Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen de koningH4428 met HamanH2001gekomenH935 was, om te drinkenH8354metH5973 de koninginH4436EstherH635;Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;
KJVSo the king2and Haman3came1to banquet4with Esther6the queen.
1וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal3וְהָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman4לִשְׁתּ֖וֹתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)5עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6אֶסְתֵּ֥רH635Esther, EsthersEsther7הַמַּלְכָּֽהH4436koningin, koninginnenqueen
2Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo zeideH559 de koningH4428 tot EstherH635, ookH1571 op den tweedenH8145dagH3117, op den maaltijdH4960 des wijnsH3196: WatH4100 is uw bedeH7596, koninginH4436EstherH635? en zij zal u gegevenH5414 worden; en watH4100 is uw verzoekH1246? Het zal geschiedenH6213, ook totH5704 de helftH2677 des koninkrijksH4438.Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
KJVAnd the king2said1again unto Esther3on the second6day5at the banquet7of wine,8What is thy petition,10queen12Esther?11and it shall be granted13thee: and what is thy request?16and it shall be performed,20even to the half18of the kingdom.
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3לְאֶסְתֵּ֜רH635Esther, EsthersEsther4גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea5בַּיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשֵּׁנִי֙H8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)7בְּמִשְׁתֵּ֣הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)8הַיַּ֔יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)9מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why10שְּׁאֵלָתֵ֛ךְH7596bede, begeerteloan, petition, request11אֶסְתֵּ֥רH635Esther, EsthersEsther12הַמַּלְכָּ֖הH4436koningin, koninginnenqueen13וְתִנָּ֣תֵֽןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לָ֑ךְ15וּמַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why16בַּקָּשָׁתֵ֛ךְH1246verzoek, verzoeksrequest17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18חֲצִ֥יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts19הַמַּלְכ֖וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal20וְתֵעָֽשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
3Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen antwoorddeH6030 de koninginH4436EstherH635, en zeideH559: Indien ik, o koningH4428, genadeH2580 in uw ogenH5869gevondenH4672 heb, en indien het den koningH4428goeddunktH2895, men geveH5414 mij mijn levenH5315, om mijner bedeH7596 wil, en mijn volkH5971, om mijns verzoeksH1246 wil.Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil.
KJVThen Esther2the queen3answered1and said,4If I have found6favour7in thy sight,8O king,9and if it please13the king,12let my life16be given14me at my petition,17and my people18at my request:
1וַתַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אֶסְתֵּ֤רH635Esther, EsthersEsther3הַמַּלְכָּה֙H4436koningin, koninginnenqueen4וַתֹּאמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet6מָצָ֨אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on7חֵ֤ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured8בְּעֵינֶ֨יךָ֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13ט֑וֹבH2895goeddunkt, goed, beterbe (do) better, cheer, be (do, seem) good, (make) goodly, [idiom] please, (be, do, go, play) well14תִּנָּֽתֶןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לִ֤י16נַפְשִׁי֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it17בִּשְׁאֵ֣לָתִ֔יH7596bede, begeerteloan, petition, request18וְעַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19בְּבַקָּשָׁתִֽיH1246verzoek, verzoeksrequest
4Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Want wij zijn verkochtH4376, ikH589 en mijn volkH5971, dat men ons verdelgeH8045, dodeH2026 en ombrengeH6. Indien wij nog tot knechtenH5650 en tot dienstmaagdenH8198 waren verkochtH4376 geweest, ik zou gezwegenH2790 hebben, ofschoonH3588 de onderdrukkerH6862 de schadeH5143 des koningsH4428geenszinsH369 zou kunnen vergoedenH7737.Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden.
KJVFor we are sold,2I and my people,4to be destroyed,5to be slain,6and to perish.7But if8we had been sold11for bondmen9and bondwomen,10I had held my tongue,12although the enemy15could not countervail16the king's18damage.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2נִמְכַּ֨רְנוּ֙H4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)3אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4וְעַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5לְהַשְׁמִ֖ידH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly6לַהֲר֣וֹגH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely7וּלְאַבֵּ֑דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee8וְ֠אִלּוּH432schoonbut if, yea though9לַעֲבָדִ֨יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant10וְלִשְׁפָח֤וֹתH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant11נִמְכַּ֨רְנוּ֙H4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)12הֶחֱרַ֔שְׁתִּיH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker13כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15הַצָּ֛רH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble16שֹׁוֶ֖הH7737maakt, baat, besteldavail, behave, bring forth, compare, countervail, (be, make) equal, lay, be (make, a-) like, make plain, profit, reckon17בְּנֵ֥זֶקH5143schadedamage18הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
5Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen sprakH559 de koningH4428AhasverosH325, en zeideH559 tot de koninginH4436EstherH635: WieH4310 is die, en waarH834 is diezelve, die zijn hartH3820vervuldH4390 heeft, om alzoH3651 te doenH6213?Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen?
KJVThen the king2Ahasuerus3answered1and said4unto Esther5the queen,6Who is he, and where is he, that durst presume14in his heart15to do
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֲחַשְׁוֵר֔וֹשׁH325AhasverosAhasuerus4וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5לְאֶסְתֵּ֣רH635Esther, EsthersEsther6הַמַּלְכָּ֑הH4436koningin, koninginnenqueen7מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God8ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9זֶה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וְאֵֽיH335waar?; hoe?how, what, whence, where, whether, which (way)11זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14מְלָא֥וֹH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly15לִבּ֖וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom16לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
6En Esther zeide: De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En EstherH635zeideH559: De manH376, de onderdrukkerH6862 en vijandH341, is dezeH2088bozeH7451HamanH2001! Toen verschrikteH1204HamanH2001 voor het aangezichtH6440 des koningsH4428 en der koninginH4436.En Esther zeide: De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin.
KJVAnd Esther2said,1The adversary3and enemy5is this wicked7Haman.6Then Haman9was afraid10before11the king12and the queen.
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶסְתֵּ֔רH635Esther, EsthersEsther3אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4צַ֣רH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble5וְאוֹיֵ֔בH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe6הָמָ֥ןH2001Haman, HamansHaman7הָרָ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)8הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9וְהָמָ֣ןH2001Haman, HamansHaman10נִבְעַ֔תH1204verschrikken, verschrikt, verschrikteaffright, be (make) afraid, terrify, trouble11מִלִּפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13וְהַמַּלְכָּֽהH4436koningin, koninginnenqueen
7En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En de koningH4428stondH6965 op in zijn grimmigheidH2534 van den maaltijdH4960 des wijnsH3196, en ging naarH413 den hofH1594 van het paleisH1055. En HamanH2001 bleef staanH5975, om van de koninginH4436EstherH635, aangaande zijn levenH5315verzoekH1245 te doen; want hij zagH7200, dat het kwaadH7451vanH854 de koningH4428 over hem ten volle beslotenH3615 was.En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was.
KJVAnd the king1arising2from the banquet4of wine5in his wrath3went into the palace8garden:7and Haman9stood up10to make request11for his life13to Esther14the queen;15for he saw17that there was evil21determined19against him by the king.
1וְהַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2קָ֤םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3בַּחֲמָתוֹ֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)4מִמִּשְׁתֵּ֣הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)5הַיַּ֔יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7גִּנַּ֖תH1594hof, notenhofgarden8הַבִּיתָ֑ןH1055paleispalace9וְהָמָ֣ןH2001Haman, HamansHaman10עָמַ֗דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11לְבַקֵּ֤שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13נַפְשׁוֹ֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14מֵֽאֶסְתֵּ֣רH635Esther, EsthersEsther15הַמַּלְכָּ֔הH4436koningin, koninginnenqueen16כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet17רָאָ֔הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19כָלְתָ֥הH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste20אֵלָ֛יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)21הָרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)22מֵאֵ֥תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix23הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
8Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen de koningH4428wederkwamH7725 uit den hofH1594 van het paleisH1055 in het huisH1004 van den maaltijdH4960 des wijnsH3196, zo was HamanH2001gevallenH5307opH5921 het bedH4296, waarop EstherH635 was. Toen zeideH559 de koningH4428: Zou hij ookH1571 wel de koninginH4436verkrachtenH3533 bij mij in het huisH1004? Het woordH1697 ging uit des koningsH4428mondH6310, en zij bedektenH2645HamansH2001aangezichtH6440.Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht.
KJVThen the king1returned2out of the palace4garden3into the place6of the banquet7of wine;8and Haman9was fallen10upon the bed12whereon Esther14was. Then said16the king,17Will he force19the queen21also before me in the house?23As the word24went out25of the king's27mouth,26they covered30Haman's29face.
1וְהַמֶּ֡לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2שָׁב֩H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3מִגִּנַּ֨תH1594hof, notenhofgarden4הַבִּיתָ֜ןH1055paleispalace5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7מִשְׁתֵּ֣הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)8הַיַּ֗יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)9וְהָמָן֙H2001Haman, HamansHaman10נֹפֵ֔לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַמִּטָּה֙H4296bed, bedsteden, baarbed(-chamber), bier13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אֶסְתֵּ֣רH635Esther, EsthersEsther15עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet17הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18הֲ֠גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea19לִכְבּ֧וֹשׁH3533ondergebracht, onderworpen, onderwerpenbring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21הַמַּלְכָּ֛הH4436koningin, koninginnenqueen22עִמִּ֖יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)23בַּבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)24הַדָּבָ֗רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work25יָצָא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter26מִפִּ֣יH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word27הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal28וּפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you29הָמָ֖ןH2001Haman, HamansHaman30חָפֽוּH2645overtoog, bedekken, bedektenceil, cover, overlay
9En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En CharbonaH2726, eenH259vanH4480 de kamerlingenH5631, voor het aanschijnH6440 des koningsH4428 staande, zeideH559: OokH1571zieH2009, de galgH6086, welkeH834HamanH2001gemaaktH6213 heeft voor MordechaiH4782, dieH834goedH2896 voor den koningH4428gesprokenH1696 heeft, staatH5975bijH5921HamansH2001huisH1004, vijftigH2572ellenH520hoogH1364. Toen zeideH559 de koningH4428: HangH8518 hem daaraan.En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan.
KJVAnd Harbonah,2one3of the chamberlains,5said1before6the king,7Behold also, the gallows10fifty24cubits25high,23which Haman13had made12for Mordecai,14who had spoken16good17for the king,19standeth20in the house21of Haman.22Then the king27said,26Hang
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2חַ֠רְבוֹנָהH2726CharbonaHarbona, Harbonah3אֶחָ֨דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַסָּרִיסִ֜יםH5631kamerlingen, hovelingen, kamerlingchamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see10הָעֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עָשָׂ֪הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13הָמָ֟ןH2001Haman, HamansHaman14לְֽמָרְדֳּכַ֞יH4782MordechaiMordecai15אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16דִּבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work17ט֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal20עֹמֵד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry21בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)22הָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman23גָּבֹ֖הַּH1364hogen, hoge, hooghaughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly24חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty25אַמָּ֑הH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post26וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet27הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal28תְּלֻ֥הוּH8518hangen, gehangen, hinghang (up)29עָלָֽיוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
10Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Alzo hingenH8518 zij HamanH2001aanH5921 de galgH6086, dieH834 hij voor MordechaiH4782 had doen bereidenH3559; en de grimmigheidH2534 des koningsH4428 werd gestildH7918.Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild.
KJVSo they hanged1Haman3on the gallows5that he had prepared7for Mordecai.8Then was the king's10wrath9pacified.
1וַיִּתְלוּ֙H8518hangen, gehangen, hinghang (up)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הָעֵ֖ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הֵכִ֣יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed8לְמָרְדֳּכָ֑יH4782MordechaiMordecai9וַחֲמַ֥תH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)10הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11שָׁכָֽכָהH7918gestild, schikken, stilappease, assuage, make to cease, pacify, set
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Esther 7:1— Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;Esther 5:8→Esther 3:15→
Esther 7:2— Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.Johannes 16:24→Esther 5:6→Esther 5:3→Esther 9:12→
Esther 7:3— Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil.Jeremia 38:26→Esther 7:7→Job 2:4→Psalmen 122:6→2 Koningen 1:13→Esther 5:8→1 Koningen 20:31→Esther 4:8→
Esther 7:4— Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden.Esther 3:9→Deuteronomium 28:68→Esther 3:13→Esther 8:11→Esther 4:7→Joël 3:6→Jozua 9:23→Amos 2:6→
Esther 7:5— Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen?Genesis 27:33→Handelingen 5:3→Job 9:24→
Esther 7:6— En Esther zeide: De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin.2 Thessalonicenzen 2:8→Job 18:5→Psalmen 139:19→Job 15:21→Spreuken 16:14→Nehemia 6:16→Psalmen 27:2→1 Korinthe 5:13→
Esther 7:7— En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was.Esther 1:12→Spreuken 19:12→Openbaring 3:9→1 Samuël 25:17→1 Samuël 20:7→Jesaja 60:14→Daniël 3:19→Spreuken 14:19→
Esther 7:8— Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht.Esther 1:6→Esther 6:12→Jesaja 22:17→Jesaja 49:23→Job 9:24→
Esther 7:9— En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan.Psalmen 7:15→Spreuken 11:5→Esther 5:14→Psalmen 35:8→Esther 1:10→Psalmen 141:10→Esther 6:2→Daniël 6:24→
Esther 7:10— Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild.Daniël 6:24→Ezechiël 5:13→Richteren 15:7→Zacharia 6:8→Psalmen 7:16→Esther 2:1→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Esther 7 vers 1— Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;
om te drinken
Dat is, om maaltijden te houden en vrolijk te zijn; gelijk Gen. 43:34 .
Hertaald:om te drinken
Dat is: om maaltijden te houden en vrolijk te zijn; zoals Gen. 43:34.
Esther 7 vers 2— Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
ten tweeden dage,
Dat is, op den dag van den tweeden maaltijd, waarvan boven, Est. 5:8 , melding gemaakt wordt.
Hertaald:ten tweeden dage,
Dat is: op de dag van de tweede maaltijd, waarover hierboven, Est. 5:8, melding gemaakt wordt.
op den maaltijd
Zie boven, Est. 5:6 , alzo ook onder, vs.7.
Hertaald:op den maaltijd
Zie hierboven Est. 5:6, zo ook hieronder vers 7.
Esther 7 vers 3— Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil.
mijn leven,
Hebreeuws, mijn ziel.
Hertaald:mijn leven,
Hebreeuws: mijn ziel.
mijn volk,
Te weten, de Joden, uit welken ik gesproten ben. Anders, en mijns volks; te weten, ziel, of leven.
Hertaald:mijn volk,
Namelijk: de Joden, uit wie ik afkomstig ben. Anders: en van mijn volk; namelijk ziel, of leven.
Esther 7 vers 4— Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden.
wij zijn verkocht,
Te weten, van Haman aan u, voor een grote som gelds. Het schijnt dat Esther ziet op het aanbod van het geld, hetwelk Haman gedaan had. Zie boven, Est. 3:9 , en Est. 4:7 .
Hertaald:wij zijn verkocht,
Namelijk: door Haman aan u, voor een grote som geld. Het lijkt erop dat Esther doelt op het aanbod van geld dat Haman gedaan had. Zie hierboven Est. 3:9, en Est. 4:7.
Indien wij nog
Of, och of wij tot, enz.
Hertaald:Indien wij nog
Of: och, of wij, enzovoort.
waren verkocht geweest,
Te weten, tot profijt des konings.
Hertaald:waren verkocht geweest,
Namelijk: tot voordeel van de koning.
de onderdrukker
Anders, de onderdrukking; [dat is, het profijt, dat van de onderdrukking zou komen] niet zou kunnen vergeleken worden met de schade des konings.
Hertaald:de onderdrukker
Anders: de onderdrukking; [dat is: het voordeel dat uit de onderdrukking zou voortkomen] niet vergeleken zou kunnen worden met het nadeel voor de koning.
de schade des konings
Esther geeft hiermede te verstaan dat de koning groot profijt van de Joden genoot, te weten, vanwege de schattingen, die zij moesten betalen; en zij zegt dat de schade, die de koning door het verdelgen der Joden in al zijn koninkrijken lijden zou, zo groot zou wezen, dat Haman met zijn tien duizend talenten zilvers [boven, Est. 3:9 ] dezelve niet zou kunnen vergoeden.
Hertaald:de schade des konings
Esther geeft hiermee te kennen dat de koning groot voordeel van de Joden had, namelijk vanwege de belastingen die zij moesten betalen; en zij zegt dat de schade die de koning zou lijden door het uitroeien van de Joden in al zijn koninkrijken zo groot zou zijn, dat Haman met zijn tienduizend talenten zilver [hierboven Est. 3:9] die niet zou kunnen vergoeden.
Esther 7 vers 5— Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen?
die zijn hart vervuld heeft,
Dat is, die in zijn hart vastelijk voorgenomen heeft zulks te doen. Hebreeuws, die zijn hart vervuld heeft. Zie dergelijke manier van spreken, Hand. 5:3 .
Hertaald:die zijn hart vervuld heeft,
Dat is: die in zijn hart vast van plan is zoiets te doen. Hebreeuws: die zijn hart vervuld heeft. Zie een soortgelijke manier van spreken, Hand. 5:3.
Esther 7 vers 7— En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was.
naar den hof
Dat is, in den hof, die aan, of bij het paleis was.
Hertaald:naar den hof
Dat is: in de tuin die aan, of bij, het paleis was.
zijn leven
Hebreeuws, zijn ziel, gelijk vs.3.
Hertaald:zijn leven
Hebreeuws: zijn ziel, zoals vers 3.
hij zag,
Zie Spr. 16:14 , en Spr. 20:2 .
Hertaald:hij zag,
Zie Spr. 16:14, en Spr. 20:2.
ten volle besloten was
Hebreeuws, volbracht was.
Hertaald:ten volle besloten was
Hebreeuws: voltrokken was.
Esther 7 vers 8— Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht.
gevallen
Te weten, om Esther te smeken en te bidden dat zij den koning voor hem zou willen bidden, dat hij zijn leven mocht behouden.
Hertaald:gevallen
Namelijk: om Esther te smeken en te bidden dat zij de koning voor hem zou willen vragen zijn leven te sparen.
op het bed,
Versta hier, zulk een bed, of koets, gelijk boven, Est. 1:6 ; zijnde gemaakt om aan de tafel te liggen als zij aten. Aldus heeft ook Christus en zijn discipelen aan de tafel gelegen, niet gezeten, Matt. 26:20 ; want dit was eertijds bij de Perzen, Romeinen en andere natiën gebruikelijk.
Hertaald:op het bed,
Versta hier: zo'n bed, of rustbank, als hierboven Est. 1:6; gemaakt om aan tafel op te liggen tijdens het eten. Zo hebben ook Christus en Zijn discipelen aan tafel gelegen, niet gezeten, Matth. 26:20; want dit was vroeger bij de Perzen, Romeinen en andere volken gebruikelijk.
bij mij
Dat is, in mijn bijwezen en tegenwoordigheid.
Hertaald:bij mij
Dat is: in mijn aanwezigheid.
in het huis?
Te weten, in dit huis van den maaltijd.
Hertaald:in het huis?
Namelijk: in dit huis van de maaltijd.
woord ging uit
Of, een woord; dat is, bevel.
Hertaald:woord ging uit
Of: een woord; dat is: bevel.
bedekten Hamans aangezicht
Die bij de Perzen in des konings ongenade gekomen was, dien werd het aangezicht bedekt, als niet waardig zijnde den koning te aanschouwen. Zie Job 9:24 .
Hertaald:bedekten Hamans aangezicht
Wie bij de Perzen in ongenade van de koning gevallen was, diens gezicht werd bedekt, als niet waardig om de koning aan te schouwen. Zie Job 9:24.
Esther 7 vers 9— En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan.
voor Mórdechaï,
Te weten, om hem daaraan te hangen. Dit mag wel Charbona van iemand uit Hamans huisgezin vernomen hebben, toen hij gegaan was om Haman tot het tweede banket tehalen, ziende daar deze galg opgericht.
Hertaald:voor Mórdechaï,
Namelijk: om hem daaraan op te hangen. Dit kan Charbona wel van iemand uit het huisgezin van Haman gehoord hebben, toen hij gegaan was om Haman voor het tweede banket te halen en daar deze galg zag opgericht.
die goed voor den koning gesproken heeft,
Te weten, ontdekkende de samenzwering der kamerlingen tegen den koning, daar hij zeer wel aan gedaan heeft, doende daarmede den koning den grootsten dienst, dien men hem doen kon, namelijk hem zijn leven behoudende; zie boven, Est. 2:21-22 .
Hertaald:die goed voor den koning gesproken heeft,
Namelijk: door de samenzwering van de kamerlingen tegen de koning te ontdekken, waarmee hij zeer goed gehandeld heeft en de koning de grootste dienst bewees die men hem kon bewijzen, namelijk hem zijn leven redden; zie hierboven Est. 2:21-22.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ahasveros — machtige heerser (Perzische titel, vaak gelijkgesteld met Xerxes I)
Koning van Perzië, heersend over honderdzevenentwintig landschappen van Indië tot Morenland. Na het verstoten van koningin Vasthi verhief hij Esther tot koningin; later, opgehitst door Haman, gaf hij bevel tot uitroeiing van de Joden, maar herriep dit na Esthers tussenkomst en liet in plaats daarvan Haman ophangen (Esther 1-10).
Mordechai — toegewijd aan (de god) Marduk (Perzische naam)
Een Jood uit de stam Benjamin te Susan, uit het geslacht van hen die met koning Jechonia weggevoerd waren; hij voedde zijn nicht Hadassa (Esther) op als zijn eigen dochter. Hij ontdekte en verijdelde een samenzwering tegen de koning, weigerde later voor Haman te buigen, en spoorde Esther aan zich voor haar volk in te zetten, wat uiteindelijk tot Hamans val en de redding van de Joden leidde (Esther 2-10).
Esther (Hadassa) — ster (Hadassa: mirt)
Dochter van Abichaïl, een oom van Mordechai; na de dood van haar ouders door Mordechai als dochter aangenomen. Wegens haar schoonheid werd zij in de plaats van Vasthi tot koningin van Ahasveros verheven, zonder haar Joodse afkomst bekend te maken. Op Mordechai's aandringen waagde zij haar leven om bij de koning voor haar volk te pleiten, wat leidde tot de redding van de Joden uit Hamans complot (Esther 2, 4-9).
Haman — luidruchtig, roemrijk (onzeker)
Zoon van Hammedatha, de Agagiet; door Ahasveros tot de hoogste eer verheven boven alle vorsten. Vertoornd omdat Mordechai weigerde voor hem te buigen, spande hij een complot om alle Joden in het rijk te laten uitroeien, en liet daartoe een galg van vijftig ellen bouwen om Mordechai daaraan op te hangen. Zijn plan keerde zich echter tegen hem: hij werd zelf aan die galg opgehangen (Esther 3, 5, 7).
Charbona — vernietiger (onzeker)
Een van de kamerlingen van Ahasveros; toen de koning ziedend van toorn tegen Haman was, wees hij hem op de galg die Haman voor Mordechai had laten oprichten, waarna de koning beval Haman daaraan op te hangen (Esther 7:9-10).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Men geve mij mijn leven en mijn volk — aan de tweede maaltijd spreekt Esther eindelijk, en zij vraagt eerst om haar eigen leven: "men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil" (Est. 7:3)
Bij de tweede maaltijd stelt de koning zijn vraag opnieuw, en opnieuw biedt hij tot de helft van zijn koninkrijk aan (Est. 7:1-2). Nu antwoordt Esther. Zij vraagt om haar leven en om het leven van haar volk (Est. 7:3). Daarna legt zij uit waarom. Zij zijn verkocht om verdelgd, gedood en omgebracht te worden. Als zij tot slaven en slavinnen verkocht waren, zou zij gezwegen hebben (Est. 7:4). De koning vraagt wie zoiets heeft durven bedenken (Est. 7:5). Esther noemt hem: "De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman!" Haman schrikt hevig, daar tegenover de koning en de koningin (Est. 7:6).
Bijbelse betekenis: Jarenlang had Esther gezwegen over haar afkomst, en twee maaltijden lang had zij haar verzoek uitgesteld. Nu zegt zij alles in enkele zinnen. Let op de volgorde. Zij begint niet met een aanklacht tegen Haman, maar met een vraag om leven, en zij noemt haar eigen leven en dat van haar volk in één adem. Zij houdt geen afstand en zoekt geen uitzondering voor zichzelf. Opmerkelijk is ook wat zij niet zegt. Zij verwijt de koning niet dat hij het bevel zelf verzegeld heeft, terwijl dat de waarheid is. Zij legt de zaak open zonder de man tegenover haar in het nauw te drijven. Zo blijkt waarom zij haar verzoek had uitgesteld. Wat zij te zeggen had, moest goed gezegd worden.
Typologie: De spreuk roept juist tot dit soort spreken op: "Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden" (Spr. 31:8). Esther spreekt hier voor een volk dat zelf geen toegang tot de koning had, en zij spreekt met haar leven als inzet.
Est. 7:1-6; Spr. 31:8
De galg die hij voor Mordechai had laten maken — Haman sterft aan het werktuig dat hij voor een ander had opgericht: "Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden" (Est. 7:10)
De koning staat in grote toorn op van de maaltijd en gaat naar de tuin van het paleis (Est. 7:7). Haman blijft achter en smeekt de koningin om zijn leven, want hij begrijpt dat de koning zijn ondergang besloten heeft. Wanneer de koning terugkomt, is Haman op de rustbank gevallen waarop Esther lag, en de koning vat dat op als een aanslag op haar (Est. 7:8). Daarmee is zijn vonnis geveld. Dan wijst de kamerling Charbona op de galg van vijftig ellen die bij het huis van Haman staat, gemaakt voor de man die het leven van de koning had gered. De koning zegt slechts: hangt hem daaraan (Est. 7:9). Zo werd Haman gehangen aan zijn eigen galg, en de toorn van de koning bedaarde (Est. 7:10).
Bijbelse betekenis: Wat Haman ten val brengt, is niet in de eerste plaats de aanklacht van Esther, maar zijn eigen bouwwerk. De galg stond klaar, hoog en zichtbaar, en niemand hoefde er iets aan toe te voegen. De man die het niet kon verdragen dat één Jood bleef zitten, smeekt nu een Joodse vrouw om zijn leven. De Schrift tekent hier geen rechtvaardige koning. Ahasveros beslist in deze zaak even snel als toen hij het eerste bevel verzegelde, en hij vraagt ook nu niet door. Wat hier gebeurt, is dus geen voorbeeld van goede rechtspraak. Het is wel een openbaring van Gods regering: het kwaad dat een mens voor een ander bedacht heeft, keert op zijn eigen hoofd terug.
Typologie: De psalm heeft dit patroon in twee regels vastgelegd: "Hij heeft een kuil gedolven, en dien uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, die hij gemaakt heeft" (Ps. 7:16). Dezelfde omkering geldt breder: "De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden" (Ps. 9:16).
IV. Vs. 1-10.KruisverwijzingenEsther 3:9→Psalmen 7:15→Spreuken 11:5→Deuteronomium 28:68→Esther 3:13→Esther 1:6→Esther 5:14→Johannes 16:24→ — Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther; Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks. Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil. Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden. Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen? En Esther zeide: De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin. En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was. Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht. En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan. Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild. Als de koning en Haman wederom bij Esther eten, en de eerste weer naar hare begeerte vraagt, openbaart zij hem hare Joodse afkomst en verzoekt hem, zich zelf met het gehele volk samenvattende, dat hij haar en haar volk het leven wilde schenken, dat Haman besloten had te verderven. Terwijl de koning, die over dit plan van Haman op ‘t hevigst in toorn ontstoken is, in den tuin gaat, werpt zich Haman aan de voeten der koningin en smeekt hij om zijn leven. De koning, die daarbij komt, ziet hierin boze bedoelingen, en beveelt dadelijk hem te vonnissen; waarop hij volgens het voorstel van enen kamerdienaar, aan de galg gehangen wordt, die hij voor Mordechai had opgericht.
KruisverwijzingenEsther 5:8→Esther 3:15→— Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;
Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;
KruisverwijzingenJohannes 16:24→Esther 5:6→Esther 5:3→Esther 9:12→— Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
Zo zei de koning tot Esther ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns (Hoofdstuk 5: 6): Wat is uwe bede, koningin Esther! en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks. Even als Mordechai ook na de hem wedervarene koninklijke onderscheiding bescheiden naar zijne plaats terugtreedt, zo is ook aan Esther niets op te merken van ene verheffing wegens het tot hiertoe gelukken van haar plan; zij weet dat zij nog altijd voor de hoofdbeslissing staat.
KruisverwijzingenJeremia 38:26→Esther 7:7→Job 2:4→Psalmen 122:6→2 Koningen 1:13→Esther 5:8→1 Koningen 20:31→Esther 4:8→— Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil.
Toen antwoordde 1) de koningin Esther, en zei, op dit tijdstip hare afkomst aan den koning openbarende (Hoofdstuk 2: 20 ): Indien ik, o koning! genade in uwe ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven om mijner bede wil, en het leven van mijn volk, om mijns verzoeks wil.
Den vorigen dag had Esther niet durven vragen, wat haar op het harte lag. Dat was de beschikking Gods. Een slapeloze nacht moest eerst nog komen, de herinnering aan Mordechai’s daad gewekt worden, maar ook reeds een aanvankelijk vallen in ongenade van Haman, in elk geval een minder gunstig gestemd worden van den koning voor zijn groot-vizier. Niet Esther moest de eer hebben, maar God en God alleen, al wil Hij Esther ook gebruiken tot redding des volks. Esther moest het na deze goed gevoelen, dat het de Heere was, die alles zó had geleid, dat haar verzoek en haar bede een gunstig onthaal vond. Wij mogen ook veronderstellen, dat zij dien nacht als ene vrouwelijke Jakob met God zal geworsteld hebben, om verhoring harer bede.
KruisverwijzingenEsther 3:9→Deuteronomium 28:68→Esther 3:13→Esther 8:11→Esther 4:7→Joël 3:6→Jozua 9:23→Amos 2:6→— Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden.
Tot zulk ene bede ben ik door een groot levensgevaar gedwongen; want wij zijn voor ene som gelds (Hoofdstuk 3: 9) verkocht 1), ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings, die hij door gemis van opbrengsten lijden zou, geenszins zou kunnen vergoeden 2).
Het neemt de waarheid van Esther’s gezegde niet weg, dat de som door den koning aan Haman geschonken was, want nevens den haat tegen het volk van God was de begerigheid naar het geld der Joden in Haman de hoofddrijfveer.
In het Hebr. Ki een hatsar schowèh benezek hamèlek. Beter: Want niet is de vijand het waard, om den koning te verontrusten. Zij wil dus zeggen, indien het niet het leven van mij en mijn volk gold, indien wij nog tot slaven en slavinnen waren verkocht, ik zou gezwegen hebben, ik zou den koning niet lastig hebben gevallen, niet in onrust en moeilijkheid hebben gebracht, maar nu de vijand het op ons leven toelegt, nu ons leven er mee gemoeid is, nu moet, nu kan, nu mag ik niet anders handelen. Juist dit is in alle eenvoudigheid er op berekend, om alle gedachten des konings bij die ene zaak te bepalen, om hem te doen begrijpen, dat het niet een lichte zaak was. En door Gods gunst vermag zij het hart des konings te treffen en wel zo, dat hij in zijn ziele diep verontwaardigd wordt over zulk een snode daad en hij terstond vraagt naar den persoon, naar den vijand.
KruisverwijzingenGenesis 27:33→Handelingen 5:3→Job 9:24→— Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen?
Toen sprak de koning Ahasveros, en zei, hevig vertoornd,tot de koningin Esther: Wie is die? en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft 1), om alzo te doen, die het durfde wagen het leven mijner geliefde te bedreigen?
De boze gedachten komen uit het hart van den mens en vervullen het zo, dat het ten slotte komt tot boze daden. Een echt Oosterse uitdrukking hebben wij hier, om oorsprong en voleindiging van boze handelingen aan te geven. De koning heeft het niet geweten, dat Esther ene Jodin was. Hij heeft het pas gehoord, dat de redder van zijn leven een Jood was. Dit doet zijn toorn klimmen.
Kruisverwijzingen2 Thessalonicenzen 2:8→Job 18:5→Psalmen 139:19→Job 15:21→Spreuken 16:14→Nehemia 6:16→Psalmen 27:2→1 Korinthe 5:13→— En Esther zeide: De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin.
En Esther zei: De man, de onderdrukker en vijand van mijn volk, die dat moordplan heeft verzonnen, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin. De koning moet er wel iets van geweten hebben, dat het volk, hetwelk hij door een koninklijk edict ter uitroeiing had overgegeven, het Joodse was; evenzo moest de herinnering aan de redding zijns levens door enen Jood hem vertoornd doen worden tegen dien, die zulk een misbruik van zijne koninklijke gunst en van zijne zwakheid gemaakt had. Wat hem nu bekend werd, dat niet alleen de redder van zijn leven, maar zelfs zijne liefste gemalin tot dat volk behoorde, hetwelk hij op overreding van Haman aan het verderf had prijsgegeven, moest natuurlijk zijnen vollen toorn tegen dezen listigen en boosaardigen raadgever doen losbarsten. Hoe minder een Xerxes geneigd was, de schuld aan het bevel tot moord boven alles in zich zelven te zoeken, des te meer moest hij nu het gehele plan aanzien, als bijzonder tegen de koningin gericht, die hij zeker zó zeer beminde, dat daardoor zijn afkeer tegen het Joodse volk geheel verdween.
KruisverwijzingenEsther 1:12→Spreuken 19:12→Openbaring 3:9→1 Samuël 25:17→1 Samuël 20:7→Jesaja 60:14→Daniël 3:19→Spreuken 14:19→— En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was.
En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns (Hoofdstuk 5: 6), en ging naar den hof van het paleis 1) (Hoofdstuk 1: 5 ), om in de vrije lucht zich zelven weer meester te worden. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven, verzoek te doen, want hij zag, dat het kwaad, de doodstraf, van den koning over hem ten volle besloten was, en er dus buiten Esther’s voorspraak voor hem niets te wachten was.
In zijn grimmigheid stond hij op. Hij was zich zelven niet meer meester en voelde dat hij behoefte had aan beweging in de vrije lucht. Wellicht ook, om daar zich te beraden over wat hij zou doen. Spoedig keert hij weer en nu is Haman’s lot beslist. Mocht de koning nog geweifeld hebben in den hof, nu hij meent, dat Haman Esther geweld wil aandoen, nu is er voor zijn vorigen gunsteling geen genade meer. In een enkel ogenblik wordt het doodvonnis over hem uitgesproken. Hier hebt ge geheel den Xerxes der ongewijde geschiedenis.
KruisverwijzingenEsther 1:6→Esther 6:12→Jesaja 22:17→Jesaja 49:23→Job 9:24→— Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht.
Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op zijne knieën voor het bed 1), waarop Esther was en hief zo zijne armen smekend naar haar uit. Toen zei de koning in den hoogsten toorn, die blind is ook voor het duidelijkste, en zonder de koningin zelfs tijd te laten om Haman te verontschuldigen: zou hij ook wel bij zijne misdadige onderneming nog die misdaad toevoegen en de koningin verkrachten of, geweld aan doen, bij mij in het huis? Het woord 2) het bevel, om Haman te doden ging uit des konings mond, en zij, de dienaars, bedekten Hamans aangezicht, volgens de gewoonte in oude tijden, als enen ter dood veroordeelde.
In het Oosten zat men, of liever lag men op bedden, om te eten en te drinken.
V.d.Palm tekent hierbij aan: “Niet: was gevallen, maar viel hij. Den koning namelijk terug ziende komen, en gene genade nog bij Esther hebbende kunnen verwerven, viel hij in zijnen angst neer op het bed, waarop Esther lag, ‘t geen, strijdig tegen alle betamelijkheid, den koning nog woedender maakte en hem de straks volgende bittere, doch niet in den eigenlijken zin gemeende woorden deed uitspreken.”
Het woord moet hier opgevat worden in den zin van, het doodvonnis. Dit blijkt uit het volgende. Want wie in het Oosten ter dood veroordeeld werd, diens hoofd werd terstond omhuld, als teken, dat hij niet meer waardig was het licht te aanschouwen noch den aanblik der rechters.
KruisverwijzingenPsalmen 7:15→Spreuken 11:5→Esther 5:14→Psalmen 35:8→Esther 1:10→Psalmen 141:10→Esther 6:2→Daniël 6:24→— En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan.
En a) Charbona (= oorlogszuchtig), een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, die pas medegezonden was naar Hamans huis, om hem tot den maaltijd te brengen, en daar die galg gezien had, zei: Ook 1) zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, hem het leven heeft gered, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zei de koning: Hang hem daaraan 2).
Esther 7: 10.
Uit dit ook blijkt, dat andere kamerlingen ook al kwaad van Haman tot den koning spraken. Nu zij van hem niets meer hadden te vrezen, wil de een den ander voorkomen, om zijne boze stukken den koning mede te delen, en nadat de anderen zijn uitgesproken, deelt Charbona mede, dat hij reeds een galg voor Mordechai heeft opgericht.
De kamerlingen mogen wel veel van den overmoed van Haman te lijden hebben gehad, zodat zij bij deze gelegenheid gaarne hun aanklacht tegen hem inbrachten, en als voorbeeld van zijn zelf bedistelenden overmoed de van het kruis aan zijn huis meldden.
KruisverwijzingenDaniël 6:24→Ezechiël 5:13→Richteren 15:7→Zacharia 6:8→Psalmen 7:16→Esther 2:1→— Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild.
Alzo 1) hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild 2) (Psalm 7: 15 vv.; 9: 16; 34: 22; 37: 12 vv.; 35: 26. 5: 22; 11: 8,28; 15: 25; 24: 16; 26: 27
Esther werpt zich niet op als voorspraak voor Haman. Dit kon zij niet, dewijl het hier niet een persoonlijke zaak gold, maar de zaak des volks en daarom de zaak Gods. Haman had er niet tegen opgezien, om den moord te vragen op al de Joden. Hij had zich dus in beginsel gesteld tegen de Wet Gods. Ware hij in het leven gelaten, dan zou hij spoedig op wraak hebben gezonnen en het rijk Gods onberekenbare schade hebben aangedaan. Verre was zij van wraak, maar zij liet het recht zijn loop, opdat deze goddeloze vervolger en hardnekkige tegenstander van Gods volk viel in den kuil, dien hij voor anderen had gegraven.
De vijanden van Gods kerk zijn dikwijls hun eigene strikken gevallen. De Heere is bekend door zodanige oordelen; zie Spreuken 11: 8; 21: 18.
Toen was de koning tevreden gesteld, en niet voordat dit geschied was. God zegt van de goddelozen (Ezechiël. 5: 15): “Ik zal Mijne grimmigheid op hen doen rusten en Mij troosten.” Op den dag des oordeels, als de gehele goddeloosheid dergenen, die den Heere niet dienden, zal openbaar worden, en de rechtvaardigheid Gods zal voldaan worden door hun eeuwige straf, dan zullen alle rechtvaardigen vol vreugde uitroepen: “Alzo moeten omkomen al Uwe vijanden o Heere! Die Hem daarentegen liefhebben moeten zijn als wanneer de zon opgaat in haar kracht.” Wie heeft er medelijden mede, dat Haman aan zijne eigene galg is gehangen? Wie verheugt zich niet liever in de Goddelijke rechtvaardigheid, die voldaan is door den ondergang, welke zijne eigene list op hem gebracht heeft. Laten de werkers der onrechtvaardigheid beven, tot den Heere zich keren en vergeving zoeken door het bloed van Jezus. Saulus van Tarsen was een vervolger, die den gehelen ondergang van het Israël van God zocht; maar hij ontving genade en onze Heere was overvloedig in genade voor hem. Maar de Heere zal het hoofd van den goddeloze wonden, den harigen schedel van hen, die voortgaat in het zondigen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Esther 7
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-10.KruisverwijzingenEsther 3:9→Psalmen 7:15→Spreuken 11:5→Deuteronomium 28:68→Esther 3:13→Esther 1:6→Esther 5:14→Johannes 16:24→
— Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther; Zo zeide de koning tot Esther, ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede, koningin Esther? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks. Toen antwoordde de koningin Esther, en zeide: Indien ik, o koning, genade in uw ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven, om mijner bede wil, en mijn volk, om mijns verzoeks wil. Want wij zijn verkocht, ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings geenszins zou kunnen vergoeden. Toen sprak de koning Ahasveros, en zeide tot de koningin Esther: Wie is die, en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft, om alzo te doen? En Esther zeide: De man, de onderdrukker en vijand, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin. En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns, en ging naar den hof van het paleis. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven verzoek te doen; want hij zag, dat het kwaad van de koning over hem ten volle besloten was. Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op het bed, waarop Esther was. Toen zeide de koning: Zou hij ook wel de koningin verkrachten bij mij in het huis? Het woord ging uit des konings mond, en zij bedekten Hamans aangezicht. En Charbona, een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, zeide: Ook zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zeide de koning: Hang hem daaraan. Alzo hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild.
Als de koning en Haman wederom bij Esther eten, en de eerste weer naar hare begeerte vraagt, openbaart zij hem hare Joodse afkomst en verzoekt hem, zich zelf met het gehele volk samenvattende, dat hij haar en haar volk het leven wilde schenken, dat Haman besloten had te verderven. Terwijl de koning, die over dit plan van Haman op ‘t hevigst in toorn ontstoken is, in den tuin gaat, werpt zich Haman aan de voeten der koningin en smeekt hij om zijn leven. De koning, die daarbij komt, ziet hierin boze bedoelingen, en beveelt dadelijk hem te vonnissen; waarop hij volgens het voorstel van enen kamerdienaar, aan de galg gehangen wordt, die hij voor Mordechai had opgericht.
Toen de koning met Haman gekomen was, om te drinken met de koningin Esther;
Zo zei de koning tot Esther ook op den tweeden dag, op den maaltijd des wijns (Hoofdstuk 5: 6): Wat is uwe bede, koningin Esther! en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks. Even als Mordechai ook na de hem wedervarene koninklijke onderscheiding bescheiden naar zijne plaats terugtreedt, zo is ook aan Esther niets op te merken van ene verheffing wegens het tot hiertoe gelukken van haar plan; zij weet dat zij nog altijd voor de hoofdbeslissing staat.
Toen antwoordde 1) de koningin Esther, en zei, op dit tijdstip hare afkomst aan den koning openbarende (Hoofdstuk 2: 20 ): Indien ik, o koning! genade in uwe ogen gevonden heb, en indien het den koning goeddunkt, men geve mij mijn leven om mijner bede wil, en het leven van mijn volk, om mijns verzoeks wil.
Den vorigen dag had Esther niet durven vragen, wat haar op het harte lag. Dat was de beschikking Gods. Een slapeloze nacht moest eerst nog komen, de herinnering aan Mordechai’s daad gewekt worden, maar ook reeds een aanvankelijk vallen in ongenade van Haman, in elk geval een minder gunstig gestemd worden van den koning voor zijn groot-vizier. Niet Esther moest de eer hebben, maar God en God alleen, al wil Hij Esther ook gebruiken tot redding des volks. Esther moest het na deze goed gevoelen, dat het de Heere was, die alles zó had geleid, dat haar verzoek en haar bede een gunstig onthaal vond. Wij mogen ook veronderstellen, dat zij dien nacht als ene vrouwelijke Jakob met God zal geworsteld hebben, om verhoring harer bede.
Tot zulk ene bede ben ik door een groot levensgevaar gedwongen; want wij zijn voor ene som gelds (Hoofdstuk 3: 9) verkocht 1), ik en mijn volk, dat men ons verdelge, dode en ombrenge. Indien wij nog tot knechten en tot dienstmaagden waren verkocht geweest, ik zou gezwegen hebben, ofschoon de onderdrukker de schade des konings, die hij door gemis van opbrengsten lijden zou, geenszins zou kunnen vergoeden 2).
Het neemt de waarheid van Esther’s gezegde niet weg, dat de som door den koning aan Haman geschonken was, want nevens den haat tegen het volk van God was de begerigheid naar het geld der Joden in Haman de hoofddrijfveer.
In het Hebr. Ki een hatsar schowèh benezek hamèlek. Beter: Want niet is de vijand het waard, om den koning te verontrusten. Zij wil dus zeggen, indien het niet het leven van mij en mijn volk gold, indien wij nog tot slaven en slavinnen waren verkocht, ik zou gezwegen hebben, ik zou den koning niet lastig hebben gevallen, niet in onrust en moeilijkheid hebben gebracht, maar nu de vijand het op ons leven toelegt, nu ons leven er mee gemoeid is, nu moet, nu kan, nu mag ik niet anders handelen. Juist dit is in alle eenvoudigheid er op berekend, om alle gedachten des konings bij die ene zaak te bepalen, om hem te doen begrijpen, dat het niet een lichte zaak was. En door Gods gunst vermag zij het hart des konings te treffen en wel zo, dat hij in zijn ziele diep verontwaardigd wordt over zulk een snode daad en hij terstond vraagt naar den persoon, naar den vijand.
Toen sprak de koning Ahasveros, en zei, hevig vertoornd,tot de koningin Esther: Wie is die? en waar is diezelve, die zijn hart vervuld heeft 1), om alzo te doen, die het durfde wagen het leven mijner geliefde te bedreigen?
De boze gedachten komen uit het hart van den mens en vervullen het zo, dat het ten slotte komt tot boze daden. Een echt Oosterse uitdrukking hebben wij hier, om oorsprong en voleindiging van boze handelingen aan te geven. De koning heeft het niet geweten, dat Esther ene Jodin was. Hij heeft het pas gehoord, dat de redder van zijn leven een Jood was. Dit doet zijn toorn klimmen.
En Esther zei: De man, de onderdrukker en vijand van mijn volk, die dat moordplan heeft verzonnen, is deze boze Haman! Toen verschrikte Haman voor het aangezicht des konings en der koningin. De koning moet er wel iets van geweten hebben, dat het volk, hetwelk hij door een koninklijk edict ter uitroeiing had overgegeven, het Joodse was; evenzo moest de herinnering aan de redding zijns levens door enen Jood hem vertoornd doen worden tegen dien, die zulk een misbruik van zijne koninklijke gunst en van zijne zwakheid gemaakt had. Wat hem nu bekend werd, dat niet alleen de redder van zijn leven, maar zelfs zijne liefste gemalin tot dat volk behoorde, hetwelk hij op overreding van Haman aan het verderf had prijsgegeven, moest natuurlijk zijnen vollen toorn tegen dezen listigen en boosaardigen raadgever doen losbarsten. Hoe minder een Xerxes geneigd was, de schuld aan het bevel tot moord boven alles in zich zelven te zoeken, des te meer moest hij nu het gehele plan aanzien, als bijzonder tegen de koningin gericht, die hij zeker zó zeer beminde, dat daardoor zijn afkeer tegen het Joodse volk geheel verdween.
En de koning stond op in zijn grimmigheid van den maaltijd des wijns (Hoofdstuk 5: 6), en ging naar den hof van het paleis 1) (Hoofdstuk 1: 5 ), om in de vrije lucht zich zelven weer meester te worden. En Haman bleef staan, om van de koningin Esther, aangaande zijn leven, verzoek te doen, want hij zag, dat het kwaad, de doodstraf, van den koning over hem ten volle besloten was, en er dus buiten Esther’s voorspraak voor hem niets te wachten was.
In zijn grimmigheid stond hij op. Hij was zich zelven niet meer meester en voelde dat hij behoefte had aan beweging in de vrije lucht. Wellicht ook, om daar zich te beraden over wat hij zou doen. Spoedig keert hij weer en nu is Haman’s lot beslist. Mocht de koning nog geweifeld hebben in den hof, nu hij meent, dat Haman Esther geweld wil aandoen, nu is er voor zijn vorigen gunsteling geen genade meer. In een enkel ogenblik wordt het doodvonnis over hem uitgesproken. Hier hebt ge geheel den Xerxes der ongewijde geschiedenis.
Toen de koning wederkwam uit den hof van het paleis in het huis van den maaltijd des wijns, zo was Haman gevallen op zijne knieën voor het bed 1), waarop Esther was en hief zo zijne armen smekend naar haar uit. Toen zei de koning in den hoogsten toorn, die blind is ook voor het duidelijkste, en zonder de koningin zelfs tijd te laten om Haman te verontschuldigen: zou hij ook wel bij zijne misdadige onderneming nog die misdaad toevoegen en de koningin verkrachten of, geweld aan doen, bij mij in het huis? Het woord 2) het bevel, om Haman te doden ging uit des konings mond, en zij, de dienaars, bedekten Hamans aangezicht, volgens de gewoonte in oude tijden, als enen ter dood veroordeelde.
In het Oosten zat men, of liever lag men op bedden, om te eten en te drinken.
V.d.Palm tekent hierbij aan: “Niet: was gevallen, maar viel hij. Den koning namelijk terug ziende komen, en gene genade nog bij Esther hebbende kunnen verwerven, viel hij in zijnen angst neer op het bed, waarop Esther lag, ‘t geen, strijdig tegen alle betamelijkheid, den koning nog woedender maakte en hem de straks volgende bittere, doch niet in den eigenlijken zin gemeende woorden deed uitspreken.”
Het woord moet hier opgevat worden in den zin van, het doodvonnis. Dit blijkt uit het volgende. Want wie in het Oosten ter dood veroordeeld werd, diens hoofd werd terstond omhuld, als teken, dat hij niet meer waardig was het licht te aanschouwen noch den aanblik der rechters.
En a) Charbona (= oorlogszuchtig), een van de kamerlingen, voor het aanschijn des konings staande, die pas medegezonden was naar Hamans huis, om hem tot den maaltijd te brengen, en daar die galg gezien had, zei: Ook 1) zie, de galg, welke Haman gemaakt heeft voor Mordechai, die goed voor den koning gesproken heeft, hem het leven heeft gered, staat bij Hamans huis, vijftig ellen hoog. Toen zei de koning: Hang hem daaraan 2).
Esther 7: 10.
Uit dit ook blijkt, dat andere kamerlingen ook al kwaad van Haman tot den koning spraken. Nu zij van hem niets meer hadden te vrezen, wil de een den ander voorkomen, om zijne boze stukken den koning mede te delen, en nadat de anderen zijn uitgesproken, deelt Charbona mede, dat hij reeds een galg voor Mordechai heeft opgericht.
De kamerlingen mogen wel veel van den overmoed van Haman te lijden hebben gehad, zodat zij bij deze gelegenheid gaarne hun aanklacht tegen hem inbrachten, en als voorbeeld van zijn zelf bedistelenden overmoed de van het kruis aan zijn huis meldden.
Alzo 1) hingen zij Haman aan de galg, die hij voor Mordechai had doen bereiden; en de grimmigheid des konings werd gestild 2) (Psalm 7: 15 vv.; 9: 16; 34: 22; 37: 12 vv.; 35: 26. 5: 22; 11: 8,28; 15: 25; 24: 16; 26: 27
Esther werpt zich niet op als voorspraak voor Haman. Dit kon zij niet, dewijl het hier niet een persoonlijke zaak gold, maar de zaak des volks en daarom de zaak Gods. Haman had er niet tegen opgezien, om den moord te vragen op al de Joden. Hij had zich dus in beginsel gesteld tegen de Wet Gods. Ware hij in het leven gelaten, dan zou hij spoedig op wraak hebben gezonnen en het rijk Gods onberekenbare schade hebben aangedaan. Verre was zij van wraak, maar zij liet het recht zijn loop, opdat deze goddeloze vervolger en hardnekkige tegenstander van Gods volk viel in den kuil, dien hij voor anderen had gegraven.
De vijanden van Gods kerk zijn dikwijls hun eigene strikken gevallen. De Heere is bekend door zodanige oordelen; zie Spreuken 11: 8; 21: 18.
Toen was de koning tevreden gesteld, en niet voordat dit geschied was. God zegt van de goddelozen (Ezechiël. 5: 15): “Ik zal Mijne grimmigheid op hen doen rusten en Mij troosten.” Op den dag des oordeels, als de gehele goddeloosheid dergenen, die den Heere niet dienden, zal openbaar worden, en de rechtvaardigheid Gods zal voldaan worden door hun eeuwige straf, dan zullen alle rechtvaardigen vol vreugde uitroepen: “Alzo moeten omkomen al Uwe vijanden o Heere! Die Hem daarentegen liefhebben moeten zijn als wanneer de zon opgaat in haar kracht.” Wie heeft er medelijden mede, dat Haman aan zijne eigene galg is gehangen? Wie verheugt zich niet liever in de Goddelijke rechtvaardigheid, die voldaan is door den ondergang, welke zijne eigene list op hem gebracht heeft. Laten de werkers der onrechtvaardigheid beven, tot den Heere zich keren en vergeving zoeken door het bloed van Jezus. Saulus van Tarsen was een vervolger, die den gehelen ondergang van het Israël van God zocht; maar hij ontving genade en onze Heere was overvloedig in genade voor hem. Maar de Heere zal het hoofd van den goddeloze wonden, den harigen schedel van hen, die voortgaat in het zondigen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel