Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En MozesH4872, te zamen met de oudstenH2205 van IsraelH3478, geboodH6680 het volkH5971, zeggendeH559: BehoudtH8104alH3605 deze gebodenH4687, dieH834ikH595 ulieden hedenH3117gebiedeH6680.En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede.
KJVAnd Moses2with the elders3of Israel4commanded1the people,6saying,7Keep8all the commandments11which I command14you this day.
1וַיְצַ֤וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְזִקְנֵ֣יH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator4יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8שָׁמֹר֙H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַמִּצְוָ֔הH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept12אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אָנֹכִ֛יH595ik, mijI, me, [idiom] which14מְצַוֶּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order15אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
2Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Het zal dan geschiedenH1961, ten dageH3117 als gij over de JordaanH3383 zult gegaanH5674 zijn in het landH776, datH834 u de HEEREH3068, uw GodH430, gevenH5414 zal, zo zult gij u groteH1419stenenH68oprichtenH6965, en bestrijkenH7874 ze met kalkH7875;Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk;
KJVAnd it shall be on the day2when ye shall pass over4Jordan6unto the land8which the LORD10thy God11giveth12thee, that thou shalt set thee up14great17stones,16and plaister18them with plaister:
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּיּוֹם֮H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תַּעַבְר֣וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַיַּרְדֵּן֒H3383JordaanJordan7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הָאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12נֹתֵ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לָ֑ךְ14וַהֲקֵמֹתָ֤H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)15לְךָ֙16אֲבָנִ֣יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)17גְּדֹל֔וֹתH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very18וְשַׂדְתָּ֥H7874bestrijken, kalkplaister19אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20בַּשִּֽׂידH7875kalk, bestrijken, kalkslime, plaister
3En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En gij zult daarop schrijvenH3789alleH3605woordenH1697 dezer wetH8451, als gij overgegaanH5674 zult zijn; opdatH4616 gij komtH935 in het landH776, dat de HEEREH3068, uw GodH430, u gevenH5414 zal, een landH776vloeiendeH2100 van melkH2461 en honigH1706, gelijk als de HEEREH3068, uwer vaderenH1GodH430, totH413 u gesprokenH1696 heeft.En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft.
KJVAnd thou shalt write1upon them all the words5of this law,6when thou art passed over,8that thou mayest go in11unto the land13which the LORD15thy God16giveth17thee, a land19that floweth20with milk21and honey;22as the LORD25God26of thy fathers27hath promised
1וְכָתַבְתָּ֣H3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)2עֲלֵיהֶ֗ןH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5דִּבְרֵ֛יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6הַתּוֹרָ֥הH8451wet, wetten, leerlaw7הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus8בְּעָבְרֶ֑ךָH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9לְמַ֡עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to10אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11תָּבֹ֨אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הָאָ֜רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14אֲֽשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֶ֣יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17נֹתֵ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18לְךָ֗19אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world20זָבַ֤תH2100vloeiende, vloed, vloeidenflow, gush out, have a (running) issue, pine away, run21חָלָב֙H2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking22וּדְבַ֔שׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)23כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24דִּבֶּ֛רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work25יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)26אֱלֹהֵֽיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty27אֲבֹתֶ֖יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'28לָֽךְ
4Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Het zal dan geschieden, als gij over de JordaanH3383gegaanH5674 zult zijnH1961, dat gij dezelve stenenH68, van dewelkeH834ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680, zult oprichtenH6965 op den bergH2022EbalH5858, en gij zult ze met kalkH7874bestrijkenH7875;Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken;
KJVTherefore it shall be when ye be gone over2Jordan,4that ye shall set up5these stones,7which I command11you this day,13in mount14Ebal,15and thou shalt plaister18them with plaister.
1וְהָיָה֮H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּעָבְרְכֶ֣םH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַיַּרְדֵּן֒H3383JordaanJordan5תָּקִ֜ימוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הָאֲבָנִ֣יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)8הָאֵ֗לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10אָנֹכִ֜יH595ik, mijI, me, [idiom] which11מְצַוֶּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order12אֶתְכֶ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14בְּהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion15עֵיבָ֑לH5858EbalEbal16וְשַׂדְתָּ֥H7874bestrijken, kalkplaister17אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בַּשִּֽׂידH7875kalk, bestrijken, kalkslime, plaister
5En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En gij zult aldaarH8033 den HEEREH3068, uw GodH430, een altaarH4196bouwenH1129, een altaarH4196 van stenenH68; gij zult geenH3808ijzerH1270overH5921 hetzelve bewegenH5130.En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen.
KJVAnd there shalt thou build1an altar3unto the LORD4thy God,5an altar6of stones:7thou shalt not lift up9any iron
1וּבָנִ֤יתָH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2שָּׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3מִזְבֵּ֔חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar4לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar7אֲבָנִ֔יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)8לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תָנִ֥יףH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave10עֲלֵיהֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11בַּרְזֶֽלH1270ijzer, ijzeren, ijzers(ax) head, iron
6Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Van gehele stenenH68 zult gij het altaarH4196 des HEERENH3068, uws GodsH430, bouwenH1129, en gij zult den HEEREH3068, uw GodH430, brandofferenH5930 daarop offerenH5927.Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren.
KJVThou shalt build3the altar5of the LORD6thy God7of whole2stones:1and thou shalt offer8burnt offerings10thereon unto the LORD11thy God:
1אֲבָנִ֤יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)2שְׁלֵמוֹת֙H8003volkomen, volkomene, volmaaktfull, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole3תִּבְנֶ֔הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִזְבַּ֖חH4196altaar, altaren, altaarsaltar6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וְהַעֲלִ֤יתָH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10עוֹלֹ֔תH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)11לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
7Ook zult gij dankofferen offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Ook zult gij dankofferenH8002offerenH2076, en zult aldaarH8033etenH398, en vrolijkH8055 zijn voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, uws GodsH430.Ook zult gij dankofferen offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.
KJVAnd thou shalt offer1peace offerings,2and shalt eat3there, and rejoice5before6the LORD7thy God.
1וְזָבַחְתָּ֥H2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay2שְׁלָמִ֖יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering3וְאָכַ֣לְתָּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4שָּׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither5וְשָׂ֣מַחְתָּ֔H8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very6לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
8En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En gij zult opH5921dezeH2063stenenH68schrijvenH3789alleH3605woordenH1697 dezer wetH8451, die wel uitdrukkendeH874.En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende.
KJVAnd thou shalt write1upon the stones3all the words6of this law7very10plainly.
1וְכָתַבְתָּ֣H3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3הָאֲבָנִ֗יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)4אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דִּבְרֵ֛יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הַתּוֹרָ֥הH8451wet, wetten, leerlaw8הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9בַּאֵ֥רH874duidelijk, leggen, uitdrukkendedeclare, (make) plain(-ly)10הֵיטֵֽבH3190goed, welga, weldoenbe accepted, amend, use aright, benefit, be (make) better, seem best, make cheerful, be comely, [phrase] be content, diligent(-ly), dress, earnestly, find favour, give, be glad, do (be, make) good(-ness), be (make) merry, please ([phrase] well), shew more (kindness), skilfully, [idiom] very small, surely, make sweet, thoroughly, tire, trim, very, be (can, deal, entreat, go, have) well (said, seen)
9Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Voorts sprakH1696MozesH4872, te zamen met de LevietischeH3881priesterenH3548, totH413gansH3605IsraelH3478, zeggendeH559: LuistertH5535 toe en hoortH8085 o IsraelH3478! Op dezenH2088dagH3117 zijt gij den HEEREH3068, uw GodH430, tot een volkH5971 geworden.Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden.
KJVAnd Moses2and the priests3the Levites4spake1unto all Israel,7saying,8Take heed,9and hearken,10O Israel;11this day12thou art become14the people15of the LORD16thy God.
1וַיְדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וְהַכֹּהֲנִ֣יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4הַלְוִיִּ֔םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite5אֶ֥לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הַסְכֵּ֤תH5535Luisterttake heed10וּשְׁמַע֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12הַיּ֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14נִהְיֵ֣יתָֽH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לְעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
10Daarom zult gij der stem des HEEREN, uws Gods, gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Daarom zult gij der stemH6963 des HEERENH3068, uws GodsH430, gehoorzaamH8085 zijn, en gij zult doenH6213 Zijn gebodenH4687 en Zijn inzettingenH2706, dieH834ikH595 u hedenH3117gebiedeH6680.Daarom zult gij der stem des HEEREN, uws Gods, gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede.
KJVThou shalt therefore obey1the voice2of the LORD3thy God,4and do5his commandments7and his statutes,9which I command12thee this day.
1וְשָׁ֣מַעְתָּ֔H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness2בְּק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וְעָשִׂ֤יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מִצְוֺתָו֙H4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9חֻקָּ֔יוH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task10אֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11אָנֹכִ֥יH595ik, mijI, me, [idiom] which12מְצַוְּךָ֖H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
11En Mozes gebood het volk te dien dage, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En MozesH4872geboodH6680 het volkH5971 te dien dageH3117, zeggendeH559:En Mozes gebood het volk te dien dage, zeggende:
KJVAnd Moses2charged1the people4the same day,5saying,
1וַיְצַ֤וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
12Dezen zullen staan, om het volk te zegenen op den berg Gerizim, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12DezenH428 zullen staanH5975, om het volkH5971 te zegenenH1288opH5921 den bergH2022GerizimH1630, als gij over de JordaanH3383gegaanH5674 zult zijn: SimeonH8095, en LeviH3878, en JudaH3063, en IssascharH3485, en JozefH3130, en BenjaminH1144.Dezen zullen staan, om het volk te zegenen op den berg Gerizim, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin.
KJVThese shall stand2upon mount7Gerizim8to bless3the people,5when ye are come over9Jordan;11Simeon,12and Levi,13and Judah,14and Issachar,15and Joseph,16and Benjamin:
1אֵ֠לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2יַֽעַמְד֞וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry3לְבָרֵ֤ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion8גְּרִזִ֔יםH1630GerizimGerizim9בְּעָבְרְכֶ֖םH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַיַּרְדֵּ֑ןH3383JordaanJordan12שִׁמְעוֹן֙H8095Simeon, JudaSimeon13וְלֵוִ֣יH3878LeviLevi. See also H3879 (לֵוִי), H3881 (לֵוִיִּי)14וִֽיהוּדָ֔הH3063JudaJudah15וְיִשָּׂשכָ֖רH3485IssascharIssachar16וְיוֹסֵ֥ףH3130Jozef, JozefsJoseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)17וּבִנְיָמִֽןH1144Benjamin, Benjamins, BenjaminietenBenjamin
13En dezen zullen staan over den vloek op den berg Ebal: Ruben, Gad en Aser, Zebulon, Dan en Nafthali.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En dezenH428 zullen staanH5975overH5921 den vloekH7045 op den bergH2022EbalH5858: RubenH7205, GadH1410 en AserH836, ZebulonH2074, Dan en NafthaliH5321.En dezen zullen staan over den vloek op den berg Ebal: Ruben, Gad en Aser, Zebulon, Dan en Nafthali.
KJVAnd these shall stand2upon mount5Ebal6to curse;4Reuben,7Gad,8and Asher,9and Zebulun,10Dan,11and Naphtali.
1וְאֵ֛לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2יַֽעַמְד֥וּH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַקְּלָלָ֖הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)5בְּהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion6עֵיבָ֑לH5858EbalEbal7רְאוּבֵן֙H7205Ruben, Rubens, stam RubenReuben8גָּ֣דH1410GadGad9וְאָשֵׁ֔רH836AserAsher10וּזְבוּלֻ֖ןH2074ZebulonZebulun11דָּ֥ןH1835DanDaniel12וְנַפְתָּלִֽיH5321NafthaliNaphtali
14En de Levieten zullen betuigen en zeggen tot allen man van Israel, met verhevene stem:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de LevietenH3881 zullen betuigenH6030 en zeggenH559totH413allenH3605manH376 van IsraelH3478, met verheveneH7311stemH6963:En de Levieten zullen betuigen en zeggen tot allen man van Israel, met verhevene stem:
KJVAnd the Levites2shall speak,1and say3unto all the men6of Israel7with a loud9voice,
1וְעָנ֣וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2הַלְוִיִּ֗םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite3וְאָֽמְר֛וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell9רָֽםH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms
15Vervloekt zij de man, die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des HEEREN, een werk van 's werkmeesters handen, zal maken, en zetten in het verborgene! En al het volk zal antwoorden en zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15VervloektH779 zij de manH376, dieH834 een gesnedenH6459 of gegoten beeldH4541, een gruwelH8441 des HEERENH3068, een werkH4639 van 's werkmeestersH2796handenH3027, zal makenH6213, en zettenH7760 in het verborgeneH5643! En alH3605 het volkH5971 zal antwoordenH6030 en zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij de man, die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des HEEREN, een werk van 's werkmeesters handen, zal maken, en zetten in het verborgene! En al het volk zal antwoorden en zeggen: Amen.
KJVCursed1be the man2that maketh4any graven5or molten image,6an abomination7unto the LORD,8the work9of the hands10of the craftsman,11and putteth12it in a secret13place. And all the people16shall answer14and say,17Amen.
1אָר֣וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2הָאִ֡ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יַעֲשֶׂה֩H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5פֶ֨סֶלH6459gesneden beeld, gesneden beelden, beeldcarved (graven) image6וּמַסֵּכָ֜הH4541beeld, beelden, gegotencovering, molten (image), vail7תּוֹעֲבַ֣תH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination8יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9מַעֲשֵׂ֛הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought10יְדֵ֥יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11חָרָ֖שׁH2796werkmeesters, timmerlieden, werkmeesterartificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought12וְשָׂ֣םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work13בַּסָּ֑תֶרH5643verborgene, schuilplaats, verborgenbackbiting, covering, covert, [idiom] disguise(-th), hiding place, privily, protection, secret(-ly, place)14וְעָנ֧וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)15כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people17וְאָמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet18אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
16Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder veracht! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16VervloektH779 zij, die zijn vaderH1 of zijn moederH517verachtH7034! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder veracht! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that setteth light2by his father3or his mother.4And all the people7shall say,5Amen.
1אָר֕וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2מַקְלֶ֥הH7034verachtzaam, gering acht, verachtbase, contemn, despise, lightly esteem, set light, seem vile3אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4וְאִמּ֑וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting5וְאָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
17Vervloekt zij, die zijns naasten landpale verrukt! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17VervloektH779 zij, die zijns naastenH7453landpaleH1366verruktH5253! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die zijns naasten landpale verrukt! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that removeth2his neighbour's4landmark.3And all the people7shall say,5Amen.
18Vervloekt zij, die een blinde op den weg doet dolen! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18VervloektH779 zij, die een blindeH5787 op den wegH1870 doet dolenH7686! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die een blinde op den weg doet dolen! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that maketh the blind3to wander2out of the way.4And all the people7shall say,5Amen.
1אָר֕וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2מַשְׁגֶּ֥הH7686dwalen, afdwalen, dolen(cause to) go astray, deceive, err, be ravished, sin through ignorance, (let, make to) wander3עִוֵּ֖רH5787blinden, blind, blindeblind (men, people)4בַּדָּ֑רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5וְאָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
19Vervloekt zij, die het recht van den vreemdeling, van den wees en van de weduwe buigt! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19VervloektH779 zij, die het rechtH4941 van den vreemdelingH1616, van den weesH3490 en van de weduweH490buigtH5186! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die het recht van den vreemdeling, van den wees en van de weduwe buigt! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that perverteth2the judgment3of the stranger,4fatherless,5and widow.6And all the people9shall say,7Amen.
1אָר֗וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2מַטֶּ֛הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield3מִשְׁפַּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4גֵּרH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger5יָת֖וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan6וְאַלְמָנָ֑הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow7וְאָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
20Vervloekt zij, die bij de vrouw zijns vaders ligt, omdat hij zijns vaders slippe ontdekt heeft! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20VervloektH779 zij, die bijH5973 de vrouwH802 zijns vadersH1ligtH7901, omdatH3588 hij zijns vadersH1slippeH3671ontdektH1540 heeft! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die bij de vrouw zijns vaders ligt, omdat hij zijns vaders slippe ontdekt heeft! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that lieth2with his father's5wife;4because he uncovereth7his father's9skirt.8And all the people12shall say,10Amen.
1אָר֗וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2שֹׁכֵב֙H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5אָבִ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7גִלָּ֖הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover8כְּנַ֣ףH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)9אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10וְאָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
21Vervloekt zij, die bij enig beest ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21VervloektH779 zij, die bijH5973 enig beestH929ligtH7901! En al het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die bij enig beest ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that lieth2with any manner of beast.5And all the people8shall say,6Amen.
1אָר֕וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2שֹׁכֵ֖בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5בְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle6וְאָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
22Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter zijns vaders of de dochter zijner moeder! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22VervloektH779 zij, die bijH5973 zijn zusterH269ligtH7901, de dochterH1323 zijns vadersH1ofH176 de dochterH1323 zijner moederH517! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter zijns vaders of de dochter zijner moeder! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that lieth2with his sister,4the daughter5of his father,6or the daughter8of his mother.9And all the people12shall say,10Amen.
1אָר֗וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2שֹׁכֵב֙H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲחֹת֔וֹH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together5בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6אָבִ֖יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'7א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether8בַתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village9אִמּ֑וֹH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting10וְאָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
23Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23VervloektH779 zij, die bijH5973 zijn schoonmoederH2859ligtH7901! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that lieth2with his mother in law.4And all the people7shall say,5Amen.
1אָר֕וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2שֹׁכֵ֖בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4חֹֽתַנְתּ֑וֹH2859schoonvader, schoonzoon, verzwagerdejoin in affinity, father in law, make marriages, mother in law, son in law5וְאָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
24Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgene verslaat! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24VervloektH779 zij, die zijn naasteH7453 in het verborgeneH5643verslaatH5221! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgene verslaat! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that smiteth2his neighbour3secretly.4And all the people7shall say,5Amen.
25Vervloekt zij, die geschenk neemt, om een ziel, het bloed eens onschuldigen, te verslaan! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25VervloektH779 zij, die geschenkH7810neemtH3947, om een zielH5315, het bloedH1818 eens onschuldigenH5355, te verslaanH5221! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die geschenk neemt, om een ziel, het bloed eens onschuldigen, te verslaan! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that taketh2reward3to slay4an innocent7person.5And all the people10shall say,8Amen.
26Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26VervloektH779 zij, dieH834 de woordenH1697 dezer wetH8451nietH3808 zal bevestigenH6965, doende dezelveH2063! En alH3605 het volkH5971 zal zeggenH559: AmenH543.Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.
KJVCursed1be he that confirmeth4not all the words6of this law7to do9them. And all the people13shall say,11Amen.
1אָר֗וּרH779Vervloekt, vervloekt, vervloeking medebrengt[idiom] bitterly curse2אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יָקִ֛יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הַתּוֹרָֽהH8451wet, wetten, leerlaw8הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10אוֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וְאָמַ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14אָמֵֽןH543Amen, amen, waarheidAmen, so be it, truth
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 27:1— En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede.Deuteronomium 4:1→Jakobus 2:10→Lukas 11:28→1 Thessalonicenzen 4:1→Deuteronomium 11:32→Johannes 15:14→Deuteronomium 26:16→
Deuteronomium 27:2— Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk;Jozua 4:1→Jozua 4:5→Deuteronomium 9:1→Jozua 8:31→Ezechiël 36:26→Deuteronomium 6:1→Deuteronomium 27:3→Deuteronomium 11:31→
Deuteronomium 27:3— En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft.Deuteronomium 26:9→Jeremia 31:31→Jozua 8:32→Hebreeën 8:6→Numeri 14:8→Jeremia 32:22→2 Korinthe 3:2→Deuteronomium 6:8→
Deuteronomium 27:4— Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken;Jozua 8:30→Deuteronomium 11:29→
Deuteronomium 27:5— En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen.Exodus 20:25→Jozua 8:30→1 Koningen 18:31→Exodus 24:4→
Deuteronomium 27:6— Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren.Efeze 5:2→Leviticus 1:1→
Deuteronomium 27:7— Ook zult gij dankofferen offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.Deuteronomium 12:7→2 Kronieken 30:23→Efeze 2:16→Deuteronomium 26:10→Deuteronomium 16:11→Filippenzen 4:4→Psalmen 100:1→Kolossenzen 1:20→
Deuteronomium 27:8— En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende.Habakuk 2:2→2 Korinthe 3:12→Johannes 16:25→
Deuteronomium 27:9— Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden.Romeinen 6:22→1 Petrus 2:10→1 Korinthe 6:9→Romeinen 6:17→Deuteronomium 26:16→Efeze 5:8→
Deuteronomium 27:10— Daarom zult gij der stem des HEEREN, uws Gods, gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede.Deuteronomium 11:7→Deuteronomium 11:1→Efeze 4:17→1 Petrus 1:14→1 Petrus 4:1→Leviticus 19:2→Micha 6:8→Deuteronomium 10:12→
Deuteronomium 27:12— Dezen zullen staan, om het volk te zegenen op den berg Gerizim, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin.Richteren 9:7→Jozua 8:33→Deuteronomium 11:26→Genesis 35:18→Genesis 30:24→Genesis 29:33→Genesis 30:18→
Deuteronomium 27:13— En dezen zullen staan over den vloek op den berg Ebal: Ruben, Gad en Aser, Zebulon, Dan en Nafthali.Genesis 30:20→Jozua 8:33→Genesis 30:6→Deuteronomium 27:4→Genesis 29:32→Deuteronomium 11:29→Genesis 49:3→
Deuteronomium 27:14— En de Levieten zullen betuigen en zeggen tot allen man van Israel, met verhevene stem:Daniël 9:11→Jozua 8:33→Deuteronomium 33:9→Maleachi 2:7→Nehemia 8:7→
Deuteronomium 27:15— Vervloekt zij de man, die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des HEEREN, een werk van 's werkmeesters handen, zal maken, en zetten in het verborgene! En al het volk zal antwoorden en zeggen: Amen.Exodus 20:4→Exodus 34:17→Deuteronomium 5:8→1 Korinthe 14:16→Leviticus 26:1→Leviticus 19:4→Exodus 20:23→Jeremia 28:6→
Deuteronomium 27:16— Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder veracht! En al het volk zal zeggen: Amen.Exodus 21:17→Leviticus 19:3→Exodus 20:12→Deuteronomium 21:18→Ezechiël 22:7→Leviticus 20:9→Spreuken 30:11→Mattheüs 15:4→
Deuteronomium 27:17— Vervloekt zij, die zijns naasten landpale verrukt! En al het volk zal zeggen: Amen.Deuteronomium 19:14→Spreuken 22:28→Spreuken 23:10→
Deuteronomium 27:18— Vervloekt zij, die een blinde op den weg doet dolen! En al het volk zal zeggen: Amen.Leviticus 19:14→Spreuken 28:10→Mattheüs 15:14→Job 29:15→Jesaja 56:10→Openbaring 2:14→
Deuteronomium 27:19— Vervloekt zij, die het recht van den vreemdeling, van den wees en van de weduwe buigt! En al het volk zal zeggen: Amen.Deuteronomium 10:18→Deuteronomium 24:17→Spreuken 17:23→Exodus 23:2→Psalmen 82:2→Micha 3:9→Exodus 23:8→Maleachi 3:5→
Deuteronomium 27:20— Vervloekt zij, die bij de vrouw zijns vaders ligt, omdat hij zijns vaders slippe ontdekt heeft! En al het volk zal zeggen: Amen.Deuteronomium 22:30→Leviticus 18:8→Leviticus 20:11→1 Korinthe 5:1→2 Samuël 16:22→Ezechiël 22:10→1 Kronieken 5:1→Genesis 35:22→
Deuteronomium 27:21— Vervloekt zij, die bij enig beest ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.Leviticus 18:23→Leviticus 20:15→Exodus 22:19→
Deuteronomium 27:22— Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter zijns vaders of de dochter zijner moeder! En al het volk zal zeggen: Amen.Leviticus 20:17→Leviticus 18:9→Ezechiël 22:11→2 Samuël 13:1→2 Samuël 13:8→
Deuteronomium 27:23— Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.Leviticus 20:14→Leviticus 18:17→
Deuteronomium 27:24— Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgene verslaat! En al het volk zal zeggen: Amen.Numeri 35:31→Leviticus 24:17→Exodus 20:13→2 Samuël 11:15→2 Samuël 13:28→2 Samuël 12:9→Exodus 21:12→2 Samuël 20:9→
Deuteronomium 27:25— Vervloekt zij, die geschenk neemt, om een ziel, het bloed eens onschuldigen, te verslaan! En al het volk zal zeggen: Amen.Exodus 23:7→Deuteronomium 10:17→Deuteronomium 16:19→Psalmen 15:5→Handelingen 1:18→Mattheüs 27:3→Micha 3:10→Micha 7:2→
Deuteronomium 27:26— Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.Galaten 3:10→Psalmen 119:21→Mattheüs 25:41→Romeinen 10:5→1 Korinthe 16:22→Jeremia 11:3→Romeinen 3:19→Deuteronomium 27:15→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 27 vers 1— En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede.
geboden,
Hebreeuws, al dit gebod, dat, enz.
Hertaald:geboden,
Hebreeuws: heel dit gebod dat, enzovoort.
Deuteronomium 27 vers 2— Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk;
bestrijken ze met kalk;
Hebreeuws, bekalken ze met kalk; en alzo onder, vs.4.
Hertaald:bestrijken ze met kalk;
Hebreeuws: bekalk ze met kalk; en zo ook hieronder, vers 4.
Deuteronomium 27 vers 3— En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft.
opdat gij komt in het land,
Anders, omdat gij komt.
Hertaald:opdat gij komt in het land,
Anders: omdat u komt.
Deuteronomium 27 vers 5— En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen.
geen ijzer over hetzelve bewegen
Dat is, gij zult geen ijzeren instrument aan de stenen gebruiken, om die kunstiglijk te bereiden, opdat het niet tot misbruik gedije. Want dit was maar voor een tijd, totdat God zijn wil van een zekere plaats van zijn dienst zou hebben geopenbaard.
Hertaald:geen ijzer over hetzelve bewegen
Dat is: u zult geen ijzeren gereedschap aan de stenen gebruiken om ze kunstig te bewerken, opdat het niet tot misbruik zou leiden. Want dit was maar voor een tijd, totdat God Zijn wil over een vaste plaats voor Zijn dienst geopenbaard zou hebben.
Deuteronomium 27 vers 6— Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren.
gehele stenen
Ruw en onbehouwen, zoals gij die vinden zult.
Hertaald:gehele stenen
Ruw en onbehouwen, zoals u ze vinden zult.
Deuteronomium 27 vers 8— En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende.
die wel uitdrukkende
Alzo, dat zij wel leesbaar en langdurig zijn.
Hertaald:die wel uitdrukkende
Zo dat zij goed leesbaar en duurzaam zijn.
Deuteronomium 27 vers 9— Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden.
Op dezen dag zijt gij den HEERE,
Vergelijk boven, Deut. 26:17.
Hertaald:Op dezen dag zijt gij den HEERE,
Vergelijk hierboven, Deut. 26:17.
Deuteronomium 27 vers 12— Dezen zullen staan, om het volk te zegenen op den berg Gerizim, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin.
Deuteronomium 27 vers 15— Vervloekt zij de man, die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des HEEREN, een werk van 's werkmeesters handen, zal maken, en zetten in het verborgene! En al het volk zal antwoorden en zeggen: Amen.
een gruwel des HEEREN,
Zie boven, Deut. 17:1.
Hertaald:een gruwel des HEEREN,
Zie hierboven, Deut. 17:1.
zal maken,
Of, al zou hij het in het verborgen zetten
Hertaald:zal maken,
Of: al zou hij het in het verborgen opstellen.
Amen
Zie Num. 5:22.
Hertaald:Amen
Zie Num. 5:22.
Deuteronomium 27 vers 20— Vervloekt zij, die bij de vrouw zijns vaders ligt, omdat hij zijns vaders slippe ontdekt heeft! En al het volk zal zeggen: Amen.
zijns vaders slippe ontdekt heeft
Zie boven, Deut. 22:30.
Hertaald:zijns vaders slippe ontdekt heeft
Zie hierboven, Deut. 22:30.
Deuteronomium 27 vers 22— Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter zijns vaders of de dochter zijner moeder! En al het volk zal zeggen: Amen.
dochter zijns vaders
Dat is, zijn half-zuster , gelijk de volgende woorden verklaren.
Hertaald:dochter zijns vaders
Dat is: zijn halfzuster, zoals de volgende woorden verklaren.
Deuteronomium 27 vers 23— Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
schoonmoeder ligt
Dat is, de moeder zijner huisvrouw.
Hertaald:schoonmoeder ligt
Dat is: de moeder van zijn vrouw.
Deuteronomium 27 vers 24— Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgene verslaat! En al het volk zal zeggen: Amen.
verslaat
Dat is, ombrengt, vermoordt.
Hertaald:verslaat
Dat is: ombrengt, vermoordt.
Deuteronomium 27 vers 25— Vervloekt zij, die geschenk neemt, om een ziel, het bloed eens onschuldigen, te verslaan! En al het volk zal zeggen: Amen.
die geschenk neemt,
Hetzij rechter, of getuige, of een moordenaar, daartoe omgekocht, enz.
Hertaald:die geschenk neemt,
Hetzij een rechter, hetzij een getuige, hetzij een moordenaar die daartoe omgekocht is, enzovoort.
een ziel,
Dat is, een mens.
Hertaald:een ziel,
Dat is: een mens.
het bloed eens onschuldigen,
Dat is, alzo dat het bloed eens onschuldigen door hem of zijn toedoen vergoten worde.
Hertaald:het bloed eens onschuldigen,
Dat is: zo dat het bloed van een onschuldige door hem of door zijn toedoen vergoten wordt.
Deuteronomium 27 vers 26— Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.
bevestigen,
Met hart, mond en met de daad, die steeds nakomende en volbrengende. Vergelijk Jer. 35:14, Jer. 35:16.
Hertaald:bevestigen,
Met hart, mond en daad, door ze voortdurend na te komen en te volbrengen. Vergelijk Jer. 35:14, Jer. 35:16.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Ebal en Gerizim — Ebal: van onzekere afleiding, mogelijk "kaal, steenachtig"; Gerizim: eveneens onzeker, mogelijk verwant aan een woord voor "afgesneden/afgezonderd"
Ligging: Twee bergen die een smal dal insluiten bij Sichem, in het midden van Kanaän — Gerizim aan de zuidzijde, Ebal aan de noordzijde; zie voor Sichem zelf het artikel bij Genesis 12.
Geschiedenis: Reeds terloops genoemd in Deut. 11:29-30, maar hier uitvoerig uitgewerkt: Mozes gebood dat Israël, na de intocht, zes stammen op de Gerizim zou laten staan om het volk te zegenen, en zes stammen op de Ebal om te vervloeken, terwijl de Levieten de zegeningen en vervloekingen van het verbond hardop voorlazen (Deut. 27:11-26). Op de Ebal moest bovendien een altaar van ongehouwen stenen gebouwd worden, gepleisterd met kalk en beschreven met de woorden van de wet (Deut. 27:1-8). Jozua voerde dit bevel nauwgezet uit na de verovering van Ai (Joz. 8:30-35).
Bijbelse betekenis: Een aangrijpend, dramatisch teken van het verbond zelf: het volk stond letterlijk tussen zegen en vloek in, en moest zelf instemmend "Amen" zeggen op elke vervloeking van de wet die het overtrad (Deut. 27:15-26) — een levende illustratie van Deut. 30:19, "het leven en den dood, den zegen en den vloek" die de HEERE Zijn volk voorhoudt.
Archeologie: Op de Ebal ontdekte de Israëlische archeoloog Adam Zertal in de jaren tachtig van de twintigste eeuw een grote stenen structuur uit de vroege ijzertijd, die door hem en anderen geïdentificeerd is als mogelijk altaar — een identificatie die onder archeologen overigens niet onomstreden is.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De zegen en de vloek (Gerizim en Ebal) — Mozes legt het volk twee wegen voor, en laat die bij de intocht op twee bergen uitroepen (Deut. 11:26-29)
Midden in zijn rede zet Mozes het volk voor een keus: "Ziet, ik stel ulieden heden voor, zegen en vloek" (Deut. 11:26). De zegen geldt wanneer zij naar de geboden van de HEERE horen, de vloek wanneer zij niet horen en achter andere goden aan gaan (Deut. 11:27-28). Daarbij komt een opdracht voor de dag van de intocht: dan zal de zegen uitgesproken worden op de berg Gerizim en de vloek op de berg Ebal (Deut. 11:29). In Deut. 27 wordt die plechtigheid geregeld, met zes stammen op Gerizim om te zegenen en zes op Ebal voor de vloek (Deut. 27:12-13). En in Deut. 28 worden beide breed uitgeschreven: de zegeningen bij gehoorzaamheid (Deut. 28:1-14) en de vloeken bij ongehoorzaamheid, veel uitvoeriger dan de zegeningen (Deut. 28:15-68).
Bijbelse betekenis: Drie dingen vallen op. Het eerste is de vorm: geen dreigement en geen aanbod alleen, maar beide tegelijk voorgelegd, zodat het volk weet waaraan het toe is. Het tweede is de plaats. De twee bergen liggen tegenover elkaar in het hart van het land, en het volk staat er middenin; het woord wordt dus niet ergens voorgelezen, maar over hen heen uitgeroepen zodra zij binnen zijn. Het derde is de lengte. Dat de vloeken vier keer zoveel ruimte krijgen als de zegeningen is geen willekeur, maar past bij wat het boek van de mens verwacht. En juist daar ligt de vraag die Deuteronomium zelf niet oplost: wie zal in dit alles blijven?
Typologie: Paulus geeft het antwoord, en hij haalt daarvoor het slot van de vloeklijst aan: "zovelen als er uit de werken der wet zijn, die zijn onder den vloek; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen" (Gal. 3:10). Dan volgt de ontknoping in één zin: "Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons" (Gal. 3:13). De beide bergen blijven dus staan, maar wie de vloek droeg is bekend.
I. Vs. 1-26.KruisverwijzingenExodus 20:25→Deuteronomium 26:9→Deuteronomium 12:7→Jozua 4:1→Jeremia 31:31→Jozua 8:32→Habakuk 2:2→Deuteronomium 11:7→ — En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede. Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk; En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft. Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken; En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen. Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren. Ook zult gij dankofferen offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods. En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende. Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden. Daarom zult gij der stem des HEEREN, uws Gods, gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede. Voordat Mozes tot de derde rede overgaat, waarin hij geheel Israël voor het aangezicht van de Heere stelt (hoofdstuk 29:10) en de vernieuwing van het eens aan Horeb gesloten Verbond, waarvoor hij aan het slot van de tweede rede de huidige wetsherhaling verklaarde (hoofdstuk 26:16 vv.) ook rechtens in elke vorm volbrengt (hoofdstuk 29:1), neemt hij eerst de verordening weer op, die vroeger (hoofdstuk 11:29) als slechts tijdelijk opgevat werd, om na de overtocht over de Jordaan feestelijk de wet te grondvesten in het land Kanäan, en ontvouwt uitgebreider de manier, waarop dit geschieden moet.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Jakobus 2:10→Lukas 11:28→1 Thessalonicenzen 4:1→Deuteronomium 11:32→Johannes 15:14→Deuteronomium 26:16→— En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede.
En Mozes tezamen met de oudsten 1) van Israël en door hun bemiddeling, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik u heden gebied.
Wordt in vs.1 gezegd, dat Mozes tezamen met de oudsten van Israël en in vs.9, dat hij het deed tezamen met de Levitische priesters, dan is het duidelijk, dat die aankondiging plaatsvond zowel door de wereldlijke als door de geestelijke bestuurders van het volk, opdat Israël ervan overtuigd zou zijn, dat het onvoorwaardelijk tot gehoorzamen geroepen was. De oudsten hadden na Mozes’ dood voor de uitvoering te zorgen en de priesters hadden de oudsten van geestelijke raad te dienen. Zij hadden tevens het opzicht over de juiste opvolging ervan.
KruisverwijzingenJozua 4:1→Jozua 4:5→Deuteronomium 9:1→Jozua 8:31→Ezechiël 36:26→Deuteronomium 6:1→Deuteronomium 27:3→Deuteronomium 11:31→— Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk;
Het zal dan geschieden, ten dage a) dat gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij, om het in hoofdstuk 11:29 bevolene te verwezenlijken, u grote stenen, die veel schrift kunnen bevatten en van ver kunnen gezien worden, op een van de beide bergen (vs.4) oprichten en ze bestrijken, opdat men erop kan schrijven, met kalk, of met gips.
Jesaja. 4:1
KruisverwijzingenDeuteronomium 26:9→Jeremia 31:31→Jozua 8:32→Hebreeën 8:6→Numeri 14:8→Jeremia 32:22→2 Korinthe 3:2→Deuteronomium 6:8→— En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft.
En 1) gij zult daarop schrijven alle woorden van deze wet, en wel zodra gij overgegaan zult zijn, opdat gij komt 2) in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, dat gij van de huidige bezitters veroveren zult, met bijstand van de Heere, mits gij u tot Zijn wetten en liefderijke instellingen keert; een land vloeiende van melk en honing, zoals de HEERE, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft, u beloofd heeft dit te zullen geven.
Daar Mozes over hetgeen hij hier verordent zich later nog uitvoeriger verklaart (vs.8), en wij dan tevens de gelegenheid verkregen te handelen over enige punten, de wijze van uitvoering betreffende, komen wij hier terug op de geografische ligging van de plaatsen, die hij hier bedoelt, en voegen bij de gemaakte opmerkingen van de beschrijving in hoofdstuk 11:31 nog dat, wat ons rest tot een algehele kenschets van Palestina. De vlakte van Jizreël, waarvan aldaar reeds sprake was, zo genoemd naar de daarin gelegen stad Jizreël (Jozua 17:16), in de richting van het oosten naar het westen, 8 uur lang, en in haar uitbreiding van het zuiden naar het noorden, 4-5 uur breed, is van haar eerste bekendheid aan tot nu toe een toneel geweest van grote en beslissende volksontmoetingen of veldslagen, zodat Clarke (hij heeft van 1800-1802 gereisd, maar is slechts 17 dagen in Palestina geweest) van haar zegt: “Joden, heidenen, Saracenen, Christelijke kruisvaders en anti-Christelijke Fransen, Egyptenaars, Perzen, Druzen, Turken en Arabieren, krijgers uit alle volken onder de hemel, hebben hun tenten opgeslagen in de vlakte van Esdrelon, en hebben hun banieren bevochtigd gezien door de dauw van Thabor en Hermon.” (Richteren. 6:13; 7:22; 1 Samuel. 29:1; (1 (Kon.20:26 vv.; (2 (Koningen. 23:25; Judith 7:8). Hier kampten ook de troepen van Vespasianus tegen de joden, en in het jaar 1799 werden hier 25.000 Turken door 3000 Fransen, onder bevel van Napoleon en Kleber overwonnen. Aan haar oostgrens noemen wij, behalve het reeds genoemde gebergte Gilboa, dat ten noorden ligt en gelijke loop met haar houdt, de kleine Hermon, een twee mijl lange keten van rotsheuvels, die in het westen een sterk vooruit springende spits vormen, en zich daar 1200 voet boven de vlakte verheffen; en daar achter nog verder noordwaarts, de Thabor, grensberg tussen Zebulon en Issachar Jozua 19:12,22), die met zijn bossentooisel, afgescheiden van alle naburige bergen, zich als een groenend altaar verheft in de vlakte (Psalm. 89:13), zijn voet evenredig naar alle kanten van de vlakte uitbreidt en een omvang van 6 uur omsluit. De noordelijke muur van genoemde vlakte vormen de bergen van Nazareth; aan de overkant hiervan strekt zich een tweede vlakte uit van het zuidwesten naar het noordoosten, de vlakte van Zebulon, die evenwel in de Schrift niet vermeld wordt. Aan haar oostelijke grens rijzen, bij het tegenwoordige dorp Hattin, omstreeks 60 voet daarboven, twee bergtoppen omhoog, Kurûn d.i. “Hoornen” genaamd. Deze dubbele berg gaat door voor de plaats, waar Jezus de bergrede gehouden heeft (zie Mt 5.1). Ten noorden bemerken wij het, uit een brede en lage bergketen bestaande gebergte Naftali Jozua 20:7); ten zuiden loopt het uit in drie toppen, en op de oostelijkste ligt ongeveer op dezelfde breedte als het noordeinde van het meer Gennézareth en ter hoogte van 2619 voet, overal zichtbaar; de stad Zafed, die de Heiland wel zal voor ogen gehad hebben, toen Hij gewag maakte van een stad, die op een berg ligt (Matth.5:14). Ten westen van dit gebergte daalt het land, dat een golvende, door verscheidene heuvels en bergrijen doorsneden oppervlakte heeft, langzamerhand af naar het strand van Acco of Ptolemaïs; veel steiler daarentegen is de afhelling aan de oostzijde naar het meer Gennézareth en de boven-Jordaan. In het uiterste noorden eindelijk van Palestina treden ons de twee gebergten Libanon en Anti-Libanon tegemoet. Wat een gebergte, die Libanon! Over Damascus en de verre, verre oostelijke woestijn van de Eufraat gaat de zon voor hem op, en over Tyrus en Sidon onder in de westelijke zee, ten noorden Antiochië, ten zuiden het heilige land-Nazareth, Bethlehem, Jeruzalem. Arabische dichters zeggen van hem: “Hij draagt de winter op zijn hoofd, de lente op zijn schouderen, de herfst in de schoot, maar aan zijn voet sluimert de zomer zachtkens aan de Middel-zee.” Het gebergte ontleent zijn naam aan het Hebreeuwse woord Laban (= wit zijn), omdat zijn kruin bijna het gehele jaar door met sneeuw bedekt is. Tussen de twee bergketens, de Libanon in het westen en de Anti-Libanon in het oosten, ligt de vlakte Coele Syrië (hol Syrië), het hedendaagse El Boekâa (d.i. dal tussen bergen), in Amos 1:5 het “veld Aven” of “Bîheat-Aven.” Van de hoogste top van de Libanon, de Dschebel Makmel, in wiens nabijheid het dorp Bschereh met het beroemde cederbos was, was reeds sprake (zie Nu 24.6; Numeri. 34:7) van de beide rivieren in El Bukâa, de Leontes en Orontes, (zie Nu 34.9) en over de Hermon, als de zuidelijkste voorspits van de Anti-Libanon, bij Deuteronomium. 3:9. De steen bestaat er het meest uit Jurakalk; daarvan nam Salomo de stenen voor de tempelbouw (1 Kon.5:14 vv.); en onder de ruïnes van de voormalige zonnetempel van Baäl-Beek of Heliopolis in het dal Boekâa, bevinden zich nog op dit ogenblik gehouwen stenen van 63 voet hoogte, 12 voet breedte en 12 voet dikte. Behalve aan ceders en cipressen, is de Libanon ook rijk aan zilverpopulieren, platanen, eiken en acazia’s; hij draagt voortreffelijke wijn (Hos.14:8) 2 Samuel, verbergt in zijn wouden een menigte grotere en kleine vogels, wilde zwijnen, beren, wolven, jakhalzen, hyena’s, panters, hazen, enz. Jesaja 40:16) en is rijk aan fris, gezond water. Wegens zijn hoogte, bosrijkheid en vruchtbaarheid wordt hij aangewend als beeld voor het hoge en verhevene en voor andere dichterlijke vergelijkingen gebruikt (Psalm. 29:6; 72:16 Hos.14:6 Jesaja. 37:24; 60:13); het versmachten van de Libanon (Nahum 1:4) betekent: verwoesting van het land, terwijl er van het Messiaans tijdvak beloofd wordt, dat de Libanon wederom een vruchtbaar veld zal zijn, en dat dit vruchtbaar veld aan het woud gelijk zal zijn Jesaja 29:17)
Opdat gij komt. Dit komen hier wil niet zegen, een aanvankelijk komen, maar geeft aan: het blijvend bezit van het land. Israël moest deze wet schrijven op grote stenen, om telkens aan haar herinnerd te worden en tot gehoorzamen gedurig vermaand, opdat het in het rustig bezit van het beloofde land zou blijven.
KruisverwijzingenJozua 8:30→Deuteronomium 11:29→— Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken;
Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij deze stenen, waarvan ik u heden gebied, zult oprichten op de berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken.
In de Samaritaanse tekst is reeds vroeg voor Ebal, Gerizîm in de plaats gesteld. Dit had zijn reden hierin, dat de Samaritanen op de berg Gerizîm hun tempel hadden gebouwd.
Op de berg Ebal, de berg waarop de vloek moest worden uitgesproken, en niet op de berg Gerizîm, waarop de zegen zou worden aangekondigd. Ongetwijfeld ligt hierin, vooral in verband met het altaar, dat moest worden opgericht, het idee, dat Israël daardoor opgewekt moest worden, om uit te zien naar Hem, die van de vloek van de wet zou verlossen.
KruisverwijzingenExodus 20:25→Jozua 8:30→1 Koningen 18:31→Exodus 24:4→— En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen.
a) En gij zult aldaar de HEERE, uw God, een altaar bouwen, 1) een altaar van ruwe stenen; gij zult geen ijzer hierover bewegen, 2) om hun hun ruwheid te ontnemen.
Jozua. 8:31
Zij moesten een altaar oprichten. Woord en gebed moeten tezamen gaan. Hoewel zij uit eigen beweging geen altaar mochten oprichten naast dat van de tabernakel, mochten zij dit evenwel op Gods aanwijzing bij bijzondere gelegenheid. Elia bouwde *) een tijdelijk altaar van twaalf ongehouwen stenen zoals dit (1 (Kon.18:31). Dit altaar moest gemaakt worden van zulke stenen als zij op het veld vonden; niet kortelijks uit de rots gehouwen of kunstig behouwen. “Gij zult daarover geen ijzer brengen.” Christus, ons altaar is een steen, zonder handen uit de berg gehouwen (Dan.2:34,35), die de bouwlieden verworpen hebben, als hebbende gedaante noch heerlijkheid, maar aangenomen door God, de Vader, en tot een hoofd van de hoek gemaakt. *) Eigenlijk heelde.
Ook: zie Ex 20.25.
KruisverwijzingenEfeze 5:2→Leviticus 1:1→— Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren.
Van gehele stenen, a) die dus bijna niet door mensenhanden aangeraakt zijn, zult gij het altaar van de HEERE, uw God, bouwen; en gij zult de HEERE, uw God, brandoffers daarop offeren.
Exodus. 20:25
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:7→2 Kronieken 30:23→Efeze 2:16→Deuteronomium 26:10→Deuteronomium 16:11→Filippenzen 4:4→Psalmen 100:1→Kolossenzen 1:20→— Ook zult gij dankofferen offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.
Ook zult gij, na de brandoffers, dankoffers daarop offeren, en zult gij aldaar eten, een offermaaltijd bereiden van het dankoffer, en vrolijk zijn voor het aangezicht van de HEERE, uw God. 1)
Door de verbinding van de offerfeesten met de oprichting van de stenen betuigt Israël door daden, dat in het gehoorzamen aan de Wet zijn leven en zijn heerlijkheid gegrond is. De offers en de offermaaltijden hebben hier dezelfde betekenis als bij de sluiting van het Verbond bij Sinaï.
KruisverwijzingenHabakuk 2:2→2 Korinthe 3:12→Johannes 16:25→— En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende.
En 1) gij zult op deze stenen schrijven alle woorden van deze wet, die wel uitdrukkende, 2) opdat ieder voorbijganger en vreemdeling de grote daden van God leest.
Het bestrijken en beschrijven moet men niet zo verstaan, als zou het schrift eerst in de stenen gegrift zijn en vervolgens met kalk overstreken, om het verweken te beletten en ze in het vervolg bij een verwildering en rebellie van het volk weer tevoorschijn te doen komen, tot een getuigenis.
Maar veel meer is het te doen om het huidige geslacht, dat bij het in bezit nemen van het land met volle ernst Gods geboden moet toegedaan zijn en in de stenen de wet zelf moet oprichten. “Het schrijven hunnerzijds beantwoordt aan dat van God, toen Hij de tien geboden grifte.” De bedoeling is daarom zonder twijfel deze, dat het bestrijken als bereiding diende, opdat het zwarte schrift des te sterker zou afsteken; en bovendien was deze manier niet zo vreemd, omdat ook de Egyptenaars de te beschrijven wanden of rotsen met kalk of gips of iets dergelijks overdekten. Welke zijn nu die “alle woorden van deze wet,” die wel uitgedrukt moeten geschreven worden? Geenszins alleen de 10 geboden, en evenmin de zegespreuken en vervloekingen, maar de gezamenlijke inhoud van de vijf boeken van Mozes, voor zoverre zij wetten bevatten, alles wat tot de geboden en instellingen en rechten van de Heere behoort; want Israël moest zich verplichten tot de gehele wet, zoals die door Mozes gegeven is. Latere schrijvers hebben al deze geboden tot 613 teruggebracht, en het zal ook gewis Jozua en de overige hoofden nu niet aan wijsheid ontbroken hebben, om niet in nodeloze herhalingen te vervallen. En bovendien waren er stenen genoeg te vinden tot oprichting, en handen in overvloed tot schrijven. Op meer dan een rol was de wet door Mozes geschreven, dus konden velen tegelijk afschrijven. Wanneer toch, volgens Hengstenberg, de stad Cumae in Italië de nagedachtenis van Hesiodus eerde door zijn gedichten in loden tafelen te graveren, hoeveel te meer kon een geheel volk, en wel in de eerste liefde en kracht, een werk volvoeren uit liefde tot zijn God?. Verder rijst de vraag op, waarom én het oprichten van de stenen én van altaar, het brandoffer, zowel als het dankoffer met de daarbij behorende maaltijd op die berg moest gebeuren, waarvan de vloek verkondigd moest worden (vs.18, vgl. Hoofdstuk 11.29 ). Daarop antwoorden wij met de Berleb. Bijbel: “Om te tonen hoe de wet en de huishouding van het Oude Testament voornamelijk de vloek bestrafte, die omwille van de zonden op het hele menselijke geslacht drukte, om hun verlangen naar de Messias op te wekken, die de vloek moest opheffen en de ware zegen teweegbrengen.” Zoals de vloek aan de wet toebehoort, zo behoort de zegen aan het Evangelie; wat het oudtestamentische verbondsvolk van het laatste heeft, heeft het alleen in zijn voorafschaduwende godsdienst, die toch tevens zinnebeeldig is. Van deze kant beschouwd moest Israël in de brandoffers, die het bracht, met zijn hele leven en streven zich de Heere overgeven en in de met de dankoffers verbonden maaltijd het genot van de genade-goederen van God aanvaarden, en de zaligheid van de vriendschap en van de gemeenschap met hem smaken. “Het vrolijk zijn voor de Heere hun God, dat bij deze dankoffer-maaltijd van Israël gevergd werd, betekent de eeuwige vreugde, die wij in de toekomende wereld zullen genieten omwille van Christus’ dood;” zo schreef Joh. Gerhard, onder wiens leiding en medewerking het Weimarse Bijbelwerk ontstaan is, toen hij met zijn voor geleerden bestemde verklaring over Deuteronomium. tot deze plaats genaderd was; spoedig daarop (23 aug. 1637) stierf hij.
Of: recht duidelijk.
KruisverwijzingenRomeinen 6:22→1 Petrus 2:10→1 Korinthe 6:9→Romeinen 6:17→Deuteronomium 26:16→Efeze 5:8→— Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden.
Voorts sprak Mozes tezamen met de Levitische priesters, die hem als tussenpersoon dienden, tot geheel Israël, zeggende: Luistert toe en hoort, o Israël, opdat gij hetgewicht en de betekenis van de handeling, waarover ik nog verder met u spreken wil (vs.11) 27.11, verstaat! Op deze dag (ik verplaats mij reeds in de geest op de dag van de uitvoering van deze geboden) zijt gij de HEERE, uw God, tot een volk geworden, gij hebt wederom van nu af aan een Verbond met Hem gesloten.
KruisverwijzingenDeuteronomium 11:7→Deuteronomium 11:1→Efeze 4:17→1 Petrus 1:14→1 Petrus 4:1→Leviticus 19:2→Micha 6:8→Deuteronomium 10:12→— Daarom zult gij der stem des HEEREN, uws Gods, gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede.
Daarom zult gij de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam zijn en gij zult doen zijn geboden en zijn instellingen, die ik u heden gebied.
— En Mozes gebood het volk te dien dage, zeggende:
En Mozes gebood het volk te dien dage, op die dag, waar hij zich in de geest plaatste, zeggende:
KruisverwijzingenRichteren 9:7→Jozua 8:33→Deuteronomium 11:26→Genesis 35:18→Genesis 30:24→Genesis 29:33→Genesis 30:18→— Dezen zullen staan, om het volk te zegenen op den berg Gerizim, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin.
Deze zes stammen zullen staan bij de uitvoering van hetgeen in hoofdstuk 11:29 gezegd is, om het volk te zegenen, op de zuidelijk gelegen berg Gerizîm, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin. Het dal tussen Ebal en Gerizîm was slechts 3000 pas breed. Hierbij was Sichem (= rug) gelegen. Zij werden immer bijelkaar genoemd, zoals b.v. Sinaï en Horeb. “Men heeft te allen tijde dag- en nachtbergen, licht- en schaduwlanden te onderscheiden; de noordelijke helft aan het Meroe-geberte heet Himalave (= hiemalis, koude), de zuidelijke helft Kailasa (= calidus, warmte) of winter- en zomergebergte, de Horeb (= rijp) staat tegenover de Sinaï (= brand), zo is ook de verhouding tussen de (noordelijk gelegen) Ebal en de Gerizîm. De Arabieren noemden Saturnus “Hobal” (= melkmaker) en offerden hem in de gedaante van de zwarte steen, de Kaäba; die overeenkomstig was de Ebal genoemd naar Baäl Kronos (de dode god).”
KruisverwijzingenGenesis 30:20→Jozua 8:33→Genesis 30:6→Deuteronomium 27:4→Genesis 29:32→Deuteronomium 11:29→Genesis 49:3→— En dezen zullen staan over den vloek op den berg Ebal: Ruben, Gad en Aser, Zebulon, Dan en Nafthali.
En deze andere zes, zullen staan over de vloek op de berg Ebal; Ruben, Gad en Aser, Zebulon, Dan en Nafthali. Evenals de zegen de voorrang heeft boven de vloek, zo moeten ook nu de zonen, die van Jakobs eigenlijke, vrije vrouwen afstammen, als de voorrang innemende, de zegenformule uitspreken. Maar er zijn acht zulke stammen; er moeten dus, om die scheiding te kunnen bewerkstelligen 2 maal 6, van die acht twee zonen genomen worden bij de anderen. Dit is allereerst Ruben, die zijn eerstgeboorterecht door bloedschande verbeurd had (Genesis 49:4); hij wordt voor aan de twee zonen van Zilpa geplaatst, en ten tweede Zebulon, Lea’s jongste zoon, die bovenaan de zonen van Bilha, Rachels dienstmaagd, genoemd wordt. Dat Levi ook een plaats verkrijgt, is bij deze gebeurtenis niet bevreemdend; naar dezelfde maatstaf kunnen Efraïm en Manasse evenwel hier niet genoemd worden, maar worden zij beide onder Jozef verenigd; evenwel is het aan de andere kant even opmerkingswaard, dat er eigenlijk 7 stammen de zegen uitspreken “omdat God veel meer geneigd is tot zegen, dan tot vloeken. De kinderen van de vrijen zijn om te zegenen, zoals de gelovigen kinderen van de belofte en erfgenamen van de zegen zijn.” Dit gehele treffende toneel geeft ons een flauwe “schets van de jongste dag; òf onder de zegen, òf onder de vloek.”.
KruisverwijzingenDaniël 9:11→Jozua 8:33→Deuteronomium 33:9→Maleachi 2:7→Nehemia 8:7→— En de Levieten zullen betuigen en zeggen tot allen man van Israel, met verhevene stem:
En de Levieten, 1) de priesters, als leraren en bewaarders van de wet, zullen, in het midden staande bij de Verbondsark, betuigen met de zegenformule, en met het gelaat naar de Gerizîm gekeerd, ze plechtig uitspreken, waarna het volk die woorden met Amen bekrachtigen zal; en vervolgens, met het aangezicht naar de Ebal gewend, de vervloekingen verkondigen, en zeggen tot elke man 2) van Israël, met verheven stem:
De zegenspreuken, die zonder twijfel het eerst werden uitgesproken, zoals ook in hoofdstuk 28 de zegen het eerst behandeld wordt, gaat Mozes stilzwijgend voorbij, om dadelijk de vervloekingen te formuleren; dit komt daar vandaan, dat het ambt van de wet bij voorkeur een ambt is, dat de verdoemenis predikt; dit berust daarom op dezelfde gronden, waarom de berg van de vervloeking diende tot oprichting van de wet.
Wij hebben ons de positie van het volk zo voor te stellen, dat zij in het midden van het dal dicht bij elkaar waren. Zo klom het amfitheatersgewijze op. De Levieten, niet het hele volk, spraken de zegen, en de ene of de andere helft sprak het “Amen” uit. De woorden waren hier duidelijk genoeg op te vangen; men moet zich voorstellen, dat Jotham op de ene bergtop staande, veilig zijn fabel sprak tegen Abimélech en diens aanhang.
In het Hebreeuws Kol-isch. D.w.z. niet Israël vertegenwoordigd door zijn oudsten, maar als volk in zijn geheel moest daarbij tegenwoordig zijn. Allen, die 20 jaar en ouder waren moesten de zegen en de vloek aanhoren.
KruisverwijzingenExodus 20:4→Exodus 34:17→Deuteronomium 5:8→1 Korinthe 14:16→Leviticus 26:1→Leviticus 19:4→Exodus 20:23→Jeremia 28:6→— Vervloekt zij de man, die een gesneden of gegoten beeld, een gruwel des HEEREN, een werk van 's werkmeesters handen, zal maken, en zetten in het verborgene! En al het volk zal antwoorden en zeggen: Amen.
Vervloekt zij de man, die, tegen het uitdrukkelijk verbod in (Ex.20:4 vv.), een gesneden of gegoten beeld, een gruwel voor de HEERE, a)een werk van de handen van de werkmeester b) zal maken, enzetten in het verborgene, of (ofschoon het in het verborgen zet) om het heimelijk te aanbidden, dus ook als hij zich in het hart een afgod maakt buiten de Heere, zijn God; en al het volk zal op deze vervloeking van de priesters antwoorden en zeggen: Amen, zo moge Gods vloek hem treffen, die zich hieraan schuldig maakt.
(Jer.7:30 b) Jesaja. 44:12
KruisverwijzingenExodus 21:17→Leviticus 19:3→Exodus 20:12→Deuteronomium 21:18→Ezechiël 22:7→Leviticus 20:9→Spreuken 30:11→Mattheüs 15:4→— Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder veracht! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder a) veracht! en al het volk zal zeggen: Amen.
Ex.21:17
KruisverwijzingenDeuteronomium 19:14→Spreuken 22:28→Spreuken 23:10→— Vervloekt zij, die zijns naasten landpale verrukt! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die moedwillig het land van zijn naaste
uiteenrukt, tot diens nadeel! en al het volk zal zeggen: Amen.
hoofdstuk 19:14
KruisverwijzingenLeviticus 19:14→Spreuken 28:10→Mattheüs 15:14→Job 29:15→Jesaja 56:10→Openbaring 2:14→— Vervloekt zij, die een blinde op den weg doet dolen! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die een blinde op de weg doet dolen, a) die iemand, die geen onderscheid weet tussen goed en kwaad, met opzet en in het geheim tot kwaad aanzet, om hem te doen dolen! en al het volk zal zeggen: Amen.
Leviticus. 19:14
KruisverwijzingenDeuteronomium 10:18→Deuteronomium 24:17→Spreuken 17:23→Exodus 23:2→Psalmen 82:2→Micha 3:9→Exodus 23:8→Maleachi 3:5→— Vervloekt zij, die het recht van den vreemdeling, van den wees en van de weduwe buigt! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die het recht van de vreemdeling, van de wees en van de weduwe, kortom, van de arme en behoeftige buigt! a) en al het volk zal zeggen: Amen.
hoofdstuk 24:17
KruisverwijzingenDeuteronomium 22:30→Leviticus 18:8→Leviticus 20:11→1 Korinthe 5:1→2 Samuël 16:22→Ezechiël 22:10→1 Kronieken 5:1→Genesis 35:22→— Vervloekt zij, die bij de vrouw zijns vaders ligt, omdat hij zijns vaders slippe ontdekt heeft! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die bij de vrouw van zijn vader ligt, omdat hij zijn vaders slip ontdekt heeft!
en al het volk zal zeggen: Amen.
hoofdstuk 22:30 Leviticus. 18:8
KruisverwijzingenLeviticus 18:23→Leviticus 20:15→Exodus 22:19→— Vervloekt zij, die bij enig beest ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die bij enig beest a) ligt! en al het volk zal zeggen: Amen.
Leviticus. 18:23 Latere schriftgeleerden pasten deze tekst in hun ijdele, belachelijke verwaandheid daarop toe, dat hij vervloekt was, die tot vrouw nam de dochter van een ongeletterde, van een uit de schare, die de wet niet kent (Hebreeuws = Am Ha’aretz)
KruisverwijzingenLeviticus 20:17→Leviticus 18:9→Ezechiël 22:11→2 Samuël 13:1→2 Samuël 13:8→— Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter zijns vaders of de dochter zijner moeder! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter van zijn vader of de dochter van zijn moeder! a) en al het volk zal zeggen: Amen.
Leviticus. 18:9
KruisverwijzingenLeviticus 20:14→Leviticus 18:17→— Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt! a) en al het volk zal zeggen: Amen.
Leviticus. 18:17
KruisverwijzingenNumeri 35:31→Leviticus 24:17→Exodus 20:13→2 Samuël 11:15→2 Samuël 13:28→2 Samuël 12:9→Exodus 21:12→2 Samuël 20:9→— Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgene verslaat! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgene verslaat! a) en al het volk zal zeggen; Amen.
Leviticus. 18:17
KruisverwijzingenExodus 23:7→Deuteronomium 10:17→Deuteronomium 16:19→Psalmen 15:5→Handelingen 1:18→Mattheüs 27:3→Micha 3:10→Micha 7:2→— Vervloekt zij, die geschenk neemt, om een ziel, het bloed eens onschuldigen, te verslaan! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die geschenk neemt en zich daardoor laat omkopen, om een Ziel, het bloed van een onschuldige te verslaan, om in de weg van het recht van een rechtsmoord te begaan!
en al het volk zal zeggen: Amen
Ex.23:7
KruisverwijzingenGalaten 3:10→Psalmen 119:21→Mattheüs 25:41→Romeinen 10:5→1 Korinthe 16:22→Jeremia 11:3→Romeinen 3:19→Deuteronomium 27:15→— Vervloekt zij, die de woorden dezer wet niet zal bevestigen, doende dezelve! En al het volk zal zeggen: Amen.
Vervloekt zij, die de woorden van deze wet niet zal bevestigen, zich niet tot een richtsnoer zal maken, niet zal vervullen of volbrengen, doende deze! en al het volk zal zeggen: Amen. Er zijn zoveel vervloekingen als er stammen zijn, ten getale van twaalf, zonder dat evenwel ieder een bepaalde zonde aanduidt, aan één stam eigen. “De eerste en de laatste vervloeking hebben de meest omvattende betekenis; gene betreft het vergrijp van de hoofdzonde, deze sluit alle overtredingen van de wet in zich.”. De vijf eersten nemen in het algemeen de inhoud van de 10 geboden op, dewijl zij eerst de zonde tegen de Heere (vs.15), dan tegen de ouders, als door God daargesteld (vs.16) en tenslotte tegen de medemens (vs.17) en bijzonder tegen ellendigen en hulpelozen (vs.18,19 vervloeken. Daarop worden er vier vervloekingen gericht tegen bloedschande en de ondeugd van onnatuurlijke ontucht; de laatste (vs.26) bedreigt iedere overtreding van de wet in het algemeen; waaruit onmiddellijk voortvloeit, dat de eerste 11 alleen als voorbeeld zijn opgenoemd, zoals trouwens altijd bij de joodse rechtsgeleerdheid is geweest. Het is tevens opmerkelijk, dat alle vervloekingen op zonden doelen, die meer in het geheim en onopgemerkt gebeurden, en dus allicht door de straffen van de wet niet bereikt werden. Is het hier niet, alsof Mozes een voorgevoel had van de letterknechterij, die naderhand volgen zou, waardoor men een misdaad naar verkiezing onder of buiten de wet stelde? In deze vervloekingen is een krachtig protest tegen dusdanige handeling. Niet de letter, maar de geest. Niet een gedeelte, maar het geheel. Zelfs de geheimste zonden zijn vervloekt; vervloekt is een ieder, die niet doet, wat geschreven is in het boek van de wet! Het “Amen,” waarmee het volk bekrachtigend moest invallen, staat, evenals in Numeri. 5:22 en Nehemiah. 5:13, na een voorafgegane verwensing, wier inhoud de aangesprokene op zich neemt, voor het geval, dat hij zich aan de misdaad schuldig maakte. Hier is het: één voor zich, een voor allen, allen voor een; kon er krachtiger vestiging van een volk plaatsvinden. Dit “Amen” is de gewone vorm voor de joodse eedzwering: de eed werd de eedzweerder voorgesproken, en deze antwoordde met Amen (d.i. het wordt bewaarheid), in betrekking van de bij de reinigingseed gevoegde vervloekingen, of: “gij zegt het” (Matth.26:63 vv.) met betrekking tot de gevergde verzekering in ene bezwering van iemand. Merken wij tenslotte nog op, welk onderscheid er is tussen de vloek van de wet en die van het Evangelie. De vloek van de wet was hard, het was als met de zweep achter de arbeider, met de uitroep: “het volle getal tichelstenen zult gij leveren, en stro zal u niet gegeven worden.” De vloek van het Evangelie luidt aldus: “Vervloekt is hij, die niet om niet wil zalig worden, die Gods liefde versmaadt, die Gods vrijheden niet wil aannemen.” De wet zegt tot de mens: “Gij slaaf! vervloekt zijt gij, al gij het allerminste aan uw werk laat ontbreken.” Hoe verpletterend! Het Evangelie zegt tot de mens: “Gij gevangene! vervloekt zijt gij, als gij niet vrij wilt zijn, gelijk Gods kinderen.” Hoe hartontroerend!.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 27
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-26.KruisverwijzingenExodus 20:25→Deuteronomium 26:9→Deuteronomium 12:7→Jozua 4:1→Jeremia 31:31→Jozua 8:32→Habakuk 2:2→Deuteronomium 11:7→
— En Mozes, te zamen met de oudsten van Israel, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik ulieden heden gebiede. Het zal dan geschieden, ten dage als gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij u grote stenen oprichten, en bestrijken ze met kalk; En gij zult daarop schrijven alle woorden dezer wet, als gij overgegaan zult zijn; opdat gij komt in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, een land vloeiende van melk en honig, gelijk als de HEERE, uwer vaderen God, tot u gesproken heeft. Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij dezelve stenen, van dewelke ik u heden gebiede, zult oprichten op den berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken; En gij zult aldaar den HEERE, uw God, een altaar bouwen, een altaar van stenen; gij zult geen ijzer over hetzelve bewegen. Van gehele stenen zult gij het altaar des HEEREN, uws Gods, bouwen, en gij zult den HEERE, uw God, brandofferen daarop offeren. Ook zult gij dankofferen offeren, en zult aldaar eten, en vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods. En gij zult op deze stenen schrijven alle woorden dezer wet, die wel uitdrukkende. Voorts sprak Mozes, te zamen met de Levietische priesteren, tot gans Israel, zeggende: Luistert toe en hoort o Israel! Op dezen dag zijt gij den HEERE, uw God, tot een volk geworden. Daarom zult gij der stem des HEEREN, uws Gods, gehoorzaam zijn, en gij zult doen Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede.
Voordat Mozes tot de derde rede overgaat, waarin hij geheel Israël voor het aangezicht van de Heere stelt (hoofdstuk 29:10) en de vernieuwing van het eens aan Horeb gesloten Verbond, waarvoor hij aan het slot van de tweede rede de huidige wetsherhaling verklaarde (hoofdstuk 26:16 vv.) ook rechtens in elke vorm volbrengt (hoofdstuk 29:1), neemt hij eerst de verordening weer op, die vroeger (hoofdstuk 11:29) als slechts tijdelijk opgevat werd, om na de overtocht over de Jordaan feestelijk de wet te grondvesten in het land Kanäan, en ontvouwt uitgebreider de manier, waarop dit geschieden moet.
En Mozes tezamen met de oudsten 1) van Israël en door hun bemiddeling, gebood het volk, zeggende: Behoudt al deze geboden, die ik u heden gebied.
Wordt in vs.1 gezegd, dat Mozes tezamen met de oudsten van Israël en in vs.9, dat hij het deed tezamen met de Levitische priesters, dan is het duidelijk, dat die aankondiging plaatsvond zowel door de wereldlijke als door de geestelijke bestuurders van het volk, opdat Israël ervan overtuigd zou zijn, dat het onvoorwaardelijk tot gehoorzamen geroepen was. De oudsten hadden na Mozes’ dood voor de uitvoering te zorgen en de priesters hadden de oudsten van geestelijke raad te dienen. Zij hadden tevens het opzicht over de juiste opvolging ervan.
Het zal dan geschieden, ten dage a) dat gij over de Jordaan zult gegaan zijn in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, zo zult gij, om het in hoofdstuk 11:29 bevolene te verwezenlijken, u grote stenen, die veel schrift kunnen bevatten en van ver kunnen gezien worden, op een van de beide bergen (vs.4) oprichten en ze bestrijken, opdat men erop kan schrijven, met kalk, of met gips.
Jesaja. 4:1
En 1) gij zult daarop schrijven alle woorden van deze wet, en wel zodra gij overgegaan zult zijn, opdat gij komt 2) in het land, dat de HEERE, uw God, u geven zal, dat gij van de huidige bezitters veroveren zult, met bijstand van de Heere, mits gij u tot Zijn wetten en liefderijke instellingen keert; een land vloeiende van melk en honing, zoals de HEERE, de God van uw vaderen, tot u gesproken heeft, u beloofd heeft dit te zullen geven.
Daar Mozes over hetgeen hij hier verordent zich later nog uitvoeriger verklaart (vs.8), en wij dan tevens de gelegenheid verkregen te handelen over enige punten, de wijze van uitvoering betreffende, komen wij hier terug op de geografische ligging van de plaatsen, die hij hier bedoelt, en voegen bij de gemaakte opmerkingen van de beschrijving in hoofdstuk 11:31 nog dat, wat ons rest tot een algehele kenschets van Palestina. De vlakte van Jizreël, waarvan aldaar reeds sprake was, zo genoemd naar de daarin gelegen stad Jizreël (Jozua 17:16), in de richting van het oosten naar het westen, 8 uur lang, en in haar uitbreiding van het zuiden naar het noorden, 4-5 uur breed, is van haar eerste bekendheid aan tot nu toe een toneel geweest van grote en beslissende volksontmoetingen of veldslagen, zodat Clarke (hij heeft van 1800-1802 gereisd, maar is slechts 17 dagen in Palestina geweest) van haar zegt: “Joden, heidenen, Saracenen, Christelijke kruisvaders en anti-Christelijke Fransen, Egyptenaars, Perzen, Druzen, Turken en Arabieren, krijgers uit alle volken onder de hemel, hebben hun tenten opgeslagen in de vlakte van Esdrelon, en hebben hun banieren bevochtigd gezien door de dauw van Thabor en Hermon.” (Richteren. 6:13; 7:22; 1 Samuel. 29:1; (1 (Kon.20:26 vv.; (2 (Koningen. 23:25; Judith 7:8). Hier kampten ook de troepen van Vespasianus tegen de joden, en in het jaar 1799 werden hier 25.000 Turken door 3000 Fransen, onder bevel van Napoleon en Kleber overwonnen. Aan haar oostgrens noemen wij, behalve het reeds genoemde gebergte Gilboa, dat ten noorden ligt en gelijke loop met haar houdt, de kleine Hermon, een twee mijl lange keten van rotsheuvels, die in het westen een sterk vooruit springende spits vormen, en zich daar 1200 voet boven de vlakte verheffen; en daar achter nog verder noordwaarts, de Thabor, grensberg tussen Zebulon en Issachar Jozua 19:12,22), die met zijn bossentooisel, afgescheiden van alle naburige bergen, zich als een groenend altaar verheft in de vlakte (Psalm. 89:13), zijn voet evenredig naar alle kanten van de vlakte uitbreidt en een omvang van 6 uur omsluit. De noordelijke muur van genoemde vlakte vormen de bergen van Nazareth; aan de overkant hiervan strekt zich een tweede vlakte uit van het zuidwesten naar het noordoosten, de vlakte van Zebulon, die evenwel in de Schrift niet vermeld wordt. Aan haar oostelijke grens rijzen, bij het tegenwoordige dorp Hattin, omstreeks 60 voet daarboven, twee bergtoppen omhoog, Kurûn d.i. “Hoornen” genaamd. Deze dubbele berg gaat door voor de plaats, waar Jezus de bergrede gehouden heeft (zie Mt 5.1). Ten noorden bemerken wij het, uit een brede en lage bergketen bestaande gebergte Naftali Jozua 20:7); ten zuiden loopt het uit in drie toppen, en op de oostelijkste ligt ongeveer op dezelfde breedte als het noordeinde van het meer Gennézareth en ter hoogte van 2619 voet, overal zichtbaar; de stad Zafed, die de Heiland wel zal voor ogen gehad hebben, toen Hij gewag maakte van een stad, die op een berg ligt (Matth.5:14). Ten westen van dit gebergte daalt het land, dat een golvende, door verscheidene heuvels en bergrijen doorsneden oppervlakte heeft, langzamerhand af naar het strand van Acco of Ptolemaïs; veel steiler daarentegen is de afhelling aan de oostzijde naar het meer Gennézareth en de boven-Jordaan. In het uiterste noorden eindelijk van Palestina treden ons de twee gebergten Libanon en Anti-Libanon tegemoet. Wat een gebergte, die Libanon! Over Damascus en de verre, verre oostelijke woestijn van de Eufraat gaat de zon voor hem op, en over Tyrus en Sidon onder in de westelijke zee, ten noorden Antiochië, ten zuiden het heilige land-Nazareth, Bethlehem, Jeruzalem. Arabische dichters zeggen van hem: “Hij draagt de winter op zijn hoofd, de lente op zijn schouderen, de herfst in de schoot, maar aan zijn voet sluimert de zomer zachtkens aan de Middel-zee.” Het gebergte ontleent zijn naam aan het Hebreeuwse woord Laban (= wit zijn), omdat zijn kruin bijna het gehele jaar door met sneeuw bedekt is. Tussen de twee bergketens, de Libanon in het westen en de Anti-Libanon in het oosten, ligt de vlakte Coele Syrië (hol Syrië), het hedendaagse El Boekâa (d.i. dal tussen bergen), in Amos 1:5 het “veld Aven” of “Bîheat-Aven.” Van de hoogste top van de Libanon, de Dschebel Makmel, in wiens nabijheid het dorp Bschereh met het beroemde cederbos was, was reeds sprake (zie Nu 24.6; Numeri. 34:7) van de beide rivieren in El Bukâa, de Leontes en Orontes, (zie Nu 34.9) en over de Hermon, als de zuidelijkste voorspits van de Anti-Libanon, bij Deuteronomium. 3:9. De steen bestaat er het meest uit Jurakalk; daarvan nam Salomo de stenen voor de tempelbouw (1 Kon.5:14 vv.); en onder de ruïnes van de voormalige zonnetempel van Baäl-Beek of Heliopolis in het dal Boekâa, bevinden zich nog op dit ogenblik gehouwen stenen van 63 voet hoogte, 12 voet breedte en 12 voet dikte. Behalve aan ceders en cipressen, is de Libanon ook rijk aan zilverpopulieren, platanen, eiken en acazia’s; hij draagt voortreffelijke wijn (Hos.14:8) 2 Samuel, verbergt in zijn wouden een menigte grotere en kleine vogels, wilde zwijnen, beren, wolven, jakhalzen, hyena’s, panters, hazen, enz. Jesaja 40:16) en is rijk aan fris, gezond water. Wegens zijn hoogte, bosrijkheid en vruchtbaarheid wordt hij aangewend als beeld voor het hoge en verhevene en voor andere dichterlijke vergelijkingen gebruikt (Psalm. 29:6; 72:16 Hos.14:6 Jesaja. 37:24; 60:13); het versmachten van de Libanon (Nahum 1:4) betekent: verwoesting van het land, terwijl er van het Messiaans tijdvak beloofd wordt, dat de Libanon wederom een vruchtbaar veld zal zijn, en dat dit vruchtbaar veld aan het woud gelijk zal zijn Jesaja 29:17)
Opdat gij komt. Dit komen hier wil niet zegen, een aanvankelijk komen, maar geeft aan: het blijvend bezit van het land. Israël moest deze wet schrijven op grote stenen, om telkens aan haar herinnerd te worden en tot gehoorzamen gedurig vermaand, opdat het in het rustig bezit van het beloofde land zou blijven.
Het zal dan geschieden, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn, dat gij deze stenen, waarvan ik u heden gebied, zult oprichten op de berg Ebal, en gij zult ze met kalk bestrijken.
In de Samaritaanse tekst is reeds vroeg voor Ebal, Gerizîm in de plaats gesteld. Dit had zijn reden hierin, dat de Samaritanen op de berg Gerizîm hun tempel hadden gebouwd.
Op de berg Ebal, de berg waarop de vloek moest worden uitgesproken, en niet op de berg Gerizîm, waarop de zegen zou worden aangekondigd. Ongetwijfeld ligt hierin, vooral in verband met het altaar, dat moest worden opgericht, het idee, dat Israël daardoor opgewekt moest worden, om uit te zien naar Hem, die van de vloek van de wet zou verlossen.
a) En gij zult aldaar de HEERE, uw God, een altaar bouwen, 1) een altaar van ruwe stenen; gij zult geen ijzer hierover bewegen, 2) om hun hun ruwheid te ontnemen.
Jozua. 8:31
Zij moesten een altaar oprichten. Woord en gebed moeten tezamen gaan. Hoewel zij uit eigen beweging geen altaar mochten oprichten naast dat van de tabernakel, mochten zij dit evenwel op Gods aanwijzing bij bijzondere gelegenheid. Elia bouwde *) een tijdelijk altaar van twaalf ongehouwen stenen zoals dit (1 (Kon.18:31). Dit altaar moest gemaakt worden van zulke stenen als zij op het veld vonden; niet kortelijks uit de rots gehouwen of kunstig behouwen. “Gij zult daarover geen ijzer brengen.” Christus, ons altaar is een steen, zonder handen uit de berg gehouwen (Dan.2:34,35), die de bouwlieden verworpen hebben, als hebbende gedaante noch heerlijkheid, maar aangenomen door God, de Vader, en tot een hoofd van de hoek gemaakt. *) Eigenlijk heelde.
Ook: zie Ex 20.25.
Van gehele stenen, a) die dus bijna niet door mensenhanden aangeraakt zijn, zult gij het altaar van de HEERE, uw God, bouwen; en gij zult de HEERE, uw God, brandoffers daarop offeren.
Exodus. 20:25
Ook zult gij, na de brandoffers, dankoffers daarop offeren, en zult gij aldaar eten, een offermaaltijd bereiden van het dankoffer, en vrolijk zijn voor het aangezicht van de HEERE, uw God. 1)
Door de verbinding van de offerfeesten met de oprichting van de stenen betuigt Israël door daden, dat in het gehoorzamen aan de Wet zijn leven en zijn heerlijkheid gegrond is. De offers en de offermaaltijden hebben hier dezelfde betekenis als bij de sluiting van het Verbond bij Sinaï.
En 1) gij zult op deze stenen schrijven alle woorden van deze wet, die wel uitdrukkende, 2) opdat ieder voorbijganger en vreemdeling de grote daden van God leest.
Het bestrijken en beschrijven moet men niet zo verstaan, als zou het schrift eerst in de stenen gegrift zijn en vervolgens met kalk overstreken, om het verweken te beletten en ze in het vervolg bij een verwildering en rebellie van het volk weer tevoorschijn te doen komen, tot een getuigenis.
Maar veel meer is het te doen om het huidige geslacht, dat bij het in bezit nemen van het land met volle ernst Gods geboden moet toegedaan zijn en in de stenen de wet zelf moet oprichten. “Het schrijven hunnerzijds beantwoordt aan dat van God, toen Hij de tien geboden grifte.” De bedoeling is daarom zonder twijfel deze, dat het bestrijken als bereiding diende, opdat het zwarte schrift des te sterker zou afsteken; en bovendien was deze manier niet zo vreemd, omdat ook de Egyptenaars de te beschrijven wanden of rotsen met kalk of gips of iets dergelijks overdekten. Welke zijn nu die “alle woorden van deze wet,” die wel uitgedrukt moeten geschreven worden? Geenszins alleen de 10 geboden, en evenmin de zegespreuken en vervloekingen, maar de gezamenlijke inhoud van de vijf boeken van Mozes, voor zoverre zij wetten bevatten, alles wat tot de geboden en instellingen en rechten van de Heere behoort; want Israël moest zich verplichten tot de gehele wet, zoals die door Mozes gegeven is. Latere schrijvers hebben al deze geboden tot 613 teruggebracht, en het zal ook gewis Jozua en de overige hoofden nu niet aan wijsheid ontbroken hebben, om niet in nodeloze herhalingen te vervallen. En bovendien waren er stenen genoeg te vinden tot oprichting, en handen in overvloed tot schrijven. Op meer dan een rol was de wet door Mozes geschreven, dus konden velen tegelijk afschrijven. Wanneer toch, volgens Hengstenberg, de stad Cumae in Italië de nagedachtenis van Hesiodus eerde door zijn gedichten in loden tafelen te graveren, hoeveel te meer kon een geheel volk, en wel in de eerste liefde en kracht, een werk volvoeren uit liefde tot zijn God?. Verder rijst de vraag op, waarom én het oprichten van de stenen én van altaar, het brandoffer, zowel als het dankoffer met de daarbij behorende maaltijd op die berg moest gebeuren, waarvan de vloek verkondigd moest worden (vs.18, vgl. Hoofdstuk 11.29 ). Daarop antwoorden wij met de Berleb. Bijbel: “Om te tonen hoe de wet en de huishouding van het Oude Testament voornamelijk de vloek bestrafte, die omwille van de zonden op het hele menselijke geslacht drukte, om hun verlangen naar de Messias op te wekken, die de vloek moest opheffen en de ware zegen teweegbrengen.” Zoals de vloek aan de wet toebehoort, zo behoort de zegen aan het Evangelie; wat het oudtestamentische verbondsvolk van het laatste heeft, heeft het alleen in zijn voorafschaduwende godsdienst, die toch tevens zinnebeeldig is. Van deze kant beschouwd moest Israël in de brandoffers, die het bracht, met zijn hele leven en streven zich de Heere overgeven en in de met de dankoffers verbonden maaltijd het genot van de genade-goederen van God aanvaarden, en de zaligheid van de vriendschap en van de gemeenschap met hem smaken. “Het vrolijk zijn voor de Heere hun God, dat bij deze dankoffer-maaltijd van Israël gevergd werd, betekent de eeuwige vreugde, die wij in de toekomende wereld zullen genieten omwille van Christus’ dood;” zo schreef Joh. Gerhard, onder wiens leiding en medewerking het Weimarse Bijbelwerk ontstaan is, toen hij met zijn voor geleerden bestemde verklaring over Deuteronomium. tot deze plaats genaderd was; spoedig daarop (23 aug. 1637) stierf hij.
Of: recht duidelijk.
Voorts sprak Mozes tezamen met de Levitische priesters, die hem als tussenpersoon dienden, tot geheel Israël, zeggende: Luistert toe en hoort, o Israël, opdat gij hetgewicht en de betekenis van de handeling, waarover ik nog verder met u spreken wil (vs.11) 27.11, verstaat! Op deze dag (ik verplaats mij reeds in de geest op de dag van de uitvoering van deze geboden) zijt gij de HEERE, uw God, tot een volk geworden, gij hebt wederom van nu af aan een Verbond met Hem gesloten.
Daarom zult gij de stem van de HEERE, uw God, gehoorzaam zijn en gij zult doen zijn geboden en zijn instellingen, die ik u heden gebied.
En Mozes gebood het volk te dien dage, op die dag, waar hij zich in de geest plaatste, zeggende:
Deze zes stammen zullen staan bij de uitvoering van hetgeen in hoofdstuk 11:29 gezegd is, om het volk te zegenen, op de zuidelijk gelegen berg Gerizîm, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin. Het dal tussen Ebal en Gerizîm was slechts 3000 pas breed. Hierbij was Sichem (= rug) gelegen. Zij werden immer bijelkaar genoemd, zoals b.v. Sinaï en Horeb. “Men heeft te allen tijde dag- en nachtbergen, licht- en schaduwlanden te onderscheiden; de noordelijke helft aan het Meroe-geberte heet Himalave (= hiemalis, koude), de zuidelijke helft Kailasa (= calidus, warmte) of winter- en zomergebergte, de Horeb (= rijp) staat tegenover de Sinaï (= brand), zo is ook de verhouding tussen de (noordelijk gelegen) Ebal en de Gerizîm. De Arabieren noemden Saturnus “Hobal” (= melkmaker) en offerden hem in de gedaante van de zwarte steen, de Kaäba; die overeenkomstig was de Ebal genoemd naar Baäl Kronos (de dode god).”
En deze andere zes, zullen staan over de vloek op de berg Ebal; Ruben, Gad en Aser, Zebulon, Dan en Nafthali. Evenals de zegen de voorrang heeft boven de vloek, zo moeten ook nu de zonen, die van Jakobs eigenlijke, vrije vrouwen afstammen, als de voorrang innemende, de zegenformule uitspreken. Maar er zijn acht zulke stammen; er moeten dus, om die scheiding te kunnen bewerkstelligen 2 maal 6, van die acht twee zonen genomen worden bij de anderen. Dit is allereerst Ruben, die zijn eerstgeboorterecht door bloedschande verbeurd had (Genesis 49:4); hij wordt voor aan de twee zonen van Zilpa geplaatst, en ten tweede Zebulon, Lea’s jongste zoon, die bovenaan de zonen van Bilha, Rachels dienstmaagd, genoemd wordt. Dat Levi ook een plaats verkrijgt, is bij deze gebeurtenis niet bevreemdend; naar dezelfde maatstaf kunnen Efraïm en Manasse evenwel hier niet genoemd worden, maar worden zij beide onder Jozef verenigd; evenwel is het aan de andere kant even opmerkingswaard, dat er eigenlijk 7 stammen de zegen uitspreken “omdat God veel meer geneigd is tot zegen, dan tot vloeken. De kinderen van de vrijen zijn om te zegenen, zoals de gelovigen kinderen van de belofte en erfgenamen van de zegen zijn.” Dit gehele treffende toneel geeft ons een flauwe “schets van de jongste dag; òf onder de zegen, òf onder de vloek.”.
En de Levieten, 1) de priesters, als leraren en bewaarders van de wet, zullen, in het midden staande bij de Verbondsark, betuigen met de zegenformule, en met het gelaat naar de Gerizîm gekeerd, ze plechtig uitspreken, waarna het volk die woorden met Amen bekrachtigen zal; en vervolgens, met het aangezicht naar de Ebal gewend, de vervloekingen verkondigen, en zeggen tot elke man 2) van Israël, met verheven stem:
De zegenspreuken, die zonder twijfel het eerst werden uitgesproken, zoals ook in hoofdstuk 28 de zegen het eerst behandeld wordt, gaat Mozes stilzwijgend voorbij, om dadelijk de vervloekingen te formuleren; dit komt daar vandaan, dat het ambt van de wet bij voorkeur een ambt is, dat de verdoemenis predikt; dit berust daarom op dezelfde gronden, waarom de berg van de vervloeking diende tot oprichting van de wet.
Wij hebben ons de positie van het volk zo voor te stellen, dat zij in het midden van het dal dicht bij elkaar waren. Zo klom het amfitheatersgewijze op. De Levieten, niet het hele volk, spraken de zegen, en de ene of de andere helft sprak het “Amen” uit. De woorden waren hier duidelijk genoeg op te vangen; men moet zich voorstellen, dat Jotham op de ene bergtop staande, veilig zijn fabel sprak tegen Abimélech en diens aanhang.
In het Hebreeuws Kol-isch. D.w.z. niet Israël vertegenwoordigd door zijn oudsten, maar als volk in zijn geheel moest daarbij tegenwoordig zijn. Allen, die 20 jaar en ouder waren moesten de zegen en de vloek aanhoren.
Vervloekt zij de man, die, tegen het uitdrukkelijk verbod in (Ex.20:4 vv.), een gesneden of gegoten beeld, een gruwel voor de HEERE, a)een werk van de handen van de werkmeester b) zal maken, enzetten in het verborgene, of (ofschoon het in het verborgen zet) om het heimelijk te aanbidden, dus ook als hij zich in het hart een afgod maakt buiten de Heere, zijn God; en al het volk zal op deze vervloeking van de priesters antwoorden en zeggen: Amen, zo moge Gods vloek hem treffen, die zich hieraan schuldig maakt.
(Jer.7:30 b) Jesaja. 44:12
Vervloekt zij, die zijn vader of zijn moeder a) veracht! en al het volk zal zeggen: Amen.
Ex.21:17
Vervloekt zij, die moedwillig het land van zijn naaste
uiteenrukt, tot diens nadeel! en al het volk zal zeggen: Amen.
hoofdstuk 19:14
Vervloekt zij, die een blinde op de weg doet dolen, a) die iemand, die geen onderscheid weet tussen goed en kwaad, met opzet en in het geheim tot kwaad aanzet, om hem te doen dolen! en al het volk zal zeggen: Amen.
Leviticus. 19:14
Vervloekt zij, die het recht van de vreemdeling, van de wees en van de weduwe, kortom, van de arme en behoeftige buigt! a) en al het volk zal zeggen: Amen.
hoofdstuk 24:17
Vervloekt zij, die bij de vrouw van zijn vader ligt, omdat hij zijn vaders slip ontdekt heeft!
en al het volk zal zeggen: Amen.
hoofdstuk 22:30 Leviticus. 18:8
Vervloekt zij, die bij enig beest a) ligt! en al het volk zal zeggen: Amen.
Leviticus. 18:23 Latere schriftgeleerden pasten deze tekst in hun ijdele, belachelijke verwaandheid daarop toe, dat hij vervloekt was, die tot vrouw nam de dochter van een ongeletterde, van een uit de schare, die de wet niet kent (Hebreeuws = Am Ha’aretz)
Vervloekt zij, die bij zijn zuster ligt, de dochter van zijn vader of de dochter van zijn moeder! a) en al het volk zal zeggen: Amen.
Leviticus. 18:9
Vervloekt zij, die bij zijn schoonmoeder ligt! a) en al het volk zal zeggen: Amen.
Leviticus. 18:17
Vervloekt zij, die zijn naaste in het verborgene verslaat! a) en al het volk zal zeggen; Amen.
Leviticus. 18:17
Vervloekt zij, die geschenk neemt en zich daardoor laat omkopen, om een Ziel, het bloed van een onschuldige te verslaan, om in de weg van het recht van een rechtsmoord te begaan!
en al het volk zal zeggen: Amen
Ex.23:7
Vervloekt zij, die de woorden van deze wet niet zal bevestigen, zich niet tot een richtsnoer zal maken, niet zal vervullen of volbrengen, doende deze! en al het volk zal zeggen: Amen. Er zijn zoveel vervloekingen als er stammen zijn, ten getale van twaalf, zonder dat evenwel ieder een bepaalde zonde aanduidt, aan één stam eigen. “De eerste en de laatste vervloeking hebben de meest omvattende betekenis; gene betreft het vergrijp van de hoofdzonde, deze sluit alle overtredingen van de wet in zich.”. De vijf eersten nemen in het algemeen de inhoud van de 10 geboden op, dewijl zij eerst de zonde tegen de Heere (vs.15), dan tegen de ouders, als door God daargesteld (vs.16) en tenslotte tegen de medemens (vs.17) en bijzonder tegen ellendigen en hulpelozen (vs.18,19 vervloeken. Daarop worden er vier vervloekingen gericht tegen bloedschande en de ondeugd van onnatuurlijke ontucht; de laatste (vs.26) bedreigt iedere overtreding van de wet in het algemeen; waaruit onmiddellijk voortvloeit, dat de eerste 11 alleen als voorbeeld zijn opgenoemd, zoals trouwens altijd bij de joodse rechtsgeleerdheid is geweest. Het is tevens opmerkelijk, dat alle vervloekingen op zonden doelen, die meer in het geheim en onopgemerkt gebeurden, en dus allicht door de straffen van de wet niet bereikt werden. Is het hier niet, alsof Mozes een voorgevoel had van de letterknechterij, die naderhand volgen zou, waardoor men een misdaad naar verkiezing onder of buiten de wet stelde? In deze vervloekingen is een krachtig protest tegen dusdanige handeling. Niet de letter, maar de geest. Niet een gedeelte, maar het geheel. Zelfs de geheimste zonden zijn vervloekt; vervloekt is een ieder, die niet doet, wat geschreven is in het boek van de wet! Het “Amen,” waarmee het volk bekrachtigend moest invallen, staat, evenals in Numeri. 5:22 en Nehemiah. 5:13, na een voorafgegane verwensing, wier inhoud de aangesprokene op zich neemt, voor het geval, dat hij zich aan de misdaad schuldig maakte. Hier is het: één voor zich, een voor allen, allen voor een; kon er krachtiger vestiging van een volk plaatsvinden. Dit “Amen” is de gewone vorm voor de joodse eedzwering: de eed werd de eedzweerder voorgesproken, en deze antwoordde met Amen (d.i. het wordt bewaarheid), in betrekking van de bij de reinigingseed gevoegde vervloekingen, of: “gij zegt het” (Matth.26:63 vv.) met betrekking tot de gevergde verzekering in ene bezwering van iemand. Merken wij tenslotte nog op, welk onderscheid er is tussen de vloek van de wet en die van het Evangelie. De vloek van de wet was hard, het was als met de zweep achter de arbeider, met de uitroep: “het volle getal tichelstenen zult gij leveren, en stro zal u niet gegeven worden.” De vloek van het Evangelie luidt aldus: “Vervloekt is hij, die niet om niet wil zalig worden, die Gods liefde versmaadt, die Gods vrijheden niet wil aannemen.” De wet zegt tot de mens: “Gij slaaf! vervloekt zijt gij, al gij het allerminste aan uw werk laat ontbreken.” Hoe verpletterend! Het Evangelie zegt tot de mens: “Gij gevangene! vervloekt zijt gij, als gij niet vrij wilt zijn, gelijk Gods kinderen.” Hoe hartontroerend!.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel