Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Het geschiedde nu aan den derden dag, dat Esther een koninklijk kleed aantrok, en stond in het binnenste voorhof van des konings huis, tegenover het huis des konings; de koning nu zat op zijn koninklijken troon, in het koninklijke huis, tegenover de deur van het huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Het geschieddeH1961 nu aan den derdenH7992dagH3117, dat EstherH635 een koninklijkH4438kleed aantrokH3847, en stondH5975 in het binnensteH6442voorhofH2691 van des koningsH4428huisH1004, tegenoverH5227 het huisH1004 des koningsH4428; de koningH4428 nu zat opH5921 zijn koninklijkenH4438troonH3678, in het koninklijkeH4438huisH1004, tegenoverH5227 de deurH6607 van het huisH1004.Het geschiedde nu aan den derden dag, dat Esther een koninklijk kleed aantrok, en stond in het binnenste voorhof van des konings huis, tegenover het huis des konings; de koning nu zat op zijn koninklijken troon, in het koninklijke huis, tegenover de deur van het huis.
KJVNow it came to pass on the third3day,2that Esther5put on4her royal6apparel, and stood7in the inner11court8of the king's10house,9over against12the king's14house:13and the king15sat16upon his royal19throne18in the royal21house,20over against22the gate23of the house.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַשְּׁלִישִׁ֗יH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)4וַתִּלְבַּ֤שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear5אֶסְתֵּר֙H635Esther, EsthersEsther6מַלְכ֔וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal7וַֽתַּעֲמֹ֞דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8בַּחֲצַ֤רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village9בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal11הַפְּנִימִ֔יתH6442binnenste, binnenkameren, binnenpoort(with-) in(-ner, -ward)12נֹ֖כַחH5227tegenover, recht, recht tegenover(over) against, before, direct(-ly), for, right (on)13בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15וְ֠הַמֶּלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16יוֹשֵׁ֞בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18כִּסֵּ֤אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne19מַלְכוּתוֹ֙H4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal20בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)21הַמַּלְכ֔וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal22נֹ֖כַחH5227tegenover, recht, recht tegenover(over) against, before, direct(-ly), for, right (on)23פֶּ֥תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place24הַבָּֽיִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
2En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En het geschiedde, toen de koningH4428 de koninginH4436EstherH635zagH7200, staandeH5975 in het voorhofH2691, verkreegH5375 zij genadeH2580 in zijn ogenH5869, zodat de koningH4428 den goudenH2091scepterH8275, dieH834 in zijn handH3027 was, EstherH635toereikteH3447; en EstherH635naderdeH7126, en roerdeH5060 de spitsH7218 des sceptersH8275 aan.En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan.
KJVAnd it was so, when the king3saw2Esther5the queen6standing7in the court,8that she obtained9favour10in his sight:11and the king13held out12to Esther14the golden17sceptre16that was in his hand.19So Esther21drew near,20and touched22the top23of the sceptre.
1וַיְהִי֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִרְא֨וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֶסְתֵּ֣רH635Esther, EsthersEsther6הַמַּלְכָּ֗הH4436koningin, koninginnenqueen7עֹמֶ֨דֶת֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8בֶּֽחָצֵ֔רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village9נָשְׂאָ֥הH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield10חֵ֖ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured11בְּעֵינָ֑יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12וַיּ֨וֹשֶׁטH3447reikte, toereike, toereiktehold out13הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14לְאֶסְתֵּ֗רH635Esther, EsthersEsther15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16שַׁרְבִ֤יטH8275scepter, scepterssceptre17הַזָּהָב֙H2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather18אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19בְּיָד֔וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20וַתִּקְרַ֣בH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take21אֶסְתֵּ֔רH635Esther, EsthersEsther22וַתִּגַּ֖עH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch23בְּרֹ֥אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top24הַשַּׁרְבִֽיטH8275scepter, scepterssceptre
3Toen zeide de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, ook tot de helft des koninkrijks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeideH559 de koningH4428 tot haar: WatH4100 is u, koninginH4436EstherH635! of watH4100 is uw verzoekH1246? Het zal u gegevenH5414 worden, ook totH5704 de helftH2677 des koninkrijksH4438.Toen zeide de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, ook tot de helft des koninkrijks.
KJVThen said1the king3unto her, What wilt thou, queen7Esther?6and what is thy request?9it shall be even given13thee to the half11of the kingdom.
4Esther nu zeide: Indien het den koning goeddunkt, zo kome de koning met Haman heden tot den maaltijd, dien ik hem bereid heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4EstherH635 nu zeideH559: IndienH518 het den koningH4428goeddunktH2895, zo komeH935 de koningH4428 met HamanH2001hedenH3117totH413 den maaltijdH4960, dienH834 ik hem bereidH6213 heb.Esther nu zeide: Indien het den koning goeddunkt, zo kome de koning met Haman heden tot den maaltijd, dien ik hem bereid heb.
KJVAnd Esther2answered,1If it seem good6unto the king,5let the king8and Haman9come7this day10unto the banquet12that I have prepared
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶסְתֵּ֔רH635Esther, EsthersEsther3אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6ט֑וֹבH2895goeddunkt, goed, beterbe (do) better, cheer, be (do, seem) good, (make) goodly, [idiom] please, (be, do, go, play) well7יָב֨וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9וְהָמָן֙H2001Haman, HamansHaman10הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הַמִּשְׁתֶּ֖הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14עָשִׂ֥יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15לֽוֹ
5Toen zeide de koning: Doet Haman spoeden, dat hij het bevel van Esther doe. Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen zeideH559 de koningH4428: Doet HamanH2001spoedenH4116, dat hij het bevelH1697 van EstherH635 doe. Als nu de koningH4428 met HamanH2001totH413 den maaltijdH4960, dienH834EstherH635bereidH6213 had, gekomenH935 was,Toen zeide de koning: Doet Haman spoeden, dat hij het bevel van Esther doe. Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was,
KJVThen the king2said,1Cause Haman5to make haste,3that he may do6as Esther9hath said.8So the king11and Haman12came10to the banquet14that Esther17had prepared.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3מַהֲרוּ֙H4116haastte, haast, haastenbe carried headlong, fearful, (cause to make, in, make) haste(-n, -ily), (be) hasty, (fetch, make ready) [idiom] quickly, rash, [idiom] shortly, (be so) [idiom] soon, make speed, [idiom] speedily, [idiom] straightway, [idiom] suddenly, swift4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman6לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8דְּבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9אֶסְתֵּ֑רH635Esther, EsthersEsther10וַיָּבֹ֤אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal12וְהָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14הַמִּשְׁתֶּ֖הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)15אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָשְׂתָ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17אֶסְתֵּֽרH635Esther, EsthersEsther
6Zo zeide de koning tot Esther op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zo zeideH559 de koningH4428 tot EstherH635 op den maaltijdH4960 des wijnsH3196: WatH4100 is uw bedeH7596? en zij zal u gegevenH5414 worden; en watH4100 is uw verzoekH1246? Het zal geschiedenH6213, ook totH5704 de helftH2677 des koninkrijksH4438.Zo zeide de koning tot Esther op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
KJVAnd the king2said1unto Esther3at the banquet4of wine,5What is thy petition?7and it shall be granted8thee: and what is thy request?11even to the half13of the kingdom14it shall be performed.
7Toen antwoordde Esther, en zeide: Mijn bede en verzoek is:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen antwoorddeH6030EstherH635, en zeideH559: Mijn bedeH7596 en verzoekH1246 is:Toen antwoordde Esther, en zeide: Mijn bede en verzoek is:
KJVThen answered1Esther,2and said,3My petition4and my request
8Indien ik genade gevonden heb in de ogen des konings, en indien het den koning goeddunkt, mij te geven mijn bede, en mijn verzoek te doen, zo kome de koning met Haman tot den maaltijd, dien ik hem bereiden zal; zo zal ik morgen doen naar het bevel des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Indien ik genadeH2580gevondenH4672 heb in de ogenH5869 des koningsH4428, en indienH518 het den koningH4428goeddunktH2895, mij te gevenH5414 mijn bedeH7596, en mijn verzoekH1246 te doen, zo komeH935 de koningH4428 met HamanH2001totH413 den maaltijdH4960, dienH834 ik hem bereidenH6213 zal; zo zal ik morgenH4279 doen naar het bevelH1697 des koningsH4428.Indien ik genade gevonden heb in de ogen des konings, en indien het den koning goeddunkt, mij te geven mijn bede, en mijn verzoek te doen, zo kome de koning met Haman tot den maaltijd, dien ik hem bereiden zal; zo zal ik morgen doen naar het bevel des konings.
KJVIf I have found2favour3in the sight4of the king,5and if it please9the king8to grant10my petition,12and to perform13my request,15let the king17and Haman18come16to the banquet20that I shall prepare22for them, and I will do25to morrow24as the king27hath said.
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2מָצָ֨אתִיH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on3חֵ֜ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured4בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal9ט֔וֹבH2895goeddunkt, goed, beterbe (do) better, cheer, be (do, seem) good, (make) goodly, [idiom] please, (be, do, go, play) well10לָתֵת֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12שְׁאֵ֣לָתִ֔יH7596bede, begeerteloan, petition, request13וְלַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בַּקָּשָׁתִ֑יH1246verzoek, verzoeksrequest16יָב֧וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18וְהָמָ֗ןH2001Haman, HamansHaman19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20הַמִּשְׁתֶּה֙H4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)21אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22אֶֽעֱשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23לָהֶ֔ם24וּמָחָ֥רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow25אֶֽעֱשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use26כִּדְבַ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work27הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
9Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen ging HamanH2001 ten zelfdenH1931dageH3117uitH4480, vrolijkH8056 en goedsmoedsH2896; maar toen HamanH2001MordechaiH4782zagH7200 in de poortH8179 des koningsH4428, en dat hij nietH3808opstondH6965, nochH3808 zich voor hem bewoogH2111, zo werd HamanH2001vervuldH4390 met grimmigheidH2534opH5921MordechaiH4782.Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai.
KJVThen went1Haman2forththat day3joyful5and with a glad6heart:7but when Haman9saw8Mordecai11in the king's13gate,12that he stood not up,15nor moved17for him, he20was full19of indignation23against Mordecai.
1וַיֵּצֵ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הָמָן֙H2001Haman, HamansHaman3בַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5שָׂמֵ֖חַH8056blijde, vrolijk, verblijd(be) glad, joyful, (making) merry((-hearted), -ily), rejoice(-ing)6וְט֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7לֵ֑בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8וְכִרְאוֹת֩H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9הָמָ֨ןH2001Haman, HamansHaman10אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מָרְדֳּכַ֜יH4782MordechaiMordecai12בְּשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)13הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15קָם֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)16וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17זָ֣עH2111beven, bewegen, bewoogmove, tremble, vex18מִמֶּ֔נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with19וַיִּמָּלֵ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly20הָמָ֛ןH2001Haman, HamansHaman21עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22מָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai23חֵמָֽהH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)
10Doch Haman bedwong zich, en hij kwam tot zijn huis; en hij zond henen, en liet zijn vrienden komen, en Zeres, zijn huisvrouw.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Doch HamanH2001bedwongH662 zich, en hij kwam totH413 zijn huisH1004; en hij zondH7971 henen, en lietH935 zijn vriendenH157komenH935, en ZeresH2238, zijn huisvrouwH802.Doch Haman bedwong zich, en hij kwam tot zijn huis; en hij zond henen, en liet zijn vrienden komen, en Zeres, zijn huisvrouw.
KJVNevertheless Haman2refrained1himself: and when he came3home,5he sent6and called7for his friends,9and Zeresh11his wife.
1וַיִּתְאַפַּ֣קH662bedwong, bedwingen, dwongforce (oneself), restrain2הָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman3וַיָּב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6וַיִּשְׁלַ֛חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7וַיָּבֵ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9אֹהֲבָ֖יוH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11זֶ֥רֶשׁH2238ZeresZeresh12אִשְׁתּֽוֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
11En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En HamanH2001verteldeH5608 hun de heerlijkheidH3519 zijns rijkdomsH6239, en de veelheidH7230 zijner zonenH1121, en allesH3605, waarin de koningH4428 hem grootH1431 gemaakt had, en waarin hij hem verhevenH5375 had bovenH5921 de vorstenH8269 en knechtenH5650 des koningsH4428.En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings.
KJVAnd Haman3told1them of the glory5of his riches,6and the multitude7of his children,8and all the things wherein the king13had promoted12him, and how he had advanced16him above the princes18and servants19of the king.
1וַיְסַפֵּ֨רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer2לָהֶ֥ם3הָמָ֛ןH2001Haman, HamansHaman4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כְּב֥וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)6עָשְׁר֖וֹH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches7וְרֹ֣בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)8בָּנָ֑יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וְאֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12גִּדְּל֤וֹH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower13הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal14וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16נִשְּׂא֔וֹH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הַשָּׂרִ֖יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward19וְעַבְדֵ֥יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant20הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
12Verder zeide Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning genodigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Verder zeideH559HamanH2001: Ook heeft de koninginH4436EstherH635niemandH3808metH5973 den koningH4428 doen komenH935totH413 den maaltijdH4960, dienH834 zij bereidH6213 heeft, dan mij; en ik ben ookH1571 tegen morgenH4279 van haar metH5973 den koningH4428genodigdH7121.Verder zeide Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning genodigd.
KJVHaman2said1moreover, Yea, Esther6the queen7did let no man come in5with the king9unto the banquet11that she had prepared13but myself; and to morrow18am I invited20unto her also with the king.
1וַיֹּאמֶר֮H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָמָן֒H2001Haman, HamansHaman3אַ֣ףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5הֵבִיאָה֩H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶסְתֵּ֨רH635Esther, EsthersEsther7הַמַּלְכָּ֧הH4436koningin, koninginnenqueen8עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)9הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הַמִּשְׁתֶּ֥הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13עָשָׂ֖תָהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet16אוֹתִ֑יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea18לְמָחָ֛רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow19אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20קָֽרוּאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say21לָ֖הּ22עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)23הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
13Doch dit alles baat mij niet, zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Doch ditH2088allesH3605baatH7737 mij nietH369, zo langenH3605tijdH6256 als ikH589 den JoodH3064MordechaiH4782zieH7200zittenH3427 in de poortH8179 des koningsH4428.Doch dit alles baat mij niet, zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings.
KJVYet all this availeth4me nothing, so long as7I see10Mordecai12the Jew13sitting14at the king's16gate.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2זֶ֕הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3אֵינֶ֥נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)4שֹׁוֶ֖הH7737maakt, baat, besteldavail, behave, bring forth, compare, countervail, (be, make) equal, lay, be (make, a-) like, make plain, profit, reckon5לִ֑י6בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עֵ֗תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10רֹאֶה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מָרְדֳּכַ֣יH4782MordechaiMordecai13הַיְּהוּדִ֔יH3064Joden, Jood, JoodsJew14יוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry15בְּשַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)16הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
14Toen zeide zijn huisvrouw Zeres tot hem, mitsgaders al zijn vrienden: Men make een galg, vijftig ellen hoog, en zeg morgen aan den koning, dat men Mordechai daaraan hange; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, en hij deed de galg maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen zeideH559 zijn huisvrouwH802ZeresH2238 tot hem, mitsgaders alH3605 zijn vriendenH157: Men makeH6213 een galgH6086, vijftigH2572ellenH520hoogH1364, en zegH559morgenH1242 aan den koningH4428, dat men MordechaiH4782 daaraan hangeH8518; ga dan vrolijkH8056metH5973 den koningH4428totH413 dien maaltijdH4960. Deze raadH1697 nu dacht HamanH2001goedH3190, en hij deed de galgH6086 maken.Toen zeide zijn huisvrouw Zeres tot hem, mitsgaders al zijn vrienden: Men make een galg, vijftig ellen hoog, en zeg morgen aan den koning, dat men Mordechai daaraan hange; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, en hij deed de galg maken.
KJVThen said1Zeresh3his wife4and all his friends6unto him, Let a gallows8be made7of fifty10cubits11high,9and to morrow12speak13thou unto the king14that Mordecai17may be hanged15thereon: then go19thou in merrily24with the king21unto the banquet.23And the thing26pleased25Haman;28and he caused29the gallows30to be made.
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לוֹ֩3זֶ֨רֶשׁH2238ZeresZeresh4אִשְׁתּ֜וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֹֽהֲבָ֗יוH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend7יַֽעֲשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8עֵץ֮H6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood9גָּבֹ֣הַּH1364hogen, hoge, hooghaughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly10חֲמִשִּׁ֣יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty11אַמָּה֒H520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post12וּבַבֹּ֣קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow13אֱמֹ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14לַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15וְיִתְל֤וּH8518hangen, gehangen, hinghang (up)16אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מָרְדֳּכַי֙H4782MordechaiMordecai18עָלָ֔יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19וּבֹֽאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way20עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)21הַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal22אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)23הַמִּשְׁתֶּ֖הH4960maaltijd, maaltijden, bruiloftbanquet, drank, drink, feast((-ed), -ing)24שָׂמֵ֑חַH8056blijde, vrolijk, verblijd(be) glad, joyful, (making) merry((-hearted), -ily), rejoice(-ing)25וַיִּיטַ֧בH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)26הַדָּבָ֛רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work27לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you28הָמָ֖ןH2001Haman, HamansHaman29וַיַּ֥עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use30הָעֵֽץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Esther 5:1— Het geschiedde nu aan den derden dag, dat Esther een koninklijk kleed aantrok, en stond in het binnenste voorhof van des konings huis, tegenover het huis des konings; de koning nu zat op zijn koninklijken troon, in het koninklijke huis, tegenover de deur van het huis.Esther 4:16→Esther 6:4→Esther 4:11→1 Petrus 3:3→1 Koningen 10:18→Esther 8:15→Openbaring 3:21→Lukas 22:30→
Esther 5:2— En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan.Esther 8:4→Esther 4:11→Spreuken 21:1→Psalmen 116:1→Handelingen 7:10→Handelingen 10:4→Genesis 32:28→Esther 2:9→
Esther 5:3— Toen zeide de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, ook tot de helft des koninkrijks.Markus 6:23→Esther 7:2→Esther 5:6→Esther 9:12→1 Koningen 3:5→1 Koningen 2:20→Mattheüs 20:20→Lukas 18:41→
Esther 5:4— Esther nu zeide: Indien het den koning goeddunkt, zo kome de koning met Haman heden tot den maaltijd, dien ik hem bereid heb.Esther 5:8→Spreuken 29:11→Esther 3:15→Genesis 27:25→Psalmen 112:5→1 Korinthe 14:20→Genesis 32:20→
Esther 5:5— Toen zeide de koning: Doet Haman spoeden, dat hij het bevel van Esther doe. Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was,Esther 6:14→
Esther 5:6— Zo zeide de koning tot Esther op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.Esther 9:12→Esther 7:2→Esther 5:3→
Esther 5:8— Indien ik genade gevonden heb in de ogen des konings, en indien het den koning goeddunkt, mij te geven mijn bede, en mijn verzoek te doen, zo kome de koning met Haman tot den maaltijd, dien ik hem bereiden zal; zo zal ik morgen doen naar het bevel des konings.Esther 7:3→Esther 6:1→Esther 8:5→Spreuken 16:9→
Esther 5:9— Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai.Esther 3:5→Job 20:5→Psalmen 15:4→Mattheüs 2:16→Esther 3:2→Mattheüs 10:28→Job 31:31→Amos 6:12→
Esther 5:10— Doch Haman bedwong zich, en hij kwam tot zijn huis; en hij zond henen, en liet zijn vrienden komen, en Zeres, zijn huisvrouw.Esther 6:13→Prediker 7:9→2 Samuël 13:22→Genesis 43:30→Genesis 45:1→
Esther 5:11— En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings.Esther 9:7→Esther 3:1→Lukas 12:19→Psalmen 49:16→Jeremia 9:23→Markus 10:24→1 Timotheüs 6:17→Job 27:14→
Esther 5:12— Verder zeide Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning genodigd.Spreuken 27:1→Psalmen 37:35→Job 8:12→1 Thessalonicenzen 5:3→Job 20:5→Lukas 21:34→Spreuken 7:22→
Esther 5:13— Doch dit alles baat mij niet, zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings.Filippenzen 4:11→Esther 5:9→1 Koningen 21:4→Prediker 1:14→Prediker 1:2→Job 18:4→Job 15:20→
Esther 5:14— Toen zeide zijn huisvrouw Zeres tot hem, mitsgaders al zijn vrienden: Men make een galg, vijftig ellen hoog, en zeg morgen aan den koning, dat men Mordechai daaraan hange; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, en hij deed de galg maken.Esther 6:4→Esther 7:9→1 Koningen 21:7→Psalmen 37:32→Psalmen 7:13→Psalmen 37:14→Openbaring 11:10→Psalmen 9:15→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Esther 5 vers 1— Het geschiedde nu aan den derden dag, dat Esther een koninklijk kleed aantrok, en stond in het binnenste voorhof van des konings huis, tegenover het huis des konings; de koning nu zat op zijn koninklijken troon, in het koninklijke huis, tegenover de deur van het huis.
den derden dag,
Te weten, aan den derden dag van het vasten, Est. 4:16 .
Hertaald:den derden dag,
Namelijk: op de derde dag van het vasten, Est. 4:16.
een koninklijk kleed aantrok,
Hebreeuws, zich kleedde [met] het koninkrijk; dat is, met het kleed des koninkrijks; gelijk het vol staat onder, Est. 6:8 . Zie aldaar met de aantekening.
Hertaald:een koninklijk kleed aantrok,
Hebreeuws: zich kleedde [met] het koninkrijk; dat is: met het kleed van het koninkrijk; zoals het voluit staat hieronder in Est. 6:8. Zie daar met de aantekening.
het huis des konings;
Dat is, dat deel van het huis, waar zich de koning ophield.
Hertaald:het huis des konings;
Dat is: dat deel van het huis waar de koning zelf verbleef.
Esther 5 vers 2— En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan.
in het voorhof,
Versta hier, de binnenzaal van het paleis, waar de koning zijn kamers had.
Hertaald:in het voorhof,
Versta hier: de binnenzaal van het paleis, waar de koning zijn kamers had.
Esther toereikte;
Dit was een teken, dat hij haar verlof gaf tot hem te naderen en dat hij gewillig en bereid was te horen wat zij van hem begeren zou.
Hertaald:Esther toereikte;
Dit was een teken dat hij haar toestemming gaf tot hem te naderen en dat hij bereid en gewillig was te horen wat zij van hem zou vragen.
roerde
Tot een teken van gehoorzaamheid en eerbied.
Hertaald:roerde
Als teken van gehoorzaamheid en eerbied.
spits des scepters aan
Hebreeuws, het hoofd.
Hertaald:spits des scepters aan
Hebreeuws: het hoofd.
Esther 5 vers 3— Toen zeide de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, ook tot de helft des koninkrijks.
ook tot de helft des koninkrijks
Alzo ook vs.6. De reden zou aldus voller zijn: Al ware het dat gij het halve koninkrijk begeerdet, het zou u gegeven worden. Zie dergelijke belofte van Herodes, Marc. 6:23 .
Hertaald:ook tot de helft des koninkrijks
Zo ook vers 6. De reden zou zo voller zijn: al zou u het halve koninkrijk verlangen, het zou u gegeven worden. Zie een soortgelijke belofte van Herodes, Mark. 6:23.
Esther 5 vers 4— Esther nu zeide: Indien het den koning goeddunkt, zo kome de koning met Haman heden tot den maaltijd, dien ik hem bereid heb.
hem bereid heb
Of, voor hem; te weten, voor den koning.
Hertaald:hem bereid heb
Of: voor hem; namelijk voor de koning.
Esther 5 vers 5— Toen zeide de koning: Doet Haman spoeden, dat hij het bevel van Esther doe. Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was,
het bevel
Hebreeuws, het woord.
Hertaald:het bevel
Hebreeuws: het woord.
Esther 5 vers 6— Zo zeide de koning tot Esther op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
op den maaltijd
Dat is, toen men den wijn opgebracht had, of vrolijk bij den wijn begon te worden. Men pleegt, zo sommigen schrijven, bij de Perzen alsdan eerst den wijn op de tafel te brengen, als men het banket en de vruchten opbracht; want anders dronken zij water; des konings drank was gekookt water uit de rivier Choaspe.
Hertaald:op den maaltijd
Dat is: toen men de wijn opgediend had, of vrolijk begon te worden bij de wijn. Men placht, zoals sommigen schrijven, bij de Perzen pas dan de wijn op tafel te zetten, wanneer men het banket en de vruchten opdiende; want daarvoor dronken zij water; de drank van de koning was gekookt water uit de rivier de Choaspe.
Esther 5 vers 8— Indien ik genade gevonden heb in de ogen des konings, en indien het den koning goeddunkt, mij te geven mijn bede, en mijn verzoek te doen, zo kome de koning met Haman tot den maaltijd, dien ik hem bereiden zal; zo zal ik morgen doen naar het bevel des konings.
zo zal ik morgen
Dat is, ik zal morgen mijn bede den koning voordragen, en hem aandienen wat het is dat ik van hem begeer.
Hertaald:zo zal ik morgen
Dat is: ik zal morgen mijn verzoek aan de koning voorleggen en hem laten weten wat het is dat ik van hem verlang.
naar het bevel
Hebreeuws, naar het woord des konings.
Hertaald:naar het bevel
Hebreeuws: naar het woord van de koning.
Esther 5 vers 9— Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai.
vrolijk
Te weten, omdat hij de eer had, dat hij alleen tot het banket der koningin genodigd was.
Hertaald:vrolijk
Namelijk: omdat hij de eer had dat hij als enige tot het banket van de koningin uitgenodigd was.
goedsmoeds;
Hebreeuws, goed van het hart, of goed van harte.
Hertaald:goedsmoeds;
Hebreeuws: goed van het hart, of goed van hart.
des konings,
Dat is, van het huis des konings.
Hertaald:des konings,
Dat is: van het huis van de koning.
zich voor hem bewoog,
Zie boven, Est. 3:2 .
Hertaald:zich voor hem bewoog,
Zie hierboven Est. 3:2.
Esther 5 vers 10— Doch Haman bedwong zich, en hij kwam tot zijn huis; en hij zond henen, en liet zijn vrienden komen, en Zeres, zijn huisvrouw.
bedwong zich,
Dat is, hij bedwong zijn toorn, alzo dat hij zichzelven niet dadelijk noch op staanden voet aan Mordechai gewroken heeft.
Hertaald:bedwong zich,
Dat is: hij bedwong zijn toorn, zodat hij zich niet meteen of onmiddellijk op Mordechai gewroken heeft.
Esther 5 vers 11— En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings.
de veelheid
Hij had tien zonen, Est. 9:10 . Van zijn dochters wordt nergens melding gemaakt. Anders, grootheid.
Hertaald:de veelheid
Hij had tien zonen, Est. 9:10. Over zijn dochters wordt nergens melding gemaakt. Anders: grootheid.
waarin hij
Zie boven, Est. 3:1 .
Hertaald:waarin hij
Zie hierboven Est. 3:1.
Esther 5 vers 12— Verder zeide Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning genodigd.
ik ben ook
Hebreeuws, ik ben ook morgen haar geroepene, of genodigde.
Hertaald:ik ben ook
Hebreeuws: ik ben ook morgen haar geroepene, of genodigde.
van haar
Of, tot haar.
Hertaald:van haar
Of: tot haar.
Esther 5 vers 13— Doch dit alles baat mij niet, zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings.
baat mij niet,
Dat is, het kan mij niet terdeeg vrolijk maken.
Hertaald:baat mij niet,
Dat is: het kan mij niet werkelijk vrolijk maken.
Esther 5 vers 14— Toen zeide zijn huisvrouw Zeres tot hem, mitsgaders al zijn vrienden: Men make een galg, vijftig ellen hoog, en zeg morgen aan den koning, dat men Mordechai daaraan hange; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, en hij deed de galg maken.
een galg,
Hebreeuws, een hout; en zo in het volgende.
Hertaald:een galg,
Hebreeuws: een paal; en zo ook in het vervolg.
Deze raad nu
Hebreeuws, dit woord; dat is, deze voorslag.
Hertaald:Deze raad nu
Hebreeuws: dit woord; dat is: dit voorstel.
hij deed de galg maken
Hebreeuws, hij maakte het hout; dat is, hij liet het bereiden tot een galg.
Hertaald:hij deed de galg maken
Hebreeuws: hij maakte het hout; dat is: hij liet het gereedmaken tot een galg.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mordechai — toegewijd aan (de god) Marduk (Perzische naam)
Een Jood uit de stam Benjamin te Susan, uit het geslacht van hen die met koning Jechonia weggevoerd waren; hij voedde zijn nicht Hadassa (Esther) op als zijn eigen dochter. Hij ontdekte en verijdelde een samenzwering tegen de koning, weigerde later voor Haman te buigen, en spoorde Esther aan zich voor haar volk in te zetten, wat uiteindelijk tot Hamans val en de redding van de Joden leidde (Esther 2-10).
Esther (Hadassa) — ster (Hadassa: mirt)
Dochter van Abichaïl, een oom van Mordechai; na de dood van haar ouders door Mordechai als dochter aangenomen. Wegens haar schoonheid werd zij in de plaats van Vasthi tot koningin van Ahasveros verheven, zonder haar Joodse afkomst bekend te maken. Op Mordechai's aandringen waagde zij haar leven om bij de koning voor haar volk te pleiten, wat leidde tot de redding van de Joden uit Hamans complot (Esther 2, 4-9).
Haman — luidruchtig, roemrijk (onzeker)
Zoon van Hammedatha, de Agagiet; door Ahasveros tot de hoogste eer verheven boven alle vorsten. Vertoornd omdat Mordechai weigerde voor hem te buigen, spande hij een complot om alle Joden in het rijk te laten uitroeien, en liet daartoe een galg van vijftig ellen bouwen om Mordechai daaraan op te hangen. Zijn plan keerde zich echter tegen hem: hij werd zelf aan die galg opgehangen (Esther 3, 5, 7).
Zeres — gouden (onzeker)
De vrouw van Haman, die hem, samen met zijn vrienden, aanraadde een galg te bouwen om Mordechai daaraan te laten hangen (Esther 5:10-14); later voorspelde zij Haman zijn ondergang tegenover Mordechai (Esther 6:13).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De gouden scepter toegereikt — de koningin staat ongeroepen in het binnenste voorhof, en tussen dood en gehoor staat één gebaar: "zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte" (Est. 5:2)
Op de derde dag trok Esther een koninklijk kleed aan en ging staan in het binnenste voorhof, tegenover het huis van de koning, die op zijn troon zat tegenover de deur (Est. 5:1). Toen de koning haar zag staan, verkreeg zij genade in zijn ogen; hij reikte haar de gouden scepter toe, en zij naderde en roerde de spits ervan aan (Est. 5:2). Hij vraagt onmiddellijk wat haar verzoek is, en biedt haar tot de helft van het koninkrijk aan (Est. 5:3). Esther vraagt echter niets voor haar volk, maar nodigt de koning met Haman op een maaltijd die zij bereid heeft (Est. 5:4-5). Bij de maaltijd herhaalt de koning zijn vraag, en opnieuw stelt zij het uit: laat de koning met Haman morgen nog eens komen, dan zal zij doen naar zijn bevel (Est. 5:6-8).
Bijbelse betekenis: Alles hing hier af van één gebaar van de man die haar dertig dagen niet had laten roepen. Zij had drie dagen gevast, een kleed aangetrokken en verder niets in handen; wat volgde was niet af te dwingen. De scepter werd toegereikt, en de tekst geeft er geen verklaring bij. Opmerkelijk is verder haar zwijgen op het aanbod. Zij heeft het oor van de koning en zij gebruikt het niet meteen; zij nodigt en wacht. Uitstel is hier geen twijfel maar overleg, en juist in de nacht die ertussen valt keert de zaak (Est. 6:1-11). Een zaak die goed is, hoeft niet altijd bij de eerste gelegenheid gezegd te worden.
Typologie: Voor wie in Christus tot God nadert, is de vraag of de scepter zal worden toegereikt voorgoed beslist: "Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd" (Hebr. 4:16). Esther wist niet of zij welkom was; de gelovige wordt niet aan de deur gehouden en hoeft zijn beurt niet af te wachten.
Est. 5:1-8; Est. 6:1-11; Hebr. 4:16
Doch dit alles baat mij niet — Haman somt alles op wat hij heeft en houdt er niets aan over, zolang er één man in de poort blijft zitten (Est. 5:13)
Haman ging die dag vrolijk en goedsmoeds naar buiten, maar toen hij Mordechai in de poort zag zitten, die niet opstond en zich niet voor hem bewoog, werd hij vervuld met grimmigheid (Est. 5:9). Hij bedwong zich, ging naar huis en liet zijn vrienden en zijn vrouw Zeres komen (Est. 5:10). Daar vertelt hij de heerlijkheid van zijn rijkdom, de veelheid van zijn zonen, en alles waarin de koning hem groot gemaakt en boven de vorsten verheven had (Est. 5:11). Als kroon op de lijst noemt hij de uitnodiging van de koningin, die niemand met de koning had laten komen dan hem, en morgen opnieuw (Est. 5:12). Daarna volgt de zin die de hele opsomming doorstreept: dit alles baat hem niet, zolang hij de Jood Mordechai ziet zitten in de poort (Est. 5:13). Zeres en zijn vrienden raden een galg aan van vijftig ellen hoog, met het verzoek aan de koning om Mordechai daaraan te hangen; de raad beviel Haman, en hij liet de galg maken (Est. 5:14).
Bijbelse betekenis: Hier is de macht van de nijd in één bladzijde getekend. Haman heeft alles wat een mens aan het hof begeren kan, en hij kan het opnoemen zonder één ding te vergeten. Toch smaakt het hem niet, en de oorzaak ligt niet in wat hij mist maar in één man die niet opstaat. Nijd is dan ook geen gebrek aan bezit maar een onvermogen te genieten wat men heeft. Let ook op de maat van de galg. Vijftig ellen is voor het doden van één man volstrekt zinloos hoog; het gaat hier niet meer om de dood van Mordechai maar om het vertoon ervan. Wie zo bouwt, bouwt zijn eigen vonnis. En zijn vrienden en zijn vrouw doen wat er van hen verwacht wordt: zij geven hem gelijk. Kwade raad vindt zelden weerstand aan een tafel waar alleen bewonderaars zitten.
Typologie: De spreuk noemt de uitwerking van deze gemoedsgesteldheid op de mens zelf: "nijd is verrotting der beenderen" (Spr. 14:30). En over de hoogte van zijn galg staat het vonnis al geschreven: "Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val" (Spr. 16:18).
I. Vs. 1-8.KruisverwijzingenMarkus 6:23→Esther 7:2→Esther 8:4→Esther 4:16→Esther 6:4→Spreuken 21:1→Esther 4:11→Esther 5:6→ — Het geschiedde nu aan den derden dag, dat Esther een koninklijk kleed aantrok, en stond in het binnenste voorhof van des konings huis, tegenover het huis des konings; de koning nu zat op zijn koninklijken troon, in het koninklijke huis, tegenover de deur van het huis. En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan. Toen zeide de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, ook tot de helft des koninkrijks. Esther nu zeide: Indien het den koning goeddunkt, zo kome de koning met Haman heden tot den maaltijd, dien ik hem bereid heb. Toen zeide de koning: Doet Haman spoeden, dat hij het bevel van Esther doe. Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was, Zo zeide de koning tot Esther op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks. Toen antwoordde Esther, en zeide: Mijn bede en verzoek is: Indien ik genade gevonden heb in de ogen des konings, en indien het den koning goeddunkt, mij te geven mijn bede, en mijn verzoek te doen, zo kome de koning met Haman tot den maaltijd, dien ik hem bereiden zal; zo zal ik morgen doen naar het bevel des konings. Als Esther op den derden dag bij den koning komt, wordt zij door hem vriendelijk aangenomen; hij verzekert haar reeds, dat hij haar hare bede zal geven, vóórdat hij hare begeerte weet. Zij verzoekt nu den koning, dat hij met Haman kome tot den maaltijd, dient zij bereid heeft. Als de koning op dien maaltijd naar haren wens vraagt, belooft zij, wanneer hij en Haman den volgenden dag weer bij haar het middagmaal wilden gebruiken, dien mede te delen.
KruisverwijzingenEsther 4:16→Esther 6:4→Esther 4:11→1 Petrus 3:3→1 Koningen 10:18→Esther 8:15→Openbaring 3:21→Lukas 22:30→— Het geschiedde nu aan den derden dag, dat Esther een koninklijk kleed aantrok, en stond in het binnenste voorhof van des konings huis, tegenover het huis des konings; de koning nu zat op zijn koninklijken troon, in het koninklijke huis, tegenover de deur van het huis.
Het geschiedde nu aan den derden dag 1) waarop het vasten eindigde, dat Esther haar treurgewaad aflegde en een koninklijk kleed aantrok, en stond of ging, in het binnenste voorhof (vgl. (Hoofdstuk 4: 11), van des konings huis 2), tegenover het huis des konings, om daar te wachten totdat de koning haar zou opmerken: de koning nu zat op zijnen koninklijken troon, in het koninklijk huis, tegenover de deur van het huis, in een voorportaal, waar de koning haar moest opmerken (zie (Hoofdstuk 2: 19).
Den derden dag is van den dag der onderhandeling van Mordechai met de koningin (4: 14) af te tellen. De eerste dag is die, op welken Esther met Mordechai onderhandelde. Het vasten werd alzo eerst aan den namiddag begonnen; op den derden dag ging Esther tot den koning, om hem uit te nodigen, bij haar op dien dag ter maaltijd te komen, alzo zeker aan den voormiddag. Daarmee gerekend duurde het derde daags vasten van den namiddag van den eersten tot den voormiddag van den derden dag, ongeveer 40-45 uren.
KruisverwijzingenEsther 8:4→Esther 4:11→Spreuken 21:1→Psalmen 116:1→Handelingen 7:10→Handelingen 10:4→Genesis 32:28→Esther 2:9→— En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan.
Om dit wel te verstaan moet men een recht begrip hebben omtrent de gesteldheid van het koninklijk paleis. Ahasveros had, naar de wijze der Oosterse koningen, een paleis, hetwelk bestond uit voorhoven, de verblijfplaats van den koning en zijne vrouwen, en enen hof. Van den hof lezen wij in Esther 7: 7. De verblijfplaats des konings was dat gedeelte van het paleis, waar de koning woonde en zijnen troon had. Dit gedeelte wordt het huis des konings genoemd, Hoofdstuk 2: 13. Hiervan waren twee andere gebouwen onderscheiden, het huis der maagden, onder het opzicht van Hege hetwelk een eigen voorhof had (Hoofdstuk 2: 13,14) en het huis der bijwijven, die bij den koning overnacht hadden, onder het opzicht van Saäsgaz (Hoofdstuk 2: 14). Evenwel hadden deze twee gebouwen gemeenschap met het koninklijk verblijf (Hoofdstuk 2: 13,14). Voorts had het koninklijk paleis onderscheidene voorhoven of opene plaats, zo vóór als om het paleis, met muren omgeven. Langs deze ringmuren waren gaanderijen, steunende op marmeren pilaren. In deze gaanderijen van het buitenvoorhof had de koning den zevendaagsen maaltijd gegeven (Hoofdstuk 1: 5). Van dit buitenvoorhof was het binnenvoorhof onderscheiden en daarvan afgesloten, onmiddellijk palende aan het verblijf des konings (Hoofdstuk 6: 4). Hiermede stemt de beschrijving van Diodorus Syculus overeen, die het paleis van Cyrus in Persepolis aftekent als een slot, met drie ringmuren voorzien, hoog en uitgebreid, met opene plaatsen tussenbeide. Ook berichten ons de latere schrijvers over het Perzische rijk, dat het koninklijk paleis te Ispahan, de tegenwoordige hofplaats, met zijne gebouwen en tuinen, wel een uur gaans in het rond beslaat. Men heeft eerst het koninklijk voorplein; daaruit komt men door ene poort langs vertrekken, waar het gerecht zit. Van daar gaat men door ene fraaie wandelplaats naar de zaal, waar de koning gehoor verleent. Bij de latere Perzen is deze gehoorzaam van den koning onderscheiden in drie delen. Het ene is hoger dan het andere, waarop de hovelingen naar hunnen rang staan. Op de derde hoogte staat de troon, zijnde omtrent acht voeten vierkant, en een voet of anderhalf boven den gewonen vloer, die met een kostbaar tapijt bedekt is. Hieruit zal men nu lichtelijk begrijpen, dat Esther zich zal begeven hebben in de wandelplaats of het binnenste voorhof.
En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande of binnentredende in het voorhof, verkreeg zij genade in zijne ogen, zodat de koning den gouden scepter (Hoofdstuk 4:
KruisverwijzingenEsther 9:7→Esther 3:1→Lukas 12:19→Psalmen 49:16→Jeremia 9:23→Markus 10:24→1 Timotheüs 6:17→Job 27:14→— En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings.
,die in zijne hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan, misschien door, gelijk de Latijnse overzetting daarbij voegt, dien eerbiedig te kussen. In plaats van deze eenvoudige mededeling tooit de Septuaginta het verschijnen van Esther voor den koning met allerlei onwaarschijnlijkheden, om het gevaarlijke van hare onderneming nog beter te laten uitkomen. Zie deze in het “aanhangsel”.
Toen zei de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? want alleen ene dringende begeerte, een zaak van grote betekenis, heeft u bewogen tegen het gebod in tot mij te komen, het zal u gegeven worden, wat gij wenst, ook tot de helft des koninkrijks 1) (Mark. 6: 23).
God kan de harten der grootste monarchen, al regeren zij nog zo volstrekt en willekeurig, neigen en buigen naar Zijn welbehagen. -en ten goede der onderdanen zelf. Esther vreesde, dat zij zou omkomen, maar verkrijgt nu integendeel de belofte van alles te zullen verkrijgen, wat ze maar gelieft te vragen, al was het de helft van het koninkrijk. Men merke hier op, dat God in Zijne Voorzienigheid dikwijls de vreze Zijns volks voorkomt en hen boven hope begunstigt, wanneer het bestaat iets ten zijnen behoeve te wagen.
Hoort wat deze trotse koning zegt: “Wat is u, of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden” en zeg: zal God dan niet horen en niet antwoorden op de gebeden van Zijne uitverkorenen (Luk. 18: 6-8), die dag en nacht tot Hem roepen? Esther kwam tot een trots, heerszuchtig man, wij komen tot den God van liefde en van genade. Zij was niet geroepen, wij zijn het; de Geest zegt: Kom, en de bruid zegt: Kom. Zij had ene wet tegen zich, wij hebben ene belofte, menigte beloften ten onzen gunste-bidt en u zal gegeven worden. Zij had geen vriend om haar in te leiden of voor haar tussen beide te treden; integendeel hij, die ‘s konings gunsteling was, was haar vijand: maar wij hebben een Voorspraak bij den Vader, in wie Hij Zijn welbehagen heeft. Laat ons daarom vrijmoedig toegaan tot den troon der genade.
Esther nu, uit ervaring overtuigd, dat de tijd van het middageten de gunstigste tijd was, om den koning iets zo groots te vragen, als zij op het hart had, zei: Indien het den koning goeddunkt, zo kome de koning met Haman heden tot den maaltijd, dien ik hem bereid heb, zo zal ik hem dan mijne bede voordragen.
Toen zei de koning tot zijne dienaren: Doet Haman spoeden, dat hij kome en het bevel (het woord) van Esther doe! Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was,
Zo zei de koning tot Esther op den maaltijd des wijns 1): Wat is uwe bede? en zij zal u gegeven worden, en wat is uw verzoek? het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
Om deze spreekwijze wel te verstaan, moet men weten, dat een Oosters koninklijk gastmaal doorgaans uit drie of vier maaltijden bestaat, waarvan de tafels in onderscheidene vertrekken worden aangericht, Niet eer, dan op den derden maaltijd gaat de wijn in bekers rond en deze wordt daarom de maaltijd des wijns genoemd.
Toen antwoordde Esther, die intussen had opgemerkt, dat het nog de geschikte tijd voor hare bede niet was 1), en zei: Mijn bede en verzoek is:
Door Gods bijzondere leiding merkt Esther op, dat het nog de rechte tijd niet is. Haar geloof ziet duidelijk, dat de hulp nabij is, maar overtuigt haar, dat zij met het beslissend woord nog moet wachten. En juist in den nacht tussen de twee maaltijden komt, door het herinnerd worden van den koning aan Mordechai, de eigenlijke wending in den toestand. Dat was de vinger Gods, die voor Zijn volk waakte. -Dat Esther beide keren Haman mede nodigt, is ene daad van grote schranderheid. Zij verhindert daardoor, dat Haman verdenkingen opvatte en tegenmiddelen berame; tevens wordt deze vijand van het rijk van God door deze dubbele hoge eerbetuiging van de zijde der koningin zo volkomen in zijnen hoogmoed en in zijne gerustheid ingewiegd, dat hij, geheel blind, zich zelven in de galg zijn verderf opbouwt.
Indien ik genade gevonden heb in de ogen des konings, en indien het den koning goeddunkt, mij te geven mijne bede en mijn verzoek te doen, zo kome de koning met Haman morgen weer tot den maaltijd, dien ik hem bereiden zal; zo zal ik morgen doen naar het bevel des konings, en mijne begeerte uitspreken. 9.
II. Vs. 9-14.KruisverwijzingenEsther 3:5→Esther 6:13→Esther 9:7→Esther 6:4→Esther 3:1→Spreuken 27:1→Esther 7:9→1 Koningen 21:7→ — Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai. Doch Haman bedwong zich, en hij kwam tot zijn huis; en hij zond henen, en liet zijn vrienden komen, en Zeres, zijn huisvrouw. En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings. Verder zeide Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning genodigd. Doch dit alles baat mij niet, zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings. Toen zeide zijn huisvrouw Zeres tot hem, mitsgaders al zijn vrienden: Men make een galg, vijftig ellen hoog, en zeg morgen aan den koning, dat men Mordechai daaraan hange; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, en hij deed de galg maken. Haman, van den maaltijd der koningin komende, heeft de ergernis, dat hij Mordechai ziet, die niet eens voor hem opstaat. Daarop klaagt hij aan zijne vrouw en aan zijne vrienden, dat de gunst van den koning en van de koningin hem niet voldoen, zolang hij Mordechai nog moet zien. Deze raden hem reeds voorlopig ene hoge galg op te richten, en aanstonds, den volgenden morgen vroeg, ‘s konings toestemming te gaan vragen, om Mordechai daaraan te hangen, en dan, vrij van alle zorgen, tot den maaltijd der koningin te gaan.
Toen ging Haman ten zelven dage, op welken hij bij de koningin ter maaltijd geweest was, uit het paleis, vrolijk en goeds moedsover zulk een hoog eerbewijs van de koningin; maar toen Haman Mordechai zag, die sedert de toezegging van Esther weer zijne treurklederen had afgelegd en in de poort des konings zijn ambt waarnam (Hoofdstuk 4: 2 vv.),en Haman zag, dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog 1), geen den minsten eerbied betoonde, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai.
Mordechai gedroeg zich zo, omdat Haman door den bloeddorstigen toeleg ter verdediging der Joden alle menselijke achting en eerbewijzen verbeurd had; tevens bleek hieruit, hoe weinig hij Haman vreesde, terwijl zijn vertrouwen was gevestigd op God, dat die hem en zijn volk uit dezen groten nood verlossen zou.
Doch Haman bedwong zich, van terstond zijne wraak uit te oefenen aan enen van dat volk, dat hem geheel gegeven was, en hij kwam tot zijn huis, en hij zond henen, en liet zijne vrienden komen, en Zeres, (= ster der aanbidding) zijne huisvrouw, om zijne ergernis aan hen te openbaren en met hen te raadplegen.
En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen 1), (Hoofdstuk 9: 6 vv.), en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings. Herodotus bericht, dat de Perzen naast den oorlogsroem niets voor begerenswaardiger hielden, dan het bezit van een groot aantal zonen. Haman had tien zonen, dat den Joodse uitleggers niet genoeg scheen, waarom zij er 208 van gemaakt hebben.
KruisverwijzingenSpreuken 27:1→Psalmen 37:35→Job 8:12→1 Thessalonicenzen 5:3→Job 20:5→Lukas 21:34→Spreuken 7:22→— Verder zeide Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning genodigd.
Verder zei Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning wederom genodigd.
KruisverwijzingenFilippenzen 4:11→Esther 5:9→1 Koningen 21:4→Prediker 1:14→Prediker 1:2→Job 18:4→Job 15:20→— Doch dit alles baat mij niet, zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings.
Doch dit alles baat mij niet 1), zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings, dien Jood, die in trotsheid mij elk eerbewijs weigert.
Welk ene geringe zaak kan al het genoegen vergallen van hen, die tot het toppunt van aards geluk verheven zijn! Onmetelijke rijkdommen, gepaard met ere en heerlijkheid, gaven Haman zoveel vermaak niet, als hij smart gevoelde over het weigeren van eerbewijs door een man. Hij kon zich voldoen door slechts één woord bij den koning te spreken, met verzoek, dat Mordechai mocht afgezet of gedood worden, maar zijn hoogmoed en zijne wraakzucht wilden zich niet laten tevreden stellen, tenzij een geheel volk werd uitgedelgd.
Leer hieruit, dat God alleen onze begeerten bevredigen kan, terwijl de gehele schepping onze zielen niet kan vervullen noch tevreden stellen, maar altijd een pijnlijk ledig achterlaat. Menigeen roemt den rijke gelukkig, die luister en grootheid ontvouwt; dat is echter ene verkeerde mening. Menig arm hutbewoner ondervindt veel minder ongeluk, dan de rijke met zijne heerlijke voorrechten rondom zich.
Habakuk, Paulus en andere godvrezende mensen konden gelukkig zijn bij gemis van aardse vreugde, want God was het deel hunner erfenis; zij hadden in Hem, wat duizenden werelden niet konden geven. Maar zij, die God den Vader niet kennen, noch den Zoon Jezus Christus, in wie het licht en het leven der mensen is, weten den weg des vrede niet. Wat zij ook hebben, zij missen het ene nodige, zonder hetwelk alles ijdelheid en kwelling des geestes is. De gelovige in Christus moet rijk zijn te midden van armoede, want hij bezit goud, beproefd in het vuur. De mens, die Christus niet kent, is arm, hoewel hij rijk is, omdat hij ontbloot is van datgene, dat alleen waarlijk rijk maakt.
Al had gij, kind der wereld! zo vele akkers als Achab, nog zou er een Naboth’s wijngaard zijn, die, u ontzegd, u verdrietig deed weigeren te eten en te drinken. Al had hij ere, gelijk Haman, iets zou u ergeren, al was het ook maar een Jood, die in de poort zat, en dat iets zo machtig, dat het al het andere tot niets voor u maakt. Een ding is nodig.
KruisverwijzingenEsther 6:4→Esther 7:9→1 Koningen 21:7→Psalmen 37:32→Psalmen 7:13→Psalmen 37:14→Openbaring 11:10→Psalmen 9:15→— Toen zeide zijn huisvrouw Zeres tot hem, mitsgaders al zijn vrienden: Men make een galg, vijftig ellen hoog, en zeg morgen aan den koning, dat men Mordechai daaraan hange; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, en hij deed de galg maken.
Toen zei zijne huisvrouw Zeres, als woordvoerdster namens de overigen, tot hem, mitsgaders al zijne vrienden: Men make nu spoedig ene galg, vijftig ellen hoog, en zeg gij, Haman! morgenvóór den maaltijd aan den koning, dat men Mordechai openlijk voor aller ogen ter hoogste beschimping daaraan hange. Zonder twijfel zult gij daartoe ‘s konings toestemming verkrijgen; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, daar hij gelijk alle vijanden Gods, door eerzucht bezeten, geheel verblind was, en hij deed nog diezelfden avond de galg maken. Wanneer der goddelozen geluk tijdelijk geheel en al vast en onbeweeglijk schijnt te zijn, en wanneer zij de onschuldigen het meest onderdrukken, dan is hun val en ondergang het meest nabij, en zij maken door hun onvoorzichtigheid en boosheid, dat het ongeluk slechts des te sneller over hen moet komen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Esther 5
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-8.KruisverwijzingenMarkus 6:23→Esther 7:2→Esther 8:4→Esther 4:16→Esther 6:4→Spreuken 21:1→Esther 4:11→Esther 5:6→
— Het geschiedde nu aan den derden dag, dat Esther een koninklijk kleed aantrok, en stond in het binnenste voorhof van des konings huis, tegenover het huis des konings; de koning nu zat op zijn koninklijken troon, in het koninklijke huis, tegenover de deur van het huis. En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande in het voorhof, verkreeg zij genade in zijn ogen, zodat de koning den gouden scepter, die in zijn hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan. Toen zeide de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden, ook tot de helft des koninkrijks. Esther nu zeide: Indien het den koning goeddunkt, zo kome de koning met Haman heden tot den maaltijd, dien ik hem bereid heb. Toen zeide de koning: Doet Haman spoeden, dat hij het bevel van Esther doe. Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was, Zo zeide de koning tot Esther op den maaltijd des wijns: Wat is uw bede? en zij zal u gegeven worden; en wat is uw verzoek? Het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks. Toen antwoordde Esther, en zeide: Mijn bede en verzoek is: Indien ik genade gevonden heb in de ogen des konings, en indien het den koning goeddunkt, mij te geven mijn bede, en mijn verzoek te doen, zo kome de koning met Haman tot den maaltijd, dien ik hem bereiden zal; zo zal ik morgen doen naar het bevel des konings.
Als Esther op den derden dag bij den koning komt, wordt zij door hem vriendelijk aangenomen; hij verzekert haar reeds, dat hij haar hare bede zal geven, vóórdat hij hare begeerte weet. Zij verzoekt nu den koning, dat hij met Haman kome tot den maaltijd, dient zij bereid heeft. Als de koning op dien maaltijd naar haren wens vraagt, belooft zij, wanneer hij en Haman den volgenden dag weer bij haar het middagmaal wilden gebruiken, dien mede te delen.
Het geschiedde nu aan den derden dag 1) waarop het vasten eindigde, dat Esther haar treurgewaad aflegde en een koninklijk kleed aantrok, en stond of ging, in het binnenste voorhof (vgl. (Hoofdstuk 4: 11), van des konings huis 2), tegenover het huis des konings, om daar te wachten totdat de koning haar zou opmerken: de koning nu zat op zijnen koninklijken troon, in het koninklijk huis, tegenover de deur van het huis, in een voorportaal, waar de koning haar moest opmerken (zie (Hoofdstuk 2: 19).
Den derden dag is van den dag der onderhandeling van Mordechai met de koningin (4: 14) af te tellen. De eerste dag is die, op welken Esther met Mordechai onderhandelde. Het vasten werd alzo eerst aan den namiddag begonnen; op den derden dag ging Esther tot den koning, om hem uit te nodigen, bij haar op dien dag ter maaltijd te komen, alzo zeker aan den voormiddag. Daarmee gerekend duurde het derde daags vasten van den namiddag van den eersten tot den voormiddag van den derden dag, ongeveer 40-45 uren.
Om dit wel te verstaan moet men een recht begrip hebben omtrent de gesteldheid van het koninklijk paleis. Ahasveros had, naar de wijze der Oosterse koningen, een paleis, hetwelk bestond uit voorhoven, de verblijfplaats van den koning en zijne vrouwen, en enen hof. Van den hof lezen wij in Esther 7: 7. De verblijfplaats des konings was dat gedeelte van het paleis, waar de koning woonde en zijnen troon had. Dit gedeelte wordt het huis des konings genoemd, Hoofdstuk 2: 13. Hiervan waren twee andere gebouwen onderscheiden, het huis der maagden, onder het opzicht van Hege hetwelk een eigen voorhof had (Hoofdstuk 2: 13,14) en het huis der bijwijven, die bij den koning overnacht hadden, onder het opzicht van Saäsgaz (Hoofdstuk 2: 14). Evenwel hadden deze twee gebouwen gemeenschap met het koninklijk verblijf (Hoofdstuk 2: 13,14). Voorts had het koninklijk paleis onderscheidene voorhoven of opene plaats, zo vóór als om het paleis, met muren omgeven. Langs deze ringmuren waren gaanderijen, steunende op marmeren pilaren. In deze gaanderijen van het buitenvoorhof had de koning den zevendaagsen maaltijd gegeven (Hoofdstuk 1: 5). Van dit buitenvoorhof was het binnenvoorhof onderscheiden en daarvan afgesloten, onmiddellijk palende aan het verblijf des konings (Hoofdstuk 6: 4). Hiermede stemt de beschrijving van Diodorus Syculus overeen, die het paleis van Cyrus in Persepolis aftekent als een slot, met drie ringmuren voorzien, hoog en uitgebreid, met opene plaatsen tussenbeide. Ook berichten ons de latere schrijvers over het Perzische rijk, dat het koninklijk paleis te Ispahan, de tegenwoordige hofplaats, met zijne gebouwen en tuinen, wel een uur gaans in het rond beslaat. Men heeft eerst het koninklijk voorplein; daaruit komt men door ene poort langs vertrekken, waar het gerecht zit. Van daar gaat men door ene fraaie wandelplaats naar de zaal, waar de koning gehoor verleent. Bij de latere Perzen is deze gehoorzaam van den koning onderscheiden in drie delen. Het ene is hoger dan het andere, waarop de hovelingen naar hunnen rang staan. Op de derde hoogte staat de troon, zijnde omtrent acht voeten vierkant, en een voet of anderhalf boven den gewonen vloer, die met een kostbaar tapijt bedekt is. Hieruit zal men nu lichtelijk begrijpen, dat Esther zich zal begeven hebben in de wandelplaats of het binnenste voorhof.
En het geschiedde, toen de koning de koningin Esther zag, staande of binnentredende in het voorhof, verkreeg zij genade in zijne ogen, zodat de koning den gouden scepter (Hoofdstuk 4:
,die in zijne hand was, Esther toereikte; en Esther naderde, en roerde de spits des scepters aan, misschien door, gelijk de Latijnse overzetting daarbij voegt, dien eerbiedig te kussen. In plaats van deze eenvoudige mededeling tooit de Septuaginta het verschijnen van Esther voor den koning met allerlei onwaarschijnlijkheden, om het gevaarlijke van hare onderneming nog beter te laten uitkomen. Zie deze in het “aanhangsel”.
Toen zei de koning tot haar: Wat is u, koningin Esther! of wat is uw verzoek? want alleen ene dringende begeerte, een zaak van grote betekenis, heeft u bewogen tegen het gebod in tot mij te komen, het zal u gegeven worden, wat gij wenst, ook tot de helft des koninkrijks 1) (Mark. 6: 23).
God kan de harten der grootste monarchen, al regeren zij nog zo volstrekt en willekeurig, neigen en buigen naar Zijn welbehagen. -en ten goede der onderdanen zelf. Esther vreesde, dat zij zou omkomen, maar verkrijgt nu integendeel de belofte van alles te zullen verkrijgen, wat ze maar gelieft te vragen, al was het de helft van het koninkrijk. Men merke hier op, dat God in Zijne Voorzienigheid dikwijls de vreze Zijns volks voorkomt en hen boven hope begunstigt, wanneer het bestaat iets ten zijnen behoeve te wagen.
Hoort wat deze trotse koning zegt: “Wat is u, of wat is uw verzoek? Het zal u gegeven worden” en zeg: zal God dan niet horen en niet antwoorden op de gebeden van Zijne uitverkorenen (Luk. 18: 6-8), die dag en nacht tot Hem roepen? Esther kwam tot een trots, heerszuchtig man, wij komen tot den God van liefde en van genade. Zij was niet geroepen, wij zijn het; de Geest zegt: Kom, en de bruid zegt: Kom. Zij had ene wet tegen zich, wij hebben ene belofte, menigte beloften ten onzen gunste-bidt en u zal gegeven worden. Zij had geen vriend om haar in te leiden of voor haar tussen beide te treden; integendeel hij, die ‘s konings gunsteling was, was haar vijand: maar wij hebben een Voorspraak bij den Vader, in wie Hij Zijn welbehagen heeft. Laat ons daarom vrijmoedig toegaan tot den troon der genade.
Esther nu, uit ervaring overtuigd, dat de tijd van het middageten de gunstigste tijd was, om den koning iets zo groots te vragen, als zij op het hart had, zei: Indien het den koning goeddunkt, zo kome de koning met Haman heden tot den maaltijd, dien ik hem bereid heb, zo zal ik hem dan mijne bede voordragen.
Toen zei de koning tot zijne dienaren: Doet Haman spoeden, dat hij kome en het bevel (het woord) van Esther doe! Als nu de koning met Haman tot den maaltijd, dien Esther bereid had, gekomen was,
Zo zei de koning tot Esther op den maaltijd des wijns 1): Wat is uwe bede? en zij zal u gegeven worden, en wat is uw verzoek? het zal geschieden, ook tot de helft des koninkrijks.
Om deze spreekwijze wel te verstaan, moet men weten, dat een Oosters koninklijk gastmaal doorgaans uit drie of vier maaltijden bestaat, waarvan de tafels in onderscheidene vertrekken worden aangericht, Niet eer, dan op den derden maaltijd gaat de wijn in bekers rond en deze wordt daarom de maaltijd des wijns genoemd.
Toen antwoordde Esther, die intussen had opgemerkt, dat het nog de geschikte tijd voor hare bede niet was 1), en zei: Mijn bede en verzoek is:
Door Gods bijzondere leiding merkt Esther op, dat het nog de rechte tijd niet is. Haar geloof ziet duidelijk, dat de hulp nabij is, maar overtuigt haar, dat zij met het beslissend woord nog moet wachten. En juist in den nacht tussen de twee maaltijden komt, door het herinnerd worden van den koning aan Mordechai, de eigenlijke wending in den toestand. Dat was de vinger Gods, die voor Zijn volk waakte. -Dat Esther beide keren Haman mede nodigt, is ene daad van grote schranderheid. Zij verhindert daardoor, dat Haman verdenkingen opvatte en tegenmiddelen berame; tevens wordt deze vijand van het rijk van God door deze dubbele hoge eerbetuiging van de zijde der koningin zo volkomen in zijnen hoogmoed en in zijne gerustheid ingewiegd, dat hij, geheel blind, zich zelven in de galg zijn verderf opbouwt.
Indien ik genade gevonden heb in de ogen des konings, en indien het den koning goeddunkt, mij te geven mijne bede en mijn verzoek te doen, zo kome de koning met Haman morgen weer tot den maaltijd, dien ik hem bereiden zal; zo zal ik morgen doen naar het bevel des konings, en mijne begeerte uitspreken. 9.
II. Vs. 9-14.KruisverwijzingenEsther 3:5→Esther 6:13→Esther 9:7→Esther 6:4→Esther 3:1→Spreuken 27:1→Esther 7:9→1 Koningen 21:7→
— Toen ging Haman ten zelfden dage uit, vrolijk en goedsmoeds; maar toen Haman Mordechai zag in de poort des konings, en dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai. Doch Haman bedwong zich, en hij kwam tot zijn huis; en hij zond henen, en liet zijn vrienden komen, en Zeres, zijn huisvrouw. En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen, en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings. Verder zeide Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning genodigd. Doch dit alles baat mij niet, zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings. Toen zeide zijn huisvrouw Zeres tot hem, mitsgaders al zijn vrienden: Men make een galg, vijftig ellen hoog, en zeg morgen aan den koning, dat men Mordechai daaraan hange; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, en hij deed de galg maken.
Haman, van den maaltijd der koningin komende, heeft de ergernis, dat hij Mordechai ziet, die niet eens voor hem opstaat. Daarop klaagt hij aan zijne vrouw en aan zijne vrienden, dat de gunst van den koning en van de koningin hem niet voldoen, zolang hij Mordechai nog moet zien. Deze raden hem reeds voorlopig ene hoge galg op te richten, en aanstonds, den volgenden morgen vroeg, ‘s konings toestemming te gaan vragen, om Mordechai daaraan te hangen, en dan, vrij van alle zorgen, tot den maaltijd der koningin te gaan.
Toen ging Haman ten zelven dage, op welken hij bij de koningin ter maaltijd geweest was, uit het paleis, vrolijk en goeds moedsover zulk een hoog eerbewijs van de koningin; maar toen Haman Mordechai zag, die sedert de toezegging van Esther weer zijne treurklederen had afgelegd en in de poort des konings zijn ambt waarnam (Hoofdstuk 4: 2 vv.),en Haman zag, dat hij niet opstond, noch zich voor hem bewoog 1), geen den minsten eerbied betoonde, zo werd Haman vervuld met grimmigheid op Mordechai.
Mordechai gedroeg zich zo, omdat Haman door den bloeddorstigen toeleg ter verdediging der Joden alle menselijke achting en eerbewijzen verbeurd had; tevens bleek hieruit, hoe weinig hij Haman vreesde, terwijl zijn vertrouwen was gevestigd op God, dat die hem en zijn volk uit dezen groten nood verlossen zou.
Doch Haman bedwong zich, van terstond zijne wraak uit te oefenen aan enen van dat volk, dat hem geheel gegeven was, en hij kwam tot zijn huis, en hij zond henen, en liet zijne vrienden komen, en Zeres, (= ster der aanbidding) zijne huisvrouw, om zijne ergernis aan hen te openbaren en met hen te raadplegen.
En Haman vertelde hun de heerlijkheid zijns rijkdoms, en de veelheid zijner zonen 1), (Hoofdstuk 9: 6 vv.), en alles, waarin de koning hem groot gemaakt had, en waarin hij hem verheven had boven de vorsten en knechten des konings. Herodotus bericht, dat de Perzen naast den oorlogsroem niets voor begerenswaardiger hielden, dan het bezit van een groot aantal zonen. Haman had tien zonen, dat den Joodse uitleggers niet genoeg scheen, waarom zij er 208 van gemaakt hebben.
Verder zei Haman: Ook heeft de koningin Esther niemand met den koning doen komen tot den maaltijd, dien zij bereid heeft, dan mij; en ik ben ook tegen morgen van haar met den koning wederom genodigd.
Doch dit alles baat mij niet 1), zo langen tijd als ik den Jood Mordechai zie zitten in de poort des konings, dien Jood, die in trotsheid mij elk eerbewijs weigert.
Welk ene geringe zaak kan al het genoegen vergallen van hen, die tot het toppunt van aards geluk verheven zijn! Onmetelijke rijkdommen, gepaard met ere en heerlijkheid, gaven Haman zoveel vermaak niet, als hij smart gevoelde over het weigeren van eerbewijs door een man. Hij kon zich voldoen door slechts één woord bij den koning te spreken, met verzoek, dat Mordechai mocht afgezet of gedood worden, maar zijn hoogmoed en zijne wraakzucht wilden zich niet laten tevreden stellen, tenzij een geheel volk werd uitgedelgd.
Leer hieruit, dat God alleen onze begeerten bevredigen kan, terwijl de gehele schepping onze zielen niet kan vervullen noch tevreden stellen, maar altijd een pijnlijk ledig achterlaat. Menigeen roemt den rijke gelukkig, die luister en grootheid ontvouwt; dat is echter ene verkeerde mening. Menig arm hutbewoner ondervindt veel minder ongeluk, dan de rijke met zijne heerlijke voorrechten rondom zich.
Habakuk, Paulus en andere godvrezende mensen konden gelukkig zijn bij gemis van aardse vreugde, want God was het deel hunner erfenis; zij hadden in Hem, wat duizenden werelden niet konden geven. Maar zij, die God den Vader niet kennen, noch den Zoon Jezus Christus, in wie het licht en het leven der mensen is, weten den weg des vrede niet. Wat zij ook hebben, zij missen het ene nodige, zonder hetwelk alles ijdelheid en kwelling des geestes is. De gelovige in Christus moet rijk zijn te midden van armoede, want hij bezit goud, beproefd in het vuur. De mens, die Christus niet kent, is arm, hoewel hij rijk is, omdat hij ontbloot is van datgene, dat alleen waarlijk rijk maakt.
Al had gij, kind der wereld! zo vele akkers als Achab, nog zou er een Naboth’s wijngaard zijn, die, u ontzegd, u verdrietig deed weigeren te eten en te drinken. Al had hij ere, gelijk Haman, iets zou u ergeren, al was het ook maar een Jood, die in de poort zat, en dat iets zo machtig, dat het al het andere tot niets voor u maakt. Een ding is nodig.
Toen zei zijne huisvrouw Zeres, als woordvoerdster namens de overigen, tot hem, mitsgaders al zijne vrienden: Men make nu spoedig ene galg, vijftig ellen hoog, en zeg gij, Haman! morgenvóór den maaltijd aan den koning, dat men Mordechai openlijk voor aller ogen ter hoogste beschimping daaraan hange. Zonder twijfel zult gij daartoe ‘s konings toestemming verkrijgen; ga dan vrolijk met den koning tot dien maaltijd. Deze raad nu dacht Haman goed, daar hij gelijk alle vijanden Gods, door eerzucht bezeten, geheel verblind was, en hij deed nog diezelfden avond de galg maken. Wanneer der goddelozen geluk tijdelijk geheel en al vast en onbeweeglijk schijnt te zijn, en wanneer zij de onschuldigen het meest onderdrukken, dan is hun val en ondergang het meest nabij, en zij maken door hun onvoorzichtigheid en boosheid, dat het ongeluk slechts des te sneller over hen moet komen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel