Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Wanneer een manH376 een vrouwH802 zal genomenH3947 en die getrouwdH1166 hebben, zoH518 zal het geschieden, indien zij geenH3808genadeH2580 zal vindenH4672 in zijn ogenH5869, omdat hij ietsH1697schandelijksH6172 aan haar gevondenH4672 heeft, dat hij haar een scheidbriefH5612 zal schrijvenH3789, en in haar handH3027gevenH5414, en ze latenH7971 gaan uit zijn huisH1004.Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.
KJVWhen a man3hath taken2a wife,4and married5her, and it come to pass that she find9no favour10in his eyes,11because he hath found13some16uncleanness15in her: then let him write17her a bill19of divorcement,20and give21it in her hand,22and send23her out of his house.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5וּבְעָלָ֑הּH1166getrouwd, getrouwde, Manhave dominion (over), be husband, marry(-ried, [idiom] wife)6וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8לֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תִמְצָאH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on10חֵ֣ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured11בְּעֵינָ֗יוH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)12כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מָ֤צָאH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on14בָהּ֙15עֶרְוַ֣תH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)16דָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17וְכָ֨תַבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)18לָ֜הּ19סֵ֤פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll20כְּרִיתֻת֙H3748divorce(-ment)21וְנָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22בְּיָדָ֔הּH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves23וְשִׁלְּחָ֖הּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)24מִבֵּיתֽוֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
2Zo zij dan, uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een anderen man ter vrouwe worden,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Zo zij dan, uit zijn huisH1004uitgegaanH3318 zijnde, zal henengaanH1980 en een anderen manH376 ter vrouwe worden,Zo zij dan, uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een anderen man ter vrouwe worden,
KJVAnd when she is departed out1of his house,2she may go3and be another6man's
1וְיָצְאָ֖הH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מִבֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3וְהָלְכָ֖הH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4וְהָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5לְאִישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6אַחֵֽרH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange
3En deze laatste man haar gehaat, en haar een scheidbrief geschreven, en in haar hand gegeven, en haar uit zijn huis zal hebben laten gaan; of als deze laatste man, die ze voor zich tot een vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En deze laatsteH314manH376 haar gehaatH8130, en haar een scheidbriefH5612geschrevenH3789, en in haar handH3027gegevenH5414, en haar uit zijn huisH1004 zal hebben latenH7971 gaan; ofH176alsH3588 deze laatsteH314manH376, dieH834 ze voor zich tot een vrouwH802genomenH3947 heeft, zal gestorvenH4191 zijn;En deze laatste man haar gehaat, en haar een scheidbrief geschreven, en in haar hand gegeven, en haar uit zijn huis zal hebben laten gaan; of als deze laatste man, die ze voor zich tot een vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn;
KJVAnd if the latter3husband2hate1her, and write4her a bill6of divorcement,7and giveth8it in her hand,9and sendeth10her out of his house;11or if the latter16husband15die,14which took18her to be his wife;
1וּשְׂנֵאָהּ֮H8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly2הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הָאַחֲרוֹן֒H314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most4וְכָ֨תַבH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)5לָ֜הּ6סֵ֤פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll7כְּרִיתֻת֙H3748divorce(-ment)8וְנָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9בְּיָדָ֔הּH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10וְשִׁלְּחָ֖הּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11מִבֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)12א֣וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether13כִ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14יָמוּת֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16הָאַחֲר֔וֹןH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18לְקָחָ֥הּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win19ל֖וֹ20לְאִשָּֽׁהH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English
4Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, dat zij hem ter vrouwe zij, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Zo zal haar eersteH7223manH1167, die haar heeft latenH7971 gaan, haar nietH3808mogenH3201wedernemenH3947, dat zij hem ter vrouweH802 zij, nadatH310 zij is verontreinigdH2930 geworden; wantH3588 dat is een gruwelH8441 voor hetH1931aangezichtH6440 des HEERENH3068; alzo zult gij het landH776nietH3808 doen zondigenH2398, dat u de HEEREH3068, uw GodH430, ten erveH5159geeftH5414.Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, dat zij hem ter vrouwe zij, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.
KJVHer former4husband,3which sent her away,6may2not take8her again7to be his wife,11after12that she is defiled;14for that is abomination16before18the LORD:19and thou shalt not cause the land23to sin,21which the LORD25thy God26giveth27thee for an inheritance.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יוּכַ֣לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3בַּעְלָ֣הּH1167burgers, heer, man[phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of4הָרִאשׁ֣וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6שִׁ֠לְּחָהּH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7לָשׁ֨וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8לְקַחְתָּ֜הּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9לִהְי֧וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10ל֣וֹ11לְאִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English12אַחֲרֵי֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14הֻטַּמָּ֔אָהH2930onrein, verontreinigd, verontreinigendefile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16תוֹעֵבָ֥הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination17הִ֖ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you19יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21תַחֲטִיא֙H2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world24אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection25יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)26אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty27נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield28לְךָ֖29נַחֲלָֽהH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)
5Wanneer een man een nieuwe vrouw zal genomen hebben, die zal in het heir niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij vrij zijn in zijn huis, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Wanneer een manH376 een nieuweH2319vrouwH802 zal genomenH3947 hebben, die zal in het heirH6635 niet uittrekkenH3318, en men zal hem geen lastH1697opleggenH5674; eenH259jaarH8141 lang zal hij vrijH5355 zijn in zijn huisH1004, en zijn vrouwH802, dieH834 hij genomenH3947 heeft, verheugenH8055.Wanneer een man een nieuwe vrouw zal genomen hebben, die zal in het heir niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij vrij zijn in zijn huis, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugen.
KJVWhen a man3hath taken2a new5wife,4he shall not go out7to war,8neither shall he be charged10with any business:13but he shall be free14at home16one18year,17and shall cheer up19his wife21which he hath taken.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִקַּ֥חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win3אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אִשָּׁ֣הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5חֲדָשָׁ֔הH2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing6לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יֵצֵא֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8בַּצָּבָ֔אH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)9וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יַעֲבֹ֥רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath11עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13דָּבָ֑רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14נָקִ֞יH5355onschuldig, onschuldige, onschuldigenblameless, clean, clear, exempted, free, guiltless, innocent, quit15יִהְיֶ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use16לְבֵיתוֹ֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17שָׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)18אֶחָ֔תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,19וְשִׂמַּ֖חH8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21אִשְׁתּ֥וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English22אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection23לָקָֽחH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
6Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Men zal beide molenstenenH7347, immers den bovensten molensteenH7393, nietH3808 te pandH2254 nemen; wantH3588hijH1931neemtH2254 de zielH5315 te pand.Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand.
KJVNo man shall take2the nether3or the upper millstone4to pledge:8for he taketha man's life6to pledge.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יַחֲבֹ֥לH2254verderven, pand, verdorven[idiom] at all, band, bring forth, (deal) corrupt(-ly), destroy, offend, lay to (take a) pledge, spoil, travail, [idiom] very, withhold3רֵחַ֖יִםH7347molen, molens, molenstenenmill (stone)4וָרָ֑כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon5כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6נֶ֖פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it7ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8חֹבֵֽלH2254verderven, pand, verdorven[idiom] at all, band, bring forth, (deal) corrupt(-ly), destroy, offend, lay to (take a) pledge, spoil, travail, [idiom] very, withhold
7Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel steelt uit zijn broederen, uit de kinderen Israels, en drijft gewin met hem, en verkoopt hem; zo zal deze dief sterven, en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Wanneer iemandH376gevondenH4672 zal worden, die een zielH5315steeltH1589 uit zijn broederenH251, uit de kinderenH1121IsraelsH3478, en drijft gewinH6014 met hem, en verkooptH4376 hem; zo zal deze diefH1590stervenH4191, en gij zult hetH1931bozeH7451 uit het middenH7130 van u wegdoenH1197.Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel steelt uit zijn broederen, uit de kinderen Israels, en drijft gewin met hem, en verkoopt hem; zo zal deze dief sterven, en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen.
KJVIf a man3be found2stealing4any5of his brethren6of the children7of Israel,8and maketh merchandise9of him, or selleth11him; then that thief13shall die;12and thou shalt put15evil16awayfrom among
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יִמָּצֵ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on3אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4גֹּנֵ֨בH1589gestolen, stelen, steeltcarry away, [idiom] indeed, secretly bring, steal (away), get by stealth5נֶ֤פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it6מֵאֶחָיו֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7מִבְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וְהִתְעַמֶּרH6014drijft gewin, garvenbinder, gewin drijvenbind sheaves, make merchandise of10בּ֖וֹ11וּמְכָר֑וֹH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)12וּמֵת֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise13הַגַּנָּ֣בH1590dief, dieventhief14הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15וּבִֽעַרְתָּ֥H1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste16הָרָ֖עH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)17מִקִּרְבֶּֽךָH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
8Wacht u in de plaag der melaatsheid, dat gij naarstiglijk waarneemt en doet naar alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk als ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8WachtH8104 u in de plaagH5061 der melaatsheidH6883, datH834 gij naarstiglijkH3966waarneemtH8104 en doetH6213 naar alles, watH834 de LevietischeH3881priesterenH3548 ulieden zullen lerenH3384; gelijk als ik hun gebodenH6680 heb, zult gij waarnemenH8104 te doenH6213.Wacht u in de plaag der melaatsheid, dat gij naarstiglijk waarneemt en doet naar alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk als ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen.
KJVTake heed1in the plague2of leprosy,3that thou observe4diligently,5and do6according to all that the priests11the Levites12shall teach9you: as I commanded14them, so ye shall observe15to do.
1הִשָּׁ֧מֶרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2בְּנֶֽגַעH5061plaag, plage, plagenplague, sore, stricken, stripe, stroke, wound3הַצָּרַ֛עַתH6883melaatsheidleprosy4לִשְׁמֹ֥רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)5מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well6וְלַעֲשׂ֑וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7כְּכֹל֩H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9יוֹר֨וּH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through10אֶתְכֶ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַכֹּהֲנִ֧יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer12הַלְוִיִּ֛םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite13כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14צִוִּיתִ֖םH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order15תִּשְׁמְר֥וּH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)16לַעֲשֽׂוֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
9Gedenkt, wat de HEERE, uw God, gedaan heeft aan Mirjam, op den weg, als gij uit Egypte waart uitgetogen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9GedenktH2142, watH834 de HEEREH3068, uw GodH430, gedaanH6213 heeft aan MirjamH4813, op den wegH1870, als gij uit EgypteH4714 waart uitgetogenH3318.Gedenkt, wat de HEERE, uw God, gedaan heeft aan Mirjam, op den weg, als gij uit Egypte waart uitgetogen.
KJVRemember1what the LORD5thy God6did4unto Miriam7by the way,8after that ye were come forth9out of Egypt.
1זָכ֕וֹרH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֵ֧תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָשָׂ֛הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7לְמִרְיָ֑םH4813MirjamMiriam8בַּדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9בְּצֵאתְכֶ֥םH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
10Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Wanneer gij aan uw naasteH7453ietsH3972 zult geleendH5383 hebben, zo zult gij totH413 zijn huisH1004nietH3808ingaanH935, om zijn pandH5667 te pand te nemen;Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;
Ook in dit vers
pand nemenH5670
KJVWhen thou dost lend2thy brother3any5thing,4thou shalt not go7into his house9to fetch10his pledge.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תַשֶּׁ֥הH5383geleend, woeker gegeven, woekeraarcreditor, exact, extortioner, lend, usurer, lend on (taker on) usury3בְרֵֽעֲךָH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other4מַשַּׁ֣אתH4859schulden[idiom] any(-thing), debt5מְא֑וּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing6לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תָבֹ֥אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9בֵּית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10לַעֲבֹ֥טH5670lenen, ontlenen, pand nemenborrow, break (ranks), fetch (a pledge), lend, [idiom] surely11עֲבֹטֽוֹH5667pandpledge
11Buiten zult gij staan, en de man, dien gij geleend hebt, zal het pand naar buiten tot u uitbrengen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11BuitenH2351 zult gij staanH5975, en de manH376, dienH834gijH859geleendH5383 hebt, zal het pandH5667 naar buitenH2351totH413 u uitbrengenH3318.Buiten zult gij staan, en de man, dien gij geleend hebt, zal het pand naar buiten tot u uitbrengen.
KJVThou shalt stand2abroad,1and the man3to whom thou dost lend6shall bring out8the pledge11abroad
1בַּח֖וּץH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without2תַּעֲמֹ֑דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry3וְהָאִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6נֹשֶׁ֣הH5383geleend, woeker gegeven, woekeraarcreditor, exact, extortioner, lend, usurer, lend on (taker on) usury7ב֔וֹ8יוֹצִ֥יאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter9אֵלֶ֛יךָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַעֲב֖וֹטH5667pandpledge12הַחֽוּצָהH2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without
12Doch indien hij een arm man is, zo zult gij met zijn pand niet nederliggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Doch indien hijH1931 een armH6041manH376 is, zo zult gij met zijn pandH5667nietH3808nederliggenH7901.Doch indien hij een arm man is, zo zult gij met zijn pand niet nederliggen.
KJVAnd if the man2be poor,3thou shalt not sleep6with his pledge:
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3עָנִ֖יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor4ה֑וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6תִשְׁכַּ֖בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay7בַּעֲבֹטֽוֹH5667pandpledge
13Gij zult hem dat pand zekerlijk wedergeven, als de zon ondergaat, dat hij in zijn kleed nederligge, en u zegene; en het zal u gerechtigheid zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Gij zult hem dat pandH5667zekerlijkH7725wedergevenH7725, als de zonH8121ondergaatH935, dat hij in zijn kleedH8008nederliggeH7901, en u zegeneH1288; en het zal u gerechtigheidH6666 zijn voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, uws GodsH430.Gij zult hem dat pand zekerlijk wedergeven, als de zon ondergaat, dat hij in zijn kleed nederligge, en u zegene; en het zal u gerechtigheid zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.
KJVIn any case1thou shalt deliver2him the pledge5againwhen the sun7goeth down,6that he may sleep8in his own raiment,9and bless10thee: and it shall be righteousness13unto thee before14the LORD15thy God.
1הָשֵׁב֩H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2תָּשִׁ֨יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3ל֤וֹ4אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַעֲבוֹט֙H5667pandpledge6כְּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7הַשֶּׁ֔מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)8וְשָׁכַ֥בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay9בְּשַׂלְמָת֖וֹH8008klederen, kleed, kledingclothes, garment, raiment10וּבֵֽרֲכֶ֑ךָּH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank11וּלְךָ֙12תִּהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13צְדָקָ֔הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)14לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
14Gij zult den armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broederen is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Gij zult den armenH6041 en nooddruftigenH34daglonerH7916nietH3808verdrukkenH6231, die uit uw broederenH251 is, ofH176 uit uw vreemdelingenH1616, dieH834 in uw landH776 en in uw poortenH8179 zijn.Gij zult den armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broederen is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn.
KJVThou shalt not oppress2an hired servant3that is poor4and needy,5whether he be of thy brethren,6or of thy strangers8that are in thy land10within thy gates:
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַעֲשֹׁ֥קH6231verdrukt, geweld, verdrukkenget deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong)3שָׂכִ֖ירH7916dagloner, dagloners, gehuurdhired (man, servant), hireling4עָנִ֣יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor5וְאֶבְי֑וֹןH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)6מֵאַחֶ֕יךָH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'7א֧וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether8מִגֵּרְךָ֛H1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10בְּאַרְצְךָ֖H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11בִּשְׁעָרֶֽיךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)
15Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15OpH5921 zijn dagH3117 zult gij zijn loonH7939gevenH5414, en de zonH8121 zal daarover nietH3808ondergaanH935; wantH3588 hij is armH6041, en zijn zielH5315verlangtH5375 daarnaar; dat hij tegen u nietH3808roepeH7121totH413 den HEEREH3068, en zondeH2399 in u zij.Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij.
KJVAt his day1thou shalt give2him his hire,3neither shall the sun7go down5upon it; for he is poor,9and setteth13his heart15upon it: lest he cry17against thee unto the LORD,20and it be sin
1בְּיוֹמוֹ֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2תִתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3שְׂכָר֜וֹH7939loon, beloning, Loonhire, price, reward(-ed), wages, worth4וְֽלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תָב֧וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6עָלָ֣יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַשֶּׁ֗מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)8כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9עָנִי֙H6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor10ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11וְאֵלָ֕יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13נֹשֵׂ֖אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15נַפְשׁ֑וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it16וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17יִקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say18עָלֶ֨יךָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)21וְהָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use22בְךָ֖23חֵֽטְאH2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin
16De vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders; een ieder zal om zijn zonde gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16De vadersH1 zullen nietH3808gedoodH4191 worden voor de kinderenH1121, en de kinderenH1121 zullen nietH3808gedoodH4191 worden voor de vadersH1; een iederH376 zal om zijn zondeH2399gedoodH4191 worden.De vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders; een ieder zal om zijn zonde gedood worden.
KJVThe fathers3shall not be put to death2for the children,5neither shall the children6be put to death8for the fathers:10every man11shall be put to death13for his own sin.
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יוּמְת֤וּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise3אָבוֹת֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5בָּנִ֔יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וּבָנִ֖יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8יוּמְת֣וּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10אָב֑וֹתH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11אִ֥ישH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)12בְּחֶטְא֖וֹH2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin13יוּמָֽתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
17Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Gij zult het rechtH4941 van den vreemdelingH1616 en van den weesH3490nietH3808buigenH5186, en gij zult het kleedH899 der weduweH490nietH3808 te pand nemenH2254.Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen.
KJVThou shalt not pervert2the judgment3of the stranger,4nor of the fatherless;5nor take7a widow's9raiment8to pledge:
1לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַטֶּ֔הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield3מִשְׁפַּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4גֵּ֣רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger5יָת֑וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan6וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תַחֲבֹ֔לH2254verderven, pand, verdorven[idiom] at all, band, bring forth, (deal) corrupt(-ly), destroy, offend, lay to (take a) pledge, spoil, travail, [idiom] very, withhold8בֶּ֖גֶדH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe9אַלְמָנָֽהH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow
18Maar gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt, en de HEERE, uw God, heeft u van daar verlost; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18MaarH3588 gij zult gedenkenH2142, dat gij een knechtH5650 in EgypteH4714geweestH1961 zijt, en de HEEREH3068, uw GodH430, heeft u van daarH8033verlostH6299; daaromH3651gebiedeH6680ikH595 u dezeH2088zaakH1697 te doenH6213.Maar gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt, en de HEERE, uw God, heeft u van daar verlost; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.
KJVBut thou shalt remember1that thou wast a bondman3in Egypt,5and the LORD7thy God8redeemed6thee thence: therefore I command13thee to do14this thing.
1וְזָכַרְתָּ֗H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3עֶ֤בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4הָיִ֨יתָ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6וַֽיִּפְדְּךָ֛H6299verlost, lossen, verlossen[idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely7יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9מִשָּׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11כֵּ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you12אָנֹכִ֤יH595ik, mijI, me, [idiom] which13מְצַוְּךָ֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14לַעֲשׂ֔וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
19Wanneer gij uw oogst op uw akker afgeoogst, en een garf op den akker vergeten zult hebben, zo zult gij niet wederkeren, om die op te nemen; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal zij zijn; opdat u de HEERE, uw God, zegene, in al het werk uwer handen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Wanneer gij uw oogstH7105 op uw akkerH7704afgeoogstH7114, en een garfH6016 op den akkerH7704vergetenH7911 zult hebben, zo zult gij nietH3808wederkerenH7725, om die op te nemenH3947; voor den vreemdelingH1616, voor den weesH3490 en voor de weduweH490 zal zij zijnH1961; opdatH4616 u de HEEREH3068, uw GodH430, zegeneH1288, in alH3605 het werkH4639 uwer handenH3027.Wanneer gij uw oogst op uw akker afgeoogst, en een garf op den akker vergeten zult hebben, zo zult gij niet wederkeren, om die op te nemen; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal zij zijn; opdat u de HEERE, uw God, zegene, in al het werk uwer handen.
KJVWhen thou cuttest down2thine harvest3in thy field,4and hast forgot5a sheaf6in the field,7thou shalt not go again9to fetch10it: it shall be for the stranger,11for the fatherless,12and for the widow:13that the LORD17thy God18may bless16thee in all the work20of thine hands.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תִקְצֹר֩H7114maaien, maaiers, inoogsten[idiom] at all, cut down, much discouraged, grieve, harvestman, lothe, mourn, reap(-er), (be, wax) short(-en, -er), straiten, trouble, vex3קְצִֽירְךָ֨H7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)4בְשָׂדֶ֜ךָH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild5וְשָֽׁכַחְתָּ֧H7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget6עֹ֣מֶרH6016garf, gomer, garvenomer, sheaf7בַּשָּׂדֶ֗הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild8לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תָשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10לְקַחְתּ֔וֹH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win11לַגֵּ֛רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger12לַיָּת֥וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan13וְלָאַלְמָנָ֖הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow14יִהְיֶ֑הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15לְמַ֤עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to16יְבָרֶכְךָ֙H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank17יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20מַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought21יָדֶֽיךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
20Wanneer gij uw olijfboom zult geschud hebben, zo zult gij de takken achter u niet nauw doorzoeken; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Wanneer gij uw olijfboomH2132 zult geschudH2251 hebben, zo zult gij de takkenH6286achterH310 u nietH3808nauw doorzoekenH6286; voor den vreemdelingH1616, voor den weesH3490 en voor de weduweH490 zal het zijnH1961.Wanneer gij uw olijfboom zult geschud hebben, zo zult gij de takken achter u niet nauw doorzoeken; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
KJVWhen thou beatest2thine olive tree,3thou shalt not go over the boughs5again:6it shall be for the stranger,7for the fatherless,8and for the widow.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תַחְבֹּט֙H2251dorsen, dorste, geschudbeat (off, out), thresh3זֵֽיתְךָ֔H2132olijfbomen, olijfboom, olijfgaardenolive (tree, -yard), Olivet4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תְפָאֵ֖רH6286verheerlijkt, heerlijk, versierenbeautify, boast self, go over the boughs, glorify (self), glory, vaunt self6אַחֲרֶ֑יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7לַגֵּ֛רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger8לַיָּת֥וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan9וְלָאַלְמָנָ֖הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow10יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
21Wanneer gij uw wijngaard zult afgelezen hebben, zo zult gij de druiven achter u niet nalezen; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Wanneer gij uw wijngaardH3754 zult afgelezenH1219 hebben, zo zult gij de druivenH310 achter u nietH3808nalezenH5953; voor den vreemdelingH1616, voor den weesH3490 en voor de weduweH490 zal het zijnH1961.Wanneer gij uw wijngaard zult afgelezen hebben, zo zult gij de druiven achter u niet nalezen; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
KJVWhen thou gatherest2the grapes of thy vineyard,3thou shalt not glean5it afterward:6it shall be for the stranger,7for the fatherless,8and for the widow.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2תִבְצֹר֙H1219vaste, gesterkt, vastcut off, (de-) fenced, fortify, (grape) gather(-er), mighty things, restrain, strong, wall (up), withhold3כַּרְמְךָ֔H3754wijngaarden, wijngaard, wijngaardsvines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם)4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תְעוֹלֵ֖לH5953nalezen, spot drijven, aangedaanabuse, affect, [idiom] child, defile, do, glean, mock, practise, thoroughly, work (wonderfully)6אַחֲרֶ֑יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7לַגֵּ֛רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger8לַיָּת֥וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan9וְלָאַלְמָנָ֖הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow10יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
22En gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypteland geweest zijt; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En gij zult gedenkenH2142, dat gij een knechtH5650 in EgyptelandH776geweestH1961 zijt; daaromH3651gebiedeH6680ikH595 u dezeH2088zaakH1697 te doenH6213.En gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypteland geweest zijt; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.
KJVAnd thou shalt remember1that thou wast a bondman3in the land5of Egypt:6therefore I command10thee to do11this thing.
1וְזָ֣כַרְתָּ֔H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3עֶ֥בֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4הָיִ֖יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8כֵּ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you9אָנֹכִ֤יH595ik, mijI, me, [idiom] which10מְצַוְּךָ֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11לַעֲשׂ֔וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַדָּבָ֖רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work14הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 24:1— Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.Mattheüs 19:7→Deuteronomium 22:19→Deuteronomium 22:13→Jeremia 3:8→Jesaja 50:1→Deuteronomium 24:3→Mattheüs 5:31→Deuteronomium 22:29→
Deuteronomium 24:2— Zo zij dan, uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een anderen man ter vrouwe worden,Mattheüs 5:32→1 Korinthe 7:15→Markus 10:11→Leviticus 21:14→Leviticus 21:7→Leviticus 22:13→Numeri 30:9→Ezechiël 44:22→
Deuteronomium 24:4— Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, dat zij hem ter vrouwe zij, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.Jeremia 3:1→Leviticus 18:24→Jozua 22:17→
Deuteronomium 24:5— Wanneer een man een nieuwe vrouw zal genomen hebben, die zal in het heir niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij vrij zijn in zijn huis, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugen.Deuteronomium 20:7→Spreuken 5:18→Genesis 2:24→Mattheüs 19:4→Efeze 5:28→Titus 2:4→Markus 10:6→1 Korinthe 7:10→
Deuteronomium 24:6— Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand.Deuteronomium 20:19→Openbaring 18:22→Exodus 22:26→Genesis 44:30→Lukas 12:15→
Deuteronomium 24:7— Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel steelt uit zijn broederen, uit de kinderen Israels, en drijft gewin met hem, en verkoopt hem; zo zal deze dief sterven, en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen.Exodus 21:16→1 Timotheüs 1:10→Ezechiël 27:13→Openbaring 18:13→Exodus 22:1→Deuteronomium 19:19→
Deuteronomium 24:8— Wacht u in de plaag der melaatsheid, dat gij naarstiglijk waarneemt en doet naar alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk als ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen.Leviticus 14:2→Lukas 17:14→Leviticus 13:1→Leviticus 14:9→Leviticus 13:57→Markus 1:44→Lukas 5:14→Mattheüs 8:4→
Deuteronomium 24:9— Gedenkt, wat de HEERE, uw God, gedaan heeft aan Mirjam, op den weg, als gij uit Egypte waart uitgetogen.Numeri 12:10→1 Korinthe 10:6→2 Kronieken 26:20→1 Korinthe 10:11→2 Koningen 7:3→Numeri 5:2→Lukas 17:32→
Deuteronomium 24:10— Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;Deuteronomium 15:8→Exodus 22:27→
Deuteronomium 24:12— Doch indien hij een arm man is, zo zult gij met zijn pand niet nederliggen.Deuteronomium 24:17→Job 24:3→Job 22:6→Job 24:9→
Deuteronomium 24:13— Gij zult hem dat pand zekerlijk wedergeven, als de zon ondergaat, dat hij in zijn kleed nederligge, en u zegene; en het zal u gerechtigheid zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.Daniël 4:27→Deuteronomium 6:25→Psalmen 112:9→Deuteronomium 24:15→Exodus 22:26→Ezechiël 18:16→Amos 2:8→Ezechiël 18:7→
Deuteronomium 24:14— Gij zult den armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broederen is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn.Maleachi 3:5→Spreuken 14:31→Amos 4:1→Spreuken 22:16→Amos 8:4→Lukas 10:7→Job 31:13→Leviticus 25:35→
Deuteronomium 24:15— Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij.Jakobus 5:4→Leviticus 19:13→Deuteronomium 15:9→Jeremia 22:13→Spreuken 3:27→Job 35:9→Exodus 22:23→Job 31:38→
Deuteronomium 24:16— De vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders; een ieder zal om zijn zonde gedood worden.Ezechiël 18:20→Jeremia 31:29→2 Kronieken 25:4→2 Koningen 14:5→
Deuteronomium 24:17— Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen.Deuteronomium 16:19→Deuteronomium 27:19→Exodus 23:6→Exodus 22:21→Job 29:11→Micha 7:3→Jesaja 1:23→Exodus 23:2→
Deuteronomium 24:18— Maar gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt, en de HEERE, uw God, heeft u van daar verlost; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.Deuteronomium 5:15→Deuteronomium 15:15→Deuteronomium 16:12→Deuteronomium 24:22→
Deuteronomium 24:19— Wanneer gij uw oogst op uw akker afgeoogst, en een garf op den akker vergeten zult hebben, zo zult gij niet wederkeren, om die op te nemen; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal zij zijn; opdat u de HEERE, uw God, zegene, in al het werk uwer handen.Leviticus 23:22→Leviticus 19:9→Spreuken 19:17→Deuteronomium 14:29→Spreuken 11:24→Jesaja 58:7→Lukas 14:13→Deuteronomium 26:13→
Deuteronomium 24:20— Wanneer gij uw olijfboom zult geschud hebben, zo zult gij de takken achter u niet nauw doorzoeken; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.Leviticus 19:10→
Deuteronomium 24:21— Wanneer gij uw wijngaard zult afgelezen hebben, zo zult gij de druiven achter u niet nalezen; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.Deuteronomium 24:19→Leviticus 19:9→
Deuteronomium 24:22— En gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypteland geweest zijt; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.Deuteronomium 24:18→Efeze 5:1→Deuteronomium 5:14→1 Johannes 4:10→Deuteronomium 7:8→Jesaja 51:1→2 Korinthe 8:8→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 24 vers 1— Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.
iets schandelijks
Hebreeuws, naaktheid, of schandelijkheid eens dings. Versta, al zulke dingen, waardoor de man mishagen aan haar neemt, uitgenomen hoererij.
Hertaald:iets schandelijks
Hebreeuws: naaktheid of schandelijkheid van een ding. Versta: al zulke dingen waardoor de man een afkeer van haar krijgt, hoererij uitgezonderd.
dat hij haar
Anders, en hij haar een scheidbrief geschreven en in haar hand gegeven, en uit zijn huis verlaten zal hebben; en alzo voorts tot vs.4 toe.
Hertaald:dat hij haar
Anders: en hij haar een scheidbrief geschreven en in haar hand gegeven en uit zijn huis weggezonden zal hebben; en zo verder tot vers 4 toe.
scheidbrief zal schrijven,
Hebreeuws, een brief, of, boekje daarvan, of, uitsnijding; omdat de band des huwelijks daarmede als in tweeën gesneden en de gehuwden ganselijk vaneen gescheiden werden. Zie de verklaring van onzen Heere Jezus Christus over deze wet Matt. 19:3, enz.
Hertaald:scheidbrief zal schrijven,
Hebreeuws: een brief of boekje daarvan, of: een uitsnijding; omdat de band van het huwelijk daarmee als het ware doormidden gesneden werd en de gehuwden geheel van elkaar gescheiden werden. Zie de verklaring van onze Heere Jezus Christus over deze wet in Matt. 19:3, enzovoort.
Deuteronomium 24 vers 4— Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, dat zij hem ter vrouwe zij, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.
wedernemen,
Hebreeuws, mogen wederkeren, om haar te nemen
Hertaald:wedernemen,
Hebreeuws: mogen terugkeren om haar te nemen.
nadat zij is verontreinigd geworden;
Vergelijk Matt. 5:32.
Hertaald:nadat zij is verontreinigd geworden;
Vergelijk Matt. 5:32.
het land niet doen zondigen,
Dat is, geen schuld en straf over het land brengen, of, den inwoners des lands geen oorzaak geven tot zondigen.
Hertaald:het land niet doen zondigen,
Dat is: geen schuld en straf over het land brengen, of: de inwoners van het land geen aanleiding tot zondigen geven.
Deuteronomium 24 vers 5— Wanneer een man een nieuwe vrouw zal genomen hebben, die zal in het heir niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij vrij zijn in zijn huis, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugen.
in het heir
Tot een krijg. Zie Num. 1:3.
Hertaald:in het heir
Voor een oorlog. Zie Num. 1:3.
men zal hem geen last opleggen;
Hebreeuws, geen ding; [dat is, geen last] zal over hem gaan
Hertaald:men zal hem geen last opleggen;
Hebreeuws: geen ding [dat is: geen last] zal over hem gaan.
vrij zijn in zijn huis,
Hebreeuws, onschuldig; dat is, vrij van last, gelijk de onschuldige vrij behoort te zijn van straf.
Hertaald:vrij zijn in zijn huis,
Hebreeuws: onschuldig; dat is: vrij van last, zoals de onschuldige vrij behoort te zijn van straf.
Deuteronomium 24 vers 6— Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand.
molenstenen,
Dit schijnt te zien op de handmolens, die men vanouds in huisgezinnen placht te hebben. Vergelijk Ex. 11:5; Num. 11:8; Jer. 25:10.
Hertaald:molenstenen,
Dit schijnt te zien op de handmolens die men vanouds in de huisgezinnen placht te hebben. Vergelijk Ex. 11:5; Num. 11:8; Jer. 25:10.
bovensten molensteen,
Want de bovenste steen moet malen.
Hertaald:bovensten molensteen,
Want de bovenste steen moet malen.
hij neemt
Die zulks doet.
Hertaald:hij neemt
Wie dat doet.
de ziel te pand
Dat is, het leven. Versta, hetgeen waarvan de mens leven of zich onderhouden moet.
Hertaald:de ziel te pand
Dat is: het leven. Versta: dat waarvan de mens leven of zich onderhouden moet.
Deuteronomium 24 vers 7— Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel steelt uit zijn broederen, uit de kinderen Israels, en drijft gewin met hem, en verkoopt hem; zo zal deze dief sterven, en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen.
een ziel steelt
Dat is, een mens.
Hertaald:een ziel steelt
Dat is: een mens.
Deuteronomium 24 vers 8— Wacht u in de plaag der melaatsheid, dat gij naarstiglijk waarneemt en doet naar alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk als ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen.
naarstiglijk waarneemt
Hebreeuws, zeer.
Hertaald:naarstiglijk waarneemt
Hebreeuws: zeer.
Deuteronomium 24 vers 10— Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;
iets zult geleend hebben,
Hebreeuws, de lening van iets geleend zult hebben.
Hertaald:iets zult geleend hebben,
Hebreeuws: de lening van iets geleend zult hebben.
Deuteronomium 24 vers 12— Doch indien hij een arm man is, zo zult gij met zijn pand niet nederliggen.
nederliggen
Slapen gaan.
Hertaald:nederliggen
Slapen gaan.
Deuteronomium 24 vers 13— Gij zult hem dat pand zekerlijk wedergeven, als de zon ondergaat, dat hij in zijn kleed nederligge, en u zegene; en het zal u gerechtigheid zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.
zegene;
Dat is, uw medelijdendheid voor God gedenke en zijn goddelijken zegen u van harte toewense en toebidde.
Hertaald:zegene;
Dat is: uw barmhartigheid voor God gedenkt en u van harte Zijn goddelijke zegen toewenst en toebidt.
het zal u gerechtigheid zijn
God zal het houden voor een goed werk der barmhartigheid, dat hem in den Messias aangenaam is, als uit waar geloof en tot zijn eer gedaan, naar zijn wet, die een richtsnoer is der gerechtigheid, waarnaar zij die door het geloof gerechtvaardigd zijn, Gode ter dankbaarheid schuldig zijn te wandelen. Vergelijk boven, Deut. 6:25, en Deut. 9:5; Ps. 106:31; Luc. 1:74-75; Rom. 6:18-19; Gal. 5:6; Fil. 1:11.
Hertaald:het zal u gerechtigheid zijn
God zal het houden voor een goed werk van barmhartigheid, dat Hem in de Messias aangenaam is, omdat het uit waar geloof en tot Zijn eer gedaan is, naar Zijn wet, die een richtsnoer van gerechtigheid is waarnaar zij die door het geloof gerechtvaardigd zijn God ter dankbaarheid behoren te wandelen. Vergelijk hierboven, Deut. 6:25, en Deut. 9:5; Ps. 106:31; Luc. 1:74-75; Rom. 6:18-19; Gal. 5:6; Fil. 1:11.
Deuteronomium 24 vers 14— Gij zult den armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broederen is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn.
verdrukken,
Zijn loon met list of geweld onttrekken of bekorten.
Hertaald:verdrukken,
Zijn loon met list of geweld onthouden of verkorten.
poorten zijn
Dat is, steden of woonplaatsen.
Hertaald:poorten zijn
Dat is: steden of woonplaatsen.
Deuteronomium 24 vers 15— Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij.
Op zijn dag
Dat is, tenzelfden dage, wanneer hij gearbeid en zijn loon verdiend heeft.
Hertaald:Op zijn dag
Dat is: op dezelfde dag waarop hij gewerkt en zijn loon verdiend heeft.
niet ondergaan;
Dat is, gij zult maken dat hij vóór den ondergang der zon voldaan is.
Hertaald:niet ondergaan;
Dat is: u zult zorgen dat hij vóór zonsondergang betaald is.
zijn ziel
Hebreeuws, hij verheft zijn ziel tot, of, naar hetzelve; te weten, loon; dat is, zijn hart verlangt daarnaar. Zie Ps. 24:4.
Hertaald:zijn ziel
Hebreeuws: hij verheft zijn ziel tot of naar hetzelve, namelijk het loon; dat is: zijn hart verlangt ernaar. Zie Ps. 24:4.
zonde in u zij
Zie boven, Deut. 23:21.
Hertaald:zonde in u zij
Zie hierboven, Deut. 23:21.
Deuteronomium 24 vers 16— De vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders; een ieder zal om zijn zonde gedood worden.
De vaders
Mozes wil zeggen, dat de rechters toezien zullen, dat zij geen onschuldigen straffen voor of met de schuldigen. Zie ook 2 Kron. 25:4.
Hertaald:De vaders
Mozes wil zeggen dat de rechters erop zullen toezien dat zij geen onschuldigen straffen in plaats van of samen met de schuldigen. Zie ook 2 Kron. 25:4.
Deuteronomium 24 vers 17— Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen.
van den wees niet buigen,
Hieronder moet de weduwe ook verstaan worden, gelijk in het volgende bij de weduwe de andere moeten verstaan worden.
Hertaald:van den wees niet buigen,
Hieronder moet ook de weduwe verstaan worden, zoals in het vervolg bij de weduwe de anderen verstaan moeten worden.
Deuteronomium 24 vers 20— Wanneer gij uw olijfboom zult geschud hebben, zo zult gij de takken achter u niet nauw doorzoeken; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
achter u niet nauw doorzoeken;
Dat is, die gij achtergelaten of overgeslagen hebt; en zo in vs.21.
Hertaald:achter u niet nauw doorzoeken;
Dat is: wat u achtergelaten of overgeslagen hebt; en zo ook in vers 21.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Scheidbrief — Hebreeuws: sefer keritoet, "boek der afsnijding" — in de Statenvertaling "scheidbrief"
Deuteronomium 24:1-4 regelt geen echtscheiding maar begrenst haar gevolgen. Als een man zijn vrouw wegzendt omdat hij "iets schandelijks" aan haar gevonden heeft, moet hij haar een scheidbrief schrijven en in haar hand geven. Is zij daarna met een ander getrouwd en wordt zij opnieuw weggezonden, of sterft die man, dan mag de eerste man haar niet terugnemen. De schriftelijke brief beschermde de vrouw: zij had een bewijs in handen dat zij vrij was. In de dagen van de Heere Jezus twistten de rabbijnenscholen over de vraag hoe ruim of hoe eng "iets schandelijks" gelezen moest worden.
Bijbelse betekenis: De wet duldt hier een kwaad zonder het goed te keuren, en bindt het tegelijk aan regels die de zwakste partij dekking geven. Dat zij het hertrouwen met de eerste man een gruwel noemt, sluit bovendien elk lichtvaardig heen en weer zenden af: de scheiding werd juridisch onherroepelijk gemaakt, zodat men er niet mee zou spelen. Zowel de profeet Maleachi als Christus laten zien dat de scheiding zelf God niet welgevallig is (Mal. 2:14-16).
Typologie: Wanneer de Farizeeën Hem juist met deze tekst benaderen, wijst de Heere Jezus hen terug naar de scheppingsorde. Van het begin af is het zo niet geweest, en Mozes heeft dit om de hardigheid van hun harten toegelaten. Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet (Matt. 19:3-9; Mark. 10:2-12). Daarmee legt Hij het onderscheid bloot tussen wat de wet duldde en wat God bedoelde — en handhaaft Hij het huwelijk zoals dat in Gen. 2:24 is ingesteld.
I. Vs. 1-22.KruisverwijzingenExodus 21:16→Mattheüs 19:7→Jeremia 3:1→Deuteronomium 20:7→Deuteronomium 22:19→Deuteronomium 22:13→Jeremia 3:8→Spreuken 5:18→ — Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis. Zo zij dan, uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een anderen man ter vrouwe worden, En deze laatste man haar gehaat, en haar een scheidbrief geschreven, en in haar hand gegeven, en haar uit zijn huis zal hebben laten gaan; of als deze laatste man, die ze voor zich tot een vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn; Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, dat zij hem ter vrouwe zij, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft. Wanneer een man een nieuwe vrouw zal genomen hebben, die zal in het heir niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij vrij zijn in zijn huis, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugen. Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand. Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel steelt uit zijn broederen, uit de kinderen Israels, en drijft gewin met hem, en verkoopt hem; zo zal deze dief sterven, en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen. Wacht u in de plaag der melaatsheid, dat gij naarstiglijk waarneemt en doet naar alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk als ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen. Gedenkt, wat de HEERE, uw God, gedaan heeft aan Mirjam, op den weg, als gij uit Egypte waart uitgetogen. Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen; Verdere voorschriften, hoe met de echtscheiding (vs.1-4), met een pas gehuwde (vs.5), met het nemen van panden voor het geleende (vs.6,10-13), met hem die mensenroof begaat (vs.7), met de gehoorzaamheid aan de dragers van het Goddelijke woord (vs.8,9), met het loon van armen en nooddruftigen (vs.14,15), en met andere gevallen in Israël moet gehandeld worden. Deels geven zij iets nieuws, deels herhalen ze wat reeds bestond, en dit alles met het doel om de juiste verhouding van de Israëliet tot de van hem afhankelijke personen volgens de Goddelijke wil te bepalen en hem voor het belust zijn naar dat wat van de andere is in die gevallen te bewaren, waarin hij de macht heeft, zijn lust ook maar enigszins te bevredigen.
KruisverwijzingenMattheüs 19:7→Deuteronomium 22:19→Deuteronomium 22:13→Jeremia 3:8→Jesaja 50:1→Deuteronomium 24:3→Mattheüs 5:31→Deuteronomium 22:29→— Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.
Wanneer1) een man een vrouw zal genomen, zal ondertrouwd, en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij daarna, geen genade zal vinden in zijn ogen, zodat hij begeert de echt met haar te verbreken en van haar te scheiden, omdat hij iets schandelijks 2) aan haargevonden heeft, iets waargenomen heeft, waarover hij zich met reden schaamt en waarom hij afkeer tegen haar voedt, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, waarin hij zich formeel los van haar verklaart en die in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.
Wat nu de echtscheiding aangaat, ofschoon deze aan de Joden bij toelating was vergund, heeft Christus echter verklaard, dat zij nooit wettig geoorloofd is geweest, omdat zij met de eerste instelling van God, waarin een eeuwigdurende en onverbrekelijke regel is te zoeken, in openbare strijd is. In het algemeen wordt gezegd, dat de rechten van de natuur niet los te maken zijn. Maar God heeft eenmaal afgekondigd, dat de band van vereniging tussen man en vrouw hechter zijn, dan die van de zoon met de vader. Want indien een zoon het vaderlijk juk niet kan afschudden, dan duldt Hij geen enkele reden om de gemeenschap, welke men met de vrouw heeft, te verbreken. Hieruit blijkt, hoe groot de hardnekkigheid van dit volk is geweest, welke niet heeft kunnen vertederd worden, om die onschendbare en onverbrekelijke band niet te verscheuren. Ondertussen hebben de joden het ten onrechte gemeend, dat hun straffeloos geoorloofd was, wat God wegens de hardheid van hun hart niet heeft willen straffen, omdat zij veeleer het antwoord van Christus hadden moeten tegenspreken, dat het niet in de macht van de mens staat te scheiden, wat God verenigd heeft (Matth.19:6). Ondertussen heeft God ervoor willen zorgen, dat, wanneer de vrouw onbillijk verdrukt wordt, het voor haar verkieselijker was, vrij weg gezonden te worden, dan een geheel leven lang te moeten zuchten onder de macht van een wrede tiran.
KruisverwijzingenMattheüs 5:32→1 Korinthe 7:15→Markus 10:11→Leviticus 21:14→Leviticus 21:7→Leviticus 22:13→Numeri 30:9→Ezechiël 44:22→— Zo zij dan, uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een anderen man ter vrouwe worden,
Schandelijk óf naar het lichaam óf naar de geest. In latere tijd, ten tijde van Christus is hier zeer veel over getwist tussen Hillel en Schammai, die ieder aan het hoofd van een school stonden. Hillel uit Babylonië afkomstig en uit het geslacht van David, die omstreeks 70 v. Chr. naar Jeruzalem kwam, om hier de wetten onder de leiding van de schriftgeleerden, Schemaja en Abtaljon, te bestuderen, die zich overdag als lastdrager verhuurde, om het geld voor het onderricht, dat gewoonlijk ‘s avonds of ‘s nachts gegeven werd, mee te kunnen brengen, totdat men hem later vrije toegang verschafte, en die door buitengewone ijver en vlijt een van de voornaamste schriftgeleerden van zijn tijd werd, verkreeg op zijn tachtigste levensjaar (circa 30 v.Chr.) de waardigheid van voorzitter in de hoge Raad en had eerst Menahem, toen Schammai als vice-praeses naast zich. Beide mannen waren geheel uiteenlopend in geestes- en gemoedsrichting. Schammai was onverschrokken en streng, onbuigzaam en steil, terwijl Hillel als vriendelijk en zacht wordt afgeschilderd en zijn uitlegging van de wet regelde naar de verhouding van de tijden. Dikwijls genoeg ontstond er daarom tussen hen verschil van mening, dat zich tenslotte in openbare vijandschap oploste, terwijl het zelfs tussen de scholieren van weerskanten tot handtastelijkheden kwam, totdat eindelijk de strijd (volgens de sage door ene Bath-Kol d.i. dochter van de stem (Mal.4:6 Joh.12:28 ), eindigde ten gunste van de Hilelianen. Schammai vatte de Hebreeuwse woorden in deze tekst (Ervat dabßr) op als betrekking hebbende op onkuise daden en een schaamteloos ontuchtig gedrag, waartoe hij ook rekende het dragen van kleren, die het lichaam niet voegzaam bedekten enz. Hillel daarentegen schoof er een “of” tussen, dus: “om iets schandelijks of enige andere zaak.” Daartoe werd dus tot Halacha-grondregel gesteld, dat de man om welke reden dan ook, van zijn vrouw mocht scheiden (Matth.19:3), al was die rede ook zo nietig; wanneer b.v. een vrouw de soep had laten aanbranden óf (volgens rabbi Akiba *) als een andere vrouw hem beter beviel.
*) Akiba omstreeks het jaar 100 v.Chr. Hij was het hoofd van de school te Bani-Brak (Jozua 19:45) nam deel aan de opstand tegen Hadrianus, werd daarin op de gruwelijkste wijze om het leven gebracht en behoort daarom tot de 10 martelaars, die door de Joden tussen nieuwjaar en grote Verzoendag in het gebed herdacht worden. Het geven van een scheidbrief was overigens tot voordeel van de vrouw; het stond nu de man niet vrij zijn vrouw willekeurig te verstoten zonder reden op te geven. Het gebod komt dus hierop neer, dat geen vrouw zonder scheidbrief mocht verstoten worden en was dus werkelijk voor man en vrouw beide een tegemoetkoming. “Vóór Jesaja wordt niet van een scheidbrief gesproken (Jesaja 50:1) dus 700 jaar na het maken van deze wet, en na die tijd slechts zeer zelden.”. Door de juistheid van deze wet, stelt God de rijkdom van Zijn genade in een helder licht, daar Hij zo graag weer verzoend wilde zijn met Zijn volk, dat van Hem afgeweken was (Jeremia. 3:1): “want Zijn gedachten en wegen zijn boven de onze.” In het Hebreeuws weer evenals in hoofdstuk 23:14: rbd twre (Erwath dabar), letterlijk, de schande van de zaak. Ongetwijfeld mag dit niet gezocht worden in overspel, want dan was zij de dood schuldig. Ook niet in vermoeden van overspel, want dan was daar “het water van de zuivering”. Het moet dus gezocht worden in iets, wat wel echtbreuk nabij komt, maar het nog niet is, zoals oneerbare kleding, ongepaste scherts, of schandelijke bewegingen, waarvan de Apostel spreekt. De man moest echter dit bedenken, dat voor God de vereniging bleef, en evenzeer dat, wanneer zij een ander man tot vrouw was geworden, zij nooit weer zijn vrouw kon worden. God heeft de scheiding van man en vrouw zo moeilijk mogelijk gemaakt, opdat zij zo weinig mogelijk zou plaatshebben. De tijdgeest van onze dagen, die de echtscheiding zo gemakkelijk mogelijk wil maken, gaat regelrecht tegen Gods verordeningen in.
KruisverwijzingenJeremia 3:1→Leviticus 18:24→Jozua 22:17→— Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, dat zij hem ter vrouwe zij, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.
Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen terugnemen, dat zij hem tot vrouw zij, nadat zij is verontreinigd geworden, 1) door de vleselijke gemeenschap met de tweede man (vs.2); want dat terugnemen van een vrouw, die gescheiden is en intussen een andere man heeft toebehoord, is een gruwel voor het aangezicht van de HEERE, en gij mag die gruwel niet begaan; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, tot erfgoed geeft. 2)
Verontreinigd geworden. Hier wordt hetzelfde woord gebruikt, dat gebezigd wordt voor echtbreuk en daarmee feitelijk het huwen met een gescheiden vrouw op één lijn gesteld met overspel.
Deze eerste vier verzen behoren geheel en al bij elkaar. Zij regelen op een uitstekende wijze het huwelijk. In twee opzichten kon de Mozaïsche wet, omdat zij geen middel bezat, de natuurlijke hardheid van het hart te overwinnen, het stenen hart weg te nemen en een van vlees daarvoor in de plaats te stellen, maar dat voor de heilsopenbaring in de toekomst moest overlaten (Jeremia. 31:31 vv. Ezech.36:25 vv. Matth.19:8 ). De Goddelijke instelling van de echt in de oorspronkelijke vorm, die aan het wezen van de zaak alleen beantwoordde, niet van kracht doen zijn; maar zag zich veeleer genoodzaakt tot toegevingen of inwilligingen (concessie’s) aan de bestaande volksgebruiken. Deels is dit het dulden van polygamie (zie Ex 21.11 en zie De 21.14); deels het toegeven van echtscheiding. Mozes stelt noch het eerste, noch het laatste tot een eigenlijk recht en laat ze veeleer als iets, dat nu toch eenmaal bestaat en door uitwendige, wettelijke dwang niet kan opgeheven worden, onmiddellijk aan het geduld van God over. Bovendien is in zijn boeken het huwelijk niet slechts in volkomen toestand voorgesteld, zoals het was voordat het door de zonde geschonden werd (Genesis 2:18-24); maar ook wordt er door geschiedenissen en leringen gewezen op de monogamie (huwelijk met één vrouw) als de alleen God welgevallige vorm van het huwelijk, en door wettelijke beperkingen wordt de echtscheiding tegengewerkt. Wat betreft het eerste moet van grote invloed geweest zijn: zowel de schildering van de wrange vruchten, die de Patriarchen gesmaakt hadden door het nemen van meerdere vrouwen, als ook voornamelijk de godsdienstige opvatting, die later de profeten hadden over de monogamische echt, als een afschaduwing van Jehova’s Verbond met Israël (zie Ex 34.16). Wat het tweede punt betreft, het tegengaan van echtscheiding, deze wordt juist aan diegenen ontzegd, die de vrouw willen verlagen tot een bloot werktuig van hun zinnelijke lusten (hoofdstuk 22:19,29). Deels is hier ook reeds de nieuwtestamentische uitdrukking van kracht: “wat God tezamen gevoegd heeft, scheidt de mens niet,” daar een gescheiden noch een priester, noch haar eerste man mocht trouwen voor de tweede maal, als zij intussen een andere had toebehoord. Zij werd voor verontreinigd beschouwd. Hierdoor is zo duidelijk mogelijk uitgesproken, dat door de echt die twee één vlees worden, en dat zij, die reeds een man heeft toebehoord, niet van een ander worden mag. Haar vroegere echtelijke band is wél door de mensen, niet door God opgeheven, en bestaat in de grond van de zaak nog; haar huidig echtelijk samenleven met een ander is echter streng genomen als echtbreuk te beschouwen. Vergelijk hierbij Leviticus. 18:20 en Numeri. 5:13 vv., waar de uitdrukking “onrein, zich verontreinigen” gebezigd wordt voor het samenleven na echtbreuk; en dan ook de uitspraak van onze Heere Matth.15:9: “Die de verlatene trouwt, doet overspel”. Opmerkingswaardig is de benaming van de eerste man Baäl (Heer) terwijl de volgende altijd isch (man) genaamd worden. Bij de heidenen o.a. de Egyptenaren (volgens Abar banel) bestond nergens de wet tegen echtscheiding. “Lycurgus, Solon en Numa veroorloofden volgens Plutarchus om de vrouwen te verruilen”
Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen terugnemen, dat zij hem tot vrouw zij, nadat zij is verontreinigd geworden, 1) door de vleselijke gemeenschap met de tweede man (vs.2); want dat terugnemen van een vrouw, die gescheiden is en intussen een andere man heeft toebehoord, is een gruwel voor het aangezicht van de HEERE, en gij mag die gruwel niet begaan; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, tot erfgoed geeft. 2)
Verontreinigd geworden. Hier wordt hetzelfde woord gebruikt, dat gebezigd wordt voor echtbreuk en daarmee feitelijk het huwen met een gescheiden vrouw op één lijn gesteld met overspel.
Deze eerste vier verzen behoren geheel en al bij elkaar. Zij regelen op een uitstekende wijze het huwelijk. In twee opzichten kon de Mozaïsche wet, omdat zij geen middel bezat, de natuurlijke hardheid van het hart te overwinnen, het stenen hart weg te nemen en een van vlees daarvoor in de plaats te stellen, maar dat voor de heilsopenbaring in de toekomst moest overlaten (Jeremia. 31:31 vv. Ezech.36:25 vv. Matth.19:8 ). De Goddelijke instelling van de echt in de oorspronkelijke vorm, die aan het wezen van de zaak alleen beantwoordde, niet van kracht doen zijn; maar zag zich veeleer genoodzaakt tot toegevingen of inwilligingen (concessie’s) aan de bestaande volksgebruiken. Deels is dit het dulden van polygamie (zie Ex 21.11 en zie De 21.14); deels het toegeven van echtscheiding. Mozes stelt noch het eerste, noch het laatste tot een eigenlijk recht en laat ze veeleer als iets, dat nu toch eenmaal bestaat en door uitwendige, wettelijke dwang niet kan opgeheven worden, onmiddellijk aan het geduld van God over. Bovendien is in zijn boeken het huwelijk niet slechts in volkomen toestand voorgesteld, zoals het was voordat het door de zonde geschonden werd (Genesis 2:18-24); maar ook wordt er door geschiedenissen en leringen gewezen op de monogamie (huwelijk met één vrouw) als de alleen God welgevallige vorm van het huwelijk, en door wettelijke beperkingen wordt de echtscheiding tegengewerkt. Wat betreft het eerste moet van grote invloed geweest zijn: zowel de schildering van de wrange vruchten, die de Patriarchen gesmaakt hadden door het nemen van meerdere vrouwen, als ook voornamelijk de godsdienstige opvatting, die later de profeten hadden over de monogamische echt, als een afschaduwing van Jehova’s Verbond met Israël (zie Ex 34.16). Wat het tweede punt betreft, het tegengaan van echtscheiding, deze wordt juist aan diegenen ontzegd, die de vrouw willen verlagen tot een bloot werktuig van hun zinnelijke lusten (hoofdstuk 22:19,29). Deels is hier ook reeds de nieuwtestamentische uitdrukking van kracht: “wat God tezamen gevoegd heeft, scheidt de mens niet,” daar een gescheiden noch een priester, noch haar eerste man mocht trouwen voor de tweede maal, als zij intussen een andere had toebehoord. Zij werd voor verontreinigd beschouwd. Hierdoor is zo duidelijk mogelijk uitgesproken, dat door de echt die twee één vlees worden, en dat zij, die reeds een man heeft toebehoord, niet van een ander worden mag. Haar vroegere echtelijke band is wél door de mensen, niet door God opgeheven, en bestaat in de grond van de zaak nog; haar huidig echtelijk samenleven met een ander is echter streng genomen als echtbreuk te beschouwen. Vergelijk hierbij Leviticus. 18:20 en Numeri. 5:13 vv., waar de uitdrukking “onrein, zich verontreinigen” gebezigd wordt voor het samenleven na echtbreuk; en dan ook de uitspraak van onze Heere Matth.15:9: “Die de verlatene trouwt, doet overspel”. Opmerkingswaardig is de benaming van de eerste man Baäl (Heer) terwijl de volgende altijd isch (man) genaamd worden. Bij de heidenen o.a. de Egyptenaren (volgens Abar banel) bestond nergens de wet tegen echtscheiding. “Lycurgus, Solon en Numa veroorloofden volgens Plutarchus om de vrouwen te verruilen”
KruisverwijzingenDeuteronomium 20:7→Spreuken 5:18→Genesis 2:24→Mattheüs 19:4→Efeze 5:28→Titus 2:4→Markus 10:6→1 Korinthe 7:10→— Wanneer een man een nieuwe vrouw zal genomen hebben, die zal in het heir niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij vrij zijn in zijn huis, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugen.
Wanneer een man een nieuwe a) vrouw 1) zal genomen hebben, die zal in het leger, ten oorlog niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij van dit alles vrij zijn in zijn huis, opdat hij dit zijn nieuw gevormd huiselijk leven bevestigt, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugt, eerst geregeld met haar samenwoont, voordat het burgerlijk leven met alle plichten en bezwaren hem in beslag neemt, en opdat zij elkaar door en door leren kennen en vertrouwen.
Deuteronomium. 20:7
Deze verordening staat met de vorige in nauw verband. Heeft God in de voorgaande de echtscheiding zo moeilijk willen maken, hier met deze verordening wil God de huwelijksband bevestigen, zodat aan jonggehuwden niets mag worden opgelegd, wat de man van de vrouw zou kunnen scheiden. Een jaar lang moest hij van elke last ontheven zijn (zie De 20.7)
KruisverwijzingenDeuteronomium 20:19→Openbaring 18:22→Exodus 22:26→Genesis 44:30→Lukas 12:15→— Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand.
Men zal, wanneer men zijn broeder iets leent, van hem, beide molenstenen, immers de bovenste molensteen niet te pand nemen, òf de gehele molen òf de maalsteen, zonder welke de onderste tot niets nut is; a) want hij neemtde ziel te pand, 1) hij kan die niet ontberen voor de bereiding van zijn dagelijks brood; hij neemt een pand tot zich, dat aan het leven raakt, waarmee men in zijn levensonderhoud moet voorzien.
Zie Ex 16.24; Ex.11:5 Numeri. 11:8
In de eerste plaats verbiedt Hij te pand te nemen, wat de armen nodig hebben, om hun leven te onderhouden. Want met de woorden handmolen en steen, of de bovenste en onderste steen van de molen, wijst Hij, bij wijze van gevolgtrekking, ook andere instrumenten aan, welke de werklieden niet kunnen ontberen tot het zoeken van hun levensonderhoud. Op dezelfde wijze als indien iemand van een boer de ploeg, de hark, het tweetandig houweel en andere dingen ontweldigt, of de werkplaats leeg maakt van een schoenmaker, of van een pottenbakker, of van iemand anders, die dan zijn vak niet kan uitoefenen, als hij van werkkrachten beroofd is, wat genoeg uit het verband kan worden opgemaakt. Waarbij wordt gevoegd, dat tegelijk met de molen de ziel te pand wordt genomen. Wreed is daarom hij, die tot pand neemt, wat met het leven van de arme in verband staat, alsof hij de hongerlijder het voedsel onthoudt, en daarom het leven zelf, dat evenals het door de arbeid wordt onderhouden, evenzo wordt uitgeblust als de middelen tot onderhoud worden weggenomen.
KruisverwijzingenExodus 21:16→1 Timotheüs 1:10→Ezechiël 27:13→Openbaring 18:13→Exodus 22:1→Deuteronomium 19:19→— Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel steelt uit zijn broederen, uit de kinderen Israels, en drijft gewin met hem, en verkoopt hem; zo zal deze dief sterven, en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen.
Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel, een persoon, steelt uit zijn broeders, uit de kinderen van Israël, een van de kinderen van Israël wegvoert naar eenander land, en drijft gewin met hem en verkoopt hem, gebruikt geweld tegen hem met het verkopen, a) zo zal deze dief sterven, b)en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen. c)
hoofdstuk 21:14 b) (Ex.21:16 c) Deuteronomium. 13:5 Op dezelfde wijze sprak ook de wet van Athene ean tiv fanerov genetai andropodiz omenov indien het duidelijk is, dat iemand een mensendief is.
KruisverwijzingenLeviticus 14:2→Lukas 17:14→Leviticus 13:1→Leviticus 14:9→Leviticus 13:57→Markus 1:44→Lukas 5:14→Mattheüs 8:4→— Wacht u in de plaag der melaatsheid, dat gij naarstiglijk waarneemt en doet naar alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk als ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen.
Wacht u in de plaag van de melaatsheid, de straf van God voor hen, die tegen Zijn dienaars en de dragers van Zijn Woord opstaan, dat gij naarstig waarneemt en doet naar alles, wat de Levitische a) priesters u zullen leren, zoals ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen, op grond van Gods wet, waarvan zij uitleggers en wachters zijn. b)
Zie De 17.9 b) Mal.2:7
KruisverwijzingenNumeri 12:10→1 Korinthe 10:6→2 Kronieken 26:20→1 Korinthe 10:11→2 Koningen 7:3→Numeri 5:2→Lukas 17:32→— Gedenkt, wat de HEERE, uw God, gedaan heeft aan Mirjam, op den weg, als gij uit Egypte waart uitgetogen.
Gedenkt wat de HEERE, uw God, gedaan heeft aan Mirjam,
mijn eigen zuster, op de weg, als gij uit Egypte waas vertrokken, hoe de Heere haar, om haar verzet tegen mij, Zijn knecht, de straf van de melaatsheid oplegde.a) Een dergelijk lot zou u kunnen treffen, daar de Heere mijn eigen zuster niet gespaard heeft.
Numeri. 12:10
Dat de Heere hier wijst op het voorbeeld van Mirjam, bewijst dat Hij hier niet zozeer het oog op de plaag van de melaatsheid heeft, in zover daarbij de verordeningen moesten worden opgevolgd, maar op de straf zelf, als gevolg van opstand tegen de verordeningen van God. Toen Mirjam met die plaag gestraft werd, was de verordening er nog niet, om zich voor de priester te vertonen. De Levitische priesters worden hier genoemd, omdat het hun taak is, in de wetten van God te onderwijzen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 15:8→Exodus 22:27→— Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;
Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij, alsof gij heer en meester was van alles wat hij bezit, en daarvan kon uitzoeken, wat u aanstond, tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen, om iets van het zijne te pand te nemen.
— Buiten zult gij staan, en de man, dien gij geleend hebt, zal het pand naar buiten tot u uitbrengen.
Buiten zult gij staan, en de man, die gij geleend hebt, zal het pand, zoals hij het naar eigen goedvinden uitgekozen heeft, naar buiten tot u brengen; 1) wantimmers, als het u niet voldoet, kunt gij meer vragen.
Deze wet wordt bij sommige volkeren van latere tijd teruggevonden b.v. bij Duitsers en Engelsen. Zij verdedigt het recht van de arme, wiens huis nu evenzeer bewaard is door de wet, als een kasteel door zijn torens en verschansingen. “Het is alsof de wetgever zei: dring niet door in het verblijf van de arme, als hij niet geneigd is voor de vreemdeling de vernederende behoeftige omstandigheden bloot te leggen, die op zijn verlaten toestand betrekking hebben. Of misschien is er nog een klein overblijfsel van betere dagen, dat hij bewaart, om zijn ellende te verzoeten, en dat hij voor de blikken wil verbergen van hem, wiens hulp hij afsmeekt, uit vrees, dat hij dit als pand zal vragen en bij weigering hiervan, óf die hulp weigeren, óf door dit gedenkstuk weg te slepen, waaraan de liefelijkste en heiligste herinneringen verbonden zijn, en waaraan hij met zijn gehele hart hangt, nog meer alsem in de beker van zijn smart zal mengen. Nee, zegt de wet, de schamele hut van de arme moet even onschendbaar zijn als een heilige vrijplaats. Geen spottend oog, geen trotse haat mag hier onverwacht en ongevraagd binnendringen zonder te rade te gaan met het gevoel van de bewoner.” De wijste der koningen zei: die ontleent is de knecht van de lener; en daarom, opdat de lener geen misbruik zou maken van het voordeel, dat hij over de ontlener heeft, zo is zorg gedragen, dat hij te pand mocht nemen, niet hetgeen hij wilde, maar hetgeen de ontlener het best kon missen. Het huis van een man is zijn kasteel, ja zelfs dat van een arm man, en het wordt daarom hier onder de bescherming van de wet gesteld.
KruisverwijzingenDeuteronomium 24:17→Job 24:3→Job 22:6→Job 24:9→— Doch indien hij een arm man is, zo zult gij met zijn pand niet nederliggen.
Doch indien hij zo’n arm man is, dat hij niets heeft om te pand te geven dan zijn kleed of mantel, die hem tevens dienen moet tot een bedekking in de slaap, a)zo zult gij met zijn pand niet neerliggen, b) gij zult nietgaan slapen terwijl gij, hetgeen hij zozeer nodig heeft, nog in bewaring hebt.
Zie Ex 12.34 b) Ex.22:25 vv.
KruisverwijzingenDaniël 4:27→Deuteronomium 6:25→Psalmen 112:9→Deuteronomium 24:15→Exodus 22:26→Ezechiël 18:16→Amos 2:8→Ezechiël 18:7→— Gij zult hem dat pand zekerlijk wedergeven, als de zon ondergaat, dat hij in zijn kleed nederligge, en u zegene; en het zal u gerechtigheid zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.
Gij zult hem dat pand zeker teruggeven, als de zon ondergaat, dat hij in zijn kleed neerligt, 1) en u zegene voor de aan hem bewezene barmhartigheid; en het zal u gerechtigheid
zijn voor het aangezicht van de HEERE, uw God; Hij zal u als een gerechtige erkennen en de zegeningen, door de lippen van uw schuldenaar over u afgebeden, vervullen.
Op zichzelf kon Mozes de uitlener het recht niet ontzeggen, om zelfs van de behoeftigsten een pand te nemen, maar om dit pand gedurig ‘s morgens te halen en ‘s avonds weer te brengen was zo lastig, dat het pand nemen toch indirect achterwege bleef.
Zoals zo vele andere voortreffelijke geboden werd ook dit door de meerderheid van het volk niet gehouden (Spreuken. 22:27 Amos 2:8 ); daardoor is ook zoveel goeds, dat Mozes het volk beloofd had, niet verwerkelijkt. Hardheid tegen schuldenaars was dikwijls een heersende karaktertrek onder de Israëlieten (Job 22:6; 24:3; 2 Koningen. 4:1 Nehemiah. 5:1 vv. Jesaja. 50:1 Matth.18:25 zie Ex 21.2), en hoe weinig het doel van schulduitdelging in het Sabbatsjaar bereikt werd, blijkt daaruit op het duidelijkst, dat Hillel (zie De 24.1), omdat in zijn tijd het openbaar krediet geheel en al ondermijnd was, en niemand meer aan een arme wilde borgen, de zogenaamden “Presbool” (toevoegsel) de gerechtelijke schuldbekentenis, invoerde, die het doel van Mozes zo goed als verloren deed gaan. Wellicht heeft Jezus hieraan gedacht (Matth.5:7) Dit teruggeven zelf wordt volgens Maimonides “tsedekah” = gerechtigheid genoemd. “Want als iemand het loon van zijn huurling, of als een schuldenaar zijn schuldeiser betaalt, wordt dat niet tsedekah genoemd, maar aan datgene, wat iemand doet uit zuivere liefde tot deugd en godsvrucht komt die naam eigenlijk toe.” De man van het geld begrijpt deze wet niet en vindt ze dwaasheid, maar hoewel het door de mensen als weekheid en dwaasheid wordt beschouwd om de panden aan de schuldenaar terug te geven, zal het u toch door God toegerekend worden als een daad van goedertierenheid, die haar loon niet zal verliezen.
KruisverwijzingenMaleachi 3:5→Spreuken 14:31→Amos 4:1→Spreuken 22:16→Amos 8:4→Lukas 10:7→Job 31:13→Leviticus 25:35→— Gij zult den armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broederen is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn.
Gij zult de arme en nooddruftige dagloner niet verdrukken, die uit uw broeders is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn; gij zult hem zijn loon niet onthouden, noch ook hem lastig vallen, door hem het loon over de tijd te betalen, en iets boven zijn krachten te eisen. Deze verordening is met de vorige ten nauwste verwant. Doch Mozes verklaart hier, dat de arme, die om loon diende, verdrukt werd, indien hij niet terstond voor zijn arbeid werd betaald. Waardoor deze twee zo nauw mogelijk verbonden moeten gelezen worden: Gij zult niet verdrukken, maar terstond het loon uitbetalen. Waaruit volgt, dat indien de loondienaar gebrek lijdt, omdat wij niet betalen, wat hij verdiend heeft, wij in het uitstellen reeds alleen van onrechtvaardigheid blijk geven.
“Minus solvit, qui tempore minus solvit” (hij betaalt minder, die over de tijd betaalt).
KruisverwijzingenJakobus 5:4→Leviticus 19:13→Deuteronomium 15:9→Jeremia 22:13→Spreuken 3:27→Job 35:9→Exodus 22:23→Job 31:38→— Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij.
Op zijn dag, op de dag, wanneer hij u gediend heeft, zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover, over het nog onbetaalde daggeld, niet ondergaan, a) want hij is arm en zijn ziel verlangt daarnaar; hij heeft er zozeer dringende behoefte aan, omdat hij er zijn leven mee moet onderhouden, dat hij, als gij hem zijn loon onthoudt en hem aldus met kommer bezwaart, tegen u niet roept b) tot de HEERE, en zonde in u zij. c)
(Leviticus. 19:13 b) (Jak.5:4 c)Deuteronomium. 15:9 Hoezeer heeft de Mozaïsche wetgeving vooruit alle maatregelen van geweld voorkomen, die in Griekenland en Rome van tijd tot tijd de harde en onuitstaanbare toestand van de diep onder schulden gebukte armoede moesten verbeteren! Zo wordt de meester verplaatst in het gemoed van de dienaar. Zo’n fijn gevoel is echter de liefde alleen mogelijk, die alleen weet hoe het anderen te moede is.
De Heere God verklaart hiermee duidelijk, dat Hij de zaak van de verdrukten in bescherming neemt, dat, waar zij bij de mensen geen recht kunnen krijgen, Hij toch hun rechtszaak rechten zal.
Het verdrukken van de armen, het onthouden van het loon van de werklieden, is een roepende zonde.
KruisverwijzingenEzechiël 18:20→Jeremia 31:29→2 Kronieken 25:4→2 Koningen 14:5→— De vaders zullen niet gedood worden voor de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders; een ieder zal om zijn zonde gedood worden.
De vaders zullen niet door misbruik van toepassing van de bedreiging van God (Deuteronomium. 5:9 (Ex.20:5) op de burgerlijke rechtspleging gedood worden a) voor de kinderen, of juister met de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders, gezamenlijk met de vaders; maar een ieder zal om zijn eigen
zonde gedood worden, zoals dan ook de eigenlijke zin van deze dreiging is (Jeremia. 31:30 Ezech.18:20 ).
Ook hier toont God hoe grote zorg Hij draagt voor het menselijk leven, opdat de moordaanslagen niet zonder onderscheid zouden woeden, wanneer Hij verbiedt, dat de kinderen met de ouders zouden worden omgebracht. Deze wet nu was volstrekt niet overbodig, omdat dikwijls, wegens één misdaad, tegen een geheel geslacht geweld werd gepleegd. Daarom niet zonder reden werpt God zich op, om de onschuldigen te beschermen, en staat niet toe, de straf verder uit te voeren, dan waar de misdaad verblijf houdt. En zeker, een algemene werking van de natuur schrijft voor, dat het een teken is van barbaarse woede, dat de kinderen gedood worden om de haat tegen de vaders. Indien iemand opwerpt, wat wij tevoren hebben gezien, dat God een wreker is in het derde en vierde geslacht, dan is de oplossing gemakkelijk, dat Hij zich een wet heeft gesteld en niet een blinde begeerte heeft om straf uit te oefenen, zodat Hij de onschuldigen met de slechten vermengt, maar dat Hij zo de ongerechtigheid van de vaders aan de kinderen bezoekt, dat Hij de grootste strengheid door de voortreffelijke billijkheid tempert. Ja zelfs, dat Hij niet zo door de ijzeren wet van de noodzakelijkheid is gebonden, of Hij is vrij, om, wanneer Hem dat behaagde, van de wet af te wijken. Evenals hij beval, dat het gehele geslacht van de Kanaänieten met wortel en tak zou worden uitgeroeid, omdat niet anders het land kon gereinigd worden van hun wrede ongerechtigheden, en omdat zij allen goddeloos waren, waren de kinderen niet minder dan de vaders bestemd tot een rechtvaardig verderf. Wij lezen zelfs (2 Samuel, 21:2), dat na Sauls dood zijn misdaad verzoend werd door de gewelddadige dood van zijn kinderen.
Noxa caput sequiter (de misdaad volgt de persoon). “Ieder is oorzaak van zijn eigen ongeluk” Bij de Perzen was het een stelregel om, wanneer zich het geval van majesteitsschennis voordeed, ook de verwanten van de misdadiger om te brengen (Esther. 9:13 vv. Herod.111:119); evenzo bij de Macedoniërs. Amazia daarentegen volgde het hier gestelde voorschrift op, toen hij de moordenaars van zijn vader liet ombrengen (2 Koningen. 14:5 vv.) 2 Samuel. “Wanneer de strenge gerechtigheid alleen heerste, was er voor geen sterveling heil of leven te hopen; zo moet dan die ijzeren ring van de samenhang van de natuur verbroken worden, en dit gebeurt door de goddelijke genade. Deze komt bij het menselijk recht verzachtend tussenbeide.
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:19→Deuteronomium 27:19→Exodus 23:6→Exodus 22:21→Job 29:11→Micha 7:3→Jesaja 1:23→Exodus 23:2→— Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen.
Gij zult het recht van de vreemdeling en van de wees niet buigen a) en gij zult het kleed van de weduwe niet te pand nemen. b)
KruisverwijzingenDeuteronomium 5:15→Deuteronomium 15:15→Deuteronomium 16:12→Deuteronomium 24:22→— Maar gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt, en de HEERE, uw God, heeft u van daar verlost; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.
Maar gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt, en de HEERE, uw God, heeft u van daar verlost; daarom gebied ik u deze zaak te doen (hoofdstuk 5:15; 15:15; 16:12). God stelt zich als bijzonder beschermer aan voor allen, wie het aan natuurlijke bescherming ontbreekt.
KruisverwijzingenLeviticus 23:22→Leviticus 19:9→Spreuken 19:17→Deuteronomium 14:29→Spreuken 11:24→Jesaja 58:7→Lukas 14:13→Deuteronomium 26:13→— Wanneer gij uw oogst op uw akker afgeoogst, en een garf op den akker vergeten zult hebben, zo zult gij niet wederkeren, om die op te nemen; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal zij zijn; opdat u de HEERE, uw God, zegene, in al het werk uwer handen.
Wanneer gij uw oogst op uw akker afgeoogst en een handvol op de akker vergeten zult hebben, dan zult gij niet terugkeren om die op te nemen; voor de vreemdeling, voor de wees en voor de weduwe zal zij zijn, want dit zijn Zijn pleegkinderen, en de Heere zelf heeft u dit doen vergeten, opdat u de HEERE, uw God, zegene in al het werk van uw handen. Leviticus. 19:9; 23:22 Ruth 2:2 vv.
KruisverwijzingenLeviticus 19:10→— Wanneer gij uw olijfboom zult geschud hebben, zo zult gij de takken achter u niet nauw doorzoeken; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
Wanneer gij uw olijfboom zult geschud hebben, de vruchten er afgeslagen hebben, zo zult gij de takken achter u niet nauw doorzoeken, om ook die vruchten, die gij niet bereiken kunt, te pakken; a) voor de vreemdeling, voorde wees en voor de weduwe zal het achtergeblevene zijn.
Jesaja. 17:6 De olijven geven fijnere olie, als zij nog niet ten volle gerijpt zijn; daarom worden zij evenals bij ons de walnoten met stokken afgeslagen (zie Ex 27.21)
KruisverwijzingenDeuteronomium 24:19→Leviticus 19:9→— Wanneer gij uw wijngaard zult afgelezen hebben, zo zult gij de druiven achter u niet nalezen; voor den vreemdeling, voor den wees en voor de weduwe zal het zijn.
Wanneer gij uw wijngaard zult afgelezen hebben, zo zult gij de druiven achter u niet nalezen, zeg niet: de armen hebben aan brood genoeg; God heeft hen dezelfde zintuigen als u gegeven, waarom zouden die nooit gestreeld worden? Dus, voor de vreemdeling, voor de wees en voor de weduwe zal het nagelezene zijn 1) (Leviticus. 19:10).
Zegt niet, wat zullen de armen doen met druiven en olijven? Het is genoeg voor hen brood en water te hebben: want omdat zij dezelfde zintuigen hebben als de rijken, waarom zouden zij dan ook niet een gering aandeel hebben aan hetgeen tot vermaak en verkwikking van de zinnen kan dienen? Boas gebood daarom zijn jongeren, dat zij allengs van de handvollen voor Ruth wat zouden laten vallen en God zegende hem. Van alles wat ten behoeve van de armen wordt achtergelaten is niets verloren.
Dit voorschrift van liefdadigheid werd later door de spitsvondigheid van waanwijze schriftgeleerden tot een bespottelijke bepaling; volgens hen was het voldoende 2 schoven en 3 druifjes over te laten.
KruisverwijzingenDeuteronomium 24:18→Efeze 5:1→Deuteronomium 5:14→1 Johannes 4:10→Deuteronomium 7:8→Jesaja 51:1→2 Korinthe 8:8→— En gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypteland geweest zijt; daarom gebiede ik u deze zaak te doen.
En gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt en daar zelf ondervonden hebt, wat het is vreemdeling en verlaten te zijn; daarom gebied ik u deze zaak, uit dankbaarheid voor de u geworden verlossing uit uw benarde toestand, te doen. God motiveert Zijn wil, om ons des te sterker van de billijkheid hiervan te overtuigen; zo mag ook de mens geen blinde gehoorzaamheid vorderen.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 24
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-22.KruisverwijzingenExodus 21:16→Mattheüs 19:7→Jeremia 3:1→Deuteronomium 20:7→Deuteronomium 22:19→Deuteronomium 22:13→Jeremia 3:8→Spreuken 5:18→
— Wanneer een man een vrouw zal genomen en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij geen genade zal vinden in zijn ogen, omdat hij iets schandelijks aan haar gevonden heeft, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, en in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis. Zo zij dan, uit zijn huis uitgegaan zijnde, zal henengaan en een anderen man ter vrouwe worden, En deze laatste man haar gehaat, en haar een scheidbrief geschreven, en in haar hand gegeven, en haar uit zijn huis zal hebben laten gaan; of als deze laatste man, die ze voor zich tot een vrouw genomen heeft, zal gestorven zijn; Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen wedernemen, dat zij hem ter vrouwe zij, nadat zij is verontreinigd geworden; want dat is een gruwel voor het aangezicht des HEEREN; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft. Wanneer een man een nieuwe vrouw zal genomen hebben, die zal in het heir niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij vrij zijn in zijn huis, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugen. Men zal beide molenstenen, immers den bovensten molensteen, niet te pand nemen; want hij neemt de ziel te pand. Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel steelt uit zijn broederen, uit de kinderen Israels, en drijft gewin met hem, en verkoopt hem; zo zal deze dief sterven, en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen. Wacht u in de plaag der melaatsheid, dat gij naarstiglijk waarneemt en doet naar alles, wat de Levietische priesteren ulieden zullen leren; gelijk als ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen. Gedenkt, wat de HEERE, uw God, gedaan heeft aan Mirjam, op den weg, als gij uit Egypte waart uitgetogen. Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;
Verdere voorschriften, hoe met de echtscheiding (vs.1-4), met een pas gehuwde (vs.5), met het nemen van panden voor het geleende (vs.6,10-13), met hem die mensenroof begaat (vs.7), met de gehoorzaamheid aan de dragers van het Goddelijke woord (vs.8,9), met het loon van armen en nooddruftigen (vs.14,15), en met andere gevallen in Israël moet gehandeld worden. Deels geven zij iets nieuws, deels herhalen ze wat reeds bestond, en dit alles met het doel om de juiste verhouding van de Israëliet tot de van hem afhankelijke personen volgens de Goddelijke wil te bepalen en hem voor het belust zijn naar dat wat van de andere is in die gevallen te bewaren, waarin hij de macht heeft, zijn lust ook maar enigszins te bevredigen.
Wanneer1) een man een vrouw zal genomen, zal ondertrouwd, en die getrouwd hebben, zo zal het geschieden, indien zij daarna, geen genade zal vinden in zijn ogen, zodat hij begeert de echt met haar te verbreken en van haar te scheiden, omdat hij iets schandelijks 2) aan haargevonden heeft, iets waargenomen heeft, waarover hij zich met reden schaamt en waarom hij afkeer tegen haar voedt, dat hij haar een scheidbrief zal schrijven, waarin hij zich formeel los van haar verklaart en die in haar hand geven, en ze laten gaan uit zijn huis.
Wat nu de echtscheiding aangaat, ofschoon deze aan de Joden bij toelating was vergund, heeft Christus echter verklaard, dat zij nooit wettig geoorloofd is geweest, omdat zij met de eerste instelling van God, waarin een eeuwigdurende en onverbrekelijke regel is te zoeken, in openbare strijd is. In het algemeen wordt gezegd, dat de rechten van de natuur niet los te maken zijn. Maar God heeft eenmaal afgekondigd, dat de band van vereniging tussen man en vrouw hechter zijn, dan die van de zoon met de vader. Want indien een zoon het vaderlijk juk niet kan afschudden, dan duldt Hij geen enkele reden om de gemeenschap, welke men met de vrouw heeft, te verbreken. Hieruit blijkt, hoe groot de hardnekkigheid van dit volk is geweest, welke niet heeft kunnen vertederd worden, om die onschendbare en onverbrekelijke band niet te verscheuren. Ondertussen hebben de joden het ten onrechte gemeend, dat hun straffeloos geoorloofd was, wat God wegens de hardheid van hun hart niet heeft willen straffen, omdat zij veeleer het antwoord van Christus hadden moeten tegenspreken, dat het niet in de macht van de mens staat te scheiden, wat God verenigd heeft (Matth.19:6). Ondertussen heeft God ervoor willen zorgen, dat, wanneer de vrouw onbillijk verdrukt wordt, het voor haar verkieselijker was, vrij weg gezonden te worden, dan een geheel leven lang te moeten zuchten onder de macht van een wrede tiran.
Schandelijk óf naar het lichaam óf naar de geest. In latere tijd, ten tijde van Christus is hier zeer veel over getwist tussen Hillel en Schammai, die ieder aan het hoofd van een school stonden. Hillel uit Babylonië afkomstig en uit het geslacht van David, die omstreeks 70 v. Chr. naar Jeruzalem kwam, om hier de wetten onder de leiding van de schriftgeleerden, Schemaja en Abtaljon, te bestuderen, die zich overdag als lastdrager verhuurde, om het geld voor het onderricht, dat gewoonlijk ‘s avonds of ‘s nachts gegeven werd, mee te kunnen brengen, totdat men hem later vrije toegang verschafte, en die door buitengewone ijver en vlijt een van de voornaamste schriftgeleerden van zijn tijd werd, verkreeg op zijn tachtigste levensjaar (circa 30 v.Chr.) de waardigheid van voorzitter in de hoge Raad en had eerst Menahem, toen Schammai als vice-praeses naast zich. Beide mannen waren geheel uiteenlopend in geestes- en gemoedsrichting. Schammai was onverschrokken en streng, onbuigzaam en steil, terwijl Hillel als vriendelijk en zacht wordt afgeschilderd en zijn uitlegging van de wet regelde naar de verhouding van de tijden. Dikwijls genoeg ontstond er daarom tussen hen verschil van mening, dat zich tenslotte in openbare vijandschap oploste, terwijl het zelfs tussen de scholieren van weerskanten tot handtastelijkheden kwam, totdat eindelijk de strijd (volgens de sage door ene Bath-Kol d.i. dochter van de stem (Mal.4:6 Joh.12:28 ), eindigde ten gunste van de Hilelianen. Schammai vatte de Hebreeuwse woorden in deze tekst (Ervat dabßr) op als betrekking hebbende op onkuise daden en een schaamteloos ontuchtig gedrag, waartoe hij ook rekende het dragen van kleren, die het lichaam niet voegzaam bedekten enz. Hillel daarentegen schoof er een “of” tussen, dus: “om iets schandelijks of enige andere zaak.” Daartoe werd dus tot Halacha-grondregel gesteld, dat de man om welke reden dan ook, van zijn vrouw mocht scheiden (Matth.19:3), al was die rede ook zo nietig; wanneer b.v. een vrouw de soep had laten aanbranden óf (volgens rabbi Akiba *) als een andere vrouw hem beter beviel.
*) Akiba omstreeks het jaar 100 v.Chr. Hij was het hoofd van de school te Bani-Brak (Jozua 19:45) nam deel aan de opstand tegen Hadrianus, werd daarin op de gruwelijkste wijze om het leven gebracht en behoort daarom tot de 10 martelaars, die door de Joden tussen nieuwjaar en grote Verzoendag in het gebed herdacht worden. Het geven van een scheidbrief was overigens tot voordeel van de vrouw; het stond nu de man niet vrij zijn vrouw willekeurig te verstoten zonder reden op te geven. Het gebod komt dus hierop neer, dat geen vrouw zonder scheidbrief mocht verstoten worden en was dus werkelijk voor man en vrouw beide een tegemoetkoming. “Vóór Jesaja wordt niet van een scheidbrief gesproken (Jesaja 50:1) dus 700 jaar na het maken van deze wet, en na die tijd slechts zeer zelden.”. Door de juistheid van deze wet, stelt God de rijkdom van Zijn genade in een helder licht, daar Hij zo graag weer verzoend wilde zijn met Zijn volk, dat van Hem afgeweken was (Jeremia. 3:1): “want Zijn gedachten en wegen zijn boven de onze.” In het Hebreeuws weer evenals in hoofdstuk 23:14: rbd twre (Erwath dabar), letterlijk, de schande van de zaak. Ongetwijfeld mag dit niet gezocht worden in overspel, want dan was zij de dood schuldig. Ook niet in vermoeden van overspel, want dan was daar “het water van de zuivering”. Het moet dus gezocht worden in iets, wat wel echtbreuk nabij komt, maar het nog niet is, zoals oneerbare kleding, ongepaste scherts, of schandelijke bewegingen, waarvan de Apostel spreekt. De man moest echter dit bedenken, dat voor God de vereniging bleef, en evenzeer dat, wanneer zij een ander man tot vrouw was geworden, zij nooit weer zijn vrouw kon worden. God heeft de scheiding van man en vrouw zo moeilijk mogelijk gemaakt, opdat zij zo weinig mogelijk zou plaatshebben. De tijdgeest van onze dagen, die de echtscheiding zo gemakkelijk mogelijk wil maken, gaat regelrecht tegen Gods verordeningen in.
Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen terugnemen, dat zij hem tot vrouw zij, nadat zij is verontreinigd geworden, 1) door de vleselijke gemeenschap met de tweede man (vs.2); want dat terugnemen van een vrouw, die gescheiden is en intussen een andere man heeft toebehoord, is een gruwel voor het aangezicht van de HEERE, en gij mag die gruwel niet begaan; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, tot erfgoed geeft. 2)
Verontreinigd geworden. Hier wordt hetzelfde woord gebruikt, dat gebezigd wordt voor echtbreuk en daarmee feitelijk het huwen met een gescheiden vrouw op één lijn gesteld met overspel.
Deze eerste vier verzen behoren geheel en al bij elkaar. Zij regelen op een uitstekende wijze het huwelijk. In twee opzichten kon de Mozaïsche wet, omdat zij geen middel bezat, de natuurlijke hardheid van het hart te overwinnen, het stenen hart weg te nemen en een van vlees daarvoor in de plaats te stellen, maar dat voor de heilsopenbaring in de toekomst moest overlaten (Jeremia. 31:31 vv. Ezech.36:25 vv. Matth.19:8 ). De Goddelijke instelling van de echt in de oorspronkelijke vorm, die aan het wezen van de zaak alleen beantwoordde, niet van kracht doen zijn; maar zag zich veeleer genoodzaakt tot toegevingen of inwilligingen (concessie’s) aan de bestaande volksgebruiken. Deels is dit het dulden van polygamie (zie Ex 21.11 en zie De 21.14); deels het toegeven van echtscheiding. Mozes stelt noch het eerste, noch het laatste tot een eigenlijk recht en laat ze veeleer als iets, dat nu toch eenmaal bestaat en door uitwendige, wettelijke dwang niet kan opgeheven worden, onmiddellijk aan het geduld van God over. Bovendien is in zijn boeken het huwelijk niet slechts in volkomen toestand voorgesteld, zoals het was voordat het door de zonde geschonden werd (Genesis 2:18-24); maar ook wordt er door geschiedenissen en leringen gewezen op de monogamie (huwelijk met één vrouw) als de alleen God welgevallige vorm van het huwelijk, en door wettelijke beperkingen wordt de echtscheiding tegengewerkt. Wat betreft het eerste moet van grote invloed geweest zijn: zowel de schildering van de wrange vruchten, die de Patriarchen gesmaakt hadden door het nemen van meerdere vrouwen, als ook voornamelijk de godsdienstige opvatting, die later de profeten hadden over de monogamische echt, als een afschaduwing van Jehova’s Verbond met Israël (zie Ex 34.16). Wat het tweede punt betreft, het tegengaan van echtscheiding, deze wordt juist aan diegenen ontzegd, die de vrouw willen verlagen tot een bloot werktuig van hun zinnelijke lusten (hoofdstuk 22:19,29). Deels is hier ook reeds de nieuwtestamentische uitdrukking van kracht: “wat God tezamen gevoegd heeft, scheidt de mens niet,” daar een gescheiden noch een priester, noch haar eerste man mocht trouwen voor de tweede maal, als zij intussen een andere had toebehoord. Zij werd voor verontreinigd beschouwd. Hierdoor is zo duidelijk mogelijk uitgesproken, dat door de echt die twee één vlees worden, en dat zij, die reeds een man heeft toebehoord, niet van een ander worden mag. Haar vroegere echtelijke band is wél door de mensen, niet door God opgeheven, en bestaat in de grond van de zaak nog; haar huidig echtelijk samenleven met een ander is echter streng genomen als echtbreuk te beschouwen. Vergelijk hierbij Leviticus. 18:20 en Numeri. 5:13 vv., waar de uitdrukking “onrein, zich verontreinigen” gebezigd wordt voor het samenleven na echtbreuk; en dan ook de uitspraak van onze Heere Matth.15:9: “Die de verlatene trouwt, doet overspel”. Opmerkingswaardig is de benaming van de eerste man Baäl (Heer) terwijl de volgende altijd isch (man) genaamd worden. Bij de heidenen o.a. de Egyptenaren (volgens Abar banel) bestond nergens de wet tegen echtscheiding. “Lycurgus, Solon en Numa veroorloofden volgens Plutarchus om de vrouwen te verruilen”
Zo zal haar eerste man, die haar heeft laten gaan, haar niet mogen terugnemen, dat zij hem tot vrouw zij, nadat zij is verontreinigd geworden, 1) door de vleselijke gemeenschap met de tweede man (vs.2); want dat terugnemen van een vrouw, die gescheiden is en intussen een andere man heeft toebehoord, is een gruwel voor het aangezicht van de HEERE, en gij mag die gruwel niet begaan; alzo zult gij het land niet doen zondigen, dat u de HEERE, uw God, tot erfgoed geeft. 2)
Verontreinigd geworden. Hier wordt hetzelfde woord gebruikt, dat gebezigd wordt voor echtbreuk en daarmee feitelijk het huwen met een gescheiden vrouw op één lijn gesteld met overspel.
Deze eerste vier verzen behoren geheel en al bij elkaar. Zij regelen op een uitstekende wijze het huwelijk. In twee opzichten kon de Mozaïsche wet, omdat zij geen middel bezat, de natuurlijke hardheid van het hart te overwinnen, het stenen hart weg te nemen en een van vlees daarvoor in de plaats te stellen, maar dat voor de heilsopenbaring in de toekomst moest overlaten (Jeremia. 31:31 vv. Ezech.36:25 vv. Matth.19:8 ). De Goddelijke instelling van de echt in de oorspronkelijke vorm, die aan het wezen van de zaak alleen beantwoordde, niet van kracht doen zijn; maar zag zich veeleer genoodzaakt tot toegevingen of inwilligingen (concessie’s) aan de bestaande volksgebruiken. Deels is dit het dulden van polygamie (zie Ex 21.11 en zie De 21.14); deels het toegeven van echtscheiding. Mozes stelt noch het eerste, noch het laatste tot een eigenlijk recht en laat ze veeleer als iets, dat nu toch eenmaal bestaat en door uitwendige, wettelijke dwang niet kan opgeheven worden, onmiddellijk aan het geduld van God over. Bovendien is in zijn boeken het huwelijk niet slechts in volkomen toestand voorgesteld, zoals het was voordat het door de zonde geschonden werd (Genesis 2:18-24); maar ook wordt er door geschiedenissen en leringen gewezen op de monogamie (huwelijk met één vrouw) als de alleen God welgevallige vorm van het huwelijk, en door wettelijke beperkingen wordt de echtscheiding tegengewerkt. Wat betreft het eerste moet van grote invloed geweest zijn: zowel de schildering van de wrange vruchten, die de Patriarchen gesmaakt hadden door het nemen van meerdere vrouwen, als ook voornamelijk de godsdienstige opvatting, die later de profeten hadden over de monogamische echt, als een afschaduwing van Jehova’s Verbond met Israël (zie Ex 34.16). Wat het tweede punt betreft, het tegengaan van echtscheiding, deze wordt juist aan diegenen ontzegd, die de vrouw willen verlagen tot een bloot werktuig van hun zinnelijke lusten (hoofdstuk 22:19,29). Deels is hier ook reeds de nieuwtestamentische uitdrukking van kracht: “wat God tezamen gevoegd heeft, scheidt de mens niet,” daar een gescheiden noch een priester, noch haar eerste man mocht trouwen voor de tweede maal, als zij intussen een andere had toebehoord. Zij werd voor verontreinigd beschouwd. Hierdoor is zo duidelijk mogelijk uitgesproken, dat door de echt die twee één vlees worden, en dat zij, die reeds een man heeft toebehoord, niet van een ander worden mag. Haar vroegere echtelijke band is wél door de mensen, niet door God opgeheven, en bestaat in de grond van de zaak nog; haar huidig echtelijk samenleven met een ander is echter streng genomen als echtbreuk te beschouwen. Vergelijk hierbij Leviticus. 18:20 en Numeri. 5:13 vv., waar de uitdrukking “onrein, zich verontreinigen” gebezigd wordt voor het samenleven na echtbreuk; en dan ook de uitspraak van onze Heere Matth.15:9: “Die de verlatene trouwt, doet overspel”. Opmerkingswaardig is de benaming van de eerste man Baäl (Heer) terwijl de volgende altijd isch (man) genaamd worden. Bij de heidenen o.a. de Egyptenaren (volgens Abar banel) bestond nergens de wet tegen echtscheiding. “Lycurgus, Solon en Numa veroorloofden volgens Plutarchus om de vrouwen te verruilen”
Wanneer een man een nieuwe a) vrouw 1) zal genomen hebben, die zal in het leger, ten oorlog niet uittrekken, en men zal hem geen last opleggen; een jaar lang zal hij van dit alles vrij zijn in zijn huis, opdat hij dit zijn nieuw gevormd huiselijk leven bevestigt, en zijn vrouw, die hij genomen heeft, verheugt, eerst geregeld met haar samenwoont, voordat het burgerlijk leven met alle plichten en bezwaren hem in beslag neemt, en opdat zij elkaar door en door leren kennen en vertrouwen.
Deuteronomium. 20:7
Deze verordening staat met de vorige in nauw verband. Heeft God in de voorgaande de echtscheiding zo moeilijk willen maken, hier met deze verordening wil God de huwelijksband bevestigen, zodat aan jonggehuwden niets mag worden opgelegd, wat de man van de vrouw zou kunnen scheiden. Een jaar lang moest hij van elke last ontheven zijn (zie De 20.7)
Men zal, wanneer men zijn broeder iets leent, van hem, beide molenstenen, immers de bovenste molensteen niet te pand nemen, òf de gehele molen òf de maalsteen, zonder welke de onderste tot niets nut is; a) want hij neemtde ziel te pand, 1) hij kan die niet ontberen voor de bereiding van zijn dagelijks brood; hij neemt een pand tot zich, dat aan het leven raakt, waarmee men in zijn levensonderhoud moet voorzien.
Zie Ex 16.24; Ex.11:5 Numeri. 11:8
In de eerste plaats verbiedt Hij te pand te nemen, wat de armen nodig hebben, om hun leven te onderhouden. Want met de woorden handmolen en steen, of de bovenste en onderste steen van de molen, wijst Hij, bij wijze van gevolgtrekking, ook andere instrumenten aan, welke de werklieden niet kunnen ontberen tot het zoeken van hun levensonderhoud. Op dezelfde wijze als indien iemand van een boer de ploeg, de hark, het tweetandig houweel en andere dingen ontweldigt, of de werkplaats leeg maakt van een schoenmaker, of van een pottenbakker, of van iemand anders, die dan zijn vak niet kan uitoefenen, als hij van werkkrachten beroofd is, wat genoeg uit het verband kan worden opgemaakt. Waarbij wordt gevoegd, dat tegelijk met de molen de ziel te pand wordt genomen. Wreed is daarom hij, die tot pand neemt, wat met het leven van de arme in verband staat, alsof hij de hongerlijder het voedsel onthoudt, en daarom het leven zelf, dat evenals het door de arbeid wordt onderhouden, evenzo wordt uitgeblust als de middelen tot onderhoud worden weggenomen.
Wanneer iemand gevonden zal worden, die een ziel, een persoon, steelt uit zijn broeders, uit de kinderen van Israël, een van de kinderen van Israël wegvoert naar eenander land, en drijft gewin met hem en verkoopt hem, gebruikt geweld tegen hem met het verkopen, a) zo zal deze dief sterven, b)en gij zult het boze uit het midden van u wegdoen. c)
hoofdstuk 21:14 b) (Ex.21:16 c) Deuteronomium. 13:5 Op dezelfde wijze sprak ook de wet van Athene ean tiv fanerov genetai andropodiz omenov indien het duidelijk is, dat iemand een mensendief is.
Wacht u in de plaag van de melaatsheid, de straf van God voor hen, die tegen Zijn dienaars en de dragers van Zijn Woord opstaan, dat gij naarstig waarneemt en doet naar alles, wat de Levitische a) priesters u zullen leren, zoals ik hun geboden heb, zult gij waarnemen te doen, op grond van Gods wet, waarvan zij uitleggers en wachters zijn. b)
Zie De 17.9 b) Mal.2:7
Gedenkt wat de HEERE, uw God, gedaan heeft aan Mirjam,
mijn eigen zuster, op de weg, als gij uit Egypte waas vertrokken, hoe de Heere haar, om haar verzet tegen mij, Zijn knecht, de straf van de melaatsheid oplegde.a) Een dergelijk lot zou u kunnen treffen, daar de Heere mijn eigen zuster niet gespaard heeft.
Numeri. 12:10
Dat de Heere hier wijst op het voorbeeld van Mirjam, bewijst dat Hij hier niet zozeer het oog op de plaag van de melaatsheid heeft, in zover daarbij de verordeningen moesten worden opgevolgd, maar op de straf zelf, als gevolg van opstand tegen de verordeningen van God. Toen Mirjam met die plaag gestraft werd, was de verordening er nog niet, om zich voor de priester te vertonen. De Levitische priesters worden hier genoemd, omdat het hun taak is, in de wetten van God te onderwijzen.
Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij, alsof gij heer en meester was van alles wat hij bezit, en daarvan kon uitzoeken, wat u aanstond, tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen, om iets van het zijne te pand te nemen.
Buiten zult gij staan, en de man, die gij geleend hebt, zal het pand, zoals hij het naar eigen goedvinden uitgekozen heeft, naar buiten tot u brengen; 1) wantimmers, als het u niet voldoet, kunt gij meer vragen.
Deze wet wordt bij sommige volkeren van latere tijd teruggevonden b.v. bij Duitsers en Engelsen. Zij verdedigt het recht van de arme, wiens huis nu evenzeer bewaard is door de wet, als een kasteel door zijn torens en verschansingen. “Het is alsof de wetgever zei: dring niet door in het verblijf van de arme, als hij niet geneigd is voor de vreemdeling de vernederende behoeftige omstandigheden bloot te leggen, die op zijn verlaten toestand betrekking hebben. Of misschien is er nog een klein overblijfsel van betere dagen, dat hij bewaart, om zijn ellende te verzoeten, en dat hij voor de blikken wil verbergen van hem, wiens hulp hij afsmeekt, uit vrees, dat hij dit als pand zal vragen en bij weigering hiervan, óf die hulp weigeren, óf door dit gedenkstuk weg te slepen, waaraan de liefelijkste en heiligste herinneringen verbonden zijn, en waaraan hij met zijn gehele hart hangt, nog meer alsem in de beker van zijn smart zal mengen. Nee, zegt de wet, de schamele hut van de arme moet even onschendbaar zijn als een heilige vrijplaats. Geen spottend oog, geen trotse haat mag hier onverwacht en ongevraagd binnendringen zonder te rade te gaan met het gevoel van de bewoner.” De wijste der koningen zei: die ontleent is de knecht van de lener; en daarom, opdat de lener geen misbruik zou maken van het voordeel, dat hij over de ontlener heeft, zo is zorg gedragen, dat hij te pand mocht nemen, niet hetgeen hij wilde, maar hetgeen de ontlener het best kon missen. Het huis van een man is zijn kasteel, ja zelfs dat van een arm man, en het wordt daarom hier onder de bescherming van de wet gesteld.
Doch indien hij zo’n arm man is, dat hij niets heeft om te pand te geven dan zijn kleed of mantel, die hem tevens dienen moet tot een bedekking in de slaap, a)zo zult gij met zijn pand niet neerliggen, b) gij zult nietgaan slapen terwijl gij, hetgeen hij zozeer nodig heeft, nog in bewaring hebt.
Zie Ex 12.34 b) Ex.22:25 vv.
Gij zult hem dat pand zeker teruggeven, als de zon ondergaat, dat hij in zijn kleed neerligt, 1) en u zegene voor de aan hem bewezene barmhartigheid; en het zal u gerechtigheid
zijn voor het aangezicht van de HEERE, uw God; Hij zal u als een gerechtige erkennen en de zegeningen, door de lippen van uw schuldenaar over u afgebeden, vervullen.
Op zichzelf kon Mozes de uitlener het recht niet ontzeggen, om zelfs van de behoeftigsten een pand te nemen, maar om dit pand gedurig ‘s morgens te halen en ‘s avonds weer te brengen was zo lastig, dat het pand nemen toch indirect achterwege bleef.
Zoals zo vele andere voortreffelijke geboden werd ook dit door de meerderheid van het volk niet gehouden (Spreuken. 22:27 Amos 2:8 ); daardoor is ook zoveel goeds, dat Mozes het volk beloofd had, niet verwerkelijkt. Hardheid tegen schuldenaars was dikwijls een heersende karaktertrek onder de Israëlieten (Job 22:6; 24:3; 2 Koningen. 4:1 Nehemiah. 5:1 vv. Jesaja. 50:1 Matth.18:25 zie Ex 21.2), en hoe weinig het doel van schulduitdelging in het Sabbatsjaar bereikt werd, blijkt daaruit op het duidelijkst, dat Hillel (zie De 24.1), omdat in zijn tijd het openbaar krediet geheel en al ondermijnd was, en niemand meer aan een arme wilde borgen, de zogenaamden “Presbool” (toevoegsel) de gerechtelijke schuldbekentenis, invoerde, die het doel van Mozes zo goed als verloren deed gaan. Wellicht heeft Jezus hieraan gedacht (Matth.5:7) Dit teruggeven zelf wordt volgens Maimonides “tsedekah” = gerechtigheid genoemd. “Want als iemand het loon van zijn huurling, of als een schuldenaar zijn schuldeiser betaalt, wordt dat niet tsedekah genoemd, maar aan datgene, wat iemand doet uit zuivere liefde tot deugd en godsvrucht komt die naam eigenlijk toe.” De man van het geld begrijpt deze wet niet en vindt ze dwaasheid, maar hoewel het door de mensen als weekheid en dwaasheid wordt beschouwd om de panden aan de schuldenaar terug te geven, zal het u toch door God toegerekend worden als een daad van goedertierenheid, die haar loon niet zal verliezen.
Gij zult de arme en nooddruftige dagloner niet verdrukken, die uit uw broeders is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn; gij zult hem zijn loon niet onthouden, noch ook hem lastig vallen, door hem het loon over de tijd te betalen, en iets boven zijn krachten te eisen. Deze verordening is met de vorige ten nauwste verwant. Doch Mozes verklaart hier, dat de arme, die om loon diende, verdrukt werd, indien hij niet terstond voor zijn arbeid werd betaald. Waardoor deze twee zo nauw mogelijk verbonden moeten gelezen worden: Gij zult niet verdrukken, maar terstond het loon uitbetalen. Waaruit volgt, dat indien de loondienaar gebrek lijdt, omdat wij niet betalen, wat hij verdiend heeft, wij in het uitstellen reeds alleen van onrechtvaardigheid blijk geven.
“Minus solvit, qui tempore minus solvit” (hij betaalt minder, die over de tijd betaalt).
Op zijn dag, op de dag, wanneer hij u gediend heeft, zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover, over het nog onbetaalde daggeld, niet ondergaan, a) want hij is arm en zijn ziel verlangt daarnaar; hij heeft er zozeer dringende behoefte aan, omdat hij er zijn leven mee moet onderhouden, dat hij, als gij hem zijn loon onthoudt en hem aldus met kommer bezwaart, tegen u niet roept b) tot de HEERE, en zonde in u zij. c)
(Leviticus. 19:13 b) (Jak.5:4 c)Deuteronomium. 15:9 Hoezeer heeft de Mozaïsche wetgeving vooruit alle maatregelen van geweld voorkomen, die in Griekenland en Rome van tijd tot tijd de harde en onuitstaanbare toestand van de diep onder schulden gebukte armoede moesten verbeteren! Zo wordt de meester verplaatst in het gemoed van de dienaar. Zo’n fijn gevoel is echter de liefde alleen mogelijk, die alleen weet hoe het anderen te moede is.
De Heere God verklaart hiermee duidelijk, dat Hij de zaak van de verdrukten in bescherming neemt, dat, waar zij bij de mensen geen recht kunnen krijgen, Hij toch hun rechtszaak rechten zal.
Het verdrukken van de armen, het onthouden van het loon van de werklieden, is een roepende zonde.
De vaders zullen niet door misbruik van toepassing van de bedreiging van God (Deuteronomium. 5:9 (Ex.20:5) op de burgerlijke rechtspleging gedood worden a) voor de kinderen, of juister met de kinderen, en de kinderen zullen niet gedood worden voor de vaders, gezamenlijk met de vaders; maar een ieder zal om zijn eigen
zonde gedood worden, zoals dan ook de eigenlijke zin van deze dreiging is (Jeremia. 31:30 Ezech.18:20 ).
2 Koningen. 14:6; 2 Kron.25:4 Jer.31:30 Ezech.18:20
Ook hier toont God hoe grote zorg Hij draagt voor het menselijk leven, opdat de moordaanslagen niet zonder onderscheid zouden woeden, wanneer Hij verbiedt, dat de kinderen met de ouders zouden worden omgebracht. Deze wet nu was volstrekt niet overbodig, omdat dikwijls, wegens één misdaad, tegen een geheel geslacht geweld werd gepleegd. Daarom niet zonder reden werpt God zich op, om de onschuldigen te beschermen, en staat niet toe, de straf verder uit te voeren, dan waar de misdaad verblijf houdt. En zeker, een algemene werking van de natuur schrijft voor, dat het een teken is van barbaarse woede, dat de kinderen gedood worden om de haat tegen de vaders. Indien iemand opwerpt, wat wij tevoren hebben gezien, dat God een wreker is in het derde en vierde geslacht, dan is de oplossing gemakkelijk, dat Hij zich een wet heeft gesteld en niet een blinde begeerte heeft om straf uit te oefenen, zodat Hij de onschuldigen met de slechten vermengt, maar dat Hij zo de ongerechtigheid van de vaders aan de kinderen bezoekt, dat Hij de grootste strengheid door de voortreffelijke billijkheid tempert. Ja zelfs, dat Hij niet zo door de ijzeren wet van de noodzakelijkheid is gebonden, of Hij is vrij, om, wanneer Hem dat behaagde, van de wet af te wijken. Evenals hij beval, dat het gehele geslacht van de Kanaänieten met wortel en tak zou worden uitgeroeid, omdat niet anders het land kon gereinigd worden van hun wrede ongerechtigheden, en omdat zij allen goddeloos waren, waren de kinderen niet minder dan de vaders bestemd tot een rechtvaardig verderf. Wij lezen zelfs (2 Samuel, 21:2), dat na Sauls dood zijn misdaad verzoend werd door de gewelddadige dood van zijn kinderen.
Noxa caput sequiter (de misdaad volgt de persoon). “Ieder is oorzaak van zijn eigen ongeluk” Bij de Perzen was het een stelregel om, wanneer zich het geval van majesteitsschennis voordeed, ook de verwanten van de misdadiger om te brengen (Esther. 9:13 vv. Herod.111:119); evenzo bij de Macedoniërs. Amazia daarentegen volgde het hier gestelde voorschrift op, toen hij de moordenaars van zijn vader liet ombrengen (2 Koningen. 14:5 vv.) 2 Samuel. “Wanneer de strenge gerechtigheid alleen heerste, was er voor geen sterveling heil of leven te hopen; zo moet dan die ijzeren ring van de samenhang van de natuur verbroken worden, en dit gebeurt door de goddelijke genade. Deze komt bij het menselijk recht verzachtend tussenbeide.
Gij zult het recht van de vreemdeling en van de wees niet buigen a) en gij zult het kleed van de weduwe niet te pand nemen. b)
Ex.22:21 vv.; 23:9 Spreuken. 22:22 Jesaja. 1:23 Jer.5:28; 22:3 Ezech.22:29 Zach.7:10
Amos 2:7; 5:12
Maar gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt, en de HEERE, uw God, heeft u van daar verlost; daarom gebied ik u deze zaak te doen (hoofdstuk 5:15; 15:15; 16:12). God stelt zich als bijzonder beschermer aan voor allen, wie het aan natuurlijke bescherming ontbreekt.
Wanneer gij uw oogst op uw akker afgeoogst en een handvol op de akker vergeten zult hebben, dan zult gij niet terugkeren om die op te nemen; voor de vreemdeling, voor de wees en voor de weduwe zal zij zijn, want dit zijn Zijn pleegkinderen, en de Heere zelf heeft u dit doen vergeten, opdat u de HEERE, uw God, zegene in al het werk van uw handen. Leviticus. 19:9; 23:22 Ruth 2:2 vv.
Wanneer gij uw olijfboom zult geschud hebben, de vruchten er afgeslagen hebben, zo zult gij de takken achter u niet nauw doorzoeken, om ook die vruchten, die gij niet bereiken kunt, te pakken; a) voor de vreemdeling, voorde wees en voor de weduwe zal het achtergeblevene zijn.
Jesaja. 17:6 De olijven geven fijnere olie, als zij nog niet ten volle gerijpt zijn; daarom worden zij evenals bij ons de walnoten met stokken afgeslagen (zie Ex 27.21)
Wanneer gij uw wijngaard zult afgelezen hebben, zo zult gij de druiven achter u niet nalezen, zeg niet: de armen hebben aan brood genoeg; God heeft hen dezelfde zintuigen als u gegeven, waarom zouden die nooit gestreeld worden? Dus, voor de vreemdeling, voor de wees en voor de weduwe zal het nagelezene zijn 1) (Leviticus. 19:10).
Zegt niet, wat zullen de armen doen met druiven en olijven? Het is genoeg voor hen brood en water te hebben: want omdat zij dezelfde zintuigen hebben als de rijken, waarom zouden zij dan ook niet een gering aandeel hebben aan hetgeen tot vermaak en verkwikking van de zinnen kan dienen? Boas gebood daarom zijn jongeren, dat zij allengs van de handvollen voor Ruth wat zouden laten vallen en God zegende hem. Van alles wat ten behoeve van de armen wordt achtergelaten is niets verloren.
Dit voorschrift van liefdadigheid werd later door de spitsvondigheid van waanwijze schriftgeleerden tot een bespottelijke bepaling; volgens hen was het voldoende 2 schoven en 3 druifjes over te laten.
En gij zult gedenken, dat gij een knecht in Egypte geweest zijt en daar zelf ondervonden hebt, wat het is vreemdeling en verlaten te zijn; daarom gebied ik u deze zaak, uit dankbaarheid voor de u geworden verlossing uit uw benarde toestand, te doen. God motiveert Zijn wil, om ons des te sterker van de billijkheid hiervan te overtuigen; zo mag ook de mens geen blinde gehoorzaamheid vorderen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel