Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1AlleH3605gebodenH4687, dieH834ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680, zult gij waarnemenH8104 om te doenH6213, opdatH4616 gij leeftH2421, en vermenigvuldigtH7235, en inkomtH935, en het landH776erftH3423, datH834 de HEEREH3068 aan uw vaderenH1gezworenH7650 heeft.Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft.
KJVAll the commandments2which I command5thee this day6shall ye observe7to do,8that ye may live,10and multiply,11and go in12and possess13the land15which the LORD18sware17unto your fathers.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַמִּצְוָ֗הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4אָנֹכִ֧יH595ik, mijI, me, [idiom] which5מְצַוְּךָ֛H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7תִּשְׁמְר֣וּןH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)8לַעֲשׂ֑וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9לְמַ֨עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to10תִּֽחְי֜וּןH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole11וּרְבִיתֶ֗םH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very12וּבָאתֶם֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13וִֽירִשְׁתֶּ֣םH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17נִשְׁבַּ֥עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear18יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19לַאֲבֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
2En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En gij zult gedenkenH2142 aan alH3605 den wegH1870, dien u den HEEREH3068, uw GodH430, dezeH2088veertigH705jarenH8141 in de woestijnH4057geleidH3212 heeft; opdatH4616 Hij u verootmoedigeH6031, om u te verzoekenH5254, om te wetenH3045, watH834 in uw hartH3824 was, of gij Zijn gebodenH4687 zoudt houdenH8104, of nietH3808.En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.
KJVAnd thou shalt remember1all the way4which the LORD7thy God8led6thee these forty10years11in the wilderness,12to humble14thee, and to prove15thee, to know16what was in thine heart,19whether thou wouldest keep20his commandments,
1וְזָכַרְתָּ֣H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַדֶּ֗רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הֹלִֽיכֲךָ֜H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֶ֛יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9זֶ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty11שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness13לְמַ֨עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to14עַנֹּֽתְךָ֜H6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise15לְנַסֹּֽתְךָ֗H5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try16לָדַ֜עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19בִּֽלְבָבְךָ֛H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding20הֲתִשְׁמֹ֥רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)21מִצְוֺתָ֖יוH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept22אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet23לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without
3En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En Hij verootmoedigdeH6031 u, en liet u hongerenH7456, en spijsdeH398 u met het ManH4478, dat gij nietH3808kendetH3045, nochH3808 uw vaderenH1gekendH3045 hadden; opdatH4616 Hij u bekendH3045 maakte, dat de mensH120nietH3808 alleen van het broodH3899leeftH2421, maarH3588 dat de mensH120leeftH2421 van allesH3605, watH834 uit des HEERENH3068mondH6310uitgaatH4161.En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.
KJVAnd he humbled1thee, and suffered thee to hunger,2and fed3thee with manna,5which thou knewest8not, neither did thy fathers11know;10that he might make thee know13that man20doth not live19by bread17only,18but by every word that proceedeth24out of the mouth25of the LORD26doth man28live.
1וַֽיְעַנְּךָ֮H6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise2וַיַּרְעִבֶךָ֒H7456hongeren, honger, hongerde(suffer to) famish, (be, have, suffer, suffer to) hunger(-ry)3וַיַּֽאֲכִֽלְךָ֤H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַמָּן֙H4478Man, Mannamanna6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יָדַ֔עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יָדְע֖וּןH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11אֲבֹתֶ֑יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to13הוֹדִֽעֲךָ֗H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot14כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הַלֶּ֤חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals18לְבַדּוֹ֙H905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength19יִחְיֶ֣הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole20הָֽאָדָ֔םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person21כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)24מוֹצָ֥אH4161uitgang, uitgangen, gegaanbrought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs)25פִֽיH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word26יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)27יִחְיֶ֥הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole28הָאָדָֽםH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person
4Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Uw kledingH8071 is aanH5921 u nietH3808verouderdH1086, en uw voetH7272 is nietH3808gezwollenH1216, dezeH2088veertigH705jarenH8141.Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren.
KJVThy raiment1waxed not old3upon thee, neither did thy foot5swell,7these forty9years.
1שִׂמְלָ֨תְךָ֜H8071klederen, kleed, kledingapparel, cloth(-es, -ing), garment, raiment. Compare H8008 (שַׂלְמָה)2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3בָֽלְתָה֙H1086verouderd, oud, veroudenconsume, enjoy long, become (make, wax) old, spend, waste4מֵֽעָלֶ֔יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וְרַגְלְךָ֖H7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7בָצֵ֑קָהH1216gezwollenswell8זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty10שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
5Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5BekentH3045 dan in uw hartH3824, dat de HEEREH3068, uw GodH430, u kastijdtH3256, gelijk alsH3588 een manH376 zijn zoonH1121kastijdtH3256.Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.
KJVThou shalt also consider1in2thine heart,3that, as a man7chasteneth6his son,9so the LORD10thy God11chasteneth
1וְיָדַעְתָּ֖H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3לְבָבֶ֑ךָH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding4כִּ֗יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יְיַסֵּ֥רH3256gekastijd, kastijden, getuchtigdbind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach7אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9בְּנ֔וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12מְיַסְּרֶֽךָּH3256gekastijd, kastijden, getuchtigdbind, chasten, chastise, correct, instruct, punish, reform, reprove, sore, teach
6En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En houdtH8104 de gebodenH4687 des HEERENH3068, uws GodsH430, om in Zijn wegenH1870 te wandelenH3212, en om Hem te vrezenH3372.En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.
KJVTherefore thou shalt keep1the commandments3of the LORD4thy God,5to walk6in his ways,7and to fear
1וְשָׁ֣מַרְתָּ֔H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מִצְוֺ֖תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6לָלֶ֥כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7בִּדְרָכָ֖יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8וּלְיִרְאָ֥הH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)9אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
7Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7WantH3588 de HEEREH3068, uw GodH430, brengtH935 u in een goedH2896landH776, een landH776 van waterbekenH5158, fonteinenH5869 en dieptenH8415, die in dalenH1237 en in bergenH2022uitvlietenH3318;Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;
KJVFor the LORD2thy God3bringeth4thee into a good7land,6a land8of brooks9of water,10of fountains11and depths12that spring out13of valleys14and hills;
1כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4מְבִֽיאֲךָ֖H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7טוֹבָ֑הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)8אֶ֚רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9נַ֣חֲלֵיH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley10מָ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))11עֲיָנֹת֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12וּתְהֹמֹ֔תH8415afgrond, afgronden, afgrondsdeep (place), depth13יֹצְאִ֥יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14בַּבִּקְעָ֖הH1237vallei, dal, dalenplain, valley15וּבָהָֽרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion
8Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Een landH776 van tarweH2406 en gerstH8184, en wijnstokkenH1612, en vijgebomenH8384, en granaatappelenH7416; een landH776 van olierijkeH8081olijfbomenH2132, en van honigH1706;Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;
9Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Een landH776, waarin gij broodH3899zonderH3808schaarsheidH4544etenH398 zult, waarin u niets ontbrekenH2637 zal; een landH776, welks stenenH68ijzerH1270 zijn, en uit welks bergenH2042 gij koperH5178uithouwenH2672 zult.Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.
KJVA land1wherein2thou shalt eat5bread7without3scarceness,4thou shalt not lack9any thing in it; a land12whose stones14are iron,15and out of whose hills16thou mayest dig17brass.
1אֶ֗רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4בְמִסְכֵּנֻת֙H4544schaarsheidscarceness5תֹּֽאכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6בָּ֣הּ7לֶ֔חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תֶחְסַ֥רH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want10כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11בָּ֑הּ12אֶ֚רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אֲבָנֶ֣יהָH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)15בַרְזֶ֔לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron16וּמֵהֲרָרֶ֖יהָH2042bergen, berg, gebergtehill, mount(-ain)17תַּחְצֹ֥בH2672uitgehouwen, houwers, gehouwencut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason18נְחֹֽשֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel
10Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Als gij dan zult gegetenH398 hebben, en verzadigdH7646 zijn, zo zult gij den HEEREH3068, uw GodH430, lovenH1288overH5921 dat goedeH2896landH776, datH834 Hij u zal hebben gegevenH5414.Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven.
KJVWhen thou hast eaten1and art full,2then thou shalt bless3the LORD5thy God6for the good9land8which he hath given
1וְאָכַלְתָּ֖H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2וְשָׂבָ֑עְתָּH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of3וּבֵֽרַכְתָּ֙H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9הַטֹּבָ֖הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11נָֽתַןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לָֽךְ
11Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11WachtH8104 u, dat gij den HEEREH3068, uw GodH430, niet vergeetH7911, dat gij niet zoudt houdenH8104 Zijn gebodenH4687, en Zijn rechtenH4941, en Zijn inzettingenH2708, dieH834ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680;Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede;
KJVBeware1that thou forget4not the LORD6thy God,7in not keeping9his commandments,10and his judgments,11and his statutes,12which I command15thee this day:
1הִשָּׁ֣מֶרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2לְךָ֔3פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not4תִּשְׁכַּ֖חH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8לְבִלְתִּ֨יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without9שְׁמֹ֤רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)10מִצְוֺתָיו֙H4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept11וּמִשְׁפָּטָ֣יוH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong12וְחֻקֹּתָ֔יוH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute13אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which15מְצַוְּךָ֖H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order16הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
12Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Opdat niet misschien, als gij zult gegetenH398 hebben, en verzadigdH7646 zijn, en goedeH2896huizenH1004gebouwdH1129 hebben, en die bewonenH3427,Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen,
KJVLest when thou hast eaten2and art full,3and hast built6goodly5houses,4and dwelt
1פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not2תֹּאכַ֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3וְשָׂבָ֑עְתָּH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of4וּבָתִּ֥יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5טוֹבִ֛יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)6תִּבְנֶ֖הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely7וְיָשָֽׁבְתָּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
13En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat gij hebt vermeerderd zal zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En uw runderenH1241 en uw schapenH6629 zullen vermeerderdH7235 zijn, ook zilverH3701 en goudH2091 u zal vermeerderdH7235 zijn, ja, alH3605watH834 gij hebt vermeerderdH7235 zal zijn;En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat gij hebt vermeerderd zal zijn;
KJVAnd when thy herds1and thy flocks2multiply,3and thy silver4and thy gold5is multiplied,6and all that thou hast is multiplied;
1וּבְקָֽרְךָ֤H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox2וְצֹֽאנְךָ֙H6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)3יִרְבְּיֻ֔ןH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very4וְכֶ֥סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5וְזָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather6יִרְבֶּהH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very7לָּ֑ךְ8וְכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לְךָ֖11יִרְבֶּֽהH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very
14Uw hart zich alsdan verheffe, dat gij vergeet den HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Uw hartH3824 zich alsdan verheffeH7311, dat gij vergeetH7911 den HEEREH3068, uw GodH430, Die u uit EgyptelandH776, uit het diensthuisH1004, uitgevoerdH3318 heeft;Uw hart zich alsdan verheffe, dat gij vergeet den HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft;
KJVThen thine heart2be lifted up,1and thou forget3the LORD5thy God,6which brought thee forth7out of the land8of Egypt,9from the house10of bondage;
1וְרָ֖םH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms2לְבָבֶ֑ךָH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding3וְשָֽׁכַחְתָּ֙H7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7הַמּוֹצִיאֲךָ֛H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10מִבֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11עֲבָדִֽיםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
15Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Die u geleidH3212 heeft in die groteH1419 en vreselijkeH3372woestijnH4057, waar vurigeH8314slangenH5175, en schorpioenenH6137, en dorheidH6774, waarH834geenH369waterH4325 was; Die u waterH4325 uit de keiachtigeH2496rotsH6697voortbrachtH3318;Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht;
KJVWho led1thee through that great3and terrible4wilderness,2wherein were fiery6serpents,5and scorpions,7and drought,8where there was no water;11who brought thee forth12water14out of the rock15of flint;
1הַמּוֹלִ֨יכֲךָ֜H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2בַּמִּדְבָּ֣רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness3הַגָּדֹ֣לH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very4וְהַנּוֹרָ֗אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)5נָחָ֤שׁH5175slang, slangenserpent6שָׂרָף֙H8314draak, serafs, vurigefiery (serpent), seraph7וְעַקְרָ֔בH6137schorpioenenscorpion8וְצִמָּא֖וֹןH6774dorheid, dorstig, dorstige landdrought, dry ground, thirsty land9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11מָ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))12הַמּוֹצִ֤יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13לְךָ֙14מַ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))15מִצּ֖וּרH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)16הַֽחַלָּמִֽישׁH2496keiachtige, keisteen, keiflint(-y), rock
16Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden; om u te verootmoedigen, en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Die u in de woestijnH4057spijsdeH398 met ManH4478, datH834 uw vaderenH1nietH3808gekendH3045 hadden; omH4616 u te verootmoedigenH6031, en omH4616 u te verzoekenH5254, opdat Hij u ten laatsteH319weldeedH3190;Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden; om u te verootmoedigen, en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed;
KJVWho fed1thee in the wilderness3with manna,2which thy fathers7knew6not, that he might humble9thee, and that he might prove11thee, to do thee good12at thy latter end;
1הַמַּֽאֲכִ֨לְךָ֥H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2מָן֙H4478Man, Mannamanna3בַּמִּדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יָדְע֖וּןH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7אֲבֹתֶ֑יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9עַנֹּֽתְךָ֗H6031verootmoedigen, verdrukt, verkrachtabase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise10וּלְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to11נַסֹּתֶ֔ךָH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try12לְהֵיטִֽבְךָ֖H3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)13בְּאַחֲרִיתֶֽךָH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward
17En gij in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En gij in uw hartH3824zegtH559: Mijn krachtH3581, en de sterkteH6108 mijner handH3027 heeft mij ditH2088vermogenH2428verkregenH6213.En gij in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen.
KJVAnd thou say1in thine heart,2My power3and the might4of mine hand5hath gotten6me this wealth.
1וְאָמַרְתָּ֖H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בִּלְבָבֶ֑ךָH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding3כֹּחִי֙H3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth4וְעֹ֣צֶםH6108sterkte, gebeentemight, strong, substance5יָדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6עָ֥שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7לִ֖י8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9הַחַ֥יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)10הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
18Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18MaarH3588 gij zult gedenkenH2142 den HEEREH3068, uw GodH430, dat Hij het is, Die u krachtH3581geeftH5414 om vermogenH2428 te verkrijgenH6213; opdatH4616 Hij Zijn verbondH1285bevestigeH6965, dat Hij aan uw vaderenH1gezworenH7650 heeft, gelijk het te dezenH2088dageH3117 is.Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.
KJVBut thou shalt remember1the LORD3thy God:4for it is he that giveth7thee power9to get10wealth,11that he may establish13his covenant15which he sware17unto thy fathers,18as it is this day.
1וְזָֽכַרְתָּ֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7הַנֹּתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לְךָ֛9כֹּ֖חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth10לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11חָ֑יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)12לְמַ֨עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to13הָקִ֧יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בְּרִית֛וֹH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17נִשְׁבַּ֥עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear18לַאֲבֹתֶ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'19כַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger20הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
19Maar indien het geschiedt, dat gij den HEERE, uw God, ganselijk vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Maar indien het geschiedtH1961, dat gij den HEEREH3068, uw GodH430, ganselijkH7911vergeetH7911, en andere godenH430navolgtH310, en hen dientH5647, en u voor dezelve buigtH7812, zoH518betuigH5749 ik hedenH3117 tegen u, datH3588 gij voorzekerH6 zult vergaanH6.Maar indien het geschiedt, dat gij den HEERE, uw God, ganselijk vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan.
KJVAnd it shall be, if thou do at all3forget4the LORD6thy God,7and walk8after9other11gods,10and serve12them, and worship13them, I testify15against you this day17that ye shall surely19perish.
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3שָׁכֹ֤חַH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget4תִּשְׁכַּח֙H7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וְהָֽלַכְתָּ֗H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl9אַחֲרֵי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with10אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange12וַעֲבַדְתָּ֖םH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,13וְהִשְׁתַּחֲוִ֣יתָH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship14לָהֶ֑ם15הַעִדֹ֤תִיH5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness16בָכֶם֙17הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19אָבֹ֖דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee20תֹּאבֵדֽוּןH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee
20Gelijk de heidenen, die de HEERE voor uw aangezicht verdaan heeft, alzo zult gij vergaan, omdat gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Gelijk de heidenenH1471, dieH834 de HEEREH3068 voor uw aangezichtH6440verdaanH6 heeft, alzoH3651 zult gij vergaanH6, omdat gij de stemH6963 des HEERENH3068, uws GodsH430, nietH3808gehoorzaamH8085 zult geweest zijn.Gelijk de heidenen, die de HEERE voor uw aangezicht verdaan heeft, alzo zult gij vergaan, omdat gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn.
KJVAs the nations1which the LORD3destroyeth4before your face,5so shall ye perish;7because8ye would not be obedient10unto the voice11of the LORD12your God.
1כַּגּוֹיִ֗םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4מַאֲבִ֣ידH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee5מִפְּנֵיכֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you7תֹאבֵד֑וּןH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee8עֵ֚קֶבH6118loon, einde, geschieden[idiom] because, by, end, for, if, reward9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִשְׁמְע֔וּןH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11בְּק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell12יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 8:1— Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft.Deuteronomium 4:1→Deuteronomium 5:32→1 Thessalonicenzen 4:1→Psalmen 119:4→
Deuteronomium 8:2— En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.Jakobus 1:3→Amos 2:10→2 Kronieken 32:31→Exodus 15:25→1 Petrus 5:5→Deuteronomium 8:16→1 Petrus 1:7→Deuteronomium 1:3→
Deuteronomium 8:3— En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.Mattheüs 4:4→Lukas 4:4→Exodus 16:2→Psalmen 78:23→Hebreeën 13:5→Psalmen 37:3→Exodus 16:12→1 Korinthe 10:3→
Deuteronomium 8:4— Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren.Deuteronomium 29:5→Nehemia 9:21→Mattheüs 26:25→
Deuteronomium 8:5— Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.2 Samuël 7:14→Openbaring 3:19→Spreuken 3:12→Hebreeën 12:5→1 Korinthe 11:32→Deuteronomium 4:9→Job 5:17→Ezechiël 18:28→
Deuteronomium 8:6— En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.Deuteronomium 5:33→1 Samuël 12:24→2 Kronieken 6:31→Psalmen 128:1→Lukas 1:6→Exodus 18:20→
Deuteronomium 8:7— Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;Deuteronomium 11:9→Deuteronomium 6:10→Exodus 3:8→Nehemia 9:24→Ezechiël 20:6→Psalmen 65:9→
Deuteronomium 8:8— Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;2 Kronieken 2:10→Johannes 6:9→Hosea 2:8→Habakuk 3:17→2 Samuël 4:6→Hosea 2:22→Jeremia 5:17→Deuteronomium 32:14→
Deuteronomium 8:9— Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.1 Kronieken 22:14→Job 28:2→Jozua 22:8→Deuteronomium 33:25→
Deuteronomium 8:10— Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven.Psalmen 103:2→Spreuken 3:9→Deuteronomium 6:11→Romeinen 14:6→Mattheüs 14:19→1 Thessalonicenzen 5:18→1 Kronieken 29:14→1 Korinthe 10:31→
Deuteronomium 8:11— Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede;Ezechiël 16:10→Spreuken 30:9→Psalmen 106:21→Hosea 2:8→Spreuken 1:32→
Deuteronomium 8:12— Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen,Spreuken 30:9→Deuteronomium 28:47→Deuteronomium 32:15→Jeremia 22:14→Ezechiël 11:3→Lukas 17:28→Deuteronomium 31:20→Hagai 1:4→
Deuteronomium 8:13— En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat gij hebt vermeerderd zal zijn;Genesis 13:1→Psalmen 39:6→Job 1:3→Lukas 12:13→
Deuteronomium 8:14— Uw hart zich alsdan verheffe, dat gij vergeet den HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft;Psalmen 106:21→Deuteronomium 8:11→2 Kronieken 32:25→2 Kronieken 26:16→1 Korinthe 4:7→Deuteronomium 17:20→Jeremia 2:31→Jeremia 2:6→
Deuteronomium 8:15— Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht;Numeri 21:6→Numeri 20:11→Psalmen 114:8→Deuteronomium 1:19→Jeremia 2:6→Hosea 13:5→Deuteronomium 32:13→Psalmen 78:15→
Deuteronomium 8:16— Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden; om u te verootmoedigen, en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed;Exodus 16:15→Jeremia 24:5→Deuteronomium 8:3→Hebreeën 12:10→Romeinen 8:28→2 Korinthe 4:17→Jakobus 1:12→1 Petrus 1:7→
Deuteronomium 8:17— En gij in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen.Deuteronomium 9:4→Habakuk 1:16→1 Korinthe 4:7→Hosea 12:8→Deuteronomium 7:17→Jesaja 10:8→Daniël 4:30→
Deuteronomium 8:18— Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.Spreuken 10:22→Hosea 2:8→Psalmen 127:1→Deuteronomium 7:8→Deuteronomium 7:12→Psalmen 144:1→
Deuteronomium 8:19— Maar indien het geschiedt, dat gij den HEERE, uw God, ganselijk vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan.Deuteronomium 4:26→Deuteronomium 28:58→Deuteronomium 29:25→Daniël 9:2→Lukas 13:3→Sefanja 1:18→Lukas 12:47→Amos 3:2→
Deuteronomium 8:20— Gelijk de heidenen, die de HEERE voor uw aangezicht verdaan heeft, alzo zult gij vergaan, omdat gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn.Daniël 9:11→2 Kronieken 36:16→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 8 vers 1— Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft.
geboden,
Hebreeuws, alle gebod, dat ik, enz. of elk gebod.
Hertaald:geboden,
Hebreeuws: heel het gebod dat ik, enzovoort, of: elk gebod.
Deuteronomium 8 vers 2— En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.
verzoeken,
Menselijker wijze van God gesproken. Zie Gen. 22:1.
Hertaald:verzoeken,
Op menselijke wijze van God gesproken. Zie Gen. 22:1.
weten,
Opdat gijzelf en anderen mogen weten; dat is, opdat het openbaar en bekend worde, enz. Alzo onder, Deut. 13:3; Richt. 3:4; 2 Kron. 32:31.
Hertaald:weten,
Opdat u zelf en anderen zouden weten; dat is: opdat het openbaar en bekend wordt, enzovoort. Zo ook hieronder, Deut. 13:3; Richt. 3:4; 2 Kron. 32:31.
Deuteronomium 8 vers 3— En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.
van het brood leeft,
Of, op, door, bij; gelijk wij ook spreken: bij brood, op brood leven, zich onderhouden.
Hertaald:van het brood leeft,
Of: op, door, bij; zoals wij ook zeggen: bij brood of op brood leven, zich in leven houden.
uitgaat
Of voortkomt. Hebreeuws, van, bij, of door allen uitgang van des HEEREN mond; dat is, van alles, wat God niet alleen gewoonlijk maar ook buiten de algemene orde daartoe belieft te ordineren, beschrikken en zegenen, waarvan Hij bevel geeft, dat de mens daarvan zijn leven onderhoude, ja ook zonder middel, wanneer het hem belieft.
Hertaald:uitgaat
Of: voortkomt. Hebreeuws: van, bij, of door alles wat uit de mond van de HEERE uitgaat; dat is: van alles wat God niet alleen op de gewone wijze, maar ook buiten de gewone orde daartoe verkiest te beschikken en te zegenen, en waarvan Hij bevel geeft dat de mens er zijn leven mee onderhoudt, ja zelfs zonder middel, wanneer het Hem behaagt.
Deuteronomium 8 vers 4— Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren.
gezwollen,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk: het opzwellen, verheffen, rijzen van het deeg door den desem; Mozes wil zeggen dat hun voeten niet ontsteld of verzeerd zijn geweest door de moeilijkheid en het ongemak van al dat reizen en trekken.
Hertaald:gezwollen,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk: het opzwellen, verheffen, rijzen van het deeg door de zuurdesem. Mozes wil zeggen dat hun voeten niet gezwollen of pijnlijk zijn geweest door de moeite en het ongemak van al dat reizen en trekken.
Deuteronomium 8 vers 5— Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.
gelijk als een man
Met al zulke liefde, op zulke wijze, en tot zulk einde, als een goedig vader zijn kind kastijdt. Zie Spr. 3:11-12; Hebr. 12:5-10, enz.
Hertaald:gelijk als een man
Met alle liefde, op de wijze en met het doel waarmee een goede vader zijn kind kastijdt. Zie Spr. 3:11-12; Hebr. 12:5-10, enzovoort.
Deuteronomium 8 vers 6— En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.
om in Zijn
Of, wandelende in zijn wegen, en hem vrezende
Hertaald:om in Zijn
Of: wandelende in Zijn wegen en Hem vrezende.
wegen te wandelen,
Zie Gen. 18:19.
Hertaald:wegen te wandelen,
Zie Gen. 18:19.
Deuteronomium 8 vers 7— Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;
in dalen
Hebreeuws, in dal en in berg
Hertaald:in dalen
Hebreeuws: in dal en in berg.
uitvlieten;
Of, voortkomen, ontspringen.
Hertaald:uitvlieten;
Of: voortkomen, ontspringen.
Deuteronomium 8 vers 8— Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;
olierijke olijfbomen,
Hebreeuws, olijfbomen der olie.
Hertaald:olierijke olijfbomen,
Hebreeuws: olijfbomen van de olie.
Deuteronomium 8 vers 9— Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.
brood zonder schaarsheid eten zult,
Zie Gen. 3:19.
Hertaald:brood zonder schaarsheid eten zult,
Zie Gen. 3:19.
ijzer zijn,
Dat is, waar in de stenen ijzer gevonden wordt, of waar de stenen ijzerachtig zijn.
Hertaald:ijzer zijn,
Dat is: waar in de stenen ijzer gevonden wordt, of waar de stenen ijzerachtig zijn.
Deuteronomium 8 vers 10— Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven.
Als gij dan zult gegeten hebben,
Anders, gij zult dan eten en verzadigd worden, en enz.
Hertaald:Als gij dan zult gegeten hebben,
Anders: u zult dan eten en verzadigd worden, en enzovoort.
loven over dat goede land,
Hebreeuws, zegenen.
Hertaald:loven over dat goede land,
Hebreeuws: zegenen.
Deuteronomium 8 vers 11— Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede;
geboden,
Zie boven, Deut. 5:31.
Hertaald:geboden,
Zie hierboven, Deut. 5:31.
Deuteronomium 8 vers 15— Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht;
keiachtige rots
Hebreeuws, de rots van den kei; dat is, de keiachtige, steenachtige rots.
Hertaald:keiachtige rots
Hebreeuws: de rots van de kei; dat is: de keiachtige, steenachtige rots.
Deuteronomium 8 vers 16— Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden; om u te verootmoedigen, en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed;
om u te verootmoedigen,
Zie boven, vs.2,3, enz.
Hertaald:om u te verootmoedigen,
Zie hierboven, vers 2 en 3, enzovoort.
verzoeken,
Zie boven, vs.2.
Hertaald:verzoeken,
Zie hierboven, vers 2.
ten laatste weldeed;
Hebreeuws, in uw uiterste, in uw laatste, achterste; dat is, achterna.
Hertaald:ten laatste weldeed;
Hebreeuws: in uw uiterste, in uw laatste, achterste; dat is: naderhand.
Deuteronomium 8 vers 17— En gij in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen.
En gij
Dit moet gevoegd worden met het begin van vs.12 en vs.14.
Hertaald:En gij
Dit moet verbonden worden met het begin van vers 12 en vers 14.
Deuteronomium 8 vers 19— Maar indien het geschiedt, dat gij den HEERE, uw God, ganselijk vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Niet bij brood alleen — De les die God met veertig jaar woestijn en met het manna wilde leren (Deut. 8:2-3)
Mozes vat de woestijnjaren samen als een school. Israël moet gedenken aan heel de weg die de HEERE hen veertig jaar geleid heeft, "opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was" (Deut. 8:2). Daarna staat waartoe de honger en het manna dienden: "En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat" (Deut. 8:3). Het gebrek was dus geen ongeluk onderweg, maar onderwijs.
Bijbelse betekenis: Het vers zegt niet dat brood er niet toe doet. Het zegt dat brood niet het laatste woord is over het leven van een mens. Twee dingen liggen daarin. Het eerste is dat God het manna gebruikt om een les te leren die verder reikt dan de maag: wie elke morgen krijgt wat hij niet zelf gemaakt heeft, leert waar zijn leven aan hangt. Het tweede is de zinsnede over wat uit Gods mond uitgaat. Israël leefde niet alleen van het brood dat viel, maar van het woord dat gaf dat het viel. Merk ten slotte op waar dit hoofdstuk op uitloopt: juist in het goede land dreigt het vergeten, en dan is de verzadiging gevaarlijker dan de honger (Deut. 8:11-14).
Typologie: In de woestijn van de verzoeking haalt de Heere Jezus precies dit vers aan, en Hij doet dat wanneer Hij honger heeft: "Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat" (Matt. 4:4). Wat Israël in veertig jaar niet leerde, houdt Hij staande in veertig dagen. Later noemt Hij Zichzelf het brood dat uit de hemel neerdaalde, en zegt Hij dat de vaders het manna aten en gestorven zijn (Joh. 6:49-51).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
Niet alleen van brood — 8:1-20
Mozes kijkt terug op veertig jaar woestijn, aan de vooravond van de intocht. Hij vraagt het volk zich te herinneren wat die jaren waren: geen tussentijd om te vergeten, maar een school.
De honger in de woestijn was geen ongeluk maar onderwijs — en Christus haalt juist dat vers aan wanneer Hij zelf hongert.
Mozes noemt drie werkwoorden achter elkaar, en zij staan in die volgorde niet toevallig: Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man.
Eerst het gebrek, dan de gave. En het manna was iets dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden — voedsel waarvoor geen ervaring bestond en waarop men zich niet kon voorbereiden.
Het doel staat er onomwonden bij: opdat Hij u bekend maakte dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit des HEEREN mond uitgaat.
De kanttekening werkt dat laatste uit. Het Hebreeuws geeft zij als: van alles wat uit de mond van de HEERE uitgaat. Daarmee bedoelt zij alles wat God daartoe verkiest te beschikken en te zegenen, niet alleen op de gewone wijze maar ook buiten de gewone orde. En waarvan Hij bevel geeft dat de mens er zijn leven mee onderhoudt.
Brood is dus niet het punt. Wat een mens in leven houdt is dat God het zegt.
Mozes waarschuwt vervolgens voor het omgekeerde gevaar, en dat is niet de honger maar de verzadiging: wanneer gij zult gegeten hebben en zult verzadigd zijn, en goede huizen zult gebouwd hebben — wacht u dan dat uw hart zich niet verheffe en gij den HEERE vergeet. Hij noemt zelfs de zin die men dan denkt: mijn hand heeft mij dit vermogen verkregen.
Wanneer Christus veertig dagen in de woestijn gevast heeft en de verzoeker Hem vraagt van stenen brood te maken, antwoordt Hij met dit vers. Hij haalt dus niet een willekeurige tekst aan, maar juist de les die het volk in dezelfde woestijn geleerd had — en waar het volk faalde, houdt Hij stand.
En wanneer Hij later zegt dat Hij het Brood des levens is, staan beide lijnen bij elkaar: het manna dat viel, en het Woord dat uit Gods mond uitgaat.
Exodus 16:15 — Het manna: brood dat niemand kende.
Deuteronomium 8:3 — Hij liet u hongeren en spijsde u, opdat gij dit zoudt weten.
Deuteronomium 8:3 — De mens leeft van alles wat uit des HEEREN mond uitgaat.
Deuteronomium 8:17 — De waarschuwing geldt de verzadiging, niet de honger.
Mattheüs 4:4 — Christus antwoordt de verzoeker met juist dit vers.
Johannes 6:35 — Ik ben het Brood des levens.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 4:1-4; Lukas 4:4; Johannes 6:31-35; 1 Korinthe 10:3
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Deuteronomium 8:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Deuteronomium 5:32→1 Thessalonicenzen 4:1→Psalmen 119:4→ — Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft. Merk op, geliefden, dat de Heere van Zijn volk een algehele gehoorzaamheid aan Zijn geboden vraagt: “Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen.” Christenen zijn wel niet onder de wet, maar zij staan onder de lieflijke dwang van de liefde; en die liefde spoort hen aan tot een volkomen gehoorzaamheid, zodat zij niets willen nalaten van wat de Heere gebiedt.
En deze gehoorzaamheid moet zorgvuldig zijn zowel als volkomen: niet alleen de geboden doen, maar ze met zorg doen. Waar het gebod op een bepaalde plicht toeziet, gehoorzaam het dan ten volle, naar de letter en naar de geest; want aan de gehoorzaamheid zijn vele en gewichtige zegeningen verbonden — niet uit verdienste, maar uit genade. Wandelen wij zorgvuldig in de vreze Gods, dan zullen wij bevinden dat er in het houden van Zijn geboden groot loon is.
Wij missen zonder twijfel veel goede dingen omdat wij niet nauw letten op hoe wij leven. Ik ben er zeker van dat het gelukkigste leven het leven is dat zorgvuldig geleid wordt naar de regel van Gods geboden. Er zijn zekere zegeningen die God ons niet geven zal zolang wij Hem ongehoorzaam zijn. Vele vaders gevoelen dat zij hun kinderen niet kunnen geven wat zij hun graag zouden geven, wanneer zij bevinden dat de kinderen achteloos zijn ten aanzien van de wil van hun vader. Behagen wij God, dan zal God ons behagen; maar wandelen wij Hem tegen, dan zal Hij ons tegen wandelen.
Deuteronomium 8:2.KruisverwijzingenJakobus 1:3→Amos 2:10→2 Kronieken 32:31→Exodus 15:25→1 Petrus 5:5→Deuteronomium 8:16→1 Petrus 1:7→Deuteronomium 1:3→ — En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet. Het is goed een goed geheugen te hebben, en dat is het beste geheugen dat onthoudt wat het waardigst is onthouden te worden. Er zijn vele dingen die wij graag zouden vergeten, en toch bevinden wij het moeilijk ze te vergeten; zij komen vaak op de meest ongelegen tijden weer boven, en wij verfoeien ons dat wij ze ooit zouden gedenken. Maar wat wij ook vergeten, wij behoren altijd te gedenken wat God voor ons gedaan heeft.
Dat behoort onze dankbaarheid op te wekken, een diepe verootmoediging te scheppen en ons geloof te voeden, zowel voor het heden als voor de toekomst: “Gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft.” Als veertig jaar van de leiding des Heeren sommigen van ons Zijn heilige Naam doet zegenen, wat behoort u dan te doen, mijn broeders, die misschien de tachtig jaren nadert? Welke lof en dankbaarheid behoort u te brengen aan Hem die u uw leven lang geleid heeft!
Zie wat God door onze woestijnervaring wil bereiken. Het is ten eerste om ons te vernederen. Heeft zij dat uitgewerkt? Vervolgens is het om ons te verzoeken. Ach, ik vrees dat zij ook dat uitgewerkt heeft en bewezen heeft welke arme, ellendige schepselen wij zijn! En het is ook opdat bekend zou worden wat in ons hart is, of wij Gods geboden zullen houden of niet.
Deuteronomium 8:3.KruisverwijzingenMattheüs 4:4→Lukas 4:4→Exodus 16:2→Psalmen 78:23→Hebreeën 13:5→Psalmen 37:3→Exodus 16:12→1 Korinthe 10:3→ — En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat. Welk een wonderlijke opvolging is er in deze korte volzinnen! “Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren” — en men zou denken dat de volgende woorden zouden zijn: “en liet u hongeren”. Nee; het is: “en Hij voedde u met het manna”. Zij hadden des te meer lust in het manna en waren des te meer bereid de hand van God te zien in het zenden van het manna, om die verootmoediging en die honger die God hen te voren had laten doorstaan.
Het is een wonderlijke zaak van het materialisme verlost te worden, bevrijd te worden van de gedachte dat de zichtbare dingen volstrekt noodzakelijk zijn voor de volvoering van het goddelijke voornemen. Had God het zo gewild, dan hadden wij door de lucht gevoed kunnen worden. Al heeft de Heere verkozen ons met brood te voeden, ons eigenlijke leven leeft niet van brood maar van het woord dat uit de mond van God voortkomt. Dit is een van de Schriftplaatsen waarmee onze Heere in de woestijn de satan bestreed en overwon.
Gelukkig is die dienstknecht van God die zich met diezelfde waarheid zal wapenen en zeggen: “Ik hoef niet enkel door geld verzorgd te worden. God zal op de een of andere wijze voor mij zorgen, en alle zorg over de middelen kan ik aan Hem overlaten.” Wat wij kunnen zien kan ons falen, want het is, gelijk wijzelf, een schaduw. Maar Hij die wij niet zien kunnen, zal ons nooit falen. Leunen wij op Zijn arm, dan zullen wij nooit beschaamd worden, in der eeuwigheid niet.
Deuteronomium 8:4.KruisverwijzingenDeuteronomium 29:5→Nehemia 9:21→Mattheüs 26:25→ — Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren. Welk een wonderlijke ervaring hadden de Israëlieten in de woestijn! Zij werden altijd gevoed, al was het in een woeste huilende wildernis, dor en dodelijk. Zij hadden altijd water, dat hen volgde uit die stroom die uit de keiachtige rots vloeide — waaruit u eerder vuur dan water zou hebben verwacht te slaan. En wat hun klederen betreft: die versleten niet. Zij hadden geen winkels om naar toe te gaan, en zij konden in de woestijn geen nieuwe kleren maken vanwege hun veelvuldig heen en weer trekken; en toch waren zij altijd gekleed. En al waren zij een schare vermoeide pelgrims die veertig jaar heen en weer trokken, hun voeten zwollen niet op.
O, welk een barmhartigheid was dat! “Hij zal de voeten Zijner gunstgenoten bewaren.” Is het met u ook niet zo geweest, geliefden? U hebt gezegd: “Wat zal ik doen als ik zo lang leef, en als ik zoveel moeiten moet dragen en zoveel tochten moet maken door de vallei zelf van de schaduw des doods?” Wat zult u doen? Wel, u zult doen wat u gedaan hebt: op God vertrouwen en voortgaan. U zult gevoed worden, en u zult tot het einde toe gedragen worden.
Deuteronomium 8:5.Kruisverwijzingen2 Samuël 7:14→Openbaring 3:19→Spreuken 3:12→Hebreeën 12:5→1 Korinthe 11:32→Deuteronomium 4:9→Job 5:17→Ezechiël 18:28→ — Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt. Let erop dat wij Gods handelingen met ons niet alleen moeten gedenken, maar ze ook moeten overleggen, ze bepeinzen, ze wegen: “Bekent dan in uw hart”. Spreek ik tot iemand die juist nu onder de roede is? “Bekent dan in uw hart” dat God met u handelt zoals een vader met zijn zonen handelt, “want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?”
Hoe zou u behandeld willen worden? Zou u liever zonder de roede zijn? Bedenk dan dat, “indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen”. Wilt u zo behandeld worden? Ik weet zeker van niet; u wilt het deel van de kinderen hebben. Dus zegt u: “Handel met mij, Heere, zoals U gewoon bent te doen met hen die Uw Naam vrezen.” Wij zijn bereid de roede van het verbond te dragen ter wille van het verbond waartoe zij behoort.
Deuteronomium 8:6-8.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:9→Deuteronomium 5:33→Deuteronomium 6:10→Exodus 3:8→Nehemia 9:24→Ezechiël 20:6→Psalmen 65:9→1 Samuël 12:24→ — En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen. Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig; Dit is ook de ervaring van het kind van God — in de ene zin in de hemel, maar in een andere en misschien meer ware zin ook al hier beneden. “Wij, die geloofd hebben, gaan in de rust.” Door het geloof nemen wij het beloofde land in bezit; en wanneer een christen uit de woestijnervaring van twijfelen en vrezen komt en in de Kanaän-ervaring van een eenvoudig geloof en een volle verzekerdheid ingaat, dan komt hij “in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen”.
Want God geeft Zijn volk niet alleen alles wat het nodig heeft, maar iets meer. Hij geeft hun niet alleen het nodige, maar ook overvloed, verrukkingen en vreugden.
Deuteronomium 8:9.Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:14→Job 28:2→Jozua 22:8→Deuteronomium 33:25→ — Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult. Wanneer u leeft in gemeenschap met God, en Hij u brengt in het volle genieten van de zegeningen van het verbond, dan is er bij u geen schaarsheid en ontbreekt er niets. Zilver en goud hadden zij niet; maar de vorsten van Scheba en Seba zouden hun gaven brengen. En al hadden zij niets voor de pracht, zij hadden genoeg voor het gebruik, want ijzer is een veel nuttiger metaal dan goud; en het koper, dat zij tot brons hardden, was hun van veel meer dienst dan zilver zou zijn geweest.
God zal u, broeder, van alle wapens voorzien die u voor de heilige krijg nodig hebt. Er mogen geen gouden en zilveren sieraden voor uw hoogmoed zijn, maar er zullen ijzeren werktuigen zijn om u te helpen in de strijd met uw tegenstanders.
Deuteronomium 8:10.KruisverwijzingenPsalmen 103:2→Spreuken 3:9→Deuteronomium 6:11→Romeinen 14:6→Mattheüs 14:19→1 Thessalonicenzen 5:18→1 Kronieken 29:14→1 Korinthe 10:31→ — Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. God staat Zijn volk toe te eten en verzadigd te worden; maar wanneer zij dat zijn, moeten zij ervoor zorgen dat zij niet hoogmoedig worden en niet beginnen hun voorspoed aan zichzelf toe te schrijven.
Deuteronomium 8:11.KruisverwijzingenEzechiël 16:10→Spreuken 30:9→Psalmen 106:21→Hosea 2:8→Spreuken 1:32→ — Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; Telkens wanneer wij het woord “wacht u” in de Bijbel zien, mogen wij er zeker van zijn dat er iets is om u voor te wachten. Wat hier te merken valt, is dit: dat onze tijden van voorspoed tijden van gevaar zijn. Ik herinner mij dat de heer Whitefield eens de gebeden van de gemeente vroeg “voor een jongeheer in zeer gevaarlijke omstandigheden” — want hij had juist een vermogen geërfd. Dán is de tijd waarin het gebed nog meer nodig is dan in tijden van neerslachtigheid en verlies.
Deuteronomium 8:12-16.KruisverwijzingenPsalmen 106:21→Numeri 21:6→Numeri 20:11→Psalmen 114:8→Exodus 16:15→Spreuken 30:9→Deuteronomium 1:19→Jeremia 24:5→ — Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen, En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat gij hebt vermeerderd zal zijn; Uw hart zich alsdan verheffe, dat gij vergeet den HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft; Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht; Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden; om u te verootmoedigen, en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed; Waarom worden deze gedeelten herhaald? Zeker omdat wij zulke glibberige geheugens hebben, en de Heere Zijn kinderen hetzelfde telkens en telkens weer moet zeggen: “gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier wat, daar wat” — omdat wij zo spoedig vergeten.
Deuteronomium 8:17-20.KruisverwijzingenSpreuken 10:22→Hosea 2:8→Psalmen 127:1→Deuteronomium 7:8→Deuteronomium 7:12→Psalmen 144:1→Deuteronomium 9:4→Deuteronomium 4:26→ — En gij in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen. Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is. Maar indien het geschiedt, dat gij den HEERE, uw God, ganselijk vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan. Gelijk de heidenen, die de HEERE voor uw aangezicht verdaan heeft, alzo zult gij vergaan, omdat gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn. “Zondigt u zoals zij deden, dan zal het u gaan zoals het hun ging.”
I. Vs. 1-20.KruisverwijzingenMattheüs 4:4→Lukas 4:4→2 Samuël 7:14→Openbaring 3:19→Spreuken 3:12→Jakobus 1:3→Exodus 16:2→Deuteronomium 29:5→ — Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft. En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet. En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat. Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren. Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt. En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen. Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig; Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult. Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. Om Israël te bewaren voor de zelfvergoding, waartoe het makkelijk kon komen, wanneer het bij de volle overvloed en de genietingen van het leven vergat, wie hun dit geschonken had, en zijn gelukkig lot aan eigen kracht en inspanning toeschreef, herinnert Mozes aan het volk de verootmoediging en beproeving, waardoor God het sinds de uittocht van Egypte heeft geleid. Door deze leiding heeft Hij aan Israël duidelijk getoond, dat het zonder Hem niets kan, maar dat Hij alles vergoedt en een onmisbare bezit is. Daarom moet Israël ook de Heere zijn God laten blijven, opdat zelfvergoding niet tot afgoderij leidt, en over het volk van God dezelfde straf komt, die het aan de heidenen voltrekken zal.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Deuteronomium 5:32→1 Thessalonicenzen 4:1→Psalmen 119:4→— Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft.
Alle geboden, die Ik u heden gebied, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft (hoofdstuk 4:1; 6:3 vv. Filip.3:1 ).
KruisverwijzingenJakobus 1:3→Amos 2:10→2 Kronieken 32:31→Exodus 15:25→1 Petrus 5:5→Deuteronomium 8:16→1 Petrus 1:7→Deuteronomium 1:3→— En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.
En gij zult tot dat einde gedenken aan de hele weg, die u de HEERE, uw God, deze veertig jaar in de woestijn, geleid heeft, opdat Hij u verootmoedigde, door Zijn almacht aan uw onmacht, door Zijn heiligheid aan uw zonde, door Zijn liefde aan uw ondankbaarheid herinnerd, wanneer gij door Hem in moeilijke omstandigheden gebracht werd, om u te verzoeken, in deze toestanden te dwingen tot openbaring van uw hart; want God verzoekt niet om te verleiden, maar om te onderzoeken, om te weten wat in uw hart was, of gij Hem geloven en in dat geloof Zijn geboden zou houden of niet.
KruisverwijzingenMattheüs 4:4→Lukas 4:4→Exodus 16:2→Psalmen 78:23→Hebreeën 13:5→Psalmen 37:3→Exodus 16:12→1 Korinthe 10:3→— En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.
En Hij verootmoedigde u 1) reeds spoedig bij de aanvang van de woestijnreis (Ex.16), en liet u hongeren, en spijsde u daarna niet met gewoon brood, maar met het Man, dat gij niet kende, noch uw vaderen gekend hadden, opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat het Gods kracht is, die door het brood voedt en onderhoudt, en niet het brood zelf, dat de mens leeft van alles, wat uit de mond van de HEERE uitgaat, van elke andere zaak, wanneer de Heere wil, dat zij als voeding dient, of haar voor zo’n doel tevoorschijn roept en op buitengewone wijze schenkt.
Dat zij een tijd lang hadden gehongerd, van dat gebrek toont Hij nu het nut aan, opdat zij daardoor zouden bekennen, dat niet slechts door brood en wijn, maar door de verborgen kracht vna God het menselijk geslacht gevoed wordt. Want, ofschoon allen bekennen, dat door de goedertierenheid van God de aarde vruchtbaar is, zo hebben zij toch zo hun zinnen gezet op de spijs en drank, dat zij niet hoger klimmen, noch God erkennen als de Vader en Verzorger, maar veeleer Hem binden aan de uitwendige middelen, waaraan zij zijn overgegeven, alsof Zijn hand op zichzelf en zonder instrument niets ten uitvoer zou kunnen brengen of verrichten.
In deze zin wordt dit woord ook gebruikt door de Heiland (Matth.4:4 Luk.4:4 ). God kon ook zonder gewone voedingsmiddelen, door de kracht van Zijn almachtig woord en van Zijn wil alleen het leven onderhouden, waarmee zich dan ook die kracht verbinden of hoe zij werken mocht. Hij liet het geheel aan Zijn Vader over, om Zijn honger te stillen, hoe en wanneer deze wilde. Een verandering van stenen in brood was geen behoefte, zoals slechts het ongeloof kon menen, omdat het alleen op de middelen ziet, en niet op Die, die aan het middel kracht geeft om te werken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 29:5→Nehemia 9:21→Mattheüs 26:25→— Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren.
a) uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen 1) door gebrek aan goed schoeisel (hoofdstuk 29:5) deze veertig jaar.
Nehemiah. 9:21
Volgens vele uitleggers wordt in deze woorden gezegd, dat Israël uit de buit van de Egyptenaars aan de Rode Zee en van Amalek genoeg kleding en schoeisel ontvangen had, of een voldoende voorraad van wol en huiden bezat, waardoor alle behoeften van de woestijnreis vervuld konden worden. Dit komt echter niet overeen met de plaats van dit woord naast de vermelding van de wonderbare spijziging.
Men behoeft daarbij nog niet met de rabbijnen en kerkvaders de belachelijke onderstelling aan te nemen, dat de kleren en schoenen met de kinderen gegroeid zouden zijn, zoals het slakkenhuis met de slak; noch ook de beschikbare middelen tot verwerving van kleren en sandalen uitsluiten, zoals immers ook het Manna niet het gebruik van andere voedingsmiddelen uitsloot, wanneer deze verkrijgbaar waren (zie Ex 16.35) Met deze uitdrukking wil de Heere zeggen, dat hun kleren niet versleten, noch hun sandalen verteerden, maar dat Hij, op wonderlijke wijze, voor de instandhouding van hun kleren zorgde.
Kruisverwijzingen2 Samuël 7:14→Openbaring 3:19→Spreuken 3:12→Hebreeën 12:5→1 Korinthe 11:32→Deuteronomium 4:9→Job 5:17→Ezechiël 18:28→— Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.
Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt
door Zijn verootmoedigingen en verzoekingen (vs.2) ), zoals een man zijn zoon kastijdt, namelijk niet om u te verderven, maar om u te verbeteren, om u te vormen tot lof van Zijn heerlijkheid; als een gelovig overgegeven en kinderlijk gehoorzaam volk (hoofdstuk 1:31).
In het Hebreeuws Mejusrèka, eigenlijk was kastijdende. Kastijden moet hier opgevat worden in den zin van opvoeden, onder de tucht houden. Calvijn tekent hierbij aan: “dat Hij de gehele taak van een juiste opvoeding daarmee samenvat.” Mozes houdt hen voor, om goed te onthouden, hoe de Heere hen met een vaderlijke liefde had omringd, en dat zij daarom geroepen en verplicht waren, om Zijn geboden te onderhouden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 5:33→1 Samuël 12:24→2 Kronieken 6:31→Psalmen 128:1→Lukas 1:6→Exodus 18:20→— En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.
En houdt de geboden van de HEERE, uw God, om ook onder de nieuwe omstandigheden in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 11:9→Deuteronomium 6:10→Exodus 3:8→Nehemia 9:24→Ezechiël 20:6→Psalmen 65:9→— Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten;
Een land, waarin gij brood zonder schaarste eten zult, waarin u niets ontbreken zal: een land, waarvan de stenen ijzer zijn, ijzererts bevatten, en uit de bergen waarvan gij koper uithouwen zult. Behalve de Jordaan, die hoger op door de meren Mérom en Gennesareth vloeit, en zich in de Dode zee uitstort, heeft Palestina geen rivier van betekenis. Er zijn echter in dit land meer of minder grote beken, die òf in de Middellandse Zee, òf in de Jordaan vloeien. Gedurende het warme jaargetijde drogen de meeste uit, en behoren dan tot de zogenaamde Wady’s, zoals men deels de kleinere in beddingen of dalkloven vloeiende wateren, deels ook de dalen zelf, door welke zij stromen, noemt (Job 6:15 Jer.15:18 ). In de Middellandse Zee stromen: de Sichor of beek van Egypte, Wady el Arisch (Numeri. 34:5 Jozua. 13:3 ), geheel in het zuiden;
Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:10→Johannes 6:9→Hosea 2:8→Habakuk 3:17→2 Samuël 4:6→Hosea 2:22→Jeremia 5:17→Deuteronomium 32:14→— Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;
de beek Besor of Wady Schoriah (1 (Samuel 30:9); 3. de Wady Simsim of Askalon; 4. de beek Sorek (Richteren. 16:4); 5. de stroom Rubin, waarvan de oostelijke bron bij Bethlehem en Jeruzalem is, en tot wier stroomgebied het eikendal behoort, dat in 1 Samuel. 17:2,19; 21:9 genoemd wordt; 6. de stroom el-Audscheh (gekromde rivier) die van Efraïms gebergte daalt en ten noorden van Joppe zich uitstort, na de handelsweg van Egypte naar Damascus doorsneden te hebben (in de nabijheid van deze stroom, tussen Lydde en Joppe, werkte de apostel Petrus (Hand.9:32,36), daarom wordt hij ook de rivier van Petrus genoemd); 7. de Nahal Kana of rietbeek (de Statenvertalers hebben de naam niet vertaald) Jozua 16:5; 17:9);
Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:14→Job 28:2→Jozua 22:8→Deuteronomium 33:25→— Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.
de stroom Zerka of krokodillen-rivier (misschien de in Jozua. 19:26 vermelde Sischon-Libnath, volgens anderen de Belus, Nr.10); 9. de beek Kison (Richteren. 5:21; (1 Kon.18:40) 5.21 ); 10. de Belus of glasstroom, uit wier zand het eerste glas vervaardigd is (het is zeer zuiver en fijn zand en werd nog in de middeleeuwen naar Genua en Venetië uitgevoerd tot dit doel); ook vond, volgens de Griekse fabelleer, Hercules aan deze stroom de plant Colocasia, die zijn wonden heelde. Verder op in het noorden is nog: 11. de Leontes, die eerst in zuidwestelijke richting stromende het dal el Bukaä tussen de Libanon en Anti-Libanon doorsnijdt, vervolgens naar het westen keert, en zich ten noorden van Tyrus in de zee stort. De Libanon vormt bovendien nog 12 verschillende kleine, snelstromende beken, waaronder de Bostrenus, die echter in de Bijbel niet voorkomt, de voornaamste is.
Aan de westzijde van de Jordaan zijn voor de kennis van de Bijbel het belangrijkst: 1. de beek Krith (1 (Kon.17:3,7); anderen zoeken hem aan de oostzijde van de Jordaan in de Wady Adjlun, ten noorden van de Jabbok), en 2. de Kedron, tussen Jeruzalem en de Olijfberg (2 Samuel 15:23). Aan de oostzijde zijn reeds vroeger (zie Nu 21.30) vermeld: 1. de Jarmuk of Hieromax. 2. de Jabbok, 3. de Wady Hesban, 4. de Zerka Maein en 5. de Arnon (grensrivier tegen Moab). Deze beken en stromen, waarbij we gemakkelijk nog een menigte zouden kunnen voegen, die uit de nieuwere aardrijkskunde van Palestina bekend zijn, waren echter niet voldoende voor de behoeften van de inwoners, omdat zij in de zomer uitdroogden. Men moest daarom door de kunst het drinkwater trachten te bewaren of te verkrijgen en deed dit deels door bronnen met welwater, deels door bakken of putten, waarin regenwater verzameld werd, deels door fonteinen met onderaardse waterleidingen (Leviticus. 11:36), deels door vijvers of open waterbekkens, die meest van stenen gebouwd en in dalen gelegen waren, zodat men het regenwater ‘s winters zonder moeite daarheen kon leiden. In de Bijbel worden behalve de waterleidingen van Jeruzalem genoemd: 1. de vijver van Gibeon (2 Samuel 2:13 Jer.41:12 ); 2. de vijver van Hebron (2 Samuel 4:12); 3. de vijver van Samaria (1 Kon.22:38). Niet vermeld worden de vijvers van Salomo, niet ver van Bethlehem, drie waterbassins bij het steile gedeelte van het dal ten westen van het dorp Urtas, uit vierkante steenblokken gebouwd, en blijkbaar van hoge ouderdom.
Wanneer hier de buitengewone vruchtbaarheid van Palestina geroemd wordt, is dit een getuigenis, dat de oude Romeinse schrijvers bevestigen (Tacitus Hist. V 6; Amm. Marcell XIV: 8 Want wat Strabo XVI. 2, 36 van Jeruzalem zegt, is een vrucht van onkennis en verwarring). Michaël Servet, die in het jaar 1553 wegens dwaalleer ter dood gebracht werd, had dan ook geen recht, toen hij, met het oog op de huidige onvruchtbaarheid van Palestina, de beschrijving van Mozes bestreed. Thans heeft Jeruzalem voorzeker niet meer inwoners dan vroeger het kleinste stadje van Galilea (15.000), en het grootste gedeelte van de weg die naar Sichem voert, (18 uur lang) gaat door een natte, onvruchtbare, steenachtige landstreek. In het gebied van Beth-Séan bij de Jordaan, beneden het meer Gennesareth, vond Richardson op een afstand van 6 uur geen enkel dorp, en Jonas Korte (een vroom boekdrukker uit Altona, die in 1737-38 het Joodse land bezocht) verhaalt, dat hij in Palestina niet meer dan 10 bronnen gevonden heeft, die verder dan 80-100 schreden vloeiden. Deze verandering wordt echter genoegzaam verklaard (zie Ex 3.17en zie Nu 34.15), vooral door de onverzadigbare hebzucht van de Turken en Arabieren, die elke bebouwing van het land onmogelijk heeft gemaakt. Toen Burckhardt uit Bazel zijn verwondering te kennen gaf, omdat hij nergens vruchtbomen en tuinen zag, antwoordden de inwoners van Hauran: hoe? zouden wij dan voor vreemden planten en zaaien?” Hoeveel de grond ook nu opbrengt, indien hij slechts goed bebouwd wordt, meldt een Frans reiziger uit de jongste tijd. Een Engelsman had in de zogenoemde tuin van Salomo bij de bovengenoemde vijvers door drainering in één jaar zevenmaal aardappelen geoogst. Van de voortbrengselen van Palestina zijn de (vs.8) genoemde reeds vroeger besproken, anderen zullen later behandeld worden; ditzelfde geldt van het dierenrijk.
Wat echter het delfstoffenrijk aangaat, vermelden wij nog slechts tot verklaring van vs.9, dat Mozes waarschijnlijk gedacht heeft aan de Bazaltsteen, waarvan niet slechts in Bazan, maar ook in het gehele noorden van Kanaän grote lagen gevonden worden. Deze steen bevat 20% ijzer, en Mozes kan dus spreken van een land, “waarvan de stenen ijzer zijn.” Bovendien zijn er echter ook bepaalde ijzermijnen tussen Jeruzalem en Jericho. Op de Libanon, die zo rijk is aan ijzersteen, dat men daar verscheidene ijzermijnen en smeltovens heeft; zijn ook sporen ontdekt van ontginning van de koperertsen. Daar deze streken volgens Jozua. 19:24,31 aan de stam Aser gegeven werden, die ze echter niet veroverde (Richteren. 1:31) ging de (Deuteronomium. 33:25) beloofde zegen “ijzer en koper zal onder uw schoen zijn” verloren. Israël schijnt nooit in het eigen land ijzer en koper bereid te hebben, want David ontving deze metalen, die hij in grote voorraad voor de tempelbouw verzamelde, uit Syrië (2 Samuel 8:8; 1 Kronieken 19:8; 23:3,14).
KruisverwijzingenPsalmen 103:2→Spreuken 3:9→Deuteronomium 6:11→Romeinen 14:6→Mattheüs 14:19→1 Thessalonicenzen 5:18→1 Kronieken 29:14→1 Korinthe 10:31→— Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven.
Als gij dan zult gegeten hebben en verzadigd zijn, zo zult gij de HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. 1)
Met deze woorden vermaant Hij hen, dat zij zeer onbezonnen zouden zijn, indien deze zo grote goedertierenheid van God hen niet tot gehoorzaamheid drong, omdat niets ongerijmder is, dan, wanneer wij wel voorzien en verzadigd zijn, niet te erkennen, van waar ons de levensmiddelen zijn toegezonden. Alzo eist Mozes van hen dankbaarheid, wanneer zij in het aan hun beloofde land als in overvloed van alle goederen zullen genieten.
Duidelijk wil Mozes, en de Heere door Hem, zijn volk erop wijzen, dat het om de gave de Gever niet mag vergeten, opdat de zegen van de gave niet in een vloek verandert.
KruisverwijzingenEzechiël 16:10→Spreuken 30:9→Psalmen 106:21→Hosea 2:8→Spreuken 1:32→— Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede;
Wacht u, 1)wanneer gij dit land beërven en zijn voorrechten genieten zult, dat gij, daar welstand maar al te spoedig van God afleidt, de HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zou houden Zijn geboden, en Zijn rechten, enZijn instellingen, die ik u heden gebied.
Hoe noodzakelijk deze waarschuwing was, kan men opmaken uit het algemeen gebrek van het gehele menselijke geslacht, dat nog al te zeer wijd en zijd wordt aangetroffen. Want nauwelijks zal er één op de honderd worden gevonden, in wie de verzadiging niet een zekere bandeloosheid doet ontstaan. Later zegt Mozes in zijn lied over de hardnekkigheid van zijn volk: “Vet, ja! met vet overdekt geworden, sloeg het achteruit.” Noodzakelijk daarom was het, dat aan zulke woeste mensen een teugel werd aangelegd, ja! dat hun teugelloosheid in voorspoed werd bedwongen. Maar ook tot ons mag en moet men deze regel uitstrekken, omdat het geluk bijna allen brooddronken maakt, zodat zij zich tegen God op ongebonden wijze gedragen, en Hem en zichzelf vergeten.
KruisverwijzingenNumeri 21:6→Numeri 20:11→Psalmen 114:8→Deuteronomium 1:19→Jeremia 2:6→Hosea 13:5→Deuteronomium 32:13→Psalmen 78:15→— Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht;
Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen (Numeri 21:6) en schorpioenen, 1) en dorheid, waar geen water was;a) die u bij het begin van de reis te Rafidim (Ex.17:6), zowel als aan het einde te Kades-Barnéa (Numeri. 20:11), water uit de keiachtige rots voortbracht;
Psalm. 78:15; 114:8
Onder de plagen van de tropische gewesten rekent men ook de schorpioen, een insekt van de grootte van de rivierkreeft, met een hard schild, bruin lichaam, zwarte kop, scharen, en een zeer bewegelijke, door zes ringen gevormde staart, die een gifhoudende angel heeft, welke steken dodelijk zijn. In de Arabah zijn deze dieren talrijk, zoals uit de naam Akkrabim blijkt, die de reeks van klippen aan het noordeinde draagt (zie Nu 34.5)
KruisverwijzingenExodus 16:15→Jeremia 24:5→Deuteronomium 8:3→Hebreeën 12:10→Romeinen 8:28→2 Korinthe 4:17→Jakobus 1:12→1 Petrus 1:7→— Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden; om u te verootmoedigen, en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed;
Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden, om u te verootmoedigen en om u te verzoeken (vs.3), opdat Hij u ten laatste, wanneer Hij u eerst in het beloofde land zou gebracht hebben, wel deed 1) en door grote welvaart schadeloosstelde voor de geleden nood.
Het gezegde heeft, zoals alle leidingen met Israël, algemeen geldende kracht voor alle gelovigen. Door verootmoedigingen en verzoekingen voert de Heere alle Zijnen tot de zaligheid, door de woestijn van moeite, angst en nood en genadige doorhelping naar Kanaän, het land van de verkwikking en zaliging, tot het genot van Zijn Genade- en Heilsgoederen.
KruisverwijzingenSpreuken 10:22→Hosea 2:8→Psalmen 127:1→Deuteronomium 7:8→Deuteronomium 7:12→Psalmen 144:1→— Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is.
1) Maar gij zult gedenken de HEERE, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft, om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestigt, 2) dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, zoals het op deze dag is.
Een bewijs van trots geeft hij nu aan, nl. wanneer de mensen aan hun vlijt, of arbeid, of beleid toeschrijven, wat zij moesten erkennen, als van Gods gunst ontvangen te hebben. Want wel zegt men, dat wij onze harten op allerlei wijze kunnen verheffen, maar dit is wel een voornaam stuk trots, om tot ons te trekken en voor ons te nemen, wat Gods eigendom is. Want niets stemt ons meer tot bedaardheid en nederigheid, dan de erkenning van Gods gunst, omdat het een blijk is van bovenmate grote onbezonnenheid, de hand op te steken tegen Hem, van wie wij afhangen en aan wie wij ons zelf en al het onze verschuldigd zijn. Daarom bewijst Mozes terecht de trots van het menselijke hart uit het vergeten van God, indien zij menen, dat zij door hun eigen toedoen verkregen hebben, wat God uit gunst heeft verleend, opdat Hij hen aan zich verbonden hield. Te zeggen in het hart, betekent bij de Hebreeën, bij zichzelf overleggen, of bij zichzelf denken. Niet daarom wordt hier slechts de uiterlijke belijdenis van de mond bekend gemaakt, waardoor de mensen nog wel tonen, dat zij Gods goedheid dankbaar zijn (hoewel het dikwijls niets anders is, dan huichelarij en ijdelheid), maar Hij wil, dat zij er ernstig van overtuigd zijn, dat, wat zij bezitten, hun is toegevloeid van Zijn onverdiende goedertierenheid.
Opdat Hij Zijn Verbond bevestigt. De Heere wil het Israël gedurig en ook hier weer herinneren, dat er in Zijn volk geen waardigheid is, maar dat alle weldaden Verbondsweldaden zijn.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 8
Deuteronomium 8:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Deuteronomium 5:32→1 Thessalonicenzen 4:1→Psalmen 119:4→
— Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft.
Merk op, geliefden, dat de Heere van Zijn volk een algehele gehoorzaamheid aan Zijn geboden vraagt: “Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen.” Christenen zijn wel niet onder de wet, maar zij staan onder de lieflijke dwang van de liefde; en die liefde spoort hen aan tot een volkomen gehoorzaamheid, zodat zij niets willen nalaten van wat de Heere gebiedt.
En deze gehoorzaamheid moet zorgvuldig zijn zowel als volkomen: niet alleen de geboden doen, maar ze met zorg doen. Waar het gebod op een bepaalde plicht toeziet, gehoorzaam het dan ten volle, naar de letter en naar de geest; want aan de gehoorzaamheid zijn vele en gewichtige zegeningen verbonden — niet uit verdienste, maar uit genade. Wandelen wij zorgvuldig in de vreze Gods, dan zullen wij bevinden dat er in het houden van Zijn geboden groot loon is.
Wij missen zonder twijfel veel goede dingen omdat wij niet nauw letten op hoe wij leven. Ik ben er zeker van dat het gelukkigste leven het leven is dat zorgvuldig geleid wordt naar de regel van Gods geboden. Er zijn zekere zegeningen die God ons niet geven zal zolang wij Hem ongehoorzaam zijn. Vele vaders gevoelen dat zij hun kinderen niet kunnen geven wat zij hun graag zouden geven, wanneer zij bevinden dat de kinderen achteloos zijn ten aanzien van de wil van hun vader. Behagen wij God, dan zal God ons behagen; maar wandelen wij Hem tegen, dan zal Hij ons tegen wandelen.
Deuteronomium 8:2.KruisverwijzingenJakobus 1:3→Amos 2:10→2 Kronieken 32:31→Exodus 15:25→1 Petrus 5:5→Deuteronomium 8:16→1 Petrus 1:7→Deuteronomium 1:3→
— En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet.
Het is goed een goed geheugen te hebben, en dat is het beste geheugen dat onthoudt wat het waardigst is onthouden te worden. Er zijn vele dingen die wij graag zouden vergeten, en toch bevinden wij het moeilijk ze te vergeten; zij komen vaak op de meest ongelegen tijden weer boven, en wij verfoeien ons dat wij ze ooit zouden gedenken. Maar wat wij ook vergeten, wij behoren altijd te gedenken wat God voor ons gedaan heeft.
Dat behoort onze dankbaarheid op te wekken, een diepe verootmoediging te scheppen en ons geloof te voeden, zowel voor het heden als voor de toekomst: “Gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft.” Als veertig jaar van de leiding des Heeren sommigen van ons Zijn heilige Naam doet zegenen, wat behoort u dan te doen, mijn broeders, die misschien de tachtig jaren nadert? Welke lof en dankbaarheid behoort u te brengen aan Hem die u uw leven lang geleid heeft!
Zie wat God door onze woestijnervaring wil bereiken. Het is ten eerste om ons te vernederen. Heeft zij dat uitgewerkt? Vervolgens is het om ons te verzoeken. Ach, ik vrees dat zij ook dat uitgewerkt heeft en bewezen heeft welke arme, ellendige schepselen wij zijn! En het is ook opdat bekend zou worden wat in ons hart is, of wij Gods geboden zullen houden of niet.
Deuteronomium 8:3.KruisverwijzingenMattheüs 4:4→Lukas 4:4→Exodus 16:2→Psalmen 78:23→Hebreeën 13:5→Psalmen 37:3→Exodus 16:12→1 Korinthe 10:3→
— En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat.
Welk een wonderlijke opvolging is er in deze korte volzinnen! “Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren” — en men zou denken dat de volgende woorden zouden zijn: “en liet u hongeren”. Nee; het is: “en Hij voedde u met het manna”. Zij hadden des te meer lust in het manna en waren des te meer bereid de hand van God te zien in het zenden van het manna, om die verootmoediging en die honger die God hen te voren had laten doorstaan.
Het is een wonderlijke zaak van het materialisme verlost te worden, bevrijd te worden van de gedachte dat de zichtbare dingen volstrekt noodzakelijk zijn voor de volvoering van het goddelijke voornemen. Had God het zo gewild, dan hadden wij door de lucht gevoed kunnen worden. Al heeft de Heere verkozen ons met brood te voeden, ons eigenlijke leven leeft niet van brood maar van het woord dat uit de mond van God voortkomt. Dit is een van de Schriftplaatsen waarmee onze Heere in de woestijn de satan bestreed en overwon.
Gelukkig is die dienstknecht van God die zich met diezelfde waarheid zal wapenen en zeggen: “Ik hoef niet enkel door geld verzorgd te worden. God zal op de een of andere wijze voor mij zorgen, en alle zorg over de middelen kan ik aan Hem overlaten.” Wat wij kunnen zien kan ons falen, want het is, gelijk wijzelf, een schaduw. Maar Hij die wij niet zien kunnen, zal ons nooit falen. Leunen wij op Zijn arm, dan zullen wij nooit beschaamd worden, in der eeuwigheid niet.
Deuteronomium 8:4.KruisverwijzingenDeuteronomium 29:5→Nehemia 9:21→Mattheüs 26:25→
— Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren.
Welk een wonderlijke ervaring hadden de Israëlieten in de woestijn! Zij werden altijd gevoed, al was het in een woeste huilende wildernis, dor en dodelijk. Zij hadden altijd water, dat hen volgde uit die stroom die uit de keiachtige rots vloeide — waaruit u eerder vuur dan water zou hebben verwacht te slaan. En wat hun klederen betreft: die versleten niet. Zij hadden geen winkels om naar toe te gaan, en zij konden in de woestijn geen nieuwe kleren maken vanwege hun veelvuldig heen en weer trekken; en toch waren zij altijd gekleed. En al waren zij een schare vermoeide pelgrims die veertig jaar heen en weer trokken, hun voeten zwollen niet op.
O, welk een barmhartigheid was dat! “Hij zal de voeten Zijner gunstgenoten bewaren.” Is het met u ook niet zo geweest, geliefden? U hebt gezegd: “Wat zal ik doen als ik zo lang leef, en als ik zoveel moeiten moet dragen en zoveel tochten moet maken door de vallei zelf van de schaduw des doods?” Wat zult u doen? Wel, u zult doen wat u gedaan hebt: op God vertrouwen en voortgaan. U zult gevoed worden, en u zult tot het einde toe gedragen worden.
Deuteronomium 8:5.Kruisverwijzingen2 Samuël 7:14→Openbaring 3:19→Spreuken 3:12→Hebreeën 12:5→1 Korinthe 11:32→Deuteronomium 4:9→Job 5:17→Ezechiël 18:28→
— Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt.
Let erop dat wij Gods handelingen met ons niet alleen moeten gedenken, maar ze ook moeten overleggen, ze bepeinzen, ze wegen: “Bekent dan in uw hart”. Spreek ik tot iemand die juist nu onder de roede is? “Bekent dan in uw hart” dat God met u handelt zoals een vader met zijn zonen handelt, “want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt?”
Hoe zou u behandeld willen worden? Zou u liever zonder de roede zijn? Bedenk dan dat, “indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen”. Wilt u zo behandeld worden? Ik weet zeker van niet; u wilt het deel van de kinderen hebben. Dus zegt u: “Handel met mij, Heere, zoals U gewoon bent te doen met hen die Uw Naam vrezen.” Wij zijn bereid de roede van het verbond te dragen ter wille van het verbond waartoe zij behoort.
Deuteronomium 8:6-8.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:9→Deuteronomium 5:33→Deuteronomium 6:10→Exodus 3:8→Nehemia 9:24→Ezechiël 20:6→Psalmen 65:9→1 Samuël 12:24→
— En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen. Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig;
Dit is ook de ervaring van het kind van God — in de ene zin in de hemel, maar in een andere en misschien meer ware zin ook al hier beneden. “Wij, die geloofd hebben, gaan in de rust.” Door het geloof nemen wij het beloofde land in bezit; en wanneer een christen uit de woestijnervaring van twijfelen en vrezen komt en in de Kanaän-ervaring van een eenvoudig geloof en een volle verzekerdheid ingaat, dan komt hij “in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen”.
Want God geeft Zijn volk niet alleen alles wat het nodig heeft, maar iets meer. Hij geeft hun niet alleen het nodige, maar ook overvloed, verrukkingen en vreugden.
Deuteronomium 8:9.Kruisverwijzingen1 Kronieken 22:14→Job 28:2→Jozua 22:8→Deuteronomium 33:25→
— Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.
Wanneer u leeft in gemeenschap met God, en Hij u brengt in het volle genieten van de zegeningen van het verbond, dan is er bij u geen schaarsheid en ontbreekt er niets. Zilver en goud hadden zij niet; maar de vorsten van Scheba en Seba zouden hun gaven brengen. En al hadden zij niets voor de pracht, zij hadden genoeg voor het gebruik, want ijzer is een veel nuttiger metaal dan goud; en het koper, dat zij tot brons hardden, was hun van veel meer dienst dan zilver zou zijn geweest.
God zal u, broeder, van alle wapens voorzien die u voor de heilige krijg nodig hebt. Er mogen geen gouden en zilveren sieraden voor uw hoogmoed zijn, maar er zullen ijzeren werktuigen zijn om u te helpen in de strijd met uw tegenstanders.
Deuteronomium 8:10.KruisverwijzingenPsalmen 103:2→Spreuken 3:9→Deuteronomium 6:11→Romeinen 14:6→Mattheüs 14:19→1 Thessalonicenzen 5:18→1 Kronieken 29:14→1 Korinthe 10:31→
— Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven.
God staat Zijn volk toe te eten en verzadigd te worden; maar wanneer zij dat zijn, moeten zij ervoor zorgen dat zij niet hoogmoedig worden en niet beginnen hun voorspoed aan zichzelf toe te schrijven.
Deuteronomium 8:11.KruisverwijzingenEzechiël 16:10→Spreuken 30:9→Psalmen 106:21→Hosea 2:8→Spreuken 1:32→
— Wacht u, dat gij den HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zoudt houden Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede;
Telkens wanneer wij het woord “wacht u” in de Bijbel zien, mogen wij er zeker van zijn dat er iets is om u voor te wachten. Wat hier te merken valt, is dit: dat onze tijden van voorspoed tijden van gevaar zijn. Ik herinner mij dat de heer Whitefield eens de gebeden van de gemeente vroeg “voor een jongeheer in zeer gevaarlijke omstandigheden” — want hij had juist een vermogen geërfd. Dán is de tijd waarin het gebed nog meer nodig is dan in tijden van neerslachtigheid en verlies.
Deuteronomium 8:12-16.KruisverwijzingenPsalmen 106:21→Numeri 21:6→Numeri 20:11→Psalmen 114:8→Exodus 16:15→Spreuken 30:9→Deuteronomium 1:19→Jeremia 24:5→
— Opdat niet misschien, als gij zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, en goede huizen gebouwd hebben, en die bewonen, En uw runderen en uw schapen zullen vermeerderd zijn, ook zilver en goud u zal vermeerderd zijn, ja, al wat gij hebt vermeerderd zal zijn; Uw hart zich alsdan verheffe, dat gij vergeet den HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgevoerd heeft; Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen, en schorpioenen, en dorheid, waar geen water was; Die u water uit de keiachtige rots voortbracht; Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden; om u te verootmoedigen, en om u te verzoeken, opdat Hij u ten laatste weldeed;
Waarom worden deze gedeelten herhaald? Zeker omdat wij zulke glibberige geheugens hebben, en de Heere Zijn kinderen hetzelfde telkens en telkens weer moet zeggen: “gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier wat, daar wat” — omdat wij zo spoedig vergeten.
Deuteronomium 8:17-20.KruisverwijzingenSpreuken 10:22→Hosea 2:8→Psalmen 127:1→Deuteronomium 7:8→Deuteronomium 7:12→Psalmen 144:1→Deuteronomium 9:4→Deuteronomium 4:26→
— En gij in uw hart zegt: Mijn kracht, en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verkregen. Maar gij zult gedenken den HEERE, uw God, dat Hij het is, Die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestige, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, gelijk het te dezen dage is. Maar indien het geschiedt, dat gij den HEERE, uw God, ganselijk vergeet, en andere goden navolgt, en hen dient, en u voor dezelve buigt, zo betuig ik heden tegen u, dat gij voorzeker zult vergaan. Gelijk de heidenen, die de HEERE voor uw aangezicht verdaan heeft, alzo zult gij vergaan, omdat gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn.
“Zondigt u zoals zij deden, dan zal het u gaan zoals het hun ging.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-20.KruisverwijzingenMattheüs 4:4→Lukas 4:4→2 Samuël 7:14→Openbaring 3:19→Spreuken 3:12→Jakobus 1:3→Exodus 16:2→Deuteronomium 29:5→
— Alle geboden, die ik u heden gebiede, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft. En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet. En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat. Uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen, deze veertig jaren. Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt, gelijk als een man zijn zoon kastijdt. En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen. Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land, een land van waterbeken, fonteinen en diepten, die in dalen en in bergen uitvlieten; Een land van tarwe en gerst, en wijnstokken, en vijgebomen, en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen, en van honig; Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult. Als gij dan zult gegeten hebben, en verzadigd zijn, zo zult gij den HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven.
Om Israël te bewaren voor de zelfvergoding, waartoe het makkelijk kon komen, wanneer het bij de volle overvloed en de genietingen van het leven vergat, wie hun dit geschonken had, en zijn gelukkig lot aan eigen kracht en inspanning toeschreef, herinnert Mozes aan het volk de verootmoediging en beproeving, waardoor God het sinds de uittocht van Egypte heeft geleid. Door deze leiding heeft Hij aan Israël duidelijk getoond, dat het zonder Hem niets kan, maar dat Hij alles vergoedt en een onmisbare bezit is. Daarom moet Israël ook de Heere zijn God laten blijven, opdat zelfvergoding niet tot afgoderij leidt, en over het volk van God dezelfde straf komt, die het aan de heidenen voltrekken zal.
Alle geboden, die Ik u heden gebied, zult gij waarnemen om te doen, opdat gij leeft, en vermenigvuldigt, en inkomt, en het land erft, dat de HEERE aan uw vaderen gezworen heeft (hoofdstuk 4:1; 6:3 vv. Filip.3:1 ).
En gij zult tot dat einde gedenken aan de hele weg, die u de HEERE, uw God, deze veertig jaar in de woestijn, geleid heeft, opdat Hij u verootmoedigde, door Zijn almacht aan uw onmacht, door Zijn heiligheid aan uw zonde, door Zijn liefde aan uw ondankbaarheid herinnerd, wanneer gij door Hem in moeilijke omstandigheden gebracht werd, om u te verzoeken, in deze toestanden te dwingen tot openbaring van uw hart; want God verzoekt niet om te verleiden, maar om te onderzoeken, om te weten wat in uw hart was, of gij Hem geloven en in dat geloof Zijn geboden zou houden of niet.
En Hij verootmoedigde u 1) reeds spoedig bij de aanvang van de woestijnreis (Ex.16), en liet u hongeren, en spijsde u daarna niet met gewoon brood, maar met het Man, dat gij niet kende, noch uw vaderen gekend hadden, opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat het Gods kracht is, die door het brood voedt en onderhoudt, en niet het brood zelf, dat de mens leeft van alles, wat uit de mond van de HEERE uitgaat, van elke andere zaak, wanneer de Heere wil, dat zij als voeding dient, of haar voor zo’n doel tevoorschijn roept en op buitengewone wijze schenkt.
Dat zij een tijd lang hadden gehongerd, van dat gebrek toont Hij nu het nut aan, opdat zij daardoor zouden bekennen, dat niet slechts door brood en wijn, maar door de verborgen kracht vna God het menselijk geslacht gevoed wordt. Want, ofschoon allen bekennen, dat door de goedertierenheid van God de aarde vruchtbaar is, zo hebben zij toch zo hun zinnen gezet op de spijs en drank, dat zij niet hoger klimmen, noch God erkennen als de Vader en Verzorger, maar veeleer Hem binden aan de uitwendige middelen, waaraan zij zijn overgegeven, alsof Zijn hand op zichzelf en zonder instrument niets ten uitvoer zou kunnen brengen of verrichten.
In deze zin wordt dit woord ook gebruikt door de Heiland (Matth.4:4 Luk.4:4 ). God kon ook zonder gewone voedingsmiddelen, door de kracht van Zijn almachtig woord en van Zijn wil alleen het leven onderhouden, waarmee zich dan ook die kracht verbinden of hoe zij werken mocht. Hij liet het geheel aan Zijn Vader over, om Zijn honger te stillen, hoe en wanneer deze wilde. Een verandering van stenen in brood was geen behoefte, zoals slechts het ongeloof kon menen, omdat het alleen op de middelen ziet, en niet op Die, die aan het middel kracht geeft om te werken.
a) uw kleding is aan u niet verouderd, en uw voet is niet gezwollen 1) door gebrek aan goed schoeisel (hoofdstuk 29:5) deze veertig jaar.
Nehemiah. 9:21
Volgens vele uitleggers wordt in deze woorden gezegd, dat Israël uit de buit van de Egyptenaars aan de Rode Zee en van Amalek genoeg kleding en schoeisel ontvangen had, of een voldoende voorraad van wol en huiden bezat, waardoor alle behoeften van de woestijnreis vervuld konden worden. Dit komt echter niet overeen met de plaats van dit woord naast de vermelding van de wonderbare spijziging.
Men behoeft daarbij nog niet met de rabbijnen en kerkvaders de belachelijke onderstelling aan te nemen, dat de kleren en schoenen met de kinderen gegroeid zouden zijn, zoals het slakkenhuis met de slak; noch ook de beschikbare middelen tot verwerving van kleren en sandalen uitsluiten, zoals immers ook het Manna niet het gebruik van andere voedingsmiddelen uitsloot, wanneer deze verkrijgbaar waren (zie Ex 16.35) Met deze uitdrukking wil de Heere zeggen, dat hun kleren niet versleten, noch hun sandalen verteerden, maar dat Hij, op wonderlijke wijze, voor de instandhouding van hun kleren zorgde.
Bekent dan in uw hart, dat de HEERE, uw God, u kastijdt
door Zijn verootmoedigingen en verzoekingen (vs.2) ), zoals een man zijn zoon kastijdt, namelijk niet om u te verderven, maar om u te verbeteren, om u te vormen tot lof van Zijn heerlijkheid; als een gelovig overgegeven en kinderlijk gehoorzaam volk (hoofdstuk 1:31).
In het Hebreeuws Mejusrèka, eigenlijk was kastijdende. Kastijden moet hier opgevat worden in den zin van opvoeden, onder de tucht houden. Calvijn tekent hierbij aan: “dat Hij de gehele taak van een juiste opvoeding daarmee samenvat.” Mozes houdt hen voor, om goed te onthouden, hoe de Heere hen met een vaderlijke liefde had omringd, en dat zij daarom geroepen en verplicht waren, om Zijn geboden te onderhouden.
En houdt de geboden van de HEERE, uw God, om ook onder de nieuwe omstandigheden in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.
Een land, waarin gij brood zonder schaarste eten zult, waarin u niets ontbreken zal: een land, waarvan de stenen ijzer zijn, ijzererts bevatten, en uit de bergen waarvan gij koper uithouwen zult. Behalve de Jordaan, die hoger op door de meren Mérom en Gennesareth vloeit, en zich in de Dode zee uitstort, heeft Palestina geen rivier van betekenis. Er zijn echter in dit land meer of minder grote beken, die òf in de Middellandse Zee, òf in de Jordaan vloeien. Gedurende het warme jaargetijde drogen de meeste uit, en behoren dan tot de zogenaamde Wady’s, zoals men deels de kleinere in beddingen of dalkloven vloeiende wateren, deels ook de dalen zelf, door welke zij stromen, noemt (Job 6:15 Jer.15:18 ). In de Middellandse Zee stromen: de Sichor of beek van Egypte, Wady el Arisch (Numeri. 34:5 Jozua. 13:3 ), geheel in het zuiden;
de beek Besor of Wady Schoriah (1 (Samuel 30:9); 3. de Wady Simsim of Askalon; 4. de beek Sorek (Richteren. 16:4); 5. de stroom Rubin, waarvan de oostelijke bron bij Bethlehem en Jeruzalem is, en tot wier stroomgebied het eikendal behoort, dat in 1 Samuel. 17:2,19; 21:9 genoemd wordt; 6. de stroom el-Audscheh (gekromde rivier) die van Efraïms gebergte daalt en ten noorden van Joppe zich uitstort, na de handelsweg van Egypte naar Damascus doorsneden te hebben (in de nabijheid van deze stroom, tussen Lydde en Joppe, werkte de apostel Petrus (Hand.9:32,36), daarom wordt hij ook de rivier van Petrus genoemd); 7. de Nahal Kana of rietbeek (de Statenvertalers hebben de naam niet vertaald) Jozua 16:5; 17:9);
de stroom Zerka of krokodillen-rivier (misschien de in Jozua. 19:26 vermelde Sischon-Libnath, volgens anderen de Belus, Nr.10); 9. de beek Kison (Richteren. 5:21; (1 Kon.18:40) 5.21 ); 10. de Belus of glasstroom, uit wier zand het eerste glas vervaardigd is (het is zeer zuiver en fijn zand en werd nog in de middeleeuwen naar Genua en Venetië uitgevoerd tot dit doel); ook vond, volgens de Griekse fabelleer, Hercules aan deze stroom de plant Colocasia, die zijn wonden heelde. Verder op in het noorden is nog: 11. de Leontes, die eerst in zuidwestelijke richting stromende het dal el Bukaä tussen de Libanon en Anti-Libanon doorsnijdt, vervolgens naar het westen keert, en zich ten noorden van Tyrus in de zee stort. De Libanon vormt bovendien nog 12 verschillende kleine, snelstromende beken, waaronder de Bostrenus, die echter in de Bijbel niet voorkomt, de voornaamste is.
Aan de westzijde van de Jordaan zijn voor de kennis van de Bijbel het belangrijkst: 1. de beek Krith (1 (Kon.17:3,7); anderen zoeken hem aan de oostzijde van de Jordaan in de Wady Adjlun, ten noorden van de Jabbok), en 2. de Kedron, tussen Jeruzalem en de Olijfberg (2 Samuel 15:23). Aan de oostzijde zijn reeds vroeger (zie Nu 21.30) vermeld: 1. de Jarmuk of Hieromax. 2. de Jabbok, 3. de Wady Hesban, 4. de Zerka Maein en 5. de Arnon (grensrivier tegen Moab). Deze beken en stromen, waarbij we gemakkelijk nog een menigte zouden kunnen voegen, die uit de nieuwere aardrijkskunde van Palestina bekend zijn, waren echter niet voldoende voor de behoeften van de inwoners, omdat zij in de zomer uitdroogden. Men moest daarom door de kunst het drinkwater trachten te bewaren of te verkrijgen en deed dit deels door bronnen met welwater, deels door bakken of putten, waarin regenwater verzameld werd, deels door fonteinen met onderaardse waterleidingen (Leviticus. 11:36), deels door vijvers of open waterbekkens, die meest van stenen gebouwd en in dalen gelegen waren, zodat men het regenwater ‘s winters zonder moeite daarheen kon leiden. In de Bijbel worden behalve de waterleidingen van Jeruzalem genoemd: 1. de vijver van Gibeon (2 Samuel 2:13 Jer.41:12 ); 2. de vijver van Hebron (2 Samuel 4:12); 3. de vijver van Samaria (1 Kon.22:38). Niet vermeld worden de vijvers van Salomo, niet ver van Bethlehem, drie waterbassins bij het steile gedeelte van het dal ten westen van het dorp Urtas, uit vierkante steenblokken gebouwd, en blijkbaar van hoge ouderdom.
Wanneer hier de buitengewone vruchtbaarheid van Palestina geroemd wordt, is dit een getuigenis, dat de oude Romeinse schrijvers bevestigen (Tacitus Hist. V 6; Amm. Marcell XIV: 8 Want wat Strabo XVI. 2, 36 van Jeruzalem zegt, is een vrucht van onkennis en verwarring). Michaël Servet, die in het jaar 1553 wegens dwaalleer ter dood gebracht werd, had dan ook geen recht, toen hij, met het oog op de huidige onvruchtbaarheid van Palestina, de beschrijving van Mozes bestreed. Thans heeft Jeruzalem voorzeker niet meer inwoners dan vroeger het kleinste stadje van Galilea (15.000), en het grootste gedeelte van de weg die naar Sichem voert, (18 uur lang) gaat door een natte, onvruchtbare, steenachtige landstreek. In het gebied van Beth-Séan bij de Jordaan, beneden het meer Gennesareth, vond Richardson op een afstand van 6 uur geen enkel dorp, en Jonas Korte (een vroom boekdrukker uit Altona, die in 1737-38 het Joodse land bezocht) verhaalt, dat hij in Palestina niet meer dan 10 bronnen gevonden heeft, die verder dan 80-100 schreden vloeiden. Deze verandering wordt echter genoegzaam verklaard (zie Ex 3.17en zie Nu 34.15), vooral door de onverzadigbare hebzucht van de Turken en Arabieren, die elke bebouwing van het land onmogelijk heeft gemaakt. Toen Burckhardt uit Bazel zijn verwondering te kennen gaf, omdat hij nergens vruchtbomen en tuinen zag, antwoordden de inwoners van Hauran: hoe? zouden wij dan voor vreemden planten en zaaien?” Hoeveel de grond ook nu opbrengt, indien hij slechts goed bebouwd wordt, meldt een Frans reiziger uit de jongste tijd. Een Engelsman had in de zogenoemde tuin van Salomo bij de bovengenoemde vijvers door drainering in één jaar zevenmaal aardappelen geoogst. Van de voortbrengselen van Palestina zijn de (vs.8) genoemde reeds vroeger besproken, anderen zullen later behandeld worden; ditzelfde geldt van het dierenrijk.
Wat echter het delfstoffenrijk aangaat, vermelden wij nog slechts tot verklaring van vs.9, dat Mozes waarschijnlijk gedacht heeft aan de Bazaltsteen, waarvan niet slechts in Bazan, maar ook in het gehele noorden van Kanaän grote lagen gevonden worden. Deze steen bevat 20% ijzer, en Mozes kan dus spreken van een land, “waarvan de stenen ijzer zijn.” Bovendien zijn er echter ook bepaalde ijzermijnen tussen Jeruzalem en Jericho. Op de Libanon, die zo rijk is aan ijzersteen, dat men daar verscheidene ijzermijnen en smeltovens heeft; zijn ook sporen ontdekt van ontginning van de koperertsen. Daar deze streken volgens Jozua. 19:24,31 aan de stam Aser gegeven werden, die ze echter niet veroverde (Richteren. 1:31) ging de (Deuteronomium. 33:25) beloofde zegen “ijzer en koper zal onder uw schoen zijn” verloren. Israël schijnt nooit in het eigen land ijzer en koper bereid te hebben, want David ontving deze metalen, die hij in grote voorraad voor de tempelbouw verzamelde, uit Syrië (2 Samuel 8:8; 1 Kronieken 19:8; 23:3,14).
Als gij dan zult gegeten hebben en verzadigd zijn, zo zult gij de HEERE, uw God, loven over dat goede land, dat Hij u zal hebben gegeven. 1)
Met deze woorden vermaant Hij hen, dat zij zeer onbezonnen zouden zijn, indien deze zo grote goedertierenheid van God hen niet tot gehoorzaamheid drong, omdat niets ongerijmder is, dan, wanneer wij wel voorzien en verzadigd zijn, niet te erkennen, van waar ons de levensmiddelen zijn toegezonden. Alzo eist Mozes van hen dankbaarheid, wanneer zij in het aan hun beloofde land als in overvloed van alle goederen zullen genieten.
Duidelijk wil Mozes, en de Heere door Hem, zijn volk erop wijzen, dat het om de gave de Gever niet mag vergeten, opdat de zegen van de gave niet in een vloek verandert.
Wacht u, 1)wanneer gij dit land beërven en zijn voorrechten genieten zult, dat gij, daar welstand maar al te spoedig van God afleidt, de HEERE, uw God, niet vergeet, dat gij niet zou houden Zijn geboden, en Zijn rechten, enZijn instellingen, die ik u heden gebied.
Hoe noodzakelijk deze waarschuwing was, kan men opmaken uit het algemeen gebrek van het gehele menselijke geslacht, dat nog al te zeer wijd en zijd wordt aangetroffen. Want nauwelijks zal er één op de honderd worden gevonden, in wie de verzadiging niet een zekere bandeloosheid doet ontstaan. Later zegt Mozes in zijn lied over de hardnekkigheid van zijn volk: “Vet, ja! met vet overdekt geworden, sloeg het achteruit.” Noodzakelijk daarom was het, dat aan zulke woeste mensen een teugel werd aangelegd, ja! dat hun teugelloosheid in voorspoed werd bedwongen. Maar ook tot ons mag en moet men deze regel uitstrekken, omdat het geluk bijna allen brooddronken maakt, zodat zij zich tegen God op ongebonden wijze gedragen, en Hem en zichzelf vergeten.
Die u geleid heeft in die grote en vreselijke woestijn, waar vurige slangen (Numeri 21:6) en schorpioenen, 1) en dorheid, waar geen water was;a) die u bij het begin van de reis te Rafidim (Ex.17:6), zowel als aan het einde te Kades-Barnéa (Numeri. 20:11), water uit de keiachtige rots voortbracht;
Psalm. 78:15; 114:8
Onder de plagen van de tropische gewesten rekent men ook de schorpioen, een insekt van de grootte van de rivierkreeft, met een hard schild, bruin lichaam, zwarte kop, scharen, en een zeer bewegelijke, door zes ringen gevormde staart, die een gifhoudende angel heeft, welke steken dodelijk zijn. In de Arabah zijn deze dieren talrijk, zoals uit de naam Akkrabim blijkt, die de reeks van klippen aan het noordeinde draagt (zie Nu 34.5)
Die u in de woestijn spijsde met Man, dat uw vaderen niet gekend hadden, om u te verootmoedigen en om u te verzoeken (vs.3), opdat Hij u ten laatste, wanneer Hij u eerst in het beloofde land zou gebracht hebben, wel deed 1) en door grote welvaart schadeloosstelde voor de geleden nood.
Het gezegde heeft, zoals alle leidingen met Israël, algemeen geldende kracht voor alle gelovigen. Door verootmoedigingen en verzoekingen voert de Heere alle Zijnen tot de zaligheid, door de woestijn van moeite, angst en nood en genadige doorhelping naar Kanaän, het land van de verkwikking en zaliging, tot het genot van Zijn Genade- en Heilsgoederen.
1) Maar gij zult gedenken de HEERE, uw God, dat Hij het is, die u kracht geeft, om vermogen te verkrijgen; opdat Hij Zijn verbond bevestigt, 2) dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft, zoals het op deze dag is.
Een bewijs van trots geeft hij nu aan, nl. wanneer de mensen aan hun vlijt, of arbeid, of beleid toeschrijven, wat zij moesten erkennen, als van Gods gunst ontvangen te hebben. Want wel zegt men, dat wij onze harten op allerlei wijze kunnen verheffen, maar dit is wel een voornaam stuk trots, om tot ons te trekken en voor ons te nemen, wat Gods eigendom is. Want niets stemt ons meer tot bedaardheid en nederigheid, dan de erkenning van Gods gunst, omdat het een blijk is van bovenmate grote onbezonnenheid, de hand op te steken tegen Hem, van wie wij afhangen en aan wie wij ons zelf en al het onze verschuldigd zijn. Daarom bewijst Mozes terecht de trots van het menselijke hart uit het vergeten van God, indien zij menen, dat zij door hun eigen toedoen verkregen hebben, wat God uit gunst heeft verleend, opdat Hij hen aan zich verbonden hield. Te zeggen in het hart, betekent bij de Hebreeën, bij zichzelf overleggen, of bij zichzelf denken. Niet daarom wordt hier slechts de uiterlijke belijdenis van de mond bekend gemaakt, waardoor de mensen nog wel tonen, dat zij Gods goedheid dankbaar zijn (hoewel het dikwijls niets anders is, dan huichelarij en ijdelheid), maar Hij wil, dat zij er ernstig van overtuigd zijn, dat, wat zij bezitten, hun is toegevloeid van Zijn onverdiende goedertierenheid.
Opdat Hij Zijn Verbond bevestigt. De Heere wil het Israël gedurig en ook hier weer herinneren, dat er in Zijn volk geen waardigheid is, maar dat alle weldaden Verbondsweldaden zijn.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel