Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij den rechtvaardige rechtvaardig spreken, en den onrechtvaardige verdoemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Wanneer er tussenH996liedenH582twistH7379 zal zijn, en zij totH413 het gerechtH4941 zullen toetredenH5066, datH3588 zij hen richtenH8199, zo zullen zij den rechtvaardigeH6662rechtvaardig sprekenH6663, en den onrechtvaardigeH7563verdoemenH7561.Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij den rechtvaardige rechtvaardig spreken, en den onrechtvaardige verdoemen.
KJVIf there be a controversy3between men,and they come6unto judgment,8that the judges may judge9them; then they shall justify10the righteous,12and condemn13the wicked.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3רִיב֙H7379twist, twistzaak, geschil[phrase] adversary, cause, chiding, contend(-tion), controversy, multitude (from the margin), pleading, strife, strive(-ing), suit4בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5אֲנָשִׁ֔יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6וְנִגְּשׁ֥וּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8הַמִּשְׁפָּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong9וּשְׁפָט֑וּםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule10וְהִצְדִּ֨יקוּ֙H6663rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigencleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הַצַּדִּ֔יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)13וְהִרְשִׁ֖יעוּH7561goddelooslijk, verdoemen, goddelooscondemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָרָשָֽׁעH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En het zal geschieden, indienH518 de onrechtvaardigeH7563slagenH5221verdiendH1121 heeft, dat de rechterH8199 hem zal doen nedervallenH5307, en hem doen slaanH5221 in zijn tegenwoordigheidH6440, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheidH7564genoegH1767 zal zijn, in getalH4557.En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal.
KJVAnd it shall be, if the wicked man5be worthy3to be beaten,4that the judge7shall cause him to lie down,6and to be beaten8before his face,9according10to his fault,11by a certain number.
1וְהָיָ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3בִּ֥ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4הַכּ֖וֹתH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5הָרָשָׁ֑עH7563goddelozen, goddeloze, goddeloos[phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong6וְהִפִּיל֤וֹH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down7הַשֹּׁפֵט֙H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule8וְהִכָּ֣הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound9לְפָנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10כְּדֵ֥יH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when11רִשְׁעָת֖וֹH7564goddeloosheid, onrechtvaardigheidfault, wickedly(-ness)12בְּמִסְפָּֽרH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time
3Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Met veertigH705slagenH4347 zal hij hem doen slaanH5221, hij zal er nietH3808toedoenH3254; opdat niet misschien, zo hij voortvoereH3254 hem daarboven met meer slagen te doen slaanH5221, uw broederH251 dan voor uw ogenH5869verachtelijkH7034 gehouden worde.Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde.
KJVForty1stripes2he may give him, and not exceed:4lest, if he should exceed,6and beat7him above these with many11stripes,10then thy brother13should seem vile12
1אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty2יַכֶּ֖נּוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4יֹסִ֑יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield5פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not6יֹסִ֨יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield7לְהַכֹּת֤וֹH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)10מַכָּ֣הH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)11רַבָּ֔הH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)12וְנִקְלָ֥הH7034verachtzaam, gering acht, verachtbase, contemn, despise, lightly esteem, set light, seem vile13אָחִ֖יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14לְעֵינֶֽיךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
4Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Een osH7794 zult gij nietH3808muilbandenH2629, als hij dorstH1778.Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst.
KJVThou shalt not muzzle2the ox3when he treadeth out
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַחְסֹ֥םH2629muilbanden, stoppenmuzzle, stop3שׁ֖וֹרH7794os, ossen, ossesbull(-ock), cow, ox, wall (by mistake for H7791 (שׁוּר))4בְּדִישֽׁוֹH1758dorsen, dorst, verdorstbreak, tear, thresh, tread out (down), at grass (Jeremiah 50:11, by mistake for H1877 (דֶּשֶׁא))
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw des verstorvenen aan geen vreemden man daarbuiten geworden; haar mans broeder zal tot haar ingaan en nemen haar zich ter vrouw, en doen haar den plicht van eens mans broeder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Wanneer broedersH251samenwonenH3427, en eenH259 van hen sterftH4191, en geen zoonH1121 heeft, zo zal de vrouwH802 des verstorvenenH4191aanH5921 geen vreemdenH2114manH376 daarbuiten geworden; haar mans broederH2993 zal tot haar ingaanH935 en nemenH3947 haar zich ter vrouwH802, en doen haar den plicht van eens mans broeder.Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw des verstorvenen aan geen vreemden man daarbuiten geworden; haar mans broeder zal tot haar ingaan en nemen haar zich ter vrouw, en doen haar den plicht van eens mans broeder.
Ook in dit vers
plicht mans broederH2992
KJVIf brethren3dwell2together,4and one6of them die,5and have no child,8the wife13of the dead14shall not marry without15unto a stranger:16her husband's brother18shall go in19unto her, and take21her to him to wife,23and perform the duty of an husband's brother
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יֵשְׁב֨וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3אַחִ֜יםH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4יַחְדָּ֗וH3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal5וּמֵ֨תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6אַחַ֤דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7מֵהֶם֙8וּבֵ֣ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9אֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)10ל֔וֹ11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תִהְיֶ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13אֵֽשֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English14הַמֵּ֛תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15הַח֖וּצָהH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without16לְאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17זָ֑רH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)18יְבָמָהּ֙H2993mans broederhusband's brother19יָבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way20עָלֶ֔יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21וּלְקָחָ֥הּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win22ל֛וֹ23לְאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English24וְיִבְּמָֽהּH2992plicht mans broeder, plicht mans broeders, trouwperform the duty of a husband's brother, marry
6En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, dien zij zal baren, zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En het zal geschieden, dat de eerstgeboreneH1060, dienH834 zij zal barenH3205, zal staanH6965 in den naamH8034 zijns broedersH251, des verstorvenenH4191; opdat zijn naamH8034nietH3808uitgedelgdH4229 worde uit IsraelH3478.En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, dien zij zal baren, zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israel.
KJVAnd it shall be, that the firstborn2which she beareth4shall succeed5in the name7of his brother8which is dead,9that his name12be not put out11of Israel.
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַבְּכוֹר֙H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4תֵּלֵ֔דH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)5יָק֕וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7שֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8אָחִ֖יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9הַמֵּ֑תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise10וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יִמָּחֶ֥הH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)12שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13מִיִּשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
7Maar indien dezen man zijns broeders vrouw niet bevallen zal te nemen, zo zal zijn broeders vrouw opgaan naar de poort tot de oudsten, en zeggen: Mijns mans broeder weigert zijn broeder een naam te verwekken in Israel; hij wil mij den plicht van eens mans broeders niet doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar indien dezen manH376 zijns broeders vrouwH2994nietH3808bevallenH2654 zal te nemenH3947, zo zal zijn broeders vrouwH2994opgaanH5927 naar de poortH8179totH413 de oudstenH2205, en zeggenH559: Mijns mans broederH251weigertH3985 zijn broeder een naamH8034 te verwekkenH6965 in IsraelH3478; hij wilH14 mij den plicht van eens mans broeders nietH3808 doen.Maar indien dezen man zijns broeders vrouw niet bevallen zal te nemen, zo zal zijn broeders vrouw opgaan naar de poort tot de oudsten, en zeggen: Mijns mans broeder weigert zijn broeder een naam te verwekken in Israel; hij wil mij den plicht van eens mans broeders niet doen.
Ook in dit vers
plicht mans broedersH2992
mans broederH2993
KJVAnd if the man4like3not to take5his brother's wife,7then let his brother's wife9go up8to the gate10unto the elders,12and say,13My husband's brother15refuseth14to raise up16unto his brother17a name18in Israel,19he will21not perform the duty of my husband's brother.
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3יַחְפֹּץ֙H2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would4הָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5לָקַ֖חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יְבִמְתּ֑וֹH2994broeders vrouw, zwagerinbrother's wife, sister in law8וְעָלְתָה֩H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work9יְבִמְתּ֨וֹH2994broeders vrouw, zwagerinbrother's wife, sister in law10הַשַּׁ֜עְרָהH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)11אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12הַזְּקֵנִ֗יםH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator13וְאָֽמְרָה֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14מֵאֵ֨יןH3985weigerde, weigert, geweigerdrefuse, [idiom] utterly15יְבָמִ֜יH2993mans broederhusband's brother16לְהָקִ֨יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)17לְאָחִ֥יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'18שֵׁם֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report19בְּיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael20לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21אָבָ֖הH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing22יַבְּמִֽיH2992plicht mans broeder, plicht mans broeders, trouwperform the duty of a husband's brother, marry
8Dan zullen hem de oudsten zijner stad roepen, en tot hem spreken; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Dan zullen hem de oudstenH2205 zijner stadH5892roepenH7121, en totH413 hem sprekenH1696; blijft hij dan daarbij staanH5975, en zegtH559: Het bevaltH2654 mij nietH3808 haar te nemenH3947;Dan zullen hem de oudsten zijner stad roepen, en tot hem spreken; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen;
KJVThen the elders3of his city4shall call1him, and speak5unto him: and if he stand7to it, and say,8I like10not to take
1וְקָֽרְאוּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2ל֥וֹ3זִקְנֵיH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator4עִיר֖וֹH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5וְדִבְּר֣וּH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6אֵלָ֑יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7וְעָמַ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8וְאָמַ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10חָפַ֖צְתִּיH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would11לְקַחְתָּֽהּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
9Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Zo zal zijns broedersH251 vrouw voor de ogenH5869 der oudstenH2205totH413 hem toetredenH5066, en zijn schoenH5275 van zijn voetH7272uittrekkenH2502, en spuwenH3417 in zijn aangezichtH6440, en zal betuigenH6030 en zeggenH559: Alzo zal dien manH376gedaanH6213 worden, dieH834 zijns broeders huisH1004nietH3808 zal bouwenH1129.Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen.
Ook in dit vers
broeders vrouwH2994
KJVThen shall his brother's wife2come1unto him in the presence4of the elders,5and loose6his shoe7from off his foot,9and spit10in his face,11and shall answer12and say,13So shall it be done15unto that man16that will not build up19his brother's22house.
1וְנִגְּשָׁ֨הH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2יְבִמְתּ֣וֹH2994broeders vrouw, zwagerinbrother's wife, sister in law3אֵלָיו֮H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4לְעֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5הַזְּקֵנִים֒H2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator6וְחָלְצָ֤הH2502toegerust, toegerusten, bevrijdarm (self), (go, ready) armed ([idiom] man, soldier), deliver, draw out, make fat, loose, (ready) prepared, put off, take away, withdraw self7נַעֲלוֹ֙H5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)8מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9רַגְל֔וֹH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time10וְיָרְקָ֖הH3417gespogen, smadelijk, spuwen[idiom] but, spit11בְּפָנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12וְעָֽנְתָה֙H6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)13וְאָ֣מְרָ֔הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14כָּ֚כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus15יֵעָשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16לָאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יִבְנֶ֖הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)22אָחִֽיוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'
10En zijn naam zal in Israel genoemd worden: Het huis desgenen, dien de schoen uitgetogen is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zijn naamH8034 zal in IsraelH3478genoemdH7121 worden: Het huisH1004 desgenen, dien de schoenH5275uitgetogenH2502 is.En zijn naam zal in Israel genoemd worden: Het huis desgenen, dien de schoen uitgetogen is.
KJVAnd his name2shall be called1in Israel,3The house4of him that hath his shoe6loosed.
11Wanneer mannen, de een met den ander, twisten, en de vrouw des enen toetreedt, om haar man uit de hand desgenen, die hem slaat, te redden, en haar hand uitstrekt, en zijn schamelheid aangrijpt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Wanneer mannenH582, de een met den anderH251, twistenH5327, en de vrouwH802 des enen toetreedtH7126, om haar manH376 uit de handH3027 desgenen, die hem slaatH5221, te reddenH5337, en haar handH3027uitstrektH7971, en zijn schamelheidH4016aangrijptH2388;Wanneer mannen, de een met den ander, twisten, en de vrouw des enen toetreedt, om haar man uit de hand desgenen, die hem slaat, te redden, en haar hand uitstrekt, en zijn schamelheid aangrijpt;
KJVWhen menstrive2together4one with another,6and the wife8of the one9draweth near7for to deliver10her husband3out of the hand13of him that smiteth14him, and putteth forth15her hand,16and taketh17him by the secrets:
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִנָּצ֨וּH5327twistten, gekijf, woestebe laid waste, runinous, strive (together)3אֲנָשִׁ֤יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4יַחְדָּו֙H3162samen, tezamenalike, at all (once), both, likewise, only, (al-) together, withal5אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6וְאָחִ֔יוH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7וְקָֽרְבָה֙H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take8אֵ֣שֶׁתH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9הָֽאֶחָ֔דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10לְהַצִּ֥ילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אִישָׁ֖הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13מִיַּ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves14מַכֵּ֑הוּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound15וְשָׁלְחָ֣הH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)16יָדָ֔הּH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves17וְהֶחֱזִ֖יקָהH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand18בִּמְבֻשָֽׁיוH4016schamelheidsecrets
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Zo zult gij haar hand afhouwen, uw oog zal niet verschonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zo zult gij haar handH3709afhouwenH7112, uw oogH5869 zal nietH3808verschonenH2347.Zo zult gij haar hand afhouwen, uw oog zal niet verschonen.
KJVThen thou shalt cut off1her hand,3thine eye6shall not pity
1וְקַצֹּתָ֖הH7112afgekort, afgehouwen, hieuwcut (asunder, in pieces, in sunder, off), [idiom] utmost2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כַּפָּ֑הּH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תָח֖וֹסH2347verschonen, sparen, verschonepity, regard, spare6עֵינֶֽךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
13Gij zult geen tweeerlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Gij zult geenH3808tweeerleiH68weegstenenH68 in uw zakH3599 hebben; een grotenH1419 en een kleinenH6996.Gij zult geen tweeerlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen.
KJVThou shalt not have in thy bag4divers weights,5a great7and a small.
14Gij zult in uw huis geen tweeerlei efa hebben, een grote en een kleine.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Gij zult in uw huisH1004geenH3808tweeerleiH374efaH374 hebben, een groteH1419 en een kleineH6996.Gij zult in uw huis geen tweeerlei efa hebben, een grote en een kleine.
KJVThou shalt not have in thine house4divers measures,5a great7and a small.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3לְךָ֛4בְּבֵיתְךָ֖H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5אֵיפָ֣הH374efa, tweeerleiephah, (divers) measure(-s)6וְאֵיפָ֑הH374efa, tweeerleiephah, (divers) measure(-s)7גְּדוֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very8וּקְטַנָּֽהH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)
15Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Gij zult een volkomenH8003 en gerechtenH6664weegsteenH68 hebben; gij zult een volkomeneH8003 en gerechteH6664efaH374 hebben; opdatH4616 uw dagenH3117verlengdH748 worden in het landH127, datH834 u de HEEREH3068, uw GodH430, gevenH5414 zal.Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
KJVBut thou shalt have a perfect2and just3weight,1a perfect7and just8measure6shalt thou have: that thy days13may be lengthened12in the land15which the LORD17thy God18giveth
1אֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)2שְׁלֵמָ֤הH8003volkomen, volkomene, volmaaktfull, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole3וָצֶ֨דֶק֙H6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)4יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לָּ֔ךְ6אֵיפָ֧הH374efa, tweeerleiephah, (divers) measure(-s)7שְׁלֵמָ֛הH8003volkomen, volkomene, volmaaktfull, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole8וָצֶ֖דֶקH6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)9יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לָּ֑ךְ11לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to12יַאֲרִ֣יכוּH748verlengen, verlengt, verlengddefer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long)13יָמֶ֔יךָH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הָֽאֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield20לָֽךְ
16Want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel; ja, al wie onrecht doet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16WantH3588 al wie zulks doet, is den HEEREH3068, uw GodH430, een gruwelH8441; ja, alH3605 wie onrechtH5766doetH6213.Want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel; ja, al wie onrecht doet.
KJVFor all that do6such things,7and all that do9unrighteously,10are an abomination2unto the LORD3thy God.
1כִּ֧יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תוֹעֲבַ֛תH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination3יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֹ֣שֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9עֹ֥שֵׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10עָֽוֶלH5766onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheidiniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)
17Gedenkt, wat u Amalek gedaan heeft op den weg, als gij uit Egypte uittoogt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17GedenktH2142, watH834 u AmalekH6002gedaanH6213 heeft op den wegH1870, als gij uit EgypteH4714uittoogtH3318;Gedenkt, wat u Amalek gedaan heeft op den weg, als gij uit Egypte uittoogt;
KJVRemember1what Amalek6did4unto thee by the way,7when ye were come forth8out of Egypt;
1זָכ֕וֹרH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לְךָ֖6עֲמָלֵ֑קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek7בַּדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8בְּצֵאתְכֶ֥םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
18Hoe hij u op den weg ontmoette, en sloeg onder u in den staart al de zwakken achter u, als gij moede en mat waart; en hij vreesde God niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Hoe hij u op den wegH1870ontmoetteH7136, en sloeg onder u in den staart alH3605 de zwakkenH2826achterH310 u, als gij moedeH5889 en matH3023 waart; en hij vreesdeH3373GodH430nietH3808.Hoe hij u op den weg ontmoette, en sloeg onder u in den staart al de zwakken achter u, als gij moede en mat waart; en hij vreesde God niet.
Ook in dit vers
sloeg staartH2179
KJVHow he met2thee by the way,3and smote the hindmost4of thee, even all that were feeble7behind8thee, when thou wast faint10and weary;11and he feared13not God.
1אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2קָֽרְךָ֜H7136wedervaren, ontmoet, ontmoetenappoint, lay (make) beams, befall, bring, come (to pass unto), floor, (hap) was, happen (unto), meet, send good speed3בַּדֶּ֗רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4וַיְזַנֵּ֤בH2179slaat, sloeg staartsmite the hindmost5בְּךָ֙6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הַנֶּחֱשָׁלִ֣יםH2826zwakkenfeeble8אַֽחַרֶ֔יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10עָיֵ֣ףH5889moede, vermoeide, dorstigfaint, thirsty, weary11וְיָגֵ֑עַH3023moede, matfull of labour, weary12וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יָרֵ֖אH3373vrezen, vreest, vrezendeafraid, fear (-ful)14אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
19Het zal dan geschieden, als u de HEERE, uw God, rust zal gegeven hebben, van al uw vijanden rondom, in het land, dat u de HEERE, uw God, ten erve geven zal, om hetzelve erfelijk te bezitten, dat gij de gedachtenis van Amalek van onder den hemel zult uitdelgen; vergeet het niet!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Het zal dan geschiedenH1961, als u de HEEREH3068, uw GodH430, rustH5117 zal gegeven hebben, van alH3605 uw vijandenH341rondomH5439, in het landH776, datH834 u de HEEREH3068, uw GodH430, ten erveH5159gevenH5414 zal, om hetzelve erfelijkH3423 te bezitten, dat gij de gedachtenisH2143 van AmalekH6002 van onderH8478 den hemelH8064 zult uitdelgenH4229; vergeetH7911 het nietH3808!Het zal dan geschieden, als u de HEERE, uw God, rust zal gegeven hebben, van al uw vijanden rondom, in het land, dat u de HEERE, uw God, ten erve geven zal, om hetzelve erfelijk te bezitten, dat gij de gedachtenis van Amalek van onder den hemel zult uitdelgen; vergeet het niet!
KJVTherefore it shall be, when the LORD3thy God4hath given thee rest2from all thine enemies7round about,8in the land9which the LORD11thy God12giveth13thee for an inheritance15to possess16it, that thou shalt blot out17the remembrance19of Amalek20from under heaven;22thou shalt not forget
1וְהָיָ֡הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּהָנִ֣יחַH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֣יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5לְ֠ךָ6מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7אֹ֨יְבֶ֜יךָH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe8מִסָּבִ֗יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side9בָּאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֱ֠לֹהֶיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13נֹתֵ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לְךָ֤15נַחֲלָה֙H5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)16לְרִשְׁתָּ֔הּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly17תִּמְחֶה֙H4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19זֵ֣כֶרH2143gedachtenis, gedenknaammemorial, memory, remembrance, scent20עֲמָלֵ֔קH6002Amalek, Amalekieten, watAmalekAmalek21מִתַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with22הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)23לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24תִּשְׁכָּֽחH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 25:1— Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij den rechtvaardige rechtvaardig spreken, en den onrechtvaardige verdoemen.Spreuken 17:15→Deuteronomium 17:8→Jesaja 5:23→Maleachi 3:18→Jesaja 1:17→Deuteronomium 1:16→Ezechiël 44:24→Exodus 23:6→
Deuteronomium 25:2— En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal.Lukas 12:47→Handelingen 5:40→Mattheüs 27:26→Mattheüs 10:17→Handelingen 16:22→1 Petrus 2:20→1 Petrus 2:24→
Deuteronomium 25:3— Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde.Job 18:3→Lukas 15:30→2 Korinthe 11:24→Jakobus 2:2→Lukas 18:9→
Deuteronomium 25:4— Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst.Spreuken 12:10→1 Korinthe 9:9→Jesaja 28:27→1 Timotheüs 5:17→Hosea 10:11→
Deuteronomium 25:5— Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw des verstorvenen aan geen vreemden man daarbuiten geworden; haar mans broeder zal tot haar ingaan en nemen haar zich ter vrouw, en doen haar den plicht van eens mans broeder.Markus 12:19→Lukas 20:28→Mattheüs 22:24→Genesis 38:8→Ruth 1:12→Ruth 4:5→Ruth 3:9→
Deuteronomium 25:6— En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, dien zij zal baren, zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israel.Deuteronomium 9:14→Deuteronomium 21:19→Ruth 4:1→Psalmen 109:13→Psalmen 9:5→Ruth 4:10→Genesis 28:8→Deuteronomium 29:20→
Deuteronomium 25:7— Maar indien dezen man zijns broeders vrouw niet bevallen zal te nemen, zo zal zijn broeders vrouw opgaan naar de poort tot de oudsten, en zeggen: Mijns mans broeder weigert zijn broeder een naam te verwekken in Israel; hij wil mij den plicht van eens mans broeders niet doen.Ruth 4:5→Ruth 4:1→
Deuteronomium 25:8— Dan zullen hem de oudsten zijner stad roepen, en tot hem spreken; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen;Ruth 4:6→
Deuteronomium 25:9— Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen.Ruth 4:7→Numeri 12:14→Jesaja 50:6→Job 30:10→1 Samuël 2:30→Jesaja 20:2→Genesis 38:8→Mattheüs 27:30→
Deuteronomium 25:11— Wanneer mannen, de een met den ander, twisten, en de vrouw des enen toetreedt, om haar man uit de hand desgenen, die hem slaat, te redden, en haar hand uitstrekt, en zijn schamelheid aangrijpt;1 Timotheüs 2:9→Romeinen 3:8→
Deuteronomium 25:12— Zo zult gij haar hand afhouwen, uw oog zal niet verschonen.Deuteronomium 19:13→Deuteronomium 7:2→Deuteronomium 19:21→
Deuteronomium 25:13— Gij zult geen tweeerlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen.Spreuken 11:1→Amos 8:5→Leviticus 19:35→Spreuken 16:11→Micha 6:11→Ezechiël 45:10→Spreuken 20:10→
Deuteronomium 25:15— Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.Exodus 20:12→Deuteronomium 4:40→Deuteronomium 17:20→Deuteronomium 5:33→1 Petrus 3:10→Deuteronomium 11:9→Psalmen 34:12→Deuteronomium 6:18→
Deuteronomium 25:16— Want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel; ja, al wie onrecht doet.Spreuken 11:1→Deuteronomium 18:12→Deuteronomium 22:5→1 Thessalonicenzen 4:6→1 Korinthe 6:9→Amos 8:5→Openbaring 21:27→Spreuken 20:23→
Deuteronomium 25:17— Gedenkt, wat u Amalek gedaan heeft op den weg, als gij uit Egypte uittoogt;Exodus 17:8→Numeri 25:17→Numeri 24:20→
Deuteronomium 25:18— Hoe hij u op den weg ontmoette, en sloeg onder u in den staart al de zwakken achter u, als gij moede en mat waart; en hij vreesde God niet.Romeinen 3:18→Psalmen 36:1→Nehemia 5:9→Nehemia 5:15→Spreuken 16:6→
Deuteronomium 25:19— Het zal dan geschieden, als u de HEERE, uw God, rust zal gegeven hebben, van al uw vijanden rondom, in het land, dat u de HEERE, uw God, ten erve geven zal, om hetzelve erfelijk te bezitten, dat gij de gedachtenis van Amalek van onder den hemel zult uitdelgen; vergeet het niet!Exodus 17:14→Deuteronomium 9:14→Jozua 23:1→1 Samuël 27:8→1 Samuël 30:1→Jozua 6:3→Esther 9:7→Esther 7:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 25 vers 1— Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij den rechtvaardige rechtvaardig spreken, en den onrechtvaardige verdoemen.
en zij tot het gericht
Wanneer zij elkander niet behoorlijk kunnen verdragen. Anders, zo zullen zij, enz.
Hertaald:en zij tot het gericht
Wanneer zij het onderling niet naar behoren kunnen bijleggen. Anders: zo zullen zij, enzovoort.
zij hen richten,
Te weten, de rechters.
Hertaald:zij hen richten,
Namelijk: de rechters.
zij
De rechters.
Hertaald:zij
De rechters.
den rechtvaardige rechtvaardig spreken,
Dat is hier, dengene, die onschuldig is, of een rechtvaardige zaak heeft, voor zodanig verklaren, en den schuldige, of, die onrecht heeft, voor zodanig verklaren en veroordelen. Zie wijders Gen. 44:16; Num. 35:31.
Hertaald:den rechtvaardige rechtvaardig spreken,
Dat is hier: hem die onschuldig is of een rechtvaardige zaak heeft, als zodanig verklaren, en de schuldige, of wie ongelijk heeft, als zodanig verklaren en veroordelen. Zie verder Gen. 44:16; Num. 35:31.
Deuteronomium 25 vers 2— En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal.
slagen verdiend heeft,
Hebreeuws, een zoon, of kind van het slaan is; dat is, waardig om geslagen te worden, of die slagen verdiend heeft en daartoe verwezen of veroordeeld is. Vergelijk Matt. 23:15; Joh. 17:12; Ef. 2:3; 2 Thess. 2:3. Zie wijders 2 Sam. 3:34.
Hertaald:slagen verdiend heeft,
Hebreeuws: een zoon of kind van het slaan is; dat is: die het waard is geslagen te worden, of die slagen verdiend heeft en daartoe verwezen of veroordeeld is. Vergelijk Matt. 23:15; Joh. 17:12; Ef. 2:3; 2 Thess. 2:3. Zie verder 2 Sam. 3:34.
in zijn tegenwoordigheid,
Hebreeuws, voor zijn aangezicht
Hertaald:in zijn tegenwoordigheid,
Hebreeuws: voor zijn aangezicht.
naar dat het voor zijn
Hebreeuws, naar de genoegzaamheid zijner onrechtvaardigheid
Hertaald:naar dat het voor zijn
Hebreeuws: naar de mate van zijn ongerechtigheid.
in getal
Dat is, met zeker getal van slagen, naar den eis van zijn misdaad, maar niet boven de veertig, gelijk volgt.
Hertaald:in getal
Dat is: met een bepaald aantal slagen, naar wat zijn misdaad eist, maar niet boven de veertig, zoals hierna volgt.
Deuteronomium 25 vers 3— Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde.
doen slaan,
Dat is, mogen doen slaan.
Hertaald:doen slaan,
Dat is: mogen laten slaan.
hij zal er niet toedoen;
Hieruit is de gewoonte gekomen, dat men niet meer dan negen en dertig slagen heeft gegeven, om immers niet te veel te doen. Zie 2 Kor. 11:24; hoewel veel Joden de negen en dertig slagen uit dezen tekst zoeken te bewijzen, verkerende dien naar hun gewoonte.
Hertaald:hij zal er niet toedoen;
Hieruit is de gewoonte ontstaan dat men niet meer dan negenendertig slagen gaf, om er in geen geval te veel te geven. Zie 2 Kor. 11:24; hoewel veel Joden de negenendertig slagen uit deze tekst trachten te bewijzen door hem naar hun gewoonte te verdraaien.
uw broeder dan voor uw ogen
Die, gelijk gij, van den zade Abrahams is.
Hertaald:uw broeder dan voor uw ogen
Die, net als u, uit het zaad van Abraham is.
verachtelijk gehouden worde
Dat is, van den rechter en anderen minder geacht worde, gelijk de wet der liefde vereist en onder Gods volk betaamt, en de misdadige door onmatig slaan voor de ogen zijner broeders niet ijslijk en mismaakt worde, of ook in gevaar des levens kome.
Hertaald:verachtelijk gehouden worde
Dat is: dat hij door de rechter en anderen minder geacht wordt dan de wet van de liefde vereist en onder Gods volk betaamt, en dat de misdadiger door bovenmatig slaan voor de ogen van zijn broeders niet afschuwelijk en misvormd wordt, of ook in levensgevaar komt.
Deuteronomium 25 vers 4— Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst.
Een os zult gij niet muilbanden,
Zodat hij onder den arbeid zijn voeder niet zou kunnen nemen.
Hertaald:Een os zult gij niet muilbanden,
Zodat hij onder het werk zijn voer niet zou kunnen nemen.
dorst
Het koren met voeten tredende, of [gelijk de Hebreën zeggen] den dorswagen [die van onderen vol stompe houten, takken of kerven was] daarover omtrekkende, om het koren van het stro te scheiden en het stro tot kaf voor de beesten te maken; waarop God wijders in deze wet gezien heeft, zie 1 Kor. 9:9-10, enz.
Hertaald:dorst
Door het koren met de voeten te vertreden, of — zoals de Hebreeën zeggen — de dorswagen, die aan de onderkant vol stompe houten, takken of kerven zat, eroverheen te trekken, om het koren van het stro te scheiden en het stro tot kaf voor de dieren te maken. Waarop God in deze wet verder gezien heeft; zie 1 Kor. 9:9-10, enzovoort.
Deuteronomium 25 vers 5— Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw des verstorvenen aan geen vreemden man daarbuiten geworden; haar mans broeder zal tot haar ingaan en nemen haar zich ter vrouw, en doen haar den plicht van eens mans broeder.
een van hen sterft,
Anders, de eerste; dat is, de eerstgeborene of de oudste onder velen, ja ook de naaste bloedverwant onder velen. Vergelijk Gen. 38:6, enz; Ruth 3, en Matt. 22:24, enz.
Hertaald:een van hen sterft,
Anders: de eerste; dat is: de eerstgeborene of de oudste onder velen, ja ook de naaste bloedverwant onder velen. Vergelijk Gen. 38:6, enzovoort; Ruth 3, en Matt. 22:24, enzovoort.
aan geen vreemden man daarbuiten geworden;
Versta, buiten den familie van haar gestorven man zal zij niet mogen trouwen of iemand ter vrouw worden.
Hertaald:aan geen vreemden man daarbuiten geworden;
Versta: buiten de familie van haar gestorven man zal zij niet mogen trouwen of iemands vrouw worden.
nemen haar zich ter vrouw,
Wel verstaande, zo hij ongetrouwd is. Zie de wet Lev. 18:18.
Hertaald:nemen haar zich ter vrouw,
Wel te verstaan: als hij ongetrouwd is. Zie de wet in Lev. 18:18.
Deuteronomium 25 vers 6— En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, dien zij zal baren, zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israel.
zal staan in den naam zijns broeders,
Dat is, zal een zoon des gestorven broeders genaamd worden, en als zijn erfgenaam in zijn plaats treden.
Hertaald:zal staan in den naam zijns broeders,
Dat is: zal een zoon van de gestorven broer genoemd worden en als zijn erfgenaam in zijn plaats treden.
opdat zijn naam niet
Hieruit, alsook uit vs.7, blijkt dat dit huwelijk voornamelijk zag op de vermenigvuldiging van Abrahams zaad, of de Joodse familiën, tot op de komst van den Messias. Dienvolgens gaat deze wet den Christenen gans niet aan.
Hertaald:opdat zijn naam niet
Hieruit, en ook uit vers 7, blijkt dat dit huwelijk vooral zag op de vermeerdering van Abrahams zaad, of van de Joodse families, tot op de komst van de Messias. Daarom gaat deze wet de christenen in het geheel niet aan.
Deuteronomium 25 vers 7— Maar indien dezen man zijns broeders vrouw niet bevallen zal te nemen, zo zal zijn broeders vrouw opgaan naar de poort tot de oudsten, en zeggen: Mijns mans broeder weigert zijn broeder een naam te verwekken in Israel; hij wil mij den plicht van eens mans broeders niet doen.
poort tot de oudsten,
Zie Gen. 22:17.
Hertaald:poort tot de oudsten,
Zie Gen. 22:17.
Deuteronomium 25 vers 8— Dan zullen hem de oudsten zijner stad roepen, en tot hem spreken; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen;
blijft hij dan daarbij staan,
Vergelijk Ezech. 44:24.
Hertaald:blijft hij dan daarbij staan,
Vergelijk Ezech. 44:24.
Deuteronomium 25 vers 9— Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen.
schoen van zijn voet uittrekken,
Tot een teken dat hij in zijns broeders erfenis niet zou mogen treden. Zie Ruth 4:8.
Hertaald:schoen van zijn voet uittrekken,
Tot een teken dat hij niet in de erfenis van zijn broer zou mogen treden. Zie Ruth 4:8.
spuwen in zijn aangezicht,
Om met deze openbare smaadheid hem te beschamen, en anderen af te schrikken.
Hertaald:spuwen in zijn aangezicht,
Om hem met deze openbare smaad te beschamen en anderen af te schrikken.
huis niet zal bouwen
Zie Gen. 16:2.
Hertaald:huis niet zal bouwen
Zie Gen. 16:2.
Deuteronomium 25 vers 10— En zijn naam zal in Israel genoemd worden: Het huis desgenen, dien de schoen uitgetogen is.
zijn naam zal in Israël genoemd worden
Versta, en van zijn huis.
Hertaald:zijn naam zal in Israël genoemd worden
Versta: en van zijn huis.
Deuteronomium 25 vers 11— Wanneer mannen, de een met den ander, twisten, en de vrouw des enen toetreedt, om haar man uit de hand desgenen, die hem slaat, te redden, en haar hand uitstrekt, en zijn schamelheid aangrijpt;
de een met den ander,
Hebreeuws, de man en zijn broeder
Hertaald:de een met den ander,
Hebreeuws: de man en zijn broeder.
twisten,
Dat is, vechten.
Hertaald:twisten,
Dat is: vechten.
zijn schamelheid aangrijpt;
Van de tegenpartij.
Hertaald:zijn schamelheid aangrijpt;
Van de tegenpartij.
Deuteronomium 25 vers 12— Zo zult gij haar hand afhouwen, uw oog zal niet verschonen.
uw oog zal niet verschonen
Om iedereen van alle oneerbaarheid en onbeschaamdheid af te schrikken.
Hertaald:uw oog zal niet verschonen
Om iedereen van alle oneerbaarheid en onbeschaamdheid af te schrikken.
Deuteronomium 25 vers 13— Gij zult geen tweeerlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen.
tweeërlei weegstenen
Hebreeuws, niet steen en steen; dat is, tweeërlei gewicht. Zie Lev. 19:36. Alzo ook onder, vs.15, en Spr. 20:10.
Hertaald:tweeërlei weegstenen
Hebreeuws: niet steen en steen; dat is: tweeërlei gewicht. Zie Lev. 19:36. Zo ook hieronder, vers 15, en Spr. 20:10.
Deuteronomium 25 vers 14— Gij zult in uw huis geen tweeerlei efa hebben, een grote en een kleine.
efa hebben,
Hebreeuws, efa en efa. Zie Ex. 16:36.
Hertaald:efa hebben,
Hebreeuws: efa en efa. Zie Ex. 16:36.
Deuteronomium 25 vers 15— Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
gerechten weegsteen hebben;
Hebreeuws, steen der gerechtigheid; en zo in het volgende.
Hertaald:gerechten weegsteen hebben;
Hebreeuws: steen van de gerechtigheid; en zo ook in het vervolg.
Deuteronomium 25 vers 16— Want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel; ja, al wie onrecht doet.
is den HEERE,
Hebreeuws, een gruwel des HEEREN. Zie boven, Deut. 17:1.
Hertaald:is den HEERE,
Hebreeuws: een gruwel van de HEERE. Zie hierboven, Deut. 17:1.
Deuteronomium 25 vers 17— Gedenkt, wat u Amalek gedaan heeft op den weg, als gij uit Egypte uittoogt;
Amalek gedaan heeft
Dat is, de Amalekieten, die wel afkomstig waren van Amalek, Ezaus kindskind, maar, om hun bittere vijandschap tegen Israël bewezen, door God specialijk verbannen zijn. Vergelijk boven, Deut. 23:7.
Hertaald:Amalek gedaan heeft
Dat is: de Amalekieten, die wel afkomstig waren van Amalek, het kleinkind van Ezau, maar die vanwege de bittere vijandschap die zij tegen Israël betoond hebben door God in het bijzonder verbannen zijn. Vergelijk hierboven, Deut. 23:7.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zwagerhuwelijk (leviraat) — Van het Latijnse levir, "zwager" — het huwelijk met de weduwe van een kinderloos gestorven broer
Wanneer broers samenwoonden en een van hen kinderloos stierf, moest zijn broer de weduwe tot vrouw nemen; de eerstgeborene uit dat huwelijk stond op naam van de gestorvene, opdat zijn naam niet uit Israël uitgedelgd zou worden (Deut. 25:5-6). Weigerde de zwager, dan bracht de weduwe de zaak voor de oudsten in de poort; zij trok hem de schoen van de voet en spuwde in zijn aangezicht, waarna zijn huis in Israël voortaan "het huis desgenen dien de schoen uitgetogen is" heette (Deut. 25:7-10). Het boek Ruth toont de instelling in werking, verweven met de losserplicht: de nadere bloedverwant trekt zich terug en Boaz neemt beide plichten op zich (Ruth 4:1-10).
Bijbelse betekenis: De regeling beschermde twee dingen tegelijk: de weduwe, die anders zonder onderhoud achterbleef, en de naam en het erfdeel van de gestorvene, dat anders uit zijn geslacht verdween. Zij laat zien hoezeer in Israël de naam en het erfdeel als één zaak golden — een mens verdween niet zonder meer uit het verbondsvolk.
Typologie: De Sadduceeën gebruiken deze wet om de opstanding belachelijk te maken met het geval van zeven broers en één vrouw. De Heere Jezus antwoordt dat zij de Schriften noch de kracht Gods kennen, en Hij bewijst de opstanding uit Gods eigen woorden aan Mozes: Hij is niet een God der doden maar der levenden (Matt. 22:23-32; Mark. 12:18-27). Daarnaast loopt er een stille lijn van deze wet naar Christus Zelf. Uit het zwagerhuwelijk van Boaz en Ruth wordt Obed geboren, de grootvader van David; zo staat deze instelling in het geslachtsregister van de Heere Jezus (Ruth 4:13-17; Matt. 1:5-6).
I. Vs. 1-19.KruisverwijzingenMarkus 12:19→Lukas 20:28→Mattheüs 22:24→Genesis 38:8→Spreuken 12:10→Ruth 1:12→Ruth 4:7→Numeri 12:14→ — Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij den rechtvaardige rechtvaardig spreken, en den onrechtvaardige verdoemen. En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal. Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde. Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst. Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw des verstorvenen aan geen vreemden man daarbuiten geworden; haar mans broeder zal tot haar ingaan en nemen haar zich ter vrouw, en doen haar den plicht van eens mans broeder. En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, dien zij zal baren, zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israel. Maar indien dezen man zijns broeders vrouw niet bevallen zal te nemen, zo zal zijn broeders vrouw opgaan naar de poort tot de oudsten, en zeggen: Mijns mans broeder weigert zijn broeder een naam te verwekken in Israel; hij wil mij den plicht van eens mans broeders niet doen. Dan zullen hem de oudsten zijner stad roepen, en tot hem spreken; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen; Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen. En zijn naam zal in Israel genoemd worden: Het huis desgenen, dien de schoen uitgetogen is. De bepalingen over lijfstraffen, over het te houden gedrag ook met betrekking tot werkdieren (vs.4), over de handhaving van het leviraats-huwelijk (vs.5-10) moeten de liefdeloosheid en onrechtvaardigheid onder het volk van God voorkomen: aan dit laatste knoopt zich een vervolg aan over de bestraffing van schaamteloze misstappen van de vrouwelijke sexe (vs.11,12) en een tweede over de gerechtigheid in maat en gewicht. Hoezeer echter Israël in zijn betrekking jegens de naaste de liefde moet laten heersen, en dit zelfs bij vreemden en vijanden, mag zulke liefde toch niet ontaarden in zwakheid en verdraagzame toegevendheid jegens de openbare goddeloosheid; daarna volgt op deze bepalingen een herinnering aan datgene hoe Gods volk, wanneer het tot rust zal gekomen zijn, met Amalek moet handelen (vs.17-19).
KruisverwijzingenSpreuken 17:15→Deuteronomium 17:8→Jesaja 5:23→Maleachi 3:18→Jesaja 1:17→Deuteronomium 1:16→Ezechiël 44:24→Exodus 23:6→— Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij den rechtvaardige rechtvaardig spreken, en den onrechtvaardige verdoemen.
Wanneer1) er tussen mensen twist zal zijn, en zij tot het gerecht a) zullen toetreden; dat zij hen richten, dat zij in hun twist beslissen, zo zullen zij de rechtvaardige, hem, die gelijk heeft, rechtvaardig spreken, in het gelijkstellen, en de onrechtvaardige verdoemen; hem, die in het ongelijk is, veroordelen. b)
(Ex.16:18 vv. b) Ex.23:7 Spreuken. 17:15
Over de straffen, welke op niet-hoofdzonden waren gesteld, wordt in de eerste drie verzen gehandeld. Indien de schuld niet bewezen kon worden, moest de beschuldigde voor rechtvaardig worden verklaard. In het tegenovergestelde geval echter moest terstond in aanwezigheid van de rechters de straf, na het uitspreken van het vonnis, uitgevoerd worden. Niet meer dan 40 slagen mochten worden gegeven, maar omdat volgens Josefus de geseling plaats had met een touw met drie strengen, en daarom drie slagen voor één werd gegeven, gaf men 40-1= 39, om geen 42 te geven.
KruisverwijzingenLukas 12:47→Handelingen 5:40→Mattheüs 27:26→Mattheüs 10:17→Handelingen 16:22→1 Petrus 2:20→1 Petrus 2:24→— En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal.
En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen, tuchtiging, verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen neervallen, om dadelijk a) het vonnis aan hem ten uitvoer te laten brengen, en terwijl hij op aarde ligt uitgestrekt, hem doen slaan door de b) ambtslieden in zijn aanwezigheid, naardat het voor zijn ongerechtvaardigheid, genoeg zal zijn in getal, al naarmate hem straf is toegedeeld volgens de maatstaf van zijn misdaden.
hoofdstuk 22:18 (Numeri. 15:36 b)hoofdstuk 16:18
KruisverwijzingenJob 18:3→Lukas 15:30→2 Korinthe 11:24→Jakobus 2:2→Lukas 18:9→— Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde.
Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen, zelfs niet in het ergste geval, waarin geselslagen toegediend worden, opdat niet misschien, zo hij voortvoer hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden wordt; door de overmatige tuchtiging in een toestand komt, waarin men de ogen moet afwenden; maar immer moet gij in de strafschuldige ook na de straf uw meemens en broeder zien. Zie over doodstraffen (Leviticus. 20:2,14). Over lijfstraffen vinden wij, in gevallen, die betrekking hebben op lichaamsverwonding in Ex.21:23 vv. Leviticus. 24:19 Deuteronomium. 19:21 de wedervergelding (jus talionis) ingesteld, maar hierbij is nog niet uitgemaakt, in hoeverre dit letterlijk werd uitgevoerd, of veranderd werd in geldboete (zie Ex 21.25). Hier nu wordt er de geselstraf bijgevoegd, die op Egyptische manier werd uitgevoerd. De strafschuldige werd namelijk plat op de grond neergelegd, aan handen en voeten vastgebonden en zo met een stok geslagen. Die slagen mochten de 40 niet overschrijden; dit heeft zijn grond in de symbolische betekenis van dit getal (zie Ex 24.18), maar in het bijzonder op Genesis 7:12. De rabbijnen hebben dit slagental op 40-1 (= 39) slagen voorgesteld (2 Corinthiers. 11:24) uit overdreven angst, dat zij bij mistelling de letter van de wet zouden overtreden, en hebben het werkelijk overschrijden van de letter van de wet hiermee gerechtvaardigd, dat zij het slotwoord van het tweede vers bemisfar (= naar het getal) tot het eerste woord van vers 3 maken dus: “met het getal veertig”, en dit met hun spitsvondige uitlegzucht zo verklaard: men mag hem straffen met het getal dat onmiddellijk 40 voorafgaat, dus met 39; afgezien nu nog van deze dwaasheid, wordt hier ook het betekenisvolle, dat in de getalbepaling van 40 gelegen is, prijsgegeven. Naderhand kwamen gevlochten geselriemen van kalfs- en ezelsleer in gebruik, en de misdadiger werd daarmee gegeseld, terwijl hij een voorovergebogene houding moest aannemen (Matth.10:17; 23:34 Hand.5:40 ). Ook hierin hebben de rabbijnen voorzien, odmat zij het in de tekst “bikkóret” (= straf) niet van Bakar (= aanzien); maar van Bakar (= rundvee) afleiden en dus zeggen zij “geseling zal er geschieden.” Volgens Maimonides beval een van de rechters te slaan, de tweede las voor Deuteronomium. 28:58; 29:9 en besloot met Psalm. 78:38: “Doch Hij barmhartig zijnde verzoende de ongerechtigheid.” Geldstraffen voor diefstal, ontvreemding en sommige gevallen van lichaamsverwonding, of schending van eer werden toegewezen in het voordeel van de beledigde en mochten hoogstens 100 sikkels bedragen (hoofdstuk 22:19); gevangenis daarentegen of ballingschap worden in de Mozaïsche wet, volgens de theocratische grondregel om het boze uit te roeien niet toegepast. Eerst onder de koningen werd gevangenisstraf opgelegd in het bijzonder aan de “naar hun dunken wat al te vrijmoedige profeten (2 Kron.16:10 Jer.20:2; 32:2; 37:15 ). Na de ballingschap wordt zij op een lijn gesteld met de overige straffen (Ezra 7:26 Matth.11:2; 18:30 Hand.5:18; 8:3 ); van toen af wordt ook ballingschap genoemd (Ezra 7:26) In deze drie verzen komt zoals overal de uitnemendheid van Israëls wetgeving duidelijk te voorschijn, als verreweg uitmuntende boven alle beschaafde of onbeschaafde wetgevingen van vroeger of later tijd. De vader straft uit liefde het kind, maar martelt het niet. Heeft het kwaad bij iemand de overhand gekregen, het lichaam wordt verdorven, opdat de ziel behouden blijft.
“Het richterambt is een karakter van God, waarvan dikwijls een karakter van de duivel gemaakt wordt.”.
KruisverwijzingenSpreuken 12:10→1 Korinthe 9:9→Jesaja 28:27→1 Timotheüs 5:17→Hosea 10:11→— Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst.
Een os zult gij niet muilbanden met een korf, als hij dorst, als hij door u wordt gebruikt om koren te dorsen, maar gij zult hem in tegendeel vrij zich laten voeden met datgene, waarvoor hij zijn krachten inspant. Nadat men het koren met de sikkel gesneden had (hoofdstuk 16:9; 23:25), werd het afgesnedene op de armen bijeengedragen (Psalm. 129:7), tot schoven saenmgebonden en deze in huis gebracht (Ruth 3:7 Hoogl.7:2 ), om dan na het einde van de oogst gedorst te worden. De daarbij gebruikelijke dorsvloeren waren effen vastgestampte plaatsen onder de bloten hemel, gewoonlijk op hoogten aangelegd, opdat de wind hij het wannen het kaf kon mee voeren (Jeremia. 4:11 Hos.13:3 ). Het dorsen geschiedde òf zo dat men op een rij gespannen runderen het koren uit de bolster liet uittreden, òf door middel van dorsmachines. Deze laatste bestonden deels uit zware planken met vele inkepingen als ene vijl voorzien, of ook wel met spitse stenen bezet (Dorssleden, Jesaja. 28:27); deels uit een kleine wagen met lage getande raders, die met gewicht verzwaard door runderen voortgetrokken werd. Hierbij nu mag de os niet verhinderd worden zich aan het koren te verzadigen. De Oosterlingen nemen ook nu nog dit voorschrift in acht, maar de hedendaagse Christenen in Palestina bekommeren er zich niet om, evenals de Moslims. Zie ook het gebruik, dat Paulus van die tekst maakt in 1 Kor.9:9; 1 Tim.5:18.
“Als Mozes, die voor alles zo geweldig aandringt op reinheid en heiligheid van hart, midden onder de gewichtigste wetten het niet te gering schat acht te geven op de strenge behandeling van een dier, zo staat hij werkelijk in het goddelijk middelpunt van de gehele aarde; van dit middelpunt uit gaan rechte lijnen naar alle schepselen.”.
KruisverwijzingenMarkus 12:19→Lukas 20:28→Mattheüs 22:24→Genesis 38:8→Ruth 1:12→Ruth 4:5→Ruth 3:9→— Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw des verstorvenen aan geen vreemden man daarbuiten geworden; haar mans broeder zal tot haar ingaan en nemen haar zich ter vrouw, en doen haar den plicht van eens mans broeder.
Wanneer broeders (in de eigenlijke zin) samenwonen op een plaats en een van hen sterft en geen zoon heeft of liever: zonder kinderen na te laten, zo zal de vrouw van de gestorvene van geen vreemde man, die niet uit de familie is, daar buiten worden: a) haar mans broeder, het eerst volgens recht en plicht, zal tot haar ingaan en haar op deze manier zich tot vrouw nemen en haar de plicht doen van de broeder van een man, haar huwende.
Matth.22:25 Mark.12:19 Luk.20:28 Het trouwen zelf (de huwelijksverbindtenis) vond vóór Christus nog geen plaats, maar de echtsluiting werd na voorafgegaan gemeenschappelijk overleg, door de echtelijke samenwoning zelf gesloten; toch geschiedde reeds vroeg de huwelijksvoltrekking door een feestelijke overgave van de bruid van de kant van haar ouders of speelnoten aan de bruidegom (Genesis 29:23) en onder een vrome zegenspreuk (Genesis 24:59 Ruth 4:11 Tob.8:15). Later werd een geschreven contract ondertekend. Over de gebruiken hij de bruiloft, zie Richteren. 4:10
KruisverwijzingenDeuteronomium 9:14→Deuteronomium 21:19→Ruth 4:1→Psalmen 109:13→Psalmen 9:5→Ruth 4:10→Genesis 28:8→Deuteronomium 29:20→— En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, dien zij zal baren, zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israel.
En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, die zij zal baren, zal staan in de naam van zijn broeder de gestorvene; deze zal in diens geslachtsregister en bezittingen komen, opdat zijn naam, de naam van de gestorvene, niet uitgedelgd wordt uit Israël. Ook hier heeft Mozes niet te doen met een nieuwe instelling, maar met de regeling van een reeds bestaand gebruik, het zogenaamd Leviraats- of zwagerhuwelijk, dat men ook hij vele andere volken van de oudheid vindt, en dat daar ten dele gevonden wordt (zie Ge 38.8). Zij heeft haar natuurlijke aanleiding in een zekere aangeboren behoefte van de tot een onsterfelijk leven geschapen mens, bij wie het geloof aan het eeuwige leven nog niet is ontwikkeld, om zich door de instandhouding van zijn geslacht, door het leven van de zoon, die zijn plaats inneemt, een persoonlijk voortbestaan en zijn naam de onsterfelijkheid te verzekeren. Dit gevoel van behoefte werd door de openbaring onder Israël niet vernietigd, maar veeleer nog daardoor versterkt, dat de vervulling van de aan Abraham gedane goddelijke belofte aan de instandhouding van zijn naam en van zijn zaad was verbonden. De belofte, welke aan Abrahams nageslacht werd gedaan, was van die aard, dat daardoor de Israëlieten naar hun godsdienstige begrippen het verwekken van kinderen niet alleen als een door God gewild en God welgevallig werk moest voorkomen, maar dat ook de voorvaderlijke gewoonte van hun stamgenoten, om door het voor eigen onvruchtbaarheid in de plaats tredend plichthuwelijk hun naam en geslacht in stand te houden, voor hen de betekenis moest verkrijgen van een middel, om langs die weg aan hun geslacht het aandeel aan de beloofde zegen te waarborgen. Om die reden kon het dan ook in geen geval het oogmerk zijn van de Mozaïsche wet, om deze in het bewustzijn van het volk diep ingewortelde gewoonte met geweld uit te roeien; maar lag het slechts in haar plan haar behoorlijk te beperken, opdat zij de heiliging van de echt, welke de wet zoekt te bevorderen, niet hinderlijk mocht worden. Binnen deze grenzen beperkt, beantwoord het Leviraats-huwelijk niet alleen aan het denkbeeld van het huwelijk, als een verbintenis van reine liefde op wederzijdse genegenheid gegrond; maar zo wordt daardoor ook het algemeen verbod, om zich de vrouw van zijn broeder tot vrouw te nemen, niet opgeheven, maar gaat het veeleer van hetzelfde grondbeginsel uit als deze wet. Terwijl het huwelijk met de schoonzuster, indien de overleden broeder een zoon of kinderen had, wordt verboden, als inbreuk makende op de broederlijke betrekking, wordt het ingeval de gestorvene geen kinderen nalaat, geboden als een liefdeplicht, om het huis van de broeder op te bouwen, om diens geslacht en naam in stand te houden. Door het verbod van het ene wordt het huis (gezin) van de broeder in zijn geheel gehouden; terwijl het gebod van het ander bedoelt, om hieraan een blijvend bestaan te verzekeren. In beide gevallen wordt aan de gestorven broeder eer betoond en de broederlijke liefde als de zedelijke grondslag van zijn huis in acht genomen.
KruisverwijzingenRuth 4:5→Ruth 4:1→— Maar indien dezen man zijns broeders vrouw niet bevallen zal te nemen, zo zal zijn broeders vrouw opgaan naar de poort tot de oudsten, en zeggen: Mijns mans broeder weigert zijn broeder een naam te verwekken in Israel; hij wil mij den plicht van eens mans broeders niet doen.
Maar indien deze man de vrouw van zijn broeder niet bevallen zal te nemen, omdat hij hiertoe geenszins door de wet kan gedwongen worden, daar hier sprake is van een liefdeplicht, wier vervulling onder sommige omstandigheden met tal van zwarigheden verbonden is, zo zal de vrouw van zijn broeder, om ook van haar kant niet langer aan hem gebonden te zijn en een andere man buiten de familie te kunnen huwen, opgaan naar de rechtbank in de poort tot de oudsten, en zeggen: a) De broeder van mijn man weigertzijn broeder een naam te verwekken, zijn geslacht voort te planten in Israël; hij wil mij de plicht van de broeder van een man niet doen.
Ruth.4:7 De oudsten (zie De 16.17) hielden beslissingen in eenvoudige familiezaken, die geen dieper rechterlijk onderzoek vereisten en meer op het gebied van huishoudkunde dan op dat van rechtspleging thuis behoorden. Zij hadden echter daarbij ook het recht om de schuldige te bestraffen, zelfs met de dood, als ook om de moedwillige doodslager de bloedwreker over te leveren (hoofdstuk 19:12; 21:18 vv.; 22:13 vv.)
KruisverwijzingenRuth 4:6→— Dan zullen hem de oudsten zijner stad roepen, en tot hem spreken; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen;
Dan zullen hem de oudsten van zijn stad roepen, en tot hem spreken, hem vragen of het hem werkelijk ernst is en hij vast besloten is zijn schoonzus niet te huwen; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen.
KruisverwijzingenRuth 4:7→Numeri 12:14→Jesaja 50:6→Job 30:10→1 Samuël 2:30→Jesaja 20:2→Genesis 38:8→Mattheüs 27:30→— Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen.
Zo zal de vrouw van zijn broeder voor de ogen van de oudsten tot hen toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken 1) en spuwen, a) om haar verachting te kennen te geven, in zijn aangezicht, en zal door haar handelwijze, al is het stilzwijgend betuigen en zeggen: Alzo zal die man gedaan worden, hij zal evenzo verachtelijk bejegend worden, die zijn broeders huis niet zal bouwen.
Numeri. 12:14
Door zijn schoen over te geven, deed hij afstand van zijn recht van bloedverwantschap, om voor een ander te wijken, omdat hij, door zich zo slecht te gedragen, jegens de gestorvene, onwaardig was, om enige vrucht van de bloedverwantschap te genieten.
— En zijn naam zal in Israel genoemd worden: Het huis desgenen, dien de schoen uitgetogen is.
En zijn, de zo geschandvlekte naam zal in Israël genoemd worden: het huis van hem, van wie de schoen uitgetrokken is, 1) opdat ook de gemeente van haar kant deelneemt aan de beschimping en verachting van zo iemand, die geweigerd heeft zijn broeder de gebruikelijke liefdeplicht te bewijzen en niemand het snel zou wagen zich eraan te onttrekken.
Het vrije betreden en doortrekken van een land of stuk grond is alleen de eigenaar veroorloofd; wanneer daarom in Genesis 13:17 de Heere aan Abraham beveelt het land in de lengte en breedte door te trekken, zo doet Hij hem dit op profetische en zinnebeeldige wijze in bezit nemen, zoals hij er dan ook dadelijk op laat volgen: “aan u zal Ik het geven,” gij kunt u nu reeds als eigenaar van het land beschouwen, al duld Ik nog voor een tijd de Kanaänieten als inwoners. Hiermee verwant is de plaats in Numeri. 20:14 vv., waar de Edomieten de kinderen van Israël weigeren “te voet” door hun land te laten trekken, d.i. maar enigszins met hun voetzolen de bodem aan te roeren, omdat zij vreesden, dat deze door verborgen listen zich van het land meester zouden maken, in weerwil van de uitdrukkelijke loochening hiervan. Hieruit ontwikkelde zich het zinnebeeldig gebruik, om bij afstand van bezitsrecht op een stuk land de schoen uit te trekken en die over te geven aan hem, op wie men dit recht overdroeg; daardoor, dat de ander de schoen aannam, verkreeg hij in wettige vorm de zogenaamde “titel van bezit” (Ruth 4:7). Hier nu trekt hij, die zich aan het Leviraats-huwelijk met zijn schoonzuster onttrekt, zichzelf de schoen niet uit, maar hij wordt hem door zijn schoonzuster in aanwezigheid van de oudsten uitgetrokken; hij werd daarmee, op een voor hem onterende wijze uitgesloten van alle rechten op de weduwe en op de erfenis van zijn gestorven broeder. De weduwe heeft nu het volste recht iemand buiten de familie te huwen en het goed van de gestorvene een andere losser aan te brengen (Ruth 4:8 vv.). Daar evenwel de Hebreeër alleen in treurige omstandigheden blootshoofds of barrevoets ging (2 Samuel 15:30 Jesaja. 20:2 Micha 1:8 ), zo is de naam, die de onwillige van nu aan met zijn gehele familie moet dragen “de barrevoeter” een scheldwoord dat overeenkomst heeft met ons woord “schooier”. Een tweede beschimping hem door zijn schoonzuster gedaan, is het spuwen in zijn aangezicht. De Talmoedisten hebben dit willen verzwakken en de woorden op deze manier verklaard: voor zijn aangezicht ter aarde spuwen; maar het meest waarschijnlijk is, dat er bedoeld is, in het aangezicht spuwen.
Dit spuwen in het aangezicht is niet geschied in het geval van Ruth, óf omdat de persoon, die weigerde haar te trouwen, geen broeder was van haar overleden man, en daarom minder schande verdiende; óf omdat Ruth hem niet tot het uiterste vervolgde, maar vrijwillig toestemde in zijn afstand.
Over het Leviraats-huwelijk hebben wij tot besluit nog aan te merken, dat in vroegere tijd de verplichting daartoe zonder onderscheid op de naaste bloedverwant, in welke familie-betrekking hij ook mocht staan tot de weduwe van een kinderloos gestorven man, opgelegd werd, zoals het eveneens bij de Mongolen een gewoonte was, dat de zoon na zijn vaders dood zijn stiefmoeder huwde; daarom moet het ons niet verwonderen als Thamar (Genesis 38) zelfs haar schoonvader nadert, om op behendige wijze zijn bijslaap te verkrijgen. De na-Mozaïsche tijd heeft nu weliswaar in die onbeperkte wijze, waarop Leviraats-huwelijk zelfs de door bloedschande haar gestelde grenzen overschreed, het eerste niet doorgevoerd; maar toch heeft zij zo vastgehouden aan de bestaande volkszeden, dat zij in weerwil van de bestaande wet niet alleen de broeder tot het aangaan van dit huwelijk dwong, maar bij gebreke hiervan iedere naaste verwant tot op die, die als Goël of losser hierdoor de bezitsrechten op het land, dat anders aan een ander vervallen zou, wilde doen gelden (Ruth 2:20). Dat ook ten tijde van het Nieuwe Testament het Leviraats-huwelijk van kracht was, bewijst Matth.22:23 vv., ja, nog bij de huidige joden bestaat het, althans in het Oosten; bij de Westerse joden evenwel slechts middellijk, omdat aan het huwelijkscontract in de regel een clausule (een voorbehoudende slotbepaling) wordt toegevoegd, dat de verwanten afstand doen van het recht om de weduwe te huwen, zo zij soms zonder kinderen mocht overblijven; anders moet deze een som geld betalen om vrij te worden van de nog levende broeder van de gestorven echtgenoot.
Kruisverwijzingen1 Timotheüs 2:9→Romeinen 3:8→— Wanneer mannen, de een met den ander, twisten, en de vrouw des enen toetreedt, om haar man uit de hand desgenen, die hem slaat, te redden, en haar hand uitstrekt, en zijn schamelheid aangrijpt;
Wanneer aldus b.v. mannen, de een met de ander, twisten, en de vrouw van de ene toetreedt, om haar man uit de hand van hem, die hem slaat, te redden, a)en haar hand uitstrekt, en zijn, de tegenstanders, schaamdeel aangrijpt,1) om hem aldus te noodzaken los te laten.
Ex.21:22
Waarschijnlijk heeft dit zonderling geval betrekking op een heersende onzedelijkheid van de omringende heidenvolken.
KruisverwijzingenDeuteronomium 19:13→Deuteronomium 7:2→Deuteronomium 19:21→— Zo zult gij haar hand afhouwen, uw oog zal niet verschonen.
Zo zult gij van de vrouw, die zo’n driestheid beging, haar hand afhouwen; uw oog, waarvoor deze lichaamsverminking een afschuwwekkend gezicht moest zijn, zal evenwel niet sparen, 1) door de zwakheid van haar kunne in aanmerking te nemen, maar de ergerlijkheid moet krachtdadig beteugeld worden (hoofdstuk 13:8; 19:13 (Matth.25:9 vv.; 18:8). Schijnbaar een harde wet, maar uit haar strengheid blijkt het, hoezeer God de eerzaamheid behaagt, en hoe Hij evenzeer de schaamteloosheid verafschuwt. Indien in de hitte van het gevecht, wanneer de verwarring van het gemoed een verontschuldiging is voor de hartstochten, het een hoofdzonde is voor een vrouw, de schaamte van een vreemde man aan te grijpen, dan heeft God veel minder de losheid van zeden willen dulden, indien een vrouw door wellust vervoerd, iets dergelijks beproefde. Het is daarom aan geen twijfel onderhevig, of de rechters moesten, om de ongebondenheid te breidelen, van het mindere tot het meerdere besluiten.
KruisverwijzingenSpreuken 11:1→Amos 8:5→Leviticus 19:35→Spreuken 16:11→Micha 6:11→Ezechiël 45:10→Spreuken 20:10→— Gij zult geen tweeerlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen.
Gij zult niet twee verschillende weegstenen 1) in uw zak hebben, een grote om te kopen, en een kleine om te verkopen.
De gewichten van de joden bestonden uit steen, zoals later uit metaal.
— Gij zult in uw huis geen tweeerlei efa hebben, een grote en een kleine.
Gij zult in uw huis niet twee soorten efa hebben, de inhoudsmaat, waarnaar alle andere maten gemaakt worden, een grote en een kleine.
KruisverwijzingenExodus 20:12→Deuteronomium 4:40→Deuteronomium 17:20→Deuteronomium 5:33→1 Petrus 3:10→Deuteronomium 11:9→Psalmen 34:12→Deuteronomium 6:18→— Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
Gij zult veeleer bij in- en verkoop een volkomen en juiste weegsteen hebben; gij zult eveneens een volkomen en juiste efa hebben, a) opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de HEERE, uw God, geven zal.
Leviticus. 19:35 vv. De gerechtigheid verhoogt een volk. In het dagelijks leven is de strikte rechtvaardigheid de beste prediking aan de wereld. Hier is het de bepaalde voorwaarde voor Israëls zelfstandige en gelukkige bestaan. Zo ook nu. Wat baat het, de mond vol te hebben over God en godsdienst en zijn naaste tekort te doen? Het bekorte loon en het bloed van de armen schreit dikwijls naar de hemel. De Christen geeft een rijke overvloeiende maat, want hij weet het, wat hij geeft is niet weg, maar hij het zijn God geofferd. God is ook een God van de kleine dingen, die de mens aan het oog ontsnappen.
Omdat Mozes zo godvruchtige zorg gedragen heeft, dat in maten en gewichten geen bedrog gepleegt zou worden, heeft Lucius Ampelius gemeend, dat Mochos, d.i. Mozes (door de oude schrijvers Moschos genoemd) die uitgevonden heeft.
KruisverwijzingenSpreuken 11:1→Deuteronomium 18:12→Deuteronomium 22:5→1 Thessalonicenzen 4:6→1 Korinthe 6:9→Amos 8:5→Openbaring 21:27→Spreuken 20:23→— Want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel; ja, al wie onrecht doet.
Want al wie dit doet, a) is de HEERE, uw God, een gruwel, b) ja al wie onrecht doet.
(1 Thess.4:6 b) Spreuk.11:1 Micha 6:11 In de laatste woorden “allen die onrecht doen,” vat Mozes alle wetsovertredingen samen en sluit voorlopig zijn wetprediking af, om Israël, na nakoming van zijn volgend voorschrift om de Kanaänitische volken uit te roeien, meer voorschriften te geven voor de tijd, wanneer zij rustig dit land zouden bewonen, deze namelijk, om het goddelijk raadsbesluit over Amalek (Ex.17:14), de eersten onder de heidenen (Numeri. 24:20), uit te voeren.
KruisverwijzingenExodus 17:8→Numeri 25:17→Numeri 24:20→— Gedenkt, wat u Amalek gedaan heeft op den weg, als gij uit Egypte uittoogt;
Gedenkt aan de grote onrechtvaardigheid, die gij moest lijden in datgene, wat u Amalek
gedaan heeft op de weg, toen gij uit Egypte vertrok. 1)
Ex.17:8
Dit gebod schijnt met de godsvrucht niet in overeenstemming te zijn, omdat het volk wordt aangezet om de aangedane belediging met gelijke munt te betalen. Ik antwoord, dat zij met deze woorden niet worden aangezet, om de aanval te wreken, maar dat hun bevolen wordt, om met dezelfde ijver de misdaden van Amalek te vervolgen, waarmee zij die van andere volken zouden vergelden. Wel schijnt het, dat God hen in het bijzonder aandrijft, omdat Hij de wreedheid aanhaalt, welke zij gepleegd hebben, maar het oordeel over het beleid van de wetgever moet uit zijn natuur gekend worden. Wij weten toch, dat door God geen aanval van haat of toorn kan goedgekeurd worden. Daarom is het nodig, dat hier vastgesteld wordt, dat zij bevolen worden, wat het volk door een juist aangelegde ijver moet ten uitvoer brengen. En de eerste oorzaak van de misdaad wordt hier aangegeven, nl. dat zij God niet hadden gevreesd. Doch dit moet niet opgevat worden in de gewone zin van het woord, maar in deze zin, dat zij met opzet tegen God waren opgestaan. Hun was toch de belofte, aan Abraham en Izak gedaan, niet onbekend, maar omdat hun stamvader Ezau van het recht van eerstgeboorte had afstand gedaan, hebben zij door een slechte en onheilige jaloezie aangezet, beproefd het Verbond van God krachteloos te maken. Dit is de reden, waarom God hen met de goddeloze volken verenigt tot dezelfde ondergang.
KruisverwijzingenRomeinen 3:18→Psalmen 36:1→Nehemia 5:9→Nehemia 5:15→Spreuken 16:6→— Hoe hij u op den weg ontmoette, en sloeg onder u in den staart al de zwakken achter u, als gij moede en mat waart; en hij vreesde God niet.
Hoe hij u vijandelijk op de weg ontmoette, en sloeg onder u in de legerstaart al de zwakken, die met het hoofdleger niet zo snel mee konden, en achter u bleven, alsgij moe en mat was, en dus ongeschikt voor de strijd; en hij vreesde God niet, hoewel hij toch gehoord had van de grote daden, die Hij aan u gedaan a) had, maar zij wilden Zijn werk tegenstaan; en, toen gij reeds het grote doel van uw roeping nabij was, het verbond bij de Sinaï,tot schande maken.
Ex.15:14 vv.
KruisverwijzingenExodus 17:14→Deuteronomium 9:14→Jozua 23:1→1 Samuël 27:8→1 Samuël 30:1→Jozua 6:3→Esther 9:7→Esther 7:10→— Het zal dan geschieden, als u de HEERE, uw God, rust zal gegeven hebben, van al uw vijanden rondom, in het land, dat u de HEERE, uw God, ten erve geven zal, om hetzelve erfelijk te bezitten, dat gij de gedachtenis van Amalek van onder den hemel zult uitdelgen; vergeet het niet!
Het zal dan geschieden, als u de HEERE, uw God, rust zal gegeven hebben van al uw vijanden rondom, in het land, dat u de HEERE, uw God, tot erfgoed geven zal, om het erfelijk te bezitten, dat gij de gedachtenis van Amalek van onder de hemel zult uitdelgen, 1) gij zult hen geheel en al uitroeien: vergeet het niet! 2)
Patrik geeft volgens Abarbanel 4 redenen op, waarom Amalek, in tegenstelling tot de Edomieten (hoofdstuk 23:8) moest uitgeroeid worden. 1e. Omdat de Amalekieten tegen Israël waren uitgekomen, zonder een van die redenen te hebben, waarom anders een oorlog aangevangen wordt: namelijk, om zijn eigen land te verdedigen of dat van een ander aan te vallen. 2e. “Hoe hij u op de weg ontmoet is.” Dat namelijk: “Amalek onverhoeds tegen Israël was uitgetrokken” zonder herauten, “hetgeen men voor een stuk van het snoodste verraad moest houden.” “Hij ontmoette hen als een beer, die én de moeder én de kinderen verslindt.” 3e. “En sloeg onder u in de staart, enz.” dat “Amalek geen gezette tijd had aangebonden, maar lafhartig op de achterhoede gevallen was.” 4e. “En hij vreesde God niet.” Als laaghartige en valse vijanden durfden zij het volk van God, van wiens wonderen zij zoveel gehoord hadden, niet in het aangezicht weerstaan, maar nochthans vielen zij, bewust van Gods macht, Zijn volk op een verradelijke manier aan. De uitvoering van dit bevel tot verdelging werd later door Saul voorbehouden. Men herinnert zich de geschiedenis met Agag (1 Samuel 15:1 vv.) “De vele voorschriften over liefde en verschoning lopen in zo’n scherp punt uit, opdat in Israël de liefde en de verschoning nimmer de geest van weerstand tegen het boze verstompe.”. Het is hier wederom een bewijs, dat “zo min de wereldontwikkeling kan eindigen zonder het Dualisme van hemel en hel, evenmin de wetsontwikkeling zonder dit Dualisme van liefde en haat.”. De verdelging van Amalek, de laaghartige vijand van Israël, “kan ons herinneren aan die vijanden van onze zielen, die ons bestrijden, de duisternis van zonde en lust.” Wij moeten al “onze lusten, alle verderfelijke neigingen, in- en uitwendig, al de machten van duisternis en wereld, die ons verhinderen in onze weg tot de gezegende Verlosser uitroeien en vernietigen.”
In het Hebreeuws Lo thiscach. Versterking van gedenkt in vs.17. De Statenvertaling geeft vergeet het niet. De uitdrukking is sterker en betekent eigenlijk: Laat het toch vooral niet overblijven.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 25
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-19.KruisverwijzingenMarkus 12:19→Lukas 20:28→Mattheüs 22:24→Genesis 38:8→Spreuken 12:10→Ruth 1:12→Ruth 4:7→Numeri 12:14→
— Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij den rechtvaardige rechtvaardig spreken, en den onrechtvaardige verdoemen. En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen nedervallen, en hem doen slaan in zijn tegenwoordigheid, naar dat het voor zijn onrechtvaardigheid genoeg zal zijn, in getal. Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen; opdat niet misschien, zo hij voortvoere hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden worde. Een os zult gij niet muilbanden, als hij dorst. Wanneer broeders samenwonen, en een van hen sterft, en geen zoon heeft, zo zal de vrouw des verstorvenen aan geen vreemden man daarbuiten geworden; haar mans broeder zal tot haar ingaan en nemen haar zich ter vrouw, en doen haar den plicht van eens mans broeder. En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, dien zij zal baren, zal staan in den naam zijns broeders, des verstorvenen; opdat zijn naam niet uitgedelgd worde uit Israel. Maar indien dezen man zijns broeders vrouw niet bevallen zal te nemen, zo zal zijn broeders vrouw opgaan naar de poort tot de oudsten, en zeggen: Mijns mans broeder weigert zijn broeder een naam te verwekken in Israel; hij wil mij den plicht van eens mans broeders niet doen. Dan zullen hem de oudsten zijner stad roepen, en tot hem spreken; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen; Zo zal zijns broeders vrouw voor de ogen der oudsten tot hem toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken, en spuwen in zijn aangezicht, en zal betuigen en zeggen: Alzo zal dien man gedaan worden, die zijns broeders huis niet zal bouwen. En zijn naam zal in Israel genoemd worden: Het huis desgenen, dien de schoen uitgetogen is.
De bepalingen over lijfstraffen, over het te houden gedrag ook met betrekking tot werkdieren (vs.4), over de handhaving van het leviraats-huwelijk (vs.5-10) moeten de liefdeloosheid en onrechtvaardigheid onder het volk van God voorkomen: aan dit laatste knoopt zich een vervolg aan over de bestraffing van schaamteloze misstappen van de vrouwelijke sexe (vs.11,12) en een tweede over de gerechtigheid in maat en gewicht. Hoezeer echter Israël in zijn betrekking jegens de naaste de liefde moet laten heersen, en dit zelfs bij vreemden en vijanden, mag zulke liefde toch niet ontaarden in zwakheid en verdraagzame toegevendheid jegens de openbare goddeloosheid; daarna volgt op deze bepalingen een herinnering aan datgene hoe Gods volk, wanneer het tot rust zal gekomen zijn, met Amalek moet handelen (vs.17-19).
Wanneer1) er tussen mensen twist zal zijn, en zij tot het gerecht a) zullen toetreden; dat zij hen richten, dat zij in hun twist beslissen, zo zullen zij de rechtvaardige, hem, die gelijk heeft, rechtvaardig spreken, in het gelijkstellen, en de onrechtvaardige verdoemen; hem, die in het ongelijk is, veroordelen. b)
(Ex.16:18 vv. b) Ex.23:7 Spreuken. 17:15
Over de straffen, welke op niet-hoofdzonden waren gesteld, wordt in de eerste drie verzen gehandeld. Indien de schuld niet bewezen kon worden, moest de beschuldigde voor rechtvaardig worden verklaard. In het tegenovergestelde geval echter moest terstond in aanwezigheid van de rechters de straf, na het uitspreken van het vonnis, uitgevoerd worden. Niet meer dan 40 slagen mochten worden gegeven, maar omdat volgens Josefus de geseling plaats had met een touw met drie strengen, en daarom drie slagen voor één werd gegeven, gaf men 40-1= 39, om geen 42 te geven.
En het zal geschieden, indien de onrechtvaardige slagen, tuchtiging, verdiend heeft, dat de rechter hem zal doen neervallen, om dadelijk a) het vonnis aan hem ten uitvoer te laten brengen, en terwijl hij op aarde ligt uitgestrekt, hem doen slaan door de b) ambtslieden in zijn aanwezigheid, naardat het voor zijn ongerechtvaardigheid, genoeg zal zijn in getal, al naarmate hem straf is toegedeeld volgens de maatstaf van zijn misdaden.
hoofdstuk 22:18 (Numeri. 15:36 b)hoofdstuk 16:18
Met veertig slagen zal hij hem doen slaan, hij zal er niet toedoen, zelfs niet in het ergste geval, waarin geselslagen toegediend worden, opdat niet misschien, zo hij voortvoer hem daarboven met meer slagen te doen slaan, uw broeder dan voor uw ogen verachtelijk gehouden wordt; door de overmatige tuchtiging in een toestand komt, waarin men de ogen moet afwenden; maar immer moet gij in de strafschuldige ook na de straf uw meemens en broeder zien. Zie over doodstraffen (Leviticus. 20:2,14). Over lijfstraffen vinden wij, in gevallen, die betrekking hebben op lichaamsverwonding in Ex.21:23 vv. Leviticus. 24:19 Deuteronomium. 19:21 de wedervergelding (jus talionis) ingesteld, maar hierbij is nog niet uitgemaakt, in hoeverre dit letterlijk werd uitgevoerd, of veranderd werd in geldboete (zie Ex 21.25). Hier nu wordt er de geselstraf bijgevoegd, die op Egyptische manier werd uitgevoerd. De strafschuldige werd namelijk plat op de grond neergelegd, aan handen en voeten vastgebonden en zo met een stok geslagen. Die slagen mochten de 40 niet overschrijden; dit heeft zijn grond in de symbolische betekenis van dit getal (zie Ex 24.18), maar in het bijzonder op Genesis 7:12. De rabbijnen hebben dit slagental op 40-1 (= 39) slagen voorgesteld (2 Corinthiers. 11:24) uit overdreven angst, dat zij bij mistelling de letter van de wet zouden overtreden, en hebben het werkelijk overschrijden van de letter van de wet hiermee gerechtvaardigd, dat zij het slotwoord van het tweede vers bemisfar (= naar het getal) tot het eerste woord van vers 3 maken dus: “met het getal veertig”, en dit met hun spitsvondige uitlegzucht zo verklaard: men mag hem straffen met het getal dat onmiddellijk 40 voorafgaat, dus met 39; afgezien nu nog van deze dwaasheid, wordt hier ook het betekenisvolle, dat in de getalbepaling van 40 gelegen is, prijsgegeven. Naderhand kwamen gevlochten geselriemen van kalfs- en ezelsleer in gebruik, en de misdadiger werd daarmee gegeseld, terwijl hij een voorovergebogene houding moest aannemen (Matth.10:17; 23:34 Hand.5:40 ). Ook hierin hebben de rabbijnen voorzien, odmat zij het in de tekst “bikkóret” (= straf) niet van Bakar (= aanzien); maar van Bakar (= rundvee) afleiden en dus zeggen zij “geseling zal er geschieden.” Volgens Maimonides beval een van de rechters te slaan, de tweede las voor Deuteronomium. 28:58; 29:9 en besloot met Psalm. 78:38: “Doch Hij barmhartig zijnde verzoende de ongerechtigheid.” Geldstraffen voor diefstal, ontvreemding en sommige gevallen van lichaamsverwonding, of schending van eer werden toegewezen in het voordeel van de beledigde en mochten hoogstens 100 sikkels bedragen (hoofdstuk 22:19); gevangenis daarentegen of ballingschap worden in de Mozaïsche wet, volgens de theocratische grondregel om het boze uit te roeien niet toegepast. Eerst onder de koningen werd gevangenisstraf opgelegd in het bijzonder aan de “naar hun dunken wat al te vrijmoedige profeten (2 Kron.16:10 Jer.20:2; 32:2; 37:15 ). Na de ballingschap wordt zij op een lijn gesteld met de overige straffen (Ezra 7:26 Matth.11:2; 18:30 Hand.5:18; 8:3 ); van toen af wordt ook ballingschap genoemd (Ezra 7:26) In deze drie verzen komt zoals overal de uitnemendheid van Israëls wetgeving duidelijk te voorschijn, als verreweg uitmuntende boven alle beschaafde of onbeschaafde wetgevingen van vroeger of later tijd. De vader straft uit liefde het kind, maar martelt het niet. Heeft het kwaad bij iemand de overhand gekregen, het lichaam wordt verdorven, opdat de ziel behouden blijft.
“Het richterambt is een karakter van God, waarvan dikwijls een karakter van de duivel gemaakt wordt.”.
Een os zult gij niet muilbanden met een korf, als hij dorst, als hij door u wordt gebruikt om koren te dorsen, maar gij zult hem in tegendeel vrij zich laten voeden met datgene, waarvoor hij zijn krachten inspant. Nadat men het koren met de sikkel gesneden had (hoofdstuk 16:9; 23:25), werd het afgesnedene op de armen bijeengedragen (Psalm. 129:7), tot schoven saenmgebonden en deze in huis gebracht (Ruth 3:7 Hoogl.7:2 ), om dan na het einde van de oogst gedorst te worden. De daarbij gebruikelijke dorsvloeren waren effen vastgestampte plaatsen onder de bloten hemel, gewoonlijk op hoogten aangelegd, opdat de wind hij het wannen het kaf kon mee voeren (Jeremia. 4:11 Hos.13:3 ). Het dorsen geschiedde òf zo dat men op een rij gespannen runderen het koren uit de bolster liet uittreden, òf door middel van dorsmachines. Deze laatste bestonden deels uit zware planken met vele inkepingen als ene vijl voorzien, of ook wel met spitse stenen bezet (Dorssleden, Jesaja. 28:27); deels uit een kleine wagen met lage getande raders, die met gewicht verzwaard door runderen voortgetrokken werd. Hierbij nu mag de os niet verhinderd worden zich aan het koren te verzadigen. De Oosterlingen nemen ook nu nog dit voorschrift in acht, maar de hedendaagse Christenen in Palestina bekommeren er zich niet om, evenals de Moslims. Zie ook het gebruik, dat Paulus van die tekst maakt in 1 Kor.9:9; 1 Tim.5:18.
“Als Mozes, die voor alles zo geweldig aandringt op reinheid en heiligheid van hart, midden onder de gewichtigste wetten het niet te gering schat acht te geven op de strenge behandeling van een dier, zo staat hij werkelijk in het goddelijk middelpunt van de gehele aarde; van dit middelpunt uit gaan rechte lijnen naar alle schepselen.”.
Wanneer broeders (in de eigenlijke zin) samenwonen op een plaats en een van hen sterft en geen zoon heeft of liever: zonder kinderen na te laten, zo zal de vrouw van de gestorvene van geen vreemde man, die niet uit de familie is, daar buiten worden: a) haar mans broeder, het eerst volgens recht en plicht, zal tot haar ingaan en haar op deze manier zich tot vrouw nemen en haar de plicht doen van de broeder van een man, haar huwende.
Matth.22:25 Mark.12:19 Luk.20:28 Het trouwen zelf (de huwelijksverbindtenis) vond vóór Christus nog geen plaats, maar de echtsluiting werd na voorafgegaan gemeenschappelijk overleg, door de echtelijke samenwoning zelf gesloten; toch geschiedde reeds vroeg de huwelijksvoltrekking door een feestelijke overgave van de bruid van de kant van haar ouders of speelnoten aan de bruidegom (Genesis 29:23) en onder een vrome zegenspreuk (Genesis 24:59 Ruth 4:11 Tob.8:15). Later werd een geschreven contract ondertekend. Over de gebruiken hij de bruiloft, zie Richteren. 4:10
En het zal geschieden, dat de eerstgeborene, die zij zal baren, zal staan in de naam van zijn broeder de gestorvene; deze zal in diens geslachtsregister en bezittingen komen, opdat zijn naam, de naam van de gestorvene, niet uitgedelgd wordt uit Israël. Ook hier heeft Mozes niet te doen met een nieuwe instelling, maar met de regeling van een reeds bestaand gebruik, het zogenaamd Leviraats- of zwagerhuwelijk, dat men ook hij vele andere volken van de oudheid vindt, en dat daar ten dele gevonden wordt (zie Ge 38.8). Zij heeft haar natuurlijke aanleiding in een zekere aangeboren behoefte van de tot een onsterfelijk leven geschapen mens, bij wie het geloof aan het eeuwige leven nog niet is ontwikkeld, om zich door de instandhouding van zijn geslacht, door het leven van de zoon, die zijn plaats inneemt, een persoonlijk voortbestaan en zijn naam de onsterfelijkheid te verzekeren. Dit gevoel van behoefte werd door de openbaring onder Israël niet vernietigd, maar veeleer nog daardoor versterkt, dat de vervulling van de aan Abraham gedane goddelijke belofte aan de instandhouding van zijn naam en van zijn zaad was verbonden. De belofte, welke aan Abrahams nageslacht werd gedaan, was van die aard, dat daardoor de Israëlieten naar hun godsdienstige begrippen het verwekken van kinderen niet alleen als een door God gewild en God welgevallig werk moest voorkomen, maar dat ook de voorvaderlijke gewoonte van hun stamgenoten, om door het voor eigen onvruchtbaarheid in de plaats tredend plichthuwelijk hun naam en geslacht in stand te houden, voor hen de betekenis moest verkrijgen van een middel, om langs die weg aan hun geslacht het aandeel aan de beloofde zegen te waarborgen. Om die reden kon het dan ook in geen geval het oogmerk zijn van de Mozaïsche wet, om deze in het bewustzijn van het volk diep ingewortelde gewoonte met geweld uit te roeien; maar lag het slechts in haar plan haar behoorlijk te beperken, opdat zij de heiliging van de echt, welke de wet zoekt te bevorderen, niet hinderlijk mocht worden. Binnen deze grenzen beperkt, beantwoord het Leviraats-huwelijk niet alleen aan het denkbeeld van het huwelijk, als een verbintenis van reine liefde op wederzijdse genegenheid gegrond; maar zo wordt daardoor ook het algemeen verbod, om zich de vrouw van zijn broeder tot vrouw te nemen, niet opgeheven, maar gaat het veeleer van hetzelfde grondbeginsel uit als deze wet. Terwijl het huwelijk met de schoonzuster, indien de overleden broeder een zoon of kinderen had, wordt verboden, als inbreuk makende op de broederlijke betrekking, wordt het ingeval de gestorvene geen kinderen nalaat, geboden als een liefdeplicht, om het huis van de broeder op te bouwen, om diens geslacht en naam in stand te houden. Door het verbod van het ene wordt het huis (gezin) van de broeder in zijn geheel gehouden; terwijl het gebod van het ander bedoelt, om hieraan een blijvend bestaan te verzekeren. In beide gevallen wordt aan de gestorven broeder eer betoond en de broederlijke liefde als de zedelijke grondslag van zijn huis in acht genomen.
Maar indien deze man de vrouw van zijn broeder niet bevallen zal te nemen, omdat hij hiertoe geenszins door de wet kan gedwongen worden, daar hier sprake is van een liefdeplicht, wier vervulling onder sommige omstandigheden met tal van zwarigheden verbonden is, zo zal de vrouw van zijn broeder, om ook van haar kant niet langer aan hem gebonden te zijn en een andere man buiten de familie te kunnen huwen, opgaan naar de rechtbank in de poort tot de oudsten, en zeggen: a) De broeder van mijn man weigertzijn broeder een naam te verwekken, zijn geslacht voort te planten in Israël; hij wil mij de plicht van de broeder van een man niet doen.
Ruth.4:7 De oudsten (zie De 16.17) hielden beslissingen in eenvoudige familiezaken, die geen dieper rechterlijk onderzoek vereisten en meer op het gebied van huishoudkunde dan op dat van rechtspleging thuis behoorden. Zij hadden echter daarbij ook het recht om de schuldige te bestraffen, zelfs met de dood, als ook om de moedwillige doodslager de bloedwreker over te leveren (hoofdstuk 19:12; 21:18 vv.; 22:13 vv.)
Dan zullen hem de oudsten van zijn stad roepen, en tot hem spreken, hem vragen of het hem werkelijk ernst is en hij vast besloten is zijn schoonzus niet te huwen; blijft hij dan daarbij staan, en zegt: Het bevalt mij niet haar te nemen.
Zo zal de vrouw van zijn broeder voor de ogen van de oudsten tot hen toetreden, en zijn schoen van zijn voet uittrekken 1) en spuwen, a) om haar verachting te kennen te geven, in zijn aangezicht, en zal door haar handelwijze, al is het stilzwijgend betuigen en zeggen: Alzo zal die man gedaan worden, hij zal evenzo verachtelijk bejegend worden, die zijn broeders huis niet zal bouwen.
Numeri. 12:14
Door zijn schoen over te geven, deed hij afstand van zijn recht van bloedverwantschap, om voor een ander te wijken, omdat hij, door zich zo slecht te gedragen, jegens de gestorvene, onwaardig was, om enige vrucht van de bloedverwantschap te genieten.
En zijn, de zo geschandvlekte naam zal in Israël genoemd worden: het huis van hem, van wie de schoen uitgetrokken is, 1) opdat ook de gemeente van haar kant deelneemt aan de beschimping en verachting van zo iemand, die geweigerd heeft zijn broeder de gebruikelijke liefdeplicht te bewijzen en niemand het snel zou wagen zich eraan te onttrekken.
Het vrije betreden en doortrekken van een land of stuk grond is alleen de eigenaar veroorloofd; wanneer daarom in Genesis 13:17 de Heere aan Abraham beveelt het land in de lengte en breedte door te trekken, zo doet Hij hem dit op profetische en zinnebeeldige wijze in bezit nemen, zoals hij er dan ook dadelijk op laat volgen: “aan u zal Ik het geven,” gij kunt u nu reeds als eigenaar van het land beschouwen, al duld Ik nog voor een tijd de Kanaänieten als inwoners. Hiermee verwant is de plaats in Numeri. 20:14 vv., waar de Edomieten de kinderen van Israël weigeren “te voet” door hun land te laten trekken, d.i. maar enigszins met hun voetzolen de bodem aan te roeren, omdat zij vreesden, dat deze door verborgen listen zich van het land meester zouden maken, in weerwil van de uitdrukkelijke loochening hiervan. Hieruit ontwikkelde zich het zinnebeeldig gebruik, om bij afstand van bezitsrecht op een stuk land de schoen uit te trekken en die over te geven aan hem, op wie men dit recht overdroeg; daardoor, dat de ander de schoen aannam, verkreeg hij in wettige vorm de zogenaamde “titel van bezit” (Ruth 4:7). Hier nu trekt hij, die zich aan het Leviraats-huwelijk met zijn schoonzuster onttrekt, zichzelf de schoen niet uit, maar hij wordt hem door zijn schoonzuster in aanwezigheid van de oudsten uitgetrokken; hij werd daarmee, op een voor hem onterende wijze uitgesloten van alle rechten op de weduwe en op de erfenis van zijn gestorven broeder. De weduwe heeft nu het volste recht iemand buiten de familie te huwen en het goed van de gestorvene een andere losser aan te brengen (Ruth 4:8 vv.). Daar evenwel de Hebreeër alleen in treurige omstandigheden blootshoofds of barrevoets ging (2 Samuel 15:30 Jesaja. 20:2 Micha 1:8 ), zo is de naam, die de onwillige van nu aan met zijn gehele familie moet dragen “de barrevoeter” een scheldwoord dat overeenkomst heeft met ons woord “schooier”. Een tweede beschimping hem door zijn schoonzuster gedaan, is het spuwen in zijn aangezicht. De Talmoedisten hebben dit willen verzwakken en de woorden op deze manier verklaard: voor zijn aangezicht ter aarde spuwen; maar het meest waarschijnlijk is, dat er bedoeld is, in het aangezicht spuwen.
Dit spuwen in het aangezicht is niet geschied in het geval van Ruth, óf omdat de persoon, die weigerde haar te trouwen, geen broeder was van haar overleden man, en daarom minder schande verdiende; óf omdat Ruth hem niet tot het uiterste vervolgde, maar vrijwillig toestemde in zijn afstand.
Over het Leviraats-huwelijk hebben wij tot besluit nog aan te merken, dat in vroegere tijd de verplichting daartoe zonder onderscheid op de naaste bloedverwant, in welke familie-betrekking hij ook mocht staan tot de weduwe van een kinderloos gestorven man, opgelegd werd, zoals het eveneens bij de Mongolen een gewoonte was, dat de zoon na zijn vaders dood zijn stiefmoeder huwde; daarom moet het ons niet verwonderen als Thamar (Genesis 38) zelfs haar schoonvader nadert, om op behendige wijze zijn bijslaap te verkrijgen. De na-Mozaïsche tijd heeft nu weliswaar in die onbeperkte wijze, waarop Leviraats-huwelijk zelfs de door bloedschande haar gestelde grenzen overschreed, het eerste niet doorgevoerd; maar toch heeft zij zo vastgehouden aan de bestaande volkszeden, dat zij in weerwil van de bestaande wet niet alleen de broeder tot het aangaan van dit huwelijk dwong, maar bij gebreke hiervan iedere naaste verwant tot op die, die als Goël of losser hierdoor de bezitsrechten op het land, dat anders aan een ander vervallen zou, wilde doen gelden (Ruth 2:20). Dat ook ten tijde van het Nieuwe Testament het Leviraats-huwelijk van kracht was, bewijst Matth.22:23 vv., ja, nog bij de huidige joden bestaat het, althans in het Oosten; bij de Westerse joden evenwel slechts middellijk, omdat aan het huwelijkscontract in de regel een clausule (een voorbehoudende slotbepaling) wordt toegevoegd, dat de verwanten afstand doen van het recht om de weduwe te huwen, zo zij soms zonder kinderen mocht overblijven; anders moet deze een som geld betalen om vrij te worden van de nog levende broeder van de gestorven echtgenoot.
Wanneer aldus b.v. mannen, de een met de ander, twisten, en de vrouw van de ene toetreedt, om haar man uit de hand van hem, die hem slaat, te redden, a)en haar hand uitstrekt, en zijn, de tegenstanders, schaamdeel aangrijpt,1) om hem aldus te noodzaken los te laten.
Ex.21:22
Waarschijnlijk heeft dit zonderling geval betrekking op een heersende onzedelijkheid van de omringende heidenvolken.
Zo zult gij van de vrouw, die zo’n driestheid beging, haar hand afhouwen; uw oog, waarvoor deze lichaamsverminking een afschuwwekkend gezicht moest zijn, zal evenwel niet sparen, 1) door de zwakheid van haar kunne in aanmerking te nemen, maar de ergerlijkheid moet krachtdadig beteugeld worden (hoofdstuk 13:8; 19:13 (Matth.25:9 vv.; 18:8). Schijnbaar een harde wet, maar uit haar strengheid blijkt het, hoezeer God de eerzaamheid behaagt, en hoe Hij evenzeer de schaamteloosheid verafschuwt. Indien in de hitte van het gevecht, wanneer de verwarring van het gemoed een verontschuldiging is voor de hartstochten, het een hoofdzonde is voor een vrouw, de schaamte van een vreemde man aan te grijpen, dan heeft God veel minder de losheid van zeden willen dulden, indien een vrouw door wellust vervoerd, iets dergelijks beproefde. Het is daarom aan geen twijfel onderhevig, of de rechters moesten, om de ongebondenheid te breidelen, van het mindere tot het meerdere besluiten.
Gij zult niet twee verschillende weegstenen 1) in uw zak hebben, een grote om te kopen, en een kleine om te verkopen.
De gewichten van de joden bestonden uit steen, zoals later uit metaal.
Gij zult in uw huis niet twee soorten efa hebben, de inhoudsmaat, waarnaar alle andere maten gemaakt worden, een grote en een kleine.
Gij zult veeleer bij in- en verkoop een volkomen en juiste weegsteen hebben; gij zult eveneens een volkomen en juiste efa hebben, a) opdat uw dagen verlengd worden in het land dat u de HEERE, uw God, geven zal.
Leviticus. 19:35 vv. De gerechtigheid verhoogt een volk. In het dagelijks leven is de strikte rechtvaardigheid de beste prediking aan de wereld. Hier is het de bepaalde voorwaarde voor Israëls zelfstandige en gelukkige bestaan. Zo ook nu. Wat baat het, de mond vol te hebben over God en godsdienst en zijn naaste tekort te doen? Het bekorte loon en het bloed van de armen schreit dikwijls naar de hemel. De Christen geeft een rijke overvloeiende maat, want hij weet het, wat hij geeft is niet weg, maar hij het zijn God geofferd. God is ook een God van de kleine dingen, die de mens aan het oog ontsnappen.
Omdat Mozes zo godvruchtige zorg gedragen heeft, dat in maten en gewichten geen bedrog gepleegt zou worden, heeft Lucius Ampelius gemeend, dat Mochos, d.i. Mozes (door de oude schrijvers Moschos genoemd) die uitgevonden heeft.
Want al wie dit doet, a) is de HEERE, uw God, een gruwel, b) ja al wie onrecht doet.
(1 Thess.4:6 b) Spreuk.11:1 Micha 6:11 In de laatste woorden “allen die onrecht doen,” vat Mozes alle wetsovertredingen samen en sluit voorlopig zijn wetprediking af, om Israël, na nakoming van zijn volgend voorschrift om de Kanaänitische volken uit te roeien, meer voorschriften te geven voor de tijd, wanneer zij rustig dit land zouden bewonen, deze namelijk, om het goddelijk raadsbesluit over Amalek (Ex.17:14), de eersten onder de heidenen (Numeri. 24:20), uit te voeren.
Gedenkt aan de grote onrechtvaardigheid, die gij moest lijden in datgene, wat u Amalek
gedaan heeft op de weg, toen gij uit Egypte vertrok. 1)
Ex.17:8
Dit gebod schijnt met de godsvrucht niet in overeenstemming te zijn, omdat het volk wordt aangezet om de aangedane belediging met gelijke munt te betalen. Ik antwoord, dat zij met deze woorden niet worden aangezet, om de aanval te wreken, maar dat hun bevolen wordt, om met dezelfde ijver de misdaden van Amalek te vervolgen, waarmee zij die van andere volken zouden vergelden. Wel schijnt het, dat God hen in het bijzonder aandrijft, omdat Hij de wreedheid aanhaalt, welke zij gepleegd hebben, maar het oordeel over het beleid van de wetgever moet uit zijn natuur gekend worden. Wij weten toch, dat door God geen aanval van haat of toorn kan goedgekeurd worden. Daarom is het nodig, dat hier vastgesteld wordt, dat zij bevolen worden, wat het volk door een juist aangelegde ijver moet ten uitvoer brengen. En de eerste oorzaak van de misdaad wordt hier aangegeven, nl. dat zij God niet hadden gevreesd. Doch dit moet niet opgevat worden in de gewone zin van het woord, maar in deze zin, dat zij met opzet tegen God waren opgestaan. Hun was toch de belofte, aan Abraham en Izak gedaan, niet onbekend, maar omdat hun stamvader Ezau van het recht van eerstgeboorte had afstand gedaan, hebben zij door een slechte en onheilige jaloezie aangezet, beproefd het Verbond van God krachteloos te maken. Dit is de reden, waarom God hen met de goddeloze volken verenigt tot dezelfde ondergang.
Hoe hij u vijandelijk op de weg ontmoette, en sloeg onder u in de legerstaart al de zwakken, die met het hoofdleger niet zo snel mee konden, en achter u bleven, alsgij moe en mat was, en dus ongeschikt voor de strijd; en hij vreesde God niet, hoewel hij toch gehoord had van de grote daden, die Hij aan u gedaan a) had, maar zij wilden Zijn werk tegenstaan; en, toen gij reeds het grote doel van uw roeping nabij was, het verbond bij de Sinaï,tot schande maken.
Ex.15:14 vv.
Het zal dan geschieden, als u de HEERE, uw God, rust zal gegeven hebben van al uw vijanden rondom, in het land, dat u de HEERE, uw God, tot erfgoed geven zal, om het erfelijk te bezitten, dat gij de gedachtenis van Amalek van onder de hemel zult uitdelgen, 1) gij zult hen geheel en al uitroeien: vergeet het niet! 2)
Patrik geeft volgens Abarbanel 4 redenen op, waarom Amalek, in tegenstelling tot de Edomieten (hoofdstuk 23:8) moest uitgeroeid worden. 1e. Omdat de Amalekieten tegen Israël waren uitgekomen, zonder een van die redenen te hebben, waarom anders een oorlog aangevangen wordt: namelijk, om zijn eigen land te verdedigen of dat van een ander aan te vallen. 2e. “Hoe hij u op de weg ontmoet is.” Dat namelijk: “Amalek onverhoeds tegen Israël was uitgetrokken” zonder herauten, “hetgeen men voor een stuk van het snoodste verraad moest houden.” “Hij ontmoette hen als een beer, die én de moeder én de kinderen verslindt.” 3e. “En sloeg onder u in de staart, enz.” dat “Amalek geen gezette tijd had aangebonden, maar lafhartig op de achterhoede gevallen was.” 4e. “En hij vreesde God niet.” Als laaghartige en valse vijanden durfden zij het volk van God, van wiens wonderen zij zoveel gehoord hadden, niet in het aangezicht weerstaan, maar nochthans vielen zij, bewust van Gods macht, Zijn volk op een verradelijke manier aan. De uitvoering van dit bevel tot verdelging werd later door Saul voorbehouden. Men herinnert zich de geschiedenis met Agag (1 Samuel 15:1 vv.) “De vele voorschriften over liefde en verschoning lopen in zo’n scherp punt uit, opdat in Israël de liefde en de verschoning nimmer de geest van weerstand tegen het boze verstompe.”. Het is hier wederom een bewijs, dat “zo min de wereldontwikkeling kan eindigen zonder het Dualisme van hemel en hel, evenmin de wetsontwikkeling zonder dit Dualisme van liefde en haat.”. De verdelging van Amalek, de laaghartige vijand van Israël, “kan ons herinneren aan die vijanden van onze zielen, die ons bestrijden, de duisternis van zonde en lust.” Wij moeten al “onze lusten, alle verderfelijke neigingen, in- en uitwendig, al de machten van duisternis en wereld, die ons verhinderen in onze weg tot de gezegende Verlosser uitroeien en vernietigen.”
In het Hebreeuws Lo thiscach. Versterking van gedenkt in vs.17. De Statenvertaling geeft vergeet het niet. De uitdrukking is sterker en betekent eigenlijk: Laat het toch vooral niet overblijven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel