Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Te dienzelfden dage gaf de koning Ahasveros aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden; en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Te dienzelfden dageH3117gafH5414 de koningH4428AhasverosH325 aan de koninginH4436EstherH635 het huisH1004 van HamanH2001, den vijandH6887 der JodenH3064; en MordechaiH4782kwamH935 voor het aangezichtH6440 des koningsH4428, wantH3588EstherH635 had te kennen gegevenH5046, watH4100 hij voor haar was.Te dienzelfden dage gaf de koning Ahasveros aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden; en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was.
KJVOn that day1did the king4Ahasuerus5give3the house9of Haman10the Jews'12enemy11unto Esther6the queen.7And Mordecai13came14before15the king;16for Esther19had told
1בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3נָתַ֞ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5אֲחַשְׁוֵרוֹשׁ֙H325AhasverosAhasuerus6לְאֶסְתֵּ֣רH635Esther, EsthersEsther7הַמַּלְכָּ֔הH4436koningin, koninginnenqueen8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10הָמָ֖ןH2001Haman, HamansHaman11צֹרֵ֣רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex12הַיְּהוּדִ֑יםH3064Joden, Jood, JoodsJew13וּמָרְדֳּכַ֗יH4782MordechaiMordecai14בָּ֚אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18הִגִּ֥ידָהH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter19אֶסְתֵּ֖רH635Esther, EsthersEsther20מַ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why21הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who22לָֽהּ
2En de koning toog zijn ring af, dien hij van Haman genomen had, en gaf hem aan Mordechai; en Esther stelde Mordechai over het huis van Haman.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de koningH4428toogH5493 zijn ringH2885 af, dienH834 hij van HamanH2001genomenH5674 had, en gafH5414 hem aan MordechaiH4782; en EstherH635steldeH7760MordechaiH4782overH5921 het huisH1004 van HamanH2001.En de koning toog zijn ring af, dien hij van Haman genomen had, en gaf hem aan Mordechai; en Esther stelde Mordechai over het huis van Haman.
KJVAnd the king2took off1his ring,4which he had taken6from Haman,7and gave8it unto Mordecai.9And Esther11set10Mordecai13over the house15of Haman.
1וַיָּ֨סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4טַבַּעְתּ֗וֹH2885ringen, ring, vingerringring5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הֶֽעֱבִיר֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7מֵֽהָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman8וַֽיִּתְּנָ֖הּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לְמָרְדֳּכָ֑יH4782MordechaiMordecai10וַתָּ֧שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11אֶסְתֵּ֛רH635Esther, EsthersEsther12אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16הָמָֽןH2001Haman, HamansHaman
3En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, en zij viel voor zijn voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijn gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En EstherH635sprakH1696 verder voor het aangezichtH6440 des koningsH4428, en zij vielH5307 voor zijn voetenH7272, en zij weendeH2603, en zij smeekteH1058 hem, dat hij de boosheidH7451 van HamanH2001, den AgagietH91, en zijn gedachteH4284, dieH834 hij tegenH5921 de JodenH3064gedachtH2803 had, zou wegnemenH5674.En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, en zij viel voor zijn voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijn gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen.
KJVAnd Esther2spake3yet again1before4the king,5and fell down6at7his feet,8and besought10him with tears9to put away12the mischief14of Haman15the Agagite,16and his device18that he had devised20against the Jews.
1וַתּ֣וֹסֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield2אֶסְתֵּ֗רH635Esther, EsthersEsther3וַתְּדַבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וַתִּפֹּ֖לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down7לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8רַגְלָ֑יוH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time9וַתֵּ֣בְךְּH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep10וַתִּתְחַנֶּןH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very11ל֗וֹ12לְהַֽעֲבִיר֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14רָעַת֙H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)15הָמָ֣ןH2001Haman, HamansHaman16הָֽאֲגָגִ֔יH91AgagietAgagite17וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18מַֽחֲשַׁבְתּ֔וֹH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20חָשַׁ֖בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22הַיְּהוּדִֽיםH3064Joden, Jood, JoodsJew
4De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4De koningH4428 nu reikteH3447 den goudenH2091scepterH8275EstherH635 toe. Toen reesH6965EstherH635 op, en zij stondH5975 voor het aangezichtH6440 des koningsH4428.De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.
KJVThen the king2held out1the golden6sceptre5toward Esther.3So Esther8arose,7and stood9before10the king,
1וַיּ֤וֹשֶׁטH3447reikte, toereike, toereiktehold out2הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal3לְאֶסְתֵּ֔רH635Esther, EsthersEsther4אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שַׁרְבִ֣טH8275scepter, scepterssceptre6הַזָּהָ֑בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7וַתָּ֣קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)8אֶסְתֵּ֔רH635Esther, EsthersEsther9וַֽתַּעֲמֹ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry10לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
5En zij zeide: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijn ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zij zeideH559: IndienH518 het den koningH4428goeddunktH2896, en indienH518 ik genadeH2580 voor zijn aangezichtH6440gevondenH4672 heb en deze zaakH1697 voor den koningH4428rechtH3787 is, en ikH589 in zijn ogenH5869aangenaamH2896 ben, dat er geschrevenH3789 worde, dat de brievenH5612 en de gedachteH4284 van HamanH2001, den zoonH1121 van HammedathaH4099, den AgagietH91, wederroepenH7725 worden, welkeH834 hij geschrevenH3789 heeft, om de JodenH3064 om te brengenH6, dieH834 in alH3605 de landschappenH4082 des koningsH4428 zijn.En zij zeide: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijn ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn.
KJVAnd said,1If it please5the king,4and if I have found7favour8in his sight,9and the thing11seem right10before12the king,13and I be pleasing14in his eyes,16let it be written17to reverse18the letters20devised21by Haman22the son23of Hammedatha24the Agagite,25which he wrote27to destroy28the Jews30which are in all the king's34provinces:
1וַ֠תֹּאמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5ט֜וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)6וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7מָצָ֧אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on8חֵ֣ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured9לְפָנָ֗יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וְכָשֵׁ֤רH3787rechtdirect, be right, prosper11הַדָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14וְטוֹבָ֥הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)15אֲנִ֖יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who16בְּעֵינָ֑יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)17יִכָּתֵ֞בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)18לְהָשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הַסְּפָרִ֗יםH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll21מַחֲשֶׁ֜בֶתH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought22הָמָ֤ןH2001Haman, HamansHaman23בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth24הַמְּדָ֨תָא֙H4099HammedathaHammedatha (including the article)25הָאֲגָגִ֔יH91AgagietAgagite26אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27כָּתַ֗בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)28לְאַבֵּד֙H6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee29אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)30הַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew31אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection32בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)33מְדִינ֥וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province34הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
6Want hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? En hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6WantH3588hoeH349 zal ik vermogenH3201, dat ik aanzieH7200 het kwaadH7451, dat mijn volkH5971treffenH4672 zal? En hoeH349 zal ik vermogenH3201, dat ik aanzieH7200 het verderfH13 van mijn geslachtH4138?Want hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? En hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht?
KJVFor how2can I endure3to see4the evil5that shall come7unto my people?9or how10can I endure11to see12the destruction13of my kindred?
1כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֵיכָכָ֤הH349hoehow, what3אוּכַל֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer4וְֽרָאִ֔יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5בָּרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יִמְצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עַמִּ֑יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10וְאֵֽיכָכָ֤הH349hoehow, what11אוּכַל֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer12וְֽרָאִ֔יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions13בְּאָבְדַ֖ןH13verderfdestruction14מוֹלַדְתִּֽיH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)
7Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen zeideH559 de koningH4428AhasverosH325 tot de koninginH4436EstherH635 en tot MordechaiH4782, den JoodH3064: ZietH2009, het huisH1004 van HamanH2001 heb ik EstherH635gegevenH5414, en hem heeft men aan de galgH6086gehangenH8518, omdat hij zijn handH3027 aan de JodenH3064geslagenH7971 had.Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.
KJVThen the king2Ahasuerus3said1unto Esther4the queen5and to Mordecai6the Jew,7Behold, I have given11Esther12the house9of Haman,10and him they have hanged14upon the gallows,16because he laid19his hand20upon the Jews.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֲחַשְׁוֵרֹשׁ֙H325AhasverosAhasuerus4לְאֶסְתֵּ֣רH635Esther, EsthersEsther5הַמַּלְכָּ֔הH4436koningin, koninginnenqueen6וּֽלְמָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai7הַיְּהוּדִ֑יH3064Joden, Jood, JoodsJew8הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see9בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10הָמָ֜ןH2001Haman, HamansHaman11נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לְאֶסְתֵּ֗רH635Esther, EsthersEsther13וְאֹתוֹ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14תָּל֣וּH8518hangen, gehangen, hinghang (up)15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הָעֵ֔ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood17עַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19שָׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)20יָד֖וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21בַּיְּהוּדִֽיםH3064Joden, Jood, JoodsJew
8Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring; want het schrift, dat in des konings naam geschreven, en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8SchrijftH3789 dan gijliedenH859 voor de JodenH3064, zoals het goedH2896 is in uw ogenH5869, in des koningsH4428naamH8034, en verzegeltH2856 het met des koningsH4428ringH2885; wantH3588 het schriftH3791, dat in des koningsH4428naamH8034geschrevenH3789, en met des koningsH4428ringH2885verzegeldH2856 is, is nietH369 te wederroepenH7725.Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring; want het schrift, dat in des konings naam geschreven, en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen.
KJVWrite2ye also for the Jews,4as it liketh5you,6in the king's8name,7and seal9it with the king's11ring:10for the writing13which is written15in the king's17name,16and sealed18with the king's20ring,19may no man reverse.
1וְ֠אַתֶּםH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2כִּתְב֨וּH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַיְּהוּדִ֜יםH3064Joden, Jood, JoodsJew5כַּטּ֤וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)6בְּעֵֽינֵיכֶם֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7בְּשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9וְחִתְמ֖וּH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop10בְּטַבַּ֣עַתH2885ringen, ring, vingerringring11הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13כְתָ֞בH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15נִכְתָּ֣בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)16בְּשֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report17הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18וְנַחְתּ֛וֹםH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop19בְּטַבַּ֥עַתH2885ringen, ring, vingerringring20הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal21אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)22לְהָשִֽׁיבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw
9Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen werden des koningsH4428schrijversH5608geroepenH7121, ter zelfderH1931tijdH6256, in de derdeH7992maandH2320 (zij is de maand Sivan), op den drieH7969 en twintigstenH6242 derzelve, en er werd geschrevenH3789naarH413allesH3605, watH834MordechaiH4782geboodH6680, aan de JodenH3064, en aan de stadhoudersH323, en landvoogdenH6346, en overstenH8269 der landschappenH4082, dieH834 van IndieH1912afH5704 tot aan MorenlandH3568 strekken, honderdH3967zevenH7651 en twintigH6242landschappenH4082, een ieder landschapH4082 naar zijn schriftH3791, een ieder volkH5971 naar zijn spraakH3956; ook aan de JodenH3064 naar hun schriftH3791 en naar hun spraakH3956.Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.
KJVThen were the king's3scribes2called1at that time4in the third7month,6that is, the month9Sivan,10on the three11and twentieth12day thereof; and it was written14according to all that Mordecai18commanded17unto the Jews,20and to the lieutenants,22and the deputies23and rulers24of the provinces25which are from India27unto Ethiopia,29an hundred32twenty31and seven30provinces,33unto every province34according to the writing36thereof, and unto every people37after their language,39and to the Jews41according to their writing,and according to their language.
1וַיִּקָּרְא֣וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2סֹפְרֵֽיH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer3הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4בָּֽעֵתH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when5הַ֠הִיאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6בַּחֹ֨דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon7הַשְּׁלִישִׁ֜יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)8הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10סִיוָ֗ןH5510Sivan11בִּשְׁלוֹשָׁ֣הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)12וְעֶשְׂרִים֮H6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)13בּוֹ֒14וַיִּכָּתֵ֣בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)15כְּֽכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order18מָרְדֳּכַ֣יH4782MordechaiMordecai19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20הַיְּהוּדִ֡יםH3064Joden, Jood, JoodsJew21וְאֶ֣לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)22הָאֲחַשְׁדַּרְפְּנִֽיםH323stadhouderslieutenant23וְהַפַּחוֹת֩H6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor24וְשָׂרֵ֨יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward25הַמְּדִינ֜וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province26אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27מֵהֹ֣דּוּH1912IndieIndia28וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet29כּ֗וּשׁH3568Morenland, Cusch, MorenChush, Cush, Ethiopia30שֶׁ֣בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)31וְעֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)32וּמֵאָה֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore33מְדִינָ֔הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province34מְדִינָ֤הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province35וּמְדִינָה֙H4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province36כִּכְתָבָ֔הּH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing37וְעַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people38וָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people39כִּלְשֹׁנ֑וֹH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge40וְאֶ֨לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)41הַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew42כִּכְתָבָ֖םH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)43וְכִלְשׁוֹנָֽםH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge
10En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En men schreefH3789 in den naamH8034 van den koningH4428AhasverosH325, en men verzegeldeH2856 het met des koningsH4428ringH2885; en men zondH7971 de brievenH5612 door de handH3027 der lopersH7323 te paardH5483, rijdendeH7392 op snelle kemelenH327, op muildierenH7409, van merrienH7424geteeldH1121;En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld;
KJVAnd he wrote1in the king3Ahasuerus'4name,2and sealed5it with the king's7ring,6and sent8letters9by10posts11on horseback,12and riders13on mules,14camels,15and young16dromedaries:
1וַיִּכְתֹּ֗בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)2בְּשֵׁם֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֲחַשְׁוֵרֹ֔שׁH325AhasverosAhasuerus5וַיַּחְתֹּ֖םH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop6בְּטַבַּ֣עַתH2885ringen, ring, vingerringring7הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8וַיִּשְׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)9סְפָרִ֡יםH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll10בְּיַד֩H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11הָרָצִ֨יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post12בַּסּוּסִ֜יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)13רֹכְבֵ֤יH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set14הָרֶ֨כֶשׁ֙H7409muildieren, snelle dieren, snelle kemelendromedary, mule, swift beast15הָֽאֲחַשְׁתְּרָנִ֔יםH327snelle kemelencamel16בְּנֵ֖יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17הָֽרַמָּכִֽיםH7424merriendromedary
11Dat de koning den Joden toeliet, die in elke stad waren, zich te vergaderen, en voor hun leven te staan, om te verdelgen, om te doden en om om te brengen alle macht des volks en des landschaps, die hen benauwen zou, de kleine kinderen en de vrouwen, en hun buit te roven;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11DatH834 de koningH4428 den JodenH3064toelietH5414, dieH834 in elke stadH5892 waren, zich te vergaderenH6950, en voor hun levenH5315 te staanH5975, om te verdelgenH8045, om te dodenH2026 en om om te brengenH6alleH3605machtH2428 des volksH5971 en des landschapsH4082, die hen benauwenH6696 zou, de kleine kinderenH2945 en de vrouwenH802, en hun buitH7998 te rovenH962;Dat de koning den Joden toeliet, die in elke stad waren, zich te vergaderen, en voor hun leven te staan, om te verdelgen, om te doden en om om te brengen alle macht des volks en des landschaps, die hen benauwen zou, de kleine kinderen en de vrouwen, en hun buit te roven;
KJVWherein the king3granted2the Jews4which were in every city7to gather themselves together,9and to stand10for their life,12to destroy,13to slay,14and to cause to perish,15all the power18of the people19and province20that would assault21them, both little ones23and women,24and to take the spoil25of them for a prey,
1אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2נָתַ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4לַיְּהוּדִ֣יםH3064Joden, Jood, JoodsJew5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עִירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8וָעִ֗ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9לְהִקָּהֵל֮H6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)10וְלַעֲמֹ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12נַפְשָׁם֒H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it13לְהַשְׁמִיד֩H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly14וְלַהֲרֹ֨גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely15וּלְאַבֵּ֜דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18חֵ֨ילH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)19עַ֧םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20וּמְדִינָ֛הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province21הַצָּרִ֥יםH6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags22אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23טַ֣ףH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families24וְנָשִׁ֑יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English25וּשְׁלָלָ֖םH7998buit, roof, roofsprey, spoil26לָבֽוֹזH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly
12Op een dag in al de landschappen van den koning Ahasveros, op den dertienden der twaalfde maand; deze is de maand Adar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Op eenH259dagH3117 in alH3605 de landschappenH4082 van den koningH4428AhasverosH325, op den dertiendenH7969 der twaalfdeH8147maandH2320; deze is de maandH2320AdarH143.Op een dag in al de landschappen van den koning Ahasveros, op den dertienden der twaalfde maand; deze is de maand Adar.
KJVUpon one2day1in all the provinces4of king5Ahasuerus,6namely, upon the thirteenth7day of the twelfth10month,9which is the month13Adar.
1בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4מְדִינ֖וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province5הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6אֲחַשְׁוֵר֑וֹשׁH325AhasverosAhasuerus7בִּשְׁלוֹשָׁ֥הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)8עָשָׂ֛רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9לְחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon10שְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)12הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13חֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon14אֲדָֽרH143AdarAdar
13De inhoud van dit schrift was: dat een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken; en dat de Joden gereed zouden zijn tegen dien dag, om zich te wreken aan hun vijanden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13De inhoudH6572 van dit schriftH3791 was: dat een wetH1881 zou gegevenH5414 worden in alleH3605landschappenH4082, openbaarH1540 aan alleH3605volkenH5971; en dat de JodenH3064gereedH6264 zouden zijnH1961 tegen dienH2088dagH3117, om zich te wrekenH5358 aan hun vijandenH341.De inhoud van dit schrift was: dat een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken; en dat de Joden gereed zouden zijn tegen dien dag, om zich te wreken aan hun vijanden.
KJVThe copy1of the writing2for a commandment4to be given3in every province6was published8unto all people,10and that the Jews12should be ready13against that day14to avenge16themselves on their enemies.
1פַּתְשֶׁ֣גֶןH6572afschrift, inhoudcopy2הַכְּתָ֗בH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing3לְהִנָּ֤תֵֽןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4דָּת֙H1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מְדִינָ֣הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province7וּמְדִינָ֔הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province8גָּל֖וּיH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover9לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָעַמִּ֑יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11וְלִהְי֨וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12הַיְּהוּדִ֤יםH3064Joden, Jood, JoodsJew13עֲתִידִים֙H6264bereid, gereed, gebeurenthings that shall come, ready, treasures14לַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)16לְהִנָּקֵ֖םH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance17מֵאֹיְבֵיהֶֽםH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe
14De lopers, die op snelle kemelen reden en op muildieren, togen snellijk uit, aangedreven zijnde door het woord des konings. Deze wet nu werd gegeven op den burg Susan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14De lopersH7323, die op snelle kemelenH327redenH7392 en op muildierenH7409, togenH3318snellijkH926 uit, aangedrevenH1765 zijnde door het woordH1697 des koningsH4428. Deze wetH1881 nu werd gegevenH5414 op den burgH1002SusanH7800.De lopers, die op snelle kemelen reden en op muildieren, togen snellijk uit, aangedreven zijnde door het woord des konings. Deze wet nu werd gegeven op den burg Susan.
KJVSo the posts1that rode2upon mules3and camels4went out,5being hastened6and pressed on7by the king's9commandment.8And the decree10was given11at Shushan12the palace.
1הָרָצִ֞יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post2רֹכְבֵ֤יH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set3הָרֶ֨כֶשׁ֙H7409muildieren, snelle dieren, snelle kemelendromedary, mule, swift beast4הָֽאֲחַשְׁתְּרָנִ֔יםH327snelle kemelencamel5יָֽצְא֛וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6מְבֹהָלִ֥יםH926verschrikt, beroerd, verbaasdbe (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex7וּדְחוּפִ֖יםH1765aangedreven, gedreven, voortgedreven(be) haste(-ned), pressed on8בִּדְבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10וְהַדָּ֥תH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner11נִתְּנָ֖הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12בְּשׁוּשַׁ֥ןH7800SusanShushan13הַבִּירָֽהH1002burg, paleispalace
15En Mordechai ging uit van voor het aangezicht des konings in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En MordechaiH4782 ging uit van voor het aangezichtH6440 des koningsH4428 in een hemelsblauwH8504 en witH2353koninklijkH4438kleedH3830, en met een groteH1419goudenH2091kroonH5850, en met een opperkleedH8509 van fijn linnenH948 en purperH713; en de stadH5892SusanH7800juichteH6670 en was vrolijkH8056.En Mordechai ging uit van voor het aangezicht des konings in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk.
KJVAnd Mordecai1went out2from the presence3of the king4in royal6apparel5of blue7and white,8and with a great11crown9of gold,10and with a garment12of fine linen13and purple:14and the city15of Shushan16rejoiced17and was glad.
1וּמָרְדֳּכַ֞יH4782MordechaiMordecai2יָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3מִלִּפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5בִּלְב֤וּשׁH3830kleed, kleding, gewaadapparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture6מַלְכוּת֙H4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal7תְּכֵ֣לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue8וָח֔וּרH2353wit, wittewhite9וַעֲטֶ֤רֶתH5850kroon, kronen, Krooncrown10זָהָב֙H2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather11גְּדוֹלָ֔הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12וְתַכְרִ֥יךְH8509opperkleedgarment13בּ֖וּץH948linnenfine (white) linen14וְאַרְגָּמָ֑ןH713purper, purperenpurple15וְהָעִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16שׁוּשָׁ֔ןH7800SusanShushan17צָהֲלָ֖הH6670Juich, Roep luide, blinkenbellow, cry aloud (out), lift up, neigh, rejoice, make to shine, shout18וְשָׂמֵֽחָהH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
16Bij de Joden was licht, en blijdschap, en vreugde, en eer;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Bij de JodenH3064wasH1961lichtH219, en blijdschapH8057, en vreugdeH8342, en eerH3366;Bij de Joden was licht, en blijdschap, en vreugde, en eer;
17Ook in alle en een ieder landschap, en in alle en een iedere stad, ter plaatse, waar des konings woord en zijn wet aankwam, daar was bij de Joden blijdschap en vreugde, maaltijden en vrolijke dagen; en velen uit de volken des lands werden Joden, want de vreze der Joden was op hen gevallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Ook in alle en een ieder landschapH4082, en in alleH3605 en een iedereH5892stadH5892, ter plaatseH4725, waarH834 des koningsH4428woordH1697 en zijn wetH1881aankwamH5060, daar was bij de Joden blijdschapH8057 en vreugdeH8342, maaltijdenH4960 en vrolijkeH2896dagenH3117; en velenH7227 uit de volkenH5971 des landsH776 werden Joden, wantH3588 de vrezeH6343 der Joden was opH5921 hen gevallenH5307.Ook in alle en een ieder landschap, en in alle en een iedere stad, ter plaatse, waar des konings woord en zijn wet aankwam, daar was bij de Joden blijdschap en vreugde, maaltijden en vrolijke dagen; en velen uit de volken des lands werden Joden, want de vreze der Joden was op hen gevallen.
Ook in dit vers
JodenH3054
JodenH3064
JodenH3064
KJVAnd in every province,2and in every city,5whithersoever7the king's10commandment9and his decree11came,12the Jews15had joy13and gladness,14a feast16and a good18day.17And many19of the people20of the land21became Jews;22for the fear25of the Jews26fell
1וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מְדִינָ֨הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province3וּמְדִינָ֜הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province4וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town6וָעִ֗ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7מְקוֹם֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11וְדָתוֹ֙H1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner12מַגִּ֔יעַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch13שִׂמְחָ֤הH8057blijdschap, vreugde, vrolijkheid[idiom] exceeding(-ly), gladness, joy(-fulness), mirth, pleasure, rejoice(-ing)14וְשָׂשׂוֹן֙H8342vreugde, vrolijkheid, blijdschapgladness, joy, mirth, rejoicing15לַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew16מִשְׁתֶּ֖הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)17וְי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18ט֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)19וְרַבִּ֞יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)20מֵֽעַמֵּ֤יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people21הָאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world22מִֽתְיַהֲדִ֔יםH3054Jodenbecome Jews23כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet24נָפַ֥לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down25פַּֽחַדH6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror26הַיְּהוּדִ֖יםH3064Joden, Jood, JoodsJew27עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Esther 8:1— Te dienzelfden dage gaf de koning Ahasveros aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden; en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was.Esther 2:7→Esther 2:15→Spreuken 13:22→Job 27:16→Psalmen 39:6→Esther 7:6→Lukas 12:20→Spreuken 28:8→
Esther 8:2— En de koning toog zijn ring af, dien hij van Haman genomen had, en gaf hem aan Mordechai; en Esther stelde Mordechai over het huis van Haman.Esther 3:10→Daniël 2:48→Genesis 41:42→Lukas 15:22→Psalmen 37:34→Jesaja 22:19→2 Samuël 9:7→Prediker 5:13→
Esther 8:3— En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, en zij viel voor zijn voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijn gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen.Hebreeën 5:7→Hosea 12:4→Esther 7:4→1 Samuël 25:24→2 Koningen 4:27→Esther 3:8→Jesaja 38:2→
Esther 8:4— De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.Esther 4:11→Esther 5:2→
Esther 8:5— En zij zeide: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijn ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn.Esther 7:3→Esther 3:12→Esther 5:8→1 Samuël 20:29→Esther 2:17→Esther 2:4→Exodus 33:13→Exodus 33:16→
Esther 8:6— Want hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? En hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht?Esther 7:4→Romeinen 10:1→Romeinen 9:2→Nehemia 2:3→Jeremia 4:19→Lukas 19:41→Esther 9:1→Genesis 44:34→
Esther 8:7— Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.Esther 7:10→Spreuken 13:22→Galaten 3:13→
Esther 8:8— Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring; want het schrift, dat in des konings naam geschreven, en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen.Esther 1:19→Esther 3:12→Daniël 6:8→2 Timotheüs 2:19→Daniël 6:12→Hebreeën 6:17→Esther 8:5→Esther 8:10→
Esther 8:9— Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.Esther 1:22→Esther 1:1→Esther 3:12→Daniël 4:1→1 Korinthe 14:9→Daniël 6:1→2 Koningen 18:26→
Esther 8:10— En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld;Prediker 8:4→Daniël 4:1→1 Koningen 4:28→Job 9:25→Jeremia 2:23→1 Koningen 21:8→Esther 3:12→Jesaja 60:6→
Esther 8:11— Dat de koning den Joden toeliet, die in elke stad waren, zich te vergaderen, en voor hun leven te staan, om te verdelgen, om te doden en om om te brengen alle macht des volks en des landschaps, die hen benauwen zou, de kleine kinderen en de vrouwen, en hun buit te roven;Esther 3:13→Ezechiël 39:10→Psalmen 37:14→Esther 9:2→Psalmen 137:8→Jesaja 10:6→Psalmen 146:6→Psalmen 68:3→
Esther 8:12— Op een dag in al de landschappen van den koning Ahasveros, op den dertienden der twaalfde maand; deze is de maand Adar.Esther 9:1→Esther 3:13→Exodus 15:9→Richteren 1:6→
Esther 8:13— De inhoud van dit schrift was: dat een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken; en dat de Joden gereed zouden zijn tegen dien dag, om zich te wreken aan hun vijanden.Esther 3:14→Psalmen 149:6→Psalmen 92:10→Psalmen 37:14→Openbaring 6:10→Richteren 16:28→Lukas 18:7→Psalmen 68:23→
Esther 8:14— De lopers, die op snelle kemelen reden en op muildieren, togen snellijk uit, aangedreven zijnde door het woord des konings. Deze wet nu werd gegeven op den burg Susan.Esther 3:15→Prediker 9:10→Daniël 8:2→Esther 2:3→Esther 1:2→1 Samuël 21:8→Nehemia 1:1→
Esther 8:15— En Mordechai ging uit van voor het aangezicht des konings in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk.Esther 3:15→Genesis 41:42→Lukas 16:19→Spreuken 29:2→Esther 1:6→Esther 6:8→Esther 6:11→Esther 5:1→
Esther 8:16— Bij de Joden was licht, en blijdschap, en vreugde, en eer;Psalmen 97:11→Psalmen 30:5→Spreuken 11:10→Esther 4:1→Jesaja 30:29→Psalmen 18:28→Spreuken 4:18→Esther 9:17→
Esther 8:17— Ook in alle en een ieder landschap, en in alle en een iedere stad, ter plaatse, waar des konings woord en zijn wet aankwam, daar was bij de Joden blijdschap en vreugde, maaltijden en vrolijke dagen; en velen uit de volken des lands werden Joden, want de vreze der Joden was op hen gevallen.Esther 9:19→Deuteronomium 11:25→1 Samuël 25:8→Zacharia 8:20→Esther 9:22→Esther 9:27→Exodus 15:16→Genesis 35:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Esther 8 vers 1— Te dienzelfden dage gaf de koning Ahasveros aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden; en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was.
dienzelfden dage
Te weten, toen Haman gehangen was.
Hertaald:dienzelfden dage
Namelijk: toen Haman opgehangen was.
het huis van Haman,
Te weten, met zijn toebehoren.
Hertaald:het huis van Haman,
Namelijk: met zijn toebehoren.
kwam voor het aangezicht des konings,
Dat is, hij werd aangenomen in het getal der vorsten, die dagelijks bij den konig kwamen en zijn aangezicht mocht aangeschouwen. Zie boven, Est. 1:14 .
Hertaald:kwam voor het aangezicht des konings,
Dat is: hij werd toegelaten tot het getal van de vorsten die dagelijks bij de koning kwamen en hem mochten zien. Zie hierboven Est. 1:14.
had te kennen gegeven,
Te weten, den koning.
Hertaald:had te kennen gegeven,
Namelijk: aan de koning.
wat hij voor haar was
Dat is, hoe na zij elkander bestonden. Zie Est. 2:7 .
Hertaald:wat hij voor haar was
Dat is: hoe nauw zij familie van elkaar waren. Zie Est. 2:7.
Esther 8 vers 2— En de koning toog zijn ring af, dien hij van Haman genomen had, en gaf hem aan Mordechai; en Esther stelde Mordechai over het huis van Haman.
dien hij
Zie boven, Est. 3:10 , en de aantekening Gen. 41:42 .
Hertaald:dien hij
Zie hierboven Est. 3:10, en de aantekening bij Gen. 41:42.
gaf hem aan Mórdechaï;
Indachtig zijnde wat getrouwheid Mordechai aan hem bewezen had. Zie boven, Est. 6:2 .
Hertaald:gaf hem aan Mórdechaï;
Indachtig hoe trouw Mordechai hem gediend had. Zie hierboven Est. 6:2.
Esther 8 vers 3— En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, en zij viel voor zijn voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijn gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen.
sprak verder
Te weten, toen nu Haman gehangen was. Zie boven, Est. 7:9 .
Hertaald:sprak verder
Namelijk: toen Haman al opgehangen was. Zie hierboven Est. 7:9.
voor zijn voeten,
Hebreeuws, voor het aangezicht zijner voeten.
Hertaald:voor zijn voeten,
Hebreeuws: voor het aangezicht van zijn voeten.
de boosheid van Haman,
Dat is, het plakkaat van het uitroeien der Joden, hetwelk op raad en boos ingeven van Haman gepubliceerd was.
Hertaald:de boosheid van Haman,
Dat is: het plakkaat over het uitroeien van de Joden, dat op advies en kwaadaardige aansporing van Haman gepubliceerd was.
Esther 8 vers 4— De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.
reikte
Daarmede te kennen gevende zijn genade en gunst tot haar. Zie boven, Est. 4:11 , en Est. 5:2 . Het schijnt dat de koning tegelijk Esther te kennen gaf dat zij zou opstaan en zeggen wat haar begeerte was.
Hertaald:reikte
Daarmee gaf hij zijn genade en gunst voor haar te kennen. Zie hierboven Est. 4:11, en Est. 5:2. Het lijkt erop dat de koning tegelijk aan Esther te kennen gaf dat zij mocht opstaan en zeggen wat haar verlangen was.
Esther 8 vers 5— En zij zeide: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijn ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn.
deze zaak
Of, dit woord.
Hertaald:deze zaak
Of: dit woord.
voor den koning recht is,
Hebreeuws, voor het aangezicht des konings.
Hertaald:voor den koning recht is,
Hebreeuws: voor het aangezicht van de koning.
aangenaam ben,
Hebreeuws, goed.
Hertaald:aangenaam ben,
Hebreeuws: goed.
dat er geschreven worde,
Te weten, aan de vorsten en oversten.
Hertaald:dat er geschreven worde,
Namelijk: aan de vorsten en leiders.
en de gedachte van Haman,
Dat is, het boos voornemen van Haman. Zie vs.3.
Hertaald:en de gedachte van Haman,
Dat is: het kwaadaardige voornemen van Haman. Zie vers 3.
Esther 8 vers 6— Want hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? En hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht?
hoe zal ik vermogen,
Hebreeuws, hoe zal ik kunnen en zien in het kwaad, en alzo straks weder. Alsof hij zeide: Ik zal het van hartzeer niet kunnen zien.
Hertaald:hoe zal ik vermogen,
Hebreeuws: hoe zal ik kunnen en zien in het kwaad, en zo ook straks weer. Alsof hij zei: ik zal het van verdriet niet kunnen aanzien.
treffen zal?
Hebreeuws, vinden.
Hertaald:treffen zal?
Hebreeuws: treft.
Esther 8 vers 7— Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.
het huis van Haman
Zie boven, vs.1,2.
Hertaald:het huis van Haman
Zie hierboven vers 1, 2.
de galg gehangen,
Te weten, aan die galg, die hij had doen oprichten om Mordechai daaraan te hangen.
Hertaald:de galg gehangen,
Namelijk: aan die galg die hij had laten oprichten om Mordechai daaraan op te hangen.
geslagen had
Dat is, meende te leggen; de wil wordt genomen voor de daad.
Hertaald:geslagen had
Dat is: van plan was te leggen; de wil wordt hier voor de daad genomen.
Esther 8 vers 8— Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring; want het schrift, dat in des konings naam geschreven, en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen.
Schrijft dan
Te weten, aan de oversten en aan de vorsten der landschappen.
Hertaald:Schrijft dan
Namelijk: aan de leiders en aan de vorsten van de gewesten.
in des konings naam,
Dat is, in mijn naam.
Hertaald:in des konings naam,
Dat is: in mijn naam.
met des konings ring;
Dat is, met mijn ring.
Hertaald:met des konings ring;
Dat is: met mijn ring.
want het schrift,
Anders, maar.
Hertaald:want het schrift,
Anders: maar.
is niet te wederroepen
Vergelijk Dan. 6:9 , Dan. 6:13 , Dan. 6:16 .
Hertaald:is niet te wederroepen
Vergelijk Dan. 6:9, Dan. 6:13, Dan. 6:16.
Esther 8 vers 9— Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.
de maand Sivan
Deze maand komt overeen ten dele met onze Mei, ten dele met Juni.
Hertaald:de maand Sivan
Deze maand komt deels overeen met onze mei, deels met juni.
Esther 8 vers 10— En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld;
lopers te paard,
Hebreeuws, der lopers op paarden.
Hertaald:lopers te paard,
Hebreeuws: van de lopers op paarden.
op snelle kemelen,
Of op dromedarissen, een soort van zeer snelle kamelen. Zie 1 Kon. 4:28 .
Hertaald:op snelle kemelen,
Of: op dromedarissen, een soort zeer snelle kamelen. Zie 1 Kon. 4:28.
op muildieren,
Anders, [namelijk] de Koninklijke postboden, die van postboden geboren waren. Het schijnt da het postambt van de ouders op de kinderen erfde.
Hertaald:op muildieren,
Anders: [namelijk] de koninklijke postboden, die uit postboden geboren waren. Het lijkt erop dat het postambt van de ouders op de kinderen overerfde.
Esther 8 vers 11— Dat de koning den Joden toeliet, die in elke stad waren, zich te vergaderen, en voor hun leven te staan, om te verdelgen, om te doden en om om te brengen alle macht des volks en des landschaps, die hen benauwen zou, de kleine kinderen en de vrouwen, en hun buit te roven;
toeliet,
Hebreeuws, gaf; dat is, toeliet, gelijk Ps. 16:10 .
Hertaald:toeliet,
Hebreeuws: gaf; dat is: toestond, zoals Ps. 16:10.
in elke stad waren,
Hebreeuws, in alle stad en stad; alzo ook vs.17.
Hertaald:in elke stad waren,
Hebreeuws: in elke stad en stad; zo ook vers 17.
voor hun leven te staan,
Dat is, hun leven te verdedigen en voor hun leven te strijden; gelijk Ps. 94:16 .
Hertaald:voor hun leven te staan,
Dat is: hun leven te verdedigen en voor hun leven te strijden; zoals Ps. 94:16.
hun buit te roven;
Dat is, hun goederen, welke den Joden tot buit gegeven werden. Zie boven, Est. 3:13 .
Hertaald:hun buit te roven;
Dat is: hun bezittingen, die aan de Joden als buit gegeven werden. Zie hierboven Est. 3:13.
Esther 8 vers 12— Op een dag in al de landschappen van den koning Ahasveros, op den dertienden der twaalfde maand; deze is de maand Adar.
Op een dag
Te weten, op denzelfden dag, op welken Haman had voorgenomen de Joden uit te roeien. Zie boven, Est. 3:13 .
Hertaald:Op een dag
Namelijk: op dezelfde dag waarop Haman van plan was geweest de Joden uit te roeien. Zie hierboven Est. 3:13.
de maand Adar
Zie boven, Est. 3:7 .
Hertaald:de maand Adar
Zie hierboven Est. 3:7.
Esther 8 vers 13— De inhoud van dit schrift was: dat een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken; en dat de Joden gereed zouden zijn tegen dien dag, om zich te wreken aan hun vijanden.
De inhoud van dit schrift was
Of, copie.
Hertaald:De inhoud van dit schrift was
Of: kopie.
gereed zouden zijn
Of, toegerust en vaardig zijn zouden.
Hertaald:gereed zouden zijn
Of: toegerust en gereed zouden zijn.
Esther 8 vers 14— De lopers, die op snelle kemelen reden en op muildieren, togen snellijk uit, aangedreven zijnde door het woord des konings. Deze wet nu werd gegeven op den burg Susan.
De lopers,
Te weten, de koninklijke postboden.
Hertaald:De lopers,
Namelijk: de koninklijke postboden.
werd gegeven
Dat is, aangeslagen, of gepubliceerd.
Hertaald:werd gegeven
Dat is: aangeplakt, of bekendgemaakt.
Esther 8 vers 15— En Mordechai ging uit van voor het aangezicht des konings in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk.
een grote gouden kroon,
Gelijk de grote heren bij de Perzen gewoon waren te dragen.
Hertaald:een grote gouden kroon,
Zoals de grote heren bij de Perzen gewend waren te dragen.
de stad Susan juichte
Versta hier, voornamelijk de Joden, die te Susan waren; doch ook wel verscheidenen onder de Perzen en Meden, die geen welgevallen hadden aan die gruwelijke bloedstorting, die Haman voorhad.
Hertaald:de stad Susan juichte
Versta hier: vooral de Joden die in Susan waren; maar ook wel verscheidene onder de Perzen en Meden, die geen genoegen namen met die gruwelijke bloedvergieting die Haman van plan geweest was.
Esther 8 vers 16— Bij de Joden was licht, en blijdschap, en vreugde, en eer;
licht,
Gelijk het licht der zon de ogen der mensen verklaart en hun hart verlicht, verheugt en verblijdt; alzo verlichtte en verheugde dat plakkaat des konings de harten der Joden. Zie Job 18:5-6 , en Ps. 27:1 .
Hertaald:licht,
Zoals het licht van de zon de ogen van de mensen verheldert en hun hart verlicht, verheugt en verblijdt, zo verlichtte en verheugde dat plakkaat van de koning de harten van de Joden. Zie Job 18:5-6, en Ps. 27:1.
Esther 8 vers 17— Ook in alle en een ieder landschap, en in alle en een iedere stad, ter plaatse, waar des konings woord en zijn wet aankwam, daar was bij de Joden blijdschap en vreugde, maaltijden en vrolijke dagen; en velen uit de volken des lands werden Joden, want de vreze der Joden was op hen gevallen.
in alle en een ieder landschap,
Hebreeuws, in alle landschap en landschap, en in alle stad en stad.
Hertaald:in alle en een ieder landschap,
Hebreeuws: in elk gewest en gewest, en in elke stad en stad.
vrolijke dagen;
Hebreeuws, goede.
Hertaald:vrolijke dagen;
Hebreeuws: goede.
uit de volken des lands
Dat is, uit het gemene volk.
Hertaald:uit de volken des lands
Dat is: uit het gewone volk.
werden Joden,
Dat is, zij namen de Joodse religie aan, zich latende besnijden, en zij vervoegden zich bij de Joden, wordende alzo Jodengenoten.
Hertaald:werden Joden,
Dat is: zij namen de Joodse godsdienst aan, lieten zich besnijden, en voegden zich bij de Joden, en werden zo Jodengenoten.
de vreze der Joden
Dit is, zij waren voor de Joden bevreesd.
Hertaald:de vreze der Joden
Dit betekent: zij waren bang voor de Joden.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ahasveros — machtige heerser (Perzische titel, vaak gelijkgesteld met Xerxes I)
Koning van Perzië, heersend over honderdzevenentwintig landschappen van Indië tot Morenland. Na het verstoten van koningin Vasthi verhief hij Esther tot koningin; later, opgehitst door Haman, gaf hij bevel tot uitroeiing van de Joden, maar herriep dit na Esthers tussenkomst en liet in plaats daarvan Haman ophangen (Esther 1-10).
Mordechai — toegewijd aan (de god) Marduk (Perzische naam)
Een Jood uit de stam Benjamin te Susan, uit het geslacht van hen die met koning Jechonia weggevoerd waren; hij voedde zijn nicht Hadassa (Esther) op als zijn eigen dochter. Hij ontdekte en verijdelde een samenzwering tegen de koning, weigerde later voor Haman te buigen, en spoorde Esther aan zich voor haar volk in te zetten, wat uiteindelijk tot Hamans val en de redding van de Joden leidde (Esther 2-10).
Esther (Hadassa) — ster (Hadassa: mirt)
Dochter van Abichaïl, een oom van Mordechai; na de dood van haar ouders door Mordechai als dochter aangenomen. Wegens haar schoonheid werd zij in de plaats van Vasthi tot koningin van Ahasveros verheven, zonder haar Joodse afkomst bekend te maken. Op Mordechai's aandringen waagde zij haar leven om bij de koning voor haar volk te pleiten, wat leidde tot de redding van de Joden uit Hamans complot (Esther 2, 4-9).
Haman — luidruchtig, roemrijk (onzeker)
Zoon van Hammedatha, de Agagiet; door Ahasveros tot de hoogste eer verheven boven alle vorsten. Vertoornd omdat Mordechai weigerde voor hem te buigen, spande hij een complot om alle Joden in het rijk te laten uitroeien, en liet daartoe een galg van vijftig ellen bouwen om Mordechai daaraan op te hangen. Zijn plan keerde zich echter tegen hem: hij werd zelf aan die galg opgehangen (Esther 3, 5, 7).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het is niet te wederroepen — de vijand is dood, maar zijn brief loopt door, want een wet van Perzen en Meden kan niet worden ingetrokken (Est. 8:8)
Nog diezelfde dag geeft de koning het huis van Haman aan Esther, en Mordechai komt voor het aangezicht van de koning, omdat Esther verteld heeft wie hij voor haar is (Est. 8:1). De koning geeft hem de ring die hij van Haman had teruggenomen, en Esther stelt Mordechai aan over het huis van Haman (Est. 8:2). Daarna spreekt Esther opnieuw. Zij valt voor de voeten van de koning, weent en smeekt hem het plan van Haman ongedaan te maken (Est. 8:3). Opnieuw reikt de koning haar de gouden scepter toe, en zij staat op (Est. 8:4). Haar verzoek is dat de brieven van Haman worden herroepen, want zij kan het verderf van haar volk niet aanzien (Est. 8:5-6). De koning wijst op wat hij al gedaan heeft: het huis is gegeven en de man is gehangen (Est. 8:7). Daarna geeft hij Mordechai en Esther volmacht om zelf te schrijven en met zijn ring te verzegelen. De reden staat er zonder omhaal bij (Est. 8:8).
Bijbelse betekenis: Haman is dood en zijn brief leeft nog. Dat is de kern van dit gedeelte. De wet die niet kan worden ingetrokken, was eerst het wapen van de vijand; nu staat zij ook de koning zelf in de weg. Hij kan zijn woord niet terugnemen. Hij kan er alleen een tweede woord naast zetten, met hetzelfde zegel en met dezelfde kracht. Zo wordt de verlossing van dit volk geen uitwissing van het vonnis, maar een tweede bevel dat ertegenover staat. Let ook op Esther zelf. Zij is koningin, haar vijand is gevallen en haar pleegvader draagt de ring, en tóch moet zij opnieuw ongeroepen spreken en opnieuw op de scepter wachten. Een eerste verhoring maakt het pleiten niet overbodig.
Typologie: Ook het vonnis van Gods wet wordt niet stilzwijgend ingetrokken. Er komt een tweede woord dat sterker is: "Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn" (Rom. 8:1). De grond daarvan is dat de wet des Geestes des levens de gelovige heeft vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods (Rom. 8:2). Het verschil met Susan is wezenlijk. Daar bleef het eerste bevel onvervuld staan; aan het kruis is aan de eis van de wet voldaan, en juist daarom kan het tweede woord vrijspraak heten.
Est. 8:1-8; Rom. 8:1-2
Bij de Joden was licht en blijdschap — hetzelfde zegel dat de stad in verwarring bracht, brengt haar nu vreugde: "Bij de Joden was licht, en blijdschap, en vreugde, en eer" (Est. 8:16)
De schrijvers van de koning worden geroepen op de drieëntwintigste dag van de derde maand, de maand Sivan (Est. 8:9). Er wordt geschreven naar alles wat Mordechai gebiedt, aan de stadhouders en landvoogden van honderd zevenentwintig landschappen, elk volk in zijn eigen schrift en taal, en de Joden in het hunne. De brieven worden in de naam van de koning geschreven, met zijn ring verzegeld en door snelle rijders weggebracht (Est. 8:10). De inhoud is dat de Joden zich in elke stad mogen verzamelen en voor hun leven mogen staan tegen ieder die hen aanvalt, op dezelfde dertiende dag van Adar (Est. 8:11-13). De lopers vertrekken haastig, aangedreven door het woord van de koning (Est. 8:14). Mordechai gaat de stad in met een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, een grote gouden kroon en een opperkleed van fijn linnen en purper; Susan juicht (Est. 8:15). Bij de Joden is er licht en blijdschap (Est. 8:16), en in de landschappen worden maaltijden gehouden. Velen uit de volken van het land worden Joden, want de vrees voor de Joden was op hen gevallen (Est. 8:17).
Bijbelse betekenis: Twee brieven, hetzelfde zegel, tegengestelde inhoud. Na de eerste brief zaten de koning en Haman te drinken terwijl de stad in verwarring was (Est. 3:15); na de tweede juicht diezelfde stad. Het verschil zit niet in de macht van het rijk maar in de hand die haar bestuurt. Over het slotvers past terughoudendheid. De tekst zegt dat velen zich bij de Joden voegden, en noemt daarbij één reden: vrees. Wat er in die harten omging, staat er niet bij, en het register vult dat niet in. Vrees kan het begin van een weg zijn, maar zij is nog geen geloof. Waar de Schrift een werkelijke inlijving beschrijft, klinkt een belijdenis, zoals bij Ruth de Moabietische (Ruth 1:16).
Typologie: De profeet ziet een dag waarop de volken zich juist om Gods tegenwoordigheid bij dit volk aansluiten: "Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is" (Zach. 8:23). En de psalm noemt de vreugde van dit hoofdstuk bij haar bron: "Het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart" (Ps. 97:11).
Est. 8:9-17; Est. 3:15; Ruth 1:16; Ps. 97:11; Zach. 8:23
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenEsther 1:22→Esther 2:7→Esther 3:10→Esther 4:11→Esther 5:2→Esther 1:19→Esther 1:1→Esther 2:15→ — Te dienzelfden dage gaf de koning Ahasveros aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden; en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was. En de koning toog zijn ring af, dien hij van Haman genomen had, en gaf hem aan Mordechai; en Esther stelde Mordechai over het huis van Haman. En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, en zij viel voor zijn voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijn gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen. De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings. En zij zeide: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijn ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn. Want hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? En hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht? Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had. Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring; want het schrift, dat in des konings naam geschreven, en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen. Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak. En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld; De koning schenkt aan Esther het huis van Haman, en verheft haren neef Mordechai tot zijnen minister. Als daarna Esther den koning smeekt, het bevel om de Joden te doden, hetwelk Haman had uitgevaardigd, weer in te trekken, zo kan hij haar hare bede niet toestaan, maar hij staat Mordechai toe naar zijn goeddunken eveneens ene wet uit te vaardigen ter bescherming van zijn volk. Nu wordt door ene koninklijke wet in alle provincies bekend gemaakt, dat de Joden op den 13den Adar gereed mochten zijn, om zich tegen allen, die hen zonden aanvallen te verdedigen, met de toestemming om hun vijanden uit te roeien en hun vermogen te roven. Over dat bevel ontstaat bij de Joden zulk ene vreugde, dat zij den dag, op welken zij het vernemen, met groot gejuich vieren; en op de heidenen heeft het zoveel invloed, dat velen Joden worden.
KruisverwijzingenEsther 2:7→Esther 2:15→Spreuken 13:22→Job 27:16→Psalmen 39:6→Esther 7:6→Lukas 12:20→Spreuken 28:8→— Te dienzelfden dage gaf de koning Ahasveros aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden; en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was.
Te dienzelven dage (Hoofdstuk 7), gaf de koning Ahasveros, wie volgens Perzische wetten het vermogen der omgebrachten toekwam, aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden, met zijn geheel groot vermogen (zie 2 Samuel 16: 4); en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, werd tot staatsraad aangesteld (Hoofdstuk 1: 14) want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was, hoe hij haar als een pleegvader dierbaar was.
KruisverwijzingenEsther 3:10→Daniël 2:48→Genesis 41:42→Lukas 15:22→Psalmen 37:34→Jesaja 22:19→2 Samuël 9:7→Prediker 5:13→— En de koning toog zijn ring af, dien hij van Haman genomen had, en gaf hem aan Mordechai; en Esther stelde Mordechai over het huis van Haman.
En de koning deed zijnen ring 1) met het koninklijke staatszegel af, dien hij van Haman genomen had (Hoofdstuk 3: 10), en gaf hem aan Mordechai, waardoor hij hem tot zijnen eersten minister maakte; en Esther stelde Mordechai tot bestuurder over het huis en het vermogen van Haman, zodat hij niet alleen grote eer, maar ook een rijk inkomen ontving.
De ring was de zegelring, waarmee alle staatsstukken werden gezegeld, in plaats dat zij, zoals bij ons, werden ondertekend. Het zegel had dezelfde kracht als bij ons de naamtekening van de Overheid. Daaruit blijkt, dat nu Mordechai tot eerste Minister of Groot-vizier werd benoemd in de plaats van zijn doodsvijand Haman. Zo vernedert den Heere den een en verhoogt den ander.
KruisverwijzingenHebreeën 5:7→Hosea 12:4→Esther 7:4→1 Samuël 25:24→2 Koningen 4:27→Esther 3:8→Jesaja 38:2→— En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, en zij viel voor zijn voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijn gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen.
En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, want het was haar niet genoeg, dat zij en Mordechai met aardse eer overladen en voor ieder levensgevaar beveiligd waren, en zij viel voor zijne voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijne gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen. De ziel der gehele geschiedenis van ons Boek is de vaste en sterke liefde, met welke beide, Mordechai en Esther, van het begin tot het einde, zowel in de beslissende ogenblikken, als in de rust van hun vorstelijke eer en macht hun volk aanhangen.
KruisverwijzingenEsther 4:11→Esther 5:2→— De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.
De koning nu reikte den gouden scepter (Hoofdstuk 4: 11; 5: 2) Esther toe, als zij weer in den voorhof gekomen was met die bede. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.
KruisverwijzingenEsther 7:3→Esther 3:12→Esther 5:8→1 Samuël 20:29→Esther 2:17→Esther 2:4→Exodus 33:13→Exodus 33:16→— En zij zeide: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijn ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn.
En zij zei, omdat het om iets groots, het intrekken van een koninklijk gebod te doen was, vrezende en dikwijls op nieuw beginnende: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb, en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijne ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde in alle provincies, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, die brieven, die toch niet anders zijn dan een werk van den vijand der Joden, teruggenomen en daarmee de bevelen tot moord wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn.
KruisverwijzingenEsther 7:4→Romeinen 10:1→Romeinen 9:2→Nehemia 2:3→Jeremia 4:19→Lukas 19:41→Esther 9:1→Genesis 44:34→— Want hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? En hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht?
Want hoe zal Ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? hoe zal ik die smart kunnen dragen? en hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht 1), mijn vlees en bloed?
Esther pleit hier niet voor haar eigen leven, maar voor dat van haar volk. Zich zelve ziet zij op dit ogenblik voorbij en al haar smeken geldt haar volk en geslacht. In de hand Gods, als instrument in Zijnen dienst, treedt zij op voor het behoud van dat volk, waaruit, zoveel het vlees aangaat, de Messias zou voortkomen, en daarom was haar pleiten tevens een smeken om het behoud der Kerk. Van wraakzucht of bloeddorst, zoals haar wel eens verweten is, is bij haar geen spoor te ontdekken. Wat zij straks, of liever Mordechai in naam des konings, schrijft, is geen wraak nemen, maar een vrijheid geven tot zelfverdediging.
KruisverwijzingenEsther 7:10→Spreuken 13:22→Galaten 3:13→— Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had.
Toen zei de koning Ahasveros, niet in staat de bede toe te staan, tot de koningin Esther en tot Mordechai den Jood, die ontboden was om des konings antwoord te vernemen: Ziet, ik heb u getoond, hoe wel gezind ik uw volk ben; want het huis van Haman met al zijn goed heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijne hand aan de Joden geslagen had; gij kunt er dus niet aan denken, dat ik het verderf van dat volk zou willen.
KruisverwijzingenEsther 1:19→Esther 3:12→Daniël 6:8→2 Timotheüs 2:19→Daniël 6:12→Hebreeën 6:17→Esther 8:5→Esther 8:10→— Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring; want het schrift, dat in des konings naam geschreven, en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen.
Ik wil u dezelfde volmacht geven, die ik eens aan Haman gaf. Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zo als het goed is in uwe ogen 1), ene onveranderlijke wet, in des konings naam, en verzegelt het geschrift met des konings ring; maar de brieven van Haman in te trekken is onmogelijk, want het schrift, dat in des konings naam geschreven en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen.
De wet, die Haman uitgevaardigd had in ‘s konings naam, kon niet worden herroepen, maar nu geeft de koning verlof, om een andere wet uit te vaardigen, -dat ligt toch in dit: zoals het goed is in uwe ogen, welke die van Haman onschadelijk maakt.
KruisverwijzingenEsther 1:22→Esther 1:1→Esther 3:12→Daniël 4:1→1 Korinthe 14:9→Daniël 6:1→2 Koningen 18:26→— Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak.
Toen werden des konings schrijvers door Mordechai geroepen ter zelver tijd, in de derde maand (zij is volgens de Hebreeën, de maand Sivan) op den drie en twintigsten daarvan, dus 70 dagen nadat het eerste bevel was uitgegaan (Hoofdstuk 3: 12 vv.), en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden in ‘t bijzonder, opdat geen vijandig beambte hen onkundig zou kunnen houden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten (Hoofdstuk 3: 12),der landschappen, die van Indië af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijne spraak: ook aan de Joden, die in het gehele land verstrooid waren, naar hun schrift en naar hun spraak (Hoofdstuk 1: 1,22).
KruisverwijzingenPrediker 8:4→Daniël 4:1→1 Koningen 4:28→Job 9:25→Jeremia 2:23→1 Koningen 21:8→Esther 3:12→Jesaja 60:6→— En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld;
En men schreef in den naam van den koning Ahasveros en men verzegelde het met des konings ring, zodat het een wet was, die niet mocht herroepen worden, en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kamelen, op muilen, van merries geteeld 1)
Rijdende op snelle kamelen, op muilen, van merries geteeld. Zo heeft de Staten-Vertaling in navolging van de Vulgata. Beter is de vertaling, dewijl hier alleen van paarden sprake is: rijdende op renners, op edele zonen der stoeterij. In ‘t Hebreeuws staat er toch: Rokebee harèkesch haächaschteranim benee haramakim. woord, hier door snelle kamelen vertaald, is in Micha 1: 13 overgezet door, snelle dieren. Er worden paarden mede bedoeld, die zeer snel kunnen lopen en daarom geschikt zijn, om spoedige boodschappen over te brengen. Het andere woord, hier door muilezels overgezet, is van oorsprong een Arabisch woord en betekent, koninklijk, terwijl eindelijk de laatste woorden letterlijk betekenen, zonen der stoeterij, in verband met het Arabisch en Syrisch. De bedoeling is derhalve dit, dat er, opdat de boodschap spoedig naar alle plaatsen bekend zou zijn, gebruik gemaakt werd van de snelst lopende paarden uit de koninklijke stoeterij.
KruisverwijzingenEsther 3:13→Ezechiël 39:10→Psalmen 37:14→Esther 9:2→Psalmen 137:8→Jesaja 10:6→Psalmen 146:6→Psalmen 68:3→— Dat de koning den Joden toeliet, die in elke stad waren, zich te vergaderen, en voor hun leven te staan, om te verdelgen, om te doden en om om te brengen alle macht des volks en des landschaps, die hen benauwen zou, de kleine kinderen en de vrouwen, en hun buit te roven;
Dat de koning den Joden toeliet, die in elke stad waren, zich te vergaderen, en voor hun leven te staan te strijden, om, wanneer zij volgens het eerste bevel door de aanhangers van Haman werden aangevallen, te verdelgen, om te doden en om om te brengen alle macht des volks en des landschaps, die hen benauwen zou, de kleine kinderen en de vrouwen, en hunnen buit, hun have, te roven, even als van hen, die volgens koninklijk bevel waren omgebracht.
KruisverwijzingenEsther 9:1→Esther 3:13→Exodus 15:9→Richteren 1:6→— Op een dag in al de landschappen van den koning Ahasveros, op den dertienden der twaalfde maand; deze is de maand Adar.
Op een dag in al de landschappen van den koning Ahasveros, op den dertienden der twaalfde maand, deze is de maand Adar 1), den dag, op welken het vermoorden der Joden bevolen was.
Het koninklijk gebod is dikwijls misverstaan, alsof de Joden plotseling toestemming verkregen hadden, om zo vele Perzen, als zij wilden, te doden. Men heeft zich zeer gestoten aan de onwaarschijnlijkheid, dat een koning van Perzië aan een toch altijd gehaat en vreemd volk dit zou hebben toegestaan. Terwijl echter het vroegere edict van Haman de Joden geheel en al aan het goedvinden hunner haters overgaf, moest dit hun slechts de wapenen ter verdediging in de hand geven.
Mordechai kon niets anders tot behoud der Joden uitdenken, dan de toestemming om zich te verdedigen, daar het edict, door hetwelk den volkeren, die aan Ahasveros gehoorzaamden, bevolen werd hen aan te vallen, niet kon herroepen worden. Toch was dit middel, om zijn volk te beschermen, een zeer gevaarlijk middel; want het was tegen de andere volkeren, onder welke het leefde, geenszins opgewassen, en zeer gemakkelijk konden de Joden bezwijken voor de zo veel talrijkere vijanden. Maar wel konden deze volken, wanneer zij vernamen, dat het den Joden door den koning was toegestaan zich en het hun met het zwaard te beschermen, hieruit gemakkelijk besluiten, dat de koning geenszins behagen had in het vermoorden der Joden, hoewel hij het hun vroeger geboden had. Zo was het zo goed als waarschijnlijk, dat er geen hevigen aanval op de Joden zou geschieden. Zonder twijfel is onder de Joden ook bekend geworden, wat aan ‘t koninklijke hof ten hunnen gunste geschied was, en allen was het duidelijk, dat Ahasveros, wanneer het hem volgens de gewoonte ware geoorloofd geweest, hij het eerste edict zou herroepen hebben; nu dit echter niet kon geschieden, was voor de Joden ten minste zo veel mogelijk gezorgd. Zo is het niet te verwonderen, dat de andere volken zich niet met alle krachten op de Joden stortten, terwijl zij hen anders gemakkelijk zouden neergeworpen hebben. God verschuift dikwijls de hulp, niet omdat Hij die niet betonen wil, maar om het geloof te oefenen en des te meer op te wekken om Hem aan te roepen; vervolgens ook, opdat Hij ons de redding des te aangenamer make en na groten nood ook grote vreugde schenke. Het onveranderlijk stellen van een uitgevaardigd gebod is als ene oude vermetelheid, die ons allen ten ondergang bracht: “Wij willen als God zijn.” Het komt Gode alleen toe geen berouw te hebben en te zeggen, wat nooit kan veranderd of herroepen worden.
KruisverwijzingenEsther 3:14→Psalmen 149:6→Psalmen 92:10→Psalmen 37:14→Openbaring 6:10→Richteren 16:28→Lukas 18:7→Psalmen 68:23→— De inhoud van dit schrift was: dat een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken; en dat de Joden gereed zouden zijn tegen dien dag, om zich te wreken aan hun vijanden.
De inhoud van dit zo even genoemde schrift was: dat ene wet door de beambten zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken; en dat de Joden gereed zouden zijn tegen dien dag, om zich te wreken aan hun vijanden, die hen mochten aanvallen (Hoofdstuk 3: 14). Ook hier, even als Hoofdstuk 3 voegt de Griekse overzetting het zogenaamde afschrift van dit koninklijk bevel in, een apocrief stuk van zeer gezwollen stijl en met velerlei onnauwkeurigheden, (vgl. Aanhangsel op Esther Hoofdstuk 6).
KruisverwijzingenEsther 3:15→Prediker 9:10→Daniël 8:2→Esther 2:3→Esther 1:2→1 Samuël 21:8→Nehemia 1:1→— De lopers, die op snelle kemelen reden en op muildieren, togen snellijk uit, aangedreven zijnde door het woord des konings. Deze wet nu werd gegeven op den burg Susan.
De lopers, die op snelle kamelen reden en op muilen 1), togen snellijk uit, aangedreven zijnde door het woord, het bevel des konings. Deze wet nu werd gegeven op den burcht Susan (zie (Hoofdstuk 3: 15).
Zie vs. 10
KruisverwijzingenEsther 3:15→Genesis 41:42→Lukas 16:19→Spreuken 29:2→Esther 1:6→Esther 6:8→Esther 6:11→Esther 5:1→— En Mordechai ging uit van voor het aangezicht des konings in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk.
En Mordechai ging na zo gunstigen uitslag uit van voor het aangezicht des konings, gekleed in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed 1), overeenkomstig zijnen stand als eerste minister, en met ene grote gouden kroon, gelijk die de Perzische vorsten droegen, onderscheiden van de koninklijke, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan, waar vele tegenstanders van Haman en vrienden van de Joden leefden, juichte en was vrolijk 2) over de voor de Joden zo gelukkige wending.
Dit was niet een feestkleed, zoals sommigen menen, maar de gewone kleding van den grootvizier van Perzië, en de mededeling dient ongetwijfeld, om te doen uitkomen, dat de boodschap, die door de snelle lopers werd gebracht, van kracht was, dewijl Mordechai zich ook in het openbaar als eerste Minister van den koning deed kennen door zijne kleding.
Het was Gods wil, dat Mordechai zo verhoogd werd, opdat de gevangene en verbannene Joden, gelijk eens in Jozef en onlangs in Daniël, nu ook in Mordechai ene vertroosting zouden hebben, wanneer zij zagen, dat een uit hun volk nu eens over de Egyptenaren, dan over de Chaldeeën, dan over de Perzen heerser was.
KruisverwijzingenPsalmen 97:11→Psalmen 30:5→Spreuken 11:10→Esther 4:1→Jesaja 30:29→Psalmen 18:28→Spreuken 4:18→Esther 9:17→— Bij de Joden was licht, en blijdschap, en vreugde, en eer;
Bij de Joden in Susan was, na lange duisternis en zwaren druk, licht, en blijdschap, en vreugde, en eer 1), want men haastte zich ‘s konings gunstelingen eer te bewijzen.
De Joden nog kort geleden onder een duistere wolk van veroordeling, als geringe en verachte schepselen, van elk versmaad, te zuchten, te kermen liggende, worden nu met licht en vreugde, met eer en blijdschap omschenen, en hebben reden, om elkaar vrolijk te begroeten, te onthalen en onderling feest te houden. Laat Gods volk meermalen in tranen moeten zaaien, de tijd zal wel eens komen, dat ze in des te groter en bestendiger vreugde zullen maaien. De schielijkheid, de bijzonderheid en het vreemd beloop van zaken in dezen onvoorzienen en onverwachten omzwaai van dezelve ten hunnen voordele, maakte hun vreugd des te sterker en te luidruchtiger. Zij waren als degenen, die droomden, daarom was hun mond met lachen, hun tong met gejuich vervuld (Psalm 126: 1 en 2).
KruisverwijzingenEsther 9:19→Deuteronomium 11:25→1 Samuël 25:8→Zacharia 8:20→Esther 9:22→Esther 9:27→Exodus 15:16→Genesis 35:5→— Ook in alle en een ieder landschap, en in alle en een iedere stad, ter plaatse, waar des konings woord en zijn wet aankwam, daar was bij de Joden blijdschap en vreugde, maaltijden en vrolijke dagen; en velen uit de volken des lands werden Joden, want de vreze der Joden was op hen gevallen.
Ook in alle en een ieder landschap, en in alle en ene ieders stad, ter plaatse, waar des konings woord en zijne wet aankwam, daar was bij de Joden blijdschap en vreugde, maaltijden en vrolijke dagen over zulk een wonderbaar bewijs van de zorg des Almachtigen Gods voor Zijn volk; en velen uit de volken des lands werden Joden 1), daar zij hierin duidelijk de hand van den levenden God erkenden; want de vreze der Joden was op hen gevallen 2).
Dit betekent niet, dat zij enkel de zijde der Joden kozen dit komt niet overeen met het volgende. Maar dat zij den dienst der afgoden vaarwel zegden en den dienst des Heren leerden kiezen, den dienst van Hem, die op zo zichtbare wijze de Joden had beschermd, terwijl omgekeerd de ijdelheid van de afgoden was gebleken in den val van Haman. Zo werd ook hier het woord vervuld van den profeet Zacharia. (Hoofdstuk .8: 23).
Niets is begrijpelijker dan deze vrees voor de Joden. Niet slechts de grote macht en het hoge aanzien, welke Mordechai bij den koning had, hield zelfs de sterkste vijanden der Joden in toom, maar alles, wat over de geschiedenis en de zegeningen der Joden van oude tijden af van mond tot mond ging, werd door de hoge eerbewijzen, die Esther en Mordechai ondervonden, zonder twijfel vernieuwd, en begon het gemoed van alle Perzen met vrees te vervullen.
Zo als toen in een voorbeeld, zo zullen in den laatsten tijd, wanneer Israël van den Antichrist gered, en door groten strijd tot zijnen Jehova Christus bekeerd zal zijn, scharen van heidense volken zich tot het Christusgeloof van het ware Israël wenden (Rom. 11).
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Esther 8
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenEsther 1:22→Esther 2:7→Esther 3:10→Esther 4:11→Esther 5:2→Esther 1:19→Esther 1:1→Esther 2:15→
— Te dienzelfden dage gaf de koning Ahasveros aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden; en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was. En de koning toog zijn ring af, dien hij van Haman genomen had, en gaf hem aan Mordechai; en Esther stelde Mordechai over het huis van Haman. En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, en zij viel voor zijn voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijn gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen. De koning nu reikte den gouden scepter Esther toe. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings. En zij zeide: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijn ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn. Want hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? En hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht? Toen zeide de koning Ahasveros tot de koningin Esther en tot Mordechai, den Jood: Ziet, het huis van Haman heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijn hand aan de Joden geslagen had. Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zoals het goed is in uw ogen, in des konings naam, en verzegelt het met des konings ring; want het schrift, dat in des konings naam geschreven, en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen. Toen werden des konings schrijvers geroepen, ter zelfder tijd, in de derde maand (zij is de maand Sivan), op den drie en twintigsten derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten der landschappen, die van Indie af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijn spraak; ook aan de Joden naar hun schrift en naar hun spraak. En men schreef in den naam van den koning Ahasveros, en men verzegelde het met des konings ring; en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kemelen, op muildieren, van merrien geteeld;
De koning schenkt aan Esther het huis van Haman, en verheft haren neef Mordechai tot zijnen minister. Als daarna Esther den koning smeekt, het bevel om de Joden te doden, hetwelk Haman had uitgevaardigd, weer in te trekken, zo kan hij haar hare bede niet toestaan, maar hij staat Mordechai toe naar zijn goeddunken eveneens ene wet uit te vaardigen ter bescherming van zijn volk. Nu wordt door ene koninklijke wet in alle provincies bekend gemaakt, dat de Joden op den 13den Adar gereed mochten zijn, om zich tegen allen, die hen zonden aanvallen te verdedigen, met de toestemming om hun vijanden uit te roeien en hun vermogen te roven. Over dat bevel ontstaat bij de Joden zulk ene vreugde, dat zij den dag, op welken zij het vernemen, met groot gejuich vieren; en op de heidenen heeft het zoveel invloed, dat velen Joden worden.
Te dienzelven dage (Hoofdstuk 7), gaf de koning Ahasveros, wie volgens Perzische wetten het vermogen der omgebrachten toekwam, aan de koningin Esther het huis van Haman, den vijand der Joden, met zijn geheel groot vermogen (zie 2 Samuel 16: 4); en Mordechai kwam voor het aangezicht des konings, werd tot staatsraad aangesteld (Hoofdstuk 1: 14) want Esther had te kennen gegeven, wat hij voor haar was, hoe hij haar als een pleegvader dierbaar was.
En de koning deed zijnen ring 1) met het koninklijke staatszegel af, dien hij van Haman genomen had (Hoofdstuk 3: 10), en gaf hem aan Mordechai, waardoor hij hem tot zijnen eersten minister maakte; en Esther stelde Mordechai tot bestuurder over het huis en het vermogen van Haman, zodat hij niet alleen grote eer, maar ook een rijk inkomen ontving.
De ring was de zegelring, waarmee alle staatsstukken werden gezegeld, in plaats dat zij, zoals bij ons, werden ondertekend. Het zegel had dezelfde kracht als bij ons de naamtekening van de Overheid. Daaruit blijkt, dat nu Mordechai tot eerste Minister of Groot-vizier werd benoemd in de plaats van zijn doodsvijand Haman. Zo vernedert den Heere den een en verhoogt den ander.
En Esther sprak verder voor het aangezicht des konings, want het was haar niet genoeg, dat zij en Mordechai met aardse eer overladen en voor ieder levensgevaar beveiligd waren, en zij viel voor zijne voeten, en zij weende, en zij smeekte hem, dat hij de boosheid van Haman, den Agagiet, en zijne gedachte, die hij tegen de Joden gedacht had, zou wegnemen. De ziel der gehele geschiedenis van ons Boek is de vaste en sterke liefde, met welke beide, Mordechai en Esther, van het begin tot het einde, zowel in de beslissende ogenblikken, als in de rust van hun vorstelijke eer en macht hun volk aanhangen.
De koning nu reikte den gouden scepter (Hoofdstuk 4: 11; 5: 2) Esther toe, als zij weer in den voorhof gekomen was met die bede. Toen rees Esther op, en zij stond voor het aangezicht des konings.
En zij zei, omdat het om iets groots, het intrekken van een koninklijk gebod te doen was, vrezende en dikwijls op nieuw beginnende: Indien het den koning goeddunkt, en indien ik genade voor zijn aangezicht gevonden heb, en deze zaak voor den koning recht is, en ik in zijne ogen aangenaam ben, dat er geschreven worde in alle provincies, dat de brieven en de gedachte van Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, die brieven, die toch niet anders zijn dan een werk van den vijand der Joden, teruggenomen en daarmee de bevelen tot moord wederroepen worden, welke hij geschreven heeft, om de Joden om te brengen, die in al de landschappen des konings zijn.
Want hoe zal Ik vermogen, dat ik aanzie het kwaad, dat mijn volk treffen zal? hoe zal ik die smart kunnen dragen? en hoe zal ik vermogen, dat ik aanzie het verderf van mijn geslacht 1), mijn vlees en bloed?
Esther pleit hier niet voor haar eigen leven, maar voor dat van haar volk. Zich zelve ziet zij op dit ogenblik voorbij en al haar smeken geldt haar volk en geslacht. In de hand Gods, als instrument in Zijnen dienst, treedt zij op voor het behoud van dat volk, waaruit, zoveel het vlees aangaat, de Messias zou voortkomen, en daarom was haar pleiten tevens een smeken om het behoud der Kerk. Van wraakzucht of bloeddorst, zoals haar wel eens verweten is, is bij haar geen spoor te ontdekken. Wat zij straks, of liever Mordechai in naam des konings, schrijft, is geen wraak nemen, maar een vrijheid geven tot zelfverdediging.
Toen zei de koning Ahasveros, niet in staat de bede toe te staan, tot de koningin Esther en tot Mordechai den Jood, die ontboden was om des konings antwoord te vernemen: Ziet, ik heb u getoond, hoe wel gezind ik uw volk ben; want het huis van Haman met al zijn goed heb ik Esther gegeven, en hem heeft men aan de galg gehangen, omdat hij zijne hand aan de Joden geslagen had; gij kunt er dus niet aan denken, dat ik het verderf van dat volk zou willen.
Ik wil u dezelfde volmacht geven, die ik eens aan Haman gaf. Schrijft dan gijlieden voor de Joden, zo als het goed is in uwe ogen 1), ene onveranderlijke wet, in des konings naam, en verzegelt het geschrift met des konings ring; maar de brieven van Haman in te trekken is onmogelijk, want het schrift, dat in des konings naam geschreven en met des konings ring verzegeld is, is niet te wederroepen.
De wet, die Haman uitgevaardigd had in ‘s konings naam, kon niet worden herroepen, maar nu geeft de koning verlof, om een andere wet uit te vaardigen, -dat ligt toch in dit: zoals het goed is in uwe ogen, welke die van Haman onschadelijk maakt.
Toen werden des konings schrijvers door Mordechai geroepen ter zelver tijd, in de derde maand (zij is volgens de Hebreeën, de maand Sivan) op den drie en twintigsten daarvan, dus 70 dagen nadat het eerste bevel was uitgegaan (Hoofdstuk 3: 12 vv.), en er werd geschreven naar alles, wat Mordechai gebood, aan de Joden in ‘t bijzonder, opdat geen vijandig beambte hen onkundig zou kunnen houden, en aan de stadhouders, en landvoogden, en oversten (Hoofdstuk 3: 12),der landschappen, die van Indië af tot aan Morenland strekken, honderd zeven en twintig landschappen, een ieder landschap naar zijn schrift, een ieder volk naar zijne spraak: ook aan de Joden, die in het gehele land verstrooid waren, naar hun schrift en naar hun spraak (Hoofdstuk 1: 1,22).
En men schreef in den naam van den koning Ahasveros en men verzegelde het met des konings ring, zodat het een wet was, die niet mocht herroepen worden, en men zond de brieven door de hand der lopers te paard, rijdende op snelle kamelen, op muilen, van merries geteeld 1)
Rijdende op snelle kamelen, op muilen, van merries geteeld. Zo heeft de Staten-Vertaling in navolging van de Vulgata. Beter is de vertaling, dewijl hier alleen van paarden sprake is: rijdende op renners, op edele zonen der stoeterij. In ‘t Hebreeuws staat er toch: Rokebee harèkesch haächaschteranim benee haramakim. woord, hier door snelle kamelen vertaald, is in Micha 1: 13 overgezet door, snelle dieren. Er worden paarden mede bedoeld, die zeer snel kunnen lopen en daarom geschikt zijn, om spoedige boodschappen over te brengen. Het andere woord, hier door muilezels overgezet, is van oorsprong een Arabisch woord en betekent, koninklijk, terwijl eindelijk de laatste woorden letterlijk betekenen, zonen der stoeterij, in verband met het Arabisch en Syrisch. De bedoeling is derhalve dit, dat er, opdat de boodschap spoedig naar alle plaatsen bekend zou zijn, gebruik gemaakt werd van de snelst lopende paarden uit de koninklijke stoeterij.
Dat de koning den Joden toeliet, die in elke stad waren, zich te vergaderen, en voor hun leven te staan te strijden, om, wanneer zij volgens het eerste bevel door de aanhangers van Haman werden aangevallen, te verdelgen, om te doden en om om te brengen alle macht des volks en des landschaps, die hen benauwen zou, de kleine kinderen en de vrouwen, en hunnen buit, hun have, te roven, even als van hen, die volgens koninklijk bevel waren omgebracht.
Op een dag in al de landschappen van den koning Ahasveros, op den dertienden der twaalfde maand, deze is de maand Adar 1), den dag, op welken het vermoorden der Joden bevolen was.
Het koninklijk gebod is dikwijls misverstaan, alsof de Joden plotseling toestemming verkregen hadden, om zo vele Perzen, als zij wilden, te doden. Men heeft zich zeer gestoten aan de onwaarschijnlijkheid, dat een koning van Perzië aan een toch altijd gehaat en vreemd volk dit zou hebben toegestaan. Terwijl echter het vroegere edict van Haman de Joden geheel en al aan het goedvinden hunner haters overgaf, moest dit hun slechts de wapenen ter verdediging in de hand geven.
Mordechai kon niets anders tot behoud der Joden uitdenken, dan de toestemming om zich te verdedigen, daar het edict, door hetwelk den volkeren, die aan Ahasveros gehoorzaamden, bevolen werd hen aan te vallen, niet kon herroepen worden. Toch was dit middel, om zijn volk te beschermen, een zeer gevaarlijk middel; want het was tegen de andere volkeren, onder welke het leefde, geenszins opgewassen, en zeer gemakkelijk konden de Joden bezwijken voor de zo veel talrijkere vijanden. Maar wel konden deze volken, wanneer zij vernamen, dat het den Joden door den koning was toegestaan zich en het hun met het zwaard te beschermen, hieruit gemakkelijk besluiten, dat de koning geenszins behagen had in het vermoorden der Joden, hoewel hij het hun vroeger geboden had. Zo was het zo goed als waarschijnlijk, dat er geen hevigen aanval op de Joden zou geschieden. Zonder twijfel is onder de Joden ook bekend geworden, wat aan ‘t koninklijke hof ten hunnen gunste geschied was, en allen was het duidelijk, dat Ahasveros, wanneer het hem volgens de gewoonte ware geoorloofd geweest, hij het eerste edict zou herroepen hebben; nu dit echter niet kon geschieden, was voor de Joden ten minste zo veel mogelijk gezorgd. Zo is het niet te verwonderen, dat de andere volken zich niet met alle krachten op de Joden stortten, terwijl zij hen anders gemakkelijk zouden neergeworpen hebben. God verschuift dikwijls de hulp, niet omdat Hij die niet betonen wil, maar om het geloof te oefenen en des te meer op te wekken om Hem aan te roepen; vervolgens ook, opdat Hij ons de redding des te aangenamer make en na groten nood ook grote vreugde schenke. Het onveranderlijk stellen van een uitgevaardigd gebod is als ene oude vermetelheid, die ons allen ten ondergang bracht: “Wij willen als God zijn.” Het komt Gode alleen toe geen berouw te hebben en te zeggen, wat nooit kan veranderd of herroepen worden.
De inhoud van dit zo even genoemde schrift was: dat ene wet door de beambten zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken; en dat de Joden gereed zouden zijn tegen dien dag, om zich te wreken aan hun vijanden, die hen mochten aanvallen (Hoofdstuk 3: 14). Ook hier, even als Hoofdstuk 3 voegt de Griekse overzetting het zogenaamde afschrift van dit koninklijk bevel in, een apocrief stuk van zeer gezwollen stijl en met velerlei onnauwkeurigheden, (vgl. Aanhangsel op Esther Hoofdstuk 6).
De lopers, die op snelle kamelen reden en op muilen 1), togen snellijk uit, aangedreven zijnde door het woord, het bevel des konings. Deze wet nu werd gegeven op den burcht Susan (zie (Hoofdstuk 3: 15).
Zie vs. 10
En Mordechai ging na zo gunstigen uitslag uit van voor het aangezicht des konings, gekleed in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed 1), overeenkomstig zijnen stand als eerste minister, en met ene grote gouden kroon, gelijk die de Perzische vorsten droegen, onderscheiden van de koninklijke, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan, waar vele tegenstanders van Haman en vrienden van de Joden leefden, juichte en was vrolijk 2) over de voor de Joden zo gelukkige wending.
Dit was niet een feestkleed, zoals sommigen menen, maar de gewone kleding van den grootvizier van Perzië, en de mededeling dient ongetwijfeld, om te doen uitkomen, dat de boodschap, die door de snelle lopers werd gebracht, van kracht was, dewijl Mordechai zich ook in het openbaar als eerste Minister van den koning deed kennen door zijne kleding.
Het was Gods wil, dat Mordechai zo verhoogd werd, opdat de gevangene en verbannene Joden, gelijk eens in Jozef en onlangs in Daniël, nu ook in Mordechai ene vertroosting zouden hebben, wanneer zij zagen, dat een uit hun volk nu eens over de Egyptenaren, dan over de Chaldeeën, dan over de Perzen heerser was.
Bij de Joden in Susan was, na lange duisternis en zwaren druk, licht, en blijdschap, en vreugde, en eer 1), want men haastte zich ‘s konings gunstelingen eer te bewijzen.
De Joden nog kort geleden onder een duistere wolk van veroordeling, als geringe en verachte schepselen, van elk versmaad, te zuchten, te kermen liggende, worden nu met licht en vreugde, met eer en blijdschap omschenen, en hebben reden, om elkaar vrolijk te begroeten, te onthalen en onderling feest te houden. Laat Gods volk meermalen in tranen moeten zaaien, de tijd zal wel eens komen, dat ze in des te groter en bestendiger vreugde zullen maaien. De schielijkheid, de bijzonderheid en het vreemd beloop van zaken in dezen onvoorzienen en onverwachten omzwaai van dezelve ten hunnen voordele, maakte hun vreugd des te sterker en te luidruchtiger. Zij waren als degenen, die droomden, daarom was hun mond met lachen, hun tong met gejuich vervuld (Psalm 126: 1 en 2).
Ook in alle en een ieder landschap, en in alle en ene ieders stad, ter plaatse, waar des konings woord en zijne wet aankwam, daar was bij de Joden blijdschap en vreugde, maaltijden en vrolijke dagen over zulk een wonderbaar bewijs van de zorg des Almachtigen Gods voor Zijn volk; en velen uit de volken des lands werden Joden 1), daar zij hierin duidelijk de hand van den levenden God erkenden; want de vreze der Joden was op hen gevallen 2).
Dit betekent niet, dat zij enkel de zijde der Joden kozen dit komt niet overeen met het volgende. Maar dat zij den dienst der afgoden vaarwel zegden en den dienst des Heren leerden kiezen, den dienst van Hem, die op zo zichtbare wijze de Joden had beschermd, terwijl omgekeerd de ijdelheid van de afgoden was gebleken in den val van Haman. Zo werd ook hier het woord vervuld van den profeet Zacharia. (Hoofdstuk .8: 23).
Niets is begrijpelijker dan deze vrees voor de Joden. Niet slechts de grote macht en het hoge aanzien, welke Mordechai bij den koning had, hield zelfs de sterkste vijanden der Joden in toom, maar alles, wat over de geschiedenis en de zegeningen der Joden van oude tijden af van mond tot mond ging, werd door de hoge eerbewijzen, die Esther en Mordechai ondervonden, zonder twijfel vernieuwd, en begon het gemoed van alle Perzen met vrees te vervullen.
Zo als toen in een voorbeeld, zo zullen in den laatsten tijd, wanneer Israël van den Antichrist gered, en door groten strijd tot zijnen Jehova Christus bekeerd zal zijn, scharen van heidense volken zich tot het Christusgeloof van het ware Israël wenden (Rom. 11).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel