Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Esther 4

1 Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Als MordechaiH4782 wistH3045 alH3605 watH834 er geschiedH6213 was, zo verscheurdeH7167 MordechaiH4782 zijn klederenH899, en hij trokH3847 een zakH8242 aan met asH665; en hij ging uit door het middenH8432 der stadH5892, en hij riepH2199 met een grootH1419 en bitterH4751 geroepH2201. Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep.

KJV When Mordecai1 perceived2 all that was done,6 Mordecai8 rent7 his clothes,10 and put on11 sackcloth12 with ashes,13 and went out14 into the midst15 of the city,16 and cried17 with a loud19 and a bitter20 cry;

1 וּמָרְדֳּכַ֗י H4782 Mordechai Mordecai 2 יָדַע֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 נַעֲשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 וַיִּקְרַ֤ע H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 8 מָרְדֳּכַי֙ H4782 Mordechai Mordecai 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בְּגָדָ֔יו H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 11 וַיִּלְבַּ֥שׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 12 שַׂ֖ק H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 13 וָאֵ֑פֶר H665 as ashes 14 וַיֵּצֵא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 16 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 17 וַיִּזְעַ֛ק H2199 riep, riepen, roepen assemble, call (together), (make a) cry (out), come with such a company, gather (together), cause to be proclaimed 18 זְעָקָ֥ה H2201 geroep, gekrijt, geschreeuws cry(-ing) 19 גְדֹלָ֖ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 20 וּמָרָֽה H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En hij kwam tot voor de poort des konings; want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met een zak.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En hij kwam totH5704 voorH6440 de poortH8179 des koningsH4428; wantH3588 niemandH369 mochtH413 in des koningsH4428 poortH8179 inkomenH935, bekleedH3830 met een zakH8242. En hij kwam tot voor de poort des konings; want niemand mocht in des konings poort inkomen, bekleed met een zak.

KJV And came1 even before3 the king's5 gate:4 for none might enter8 into the king's11 gate10 clothed12 with sackcloth.

1 וַיָּב֕וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 3 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 שַֽׁעַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 5 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 לָב֛וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 שַׁ֥עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 11 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 בִּלְב֥וּשׁ H3830 kleed, kleding, gewaad apparel, clothed with, clothing, garment, raiment, vestment, vesture 13 שָֽׂק H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En in alle en een ieder landschapH4082 en plaatsH4725, waarH834 het woordH1697 des koningsH4428 en zijn wetH1881 aankwamH5060, was een groteH1419 rouwH60 onder de JodenH3064, met vastenH6685, en geweenH1065, en misbaarH4553; veleH7227 lagenH3331 in zakkenH8242 en asH665. En in alle en een ieder landschap en plaats, waar het woord des konings en zijn wet aankwam, was een grote rouw onder de Joden, met vasten, en geween, en misbaar; vele lagen in zakken en as.

KJV And in every province,2 whithersoever4 the king's7 commandment6 and his decree8 came,9 there was great11 mourning10 among the Jews,12 and fasting,13 and weeping,14 and wailing;15 and many19 lay18 in sackcloth16 and ashes.

1 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 מְדִינָ֣ה H4082 landschappen, landschap, landschaps ([idiom] every) province 3 וּמְדִינָ֗ה H4082 landschappen, landschap, landschaps ([idiom] every) province 4 מְקוֹם֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 הַמֶּ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 וְדָתוֹ֙ H1881 wet, wetten, gebod commandment, commission, decree, law, manner 9 מַגִּ֔יעַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 10 אֵ֤בֶל H60 rouw, treuren, treurigheid mourning 11 גָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 12 לַיְּהוּדִ֔ים H3064 Joden, Jood, Joods Jew 13 וְצ֥וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 14 וּבְכִ֖י H1065 geween, wenen, wening overflowing, [idiom] sore, (continual) weeping, wept 15 וּמִסְפֵּ֑ד H4553 rouwklage, misbaar, weeklage lamentation, one mourneth, mourning, wailing 16 שַׂ֣ק H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 17 וָאֵ֔פֶר H665 as ashes 18 יֻצַּ֖ע H3331 bedde, lagen, ondergestrooid make (one's) bed, [idiom] lie, spread 19 לָֽרַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen kwamenH935 EsthersH635 jonge dochtersH5291 en haar kamerlingenH5631, en zij gaven het haar te kennenH5046; en het deed de koninginH4436 zeerH3966 weeH2342; en zij zondH7971 klederenH899 om MordechaiH4782 aan te doen, en zijn zakH8242 van hem af te doen; maar hij namH6901 ze nietH3808 aan. Toen kwamen Esthers jonge dochters en haar kamerlingen, en zij gaven het haar te kennen; en het deed de koningin zeer wee; en zij zond klederen om Mordechai aan te doen, en zijn zak van hem af te doen; maar hij nam ze niet aan.

KJV So Esther's3 maids2 and her chamberlains4 came1 and told5 it her. Then was the queen8 exceedingly9 grieved;7 and she sent10 raiment11 to clothe12 Mordecai,14 and to take away15 his sackcloth16 from him: but he received

1 וַ֠תָּבוֹאינָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 נַעֲר֨וֹת H5291 jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochters damsel, maid(-en), young (woman) 3 אֶסְתֵּ֤ר H635 Esther, Esthers Esther 4 וְסָרִיסֶ֨יהָ֙ H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 5 וַיַּגִּ֣ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 6 לָ֔הּ 7 וַתִּתְחַלְחַ֥ל H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded 8 הַמַּלְכָּ֖ה H4436 koningin, koninginnen queen 9 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 10 וַתִּשְׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 בְּגָדִ֜ים H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 12 לְהַלְבִּ֣ישׁ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 13 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 מָרְדֳּכַ֗י H4782 Mordechai Mordecai 15 וּלְהָסִ֥יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 16 שַׂקּ֛וֹ H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 17 מֵעָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 קִבֵּֽל H6901 namen, nam, ontvangen choose, (take) hold, receive, (under-) take
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Toen riepH7121 EstherH635 HatachH2047, een van de kamerlingenH5631 des koningsH4428, welkeH834 hij voorH6440 haar gesteldH5975 had, en zij gaf hem bevelH6680 aanH5921 MordechaiH4782, om te wetenH3045 wat dit, en waaromH4100 dit ware. Toen riep Esther Hatach, een van de kamerlingen des konings, welke hij voor haar gesteld had, en zij gaf hem bevel aan Mordechai, om te weten wat dit, en waarom dit ware.

KJV Then called1 Esther2 for Hatach,3 one of the king's5 chamberlains,4 whom he had appointed7 to attend8 upon her, and gave him a commandment9 to Mordecai,11 to know

1 וַתִּקְרָא֩ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אֶסְתֵּ֨ר H635 Esther, Esthers Esther 3 לַהֲתָ֜ךְ H2047 Hatach Hatach 4 מִסָּרִיסֵ֤י H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 5 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 הֶעֱמִ֣יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 8 לְפָנֶ֔יהָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 וַתְּצַוֵּ֖הוּ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 10 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 מָרְדֳּכָ֑י H4782 Mordechai Mordecai 12 לָדַ֥עַת H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 14 זֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 17 זֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Als HatachH2047 uitgingH3318 totH413 MordechaiH4782, op de straatH7339 der stadH5892, dieH834 voorH6440 de poortH8179 des koningsH4428 was, Als Hatach uitging tot Mordechai, op de straat der stad, die voor de poort des konings was,

KJV So Hatach2 went forth1 to Mordecai4 unto the street6 of the city,7 which was before9 the king's11 gate.

1 וַיֵּצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 הֲתָ֖ךְ H2047 Hatach Hatach 3 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מָרְדֳּכָ֑י H4782 Mordechai Mordecai 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 רְח֣וֹב H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 7 הָעִ֔יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 שַֽׁעַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 11 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Zo gaf MordechaiH4782 hem te kennenH5046 alH3605 watH834 hem wedervarenH7136 was, en de verklaringH6575 van het zilverH3701, hetwelkH834 HamanH2001 gezegdH559 had te zullen wegenH8254 in de schattenH1595 des koningsH4428, voor de JodenH3064, om deszelve om te brengenH6. Zo gaf Mordechai hem te kennen al wat hem wedervaren was, en de verklaring van het zilver, hetwelk Haman gezegd had te zullen wegen in de schatten des konings, voor de Joden, om deszelve om te brengen.

KJV And Mordecai3 told1 him of all that had happened7 unto him, and of the sum9 of the money10 that Haman13 had promised12 to pay14 to the king's17 treasuries16 for the Jews,18 to destroy

1 וַיַּגֶּד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 ל֣וֹ 3 מָרְדֳּכַ֔י H4782 Mordechai Mordecai 4 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 קָרָ֑הוּ H7136 wedervaren, ontmoet, ontmoeten appoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed 8 וְאֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 פָּרָשַׁ֣ת H6575 verklaring declaration, sum 10 הַכֶּ֗סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 11 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 אָמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 הָמָן֙ H2001 Haman, Hamans Haman 14 לִ֠שְׁקוֹל H8254 gewogen, woog, wegen pay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 גִּנְזֵ֥י H1595 schatten, schatkisten chest, treasury 17 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 בַּיְּהוּדִ֖ים H3064 Joden, Jood, Joods Jew 19 לְאַבְּדָֽם H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En hij gaf hem het afschriftH6572 der geschreveneH3791 wetH1881, dieH834 te SusanH7800 gegevenH5414 was, om hen te verdelgenH8045, dat hij het EstherH635 liet zienH7200, en haar te kennenH5046 gaf, en haar geboodH6680, dat zij totH413 den koningH4428 ging, om hem te smekenH2603, en van hem te verzoekenH1245 voorH6440 haar volkH5971. En hij gaf hem het afschrift der geschrevene wet, die te Susan gegeven was, om hen te verdelgen, dat hij het Esther liet zien, en haar te kennen gaf, en haar gebood, dat zij tot den koning ging, om hem te smeken, en van hem te verzoeken voor haar volk.

KJV Also he gave6 him the copy2 of the writing3 of the decree4 that was given9 at Shushan7 to destroy8 them, to shew11 it unto Esther,13 and to declare14 it unto her, and to charge16 her that she should go in18 unto the king,20 to make supplication21 unto him, and to make request23 before24 him for her people.

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 פַּתְשֶׁ֣גֶן H6572 afschrift, inhoud copy 3 כְּתָֽב H3791 schrift, geschrift, voorschrift register, scripture, writing 4 הַ֠דָּת H1881 wet, wetten, gebod commandment, commission, decree, law, manner 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 נִתַּ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 בְּשׁוּשָׁ֤ן H7800 Susan Shushan 8 לְהַשְׁמִידָם֙ H8045 verdelgd, verdelgen, verdelgde destory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly 9 נָ֣תַן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 ל֔וֹ 11 לְהַרְא֥וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אֶסְתֵּ֖ר H635 Esther, Esthers Esther 14 וּלְהַגִּ֣יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 15 לָ֑הּ 16 וּלְצַוּ֣וֹת H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 17 עָלֶ֗יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 לָב֨וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 20 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 21 לְהִֽתְחַנֶּן H2603 genadig, wees genadig, ontfermt beseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very 22 ל֛וֹ 23 וּלְבַקֵּ֥שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 24 מִלְּפָנָ֖יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 25 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 26 עַמָּֽהּ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 HatachH2047 nu kwamH935, en gaf EstherH635 de woordenH1697 van MordechaiH4782 te kennenH5046. Hatach nu kwam, en gaf Esther de woorden van Mordechai te kennen.

KJV And Hatach2 came1 and told3 Esther4 the words6 of Mordecai.

1 וַיָּב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הֲתָ֑ךְ H2047 Hatach Hatach 3 וַיַּגֵּ֣ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 4 לְאֶסְתֵּ֔ר H635 Esther, Esthers Esther 5 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 מָרְדֳּכָֽי H4782 Mordechai Mordecai
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen zeideH559 EstherH635 tot HatachH2047, en gaf hem bevelH6680 aanH413 MordechaiH4782: Toen zeide Esther tot Hatach, en gaf hem bevel aan Mordechai:

KJV Again Esther2 spake1 unto Hatach,3 and gave him commandment4 unto Mordecai;

1 וַתֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶסְתֵּר֙ H635 Esther, Esthers Esther 3 לַהֲתָ֔ךְ H2047 Hatach Hatach 4 וַתְּצַוֵּ֖הוּ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 5 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 מָרְדֳּכָֽי H4782 Mordechai Mordecai
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 AlleH3605 knechtenH5650 des koningsH4428, en het volkH5971, der landschappenH4082 des koningsH4428, wetenH3045 wel dat alH3605 wie totH413 den koningH4428 ingaatH935, in het binnensteH6442 voorhofH2691, die nietH3808 geroepenH7121 is, hij zij manH376 of vrouwH802, zijn enigH259 vonnisH1881 zij, dat men hem dodeH4191, tenzijH905 dat de koningH4428 den goudenH2091 scepterH8275 hem toereikeH3447, opdat hij levend blijveH2421; ikH589 nu ben dezeH2088 dertigH7970 dagenH3117 nietH3808 geroepenH7121 om totH413 den koningH4428 in te komenH935. Alle knechten des konings, en het volk, der landschappen des konings, weten wel dat al wie tot den koning ingaat, in het binnenste voorhof, die niet geroepen is, hij zij man of vrouw, zijn enig vonnis zij, dat men hem dode, tenzij dat de koning den gouden scepter hem toereike, opdat hij levend blijve; ik nu ben deze dertig dagen niet geroepen om tot den koning in te komen.

KJV All the king's3 servants,2 and the people4 of the king's6 provinces,5 do know,7 that whosoever, whether man10 or woman,11 shall come13 unto the king15 into the inner18 court,17 who is not called,21 there is one22 law23 of his to put him to death,24 except25 such to whom the king29 shall hold out27 the golden32 sceptre,31 that he may live:33 but I have not been called36 to come in37 unto the king39 these thirty41 days.

1 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 עַבְדֵ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 3 הַמֶּ֡לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 וְעַם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 מְדִינ֨וֹת H4082 landschappen, landschap, landschaps ([idiom] every) province 6 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יֽוֹדְעִ֗ים H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 וְאִשָּׁ֡ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 יָבֽוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 הַמֶּלֶךְ֩ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 הֶחָצֵ֨ר H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 18 הַפְּנִימִ֜ית H6442 binnenste, binnenkameren, binnenpoort (with-) in(-ner, -ward) 19 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 יִקָּרֵ֗א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 22 אַחַ֤ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 23 דָּתוֹ֙ H1881 wet, wetten, gebod commandment, commission, decree, law, manner 24 לְהָמִ֔ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 25 לְ֠בַד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 26 מֵאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 27 יֽוֹשִׁיט H3447 reikte, toereike, toereikte hold out 28 ל֥וֹ 29 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 30 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 31 שַׁרְבִ֥יט H8275 scepter, scepters sceptre 32 הַזָּהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 33 וְחָיָ֑ה H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 34 וַאֲנִ֗י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 35 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 36 נִקְרֵ֨אתי֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 37 לָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 38 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 39 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 40 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 41 שְׁלוֹשִׁ֥ים H7970 dertig, dertigste, Dertig thirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 42 יֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En zij gavenH5046 de woordenH1697 van EstherH635 aan MordechaiH4782 te kennenH5046. En zij gaven de woorden van Esther aan Mordechai te kennen.

KJV And they told1 to Mordecai2 Esther's5 words.

1 וַיַּגִּ֣ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 לְמָרְדֳּכָ֔י H4782 Mordechai Mordecai 3 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 אֶסְתֵּֽר H635 Esther, Esthers Esther
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zo zeideH559 MordechaiH4782, dat men EstherH635 wederom zeggenH7725 zou: BeeldH1819 u nietH408 in, in uw zielH5315, dat gij zult ontkomenH4422 in het huisH1004 des koningsH4428, meer dan alH3605 de andere JodenH3064. Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden.

KJV Then Mordecai2 commanded1 to answer3 Esther,5 Think7 not with thyself8 that thou shalt escape9 in the king's11 house,10 more than all the Jews.

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מָרְדֳּכַ֖י H4782 Mordechai Mordecai 3 לְהָשִׁ֣יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֶסְתֵּ֑ר H635 Esther, Esthers Esther 6 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 7 תְּדַמִּ֣י H1819 vergelijken, gedacht, meent compare, devise, (be) like(-n), mean, think, use similitudes 8 בְנַפְשֵׁ֔ךְ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 לְהִמָּלֵ֥ט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 10 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הַיְּהוּדִֽים H3064 Joden, Jood, Joods Jew
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantH3588 indien gij enigszinsH2790 zwijgenH2790 zult te dezer tijdH6256, zoH518 zal den JodenH3064 verkwikkingH7305 en verlossingH2020 uit een andere plaatsH4725 ontstaanH5975; maar gijH859 en uws vadersH1 huisH1004 zult omkomenH6; en wieH4310 weetH3045, ofH518 gij niet om zulken tijdH6256 als deze is, tot ditH2063 koninkrijkH4438 geraaktH5060 zijt. Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.

KJV For if thou altogether3 holdest thy peace4 at this time,5 then shall there enlargement7 and deliverance8 arise9 to the Jews10 from another12 place;11 but thou and thy father's15 house14 shall be destroyed:16 and who knoweth18 whether thou art come22 to the kingdom23 for such a time

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 הַחֲרֵ֣שׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 4 תַּחֲרִישִׁי֮ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 5 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 הַזֹּאת֒ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 רֶ֣וַח H7305 ruimte, verkwikking enlargement, space 8 וְהַצָּלָ֞ה H2020 verlossing deliverance 9 יַעֲמ֤וֹד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 10 לַיְּהוּדִים֙ H3064 Joden, Jood, Joods Jew 11 מִמָּק֣וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 12 אַחֵ֔ר H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 13 וְאַ֥תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 14 וּבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 15 אָבִ֖יךְ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 16 תֹּאבֵ֑דוּ H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 17 וּמִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 18 יוֹדֵ֔עַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 19 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 20 לְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 21 כָּזֹ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 22 הִגַּ֖עַתְּ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 23 לַמַּלְכֽוּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Toen zeide Esther, dat men Mordechai weder aanzeggen zou:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Toen zeideH559 EstherH635, dat men MordechaiH4782 weder aanzeggenH7725 zou: Toen zeide Esther, dat men Mordechai weder aanzeggen zou:

KJV Then Esther2 bade1 them return3 Mordecai

1 וַתֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶסְתֵּ֖ר H635 Esther, Esthers Esther 3 לְהָשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 מָרְדֳּכָֽי H4782 Mordechai Mordecai
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 GaH3212, vergaderH3664 alH3605 de JodenH3064, dieH834 te SusanH7800 gevondenH4672 worden, en vastH6684 voor mij, en eetH398 of drinktH8354 niet, in drieH7969 dagenH3117, nachtH3915 nochH3808 dagH3117; ikH589 en mijn jonge dochtersH5291 zullen ookH1571 alzo vastenH6684, en alzoH3651 zal ik tot den koningH4428 ingaanH935, hetwelkH834 niet naar de wetH1881 is. Wanneer ik dan omkomeH6, zo komH6 ik om. Ga, vergader al de Joden, die te Susan gevonden worden, en vast voor mij, en eet of drinkt niet, in drie dagen, nacht noch dag; ik en mijn jonge dochters zullen ook alzo vasten, en alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.

KJV Go,1 gather together2 all the Jews5 that are present6 in Shushan,7 and fast8 ye for me, and neither eat11 nor drink13 three14 days,15 night16 or day:17 I also and my maidens20 will fast21 likewise; and so22 will I go24 in unto the king,26 which is not according to the law:29 and if I perish,31 I perish.

1 לֵךְ֩ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 כְּנ֨וֹס H3664 vergaderen, vergadert, bijeenbrengen gather (together), heap up, wrap self 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַיְּהוּדִ֜ים H3064 Joden, Jood, Joods Jew 6 הַֽנִּמְצְאִ֣ים H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 7 בְּשׁוּשָׁ֗ן H7800 Susan Shushan 8 וְצ֣וּמוּ H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 9 עָ֠לַי H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 11 תֹּאכְל֨וּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 וְאַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 13 תִּשְׁתּ֜וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 14 שְׁלֹ֤שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 15 יָמִים֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 לַ֣יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 17 וָי֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 18 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 19 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 20 וְנַעֲרֹתַ֖י H5291 jonge dochter, jonge vrouw, jonge dochters damsel, maid(-en), young (woman) 21 אָצ֣וּם H6684 vastten, vasten, gevast [idiom] at all, fast 22 כֵּ֑ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 23 וּבְכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 24 אָב֤וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 25 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 26 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 27 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 28 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 29 כַדָּ֔ת H1881 wet, wetten, gebod commandment, commission, decree, law, manner 30 וְכַאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 31 אָבַ֖דְתִּי H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 32 אָבָֽדְתִּי H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Toen ging Mordechai henen, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Toen gingH5674 MordechaiH4782 henen, en hij deedH6213 naar allesH3605, watH834 EstherH635 aanH5921 hem gebodenH6680 had. Toen ging Mordechai henen, en hij deed naar alles, wat Esther aan hem geboden had.

KJV So Mordecai2 went his way,1 and did3 according to all that Esther8 had commanded

1 וַֽיַּעֲבֹ֖ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 מָרְדֳּכָ֑י H4782 Mordechai Mordecai 3 וַיַּ֕עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 כְּכֹ֛ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 צִוְּתָ֥ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 7 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 אֶסְתֵּֽר H635 Esther, Esthers Esther
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Esther 4:1 2 Samuël 13:19 Ezechiël 27:30 Daniël 9:3 2 Samuël 1:11 Esther 3:8 Job 42:6 Mattheüs 11:21 Jona 3:4
Esther 4:3 Jesaja 22:4 Jesaja 58:5 Jesaja 22:12 Daniël 9:3 Mattheüs 25:30 Mattheüs 13:42 Esther 1:1 Esther 4:16
Esther 4:4 Psalmen 77:2 2 Koningen 9:32 Jesaja 56:3 Jeremia 31:15 Handelingen 8:27 Esther 1:12 Genesis 37:35 1 Samuël 8:15
Esther 4:5 1 Korinthe 12:26 Hebreeën 4:15 Esther 1:12 Esther 1:10 Romeinen 12:15 Filippenzen 2:4
Esther 4:6 Esther 9:12 Esther 7:2 Esther 4:3
Esther 4:7 Esther 3:2
Esther 4:8 Spreuken 16:14 Esther 8:6 Nehemia 2:3 Spreuken 21:1 Job 9:15 Esther 3:14 Esther 7:3 1 Timotheüs 6:17
Esther 4:11 Esther 8:4 Esther 5:1 Daniël 2:9 Esther 2:14 1 Petrus 3:7 Esther 1:19 Esther 6:4
Esther 4:13 Spreuken 24:10 Johannes 12:25 Filippenzen 2:30 Mattheüs 16:24 Hebreeën 12:3
Esther 4:14 1 Samuël 12:22 Jesaja 54:17 Genesis 45:4 Jeremia 46:28 Jeremia 30:11 Ezra 9:9 Amos 9:8 Deuteronomium 32:36
Esther 4:16 Handelingen 20:24 Joël 2:12 2 Kronieken 20:3 Jesaja 22:12 Genesis 43:14 Filippenzen 2:30 Joël 1:14 Genesis 18:19
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Esther 4 vers 1

wist Uit de aangeslagen plakkaten des konings; zie vs.8.

Hertaald: wist Uit de aangeplakte bekendmakingen van de koning; zie vers 8.

al wat er geschied was, Te weten, belangende het ombrengen der Joden.

Hertaald: al wat er geschied was, Namelijk: over het ombrengen van de Joden.

een zak aan Dat is, een treurkleed, hetwelk hij met as bestrooide. Zie Joz. 7:6 .

Hertaald: een zak aan Dat is: een rouwkleed, dat hij met as bestrooide. Zie Joz. 7:6.

der stad, Te weten, Susan.

Hertaald: der stad, Namelijk: Susan.

Esther 4 vers 2

tot voor de poort Dat is, in de straat, die voor de poort van des konings paleis was; gelijk onder, vs.6.

Hertaald: tot voor de poort Dat is: in de straat die voor de poort van het paleis van de koning lag; zoals hieronder vers 6.

bekleed met een zak Hebreeuws, in een kleed des zaks.

Hertaald: bekleed met een zak Hebreeuws: in een kleed van de zak.

Esther 4 vers 3

in alle Hebreeuws, en in alle landschap en landschap.

Hertaald: in alle Hebreeuws: en in elk gewest en gewest.

het woord des konings Dat is, het plakkaat.

Hertaald: het woord des konings Dat is: de bekendmaking.

vele lagen in zakken en as Hebreeuws, zak en as was velen onderleid, of onderspreid; dat is, velen die een zak aanhadden, lagen in de as, gelijk Jona 3:6 .

Hertaald: vele lagen in zakken en as Hebreeuws: zak en as was voor velen als een onderlaag, of onderlegger; dat is: velen die een rouwkleed aanhadden, lagen in de as, zoals Jona 3:6.

Esther 4 vers 4

jonge dochters Versta hier, staatsjonkvrouwen.

Hertaald: jonge dochters Versta hier: staatsjonkvrouwen.

te kennen; Te weten, hoe zich Mordechai aanstelde, vs.1,2.

Hertaald: te kennen; Namelijk: hoe Mordechai zich gedroeg, vers 1, 2.

en zijn zak Te weten, opdat hij weder ten hove mocht komen en zij des te gevoegelijker met hem van alles spreken en zich beraden mocht.

Hertaald: en zijn zak Namelijk: opdat hij weer aan het hof zou kunnen komen en zij des te gemakkelijker met hem zou kunnen spreken en overleggen.

Esther 4 vers 5

kamerlingen Hebreeuws, gesnedenen. Anders, ontmanden.

Hertaald: kamerlingen Hebreeuws: gesnedenen. Anders: ontmanden.

welke hij Of, welken.

Hertaald: welke hij Of: die.

voor haar gesteld had, Hebreeuws, voor haar aangezicht gesteld had; dat is, die op haar dienst passen zouden.

Hertaald: voor haar gesteld had, Hebreeuws: voor haar aangezicht gesteld had; dat is: die haar zouden dienen.

wat dit, Dat is, zij vraagde waarom hij dus bedroefd was en een zak aangetrokken had. 16. waarom dit ware. Dat is, zij vraagde waarom hij dus bedroefd was en een zak aangetrokken had.

Hertaald: wat dit, Dat is: zij vroeg waarom hij zo bedroefd was en een rouwkleed aangetrokken had.

Esther 4 vers 7

al wat hem wedervaren was, Te weten, hetgeen Est 3 beschreven staat.

Hertaald: al wat hem wedervaren was, Namelijk: wat beschreven staat in Est. 3.

verklaring van het zilver, Zie boven, Est. 3:9 .

Hertaald: verklaring van het zilver, Zie hierboven Est. 3:9.

voor de Joden, Of, tegen de Joden; dat is, opdat het hem zou geoorloofd wezen de Joden te verdelgen, gelijk hier volgt.

Hertaald: voor de Joden, Of: tegen de Joden; dat is: opdat het hem geoorloofd zou zijn de Joden uit te roeien, zoals hierna volgt.

Esther 4 vers 8

het afschrift Of, afschrift, of copie.

Hertaald: het afschrift Of: afschrift, of kopie.

gegeven was, Dat is, gepubliceerd, aangeslagen, of aangeplakt was.

Hertaald: gegeven was, Dat is: bekendgemaakt, aangeplakt was.

haar gebood, Te weten, in Modechia's haars opvoeders, naam, die te dien aanzien nog enige autoriteit over haar behouden had, ofschoon Esther nu koningin was. Zie boven, Est. 2:20 .

Hertaald: haar gebood, Namelijk: in de naam van Mordechai, haar opvoeder, die in dat opzicht nog enig gezag over haar behouden had, hoewel Esther nu koningin was. Zie hierboven Est. 2:20.

van hem te verzoeken Hebreeuws, van zijn aangezicht; dat is, dat hijzelf in eigen persoon zulks deed, zonder iemand anders daartoe te gebruiken.

Hertaald: van hem te verzoeken Hebreeuws: van zijn aangezicht; dat is: dat hij zelf in eigen persoon dit deed, zonder iemand anders daarvoor te gebruiken.

Esther 4 vers 10

gaf hem bevel Dat is, zij gaf hem antwoord, dat zij hem belastte aan Mordechai te brengen.

Hertaald: gaf hem bevel Dat is: zij gaf hem antwoord, dat zij hem opdroeg aan Mordechai over te brengen.

Esther 4 vers 11

Alle knechten des konings, Dit zijn de eigen woorden, die Hatach Mordechai zou zeggen van Esthers wege.

Hertaald: Alle knechten des konings, Dit zijn de eigen woorden die Hatach namens Esther aan Mordechai zou zeggen.

het volk, Alsof zij zeggen wilde: Alle man weet het wel, zelfs die ver van het hof en deze stad wonen.

Hertaald: het volk, Alsof zij wilde zeggen: iedereen weet dit wel, zelfs wie ver van het hof en deze stad wonen.

dat al wie tot den koning ingaat, Zie Herodotum in Thalia.

Hertaald: dat al wie tot den koning ingaat, Zie Herodotus in Thalia.

in het binnenste voorhof, Deze plaats was voor dat deel van het koninklijk paleis, waar zich de koning onthield. Zie onder, Est. 5:1 .

Hertaald: in het binnenste voorhof, Deze plaats hoorde bij dat deel van het koninklijk paleis waar de koning zelf verbleef. Zie hieronder Est. 5:1.

zijn enig Dat is, des konings onwederroepelijke wet. Of aldus: Eenerlei wet zij van dien; te weten, man of vrouw, die zulks doet. Vergelijk Dan. 2:9 .

Hertaald: zijn enig Dat is: de onherroepelijke wet van de koning. Of zo: er geldt één wet voor hen; namelijk man of vrouw, die dit doet. Vergelijk Dan. 2:9.

vonnis zij, Zie onder, Est. 5:2 .

Hertaald: vonnis zij, Zie hieronder Est. 5:2.

toereike, Hebreeuws, uitstrekke.

Hertaald: toereike, Hebreeuws: uitstrekt.

levend blijve; Hebreeuws, leve.

Hertaald: levend blijve; Hebreeuws: leeft.

Esther 4 vers 12

gaven de woorden Dat is, men gaf.

Hertaald: gaven de woorden Dat is: men gaf.

Esther 4 vers 13

Mórdechaï, Mordochai, alzo staat hier, maar doorgaans Mordechai.

Hertaald: Mórdechaï, Mordochai, zo staat hier, maar meestal Mordechai.

in uw ziel, Dat is, bij uzelven.

Hertaald: in uw ziel, Dat is: bij uzelf.

in het huis des konings, Dat is, omdat gij in het huis des konings zijt.

Hertaald: in het huis des konings, Dat is: omdat u in het huis van de koning bent.

Esther 4 vers 14

enigszins Hebreeuws, zwijgende zult zwijgen.

Hertaald: enigszins Hebreeuws: zwijgend zult u zwijgen.

te dezer tijd, Te weten, nu de Joden in zulk een bedroefden staat zijn.

Hertaald: te dezer tijd, Namelijk: nu de Joden in zo'n bedroefde toestand zijn.

verkwikking Hebreeuws, ademing, ademtocht. Vergelijk Ex. 8:15 ; 1 Sam. 16:23 .

Hertaald: verkwikking Hebreeuws: ademhaling, ademtocht. Vergelijk Ex. 8:15; 1 Sam. 16:23.

maar gij Hij wil zeggen, indien gij in dezen uitersten nood geen medelijden bewijzen, noch hulp doen zult aan uw landslieden en bloedvrienden, zo zal de Heere deze uw kleinhartigheid waarlijk straffen.

Hertaald: maar gij Hij wil zeggen: als u in deze uiterste nood geen medelijden toont en geen hulp biedt aan uw landgenoten en bloedverwanten, dan zal de HEERE deze kleinmoedigheid van u werkelijk straffen.

om zulken tijd Hij wil zeggen: vermoedelijk zoudt gij tot dezen koninklijke waardigheid niet gekomen zijn, ten ware dat God u had willen gebruiken om zijn volk te dezen tijde te verlossen.

Hertaald: om zulken tijd Hij wil zeggen: vermoedelijk zou u niet tot deze koninklijke waardigheid gekomen zijn, als God u niet had willen gebruiken om Zijn volk in deze tijd te verlossen.

Esther 4 vers 16

vast voor mij, Zij wil zeggen: In uw vasten en bidden zult gij mijner bij God gedenken, dat Hij zijn zegen wil geven tot de voorbede, die ik den koning doen zal.

Hertaald: vast voor mij, Zij wil zeggen: in uw vasten en bidden zult u aan mij denken voor God, opdat Hij Zijn zegen wil geven aan de voorbede die ik bij de koning zal doen.

in drie dagen, Dit vasten heeft maar geduurd twee nachten, een vollen dag en twee delen van dagen. Want ten derden dage is Esther tot den koning gegaan, Est. 5:1 . Zie dergelijke manier van spreken Matt. 12:40 , van het verblijf van Jona in den buik van den walvis, en van Christus in het graf.

Hertaald: in drie dagen, Dit vasten heeft maar geduurd twee nachten, een volle dag en twee delen van dagen. Want op de derde dag is Esther naar de koning gegaan, Est. 5:1. Zie een soortgelijke manier van spreken in Matth. 12:40, over het verblijf van Jona in de buik van de walvis, en van Christus in het graf.

naar de wet is Van welke boven, vs.11, gesproken wordt.

Hertaald: naar de wet is Waarover hierboven, vers 11, gesproken wordt.

Wanneer ik dan omkome, Het is zoveel alsof Esther zeide: Ik ben gewillig mijn leven in gevaar des doods voor mijn volk te stellen, en te verwachten wat God geven zal. Dusdanige manier van spreken gebruikt ook Jakob, Gen. 43:14 ; zie de aantekening aldaar.

Hertaald: Wanneer ik dan omkome, Het komt erop neer dat Esther zei: ik ben bereid mijn leven in doodsgevaar te brengen voor mijn volk, en af te wachten wat God geven zal. Zo'n manier van spreken gebruikt ook Jakob, Gen. 43:14; zie de aantekening daar.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mordechai  — toegewijd aan (de god) Marduk (Perzische naam)

Een Jood uit de stam Benjamin te Susan, uit het geslacht van hen die met koning Jechonia weggevoerd waren; hij voedde zijn nicht Hadassa (Esther) op als zijn eigen dochter. Hij ontdekte en verijdelde een samenzwering tegen de koning, weigerde later voor Haman te buigen, en spoorde Esther aan zich voor haar volk in te zetten, wat uiteindelijk tot Hamans val en de redding van de Joden leidde (Esther 2-10).

Esther (Hadassa)  — ster (Hadassa: mirt)

Dochter van Abichaïl, een oom van Mordechai; na de dood van haar ouders door Mordechai als dochter aangenomen. Wegens haar schoonheid werd zij in de plaats van Vasthi tot koningin van Ahasveros verheven, zonder haar Joodse afkomst bekend te maken. Op Mordechai's aandringen waagde zij haar leven om bij de koning voor haar volk te pleiten, wat leidde tot de redding van de Joden uit Hamans complot (Esther 2, 4-9).

Haman  — luidruchtig, roemrijk (onzeker)

Zoon van Hammedatha, de Agagiet; door Ahasveros tot de hoogste eer verheven boven alle vorsten. Vertoornd omdat Mordechai weigerde voor hem te buigen, spande hij een complot om alle Joden in het rijk te laten uitroeien, en liet daartoe een galg van vijftig ellen bouwen om Mordechai daaraan op te hangen. Zijn plan keerde zich echter tegen hem: hij werd zelf aan die galg opgehangen (Esther 3, 5, 7).

Hatach  — betekenis onzeker (Perzische naam)

Een kamerling van Ahasveros, die Esther aan Mordechai toegevoegd had; hij bracht boodschappen tussen Esther en Mordechai over toen Haman de Joden bedreigde (Esther 4:5-10).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De verborgen hand (het boek waarin de Naam van God niet voorkomt)  — in heel het boek Esther wordt de Naam van God niet één keer genoemd, en toch gaat het van de eerste tot de laatste bladzijde over Zijn regering

Het boek speelt aan het hof van Ahasveros, die regeerde van Indië af tot aan Morenland toe, over honderd zevenentwintig landschappen (Est. 1:1). Het opent met een maaltijd van honderdtachtig dagen, waarin de koning de rijkdom van zijn rijk vertoonde (Est. 1:4). Wat in dit boek ontbreekt, valt op zodra men uit Ezra en Nehemia komt. Er is geen tempel, geen offer, geen profeet, geen wet die wordt voorgelezen, en geen gebed dat met zoveel woorden tot God gericht wordt. Zelfs bij het vasten van drie dagen staat er niet bij tot Wie men vast (Est. 4:16). De Joden van wie dit boek verhaalt zijn niet teruggekeerd naar Jeruzalem maar gebleven in de verstrooiing. Tegelijk staat het vol met samenlopen die de afloop bepalen. Het lot levert elf maanden uitstel op (Est. 3:7). Een bewezen dienst wordt in de kronieken opgeschreven en jaren later voorgelezen (Est. 2:23). En op een beslissende nacht kan de koning de slaap niet vatten (Est. 6:1).

Bijbelse betekenis: Dat de Naam ontbreekt is geen gebrek van het boek maar zijn vorm. Ezra en Nehemia noemen God bij elke wending; Esther laat zien hoe Zijn regering eruitziet wanneer niemand haar hardop benoemt. Zo gaat het in het leven van Gods kinderen meestal. Er valt geen stem uit de hemel en er verschijnt geen engel, en pas achteraf blijkt dat de weg gelegd was. Dit boek leert daarom lezen. Wie alleen op wonderen let, ziet in Susan niets bijzonders gebeuren. Wie op de samenloop let, ziet een hand. En het zwijgen heeft nog een tweede kant: waar de Naam niet klinkt, is Hij er niet minder om.

Typologie: Jozef zei tot zijn broers wat over dit hele boek geschreven kan worden: "Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht" (Gen. 50:20). Paulus vat het samen in één zin: "wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede" (Rom. 8:28). En de psalm verzekert dat het toezicht nooit onderbroken wordt: "de Bewaarder Israels zal niet sluimeren, noch slapen" (Ps. 121:4). De leer zelf is reeds behandeld bij Voorzienigheid (Gen. 22:8-14).

Est. 1:1-4; Est. 2:23; Est. 3:7; Est. 4:16; Est. 6:1; Gen. 22:8-14; Gen. 50:20; Ps. 121:4; Rom. 8:28

Wie weet of gij niet om zulken tijd als deze tot dit koninkrijk geraakt zijt  — Mordechai's antwoord aan de koningin die haar leven niet wil wagen, en het scharnier van het hele boek (Est. 4:14)

Toen Mordechai wist wat er geschied was, verscheurde hij zijn klederen, trok een zak aan met as en riep met een groot en bitter geroep door het midden der stad (Est. 4:1). Verder dan de poort kon hij niet komen, want niemand mocht daar bekleed met een zak inkomen (Est. 4:2). In elk landschap waar het bevel aankwam, was grote rouw onder de Joden, met vasten, geween en misbaar (Est. 4:3). Esther hoort ervan en zendt klederen, maar hij neemt ze niet aan (Est. 4:4). Door de kamerling Hatach laat zij vragen wat er is, en Mordechai geeft hem alles te kennen, met het afschrift van de wet, en gebiedt haar tot de koning te gaan en voor haar volk te smeken (Est. 4:5-9). Esthers antwoord noemt de wet van het binnenste voorhof: wie ongeroepen tot de koning ingaat, man of vrouw, wordt gedood, tenzij de koning de gouden scepter toereikt; en zij is deze dertig dagen niet geroepen (Est. 4:11). Mordechai laat haar dan zeggen dat zij zich niet moet inbeelden in het huis van de koning te ontkomen boven de andere Joden (Est. 4:13), en hij vervolgt met de woorden waarin dit boek zijn hart openlegt (Est. 4:14).

Bijbelse betekenis: Het antwoord van Mordechai bestaat uit drie delen, en elk deel telt. Haar hoge plaats zal haar niet redden; wie meent dat afkomst te verbergen is als het erop aankomt, vergist zich. Vervolgens: verlossing zal er komen, uit een andere plaats, ook zonder haar. Dat is geen dreigement maar een belijdenis. Gods voornemen hangt niet af van de moed van één mens. Niemand hoeft dus te handelen vanuit de gedachte dat alles op hem aankomt. Maar het derde deel laat de vraag open staan. Er wordt geen openbaring gegeven en geen zekerheid geboden; er staat: wie weet. Zo wordt haar plaats aan het hof opeens iets anders dan een gelukkige wending. Zij zit daar niet voor zichzelf. Dat is de vraag die dit vers aan iedere lezer stelt, ook waar het om een veel kleinere post gaat dan een troon.

Typologie: Dat God Zijn werk op de door Hem gestelde tijd doet, staat het scherpst bij de komst van Zijn Zoon: "Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden" (Gal. 4:4). Waar Esther op de vraag "wie weet" moest afgaan, ging Hij Die kwam met volle kennis van wat het Hem kosten zou. Het bredere leerstuk is reeds behandeld bij Voorzienigheid (Gen. 22:8-14).

Est. 4:1-14; Gen. 22:8-14; Gal. 4:4

Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om  — Esther kiest, en zij rekent daarbij met haar dood: "alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om" (Est. 4:16)

Esther laat Mordechai antwoorden met een opdracht in plaats van een bezwaar (Est. 4:15). Hij moet alle Joden vergaderen die te Susan gevonden worden en voor haar vasten, en niet eten of drinken, drie dagen, nacht noch dag; zij en haar jonge dochters zullen evenzo vasten (Est. 4:16). Daarna zal zij tot de koning ingaan, en zij zegt er zelf bij dat dit niet naar de wet is. Het gedeelte sluit kort en zonder omhaal: Mordechai ging heen en deed naar alles wat Esther hem geboden had (Est. 4:17).

Bijbelse betekenis: In dit ene vers keert de verhouding om. Tot hier gaf Mordechai de bevelen en deed Esther wat haar opgedragen was; nu geeft zij de opdracht en gehoorzaamt hij. Wie een last aanvaardt, krijgt er de verantwoordelijkheid bij. Het eerste wat zij regelt is bovendien geen plan maar een vasten. In dit boek wordt niet gezegd tot Wie er gevast wordt, maar drie dagen zonder eten en drinken zijn zonder God niet te denken; dit is de oude houding van een volk dat het van zichzelf niet verwacht. Ten slotte de slotwoorden. Zij zijn geen berusting in het noodlot en ook geen gok, maar overgave. Esther rekent uit wat het kosten kan, telt de mogelijkheid van haar dood erbij en gaat toch. Zekerheid van een goede afloop heeft zij niet; wat zij heeft, is de bereidheid de slechte te dragen.

Typologie: Dezelfde gestalte klinkt bij de drie mannen voor de oven, die eerst belijden dat God machtig is te verlossen en daarna zeggen: "Maar zo niet, u zij bekend, o koning! dat wij uw goden niet zullen eren" (Dan. 3:18). Geloof rekent op God zonder Hem de uitkomst voor te schrijven. Wat het vasten in de Schrift betekent, is reeds behandeld bij Vasten (Luk. 5:33-35).

Est. 4:15-17; Luk. 5:33-35; Dan. 3:18

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst uitwerking

Wie weet of gij niet om zulken tijd gekomen zijt — 4:1-17

Hamans bevel is uitgegaan: alle Joden, jong en oud, moeten op één dag worden omgebracht. Mordechai zit in zak en as voor de poort van het paleis, en Esther weet aanvankelijk niet eens waarom.

In het enige bijbelboek waarin de Naam van God niet voorkomt, wordt gehandeld alsof Hij er is.

Esthers eerste antwoord is dat van iemand die de regels kent. Wie ongeroepen bij de koning binnengaat, wordt gedood, tenzij hij de gouden scepter toereikt. En zij is dertig dagen niet geroepen.

Mordechai's antwoord bestaat uit drie delen, en elk deel is opmerkelijk.

Eerst: verbeeld u niet in uw ziel dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden. Haar positie beschermt haar niet.

Dan: indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan. De redding hangt dus niet van haar af. Er staat niet bij waar die andere plaats is, en juist dat is veelzeggend in een boek waarin God niet genoemd wordt.

En ten slotte de zin die iedereen kent: en wie weet of gij niet om zulken tijd als deze tot dit koninkrijk geraakt zijt?

Dat is geen zekerheid maar een vraag. Wie weet.

Esthers besluit past daarbij. Zij vraagt drie dagen vasten van alle Joden in Susan, en zegt dan: alzo zal ik tot den koning ingaan, hetwelk niet naar de wet is. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.

Zij gaat dus niet omdat het veilig is en niet omdat zij een belofte heeft, maar omdat het moet.

De Naam van God staat in dit boek niet, en het Nieuwe Testament haalt het niet aan. Toch is de zaak die het toont dezelfde die door heel de Schrift loopt: het volk waaruit de Messias komen moest, wordt bewaard — deze keer niet door een wonder maar door een slapeloze nacht, een kroniek die wordt voorgelezen, en een vrouw die haar leven waagt.

  1. Genesis 12:3 — De belofte hangt aan het voortbestaan van dit volk.
  2. Esther 3:13 — Het bevel gaat uit om alle Joden op één dag om te brengen.
  3. Esther 4:14 — Verlossing zal uit een andere plaats ontstaan — wie weet waarom gij hier zijt.
  4. Esther 4:16 — Wanneer ik dan omkome, zo kom ik om.
  5. Esther 6:1 — De koning kan niet slapen, en laat de kronieken voorlezen.
  6. Mattheüs 1:1 — Uit dit bewaarde volk wordt de Christus geboren.

In het Nieuwe Testament: Genesis 12:3; Romeinen 9:4-5; Mattheüs 1:1-17; Handelingen 17:26

Hoever dit reikt: Niveau 4. In Esther komt de Naam van God niet voor, en het Nieuwe Testament haalt het boek niet aan. Er wordt hier geen beeld van Christus getekend. Wat de lijn trekt is dat het volk bewaard wordt waaruit Hij geboren zou worden.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Esther 4

Esther 4:13-14.KruisverwijzingenSpreuken 24:101 Samuël 12:22Jesaja 54:17Genesis 45:4Jeremia 46:28Jeremia 30:11Johannes 12:25Ezra 9:9
— Zo zeide Mordechai, dat men Esther wederom zeggen zou: Beeld u niet in, in uw ziel, dat gij zult ontkomen in het huis des konings, meer dan al de andere Joden. Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.
Het zou een smartelijke zaak zijn dat haar landgenoten verdelgd werden, maar toch kon het zijn dat de slag haar in de afzondering van het paleis niet raakte. Zij zou de begunstigde vrouw van de grote koning blijven, en zij kon dus zelfzuchtig op zichzelf zien en hen die in gevaar waren aan zichzelf of aan hun God overlaten, terwijl zij koel hoopte dat de Heere hun op de een of andere wijze verlossing zou geven.

Komt die verzoeking ook op onze weg? Dat kan zijn. Is het zo dat wij, omdat wij zelf lid zijn van een bloeiende gemeente en omdat wij allerlei christelijke voorrechten genieten, ons hart verharden over stervende gemeenten en moedeloze heiligen? Verbeelden wij ons dat het lichaam ziek kan zijn zonder dat wij als leden ervan lijden? Wijkt de gemeente van God van de weg af, dan zal het tot onze schade zijn; wordt de waarheid van God niet gepredikt, dan zullen wij de verliezers zijn; is het christelijke leven niet krachtig, dan zullen wij verzwakt worden.

Ja, God kan buiten ons. Verkwikking en verlossing zullen Zijn volk uit een andere plaats ontstaan, als zij niet door ons komt. Was de Heere aan één persoon of één gemeente of één volk gebonden, dan zou het verraad zijn als die persoon, gemeente of dat volk nalatig was. Maar aangezien de Heere op niemand wacht, past het hun toe te zien wat zij doen. Hij kan buiten ons. Maar hoe zullen wij de schande dragen, als zij ooit over ons komt, dat wij onze gouden gelegenheden hebben laten verspillen? Wat als Israël verdelgd was bij gebrek aan Esthers voorbede? Haar naam zou een spotwoord geweest zijn onder de andere volken, als die van een laaghartige en verraderlijke vrouw. Was het volk door een ander middel gespaard en had zij haar zending geweigerd, dan zouden zij, zolang er een Jood leefde, geen Purimfeest gehouden hebben, maar haar gedachtenis vervloekt.

Wij behoren te bedenken waarom de Heere ons gebracht heeft waar wij zijn. Menen wij dat Hij het om onszelf gedaan heeft? Bedoelt Hij dit alles alleen opdat wij onszelf zouden kunnen verzadigen? Kan dat het voornemen van God zijn? Denk dat niet. Heeft Hij dit alles alleen gedaan om ons genoegen te geven? Het werk van God is als een net met vele mazen, en die zijn alle verbonden. Wij zijn schakels van dezelfde keten en kunnen niet bewegen zonder anderen te bewegen. Wij zijn leden van één lichaam, en God handelt met ons met dat feit voor ogen. Hij zegent de hand niet om de hand, maar om het hele lichaam.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Verbeelden wij ons dat het lichaam ziek kan zijn zonder dat wij als leden ervan lijden? Wijkt de gemeente van God van de weg af, dan zal het tot onze schade zijn; wordt de waarheid van God niet gepredikt, dan zullen wij de verliezers zijn; is het christelijke leven niet krachtig, dan zullen wij verzwakt worden.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content