Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In de twaalfdeH8147maandH2320 nu (dezelveH1931 is de maand AdarH143), op den dertiendenH7969dagH3117 derzelve, toen des koningsH4428woordH1697 en zijn wetH1881nabijH5060 gekomen was, dat men het doenH6213 zou, ten dageH3117, als de vijandenH341 der JodenH3064hooptenH7663 over hen te heersenH7980, zo is hetH1931omgekeerdH2015, want de JodenH3064heerstenH7980 over hunH1992hatersH8130.In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.
KJVNow in the twelfth1month,3that is, the month5Adar,6on the thirteenth7day9of the same, when the king's14commandment13and his decree15drew near12to be put in execution,16in the day17that the enemies20of the Jews21hoped19to have power22over them, (though it was turned24to the contrary, that the Jews28had rule27over them that hated
1וּבִשְׁנֵים֩H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2עָשָׂ֨רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)3חֹ֜דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon6אֲדָ֗רH143AdarAdar7בִּשְׁלוֹשָׁ֨הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9יוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10בּ֔וֹ11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הִגִּ֧יעַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch13דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15וְדָת֖וֹH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner16לְהֵעָשׂ֑וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17בַּיּ֗וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19שִׂבְּר֜וּH7663wachten, hoop, hooptenhope, tarry, view, wait20אֹיְבֵ֤יH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe21הַיְּהוּדִים֙H3064Joden, Jood, JoodsJew22לִשְׁל֣וֹטH7980heersen, heersten, macht(bear, have) rule, have dominion, give (have) power23בָּהֶ֔ם24וְנַהֲפ֣וֹךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)25ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who26אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27יִשְׁלְט֧וּH7980heersen, heersten, macht(bear, have) rule, have dominion, give (have) power28הַיְּהוּדִ֛יםH3064Joden, Jood, JoodsJew29הֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye30בְּשֹׂנְאֵיהֶֽםH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly
2Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Want de JodenH3064vergaderdenH6950 zich in hun stedenH5892, in alH3605 de landschappenH4082 van den koningH4428AhasverosH325, om de handH3027 te slaanH7971 aan degenen, die hun verderfH7451zochtenH1245; en niemandH376bestondH5975voorH6440 hen, wantH3588 hunlieder schrikH6343 was opH5921alH3605 die volkenH5971gevallenH5307.Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen.
KJVThe Jews2gathered themselves together1in their cities3throughout all the provinces5of the king6Ahasuerus,7to lay8hand9on such as sought10their hurt:11and no man12could withstand14them;15for the fear18of them fell17upon all people.
1נִקְהֲל֨וּH6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)2הַיְּהוּדִ֜יםH3064Joden, Jood, JoodsJew3בְּעָרֵיהֶ֗םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מְדִינוֹת֙H4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province6הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7אֳחַשְׁוֵר֔וֹשׁH325AhasverosAhasuerus8לִשְׁלֹ֣חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9יָ֔דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10בִּמְבַקְשֵׁ֖יH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)11רָֽעָתָ֑םH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)12וְאִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14עָמַ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry15לִפְנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17נָפַ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down18פַּחְדָּ֖םH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הָעַמִּֽיםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
3En al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, verhieven de Joden; want de vreze van Mordechai was op hen gevallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En alH3605 de overstenH8269 der landschappenH4082, en de stadhoudersH323, en landvoogdenH6346, en dieH834 het werkH4399 des koningsH4428dedenH6213, verhievenH5375 de JodenH3064; wantH3588 de vrezeH6343 van MordechaiH4782 was opH5921 hen gevallenH5307.En al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, verhieven de Joden; want de vreze van Mordechai was op hen gevallen.
KJVAnd all the rulers2of the provinces,3and the lieutenants,4and the deputies,5and officers6of the king,9helped10the Jews;12because the fear15of Mordecai16fell
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2שָׂרֵ֨יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward3הַמְּדִינ֜וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province4וְהָאֲחַשְׁדַּרְפְּנִ֣יםH323stadhouderslieutenant5וְהַפַּח֗וֹתH6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor6וְעֹשֵׂ֤יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7הַמְּלָאכָה֙H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10מְנַשְּׂאִ֖יםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַיְּהוּדִ֑יםH3064Joden, Jood, JoodsJew13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14נָפַ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down15פַּֽחַדH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror16מָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai17עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
4Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Morde chai, werd doorgaans groter.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4WantH3588MordechaiH4782 was groot in het huisH1004 des koningsH4428, en zijn geruchtH8089gingH1980 uit door alleH3605landschappenH4082; wantH3588 die manH376, Morde chai, werd doorgaans groterH1419.Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Morde chai, werd doorgaans groter.
Ook in dit vers
MordechaiH4782
KJVFor Mordecai3was great2in the king's5house,4and his fame6went out7throughout all the provinces:9for this man11Mordecai12waxed13greater and greater.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2גָ֤דוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3מָרְדֳּכַי֙H4782MordechaiMordecai4בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וְשָׁמְע֖וֹH8089geruchtfame7הוֹלֵ֣ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl8בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַמְּדִינ֑וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הָאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12מָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai13הוֹלֵ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl14וְגָדֽוֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
5De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5De JodenH3064 nu sloegenH5221 op alH3605 hun vijandenH341, met den slagH4347 des zwaardsH2719, en der dodingH2027, en der verdervingH12; en zij dedenH6213 met hun hatersH8130 naar hun welbehagenH7522.De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.
KJVThus the Jews2smote1all their enemies4with the stroke5of the sword,6and slaughter,7and destruction,8and did9what they would11unto those that hated
1וַיַּכּ֤וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2הַיְּהוּדִים֙H3064Joden, Jood, JoodsJew3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֹ֣יְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe5מַכַּתH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)6חֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool7וְהֶ֖רֶגH2027doding, gedood, schrikkelijkbe slain, slaughter8וְאַבְדָ֑ןH12verdervingdestruction9וַיַּֽעֲשׂ֥וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10בְשֹׂנְאֵיהֶ֖םH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly11כִּרְצוֹנָֽםH7522welgevallen, welbehagen, aangenaam(be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would
6En in den burg Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En in den burgH1002SusanH7800 hebben de JodenH3064gedoodH2026 en omgebrachtH6vijfhonderdH2568mannenH376.En in den burg Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen.
KJVAnd in Shushan1the palace2the Jews4slew3and destroyed5five6hundred7men.
1וּבְשׁוּשַׁ֣ןH7800SusanShushan2הַבִּירָ֗הH1002burg, paleispalace3הָרְג֤וּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely4הַיְּהוּדִים֙H3064Joden, Jood, JoodsJew5וְאַבֵּ֔דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee6חֲמֵ֥שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)7מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En ParsandathaH6577, en DalfonH1813, en AsfataH630,En Parsandatha, en Dalfon, en Asfata,
KJVAnd Parshandatha,2and Dalphon,4and Aspatha,
1וְאֵ֧תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2פַּרְשַׁנְדָּ֛תָאH6577ParsandathaParshandatha3וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4דַּֽלְפ֖וֹןH1813DalfonDalphon5וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אַסְפָּֽתָאH630AsfataAspatha
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En PorathaH6334, en AdaliaH118, en AridathaH743,En Poratha, en Adalia, en Aridatha,
KJVAnd Poratha,2and Adalia,4and Aridatha,
1וְאֵ֧תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2פּוֹרָ֛תָאH6334PorathaPoratha3וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲדַלְיָ֖אH118AdaliaAdalia5וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲרִידָֽתָאH743AridathaAridatha
9En Parmastha, en Arisai, en Aridai, en Vaizatha,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En ParmasthaH6534, en ArisaiH747, en AridaiH742, en VaizathaH2055,En Parmastha, en Arisai, en Aridai, en Vaizatha,
1וְאֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2פַּרְמַ֨שְׁתָּא֙H6534ParmasthaParmasta3וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲרִיסַ֔יH747ArisaiArisai5וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6אֲרִדַ֖יH742AridaiAridai7וְאֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8וַיְזָֽתָאH2055VaizathaVajezatha
10De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, doodden zij; maar zij sloegen hun handen niet aan den roof.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10De tienH6235zonenH1121 van HamanH2001, den zoonH1121 van HammedathaH4099, den vijandH6887 der JodenH3064, dooddenH2026 zij; maar zij sloegenH7971 hun handenH3027nietH3808 aan den roofH961.De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, doodden zij; maar zij sloegen hun handen niet aan den roof.
KJVThe ten1sons2of Haman3the son4of Hammedatha,5the enemy6of the Jews,7slew8they; but on the spoil9laid11they not their hand.
1עֲ֠שֶׂרֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen2בְּנֵ֨יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3הָמָ֧ןH2001Haman, HamansHaman4בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5הַמְּדָ֛תָאH4099HammedathaHammedatha (including the article)6צֹרֵ֥רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex7הַיְּהוּדִ֖יםH3064Joden, Jood, JoodsJew8הָרָ֑גוּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely9וּבַ֨בִּזָּ֔הH961roof, roofs, berovingprey, spoil10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11שָׁלְח֖וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יָדָֽםH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
11Ten zelfden dage kwam voor den koning het getal der gedoden op den burg Susan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Ten zelfdenH1931dageH3117kwamH935voorH6440 den koningH4428 het getalH4557 der gedodenH2026 op den burgH1002SusanH7800.Ten zelfden dage kwam voor den koning het getal der gedoden op den burg Susan.
KJVOn that day1the number4of those that were slain5in Shushan6the palace7was brought3before8the king.
1בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3בָּ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4מִסְפַּ֧רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time5הַֽהֲרוּגִ֛יםH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely6בְּשׁוּשַׁ֥ןH7800SusanShushan7הַבִּירָ֖הH1002burg, paleispalace8לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
12En de koning zeide tot de koningin Esther: Te Susan op den burg hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen en de tien zonen van Haman; wat hebben zij in al de andere landschappen des konings gedaan? Wat is nu uw bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de koningH4428zeideH559 tot de koninginH4436EstherH635: Te SusanH7800 op den burgH1002 hebben de JodenH3064gedoodH2026 en omgebrachtH6vijfhonderdH2568mannenH376 en de tienH6235zonenH1121 van HamanH2001; wat hebben zij in al de andere landschappenH4082 des koningsH4428 gedaan? Wat is nu uw bedeH7596? en het zal u gegevenH5414 worden; of watH4100 is verder uw verzoekH1246? het zal geschiedenH6213.En de koning zeide tot de koningin Esther: Te Susan op den burg hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen en de tien zonen van Haman; wat hebben zij in al de andere landschappen des konings gedaan? Wat is nu uw bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden.
KJVAnd the king2said1unto Esther3the queen,4The Jews8have slain7and destroyed9five10hundred11men12in Shushan5the palace,6and the ten14sons15of Haman;16what have they done21in the rest17of the king's19provinces?18now what is thy petition?23and it shall be granted24thee: or what is thy request27further?28and it shall be done.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3לְאֶסְתֵּ֣רH635Esther, EsthersEsther4הַמַּלְכָּ֗הH4436koningin, koninginnenqueen5בְּשׁוּשַׁ֣ןH7800SusanShushan6הַבִּירָ֡הH1002burg, paleispalace7הָרְגוּ֩H2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely8הַיְּהוּדִ֨יםH3064Joden, Jood, JoodsJew9וְאַבֵּ֜דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee10חֲמֵ֧שׁH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)11מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore12אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14עֲשֶׂ֣רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen15בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16הָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman17בִּשְׁאָ֛רH7605overblijfsel, overige, overgebleven[idiom] other, remnant, residue, rest18מְדִינ֥וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province19הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal20מֶ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why21עָשׂ֑וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22וּמַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why23שְּׁאֵֽלָתֵךְ֙H7596bede, begeerteloan, petition, request24וְיִנָּ֣תֵֽןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield25לָ֔ךְ26וּמַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why27בַּקָּשָׁתֵ֥ךְH1246verzoek, verzoeksrequest28ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)29וְתֵעָֽשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
13Toen zeide Esther: Dunkt het den koning goed, men late ook morgen den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden; en men hange de tien zonen van Haman aan de galg.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen zeideH559EstherH635: DunktH5921 het den koningH4428goedH2896, men lateH5414ookH1571morgenH4279 den JodenH3064, dieH834 te SusanH7800 zijn, toe, te doenH6213 naar het gebodH1881 van hedenH3117; en men hangeH8518 de tienH6235zonenH1121 van HamanH2001 aan de galgH6086.Toen zeide Esther: Dunkt het den koning goed, men late ook morgen den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden; en men hange de tien zonen van Haman aan de galg.
KJVThen said1Esther,2If it please6the king,5let it be granted7to the Jews10which are in Shushan12to do13to morrow9also according unto this day's15decree,14and let Haman's19ten17sons18be hanged20upon the gallows.
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶסְתֵּר֙H635Esther, EsthersEsther3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6ט֔וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7יִנָּתֵ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9מָחָ֗רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow10לַיְּהוּדִים֙H3064Joden, Jood, JoodsJew11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בְּשׁוּשָׁ֔ןH7800SusanShushan13לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14כְּדָ֣תH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner15הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17עֲשֶׂ֥רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen18בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19הָמָ֖ןH2001Haman, HamansHaman20יִתְל֥וּH8518hangen, gehangen, hinghang (up)21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22הָעֵֽץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
14Toen zeide de koning, dat men alzo doen zou; en er werd een gebod gegeven te Susan, en men hing de tien zonen van Haman op.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zeideH559 de koningH4428, dat men alzoH3651doenH6213 zou; en er werd een gebodH1881gegevenH5414 te SusanH7800, en men hingH8518 de tienH1121zonenH6235 van HamanH2001 op.Toen zeide de koning, dat men alzo doen zou; en er werd een gebod gegeven te Susan, en men hing de tien zonen van Haman op.
KJVAnd the king2commanded1it so to be done:3and the decree6was given5at Shushan;7and they hanged12Haman's11ten9sons.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal3לְהֵֽעָשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4כֵּ֔ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you5וַתִּנָּתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6דָּ֖תH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner7בְּשׁוּשָׁ֑ןH7800SusanShushan8וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עֲשֶׂ֥רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen10בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11הָמָ֖ןH2001Haman, HamansHaman12תָּלֽוּH8518hangen, gehangen, hinghang (up)
15En de Joden, die te Susan waren, vergaderden ook op den veertienden dag der maand Adar, en zij doodden te Susan driehonderd mannen; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de JodenH3064, dieH834 te SusanH7800 waren, vergaderdenH6950ookH1571 op den veertiendenH702dagH3117 der maandH2320AdarH143, en zij dooddenH2026 te SusanH7800driehonderdH7969mannenH376; maar zij sloegenH7971 hun handH3027nietH3808 aan den roofH961.En de Joden, die te Susan waren, vergaderden ook op den veertienden dag der maand Adar, en zij doodden te Susan driehonderd mannen; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.
KJVFor the Jews2that were in Shushan4gathered themselves together1on the fourteenth7day6also of the month9Adar,10and slew11three13hundred14men15at Shushan;12but on the prey16they laid18not their hand.
1וַיִּֽקָּהֲל֞וּH6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)2הַיְּהוּדִ֣יםH3064Joden, Jood, JoodsJew3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4בְּשׁוּשָׁ֗ןH7800SusanShushan5גַּ֠םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אַרְבָּעָ֤הH702vier, vierhonderd, veertienfour8עָשָׂר֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9לְחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10אֲדָ֔רH143AdarAdar11וַיַּֽהַרְג֣וּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely12בְשׁוּשָׁ֔ןH7800SusanShushan13שְׁלֹ֥שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)14מֵא֖וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore15אִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16וּבַ֨בִּזָּ֔הH961roof, roofs, berovingprey, spoil17לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18שָׁלְח֖וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20יָדָֽםH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
16De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters vijf en zeventig duizend; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16De overigeH7605JodenH3064 nu, dieH834 in de landschappenH4082 des koningsH4428 waren, vergaderdenH6950, opdat zij stondenH5975 voor hun levenH5315, en rustH5118 hadden van hun vijandenH341, en zij dooddenH2026 onder hun hatersH8130vijfH2568 en zeventigH7657duizendH505; maar zij sloegenH7971 hun handH3027nietH3808aanH5921 den roofH961.De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters vijf en zeventig duizend; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.
KJVBut the other1Jews2that were in the king's5provinces4gathered themselves together,6and stood7for their lives,9and had rest10from their enemies,11and slew12of their foes13seventy15and five14thousand,16but they laid19not their hands21on the prey,
1וּשְׁאָ֣רH7605overblijfsel, overige, overgebleven[idiom] other, remnant, residue, rest2הַיְּהוּדִ֡יםH3064Joden, Jood, JoodsJew3אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4בִּמְדִינ֨וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province5הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6נִקְהֲל֣וּH6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)7וְעָמֹ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9נַפְשָׁ֗םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it10וְנ֨וֹחַ֙H5118rust, rusttenrest(-ed, -ing place)11מֵאֹ֣יְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe12וְהָרֹג֙H2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely13בְּשֹׂ֣נְאֵיהֶ֔םH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly14חֲמִשָּׁ֥הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)15וְשִׁבְעִ֖יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)16אָ֑לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand17וּבַ֨בִּזָּ֔הH961roof, roofs, berovingprey, spoil18לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19שָֽׁלְח֖וּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21יָדָֽםH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
17Dit geschiedde op den dertienden dag der maand Adar; en op de veertienden derzelve rustten zij, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Dit geschiedde op den dertiendenH7969dagH3117 der maandH2320AdarH143; en op de veertiendenH702 derzelve rusttenH5118 zij, en zij maaktenH6213 denzelven een dagH3117 der maaltijdenH4960 en der vreugdeH8057.Dit geschiedde op den dertienden dag der maand Adar; en op de veertienden derzelve rustten zij, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.
KJVOn the thirteenth2day1of the month4Adar;5and on the fourteenth7day of the same restedthey, and made10it a day12of feasting13and gladness.
1בְּיוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2שְׁלֹשָׁ֥הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)3עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)4לְחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5אֲדָ֑רH143AdarAdar6וְנ֗וֹחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)7בְּאַרְבָּעָ֤הH702vier, vierhonderd, veertienfour8עָשָׂר֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9בּ֔וֹ10וְעָשֹׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13מִשְׁתֶּ֥הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)14וְשִׂמְחָֽהH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18En de Joden, die te Susan waren, vergaderden op den dertienden derzelve, en op den veertienden derzelve; en zij rustten op den vijftienden derzelve, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de JodenH3064, dieH834 te SusanH7800 waren, vergaderdenH6950 op den dertiendenH7969 derzelve, en op den veertiendenH702 derzelve; en zij rusttenH5118 op den vijftiendenH2568 derzelve, en zij maaktenH6213 denzelven een dagH3117 der maaltijdenH4960 en der vreugdeH8057.En de Joden, die te Susan waren, vergaderden op den dertienden derzelve, en op den veertienden derzelve; en zij rustten op den vijftienden derzelve, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.
KJVBut the Jews1that were at Shushan3assembled together4on the thirteenth5day thereof, and on the fourteenth8thereof; and on the fifteenth12day of the same they rested,and made15it a day17of feasting18and gladness.
1וְהַיְּהוּדִ֣יםH3064Joden, Jood, JoodsJew2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3בְּשׁוּשָׁ֗ןH7800SusanShushan4נִקְהֲלוּ֙H6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)5בִּשְׁלֹשָׁ֤הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)6עָשָׂר֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)7בּ֔וֹ8וּבְאַרְבָּעָ֥הH702vier, vierhonderd, veertienfour9עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)10בּ֑וֹ11וְנ֗וֹחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)12בַּחֲמִשָּׁ֤הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)13עָשָׂר֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)14בּ֔וֹ15וְעָשֹׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17י֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18מִשְׁתֶּ֥הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)19וְשִׂמְחָֽהH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19Daarom maakten de Joden van de dorpen, die in de dorpsteden woonden, den veertienden dag der maand Adar ter vreugde en maaltijden, en een vrolijken dag, en der zending van delen aan elkander.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19DaaromH3651maaktenH6213 de JodenH3064 van de dorpenH6521, die in de dorpstedenH6519woondenH3427, den veertiendenH702dagH3117 der maandH2320AdarH143 ter vreugdeH8057 en maaltijdenH4960, en een vrolijkenH2896dagH3117, en der zendingH4916 van delenH4490aanH5921 elkander.Daarom maakten de Joden van de dorpen, die in de dorpsteden woonden, den veertienden dag der maand Adar ter vreugde en maaltijden, en een vrolijken dag, en der zending van delen aan elkander.
KJVTherefore the Jews3of the villages,4that dwelt5in the unwalled7towns,6made8the fourteenth11day10of the month13Adar14a day of gladness15and feasting,16and a good18day,17and of sending19portions20one21to another.
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2כֵּ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3הַיְּהוּדִ֣יםH3064Joden, Jood, JoodsJew4הַפְּרָזִ֗יםH6521dorpen, landvlekken, onbemuurdevillage5הַיֹּשְׁבִים֮H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6בְּעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7הַפְּרָזוֹת֒H6519dorpsgewijze, dorpsteden(unwalled) town (without walls), unwalled village8עֹשִׂ֗יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֵ֠תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11אַרְבָּעָ֤הH702vier, vierhonderd, veertienfour12עָשָׂר֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)13לְחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon14אֲדָ֔רH143AdarAdar15שִׂמְחָ֥הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)16וּמִשְׁתֶּ֖הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)17וְי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18ט֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)19וּמִשְׁל֥וֹחַH4916slaat, geslagen, zendingto lay, to put, sending (forth), to set20מָנ֖וֹתH4490delen, deel, delesuch things as belonged, part, portion21אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)22לְרֵעֵֽהוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
20En Mordechai beschreef deze geschiedenissen; en hij zond brieven aan al de Joden, die in al de landschappen van den koning Ahasveros waren, dien, die nabij, en dien, die verre waren,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En MordechaiH4782beschreefH3789dezeH428geschiedenissenH1697; en hij zondH7971brievenH5612aanH413alH3605 de JodenH3064, die in alH3605 de landschappenH4082 van den koningH4428AhasverosH325 waren, dien, die nabijH7138, en dien, die verreH7350 waren,En Mordechai beschreef deze geschiedenissen; en hij zond brieven aan al de Joden, die in al de landschappen van den koning Ahasveros waren, dien, die nabij, en dien, die verre waren,
KJVAnd Mordecai2wrote1these things,4and sent6letters7unto all the Jews10that were in all the provinces13of the king14Ahasuerus,15both nigh16and far,
1וַיִּכְתֹּ֣בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)2מָרְדֳּכַ֔יH4782MordechaiMordecai3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הָאֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6וַיִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7סְפָרִ֜יםH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַיְּהוּדִ֗יםH3064Joden, Jood, JoodsJew11אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מְדִינוֹת֙H4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province14הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15אֲחַשְׁוֵר֔וֹשׁH325AhasverosAhasuerus16הַקְּרוֹבִ֖יםH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)17וְהָרְחוֹקִֽיםH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come
21Om over hen te bevestigen, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar, en den vijftienden dag derzelve, in alle en in ieder jaar;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Om overH5921 hen te bevestigenH6965, dat zij zouden onderhoudenH1961 den veertiendenH702dagH3117 der maandH2320AdarH143, en den vijftiendenH2568dagH3117 derzelve, in alleH3605 en in ieder jaarH8141;Om over hen te bevestigen, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar, en den vijftienden dag derzelve, in alle en in ieder jaar;
KJVTo stablish1this among them, that they should keep4the fourteenth7day6of the month9Adar,10and the fifteenth13day12of the same, yearly,17
1לְקַיֵּם֮H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2עֲלֵיהֶם֒H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3לִהְי֣וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4עֹשִׂ֗יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֵ֠תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אַרְבָּעָ֤הH702vier, vierhonderd, veertienfour8עָשָׂר֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9לְחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10אֲדָ֔רH143AdarAdar11וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12יוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13חֲמִשָּׁ֥הH2568vijf, vijfhonderd, vijftienfif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece)14עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)15בּ֑וֹ16בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)18וְשָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
22Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Naar de dagenH3117, in dewelkeH834 de JodenH3064 tot rustH5117 gekomen waren van hun vijandenH341, en de maandH2320, dieH834 hun veranderdH2015 was van droefenisH3015 in blijdschapH8057, en van rouwH60 in een vrolijkenH2896dagH3117; dat zij dezelve dagenH3117makenH6213 zouden tot dagen der maaltijdenH4960, en der vreugdeH8057, en der zendingH4916 van delenH4490 aan elkander, en der gavenH4979 aan de armenH34.Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen.
KJVAs the days1wherein the Jews5rested3from their enemies,6and the month7which was turned9unto them from sorrow11to joy,12and from mourning13into a good15day:14that they should make16them days18of feasting19and joy,20and of sending21portions22one23to another,24and gifts25to the poor.
1כַּיָּמִ֗יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3נָ֨חוּH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)4בָהֶ֤ם5הַיְּהוּדִים֙H3064Joden, Jood, JoodsJew6מֵא֣וֹיְבֵיהֶ֔םH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe7וְהַחֹ֗דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon8אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נֶהְפַּ֨ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)10לָהֶ֤ם11מִיָּגוֹן֙H3015droefenis, jammer, treuringgrief, sorrow12לְשִׂמְחָ֔הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)13וּמֵאֵ֖בֶלH60rouw, treuren, treurigheidmourning14לְי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15ט֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)16לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17אוֹתָ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18יְמֵי֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19מִשְׁתֶּ֣הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)20וְשִׂמְחָ֔הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)21וּמִשְׁל֤וֹחַH4916slaat, geslagen, zendingto lay, to put, sending (forth), to set22מָנוֹת֙H4490delen, deel, delesuch things as belonged, part, portion23אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)24לְרֵעֵ֔הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other25וּמַתָּנ֖וֹתH4979gaven, geschenk, gavegift26לָֽאֶבְיוֹנִֽיםH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)
23En de Joden namen aan te doen, wat zij begonnen hadden, en dat Mordechai aan hen geschreven had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En de JodenH3064namenH6901 aan te doenH6213, watH834 zij begonnenH2490 hadden, en datH834MordechaiH4782aanH413 hen geschrevenH3789 had.En de Joden namen aan te doen, wat zij begonnen hadden, en dat Mordechai aan hen geschreven had.
KJVAnd the Jews2undertook1to do6as they had begun,5and as Mordecai10had written
1וְקִבֵּל֙H6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take2הַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew3אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הֵחֵ֖לּוּH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound6לַעֲשׂ֑וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9כָּתַ֥בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)10מָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai11אֲלֵיהֶֽםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
24Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden gedacht had hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot had geworpen, om hen te verslaan, en om hen om te brengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24OmdatH3588HamanH2001, de zoonH1121 van HammedathaH4099, den AgagietH91, allerH3605JodenH3064vijandH6887, tegenH5921 de JodenH3064gedachtH2803 had hen om te brengenH6; en dat hij het PurH6332, dat is, het lotH1486 had geworpenH5307, om hen te verslaanH2000, en om hen om te brengenH6.Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden gedacht had hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot had geworpen, om hen te verslaan, en om hen om te brengen.
KJVBecause Haman2the son3of Hammedatha,4the Agagite,5the enemy6of all the Jews,8had devised9against the Jews11to destroy12them, and had cast13Pur,14that is, the lot,16to consume17them, and to destroy
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2הָמָ֨ןH2001Haman, HamansHaman3בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4הַמְּדָ֜תָאH4099HammedathaHammedatha (including the article)5הָֽאֲגָגִ֗יH91AgagietAgagite6צֹרֵר֙H6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew9חָשַׁ֥בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַיְּהוּדִ֖יםH3064Joden, Jood, JoodsJew12לְאַבְּדָ֑םH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee13וְהִפִּ֥ילH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down14פּוּר֙H6332Purim, PurPur, Purim15ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16הַגּוֹרָ֔לH1486lot, loten, lotslot17לְהֻמָּ֖םH2000verschrikte, verslaan, breektbreak, consume, crush, destroy, discomfit, trouble, vex18וּֽלְאַבְּדָֽםH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
25Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Maar als zij voorH6440 den koningH4428gekomenH935 was, heeft hij door brievenH5612bevolenH559, dat zijn bozeH7451gedachteH4284, dieH834 hij gedachtH2803 had overH5921 de JodenH3064, opH5921 zijn hoofdH7218 zou wederkerenH7725; en men heeft hem en zijn zonenH1121aanH5921 de galgH6086gehangenH8518.Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen.
KJVBut when Esther came1before2the king,3he commanded4by letters6that his wicked9device,8which he devised11against the Jews,13should return7upon his own head,15and that he and his sons19should be hanged16on the gallows.
1וּבְבֹאָהּ֮H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3הַמֶּלֶךְ֒H4428koning, konings, koningenking, royal4אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6הַסֵּ֔פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll7יָשׁ֞וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8מַחֲשַׁבְתּ֧וֹH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought9הָרָעָ֛הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11חָשַׁ֥בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13הַיְּהוּדִ֖יםH3064Joden, Jood, JoodsJew14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15רֹאשׁ֑וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top16וְתָל֥וּH8518hangen, gehangen, hinghang (up)17אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19בָּנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21הָעֵֽץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
26Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur. Hierom, vanwege al de woorden van dien brief, en hetgeen zij zelven daarvan gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26DaaromH3651noemtH7121 men dieH428dagenH3117PurimH6332, van den naamH8034 van datH2063PurH6332. Hierom, vanwege alH3605 de woordenH1697 van dien briefH107, en hetgeen zij zelvenH5921 daarvan gezienH7200 hadden, en watH4100totH413 hen overgekomenH5060 was,Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur. Hierom, vanwege al de woorden van dien brief, en hetgeen zij zelven daarvan gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was,
KJVWherefore they called3these days4Purim6after the name8of Pur.9Therefore for all the words14of this letter,15and of that which they had seen18concerning this matter,20and which had come
1עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2כֵּ֡ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you3קָֽרְאוּ֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say4לַיָּמִ֨יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5הָאֵ֤לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6פוּרִים֙H6332Purim, PurPur, Purim7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8שֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9הַפּ֔וּרH6332Purim, PurPur, Purim10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כֵּ֕ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14דִּבְרֵ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work15הָאִגֶּ֣רֶתH107brieven, briefletter16הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus17וּמָֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why18רָא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כָּ֔כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus21וּמָ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why22הִגִּ֖יעַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch23אֲלֵיהֶֽםH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
27Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27BevestigdenH6965 de JodenH3064, en namenH6901opH5921 zich en opH5921 hun zaadH2233, en opH5921allenH3605, die zich tot hen vervoegenH3867 zouden, dat men het nietH3808overtradeH5674, dat zij dezeH428tweeH8147dagenH3117 zouden houdenH1961, naar het voorschriftH3791 derzelve, en naar den bestemden tijdH2165 derzelve, in alleH3605 en ieder jaarH8141;Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar;
KJVThe Jews3ordained,1and took2upon them, and upon their seed,6and upon all such as joined9themselves unto them, so as it should not fail,12that they would keep14these two16days17according to their writing,19and according to their appointed time20every year;22
1קִיְּמ֣וּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2וְקִבְּל֣וּH6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take3הַיְּהוּדִים֩H3064Joden, Jood, JoodsJew4עֲלֵיהֶ֨םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6זַרְעָ֜םH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time7וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַנִּלְוִ֤יםH3867leent, lenen, vervoegenabide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er)10עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יַעֲב֔וֹרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath13לִהְי֣וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14עֹשִׂ֗יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שְׁנֵ֤יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two17הַיָּמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)19כִּכְתָבָ֖םH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing20וְכִזְמַנָּ֑םH2165tijd, tijden, zekeren tijdseason, time21בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)23וְשָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
28Dat deze dagen gedacht zouden worden en onderhouden, in alle en elk geslacht, elk huisgezin, elk landschap en elke stad; en dat deze dagen van Purim niet zouden overtreden worden onder de Joden, en dat de gedachtenis derzelve geen einde nemen zou bij hun zaad.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Dat dezeH428dagenH3117gedachtH2142 zouden worden en onderhoudenH6213, in alleH3605 en elk geslachtH1755, elk huisgezinH4940, elk landschapH4082 en elke stadH5892; en dat dezeH428dagenH3117 van PurimH6332nietH3808 zouden overtredenH5674 worden onder de JodenH3064, en dat de gedachtenisH2143 derzelve geenH3808einde nemenH5486 zou bij hun zaadH2233.Dat deze dagen gedacht zouden worden en onderhouden, in alle en elk geslacht, elk huisgezin, elk landschap en elke stad; en dat deze dagen van Purim niet zouden overtreden worden onder de Joden, en dat de gedachtenis derzelve geen einde nemen zou bij hun zaad.
KJVAnd that these days1should be remembered3and kept4throughout6every generation,7every family,8every province,10and every city;12and that these days14of Purim15should not fail18from among19the Jews,20nor the memorial21of them perish23from their seed.
1וְהַיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הָ֠אֵלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3נִזְכָּרִ֨יםH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well4וְנַעֲשִׂ֜יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דּ֣וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity7וָד֗וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity8מִשְׁפָּחָה֙H4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9וּמִשְׁפָּחָ֔הH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)10מְדִינָ֥הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province11וּמְדִינָ֖הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province12וְעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13וָעִ֑ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14וִימֵ֞יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַפּוּרִ֣יםH6332Purim, PurPur, Purim16הָאֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)17לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יַֽעַבְרוּ֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath19מִתּ֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)20הַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew21וְזִכְרָ֖םH2143gedachtenis, gedenknaammemorial, memory, remembrance, scent22לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23יָס֥וּףH5486wegrapen, einde nemen, nemen eindeconsume, have an end, perish, [idiom] be utterly24מִזַּרְעָֽםH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time
29Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichail, en Mordechai, de Jood, met alle macht, om dezen brief van Purim ten tweeden male te bevestigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Daarna schreefH3789 de koninginH4436EstherH635, de dochterH1323 van AbichailH32, en MordechaiH4782, de JoodH3064, metH854alleH3605machtH8633, om dezen briefH107 van PurimH6332 ten tweedenH8145 male te bevestigenH6965.Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichail, en Mordechai, de Jood, met alle macht, om dezen brief van Purim ten tweeden male te bevestigen.
30En hij zond de brieven aan al de Joden, in de honderd zeven en twintig landschappen van het koninkrijk van Ahasveros, met woorden van vrede en trouw;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En hij zondH7971 de brievenH5612aanH413alH3605 de JodenH3064, in de honderdH3967zevenH7651 en twintigH6242landschappenH4082 van het koninkrijkH4438 van AhasverosH325, met woordenH1697 van vredeH7965 en trouwH571;En hij zond de brieven aan al de Joden, in de honderd zeven en twintig landschappen van het koninkrijk van Ahasveros, met woorden van vrede en trouw;
KJVAnd he sent1the letters2unto all the Jews,5to the hundred9twenty8and seven7provinces10of the kingdom11of Ahasuerus,12with words13of peace14and truth,
1וַיִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2סְפָרִ֜יםH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַיְּהוּדִ֗יםH3064Joden, Jood, JoodsJew6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7שֶׁ֨בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8וְעֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)9וּמֵאָה֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10מְדִינָ֔הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province11מַלְכ֖וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal12אֲחַשְׁוֵר֑וֹשׁH325AhasverosAhasuerus13דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14שָׁל֖וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly15וֶאֱמֶֽתH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity
31Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31DatH834 zij dezeH428dagenH3117 van PurimH6332bevestigenH6965 zouden opH5921 hun bestemde tijdenH2165, gelijk als MordechaiH4782, de JoodH3064, overH5921 hen bevestigdH6965 had, en EstherH635, de koninginH4436, en gelijk als zij het bevestigdH6965 hadden voor zichzelven en voor hun zaadH2233; de zakenH1697 van het vastenH6685 en hunlieder geroepH2201.Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.
KJVTo confirm1these days3of Purim4in their times6appointed, according as Mordecai10the Jew11and Esther12the queen13had enjoined8them, and as they had decreed15for themselves17and for their seed,19the matters20of the fastings21and their cry.
1לְקַיֵּ֡םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֵתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְמֵי֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַפֻּרִ֨יםH6332Purim, PurPur, Purim5הָאֵ֜לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6בִּזְמַנֵּיהֶ֗םH2165tijd, tijden, zekeren tijdseason, time7כַּאֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8קִיַּ֨םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9עֲלֵיהֶ֜םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10מָרְדֳּכַ֤יH4782MordechaiMordecai11הַיְּהוּדִי֙H3064Joden, Jood, JoodsJew12וְאֶסְתֵּ֣רH635Esther, EsthersEsther13הַמַּלְכָּ֔הH4436koningin, koninginnenqueen14וְכַאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15קִיְּמ֥וּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17נַפְשָׁ֖םH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it18וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19זַרְעָ֑םH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time20דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21הַצֹּמ֖וֹתH6685vasten, vast, vastendagfast(-ing)22וְזַעֲקָתָֽםH2201geroep, gekrijt, geschreeuwscry(-ing)
32En het bevel van Esther bevestigde de geschiedenissen van deze Purim, en het werd in een boek geschreven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En het bevelH3982 van EstherH635bevestigdeH6965 de geschiedenissenH1697 van dezeH428PurimH6332, en het werd in een boekH5612geschrevenH3789.En het bevel van Esther bevestigde de geschiedenissen van deze Purim, en het werd in een boek geschreven.
KJVAnd the decree1of Esther2confirmed3these matters4of Purim;5and it was written7in the book.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Esther 9:1— In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.Esther 8:12→Esther 3:13→Handelingen 12:11→Esther 3:7→Psalmen 30:11→2 Samuël 22:41→Jesaja 14:1→Deuteronomium 32:36→
Esther 9:2— Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen.Esther 8:17→Esther 8:11→Psalmen 71:24→Psalmen 71:13→Genesis 35:5→Esther 9:10→Esther 9:15→Deuteronomium 2:30→
Esther 9:3— En al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, verhieven de Joden; want de vreze van Mordechai was op hen gevallen.Ezra 8:36→Esther 3:12→Esther 8:5→Daniël 6:1→Esther 8:9→Esther 3:2→Daniël 3:2→
Esther 9:4— Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Morde chai, werd doorgaans groter.2 Samuël 3:1→1 Kronieken 11:9→Sefanja 3:19→Jozua 6:27→1 Samuël 2:30→Psalmen 18:43→Mattheüs 4:24→Jesaja 9:7→
Esther 9:5— De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.Psalmen 18:47→Jeremia 18:21→2 Thessalonicenzen 1:6→Psalmen 20:7→Psalmen 18:34→Psalmen 149:6→
Esther 9:6— En in den burg Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen.Esther 3:15→
Esther 9:10— De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, doodden zij; maar zij sloegen hun handen niet aan den roof.Esther 5:11→Esther 8:11→Genesis 14:23→Job 27:13→Job 18:18→Exodus 17:16→Esther 3:1→Psalmen 109:12→
Esther 9:12— En de koning zeide tot de koningin Esther: Te Susan op den burg hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen en de tien zonen van Haman; wat hebben zij in al de andere landschappen des konings gedaan? Wat is nu uw bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden.Esther 5:6→Esther 7:2→
Esther 9:13— Toen zeide Esther: Dunkt het den koning goed, men late ook morgen den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden; en men hange de tien zonen van Haman aan de galg.Esther 8:11→Deuteronomium 21:23→Esther 9:15→2 Samuël 21:9→Galaten 3:13→2 Samuël 21:6→
Esther 9:15— En de Joden, die te Susan waren, vergaderden ook op den veertienden dag der maand Adar, en zij doodden te Susan driehonderd mannen; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.Esther 9:10→Esther 8:11→Esther 9:2→Esther 9:13→1 Thessalonicenzen 5:22→Hebreeën 13:5→Psalmen 118:7→Esther 9:16→
Esther 9:16— De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters vijf en zeventig duizend; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.Esther 8:11→Esther 9:2→Leviticus 26:7→
Esther 9:17— Dit geschiedde op den dertienden dag der maand Adar; en op de veertienden derzelve rustten zij, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.Esther 9:1→Esther 9:21→Esther 9:18→Esther 3:12→Esther 8:9→
Esther 9:18— En de Joden, die te Susan waren, vergaderden op den dertienden derzelve, en op den veertienden derzelve; en zij rustten op den vijftienden derzelve, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.Esther 9:21→Esther 9:1→Esther 9:11→Esther 9:13→Esther 9:15→
Esther 9:19— Daarom maakten de Joden van de dorpen, die in de dorpsteden woonden, den veertienden dag der maand Adar ter vreugde en maaltijden, en een vrolijken dag, en der zending van delen aan elkander.Openbaring 11:10→Esther 8:17→Esther 9:22→Nehemia 8:10→Deuteronomium 16:14→Deuteronomium 16:11→Zacharia 2:4→Psalmen 118:11→
Esther 9:20— En Mordechai beschreef deze geschiedenissen; en hij zond brieven aan al de Joden, die in al de landschappen van den koning Ahasveros waren, dien, die nabij, en dien, die verre waren,Esther 8:9→Esther 1:1→Deuteronomium 31:19→Esther 1:22→Psalmen 145:4→2 Korinthe 1:10→Exodus 17:14→Esther 3:12→
Esther 9:22— Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen.Psalmen 30:11→Esther 9:19→Johannes 16:20→Esther 3:12→Jesaja 14:3→Nehemia 8:10→Psalmen 103:2→Lukas 11:41→
Esther 9:24— Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden gedacht had hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot had geworpen, om hen te verslaan, en om hen om te brengen.Esther 3:5→Esther 9:10→
Esther 9:25— Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen.Psalmen 7:16→Psalmen 140:9→Psalmen 141:10→Mattheüs 21:44→Esther 9:13→Esther 7:5→Psalmen 109:17→
Esther 9:26— Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur. Hierom, vanwege al de woorden van dien brief, en hetgeen zij zelven daarvan gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was,Esther 9:20→Ezechiël 39:11→Numeri 16:40→
Esther 9:27— Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar;Jesaja 56:6→Zacharia 2:11→Esther 8:17→Jesaja 56:3→Jozua 9:15→Deuteronomium 5:3→Deuteronomium 29:14→Zacharia 8:23→
Esther 9:28— Dat deze dagen gedacht zouden worden en onderhouden, in alle en elk geslacht, elk huisgezin, elk landschap en elke stad; en dat deze dagen van Purim niet zouden overtreden worden onder de Joden, en dat de gedachtenis derzelve geen einde nemen zou bij hun zaad.Exodus 12:17→Exodus 13:8→Psalmen 78:5→Jozua 4:7→Zacharia 6:14→Psalmen 103:2→
Esther 9:29— Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichail, en Mordechai, de Jood, met alle macht, om dezen brief van Purim ten tweeden male te bevestigen.Esther 9:20→Esther 2:15→Esther 8:10→Esther 3:15→
Esther 9:30— En hij zond de brieven aan al de Joden, in de honderd zeven en twintig landschappen van het koninkrijk van Ahasveros, met woorden van vrede en trouw;Esther 1:1→Esther 8:9→Zacharia 8:19→Jesaja 39:8→
Esther 9:31— Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.Esther 4:3→Esther 4:16→Jona 3:2→
Esther 9:32— En het bevel van Esther bevestigde de geschiedenissen van deze Purim, en het werd in een boek geschreven.Esther 9:26→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Esther 9 vers 1— In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.
Adar
Zie boven, Est. 3:7 .
Hertaald:Adar
Zie hierboven Est. 3:7.
toen des konings
Dat is, toen de tijd aankwam, dat men de Joden zou uitroeien.
Hertaald:toen des konings
Dat is: toen de tijd aanbrak waarop men de Joden zou uitroeien.
woord
Dat is, zijn plakkaat.
Hertaald:woord
Dat is: zijn plakkaat.
zo is het omgekeerd,
Te weten, door de rechtvaardige regering Gods, die Hamans bloeddorstig voornemen had te schande gemaakt en den vijanden van Gods volk had gedaan gelijk zij anderen meenden te doen.
Hertaald:zo is het omgekeerd,
Namelijk: door het rechtvaardige bestuur van God, Die het bloeddorstige voornemen van Haman te schande gemaakt had en de vijanden van Gods volk had aangedaan wat zij anderen dachten aan te doen.
Esther 9 vers 2— Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen.
hun verderf zochten;
Hebreeuws, hun kwaad.
Hertaald:hun verderf zochten;
Hebreeuws: hun kwaad.
bestond voor hen,
Of, stond hen tegen. Hebreeuws, tegen hun aangezicht.
Hertaald:bestond voor hen,
Of: stond hen tegen. Hebreeuws: tegen hun aangezicht.
hunlieder schrik
Versta hier, een vrees en schrik, waarmede de Joden van anderen gevreesd werden. Alzo ook vs.3.
Hertaald:hunlieder schrik
Versta hier: een vrees en schrik waarmee de Joden door anderen gevreesd werden. Zo ook vers 3.
Esther 9 vers 3— En al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, verhieven de Joden; want de vreze van Mordechai was op hen gevallen.
die het werk des konings deden,
Zie boven, Est. 3:9 .
Hertaald:die het werk des konings deden,
Zie hierboven Est. 3:9.
verhieven de Joden;
Dat is, zij eerden hen en deden hun alle hulp.
Hertaald:verhieven de Joden;
Dat is: zij eerden hen en boden hun alle hulp.
de vreze van Mórdechaï
Dat is, zij vreesden hem te vertoornen, nu zij zagen dat hij in zulk aanzien bij den koning was.
Hertaald:de vreze van Mórdechaï
Dat is: zij waren bang hem boos te maken, nu zij zagen dat hij zo hoog aangeschreven stond bij de koning.
Esther 9 vers 4— Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Morde chai, werd doorgaans groter.
groot
Dat is, in groot aanzien en autoriteit.
Hertaald:groot
Dat is: in groot aanzien en gezag.
werd doorgaans groter
Dat is, hij werd alle dagen groter. Zie deze manier van spreken Gen. 26:13 , met de aantekening. Hebreeuws, gaande en groot wordende.
Hertaald:werd doorgaans groter
Dat is: hij werd elke dag groter. Zie deze manier van spreken Gen. 26:13, met de aantekening. Hebreeuws: gaande en groter wordend.
Esther 9 vers 5— De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.
met den slag des zwaards,
Dat is, zij sloegen en doodden, en brachten om met het zwaard al hun vijanden.
Hertaald:met den slag des zwaards,
Dat is: zij sloegen en doodden, en brachten al hun vijanden met het zwaard om.
Esther 9 vers 6— En in den burg Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen.
vijfhonderd mannen
Sommige menen dat deze vijf honderd mannen zijn geweest vrienden en bondgenoten van Haman, waarom de koning hierin des te weiniger zwarigheid gemaakt heeft, als vermoedende dat zij iets tegen hem mochten aanvangen om Hamans dood te wreken.
Hertaald:vijfhonderd mannen
Sommigen menen dat deze vijfhonderd mannen vrienden en bondgenoten van Haman waren, waarom de koning hierin des te minder bezwaar had, omdat hij vermoedde dat zij iets tegen hem zouden kunnen ondernemen om Hamans dood te wreken.
Esther 9 vers 7— En Parsandatha, en Dalfon, en Asfata,
Parsandátha,
Zie Ex. 17:14 , en Deut. 25:17 , waar geboden wordt Amalek uit te roeien.
Hertaald:Parsandátha,
Zie Ex. 17:14, en Deut. 25:17, waar geboden wordt Amalek uit te roeien.
Esther 9 vers 10— De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, doodden zij; maar zij sloegen hun handen niet aan den roof.
doodden zij;
Niet alleen ten aanzien van het boos voornemen huns vaders; maar ten aanzien van het bevel Gods; Ex. 17:14 .
Hertaald:doodden zij;
Niet alleen met het oog op het kwaadaardige voornemen van hun vader; maar met het oog op het gebod van God; Ex. 17:14.
zij sloegen hun handen
Dat is, zij namen de goederen der verslagenen niet tot zich [ofschoon de koning hun zulks had toegelaten]. Waarom? Omdat zij des konings schatkamer niet zouden tekortdoen; ook opdat zij zouden doen blijken dat zij hun vijanden niet hadden doodgeslagen om vuil gewin, huns eigen profijtshalve, maar alleen om hun lijf en goed te beschermen, en dewijl de nood zulks vereiste, want anderszins kon des konings plakkaat niet vernietigd worden.
Hertaald:zij sloegen hun handen
Dat is: zij namen de bezittingen van de gedoden niet in beslag [hoewel de koning hun dat had toegestaan]. Waarom? Opdat zij de schatkamer van de koning niet zouden benadelen; ook opdat zij zouden laten blijken dat zij hun vijanden niet gedood hadden voor onrechtvaardige winst, ten eigen voordele, maar alleen om hun leven en bezit te beschermen, omdat de nood dat vereiste, want anders kon het plakkaat van de koning niet ongedaan gemaakt worden.
Esther 9 vers 12— En de koning zeide tot de koningin Esther: Te Susan op den burg hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen en de tien zonen van Haman; wat hebben zij in al de andere landschappen des konings gedaan? Wat is nu uw bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden.
wat hebben zij
Alsof hij zeide: Dewijl het getal der doden op den burg Susan zo groot is; hoe groot moet dan zijn het getal van al degenen, die in al de landschappen mijns rijks gedood zijn?
Hertaald:wat hebben zij
Alsof hij zei: aangezien het aantal doden in de burcht Susan al zo groot is, hoe groot moet dan het aantal zijn van allen die in alle gewesten van mijn rijk gedood zijn?
Esther 9 vers 13— Toen zeide Esther: Dunkt het den koning goed, men late ook morgen den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden; en men hange de tien zonen van Haman aan de galg.
Dunkt het den koning goed,
Hebreeuws, is het goed bij den koning.
Hertaald:Dunkt het den koning goed,
Hebreeuws: is het goed bij de koning.
men late
Dat is, laat hen morgen in de stad Susan doen wat heden op den burg Susan geschied is. Anderen verstaan dit alzo, dat er te Susan nog enigen waren, die zich tegen de Joden stelden, die ook noodzakelijk moesten uitgeroeid worden.
Hertaald:men late
Dat is: laat hen morgen in de stad Susan doen wat vandaag in de burcht Susan gebeurd is. Anderen vatten dit zo op, dat er in Susan nog enkelen waren die zich tegen de Joden verzetten, die ook noodzakelijk uitgeroeid moesten worden.
aan de galg
Hier staat aan te merken dat de zonen van Haman zijn gehangen geworden nadat zij doodgeslagen waren. Zie vs.10.
Hertaald:aan de galg
Hier valt op te merken dat de zonen van Haman werden opgehangen nadat zij al gedood waren. Zie vers 10.
Esther 9 vers 14— Toen zeide de koning, dat men alzo doen zou; en er werd een gebod gegeven te Susan, en men hing de tien zonen van Haman op.
er werd een gebod
Dat is, daar werd een bevel gedaan vanwege den koning, door hetwelk den Joden te Susan werd toegelaten hun vijanden des anderen daags ook te doden, gelijk Esther, vs.13, is verzoekende.
Hertaald:er werd een gebod
Dat is: er werd namens de koning een bevel gegeven, waardoor de Joden in Susan toestemming kregen hun vijanden ook de volgende dag te doden, zoals Esther in vers 13 verzocht.
Esther 9 vers 16— De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters vijf en zeventig duizend; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.
vergaderden,
Hij wil zeggen: Zij vergaderden om hun leven te beschermen en om in vrede te mogen leven, zonder hun vijanden te vrezen.
Hertaald:vergaderden,
Hij wil zeggen: zij verzamelden zich om hun leven te beschermen en om in vrede te kunnen leven, zonder hun vijanden te vrezen.
leven,
Hebreeuws, ziel. Anders, en stonden voor hun leven, en hadden rust, enz.
Hertaald:leven,
Hebreeuws: ziel. Anders: en stonden voor hun leven, en hadden rust, enzovoort.
zij sloegen hun hand niet
Zie boven, vs.10.
Hertaald:zij sloegen hun hand niet
Zie hierboven vers 10.
Esther 9 vers 18— En de Joden, die te Susan waren, vergaderden op den dertienden derzelve, en op den veertienden derzelve; en zij rustten op den vijftienden derzelve, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.
Susan waren,
Te weten, in de stad Susan.
Hertaald:Susan waren,
Namelijk: in de stad Susan.
op den dertienden
Te weten, op den dertienden dag der maand Adar.
Hertaald:op den dertienden
Namelijk: op de dertiende dag van de maand Adar.
Esther 9 vers 19— Daarom maakten de Joden van de dorpen, die in de dorpsteden woonden, den veertienden dag der maand Adar ter vreugde en maaltijden, en een vrolijken dag, en der zending van delen aan elkander.
Daarom maakten
Te weten, vanwege de victorie, die zij op dien dag over hun vijanden verkregen hadden.
Hertaald:Daarom maakten
Namelijk: vanwege de overwinning die zij op die dag op hun vijanden behaald hadden.
Hertaald:aan elkander
Hebreeuws: de man aan zijn naaste.
Esther 9 vers 21— Om over hen te bevestigen, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar, en den vijftienden dag derzelve, in alle en in ieder jaar;
alle en ieder jaar;
Hebreeuws, in alle jaar en jaar.
Hertaald:alle en ieder jaar;
Hebreeuws: in elk jaar en jaar.
Esther 9 vers 22— Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen.
Naar de dagen,
Versta, hij ordineerde dat men de feestdagen alle jaar met zulke vreugde zou onderhouden, als zij die dagen onderhouden hadden, in welke zij rust en vrede verkregen hadden; en dat zij zulks doen zouden in die maand, die hun veranderd was van smart in blijdschap.
Hertaald:Naar de dagen,
Versta hieronder: hij verordende dat men de feestdagen elk jaar met dezelfde vreugde zou onderhouden als die dagen waarop zij rust en vrede verkregen hadden; en dat zij dit zouden doen in die maand die voor hen veranderd was van verdriet in blijdschap.
vrolijken dag;
Hebreeuws, goeden dag.
Hertaald:vrolijken dag;
Hebreeuws: goede dag.
Esther 9 vers 23— En de Joden namen aan te doen, wat zij begonnen hadden, en dat Mordechai aan hen geschreven had.
wat zij
Te weten, dat zij alle jaar den veertienden dag der maand Adar met vreugde zouden vieren en onderhouden.
Hertaald:wat zij
Namelijk: dat zij elk jaar de veertiende dag van de maand Adar met vreugde zouden vieren en onderhouden.
dat Mórdechaï
Te weten, dat zij ook den vijftienden dag der maand Adar jaarlijks zouden onderhouden.
Hertaald:dat Mórdechaï
Namelijk: dat zij ook de vijftiende dag van de maand Adar jaarlijks zouden onderhouden.
Esther 9 vers 24— Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden gedacht had hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot had geworpen, om hen te verslaan, en om hen om te brengen.
lot had geworpen,
Zie boven, Est. 3:7 .
Hertaald:lot had geworpen,
Zie hierboven Est. 3:7.
Esther 9 vers 25— Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen.
zij
Te weten, Esther.
Hertaald:zij
Namelijk: Esther.
voor den koning
Versta hierbij, alles wat Esther verder gedaan heeft toen zij tot den koning gekomen is.
Hertaald:voor den koning
Versta hierbij: alles wat Esther verder gedaan heeft toen zij bij de koning gekomen was.
hij door brieven
Te weten, de koning.
Hertaald:hij door brieven
Namelijk: de koning.
bevolen,
Hebreeuws, gezegd.
Hertaald:bevolen,
Hebreeuws: gezegd.
zijn boze gedachte,
Te weten, van Haman.
Hertaald:zijn boze gedachte,
Namelijk: van Haman.
Esther 9 vers 26— Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur. Hierom, vanwege al de woorden van dien brief, en hetgeen zij zelven daarvan gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was,
die dagen Purim,
Te weten, den veertienden en den vijftienden der maand Adar.
Hertaald:die dagen Purim,
Namelijk: de veertiende en de vijftiende van de maand Adar.
Esther 9 vers 27— Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar;
op hun zaad,
Dat is, op hun nakomelingen.
Hertaald:op hun zaad,
Dat is: op hun nakomelingen.
vervoegen zouden,
Te weten, uit de heidenen, der Joden religie aannemende. Zie boven, Est. 8:17 .
Hertaald:vervoegen zouden,
Namelijk: uit de heidenen, die de godsdienst van de Joden aannamen. Zie hierboven Est. 8:17.
deze twee dagen
Te weten, den veertienden en den vijftienden dag der maand Adar, vs.21.
Hertaald:deze twee dagen
Namelijk: de veertiende en de vijftiende dag van de maand Adar, vers 21.
alle en ieder jaar;
Hebreeuws, in alle jaar en jaar, gelijk vs.21.
Hertaald:alle en ieder jaar;
Hebreeuws: in elk jaar en jaar, zoals vers 21.
Esther 9 vers 28— Dat deze dagen gedacht zouden worden en onderhouden, in alle en elk geslacht, elk huisgezin, elk landschap en elke stad; en dat deze dagen van Purim niet zouden overtreden worden onder de Joden, en dat de gedachtenis derzelve geen einde nemen zou bij hun zaad.
onder de Joden,
Hebreeuws, uit het midden. Anders, vergaan uit het midden der Joden.
Hertaald:onder de Joden,
Hebreeuws: uit het midden. Anders: vergaan uit het midden van de Joden.
bij hun zaad
Dat is, bij hun nakomelingen.
Hertaald:bij hun zaad
Dat is: bij hun nakomelingen.
Esther 9 vers 29— Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichail, en Mordechai, de Jood, met alle macht, om dezen brief van Purim ten tweeden male te bevestigen.
Daarna
Te weten, in het volgende jaar, zo men meent, hetwelk was het dertiende jaar des koninkrijks van Ahasveros.
Hertaald:Daarna
Namelijk: in het volgende jaar, naar men aanneemt, dat het dertiende jaar van het koninkrijk van Ahasveros was.
met alle macht,
Dat is, zij schreven deze brieven zo sterk en met zulke ernstige woorden en bevelen, als zij immer konden.
Hertaald:met alle macht,
Dat is: zij schreven deze brieven zo krachtig en met zulke ernstige woorden en bevelen als zij maar konden.
dezen brief
Van welken gesproken wordt boven, vs.20-22.
Hertaald:dezen brief
Waarover hierboven, vers 20-22, gesproken wordt.
ten tweeden male
Eerst had Mordechai de dagen van het purim bevestigd, vs.20. Maar om het naarstig onderhouden derzelve te vervolgen, zo heeft Esther [wier autoriteit groot was bij de Joden] het bevel van het onderhouden dezer dagen wederom door haar brieven vernieuwd en bekrachtigd, opdat toch de memorie hunner verlossing niet in vergetelheid zou komen.
Hertaald:ten tweeden male
Eerst had Mordechai de dagen van het purimfeest vastgesteld, vers 20. Maar om het zorgvuldig onderhouden ervan te bevorderen, heeft Esther [wier gezag groot was bij de Joden] het bevel om deze dagen te onderhouden opnieuw door haar brieven vernieuwd en bekrachtigd, opdat de herinnering aan hun verlossing toch niet in vergetelheid zou raken.
Esther 9 vers 30— En hij zond de brieven aan al de Joden, in de honderd zeven en twintig landschappen van het koninkrijk van Ahasveros, met woorden van vrede en trouw;
hij zond
Te weten, Mordechai.
Hertaald:hij zond
Namelijk: Mordechai.
met woorden
Dat is, hun vrede en trouw toewensende.
Hertaald:met woorden
Dat is: hun vrede en trouw toewensend.
Esther 9 vers 31— Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.
voor zichzelven
Hebreeuws, op hunlieder ziel.
Hertaald:voor zichzelven
Hebreeuws: op hun ziel.
hun zaad;
Dat is, hun nakomelingen.
Hertaald:hun zaad;
Dat is: hun nakomelingen.
zaken van het vasten
Dat is, de gedachtenis van hunlieder nood, vasten, bidden en gevolgde verlossing.
Hertaald:zaken van het vasten
Dat is: de herinnering aan hun nood, vasten, bidden en de daaropvolgende verlossing.
Esther 9 vers 32— En het bevel van Esther bevestigde de geschiedenissen van deze Purim, en het werd in een boek geschreven.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ahasveros — machtige heerser (Perzische titel, vaak gelijkgesteld met Xerxes I)
Koning van Perzië, heersend over honderdzevenentwintig landschappen van Indië tot Morenland. Na het verstoten van koningin Vasthi verhief hij Esther tot koningin; later, opgehitst door Haman, gaf hij bevel tot uitroeiing van de Joden, maar herriep dit na Esthers tussenkomst en liet in plaats daarvan Haman ophangen (Esther 1-10).
Mordechai — toegewijd aan (de god) Marduk (Perzische naam)
Een Jood uit de stam Benjamin te Susan, uit het geslacht van hen die met koning Jechonia weggevoerd waren; hij voedde zijn nicht Hadassa (Esther) op als zijn eigen dochter. Hij ontdekte en verijdelde een samenzwering tegen de koning, weigerde later voor Haman te buigen, en spoorde Esther aan zich voor haar volk in te zetten, wat uiteindelijk tot Hamans val en de redding van de Joden leidde (Esther 2-10).
Esther (Hadassa) — ster (Hadassa: mirt)
Dochter van Abichaïl, een oom van Mordechai; na de dood van haar ouders door Mordechai als dochter aangenomen. Wegens haar schoonheid werd zij in de plaats van Vasthi tot koningin van Ahasveros verheven, zonder haar Joodse afkomst bekend te maken. Op Mordechai's aandringen waagde zij haar leven om bij de koning voor haar volk te pleiten, wat leidde tot de redding van de Joden uit Hamans complot (Esther 2, 4-9).
Haman — luidruchtig, roemrijk (onzeker)
Zoon van Hammedatha, de Agagiet; door Ahasveros tot de hoogste eer verheven boven alle vorsten. Vertoornd omdat Mordechai weigerde voor hem te buigen, spande hij een complot om alle Joden in het rijk te laten uitroeien, en liet daartoe een galg van vijftig ellen bouwen om Mordechai daaraan op te hangen. Zijn plan keerde zich echter tegen hem: hij werd zelf aan die galg opgehangen (Esther 3, 5, 7).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zij sloegen hun hand niet aan den roof — op de dag die voor hun ondergang was uitgekozen, keert alles om, en driemaal noteert de tekst dat zij niets van de buit namen (Est. 9:10,15,16)
Op de dertiende dag van de maand Adar zou het bevel van de koning worden uitgevoerd. Het is de dag waarop de vijanden hoopten over de Joden te heersen, en juist die dag wordt omgekeerd (Est. 9:1). De Joden verzamelen zich in hun steden tegen hen die hun verderf zochten, en niemand houdt stand tegen hen (Est. 9:2). De oversten en stadhouders steunen hen, omdat de vrees voor Mordechai op hen gevallen was, en Mordechai zelf werd steeds groter aan het hof (Est. 9:3-4). In Susan vallen vijfhonderd mannen, met de tien zonen van Haman (Est. 9:5-10). Op verzoek van Esther krijgt Susan nog een dag, en de tien zonen worden opgehangen (Est. 9:12-15). In de landschappen komen vijfenzeventigduizend haters om (Est. 9:16). Driemaal staat er dezelfde zin bij: zij sloegen hun hand niet aan de buit (Est. 9:10,15,16). Daarna rusten zij, en zij maken van die dag een dag van maaltijden en vreugde (Est. 9:17-19).
Bijbelse betekenis: Dit gedeelte vraagt om drie duidelijke grenzen. Ten eerste ging het om verdediging. Het eerste bevel bleef staan en kon niet worden ingetrokken, en het tweede gaf niet meer dan het recht om voor het eigen leven te staan (Est. 8:11). Ten tweede namen zij geen buit, terwijl het bevel dat uitdrukkelijk toestond. De tekst herhaalt dat driemaal, en die herhaling is geen toeval. Niemand is hier rijker van geworden. Ten derde geeft de Schrift de aantallen zonder enige triomf, en het register doet dat evenmin. Wat hier beschreven wordt, is geen model voor de gemeente. Het is het einde van een aanslag op het volk waaruit de Christus geboren zou worden.
Typologie: De weigering om de buit aan te raken krijgt haar volle gewicht naast een oudere geschiedenis met hetzelfde volk. Toen Saul tegen Amalek streed, spaarde hij Agag en het beste van het vee, en Samuël verweet hem: "zijt tot den roof gevlogen" (1 Sam. 15:19). Wat Saul deed en waardoor hij het koningschap verloor, laten deze Joden juist na, tegenover de nakomeling van dezelfde Agag.
Est. 9:1-19; Est. 8:11; 1 Sam. 15:19
Purim, genoemd naar het lot — het feest draagt de naam van het lot waarmee de vijand hun sterfdag wilde bepalen: "Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur" (Est. 9:26)
Mordechai schrijft de gebeurtenissen op en zendt brieven aan alle Joden in het rijk, dichtbij en veraf (Est. 9:20). Zij moeten de veertiende en de vijftiende dag van Adar elk jaar onderhouden (Est. 9:21). Het zijn de dagen waarop zij rust kregen van hun vijanden, en de maand die voor hen veranderd was "van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag" (Est. 9:22). Zij moeten die dagen vieren met maaltijden en vreugde, met het zenden van geschenken aan elkaar en met gaven aan de armen. Het volk neemt dat aan (Est. 9:23). De naam wordt verklaard uit het lot dat Haman geworpen had (Est. 9:24-26). De Joden nemen het op zich en op hun nageslacht, en op ieder die zich bij hen voegt, zodat de gedachtenis niet verloren gaat (Est. 9:27-28). Esther en Mordechai bevestigen de brief daarna een tweede maal, met woorden van vrede en trouw, en het wordt in een boek geschreven (Est. 9:29-32).
Bijbelse betekenis: Het feest is genoemd naar het lot van de vijand. Wat Haman wierp om hun sterfdag vast te stellen, gaf de naam aan hun feestdag. Duidelijker kan de omkering van dit boek niet worden samengevat. Twee dingen verdienen daarnaast aandacht. Purim is niet op Sinaï geboden; het volk legt het zichzelf op, en de Schrift tekent dat op zonder afkeuring. De ingestelde feesten van de wet blijven wat zij zijn; dit is een gedachtenis, geen achtste feest naast de zeven. En de viering is van meet af aan naar buiten gericht. Er worden delen naar elkaar gezonden en gaven aan de armen gegeven. Vreugde die de arme overslaat, is in de Schrift nergens volledig.
Typologie: De psalm bezingt dezelfde wending in het leven van één mens: "Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord" (Ps. 30:12). Wat daar aan een enkeling gebeurt, overkomt hier een heel volk in de verstrooiing.
Esther 9:1.KruisverwijzingenEsther 8:12→Esther 3:13→Handelingen 12:11→Esther 3:7→Psalmen 30:11→2 Samuël 22:41→Jesaja 14:1→Deuteronomium 32:36→ — In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters. Al komt de Naam van God in het boek Esther niet voor, de Heere Zelf is er in elke gebeurtenis die het verhaalt allerduidelijkst aanwezig. Ik heb portretten gezien met de namen van de afgebeelden eronder, maar wij hebben allen ook andere gezien die geen naam nodig hadden, omdat zij zulke treffende gelijkenissen waren dat wij hen op het eerste gezicht kenden. In het boek Esther is de hand van de voorzienigheid even duidelijk te zien als in enig ander deel van het Woord van God — ik zeg bijna: duidelijker dan ergens anders.
Wij die rechtvaardig zijn door het geloof moeten op de Heere vertrouwen en in lijdzaamheid onze zielen bezitten; wij moeten onze tegenstanders in de handen van God laten, want Hij kan hen doen vallen in de strik die zij heimelijk voor ons gelegd hebben. Was het besluit geweest dat de Joden door de soldaten van het Perzische rijk gedood zouden worden, dan zou het gedaan zijn, en het is niet gemakkelijk te zien hoe de Joden hadden kunnen ontkomen. Maar aangezien de zaak in particuliere handen gelaten werd, was het latere besluit dat zij zich mochten verdedigen een voldoende tegenwicht tegen het eerste gebod.
Er is even veel voorzienigheid in het kruipen van een bladluis op een rozenblad als in het optrekken van een leger om een werelddeel te verwoesten. Alles — het geringste zowel als het grootste — wordt beschikt door de Heere, Wiens koninkrijk over alles heerst. Nooit is iemand zo volslagen verslagen als Haman. Op een zeker ogenblik scheen het volk van God geheel in zijn macht te zijn. Nero zei eens dat hij wenste dat zijn vijanden maar één nek hadden, opdat hij hen allen met één slag zou kunnen verdelgen. Haman scheen juist zo’n macht verkregen te hebben; en toch werd het uitverkoren volk verlost, en het Joodse volk bleef leven totdat de Messias kwam, en het bestaat en zal bestaan totdat het de heldere toekomst geniet die het beschikt is. Zo is het vandaag ook met de gemeente van God. De vijanden van de waarheid van God kunnen de kaars die God ontstoken heeft nooit uitblazen.
II. Vs. 1-19.KruisverwijzingenEsther 8:12→Esther 3:13→Esther 8:17→Ezra 8:36→Esther 5:11→Esther 8:11→2 Samuël 3:1→1 Kronieken 11:9→ — In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters. Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen. En al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, verhieven de Joden; want de vreze van Mordechai was op hen gevallen. Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Morde chai, werd doorgaans groter. De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen. En in den burg Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen. En Parsandatha, en Dalfon, en Asfata, En Poratha, en Adalia, en Aridatha, En Parmastha, en Arisai, en Aridai, en Vaizatha, De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, doodden zij; maar zij sloegen hun handen niet aan den roof. Op den bepaalden dag ontbrandt de lang voorbereide strijd. De Joden, ondersteund door de koninklijke beambten, richten een groot bloedbad onder hun vijanden, de aanhangers van Haman’s gezindheid, aan; zij raken echter het vermogen der vermoorden niet aan. De koning brengt aan Esther het bericht van het getal der in Susan vermoorden en vraagt haar naar hare verdere wensen. Nu verzoekt zij, dat ook de 14de Adar toegestaan worde tot vermoording van de nog overige vijanden in Susan, en dat Haman’s vermoorde zonen openlijk aan de galg opgehangen worden. Van daar kwam het, dat de Joden in de steden den 15den Adar, de Joden op het land den 14den als vreugdefeest vierden.
KruisverwijzingenEsther 8:12→Esther 3:13→Handelingen 12:11→Esther 3:7→Psalmen 30:11→2 Samuël 22:41→Jesaja 14:1→Deuteronomium 32:36→— In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.
In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar) op den dertienden dag van deze (in den loop der maand Maart), toen des konings woord en zijne wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, toen de bepaalde tijd gekomen was, waarop de Joden zouden omgebracht worden, ten dage, als de vijanden der Joden, degenen, die van ene even Gode vijandige gezindheid waren als Haman, en het recht om de Joden om te brengen niet wilden opgeven, hoopten over hen te heersen 1), hen te overweldigen, zo is het omgekeerd, door Gods wonderbare hulp, want de Joden heersten zelven over hun haters.
Hieruit blijkt het zo duidelijk, dat de vijandschap niet van de zijde der Joden kwam, maar van de aanhangers en bondgenoten van Haman. Hadden de vijanden zich stil gehouden, niet aan het bevel van Haman voldaan, zo waren ook zij niet gedood geworden. En er bestond voor hen alle reden, om zich stil te houden, dewijl zij wisten, dat niet meer Haman, maar Mordechai eerste Minister was en de wet, door laatstgenoemde uitgevaardigd, in naam des konings, in alle landschappen was bekend geworden. Wat de Joden deden was een kampen voor eigen leven en dat der hunnen.
KruisverwijzingenEsther 8:17→Esther 8:11→Psalmen 71:24→Psalmen 71:13→Genesis 35:5→Esther 9:10→Esther 9:15→Deuteronomium 2:30→— Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen.
Want de Joden vergaderden zich op den 13den Adar tot gezamenlijke verdediging in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten, en hen in dodelijken haat aanvielen; en niemand bestond voor hen 1), want hunlieder schrik was op al die volken gevallen, zodat zij verschrikt waren en spoedig bezweken (Hoofdstuk 8: 17 ).
Laat ons uit hun voorbeeld leren vast te staan in een geest, en met één gemoed, te zamen worstelende tegen de vijanden onzer zielen, die het er op toeleggen om ons te beroven van ons geloof, dat dierbaarder dan ons leven is. De kerk is ontzaglijk, gelijk een leger met banieren, wanneer hare bestuurders en leden nauw aan elkaar verbonden zijn, onder den Heere der verlossing, om de vijanden te weerstaan.
KruisverwijzingenEzra 8:36→Esther 3:12→Esther 8:5→Daniël 6:1→Esther 8:9→Esther 3:2→Daniël 3:2→— En al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, verhieven de Joden; want de vreze van Mordechai was op hen gevallen.
En ook nog ene uitwendige omstandigheid droeg tot deze wonderbare overwinning bij, al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, die een koninklijk ambt hadden, verhieven 1) de Joden, ondersteunden hen, hetzij door soldaten, hetzij door allerlei voordelen in wapenen en gunstige plaatsen: want de vreze van Mordechai, den machtigsten eersten minister des rijks, was op hen gevallen.
In het Hebr. Menasch’im. Beter: Ondersteunden (letterlijk: waren ondersteunende). De reden waarom, wordt onmiddellijk opgegeven, n.l. omdat de vrees voor Mordechai op hen was gevallen. Mordechai had zulk een groten invloed bij het Perzische hof bekomen, dat de Oversten en de stadhouders en de landvoogden niets tegen zijn wil durfden doen, ja, om bij hem in het gevlei te komen, nu ook zijne volksgenoten ondersteunden tegen hun vijanden. Zo wist God de zaken geheel om te keren, zodat niet de Joden, maar de vijandige heidenen ten onder werden gebracht.
Kruisverwijzingen2 Samuël 3:1→1 Kronieken 11:9→Sefanja 3:19→Jozua 6:27→1 Samuël 2:30→Psalmen 18:43→Mattheüs 4:24→Jesaja 9:7→— Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Morde chai, werd doorgaans groter.
Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Mordechai, werd doorgaans groter.
KruisverwijzingenPsalmen 18:47→Jeremia 18:21→2 Thessalonicenzen 1:6→Psalmen 20:7→Psalmen 18:34→Psalmen 149:6→— De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.
De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; die gene zwaarden hadden, sloegen hun vijanden met stokken en knotsen neer, en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.
KruisverwijzingenEsther 3:15→— En in den burg Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen.
En in den burcht Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijf honderd mannen, als rond getal genomen.
— En Parsandatha, en Dalfon, en Asfata,
En Parsandatha, en Dalfon, en Asfata,
— En Poratha, en Adalia, en Aridatha,
En Poratha, en Adalia, en Aridatha,
— En Parmastha, en Arisai, en Aridai, en Vaizatha,
De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, deze, die de gezindheid huns vaders geërfd hadden, en den overigen vijanden van Mordechai en van de Joden tot leidslieden gediend hadden,doodden zij: maar zij sloegen hun handen niet aan den door 1), aan de goederen der gedoden, hoewel zij daartoe de koninklijke toestemming hadden.
Niet zonder een bepaald doel wordt het driemalen (vgl. vs. 15 en 16) meegedeeld, dat de Joden in de gestrengste tegenstelling tegen de gezindheid van Haman, die zich den te verwachten buit vooruit liet geven, hun handen aan de goederen der verslagenen niet gelegd hebben. Want hun doel was niet zich te verrijken met de bezittingen der heidenen, maar enkel en alleen hun leven te beschermen. De heidenen moesten later niet kunnen zeggen, dat zij hen beroofd hadden, maar het moest voor vriend en vijand zo duidelijk mogelijk uitkomen, dat het alles ging, om de gevolgen van den haat en de gramschap van Haman te voorkomen. Ook valt het op, dat wij nergens lezen, dat de vrouwen en kinderen werden gedood Had Haman gezegevierd, dan was er van de Joden niemand overgebleven, geen kunne of geslacht was gespaard. Het volk der belofte handelt geheel anders. Het voerde den strijd Gods en de vijanden ondervinden, dat nooit God, de Heere, ongestraft laat, wat ten kwade tegen Zijn volk wordt begonnen.
— Ten zelfden dage kwam voor den koning het getal der gedoden op den burg Susan.
Ten zelven dage, in den loop van den 13den Adar, kwam voor den koning werd hem meegedeeld het getal der gedoden op den burcht Susan.
KruisverwijzingenEsther 5:6→Esther 7:2→— En de koning zeide tot de koningin Esther: Te Susan op den burg hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen en de tien zonen van Haman; wat hebben zij in al de andere landschappen des konings gedaan? Wat is nu uw bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden.
En de koning zei tot de koningin Esther: Te Susan op den burcht hebben de Joden gedood en omgebracht vijf honderd mannen en de tien zonen van Haman, wat hebben zij al in de andere landschappen des konings gedaan! Hoe groot zal wel het getal van al de gedoden zijn! Wat is nu uwe bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden 1), zo gij nog iets te verzoeken hebt, het zal u niet geweigerd worden.
Men heeft er zich over verwonderd, dat Ahasveros zo zorgeloos was bij het neervellen van zo vele Perzen. Maar hoeveel van de sterkst bevestigde gebeurtenissen, welke uit de geschiedenis van enen ouderen of lateren tiran verhaald worden, zouden in twijfel kunnen getrokken worden, wanneer men niets wilde geloven, waarover men zich met recht zou moeten verwonderen? Men bedenke slechts, dat Ahasveros juist op dezen tijd tegen Haman en alles, wat met hem in verband stond, enen dodelijken haat had opgevat, daarentegen Esther en Mordechai zeer genegen was. Zulk ene hartstochtelijkheid en zinsverbijstering, als waarvoor een tiran, een lichtvaardig mens van de soort van Ahasveros vatbaar was, zou wel niemand kunnen schilderen. Bovendien kon hij zich gemakkelijk met de gedachte tevreden stellen, dat de Perzen, die door de Joden gedood werden uit eigen beweging in het gevaar gelopen waren.
KruisverwijzingenEsther 8:11→Deuteronomium 21:23→Esther 9:15→2 Samuël 21:9→Galaten 3:13→2 Samuël 21:6→— Toen zeide Esther: Dunkt het den koning goed, men late ook morgen den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden; en men hange de tien zonen van Haman aan de galg.
Toen zei Esther, die door Mordechai wel vernomen had, dat er nog vele bittere vijanden der Joden en aanhangers van Haman waren, die slechts ene gelegenheid zochten om het volk Gods leed aan te doen: Dunkt het den koning goed, men late het woord ook morgen doorgaan en den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden, zoals het heden geschied is, en men hange de tien zonen van Haman aan de galg, ten teken voor de vijanden, die nog niet verootmoedigd zijn, en opdat het openlijk bekend worde, dat de koning zelf hen heeft laten ombrengen. Volgens de getuigenissen van Herodotus was het in Perzië gewoonte, de lichamen der ter dood gebrachten nog aan het hout te nagelen.
— Toen zeide de koning, dat men alzo doen zou; en er werd een gebod gegeven te Susan, en men hing de tien zonen van Haman op.
Toen zei de koning, dat men alzo doen zou; en er werd een gebod gegeven te Susan 1), voor den strijd op den 14den, even als op den 13den Adar, en men hing de tien zonen van Haman op aan ene galg, opdat hun eerloosheid te meer zou uitkomen.
Dit gebod zag niet op het hangen aan het hout van Hamans zonen, maar op het feit, dat ook op den veertienden de Joden vrijheid kregen, zich tegen hun vijanden te verzetten. In verband met het verzoek, om Hamans zonen aan het hout te hangen, oordelen we, dat wat Esther nu verzoekt, niet is een zich verdedigen tegen de vijanden, maar een opsporen en onschadelijk maken van hen, die in Susan het met Haman hadden gehouden. Geen wraakzucht bezielde haar, maar zij deed dit, opdat er geen tweede Haman weer zou opstaan en opdat al zijne handlangers en vrienden werden gedood. Wellicht dat er reeds weer plannen waren beraamd, om Mordechai in ongenade bij den koning te brengen. En voor goed moest elk pogen, om Mordechai en zijn volk leed aan te doen, worden voorkomen.
KruisverwijzingenEsther 8:11→Esther 9:2→Leviticus 26:7→— De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters vijf en zeventig duizend; maar zij sloegen hun hand niet aan den roof.
De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters, onder degenen, die hen van hun leven wilden beroven, vijf en zeventig duizend, maar zij sloegen hun hand niet aan den door.
KruisverwijzingenEsther 9:1→Esther 9:21→Esther 9:18→Esther 3:12→Esther 8:9→— Dit geschiedde op den dertienden dag der maand Adar; en op de veertienden derzelve rustten zij, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.
Dit geschiedde op den dertienden dag der maand Adar; en op den veertienden daarvan rustten zij, de overige Joden, en zij maakten reeds dezelve dag tot enen dag der gemeenschappelijke maaltijden en der vreugde.
KruisverwijzingenEsther 9:21→Esther 9:1→Esther 9:11→Esther 9:13→Esther 9:15→— En de Joden, die te Susan waren, vergaderden op den dertienden derzelve, en op den veertienden derzelve; en zij rustten op den vijftienden derzelve, en zij maakten denzelven een dag der maaltijden en der vreugde.
En de Joden, die te Susan waren, vergaderden op den dertienden daarvan, der maand Adar, en op den veertienden daarvan, van die maand, om hun vijanden tegen te staan, en zij rustten op den vijftienden daarvan, en zij maakten dezelve tot enen dag der maaltijden en der vreugde.
KruisverwijzingenOpenbaring 11:10→Esther 8:17→Esther 9:22→Nehemia 8:10→Deuteronomium 16:14→Deuteronomium 16:11→Zacharia 2:4→Psalmen 118:11→— Daarom maakten de Joden van de dorpen, die in de dorpsteden woonden, den veertienden dag der maand Adar ter vreugde en maaltijden, en een vrolijken dag, en der zending van delen aan elkander.
Daarom maakten en maken de Joden van de dorpen, en die in de dorpsteden, in de vlekken woonden en wonen, enen anderen dag dan die in de grotere steden, dan in Susan, Jeruzalem, enz., namelijk den veertienden dag der maand Adar ter vreugde en maaltijden, en enen vrolijken dag, en der zending van delen aan elkaar, een dag waarop men elkaar geschenken zond, vooral van de rijkeren aan de armen, opdat ieder zich zou kunnen verheugen (vgl. Nehemia 8: 10,12). 20.
III. Vs. 20-28.KruisverwijzingenPsalmen 7:16→Psalmen 30:11→Jesaja 56:6→Zacharia 2:11→Esther 9:19→Esther 3:5→Esther 9:20→Esther 8:17→ — En Mordechai beschreef deze geschiedenissen; en hij zond brieven aan al de Joden, die in al de landschappen van den koning Ahasveros waren, dien, die nabij, en dien, die verre waren, Om over hen te bevestigen, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar, en den vijftienden dag derzelve, in alle en in ieder jaar; Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen. En de Joden namen aan te doen, wat zij begonnen hadden, en dat Mordechai aan hen geschreven had. Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden gedacht had hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot had geworpen, om hen te verslaan, en om hen om te brengen. Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen. Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur. Hierom, vanwege al de woorden van dien brief, en hetgeen zij zelven daarvan gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was, Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar; Dat deze dagen gedacht zouden worden en onderhouden, in alle en elk geslacht, elk huisgezin, elk landschap en elke stad; en dat deze dagen van Purim niet zouden overtreden worden onder de Joden, en dat de gedachtenis derzelve geen einde nemen zou bij hun zaad. Nadat de geschiedenis van de redding des volks ten einde is, wordt nu verklaard, hoe het gedenkfeest van deze grote gebeurtenis, ten gevolge van een schrijven van Mordechai aan alle Joden, als een nieuw feest voor alle volgende geslachten is ingevoerd en algemeen erkend.
KruisverwijzingenEsther 8:9→Esther 1:1→Deuteronomium 31:19→Esther 1:22→Psalmen 145:4→2 Korinthe 1:10→Exodus 17:14→Esther 3:12→— En Mordechai beschreef deze geschiedenissen; en hij zond brieven aan al de Joden, die in al de landschappen van den koning Ahasveros waren, dien, die nabij, en dien, die verre waren,
En Mordechai beschreef deze geschiedenissen, de gebeurtenissen der laatste dagen, en hij zond brieven met deze beschrijving aan al de Joden 1), die in al de landschappen van den koning Ahasveros waren, dien, die nabij, en dien, die verre waren.
Dit betekent dus niet, dat hij dit Boek heeft beschreven, maar alleen de geschiedenis, hier vermeld, schreef hij aan de verschillende Joden in de verschillende landschappen met het doel, dat van nu voortaan elk jaar op den veertienden en vijftienden van de maand Adar het Purimfeest zou worden gevierd.
— Om over hen te bevestigen, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar, en den vijftienden dag derzelve, in alle en in ieder jaar;
Met het doel, om over hen te bevestigen 1), om het tot ene vaste bepaling te maken, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar en den vijftiende dag daarvan in alle en ieder jaar.
In het Hebr. Lekajeem aleehem. Beter: om op hen als verplichting te leggen, d.i. om als verplichting voor hen vast te stellen. Als eerste Minister van den Perzischen koning achtte Mordechai zich gerechtigd, om den Joden, als onderdanen van Perzië, te verplichten, den dag der verlossing als feestdag te vieren. Bij koninklijk besluit werd dus deze dag als feestdag vastgesteld. In vs. 23 lezen we, dat de Joden gehoorzaamheid beloven.
KruisverwijzingenPsalmen 30:11→Esther 9:19→Johannes 16:20→Esther 3:12→Jesaja 14:3→Nehemia 8:10→Psalmen 103:2→Lukas 11:41→— Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen.
Naar de dagen, in welke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag, dat zij die dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen, van geschenken aan elkaar, en in ‘t bijzonder der gaven aan de armen. Hun gemeenschappelijk gevaar en de gemeenschappelijke redding opende hun harten voor wederkerige vriendelijkheid. Hoe veel te meer betaamt het, dat onze gemeenschappelijke redding door Christus van onze algemene ellende de harten der Christenen aan elkaar verbindt! Wij waren allen ingewikkeld in de schuld en het verderf door de zonde, en dezelfde zonde was de bron van ellende voor ons allen. Wij Christenen zijn allen gekocht door hetzelfde dierbaar bloed; wij allen zijn behouden door dezelfden Almachtigen arm. Dat onze gemeenschappelijke vreugde in de redding door Christus ons overvloedig make in wederkeerde liefde. Indien wij doordrongen zijn van de liefde van Christus, zullen wij dan niet allen liefhebben, die de voorwerpen zijn van dezelfde buitengewone rijkdommen van genade? Elke uitdrukking van goddelijke goedheid jegens ons is ene nieuwe verplichting, die op ons gelegd is om goed te doen, vooral aan hen, die het meest onze hulp behoeven. De verlossing door Christus verplicht ons om milddadig te zijn (2 Kor. 8: 9).
— En de Joden namen aan te doen, wat zij begonnen hadden, en dat Mordechai aan hen geschreven had.
En de Joden namen aan om voortaan te doen, wat zij begonnen hadden op den 14den en 15den Adar, en dat Mordechai aan hen geschreven had 1), en waarvan het volgende de korte inhoud is:
Dus werden de eerste en de laatste maanden van het jaar gevierd, om gedachtenis te houden, wegens de verleden maanden en dagen, waarin God Zijn volk verlost en bewaard had. Men stelde hier twee dankdagen en oordeelde dezelve niet te veel, om God, wegens zo groot een heil, te loven en te verheerlijken. Merk hier op, dat niet de dagen, op welke de Joden tegen hun vijanden streden, maar die, op welke zij na de behaalde zege rustten, tot dank- en feestdagen geheiligd werden. Dus werd ook de Sabbat niet ingesteld op dien dag, wanneer God Zijn werk voltooid had, maar op dien, dien Hij ter Zijner rust had geschikt.
KruisverwijzingenEsther 3:5→Esther 9:10→— Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden gedacht had hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot had geworpen, om hen te verslaan, en om hen om te brengen.
Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden boze plannen gedacht had, namelijk hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot, had geworpen, om te weten den tijd geschikt om hen te verslaan en om hen om te brengen.
KruisverwijzingenPsalmen 7:16→Psalmen 140:9→Psalmen 141:10→Mattheüs 21:44→Esther 9:13→Esther 7:5→Psalmen 109:17→— Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen.
Maar als zij 1), de zaak van Haman, voor den koning gekomen was, heeft hij a) door brieven bevolen, dat zijne Haman’s boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn eigen hoofd zou wederkeren, en men heeft hem en zijne zonen aan de galg gehangen tot een eeuwige schande.
Esther 8: 8.
Zij. Velen menen, dat onder zij Esther moet worden verstaan, doch geheel ten onrechte. Van Esther is hier geen sprake. Onder zij is de gehele zaak te verstaan, n.l. de boze plannen van Haman, waarvan in vs. 24 sprake is. Toen deze zaak, dat is de bedoeling van den Schrijver, voor den koning gekomen was. De grondtekst geeft dit ook duidelijk aan.
KruisverwijzingenEsther 9:20→Ezechiël 39:11→Numeri 16:40→— Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur. Hierom, vanwege al de woorden van dien brief, en hetgeen zij zelven daarvan gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was,
Daarom noemt men die dagen Purim, van den Perzischen naam van dat Pur, hetwelk Haman tot verdelging van het volk Gods geworpen had. Hierom, van wege al de woorden van dien brief (vs. 20), en hetgeen zij zelven daarvan, van die zaak gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was 1), wat hen onmiddellijk getroffen had;
Om twee redenen werd nu het feest voorgesteld, én omdat Mordechai hen zulks bevolen had, én omdat zij de zaak zelf mee doorleefd hadden. Daarom waren zij te gewilliger, hoewel niet een Goddelijk bevel in deze tot hen gekomen was, om die dagen als feestdagen, als dagen der vreugde voortaan te houden.
KruisverwijzingenJesaja 56:6→Zacharia 2:11→Esther 8:17→Jesaja 56:3→Jozua 9:15→Deuteronomium 5:3→Deuteronomium 29:14→Zacharia 8:23→— Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar;
Bevestigden de Joden, stelden zij vast, en namen, als ene vaste wet, op zich en op hun zaad, en op allen, die zich als proselieten uit de Heidenen tot hen vervoegen zouden, dat men het gebod van het Purimfeest niet overtrade, nooit in onbruik zou laten komen, namelijk de wet, dat zij deze twee dagen den veertienden en den vijftienden van de twaalfde maand zouden houden, naar het voorschrift daarvan en naar den bestemden tijd daarvan, in alle en ieder jaar.
Naar het voorschrift daarvan betekent hier, volgens het daarover geschrevene, n.l. door Mordechai. Zo ook het andere, naar den bestemden tijd, wil zeggen, zoals Mordechai den tijd bestemd had. 29.
IV. Vs. 29-32.KruisverwijzingenEsther 9:20→Esther 1:1→Esther 4:3→Esther 2:15→Esther 4:16→Esther 8:10→Esther 8:9→Esther 3:15→ — Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichail, en Mordechai, de Jood, met alle macht, om dezen brief van Purim ten tweeden male te bevestigen. En hij zond de brieven aan al de Joden, in de honderd zeven en twintig landschappen van het koninkrijk van Ahasveros, met woorden van vrede en trouw; Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep. En het bevel van Esther bevestigde de geschiedenissen van deze Purim, en het werd in een boek geschreven. Mordechai en Esther richtten nog een tweede schrijven aan alle Joden omtrent de viering van de Purim-dagen.
KruisverwijzingenEsther 9:20→Esther 2:15→Esther 8:10→Esther 3:15→— Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichail, en Mordechai, de Jood, met alle macht, om dezen brief van Purim ten tweeden male te bevestigen.
Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichaïl, en Mordechai, de Jood, met alle macht, met allen nadruk, opdat ieder die ernstige voorschriften bereidwillig zou opvolgen, om dezen brief van Purim ten tweeden maal te bevestigen, en niemand de viering zou nalaten.
KruisverwijzingenEsther 1:1→Esther 8:9→Zacharia 8:19→Jesaja 39:8→— En hij zond de brieven aan al de Joden, in de honderd zeven en twintig landschappen van het koninkrijk van Ahasveros, met woorden van vrede en trouw;
En hij, Mordechai, zond de brieven, in welke het door hem en door Esther uitgevaardigde schrijven bekend gemaakt werd, aan alle Joden in de honderd zeven en twintig landschappen
van het koninkrijk van Ahasveros, terwijl hij hen met woorden van vrede en trouw 1) daarin toesprak.
Bij gevolg ook naar Jeruzalem, want Syrië en Judea waren onder de landschappen van Ahasveros, en de Joden zouden daar, zowel als in de andere delen van zijn rijk zijn gedood geworden, waarom zij verplicht waren in alle tijden te danken voor hun behoudenis, wijl zij anders geen volk zouden geweest zijn.
“Met woorden van vrede” of waarheid, dat is, vol van oprechte liefde en hartelijke begeerte naar hun geluk, verbis amicis et sinceris. Of, gelijk anderen willen, heeft Mordechai den Joden voorspoed gewenst en hen vermaand, dat zij moesten leven in liefde en vrede, en getrouw zijn aan hunnen godsdienst, in ‘t bijzonder in het nakomen van hun belofte, dat zij deze dagen zouden vieren. Mij komt voor, dat Conradus Pellikanus het best gegist heeft naar de bedoeling dezer woorden “vrede en trouw” of waarheid, namelijk dat zij geweest zijn de groetenis aan het hoofd van den brief.
KruisverwijzingenEsther 4:3→Esther 4:16→Jona 3:2→— Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep.
Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden, zouden vaststellen, op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, hen had opgelegd, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden, vastgesteld, voor zich zelven en voor hun zaad: de zaken van het vasten en hunlieder geroep 1), alzo moesten ook de Joden het alles voor zich en hun nakomelingen vaststellen.
Men kan dan dit laatste verklaren, dat het Purimfeest moest gevierd worden door, vóór de vreugde aanving, te vasten, zo als de Joden nog heden op den 13den Adar de zogenaamde Esther-vasten hebben.
De zin van vs. 29-31 is deze: De Joden hadden voor zich en hun nakomelingen, in overeenstemming met de verordening van Esther en Mordechai voor de Purimdagen, ook tijden voor vasten en weeklagen vastgesteld. Om deze bepaling nu tot ene blijvende verordening voor alle Joden in alle provincies van het Perzische Rijk te maken, laten Esther en Mordechai een tweede schrijven volgen, hetwelk Mordechai aan alle Joden in het ganse koninkrijk van Ahasveros zond.
KruisverwijzingenEsther 9:26→— En het bevel van Esther bevestigde de geschiedenissen van deze Purim, en het werd in een boek geschreven.
En het bevel van Esther en van Mordechai, dat in dezen laatsten brief gegeven was, bevestigde, stelde vast, de geschiedenissen, de zaken, dat is, de voorschriften of de viering van deze Purim, en het werd, even als de gehele geschiedenis van Mordechai en van Esther, in een boek 1) geschreven.
Uit dit boek heeft de vervaardiger van ons Boek Esther waarschijnlijk als uit een geloofwaardig en gelijktijdig geschrift geput.
Het aandenken aan deze merkwaardige gebeurtenis zou onder de Joden, vooral zolang zij in dezelfde afhankelijkheid van dat rijk der wereld bleven, voortgeplant zijn; ook zou ene feestelijke herinnering aan de vreugdevolle wending van deze geschiedenis zeker wel niet achtergebleven zijn, doch dit wordt door de uitdrukkelijke bepalingen van Mordechai en Esther meer bevestigd. Wel is waar hebben beide tegenover de Joden slechts volmacht over aangelegenheden van het wereldrijk, wat zij daarom ten opzichte van de instelling van het feest beperken, verzegelen zij ook niet met des konings ring (vgl. Hoofdstuk 8: 8), maar zij schrijven het als de zodanige, die in hunnen hogen rang aan hun volk zijn blijven denken, en daarom bij hun volksgenoten wel op enig gezag mochten aanspraak maken. Daarom wordt ook in het bericht omtrent de instelling van het feest voor de gehele toekomst der Joden evenzeer de gepastheid en noodzakelijkheid der zaak, als het gewicht der autoriteit van die beide personen op den voorgrond geplaatst (zie Hoofdstuk 9: 14-32); en juist daarop berust het wijdlopige van dit gedeelte, dat sommigen ten onrechte vreemd en aanstotelijk is voorgekomen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Wij die rechtvaardig zijn door het geloof moeten op de Heere vertrouwen en in lijdzaamheid onze zielen bezitten; wij moeten onze tegenstanders in de handen van God laten, want Hij kan hen doen vallen in de strik die zij heimelijk voor ons gelegd hebben. De vijanden van de waarheid van God kunnen de kaars die God ontstoken heeft nooit uitblazen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Esther 9
Esther 9:1.KruisverwijzingenEsther 8:12→Esther 3:13→Handelingen 12:11→Esther 3:7→Psalmen 30:11→2 Samuël 22:41→Jesaja 14:1→Deuteronomium 32:36→
— In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters.
Al komt de Naam van God in het boek Esther niet voor, de Heere Zelf is er in elke gebeurtenis die het verhaalt allerduidelijkst aanwezig. Ik heb portretten gezien met de namen van de afgebeelden eronder, maar wij hebben allen ook andere gezien die geen naam nodig hadden, omdat zij zulke treffende gelijkenissen waren dat wij hen op het eerste gezicht kenden. In het boek Esther is de hand van de voorzienigheid even duidelijk te zien als in enig ander deel van het Woord van God — ik zeg bijna: duidelijker dan ergens anders.
Wij die rechtvaardig zijn door het geloof moeten op de Heere vertrouwen en in lijdzaamheid onze zielen bezitten; wij moeten onze tegenstanders in de handen van God laten, want Hij kan hen doen vallen in de strik die zij heimelijk voor ons gelegd hebben. Was het besluit geweest dat de Joden door de soldaten van het Perzische rijk gedood zouden worden, dan zou het gedaan zijn, en het is niet gemakkelijk te zien hoe de Joden hadden kunnen ontkomen. Maar aangezien de zaak in particuliere handen gelaten werd, was het latere besluit dat zij zich mochten verdedigen een voldoende tegenwicht tegen het eerste gebod.
Er is even veel voorzienigheid in het kruipen van een bladluis op een rozenblad als in het optrekken van een leger om een werelddeel te verwoesten. Alles — het geringste zowel als het grootste — wordt beschikt door de Heere, Wiens koninkrijk over alles heerst. Nooit is iemand zo volslagen verslagen als Haman. Op een zeker ogenblik scheen het volk van God geheel in zijn macht te zijn. Nero zei eens dat hij wenste dat zijn vijanden maar één nek hadden, opdat hij hen allen met één slag zou kunnen verdelgen. Haman scheen juist zo’n macht verkregen te hebben; en toch werd het uitverkoren volk verlost, en het Joodse volk bleef leven totdat de Messias kwam, en het bestaat en zal bestaan totdat het de heldere toekomst geniet die het beschikt is. Zo is het vandaag ook met de gemeente van God. De vijanden van de waarheid van God kunnen de kaars die God ontstoken heeft nooit uitblazen.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-19.KruisverwijzingenEsther 8:12→Esther 3:13→Esther 8:17→Ezra 8:36→Esther 5:11→Esther 8:11→2 Samuël 3:1→1 Kronieken 11:9→
— In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar), op den dertienden dag derzelve, toen des konings woord en zijn wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, ten dage, als de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, zo is het omgekeerd, want de Joden heersten over hun haters. Want de Joden vergaderden zich in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten; en niemand bestond voor hen, want hunlieder schrik was op al die volken gevallen. En al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, verhieven de Joden; want de vreze van Mordechai was op hen gevallen. Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Morde chai, werd doorgaans groter. De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; en zij deden met hun haters naar hun welbehagen. En in den burg Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijfhonderd mannen. En Parsandatha, en Dalfon, en Asfata, En Poratha, en Adalia, en Aridatha, En Parmastha, en Arisai, en Aridai, en Vaizatha, De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, doodden zij; maar zij sloegen hun handen niet aan den roof.
Op den bepaalden dag ontbrandt de lang voorbereide strijd. De Joden, ondersteund door de koninklijke beambten, richten een groot bloedbad onder hun vijanden, de aanhangers van Haman’s gezindheid, aan; zij raken echter het vermogen der vermoorden niet aan. De koning brengt aan Esther het bericht van het getal der in Susan vermoorden en vraagt haar naar hare verdere wensen. Nu verzoekt zij, dat ook de 14de Adar toegestaan worde tot vermoording van de nog overige vijanden in Susan, en dat Haman’s vermoorde zonen openlijk aan de galg opgehangen worden. Van daar kwam het, dat de Joden in de steden den 15den Adar, de Joden op het land den 14den als vreugdefeest vierden.
In de twaalfde maand nu (dezelve is de maand Adar) op den dertienden dag van deze (in den loop der maand Maart), toen des konings woord en zijne wet nabij gekomen was, dat men het doen zou, toen de bepaalde tijd gekomen was, waarop de Joden zouden omgebracht worden, ten dage, als de vijanden der Joden, degenen, die van ene even Gode vijandige gezindheid waren als Haman, en het recht om de Joden om te brengen niet wilden opgeven, hoopten over hen te heersen 1), hen te overweldigen, zo is het omgekeerd, door Gods wonderbare hulp, want de Joden heersten zelven over hun haters.
Hieruit blijkt het zo duidelijk, dat de vijandschap niet van de zijde der Joden kwam, maar van de aanhangers en bondgenoten van Haman. Hadden de vijanden zich stil gehouden, niet aan het bevel van Haman voldaan, zo waren ook zij niet gedood geworden. En er bestond voor hen alle reden, om zich stil te houden, dewijl zij wisten, dat niet meer Haman, maar Mordechai eerste Minister was en de wet, door laatstgenoemde uitgevaardigd, in naam des konings, in alle landschappen was bekend geworden. Wat de Joden deden was een kampen voor eigen leven en dat der hunnen.
Want de Joden vergaderden zich op den 13den Adar tot gezamenlijke verdediging in hun steden, in al de landschappen van den koning Ahasveros, om de hand te slaan aan degenen, die hun verderf zochten, en hen in dodelijken haat aanvielen; en niemand bestond voor hen 1), want hunlieder schrik was op al die volken gevallen, zodat zij verschrikt waren en spoedig bezweken (Hoofdstuk 8: 17 ).
Laat ons uit hun voorbeeld leren vast te staan in een geest, en met één gemoed, te zamen worstelende tegen de vijanden onzer zielen, die het er op toeleggen om ons te beroven van ons geloof, dat dierbaarder dan ons leven is. De kerk is ontzaglijk, gelijk een leger met banieren, wanneer hare bestuurders en leden nauw aan elkaar verbonden zijn, onder den Heere der verlossing, om de vijanden te weerstaan.
En ook nog ene uitwendige omstandigheid droeg tot deze wonderbare overwinning bij, al de oversten der landschappen, en de stadhouders, en landvoogden, en die het werk des konings deden, die een koninklijk ambt hadden, verhieven 1) de Joden, ondersteunden hen, hetzij door soldaten, hetzij door allerlei voordelen in wapenen en gunstige plaatsen: want de vreze van Mordechai, den machtigsten eersten minister des rijks, was op hen gevallen.
In het Hebr. Menasch’im. Beter: Ondersteunden (letterlijk: waren ondersteunende). De reden waarom, wordt onmiddellijk opgegeven, n.l. omdat de vrees voor Mordechai op hen was gevallen. Mordechai had zulk een groten invloed bij het Perzische hof bekomen, dat de Oversten en de stadhouders en de landvoogden niets tegen zijn wil durfden doen, ja, om bij hem in het gevlei te komen, nu ook zijne volksgenoten ondersteunden tegen hun vijanden. Zo wist God de zaken geheel om te keren, zodat niet de Joden, maar de vijandige heidenen ten onder werden gebracht.
Want Mordechai was groot in het huis des konings, en zijn gerucht ging uit door alle landschappen; want die man, Mordechai, werd doorgaans groter.
De Joden nu sloegen op al hun vijanden, met den slag des zwaards, en der doding, en der verderving; die gene zwaarden hadden, sloegen hun vijanden met stokken en knotsen neer, en zij deden met hun haters naar hun welbehagen.
En in den burcht Susan hebben de Joden gedood en omgebracht vijf honderd mannen, als rond getal genomen.
En Parsandatha, en Dalfon, en Asfata,
En Poratha, en Adalia, en Aridatha,
De tien zonen van Haman, den zoon van Hammedatha, den vijand der Joden, deze, die de gezindheid huns vaders geërfd hadden, en den overigen vijanden van Mordechai en van de Joden tot leidslieden gediend hadden,doodden zij: maar zij sloegen hun handen niet aan den door 1), aan de goederen der gedoden, hoewel zij daartoe de koninklijke toestemming hadden.
Niet zonder een bepaald doel wordt het driemalen (vgl. vs. 15 en 16) meegedeeld, dat de Joden in de gestrengste tegenstelling tegen de gezindheid van Haman, die zich den te verwachten buit vooruit liet geven, hun handen aan de goederen der verslagenen niet gelegd hebben. Want hun doel was niet zich te verrijken met de bezittingen der heidenen, maar enkel en alleen hun leven te beschermen. De heidenen moesten later niet kunnen zeggen, dat zij hen beroofd hadden, maar het moest voor vriend en vijand zo duidelijk mogelijk uitkomen, dat het alles ging, om de gevolgen van den haat en de gramschap van Haman te voorkomen. Ook valt het op, dat wij nergens lezen, dat de vrouwen en kinderen werden gedood Had Haman gezegevierd, dan was er van de Joden niemand overgebleven, geen kunne of geslacht was gespaard. Het volk der belofte handelt geheel anders. Het voerde den strijd Gods en de vijanden ondervinden, dat nooit God, de Heere, ongestraft laat, wat ten kwade tegen Zijn volk wordt begonnen.
Ten zelven dage, in den loop van den 13den Adar, kwam voor den koning werd hem meegedeeld het getal der gedoden op den burcht Susan.
En de koning zei tot de koningin Esther: Te Susan op den burcht hebben de Joden gedood en omgebracht vijf honderd mannen en de tien zonen van Haman, wat hebben zij al in de andere landschappen des konings gedaan! Hoe groot zal wel het getal van al de gedoden zijn! Wat is nu uwe bede? en het zal u gegeven worden; of wat is verder uw verzoek? het zal geschieden 1), zo gij nog iets te verzoeken hebt, het zal u niet geweigerd worden.
Men heeft er zich over verwonderd, dat Ahasveros zo zorgeloos was bij het neervellen van zo vele Perzen. Maar hoeveel van de sterkst bevestigde gebeurtenissen, welke uit de geschiedenis van enen ouderen of lateren tiran verhaald worden, zouden in twijfel kunnen getrokken worden, wanneer men niets wilde geloven, waarover men zich met recht zou moeten verwonderen? Men bedenke slechts, dat Ahasveros juist op dezen tijd tegen Haman en alles, wat met hem in verband stond, enen dodelijken haat had opgevat, daarentegen Esther en Mordechai zeer genegen was. Zulk ene hartstochtelijkheid en zinsverbijstering, als waarvoor een tiran, een lichtvaardig mens van de soort van Ahasveros vatbaar was, zou wel niemand kunnen schilderen. Bovendien kon hij zich gemakkelijk met de gedachte tevreden stellen, dat de Perzen, die door de Joden gedood werden uit eigen beweging in het gevaar gelopen waren.
Toen zei Esther, die door Mordechai wel vernomen had, dat er nog vele bittere vijanden der Joden en aanhangers van Haman waren, die slechts ene gelegenheid zochten om het volk Gods leed aan te doen: Dunkt het den koning goed, men late het woord ook morgen doorgaan en den Joden, die te Susan zijn, toe, te doen naar het gebod van heden, zoals het heden geschied is, en men hange de tien zonen van Haman aan de galg, ten teken voor de vijanden, die nog niet verootmoedigd zijn, en opdat het openlijk bekend worde, dat de koning zelf hen heeft laten ombrengen. Volgens de getuigenissen van Herodotus was het in Perzië gewoonte, de lichamen der ter dood gebrachten nog aan het hout te nagelen.
Toen zei de koning, dat men alzo doen zou; en er werd een gebod gegeven te Susan 1), voor den strijd op den 14den, even als op den 13den Adar, en men hing de tien zonen van Haman op aan ene galg, opdat hun eerloosheid te meer zou uitkomen.
Dit gebod zag niet op het hangen aan het hout van Hamans zonen, maar op het feit, dat ook op den veertienden de Joden vrijheid kregen, zich tegen hun vijanden te verzetten. In verband met het verzoek, om Hamans zonen aan het hout te hangen, oordelen we, dat wat Esther nu verzoekt, niet is een zich verdedigen tegen de vijanden, maar een opsporen en onschadelijk maken van hen, die in Susan het met Haman hadden gehouden. Geen wraakzucht bezielde haar, maar zij deed dit, opdat er geen tweede Haman weer zou opstaan en opdat al zijne handlangers en vrienden werden gedood. Wellicht dat er reeds weer plannen waren beraamd, om Mordechai in ongenade bij den koning te brengen. En voor goed moest elk pogen, om Mordechai en zijn volk leed aan te doen, worden voorkomen.
De overige Joden nu, die in de landschappen des konings waren, vergaderden, opdat zij stonden voor hun leven, en rust hadden van hun vijanden, en zij doodden onder hun haters, onder degenen, die hen van hun leven wilden beroven, vijf en zeventig duizend, maar zij sloegen hun hand niet aan den door.
Dit geschiedde op den dertienden dag der maand Adar; en op den veertienden daarvan rustten zij, de overige Joden, en zij maakten reeds dezelve dag tot enen dag der gemeenschappelijke maaltijden en der vreugde.
En de Joden, die te Susan waren, vergaderden op den dertienden daarvan, der maand Adar, en op den veertienden daarvan, van die maand, om hun vijanden tegen te staan, en zij rustten op den vijftienden daarvan, en zij maakten dezelve tot enen dag der maaltijden en der vreugde.
Daarom maakten en maken de Joden van de dorpen, en die in de dorpsteden, in de vlekken woonden en wonen, enen anderen dag dan die in de grotere steden, dan in Susan, Jeruzalem, enz., namelijk den veertienden dag der maand Adar ter vreugde en maaltijden, en enen vrolijken dag, en der zending van delen aan elkaar, een dag waarop men elkaar geschenken zond, vooral van de rijkeren aan de armen, opdat ieder zich zou kunnen verheugen (vgl. Nehemia 8: 10,12). 20.
III. Vs. 20-28.KruisverwijzingenPsalmen 7:16→Psalmen 30:11→Jesaja 56:6→Zacharia 2:11→Esther 9:19→Esther 3:5→Esther 9:20→Esther 8:17→
— En Mordechai beschreef deze geschiedenissen; en hij zond brieven aan al de Joden, die in al de landschappen van den koning Ahasveros waren, dien, die nabij, en dien, die verre waren, Om over hen te bevestigen, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar, en den vijftienden dag derzelve, in alle en in ieder jaar; Naar de dagen, in dewelke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag; dat zij dezelve dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen aan elkander, en der gaven aan de armen. En de Joden namen aan te doen, wat zij begonnen hadden, en dat Mordechai aan hen geschreven had. Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden gedacht had hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot had geworpen, om hen te verslaan, en om hen om te brengen. Maar als zij voor den koning gekomen was, heeft hij door brieven bevolen, dat zijn boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn hoofd zou wederkeren; en men heeft hem en zijn zonen aan de galg gehangen. Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur. Hierom, vanwege al de woorden van dien brief, en hetgeen zij zelven daarvan gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was, Bevestigden de Joden, en namen op zich en op hun zaad, en op allen, die zich tot hen vervoegen zouden, dat men het niet overtrade, dat zij deze twee dagen zouden houden, naar het voorschrift derzelve, en naar den bestemden tijd derzelve, in alle en ieder jaar; Dat deze dagen gedacht zouden worden en onderhouden, in alle en elk geslacht, elk huisgezin, elk landschap en elke stad; en dat deze dagen van Purim niet zouden overtreden worden onder de Joden, en dat de gedachtenis derzelve geen einde nemen zou bij hun zaad.
Nadat de geschiedenis van de redding des volks ten einde is, wordt nu verklaard, hoe het gedenkfeest van deze grote gebeurtenis, ten gevolge van een schrijven van Mordechai aan alle Joden, als een nieuw feest voor alle volgende geslachten is ingevoerd en algemeen erkend.
En Mordechai beschreef deze geschiedenissen, de gebeurtenissen der laatste dagen, en hij zond brieven met deze beschrijving aan al de Joden 1), die in al de landschappen van den koning Ahasveros waren, dien, die nabij, en dien, die verre waren.
Dit betekent dus niet, dat hij dit Boek heeft beschreven, maar alleen de geschiedenis, hier vermeld, schreef hij aan de verschillende Joden in de verschillende landschappen met het doel, dat van nu voortaan elk jaar op den veertienden en vijftienden van de maand Adar het Purimfeest zou worden gevierd.
Met het doel, om over hen te bevestigen 1), om het tot ene vaste bepaling te maken, dat zij zouden onderhouden den veertienden dag der maand Adar en den vijftiende dag daarvan in alle en ieder jaar.
In het Hebr. Lekajeem aleehem. Beter: om op hen als verplichting te leggen, d.i. om als verplichting voor hen vast te stellen. Als eerste Minister van den Perzischen koning achtte Mordechai zich gerechtigd, om den Joden, als onderdanen van Perzië, te verplichten, den dag der verlossing als feestdag te vieren. Bij koninklijk besluit werd dus deze dag als feestdag vastgesteld. In vs. 23 lezen we, dat de Joden gehoorzaamheid beloven.
Naar de dagen, in welke de Joden tot rust gekomen waren van hun vijanden, en de maand, die hun veranderd was van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag, dat zij die dagen maken zouden tot dagen der maaltijden, en der vreugde, en der zending van delen, van geschenken aan elkaar, en in ‘t bijzonder der gaven aan de armen. Hun gemeenschappelijk gevaar en de gemeenschappelijke redding opende hun harten voor wederkerige vriendelijkheid. Hoe veel te meer betaamt het, dat onze gemeenschappelijke redding door Christus van onze algemene ellende de harten der Christenen aan elkaar verbindt! Wij waren allen ingewikkeld in de schuld en het verderf door de zonde, en dezelfde zonde was de bron van ellende voor ons allen. Wij Christenen zijn allen gekocht door hetzelfde dierbaar bloed; wij allen zijn behouden door dezelfden Almachtigen arm. Dat onze gemeenschappelijke vreugde in de redding door Christus ons overvloedig make in wederkeerde liefde. Indien wij doordrongen zijn van de liefde van Christus, zullen wij dan niet allen liefhebben, die de voorwerpen zijn van dezelfde buitengewone rijkdommen van genade? Elke uitdrukking van goddelijke goedheid jegens ons is ene nieuwe verplichting, die op ons gelegd is om goed te doen, vooral aan hen, die het meest onze hulp behoeven. De verlossing door Christus verplicht ons om milddadig te zijn (2 Kor. 8: 9).
En de Joden namen aan om voortaan te doen, wat zij begonnen hadden op den 14den en 15den Adar, en dat Mordechai aan hen geschreven had 1), en waarvan het volgende de korte inhoud is:
Dus werden de eerste en de laatste maanden van het jaar gevierd, om gedachtenis te houden, wegens de verleden maanden en dagen, waarin God Zijn volk verlost en bewaard had. Men stelde hier twee dankdagen en oordeelde dezelve niet te veel, om God, wegens zo groot een heil, te loven en te verheerlijken. Merk hier op, dat niet de dagen, op welke de Joden tegen hun vijanden streden, maar die, op welke zij na de behaalde zege rustten, tot dank- en feestdagen geheiligd werden. Dus werd ook de Sabbat niet ingesteld op dien dag, wanneer God Zijn werk voltooid had, maar op dien, dien Hij ter Zijner rust had geschikt.
Omdat Haman, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, aller Joden vijand, tegen de Joden boze plannen gedacht had, namelijk hen om te brengen; en dat hij het Pur, dat is, het lot, had geworpen, om te weten den tijd geschikt om hen te verslaan en om hen om te brengen.
Maar als zij 1), de zaak van Haman, voor den koning gekomen was, heeft hij a) door brieven bevolen, dat zijne Haman’s boze gedachte, die hij gedacht had over de Joden, op zijn eigen hoofd zou wederkeren, en men heeft hem en zijne zonen aan de galg gehangen tot een eeuwige schande.
Esther 8: 8.
Zij. Velen menen, dat onder zij Esther moet worden verstaan, doch geheel ten onrechte. Van Esther is hier geen sprake. Onder zij is de gehele zaak te verstaan, n.l. de boze plannen van Haman, waarvan in vs. 24 sprake is. Toen deze zaak, dat is de bedoeling van den Schrijver, voor den koning gekomen was. De grondtekst geeft dit ook duidelijk aan.
Daarom noemt men die dagen Purim, van den Perzischen naam van dat Pur, hetwelk Haman tot verdelging van het volk Gods geworpen had. Hierom, van wege al de woorden van dien brief (vs. 20), en hetgeen zij zelven daarvan, van die zaak gezien hadden, en wat tot hen overgekomen was 1), wat hen onmiddellijk getroffen had;
Om twee redenen werd nu het feest voorgesteld, én omdat Mordechai hen zulks bevolen had, én omdat zij de zaak zelf mee doorleefd hadden. Daarom waren zij te gewilliger, hoewel niet een Goddelijk bevel in deze tot hen gekomen was, om die dagen als feestdagen, als dagen der vreugde voortaan te houden.
Bevestigden de Joden, stelden zij vast, en namen, als ene vaste wet, op zich en op hun zaad, en op allen, die zich als proselieten uit de Heidenen tot hen vervoegen zouden, dat men het gebod van het Purimfeest niet overtrade, nooit in onbruik zou laten komen, namelijk de wet, dat zij deze twee dagen den veertienden en den vijftienden van de twaalfde maand zouden houden, naar het voorschrift daarvan en naar den bestemden tijd daarvan, in alle en ieder jaar.
Naar het voorschrift daarvan betekent hier, volgens het daarover geschrevene, n.l. door Mordechai. Zo ook het andere, naar den bestemden tijd, wil zeggen, zoals Mordechai den tijd bestemd had. 29.
IV. Vs. 29-32.KruisverwijzingenEsther 9:20→Esther 1:1→Esther 4:3→Esther 2:15→Esther 4:16→Esther 8:10→Esther 8:9→Esther 3:15→
— Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichail, en Mordechai, de Jood, met alle macht, om dezen brief van Purim ten tweeden male te bevestigen. En hij zond de brieven aan al de Joden, in de honderd zeven en twintig landschappen van het koninkrijk van Ahasveros, met woorden van vrede en trouw; Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden voor zichzelven en voor hun zaad; de zaken van het vasten en hunlieder geroep. En het bevel van Esther bevestigde de geschiedenissen van deze Purim, en het werd in een boek geschreven.
Mordechai en Esther richtten nog een tweede schrijven aan alle Joden omtrent de viering van de Purim-dagen.
Daarna schreef de koningin Esther, de dochter van Abichaïl, en Mordechai, de Jood, met alle macht, met allen nadruk, opdat ieder die ernstige voorschriften bereidwillig zou opvolgen, om dezen brief van Purim ten tweeden maal te bevestigen, en niemand de viering zou nalaten.
En hij, Mordechai, zond de brieven, in welke het door hem en door Esther uitgevaardigde schrijven bekend gemaakt werd, aan alle Joden in de honderd zeven en twintig landschappen
van het koninkrijk van Ahasveros, terwijl hij hen met woorden van vrede en trouw 1) daarin toesprak.
Bij gevolg ook naar Jeruzalem, want Syrië en Judea waren onder de landschappen van Ahasveros, en de Joden zouden daar, zowel als in de andere delen van zijn rijk zijn gedood geworden, waarom zij verplicht waren in alle tijden te danken voor hun behoudenis, wijl zij anders geen volk zouden geweest zijn.
“Met woorden van vrede” of waarheid, dat is, vol van oprechte liefde en hartelijke begeerte naar hun geluk, verbis amicis et sinceris. Of, gelijk anderen willen, heeft Mordechai den Joden voorspoed gewenst en hen vermaand, dat zij moesten leven in liefde en vrede, en getrouw zijn aan hunnen godsdienst, in ‘t bijzonder in het nakomen van hun belofte, dat zij deze dagen zouden vieren. Mij komt voor, dat Conradus Pellikanus het best gegist heeft naar de bedoeling dezer woorden “vrede en trouw” of waarheid, namelijk dat zij geweest zijn de groetenis aan het hoofd van den brief.
Dat zij deze dagen van Purim bevestigen zouden, zouden vaststellen, op hun bestemde tijden, gelijk als Mordechai, de Jood, over hen bevestigd had, hen had opgelegd, en Esther, de koningin, en gelijk als zij het bevestigd hadden, vastgesteld, voor zich zelven en voor hun zaad: de zaken van het vasten en hunlieder geroep 1), alzo moesten ook de Joden het alles voor zich en hun nakomelingen vaststellen.
Men kan dan dit laatste verklaren, dat het Purimfeest moest gevierd worden door, vóór de vreugde aanving, te vasten, zo als de Joden nog heden op den 13den Adar de zogenaamde Esther-vasten hebben.
De zin van vs. 29-31 is deze: De Joden hadden voor zich en hun nakomelingen, in overeenstemming met de verordening van Esther en Mordechai voor de Purimdagen, ook tijden voor vasten en weeklagen vastgesteld. Om deze bepaling nu tot ene blijvende verordening voor alle Joden in alle provincies van het Perzische Rijk te maken, laten Esther en Mordechai een tweede schrijven volgen, hetwelk Mordechai aan alle Joden in het ganse koninkrijk van Ahasveros zond.
En het bevel van Esther en van Mordechai, dat in dezen laatsten brief gegeven was, bevestigde, stelde vast, de geschiedenissen, de zaken, dat is, de voorschriften of de viering van deze Purim, en het werd, even als de gehele geschiedenis van Mordechai en van Esther, in een boek 1) geschreven.
Uit dit boek heeft de vervaardiger van ons Boek Esther waarschijnlijk als uit een geloofwaardig en gelijktijdig geschrift geput.
Het aandenken aan deze merkwaardige gebeurtenis zou onder de Joden, vooral zolang zij in dezelfde afhankelijkheid van dat rijk der wereld bleven, voortgeplant zijn; ook zou ene feestelijke herinnering aan de vreugdevolle wending van deze geschiedenis zeker wel niet achtergebleven zijn, doch dit wordt door de uitdrukkelijke bepalingen van Mordechai en Esther meer bevestigd. Wel is waar hebben beide tegenover de Joden slechts volmacht over aangelegenheden van het wereldrijk, wat zij daarom ten opzichte van de instelling van het feest beperken, verzegelen zij ook niet met des konings ring (vgl. Hoofdstuk 8: 8), maar zij schrijven het als de zodanige, die in hunnen hogen rang aan hun volk zijn blijven denken, en daarom bij hun volksgenoten wel op enig gezag mochten aanspraak maken. Daarom wordt ook in het bericht omtrent de instelling van het feest voor de gehele toekomst der Joden evenzeer de gepastheid en noodzakelijkheid der zaak, als het gewicht der autoriteit van die beide personen op den voorgrond geplaatst (zie Hoofdstuk 9: 14-32); en juist daarop berust het wijdlopige van dit gedeelte, dat sommigen ten onrechte vreemd en aanstotelijk is voorgekomen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel