Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In denzelfden nacht was de slaap van den koning geweken, en hij zeide, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken, brengen zou; en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In denzelfdenH1931nachtH3915 was de slaapH8142 van den koningH4428gewekenH5074, en hij zeideH559, dat men het boekH5612 der gedachtenissenH2146, de kroniekenH1697, brengenH935 zou; en zij werden in de tegenwoordigheidH6440 des koningsH4428gelezenH7121.In denzelfden nacht was de slaap van den koning geweken, en hij zeide, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken, brengen zou; en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen.
KJVOn that night1could not3the king5sleep,4and he commanded6to bring7the book9of records10of the chronicles;11and they were read14before15the king.
1בַּלַּ֣יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)2הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3נָדְדָ֖הH5074omdoolt, omzwervende, vloden wegchase (away), [idiom] could not, depart, flee ([idiom] apace, away), (re-) move, thrust away, wander (abroad, -er, -ing)4שְׁנַ֣תH8142slaap, slapenssleep5הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לְהָבִ֞יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9סֵ֤פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll10הַזִּכְרֹנוֹת֙H2146gedachtenis, gedachtenissen, gedenktekenmemorial, record11דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12הַיָּמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13וַיִּהְי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14נִקְרָאִ֖יםH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say15לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
2En men vond geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bigthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En men vondH4672geschrevenH3789, datH834MordechaiH4782 had te kennen gegevenH5046 van BigthanaH904 en TheresH8657, tweeH8147kamerlingenH5631 des koningsH4428, uit de dorpelwachtersH8104, dieH834 de handH3027zochtenH1245 te leggenH7971aanH5921 den koningH4428AhasverosH325.En men vond geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bigthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros.
KJVAnd it was found1written,2that Mordecai5had told4of Bigthana7and Teresh,8two9of the king's11chamberlains,10the keepers12of the door,13who sought15to lay16hand17on the king18Ahasuerus.
1וַיִּמָּצֵ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on2כָת֗וּבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)3אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4הִגִּ֨ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter5מָרְדֳּכַ֜יH4782MordechaiMordecai6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7בִּגְתָ֣נָאH904Bigthan, BigthanaBigthan, Bigthana8וָתֶ֗רֶשׁH8657TheresTeresh9שְׁנֵי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two10סָרִיסֵ֣יH5631kamerlingen, hovelingen, kamerlingchamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)11הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12מִשֹּׁמְרֵ֖יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)13הַסַּ֑ףH5592dorpel, dorpelen, schalenbason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold14אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15בִּקְשׁוּ֙H1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)16לִשְׁלֹ֣חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)17יָ֔דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18בַּמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal19אֲחַשְׁוֵרֽוֹשׁH325AhasverosAhasuerus
3Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeideH559 de koningH4428: WatH4100eerH3366 en verhogingH1420 is MordechaiH4782 hierover gedaan? En de jongelingenH5288 des koningsH4428, zijn dienaarsH8334, zeidenH559: AanH5921 hem is nietsH3808gedaanH6213.Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan.
KJVAnd the king2said,1What honour5and dignity6hath been done4to Mordecai7for this? Then said10the king's12servants11that ministered13unto him, There is nothing17done
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3מַֽהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why4נַּעֲשָׂ֞הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5יְקָ֧רH3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price6וּגְדוּלָּ֛הH1420grootheid, verhogingdignity, great things(-ness), majesty7לְמָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9זֶ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וַיֹּ֨אמְר֜וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11נַעֲרֵ֤יH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)12הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal13מְשָׁ֣רְתָ֔יוH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נַעֲשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16עִמּ֖וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
4Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.)
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen zeideH559 de koningH4428: WieH4310 is in het voorhofH2691? (HamanH2001 nu was gekomenH935 in het buitenvoorhofH2435 van het huisH1004 des koningsH4428, om den koningH4428 te zeggenH559, dat men MordechaiH4782 zou hangenH8518aanH5921 de galgH6086, dieH834 hij hem had doen bereidenH3559.)Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.)
KJVAnd the king2said,1Who is in the court?4Now Haman5was come6into the outward10court7of the king's9house,8to speak11unto the king12to hang13Mordecai15on the gallows17that he had prepared
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3מִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God4בֶחָצֵ֑רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village5וְהָמָ֣ןH2001Haman, HamansHaman6בָּ֗אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7לַחֲצַ֤רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village8בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal10הַחִ֣יצוֹנָ֔הH2435buitenste, buiten, buitenwerkouter, outward, utter, without11לֵאמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13לִתְלוֹת֙H8518hangen, gehangen, hinghang (up)14אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מָרְדֳּכַ֔יH4782MordechaiMordecai16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הָעֵ֖ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19הֵכִ֥יןH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed20לֽוֹ
5En des konings jongelingen zeiden tot hem: Zie, Haman staat in het voorhof. Toen zeide de koning: Dat hij inkome.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En des koningsH4428jongelingenH5288zeidenH559totH413 hem: ZieH2009, HamanH2001staatH5975 in het voorhofH2691. Toen zeideH559 de koningH4428: Dat hij inkomeH935.En des konings jongelingen zeiden tot hem: Zie, Haman staat in het voorhof. Toen zeide de koning: Dat hij inkome.
KJVAnd the king's3servants2said1unto him, Behold, Haman6standeth7in the court.8And the king10said,9Let him come in.
1וַיֹּ֨אמְר֜וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2נַעֲרֵ֤יH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)3הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal4אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see6הָמָ֖ןH2001Haman, HamansHaman7עֹמֵ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8בֶּחָצֵ֑רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village9וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11יָבֽוֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
6Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Als HamanH2001ingekomenH935 was, zo zeideH559 de koningH4428 tot hem: Wat zal men met dienH834manH376doenH6213, tot wiens eerH3366 de koningH4428 een welbehagenH2654 heeft? Toen zeideH559HamanH2001 in zijn hartH3820: Tot wienH4310 heeft de koningH4428 een welbehagenH2654, om hem eerH3366 te doenH6213, meer danH4480 tot mij?Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij?
KJVSo Haman2came in.1And the king5said3unto him, What shall be done7unto the man8whom the king10delighteth11to honour?12Now Haman14thought13in his heart,15To whom would the king18delight17to do19honour20more
1וַיָּבוֹא֮H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הָמָן֒H2001Haman, HamansHaman3וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לוֹ֙5הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7לַעֲשׂ֕וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8בָּאִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11חָפֵ֣ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would12בִּיקָר֑וֹH3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price13וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14הָמָן֙H2001Haman, HamansHaman15בְּלִבּ֔וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom16לְמִ֞יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God17יַחְפֹּ֥ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would18הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal19לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20יְקָ֖רH3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price21יוֹתֵ֥רH3148voordeelbetter, more(-over), over, profit22מִמֶּֽנִּיH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
7Daarom zeide Haman tot den koning: Den man, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Daarom zeideH559HamanH2001totH413 den koningH4428: Den manH376, tot wiens eerH3366 de koningH4428 een welbehagenH2654 heeft,Daarom zeide Haman tot den koning: Den man, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft,
KJVAnd Haman2answered1the king,4For the man5whom the king7delighteth8to honour,
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָמָ֖ןH2001Haman, HamansHaman3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5אִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8חָפֵ֥ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would9בִּיקָרֽוֹH3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price
8Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zal men het koninklijkeH4438kleedH3830brengenH935, datH834 de koningH4428 pleegt aan te trekkenH3847, en het paardH5483, waarop de koningH4428 pleegt te rijdenH7392; en datH834 de koninklijkeH4438kroonH3804 op zijn hoofdH7218gezetH5414 worde.Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde.
KJVLet the royal3apparel2be brought1which the king7useth to wear,5and the horse8that the king12rideth10upon, and the crown15royal16which is set14upon his head:
1יָבִ֨יאוּ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2לְב֣וּשׁH3830kleed, kleding, gewaadapparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture3מַלְכ֔וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לָֽבַשׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear6בּ֖וֹ7הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8וְס֗וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10רָכַ֤בH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set11עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13וַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14נִתַּ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15כֶּ֥תֶרH3804krooncrown16מַלְכ֖וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal17בְּרֹאשֽׁוֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
9En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En men zal dat kleedH3830 en dat paardH5483gevenH5414 in de handH3027 van een uit de vorstenH8269 des koningsH4428, van de grootste herenH6579, en men zal het dien manH376aantrekkenH3847, tot wiens eerH3366 de koningH4428 een welbehagenH2654 heeft; en men zal hem opH5921 dat paardH5483 doen rijdenH7392 door de stratenH7339 der stadH5892, en men zal voorH6440 hem roepenH7121: Alzo zal men dienH834manH376doenH6213, tot wiens eerH3366 de koningH4428 een welbehagenH2654 heeft!En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!
KJVAnd let this apparel2and horse3be delivered1to the hand5of one6of the king's8most noble9princes,7that they may array10the man12withal whom the king14delighteth15to honour,16and bring17him on horseback19through the street20of the city,21and proclaim22before23him, Thus shall it be done25to the man26whom the king28delighteth29to honour.
1וְנָת֨וֹןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2הַלְּב֜וּשׁH3830kleed, kleding, gewaadapparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture3וְהַסּ֗וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6אִ֞ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מִשָּׂרֵ֤יH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward8הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal9הַֽפַּרְתְּמִ֔יםH6579grootste heren, prinsen(most) noble, prince10וְהִלְבִּ֨ישׁוּ֙H3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15חָפֵ֣ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would16בִּֽיקָר֑וֹH3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price17וְהִרְכִּיבֻ֤הוּH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19הַסּוּס֙H5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)20בִּרְח֣וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)21הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town22וְקָרְא֣וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say23לְפָנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you24כָּ֚כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus25יֵעָשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use26לָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)27אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection28הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal29חָפֵ֥ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would30בִּיקָרֽוֹH3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price
10Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559 de koningH4428 tot HamanH2001: HaastH4116 u, neemH3947 dat kleedH3830, en dat paardH5483, gelijk als gij gesprokenH1696 hebt, en doeH6213alzoH3651 aan MordechaiH4782, den JoodH3064, dien aan de poortH8179 des koningsH4428zitH3427; en laat nietH408 een woordH1697vallenH5307 van allesH3605, watH834 gij gesprokenH1696 hebt.Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt.
KJVThen the king2said1to Haman,3Make haste,4and take5the apparel7and the horse,9as thou hast said,11and do12even so to Mordecai14the Jew,15that sitteth16at the king's18gate:17let nothing21fail20of all that thou hast spoken.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3לְהָמָ֗ןH2001Haman, HamansHaman4מַ֠הֵרH4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift5קַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַלְּב֤וּשׁH3830kleed, kleding, gewaadapparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַסּוּס֙H5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)10כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11דִּבַּ֔רְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work12וַֽעֲשֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13כֵן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you14לְמָרְדֳּכַ֣יH4782MordechaiMordecai15הַיְּהוּדִ֔יH3064Joden, Jood, JoodsJew16הַיּוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17בְּשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)18הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal19אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than20תַּפֵּ֣לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down21דָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work22מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24דִּבַּֽרְתָּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
11En Haman nam dat kleed en dat paard, en trok het kleed Mordechai aan, en deed hem rijden door de straten der stad, en hij riep voor hem: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En HamanH2001namH3947 dat kleedH3830 en dat paardH5483, en trokH3847 het kleed MordechaiH4782 aan, en deed hem rijdenH7392 door de stratenH7339 der stadH5892, en hij riepH7121voorH6440 hem: Alzo zal men dienH834manH376doenH6213, tot wiens eerH3366 de koningH4428 een welbehagenH2654 heeft!En Haman nam dat kleed en dat paard, en trok het kleed Mordechai aan, en deed hem rijden door de straten der stad, en hij riep voor hem: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!
KJVThen took1Haman2the apparel4and the horse,6and arrayed7Mordecai,9and brought him on horseback10through the street11of the city,12and proclaimed13before14him, Thus shall it be done16unto the man17whom the king19delighteth20to honour.
1וַיִּקַּ֤חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2הָמָן֙H2001Haman, HamansHaman3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַלְּב֣וּשׁH3830kleed, kleding, gewaadapparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַסּ֔וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)7וַיַּלְבֵּ֖שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear8אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מָרְדֳּכָ֑יH4782MordechaiMordecai10וַיַּרְכִּיבֵ֨הוּ֙H7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set11בִּרְח֣וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)12הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13וַיִּקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say14לְפָנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15כָּ֚כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus16יֵעָשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal20חָפֵ֥ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would21בִּיקָרֽוֹH3366eer, kostelijke, waardehonour, precious (things), price
12Daarna keerde Mordechai wederom tot de poort des konings; maar Haman werd voortgedreven naar zijn huis, treurig en met bedekten hoofde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Daarna keerdeH7725MordechaiH4782wederomH7725totH413 de poortH8179 des koningsH4428; maar HamanH2001 werd voortgedrevenH1765naarH413 zijn huisH1004, treurigH57 en met bedektenH2645hoofdeH7218.Daarna keerde Mordechai wederom tot de poort des konings; maar Haman werd voortgedreven naar zijn huis, treurig en met bedekten hoofde.
KJVAnd Mordecai2came again1to the king's5gate.4But Haman6hasted7to his house9mourning,10and having his head12covered.
1וַיָּ֥שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2מָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)5הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וְהָמָן֙H2001Haman, HamansHaman7נִדְחַ֣ףH1765aangedreven, gedreven, voortgedreven(be) haste(-ned), pressed on8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9בֵּית֔וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10אָבֵ֖לH57treurigen, rouw bedrijvende, treurenmourn(-er, -ing)11וַחֲפ֥וּיH2645overtoog, bedekken, bedektenceil, cover, overlay12רֹֽאשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
13En Haman vertelde aan zijn huisvrouw Zeres en al zijn vrienden al wat hem wedervaren was. Toen zeiden hem zijn wijzen, en Zeres, zijn huisvrouw: Indien Mordechai, voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen, van het zaad der Joden is, zo zult gij tegen hem niet vermogen; maar gij zult gewisselijk voor zijn aangezicht vallen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En HamanH2001verteldeH5608 aan zijn huisvrouwH802ZeresH2238 en alH3605 zijn vriendenH157alH3605watH834 hem wedervarenH7136 was. Toen zeidenH559 hem zijn wijzenH2450, en ZeresH2238, zijn huisvrouwH802: Indien MordechaiH4782, voor wiens aangezichtH6440 gij hebt begonnenH2490 te vallenH5307, van het zaadH2233 der JodenH3064 is, zoH518 zult gij tegen hem nietH3808vermogenH3201; maarH3588 gij zult gewisselijkH5307 voor zijn aangezichtH6440vallenH5307.En Haman vertelde aan zijn huisvrouw Zeres en al zijn vrienden al wat hem wedervaren was. Toen zeiden hem zijn wijzen, en Zeres, zijn huisvrouw: Indien Mordechai, voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen, van het zaad der Joden is, zo zult gij tegen hem niet vermogen; maar gij zult gewisselijk voor zijn aangezicht vallen.
KJVAnd Haman2told1Zeresh3his wife4and all his friends6every thing that had befallen10him. Then said11his wise men13and Zeresh14his wife15unto him, If Mordecai19be of the seed17of the Jews,18before23whom thou hast begun21to fall,22thou shalt not prevail25against him, but shalt surely28fall29before
1וַיְסַפֵּ֨רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer2הָמָ֜ןH2001Haman, HamansHaman3לְזֶ֤רֶשׁH2238ZeresZeresh4אִשְׁתּוֹ֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֹ֣הֲבָ֔יוH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend7אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10קָרָ֑הוּH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed11וַיֹּ֩אמְרוּ֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12ל֨וֹ13חֲכָמָ֜יוH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)14וְזֶ֣רֶשׁH2238ZeresZeresh15אִשְׁתּ֗וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English16אִ֣םH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet17מִזֶּ֣רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time18הַיְּהוּדִ֡יםH3064Joden, Jood, JoodsJew19מָרְדֳּכַ֞יH4782MordechaiMordecai20אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21הַחִלּ֨וֹתָH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound22לִנְפֹּ֤לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down23לְפָנָיו֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you24לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without25תוּכַ֣לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer26ל֔וֹ27כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet28נָפ֥וֹלH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down29תִּפּ֖וֹלH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down30לְפָנָֽיוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
14Toen zij nog met hem spraken, zo kwamen des konings kamerlingen nabij, en zij haastten Haman tot den maaltijd te brengen, dien Esther bereid had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zij nogH5750metH5973 hem sprakenH1696, zo kwamen des koningsH4428kamerlingenH5631nabijH5060, en zij haasttenH926HamanH2001totH413 den maaltijdH4960 te brengenH935, dienH834EstherH635bereidH6213 had.Toen zij nog met hem spraken, zo kwamen des konings kamerlingen nabij, en zij haastten Haman tot den maaltijd te brengen, dien Esther bereid had.
KJVAnd while they were yet talking2with him, came6the king's5chamberlains,4and hasted7to bring8Haman10unto the banquet12that Esther15had prepared.
1עוֹדָם֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2מְדַבְּרִ֣יםH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4וְסָרִיסֵ֥יH5631kamerlingen, hovelingen, kamerlingchamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)5הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6הִגִּ֑יעוּH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch7וַיַּבְהִ֨לוּ֙H926verschrikt, beroerd, verbaasdbe (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex8לְהָבִ֣יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הַמִּשְׁתֶּ֖הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14עָשְׂתָ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15אֶסְתֵּֽרH635Esther, EsthersEsther
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Esther 6:1— In denzelfden nacht was de slaap van den koning geweken, en hij zeide, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken, brengen zou; en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen.Daniël 2:1→Daniël 6:18→Esther 2:23→1 Samuël 23:26→Esther 10:2→Romeinen 11:33→Genesis 22:14→Jesaja 41:17→
Esther 6:2— En men vond geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bigthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros.Esther 2:21→
Esther 6:3— Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan.Prediker 9:15→Genesis 40:23→Handelingen 28:8→1 Samuël 17:25→Psalmen 118:8→1 Kronieken 11:6→Daniël 5:7→Daniël 5:16→
Esther 6:4— Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.)Esther 5:14→Esther 4:11→Psalmen 2:4→Esther 5:1→Prediker 9:10→Esther 7:9→Psalmen 33:19→Job 5:13→
Esther 6:6— Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij?Spreuken 18:12→Spreuken 16:18→Obadja 1:3→Johannes 5:23→Esther 5:11→Esther 6:7→Esther 3:2→Spreuken 30:13→
Esther 6:7— Daarom zeide Haman tot den koning: Den man, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft,Esther 6:11→Esther 6:9→
Esther 6:8— Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde.1 Koningen 1:33→1 Samuël 18:4→Lukas 15:22→Esther 1:11→Esther 2:17→
Esther 6:9— En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!Genesis 41:43→1 Koningen 1:33→Zacharia 9:9→
Esther 6:10— Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt.2 Koningen 10:10→Daniël 4:37→Openbaring 18:7→Lukas 14:11→
Esther 6:11— En Haman nam dat kleed en dat paard, en trok het kleed Mordechai aan, en deed hem rijden door de straten der stad, en hij riep voor hem: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!Lukas 1:52→Esther 9:3→Esther 8:15→Jesaja 60:14→Openbaring 3:9→Ezra 6:13→
Esther 6:12— Daarna keerde Mordechai wederom tot de poort des konings; maar Haman werd voortgedreven naar zijn huis, treurig en met bedekten hoofde.2 Samuël 15:30→Jeremia 14:3→1 Koningen 21:4→Esther 2:19→Job 9:24→Job 20:5→1 Samuël 3:15→1 Koningen 20:43→
Esther 6:13— En Haman vertelde aan zijn huisvrouw Zeres en al zijn vrienden al wat hem wedervaren was. Toen zeiden hem zijn wijzen, en Zeres, zijn huisvrouw: Indien Mordechai, voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen, van het zaad der Joden is, zo zult gij tegen hem niet vermogen; maar gij zult gewisselijk voor zijn aangezicht vallen.Spreuken 28:18→Zacharia 12:2→Genesis 41:8→1 Samuël 28:19→Job 15:24→Hosea 14:9→Genesis 40:19→Esther 5:10→
Esther 6:14— Toen zij nog met hem spraken, zo kwamen des konings kamerlingen nabij, en zij haastten Haman tot den maaltijd te brengen, dien Esther bereid had.Esther 5:8→Esther 5:14→Deuteronomium 32:35→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Esther 6 vers 1— In denzelfden nacht was de slaap van den koning geweken, en hij zeide, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken, brengen zou; en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen.
was de slaap
Hebreeuws, de slaap des konings was weggevlucht; dat is, de koning kon niet slapen. Dit is alzo door de beschikking Gods geschied.
Hertaald:was de slaap
Hebreeuws: de slaap van de koning was weggevlucht; dat is: de koning kon niet slapen. Dit is zo door de beschikking van God gebeurd.
het boek der gedachtenissen,
Dat is, in hetwelk de gedenkwaardige zaken der koningen in Perzië en Medië geschreven en bij memorie gesteld waren. Anders, het memorieboek.
Hertaald:het boek der gedachtenissen,
Dat is: waarin de gedenkwaardige zaken van de koningen van Perzië en Medië geschreven en opgetekend waren. Anders: het gedenkboek.
de kronieken,
Hebreeuws, de woorden der dagen.
Hertaald:de kronieken,
Hebreeuws: de woorden van de dagen.
in de tegenwoordigheid
Hebreeuws, voor des konings aangezicht.
Hertaald:in de tegenwoordigheid
Hebreeuws: voor het aangezicht van de koning.
gelezen
Deze koning wilde zijn tijd niet nutteloos doorbrengen, maar dewijl hij niet slapen kon, zo liet hij zich wat nuttigs voorlezen.
Hertaald:gelezen
Deze koning wilde zijn tijd niet nutteloos doorbrengen, maar omdat hij niet kon slapen, liet hij zich iets nuttigs voorlezen.
Esther 6 vers 2— En men vond geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bigthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros.
dat Mórdechaï
Zie boven, Est. 2:21 .
Hertaald:dat Mórdechaï
Zie hierboven Est. 2:21.
Bigthána en Theres,
Genoemd Bigthan, boven, Est. 2:21 .
Hertaald:Bigthána en Theres,
Hierboven, Est. 2:21, Bigthan genoemd.
Esther 6 vers 3— Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan.
verhoging
Hebreeuws, grootheid.
Hertaald:verhoging
Hebreeuws: grootheid.
hierover gedaan?
Te weten, vanwege het ontdekken der moordenaars.
Hertaald:hierover gedaan?
Namelijk: vanwege het ontmaskeren van de moordenaars.
hem
Dat is, hij heeft in het geheel geen loon noch verering ontvangen voor het ontdekken en aanbrengen van dit moorddadig voornemen tegen den koning.
Hertaald:hem
Dat is: hij heeft helemaal geen loon of eer ontvangen voor het ontdekken en aangeven van dit moorddadige plan tegen de koning.
niets gedaan
Hebreeuws, geen woord, of zaak.
Hertaald:niets gedaan
Hebreeuws: geen woord, of zaak.
Esther 6 vers 4— Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.)
in het voorhof?
Versta hier, het buitenvoorhof, waar des konings dienaars waren, op zijn dienst passende.
Hertaald:in het voorhof?
Versta hier: het buitenvoorhof, waar de dienaren van de koning waren, die op zijn diensten letten.
om den koning te zeggen,
Dat is, om met den koning te spreken, dat men, enz.
Hertaald:om den koning te zeggen,
Dat is: om met de koning te spreken, dat men, enzovoort.
Esther 6 vers 6— Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij?
in zijn hart
Dat is, bij zichzelven.
Hertaald:in zijn hart
Dat is: bij zichzelf.
meer dan tot mij?
Dit besloot hij uit de veelheid der weldaden, die hij alrede van den koning genoten had.
Hertaald:meer dan tot mij?
Dit maakte hij op uit de vele weldaden die hij al van de koning genoten had.
Esther 6 vers 8— Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde.
het koninklijke kleed brengen,
Hebreeuws, het kleed des koninkrijks.
Hertaald:het koninklijke kleed brengen,
Hebreeuws: het kleed van het koninkrijk.
koninklijke kroon
Hebreeuws, kroon des koninkrijks.
Hertaald:koninklijke kroon
Hebreeuws: kroon van het koninkrijk.
Esther 6 vers 9— En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!
op dat paard
Dit is eertijds geweest de grootste eer, die de koningen hun liefsten en meest geëerden vrienden deden; zie dergelijke Gen. 41:43 , en 1 Kon. 1:33 .
Hertaald:op dat paard
Dit was vroeger de grootste eer die koningen hun meest geliefde en meest geëerde vrienden bewezen; zie iets dergelijks in Gen. 41:43, en 1 Kon. 1:33.
Esther 6 vers 12— Daarna keerde Mordechai wederom tot de poort des konings; maar Haman werd voortgedreven naar zijn huis, treurig en met bedekten hoofde.
werd voortgedreven
Of, dreef zichzelven voort; te weten, door hartzeer en verdriet. Vergelijk 2 Kron. 26:20 .
Hertaald:werd voortgedreven
Of: dreef zichzelf voort; namelijk door verdriet en smart. Vergelijk 2 Kron. 26:20.
met bedekten hoofde
Hebreeuws, bedekt van hoofd; een teken van droefenis; zie 2 Sam. 15:30 ; Jer. 14:4 .
Hertaald:met bedekten hoofde
Hebreeuws: bedekt van hoofd; een teken van droefheid; zie 2 Sam. 15:30; Jer. 14:4.
Esther 6 vers 13— En Haman vertelde aan zijn huisvrouw Zeres en al zijn vrienden al wat hem wedervaren was. Toen zeiden hem zijn wijzen, en Zeres, zijn huisvrouw: Indien Mordechai, voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen, van het zaad der Joden is, zo zult gij tegen hem niet vermogen; maar gij zult gewisselijk voor zijn aangezicht vallen.
zijn wijzen,
Dat is, zijn raadsheren, wier raad hij gewoon was te gebruiken in grootgewichtige zaken. Doch anderen verstaan hier de tovenaars en voorzeggers, met welken zich Haman in deze zaak beried.
Hertaald:zijn wijzen,
Dat is: zijn raadsheren, wier advies hij gewoon was te gebruiken bij gewichtige zaken. Maar anderen verstaan hier de tovenaars en waarzeggers, met wie Haman zich in deze zaak beraadde.
Indien Mórdechaï,
Anders, dewijl.
Hertaald:Indien Mórdechaï,
Anders: omdat.
maar gij zult gewisselijk
Hebreeuws, gij zult vallende vallen voor zijn aangezicht.
Hertaald:maar gij zult gewisselijk
Hebreeuws: u zult vallend vallen voor zijn aangezicht.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ahasveros — machtige heerser (Perzische titel, vaak gelijkgesteld met Xerxes I)
Koning van Perzië, heersend over honderdzevenentwintig landschappen van Indië tot Morenland. Na het verstoten van koningin Vasthi verhief hij Esther tot koningin; later, opgehitst door Haman, gaf hij bevel tot uitroeiing van de Joden, maar herriep dit na Esthers tussenkomst en liet in plaats daarvan Haman ophangen (Esther 1-10).
Mordechai — toegewijd aan (de god) Marduk (Perzische naam)
Een Jood uit de stam Benjamin te Susan, uit het geslacht van hen die met koning Jechonia weggevoerd waren; hij voedde zijn nicht Hadassa (Esther) op als zijn eigen dochter. Hij ontdekte en verijdelde een samenzwering tegen de koning, weigerde later voor Haman te buigen, en spoorde Esther aan zich voor haar volk in te zetten, wat uiteindelijk tot Hamans val en de redding van de Joden leidde (Esther 2-10).
Esther (Hadassa) — ster (Hadassa: mirt)
Dochter van Abichaïl, een oom van Mordechai; na de dood van haar ouders door Mordechai als dochter aangenomen. Wegens haar schoonheid werd zij in de plaats van Vasthi tot koningin van Ahasveros verheven, zonder haar Joodse afkomst bekend te maken. Op Mordechai's aandringen waagde zij haar leven om bij de koning voor haar volk te pleiten, wat leidde tot de redding van de Joden uit Hamans complot (Esther 2, 4-9).
Theres — betekenis onzeker (Perzische naam)
Een van de twee kamerlingen-dorpelwachters, die met Bigthan een samenzwering tegen het leven van Ahasveros smeedde en daarvoor werd opgehangen (Esther 2:21-23).
Haman — luidruchtig, roemrijk (onzeker)
Zoon van Hammedatha, de Agagiet; door Ahasveros tot de hoogste eer verheven boven alle vorsten. Vertoornd omdat Mordechai weigerde voor hem te buigen, spande hij een complot om alle Joden in het rijk te laten uitroeien, en liet daartoe een galg van vijftig ellen bouwen om Mordechai daaraan op te hangen. Zijn plan keerde zich echter tegen hem: hij werd zelf aan die galg opgehangen (Esther 3, 5, 7).
Zeres — gouden (onzeker)
De vrouw van Haman, die hem, samen met zijn vrienden, aanraadde een galg te bouwen om Mordechai daaraan te laten hangen (Esther 5:10-14); later voorspelde zij Haman zijn ondergang tegenover Mordechai (Esther 6:13).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De slaap van den koning was geweken — in de nacht voordat Haman zijn verzoek komt doen, kan de koning niet slapen, en het gedeelte dat men hem voorleest gaat juist over Mordechai (Est. 6:1-2)
In diezelfde nacht week de slaap van de koning. Hij liet het boek der gedachtenissen halen, de kronieken van het rijk, en men las het hem voor (Est. 6:1). Men vond daarin de aantekening dat Mordechai het verraad van Bigthana en Theres had gemeld (Est. 6:2). De koning vroeg welke eer Mordechai daarvoor had ontvangen. Het antwoord van zijn dienaars was kort: aan hem is niets gedaan (Est. 6:3). Op datzelfde ogenblik kwam Haman het buitenvoorhof binnen. Hij wilde de koning vragen of Mordechai aan de galg gehangen mocht worden (Est. 6:4). De koning liet hem binnenkomen (Est. 6:5).
Bijbelse betekenis: De dienst van Mordechai lag jaren achter hem en was nooit beloond. Wat er die nacht gebeurt, ziet er niet uit als een wonder. Een koning kan niet slapen, een dienaar leest voor, en men leest juist die bladzijde. Toch valt alles hier op zijn plaats. De aantekening werd bewaard tot deze ene nacht, en de nacht viel vlak vóór het uur waarop Haman zijn verzoek kwam doen. Het antwoord van de dienaars is daarbij ontnuchterend eerlijk: aan hem is niets gedaan. Een leven van trouwe dienst wordt met vier woorden afgedaan. Wie zulke woorden over zijn eigen werk hoort, mag weten dat God een langer geheugen heeft dan mensen.
Typologie: Job zegt van God dat Hij de plannen van listige mensen laat stranden: "Hij maakt te niet de gedachten der arglistigen; dat hun handen niet een ding uitrichten" (Job 5:12). Paulus haalt dezelfde plaats aan wanneer hij de wijsheid van de wereld weegt: "Hij vat de wijzen in hun arglistigheid" (1 Kor. 3:19). En de spreuk zet het naast elkaar: "Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang" (Spr. 16:9).
Est. 6:1-5; Job 5:12; Spr. 16:9; 1 Kor. 3:19
Wat zal men doen met den man tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? — de koning vraagt raad zonder een naam te noemen, en Haman vult die naam zelf in: "Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij?" (Est. 6:6)
Zodra Haman binnen is, stelt de koning zijn vraag. Wat moet men doen met de man aan wie de koning eer wil bewijzen (Est. 6:6)? Er valt geen naam, en Haman denkt onmiddellijk aan zichzelf. Zijn voorstel is groots. Men moet het koninklijke kleed halen dat de koning zelf draagt, en het paard waarop de koning zelf rijdt, en de koninklijke kroon op het hoofd van die man zetten (Est. 6:7-8). Een van de hoogste vorsten moet hem dat kleed aantrekken, hem door de straten van de stad laten rijden en voor hem uitroepen dat de koning deze man eren wil (Est. 6:9). Dan noemt de koning de naam: Mordechai, de Jood, die aan de poort zit. Haman moet dit alles zelf uitvoeren en er niets van weglaten (Est. 6:10). Zo neemt hij het kleed en het paard, kleedt Mordechai en roept voor hem uit door de straten (Est. 6:11).
Bijbelse betekenis: De koning noemt geen naam, en dat maakt de vraag tot een spiegel. Haman meet elke eer aan zichzelf af, en daarom hoort hij in deze vraag zijn eigen naam. Wie zo denkt, verraadt zichzelf zodra hij zijn mond opendoet. Let ook op wat hij vraagt. Hij vraagt geen geld en geen macht, maar vertoon: het kleed van de koning, het paard van de koning, de kroon. Hij wil er niet alleen zijn, maar zo gezien worden. En dan komt de omkering. Hij moet de man kleden die hij die morgen wilde laten hangen, en zijn eer door de stad uitroepen met zijn eigen stem. God had geen bliksem nodig om deze man te vernederen; één vraag was genoeg.
Typologie: De Heere Jezus vat dit patroon samen in één zin: "een iegelijk, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden; en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden" (Luk. 14:11). Petrus wijst dezelfde weg aan als de veilige: "Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd" (1 Petr. 5:6).
Est. 6:6-11; Luk. 14:11; 1 Petr. 5:6
Voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen — de raadgevers die de galg hadden aangeraden, zeggen nu dat hun heer niet meer overeind komt: "zo zult gij tegen hem niet vermogen; maar gij zult gewisselijk voor zijn aangezicht vallen" (Est. 6:13)
Na de rit keert Mordechai gewoon terug naar de poort van de koning. Haman haast zich naar huis, treurig en met bedekt hoofd (Est. 6:12). Daar vertelt hij zijn vrouw Zeres en zijn vrienden wat hem overkomen is. Dezelfde mensen die hem de galg hadden aangeraden, geven nu een heel ander antwoord. Als Mordechai uit het zaad der Joden is, zal Haman niets tegen hem vermogen; hij is begonnen te vallen en zal blijven vallen (Est. 6:13). Terwijl zij nog spreken, komen de kamerlingen van de koning hem halen voor de maaltijd die Esther bereid had (Est. 6:14).
Bijbelse betekenis: Twee mensen gaan hier naar huis. Mordechai gaat terug naar de poort en neemt zijn oude plaats weer in; de eer van die morgen verandert hem niet. Haman gaat naar huis met bedekt hoofd, en de raad die hij daar krijgt is het tegendeel van de raad van gisteren. Wat zijn vrienden zeggen, is opmerkelijker dan het lijkt. Zij noemen de afkomst van Mordechai als de reden waarom hun heer verliezen zal. Zij rekenen dus met de God van dat volk, ook al noemen zij Hem niet bij name. En zij spreken van een val die al begonnen is. Zo gaat het vaker. Wie zich tegen God keert, merkt het keerpunt op het moment zelf niet op; achteraf blijkt het allang gepasseerd te zijn.
Typologie: Wat deze heidense raadgevers aanvoelen, staat sinds Abraham geschreven: "Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt" (Gen. 12:3). De belofte aan de vaderen geldt nog in Susan, eeuwen later en ver van het beloofde land.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 4Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekstuitwerking
In dienzelfden nacht was de slaap van den koning geweken — 6:1-14
Haman heeft de galg al klaarstaan, vijftig ellen hoog, en gaat er de volgende morgen om vragen. Esther heeft haar maaltijd gehad zonder haar verzoek te doen. Alles staat op scherp, en dan valt er een nacht tussen.
Er gebeurt niets bijzonders — een koning kan niet slapen — en juist daarmee kantelt het hele boek.
Er staat geen wonder in dit hoofdstuk. Er staat alleen: in dienzelfden nacht was de slaap van den koning geweken. De kanttekening geeft het Hebreeuws letterlijk: de slaap van de koning was weggevlucht. En zij voegt er één zin aan toe die het hele boek verklaart: dit is zo door de beschikking van God gebeurd.
Wat de koning dan doet is even alledaags. Hij laat het gedenkboek halen en zich voorlezen. Wie 's nachts niet slapen kan, verzint iets tegen de verveling.
Maar zij lezen precies het stuk voor over de aanslag die Mordechai eens verijdeld had. En daar staat bij dat hem daarvoor nooit iets is toegekend. De koning vraagt wat er met hem gedaan is, en het antwoord is: niets.
Dan komt de samenloop. Uitgerekend op dat ogenblik staat Haman buiten in de voorhof, gekomen om Mordechai's dood te vragen. De koning laat hem binnen en vraagt hem wat men doen moet met een man die de koning wil eren. Haman, die aan zichzelf denkt, verzint het mooiste dat hij bedenken kan — en moet het daarna zelf uitvoeren voor de man die hij wilde ophangen.
Zo loopt hij met het paard door de stad en roept vóór Mordechai uit hoe de koning hem eert.
De naam van God komt in dit boek niet voor, en het Nieuwe Testament haalt Esther niet aan. Er wordt hier dus geen beeld van Christus getekend, en men moet er niets in willen lezen wat er niet staat.
Wat er wél gebeurt, is dat het volk bewaard blijft waaruit de Messias geboren moest worden. Niet door een geopende zee of vuur uit de hemel, maar door een slapeloze nacht en een boek dat op de goede bladzijde openvalt. Wie dat verstaat, leest de rest van de Schrift anders: Paulus schrijft dat God alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil, ook waar niemand Hem aan het werk ziet.
Esther 3:9 — Haman koopt het bevel om alle Joden om te brengen.
Esther 6:1 — De slaap van den koning was geweken.
Esther 6:2 — Zij lezen juist het stuk over Mordechai voor.
Esther 6:10 — Haman moet zelf de man eren die hij wilde ophangen.
Genesis 50:20 — Gijlieden dachtet kwaad, maar God heeft dat ten goede gedacht.
Efeze 1:11 — Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil.
In het Nieuwe Testament: Efeze 1:11; Genesis 50:20; Romeinen 8:28; Handelingen 17:26
Hoever dit reikt: Niveau 4, het laagste. In Esther komt de Naam van God niet voor en het Nieuwe Testament haalt het boek niet aan; er wordt hier geen beeld van Christus getekend. Wat de lijn trekt is dat het volk bewaard blijft waaruit Hij geboren zou worden, en dat de kanttekening deze nacht uitdrukkelijk aan Gods beschikking toeschrijft.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
II. Vs. 1-14.KruisverwijzingenDaniël 2:1→Prediker 9:15→Genesis 41:43→Daniël 6:18→Esther 5:14→1 Koningen 1:33→Esther 2:23→1 Samuël 23:26→ — In denzelfden nacht was de slaap van den koning geweken, en hij zeide, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken, brengen zou; en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen. En men vond geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bigthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros. Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan. Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.) En des konings jongelingen zeiden tot hem: Zie, Haman staat in het voorhof. Toen zeide de koning: Dat hij inkome. Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij? Daarom zeide Haman tot den koning: Den man, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft, Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde. En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft! Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt. In diezelfden nacht wordt de koning door slapeloosheid geplaagd; hij laat zich uit het boek der kronieken voorlezen en wordt daardoor aan Mordechai’s verdiensten herinnerd. Als Haman den volgenden morgen bij den koning komt, om zijn plan tegen Mordechai ten uitvoer te brengen, legt de koning hem de vraag voor, wat men den man moet doen, dien de koning gaarne wilde eren. Haman meende in zijne trotsheid, dat de koning geen ander dan hem kon bedoelen; hij noemt nu de uitgezochtste koninklijke onderscheidingen op, die hij nu aanstonds aan den Jood Mordechai zelf ten uitvoer moet brengen. Mismoedig en met een bedekt hoofd keert Haman naar zijn huis terug. Ook hier vindt hij geen troost, integendeel zijne vertrouwden spreken als hun vermoeden uit, dat hij nu spoedig zal vallen. Geheel ontstemd vergeet Haman de hoge eer van den maaltijd bij de koningin, en moet door de koninklijke kamerdienaars daarheen gehaald worden.
KruisverwijzingenDaniël 2:1→Daniël 6:18→Esther 2:23→1 Samuël 23:26→Esther 10:2→Romeinen 11:33→Genesis 22:14→Jesaja 41:17→— In denzelfden nacht was de slaap van den koning geweken, en hij zeide, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken, brengen zou; en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen.
In dien nacht tussen den eersten en tweeden maaltijd der koningin waakte Israël’s Wachter, die niet slaapt noch sluimert, over het leven der Zijnen (MATTHEUS. 10: 29 vv.), en door Zijne wijze besturing, was de slaap van den koning geweken, en hij zei, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken brengen zou, de gedenkboeken der dagelijkse gebeurtenissen, waarin alle bijzondere voorvallen werden opgetekend (Hoofdstuk 2: 23 ), en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen. Als David niet kon slapen, dacht hij aan God en peinsde hij over Hem (Psalm 63: 6) en indien hij enig boek had willen hebben, het zou zijn Bijbel geweest zijn, want over die Wet dacht hij dag en nacht.
Onder de Perzen waren de kronieken in verzen geschreven; zij waren gewoonlijk het werk der uitstekendste dichters. Zowel in Engeland als in andere landen hadden onze voorouders Kronieken in poëzie. Wat is natuurlijker dan dit, dat een koning niet kan slapen en zich daarom iets laat voorlezen? Deze geheel natuurlijke, maar toch wonderbare leiding is het, die het hart van hen, die zulke dingen ervaren, zozeer verheugd; zij is voor alle andere zielen verborgen. Deze wijze Goddelijke voorzienigheid is aan alle diegenen, die nog zich zelven leven, onbekend.
KruisverwijzingenEsther 2:21→— En men vond geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bigthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros.
En men vond door Gods wonderbare leiding, nevens verscheidene andere zaken, die voorgelezen werden, geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bichthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros (Hoofdstuk 2: 23).
KruisverwijzingenPrediker 9:15→Genesis 40:23→Handelingen 28:8→1 Samuël 17:25→Psalmen 118:8→1 Kronieken 11:6→Daniël 5:7→Daniël 5:16→— Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan.
Toen zei de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan, overeenkomstig onze gewoonte, om onze weldoeners koninklijk te belonen? En de jongelingen des konings, zijne dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan 1).
Er was een bijzonder bestuur der Voorzienigheid in, dat hij toen onbeloond gelaten was, en alzo deze beloning tot nu toe moest verschoven worden, nu zowel hij als zijn gehele volk ten verderve bestemd was, en de eer hem zó bewezen werd, dat zij tot een dodelijk verdriet verstrekte voor hem, die den ondergang der Joden bedoelde. Men vraagt, waarom onder de goddelijke boeken een boek gevonden wordt, waarin de naam van God zelfs niet ene enkele maal voorkomt? Vraagt, waarom naast den wijnstok de braamstruik, naast den diamant de keisteen gevonden wordt? Alles is door God geschapen; de sterren aan den hemel, de zandkorrels aan den oever der zee. Ook in de Schrift zijn de diamanten en paarlen het zeldzaamst, zo als de profeet Jesaja, de Evangeliën, de brieven van Paulus, de Openbaring van Johannes zijn. Het kenmerk der werken Gods bestaat niet zozeer in het schone, als wel in het onnabootsbare, in hetgeen niet na te doen is. Het goddelijke is in het boek Esther, gelijk de lucht in de kamer is. Gij ziet haar niet en tast haar niet, maar gij ademt er in, en indien zij er niet was, wij zouden allen stikken. Een van beide: of in dit Boek is het toeval alles of God is alles; doch nu is daarin niets toevalligs, maar bij alles is God. De ongelovige Uitleggers klagen wel eens, dat de heiligen in het Oude Testament alles rechtstreeks aan God toeschrijven. Welnu hier wordt niets aan God toegeschreven en toch doet alles. Al was dat nu maar geschied, om de eenvormigheid weg te nemen en te verhoeden, dat de mensen zich aan klanken gewennen, dan zou dit reeds ene genoegzame reden voor deze zaak zijn. Neen, God wordt in dit Boek niet genoemd, maar Hij regeert er in. Ja het is een dichtstuk op de goddelijke Voorzienigheid. Spreken niet de bloemen, de sterren van God? Doch zij doen dit zonder stem-omdat zij sterren en bloemen zijn. De hemelen verkondigen Gods eer, maar hoe? Op hemelse wijze. God is een verborgen God. Men moet zich gewennen, om daar, waar Zijn naam niet staat, Zijne hand op te merken. Wij moeten God leren kennen niet alleen uit zijne daden, maar ook uit Zijne wijze van doen. Wij moeten, zonder God genoemd te vinden, God zelf leren onderkennen. Het boek Esther schijnt geschreven te zijn, om Jehova uit te roepen voor al de volken, gelijk Haman Mordechai uitroepen moest voor de inwoners van Susan. Al wat in de Heilige Schrift opgenomen is, wordt hierdoor door den Heiligen Geest voor het Zijne verklaard. Het is hiermede als met ene notariële acte. Al wat de notaris hierin, hetzij uit den mond van getuigen of van elders opneemt, wordt hiermede door hem als bevoegden persoon, notarieel en authentiek, dat is op wettige wijze geldend verklaard. Het behaagde God meermalen de Joden aan het hoofd der zaken te stellen, doch het was altijd maar voor een tijd. God leidde ze wel soms uit de verdrukking, maar om ze tot nieuwe verdrukkingen voor te bereiden, en dit zal niet veranderen, totdat zij komen tot de kennis van hunnen Messias, en in Hem zich weer gevoelen te zijn “het volk van God.”.
KruisverwijzingenEsther 5:14→Esther 4:11→Psalmen 2:4→Esther 5:1→Prediker 9:10→Esther 7:9→Psalmen 33:19→Job 5:13→— Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.)
Toen zei de koning, die opmerkte, dat reeds zo vroeg iemand gekomen was: Wie is in het voorhof? (Haman nu was reeds in den vroegen morgen gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, in ene wachtkamer, waar de raadsheren misschien bij afwisseling den gehelen dag moesten aanwezig zijn, om steeds op ‘s konings wenk tegenwoordig te kunnen zijn; hij was na met een bepaald doel zo vroeg gekomen, namelijk: om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden).
— En des konings jongelingen zeiden tot hem: Zie, Haman staat in het voorhof. Toen zeide de koning: Dat hij inkome.
En des konings jongelingen zeiden tot hem: Zie, Haman staat in het voorhof. Toen zei de koning: Dat hij inkome, of hij kome in 1).
Beter: Hij kome in, want des konings woord was des konings bevel. Met zijn vraag had de koning bedoeld, of er niet een hoog beambte in het voorhof was, om met hem te kunnen spreken over de manier, waarop men Mordechai ere zou bewijzen, en ziet, nu bestuurde God het zo, dat juist Haman, Mordechai’s doodsvijand, in den voorhof was. Zo blijkt het ook hier weer, dat de mens wel wikt, maar dat het de Heere God is die beschikt.
KruisverwijzingenSpreuken 18:12→Spreuken 16:18→Obadja 1:3→Johannes 5:23→Esther 5:11→Esther 6:7→Esther 3:2→Spreuken 30:13→— Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij?
Als Haman ingekomen was 1), vol moed, dat hij nu zijn doel bereiken zou, zo zei de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft 2)? Toen zei Haman in zijnijdel, hoogmoedig hart: Tot wie heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij 3)?
In ‘s konings tegenwoordigheid mag de dienaar niet spreken, alvorens door den koning aangesproken te zijn; juist dit gaf den koning gelegenheid om Haman te voorkomen.
Het mag wel als een beschikking Gods worden aangemerkt, dat de koning den naam van Mordechai verzwijgt, en het schijnt wel, dat de koning zelf met die vraag Haman in de mening wil brengen, dat de eer voor niemand anders is, als voor zijn groot-vizier. God, de Heere, beschikte het alzo, om Haman, den groten vijand van Israël, en daarom ook den vijand Gods, reeds nu te verootmoedigen en om Mordechai een blijde tijding te geven, dat de dag der bevrijding naderde.
Zie eens, hoe de hoogmoed den mens misleiden kan. Haman had groter en beter gedachten van zijne verdiensten, dan hij met reden hebben mocht. Hoe dwaas is het intussen van den mens, te denken, dat hij de enige verdienstelijke persoon onder de zijnen zij, of dat hij meer ere en verdienste bezitte dan allen nevens hem. De bedrieglijkheid van ons eigen hart blijkt nergens meer in, dan een al te gunstige verbeelding te hebben van ons zelven en van onze eigene verrichtingen, waarom wij tegen zulke dwaze eigenliefde gedurig en zorgvuldig behoren te waken en te bidden.
KruisverwijzingenEsther 6:11→Esther 6:9→— Daarom zeide Haman tot den koning: Den man, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft,
Daarom zei Haman, wie het niet twijfelachtig was, of het geluk was hem gunstig en wilde hem nog hoger verheffen, tot den koning: Den man, tot wiens ere de koning een welbehagen heeft,
Kruisverwijzingen1 Koningen 1:33→1 Samuël 18:4→Lukas 15:22→Esther 1:11→Esther 2:17→— Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde.
Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken 1), en het paard, waarop de koning pleegt te rijden, en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd (namelijk van het paard) 2) gezet worde.
Haman kan niet spoedig genoeg al de eerbewijzen optellen, die hij wenst. Hij heeft den mond zeer vol, maar toch wenst hij niets, wat niet in Perzië soms in gebruik was. De koning moest hem nu door ene openlijke daad volkomen voor zijnen plaatsbekleder proclameren. Verwonderlijk is het, hoe ook de waarheid van ons verhaal door de Griekse schrijvers, zowel als door pas ontdekte Perzische en Assyrische gedenktekenen bevestigd wordt. Even als de Perzische koningen, volgens de eersten hunnen eigen koninklijken wijn (Hoofdstuk 1: 7), ja zelfs hun eigen voor hun gebruik alleen bestemd water hadden, zo waren bovendien alle dingen van het dagelijks gebruik des konings van al het profane en gewone als heilig afgezonderd. (Een hofbediende noemde zelfs den dis, van welken Darius Codomannus gegeten had, heilig, en weende, toen hij Alexander den Grote zijne voeten daarop zag leggen). In ‘t bijzonder echter werd het gewaad, als ook de kroon in den vorm van een tulband, dien de koning droeg, als met de goddelijke waardigheid des konings nauw verenigd geacht, zodat de jongere Cyrus zijnen broeder Artaxerxes niet durfde aangrijpen, omdat deze het heilige koninklijke gewaad aan had. Het is nu hier niet te doen, om met het gewone Medische eergewaad bekleed te worden, hetwelk, volgens de afspraak der zeven saamgezworenen tegen het leven van den Magiër Smerdis, de moordenaar jaarlijks van den koning zou verkrijgen (Herod. III, 84), ook niet om toezending van enig kostbaar kleed, zo als het nog heden bij Oosterse vorsten gewoonte is, maar het Haman te doen, om eens bekleed te worden met het kostbare kleed van den koning zelven, het symbool der goddelijke konings-waardigheid, als hoogste eerbewijs.
Nevens het koninklijk gewaad en het rijpaard met de kroon vordert Haman voor den te eren persoon enen vorstelijken leidsman en heraut. Ook dit bevestigt Xenophon. Volgens hem hadden de Perzische koningen de gewoonte, zich door enen hogen vorst of satraap op het paard te laten heffen. Dat het eerbewijs, om door enen heraut als hooggeëerde des konings uitgeroepen te worden, iets gewoons in het Oosten was, bewijst de geschiedenis van Jozef in Egypte (Genesis 41: 43).
Op zijn hoofd heeft betrekking, niet op den te versieren persoon, maar op het paard. Wel is waar vindt men bij de klassieken gene getuigenis, omtrent zulk een versiering van het koninklijk rijpaard, maar de zaak zelf is geheel niet onwaarschijnlijk, en schijnt door de monumenten bevestigd te worden, daar men op Assyrische en Oud-Perzische beeldwerken paarden des konings, en zo het schijnt ook der vorsten ziet, op wiens koppen zich een in drie punten uitlopend tooisel bevond, dat men wel gevoeglijk voor een diadeem of kroon kan houden.
KruisverwijzingenGenesis 41:43→1 Koningen 1:33→Zacharia 9:9→— En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!
En men zal dat kleed des konings en dat paard des konings geven in de hand van een van iemand uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men of hij zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men of hij zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men 1) of hij zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft 2)!
De grondtekst eist dit bepaald, dat de voornaamste van des konings vorsten dit alles zelf zal doen en hem het kleed omhangen, en hem op het paard zetten en voor hem uitroepen. De grootste eer, die Haman maar bedenken kan, stelt hij voor, altijd in de verwachting, dat het niemand anders dan zijn eigen persoon geldt.
Zo stapelt deze verwaten mens eerbewijzen op eerbewijzen, tot zelfs boven des konings eer. Zo maakt de hoogmoed zich zelven altijd belachelijk; de hoogmoedige zelf ziet het niet, maar zij, die hem zijne kunsten zien maken, lachen over hem. Gij gevoelt, dat de koning terstond begreep, dat Haman zich zelven bedoelde, en dat de koning bij zich zelven hartelijk lachte, dat Haman het zo heel mooi maakte, en juist daardoor de dupe van zich zelven werd; en nu, ziende welk een eerzuchtig mens hij tot zich had opgeheven, begint hij met zijn gunsteling te spelen. Hoe geheel uit het leven en wel uit het hofleven! Er zijn ogenblikken, waarin een koning zich zelven gevoelt, en zijnen gunsteling doet gevoelen, dat hij eigenlijk maar een speelpop in zijne hand is, waarmee hij doen kan wat hij wil, maar die op zich zelven niets is.
Kruisverwijzingen2 Koningen 10:10→Daniël 4:37→Openbaring 18:7→Lukas 14:11→— Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt.
Toen zei de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat zo versierde paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, die aan de poort des konings zit; en laat niet één woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt 1).
Men zou uit dit laatste kunnen opmaken, dat Haman reeds in ongenade begon te vallen. In elk geval ligt er in dit ganse bevel, ook door het bijvoegen van, den Jood, iets spottends. De koning begreep heel goed, dat Haman die eer voor zich zelven had uitgedacht, en nu heeft hij er een vermaak in, om zijn hoogmoed te vernederen. Iets wat geheel paste bij het karakter van Ahasveros. Hoe de koning wist, dat Mordechai een Jood was, is licht te begrijpen. Zijne kamerlingen, met wie hij over den vóórgekomen moord sprak, zullen hem dit hebben meegedeeld.
KruisverwijzingenLukas 1:52→Esther 9:3→Esther 8:15→Jesaja 60:14→Openbaring 3:9→Ezra 6:13→— En Haman nam dat kleed en dat paard, en trok het kleed Mordechai aan, en deed hem rijden door de straten der stad, en hij riep voor hem: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!
En Haman nam dat kleed en dat paard en trok het kleed Mordechai aan, en deed hem rijden door de straten der stad, en hij riep voor hem: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heef! Even als God de vijanden van Zijnen Zoon tot ene voetbank Zijner voeten maakt, waardoor Hij nog meer verheven wordt, zo maakt Hij het ook ten opzichte van al Zijne vrienden. Degenen, die hen een tijd lang onder het gewicht van hunnen haat en van hun vervolgingen onderdrukten, worden eindelijk zelf onder den last van hun heerlijkheid gebogen en moeten hun tot zegetekenen dienen.
Kruisverwijzingen2 Samuël 15:30→Jeremia 14:3→1 Koningen 21:4→Esther 2:19→Job 9:24→Job 20:5→1 Samuël 3:15→1 Koningen 20:43→— Daarna keerde Mordechai wederom tot de poort des konings; maar Haman werd voortgedreven naar zijn huis, treurig en met bedekten hoofde.
Daarna keerde Mordechai, dien deze eer niet hoogmoedig of zorgeloos maakte, wederom tot de poort des konings, om daar als vroeger zijn ambt waar te nemen; maar Haman, van zijne hoogte neergestort, werd voortgedreven naar zijn huis, treurig en met bedekten hoofde
, vol beschaamdheid en treurigheid.
Met bedekten hoofde, d.w.z. met omhuld aangezicht, is teken van schaamte. Waarom was Haman zo beschaamd en diep treurig? Niet alleen, omdat hij aldus met Mordechai had moeten handelen, maar ook, omdat hij gewis wel de veranderde gezindheid van den koning had gemerkt. Hij had het stekelige wel opgemerkt in dit: doe gij alzo aan Mordechai, den Jood. Een bang voorgevoel overvalt hem, dat hij op het punt staat in ongenade te vallen en dat het met al zijn grootheid en aanzien uit is. Bovendien het bevel, om alle Joden om te brengen, is reeds overal bekend, en wat moet nu wel het volk denken, nu het gezien heeft, welke eer Mordechai, den Jood, is te beurt gevallen!
KruisverwijzingenSpreuken 28:18→Zacharia 12:2→Genesis 41:8→1 Samuël 28:19→Job 15:24→Hosea 14:9→Genesis 40:19→Esther 5:10→— En Haman vertelde aan zijn huisvrouw Zeres en al zijn vrienden al wat hem wedervaren was. Toen zeiden hem zijn wijzen, en Zeres, zijn huisvrouw: Indien Mordechai, voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen, van het zaad der Joden is, zo zult gij tegen hem niet vermogen; maar gij zult gewisselijk voor zijn aangezicht vallen.
En Haman vertelde aan zijne huisvrouw Zeres, en al zijne vrienden al wat hem wedervaren was 1). Toen zeiden hem zijne vrienden, namelijk de wijzen, de Magiërs, die onder hen waren, en die veel uit de wonderbare geschiedenis van Gods volk, bijzonder uit Daniël’s tijd wisten, en Zeres, zijne huisvrouw: Indien Mordechai, voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen, van het zaad der Joden is 2) zo zult gij tegen hem niet vermogen, hij staat onder Hogere bescherming, maar gij zult gewis voor zijn aangezicht vallen 3).
Hoe snel volgt toch bij de goddeloze wereld op de hoogste vreugde, die haar toeschijnt eeuwig te zullen duren, het diepste leed, dat toch als kiem reeds in hare vreugde verborgen lag, zo als ook hier bij Haman (vgl. Hoofdstuk 5: 10-13, met vs. 13).
Hoewel Haman ook reeds bij het eerste gesprek (Hoofdstuk 5: 13) Mordechai enen Jood genoemd heeft, zo komt het toch nu eerst, ten gevolge van de buitengewone wending der zaken den vrienden in de gedachte, dat Mordechai tot het merkwaardige, wel gehate, maar wegens zijnen onzichtbaren Beschermer ook gevreesde volk der Joden behoorde.
Zo troosten u uwe vleiers, gij machtigen der aarde en verdrukkers der armen en onschuldigen; zodra het u tegenloopt, zijn zij buiten raad en doen u het ergste vrezen.
Zij komen tot de slotsom, al spraken zij het niet zo uit, dat Mordechai en zijn volk onder Hogere bescherming staan en dat derhalve dit feit een teken is, dat Haman voor het aangezicht van Mordechai zal vallen. Vroeger was Mordechai voor hen een onbeduidend man, met wie men niet had te rekenen, die men eenvoudig aan een boom kon ophangen, maar nu treedt hij voor hen in een geheel ander licht. Hij is nu eensklaps een groot gunsteling van den koning geworden en zij voorspellen het, dat Haman zal vallen en Mordechai tot eer en aanzien zal verheven worden.
KruisverwijzingenEsther 5:8→Esther 5:14→Deuteronomium 32:35→— Toen zij nog met hem spraken, zo kwamen des konings kamerlingen nabij, en zij haastten Haman tot den maaltijd te brengen, dien Esther bereid had.
Toen zij nog met hem spraken 1), zo kwamen des konings kamerlingen nabij, en zij haastten Haman, die in zijne smart die hoogste eer, op welke hij den dag te voren nog zo geroemd had, geheel vergeten had, tot den maaltijd te brengen, dien Esther bereid had.
Over verder beraad wordt geen tijd gelaten. Geen plannen, om het gedreigde onheil af te keren kunnen worden gemaakt of overwogen. Dit is de beschikking Gods. Haman’s val is nabij. Wie heeft zien tegen God verhard en vrede gehad?
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Esther 6
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-14.KruisverwijzingenDaniël 2:1→Prediker 9:15→Genesis 41:43→Daniël 6:18→Esther 5:14→1 Koningen 1:33→Esther 2:23→1 Samuël 23:26→
— In denzelfden nacht was de slaap van den koning geweken, en hij zeide, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken, brengen zou; en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen. En men vond geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bigthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros. Toen zeide de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan? En de jongelingen des konings, zijn dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan. Toen zeide de koning: Wie is in het voorhof? (Haman nu was gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden.) En des konings jongelingen zeiden tot hem: Zie, Haman staat in het voorhof. Toen zeide de koning: Dat hij inkome. Als Haman ingekomen was, zo zeide de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft? Toen zeide Haman in zijn hart: Tot wien heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij? Daarom zeide Haman tot den koning: Den man, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft, Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken, en het paard, waarop de koning pleegt te rijden; en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd gezet worde. En men zal dat kleed en dat paard geven in de hand van een uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft! Toen zeide de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, dien aan de poort des konings zit; en laat niet een woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt.
In diezelfden nacht wordt de koning door slapeloosheid geplaagd; hij laat zich uit het boek der kronieken voorlezen en wordt daardoor aan Mordechai’s verdiensten herinnerd. Als Haman den volgenden morgen bij den koning komt, om zijn plan tegen Mordechai ten uitvoer te brengen, legt de koning hem de vraag voor, wat men den man moet doen, dien de koning gaarne wilde eren. Haman meende in zijne trotsheid, dat de koning geen ander dan hem kon bedoelen; hij noemt nu de uitgezochtste koninklijke onderscheidingen op, die hij nu aanstonds aan den Jood Mordechai zelf ten uitvoer moet brengen. Mismoedig en met een bedekt hoofd keert Haman naar zijn huis terug. Ook hier vindt hij geen troost, integendeel zijne vertrouwden spreken als hun vermoeden uit, dat hij nu spoedig zal vallen. Geheel ontstemd vergeet Haman de hoge eer van den maaltijd bij de koningin, en moet door de koninklijke kamerdienaars daarheen gehaald worden.
In dien nacht tussen den eersten en tweeden maaltijd der koningin waakte Israël’s Wachter, die niet slaapt noch sluimert, over het leven der Zijnen (MATTHEUS. 10: 29 vv.), en door Zijne wijze besturing, was de slaap van den koning geweken, en hij zei, dat men het boek der gedachtenissen, de kronieken brengen zou, de gedenkboeken der dagelijkse gebeurtenissen, waarin alle bijzondere voorvallen werden opgetekend (Hoofdstuk 2: 23 ), en zij werden in de tegenwoordigheid des konings gelezen. Als David niet kon slapen, dacht hij aan God en peinsde hij over Hem (Psalm 63: 6) en indien hij enig boek had willen hebben, het zou zijn Bijbel geweest zijn, want over die Wet dacht hij dag en nacht.
Onder de Perzen waren de kronieken in verzen geschreven; zij waren gewoonlijk het werk der uitstekendste dichters. Zowel in Engeland als in andere landen hadden onze voorouders Kronieken in poëzie. Wat is natuurlijker dan dit, dat een koning niet kan slapen en zich daarom iets laat voorlezen? Deze geheel natuurlijke, maar toch wonderbare leiding is het, die het hart van hen, die zulke dingen ervaren, zozeer verheugd; zij is voor alle andere zielen verborgen. Deze wijze Goddelijke voorzienigheid is aan alle diegenen, die nog zich zelven leven, onbekend.
En men vond door Gods wonderbare leiding, nevens verscheidene andere zaken, die voorgelezen werden, geschreven, dat Mordechai had te kennen gegeven van Bichthana en Theres, twee kamerlingen des konings, uit de dorpelwachters, die de hand zochten te leggen aan den koning Ahasveros (Hoofdstuk 2: 23).
Toen zei de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hierover gedaan, overeenkomstig onze gewoonte, om onze weldoeners koninklijk te belonen? En de jongelingen des konings, zijne dienaars, zeiden: Aan hem is niets gedaan 1).
Er was een bijzonder bestuur der Voorzienigheid in, dat hij toen onbeloond gelaten was, en alzo deze beloning tot nu toe moest verschoven worden, nu zowel hij als zijn gehele volk ten verderve bestemd was, en de eer hem zó bewezen werd, dat zij tot een dodelijk verdriet verstrekte voor hem, die den ondergang der Joden bedoelde. Men vraagt, waarom onder de goddelijke boeken een boek gevonden wordt, waarin de naam van God zelfs niet ene enkele maal voorkomt? Vraagt, waarom naast den wijnstok de braamstruik, naast den diamant de keisteen gevonden wordt? Alles is door God geschapen; de sterren aan den hemel, de zandkorrels aan den oever der zee. Ook in de Schrift zijn de diamanten en paarlen het zeldzaamst, zo als de profeet Jesaja, de Evangeliën, de brieven van Paulus, de Openbaring van Johannes zijn. Het kenmerk der werken Gods bestaat niet zozeer in het schone, als wel in het onnabootsbare, in hetgeen niet na te doen is. Het goddelijke is in het boek Esther, gelijk de lucht in de kamer is. Gij ziet haar niet en tast haar niet, maar gij ademt er in, en indien zij er niet was, wij zouden allen stikken. Een van beide: of in dit Boek is het toeval alles of God is alles; doch nu is daarin niets toevalligs, maar bij alles is God. De ongelovige Uitleggers klagen wel eens, dat de heiligen in het Oude Testament alles rechtstreeks aan God toeschrijven. Welnu hier wordt niets aan God toegeschreven en toch doet alles. Al was dat nu maar geschied, om de eenvormigheid weg te nemen en te verhoeden, dat de mensen zich aan klanken gewennen, dan zou dit reeds ene genoegzame reden voor deze zaak zijn. Neen, God wordt in dit Boek niet genoemd, maar Hij regeert er in. Ja het is een dichtstuk op de goddelijke Voorzienigheid. Spreken niet de bloemen, de sterren van God? Doch zij doen dit zonder stem-omdat zij sterren en bloemen zijn. De hemelen verkondigen Gods eer, maar hoe? Op hemelse wijze. God is een verborgen God. Men moet zich gewennen, om daar, waar Zijn naam niet staat, Zijne hand op te merken. Wij moeten God leren kennen niet alleen uit zijne daden, maar ook uit Zijne wijze van doen. Wij moeten, zonder God genoemd te vinden, God zelf leren onderkennen. Het boek Esther schijnt geschreven te zijn, om Jehova uit te roepen voor al de volken, gelijk Haman Mordechai uitroepen moest voor de inwoners van Susan. Al wat in de Heilige Schrift opgenomen is, wordt hierdoor door den Heiligen Geest voor het Zijne verklaard. Het is hiermede als met ene notariële acte. Al wat de notaris hierin, hetzij uit den mond van getuigen of van elders opneemt, wordt hiermede door hem als bevoegden persoon, notarieel en authentiek, dat is op wettige wijze geldend verklaard. Het behaagde God meermalen de Joden aan het hoofd der zaken te stellen, doch het was altijd maar voor een tijd. God leidde ze wel soms uit de verdrukking, maar om ze tot nieuwe verdrukkingen voor te bereiden, en dit zal niet veranderen, totdat zij komen tot de kennis van hunnen Messias, en in Hem zich weer gevoelen te zijn “het volk van God.”.
Toen zei de koning, die opmerkte, dat reeds zo vroeg iemand gekomen was: Wie is in het voorhof? (Haman nu was reeds in den vroegen morgen gekomen in het buitenvoorhof van het huis des konings, in ene wachtkamer, waar de raadsheren misschien bij afwisseling den gehelen dag moesten aanwezig zijn, om steeds op ‘s konings wenk tegenwoordig te kunnen zijn; hij was na met een bepaald doel zo vroeg gekomen, namelijk: om den koning te zeggen, dat men Mordechai zou hangen aan de galg, die hij hem had doen bereiden).
En des konings jongelingen zeiden tot hem: Zie, Haman staat in het voorhof. Toen zei de koning: Dat hij inkome, of hij kome in 1).
Beter: Hij kome in, want des konings woord was des konings bevel. Met zijn vraag had de koning bedoeld, of er niet een hoog beambte in het voorhof was, om met hem te kunnen spreken over de manier, waarop men Mordechai ere zou bewijzen, en ziet, nu bestuurde God het zo, dat juist Haman, Mordechai’s doodsvijand, in den voorhof was. Zo blijkt het ook hier weer, dat de mens wel wikt, maar dat het de Heere God is die beschikt.
Als Haman ingekomen was 1), vol moed, dat hij nu zijn doel bereiken zou, zo zei de koning tot hem: Wat zal men met dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft 2)? Toen zei Haman in zijnijdel, hoogmoedig hart: Tot wie heeft de koning een welbehagen, om hem eer te doen, meer dan tot mij 3)?
In ‘s konings tegenwoordigheid mag de dienaar niet spreken, alvorens door den koning aangesproken te zijn; juist dit gaf den koning gelegenheid om Haman te voorkomen.
Het mag wel als een beschikking Gods worden aangemerkt, dat de koning den naam van Mordechai verzwijgt, en het schijnt wel, dat de koning zelf met die vraag Haman in de mening wil brengen, dat de eer voor niemand anders is, als voor zijn groot-vizier. God, de Heere, beschikte het alzo, om Haman, den groten vijand van Israël, en daarom ook den vijand Gods, reeds nu te verootmoedigen en om Mordechai een blijde tijding te geven, dat de dag der bevrijding naderde.
Zie eens, hoe de hoogmoed den mens misleiden kan. Haman had groter en beter gedachten van zijne verdiensten, dan hij met reden hebben mocht. Hoe dwaas is het intussen van den mens, te denken, dat hij de enige verdienstelijke persoon onder de zijnen zij, of dat hij meer ere en verdienste bezitte dan allen nevens hem. De bedrieglijkheid van ons eigen hart blijkt nergens meer in, dan een al te gunstige verbeelding te hebben van ons zelven en van onze eigene verrichtingen, waarom wij tegen zulke dwaze eigenliefde gedurig en zorgvuldig behoren te waken en te bidden.
Daarom zei Haman, wie het niet twijfelachtig was, of het geluk was hem gunstig en wilde hem nog hoger verheffen, tot den koning: Den man, tot wiens ere de koning een welbehagen heeft,
Zal men het koninklijke kleed brengen, dat de koning pleegt aan te trekken 1), en het paard, waarop de koning pleegt te rijden, en dat de koninklijke kroon op zijn hoofd (namelijk van het paard) 2) gezet worde.
Haman kan niet spoedig genoeg al de eerbewijzen optellen, die hij wenst. Hij heeft den mond zeer vol, maar toch wenst hij niets, wat niet in Perzië soms in gebruik was. De koning moest hem nu door ene openlijke daad volkomen voor zijnen plaatsbekleder proclameren. Verwonderlijk is het, hoe ook de waarheid van ons verhaal door de Griekse schrijvers, zowel als door pas ontdekte Perzische en Assyrische gedenktekenen bevestigd wordt. Even als de Perzische koningen, volgens de eersten hunnen eigen koninklijken wijn (Hoofdstuk 1: 7), ja zelfs hun eigen voor hun gebruik alleen bestemd water hadden, zo waren bovendien alle dingen van het dagelijks gebruik des konings van al het profane en gewone als heilig afgezonderd. (Een hofbediende noemde zelfs den dis, van welken Darius Codomannus gegeten had, heilig, en weende, toen hij Alexander den Grote zijne voeten daarop zag leggen). In ‘t bijzonder echter werd het gewaad, als ook de kroon in den vorm van een tulband, dien de koning droeg, als met de goddelijke waardigheid des konings nauw verenigd geacht, zodat de jongere Cyrus zijnen broeder Artaxerxes niet durfde aangrijpen, omdat deze het heilige koninklijke gewaad aan had. Het is nu hier niet te doen, om met het gewone Medische eergewaad bekleed te worden, hetwelk, volgens de afspraak der zeven saamgezworenen tegen het leven van den Magiër Smerdis, de moordenaar jaarlijks van den koning zou verkrijgen (Herod. III, 84), ook niet om toezending van enig kostbaar kleed, zo als het nog heden bij Oosterse vorsten gewoonte is, maar het Haman te doen, om eens bekleed te worden met het kostbare kleed van den koning zelven, het symbool der goddelijke konings-waardigheid, als hoogste eerbewijs.
Nevens het koninklijk gewaad en het rijpaard met de kroon vordert Haman voor den te eren persoon enen vorstelijken leidsman en heraut. Ook dit bevestigt Xenophon. Volgens hem hadden de Perzische koningen de gewoonte, zich door enen hogen vorst of satraap op het paard te laten heffen. Dat het eerbewijs, om door enen heraut als hooggeëerde des konings uitgeroepen te worden, iets gewoons in het Oosten was, bewijst de geschiedenis van Jozef in Egypte (Genesis 41: 43).
Op zijn hoofd heeft betrekking, niet op den te versieren persoon, maar op het paard. Wel is waar vindt men bij de klassieken gene getuigenis, omtrent zulk een versiering van het koninklijk rijpaard, maar de zaak zelf is geheel niet onwaarschijnlijk, en schijnt door de monumenten bevestigd te worden, daar men op Assyrische en Oud-Perzische beeldwerken paarden des konings, en zo het schijnt ook der vorsten ziet, op wiens koppen zich een in drie punten uitlopend tooisel bevond, dat men wel gevoeglijk voor een diadeem of kroon kan houden.
En men zal dat kleed des konings en dat paard des konings geven in de hand van een van iemand uit de vorsten des konings, van de grootste heren, en men of hij zal het dien man aantrekken, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft; en men of hij zal hem op dat paard doen rijden door de straten der stad, en men 1) of hij zal voor hem roepen: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft 2)!
De grondtekst eist dit bepaald, dat de voornaamste van des konings vorsten dit alles zelf zal doen en hem het kleed omhangen, en hem op het paard zetten en voor hem uitroepen. De grootste eer, die Haman maar bedenken kan, stelt hij voor, altijd in de verwachting, dat het niemand anders dan zijn eigen persoon geldt.
Zo stapelt deze verwaten mens eerbewijzen op eerbewijzen, tot zelfs boven des konings eer. Zo maakt de hoogmoed zich zelven altijd belachelijk; de hoogmoedige zelf ziet het niet, maar zij, die hem zijne kunsten zien maken, lachen over hem. Gij gevoelt, dat de koning terstond begreep, dat Haman zich zelven bedoelde, en dat de koning bij zich zelven hartelijk lachte, dat Haman het zo heel mooi maakte, en juist daardoor de dupe van zich zelven werd; en nu, ziende welk een eerzuchtig mens hij tot zich had opgeheven, begint hij met zijn gunsteling te spelen. Hoe geheel uit het leven en wel uit het hofleven! Er zijn ogenblikken, waarin een koning zich zelven gevoelt, en zijnen gunsteling doet gevoelen, dat hij eigenlijk maar een speelpop in zijne hand is, waarmee hij doen kan wat hij wil, maar die op zich zelven niets is.
Toen zei de koning tot Haman: Haast u, neem dat kleed, en dat zo versierde paard, gelijk als gij gesproken hebt, en doe alzo aan Mordechai, den Jood, die aan de poort des konings zit; en laat niet één woord vallen van alles, wat gij gesproken hebt 1).
Men zou uit dit laatste kunnen opmaken, dat Haman reeds in ongenade begon te vallen. In elk geval ligt er in dit ganse bevel, ook door het bijvoegen van, den Jood, iets spottends. De koning begreep heel goed, dat Haman die eer voor zich zelven had uitgedacht, en nu heeft hij er een vermaak in, om zijn hoogmoed te vernederen. Iets wat geheel paste bij het karakter van Ahasveros. Hoe de koning wist, dat Mordechai een Jood was, is licht te begrijpen. Zijne kamerlingen, met wie hij over den vóórgekomen moord sprak, zullen hem dit hebben meegedeeld.
En Haman nam dat kleed en dat paard en trok het kleed Mordechai aan, en deed hem rijden door de straten der stad, en hij riep voor hem: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heef! Even als God de vijanden van Zijnen Zoon tot ene voetbank Zijner voeten maakt, waardoor Hij nog meer verheven wordt, zo maakt Hij het ook ten opzichte van al Zijne vrienden. Degenen, die hen een tijd lang onder het gewicht van hunnen haat en van hun vervolgingen onderdrukten, worden eindelijk zelf onder den last van hun heerlijkheid gebogen en moeten hun tot zegetekenen dienen.
Daarna keerde Mordechai, dien deze eer niet hoogmoedig of zorgeloos maakte, wederom tot de poort des konings, om daar als vroeger zijn ambt waar te nemen; maar Haman, van zijne hoogte neergestort, werd voortgedreven naar zijn huis, treurig en met bedekten hoofde
, vol beschaamdheid en treurigheid.
Met bedekten hoofde, d.w.z. met omhuld aangezicht, is teken van schaamte. Waarom was Haman zo beschaamd en diep treurig? Niet alleen, omdat hij aldus met Mordechai had moeten handelen, maar ook, omdat hij gewis wel de veranderde gezindheid van den koning had gemerkt. Hij had het stekelige wel opgemerkt in dit: doe gij alzo aan Mordechai, den Jood. Een bang voorgevoel overvalt hem, dat hij op het punt staat in ongenade te vallen en dat het met al zijn grootheid en aanzien uit is. Bovendien het bevel, om alle Joden om te brengen, is reeds overal bekend, en wat moet nu wel het volk denken, nu het gezien heeft, welke eer Mordechai, den Jood, is te beurt gevallen!
En Haman vertelde aan zijne huisvrouw Zeres, en al zijne vrienden al wat hem wedervaren was 1). Toen zeiden hem zijne vrienden, namelijk de wijzen, de Magiërs, die onder hen waren, en die veel uit de wonderbare geschiedenis van Gods volk, bijzonder uit Daniël’s tijd wisten, en Zeres, zijne huisvrouw: Indien Mordechai, voor wiens aangezicht gij hebt begonnen te vallen, van het zaad der Joden is 2) zo zult gij tegen hem niet vermogen, hij staat onder Hogere bescherming, maar gij zult gewis voor zijn aangezicht vallen 3).
Hoe snel volgt toch bij de goddeloze wereld op de hoogste vreugde, die haar toeschijnt eeuwig te zullen duren, het diepste leed, dat toch als kiem reeds in hare vreugde verborgen lag, zo als ook hier bij Haman (vgl. Hoofdstuk 5: 10-13, met vs. 13).
Hoewel Haman ook reeds bij het eerste gesprek (Hoofdstuk 5: 13) Mordechai enen Jood genoemd heeft, zo komt het toch nu eerst, ten gevolge van de buitengewone wending der zaken den vrienden in de gedachte, dat Mordechai tot het merkwaardige, wel gehate, maar wegens zijnen onzichtbaren Beschermer ook gevreesde volk der Joden behoorde.
Zo troosten u uwe vleiers, gij machtigen der aarde en verdrukkers der armen en onschuldigen; zodra het u tegenloopt, zijn zij buiten raad en doen u het ergste vrezen.
Zij komen tot de slotsom, al spraken zij het niet zo uit, dat Mordechai en zijn volk onder Hogere bescherming staan en dat derhalve dit feit een teken is, dat Haman voor het aangezicht van Mordechai zal vallen. Vroeger was Mordechai voor hen een onbeduidend man, met wie men niet had te rekenen, die men eenvoudig aan een boom kon ophangen, maar nu treedt hij voor hen in een geheel ander licht. Hij is nu eensklaps een groot gunsteling van den koning geworden en zij voorspellen het, dat Haman zal vallen en Mordechai tot eer en aanzien zal verheven worden.
Toen zij nog met hem spraken 1), zo kwamen des konings kamerlingen nabij, en zij haastten Haman, die in zijne smart die hoogste eer, op welke hij den dag te voren nog zo geroemd had, geheel vergeten had, tot den maaltijd te brengen, dien Esther bereid had.
Over verder beraad wordt geen tijd gelaten. Geen plannen, om het gedreigde onheil af te keren kunnen worden gemaakt of overwogen. Dit is de beschikking Gods. Haman’s val is nabij. Wie heeft zien tegen God verhard en vrede gehad?
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel