Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Als MordechaiH4782wistH3045alH3605watH834 er geschiedH6213 was, zo verscheurdeH7167MordechaiH4782 zijn klederenH899, en hij trokH3847 een zakH8242 aan met asH665; en hij ging uit door het middenH8432 der stadH5892, en hij riepH2199 met een grootH1419 en bitterH4751geroepH2201.Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep.
KJVWhen Mordecai1perceived2all that was done,6Mordecai8rent7his clothes,10and put on11sackcloth12with ashes,13and went out14into the midst15of the city,16and cried17with a loud19and a bitter20cry;
1וּמָרְדֳּכַ֗יH4782MordechaiMordecai2יָדַע֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6נַעֲשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7וַיִּקְרַ֤עH7167scheurde, gescheurd, scheurdencut out, rend, [idiom] surely, tear8מָרְדֳּכַי֙H4782MordechaiMordecai9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּגָדָ֔יוH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe11וַיִּלְבַּ֥שׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear12שַׂ֖קH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)13וָאֵ֑פֶרH665asashes14וַיֵּצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)16הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17וַיִּזְעַ֛קH2199riep, riepen, roepenassemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed18זְעָקָ֥הH2201geroep, gekrijt, geschreeuwscry(-ing)19גְדֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very20וּמָרָֽהH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy
2En hij kwam tot voor de poort des konings; want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met een zak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij kwam totH5704voorH6440 de poortH8179 des koningsH4428; wantH3588niemandH369mochtH413 in des koningsH4428poortH8179inkomenH935, bekleedH3830 met een zakH8242.En hij kwam tot voor de poort des konings; want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met een zak.
KJVAnd came1even before3the king's5gate:4for none might enter8into the king's11gate10clothed12with sackcloth.
1וַיָּב֕וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet3לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4שַֽׁעַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)5הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8לָב֛וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)11הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12בִּלְב֥וּשׁH3830kleed, kleding, gewaadapparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture13שָֽׂקH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)
3En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En in alle en een ieder landschapH4082 en plaatsH4725, waarH834 het woordH1697 des koningsH4428 en zijn wetH1881aankwamH5060, was een groteH1419rouwH60 onder de JodenH3064, met vastenH6685, en geweenH1065, en misbaarH4553; veleH7227lagenH3331 in zakkenH8242 en asH665.En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as.
KJVAnd in every province,2whithersoever4the king's7commandment6and his decree8came,9there was great11mourning10among the Jews,12and fasting,13and weeping,14and wailing;15and many19lay18in sackcloth16and ashes.
1וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מְדִינָ֣הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province3וּמְדִינָ֗הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province4מְקוֹם֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8וְדָתוֹ֙H1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner9מַגִּ֔יעַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch10אֵ֤בֶלH60rouw, treuren, treurigheidmourning11גָּדוֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12לַיְּהוּדִ֔יםH3064Joden, Jood, JoodsJew13וְצ֥וֹםH6685vasten, vast, vastendagfast(-ing)14וּבְכִ֖יH1065geween, wenen, weningoverflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept15וּמִסְפֵּ֑דH4553rouwklage, misbaar, weeklagelamentation, one mourneth, mourning, wailing16שַׂ֣קH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)17וָאֵ֔פֶרH665asashes18יֻצַּ֖עH3331bedde, lagen, ondergestrooidmake (one's) bed, [idiom] lie, spread19לָֽרַבִּֽיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
4Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Toen kwamenH935EsthersH635jonge dochtersH5291 en haar kamerlingenH5631, en zij gaven het haar te kennenH5046; en het deed de koninginH4436zeerH3966weeH2342; en zij zondH7971klederenH899 om MordechaiH4782 aan te doen, en zijn zakH8242 van hem af te doen; maar hij namH6901 ze nietH3808 aan.Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan.
KJVSo Esther's3maids2and her chamberlains4came1and told5it her. Then was the queen8exceedingly9grieved;7and she sent10raiment11to clothe12Mordecai,14and to take away15his sackcloth16from him: but he received
1וַ֠תָּבוֹאינָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2נַעֲר֨וֹתH5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)3אֶסְתֵּ֤רH635Esther, EsthersEsther4וְסָרִיסֶ֨יהָ֙H5631kamerlingen, hovelingen, kamerlingchamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)5וַיַּגִּ֣ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter6לָ֔הּ7וַתִּתְחַלְחַ֥לH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded8הַמַּלְכָּ֖הH4436koningin, koninginnenqueen9מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well10וַתִּשְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11בְּגָדִ֜יםH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe12לְהַלְבִּ֣ישׁH3847bekleed, aantrekken, trok(in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear13אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14מָרְדֳּכַ֗יH4782MordechaiMordecai15וּלְהָסִ֥ירH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without16שַׂקּ֛וֹH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)17מֵעָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19קִבֵּֽלH6901namen, nam, ontvangenchoose, (take) hold, receive, (under-) take
5Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen riepH7121EstherH635HatachH2047, een van de kamerlingenH5631 des koningsH4428, welkeH834 hij voorH6440 haar gesteldH5975 had, en zij gaf hem bevelH6680aanH5921MordechaiH4782, om te wetenH3045 wat dit, en waaromH4100 dit ware.Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware.
KJVThen called1Esther2for Hatach,3one of the king's5chamberlains,4whom he had appointed7to attend8upon her, and gave him a commandment9to Mordecai,11to know
1וַתִּקְרָא֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אֶסְתֵּ֨רH635Esther, EsthersEsther3לַהֲתָ֜ךְH2047HatachHatach4מִסָּרִיסֵ֤יH5631kamerlingen, hovelingen, kamerlingchamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)5הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הֶעֱמִ֣ידH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8לְפָנֶ֔יהָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9וַתְּצַוֵּ֖הוּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order10עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מָרְדֳּכָ֑יH4782MordechaiMordecai12לָדַ֥עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14זֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why17זֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
6Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Als HatachH2047uitgingH3318totH413MordechaiH4782, op de straatH7339 der stadH5892, dieH834voorH6440 de poortH8179 des koningsH4428 was,Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was,
KJVSo Hatach2went forth1to Mordecai4unto the street6of the city,7which was before9the king's11gate.
1וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2הֲתָ֖ךְH2047HatachHatach3אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מָרְדֳּכָ֑יH4782MordechaiMordecai5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6רְח֣וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)7הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10שַֽׁעַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)11הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
7Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Zo gaf MordechaiH4782 hem te kennenH5046alH3605watH834 hem wedervarenH7136 was, en de verklaringH6575 van het zilverH3701, hetwelkH834HamanH2001gezegdH559 had te zullen wegenH8254 in de schattenH1595 des koningsH4428, voor de JodenH3064, om deszelve om te brengenH6.Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen.
KJVAnd Mordecai3told1him of all that had happened7unto him, and of the sum9of the money10that Haman13had promised12to pay14to the king's17treasuries16for the Jews,18to destroy
1וַיַּגֶּדH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2ל֣וֹ3מָרְדֳּכַ֔יH4782MordechaiMordecai4אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7קָרָ֑הוּH7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed8וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9פָּרָשַׁ֣תH6575verklaringdeclaration, sum10הַכֶּ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13הָמָן֙H2001Haman, HamansHaman14לִ֠שְׁקוֹלH8254gewogen, woog, wegenpay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16גִּנְזֵ֥יH1595schatten, schatkistenchest, treasury17הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18בַּיְּהוּדִ֖יםH3064Joden, Jood, JoodsJew19לְאַבְּדָֽםH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
8En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En hij gaf hem het afschriftH6572 der geschreveneH3791wetH1881, dieH834 te SusanH7800gegevenH5414 was, om hen te verdelgenH8045, dat hij het EstherH635 liet zienH7200, en haar te kennenH5046 gaf, en haar geboodH6680, dat zij totH413 den koningH4428 ging, om hem te smekenH2603, en van hem te verzoekenH1245voorH6440 haar volkH5971.En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk.
KJVAlso he gave6him the copy2of the writing3of the decree4that was given9at Shushan7to destroy8them, to shew11it unto Esther,13and to declare14it unto her, and to charge16her that she should go in18unto the king,20to make supplication21unto him, and to make request23before24him for her people.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2פַּתְשֶׁ֣גֶןH6572afschrift, inhoudcopy3כְּתָֽבH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing4הַ֠דָּתH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6נִתַּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7בְּשׁוּשָׁ֤ןH7800SusanShushan8לְהַשְׁמִידָם֙H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly9נָ֣תַןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10ל֔וֹ11לְהַרְא֥וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13אֶסְתֵּ֖רH635Esther, EsthersEsther14וּלְהַגִּ֣ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter15לָ֑הּ16וּלְצַוּ֣וֹתH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order17עָלֶ֗יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18לָב֨וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal21לְהִֽתְחַנֶּןH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very22ל֛וֹ23וּלְבַקֵּ֥שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)24מִלְּפָנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you25עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26עַמָּֽהּH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
9Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9HatachH2047 nu kwamH935, en gaf EstherH635 de woordenH1697 van MordechaiH4782 te kennenH5046.Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen.
10Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen zeideH559EstherH635 tot HatachH2047, en gaf hem bevelH6680aanH413MordechaiH4782:Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai:
KJVAgain Esther2spake1unto Hatach,3and gave him commandment4unto Mordecai;
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶסְתֵּר֙H635Esther, EsthersEsther3לַהֲתָ֔ךְH2047HatachHatach4וַתְּצַוֵּ֖הוּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order5אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6מָרְדֳּכָֽיH4782MordechaiMordecai
11Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11AlleH3605knechtenH5650 des koningsH4428, en het volkH5971, der landschappenH4082 des koningsH4428, wetenH3045 wel dat alH3605 wie totH413 den koningH4428ingaatH935, in het binnensteH6442voorhofH2691, die nietH3808geroepenH7121 is, hij zij manH376 of vrouwH802, zijn enigH259vonnisH1881 zij, dat men hem dodeH4191, tenzijH905 dat de koningH4428 den goudenH2091scepterH8275 hem toereikeH3447, opdat hij levend blijveH2421; ikH589 nu ben dezeH2088dertigH7970dagenH3117nietH3808geroepenH7121 om totH413 den koningH4428 in te komenH935.Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen.
KJVAll the king's3servants,2and the people4of the king's6provinces,5do know,7that whosoever, whether man10or woman,11shall come13unto the king15into the inner18court,17who is not called,21there is one22law23of his to put him to death,24except25such to whom the king29shall hold out27the golden32sceptre,31that he may live:33but I have not been called36to come in37unto the king39these thirty41days.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עַבְדֵ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3הַמֶּ֡לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4וְעַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5מְדִינ֨וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province6הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7יֽוֹדְעִ֗יםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11וְאִשָּׁ֡הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יָבֽוֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַמֶּלֶךְ֩H4428koning, konings, koningenking, royal16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17הֶחָצֵ֨רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village18הַפְּנִימִ֜יתH6442binnenste, binnenkameren, binnenpoort(with-) in(-ner, -ward)19אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יִקָּרֵ֗אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say22אַחַ֤תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,23דָּתוֹ֙H1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner24לְהָמִ֔יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise25לְ֠בַדH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength26מֵאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection27יֽוֹשִׁיטH3447reikte, toereike, toereiktehold out28ל֥וֹ29הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal30אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)31שַׁרְבִ֥יטH8275scepter, scepterssceptre32הַזָּהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather33וְחָיָ֑הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole34וַאֲנִ֗יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who35לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without36נִקְרֵ֨אתי֙H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say37לָב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way38אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)39הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal40זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)41שְׁלוֹשִׁ֥יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)42יֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
12En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En zij gavenH5046 de woordenH1697 van EstherH635 aan MordechaiH4782 te kennenH5046.En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen.
KJVAnd they told1to Mordecai2Esther's5words.
1וַיַּגִּ֣ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לְמָרְדֳּכָ֔יH4782MordechaiMordecai3אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5אֶסְתֵּֽרH635Esther, EsthersEsther
13Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zo zeideH559MordechaiH4782, dat men EstherH635 wederom zeggenH7725 zou: BeeldH1819 u nietH408 in, in uw zielH5315, dat gij zult ontkomenH4422 in het huisH1004 des koningsH4428, meer dan alH3605 de andere JodenH3064.Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden.
KJVThen Mordecai2commanded1to answer3Esther,5Think7not with thyself8that thou shalt escape9in the king's11house,10more than all the Jews.
1וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מָרְדֳּכַ֖יH4782MordechaiMordecai3לְהָשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֶסְתֵּ֑רH635Esther, EsthersEsther6אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than7תְּדַמִּ֣יH1819vergelijken, gedacht, meentcompare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes8בְנַפְשֵׁ֔ךְH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9לְהִמָּלֵ֥טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely10בֵּיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הַיְּהוּדִֽיםH3064Joden, Jood, JoodsJew
14Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WantH3588 indien gij enigszinsH2790zwijgenH2790 zult te dezer tijdH6256, zoH518 zal den JodenH3064verkwikkingH7305 en verlossingH2020 uit een andere plaatsH4725ontstaanH5975; maar gijH859 en uws vadersH1huisH1004 zult omkomenH6; en wieH4310weetH3045, ofH518 gij niet om zulken tijdH6256 als deze is, tot ditH2063koninkrijkH4438geraaktH5060 zijt.Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.
KJVFor if thou altogether3holdest thy peace4at this time,5then shall there enlargement7and deliverance8arise9to the Jews10from another12place;11but thou and thy father's15house14shall be destroyed:16and who knoweth18whether thou art come22to the kingdom23for such a time
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3הַחֲרֵ֣שׁH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker4תַּחֲרִישִׁי֮H2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker5בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6הַזֹּאת֒H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7רֶ֣וַחH7305ruimte, verkwikkingenlargement, space8וְהַצָּלָ֞הH2020verlossingdeliverance9יַעֲמ֤וֹדH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry10לַיְּהוּדִים֙H3064Joden, Jood, JoodsJew11מִמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12אַחֵ֔רH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange13וְאַ֥תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you14וּבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)15אָבִ֖יךְH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16תֹּאבֵ֑דוּH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee17וּמִ֣יH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God18יוֹדֵ֔עַH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot19אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet20לְעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when21כָּזֹ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus22הִגַּ֖עַתְּH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch23לַמַּלְכֽוּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal
15Toen zeide Esther, dat men Mordechai weder aanzeggen zou:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Toen zeideH559EstherH635, dat men MordechaiH4782 weder aanzeggenH7725 zou:Toen zeide Esther, dat men Mordechai weder aanzeggen zou:
KJVThen Esther2bade1them return3Mordecai
1וַתֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶסְתֵּ֖רH635Esther, EsthersEsther3לְהָשִׁ֥יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5מָרְדֳּכָֽיH4782MordechaiMordecai
16Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16GaH3212, vergaderH3664alH3605 de JodenH3064, dieH834 te SusanH7800gevondenH4672 worden, en vastH6684 voor mij, en eetH398 of drinktH8354 niet, in drieH7969dagenH3117, nachtH3915nochH3808dagH3117; ikH589 en mijn jonge dochtersH5291 zullen ookH1571 alzo vastenH6684, en alzoH3651 zal ik tot den koningH4428ingaanH935, hetwelkH834 niet naar de wetH1881 is. Wanneer ik dan omkomeH6, zo komH6 ik om.Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
KJVGo,1gather together2all the Jews5that are present6in Shushan,7and fast8ye for me, and neither eat11nor drink13three14days,15night16or day:17I also and my maidens20will fast21likewise; and so22will I go24in unto the king,26which is not according to the law:29and if I perish,31I perish.
1לֵךְ֩H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2כְּנ֨וֹסH3664vergaderen, vergadert, bijeenbrengengather (together), heap up, wrap self3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַיְּהוּדִ֜יםH3064Joden, Jood, JoodsJew6הַֽנִּמְצְאִ֣יםH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on7בְּשׁוּשָׁ֗ןH7800SusanShushan8וְצ֣וּמוּH6684vastten, vasten, gevast[idiom] at all, fast9עָ֠לַיH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than11תֹּאכְל֨וּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than13תִּשְׁתּ֜וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)14שְׁלֹ֤שֶׁתH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)15יָמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16לַ֣יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)17וָי֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea19אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20וְנַעֲרֹתַ֖יH5291jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochtersdamsel, maid(-en), young (woman)21אָצ֣וּםH6684vastten, vasten, gevast[idiom] at all, fast22כֵּ֑ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you23וּבְכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you24אָב֤וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way25אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)26הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal27אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection28לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without29כַדָּ֔תH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner30וְכַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection31אָבַ֖דְתִּיH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee32אָבָֽדְתִּיH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
17Toen ging Mordechai henen, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen gingH5674MordechaiH4782 henen, en hij deedH6213 naar allesH3605, watH834EstherH635aanH5921 hem gebodenH6680 had.Toen ging Mordechai henen, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had.
KJVSo Mordecai2went his way,1and did3according to all that Esther8had commanded
1וַֽיַּעֲבֹ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2מָרְדֳּכָ֑יH4782MordechaiMordecai3וַיַּ֕עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4כְּכֹ֛לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוְּתָ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8אֶסְתֵּֽרH635Esther, EsthersEsther
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Esther 4:1— Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep.2 Samuël 13:19→Ezechiël 27:30→Daniël 9:3→2 Samuël 1:11→Esther 3:8→Job 42:6→Mattheüs 11:21→Jona 3:4→
Esther 4:3— En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as.Jesaja 22:4→Jesaja 58:5→Jesaja 22:12→Daniël 9:3→Mattheüs 25:30→Mattheüs 13:42→Esther 1:1→Esther 4:16→
Esther 4:4— Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan.Psalmen 77:2→2 Koningen 9:32→Jesaja 56:3→Jeremia 31:15→Handelingen 8:27→Esther 1:12→Genesis 37:35→1 Samuël 8:15→
Esther 4:5— Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware.1 Korinthe 12:26→Hebreeën 4:15→Esther 1:12→Esther 1:10→Romeinen 12:15→Filippenzen 2:4→
Esther 4:6— Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was,Esther 9:12→Esther 7:2→Esther 4:3→
Esther 4:7— Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen.Esther 3:2→
Esther 4:8— En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk.Spreuken 16:14→Esther 8:6→Nehemia 2:3→Spreuken 21:1→Job 9:15→Esther 3:14→Esther 7:3→1 Timotheüs 6:17→
Esther 4:11— Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen.Esther 8:4→Esther 5:1→Daniël 2:9→Esther 2:14→1 Petrus 3:7→Esther 1:19→Esther 6:4→
Esther 4:13— Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden.Spreuken 24:10→Johannes 12:25→Filippenzen 2:30→Mattheüs 16:24→Hebreeën 12:3→
Esther 4:14— Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.1 Samuël 12:22→Jesaja 54:17→Genesis 45:4→Jeremia 46:28→Jeremia 30:11→Ezra 9:9→Amos 9:8→Deuteronomium 32:36→
Esther 4:16— Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.Handelingen 20:24→Joël 2:12→2 Kronieken 20:3→Jesaja 22:12→Genesis 43:14→Filippenzen 2:30→Joël 1:14→Genesis 18:19→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Esther 4 vers 1— Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep.
wist
Uit de aangeslagen plakkaten des konings; zie vs.8.
Hertaald:wist
Uit de aangeplakte bekendmakingen van de koning; zie vers 8.
al wat er geschied was,
Te weten, belangende het ombrengen der Joden.
Hertaald:al wat er geschied was,
Namelijk: over het ombrengen van de Joden.
een zak aan
Dat is, een treurkleed, hetwelk hij met as bestrooide. Zie Joz. 7:6 .
Hertaald:een zak aan
Dat is: een rouwkleed, dat hij met as bestrooide. Zie Joz. 7:6.
der stad,
Te weten, Susan.
Hertaald:der stad,
Namelijk: Susan.
Esther 4 vers 2— En hij kwam tot voor de poort des konings; want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met een zak.
tot voor de poort
Dat is, in de straat, die voor de poort van des konings paleis was; gelijk onder, vs.6.
Hertaald:tot voor de poort
Dat is: in de straat die voor de poort van het paleis van de koning lag; zoals hieronder vers 6.
bekleed met een zak
Hebreeuws, in een kleed des zaks.
Hertaald:bekleed met een zak
Hebreeuws: in een kleed van de zak.
Esther 4 vers 3— En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as.
in alle
Hebreeuws, en in alle landschap en landschap.
Hertaald:in alle
Hebreeuws: en in elk gewest en gewest.
het woord des konings
Dat is, het plakkaat.
Hertaald:het woord des konings
Dat is: de bekendmaking.
vele lagen in zakken en as
Hebreeuws, zak en as was velen onderleid, of onderspreid; dat is, velen die een zak aanhadden, lagen in de as, gelijk Jona 3:6 .
Hertaald:vele lagen in zakken en as
Hebreeuws: zak en as was voor velen als een onderlaag, of onderlegger; dat is: velen die een rouwkleed aanhadden, lagen in de as, zoals Jona 3:6.
Esther 4 vers 4— Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan.
te kennen;
Te weten, hoe zich Mordechai aanstelde, vs.1,2.
Hertaald:te kennen;
Namelijk: hoe Mordechai zich gedroeg, vers 1, 2.
en zijn zak
Te weten, opdat hij weder ten hove mocht komen en zij des te gevoegelijker met hem van alles spreken en zich beraden mocht.
Hertaald:en zijn zak
Namelijk: opdat hij weer aan het hof zou kunnen komen en zij des te gemakkelijker met hem zou kunnen spreken en overleggen.
Esther 4 vers 5— Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware.
voor haar gesteld had,
Hebreeuws, voor haar aangezicht gesteld had; dat is, die op haar dienst passen zouden.
Hertaald:voor haar gesteld had,
Hebreeuws: voor haar aangezicht gesteld had; dat is: die haar zouden dienen.
wat dit,
Dat is, zij vraagde waarom hij dus bedroefd was en een zak aangetrokken had. 16. waarom dit ware. Dat is, zij vraagde waarom hij dus bedroefd was en een zak aangetrokken had.
Hertaald:wat dit,
Dat is: zij vroeg waarom hij zo bedroefd was en een rouwkleed aangetrokken had.
Esther 4 vers 7— Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen.
al wat hem wedervaren was,
Te weten, hetgeen Est 3 beschreven staat.
Hertaald:al wat hem wedervaren was,
Namelijk: wat beschreven staat in Est. 3.
verklaring van het zilver,
Zie boven, Est. 3:9 .
Hertaald:verklaring van het zilver,
Zie hierboven Est. 3:9.
voor de Joden,
Of, tegen de Joden; dat is, opdat het hem zou geoorloofd wezen de Joden te verdelgen, gelijk hier volgt.
Hertaald:voor de Joden,
Of: tegen de Joden; dat is: opdat het hem geoorloofd zou zijn de Joden uit te roeien, zoals hierna volgt.
Esther 4 vers 8— En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk.
het afschrift
Of, afschrift, of copie.
Hertaald:het afschrift
Of: afschrift, of kopie.
gegeven was,
Dat is, gepubliceerd, aangeslagen, of aangeplakt was.
Hertaald:gegeven was,
Dat is: bekendgemaakt, aangeplakt was.
haar gebood,
Te weten, in Modechia's haars opvoeders, naam, die te dien aanzien nog enige autoriteit over haar behouden had, ofschoon Esther nu koningin was. Zie boven, Est. 2:20 .
Hertaald:haar gebood,
Namelijk: in de naam van Mordechai, haar opvoeder, die in dat opzicht nog enig gezag over haar behouden had, hoewel Esther nu koningin was. Zie hierboven Est. 2:20.
van hem te verzoeken
Hebreeuws, van zijn aangezicht; dat is, dat hijzelf in eigen persoon zulks deed, zonder iemand anders daartoe te gebruiken.
Hertaald:van hem te verzoeken
Hebreeuws: van zijn aangezicht; dat is: dat hij zelf in eigen persoon dit deed, zonder iemand anders daarvoor te gebruiken.
Esther 4 vers 10— Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai:
gaf hem bevel
Dat is, zij gaf hem antwoord, dat zij hem belastte aan Mordechai te brengen.
Hertaald:gaf hem bevel
Dat is: zij gaf hem antwoord, dat zij hem opdroeg aan Mordechai over te brengen.
Esther 4 vers 11— Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen.
Alle knechten des konings,
Dit zijn de eigen woorden, die Hatach Mordechai zou zeggen van Esthers wege.
Hertaald:Alle knechten des konings,
Dit zijn de eigen woorden die Hatach namens Esther aan Mordechai zou zeggen.
het volk,
Alsof zij zeggen wilde: Alle man weet het wel, zelfs die ver van het hof en deze stad wonen.
Hertaald:het volk,
Alsof zij wilde zeggen: iedereen weet dit wel, zelfs wie ver van het hof en deze stad wonen.
dat al wie tot den koning ingaat,
Zie Herodotum in Thalia.
Hertaald:dat al wie tot den koning ingaat,
Zie Herodotus in Thalia.
in het binnenste voorhof,
Deze plaats was voor dat deel van het koninklijk paleis, waar zich de koning onthield. Zie onder, Est. 5:1 .
Hertaald:in het binnenste voorhof,
Deze plaats hoorde bij dat deel van het koninklijk paleis waar de koning zelf verbleef. Zie hieronder Est. 5:1.
zijn enig
Dat is, des konings onwederroepelijke wet. Of aldus: Eenerlei wet zij van dien; te weten, man of vrouw, die zulks doet. Vergelijk Dan. 2:9 .
Hertaald:zijn enig
Dat is: de onherroepelijke wet van de koning. Of zo: er geldt één wet voor hen; namelijk man of vrouw, die dit doet. Vergelijk Dan. 2:9.
vonnis zij,
Zie onder, Est. 5:2 .
Hertaald:vonnis zij,
Zie hieronder Est. 5:2.
toereike,
Hebreeuws, uitstrekke.
Hertaald:toereike,
Hebreeuws: uitstrekt.
levend blijve;
Hebreeuws, leve.
Hertaald:levend blijve;
Hebreeuws: leeft.
Esther 4 vers 12— En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen.
gaven de woorden
Dat is, men gaf.
Hertaald:gaven de woorden
Dat is: men gaf.
Esther 4 vers 13— Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden.
Mórdechaï,
Mordochai, alzo staat hier, maar doorgaans Mordechai.
Hertaald:Mórdechaï,
Mordochai, zo staat hier, maar meestal Mordechai.
in uw ziel,
Dat is, bij uzelven.
Hertaald:in uw ziel,
Dat is: bij uzelf.
in het huis des konings,
Dat is, omdat gij in het huis des konings zijt.
Hertaald:in het huis des konings,
Dat is: omdat u in het huis van de koning bent.
Esther 4 vers 14— Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.
enigszins
Hebreeuws, zwijgende zult zwijgen.
Hertaald:enigszins
Hebreeuws: zwijgend zult u zwijgen.
te dezer tijd,
Te weten, nu de Joden in zulk een bedroefden staat zijn.
Hertaald:te dezer tijd,
Namelijk: nu de Joden in zo'n bedroefde toestand zijn.
maar gij
Hij wil zeggen, indien gij in dezen uitersten nood geen medelijden bewijzen, noch hulp doen zult aan uw landslieden en bloedvrienden, zo zal de Heere deze uw kleinhartigheid waarlijk straffen.
Hertaald:maar gij
Hij wil zeggen: als u in deze uiterste nood geen medelijden toont en geen hulp biedt aan uw landgenoten en bloedverwanten, dan zal de HEERE deze kleinmoedigheid van u werkelijk straffen.
om zulken tijd
Hij wil zeggen: vermoedelijk zoudt gij tot dezen koninklijke waardigheid niet gekomen zijn, ten ware dat God u had willen gebruiken om zijn volk te dezen tijde te verlossen.
Hertaald:om zulken tijd
Hij wil zeggen: vermoedelijk zou u niet tot deze koninklijke waardigheid gekomen zijn, als God u niet had willen gebruiken om Zijn volk in deze tijd te verlossen.
Esther 4 vers 16— Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
vast voor mij,
Zij wil zeggen: In uw vasten en bidden zult gij mijner bij God gedenken, dat Hij zijn zegen wil geven tot de voorbede, die ik den koning doen zal.
Hertaald:vast voor mij,
Zij wil zeggen: in uw vasten en bidden zult u aan mij denken voor God, opdat Hij Zijn zegen wil geven aan de voorbede die ik bij de koning zal doen.
in drie dagen,
Dit vasten heeft maar geduurd twee nachten, een vollen dag en twee delen van dagen. Want ten derden dage is Esther tot den koning gegaan, Est. 5:1 . Zie dergelijke manier van spreken Matt. 12:40 , van het verblijf van Jona in den buik van den walvis, en van Christus in het graf.
Hertaald:in drie dagen,
Dit vasten heeft maar geduurd twee nachten, een volle dag en twee delen van dagen. Want op de derde dag is Esther naar de koning gegaan, Est. 5:1. Zie een soortgelijke manier van spreken in Matth. 12:40, over het verblijf van Jona in de buik van de walvis, en van Christus in het graf.
naar de wet is
Van welke boven, vs.11, gesproken wordt.
Hertaald:naar de wet is
Waarover hierboven, vers 11, gesproken wordt.
Wanneer ik dan omkome,
Het is zoveel alsof Esther zeide: Ik ben gewillig mijn leven in gevaar des doods voor mijn volk te stellen, en te verwachten wat God geven zal. Dusdanige manier van spreken gebruikt ook Jakob, Gen. 43:14 ; zie de aantekening aldaar.
Hertaald:Wanneer ik dan omkome,
Het komt erop neer dat Esther zei: ik ben bereid mijn leven in doodsgevaar te brengen voor mijn volk, en af te wachten wat God geven zal. Zo'n manier van spreken gebruikt ook Jakob, Gen. 43:14; zie de aantekening daar.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mordechai — toegewijd aan (de god) Marduk (Perzische naam)
Een Jood uit de stam Benjamin te Susan, uit het geslacht van hen die met koning Jechonia weggevoerd waren; hij voedde zijn nicht Hadassa (Esther) op als zijn eigen dochter. Hij ontdekte en verijdelde een samenzwering tegen de koning, weigerde later voor Haman te buigen, en spoorde Esther aan zich voor haar volk in te zetten, wat uiteindelijk tot Hamans val en de redding van de Joden leidde (Esther 2-10).
Esther (Hadassa) — ster (Hadassa: mirt)
Dochter van Abichaïl, een oom van Mordechai; na de dood van haar ouders door Mordechai als dochter aangenomen. Wegens haar schoonheid werd zij in de plaats van Vasthi tot koningin van Ahasveros verheven, zonder haar Joodse afkomst bekend te maken. Op Mordechai's aandringen waagde zij haar leven om bij de koning voor haar volk te pleiten, wat leidde tot de redding van de Joden uit Hamans complot (Esther 2, 4-9).
Haman — luidruchtig, roemrijk (onzeker)
Zoon van Hammedatha, de Agagiet; door Ahasveros tot de hoogste eer verheven boven alle vorsten. Vertoornd omdat Mordechai weigerde voor hem te buigen, spande hij een complot om alle Joden in het rijk te laten uitroeien, en liet daartoe een galg van vijftig ellen bouwen om Mordechai daaraan op te hangen. Zijn plan keerde zich echter tegen hem: hij werd zelf aan die galg opgehangen (Esther 3, 5, 7).
Hatach — betekenis onzeker (Perzische naam)
Een kamerling van Ahasveros, die Esther aan Mordechai toegevoegd had; hij bracht boodschappen tussen Esther en Mordechai over toen Haman de Joden bedreigde (Esther 4:5-10).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De verborgen hand (het boek waarin de Naam van God niet voorkomt) — in heel het boek Esther wordt de Naam van God niet één keer genoemd, en toch gaat het van de eerste tot de laatste bladzijde over Zijn regering
Het boek speelt aan het hof van Ahasveros, die regeerde van Indië af tot aan Morenland toe, over honderd zevenentwintig landschappen (Est. 1:1). Het opent met een maaltijd van honderdtachtig dagen, waarin de koning de rijkdom van zijn rijk vertoonde (Est. 1:4). Wat in dit boek ontbreekt, valt op zodra men uit Ezra en Nehemia komt. Er is geen tempel, geen offer, geen profeet, geen wet die wordt voorgelezen, en geen gebed dat met zoveel woorden tot God gericht wordt. Zelfs bij het vasten van drie dagen staat er niet bij tot Wie men vast (Est. 4:16). De Joden van wie dit boek verhaalt zijn niet teruggekeerd naar Jeruzalem maar gebleven in de verstrooiing. Tegelijk staat het vol met samenlopen die de afloop bepalen. Het lot levert elf maanden uitstel op (Est. 3:7). Een bewezen dienst wordt in de kronieken opgeschreven en jaren later voorgelezen (Est. 2:23). En op een beslissende nacht kan de koning de slaap niet vatten (Est. 6:1).
Bijbelse betekenis: Dat de Naam ontbreekt is geen gebrek van het boek maar zijn vorm. Ezra en Nehemia noemen God bij elke wending; Esther laat zien hoe Zijn regering eruitziet wanneer niemand haar hardop benoemt. Zo gaat het in het leven van Gods kinderen meestal. Er valt geen stem uit de hemel en er verschijnt geen engel, en pas achteraf blijkt dat de weg gelegd was. Dit boek leert daarom lezen. Wie alleen op wonderen let, ziet in Susan niets bijzonders gebeuren. Wie op de samenloop let, ziet een hand. En het zwijgen heeft nog een tweede kant: waar de Naam niet klinkt, is Hij er niet minder om.
Typologie: Jozef zei tot zijn broers wat over dit hele boek geschreven kan worden: "Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht" (Gen. 50:20). Paulus vat het samen in één zin: "wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede" (Rom. 8:28). En de psalm verzekert dat het toezicht nooit onderbroken wordt: "de Bewaarder Israels zal niet sluimeren, noch slapen" (Ps. 121:4). De leer zelf is reeds behandeld bij Voorzienigheid (Gen. 22:8-14).
Est. 1:1-4; Est. 2:23; Est. 3:7; Est. 4:16; Est. 6:1; Gen. 22:8-14; Gen. 50:20; Ps. 121:4; Rom. 8:28
Wie weet of gij niet om zulken tijd als deze tot dit koninkrijk geraakt zijt — Mordechai's antwoord aan de koningin die haar leven niet wil wagen, en het scharnier van het hele boek (Est. 4:14)
Toen Mordechai wist wat er geschied was, verscheurde hij zijn klederen, trok een zak aan met as en riep met een groot en bitter geroep door het midden der stad (Est. 4:1). Verder dan de poort kon hij niet komen, want niemand mocht daar bekleed met een zak inkomen (Est. 4:2). In elk landschap waar het bevel aankwam, was grote rouw onder de Joden, met vasten, geween en misbaar (Est. 4:3). Esther hoort ervan en zendt klederen, maar hij neemt ze niet aan (Est. 4:4). Door de kamerling Hatach laat zij vragen wat er is, en Mordechai geeft hem alles te kennen, met het afschrift van de wet, en gebiedt haar tot de koning te gaan en voor haar volk te smeken (Est. 4:5-9). Esthers antwoord noemt de wet van het binnenste voorhof: wie ongeroepen tot de koning ingaat, man of vrouw, wordt gedood, tenzij de koning de gouden scepter toereikt; en zij is deze dertig dagen niet geroepen (Est. 4:11). Mordechai laat haar dan zeggen dat zij zich niet moet inbeelden in het huis van de koning te ontkomen boven de andere Joden (Est. 4:13), en hij vervolgt met de woorden waarin dit boek zijn hart openlegt (Est. 4:14).
Bijbelse betekenis: Het antwoord van Mordechai bestaat uit drie delen, en elk deel telt. Haar hoge plaats zal haar niet redden; wie meent dat afkomst te verbergen is als het erop aankomt, vergist zich. Vervolgens: verlossing zal er komen, uit een andere plaats, ook zonder haar. Dat is geen dreigement maar een belijdenis. Gods voornemen hangt niet af van de moed van één mens. Niemand hoeft dus te handelen vanuit de gedachte dat alles op hem aankomt. Maar het derde deel laat de vraag open staan. Er wordt geen openbaring gegeven en geen zekerheid geboden; er staat: wie weet. Zo wordt haar plaats aan het hof opeens iets anders dan een gelukkige wending. Zij zit daar niet voor zichzelf. Dat is de vraag die dit vers aan iedere lezer stelt, ook waar het om een veel kleinere post gaat dan een troon.
Typologie: Dat God Zijn werk op de door Hem gestelde tijd doet, staat het scherpst bij de komst van Zijn Zoon: "Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden" (Gal. 4:4). Waar Esther op de vraag "wie weet" moest afgaan, ging Hij Die kwam met volle kennis van wat het Hem kosten zou. Het bredere leerstuk is reeds behandeld bij Voorzienigheid (Gen. 22:8-14).
Est. 4:1-14; Gen. 22:8-14; Gal. 4:4
Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om — Esther kiest, en zij rekent daarbij met haar dood: "alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om" (Est. 4:16)
Esther laat Mordechai antwoorden met een opdracht in plaats van een bezwaar (Est. 4:15). Hij moet alle Joden vergaderen die te Susan gevonden worden en voor haar vasten, en niet eten of drinken, drie dagen, nacht noch dag; zij en haar jonge dochters zullen evenzo vasten (Est. 4:16). Daarna zal zij tot de koning ingaan, en zij zegt er zelf bij dat dit niet naar de wet is. Het gedeelte sluit kort en zonder omhaal: Mordechai ging heen en deed naar alles wat Esther hem geboden had (Est. 4:17).
Bijbelse betekenis: In dit ene vers keert de verhouding om. Tot hier gaf Mordechai de bevelen en deed Esther wat haar opgedragen was; nu geeft zij de opdracht en gehoorzaamt hij. Wie een last aanvaardt, krijgt er de verantwoordelijkheid bij. Het eerste wat zij regelt is bovendien geen plan maar een vasten. In dit boek wordt niet gezegd tot Wie er gevast wordt, maar drie dagen zonder eten en drinken zijn zonder God niet te denken; dit is de oude houding van een volk dat het van zichzelf niet verwacht. Ten slotte de slotwoorden. Zij zijn geen berusting in het noodlot en ook geen gok, maar overgave. Esther rekent uit wat het kosten kan, telt de mogelijkheid van haar dood erbij en gaat toch. Zekerheid van een goede afloop heeft zij niet; wat zij heeft, is de bereidheid de slechte te dragen.
Typologie: Dezelfde gestalte klinkt bij de drie mannen voor de oven, die eerst belijden dat God machtig is te verlossen en daarna zeggen: "Maar zo niet, u zij bekend, o koning! dat wij uw goden niet zullen eren" (Dan. 3:18). Geloof rekent op God zonder Hem de uitkomst voor te schrijven. Wat het vasten in de Schrift betekent, is reeds behandeld bij Vasten (Luk. 5:33-35).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 4Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekstuitwerking
Wie weet of gij niet om zulken tijd gekomen zijt — 4:1-17
Hamans bevel is uitgegaan: alle Joden, jong en oud, moeten op één dag worden omgebracht. Mordechai zit in zak en as voor de poort van het paleis, en Esther weet aanvankelijk niet eens waarom.
In het enige bijbelboek waarin de Naam van God niet voorkomt, wordt gehandeld alsof Hij er is.
Esthers eerste antwoord is dat van iemand die de regels kent. Wie ongeroepen bij de koning binnengaat, wordt gedood, tenzij hij de gouden scepter toereikt. En zij is dertig dagen niet geroepen.
Mordechai's antwoord bestaat uit drie delen, en elk deel is opmerkelijk.
Eerst: verbeeld u niet in uw ziel dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden. Haar positie beschermt haar niet.
Dan: indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan. De redding hangt dus niet van haar af. Er staat niet bij waar die andere plaats is, en juist dat is veelzeggend in een boek waarin God niet genoemd wordt.
En ten slotte de zin die iedereen kent: en wie weet of gij niet om zulken tijd als deze tot dit koninkrijk geraakt zijt?
Dat is geen zekerheid maar een vraag. Wie weet.
Esthers besluit past daarbij. Zij vraagt drie dagen vasten van alle Joden in Susan, en zegt dan: alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
Zij gaat dus niet omdat het veilig is en niet omdat zij een belofte heeft, maar omdat het moet.
De Naam van God staat in dit boek niet, en het Nieuwe Testament haalt het niet aan. Toch is de zaak die het toont dezelfde die door heel de Schrift loopt: het volk waaruit de Messias komen moest, wordt bewaard — deze keer niet door een wonder maar door een slapeloze nacht, een kroniek die wordt voorgelezen, en een vrouw die haar leven waagt.
Genesis 12:3 — De belofte hangt aan het voortbestaan van dit volk.
Esther 3:13 — Het bevel gaat uit om alle Joden op één dag om te brengen.
Esther 4:14 — Verlossing zal uit een andere plaats ontstaan — wie weet waarom gij hier zijt.
Esther 4:16 — Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
Esther 6:1 — De koning kan niet slapen, en laat de kronieken voorlezen.
Mattheüs 1:1 — Uit dit bewaarde volk wordt de Christus geboren.
In het Nieuwe Testament: Genesis 12:3; Romeinen 9:4-5; Mattheüs 1:1-17; Handelingen 17:26
Hoever dit reikt: Niveau 4. In Esther komt de Naam van God niet voor, en het Nieuwe Testament haalt het boek niet aan. Er wordt hier geen beeld van Christus getekend. Wat de lijn trekt is dat het volk bewaard wordt waaruit Hij geboren zou worden.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Esther 4:13-14.KruisverwijzingenSpreuken 24:10→1 Samuël 12:22→Jesaja 54:17→Genesis 45:4→Jeremia 46:28→Jeremia 30:11→Johannes 12:25→Ezra 9:9→ — Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden. Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt. Het zou een smartelijke zaak zijn dat haar landgenoten verdelgd werden, maar toch kon het zijn dat de slag haar in de afzondering van het paleis niet raakte. Zij zou de begunstigde vrouw van de grote koning blijven, en zij kon dus zelfzuchtig op zichzelf zien en hen die in gevaar waren aan zichzelf of aan hun God overlaten, terwijl zij koel hoopte dat de Heere hun op de een of andere wijze verlossing zou geven.
Komt die verzoeking ook op onze weg? Dat kan zijn. Is het zo dat wij, omdat wij zelf lid zijn van een bloeiende gemeente en omdat wij allerlei christelijke voorrechten genieten, ons hart verharden over stervende gemeenten en moedeloze heiligen? Verbeelden wij ons dat het lichaam ziek kan zijn zonder dat wij als leden ervan lijden? Wijkt de gemeente van God van de weg af, dan zal het tot onze schade zijn; wordt de waarheid van God niet gepredikt, dan zullen wij de verliezers zijn; is het christelijke leven niet krachtig, dan zullen wij verzwakt worden.
Ja, God kan buiten ons. Verkwikking en verlossing zullen Zijn volk uit een andere plaats ontstaan, als zij niet door ons komt. Was de Heere aan één persoon of één gemeente of één volk gebonden, dan zou het verraad zijn als die persoon, gemeente of dat volk nalatig was. Maar aangezien de Heere op niemand wacht, past het hun toe te zien wat zij doen. Hij kan buiten ons. Maar hoe zullen wij de schande dragen, als zij ooit over ons komt, dat wij onze gouden gelegenheden hebben laten verspillen? Wat als Israël verdelgd was bij gebrek aan Esthers voorbede? Haar naam zou een spotwoord geweest zijn onder de andere volken, als die van een laaghartige en verraderlijke vrouw. Was het volk door een ander middel gespaard en had zij haar zending geweigerd, dan zouden zij, zolang er een Jood leefde, geen Purimfeest gehouden hebben, maar haar gedachtenis vervloekt.
Wij behoren te bedenken waarom de Heere ons gebracht heeft waar wij zijn. Menen wij dat Hij het om onszelf gedaan heeft? Bedoelt Hij dit alles alleen opdat wij onszelf zouden kunnen verzadigen? Kan dat het voornemen van God zijn? Denk dat niet. Heeft Hij dit alles alleen gedaan om ons genoegen te geven? Het werk van God is als een net met vele mazen, en die zijn alle verbonden. Wij zijn schakels van dezelfde keten en kunnen niet bewegen zonder anderen te bewegen. Wij zijn leden van één lichaam, en God handelt met ons met dat feit voor ogen. Hij zegent de hand niet om de hand, maar om het hele lichaam.
II. Vs. 1-8.Kruisverwijzingen2 Samuël 13:19→Ezechiël 27:30→Daniël 9:3→2 Samuël 1:11→Jesaja 22:4→Jesaja 58:5→Jesaja 22:12→Psalmen 77:2→ — Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep. En hij kwam tot voor de poort des konings; want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met een zak. En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as. Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan. Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware. Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was, Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen. En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk. In diepe treurigheid en met luide klachten over dit bevel tot moord, komt Mordechai door de stad, tot in de nabijheid van het koninklijk paleis. De klederen, die Esther hem zendt, em hem in staat te stellen tot haar in het paleis te kunnen komen, en haar de oorzaak zijner klachten mede te delen neemt hij niet aan. Door enen kamerdienaar deelt hij haar alles mede, wat geschied is, en eist dringend aan haar, dat zij bij den koning voor haar volk om ontferming smeke.
Kruisverwijzingen2 Samuël 13:19→Ezechiël 27:30→Daniël 9:3→2 Samuël 1:11→Esther 3:8→Job 42:6→Mattheüs 11:21→Jona 3:4→— Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep.
Als Mordechai, die zich dagelijks in de poort des konings ophield, en daar gemakkelijk gelegenheid vond om kennis te verkrijgen van hetgeen in het paleis voorviel (Hoofdstuk 2: 19,21),wist al wat er geschied was, niet alleen wat openlijk bekend gemaakt, maar ook wat tussen den koning en Haman voorgevallen was (Hoofdstuk 3: 8 vv.), zo verscheurde Mordechai zijne klederen, voor aan de borst, en hij trok enen zak, een grof, haren boetgewaad, aan, terwijl hij zijn hoofd met as bestrooide (Genesis 37: 34. (Deuteronomium 14: 2), en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep net een groot en bitter geroep 1).
Het was ene grootmoedige daad, dus openlijk uit te komen voor ene zaak, welke hij wist rechtvaardig en de zaak van God zelf te zijn, schoon ze nu naar den mens in een hopelozen toestand scheen. Mordechai nam het gevaar zijner medegeloofsgenoten meer ter harte, dan iemand anders buiten hem, omdat hij wist, dat de spijt en de gramschap van den nijdigen en trotsen Haman hem zelven in de eerste plaats en voornamelijk bedoelde, en dat het daarom om zijnent wille was, dat alle de overige Joden in het lijden zouden geraken. Weshalve dat hij zich zeer bedroefde, dat zijn volk, om de nauwgezetheid van zijn geweten zo grotelijks stond gedrukt, vervolgd en gedood te worden, hetgeen hem bij sommigen der zijnen zelfs, als al te nauwgezet en stipt deed aanzien, ofschoon hij met dit alles in zijn stijfheid en nauwgezetheid, uit kracht van Gods Wet en zijn eigen gemoed onveranderlijk bleef voortgaan, gelijk blijkt uit Hoofdstuk 5: 9. Hij wist toch dat hij wél deed en zijn roeping betrachtte en meer God dan den mens zocht te behagen. Zodat hij, ter zijner inwendige vertroosting en bemoediging, zijn zaak en die zijns volks gerustelijk bevelen kon aan Hem, die vaardig oordeelt.
— En hij kwam tot voor de poort des konings; want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met een zak.
In deze allerdiepste droefheid was hij niet zonder hoop; hij zag nu des Heren hand in de verhoging van Esther tot koningin, en hij kwam tot voor de poort des konings; hij verwachtte daar opgemerkt te worden, en verder durfde hij niet gaan, want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met enen zak, daar volgens de mening der Perzen, van den heiligen persoon des konings, die ene openbaring van den hoogsten god was, elke droefheid als een teken van den verontreinigenden dood verre moest gehouden worden (Leviticus 10: 6; 21: 1 vv.).
KruisverwijzingenJesaja 22:4→Jesaja 58:5→Jesaja 22:12→Daniël 9:3→Mattheüs 25:30→Mattheüs 13:42→Esther 1:1→Esther 4:16→— En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as.
En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijne wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar: velen lagen, zaten, in zakken gekleed en met as op het hoofd, op den grond.
KruisverwijzingenPsalmen 77:2→2 Koningen 9:32→Jesaja 56:3→Jeremia 31:15→Handelingen 8:27→Esther 1:12→Genesis 37:35→1 Samuël 8:15→— Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan.
Toen kwamen Esthers jonge dochters (Hoofdstuk 2: 9), en hare kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen, daar zij, zo ze al niet bekend waren met de Joodse afkomst der koningin, toch wisten, dat zij met Mordechai in betrekking stond; en het deed de koningin zeer wee; want zij begreep, dat hier een groot ongeluk moest geschied zijn,en zij zond klederen om die Mordechai aan te doen, en zijnen zak van hem af te doen, om in het paleis te komen en haar nadere mededelingen te doen; maar hij wilde zijn treurgewaad niet afleggen, zolang het verderf, dat zijn volk dreigde, niet afgewend was, en nam ze niet aan.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 12:26→Hebreeën 4:15→Esther 1:12→Esther 1:10→Romeinen 12:15→Filippenzen 2:4→— Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware.
Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, om haar te bedienen, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten, te onderzoeken, wat dit zijn treuren betekende, en waarom dit ware?
KruisverwijzingenEsther 9:12→Esther 7:2→Esther 4:3→— Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was,
Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, op de vrije plaats, die voor de poort des konings was.
KruisverwijzingenEsther 3:2→— Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen.
Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, waarom hij die tekenen van treurigheid droeg, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deze om te brengen 1), hij gaf een nauwkeurig verslag van de grote som gelds, welke Haman beloofd had als een koopprijs voor de koninklijke toestemming, om de Joden uit te roeien, hetgeen de krenkendste en schandelijkste zijde van de gehele zaak was.
Mordechai deelt dit niet mede, om den toorn van Esther tegen Haman op te wekken, maar èn om haar te doen zien, dat het een complot was tussen den koning en zijn groot-vizier, of liever, dat de koning door Haman is opgezet, èn om haar daarom reeds nu een zijdelingsen wenk te geven, bij den koning al haar invloed te gebruiken, om deze schrikkelijke zaak te voorkomen. Daarom doet hij haar ook een afschrift van de wet toekomen met het bevel, om tot den koning te gaan, om ten behoeve van haar volk ten gunste werkzaam te zijn.
KruisverwijzingenSpreuken 16:14→Esther 8:6→Nehemia 2:3→Spreuken 21:1→Job 9:15→Esther 3:14→Esther 7:3→1 Timotheüs 6:17→— En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk.
En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij, zich niet bekommerende of iemand haar mocht afwijzen, tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor ten behoeve van haar volk; want dat het nu de tijd was, dat zij niet langer haar volk en hare maagschap mocht verborgen houden (Hoofdstuk 2: 10). De Griekse overzetting voegt er de volgende woorden bij, die Mordechai aan Esther zou hebben laten zeggen: “Denk aan den dag van uwe geringheid, hoe gij toen door mijne hand zijt opgevoed; want Haman, de naaste aan den koning heeft tegen ons gesproken om ons te doden. Roep den Heere aan en spreek bij den koning voor ons; red ons van den dood!” 9.
II. Vs. 9-17.KruisverwijzingenEsther 8:4→Esther 5:1→Daniël 2:9→Spreuken 24:10→1 Samuël 12:22→Jesaja 54:17→Genesis 45:4→Handelingen 20:24→ — Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen. Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai: Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen. En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen. Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden. Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt. Toen zeide Esther, dat men Mordechai weder aanzeggen zou: Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om. Toen ging Mordechai henen, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had. Esther weigert eerst haar leven bij den koning op het spel te zetten, daar op straffe des doods iedereen verboden is hem opgeroepen te naderen. Zij wordt echter overwonnen door de nadrukkelijke bewering van Mordechai, dat, wanneer zij zweeg, Gods volk van ene andere zijde redding zou verkrijgen, maar over haar er haar huis de straf Gods zou komen; nu besluit zij, na een voorafgegaan vasten van drie dagen, den koning te gaan smeken.
— Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen.
Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen.
— Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai:
Toen zei Esther, terugschrikkende bij de gedachte, dat zij hare Joodse afkomst den koning zou moeten openbaren, en bevangen door mensenvrees, tot Hatach, en gaf hem bevel die woorden aan Mordechai over te brengen:
KruisverwijzingenEsther 8:4→Esther 5:1→Daniël 2:9→Esther 2:14→1 Petrus 3:7→Esther 1:19→Esther 6:4→— Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen.
Alle knechten, beambten des konings, en het volk der landschappen des konings, weten wel, dat al wie tot den koning ingaat in het binnenste voorhof, waar de koning op den troon zit en gewoon is met zijne hoogste staatsdienaars, raad te houden (zie (Hoofdstuk 5: 1),die niet geroepen is door den koning, of te voren bij hem is aangediend,hij zij man of vrouw, ook zijne eigene gemalin, zijn enig vonnis zij, volgens de bestaande wet, dat men hem dode 1), tenzij dat de koning den gouden scepter, het teken zijner macht over leven en dood, hem toereike, opdat hij levend blijve: ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen, om tot den koning in te komen, en heb dus ook geen uitzicht, dat de koning aan mij denkt, en ik in den eersten tijd tot hem zal geroepen worden;
Zulk ene wet was er, volgens het bericht van Herodotus, reeds onder de Meden geweest, sedert de regering van Dejoces. Het oogmerk dezer wet was niet zozeer om ‘s konings hogen persoon te beveiligen als wel om des te meer eerbied voor den vorst bij de onderdanen te veroorzaken, en hem te doen beschouwen als een meer dan menselijk wezen, dat zelden of ooit door andere mensen mocht gezien worden. Deze wet was zeer zwaar. Zo bleef de koning onkundig van de wezenlijke belangen zijner onderdanen en hing alles van de staatsdienaars af.
Die wet maakte het koninklijk paleis weinig beter dan ene koninklijke gevangenis, en de koningen tot een schrik voor anderen en een last voor zich zelven. Zo is het niet bij het hof van den Koning der koningen. Tot den voetbank van Zijnen genadetroon mogen wij ten allen tijde vrijmoedig komen; wij kunnen zeker zijn een antwoord des vrede te verkrijgen op het gebed des geloofs. Wij zijn welkom, zelfs in het heilige der heiligen, door het bloed van Jezus. Wij kunnen nooit ongeroepen in Gods tegenwoordigheid komen, wanneer wij pleiten in den naam des Verlossers; ons gevaar bestaat daarin, dat wij te groten afstand nemen, niet dat wij te nabij komen. Het is onze eigene schuld, indien wij geen dagelijksen toegang tot Hem, gene dagelijkse gemeenschap met Hem hebben.
Het was voor Esther gene geringe beproeving van geloof en van belijdenis harer betrekking op het volk van God en op den God der belofte, juist op dit ogenblik den koning te openbaren, dat ook zij tot het verachte, gehate volk behoorde, hetwelk hij aan enen gehelen ondergang had overgegeven, en van hem de intrekking of verhindering van de uitgevaardigde onverbreekbare wet te verlangen; daarmee stond zijne koninklijke eer en de val van zijnen grootvizier en gunsteling in verband. Het is daarom niet te verwonderen, wanneer het vrouwelijk gemoed een geweldigen schrik verkrijgt over zulk een eis, en vreest voor zulk ene onderneming. Esthers bede zou ook alleen Haman niet hebben doen vallen; integendeel moest God de eer ontvangen, als die voor Zijn volk waakte, dat de koning moest herinnerd worden aan Mordechai’s verdienste ten opzichte van zijn leven (Hoofdstuk 6: 1 vv.).
Het spreekt van zelf, dat Esther zich had kunnen laten aandienen en audiëntie had kunnen aanvragen. Waarom spreekt zij hier niet van? De reden daarvan ligt voor de hand. Zij was in geen dertig dagen bij den koning geroepen, wellicht ook al door invloed van Haman, en vermoedt, dat de genegenheid des konings voor haar aan het verkoelen is. Immers, het klinkt als een klacht als zij daarop wijst. Daarom heeft zij er geen hoop op, dat een audiëntie bij den koning enig gunstig gevolg zal hebben, en nog minder dat zij zal teweeg brengen, dat een besluit van de Perzen en Meden zal herroepen worden.
— En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen.
En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen.
KruisverwijzingenSpreuken 24:10→Johannes 12:25→Filippenzen 2:30→Mattheüs 16:24→Hebreeën 12:3→— Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden.
Zo zei de Mordechai den kamerdienaar Hatach, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in in uwe ziel bij u zelf, dat gij alleen zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden; ook uwe koninklijke waardigheid zal u gene zekere bescherming tegen den haat van Haman verstrekken, wie uwe Joodse afkomst tijdig genoeg zal worden bekend gemaakt, noch tegen het bevel, dat inhoudt alle Joden om te brengen.
Kruisverwijzingen1 Samuël 12:22→Jesaja 54:17→Genesis 45:4→Jeremia 46:28→Jeremia 30:11→Ezra 9:9→Amos 9:8→Deuteronomium 32:36→— Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.
Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, nu ‘s Heren volk in de ballingschap met een algemenen ondergang bedreigd wordt, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit ene anders plaats, van een anderen kant, al zie ik ook nog geen uitzicht, ontstaan 1); want de Heere zal Zijne belofte niet vergeten, maar Zijn volk van den dood redden; ondanks al de vijandschap der wereld zal een heilig zaad door het bloedbad heen gered worden; maar gij en uws vaders huis zult omkomen, daar gij uit ongeloof en mensenvrees geweigerd hebt uw leven voor uw volk te wagen en ter rechter tijd te spreken: en wie weet, -ik houd het er zeker voor-of gij niet om zulke tijd als deze is, nu de vijandschap der wereld tegen Godsvolk zo hoog gestegen is, tot dit koninkrijk tot deze koninklijke eer geraakt 2) zijt, en dus van God verhoogd zijt, om de redster der uwen te worden?
Hoe wondervol en sterk was dit geloof van Mordechai, dat door alle donkere wolken heen zag en midden in het hevigste onweder een vrolijken straal der verlossing zag. Hij zag den dag van hunnen algemenen ondergang bestemd, hij wist, dat de geboden der Perzen onherroepelijk waren, maar hij wist ook dat er een Messias moest komen, en hij was zo bekend met de samenhangende beloften, die Hij aan Zijne kerk gedaan had, dat hij in vast vertrouwen daarop, zonder de dreigingen der mensen te vrezen, midden door al deze wrede aanslagen heen, reeds Israël’s redding zag. De overwinning, die alle vrees en al het woeden der wereld overwint, is ons geloof.
Ieder moet weten wat op zijn post te doen valt voor den Heere, en niemand weet, waartoe hij soms juist op die plaats staat, alvorens God hem dit door de gelegenheden, die Hij tot Zijnen dienst opent, laat zien. Zo was Obadja, Achab’s hofmeester, om de profeten des Heren te spijzigen. Verzuimen wij dan niet, om vooral van de buitengewone gelegenheden, die God ons tot Zijne dienst geeft, gebruik te maken; zij zijn voorbijgaande, en voorbij gegaan keren zij misschien nimmer terug. Hier hebben wij het uitblinkende en volkomen heroïsch geloof van een Mordechai, waardoor hij in het zeer nabij zijnde en zeer gevaarlijke onheil de bevrijding ziet als zullen de plaats hebben. Al staat hier de naam des Heren niet uitgedrukt, toch wordt hier de Verbondstrouw Gods door Mordechai groot gemaakt. Hij spreekt het hier uit, dat de Heere Zijne beloften niet zal verbreken. Het voortbestaan van het Joodse volk is, dat gelooft hij met al de kracht zijner ziel, gewaarborgd door de trouwe Gods. Als dan niet van de zijde van Esther, door middel van haar, verlossing wordt teweeg gebracht, zal God Almachtig op een andere wijze redding beschikken.
Hiermede wijst Mordechai op de mogelijkheid, dat Esther juist nu tot koningin zou verheven zijn in den weg der aanbiddelijke Voorzienigheid Gods, opdat zij daardoor de redding des volks zou bevorderen.
— Toen zeide Esther, dat men Mordechai weder aanzeggen zou:
Dit sterke woord van Mordechai werkte krachtig. Toen zei Esther, dat men Mordechai weer aanzeggen zou:
KruisverwijzingenHandelingen 20:24→Joël 2:12→2 Kronieken 20:3→Jesaja 22:12→Genesis 43:14→Filippenzen 2:30→Joël 1:14→Genesis 18:19→— Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen 1), nacht noch dag; verootmoedigt u en heft heilige handen in onafgebroken gebed op tot den driemaal heiligen God voor mij en voor het ganse volk, opdat Hij ons redde, zonder Wie noch mijne voorspraak, noch de gunst van den hoogste der vorsten iets baat; ik en mijne jonge dochters (zie (Hoofdstuk 2: 9), zullen ook alzo vasten 2); en alzo, met gelovig gebed en met heiligen moed toegerust, zal ik, in vertrouwen op mijnen hemelsen Koning, tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om 3); ik wil mijn leven ten dienste van mijnen God en van Zijn volk geven.
Drie dagen, dit wil niet zeggen, volle drie dagen, want in Hoofdstuk 5: 1 wordt ons gemeld, dat Esther op den derden dag tot den koning ging. Maar dit wil zeggen, dat het vasten moest gehouden worden tot op den derden dag, tot de derde dag was ingegaan. De Oosterse tijdrekening brengt mede, dat ook een gedeelte van 24 uren voor een vollen dag gerekend wordt. Al staat ook hier weer niet de naam van God, toch was het Esthers bedoeling, om door vasten en bidden de toevlucht tot Israël’s Verbonds-God te nemen en te pleiten op Zijne Verbonds-belofte.
De Griekse overzetting, de Septuaginta voegt hier twee zeer goede gebeden in, die Mordechai en Esther gedurende de drie grote boete-, bede- en vasten-dagen tot den Heere opgezonden hebben. Men deze die in het Apocrieve “aanhangsel van Esther,” Hoofdstuk 2 en 3.
Zij die de gebeden van anderen begeren en bezitten moeten niet denken, dat dit hen zelven van bidden vrijstelt.
Op zulk een koninklijk bevel van Esther hebben de Joden in Susan in de maand Nisan, de feestmaand van het Pascha, drie dagen gevast, even als eens Daniël in diezelfde maand, de maand der heilige vreugde drie weken lang in Babel gevast heeft (Dan. 10: 1-4). Daniël nu ondervond het, dat zijn godzoekend vasten in den hemel was aangezien (Dan. 10: 12 vv.), en de Joden in Susan, Mordechai en Esther ervoeren dat hun vasten, voortgekomen uit het gevoel van nood en gevaar, ene heilzame omkering ten gevolge had.
De bevende zondaar is dikwijls evenzo bevreesd, om zich zelven zonder voorbehoud op ‘s Heren vrije genade te werpen, als Esther het was om voor den koning te komen. Laat het hem wagen, zo als zij deed, met ernstige gebeden en smekingen.
Dit was gene uitdrukking van vertwijfeling, maar van een zich aan God overgeven en van een zich in Zijne hand stellen. Zij spreekt het daarmee uit, dat zij op dit ogenblik zich geroepen gevoelt, om haar leven te stellen ten behoeve van haar volk, om haar leven feil te hebben, opdat zo mogelijk haar volk zou kunnen behouden worden. Zij weet, dat een aardse wet het haar verbiedt, wat zij gaat doen, maar zij gevoelt het ook, dat de wet, om haar leven voor dat der broeders te stellen boven de wetten staat der Perzische koningen. Esther sprak en handelde hier als ene koningin, zij handelde koninklijk.
— Toen ging Mordechai henen, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had.
Toen ging Mordechai henen, van de vrije plaats voor het paleis, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had: hij vastte met de Joden in Susan den bestemden tijd. Weinigen zouden zo langen tijd geheel zonder spijzen kunnen blijven. Hierom is de mening geweest, dat in de huisgezinnen gene gezette maaltijden moesten worden bereid, noch des middags, noch des avonds, maar dat men slechts zo veel zou nemen als nodig was, om gesterkt te worden in het gebed tot God (vgl. Hand. 27: 33). Drusius wil, dat die tijd slechts geduurd heeft een dag en twee gehele nachten, op dezelfde wijze als de Zaligmaker drie dagen en drie nachten in het graf heeft gelegen.
Deze laatste mening is juist. Zie vs. 16 1.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Verbeelden wij ons dat het lichaam ziek kan zijn zonder dat wij als leden ervan lijden? Wijkt de gemeente van God van de weg af, dan zal het tot onze schade zijn; wordt de waarheid van God niet gepredikt, dan zullen wij de verliezers zijn; is het christelijke leven niet krachtig, dan zullen wij verzwakt worden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Esther 4
Esther 4:13-14.KruisverwijzingenSpreuken 24:10→1 Samuël 12:22→Jesaja 54:17→Genesis 45:4→Jeremia 46:28→Jeremia 30:11→Johannes 12:25→Ezra 9:9→
— Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden. Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.
Het zou een smartelijke zaak zijn dat haar landgenoten verdelgd werden, maar toch kon het zijn dat de slag haar in de afzondering van het paleis niet raakte. Zij zou de begunstigde vrouw van de grote koning blijven, en zij kon dus zelfzuchtig op zichzelf zien en hen die in gevaar waren aan zichzelf of aan hun God overlaten, terwijl zij koel hoopte dat de Heere hun op de een of andere wijze verlossing zou geven.
Komt die verzoeking ook op onze weg? Dat kan zijn. Is het zo dat wij, omdat wij zelf lid zijn van een bloeiende gemeente en omdat wij allerlei christelijke voorrechten genieten, ons hart verharden over stervende gemeenten en moedeloze heiligen? Verbeelden wij ons dat het lichaam ziek kan zijn zonder dat wij als leden ervan lijden? Wijkt de gemeente van God van de weg af, dan zal het tot onze schade zijn; wordt de waarheid van God niet gepredikt, dan zullen wij de verliezers zijn; is het christelijke leven niet krachtig, dan zullen wij verzwakt worden.
Ja, God kan buiten ons. Verkwikking en verlossing zullen Zijn volk uit een andere plaats ontstaan, als zij niet door ons komt. Was de Heere aan één persoon of één gemeente of één volk gebonden, dan zou het verraad zijn als die persoon, gemeente of dat volk nalatig was. Maar aangezien de Heere op niemand wacht, past het hun toe te zien wat zij doen. Hij kan buiten ons. Maar hoe zullen wij de schande dragen, als zij ooit over ons komt, dat wij onze gouden gelegenheden hebben laten verspillen? Wat als Israël verdelgd was bij gebrek aan Esthers voorbede? Haar naam zou een spotwoord geweest zijn onder de andere volken, als die van een laaghartige en verraderlijke vrouw. Was het volk door een ander middel gespaard en had zij haar zending geweigerd, dan zouden zij, zolang er een Jood leefde, geen Purimfeest gehouden hebben, maar haar gedachtenis vervloekt.
Wij behoren te bedenken waarom de Heere ons gebracht heeft waar wij zijn. Menen wij dat Hij het om onszelf gedaan heeft? Bedoelt Hij dit alles alleen opdat wij onszelf zouden kunnen verzadigen? Kan dat het voornemen van God zijn? Denk dat niet. Heeft Hij dit alles alleen gedaan om ons genoegen te geven? Het werk van God is als een net met vele mazen, en die zijn alle verbonden. Wij zijn schakels van dezelfde keten en kunnen niet bewegen zonder anderen te bewegen. Wij zijn leden van één lichaam, en God handelt met ons met dat feit voor ogen. Hij zegent de hand niet om de hand, maar om het hele lichaam.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
II. Vs. 1-8.Kruisverwijzingen2 Samuël 13:19→Ezechiël 27:30→Daniël 9:3→2 Samuël 1:11→Jesaja 22:4→Jesaja 58:5→Jesaja 22:12→Psalmen 77:2→
— Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep. En hij kwam tot voor de poort des konings; want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met een zak. En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as. Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan. Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware. Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was, Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen. En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk.
In diepe treurigheid en met luide klachten over dit bevel tot moord, komt Mordechai door de stad, tot in de nabijheid van het koninklijk paleis. De klederen, die Esther hem zendt, em hem in staat te stellen tot haar in het paleis te kunnen komen, en haar de oorzaak zijner klachten mede te delen neemt hij niet aan. Door enen kamerdienaar deelt hij haar alles mede, wat geschied is, en eist dringend aan haar, dat zij bij den koning voor haar volk om ontferming smeke.
Als Mordechai, die zich dagelijks in de poort des konings ophield, en daar gemakkelijk gelegenheid vond om kennis te verkrijgen van hetgeen in het paleis voorviel (Hoofdstuk 2: 19,21),wist al wat er geschied was, niet alleen wat openlijk bekend gemaakt, maar ook wat tussen den koning en Haman voorgevallen was (Hoofdstuk 3: 8 vv.), zo verscheurde Mordechai zijne klederen, voor aan de borst, en hij trok enen zak, een grof, haren boetgewaad, aan, terwijl hij zijn hoofd met as bestrooide (Genesis 37: 34. (Deuteronomium 14: 2), en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep net een groot en bitter geroep 1).
Het was ene grootmoedige daad, dus openlijk uit te komen voor ene zaak, welke hij wist rechtvaardig en de zaak van God zelf te zijn, schoon ze nu naar den mens in een hopelozen toestand scheen. Mordechai nam het gevaar zijner medegeloofsgenoten meer ter harte, dan iemand anders buiten hem, omdat hij wist, dat de spijt en de gramschap van den nijdigen en trotsen Haman hem zelven in de eerste plaats en voornamelijk bedoelde, en dat het daarom om zijnent wille was, dat alle de overige Joden in het lijden zouden geraken. Weshalve dat hij zich zeer bedroefde, dat zijn volk, om de nauwgezetheid van zijn geweten zo grotelijks stond gedrukt, vervolgd en gedood te worden, hetgeen hem bij sommigen der zijnen zelfs, als al te nauwgezet en stipt deed aanzien, ofschoon hij met dit alles in zijn stijfheid en nauwgezetheid, uit kracht van Gods Wet en zijn eigen gemoed onveranderlijk bleef voortgaan, gelijk blijkt uit Hoofdstuk 5: 9. Hij wist toch dat hij wél deed en zijn roeping betrachtte en meer God dan den mens zocht te behagen. Zodat hij, ter zijner inwendige vertroosting en bemoediging, zijn zaak en die zijns volks gerustelijk bevelen kon aan Hem, die vaardig oordeelt.
In deze allerdiepste droefheid was hij niet zonder hoop; hij zag nu des Heren hand in de verhoging van Esther tot koningin, en hij kwam tot voor de poort des konings; hij verwachtte daar opgemerkt te worden, en verder durfde hij niet gaan, want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met enen zak, daar volgens de mening der Perzen, van den heiligen persoon des konings, die ene openbaring van den hoogsten god was, elke droefheid als een teken van den verontreinigenden dood verre moest gehouden worden (Leviticus 10: 6; 21: 1 vv.).
En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijne wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar: velen lagen, zaten, in zakken gekleed en met as op het hoofd, op den grond.
Toen kwamen Esthers jonge dochters (Hoofdstuk 2: 9), en hare kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen, daar zij, zo ze al niet bekend waren met de Joodse afkomst der koningin, toch wisten, dat zij met Mordechai in betrekking stond; en het deed de koningin zeer wee; want zij begreep, dat hier een groot ongeluk moest geschied zijn,en zij zond klederen om die Mordechai aan te doen, en zijnen zak van hem af te doen, om in het paleis te komen en haar nadere mededelingen te doen; maar hij wilde zijn treurgewaad niet afleggen, zolang het verderf, dat zijn volk dreigde, niet afgewend was, en nam ze niet aan.
Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, om haar te bedienen, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten, te onderzoeken, wat dit zijn treuren betekende, en waarom dit ware?
Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, op de vrije plaats, die voor de poort des konings was.
Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, waarom hij die tekenen van treurigheid droeg, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deze om te brengen 1), hij gaf een nauwkeurig verslag van de grote som gelds, welke Haman beloofd had als een koopprijs voor de koninklijke toestemming, om de Joden uit te roeien, hetgeen de krenkendste en schandelijkste zijde van de gehele zaak was.
Mordechai deelt dit niet mede, om den toorn van Esther tegen Haman op te wekken, maar èn om haar te doen zien, dat het een complot was tussen den koning en zijn groot-vizier, of liever, dat de koning door Haman is opgezet, èn om haar daarom reeds nu een zijdelingsen wenk te geven, bij den koning al haar invloed te gebruiken, om deze schrikkelijke zaak te voorkomen. Daarom doet hij haar ook een afschrift van de wet toekomen met het bevel, om tot den koning te gaan, om ten behoeve van haar volk ten gunste werkzaam te zijn.
En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij, zich niet bekommerende of iemand haar mocht afwijzen, tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor ten behoeve van haar volk; want dat het nu de tijd was, dat zij niet langer haar volk en hare maagschap mocht verborgen houden (Hoofdstuk 2: 10). De Griekse overzetting voegt er de volgende woorden bij, die Mordechai aan Esther zou hebben laten zeggen: “Denk aan den dag van uwe geringheid, hoe gij toen door mijne hand zijt opgevoed; want Haman, de naaste aan den koning heeft tegen ons gesproken om ons te doden. Roep den Heere aan en spreek bij den koning voor ons; red ons van den dood!” 9.
II. Vs. 9-17.KruisverwijzingenEsther 8:4→Esther 5:1→Daniël 2:9→Spreuken 24:10→1 Samuël 12:22→Jesaja 54:17→Genesis 45:4→Handelingen 20:24→
— Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen. Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai: Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen. En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen. Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden. Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt. Toen zeide Esther, dat men Mordechai weder aanzeggen zou: Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om. Toen ging Mordechai henen, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had.
Esther weigert eerst haar leven bij den koning op het spel te zetten, daar op straffe des doods iedereen verboden is hem opgeroepen te naderen. Zij wordt echter overwonnen door de nadrukkelijke bewering van Mordechai, dat, wanneer zij zweeg, Gods volk van ene andere zijde redding zou verkrijgen, maar over haar er haar huis de straf Gods zou komen; nu besluit zij, na een voorafgegaan vasten van drie dagen, den koning te gaan smeken.
Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen.
Toen zei Esther, terugschrikkende bij de gedachte, dat zij hare Joodse afkomst den koning zou moeten openbaren, en bevangen door mensenvrees, tot Hatach, en gaf hem bevel die woorden aan Mordechai over te brengen:
Alle knechten, beambten des konings, en het volk der landschappen des konings, weten wel, dat al wie tot den koning ingaat in het binnenste voorhof, waar de koning op den troon zit en gewoon is met zijne hoogste staatsdienaars, raad te houden (zie (Hoofdstuk 5: 1),die niet geroepen is door den koning, of te voren bij hem is aangediend,hij zij man of vrouw, ook zijne eigene gemalin, zijn enig vonnis zij, volgens de bestaande wet, dat men hem dode 1), tenzij dat de koning den gouden scepter, het teken zijner macht over leven en dood, hem toereike, opdat hij levend blijve: ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen, om tot den koning in te komen, en heb dus ook geen uitzicht, dat de koning aan mij denkt, en ik in den eersten tijd tot hem zal geroepen worden;
Zulk ene wet was er, volgens het bericht van Herodotus, reeds onder de Meden geweest, sedert de regering van Dejoces. Het oogmerk dezer wet was niet zozeer om ‘s konings hogen persoon te beveiligen als wel om des te meer eerbied voor den vorst bij de onderdanen te veroorzaken, en hem te doen beschouwen als een meer dan menselijk wezen, dat zelden of ooit door andere mensen mocht gezien worden. Deze wet was zeer zwaar. Zo bleef de koning onkundig van de wezenlijke belangen zijner onderdanen en hing alles van de staatsdienaars af.
Die wet maakte het koninklijk paleis weinig beter dan ene koninklijke gevangenis, en de koningen tot een schrik voor anderen en een last voor zich zelven. Zo is het niet bij het hof van den Koning der koningen. Tot den voetbank van Zijnen genadetroon mogen wij ten allen tijde vrijmoedig komen; wij kunnen zeker zijn een antwoord des vrede te verkrijgen op het gebed des geloofs. Wij zijn welkom, zelfs in het heilige der heiligen, door het bloed van Jezus. Wij kunnen nooit ongeroepen in Gods tegenwoordigheid komen, wanneer wij pleiten in den naam des Verlossers; ons gevaar bestaat daarin, dat wij te groten afstand nemen, niet dat wij te nabij komen. Het is onze eigene schuld, indien wij geen dagelijksen toegang tot Hem, gene dagelijkse gemeenschap met Hem hebben.
Het was voor Esther gene geringe beproeving van geloof en van belijdenis harer betrekking op het volk van God en op den God der belofte, juist op dit ogenblik den koning te openbaren, dat ook zij tot het verachte, gehate volk behoorde, hetwelk hij aan enen gehelen ondergang had overgegeven, en van hem de intrekking of verhindering van de uitgevaardigde onverbreekbare wet te verlangen; daarmee stond zijne koninklijke eer en de val van zijnen grootvizier en gunsteling in verband. Het is daarom niet te verwonderen, wanneer het vrouwelijk gemoed een geweldigen schrik verkrijgt over zulk een eis, en vreest voor zulk ene onderneming. Esthers bede zou ook alleen Haman niet hebben doen vallen; integendeel moest God de eer ontvangen, als die voor Zijn volk waakte, dat de koning moest herinnerd worden aan Mordechai’s verdienste ten opzichte van zijn leven (Hoofdstuk 6: 1 vv.).
Het spreekt van zelf, dat Esther zich had kunnen laten aandienen en audiëntie had kunnen aanvragen. Waarom spreekt zij hier niet van? De reden daarvan ligt voor de hand. Zij was in geen dertig dagen bij den koning geroepen, wellicht ook al door invloed van Haman, en vermoedt, dat de genegenheid des konings voor haar aan het verkoelen is. Immers, het klinkt als een klacht als zij daarop wijst. Daarom heeft zij er geen hoop op, dat een audiëntie bij den koning enig gunstig gevolg zal hebben, en nog minder dat zij zal teweeg brengen, dat een besluit van de Perzen en Meden zal herroepen worden.
En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen.
Zo zei de Mordechai den kamerdienaar Hatach, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in in uwe ziel bij u zelf, dat gij alleen zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden; ook uwe koninklijke waardigheid zal u gene zekere bescherming tegen den haat van Haman verstrekken, wie uwe Joodse afkomst tijdig genoeg zal worden bekend gemaakt, noch tegen het bevel, dat inhoudt alle Joden om te brengen.
Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, nu ‘s Heren volk in de ballingschap met een algemenen ondergang bedreigd wordt, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit ene anders plaats, van een anderen kant, al zie ik ook nog geen uitzicht, ontstaan 1); want de Heere zal Zijne belofte niet vergeten, maar Zijn volk van den dood redden; ondanks al de vijandschap der wereld zal een heilig zaad door het bloedbad heen gered worden; maar gij en uws vaders huis zult omkomen, daar gij uit ongeloof en mensenvrees geweigerd hebt uw leven voor uw volk te wagen en ter rechter tijd te spreken: en wie weet, -ik houd het er zeker voor-of gij niet om zulke tijd als deze is, nu de vijandschap der wereld tegen Godsvolk zo hoog gestegen is, tot dit koninkrijk tot deze koninklijke eer geraakt 2) zijt, en dus van God verhoogd zijt, om de redster der uwen te worden?
Hoe wondervol en sterk was dit geloof van Mordechai, dat door alle donkere wolken heen zag en midden in het hevigste onweder een vrolijken straal der verlossing zag. Hij zag den dag van hunnen algemenen ondergang bestemd, hij wist, dat de geboden der Perzen onherroepelijk waren, maar hij wist ook dat er een Messias moest komen, en hij was zo bekend met de samenhangende beloften, die Hij aan Zijne kerk gedaan had, dat hij in vast vertrouwen daarop, zonder de dreigingen der mensen te vrezen, midden door al deze wrede aanslagen heen, reeds Israël’s redding zag. De overwinning, die alle vrees en al het woeden der wereld overwint, is ons geloof.
Ieder moet weten wat op zijn post te doen valt voor den Heere, en niemand weet, waartoe hij soms juist op die plaats staat, alvorens God hem dit door de gelegenheden, die Hij tot Zijnen dienst opent, laat zien. Zo was Obadja, Achab’s hofmeester, om de profeten des Heren te spijzigen. Verzuimen wij dan niet, om vooral van de buitengewone gelegenheden, die God ons tot Zijne dienst geeft, gebruik te maken; zij zijn voorbijgaande, en voorbij gegaan keren zij misschien nimmer terug. Hier hebben wij het uitblinkende en volkomen heroïsch geloof van een Mordechai, waardoor hij in het zeer nabij zijnde en zeer gevaarlijke onheil de bevrijding ziet als zullen de plaats hebben. Al staat hier de naam des Heren niet uitgedrukt, toch wordt hier de Verbondstrouw Gods door Mordechai groot gemaakt. Hij spreekt het hier uit, dat de Heere Zijne beloften niet zal verbreken. Het voortbestaan van het Joodse volk is, dat gelooft hij met al de kracht zijner ziel, gewaarborgd door de trouwe Gods. Als dan niet van de zijde van Esther, door middel van haar, verlossing wordt teweeg gebracht, zal God Almachtig op een andere wijze redding beschikken.
Hiermede wijst Mordechai op de mogelijkheid, dat Esther juist nu tot koningin zou verheven zijn in den weg der aanbiddelijke Voorzienigheid Gods, opdat zij daardoor de redding des volks zou bevorderen.
Dit sterke woord van Mordechai werkte krachtig. Toen zei Esther, dat men Mordechai weer aanzeggen zou:
Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen 1), nacht noch dag; verootmoedigt u en heft heilige handen in onafgebroken gebed op tot den driemaal heiligen God voor mij en voor het ganse volk, opdat Hij ons redde, zonder Wie noch mijne voorspraak, noch de gunst van den hoogste der vorsten iets baat; ik en mijne jonge dochters (zie (Hoofdstuk 2: 9), zullen ook alzo vasten 2); en alzo, met gelovig gebed en met heiligen moed toegerust, zal ik, in vertrouwen op mijnen hemelsen Koning, tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om 3); ik wil mijn leven ten dienste van mijnen God en van Zijn volk geven.
Drie dagen, dit wil niet zeggen, volle drie dagen, want in Hoofdstuk 5: 1 wordt ons gemeld, dat Esther op den derden dag tot den koning ging. Maar dit wil zeggen, dat het vasten moest gehouden worden tot op den derden dag, tot de derde dag was ingegaan. De Oosterse tijdrekening brengt mede, dat ook een gedeelte van 24 uren voor een vollen dag gerekend wordt. Al staat ook hier weer niet de naam van God, toch was het Esthers bedoeling, om door vasten en bidden de toevlucht tot Israël’s Verbonds-God te nemen en te pleiten op Zijne Verbonds-belofte.
De Griekse overzetting, de Septuaginta voegt hier twee zeer goede gebeden in, die Mordechai en Esther gedurende de drie grote boete-, bede- en vasten-dagen tot den Heere opgezonden hebben. Men deze die in het Apocrieve “aanhangsel van Esther,” Hoofdstuk 2 en 3.
Zij die de gebeden van anderen begeren en bezitten moeten niet denken, dat dit hen zelven van bidden vrijstelt.
Op zulk een koninklijk bevel van Esther hebben de Joden in Susan in de maand Nisan, de feestmaand van het Pascha, drie dagen gevast, even als eens Daniël in diezelfde maand, de maand der heilige vreugde drie weken lang in Babel gevast heeft (Dan. 10: 1-4). Daniël nu ondervond het, dat zijn godzoekend vasten in den hemel was aangezien (Dan. 10: 12 vv.), en de Joden in Susan, Mordechai en Esther ervoeren dat hun vasten, voortgekomen uit het gevoel van nood en gevaar, ene heilzame omkering ten gevolge had.
De bevende zondaar is dikwijls evenzo bevreesd, om zich zelven zonder voorbehoud op ‘s Heren vrije genade te werpen, als Esther het was om voor den koning te komen. Laat het hem wagen, zo als zij deed, met ernstige gebeden en smekingen.
Dit was gene uitdrukking van vertwijfeling, maar van een zich aan God overgeven en van een zich in Zijne hand stellen. Zij spreekt het daarmee uit, dat zij op dit ogenblik zich geroepen gevoelt, om haar leven te stellen ten behoeve van haar volk, om haar leven feil te hebben, opdat zo mogelijk haar volk zou kunnen behouden worden. Zij weet, dat een aardse wet het haar verbiedt, wat zij gaat doen, maar zij gevoelt het ook, dat de wet, om haar leven voor dat der broeders te stellen boven de wetten staat der Perzische koningen. Esther sprak en handelde hier als ene koningin, zij handelde koninklijk.
Toen ging Mordechai henen, van de vrije plaats voor het paleis, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had: hij vastte met de Joden in Susan den bestemden tijd. Weinigen zouden zo langen tijd geheel zonder spijzen kunnen blijven. Hierom is de mening geweest, dat in de huisgezinnen gene gezette maaltijden moesten worden bereid, noch des middags, noch des avonds, maar dat men slechts zo veel zou nemen als nodig was, om gesterkt te worden in het gebed tot God (vgl. Hand. 27: 33). Drusius wil, dat die tijd slechts geduurd heeft een dag en twee gehele nachten, op dezelfde wijze als de Zaligmaker drie dagen en drie nachten in het graf heeft gelegen.
Deze laatste mening is juist. Zie vs. 16 1.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel