Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1DitH2063 zijn dan de geboden, de inzettingenH2706 en de rechtenH4941, dieH834 de HEEREH3068, uw GodH430, geboden heeft om u te lerenH3925; opdat gij ze doetH6213 in het landH776, naar hetwelkH834gijH859heentrektH5674, om dat erfelijkH3423 te bezitten;Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;
Ook in dit vers
gebodenH4687
gebodenH6680
KJVNow these are the commandments,2the statutes,3and the judgments,4which the LORD7your God8commanded6to teach9you, that ye might do11them in the land12whither ye go15to possess
1וְזֹ֣אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus2הַמִּצְוָ֗הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept3הַֽחֻקִּים֙H2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task4וְהַמִּשְׁפָּטִ֔יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6צִוָּ֛הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵיכֶ֖םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9לְלַמֵּ֣דH3925leren, geleerd, leert(un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing)10אֶתְכֶ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12בָּאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אַתֶּ֛םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15עֹבְרִ֥יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath16שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17לְרִשְׁתָּֽהּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly
2Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Opdat gij den HEEREH3068, uw GodH430, vrezetH3372, omH4616 te houdenH8104alH3605 Zijn inzettingenH2708, en Zijn gebodenH4687, dieH834ikH595 u gebiedeH6680; gijH859, en uw kindH1121, en kindskindH1121, alH3605 de dagenH3117 uws levensH2416; en opdatH4616 uw dagenH3117verlengdH748 worden.Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.
KJVThat thou mightest fear2the LORD4thy God,5to keep6all his statutes9and his commandments,10which I command13thee, thou, and thy son,15and thy son's16son,17all the days19of thy life;20and that thy days23may be prolonged.
1לְמַ֨עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2תִּירָ֜אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6לִ֠שְׁמֹרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9חֻקֹּתָ֣יוH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute10וּמִצְוֺתָיו֮H4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אָנֹכִ֣יH595ik, mijI, me, [idiom] which13מְצַוֶּךָ֒H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15וּבִנְךָ֣H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16וּבֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17בִּנְךָ֔H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger20חַיֶּ֑יךָH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop21וּלְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to22יַאֲרִכֻ֥ןH748verlengen, verlengt, verlengddefer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long)23יָמֶֽיךָH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
3Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3HoorH8085 dan, IsraelH3478! en neemH8104 waar, dat gij ze doetH6213, opdat het u welgaH3190, en opdat gij zeerH3966vermenigvuldigdetH7235 (gelijk als u de HEEREH3068, uwer vaderenH1GodH430, gesprokenH1696 heeft) in het landH776, dat van melkH2461 en honigH1706 is vloeiendeH2100.Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende.
KJVHear1therefore, O Israel,2and observe3to do4it; that it may be well6with thee, and that ye may increase9mightily,10as the LORD13God14of thy fathers15hath promised12thee, in the land17that floweth18with milk19and honey.
1וְשָׁמַעְתָּ֤H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3וְשָׁמַרְתָּ֣H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)4לַעֲשׂ֔וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יִיטַ֣בH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)7לְךָ֔8וַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9תִּרְבּ֖וּןH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very10מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well11כַּאֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12דִּבֶּ֨רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵ֤יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15אֲבֹתֶ֨יךָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16לָ֔ךְ17אֶ֛רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18זָבַ֥תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run19חָלָ֖בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking20וּדְבָֽשׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)
4Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4HoorH8085, IsraelH3478! de HEEREH3068, onze GodH430, is een enigH259HEEREH3068!Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!
KJVHear,1O Israel:2The LORD3our God4is one6LORD:
1שְׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
5Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Zo zult gij den HEEREH3068, uw GodH430, liefhebbenH157, met uw ganseH3605hartH3824, en met uw ganseH3605zielH5315, en met alH3605 uw vermogenH3966.Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
KJVAnd thou shalt love1the LORD3thy God4with all thine heart,6and with all thy soul,8and with all thy might.
1וְאָ֣הַבְתָּ֔H157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6לְבָבְךָ֥H3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding7וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8נַפְשְׁךָ֖H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10מְאֹדֶֽךָH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
6En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En dezeH428woordenH1697, die ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680, zullen in uw hartH3824zijnH1961.En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.
KJVAnd these words,2which I command6thee this day,7shall be in thine heart:
1וְהָי֞וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַדְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3הָאֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5אָנֹכִ֧יH595ik, mijI, me, [idiom] which6מְצַוְּךָ֛H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order7הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9לְבָבֶֽךָH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
7En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En gij zult ze uw kinderenH1121inscherpenH8150, en daarvan sprekenH1696, als gij in uw huisH1004zitH3427, en als gij op den wegH1870gaatH3212, en als gij nederligtH7901, en als gij opstaatH6965.En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.
KJVAnd thou shalt teach them diligently1unto thy children,2and shalt talk3of them when thou sittest5in thine house,6and when thou walkest7by the way,8and when thou liest down,9and when thou risest up.
1וְשִׁנַּנְתָּ֣םH8150scherp, scherpen, Scherpeprick, sharp(-en), teach diligently, whet2לְבָנֶ֔יךָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3וְדִבַּרְתָּ֖H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4בָּ֑ם5בְּשִׁבְתְּךָ֤H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6בְּבֵיתֶ֨ךָ֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7וּבְלֶכְתְּךָ֣H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8בַדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9וּֽבְשָׁכְבְּךָ֖H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay10וּבְקוּמֶֽךָH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)
8Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Ook zult gij ze tot een tekenH226bindenH7194opH5921 uw handH3027, en zijH1961 zullen u tot voorhoofdspanselenH2903 zijn tussenH996 uw ogenH5869.Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.
KJVAnd thou shalt bind1them for a sign2upon thine hand,4and they shall be as frontlets6between thine eyes.
1וּקְשַׁרְתָּ֥םH7194verbintenis, binden, maaktenbind (up), (make a) conspire(-acy, -ator), join together, knit, stronger, work (treason)2לְא֖וֹתH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4יָדֶ֑ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5וְהָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לְטֹטָפֹ֖תH2903voorhoofdspanselenfrontlet7בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within8עֵינֶֽיךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
9En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En gij zult ze op de postenH4201 van uw huisH1004, en aanH5921 uw poortenH8179schrijvenH3789.En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
KJVAnd thou shalt write1them upon the posts3of thy house,4and on thy gates.
1וּכְתַבְתָּ֛םH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3מְזוּזֹ֥תH4201posten, post, zijposten(door, side) post4בֵּיתֶ֖ךָH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5וּבִשְׁעָרֶֽיךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)
10Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10AlsH3588 het dan zal geschied zijn, dat de HEEREH3068, uw GodH430, u zal hebben ingebrachtH935 in dat landH776, dat Hij uw vaderenH1, AbrahamH85, IzakH3327 en JakobH3290, gezworenH7650 heeft, u te zullen gevenH5414; groteH1419 en goedeH2896stedenH5892, dieH834 gij nietH3808gebouwdH1129 hebt,Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt,
KJVAnd it shall be, when the LORD4thy God5shall have brought3thee into the land7which he sware9unto thy fathers,10to Abraham,11to Isaac,12and to Jacob,13to give14thee great17and goodly18cities,16which thou buildedst
1וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3יְבִיאֲךָ֣H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נִשְׁבַּ֧עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear10לַאֲבֹתֶ֛יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11לְאַבְרָהָ֛םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham12לְיִצְחָ֥קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)13וּֽלְיַעֲקֹ֖בH3290Jakob, JakobsJacob14לָ֣תֶתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לָ֑ךְ16עָרִ֛יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17גְּדֹלֹ֥תH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very18וְטֹבֹ֖תH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21בָנִֽיתָH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
11En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En huizenH1004, volH4392 van alleH3605goedsH2898, dieH834 gij nietH3808gevuldH4390 hebt, en uitgehouwenH2672bornputtenH953, dieH834 gij nietH3808uitgehouwenH2672 hebt, wijngaardenH3754 en olijfgaardenH2132, dieH834 gij nietH3808geplantH5193 hebt, en gij gegetenH398 hebt en verzadigdH7646 zijt;En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;
KJVAnd houses1full2of all good4things, which thou filledst7not, and wells8digged,9which thou diggedst12not, vineyards13and olive trees,14which thou plantedst17not; when thou shalt have eaten18and be full;
1וּבָ֨תִּ֜יםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)2מְלֵאִ֣יםH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4טוּב֮H2898goed, goede, goedheidfair, gladness, good(-ness, thing, -s), joy, go well with5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7מִלֵּאתָ֒H4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly8וּבֹרֹ֤תH953kuil, bornput, kuilscistern, dungeon, fountain, pit, well9חֲצוּבִים֙H2672uitgehouwen, houwers, gehouwencut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12חָצַ֔בְתָּH2672uitgehouwen, houwers, gehouwencut, dig, divide, grave, hew (out, -er), made, mason13כְּרָמִ֥יםH3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)14וְזֵיתִ֖יםH2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נָטָ֑עְתָּH5193planten, geplant, plantfastened, plant(-er)18וְאָכַלְתָּ֖H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite19וְשָׂבָֽעְתָּH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of
12Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zo wachtH8104 u, dat gij den HEEREH3068 niet vergeetH7911, DieH834 u uit EgyptelandH776, uit het diensthuisH1004 heeft uitgevoerdH3318.Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.
KJVThen beware1lest thou forget4the LORD,6which brought thee forth8out of the land9of Egypt,10from the house11of bondage.
1הִשָּׁ֣מֶרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2לְךָ֔3פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not4תִּשְׁכַּ֖חH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הוֹצִֽיאֲךָ֛H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim11מִבֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12עֲבָדִֽיםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
13Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Gij zult den HEEREH3068, uw GodH430, vrezenH3372, en Hem dienenH5647; en gij zult bij Zijn NaamH8034zwerenH7650.Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren.
KJVThou shalt fear4the LORD2thy God,3and serve6him, and shalt swear8by his name.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֛יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4תִּירָ֖אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)5וְאֹת֣וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6תַעֲבֹ֑דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,7וּבִשְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8תִּשָּׁבֵֽעַH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear
14Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Gij zult andere godenH430nietH3808navolgenH310, van de godenH430 der volkenH5971, dieH834rondomH5439 u zijn.Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn.
KJVYe shall not go2after3other5gods,4of the gods6of the people7which are round about
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תֵֽלְכ֔וּןH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak3אַחֲרֵ֖יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אֲחֵרִ֑יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange6מֵאֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7הָֽעַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9סְבִיבוֹתֵיכֶֽםH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
15Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Want de HEEREH3068, uw God is een ijverigH7067 God in het middenH7130 van u; dat de toornH639 des HEERENH3068, uws GodsH430, tegenH5921 u niet ontstekeH2734, en Hij u van den aardbodemH6440verdelgeH8045.Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV(For the LORD4thy God5is a jealous3God2among6you) lest the anger9of the LORD10thy God11be kindled8against thee, and destroy13thee from off the face15of the earth.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֵ֥לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'3קַנָּ֛אH7067ijverig, Ijveraarjealous. Compare H7072 (קַנּוֹא)4יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6בְּקִרְבֶּ֑ךָH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self7פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not8יֶ֠חֱרֶהH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)9אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath10יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12בָּ֔ךְ13וְהִשְׁמִ֣ידְךָ֔H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly14מֵעַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16הָאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
16Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Gij zult den HEEREH3068, uw GodH430, nietH3808verzoekenH5254, gelijk als gij Hem verzochtH5254 hebt te MassaH4532.Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa.
KJVYe shall not tempt2the LORD4your God,5as ye tempted7him in Massah.
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תְנַסּ֔וּH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵיכֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נִסִּיתֶ֖םH5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try8בַּמַּסָּֽהH4532MassaMassah
17Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Gij zult de geboden des HEERENH3068, uws GodsH430, vlijtigH8104houdenH8104, mitsgaders Zijn getuigenissenH5713, en Zijn inzettingenH2706, dieH834 Hij u geboden heeft.Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
Ook in dit vers
gebodenH4687
gebodenH6680
KJVYe shall diligently1keep2the commandments4of the LORD5your God,6and his testimonies,7and his statutes,8which he hath commanded
1שָׁמ֣וֹרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2תִּשְׁמְר֔וּןH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מִצְוֺ֖תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept5יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֵיכֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7וְעֵדֹתָ֥יוH5713getuigenissen, getuigenis, getuigetestimony, witness. Compare H5712 (עֵדָה)8וְחֻקָּ֖יוH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוָּֽךְH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
18En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En gij zult doenH6213, wat rechtH3477 en goedH2896 is in de ogenH5869 des HEERENH3068; opdatH4616 het u welgaH3190, en dat gij inkomtH935, en erftH3423 het goedeH2896landH776, datH834 de HEEREH3068 uw vaderenH1gezworenH7650 heeft;En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft;
KJVAnd thou shalt do1that which is right2and good3in the sight4of the LORD:5that it may be well7with thee, and that thou mayest go in9and possess10the good13land12which the LORD16sware15unto thy fathers,
1וְעָשִׂ֛יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַיָּשָׁ֥רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)3וְהַטּ֖וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)4בְּעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to7יִ֣יטַבH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)8לָ֔ךְ9וּבָ֗אתָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10וְיָֽרַשְׁתָּ֙H3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13הַטֹּבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)14אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15נִשְׁבַּ֥עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear16יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17לַאֲבֹתֶֽיךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
19Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Om alH3605 uw vijandenH341 voor uw aangezichtH6440 te verdrijvenH1920, gelijk als de HEEREH3068gesprokenH1696 heeft.Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft.
KJVTo cast out1all thine enemies4from before5thee, as the LORD8hath spoken.
1לַהֲדֹ֥ףH1920gestoten, stoten, afstotencast away (out), drive, expel, thrust (away)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֹיְבֶ֖יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe5מִפָּנֶ֑יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
20Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de HEERE, onze God, ulieden geboden heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Wanneer uw zoonH1121 u morgenH4279 zal vragenH7592, zeggendeH559: Wat zijn dat voor getuigenissenH5713, en inzettingenH2706, en rechtenH4941, dieH834 de HEEREH3068, onze GodH430, ulieden gebodenH6680 heeft?Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de HEERE, onze God, ulieden geboden heeft?
KJVAnd when thy son3asketh2thee in time to come,4saying,5What mean the testimonies,7and the statutes,8and the judgments,9which the LORD12our God13hath commanded
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִשְׁאָלְךָ֥H7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish3בִנְךָ֛H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מָחָ֖רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6מָ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7הָעֵדֹ֗תH5713getuigenissen, getuigenis, getuigetestimony, witness. Compare H5712 (עֵדָה)8וְהַֽחֻקִּים֙H2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task9וְהַמִּשְׁפָּטִ֔יםH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11צִוָּ֛הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14אֶתְכֶֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
21Zo zult gij tot uw zoon zeggen: Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo zult gij tot uw zoonH1121zeggenH559: Wij warenH1961dienstknechtenH5650 van FaraoH6547 in EgypteH4714; maar de HEEREH3068 heeft ons door een sterkeH2389handH3027 uit EgypteH4714uitgevoerdH3318.Zo zult gij tot uw zoon zeggen: Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd.
KJVThen thou shalt say1unto thy son,2We were Pharaoh's5bondmen3in Egypt;6and the LORD8brought us out7of Egypt9with a mighty11hand:
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לְבִנְךָ֔H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3עֲבָדִ֛יםH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4הָיִ֥ינוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לְפַרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh6בְּמִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7וַיּוֹצִיאֵ֧נוּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9מִמִּצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10בְּיָ֥דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11חֲזָקָֽהH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)
22En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En de HEEREH3068gafH5414tekenenH226, en groteH1419 en kwadeH7451wonderenH4159, in EgypteH4714, aan FaraoH6547 en aan zijn ganseH3605huisH1004, voor onze ogenH5869;En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;
KJVAnd the LORD2shewed1signs3and wonders,4great5and sore,6upon Egypt,7upon Pharaoh,8and upon all his household,10before our eyes:
23En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onzen vaderen gezworen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En hij voerdeH3318 ons van daarH8033 uit, opdatH4616 Hij ons inbrachtH935, om ons het landH776 te gevenH5414, datH834 Hij onzen vaderenH1gezworenH7650 had.En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onzen vaderen gezworen had.
KJVAnd he brought us out2from thence, that he might bring us in,5to give7us the land10which he sware12unto our fathers.
1וְאוֹתָ֖נוּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הוֹצִ֣יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3מִשָּׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither4לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to5הָבִ֣יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֹתָ֔נוּH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לָ֤תֶתH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לָ֨נוּ֙9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12נִשְׁבַּ֖עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear13לַאֲבֹתֵֽינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
24En de HEERE gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen den HEERE, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En de HEEREH3068geboodH6680 ons te doenH6213alH3605 deze inzettingenH2706, om te vrezenH3372 den HEEREH3068, onzen GodH430, ons voor altoosH3117 ten goedeH2896, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dageH3117 is.En de HEERE gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen den HEERE, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is.
Ook in dit vers
leven behoudenH2421
KJVAnd the LORD2commanded1us to do3all these statutes,6to fear8the LORD10our God,11for our good12always,15that he might preserve us alive,16as it is at this day.
1וַיְצַוֵּ֣נוּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לַעֲשׂוֹת֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַחֻקִּ֣יםH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task7הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8לְיִרְאָ֖הH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֑ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12לְט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)13לָ֨נוּ֙14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַיָּמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16לְחַיֹּתֵ֖נוּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole17כְּהַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
25En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En het zal ons gerechtigheidH6666zijnH1961, alsH3588 wij zullen waarnemenH8104 te doenH6213alH3605dezeH2063 geboden, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, onzes GodsH430, gelijk Hij ons geboden heeft.En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.
Ook in dit vers
gebodenH4687
gebodenH6680
KJVAnd it shall be our righteousness,1if we observe5to do6all these10commandments9before11the LORD12our God,13as he hath commanded
1וּצְדָקָ֖הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)2תִּֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3לָּ֑נוּ4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5נִשְׁמֹ֨רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)6לַעֲשׂ֜וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הַמִּצְוָ֣הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept10הַזֹּ֗אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11לִפְנֵ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15צִוָּֽנוּH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 6:1— Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;Deuteronomium 4:1→Deuteronomium 12:1→Deuteronomium 4:45→Deuteronomium 5:31→Leviticus 27:34→Numeri 36:13→Deuteronomium 4:14→Deuteronomium 4:5→
Deuteronomium 6:2— Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.Exodus 20:20→Psalmen 128:1→Prediker 12:13→Deuteronomium 10:20→Deuteronomium 4:40→Psalmen 111:10→Deuteronomium 10:12→Deuteronomium 13:4→
Deuteronomium 6:3— Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende.Exodus 3:8→Genesis 15:5→Genesis 22:17→Genesis 28:14→Genesis 26:4→Deuteronomium 5:32→Prediker 8:12→Genesis 12:2→
Deuteronomium 6:4— Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!1 Timotheüs 2:5→Johannes 10:30→Markus 12:29→Jesaja 44:6→Jesaja 45:5→Jesaja 42:8→Johannes 17:3→Jesaja 44:8→
Deuteronomium 6:5— Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.Markus 12:30→Lukas 10:27→Mattheüs 22:37→Deuteronomium 4:29→Deuteronomium 10:12→Deuteronomium 30:6→1 Johannes 5:3→Deuteronomium 11:13→
Deuteronomium 6:6— En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.Deuteronomium 11:18→Psalmen 37:31→2 Korinthe 3:3→Deuteronomium 32:46→Spreuken 7:3→Kolossenzen 3:16→Jesaja 51:7→Lukas 2:51→
Deuteronomium 6:7— En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.Efeze 6:4→Deuteronomium 11:19→Deuteronomium 6:2→Deuteronomium 4:9→Exodus 12:26→Exodus 13:14→Genesis 18:19→Maleachi 3:16→
Deuteronomium 6:8— Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.Deuteronomium 11:18→Exodus 13:9→Spreuken 6:21→Spreuken 3:3→Spreuken 7:3→Exodus 13:16→Numeri 15:38→Hebreeën 2:1→
Deuteronomium 6:9— En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.Deuteronomium 11:20→Jesaja 57:8→Habakuk 2:2→Job 19:23→Exodus 12:7→Jesaja 30:8→
Deuteronomium 6:10— Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt,Jozua 24:13→Psalmen 105:44→Nehemia 9:25→Genesis 15:18→Psalmen 78:55→Genesis 13:15→Genesis 26:3→Genesis 28:13→
Deuteronomium 6:11— En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;Mattheüs 19:23→Deuteronomium 32:15→Deuteronomium 7:12→Jeremia 2:31→Deuteronomium 8:10→Ezechiël 16:10→Richteren 3:7→
Deuteronomium 6:13— Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren.Lukas 4:8→Deuteronomium 10:20→Mattheüs 4:10→Psalmen 63:11→Deuteronomium 13:4→Jeremia 12:16→Jesaja 65:16→Leviticus 19:12→
Deuteronomium 6:14— Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn.Jeremia 25:6→Deuteronomium 13:7→Deuteronomium 8:19→1 Johannes 5:21→Deuteronomium 11:28→Exodus 34:14→
Deuteronomium 6:15— Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge.Deuteronomium 4:24→Exodus 20:5→Deuteronomium 7:4→Deuteronomium 11:17→Deuteronomium 5:9→1 Koningen 13:34→Amos 3:2→2 Kronieken 36:16→
Deuteronomium 6:16— Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa.Lukas 4:12→Exodus 17:7→Mattheüs 4:7→Psalmen 95:8→Exodus 17:2→Hebreeën 3:8→1 Korinthe 10:9→Numeri 20:13→
Deuteronomium 6:17— Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.Psalmen 119:4→Deuteronomium 11:22→1 Korinthe 15:58→Exodus 15:26→Titus 3:8→2 Petrus 1:5→2 Petrus 3:14→Deuteronomium 11:13→
Deuteronomium 6:18— En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft;Deuteronomium 4:40→Deuteronomium 12:25→Deuteronomium 5:29→Deuteronomium 8:11→Ezechiël 33:14→Ezechiël 33:19→Exodus 15:26→Ezechiël 18:21→
Deuteronomium 6:19— Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft.Numeri 33:52→Exodus 23:28→Richteren 3:1→Richteren 2:1→
Deuteronomium 6:20— Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de HEERE, onze God, ulieden geboden heeft?Exodus 13:14→Exodus 12:26→Jozua 4:21→Jozua 4:6→Deuteronomium 6:7→Spreuken 22:6→
Deuteronomium 6:21— Zo zult gij tot uw zoon zeggen: Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd.Exodus 20:2→Jesaja 51:1→Deuteronomium 5:15→Romeinen 6:17→Exodus 13:3→Deuteronomium 26:5→Psalmen 136:10→Nehemia 9:9→
Deuteronomium 6:22— En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;Psalmen 135:9→Deuteronomium 4:34→Deuteronomium 3:21→Deuteronomium 4:3→Psalmen 58:10→Exodus 7:1→Deuteronomium 7:19→Deuteronomium 1:30→
Deuteronomium 6:23— En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onzen vaderen gezworen had.Deuteronomium 6:10→Deuteronomium 6:18→Exodus 13:5→Deuteronomium 1:35→Deuteronomium 1:8→
Deuteronomium 6:24— En de HEERE gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen den HEERE, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is.Psalmen 41:2→Jeremia 32:39→Deuteronomium 8:1→Deuteronomium 4:1→Job 35:7→Mattheüs 6:33→Spreuken 9:12→Jesaja 3:10→
Deuteronomium 6:25— En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.Deuteronomium 24:13→Romeinen 10:3→Ezechiël 20:11→Psalmen 119:6→Galaten 3:12→Romeinen 10:5→Psalmen 106:30→Lukas 10:28→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 6 vers 1— Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;
de geboden,
Hebreeuws, het gebod; zie boven, Deut. 5:31.
Hertaald:de geboden,
Hebreeuws: het gebod; zie hierboven, Deut. 5:31.
Deuteronomium 6 vers 3— Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende.
melk en honig is vloeiende
Zie Ex. 3:8.
Hertaald:melk en honig is vloeiende
Zie Ex. 3:8.
Deuteronomium 6 vers 4— Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!
enig HEERE
Dat is, een enig, eeuwig, almachtig, goddelijk wezen. Zie van het woord HEERE, of JHWH, Gen. 2:4.
Hertaald:enig HEERE
Dat is: één enig, eeuwig, almachtig, goddelijk Wezen. Zie over het woord HEERE, of JHWH, Gen. 2:4.
Deuteronomium 6 vers 7— En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.
inscherpen,
Hebreeuws, scherpen, wetten, slijpen; dat is, alzo voordragen, dat zij in hun hart mogen doordringen; gelijkwapens gescherpt worden, om naar het voornemen desgenen, die deze gebruikt, door te dringen.
Hertaald:inscherpen,
Hebreeuws: scherpen, wetten, slijpen; dat is: ze zo voorhouden dat zij in hun hart doordringen, zoals wapens gescherpt worden om door te dringen naar het voornemen van wie ze gebruikt.
Deuteronomium 6 vers 8— Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.
teken binden op uw hand,
Dat is, gij zult alle middelen gebruiken om delzeve in gestadige gedachtenis te houden en uwen kinderen dezelve voor ogen te leggen, om daarnaar te leven. Zie Ex. 13:9, en van de voorhoofdspanselen vs.16.
Hertaald:teken binden op uw hand,
Dat is: u zult alle middelen gebruiken om ze voortdurend in gedachtenis te houden en ze uw kinderen voor ogen te stellen, om daarnaar te leven. Zie Ex. 13:9, en over de voorhoofdsbanden vers 16.
Deuteronomium 6 vers 11— En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;
gegeten hebt
Anders, dat gij dan zult eten en verzadigd worden, [maar], enz.
Hertaald:gegeten hebt
Anders: dat u dan zult eten en verzadigd worden, [maar], enzovoort.
Deuteronomium 6 vers 12— Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.
diensthuis heeft uitgevoerd
Hebreeuws, uit het huis der dienstknechten; gelijk boven, Deut. 5:6.
Hertaald:diensthuis heeft uitgevoerd
Hebreeuws: uit het huis van de dienstknechten; zoals hierboven, Deut. 5:6.
Deuteronomium 6 vers 13— Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren.
God,
Versta, alleen, gelijk vs.14 uitwijst en te zien is Matt. 4:10.
Hertaald:God,
Versta: alleen, zoals vers 14 uitwijst en te zien is in Matt. 4:10.
bij Zijn Naam zweren
Wanneer de publieke of private nood zulks vereist, zo zult gij uwen God deze eer aandoen, dat gij bij hem alleen zweert.
Hertaald:bij Zijn Naam zweren
Wanneer de openbare of persoonlijke nood dat vereist, dan zult u uw God deze eer aandoen, dat u bij Hem alleen zweert.
Deuteronomium 6 vers 15— Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge.
ijverig God in het midden van u;
Zie Ex. 20:5, en boven, Deut. 4:24.
Hertaald:ijverig God in het midden van u;
Zie Ex. 20:5, en hierboven, Deut. 4:24.
Deuteronomium 6 vers 16— Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa.
verzoeken,
God verzoeken is of uit mistrouwen op hem, of uit hoogachting van zichzelven, het goddelijke voorschrift, de rechte orde en de ordinaire middelen verlaten, om zijn eigen goeddunken te volgen en van God, zijn eigenschappen en zijn wil proef te nemen. Zie Ex. 17:2; Num. 14:22; Ps. 78:18; Matt. 4:7; Hand. 15:10.
Hertaald:verzoeken,
God verzoeken is: uit wantrouwen tegen Hem, of uit hoogachting van zichzelf, het goddelijke voorschrift, de rechte orde en de gewone middelen verlaten, om zijn eigen goeddunken te volgen en God, Zijn eigenschappen en Zijn wil op de proef te stellen. Zie Ex. 17:2; Num. 14:22; Ps. 78:18; Matt. 4:7; Hand. 15:10.
Deuteronomium 6 vers 17— Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
Deuteronomium 6 vers 20— Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de HEERE, onze God, ulieden geboden heeft?
morgen zal vragen,
Dat is, na dezen, heden of morgen, gelijk men zegt. Zie Gen. 30:33.
Hertaald:morgen zal vragen,
Dat is: hierna, vandaag of morgen, zoals men zegt. Zie Gen. 30:33.
Deuteronomium 6 vers 22— En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;
en kwade wonderen,
Dat is, vreemde, schrikkelijke, schadelijke en verderflijke plagen, waardoor de Egyptenaars zeer gekweld en gepijnigd werden.
Hertaald:en kwade wonderen,
Dat is: vreemde, schrikwekkende, schadelijke en verderfelijke plagen, waardoor de Egyptenaren zwaar gekweld en gepijnigd werden.
Deuteronomium 6 vers 24— En de HEERE gebood ons te doen al deze inzettingen, om te vrezen den HEERE, onzen God, ons voor altoos ten goede, om ons in het leven te behouden, gelijk het te dezen dage is.
voor altoos ten goede,
Hebreeuws, al de dagen.
Hertaald:voor altoos ten goede,
Hebreeuws: al de dagen.
Deuteronomium 6 vers 25— En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.
gerechtigheid zijn,
Naar de wet, bij conditie indien wij de ganse wet volkomenlijk onderhouden, gelijk de volgende woorden uitwijzen. Vergelijk Lev. 18:5; Ezech. 20:11; Matt. 19:17; Rom. 10:5; Gal. 3:12; Jak. 2:10. Maar nadermaal alle wedergeboren kinderen Gods in dit leven onvolmaakt blijven, zodat zij de voorzegde conditie niet kunnen volbrengen, zo is er geen andere weg om voor God gerechtvaardigd te worden, dan door een oprecht geloof aan Jezus Christus, wiens gerechtigheid en voldoening ons van den Vader uit genade geschonken, toegekend en door het geloof toegeëigend worden. Zie Jer. 33:16; Dan. 9:24; Rom. 3:27, en Rom. 8:3; 1 Kor. 1:30; 2 Kor. 5:21; Gal. 3:10-11; waarop dan de goede werken volgen als een vrucht des geloofs en bewijs van schuldige dankbaarheid, naar het voorschrift van Gods wet, enz.; 1 Kor. 6:20; Gal. 5:6; Fil. 1:11; Jak. 2:18. Sommigen verstaan hier door gerechtigheid, het bewijs en uiterlijk betoon der gerechtigheid, dat wij door het geloof hebben.
Hertaald:gerechtigheid zijn,
Naar de wet, op voorwaarde dat wij de hele wet volkomen onderhouden, zoals de volgende woorden uitwijzen. Vergelijk Lev. 18:5; Ezech. 20:11; Matt. 19:17; Rom. 10:5; Gal. 3:12; Jak. 2:10. Maar omdat alle wedergeboren kinderen van God in dit leven onvolmaakt blijven, zodat zij die voorwaarde niet kunnen vervullen, is er geen andere weg om voor God gerechtvaardigd te worden dan door een oprecht geloof in Jezus Christus, Wiens gerechtigheid en voldoening ons door de Vader uit genade geschonken en toegerekend worden, en door het geloof toegeëigend. Zie Jer. 33:16; Dan. 9:24; Rom. 3:27, en Rom. 8:3; 1 Kor. 1:30; 2 Kor. 5:21; Gal. 3:10-11. Daarop volgen dan de goede werken als een vrucht van het geloof en een bewijs van verschuldigde dankbaarheid, naar het voorschrift van Gods wet, enzovoort; 1 Kor. 6:20; Gal. 5:6; Fil. 1:11; Jak. 2:18. Sommigen verstaan hier onder gerechtigheid het bewijs en het uiterlijke blijk van de gerechtigheid die wij door het geloof hebben.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Sjema ("Hoor, Israël") — Hebreeuws: sjema, "hoor" — het eerste woord van Deut. 6:4, waarnaar de hele belijdenis genoemd is
"Hoor, Israël! De HEERE onze God is een enig HEERE! Zo zult gij den HEERE uw God liefhebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel en met al uw vermogen" (Deut. 6:4-5). Daarop volgt de opdracht om deze woorden in het hart te hebben, ze de kinderen in te scherpen en erover te spreken thuis en onderweg, bij het neerliggen en het opstaan. Zij moesten ook tot een teken op de hand gebonden en op de posten van het huis geschreven worden (Deut. 6:6-9). Israël is deze woorden letterlijk gaan opvatten in de gebedsriemen en de mezoeza, en de Sjema werd de dagelijkse belijdenis van het Joodse volk.
Bijbelse betekenis: De belijdenis begint niet bij wat de mens moet doen maar bij Wie God is: omdat Hij één is, kan de liefde tot Hem niet verdeeld zijn. Het bevel is daarom onbeperkt — hart, ziel en vermogen — en het gaat vooraf aan alle afzonderlijke geboden. Even opvallend is het huiselijke karakter: de plaats waar dit onderwezen wordt is niet in de eerste plaats het heiligdom maar de tafel, de weg en het bed.
Typologie: Op de vraag welk het eerste van alle geboden is, antwoordt de Heere Jezus door de Sjema letterlijk aan te halen, met inbegrip van "Hoor, Israël" (Mark. 12:29-31), en Hij voegt Lev. 19:18 eraan toe. Tegelijk waarschuwt Hij tegen het uiterlijk maken van dit gebod: de Farizeeën maakten hun gebedsriemen breed om van de mensen gezien te worden (Matt. 23:5). Dat het gebod van de liefde niet uit de mens opkomt maar uit God, zegt Johannes zonder omhaal: wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft (1 Joh. 4:19).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Hoor, Israël: één HEERE, en één liefde — 6:4-9
Het verbond · niveau 1
Mozes staat aan de overkant van de Jordaan en spreekt een volk toe dat het land nooit gezien heeft. Hun ouders zijn onderweg gestorven. Hij weet dat hij niet meegaat, en hij vat alles wat hij hun te zeggen heeft samen in twee zinnen.
God is één, en daarom kan de liefde tot Hem niet gedeeld worden — die vraagt hart, ziel en vermogen tegelijk.
Israël gaat een land in dat vol staat met goden die je naast elkaar kunt dienen: een god voor de regen, een voor de oogst, een voor de oorlog. Daartegen klinkt dit: de HEERE, onze God, is een enig HEERE. Eén, en dus niet één van velen.
En daarom kan wat volgt niet anders luiden dan het luidt. Gij zult den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. Er is geen rest die je elders kunt onderbrengen. Wie een van de vele goden dient geeft een deel; wie de enige God dient geeft alles, of hij geeft niets.
Israël heeft deze woorden op zijn deurposten geschreven en er dagelijks mee geleefd, en toch is de geschiedenis van dit volk het bewijs dat het gebod niet doet wat het vraagt. Wanneer een schriftgeleerde eeuwen later vraagt welk gebod het eerste van alle is, haalt Jezus precies dit aan, en Hij voegt er het gebod uit Leviticus aan toe over de naaste. Aan die twee, zegt Hij, hangt de ganse wet.
Merk op dat Hij dit citeert als iemand die het volbrengt. Wat Israël beloofde en niet deed, deed Hij — met heel het hart, heel de ziel en al het vermogen, tot in Gethsémané toe.
In het Nieuwe Testament: Markus 12:29-31; Mattheüs 22:37-40; Lukas 10:27; Romeinen 13:10
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Deuteronomium 6:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Deuteronomium 12:1→Deuteronomium 4:45→Deuteronomium 5:31→Leviticus 27:34→Numeri 36:13→Deuteronomium 4:14→Deuteronomium 4:5→ — Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; De geboden van God moeten geleerd worden, maar zij moeten ook gedaan worden: “die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet”. En dat dóen is het zware deel van het werk. Het is niet altijd gemakkelijk ze te leren — een mens heeft de Geest van God nodig als hij ze recht zal leren — maar de praktijk is zwaarder dan de prediking. Moge God ons genade geven om, telkens wanneer wij Zijn Woord horen, het ook te doen!
Deuteronomium 6:2.KruisverwijzingenExodus 20:20→Psalmen 128:1→Prediker 12:13→Deuteronomium 10:20→Deuteronomium 4:40→Psalmen 111:10→Deuteronomium 10:12→Deuteronomium 13:4→ — Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden. De vreze Gods moet altijd een werkende kracht zijn in ons leven: “Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden”. Gehoorzaamheid behoort uit die vreze op te komen, uit een heilig ontzag voor God dat in het hart gevoeld wordt, want alle ware godsdienst moet hartewerk zijn. Het is niet de bloot uitwendige daad waarop God ziet, maar het beweeggrond, de geest die haar voortbrengt.
En die werkzame vreze behoort ons te brengen tot gehoorzaamheid in het bijzondere; wij behoren Gods Woord zó te onderzoeken dat wij ernaar staan “al Zijn inzettingen en Zijn geboden” te houden. Een slordige gehoorzaamheid is ongehoorzaamheid. Wij moeten zorgvuldig en waakzaam zijn om de goddelijke wil te kennen en die in alle opzichten uit te voeren. U die Zijn kinderen bent, wonend in zo’n huisgezin en met zo’n Vader, u past het gehoorzame kinderen te zijn.
Wij mogen er ook niet mee tevreden zijn zelf de geboden te houden. Het is de plicht van ouders het goede van hun kinderen te zoeken — te zoeken dat de zoon en de zoon van de zoon al hun dagen in de wegen van God wandelen. Als uw beroep u onderhouden en u een bestaan gegeven heeft, dan zult u er natuurlijk naar verlangen uw zoon daarin op te brengen. Maar op een veel hoger vlak: is God u een goed God geweest, dan zal uw diepste begeerte zijn dat uw zoon en de zoon van uw zoon diezelfde goddelijke Meester al de dagen van hun leven zullen dienen.
Moge God ons ervoor bewaren deel te hebben aan de geest van hen die menen dat zij zich om de godsdienst van hun kinderen niet hoeven te bekommeren — die het schijnbaar aan een blind lot overlaten.
Deuteronomium 6:3-4.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 2:5→Johannes 10:30→Markus 12:29→Jesaja 44:6→Exodus 3:8→Jesaja 45:5→Genesis 15:5→Genesis 22:17→ — Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende. Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! Er is maar één God. Dit is de grondslag zelf van ons geloof; wij weten niets van “vele goden en vele heren”. En toch is het de drieënige God die wij aanbidden; wij zijn niet minder eenheidsbelijders in de hoogste zin van dat woord doordat wij drie-eenheidsbelijders zijn. Wij geloven niet minder in de ene levende en waarachtige God doordat wij Vader, Zoon en Heilige Geest aanbidden.
Deze grote waarheid is de Joden door hun lange tuchtiging ingebrand, en welke andere misslagen zij ook maken, hierin vindt u hen nooit dwalen: de HEERE uw God is een enig HEERE. Mogen wij altijd bewaard worden van alle afgoderij, van alle dienst van iets anders dan de levende God.
Deuteronomium 6:5.KruisverwijzingenMarkus 12:30→Lukas 10:27→Mattheüs 22:37→Deuteronomium 4:29→Deuteronomium 10:12→Deuteronomium 30:6→1 Johannes 5:3→Deuteronomium 11:13→ — Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. Toont dit niet wat de natuur van God zelf is? God is liefde, want Hij gebiedt ons Hem lief te hebben. Er is nooit een aardse vorst of koning geweest van wie ik gehoord heb dat er in zijn wetboek geschreven stond: “Gij zult de koning liefhebben.” Nee; alleen in het wetboek van Hem die de Heere van het leven en van de liefde is, lezen wij zo’n gebod als dit.
Het schijnt mij een zeer gezegend voorrecht toe dat het ons vergund is Iemand lief te hebben die zo groot is als God. Hierin vinden wij onze hemel. Het is een gebod, maar wij beschouwen het liever als een liefdevolle, tedere uitnodiging tot de hoogste gelukzaligheid: “Gij zult den HEERE uw God liefhebben met uw ganse hart” — dat is: innig; “en met uw ganse ziel” — dat is: alleroprechtst, allerliefdevolst; “en met al uw vermogen” — met al uw kracht, met elk vermogen, met elke mogelijkheid van uw natuur. Het is geen kleine liefde die God verdient, en het is ook geen kleine liefde die Hij aannemen zal. Hij zegent ons met heel Zijn hart en al Zijn macht, en naar diezelfde wijze hebben wij Hem lief te hebben.
Deuteronomium 6:6.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:18→Psalmen 37:31→2 Korinthe 3:3→Deuteronomium 32:46→Spreuken 7:3→Kolossenzen 3:16→Jesaja 51:7→Lukas 2:51→ — En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. O, hoe gezegend ze in het hart geschreven te hebben door de Heilige Geest. Wij kunnen ze daar nooit krijgen tenzij Hij die het hart vernieuwd heeft, de goddelijke voorschriften op deze vlezen tafelen graveert.
Deuteronomium 6:7.KruisverwijzingenEfeze 6:4→Deuteronomium 11:19→Deuteronomium 6:2→Deuteronomium 4:9→Exodus 12:26→Exodus 13:14→Genesis 18:19→Maleachi 3:16→ — En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. Christenouder, hebt u dit gedaan? “Gij zult” ze niet alleen leren, maar “gij zult ze uw kinderen inscherpen”. Ons dagelijks gesprek behoort veel geestelijker te zijn dan het vaak is. Er is geen gevaar dat wij heilige zaken verlagen door ze veel te gebruiken; het gevaar ligt veeleer aan de andere kant: dat wij ze door ze niet te gebruiken gaan vergeten.
Dit gezegende Boek, het heilige Woord van God, is een passende gezel voor uw rust zowel als voor uw arbeid, voor de tijd van uw slapen en de tijd van uw waken. Het zal u zegenen in uw eenzame overdenking, en het zal even goed de huiselijke haard verblijden en u troosten wanneer u in onderlinge vriendschap met elkander spreekt. Wie God waarlijk liefhebben, hebben Zijn heilig Woord zeer lief. Ik zou wensen dat wij meer van dit samen spreken over Gods Woord hadden, wanneer wij aan de weg zitten of wanneer wij wandelen.
Deuteronomium 6:8.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:18→Exodus 13:9→Spreuken 6:21→Spreuken 3:3→Spreuken 7:3→Exodus 13:16→Numeri 15:38→Hebreeën 2:1→ — Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. Zij zullen uw praktische leidsman zijn, als het ware onder uw vingers. U zult door hen zien, u zult met hen zien, u zult door hen heen zien. Met u in al uw handelingen, met u in al uw gedachten, in het oog vallend met u — niet uit vertoon, maar doordat uw gehoorzaamheid alle mensen openbaar wordt.
Deuteronomium 6:9.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:20→Jesaja 57:8→Habakuk 2:2→Job 19:23→Exodus 12:7→Jesaja 30:8→ — En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven. Ik zou bijna wensen dat dit veel dikwijler letterlijk vervuld werd dan het geval is. Het verrukte mij in vele Zwitserse dorpen een Schriftwoord in de deurpost gesneden te zien. Een tekst die in uw huis hangt, kan vaak spreken wanneer u zwijgt. Wij kunnen niets doen dat overtollig zou zijn in het bekendmaken van het Woord van God.
Deuteronomium 6:10-12.KruisverwijzingenJozua 24:13→Psalmen 105:44→Nehemia 9:25→Genesis 15:18→Psalmen 78:55→Genesis 13:15→Genesis 26:3→Mattheüs 19:23→ — Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt, En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt; Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd. Brood dat gegeten is, wordt spoedig vergeten. Hoe vaak doen wij als honden die het been uit onze hand nemen en dan de hand vergeten die het gaf! Zo behoort het bij ons niet te zijn.
Al onze geestelijke barmhartigheden, en vele van onze tijdelijke, gelijken zeer op de erfenis van Israël in het land Kanaän: putten die zij niet gegraven hadden, en wijngaarden die zij niet geplant hadden. Onze zegeningen komen uit bronnen die buiten onze eigen vlijt en bekwaamheid liggen; zij zijn de vruchten van de heilige vindingrijkheid van God en van de rijkdom en volheid van Zijn zorg voor Zijn arme kinderen. Laten wij Hem niet vergeten, want Hij vergeet ons blijkbaar nooit.
Hoogmoed is de eigen zonde van de voorspoed, en hoogmoed staat zij aan zij met het vergeten van God. In plaats van te gedenken waar onze barmhartigheden vandaan kwamen, beginnen wij onszelf voor deze zegeningen te bedanken, en God wordt vergeten. Ik herinner mij iemand van wie gezegd werd dat hij een man was die zichzelf gemaakt had — en hij vereerde zijn schepper. En ik mag zeggen dat er heel veel mensen zijn die juist dat doen. Zij geloven dat zij zichzelf gemaakt hebben, en zo aanbidden zij zichzelf. Laat het het onze zijn te gedenken dat het God is die ons kracht geeft om vermogen of aanzien te verkrijgen, en dat daarom Hem alle eer daarvan toekomt.
Deuteronomium 6:13-15.KruisverwijzingenLukas 4:8→Deuteronomium 10:20→Jeremia 25:6→Deuteronomium 4:24→Mattheüs 4:10→Psalmen 63:11→Deuteronomium 13:4→Deuteronomium 13:7→ — Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren. Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn. Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge. Onze God is een ijverig God. Iemand zei tot een puritein: “Waarom toch zo nauwgezet?” En hij antwoordde: “Omdat ik een nauwgezet God dien.” God heeft zoveel voor ons gedaan om ons hart te winnen, dat Hij het geheel voor Zichzelf behoort te hebben. Wanneer Hij het geheel heeft, is het nog veel te weinig; maar ons hart te verdelen is Zijn Geest bedroeven en Hem bitter verdrieten. Hij wil het hart geheel voor Zichzelf. Twee goden kan Hij niet verdragen. Van valse goden mogen er vele zijn; van de ware God kan er maar één zijn, en Hij is een ijverig God.
Deuteronomium 6:16-19.KruisverwijzingenLukas 4:12→Exodus 17:7→Mattheüs 4:7→Psalmen 95:8→Exodus 17:2→Hebreeën 3:8→Psalmen 119:4→Deuteronomium 11:22→ — Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa. Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft. En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft; Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft. Dit verbond der werken hebben zij verbroken, gelijk ook wij het onze reeds lang verbroken hebben. Geloofd zij God, onze zaligheid hangt nu aan een ander verbond, dat niet falen noch bezwijken kan: het verbond der genade. En toch, nu wij kinderen des Heeren geworden zijn, staan wij onder de tucht van het huis des Heeren.
Deze woorden mogen niet ongepast uitdrukken wat de tucht van het huis des Heeren over Zijn eigen kinderen is: dat Hij ons zégent wanneer wij in Zijn wegen wandelen, en dat Hij ons tegen zal wandelen wanneer wij Hem tegen wandelen. Hij houdt een roede in Zijn huis, en in liefde gebruikt Hij die over Zijn meest geliefden. “Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik u alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over u bezoeken.” Hij zal Zijn kinderen niet doden en hen niet behandelen zoals een rechter een misdadiger behandelt, want zij zijn niet onder de wet maar onder de genade; maar Hij zal hen tuchtigen en met hen handelen zoals een vader zijn kind tuchtigt — uit liefde. O, dat wij genade mochten hebben om voor Hem te wandelen met een heilige, kinderlijke vreze, opdat wij altijd in het licht van Zijn aanschijn mogen wandelen.
Deuteronomium 6:20.KruisverwijzingenExodus 13:14→Exodus 12:26→Jozua 4:21→Jozua 4:6→Deuteronomium 6:7→Spreuken 22:6→ — Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de HEERE, onze God, ulieden geboden heeft? De Israëlieten wordt gezegd hun kinderen zelf te onderwijzen in de inzettingen, de rechten en de wetten des Heeren. De ouders moesten ze uitleggen — en niet naar de priester verwijzen. Hoeveel wij het zondagsschoolwerk ook mogen liefhebben en waarderen — en wij kunnen het niet te veel liefhebben — ik hoop dat wij nooit zullen vergeten dat de eerste plicht tegenover het kind bij de ouder ligt. Vaders en moeders zijn de meest natuurlijke werktuigen die God gebruikt tot de zaligheid van hun kinderen. In mijn vroege jeugd heeft geen onderwijs zo’n indruk op mijn gemoed gemaakt als het onderricht van mijn moeder.
Wij behoren onze kinderen in het bijzonder onze eigen ervaring te verhalen, zoals ons in dit gedeelte gezegd wordt: “Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd” (vs. 21). Wij kunnen geen getuigenis geven dat zo nuttig, zo boeiend en zo treffend is als wat wij zelf gezien hebben. Wij kunnen het evangelie vertellen zoals wij het in de Bijbel vinden, maar wij behoren het te zetten in de lijst van onze eigen ervaring van zijn kostelijkheid.
Wij behoren onze zonen te vertellen hoe wij gezondigd hebben en hoe de Heere Zich over ons ontfermd heeft. Wij behoren hun te vertellen hoe Christus ons ontmoette, hoe wij gebracht werden Zijn aangezicht te zoeken, hoe wij wedergeboren werden, hoe wij een nieuw hart en een rechte geest ontvingen. Hij zal des te meer over deze grote verandering nadenken omdat zij zijn vader of zijn moeder of een geliefde vriend overkwam. En misschien zal hij, als hij niet als kind bekeerd wordt, in later leven denken aan wat wij hem verteld hebben, en zich dan alsnog tot God keren.
Deuteronomium 6:23.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:10→Deuteronomium 6:18→Exodus 13:5→Deuteronomium 1:35→Deuteronomium 1:8→ — En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onzen vaderen gezworen had. God heeft ons uitgevoerd. Sommigen menen dat God ver weg woont, opgesloten in een eeuwige afzondering. Maar wij hebben het niet zo bevonden, want Hij heeft in barmhartigheid met ons gehandeld. Zij veronderstellen dat een dikke sluier ons afsluit van het onzienlijke, een grote kloof die ons arme stervelingen scheidt van alle gemeenschap met God. Zij glimlachen en keren zich om wanneer wij over God beginnen te spreken.
Wij hebben op dit punt ons getuigenis te geven: dat God met óns ernstige handelingen gehad heeft. Wij waren in het land der duisternis en in de vallei van de schaduw des doods. Wij hielden van de zonde — wij waren er slaven van, en wij hadden geen wens en geen wil om er aan te ontkomen. Maar met een eeuwige liefde scheurde God de hemelen en kwam Hij in majesteit neder. Hij heeft ons uitgevoerd, en Hij zal ons inbrengen.
Brengt de Heere ons niet in de heerlijkheid, dan is het dierbare bloed van Christus tevergeefs vergoten en heeft de Heilige Geest tevergeefs in onze harten gewerkt. Voleindigt God Zijn werk niet aan ons en in ons, dan zullen mensen en duivelen zeggen dat Hij begonnen is te bouwen maar niet kon voleinden. Laten wij daarom op Hem vertrouwen en zeggen: “Hij zal ons inbrengen.” Over de Jordaan zullen wij gaan met onze Jozua, Jehova-Jezus, aan onze spits; en wij zullen, ieder van ons, ons deel innemen in dat heerlijke land.
Deuteronomium 6:25.KruisverwijzingenDeuteronomium 24:13→Romeinen 10:3→Ezechiël 20:11→Psalmen 119:6→Galaten 3:12→Romeinen 10:5→Psalmen 106:30→Lukas 10:28→ — En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft. Dat zou de gerechtigheid van Israël geweest zijn, als het volk erop toegezien had al deze geboden voor het aangezicht des HEEREN te doen; maar zij werd door ongehoorzaamheid geschonden en verdorven. Wij verblijden ons te weten dat wij die in Jezus geloven een gerechtigheid hebben waartoe Israël niet gekomen is, want de Heere Jezus Christus Zelf is onze gerechtigheid.
I. Vs. 1-9.KruisverwijzingenMarkus 12:30→Lukas 10:27→Mattheüs 22:37→Deuteronomium 4:29→Deuteronomium 30:6→1 Johannes 5:3→Deuteronomium 11:13→Efeze 6:4→ — Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden. Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende. Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven. Mozes houdt zich bezig met de verklaring en aanprijzing van het eerste gebod. Twee waarheden worden daaruit afgeleid: dat de Heere, de God van Israël een enig Heer is; en vervolgens, dat Hij liefde eist, van het gehele hart, de gehele ziel en alle krachten. Zal de liefde van God nu van het goede gehalte zijn, dan moet zij zich openbaren in voortdurende bepeinzing en onderhouding van Zijn geboden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Deuteronomium 12:1→Deuteronomium 4:45→Deuteronomium 5:31→Leviticus 27:34→Numeri 36:13→Deuteronomium 4:14→Deuteronomium 4:5→— Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;
Dit, wat in het voorgaande genoemd is, en waarvan nu afzonderlijke delen besproken zullen worden, zijn dan de geboden, de instellingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren, opdat gij ze doet in hetland, waarnaar gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten.
Merkt hier op, dat Mozes zoveel mogelijk zorg droeg, om hen bij God en Zijn dienst te bepalen, nu zij in het land Kanaän klaar stonden in te trekken, opdat zij mochten toebereid worden tot de vertroostingen van dat land en gesterkt tegen de verleidende strikken daarin, en tenslotte zij, nu zij klaar stonden in de wereld in te treden, wel bereid en wel toegerust daarin mochten treden, dat de vrees voor God in het hart de machtigste prikkel zij, dat godsdienst en gerechtigheid het welzijn van een volk bevorderen en beveiligen.
KruisverwijzingenExodus 20:20→Psalmen 128:1→Prediker 12:13→Deuteronomium 10:20→Deuteronomium 4:40→Psalmen 111:10→Deuteronomium 10:12→Deuteronomium 13:4→— Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.
Opdat gij de HEERE, uw God, vreest, om door die vrees te houden al Zijn instellingen, en Zijn geboden, die Ik u gebied: gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen van uw leven; en opdat uw dagen verlengd worden.
KruisverwijzingenExodus 3:8→Genesis 15:5→Genesis 22:17→Genesis 28:14→Genesis 26:4→Deuteronomium 5:32→Prediker 8:12→Genesis 12:2→— Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende.
Hoor dan, Israël! ik kan het u niet genoeg voorhouden, en neem waar de geboden van God, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigt (zoals u de HEERE, de God van uw vaderen, gesproken heeft) in het land dat u beloofd is, dat van melk en honing is vloeiende (zie “Ex 3.17).
Kruisverwijzingen1 Timotheüs 2:5→Johannes 10:30→Markus 12:29→Jesaja 44:6→Jesaja 45:5→Jesaja 42:8→Johannes 17:3→Jesaja 44:8→— Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!
a) Hoor, Israël! de HEERE, onze God, naast wie gij volgens het eerste gebod geen andere goden zult hebben, is een enig HEERE, 1) de enige, die de naam Jehova (de zijnde) verdient, omdat Hij als God bestaat (Zach.14:19).
Dat Mozes verzekert, dat God één is, moet niet tot Zijn Wezen alleen, hetgeen toch onomvattelijk is, teruggebracht worden, maar daaronder moet ook begrepen worden, de Deugd en Glorie van God, welke aan het volk is geopenbaard. Alsof hij zeggen wil, dat zij schuldig zijn aan afval, indien zij niet in God alleen zich zouden verheugen, Die hen aan zich had verbonden. Daarom noemt hij Hem niet alleen met de naam van Jehova, maar voegt er ook de naam van God bij, welke door het volk werd uitgesproken. Zo werden alle andere godheden tot niets teruggebracht en het volk bevolen, te ontvluchten en af te wijzen, al wat de harten van de zuivere kennis van God afvoert, omdat, ofschoon Hem Zijn naam wordt gelaten, men toch Zijn Majesteit vernietigt, zodra Hij met de menigte vermengd wordt.
In deze woorden legden de joden groot gewicht, en het is een van de gedeelten, die zij op hun gedenktekens schreven. Bij het woord Elohim zegt Simeon ben Jarchi: “Kom en zie het geheim van het woord Elohim (= God); er zijn drie trappen en elke trap is op zichzelf alleen, en thans zijn zij allen één en tezamen tot één verenigd en niet van elkaar gescheiden. Of: Hoor, o Israël! Jehova, onze God, is een enige Jehova. Door deze uitdrukking zegt Mozes het aan Israëls volk, dat Jehova de enige God is, de Enige, die op de naam van God aanspraak kan maken; dat Hij is de absolute God, boven Wie of naast Wie er geen godheid bestaat. Dat Hij daarom niet is alleen de God van Israël, maar ook de God van de gehele wereld, die wel Israël op bijzondere wijze heeft uitverkoren, maar Wiens heerschappij gaat over alle volken. Hij is de Heere.
KruisverwijzingenMarkus 12:30→Lukas 10:27→Mattheüs 22:37→Deuteronomium 4:29→Deuteronomium 10:12→Deuteronomium 30:6→1 Johannes 5:3→Deuteronomium 11:13→— Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
Zo zult gij ook niet meerdere heren bezitten, zoals de Kanaänieten, die verscheidene Baäls hebben, en hen, de een zowel als de ander vereren (zie “De 16.21), en zult gij de HEERE, uw God, a) liefhebben met uw gehele hart, en met uw gehele ziel, en met al uw vermogen.
Deuteronomium. 10:12 Matth.22:37 Luk.10:27 Het hart wordt eerst genoemd als de zetel van het gevoel in het algemeen, en van de liefde in het bijzonder; dan volgt de ziel, als centrum van de menselijke persoonlijkheid, om de liefde aan te duiden als het gehele zelfbewustzijn doordringende; eindelijk is er sprake van het vermogen, de krachten van het lichaam en de ziel. In plaats van “hart” geeft de vertaling van de zeventig: genoemd (dianoia). Dit woord hebben de Evangelisten overgenomen, maar geen van hen heeft zich aan de zeventig gebonden. Mattheus noemt dianoia (verstand) in de plaats van “vermogen” (Matth.22:37) omdat zij voor de geestelijke liefde een uitnemend gewicht heeft. Markus (hoofdstuk 12:30) voegt vóór de woorden: “uit geheel uw hart” nog in: “uit geheel uw verstand,” in Mark.12:33 staat deze uitdrukking tussen “hart” en “ziel”. Lukas (hoofdstuk 10:27) eindelijk noemt deze woorden in de laatste plaats. Wij zien dus hier, zoals in de herhaling van de 10 geboden, dat de Heilige Geest bij het aanhalen van woorden van God in de Schrift zelf telkens nieuwe dingen schept en zich niet aan de letter bindt.
In de vrees voor de Heere wortelt de gehoorzaamheid aan Zijn geboden. Indien echter deze vrees de mens belet, om zijn tegen God gekeerd “Ik” op de voorgrond te stellen, mag het niet blijven bij verloochening van de eigen wil alleen. De menselijke en goddelijke wil moeten zich verenigen, en dit is de liefde.
Het onderscheid tussen Oude en Nieuwe Verbond bestaat niet in de eis van de liefde, die aan beiden gemeen is, maar in de drang van de liefde, die door het Evangelie heerlijker bevorderd wordt, omdat het de openbaring is van Gods grootste liefde in Christus.
KruisverwijzingenDeuteronomium 11:18→Psalmen 37:31→2 Korinthe 3:3→Deuteronomium 32:46→Spreuken 7:3→Kolossenzen 3:16→Jesaja 51:7→Lukas 2:51→— En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.
En deze woorden, die ik u heden opnieuw gebied, zullen in uw hart 1) zijn.
Zijn uit het hart de uitgangen van het leven, de Heere beveelt hier Israël, de geboden in hun hart te bewaren, opdat leven en wandel geheel en al in overeenstemming met die geboden zou zijn. Eigenlijk staat er: op uw hart.
KruisverwijzingenEfeze 6:4→Deuteronomium 11:19→Deuteronomium 6:2→Deuteronomium 4:9→Exodus 12:26→Exodus 13:14→Genesis 18:19→Maleachi 3:16→— En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.
En gij zult ze uw a) kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op de weg gaat, en als gij neerligt, en als gij opstaat. 1)
Deuteronomium. 4:9; 11:19
Gij zult ze altijd betrachten en beoefenen, opdat zij niet verroesten of verdonkerd worden, maar altijd helder en nieuw blijven in geheugen en gesprekken. Want hoe meer men Gods Woord ter hand neemt, des te helderder en nieuwer wordt het; indien men het echter niet gebruikt, wordt het spoedig vergeten en krachteloos.
KruisverwijzingenDeuteronomium 11:18→Exodus 13:9→Spreuken 6:21→Spreuken 3:3→Spreuken 7:3→Exodus 13:16→Numeri 15:38→Hebreeën 2:1→— Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.
Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 11:20→Jesaja 57:8→Habakuk 2:2→Job 19:23→Exodus 12:7→Jesaja 30:8→— En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten van de steden schrijven. Zowel de werkzaamheid naar buiten als ook het inwendige, het huiselijke en openbare leven moeten onder den invloed van de wet staan. De Karaïtische joden (die de zogenaamde overlevering of traditie verwerpen), zowel als de meeste christelijke Schriftverklaarders behouden deze woorden van Mozes als een beeldspraak, die bestendige opmerkzaamheid tegenover de geboden van de Heere voorschrijft. De Rabbanieten echter (die aan de overlevering hetzelfde recht toekennen als aan de Heilige Schrift), hebben deze plaats (Ex.13:9,16 Numeri. 15:37-41 Deuteronomium. 11:18-20 ) in de letterlijke zin opgevat. Vandaar het gebruik, dat na de Babylonische ballingschap ingevoerd werd, om gedenktekens aan voorhoofd en arm (Hebreeuws, Thephilin), zomen (Hebreeuws, Zizith, Matth.23:5) aan de kleren, en perkamentrolletjes (Hebreeuws, Mesusa) aan de posten te verbinden. Wat de Thephillin betreft, men maakte in een vierhoekig stukje hout, dat de vorm van een dobbelsteen had, drie gleuven ongeveer zo diep als het onderste lid van de kleine vinger. Daardoor ontstonden vier openingen, over welke geweekt leer van een rein dier gelegd werd, dat men in de kloven inperste, en wegnam, wanneer het daar droog was geworden. Het leer had nu vier holten, in welke men vier kleine perkamentrollen, opgevouwd en in kalfsharen gewikkeld, legde; op deze rollen waren vier gedeelten van de wet geschreven: Deuteronomium. 11:13-21; 6:4-9 Ex.13:3-10, 11-16. Dit doosje sloot men met een dubbel stuk leer, dat een vierde duim groter moest zijn, en stak vervolgens door een leren bandje, dat daaraan vastgemaakt was, een zwarte riem ter breedte van een gerstekorrel. Door deze riem bond men het doosje zo om het hoofd, dat het tussen de wenkbrauwen lag, terwijl de knoop achter in de nek zo gelegd werd, dat hij een d (Hebreeuws, d) vormde (een andere letter, de s of Sch was op het doosje aangebracht). Het overige van de riemen hing over de schouders, rechts tot aan de navel (Spreuken. 3:8), links tot op de borst. Dit waren de Thephillin schel (ascher el) rosch, of de gedenktekens aan het hoofd. Bij de andere, de Theph Schel Jad (gedenktekens aan de hand) had het leren doosje geen afdelingen, maar de vorm van een vingerhoed, of een van boven afgerond torentje. Daarin werd één perkamentrol, op welke de vier bovengenoemde plaatsen in vier kolommen nauwkeurig en sierlijk geschreven waren, geborgen, en vervolgens werd het doosje, als boven gesloten, met een leren riem aan de binnenzijde van het bovenste gedeelte van de linkerarm vastgemaakt, onmiddellijk tegenover het hart. De knoop werd zo gelegd, dat het ene einde van de riem een y (Hebreeuws, i) vormde, en dus door beide gedenktekens de letters weergegeven werden van de naam yds (Schaddaï, d.i. de Almachtige, Ruth 1:20); het andere einde echter was lang genoeg, om driemaal om de arm gewonden, vervolgens aan de kleine vinger vastgemaakt, om dan nog driemaal om de drie middenvingers gewonden te worden.
De Mesusa bestond uit een perkament, dat van binnen met de woorden Deuteronomium. 6:4 vv. en 11:13 vv., en van buiten, nadat het samengerold was, met de naam Schaddaï beschreven, in een rond busje gesloten, en zo in een opening van de rechterdeurpost van de kamers of in de bovendorpel van de huisdeur geschreven werd. Bij het verlaten of inkomen van het huis raakte men de Mesusa aan, en sprak de woorden Psalm. 121:8 uit, waarbij Rabbi Bechai in de 2de eeuw n.Chr. de schone opmerking voegde: “de volken van de aarde menen, dat het geluk in huis van de sterren komt;” wij echter schrijven in onze posten den naam “de Almachtige,” en belijden daarmee, dat God boven de sterren verheven is en dat van Hem alle zegen afdaalt. De zomen aan de vier uiteinden van het opperkleed, waren, zoals we bij Numeri. 15:37 vv. (Deuteronomium. 22:12) zagen, uit gevlochten snoeren van hemelsblauwe kleur vervaardigd, en met een snoer van dezelfde kleur aan de uiteinden vastgemaakt. De joden van de huidige tijd dragen deze nog, niet in het blauw, maar in het wit, zowel aan de kleinen Tallith, een klein tot aan de borst reikend manteltje, dat onder de gewone kleding verborgen is, als ook aan de grote Tallith, een gebedsmantel, die in de Synagoge omgehangen wordt, om de nek (vroeger bedekte men daarmee het voor- en achterhoofd)
II. Vs. 10-25.KruisverwijzingenLukas 4:12→Exodus 17:7→Lukas 4:8→Mattheüs 4:7→Jozua 24:13→Deuteronomium 10:20→Jeremia 25:6→Deuteronomium 4:24→ — Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt, En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt; Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd. Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren. Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn. Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge. Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa. Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft. En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft; Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft. In het land, dat Israël verwerven zal, wordt het bedreigd door het gevaar van aardsgezindheid die de Heere vergeet, en in het goede leven bevrediging zoekt en voldoening vindt. Dit gevaar is groter, omdat Israël terstond in het bezit van de aardse goederen komt, zonder deze met moeite te verwerven. Daarom vermaant Mozes hen, om de verlossing uit Egypte, waardoor Jehova aanspraak heeft op hun dankbaarheid, niet alleen zelf in gedachtenis te houden, maar de herinnering van deze uitredding ook voort te planten onder de volgende geslachten.
KruisverwijzingenJozua 24:13→Psalmen 105:44→Nehemia 9:25→Genesis 15:18→Psalmen 78:55→Genesis 13:15→Genesis 26:3→Genesis 28:13→— Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt,
Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben binnengebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft, u te zullen geven; en u daar met het land zal hebben gegeven grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt.
KruisverwijzingenMattheüs 19:23→Deuteronomium 32:15→Deuteronomium 7:12→Jeremia 2:31→Deuteronomium 8:10→Ezechiël 16:10→Richteren 3:7→— En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;
En huizen vol van alle goeds, goud en zilver en andere kostbaarheden, (Genesis 24:10) die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen putten (Genesis 26:15 vv.), die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, a) en gij gegeten hebt en verzadigd zijt. 1)
Deuteronomium. 8:9,10
Verzadigd worden is een bijzonder gewichtige uitdrukking in de Schrift. Met de verzadiging van het lichaam is zo snel de verzadiging van de ziel verbonden, die de honger en dorst (Psalm. 42; Matth.5) uitsluit en aan wereldvergoding plaats geeft. Zie, hoe Mozes dus geestelijk strijdt tegen de afgoderij van het hart, voordat hij van de afgoden spreekt.
— Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.
Zo wacht u, dat gij ook niet geestelijk oververzadigd wordt (hoofdstuk 31:20), en de HEERE niet vergeet, 1) die u uit Egypte, uit het diensthuis, heeft uitgevoerd.
Het niet vergeten wordt in vs.13 nader bestemd als God vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren. De vrees staat vooraan als de grondslag van de Israëlitische Godsverering. Zij is geen knechtelijke vrees, maar slechts de heilige vrees van de zondaar voor een heilig God, welke de liefde niet uit-, maar insluit.
KruisverwijzingenLukas 4:8→Deuteronomium 10:20→Mattheüs 4:10→Psalmen 63:11→Deuteronomium 13:4→Jeremia 12:16→Jesaja 65:16→Leviticus 19:12→— Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren.
Gij zult de HEERE, uw God, a) vrezen, en Hem alleen (Matth.4:10 (Luk.4:8) dienen;
en gij zult bij Zijn naam zweren 2) (zie “De 10.20).
Deuteronomium. 10:20 Matth.4:10 Luk.4:8
Tussen vrezen en dienen is dit verschil, dat het eerste meer een zaak is van het hart en het tweede een zaak van het verstand.
Gij zult bij Zijn Naam zweren. Dit zweren ziet niet alleen, of in de eerste plaats, op die plechtige handeling voor de Overheid, of bij beloften in het dagelijkse leven, maar op het wezen van de godsdienst onder Israël, en is een andere en sterkere uitdrukking voor het de Heere dienen en vrezen, om daarmee aan te duiden, dat het vrezen een waarlijk heilig vrezen moet zijn, met de heiligste eerbied en met het heiligst ontzag gepaard, voor het Eeuwig Wezen van God. Ook wordt bij Zijn Naam zweren soms gebruikt voor het openlijk belijden van de Naam van de Heere (Jesaja 45:23)
KruisverwijzingenJeremia 25:6→Deuteronomium 13:7→Deuteronomium 8:19→1 Johannes 5:21→Deuteronomium 11:28→Exodus 34:14→— Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn.
Gij zult andere goden niet navolgen, 1) namelijk van de goden van de volken, die rondom u zijn.
Door deze plaats verbiedt Mozes het volk om de eenvoudige dienst van God te laten varen, ofschoon de voorbeelden van bijgeloof gedurig hen voor de ogen zouden voorbij trekken. Dit nu zou een zeer schuldige onderneming zijn, dat nergens gevonden zouden worden, wie aan de tucht van de wet zich zouden onderwerpen, terwijl toch bij enkele volken nog enige Godsverering gevonden, of als zodanig genoemd werd. Daar daarom verschillende wijzen van verering evenzo vele afwijkingen waren van de rechte weg, was het noodzakelijk hen tijdig op het gevaar opmerkzaam te maken en alzo het gezag van één God te doen vaststaan, opdat de joden de gevoelens van alle volken zouden geringschatten. De bedreiging wordt er bij gevoegd, dat de straf bij de hand zou zijn, indien zij tot de bijgelovigheden zouden afwijken, omdat God een ijverig God was en onder hen Zijn troon had gevestigd. Dat God een ijveraar wordt genoemd is daarom omdat Hij geen wedijver toelaat, welke aan Zijn Glorie te kort doet, noch evenmin, dat de dienst, Hem alleen verschuldigd, op een ander wordt overgedragen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:24→Exodus 20:5→Deuteronomium 7:4→Deuteronomium 11:17→Deuteronomium 5:9→1 Koningen 13:34→Amos 3:2→2 Kronieken 36:16→— Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge.
Want de HEERE, uw God, is een ijverig God in het midden van u, die Zijn eer aan geen anderen geeft (Ex.20:5), zodat, wanneer gij aan andere goden zou geven, wat Hem toekomt, de toorn van de HEERE, uw God, tegen u niet ontsteekt, en Hij u van de aardbodem verdelgt, zoals Hij reeds eenmaal wilde doen, bij de oprichting van het gouden kalf (Ex.32:10,12).
KruisverwijzingenLukas 4:12→Exodus 17:7→Mattheüs 4:7→Psalmen 95:8→Exodus 17:2→Hebreeën 3:8→1 Korinthe 10:9→Numeri 20:13→— Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa.
Gij zult echter ook de HEERE, uw God, a) niet verzoeken, in de een of andere zaak Hem tarten, om Zijn macht en hulp te tonen of Hij wel inderdaad onder u is, zoals gij Hem verzocht hebt te Massa b) in Rafidim (Ex.17:1-7); want dit verzoeken van God is een lastering van Zijn Goddelijke majesteit.
(Matth.4:7 Luk.5:12 b) Numeri. 20:3 God verzoeken is dikwijls in de Heilige Schrift gemeld en veroordeeld als een God zeer tergende zonde, en deze wordt gewoonlijk geacht daarin te bestaan, òf dat men zich begeeft tot enige weg, enig werk, òf enige plichtsbetrachting, zonder genoegzame roeping, volmacht of regel, en wel uit hoofde van daarin op God te vertrouwen, òf dat men in enige toestand, waarin men zich bevindt, het gebruik van de gewone en verordende middelen verzuimt, begerende, verwachtende, of vertrouwende op enige buitengewone hulp of ondersteuning van God, zoals dus iemand, die zich onbedachtzaam in gevaar begeeft, vertrouwende op Gods aanwezigheid en bescherming, gezegd wordt God te verzoeken.
God niet verzoeken is evenzeer, Hem geven wat het Zijne is, en niets Hem onthouden, waarop Hij recht heeft. Daarom in de verordende weg, op Hem hopen en het alleen van Hem verwachten, en niet door ongeloof aan Zijn Almacht en Liefde, Hem de eer weigeren, die Hem toekomt.
KruisverwijzingenPsalmen 119:4→Deuteronomium 11:22→1 Korinthe 15:58→Exodus 15:26→Titus 3:8→2 Petrus 1:5→2 Petrus 3:14→Deuteronomium 11:13→— Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
Gij zult de geboden van de HEERE, uw God, vlijtig houden, bovendien Zijn getuigenissen, en Zijn instellingen, die Hij u geboden heeft.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:40→Deuteronomium 12:25→Deuteronomium 5:29→Deuteronomium 8:11→Ezechiël 33:14→Ezechiël 33:19→Exodus 15:26→Ezechiël 18:21→— En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft;
En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen van de HEERE; opdat het u wel ga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft te zullen geven.
KruisverwijzingenNumeri 33:52→Exodus 23:28→Richteren 3:1→Richteren 2:1→— Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft.
Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, zoals de HEERE gesproken heeft.
KruisverwijzingenExodus 13:14→Exodus 12:26→Jozua 4:21→Jozua 4:6→Deuteronomium 6:7→Spreuken 22:6→— Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de HEERE, onze God, ulieden geboden heeft?
Wanneer uw zoon u morgen zal vragen te allen tijde, wanneer gij de woorden, die ik u heden gebied, aan uw kinderen inprent (vs.7) zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en instellingen, en rechten, die deHEERE, onze God u geboden heeft. Welke aanleiding was daartoe? Welk doel hebben zij?
KruisverwijzingenExodus 20:2→Jesaja 51:1→Deuteronomium 5:15→Romeinen 6:17→Exodus 13:3→Deuteronomium 26:5→Psalmen 136:10→Nehemia 9:9→— Zo zult gij tot uw zoon zeggen: Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd.
Zo zult gij tot uw zoon zeggen: wij waren dienstknechten van farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte gevoerd.
KruisverwijzingenPsalmen 135:9→Deuteronomium 4:34→Deuteronomium 3:21→Deuteronomium 4:3→Psalmen 58:10→Exodus 7:1→Deuteronomium 7:19→Deuteronomium 1:30→— En de HEERE gaf tekenen, en grote en kwade wonderen, in Egypte, aan Farao en aan zijn ganse huis, voor onze ogen;
En de HEERE gebood ons bij die gelegenheid te doen al deze instelltingen, om te vrezen voor de HEERE, onze God, ons voor altijd ten goede, 1) om ons in het leven te behouden, zoals het op deze dag is. 2)
Ons voor altijd ten goede. Hier spreekt Mozes het uit, dat de wet, dat de geboden van God gegeven zijn, niet om de mens te plagen, niet om de mens te doen zuchten onder het harde juk van de dienstbaarheid van de wet, maar ons ten goede. De wet bedoelt het heil van de mens. Daarom zegt ook de dichter, dat aan het onderhouden van de geboden van de Heere groot loon is verbonden. Echter alleen het geloof ziet dit, door het geloof alleen wordt dit ontdekt. De onbekeerde mens ziet er niets van.
Met welke woorden hij leert, dat zij dubbel ondankbaar zouden zijn, indien zij verachten, wat God heeft gewild, dat hun voordelig zou zijn. Want dit is de kracht van dit zinsdeel, alsof hij zei, dat God niet slechts zorg heeft gehad voor Zijn eigen recht en voor het onderhouden van de wet, maar tegelijk ook het oog heeft gehad op wat hen nuttig zou zijn, hetgeen hij in het volgende vers helderder uitdrukt, als hij zegt, dat dit hun gerechtigheid zou zijn, indien zij de wet zouden waarnemen. Alsof hij wilde zeggen: dat de vorm, om rechtvaardig te leven, welke Gode behaagde, was voorgeschreven, waarom zij niets beters konden ontvangen. Hoe echter de waarneming van de wet op zichzelf gerechtigheid kon zijn en toch niemand uit de werken van de wet gerechtvaardigd wordt, zal elders verder worden uiteengezet. Want dat de wet toorn en vervloeking aanbrengt, heeft niet zijn oorsprong in een gebrek of een fout in de onderwijzing van God, maar is te wijten aan onze schuld, die van de gerechtigheid zo ver mogelijk zijn verwijderd, ja, vervreemd.
KruisverwijzingenDeuteronomium 24:13→Romeinen 10:3→Ezechiël 20:11→Psalmen 119:6→Galaten 3:12→Romeinen 10:5→Psalmen 106:30→Lukas 10:28→— En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.
En het zal ons gerechtigheid zijn, wij zullen door God als rechtvaardige beschouwd en behandeld, met alle zegeningen overladen worden, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht van de HEERE, onze God, zoals Hij ons geboden heeft. Zoals de geopenbaarde godsdienst door onderwijzing en opvoeding in de wereld ingevoerd is, moet zij ook door deze middelen in stand worden gehouden. Zij heeft een weten, dat van boven af op bijzondere wijze ontvangen is, en het natuurlijke te boven gaat; daarom wekt zij echter ook telkens een hogere ontwikkeling dan iets anders ter wereld bij machte is te doen. Het onderwijs van de kinderen nu, door vragen en antwoorden, zoals het hier beschreven is, is inderdaad een voorbeeld van onderwijs niet slechts in de school, maar ook in de kerk. Hoe eenvoudig het schijnen mag, het vat toch, over de oorzaak handelende, na een korte inleiding (vs.21) krachtig en beknopt de beide feiten samen, waarop geloof en leven gebouwd zijn, te weten het oordeel over de wereld in vs.22 (hoofdstuk 4:34) en de verlossing van de gemeente (vs.23). De prediking van het oordeel van de wereld mag niet ontbreken, omdat dit gericht van de heiligheid van de Heere getuigt, en daarom het zout is, dat tegen valse gerustheid en bederf helpt bewaren, terwijl het bovendien de gehele omvang van de genade leert kennen. En Luther zegt met recht, dat het de herinnering van Gods weldaden is, die geloof en hoop in de mens ontsteekt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
God is liefde, want Hij gebiedt ons Hem lief te hebben. Het schijnt mij een zeer gezegend voorrecht toe dat het ons vergund is Iemand lief te hebben die zo groot is als God.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 6
Deuteronomium 6:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Deuteronomium 12:1→Deuteronomium 4:45→Deuteronomium 5:31→Leviticus 27:34→Numeri 36:13→Deuteronomium 4:14→Deuteronomium 4:5→
— Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten;
De geboden van God moeten geleerd worden, maar zij moeten ook gedaan worden: “die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet”. En dat dóen is het zware deel van het werk. Het is niet altijd gemakkelijk ze te leren — een mens heeft de Geest van God nodig als hij ze recht zal leren — maar de praktijk is zwaarder dan de prediking. Moge God ons genade geven om, telkens wanneer wij Zijn Woord horen, het ook te doen!
Deuteronomium 6:2.KruisverwijzingenExodus 20:20→Psalmen 128:1→Prediker 12:13→Deuteronomium 10:20→Deuteronomium 4:40→Psalmen 111:10→Deuteronomium 10:12→Deuteronomium 13:4→
— Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden.
De vreze Gods moet altijd een werkende kracht zijn in ons leven: “Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden”. Gehoorzaamheid behoort uit die vreze op te komen, uit een heilig ontzag voor God dat in het hart gevoeld wordt, want alle ware godsdienst moet hartewerk zijn. Het is niet de bloot uitwendige daad waarop God ziet, maar het beweeggrond, de geest die haar voortbrengt.
En die werkzame vreze behoort ons te brengen tot gehoorzaamheid in het bijzondere; wij behoren Gods Woord zó te onderzoeken dat wij ernaar staan “al Zijn inzettingen en Zijn geboden” te houden. Een slordige gehoorzaamheid is ongehoorzaamheid. Wij moeten zorgvuldig en waakzaam zijn om de goddelijke wil te kennen en die in alle opzichten uit te voeren. U die Zijn kinderen bent, wonend in zo’n huisgezin en met zo’n Vader, u past het gehoorzame kinderen te zijn.
Wij mogen er ook niet mee tevreden zijn zelf de geboden te houden. Het is de plicht van ouders het goede van hun kinderen te zoeken — te zoeken dat de zoon en de zoon van de zoon al hun dagen in de wegen van God wandelen. Als uw beroep u onderhouden en u een bestaan gegeven heeft, dan zult u er natuurlijk naar verlangen uw zoon daarin op te brengen. Maar op een veel hoger vlak: is God u een goed God geweest, dan zal uw diepste begeerte zijn dat uw zoon en de zoon van uw zoon diezelfde goddelijke Meester al de dagen van hun leven zullen dienen.
Moge God ons ervoor bewaren deel te hebben aan de geest van hen die menen dat zij zich om de godsdienst van hun kinderen niet hoeven te bekommeren — die het schijnbaar aan een blind lot overlaten.
Deuteronomium 6:3-4.Kruisverwijzingen1 Timotheüs 2:5→Johannes 10:30→Markus 12:29→Jesaja 44:6→Exodus 3:8→Jesaja 45:5→Genesis 15:5→Genesis 22:17→
— Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende. Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!
Er is maar één God. Dit is de grondslag zelf van ons geloof; wij weten niets van “vele goden en vele heren”. En toch is het de drieënige God die wij aanbidden; wij zijn niet minder eenheidsbelijders in de hoogste zin van dat woord doordat wij drie-eenheidsbelijders zijn. Wij geloven niet minder in de ene levende en waarachtige God doordat wij Vader, Zoon en Heilige Geest aanbidden.
Deze grote waarheid is de Joden door hun lange tuchtiging ingebrand, en welke andere misslagen zij ook maken, hierin vindt u hen nooit dwalen: de HEERE uw God is een enig HEERE. Mogen wij altijd bewaard worden van alle afgoderij, van alle dienst van iets anders dan de levende God.
Deuteronomium 6:5.KruisverwijzingenMarkus 12:30→Lukas 10:27→Mattheüs 22:37→Deuteronomium 4:29→Deuteronomium 10:12→Deuteronomium 30:6→1 Johannes 5:3→Deuteronomium 11:13→
— Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen.
Toont dit niet wat de natuur van God zelf is? God is liefde, want Hij gebiedt ons Hem lief te hebben. Er is nooit een aardse vorst of koning geweest van wie ik gehoord heb dat er in zijn wetboek geschreven stond: “Gij zult de koning liefhebben.” Nee; alleen in het wetboek van Hem die de Heere van het leven en van de liefde is, lezen wij zo’n gebod als dit.
Het schijnt mij een zeer gezegend voorrecht toe dat het ons vergund is Iemand lief te hebben die zo groot is als God. Hierin vinden wij onze hemel. Het is een gebod, maar wij beschouwen het liever als een liefdevolle, tedere uitnodiging tot de hoogste gelukzaligheid: “Gij zult den HEERE uw God liefhebben met uw ganse hart” — dat is: innig; “en met uw ganse ziel” — dat is: alleroprechtst, allerliefdevolst; “en met al uw vermogen” — met al uw kracht, met elk vermogen, met elke mogelijkheid van uw natuur. Het is geen kleine liefde die God verdient, en het is ook geen kleine liefde die Hij aannemen zal. Hij zegent ons met heel Zijn hart en al Zijn macht, en naar diezelfde wijze hebben wij Hem lief te hebben.
Deuteronomium 6:6.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:18→Psalmen 37:31→2 Korinthe 3:3→Deuteronomium 32:46→Spreuken 7:3→Kolossenzen 3:16→Jesaja 51:7→Lukas 2:51→
— En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn.
O, hoe gezegend ze in het hart geschreven te hebben door de Heilige Geest. Wij kunnen ze daar nooit krijgen tenzij Hij die het hart vernieuwd heeft, de goddelijke voorschriften op deze vlezen tafelen graveert.
Deuteronomium 6:7.KruisverwijzingenEfeze 6:4→Deuteronomium 11:19→Deuteronomium 6:2→Deuteronomium 4:9→Exodus 12:26→Exodus 13:14→Genesis 18:19→Maleachi 3:16→
— En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat.
Christenouder, hebt u dit gedaan? “Gij zult” ze niet alleen leren, maar “gij zult ze uw kinderen inscherpen”. Ons dagelijks gesprek behoort veel geestelijker te zijn dan het vaak is. Er is geen gevaar dat wij heilige zaken verlagen door ze veel te gebruiken; het gevaar ligt veeleer aan de andere kant: dat wij ze door ze niet te gebruiken gaan vergeten.
Dit gezegende Boek, het heilige Woord van God, is een passende gezel voor uw rust zowel als voor uw arbeid, voor de tijd van uw slapen en de tijd van uw waken. Het zal u zegenen in uw eenzame overdenking, en het zal even goed de huiselijke haard verblijden en u troosten wanneer u in onderlinge vriendschap met elkander spreekt. Wie God waarlijk liefhebben, hebben Zijn heilig Woord zeer lief. Ik zou wensen dat wij meer van dit samen spreken over Gods Woord hadden, wanneer wij aan de weg zitten of wanneer wij wandelen.
Deuteronomium 6:8.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:18→Exodus 13:9→Spreuken 6:21→Spreuken 3:3→Spreuken 7:3→Exodus 13:16→Numeri 15:38→Hebreeën 2:1→
— Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.
Zij zullen uw praktische leidsman zijn, als het ware onder uw vingers. U zult door hen zien, u zult met hen zien, u zult door hen heen zien. Met u in al uw handelingen, met u in al uw gedachten, in het oog vallend met u — niet uit vertoon, maar doordat uw gehoorzaamheid alle mensen openbaar wordt.
Deuteronomium 6:9.KruisverwijzingenDeuteronomium 11:20→Jesaja 57:8→Habakuk 2:2→Job 19:23→Exodus 12:7→Jesaja 30:8→
— En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
Ik zou bijna wensen dat dit veel dikwijler letterlijk vervuld werd dan het geval is. Het verrukte mij in vele Zwitserse dorpen een Schriftwoord in de deurpost gesneden te zien. Een tekst die in uw huis hangt, kan vaak spreken wanneer u zwijgt. Wij kunnen niets doen dat overtollig zou zijn in het bekendmaken van het Woord van God.
Deuteronomium 6:10-12.KruisverwijzingenJozua 24:13→Psalmen 105:44→Nehemia 9:25→Genesis 15:18→Psalmen 78:55→Genesis 13:15→Genesis 26:3→Mattheüs 19:23→
— Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt, En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt; Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd.
Brood dat gegeten is, wordt spoedig vergeten. Hoe vaak doen wij als honden die het been uit onze hand nemen en dan de hand vergeten die het gaf! Zo behoort het bij ons niet te zijn.
Al onze geestelijke barmhartigheden, en vele van onze tijdelijke, gelijken zeer op de erfenis van Israël in het land Kanaän: putten die zij niet gegraven hadden, en wijngaarden die zij niet geplant hadden. Onze zegeningen komen uit bronnen die buiten onze eigen vlijt en bekwaamheid liggen; zij zijn de vruchten van de heilige vindingrijkheid van God en van de rijkdom en volheid van Zijn zorg voor Zijn arme kinderen. Laten wij Hem niet vergeten, want Hij vergeet ons blijkbaar nooit.
Hoogmoed is de eigen zonde van de voorspoed, en hoogmoed staat zij aan zij met het vergeten van God. In plaats van te gedenken waar onze barmhartigheden vandaan kwamen, beginnen wij onszelf voor deze zegeningen te bedanken, en God wordt vergeten. Ik herinner mij iemand van wie gezegd werd dat hij een man was die zichzelf gemaakt had — en hij vereerde zijn schepper. En ik mag zeggen dat er heel veel mensen zijn die juist dat doen. Zij geloven dat zij zichzelf gemaakt hebben, en zo aanbidden zij zichzelf. Laat het het onze zijn te gedenken dat het God is die ons kracht geeft om vermogen of aanzien te verkrijgen, en dat daarom Hem alle eer daarvan toekomt.
Deuteronomium 6:13-15.KruisverwijzingenLukas 4:8→Deuteronomium 10:20→Jeremia 25:6→Deuteronomium 4:24→Mattheüs 4:10→Psalmen 63:11→Deuteronomium 13:4→Deuteronomium 13:7→
— Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren. Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn. Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge.
Onze God is een ijverig God. Iemand zei tot een puritein: “Waarom toch zo nauwgezet?” En hij antwoordde: “Omdat ik een nauwgezet God dien.” God heeft zoveel voor ons gedaan om ons hart te winnen, dat Hij het geheel voor Zichzelf behoort te hebben. Wanneer Hij het geheel heeft, is het nog veel te weinig; maar ons hart te verdelen is Zijn Geest bedroeven en Hem bitter verdrieten. Hij wil het hart geheel voor Zichzelf. Twee goden kan Hij niet verdragen. Van valse goden mogen er vele zijn; van de ware God kan er maar één zijn, en Hij is een ijverig God.
Deuteronomium 6:16-19.KruisverwijzingenLukas 4:12→Exodus 17:7→Mattheüs 4:7→Psalmen 95:8→Exodus 17:2→Hebreeën 3:8→Psalmen 119:4→Deuteronomium 11:22→
— Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa. Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft. En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft; Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft.
Dit verbond der werken hebben zij verbroken, gelijk ook wij het onze reeds lang verbroken hebben. Geloofd zij God, onze zaligheid hangt nu aan een ander verbond, dat niet falen noch bezwijken kan: het verbond der genade. En toch, nu wij kinderen des Heeren geworden zijn, staan wij onder de tucht van het huis des Heeren.
Deze woorden mogen niet ongepast uitdrukken wat de tucht van het huis des Heeren over Zijn eigen kinderen is: dat Hij ons zégent wanneer wij in Zijn wegen wandelen, en dat Hij ons tegen zal wandelen wanneer wij Hem tegen wandelen. Hij houdt een roede in Zijn huis, en in liefde gebruikt Hij die over Zijn meest geliefden. “Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik u alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over u bezoeken.” Hij zal Zijn kinderen niet doden en hen niet behandelen zoals een rechter een misdadiger behandelt, want zij zijn niet onder de wet maar onder de genade; maar Hij zal hen tuchtigen en met hen handelen zoals een vader zijn kind tuchtigt — uit liefde. O, dat wij genade mochten hebben om voor Hem te wandelen met een heilige, kinderlijke vreze, opdat wij altijd in het licht van Zijn aanschijn mogen wandelen.
Deuteronomium 6:20.KruisverwijzingenExodus 13:14→Exodus 12:26→Jozua 4:21→Jozua 4:6→Deuteronomium 6:7→Spreuken 22:6→
— Wanneer uw zoon u morgen zal vragen, zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en inzettingen, en rechten, die de HEERE, onze God, ulieden geboden heeft?
De Israëlieten wordt gezegd hun kinderen zelf te onderwijzen in de inzettingen, de rechten en de wetten des Heeren. De ouders moesten ze uitleggen — en niet naar de priester verwijzen. Hoeveel wij het zondagsschoolwerk ook mogen liefhebben en waarderen — en wij kunnen het niet te veel liefhebben — ik hoop dat wij nooit zullen vergeten dat de eerste plicht tegenover het kind bij de ouder ligt. Vaders en moeders zijn de meest natuurlijke werktuigen die God gebruikt tot de zaligheid van hun kinderen. In mijn vroege jeugd heeft geen onderwijs zo’n indruk op mijn gemoed gemaakt als het onderricht van mijn moeder.
Wij behoren onze kinderen in het bijzonder onze eigen ervaring te verhalen, zoals ons in dit gedeelte gezegd wordt: “Wij waren dienstknechten van Farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte uitgevoerd” (vs. 21). Wij kunnen geen getuigenis geven dat zo nuttig, zo boeiend en zo treffend is als wat wij zelf gezien hebben. Wij kunnen het evangelie vertellen zoals wij het in de Bijbel vinden, maar wij behoren het te zetten in de lijst van onze eigen ervaring van zijn kostelijkheid.
Wij behoren onze zonen te vertellen hoe wij gezondigd hebben en hoe de Heere Zich over ons ontfermd heeft. Wij behoren hun te vertellen hoe Christus ons ontmoette, hoe wij gebracht werden Zijn aangezicht te zoeken, hoe wij wedergeboren werden, hoe wij een nieuw hart en een rechte geest ontvingen. Hij zal des te meer over deze grote verandering nadenken omdat zij zijn vader of zijn moeder of een geliefde vriend overkwam. En misschien zal hij, als hij niet als kind bekeerd wordt, in later leven denken aan wat wij hem verteld hebben, en zich dan alsnog tot God keren.
Deuteronomium 6:23.KruisverwijzingenDeuteronomium 6:10→Deuteronomium 6:18→Exodus 13:5→Deuteronomium 1:35→Deuteronomium 1:8→
— En hij voerde ons van daar uit, opdat Hij ons inbracht, om ons het land te geven, dat Hij onzen vaderen gezworen had.
God heeft ons uitgevoerd. Sommigen menen dat God ver weg woont, opgesloten in een eeuwige afzondering. Maar wij hebben het niet zo bevonden, want Hij heeft in barmhartigheid met ons gehandeld. Zij veronderstellen dat een dikke sluier ons afsluit van het onzienlijke, een grote kloof die ons arme stervelingen scheidt van alle gemeenschap met God. Zij glimlachen en keren zich om wanneer wij over God beginnen te spreken.
Wij hebben op dit punt ons getuigenis te geven: dat God met óns ernstige handelingen gehad heeft. Wij waren in het land der duisternis en in de vallei van de schaduw des doods. Wij hielden van de zonde — wij waren er slaven van, en wij hadden geen wens en geen wil om er aan te ontkomen. Maar met een eeuwige liefde scheurde God de hemelen en kwam Hij in majesteit neder. Hij heeft ons uitgevoerd, en Hij zal ons inbrengen.
Brengt de Heere ons niet in de heerlijkheid, dan is het dierbare bloed van Christus tevergeefs vergoten en heeft de Heilige Geest tevergeefs in onze harten gewerkt. Voleindigt God Zijn werk niet aan ons en in ons, dan zullen mensen en duivelen zeggen dat Hij begonnen is te bouwen maar niet kon voleinden. Laten wij daarom op Hem vertrouwen en zeggen: “Hij zal ons inbrengen.” Over de Jordaan zullen wij gaan met onze Jozua, Jehova-Jezus, aan onze spits; en wij zullen, ieder van ons, ons deel innemen in dat heerlijke land.
Deuteronomium 6:25.KruisverwijzingenDeuteronomium 24:13→Romeinen 10:3→Ezechiël 20:11→Psalmen 119:6→Galaten 3:12→Romeinen 10:5→Psalmen 106:30→Lukas 10:28→
— En het zal ons gerechtigheid zijn, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, gelijk Hij ons geboden heeft.
Dat zou de gerechtigheid van Israël geweest zijn, als het volk erop toegezien had al deze geboden voor het aangezicht des HEEREN te doen; maar zij werd door ongehoorzaamheid geschonden en verdorven. Wij verblijden ons te weten dat wij die in Jezus geloven een gerechtigheid hebben waartoe Israël niet gekomen is, want de Heere Jezus Christus Zelf is onze gerechtigheid.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-9.KruisverwijzingenMarkus 12:30→Lukas 10:27→Mattheüs 22:37→Deuteronomium 4:29→Deuteronomium 30:6→1 Johannes 5:3→Deuteronomium 11:13→Efeze 6:4→
— Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden. Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende. Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.
Mozes houdt zich bezig met de verklaring en aanprijzing van het eerste gebod. Twee waarheden worden daaruit afgeleid: dat de Heere, de God van Israël een enig Heer is; en vervolgens, dat Hij liefde eist, van het gehele hart, de gehele ziel en alle krachten. Zal de liefde van God nu van het goede gehalte zijn, dan moet zij zich openbaren in voortdurende bepeinzing en onderhouding van Zijn geboden.
Dit, wat in het voorgaande genoemd is, en waarvan nu afzonderlijke delen besproken zullen worden, zijn dan de geboden, de instellingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren, opdat gij ze doet in hetland, waarnaar gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten.
Merkt hier op, dat Mozes zoveel mogelijk zorg droeg, om hen bij God en Zijn dienst te bepalen, nu zij in het land Kanaän klaar stonden in te trekken, opdat zij mochten toebereid worden tot de vertroostingen van dat land en gesterkt tegen de verleidende strikken daarin, en tenslotte zij, nu zij klaar stonden in de wereld in te treden, wel bereid en wel toegerust daarin mochten treden, dat de vrees voor God in het hart de machtigste prikkel zij, dat godsdienst en gerechtigheid het welzijn van een volk bevorderen en beveiligen.
Opdat gij de HEERE, uw God, vreest, om door die vrees te houden al Zijn instellingen, en Zijn geboden, die Ik u gebied: gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen van uw leven; en opdat uw dagen verlengd worden.
Hoor dan, Israël! ik kan het u niet genoeg voorhouden, en neem waar de geboden van God, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigt (zoals u de HEERE, de God van uw vaderen, gesproken heeft) in het land dat u beloofd is, dat van melk en honing is vloeiende (zie “Ex 3.17).
a) Hoor, Israël! de HEERE, onze God, naast wie gij volgens het eerste gebod geen andere goden zult hebben, is een enig HEERE, 1) de enige, die de naam Jehova (de zijnde) verdient, omdat Hij als God bestaat (Zach.14:19).
Deuteronomium. 4:35 Mark.12:29 Joh.17:3; 1 Kor.8:4,6
Dat Mozes verzekert, dat God één is, moet niet tot Zijn Wezen alleen, hetgeen toch onomvattelijk is, teruggebracht worden, maar daaronder moet ook begrepen worden, de Deugd en Glorie van God, welke aan het volk is geopenbaard. Alsof hij zeggen wil, dat zij schuldig zijn aan afval, indien zij niet in God alleen zich zouden verheugen, Die hen aan zich had verbonden. Daarom noemt hij Hem niet alleen met de naam van Jehova, maar voegt er ook de naam van God bij, welke door het volk werd uitgesproken. Zo werden alle andere godheden tot niets teruggebracht en het volk bevolen, te ontvluchten en af te wijzen, al wat de harten van de zuivere kennis van God afvoert, omdat, ofschoon Hem Zijn naam wordt gelaten, men toch Zijn Majesteit vernietigt, zodra Hij met de menigte vermengd wordt.
In deze woorden legden de joden groot gewicht, en het is een van de gedeelten, die zij op hun gedenktekens schreven. Bij het woord Elohim zegt Simeon ben Jarchi: “Kom en zie het geheim van het woord Elohim (= God); er zijn drie trappen en elke trap is op zichzelf alleen, en thans zijn zij allen één en tezamen tot één verenigd en niet van elkaar gescheiden. Of: Hoor, o Israël! Jehova, onze God, is een enige Jehova. Door deze uitdrukking zegt Mozes het aan Israëls volk, dat Jehova de enige God is, de Enige, die op de naam van God aanspraak kan maken; dat Hij is de absolute God, boven Wie of naast Wie er geen godheid bestaat. Dat Hij daarom niet is alleen de God van Israël, maar ook de God van de gehele wereld, die wel Israël op bijzondere wijze heeft uitverkoren, maar Wiens heerschappij gaat over alle volken. Hij is de Heere.
Zo zult gij ook niet meerdere heren bezitten, zoals de Kanaänieten, die verscheidene Baäls hebben, en hen, de een zowel als de ander vereren (zie “De 16.21), en zult gij de HEERE, uw God, a) liefhebben met uw gehele hart, en met uw gehele ziel, en met al uw vermogen.
Deuteronomium. 10:12 Matth.22:37 Luk.10:27 Het hart wordt eerst genoemd als de zetel van het gevoel in het algemeen, en van de liefde in het bijzonder; dan volgt de ziel, als centrum van de menselijke persoonlijkheid, om de liefde aan te duiden als het gehele zelfbewustzijn doordringende; eindelijk is er sprake van het vermogen, de krachten van het lichaam en de ziel. In plaats van “hart” geeft de vertaling van de zeventig: genoemd (dianoia). Dit woord hebben de Evangelisten overgenomen, maar geen van hen heeft zich aan de zeventig gebonden. Mattheus noemt dianoia (verstand) in de plaats van “vermogen” (Matth.22:37) omdat zij voor de geestelijke liefde een uitnemend gewicht heeft. Markus (hoofdstuk 12:30) voegt vóór de woorden: “uit geheel uw hart” nog in: “uit geheel uw verstand,” in Mark.12:33 staat deze uitdrukking tussen “hart” en “ziel”. Lukas (hoofdstuk 10:27) eindelijk noemt deze woorden in de laatste plaats. Wij zien dus hier, zoals in de herhaling van de 10 geboden, dat de Heilige Geest bij het aanhalen van woorden van God in de Schrift zelf telkens nieuwe dingen schept en zich niet aan de letter bindt.
In de vrees voor de Heere wortelt de gehoorzaamheid aan Zijn geboden. Indien echter deze vrees de mens belet, om zijn tegen God gekeerd “Ik” op de voorgrond te stellen, mag het niet blijven bij verloochening van de eigen wil alleen. De menselijke en goddelijke wil moeten zich verenigen, en dit is de liefde.
Het onderscheid tussen Oude en Nieuwe Verbond bestaat niet in de eis van de liefde, die aan beiden gemeen is, maar in de drang van de liefde, die door het Evangelie heerlijker bevorderd wordt, omdat het de openbaring is van Gods grootste liefde in Christus.
En deze woorden, die ik u heden opnieuw gebied, zullen in uw hart 1) zijn.
Zijn uit het hart de uitgangen van het leven, de Heere beveelt hier Israël, de geboden in hun hart te bewaren, opdat leven en wandel geheel en al in overeenstemming met die geboden zou zijn. Eigenlijk staat er: op uw hart.
En gij zult ze uw a) kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op de weg gaat, en als gij neerligt, en als gij opstaat. 1)
Deuteronomium. 4:9; 11:19
Gij zult ze altijd betrachten en beoefenen, opdat zij niet verroesten of verdonkerd worden, maar altijd helder en nieuw blijven in geheugen en gesprekken. Want hoe meer men Gods Woord ter hand neemt, des te helderder en nieuwer wordt het; indien men het echter niet gebruikt, wordt het spoedig vergeten en krachteloos.
Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen.
En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten van de steden schrijven. Zowel de werkzaamheid naar buiten als ook het inwendige, het huiselijke en openbare leven moeten onder den invloed van de wet staan. De Karaïtische joden (die de zogenaamde overlevering of traditie verwerpen), zowel als de meeste christelijke Schriftverklaarders behouden deze woorden van Mozes als een beeldspraak, die bestendige opmerkzaamheid tegenover de geboden van de Heere voorschrijft. De Rabbanieten echter (die aan de overlevering hetzelfde recht toekennen als aan de Heilige Schrift), hebben deze plaats (Ex.13:9,16 Numeri. 15:37-41 Deuteronomium. 11:18-20 ) in de letterlijke zin opgevat. Vandaar het gebruik, dat na de Babylonische ballingschap ingevoerd werd, om gedenktekens aan voorhoofd en arm (Hebreeuws, Thephilin), zomen (Hebreeuws, Zizith, Matth.23:5) aan de kleren, en perkamentrolletjes (Hebreeuws, Mesusa) aan de posten te verbinden. Wat de Thephillin betreft, men maakte in een vierhoekig stukje hout, dat de vorm van een dobbelsteen had, drie gleuven ongeveer zo diep als het onderste lid van de kleine vinger. Daardoor ontstonden vier openingen, over welke geweekt leer van een rein dier gelegd werd, dat men in de kloven inperste, en wegnam, wanneer het daar droog was geworden. Het leer had nu vier holten, in welke men vier kleine perkamentrollen, opgevouwd en in kalfsharen gewikkeld, legde; op deze rollen waren vier gedeelten van de wet geschreven: Deuteronomium. 11:13-21; 6:4-9 Ex.13:3-10, 11-16. Dit doosje sloot men met een dubbel stuk leer, dat een vierde duim groter moest zijn, en stak vervolgens door een leren bandje, dat daaraan vastgemaakt was, een zwarte riem ter breedte van een gerstekorrel. Door deze riem bond men het doosje zo om het hoofd, dat het tussen de wenkbrauwen lag, terwijl de knoop achter in de nek zo gelegd werd, dat hij een d (Hebreeuws, d) vormde (een andere letter, de s of Sch was op het doosje aangebracht). Het overige van de riemen hing over de schouders, rechts tot aan de navel (Spreuken. 3:8), links tot op de borst. Dit waren de Thephillin schel (ascher el) rosch, of de gedenktekens aan het hoofd. Bij de andere, de Theph Schel Jad (gedenktekens aan de hand) had het leren doosje geen afdelingen, maar de vorm van een vingerhoed, of een van boven afgerond torentje. Daarin werd één perkamentrol, op welke de vier bovengenoemde plaatsen in vier kolommen nauwkeurig en sierlijk geschreven waren, geborgen, en vervolgens werd het doosje, als boven gesloten, met een leren riem aan de binnenzijde van het bovenste gedeelte van de linkerarm vastgemaakt, onmiddellijk tegenover het hart. De knoop werd zo gelegd, dat het ene einde van de riem een y (Hebreeuws, i) vormde, en dus door beide gedenktekens de letters weergegeven werden van de naam yds (Schaddaï, d.i. de Almachtige, Ruth 1:20); het andere einde echter was lang genoeg, om driemaal om de arm gewonden, vervolgens aan de kleine vinger vastgemaakt, om dan nog driemaal om de drie middenvingers gewonden te worden.
De Mesusa bestond uit een perkament, dat van binnen met de woorden Deuteronomium. 6:4 vv. en 11:13 vv., en van buiten, nadat het samengerold was, met de naam Schaddaï beschreven, in een rond busje gesloten, en zo in een opening van de rechterdeurpost van de kamers of in de bovendorpel van de huisdeur geschreven werd. Bij het verlaten of inkomen van het huis raakte men de Mesusa aan, en sprak de woorden Psalm. 121:8 uit, waarbij Rabbi Bechai in de 2de eeuw n.Chr. de schone opmerking voegde: “de volken van de aarde menen, dat het geluk in huis van de sterren komt;” wij echter schrijven in onze posten den naam “de Almachtige,” en belijden daarmee, dat God boven de sterren verheven is en dat van Hem alle zegen afdaalt. De zomen aan de vier uiteinden van het opperkleed, waren, zoals we bij Numeri. 15:37 vv. (Deuteronomium. 22:12) zagen, uit gevlochten snoeren van hemelsblauwe kleur vervaardigd, en met een snoer van dezelfde kleur aan de uiteinden vastgemaakt. De joden van de huidige tijd dragen deze nog, niet in het blauw, maar in het wit, zowel aan de kleinen Tallith, een klein tot aan de borst reikend manteltje, dat onder de gewone kleding verborgen is, als ook aan de grote Tallith, een gebedsmantel, die in de Synagoge omgehangen wordt, om de nek (vroeger bedekte men daarmee het voor- en achterhoofd)
II. Vs. 10-25.KruisverwijzingenLukas 4:12→Exodus 17:7→Lukas 4:8→Mattheüs 4:7→Jozua 24:13→Deuteronomium 10:20→Jeremia 25:6→Deuteronomium 4:24→
— Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben ingebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft, u te zullen geven; grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt, En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt; Zo wacht u, dat gij den HEERE niet vergeet, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis heeft uitgevoerd. Gij zult den HEERE, uw God, vrezen, en Hem dienen; en gij zult bij Zijn Naam zweren. Gij zult andere goden niet navolgen, van de goden der volken, die rondom u zijn. Want de HEERE, uw God is een ijverig God in het midden van u; dat de toorn des HEEREN, uws Gods, tegen u niet ontsteke, en Hij u van den aardbodem verdelge. Gij zult den HEERE, uw God, niet verzoeken, gelijk als gij Hem verzocht hebt te Massa. Gij zult de geboden des HEEREN, uws Gods, vlijtig houden, mitsgaders Zijn getuigenissen, en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft. En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN; opdat het u welga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft; Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, gelijk als de HEERE gesproken heeft.
In het land, dat Israël verwerven zal, wordt het bedreigd door het gevaar van aardsgezindheid die de Heere vergeet, en in het goede leven bevrediging zoekt en voldoening vindt. Dit gevaar is groter, omdat Israël terstond in het bezit van de aardse goederen komt, zonder deze met moeite te verwerven. Daarom vermaant Mozes hen, om de verlossing uit Egypte, waardoor Jehova aanspraak heeft op hun dankbaarheid, niet alleen zelf in gedachtenis te houden, maar de herinnering van deze uitredding ook voort te planten onder de volgende geslachten.
Als het dan zal geschied zijn, dat de HEERE, uw God, u zal hebben binnengebracht in dat land, dat Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob gezworen heeft, u te zullen geven; en u daar met het land zal hebben gegeven grote en goede steden, die gij niet gebouwd hebt.
En huizen vol van alle goeds, goud en zilver en andere kostbaarheden, (Genesis 24:10) die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen putten (Genesis 26:15 vv.), die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, a) en gij gegeten hebt en verzadigd zijt. 1)
Deuteronomium. 8:9,10
Verzadigd worden is een bijzonder gewichtige uitdrukking in de Schrift. Met de verzadiging van het lichaam is zo snel de verzadiging van de ziel verbonden, die de honger en dorst (Psalm. 42; Matth.5) uitsluit en aan wereldvergoding plaats geeft. Zie, hoe Mozes dus geestelijk strijdt tegen de afgoderij van het hart, voordat hij van de afgoden spreekt.
Zo wacht u, dat gij ook niet geestelijk oververzadigd wordt (hoofdstuk 31:20), en de HEERE niet vergeet, 1) die u uit Egypte, uit het diensthuis, heeft uitgevoerd.
Het niet vergeten wordt in vs.13 nader bestemd als God vrezen, Hem dienen en bij Zijn Naam zweren. De vrees staat vooraan als de grondslag van de Israëlitische Godsverering. Zij is geen knechtelijke vrees, maar slechts de heilige vrees van de zondaar voor een heilig God, welke de liefde niet uit-, maar insluit.
Gij zult de HEERE, uw God, a) vrezen, en Hem alleen (Matth.4:10 (Luk.4:8) dienen;
en gij zult bij Zijn naam zweren 2) (zie “De 10.20).
Deuteronomium. 10:20 Matth.4:10 Luk.4:8
Tussen vrezen en dienen is dit verschil, dat het eerste meer een zaak is van het hart en het tweede een zaak van het verstand.
Gij zult bij Zijn Naam zweren. Dit zweren ziet niet alleen, of in de eerste plaats, op die plechtige handeling voor de Overheid, of bij beloften in het dagelijkse leven, maar op het wezen van de godsdienst onder Israël, en is een andere en sterkere uitdrukking voor het de Heere dienen en vrezen, om daarmee aan te duiden, dat het vrezen een waarlijk heilig vrezen moet zijn, met de heiligste eerbied en met het heiligst ontzag gepaard, voor het Eeuwig Wezen van God. Ook wordt bij Zijn Naam zweren soms gebruikt voor het openlijk belijden van de Naam van de Heere (Jesaja 45:23)
Gij zult andere goden niet navolgen, 1) namelijk van de goden van de volken, die rondom u zijn.
Door deze plaats verbiedt Mozes het volk om de eenvoudige dienst van God te laten varen, ofschoon de voorbeelden van bijgeloof gedurig hen voor de ogen zouden voorbij trekken. Dit nu zou een zeer schuldige onderneming zijn, dat nergens gevonden zouden worden, wie aan de tucht van de wet zich zouden onderwerpen, terwijl toch bij enkele volken nog enige Godsverering gevonden, of als zodanig genoemd werd. Daar daarom verschillende wijzen van verering evenzo vele afwijkingen waren van de rechte weg, was het noodzakelijk hen tijdig op het gevaar opmerkzaam te maken en alzo het gezag van één God te doen vaststaan, opdat de joden de gevoelens van alle volken zouden geringschatten. De bedreiging wordt er bij gevoegd, dat de straf bij de hand zou zijn, indien zij tot de bijgelovigheden zouden afwijken, omdat God een ijverig God was en onder hen Zijn troon had gevestigd. Dat God een ijveraar wordt genoemd is daarom omdat Hij geen wedijver toelaat, welke aan Zijn Glorie te kort doet, noch evenmin, dat de dienst, Hem alleen verschuldigd, op een ander wordt overgedragen.
Want de HEERE, uw God, is een ijverig God in het midden van u, die Zijn eer aan geen anderen geeft (Ex.20:5), zodat, wanneer gij aan andere goden zou geven, wat Hem toekomt, de toorn van de HEERE, uw God, tegen u niet ontsteekt, en Hij u van de aardbodem verdelgt, zoals Hij reeds eenmaal wilde doen, bij de oprichting van het gouden kalf (Ex.32:10,12).
Gij zult echter ook de HEERE, uw God, a) niet verzoeken, in de een of andere zaak Hem tarten, om Zijn macht en hulp te tonen of Hij wel inderdaad onder u is, zoals gij Hem verzocht hebt te Massa b) in Rafidim (Ex.17:1-7); want dit verzoeken van God is een lastering van Zijn Goddelijke majesteit.
(Matth.4:7 Luk.5:12 b) Numeri. 20:3 God verzoeken is dikwijls in de Heilige Schrift gemeld en veroordeeld als een God zeer tergende zonde, en deze wordt gewoonlijk geacht daarin te bestaan, òf dat men zich begeeft tot enige weg, enig werk, òf enige plichtsbetrachting, zonder genoegzame roeping, volmacht of regel, en wel uit hoofde van daarin op God te vertrouwen, òf dat men in enige toestand, waarin men zich bevindt, het gebruik van de gewone en verordende middelen verzuimt, begerende, verwachtende, of vertrouwende op enige buitengewone hulp of ondersteuning van God, zoals dus iemand, die zich onbedachtzaam in gevaar begeeft, vertrouwende op Gods aanwezigheid en bescherming, gezegd wordt God te verzoeken.
God niet verzoeken is evenzeer, Hem geven wat het Zijne is, en niets Hem onthouden, waarop Hij recht heeft. Daarom in de verordende weg, op Hem hopen en het alleen van Hem verwachten, en niet door ongeloof aan Zijn Almacht en Liefde, Hem de eer weigeren, die Hem toekomt.
Gij zult de geboden van de HEERE, uw God, vlijtig houden, bovendien Zijn getuigenissen, en Zijn instellingen, die Hij u geboden heeft.
En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen van de HEERE; opdat het u wel ga, en dat gij inkomt, en erft het goede land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft te zullen geven.
Om al uw vijanden voor uw aangezicht te verdrijven, zoals de HEERE gesproken heeft.
Wanneer uw zoon u morgen zal vragen te allen tijde, wanneer gij de woorden, die ik u heden gebied, aan uw kinderen inprent (vs.7) zeggende: Wat zijn dat voor getuigenissen, en instellingen, en rechten, die deHEERE, onze God u geboden heeft. Welke aanleiding was daartoe? Welk doel hebben zij?
Zo zult gij tot uw zoon zeggen: wij waren dienstknechten van farao in Egypte; maar de HEERE heeft ons door een sterke hand uit Egypte gevoerd.
En de HEERE gebood ons bij die gelegenheid te doen al deze instelltingen, om te vrezen voor de HEERE, onze God, ons voor altijd ten goede, 1) om ons in het leven te behouden, zoals het op deze dag is. 2)
Ons voor altijd ten goede. Hier spreekt Mozes het uit, dat de wet, dat de geboden van God gegeven zijn, niet om de mens te plagen, niet om de mens te doen zuchten onder het harde juk van de dienstbaarheid van de wet, maar ons ten goede. De wet bedoelt het heil van de mens. Daarom zegt ook de dichter, dat aan het onderhouden van de geboden van de Heere groot loon is verbonden. Echter alleen het geloof ziet dit, door het geloof alleen wordt dit ontdekt. De onbekeerde mens ziet er niets van.
Met welke woorden hij leert, dat zij dubbel ondankbaar zouden zijn, indien zij verachten, wat God heeft gewild, dat hun voordelig zou zijn. Want dit is de kracht van dit zinsdeel, alsof hij zei, dat God niet slechts zorg heeft gehad voor Zijn eigen recht en voor het onderhouden van de wet, maar tegelijk ook het oog heeft gehad op wat hen nuttig zou zijn, hetgeen hij in het volgende vers helderder uitdrukt, als hij zegt, dat dit hun gerechtigheid zou zijn, indien zij de wet zouden waarnemen. Alsof hij wilde zeggen: dat de vorm, om rechtvaardig te leven, welke Gode behaagde, was voorgeschreven, waarom zij niets beters konden ontvangen. Hoe echter de waarneming van de wet op zichzelf gerechtigheid kon zijn en toch niemand uit de werken van de wet gerechtvaardigd wordt, zal elders verder worden uiteengezet. Want dat de wet toorn en vervloeking aanbrengt, heeft niet zijn oorsprong in een gebrek of een fout in de onderwijzing van God, maar is te wijten aan onze schuld, die van de gerechtigheid zo ver mogelijk zijn verwijderd, ja, vervreemd.
En het zal ons gerechtigheid zijn, wij zullen door God als rechtvaardige beschouwd en behandeld, met alle zegeningen overladen worden, als wij zullen waarnemen te doen al deze geboden, voor het aangezicht van de HEERE, onze God, zoals Hij ons geboden heeft. Zoals de geopenbaarde godsdienst door onderwijzing en opvoeding in de wereld ingevoerd is, moet zij ook door deze middelen in stand worden gehouden. Zij heeft een weten, dat van boven af op bijzondere wijze ontvangen is, en het natuurlijke te boven gaat; daarom wekt zij echter ook telkens een hogere ontwikkeling dan iets anders ter wereld bij machte is te doen. Het onderwijs van de kinderen nu, door vragen en antwoorden, zoals het hier beschreven is, is inderdaad een voorbeeld van onderwijs niet slechts in de school, maar ook in de kerk. Hoe eenvoudig het schijnen mag, het vat toch, over de oorzaak handelende, na een korte inleiding (vs.21) krachtig en beknopt de beide feiten samen, waarop geloof en leven gebouwd zijn, te weten het oordeel over de wereld in vs.22 (hoofdstuk 4:34) en de verlossing van de gemeente (vs.23). De prediking van het oordeel van de wereld mag niet ontbreken, omdat dit gericht van de heiligheid van de Heere getuigt, en daarom het zout is, dat tegen valse gerustheid en bederf helpt bewaren, terwijl het bovendien de gehele omvang van de genade leert kennen. En Luther zegt met recht, dat het de herinnering van Gods weldaden is, die geloof en hoop in de mens ontsteekt.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel