Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart verzwaard, ook het hart zijner knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen in het midden van hen zette;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: Ga in totH413FaraoH6547; wantH3588IkH589 heb zijn hartH3820verzwaardH3513, ook het hartH3820 zijner knechtenH5650, opdatH4616 Ik dezeH428 Mijn tekenenH226 in het middenH7130 van hen zetteH7896;Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart verzwaard, ook het hart zijner knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen in het midden van hen zette;
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Go5in unto Pharaoh:7for I have hardened10his heart,12and the heart14of his servants,15that I might shew17these my signs18before
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5בֹּ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10הִכְבַּ֤דְתִּיH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12לִבּוֹ֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom15עֲבָדָ֔יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant16לְמַ֗עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to17שִׁתִ֛יH7896zetten, zet, zetteapply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take18אֹתֹתַ֥יH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token19אֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)20בְּקִרְבּֽוֹH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
2En opdat gij voor de oren uwer kinderen en uwer kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb; opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En opdat gij voor de orenH241 uwer kinderenH1121 en uwer kindskinderenH1121 moogt vertellenH5608, watH834 Ik in EgypteH4714uitgerichtH5953 heb, en Mijn tekenenH226, dieH834 Ik onder hen gesteldH7760 heb; opdat gijlieden weetH3045, dat IkH589 de HEEREH3068 ben.En opdat gij voor de oren uwer kinderen en uwer kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb; opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.
KJVAnd that thou mayest tell2in the ears3of thy son,4and of thy son's5son,6what things I have wrought9in Egypt,10and my signs12which I have done14among them; that ye may know16how that I am the LORD.
1וּלְמַ֡עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2תְּסַפֵּר֩H5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer3בְּאָזְנֵ֨יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show4בִנְךָ֜H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וּבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6בִּנְךָ֗H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הִתְעַלַּ֨לְתִּי֙H5953nalezen, spot drijven, aangedaanabuse, affect, [idiom] child, defile, do, glean, mock, practise, thoroughly, work (wonderfully)10בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֹתֹתַ֖יH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14שַׂ֣מְתִּיH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work15בָ֑ם16וִֽידַעְתֶּ֖םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot17כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who19יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3Zo gingen Mozes en Aaron tot Farao, en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Zo gingenH935MozesH4872 en AaronH175 tot FaraoH6547, en zeidenH559 tot hem: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 der HebreenH5680: Hoe langH4970weigertH3985 gij u voor Mijn aangezichtH6440 te verootmoedigenH6031? Laat Mijn volkH5971trekkenH7971, dat zij Mij dienenH5647.Zo gingen Mozes en Aaron tot Farao, en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
KJVAnd Moses2and Aaron3came in1unto Pharaoh,5and said6unto him, Thus saith9the LORD10God11of the Hebrews,12How long14wilt thou refuse15to humble16thyself before17me? let my people19go,18that they may serve
1וַיָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְאַהֲרֹן֮H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5פַּרְעֹה֒H6547FaraoPharaoh6וַיֹּאמְר֣וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder9אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12הָֽעִבְרִ֔יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)13עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14מָתַ֣יH4970langlong, when15מֵאַ֔נְתָּH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly16לֵעָנֹ֖תH6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise17מִפָּנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18שַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)19עַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20וְיַֽעַבְדֻֽנִיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
4Want indien gij weigert Mijn volk te laten trekken, zie, zo zal Ik morgen sprinkhanen in uw landpale brengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4WantH3588 indien gijH859weigertH3986 Mijn volkH5971 te laten trekkenH7971, zieH2005, zoH518 zal Ik morgenH4279sprinkhanenH697 in uw landpaleH1366brengenH935.Want indien gij weigert Mijn volk te laten trekken, zie, zo zal Ik morgen sprinkhanen in uw landpale brengen.
KJVElse,1if thou refuse3to let my people7go,5behold, to morrow10will I bring9the locusts11into thy coast:
1כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3מָאֵ֥ןH3986weigertrefuse4אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5לְשַׁלֵּ֣חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עַמִּ֑יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though9מֵבִ֥יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10מָחָ֛רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow11אַרְבֶּ֖הH697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust12בִּגְבֻלֶֽךָH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space
5En zij zullen het gezicht des lands bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien; en zij zullen afeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen ulieden overgebleven was van den hagel; zij zullen ook al het geboomte afeten, dat ulieden uit het veld voortkomt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zij zullen het gezichtH5869 des landsH776bedekkenH3680, alzo dat men de aardeH776 niet zal kunnen zienH7200; en zij zullen afetenH398 het overigeH3499 van hetgeen ontkomenH6413 is, hetgeen ulieden overgeblevenH7604 was vanH4480 den hagelH1259; zij zullen ook alH3605 het geboomteH6086afetenH398, dat ulieden uitH4480 het veldH7704voortkomtH6779.En zij zullen het gezicht des lands bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien; en zij zullen afeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen ulieden overgebleven was van den hagel; zij zullen ook al het geboomte afeten, dat ulieden uit het veld voortkomt.
KJVAnd they shall cover1the face3of the earth,4that one cannot be able6to see7the earth:9and they shall eat10the residue12of that which is escaped,13which remaineth14unto you from the hail,17and shall eat18every tree21which groweth22for you out of the field:
1וְכִסָּה֙H3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עֵ֣יןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer7לִרְאֹ֣תH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10וְאָכַ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יֶ֣תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with13הַפְּלֵטָ֗הH6413ontkomen, ontkoming, ontkomenendeliverance, (that is) escape(-d), remnant14הַנִּשְׁאֶ֤רֶתH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest15לָכֶם֙16מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with17הַבָּרָ֔דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)18וְאָכַל֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הָעֵ֔ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood22הַצֹּמֵ֥חַH6779uitspruiten, gewassen, spruitenbear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up)23לָכֶ֖ם24מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with25הַשָּׂדֶֽהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild
6En zij zullen vervullen uw huizen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren; dewelke uw vaders, noch de vaderen uwer vaders gezien hebben, van dien dag af, dat zij op den aardbodem geweest zijn, tot op dezen dag. En hij keerde zich om, en ging uit van Farao.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zij zullen vervullenH4390 uw huizenH1004, en de huizenH1004 van alH3605 uw knechtenH5650, en de huizenH1004 van alleH3605EgyptenarenH4714; dewelkeH834 uw vadersH1, nochH3808 de vaderenH1 uwer vadersH1gezienH7200 hebben, van dien dagH3117 af, dat zijH1961opH5921 den aardbodemH127 geweest zijn, totH5704 op dezenH2088dagH3117. En hij keerdeH6437 zich om, en ging uit van FaraoH6547.En zij zullen vervullen uw huizen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren; dewelke uw vaders, noch de vaderen uwer vaders gezien hebben, van dien dag af, dat zij op den aardbodem geweest zijn, tot op dezen dag. En hij keerde zich om, en ging uit van Farao.
KJVAnd they shall fill1thy houses,2and the houses3of all thy servants,5and the houses6of all the Egyptians;which neither thy fathers,12nor thy fathers'13fathers14have seen,11since the day15that they were upon the earth18unto this day.20And he turned22himself, and went out23from Pharaoh.
1וּמָלְא֨וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly2בָתֶּ֜יךָH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3וּבָתֵּ֣יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)4כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֲבָדֶיךָ֮H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6וּבָתֵּ֣יH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מִצְרַיִם֒H4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11רָא֤וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אֲבֹתֶ֨יךָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וַאֲב֣וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'14אֲבֹתֶ֔יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'15מִיּ֗וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16הֱיוֹתָם֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הָ֣אֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land19עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet20הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger21הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)22וַיִּ֥פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)23וַיֵּצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter24מֵעִ֥םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)25פַּרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En de knechtenH5650 van FaraoH6547zeidenH559 tot hem: Hoe langH4970 zal ons dezeH2088 tot een strikH4170 zijn, laat de mannenH582trekkenH7971, dat zij den HEEREH3068 hun GodH430dienenH5647! weetH3045 gij nog niet, dat EgypteH4714verlorenH6 is?En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is?
KJVAnd Pharaoh's3servants2said1unto him, How long shall this man be a snare10unto us? let the mengo,11that they may serve14the LORD16their God:17knowest19thou not yet18that Egypt22is destroyed?
1וַיֹּאמְרוּ֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2עַבְדֵ֨יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3פַרְעֹ֜הH6547FaraoPharaoh4אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6מָתַי֙H4970langlong, when7יִהְיֶ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8זֶ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9לָ֨נוּ֙10לְמוֹקֵ֔שׁH4170strik, strikken, valstrikbe ensnared, gin, (is) snare(-d), trap11שַׁלַּח֙H7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הָ֣אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14וְיַֽעַבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵיהֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18הֲטֶ֣רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet19תֵּדַ֔עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot20כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21אָבְדָ֖הH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee22מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
8Toen werden Mozes en Aaron weder tot Farao gebracht, en hij zeide tot hen: Gaat henen, dient den HEERE, uw God! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen werden MozesH4872 en AaronH175 weder totH413FaraoH6547gebrachtH7725, en hij zeideH559totH413 hen: GaatH3212 henen, dientH5647 den HEEREH3068, uw GodH430! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?Toen werden Mozes en Aaron weder tot Farao gebracht, en hij zeide tot hen: Gaat henen, dient den HEERE, uw God! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?
KJVAnd Moses3and Aaron5were brought again1unto Pharaoh:7and he said8unto them, Go,10serve11the LORD13your God:14but who are they that shall go?
1וַיּוּשַׁ֞בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מֹשֶׁ֤הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אַהֲרֹן֙H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh8וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10לְכ֥וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11עִבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵיכֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15מִ֥יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God16וָמִ֖יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God17הַהֹלְכִֽיםH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
9En Mozes zeide: Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En MozesH4872zeideH559: Wij zullen gaan met onze jongeH5288 en met onze oudeH2205 lieden; met onze zonenH1121 en met onze dochterenH1323, met onze schapenH6629 en met onze runderenH1241 zullen wij gaanH3212; wantH3588 wij hebben een feestH2282 des HEERENH3068.En Mozes zeide: Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN.
KJVAnd Moses2said,1We will go5with our young3and with our old,4with our sons6and with our daughters,7with our flocks8and with our herds9will we go;10for we must hold a feast12unto the LORD.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3בִּנְעָרֵ֥ינוּH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)4וּבִזְקֵנֵ֖ינוּH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator5נֵלֵ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6בְּבָנֵ֨ינוּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וּבִבְנוֹתֵ֜נוּH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8בְּצֹאנֵ֤נוּH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)9וּבִבְקָרֵ֨נוּ֙H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox10נֵלֵ֔ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12חַגH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לָֽנוּ
10Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten: ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559 hij totH413 hen: De HEEREH3068zijH1961alzoH3651metH5973 ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderenH2945 zal trekkenH7971 laten: zietH7200 toe, wantH3588 er is kwaadH7451 voor ulieder aangezichtH6440!Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten: ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht!
KJVAnd he said1unto them, Let the LORD5be so with you, as I will let you go,8and your little ones:11look12to it; for evil14is before
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהִ֨יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4כֵ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you5יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6עִמָּכֶ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אֲשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11טַפְּכֶ֑םH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families12רְא֕וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14רָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)15נֶ֥גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view16פְּנֵיכֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
11Niet alzo gij, mannen, gaat nu heen, en dient den HEERE; want dat hebt gijlieden verzocht! En men dreef hen uit van Farao's aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11NietH3808alzoH3651 gij, mannenH1397, gaatH3212 nu heen, en dientH5647 den HEEREH3068; want dat hebt gijliedenH859verzochtH1245! En men dreefH1644 hen uit vanH854FaraoH6547's aangezichtH6440.Niet alzo gij, mannen, gaat nu heen, en dient den HEERE; want dat hebt gijlieden verzocht! En men dreef hen uit van Farao's aangezicht.
KJVNot so: go3now ye that are men,5and serve6the LORD;8for that ye did desire.12And they were driven out13from Pharaoh's17presence.
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2כֵ֗ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3לְכֽוּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh5הַגְּבָרִים֙H1397man, mans, mannenevery one, man, [idiom] mighty6וְעִבְד֣וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אֹתָ֖הּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12מְבַקְשִׁ֑יםH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)13וַיְגָ֣רֶשׁH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out14אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מֵאֵ֖תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix16פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17פַרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
12Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: StrekH5186 uw handH3027 uit overH5921EgyptelandH776, om de sprinkhanenH697, dat zij opkomenH5927overH5921EgyptelandH776, en al het kruidH6212 des landsH776opetenH398, alH3605watH834 de hagelH1259 heeft over gelatenH7604.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Stretch out5thine hand6over the land8of Egypt9for the locusts,10that they may come up11upon the land13of Egypt,14and eat15every herb18of the land,19even all that the hail24hath left.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5נְטֵ֨הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield6יָדְךָ֜H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8אֶ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10בָּֽאַרְבֶּ֔הH697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust11וְיַ֖עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim15וְיֹאכַל֙H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18עֵ֣שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb19הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23הִשְׁאִ֖ירH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest24הַבָּרָֽדH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)
13Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen strekteH5186MozesH4872 zijn stafH4294overH5921EgyptelandH776, en de HEEREH3068brachtH5090 een oostenwindH6921 in dat landH776, dien geheleH3605dagH3117 en dienH1931gansenH3605nachtH3915; het geschieddeH1961 des morgensH1242, dat de oostenwindH6921 de sprinkhanenH697opbrachtH5375.Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht.
KJVAnd Moses2stretched forth1his rod4over the land6of Egypt,7and the LORD8brought9an east11wind10upon the land12all that day,14and all that night;17and when it was morning,18the east21wind20brought22the locusts.
1וַיֵּ֨טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield2מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַטֵּהוּ֮H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7מִצְרַיִם֒H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim8וַֽיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9נִהַ֤גH5090leiden, geleid, leiddeacquaint, bring (away), carry away, drive (away), lead (away, forth), (be) guide, lead (away, forth)10ר֥וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)11קָדִים֙H6921oosten, oostenwind, oosterhoekeast(-ward, wind)12בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הַלָּ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)18הַבֹּ֣קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow19הָיָ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20וְר֨וּחַ֙H7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)21הַקָּדִ֔יםH6921oosten, oostenwind, oosterhoekeast(-ward, wind)22נָשָׂ֖אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24הָאַרְבֶּֽהH697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust
14En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor dezen zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de sprinkhanenH697 kwamen op over het ganseH3605EgyptelandH776, en lieten zich nederH5117 aan alH3605 de palenH1366 der EgyptenarenH4714, zeerH3966zwaarH3515; voorH6440 dezen zijnH1961 dergelijke sprinkhanenH697, als deze, nooitH310geweestH1961, en na dezen zullen er zulke nietH3808 wezen;En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor dezen zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen;
KJVAnd the locusts2went up1over all the land5of Egypt,6and rested7in all the coasts9of Egypt:10very12grievous11were they; before13them there were no such16locusts17as they, neither after
1וַיַּ֣עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הָֽאַרְבֶּ֗הH697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust3עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7וַיָּ֕נַחH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)8בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9גְּב֣וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space10מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11כָּבֵ֣דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick12מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well13לְ֠פָנָיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הָ֨יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16כֵ֤ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you17אַרְבֶּה֙H697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust18כָּמֹ֔הוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth19וְאַחֲרָ֖יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with20לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use22כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
15Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Want zij bedektenH3680 het gezichtH5869 des gansenH3605landsH776, alzo dat het landH776verduisterdH2821 werd; en zij atenH398alH3605 het kruidH6212 des landsH776 op, en alH3605 de vruchtenH6529 der bomenH6086, dieH834 de hagelH1259 had over gelatenH3498; en er bleefH3498 niets groensH3418 aan de bomenH6086, nochH3808 aan de kruidenH6212 des veldsH7704, in het ganseH3605EgyptelandH776.Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland.
KJVFor they covered1the face3of the whole earth,5so that the land7was darkened;6and they did eat8every herb11of the land,12and all the fruit15of the trees16which the hail19had left:18and there remained21not any green thing23in the trees,24or in the herbs25of the field,26through all the land28of Egypt.
1וַיְכַ֞סH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עֵ֣יןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָאָרֶץ֮H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6וַתֶּחְשַׁ֣ךְH2821verduisterd, duister, verduistertbe black, be (make) dark, darken, cause darkness, be dim, hide7הָאָרֶץ֒H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וַיֹּ֜אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11עֵ֣שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb12הָאָ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15פְּרִ֣יH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward16הָעֵ֔ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18הוֹתִ֖ירH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest19הַבָּרָ֑דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)20וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21נוֹתַ֨רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23יֶ֧רֶקH3418groene, groente, groensgrass, green (thing)24בָּעֵ֛ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood25וּבְעֵ֥שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb26הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild27בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)28אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world29מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
16Toen haastte Farao, om Mozes en Aaron te roepen, en zeide: Ik heb gezondigd tegen den HEERE, uw God, en tegen ulieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen haastteH4116FaraoH6547, om MozesH4872 en AaronH175 te roepenH7121, en zeideH559: Ik heb gezondigdH2398 tegen den HEEREH3068, uw GodH430, en tegen ulieden.Toen haastte Farao, om Mozes en Aaron te roepen, en zeide: Ik heb gezondigd tegen den HEERE, uw God, en tegen ulieden.
KJVThen Pharaoh2called3for Moses4and Aaron5in haste;1and he said,6I have sinned7against the LORD8your God,
17En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal, en bidt vuriglijk tot den HEERE, uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En nuH6258vergeeftH5375 mij tochH4994 mijn zondeH2403 alleen ditmaalH6471, en bidt vuriglijkH6279 tot den HEEREH3068, uw GodH430, dat Hij slechts dezenH2088doodH4194 van mij wegnemeH5493.En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal, en bidt vuriglijk tot den HEERE, uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme.
KJVNow therefore forgive,2I pray thee, my sin4only this once,6and intreat7the LORD8your God,9that he may take away10from me this death
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שָׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh4חַטָּאתִי֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)5אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)6הַפַּ֔עַםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel7וְהַעְתִּ֖ירוּH6279verbidden, Bidt vuriglijk, badintreat, (make) pray(-er)8לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֱלֹהֵיכֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10וְיָסֵר֙H5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without11מֵֽעָלַ֔יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12רַ֖קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמָּ֥וֶתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)15הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
18En hij ging uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En hij ging uit van FaraoH6547, en bad vuriglijkH6279totH413 den HEEREH3068.En hij ging uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.
KJVAnd he went out1from Pharaoh,3and intreated4the LORD.
1וַיֵּצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מֵעִ֣םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh4וַיֶּעְתַּ֖רH6279verbidden, Bidt vuriglijk, badintreat, (make) pray(-er)5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
19Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Toen keerdeH2015 de HEEREH3068 een zeerH3966sterkenH2389westenwindH3220, die hiefH5375 de sprinkhanenH697 op, en wierpH8628 ze in de SchelfzeeH5488; er bleefH7604nietH3808eenH259sprinkhaanH697 over in alH3605 de landpalenH1366 van EgypteH4714.Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.
KJVAnd the LORD2turned1a mighty6strong5west4wind,3which took away7the locusts,9and cast10them into the Red12sea;11there remained14not one16locust15in all the coasts18of Egypt.
1וַיַּהֲפֹ֨ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4יָם֙H3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)5חָזָ֣קH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)6מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well7וַיִּשָּׂא֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הָ֣אַרְבֶּ֔הH697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust10וַיִּתְקָעֵ֖הוּH8628blazen, blies, bliezenblow (a trumpet), cast, clap, fasten, pitch (tent), smite, sound, strike, [idiom] suretiship, thrust11יָ֣מָּהH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)12סּ֑וּףH5488Schelfzee, biezen, Sufflag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)13לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14נִשְׁאַר֙H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest15אַרְבֶּ֣הH697sprinkhanen, sprinkhaangrasshopper, locust16אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,17בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18גְּב֥וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space19מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
20Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij de kinderen Israels niet liet trekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Doch de HEEREH3068verstokteH2388FaraoH6547's hartH3820, dat hij de kinderenH1121IsraelsH3478nietH3808 liet trekkenH7971.Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij de kinderen Israels niet liet trekken.
KJVBut the LORD2hardened1Pharaoh's5heart,4so that he would not let the children9of Israel10go.
1וַיְחַזֵּ֥קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh6וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7שִׁלַּ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
21Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: StrekH5186 uw handH3027 uit naar den hemelH8064, en er zal duisternisH2822 komen overH5921EgyptelandH776, dat men de duisternisH2822tastenH4959 zal.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Stretch out5thine hand6toward heaven,8that there may be darkness10over the land12of Egypt,13even darkness15which may be felt.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5נְטֵ֤הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield6יָֽדְךָ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9וִ֥יהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10חֹ֖שֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim14וְיָמֵ֖שׁH4959tasten, betastte, betastfeel, grope, search15חֹֽשֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity
22Als Mozes zijn hand uitstrekte naar den hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Als MozesH4872 zijn handH3027uitstrekteH5186 naar den hemelH8064, werdH1961 er een dikkeH653duisternisH2822 in het ganseH3605EgyptelandH776, drieH7969dagenH3117.Als Mozes zijn hand uitstrekte naar den hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen.
KJVAnd Moses2stretched forth1his hand4toward heaven;6and there was a thick9darkness8in all the land11of Egypt12three13days:
1וַיֵּ֥טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield2מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7וַיְהִ֧יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8חֹֽשֶׁךְH2822duisternis, duister, Duisternisdark(-ness), night, obscurity9אֲפֵלָ֛הH653donkerheid, dikke, donkeredark, darkness, gloominess, [idiom] thick10בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13שְׁלֹ֥שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)14יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
23Zij zagen de een de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israels was het licht in hun woningen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Zij zagenH7200 de een de anderH251nietH3808; er stondH6965 ook niemandH376 op van zijn plaatsH8478, in drieH7969dagenH3117; maar bij alH3605 de kinderenH1121IsraelsH3478wasH1961 het lichtH216 in hun woningenH4186.Zij zagen de een de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israels was het licht in hun woningen.
KJVThey saw2not one3another,5neither rose7any8from his place for three10days:11but all the children13of Israel14had light16in their dwellings.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2רָא֞וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אָחִ֗יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7קָ֛מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)8אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9מִתַּחְתָּ֖יוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with10שְׁלֹ֣שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12וּֽלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13בְּנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16א֖וֹרH216licht, Licht, lichtenbright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun17בְּמוֹשְׁבֹתָֽםH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning
24Toen riep Farao Mozes, en zeide: Gaat heen, dient den HEERE! alleen uw schapen en uw runderen zullen vast blijven; ook zullen uw kinderkens met u gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Toen riepH7121FaraoH6547MozesH4872, en zeideH559: Gaat heen, dientH5647 den HEEREH3068! alleen uw schapenH6629 en uw runderenH1241 zullen vastH3322 blijven; ookH1571 zullen uw kinderkensH2945metH5973 u gaanH3212.Toen riep Farao Mozes, en zeide: Gaat heen, dient den HEERE! alleen uw schapen en uw runderen zullen vast blijven; ook zullen uw kinderkens met u gaan.
KJVAnd Pharaoh2called1unto Moses,4and said,5Go6ye, serve7the LORD;9only let your flocks11and your herds12be stayed:13let your little ones15also go
1וַיִּקְרָ֨אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2פַרְעֹ֜הH6547FaraoPharaoh3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לְכוּ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7עִבְד֣וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10רַ֛קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise11צֹאנְכֶ֥םH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)12וּבְקַרְכֶ֖םH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox13יֻצָּ֑גH3322stelden, gesteld, steldeestablish, leave, make, present, put, set, stay14גַּֽםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea15טַפְּכֶ֖םH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families16יֵלֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17עִמָּכֶֽםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
25Doch Mozes zeide: Ook zult gij slachtofferen en brandofferen in onze handen geven, die wij den HEERE, onzen God, doen mogen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Doch MozesH4872zeideH559: OokH1571 zult gijH859slachtofferenH2077 en brandofferenH5930 in onze handenH3027gevenH5414, die wij den HEEREH3068, onzen GodH430, doen mogenH6213;Doch Mozes zeide: Ook zult gij slachtofferen en brandofferen in onze handen geven, die wij den HEERE, onzen God, doen mogen;
KJVAnd Moses2said,1Thou must give5us6also sacrifices7and burnt offerings,8that we may sacrifice9unto the LORD10our God.
26En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven; want van hetzelve zullen wij nemen, om den HEERE, onzen God, te dienen; want wij weten niet, waarmede wij den HEERE, onzen God, dienen zullen, totdat wij daar komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En ons veeH4735 zal ookH1571metH5973 ons gaanH3212, er zal nietH3808 een klauwH6541achterblijvenH7604; wantH3588vanH4480 hetzelve zullen wij nemenH3947, om den HEEREH3068, onzen GodH430, te dienenH5647; want wij wetenH3045nietH3808, waarmede wij den HEEREH3068, onzen God, dienenH5647 zullen, totdatH5704 wij daarH8033komenH935.En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven; want van hetzelve zullen wij nemen, om den HEERE, onzen God, te dienen; want wij weten niet, waarmede wij den HEERE, onzen God, dienen zullen, totdat wij daar komen.
KJVOur cattle2also shall go3with us; there shall not an hoof7be left behind;6for thereof must we take10to serve11the LORD13our God;14and we know17not with what we must serve19the LORD,21until we come
1וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2מִקְנֵ֜נוּH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance3יֵלֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4עִמָּ֗נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)5לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תִשָּׁאֵר֙H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest7פַּרְסָ֔הH6541klauw, klauwen, hoevenclaw, (cloven-) footed, hoof8כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מִמֶּ֣נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10נִקַּ֔חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11לַעֲבֹ֖דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵ֑ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15וַאֲנַ֣חְנוּH587wijourselves, us, we16לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נֵדַ֗עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot18מַֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why19נַּעֲבֹד֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet23בֹּאֵ֖נוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way24שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
27Doch de HEERE verhardde Farao's hart; en hij wilde hen niet laten trekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Doch de HEEREH3068verharddeH2388FaraoH6547's hartH3820; en hij wildeH14 hen nietH3808 laten trekkenH7971.Doch de HEERE verhardde Farao's hart; en hij wilde hen niet laten trekken.
KJVBut the LORD2hardened1Pharaoh's5heart,4and he would7not let them go.
1וַיְחַזֵּ֥קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh6וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7אָבָ֖הH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing8לְשַׁלְּחָֽםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
28Maar Farao zeide tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; want op welken dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Maar FaraoH6547zeideH559 tot hem: GaH3212 van mij! wachtH8104 u, dat gij niet meer mijn aangezichtH6440 ziet; wantH3588opH5921 welken dagH3117 gij mijn aangezichtH6440 zult zienH7200, zult gij stervenH4191!Maar Farao zeide tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; want op welken dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven!
KJVAnd Pharaoh3said1unto him, Get4thee from me, take heed6to thyself, see10my face11no more;9for in that day13thou seest14my face15thou shalt die.
1וַיֹּֽאמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2ל֥וֹ3פַרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh4לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5מֵעָלָ֑יH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הִשָּׁ֣מֶרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7לְךָ֗8אֶלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than9תֹּ֨סֶף֙H3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield10רְא֣וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11פָּנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13בְּי֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14רְאֹתְךָ֥H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions15פָנַ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16תָּמֽוּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
29Mozes nu zeide: Gij hebt recht gesproken; ik zal niet meer uw aangezicht zien!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29MozesH4872 nu zeideH559: Gij hebt rechtH3651gesprokenH1696; ik zal niet meerH5750 uw aangezichtH6440zienH7200!Mozes nu zeide: Gij hebt recht gesproken; ik zal niet meer uw aangezicht zien!
KJVAnd Moses2said,1Thou hast spoken4well,3I will see8thy face9again
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3כֵּ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you4דִּבַּ֑רְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אֹסִ֥ףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield7ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)8רְא֥וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9פָּנֶֽיךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 10:1— Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart verzwaard, ook het hart zijner knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen in het midden van hen zette;Exodus 4:21→Exodus 3:20→1 Samuël 4:8→Jozua 4:23→Exodus 7:4→Exodus 9:27→Exodus 7:13→Romeinen 9:17→
Exodus 10:2— En opdat gij voor de oren uwer kinderen en uwer kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb; opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.Joël 1:3→Deuteronomium 4:9→Exodus 13:14→Psalmen 44:1→Exodus 7:17→Deuteronomium 6:20→Psalmen 78:5→Psalmen 58:11→
Exodus 10:3— Zo gingen Mozes en Aaron tot Farao, en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.1 Petrus 5:6→1 Koningen 21:29→Jakobus 4:10→2 Kronieken 34:27→Spreuken 1:22→Exodus 9:17→Ezechiël 5:6→2 Kronieken 33:19→
Exodus 10:4— Want indien gij weigert Mijn volk te laten trekken, zie, zo zal Ik morgen sprinkhanen in uw landpale brengen.Openbaring 9:3→Spreuken 30:27→Joël 2:25→Exodus 8:23→Joël 2:2→Exodus 9:18→Exodus 9:5→Joël 1:4→
Exodus 10:5— En zij zullen het gezicht des lands bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien; en zij zullen afeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen ulieden overgebleven was van den hagel; zij zullen ook al het geboomte afeten, dat ulieden uit het veld voortkomt.Joël 1:4→Exodus 9:32→Joël 2:25→
Exodus 10:6— En zij zullen vervullen uw huizen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren; dewelke uw vaders, noch de vaderen uwer vaders gezien hebben, van dien dag af, dat zij op den aardbodem geweest zijn, tot op dezen dag. En hij keerde zich om, en ging uit van Farao.Exodus 8:21→Exodus 8:3→Exodus 9:24→Joël 2:2→Hebreeën 11:27→Exodus 11:6→Exodus 10:14→Exodus 11:8→
Exodus 10:7— En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is?Exodus 23:33→Prediker 7:26→1 Samuël 18:21→Jozua 23:13→Spreuken 29:6→1 Korinthe 7:35→Exodus 8:19→Psalmen 107:34→
Exodus 10:8— Toen werden Mozes en Aaron weder tot Farao gebracht, en hij zeide tot hen: Gaat henen, dient den HEERE, uw God! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?Exodus 10:24→Exodus 8:8→Exodus 12:31→Exodus 10:16→
Exodus 10:9— En Mozes zeide: Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN.Exodus 5:1→Exodus 3:18→Numeri 29:12→Deuteronomium 31:12→Exodus 5:3→Psalmen 148:12→Genesis 50:8→Exodus 8:25→
Exodus 10:10— Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten: ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht!Exodus 13:21→Klaagliederen 3:37→2 Kronieken 32:15→Exodus 12:30→
Exodus 10:11— Niet alzo gij, mannen, gaat nu heen, en dient den HEERE; want dat hebt gijlieden verzocht! En men dreef hen uit van Farao's aangezicht.Exodus 10:28→Exodus 5:4→Psalmen 119:69→Psalmen 52:3→
Exodus 10:12— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten.Exodus 7:19→Exodus 10:4→
Exodus 10:13— Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht.Jona 1:4→Psalmen 107:25→Genesis 41:6→Psalmen 148:8→Exodus 14:21→Jona 4:8→Psalmen 105:34→Mattheüs 8:27→
Exodus 10:14— En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor dezen zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen;Psalmen 78:46→Joël 2:1→Exodus 10:5→Deuteronomium 28:42→Psalmen 105:34→Joël 1:2→Exodus 11:6→Openbaring 9:3→
Exodus 10:15— Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland.Exodus 10:5→Joël 2:25→Psalmen 105:34→Joël 1:6→Psalmen 78:46→Joël 2:1→
Exodus 10:16— Toen haastte Farao, om Mozes en Aaron te roepen, en zeide: Ik heb gezondigd tegen den HEERE, uw God, en tegen ulieden.Exodus 9:27→2 Samuël 19:20→1 Samuël 15:30→1 Samuël 15:24→Numeri 22:34→Job 34:31→Numeri 21:7→Spreuken 28:13→
Exodus 10:17— En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal, en bidt vuriglijk tot den HEERE, uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme.Exodus 8:8→Exodus 9:28→1 Koningen 13:6→Romeinen 15:30→Handelingen 8:24→Jesaja 26:16→1 Samuël 15:25→2 Koningen 4:40→
Exodus 10:18— En hij ging uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE.Exodus 8:9→Exodus 8:28→Lukas 6:28→Mattheüs 5:44→
Exodus 10:19— Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.Joël 2:20→Exodus 15:4→Exodus 13:18→Hebreeën 11:29→
Exodus 10:20— Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij de kinderen Israels niet liet trekken.Exodus 4:21→Exodus 11:10→Jesaja 6:9→2 Thessalonicenzen 2:11→Johannes 12:39→Exodus 7:13→Romeinen 9:18→Exodus 9:12→
Exodus 10:21— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.Exodus 9:22→Psalmen 105:28→Judas 1:6→Prediker 6:4→Jesaja 8:21→Mattheüs 27:45→Lukas 23:44→2 Petrus 2:17→
Exodus 10:22— Als Mozes zijn hand uitstrekte naar den hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen.Openbaring 16:10→Psalmen 105:28→Joël 2:31→Amos 4:13→Exodus 20:21→Deuteronomium 5:22→Joël 2:2→Deuteronomium 4:11→
Exodus 10:23— Zij zagen de een de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israels was het licht in hun woningen.Exodus 8:22→Exodus 9:4→Jozua 24:7→Kolossenzen 1:13→Jesaja 60:1→Maleachi 3:18→Jesaja 42:16→1 Petrus 2:9→
Exodus 10:24— Toen riep Farao Mozes, en zeide: Gaat heen, dient den HEERE! alleen uw schapen en uw runderen zullen vast blijven; ook zullen uw kinderkens met u gaan.Exodus 10:8→Exodus 9:28→Genesis 34:23→Exodus 8:28→
Exodus 10:25— Doch Mozes zeide: Ook zult gij slachtofferen en brandofferen in onze handen geven, die wij den HEERE, onzen God, doen mogen;Leviticus 16:9→Leviticus 9:22→Exodus 29:1→Exodus 36:1→
Exodus 10:26— En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven; want van hetzelve zullen wij nemen, om den HEERE, onzen God, te dienen; want wij weten niet, waarmede wij den HEERE, onzen God, dienen zullen, totdat wij daar komen.Zacharia 14:20→2 Korinthe 8:5→Handelingen 2:44→Spreuken 3:9→Hosea 5:6→Exodus 12:32→Hebreeën 11:8→Jesaja 23:18→
Exodus 10:27— Doch de HEERE verhardde Farao's hart; en hij wilde hen niet laten trekken.Exodus 10:20→Exodus 4:21→Exodus 14:8→Exodus 14:4→Openbaring 9:20→Exodus 10:1→Openbaring 16:10→
Exodus 10:28— Maar Farao zeide tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; want op welken dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven!Amos 7:13→2 Kronieken 25:16→2 Kronieken 16:10→
Exodus 10:29— Mozes nu zeide: Gij hebt recht gesproken; ik zal niet meer uw aangezicht zien!Hebreeën 11:27→Exodus 12:30→Exodus 11:4→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 10 vers 1— Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart verzwaard, ook het hart zijner knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen in het midden van hen zette;
van hen zette;
Dat is, van zijn koninkrijk, of, van hem, dat is, voor henlieden; anders, voor hem.
Hertaald:van hen zette;
Dat is: van zijn koninkrijk, of: van hem; dat is: voor hen; anders: voor hem.
Exodus 10 vers 4— Want indien gij weigert Mijn volk te laten trekken, zie, zo zal Ik morgen sprinkhanen in uw landpale brengen.
landpale brengen
Dat is, land, koninkrijk.
Hertaald:landpale brengen
Dat is: land, koninkrijk.
Exodus 10 vers 5— En zij zullen het gezicht des lands bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien; en zij zullen afeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen ulieden overgebleven was van den hagel; zij zullen ook al het geboomte afeten, dat ulieden uit het veld voortkomt.
het gezicht des lands bedekken,
Hebreeuws, het oog; dat is, al het land, dat men op andere tijden kan zien of beogen.
Hertaald:het gezicht des lands bedekken,
Hebreeuws: het oog; dat is: het hele land dat men normaal gesproken kan zien of overzien.
het overige van hetgeen ontkomen is,
Te weten, de tarwe en spelt gelijk boven, Ex. 9:32.
Hertaald:het overige van hetgeen ontkomen is,
Namelijk: de tarwe en de spelt, zoals in Ex. 9:32.
al het geboomte afeten,
Dat is, al de vruchten en bladen der bomen.
Hertaald:al het geboomte afeten,
Dat is: alle vruchten en bladeren van de bomen.
Exodus 10 vers 7— En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is?
de knechten van Faraö zeiden tot hem
Te weten, de edelen, de groten, de hofdienaars, en de raadsheren.
Hertaald:de knechten van Faraö zeiden tot hem
Namelijk: de edelen, de groten, de hovelingen, en de raadslieden.
een strik zijn,
Dat is, een verderf; te weten, door de plagen, die hij over ons brengt.
Hertaald:een strik zijn,
Dat is: een verderf; namelijk: door de plagen die hij over ons brengt.
is?
Versta hierbij, tenzij dat gij hen haast van ons trekken laat.
Hertaald:is?
Versta hierbij: tenzij gij hen spoedig van ons laat vertrekken.
Exodus 10 vers 8— Toen werden Mozes en Aaron weder tot Farao gebracht, en hij zeide tot hen: Gaat henen, dient den HEERE, uw God! wie en wie zijn zij, die gaan zullen?
wie en wie zijn zij,
Hier bepaalt Faraö zijn woord, al de Israëlieten niet willende laten vertrekken, enigen alleen die hij wil dat men hem eerst zal noemen en bekendmaken.
Hertaald:wie en wie zijn zij,
Hier beperkt Farao zijn woord: hij wil niet alle Israëlieten laten vertrekken, maar alleen sommigen, die men hem eerst moet noemen en bekendmaken.
Exodus 10 vers 9— En Mozes zeide: Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN.
wij hebben een feest des HEEREN
Waarop wij enige beesten zullen moeten slachten.
Hertaald:wij hebben een feest des HEEREN
Waarop wij enige dieren zullen moeten slachten.
Exodus 10 vers 10— Toen zeide hij tot hen: De HEERE zij alzo met ulieden, gelijk ik u en uw kleine kinderen zal trekken laten: ziet toe, want er is kwaad voor ulieder aangezicht!
De HEERE zij alzo met ulieden,
Hij wil zeggen: ik zal ulieden met uw kinderen geenszins laten trekken.
Hertaald:De HEERE zij alzo met ulieden,
Hij wil zeggen: ik zal u met uw kinderen zeker niet laten vertrekken.
want er is kwaad voor ulieder aangezicht!
Hij wil zeggen: ziet voor u toe, want ulieden is ongeluk en schade van mij nakende indien gij niet ophoudt mij moeilijk te vallen.
Hertaald:want er is kwaad voor ulieder aangezicht!
Hij wil zeggen: pas op, want u dreigt onheil en schade van mij, indien gij niet ophoudt mij lastig te vallen.
Exodus 10 vers 11— Niet alzo gij, mannen, gaat nu heen, en dient den HEERE; want dat hebt gijlieden verzocht! En men dreef hen uit van Farao's aangezicht.
hebt gijlieden verzocht!
Deze koning schaamt zich niet te liegen, of de woorden van Mozes en Aäron te verdraaien.
Hertaald:hebt gijlieden verzocht!
Deze koning schaamt zich niet om te liegen, of de woorden van Mozes en Aäron te verdraaien.
Exodus 10 vers 12— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten.
om de sprinkhanen,
De zin is: opdat de sprinkhanen opkomen over, enz.
Hertaald:om de sprinkhanen,
De betekenis is: opdat de sprinkhanen opkomen over, enz.
Exodus 10 vers 13— Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht.
een oostenwind in dat land,
Die in die landen zeer sterk waait, zodat hij grote schepen in stukken breekt. Zie Ex. 14:21; Num. 11:31; Ps. 48:8.
Hertaald:een oostenwind in dat land,
Die in die landen zeer krachtig waait, zodat hij grote schepen aan stukken breekt. Zie Ex. 14:21; Num. 11:31; Ps. 48:8.
Exodus 10 vers 14— En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor dezen zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen;
aan al de palen der Egyptenaren,
Dat is, in het gehele land, aan alle hoeken en kanten.
Hertaald:aan al de palen der Egyptenaren,
Dat is: in het gehele land, aan alle kanten.
zeer zwaar;
Ten aanzien der grote menigte, want zij bedekten de aarde; en om de grote schade, die zij deden.
Hertaald:zeer zwaar;
Vanwege de grote hoeveelheid, want zij bedekten de aarde; en vanwege de grote schade die zij aanrichtten.
Exodus 10 vers 15— Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland.
het gezicht des gansen lands,
Zie boven, vs.5.
Hertaald:het gezicht des gansen lands,
Zie vers 5.
Exodus 10 vers 16— Toen haastte Farao, om Mozes en Aaron te roepen, en zeide: Ik heb gezondigd tegen den HEERE, uw God, en tegen ulieden.
tegen den HEERE, uw God,
Tegen den Heere, dien ik ongehoorzaam ben geweest; en tegen ulieden, die ik zo onbeleefd verstoten heb.
Hertaald:tegen den HEERE, uw God,
Tegen de HEERE, Die ik ongehoorzaam ben geweest; en tegen u, die ik zo onbeschoft heb behandeld.
Exodus 10 vers 17— En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal, en bidt vuriglijk tot den HEERE, uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme.
alleen ditmaal,
Alsof hij zeide: indien ik mij na dezen wederom vergrijp, zo bidt niet meer voor mij.
Hertaald:alleen ditmaal,
Alsof hij zei: indien ik mij hierna opnieuw vergrijp, bid dan niet meer voor mij.
dezen dood van mij wegneme
Dat is, dodelijke plaag, die alles verderft en ons van honger en kommer zal doen sterven; zo staat er 2 Kon. 4:40
Hertaald:dezen dood van mij wegneme
Dat is: deze dodelijke plaag, die alles verderft en ons van honger en ellende zal doen sterven; zo staat er ook in 2 Kon. 4:40.
De dood is in den pot;
dat is, dodelijke kruiden.
Hertaald:De dood is in den pot;
Dat is: dodelijke kruiden.
Exodus 10 vers 19— Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte.
wierp ze
Hebreeuws, hechtte die, of, maakte die vast; dat is God heeft die daarin zo geworpen en besloten, dat zij er in moesten blijven, zonder er uit te kunnen komen.
Hertaald:wierp ze
Hebreeuws: hechtte die, of: maakte die vast; dat is: God heeft ze zo daarin geworpen en opgesloten, dat zij erin moesten blijven, zonder eruit te kunnen komen.
de Schelfzee;
In deze zee is Faraö kort hierna verdronken; Ex. 14.
Hertaald:de Schelfzee;
In deze zee is Farao kort hierna verdronken; Ex. 14.
Exodus 10 vers 21— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal duisternis komen over Egypteland, dat men de duisternis tasten zal.
de duisternis tasten zal
Dat is, de lucht, die zeer dik zal zijn, en het licht ten enenmale zal uitsluiten.
Hertaald:de duisternis tasten zal
Dat is: de lucht, die zeer dik zal zijn, en het licht volledig zal buitensluiten.
Exodus 10 vers 22— Als Mozes zijn hand uitstrekte naar den hemel, werd er een dikke duisternis in het ganse Egypteland, drie dagen.
werd er een dikke duisternis
Hebreeuws, duisternis der donkerheid.
Hertaald:werd er een dikke duisternis
Hebreeuws: duisternis der donkerheid.
drie dagen
Mozes heeft wel kunnen weten, hoe lang deze duisternis duurde, overmits de dag op zijn tijd bij de Israëlieten opging gelijk volgt, vs.23.
Hertaald:drie dagen
Mozes heeft wel kunnen weten hoe lang deze duisternis duurde, omdat de dag bij de Israëlieten op zijn gewone tijd aanbrak, zoals blijkt uit vers 23.
Exodus 10 vers 23— Zij zagen de een de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats, in drie dagen; maar bij al de kinderen Israels was het licht in hun woningen.
Zij zagen de een de ander niet;
Hebreeuws, zij zagen de man zijn broeder niet; er scheen noch zon, noch maan, noch sterren.
Hertaald:Zij zagen de een de ander niet;
Hebreeuws: zij zagen de man zijn broeder niet; er scheen geen zon, geen maan en geen sterren.
was het licht
Te weten, bij dag, als het gewoonlijk licht placht te wezen.
Hertaald:was het licht
Namelijk: bij dag, wanneer het gewoonlijk licht was.
in hun woningen
Versta dit van het land Gosen alleen; of ook, zoals enigen menen, van al de plaatsen waar de Israëlieten woonden.
Hertaald:in hun woningen
Versta dit van alleen het land Gosen; of, zoals sommigen menen, van alle plaatsen waar de Israëlieten woonden.
Exodus 10 vers 24— Toen riep Farao Mozes, en zeide: Gaat heen, dient den HEERE! alleen uw schapen en uw runderen zullen vast blijven; ook zullen uw kinderkens met u gaan.
Toen riep Faraö Mozes,
Te weten, nadat de driedaagse duisternis over was.
Hertaald:Toen riep Faraö Mozes,
Namelijk: nadat de driedaagse duisternis voorbij was.
ook zullen uw kinderkens met u gaan
Versta hierbij, ook de vrouwen, wier handreiking de kindertjes niet konden ontberen.
Hertaald:ook zullen uw kinderkens met u gaan
Versta hierbij: ook de vrouwen, wier zorg de kinderen niet konden missen.
Exodus 10 vers 25— Doch Mozes zeide: Ook zult gij slachtofferen en brandofferen in onze handen geven, die wij den HEERE, onzen God, doen mogen;
in onze handen geven,
Dat is, ons laten medenemen.
Hertaald:in onze handen geven,
Dat is: ons laten meenemen.
Exodus 10 vers 26— En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven; want van hetzelve zullen wij nemen, om den HEERE, onzen God, te dienen; want wij weten niet, waarmede wij den HEERE, onzen God, dienen zullen, totdat wij daar komen.
waarmede wij den HEERE, onzen God,
Welk vee, en hoeveel wij onzen God zullen moeten offeren.
Hertaald:waarmede wij den HEERE, onzen God,
Welk vee, en hoeveel, wij onze God zullen moeten offeren.
Exodus 10 vers 28— Maar Farao zeide tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; want op welken dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven!
zult gij sterven!
Dat is, ik u doden, of laten doden.
Hertaald:zult gij sterven!
Dat is: ik zal u doden, of laten doden.
Exodus 10 vers 29— Mozes nu zeide: Gij hebt recht gesproken; ik zal niet meer uw aangezicht zien!
Gij hebt recht gesproken;
Dat is geen getuigenis, dat Faraö recht en goed gesproken had, maar Mozes geeft hem te verstaan dat het aldus zou geschieden, gelijk Faraö gesproken had, belangende zijn wederkomst, daar Mozes wist wat God over Faraö besloten had.
Hertaald:Gij hebt recht gesproken;
Dit is geen bevestiging dat Farao juist en goed gesproken had, maar Mozes geeft hem te verstaan dat het zo zou gebeuren als Farao gezegd had aangaande zijn terugkomst, omdat Mozes wist wat God over Farao besloten had.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — zie voor de volledige geschiedenis van het land het artikel bij Genesis 12, waar Egypte voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, met het bewoonbare land vrijwel geheel beperkt tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Waar Jozef eerst als slaaf en gevangene, en later als onderkoning verhoogd werd, en waar zijn hele familie zich in het land Gosen vestigde (Gen. 37-50), wordt Egypte in het boek Exodus het land van verdrukking: "er stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had" (Ex. 1:8). Uit vrees voor de groei van het volk Israël werden de Hebreeën tot harde slavenarbeid gedwongen, onder meer voor de bouw van de voorraadsteden Pithom en Raämses, en werd bevel gegeven hun pasgeboren zonen te doden (Ex. 1:8-22). Dit vormt het decor van heel het boek Exodus, tot aan de uittocht (Ex. 12) en de doortocht door de Schelfzee (Ex. 14).
Bijbelse betekenis: Het land dat eerst redding en overvloed bood (onder Jozef), wordt hier het "ijzeren smeltoven" van verdrukking (Deut. 4:20) — waaruit de HEERE Zijn volk met sterke hand en uitgestrekte arm zou uitleiden, tot in alle latere Schrift het grondpatroon van verlossing.
Exodus 10:1-2.KruisverwijzingenJoël 1:3→Deuteronomium 4:9→Exodus 13:14→Exodus 4:21→Psalmen 44:1→Exodus 7:17→Exodus 3:20→Deuteronomium 6:20→ — Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart verzwaard, ook het hart zijner knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen in het midden van hen zette; En opdat gij voor de oren uwer kinderen en uwer kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb; opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben. God zou de vroege geschiedenis van Israël kenmerken door een diepe indruk van Zijn goddelijke macht. Zijn overwinning op de trotse koning van Egypte zou Israël vanaf het begin leren hoe groot de God was Die dit volk had uitgekozen om Zijn eigen, bijzondere bezit te zijn.
Exodus 10:3.Kruisverwijzingen1 Petrus 5:6→1 Koningen 21:29→Jakobus 4:10→2 Kronieken 34:27→Spreuken 1:22→Exodus 9:17→Ezechiël 5:6→2 Kronieken 33:19→ — Zo gingen Mozes en Aaron tot Farao, en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen. “Hoelang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen?” In de oude monarchieën, waarin de koning absoluut en oppermachtig was, gold zijn wil als wet voor het volk. Zelfs wanneer hij nauwelijks beter was dan een waanzinnige, durfde niemand zich tegen hem te verzetten. Geen enkele hond waagde het zijn tong tegen de heerser te bewegen. Koningen werden beschouwd als bijna goddelijke personen en heersten met grote macht en wraakzucht over hun onderdanen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij, omringd door de eerbewijzen en lofprijzingen die hun onderdanen hun vrijwillig brachten, uiteindelijk door hoogmoed werden bedwelmd en zichzelf bijna als goddelijk gingen beschouwen. Zij namen de plaats en eer aan die alleen God toekomt.
Daarom is het niet vreemd dat farao dacht dat hij in de God van de Hebreeën slechts een andere machtige heerser ontmoette, iemand met Wie hij de strijd kon aangaan en Die hij zelfs zou kunnen overwinnen.
Hij dacht bij zichzelf: “Wie zijn deze Hebreeën? Hun vaderen waren slechts herders die naar Egypte kwamen en zich daar vestigden. En wat dit volk betreft: zij zijn mijn slaven. Door hun onbetaalde arbeid heb ik steden gebouwd, en ik ben van plan hen in gevangenschap te houden. Zij spreken over hun God, hun ‘Jehova’. Wie is Jehova dat ik Zijn stem zou gehoorzamen? Laat er een strijd plaatsvinden tussen Farao en Jehova, en laat die strijd tot het bittere einde worden uitgevochten! Ik zal dit volk laten zien dat ik niets om hen geef, noch om hun profeten, noch om hun God.”
Exodus 10:4-6.KruisverwijzingenOpenbaring 9:3→Exodus 9:32→Exodus 8:21→Exodus 8:3→Spreuken 30:27→Joël 2:25→Exodus 8:23→Joël 2:2→ — Want indien gij weigert Mijn volk te laten trekken, zie, zo zal Ik morgen sprinkhanen in uw landpale brengen. En zij zullen het gezicht des lands bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien; en zij zullen afeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen ulieden overgebleven was van den hagel; zij zullen ook al het geboomte afeten, dat ulieden uit het veld voortkomt. En zij zullen vervullen uw huizen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren; dewelke uw vaders, noch de vaderen uwer vaders gezien hebben, van dien dag af, dat zij op den aardbodem geweest zijn, tot op dezen dag. En hij keerde zich om, en ging uit van Farao. Mozes had zijn boodschap gebracht en zijn ernstige waarschuwing uitgesproken. Daarom bleef hij niet langer wachten in de aanwezigheid van de tiran.
Exodus 10:7.KruisverwijzingenExodus 23:33→Prediker 7:26→1 Samuël 18:21→Jozua 23:13→Spreuken 29:6→1 Korinthe 7:35→Exodus 8:19→Psalmen 107:34→ — En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is? De zeven eerdere zware plagen hadden Egypte zo diep getroffen, dat het volk zich tegen hun koning begon te keren vanwege zijn koppigheid om zich nog steeds tegen God te verzetten.
Exodus 10:8-9.KruisverwijzingenExodus 10:24→Exodus 5:1→Exodus 3:18→Exodus 8:8→Exodus 12:31→Exodus 10:16→Numeri 29:12→Deuteronomium 31:12→ — Toen werden Mozes en Aaron weder tot Farao gebracht, en hij zeide tot hen: Gaat henen, dient den HEERE, uw God! wie en wie zijn zij, die gaan zullen? En Mozes zeide: Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN. Farao was bereid om met Mozes tot een overeenkomst te komen, maar God aanvaardt geen voorwaarden van mensen die tegen Hem in opstand komen. Alleen een volledige en onvoorwaardelijke overgave is wat God zal aannemen.
Exodus 10:12-17.KruisverwijzingenPsalmen 78:46→Exodus 9:27→Exodus 8:8→Exodus 7:19→Exodus 9:28→1 Koningen 13:6→Exodus 10:4→Jona 1:4→ — Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten. Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht. En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor dezen zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen; Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland. Toen haastte Farao, om Mozes en Aaron te roepen, en zeide: Ik heb gezondigd tegen den HEERE, uw God, en tegen ulieden. En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal, en bidt vuriglijk tot den HEERE, uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme. Ziet u hoe farao uiteindelijk gedwongen wordt op zijn knieën te gaan? Toch zal hij spoedig weer opstaan, want zijn hart is niet werkelijk vernederd, ook al wordt hij gedwongen zijn eigen woorden terug te nemen. Een hart dat niet door genade wordt vernederd, wordt niet werkelijk onderworpen door oordelen. Het kan er misschien zo uitzien, maar in werkelijkheid blijft het een hart van steen.
Exodus 10:18-20.KruisverwijzingenExodus 4:21→Exodus 11:10→Joël 2:20→Exodus 8:9→Exodus 8:28→Lukas 6:28→Mattheüs 5:44→Exodus 15:4→ — En hij ging uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE. Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte. Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij de kinderen Israels niet liet trekken. God onthield hem Zijn genade, zodat hij terugviel in zijn natuurlijke toestand van verharding. Farao is een aangrijpend voorbeeld van hoogmoed en hardnekkigheid.
Exodus 10:26.KruisverwijzingenZacharia 14:20→2 Korinthe 8:5→Handelingen 2:44→Spreuken 3:9→Hosea 5:6→Exodus 12:32→Hebreeën 11:8→Jesaja 23:18→ — En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven; want van hetzelve zullen wij nemen, om den HEERE, onzen God, te dienen; want wij weten niet, waarmede wij den HEERE, onzen God, dienen zullen, totdat wij daar komen. “En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven.” Ik geloof dat er in het bloed van Christus, toegepast aan het geweten, voldoende kracht is om ieder mens te redden. Maar wanneer ik nadenk over de verlossing, geloof ik dat, wat het voornemen van Christus bij Zijn sterven ook was, dit voornemen nooit kan worden verijdeld of op enige wijze kan mislukken.
Wanneer ik zie op de Persoon van onze Heere Jezus Christus, kan ik mij niet voorstellen dat Hij, Die zo’n groot offer heeft gebracht, ooit teleurgesteld zou worden in het doel van Zijn liefde. Daarom geloof ik dat Hij allen die Hij met een bepaald voornemen kwam verlossen, ook werkelijk zal redden.
Allen die in de diepe liefde van Zijn hart geschreven stonden als degenen die door Zijn bloed zijn gekocht, zal Hij zeker tot Zich brengen. Allen die Zijn hemelse Vader Hem heeft gegeven, zullen tot Hem komen. Allen die Hij vóór de grondlegging der wereld heeft uitverkoren, zal Hij opwekken op de laatste dag.
Allen die tot de leden van Zijn verborgen lichaam behoorden toen Hij aan het kruis werd genageld, zullen met Hem één zijn in Zijn heerlijke opstanding. “Er zal niet een klauw achterblijven.”
Nadat farao bij de vorige plaag weer alles beloofd en niets gehouden heeft, wordt het verderf, door deze begonnen, door de achtste plaag ten einde gebracht. Ontzettende zwermen sprinkhanen, die de oostewind aanvoert, eten al het groen weg, dat van een hagel verschoond gebleven was, en vernietigen de oogst voor het gehele jaar. Ten tweede maal belijdt farao een zondaar te zijn, en vraagt hij om vergeving; de sprinkhanen worden op Mozes gebed door de omkerende wind weggevoerd en in de Schelfzee geworpen, doch farao’s verstokking wordt na dit rechtvaardig gericht altijd zwaarder en sterker.
1. Daarna zei de HEERE tot Mozes, waarschijnlijk slechts weinige dagen na de vorige gebeurtenis (hoofdstuk 9:13-35), omdat Hij farao niet lang rust wilde laten, maar hem meer bepaald en spoediger het laatste deel, het einde van alle Zijn proeven met hem wilde tegemoet voeren: Ga in tot farao, want, dat hij Israël tot hiertoe niet heeft laten vertrekken heeft een goede reden; a) Ik heb hem, nadat hij zich tegen Mij gesteld heeft, niet aanstonds willen vernietigen, maar zijn hart verzwaard, 1)ook het hart van zijn knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen, die deels reeds geschied zijn en deels nog geschieden moeten, in het midden van hem 2) zette, onder hen doe, tot verheerlijking van Mijn Naam.
a) Exodus. 4:21; 9:34 Psalm. 78 Psalm. 105
1) Mozes leert niet, dat zijn hart van Godswege door het zien van de tekenen is verzwaard, maar dat het God behaagd heeft, op die wijze Zijn kracht groot te maken. Hieruit merken wij ook, dat het zeker naar Gods plannen was voorbeschikt, wat hier gebeurde. God nu wil zijn volk op singuliere en buitengewone wijze verlossen. Opdat deze verlossing meer in het oog zou vallen en meer zichtbaar zou zijn, wordt farao er tegenover gesteld als het beeld van een onvermurwbare steen, welke door zijn hardheid daarom oorzaak geeft voor steeds nieuwe en meer krachtig sprekende wonderen. Daarom wordt door de verwonderlijke Voorzienigheid Gods farao totdat doel verhard, opdat de genade van de bevrijding niet dubbelzinnig zou zijn of gering geacht zou worden. Want God heeft zijn volk meer op het oog dan de Egyptenaren. Zoals weldra volgt: Gij zult aan zoon en kleinzoon, enz. verhalen. Want veel overvloediger stof tot dankbetuiging voor en tot roemen op de bevrijding werd gegeven, wanneer de Israëlieten duidelijk zagen, dat de hand van God zo dikwijls en door zo verschillende tekenen vanuit de hemel openbaar werd. Want indien zij op de gewone wijze waren verlost, zou de roem van God kort daarna zijn kracht verloren hebben.
2) In het Hebreeuws Bekirboo. “In het midden van hem,” nl. van Egypte, (In vers 2 slaat “onder hen” op de Egyptenaars), en niet van farao en zijn knechten. God heeft tekenen gesteld in Egypte en te midden van de Egyptenaren en niet alleen te midden van farao en zijn dienaren.
2. En opdat gij, 1) voor de oren van uw kinderen en van uw kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, 2) en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb, opdat gij weet, dat Ik de HEERE ben, 3) de enig levende God, die doe, wat Ik wil, en komen laat, wat Ik heb aangezegd.
1) “Gij.” Mozes is de Middelaar van het Oude Verbond van het volk van Israël. Tengevolge daarvan, spreekt God het volk aan in de persoon van Mozes, vertegenwoordigt Mozes hier voor God het gehele volk. Alzo is Mozes ook hier type van de Middelaar van het Nieuwe Verbond, in wie God al zijn volk aanziet.
2) In het Hebreeuws Hithallalthi, eigenlijk mijn macht heb tentoon gespreid in enz. De Heere wil hiermee zeggen, dat Hij als het ware geheel zijn macht heeft ontplooid, opdat Israël’s volk te allen tijde een diepen indruk daarvan zou hebben, zich ermee zou sterken tegen al zijn vijanden.
3) Het doel van de Heere, waarom hij de in het hart van de Egyptische koning verborgen liggende boosheid zo geheel tot rijpheid laat komen, en zich ten volle openbaren, in plaats van hem spoedig te schande te maken en Zijn volk te verlossen, wordt hier duidelijk uitgesproken. De Heere wilde de gelegenheid waarnemen, om Zijn macht op bijzondere wijze te openbaren, opdat Zijn naam ook buiten de grenzen van Egypte bekend en geprezen zou worden (hoofdstuk 9:16; 15:14 vv.), en Israël voor alle volgende tijden in het geloof zou worden bevestigd. Dat beide werkelijk de gevolgen geweest zijn, blijkt ons deels uit de Griekse en Romeinse schrijvers, die eveneens van farao’s verschrikkelijk einde verhalen. (Diod. Sic. bibl. I. III: 39; Justin. I. XXXVI: 2; Euseb. praep. ev. I. IX: 26), deels uit Psalmen, als 78 en 105.
3. Zo ging Mozes en Aäron tot farao en zei tot hem: Zo zegt de HEERE, de God van de Hebreeën: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk vertrekken, dat zij Mij dienen; 1) genoeg toch hebt gijreeds de sterkte van Mijn macht ervaren.
1) Waar Mozes farao weer tegemoet komt, met de eis, om het volk van Israël te laten vertrekken, daar doet hij het hem tevens voelen, dat farao niet slechts strijdt tegen Israël, maar bovenal tegen Israëls God.
4. Want indien gij nog langer weigert Mijn volk te laten vertrekken, zie, zo zal Ik, opdat gij nog meer ervaart van Mijn macht over dit land, morgen sprinkhanen in uw gebied brengen. 1)
1) Deze straf zou niet alleen voor het ogenblik erg zijn, maar ook voor het vervolg, omdat noodzakelijkerwijs een hongersnood daarvan het gevolg zou zijn. De sprinkhanen zouden toch verteren, wat nog door de hagel was gespaard. De sprinkhanen waren wel een voortdurende plaag voor Egypte en geheel het Oosten, maar ook farao zou moeten erkennen, dat deze werkelijk door God gezonden was. Daarom moest Mozes haar ook tegen de dag van morgen aankondigen.
5. En zij zullen, door hun ontelbare menigte, het gezicht van het land 1) bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien, en zij zullen opeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen u overgebleven was van de hagel; zij zullen ook al het geboomte opeten, dat u uit het veld voorkomt, alle bladeren en vruchten van de bomen, die gij u geplant hebt, voor zoverre zij niet reeds door de hagel verwoest zijn (vs.15).
1) Letterlijk: het oog van het land of van de aarde.
6. En zij zullen, evenals vroeger de kikvorsen (hoofdstuk 8:3,6), uw huizen vervullen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren, die uw vaders, noch de vaderen van uw vaders, in zulk een ontzettende menigte, niet gezien hebben, van die dag af, dat zij op de aardbodem geweest zijn, tot op deze dag. 1) En hij, Mozes, keerde zich na deze aankondiging om, en ging met Aäron uit van farao, om tot de volgende dag te wachten, en te zien, waartoe de koningbesluiten zou, hoewel hij wist, dat ook de nieuwe plaag geen gunstig gevolg zou hebben (vs.1,2).
1) Er behoort een grote helderheid en vastheid van gemoed toe, wanneer een mens in de raad van de goddelijke voorbeschikking is ingeleid, en hij toch handelen moet, alsof hij niets van de toekomst wist. Mozes staat op deze hoogte; want wij bevinden, dat hij, ondanks de inwijding in het goddelijk geheim, zich in zijn betrekking tot farao geheel op het standpunt van het tegenwoordige plaatst, evenals Paulus (Hand.27:22 vv.), hoewel hij weet, dat volgens het goddelijk raadsbesluit niemand het leven zal verliezen, toch met alle krachten aanspoort, om het tegenwoordig gevaar af te wenden.
Met deze woorden kondigt Mozes aan dat de plaag van aangeven duur zal zijn, omdat de sprinkhanen eerst zullen verteren wat op het veld is en dan nog zullen vernielen wat in de huizen is. De plaag zou daarom zeer verschrikkelijk zijn.
7. En de knechten van farao, onder welke reeds enigen waren (hoofdstuk 9:20), die voor des Heeren woord beefden, en van welke anderen door schade wijs geworden waren, zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik, 1) tot een verderf zijn, door de plagen, die hij over ons verwekt, en waartegen wij niets kunnen doen? Laat de mannen, om wier vrijlating hij gevraagd heeft, vertrekkendat zij de HEERE, hun God, dienen, zo worden wij van die plagen bevrijd! Weet gij nog niet, dat Egypte verdorven is, 2) dat het land de ondergang nabij is?
1) Tevoren hebben wij gezien, dat het hardnekkig verzet zowel bij hen als bij hun koning werd gevonden. Het is niet twijfelachtig of zij hebben hem door dit slaafs toevallen, meer en meer verblind. Nu echter, door de oordelen verwonnen en nog iets ergers vrezende, beproeven zij zijn woede te matigen. Niet omdat zij zich werkelijk hadden bekeerd, maar omdat zij voelen, dat zij door Gods hand zijn overwonnen en geen kracht meer hebben om tegen Hem te strijden. Zij noemen Mozes, totdat hij zal weggezonden zijn, een voortdurende schade voor Egypte. Hetzij gij het woord vqwm vertaalt door valstrik of aanstoot, is vrijwel hetzelfde; omdat het overdrachtelijk moet genomen worden, voor een soort van ongeluk of oordeel. Daarom willen zij daarmee zeggen, dat er geen einde van de rampen te hopen is zolang farao met Mozes strijdt, omdat de ene ramp de andere zal volgen. Maar door te vragen: Hoelang? tonen zij dat de hardnekkigheid van de koning meer dan genoeg tot hiertoe te veroordelen is geweest. Waardoor zij besluiten, dat het niets beters is, dan dat, door Mozes te verwijderen, hij zich van de strik bevrijdde of de aanstoot wegneme, omdat hij anders niet dan ongelukkig zal strijden.
2) Beter: Erkent gij nog niet, dat Egypte te gronde gaat? Ook vertalen sommigen: Wilt gij eerst de ondergang van Egypte zien? Weggelaten zou dan zijn: liever dan dat gij uw strijd met God opgeeft?.
8. Toen, na deze toespraak van de hovelingen, werden Mozes en Aäron weer tot farao gebracht, 1) en hij zei tot hen, daar hij voor een ogenblik het voornemen had de raad op te volgen (vs.7): Gaat heen, dient deHEERE, uw God! Doch er ver van verwijderd, om werkelijk de Heere te vrezen en zich onder Zijn machtige hand te verootmoedigen, nam hij de zo-even gegeven toestemming voor een groot deel terug, daar hij voortging: Wie en wie zijn zij, die gaan zullen? 2) Gij hebt toch niet het gehele volk bedoeld?
1) Het is waarschijnlijk, dat, nadat zijn toorn bedaard was, hij spoedig uit zijn hofstoet iemand heeft gezonden, om Mozes en Aäron ogenblikkelijk terug te halen, opdat de straf, tegen de volgende dag aangekondigd, niet zou doorgaan. Want uit de woorden van de koning is op te maken, dat hij niet geheel en al door hun gebeden is overwonnen, maar omdat hij niet, door beslist te weigeren, alle gemoederen wilde beledigen heeft hij toegelaten, dat Mozes terug geroepen werd, om hen een rad voor de ogen te draaien. Doch hij keert terug tot het vroegere plan, terwijl hij midden in de onderhandeling met God afbrekende, zich wil verzekeren van de terugkeer van het volk. Het blijkt ook wel dat hij zelf verschrikt is geworden en een uitweg gezocht heeft om God te behagen. Ondertussen, alsof hij vrijheid had om een verdrag te sluiten, stelt hij voorwaarden die voor hem goed uitkwamen.
2) Het komt bij deze samenspraken met farao steeds op de vraag neer, of de koning de kinderen van Israël als zijn lijfeigenen zal mogen beschouwen, dan wel, of Israël de vrijheid heeft zijn God te dienen, gelijk Deze het wil. farao had over hen kunnen heersen, als over een zelfstandig volk dat, zijn God getrouw, naar eigen godsdienst en naar eigen wetten leefde; en er is geen spoor in de geschiedenis, dat het zich, onder die bepaling, aan zijn gezag zou onttrokken hebben. Maar onder geen voorwaarden, kan Israël zich dan ook datgene laten welgevallen, waardoor het in de gemeenschap met de God van zijn vaderen zou belemmerd zijn.
Het volk als volk wil hij dus niet laten vertrekken, wel enkelen uit dit volk, en deze slechts in beperkte getale; zo weinigen slechts, dat hij verwacht, dat hun namen op staande voet zouden kunnen meegedeeld worden. “Wie en wie zijn zij, die gaan zullen?” aldus vraagt hij. Misschien koestert hij een heimelijke hoop in het hart, dat hij aldus van de mannen zou bevrijd worden, die hij als opruiers en beroerders van het volk beschouwde. Want gewoonlijk zullen de tegenstanders van de waarheid en verdrukkers van des Heeren volk de onverbrekelijke tegenstand van het volk zelfs aan enkele leidslieden van het volk toeschrijven; als of deze slechts aan het volk voorspiegelden en ingaven wat het volk zelf niet voelt, begeert en wil.
9. En Mozes zei: 1) Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochters, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest voor de HEERE, 2)en daaraan zal ons gehele volk deelnemen, evenals ook gij, Egyptenaren, aan feesttochten ter ere van uw goden allen, zonder onderscheid van ouderdom en geslacht, deelneemt. Omdat wij nu allen moeten gaan, moeten wij ook ons vee meenemen, opdat het niet onverzorgd blijft.
1) Doch ofschoon Mozes door zijn antwoord zich vrijwillig de gelegenheid afsnijdt, om te schikken en te plooien, en hem niet met dubbelzinnige uitvluchten vleit, verzwijgt hij toch het plan, om het volk te bevrijden, niet omdat hij hem wil voorliegen of bedriegen, maar opdat hij zich houdt binnen de grenzen van zijn lastgeving. En opdat hem niet voor de voeten kan geworpen worden, dat de Israëlieten op deze wijze aan zijn wettige heerschappij onttrokken worden, verbergt hij niet, dat zij, omdat zij door God zijn aangenomen, onder de heerschappij van een ander staan. God eist derhalve de zijnen terug, welke Hij zich eenmaal heeft verkoren. En nu moet men niet menen, dat hij bedrieglijk met de tiran handelde, al is het ook, dat hij het eigenlijke plan voor hem verbergt. Hij zegt, dat zij de runderen en de kudden schapen met zich zullen voeren, opdat zij voorhanden zouden hebben, wat zij God zullen offeren. Wat de zonen en dochters betreft, hij voegt er bij, dat, hoe jong zij ook zijn mogen, zij de feestdag mee moeten vieren, daar God allen zich heeft verkozen, om hen tot vroomheid op te voeden.
Het is opmerkelijk, dat Mozes, ter beantwoording van farao’s vragen, deze optelling doende, en dat wel zonder enige uitzondering, zulks niet doet bij wijze van verzoek, veel minder, dat hij zulks zou overlaten aan de keuze en het welgevallen van farao, niets minder dan dat; met een onbedwelmende vrijmoedigheid zegt hij hem: Wij zullen gaan met onze jongen enz., en dit zegt hij bij herhaling ten tweede maal, als hij er bij voegt: Met onze schapen en runderen zullen wij gaan; en dus toonde hij niet alleen, wat hun oogmerk was en wat zij wensten te doen, maar wat zij doen moesten, ja, ook doen zouden, of het farao lief of leed zou zijn.
2) Met dit laatste wordt de reden aangegeven, waarom allen, zowel ouden en jongen, mee moesten. Het was geen eigen gekozen feestviering, maar een feest, door de Heere, Jehova verordend. Daarom mocht niemand wegblijven. Ook de Egyptenaren hadden zulke feesten, waarbij niemand mocht gemist worden, noch groten, noch kleinen. farao kon er zich dus niet over verwonderen, dat Mozes nu ook aandrong op het meegaan van allen, omdat het een feest van de Heere, hun God, was.
10. Toen zei hij tot hen, vol van bittere spot: De HEERE zij alzo met u, zoals ik u en uw kleine kinderen zal laten vertrekken! 1) Ziet toe, want er is kwaad voor uw aangezicht! 2) Gij hebt uw voornemen duidelijk genoeg verraden; het is u niet te doen, om uw God een feest te vieren. maar voor altijd weg te gaan.
1) farao spreekt hier op smadende en schimpende wijze. Het is geen zegenwens, maar veeleer een spotwoord. Moge, dit is zijn bedoeling, de Heere zo met u zijn, als ik het voornemen heb, u en uw kinderen te laten vertrekken. M.a.w.: Ik ben niet van plan uw kinderen en vrouwen te laten gaan. De vrouwen en kinderen wil hij als gijzelaars behouden, opdat hij zekerheid hebbe, dat zij, na drie dagen, terug zullen keren.
2) Hiermee wil farao zeggen, dat zij voor hem boze voornemens hebben, nl. om niet terug te keren, maar voorgoed uit Egypte te blijven. Eigenlijk was het beschimpen van Mozes en Aäron een beschimpen van God zelf. Want niet Mozes vroeg de bevrijding van Israëls volk, maar Mozes vroeg het in de naam van God.
11. Niet alzo! Vrouwen en grijsaards, zonen en dochters, schapen en runderen laat ik niet gaan. Gij mannen, gaat nu heen, en dient de HEERE, want dat, en niets meer, hebt gij verzocht 1) met uw eerste vraag; met uw latere gedachten laat ik mij niet in. En men dreef hen uit van farao’s aangezicht; 2)op bevel van de koning voerden de dienaren hen weg.
1) Hij veinst hen toe te staan, wat zij in het begin hebben geëist en beschuldigt hen alzo van onstandvastigheid, omdat zij niet bij dezelfde eis volhardden. Terwijl het echter zeker is, dat hij dit tot oorzaak genomen heeft voor zijn hardnekkigheid, om weerstand te bieden, omdat hij vreesde, dat het gehele volk uit Egypte zou trekken. Hij weet toch, omdat Mozes handelde in de naam van God, dat het bevel zich ook tot de kleinen uitstrekte, daar hij overigens niet zo verbitterd behoefde te zijn. Maar opdat hij op hen de schuld laadde, verwijt hij hen op een valse en arglistige manier, dat zij de onbillijke eisen verdubbeld hebben, dat hij daarentegen de grootste welwillendheid betoont, daar hij hun hun eerste wens toestaat. Maar hij wil niet de vaders van de kinderen beroven, maar hen als gijzelaars terughouden, omdat hij overtuigd was, dat zij nooit uit eigen beweging zich van zo dure panden zouden losmaken.
Hoewel farao met zijn beschuldiging: “Ziet toe, want er is kwaad voor uw aangezicht; gij vraagt verlof tot een feestviering, en het is uw voornemen voorgoed uit het land te vertrekken”, recht schijnt te hebben, daar het inderdaad om het laatste, en niet om het eerste te doen was, is hij toch bepaald in het ongelijk; tot hem zelf is nooit een andere eis gekomen, en nog wordt er geen andere gesteld, dan aan Israël toe te staan, dat het drie dagreizen in de woestijn trekke, en de Heere, zijn God, daar offeranden doe. De gehele losscheuring van Egypte, en langs welke weg en door welke middelen zij zouden bewerkstelligd worden, had God zich voor Zijn verder raadsbesluit voorbehouden naar de toestand van de zaak, al naardat farao de eis wilde toestaan of niet. Bovengenoemde beschuldiging is ook in de grond niets meer dan een dekmantel van zijn hardheid en tyrannie, met welke hij de (vs.8) gegeven toestemming op zulk een wijze beperkt, dat zij door Mozes en Aäron in het geheel niet aangenomen kan worden; hij wil in waarheid in het geheel geen toestemming geven; alleen op het aandringen van zijn grote (vs.7), opdat zij hem niet zouden kunnen verwijten, dat hij het land te gronde gericht had, geeft hij in schijn de toestemming; en opdat hij nu, bij verder samenspreken zich niet blootgeve en zijn eigenlijke mening verrade, breekt hij zonder meer af, en laat Mozes en Aäron de deur uitwerpen.
2) farao kan zelfs de schijn van recht niet redden. Er is toch niet gevraagd dat alleen de mannen zouden gaan, maar het gehele volk. Dat voelt hij zelf zeer goed en daaruit is het te verklaren, dat hij Mozes en Aäron met bedreigingen van zich weg zendt. Zelf al te zeer overtuigd van ongelijk, en om de schijn van zijn onschuld te bewaren, drijft hij de getuigen van zijn ongelijk van zich uit.
12. Toen zei de HEERE tot Mozes, na zulk een snode behandeling van zijn knechten aanstonds tot volvoering van de aangekondigde nieuwe plaag overgaande: Strek uw hand uit 1) over Egypte, om de sprinkhanen, 2) dat zij opkomen over Egypte, en al het kruid van het land opeten, al wat de hagel heeft overgelaten.
1) Met het uitstrekken van de hand wordt zijn macht afgebeeld. In zichzelf was Mozes niets, maar waar hij in het geloof Gods bevel gehoorzaamt, daar is Mozes alles, omdat hij daar is het door God gebruikte instrument om Zijn wil te volbrengen.
2) Sprinkhanen, deze in ongelooflijke menigte zich vermeerderende insekten, zijn een van de vreselijkste landplagen in het Oosten. Zij hebben, in het klein, bijna de gedaante van een paard, daarbij vier, meestal groene of geelachtige vleugels, springvoeten, en grotendeels een lengte van ongeveer vijf duimen. Er zijn verschillende soorten (Leviticus. 11:22); de meest gewone en ook hier vermelde Arbe heeft een platte kop, rood-bruine ogen, ongeveer drie vierde duim lange voelhorens, geelachtig-grauwe boven- en groene ondervleugels, en een groen, in het midden zich sterk verhogend borstschild. Zij ondergaan, evenals andere insecten, verscheiden veranderingen; in de toestand van poppen verwisselen zij viermaal van huid, en verschijnen daarna eerst gevleugeld. Hun zwermen komen met de wind aan, in dikke menigten, die bij het naderen aan een wolk gelijken, en meermalen 4 tot 6 uur lang, en 2 tot 3 uur breed zijn. Reeds op verre afstand veroorzaken zij een geel schijnsel aan de hemel, verduisteren bij meerdere nabijheid de zon, en maken een vreselijk geruis. Waar zij zich vestigen, liggen zij dikwijls ellenhoog op elkaar, zodat men geen grond kan zien; in korte tijd eten zij al het groen af en knagen zelfs aan de bast van de bomen en aan hun wortels. Is alles afgegeten en tot een woestijn geworden, dan trekken zij verder, en laten hun eieren en hun vuil achter, die een afschuwelijke stank verbreiden. Op hun tochten gaat het overigens zeer regelmatig toe; zij vliegen in verschillende afdelingen, doch alleen bij dag; ‘s avonds laten zij zich op de grond neer, en zoeken bescherming tegen de kou van de nacht achter muren en hellingen. Hun dood vinden zij deels door enige soorten van vogels, deels, en wel voornamelijk in de zee, waarop zij, afgemat van het vliegen, zich evenals op het land nederlaten of waarin zij, door vochtige lucht, regen enz., tot verder vliegen onbekwaam geworden, nedervallen; zij worden dan dood naar de oever gespoeld, waar zij tot verrotting overgaan en de lucht verpesten.
13. Toen strekte Mozes, gehoorzaam aan het goddelijk bevel, zijn staf over Egypte, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, die de gehele dag aanhield, en de gehele nacht; het geschiedde ‘s morgens dat, a) de oostenwindde sprinkhanen mee had gebracht. 1)
a) Psalm. 78:46; 105:34,35
1) Gewoonlijk komen de zwermen van sprinkhanen naar Egypte met de zuid- of zuidwestenwind, uit Ethiopië of Lybië; hier worden zij door de oostenwind uit de Arabische woestijn, of van nog verder gelegen streken aangevoerd. In de vorige wonderen heeft zich namelijk Egypte’s eigen natuur in plagen uitgeput; het zegenrijke water van de Nijl (1e en 2e plaag), de vruchtbare bodem van het land (3e en 4e plaag), de heldere lucht die boven Egypte is (5e-7e plaag), en alzo zijn al de elementen, die in Egypte zijn, tot een vloek geworden. Nu moeten ook de omliggende landen, wat zij aan landplagen bezitten, voortbrengen (8e en 9e plaag), opdat farao de almacht van Jehova leert kennen, die ver over Egypte’s grenzen reikt, en over alle landen van de aarde gebied voert. Nog heeft de Heere toch, met alle betoningen van Zijn macht en met alle Zijn straffen, niets op de trotse en overmoedige koning vermocht; nog heeft niet des Heeren, maar farao’s wil de overhand behouden; ja, deze durft zich beroemen, dat hij, hoewel door zijn goden (hoofdstuk 8:19), door zijn tovenaars (hoofdstuk 9:11) en door zijn groten (hoofdstuk 10:1) reeds alleen gelaten, toch de strijd tegen de God van de Hebreeën durft voortzetten. Nu zal het buitenland met zijn plagen wel niets bij de onbuigzame koning uitrichten (hoofdstuk 10:20,27), doch de Heere blijft nog één zaak over, dat Hij zelf, zonder hulp van Zijn knechten, Mozes en Aäron, ingrijpt (hoofdstuk 11:4 vv.) en zo de strijd, als van man tegen man, beslisst (10e plaag); daardoor zal dan Zijn overwinning des te heerlijker zijn, en des te rijker in gevolgen, en alle landen zullen daarvan spreken.
14. En de sprinkhanen kwamen op over geheel Egypte, en lieten zich neer aan alle gebieden van de Egyptenaren, zeer zwaar; vóór deze zijn dergelijke sprinkhanen, zo groot, zo vele en zo verderfelijk als deze, nooit in Egypte geweest, en na deze zullen er zulke niet wezen, 1) tot aan de grote gerichten (Openb.8:9), van welke deze een voorbeeld zouden zijn.
1) Deze plaats is niet in strijd met Joel 1:4. Daar wordt toch niet van één plaag gesproken, maar van verschillende, op elkaar volgende.
15. Want zij bedekten met hun ontelbare menigte het gezicht van het gehele land, terwijl anders de sprinkhanen slechts enkele streken bezochten, alzo dat het land verduisterd werd; 1) men kon geen aarde meer zien vanwege hunmenigte; en zij aten al het kruid van het land op, en al de vruchten van de bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden van het veld, in geheel Egypte. 2)
1) Soms werd in Afrika zulk een grote menigte van sprinkhanen gezien, dat zij al vliegende de stralen van de zon als een wolk bedekten.
De zon werd nu reeds verduisterd door de sprinkhanen, straks zou de zon als het ware weigeren haar licht te geven. Wat nu geschiedt, is daarom een voorspel van hetgeen volgen zou.
2) Daar van het land Gosen niet meer gesproken wordt, schijnt het, alsof de sprinkhanen de akkers van de kinderen van Israël ook verdorven en hun oogst vernietigd hebben; maar zij behoefden die ook niet meer, daar zij vóór de oogsttijd Egypte reeds voor altijd zouden verlaten hebben.
16. Toen haastte 1) zich Farao, daar hij geen andere raad wist, om Mozes en Aäron te roepen, en hij zei tot hen: Ik heb gezondigd tegen de HEERE, uw God, en tegen u, 2) dat ik Israël niet heb laten gaan en u met beschimping van mij gedreven heb.
1) Deze haast ontstond uit angst en vrees, omdat het tot het uiterste was gekomen en de hevigheid van de plaag geen uitstel meer duldde. Door deze hevigheid verraadt Farao zijn angst, waar hij niet alleen uit eigen beweging zich ertoe leent, om Mozes, die hij straks had weggezonden, terug te roepen, maar haastig daartoe wordt aangezet.
2) Het ontbrak Farao niet aan een erkenning van zonde, maar aan waarachtig berouw en ware boete. De hoofdzaak is en blijft bij hem, wegneming van de plaag. Hij weet, dat Jehova alleen hem kan helpen.
17. En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal nog, gelijk de vorige maal (hoofdstuk 9:27 vv.), en bidt vurig tot de HEERE uw God, dat Hij slechts deze dood, deze dood en verderf aanbrengende, deze het gehele land te gronde richtende plaag, van mij wegneme, ik zal u dan zeker niet langer terughouden.
Het is geen teken van waarachtige bekering, wanneer men, gebogen onder de slaande hand van God, schuld belijdt en zijn nood klaagt aan godvrezenden; dat deed ook de rijke man volgens de gelijkenis (Luk.16:24); daarvan kan het verootmoedigen van God nog ver zijn.
18. En hij, Mozes, ging uit 1) van Farao, en bad vurig tot de HEERE. Al wist hij, dat de koning nog altijd (hoofdstuk 9:30) voor God, de Heere, niet vreesde, zo wist hij toch ook aan de andere zijde, dat deHeere eveneens met Zijn middelen niet ten einde was, en tot stand zou brengen, wat Hij zich voorgenomen had.
1) Het walgelijke in Farao’s houding, die snelle omkeer van beledigende hoogmoed tot kruipende vleierij, die gewoonlijk de wereld kenmerkt, mag Mozes’ edel gemoed stuiten; geen ogenblik evenwel wordt hij daardoor weerhouden, om aan de aandrang van zijn medelijdend hart gehoor te geven. “En hij ging uit van Farao en bad vurig tot de Heere.” En ook de Heere, die barmhartig is en genadig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, de Heere hoorde het gebed van Mozes, al ging het voor een hardnekkige en verstokte Farao op. “Toen keerde de Heere een sterke westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee (de Rode zee); er bleef niet één sprinkhaan over in geheel het land Egypte.”.
19. Toen keerde de HEERE een zeer sterke westenwind: God keerde de wind (vs.13) om; die hief de sprinkhanen op en wierp 1) ze in de Schelfzee, 2) die aan de zuidoostelijke grenzen van Egypte gelegen is; er bleef niet één sprinkhaan over in geheel het land Egypte.
1) Dit is niet minder een wonder, omdat het wel meermalen in Egypte geschiedde, dat gehele zwermen van sprinkhanen door een hevige wind in de zee worden geworpen; want het geschiedde hier op de voorbede van Mozes en was een volkomen verlossing van de plaag.
2) In het Hebreeuws Jamsoeph, vanwege het zeewier (waaruit een rode verf gemaakt wordt), dat op de wateren van deze zee dreef.
20. Doch de HEERE verstokte Farao’s hart, zodat hij de kinderen van Israël wederom niet liet vertrekken. 1)
1) Al zijn nederigheid en ootmoed, al zijn goede voornemens, veronderstel dat hij er gehad heeft, schenen als met de sprinkhanen verdwenen te zijn, en het was er zo ver vandaan, dat hij des Heeren volk zou laten vertrekken, dat hij wederom die zo rechtmatige eis afsloeg.
De westenwind, die de sprinkhanen wegwaait, neemt ook Farao’s huichelachtige boete mee weg; deze, die in de Schelfzee hun ondergang vinden, waren voorlopers van hem, van zijn paarden en van zijn ruiters.
II. Genesis 10 vers 21-Hoofdstuk 11:8
Terwijl Farao’s verstokking nu zo ver is voortgegaan, dat hij nog alleen als een ten gericht overgegevene verdient behandeld te worden, valt de negende plaag geheel onaangekondigd in. Een dikke duisternis van drie dagen, zo zwaar, dat het niet eens mogelijk is, lichten in de huizen aan te steken, noodzaakt de Egyptenaren onbewegelijk op de plaats te blijven waar zij zijn, terwijl het daarentegen in alle woningen van de kinderen van Israël licht blijft. Farao bemerkt ook het naderen van de dag van het gericht, en wil evenals bij de vorige plaag, onder voorwaarden, de uittocht toestaan. Daar echter Mozes zijn voorwaarde afwijst, raakt hij buiten zichzelf van woede, en verbiedt aan Mozes, hem ooit weer onder de ogen te komen.
21. Toen, enige dagen na het verdwijnen van de sprinkhanen, toen het genoegzaam gebleken was, dat Farao Israël niet zou laten vertrekken, zei 1) de HEERE tot Mozes: Strek uw hand met de staf uit naar de hemel, en er zal duisternis 2) komen over Egypte, dat men de duisternis tasten zal.
1) Zonder voorafgaande aankondiging komt God met de straf, omdat Farao vals beloofd had, dat hij gehoorzamen zou. Daarom, toen hij op misdadige wijze de lankmoedigheid van God had misbruikt, moest hij plotseling door een nieuwe plaag aangegrepen worden, opdat hij in de duisternis de wrekende hand van God, welke hij veracht had, zou voelen. En immers, door bedreigingen zou hij niet afgeschrikt worden, zoals weldra zal blijken. Want toen hij gewaarschuwd werd, omtrent de dood van zijn eerstgeboren zoon en met gelijke slachting over het gehele land, zowel onder de mensen als onder de beesten, werd hij niet bewogen, maar heeft God zorgeloos getergd, alsof hij niets gehoord had. Het is daarom volstrekt niet te verwonderen, dat God de aarde eerder in duisternis hulde, dan dat Farao zoiets kon vermoeden.
2) De duisternis, als Bijbels begrip, en al wat daarmee samenhangt, als zonde, dood, verderf, en eeuwige rampzaligheid moeten niet maar door ontkenning en gemis (negatief) verklaard, maar als stellige en wezenlijke (positieve en reële) zaken en toestanden, als werkelijkheden opgevat worden. Daarom moet het een duisternis zijn, die men “tasten” kan. Misschien kwam een koude, dicht opeengepakte, klamme mist, kwamen er ondoordringbare nevelen op het reeds zo fel geteisterde Egypte nederstrijken en roofden het licht van de zon en hulden alles in meer dan nachtelijke duisternis. Een akelig en ijzingwekkend gezicht, omdat men niets meer zag, zelfs geen donkerheid, terwijl alles als met een lijkwade en dodenkleed was overspreid.
Dr. Van Ronkel en met hem anderen zijn van mening, dat die duisternis hoogstwaarschijnlijk ontstaan is door een zeer dikke mist. Anderen zijn van oordeel, dat zij veroorzaakt is door de
Chamsin, een wind, die nu en dan in het voorjaar waait, en de lucht zo met zand en stof vervult, dat de glans van de zon geheel en al erdoor verdonkerd wordt, en de aarde omhult met een tastelijke duisternis. Mensen en dieren verbergen zich ervoor. Zelfs verkeert men in de benedenste verdiepingen, omdat het stof ook door de vensters heen dringt. Een bijna onhoudbare toestand ontstaat erdoor. Wij verenigen ons met het laatste.
22. Toen Mozes zijn hand uitstrekte naar de hemel, a) kwam er een dikke duisternis 1) in geheel Egypte, drie dagen. 2)
a) Psalm. 105:27,28
1) In het Hebreeuws Choscheg afelah, eigenlijk duisternis van donkerheid. Deze wijze van spreken is in het Hebreeuws gebruikelijk, om een hevige graad van een of ander geval aan te duiden. In dit geval dus, een hevige graad van donkerheid.
2) “Drie dagen.” Dit is ongetwijfeld niet zonder betekenis. Het werd hier nu het goddelijk strafgericht.
23. Zij zagen de een de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats in drie dagen; 1) maar bij al de kinderen van Israël was het licht in hun woningen, 2)hoewel gewoonlijk het land Gosen veel meer aan nevelen was blootgesteld, dan de rest van Egypte.
1) Wel was de uitwerking van de plaag verschrikkelijk. In het apocriefe “Boek der Wijsheid” wordt gemeld, dat de Egyptenaars op allerlei manier werden gekweld. Uit de mededeling hier blijkt genoegzaam, dat zo iets nog nooit in Egypte had plaats gehad. Wel was de hand des Heeren zwaar op dat volk.
Lang genoeg had Egypte’s heerser zich verheven boven zijn volk, en Israël in de donkerheid van de verdrukking doen wonen. Israëls Wreker is opgestaan, en de vijanden van het volk van God beven en sidderen, maar in Gosen is licht. Die drie dagen van duisternis waren een voorbode van Israëls verlossing uit Egypte; de drie uren van duisternis (Luk.23:44) over de hele aarde, zijn geëindigd met het: “het is volbracht,” uw verlossingswoord Christenen! En wanneer de tekens zullen zijn in de zon en de maan en de sterren, en op de aarde benauwdheid van de volken, met twijfelmoedigheid; als de zee en de watergolven groot geluid zullen geven; als het hart van de mensen van vrees zal bezwijken en de krachten van de hemel bewogen zullen worden; heft u dan het hoofd opwaarts; de verdrukking is voorbij, het laatste uur van het rijk van de duisternis heeft geslagen; heft u het hoofd opwaarts; uw verlossing is nabij; zie, de Zoon des mensen komt in een volk, met grote kracht en heerlijkheid (Luk.21:25-28)
2) De duisternis bij de Egyptenaren is beeld van Gods toorn, het licht bij de kinderen van Israël teken van Gods genade. In de Heilige Schrift staan altijd duisternis en licht tegenover elkaar als teken van gemis aan de bestraling van Gods vriendelijk aangezicht, en als teken van Gods genadige gemeenschap. Daarom ook in het Heilige der Heiligen de lichtende wolk als teken van Gods voortdurende nabijheid en inwonen.
24. Toen na de drie dagen (vs.22) de duisternis langzamerhand weer begon te wijken, riep Farao 1) Mozes, en zei: Gaat heen, dient de HEERE! niet alleen geef ik toestemming aan de mannen (vs.11) om te vertrekken, maar ook aan de vrouwen; alleen uw schapen en uw runderen zullen vast 2) blijven, opdat ik een onderpand heb, dat gij terugkomt; ook zullen uw kinderen met u gaan, zoala gij (vs.9) verlangd hebt.
1) Wij merken op, dat hij door deze plaag zeer beangst is geworden, omdat hij uit eigen beweging, de mensen, die het hem zo lastig hadden gemaakt en de bewerkers waren geweest van zo hevige verliezen, wederom tot zich riep om met hen over de uittocht te onderhandelen. Men vraagt echter, indien niemand gedurende drie dagen van zijn plaats opstond, hoe Farao dan Mozes en Aäron heeft kunnen ontbieden. Indien wij antwoorden, dat hij zijn boden gezonden heeft, toen de duisternis verdwenen was, is het bezwaar opgelost. Het is echter niet waarschijnlijk, daar hij, indien de hevigheid van de straf was verminderd, niet zo bereidwillig zou geweest zijn. Wij hebben toch tot hiertoe gezien, zo dikwijls God zijn hand teruggetrokken heeft, dat die trotse tiran, na van de vrees bevrijd te zijn, tot zijn vroegere woestheid is teruggekeerd. Ik voor mij meen, dat toen de nood nog drong en hij voor een altijddurende duisternis vreesde, plan gemaakt heeft, om zich met God zich te verzoenen. Ik acht dan ook, dat wat vroeger verhaald is, hyperbolisch moet opgevat worden, alsof er gezegd was, dat zij alle plichten, waartoe het licht nodig was, hebben nagelaten.
2) In het Hebreeuws Jutsag. beter: zullen achtergelaten worden (als pand). Farao vertrouwt Mozes niet. En waar hij nu wil toegeven, wat de kinderen betreft, daar behoudt hij zich nu het recht voor op de bezittingen. De mening, dat Farao het vee van de Israëlieten wil behouden als vergoeding voor de schade van vee geleden door de plagen is te verwerpen. Het vee moet onderpand, blijven opdat Israël zal terugkeren.
25. Doch Mozes zei: 1) Ook zult gij een toereikend aantal schapen en runderen voor slachtoffers en brandoffers 1) in onze handen geven, die wij de HEERE, onze God, doen mogen, anders helpt ons uw toestemming tot de reis niet.
1) Mozes wil niet, maar mag ook niet van uitzonderingen weten; de eis van de Heere is volstrekt. Daarvan mag niets afgelaten worden. In het geringste zelfs mag Mozes niet toegeven.
2)”Slachtoffers en brandoffers”. Hiermee worden allerlei soorten van offeranden aangeduid. Bloedige en onbloedige. Mozes gebruikt dit als voorwendsel, opdat de toorn van Farao niet zal ontbranden, als hij zegt: dat zij voorgoed Egypte zullen verlaten.
26. Daarom kunnen wij niet toegeven, en met lege handen weggaan; ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet één klauw, geen enkel stuk van onze schapen en runderen achterblijven,1) want hiervan zullen wij nemen, om de HEERE, onze God, te dienen, opdat het een werkelijk offer zij (zie “Le 1.2) Een gedeelte van de offerande mee te nemen en het overige achter te laten kunnen wij niet, want wij weten niet, waarmee 2) wij de HEERE, onze God, dienen zullen, 3) en wij zullen het ook niet weten, totdat wij daar komen, waarheen de Heere ons geroepen heeft. Daar zal onze God, die wij in zoveel jaren geen offeranden gebracht hebben, het ons leren, hoe Hij van ons gediend wil zijn (hoofdstuk 5:3).
1) Hiermee doet Mozes reeds enigszins uitkomen, wat het doel is, nl. om niet weer naar Egypte terug te keren.
2) Mozes wijst Farao er op, dat hij nog niet weet welke offeranden, van welke dieren, de Heere aangenaam zouden zijn. Daarom moesten zij al hun vee mee hebben, zowel de runderen als de schapen en geiten.
3) Alles wil Mozes meenemen. Zichzelf met heel zijn volk en met al het hunne wil hij ter beschikking stellen van de Heere zijn God. Belangrijke vingerwijzing voor de Kerk van alle eeuwen, om zich enig en alleen te wijden, in de eerste en voornaamste plaats aan de dienst van God.
Er zou geen klauw achterblijven van Israël in Egypte. Zo ook zal eenmaal niets achterblijven, van wat tot het ware, het geestelijke Israël, tot het Israël van God behoort.
27. Doch de HEERE verhardde Farao’s hart, en hij wilde hen niet laten vertrekken. 1) Elke toestemming was hem afgedwongen; daar nu Mozes het volledige wilde, trok hij weer alles terug, wat hij eerst had toegestaan.
1) Hierdoor mag men de gissing wagen, dat bij de aankomst van Mozes weer enig licht begon door te breken, zodat de duisternis minder dicht was. Daar Farao het nimmer zou gewaagd hebben, zonder vertrouwen op de verdwijning van de straf, zich zo trots te gedragen. Maar wat hij in het begin geveinsd heeft, is hier door Mozes overgeslagen. Daarvan hangt de verzachting van de verschrikkelijke straf af, welke hem tot afbidden van deze heeft gedreven. Ofschoon hij nog vreest, wordt hij echter verhard en maakt zich liever gereed tot het uiterste, hoe het ook zijn moge, dan dat hij eenvoudig aan God gehoorzaamt. Hier wijst Mozes ook God, volgens zijn gewoonte als de auteur van de verharding aan. Niet, alsof Hij in zijn hart, dat anders wel tot zachtmoedigheid en gehoorzaamheid bereid zou geweest zijn, het hardnekkig verzet had ingezet, maar omdat Hij dit verwaten mensenkind, dat vrijwillig zijn eigen verderf wilde, aan satans heerschappij had overgegeven, zodat het snel, met steeds grotere driestheid zijn paden van de goddeloosheid afliep.
Maar dit wilde Farao juist niet, dat die Jehova, die Koning, welke hij met zijn gehele hart haatte, niet slechts een geheel volk, maar bovendien een rijk en machtig volk zou toevallen. Dat gunde hij noch de Heere zelf, noch dat verachte volk. “Doch de Heere verhardde Farao’s hart en hij wilde hen niet laten vertrekken.” Daardoor ging alles, wat overigens de schrik van de dood en de buitengewone ontroering van de ziel voor goeds en edels in een hart kunnen werken, dit wrede en trotse hart vruchteloos voorbij. Het werd hem tot gal en alsem, tot verhoging van de wrevel en tot bitterheid van de geest, wat bij een ander wellicht verootmoediging en toegeeflijkheid zou hebben gewerkt. Tot steeds onstuimiger en driester drift schreed hij voort, na elk ogenblik van aandoening; als scheen hij daarover zich wel het meest als over enige onwaardige zwakheid te schamen.
Farao verklaart zich thans bereid Gods eis ten dele in te willigen, maar ontsteekt in toorn, toen Mozes hem in al zijn uitgestrektheid handhaaft. Zelf breekt hij daarop de onderhandelingen af.
28. Maar Farao, in zulk een van God beslotene verstokking, over Mozes’ eis (vs.26) en de vastberaden taal geheel buiten zichzelf, zei 1) tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; wantop welke dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven! 2)
1) Farao heeft het toppunt van de verharding bereikt. Zo verblind is hij, dat hij stellig overtuigd is, dat elk toegeven van zijn zijde de vrijmoedigheid van Mozes staalt. Nog eenmaal staat hij, op menselijke wijze geredeneerd, op een tweesprong, nog eenmaal moet hij kiezen tussen zich aan God te onderwerpen of niet. Hij kiest het laatste, maar velt daarmee tevens zijn eigen oordeel.
2) Wij zien, dat de goddeloze, terwijl hij door zijn woede wordt vervoerd, voorspeld heeft, wat hij eigenlijk niet bedoelde, omdat God op zijn eigen hoofd heeft doen neerkomen, wat hij ten opzichte van een ander had bedreigd. Evenwel is het er tegelijk voor te houden, dat Mozes volgens Gods bevel, doch niet zo maar op goed geluk af, alzo gesproken heeft.
Beklagenswaardig besluit! Vreselijk afscheid! In de jongste dag zal Farao met schrik die Mozes aanschouwen, die hij op aarde zo dikwijls in zijn nabijheid had, van wie hij zo menig getuigenis van de waarheid gehoord en zo menig wonder gezien had, die hij ten laatste niet meer had willen zien. Op aarde kan een tiran wel tot een knecht van God zeggen: “Ga van mij weg” en hem daardoor ontheffen van een moeilijke en gevaarlijke arbeid; maar op die dag moet hij van de Heere Jezus het woord horen: “Ga weg van Mij, gij vervloekte! in het helse vuur!”.
29. Mozes nu zei: Gij hebt recht gesproken, zo zal het zijn; a) Ik zal niet meer uw aangezicht zien! 1)
a) Hebr.11:27
1) Zolang Farao Mozes wil aanhoren, spreekt hij, nu deze hem wegzendt, gehoorzaamt hij ook, wetende dat er voor de verstokte Farao geen genade meer te hopen is.
Farao spreekt zelf de scheiding uit tussen hem en de knecht van God. Hiermee is het pleit beslecht. Het leven heeft hij verworpen, de dood heeft hij verkozen. Dit is de eindgeschiedenis van de goddeloze in het bijzonder, van de wereld in het algemeen. Zo blijkt tenslotte, dat door ongeloof de goddeloze zich tijdelijke smart, maar bovenal de eeuwige rampzaligheid berokkent.
Zolang moet ook de Christen aanhouden, zijn medezondaar tot bekering te bewegen, als Mozes bij farao deed. Eerst dan als hem de deur wordt gesloten, en de spraak wordt geweigerd, mag hij het stof van zijn voeten afschudden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 10
Exodus 10:1-2.KruisverwijzingenJoël 1:3→Deuteronomium 4:9→Exodus 13:14→Exodus 4:21→Psalmen 44:1→Exodus 7:17→Exodus 3:20→Deuteronomium 6:20→
— Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao; want Ik heb zijn hart verzwaard, ook het hart zijner knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen in het midden van hen zette; En opdat gij voor de oren uwer kinderen en uwer kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb; opdat gijlieden weet, dat Ik de HEERE ben.
God zou de vroege geschiedenis van Israël kenmerken door een diepe indruk van Zijn goddelijke macht. Zijn overwinning op de trotse koning van Egypte zou Israël vanaf het begin leren hoe groot de God was Die dit volk had uitgekozen om Zijn eigen, bijzondere bezit te zijn.
Exodus 10:3.Kruisverwijzingen1 Petrus 5:6→1 Koningen 21:29→Jakobus 4:10→2 Kronieken 34:27→Spreuken 1:22→Exodus 9:17→Ezechiël 5:6→2 Kronieken 33:19→
— Zo gingen Mozes en Aaron tot Farao, en zeiden tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
“Hoelang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen?” In de oude monarchieën, waarin de koning absoluut en oppermachtig was, gold zijn wil als wet voor het volk. Zelfs wanneer hij nauwelijks beter was dan een waanzinnige, durfde niemand zich tegen hem te verzetten. Geen enkele hond waagde het zijn tong tegen de heerser te bewegen. Koningen werden beschouwd als bijna goddelijke personen en heersten met grote macht en wraakzucht over hun onderdanen.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat zij, omringd door de eerbewijzen en lofprijzingen die hun onderdanen hun vrijwillig brachten, uiteindelijk door hoogmoed werden bedwelmd en zichzelf bijna als goddelijk gingen beschouwen. Zij namen de plaats en eer aan die alleen God toekomt.
Daarom is het niet vreemd dat farao dacht dat hij in de God van de Hebreeën slechts een andere machtige heerser ontmoette, iemand met Wie hij de strijd kon aangaan en Die hij zelfs zou kunnen overwinnen.
Hij dacht bij zichzelf: “Wie zijn deze Hebreeën? Hun vaderen waren slechts herders die naar Egypte kwamen en zich daar vestigden. En wat dit volk betreft: zij zijn mijn slaven. Door hun onbetaalde arbeid heb ik steden gebouwd, en ik ben van plan hen in gevangenschap te houden. Zij spreken over hun God, hun ‘Jehova’. Wie is Jehova dat ik Zijn stem zou gehoorzamen? Laat er een strijd plaatsvinden tussen Farao en Jehova, en laat die strijd tot het bittere einde worden uitgevochten! Ik zal dit volk laten zien dat ik niets om hen geef, noch om hun profeten, noch om hun God.”
Exodus 10:4-6.KruisverwijzingenOpenbaring 9:3→Exodus 9:32→Exodus 8:21→Exodus 8:3→Spreuken 30:27→Joël 2:25→Exodus 8:23→Joël 2:2→
— Want indien gij weigert Mijn volk te laten trekken, zie, zo zal Ik morgen sprinkhanen in uw landpale brengen. En zij zullen het gezicht des lands bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien; en zij zullen afeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen ulieden overgebleven was van den hagel; zij zullen ook al het geboomte afeten, dat ulieden uit het veld voortkomt. En zij zullen vervullen uw huizen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren; dewelke uw vaders, noch de vaderen uwer vaders gezien hebben, van dien dag af, dat zij op den aardbodem geweest zijn, tot op dezen dag. En hij keerde zich om, en ging uit van Farao.
Mozes had zijn boodschap gebracht en zijn ernstige waarschuwing uitgesproken. Daarom bleef hij niet langer wachten in de aanwezigheid van de tiran.
Exodus 10:7.KruisverwijzingenExodus 23:33→Prediker 7:26→1 Samuël 18:21→Jozua 23:13→Spreuken 29:6→1 Korinthe 7:35→Exodus 8:19→Psalmen 107:34→
— En de knechten van Farao zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik zijn, laat de mannen trekken, dat zij den HEERE hun God dienen! weet gij nog niet, dat Egypte verloren is?
De zeven eerdere zware plagen hadden Egypte zo diep getroffen, dat het volk zich tegen hun koning begon te keren vanwege zijn koppigheid om zich nog steeds tegen God te verzetten.
Exodus 10:8-9.KruisverwijzingenExodus 10:24→Exodus 5:1→Exodus 3:18→Exodus 8:8→Exodus 12:31→Exodus 10:16→Numeri 29:12→Deuteronomium 31:12→
— Toen werden Mozes en Aaron weder tot Farao gebracht, en hij zeide tot hen: Gaat henen, dient den HEERE, uw God! wie en wie zijn zij, die gaan zullen? En Mozes zeide: Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochteren, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest des HEEREN.
Farao was bereid om met Mozes tot een overeenkomst te komen, maar God aanvaardt geen voorwaarden van mensen die tegen Hem in opstand komen. Alleen een volledige en onvoorwaardelijke overgave is wat God zal aannemen.
Exodus 10:12-17.KruisverwijzingenPsalmen 78:46→Exodus 9:27→Exodus 8:8→Exodus 7:19→Exodus 9:28→1 Koningen 13:6→Exodus 10:4→Jona 1:4→
— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit over Egypteland, om de sprinkhanen, dat zij opkomen over Egypteland, en al het kruid des lands opeten, al wat de hagel heeft over gelaten. Toen strekte Mozes zijn staf over Egypteland, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, dien gehele dag en dien gansen nacht; het geschiedde des morgens, dat de oostenwind de sprinkhanen opbracht. En de sprinkhanen kwamen op over het ganse Egypteland, en lieten zich neder aan al de palen der Egyptenaren, zeer zwaar; voor dezen zijn dergelijke sprinkhanen, als deze, nooit geweest, en na dezen zullen er zulke niet wezen; Want zij bedekten het gezicht des gansen lands, alzo dat het land verduisterd werd; en zij aten al het kruid des lands op, en al de vruchten der bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden des velds, in het ganse Egypteland. Toen haastte Farao, om Mozes en Aaron te roepen, en zeide: Ik heb gezondigd tegen den HEERE, uw God, en tegen ulieden. En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal, en bidt vuriglijk tot den HEERE, uw God, dat Hij slechts dezen dood van mij wegneme.
Ziet u hoe farao uiteindelijk gedwongen wordt op zijn knieën te gaan? Toch zal hij spoedig weer opstaan, want zijn hart is niet werkelijk vernederd, ook al wordt hij gedwongen zijn eigen woorden terug te nemen. Een hart dat niet door genade wordt vernederd, wordt niet werkelijk onderworpen door oordelen. Het kan er misschien zo uitzien, maar in werkelijkheid blijft het een hart van steen.
Exodus 10:18-20.KruisverwijzingenExodus 4:21→Exodus 11:10→Joël 2:20→Exodus 8:9→Exodus 8:28→Lukas 6:28→Mattheüs 5:44→Exodus 15:4→
— En hij ging uit van Farao, en bad vuriglijk tot den HEERE. Toen keerde de HEERE een zeer sterken westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee; er bleef niet een sprinkhaan over in al de landpalen van Egypte. Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij de kinderen Israels niet liet trekken.
God onthield hem Zijn genade, zodat hij terugviel in zijn natuurlijke toestand van verharding. Farao is een aangrijpend voorbeeld van hoogmoed en hardnekkigheid.
Exodus 10:26.KruisverwijzingenZacharia 14:20→2 Korinthe 8:5→Handelingen 2:44→Spreuken 3:9→Hosea 5:6→Exodus 12:32→Hebreeën 11:8→Jesaja 23:18→
— En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven; want van hetzelve zullen wij nemen, om den HEERE, onzen God, te dienen; want wij weten niet, waarmede wij den HEERE, onzen God, dienen zullen, totdat wij daar komen.
“En ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet een klauw achterblijven.” Ik geloof dat er in het bloed van Christus, toegepast aan het geweten, voldoende kracht is om ieder mens te redden. Maar wanneer ik nadenk over de verlossing, geloof ik dat, wat het voornemen van Christus bij Zijn sterven ook was, dit voornemen nooit kan worden verijdeld of op enige wijze kan mislukken.
Wanneer ik zie op de Persoon van onze Heere Jezus Christus, kan ik mij niet voorstellen dat Hij, Die zo’n groot offer heeft gebracht, ooit teleurgesteld zou worden in het doel van Zijn liefde. Daarom geloof ik dat Hij allen die Hij met een bepaald voornemen kwam verlossen, ook werkelijk zal redden.
Allen die in de diepe liefde van Zijn hart geschreven stonden als degenen die door Zijn bloed zijn gekocht, zal Hij zeker tot Zich brengen. Allen die Zijn hemelse Vader Hem heeft gegeven, zullen tot Hem komen. Allen die Hij vóór de grondlegging der wereld heeft uitverkoren, zal Hij opwekken op de laatste dag.
Allen die tot de leden van Zijn verborgen lichaam behoorden toen Hij aan het kruis werd genageld, zullen met Hem één zijn in Zijn heerlijke opstanding. “Er zal niet een klauw achterblijven.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
SPRINKHANEN EN DUISTERNIS.
I. Genesis 10 vers 1-20
Nadat farao bij de vorige plaag weer alles beloofd en niets gehouden heeft, wordt het verderf, door deze begonnen, door de achtste plaag ten einde gebracht. Ontzettende zwermen sprinkhanen, die de oostewind aanvoert, eten al het groen weg, dat van een hagel verschoond gebleven was, en vernietigen de oogst voor het gehele jaar. Ten tweede maal belijdt farao een zondaar te zijn, en vraagt hij om vergeving; de sprinkhanen worden op Mozes gebed door de omkerende wind weggevoerd en in de Schelfzee geworpen, doch farao’s verstokking wordt na dit rechtvaardig gericht altijd zwaarder en sterker.
1. Daarna zei de HEERE tot Mozes, waarschijnlijk slechts weinige dagen na de vorige gebeurtenis (hoofdstuk 9:13-35), omdat Hij farao niet lang rust wilde laten, maar hem meer bepaald en spoediger het laatste deel, het einde van alle Zijn proeven met hem wilde tegemoet voeren: Ga in tot farao, want, dat hij Israël tot hiertoe niet heeft laten vertrekken heeft een goede reden; a) Ik heb hem, nadat hij zich tegen Mij gesteld heeft, niet aanstonds willen vernietigen, maar zijn hart verzwaard, 1)ook het hart van zijn knechten, opdat Ik deze Mijn tekenen, die deels reeds geschied zijn en deels nog geschieden moeten, in het midden van hem 2) zette, onder hen doe, tot verheerlijking van Mijn Naam.
a) Exodus. 4:21; 9:34 Psalm. 78 Psalm. 105
1) Mozes leert niet, dat zijn hart van Godswege door het zien van de tekenen is verzwaard, maar dat het God behaagd heeft, op die wijze Zijn kracht groot te maken. Hieruit merken wij ook, dat het zeker naar Gods plannen was voorbeschikt, wat hier gebeurde. God nu wil zijn volk op singuliere en buitengewone wijze verlossen. Opdat deze verlossing meer in het oog zou vallen en meer zichtbaar zou zijn, wordt farao er tegenover gesteld als het beeld van een onvermurwbare steen, welke door zijn hardheid daarom oorzaak geeft voor steeds nieuwe en meer krachtig sprekende wonderen. Daarom wordt door de verwonderlijke Voorzienigheid Gods farao totdat doel verhard, opdat de genade van de bevrijding niet dubbelzinnig zou zijn of gering geacht zou worden. Want God heeft zijn volk meer op het oog dan de Egyptenaren. Zoals weldra volgt: Gij zult aan zoon en kleinzoon, enz. verhalen. Want veel overvloediger stof tot dankbetuiging voor en tot roemen op de bevrijding werd gegeven, wanneer de Israëlieten duidelijk zagen, dat de hand van God zo dikwijls en door zo verschillende tekenen vanuit de hemel openbaar werd. Want indien zij op de gewone wijze waren verlost, zou de roem van God kort daarna zijn kracht verloren hebben.
2) In het Hebreeuws Bekirboo. “In het midden van hem,” nl. van Egypte, (In vers 2 slaat “onder hen” op de Egyptenaars), en niet van farao en zijn knechten. God heeft tekenen gesteld in Egypte en te midden van de Egyptenaren en niet alleen te midden van farao en zijn dienaren.
2. En opdat gij, 1) voor de oren van uw kinderen en van uw kindskinderen moogt vertellen, wat Ik in Egypte uitgericht heb, 2) en Mijn tekenen, die Ik onder hen gesteld heb, opdat gij weet, dat Ik de HEERE ben, 3) de enig levende God, die doe, wat Ik wil, en komen laat, wat Ik heb aangezegd.
1) “Gij.” Mozes is de Middelaar van het Oude Verbond van het volk van Israël. Tengevolge daarvan, spreekt God het volk aan in de persoon van Mozes, vertegenwoordigt Mozes hier voor God het gehele volk. Alzo is Mozes ook hier type van de Middelaar van het Nieuwe Verbond, in wie God al zijn volk aanziet.
2) In het Hebreeuws Hithallalthi, eigenlijk mijn macht heb tentoon gespreid in enz. De Heere wil hiermee zeggen, dat Hij als het ware geheel zijn macht heeft ontplooid, opdat Israël’s volk te allen tijde een diepen indruk daarvan zou hebben, zich ermee zou sterken tegen al zijn vijanden.
3) Het doel van de Heere, waarom hij de in het hart van de Egyptische koning verborgen liggende boosheid zo geheel tot rijpheid laat komen, en zich ten volle openbaren, in plaats van hem spoedig te schande te maken en Zijn volk te verlossen, wordt hier duidelijk uitgesproken. De Heere wilde de gelegenheid waarnemen, om Zijn macht op bijzondere wijze te openbaren, opdat Zijn naam ook buiten de grenzen van Egypte bekend en geprezen zou worden (hoofdstuk 9:16; 15:14 vv.), en Israël voor alle volgende tijden in het geloof zou worden bevestigd. Dat beide werkelijk de gevolgen geweest zijn, blijkt ons deels uit de Griekse en Romeinse schrijvers, die eveneens van farao’s verschrikkelijk einde verhalen. (Diod. Sic. bibl. I. III: 39; Justin. I. XXXVI: 2; Euseb. praep. ev. I. IX: 26), deels uit Psalmen, als 78 en 105.
3. Zo ging Mozes en Aäron tot farao en zei tot hem: Zo zegt de HEERE, de God van de Hebreeën: Hoe lang weigert gij u voor Mijn aangezicht te verootmoedigen? Laat Mijn volk vertrekken, dat zij Mij dienen; 1) genoeg toch hebt gijreeds de sterkte van Mijn macht ervaren.
1) Waar Mozes farao weer tegemoet komt, met de eis, om het volk van Israël te laten vertrekken, daar doet hij het hem tevens voelen, dat farao niet slechts strijdt tegen Israël, maar bovenal tegen Israëls God.
4. Want indien gij nog langer weigert Mijn volk te laten vertrekken, zie, zo zal Ik, opdat gij nog meer ervaart van Mijn macht over dit land, morgen sprinkhanen in uw gebied brengen. 1)
1) Deze straf zou niet alleen voor het ogenblik erg zijn, maar ook voor het vervolg, omdat noodzakelijkerwijs een hongersnood daarvan het gevolg zou zijn. De sprinkhanen zouden toch verteren, wat nog door de hagel was gespaard. De sprinkhanen waren wel een voortdurende plaag voor Egypte en geheel het Oosten, maar ook farao zou moeten erkennen, dat deze werkelijk door God gezonden was. Daarom moest Mozes haar ook tegen de dag van morgen aankondigen.
5. En zij zullen, door hun ontelbare menigte, het gezicht van het land 1) bedekken, alzo dat men de aarde niet zal kunnen zien, en zij zullen opeten het overige van hetgeen ontkomen is, hetgeen u overgebleven was van de hagel; zij zullen ook al het geboomte opeten, dat u uit het veld voorkomt, alle bladeren en vruchten van de bomen, die gij u geplant hebt, voor zoverre zij niet reeds door de hagel verwoest zijn (vs.15).
1) Letterlijk: het oog van het land of van de aarde.
6. En zij zullen, evenals vroeger de kikvorsen (hoofdstuk 8:3,6), uw huizen vervullen, en de huizen van al uw knechten, en de huizen van alle Egyptenaren, die uw vaders, noch de vaderen van uw vaders, in zulk een ontzettende menigte, niet gezien hebben, van die dag af, dat zij op de aardbodem geweest zijn, tot op deze dag. 1) En hij, Mozes, keerde zich na deze aankondiging om, en ging met Aäron uit van farao, om tot de volgende dag te wachten, en te zien, waartoe de koningbesluiten zou, hoewel hij wist, dat ook de nieuwe plaag geen gunstig gevolg zou hebben (vs.1,2).
1) Er behoort een grote helderheid en vastheid van gemoed toe, wanneer een mens in de raad van de goddelijke voorbeschikking is ingeleid, en hij toch handelen moet, alsof hij niets van de toekomst wist. Mozes staat op deze hoogte; want wij bevinden, dat hij, ondanks de inwijding in het goddelijk geheim, zich in zijn betrekking tot farao geheel op het standpunt van het tegenwoordige plaatst, evenals Paulus (Hand.27:22 vv.), hoewel hij weet, dat volgens het goddelijk raadsbesluit niemand het leven zal verliezen, toch met alle krachten aanspoort, om het tegenwoordig gevaar af te wenden.
Met deze woorden kondigt Mozes aan dat de plaag van aangeven duur zal zijn, omdat de sprinkhanen eerst zullen verteren wat op het veld is en dan nog zullen vernielen wat in de huizen is. De plaag zou daarom zeer verschrikkelijk zijn.
7. En de knechten van farao, onder welke reeds enigen waren (hoofdstuk 9:20), die voor des Heeren woord beefden, en van welke anderen door schade wijs geworden waren, zeiden tot hem: Hoe lang zal ons deze tot een strik, 1) tot een verderf zijn, door de plagen, die hij over ons verwekt, en waartegen wij niets kunnen doen? Laat de mannen, om wier vrijlating hij gevraagd heeft, vertrekkendat zij de HEERE, hun God, dienen, zo worden wij van die plagen bevrijd! Weet gij nog niet, dat Egypte verdorven is, 2) dat het land de ondergang nabij is?
1) Tevoren hebben wij gezien, dat het hardnekkig verzet zowel bij hen als bij hun koning werd gevonden. Het is niet twijfelachtig of zij hebben hem door dit slaafs toevallen, meer en meer verblind. Nu echter, door de oordelen verwonnen en nog iets ergers vrezende, beproeven zij zijn woede te matigen. Niet omdat zij zich werkelijk hadden bekeerd, maar omdat zij voelen, dat zij door Gods hand zijn overwonnen en geen kracht meer hebben om tegen Hem te strijden. Zij noemen Mozes, totdat hij zal weggezonden zijn, een voortdurende schade voor Egypte. Hetzij gij het woord vqwm vertaalt door valstrik of aanstoot, is vrijwel hetzelfde; omdat het overdrachtelijk moet genomen worden, voor een soort van ongeluk of oordeel. Daarom willen zij daarmee zeggen, dat er geen einde van de rampen te hopen is zolang farao met Mozes strijdt, omdat de ene ramp de andere zal volgen. Maar door te vragen: Hoelang? tonen zij dat de hardnekkigheid van de koning meer dan genoeg tot hiertoe te veroordelen is geweest. Waardoor zij besluiten, dat het niets beters is, dan dat, door Mozes te verwijderen, hij zich van de strik bevrijdde of de aanstoot wegneme, omdat hij anders niet dan ongelukkig zal strijden.
2) Beter: Erkent gij nog niet, dat Egypte te gronde gaat? Ook vertalen sommigen: Wilt gij eerst de ondergang van Egypte zien? Weggelaten zou dan zijn: liever dan dat gij uw strijd met God opgeeft?.
8. Toen, na deze toespraak van de hovelingen, werden Mozes en Aäron weer tot farao gebracht, 1) en hij zei tot hen, daar hij voor een ogenblik het voornemen had de raad op te volgen (vs.7): Gaat heen, dient deHEERE, uw God! Doch er ver van verwijderd, om werkelijk de Heere te vrezen en zich onder Zijn machtige hand te verootmoedigen, nam hij de zo-even gegeven toestemming voor een groot deel terug, daar hij voortging: Wie en wie zijn zij, die gaan zullen? 2) Gij hebt toch niet het gehele volk bedoeld?
1) Het is waarschijnlijk, dat, nadat zijn toorn bedaard was, hij spoedig uit zijn hofstoet iemand heeft gezonden, om Mozes en Aäron ogenblikkelijk terug te halen, opdat de straf, tegen de volgende dag aangekondigd, niet zou doorgaan. Want uit de woorden van de koning is op te maken, dat hij niet geheel en al door hun gebeden is overwonnen, maar omdat hij niet, door beslist te weigeren, alle gemoederen wilde beledigen heeft hij toegelaten, dat Mozes terug geroepen werd, om hen een rad voor de ogen te draaien. Doch hij keert terug tot het vroegere plan, terwijl hij midden in de onderhandeling met God afbrekende, zich wil verzekeren van de terugkeer van het volk. Het blijkt ook wel dat hij zelf verschrikt is geworden en een uitweg gezocht heeft om God te behagen. Ondertussen, alsof hij vrijheid had om een verdrag te sluiten, stelt hij voorwaarden die voor hem goed uitkwamen.
2) Het komt bij deze samenspraken met farao steeds op de vraag neer, of de koning de kinderen van Israël als zijn lijfeigenen zal mogen beschouwen, dan wel, of Israël de vrijheid heeft zijn God te dienen, gelijk Deze het wil. farao had over hen kunnen heersen, als over een zelfstandig volk dat, zijn God getrouw, naar eigen godsdienst en naar eigen wetten leefde; en er is geen spoor in de geschiedenis, dat het zich, onder die bepaling, aan zijn gezag zou onttrokken hebben. Maar onder geen voorwaarden, kan Israël zich dan ook datgene laten welgevallen, waardoor het in de gemeenschap met de God van zijn vaderen zou belemmerd zijn.
Het volk als volk wil hij dus niet laten vertrekken, wel enkelen uit dit volk, en deze slechts in beperkte getale; zo weinigen slechts, dat hij verwacht, dat hun namen op staande voet zouden kunnen meegedeeld worden. “Wie en wie zijn zij, die gaan zullen?” aldus vraagt hij. Misschien koestert hij een heimelijke hoop in het hart, dat hij aldus van de mannen zou bevrijd worden, die hij als opruiers en beroerders van het volk beschouwde. Want gewoonlijk zullen de tegenstanders van de waarheid en verdrukkers van des Heeren volk de onverbrekelijke tegenstand van het volk zelfs aan enkele leidslieden van het volk toeschrijven; als of deze slechts aan het volk voorspiegelden en ingaven wat het volk zelf niet voelt, begeert en wil.
9. En Mozes zei: 1) Wij zullen gaan met onze jonge en met onze oude lieden; met onze zonen en met onze dochters, met onze schapen en met onze runderen zullen wij gaan; want wij hebben een feest voor de HEERE, 2)en daaraan zal ons gehele volk deelnemen, evenals ook gij, Egyptenaren, aan feesttochten ter ere van uw goden allen, zonder onderscheid van ouderdom en geslacht, deelneemt. Omdat wij nu allen moeten gaan, moeten wij ook ons vee meenemen, opdat het niet onverzorgd blijft.
1) Doch ofschoon Mozes door zijn antwoord zich vrijwillig de gelegenheid afsnijdt, om te schikken en te plooien, en hem niet met dubbelzinnige uitvluchten vleit, verzwijgt hij toch het plan, om het volk te bevrijden, niet omdat hij hem wil voorliegen of bedriegen, maar opdat hij zich houdt binnen de grenzen van zijn lastgeving. En opdat hem niet voor de voeten kan geworpen worden, dat de Israëlieten op deze wijze aan zijn wettige heerschappij onttrokken worden, verbergt hij niet, dat zij, omdat zij door God zijn aangenomen, onder de heerschappij van een ander staan. God eist derhalve de zijnen terug, welke Hij zich eenmaal heeft verkoren. En nu moet men niet menen, dat hij bedrieglijk met de tiran handelde, al is het ook, dat hij het eigenlijke plan voor hem verbergt. Hij zegt, dat zij de runderen en de kudden schapen met zich zullen voeren, opdat zij voorhanden zouden hebben, wat zij God zullen offeren. Wat de zonen en dochters betreft, hij voegt er bij, dat, hoe jong zij ook zijn mogen, zij de feestdag mee moeten vieren, daar God allen zich heeft verkozen, om hen tot vroomheid op te voeden.
Het is opmerkelijk, dat Mozes, ter beantwoording van farao’s vragen, deze optelling doende, en dat wel zonder enige uitzondering, zulks niet doet bij wijze van verzoek, veel minder, dat hij zulks zou overlaten aan de keuze en het welgevallen van farao, niets minder dan dat; met een onbedwelmende vrijmoedigheid zegt hij hem: Wij zullen gaan met onze jongen enz., en dit zegt hij bij herhaling ten tweede maal, als hij er bij voegt: Met onze schapen en runderen zullen wij gaan; en dus toonde hij niet alleen, wat hun oogmerk was en wat zij wensten te doen, maar wat zij doen moesten, ja, ook doen zouden, of het farao lief of leed zou zijn.
2) Met dit laatste wordt de reden aangegeven, waarom allen, zowel ouden en jongen, mee moesten. Het was geen eigen gekozen feestviering, maar een feest, door de Heere, Jehova verordend. Daarom mocht niemand wegblijven. Ook de Egyptenaren hadden zulke feesten, waarbij niemand mocht gemist worden, noch groten, noch kleinen. farao kon er zich dus niet over verwonderen, dat Mozes nu ook aandrong op het meegaan van allen, omdat het een feest van de Heere, hun God, was.
10. Toen zei hij tot hen, vol van bittere spot: De HEERE zij alzo met u, zoals ik u en uw kleine kinderen zal laten vertrekken! 1) Ziet toe, want er is kwaad voor uw aangezicht! 2) Gij hebt uw voornemen duidelijk genoeg verraden; het is u niet te doen, om uw God een feest te vieren. maar voor altijd weg te gaan.
1) farao spreekt hier op smadende en schimpende wijze. Het is geen zegenwens, maar veeleer een spotwoord. Moge, dit is zijn bedoeling, de Heere zo met u zijn, als ik het voornemen heb, u en uw kinderen te laten vertrekken. M.a.w.: Ik ben niet van plan uw kinderen en vrouwen te laten gaan. De vrouwen en kinderen wil hij als gijzelaars behouden, opdat hij zekerheid hebbe, dat zij, na drie dagen, terug zullen keren.
2) Hiermee wil farao zeggen, dat zij voor hem boze voornemens hebben, nl. om niet terug te keren, maar voorgoed uit Egypte te blijven. Eigenlijk was het beschimpen van Mozes en Aäron een beschimpen van God zelf. Want niet Mozes vroeg de bevrijding van Israëls volk, maar Mozes vroeg het in de naam van God.
11. Niet alzo! Vrouwen en grijsaards, zonen en dochters, schapen en runderen laat ik niet gaan. Gij mannen, gaat nu heen, en dient de HEERE, want dat, en niets meer, hebt gij verzocht 1) met uw eerste vraag; met uw latere gedachten laat ik mij niet in. En men dreef hen uit van farao’s aangezicht; 2)op bevel van de koning voerden de dienaren hen weg.
1) Hij veinst hen toe te staan, wat zij in het begin hebben geëist en beschuldigt hen alzo van onstandvastigheid, omdat zij niet bij dezelfde eis volhardden. Terwijl het echter zeker is, dat hij dit tot oorzaak genomen heeft voor zijn hardnekkigheid, om weerstand te bieden, omdat hij vreesde, dat het gehele volk uit Egypte zou trekken. Hij weet toch, omdat Mozes handelde in de naam van God, dat het bevel zich ook tot de kleinen uitstrekte, daar hij overigens niet zo verbitterd behoefde te zijn. Maar opdat hij op hen de schuld laadde, verwijt hij hen op een valse en arglistige manier, dat zij de onbillijke eisen verdubbeld hebben, dat hij daarentegen de grootste welwillendheid betoont, daar hij hun hun eerste wens toestaat. Maar hij wil niet de vaders van de kinderen beroven, maar hen als gijzelaars terughouden, omdat hij overtuigd was, dat zij nooit uit eigen beweging zich van zo dure panden zouden losmaken.
Hoewel farao met zijn beschuldiging: “Ziet toe, want er is kwaad voor uw aangezicht; gij vraagt verlof tot een feestviering, en het is uw voornemen voorgoed uit het land te vertrekken”, recht schijnt te hebben, daar het inderdaad om het laatste, en niet om het eerste te doen was, is hij toch bepaald in het ongelijk; tot hem zelf is nooit een andere eis gekomen, en nog wordt er geen andere gesteld, dan aan Israël toe te staan, dat het drie dagreizen in de woestijn trekke, en de Heere, zijn God, daar offeranden doe. De gehele losscheuring van Egypte, en langs welke weg en door welke middelen zij zouden bewerkstelligd worden, had God zich voor Zijn verder raadsbesluit voorbehouden naar de toestand van de zaak, al naardat farao de eis wilde toestaan of niet. Bovengenoemde beschuldiging is ook in de grond niets meer dan een dekmantel van zijn hardheid en tyrannie, met welke hij de (vs.8) gegeven toestemming op zulk een wijze beperkt, dat zij door Mozes en Aäron in het geheel niet aangenomen kan worden; hij wil in waarheid in het geheel geen toestemming geven; alleen op het aandringen van zijn grote (vs.7), opdat zij hem niet zouden kunnen verwijten, dat hij het land te gronde gericht had, geeft hij in schijn de toestemming; en opdat hij nu, bij verder samenspreken zich niet blootgeve en zijn eigenlijke mening verrade, breekt hij zonder meer af, en laat Mozes en Aäron de deur uitwerpen.
2) farao kan zelfs de schijn van recht niet redden. Er is toch niet gevraagd dat alleen de mannen zouden gaan, maar het gehele volk. Dat voelt hij zelf zeer goed en daaruit is het te verklaren, dat hij Mozes en Aäron met bedreigingen van zich weg zendt. Zelf al te zeer overtuigd van ongelijk, en om de schijn van zijn onschuld te bewaren, drijft hij de getuigen van zijn ongelijk van zich uit.
12. Toen zei de HEERE tot Mozes, na zulk een snode behandeling van zijn knechten aanstonds tot volvoering van de aangekondigde nieuwe plaag overgaande: Strek uw hand uit 1) over Egypte, om de sprinkhanen, 2) dat zij opkomen over Egypte, en al het kruid van het land opeten, al wat de hagel heeft overgelaten.
1) Met het uitstrekken van de hand wordt zijn macht afgebeeld. In zichzelf was Mozes niets, maar waar hij in het geloof Gods bevel gehoorzaamt, daar is Mozes alles, omdat hij daar is het door God gebruikte instrument om Zijn wil te volbrengen.
2) Sprinkhanen, deze in ongelooflijke menigte zich vermeerderende insekten, zijn een van de vreselijkste landplagen in het Oosten. Zij hebben, in het klein, bijna de gedaante van een paard, daarbij vier, meestal groene of geelachtige vleugels, springvoeten, en grotendeels een lengte van ongeveer vijf duimen. Er zijn verschillende soorten (Leviticus. 11:22); de meest gewone en ook hier vermelde Arbe heeft een platte kop, rood-bruine ogen, ongeveer drie vierde duim lange voelhorens, geelachtig-grauwe boven- en groene ondervleugels, en een groen, in het midden zich sterk verhogend borstschild. Zij ondergaan, evenals andere insecten, verscheiden veranderingen; in de toestand van poppen verwisselen zij viermaal van huid, en verschijnen daarna eerst gevleugeld. Hun zwermen komen met de wind aan, in dikke menigten, die bij het naderen aan een wolk gelijken, en meermalen 4 tot 6 uur lang, en 2 tot 3 uur breed zijn. Reeds op verre afstand veroorzaken zij een geel schijnsel aan de hemel, verduisteren bij meerdere nabijheid de zon, en maken een vreselijk geruis. Waar zij zich vestigen, liggen zij dikwijls ellenhoog op elkaar, zodat men geen grond kan zien; in korte tijd eten zij al het groen af en knagen zelfs aan de bast van de bomen en aan hun wortels. Is alles afgegeten en tot een woestijn geworden, dan trekken zij verder, en laten hun eieren en hun vuil achter, die een afschuwelijke stank verbreiden. Op hun tochten gaat het overigens zeer regelmatig toe; zij vliegen in verschillende afdelingen, doch alleen bij dag; ‘s avonds laten zij zich op de grond neer, en zoeken bescherming tegen de kou van de nacht achter muren en hellingen. Hun dood vinden zij deels door enige soorten van vogels, deels, en wel voornamelijk in de zee, waarop zij, afgemat van het vliegen, zich evenals op het land nederlaten of waarin zij, door vochtige lucht, regen enz., tot verder vliegen onbekwaam geworden, nedervallen; zij worden dan dood naar de oever gespoeld, waar zij tot verrotting overgaan en de lucht verpesten.
13. Toen strekte Mozes, gehoorzaam aan het goddelijk bevel, zijn staf over Egypte, en de HEERE bracht een oostenwind in dat land, die de gehele dag aanhield, en de gehele nacht; het geschiedde ‘s morgens dat, a) de oostenwindde sprinkhanen mee had gebracht. 1)
a) Psalm. 78:46; 105:34,35
1) Gewoonlijk komen de zwermen van sprinkhanen naar Egypte met de zuid- of zuidwestenwind, uit Ethiopië of Lybië; hier worden zij door de oostenwind uit de Arabische woestijn, of van nog verder gelegen streken aangevoerd. In de vorige wonderen heeft zich namelijk Egypte’s eigen natuur in plagen uitgeput; het zegenrijke water van de Nijl (1e en 2e plaag), de vruchtbare bodem van het land (3e en 4e plaag), de heldere lucht die boven Egypte is (5e-7e plaag), en alzo zijn al de elementen, die in Egypte zijn, tot een vloek geworden. Nu moeten ook de omliggende landen, wat zij aan landplagen bezitten, voortbrengen (8e en 9e plaag), opdat farao de almacht van Jehova leert kennen, die ver over Egypte’s grenzen reikt, en over alle landen van de aarde gebied voert. Nog heeft de Heere toch, met alle betoningen van Zijn macht en met alle Zijn straffen, niets op de trotse en overmoedige koning vermocht; nog heeft niet des Heeren, maar farao’s wil de overhand behouden; ja, deze durft zich beroemen, dat hij, hoewel door zijn goden (hoofdstuk 8:19), door zijn tovenaars (hoofdstuk 9:11) en door zijn groten (hoofdstuk 10:1) reeds alleen gelaten, toch de strijd tegen de God van de Hebreeën durft voortzetten. Nu zal het buitenland met zijn plagen wel niets bij de onbuigzame koning uitrichten (hoofdstuk 10:20,27), doch de Heere blijft nog één zaak over, dat Hij zelf, zonder hulp van Zijn knechten, Mozes en Aäron, ingrijpt (hoofdstuk 11:4 vv.) en zo de strijd, als van man tegen man, beslisst (10e plaag); daardoor zal dan Zijn overwinning des te heerlijker zijn, en des te rijker in gevolgen, en alle landen zullen daarvan spreken.
14. En de sprinkhanen kwamen op over geheel Egypte, en lieten zich neer aan alle gebieden van de Egyptenaren, zeer zwaar; vóór deze zijn dergelijke sprinkhanen, zo groot, zo vele en zo verderfelijk als deze, nooit in Egypte geweest, en na deze zullen er zulke niet wezen, 1) tot aan de grote gerichten (Openb.8:9), van welke deze een voorbeeld zouden zijn.
1) Deze plaats is niet in strijd met Joel 1:4. Daar wordt toch niet van één plaag gesproken, maar van verschillende, op elkaar volgende.
15. Want zij bedekten met hun ontelbare menigte het gezicht van het gehele land, terwijl anders de sprinkhanen slechts enkele streken bezochten, alzo dat het land verduisterd werd; 1) men kon geen aarde meer zien vanwege hunmenigte; en zij aten al het kruid van het land op, en al de vruchten van de bomen, die de hagel had over gelaten; en er bleef niets groens aan de bomen, noch aan de kruiden van het veld, in geheel Egypte. 2)
1) Soms werd in Afrika zulk een grote menigte van sprinkhanen gezien, dat zij al vliegende de stralen van de zon als een wolk bedekten.
De zon werd nu reeds verduisterd door de sprinkhanen, straks zou de zon als het ware weigeren haar licht te geven. Wat nu geschiedt, is daarom een voorspel van hetgeen volgen zou.
2) Daar van het land Gosen niet meer gesproken wordt, schijnt het, alsof de sprinkhanen de akkers van de kinderen van Israël ook verdorven en hun oogst vernietigd hebben; maar zij behoefden die ook niet meer, daar zij vóór de oogsttijd Egypte reeds voor altijd zouden verlaten hebben.
16. Toen haastte 1) zich Farao, daar hij geen andere raad wist, om Mozes en Aäron te roepen, en hij zei tot hen: Ik heb gezondigd tegen de HEERE, uw God, en tegen u, 2) dat ik Israël niet heb laten gaan en u met beschimping van mij gedreven heb.
1) Deze haast ontstond uit angst en vrees, omdat het tot het uiterste was gekomen en de hevigheid van de plaag geen uitstel meer duldde. Door deze hevigheid verraadt Farao zijn angst, waar hij niet alleen uit eigen beweging zich ertoe leent, om Mozes, die hij straks had weggezonden, terug te roepen, maar haastig daartoe wordt aangezet.
2) Het ontbrak Farao niet aan een erkenning van zonde, maar aan waarachtig berouw en ware boete. De hoofdzaak is en blijft bij hem, wegneming van de plaag. Hij weet, dat Jehova alleen hem kan helpen.
17. En nu vergeeft mij toch mijn zonde alleen ditmaal nog, gelijk de vorige maal (hoofdstuk 9:27 vv.), en bidt vurig tot de HEERE uw God, dat Hij slechts deze dood, deze dood en verderf aanbrengende, deze het gehele land te gronde richtende plaag, van mij wegneme, ik zal u dan zeker niet langer terughouden.
Het is geen teken van waarachtige bekering, wanneer men, gebogen onder de slaande hand van God, schuld belijdt en zijn nood klaagt aan godvrezenden; dat deed ook de rijke man volgens de gelijkenis (Luk.16:24); daarvan kan het verootmoedigen van God nog ver zijn.
18. En hij, Mozes, ging uit 1) van Farao, en bad vurig tot de HEERE. Al wist hij, dat de koning nog altijd (hoofdstuk 9:30) voor God, de Heere, niet vreesde, zo wist hij toch ook aan de andere zijde, dat deHeere eveneens met Zijn middelen niet ten einde was, en tot stand zou brengen, wat Hij zich voorgenomen had.
1) Het walgelijke in Farao’s houding, die snelle omkeer van beledigende hoogmoed tot kruipende vleierij, die gewoonlijk de wereld kenmerkt, mag Mozes’ edel gemoed stuiten; geen ogenblik evenwel wordt hij daardoor weerhouden, om aan de aandrang van zijn medelijdend hart gehoor te geven. “En hij ging uit van Farao en bad vurig tot de Heere.” En ook de Heere, die barmhartig is en genadig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, de Heere hoorde het gebed van Mozes, al ging het voor een hardnekkige en verstokte Farao op. “Toen keerde de Heere een sterke westenwind, die hief de sprinkhanen op, en wierp ze in de Schelfzee (de Rode zee); er bleef niet één sprinkhaan over in geheel het land Egypte.”.
19. Toen keerde de HEERE een zeer sterke westenwind: God keerde de wind (vs.13) om; die hief de sprinkhanen op en wierp 1) ze in de Schelfzee, 2) die aan de zuidoostelijke grenzen van Egypte gelegen is; er bleef niet één sprinkhaan over in geheel het land Egypte.
1) Dit is niet minder een wonder, omdat het wel meermalen in Egypte geschiedde, dat gehele zwermen van sprinkhanen door een hevige wind in de zee worden geworpen; want het geschiedde hier op de voorbede van Mozes en was een volkomen verlossing van de plaag.
2) In het Hebreeuws Jamsoeph, vanwege het zeewier (waaruit een rode verf gemaakt wordt), dat op de wateren van deze zee dreef.
20. Doch de HEERE verstokte Farao’s hart, zodat hij de kinderen van Israël wederom niet liet vertrekken. 1)
1) Al zijn nederigheid en ootmoed, al zijn goede voornemens, veronderstel dat hij er gehad heeft, schenen als met de sprinkhanen verdwenen te zijn, en het was er zo ver vandaan, dat hij des Heeren volk zou laten vertrekken, dat hij wederom die zo rechtmatige eis afsloeg.
De westenwind, die de sprinkhanen wegwaait, neemt ook Farao’s huichelachtige boete mee weg; deze, die in de Schelfzee hun ondergang vinden, waren voorlopers van hem, van zijn paarden en van zijn ruiters.
II. Genesis 10 vers 21-Hoofdstuk 11:8
Terwijl Farao’s verstokking nu zo ver is voortgegaan, dat hij nog alleen als een ten gericht overgegevene verdient behandeld te worden, valt de negende plaag geheel onaangekondigd in. Een dikke duisternis van drie dagen, zo zwaar, dat het niet eens mogelijk is, lichten in de huizen aan te steken, noodzaakt de Egyptenaren onbewegelijk op de plaats te blijven waar zij zijn, terwijl het daarentegen in alle woningen van de kinderen van Israël licht blijft. Farao bemerkt ook het naderen van de dag van het gericht, en wil evenals bij de vorige plaag, onder voorwaarden, de uittocht toestaan. Daar echter Mozes zijn voorwaarde afwijst, raakt hij buiten zichzelf van woede, en verbiedt aan Mozes, hem ooit weer onder de ogen te komen.
21. Toen, enige dagen na het verdwijnen van de sprinkhanen, toen het genoegzaam gebleken was, dat Farao Israël niet zou laten vertrekken, zei 1) de HEERE tot Mozes: Strek uw hand met de staf uit naar de hemel, en er zal duisternis 2) komen over Egypte, dat men de duisternis tasten zal.
1) Zonder voorafgaande aankondiging komt God met de straf, omdat Farao vals beloofd had, dat hij gehoorzamen zou. Daarom, toen hij op misdadige wijze de lankmoedigheid van God had misbruikt, moest hij plotseling door een nieuwe plaag aangegrepen worden, opdat hij in de duisternis de wrekende hand van God, welke hij veracht had, zou voelen. En immers, door bedreigingen zou hij niet afgeschrikt worden, zoals weldra zal blijken. Want toen hij gewaarschuwd werd, omtrent de dood van zijn eerstgeboren zoon en met gelijke slachting over het gehele land, zowel onder de mensen als onder de beesten, werd hij niet bewogen, maar heeft God zorgeloos getergd, alsof hij niets gehoord had. Het is daarom volstrekt niet te verwonderen, dat God de aarde eerder in duisternis hulde, dan dat Farao zoiets kon vermoeden.
2) De duisternis, als Bijbels begrip, en al wat daarmee samenhangt, als zonde, dood, verderf, en eeuwige rampzaligheid moeten niet maar door ontkenning en gemis (negatief) verklaard, maar als stellige en wezenlijke (positieve en reële) zaken en toestanden, als werkelijkheden opgevat worden. Daarom moet het een duisternis zijn, die men “tasten” kan. Misschien kwam een koude, dicht opeengepakte, klamme mist, kwamen er ondoordringbare nevelen op het reeds zo fel geteisterde Egypte nederstrijken en roofden het licht van de zon en hulden alles in meer dan nachtelijke duisternis. Een akelig en ijzingwekkend gezicht, omdat men niets meer zag, zelfs geen donkerheid, terwijl alles als met een lijkwade en dodenkleed was overspreid.
Dr. Van Ronkel en met hem anderen zijn van mening, dat die duisternis hoogstwaarschijnlijk ontstaan is door een zeer dikke mist. Anderen zijn van oordeel, dat zij veroorzaakt is door de
Chamsin, een wind, die nu en dan in het voorjaar waait, en de lucht zo met zand en stof vervult, dat de glans van de zon geheel en al erdoor verdonkerd wordt, en de aarde omhult met een tastelijke duisternis. Mensen en dieren verbergen zich ervoor. Zelfs verkeert men in de benedenste verdiepingen, omdat het stof ook door de vensters heen dringt. Een bijna onhoudbare toestand ontstaat erdoor. Wij verenigen ons met het laatste.
22. Toen Mozes zijn hand uitstrekte naar de hemel, a) kwam er een dikke duisternis 1) in geheel Egypte, drie dagen. 2)
a) Psalm. 105:27,28
1) In het Hebreeuws Choscheg afelah, eigenlijk duisternis van donkerheid. Deze wijze van spreken is in het Hebreeuws gebruikelijk, om een hevige graad van een of ander geval aan te duiden. In dit geval dus, een hevige graad van donkerheid.
2) “Drie dagen.” Dit is ongetwijfeld niet zonder betekenis. Het werd hier nu het goddelijk strafgericht.
23. Zij zagen de een de ander niet; er stond ook niemand op van zijn plaats in drie dagen; 1) maar bij al de kinderen van Israël was het licht in hun woningen, 2)hoewel gewoonlijk het land Gosen veel meer aan nevelen was blootgesteld, dan de rest van Egypte.
1) Wel was de uitwerking van de plaag verschrikkelijk. In het apocriefe “Boek der Wijsheid” wordt gemeld, dat de Egyptenaars op allerlei manier werden gekweld. Uit de mededeling hier blijkt genoegzaam, dat zo iets nog nooit in Egypte had plaats gehad. Wel was de hand des Heeren zwaar op dat volk.
Lang genoeg had Egypte’s heerser zich verheven boven zijn volk, en Israël in de donkerheid van de verdrukking doen wonen. Israëls Wreker is opgestaan, en de vijanden van het volk van God beven en sidderen, maar in Gosen is licht. Die drie dagen van duisternis waren een voorbode van Israëls verlossing uit Egypte; de drie uren van duisternis (Luk.23:44) over de hele aarde, zijn geëindigd met het: “het is volbracht,” uw verlossingswoord Christenen! En wanneer de tekens zullen zijn in de zon en de maan en de sterren, en op de aarde benauwdheid van de volken, met twijfelmoedigheid; als de zee en de watergolven groot geluid zullen geven; als het hart van de mensen van vrees zal bezwijken en de krachten van de hemel bewogen zullen worden; heft u dan het hoofd opwaarts; de verdrukking is voorbij, het laatste uur van het rijk van de duisternis heeft geslagen; heft u het hoofd opwaarts; uw verlossing is nabij; zie, de Zoon des mensen komt in een volk, met grote kracht en heerlijkheid (Luk.21:25-28)
2) De duisternis bij de Egyptenaren is beeld van Gods toorn, het licht bij de kinderen van Israël teken van Gods genade. In de Heilige Schrift staan altijd duisternis en licht tegenover elkaar als teken van gemis aan de bestraling van Gods vriendelijk aangezicht, en als teken van Gods genadige gemeenschap. Daarom ook in het Heilige der Heiligen de lichtende wolk als teken van Gods voortdurende nabijheid en inwonen.
24. Toen na de drie dagen (vs.22) de duisternis langzamerhand weer begon te wijken, riep Farao 1) Mozes, en zei: Gaat heen, dient de HEERE! niet alleen geef ik toestemming aan de mannen (vs.11) om te vertrekken, maar ook aan de vrouwen; alleen uw schapen en uw runderen zullen vast 2) blijven, opdat ik een onderpand heb, dat gij terugkomt; ook zullen uw kinderen met u gaan, zoala gij (vs.9) verlangd hebt.
1) Wij merken op, dat hij door deze plaag zeer beangst is geworden, omdat hij uit eigen beweging, de mensen, die het hem zo lastig hadden gemaakt en de bewerkers waren geweest van zo hevige verliezen, wederom tot zich riep om met hen over de uittocht te onderhandelen. Men vraagt echter, indien niemand gedurende drie dagen van zijn plaats opstond, hoe Farao dan Mozes en Aäron heeft kunnen ontbieden. Indien wij antwoorden, dat hij zijn boden gezonden heeft, toen de duisternis verdwenen was, is het bezwaar opgelost. Het is echter niet waarschijnlijk, daar hij, indien de hevigheid van de straf was verminderd, niet zo bereidwillig zou geweest zijn. Wij hebben toch tot hiertoe gezien, zo dikwijls God zijn hand teruggetrokken heeft, dat die trotse tiran, na van de vrees bevrijd te zijn, tot zijn vroegere woestheid is teruggekeerd. Ik voor mij meen, dat toen de nood nog drong en hij voor een altijddurende duisternis vreesde, plan gemaakt heeft, om zich met God zich te verzoenen. Ik acht dan ook, dat wat vroeger verhaald is, hyperbolisch moet opgevat worden, alsof er gezegd was, dat zij alle plichten, waartoe het licht nodig was, hebben nagelaten.
2) In het Hebreeuws Jutsag. beter: zullen achtergelaten worden (als pand). Farao vertrouwt Mozes niet. En waar hij nu wil toegeven, wat de kinderen betreft, daar behoudt hij zich nu het recht voor op de bezittingen. De mening, dat Farao het vee van de Israëlieten wil behouden als vergoeding voor de schade van vee geleden door de plagen is te verwerpen. Het vee moet onderpand, blijven opdat Israël zal terugkeren.
25. Doch Mozes zei: 1) Ook zult gij een toereikend aantal schapen en runderen voor slachtoffers en brandoffers 1) in onze handen geven, die wij de HEERE, onze God, doen mogen, anders helpt ons uw toestemming tot de reis niet.
1) Mozes wil niet, maar mag ook niet van uitzonderingen weten; de eis van de Heere is volstrekt. Daarvan mag niets afgelaten worden. In het geringste zelfs mag Mozes niet toegeven.
2)”Slachtoffers en brandoffers”. Hiermee worden allerlei soorten van offeranden aangeduid. Bloedige en onbloedige. Mozes gebruikt dit als voorwendsel, opdat de toorn van Farao niet zal ontbranden, als hij zegt: dat zij voorgoed Egypte zullen verlaten.
26. Daarom kunnen wij niet toegeven, en met lege handen weggaan; ons vee zal ook met ons gaan, er zal niet één klauw, geen enkel stuk van onze schapen en runderen achterblijven,1) want hiervan zullen wij nemen, om de HEERE, onze God, te dienen, opdat het een werkelijk offer zij (zie “Le 1.2) Een gedeelte van de offerande mee te nemen en het overige achter te laten kunnen wij niet, want wij weten niet, waarmee 2) wij de HEERE, onze God, dienen zullen, 3) en wij zullen het ook niet weten, totdat wij daar komen, waarheen de Heere ons geroepen heeft. Daar zal onze God, die wij in zoveel jaren geen offeranden gebracht hebben, het ons leren, hoe Hij van ons gediend wil zijn (hoofdstuk 5:3).
1) Hiermee doet Mozes reeds enigszins uitkomen, wat het doel is, nl. om niet weer naar Egypte terug te keren.
2) Mozes wijst Farao er op, dat hij nog niet weet welke offeranden, van welke dieren, de Heere aangenaam zouden zijn. Daarom moesten zij al hun vee mee hebben, zowel de runderen als de schapen en geiten.
3) Alles wil Mozes meenemen. Zichzelf met heel zijn volk en met al het hunne wil hij ter beschikking stellen van de Heere zijn God. Belangrijke vingerwijzing voor de Kerk van alle eeuwen, om zich enig en alleen te wijden, in de eerste en voornaamste plaats aan de dienst van God.
Er zou geen klauw achterblijven van Israël in Egypte. Zo ook zal eenmaal niets achterblijven, van wat tot het ware, het geestelijke Israël, tot het Israël van God behoort.
27. Doch de HEERE verhardde Farao’s hart, en hij wilde hen niet laten vertrekken. 1) Elke toestemming was hem afgedwongen; daar nu Mozes het volledige wilde, trok hij weer alles terug, wat hij eerst had toegestaan.
1) Hierdoor mag men de gissing wagen, dat bij de aankomst van Mozes weer enig licht begon door te breken, zodat de duisternis minder dicht was. Daar Farao het nimmer zou gewaagd hebben, zonder vertrouwen op de verdwijning van de straf, zich zo trots te gedragen. Maar wat hij in het begin geveinsd heeft, is hier door Mozes overgeslagen. Daarvan hangt de verzachting van de verschrikkelijke straf af, welke hem tot afbidden van deze heeft gedreven. Ofschoon hij nog vreest, wordt hij echter verhard en maakt zich liever gereed tot het uiterste, hoe het ook zijn moge, dan dat hij eenvoudig aan God gehoorzaamt. Hier wijst Mozes ook God, volgens zijn gewoonte als de auteur van de verharding aan. Niet, alsof Hij in zijn hart, dat anders wel tot zachtmoedigheid en gehoorzaamheid bereid zou geweest zijn, het hardnekkig verzet had ingezet, maar omdat Hij dit verwaten mensenkind, dat vrijwillig zijn eigen verderf wilde, aan satans heerschappij had overgegeven, zodat het snel, met steeds grotere driestheid zijn paden van de goddeloosheid afliep.
Maar dit wilde Farao juist niet, dat die Jehova, die Koning, welke hij met zijn gehele hart haatte, niet slechts een geheel volk, maar bovendien een rijk en machtig volk zou toevallen. Dat gunde hij noch de Heere zelf, noch dat verachte volk. “Doch de Heere verhardde Farao’s hart en hij wilde hen niet laten vertrekken.” Daardoor ging alles, wat overigens de schrik van de dood en de buitengewone ontroering van de ziel voor goeds en edels in een hart kunnen werken, dit wrede en trotse hart vruchteloos voorbij. Het werd hem tot gal en alsem, tot verhoging van de wrevel en tot bitterheid van de geest, wat bij een ander wellicht verootmoediging en toegeeflijkheid zou hebben gewerkt. Tot steeds onstuimiger en driester drift schreed hij voort, na elk ogenblik van aandoening; als scheen hij daarover zich wel het meest als over enige onwaardige zwakheid te schamen.
Farao verklaart zich thans bereid Gods eis ten dele in te willigen, maar ontsteekt in toorn, toen Mozes hem in al zijn uitgestrektheid handhaaft. Zelf breekt hij daarop de onderhandelingen af.
28. Maar Farao, in zulk een van God beslotene verstokking, over Mozes’ eis (vs.26) en de vastberaden taal geheel buiten zichzelf, zei 1) tot hem: Ga van mij! wacht u, dat gij niet meer mijn aangezicht ziet; wantop welke dag gij mijn aangezicht zult zien, zult gij sterven! 2)
1) Farao heeft het toppunt van de verharding bereikt. Zo verblind is hij, dat hij stellig overtuigd is, dat elk toegeven van zijn zijde de vrijmoedigheid van Mozes staalt. Nog eenmaal staat hij, op menselijke wijze geredeneerd, op een tweesprong, nog eenmaal moet hij kiezen tussen zich aan God te onderwerpen of niet. Hij kiest het laatste, maar velt daarmee tevens zijn eigen oordeel.
2) Wij zien, dat de goddeloze, terwijl hij door zijn woede wordt vervoerd, voorspeld heeft, wat hij eigenlijk niet bedoelde, omdat God op zijn eigen hoofd heeft doen neerkomen, wat hij ten opzichte van een ander had bedreigd. Evenwel is het er tegelijk voor te houden, dat Mozes volgens Gods bevel, doch niet zo maar op goed geluk af, alzo gesproken heeft.
Beklagenswaardig besluit! Vreselijk afscheid! In de jongste dag zal Farao met schrik die Mozes aanschouwen, die hij op aarde zo dikwijls in zijn nabijheid had, van wie hij zo menig getuigenis van de waarheid gehoord en zo menig wonder gezien had, die hij ten laatste niet meer had willen zien. Op aarde kan een tiran wel tot een knecht van God zeggen: “Ga van mij weg” en hem daardoor ontheffen van een moeilijke en gevaarlijke arbeid; maar op die dag moet hij van de Heere Jezus het woord horen: “Ga weg van Mij, gij vervloekte! in het helse vuur!”.
29. Mozes nu zei: Gij hebt recht gesproken, zo zal het zijn; a) Ik zal niet meer uw aangezicht zien! 1)
a) Hebr.11:27
1) Zolang Farao Mozes wil aanhoren, spreekt hij, nu deze hem wegzendt, gehoorzaamt hij ook, wetende dat er voor de verstokte Farao geen genade meer te hopen is.
Farao spreekt zelf de scheiding uit tussen hem en de knecht van God. Hiermee is het pleit beslecht. Het leven heeft hij verworpen, de dood heeft hij verkozen. Dit is de eindgeschiedenis van de goddeloze in het bijzonder, van de wereld in het algemeen. Zo blijkt tenslotte, dat door ongeloof de goddeloze zich tijdelijke smart, maar bovenal de eeuwige rampzaligheid berokkent.
Zolang moet ook de Christen aanhouden, zijn medezondaar tot bekering te bewegen, als Mozes bij farao deed. Eerst dan als hem de deur wordt gesloten, en de spraak wordt geweigerd, mag hij het stof van zijn voeten afschudden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel