Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Efeze 2

1 En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gijG4771 doodG3498 waartG5607 door de misdadenG3900 enG2532 de zondenG266; En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden;

KJV And1 you hath he quickened, who were dead4 in trespasses6 and7 sins;

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 3 οντας G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 νεκρους G3498 doden, dood, dode dead 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 παραπτωμασιν G3900 misdaden, misdaad, val fall, fault, offence, sin, trespass 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αμαρτιαις G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 InG1722 welkeG3739 gij eertijdsG4218 gewandeldG4043 hebt, naarG2596 de eeuwG165 dezer wereldG2889, naarG2596 den oversteG758 van de machtG1849 der luchtG109, van den geestG4151, die nu werktG1754 inG1722 de kinderenG5207 der ongehoorzaamheidG543; In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;

KJV Wherein1 in time past3 ye walked4 according to5 the course7 of this world,9 according to11 the prince13 of the power15 of the air,17 the spirit19 that now21 worketh22 in23 the children25 of disobedience:

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 αις G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 ποτε G4218 eertijds, tijd, ooit afore-(any, some-)time(-s), at length (the last), (+ n- )ever, in the old time, in time past, once, when 4 περιεπατησατε G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 5 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 10 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αρχοντα G758 oversten, overste, Overste chief (ruler), magistrate, prince, ruler 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εξουσιας G1849 macht, machten, gebied authority, jurisdiction, liberty, power, right, strength 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αερος G109 lucht air 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 22 ενεργουντος G1754 werkt, gewrocht, werken do, (be) effectual (fervent), be mighty in, shew forth self, work (effectually in) 23 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 24 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 υιοις G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 26 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 απειθειας G543 ongehoorzaamheid, ongelovigheid disobedience, unbelief
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Onder dewelke ook wij allenG3956 eertijdsG4218 verkeerdG390 hebben inG1722 de begeerlijkhedenG1939 onzes vlesesG4561, doendeG4160 den wilG2307 des vlesesG4561 enG2532 der gedachtenG1271; enG2532 wij warenG1510 van natureG5449 kinderenG5043 des toornsG3709, gelijkG5613 ookG2532 de anderenG3062; Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;

KJV Among1 whom2 also3 we all5 had our conversation6 in times past7 in8 the lusts10 of our flesh,12 fulfilling14 the desires16 of the flesh18 and19 of the mind;21 and22 were by nature25 the children24 of wrath,26 even28 as27 others.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 οις G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 ημεις G1473 mij, ik I, me 5 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 ανεστραφημεν G390 verkeerd, wandelen, behandeld abide, behave self, have conversation, live, overthrow, pass, return, be used 7 ποτε G4218 eertijds, tijd, ooit afore-(any, some-)time(-s), at length (the last), (+ n- )ever, in the old time, in time past, once, when 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 ταις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 επιθυμιαις G1939 begeerlijkheden, begeerlijkheid, begeerte concupiscence, desire, lust (after) 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 13 ημων G1473 mij, ik I, me 14 ποιουντες G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 15 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 θεληματα G2307 wil desire, pleasure, will 17 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 19 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 20 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 διανοιων G1271 verstand, gedachten, verstands imagination, mind, understanding 22 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 23 ημεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 τεκνα G5043 kinderen, kind, zoon child, daughter, son 25 φυσει G5449 nature, natuur (man-)kind, nature(-al) 26 οργης G3709 toorn, toorns, gramschap anger, indignation, vengeance, wrath 27 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 28 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 29 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 λοιποι G3062 anderen, andere, overige other, which remain, remnant, residue, rest
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 MaarG1161 GodG2316, DieG3739 rijkG4145 isG1510 inG1722 barmhartigheidG1656 door Zijn grote liefdeG26, waarmede HijG846 ons liefgehadG25 heeft, Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,

KJV But2 God,3 who is rich4 in6 mercy,7 for8 his12 great10 love11 wherewith13 he loved14 us,

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 4 πλουσιος G4145 rijk, rijken, rijke rich 5 ων G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 ελεει G1656 barmhartigheid, Barmhartigheid (+ tender) mercy 8 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 9 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 πολλην G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 11 αγαπην G26 liefde, liefdemaaltijden, liefhebben (feast of) charity(-ably), dear, love 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 ηγαπησεν G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 15 ημας G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden)
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 OokG2532 toen wij doodG3498 warenG1510 door de misdadenG3900, heeft ons levendG4806 gemaakt met ChristusG5547; (uit genadeG5485 zijtG1510 gij zaligG4982 geworden) Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden)

KJV Even1 when we were dead4 in sins,6 hath quickened us together with7 Christ,9 (by grace10 ye are saved;)

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 οντας G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ημας G1473 mij, ik I, me 4 νεκρους G3498 doden, dood, dode dead 5 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 παραπτωμασιν G3900 misdaden, misdaad, val fall, fault, offence, sin, trespass 7 συνεζωοποιησεν G4806 levend, mede levend quicken together with 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 10 χαριτι G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 11 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 σεσωσμενοι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En heeft ons mede opgewektG4891, enG2532 heeft ons mede gezetG4776 inG1722 den hemelG2032 inG1722 ChristusG5547 JezusG2424; En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;

KJV And1 hath raised us up together,2 and3 made us sit together4 in5 heavenly7 places in8 Christ9 Jesus:

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 συνηγειρεν G4891 opgewekt, mede opgewekt raise up together, rise with 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 συνεκαθισεν G4776 mede gezet, nederzaten (make) sit (down) together 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 επουρανιοις G2032 hemelse, hemel, Hemelse celestial, (in) heaven(-ly), high 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 10 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 OpdatG2443 HijG846 zou betonenG1731 inG1722 de toekomendeG1904 eeuwenG165 den uitnemendenG5235 rijkdomG4149 Zijner genadeG5485, doorG1722 de goedertierenheidG5544 overG1909 ons inG1722 ChristusG5547 JezusG2424. Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

KJV That1 in3 the ages5 to come7 he might shew2 the exceeding9 riches10 of his13 grace12 in14 his kindness15 toward16 us through18 Christ19 Jesus.

1 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 2 ενδειξηται G1731 betonen, bewijzen, bewijzende do, show (forth) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αιωσιν G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end) 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 επερχομενοις G1904 komen, kome, komt come (in, upon) 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 υπερβαλλοντα G5235 uitnemende, uitnemenden exceeding, excel, pass 10 πλουτον G4149 rijkdom, rijkdoms riches 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 χαριτος G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 13 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 χρηστοτητι G5544 goedertierenheid, goed gentleness, good(-ness), kindness 16 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 17 ημας G1473 mij, ik I, me 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 20 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantG1063 uitG1537 genadeG5485 zijtG1510 gij zaligG4982 geworden doorG1223 het geloofG4102; enG2532 datG3778 nietG3756 uit u, het is GodsG2316 gaveG1435; Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave;

KJV For2 by grace3 are ye saved5 through6 faith;8 and9 that not11 of12 yourselves: it is the gift16 of God:

1 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 χαριτι G5485 genade, Genade, dank acceptable, benefit, favour, gift, grace(- ious), joy, liberality, pleasure, thank(-s, -worthy) 4 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 σεσωσμενοι G4982 zalig, behouden, gezond heal, preserve, save (self), do well, be (make) whole 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πιστεως G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 14 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δωρον G1435 gave, gaven, geschenken gift, offering
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Niet uit de werken, opdat niemand roeme.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Niet uitG1537 de werkenG2041, opdatG2443 niemandG5100 roemeG2744. Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

KJV Not1 of2 works,3 lest any man6 should boast.

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 3 εργων G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 4 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 5 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 6 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 7 καυχησηται G2744 roemen, roemt, roeme (make) boast, glory, joy, rejoice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 WantG1063 wij zijn Zijn maakselG4161, geschapenG2936 inG1722 ChristusG5547 JezusG2424 totG1909 goedeG18 werkenG2041, welkeG3739 GodG2316 voorbereidG4282 heeft, opdatG2443 wij inG1722 dezelveG846 zouden wandelenG4043. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

KJV For2 we are his1 workmanship,4 created5 in6 Christ7 Jesus8 unto9 good11 works,10 which12 God15 hath before ordained13 that16 we should walk19 in17 them.

1 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ποιημα G4161 maaksel, schepselen thing that is made, workmanship 5 κτισθεντες G2936 geschapen, Schepper, scheppen create, Creator, make 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 8 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 9 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 10 εργοις G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 11 αγαθοις G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 12 οις G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 13 προητοιμασεν G4282 tevoren bereid, voorbereid ordain before, prepare afore 14 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 αυτοις G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 19 περιπατησωμεν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daarom gedenktG3421, datG3754 gijG4771, die eertijdsG4218 heidenenG1484 waartG1722 in het vleesG4561, en die voorhuidG203 genaamdG3004 werdt vanG5259 degenen, die genaamdG3004 zijn besnijdenisG4061 in het vleesG4561, die met handen geschiedtG5499; Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;

KJV Wherefore1 remember,2 that3 ye being in time past5 Gentiles7 in8 the flesh,9 who6 are called11 Uncircumcision12 by13 that which10 is called15 the Circumcision16 in17 the flesh18 made by hands;

1 διο G1352 daarom, weshalve for which cause, therefore, wherefore 2 μνημονευετε G3421 gedenkt, Gedenkt, Gedenk make mention; be mindful, remember 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 5 ποτε G4218 eertijds, tijd, ooit afore-(any, some-)time(-s), at length (the last), (+ n- )ever, in the old time, in time past, once, when 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εθνη G1484 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 8 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 9 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 10 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 λεγομενοι G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 12 ακροβυστια G203 voorhuid not circumcised, uncircumcised (with G2192 (ἔχω)), uncircumcision 13 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 14 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λεγομενης G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 16 περιτομης G4061 besnijdenis, Besneden, besnijding X circumcised, circumcision 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 19 χειροποιητου G5499 handen, handen geschiedt made by (make with) hands
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 DatG3754 gij inG1722 dienG1565 tijdG2540 waartG2258 zonder ChristusG5547, vervreemdG526 van het burgerschapG4174 IsraelsG2474, enG2532 vreemdelingenG3581 van de verbondenG1242 der belofteG1860, geenG3361 hoopG1680 hebbendeG2192, enG2532 zonder GodG112 inG1722 de wereldG2889. Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.

KJV That1 at3 that6 time5 ye were without7 Christ,8 being aliens9 from the commonwealth11 of Israel,13 and14 strangers15 from the covenants17 of promise,19 having22 no21 hope,20 and23 without God24 in25 the world:

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 ητε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 καιρω G2540 tijd, tijden, gelegenheden X always, opportunity, (convenient, due) season, (due, short, while) time, a while 6 εκεινω G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 7 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 8 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 9 απηλλοτριωμενοι G526 vervreemd alienate, be alien 10 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 πολιτειας G4174 burgerrecht, burgerschap commonwealth, freedom 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ισραηλ G2474 Israels, Israel Israel 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ξενοι G3581 vreemdelingen, vreemdeling, vreemde host, strange(-r) 16 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 διαθηκων G1242 verbond, testaments, verbonds covenant, testament 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 επαγγελιας G1860 belofte, beloftenis, beloftenissen message, promise 20 ελπιδα G1680 hoop, hope, Hoop faith, hope 21 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 22 εχοντες G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 αθεοι G112 God without God 25 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 26 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Maar nu inG1722 ChristusG5547 JezusG2424, zijtG1510 gijG4771, die eertijdsG4218 verreG3112 waartG5607, nabijG1451 gewordenG1096 doorG1722 het bloedG129 van ChristusG5547. Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

KJV But2 now1 in3 Christ4 Jesus5 ye who7 sometimes8 were far off10 are made12 nigh11 by13 the blood15 of Christ.

1 νυνι G3570 nu now 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 5 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ποτε G4218 eertijds, tijd, ooit afore-(any, some-)time(-s), at length (the last), (+ n- )ever, in the old time, in time past, once, when 9 οντες G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 μακραν G3112 verre, ver (a-)far (off), good (great) way off 11 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready 12 εγενηθητε G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αιματι G129 bloed, bloeds, bloede blood 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantG1063 HijG846 isG1510 onze vredeG1515, Die deze beidenG297 eenG1520 gemaaktG4160 heeft, enG2532 den middelmuurG3320 des afscheidselsG5418 gebrokenG3089 hebbende, Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,

KJV For2 he1 is our peace,5 who4 hath made8 both10 one,11 and12 hath broken down17 the middle wall14 of partition

1 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 6 ημων G1473 mij, ik I, me 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 ποιησας G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αμφοτερα G297 beiden, beide, zamen both 11 εν G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 μεσοτοιχον G3320 middelmuur middle wall 15 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 φραγμου G5418 tuin, afscheidsels, heggen hedge (+ round about), partition 17 λυσας G3089 ontbonden, ontbinden, ontbindt break (up), destroy, dissolve, (un-)loose, melt, put off
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Heeft Hij de vijandschapG2189 in Zijn vleesG4561 te niet gemaakt, namelijk de wetG3551 der gebodenG1785 in inzettingenG1378 bestaande; opdatG2443 Hij die tweeG1417 in ZichzelvenG1438 totG1519 eenG1520 nieuwenG2537 mensG444 zou scheppenG2936, vredeG1515 makendeG4160; Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;

KJV Having abolished13 in3 his6 flesh5 the enmity,2 even the law8 of commandments10 contained in11 ordinances;12 for to14 make17 in18 himself19 of twain16 one20 new22 man,23 so making24 peace;

1 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 εχθραν G2189 vijandschap, vijandschappen enmity, hatred 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εντολων G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 δογμασιν G1378 inzettingen, gebod, geboden decree, ordinance 13 καταργησας G2673 tenietdoen, buiten werking stellen; vrijmaken abolish, cease, cumber, deliver, destroy, do away, become (make) of no (none, without) effect, fail, loose, bring (come) to nought, put away (down), vanish away, make void 14 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 15 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 δυο G1417 twee, Twee, tweeen both, twain, two 17 κτιση G2936 geschapen, Schepper, scheppen create, Creator, make 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 ενα G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 22 καινον G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 23 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man 24 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 25 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG2532 opdat Hij die beidenG297 met GodG2316 in eenG1520 lichaamG4983 zou verzoenenG604 door het kruisG4716, de vijandschapG2189 aan hetzelveG846 gedoodG615 hebbende. En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.

KJV And1 that he might reconcile2 both4 unto God9 in5 one6 body7 by10 the cross,12 having slain13 the enmity15 thereby:16

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αποκαταλλαξη G604 verzoenen, verzoend reconcile 3 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αμφοτερους G297 beiden, beide, zamen both 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 ενι G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 7 σωματι G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σταυρου G4716 kruis, kruises cross 13 αποκτεινας G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εχθραν G2189 vijandschap, vijandschappen enmity, hatred 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 EnG2532 komendeG2064, heeft Hij door het EvangelieG2097 vredeG1515 verkondigdG2097 uG4771, die verreG3112 waart, enG2532 dien, die nabijG1451 waren. En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren.

KJV And1 came2 and preached3 peace4 to you which6 were afar off,7 and8 to them that were nigh.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ελθων G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 3 ευηγγελισατο G2097 Evangelie, verkondigd, verkondigen declare, bring (declare, show) glad (good) tidings, preach (the gospel) 4 ειρηνην G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μακραν G3112 verre, ver (a-)far (off), good (great) way off 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εγγυς G1451 nabij, Nabij from , at hand, near, nigh (at hand, unto), ready
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WantG3754 door HemG846 hebbenG2192 wij beidenG297 den toegangG4318 door eenG1520 GeestG4151 totG4314 den VaderG3962. Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader.

KJV For1 through2 him3 we4 both8 have access6 by9 one10 Spirit11 unto12 the Father.

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 3 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 4 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 5 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 προσαγωγην G4318 toegang, toeleiding access 7 οι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αμφοτεροι G297 beiden, beide, zamen both 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 ενι G1520 een, ene, enen a(-n, -ny, certain), + abundantly, man, one (another), only, other, some 11 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 12 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zo zijtG1510 gij dan niet meer vreemdelingenG3581 enG2532 bijwonersG3941, maarG235 medeburgersG4847 der heiligenG40, enG2532 huisgenotenG3609 GodsG2316; Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;

KJV Now2 therefore1 ye are no more3 strangers5 and6 foreigners,7 but8 fellowcitizens9 with the saints,11 and12 of the household13 of God;

1 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 4 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 ξενοι G3581 vreemdelingen, vreemdeling, vreemde host, strange(-r) 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 παροικοι G3941 vreemdeling, bijwoners, inwoners foreigner, sojourn, stranger 8 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 9 συμπολιται G4847 medeburgers fellow- citizen 10 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αγιων G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 οικειοι G3609 huisgenoten (those) of the (his own) house(-hold) 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 GebouwdG2026 opG1909 het fondamentG2310 der apostelenG652 enG2532 profetenG4396, waarvan JezusG2424 ChristusG5547 isG1510 de uiterste HoeksteenG204; Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen;

KJV And are built1 upon2 the foundation4 of the apostles6 and7 prophets,8 Jesus12 Christ13 himself11 being the chief corner

1 εποικοδομηθεντες G2026 bouwt, Gebouwd, bouwe build thereon (thereupon, on, upon) 2 επι G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 θεμελιω G2310 fondament, fondamenten, fundamenten foundation 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αποστολων G652 apostelen, apostel, Apostel apostle, messenger, he that is sent 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 προφητων G4396 profeten, profeet, Profeet prophet 9 οντος G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 ακρογωνιαιου G204 uiterste Hoeksteen, uitersten chief corner 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 13 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Op WelkenG3739 het geheleG3956 gebouwG3619, bekwamelijk samengevoegdG4883 zijnde, opwastG837 totG1519 een heiligenG40 tempelG3485 in den HeereG2962; Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;

KJV In1 whom2 all3 the building5 fitly framed together6 groweth7 unto8 an holy10 temple9 in11 the Lord:

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 οικοδομη G3619 stichting, gebouw, gebouwen building, edify(-ication, -ing) 6 συναρμολογουμενη G4883 bekwamelijk samengevoegd be fitly framed (joined) together 7 αυξει G837 wies, wassen, opwassen grow (up), (give the) increase 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 ναον G3485 tempel, tempels, tempelen shrine, temple 10 αγιον G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Op WelkenG3739 ookG2532 gijG4771 mede gebouwdG4925 wordt totG1519 een woonstedeG2732 GodsG2316 in den GeestG4151. Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

KJV In1 whom2 ye also3 are builded together5 for6 an habitation7 of God9 through10 the Spirit.

1 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 2 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 3 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 4 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 5 συνοικοδομεισθε G4925 mede gebouwd build together 6 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 7 κατοικητηριον G2732 woonstede habitation 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Efeze 2:1 Kolossenzen 2:13 Efeze 2:5 Efeze 4:18 Johannes 11:25 Kolossenzen 3:1 Efeze 5:14 1 Johannes 3:14 Johannes 14:6
Efeze 2:2 Efeze 6:12 Efeze 2:3 Johannes 12:31 1 Korinthe 6:11 Efeze 5:6 Johannes 8:44 1 Johannes 5:19 Kolossenzen 3:6
Efeze 2:3 Titus 3:3 Galaten 2:15 Psalmen 51:5 Romeinen 13:14 Efeze 4:22 1 Petrus 2:10 Efeze 2:2 1 Petrus 1:14
Efeze 2:4 1 Petrus 1:3 Efeze 1:7 Efeze 2:7 Psalmen 145:8 Psalmen 86:15 Titus 3:4 Efeze 3:8 Exodus 33:19
Efeze 2:5 Efeze 2:1 Handelingen 15:11 Romeinen 5:8 Efeze 2:8 Romeinen 5:6 Romeinen 5:10 Titus 2:11 Efeze 5:14
Efeze 2:6 Efeze 1:3 Kolossenzen 3:1 Johannes 17:21 Kolossenzen 2:12 Romeinen 6:4 Johannes 12:26 Lukas 22:29 Johannes 14:3
Efeze 2:7 Titus 3:4 Efeze 2:4 Openbaring 5:9 Jesaja 60:15 1 Timotheüs 1:16 Psalmen 106:48 Efeze 3:5 1 Petrus 1:12
Efeze 2:8 Efeze 2:5 Romeinen 3:22 Romeinen 4:16 Jakobus 1:16 Handelingen 16:31 Romeinen 10:9 Markus 16:16 Johannes 1:12
Efeze 2:9 2 Timotheüs 1:9 Romeinen 11:6 1 Korinthe 1:29 Titus 3:3 Romeinen 9:11 Romeinen 3:27 Romeinen 9:16 Romeinen 4:2
Efeze 2:10 Kolossenzen 1:10 Filippenzen 2:13 2 Korinthe 5:17 Hebreeën 13:21 Efeze 4:24 Efeze 4:1 Efeze 1:4 2 Korinthe 9:8
Efeze 2:11 Kolossenzen 2:11 Kolossenzen 2:13 1 Korinthe 12:2 Kolossenzen 1:21 Kolossenzen 3:11 Deuteronomium 16:12 Jeremia 9:25 Jesaja 51:1
Efeze 2:12 Kolossenzen 1:21 Galaten 4:8 1 Thessalonicenzen 4:13 1 Thessalonicenzen 4:5 Psalmen 89:3 Ezechiël 37:26 Genesis 17:7 Efeze 4:18
Efeze 2:13 Handelingen 2:39 Jesaja 57:19 Handelingen 26:18 Romeinen 3:23 Kolossenzen 1:13 Psalmen 73:27 Efeze 2:12 1 Korinthe 1:30
Efeze 2:14 Efeze 2:15 Galaten 3:28 Kolossenzen 3:11 Micha 5:5 Kolossenzen 2:20 Hebreeën 13:20 Kolossenzen 1:20 Kolossenzen 2:10
Efeze 2:15 Kolossenzen 2:14 Kolossenzen 2:20 Galaten 3:28 Kolossenzen 3:10 Hebreeën 8:13 Hebreeën 9:9 2 Korinthe 5:17 Kolossenzen 1:21
Efeze 2:16 Kolossenzen 1:20 2 Korinthe 5:18 Efeze 2:15 1 Petrus 4:1 Romeinen 8:7 Galaten 2:20 Romeinen 5:10 Romeinen 8:3
Efeze 2:17 Psalmen 148:14 Handelingen 10:36 Deuteronomium 4:7 Jesaja 57:19 Handelingen 2:39 Zacharia 9:10 Efeze 2:13 Psalmen 75:1
Efeze 2:18 Efeze 3:12 1 Korinthe 12:13 Romeinen 5:2 Johannes 14:6 Johannes 10:7 Johannes 10:9 Romeinen 8:15 Efeze 4:4
Efeze 2:19 Galaten 6:10 Filippenzen 3:20 1 Johannes 3:1 Efeze 2:12 Galaten 3:26 Hebreeën 12:22 Efeze 3:6 Galaten 4:26
Efeze 2:20 Openbaring 21:14 Jesaja 28:16 Mattheüs 16:18 1 Petrus 2:4 1 Petrus 2:7 Efeze 4:11 Handelingen 4:11 Psalmen 118:22
Efeze 2:21 1 Korinthe 3:16 Efeze 4:13 2 Korinthe 6:16 1 Korinthe 3:9 Psalmen 93:5 Hebreeën 3:3 Ezechiël 40:1 Ezechiël 42:12
Efeze 2:22 1 Korinthe 3:16 1 Petrus 2:4 1 Johannes 4:16 1 Korinthe 6:19 Efeze 3:17 1 Johannes 4:13 2 Korinthe 6:16 1 Johannes 3:24
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Efeze 2 vers 1

heeft Hij Deze woorden, met andere letters gedrukt, worden om der klaarheid wille uit vs.5 verhaald, waar de verklaring te zien is.

Hertaald: heeft Hij Deze woorden, die met andere letters gedrukt zijn, zijn voor de duidelijkheid uit vers 5 overgenomen; daar staat ook de verklaring.

dood waart Dat is, niet alleen den tijdelijken en eeuwigen dood onderworpen; maar ook zonder enig leven en beweging in geestelijke zaken, gelijk dit woord dood zijn ook elders wordt genomen; Rom. 6:13; Ef. 5:14; Kol. 2:13; 1 Tim. 5:6.

Hertaald: dood waart Dat is: niet alleen onderworpen aan de tijdelijke en de eeuwige dood, maar ook zonder enig leven en beweging in geestelijke zaken, zoals deze uitdrukking dood zijn ook elders gebruikt wordt; Rom. 6:13; Ef. 5:14; Kol. 2:13; 1 Tim. 5:6.

Efeze 2 vers 2

eertijds gewandeld Namelijk vóór uwe bekering tot het geloof in Christus.

Hertaald: eertijds gewandeld Namelijk vóór uw bekering tot het geloof in Christus.

naar de eeuw Dat is, naar de algemene wijze van leven der wereldse mensen.

Hertaald: naar de eeuw Dat is: naar de gewone manier van leven van de wereldse mensen.

naar den overste Dat is, naar den wil en ingeving des oversten.

Hertaald: naar den overste Dat is: naar de wil en de ingeving van de overste.

van de macht Dat is, des Satans, gelijk terstond verklaard wordt, die zo genaamd wordt omdat hij een geestelijk wezen heeft, en nog grote macht in het bewegen der lucht heeft behouden, gelijk uit de historie van Job-blijkt , en die uit de lucht den gelovigen nog gedurigen strijd aandoet; Ef. 6:12; 1 Petr. 5:8.

Hertaald: van de macht Dat is: van de satan, zoals meteen daarna verklaard wordt. Hij wordt zo genoemd omdat hij een geestelijk wezen is en nog grote macht behouden heeft in het bewegen van de lucht, zoals uit de geschiedenis van Job blijkt, en omdat hij de gelovigen vanuit de lucht nog voortdurend bestrijdt; Ef. 6:12; 1 Petr. 5:8.

die nu werkt in Dat is, door zijne werkingen en ingevingen leidt waar hij wil. Het woordje nu, doet hij daarbij, omdat de Satan deze zijne werking en heerschappij, die hij over hen allen tevoren gebruikt had, nu in de gelovigen had verloren, hoewel hij hen nog bestreed, maar zijne macht alleen in de ongelovigen had behouden; 2 Kor. 4:3-4; 2 Thess. 2:9-10.

Hertaald: die nu werkt in Dat is: door zijn werkingen en ingevingen leidt waarheen hij wil. Het woordje nu voegt hij eraan toe, omdat de satan deze werking en heerschappij, die hij eerder over hen allen uitgeoefend had, nu in de gelovigen verloren had — hoewel hij hen nog bestreed — en zijn macht alleen in de ongelovigen behouden had; 2 Kor. 4:3-4; 2 Thess. 2:9-10.

de kinderen der De ongelovige mensen, die het Evangelie ongehoorzaam zijn, Ef. 5:6; Kol. 3:6, worden ook anders kinderen Belials genaamd. Zie Deut. 13:13.

Hertaald: de kinderen der De ongelovige mensen, die het Evangelie ongehoorzaam zijn, Ef. 5:6; Kol. 3:6, worden ook wel kinderen van Belial genoemd. Zie Deut. 13:13.

Efeze 2 vers 3

wij allen eertijds Namelijk die uit de Joden tot Christus bekeerd zijn, hetwelk hij daarbij doet om te bewijzen, dat hunne bekering, zowel als die der heidenen, uit enkel genade was geschied.

Hertaald: wij allen eertijds Namelijk wij die uit de Joden tot Christus bekeerd zijn. Dit voegt hij eraan toe om te bewijzen dat hun bekering, net als die van de heidenen, uit louter genade gebeurd was.

onzes vleses, Dat is, onze verdorven natuur, gelijk deze wijze van spreken doorgaans voorkomt, welke Paulus verklaart Rom. 8:7-8, enz.

Hertaald: onzes vleses, Dat is: onze verdorven natuur, zoals deze uitdrukking telkens voorkomt en zoals Paulus die verklaart in Rom. 8:7-8, enzovoort.

den wil des vleses Grieks, de willen; dat is, lusten en genegenheden des vleesches.

Hertaald: den wil des vleses Grieks: de willen; dat is: de lusten en neigingen van het vlees.

der gedachten; Het Griekse woord dianoia, betekent het verstand, of het redelijke deel van de ziel des mensen, hetwelk vóór zijne bekering den mens ook niet dan tot ijdelheid en wereldse dingen drijft. Zie Rom. 1:22, en Rom. 8:7; Kol. 2:18.

Hertaald: der gedachten; Het Griekse woord dianoia betekent het verstand, of het redelijke deel van de ziel van de mens. Vóór zijn bekering drijft dat de mens ook tot niets anders dan tot leegheid en wereldse dingen. Zie Rom. 1:22 en Rom. 8:7; Kol. 2:18.

van nature Of door de natuur; dat is van onze geboorte of moeders lijf aan, gelijk dit woord natuur ook genomen wordt Gal. 2:15, en elders. Zie Job 14:4; Ps. 51:7; Joh. 3:6; Rom. 5:12-14.

Hertaald: van nature Of: door de natuur; dat is: vanaf onze geboorte of vanaf de moederschoot, zoals dit woord natuur ook gebruikt wordt in Gal. 2:15 en elders. Zie Job 14:4; Ps. 51:7; Joh. 3:6; Rom. 5:12-14.

kinderen des toorns, Dat is, den toorn Gods vanwege onze aangeboren zonde onderworpen. Zie Rom. 1:18, en Rom. 9:22.

Hertaald: kinderen des toorns, Dat is: onderworpen aan de toorn van God vanwege onze aangeboren zonde. Zie Rom. 1:18 en Rom. 9:22.

de anderen; Namelijk de heidenen. Zie Rom. 3:9, enz.

Hertaald: de anderen; Namelijk de heidenen. Zie Rom. 3:9, enzovoort.

Efeze 2 vers 4

Die rijk is in Dat is, overvloedig.

Hertaald: Die rijk is in Dat is: overvloedig.

door Zijn grote Of, om, van wege.

Hertaald: door Zijn grote Of: om, vanwege.

Efeze 2 vers 5

dood waren Zie de aantekeningen vs.1.

Hertaald: dood waren Zie de aantekeningen bij vers 1.

levend gemaakt Dat is, uit den dood der zonde verlost, door onze rechtvaardigmaking en wedergeboorte, gelijk terstond hierna verklaard wordt.

Hertaald: levend gemaakt Dat is: uit de dood van de zonde verlost, door onze rechtvaardigmaking en wedergeboorte, zoals meteen hierna verklaard wordt.

met Christus; Want als Christus, die om onzer zonden wil gestorven was, is opgewekt zo heeft Hij metterdaad betoond dat Hij de schuld onzer zonde en het lichaam onzer zonden had teniet gedaan: hetwelk Hij eerst voor ons, en daarna ook in ons heeft volbracht uit kracht Zijns doods en Zijner opstanding, Rom. 4:25, en Rom. 6:6-8, als Hij ons het geloof heeft geschonken, door het geloof heeft gerechtvaardigd, en door Zijnen Geest heeft vernieuwd en geheiligd. Zie 1 Kor. 1:30.

Hertaald: met Christus; Want toen Christus, Die om onze zonden gestorven was, opgewekt is, heeft Hij daarmee daadwerkelijk bewezen dat Hij de schuld van onze zonde en het lichaam van onze zonden tenietgedaan had. Dat heeft Hij eerst voor ons en daarna ook in ons volbracht, uit kracht van Zijn dood en Zijn opstanding, Rom. 4:25 en Rom. 6:6-8, toen Hij ons het geloof geschonken heeft, ons door het geloof gerechtvaardigd heeft en ons door Zijn Geest vernieuwd en geheiligd heeft. Zie 1 Kor. 1:30.

Efeze 2 vers 6

in Christus Jezus; Namelijk als ons Hoofd, in welken wij deze weldaden alrede bezitten, en wij ook in hope bezitten, Rom. 8:24, en dezelve zekerlijk zullen deelachtig worden te zijner tijd. Zie Rom. 8:11; 1 Kor. 15:20; Fil. 3:21; Kol. 3:1-2, enz.

Hertaald: in Christus Jezus; Namelijk als ons Hoofd, in Wie wij deze weldaden nu al bezitten; wij bezitten ze ook in de hoop, Rom. 8:24, en wij zullen er op Zijn tijd zeker deel aan krijgen. Zie Rom. 8:11; 1 Kor. 15:20; Filipp. 3:21; Kol. 3:1-2, enzovoort.

Efeze 2 vers 7

zou betonen Het Griekse woord betekent zoveel als een exempel of klaar bewijs voorstellen, want God heeft in dien tijd dit exempel Zijner barmhartigheid, aan heidenen en Joden bewezen, opdat ook wij, hunne nakomelingen, dit verstaande, tot die genade onze toevlucht nemen zouden; 1 Tim. 1:16.

Hertaald: zou betonen Het Griekse woord betekent zoveel als een voorbeeld of een duidelijk bewijs voorstellen. Want God heeft in die tijd dit voorbeeld van Zijn barmhartigheid aan heidenen en Joden bewezen, opdat ook wij, hun nakomelingen, dat zouden begrijpen en onze toevlucht tot die genade zouden nemen; 1 Tim. 1:16.

in de toekomende Namelijk den mens van toekomende eeuwen of tijden.

Hertaald: in de toekomende Namelijk aan de mensen van de toekomende eeuwen of tijden.

Efeze 2 vers 8

uit genade zijt Of, door de genade, namelijk van God in Christus, gelijk in vs.7 is verklaard.

Hertaald: uit genade zijt Of: door de genade, namelijk van God in Christus, zoals in vers 7 verklaard is.

zalig geworden Dat is, van de zonde en de straf der zonde verlost, en tot erfgenaam der eeuwige zaligheid gesteld.

Hertaald: zalig geworden Dat is: van de zonde en van de straf op de zonde verlost, en tot erfgenaam van de eeuwige zaligheid gesteld.

door het geloof; Namelijk waardoor deze genade Gods in Christus van ons wordt aangenomen en ons toegeëigend; Joh. 1:12; Rom. 3:24-25.

Hertaald: door het geloof; Namelijk het geloof, waardoor deze genade van God in Christus door ons aangenomen en ons toegeëigend wordt; Joh. 1:12; Rom. 3:24-25.

dat niet uit u, Namelijk dat is niet uit u, dat gij gelooft. Want anders zou de apostel één ding tweemaal zeggen, en niet alleen de zaligheid zelve, maar ook het geloof is ene gave Gods. Zie Fil. 1:29; 2 Tim. 1:9, enz.

Hertaald: dat niet uit u, Namelijk: het is niet uit u dat u gelooft. Want anders zou de apostel één ding tweemaal zeggen; en niet alleen de zaligheid zelf, maar ook het geloof is een gave van God. Zie Filipp. 1:29; 2 Tim. 1:9, enzovoort.

Efeze 2 vers 9

Niet uit de Namelijk noch in het geheel, noch ten dele. Zie Rom. 4:4-5, en Rom. 11:6; gelijk ook de volgende woorden uitwijzen.

Hertaald: Niet uit de Namelijk niet geheel en ook niet gedeeltelijk. Zie Rom. 4:4-5 en Rom. 11:6; zoals ook de volgende woorden aanwijzen.

Efeze 2 vers 10

wij zijn Zijn De apostel spreekt hier niet van de eerste schepping, maar van de vernieuwing en wedergeboorte, die in Gods woord een tweede of nieuwe schepping wordt genaamd. Zie 2 Kor. 5:17.

Hertaald: wij zijn Zijn De apostel spreekt hier niet over de eerste schepping, maar over de vernieuwing en de wedergeboorte, die in Gods Woord een tweede of nieuwe schepping genoemd wordt. Zie 2 Kor. 5:17.

God voorbereid Of, God tevoren heeft bereid; namelijk in Zijn eeuwigen raad, of ook door Zijnen Geest in ons. Zie Hebr. 8:10, enz.

Hertaald: God voorbereid Of: die God vooraf bereid heeft; namelijk in Zijn eeuwige raad, of ook door Zijn Geest in ons. Zie Hebr. 8:10, enzovoort.

Efeze 2 vers 11

in het vlees, Sommigen verstaan dit van de onbesnedenheid der heidenen; doch zodanigen waren zij ook nu tot Christus bekeerd zijnde, en den naam voorhuid, die volgt, geeft dit genoeg te kennen. Zo wordt dan het woord vlees bekwamelijker genomen voor de verdorvenheid der natuur, waarin zij vóór hunne bekering waren, gelijk Joh. 3:6; Rom. 8:5, enz.

Hertaald: in het vlees, Sommigen verstaan dit van de onbesnedenheid van de heidenen. Maar dat waren zij ook nog nadat zij tot Christus bekeerd waren, en de naam voorhuid die volgt geeft dat al genoeg te kennen. Daarom wordt het woord vlees beter opgevat als de verdorvenheid van de natuur, waarin zij vóór hun bekering waren, zoals in Joh. 3:6; Rom. 8:5, enzovoort.

voorhuid genaamd Dat is, onbesneden en dat bij verachting. Zie 1 Sam. 17:26; Ezech. 44:7.

Hertaald: voorhuid genaamd Dat is: onbesneden, en dat bij wijze van verachting. Zie 1 Sam. 17:26; Ezech. 44:7.

besnijdenis Dat is, van de Joden die besneden waren, hetwelk een teken was van Gods verbond met hen; Gen. 17:11.

Hertaald: besnijdenis Dat is: door de Joden, die besneden waren; dat was een teken van Gods verbond met hen; Gen. 17:11.

Efeze 2 vers 12

zonder Christus, Dat is, zonder gemeenschap met Christus te hebben, die komen zou, buiten welke gene zaligheid was; Joh. 14:6; Hand. 4:12. De Israëlieten dan, die het koninkrijk Israëls verwachtten, hadden gemeenschap met Christus, die beloofd was. Zie Joh. 8:56; Hand. 13:26, Hand. 13:32, en Hand. 15:11, en Hand. 26:6-7; Hebr. 11:26, enz.

Hertaald: zonder Christus, Dat is: zonder gemeenschap te hebben met Christus, Die komen zou en buiten Wie geen zaligheid was; Joh. 14:6; Hand. 4:12. De Israëlieten dus, die het koninkrijk van Israël verwachtten, hadden gemeenschap met Christus, Die beloofd was. Zie Joh. 8:56; Hand. 13:26, Hand. 13:32, en Hand. 15:11 en Hand. 26:6-7; Hebr. 11:26, enzovoort.

het burgerschap Dat is, de gemeente Gods, die in het burgerschap Israëls was begrepen.

Hertaald: het burgerschap Dat is: de gemeente van God, die in het burgerschap van Israël begrepen was.

de verbonden Dat is, van de geestelijke beloften, die God in Zijn verbond met de Israëlieten opgericht, gedaan en dikwijls vernieuwd heeft, waarom Hij het verbonden in het getal van velen noemt.

Hertaald: de verbonden Dat is: van de geestelijke beloften die God gedaan en dikwijls vernieuwd heeft in Zijn verbond dat Hij met de Israëlieten oprichtte; daarom noemt Hij het verbonden, in het meervoud.

geen hoop Namelijk geen ware hoop van de vergeving der zonden en der eeuwige zaligheid.

Hertaald: geen hoop Namelijk geen echte hoop op de vergeving van de zonden en op de eeuwige zaligheid.

zonder God Dat is, zonder de oprechte kennis en dienst van den waren God. Want als is het dat zij vele goden en godsdiensten hadden, die waren nochtans van hen verdicht en versierd. Zie Rom. 1:21, enz.; al ware het dat enigen God als Schepper kenden, nochtans, dewijl zij den Zoon niet kenden, noch eerden, zo hadden zij ook den Vader niet; Joh. 5:23.

Hertaald: zonder God Dat is: zonder de zuivere kennis en dienst van de ware God. Want al hadden zij veel goden en godsdiensten, die waren door hen toch zelf bedacht en verzonnen. Zie Rom. 1:21, enzovoort. En al zouden sommigen God als Schepper gekend hebben, dan hadden zij toch, omdat zij de Zoon niet kenden en niet eerden, ook de Vader niet; Joh. 5:23.

Efeze 2 vers 13

verre waart, Namelijk van deze weldaden en voordelen, waarvan in Eph 1, is gesproken. En zie hier de apostel op de plaats Jes. 49:1. Zie Hand. 2:39.

Hertaald: verre waart, Namelijk ver van deze weldaden en voorrechten, waarover in Ef. 1 gesproken is. Hier ziet de apostel op de plaats Jes. 49:1. Zie Hand. 2:39.

het bloed Dat is, door den dood en bloedige offerande van Christus, waardoor dit onderscheid der volken is weggenomen.

Hertaald: het bloed Dat is: door de dood en het bloedige offer van Christus, waardoor dit onderscheid tussen de volken is weggenomen.

Efeze 2 vers 14

onze vrede, Dat is, oorsprong en oorzaak van onzen vrede, zo tussen God en de mensen, als tussen de mensen zelf, namelijk Joden en heidenen.

Hertaald: onze vrede, Dat is: de oorsprong en oorzaak van onze vrede, zowel tussen God en de mensen als tussen de mensen zelf, namelijk Joden en heidenen.

deze beiden Dat is, Joden en heidenen.

Hertaald: deze beiden Dat is: Joden en heidenen.

des afscheidsels Of des tuins; namelijk die de Joden van de heidenen scheidde en afschutte, gelijk een muur twee huizen of plaatsen pleegt van elkander te scheiden. Waardoor de wet der ceremoniën verstaan wordt, die dit onderscheid tussen Joden en heidenen maakte. En Paulus schijnt hier ook te zien op het scheuren van het voorhangsel des tempels, dat scheurde toen Christus leed; Matt. 27:51; Luc. 23:45.

Hertaald: des afscheidsels Of: van de omheining; namelijk die de Joden van de heidenen scheidde en afsloot, zoals een muur gewoonlijk twee huizen of plaatsen van elkaar scheidt. Daaronder wordt de wet van de ceremoniën verstaan, die dit onderscheid tussen Joden en heidenen maakte. Paulus lijkt hier ook te zien op het scheuren van het voorhangsel van de tempel, dat scheurde toen Christus leed; Matth. 27:51; Luk. 23:45.

Efeze 2 vers 15

de vijandschap Namelijk tussen Joden en heidenen, gelijk uit het volgende blijkt, rijzende uit de verscheidenheid van godsdienst.

Hertaald: de vijandschap Namelijk de vijandschap tussen Joden en heidenen, zoals uit het volgende blijkt, die voortkwam uit het verschil in godsdienst.

in Zijn vlees Dat is, in zijn lichaam of menselijke natuur, aan het kruis geofferd, Joh. 1:14; 1 Petr. 4:1; ene gelijkenis van slachtoffers, welker vlees op het altaar verbrand werd.

Hertaald: in Zijn vlees Dat is: in Zijn lichaam of menselijke natuur, aan het kruis geofferd, Joh. 1:14; 1 Petr. 4:1. Dit is een vergelijking met de slachtoffers, waarvan het vlees op het altaar verbrand werd.

de wet der geboden Namelijk waardoor de ceremoniën waren ingezet, en tot den tijd der verbetering gegeven; Hebr. 9:10.

Hertaald: de wet der geboden Namelijk de wet waardoor de ceremoniën waren ingesteld en die gegeven was tot de tijd van de verbetering; Hebr. 9:10.

die twee Namelijk volken, dat is, de uitverkorenen uit beide deze volken; Rom. 9:24, en Rom. 11:7.

Hertaald: die twee Namelijk die twee volken, dat is: de uitverkorenen uit deze beide volken; Rom. 9:24 en Rom. 11:7.

Zichzelven tot Dit zegt de apostel omdat wij met Christus zelf moeten verenigd zijn door het geloof, eer wij uit Joden en heidenen tot één lichaam kunnen worden.

Hertaald: Zichzelven tot Dit zegt de apostel omdat wij met Christus Zelf verenigd moeten zijn door het geloof, voordat wij uit Joden en heidenen tot één lichaam kunnen worden.

een nieuwen mens Dat is, door den Heiligen Geest en de kracht der wedergeboorte vernieuwd. En hier spreekt de apostel van alle gelovigen als van één mens, omdat zij allen onder Christus het Hoofd, als leden van één geestelijk lichaam, gelijk tot een vernieuwden mens worden gesteld.

Hertaald: een nieuwen mens Dat is: door de Heilige Geest en door de kracht van de wedergeboorte vernieuwd. Hier spreekt de apostel over alle gelovigen als over één mens, omdat zij allen onder Christus, het Hoofd, als leden van één geestelijk lichaam tot als het ware één vernieuwde mens gesteld worden.

vrede makende; Dat is, vereniging en gemeenschap, nadat de oorzaak en het middel van verdeeldheid is weggenomen.

Hertaald: vrede makende; Dat is: eenheid en gemeenschap, nadat de oorzaak en het middel van de verdeeldheid is weggenomen.

Efeze 2 vers 16

die beiden Dit zegt de apostel, omdat door Christus' kruis niet alleen Joden en heidenen tot één zijn gebracht, maar ook tezamen met God verzoend.

Hertaald: die beiden Dit zegt de apostel omdat door het kruis van Christus niet alleen Joden en heidenen tot één gebracht zijn, maar zij ook samen met God verzoend zijn.

in een lichaam Dat is, in een zelfde gemeente, die Christus' geestelijk lichaam is. Sommigen verstaan hier door het lichaam Christus zelf, hetwelk Hij vs.15 Zijn vlees genoemd heeft.

Hertaald: in een lichaam Dat is: in dezelfde gemeente, die het geestelijke lichaam van Christus is. Sommigen verstaan hier onder het lichaam Christus Zelf, dat Hij in vers 15 Zijn vlees genoemd heeft.

de vijandschap Namelijk zoveel tussen God en ons om der zonde wil, als ook tussen Joden en heidenen. Want van deze beide verzoeningen heeft hij hier voren gesproken.

Hertaald: de vijandschap Namelijk zowel de vijandschap tussen God en ons vanwege de zonde, als die tussen Joden en heidenen. Want over deze beide verzoeningen heeft hij hiervoor gesproken.

hetzelve Namelijk kruis.

Hertaald: hetzelve Namelijk het kruis.

gedood hebbende Dat is, geheel weggenomen hebbende door Zijn dood. Want door ééne offerande heeft Hij in der eeuwigheid geheiligd, die geheiligd worden; Hebr. 10:14.

Hertaald: gedood hebbende Dat is: geheel weggenomen hebbende door Zijn dood. Want door één offer heeft Hij hen die geheiligd worden voor eeuwig geheiligd; Hebr. 10:14.

Efeze 2 vers 17

komende, heeft Namelijk zo door Zichzelven in de dagen Zijns vleesches onder de Joden, als een dienaar der besnijdenis, en na Zijne hemelvaart door Zijne apostelen aan allen zonder onderscheid; door welke en met welke apostelen Hij krachtig is geweest tot bekering van allen, zowel van heidenen als van Joden; Marc. 16:20; Joh. 10:16; 2 Kor. 13:3, enz.

Hertaald: komende, heeft Namelijk zowel door Zichzelf, in de dagen van Zijn vlees onder de Joden, als een dienaar van de besnijdenis, als na Zijn hemelvaart door Zijn apostelen aan allen zonder onderscheid. Door en met die apostelen is Hij krachtig geweest tot bekering van allen, van heidenen zowel als van Joden; Mark. 16:20; Joh. 10:16; 2 Kor. 13:3, enzovoort.

vrede verkondigd Namelijk tussen God en de mensen, en ook vervolgens der mensen onder elkander; Luc. 2:14; Rom. 10:15; 2 Kor. 5:19, enz.

Hertaald: vrede verkondigd Namelijk vrede tussen God en de mensen, en daarmee ook vrede van de mensen onder elkaar; Luk. 2:14; Rom. 10:15; 2 Kor. 5:19, enzovoort.

Efeze 2 vers 18

door Hem hebben Namelijk Christus door het geloof aangenomen; Rom. 5:2.

Hertaald: door Hem hebben Namelijk door Christus, Die met het geloof aangenomen is; Rom. 5:2.

een Geest Namelijk de aanneming tot kinderen, Rom. 8:15; die ook dit ganse lichaam zijn leven en beweging geeft.

Hertaald: een Geest Namelijk de Geest van de aanneming tot kinderen, Rom. 8:15, Die ook aan dit hele lichaam zijn leven en beweging geeft.

Efeze 2 vers 19

gij dan Namelijk heidenen die in Christus gelooft.

Hertaald: gij dan Namelijk u, heidenen, die in Christus gelooft.

niet meer vreemdelingen Namelijk gelijk eertijds. Zie vs.11,12.

Hertaald: niet meer vreemdelingen Namelijk zoals vroeger. Zie vers 11 en 12.

medeburgers Namelijk van dit geestelijke Jeruzalem; Gal. 4:26.

Hertaald: medeburgers Namelijk medeburgers van dit geestelijke Jeruzalem; Gal. 4:26.

huisgenoten Gods; Want Gods gemeente wordt doorgaans Gods huis en tempel genaamd. Zie 2 Kor. 6:16; 1 Tim. 3:15; Hebr. 3:2, enz. Zo staan zij dan onder één hoofd en zorg, en hebben elk hun dienst en deel in dit huis.

Hertaald: huisgenoten Gods; Want Gods gemeente wordt telkens Gods huis en tempel genoemd. Zie 2 Kor. 6:16; 1 Tim. 3:15; Hebr. 3:2, enzovoort. Zo staan zij dus onder één hoofd en onder één zorg, en heeft ieder zijn eigen dienst en deel in dit huis.

Efeze 2 vers 20

het fondament Dat is, de leer der apostelen en der profeten, zo des Ouden als des Nieuwen Testaments, gelijk daarom de namen der twaalf apostelen op de twaalf fondamenten des hemelsen Jeruzalems worden gesteld; Openb. 21:14.

Hertaald: het fondament Dat is: de leer van de apostelen en de profeten, zowel van het Oude als van het Nieuwe Testament. Daarom worden ook de namen van de twaalf apostelen op de twaalf fundamenten van het hemelse Jeruzalem gezet; Openb. 21:14.

waarvan Jezus Want de leer der profeten en apostelen wijst ons in zaken der zaligheid tot niemand op welken wij steunen mogen, dan op Jezus Christus op Zijne voldoening en verdienste; 1 Kor. 1:30, en 1 Kor. 2:2.

Hertaald: waarvan Jezus Want de leer van de profeten en de apostelen wijst ons in zaken van de zaligheid niemand aan op wie wij mogen steunen dan Jezus Christus, met Zijn voldoening en verdienste; 1 Kor. 1:30 en 1 Kor. 2:2.

de uiterste Hoeksteen; Of, zijnde Jezus Christus zelf de, enz., namelijk waarop het gehele gebouw steunt met de muren en stenen van hetzelve, dat is, alle ware gelovigen uit Joden en heidenen bijeenvergaderd worden, en door éénen Geest aaneenkleven, gelijk volgt. Zie ook 1 Petr. 2:4. Dat nu deze uiterste hoeksteen ook het enig fondament is van dit geheel gebouw, blijkt uit Jes. 28:16; 1 Kor. 3:10-11.

Hertaald: de uiterste Hoeksteen; Of: en Jezus Christus is Zelf de uiterste Hoeksteen, enzovoort; namelijk de steen waarop het hele gebouw steunt, met de muren en stenen daarvan. Dat is: alle ware gelovigen uit Joden en heidenen worden bijeenvergaderd en kleven door één Geest aan elkaar, zoals volgt. Zie ook 1 Petr. 2:4. Dat deze uiterste hoeksteen ook het enige fundament van dit hele gebouw is, blijkt uit Jes. 28:16; 1 Kor. 3:10-11.

Efeze 2 vers 21

tempel in den Namelijk waarin de Heere met Zijne genade woont, en derhalve waarin Hij wil geëerd en gediend zijn, gelijk een huisvader in zijn huis.

Hertaald: tempel in den Namelijk een tempel waarin de Heere met Zijn genade woont en waarin Hij dus geëerd en gediend wil worden, zoals een huisvader in zijn huis.

Efeze 2 vers 22

Op Welken ook Namelijk uitersten hoeksteen van Christus.

Hertaald: Op Welken ook Namelijk op de uiterste hoeksteen, Christus.

gij mede gebouwd Namelijk die uit de heidenen naar Zijn voornemen zijt geroepen, en dienvolgens ook in Hem gelooft.

Hertaald: gij mede gebouwd Namelijk u die uit de heidenen naar Zijn voornemen geroepen bent en dus ook in Hem gelooft.

in den Geest Of, door den Geest.

Hertaald: in den Geest Of: door de Geest.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Genade door het geloof, niet uit de werken  — "Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme" (Ef. 2:8-9) — de meest beknopte samenvatting in het Nieuwe Testament van de weg tot behoud

Paulus tekent eerst de uitgangspositie: "dood waart door de misdaden en de zonden" (Ef. 2:1) — geen zieke die zichzelf kan verbeteren, maar een dode die geen enkele bijdrage kan leveren aan zijn eigen opwekking. Maar "God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft" (Ef. 2:4), en het vers erna: "toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus" (Ef. 2:4-5), en "mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus" (Ef. 2:6), opdat Hij in de toekomende eeuwen de uitnemende rijkdom van Zijn genade zou betonen (Ef. 2:7). Dan volgt de kern: "Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme" (Ef. 2:8-9), gevolgd door de plaats van de goede werken: niet als grond, maar als vrucht — "wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen" (Ef. 2:10).

Bijbelse betekenis: Zelfs het geloof zelf wordt hier uitdrukkelijk "Gods gave" genoemd, niet een menselijke bijdrage aan de behoudende genade. Dat sluit elke vorm van roem in de mens radicaal uit. Het plaatst ook de goede werken op hun juiste plaats: niet vóór, maar ná en uit de zaligmaking, als de vrucht waartoe de gelovige nieuw geschapen is.

Typologie: Paulus herhaalt hetzelfde beginsel met bijna dezelfde woorden aan Titus: "niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid" (Titus 3:5), en trekt in Rom. 4:4 de tegenstelling scherp: wie werkt, ontvangt loon naar schuld, niet naar genade.

Ef. 2:1,4-10; Titus 3:5; Rom. 4:4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Hij is onze vrede — 2:11-22

In de tempel te Jeruzalem stond een muur met opschriften die heidenen op straffe des doods verboden verder te gaan. Paulus schrijft aan gemeenten waarin Joden en heidenen samen zitten, en hij begint met te zeggen hoe het vroeger stond.

De scheiding tussen beide is niet weggepraat maar afgebroken, en de prijs daarvan was het bloed van Christus.

Eerst de nuchtere vaststelling van hoe het was. Gij waart in dien tijd zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld. Vijf dingen die zij misten, opgesomd zonder verzachting.

En dan: maar nu in Christus Jezus zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

Daarna komt de zin waar het hoofdstuk om draait: want Hij is onze vrede. Niet: Hij bracht vrede, of Hij predikte vrede — Hij ís het. De vrede is geen regeling maar een Persoon.

Wat Hij deed staat er met een beeld dat elke bezoeker van de tempel voor zich zag: Hij heeft den middelmuur des afscheidsels gebroken. De muur die de voorhof der heidenen scheidde van het binnenste, met zijn waarschuwingsborden, is weg.

En er staat bij hoe: door in Zijn vlees de vijandschap teniet te maken, opdat Hij die twee in Zichzelven tot één nieuwen mens zou scheppen. Er komt dus geen Jood bij de heidenen of omgekeerd; er ontstaat iets nieuws.

Het slot bouwt de tempel opnieuw op, maar dan van mensen: gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen — daar is de steen uit Psalm 118 weer. En het geheel wast op tot een heiligen tempel in den Heere, tot een woonstede Gods in den Geest.

Zo komt het verlangen van Exodus 25 uit op iets wat geen gebouw meer is.

  1. Exodus 25:8 — Maak Mij een heiligdom, dat Ik in het midden van hen wone.
  2. Genesis 12:3 — In Abrahams zaad zullen alle geslachten gezegend worden.
  3. Efeze 2:13 — Gij die verre waart, zijt nabij geworden door het bloed van Christus.
  4. Efeze 2:14 — Hij is onze vrede, en heeft den middelmuur gebroken.
  5. Efeze 2:20 — Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.
  6. Efeze 2:22 — Samen gebouwd tot een woonstede Gods in den Geest.

In het Nieuwe Testament: Psalm 118:22; Kolossenzen 1:20; Galaten 3:28; 1 Petrus 2:5

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Efeze 2

Efeze 2:1

KruisverwijzingenKolossenzen 2:13Efeze 2:5Efeze 4:18Johannes 11:25Kolossenzen 3:1Efeze 5:141 Johannes 3:14Johannes 14:6
— En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden;

Dit was uw grafgewaad. U was erin gewikkeld. Nee, dit was uw sarcofaag. U was erin opgesloten, als in een grote stenen kist: “daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.”

Efeze 2:2

KruisverwijzingenEfeze 6:12Efeze 2:3Johannes 12:311 Korinthe 6:11Efeze 5:6Johannes 8:441 Johannes 5:19Kolossenzen 3:6
— In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid;

U was voorheen niet meer dan de werkplaats van de duivel. Hij is de geest die werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid, zoals de smid werkt in zijn smidse. Hoort u grof taalgebruik, ziet u slechte daden, dat zijn de vonken die uit de schoorsteen komen en u laten weten wie daarbinnen, diep beneden, aan het werk is. Wat een verschrikkelijke zaak is het: een mens dood voor alles wat goed is, maar levend door de inwoning van de duivel die in hem is.

Efeze 2:3

KruisverwijzingenTitus 3:3Galaten 2:15Psalmen 51:5Romeinen 13:14Efeze 4:221 Petrus 2:10Efeze 2:21 Petrus 1:14
— Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleses, doende den wil des vleses en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;

Geen kinderen van God, zoals sommigen goddeloos beweren wanneer zij spreken over het universele vaderschap van God. U was een kind van de toorn, evenals de anderen. En de besten onder de mensen waren van nature niet beter dan anderen. Zij waren evenzeer dood, evenzeer onder de invloed van de satan, evenzeer onder de invloed van de begeerlijkheden van het vlees als anderen die daar nog in verkeren. Het is alleen soevereine genade die ons doet verschillen. “Van nature” — niet door een dwaling, niet door een vergissing, niet door een paar daden, maar van nature kinderen van de toorn, evenals de anderen. Zie wat u vroeger was; laat dat u nederig maken. Zie wat u geweest zou zijn; laat dat u dankbaar maken. Hij heeft u levend gemaakt. Hij heeft leven in u gebracht. Hij heeft u uw graven doen verlaten. Hij heeft u weggehaald van onder de heerschappij van de satan en van de listen van uw eigen hart. Zult u Zijn Naam niet loven?

Efeze 2:4-5

KruisverwijzingenEfeze 2:11 Petrus 1:3Efeze 1:7Efeze 2:7Handelingen 15:11Psalmen 145:8Psalmen 86:15Romeinen 5:8
— Maar God, Die rijk is in barmhartigheid door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden)

Wonder! Het leven dat levend maakt. Christus maakt alle leden van Zijn mystieke lichaam levend, en dit is tot ons gekomen door de rijkdom van Gods barmhartigheid. Wat God ook heeft, Hij heeft het in overvloed. Van Zijn barmhartigheid lezen wij dat Hij er rijkdommen van heeft, en werkelijk, al die rijkdommen van barmhartigheid heeft Hij in ons geval getoond. Wij kunnen niet anders dan rijkdommen van dankbaarheid hebben voor zulke rijkdommen van barmhartigheid. Zie, Paulus zet dat tussen haakjes: “uit genade zijt gij zalig geworden.” Het was niet nodig voor de zin, maar hij wist dat er een tijd zou komen waarin mensen deze leer niet zouden waarderen. Daarom voegt hij het toe, ook wanneer de zin het niet lijkt te vereisen, om het volkomen duidelijk te maken.

Efeze 2:6

KruisverwijzingenEfeze 1:3Kolossenzen 3:1Johannes 17:21Kolossenzen 2:12Romeinen 6:4Johannes 12:26Lukas 22:29Johannes 14:3
— En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;

Wij zijn niet alleen met Christus uit de dood opgewekt, maar wij zijn ook geestelijk in de hemelse gewesten met Hem gezet. Het is iets groots wanneer een mens leert van de aarde naar de hemel op te zien. Het is nog groter wanneer hij leert van de hemel op de aarde neer te zien. Hij mag zitten aan de rechterhand van God, en dan neerzien op alle dingen van dit tegenwoordige leven als ver beneden hem.

Efeze 2:7

KruisverwijzingenTitus 3:4Efeze 2:4Openbaring 5:9Jesaja 60:151 Timotheüs 1:16Psalmen 106:48Efeze 3:51 Petrus 1:12
— Opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

Broeders, wij zullen een schouwstuk zijn, een uitstalkast, waarin God de rijkdom van Zijn genade in Zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus zal tonen. Engelen zullen het een hoge vreugde rekenen het leven van een wedergeboren mens te bestuderen. Zij zien hem opstaan uit de dood in zonde tot de heerlijkheid van God in Christus Jezus. Wat zo kostbaar is in Gods oog, behoort onze voortdurende lof op te wekken.

Efeze 2:8-9

KruisverwijzingenEfeze 2:5Romeinen 3:22Romeinen 4:16Jakobus 1:16Handelingen 16:31Romeinen 10:9Markus 16:16Johannes 1:12
— Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

Daar is het weer. Paulus laat die zilveren klok klinken in de dove oren van mensen: “uit genade zijt gij zalig geworden.” Wij zouden zeker roemen als wij konden. Wij zijn een roemend volk. De mens is een arme massa vlees, en sterk geneigd tot het bederf van de hoogmoed. Hij zal roemen als hij kan.

Efeze 2:10-11

KruisverwijzingenKolossenzen 1:10Filippenzen 2:132 Korinthe 5:17Hebreeën 13:21Efeze 4:24Efeze 4:1Efeze 1:42 Korinthe 9:8
— Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen. Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt;

Is er iets goeds in ons, dan heeft Hij het daarin gelegd. Het is niet aan ons om te roemen. Het is aan Hem om te roemen, als Hij dat wil. Wat een goed woord is dat voor ons: “gedenkt.” Wij zijn zo geneigd te vergeten.

Efeze 2:11-12

KruisverwijzingenKolossenzen 2:11Kolossenzen 2:13Galaten 4:81 Korinthe 12:21 Thessalonicenzen 4:131 Thessalonicenzen 4:5Kolossenzen 1:21Kolossenzen 3:11
— Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vlees, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vlees, die met handen geschiedt; Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.

Had u iets met Christus te maken? De Joden noemden u onbesneden honden. Wat had u met de Messias te maken? Was de Messias niet voor Gods Israël? U behoorde niet tot Israël. Het verbond was in Izak. U bent niet de kinderen van Izak. U stamt niet af van Abraham. U was vreemdelingen van de verbonden van de belofte, hier of hierna.

Efeze 2:13

KruisverwijzingenHandelingen 2:39Jesaja 57:19Handelingen 26:18Romeinen 3:23Kolossenzen 1:13Psalmen 73:27Efeze 2:121 Korinthe 1:30
— Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

Maar nu — ach, wat een tegenstelling! U bent tot Israël gebracht. U bent nog dichter bij Israëls God gebracht. Nu bent u geen vreemdelingen meer. U bent geen vreemden van het verbond. U hebt hoop, u hebt een God.

Efeze 2:14-15

KruisverwijzingenKolossenzen 2:14Efeze 2:15Galaten 3:28Kolossenzen 3:11Kolossenzen 3:10Micha 5:5Kolossenzen 2:20Hebreeën 13:20
— Want Hij is onze vrede, Die deze beiden een gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, Heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot een nieuwen mens zou scheppen, vrede makende;

Er is nu geen besnijdenis en onbesnedenheid meer, want dat is tenietgedaan. Er is nu geen Israël naar het vlees meer, en geen heidenen die niet van God zijn. Er is een geestelijk Israël, waartoe wij behoren, evengoed als zij van Abrahams geslacht. Hij heeft alle inzettingen die ons scheidden weggevaagd, en wij zijn nu één in Hem.

Efeze 2:16-17

KruisverwijzingenKolossenzen 1:20Psalmen 148:14Handelingen 10:362 Korinthe 5:18Efeze 2:15Deuteronomium 4:7Jesaja 57:19Handelingen 2:39
— En opdat Hij die beiden met God in een lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende. En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u, die verre waart, en dien, die nabij waren.

Voor de heiden en voor de Jood, voor de gruwelijk goddeloze, en voor hen die op hun manier godsdienstig waren — Hij heeft hen beiden door het kruis binnengebracht.

Efeze 2:18

KruisverwijzingenEfeze 3:121 Korinthe 12:13Romeinen 5:2Johannes 14:6Johannes 10:7Johannes 10:9Romeinen 8:15Efeze 4:4
— Want door Hem hebben wij beiden den toegang door een Geest tot den Vader.

Hier hebt u de Drie-eenheid in één enkele bijbeltekst, en er is de Drie-eenheid voor nodig om een aangenaam gebed te maken. Door Hem, dat is Christus, hebben wij toegang door één Geest tot de Vader, en nu, vandaag, is de Kerk van God één in het gebed, of Jood of heiden. Wij komen tot God door dezelfde Middelaar, geholpen door dezelfde Geest. Wij ontvangen antwoorden van vrede van dezelfde Vader.

Efeze 2:19

KruisverwijzingenGalaten 6:10Filippenzen 3:201 Johannes 3:1Efeze 2:12Galaten 3:26Hebreeën 12:22Efeze 3:6Galaten 4:26
— Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;

Er zijn hier velen die wij niet kennen. Wij hebben hun gezicht niet eerder gezien, maar zijn zij in Christus en zijn wij in Christus, dan zijn wij zeer na verwant. Er is een oud spreekwoord dat bloed dikker is dan water, en reken erop dat, wanneer het bloed van Christus op ons gesprenkeld is, dat een zeer nabije verwantschap teweegbrengt. Zijn wij gekocht met dezelfde prijs, levend gemaakt door hetzelfde leven, en op weg naar dezelfde hemel, dan zijn wij zeer na verwant. Wij zijn geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten Gods.

Efeze 2:20-21

KruisverwijzingenOpenbaring 21:14Jesaja 28:16Mattheüs 16:181 Petrus 2:41 Petrus 2:7Efeze 4:11Handelingen 4:11Psalmen 118:22
— Gebouwd op het fondament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; Op Welken het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heiligen tempel in den Heere;

De gemeente is een gebouwd huis. Zij heeft een architect. Sommigen schijnen te denken dat het een berg bakstenen is: zij hebben geen kerkambtsdragers, niemand voor dit werk afgezonderd, niemand voor het andere. Het lijkt gewoon een hoop stenen die zomaar neergesmeten is. Maar een ware gemeente is, door de Geest van God, een gebouw dat bekwaam samengevoegd is. De één is een deur, een ander een venster. De één ligt laag en verborgen in het fundament. Een ander heeft misschien een meer opvallende plaats in de muur. Zo behoort het ook met ons te zijn: ieder van ons heeft de plaats die God hem toegewezen heeft, en behoudt die plaats. Heere, bouw Uw Gemeente op aarde op in deze tijd.

Efeze 2:22

Kruisverwijzingen1 Korinthe 3:161 Petrus 2:41 Johannes 4:161 Korinthe 6:19Efeze 3:171 Johannes 4:132 Korinthe 6:161 Johannes 3:24
— Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest.

Wij zijn niet gebouwd om als een geraamte te blijven staan. Het is een akelig gezicht huizen bijna voltooid te zien, maar nooit bewoond; maar het is de heerlijkheid van de Gemeente van God dat zij bewoond is. Zij is een woonstede van God door de Geest. Heilige Geest, woon duidelijker in Uw Gemeente. Houd open huis voor alle arme zondaars die tot Christus komen, en verheerlijk God.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

De grootsheid van Gods liefde

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ... met Christus levend gemaakt. Efeze 2:4-5 Lezer, wees hier…

Veranderende genade

Voor Iedere Dag

God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere. (1 Korinthe 1:9) Lees verder 1 Korinthe 15:3—10. Waar zou je…

Een Evangelie voor de allervuilsten

Voor Iedere Dag

Maar een Samaritaan die op reis was, kwam in zijn buurt, en toen hij hem zag, was hij met innerlijke ontferming bewogen. (Lukas 10:33) Lees verder Johannes 11:11—44. Ik…

Verlossing, helemaal uit genade

Voor Iedere Dag

Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus…

Heil van de Heere

Voor Iedere Dag

Het heil is des HEEREN. Jona 2:9 Verder lezen: Efeze 2:1-10 Het hell is des HEEREN,' in het toepassen ervan. 'Nee', zegt de arminiaan, 'het is niet 'het heil…

Uit genade door het geloof

Diversen Geloof

Uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof. Efeze 2:8 Laat ons eens even stilstaan om met aanbidding de bron van onze zaligheid te beschouwen, welke is de genade…

De Tabernakel van de Allerhoogste

Preken

Op Welken ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in den Geest. Efeze 2:22 In de tijd van Mozes had God een zichtbare woonplaats bij de…

Eertijds verre, nu nabij

Nabij De Zon

Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus. Efeze 2:13 Met welk wapen kunnen we de tegenstander verdrijven,…

Medeburgers van de heiligen

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" …medeburgers van de heiligen… Efeze 2:19 Wat betekent het om burgers van de hemel te zijn? Het betekent dat wij onder…

Hoe kunnen de doden werken?

Aan De Voeten Van De Meester

En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden; Efeziers 2:1 Geestelijk leven is niet het resultaat van eigen werken;…

Volmaakt 

Korte Overdenkingen

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content