Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Wanneer u de HEEREH3068, uw GodH430, zal gebrachtH935 hebben in het landH776, waar gijH859naarH413 toe gaat, om dat te ervenH3423; en Hij veleH7227volkenH1471 voor uw aangezichtH6440 zal hebben uitgeworpenH5394, de HethietenH2850, en de GirgasietenH1622, en de AmorietenH567, en de KanaanietenH3669, en de FerezietenH6522, en de HevietenH2340, en de JebusietenH2983, zevenH7651volkenH1471, dieH834meerderH7227 en machtigerH6099 zijn danH4480 gij;Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;
KJVWhen the LORD3thy God4shall bring2thee into the land6whither thou goest9to possess11it, and hath cast out12many14nations13before15thee, the Hittites,16and the Girgashites,17and the Amorites,18and the Canaanites,19and the Perizzites,20and the Hivites,21and the Jebusites,22seven23nations24greater25and mightier
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יְבִֽיאֲךָ֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6הָאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9בָאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither11לְרִשְׁתָּ֑הּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly12וְנָשַׁ֣לH5394Trek, afwerpen, schietcast (out), drive, loose, put off (out), slip13גּֽוֹיִםH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14רַבִּ֣יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)15מִפָּנֶ֡יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הַֽחִתִּי֩H2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities17וְהַגִּרְגָּשִׁ֨יH1622Girgasiet, Girgasieten, GirgazietenGirgashite, Girgasite18וְהָאֱמֹרִ֜יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite19וְהַכְּנַעֲנִ֣יH3669Kanaanieten, Kanaaniet, KanaanietischeCanaanite, merchant, trafficker20וְהַפְּרִזִּ֗יH6522Ferezieten, FerezietPerizzite21וְהַֽחִוִּי֙H2340Hevieten, Heviet, HivvietHivite22וְהַיְבוּסִ֔יH2983Jebusieten, Jebusiet, JebusiJebusite(-s)23שִׁבְעָ֣הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)24גוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people25רַבִּ֥יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)26וַעֲצוּמִ֖יםH6099machtig, machtiger, machtige[phrase] feeble, great, mighty, must, strong27מִמֶּֽךָּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with
2En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de HEEREH3068, uw GodH430, hen zal gegevenH5414 hebben voor uw aangezichtH6440, dat gij ze slaatH5221; zo zult gij hen ganselijkH2763verbannenH2763; gij zult geenH3808verbondH1285 met hen maken, nochH3808 hun genadigH2603 zijn.En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.
KJVAnd when the LORD2thy God3shall deliver1them before4thee; thou shalt smite5them, and utterly6destroy7them; thou shalt make10no covenant12with them, nor shew mercy
1וּנְתָנָ֞םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֛יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4לְפָנֶ֖יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וְהִכִּיתָ֑םH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound6הַחֲרֵ֤םH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)7תַּחֲרִים֙H2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)8אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִכְרֹ֥תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want11לָהֶ֛ם12בְּרִ֖יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league13וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תְחָנֵּֽםH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very
3Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Gij zult u ook met hen nietH3808vermaagschappenH2859; gij zult uw dochtersH1323nietH3808gevenH5414 aan hun zonenH1121, en hun dochtersH1323nietH3808nemenH3947 voor uw zonenH1121.Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen.
KJVNeither shalt thou make marriages2with them; thy daughter4thou shalt not give6unto his son,7nor his daughter8shalt thou take10unto thy son.
1וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִתְחַתֵּ֖ןH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law3בָּ֑ם4בִּתְּךָ֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תִתֵּ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לִבְנ֔וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וּבִתּ֖וֹH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תִקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11לִבְנֶֽךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
4Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des HEEREN zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Want zij zouden uw zonenH1121 van Mij doen afwijkenH5493, datH3588 zij andere godenH430 zouden dienenH5647; en de toornH639 des HEERENH3068 zou tegen ulieden ontstekenH2734, en u haastH4118verdelgenH8045.Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des HEEREN zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen.
KJVFor they will turn away2thy son4from following5me, that they may serve6other8gods:7so will the anger10of the LORD11be kindled9against you, and destroy13thee suddenly.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָסִ֤ירH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בִּנְךָ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מֵֽאַחֲרַ֔יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6וְעָבְד֖וּH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲחֵרִ֑יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange9וְחָרָ֤הH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)10אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12בָּכֶ֔ם13וְהִשְׁמִידְךָ֖H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly14מַהֵֽרH4118haastelijk, haast, haastendehasteth, hastily, at once, quickly, soon, speedily, suddenly
5Maar alzo zult gij hun doen: hun altaren zult gij afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen, en hun gesnedene beelden met vuur verbranden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5MaarH3588alzoH3541 zult gij hun doenH6213: hun altarenH4196 zult gij afwerpenH5422, en hun opgerichte beeldenH4676verbrekenH7665, en hun bossenH842 zult gij afhouwenH1438, en hun gesnedene beeldenH6456 met vuurH784verbrandenH8313.Maar alzo zult gij hun doen: hun altaren zult gij afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen, en hun gesnedene beelden met vuur verbranden.
KJVBut thus shall ye deal4with them; ye shall destroy7their altars,6and break down9their images,8and cut down11their groves,10and burn13their graven images12with fire.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4תַעֲשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לָהֶ֔ם6מִזְבְּחֹתֵיהֶ֣םH4196altaar, altaren, altaarsaltar7תִּתֹּ֔צוּH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down8וּמַצֵּבֹתָ֖םH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar9תְּשַׁבֵּ֑רוּH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))10וַאֲשֵֽׁירֵהֶם֙H842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)11תְּגַדֵּע֔וּןH1438afgehouwen, afgesneden, afhouwencut (asunder, in sunder, down, off), hew down12וּפְסִילֵיהֶ֖םH6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry13תִּשְׂרְפ֥וּןH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly14בָּאֵֽשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot
6Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6WantH3588 gij zijt een heiligH6918volkH5971 den HEEREH3068, uw GodH430; u heeft de HEEREH3068, uw GodH430, verkorenH977, dat gij Hem tot een volkH5971 des eigendomsH5459 zoudt zijn uit alleH3605volkenH5971, dieH834opH5921 den aardbodemH6440 zijn.Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn.
KJVFor thou art an holy3people2unto the LORD5thy God:6the LORD9thy God10hath chosen8thee to be a special14people13unto himself, above all people16that are upon the face19of the earth.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עַ֤םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3קָדוֹשׁ֙H6918heilig, Heilige, heiligeholy (One), saint4אַתָּ֔הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7בְּךָ֞8בָּחַ֣רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require9יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11לִהְי֥וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לוֹ֙13לְעַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14סְגֻלָּ֔הH5459eigendom, eigendoms, bijzonderjewel, peculiar (treasure), proper good, special15מִכֹּל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָֽעַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20הָאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
7De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7De HEEREH3068 heeft geen lustH2836 tot u gehad, noch u verkorenH977, om uw veelheidH7230 boven alleH3605 andere volkenH5971; wantH3588gijH859 waart het weinigsteH4592 van alleH3605volkenH5971.De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken.
KJVThe LORD6did not set his love5upon you, nor choose8you, because ye were more2in number than any people;4for ye were the fewest12of all people:
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2מֵֽרֻבְּכֶ֞םH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)3מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָֽעַמִּ֗יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5חָשַׁ֧קH2836lust, banden, begeerdhave a delight, (have a) desire, fillet, long, set (in) love6יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7בָּכֶ֖ם8וַיִּבְחַ֣רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require9בָּכֶ֑ם10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אַתֶּ֥םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12הַמְעַ֖טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very13מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָעַמִּֽיםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
8Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Maar omdat de HEEREH3068 ulieden liefhadH160, en opdat Hij hieldH8104 den eedH7621, dienH834 Hij uw vaderenH1gezworenH7650 had, heeft u de HEEREH3068 met een sterkeH2389handH3027uitgevoerdH3318, en heeft u verlostH6299 uit het diensthuisH1004, uit de handH3027 van FaraoH6547, koningH4428 van EgypteH4714.Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte.
KJVBut because the LORD3loved2you, and because he would keep5the oath7which he had sworn9unto your fathers,10hath the LORD12brought you out11with a mighty15hand,14and redeemed16you out of the house17of bondmen,18from the hand19of Pharaoh20king21of Egypt.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מֵֽאַהֲבַ֨תH160liefde, liefhad, bemintlove3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֶתְכֶ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5וּמִשָּׁמְר֤וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַשְּׁבֻעָה֙H7621eed, eeds, edencurse, oath, [idiom] sworn8אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נִשְׁבַּע֙H7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear10לַאֲבֹ֣תֵיכֶ֔םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11הוֹצִ֧יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter12יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14בְּיָ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves15חֲזָקָ֑הH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)16וַֽיִּפְדְּךָ֙H6299verlost, lossen, verlossen[idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely17מִבֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18עֲבָדִ֔יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19מִיַּ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20פַּרְעֹ֥הH6547FaraoPharaoh21מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal22מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
9Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Gij zult dan wetenH3045, dat de HEEREH3068, uw God, dieH1931 God is, die getrouweH539 God, welke het verbondH1285 en de weldadigheidH2617houdtH8104 dien, die Hem liefhebbenH157, en Zijn gebodenH4687houdenH8104 tot in duizendH505geslachtenH1755.Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
GodH430
KJVKnow1therefore that the LORD3thy God,4he is God,6the faithful8God,7which keepeth9covenant10and mercy11with them that love12him and keep13his commandments14to a thousand15generations;
1וְיָ֣דַעְתָּ֔H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6הָֽאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7הָאֵל֙H410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'8הַֽנֶּאֱמָ֔ןH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right9שֹׁמֵ֧רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)10הַבְּרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league11וְהַחֶ֗סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing12לְאֹהֲבָ֛יוH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend13וּלְשֹׁמְרֵ֥יH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)14מִצְוֺתָ֖יוH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept15לְאֶ֥לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand16דּֽוֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity
10En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En Hij vergeldtH7999 een ieder van hen, die Hem hatenH8130, in zijn aangezichtH6440, om hem te verdervenH6; Hij zal het Zijn haterH8130nietH3808vertrekkenH309, in zijn aangezichtH6440 zal Hij het hem vergeldenH7999.En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.
KJVAnd repayeth1them that hate2him to their face,4to destroy5them: he will not be slack7to him that hateth8him, he will repay11him to his face.
1וּמְשַׁלֵּ֧םH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely2לְשֹׂנְאָ֛יוH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4פָּנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5לְהַאֲבִיד֑וֹH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee6לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יְאַחֵר֙H309vertoeven, achter, vertoefcontinue, defer, delay, hinder, be late (slack), stay (there), tarry (longer)8לְשֹׂ֣נְא֔וֹH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10פָּנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11יְשַׁלֶּםH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely12לֽוֹ
11Houdt dan de geboden, en de inzettingen, en de rechten, die ik u heden gebiede, om die te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11HoudtH8104 dan de gebodenH4687, en de inzettingenH2706, en de rechtenH4941, dieH834ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680, om die te doenH6213.Houdt dan de geboden, en de inzettingen, en de rechten, die ik u heden gebiede, om die te doen.
KJVThou shalt therefore keep1the commandments,3and the statutes,5and the judgments,7which I command10thee this day,11to do
1וְשָׁמַרְתָּ֨H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַמִּצְוָ֜הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַֽחֻקִּ֣יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַמִּשְׁפָּטִ֗יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אָנֹכִ֧יH595ik, mijI, me, [idiom] which10מְצַוְּךָ֛H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12לַעֲשׂוֹתָֽםH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
12Zo zal het geschieden, omdat gij deze rechten zult horen, en houden, en dezelve doen, dat de HEERE, uw God, u het verbond en de weldadigheid zal houden, die Hij uw vaderen gezworen heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zo zal het geschiedenH6118, omdat gij dezeH428rechtenH4941 zult horenH8085, en houdenH8104, en dezelve doenH6213, datH834 de HEEREH3068, uw GodH430, u het verbondH1285 en de weldadigheidH2617 zal houdenH8104, die Hij uw vaderenH1gezworenH7650 heeft;Zo zal het geschieden, omdat gij deze rechten zult horen, en houden, en dezelve doen, dat de HEERE, uw God, u het verbond en de weldadigheid zal houden, die Hij uw vaderen gezworen heeft;
KJVWherefore it shall come to pass, if2ye hearken3to these judgments,5and keep,7and do8them, that the LORD11thy God12shall keep10unto thee the covenant15and the mercy17which he sware19unto thy fathers:
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עֵ֣קֶבH6118loon, einde, geschieden[idiom] because, by, end, for, if, reward3תִּשְׁמְע֗וּןH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַמִּשְׁפָּטִים֙H4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong6הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)7וּשְׁמַרְתֶּ֥םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)8וַעֲשִׂיתֶ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10וְשָׁמַר֩H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)11יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֱלֹהֶ֜יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13לְךָ֗14אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַבְּרִית֙H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַחֶ֔סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19נִשְׁבַּ֖עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear20לַאֲבֹתֶֽיךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
13En Hij zal u liefhebben, en zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En Hij zal u liefhebbenH157, en zal u zegenenH1288, en u doen vermenigvuldigenH7235; en Hij zal zegenenH1288 de vruchtH6529 uws buiksH990, en de vruchtH6529 uws landsH127, uw korenH1715, en uw mostH8492, en uw olieH3323, de voortzettingH7698 uwer koeienH504, en de kuddenH6251 van uw klein veeH6629, in het landH127, datH834 Hij aanH5921 uw vaderenH1gezworenH7650 heeft u te gevenH5414.En Hij zal u liefhebben, en zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.
KJVAnd he will love1thee, and bless2thee, and multiply3thee: he will also bless4the fruit5of thy womb,6and the fruit7of thy land,8thy corn,9and thy wine,10and thine oil,11the increase12of thy kine,13and the flocks14of thy sheep,15in the land17which he sware19unto thy fathers20to give
1וַאֲהֵ֣בְךָ֔H157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend2וּבֵרַכְךָ֖H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank3וְהִרְבֶּ֑ךָH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very4וּבֵרַ֣ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5פְּרִֽיH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward6בִטְנְךָ֣H990buik, buiks, binnenstebelly, body, [phrase] as they be born, [phrase] within, womb7וּפְרִֽיH6529vrucht, vruchten, vruchtbaarbough, (first-)fruit(-ful), reward8אַ֠דְמָתֶךָH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land9דְּגָ֨נְךָ֜H1715koren, koorn, korenscorn (floor), wheat10וְתִֽירֹשְׁךָ֣H8492most(new, sweet) wine11וְיִצְהָרֶ֗ךָH3323olie, olietakken[phrase] anointed oil12שְׁגַרH7698voortzetting, vruchtthat cometh of, increase13אֲלָפֶ֨יךָ֙H504koeien, ossen, duizendfamily, kine, oxen14וְעַשְׁתְּרֹ֣תH6251kuddenflock15צֹאנֶ֔ךָH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)16עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17הָֽאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19נִשְׁבַּ֥עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear20לַאֲבֹתֶ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'21לָ֥תֶתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22לָֽךְ
14Gezegend zult gij zijn boven alle volken; er zal onder u noch man noch vrouw onvruchtbaar zijn, ook niet onder uw beesten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14GezegendH1288 zult gij zijnH1961 boven alleH3605volkenH5971; er zal onder u noch manH6135 noch vrouw onvruchtbaarH6135zijnH1961, ook niet onder uw beestenH929;Gezegend zult gij zijn boven alle volken; er zal onder u noch man noch vrouw onvruchtbaar zijn, ook niet onder uw beesten;
KJVThou shalt be blessed1above all people:4there shall not be male8or female barren9among you, or among your cattle.
1בָּר֥וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank2תִּֽהְיֶ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעַמִּ֑יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7בְךָ֛8עָקָ֥רH6135onvruchtbaar, onvruchtbare, man([idiom] male or female) barren (woman)9וַֽעֲקָרָ֖הH6135onvruchtbaar, onvruchtbare, man([idiom] male or female) barren (woman)10וּבִבְהֶמְתֶּֽךָH929beesten, vee, beestbeast, cattle
15En de HEERE zal alle krankheid van u afweren, en Hij zal u geen van de kwade ziekten der Egyptenaren, die gij kent, opleggen, maar zal ze leggen op allen, die u haten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de HEEREH3068 zal alleH3605krankheidH2483 van u afwerenH5493, en Hij zal u geenH3808 van de kwadeH7451ziektenH4064 der EgyptenarenH4714, dieH834 gij kentH3045, opleggenH7760, maar zal ze leggenH5414 op allenH3605, die u hatenH8130.En de HEERE zal alle krankheid van u afweren, en Hij zal u geen van de kwade ziekten der Egyptenaren, die gij kent, opleggen, maar zal ze leggen op allen, die u haten.
KJVAnd the LORD2will take away1from thee all sickness,5and will put13none of the evil9diseases7of Egypt,8which thou knowest,11upon thee; but will lay15them upon all them that hate
1וְהֵסִ֧ירH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3מִמְּךָ֖H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5חֹ֑לִיH2483krankheid, krankheden, krankdisease, grief, (is) sick(-ness)6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מַדְוֵי֩H4064kwalen, ziektendisease8מִצְרַ֨יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9הָרָעִ֜יםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יָדַ֗עְתָּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יְשִׂימָם֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work14בָּ֔ךְ15וּנְתָנָ֖םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17שֹׂנְאֶֽיךָH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly
16Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Gij zult dan alH3605 die volkenH5971verterenH398, die de HEEREH3068, uw GodH430, u gevenH5414 zal; uw oogH5869 zal hen nietH3808verschonenH2347, en gij zult hun godenH430nietH3808dienenH5647; wantH3588 dat zoude u een strikH4170 zijn.Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.
KJVAnd thou shalt consume1all the people4which the LORD6thy God7shall deliver8thee; thine eye12shall have no pity11upon them: neither shalt thou serve15their gods;17for that will be a snare
1וְאָכַלְתָּ֣H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָֽעַמִּ֗יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8נֹתֵ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לָ֔ךְ10לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תָחֹ֥סH2347verschonen, sparen, verschonepity, regard, spare12עֵֽינְךָ֖H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)13עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תַעֲבֹד֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֱלֹ֣הֵיהֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19מוֹקֵ֥שׁH4170strik, strikken, valstrikbe ensnared, gin, (is) snare(-d), trap20ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who21לָֽךְ
17Zo gij in uw hart zeidet: Deze volken zijn meerder dan ik; hoe zou ik hen uit de bezitting kunnen verdrijven?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Zo gij in uw hartH3824zeidetH559: DezeH428volkenH1471 zijn meerderH7227danH4480 ik; hoeH349 zou ik hen uit de bezittingH3201 kunnen verdrijvenH3423?Zo gij in uw hart zeidet: Deze volken zijn meerder dan ik; hoe zou ik hen uit de bezitting kunnen verdrijven?
18Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18VreestH3372nietH3808 voor hen; gedenktH2142 steeds, watH834 de HEEREH3068, uw GodH430, aan FaraoH6547 en aan alleH3605EgyptenarenH4714gedaanH6213 heeft;Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;
KJVThou shalt not be afraid2of them: but shalt well4remember5what the LORD9thy God10did8unto Pharaoh,11and unto all Egypt;
1לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִירָ֖אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)3מֵהֶ֑ם4זָכֹ֣רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well5תִּזְכֹּ֗רH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well6אֵ֤תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11לְפַרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh12וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
19De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en den uitgestrekten arm, door welken u de HEERE uw God, heeft uitgevoerd; alzo zal de HEERE, uw God, doen aan alle volken, voor welker aangezicht gij vreest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19De groteH1419verzoekingenH4531, dieH834 uw ogenH5869gezienH7200 hebben, en de tekenenH226, en de wonderenH4159, en de sterkeH2389handH3027, en den uitgestrektenH5186armH2220, door welkenH834 u de HEEREH3068 uw GodH430, heeft uitgevoerdH3318; alzoH3651 zal de HEEREH3068, uw GodH430, doenH6213 aan alleH3605volkenH5971, voor welker aangezichtH6440gijH859vreestH3373.De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en den uitgestrekten arm, door welken u de HEERE uw God, heeft uitgevoerd; alzo zal de HEERE, uw God, doen aan alle volken, voor welker aangezicht gij vreest.
KJVThe great2temptations1which thine eyes5saw,4and the signs,6and the wonders,7and the mighty9hand,8and the stretched out11arm,10whereby the LORD14thy God15brought thee out:13so shall the LORD18thy God19do17unto all the people21of whom thou art afraid.24
1הַמַּסֹּ֨תH4531verzoekingen, Massa, verzoekingtemptation, trial2הַגְּדֹלֹ֜תH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4רָא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5עֵינֶ֗יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6וְהָאֹתֹ֤תH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token7וְהַמֹּֽפְתִים֙H4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)8וְהַיָּ֤דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9הַחֲזָקָה֙H2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)10וְהַזְּרֹ֣עַH2220arm, armen, armsarm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength11הַנְּטוּיָ֔הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הוֹצִֽאֲךָ֖H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you17יַעֲשֶׂ֞הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21הָ֣עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people22אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you24יָרֵ֖אH3373vrezen, vreest, vrezendeafraid, fear (-ful)25מִפְּנֵיהֶֽםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
20Daartoe zal de HEERE, uw God, ook horzelen onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven, en voor uw aangezicht verborgen zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Daartoe zal de HEEREH3068, uw GodH430, ookH1571horzelenH6880 onder hen zendenH7971; totdatH5704 zij omkomenH6, die overgeblevenH7604, en voor uw aangezichtH6440verborgenH5641 zijn.Daartoe zal de HEERE, uw God, ook horzelen onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven, en voor uw aangezicht verborgen zijn.
KJVMoreover the LORD5thy God6will send4the hornet3among them, until they that are left,10and hide11themselves from12thee, be destroyed.
1וְגַם֙H1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַצִּרְעָ֔הH6880horzelenhornet4יְשַׁלַּ֛חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)5יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7בָּ֑ם8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9אֲבֹ֗דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee10הַנִּשְׁאָרִ֛יםH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest11וְהַנִּסְתָּרִ֖יםH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely12מִפָּנֶֽיךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
21Ontzet u niet voor hunlieder aangezicht; want de HEERE, uw God, is in het midden van u, een groot en vreselijk God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21OntzetH6206 u nietH3808 voor hunlieder aangezichtH6440; wantH3588 de HEEREH3068, uw God, is in het middenH7130 van u, een grootH1419 en vreselijkH3372 God.Ontzet u niet voor hunlieder aangezicht; want de HEERE, uw God, is in het midden van u, een groot en vreselijk God.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJVThou shalt not be affrighted2at3them: for the LORD5thy God6is among7you, a mighty9God8and terrible.
1לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַעֲרֹ֖ץH6206verschrikt, Ontzet, Verschriktbe affrighted (afraid, dread, feared, terrified), break, dread, fear, oppress, prevail, shake terribly3מִפְּנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7בְּקִרְבֶּ֔ךָH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self8אֵ֥לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'9גָּד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very10וְנוֹרָֽאH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)
22En de HEERE, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht allengskens uitwerpen; haastelijk zult gij hen niet mogen te niet doen, opdat het wild des velds niet tegen u vermenigvuldige.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En de HEEREH3068, uw GodH430, zal deze volkenH1471 voor uw aangezichtH6440allengskensH4592uitwerpenH5394; haastelijkH4118 zult gij hen niet mogenH3201 te niet doen, opdat het wildH2416 des veldsH7704 niet tegenH5921 u vermenigvuldigeH7235.En de HEERE, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht allengskens uitwerpen; haastelijk zult gij hen niet mogen te niet doen, opdat het wild des velds niet tegen u vermenigvuldige.
KJVAnd the LORD2thy God3will put out1those6nations5before7thee by little8and little:9thou mayest11not consume12them at once,13lest the beasts17of the field18increase
1וְנָשַׁל֩H5394Trek, afwerpen, schietcast (out), drive, loose, put off (out), slip2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֜יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַגּוֹיִ֥םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people6הָאֵ֛לH411dezethese, those. Compare H428 (אֵלֶּה)7מִפָּנֶ֖יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8מְעַ֣טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very9מְעָ֑טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very10לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תוּכַל֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer12כַּלֹּתָ֣םH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste13מַהֵ֔רH4118haastelijk, haast, haastendehasteth, hastily, at once, quickly, soon, speedily, suddenly14פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not15תִּרְבֶּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very16עָלֶ֖יךָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17חַיַּ֥תH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop18הַשָּׂדֶֽהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild
23En de HEERE zal hen geven voor uw aangezicht, en Hij zal hen verschrikken met grote verschrikking, totdat zij verdelgd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En de HEEREH3068 zal hen gevenH5414 voor uw aangezichtH6440, en Hij zal hen verschrikkenH1949 met groteH1419verschrikkingH4103, totdatH5704 zij verdelgdH8045 worden.En de HEERE zal hen geven voor uw aangezicht, en Hij zal hen verschrikken met grote verschrikking, totdat zij verdelgd worden.
KJVBut the LORD2thy God3shall deliver1them unto thee,4and shall destroythem with a mighty7destruction,6until they be destroyed.
1וּנְתָנָ֛םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4לְפָנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וְהָמָם֙H2000verschrikte, verslaan, breektbreak, consume, crush, destroy, discomfit, trouble, vex6מְהוּמָ֣הH4103beroerten, gedruis, kwellingdestruction, discomfiture, trouble, tumult, vexation, vexed7גְדֹלָ֔הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very8עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9הִשָּׁמְדָֽםH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24Ook zal Hij hun koningen in uw hand geven, dat gij hun naam van onder den hemel te niet doet; geen man zal voor uw aangezicht bestaan, totdat gij hen zult hebben verdelgd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Ook zal Hij hun koningenH4428 in uw handH3027gevenH5414, dat gij hun naamH8034 van onderH8478 den hemelH8064 te niet doet; geen manH376 zal voor uw aangezichtH6440bestaanH3320, totdatH5704 gij hen zult hebben verdelgdH8045.Ook zal Hij hun koningen in uw hand geven, dat gij hun naam van onder den hemel te niet doet; geen man zal voor uw aangezicht bestaan, totdat gij hen zult hebben verdelgd.
KJVAnd he shall deliver1their kings2into thine hand,3and thou shalt destroy4their name6from under heaven:8there shall no man11be able to stand10before12thee, until thou have destroyed
1וְנָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2מַלְכֵיהֶם֙H4428koning, konings, koningenking, royal3בְּיָדֶ֔ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4וְהַאֲבַדְתָּ֣H6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6שְׁמָ֔םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7מִתַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with8הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יִתְיַצֵּ֥בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)11אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12בְּפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13עַ֥דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14הִשְׁמִֽדְךָ֖H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly15אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
25De gesneden beelden van hun goden zult gij met vuur verbranden; het zilver en goud, dat daaraan is, zult gij niet begeren, noch voor u nemen, opdat gij daardoor niet verstrikt wordt; want dat is den HEERE, uw God, een gruwel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25De gesneden beeldenH6456 van hun godenH430 zult gij met vuurH784verbrandenH8313; hetH1931zilverH3701 en goudH2091, dat daaraan is, zult gij niet begerenH2530, noch voor u nemenH3947, opdat gij daardoor niet verstriktH3369 wordt; wantH3588 dat is den HEEREH3068, uw GodH430, een gruwelH8441.De gesneden beelden van hun goden zult gij met vuur verbranden; het zilver en goud, dat daaraan is, zult gij niet begeren, noch voor u nemen, opdat gij daardoor niet verstrikt wordt; want dat is den HEERE, uw God, een gruwel.
KJVThe graven images1of their gods2shall ye burn3with fire:4thou shalt not desire6the silver7or gold8that is on them, nor take10it unto thee, lest thou be snared13therein: for it is an abomination16to the LORD17thy God.
1פְּסִילֵ֥יH6456gesneden beelden, gesneden, gesnedene beeldencarved (graven) image, quarry2אֱלֹהֵיהֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3תִּשְׂרְפ֣וּןH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly4בָּאֵ֑שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תַחְמֹד֩H2530begeren, begeerd, begeerlijkbeauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing)7כֶּ֨סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)8וְזָהָ֤בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וְלָקַחְתָּ֣H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11לָ֔ךְ12פֶּ֚ןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not13תִּוָּקֵ֣שׁH3369verstrikt, gelegd, strik gesteldfowler (lay a) snare14בּ֔וֹ15כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16תוֹעֲבַ֛תH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination17יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
26Gij zult dan den gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijk verfoeien, en te enenmaal een gruwel daarvan hebben, want het is een ban.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Gij zult dan den gruwel in uw huisH1004nietH3808brengenH935, dat gij een banH2764 zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijkH8262verfoeienH8262, en te enenmaalH8581 een gruwel daarvan hebben, wantH3588hetH1931 is een banH2764.Gij zult dan den gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijk verfoeien, en te enenmaal een gruwel daarvan hebben, want het is een ban.
Ook in dit vers
gruwelH8441
gruwelH8581
KJVNeither shalt thou bring2an abomination3into thine house,5lest thou be a cursed thing7like it: but thou shalt utterly9detest10it, and thou shalt utterly11abhor12it; for it is a cursed thing.
1וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תָבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3תֽוֹעֵבָה֙H8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5בֵּיתֶ֔ךָH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6וְהָיִ֥יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7חֵ֖רֶםH2764verbannene, ban, verbannen(ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net8כָּמֹ֑הוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth9שַׁקֵּ֧ץH8262verfoeien, verfoeilijk, Maaktabhor, make abominable, have in abomination, detest, [idiom] utterly10תְּשַׁקְּצֶ֛נּוּH8262verfoeien, verfoeilijk, Maaktabhor, make abominable, have in abomination, detest, [idiom] utterly11וְתַעֵ֥בH8581gruwel, gruwelijk, bedrijven gruwelijk(make to be) abhor(-red), (be, commit more, do) abominable(-y), [idiom] utterly12תְּֽתַעֲבֶ֖נּוּH8581gruwel, gruwelijk, bedrijven gruwelijk(make to be) abhor(-red), (be, commit more, do) abominable(-y), [idiom] utterly13כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14חֵ֥רֶםH2764verbannene, ban, verbannen(ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net15הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 7:1— Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;Deuteronomium 4:38→Deuteronomium 31:3→Deuteronomium 9:1→Psalmen 44:2→Deuteronomium 6:10→Genesis 15:18→Exodus 33:2→Deuteronomium 20:1→
Deuteronomium 7:2— En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.Deuteronomium 23:14→Jozua 2:14→Richteren 1:24→Deuteronomium 20:16→Richteren 2:2→Exodus 23:32→Leviticus 27:28→Jozua 10:28→
Deuteronomium 7:3— Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen.Exodus 34:15→1 Koningen 11:2→Jozua 23:12→Genesis 6:2→2 Korinthe 6:14→Nehemia 13:23→Richteren 3:6→Ezra 9:1→
Deuteronomium 7:4— Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des HEEREN zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen.Deuteronomium 6:15→Richteren 2:20→Richteren 10:6→Deuteronomium 32:16→Richteren 2:11→Richteren 3:7→Exodus 20:5→Deuteronomium 4:26→
Deuteronomium 7:5— Maar alzo zult gij hun doen: hun altaren zult gij afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen, en hun gesnedene beelden met vuur verbranden.Exodus 23:24→Exodus 34:13→Deuteronomium 12:2→Deuteronomium 7:25→Richteren 6:25→Leviticus 26:1→Deuteronomium 9:21→Deuteronomium 16:22→
Deuteronomium 7:6— Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn.Deuteronomium 14:2→Exodus 19:5→Titus 2:14→Jeremia 2:3→Deuteronomium 26:19→1 Petrus 2:9→Psalmen 50:5→Deuteronomium 28:9→
Deuteronomium 7:7— De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken.Deuteronomium 10:22→Romeinen 11:6→Romeinen 9:18→Romeinen 9:21→1 Johannes 4:10→Lukas 12:32→Mattheüs 7:14→Jesaja 51:2→
Deuteronomium 7:8— Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte.Jeremia 31:3→Exodus 32:13→Deuteronomium 10:15→Exodus 13:14→Jesaja 43:4→Exodus 13:3→Lukas 1:72→2 Thessalonicenzen 2:13→
Deuteronomium 7:9— Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten.2 Timotheüs 2:13→Hebreeën 10:23→1 Korinthe 1:9→Daniël 9:4→1 Thessalonicenzen 5:24→2 Thessalonicenzen 3:3→Nehemia 1:5→Genesis 17:7→
Deuteronomium 7:10— En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.Jesaja 59:18→Nahum 1:2→Deuteronomium 7:9→Deuteronomium 32:35→Spreuken 11:31→Exodus 20:5→Deuteronomium 32:41→Romeinen 12:19→
Deuteronomium 7:11— Houdt dan de geboden, en de inzettingen, en de rechten, die ik u heden gebiede, om die te doen.Deuteronomium 4:1→Deuteronomium 5:32→Johannes 14:15→
Deuteronomium 7:12— Zo zal het geschieden, omdat gij deze rechten zult horen, en houden, en dezelve doen, dat de HEERE, uw God, u het verbond en de weldadigheid zal houden, die Hij uw vaderen gezworen heeft;Lukas 1:55→Leviticus 26:3→Deuteronomium 28:1→Micha 7:20→Lukas 1:72→Psalmen 105:8→Deuteronomium 7:9→
Deuteronomium 7:13— En Hij zal u liefhebben, en zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.Johannes 14:21→Psalmen 144:12→Mattheüs 6:33→Job 42:12→Deuteronomium 28:3→Johannes 16:27→Psalmen 11:7→Johannes 15:10→
Deuteronomium 7:14— Gezegend zult gij zijn boven alle volken; er zal onder u noch man noch vrouw onvruchtbaar zijn, ook niet onder uw beesten;Psalmen 127:3→Psalmen 115:15→Deuteronomium 28:11→Exodus 23:26→Deuteronomium 28:4→Psalmen 147:19→Leviticus 26:9→Deuteronomium 33:29→
Deuteronomium 7:15— En de HEERE zal alle krankheid van u afweren, en Hij zal u geen van de kwade ziekten der Egyptenaren, die gij kent, opleggen, maar zal ze leggen op allen, die u haten.Exodus 15:26→Deuteronomium 28:60→Deuteronomium 28:27→Exodus 9:11→Leviticus 26:3→Psalmen 105:36→
Deuteronomium 7:16— Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.Richteren 8:27→Exodus 23:33→Deuteronomium 13:8→Deuteronomium 25:12→Deuteronomium 19:21→Psalmen 106:36→Deuteronomium 7:2→Deuteronomium 19:13→
Deuteronomium 7:17— Zo gij in uw hart zeidet: Deze volken zijn meerder dan ik; hoe zou ik hen uit de bezitting kunnen verdrijven?Numeri 33:53→Numeri 13:32→Jesaja 47:8→Jeremia 13:22→Jesaja 14:13→Lukas 9:47→Deuteronomium 18:21→Deuteronomium 15:9→
Deuteronomium 7:18— Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;Psalmen 105:5→Deuteronomium 31:6→Deuteronomium 1:29→Psalmen 77:11→Psalmen 105:26→Richteren 6:13→Psalmen 78:11→Jesaja 63:11→
Deuteronomium 7:19— De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en den uitgestrekten arm, door welken u de HEERE uw God, heeft uitgevoerd; alzo zal de HEERE, uw God, doen aan alle volken, voor welker aangezicht gij vreest.Deuteronomium 4:34→Jozua 3:10→Ezechiël 20:6→Deuteronomium 29:3→Nehemia 9:10→Jeremia 32:20→Deuteronomium 11:2→
Deuteronomium 7:20— Daartoe zal de HEERE, uw God, ook horzelen onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven, en voor uw aangezicht verborgen zijn.Jozua 24:12→Exodus 23:28→
Deuteronomium 7:21— Ontzet u niet voor hunlieder aangezicht; want de HEERE, uw God, is in het midden van u, een groot en vreselijk God.Nehemia 9:32→Deuteronomium 10:17→Jozua 3:10→Nehemia 1:5→Nehemia 4:14→Numeri 14:14→Psalmen 46:11→2 Kronieken 32:8→
Deuteronomium 7:22— En de HEERE, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht allengskens uitwerpen; haastelijk zult gij hen niet mogen te niet doen, opdat het wild des velds niet tegen u vermenigvuldige.Exodus 23:29→Jozua 15:63→
Deuteronomium 7:23— En de HEERE zal hen geven voor uw aangezicht, en Hij zal hen verschrikken met grote verschrikking, totdat zij verdelgd worden.Jesaja 13:6→Deuteronomium 9:3→Deuteronomium 2:15→Deuteronomium 8:20→2 Thessalonicenzen 1:9→Jeremia 17:18→Joël 1:15→
Deuteronomium 7:24— Ook zal Hij hun koningen in uw hand geven, dat gij hun naam van onder den hemel te niet doet; geen man zal voor uw aangezicht bestaan, totdat gij hen zult hebben verdelgd.Jozua 23:9→Jozua 10:8→Jozua 1:5→Deuteronomium 11:25→Deuteronomium 9:14→Jozua 10:24→Jozua 10:42→Deuteronomium 29:20→
Deuteronomium 7:25— De gesneden beelden van hun goden zult gij met vuur verbranden; het zilver en goud, dat daaraan is, zult gij niet begeren, noch voor u nemen, opdat gij daardoor niet verstrikt wordt; want dat is den HEERE, uw God, een gruwel.Deuteronomium 17:1→1 Kronieken 14:12→Exodus 32:20→Jozua 7:21→Deuteronomium 12:3→Jozua 7:1→Deuteronomium 7:5→Deuteronomium 23:18→
Deuteronomium 7:26— Gij zult dan den gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijk verfoeien, en te enenmaal een gruwel daarvan hebben, want het is een ban.Deuteronomium 13:17→Leviticus 27:28→Jesaja 30:22→Ezechiël 14:7→Jozua 6:17→Jesaja 2:20→Hosea 14:8→Ezechiël 11:18→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 7 vers 1— Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;
Hethieten,
Zie Gen. 10:15, enz., en Gen. 15:19, enz.
Hertaald:Hethieten,
Zie Gen. 10:15, enzovoort, en Gen. 15:19, enzovoort.
Deuteronomium 7 vers 2— En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.
Deuteronomium 7 vers 3— Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen.
uw dochters
In het Hebreeuws staat dit en enige navolgende woorden in het eenvoudig getal, ziende op ieder van deze volken, zonen en dochters.
Hertaald:uw dochters
In het Hebreeuws staan dit woord en enkele volgende woorden in het enkelvoud, waarmee ieder van deze volken bedoeld wordt, met hun zonen en dochters.
Deuteronomium 7 vers 5— Maar alzo zult gij hun doen: hun altaren zult gij afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen, en hun gesnedene beelden met vuur verbranden.
bossen zult gij afhouwen,
Versta, de afgodische bossen, die zij ter afgoderij gesticht hebben. Zie onder, Deut. 12:3.
Hertaald:bossen zult gij afhouwen,
Versta: de afgodische bossen die zij voor de afgodendienst gesticht hebben. Zie hieronder, Deut. 12:3.
Deuteronomium 7 vers 6— Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn.
heilig volk den HEERE,
Dat is, een volk, uit alle volken van God afgezonderd en Hem toegeëigend, opdat Hij u, naar luid der beloften zijns verbonds, zegene en gij in zijn geboden heiliglijk [gelijk Hij, uw bondsgenoot, heilig is] volgens uw verbondsbeloften wandelt. Zie onder, Deut. 28:9; 1 Petr. 2:9.
Hertaald:heilig volk den HEERE,
Dat is: een volk dat God uit alle volken heeft afgezonderd en Zich heeft toegeëigend, opdat Hij u naar de inhoud van de beloften van Zijn verbond zegent, en opdat u naar uw verbondsbeloften heilig in Zijn geboden wandelt — zoals Hij, uw Bondgenoot, heilig is. Zie hieronder, Deut. 28:9; 1 Petr. 2:9.
Deuteronomium 7 vers 8— Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte.
omdat de HEERE
Hebreeuws, om, of, uit, vermits de liefde des HEEREN [tot] ulieden.
Hertaald:omdat de HEERE
Hebreeuws: om, of: uit, vanwege de liefde van de HEERE [tot] u.
Deuteronomium 7 vers 9— Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten.
getrouwe God,
Dat is, die waarachtig is in zijn woorden, en zijn beloften zekerlijk volbrengt. Zie Jes. 49:7; 1 Kor. 1:9, en 1 Kor. 10:13; 2 Kor. 1:18; 1 Thess. 5:24; 2 Thess. 3:3; 2 Tim. 2:13; Hebr. 11:11; 1 Joh. 1:9.
Hertaald:getrouwe God,
Dat is: Die waarachtig is in Zijn woorden en Zijn beloften zeker vervult. Zie Jes. 49:7; 1 Kor. 1:9, en 1 Kor. 10:13; 2 Kor. 1:18; 1 Thess. 5:24; 2 Thess. 3:3; 2 Tim. 2:13; Hebr. 11:11; 1 Joh. 1:9.
Deuteronomium 7 vers 10— En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.
in zijn aangezicht,
Dat is, in hun tegenwoordigheid, onder hun ogen, gelijk men zegt, of in het openbaar, zonder hun wereldse hoogheid, macht, of trotsheid te ontzien; en alzo dat zij des HEEREN straffende hand tegen hen moeten merken en gevoelen.
Hertaald:in zijn aangezicht,
Dat is: in hun tegenwoordigheid, onder hun ogen, zoals men zegt, of in het openbaar, zonder hun wereldse hoogheid, macht of trotsheid te ontzien; en zo dat zij de straffende hand van de HEERE tegen hen moeten opmerken en gevoelen.
Deuteronomium 7 vers 13— En Hij zal u liefhebben, en zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.
voortzetting uwer koeien,
Of, aanwas; dat is, de vrucht.
Hertaald:voortzetting uwer koeien,
Of: aanwas; dat is: de vrucht.
Deuteronomium 7 vers 15— En de HEERE zal alle krankheid van u afweren, en Hij zal u geen van de kwade ziekten der Egyptenaren, die gij kent, opleggen, maar zal ze leggen op allen, die u haten.
die gij kent,
Die gij aan de Egyptenaars hebt gezien. Vergelijk onder, Deut. 28:60.
Hertaald:die gij kent,
Die u bij de Egyptenaren hebt gezien. Vergelijk hieronder, Deut. 28:60.
Deuteronomium 7 vers 16— Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.
verteren,
Hebreeuws, eigenlijk, eten, opeten, en alzo voorts, verteren; dat is, gij zult hen vernielen, verdelgen, zonder verschonen of schromen, gelijk de spijs niet gespaard wordt, veel weiniger een roof van een wild dier. Vergelijk onder, Deut. 31:17.
Hertaald:verteren,
Hebreeuws eigenlijk: eten, opeten, en vandaar: verteren; dat is: u zult hen vernielen en verdelgen, zonder sparen of schromen, zoals het voedsel niet gespaard wordt, en nog veel minder de buit van een wild dier. Vergelijk hieronder, Deut. 31:17.
strik zijn
Zie Ex. 23:33, en Ex. 34:12; Richt. 2:3.
Hertaald:strik zijn
Zie Ex. 23:33, en Ex. 34:12; Richt. 2:3.
Deuteronomium 7 vers 17— Zo gij in uw hart zeidet: Deze volken zijn meerder dan ik; hoe zou ik hen uit de bezitting kunnen verdrijven?
Zo gij in uw hart
Dat is, zo gij bij uzelven mocht denken; alzo onder, Deut. 8:17, en Deut. 9:4, enz.
Hertaald:Zo gij in uw hart
Dat is: als u bij uzelf zou denken; zo ook hieronder, Deut. 8:17, en Deut. 9:4, enzovoort.
Deuteronomium 7 vers 18— Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;
Deuteronomium 7 vers 19— De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en den uitgestrekten arm, door welken u de HEERE uw God, heeft uitgevoerd; alzo zal de HEERE, uw God, doen aan alle volken, voor welker aangezicht gij vreest.
verzoekingen,
Zie boven, Deut. 4:34.
Hertaald:verzoekingen,
Zie hierboven, Deut. 4:34.
Deuteronomium 7 vers 20— Daartoe zal de HEERE, uw God, ook horzelen onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven, en voor uw aangezicht verborgen zijn.
horzelen onder hen zenden;
Zie Ex. 23:28.
Hertaald:horzelen onder hen zenden;
Zie Ex. 23:28.
verborgen zijn
Dat is, die zich verstoken hebben, en uw hand mogen ontkomen zijn.
Hertaald:verborgen zijn
Dat is: die zich verscholen hebben en aan uw hand ontkomen zouden zijn.
Deuteronomium 7 vers 21— Ontzet u niet voor hunlieder aangezicht; want de HEERE, uw God, is in het midden van u, een groot en vreselijk God.
midden van u,
Te weten, met zijn genade en hulp.
Hertaald:midden van u,
Namelijk: met Zijn genade en hulp.
Deuteronomium 7 vers 22— En de HEERE, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht allengskens uitwerpen; haastelijk zult gij hen niet mogen te niet doen, opdat het wild des velds niet tegen u vermenigvuldige.
allengskens
Hebreeuws, een weinig, een weinig; dat is, al gemakkelijk, de een voor, de ander na.
Hertaald:allengskens
Hebreeuws: een weinig, een weinig; dat is: langzamerhand, de een voor en de ander na.
Deuteronomium 7 vers 23— En de HEERE zal hen geven voor uw aangezicht, en Hij zal hen verschrikken met grote verschrikking, totdat zij verdelgd worden.
verschrikken
Of, verbaasd maken met grote verbaasdheid.
Hertaald:verschrikken
Of: verbijsteren met grote verbijstering.
Deuteronomium 7 vers 26— Gij zult dan den gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijk verfoeien, en te enenmaal een gruwel daarvan hebben, want het is een ban.
een ban zoudt worden,
Dat is, verbannen; zie hiervan een aanmerkelijk exempel, Joz. 7:11, Joz. 7:21, Joz. 7:24-26.
Hertaald:een ban zoudt worden,
Dat is: verbannen; zie hiervan een opmerkelijk voorbeeld in Joz. 7:11, Joz. 7:21, Joz. 7:24-26.
datzelve is;
Te weten, het verbannen goed.
Hertaald:datzelve is;
Namelijk: het verbannen goed.
ganselijk verfoeien,
Hebreeuws, verfoeiende verfoeien, en gruwelende gruwelen
Hertaald:ganselijk verfoeien,
Hebreeuws: verfoeiende verfoeien, en gruwelende gruwelen.
een ban
Dat is, ten verderf overgegeven, omdat het ter afgoderij gediend heeft.
Hertaald:een ban
Dat is: aan het verderf overgegeven, omdat het voor de afgodendienst gediend heeft.
Deuteronomium 7 geeft de klassieke omschrijving: "u heeft de HEERE uw God verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken die op den aardbodem zijn". Onmiddellijk daarop volgt de reden, in de vorm van een uitsluiting: niet om uw veelheid, want gij waart het weinigste van alle volken, maar omdat de HEERE u liefhad en Zijn eed hield (Deut. 7:6-8). Dezelfde redenering keert terug in Deut. 9:4-6, waar Israël uitdrukkelijk gewaarschuwd wordt niet te denken dat het land om hun gerechtigheid gegeven wordt.
Bijbelse betekenis: De grond van de verkiezing ligt volgens de tekst zelf uitsluitend in God: niet in aantal, niet in gerechtigheid, niet in vooruitziende geschiktheid, maar in Zijn liefde en Zijn eed. Daarmee sluit Deuteronomium elke gedachte af dat het volk iets meebracht dat de keuze zou verklaren. De vrucht ervan is geen zorgeloosheid maar heiliging: "gij zijt een heilig volk den HEERE uw God" staat er in dezelfde adem (Deut. 7:6).
Typologie: Het Nieuwe Testament neemt deze lijn over en verdiept haar tot de persoonlijke verkiezing tot zaligheid. Paulus houdt nadrukkelijk staande dat afkomst uit Israël daarvoor niet volstaat: "die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn" (Rom. 9:6-8). Het is niet van hem die wil of loopt, maar van de ontfermende God, zoals bij Jakob en Ezau vóór zij iets goeds of kwaads gedaan hadden (Rom. 9:11-16). Paulus dateert die keuze vóór de grondlegging der wereld en noemt haar doel de heiligheid en het kindschap (Ef. 1:4-5). Christus zegt tot Zijn discipelen: "Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren" (Joh. 15:16). En Lukas tekent bij de eerste heidenzending aan dat er geloofden zovelen als er geordineerd waren tot het eeuwige leven (Hand. 13:48). Dit is de particuliere verkiezing zoals de Reformatie haar beleed en zoals zij in de reformatorisch-baptistische lijn — in de geest van Spurgeon — vastgehouden wordt. Zij is geen grond voor gerustheid over onszelf, maar de enige bodem onder de zekerheid: een zaligheid die uit God begint, kan ook niet in de mens stranden (Rom. 8:29-30; Fil. 1:6).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Omdat de HEERE ulieden liefhad — 7:1-11
Vlak voor de intocht krijgt Israël te horen wat het met de volken van Kanaän moet doen, en de opdracht is hard: geen verbond met hen sluiten, geen huwelijken, hun altaren afbreken en hun beelden verbranden. Middenin die opdracht legt Mozes uit waarom dit volk daar überhaupt loopt.
God noemt de reden van Zijn verkiezing, en die reden ligt niet in hen: er wordt niets genoemd dan Zijn liefde en Zijn eed.
De opdracht in de eerste verzen valt zwaar op het gehoor, en zij hoort erbij. De reden staat er ook bij: als er verzwagerd wordt met deze volken, wordt afgoderij een manier van leven. Het is niet moeilijk voor te stellen hoe dat gaat — kom vanavond zes uur op de hoogte, breng gerust uw eigen god mee. Zolang dat er staat, blijft het trekken. De geschiedenis van het boek Richteren begint precies met de half uitgevoerde gehoorzaamheid van deze opdracht: zij maakten zich vrienden met die volken, en zij vielen erin.
Maar middenin die harde bladzijde staat een gedeelte dat helemaal anders klinkt. Eerst wordt gezegd wát zij zijn: een heilig volk, door God verkoren tot een volk des eigendoms uit alle volken die op de aardbodem zijn. En dan wordt de vraag beantwoord die iedere lezer stelt: waarom juist zij?
Het antwoord begint met een ontkenning: “De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken.” Er wordt niet gezegd dat zij vromer waren, of ouder, of geschikter. Er wordt gezegd dat zij het kleinste waren.
En dan volgt de grond, en die bestaat uit twee dingen die allebei aan Gods kant liggen: “Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had.” Dat is een cirkelredenering, en zij is met opzet zo. God heeft u verkoren omdat Hij u liefhad. Er is geen grond buiten Hemzelf aan te wijzen. En het tweede is nog vaster: omdat Hij Zijn eigen eed hield.
Wie dit gedeelte kent, herkent het meteen wanneer Paulus over de gemeente schrijft. God heeft ons uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, naar het welbehagen van Zijn wil, tot prijs der heerlijkheid Zijner genade. En Johannes zegt het in zijn brief nog korter: hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad.
Er staat nog een derde ding bij dat men niet moet overslaan. Het volgende vers zegt hoe God dat deed: met een sterke hand heeft Hij hen uitgevoerd en verlost uit het diensthuis. De liefde is dus niet een gevoel gebleven; zij heeft iets gedaan, en het heeft de dood van de eerstgeborenen van Egypte gekost. Zo ook in het Nieuwe Testament: hierin is de liefde, dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.
Deuteronomium 7:6 — Zij heten een heilig volk en een volk des eigendoms.
Deuteronomium 7:7 — En de reden ligt niet in hun grootte: zij waren het weinigste van alle volken.
Deuteronomium 7:8 — De grond is Gods liefde en Gods eed, en verder niets.
Efeze 1:4-6 — Uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, naar het welbehagen van Zijn wil.
1 Johannes 4:10 — Niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad.
1 Korinthe 1:27-29 — God verkiest het geringe, opdat geen vlees zou roemen voor Hem.
In het Nieuwe Testament: Efeze 1:4-6; 1 Johannes 4:10; Romeinen 9:11-16; 1 Korinthe 1:27-29; Titus 3:5
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Deuteronomium 7 niet aan. Wat hier gelegd wordt is de zaak zelf. Dit hoofdstuk zegt met zoveel woorden dat de verkiezing haar grond niet in het volk heeft, maar in Gods liefde en in Zijn eed. Het Nieuwe Testament zegt over de gemeente hetzelfde. De verbinding is dus zakelijk en geen aanhaling. Wat er over de volken van Kanaän gezegd wordt, is verder een opdracht voor dat volk in die tijd; zij wordt in het Nieuwe Testament nergens herhaald.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Deuteronomium 7:20.KruisverwijzingenJozua 24:12→Exodus 23:28→ — Daartoe zal de HEERE, uw God, ook horzelen onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven, en voor uw aangezicht verborgen zijn. Kanaän was aan Abraham en aan zijn zaad gegeven door een verbond des zouts. Ons lichaam, onze ziel en onze geest zijn aan Christus Jezus gegeven om Zijn deel en Zijn erfenis te zijn. Toen onze Heere Jezus Christus stierf, stierf Hij niet alleen voor onze zielen maar ook voor onze lichamen; en Hij kocht geen recht op een deel van ons alleen, maar op de gehele persoon.
Wij moeten al onze vermogens en hartstochten onderwerpen aan de zilveren scepter van Jezus’ genadige regering, en wij mogen nooit tevreden zijn totdat Hij die door koop Koning is, ook door genadige kroning Koning wordt en in ons ten volle heerst.
Al had Israël recht op Kanaän, de Hevieten en Jebusieten en zeven machtige volken hadden het in bezit. Zo ook: al heeft Christus recht op ons, en zal Hij alleen in onze sterfelijke lichamen heersen, de zonde heeft nog een woonplaats in ons. Sommige christenen die maar weinig onderwezen zijn, menen dat de heiligmaking een ogenblikkelijk werk is. Zij denken dat zij, op het ogenblik dat zij in Jezus geloven, nooit meer door enige zonde lastig gevallen zullen worden — maar dan begint de strijd juist.
Op het ogenblik dat de zonde vergeven is, houdt zij op mijn vriend te zijn en wordt zij mijn dodelijke vijand. Dan wordt de macht van de zonde ons hatelijk, en beginnen wij ertegen te strijden. Ik zou geen stuiver geven voor iemands godsdienst als er geen innerlijke strijd in is. Ik moet elke dag strijden om maar een duimbreed dichter bij de hemel te komen, en ik gevoel dat ik tot het laatste ogenblik zal worstelen — dat ik aan de oever van de Jordaan nog een handgemeen met mijn verdorvenheden zal hebben.
Hoe heiliger wij worden, hoe meer wij tegen de zonde zullen moeten strijden. Hoe witter een kleed wordt, hoe gemakkelijker een vlek erop gezien wordt; en hoe meer wij Christus gelijkvormig worden, hoe meer wij zullen ontdekken hoe ongelijk aan Hem wij zijn. Wanneer ik mijzelf het onheiligst acht, ben ik het heiligst; en wanneer ik over mijn eigen zondigheid klaag, dan ben ik het meest waarschijnlijk aangenaam voor God. Wij zullen onze zonden stuk voor stuk moeten uitdrijven; zij worden niet allemaal in ééns uitgeworpen. Het zal een levenswerk zijn, en wij zullen ons wapenrusting nooit hoeven af te leggen en ons zwaard nooit hoeven op te bergen voordat wij ons neerleggen op het bed van de krijgsman en rusten in het graf.
I. Vs. 1-26.KruisverwijzingenDeuteronomium 14:2→Exodus 19:5→2 Timotheüs 2:13→Hebreeën 10:23→Titus 2:14→Jeremia 31:3→1 Korinthe 1:9→Daniël 9:4→ — Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij; En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn. Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des HEEREN zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen. Maar alzo zult gij hun doen: hun altaren zult gij afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen, en hun gesnedene beelden met vuur verbranden. Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn. De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte. Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten. En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden. Een ander gevaar, waardoor Israël in het land Kanaän bedreigd zal worden, is gelegen in valse verdraagzaamheid, of het toegefelijk dulden van de Kanaänitische afgoderij. Terwijl Mozes vermaant, om zonder sparen de Kanaänieten te verbannen, en hun altaren met de afgodsbeelden te vernietigen, belooft hij aan Israël tegelijkertijd de zekere hulp van God, opdat de talrijke volksstammen niet vreest, tegen welke het strijden moet.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:38→Deuteronomium 31:3→Deuteronomium 9:1→Psalmen 44:2→Deuteronomium 6:10→Genesis 15:18→Exodus 33:2→Deuteronomium 20:1→— Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij;
Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toegaat, om dat te erven; en Hij a) vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, 1)die, indien ook niet elk afzonderlijk, dan toch allen tezamen meerder en machtiger zijn dan gij. 2)
Deuteronomium. 31:3
Over deze volken, zie De 1.8 en Genesis 15:19 vv.; waar het te doen is om volstrekte volledigheid, vinden wij 10 namen, doordat de Kenieten, Kenisieten en Kadmonieten erbij gevoegd worden, en in plaats van de Hevieten de reuzen vermeld zijn. Hier echter (Jozua 3:10) ziet Mozes op het gewichtig getal zeven. Op andere plaatsen worden nu eens zes (Exodus. 3:8,17; 23:23 (Deuteronomium. 20:17) dan weer vijf (Ex.13:5) genoemd, of allen worden verenigd onder de gemeenschappelijke naam: de Amorieten (Genesis 15:16) of de Kanaänieten (Genesis 12:6; 13:7); de een van deze stammen was het machtigst, de andere, die gedeeltelijk in de laagte bij de zee, gedeeltelijk in het oosten aan de zijde van de Jordaan woonde Jozua 11:3), omringde enigermate de andere stammen, en stond het meest in betrekking met het buitenland.
KruisverwijzingenDeuteronomium 23:14→Jozua 2:14→Richteren 1:24→Deuteronomium 20:16→Richteren 2:2→Exodus 23:32→Leviticus 27:28→Jozua 10:28→— En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn.
De Heere doet hiermee Israël voelen, dat Kanaän en het bezit daarvan als vrije gift van God het volk zou te beurt vallen. Dat Israël het alleen zou kunnen veroveren in de kracht en mogendheden van de Heere.
En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht a) in uw macht, dat gij ze slaat, zo zult gij hen geheel verbannen; 1) gij zult geen verbond met hen maken (Ex.23:32; 34:12 Jozua. 9), noch hun genadig zijn, 2) hun het leven niet schenken, naar onze spreekwijze: geen kwartier geven.
Numeri. 33:52 Jozua. 11:11
Eigenlijk, zo zult gij hen zeker verbannen. Over deze uitdrukking, zie Leviticus. 27:29. Wie menen, dat dit bevel onmenselijk was, matigen zich al te zeer een recht aan op Hem, die de Rechter van allen is. Want wel is het een fraai klinkende tegenwerping, dat het volk van God op ongerijmde wijze tot woestheid werd aangezet, om, terwijl men op verschrikkelijke wijze alles vernielde, noch sekse, noch leeftijd te sparen. Maar allereerst moet men er wel opletten, dat, terwijl God het land voor Zijn volk had bestemd, het naar Zijn wil is geweest, dat de oorspronkelijke bewoners geheel en al werden vernietigd, opdat de bezitting voor Zijn volk leeg zou komen. Vervolgens moet men nog verder gaan en zeggen, dat Hij heeft gewild, dat, ten opzichte van die volken, de rechtvaardige bewijzen van Zijn straf in het oog zouden vallen. Vierhonderd jaar tevoren zou Hij toch naar verdienste hun zeer vele misdaden kunnen gewroken hebben. Zijn oordeel echter heeft Hij opgeschort en hen geduldig gedragen, indien zij zich soms mochten bekeren. Dit vonnis tekent toch: De ongerechtigheden van de Amorieten waren nog niet volkomen (Genesis 15:16). Nadat God voor vier eeuwen hen aldus heeft getekend, en deze zachtmoedigheid, hun stoutmoedigheid, of hun woede nog heeft vermeerderd, zodat zij niet hebben afgelaten Zijn toorn te tergen, was het zeker geen wreedheid, dat het uitstel door de zwaarte van de straf gedekt werd. Maar hier blijkt de verschrikkelijke en ontzettende verkeerdheid van het menselijk verstand. Indien Hij niet terstond toornt, verontwaardigen wij ons daarover; indien Hij de straffen uitstelt, beschuldigt onze drift Hem van nalatigheid en traagheid. Waar Hij echter als wreker van de misdaden tevoorschijn treedt, daar noemen wij Hem, of wreed, of hebben tenminste op Zijn gestrengheid iets af te dingen. Maar altijd spreekt Zijn rechtvaardigheid Hem vrij, terwijl onze valse beschuldigingen en onze hatelijke verkleiningen op ons eigen hoofd terugkeren.
Sommige uitleggers zijn van oordeel, dat hier de bedoeling is, niet dat geen enkele van die volken mocht blijven leven, maar dat zij als volken moesten worden uitgeroeid, d.w.z. dat hun staat en burgerlijke regering moest worden vernietigd. Voor deze mening wordt bijgebracht, dat verscheidene leden van de in vs.1 genoemde volken in het leven zijn gelaten, zoals Uria de Hethiet e.a. Men wil dan, dat, wie zich aan Israël onderwierp, in het leven werd gelaten, terwijl wie zich verzette, werd gedood.
Wij moeten alleen de Heere volstrekt liefhebben en anderen in Hem en om Zijnent wil. Dat is zover als het bestaat met Zijn welbehagen, daarom, wanneer Hij gebiedt te doden, dan mogen wij wel vrij doden. En dit mogen wij doen in opzicht van straf, die God verordend heeft, niet met haat, maar ook in liefde, vergevende het ongelijk, dat ons betreft, en biddende om genade en barmhartigheid voor de Persoon, indien hij God toebehoort.
KruisverwijzingenDeuteronomium 6:15→Richteren 2:20→Richteren 10:6→Deuteronomium 32:16→Richteren 2:11→Richteren 3:7→Exodus 20:5→Deuteronomium 4:26→— Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des HEEREN zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen.
Want zij, de heidense vrouwen en haar bloedverwanten, zouden uw zonen van Mij 1) doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen (Ex.34:16), en de toorn van de HEERE zou tegen u ontsteken, en u haastverdelgen (hoofdstuk 4:26; 6:15).
Van Mij, omdat Mozes hier spreekt in de naam des Heeren, of, omdat God sprak door de mond van Mozes.
KruisverwijzingenDeuteronomium 10:22→Romeinen 11:6→Romeinen 9:18→Romeinen 9:21→1 Johannes 4:10→Lukas 12:32→Mattheüs 7:14→Jesaja 51:2→— De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken.
De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken, want gij was het kleinste van alle volken. 1)
Dit ziet op de afstamming van Israël uit Abraham, de eenling. De Heere verzekert hier, dat niet de menigte volk Hem heeft aangedreven, om het te verlossen uit Egypte, maar Zijn vrije en ongehoorde liefde, Zijn eed, welke Hij aan de aartsvaderen gezworen had. Israël moest het weten, en bij herhaling weten, dat het door vrije gunst en vrije ontferming was, wat het was.
KruisverwijzingenJeremia 31:3→Exodus 32:13→Deuteronomium 10:15→Exodus 13:14→Jesaja 43:4→Exodus 13:3→Lukas 1:72→2 Thessalonicenzen 2:13→— Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte.
Maar uit vrije, onverdiende genade heeft Hij u aangenomen, omdat de HEERE u a) liefhad, en opdat Hij hield de eed, die Hij uw vaderen gezworen had, daarom heeftu de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van farao, koning van Egypte, door welke verlossing gij juist zijn eigendom zijt geworden.
Deuteronomium. 10:15
Kruisverwijzingen2 Timotheüs 2:13→Hebreeën 10:23→1 Korinthe 1:9→Daniël 9:4→1 Thessalonicenzen 5:24→2 Thessalonicenzen 3:3→Nehemia 1:5→Genesis 17:7→— Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten.
Gij zult dan weten uit hetgeen met u en met de Egyptenaren gebeurd is; gij zult daaruit erkennen, dat de HEERE, uw God, die God is, de samenvatting van al het Goddelijke, de God van de goden, de Heer van de heren (hoofdstuk 4:35; 10:17), en zoals de enig ware, zo ook de waarachtige, die getrouwe God, welke het Verbond en de weldadigheid houdt aan wie, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden, tot in duizendgeslachten.
Exodus. 20:5 Deuteronomium. 5:9
KruisverwijzingenJesaja 59:18→Nahum 1:2→Deuteronomium 7:9→Deuteronomium 32:35→Spreuken 11:31→Exodus 20:5→Deuteronomium 32:41→Romeinen 12:19→— En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.
En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet a) vertrekken, 1) niet uitstellen ofschoon het menigmaal schijnt, alsof Hij het straffen vergeet (Psalm. 50:21 vv.), in zijn aangezicht2) zal Hij het hem vergelden (Exodus. 23:5 vv.; 34:6 vv.).
Nehemiah. 1:2
Vertrekken is een verouderd woord en betekent: uitstellen, verschuiven. In het Latijn: differre. De betekenis is, dat Hij Zijn haters de straffen niet zal uitstellen.
In zijn aangezicht wil hier zeggen, zodat hij het ziet en zelf aanschouwt, dat de Heere de haters van Zijn wet straft.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Deuteronomium 5:32→Johannes 14:15→— Houdt dan de geboden, en de inzettingen, en de rechten, die ik u heden gebiede, om die te doen.
Houdt 1)dan de geboden, en de instellingen en de rechten, die ik u heden gebied, om die te doen.
Deze kracht van de genade en heiligheid van de trouwe Verbondsgod maant sterk aan tot het onderhouden van de Goddelijke geboden.
KruisverwijzingenLukas 1:55→Leviticus 26:3→Deuteronomium 28:1→Micha 7:20→Lukas 1:72→Psalmen 105:8→Deuteronomium 7:9→— Zo zal het geschieden, omdat gij deze rechten zult horen, en houden, en dezelve doen, dat de HEERE, uw God, u het verbond en de weldadigheid zal houden, die Hij uw vaderen gezworen heeft;
Zo zal het geschieden, omdat gij deze rechten, deze rechtsvorderingen, zult horen, en houden, en deze doen, dat de HEERE, uw God, u het Verbond en de weldadigheid zal houden, die Hij uw vaderen gezworen heeft.
KruisverwijzingenJohannes 14:21→Psalmen 144:12→Mattheüs 6:33→Job 42:12→Deuteronomium 28:3→Johannes 16:27→Psalmen 11:7→Johannes 15:10→— En Hij zal u liefhebben, en zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.
En Hij zal u liefhebben, 1) en overeenkomstig Zijn belofte (Ex.23:25 vv. (Leviticus. 26:3 vv.) zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht van uw buik, en de vrucht van uw land, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting van uw koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.
De liefde van God tot Israël zou gezien worden in de zegeningen, welke zij zouden ondervinden, indien zij Zijn geboden onderhielden. Die zegeningen zouden bestaan in vermenigvuldiging van hun gezinnen en vermeerdering van hun inkomsten: “zij zouden nooit meer goederen hebben zonder erfgenamen, noch erfgenamen zonder goederen.”.
KruisverwijzingenPsalmen 127:3→Psalmen 115:15→Deuteronomium 28:11→Exodus 23:26→Deuteronomium 28:4→Psalmen 147:19→Leviticus 26:9→Deuteronomium 33:29→— Gezegend zult gij zijn boven alle volken; er zal onder u noch man noch vrouw onvruchtbaar zijn, ook niet onder uw beesten;
Gezegend zult gij zijn boven alle volken; er zal onder u noch man noch vrouw onvruchtbaar zijn, ook niet onder uw beesten. In dit vers wordt de belofte aan Adam en aan Noach gegeven, bevestigd in Israël, het uitverkoren volk van God, ten opzichte van hun verblijf in Kanaän.
KruisverwijzingenExodus 15:26→Deuteronomium 28:60→Deuteronomium 28:27→Exodus 9:11→Leviticus 26:3→Psalmen 105:36→— En de HEERE zal alle krankheid van u afweren, en Hij zal u geen van de kwade ziekten der Egyptenaren, die gij kent, opleggen, maar zal ze leggen op allen, die u haten.
En de HEERE zal alle ziekte van u afweren, waardoor andere landen om de afgoderij van hun bewoners getroffen worden, en Hij zal u, in het bijzonder, geen van de kwade ziekten van de Egyptenaren, die gij kent, die gij gedurende uw verblijf in hun midden bij ervaring hebt leren kennen (Exodus. 15:26 (Deuteronomium. 28:20 vv.) opleggen, maar zal ze leggen op allen, die u haten, zoals Hij reeds bij de uittocht uit Egypte deed in de verschillende plagen. 1)
Egypte is reeds op zichzelf ene verzamelplaats van hevige ziekten, als pest en pokken, oogontsteking, blindheid, enz. (hoofdstuk 28:27,35); bovendien echter nemen daar ook de gewone ziekten spoedig een gevaarlijke wending. “Het was een merkwaardig verschijnsel, dat het land, waarvan de bewoners tegenover Israël de wereld en het heidendom vertegenwoordigden, ook in grote mate de macht van ziekte en dood openbaren moest, als beeld van de ellende van de zonde, waaronder de wereld gebukt gaat. In een beschrijving van het land worden, met betrekking tot de gezondheidstoestand, vier tijden in het jaar onderscheiden. In het eerste, het vochtige tijdperk, vertonen zich de oogziekten, de hospitaalkoorts en de diarree, die vooral onder de kinderen een vreselijke verwoesting aanrichten, evenzo onreine ziekten, door de slechte verhouding van gal en slijm tevoorschijn geroepen. In het derde tijdperk, de tijd van de ziekten, hebben de ziekten een ongeregelde loop, en wonden worden ligt door koud vuur aangetast.”.
KruisverwijzingenRichteren 8:27→Exodus 23:33→Deuteronomium 13:8→Deuteronomium 25:12→Deuteronomium 19:21→Psalmen 106:36→Deuteronomium 7:2→Deuteronomium 19:13→— Gij zult dan al die volken verteren, die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal hen niet verschonen, en gij zult hun goden niet dienen; want dat zoude u een strik zijn.
Gij zult dan al die volken verteren, 1) vernietigen (Numeri. 14:9), die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal nu echter ook, zoals ik reeds in vs.2 zei, hen niet sparenen, en gij zult hun goden niet dienen, want dat sparen, waarvan afgoderij het gevolg zal zijn, zou u een strik zijn, die u in het verderf sleept, want op die wijze zou de toorn van de Heere, uw God, tegen u ontsteken.
Wel moet men letten op het plan van God, waarmee Hij de Israëlieten terdege op het hart drukt, om alles te vernietigen, wat zij daar zouden vinden. Want, behalve dat Hij hen nu eenmaal, zoals zij waardig zijn, aan het verderf heeft overgegeven, zo wil Hij ook, dat het land, waarover Zijn Naam is aangeroepen, van alle onreinheden zou worden gezuiverd. Indien nu van de oorspronkelijke bewoners werden overgelaten, zouden deze terstond beproeven, hun verderfelijke dingen weer op de voorgrond te plaatsen, en waar nu overigens de Israëlieten meer dan genoeg tot bijgelovigheid geneigd waren, daar zouden zij gemakkelijk ertoe overgehaald worden, om de afgodsbeelden eer te bewijzen. Dit is daarom de reden, waarom God hen verbiedt, enige menslievendheid of toegevendheid jegens hen te gebruiken, zoals uit het verband van de zin duidelijk blijkt, want dit wordt hen tegelijk op het hart gebonden, dat zij noch de volken mochten sparen, noch hun afgoden dienen. De reden, welke er wordt bijgevoegd: want dat zou u een strik zijn, moet tot de gehele verordening uitgestrekt worden, nl. dat het de joden tot verderf zou zijn, indien zij de volken zouden sparen, welke hen tot goddeloosheid zouden verleiden.
KruisverwijzingenNumeri 33:53→Numeri 13:32→Jesaja 47:8→Jeremia 13:22→Jesaja 14:13→Lukas 9:47→Deuteronomium 18:21→Deuteronomium 15:9→— Zo gij in uw hart zeidet: Deze volken zijn meerder dan ik; hoe zou ik hen uit de bezitting kunnen verdrijven?
Zo gij in uw hart zei, wanneer thans, terwijl ik in de naam des Heeren van u eis, om de Kanaänieten te verdelgen, in uw binnenste de gedachte oprees: deze volken zijn talrijker dan ik, hoe zou ik hen uit de bezitting kunnenverdrijven?
De Heere kent zijn Israël; weet van welk maaksel zij zijn, daarom bemoedigt Hij hen, opdat zij niet als hun vaderen zullen weigeren het land binnen te trekken. Hij wijst hen op de wondertekenen, die gebeurd zijn, en belooft hen, dat dezelfde sterke hand en dezelfde uitgestrekte arm met Zijn volk zal zijn. Het verleden haalt de Heere aan, opdat Israël voor de toekomst gerust zal zijn in en door het geloof in de mogendheden van de Heere.
KruisverwijzingenPsalmen 105:5→Deuteronomium 31:6→Deuteronomium 1:29→Psalmen 77:11→Psalmen 105:26→Richteren 6:13→Psalmen 78:11→Jesaja 63:11→— Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan Farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft;
Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft:
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:34→Jozua 3:10→Ezechiël 20:6→Deuteronomium 29:3→Nehemia 9:10→Jeremia 32:20→Deuteronomium 11:2→— De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en den uitgestrekten arm, door welken u de HEERE uw God, heeft uitgevoerd; alzo zal de HEERE, uw God, doen aan alle volken, voor welker aangezicht gij vreest.
a) De grote verzoekingen, waardoor Hij hem en Zijn volk op de proef stelde (hoofdstuk 4:34), die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en de uitgestrekte arm (hoofdstuk 6:22) waardoor u de HEERE, uw God, heeftuitgevoerd; alzo zal de HEERE, uw God, doen aan alle volken, voor wiens aangezicht gij vreest; hij zal hen door dezelfde tekenen en wonderen bestrijden.
Deuteronomium. 4:34; 29:3
KruisverwijzingenJozua 24:12→Exodus 23:28→— Daartoe zal de HEERE, uw God, ook horzelen onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven, en voor uw aangezicht verborgen zijn.
Daartoe zal de HEERE, uw God, nadat gij hen geslagen en op de vlucht gedreven hebt, ook a)horzels en andere vervolgers, waarmee Hij u op krachtige wijze ondersteunen zal (Exodus. 23:28), onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven en, in spelonken en kloven,voor uw aangezicht verborgen zijn.
Jozua. 24:12
KruisverwijzingenNehemia 9:32→Deuteronomium 10:17→Jozua 3:10→Nehemia 1:5→Nehemia 4:14→Numeri 14:14→Psalmen 46:11→2 Kronieken 32:8→— Ontzet u niet voor hunlieder aangezicht; want de HEERE, uw God, is in het midden van u, een groot en vreselijk God.
Ontzet u dus niet voor hun aangezicht; want de HEERE, uw God, is in het midden van u,
een groot en vreselijk God.
Hierin lag voor Israël de grootste bemoediging. De Heere God in het midden van hen, dan hadden zij niets te vrezen. Want hun God was meer dan alle schepselen samen.
KruisverwijzingenExodus 23:29→Jozua 15:63→— En de HEERE, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht allengskens uitwerpen; haastelijk zult gij hen niet mogen te niet doen, opdat het wild des velds niet tegen u vermenigvuldige.
En de HEERE, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht allengs uitwerpen: 1) haastig, allen tegelijk, zult gij hen wel niet mogen te niet doen, opdat het wild van het veld, leeuwen, beren en andere verscheurende dieren (Exodus. 23:29), niet tegen u vermenigvuldige, daarom zult ge u echter nooit door vrees laten weerhouden van hun uitroeiing.
Zij moesten niet twijfelmoedig worden door de langzame voortgang van hun wapens, noch zich verbeelden, dat de Kanaänieten nooit zouden worden ten onder gebracht, indien dit in het eerste jaar niet gebeurde. Merkt op: wij moeten niet denken, dat, omdat de verlossing van de Kerk en de verdelging van haar vijanden niet haastig gebeurt, deze zaak nooit geschieden zal. God zal te Zijner tijd en op Zijn wijze Zijn werk verrichten, en wij mogen verzekerd wezen, dat dit altijd het beste is.
KruisverwijzingenDeuteronomium 13:17→Leviticus 27:28→Jesaja 30:22→Ezechiël 14:7→Jozua 6:17→Jesaja 2:20→Hosea 14:8→Ezechiël 11:18→— Gij zult dan den gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zoudt worden, gelijk datzelve is; gij zult het ganselijk verfoeien, en te enenmaal een gruwel daarvan hebben, want het is een ban.
Gij zult dan de gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zou worden, zoals dat is; gij zult het geheel verfoeien en een gruwel daarvan hebben, want het is eenban. Dezelfde God, die zonder moeite zeven machtige volken door een klein volkje bedwingt, en voor wie het een geringe zaak zou zijn, alle afgodsbeelden van de wereld te vernietigen; Hij, die zoveel doet, wil toch dit ene niet zelf doen, maar aan Zijn volk overlaten, om namelijk de afgoden van Kanaän te vernietigen. Wat mensen opgericht hebben, om Hem te honen, moeten mensen vernietigen, om Hem te loven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Op het ogenblik dat de zonde vergeven is, houdt zij op mijn vriend te zijn en wordt zij mijn dodelijke vijand. Dan wordt de macht van de zonde ons hatelijk, en beginnen wij ertegen te strijden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 7
Deuteronomium 7:20.KruisverwijzingenJozua 24:12→Exodus 23:28→
— Daartoe zal de HEERE, uw God, ook horzelen onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven, en voor uw aangezicht verborgen zijn.
Kanaän was aan Abraham en aan zijn zaad gegeven door een verbond des zouts. Ons lichaam, onze ziel en onze geest zijn aan Christus Jezus gegeven om Zijn deel en Zijn erfenis te zijn. Toen onze Heere Jezus Christus stierf, stierf Hij niet alleen voor onze zielen maar ook voor onze lichamen; en Hij kocht geen recht op een deel van ons alleen, maar op de gehele persoon.
Wij moeten al onze vermogens en hartstochten onderwerpen aan de zilveren scepter van Jezus’ genadige regering, en wij mogen nooit tevreden zijn totdat Hij die door koop Koning is, ook door genadige kroning Koning wordt en in ons ten volle heerst.
Al had Israël recht op Kanaän, de Hevieten en Jebusieten en zeven machtige volken hadden het in bezit. Zo ook: al heeft Christus recht op ons, en zal Hij alleen in onze sterfelijke lichamen heersen, de zonde heeft nog een woonplaats in ons. Sommige christenen die maar weinig onderwezen zijn, menen dat de heiligmaking een ogenblikkelijk werk is. Zij denken dat zij, op het ogenblik dat zij in Jezus geloven, nooit meer door enige zonde lastig gevallen zullen worden — maar dan begint de strijd juist.
Op het ogenblik dat de zonde vergeven is, houdt zij op mijn vriend te zijn en wordt zij mijn dodelijke vijand. Dan wordt de macht van de zonde ons hatelijk, en beginnen wij ertegen te strijden. Ik zou geen stuiver geven voor iemands godsdienst als er geen innerlijke strijd in is. Ik moet elke dag strijden om maar een duimbreed dichter bij de hemel te komen, en ik gevoel dat ik tot het laatste ogenblik zal worstelen — dat ik aan de oever van de Jordaan nog een handgemeen met mijn verdorvenheden zal hebben.
Hoe heiliger wij worden, hoe meer wij tegen de zonde zullen moeten strijden. Hoe witter een kleed wordt, hoe gemakkelijker een vlek erop gezien wordt; en hoe meer wij Christus gelijkvormig worden, hoe meer wij zullen ontdekken hoe ongelijk aan Hem wij zijn. Wanneer ik mijzelf het onheiligst acht, ben ik het heiligst; en wanneer ik over mijn eigen zondigheid klaag, dan ben ik het meest waarschijnlijk aangenaam voor God. Wij zullen onze zonden stuk voor stuk moeten uitdrijven; zij worden niet allemaal in ééns uitgeworpen. Het zal een levenswerk zijn, en wij zullen ons wapenrusting nooit hoeven af te leggen en ons zwaard nooit hoeven op te bergen voordat wij ons neerleggen op het bed van de krijgsman en rusten in het graf.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-26.KruisverwijzingenDeuteronomium 14:2→Exodus 19:5→2 Timotheüs 2:13→Hebreeën 10:23→Titus 2:14→Jeremia 31:3→1 Korinthe 1:9→Daniël 9:4→
— Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; en Hij vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, die meerder en machtiger zijn dan gij; En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht, dat gij ze slaat; zo zult gij hen ganselijk verbannen; gij zult geen verbond met hen maken, noch hun genadig zijn. Gij zult u ook met hen niet vermaagschappen; gij zult uw dochters niet geven aan hun zonen, en hun dochters niet nemen voor uw zonen. Want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen; en de toorn des HEEREN zou tegen ulieden ontsteken, en u haast verdelgen. Maar alzo zult gij hun doen: hun altaren zult gij afwerpen, en hun opgerichte beelden verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen, en hun gesnedene beelden met vuur verbranden. Want gij zijt een heilig volk den HEERE, uw God; u heeft de HEERE, uw God, verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op den aardbodem zijn. De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. Maar omdat de HEERE ulieden liefhad, en opdat Hij hield den eed, dien Hij uw vaderen gezworen had, heeft u de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van Farao, koning van Egypte. Gij zult dan weten, dat de HEERE, uw God, die God is, die getrouwe God, welke het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben, en Zijn geboden houden tot in duizend geslachten. En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht, om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet vertrekken, in zijn aangezicht zal Hij het hem vergelden.
Een ander gevaar, waardoor Israël in het land Kanaän bedreigd zal worden, is gelegen in valse verdraagzaamheid, of het toegefelijk dulden van de Kanaänitische afgoderij. Terwijl Mozes vermaant, om zonder sparen de Kanaänieten te verbannen, en hun altaren met de afgodsbeelden te vernietigen, belooft hij aan Israël tegelijkertijd de zekere hulp van God, opdat de talrijke volksstammen niet vreest, tegen welke het strijden moet.
Wanneer u de HEERE, uw God, zal gebracht hebben in het land, waar gij naar toegaat, om dat te erven; en Hij a) vele volken voor uw aangezicht zal hebben uitgeworpen, de Hethieten, en de Girgasieten, en de Amorieten, en de Kanaänieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten, zeven volken, 1)die, indien ook niet elk afzonderlijk, dan toch allen tezamen meerder en machtiger zijn dan gij. 2)
Deuteronomium. 31:3
Over deze volken, zie De 1.8 en Genesis 15:19 vv.; waar het te doen is om volstrekte volledigheid, vinden wij 10 namen, doordat de Kenieten, Kenisieten en Kadmonieten erbij gevoegd worden, en in plaats van de Hevieten de reuzen vermeld zijn. Hier echter (Jozua 3:10) ziet Mozes op het gewichtig getal zeven. Op andere plaatsen worden nu eens zes (Exodus. 3:8,17; 23:23 (Deuteronomium. 20:17) dan weer vijf (Ex.13:5) genoemd, of allen worden verenigd onder de gemeenschappelijke naam: de Amorieten (Genesis 15:16) of de Kanaänieten (Genesis 12:6; 13:7); de een van deze stammen was het machtigst, de andere, die gedeeltelijk in de laagte bij de zee, gedeeltelijk in het oosten aan de zijde van de Jordaan woonde Jozua 11:3), omringde enigermate de andere stammen, en stond het meest in betrekking met het buitenland.
De Heere doet hiermee Israël voelen, dat Kanaän en het bezit daarvan als vrije gift van God het volk zou te beurt vallen. Dat Israël het alleen zou kunnen veroveren in de kracht en mogendheden van de Heere.
En de HEERE, uw God, hen zal gegeven hebben voor uw aangezicht a) in uw macht, dat gij ze slaat, zo zult gij hen geheel verbannen; 1) gij zult geen verbond met hen maken (Ex.23:32; 34:12 Jozua. 9), noch hun genadig zijn, 2) hun het leven niet schenken, naar onze spreekwijze: geen kwartier geven.
Numeri. 33:52 Jozua. 11:11
Eigenlijk, zo zult gij hen zeker verbannen. Over deze uitdrukking, zie Leviticus. 27:29. Wie menen, dat dit bevel onmenselijk was, matigen zich al te zeer een recht aan op Hem, die de Rechter van allen is. Want wel is het een fraai klinkende tegenwerping, dat het volk van God op ongerijmde wijze tot woestheid werd aangezet, om, terwijl men op verschrikkelijke wijze alles vernielde, noch sekse, noch leeftijd te sparen. Maar allereerst moet men er wel opletten, dat, terwijl God het land voor Zijn volk had bestemd, het naar Zijn wil is geweest, dat de oorspronkelijke bewoners geheel en al werden vernietigd, opdat de bezitting voor Zijn volk leeg zou komen. Vervolgens moet men nog verder gaan en zeggen, dat Hij heeft gewild, dat, ten opzichte van die volken, de rechtvaardige bewijzen van Zijn straf in het oog zouden vallen. Vierhonderd jaar tevoren zou Hij toch naar verdienste hun zeer vele misdaden kunnen gewroken hebben. Zijn oordeel echter heeft Hij opgeschort en hen geduldig gedragen, indien zij zich soms mochten bekeren. Dit vonnis tekent toch: De ongerechtigheden van de Amorieten waren nog niet volkomen (Genesis 15:16). Nadat God voor vier eeuwen hen aldus heeft getekend, en deze zachtmoedigheid, hun stoutmoedigheid, of hun woede nog heeft vermeerderd, zodat zij niet hebben afgelaten Zijn toorn te tergen, was het zeker geen wreedheid, dat het uitstel door de zwaarte van de straf gedekt werd. Maar hier blijkt de verschrikkelijke en ontzettende verkeerdheid van het menselijk verstand. Indien Hij niet terstond toornt, verontwaardigen wij ons daarover; indien Hij de straffen uitstelt, beschuldigt onze drift Hem van nalatigheid en traagheid. Waar Hij echter als wreker van de misdaden tevoorschijn treedt, daar noemen wij Hem, of wreed, of hebben tenminste op Zijn gestrengheid iets af te dingen. Maar altijd spreekt Zijn rechtvaardigheid Hem vrij, terwijl onze valse beschuldigingen en onze hatelijke verkleiningen op ons eigen hoofd terugkeren.
Sommige uitleggers zijn van oordeel, dat hier de bedoeling is, niet dat geen enkele van die volken mocht blijven leven, maar dat zij als volken moesten worden uitgeroeid, d.w.z. dat hun staat en burgerlijke regering moest worden vernietigd. Voor deze mening wordt bijgebracht, dat verscheidene leden van de in vs.1 genoemde volken in het leven zijn gelaten, zoals Uria de Hethiet e.a. Men wil dan, dat, wie zich aan Israël onderwierp, in het leven werd gelaten, terwijl wie zich verzette, werd gedood.
Wij moeten alleen de Heere volstrekt liefhebben en anderen in Hem en om Zijnent wil. Dat is zover als het bestaat met Zijn welbehagen, daarom, wanneer Hij gebiedt te doden, dan mogen wij wel vrij doden. En dit mogen wij doen in opzicht van straf, die God verordend heeft, niet met haat, maar ook in liefde, vergevende het ongelijk, dat ons betreft, en biddende om genade en barmhartigheid voor de Persoon, indien hij God toebehoort.
Want zij, de heidense vrouwen en haar bloedverwanten, zouden uw zonen van Mij 1) doen afwijken, dat zij andere goden zouden dienen (Ex.34:16), en de toorn van de HEERE zou tegen u ontsteken, en u haastverdelgen (hoofdstuk 4:26; 6:15).
Van Mij, omdat Mozes hier spreekt in de naam des Heeren, of, omdat God sprak door de mond van Mozes.
De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken, want gij was het kleinste van alle volken. 1)
Dit ziet op de afstamming van Israël uit Abraham, de eenling. De Heere verzekert hier, dat niet de menigte volk Hem heeft aangedreven, om het te verlossen uit Egypte, maar Zijn vrije en ongehoorde liefde, Zijn eed, welke Hij aan de aartsvaderen gezworen had. Israël moest het weten, en bij herhaling weten, dat het door vrije gunst en vrije ontferming was, wat het was.
Maar uit vrije, onverdiende genade heeft Hij u aangenomen, omdat de HEERE u a) liefhad, en opdat Hij hield de eed, die Hij uw vaderen gezworen had, daarom heeftu de HEERE met een sterke hand uitgevoerd, en heeft u verlost uit het diensthuis, uit de hand van farao, koning van Egypte, door welke verlossing gij juist zijn eigendom zijt geworden.
Deuteronomium. 10:15
Gij zult dan weten uit hetgeen met u en met de Egyptenaren gebeurd is; gij zult daaruit erkennen, dat de HEERE, uw God, die God is, de samenvatting van al het Goddelijke, de God van de goden, de Heer van de heren (hoofdstuk 4:35; 10:17), en zoals de enig ware, zo ook de waarachtige, die getrouwe God, welke het Verbond en de weldadigheid houdt aan wie, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden, tot in duizendgeslachten.
Exodus. 20:5 Deuteronomium. 5:9
En Hij vergeldt een ieder van hen, die Hem haten, in zijn aangezicht om hem te verderven; Hij zal het Zijn hater niet a) vertrekken, 1) niet uitstellen ofschoon het menigmaal schijnt, alsof Hij het straffen vergeet (Psalm. 50:21 vv.), in zijn aangezicht2) zal Hij het hem vergelden (Exodus. 23:5 vv.; 34:6 vv.).
Nehemiah. 1:2
Vertrekken is een verouderd woord en betekent: uitstellen, verschuiven. In het Latijn: differre. De betekenis is, dat Hij Zijn haters de straffen niet zal uitstellen.
In zijn aangezicht wil hier zeggen, zodat hij het ziet en zelf aanschouwt, dat de Heere de haters van Zijn wet straft.
Houdt 1)dan de geboden, en de instellingen en de rechten, die ik u heden gebied, om die te doen.
Deze kracht van de genade en heiligheid van de trouwe Verbondsgod maant sterk aan tot het onderhouden van de Goddelijke geboden.
Zo zal het geschieden, omdat gij deze rechten, deze rechtsvorderingen, zult horen, en houden, en deze doen, dat de HEERE, uw God, u het Verbond en de weldadigheid zal houden, die Hij uw vaderen gezworen heeft.
En Hij zal u liefhebben, 1) en overeenkomstig Zijn belofte (Ex.23:25 vv. (Leviticus. 26:3 vv.) zal u zegenen, en u doen vermenigvuldigen; en Hij zal zegenen de vrucht van uw buik, en de vrucht van uw land, uw koren, en uw most, en uw olie, de voortzetting van uw koeien, en de kudden van uw klein vee, in het land, dat Hij aan uw vaderen gezworen heeft u te geven.
De liefde van God tot Israël zou gezien worden in de zegeningen, welke zij zouden ondervinden, indien zij Zijn geboden onderhielden. Die zegeningen zouden bestaan in vermenigvuldiging van hun gezinnen en vermeerdering van hun inkomsten: “zij zouden nooit meer goederen hebben zonder erfgenamen, noch erfgenamen zonder goederen.”.
Gezegend zult gij zijn boven alle volken; er zal onder u noch man noch vrouw onvruchtbaar zijn, ook niet onder uw beesten. In dit vers wordt de belofte aan Adam en aan Noach gegeven, bevestigd in Israël, het uitverkoren volk van God, ten opzichte van hun verblijf in Kanaän.
En de HEERE zal alle ziekte van u afweren, waardoor andere landen om de afgoderij van hun bewoners getroffen worden, en Hij zal u, in het bijzonder, geen van de kwade ziekten van de Egyptenaren, die gij kent, die gij gedurende uw verblijf in hun midden bij ervaring hebt leren kennen (Exodus. 15:26 (Deuteronomium. 28:20 vv.) opleggen, maar zal ze leggen op allen, die u haten, zoals Hij reeds bij de uittocht uit Egypte deed in de verschillende plagen. 1)
Egypte is reeds op zichzelf ene verzamelplaats van hevige ziekten, als pest en pokken, oogontsteking, blindheid, enz. (hoofdstuk 28:27,35); bovendien echter nemen daar ook de gewone ziekten spoedig een gevaarlijke wending. “Het was een merkwaardig verschijnsel, dat het land, waarvan de bewoners tegenover Israël de wereld en het heidendom vertegenwoordigden, ook in grote mate de macht van ziekte en dood openbaren moest, als beeld van de ellende van de zonde, waaronder de wereld gebukt gaat. In een beschrijving van het land worden, met betrekking tot de gezondheidstoestand, vier tijden in het jaar onderscheiden. In het eerste, het vochtige tijdperk, vertonen zich de oogziekten, de hospitaalkoorts en de diarree, die vooral onder de kinderen een vreselijke verwoesting aanrichten, evenzo onreine ziekten, door de slechte verhouding van gal en slijm tevoorschijn geroepen. In het derde tijdperk, de tijd van de ziekten, hebben de ziekten een ongeregelde loop, en wonden worden ligt door koud vuur aangetast.”.
Gij zult dan al die volken verteren, 1) vernietigen (Numeri. 14:9), die de HEERE, uw God, u geven zal; uw oog zal nu echter ook, zoals ik reeds in vs.2 zei, hen niet sparenen, en gij zult hun goden niet dienen, want dat sparen, waarvan afgoderij het gevolg zal zijn, zou u een strik zijn, die u in het verderf sleept, want op die wijze zou de toorn van de Heere, uw God, tegen u ontsteken.
Wel moet men letten op het plan van God, waarmee Hij de Israëlieten terdege op het hart drukt, om alles te vernietigen, wat zij daar zouden vinden. Want, behalve dat Hij hen nu eenmaal, zoals zij waardig zijn, aan het verderf heeft overgegeven, zo wil Hij ook, dat het land, waarover Zijn Naam is aangeroepen, van alle onreinheden zou worden gezuiverd. Indien nu van de oorspronkelijke bewoners werden overgelaten, zouden deze terstond beproeven, hun verderfelijke dingen weer op de voorgrond te plaatsen, en waar nu overigens de Israëlieten meer dan genoeg tot bijgelovigheid geneigd waren, daar zouden zij gemakkelijk ertoe overgehaald worden, om de afgodsbeelden eer te bewijzen. Dit is daarom de reden, waarom God hen verbiedt, enige menslievendheid of toegevendheid jegens hen te gebruiken, zoals uit het verband van de zin duidelijk blijkt, want dit wordt hen tegelijk op het hart gebonden, dat zij noch de volken mochten sparen, noch hun afgoden dienen. De reden, welke er wordt bijgevoegd: want dat zou u een strik zijn, moet tot de gehele verordening uitgestrekt worden, nl. dat het de joden tot verderf zou zijn, indien zij de volken zouden sparen, welke hen tot goddeloosheid zouden verleiden.
Zo gij in uw hart zei, wanneer thans, terwijl ik in de naam des Heeren van u eis, om de Kanaänieten te verdelgen, in uw binnenste de gedachte oprees: deze volken zijn talrijker dan ik, hoe zou ik hen uit de bezitting kunnenverdrijven?
De Heere kent zijn Israël; weet van welk maaksel zij zijn, daarom bemoedigt Hij hen, opdat zij niet als hun vaderen zullen weigeren het land binnen te trekken. Hij wijst hen op de wondertekenen, die gebeurd zijn, en belooft hen, dat dezelfde sterke hand en dezelfde uitgestrekte arm met Zijn volk zal zijn. Het verleden haalt de Heere aan, opdat Israël voor de toekomst gerust zal zijn in en door het geloof in de mogendheden van de Heere.
Vreest niet voor hen; gedenkt steeds, wat de HEERE, uw God, aan farao en aan alle Egyptenaren gedaan heeft:
a) De grote verzoekingen, waardoor Hij hem en Zijn volk op de proef stelde (hoofdstuk 4:34), die uw ogen gezien hebben, en de tekenen, en de wonderen, en de sterke hand, en de uitgestrekte arm (hoofdstuk 6:22) waardoor u de HEERE, uw God, heeftuitgevoerd; alzo zal de HEERE, uw God, doen aan alle volken, voor wiens aangezicht gij vreest; hij zal hen door dezelfde tekenen en wonderen bestrijden.
Deuteronomium. 4:34; 29:3
Daartoe zal de HEERE, uw God, nadat gij hen geslagen en op de vlucht gedreven hebt, ook a)horzels en andere vervolgers, waarmee Hij u op krachtige wijze ondersteunen zal (Exodus. 23:28), onder hen zenden; totdat zij omkomen, die overgebleven en, in spelonken en kloven,voor uw aangezicht verborgen zijn.
Jozua. 24:12
Ontzet u dus niet voor hun aangezicht; want de HEERE, uw God, is in het midden van u,
een groot en vreselijk God.
Hierin lag voor Israël de grootste bemoediging. De Heere God in het midden van hen, dan hadden zij niets te vrezen. Want hun God was meer dan alle schepselen samen.
En de HEERE, uw God, zal deze volken voor uw aangezicht allengs uitwerpen: 1) haastig, allen tegelijk, zult gij hen wel niet mogen te niet doen, opdat het wild van het veld, leeuwen, beren en andere verscheurende dieren (Exodus. 23:29), niet tegen u vermenigvuldige, daarom zult ge u echter nooit door vrees laten weerhouden van hun uitroeiing.
Zij moesten niet twijfelmoedig worden door de langzame voortgang van hun wapens, noch zich verbeelden, dat de Kanaänieten nooit zouden worden ten onder gebracht, indien dit in het eerste jaar niet gebeurde. Merkt op: wij moeten niet denken, dat, omdat de verlossing van de Kerk en de verdelging van haar vijanden niet haastig gebeurt, deze zaak nooit geschieden zal. God zal te Zijner tijd en op Zijn wijze Zijn werk verrichten, en wij mogen verzekerd wezen, dat dit altijd het beste is.
Gij zult dan de gruwel in uw huis niet brengen, dat gij een ban zou worden, zoals dat is; gij zult het geheel verfoeien en een gruwel daarvan hebben, want het is eenban. Dezelfde God, die zonder moeite zeven machtige volken door een klein volkje bedwingt, en voor wie het een geringe zaak zou zijn, alle afgodsbeelden van de wereld te vernietigen; Hij, die zoveel doet, wil toch dit ene niet zelf doen, maar aan Zijn volk overlaten, om namelijk de afgoden van Kanaän te vernietigen. Wat mensen opgericht hebben, om Hem te honen, moeten mensen vernietigen, om Hem te loven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel