Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna keerden wij ons en togen op, den weg van Bazan; en Og, de koning van Bazan, trok uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde bij Edrei.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna keerdenH6437 wij ons en togenH5927 op, den wegH1870 van BazanH1316; en OgH5747, de koningH4428 van BazanH1316, trokH3318 uit ons tegemoetH7125, hijH1931 en alH3605 zijn volkH5971, ten strijdeH4421 bij EdreiH154.Daarna keerden wij ons en togen op, den weg van Bazan; en Og, de koning van Bazan, trok uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde bij Edrei.
KJVThen we turned,1and went up2the way3to Bashan:4and Og6the king7of Bashan8came out5against9us, he and all his people,12to battle13at Edrei.
1וַנֵּ֣פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2וַנַּ֔עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4הַבָּשָׁ֑ןH1316Bazan, BasanBashan5וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6עוֹג֩H5747OgOg7מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8הַבָּשָׁ֨ןH1316Bazan, BasanBashan9לִקְרָאתֵ֜נוּH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way10ה֧וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12עַמּ֛וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13לַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)14אֶדְרֶֽעִיH154EdreiEdrei
2Toen zeide de HEERE tot mij: Vrees hem niet, want Ik heb hem, en al zijn volk, en zijn land, in uw hand gegeven; en gij zult hem doen, gelijk als gij Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413 mij: VreesH3372 hem nietH408, want Ik heb hem, en alH3605 zijn volkH5971, en zijn landH776, in uw handH3027gegevenH5414; en gij zult hem doenH6213, gelijk als gij SihonH5511, den koningH4428 der AmorietenH567, dieH834 te HesbonH2809woondeH3427, gedaanH6213 hebt.Toen zeide de HEERE tot mij: Vrees hem niet, want Ik heb hem, en al zijn volk, en zijn land, in uw hand gegeven; en gij zult hem doen, gelijk als gij Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt.
KJVAnd the LORD2said1unto me, Fear5him not: for I will deliver9him, and all his people,13and his land,15into thy hand;8and thou shalt do16unto him as thou didst19unto Sihon20king21of the Amorites,22which dwelt24at Heshbon.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלַי֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than5תִּירָ֣אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)6אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8בְיָדְךָ֞H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9נָתַ֧תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13עַמּ֖וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אַרְצ֑וֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16וְעָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17לּ֔וֹ18כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19עָשִׂ֗יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20לְסִיחֹן֙H5511SihonSihon21מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal22הָֽאֱמֹרִ֔יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24יוֹשֵׁ֖בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry25בְּחֶשְׁבּֽוֹןH2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon
3En de HEERE, onze God, gaf ook Og, den koning van Bazan, en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En de HEEREH3068, onze GodH430, gafH5414ookH1571OgH5747, den koningH4428 van BazanH1316, en alH3605 zijn volkH5971, in onze handH3027, zodat wij hem sloegenH5221, totdatH5704 wij hem niemandH8300 lieten overblijvenH7604.En de HEERE, onze God, gaf ook Og, den koning van Bazan, en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven.
KJVSo the LORD2our God3delivered1into our hands4Og7also, the king8of Bashan,9and all his people:12and we smote13him until none was left16to him remaining.
1וַיִּתֵּן֩H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֵ֜ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4בְּיָדֵ֗נוּH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves5גַּ֛םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7ע֥וֹגH5747OgOg8מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9הַבָּשָׁ֖ןH1316Bazan, BasanBashan10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12עַמּ֑וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13וַנַּכֵּ֕הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound14עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet15בִּלְתִּ֥יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without16הִשְׁאִֽירH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest17ל֖וֹ18שָׂרִֽידH8300overigen, overgeblevenen, niemand[idiom] alive, left, remain(-ing), remnant, rest
4En wij namen te dier tijd al zijn steden; er was geen stad, die wij van hen niet namen: zestig steden, de ganse landstreek van Argob, het koninkrijk van Og in Bazan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En wij namen te dier tijdH6256alH3605 zijn stedenH5892; er wasH1961geenH3808stadH7151, die wij van hen nietH3808 namen: zestigH8346stedenH5892, de ganseH3605landstreekH2256 van ArgobH709, hetH1931koninkrijkH4467 van OgH5747 in BazanH1316.En wij namen te dier tijd al zijn steden; er was geen stad, die wij van hen niet namen: zestig steden, de ganse landstreek van Argob, het koninkrijk van Og in Bazan.
Ook in dit vers
namenH3920
namenH3947
KJVAnd we took1all his cities4at that time,5there was not a city9which we took12not from them, threescore14cities,15all the region17of Argob,18the kingdom19of Og20in Bashan.
1וַנִּלְכֹּ֤דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4עָרָיו֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6הַהִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8הָֽיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9קִרְיָ֔הH7151stadcity10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12לָקַ֖חְנוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win13מֵֽאִתָּ֑םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14שִׁשִּׁ֥יםH8346zestigsixty, three score15עִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17חֶ֣בֶלH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling18אַרְגֹּ֔בH709ArgobArgob19מַמְלֶ֥כֶתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal20ע֖וֹגH5747OgOg21בַּבָּשָֽׁןH1316Bazan, BasanBashan
5Al die steden waren met hoge muren, poorten en grendelen gesterkt, behalve zeer vele onbemuurde steden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5AlH3605dieH428stedenH5892 waren met hogeH1364murenH2346, poortenH1817 en grendelenH1280gesterktH1219, behalve zeerH3966veleH7235onbemuurdeH6521stedenH5892.Al die steden waren met hoge muren, poorten en grendelen gesterkt, behalve zeer vele onbemuurde steden.
KJVAll these cities3were fenced4with high6walls,5gates,7and bars;8beside unwalled11towns10a great13many.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אֵ֜לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)3עָרִ֧יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town4בְּצֻר֛וֹתH1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold5חוֹמָ֥הH2346muur, muren, muurswall, walled6גְבֹהָ֖הH1364hogen, hoge, hooghaughty, height, high(-er), lofty, proud, [idiom] exceeding proudly7דְּלָתַ֣יִםH1817deuren, deur, poortendoor (two-leaved), gate, leaf, lid. (Psalm 141:3)8וּבְרִ֑יחַH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive9לְבַ֛דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength10מֵעָרֵ֥יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11הַפְּרָזִ֖יH6521dorpen, landvlekken, onbemuurdevillage12הַרְבֵּ֥הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very13מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
6En wij verbanden dezelve, gelijk wij Sihon, den koning van Hesbon, gedaan hadden, verbannende alle steden, mannen, vrouwen en kinderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En wij verbandenH2763 dezelve, gelijk wij SihonH5511, den koningH4428 van HesbonH2809, gedaanH6213 hadden, verbannendeH2763alleH3605stedenH5892, mannenH4962, vrouwenH802 en kinderenH2945.En wij verbanden dezelve, gelijk wij Sihon, den koning van Hesbon, gedaan hadden, verbannende alle steden, mannen, vrouwen en kinderen.
KJVAnd we utterly destroyed1them, as we did4unto Sihon5king6of Heshbon,7utterly destroying8the men,11women,12and children,13of every city.
1וַנַּחֲרֵ֣םH2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)2אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשִׂ֔ינוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לְסִיחֹ֖ןH5511SihonSihon6מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7חֶשְׁבּ֑וֹןH2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon8הַחֲרֵם֙H2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11מְתִ֔םH4962lieden, mannen, mensen[phrase] few, [idiom] friends, men, persons, [idiom] small12הַנָּשִׁ֖יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13וְהַטָּֽףH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families
7Doch al het vee en den roof van die steden roofden wij voor ons.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Doch alH3605 het veeH929 en den roofH7998 van die stedenH5892roofdenH962 wij voor ons.Doch al het vee en den roof van die steden roofden wij voor ons.
KJVBut all the cattle,2and the spoil3of the cities,4we took for a prey
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַבְּהֵמָ֛הH929beesten, vee, beestbeast, cattle3וּשְׁלַ֥לH7998buit, roof, roofsprey, spoil4הֶעָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5בַּזּ֥וֹנוּH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly6לָֽנוּ
8Zo namen wij te dier tijd het land uit de hand van de twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon tot den berg Hermon toe;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zo namenH3947 wij te dier tijdH6256hetH1931landH776 uit de handH3027 van de tweeH8147koningenH4428 der AmorietenH567, die aan deze zijde van de JordaanH3383 waren, van de beekH5158ArnonH769totH5704 den bergH2022HermonH2768 toe;Zo namen wij te dier tijd het land uit de hand van de twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon tot den berg Hermon toe;
KJVAnd we took1at that time2outof the hand6of the two7kings8of the Amorites9the land5that was on this side11Jordan,12from the river13of Arnon14unto mount16Hermon;
1וַנִּקַּ֞חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2בָּעֵ֤תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when3הַהִוא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מִיַּ֗דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7שְׁנֵי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal9הָאֱמֹרִ֔יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite10אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בְּעֵ֣בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight12הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan13מִנַּ֥חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley14אַרְנֹ֖ןH769ArnonArnon15עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion17חֶרְמֽוֹןH2768HermonHermon
9(De Zidoniers noemen Hermon Sirjon; maar de Amorieten noemen hem Senir.)
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9(De Zidoniers noemenH7121HermonH2768SirjonH8303; maar de AmorietenH567 noemen hem SenirH8149.)(De Zidoniers noemen Hermon Sirjon; maar de Amorieten noemen hem Senir.)
KJV(Which Hermon3the Sidonians1call2Sirion;4and the Amorites5call6it Shenir;)
10Al de steden des platten lands, en het ganse Gilead, en het ganse Bazan, tot Salcha en Edrei toe; steden des koninkrijks van Og in Bazan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10AlH3605 de stedenH5892 des platten landsH4334, en het ganseH3605GileadH1568, en het ganseH3605BazanH1316, totH5704SalchaH5548 en EdreiH154 toe; stedenH5892 des koninkrijksH4467 van OgH5747 in BazanH1316.Al de steden des platten lands, en het ganse Gilead, en het ganse Bazan, tot Salcha en Edrei toe; steden des koninkrijks van Og in Bazan.
KJVAll the cities2of the plain,3and all Gilead,5and all Bashan,7unto Salchah9and Edrei,10cities11of the kingdom12of Og13in Bashan.
1כֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town3הַמִּישֹׁ֗רH4334rechtmatigheid, effen veld, vlakke landequity, even place, plain, right(-eously), (made) straight, uprightness4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הַגִּלְעָד֙H1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַבָּשָׁ֔ןH1316Bazan, BasanBashan8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9סַלְכָ֖הH5548SalchaSalcah, Salchah10וְאֶדְרֶ֑עִיH154EdreiEdrei11עָרֵ֛יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12מַמְלֶ֥כֶתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal13ע֖וֹגH5747OgOg14בַּבָּשָֽׁןH1316Bazan, BasanBashan
11Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; ziet, zijn bedstede, zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba der kinderen Ammons? Negen ellen is haar lengte, en vier ellen haar breedte, naar eens mans elleboog.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11WantH3588OgH5747, de koningH4428 van BazanH1316, was alleen van de overigenH3499 der reuzenH7497overgeblevenH7604; zietH2009, zijn bedstedeH6210, zijnde een bedstedeH6210 van ijzerH1270, is zijH1931nietH3808 te RabbaH7237 der kinderenH1121AmmonsH5983? NegenH8672ellenH520 is haar lengteH753, en vierH702ellenH520 haar breedteH7341, naar eens mansH376elleboogH520.Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; ziet, zijn bedstede, zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba der kinderen Ammons? Negen ellen is haar lengte, en vier ellen haar breedte, naar eens mans elleboog.
KJVFor only Og3king4of Bashan5remained6of the remnant7of giants;8behold, his bedstead10was a bedstead11of iron;12is it not13in Rabbath15of the children16of Ammon?17nine18cubits19was the length20thereof, and four21cubits22the breadth23of it, after the cubit24of a man.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2רַקH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise3ע֞וֹגH5747OgOg4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5הַבָּשָׁ֗ןH1316Bazan, BasanBashan6נִשְׁאַר֮H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest7מִיֶּ֣תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with8הָרְפָאִים֒H7497Rafa, reuzen, Refaietengiant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)9הִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see10עַרְשׂוֹ֙H6210bedstede, koets, koetsenbed(-stead), couch11עֶ֣רֶשׂH6210bedstede, koets, koetsenbed(-stead), couch12בַּרְזֶ֔לH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron13הֲלֹ֣הH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14הִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15בְּרַבַּ֖תH7237RabbaRabbah, Rabbath16בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17עַמּ֑וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites18תֵּ֧שַׁעH8672negen, negenhonderd, negendennine ([phrase] -teen, [phrase] -teenth, -th)19אַמּ֣וֹתH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post20אָרְכָּ֗הּH753lengte, langheid, Langheid[phrase] forever, length, long21וְאַרְבַּ֥עH702vier, vierhonderd, veertienfour22אַמּ֛וֹתH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post23רָחְבָּ֖הּH7341breedte, brede, el breedtebreadth, broad, largeness, thickness, wideness24בְּאַמַּתH520ellen, el, anderhalvecubit, [phrase] hundred (by exchange for H3967 (מֵאָה)), measure, post25אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
12Ditzelfde land nu namen wij te dier tijd in bezit; van Aroer af, dat aan de beek Arnon is, en de helft van het gebergte van Gilead, met de steden van hetzelve, gaf ik aan de Rubenieten en Gadieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Ditzelfde landH776 nu namenH3423 wij te dier tijdH6256 in bezitH3423; van AroerH6177 af, dat aanH5921 de beekH5158ArnonH769 is, en de helftH2677 van hetH1931gebergteH2022 van GileadH1568, met de stedenH5892 van hetzelve, gafH5414 ik aan de RubenietenH7206 en GadietenH1425.Ditzelfde land nu namen wij te dier tijd in bezit; van Aroer af, dat aan de beek Arnon is, en de helft van het gebergte van Gilead, met de steden van hetzelve, gaf ik aan de Rubenieten en Gadieten.
KJVAnd this land,2which we possessed4at that time,5from Aroer,7which is by the river10Arnon,11and half12mount13Gilead,14and the cities15thereof, gave16I unto the Reubenites17and to the Gadites.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הָאָ֧רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3הַזֹּ֛אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4יָרַ֖שְׁנוּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly5בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6הַהִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7מֵעֲרֹעֵ֞רH6177AroerAroer8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10נַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley11אַרְנֹ֗ןH769ArnonArnon12וַחֲצִ֤יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts13הַֽרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion14הַגִּלְעָד֙H1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite15וְעָרָ֔יוH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16נָתַ֕תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17לָרֻֽאוּבֵנִ֖יH7206Rubenieten, Rubenietchildren of Reuben, Reubenites18וְלַגָּדִֽיH1425Gadieten, GadietGadites, children of Gad
13En het overige van Gilead, mitsgaders het ganse Bazan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan den halven stam van Manasse, de ganse landstreek van Argob, door het ganse Bazan; datzelve werd genoemd het land der reuzen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En het overigeH3499 van GileadH1568, mitsgaders het ganseH3605BazanH1316, het koninkrijkH4467 van OgH5747, gafH5414 ik aan den halvenH2677stamH7626 van ManasseH4519, de ganseH3605landstreekH2256 van ArgobH709, door het ganseH3605BazanH1316; datzelve werd genoemdH7121 het landH776 der reuzenH7497.En het overige van Gilead, mitsgaders het ganse Bazan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan den halven stam van Manasse, de ganse landstreek van Argob, door het ganse Bazan; datzelve werd genoemd het land der reuzen.
KJVAnd the rest1of Gilead,2and all Bashan,4being the kingdom5of Og,6gave7I unto the half8tribe9of Manasseh;10all the region12of Argob,13with all Bashan,15which16was called17the land18of giants.
1וְיֶ֨תֶרH3499overige, overblijfsel, overgelaten[phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with2הַגִּלְעָ֤דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite3וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַבָּשָׁן֙H1316Bazan, BasanBashan5מַמְלֶ֣כֶתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal6ע֔וֹגH5747OgOg7נָתַ֕תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לַחֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts9שֵׁ֣בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe10הַֽמְנַשֶּׁ֑הH4519ManasseManasseh11כֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12חֶ֤בֶלH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling13הָֽאַרְגֹּב֙H709ArgobArgob14לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַבָּשָׁ֔ןH1316Bazan, BasanBashan16הַה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17יִקָּרֵ֖אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say18אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19רְפָאִֽיםH7497Rafa, reuzen, Refaietengiant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)
14Jair, de zoon van Manasse, kreeg de ganse landstreek van Argob, tot aan de landpale der Gezurieten en Maachathieten; en hij noemde ze naar zijn naam, Bazan Havvoth-Jair, tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14JairH2971, de zoonH1121 van ManasseH4519, kreegH3947 de ganseH3605landstreekH2256 van ArgobH709, totH5704 aan de landpaleH1366 der GezurietenH1651 en MaachathietenH4602; en hij noemdeH7121 ze naar zijn naamH8034, BazanH1316Havvoth-JairH2334, totH5704opH5921dezenH2088dagH3117.Jair, de zoon van Manasse, kreeg de ganse landstreek van Argob, tot aan de landpale der Gezurieten en Maachathieten; en hij noemde ze naar zijn naam, Bazan Havvoth-Jair, tot op dezen dag.
KJVJair1the son2of Manasseh3took4all the country7of Argob8unto the coasts10of Geshuri11and Maachathi;12and called13them after his own name,16Bashanhavothjair,18unto this day.
1יָאִ֣ירH2971JairJair2בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3מְנַשֶּׁ֗הH4519ManasseManasseh4לָקַח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7חֶ֣בֶלH2256snoer, koorden, landstreekband, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling8אַרְגֹּ֔בH709ArgobArgob9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10גְּב֥וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space11הַגְּשׁוּרִ֖יH1651Gezurieten, Gesuri, GesurietenGeshuri, Geshurites12וְהַמַּֽעֲכָתִ֑יH4602Maachathieten, Maachathiet, MaachathietsMaachathite13וַיִּקְרָא֩H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say14אֹתָ֨םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16שְׁמ֤וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הַבָּשָׁן֙H1316Bazan, BasanBashan19חַוֺּ֣תH2334Havvoth-jair(Bashan-) Havoth-jair20יָאִ֔ירH2334Havvoth-jair(Bashan-) Havoth-jair21עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet22הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger23הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En aan MachirH4353gafH5414 ik GileadH1568.En aan Machir gaf ik Gilead.
KJVAnd I gave2Gilead4unto Machir.
1וּלְמָכִ֖ירH4353MachirMachir2נָתַ֥תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַגִּלְעָֽדH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite
16Maar aan de Rubenieten en Gadieten gaf ik van Gilead af tot aan de beek Arnon, het midden van de beek en de landpale; en tot aan de beek Jabbok, de landpale der kinderen Ammons;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Maar aan de RubenietenH7206 en GadietenH1425gafH5414 ik vanH4480GileadH1568 af tot aan de beekH5158ArnonH769, het middenH8432 van de beekH5158 en de landpaleH1366; en tot aanH5704 de beekH5158JabbokH2999, de landpaleH1366 der kinderenH1121AmmonsH5983;Maar aan de Rubenieten en Gadieten gaf ik van Gilead af tot aan de beek Arnon, het midden van de beek en de landpale; en tot aan de beek Jabbok, de landpale der kinderen Ammons;
KJVAnd unto the Reubenites1and unto the Gadites2I gave3from Gilead5even unto the river7Arnon8half9the valley,10and the border11even unto the river14Jabbok,13which is the border15of the children16of Ammon;
1וְלָרֻאוּבֵנִ֨יH7206Rubenieten, Rubenietchildren of Reuben, Reubenites2וְלַגָּדִ֜יH1425Gadieten, GadietGadites, children of Gad3נָתַ֤תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַגִּלְעָד֙H1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite6וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7נַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley8אַרְנֹ֔ןH769ArnonArnon9תּ֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)10הַנַּ֖חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley11וּגְבֻ֑לH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space12וְעַד֙H5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13יַבֹּ֣קH2999JabbokJabbok14הַנַּ֔חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley15גְּב֖וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space16בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth17עַמּֽוֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites
17Daartoe het vlakke veld, en de Jordaan, mitsgaders de landpale; van Cinnereth af tot aan de zee des vlakken velds, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga tegen het oosten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Daartoe het vlakke veldH6160, en de JordaanH3383, mitsgaders de landpaleH1366; van CinnerethH3672 af totH5704 aan de zeeH3220 des vlakken veldsH6160, de ZoutzeeH4417, onderH8478Asdoth-PisgaH798 tegen het oostenH4217.Daartoe het vlakke veld, en de Jordaan, mitsgaders de landpale; van Cinnereth af tot aan de zee des vlakken velds, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga tegen het oosten.
KJVThe plain1also, and Jordan,2and the coast3thereof, from Chinnereth4even unto the sea6of the plain,7even the salt9sea,8under Ashdothpisgah11eastward.
1וְהָֽעֲרָבָ֖הH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)2וְהַיַּרְדֵּ֣ןH3383JordaanJordan3וּגְבֻ֑לH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space4מִכִּנֶּ֗רֶתH3672Cinnereth, CinnerothChinnereth, Chinneroth, Cinneroth5וְעַ֨דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6יָ֤םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)7הָֽעֲרָבָה֙H6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)8יָ֣םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)9הַמֶּ֔לַחH4417zout, Zoutzeesalt(-pit)10תַּ֛חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with11אַשְׁדֹּ֥תH794aflopingen, Asdoth-pisgasprings12הַפִּסְגָּ֖הH6449PisgaPisgah13מִזְרָֽחָהH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
18Voorts gebood ik ulieden ter zelfder tijd, zeggende: De HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broederen, de kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Voorts geboodH6680 ik ulieden ter zelfder tijdH6256, zeggendeH559: De HEEREH3068, uw GodH430, heeft u ditH2063landH776gegevenH5414 om het te ervenH3423; allenH3605 dan, die strijdbareH2428mannenH1121 zijt, trektH5674gewapendH2502 door voor het aangezichtH6440 van uw broederenH251, de kinderenH1121IsraelsH3478.Voorts gebood ik ulieden ter zelfder tijd, zeggende: De HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broederen, de kinderen Israels.
KJVAnd I commanded1you at that time,3saying,5The LORD6your God7hath given8you this land11to possess13it: ye shall pass over15armed14before16your brethren17the children18of Israel,19all that are meet21for the war.
1וָאֲצַ֣וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בָּעֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when4הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵיכֶ֗םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8נָתַ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לָכֶ֜ם10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאָ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12הַזֹּאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus13לְרִשְׁתָּ֔הּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly14חֲלוּצִ֣יםH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self15תַּֽעַבְר֗וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath16לִפְנֵ֛יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you17אֲחֵיכֶ֥םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'18בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22חָֽיִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)
19Behalve uw vrouwen, en uw kinderkens, en uw vee (ik weet, dat gij veel vee hebt), zij zullen blijven in uw steden, die ik u gegeven heb;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Behalve uw vrouwenH802, en uw kinderkensH2945, en uw veeH4735 (ik weetH3045, dat gij veelH7227veeH4735 hebt), zij zullen blijven in uw stedenH5892, dieH834 ik u gegevenH5414 heb;Behalve uw vrouwen, en uw kinderkens, en uw vee (ik weet, dat gij veel vee hebt), zij zullen blijven in uw steden, die ik u gegeven heb;
Ook in dit vers
)H3427
KJVBut your wives,2and your little ones,3and your cattle,4(for I know5that ye have much8cattle,)7shall abide10in your cities11which I have given
1רַ֠קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise2נְשֵׁיכֶ֣םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3וְטַפְּכֶם֮H2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families4וּמִקְנֵכֶם֒H4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance5יָדַ֕עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot6כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7מִקְנֶ֥הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance8רַ֖בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)9לָכֶ֑ם10יֵֽשְׁבוּ֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11בְּעָ֣רֵיכֶ֔םH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13נָתַ֖תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לָכֶֽם
20Totdat de HEERE uw broederen rust geve, gelijk ulieden, dat zij ook erven het land, dat de HEERE, uw God, hun geven zal aan gene zijde van de Jordaan; dan zult gij wederkeren, elk tot zijn erfenis, die ik u gegeven heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Totdat de HEEREH3068 uw broederenH251rust geveH5117, gelijk ulieden, datH834 zij ookH1571ervenH3423 het landH776, datH834 de HEEREH3068, uw GodH430, hun geven zal aan geneH5676 zijde van de JordaanH3383; dan zult gij wederkerenH7725, elkH376 tot zijn erfenisH3425, die ik u gegevenH5414 heb.Totdat de HEERE uw broederen rust geve, gelijk ulieden, dat zij ook erven het land, dat de HEERE, uw God, hun geven zal aan gene zijde van de Jordaan; dan zult gij wederkeren, elk tot zijn erfenis, die ik u gegeven heb.
KJVUntil the LORD4have given rest3unto your brethren,5as well as unto you, and until they also possess7the land11which the LORD13your God14hath given15them beyond17Jordan:18and then shall ye return19every man20unto his possession,21which I have given
1עַ֠דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3יָנִ֨יחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)4יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5לַֽאֲחֵיכֶם֮H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'6כָּכֶם֒7וְיָרְשׁ֣וּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly8גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9הֵ֔םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הָאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵיכֶ֛םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16לָהֶ֖ם17בְּעֵ֣בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight18הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan19וְשַׁבְתֶּ֗םH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw20אִ֚ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)21לִֽירֻשָּׁת֔וֹH3425erfenis, erfelijke bezitting, erveheritage, inheritance, possession22אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23נָתַ֖תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield24לָכֶֽם
21Ook gebood ik Jozua ter zelfder tijd, zeggende: Uw ogen zien alles, wat de HEERE, ulieder God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, naar welke gij henen doortrekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Ook geboodH6680 ik JozuaH3091 ter zelfder tijdH6256, zeggendeH559: Uw ogenH5869zienH7200 alles, watH834 de HEEREH3068, ulieder GodH430, aan dezeH428tweeH8147koningenH4428 gedaan heeft; alzoH3651 zal de HEEREH3068 aan alleH3605koninkrijkenH4467 doen, naar welkeH834gijH859 henen doortrektH5674.Ook gebood ik Jozua ter zelfder tijd, zeggende: Uw ogen zien alles, wat de HEERE, ulieder God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, naar welke gij henen doortrekt.
KJVAnd I commanded3Joshua2at that time,4saying,6Thine eyes7have seen8all that the LORD13your God14hath done12unto these two15kings:16so shall the LORD20do19unto all the kingdoms22whither thou passest.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2יְהוֹשׁ֣וּעַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)3צִוֵּ֔יתִיH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order4בָּעֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when5הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7עֵינֶ֣יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8הָרֹאֹ֗תH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9אֵת֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עָשָׂ֜הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֵיכֶם֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15לִשְׁנֵי֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two16הַמְּלָכִ֣יםH4428koning, konings, koningenking, royal17הָאֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)18כֵּֽןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you19יַעֲשֶׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22הַמַּמְלָכ֔וֹתH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you25עֹבֵ֥רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath26שָֽׁמָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
22Vreest ze niet; want de HEERE, uw God, strijdt voor ulieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22VreestH3372 ze nietH3808; wantH3588 de HEEREH3068, uw GodH430, strijdtH3898 voor ulieden.Vreest ze niet; want de HEERE, uw God, strijdt voor ulieden.
KJVYe shall not fear2them: for the LORD4your God5he shall fight
1לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תְִּירָא֑וּםH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)3כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹֽהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7הַנִּלְחָ֥םH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)8לָכֶֽם
23Ook bad ik den HEERE om genade, zeggende ter zelfder tijd:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Ook badH2603 ik den HEEREH3068 om genadeH2603, zeggendeH559 ter zelfder tijdH6256:Ook bad ik den HEERE om genade, zeggende ter zelfder tijd:
KJVAnd I besought1the LORD3at that time,4saying,
1וָאֶתְחַנַּ֖ןH2603genadig, wees genadig, ontfermtbeseech, [idiom] fair, (be, find, shew) favour(-able), be (deal, give, grant (gracious(-ly), intreat, (be) merciful, have (shew) mercy (on, upon), have pity upon, pray, make supplication, [idiom] very2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בָּעֵ֥תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when5הַהִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
24Heere HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat God is er in den hemel en op de aarde, die doen kan naar Uw werken, en naar Uw mogendheden!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24HeereH136HEEREH3069! GijH859 hebt begonnenH2490 Uw knechtH5650 te tonenH7200 Uw grootheidH1433 en Uw sterkeH2389handH3027; want watH834GodH410 is er in den hemelH8064 en op de aardeH776, dieH834 doen kanH6213 naar Uw werkenH4639, en naar Uw mogendhedenH1369!Heere HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat God is er in den hemel en op de aarde, die doen kan naar Uw werken, en naar Uw mogendheden!
KJVO Lord1GOD,2thou hast begun4to shew5thy servant7thy greatness,9and thy mighty12hand:11for what God15is there in heaven16or in earth,17that can do19according to thy works,20and according to thy might?
1אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord2יְהוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod3אַתָּ֤הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4הַֽחִלּ֨וֹתָ֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound5לְהַרְא֣וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עַבְדְּךָ֔H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8אֶ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9גָּדְלְךָ֔H1433grootheid, grootsheid, groottegreatness, stout(-ness)10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11יָדְךָ֖H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12הַחֲזָקָ֑הH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)13אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14מִיH4310wie, wien, wiensany (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God15אֵל֙H410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'16בַּשָּׁמַ֣יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)17וּבָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19יַעֲשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use20כְמַעֲשֶׂ֖יךָH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought21וְכִגְבוּרֹתֶֽךָH1369macht, mogendheden, sterkteforce, mastery, might, mighty (act, power), power, strength
25Laat mij toch overtrekken, en dat goede land bezien, dat aan gene zijde van de Jordaan is, dat goede gebergte, en den Libanon!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Laat mij tochH4994overtrekkenH5674, en dat goedeH2896landH776bezienH7200, dat aan geneH5676 zijde van de JordaanH3383 is, dat goedeH2896gebergteH2022, en den LibanonH3844!Laat mij toch overtrekken, en dat goede land bezien, dat aan gene zijde van de Jordaan is, dat goede gebergte, en den Libanon!
KJVI pray thee, let me go over,1and see3the good6land5that is beyond8Jordan,9that goodly11mountain,10and Lebanon.
1אֶעְבְּרָהH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2נָּ֗אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh3וְאֶרְאֶה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6הַטּוֹבָ֔הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8בְּעֵ֣בֶרH5676gene, zijden, recht[idiom] against, beyond, by, [idiom] from, over, passage, quarter, (other, this) side, straight9הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan10הָהָ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11הַטּ֛וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)12הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)13וְהַלְּבָנֽוֹןH3844LibanonLebanon
26Doch de HEERE verstoorde zich zeer om uwentwille over mij, en hoorde niet naar mij; maar de HEERE zeide tot mij: Het zij u genoeg; spreek niet meer tot Mij van deze zaak.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Doch de HEEREH3068verstoordeH5674 zich zeer omH4616 uwentwille over mij, en hoordeH8085 niet naarH413 mij; maar de HEEREH3068zeideH559totH413 mij: Het zij u genoegH7227; spreekH1696 niet meerH5750totH413 Mij van dezeH2088zaakH1697.Doch de HEERE verstoorde zich zeer om uwentwille over mij, en hoorde niet naar mij; maar de HEERE zeide tot mij: Het zij u genoeg; spreek niet meer tot Mij van deze zaak.
KJVBut the LORD2was wroth1with me for your sakes, and would not hear6me: and the LORD9said8unto me, Let it suffice11thee; speak15no more14unto me of this matter.
1וַיִּתְעַבֵּ֨רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בִּי֙4לְמַ֣עַנְכֶ֔םH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to5וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6שָׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֵלַי֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11רַבH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)12לָ֔ךְ13אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than14תּ֗וֹסֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield15דַּבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work16אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)18בַּדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work19הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
27Klim op de hoogte van Pisga, en hef uw ogen op naar het westen, en naar het noorden, en naar het zuiden, en naar het oosten, en zie toe met uw ogen; want gij zult over deze Jordaan niet gaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27KlimH5927 op de hoogteH7218 van PisgaH6449, en hefH5375 uw ogenH5869 op naar het westenH3220, en naar het noordenH6828, en naar het zuidenH8486, en naar het oostenH4217, en zieH7200 toe met uw ogenH5869; wantH3588 gij zult over dezeH2088JordaanH3383nietH3808 gaan.Klim op de hoogte van Pisga, en hef uw ogen op naar het westen, en naar het noorden, en naar het zuiden, en naar het oosten, en zie toe met uw ogen; want gij zult over deze Jordaan niet gaan.
KJVGet thee up1into the top2of Pisgah,3and lift up4thine eyes5westward,6and northward,7and southward,8and eastward,9and behold10it with thine eyes:11for thou shalt not go over14this Jordan.
1עֲלֵ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top3הַפִּסְגָּ֗הH6449PisgaPisgah4וְשָׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5עֵינֶ֛יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6יָ֧מָּהH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)7וְצָפֹ֛נָהH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)8וְתֵימָ֥נָהH8486zuiden, zuidwaarts, zuidenwindsouth (side, -ward, wind)9וּמִזְרָ֖חָהH4217oosten, opgang, oostwaartseast (side, -ward), (sun-) rising (of the sun)10וּרְאֵ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions11בְעֵינֶ֑יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14תַעֲבֹ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַיַּרְדֵּ֥ןH3383JordaanJordan17הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
28Gebied dan Jozua, en versterk hem, en bekrachtig hem; want hij zal voor het aangezicht van dit volk henen overgaan, en zal hun dat land, dat gij zien zult, doen erven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28GebiedH6680 dan JozuaH3091, en versterkH2388 hem, en bekrachtigH553 hem; wantH3588 hij zal voor het aangezichtH6440 van ditH2088volkH5971 henen overgaanH5674, en zal hun dat landH776, dat gij zienH7200 zult, doen ervenH5157.Gebied dan Jozua, en versterk hem, en bekrachtig hem; want hij zal voor het aangezicht van dit volk henen overgaan, en zal hun dat land, dat gij zien zult, doen erven.
KJVBut charge1Joshua,3and encourage4him, and strengthen5him: for he shall go over8before9this people,10and he shall cause them to inherit13the land16which thou shalt see.
1וְצַ֥וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3יְהוֹשֻׁ֖עַH3091Jozua, JosuaJehoshua, Jehoshuah, Joshua. Compare H1954 (הוֹשֵׁעַ), H3442 (יֵשׁוּעַ)4וְחַזְּקֵ֣הוּH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand5וְאַמְּצֵ֑הוּH553goeden moed, versterken, machtigerconfirm, be courageous (of good courage, stedfastly minded, strong, stronger), establish, fortify, harden, increase, prevail, strengthen (self), make strong (obstinate, speed)6כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8יַעֲבֹ֗רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12וְהוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13יַנְחִ֣ילH5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)14אוֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18תִּרְאֶֽהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
29Alzo bleven wij in dit dal tegenover Beth-Peor.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Alzo blevenH3427 wij in dit dalH1516tegenoverH4136Beth-PeorH1047.Alzo bleven wij in dit dal tegenover Beth-Peor.
KJVSo we abode1in the valley2over against3Bethpeor.
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 3:1— Daarna keerden wij ons en togen op, den weg van Bazan; en Og, de koning van Bazan, trok uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde bij Edrei.Deuteronomium 29:7→Numeri 21:33→Deuteronomium 1:4→1 Koningen 4:19→Psalmen 135:10→Nehemia 9:22→Jozua 13:30→Psalmen 136:20→
Deuteronomium 3:2— Toen zeide de HEERE tot mij: Vrees hem niet, want Ik heb hem, en al zijn volk, en zijn land, in uw hand gegeven; en gij zult hem doen, gelijk als gij Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt.Numeri 21:23→Jesaja 41:10→Deuteronomium 2:24→2 Kronieken 20:17→Handelingen 27:24→Deuteronomium 20:3→Numeri 14:9→Openbaring 2:10→
Deuteronomium 3:3— En de HEERE, onze God, gaf ook Og, den koning van Bazan, en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven.Numeri 21:35→Jozua 13:12→Jozua 13:30→Deuteronomium 2:33→
Deuteronomium 3:4— En wij namen te dier tijd al zijn steden; er was geen stad, die wij van hen niet namen: zestig steden, de ganse landstreek van Argob, het koninkrijk van Og in Bazan.1 Koningen 4:13→Jozua 12:4→Jozua 13:30→Numeri 32:33→
Deuteronomium 3:5— Al die steden waren met hoge muren, poorten en grendelen gesterkt, behalve zeer vele onbemuurde steden.Hebreeën 11:30→Numeri 13:28→Deuteronomium 1:28→
Deuteronomium 3:6— En wij verbanden dezelve, gelijk wij Sihon, den koning van Hesbon, gedaan hadden, verbannende alle steden, mannen, vrouwen en kinderen.Deuteronomium 2:34→Deuteronomium 2:24→Psalmen 135:10→Deuteronomium 20:16→Numeri 21:2→Psalmen 136:19→Jozua 11:14→Leviticus 27:28→
Deuteronomium 3:7— Doch al het vee en den roof van die steden roofden wij voor ons.Deuteronomium 2:35→Jozua 8:27→Jozua 11:11→
Deuteronomium 3:8— Zo namen wij te dier tijd het land uit de hand van de twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon tot den berg Hermon toe;Jozua 13:9→Jozua 12:2→Numeri 32:33→
Deuteronomium 3:9— (De Zidoniers noemen Hermon Sirjon; maar de Amorieten noemen hem Senir.)1 Kronieken 5:23→Psalmen 29:6→Psalmen 133:3→Hooglied 4:8→Ezechiël 27:5→Psalmen 89:12→Jozua 11:17→Deuteronomium 4:48→
Deuteronomium 3:10— Al de steden des platten lands, en het ganse Gilead, en het ganse Bazan, tot Salcha en Edrei toe; steden des koninkrijks van Og in Bazan.Jozua 13:31→Numeri 21:33→Jozua 12:4→Jozua 13:11→Deuteronomium 4:49→
Deuteronomium 3:11— Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; ziet, zijn bedstede, zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba der kinderen Ammons? Negen ellen is haar lengte, en vier ellen haar breedte, naar eens mans elleboog.Genesis 14:5→Jeremia 49:2→2 Samuël 12:26→Amos 2:9→Ezechiël 21:20→2 Samuël 11:1→1 Samuël 17:4→Amos 1:14→
Deuteronomium 3:12— Ditzelfde land nu namen wij te dier tijd in bezit; van Aroer af, dat aan de beek Arnon is, en de helft van het gebergte van Gilead, met de steden van hetzelve, gaf ik aan de Rubenieten en Gadieten.Deuteronomium 2:36→Numeri 32:32→2 Koningen 10:33→Jozua 12:2→Deuteronomium 4:48→Jozua 13:8→
Deuteronomium 3:13— En het overige van Gilead, mitsgaders het ganse Bazan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan den halven stam van Manasse, de ganse landstreek van Argob, door het ganse Bazan; datzelve werd genoemd het land der reuzen.Numeri 32:39→1 Kronieken 5:23→Jozua 13:29→
Deuteronomium 3:14— Jair, de zoon van Manasse, kreeg de ganse landstreek van Argob, tot aan de landpale der Gezurieten en Maachathieten; en hij noemde ze naar zijn naam, Bazan Havvoth-Jair, tot op dezen dag.Numeri 32:41→2 Samuël 10:6→2 Samuël 13:37→2 Samuël 3:3→Jozua 13:13→1 Kronieken 2:21→
Deuteronomium 3:15— En aan Machir gaf ik Gilead.Numeri 32:39→Numeri 26:29→Jozua 17:1→Genesis 50:23→Jozua 22:7→
Deuteronomium 3:16— Maar aan de Rubenieten en Gadieten gaf ik van Gilead af tot aan de beek Arnon, het midden van de beek en de landpale; en tot aan de beek Jabbok, de landpale der kinderen Ammons;Numeri 21:24→2 Samuël 24:5→Deuteronomium 2:37→Genesis 32:22→Jozua 12:2→Numeri 32:33→
Deuteronomium 3:17— Daartoe het vlakke veld, en de Jordaan, mitsgaders de landpale; van Cinnereth af tot aan de zee des vlakken velds, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga tegen het oosten.Jozua 12:3→Genesis 14:3→Jozua 3:16→Deuteronomium 4:49→Jozua 13:27→Numeri 23:14→Genesis 13:10→Numeri 34:11→
Deuteronomium 3:18— Voorts gebood ik ulieden ter zelfder tijd, zeggende: De HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broederen, de kinderen Israels.Jozua 4:12→Numeri 32:20→Jozua 1:12→Jozua 22:1→
Deuteronomium 3:20— Totdat de HEERE uw broederen rust geve, gelijk ulieden, dat zij ook erven het land, dat de HEERE, uw God, hun geven zal aan gene zijde van de Jordaan; dan zult gij wederkeren, elk tot zijn erfenis, die ik u gegeven heb.Jozua 22:4→Jozua 22:8→
Deuteronomium 3:21— Ook gebood ik Jozua ter zelfder tijd, zeggende: Uw ogen zien alles, wat de HEERE, ulieder God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, naar welke gij henen doortrekt.2 Timotheüs 4:17→Jozua 10:25→Efeze 3:20→Psalmen 9:10→1 Samuël 17:36→Numeri 27:18→2 Korinthe 12:10→2 Korinthe 1:10→
Deuteronomium 3:22— Vreest ze niet; want de HEERE, uw God, strijdt voor ulieden.Deuteronomium 20:4→Exodus 14:14→Deuteronomium 1:30→2 Kronieken 20:29→Jozua 10:42→Numeri 21:34→2 Kronieken 20:17→Jesaja 43:1→
Deuteronomium 3:23— Ook bad ik den HEERE om genade, zeggende ter zelfder tijd:2 Korinthe 12:8→
Deuteronomium 3:24— Heere HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat God is er in den hemel en op de aarde, die doen kan naar Uw werken, en naar Uw mogendheden!Deuteronomium 11:2→Exodus 15:11→Psalmen 71:19→Psalmen 86:8→2 Samuël 7:22→Psalmen 106:2→Psalmen 145:6→Psalmen 89:6→
Deuteronomium 3:25— Laat mij toch overtrekken, en dat goede land bezien, dat aan gene zijde van de Jordaan is, dat goede gebergte, en den Libanon!Deuteronomium 4:21→Exodus 3:8→Deuteronomium 11:11→Numeri 32:5→Ezechiël 20:6→
Deuteronomium 3:26— Doch de HEERE verstoorde zich zeer om uwentwille over mij, en hoorde niet naar mij; maar de HEERE zeide tot mij: Het zij u genoeg; spreek niet meer tot Mij van deze zaak.Deuteronomium 1:37→Deuteronomium 31:2→Deuteronomium 32:51→Mattheüs 20:22→Jesaja 53:5→1 Kronieken 28:2→Deuteronomium 34:4→1 Kronieken 17:12→
Deuteronomium 3:27— Klim op de hoogte van Pisga, en hef uw ogen op naar het westen, en naar het noorden, en naar het zuiden, en naar het oosten, en zie toe met uw ogen; want gij zult over deze Jordaan niet gaan.Numeri 27:12→Genesis 13:14→Deuteronomium 34:1→
Deuteronomium 3:28— Gebied dan Jozua, en versterk hem, en bekrachtig hem; want hij zal voor het aangezicht van dit volk henen overgaan, en zal hun dat land, dat gij zien zult, doen erven.Deuteronomium 31:3→Deuteronomium 31:7→Deuteronomium 1:38→Deuteronomium 31:23→Numeri 27:18→Johannes 1:17→1 Kronieken 28:20→2 Timotheüs 4:1→
Deuteronomium 3:29— Alzo bleven wij in dit dal tegenover Beth-Peor.Deuteronomium 34:6→Deuteronomium 4:46→Numeri 25:3→Deuteronomium 4:3→Numeri 33:48→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 3 vers 3— En de HEERE, onze God, gaf ook Og, den koning van Bazan, en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven.
niemand lieten overblijven
Hebreeuws, geen overblijfsel, of, overgeblevene.
Hertaald:niemand lieten overblijven
Hebreeuws: geen overblijfsel, of: geen overgeblevene.
Deuteronomium 3 vers 4— En wij namen te dier tijd al zijn steden; er was geen stad, die wij van hen niet namen: zestig steden, de ganse landstreek van Argob, het koninkrijk van Og in Bazan.
landstreek van Argob,
Hebreeuws, koord, of, touw, snoer; gelijk ook onder, vs.13, omdat men de landen in dien tijd met koorden gewoon was af te meten en uit te delen.
Hertaald:landstreek van Argob,
Hebreeuws: koord, of: touw, snoer; zo ook hieronder, vers 13, omdat men de landen in die tijd met koorden placht af te meten en te verdelen.
Deuteronomium 3 vers 5— Al die steden waren met hoge muren, poorten en grendelen gesterkt, behalve zeer vele onbemuurde steden.
muren,
Hebreeuws, muur, poort, en grendel
Hertaald:muren,
Hebreeuws: muur, poort en grendel.
onbemuurde steden
Anders, steden der landlieden; dat is, landsteden.
Hertaald:onbemuurde steden
Anders: steden van de landlieden; dat is: dorpen op het land.
Deuteronomium 3 vers 6— En wij verbanden dezelve, gelijk wij Sihon, den koning van Hesbon, gedaan hadden, verbannende alle steden, mannen, vrouwen en kinderen.
Deuteronomium 3 vers 8— Zo namen wij te dier tijd het land uit de hand van de twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon tot den berg Hermon toe;
van de Jordaan waren,
De oostzijde.
Hertaald:van de Jordaan waren,
De oostzijde.
Arnon
In het zuiden.
Hertaald:Arnon
In het zuiden.
Hermon toe;
In het noorden. Hebreeuws, Chermon.
Hertaald:Hermon toe;
In het noorden. Hebreeuws: Chermon.
Deuteronomium 3 vers 9— (De Zidoniers noemen Hermon Sirjon; maar de Amorieten noemen hem Senir.)
Senir
Hebreeuws, Schenir; dat is [gelijk enigen menen], sneeuwberg, omdat deze berg, vanwege de schrikkelijke hoogte, altijd vol sneeuw was, gelijk de Alpen.
Hertaald:Senir
Hebreeuws: Schenir; dat is, naar sommigen menen, sneeuwberg, omdat deze berg vanwege zijn geweldige hoogte altijd vol sneeuw lag, zoals de Alpen.
Deuteronomium 3 vers 11— Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; ziet, zijn bedstede, zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba der kinderen Ammons? Negen ellen is haar lengte, en vier ellen haar breedte, naar eens mans elleboog.
alleen van de overigen
Dit dient tot vergroting van de macht des HEEREN, die Hij in het verdelgen van dezen reus en al zijn volk bewezen heeft.
Hertaald:alleen van de overigen
Dit dient om de macht van de HEERE te doen uitkomen, die Hij bewezen heeft in het verdelgen van deze reus en heel zijn volk.
Rabba der kinderen Ammons?
De hoofdstad der Ammonieten. Zie 2 Sam. 12:26. De zin is, dat deze bedstede voorzeker daar nog voorhanden was.
Hertaald:Rabba der kinderen Ammons?
De hoofdstad van de Ammonieten. Zie 2 Sam. 12:26. De bedoeling is dat dit bed daar toen zeker nog aanwezig was.
ellen is haar lengte,
Zie Gen. 6:15.
Hertaald:ellen is haar lengte,
Zie Gen. 6:15.
Deuteronomium 3 vers 14— Jair, de zoon van Manasse, kreeg de ganse landstreek van Argob, tot aan de landpale der Gezurieten en Maachathieten; en hij noemde ze naar zijn naam, Bazan Havvoth-Jair, tot op dezen dag.
Jaïr, de zoon van Manasse,
Zie Num. 32:41.
Hertaald:Jaïr, de zoon van Manasse,
Zie Num. 32:41.
Gezurieten en Maächatieten;
Hebreeuws, Geschuri; dat is, de Geschurieten. Gesur en Maächa waren beiden gelegen aan de noordergrenzen van Kanaän. Zie 2 Sam. 3:3, en 2 Sam. 10:6.
Hertaald:Gezurieten en Maächatieten;
Hebreeuws: Geschuri; dat is: de Gezurieten. Gesur en Maächa lagen beide aan de noordgrens van Kanaän. Zie 2 Sam. 3:3 en 2 Sam. 10:6.
Havvôth-jaïr,
Hebreeuws, Chovvot; dat is, Jaïrs hoeven. Zie Num. 32:41.
Hertaald:Havvôth-jaïr,
Hebreeuws: Chovvot; dat is: de hoeven van Jaïr. Zie Num. 32:41.
tot op dezen dag
Versta, zijn die alzo genoemd; zij hebben dezen naam behouden; alzo elders dikwijls.
Hertaald:tot op dezen dag
Versta: zij worden nog zo genoemd; zij hebben deze naam behouden. Zo ook elders vaak.
Deuteronomium 3 vers 15— En aan Machir gaf ik Gilead.
Machir
Deze is geweest de zoon van Manasse, Gen. 50:23.
Hertaald:Machir
Dit was de zoon van Manasse, Gen. 50:23.
Gilead
Versta, een gedeelte van Gilead, uit vergelijking van vs.12,13. Het schijnt dat dit eigenlijk den naam van Gilead gehad heeft, en het deel der Rubenieten en Gadieten, de helft van Gilead, vs.13, en Jaïrs deel, Havvoth Jaïr, vs.14. Gelijk ook enige kaarten dat alzo hebben. Vergelijk ook 2 Kon. 10:33.
Hertaald:Gilead
Versta: een deel van Gilead, zoals blijkt uit vergelijking met de verzen 12 en 13. Het schijnt dat eigenlijk dit deel de naam Gilead droeg, naast het deel van de Rubenieten en de Gadieten, de helft van Gilead, vers 13, en het deel van Jaïr, Havvoth-Jaïr, vers 14. Sommige kaarten hebben het ook zo. Vergelijk ook 2 Kon. 10:33.
Deuteronomium 3 vers 16— Maar aan de Rubenieten en Gadieten gaf ik van Gilead af tot aan de beek Arnon, het midden van de beek en de landpale; en tot aan de beek Jabbok, de landpale der kinderen Ammons;
het midden van de beek
Dat is, tussen de beek, enz.
Hertaald:het midden van de beek
Dat is: tussen de beek, enzovoort.
Deuteronomium 3 vers 17— Daartoe het vlakke veld, en de Jordaan, mitsgaders de landpale; van Cinnereth af tot aan de zee des vlakken velds, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga tegen het oosten.
Cinnereth af
Zie Num. 34:11; Joz. 12:3, naderhand genoemd de zee Gennesareth, Luc. 5:1, enz.
Hertaald:Cinnereth af
Zie Num. 34:11; Joz. 12:3; later het meer Gennesareth genoemd, Luk. 5:1, enzovoort.
Zoutzee,
Zie Gen. 14:3.
Hertaald:Zoutzee,
Zie Gen. 14:3.
Asdoth-pisga
Anders, beneden den afloop des heuvels tegen het oosten. Naar sommige kaarten ligt de stad Asdoth-Pisga tussen den hogen berg Pisga en den berg Pehor. Zie ook Joz. 12:3, en Joz. 13:20.
Hertaald:Asdoth-pisga
Anders: beneden de helling van de heuvel, tegen het oosten. Volgens sommige kaarten ligt de stad Asdoth-Pisga tussen de hoge berg Pisga en de berg Peor. Zie ook Joz. 12:3 en Joz. 13:20.
Deuteronomium 3 vers 18— Voorts gebood ik ulieden ter zelfder tijd, zeggende: De HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broederen, de kinderen Israels.
gebood ik ulieden
Dit gebod ging den Rubenieten, Gadieten en den halven stam van Manasse aan.
Hertaald:gebood ik ulieden
Dit gebod gold de Rubenieten, de Gadieten en de halve stam van Manasse.
Deuteronomium 3 vers 21— Ook gebood ik Jozua ter zelfder tijd, zeggende: Uw ogen zien alles, wat de HEERE, ulieder God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, naar welke gij henen doortrekt.
twee koningen gedaan heeft;
Te weten, den koning Sihon en den koning Og.
Hertaald:twee koningen gedaan heeft;
Namelijk koning Sihon en koning Og.
Deuteronomium 3 vers 24— Heere HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat God is er in den hemel en op de aarde, die doen kan naar Uw werken, en naar Uw mogendheden!
HEERE
In het Hebreeuws staan de letters van het woord JHWH, doch hebbende de punten van het woord Elohim, gelijk ook elders.
Hertaald:HEERE
In het Hebreeuws staan hier de letters van het woord JHWH, maar met de klinkertekens van het woord Elohim, zoals ook elders.
uw knecht te tonen
Dat is, mij die uw knecht ben.
Hertaald:uw knecht te tonen
Dat is: aan mij, die Uw knecht ben.
Uw grootheid
Zie onder, Deut. 11:2.
Hertaald:Uw grootheid
Zie hieronder, Deut. 11:2.
Uw sterke hand;
Of, uwe hand, die sterk is.
Hertaald:Uw sterke hand;
Of: Uw hand, die sterk is.
Deuteronomium 3 vers 25— Laat mij toch overtrekken, en dat goede land bezien, dat aan gene zijde van de Jordaan is, dat goede gebergte, en den Libanon!
goede gebergte,
Dat is, schoon en vruchtbaar.
Hertaald:goede gebergte,
Dat is: mooi en vruchtbaar.
en den Libanon
Anders, te weten de Libanon.
Hertaald:en den Libanon
Anders: namelijk de Libanon.
Deuteronomium 3 vers 26— Doch de HEERE verstoorde zich zeer om uwentwille over mij, en hoorde niet naar mij; maar de HEERE zeide tot mij: Het zij u genoeg; spreek niet meer tot Mij van deze zaak.
om uwentwille over mij,
Zie boven, Deut. 1:37.
Hertaald:om uwentwille over mij,
Zie hierboven, Deut. 1:37.
Het zij u genoeg;
Of, gij hebt genoeg. Vergelijk hiermede 2 Kor. 12:8-9.
Hertaald:Het zij u genoeg;
Of: u hebt genoeg. Vergelijk hiermee 2 Kor. 12:8-9.
spreek niet meer tot Mij van deze zaak
Hebreeuws, doe niet toe, of, vaar niet voort te spreken.
Hertaald:spreek niet meer tot Mij van deze zaak
Hebreeuws: voeg er niet aan toe, of: ga niet voort te spreken.
Deuteronomium 3 vers 27— Klim op de hoogte van Pisga, en hef uw ogen op naar het westen, en naar het noorden, en naar het zuiden, en naar het oosten, en zie toe met uw ogen; want gij zult over deze Jordaan niet gaan.
hoogte van Pisga,
Hebreeuws, het hoofd
Hertaald:hoogte van Pisga,
Hebreeuws: het hoofd.
zie toe met uw ogen;
Te weten, naar het land Kanaän.
Hertaald:zie toe met uw ogen;
Namelijk naar het land Kanaän.
Deuteronomium 3 vers 28— Gebied dan Jozua, en versterk hem, en bekrachtig hem; want hij zal voor het aangezicht van dit volk henen overgaan, en zal hun dat land, dat gij zien zult, doen erven.
Gebied dan Jozua,
Dat is, onderwijs en bericht hem van alles, wat hem tot uitvoering van zijn ambt zal nodig zijn, volgens mijn voorschrift.
Hertaald:Gebied dan Jozua,
Dat is: onderwijs hem en licht hem in over alles wat hij voor de uitoefening van zijn ambt nodig heeft, volgens Mijn voorschrift.
bekrachtig hem;
Dat is, spreek hem goeden moed in, en maak hem hartig tegen alle voorvallende zwarigheden.
Hertaald:bekrachtig hem;
Dat is: spreek hem moed in en maak hem sterk tegen alle moeilijkheden die zich voordoen.
Deuteronomium 3 vers 29— Alzo bleven wij in dit dal tegenover Beth-Peor.
Beth-péor
Anders, het huis van Pehor. Sommige kaarten hebben hier een stad, genoemd Beth-Peor, liggende aan den voet eens bergs van gelijken naam, dicht bij Pisga en Nebo.
Hertaald:Beth-péor
Anders: het huis van Peor. Sommige kaarten hebben hier een stad die Beth-Peor heet, aan de voet van een berg met dezelfde naam, dicht bij Pisga en Nebo.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Astharoth — meervoud van Astharte/Astoreth, de naam van een Kanaänitische vruchtbaarheidsgodin — de stad was vermoedelijk naar haar tempel of eredienst genoemd
Ligging: In Basan, oostelijk van het meer van Galilea; naast Edreï een van de twee (hoofd)steden van koning Og.
Geschiedenis: Genoemd als Ogs woonplaats/hoofdstad naast Edreï, waar Israël hem versloeg (Deut. 1:4; Joz. 9:10; 12:4; 13:12). Later een Levietenstad in het gebied van de halve stam van Manasse (Joz. 21:27; 1 Kron. 6:71).
Bijbelse betekenis: Dat de hoofdstad van de machtige koning Og naar een afgodin vernoemd was, onderstreept hoe diep de afgoderij in dit gebied geworteld was vóór de HEERE het door Israëls hand ten val bracht — een overwinning niet alleen op een koning, maar uiteindelijk ook op de goden die hij diende.
KruisverwijzingenDeuteronomium 29:7→Numeri 21:33→Deuteronomium 1:4→1 Koningen 4:19→Psalmen 135:10→Nehemia 9:22→Jozua 13:30→Psalmen 136:20→— Daarna keerden wij ons en togen op, den weg van Bazan; en Og, de koning van Bazan, trok uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde bij Edrei.
Daarna keerden wij ons en trokken, na de overwinning op Sihon en de verovering van zijn gebied, verder op naar de Jordaan (Numeri. 21:19,20), en togen op door krijgsbenden, die van deze plaats uitgezonden werden, de weg van Bazan (Numeri. 21:33 vv.); en Og, dekoning van Bazan trok uit, ons tegemoet, hij en al zijn volk ten strijde, bij Edrëi.
KruisverwijzingenNumeri 21:23→Jesaja 41:10→Deuteronomium 2:24→2 Kronieken 20:17→Handelingen 27:24→Deuteronomium 20:3→Numeri 14:9→Openbaring 2:10→— Toen zeide de HEERE tot mij: Vrees hem niet, want Ik heb hem, en al zijn volk, en zijn land, in uw hand gegeven; en gij zult hem doen, gelijk als gij Sihon, den koning der Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt.
Toen zei de HEERE tot mij: Vrees hem niet, 1) want Ik heb hem en al zijn volk en zijn land in uw hand gegeven, en gij zult met hem doen, zoals gij met Sihon, de koning van de Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt (hoofdstuk 2:31 vv.).
Deze aanmoediging was niet zozeer nodig voor Mozes als wel voor het volk Israël, om daardoor hun geloof op de belofte van God te versterken.
KruisverwijzingenNumeri 21:35→Jozua 13:12→Jozua 13:30→Deuteronomium 2:33→— En de HEERE, onze God, gaf ook Og, den koning van Bazan, en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven.
En de HEERE, onze God, gaf ook Og, de koning van Bazan en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven.
Kruisverwijzingen1 Koningen 4:13→Jozua 12:4→Jozua 13:30→Numeri 32:33→— En wij namen te dier tijd al zijn steden; er was geen stad, die wij van hen niet namen: zestig steden, de ganse landstreek van Argob, het koninkrijk van Og in Bazan.
En wij namen in die tijd al zijn steden, er was geen stad, die wij van hen niet namen: zestig steden, de gehele landstreek van Argob, 1) het koninkrijk van Og in Bazan. 2)
De drie uitdrukkingen: “Zestig steden,” “die gehele landstreek van Argob”, “het koninkrijk van Og in Bazan”, wijzen op hetzelfde gebied; het land van Argob telde zestig steden, die tezamen het grondgebied van Og uitmaakten. De naam Argob staat in verband met het Hebreeuwse woord Regob (steenhoop, aardkluit), en is waarschijnlijk ontleend aan het noordoostelijk gedeelte van het land Bazan, het tegenwoordige Ledscha, waarvan de grond bestaat uit een roodachtig bruine teelaarde, die door de vertering van vulkanisch gesteente gevormd is.
Ook de naam Bazan heeft dit landschap van de gesteldheid van de bodem verkregen, want Bazan, in verband met het stamverwante Arabisch, betekent: een gelijke en zachte bodem. Als er staat Og in Bazan, dan geeft dit duidelijk aan, dat het koninkrijk van Og, zich niet tot Bazan alleen bepaalde.
De naam Bazan is verwant met de Bazalt- of Basanietsteen, die men hier veelvuldig vindt, zoals de naam Damaskus verwant is met damasten stoffen, die daar vervaardigd worden.
KruisverwijzingenHebreeën 11:30→Numeri 13:28→Deuteronomium 1:28→— Al die steden waren met hoge muren, poorten en grendelen gesterkt, behalve zeer vele onbemuurde steden.
Al die steden waren met hoge muren, poorten en grendels versterkt 1) (zie “Nu 21.30) behalve zeer vele onbemuurde steden, 2) die wij ook innamen.
Nog heden wordt de verwondering van de reiziger opgewekt door het boven verhouding grote getal van Bazans steden, die met haar zwarte bazalthuizen, poorten, muren en grendels somber afsteken bij de heldere hemel en het zachte groen. Maar niet alleen de steden zijn op die wijze versterkt, ieder afzonderlijk huis schijnt eenekleine, wèl versterkte vesting te zijn. De deuren zijn in Ledscha en in Hauran uit Bazaltplaten gemaakt, vele uit één stuk; zij draaien op hengsels, die uit steen gewerkt zijn, hebben een dikte van ongeveer vier duim, en zijn zelden hoger dan vier voet, ofschoon men ook sommigen vindt van 9 voet hoogte. Het openen en sluiten is zeer moeilijk; slechts een man kan dit te doen, wanneer hij zich met de rug of de voeten tegen de muur plaatst, en vervolgens met beide handen de deur naar voren duwt. (1 Kon.4:13).
Onbemuurde steden, d.w.z. open dorpen en plaatsen in Bazan gelegen. Eigenlijk staat er, steden voor de bewoners van het platte land.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:34→Deuteronomium 2:24→Psalmen 135:10→Deuteronomium 20:16→Numeri 21:2→Psalmen 136:19→Jozua 11:14→Leviticus 27:28→— En wij verbanden dezelve, gelijk wij Sihon, den koning van Hesbon, gedaan hadden, verbannende alle steden, mannen, vrouwen en kinderen.
En wij sloegen deze met de ban, zoals wij Sihon, de koning van Hesbon, gedaan hadden (hoofdstuk 2:34,35), verbannende alle steden, mannen, vrouwen en kinderen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:35→Jozua 8:27→Jozua 11:11→— Doch al het vee en den roof van die steden roofden wij voor ons.
Doch al het vee en de roof van die steden roofden wij voor ons.
KruisverwijzingenJozua 13:9→Jozua 12:2→Numeri 32:33→— Zo namen wij te dier tijd het land uit de hand van de twee koningen der Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon tot den berg Hermon toe;
Zo namen wij in die tijd het land uit de hand van de twee koningen van de Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon, in het zuiden, tot de berg Hermon toe, in het noorden.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 5:23→Psalmen 29:6→Psalmen 133:3→Hooglied 4:8→Ezechiël 27:5→Psalmen 89:12→Jozua 11:17→Deuteronomium 4:48→— (De Zidoniers noemen Hermon Sirjon; maar de Amorieten noemen hem Senir.)
De Sidoniërs noemen Hermon Sirjon (pantser, Psalm. 29:6) maar de Amorieten noemen hem Senir, welk woord dezelfde betekenis heeft. De Hermon (d.i. uitstekende top, heden Dsjebel esj Sjeikh, of hoofd van het gebergte genoemd), is het eigenlijk voorgebergte van de Anti-Libanon zonder twijfel de hoogste top van Syrië (10,000 voet hoog), en wordt door alle voorbijgangers bewonderd wegens zijn majestueus voorkomen. De winter, zegt een Arabisch dichter, rust op zijn kruin, de lente speelt om zijn lendenen, de zomer ligt aan zijn voet. Van de top, die zelden beklommen wordt, heeft men een onvergelijkelijk uitzicht op de Libanon en Anti-Libanon, Coelecyrië, de groene vlakte van Damascus en verder op de dorre woestijn, over de vlakte en het gebergte Hauran, de bergen van Samaria, de Jordaan en haar zeeën, het grote Galilese gebergte en over deze hoogten heen op de Middellandse Zee. Doorgaans is hij met sneeuw bedekt, en voorzag reeds in Salomo’s tijd de bewoners van de vlakten van deze heerlijke verfrissing (Spreuken. 25:13), zoals het nog heden bij de joden te Hesbeija ene gewoonte is, om aan hun gasten fris water van de Sjeikh-top te bieden. Zijn wouden verschaffen uitnemend hout voor de scheepsbouw (Ezech.27:5), zijn bronnen vullen de Jordaan en de Jarnak.
KruisverwijzingenJozua 13:31→Numeri 21:33→Jozua 12:4→Jozua 13:11→Deuteronomium 4:49→— Al de steden des platten lands, en het ganse Gilead, en het ganse Bazan, tot Salcha en Edrei toe; steden des koninkrijks van Og in Bazan.
Al de steden van het platte, van het vlakke, land, tussen de beek Arnon en de stad Hebron, en het gehele Gilead, aan de rechter- en linkerzijde van de Jabbok, en het gehele Bazan, tot Salcha, in het oosten, en Edréï 1) toe in het noorden; steden van het koninkrijk van Og in Bazan.
Vele uitleggers denken hier niet aan het in hoofdstuk 1:4 en in Numeri. 21:33 vermelde Edréï (thans Draàk genoemd) maar aan een plaats, die meer noordelijk ligt, en bij nieuwere reizigers de naam Edra of Oesra draagt. In de oude woningen van deze plaats wonen thans ongeveer 200 gezinnen, Turken, Christenen en Druzen (de godsdienst van de laatsten is een vermenging van heidense, Christelijke en Islamitische geheime leringen, en in haar geheel nog weinig bekend)
KruisverwijzingenGenesis 14:5→Jeremia 49:2→2 Samuël 12:26→Amos 2:9→Ezechiël 21:20→2 Samuël 11:1→1 Samuël 17:4→Amos 1:14→— Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overigen der reuzen overgebleven; ziet, zijn bedstede, zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba der kinderen Ammons? Negen ellen is haar lengte, en vier ellen haar breedte, naar eens mans elleboog.
Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overige reuzen, 1) die vroeger het land in hun macht hadden, overgebleven. Ziet, zijn bedstede, 2) zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba, de hoofdstad van de kinderen van Ammon (zie “Nu 21.30). Negen el is haar lengte, en vier el haar breedte, naar de elleboog van een man (zie “Ex 25.10).
Het bed is immer groter dan de man zelf. Hier echter heeft Clericus vermoed, dat Og met opzet de noodzakelijke maat heeft overschreden, opdat de nakomelingschap uit de grootte van het bed, omtrent zijn statuur, welke daarop gewoon was te liggen, een des te groter voorstelling zou hebben.
Ten tijde van Abraham leefden nog aldaar de Refaim, waarvan Og ongetwijfeld een van de laatst overgebleven afstammelingen is geweest.
Onder de bedstede, welke hier genoemd is, verstaan sommigen de lijkkist, en de rabbijnen zelfs de wieg van Og. Het Hebreeuwse woord doet ons echter aan een rustbed denken. Waarom dit bed te Rabba bewaard werd, wordt niet gezegd. Waarschijnlijk heeft Og het echter bij de Ammonieten achtergelaten, toen hij hun de vroegere bezittingen ontnam, om zodoende door een bovenmenselijke lichaamsgrootte te schitteren, en de Ammonieten hebben het dan als een aandenken in hun hoofdstad bewaard. Zo liet ook Alexander de Grote, toen hij op zijn tocht naar Indië niet verder voorttrekken kon, allerlei reusachtige voorwerpen achter. Voor iedere voetknecht werden twee rustbedden, ieder van vijf el lengte, en voor iedere ruiter twee kribben van dubbele grootte gemaakt, opdat men nog in de laatste tijden van zijn leger zou spreken als was het een verzameling van helden en reuzen. De buitengewone lichaamsgrootte van Og blijft echter een feit, ofschoon de Hebreeuwse el wel kleiner was dan de onze. Men vindt meer dergelijke voorbeelden; in 1857 b.v. werd op vele plaatsen een Ier tot bezichtiging gesteld, die 8 voet en 4 duim lang was op twintigjarige leeftijd; zijn oudoom, zo beweerde men, was nog 9 duim langer geweest.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:36→Numeri 32:32→2 Koningen 10:33→Jozua 12:2→Deuteronomium 4:48→Jozua 13:8→— Ditzelfde land nu namen wij te dier tijd in bezit; van Aroer af, dat aan de beek Arnon is, en de helft van het gebergte van Gilead, met de steden van hetzelve, gaf ik aan de Rubenieten en Gadieten.
Dit land nu namen wij in die tijd in bezit; van Aroër af, dat aan de beek Arnon is, en de helft van het gebergte van Gilead tot aan de Jabbok, met de steden hiervan (Jozua 13:24-28), behalve het zuidelijk gedeelte van het veroverde land (Jozua 13:15-20) gaf ik aan de Rubenieten en Gadieten.
KruisverwijzingenNumeri 32:39→1 Kronieken 5:23→Jozua 13:29→— En het overige van Gilead, mitsgaders het ganse Bazan, het koninkrijk van Og, gaf ik aan den halven stam van Manasse, de ganse landstreek van Argob, door het ganse Bazan; datzelve werd genoemd het land der reuzen.
En het overige van Gilead ten noorden van de Jabbok, bovendien het gehele Bazan, dat vroeger het koninkrijk van Og gevormd had, gaf ik aan de halve stam van Manasse, namelijk, de gehele landstreek van Argob, door (met) het gehele Bazan; dat werd genoemd het land van de reuzen (Numeri. 32:1-38).
KruisverwijzingenNumeri 32:41→2 Samuël 10:6→2 Samuël 13:37→2 Samuël 3:3→Jozua 13:13→1 Kronieken 2:21→— Jair, de zoon van Manasse, kreeg de ganse landstreek van Argob, tot aan de landpale der Gezurieten en Maachathieten; en hij noemde ze naar zijn naam, Bazan Havvoth-Jair, tot op dezen dag.
Jaïr, de zoon van Manasse, kreeg de gehele landstreek van Argob, tot aan de grens van de Gezurieten en Maächatieten; en hij noemde ze naar zijn naam Bazan Havvôth Jaïr, tot op deze dag.
KruisverwijzingenNumeri 32:39→Numeri 26:29→Jozua 17:1→Genesis 50:23→Jozua 22:7→— En aan Machir gaf ik Gilead.
En aan Machir gaf ik Gilead (Numeri. 32:39-42). Mozes maakt hier geen melding van Nobah en het aan hem geschonken land. De oorzaak is, dat Nobah slechts een zijtak was van het geslacht Jaïr, en zijn steden onder hun oppergezag stonden. Uit 1 Kronieken 2:22 vv. zien wij, dat Bazan of het gewest Argob tussen deze beide geslachten verdeeld werd en 60 steden had; het westelijk gedeelte (23 steden) werd aan Jaïr, het oostelijk gedeelte (37 steden met Kenath als hoofdstad) aan Nobah gegeven. (Deze steden schijnen echter niet lang in hun bezit te zijn geweest, hoewel in de tijd van de richters weer 30 in de macht van de richter Jaïr zijn (Richteren. 10:4), waardoor de oude naam Havvôth Jaïr weer in zwang kwam.
KruisverwijzingenNumeri 21:24→2 Samuël 24:5→Deuteronomium 2:37→Genesis 32:22→Jozua 12:2→Numeri 32:33→— Maar aan de Rubenieten en Gadieten gaf ik van Gilead af tot aan de beek Arnon, het midden van de beek en de landpale; en tot aan de beek Jabbok, de landpale der kinderen Ammons;
Maar aan de Rubenieten en Gadieten, opdat ik dit nog eens meer bepaald herhaal (vs.12), gaf ik van Gilead af zuidelijk tot aan de beek Arnon, en wel niet alleen aan de uiterste grens van het dal, maar tot het midden van de beek, en die de langrens is naar de zijde van Moab; en noordelijk tot aan de beek Jabbok, die in haar hoger gedeelte de grens van de kinderen van Ammon is, en zo het zuidelijk gedeelte van Gilead in het oosten begrenst.
KruisverwijzingenJozua 12:3→Genesis 14:3→Jozua 3:16→Deuteronomium 4:49→Jozua 13:27→Numeri 23:14→Genesis 13:10→Numeri 34:11→— Daartoe het vlakke veld, en de Jordaan, mitsgaders de landpale; van Cinnereth af tot aan de zee des vlakken velds, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga tegen het oosten.
Daartoe het vlakke veld van Moab, of de laagte aan de oostzijde van de Jordaan (zie “Nu 21.30), en de Jordaan, bovendien (liever: en die is) de grens naar het Westen, van Cinnereth, een stad aan de zee van Gennésareth) (Jozua 19:35), af, tot zuidelijk naar beneden aan de zee van het vlakke veld, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga,1) tegen het oosten, de oostzijde van de Jordaan en haar dalvlakte (zie “Jozua 12.3).
Onder Asdoth-Pisga, of, onder de hellingen van de Pisga. Asdoth betekent hellingen.
KruisverwijzingenJozua 4:12→Numeri 32:20→Jozua 1:12→Jozua 22:1→— Voorts gebood ik ulieden ter zelfder tijd, zeggende: De HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broederen, de kinderen Israels.
Voorts1) gebood ik u in deze tijd, zeggende: de HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven, om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, mannen van kracht (want slechts de bloem van het leger van de Overjordaanse stammen, 40.000 man, trok uit, terwijl 60.000 minder geoefenden achterbleven tot bescherming van betrekkingen en bezittingen) trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broeders, de kinderen van Israël, zoals gij uitdrukkelijk beloofd hebt (Numeri. 32:16-32).
Hiermee herinnert Mozes aan de voorwaarde, waaronder Hij aan de 2« stam het veroverde land heeft gegeven, nl. dat zij mee zouden optrekken, om het land aan deze zijde van de Jordaan te veroveren.
Voorts1) gebood ik u in deze tijd, zeggende: de HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven, om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, mannen van kracht (want slechts de bloem van het leger van de Overjordaanse stammen, 40.000 man, trok uit, terwijl 60.000 minder geoefenden achterbleven tot bescherming van betrekkingen en bezittingen) trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broeders, de kinderen van Israël, zoals gij uitdrukkelijk beloofd hebt (Numeri. 32:16-32).
Hiermee herinnert Mozes aan de voorwaarde, waaronder Hij aan de 2« stam het veroverde land heeft gegeven, nl. dat zij mee zouden optrekken, om het land aan deze zijde van de Jordaan te veroveren.
— Behalve uw vrouwen, en uw kinderkens, en uw vee (ik weet, dat gij veel vee hebt), zij zullen blijven in uw steden, die ik u gegeven heb;
Behalve uw vrouwen, en uw kinderen; en uw vee ik weet dat gij veel vee hebt; zij zullen blijven in uw steden, die ik u gegeven heb.
KruisverwijzingenJozua 22:4→Jozua 22:8→— Totdat de HEERE uw broederen rust geve, gelijk ulieden, dat zij ook erven het land, dat de HEERE, uw God, hun geven zal aan gene zijde van de Jordaan; dan zult gij wederkeren, elk tot zijn erfenis, die ik u gegeven heb.
Totdat de HEERE uw broeders rust geeft, zoals u, dat zij ook erven het land, dat de HEERE, uw God, hun geven zal aan de overzijde van de Jordaan; dan zult gij terugkeren, elk tot zijn erfenis, die ik u gegeven heb.
Kruisverwijzingen2 Timotheüs 4:17→Jozua 10:25→Efeze 3:20→Psalmen 9:10→1 Samuël 17:36→Numeri 27:18→2 Korinthe 12:10→2 Korinthe 1:10→— Ook gebood ik Jozua ter zelfder tijd, zeggende: Uw ogen zien alles, wat de HEERE, ulieder God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, naar welke gij henen doortrekt.
Ook gebood ik Jozua in deze tijd na de verovering van het land ten oosten van de Jordaan, waarbij de Heere zijn machtige hulp zo duidelijk had getoond, zeggende: Uw ogen zien 1) alles, wat de HEERE, uw God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, waar gij doorheen trekt.
Met deze herinnering aan de aanstelling van Jozua tot zijn opvolger, verzekert Mozes aan Israël, dat het Gods uitdrukkelijk bevel en Zijn ondoorgrondelijke raad is, dat Jozua hen in Kanaän zal leiden; maar met die verzekering, Uw ogen zien alles, wil hij tevens Jozua erop wijzen, dat God een God is, Die Zijn belofte vervult en niet laat varen het werk van Zijn handen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 20:4→Exodus 14:14→Deuteronomium 1:30→2 Kronieken 20:29→Jozua 10:42→Numeri 21:34→2 Kronieken 20:17→Jesaja 43:1→— Vreest ze niet; want de HEERE, uw God, strijdt voor ulieden.
Vreest ze daarom niet, want de HEERE, uw God, strijdt voor u zoals u duidelijk geworden is door Zijn daden in het verleden.
Kruisverwijzingen2 Korinthe 12:8→— Ook bad ik den HEERE om genade, zeggende ter zelfder tijd:
Ook bad1) ik, want mijn hart was vervuld van deze grote daden van God, en koesterde daarom het verlangen, de voltooiing van het aangevangen werk te aanschouwen, de HEERE om genade van de opgelegde straf, zeggende in dezer tijd (Numeri. 27:12-23).
Waarop hij bij God pleit bestaat in twee zaken: 1e. De grote ervaring, die hij verkregen had van Gods goedheid jegens hem, in hetgeen Hij tot welzijn van Israël had gedaan: Heere, HEERE! Gij hebt begonnen uw knecht te tonen uw grootheid, o Heere! volmaakt hetgeen Gij begonnen hebt; Gij hebt mij doen zien de zegepraal in het overwinnen van deze twee koningen, en dat gezicht heeft mij het hart vervuld met verwondering en dankzegging, o doet mij nog meer de gangen van mijn God, mijn Koning zien! Dit grote werk zal zonder twijfel voortgezet en voltooid worden; laat ik het genoegen hebben, dat ik dit mag aanschouwen! Merk op, hoe meer wij de luister van Gods werken in het oog krijgen, hoe meer wij daarvan zullen trachten te zien. 2e. De goede indruk, die de dingen, welke hij gezien had, op zijn hart hadden gemaakt; Want wat een God is er in de hemel en op de aarde, die doen kan naar Uw werken en naar Uw mogendheden? Hoe groter indruk datgene, dat wij van God en van Zijn wijsheid, macht en goedertierenheid gezien hebben, op ons hart gemaakt heeft, hoe beter wij tot verdere ontdekkingen zijn toebereid. Deze zullen de werken van God zien, die Hem in deze met hoogachting beschouwen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 11:2→Exodus 15:11→Psalmen 71:19→Psalmen 86:8→2 Samuël 7:22→Psalmen 106:2→Psalmen 145:6→Psalmen 89:6→— Heere HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat God is er in den hemel en op de aarde, die doen kan naar Uw werken, en naar Uw mogendheden!
Heere, HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat een God is er in de hemel en op aarde, die doen kan naar Uw werken en naar Uw mogendheden (Ex.15:11 Psalm. 86:8; 89:7).
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:21→Exodus 3:8→Deuteronomium 11:11→Numeri 32:5→Ezechiël 20:6→— Laat mij toch overtrekken, en dat goede land bezien, dat aan gene zijde van de Jordaan is, dat goede gebergte, en den Libanon!
Heere, HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat een God is er in de hemel en op aarde, die doen kan naar Uw werken en naar Uw mogendheden (Ex.15:11 Psalm. 86:8; 89:7).
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:37→Deuteronomium 31:2→Deuteronomium 32:51→Mattheüs 20:22→Jesaja 53:5→1 Kronieken 28:2→Deuteronomium 34:4→1 Kronieken 17:12→— Doch de HEERE verstoorde zich zeer om uwentwille over mij, en hoorde niet naar mij; maar de HEERE zeide tot mij: Het zij u genoeg; spreek niet meer tot Mij van deze zaak.
Laat mij toch overtrekken, en dat goede land bezien 1) dat aan de overzijde van de Jordaan is, dat goede gebergte,
dat bergland, en de Libanon, die de uiterste grens is in het noorden. 3)
Mozes vraagt niet, om Israël in dit land te leiden. Dit zou Jozua’s werk zijn, maar om het te zien. Daarmee ziet hij van alle eigen eer af, om alleen te aanschouwen de goedertierenheden van de Heere, waardoor Israël in dat goede land, als het land van het erfgoed, zou komen.
Dat goede gebergte. Hiermee heeft Mozes het gehele Kanaän op het oog, aan de overzijde van de Jordaan gelegen. De rabbijnen menen, dat hij hier de tempelberg op het oog heeft, maar zonder enig bewijs voor hun mening bij te brengen. Hij noemt hier Kanaän een bergland, in tegenstelling tot de vlakke velden van Moab, waar Israël gelegerd.
Mozes heeft vroeger (Numeri. 27:12 vv.) niet van dit gebed gesproken; thans echter gewaagt hij daarvan, om Israël op te wekken tot dankbare waardering van het voorrecht, dat hun geschonken was.
Niet zonder opzet noemt hij Kanaän een goed bergland, om het naast Horeb te plaatsen, waar hij eens de heerlijkste en heiligste dagen van zijn leven doorbracht, en de aanvang van het verbond tussen Jehovah en Zijn volk aanschouwd had, en om het tegenover de woestijn te stellen, in welke Israël 38 jaren had moeten omzwerven. De treurige tussentijd was nu geëindigd, en de nieuwe tijd aangebroken; hoe graag zou hij ook het land gezien hebben, waarin het volk met zijn God gelukkige dagen moest doorbrengen.
a) Doch de HEERE verstoorde zich zeer om uwentwille over mij, en hoorde niet naar mij; maar de HEERE zei tot mij: het zij u genoeg 1) wat gij uit Mijn genade ontvangen hebt; spreek niet meer tot Mij van deze zaak.2)
Deuteronomium. 1:37; 31:2; 34:4
God stelde het hart van Mozes gerust onder het uitgesproken vonnis, door te zeggen: Het zij u genoeg. Met welk woord zonder twijfel een goddelijke macht gepaard ging, om het hart van Mozes met de wil van God te doen overeenstemmen, en te maken, dat hij in die volmaakte wil berustte. Indien God ons door Zijn Voorzienigheid niet geeft, hetgeen wij verlangen, en indien Hij ons door Zijn genade doet vergenoegd zijn zonder dit, zo komt het bijna op een uit.
Wij hebben hier een treffende overeenkomst tussen Mozes en Paulus. Ook tot de Apostel van het Geloof komt dit woord in deze vorm: Mijn genade is U genoeg. Uit dit, het zij U genoeg, blijkt duidelijk, dat de barmhartigheid ook ten opzichte van Mozes nog tegen het oordeel roemde.
Wij hebben hier eerst van een donkere leiding te gewagen! Of wie is de man, die wij hier met onverbiddelijke strengheid zien afgewezen voor de troon van de genade? Is het een goddeloze, voor wie het strenge woord van de wijze koning mag gelden: “die zijn oren afwendt van de wet, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.” Neen, het is de gunstgenoot van de Heere uit duizenden, wie het meermalen lukken mocht door een krachtige voorbede het zwaard van de gerechtigheid af te keren van honderdduizend schuldige hoofden. Wat vraagt hij, dat zo de Hoorder van de gebeden vertoornt? Een bijzondere vergelding wellicht voor jaren van arbeid en moeite, of ontslag van de post, die hij huiverend had aanvaard? Niets dan een onbelemmerde intrede, een kort verblijf, een rustige levensavond in dat erfdeel, dat God aan de vaderen toezegde. Hoe wordt die bede ontboezemd? Is het met onstuimige aandrang, met wankelmoedig geloof, op onbescheiden toon? Maar hij zelf schroomt niet later te belijden, dat hij als een schuldige om genade gebeden heeft. En wanneer wordt die bede aan Mozes geweigerd? Juist nu er slechts een schrede, ja, tussen hem en de dood, maar ook tussen hem en Kanaän is, en de bergtoppen van het beloofde land voor zijn oog reeds in zonneglans blinken. Hij heeft erop gewacht, voor gewerkt, in geleefd, en vraagt gij wat het was, dat hem in staat stelde, om zonder morren met een volk van rebellen achtendertig jaar te dolen en een bijna bovenmenselijke last op de kloeke schouders te torsen, nee, twijfelt er niet aan, het is dat ene denkbeeld, Kanaän geweest. En nu, daar staat hij als aan de dorpel van de woning, die alles, alles vergoeden zal: “terug” spreekt een stem, die nimmer tegenspraak dult. Gaat het niet meermalen zo? Tevergeefs, bedrukte Jeremia! voor Juda tussenbeide getreden: “Ik zal u niet horen, zegt God. Tevergeefs, boetvaardige David! geworsteld, om het leven van Bathseba’s kind. En heeft niet menig vriend van de Heere een ervaring als deze? En toch is Hij de alleen Wijze, de Genadige, de onkrenkbaar Rechtvaardige, die in deze donkerheid woont. Het is een rechtvaardig gericht. De handhaver van de wet mag allerminst van de toepassing van de bedreiging verschoond worden: “de ziel, die zondigt, zal sterven!” Buig het hoofd, biddende Mozes, en draag wat u opgelegd wordt; immers zijt gij, ook gij een schuldige Mozes voor God. Er loopt een onmiskenbare schakel tussen het Kanaän, dat wij verbeuren, en het Kades, waar wij tegen God overtraden, en het zijn niet alleen de Adoni Bezek’s alleen, die zich in enkele ogenblikken de bezoedelde lippen ontperst zien: “zoals ik gedaan heb, zo heeft men mij vergolden!” De natuurlijke gevolgen van de zonde, zij worden vaak, zelfs op het vurigst bidden, niet weggenomen, en niet zelden behaagt het de Vader, Zijn kinderen de wrange nasmaak van de zwijmelbeker van de verzoeking nog lang te doen proeven, opdat zij des te dieper van de afschuwelijkheid van hun overtreding en de heiligheid van Zijn wet overtuigd worden. Doch het valt ook niet moeilijk hier een wijze beschikking te roemen. Israël verliest eigenlijk minder en gewint meer. De bevende hand, die reeds 39 jaar eerder had moeten worden gevat en gesterkt door Aäron en Hur, om in de strijd met Amalek de staf van God voor geheel het leger omhoog te houden, die hand is thans nog veel minder in staat, om de veldheerstaf met ere te zwaaien. Het reuzenwerk van Kanaäns inneming vordert frisse, jeugdige krachten. De taak nog bij zijn leven aan een ander toe te vertrouwen, dat is met de waardigheid van Mozes’ karakter in strijd. En hoeveel meer gewint Israël nog bij de afwijzing van Mozes’ gebed, dan een wakker krijgshoofd alleen! Wat een onderwijs: honderd wetwoorden, die hun Gods vlekkeloze heiligheid inprenten, zijn niet in staat om zo diepe indruk teweeg te brengen, als dit bijna ongelofelijk feit, dat zelfs een Mozes, omwille van zijn zonden, niet minder dan Korach of Dathan nog buiten Kanaän sterft! Voor Mozes zelf is het een verborgen weldaad. Hij mist, nu ja Kanaän. Maar zal dan ook in Kanaän het paradijs niet verloren, de zonde geen inwoneres, de dood geen huisgenoot zijn? Is het zo groot een verschil, op Nebo of enige maanden later op Sion te sterven? In Kanaän wachten tonelen van bloed en tranen. Mozes! gij weet het niet, wat een zielesmart God u bespaart, waar Hij het strenge antwoord geeft. Mozes gewint daarbij, zijn hart hangt aan Kanaän, en geen Kanaän mag te ruime plaats in een hart bekleden, waarvoor God alles moet zijn. En indien gij in Mozes’ afscheid niets zondigs, en nauwelijks iets aards meer ontdekt, het is vrucht geweest ook van deze beproeving. Nog een schrede verder! Indien Mozes uit zijn hemelse woonstede getuige is geweest van de zonde en de strijd van zijn natie, mij dunkt, voor weinig heeft hij zo vurig als voor zijn schijnbaar ontijdig, maar vreedzaam graf op de eenzame Nebo gedankt. Ik verbeeld mij, zo het hem daar door een Engel gevraagd was: “Mozes, zou gij nog wensen de Jordaan te zijn overgetrokken,” hij zou op zijn beurt geantwoord hebben: “Spreek mij van deze zaken niet meer.”. Mozes is toen Kanaän niet binnengegaan en toch heeft hij zijn voeten mogen zetten op een van de bergen van het beloofde land, als gezant van de Vader tot de Zoon, om tot Deze te spreken van de uitgang, die Hij zou hebben. Toen heeft hij tevens de vervulling van de belofte aanschouwd, welke hij zelf tot zijn volk op last van de Heere had mogen uitspreken.
KruisverwijzingenNumeri 27:12→Genesis 13:14→Deuteronomium 34:1→— Klim op de hoogte van Pisga, en hef uw ogen op naar het westen, en naar het noorden, en naar het zuiden, en naar het oosten, en zie toe met uw ogen; want gij zult over deze Jordaan niet gaan.
Klim op de hoogte van Pisga, 1) en hef uw ogen op naar het westen, en naar het noorden, en naar het zuiden, en naar het oosten; en zie toe met uw ogen, 2) want gij zult over deze Jordaan niet gaan.
In Numeri. 27:12 wordt van het gebergte Abßrim gesproken. Pisga is het noordelijk deel van genoemd gebergte.
In Deuteronomium. 34:7 lezen wij, dat het oog van Mozes niet duister was geworden, maar hier verheldert God nog zijn blik, opdat hij iets mag aanschouwen van de heerlijkheid van het beloofde land.
KruisverwijzingenDeuteronomium 31:3→Deuteronomium 31:7→Deuteronomium 1:38→Deuteronomium 31:23→Numeri 27:18→Johannes 1:17→1 Kronieken 28:20→2 Timotheüs 4:1→— Gebied dan Jozua, en versterk hem, en bekrachtig hem; want hij zal voor het aangezicht van dit volk henen overgaan, en zal hun dat land, dat gij zien zult, doen erven.
Gebied dan Jozua, en versterk hem, en bekrachtig hem; want hij zal voor het aangezicht van dit volk heen overgaan, en zal hun dat land, dat gij zien zult, doenerven. 1)
Hiermee schenkt God aan Mozes de vertroostende verzekering, dat zijn werk niet tevergeefs zal zijn geweest, maar dat Israël gewis in het land van de belofte zal komen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 34:6→Deuteronomium 4:46→Numeri 25:3→Deuteronomium 4:3→Numeri 33:48→— Alzo bleven wij in dit dal tegenover Beth-Peor.
Alzo bleven wij in dit dal noordelijk tegenover Beth-Peor 1) waar wij thans nog verblijven.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 3
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Daarna keerden wij ons en trokken, na de overwinning op Sihon en de verovering van zijn gebied, verder op naar de Jordaan (Numeri. 21:19,20), en togen op door krijgsbenden, die van deze plaats uitgezonden werden, de weg van Bazan (Numeri. 21:33 vv.); en Og, dekoning van Bazan trok uit, ons tegemoet, hij en al zijn volk ten strijde, bij Edrëi.
Toen zei de HEERE tot mij: Vrees hem niet, 1) want Ik heb hem en al zijn volk en zijn land in uw hand gegeven, en gij zult met hem doen, zoals gij met Sihon, de koning van de Amorieten, die te Hesbon woonde, gedaan hebt (hoofdstuk 2:31 vv.).
Deze aanmoediging was niet zozeer nodig voor Mozes als wel voor het volk Israël, om daardoor hun geloof op de belofte van God te versterken.
En de HEERE, onze God, gaf ook Og, de koning van Bazan en al zijn volk, in onze hand, zodat wij hem sloegen, totdat wij hem niemand lieten overblijven.
En wij namen in die tijd al zijn steden, er was geen stad, die wij van hen niet namen: zestig steden, de gehele landstreek van Argob, 1) het koninkrijk van Og in Bazan. 2)
De drie uitdrukkingen: “Zestig steden,” “die gehele landstreek van Argob”, “het koninkrijk van Og in Bazan”, wijzen op hetzelfde gebied; het land van Argob telde zestig steden, die tezamen het grondgebied van Og uitmaakten. De naam Argob staat in verband met het Hebreeuwse woord Regob (steenhoop, aardkluit), en is waarschijnlijk ontleend aan het noordoostelijk gedeelte van het land Bazan, het tegenwoordige Ledscha, waarvan de grond bestaat uit een roodachtig bruine teelaarde, die door de vertering van vulkanisch gesteente gevormd is.
Ook de naam Bazan heeft dit landschap van de gesteldheid van de bodem verkregen, want Bazan, in verband met het stamverwante Arabisch, betekent: een gelijke en zachte bodem. Als er staat Og in Bazan, dan geeft dit duidelijk aan, dat het koninkrijk van Og, zich niet tot Bazan alleen bepaalde.
De naam Bazan is verwant met de Bazalt- of Basanietsteen, die men hier veelvuldig vindt, zoals de naam Damaskus verwant is met damasten stoffen, die daar vervaardigd worden.
Al die steden waren met hoge muren, poorten en grendels versterkt 1) (zie “Nu 21.30) behalve zeer vele onbemuurde steden, 2) die wij ook innamen.
Nog heden wordt de verwondering van de reiziger opgewekt door het boven verhouding grote getal van Bazans steden, die met haar zwarte bazalthuizen, poorten, muren en grendels somber afsteken bij de heldere hemel en het zachte groen. Maar niet alleen de steden zijn op die wijze versterkt, ieder afzonderlijk huis schijnt eenekleine, wèl versterkte vesting te zijn. De deuren zijn in Ledscha en in Hauran uit Bazaltplaten gemaakt, vele uit één stuk; zij draaien op hengsels, die uit steen gewerkt zijn, hebben een dikte van ongeveer vier duim, en zijn zelden hoger dan vier voet, ofschoon men ook sommigen vindt van 9 voet hoogte. Het openen en sluiten is zeer moeilijk; slechts een man kan dit te doen, wanneer hij zich met de rug of de voeten tegen de muur plaatst, en vervolgens met beide handen de deur naar voren duwt. (1 Kon.4:13).
Onbemuurde steden, d.w.z. open dorpen en plaatsen in Bazan gelegen. Eigenlijk staat er, steden voor de bewoners van het platte land.
En wij sloegen deze met de ban, zoals wij Sihon, de koning van Hesbon, gedaan hadden (hoofdstuk 2:34,35), verbannende alle steden, mannen, vrouwen en kinderen.
Doch al het vee en de roof van die steden roofden wij voor ons.
Zo namen wij in die tijd het land uit de hand van de twee koningen van de Amorieten, die aan deze zijde van de Jordaan waren, van de beek Arnon, in het zuiden, tot de berg Hermon toe, in het noorden.
De Sidoniërs noemen Hermon Sirjon (pantser, Psalm. 29:6) maar de Amorieten noemen hem Senir, welk woord dezelfde betekenis heeft. De Hermon (d.i. uitstekende top, heden Dsjebel esj Sjeikh, of hoofd van het gebergte genoemd), is het eigenlijk voorgebergte van de Anti-Libanon zonder twijfel de hoogste top van Syrië (10,000 voet hoog), en wordt door alle voorbijgangers bewonderd wegens zijn majestueus voorkomen. De winter, zegt een Arabisch dichter, rust op zijn kruin, de lente speelt om zijn lendenen, de zomer ligt aan zijn voet. Van de top, die zelden beklommen wordt, heeft men een onvergelijkelijk uitzicht op de Libanon en Anti-Libanon, Coelecyrië, de groene vlakte van Damascus en verder op de dorre woestijn, over de vlakte en het gebergte Hauran, de bergen van Samaria, de Jordaan en haar zeeën, het grote Galilese gebergte en over deze hoogten heen op de Middellandse Zee. Doorgaans is hij met sneeuw bedekt, en voorzag reeds in Salomo’s tijd de bewoners van de vlakten van deze heerlijke verfrissing (Spreuken. 25:13), zoals het nog heden bij de joden te Hesbeija ene gewoonte is, om aan hun gasten fris water van de Sjeikh-top te bieden. Zijn wouden verschaffen uitnemend hout voor de scheepsbouw (Ezech.27:5), zijn bronnen vullen de Jordaan en de Jarnak.
Al de steden van het platte, van het vlakke, land, tussen de beek Arnon en de stad Hebron, en het gehele Gilead, aan de rechter- en linkerzijde van de Jabbok, en het gehele Bazan, tot Salcha, in het oosten, en Edréï 1) toe in het noorden; steden van het koninkrijk van Og in Bazan.
Vele uitleggers denken hier niet aan het in hoofdstuk 1:4 en in Numeri. 21:33 vermelde Edréï (thans Draàk genoemd) maar aan een plaats, die meer noordelijk ligt, en bij nieuwere reizigers de naam Edra of Oesra draagt. In de oude woningen van deze plaats wonen thans ongeveer 200 gezinnen, Turken, Christenen en Druzen (de godsdienst van de laatsten is een vermenging van heidense, Christelijke en Islamitische geheime leringen, en in haar geheel nog weinig bekend)
Want Og, de koning van Bazan, was alleen van de overige reuzen, 1) die vroeger het land in hun macht hadden, overgebleven. Ziet, zijn bedstede, 2) zijnde een bedstede van ijzer, is zij niet te Rabba, de hoofdstad van de kinderen van Ammon (zie “Nu 21.30). Negen el is haar lengte, en vier el haar breedte, naar de elleboog van een man (zie “Ex 25.10).
Het bed is immer groter dan de man zelf. Hier echter heeft Clericus vermoed, dat Og met opzet de noodzakelijke maat heeft overschreden, opdat de nakomelingschap uit de grootte van het bed, omtrent zijn statuur, welke daarop gewoon was te liggen, een des te groter voorstelling zou hebben.
Ten tijde van Abraham leefden nog aldaar de Refaim, waarvan Og ongetwijfeld een van de laatst overgebleven afstammelingen is geweest.
Onder de bedstede, welke hier genoemd is, verstaan sommigen de lijkkist, en de rabbijnen zelfs de wieg van Og. Het Hebreeuwse woord doet ons echter aan een rustbed denken. Waarom dit bed te Rabba bewaard werd, wordt niet gezegd. Waarschijnlijk heeft Og het echter bij de Ammonieten achtergelaten, toen hij hun de vroegere bezittingen ontnam, om zodoende door een bovenmenselijke lichaamsgrootte te schitteren, en de Ammonieten hebben het dan als een aandenken in hun hoofdstad bewaard. Zo liet ook Alexander de Grote, toen hij op zijn tocht naar Indië niet verder voorttrekken kon, allerlei reusachtige voorwerpen achter. Voor iedere voetknecht werden twee rustbedden, ieder van vijf el lengte, en voor iedere ruiter twee kribben van dubbele grootte gemaakt, opdat men nog in de laatste tijden van zijn leger zou spreken als was het een verzameling van helden en reuzen. De buitengewone lichaamsgrootte van Og blijft echter een feit, ofschoon de Hebreeuwse el wel kleiner was dan de onze. Men vindt meer dergelijke voorbeelden; in 1857 b.v. werd op vele plaatsen een Ier tot bezichtiging gesteld, die 8 voet en 4 duim lang was op twintigjarige leeftijd; zijn oudoom, zo beweerde men, was nog 9 duim langer geweest.
Dit land nu namen wij in die tijd in bezit; van Aroër af, dat aan de beek Arnon is, en de helft van het gebergte van Gilead tot aan de Jabbok, met de steden hiervan (Jozua 13:24-28), behalve het zuidelijk gedeelte van het veroverde land (Jozua 13:15-20) gaf ik aan de Rubenieten en Gadieten.
En het overige van Gilead ten noorden van de Jabbok, bovendien het gehele Bazan, dat vroeger het koninkrijk van Og gevormd had, gaf ik aan de halve stam van Manasse, namelijk, de gehele landstreek van Argob, door (met) het gehele Bazan; dat werd genoemd het land van de reuzen (Numeri. 32:1-38).
Jaïr, de zoon van Manasse, kreeg de gehele landstreek van Argob, tot aan de grens van de Gezurieten en Maächatieten; en hij noemde ze naar zijn naam Bazan Havvôth Jaïr, tot op deze dag.
En aan Machir gaf ik Gilead (Numeri. 32:39-42). Mozes maakt hier geen melding van Nobah en het aan hem geschonken land. De oorzaak is, dat Nobah slechts een zijtak was van het geslacht Jaïr, en zijn steden onder hun oppergezag stonden. Uit 1 Kronieken 2:22 vv. zien wij, dat Bazan of het gewest Argob tussen deze beide geslachten verdeeld werd en 60 steden had; het westelijk gedeelte (23 steden) werd aan Jaïr, het oostelijk gedeelte (37 steden met Kenath als hoofdstad) aan Nobah gegeven. (Deze steden schijnen echter niet lang in hun bezit te zijn geweest, hoewel in de tijd van de richters weer 30 in de macht van de richter Jaïr zijn (Richteren. 10:4), waardoor de oude naam Havvôth Jaïr weer in zwang kwam.
Maar aan de Rubenieten en Gadieten, opdat ik dit nog eens meer bepaald herhaal (vs.12), gaf ik van Gilead af zuidelijk tot aan de beek Arnon, en wel niet alleen aan de uiterste grens van het dal, maar tot het midden van de beek, en die de langrens is naar de zijde van Moab; en noordelijk tot aan de beek Jabbok, die in haar hoger gedeelte de grens van de kinderen van Ammon is, en zo het zuidelijk gedeelte van Gilead in het oosten begrenst.
Daartoe het vlakke veld van Moab, of de laagte aan de oostzijde van de Jordaan (zie “Nu 21.30), en de Jordaan, bovendien (liever: en die is) de grens naar het Westen, van Cinnereth, een stad aan de zee van Gennésareth) (Jozua 19:35), af, tot zuidelijk naar beneden aan de zee van het vlakke veld, de Zoutzee, onder Asdoth-Pisga,1) tegen het oosten, de oostzijde van de Jordaan en haar dalvlakte (zie “Jozua 12.3).
Onder Asdoth-Pisga, of, onder de hellingen van de Pisga. Asdoth betekent hellingen.
Voorts1) gebood ik u in deze tijd, zeggende: de HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven, om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, mannen van kracht (want slechts de bloem van het leger van de Overjordaanse stammen, 40.000 man, trok uit, terwijl 60.000 minder geoefenden achterbleven tot bescherming van betrekkingen en bezittingen) trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broeders, de kinderen van Israël, zoals gij uitdrukkelijk beloofd hebt (Numeri. 32:16-32).
Hiermee herinnert Mozes aan de voorwaarde, waaronder Hij aan de 2« stam het veroverde land heeft gegeven, nl. dat zij mee zouden optrekken, om het land aan deze zijde van de Jordaan te veroveren.
Voorts1) gebood ik u in deze tijd, zeggende: de HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven, om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, mannen van kracht (want slechts de bloem van het leger van de Overjordaanse stammen, 40.000 man, trok uit, terwijl 60.000 minder geoefenden achterbleven tot bescherming van betrekkingen en bezittingen) trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broeders, de kinderen van Israël, zoals gij uitdrukkelijk beloofd hebt (Numeri. 32:16-32).
Hiermee herinnert Mozes aan de voorwaarde, waaronder Hij aan de 2« stam het veroverde land heeft gegeven, nl. dat zij mee zouden optrekken, om het land aan deze zijde van de Jordaan te veroveren.
Behalve uw vrouwen, en uw kinderen; en uw vee ik weet dat gij veel vee hebt; zij zullen blijven in uw steden, die ik u gegeven heb.
Totdat de HEERE uw broeders rust geeft, zoals u, dat zij ook erven het land, dat de HEERE, uw God, hun geven zal aan de overzijde van de Jordaan; dan zult gij terugkeren, elk tot zijn erfenis, die ik u gegeven heb.
Ook gebood ik Jozua in deze tijd na de verovering van het land ten oosten van de Jordaan, waarbij de Heere zijn machtige hulp zo duidelijk had getoond, zeggende: Uw ogen zien 1) alles, wat de HEERE, uw God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, waar gij doorheen trekt.
Met deze herinnering aan de aanstelling van Jozua tot zijn opvolger, verzekert Mozes aan Israël, dat het Gods uitdrukkelijk bevel en Zijn ondoorgrondelijke raad is, dat Jozua hen in Kanaän zal leiden; maar met die verzekering, Uw ogen zien alles, wil hij tevens Jozua erop wijzen, dat God een God is, Die Zijn belofte vervult en niet laat varen het werk van Zijn handen.
Vreest ze daarom niet, want de HEERE, uw God, strijdt voor u zoals u duidelijk geworden is door Zijn daden in het verleden.
Ook bad1) ik, want mijn hart was vervuld van deze grote daden van God, en koesterde daarom het verlangen, de voltooiing van het aangevangen werk te aanschouwen, de HEERE om genade van de opgelegde straf, zeggende in dezer tijd (Numeri. 27:12-23).
Waarop hij bij God pleit bestaat in twee zaken: 1e. De grote ervaring, die hij verkregen had van Gods goedheid jegens hem, in hetgeen Hij tot welzijn van Israël had gedaan: Heere, HEERE! Gij hebt begonnen uw knecht te tonen uw grootheid, o Heere! volmaakt hetgeen Gij begonnen hebt; Gij hebt mij doen zien de zegepraal in het overwinnen van deze twee koningen, en dat gezicht heeft mij het hart vervuld met verwondering en dankzegging, o doet mij nog meer de gangen van mijn God, mijn Koning zien! Dit grote werk zal zonder twijfel voortgezet en voltooid worden; laat ik het genoegen hebben, dat ik dit mag aanschouwen! Merk op, hoe meer wij de luister van Gods werken in het oog krijgen, hoe meer wij daarvan zullen trachten te zien. 2e. De goede indruk, die de dingen, welke hij gezien had, op zijn hart hadden gemaakt; Want wat een God is er in de hemel en op de aarde, die doen kan naar Uw werken en naar Uw mogendheden? Hoe groter indruk datgene, dat wij van God en van Zijn wijsheid, macht en goedertierenheid gezien hebben, op ons hart gemaakt heeft, hoe beter wij tot verdere ontdekkingen zijn toebereid. Deze zullen de werken van God zien, die Hem in deze met hoogachting beschouwen.
Heere, HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat een God is er in de hemel en op aarde, die doen kan naar Uw werken en naar Uw mogendheden (Ex.15:11 Psalm. 86:8; 89:7).
Heere, HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat een God is er in de hemel en op aarde, die doen kan naar Uw werken en naar Uw mogendheden (Ex.15:11 Psalm. 86:8; 89:7).
Laat mij toch overtrekken, en dat goede land bezien 1) dat aan de overzijde van de Jordaan is, dat goede gebergte,
dat bergland, en de Libanon, die de uiterste grens is in het noorden. 3)
Mozes vraagt niet, om Israël in dit land te leiden. Dit zou Jozua’s werk zijn, maar om het te zien. Daarmee ziet hij van alle eigen eer af, om alleen te aanschouwen de goedertierenheden van de Heere, waardoor Israël in dat goede land, als het land van het erfgoed, zou komen.
Dat goede gebergte. Hiermee heeft Mozes het gehele Kanaän op het oog, aan de overzijde van de Jordaan gelegen. De rabbijnen menen, dat hij hier de tempelberg op het oog heeft, maar zonder enig bewijs voor hun mening bij te brengen. Hij noemt hier Kanaän een bergland, in tegenstelling tot de vlakke velden van Moab, waar Israël gelegerd.
Mozes heeft vroeger (Numeri. 27:12 vv.) niet van dit gebed gesproken; thans echter gewaagt hij daarvan, om Israël op te wekken tot dankbare waardering van het voorrecht, dat hun geschonken was.
Niet zonder opzet noemt hij Kanaän een goed bergland, om het naast Horeb te plaatsen, waar hij eens de heerlijkste en heiligste dagen van zijn leven doorbracht, en de aanvang van het verbond tussen Jehovah en Zijn volk aanschouwd had, en om het tegenover de woestijn te stellen, in welke Israël 38 jaren had moeten omzwerven. De treurige tussentijd was nu geëindigd, en de nieuwe tijd aangebroken; hoe graag zou hij ook het land gezien hebben, waarin het volk met zijn God gelukkige dagen moest doorbrengen.
a) Doch de HEERE verstoorde zich zeer om uwentwille over mij, en hoorde niet naar mij; maar de HEERE zei tot mij: het zij u genoeg 1) wat gij uit Mijn genade ontvangen hebt; spreek niet meer tot Mij van deze zaak.2)
Deuteronomium. 1:37; 31:2; 34:4
God stelde het hart van Mozes gerust onder het uitgesproken vonnis, door te zeggen: Het zij u genoeg. Met welk woord zonder twijfel een goddelijke macht gepaard ging, om het hart van Mozes met de wil van God te doen overeenstemmen, en te maken, dat hij in die volmaakte wil berustte. Indien God ons door Zijn Voorzienigheid niet geeft, hetgeen wij verlangen, en indien Hij ons door Zijn genade doet vergenoegd zijn zonder dit, zo komt het bijna op een uit.
Wij hebben hier een treffende overeenkomst tussen Mozes en Paulus. Ook tot de Apostel van het Geloof komt dit woord in deze vorm: Mijn genade is U genoeg. Uit dit, het zij U genoeg, blijkt duidelijk, dat de barmhartigheid ook ten opzichte van Mozes nog tegen het oordeel roemde.
Wij hebben hier eerst van een donkere leiding te gewagen! Of wie is de man, die wij hier met onverbiddelijke strengheid zien afgewezen voor de troon van de genade? Is het een goddeloze, voor wie het strenge woord van de wijze koning mag gelden: “die zijn oren afwendt van de wet, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.” Neen, het is de gunstgenoot van de Heere uit duizenden, wie het meermalen lukken mocht door een krachtige voorbede het zwaard van de gerechtigheid af te keren van honderdduizend schuldige hoofden. Wat vraagt hij, dat zo de Hoorder van de gebeden vertoornt? Een bijzondere vergelding wellicht voor jaren van arbeid en moeite, of ontslag van de post, die hij huiverend had aanvaard? Niets dan een onbelemmerde intrede, een kort verblijf, een rustige levensavond in dat erfdeel, dat God aan de vaderen toezegde. Hoe wordt die bede ontboezemd? Is het met onstuimige aandrang, met wankelmoedig geloof, op onbescheiden toon? Maar hij zelf schroomt niet later te belijden, dat hij als een schuldige om genade gebeden heeft. En wanneer wordt die bede aan Mozes geweigerd? Juist nu er slechts een schrede, ja, tussen hem en de dood, maar ook tussen hem en Kanaän is, en de bergtoppen van het beloofde land voor zijn oog reeds in zonneglans blinken. Hij heeft erop gewacht, voor gewerkt, in geleefd, en vraagt gij wat het was, dat hem in staat stelde, om zonder morren met een volk van rebellen achtendertig jaar te dolen en een bijna bovenmenselijke last op de kloeke schouders te torsen, nee, twijfelt er niet aan, het is dat ene denkbeeld, Kanaän geweest. En nu, daar staat hij als aan de dorpel van de woning, die alles, alles vergoeden zal: “terug” spreekt een stem, die nimmer tegenspraak dult. Gaat het niet meermalen zo? Tevergeefs, bedrukte Jeremia! voor Juda tussenbeide getreden: “Ik zal u niet horen, zegt God. Tevergeefs, boetvaardige David! geworsteld, om het leven van Bathseba’s kind. En heeft niet menig vriend van de Heere een ervaring als deze? En toch is Hij de alleen Wijze, de Genadige, de onkrenkbaar Rechtvaardige, die in deze donkerheid woont. Het is een rechtvaardig gericht. De handhaver van de wet mag allerminst van de toepassing van de bedreiging verschoond worden: “de ziel, die zondigt, zal sterven!” Buig het hoofd, biddende Mozes, en draag wat u opgelegd wordt; immers zijt gij, ook gij een schuldige Mozes voor God. Er loopt een onmiskenbare schakel tussen het Kanaän, dat wij verbeuren, en het Kades, waar wij tegen God overtraden, en het zijn niet alleen de Adoni Bezek’s alleen, die zich in enkele ogenblikken de bezoedelde lippen ontperst zien: “zoals ik gedaan heb, zo heeft men mij vergolden!” De natuurlijke gevolgen van de zonde, zij worden vaak, zelfs op het vurigst bidden, niet weggenomen, en niet zelden behaagt het de Vader, Zijn kinderen de wrange nasmaak van de zwijmelbeker van de verzoeking nog lang te doen proeven, opdat zij des te dieper van de afschuwelijkheid van hun overtreding en de heiligheid van Zijn wet overtuigd worden. Doch het valt ook niet moeilijk hier een wijze beschikking te roemen. Israël verliest eigenlijk minder en gewint meer. De bevende hand, die reeds 39 jaar eerder had moeten worden gevat en gesterkt door Aäron en Hur, om in de strijd met Amalek de staf van God voor geheel het leger omhoog te houden, die hand is thans nog veel minder in staat, om de veldheerstaf met ere te zwaaien. Het reuzenwerk van Kanaäns inneming vordert frisse, jeugdige krachten. De taak nog bij zijn leven aan een ander toe te vertrouwen, dat is met de waardigheid van Mozes’ karakter in strijd. En hoeveel meer gewint Israël nog bij de afwijzing van Mozes’ gebed, dan een wakker krijgshoofd alleen! Wat een onderwijs: honderd wetwoorden, die hun Gods vlekkeloze heiligheid inprenten, zijn niet in staat om zo diepe indruk teweeg te brengen, als dit bijna ongelofelijk feit, dat zelfs een Mozes, omwille van zijn zonden, niet minder dan Korach of Dathan nog buiten Kanaän sterft! Voor Mozes zelf is het een verborgen weldaad. Hij mist, nu ja Kanaän. Maar zal dan ook in Kanaän het paradijs niet verloren, de zonde geen inwoneres, de dood geen huisgenoot zijn? Is het zo groot een verschil, op Nebo of enige maanden later op Sion te sterven? In Kanaän wachten tonelen van bloed en tranen. Mozes! gij weet het niet, wat een zielesmart God u bespaart, waar Hij het strenge antwoord geeft. Mozes gewint daarbij, zijn hart hangt aan Kanaän, en geen Kanaän mag te ruime plaats in een hart bekleden, waarvoor God alles moet zijn. En indien gij in Mozes’ afscheid niets zondigs, en nauwelijks iets aards meer ontdekt, het is vrucht geweest ook van deze beproeving. Nog een schrede verder! Indien Mozes uit zijn hemelse woonstede getuige is geweest van de zonde en de strijd van zijn natie, mij dunkt, voor weinig heeft hij zo vurig als voor zijn schijnbaar ontijdig, maar vreedzaam graf op de eenzame Nebo gedankt. Ik verbeeld mij, zo het hem daar door een Engel gevraagd was: “Mozes, zou gij nog wensen de Jordaan te zijn overgetrokken,” hij zou op zijn beurt geantwoord hebben: “Spreek mij van deze zaken niet meer.”. Mozes is toen Kanaän niet binnengegaan en toch heeft hij zijn voeten mogen zetten op een van de bergen van het beloofde land, als gezant van de Vader tot de Zoon, om tot Deze te spreken van de uitgang, die Hij zou hebben. Toen heeft hij tevens de vervulling van de belofte aanschouwd, welke hij zelf tot zijn volk op last van de Heere had mogen uitspreken.
Klim op de hoogte van Pisga, 1) en hef uw ogen op naar het westen, en naar het noorden, en naar het zuiden, en naar het oosten; en zie toe met uw ogen, 2) want gij zult over deze Jordaan niet gaan.
In Numeri. 27:12 wordt van het gebergte Abßrim gesproken. Pisga is het noordelijk deel van genoemd gebergte.
In Deuteronomium. 34:7 lezen wij, dat het oog van Mozes niet duister was geworden, maar hier verheldert God nog zijn blik, opdat hij iets mag aanschouwen van de heerlijkheid van het beloofde land.
Gebied dan Jozua, en versterk hem, en bekrachtig hem; want hij zal voor het aangezicht van dit volk heen overgaan, en zal hun dat land, dat gij zien zult, doenerven. 1)
Hiermee schenkt God aan Mozes de vertroostende verzekering, dat zijn werk niet tevergeefs zal zijn geweest, maar dat Israël gewis in het land van de belofte zal komen.
Alzo bleven wij in dit dal noordelijk tegenover Beth-Peor 1) waar wij thans nog verblijven.
Numeri. 23:28
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel