen rechtvaardigmaking en heiligmaking. Wie dus wel het Paaslam wilde eten, maar niet de ongezuurde broden, toonde daarmee, dat hij wel wilde de vergeving, maar niet de verlossing van de zonde. Israël eenmaal verlost uit de banden van de slavernij, moest een heilig en geheiligd volk zijn en worden. Ook hier is Israël beeld van de Kerk van Christus. Wie de heiligmaking niet wilde, zou uitgeroeid worden. Hij vertrad daarmee het bloed van de verzoening.
16. En op de eerste dag (15 Abib) zal er, wanneer gij een heiligdom (hoofdstuk 25-31) zult bezitten, een heilige verzameling 1) zijn, er zal een algemene samenkomst tot verheerlijking van Mij plaats hebben; ook zult gij eenheilige verzameling hebben op de zevende dag (21 Abib); er zal geen werk, dat tot de dagelijkse bemoeiingen behoort (Leviticus. 23:7 vv.), op dezelfde dag gedaan worden; maar wat van iedere ziel gegeten zal worden; zoveel als tot spijziging nodig is, dat alleen mag van u toebereid, gereed gemaakt worden, hetgeen op de Sabbat en de Grote Verzoendag ook niet geoorloofd zal zijn (hoofdstuk 35:2 vv. Leviticus. 16:29-31).
1) In het Hebreeuws Mikra Kodesch, een gebeurtenis tot een heilig doel, nl. om de Heere te aanbidden. Men had burgerlijke en heilige verzamelingen van het volk. Op de laatste mocht niets gedaan worden, dan de dienst van de Heere waarnemen. Geen zaken mochten worden behandeld, geen strafgerichten gehouden.
17. Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, ook gedurende de dagen tussen 15 en 21 Abib, hoewel gij dan niet samenkomt, maar uw gewone bezigheden verricht, omdat Ikeven aan dezelfde dag, waarop het feest begint, uw legers rond middernacht uit Egypte geleid zal hebben; 1) daarom zult gij, op de zo-even beschreven wijze, deze dag houden; en niet alleen onder u, maar ook onder uw geslachten 2) zal die dag gevierd worden; tot eeneeuwige inzetting heb Ik u dit gebod gegeven.
1) Nu wordt nog in het kort het geschiedkundig feit herinnerd, dat aan de feestviering en aan het sacrament zelf ten grondslag ligt en waaraan beide steeds moesten vastgeknoopt blijven. Want weet dit wel, als men het sacrament van zijn eigenlijke geschiedkundige oorsprong losmaakt, dan heft men het ware wezen van het sacrament, evenals dat van de heilige feestdagen op. Daardoor zullen zij al het heiligende en waarlijk opbouwende verliezen, en geheel ophouden dit te zijn, wat zij eigenlijk willen en moeten zijn, waartoe zij ook ingesteld zijn en gevierd worden. Zo doen immers de ongelovigen van onze dagen, in onze kerk, onder onze ogen, met de Christelijke feestdagen en de sacramenten van doop en avondmaal. Men kan zich aan het sacrament vergrijpen; òf door het feit te loochenen, waaraan het zijn goddelijke oorsprong dankt, òf door de heilige betekenis te ontkennen, die God zelf erin gelegd en waartoe hij het ingesteld heeft.
2) De uitleiding van Israël, waarvan de Heere hier spreekt, was nog niet geschied, maar zou eerst na enige dagen plaats hebben; toch geeft de Heere reeds voorschriften voor het feest “ter gedachtenis” (vs.14). Zo wordt de weldaad, waaraan Israël in volgende jaren gedenken zal, beschouwd, alsof zij reeds ervaren ware; voor de Heere toch is alles, wat Hij zich voorgenomen heeft, zo goed alsof het reeds geschied was. Dat hier en vervolgens zo sterk wordt aangedrongen, dat Israël op het feest van zijn uitleiding uit Egypte gedurende al de zeven dagen alleen ongezuurd brood eet, heeft zijn grond in de zinnebeeldige betekenis van het zuurdeeg. Het is, als door de gisting bedorven, in de Heilige Schrift meestal een beeld van het oude en ontaaarde wezen van de mens (Matth.16:16), van boosheid en listigheid 1
Corinthiers. 5:6-8), en stelt alzo in zijn ook het overige deeg aanstekend zuur de verderfelijke en verzurende invloed voor, die al het zondige en ongoddelijke overal, waar het geduld wordt, uitoefent (Galaten. 5:9); daarom wordt later streng verboden, het te vermengen onder de koeken, die voor een spijsoffer bestemd waren (Leviticus. 2:4-12). Door de uitleiding uit Egypte nu wil de Heere niet alleen Israël uitwendig verlossen van de ellende, die het tot hiertoe ondervonden heeft, maar het tevens tot Zijn volk, tot een heilig volk (Exodus. 19:6) maken, dat van de zuurdeeg van het oude Egypte gereinigd is, en na zijn redding krachtens het verzoeningsbloed van het lam in een nieuw leven wandelt. Dit nieuwe leven, waarin het geplaatst is, moet door het eten van ongezuurd brood afgeschaduwd worden; de straf van de uitroeiing, welke op het eten van ongezuurd brood gesteld is, wijst op de waarheid van het Nieuwe Testament, dat zonder heiligmaking niemand de Heere zien zal. (Hebr.12:14 1 Thess.4:1 vv.).
18. a) In de eerste maand, aan de veertiende dag van de maand, in de avond, wanneer gij Pascha houdt, en de 15de dag is ingegaan, zult gij ongezuurde broden eten, tot de eenentwintigste dag van de maand, in de avond, wanneer het einde van het feest is.
a) Leviticus. 23:5 Numeri. 28:16
Niet alleen op de eerste dag, maar zeven dagen lang moest Israël zich onthouden van het eten van gedesemd brood. Het getal zeven is ook hier weer opzettelijk gekozen. Dit bevel strekt, om aan het volk te leren, dat het niet genoeg was de oude zuurdesem aanvankelijk uit te zuiveren, maar dat dit een voortdurend werk moest zijn. Niet alleen de rechtvaardiging, maar ook de heiligmaking is doel van Gods uitredding.
19. Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde! Want al wie het gedesemde eten zal, die ziel zal uit de vergadering van Israël uitgeroeid worden, 1) hij zij een vreemdeling,2) of een ingeborene 3) van het land, een nakomeling van Abraham, een geborene in het land, dat God, de Heere, u geven zal.
1) Door de straf van de “uitroeiing uit het volk”, welke dikwijls in de wet voorkomt (Exodus. 31:14 Leviticus. 17:4; 20:17) dreigt God de overtreder, dat hem alles treffen zal, waartegen hij door het verbond met God beschermd was; hij werd daardoor te midden van het volk in zekere zin vogelvrij; iedereen kon hem aan de eerste de beste overheidspersoon aangeven, en hem laten vonnissen; zo dit niet geschiedde, moest de schuldige in aanhoudende bezorgdheid verkeren, dat God zelf op een meer onmiddellijke wijze de straf aan hem zou ten uitvoer leggen. (Exodus. 4:24). Daarom zien wij, dat aan sommigen de bedreiging van de uitroeiing uit het volk werd vervuld door hen ter dood te brengen (Numeri. 15:30,31), terwijl b.v. het nalaten van de besnijdenis in de woestijn door het algemeen Godsgericht, dat in Numeri. 14:22-24, wordt aangekondigd, werd gestraft (Genesis 17:14)
2) Onder “vreemdeling” is te verstaan, elke niet-Israëliet, die voor kortere of langere tijd onder Israël verkeerde, maar Israël niet was ingelijfd.
3) In het Hebreeuws Ezrach haárets, ingeborene van het land. Het eerste woord betekent eigenlijk een inlandse boom, en van daar de betekenis van, ingeboren, van iemand, die in het land zelf geboren, met het land onafscheidelijk één is. Deze zijn de Israëlieten, die in Kanaän geboren zijn. De laatste staat dus tegenover de eerste. Al wie niet ingeboren is, d.i. uit Abraham voortgekomen, is vreemdeling, hij moge al of niet tot Israëls godsdienst zijn overgegaan en proseliet van de gerechtigheid zijn geworden.
20. Gij zult, om zulk een straf van uitroeiing te ontgaan, niets eten, dat gedesemd is; a) in al uw woningen zult gij ongezuurde broden eten, 1) gedurende de in vs.18 genoemde zeven dagen.
a) Deuteronomium. 16:3
1) Overeenkomstig dit bevel werd naderhand, op de dag vóór het feest, al het zuurdeeg met grote angstvalligheid en zorg uit de huizen verwijderd; iedere vader stelde een formele huiszoeking in, zag alle vertrekken, kisten, kasten en hoeken zorgvuldig na, of ergens een stukje of kruimeltje gezuurd brood gevonden werd, en sprak, na dit onderzoek, een gebed uit, dat alles, wat hij soms niet gezien of gevonden had, door God zelf tot stof en as mocht gemaakt worden.
II. Exodus 12 vers 21-28.
Mozes verzamelt vervolgens alle oudsten in Israël en openbaart hun Gods bevel ten opzichte van het Pascha. Deze gaan heen en zorgen voor de volbrenging op de bepaalde dagen.
21. Mozes dan riep al de oudsten 1) van Israël, die hoofden van stammen, geslachten en families waren (hoofdstuk 3:16; 4:29), en zei tot hen: Leest uit, zoekt naar het beste, en neemt u, op de tiende dag van deze maand, lammeren van schapen of geiten, die éénjarig zijn, en waaraan geen gebrek is, voor uw gezinnen (vs.3,4) a) en slacht, nadat gij het tot de veertiende afzonderlijk gehouden hebt, het Pascha, 2) tussen de twee avonden (vs.6).
a) Hebr.11:28
1) Het gesprek wordt in het bijzonder met de oudsten gevoerd, welke het vervolgens aan het volk moesten overbrengen. Want het kon niet tegelijk door zulk een grote menigte aangehoord worden. Doch ofschoon de verdeling van dat volk onder die wrede tyrannie veel te wensen overliet, toch wilde God, dat er toch enig bewijs van orde zou blijven, en heeft Hij niet geduld, dat zij, die Hij zich aangenomen had, van alle bestuur zouden verstoken zijn. Ook deze reden was er voor, om de eenheid te bevorderen, opdat het uitverkoren zaad van Abraham niet tot niets zou worden.
2) Mozes spreekt hier bevelend. Hij is de overbrenger van de last van God. En nu heeft Israël alleen te gehoorzamen, zonder enig beding.
22. Neemt dan een bundeltje hysop, 1) en doopt het in het bloed, dat in het bekken zal wezen, dat gij in het bekken bij het slachten zult opvangen; en strijkt aan de bovendorpel en aan de beide zijposten van dat bloed, dat in het bekken zijn zal; doch u aangaande, niemand zal, gedurende de volgende nacht, uitgaan uit de deur van zijn huis, tot aan de, na middernacht beginnende morgen. 2)
1) Onder hysop verstaan de uitleggers hier en in Leviticus. 14:4,51 Numeri. 19:6,18 Psalm. 51:9, waar het als besprengings- en reinigingsmiddel voorkomt, óf de Hijssopus officinalus, een ook in ons vaderland op muren groeiende plant met smalle, stijve lancetvormige bladeren, die ongeveer een duim lang zijn, een stengel van 1 tot anderhalve voet hebben, en blauwe of zeer witte bloemen dragen, die van juni tot augustus verschijnen en de bijen veel honing aanbieden; óf een met de hysop zeer overeenkomstige soort van Origanum (agrimonie, orego of kattestaart). Dit is een aromatische plant met een sterke, een voet hoge stengel, veel wolachtige bladeren en witte bloesems; hij groeit veel op steenachtige grond. Het is niet te beslissen, welke van beide meningen de ware is, daar over datgene, wat de ouden onder hysop verstonden, nog veel onzekerheid heerst; in ieder geval komt het niet alleen als werktuig van bestrijken voor, waartoe het wegens zijn tedere harige bladeren, die een vocht, waarin zij gedoopt zijn, licht opzuigen en even zo gemakkelijk bij drukking weer van zich geven, zeer geschikt is; maar, meer nog, wegens zijn medicinale kracht, daar men het oudtijds zowel onder spijzen en andere dingen vermengde, om deze van onreine bestanddelen te zuiveren, als ook in het bijzonder gebruikte tot reiniging van het lichaam van verkeerde vochten enz. Op onze plaats dient het “zeker” tot het eerste, “Symbolisch” tot het tweede doel; het is dus deels werktuig, deels symbool.
Mozes spreekt alleen van de besprenging van het bloed, omdat hij over het eten van het lam zich reeds had verklaard. Hij beveelt hysopstengels in het bloed, dat in het bekken was opgevangen, te dopen en aan ieder alzo de bovendorpel van zijn eigen huis en de beide zijposten te besprenkelen. Door welk teken God getuigd heeft, dat Hij het volk aan het algemeen verderf ontrukte, omdat het door het teken van het bloed van de goddeloze werd afgezonderd. Want het moest de Israëlieten met nadruk vemaand worden, vooreerst, dat zij door de verzoening door het offer van de plaag werden bevrijd, en hun gezinnen ongedeerd bewaard bleven; vervolgens, dat alzo het offer hun alleen voordelig was, indien het teken ervan duidelijk bij hen naar buiten trad. Elders zien wij, dat het Paaslam type is geweest van Christus, die door Zijn dood ons de vrede heeft verzekerd, opdat wij niet met de overige wereld zouden omkomen. Maar reeds van vroege tijden af heeft Hij gewild, dat onder de wet aan de ouden zou betuigd worden, dat Hij hen niet anders genadig kon zijn. En nu is het volstrekt niet twijfelachtig, of door een zichtbaar teken heeft Hij hun zinnen willen vestigen op het ware en hemelse voorbeeld, dat van de ceremonieën van de wet af te scheiden, ongerijmd en onwettig zou zijn. Want wat is kinderachtiger, dan het bloed van vee te stellen tegen de macht van God, of om daarin oorzaak van redding te zoeken? Doch God toont, dat Hij niet anders dan uit kracht van het offer Israël spaart. Waaruit blijkt, dat Hij door deze heilige handeling hun de dood van Christus heeft voorgesteld, welke alleen het onderscheid daarstelde tussen hen en de Egyptenaren. Maar tegelijk leert Hij, dat geen vrucht van het vergoten bloed is te hopen zonder besprenging. Niet, omdat de werkelijke en zichtbare besprenging iets nut aanbrengt, maar omdat door deze ceremonie, welke door het gezin gepleegd werd, het nuttig was, dat de onervarene als het ware op de zaak zelf werd gewezen,, opdat zij wisten, dat geestelijk verstaan moest worden, wat zij voor hun ogen zagen gebeuren.
“Dat door het bloed van Christus onze zielen door de Geest besprengd worden”, is uit de brief van Petrus wel bekend. Van deze zaak is nu het beeld in de hysopstengel voorgesteld, welk kruid een uitnemende kracht bezit, om te zuiveren, en daarom ook bij andere offeranden wordt gebruikt.
Besprengd worden met de hysopstengel was tot reiniging, tot ontzondiging. David bidt in Psalm. 51, om daarmee ontzondigd te worden, waardoor hij inroept de reinigmakende kracht van het bloed van de verzoening.
2) Alleen de huizen, getekend door het bloed van het Paaslam, waren schuilplaatsen tegen de slaande hand van de engel van het verderf. Waarschijnlijk zinspeelt de Heere hierop in Jesaja. 26:20
23. Want 1) de HEERE zal door Egypte gaan om middernacht om de Egyptenaren voor de tiende maal te slaan, door het doden van alle eerstgeborenen onder mensen en vee; doch wanneer Hij bij het omgaan het bloed zien zal aan de bovendorpel, en aan de twee zijposten van uw deur, zo zal de HEERE de deur voorbijgaan, en de verderver 2) van de eerstgeborenen (Hebr.11:28), die Hem ter zijde staat en het gericht in zijn naam volbrengt, niet toelaten in uw huizen te komen, om u, gelijk de Egyptenaren, te slaan. 3)
1) Hij verbiedt hun ‘s nachts uit te trekken, opdat zij zich niet vermengden met de Egyptenaars, maar zich rustig onder de bescherming van het bloed verborgen hielden. Waardoor zij herinnerd werden, dat ook zij aan het verderf waren blootgesteld, tenzij zij door het bloed van de ongelovige werden gescheiden. Daarna voegt Hij de belofte erbij dat, indien zij zich slechts hielden onder de bescherming van het bloed, de engel zou voorbijgaan, om hen geen schade toe te brengen. Waarom Hij dit wederom herhaalt, dat zij eerst door middel van het bloed behouden waren, die niet verzuimden zich ermee te besprenkelen, omdat alleen het geloof ons het heil, door het brengen van het offer verkregen, deelachtig maakt. Als verderver wordt hier zonder twijfel de Engel genoemd, welke God had verordend, om Egypte te slaan. Doch ofschoon Hij dikwijls door kwade engelen Zijn oordelen laat uitoefenen, is toch uit andere plaatsen op te maken, dat hier één bedoeld wordt uit de uitgekozenen; dezelfde, die onder het Hoofd Christus, diens aanvoerder van de bevrijding van het volk is geweest.
2) Onder de verderver is zonder twijfel een werkelijke Engel te verstaan, niet gelijk sommigen willen, die Engel van God, van wie in hoofdstuk 3:2 vv. gesproken is; toch was de Heere in en door deze Engel werkzaam, zodat, wat Hij deed, aan God zelf toegeschreven wordt (2 Samuel 24:16; 2 Koningen. 19:35). Omgekeerd eigenen (Genesis 19:13) de beide Engelen, die tot Lot kwamen, zich het werk toe, dat in vs.24 vv. de Heere onmiddellijk volvoert, omdat zij het voorbereid en tot het punt gebracht hebben, waarop de Heere weer persoonlijk bij hen aanwezig kon zijn. (vs.17).
In het Hebreeuws Hamaschchee, verderver. Sommigen vertalen verderf. In Hebr.11:28 lezen we: de verderver. Wie het Hebreeuwse woord door “verderf” vertalen, zijn van oordeel, dat onder het Griekse woord, de dood, wordt verstaan. Echter is het beter hier verderver en niet verderf te behouden. Wat God in het begin van dit vers aan Zichzelf toeschrijft als aan de eerste oorzaak van alles, dat, zegt Hij aan het einde, te zullen doen door Zijn Engel, als midden oorzaak. Het is daarom dan ook, dat sommigen van mening zijn, dat hier de Engel van God bedoeld wordt, die aan de aartsvaderen verscheen.
3) De Heere eist dus volstrekte gehoorzaamheid. Daarin ligt bevrijding van de dood. En onvoorwaardelijk geloof, daarin ligt het behoud en het leven.
24. Onderhoudt1) dan deze zaak 2), dit slachten van het paaslam op de avond van de 14 Abib, tot een inzetting voor u en uw kinderen, tot in eeuwigheid, daar de Heere u, dat is iedere vader in het bijzonder, in die verschrikkelijke nacht om het bloed van het Pascha bewaard heeft.
1) Altijd, ook later moest Israël zich dat herinneren, om zich in gehoorzaamheid te oefenen. “Onderhoudt dan deze zaak, tot een inzetting voor u en uw kinderen tot in eeuwigheid”. Het is de heilige roeping van de getuigen van Gods grote daden, de herinnering daaraan ongerept en ongeschonden te bewaren. En niet slechts omwille van hen zelf, maar ook en bovenal omwille van de geslachten, die na hen komen zouden en misschien dergelijke tekenen en blijken van Gods macht en grootheid niet zo van nabij zouden aanschouwen. Immers de heilige instellingen en gewijde feesten reiken van eeuw tot eeuw de heugenis van de grote daden van God aan de opvolgende geslachten over. Daarom is de plechtige viering en waarderende wijding van de gedenkdagen en overgeleverde instellingen een plicht van het volk. Zo getuigt het ook in Psalm. 78, die als een herinnering aan de paasnacht, als een Paaspsalm kan beschouwd worden.
2) “Deze zaak”, eigenlijk dit woord, dit voorschrift, maar hier terecht door “zaak” vertaald, omdat het niet alleen zag op het bestrijken van het bloed, maar op het gehele voorschrift van de Paasviering.
25. En het zal geschieden; als gij in dat land komt, dat u de HEERE geven zal, gelijk Hij in vroegere tijden tot de vaderen en nu weer tot u gesproken 1) heeft, zo zult gij jaarlijks deze door de Heere u voorgeschreven dienst 2) onderhouden.
1) Naast het middel tot bevrijding van de plaag, geeft de Heere hier hen uitzicht op algehele verlossing, en verzekert hun, dat zij eenmaal zeker in Kanaän zullen komen. Zonder twijfel, om het geloof te versterken. Gelijk bij het Avondmaal de Gemeente van Christus niet alleen gedachtenis moet vieren, van het lijden en sterven van het volmaakte Paaslam, maar ook daarbij gewezen wordt op de komst van Christus, als wanneer al hetgeen ten dele was, zal teniet gedaan zijn en de eeuwige verlossing een aanvang neemt, zo ook wordt hier Israël bij de instelling van het tweede Sacrament van het Oude Verbond niet alleen op ogenblikkelijke bevrijding en verlossing gewezen, maar het ook een uitzicht geschonken op volkomen bevrijding, als het in Kanaän op eigen erfgoed zou gesteld zijn.
2) In het Hebreeuws Avoodah, dienst. Met opzet wordt het onderhouden van het paasfeest hier een dienst genoemd, omdat het niet aan Israëls willekeur werd overgelaten om het te vieren, maar omdat het tot zijn dure verplichtingen behoorde. Met de plechtige viering van het Paasfeest zou Israël zijn geloof en geloofsgehoorzaamheid aan de Heere God tonen.
26. a) En het zal geschieden, wanneer uw kinderen, als zij tot de ouderdom van opmerken en vragen gekomen zijn, tot u zullen zeggen, terwijl zij de verschillende gebruiken van de feestviering zien: Wat hebt gij daar voor een dienst; wat betekenen deze plechtigheden?
a) Jozua. 4:6
27. Zo zult gij zeggen; Dit geslachte lam, dat wij eten, is de HEERE een Paasoffer, 1) waardoor wij Hem prijzen voor Zijn bewaring in Egypte; het is een offer voor Hem,die voor de huizen van de kinderen van Israël voorbijging in Egypte, toen Hij de Egyptenaars sloeg, en door dit voorbijgaan, onze huizen bevrijdde. 2) Toen Mozes dit aan de oudsten geopenbaard had, boog zich in hen, het door hen vertegenwoordigde volk, en neigde zich, 3) om zijn geloof aan het Woord des Heeren en zijn bereidwilligheid tot nauwkeurige gehoorzaamheid te betuigen (hoofdstuk 4:31).
1) In het Hebreeuws Zvach pésach. Paasoffer, of het offer van de voorbijgang. Het woord komt van een werkwoord, dat eigenlijk springen betekent. Vandaar de betekenis van hinken en van overgaan, voorbijgaan. Het woord betekent eigenlijk slachtoffer. Het Pascha was daarom een offerande. Het bloed was zonder twijfel strekkende tot een voorbeeldige verzoening. Het bloed van het Paaslam was als het ware het rantsoen voor de eerstgeborenen van Isaëls volk om deze te bevrijden van het verderf.
2) Met dit bevel heeft God ten doel. Zijn grote daden door mondelinge overlevering onder het volk in levendige herinnering te houden. (Johannes 4:16); daartoe bestond in latere dagen een feestorde, de Haggada of de verkondiging. Deze hield in, dat vóór de eigenlijke maaltijd, als het bepaalde gedeelte uit de wet was voorgedragen en de tweede beker wijn ingeschonken was, de oudste zoon des huizes tot de vader de vraag richtte (Deuteronomium. 32:7), wat dit alles betekende; deze antwoordde daarop (Exodus. 13:8): “Dit Pascha eten wij daarom, omdat de Heere voor de huizen van onze vaderen in Egypte is voorbijgegaan.” Terwijl hij hierop de bittere kruiden met de hand ophief, ging hij voort: “Deze bittere kruiden eten wij, omdat de Egyptenaren het leven van onze vaderen in Egypte bitter gemaakt hebben.” Vervolgens nam hij ook een ongezuurd brood in zijn hand en zei: “Deze ongezuurde koeken eten wij, omdat onze vaderen geen tijd hadden om het deeg te verzuren, eer God hun verscheen en hen verloste. Daarom moeten wij Die, die onze vaderen en ons deze wonderen bewezen heeft, en ons uit de dienstbaarheid in de vrijheid, uit het leed in de vreugde, uit de duisternis tot groot licht gebracht heeft, belijden, loven, prijzen en verhogen. Zo laat ons dan spreken: “Halleluja! Looft de Heere, gij zijn knechten!” Hiermee was de volgende plechtigheid, het Hallel, of het lofgezang ingeleid; eerst werden psalm 113 en 114 uitgesproken, waarop de vader de reeds ingeschonken tweede beker zegende en rondreikte; het tweede deel van het lofgezang, Psalm 115-118 werd eerst, nadat de maaltijd geheel geëindigd was, bij het genot van de vierde beker, voorgedragen. (Matt.26:30).
De herhaling van deze plechtigheid bij de vernieuwing van elk jaar geschiedde 1e om terug te zien als een gedenkboek, opdat daarin verse heugenis zou blijven van de grote zaken, die God voor hen en hun vaders verricht had. 2e om vooruit te zien, als een onderpand van de grote offerande van het Lam Gods in de volheid van de tijd, in de plaats van ons en onze eerstgeborenen; wij waren aan het zwaard van de slaande engel onderworpen, maar Christus, ons Paaslam is voor ons geslacht en zijn dood verstrekt ons ten leven, en dus is hij het Lam, geslacht voor de grondlegging van de wereld. Mozes heeft door het geloof het Pascha uitgericht, want het einde van de wet is Christus.
3) Het buigen van het lichaam is tot de knieën toe; het buigen van het hoofd, is met het aangezicht nederwaarts; het buigen van zichzelf, is het uitbreiden van handen en voeten, totdat men met zijn aangezicht neer ligt op de aarde.
28. En de kinderen van Israël, van wie de oudsten, na het weggaan van Mozes, de ontvangen mededelingen van huis tot huis bekend maakten, gingen en deden het: zoals als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij. 1)
1) Zij verdeelden zich naar de grootte van hun families in gezelschappen, kozen de 10 Abib een lam, slachtten het op de avond tussen de 14de en 15de dag van de maand, bestreken met het bloed de bovendorpel en de beide deurposten van hun huizen, en genoten hierop, geheel reisvaardig, het in zijn geheel aan het vuur gebraden paaslam, met de bittere kruiden en de ongezuurde broden; het overige gedeelte van de nacht bleven zij in de huizen tezamen die met bloed getekend waren, totdat geschied zou zijn, wat de Heere zich voorgenomen had. De Egyptenaren zullen zich verwonderd hebben, toen zij zagen, dat op dezelfde dag in alle Israëlitische families een lam ter maaltijd werd gereed gemaakt, en iedere huisdeur met bloed werd getekend; menigeen, die onder de vorige elkaar opvolgende plagen de God van Israël had leren vrezen, zal bij zulk een aanblik een bang voorgevoel gehad hebben. Toch legden zich allen, als de nacht inviel, ter ruste neer.
De dag neigde, de schaduwen van de nacht legerden zich over Egypte; Farao en zijn volk legden zich tot slapen neer. Ach, gij ongelukkige zielen! gij had het zo nodig gehad u de Heere aan te bevelen, wiens zware gerichten gij reeds door de vreselijke slagen kende. Maar er kwam geen avondzegen over deze lippen, er steeg geen smeken om genade en barmhartigheid uit deze harten op, die zich tegen de Heere verzetten; onder gedachten van tegenstand, onder beelden van wellust, onder dromen van zonde, in trotse zekerheid, sliepen deze ellendige mensen in. Ach, ook wij zijn wel reeds dikwijls genoeg ingeslapen met zondige gedachten, in plaats van met gebeden; met het hart vol onreine en boze lusten, in plaats van het zoeken van de genade; in trotse zekerheid, in plaats van in oprechte boete en ware verootmoediging voor Hem. God helpe ons, dat voor ons nooit weer een nacht aanbreke, dan in verbond met onze Heiland! Ons ontwaken kon anders wel eens vreselijk en ontzettend zijn!
Hiermee erkenden zij hun doemwaardigheid, toonden hun gehoorzaamheid, deden belijdenis van hun geloof, en brachten het offer van dankbaarheid.
III. Exodus 12 vers 29-42
Te middernacht, terwijl de kinderen van Israël na het genot van het Pascha reisvaardig achter hun deuren wachten, en lofgezangen en feestliederen van hun lippen klinken, volgt de laatste beslissende slag, de tiende plaag. De engel van het verderf gaat door geheel Egypte, en slaat alle eerstgeborenen van de Egyptenaren onder mensen en vee; Farao staat op in de algemene schrik van de nacht, en zendt een boodschap aan Mozes en Aäron, dat hij het volk nu laat vertrekken; de Egyptenaren dringen en drijven de kinderen van Israël, om ten spoedigste van hen bevrijd te zijn.
29. a) En het geschiedde te middernacht, 1) toen alles stil was en rustte (1 Thess.5:3), dat de HEERE, door de uitgezonden verderver (vs.23) al de eerstgeborenen in Egypte sloeg, 2) van de eerstgeborene van Farao af, die op zijn troon zitten zou, de erfgenaam van de troon, tot op de eerstgeborene van de gevangene, die in het gevangenhuis was, de tot de geringste slavenarbeid veroordeelde misdadiger, en alle eerstgeborenen van de beesten, 3) gelijk Hij ongeveer 5 of 6 dagen geleden Farao door Mozes bedreigd had, maarwaarnaar deze in verharding niet had geluisterd (hoofdstuk 10:28-11:8).
a) Psalm. 78:51; 105:36; 135:8; 136:10.
1) Opdat de hand van God in dit wonder niet bedekt zou zijn, noch in het bewaren van zijn volk, noch in het oefenen van zijn strafgerichten over de Egyptenaren, verheerlijkt Mozes Zijn macht in vele bijzonderheden. Want eerst verhaalt hij, dat midden in de nacht, het vernielen is begonnen, welke tijd door God vantevoren was vastgesteld. Vervolgens voegt hij eraan toe, dat alle eerstgeborenen zijn geslagen, van de zoon van de koning af tot de zoon van de slaaf toe, die in het gevangenhuis was. Want hij noemt alzo de geringste bij wijze van spreken, daar hij vroeger gezegd heeft, tot aan de zoon de van de dienstmaagd, welke de molensteen draait in de molen. Wat niet anders dan door een bijzonder wonderteken had kunnen geschieden, dat op hetzelfde uur, huis voor huis hetzelfde verlies, zonder uitzondering trof, voornamelijk, omdat het zelfs tot het vee werd uitgestrekt. Ten derde vermeldt hij, dat in één ogenblik alle Egyptenaren opstonden en openlijk getuigenis gaven, dat zij wisten, dat de God van Israël hun tegenstander was. Ten vierde, dat Farao als smekeling gevraagd heeft, dat Mozes haastig het volk uitvoerde, ja zelfs hem op ongelegen tijd daartoe heeft gedwongen. En toch is door zo duidelijke en krachtige bewijzen, de goddeloosheid en lichtvaardigheid van sommigen niet weerhouden, om te beproeven, dit merkwaardige werk van God, door hun leugens te verduisteren.
2) Vele uitleggers denken hier, wijzende op 2 Samuel. 24:15 vv., dat een pest het middel geweest zal zijn, waardoor de verderver de dood van de eerstgeborenen volbracht. Intussen is van een plotselinge invallende ziekte, die zich door aansteking over geheel Egypte verspreidde, hier geen sprake. Geen aansteking die als de elektrische vonk op onbegrijpelijke wijze nu hier dan daar invalt, is de oorzaak dat een zo groot getal als offers van deze plaag vallen; niet door lichamelijke geschiktheid voor een raadselachtige ziekte stof zijn de offers die hier vallen gepredestineerd (vooraf bepaald); maar de hand van Jehova, of van de verderver, die Hij zendt, grijpt onmiddellijk in. Vantevoren is nauwkeurig bepaald, hoeveel en wie er vallen zullen, en wel volgens een regel, die niet het minst met de wetten van aansteking te doen heeft.
Alles pleit ervoor, dat het niet de gewone pest is geweest, die wel meer in Egypte, vooral in het voorjaar, voorkwam. Vooreerst, reeds vroeger had de Heere een pest onder het vee gezonden, en dit met name aangeduid. In de tweede plaats wordt duidelijk deze ziekte gewoonlijk bij name genoemd, en eindelijk, al werkt de pest snel en spoedig, toch niet zo spoedig in de regel, dat in een enkel uur alles afgelopen is. Het was een plotseling invallende dood, waardoor alle eerstgeborenen getroffen werden, voorafgegaan door verschijnselen, die de ziekte aankondigden, en waardoor de huisgenoten uit de slaap werden opgewekt. Onverwacht komt de Heere, gelijk een dief in de nacht.
3) De eerstgeboren zoon van farao heette wellicht Osiris; tenminste bestond in Egypte later de gewoonte, om in een bepaalde nacht, wanneer het volle maan was, een algemene weeklacht in het land om de verloren Osiris aan te heffen, en dat men daarna onder luid geween en geschreeuw uitging, om hem te zoeken.
30. a) En Farao, aangegrepen door de verschrikking van God, stond op bij nacht, hij en al zijn knechten, en al de Egyptenaars; en er was een groot gehuil in Egypte; 1) want er was geen huis, waarin niet een dode was. 2)
a) Psalm. 105:38
1) Verschrikkelijk was die nacht de toestand in Egypte, een toestand des te verschrikkelijker, omdat de een de ander niet kon bijstaan, omdat ieder in zijn eigen huis een zieke had te verzorgen, of een dode had te betreuren.
2) Er kan gevraagd worden, of er dan in ieder huis een eerstgeborene was, in de zin van eerstgeboren zoon of dochter. Men vergete echter niet, dat hier niet van eerstgeboren kinderen sprake is, maar van eerstgeborenen. Ook de vader of de moeder, ook de man of de vrouw, ook de dienstbare kon een eerstgeborene zijn. En dan werden deze getroffen.
31. Toen riep 1) hij Mozes en Aäron in de nacht, en zei, hun de toestemming tot een onvoorwaardelijke aftocht gevende: Maakt u op, trekt uit het midden van mijn volk weg, zo gij als de kinderen van Israël; en gaat heen, dientde HEERE, gelijk gij gesproken hebt 2) (hoofdstuk 10:8-11:24).
1) Vroeger had Farao Mozes met de dood gedreigd, indien hij weer voor zijn aangezicht verscheen, nu laat hij, in de ontzaglijke angst van zijn hart, hem weer ontbieden, of laat hem door zijn knechten aanzeggen, om heen te gaan. Alle wensen willigt hij in. Hij bedingt geen enkele voorwaarde meer. Hoe eerder zij vertrekken, hoe liever hij het heeft.
2) Dat zal steeds voor het geloof het einde van de volhardende kamp zijn, dat de vijandige wereld ten laatste het recht van Gods uitverkoren volk moet erkennen en de dienst van de Heere vrijlaten. Daartoe dwong de Heere in de dagen van onze moedige vaderen de wrede koning van Spanje; daartoe dwong Hij in Egypte de trotse en wrede Farao: om het recht van het geweten op de vrije uitoefening van de godsdienst te erkennen. En zo zal het, o mannen of vrouwen! ook onder u worden, indien een van beiden ongelovig de rechten van het geloof beperkt en betwist. Indien de gelovige volhardt, zal God het ongeloof tenslotte tot erkenning van het recht brengen. Indien gij slechts bidt en wacht, gelooft en vertrouwt.
Hiermee verklaart Farao, dat hij op dit ogenblik geheel en al aan de eisen van God zal gehoorzamen, niet gewillig, maar door de plagen gedwongen, en hierdoor wordt vervuld wat de Heere vroeger over hem gesproken heeft. In het Hebreeuws Berachtem, zegent (imperativus pluralis). Farao vraagt hier van Mozes, dat als zij de Heere zullen dienen, hun feest zullen vieren en tot de Heere zullen bidden, zij ook hem dan zullen gedenken, opdat hij van verdere plagen bevrijd moge blijven. Duidelijk straalt hierin door, dat hij op dit ogenblik een onvoorwaardelijke uittocht aanbiedt, zonder enige reserve.
32. Neemt ook met u uw schapen en uw runderen, zoals gij gesproken hebt (hoofdstuk 10:25-27), en gaat heen, en zegent mij ook. 1)
1) Wanneer de gerichten van de Heere, het ene na het andere, wanneer de middernachten van het leven op ontzettende wijze over de zondaar aanbreken, dan erkent hij wel de lang bespotte en verachte God; dan voelt hij zich als een sidderende worm in de hand van de Almachtige: dan komt hij in een toestand, zeer gelijk aan die van de boete, hoewel hij van de ware boete verder verwijderd is, dan de hemel van de aarde. Zulk een boete heeft reeds menig hardnekkig zondaar gedaan, wanneer de Heere in onweer daar heen trok; wanneer zijn eerstgeborene koud en bleek voor hem lag; wanneer verschrikkelijke gevaren zijn leven bedreigden; of wanneer hij aan de poort van de dood stond en de verschrikkingen van het gericht in het laatste duistere uur indrongen en zijn hart bestormden; zulk een boete zullen zelfs de verdoemden doen, wanneer de laatste middernacht van de weeklacht van hun eeuwige kwellingen weerklinkt.
33. En de Egyptenaars, terwijl hun koning zelf of door zijn afgezanten, zo nederig, als om een gunst, Mozes tot vertrekken bidden moest, hielden sterk aan, drongen evenzo met gebeden en bezweringen, er hard op aan bij het volk van Israël, zich haastende om die uit het land te drijven, alle moeite aanwendende, om de aftocht zo spoedig mogelijk tot stand te brengen; want zij zeiden bij zichzelf: Wij zijn allen dood, 1) wanneer dit slaan en doden van de verderver nog langer aanhoudt.
1) Waar hij dus haastig alle uitzonderingen afsnijdt, daaruit treedt wel de verandering van de mens tevoorschijn, omdat God dit stalen gemoed, dat Hij vroeger verhard had, nu verbreekt. Vandaar die wanhoopskreet: Wij zijn allen dood. Vandaar de bereidwilligheid om hun uit eigen beweging een uitrusting te geven, zodat zij hen, welke zij vroeger hadden uitgeschud, nu met buit belaadden.
34. En het volk, terwijl het aan het dringen en drijven van de Egyptenaars toegaf en haastig opbrak, nam zijn deeg op, eer het gedesemd was, hun deegklompen, 1) die voor spijs op de reis in de baktrog reeds gekneed, maar nog nietmet zuurdeeg vermengd waren, gebonden in hun kleren, 2) op hun schouders.
1) In het Hebreeuws Mischarotham, hier vertaald door deegklompen. Beter is de vertaling van baktroggen, de bakken, waarin het deeg bereid werd (Deuteronomium. 28:5). Zij konden het niet laten doorzuren en waren daarom genoodzaakt ongezuurd brood te eten. Zo zorgde God op bijzondere wijze voor de nakoming van zijn gebod.
2) De gewone kleding van de Israëlieten bestond uit een lijfrok of een onderkleed, en een mantel of opperkleed. De lijfrok (Matth.5:40) was een kledingstuk van wol of boomwol, dat in de regel op het blote lichaam als hemd gedragen werd, nauw toesloot, tot aan de knieën reikte, en mouwen had; met een gordel werd het om de lendenen vastgebonden; de mantel daarentegen was een groot vierkant stuk doek, dat men om de schouders wierp. Wie alleen het onderkleed droeg, heette naar het gewone spraakgebruik “naakt” (1 Samuel 19:24 Job 24:10 Jesaja. 20:2); het opperkleed, gelijk aan de Haik of Burnus van de tegenwoordige Arabieren, werd door armeren of reizigers als deken gedurende de nacht (Exodus. 22:26 vv.), en in het gewone leven dikwijls voor een zak of voor een draagdoek gebruikt, daar men, hetgeen men verdragen wilde, daarin bond en de bundel op de schouder nam; zo hier en in Richteren. 3:15, Spreuken. 30:4.
35. a) De kinderen van Israël nu hadden gedaan naar het woord van Mozes, en dien ten gevolge naar het goddlijk bevel (hoofdstuk 3:21 vv.; 11:2 vv.), dat door hun oudsten tot hen gebracht was (hoofdstuk 12:21 vv.), en hadden van de Egyptenaren geëist, 1)zilveren vaten, en gouden vaten, (kleinoden) en feestkleren.
a) Psalm. 105:37
1) Het bevel, dat God aan de kinderen van Israël gaf, toen zij uit Egypte zouden geleid worden is zeer opmerkens- en nadenkenswaardig. Zoiets is geen diefstal geweest, omdat zij die vaten niet namen tegen het weten en willen van de Egyptenaren, maar zij vonden genade bij de Egyptenaren, zodat zij hun hetzelfde en het goed gaven. De Israëlieten hadden die mening niet, om daarmee weg te trekken, maar deden het alleen om Gods bevel in acht te nemen, wiens oogmerk zij niet wisten. De Egyptenaren eisten de vaten niet weer, maar drongen daarop aan, dat zij haastig het land moesten verlaten. God was de rechte Leenheer van de goederen, die een vrije macht heeft, deze de Egyptenaren te ontnemen en aan de Israëlieten te geven. Zij kwamen de Israëlieten toe, omdat zij de aangeven tijd van hun dienstbaarheid, om niet moesten arbeiden en geen loon hadden ontvangen; dus wilde God hebben, dat zij zich daarmee zouden betaald achten.
36. Daartoe had de HEERE, gelijk Hij beloofd had, het volk genade gegeven in de ogen van de Egyptenaren, dat zij hun begeerte 1) deden, het geëiste werkelijk brachten, daar de Egyptenaren, in dit uur van algemene schrik en angstvoor meerdere strafgerichten (vs.33), tot alles bereid waren, wat slechts enigszins kon bijdragen, om de aftocht van de kinderen van Israël te bespoedigen en de toorn van hun God te verzoenen; en zij, de kinderen van Israël, beroofden de Egyptenaren.
1) Een verkeerde vertaling: “dat zij hun leenden” (in de Lutherse vertaling) heeft veel aanstoot in oudere en nieuwere tijd tegen deze handelwijze opgewekt. Volgens die vertaling zouden de Israëlieten bedrieglijk hebben gehandeld, daar zij wel wisten, dat zij niet terug zouden komen, en hen voorgeven van lenen dus werkelijk ontvreemden, stelen was. En wat het ergste daarbij was, God zelf had dit geboden. De beste verklaring die bij behoud van dit woord gegeven is, is deze: Van het begin af tot het einde toe is voor Farao en de Egyptenaren van niets anders sprake geweest, dan van een reis van drie dagen in de woestijn tot viering van een feest. Daartoe hebben de Egyptenaren hun vaten en klederen de arme Israëlieten te leen gegeven, om ze waardig toe te rusten. Zij verwachtten niets anders, dan het terugkeren van de laatsten na afloop van de feesttijd, en hoopten dan weer in het bezit van het hunne te komen; en deze hadden inderdaad ook de bedoeling om weer te komen en alles weer mede te brengen. Maar Farao gaf door zijn achtervolging (hoofdstk 14) aan de zaak een geheel andere wending; Hij stelde zich daarmee op voet van oorlog tegen Israël, het leger van de Heere, en de Heere moest voor Zijn volk strijden. Deze nu gaf toen Farao in de Rode Zee was aangekomen, Egypte’s goed aan de kinderen van Israël, als een weggedragen krijgsbuit, volgens krijgsrecht hun eigendom. Intussen heeft Farao de oorspronkelijke eis van Mozes reeds bij zijn laatste gesprek (hoofdstuk 10:24-11:8) daardoor teniet gedaan, dat hij met Mozes niet meer onderhandelen wilde; als hij vervolgens (hoofdstuk 12:31 vv.) tot deze zendt, staat hij volledige en onvoorwaardelijke aftocht, om nooit weer te keren, toe, wel in de angst van het ogenblik, maar toch zó dat hij werkelijk alle verdere aanspraak op Israël opgeeft. Met hem denken duidelijk ook de Egyptenaren er niet aan, dat de Israëlieten ooit zouden terugkeren. Er is dus hier in het geheel geen sprake van lenen van de vaten en van de kleren, maar van de zijde van de Israëlieten van een eisen, van de zijde van de Egyptenaren, van een toestaan van zulk een eis. Daartoe leidt dan ook de betekenis van het woord in de grondtekst; het ontvreemden is een beroven (spoliare), een als krijgsbuit wegnemen. Israël trekt, met de buit van zijn machtige vijanden beladen, weg, ten teken van de overwinning, die Gods almacht aan zijn machteloosheid verleend heeft.
Het Hebreeuwse woord door beroven vertaald, wordt niet altijd in een ongunstige zin gebezigd. Het betekent “wegnemen”. Dit wegnemen kan, maar behoeft niet gelijk te staan met “ontvreemden”
37. Alzo reisden de kinderen van Israël uit van Raméses, 1) Heröonpolis (hoofdstuk 1:11), de hoofdstad van het land Gosen (zie “Ge 47.4), waar zij zich, voor zover zij die stad in diezelfde nacht bereiken konden, na het gebeurde (vs.35-36), verzameld hadden; vandaar gingen zij naar Sukkoth (tenten), een legerplaats, ongeveer 5 of 6 uur zuidoostelijk; daar hielden zij hun eerste rust; onderweg sloten zich meerdere scharen aan, totdat het gehele volk verzameld was; er waren omtrent zeshonderdduizend te voet, mannen alleen, behalve de vrouwen en de kinderen. 2)
1) Het is evenwel mogelijk, dat zij zich verder verbreid hebben, omdat die landstreek zo grote menigte niet kon bevatten, vooral omdat de Egyptenaren er tegelijk woonden. Daar echter de herinnering aan de belofte van God bij hen voortleefde, waardoor de hoop op de verlossing op enige tijd altijd bij hen aanwezig was, is het niet verwonderlijk, indien zij liever wilden, al was het dan ook met groot ongemak, binnen een enge ruimte beperkt te blijven, dan door andere woonplaatsen te zoeken, zich van de massa af te scheiden. Dat dit nu de eigenlijke woonplaats van het volk is geweest, blijkt ook uit voornoemde dingen, waar Mozes verhaalt, dat zij tot slaafse arbeid gedwongen werden, opdat zij daar de versterkte steden bouwden, welke hen als het ware als een vesting zouden besluiten. In het getal van de mensen, dat hij noemt, blijkt het ongelooflijke wonder van de genade van God in het vormen en uitbreiden van hun geslacht. Zo wordt de vermetelheid van de goddelozen tot schande gemaakt, die menen, dat het een bespottelijke zaak was, dat uit één gezin, in zo kort tijdsbestek, een machtig volk kon voortkomen.
Dat niettegenstaande de zware verdrukking het volk Israëls toch zulk een groot aantal zielen telde, is tot troost en sterkte voor de Kerk van alle eeuwen. Onuitroeibaar, onvernietigbaar bleek Israël te zijn. God had door Zijn macht en sterke hand dat volk beschermd. Dit is en zal de ervaring van de Kerk zijn.
2) Van oudsher is de vruchtbaarheid in Egypte bij mensen en dieren een elders voorbeeldige geweest; het land was dus met betrekking tot de bedoelingen, die God voor Israël had (Genesis 46:3), bijzonder geschikt. Toch is de natuurlijke vruchtbaarheid van Egypte, daar, volgens de getuigenissen van de oude geboorten van meer dan één kind tegelijk daar aan de orde van de dag waren, niet genoegzaam, om een zo buitengewoon sterke vermeerdering van ongeveer 70 zielen, die in het land kwamen, tot boven de 2 miljoenen, voor een betrekkelijk korte tijdsruimte van 215 jaar, als natuurlijk te doen voorkomen; veelmeer is Gods voorzienigheid hier op bijzondere wijze werkzaam geweest, namelijk door bewaring van de kinderen bij het leven en door afwending van alle tegenspoeden, ziekten en andere gevaren. Dat zulk een vermeerdering niet onmogelijk is, toont het volgend overzicht, waarbij voor ieder huwelijk door elkaar niet niet meer dan op vier zonen gerekend is, en niet in aanmerking wordt genomen, dat menig man wellicht meer dan een vrouw gehad heeft.
Bij de aankomst in Egypte: 63 mannen, 30 jaren later 252 mannen, 60 jaren later 1.008 mannen, 90 jaren later 4.032 mannen, 120 jaren later 16.128 mannen, 150 jaren later 64.512 mannen, 180 jaren later 258.048 mannen, 210 jaren later 1.032.192 mannen.
Ten tijde van de uittocht leefden de laatste drie geslachten; van het eerste van deze laatste drie waren waarschijnlijk reeds velen dood, of tenminste boven de leeftijd, om nog krijgslieden te kunnen zijn, waarom wij slechts de helft daarvan in rekening brengen; van het laatste kon daarentegen slechts een derde boven de twintig jaren zijn, dit geeft: laatste lid: 344.064 mannen, voorlaatste lid: 258.048 mannen, vóór-voorlaatste lid: 32.256 mannen, totaal: 634.368 mannen.
Er kunnen dus nog 34.368 afgerekend worden voor degenen, die vroeg gestorven zijn, of om enige andere omstandigheid moesten wegvallen. (Numeri. 1:16).
Het getal, hier genoemd, is een zogenaamd rond getal. Volgens de telling bij Sinaï bedroeg het getal mannen 603.550 zielen van 20 jaar en ouder, en 22.000 mannelijke Levieten van één maand en daarboven (Numeri. 1:46 Ex.3:9
38. En veel vermengd volk 1) trok ook met hen op, een talrijke menigte, uit mensen van verschillende afstammingen dooreen gemengd, die, wel merendeels de geringsten kasten van de Egyptische bevolking toebehoorden, gelijke verdrukking met het volk van God hadden ondergaan. (Numeri. 11:14); en schapen en runderen, heel veel vee (zie “Ex 1.7).
1) Ofschoon Abraham veel slaven had bezeten, is het nauwelijks denkbaar, dat Jakob, tijdens de hongersnood, anderen heeft gevoed, dan zijn eigen kinderen, voor welke hij nauwelijks voldoende voedsel kon aanwezig hebben, opdat zij niet allen door vasten zouden uitgeput raken. Althans, omdat Mozes, als hij verhaalt, dat zij in Egypte kwamen, van de slaven niet gesproken heeft, mag men vermoeden, dat niet een grote menigte mee is opgetrokken, omdat de nood vorderde, tenminste met weinig tevreden te zijn. Daarom besluit men, dat het vermengd volk, hetwelk zich met de Israëlieten verenigde, of zijn oorsprong had uit Egypte, of uit de naburige landstreek daar waren komen wonen. Zodat de vruchtbare landstreek, door de liefelijkheid en overvloed, vele bewoners tot zich zou hebben getrokken. Indien het nu iemand ongerijmd toeschijnt, dat natuurlijke mensen, met geen hoop op iets hogers voor ogen, uit eigen beweging een geschikt en vruchtbaar oord hebben verlaten, om, zwervende en dolende, nieuwe woonplaatsen te zoeken, die bedenke, dat Egypte toen door zo vele verliezen was getroffen, dat het in zijn ontredderde toestand en gebrek, zijn eigen bewoners gemakkelijk kon verjagen. Een groot deel van het vee was gestorven, alle vruchten waren bedorven, de akkers verwoest en bijkans woest. Niet te verwonderen daarom, indien het vele vreemdelingen en ook enigen uit de ingezetenen zelf op de vlucht dreef. Doch het was ook mogelijk, dat zij, onmenselijk behandeld, en nu een weg tot de vrijheid ontsloten ziende, het juk van de tyrannie hebben afgeschud.
Ook is het niet onwaarschijnlijk, dat velen, door het zien van de tekenen en wonderen en behoeve van het volk van Israël geschied, zich gedwongen hebben gevoeld, mee op te trekken, om aldus in de zegeningen van Israël te delen. Later werden zij Israël tot een valstrik.
39. En zij bakten, in Sukkoth aangekomen, van het deeg, dat zij uit Egypte gebracht hadden, ongezuurde koeken, dunne, ronde koeken, gelijk zij tot hun Pascha gegeten hadden (vs.8), want het deeg, dat zij voor de reis meegenomen hadden, was niet gedesemd, daar zij het zo spoedig hadden moeten meenemen (vs.34); omdat zij uit Egypte uitgedreven werden (vs.33), zodat zij niet vertoeven konden, niet zolang de uittocht konden verschuiven, dat zij het deeg tot gewoon gezuurd brood hadden gemaakt; noch ook hadden zij, daar alle zuurdeeg om het Pascha onmiddellijk uit de huizen hadden moeten verwijderd worden, andere teerkost, voor zich kunnen bereiden. 1)
1) De kinderen van Israël kwamen dus bij dit eerste paschavieren op gedwongen wijze ertoe, om ook de volgende dagen tot 21 Abib buitengewoon of rein brood te eten, evenals in de nacht van 14-15 Abib; zij volgden dus ten gevolge van de druk van de omstandigheden, de bepalingen in vs.15 vv., die naar de gehele inhoud, hun noch wel niet meegedeeld waren (vs.21-27). Deze dwang en druk van de omstandigheden behoort nog tot de periode van hun ellende, daar men hun niet eens tijd liet, om zich voor de reis toe te rusten, maar hen, zoals zij waren, uit het land dreef; daarom wordt in Deuteronomium. 16:3 het ongezuurde brood “brood van de ellende” genoemd. Toch heeft het eten, gedurende zeven dagen, van zulk brood niet uitsluitend ten doel, om als een beeld van de doorgestane dienstbaarheid aan de volgende geslachten altijd opnieuw te herinneren; de eerste en voornaamste betekenis bestaat veelmeer hierin, om het nieuwe leven van de verlosten af te beelden, die de oude zuurdesem van de boosheid van zich weggedaan hebben, en nu in het zoete deeg van de reinheid en waarheid wandelen, 1 Kor.5:6 vv. Bovendien is het echter niet zonder geestelijke betekenis, dat Israël niet vrijwillig, maar gedwongen bij de broodbereiding te Sukkoth van het zuurdeeg afziet, en het eten van ongezuurd brood gedurende zeven dagen achter elkaar voor de smaak juist niet iets aangenaams heeft; want Israël, als nog in het oude verbond staande, heeft nog niet vrijwillig het oude wezen van de natuur, de zuurdeeg van Egypte losgelaten; dat zal eerst te Zijner tijd de Geest van de genade bewerken, wanneer de nieuwtestamentische verlossing geschied is, en heeft ook dan, in het Nieuwe Verbond, het nieuwe leven van de verlosten van de Heere niets met de zwakheid van het vlees te doen? Het kost veel een Christen te zijn en naar de mening van de Heilige Geest te leven. Onze natuur went zich er moeilijk aan, om zich altijd in de dood van Christus over te geven, en is hier in één strijd de overwinning behaald, wij zijn daarom nog niet veel verder.
Door welk voorbeeld wij leren, dat de weldaden van God altijd met enige ongemakken vermengd worden, opdat niet al te veel genot de gemoederen van de vromen zouden bederven.
Wordt het ongezuurde brood (Deuteronomium. 16:3) een brood van de ellende genoemd, het is om te herinneren aan de haast, waarmee het volk uit Egypte was getogen, daar het geen tijd had, om het naar gewoonlijke wijze te bereiden en aangenaam of smakelijk te maken.
40. a) De tijd nu van de woning; die de kinderen van Israël in Egypte 1) gewoond hebben, gerekend van de tijd, dat Abrahem spoedig na zijn intrede in het land Kanaän, voor de eerste maal naar Egypte verhuisde (Genesis 12:9 vv.), is vierhonderd en dertig jaar, 2) van het jaar 2083 tot 2513 na de wereldschepping = 1917-1487 vóór Christus.
a) Genesis 15:13 Hand.7:6 Galaten. 3:17
1) Het begin van deze tijdrekening wordt niet genomen vanaf de tocht van Jakob, omdat uit andere plaatsen duidelijk blijkt, dat vanaf de tijd, dat Jakob naar Egypte trok, tot op de uittocht, er hoogstens 230 jaar zijn voorbij gegaan. De Hebreeën tellen er in het algemeen slechts tien. Maar Mozes begrijpt ook die tijd eronder, waarin Abraham en zijn zonen het bezit van het beloofde land moesten derven. De bedoeling is daarom, dat, sedert Kanaän aan Abraham tot een wettige bezitting was gegeven, de belofte hangende was, gedurende vierhonderd jaar, voordat zijn nakomelingen hun recht konden genieten. Want ook Paulus lost deze zwarigheid alzo op in Galaten. 3, waar hij zegt, dat vóór de Wet is afgekondigd, God sedert 430 jaar Zijn Verbond met Abraham had gesloten. Daarom neemt Mozes het begin van de tijdrekening van het als vreemdeling in Kanaän vertoeven van Abraham, daar deze wel heer was van het land Kanaän, volgens het recht van schenking. Dat nu in Genesis 15 God de dertig jaar weglaat, daarin is niets tegenstrijdigs te ontdekken, omdat reeds vele jaren tevoren aan Abraham het land, waarin hij nauwelijks als vreemdeling mocht verkeren, beloofd was; slechts kon hij niet zijn heerschappij erover voeren. Daarom maakte God hem opmerkzaam, dat er nog 400 jaar zouden voorbij gaan, voordat Hij zijn nakomelingen in het bezit zou zetten, en dat daarom die kleine tijd, welke hij heeft doorgebracht, niet voldoende is, om zijn geduld te beproeven, maar dat zowel voor hem zelf als voor zijn nakomelingen een buitengewone standvastigheid nodig zou zijn, opdat het niet uit verdriet, om het langer vertoeven, ten onder ging. Verder, omdat Hij nu niet precies de jaren telt, wijkt hij niet af van het gewone spraakgebruik. Wel restten er meer dan vierhonderd en twintig jaar of daaromtrent, maar omdat er bij God geen ander voornemen is, dan de Zijn tot verdraagzaamheid te vermanen, berekent of bepaalt Hij het niet tot een vast getal van jaren, omdat het genoeg was, dat hun in hoofdsom vierhonderd jaar werden voorgesteld. In dezelfde zin voegt hij er ook het volgende vers bij: “Ten einde van de 430 jaar,” namelijk sedert Abraham begonnen was de wettige bezitter van het land te zijn. Want Mozes wil leren, dat, ofschoon God Zijn belofte op gegeven tijd na haar gedaan te hebben in vervulling bracht, echter Zijn waarheid en trouw althans voor beproed moest verklaard worden, niet slechts, omdat Hij getrouw vervulde, wat Hij beloofd had, maar ook, omdat Hij de vastgestelde tijd had bewaard.
Als de Apostel Paulus in de brief aan de Galaten (Galaten. 3:17) van dezelfde tijdruimte van 430 jaar spreekt, stelt hij, als de twee eindpunten van aanvang en uiteinde, het verbond van God met Abraham gemaakt (Genesis 15) en de wetgeving, die kort na Israëls uittocht uit Egypte geschiedde. Ook Stephanus bracht de ruim vier eeuwen van Israëls zijn in Egypte in verband met Abrahams vertrek uit Haran, met het verbond van God met hem gemaakt en met de belofte van de Heere, hem geschonken (Hand.7:6). Uit dit alles blijkt dan genoegzaam, dat bij de berekening van Israëls verblijf in Egypte ook het tijdelijk verblijf van de aartsvaderen daaronder gerekend werd. En wij weten ook niet, welke uitdrukking, in de grondtekst, gelijk men dan soms wel beweert, met recht tegen deze opvatting kan ingebracht worden.
De Septuaginta vertaalt: De inwoning van de kinderen van Israël, welke zij in het land van Egypte en in het land Kanaän hebben doorgebracht, was 430 jaar. De “Zeventigen” hebben daarom ook het verblijf van de aartsvaderen bij het verblijf in Egypte getrokken. Dit kan trouwens ook niet anders. Wat Mozes hier schrijft, schrijft hij als het ware als profeet, met een profetische blik. Het is hem voornamelijk erom te doen, te wijzen op de vervulling van de belofte, welke God aan Abraham heeft gedaan. Daarom scheidt hij niet het wonen in Kanaän en in Egypte. Ook het wonen in Kanaän was een wonen als vreemdeling en bijwoner, een toestand van druk. Wat Israël in Egypte gebeurde, was eigenlijk de voltooiing van hetgeen Abraham en Izak reeds hadden ondervonden in Kanaän. Het was één toestand van verdrukking geweest, slechts die in Egypte was wreder en hardvochtiger. En nu overziet de Godsman als met één blik al die eeuwen, die voorbij gegaan zijn. De eeuwen van verdrukking gaan zijn gedachten voorbij, maar hij ziet ook het einde. En waar hij tevens het einde ziet, daar vat hij alles in één wonen in Egypte samen, terwijl hij tegelijk wijst op Gods trouw en waarheid, waardoor op de bepaalde tijd aan de toestand van verdrukking een einde wordt gemaakt.
2) Dat bij de telling van 430 jaar werkelijk van Abrahams eerste verhuizen naar Egypte, en niet, gelijk anderen willen, van die van Jakob moet gerekend worden, blijkt deels uit het geslachtsregister (Exodus. 6:16 vv.), deels uit de nieuwtestamentische plaats in Galaten. 3:17. De gehele tijdruimte is in twee delen te verdelen; 215 jaar van Abrahams tot Jakobs verhuizing (2083-2298 na de wereldschepping), en 215 jaar tot op de uittocht onder Mozes (2298-2513)
41. En het geschiedde na de vierhonderd en dertig jaar, waarmee het tevoren aangekondigde tijdstip (Genesis 15:13 vv.) gekomen was, zo is het even op dezelfde dag, 1) waarop, met het invallen van de nacht, het Pascha van de Heere gehouden was, dat is de 15 Abib van het jaar 1487 v. Chr., geschied, dat al de legers, 2) van de HEERE, door Zijn sterke hand uitgeleid (hoofdstuk 7:4), en door de wolk- en vuurkolom op de juiste weg gebracht (hoofdstuk 13:21 vv.), uit Egypte gegaan zijn.
1) Dit wil niet zeggen, dat de uittocht geschiedde juist op de laatste dag van het 430ste jaar, maar dit ziet op de dag, waarop God besteld had, dat Israël zou uittrekken, de 15de Abib (Nisan)
2) “Al de legers.” Hiermee wil Mozes wijzen op het feit, dat de belofte volkomen is vervuld, dat er geen klauw zou achterblijven. Ook hieruit zien wij, hoe de Schrijver elke bijzonderheid aangrijpt, om de deugden van Gods trouw en waarheid te verkondigen.
IV. Exodus 12 vers 42-51
Onder de uittrekkende Israëlieten waren ook vreemdelingen (vs.38); de Heere wijst nu aan Mozes en Aäron aan, hoe bij de viering van het Pascha ten opzichte van deze moest gehandeld worden.
42. Deze nacht, 1) de 15 Abib, zal men daarom de HEERE op het vlijtigst, allernauwgezetst houden, 2) omdat Hij hen op die tijd uit Egypte geleid heeft deze is de nacht van de HEERE, die, volgens Zijn bevel (vs.14; 24vv.), op het vlijtigst moet gehouden worden, van al de kinderen van Israël, onder hun geslachten.
1) Niet één eeuw, maar alle eeuwen moet dit feest gevierd worden, totdat de tijd van de schaduwdienst voorbij zal zijn en door de komst van Christus voor de Kerk de Nieuwe bedeling zou aanvangen. In de nacht werd als het ware de kracht van het Paaslam ervaren, in de nacht heeft de Heere het Sacrament van het Avondmaal ingesteld.
2) In het Hebreeuws Schimrim, bewaring. Beter is dus de vertaling: Deze nacht zal de Heere een bewaring zijn, d.i. deze nacht zal de Heere zijn tot een feest als bewaring, enz. Omdat de Heere Israël bewaard had voor de slaande engel, moest deze nacht tot een eigen instelling van de Heere zijn, om die te vieren ter gedachtenis. Anderen vertalen: “tot een feest.”.
43. Voorts zei de HEERE tot Mozes en Aäron, misschien toen de kinderen van Israël te Sukkoth ongezuurde broden van het medegenomen deeg (vs.39) bakten: Dit is de instelling van het Pascha, geen zoon van een vreemdeling 1) zal daarvan eten; dat volk, dat met u uitgetogen is, heeft, hoewel het nu met u de zeven dagen ongezuurd brood eet, aan het Pascha zelf geen deel mogen nemen, en zal dit ook in de toekomst niet mogen doen.
1) Hieronder is te verstaan, elk niet-Israëliet, die van andere volken afstamde. Een buitenlander (vs.45) werd genoemd zo iemand, die tijdelijk verblijf hield bij de Israëlieten en een huurling, die voor loon diende. Het is duidelijk, waarom de Heere op deze dingen wees. Het Paaslam was het Sacrament van het Oude Verbond, het teken van het Verbond. Wie nu dat Sacrament zou genieten, moesten het teken van het Verbond, d.i. van de besnijdenis, ontvangen hebben. Alleen de besnijdenis gaf recht op het Pascha. Eerst de besnijdenis en dan het Pascha. Daarom eerst de Doop en dan het Avondmaal.
44. Doch elke knecht van iedereen, die voor geld gekocht is, en door zijn lijfeigenschap in Israëls volksgemeenschap is overgegaan, nadat gij hem besneden zult hebben (Genesis 17:12), dan zal hij daarvan eten.
45. Geen buitenlander, of bij u inwonende, die in uw godsdienstgemeenschap niet opgenomen is, noch huurling, een voor dagloon bij u arbeidende vreemdeling, zal ervan eten, 1) want zij staan beide tot u slechts in een uitwendige betrekking, die telkens weer kan verbroken worden.
1) Wie niet-Israëliet was, of bij Israël door de besnijdenis was ingelijfd, mocht het Pascha niet eten. Het Paasfeest diende toch, om de gemeenschap van de kinderen van Israël met hun Verbondsgod en de gemeenschap onderling te bevorderen, drong bovenal tot afmaning van en breken met de zonde, met al wat onrein en onheilig was en is. Israël was een afgezonderd volk en moest dat ook openbaren bij het Paasfeest.
46. Bij het genot van het Pascha moet een scherp aangeduide voorstelling plaats hebben van uw volksgemeenschap en de daaraan ten grondslag liggende familiegemeenschap. In een huis 1) zal het gegeten worden; gij zult het met het getal, dat zich daartoe verenigd heeft, geheel eten, en van het vlees niet buiten uit het huis dragen; degenen, met wie gij het paaslam genomen hebt, zullen tot uw huis overkomen; gij moogt geen gedeelte naar hun woningen voeren, opdat zij het daar afzonderlijk zouden eten, a) en gij zult geen been daaraan breken; tot aan de maaltijd mag het lam niet in stukken verdeeld worden, het moet in zijn geheel op uw dis worden geplaatst.
a) Numeri. 9:12 Joh.19:36
1) Het Paaslam wees immers op de heelheid en eenheid van het volk als volk van de Heere. Daarop wezen wij reeds vroeger, als wij melding maakten van de eenheid van tijd en wijze van de slachting van het Paaslam. Hier komt dit nu nog duidelijker uit in de voorgeschreven eenheid van de plaats waar het gegeten moest worden, in de heelheid van het lichaam waarin het bij de toebereiding moest gelaten, in de gezamenlijkheid van het volk, waardoor het moest verricht worden. In één huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen; en gij zult geen been daaraan breken. De gehele vergadering zal het doen. Ziedaar het boven aangeduide drieledig voorschrift.
47. De gehele vergadering van Israël zal het doen; in alle families, óf door elke afzonderlijk, óf door enige tezamen (vs.4), zal het gegeten worden, maar streng afgesloten van alle vreemdelingen.
48. Als nu een vreemdeling bij u verkeert (vs.45) en hij heeft zo grote begeerte, dat hij de HEERE mede het Pascha houden zal, dat alles, wat mannelijk is, onder de leden van zijn familie tevoren bij hembesneden wordt, 1) dan behoeft het hem niet langer geweigerd te worden, en dan komt hij daartoe, om dat Pascha te houden, en hij zal wezen als een ingeborene van het land; hij wordt voortaan, omdat hij met de zijnen het verbondsteken draagt, als in ieder opzicht gelijk staandegerekend met u, de inwoners van dat land, waarheen Ik u voeren zal; maar ook alleen onder die voorwaarde zult gij hem toelaten, want geen onbesnedene zal daarvan eten.
1) Zulk iemand werd dan genoemd, proseliet van de gerechtigheid. Wie slechts de Noachitische geboden beloofde te onderhouden, was proseliet van de poort.
49. Enerlei wet zij voor de eerstgeborene, en de vreemdeling, die als vreemdeling in het midden van u verkeert; 1) de een heeft als de ander slechts dan het recht de Heere te naderen en hem het Pascha te houden, wanneer hij de besnijdenis ontvangen heeft.
1) Het volk dat de verlossing heeft door het bloed van het Lam, namelijk de vergeving van de misdaden naar de rijkdom van de genade van God (Efez.1:7), kan niet meer in de dienst van de zonde en van de wereld leven. Het bloed van de verzoening maakt een scheiding tussen het volk van God en de wereld. Israël zou niet enkel uit het plaatselijk Egypte, maar uit de dienstbaarheid en gemeenschap van de wereld uitgeleid en tot de waardigheid van een vrij en zelfstandig, van de heidenen afgezonderd volk van God verheven en gevormd worden. Van deze bestemming moest het bewust blijven. Het volk, dat vergeven heeft, zal in dankbaarheid en in liefde zijn God dienen en verheerlijken. Geheel het Paasfeest scherpte dat in en drong daartoe.
Niet het ingeboren zijn was voldoende om aan het Paasfeest deel te nemen, maar het besneden zijn op de achtste dag, dus het werkelijk en wezenlijk tot het Israëlitisch volk behoren, door het teken van het Verbond te hebben ontvangen. Duidelijke vingerwijzing voor alle tijden, ook voor onze tijd. Niet het uiterlijk lid zijn van de Kerk, verschaft ons in de grond van de zaak het recht, om het teken van het Avondmaal te genieten, maar dit, dat men de geestelijke besnijdenis van het hart heeft ondergaan als een oprecht belijder bij God bekend staat.
Het aaneengesloten en van alle volken afgezonderd Israël is het beeld van de heilige gemeenschap van de gelovigen in het Lam Gods, dat de zonde van de wereld draagt. De besnijdenis van het lichaam is het beeld van de besnijdenis van het hart; zonder bekering geen deel aan het Lam; maar de gemeenschap staat open voor een ieder, die zich bekeren wil.
50. En alle kinderen van Israël deden het, gelijk als de HEERE Mozes en Aäron geboden had, alzo deden zij; zij namen al deze bepalingen in gehoorzaamheid aan en richten zich daarnaar getrouw in latere dagen (Numeri. 9:1-5 Jozua. 5:1-10).
51. En het geschiedde, gelijk (vs.29-41) is meegedeeld, op dezelfde dag, dat de HEERE de kinderen van Israël uit Egypte leidde, 1)naar hun legers, (hoofdstuk 6:6,26).
1) Niet alleen had de Heere Israël uitgeleid, maar Hij bleef hun Leidsman. De Heere begint niet alleen, maar zet ook voort en voleindigt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel