Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman groot, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, en hij verhoogde hem, en hij zette zijn stoel boven al de vorsten, die bij hem waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1NaH310dezeH428geschiedenissenH1697 maakte de koningH4428AhasverosH325HamanH2001grootH1431, den zoonH1121vanH854HammedathaH4099, den AgagietH91, en hij verhoogdeH5375 hem, en hij zetteH7760 zijn stoelH3678bovenH5921alH3605 de vorstenH8269, die bij hem waren.Na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman groot, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, en hij verhoogde hem, en hij zette zijn stoel boven al de vorsten, die bij hem waren.
KJVAfter1these things2did king5Ahasuerus6promote4Haman8the son9of Hammedatha10the Agagite,11and advanced12him, and set13his seat15above all the princes
1אַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הַדְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3הָאֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)4גִּדַּל֩H1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower5הַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6אֲחַשְׁוֵר֜וֹשׁH325AhasverosAhasuerus7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָמָ֧ןH2001Haman, HamansHaman9בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10הַמְּדָ֛תָאH4099HammedathaHammedatha (including the article)11הָאֲגָגִ֖יH91AgagietAgagite12וַֽיְנַשְּׂאֵ֑הוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield13וַיָּ֨שֶׂם֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15כִּסְא֔וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne16מֵעַ֕לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הַשָּׂרִ֖יםH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20אִתּֽוֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
2En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En alH3605 de knechtenH5650 des koningsH4428, dieH834 in de poortH8179 des koningsH4428 waren, neigdenH3766 en bogenH7812 zich nederH7812 voor HamanH2001; wantH3588 de koningH4428 had alzoH3651 van hem bevolenH6680; maar MordechaiH4782neigdeH3766 zich niet, en boogH3808 zich niet neder.En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder.
KJVAnd all the king's3servants,2that were in the king's6gate,5bowed,7and reverenced8Haman:9for the king14had so commanded12concerning him. But Mordecai15bowed17not, nor did him reverence.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עַבְדֵ֨יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בְּשַׁ֣עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)6הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7כֹּרְעִ֤יםH3766kromde, gekromd, nederbukkenbow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very8וּמִֽשְׁתַּחֲוִים֙H7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship9לְהָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12צִוָּהH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13ל֣וֹ14הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15וּמָ֨רְדֳּכַ֔יH4782MordechaiMordecai16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִכְרַ֖עH3766kromde, gekromd, nederbukkenbow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very18וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יִֽשְׁתַּחֲוֶֽהH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship
3Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen zeidenH559 de knechtenH5650 des koningsH4428, dieH834 in de poortH8179 des koningsH4428 waren, tot MordechaiH4782: Waarom overtreedtH5674gijH859 des koningsH4428gebodH4687?Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod?
KJVThen the king's3servants,2which were in the king's6gate,5said1unto Mordecai,7Why transgressest10thou the king's13commandment?
1וַיֹּ֨אמְר֜וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2עַבְדֵ֥יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בְּשַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)6הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7לְמָרְדֳּכָ֑יH4782MordechaiMordecai8מַדּ֨וּעַ֙H4069waarom?how, wherefore, why9אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10עוֹבֵ֔רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath11אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִצְוַ֥תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept13הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
4Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Het geschieddeH1961 nu, toen zij dit van dagH3117 tot dagH3117totH413 hem zeidenH559, en hij naar hen nietH3808hoordeH8085, zo gavenH5046 zij het HamanH2001 te kennenH5046, opdat zij zagenH7200, of de woordenH1697 van MordechaiH4782bestaanH5975 zouden; wantH3588hijH1931 had hun te kennen gegevenH5046, dat hij een JoodH3064 was.Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was.
KJVNow it came to pass, when they spake2daily4unto him, and he hearkened7not unto them, that they told9Haman,10to see11whether Mordecai's14matters13would stand:12for he had told16them that he was a Jew.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כְּאָמְרָ֤םH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5וָי֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7שָׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8אֲלֵיהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9וַיַּגִּ֣ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter10לְהָמָ֗ןH2001Haman, HamansHaman11לִרְאוֹת֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12הֲיַֽעַמְדוּ֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry13דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14מָרְדֳּכַ֔יH4782MordechaiMordecai15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16הִגִּ֥ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter17לָהֶ֖ם18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who20יְהוּדִֽיH3064Joden, Jood, JoodsJew
5Toen Haman zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Toen HamanH2001zagH7200, datH3588MordechaiH4782 zich nietH369neigdeH3766, noch zich voor hem nederboogH7812, zo werd HamanH2001vervuldH4390 met grimmigheidH2534.Toen Haman zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid.
KJVAnd when Haman2saw1that Mordecai5bowed6not, nor did him reverence,7then was Haman10full9of wrath.
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2הָמָ֔ןH2001Haman, HamansHaman3כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5מָרְדֳּכַ֔יH4782MordechaiMordecai6כֹּרֵ֥עַH3766kromde, gekromd, nederbukkenbow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very7וּמִֽשְׁתַּחֲוֶ֖הH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship8ל֑וֹ9וַיִּמָּלֵ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly10הָמָ֖ןH2001Haman, HamansHaman11חֵמָֽהH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)
6Doch hij verachtte in zijn ogen, dat hij aan Mordechai alleen de hand zou slaan (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Doch hij verachtteH959 in zijn ogenH5869, dat hij aan MordechaiH4782 alleen de handH3027 zou slaanH7971 (wantH3588 men had hem het volkH5971 van MordechaiH4782 aangewezen); maar HamanH2001zochtH1245 al de JodenH3064, dieH834 in het ganseH3605koninkrijkH4438 van AhasverosH325 waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgenH8045.Doch hij verachtte in zijn ogen, dat hij aan Mordechai alleen de hand zou slaan (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgen.
KJVAnd he thought2scorn1to lay3hands4on Mordecai5alone; for they had shewed8him the people11of Mordecai:12wherefore Haman14sought13to destroy15all the Jews18that were throughout the whole kingdom21of Ahasuerus,22even the people23of Mordecai.
1וַיִּ֣בֶזH959veracht, verachtte, verachtendespise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person2בְּעֵינָ֗יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)3לִשְׁלֹ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4יָד֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5בְּמָרְדֳּכַ֣יH4782MordechaiMordecai6לְבַדּ֔וֹH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8הִגִּ֥ידוּH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter9ל֖וֹ10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12מָרְדֳּכָ֑יH4782MordechaiMordecai13וַיְבַקֵּ֣שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)14הָמָ֗ןH2001Haman, HamansHaman15לְהַשְׁמִ֧ידH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הַיְּהוּדִ֛יםH3064Joden, Jood, JoodsJew19אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21מַלְכ֥וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal22אֲחַשְׁוֵר֖וֹשׁH325AhasverosAhasuerus23עַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people24מָרְדֳּכָֽיH4782MordechaiMordecai
7In de eerste maand (deze is de maand Nisan) in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros, wierp men het Pur, dat is, het lot, voor Hamans aangezicht, van dag tot dag, en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe; deze is de maand Adar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7In de eersteH7223maandH2320 (deze is de maandH2320NisanH5212) in het twaalfdeH8147jaarH8141 van den koningH4428AhasverosH325, wierpH5307 men het PurH6332, dat is, het lotH1486, voor HamansH2001aangezichtH6440, van dagH3117 tot dagH3117, en van maandH2320 tot maandH2320, tot de twaalfdeH8147 maand toe; deze is de maand AdarH143.In de eerste maand (deze is de maand Nisan) in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros, wierp men het Pur, dat is, het lot, voor Hamans aangezicht, van dag tot dag, en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe; deze is de maand Adar.
KJVIn the first2month,1that is, the month4Nisan,5in the twelfth7year6of king9Ahasuerus,10they cast11Pur,12that is, the lot,14before15Haman16from day17to day,18and from month19to month,20to the twelfth21month, that is, the month24Adar.
1בַּחֹ֤דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon2הָרִאשׁוֹן֙H7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past3הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5נִיסָ֔ןH5212NisanNisan6בִּשְׁנַת֙H8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)7שְׁתֵּ֣יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8עֶשְׂרֵ֔הH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)9לַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal10אֲחַשְׁוֵר֑וֹשׁH325AhasverosAhasuerus11הִפִּ֣ילH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down12פּוּר֩H6332Purim, PurPur, Purim13ה֨וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14הַגּוֹרָ֜לH1486lot, loten, lotslot15לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הָמָ֗ןH2001Haman, HamansHaman17מִיּ֧וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18לְי֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger19וּמֵחֹ֛דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon20לְחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon21שְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two22עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)23הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who24חֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon25אֲדָֽרH143AdarAdar
8Want Haman had tot den koning Ahasveros gezegd: Er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks; en hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken; ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Want HamanH2001 had tot den koningH4428AhasverosH325gezegdH559: Er is eenH259volkH5971, verstrooidH6340 en verdeeldH6504 onder de volkenH5971 in al de landschappenH4082 uws koninkrijksH4438; en hun wettenH1881 zijn verscheidenH8138 van de wettenH1881allerH3605volkenH5971; ook doenH6213 zij des koningsH4428 wetten nietH369; daarom is het den koningH4428nietH369oorbaarH7737 hen te latenH3240 blijven.Want Haman had tot den koning Ahasveros gezegd: Er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks; en hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken; ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven.
KJVAnd Haman2said1unto king3Ahasuerus,4There is5a certain7people6scattered abroad8and dispersed9among the people11in all the provinces13of thy kingdom;14and their laws15are diverse16from all people;18neither keep23they the king's21laws:20therefore it is not for the king's24profit26to suffer
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הָמָן֙H2001Haman, HamansHaman3לַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֲחַשְׁוֵר֔וֹשׁH325AhasverosAhasuerus5יֶשְׁנ֣וֹH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest6עַםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7אֶחָ֗דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8מְפֻזָּ֤רH6340verstrooid, strooit, uitstrooitdisperse, scatter (abroad)9וּמְפֹרָד֙H6504verdeeld, gescheiden, scheidendisperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder10בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within11הָֽעַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people12בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מְדִינ֣וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province14מַלְכוּתֶ֑ךָH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal15וְדָתֵיהֶ֞םH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner16שֹׁנ֣וֹתH8138tweeden, veranderd, veranderdedo (speak, strike) again, alter, double, (be given to) change, disguise, (be) diverse, pervert, prefer, repeat, return, do the second time17מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18עָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20דָּתֵ֤יH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner21הַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal22אֵינָ֣םH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)23עֹשִׂ֔יםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use24וְלַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal25אֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)26שֹׁוֶ֖הH7737maakt, baat, besteldavail, behave, bring forth, compare, countervail, (be, make) equal, lay, be (make, a-) like, make plain, profit, reckon27לְהַנִּיחָֽםH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)
9Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, dat men hen verdoe; zo zal ik tien duizend talenten zilvers opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9IndienH518 het den koningH4428goeddunktH2895, laat er geschrevenH3789 worden, dat men hen verdoeH6; zo zal ik tienH6235duizendH505talentenH3603zilversH3701opwegenH8254 in de handenH3027 dergenen, die het werkH4399doenH6213, om in des koningsH4428schattenH1595 te brengenH935.Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, dat men hen verdoe; zo zal ik tien duizend talenten zilvers opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen.
KJVIf it please4the king,3let it be written5that they may be destroyed:6and I will pay11ten7thousand8talents9of silver10to the hands13of those that have the charge14of the business,15to bring16it into the king's19treasuries.
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4ט֔וֹבH2895goeddunkt, goed, beterbe (do) better, cheer, be (do, seem) good, (make) goodly, [idiom] please, (be, do, go, play) well5יִכָּתֵ֖בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)6לְאַבְּדָ֑םH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee7וַעֲשֶׂ֨רֶתH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen8אֲלָפִ֜יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand9כִּכַּרH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent10כֶּ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)11אֶשְׁקוֹל֙H8254gewogen, woog, wegenpay, receive(-r), spend, [idiom] throughly, weigh12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13יְדֵי֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14עֹשֵׂ֣יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15הַמְּלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)16לְהָבִ֖יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18גִּנְזֵ֥יH1595schatten, schatkistenchest, treasury19הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
10Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen trokH5493 de koningH4428 zijn ringH2885 van zijn handH3027, en hij gafH5414 hem aanH5921HamanH2001, den zoonH1121 van HammedathaH4099, den AgagietH91, der JodenH3064tegenpartijderH6887.Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder.
KJVAnd the king2took1his ring4from his hand,6and gave7it unto Haman8the son9of Hammedatha10the Agagite,11the Jews'13enemy.
1וַיָּ֧סַרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2הַמֶּ֛לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4טַבַּעְתּ֖וֹH2885ringen, ring, vingerringring5מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7וַֽיִּתְּנָ֗הּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לְהָמָ֧ןH2001Haman, HamansHaman9בֶּֽןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10הַמְּדָ֛תָאH4099HammedathaHammedatha (including the article)11הָאֲגָגִ֖יH91AgagietAgagite12צֹרֵ֥רH6887bange, benauwen, benauwdadversary, (be in) afflict(-ion), beseige, bind (up), (be in, bring) distress, enemy, narrower, oppress, pangs, shut up, be in a strait (trouble), vex13הַיְּהוּדִֽיםH3064Joden, Jood, JoodsJew
11En de koning zeide tot Haman: Dat zilver zij u geschonken, ook dat volk, om daarmede te doen, naar dat het goed is in uw ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de koningH4428zeideH559 tot HamanH2001: Dat zilverH3701 zij u geschonkenH5414, ook dat volkH5971, om daarmede te doenH6213, naar dat het goedH2896 is in uw ogenH5869.En de koning zeide tot Haman: Dat zilver zij u geschonken, ook dat volk, om daarmede te doen, naar dat het goed is in uw ogen.
KJVAnd the king2said1unto Haman,3The silver4is given5to thee, the people7also, to do8with them as it seemeth11good
12Toen werden de schrijvers des konings geroepen, in de eerste maand, op den dertienden dag derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders des konings, en aan de landvoogden, die over elk landschap waren, en aan de vorsten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijn spraak; er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen werden de schrijversH5608 des koningsH4428geroepenH7121, in de eersteH7223maandH2320, op den dertiendenH7969dagH3117 derzelve, en er werd geschrevenH3789naarH413allesH3605, watH834HamanH2001bevalH6680, aan de stadhoudersH323 des koningsH4428, en aan de landvoogdenH6346, dieH834overH5921 elk landschapH4082 waren, en aan de vorstenH8269 van elk volkH5971, elk landschapH4082 naar zijn schriftH3791, en elk volkH5971 naar zijn spraakH3956; er werd geschrevenH3789 in den naamH8034 van den koningH4428AhasverosH325, en het werd met des koningsH4428ringH2885verzegeldH2856.Toen werden de schrijvers des konings geroepen, in de eerste maand, op den dertienden dag derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders des konings, en aan de landvoogden, die over elk landschap waren, en aan de vorsten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijn spraak; er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld.
KJVThen were the king's3scribes2called1on the thirteenth6day8of the first5month,4and there was written10according to all that Haman14had commanded13unto the king's17lieutenants,16and to the governors19that were over every province,22and to the rulers25of every people26of every province23according to the writing30thereof, and to every people27after their language;33in the name34of king35Ahasuerus36was it written,37and sealed38with the king's40ring.
1וַיִּקָּרְאוּ֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2סֹפְרֵ֨יH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer3הַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4בַּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הָרִאשׁ֗וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past6בִּשְׁלוֹשָׁ֨הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7עָשָׂ֣רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)8יוֹם֮H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9בּוֹ֒10וַיִּכָּתֵ֣בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)11כְּֽכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13צִוָּ֣הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14הָמָ֡ןH2001Haman, HamansHaman15אֶ֣לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16אֲחַשְׁדַּרְפְּנֵֽיH323stadhouderslieutenant17הַ֠מֶּלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal18וְֽאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)19הַפַּח֞וֹתH6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor20אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22מְדִינָ֣הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province23וּמְדִינָ֗הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province24וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25שָׂ֤רֵיH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward26עַם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people27וָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people28מְדִינָ֤הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province29וּמְדִינָה֙H4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province30כִּכְתָבָ֔הּH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing31וְעַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people32וָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people33כִּלְשׁוֹנ֑וֹH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge34בְּשֵׁ֨םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report35הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal36אֲחַשְׁוֵרֹשׁ֙H325AhasverosAhasuerus37נִכְתָּ֔בH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)38וְנֶחְתָּ֖םH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop39בְּטַבַּ֥עַתH2885ringen, ring, vingerringring40הַמֶּֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal
13De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hun buit zou roven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13De brievenH5612 nu werden gezondenH7971 door de handH3027 der lopersH7323 tot alH3605 de landschappenH4082 des koningsH4428, dat men zou verdelgenH8045, dodenH2026 en verdoenH6alH3605 de JodenH3064, van den jongeH5288 tot den oudeH2205toeH5704, de kleine kinderenH2945 en de vrouwenH802, op eenH259dagH3117, op den dertiendenH7969 der twaalfdeH8147maandH2320 (deze is de maand AdarH143), en datH1931 men hun buitH7998 zou rovenH962.De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hun buit zou roven.
KJVAnd the letters2were sent1by3posts4into all the king's8provinces,7to destroy,9to kill,10and to cause to perish,11all Jews,14both young15and old,17little children18and women,19in one21day,20even upon the thirteenth22day of the twelfth25month,24which is the month28Adar,29and to take the spoil30of them for a prey.
1וְנִשְׁל֨וֹחַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2סְפָרִ֜יםH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll3בְּיַ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4הָרָצִים֮H7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מְדִינ֣וֹתH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province8הַמֶּלֶךְ֒H4428koning, konings, koningenking, royal9לְהַשְׁמִ֡ידH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly10לַהֲרֹ֣גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely11וּלְאַבֵּ֣דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הַ֠יְּהוּדִיםH3064Joden, Jood, JoodsJew15מִנַּ֨עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)16וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17זָקֵ֜ןH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator18טַ֤ףH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families19וְנָשִׁים֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English20בְּי֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger21אֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,22בִּשְׁלוֹשָׁ֥הH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)23עָשָׂ֛רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)24לְחֹ֥דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon25שְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two26עָשָׂ֖רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)27הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who28חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon29אֲדָ֑רH143AdarAdar30וּשְׁלָלָ֖םH7998buit, roof, roofsprey, spoil31לָבֽוֹזH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly
14De inhoud van het schrift was, dat er een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken, dat zij tegen denzelfden dag zouden gereed zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14De inhoudH6572 van het schriftH3791 was, dat er een wetH1881 zou gegevenH5414 worden in alleH3605landschappenH4082, openbaarH1540 aan alleH3605volkenH5971, dat zij tegen denzelfdenH2088dagH3117 zouden gereedH6264 zijn.De inhoud van het schrift was, dat er een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken, dat zij tegen denzelfden dag zouden gereed zijn.
KJVThe copy1of the writing2for a commandment4to be given3in every province6was published8unto all people,10that they should be ready12against that day.
1פַּתְשֶׁ֣גֶןH6572afschrift, inhoudcopy2הַכְּתָ֗בH3791schrift, geschrift, voorschriftregister, scripture, writing3לְהִנָּ֤תֵֽןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4דָּת֙H1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מְדִינָ֣הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province7וּמְדִינָ֔הH4082landschappen, landschap, landschaps([idiom] every) province8גָּל֖וּיH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover9לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הָֽעַמִּ֑יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11לִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12עֲתִדִ֖יםH6264bereid, gereed, gebeurenthings that shall come, ready, treasures13לַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
15De lopers gingen uit, voortgedrongen zijnde door het woord des konings, en de wet werd uitgegeven in den burg Susan. En de koning en Haman zaten en dronken, doch de stad Susan was verward.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15De lopersH7323gingenH3318 uit, voortgedrongenH1765 zijnde door het woordH1697 des koningsH4428, en de wetH1881 werd uitgegevenH5414 in den burgH1002SusanH7800. En de koningH4428 en HamanH2001zatenH3427 en dronkenH8354, doch de stadH5892SusanH7800 was verwardH943.De lopers gingen uit, voortgedrongen zijnde door het woord des konings, en de wet werd uitgegeven in den burg Susan. En de koning en Haman zaten en dronken, doch de stad Susan was verward.
KJVThe posts1went out,2being hastened3by the king's5commandment,4and the decree6was given7in Shushan8the palace.9And the king10and Haman11sat down12to drink;13but the city14Shushan15was perplexed.
1הָֽרָצִ֞יםH7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post2יָצְא֤וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3דְחוּפִים֙H1765aangedreven, gedreven, voortgedreven(be) haste(-ned), pressed on4בִּדְבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal6וְהַדָּ֥תH1881wet, wetten, gebodcommandment, commission, decree, law, manner7נִתְּנָ֖הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8בְּשׁוּשַׁ֣ןH7800SusanShushan9הַבִּירָ֑הH1002burg, paleispalace10וְהַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11וְהָמָן֙H2001Haman, HamansHaman12יָשְׁב֣וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13לִשְׁתּ֔וֹתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)14וְהָעִ֥ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town15שׁוּשָׁ֖ןH7800SusanShushan16נָבֽוֹכָהH943verward, bedwelmdbe entangled, (perplexed)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Esther 3:1— Na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman groot, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, en hij verhoogde hem, en hij zette zijn stoel boven al de vorsten, die bij hem waren.Esther 5:11→Esther 3:10→Numeri 24:7→Daniël 6:2→1 Samuël 15:33→Genesis 41:40→Spreuken 29:2→Esther 1:14→
Esther 3:2— En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder.Esther 2:19→Genesis 41:43→Esther 2:21→Filippenzen 2:10→1 Samuël 15:3→Exodus 17:14→Psalmen 15:4→Esther 3:5→
Esther 3:3— Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod?Esther 3:2→Esther 2:19→Mattheüs 15:2→Exodus 1:17→
Esther 3:4— Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was.Genesis 39:10→Ezra 1:3→Jona 1:9→Daniël 3:23→Daniël 3:12→Daniël 6:20→Daniël 3:8→Daniël 6:13→
Esther 3:5— Toen Haman zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid.Esther 5:9→Daniël 3:19→Esther 3:2→Spreuken 12:16→Esther 1:12→Genesis 4:5→Spreuken 27:3→Job 5:2→
Esther 3:6— Doch hij verachtte in zijn ogen, dat hij aan Mordechai alleen de hand zou slaan (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgen.Psalmen 83:4→Openbaring 12:12→
Esther 3:7— In de eerste maand (deze is de maand Nisan) in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros, wierp men het Pur, dat is, het lot, voor Hamans aangezicht, van dag tot dag, en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe; deze is de maand Adar.Ezra 6:15→Esther 9:24→Spreuken 16:33→Nehemia 2:1→Mattheüs 27:35→Ezechiël 21:21→Esther 2:16→Esther 9:17→
Esther 3:8— Want Haman had tot den koning Ahasveros gezegd: Er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks; en hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken; ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven.Handelingen 16:20→Ezra 4:12→Leviticus 26:33→Deuteronomium 4:27→Jeremia 50:17→Ezechiël 6:8→Handelingen 17:6→1 Petrus 1:1→
Esther 3:9— Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, dat men hen verdoe; zo zal ik tien duizend talenten zilvers opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen.Genesis 23:16→Mattheüs 18:24→
Esther 3:10— Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder.Esther 8:2→Genesis 41:42→Esther 7:6→Esther 3:1→Esther 8:8→
Esther 3:11— En de koning zeide tot Haman: Dat zilver zij u geschonken, ook dat volk, om daarmede te doen, naar dat het goed is in uw ogen.Lukas 23:25→Jeremia 40:4→Jeremia 26:14→Psalmen 73:7→
Esther 3:12— Toen werden de schrijvers des konings geroepen, in de eerste maand, op den dertienden dag derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders des konings, en aan de landvoogden, die over elk landschap waren, en aan de vorsten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijn spraak; er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld.1 Koningen 21:8→Esther 1:22→Esther 9:27→Ezra 8:36→Daniël 6:15→Daniël 6:8→Daniël 6:12→Esther 8:2→
Esther 3:13— De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hun buit zou roven.Esther 9:10→2 Kronieken 30:6→1 Samuël 15:3→Esther 8:10→Jakobus 2:13→Romeinen 3:15→Jesaja 10:6→Jeremia 51:31→
Esther 3:14— De inhoud van het schrift was, dat er een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken, dat zij tegen denzelfden dag zouden gereed zijn.Esther 8:13→
Esther 3:15— De lopers gingen uit, voortgedrongen zijnde door het woord des konings, en de wet werd uitgegeven in den burg Susan. En de koning en Haman zaten en dronken, doch de stad Susan was verward.Esther 8:15→Esther 4:16→Amos 6:6→Spreuken 1:16→Johannes 16:20→Spreuken 4:16→Openbaring 11:10→Spreuken 29:2→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Esther 3 vers 1— Na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman groot, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, en hij verhoogde hem, en hij zette zijn stoel boven al de vorsten, die bij hem waren.
maakte de koning
Dat is, hij verhief hem boven al de andere vorsten en groten zijns rijks.
Hertaald:maakte de koning
Dat is: hij verhief hem boven alle andere vorsten en groten van zijn rijk.
Agagiet,
Eenigen menen dat Haman is afkomstig geweest van Agag den koning der Amalekieten, van welken te lezen is 1 Sam. 15:8 . Zie ook Ex. 17:14 ; Num. 24:7 .
Hertaald:Agagiet,
Sommigen menen dat Haman afkomstig was van Agag, de koning van de Amalekieten, over wie te lezen is in 1 Sam. 15:8. Zie ook Ex. 17:14; Num. 24:7.
boven al de vorsten,
Dat is, boven de stoelen van al de vorsten; 2 Kon. 25:28 .
Hertaald:boven al de vorsten,
Dat is: boven de zetels van alle vorsten; 2 Kon. 25:28.
Esther 3 vers 2— En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder.
al de knechten des konings,
Versta hier, al de hovelingen, of die van des konings lijfwacht waren.
Hertaald:al de knechten des konings,
Versta hier: alle hovelingen, of degenen die tot de lijfwacht van de koning behoorden.
neigden
Hem een onbetamelijken, ongeoorloofden Perzischen eerbied bewijzende, waarin Mordechai gewetensbezwaar maakte hen na te volgen; te meer, naar sommiger gevoelen, omdat hem bekend was dat deze Haman een Amalekiet was.
Hertaald:neigden
Terwijl zij hem een onbetamelijke, ongeoorloofde Perzische eerbied bewezen, waarin Mordechai gewetensbezwaar had hen na te volgen; te meer, volgens sommigen, omdat hem bekend was dat deze Haman een Amalekiet was.
van hem bevolen;
Dat is, hem aangaande.
Hertaald:van hem bevolen;
Dat is: hem betreffend.
Esther 3 vers 3— Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod?
Waarom overtreedt
Zie boven, vs.2.
Hertaald:Waarom overtreedt
Zie hierboven vers 2.
Esther 3 vers 4— Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was.
naar hen niet hoorde,
Dat is, hun niet gehoorzaamde en zich niet liet bewegen door hun aanspraak en vermaning.
Hertaald:naar hen niet hoorde,
Dat is: hun niet gehoorzaamde en zich niet liet overtuigen door hun aanspraak en vermaning.
of de woorden van Mórdechaï
Dat is, of hij standvastig zou blijven in zijn religie en of hij derhalve voortaan weigeren zou voor Haman zich te neigen.
Hertaald:of de woorden van Mórdechaï
Dat is: of hij standvastig zou blijven in zijn godsdienst en of hij daarom voortaan zou weigeren voor Haman te buigen.
hij had hun te kennen gegeven,
Te weten, als zij hem vraagden, waarom hij des konings gebod niet gehoorzaamde, mist zich voor Haman buigende.
Hertaald:hij had hun te kennen gegeven,
Namelijk: toen zij hem vroegen waarom hij het gebod van de koning niet gehoorzaamde door zich niet voor Haman te buigen.
dat hij een Jood was
Welken het niet geoorloofd was enen mens te aanbidden, want God heeft verboden de creaturen aan te bidden; Deut. 6:13 , en Deut. 10:12 , Deut. 10:20 , en Deut. 17:3 ; Matt. 4:10 ; Luc. 4:8 .
Hertaald:dat hij een Jood was
Aan wie het niet geoorloofd was een mens te aanbidden, want God heeft verboden de schepselen te aanbidden; Deut. 6:13, en Deut. 10:12, Deut. 10:20, en Deut. 17:3; Matth. 4:10; Luk. 4:8.
Esther 3 vers 6— Doch hij verachtte in zijn ogen, dat hij aan Mordechai alleen de hand zou slaan (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgen.
hij verachtte
Dat is, hij achtte het te gering en de moeite niet waard te zijn, dat hij Mordechai alleen zou doden.
Hertaald:hij verachtte
Dat is: hij achtte het te gering en de moeite niet waard om alleen Mordechai te doden.
de hand zou slaan
Te weten, om hem te doden. Alzo ook boven, Est. 2:21 .
Hertaald:de hand zou slaan
Namelijk: om hem te doden. Zo ook hierboven Est. 2:21.
volk van Mórdechaï
Dat is, de landslieden; of van welk volk en natie Mordechai gesproten was.
Hertaald:volk van Mórdechaï
Dat is: de landgenoten; of van welk volk en welke natie Mordechai afkomstig was.
Esther 3 vers 7— In de eerste maand (deze is de maand Nisan) in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros, wierp men het Pur, dat is, het lot, voor Hamans aangezicht, van dag tot dag, en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe; deze is de maand Adar.
Nisan
Overeenkomende ten dele met onzen Maart, ten dele met onzen April.
Hertaald:Nisan
Komt deels overeen met onze maart, deels met onze april.
het Pur,
Pur, of phur is een Perzisch woord, betekenende het lot, onder, Est. 9:24 .
Hertaald:het Pur,
Pur, of phur is een Perzisch woord, dat het lot betekent, hieronder Est. 9:24.
van dag tot dag,
De zin dezer woorden is, dat men volgens het heidens Perzische bijgeloof, het lot wierp, om te weten op welken dag en maand, dat het bekwaamst zou wezen, de Joden alom op een en denzelfden dag te verdelgen.
Hertaald:van dag tot dag,
De betekenis van deze woorden is dat men, volgens het heidens-Perzische bijgeloof, het lot wierp om te weten op welke dag en maand het meest geschikt zou zijn om de Joden overal op één en dezelfde dag uit te roeien.
tot de twaalfde maand toe;
Dat is, in de twaalfde maand kwam eerst het lot uit, hetwelk den dag aanwees, op welken men de Joden zou ombrengen.
Hertaald:tot de twaalfde maand toe;
Dat is: pas in de twaalfde maand kwam het lot uit, dat de dag aanwees waarop men de Joden zou ombrengen.
Adar
Dit is een Syrisch of Chaldeeuws woord, gelijk er geschreven staat 2 Macc.15:37. En deze maand viel ten dele in onzen Februari, ten dele in Maart.
Hertaald:Adar
Dit is een Syrisch of Chaldeeuws woord, zoals er geschreven staat in 2 Makk. 15:37. En deze maand viel deels in onze februari, deels in maart.
Esther 3 vers 8— Want Haman had tot den koning Ahasveros gezegd: Er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks; en hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken; ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven.
had tot den koning
Te weten, eer hij het lot wierp; want dit zou vergeefse moeite geweest zijn, ten ware dat hij eerst consent van den koning gehad had om de Joden uit te roeien.
Hertaald:had tot den koning
Namelijk: voordat hij het lot wierp; want dit zou vergeefse moeite geweest zijn, tenzij hij eerst toestemming van de koning gehad had om de Joden uit te roeien.
doen zij des konings wetten niet;
Dit zegt hij daarom, omdat Mordechai den koning niet gehoorzaamde in Haman te aanbidden. En hetgeen Mordechai tegen hem alleen misdaan had, dat legt Haman hier al den Joden ten last, en beschuldigt hen, alsof zij altegaar al de wetten des konings verachttten.
Hertaald:doen zij des konings wetten niet;
Dit zegt hij omdat Mordechai de koning niet gehoorzaamde door Haman niet te aanbidden. En wat Mordechai alleen tegen hem misdaan had, dat legt Haman hier alle Joden ten laste, en hij beschuldigt hen ervan alsof zij allemaal alle wetten van de koning veronachtzaamden.
hen te laten blijven
Te weten, in het koninkrijk, of in het leven, maar zij dienen uitgeroeid te wezen.
Hertaald:hen te laten blijven
Namelijk: in het koninkrijk, of in leven, maar zij verdienen het uitgeroeid te worden.
Esther 3 vers 9— Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, dat men hen verdoe; zo zal ik tien duizend talenten zilvers opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen.
dat men hen
Te weten, al de Joden, die in des konings gebied te vinden zijn.
Hertaald:dat men hen
Namelijk: alle Joden die in het gebied van de koning te vinden zijn.
zo zal ik
Dezen groten schat belooft hij den koning te leveren, opdat hij hem ter eer bewege toe te laten, dat hij de Joden zou mogen ombrengen.
Hertaald:zo zal ik
Deze grote schat belooft hij de koning te leveren, om hem ertoe te bewegen ter wille van dat geld toe te staan dat hij de Joden zou mogen ombrengen.
dergenen,
Hij verstaat de thesauriers des konings, die last zouden hebben dit geld te ontvangen.
Hertaald:dergenen,
Hij bedoelt de penningmeesters van de koning, die de opdracht zouden krijgen dit geld te ontvangen.
schatten te brengen
Of, schatkisten, of schatkamers.
Hertaald:schatten te brengen
Of: schatkisten, of schatkamers.
Esther 3 vers 10— Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder.
zijn ring
Te weten, zijn zegelring, gelijk af te nemen is uit Est. 8:8 . Dit deed de koning tot een teken der macht, die hij Haman gaf. Zie de aantekening Gen. 41:42 , en hier onder, vs.12.
Hertaald:zijn ring
Namelijk: zijn zegelring, zoals op te maken is uit Est. 8:8. Dit deed de koning als teken van de macht die hij Haman gaf. Zie de aantekening bij Gen. 41:42, en hieronder vers 12.
Esther 3 vers 11— En de koning zeide tot Haman: Dat zilver zij u geschonken, ook dat volk, om daarmede te doen, naar dat het goed is in uw ogen.
zilver
Te weten, die tien duizend talenten, die gij gepresenteerd hebt in mijn schatkamer te leveren.
Hertaald:zilver
Namelijk: die tienduizend talenten die u aangeboden hebt in mijn schatkamer te leveren.
ook dat volk,
Te weten, de Joden, die gij wilt laten ombrengen.
Hertaald:ook dat volk,
Namelijk: de Joden, die u wilt laten ombrengen.
Esther 3 vers 12— Toen werden de schrijvers des konings geroepen, in de eerste maand, op den dertienden dag derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders des konings, en aan de landvoogden, die over elk landschap waren, en aan de vorsten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijn spraak; er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld.
in de eerste maand,
Genoemd, Nisan, vs.7.
Hertaald:in de eerste maand,
Nisan genoemd, vers 7.
naar alles,
Dit was, dat men op zulk een dag, als het Haman zou goeddunken, het gebod des konings, belangende het ombrengen aller Joden, zou in het werk stellen.
Hertaald:naar alles,
Dit hield in dat men, op een dag die Haman goed zou uitkomen, het bevel van de koning aangaande het ombrengen van alle Joden zou uitvoeren.
die over elk landschap
Hebreeuws, die over landschap en landschap, en volk en volk waren. Alzo ook meermalen hierna.
Hertaald:die over elk landschap
Hebreeuws: die over gewest en gewest, en volk en volk waren. Zo ook vaker hierna.
Esther 3 vers 13— De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hun buit zou roven.
hun buit zou roven
Dat is, hun goederen, die hier genoemd worden de buit der Joden; hetwelk zo niet te verstaan is, alsof zij denzelven anderen hadden afgenomen of geroofd; maar omdat anderen [te weten, Haman en de zijnen] hun dien wilden afnemen en hen daarvan beroven.
Hertaald:hun buit zou roven
Dat is: hun bezittingen, die hier de buit van de Joden genoemd worden; dit moet niet zo begrepen worden alsof zij die van anderen afgenomen of geroofd hadden; maar omdat anderen [namelijk Haman en de zijnen] hun dat wilden afnemen en hen daarvan beroven.
Esther 3 vers 14— De inhoud van het schrift was, dat er een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken, dat zij tegen denzelfden dag zouden gereed zijn.
inhoud
Of, copie.
Hertaald:inhoud
Of: kopie.
zou gegeven worden
Te weten, van de vorsten en landvoogden, elk in zijn gebied.
Hertaald:zou gegeven worden
Namelijk: door de vorsten en landvoogden, ieder in zijn gebied.
in alle landschappen,
Hebreeuws, in alle landschap en landschap.
Hertaald:in alle landschappen,
Hebreeuws: in elk gewest en gewest.
tegen denzelfden dag
Te weten, op den dertienden dag der twaalfde maand.
Hertaald:tegen denzelfden dag
Namelijk: op de dertiende dag van de twaalfde maand.
zouden gereed zijn
Te weten, om de Joden te overvallen, te doden en te verdoen, en hun goederen te roven, vs.13.
Hertaald:zouden gereed zijn
Namelijk: om de Joden te overvallen, te doden en om te brengen, en hun bezittingen te roven, vers 13.
Esther 3 vers 15— De lopers gingen uit, voortgedrongen zijnde door het woord des konings, en de wet werd uitgegeven in den burg Susan. En de koning en Haman zaten en dronken, doch de stad Susan was verward.
door het woord
Dat is, door des konings plakkaat, dat van het ombrengen der Joden op den burg Susan eerst aangeslagen was.
Hertaald:door het woord
Dat is: door het plakkaat van de koning, dat over het ombrengen van de Joden eerst in de burcht Susan was aangeplakt.
zaten en dronken,
Hebreeuws, zaten om te drinken, of drinkende.
Hertaald:zaten en dronken,
Hebreeuws: zaten om te drinken, of drinkend.
de stad Susan
Dat is, de inwoners der stad Susan; maar inzonderheid de Joden, die in dezelve woonden, wier goed en bloed daaraan gelegen was. Zie onder, Est. 8:15 .
Hertaald:de stad Susan
Dat is: de inwoners van de stad Susan; maar vooral de Joden die daarin woonden, wier bezit en leven daarmee op het spel stonden. Zie hieronder Est. 8:15.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ahasveros — machtige heerser (Perzische titel, vaak gelijkgesteld met Xerxes I)
Koning van Perzië, heersend over honderdzevenentwintig landschappen van Indië tot Morenland. Na het verstoten van koningin Vasthi verhief hij Esther tot koningin; later, opgehitst door Haman, gaf hij bevel tot uitroeiing van de Joden, maar herriep dit na Esthers tussenkomst en liet in plaats daarvan Haman ophangen (Esther 1-10).
Mordechai — toegewijd aan (de god) Marduk (Perzische naam)
Een Jood uit de stam Benjamin te Susan, uit het geslacht van hen die met koning Jechonia weggevoerd waren; hij voedde zijn nicht Hadassa (Esther) op als zijn eigen dochter. Hij ontdekte en verijdelde een samenzwering tegen de koning, weigerde later voor Haman te buigen, en spoorde Esther aan zich voor haar volk in te zetten, wat uiteindelijk tot Hamans val en de redding van de Joden leidde (Esther 2-10).
Haman — luidruchtig, roemrijk (onzeker)
Zoon van Hammedatha, de Agagiet; door Ahasveros tot de hoogste eer verheven boven alle vorsten. Vertoornd omdat Mordechai weigerde voor hem te buigen, spande hij een complot om alle Joden in het rijk te laten uitroeien, en liet daartoe een galg van vijftig ellen bouwen om Mordechai daaraan op te hangen. Zijn plan keerde zich echter tegen hem: hij werd zelf aan die galg opgehangen (Esther 3, 5, 7).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder — één man die blijft staan waar iedereen buigt, en de oude vijandschap die daarmee weer bovenkomt (Est. 3:2)
De koning maakte Haman groot, de zoon van Hammedatha, den Agagiet, en zette zijn stoel boven alle vorsten (Est. 3:1). Alle knechten in de poort bogen zich voor hem, want de koning had het zo bevolen, maar Mordechai neigde zich niet en boog zich niet neder (Est. 3:2). Dag aan dag vroegen zij hem waarom hij het gebod van de koning overtrad (Est. 3:3). Toen hij niet naar hen hoorde, gaven zij het aan Haman door, en de tekst noemt daarbij wat Mordechai hun gezegd had: dat hij een Jood was (Est. 3:4). Haman werd vervuld met grimmigheid toen hij het zag (Est. 3:5). De hand aan Mordechai alleen slaan achtte hij te gering; men had hem het volk van Mordechai aangewezen, en daarom zocht hij alle Joden in het hele koninkrijk te verdelgen (Est. 3:6).
Bijbelse betekenis: Waarom Mordechai niet boog, zegt de tekst niet met zoveel woorden, maar hij legt het wel naast de mededeling dat hij een Jood was (Est. 3:4). Buigen voor hooggeplaatsten was in dat rijk gebruikelijk en op zichzelf nog geen aanbidding. De naam Agagiet wijst intussen op iets ouders. Agag was de koning der Amalekieten die Saul spaarde en die Samuël daarna in stukken hieuw (1 Sam. 15:8,33). Amalek had Israël overvallen bij de uittocht en de zwakken achteraan neergeslagen, en de wet gebood die gedachtenis niet te vergeten (Deut. 25:17-19). Wat Saul liet liggen, staat generaties later opnieuw voor de poort. En let op de sprong die de haat maakt. Het begint bij één man die niet buigt en het eindigt bij een volk dat verdelgd moet worden; wie zich aan één ergert, zoekt zelden lang naar meer.
Typologie: Na de eerste aanval sprak de HEERE Zelf een vonnis uit dat over eeuwen heen reikt: "zo zal de oorlog des HEEREN tegen Amalek zijn, van geslacht tot geslacht" (Ex. 17:16). Dat Haman zijn einde vindt aan de galg die hij zelf had laten maken, sluit die lange rekening (Est. 7:9-10).
Est. 3:1-6; Est. 7:9-10; Ex. 17:16; Deut. 25:17-19; 1 Sam. 15:8,33
Men wierp het Pur, dat is het lot — het lot moet de dag van de uitroeiing aanwijzen, en juist dat lot schenkt de bedreigden elf maanden tijd (Est. 3:7)
In de eerste maand, de maand Nisan, in het twaalfde jaar van Ahasveros, wierp men het Pur, dat is het lot, voor het aangezicht van Haman. Dat gebeurde van dag tot dag en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe, dat is de maand Adar (Est. 3:7). Daarna gaat Haman naar de koning met een aanklacht zonder namen: er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken, met eigen wetten, dat des konings wetten niet doet (Est. 3:8). Hij biedt tienduizend talenten zilver aan voor de schatkamers (Est. 3:9). De koning trekt zijn ring van zijn hand en geeft die aan Haman, en laat hem het zilver en het volk (Est. 3:10-11). De schrijvers worden geroepen, en in de naam van de koning wordt het bevel geschreven en met zijn ring verzegeld (Est. 3:12). De lopers brengen het naar alle landschappen: verdelgen, doden en verdoen, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op één dag (Est. 3:13-14). Het hoofdstuk eindigt met een zin die alles zegt: "En de koning en Haman zaten en dronken, doch de stad Susan was verward" (Est. 3:15).
Bijbelse betekenis: Haman laat het lot beslissen en meent zo een gunstige dag te kiezen. Het lot valt op de laatste maand van het jaar, zodat er tussen het bevel en de uitvoering bijna een jaar ligt. Precies in die ruimte gebeurt alles wat het boek verder vertelt. Wie zijn dag aan het lot toevertrouwt, krijgt hier een uitkomst die zijn eigen plan ondermijnt. Let ook op de manier waarop een volk wordt uitgeleverd. De koning vraagt niet welk volk het is, hoort geen verdediging en tekent bij het aanbod van zilver; het kwaad gaat langs een ring en een handtekening en niet langs een open gesprek. En de slotzin zet twee werelden naast elkaar. Aan de ene kant twee mannen die drinken, aan de andere kant een stad die niet weet wat haar overkomt.
Typologie: Boven het lot van Haman staat een spreuk die het hele boek draagt: "Het lot wordt in den schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE" (Spr. 16:33). Wat het lot als middel van Gods beschikking betekent, is reeds behandeld bij Joz. 7:16-18. En de raad die hier met zilver bezegeld wordt, valt onder het woord: "Maar de raad des HEEREN bestaat in eeuwigheid" (Ps. 33:11).
I. Vs. 1-15.KruisverwijzingenHandelingen 16:20→Esther 8:2→Genesis 41:42→Esther 5:11→Psalmen 83:4→Ezra 6:15→Esther 7:6→Esther 3:10→ — Na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman groot, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, en hij verhoogde hem, en hij zette zijn stoel boven al de vorsten, die bij hem waren. En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder. Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod? Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was. Toen Haman zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid. Doch hij verachtte in zijn ogen, dat hij aan Mordechai alleen de hand zou slaan (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgen. In de eerste maand (deze is de maand Nisan) in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros, wierp men het Pur, dat is, het lot, voor Hamans aangezicht, van dag tot dag, en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe; deze is de maand Adar. Want Haman had tot den koning Ahasveros gezegd: Er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks; en hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken; ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven. Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, dat men hen verdoe; zo zal ik tien duizend talenten zilvers opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen. Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder. Nadat in alle stilte een band tussen de hoogste plaats der wereld en het volk Gods geknoopt was, blijkt het plotseling, hoe Mordechai den stand van zaken beoordeeld heeft. Haman, de Agagiet, wordt de lieveling des konings, en als zodanig met de hoogste waardigheid des rijks bekleed. Ieder moet hem, als den plaatsbekleder des konings, goddelijke eer bewijzen. Mordechai weigert dit uit vreze voor God. Vol toorn besluit nu Haman, niet alleen Mordechai, maar zijn gehele volk te verdelgen. Door het lot doet hij onderzoek naar het gunstige tijdstip voor het bloedbad. Vervolgens stelt hij met huichelachtige gebaren de schadelijkheid van het gehate volk den koning voor, en zoekt hij hem, door de belofte zijnen schat daardoor aanzienlijk te vergroten, tot instemming te bewegen. Deze schenkt zijnen gunsteling niet alleen de aangebodene som, maar geeft hem ook volle macht over zijne onderdanen. Spoedig wordt het bevel, om alle Joden op den 13den Adar van het jaar 473 om te brengen, door staatsboden in alle provincies gebracht.
KruisverwijzingenEsther 5:11→Esther 3:10→Numeri 24:7→Daniël 6:2→1 Samuël 15:33→Genesis 41:40→Spreuken 29:2→Esther 1:14→— Na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman groot, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, en hij verhoogde hem, en hij zette zijn stoel boven al de vorsten, die bij hem waren.
Een onbepaalden tijd, zeker enkele jaren, na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman (= alleen) groot 1), den zoon van Hammedatha (= een van een tweeling), den Agagiet 2), en hij verhoogde hem, en hij zette zijnen stoel boven al de zeven vorsten, dieals hoogste staatsraden bij hem waren, zo dat Haman als grootvizier de onmiddellijke plaatsbekleder des konings werd.
De ontstemming, die Xerxes gevoelde over den mislukten veldtocht tegen de Grieken, doet ons begrijpen, dat hij na zijn terugkeer de regeringswerkzaamheden aan anderen, zo als aan enen Haman overliet, en tot zulke onzinnige en goddeloze daden zijne toestemming kon geven. Maar gelijk altijd zo heeft ook nu de Heere reeds het redmiddel gereed, vóórdat Hij den Zijnen enig leed laat wedervaren.
KruisverwijzingenEsther 2:19→Genesis 41:43→Esther 2:21→Filippenzen 2:10→1 Samuël 15:3→Exodus 17:14→Psalmen 15:4→Esther 3:5→— En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder.
Even als zorgvuldig opgemerkt is, dat Mordechai door Simeï uit het huis van Kis afstamde, en dus met het huis van koning Saul verwant was, zo wordt aan de andere zijde gedurig herhaald, dat Haman, de grote vijand der Joden, een Agagiet was (zie vs. 10. Hoofdstuk 8: 3,5; 9: 24), zonder twijfel opdat wij in hem enen nakomeling van dien Amalekietischen koning, dien Saul moest bestrijden, maar dien hij verschoond had (1 Samuel 15: 20,32), zouden zien. Haman behoorde dus tot een volk, aan hetwelk Jehova enen eeuwigen krijg had aangekondigd (Exodus 17: 15,10. Numeri 24: 20); hij was een Edomiet (Genesis 36: 12,16) dus een aartsvijand van den Israëlietischen naam. De geschiedenis van ons Boek is alzo zowel ene vernieuwing van de oude vijandschap van Amalek tegen Israël als ene vervulling van de belofte Gods (Exodus 17: 8 vv.), ook aan Zijn volk in de verbanning. Deze betekenis, welke dit Boek voor het Godsrijk heeft, springt nog te meer in het oog, wanneer wij in Mordechai enen nakomeling van Israëls eersten koning zien en daarbij achtgeven op Numeri 24: 7.
En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, alle regerings- en hofbeambten, neigden en bogen zich neer voor Haman, als voor den plaatsbekleder des konings, die Ormuzd, den god van het licht en leven openbaarde, want de koning had alzo van hem bevolen, dat het niet slechts de gewone, Oosterse, eerbiedige groet moest zijn, maar ene betoning der aan den koning toekomende aanbidding; maar Mordechai, die wel wist, dat Gode alleen de ere toekwam en die van allen afgodendienst een afkeer had (Deuteronomium 27: 15), neigde zich niet, en boog zich niet neer 1).
Niet slechts het gewone, Oosterse eerbewijs door het buigen op ene knie, zo als wij dit door het gehele Oude Testament vinden en ook door de vroomste mannen verricht wordt, wordt voor Haman en den koning gevraagd, maar eigenlijke afgodische verering, als voor enen zichtbaren god, zo als het dan ook door vele getuigenissen der oudheid voldoende bewezen is, dat de oude Perzen den koning als god vereerden. Niet alleen de christenen der eerste eeuwen weigerden, als het van hen geëist werd, de beeldtenissen des keizers goddelijk te vereren en voor hen wierook te offeren, en gingen daarvoor met vreugde in den dood; niet alleen Daniëls vrienden in Babel weigerden de afgodische verering van het gouden beeld en lieten zich in den oven werpen (Dan. 3: 5 vv.), maar zelfs ook Heidenen meenden, de voor den koning van Perzië gevraagde aanbidding niet te mogen geven. Zo is het bekend, dat de Atheners eens over Timagoras het doodvonnis uitspraken, omdat hij aan Darius ene zo diepe betuiging van eer bewezen had: dat de Spartanen weigerden zich voor den Perzischen koning neer te werpen, omdat het niet bij de Grieken in gebruik was, mensen alzo te eren, en dat, toen Alexander de Grote, later van zijne Macedoniërs dezelfde goddelijke verering vroeg, als de Perzen aan de vorige koningen bewezen hadden, zich deze met de grootste beslistheid daartegen stelden. Dat Mordechai, ook op gevaar af van zelf in ‘t verderf te storten, zonder mensenvrees zijnen God belijdt, en de zware verzoeking, om de vleespotten van Egypte en de gunst van enen machtigen grote en van enen sterken beheerser boven de smaadheid van het volk Gods te stellen, is iets groots en bewonderingswaardigs. Daaruit blijkt, dat de tijd der Goddelijke strafoefeningen over Zijn volk ware godsvrucht heeft gewerkt en waar geloof, dat de wereld overwint. Waar zulk ene trouw is, daar is ook de Almachtige hulp van God zeker. In het weigeren van de afgodische aanbidding ligt daarom, gelijk von Gerlach terecht zegt, het middelpunt van onze gehele geschiedenis.
KruisverwijzingenEsther 3:2→Esther 2:19→Mattheüs 15:2→Exodus 1:17→— Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod?
Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod?
KruisverwijzingenGenesis 39:10→Ezra 1:3→Jona 1:9→Daniël 3:23→Daniël 3:12→Daniël 6:20→Daniël 3:8→Daniël 6:13→— Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was.
Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, maar aan zijn plicht getrouw bleef, zo gaven zij het, half uit vleierij, half uit afgodischen ijver en duivelsen haat tegen de belijdenis van den waren God, Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden, of de hun door Mordechai gegevene rechtvaardiging zijner handelwijze voor Haman en den koning van kracht zou zijn en het ongestraft zou blijven; want hij, Mordechai, had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was
, die voor de afgoden niet vreesde, maar God alleen eerde en liefhad.
Tot nog toe had Mordechai dit verzwegen, om Esther’s wille. De tijd om zich te openbaren was tot nog toe niet gekomen. Nu brak echter de tijd aan, waarop hij niet langer zwijgen mocht. Nu moest hij zich verklaren, om te doen verstaan, waarom hij de afgodische verering van Haman en in Haman van den koning moest weigeren. Zo werd zijn bekendmaken van zijne nationaliteit tevens een belijden van zijn, door de ballingschap, geoefend geloof.
KruisverwijzingenEsther 5:9→Daniël 3:19→Esther 3:2→Spreuken 12:16→Esther 1:12→Genesis 4:5→Spreuken 27:3→Job 5:2→— Toen Haman zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid.
Toen Haman na die mededeling er bepaald op lette en zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, noch knielde, noch zich ter aarde nederwierp, zo werd Haman vervuld met grimmigheid 1).
Tot nog toe scheen Haman er niet op gelet te hebben, of het zich niet hebben aangetrokken. Mordechai was hem er wellicht te gering voor. Hij hield hem voor een Pers. Maar nu hij hoort, dat hij behoort tot het verachte volk der Joden, nu wordt zijn toorn in hevige mate opgewekt. Van een Pers zou hij het geduld hebben, van den balling Mordechai, den overwonneling van zijn vorst, duldt hij de in zijne ogen grote belediging niet. En in Mordechai zal hij geheel het volk der Joden treffen. De strijd tussen het vrouwen- en slangenzaad openbaart zich nu in hevige mate.
KruisverwijzingenPsalmen 83:4→Openbaring 12:12→— Doch hij verachtte in zijn ogen, dat hij aan Mordechai alleen de hand zou slaan (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgen.
Doch hij, de hoogmoedige, verachtte in zijne ogen, achtte het te gering dat hij aan Mordechai, dien hij als overtreder van het koninklijk gebod had kunnen laten ombrengen, alleen de hand zou slaan; (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen, zodat hij wist, dat hetgeen persoonlijke haat en verachting tegen hem was); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, dat verstrooid was, en ook dat in Palestina woonde, te verdelgen 1), daar zijn toorn was tegen den gehelen geest, dien Mordechai geopenbaard had.
Eén offer was voor dezen bloedhond niet genoeg; er moest een bloedbad voor hem zijn, zo als er in Frankrijk onder de Protestanten werd aangericht. Hoe is het mogelijk? zegt gij, dat Haman aan zulk ene zaak zulk een gewicht kon hechten; het was toch maar een vorm? Ja, maar de wereld hangt van vormen aan elkaar, en zonder deze valt zij ook in elkaar. De vorm is ene zeer grote macht bij de wereld, voor welke zij gaarne het wezen achterstelt. Haman wil geëerbiedigd zijn op de eenmaal vastgestelde wijze en eerbiedigt gene gewetensbezwaren bij anderen; trouwens hoe zal een geweten bij anderen erkennen, die zelf geen geweten heeft? De wraakgierige begeert wraak, enkel wraak, de hoogst mogelijke wraak. Haman, de Amalekiet, wil het vonnis Gods aan Israël tegen zijn volk gegeven, omkeren tegen Israël zelf; maar het zal hem niet gelukken. De tegenpartijder der Joden is de tegenpartijder van God. Dat zal hij ondervinden. Frederik de Grote zelfs, die toch anders God niet vreesde, heeft het moeten verklaren: “Ik heb nooit gezien, dat het hun, die de Joden kwaad gedaan hebben, goed gegaan is.
Wij moeten aannemen, dat dit ingegeven was door dien geest, die een moordenaar was van den beginne, wiens vijandschap tegen het zaad der vrouw, tegen Christus en Zijne kerk gemeen is aan al Zijne kinderen.
KruisverwijzingenEzra 6:15→Esther 9:24→Spreuken 16:33→Nehemia 2:1→Mattheüs 27:35→Ezechiël 21:21→Esther 2:16→Esther 9:17→— In de eerste maand (deze is de maand Nisan) in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros, wierp men het Pur, dat is, het lot, voor Hamans aangezicht, van dag tot dag, en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe; deze is de maand Adar.
In de eerste maand, en wel in de eerste dagen der maand (zie vs. 12), (deze is de maand Nisan, van de nieuwe maand in April, tot die in Mei), in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros (473 v. Chr.), wierp men het Pur, dat is het lot 1), waarnaar ook later het feest, dat de Joden, wegens de wonderbare redding vierden, Purim genoemd is (vgl. (Hoofdstuk 9: 26. (2 Makk. 15: 36). Dit deden de Magiërs voor Hamans aangezicht, om van de afgoden te vernemen, welke het gunstigste tijdstip was ter uitvoering van het moordplan, van dag tot dag, en van maand tot maand, totdat het lot eindelijk viel op de twaalfde maand, en wel op den dertienden dag; deze is de maand Adar 2), van Maart tot April.
Het gebruik van het lot was in de oudheid zeer algemeen en hooggeschat. (Over het lot bij Israël en onder Christenen zie Jozua 7: 18 ). Bij de Heidense volken der Oudheid, zo als ook nog heden, werd het lot, meestal door dobbelstenen, bijna bij elke gewichtige onderneming geworpen, als bijv. bij de keus tot een gewichtig ambt, in ‘t bijzonder echter bij gevaarvolle dingen, als middelen ter openbaring van den wil der goden. Hier bij Haman werd duidelijk de waarheid bewezen van het woord in Spreuken 16: 33: “het lot wordt in den schoot geworpen, maar het gehele beleid daarvan is van den Heere.” “Werd niet de ellendige knecht van den duivel door zijn eigen lot ontzettend bedrogen, omdat God het zo wilde hebben?” In de eerste maand wordt het lot geworpen en het valt op de laatste. Door dit uitstel van ene zo onmenselijke executie verkreeg het gehele volk uitstel en daardoor ene geschikte gelegenheid, om zich zoveel mogelijk daartegen te stellen en gezantschappen in de verte te zenden tot Zijnen Protector en Bondgenoot in de Hoogte. Moeilijk is het te geloven, dat Haman zonder het lot dit lang uitstel aan de Joden vrijwillig zou gegeven hebben, daar hun nu tijd over bleef, om hun personen en eigendommen, door naar ‘t buitenland te vluchten, te verzekeren.
Onder alle bijgelovigheden der Heidenen was ook dit, dat zij sommige dagen als gelukkig, andere als ongelukkig beschouwden. Hetgeen op de eerstgenoemde ondernomen werd was, volgens het bijgeloof, van een goeden uitslag, en hetgeen men deed op de andere dagen was van een slecht gevolg. Zo hadden de Grieken en Romeinen hun gelukkige en ongelukkige dagen. Dat dit bijgeloof ook oudtijds bij de Perzen bestond, blijkt genoegzaam uit hetgeen men nog ten huidigen dage bij dit volk waarneemt. Als de koning op reis is doen zij hem soms des nachts opstaan en zijne reis in het slechtste weer en langs ongebaande wegen voortzetten, om de kwade sterren, gelijk zij het noemen, en de ongelukkige uren te ontwijken. Volgens deze bijgelovige begrippen was het geenszins om het even, wanneer Haman zijn ontwerp tegen de Joden ter uitvoering bracht. Met de daartoe gebruikelijke plechtigheden deed men onderzoek naar den tijd, welken men daartoe moest waarnemen; om gelukkig te slagen. Op welk ene wijze werd het lot oudtijds bij de Perzen geworpen? Sommigen menen, dat dit geschied is door middel van kruiken, in welke de loten geworpen werden. Deze leiden de benaming Pur af van het Hebreeuwse woord hetwelk een pot of kruik betekent. Anderen denken, dat het gemelde woord Perziaans is en “stoel” betekent, zodat de loten zou geschied van stalen staven of pijlen, op welke men de namen van personen of iets anders stelde, in den pijlkoker omschudde, en zo den enen na den anderen uittrok. Wat de latere Perzen aangaat, bij deze is niet alleen de sterrenwichelarij zeer in zwang, maar ook het waarzeggen. Zij geloven, dat de invloed der sterren de oorzaak is van elk voorval, en dat de godheid hun hetgeen gebeuren zal, door het lot, het werpen van den teerling, het opgooien van een stuk geld, of iets dergelijks wil bekend maken, wanneer dit met de behoorlijke plechtigheid en ene godsdienstige zedigheid geschiedt. Ook bedienen zij zich van den Alkoran tot het lot. Zo iemand begerig is te weten, of ene zekere onderneming wèl of kwalijk slagen zal, begeeft hij zich naar enen priester, die, na zich gewassen, verschoond en gebeden te hebben, den Alkoran in zijne hand neemt en laat openvallen. Zo nu de plaats, waar het oog van den priester het eerst op valt, een gebod behelst, is het een gelukkig voorteken, maar behelst zij een verbod, zo zou de zaak zeer slecht uitvallen. Op soortgelijke wijze bedienden zich ook de Romeinen ten zelfde einde van de schriften van Virgilius, en deze loterij noemden zij Sortes Virgilianae, in navolging der Grieken, die daartoe de schriften van Homerus gebruikten. Welk ene wijze van loten in geval van Haman heeft plaats gehad, kunnen wij niet bepalen. Dit loten geschiedde van dag tot dag en van maand tot maand. Dit moet naar onze mening zo begrepen worden, dat de waarzeggers het lot geworpen hebben over alle dagen der achtereenvolgende maanden. Het lot, hetwelk de waarzeggers in de maand Nisan over de onderscheidene dagen der bijzondere maanden wierpen, wees hun den 13den van de laatste maand aan als enen gelukkigen dag, op welken men de uitroeiing der Joden met goed gevolg kon ondernemen.
D.w.z. Men wierp op den eersten der maand voor alle dagen van het jaar het lot, om den voor dezen moord gunstigen dag te vernemen. Het lot wees nu aan de twaalfde maand. De dag wordt hier niet gemeld.
KruisverwijzingenHandelingen 16:20→Ezra 4:12→Leviticus 26:33→Deuteronomium 4:27→Jeremia 50:17→Ezechiël 6:8→Handelingen 17:6→1 Petrus 1:1→— Want Haman had tot den koning Ahasveros gezegd: Er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks; en hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken; ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven.
Want Haman had, toen het gehele plan op de toestemming des konings na gereed was, tot den koning Ahasveros gezegd, daar hij huichelachtig het belang van den staat voorgaf, sluw de leugen met waarheid vermengde en op de ijdelheid en eergierigheid des konings listig rekende: Er is een volk, zo nietswaardig, dat ik zijn naam niet noemen wil, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks, en hun wetten, die zij voor alleen geldend houden, en gestreng waarnemen, zijn verscheiden, verschillende van de wetten aller volken; zij zijn dus een vreemdsoortig bestanddeel in het rijk, dat de orde verstoort; ook doen zij des konings wetten niet, zij zijn rebellen; daarom is het den koning niet oorbaar, niet overeenkomstig zijne waardigheid, hen te laten blijven.
KruisverwijzingenGenesis 23:16→Mattheüs 18:24→— Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, dat men hen verdoe; zo zal ik tien duizend talenten zilvers opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen.
Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, een koninklijk edict worden uitgevaardigd, dat men hen verdoe, hen ombrenge, zo zal ik, ter vergoeding van het van belastingen uit het eigendom van dat volk, tien duizend talenten zilvers, opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen 1).
Wat Haman tegen het Joodse volk aanvoert is grotendeels waar, maar bevat zijne bijzondere roeping, zijne voorrechten, waardoor het het ware volk van God was. Haman haat als een echt werktuig des duivels in hen het goddelijke, hij haat hen als kinderen van God. Daarom is het natuurlijk, dat zijne verwijten en lasteringen evenzo ten tijde tegen de gelovigen verheven zijn. Het is der wereld een doorn in het oog, dat de gelovigen, hoewel heinde en ver verstrooid, toch ene nauw samenhangende gemeente van heiligen zijn, werkelijk een volk; dat zij zich van haar willen onderscheiden door hun gehele denken, spreken en handelen, dat zij, zo als de wereld zegt, beter willen zijn, dan andere mensen. “Dat de gelovigen niet naar des konings wetten doen, is steeds de hoofdaanklacht geweest bij de anti-christelijke menigte, waarvan Haman een afbeeldsel is; de kinderen Gods moeten zijn oproermakers, vrede-verstoorders, die zich aan gene orde onderwerpen, waardoor het gemene volk slechts opgezet wordt. Daarvoor moesten ook Christus en Zijne Apostelen zich laten houden (Luk. 23: 2,5). Het is echter ene onwaarheid boven alle onwaarheden. Want het voornaamste in zulke zielen is de gehoorzaamheid en de onderwerping onder de geboden Gods, waardoor zij alles, zowel het goede als het kwade, dat hun overkomt, gewillig aannemen. Hun gelatenheid onder den gehelen wil van God is het grootste teken van hun gehoorzaamheid. En toch beschuldigt men hen van ongehoorzaamheid. Want de mensen willen, dat zij hun gehoorzaam zijn in dingen, waarin men onmogelijk iemand anders dan God gehoorzaam kan zijn. Nevens den diabolischen haat tegen God en Zijn volk en zijn moordlust, openbaart zich hier ene nederige grootspraak in Haman. Hij belooft ene zo enorme som te geven, om den koning te bewegen, wiens schatkist ten gevolge der Griekse oorlogen uitgeput is (zie Hoofdstuk 10:
. Zeker niet in de mening, de som uit eigen zak te betalen; en toch van waar meende hij, zoveel als buit te zamen te zullen brengen, vooral bij de roofzucht der Satrapen? Hij rekende er wel aanstonds op, dat de koning de aanbieding niet zou aannemen, en wilde hem slechts aanleiding geven, om den gehelen buit aan hem over te laten.
KruisverwijzingenEsther 8:2→Genesis 41:42→Esther 7:6→Esther 3:1→Esther 8:8→— Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder.
Toen trok de koning zijnen ring 1), door welks zegel Haman deze en andere bevelen als onherroepelijke wetten kon uitvaardigen, van zijne hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartij.
Zulke zegelringen behoorden ook tot de sieraden der koningen van Egypte en van Israël (Genesis 41: 42. 1 Koningen 21: 8). De Perzische koningen hadden ze ook. Thueydides spreekt van Xerxes’ zegel, dat Artabasus aan Pausanias moest vertonen. Op dien ring meent men, dat het beeld van Xerxes gesneden was, of van Cyrus, den eersten koning van Perzië, of het paard van Darius Hystaspes. Volgens Curtius gebruikte Alexander de Grote ook het zegel van Darius Codomannus.
KruisverwijzingenLukas 23:25→Jeremia 40:4→Jeremia 26:14→Psalmen 73:7→— En de koning zeide tot Haman: Dat zilver zij u geschonken, ook dat volk, om daarmede te doen, naar dat het goed is in uw ogen.
En de koning zei tot Haman: Dat zilver zij u geschonken van wege uwe verdienste voor de rust en veiligheid van den Staat, ook dat volk, om daarmee te doen, naar dat het goed is in uwe ogen 1).
Wie zulk een bloedbad of zulk een moordplan onmogelijk voorkomt, die denke slechts aan de bloedbruiloft te Parijs. Ook Lodewijk XIV gaf door terugroeping van het edict van Nantes zijne toestemming tot verdelging van ene bijna evenzo grote menigte van mensen, die wel zijne beste onderdanen waren.
Degenen, die de geloofwaardigheid van dit Boek ontkennen en er op wijzen, dat zulk een daad van een vorst ongerijmd is, die zonder nader onderzoek een deel zijner onderdanen, ja, een geheel volk ten dode overgeeft, vergeten, dat ook ongewijde Schrijvers, zoals Herodotus, ons dezen Perzischen monarch schetsen als een man, die hoegenaamd niets gaf om het leven zijner onderdanen en geheel handelde naar zijne luimen en driften. (Herod. L. VII. C. 35. 37. Lib. VIII C. 109).
Kruisverwijzingen1 Koningen 21:8→Esther 1:22→Esther 9:27→Ezra 8:36→Daniël 6:15→Daniël 6:8→Daniël 6:12→Esther 8:2→— Toen werden de schrijvers des konings geroepen, in de eerste maand, op den dertienden dag derzelve, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders des konings, en aan de landvoogden, die over elk landschap waren, en aan de vorsten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijn spraak; er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld.
Toen werden de schrijvers des konings (Ezra 7: 6 ) geroepen in de eerste maand, op den dertienden dag van deze, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders, de satrapen des konings (Dan. 6: 1), en aan de landvoogden, die, onder de satrapen staande over elk landschap waren, vooral om de belastingen te innen (Nehemia 2: 8), en aan de vorsten, de krijgsoversten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijne spraak (Hoofdstuk 1: 22); er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld. Het Boek van Esther was wegens zijn inhoud bijzonder aantrekkelijk voor de fantasie en zifterij der Egyptische Joden; deze hebben daarom vele omwerkingen en versieringen ondernomen, zodat er nu ene menigte van apocriefe bijvoegsels is, die de vermeende leemte van het Boek aanvullen en de daad vermelden, maar niet medegedeelde actenstukken willen geven, die echter met de opgaven meermalen in tegenspraak komen, en ook onder elkaar in geen juisten samenhang staan. Onder den titel: Aanhangsel van Esther, zijn zij met recht onder de Apocriefen gerangschikt. Het eerste uit vier verzen bestaande Hoofdstuk van dit aanhangsel, dat wij hier ter lezing aanbevelen, deelt in enigermate opgeblazen stijl het bevel van den koning (hier, even als in de Septuaginta, Vulgata en dien ten gevolge ook in de Katholieke kerk, voor Artaxerxes Longimanus gehouden) aan de 127 Satrapen van zijn rijk mede. Dat bevel houdt in, het onder de volken vermengd levende en met zijne eigenaardige meningen voor het land nadelig geworden volk der Joden op den 14den dag der 12de maand (volgens het canonieke Boek Esther, Hoofdstuk 3: 12; 8: 12; 9: 1,17 was de 13de dag daartoe bestemd) zonder erbarmen met het zwaard om te brengen. Deze brief is in tegenspraak met de gehele voorstelling in onze afdeling, volgens welke niet de koning onmiddellijk, maar Haman in ‘s konings naam het edict uitvaardigde.
KruisverwijzingenEsther 9:10→2 Kronieken 30:6→1 Samuël 15:3→Esther 8:10→Jakobus 2:13→Romeinen 3:15→Jesaja 10:6→Jeremia 51:31→— De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hun buit zou roven.
De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers 1) tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hunnen buit hun have zou roven.
Herodotus (V: 14; VIII: 98) zegt van deze lopers of Aggaren: “onder de mensen is niets vlugger dan deze boden, welke door sneeuw, door regen, door hitte, noch door nacht belet kunnen worden in het spoedig volbrengen van hunnen tocht.”
KruisverwijzingenEsther 8:13→— De inhoud van het schrift was, dat er een wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken, dat zij tegen denzelfden dag zouden gereed zijn.
De inhoud 1) van het vs. 12 genoemde en aan alle beambten gezondene schrift was, dat er door de beambten ene wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken 2), dat zij tegen dien dag, den 13den Adar, zouden gereed zijn tot een algemeen neder houwen der Joden.
De bijzondere inhoud wordt ons niet nader gemeld. Alleen de algemene inhoud en deze behelsde het besluit, dat alle Joden op den dertienden van Adar, van de twaalfde maand, moesten worden gedood.
Het afschrift werd open verzonden, opdat ieder het kon lezen en alle volken tegen den vastgestelden dag gereed zouden zijn.
KruisverwijzingenEsther 8:15→Esther 4:16→Amos 6:6→Spreuken 1:16→Johannes 16:20→Spreuken 4:16→Openbaring 11:10→Spreuken 29:2→— De lopers gingen uit, voortgedrongen zijnde door het woord des konings, en de wet werd uitgegeven in den burg Susan. En de koning en Haman zaten en dronken, doch de stad Susan was verward.
De lopers gingen uit, voortgedrongen 1) zijnde door het woord des konings, en de wet werd of was uitgegeven in den burcht Susan 2). En de koning en Haman zaten intussen en dronken 3); doch de stad Susan, in welke bijzonder veel Joden woonden (zie Hoofdstuk 4:
, was verward 4), op het bericht ontsteld, omdat men met recht voor den uitersten tegenstand der Joden en dien ten gevolge voor een algemeen bloedbad bevreesd was.
In het Hebr. Dechoefim bidbar hamèlek. Beter: ijlend, snel op het woord des konings. Dewijl het een woord, een bevel was van den koning zelven, met zijn zegel voorzien, liepen de boden zo snel mogelijk, opdat wel zo spoedig als het kon het bevel bekend zou zijn.
Dit wil niet zeggen, dat een gelijk gebod in den burcht Susan was gegeven, dit spreekt van zelf, maar is slechts ophelderend er bijgevoegd, om nogmaals de aandacht er op te vestigen, dat het koninklijke kracht bezat.
Welk een tegenstelling! maar is die enkele mededeling niet genoeg, om Ahasveros te doen kennen als iemand, die speelt met het leven zijner onderdanen. Terwijl het bevel onrust en vrees verwekt, doodsangst en rouw, zit hij met zijn gunsteling te eten en te dranken, zich om niets bekommerende, dan om zijn leven in wellust door te brengen. Dit is niet zwakheid, dit is niet toegeven aan den luim van een enkel ogenblik, dit is de openbaring van een wellustig en bloeddorstig karakter, dat, als het moet, tot de grootste gruwelen in staat is.
Laat uwen moed niet zakken, o gij gelovige, die als vreemdeling, hier en ginds verstrooid zijt. Er is ene hope op weg, die weinigen kennen. Maar gij moet eerst daarom nog strijden met gebed, hopen, geloven en onder alle beproevingen vlijtig en zonder ophouden het aangezicht van den Heere zoeken. Wellicht heeft Haman den koning onthaald, om hem te danken voor de grote gunst, hem in het vergunnen van dit verzoek bewezen.
Zo Haman zijn wens had verkregen en de Joodse natie uitgeroeid ware geworden, wat zou er gekomen zijn van al de beloften? Hoe zouden de profetieën ten opzichte van den groten Verlosser der wereld vervuld zijn geworden? Eerder zou dus het eeuwig Besluit hebben moeten falen, vóórdat dit duivels voornemen had kunnen volbracht worden.
Waartoe deze lange tijdruimte? Had hij voor de uitvoering zo lange voorbereiding nodig? Zeker niet. Even zo min kon de bedoeling zijn, om de Joden nu eens lang in angst te doen verkeren, maar veel meer de Joden gelegenheid te geven, met achterlating van al hun goederen, naar andere landen te vlieden, om hun leven te redden. Daarmee had Haman zijn doel bereikt. De Joden waren verdwenen uit zijn aangezicht en hij kon door het riskeren van hun goederen zich verrijken. Aan de andere zijde echter laat zich, door dat Haman met de zaak zulk een spoed maakte, de zorg der Goddelijke Voorzienigheid over het Joodse volk niet ontkennen. Juist daardoor, dat er zo lange tijdruimte tussen de openbaarmaking van het bevel en den door het lot bestemden dag der uitvoering lag, werd het den Joden mogelijk gemaakt, middelen te beramen tot afwending van den gedreigden ondergang.
Op het laatste moet o.i. al de nadruk vallen. Door de verborgen gangen der Goddelijke Voorzienigheid komt Haman er toe, om zo vroeg het vonnis openbaar te maken. Het kan zijn, dat hij het deed, om de Joden weg te krijgen, maar het komt ons voor, dat daardoor veel meer zijn verregaande hoogmoed openbaar wordt. Nu hij eenmaal dit besluit zo gemakkelijk heeft verkregen, gunt hij zich geen tijd van bedaard overleg, maar ijlings moet ook de gehele wereld weten, welk een macht hij ten toon kan spreiden, welk een ongeschokt vertrouwen hij bij Ahasveros heeft. Maar daardoor zal hij zijn eigen graf delven en de verlossing der Joden tot stand brengen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Esther 3
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-15.KruisverwijzingenHandelingen 16:20→Esther 8:2→Genesis 41:42→Esther 5:11→Psalmen 83:4→Ezra 6:15→Esther 7:6→Esther 3:10→
— Na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman groot, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, en hij verhoogde hem, en hij zette zijn stoel boven al de vorsten, die bij hem waren. En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder. Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod? Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, zo gaven zij het Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden; want hij had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was. Toen Haman zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, zo werd Haman vervuld met grimmigheid. Doch hij verachtte in zijn ogen, dat hij aan Mordechai alleen de hand zou slaan (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, te verdelgen. In de eerste maand (deze is de maand Nisan) in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros, wierp men het Pur, dat is, het lot, voor Hamans aangezicht, van dag tot dag, en van maand tot maand, tot de twaalfde maand toe; deze is de maand Adar. Want Haman had tot den koning Ahasveros gezegd: Er is een volk, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks; en hun wetten zijn verscheiden van de wetten aller volken; ook doen zij des konings wetten niet; daarom is het den koning niet oorbaar hen te laten blijven. Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, dat men hen verdoe; zo zal ik tien duizend talenten zilvers opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen. Toen trok de koning zijn ring van zijn hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartijder.
Nadat in alle stilte een band tussen de hoogste plaats der wereld en het volk Gods geknoopt was, blijkt het plotseling, hoe Mordechai den stand van zaken beoordeeld heeft. Haman, de Agagiet, wordt de lieveling des konings, en als zodanig met de hoogste waardigheid des rijks bekleed. Ieder moet hem, als den plaatsbekleder des konings, goddelijke eer bewijzen. Mordechai weigert dit uit vreze voor God. Vol toorn besluit nu Haman, niet alleen Mordechai, maar zijn gehele volk te verdelgen. Door het lot doet hij onderzoek naar het gunstige tijdstip voor het bloedbad. Vervolgens stelt hij met huichelachtige gebaren de schadelijkheid van het gehate volk den koning voor, en zoekt hij hem, door de belofte zijnen schat daardoor aanzienlijk te vergroten, tot instemming te bewegen. Deze schenkt zijnen gunsteling niet alleen de aangebodene som, maar geeft hem ook volle macht over zijne onderdanen. Spoedig wordt het bevel, om alle Joden op den 13den Adar van het jaar 473 om te brengen, door staatsboden in alle provincies gebracht.
Een onbepaalden tijd, zeker enkele jaren, na deze geschiedenissen maakte de koning Ahasveros Haman (= alleen) groot 1), den zoon van Hammedatha (= een van een tweeling), den Agagiet 2), en hij verhoogde hem, en hij zette zijnen stoel boven al de zeven vorsten, dieals hoogste staatsraden bij hem waren, zo dat Haman als grootvizier de onmiddellijke plaatsbekleder des konings werd.
De ontstemming, die Xerxes gevoelde over den mislukten veldtocht tegen de Grieken, doet ons begrijpen, dat hij na zijn terugkeer de regeringswerkzaamheden aan anderen, zo als aan enen Haman overliet, en tot zulke onzinnige en goddeloze daden zijne toestemming kon geven. Maar gelijk altijd zo heeft ook nu de Heere reeds het redmiddel gereed, vóórdat Hij den Zijnen enig leed laat wedervaren.
Even als zorgvuldig opgemerkt is, dat Mordechai door Simeï uit het huis van Kis afstamde, en dus met het huis van koning Saul verwant was, zo wordt aan de andere zijde gedurig herhaald, dat Haman, de grote vijand der Joden, een Agagiet was (zie vs. 10. Hoofdstuk 8: 3,5; 9: 24), zonder twijfel opdat wij in hem enen nakomeling van dien Amalekietischen koning, dien Saul moest bestrijden, maar dien hij verschoond had (1 Samuel 15: 20,32), zouden zien. Haman behoorde dus tot een volk, aan hetwelk Jehova enen eeuwigen krijg had aangekondigd (Exodus 17: 15,10. Numeri 24: 20); hij was een Edomiet (Genesis 36: 12,16) dus een aartsvijand van den Israëlietischen naam. De geschiedenis van ons Boek is alzo zowel ene vernieuwing van de oude vijandschap van Amalek tegen Israël als ene vervulling van de belofte Gods (Exodus 17: 8 vv.), ook aan Zijn volk in de verbanning. Deze betekenis, welke dit Boek voor het Godsrijk heeft, springt nog te meer in het oog, wanneer wij in Mordechai enen nakomeling van Israëls eersten koning zien en daarbij achtgeven op Numeri 24: 7.
En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, alle regerings- en hofbeambten, neigden en bogen zich neer voor Haman, als voor den plaatsbekleder des konings, die Ormuzd, den god van het licht en leven openbaarde, want de koning had alzo van hem bevolen, dat het niet slechts de gewone, Oosterse, eerbiedige groet moest zijn, maar ene betoning der aan den koning toekomende aanbidding; maar Mordechai, die wel wist, dat Gode alleen de ere toekwam en die van allen afgodendienst een afkeer had (Deuteronomium 27: 15), neigde zich niet, en boog zich niet neer 1).
Niet slechts het gewone, Oosterse eerbewijs door het buigen op ene knie, zo als wij dit door het gehele Oude Testament vinden en ook door de vroomste mannen verricht wordt, wordt voor Haman en den koning gevraagd, maar eigenlijke afgodische verering, als voor enen zichtbaren god, zo als het dan ook door vele getuigenissen der oudheid voldoende bewezen is, dat de oude Perzen den koning als god vereerden. Niet alleen de christenen der eerste eeuwen weigerden, als het van hen geëist werd, de beeldtenissen des keizers goddelijk te vereren en voor hen wierook te offeren, en gingen daarvoor met vreugde in den dood; niet alleen Daniëls vrienden in Babel weigerden de afgodische verering van het gouden beeld en lieten zich in den oven werpen (Dan. 3: 5 vv.), maar zelfs ook Heidenen meenden, de voor den koning van Perzië gevraagde aanbidding niet te mogen geven. Zo is het bekend, dat de Atheners eens over Timagoras het doodvonnis uitspraken, omdat hij aan Darius ene zo diepe betuiging van eer bewezen had: dat de Spartanen weigerden zich voor den Perzischen koning neer te werpen, omdat het niet bij de Grieken in gebruik was, mensen alzo te eren, en dat, toen Alexander de Grote, later van zijne Macedoniërs dezelfde goddelijke verering vroeg, als de Perzen aan de vorige koningen bewezen hadden, zich deze met de grootste beslistheid daartegen stelden. Dat Mordechai, ook op gevaar af van zelf in ‘t verderf te storten, zonder mensenvrees zijnen God belijdt, en de zware verzoeking, om de vleespotten van Egypte en de gunst van enen machtigen grote en van enen sterken beheerser boven de smaadheid van het volk Gods te stellen, is iets groots en bewonderingswaardigs. Daaruit blijkt, dat de tijd der Goddelijke strafoefeningen over Zijn volk ware godsvrucht heeft gewerkt en waar geloof, dat de wereld overwint. Waar zulk ene trouw is, daar is ook de Almachtige hulp van God zeker. In het weigeren van de afgodische aanbidding ligt daarom, gelijk von Gerlach terecht zegt, het middelpunt van onze gehele geschiedenis.
Toen zeiden de knechten des konings, die in de poort des konings waren, tot Mordechai: Waarom overtreedt gij des konings gebod?
Het geschiedde nu, toen zij dit van dag tot dag tot hem zeiden, en hij naar hen niet hoorde, maar aan zijn plicht getrouw bleef, zo gaven zij het, half uit vleierij, half uit afgodischen ijver en duivelsen haat tegen de belijdenis van den waren God, Haman te kennen, opdat zij zagen, of de woorden van Mordechai bestaan zouden, of de hun door Mordechai gegevene rechtvaardiging zijner handelwijze voor Haman en den koning van kracht zou zijn en het ongestraft zou blijven; want hij, Mordechai, had hun te kennen gegeven, dat hij een Jood was
, die voor de afgoden niet vreesde, maar God alleen eerde en liefhad.
Tot nog toe had Mordechai dit verzwegen, om Esther’s wille. De tijd om zich te openbaren was tot nog toe niet gekomen. Nu brak echter de tijd aan, waarop hij niet langer zwijgen mocht. Nu moest hij zich verklaren, om te doen verstaan, waarom hij de afgodische verering van Haman en in Haman van den koning moest weigeren. Zo werd zijn bekendmaken van zijne nationaliteit tevens een belijden van zijn, door de ballingschap, geoefend geloof.
Toen Haman na die mededeling er bepaald op lette en zag, dat Mordechai zich niet neigde, noch zich voor hem nederboog, noch knielde, noch zich ter aarde nederwierp, zo werd Haman vervuld met grimmigheid 1).
Tot nog toe scheen Haman er niet op gelet te hebben, of het zich niet hebben aangetrokken. Mordechai was hem er wellicht te gering voor. Hij hield hem voor een Pers. Maar nu hij hoort, dat hij behoort tot het verachte volk der Joden, nu wordt zijn toorn in hevige mate opgewekt. Van een Pers zou hij het geduld hebben, van den balling Mordechai, den overwonneling van zijn vorst, duldt hij de in zijne ogen grote belediging niet. En in Mordechai zal hij geheel het volk der Joden treffen. De strijd tussen het vrouwen- en slangenzaad openbaart zich nu in hevige mate.
Doch hij, de hoogmoedige, verachtte in zijne ogen, achtte het te gering dat hij aan Mordechai, dien hij als overtreder van het koninklijk gebod had kunnen laten ombrengen, alleen de hand zou slaan; (want men had hem het volk van Mordechai aangewezen, zodat hij wist, dat hetgeen persoonlijke haat en verachting tegen hem was); maar Haman zocht al de Joden, die in het ganse koninkrijk van Ahasveros waren, namelijk het volk van Mordechai, dat verstrooid was, en ook dat in Palestina woonde, te verdelgen 1), daar zijn toorn was tegen den gehelen geest, dien Mordechai geopenbaard had.
Eén offer was voor dezen bloedhond niet genoeg; er moest een bloedbad voor hem zijn, zo als er in Frankrijk onder de Protestanten werd aangericht. Hoe is het mogelijk? zegt gij, dat Haman aan zulk ene zaak zulk een gewicht kon hechten; het was toch maar een vorm? Ja, maar de wereld hangt van vormen aan elkaar, en zonder deze valt zij ook in elkaar. De vorm is ene zeer grote macht bij de wereld, voor welke zij gaarne het wezen achterstelt. Haman wil geëerbiedigd zijn op de eenmaal vastgestelde wijze en eerbiedigt gene gewetensbezwaren bij anderen; trouwens hoe zal een geweten bij anderen erkennen, die zelf geen geweten heeft? De wraakgierige begeert wraak, enkel wraak, de hoogst mogelijke wraak. Haman, de Amalekiet, wil het vonnis Gods aan Israël tegen zijn volk gegeven, omkeren tegen Israël zelf; maar het zal hem niet gelukken. De tegenpartijder der Joden is de tegenpartijder van God. Dat zal hij ondervinden. Frederik de Grote zelfs, die toch anders God niet vreesde, heeft het moeten verklaren: “Ik heb nooit gezien, dat het hun, die de Joden kwaad gedaan hebben, goed gegaan is.
Wij moeten aannemen, dat dit ingegeven was door dien geest, die een moordenaar was van den beginne, wiens vijandschap tegen het zaad der vrouw, tegen Christus en Zijne kerk gemeen is aan al Zijne kinderen.
In de eerste maand, en wel in de eerste dagen der maand (zie vs. 12), (deze is de maand Nisan, van de nieuwe maand in April, tot die in Mei), in het twaalfde jaar van den koning Ahasveros (473 v. Chr.), wierp men het Pur, dat is het lot 1), waarnaar ook later het feest, dat de Joden, wegens de wonderbare redding vierden, Purim genoemd is (vgl. (Hoofdstuk 9: 26. (2 Makk. 15: 36). Dit deden de Magiërs voor Hamans aangezicht, om van de afgoden te vernemen, welke het gunstigste tijdstip was ter uitvoering van het moordplan, van dag tot dag, en van maand tot maand, totdat het lot eindelijk viel op de twaalfde maand, en wel op den dertienden dag; deze is de maand Adar 2), van Maart tot April.
Het gebruik van het lot was in de oudheid zeer algemeen en hooggeschat. (Over het lot bij Israël en onder Christenen zie Jozua 7: 18 ). Bij de Heidense volken der Oudheid, zo als ook nog heden, werd het lot, meestal door dobbelstenen, bijna bij elke gewichtige onderneming geworpen, als bijv. bij de keus tot een gewichtig ambt, in ‘t bijzonder echter bij gevaarvolle dingen, als middelen ter openbaring van den wil der goden. Hier bij Haman werd duidelijk de waarheid bewezen van het woord in Spreuken 16: 33: “het lot wordt in den schoot geworpen, maar het gehele beleid daarvan is van den Heere.” “Werd niet de ellendige knecht van den duivel door zijn eigen lot ontzettend bedrogen, omdat God het zo wilde hebben?” In de eerste maand wordt het lot geworpen en het valt op de laatste. Door dit uitstel van ene zo onmenselijke executie verkreeg het gehele volk uitstel en daardoor ene geschikte gelegenheid, om zich zoveel mogelijk daartegen te stellen en gezantschappen in de verte te zenden tot Zijnen Protector en Bondgenoot in de Hoogte. Moeilijk is het te geloven, dat Haman zonder het lot dit lang uitstel aan de Joden vrijwillig zou gegeven hebben, daar hun nu tijd over bleef, om hun personen en eigendommen, door naar ‘t buitenland te vluchten, te verzekeren.
Onder alle bijgelovigheden der Heidenen was ook dit, dat zij sommige dagen als gelukkig, andere als ongelukkig beschouwden. Hetgeen op de eerstgenoemde ondernomen werd was, volgens het bijgeloof, van een goeden uitslag, en hetgeen men deed op de andere dagen was van een slecht gevolg. Zo hadden de Grieken en Romeinen hun gelukkige en ongelukkige dagen. Dat dit bijgeloof ook oudtijds bij de Perzen bestond, blijkt genoegzaam uit hetgeen men nog ten huidigen dage bij dit volk waarneemt. Als de koning op reis is doen zij hem soms des nachts opstaan en zijne reis in het slechtste weer en langs ongebaande wegen voortzetten, om de kwade sterren, gelijk zij het noemen, en de ongelukkige uren te ontwijken. Volgens deze bijgelovige begrippen was het geenszins om het even, wanneer Haman zijn ontwerp tegen de Joden ter uitvoering bracht. Met de daartoe gebruikelijke plechtigheden deed men onderzoek naar den tijd, welken men daartoe moest waarnemen; om gelukkig te slagen. Op welk ene wijze werd het lot oudtijds bij de Perzen geworpen? Sommigen menen, dat dit geschied is door middel van kruiken, in welke de loten geworpen werden. Deze leiden de benaming Pur af van het Hebreeuwse woord hetwelk een pot of kruik betekent. Anderen denken, dat het gemelde woord Perziaans is en “stoel” betekent, zodat de loten zou geschied van stalen staven of pijlen, op welke men de namen van personen of iets anders stelde, in den pijlkoker omschudde, en zo den enen na den anderen uittrok. Wat de latere Perzen aangaat, bij deze is niet alleen de sterrenwichelarij zeer in zwang, maar ook het waarzeggen. Zij geloven, dat de invloed der sterren de oorzaak is van elk voorval, en dat de godheid hun hetgeen gebeuren zal, door het lot, het werpen van den teerling, het opgooien van een stuk geld, of iets dergelijks wil bekend maken, wanneer dit met de behoorlijke plechtigheid en ene godsdienstige zedigheid geschiedt. Ook bedienen zij zich van den Alkoran tot het lot. Zo iemand begerig is te weten, of ene zekere onderneming wèl of kwalijk slagen zal, begeeft hij zich naar enen priester, die, na zich gewassen, verschoond en gebeden te hebben, den Alkoran in zijne hand neemt en laat openvallen. Zo nu de plaats, waar het oog van den priester het eerst op valt, een gebod behelst, is het een gelukkig voorteken, maar behelst zij een verbod, zo zou de zaak zeer slecht uitvallen. Op soortgelijke wijze bedienden zich ook de Romeinen ten zelfde einde van de schriften van Virgilius, en deze loterij noemden zij Sortes Virgilianae, in navolging der Grieken, die daartoe de schriften van Homerus gebruikten. Welk ene wijze van loten in geval van Haman heeft plaats gehad, kunnen wij niet bepalen. Dit loten geschiedde van dag tot dag en van maand tot maand. Dit moet naar onze mening zo begrepen worden, dat de waarzeggers het lot geworpen hebben over alle dagen der achtereenvolgende maanden. Het lot, hetwelk de waarzeggers in de maand Nisan over de onderscheidene dagen der bijzondere maanden wierpen, wees hun den 13den van de laatste maand aan als enen gelukkigen dag, op welken men de uitroeiing der Joden met goed gevolg kon ondernemen.
D.w.z. Men wierp op den eersten der maand voor alle dagen van het jaar het lot, om den voor dezen moord gunstigen dag te vernemen. Het lot wees nu aan de twaalfde maand. De dag wordt hier niet gemeld.
Want Haman had, toen het gehele plan op de toestemming des konings na gereed was, tot den koning Ahasveros gezegd, daar hij huichelachtig het belang van den staat voorgaf, sluw de leugen met waarheid vermengde en op de ijdelheid en eergierigheid des konings listig rekende: Er is een volk, zo nietswaardig, dat ik zijn naam niet noemen wil, verstrooid en verdeeld onder de volken in al de landschappen uws koninkrijks, en hun wetten, die zij voor alleen geldend houden, en gestreng waarnemen, zijn verscheiden, verschillende van de wetten aller volken; zij zijn dus een vreemdsoortig bestanddeel in het rijk, dat de orde verstoort; ook doen zij des konings wetten niet, zij zijn rebellen; daarom is het den koning niet oorbaar, niet overeenkomstig zijne waardigheid, hen te laten blijven.
Indien het den koning goeddunkt, laat er geschreven worden, een koninklijk edict worden uitgevaardigd, dat men hen verdoe, hen ombrenge, zo zal ik, ter vergoeding van het van belastingen uit het eigendom van dat volk, tien duizend talenten zilvers, opwegen in de handen dergenen, die het werk doen, om in des konings schatten te brengen 1).
Wat Haman tegen het Joodse volk aanvoert is grotendeels waar, maar bevat zijne bijzondere roeping, zijne voorrechten, waardoor het het ware volk van God was. Haman haat als een echt werktuig des duivels in hen het goddelijke, hij haat hen als kinderen van God. Daarom is het natuurlijk, dat zijne verwijten en lasteringen evenzo ten tijde tegen de gelovigen verheven zijn. Het is der wereld een doorn in het oog, dat de gelovigen, hoewel heinde en ver verstrooid, toch ene nauw samenhangende gemeente van heiligen zijn, werkelijk een volk; dat zij zich van haar willen onderscheiden door hun gehele denken, spreken en handelen, dat zij, zo als de wereld zegt, beter willen zijn, dan andere mensen. “Dat de gelovigen niet naar des konings wetten doen, is steeds de hoofdaanklacht geweest bij de anti-christelijke menigte, waarvan Haman een afbeeldsel is; de kinderen Gods moeten zijn oproermakers, vrede-verstoorders, die zich aan gene orde onderwerpen, waardoor het gemene volk slechts opgezet wordt. Daarvoor moesten ook Christus en Zijne Apostelen zich laten houden (Luk. 23: 2,5). Het is echter ene onwaarheid boven alle onwaarheden. Want het voornaamste in zulke zielen is de gehoorzaamheid en de onderwerping onder de geboden Gods, waardoor zij alles, zowel het goede als het kwade, dat hun overkomt, gewillig aannemen. Hun gelatenheid onder den gehelen wil van God is het grootste teken van hun gehoorzaamheid. En toch beschuldigt men hen van ongehoorzaamheid. Want de mensen willen, dat zij hun gehoorzaam zijn in dingen, waarin men onmogelijk iemand anders dan God gehoorzaam kan zijn. Nevens den diabolischen haat tegen God en Zijn volk en zijn moordlust, openbaart zich hier ene nederige grootspraak in Haman. Hij belooft ene zo enorme som te geven, om den koning te bewegen, wiens schatkist ten gevolge der Griekse oorlogen uitgeput is (zie Hoofdstuk 10:
. Zeker niet in de mening, de som uit eigen zak te betalen; en toch van waar meende hij, zoveel als buit te zamen te zullen brengen, vooral bij de roofzucht der Satrapen? Hij rekende er wel aanstonds op, dat de koning de aanbieding niet zou aannemen, en wilde hem slechts aanleiding geven, om den gehelen buit aan hem over te laten.
Toen trok de koning zijnen ring 1), door welks zegel Haman deze en andere bevelen als onherroepelijke wetten kon uitvaardigen, van zijne hand, en hij gaf hem aan Haman, den zoon van Hammedatha, den Agagiet, der Joden tegenpartij.
Zulke zegelringen behoorden ook tot de sieraden der koningen van Egypte en van Israël (Genesis 41: 42. 1 Koningen 21: 8). De Perzische koningen hadden ze ook. Thueydides spreekt van Xerxes’ zegel, dat Artabasus aan Pausanias moest vertonen. Op dien ring meent men, dat het beeld van Xerxes gesneden was, of van Cyrus, den eersten koning van Perzië, of het paard van Darius Hystaspes. Volgens Curtius gebruikte Alexander de Grote ook het zegel van Darius Codomannus.
En de koning zei tot Haman: Dat zilver zij u geschonken van wege uwe verdienste voor de rust en veiligheid van den Staat, ook dat volk, om daarmee te doen, naar dat het goed is in uwe ogen 1).
Wie zulk een bloedbad of zulk een moordplan onmogelijk voorkomt, die denke slechts aan de bloedbruiloft te Parijs. Ook Lodewijk XIV gaf door terugroeping van het edict van Nantes zijne toestemming tot verdelging van ene bijna evenzo grote menigte van mensen, die wel zijne beste onderdanen waren.
Degenen, die de geloofwaardigheid van dit Boek ontkennen en er op wijzen, dat zulk een daad van een vorst ongerijmd is, die zonder nader onderzoek een deel zijner onderdanen, ja, een geheel volk ten dode overgeeft, vergeten, dat ook ongewijde Schrijvers, zoals Herodotus, ons dezen Perzischen monarch schetsen als een man, die hoegenaamd niets gaf om het leven zijner onderdanen en geheel handelde naar zijne luimen en driften. (Herod. L. VII. C. 35. 37. Lib. VIII C. 109).
Toen werden de schrijvers des konings (Ezra 7: 6 ) geroepen in de eerste maand, op den dertienden dag van deze, en er werd geschreven naar alles, wat Haman beval, aan de stadhouders, de satrapen des konings (Dan. 6: 1), en aan de landvoogden, die, onder de satrapen staande over elk landschap waren, vooral om de belastingen te innen (Nehemia 2: 8), en aan de vorsten, de krijgsoversten van elk volk, elk landschap naar zijn schrift, en elk volk naar zijne spraak (Hoofdstuk 1: 22); er werd geschreven in den naam van den koning Ahasveros, en het werd met des konings ring verzegeld. Het Boek van Esther was wegens zijn inhoud bijzonder aantrekkelijk voor de fantasie en zifterij der Egyptische Joden; deze hebben daarom vele omwerkingen en versieringen ondernomen, zodat er nu ene menigte van apocriefe bijvoegsels is, die de vermeende leemte van het Boek aanvullen en de daad vermelden, maar niet medegedeelde actenstukken willen geven, die echter met de opgaven meermalen in tegenspraak komen, en ook onder elkaar in geen juisten samenhang staan. Onder den titel: Aanhangsel van Esther, zijn zij met recht onder de Apocriefen gerangschikt. Het eerste uit vier verzen bestaande Hoofdstuk van dit aanhangsel, dat wij hier ter lezing aanbevelen, deelt in enigermate opgeblazen stijl het bevel van den koning (hier, even als in de Septuaginta, Vulgata en dien ten gevolge ook in de Katholieke kerk, voor Artaxerxes Longimanus gehouden) aan de 127 Satrapen van zijn rijk mede. Dat bevel houdt in, het onder de volken vermengd levende en met zijne eigenaardige meningen voor het land nadelig geworden volk der Joden op den 14den dag der 12de maand (volgens het canonieke Boek Esther, Hoofdstuk 3: 12; 8: 12; 9: 1,17 was de 13de dag daartoe bestemd) zonder erbarmen met het zwaard om te brengen. Deze brief is in tegenspraak met de gehele voorstelling in onze afdeling, volgens welke niet de koning onmiddellijk, maar Haman in ‘s konings naam het edict uitvaardigde.
De brieven nu werden gezonden door de hand der lopers 1) tot al de landschappen des konings, dat men zou verdelgen, doden en verdoen al de Joden, van den jonge tot den oude toe, de kleine kinderen en de vrouwen, op een dag, op den dertienden der twaalfde maand (deze is de maand Adar), en dat men hunnen buit hun have zou roven.
Herodotus (V: 14; VIII: 98) zegt van deze lopers of Aggaren: “onder de mensen is niets vlugger dan deze boden, welke door sneeuw, door regen, door hitte, noch door nacht belet kunnen worden in het spoedig volbrengen van hunnen tocht.”
De inhoud 1) van het vs. 12 genoemde en aan alle beambten gezondene schrift was, dat er door de beambten ene wet zou gegeven worden in alle landschappen, openbaar aan alle volken 2), dat zij tegen dien dag, den 13den Adar, zouden gereed zijn tot een algemeen neder houwen der Joden.
De bijzondere inhoud wordt ons niet nader gemeld. Alleen de algemene inhoud en deze behelsde het besluit, dat alle Joden op den dertienden van Adar, van de twaalfde maand, moesten worden gedood.
Het afschrift werd open verzonden, opdat ieder het kon lezen en alle volken tegen den vastgestelden dag gereed zouden zijn.
De lopers gingen uit, voortgedrongen 1) zijnde door het woord des konings, en de wet werd of was uitgegeven in den burcht Susan 2). En de koning en Haman zaten intussen en dronken 3); doch de stad Susan, in welke bijzonder veel Joden woonden (zie Hoofdstuk 4:
, was verward 4), op het bericht ontsteld, omdat men met recht voor den uitersten tegenstand der Joden en dien ten gevolge voor een algemeen bloedbad bevreesd was.
In het Hebr. Dechoefim bidbar hamèlek. Beter: ijlend, snel op het woord des konings. Dewijl het een woord, een bevel was van den koning zelven, met zijn zegel voorzien, liepen de boden zo snel mogelijk, opdat wel zo spoedig als het kon het bevel bekend zou zijn.
Dit wil niet zeggen, dat een gelijk gebod in den burcht Susan was gegeven, dit spreekt van zelf, maar is slechts ophelderend er bijgevoegd, om nogmaals de aandacht er op te vestigen, dat het koninklijke kracht bezat.
Welk een tegenstelling! maar is die enkele mededeling niet genoeg, om Ahasveros te doen kennen als iemand, die speelt met het leven zijner onderdanen. Terwijl het bevel onrust en vrees verwekt, doodsangst en rouw, zit hij met zijn gunsteling te eten en te dranken, zich om niets bekommerende, dan om zijn leven in wellust door te brengen. Dit is niet zwakheid, dit is niet toegeven aan den luim van een enkel ogenblik, dit is de openbaring van een wellustig en bloeddorstig karakter, dat, als het moet, tot de grootste gruwelen in staat is.
Laat uwen moed niet zakken, o gij gelovige, die als vreemdeling, hier en ginds verstrooid zijt. Er is ene hope op weg, die weinigen kennen. Maar gij moet eerst daarom nog strijden met gebed, hopen, geloven en onder alle beproevingen vlijtig en zonder ophouden het aangezicht van den Heere zoeken. Wellicht heeft Haman den koning onthaald, om hem te danken voor de grote gunst, hem in het vergunnen van dit verzoek bewezen.
Zo Haman zijn wens had verkregen en de Joodse natie uitgeroeid ware geworden, wat zou er gekomen zijn van al de beloften? Hoe zouden de profetieën ten opzichte van den groten Verlosser der wereld vervuld zijn geworden? Eerder zou dus het eeuwig Besluit hebben moeten falen, vóórdat dit duivels voornemen had kunnen volbracht worden.
Waartoe deze lange tijdruimte? Had hij voor de uitvoering zo lange voorbereiding nodig? Zeker niet. Even zo min kon de bedoeling zijn, om de Joden nu eens lang in angst te doen verkeren, maar veel meer de Joden gelegenheid te geven, met achterlating van al hun goederen, naar andere landen te vlieden, om hun leven te redden. Daarmee had Haman zijn doel bereikt. De Joden waren verdwenen uit zijn aangezicht en hij kon door het riskeren van hun goederen zich verrijken. Aan de andere zijde echter laat zich, door dat Haman met de zaak zulk een spoed maakte, de zorg der Goddelijke Voorzienigheid over het Joodse volk niet ontkennen. Juist daardoor, dat er zo lange tijdruimte tussen de openbaarmaking van het bevel en den door het lot bestemden dag der uitvoering lag, werd het den Joden mogelijk gemaakt, middelen te beramen tot afwending van den gedreigden ondergang.
Op het laatste moet o.i. al de nadruk vallen. Door de verborgen gangen der Goddelijke Voorzienigheid komt Haman er toe, om zo vroeg het vonnis openbaar te maken. Het kan zijn, dat hij het deed, om de Joden weg te krijgen, maar het komt ons voor, dat daardoor veel meer zijn verregaande hoogmoed openbaar wordt. Nu hij eenmaal dit besluit zo gemakkelijk heeft verkregen, gunt hij zich geen tijd van bedaard overleg, maar ijlings moet ook de gehele wereld weten, welk een macht hij ten toon kan spreiden, welk een ongeschokt vertrouwen hij bij Ahasveros heeft. Maar daardoor zal hij zijn eigen graf delven en de verlossing der Joden tot stand brengen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel