Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, den weg van de Schelfzee, gelijk de HEERE tot mij gesproken had, en wij togen om het gebergte Seir, vele dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna keerdenH6437 wij ons, en reisdenH5265 naar de woestijnH4057, den wegH1870 van de SchelfzeeH5488, gelijk de HEEREH3068totH413 mij gesprokenH1696 had, en wij togenH5437 om het gebergteH2022SeirH8165, veleH7227dagenH3117.Daarna keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, den weg van de Schelfzee, gelijk de HEERE tot mij gesproken had, en wij togen om het gebergte Seir, vele dagen.
KJVThen we turned,1and took our journey2into the wilderness3by the way4of the Red6sea,5as the LORD9spake8unto me: and we compassed11mount13Seir14many16days.
1וַנֵּ֜פֶןH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)2וַנִּסַּ֤עH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way3הַמִּדְבָּ֨רָה֙H4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness4דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5יַםH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)6ס֔וּףH5488Schelfzee, biezen, Sufflag, Red (sea), weed. Compare H5489 (סוּף)7כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֵלָ֑יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11וַנָּ֥סָבH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13הַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion14שֵׂעִ֖ירH8165SeirSeir15יָמִ֥יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16רַבִּֽיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen sprakH559 de HEEREH3068totH413 mij, zeggendeH559:Toen sprak de HEERE tot mij, zeggende:
3Gijlieden hebt dit gebergte genoeg omgetogen; keert u naar het noorden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Gijlieden hebt ditH2088gebergteH2022genoegH7227omgetogenH5437; keert u naar het noordenH6828;Gijlieden hebt dit gebergte genoeg omgetogen; keert u naar het noorden;
KJVYe have compassed3this mountain5long enough:1turn7you northward.
1רַבH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)2לָכֶ֕ם3סֹ֖בH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָהָ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion6הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7פְּנ֥וּH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)8לָכֶ֖ם9צָפֹֽנָהH6828noorden, noordwaarts, Noordennorth(-ern, side, -ward, wind)
4En gebied het volk, zeggende: Gij zult doortrekken aan de landpale uwer broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir wonen; zij zullen wel voor u vrezen; maar gij zult u zeer wachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En gebiedH6680 het volkH5971, zeggendeH559: GijH859 zult doortrekkenH5674 aan de landpaleH1366 uwer broederenH251, de kinderenH1121vanH4480EzauH6215, die in SeirH8165wonenH3427; zij zullen wel voor u vrezenH3372; maar gij zult u zeerH3966wachtenH8104.En gebied het volk, zeggende: Gij zult doortrekken aan de landpale uwer broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir wonen; zij zullen wel voor u vrezen; maar gij zult u zeer wachten.
KJVAnd command3thou the people,2saying,4Ye are to pass6through the coast7of your brethren8the children9of Esau,10which dwell11in Seir;12and they shall be afraid13of you: take ye good16heed
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הָעָם֮H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3צַ֣וH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order4לֵאמֹר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6עֹֽבְרִ֗יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7בִּגְבוּל֙H1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space8אֲחֵיכֶ֣םH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'9בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10עֵשָׂ֔וH6215EzauEsau11הַיֹּשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12בְּשֵׂעִ֑ירH8165SeirSeir13וְיִֽירְא֣וּH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)14מִכֶּ֔םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with15וְנִשְׁמַרְתֶּ֖םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)16מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
5Mengt u niet met hen; want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool; want Ik heb Ezau het gebergte Seir ter erfenis gegeven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5MengtH1624 u niet met hen; want Ik zal u van hun landH776 niet geven, ook niet totH5704 de betredingH4096 van een voetzoolH7272; wantH3588 Ik heb EzauH6215 het gebergteH2022SeirH8165 ter erfenisH3425gegevenH5414.Mengt u niet met hen; want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool; want Ik heb Ezau het gebergte Seir ter erfenis gegeven.
KJVMeddle2not with them; for I will not give6you of their land,8no, not so much as a foot12breadth;10because I have given16mount18Seir19unto Esau15for a possession.
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּתְגָּר֣וּH1624mengen, meng, verwektcontend, meddle, stir up, strive3בָ֔ם4כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6אֶתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לָכֶם֙8מֵֽאַרְצָ֔םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10מִדְרַ֣ךְH4096betreding(foot-) breadth11כַּףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon12רָ֑גֶלH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14יְרֻשָּׁ֣הH3425erfenis, erfelijke bezitting, erveheritage, inheritance, possession15לְעֵשָׂ֔וH6215EzauEsau16נָתַ֖תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion19שֵׂעִֽירH8165SeirSeir
6Spijze zult gij voor geld van hen kopen, dat gij etet; en ook zult gij water voor geld van hen kopen, dat gij drinket.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6SpijzeH400 zult gij voor geldH3701vanH854 hen kopen, dat gij etetH398; en ookH1571 zult gij waterH4325 voor geldH3701vanH854 hen kopen, dat gij drinketH8354.Spijze zult gij voor geld van hen kopen, dat gij etet; en ook zult gij water voor geld van hen kopen, dat gij drinket.
Ook in dit vers
kopenH3739
kopenH7666
KJVYe shall buy2meat1of them for money,4that ye may eat;5and ye shall also buy8water7of them for money,10that ye may drink.
1אֹ֣כֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals2תִּשְׁבְּר֧וּH7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell3מֵֽאִתָּ֛םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix4בַּכֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5וַאֲכַלְתֶּ֑םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7מַ֜יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8תִּכְר֧וּH3739bereidde, kocht, kopenbuy, prepare9מֵאִתָּ֛םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix10בַּכֶּ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)11וּשְׁתִיתֶֽםH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
7Want de HEERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, met u geweest; geen ding heeft u ontbroken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7WantH3588 de HEEREH3068, uw GodH430, heeft u gezegendH1288 in alH3605 het werkH4639 uwer handH3027; Hij kentH3045 uw wandelenH3212 door dezeH2088 zo groteH1419woestijnH4057; dezeH2088veertigH705jarenH8141 is de HEEREH3068, uw GodH430, metH5973 u geweest; geenH3808dingH1697 heeft u ontbrokenH2637.Want de HEERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, met u geweest; geen ding heeft u ontbroken.
KJVFor the LORD2thy God3hath blessed4thee in all the works6of thy hand:7he knoweth8thy walking9through this great12wilderness:11these forty15years16the LORD17thy God18hath been with thee; thou hast lacked21nothing.
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֜יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4בֵּֽרַכְךָ֗H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5בְּכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought7יָדֶ֔ךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8יָדַ֣עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot9לֶכְתְּךָ֔H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11הַמִּדְבָּ֥רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12הַגָּדֹ֖לH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)15אַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty16שָׁנָ֗הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)17יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty19עִמָּ֔ךְH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)20לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21חָסַ֖רְתָּH2637ontbreken, gebrek, ontbreektbe abated, bereave, decrease, (cause to) fail, (have) lack, make lower, want22דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
8Als wij nu doorgetrokken waren van onze broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir woonden, van den weg des vlakken velds, van Elath, en van Ezeon-Geber, zo keerden wij ons, en doortogen den weg der woestijn van Moab.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Als wij nu doorgetrokkenH5674 waren vanH854 onze broederenH251, de kinderenH1121 van EzauH6215, die in SeirH8165woondenH3427, van den wegH1870 des vlakken veldsH6160, van ElathH359, en van Ezeon-GeberH6100, zo keerdenH6437 wij ons, en doortogenH5674 den wegH1870 der woestijnH4057 van MoabH4124.Als wij nu doorgetrokken waren van onze broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir woonden, van den weg des vlakken velds, van Elath, en van Ezeon-Geber, zo keerden wij ons, en doortogen den weg der woestijn van Moab.
KJVAnd when we passed1by from our brethren3the children4of Esau,5which dwelt6in Seir,7through the way8of the plain9from Elath,10and from Eziongaber,11we turned13and passed14by the way15of the wilderness16of Moab.
1וַֽנַּעֲבֹ֞רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2מֵאֵ֧תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3אַחֵ֣ינוּH251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'4בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עֵשָׂ֗וH6215EzauEsau6הַיֹּֽשְׁבִים֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7בְּשֵׂעִ֔ירH8165SeirSeir8מִדֶּ֨רֶךְ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9הָֽעֲרָבָ֔הH6160vlakke velden, vlakke veld, wildernisArabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)10מֵאֵילַ֖תH359Elath, ElothElath, Eloth11וּמֵעֶצְיֹ֣ןH6100Ezeon-geberEzion-geber12גָּ֑בֶרH6100Ezeon-geberEzion-geber13וַנֵּ֨פֶן֙H6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)14וַֽנַּעֲבֹ֔רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath15דֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16מִדְבַּ֥רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness17מוֹאָֽבH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab
9Toen sprak de HEERE tot mij: Beangstig Moab niet, en meng u niet met hen in den strijd; want Ik zal u geen erfenis van hun land geven, dewijl Ik aan Lots kinderen Ar ter erfenis gegeven heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen sprakH559 de HEEREH3068totH413 mij: BeangstigH6696MoabH4124 niet, en mengH1624 u niet met hen in den strijdH4421; want Ik zal u geen erfenisH3425 van hun landH776 geven, dewijlH3588 Ik aan LotsH3876kinderenH1121ArH6144 ter erfenisH3425gegevenH5414 heb.Toen sprak de HEERE tot mij: Beangstig Moab niet, en meng u niet met hen in den strijd; want Ik zal u geen erfenis van hun land geven, dewijl Ik aan Lots kinderen Ar ter erfenis gegeven heb.
KJVAnd the LORD2said1unto me, Distress5not the Moabites,7neither contend9with them in battle:11for I will not give14thee of their land16for a possession;17because I have given21Ar23unto the children19of Lot20for a possession.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלַ֗יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4אֶלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than5תָּ֨צַר֙H6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab8וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than9תִּתְגָּ֥רH1624mengen, meng, verwektcontend, meddle, stir up, strive10בָּ֖ם11מִלְחָמָ֑הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)12כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14אֶתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לְךָ֤16מֵֽאַרְצוֹ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17יְרֻשָּׁ֔הH3425erfenis, erfelijke bezitting, erveheritage, inheritance, possession18כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19לִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20ל֔וֹטH3876Lot, LotsLot21נָתַ֥תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23עָ֖רH6144Ar, Ar-moabsAr24יְרֻשָּֽׁהH3425erfenis, erfelijke bezitting, erveheritage, inheritance, possession
10De Emieten woonden te voren daarin, een groot, en menigvuldig, en lang volk, gelijk de Enakieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10De EmietenH368woondenH3427 te vorenH6440 daarin, een grootH1419, en menigvuldigH7227, en langH7311volkH5971, gelijk de EnakietenH6062.De Emieten woonden te voren daarin, een groot, en menigvuldig, en lang volk, gelijk de Enakieten.
KJVThe Emims1dwelt3therein in times past,2a people5great,6and many,7and tall,8as the Anakims;
1הָאֵמִ֥יםH368EmietenEmims2לְפָנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3יָ֣שְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry4בָ֑הּ5עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6גָּד֥וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very7וְרַ֛בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)8וָרָ֖םH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms9כָּעֲנָקִֽיםH6062EnakietenAnakim
11Dezen werden ook voor reuzen gehouden, als de Enakieten; en de Moabieten noemden hen Emieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Dezen werden ook voor reuzenH7497 gehouden, als de EnakietenH6062; en de MoabietenH4125noemdenH7121henH1992EmietenH368.Dezen werden ook voor reuzen gehouden, als de Enakieten; en de Moabieten noemden hen Emieten.
KJVWhich4also were accounted2giants,1as the Anakims;5but the Moabites6call7them Emims.
1רְפָאִ֛יםH7497Rafa, reuzen, Refaietengiant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)2יֵחָשְׁב֥וּH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think3אַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea4הֵ֖םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye5כָּעֲנָקִ֑יםH6062EnakietenAnakim6וְהַמֹּ֣אָבִ֔יםH4125Moabietische, Moabieten, Moabiet(woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss)7יִקְרְא֥וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8לָהֶ֖ם9אֵמִֽיםH368EmietenEmims
12Ook woonden de Horieten te voren in Seir; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hunlieder plaats gewoond; gelijk als Israel gedaan heeft aan het land zijner erfenis, hetwelk de HEERE hun gegeven heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Ook woondenH3427 de HorietenH2752 te vorenH6440 in SeirH8165; maar de kinderenH1121 van EzauH6215 verdreven hen uit de bezitting en verdelgdenH8045 hen van hun aangezichtH6440, en hebben in hunlieder plaatsH8478gewoondH3427; gelijk als IsraelH3478gedaanH6213 heeft aan het landH776 zijner erfenisH3425, hetwelkH834 de HEEREH3068 hun gegevenH5414 heeft.Ook woonden de Horieten te voren in Seir; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hunlieder plaats gewoond; gelijk als Israel gedaan heeft aan het land zijner erfenis, hetwelk de HEERE hun gegeven heeft.
Ook in dit vers
verdreven bezittingH3423
KJVThe Horims3also dwelt2in Seir1beforetime;4but the children5of Esau6succeeded7them, when they had destroyed8them from before9them, and dwelt10in their stead; as Israel14did13unto the land15of his possession,16which the LORD19gave
1וּבְשֵׂעִ֞ירH8165SeirSeir2יָשְׁב֣וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3הַחֹרִים֮H2752Horieten, HorietHorims, Horites4לְפָנִים֒H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וּבְנֵ֧יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6עֵשָׂ֣וH6215EzauEsau7יִֽירָשׁ֗וּםH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly8וַיַּשְׁמִידוּם֙H8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly9מִפְּנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וַיֵּשְׁב֖וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11תַּחְתָּ֑םH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with12כַּאֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15לְאֶ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16יְרֻשָּׁת֔וֹH3425erfenis, erfelijke bezitting, erveheritage, inheritance, possession17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20לָהֶֽם
13Nu, maakt u op, en trekt over de beek Zered. Alzo trokken wij over de beek Zered.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13NuH6258, maaktH6965 u op, en trektH5674 over de beekH5158ZeredH2218. Alzo trokkenH5674 wij over de beekH5158ZeredH2218.Nu, maakt u op, en trekt over de beek Zered. Alzo trokken wij over de beek Zered.
KJVNow rise up,2said I, and get you over3the brook6Zered.7And we went over8the brook10Zered.
1עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2קֻ֛מוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3וְעִבְר֥וּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4לָכֶ֖ם5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6נַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley7זָ֑רֶדH2218ZeredZared, Zered8וַֽנַּעֲבֹ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10נַ֥חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley11זָֽרֶדH2218ZeredZared, Zered
14De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-Barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14De dagenH3117 nu, dieH834 wij gewandeldH1980 hebben van Kades-BarneaH6947, totdatH5704 wij over de beekH5158ZeredH2218getogenH5674 zijn, waren achtH8083 en dertigH7970jarenH8141; totdatH5704 het ganseH3605geslachtH1755 der krijgsliedenH582 uit het middenH7130 der heirlegersH4264verteerdH8552 was, gelijk de HEEREH3068 hun gezworenH7650 had.De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-Barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.
KJVAnd the space1in which we came3from Kadeshbarnea,4until we were come over8the brook10Zered,11was thirty12and eight13years;14until all the generation18of the menof war20were wasted out16from among21the host,22as the LORD25sware
1וְהַיָּמִ֞יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3הָלַ֣כְנוּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4מִקָּדֵ֣שׁH6947Kades-barneaKadeshbarnea5בַּרְנֵ֗עַH6947Kades-barneaKadeshbarnea6עַ֤דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָבַ֨רְנוּ֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10נַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley11זֶ֔רֶדH2218ZeredZared, Zered12שְׁלֹשִׁ֥יםH7970dertig, dertigste, Dertigthirty, thirtieth. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)13וּשְׁמֹנֶ֖הH8083acht, achttien, achthonderdeight(-een, -eenth), eighth14שָׁנָ֑הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)15עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16תֹּ֨םH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole17כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הַדּ֜וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity19אַנְשֵׁ֤יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20הַמִּלְחָמָה֙H4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)21מִקֶּ֣רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self22הַֽמַּחֲנֶ֔הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents23כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24נִשְׁבַּ֥עH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear25יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)26לָהֶֽם
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Zo was ook de hand des HEEREN tegen hen, om hen uit het midden des heirlegers te verslaan, totdat zij verteerd waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Zo was ookH1571 de handH3027 des HEERENH3068 tegen hen, om hen uit het middenH7130 des heirlegersH4264 te verslaanH2000, totdatH5704 zij verteerdH8552 waren.Zo was ook de hand des HEEREN tegen hen, om hen uit het midden des heirlegers te verslaan, totdat zij verteerd waren.
KJVFor indeed the hand2of the LORD3was against them, to destroy6them from among7the host,8until they were consumed.
1וְגַ֤םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הָ֣יְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5בָּ֔ם6לְהֻמָּ֖םH2000verschrikte, verslaan, breektbreak, consume, crush, destroy, discomfit, trouble, vex7מִקֶּ֣רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self8הַֽמַּחֲנֶ֑הH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents9עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10תֻּמָּֽםH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole
16En het geschiedde, als al de krijgslieden verteerd waren, uit het midden des heirlegers wegstervende,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En het geschiedde, als alH3605 de krijgsliedenH582verteerdH8552warenH1961, uit het middenH7130 des heirlegersH5971wegstervendeH4191,En het geschiedde, als al de krijgslieden verteerd waren, uit het midden des heirlegers wegstervende,
KJVSo it came to pass, when all the menof war6were consumed3and dead7from among8the people,
1וַיְהִ֨יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3תַּ֜מּוּH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אַנְשֵׁ֧יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6הַמִּלְחָמָ֛הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)7לָמ֖וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8מִקֶּ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self9הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Dat de HEEREH3068totH413 mij sprakH1696, zeggendeH559:Dat de HEERE tot mij sprak, zeggende:
18Gij zult heden doortrekken aan Ar, de landpale van Moab;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18GijH859 zult hedenH3117doortrekkenH5674 aan ArH6144, de landpaleH1366 van MoabH4124;Gij zult heden doortrekken aan Ar, de landpale van Moab;
KJVThou art to pass over2through Ar,8the coast5of Moab,6this day:
1אַתָּ֨הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2עֹבֵ֥רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3הַיּ֛וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5גְּב֥וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space6מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עָֽרH6144Ar, Ar-moabsAr
19En gij zult naderen tegenover de kinderen Ammons; beangstig die niet, en meng u met hen niet; want Ik zal u van het land der kinderen Ammons geen erfenis geven, dewijl Ik het aan Lots kinderen ter erfenis gegeven heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En gij zult naderenH7126tegenoverH4136 de kinderenH1121AmmonsH5983; beangstigH6696 die niet, en mengH1624 u met hen niet; want Ik zal u van het landH776 der kinderenH1121AmmonsH5983 geen erfenisH3425 geven, dewijlH3588 Ik het aan LotsH3876kinderenH1121 ter erfenisH3425gegevenH5414 heb.En gij zult naderen tegenover de kinderen Ammons; beangstig die niet, en meng u met hen niet; want Ik zal u van het land der kinderen Ammons geen erfenis geven, dewijl Ik het aan Lots kinderen ter erfenis gegeven heb.
KJVAnd when thou comest nigh1over against2the children3of Ammon,4distress6them not, nor meddle8with them: for I will not give12thee of the land13of the children14of Ammon15any possession;17because I have given21it unto the children19of Lot20for a possession.
1וְקָרַבְתָּ֗H7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take2מ֚וּלH4136tegenover, voorste, nagel(over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4עַמּ֔וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites5אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than6תְּצֻרֵ֖םH6696belegeren, belegerde, belegerdenadversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags7וְאַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than8תִּתְגָּ֣רH1624mengen, meng, verwektcontend, meddle, stir up, strive9בָּ֑ם10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12אֶ֠תֵּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13מֵאֶ֨רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15עַמּ֤וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites16לְךָ֙17יְרֻשָּׁ֔הH3425erfenis, erfelijke bezitting, erveheritage, inheritance, possession18כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19לִבְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20ל֖וֹטH3876Lot, LotsLot21נְתַתִּ֥יהָH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22יְרֻשָּֽׁהH3425erfenis, erfelijke bezitting, erveheritage, inheritance, possession
20Dit werd ook voor een land der reuzen gehouden; de reuzen woonden te voren daarin, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Dit werd ook voor een landH776 der reuzenH7497 gehouden; de reuzenH7497woondenH3427 te vorenH6440 daarin, en de AmmonietenH5984noemdenH7121 hen ZamzummietenH2157;Dit werd ook voor een land der reuzen gehouden; de reuzen woonden te voren daarin, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten;
KJV(That also was accounted3a land1of giants:2giants6dwelt7therein in old time;9and the Ammonites10call11them Zamzummims;
1אֶֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world2רְפָאִ֥יםH7497Rafa, reuzen, Refaietengiant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)3תֵּחָשֵׁ֖בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think4אַףH637ook, ja zelfsalso, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea5הִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6רְפָאִ֤יםH7497Rafa, reuzen, Refaietengiant, Rapha, Rephaim(-s). See also H1051 (בֵּית רָפָא)7יָֽשְׁבוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8בָהּ֙9לְפָנִ֔יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וְהָֽעַמֹּנִ֔יםH5984Ammonieten, Ammoniet, AmmonietischeAmmonite(-s)11יִקְרְא֥וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say12לָהֶ֖ם13זַמְזֻמִּֽיםH2157ZamzummietenZamzummim
21Een groot, en menigvuldig, en lang volk, als de Enakieten; en de HEERE verdelgde hen voor hun aangezicht, zodat zij hen uit de bezitting verdreven, en aan hunlieder plaats woonden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Een grootH1419, en menigvuldigH7227, en langH7311volkH5971, als de EnakietenH6062; en de HEEREH3068verdelgdeH8045 hen voor hun aangezichtH6440, zodat zij hen uit de bezittingH3423 verdreven, en aan hunlieder plaatsH8478woondenH3427;Een groot, en menigvuldig, en lang volk, als de Enakieten; en de HEERE verdelgde hen voor hun aangezicht, zodat zij hen uit de bezitting verdreven, en aan hunlieder plaats woonden;
KJVA people1great,2and many,3and tall,4as the Anakims;5but the LORD7destroyed6them before8them; and they succeeded9them, and dwelt
1עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people2גָּד֥וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3וְרַ֛בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4וָרָ֖םH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms5כָּעֲנָקִ֑יםH6062EnakietenAnakim6וַיַּשְׁמִידֵ֤םH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly7יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8מִפְּנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9וַיִּירָשֻׁ֖םH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly10וַיֵּשְׁב֥וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11תַחְתָּֽםH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
22Gelijk als Hij aan de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, gedaan heeft, voor welker aangezicht Hij de Horieten verdelgde; en zij verdreven hen uit de bezitting, en hebben aan hun plaats gewoond tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Gelijk als Hij aan de kinderenH1121 van EzauH6215, die in SeirH8165wonenH3427, gedaanH6213 heeft, voor welker aangezichtH6440 Hij de HorietenH2752verdelgdeH8045; en zij verdreven hen uit de bezitting, en hebben aan hun plaatsH8478gewoondH3427totH5704 op dezenH2088dagH3117.Gelijk als Hij aan de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, gedaan heeft, voor welker aangezicht Hij de Horieten verdelgde; en zij verdreven hen uit de bezitting, en hebben aan hun plaats gewoond tot op dezen dag.
Ook in dit vers
verdreven bezittingH3423
KJVAs he did2to the children3of Esau,4which dwelt5in Seir,6when he destroyed8the Horims10from before11them; and they succeeded12them, and dwelt13in their stead even unto this day:
1כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2עָשָׂה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3לִבְנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4עֵשָׂ֔וH6215EzauEsau5הַיֹּשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry6בְּשֵׂעִ֑ירH8165SeirSeir7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הִשְׁמִ֤ידH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַחֹרִי֙H2752Horieten, HorietHorims, Horites11מִפְּנֵיהֶ֔םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you12וַיִּֽירָשֻׁם֙H3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly13וַיֵּשְׁב֣וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14תַחְתָּ֔םH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with15עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
23Ook hebben de Kafthorieten, die uit Kafthor uittogen, de Avieten, die in Hazerim tot Gaza toe woonden, verdelgd, en aan hun plaats gewoond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Ook hebben de KafthorietenH3732, die uit KafthorH3731uittogenH3318, de AvietenH5761, die in HazerimH2699totH5704GazaH5804 toe woondenH3427, verdelgdH8045, en aan hun plaatsH8478gewoondH3427.Ook hebben de Kafthorieten, die uit Kafthor uittogen, de Avieten, die in Hazerim tot Gaza toe woonden, verdelgd, en aan hun plaats gewoond.
KJVAnd the Avims1which dwelt2in Hazerim,3even unto Azzah,5the Caphtorims,6which came forth7out of Caphtor,8destroyed9them, and dwelt
1וְהָֽעַוִּ֛יםH5761Avieten, Avvieten, HaavvimAvim2הַיֹּשְׁבִ֥יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry3בַּחֲצֵרִ֖יםH2699HazerimHazerim4עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5עַזָּ֑הH5804GazaAzzah, Gaza6כַּפְתֹּרִים֙H3732Cafthorieten, Caftorieten, KafthorietenCaphthorim, Caphtorim(-s)7הַיֹּצְאִ֣יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8מִכַּפְתּ֔וֹרH3731KafthorCaphtor9הִשְׁמִידֻ֖םH8045verdelgd, verdelgen, verdelgdedestory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly10וַיֵּשְׁב֥וּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11תַחְתָּֽםH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
24Maakt u op, reist heen, en gaat over de beek Arnon; ziet, Ik heb Sihon, den koning van Hesbon, den Amoriet, en zijn land, in uw hand gegeven; begint te erven, en mengt u met hen in den strijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24MaaktH6965 u op, reistH5265 heen, en gaat over de beekH5158ArnonH769; zietH7200, Ik heb SihonH5511, den koningH4428 van HesbonH2809, den AmorietH567, en zijn landH776, in uw handH3027gegevenH5414; begintH2490 te ervenH3423, en mengtH1624 u met hen in den strijdH4421.Maakt u op, reist heen, en gaat over de beek Arnon; ziet, Ik heb Sihon, den koning van Hesbon, den Amoriet, en zijn land, in uw hand gegeven; begint te erven, en mengt u met hen in den strijd.
KJVRise ye up,1take your journey,2and pass over3the river5Arnon:6behold,7I have given8into thine hand9Sihon11the Amorite,14king12of Heshbon,13and his land:16begin17to possess18it, and contend19with him in battle.
1ק֣וּמוּH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2סְּע֗וּH5265verreisden, reisden, optrekkencause to blow, bring, get, (make to) go (away, forth, forward, onward, out), (take) journey, march, remove, set aside (forward), [idiom] still, be on his (go their) way3וְעִבְרוּ֮H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5נַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley6אַרְנֹן֒H769ArnonArnon7רְאֵ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9בְ֠יָדְךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11סִיחֹ֨ןH5511SihonSihon12מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13חֶשְׁבּ֧וֹןH2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon14הָֽאֱמֹרִ֛יH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אַרְצ֖וֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17הָחֵ֣לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound18רָ֑שׁH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly19וְהִתְגָּ֥רH1624mengen, meng, verwektcontend, meddle, stir up, strive20בּ֖וֹ21מִלְחָמָֽהH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)
25Te dezen dage zal Ik beginnen uw schrik en uw vreze te geven over het aangezicht der volken, onder den gansen hemel; die uw gerucht zullen horen, die zullen sidderen, en bang zijn van uw aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Te dezenH2088dageH3117 zal Ik beginnenH2490 uw schrikH6343 en uw vrezeH3374 te gevenH5414overH5921 het aangezichtH6440 der volkenH5971, onderH8478 den gansenH3605hemelH8064; die uw geruchtH8088 zullen horenH8085, die zullen sidderenH7264, en bangH2342 zijn van uw aangezichtH6440.Te dezen dage zal Ik beginnen uw schrik en uw vreze te geven over het aangezicht der volken, onder den gansen hemel; die uw gerucht zullen horen, die zullen sidderen, en bang zijn van uw aangezicht.
KJVThis day1will I begin3to put4the dread5of thee and the fear6of thee upon the nations8that are under the whole heaven,12who shall hear14report15of thee, and shall tremble,16and be in anguish17because of thee.
1הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3אָחֵל֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound4תֵּ֤תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5פַּחְדְּךָ֙H6343vreze, schrik, verschrikkingdread(-ful), fear, (thing) great (fear, -ly feared), terror6וְיִרְאָ֣תְךָ֔H3374vreze, vrees, vrezen[idiom] dreadful, [idiom] exceedingly, fear(-fulness)7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8פְּנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9הָֽעַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10תַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַשָּׁמָ֑יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)13אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יִשְׁמְעוּן֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness15שִׁמְעֲךָ֔H8088gerucht, tijding, gehoorbruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings16וְרָגְז֥וּH7264beroerd, woeden, beroerdenbe afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth17וְחָל֖וּH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded18מִפָּנֶֽיךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
26Toen zond ik boden uit de woestijn Kedemot tot Sihon, den koning van Hesbon, met woorden van vrede, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Toen zondH7971 ik bodenH4397 uit de woestijnH4057KedemotH6932totH413SihonH5511, den koningH4428 van HesbonH2809, met woordenH1697 van vredeH7965, zeggendeH559:Toen zond ik boden uit de woestijn Kedemot tot Sihon, den koning van Hesbon, met woorden van vrede, zeggende:
KJVAnd I sent1messengers2out of the wilderness3of Kedemoth4unto Sihon6king7of Heshbon8with words9of peace,10saying,
27Laat mij door uw land doortrekken; ik zal alleenlijk langs den weg voorttrekken; ik zal noch ter rechterhand noch ter linkerhand uitwijken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Laat mij door uw landH776doortrekkenH5674; ik zal alleenlijk langs den wegH1870voorttrekkenH3212; ik zal noch ter rechterhandH3225 noch ter linkerhandH8040uitwijkenH5493.Laat mij door uw land doortrekken; ik zal alleenlijk langs den weg voorttrekken; ik zal noch ter rechterhand noch ter linkerhand uitwijken.
KJVLet me pass1through thy land:2I will go5along by the high way,3I will neither turn7unto the right hand8nor to the left.
1אֶעְבְּרָ֣הH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2בְאַרְצֶ֔ךָH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3בַּדֶּ֥רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4בַּדֶּ֖רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5אֵלֵ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7אָס֖וּרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without8יָמִ֥יןH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south9וּשְׂמֹֽאולH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)
28Verkoop mij spijze voor geld, dat ik ete, en geef mij water voor geld, dat ik drinke; alleenlijk laat mij op mijn voeten doortrekken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28VerkoopH7666 mij spijzeH400 voor geldH3701, dat ik eteH398, en geefH5414 mij waterH4325 voor geldH3701, dat ik drinkeH8354; alleenlijk laat mij op mijn voetenH7272doortrekkenH5674;Verkoop mij spijze voor geld, dat ik ete, en geef mij water voor geld, dat ik drinke; alleenlijk laat mij op mijn voeten doortrekken;
KJVThou shalt sell3me meat1for money,2that I may eat;4and give7me water5for money,6that I may drink:9only I will pass through11on my feet;
1אֹ֣כֶלH400spijze, spijs, eteneating, food, meal(-time), meat, prey, victuals2בַּכֶּ֤סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)3תַּשְׁבִּרֵ֨נִי֙H7666kopen, koopt, verkochtbuy, sell4וְאָכַ֔לְתִּיH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5וּמַ֛יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))6בַּכֶּ֥סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)7תִּתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לִ֖י9וְשָׁתִ֑יתִיH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)10רַ֖קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise11אֶעְבְּרָ֥הH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath12בְרַגְלָֽיH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
29Gelijk de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, mij gedaan hebben; totdat ik over de Jordaan kome in het land, dat de HEERE, onze God, ons geven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Gelijk de kinderenH1121 van EzauH6215, dieH834 in SeirH8165wonenH3427, en de MoabietenH4125, die in ArH6144wonenH3427, mij gedaanH6213 hebben; totdatH5704 ik over de JordaanH3383komeH5674 in het landH776, datH834 de HEEREH3068, onze GodH430, ons gevenH5414 zal.Gelijk de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, mij gedaan hebben; totdat ik over de Jordaan kome in het land, dat de HEERE, onze God, ons geven zal.
KJV(As the children4of Esau5which dwell6in Seir,7and the Moabites8which dwell9in Ar,10did2unto me;) until I shall pass over13Jordan15into the land17which the LORD19our God20giveth
1כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2עָֽשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3לִ֜י4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עֵשָׂ֗וH6215EzauEsau6הַיֹּֽשְׁבִים֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7בְּשֵׂעִ֔ירH8165SeirSeir8וְהַמּ֣וֹאָבִ֔יםH4125Moabietische, Moabieten, Moabiet(woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss)9הַיֹּשְׁבִ֖יםH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry10בְּעָ֑רH6144Ar, Ar-moabsAr11עַ֤דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אֶֽעֱבֹר֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַיַּרְדֵּ֔ןH3383JordaanJordan16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17הָאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)20אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty21נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22לָֽנוּ
30Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons door hetzelve niet laten doortrekken; want de HEERE,, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte zijn hart, opdat Hij hem in uw hand gave, gelijk het is te dezen dage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Maar SihonH5511, de koningH4428 van HesbonH2809, wildeH14 ons door hetzelve nietH3808 laten doortrekkenH5674; wantH3588 de HEEREH3068,, uw GodH430, verharddeH7185 zijn geestH7307, en verstokteH553 zijn hartH3824, opdatH4616 Hij hem in uw handH3027gaveH5414, gelijk het is te dezenH2088dageH3117.Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons door hetzelve niet laten doortrekken; want de HEERE,, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte zijn hart, opdat Hij hem in uw hand gave, gelijk het is te dezen dage.
KJVBut Sihon3king4of Heshbon5would2not let us pass6by him: for the LORD10thy God11hardened9his spirit,13and made his heart16obstinate,14that he might deliver18him into thy hand,19as appeareth this day.
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אָבָ֗הH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing3סִיחֹן֙H5511SihonSihon4מֶ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5חֶשְׁבּ֔וֹןH2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon6הַעֲבִרֵ֖נוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath7בּ֑וֹ8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9הִקְשָׁה֩H7185hard, verhard, verharddebe cruel, be fiercer, make grievous, be ((ask a), be in, have, seem, would) hard(-en, (labour), -ly, thing), be sore, (be, make) stiff(-en, (-necked))10יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֶ֜יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13רוּח֗וֹH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)14וְאִמֵּץ֙H553goeden moed, versterken, machtigerconfirm, be courageous (of good courage, stedfastly minded, strong, stronger), establish, fortify, harden, increase, prevail, strengthen (self), make strong (obstinate, speed)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16לְבָב֔וֹH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding17לְמַ֛עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to18תִּתּ֥וֹH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield19בְיָדְךָ֖H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves20כַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger21הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
31En de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik heb begonnen Sihon en zijn land voor uw aangezicht te geven; begin dan te erven, om zijn land erfelijk te bezitten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En de HEEREH3068zeideH559totH413 mij: ZieH7200, Ik heb begonnenH2490SihonH5511 en zijn landH776 voor uw aangezichtH6440 te gevenH5414; beginH2490 dan te ervenH3423, om zijn landH776erfelijkH3423 te bezitten.En de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik heb begonnen Sihon en zijn land voor uw aangezicht te geven; begin dan te erven, om zijn land erfelijk te bezitten.
KJVAnd the LORD2said1unto me, Behold,4I have begun5to give6Sihon9and his land11before7thee: begin12to possess,13that thou mayest inherit14his land.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4רְאֵ֗הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5הַֽחִלֹּ֨תִי֙H2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound6תֵּ֣תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9סִיחֹ֖ןH5511SihonSihon10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11אַרְצ֑וֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12הָחֵ֣לH2490ontheiligen, ontheiligd, begonbegin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound13רָ֔שׁH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly14לָרֶ֖שֶׁתH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אַרְצֽוֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
32En Sihon toog uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde, naar Jahaz.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En SihonH5511toogH3318 uit ons tegemoetH7125, hijH1931 en alH3605 zijn volkH5971, ten strijdeH4421, naar JahazH3096.En Sihon toog uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde, naar Jahaz.
KJVThen Sihon2came out1against3us, he and all his people,6to fight7at Jahaz.
1וַיֵּצֵא֩H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2סִיחֹ֨ןH5511SihonSihon3לִקְרָאתֵ֜נוּH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way4ה֧וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עַמּ֛וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7לַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)8יָֽהְצָהH3096Jahza, Jahaz, JazaJahaz, Jahazah, Jahzah
33En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En de HEEREH3068, onze GodH430, gafH5414 hem voor ons aangezichtH6440; en wij sloegenH5221 hem, en zijn zonenH1121, en alH3605 zijn volkH5971.En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk.
KJVAnd the LORD2our God3delivered1him before4us; and we smote5him, and his sons,8and all his people.
1וַֽיִּתְּנֵ֛הוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4לְפָנֵ֑ינוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וַנַּ֥ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound6אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8בָּנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11עַמּֽוֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
34En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En wij namenH3920 te dier tijdH6256alH3605 zijn stedenH5892 in, en wij verbandenH2763alleH3605stedenH5892, mannenH4962, en vrouwenH802, en kinderkensH2945; wij lietenH7604 niemand overblijvenH8300.En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.
KJVAnd we took1all his cities4at that time,5and utterly destroyed7the men,11and the women,12and the little ones,13of every city,10we left15none to remain:
1וַנִּלְכֹּ֤דH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4עָרָיו֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5בָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6הַהִ֔ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וַֽנַּחֲרֵם֙H2763verbannen, verbande, verbandenmake accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11מְתִ֔םH4962lieden, mannen, mensen[phrase] few, [idiom] friends, men, persons, [idiom] small12וְהַנָּשִׁ֖יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13וְהַטָּ֑ףH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families14לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15הִשְׁאַ֖רְנוּH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest16שָׂרִֽידH8300overigen, overgeblevenen, niemand[idiom] alive, left, remain(-ing), remnant, rest
35Het vee alleen roofden wij voor ons, en den roof der steden, die wij innamen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Het veeH929 alleen roofdenH962 wij voor ons, en den roofH7998 der stedenH5892, dieH834 wij innamenH3920.Het vee alleen roofden wij voor ons, en den roof der steden, die wij innamen.
KJVOnly the cattle2we took for a prey3unto ourselves, and the spoil5of the cities6which we took.
1רַ֥קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise2הַבְּהֵמָ֖הH929beesten, vee, beestbeast, cattle3בָּזַ֣זְנוּH962roven, roofden, plunderencatch, gather, (take) for a prey, rob(-ber), spoil, take (away, spoil), [idiom] utterly4לָ֑נוּ5וּשְׁלַ֥לH7998buit, roof, roofsprey, spoil6הֶעָרִ֖יםH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לָכָֽדְנוּH3920nam, ingenomen, gevangen[idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take
36Van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die aan de beek is, ook tot Gilead toe, was er geen stad, die voor ons te hoog was; de HEERE, onze God, gaf dat alles voor ons aangezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36VanH4480AroerH6177 af, datH834 aan den oeverH8193 der beekH5158ArnonH769 is, en de stad, dieH834 aan de beekH5158 is, ook totH5704GileadH1568 toe, wasH1961 er geenH3808 stad, dieH834 voor ons te hoogH7682 was; de HEEREH3068, onze GodH430, gafH5414 dat allesH3605 voor ons aangezichtH6440.Van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die aan de beek is, ook tot Gilead toe, was er geen stad, die voor ons te hoog was; de HEERE, onze God, gaf dat alles voor ons aangezicht.
Ook in dit vers
stadH5892
stadH7151
KJVFrom Aroer,1which is by the brink4of the river5of Arnon,6and from the city7that is by the river,9even unto Gilead,11there was not one city14too strong16for us: the LORD21our God22delivered20all unto us:
1מֵֽעֲרֹעֵ֡רH6177AroerAroer2אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4שְׂפַתH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words5נַ֨חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley6אַרְנֹ֜ןH769ArnonArnon7וְהָעִ֨ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בַּנַּ֨חַל֙H5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley10וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11הַגִּלְעָ֔דH1568Gilead, Gileadieten, GileadsGilead, Gileadite12לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הָֽיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14קִרְיָ֔הH7151stadcity15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16שָׂגְבָ֖הH7682verheven, hoog, zette hoog vertrekdefend, exalt, be excellent, (be, set on) high, lofty, be safe, set up (on high), be too strong17מִמֶּ֑נּוּH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19הַכֹּ֕לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20נָתַ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield21יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22אֱלֹהֵ֖ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty23לְפָנֵֽינוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
37Behalve tot het land van de kinderen Ammons naderdet gij niet, noch tot de ganse streek der beek Jabbok, noch tot de steden van het gebergte, noch tot iets, dat de HEERE, onze God, ons verboden had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Behalve totH413 het landH776 van de kinderenH1121AmmonsH5983naderdetH7126 gij niet, noch tot de ganseH3605streekH3027 der beekH5158JabbokH2999, noch tot de stedenH5892 van het gebergteH2022, noch tot ietsH3605, datH834 de HEEREH3068, onze GodH430, ons verbodenH6680 had.Behalve tot het land van de kinderen Ammons naderdet gij niet, noch tot de ganse streek der beek Jabbok, noch tot de steden van het gebergte, noch tot iets, dat de HEERE, onze God, ons verboden had.
KJVOnly unto the land3of the children4of Ammon5thou camest7not, nor unto any place9of the river10Jabbok,11nor unto the cities12in the mountains,13nor unto whatsoever the LORD17our God18forbad
1רַ֛קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4בְּנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5עַמּ֖וֹןH5983Ammons, AmmonAmmon, Ammonites6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7קָרָ֑בְתָּH7126offeren, naderen, naderde(cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9יַ֞דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10נַ֤חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley11יַבֹּק֙H2999JabbokJabbok12וְעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town13הָהָ֔רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion14וְכֹ֥לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16צִוָּ֖הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order17יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18אֱלֹהֵֽינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 2:1— Daarna keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, den weg van de Schelfzee, gelijk de HEERE tot mij gesproken had, en wij togen om het gebergte Seir, vele dagen.Numeri 21:4→Deuteronomium 1:2→Deuteronomium 1:40→Numeri 14:25→Richteren 11:18→
Deuteronomium 2:3— Gijlieden hebt dit gebergte genoeg omgetogen; keert u naar het noorden;Deuteronomium 1:6→Deuteronomium 2:14→
Deuteronomium 2:4— En gebied het volk, zeggende: Gij zult doortrekken aan de landpale uwer broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir wonen; zij zullen wel voor u vrezen; maar gij zult u zeer wachten.Numeri 20:14→Exodus 15:15→Deuteronomium 23:7→Efeze 5:15→Mattheüs 5:16→Obadja 1:10→Numeri 22:3→Numeri 24:14→
Deuteronomium 2:5— Mengt u niet met hen; want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool; want Ik heb Ezau het gebergte Seir ter erfenis gegeven.Jozua 24:4→Genesis 36:8→Daniël 4:32→Jeremia 27:5→Handelingen 17:26→Daniël 4:25→Deuteronomium 32:8→Handelingen 7:5→
Deuteronomium 2:6— Spijze zult gij voor geld van hen kopen, dat gij etet; en ook zult gij water voor geld van hen kopen, dat gij drinket.Mattheüs 7:12→Deuteronomium 2:28→Numeri 20:19→2 Thessalonicenzen 3:7→Romeinen 12:17→
Deuteronomium 2:7— Want de HEERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, met u geweest; geen ding heeft u ontbroken.Deuteronomium 8:2→Job 23:10→Deuteronomium 29:5→Nehemia 9:21→Genesis 24:35→Genesis 26:12→Psalmen 90:17→Lukas 22:35→
Deuteronomium 2:8— Als wij nu doorgetrokken waren van onze broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir woonden, van den weg des vlakken velds, van Elath, en van Ezeon-Geber, zo keerden wij ons, en doortogen den weg der woestijn van Moab.1 Koningen 9:26→Richteren 11:18→2 Koningen 16:6→2 Koningen 14:22→Numeri 20:20→Deuteronomium 1:1→Numeri 33:35→
Deuteronomium 2:9— Toen sprak de HEERE tot mij: Beangstig Moab niet, en meng u niet met hen in den strijd; want Ik zal u geen erfenis van hun land geven, dewijl Ik aan Lots kinderen Ar ter erfenis gegeven heb.Genesis 19:36→Numeri 21:15→Numeri 21:28→2 Kronieken 20:10→Psalmen 83:8→Numeri 22:4→Deuteronomium 2:18→Deuteronomium 2:5→
Deuteronomium 2:10— De Emieten woonden te voren daarin, een groot, en menigvuldig, en lang volk, gelijk de Enakieten.Genesis 14:5→Deuteronomium 2:11→Numeri 13:22→
Deuteronomium 2:11— Dezen werden ook voor reuzen gehouden, als de Enakieten; en de Moabieten noemden hen Emieten.Genesis 14:5→Numeri 13:33→Deuteronomium 1:28→Numeri 13:28→Deuteronomium 9:2→Numeri 13:22→
Deuteronomium 2:12— Ook woonden de Horieten te voren in Seir; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hunlieder plaats gewoond; gelijk als Israel gedaan heeft aan het land zijner erfenis, hetwelk de HEERE hun gegeven heeft.Deuteronomium 2:22→Genesis 14:6→1 Kronieken 1:38→Numeri 21:21→Genesis 36:20→Deuteronomium 2:32→
Deuteronomium 2:13— Nu, maakt u op, en trekt over de beek Zered. Alzo trokken wij over de beek Zered.Numeri 21:12→Numeri 13:23→
Deuteronomium 2:14— De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-Barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.Deuteronomium 1:34→Numeri 26:64→Psalmen 95:11→Deuteronomium 1:2→Numeri 13:26→Ezechiël 20:15→Deuteronomium 1:19→Judas 1:5→
Deuteronomium 2:15— Zo was ook de hand des HEEREN tegen hen, om hen uit het midden des heirlegers te verslaan, totdat zij verteerd waren.Psalmen 106:26→1 Samuël 5:9→1 Samuël 7:13→1 Samuël 5:11→1 Korinthe 10:5→Psalmen 90:7→Psalmen 78:33→Jesaja 66:14→
Deuteronomium 2:18— Gij zult heden doortrekken aan Ar, de landpale van Moab;Jesaja 15:1→Numeri 21:23→Numeri 21:15→
Deuteronomium 2:19— En gij zult naderen tegenover de kinderen Ammons; beangstig die niet, en meng u met hen niet; want Ik zal u van het land der kinderen Ammons geen erfenis geven, dewijl Ik het aan Lots kinderen ter erfenis gegeven heb.Deuteronomium 2:9→Genesis 19:36→Richteren 11:13→2 Kronieken 20:10→Deuteronomium 2:5→
Deuteronomium 2:20— Dit werd ook voor een land der reuzen gehouden; de reuzen woonden te voren daarin, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten;Genesis 14:5→
Deuteronomium 2:21— Een groot, en menigvuldig, en lang volk, als de Enakieten; en de HEERE verdelgde hen voor hun aangezicht, zodat zij hen uit de bezitting verdreven, en aan hunlieder plaats woonden;Deuteronomium 1:28→Deuteronomium 3:11→Habakuk 1:10→Deuteronomium 2:10→Jeremia 27:7→Richteren 11:24→Deuteronomium 2:22→
Deuteronomium 2:22— Gelijk als Hij aan de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, gedaan heeft, voor welker aangezicht Hij de Horieten verdelgde; en zij verdreven hen uit de bezitting, en hebben aan hun plaats gewoond tot op dezen dag.Genesis 36:8→Genesis 36:20→Deuteronomium 2:12→Genesis 14:6→1 Kronieken 1:38→
Deuteronomium 2:23— Ook hebben de Kafthorieten, die uit Kafthor uittogen, de Avieten, die in Hazerim tot Gaza toe woonden, verdelgd, en aan hun plaats gewoond.Genesis 10:14→Jozua 13:3→Amos 9:7→Jeremia 47:4→Jeremia 25:20→Sefanja 2:4→1 Koningen 4:24→Handelingen 17:26→
Deuteronomium 2:24— Maakt u op, reist heen, en gaat over de beek Arnon; ziet, Ik heb Sihon, den koning van Hesbon, den Amoriet, en zijn land, in uw hand gegeven; begint te erven, en mengt u met hen in den strijd.Daniël 4:17→Daniël 2:38→Ezra 1:2→Deuteronomium 2:36→Jeremia 27:5→Richteren 11:18→Numeri 21:13→Jozua 6:16→
Deuteronomium 2:25— Te dezen dage zal Ik beginnen uw schrik en uw vreze te geven over het aangezicht der volken, onder den gansen hemel; die uw gerucht zullen horen, die zullen sidderen, en bang zijn van uw aangezicht.Exodus 15:14→Deuteronomium 11:25→Deuteronomium 28:10→Exodus 23:27→Openbaring 3:9→Psalmen 105:38→Jozua 9:24→2 Koningen 7:6→
Deuteronomium 2:26— Toen zond ik boden uit de woestijn Kedemot tot Sihon, den koning van Hesbon, met woorden van vrede, zeggende:Jozua 13:18→Lukas 10:5→Deuteronomium 20:10→Mattheüs 10:12→Jozua 21:37→Esther 9:30→Lukas 10:10→
Deuteronomium 2:27— Laat mij door uw land doortrekken; ik zal alleenlijk langs den weg voorttrekken; ik zal noch ter rechterhand noch ter linkerhand uitwijken.Richteren 11:19→Deuteronomium 2:6→Numeri 21:21→
Deuteronomium 2:28— Verkoop mij spijze voor geld, dat ik ete, en geef mij water voor geld, dat ik drinke; alleenlijk laat mij op mijn voeten doortrekken;Numeri 20:19→
Deuteronomium 2:29— Gelijk de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, mij gedaan hebben; totdat ik over de Jordaan kome in het land, dat de HEERE, onze God, ons geven zal.Richteren 11:17→Numeri 20:18→Deuteronomium 23:3→Exodus 20:12→Deuteronomium 5:16→Jozua 1:11→Deuteronomium 9:6→Deuteronomium 4:40→
Deuteronomium 2:30— Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons door hetzelve niet laten doortrekken; want de HEERE,, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte zijn hart, opdat Hij hem in uw hand gave, gelijk het is te dezen dage.Numeri 21:23→Exodus 4:21→Jozua 11:19→Exodus 11:10→Richteren 11:20→Romeinen 9:17→Jesaja 48:4→
Deuteronomium 2:31— En de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik heb begonnen Sihon en zijn land voor uw aangezicht te geven; begin dan te erven, om zijn land erfelijk te bezitten.Deuteronomium 1:8→Deuteronomium 2:24→
Deuteronomium 2:32— En Sihon toog uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde, naar Jahaz.Numeri 21:23→Nehemia 9:22→Psalmen 120:7→Psalmen 136:19→Psalmen 135:11→Richteren 11:20→
Deuteronomium 2:33— En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk.Deuteronomium 7:2→Jozua 10:30→Deuteronomium 20:16→Richteren 1:4→Numeri 21:24→Genesis 14:20→Jozua 21:44→Richteren 7:2→
Deuteronomium 2:34— En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.Deuteronomium 7:2→Deuteronomium 3:6→1 Samuël 15:3→Numeri 21:2→Jozua 11:14→Leviticus 27:28→1 Samuël 15:8→Deuteronomium 7:26→
Deuteronomium 2:35— Het vee alleen roofden wij voor ons, en den roof der steden, die wij innamen.Deuteronomium 20:14→Jozua 8:27→Numeri 31:9→
Deuteronomium 2:36— Van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die aan de beek is, ook tot Gilead toe, was er geen stad, die voor ons te hoog was; de HEERE, onze God, gaf dat alles voor ons aangezicht.Jozua 13:9→Deuteronomium 3:12→Deuteronomium 4:48→Psalmen 44:3→Jozua 1:5→Jozua 12:2→Jesaja 41:15→Jozua 13:16→
Deuteronomium 2:37— Behalve tot het land van de kinderen Ammons naderdet gij niet, noch tot de ganse streek der beek Jabbok, noch tot de steden van het gebergte, noch tot iets, dat de HEERE, onze God, ons verboden had.Genesis 32:22→Deuteronomium 3:16→Numeri 21:24→Deuteronomium 2:19→Jozua 12:2→Deuteronomium 2:9→Richteren 11:15→Deuteronomium 2:5→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 2 vers 1— Daarna keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, den weg van de Schelfzee, gelijk de HEERE tot mij gesproken had, en wij togen om het gebergte Seir, vele dagen.
den weg van de Schelfzee,
Dat is, weder terug naar de Rode zee, die zij, uit Egypte trekkende, gepasseerd waren.
Hertaald:den weg van de Schelfzee,
Dat is: weer terug naar de Rode Zee, die zij bij de uittocht uit Egypte waren doorgetrokken.
Seïr,
Sommige kaarten stellen nevens het gebergte Seïr, of der Edomieten, waarin zij eigenlijk woonden, liggende langs de zuidelijke grenzen van Kanaän, nog een ander gebergte van de Rode zee af, strekkende naar het eigenlijk gebergte van Edom, en ook genoemd het gebergte Seïr en der Amorieten, omdat men langs hetzelve toog naar de Edomieten en Amorieten, bij hetwelk de Israëlieten, weder terugtrekkende naar de Rode zee, lang gereisd hebben, totdat God hun bevolen heeft wederom te keren naar het noorden, voorbij het land der Edomieten en zo voorts naar het land der Moabieten. De lezer kan vergelijken vs.3,4, 8.
Hertaald:Seïr,
Sommige kaarten tekenen naast het gebergte Seïr, of van de Edomieten, waarin zij eigenlijk woonden en dat langs de zuidgrens van Kanaän ligt, nog een ander gebergte dat vanaf de Rode Zee naar het eigenlijke gebergte van Edom loopt. Ook dat wordt het gebergte Seïr en van de Amorieten genoemd, omdat men er langs naar de Edomieten en de Amorieten trok. Daarlangs hebben de Israëlieten lang gereisd toen zij weer terugtrokken naar de Rode Zee, totdat God hun beval opnieuw naar het noorden te keren, voorbij het land van de Edomieten en zo verder naar het land van de Moabieten. De lezer kan de verzen 3, 4 en 8 vergelijken.
Deuteronomium 2 vers 3— Gijlieden hebt dit gebergte genoeg omgetogen; keert u naar het noorden;
Gijlieden
Hebreeuws, [het is] u veel, of, genoeg [geweest] om te trekken
Hertaald:Gijlieden
Hebreeuws: het is u veel, of: genoeg geweest om te trekken.
noorden;
Van de Schelfzee, die in het zuiden lag, weder terug naar het land van Edom en Moab, om voorbij beiden te passeren.
Hertaald:noorden;
Vanaf de Schelfzee, die in het zuiden lag, weer terug naar het land van Edom en Moab, om langs die beide te trekken.
Deuteronomium 2 vers 4— En gebied het volk, zeggende: Gij zult doortrekken aan de landpale uwer broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir wonen; zij zullen wel voor u vrezen; maar gij zult u zeer wachten.
kinderen van Ezau,
De Amalekieten waren ook wel Edomieten, of van Ezau afkomstig, Gen. 36:12, maar van God door een bijzondere ordinantie uitgesloten. Zie Ex. 17:14, en onder Deut. 25:17.
Hertaald:kinderen van Ezau,
Ook de Amalekieten waren Edomieten, of stamden van Ezau af, Gen. 36:12, maar zij waren door God bij een bijzondere beschikking uitgesloten. Zie Ex. 17:14 en hieronder, Deut. 25:17.
vrezen;
Gedenkende aan het leed, dat hunlieder voorvader Ezau zijnen broeder Jakob of Israël, uw voorvader, eertijds heeft aangedaan. Of, zij zullen vrezen voor uw macht en de hulp van God, die bij u is. Zie Num. 22:3.
Hertaald:vrezen;
Omdat zij zich het leed herinneren dat hun voorvader Ezau eertijds zijn broer Jakob, of Israël, uw voorvader, heeft aangedaan. Of: zij zullen vrezen voor uw macht en voor de hulp van God, Die bij u is. Zie Num. 22:3.
Deuteronomium 2 vers 5— Mengt u niet met hen; want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool; want Ik heb Ezau het gebergte Seir ter erfenis gegeven.
Mengt u niet met hen;
Te weten, ten strijde, dat gij u met hen in oorlog zoudt begeven; gelijk onder, vs.9, 24. Wat nu naderhand contrarie geschied is, daartoe hebben de Edomieten, Ammonieten en Moabieten door hun vijandschap oorzaak gegeven. Zie 1 Sam. 14:47; 2 Sam. 8:14; 1 Kon. 11:15-16; 2 Kon. 8:21; 2 Kron. 20:2, 2 Kron. 20:10-11; Ps. 83:7-9, enz. Vergelijk 2 Sam. 8:2.
Hertaald:Mengt u niet met hen;
Namelijk in de strijd, zodat u zich met hen in een oorlog zou begeven; zo ook hieronder, vers 9 en 24. Dat het later toch anders gegaan is, hebben de Edomieten, Ammonieten en Moabieten aan hun eigen vijandschap te wijten. Zie 1 Sam. 14:47; 2 Sam. 8:14; 1 Kon. 11:15-16; 2 Kon. 8:21; 2 Kron. 20:2, 2 Kron. 20:10-11; Ps. 83:7-9, enzovoort. Vergelijk 2 Sam. 8:2.
tot de betreding van een voetzool;
Dat is, zoveel de plant van een voet betreden mag.
Hertaald:tot de betreding van een voetzool;
Dat is: zoveel als de zool van een voet betreden kan.
gegeven
Zie Gen. 36:8.
Hertaald:gegeven
Zie Gen. 36:8.
Deuteronomium 2 vers 6— Spijze zult gij voor geld van hen kopen, dat gij etet; en ook zult gij water voor geld van hen kopen, dat gij drinket.
Spijze zult gij voor geld van hen kopen,
Die gij, benevens het hemelse manna, zult mogen begeren.
Hertaald:Spijze zult gij voor geld van hen kopen,
Die u, naast het hemelse manna, zult mogen begeren.
Deuteronomium 2 vers 7— Want de HEERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, met u geweest; geen ding heeft u ontbroken.
kent uw wandelen
Dat is, heeft zorg voor u gedragen in al dit reizen en trekken, dat u niets mocht ontbreken. Zie deze betekenis Ps. 1:6, en Ps. 31:8; Nah. 1:7, en elders.
Hertaald:kent uw wandelen
Dat is: Hij heeft in al dit reizen en trekken zorg voor u gedragen, zodat het u aan niets ontbrak. Zie deze betekenis in Ps. 1:6 en Ps. 31:8; Nah. 1:7, en elders.
met u geweest;
Zie Gen. 21:22.
Hertaald:met u geweest;
Zie Gen. 21:22.
Deuteronomium 2 vers 8— Als wij nu doorgetrokken waren van onze broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir woonden, van den weg des vlakken velds, van Elath, en van Ezeon-Geber, zo keerden wij ons, en doortogen den weg der woestijn van Moab.
Elath,
Elath en Ezeongeber worden beide door sommigen gesteld dicht bij de Schelfzee, gemeenlijk genoemd het Rode meer.
Hertaald:Elath,
Elath en Ezeongeber worden door sommigen beide dicht bij de Schelfzee geplaatst, gewoonlijk de Rode Zee genoemd.
Deuteronomium 2 vers 9— Toen sprak de HEERE tot mij: Beangstig Moab niet, en meng u niet met hen in den strijd; want Ik zal u geen erfenis van hun land geven, dewijl Ik aan Lots kinderen Ar ter erfenis gegeven heb.
Ar ter erfenis gegeven heb
De hoofdstad der Moabieten. Zie Num. 21:28.
Hertaald:Ar ter erfenis gegeven heb
De hoofdstad van de Moabieten. Zie Num. 21:28.
Deuteronomium 2 vers 10— De Emieten woonden te voren daarin, een groot, en menigvuldig, en lang volk, gelijk de Enakieten.
Emieten woonden te voren daarin,
Zie Gen. 14:5, alzo genoemd [gelijk men meent] omdat zij schrikkelijk en vreeslijk waren.
Hertaald:Emieten woonden te voren daarin,
Zie Gen. 14:5. Zij worden, naar men meent, zo genoemd omdat zij schrikwekkend en vreselijk waren.
Enakieten
Zie boven, Deut. 1:28, en Num. 13:22.
Hertaald:Enakieten
Zie hierboven, Deut. 1:28, en Num. 13:22.
Deuteronomium 2 vers 11— Dezen werden ook voor reuzen gehouden, als de Enakieten; en de Moabieten noemden hen Emieten.
reuzen gehouden,
Hebreeuws, Refaïm; zie Gen. 14:5.
Hertaald:reuzen gehouden,
Hebreeuws: Refaïm; zie Gen. 14:5.
Deuteronomium 2 vers 12— Ook woonden de Horieten te voren in Seir; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hunlieder plaats gewoond; gelijk als Israel gedaan heeft aan het land zijner erfenis, hetwelk de HEERE hun gegeven heeft.
Horieten te voren in Seïr;
Zie Gen. 14:6, en Gen. 36:20.
Hertaald:Horieten te voren in Seïr;
Zie Gen. 14:6 en Gen. 36:20.
land zijner erfenis,
Versta hier, de landen van Sihon en Og, die reeds door de kinderen Israëls waren ingenomen, toen Mozes dit zeide of schreEf.
Hertaald:land zijner erfenis,
Versta hier de landen van Sihon en Og, die door de Israëlieten al ingenomen waren toen Mozes dit zei of schreef.
Deuteronomium 2 vers 13— Nu, maakt u op, en trekt over de beek Zered. Alzo trokken wij over de beek Zered.
Zered
Zie Num. 21:12.
Hertaald:Zered
Zie Num. 21:12.
Deuteronomium 2 vers 14— De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-Barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.
krijgslieden
Die door Gods bevel geteld waren, zijnde twintig jaren oud en daarboven. Zie Num. 1:3.
Hertaald:krijgslieden
Die op Gods bevel geteld waren, twintig jaar oud en ouder. Zie Num. 1:3.
gelijk de HEERE hun gezworen had
Zie boven, Deut. 1:35, en Num. 14:21, enz.
Hertaald:gelijk de HEERE hun gezworen had
Zie hierboven, Deut. 1:35, en Num. 14:21, enzovoort.
Deuteronomium 2 vers 18— Gij zult heden doortrekken aan Ar, de landpale van Moab;
Ar,
Zie boven, vs.9.
Hertaald:Ar,
Zie hierboven, vers 9.
Deuteronomium 2 vers 19— En gij zult naderen tegenover de kinderen Ammons; beangstig die niet, en meng u met hen niet; want Ik zal u van het land der kinderen Ammons geen erfenis geven, dewijl Ik het aan Lots kinderen ter erfenis gegeven heb.
meng u met hen niet;
Zie boven, vs.5.
Hertaald:meng u met hen niet;
Zie hierboven, vers 5.
Deuteronomium 2 vers 20— Dit werd ook voor een land der reuzen gehouden; de reuzen woonden te voren daarin, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten;
Zamzummieten;
Dat is, gruwelijke booswichten, straatschenders, rovers, voor welke iedereen schrikte.
Hertaald:Zamzummieten;
Dat is: gruwelijke booswichten, straatschenders en rovers, voor wie iedereen schrok.
Deuteronomium 2 vers 22— Gelijk als Hij aan de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, gedaan heeft, voor welker aangezicht Hij de Horieten verdelgde; en zij verdreven hen uit de bezitting, en hebben aan hun plaats gewoond tot op dezen dag.
Hij aan de kinderen van Ezau,
Namelijk, de HEERE.
Hertaald:Hij aan de kinderen van Ezau,
Namelijk de HEERE.
Deuteronomium 2 vers 23— Ook hebben de Kafthorieten, die uit Kafthor uittogen, de Avieten, die in Hazerim tot Gaza toe woonden, verdelgd, en aan hun plaats gewoond.
Kafthorieten,
Zie Gen. 10:14.
Hertaald:Kafthorieten,
Zie Gen. 10:14.
Avieten,
Die tevoren in het land der Filistijnen gewoond hebben. Zie Joz. 13:3, en 2 Kon. 17:24, 2 Kon. 17:31.
Hertaald:Avieten,
Die tevoren in het land van de Filistijnen gewoond hebben. Zie Joz. 13:3 en 2 Kon. 17:24, 2 Kon. 17:31.
Gaza toe woonden,
Zie Gen. 10:19.
Hertaald:Gaza toe woonden,
Zie Gen. 10:19.
Deuteronomium 2 vers 24— Maakt u op, reist heen, en gaat over de beek Arnon; ziet, Ik heb Sihon, den koning van Hesbon, den Amoriet, en zijn land, in uw hand gegeven; begint te erven, en mengt u met hen in den strijd.
begint te erven,
Hebreeuws, begint erft.
Hertaald:begint te erven,
Hebreeuws: begin, erf.
Deuteronomium 2 vers 25— Te dezen dage zal Ik beginnen uw schrik en uw vreze te geven over het aangezicht der volken, onder den gansen hemel; die uw gerucht zullen horen, die zullen sidderen, en bang zijn van uw aangezicht.
uw schrik en uw vreze te geven
Dat is, waarmede zij voor u schrikken en vrezen zullen; alzo onder, Deut. 11:25.
Hertaald:uw schrik en uw vreze te geven
Dat is: waardoor zij voor u zullen schrikken en vrezen; zo ook hieronder, Deut. 11:25.
Deuteronomium 2 vers 26— Toen zond ik boden uit de woestijn Kedemot tot Sihon, den koning van Hesbon, met woorden van vrede, zeggende:
woorden van vrede,
Dat is, aanbieding van vrede, met weigering waarvan zij oorzaak van hun eigen ondergang zouden zijn. Zie onder, Deut. 20:10.
Hertaald:woorden van vrede,
Dat is: een aanbod van vrede. Door dat te weigeren zouden zij zelf de oorzaak van hun ondergang zijn. Zie hieronder, Deut. 20:10.
Deuteronomium 2 vers 27— Laat mij door uw land doortrekken; ik zal alleenlijk langs den weg voorttrekken; ik zal noch ter rechterhand noch ter linkerhand uitwijken.
alleenlijk langs den weg voorttrekken;
Of, gestadiglijk; strak voor mij heen, zonder mij van den weg af te geven, gelijk de volgende woorden uitwijzen. Hebreeuws, in den weg, in den weg.
Hertaald:alleenlijk langs den weg voorttrekken;
Of: onafgebroken; recht voor mij uit, zonder van de weg af te wijken, zoals de volgende woorden aangeven. Hebreeuws: in de weg, in de weg.
Deuteronomium 2 vers 28— Verkoop mij spijze voor geld, dat ik ete, en geef mij water voor geld, dat ik drinke; alleenlijk laat mij op mijn voeten doortrekken;
voeten doortrekken;
Dat is, te voet, gelijk wij meest spreken. Zie dezelfde manier van spreken Num. 20:19; Richt. 4:15, Richt. 4:17; 2 Sam. 15:17, enz.
Hertaald:voeten doortrekken;
Dat is: te voet, zoals wij meestal zeggen. Zie dezelfde manier van spreken in Num. 20:19; Richt. 4:15, Richt. 4:17; 2 Sam. 15:17, enzovoort.
Deuteronomium 2 vers 29— Gelijk de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, mij gedaan hebben; totdat ik over de Jordaan kome in het land, dat de HEERE, onze God, ons geven zal.
kinderen van Ezau,
Versta dit van het verkopen van brood en water; dat is, spijs en drank, want den doortocht hebben zij Israël afgeslagen, Num. 20:18; Richt. 11:17.
Hertaald:kinderen van Ezau,
Versta dit van het verkopen van brood en water, dat is: van spijs en drank, want de doortocht hebben zij Israël geweigerd, Num. 20:18; Richt. 11:17.
Moabieten,
Die Israël wel geen brood noch water hebben tegemoet gebracht [zie onder, 23:4], maar misschien wel dit hun mogen verkocht hebben; daar zij immers hen niet van hun palen afgedreven hebben.
Hertaald:Moabieten,
Die Israël wel geen brood en water tegemoet gebracht hebben, zie hieronder, Deut. 23:4, maar het hun misschien wel verkocht kunnen hebben; zij hebben hen immers niet van hun grenzen verdreven.
Deuteronomium 2 vers 30— Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons door hetzelve niet laten doortrekken; want de HEERE,, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte zijn hart, opdat Hij hem in uw hand gave, gelijk het is te dezen dage.
door hetzelve niet laten doortrekken;
Dat is, door zijn land.
Hertaald:door hetzelve niet laten doortrekken;
Dat is: door zijn land.
verhardde zijn geest,
Zie Ex. 4:21.
Hertaald:verhardde zijn geest,
Zie Ex. 4:21.
Deuteronomium 2 vers 31— En de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik heb begonnen Sihon en zijn land voor uw aangezicht te geven; begin dan te erven, om zijn land erfelijk te bezitten.
voor uw aangezicht te geven;
Zie boven, Deut. 1:8.
Hertaald:voor uw aangezicht te geven;
Zie hierboven, Deut. 1:8.
Deuteronomium 2 vers 34— En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.
verbanden alle steden,
Dat is, wij verdelgden en roeiden hen uit ten enenmale. Alzo wordt dit woord ook genomen onder Deut. 3:6, en Deut. 7:2, en elders. Deze verbanning moest geschieden aan allen, die in vijandschap en afgoderij hardnekkig bleven. Vergelijk onder, Deu 20, en Joz. 6:17-18, Joz. 6:21, en Joz. 9:18-19; 1 Kon. 20:42, enz.
Hertaald:verbanden alle steden,
Dat is: wij verdelgden en roeiden hen volkomen uit. Zo wordt dit woord ook gebruikt hieronder, Deut. 3:6 en Deut. 7:2, en elders. Deze verbanning moest voltrokken worden aan allen die hardnekkig in vijandschap en afgoderij bleven. Vergelijk hieronder, Deut. 20, en Joz. 6:17-18, Joz. 6:21 en Joz. 9:18-19; 1 Kon. 20:42, enzovoort.
Deuteronomium 2 vers 36— Van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die aan de beek is, ook tot Gilead toe, was er geen stad, die voor ons te hoog was; de HEERE, onze God, gaf dat alles voor ons aangezicht.
oever der beek Arnon is,
Hebreeuws, aan den lip
Hertaald:oever der beek Arnon is,
Hebreeuws: aan de lip.
hoog was;
Of, of geen stad, die zich tegen ons kon beschermen.
Hertaald:hoog was;
Of: en geen stad die zich tegen ons kon verdedigen.
Deuteronomium 2 vers 37— Behalve tot het land van de kinderen Ammons naderdet gij niet, noch tot de ganse streek der beek Jabbok, noch tot de steden van het gebergte, noch tot iets, dat de HEERE, onze God, ons verboden had.
ganse streek der beek Jabbok,
Hebreeuws, de ganse zijde van de beek Jabbok en de steden, enz.
Hertaald:ganse streek der beek Jabbok,
Hebreeuws: de hele zijde van de beek Jabbok en de steden, enzovoort.
verboden had
Hebreeuws, geboden; dat is, verboden. Zie van dit gebruik des woords gebieden Lev. 4:2, en onder, Deut. 4:23. Hoewel men deze woorden hier ook aldus kon overzetten: waarvan de Heere ons geboden had; te weten, dat wij die niet zouden genaken.
Hertaald:verboden had
Hebreeuws: geboden; dat is: verboden. Zie over dit gebruik van het woord gebieden Lev. 4:2 en hieronder, Deut. 4:23. Men zou deze woorden hier overigens ook zo kunnen vertalen: waarvan de HEERE ons geboden had, namelijk dat wij daar niet bij zouden komen.
Deuteronomium 2:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:2→Job 23:10→Deuteronomium 29:5→Nehemia 9:21→Genesis 24:35→Genesis 26:12→Psalmen 90:17→Lukas 22:35→ — Want de HEERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, met u geweest; geen ding heeft u ontbroken. Wat mij in de terugblik van Mozes treft, is de plaats die hij daarin aan God geeft. Onze eigen herinnering aan het verleden zal, als wij ware christenen zijn, veel heldere lichten bevatten van de duidelijke tegenwoordigheid van God. Het bestaan van God is voor ons geen leerstelling geweest maar een feit, waargenomen en in de werkelijke ervaring bevestigd.
Wij kunnen ons zeker vele gelegenheden te binnen brengen waarin de Heere Zich aan ons openbaarde. Wij gedenken die wonderlijke ontdekking van Hem aan ons, toen wij bekeerd werden. Welke hand was het die de teugel nam en onze hardnekkige wil in bedwang hield? Zou enige macht minder dan de almacht de loop van ons leven zo volkomen kunnen hebben omgekeerd? Wij gedenken het uur toen Jezus ons ontmoette, ons vrijsprak van het verleden en ons als Zijn leerling aannam.
I. Vs. 1-3KruisverwijzingenNumeri 21:4→Deuteronomium 1:6→Deuteronomium 1:2→Deuteronomium 1:40→Numeri 14:25→Richteren 11:18→Deuteronomium 2:14→ — Daarna keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, den weg van de Schelfzee, gelijk de HEERE tot mij gesproken had, en wij togen om het gebergte Seir, vele dagen. Toen sprak de HEERE tot mij, zeggende: Gijlieden hebt dit gebergte genoeg omgetogen; keert u naar het noorden; :29. Mozes zet zijn geschiedkundig overzicht voort, en herinnert aan de Goddelijke leiding van het ogenblik, waarop Israël zich onderwierp aan het oordeel van God, en in de woestijn naar de Rode Zee terugkeerde, tot de tijd, toen het nieuwe geslacht de eerste veroveringen maakte en zich op de tegenwoordige verblijfplaats legerde. De vermelding van het oordeel, dat over hem zelf uitgesproken was, geeft tenslotte aan Mozes de gelegenheid, om in het volgende hoofdstuk aan zijn voornemen gevolg te geven, en de trouwe vervulling van de wet aan Israël te bevelen.
KruisverwijzingenNumeri 21:4→Deuteronomium 1:2→Deuteronomium 1:40→Numeri 14:25→Richteren 11:18→— Daarna keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, den weg van de Schelfzee, gelijk de HEERE tot mij gesproken had, en wij togen om het gebergte Seir, vele dagen.
Daarna, na verloop van de tijd (hoofdstuk 1:46), keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, de weg van de Schelfzee, zoals de HEERE (hoofdstuk 1:40) tot mij gesproken had, en wijtrokken om het westelijk gedeelte van het gebergte Seïr, vele dagen.1)
In het omtrekken van het gebergte Seïr is begrepen het 38-jarige omzwerven door de woestijn.
— Toen sprak de HEERE tot mij, zeggende:
Toen wij ten tweeden male te Kades aangekomen, en van daar weer tot aan het noordeinde van de Elanitische golf doorgedrongen waren (Numeri. 20:1-21:4), sprak de HEERE tot mij, zeggende:
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:6→Deuteronomium 2:14→— Gijlieden hebt dit gebergte genoeg omgetogen; keert u naar het noorden;
Gij hebt dit gebergte genoeg omgetrokken en zijt, indien ook niet wat de landstreek, dan toch wat Mijn leiding betreft, weer zover gekomen als in de tijd, toen gij optrok van de berg Sinaï (hoofdstuk 1:6 vv.), keert udoor de Wady el-Ithm naar het noorden.
KruisverwijzingenNumeri 20:14→Exodus 15:15→Deuteronomium 23:7→Efeze 5:15→Mattheüs 5:16→Obadja 1:10→Numeri 22:3→Numeri 24:14→— En gebied het volk, zeggende: Gij zult doortrekken aan de landpale uwer broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir wonen; zij zullen wel voor u vrezen; maar gij zult u zeer wachten.
En gebied het volk, zeggende: gij zult thans bij het bereiken van de oostzijde van het gebergte Seïr doortrekken aan de grens van uw broeders, 1) de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, zij zullen, terwijl zij u in devoorgaande tijd de doortocht weigerden, en als vijanden tegen u optraden (Numeri. 20:14-21) nu, omdat hun land tegen het oosten open is en niet, zoals in het westen door steile gebergten tegen invallen gedekt wordt, wel voor u vrezen, en u in het voorbijtrekken niet verhinderen, maar gij zult u zeer wachten, niet met het oog op hen, maar met het oog op u zelf.
Zeer opmerkelijk is, dat Mozes hier van de Edomieten sprekende, deze noemt uw broeders, de kinderen van Ezau, niettegenstaande zij zich onvriendelijk jegens Israël hadden gedragen, hen weigerende de vreedzame doortocht door hun land, nochthans noemt hij hen broeders; want ofschoon onze nabestaanden in hun plicht jegens ons te kort schieten, zo moeten wij echter een toegenegenheid, aan nabestaanden passende, jegens hen behouden, en niet nalaten, ons van onze schuldige plicht, omtrent hen, te kwijten, wanneer een gelegenheid daartoe zich voordoet.
KruisverwijzingenJozua 24:4→Genesis 36:8→Daniël 4:32→Jeremia 27:5→Handelingen 17:26→Daniël 4:25→Deuteronomium 32:8→Handelingen 7:5→— Mengt u niet met hen; want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool; want Ik heb Ezau het gebergte Seir ter erfenis gegeven.
Mengt u niet met hen in de strijd, want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool: want Ik heb Ezau het gebergte Seïr tot erfenis gegeven 1) (Genesis 27:39 vv. (Genesis 36:6-8).
Heerschappij is niet op genade gegrondvest. Gods Israël zal wel geplaatst wezen, doch het moet echter niet verwachten, dat het alleen inwoners gemaakt zal worden in het midden van het land. (Jesaja 5:8).
KruisverwijzingenMattheüs 7:12→Deuteronomium 2:28→Numeri 20:19→2 Thessalonicenzen 3:7→Romeinen 12:17→— Spijze zult gij voor geld van hen kopen, dat gij etet; en ook zult gij water voor geld van hen kopen, dat gij drinket.
Spijze, die voor u nodig is, omdat het Manna, het voedsel van de woestijn, langzamerhand minder zal worden (zie “Ex 16.35), zult gij voor geld van hen kopen, dat gij eet, en ook zult gij water voor geld van henkopen, dat gij drinkt.
KruisverwijzingenDeuteronomium 8:2→Job 23:10→Deuteronomium 29:5→Nehemia 9:21→Genesis 24:35→Genesis 26:12→Psalmen 90:17→Lukas 22:35→— Want de HEERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, met u geweest; geen ding heeft u ontbroken.
Want de HEERE, uw God, heeft u, o Israël, gezegend in al het werk van uw hand, 1) zodat gij geen gebrek hebt aan geld, en dus niet zoals een roofvolk op onrechtvaardige wijze het eigendom van anderen mag wegnemen, maar integendeel tegenover Edom als een gezegende van de Heere moet optreden; Hij kent2) uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, in vaderlijke tederheid en zorgvuldige trouw (hoofdstuk 1:31) met u geweest; geen ding heeft u ontbroken; daarom moet gij de zegen ook verder niet van de zonde, maar van Hem verwachten, en aan de volken tonen, welke schatten in Hem uw eigendom zijn (Genesis 14:22 vv.).
Uit dit woord blijkt, dat Israël in de woestijn niet zonder arbeid geweest is. Zij moesten niet alleen hun vee verzorgen, maar ook op de plaatsen van de wildernis, waar men langere tijd verbleef en de toestand van de grond dit toeliet, zaaien en oogsten; bovendien stelde de kunstvaardigheid, die zij in Egypte overgenomen hadden, hen in staat, om allerlei voorwerpen te vervaardigen, en in deze voortbrengselen van de kunst met de naburige Arabieren enig handel te drijven.
Het Hebreeuwse woord betekent wel kennen, maar hier heeft het een ruimere betekenis. In verband met het eerste deel van dit vers, waar gezegd wordt: Want de Heere, uw God, heeft u gezegend in al het werk van uw hand, betekent het hier, acht slaan op, zorg dragen voor. In die betekenis komt het voor in Psalm. 31:8; 144:3 Nehemiah. 1:7. Deze vertaling is de zuivere: Hij heeft gedurende uw wandelen door deze zo grote woestijn acht op u geslagen, of, zorg voor u gedragen. Dit acht op hen slaan heeft ten gevolge gehad, dat zij in hun handenwerk zijn gezegend geworden, en het hun aan geen ding heeft ontbroken.
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:26→Richteren 11:18→2 Koningen 16:6→2 Koningen 14:22→Numeri 20:20→Deuteronomium 1:1→Numeri 33:35→— Als wij nu doorgetrokken waren van onze broederen, de kinderen van Ezau, die in Seir woonden, van den weg des vlakken velds, van Elath, en van Ezeon-Geber, zo keerden wij ons, en doortogen den weg der woestijn van Moab.
Als wij nu doorgetrokken waren van onze broeders, de kinderen van Ezau, die in Seïr woonden, en hun gebied van de weg van het vlakke veld, eerst aan de westzijde, maar daarna van Elath, en van Ezeon-Geber, aan de oostzijdeomtrokken, zo keerden wij ons bij Ijim, het voorgebergte van de Abarimketen (Numeri. 21:4-11), en doortrokken in noordelijke richting de weg van de woestijn van Moab.
KruisverwijzingenGenesis 19:36→Numeri 21:15→Numeri 21:28→2 Kronieken 20:10→Psalmen 83:8→Numeri 22:4→Deuteronomium 2:18→Deuteronomium 2:5→— Toen sprak de HEERE tot mij: Beangstig Moab niet, en meng u niet met hen in den strijd; want Ik zal u geen erfenis van hun land geven, dewijl Ik aan Lots kinderen Ar ter erfenis gegeven heb.
Toen wij nog aan de zuidoosthoek van het land van de Moabieten stonden, sprak de HEERE tot mij: Beangstig, zoals voorheen de Edomieten (vs.5 vv.) Moab niet en meng u niet met hen in de strijd, ofschoon zij u vroeger, evenals Edom, de doortocht door hun land geweigerd hebben (Richteren. 11:17); want ik zal u geen erfenis van hun land geven, omdat Ik aan Lots 1) kinderen (Genesis 19:37) Ar Moab, de hoofd- en grensstad met het gehele daarbijbehorende land, tot erfenis gegeven heb.
Waarom mochten zij zich niet mengen met de Moabieten en Ammonieten? a. Omdat zij waren de kinderen van Lot, van de rechtvaardige Lot die zijn rechtvaardigheid in Sodom had behouden. Nota bene: het nageslacht van de oprechten, ofschoon verbasterd, wordt nochthans met tijdelijke goederen gezegend. b. Omdat het land, dat zij bezaten, door God aan hen gegeven en niet aan Israël was toebedacht. Zelfs goddelozen hebben recht en aanspraak op hun aardse bezittingen en behoren daarin niet verongelijkt te worden. Aan het onkruid wordt een plaats op de akker vergund, en het moet voor de oogst niet worden uitgeroeid. God schenkt uitwendige zegeningen aan goddelozen en handhaaft hen daarin, om te doen zien, dat die zegeningen de beste niet zijn, maar dat Hij er beter in voorraad heeft voor Zijn eigen kinderen.
KruisverwijzingenGenesis 14:5→Deuteronomium 2:11→Numeri 13:22→— De Emieten woonden te voren daarin, een groot, en menigvuldig, en lang volk, gelijk de Enakieten.
De Emieten, d.i. de vreselijke, de oorspronkelijke inwoners, woonden tevoren daarin een groot en veelvuldig en lang volk 1) zoals de Enakieten (zie “Nu 21.30).
Lang volk, d.i. een volk van reusachtige lichaamsgrootte. De oorsprong zowel van de Emieten als van de Horieten ligt in het duister.
KruisverwijzingenGenesis 14:5→Numeri 13:33→Deuteronomium 1:28→Numeri 13:28→Deuteronomium 9:2→Numeri 13:22→— Dezen werden ook voor reuzen gehouden, als de Enakieten; en de Moabieten noemden hen Emieten.
Deze werden ook voor reuzen gehouden als de Enakieten, en de Moabieten noemden hen Emieten.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:22→Genesis 14:6→1 Kronieken 1:38→Numeri 21:21→Genesis 36:20→Deuteronomium 2:32→— Ook woonden de Horieten te voren in Seir; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hunlieder plaats gewoond; gelijk als Israel gedaan heeft aan het land zijner erfenis, hetwelk de HEERE hun gegeven heeft.
1) Ook woonden de Horieten (d.i. de holbewoners) tevoren in Seïr; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting, en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hun plaats gewoond (Genesis 30), zoals Israël gedaan heeft 2) aan het land van zijn erfenis, dat de HEERE hun gegeven heeft.
In vs.10-12 wordt de rede van God afgebroken door een bij het te boek stellen ingevoegde opmerking over de oorspronkelijke bewoners van het land van de Moabieten en Edomieten. Deze opmerking staat hier evenwel op een geschikte plaats, want zij bevestigt het woord van de Heere (vs.9,5): “Ik heb Ar (het gebergte Seïr) aan de kinderen van Lot (aan de kinderen van Ezau) gegeven tot erfenis.” De terugblik op de vroegere inwoners, die als geslachten van reuzen niet door de macht van Moab en Edom, maar slechts door de krachtige hand van God verdreven konden worden, was tevens een beschaming voor Israël, dat geen geloof had, om het ontvangen erfdeel aan de reuzen te ontnemen (hoofdstuk 1:26 vv.). Hetzelfde geldt omtrent vs.20-23 die ook de toespraak van God (vs.17-19) afbreken, totdat deze in vs.24 wordt voortgezet.
Dit ziet zonder twijfel op het veroveren door Israël van het z.g. Overjordaanse, dat verdeeld was onder de 2« stam, en niet op hetgeen Israël later heeft gedaan door de verovering van geheel Kanaän.
1) Ook woonden de Horieten (d.i. de holbewoners) tevoren in Seïr; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting, en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hun plaats gewoond (Genesis 30), zoals Israël gedaan heeft 2) aan het land van zijn erfenis, dat de HEERE hun gegeven heeft.
In vs.10-12 wordt de rede van God afgebroken door een bij het te boek stellen ingevoegde opmerking over de oorspronkelijke bewoners van het land van de Moabieten en Edomieten. Deze opmerking staat hier evenwel op een geschikte plaats, want zij bevestigt het woord van de Heere (vs.9,5): “Ik heb Ar (het gebergte Seïr) aan de kinderen van Lot (aan de kinderen van Ezau) gegeven tot erfenis.” De terugblik op de vroegere inwoners, die als geslachten van reuzen niet door de macht van Moab en Edom, maar slechts door de krachtige hand van God verdreven konden worden, was tevens een beschaming voor Israël, dat geen geloof had, om het ontvangen erfdeel aan de reuzen te ontnemen (hoofdstuk 1:26 vv.). Hetzelfde geldt omtrent vs.20-23 die ook de toespraak van God (vs.17-19) afbreken, totdat deze in vs.24 wordt voortgezet.
Dit ziet zonder twijfel op het veroveren door Israël van het z.g. Overjordaanse, dat verdeeld was onder de 2« stam, en niet op hetgeen Israël later heeft gedaan door de verovering van geheel Kanaän.
KruisverwijzingenNumeri 21:12→Numeri 13:23→— Nu, maakt u op, en trekt over de beek Zered. Alzo trokken wij over de beek Zered.
Nu maakt u op en trekt over de beek Zered, het hoger gelegen gedeelte, zonder op enige plaats in het binnenland van de Moabieten door te dringen. Alzo gehoorzaam aan het bevel van God (vs.9,13), trokken wij over de beek Zered (Numeri. 21:12).
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:34→Numeri 26:64→Psalmen 95:11→Deuteronomium 1:2→Numeri 13:26→Ezechiël 20:15→Deuteronomium 1:19→Judas 1:5→— De dagen nu, die wij gewandeld hebben van Kades-Barnea, totdat wij over de beek Zered getogen zijn, waren acht en dertig jaren; totdat het ganse geslacht der krijgslieden uit het midden der heirlegers verteerd was, gelijk de HEERE hun gezworen had.
De dagen nu die wij gewandeld hebben van Kades-Barnéa, totdat wij over de beek Zered getrokken zijn, waren bijna achtendertig jaar; wij moesten echter zolang in de woestijn rondtrekken, totdat het gehele geslacht van de krijgslieden, tot welke men in het 20ste levensjaar gerekend werd, uit het midden van het leger verteerd was, zoals de HEERE hun (Numeri. 14:20 vv.) gezworen had.
KruisverwijzingenPsalmen 106:26→1 Samuël 5:9→1 Samuël 7:13→1 Samuël 5:11→1 Korinthe 10:5→Psalmen 90:7→Psalmen 78:33→Jesaja 66:14→— Zo was ook de hand des HEEREN tegen hen, om hen uit het midden des heirlegers te verslaan, totdat zij verteerd waren.
Zo was ook de hand van de HEERE tegen hen, om hen door buitengewone straffen (Numeri. 16:35,49; 21:6) uit het midden van het leger te verslaan, totdat zij verteerd waren. 1)
Het is niet zonder betekenis, dat het oude geslacht reeds bij het verblijf aan de beek Zered geheel uitgestorven was. Volgens Seetzen (die gedurende de jaren 1805-1807 in het land Belka, aan de oostzijde van de Dode Zee en in de woestijn Paran tot de Sinaï toe reisde, en in het jaar 1811 in Arabië vermoord werd), heeft men van de hoogte van de bergen van de Zered-Thales een heerlijk uitzicht op de omstreken van de Dode Zee, en kan men bij helder weer zelfs Jeruzalem zien. Wanneer dus bij de Zered nog leden van het voorgaande geslacht waren geweest, zij zouden tenminste nog een gedeelte van het beloofde land gezien hebben. Op die wijze zou een letterlijke vervulling van het vonnis (Numeri. 14:23) onmogelijk geworden zijn.
— En het geschiedde, als al de krijgslieden verteerd waren, uit het midden des heirlegers wegstervende,
En het geschiedde toen al de krijgslieden verteerd waren, uit het midden van het leger wegstervende,
— Dat de HEERE tot mij sprak, zeggende:
Dat de HEERE, bij het vertrek naar een volgende verblijfplaats (Numeri. 21:13), tot mij sprak, zeggende:
KruisverwijzingenJesaja 15:1→Numeri 21:23→Numeri 21:15→— Gij zult heden doortrekken aan Ar, de landpale van Moab;
Gij zult heden doortrekken aan Ar, de grens van Moab bij de Arnon.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:9→Genesis 19:36→Richteren 11:13→2 Kronieken 20:10→Deuteronomium 2:5→— En gij zult naderen tegenover de kinderen Ammons; beangstig die niet, en meng u met hen niet; want Ik zal u van het land der kinderen Ammons geen erfenis geven, dewijl Ik het aan Lots kinderen ter erfenis gegeven heb.
En gij zult naderen tegenover de oostelijk wonende kinderen van Ammon: beangstig die niet evenals de Moabieten (vs.9 vv.) en meng u met hen niet: want Ik zal u van het land van de kinderen van Ammon geen erfenisgeven, omdat Ik het aan Lots kinderen tot erfenis gegeven heb (Genesis 19:38).
KruisverwijzingenGenesis 14:5→— Dit werd ook voor een land der reuzen gehouden; de reuzen woonden te voren daarin, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten;
1) Dit werd ook voor een land van reuzen gehouden; de reuzen woonden tevoren daarin, zoals in Moab, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten 2) (d.i. die boze voornemens koesteren).
In vs.20-23 wordt wederom de rede van God afgebroken door een ingevoegde opmerking over de oorspronkelijke bewoners van het land van de kinderen van Ammon. Dat ook hier Israël gewezen wordt op het feit, dat die oorspronkelijke bewoners reuzen waren en dat toch de Heere God hen verdelgd had voor het aangezicht van die volken, moest wel dienen, om hen hun ongelovigheid en onwilligheid op het geweten te binden, waardoor zij Kanaän niet hadden willen binnentrekken.
Wellicht is dit hetzelfde volk, dat in Genesis 14:5 Zuzieten wordt genoemd.
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:28→Deuteronomium 3:11→Habakuk 1:10→Deuteronomium 2:10→Jeremia 27:7→Richteren 11:24→Deuteronomium 2:22→— Een groot, en menigvuldig, en lang volk, als de Enakieten; en de HEERE verdelgde hen voor hun aangezicht, zodat zij hen uit de bezitting verdreven, en aan hunlieder plaats woonden;
Een groot en veelvuldig en lang volk als de Enakieten, en de HEERE verdelgde hen voor hun, de Ammonieten, aangezicht; zodat zij hen uit de bezitting verdreven, en ophun plaats woonden.
KruisverwijzingenGenesis 36:8→Genesis 36:20→Deuteronomium 2:12→Genesis 14:6→1 Kronieken 1:38→— Gelijk als Hij aan de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, gedaan heeft, voor welker aangezicht Hij de Horieten verdelgde; en zij verdreven hen uit de bezitting, en hebben aan hun plaats gewoond tot op dezen dag.
Zoals hij aan de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, gedaan heeft, voor wier aangezicht hij de Horieten verdelgde, en zij verdreven hen uit de bezitting, en hebbenop hun plaats gewoond tot op deze dag (vs.12).
KruisverwijzingenGenesis 10:14→Jozua 13:3→Amos 9:7→Jeremia 47:4→Jeremia 25:20→Sefanja 2:4→1 Koningen 4:24→Handelingen 17:26→— Ook hebben de Kafthorieten, die uit Kafthor uittogen, de Avieten, die in Hazerim tot Gaza toe woonden, verdelgd, en aan hun plaats gewoond.
Ook hebben de Kafthorieten (Genesis 10:14), die uit Kafthor, van het eiland Kreta in de Middellandse Zee (Jeremia. 47:4 Amos 9:7 ) uittrokken, de Avieten, een volk, dat tot de reuzengeslachten ten westen van de Jordaan behoorde, die in Hazerim (volgens een andere verklaring op hofsteden of in dorpen) tot Gaza toe woonden, verdelgd en op hun plaats gewoond. Wat de oorspronkelijke inwoners van Seïr, het land van de Edomieten, aangaat, hun naam Horieten (Hor = hol) tekent hen als holbewoners of Troglodieten. Waarschijnlijk behoorden ook zij tot de grote stam van de Ludieten (Genesis 10:22) en zijn dus evenals de Refaïeten en Enakieten (Genesis 14:5 vv.) van Semietische afkomst. In het boek Job (hoofdstuk 24:4 vv.; 30:1-8) komen zij reeds voor als een gezonken geslacht, een ellendig, zwervend leven leidend, tenzij dan, dat men op die plaatsen aan de oorspronkelijke inwoners van Hauran, het land van Trachonitis in Bazan te denken heeft. Als oorspronkelijke bewoners van Kanaän, aan beide zijden van de Jordaan worden ons genoemd: de Refaïeten (d.i. die hoog opgewassen zijn), reuzen ten oosten van de Jordaan, de Enakieten, (die een lange hals hebben), reuzen ten westen van de Jordaan. Tot de laatsten behoorden de Arvieten op de zuidelijke vlakte bij de zee, tot de eersten de Emieten, tussen de Zered en de Arnon woonachtig, de Zuzieten, tussen de Arnon en de Jabbok, en de Refaïeten, als afzonderlijke stamafdeling, in het hoogland van Bazan. Behalve dezen worden nog (Genesis 15:19) de Kenieten, Kenisieten en Kadmonieten genoemd, die waarschijnlijk in de zuidoostelijke grensgewesten van Palestina thuis hoorden en in de tijden van Mozes of geheel te niet gegaan, of onder andere stammen verdwenen waren.
KruisverwijzingenDaniël 4:17→Daniël 2:38→Ezra 1:2→Deuteronomium 2:36→Jeremia 27:5→Richteren 11:18→Numeri 21:13→Jozua 6:16→— Maakt u op, reist heen, en gaat over de beek Arnon; ziet, Ik heb Sihon, den koning van Hesbon, den Amoriet, en zijn land, in uw hand gegeven; begint te erven, en mengt u met hen in den strijd.
Maakt u op, zei de Heere later, toen wij aan de zuidzijde van de Arnon gelegerd waren (Numeri. 21:13 vv.), tot mij: reist heen, en gaat over de beek Arnon; ziet, Ik heb Sihon, de koning van Hesbon, de Amoriet, en zijn land, in uw hand gegeven; begint nu te erven, nadat Ik u tot nu toe alle veroveringstochten verboden had en mengt u met hen in de strijd.
KruisverwijzingenExodus 15:14→Deuteronomium 11:25→Deuteronomium 28:10→Exodus 23:27→Openbaring 3:9→Psalmen 105:38→Jozua 9:24→2 Koningen 7:6→— Te dezen dage zal Ik beginnen uw schrik en uw vreze te geven over het aangezicht der volken, onder den gansen hemel; die uw gerucht zullen horen, die zullen sidderen, en bang zijn van uw aangezicht.
Op deze dag, waarop gij de grenzen van het land van de Moabieten en Ammonieten verlaat, zal Ik beginnen uw schrik en uw vrees te geven over het aangezicht van de volken, onder de gehele hemel; die uw gerucht zullen horen, die zullen sidderen en bang zijn van uw aangezicht, omdat gij voortaan slechts met volken in aanraking komen zult, die door mij verworpen en aan de ondergang gewijd zijn.
KruisverwijzingenJozua 13:18→Lukas 10:5→Deuteronomium 20:10→Mattheüs 10:12→Jozua 21:37→Esther 9:30→Lukas 10:10→— Toen zond ik boden uit de woestijn Kedemot tot Sihon, den koning van Hesbon, met woorden van vrede, zeggende:
Toen zond ik, om niet zonder reden de koning, die in onze hand gegeven was, aan te vallen, maar hem eerst de gelegenheid te bieden tot het nemen van een besluit, boden uit de woestijn van Kedémot, een Amoritische stad (zie “Nu 21.15), tot Sihon, de koning van Hesbon, met woorden van vrede, zoals tevoren tot de Edomieten en Moabieten (Numeri. 20:14 vv.), zeggende:
KruisverwijzingenRichteren 11:19→Deuteronomium 2:6→Numeri 21:21→— Laat mij door uw land doortrekken; ik zal alleenlijk langs den weg voorttrekken; ik zal noch ter rechterhand noch ter linkerhand uitwijken.
Laat mij door uw land doortrekken; ik zal alleen langs de weg 1) voorttrekken: ik zal noch ter rechter- noch ter linkerhand uitwijken.
In het Hebreeuws Baddèrek baddérek, eigenlijk op de weg en op de weg alleen d.i. op de openbare landswegen. Hiermee wil Mozes hem bewijzen, dat hij niet komt, om het land te verspieden, maar om er slechts door te trekken naar Kanaän. Mozes wil het eerst langs de weg van de vrede beproeven, want hoewel in Gods Raad besloten lag, dat Sihon en Og door Israël zouden overwonnen worden, toch hief dßt de verantwoordelijkheid van deze koningen niet op, waar zij uit eigen beweging zich vijandelijk gedroegen tegen het volk van God.
KruisverwijzingenNumeri 20:19→— Verkoop mij spijze voor geld, dat ik ete, en geef mij water voor geld, dat ik drinke; alleenlijk laat mij op mijn voeten doortrekken;
Verkoop mij spijze voor geld, dat ik eet, en geef mij water voor geld, dat ik drink; alleen laat mij op mijn voeten doortrekken.
KruisverwijzingenRichteren 11:17→Numeri 20:18→Deuteronomium 23:3→Exodus 20:12→Deuteronomium 5:16→Jozua 1:11→Deuteronomium 9:6→Deuteronomium 4:40→— Gelijk de kinderen van Ezau, die in Seir wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, mij gedaan hebben; totdat ik over de Jordaan kome in het land, dat de HEERE, onze God, ons geven zal.
Zoals de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, toen ik langs hun gebied voorbijtrok (vs.4,9,13), mij gedaan hebben; 1) totdat ik over de Jordaan kom, in het land, dat de HEERE, onze God, ons geven zal.
Deze mededeling is niet in tegenspraak met het in hoofdstuk 23:5 de Moabieten tot verwijt gemaakte onbroederlijk gedrag, dat zij Israël op zijn tocht niet met brood en water waren tegemoet gekomen. Het tegemoet komen betekent: gastvrije opname, belangeloze uitreiking van spijs en drank, wat toch van het verkopen voor geld wel degelijk te onderscheiden is.
KruisverwijzingenNumeri 21:23→Exodus 4:21→Jozua 11:19→Exodus 11:10→Richteren 11:20→Romeinen 9:17→Jesaja 48:4→— Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons door hetzelve niet laten doortrekken; want de HEERE,, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte zijn hart, opdat Hij hem in uw hand gave, gelijk het is te dezen dage.
Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons hierdoor niet laten doortrekken, want de HEERE, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte Zijn hart, 1) terwijl Hij hem met heilige rechtvaardigheid overgaf aan een verkeerde zin, om dingen te doen, die niet betamen (Rom.1:28), zoals dit ook bij Farao gebeurde (Exodus. 3:18), opdat Hij hem in uw hand gaf, zoals het is op deze dag, zoals de ondervinding zelf nu bewijst (Genesis 50:20).
Deze moedwillige verharding kan aangemerkt worden, én als een misdaad én als een straf; de eerste als van Sihon en de laatste als van God komende; latende de Heere de misdaad toe, om de schuldige te straffen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 1:8→Deuteronomium 2:24→— En de HEERE zeide tot mij: Zie, Ik heb begonnen Sihon en zijn land voor uw aangezicht te geven; begin dan te erven, om zijn land erfelijk te bezitten.
En de HEERE zei tot mij, nadat de gezanten, die met woorden van vrede tot de koning gezonden waren, een weigerend antwoord hadden teruggebracht: Zie, Ik hebbegonnen Sihon en zijn land voor uw aangezicht aan u prijs te geven; begin dan te erven om zijn land erfelijk te bezitten, 1) want gij zijt nu door niets verplicht, om hem te sparen.
Het is een eeuwige en voor het Godsrijk zeer vertroostende waarheid, dat de opstand van de tegenstanders altijd reeds het begin is van de openbaring van de Goddelijke genade aan de vrienden van Zijn Naam.
KruisverwijzingenNumeri 21:23→Nehemia 9:22→Psalmen 120:7→Psalmen 136:19→Psalmen 135:11→Richteren 11:20→— En Sihon toog uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde, naar Jahaz.
En Sihon trok uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde, naar Jahaz (Numeri. 21:23 vv.).
KruisverwijzingenDeuteronomium 7:2→Jozua 10:30→Deuteronomium 20:16→Richteren 1:4→Numeri 21:24→Genesis 14:20→Jozua 21:44→Richteren 7:2→— En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, en al zijn volk.
En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht in onze macht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, die mee in de strijd getrokken waren, en al zijn volk.
KruisverwijzingenDeuteronomium 7:2→Deuteronomium 3:6→1 Samuël 15:3→Numeri 21:2→Jozua 11:14→Leviticus 27:28→1 Samuël 15:8→Deuteronomium 7:26→— En wij namen te dier tijd al zijn steden in, en wij verbanden alle steden, mannen, en vrouwen, en kinderkens; wij lieten niemand overblijven.
En wij namen in die tijd al zijn steden in, en wij sloegen alle steden met de ban, vernietigden ter ere van God (zie “Le 27.28) alle inwoners, mannen, en vrouwen, en kinderen; wij lieten niemand overblijven.
KruisverwijzingenDeuteronomium 20:14→Jozua 8:27→Numeri 31:9→— Het vee alleen roofden wij voor ons, en den roof der steden, die wij innamen.
Het vee alleen roofden wij voor ons, en de roof, de roerende goederen, van de steden, die wij innamen.
KruisverwijzingenJozua 13:9→Deuteronomium 3:12→Deuteronomium 4:48→Psalmen 44:3→Jozua 1:5→Jozua 12:2→Jesaja 41:15→Jozua 13:16→— Van Aroer af, dat aan den oever der beek Arnon is, en de stad, die aan de beek is, ook tot Gilead toe, was er geen stad, die voor ons te hoog was; de HEERE, onze God, gaf dat alles voor ons aangezicht.
Van Aroër in het zuiden af, dat aan de oever van de beek Arnon is, aan de noordelijke zijde van het Arnon-dal, en de stad, die aan de beek is, en nog iets meer naar het zuiden, vanaf de stad Ar-Moab, die in het dal zelf ligt(zie “Nu 21.15), ook noordwaarts, tot Gilead toe, tussen de berg Oscha en de rivier Jabbok (zie “Nu 21.30), was er geen stad, die voor ons te hoog, te sterk bevestigd was; de HEERE, onze God, gaf dat alles voor ons aangezicht in onze hand.
KruisverwijzingenGenesis 32:22→Deuteronomium 3:16→Numeri 21:24→Deuteronomium 2:19→Jozua 12:2→Deuteronomium 2:9→Richteren 11:15→Deuteronomium 2:5→— Behalve tot het land van de kinderen Ammons naderdet gij niet, noch tot de ganse streek der beek Jabbok, noch tot de steden van het gebergte, noch tot iets, dat de HEERE, onze God, ons verboden had.
Behalve tot het land van de kinderen vna Ammon, aan de oostzijde van deze gehele landstreek naderde gij niet, noch tot de gehele hoger gelegen streek van de beek Jabbok, noch tot de steden van het gebergte, het Ammonitisch bergland, noch tot iets, dat de HEERE, onze God, ons verboden had.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 2
Deuteronomium 2:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:2→Job 23:10→Deuteronomium 29:5→Nehemia 9:21→Genesis 24:35→Genesis 26:12→Psalmen 90:17→Lukas 22:35→
— Want de HEERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer hand; Hij kent uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, met u geweest; geen ding heeft u ontbroken.
Wat mij in de terugblik van Mozes treft, is de plaats die hij daarin aan God geeft. Onze eigen herinnering aan het verleden zal, als wij ware christenen zijn, veel heldere lichten bevatten van de duidelijke tegenwoordigheid van God. Het bestaan van God is voor ons geen leerstelling geweest maar een feit, waargenomen en in de werkelijke ervaring bevestigd.
Wij kunnen ons zeker vele gelegenheden te binnen brengen waarin de Heere Zich aan ons openbaarde. Wij gedenken die wonderlijke ontdekking van Hem aan ons, toen wij bekeerd werden. Welke hand was het die de teugel nam en onze hardnekkige wil in bedwang hield? Zou enige macht minder dan de almacht de loop van ons leven zo volkomen kunnen hebben omgekeerd? Wij gedenken het uur toen Jezus ons ontmoette, ons vrijsprak van het verleden en ons als Zijn leerling aannam.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-3KruisverwijzingenNumeri 21:4→Deuteronomium 1:6→Deuteronomium 1:2→Deuteronomium 1:40→Numeri 14:25→Richteren 11:18→Deuteronomium 2:14→
— Daarna keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, den weg van de Schelfzee, gelijk de HEERE tot mij gesproken had, en wij togen om het gebergte Seir, vele dagen. Toen sprak de HEERE tot mij, zeggende: Gijlieden hebt dit gebergte genoeg omgetogen; keert u naar het noorden;
:29. Mozes zet zijn geschiedkundig overzicht voort, en herinnert aan de Goddelijke leiding van het ogenblik, waarop Israël zich onderwierp aan het oordeel van God, en in de woestijn naar de Rode Zee terugkeerde, tot de tijd, toen het nieuwe geslacht de eerste veroveringen maakte en zich op de tegenwoordige verblijfplaats legerde. De vermelding van het oordeel, dat over hem zelf uitgesproken was, geeft tenslotte aan Mozes de gelegenheid, om in het volgende hoofdstuk aan zijn voornemen gevolg te geven, en de trouwe vervulling van de wet aan Israël te bevelen.
Daarna, na verloop van de tijd (hoofdstuk 1:46), keerden wij ons, en reisden naar de woestijn, de weg van de Schelfzee, zoals de HEERE (hoofdstuk 1:40) tot mij gesproken had, en wijtrokken om het westelijk gedeelte van het gebergte Seïr, vele dagen.1)
In het omtrekken van het gebergte Seïr is begrepen het 38-jarige omzwerven door de woestijn.
Toen wij ten tweeden male te Kades aangekomen, en van daar weer tot aan het noordeinde van de Elanitische golf doorgedrongen waren (Numeri. 20:1-21:4), sprak de HEERE tot mij, zeggende:
Gij hebt dit gebergte genoeg omgetrokken en zijt, indien ook niet wat de landstreek, dan toch wat Mijn leiding betreft, weer zover gekomen als in de tijd, toen gij optrok van de berg Sinaï (hoofdstuk 1:6 vv.), keert udoor de Wady el-Ithm naar het noorden.
En gebied het volk, zeggende: gij zult thans bij het bereiken van de oostzijde van het gebergte Seïr doortrekken aan de grens van uw broeders, 1) de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, zij zullen, terwijl zij u in devoorgaande tijd de doortocht weigerden, en als vijanden tegen u optraden (Numeri. 20:14-21) nu, omdat hun land tegen het oosten open is en niet, zoals in het westen door steile gebergten tegen invallen gedekt wordt, wel voor u vrezen, en u in het voorbijtrekken niet verhinderen, maar gij zult u zeer wachten, niet met het oog op hen, maar met het oog op u zelf.
Zeer opmerkelijk is, dat Mozes hier van de Edomieten sprekende, deze noemt uw broeders, de kinderen van Ezau, niettegenstaande zij zich onvriendelijk jegens Israël hadden gedragen, hen weigerende de vreedzame doortocht door hun land, nochthans noemt hij hen broeders; want ofschoon onze nabestaanden in hun plicht jegens ons te kort schieten, zo moeten wij echter een toegenegenheid, aan nabestaanden passende, jegens hen behouden, en niet nalaten, ons van onze schuldige plicht, omtrent hen, te kwijten, wanneer een gelegenheid daartoe zich voordoet.
Mengt u niet met hen in de strijd, want Ik zal u van hun land niet geven, ook niet tot de betreding van een voetzool: want Ik heb Ezau het gebergte Seïr tot erfenis gegeven 1) (Genesis 27:39 vv. (Genesis 36:6-8).
Heerschappij is niet op genade gegrondvest. Gods Israël zal wel geplaatst wezen, doch het moet echter niet verwachten, dat het alleen inwoners gemaakt zal worden in het midden van het land. (Jesaja 5:8).
Spijze, die voor u nodig is, omdat het Manna, het voedsel van de woestijn, langzamerhand minder zal worden (zie “Ex 16.35), zult gij voor geld van hen kopen, dat gij eet, en ook zult gij water voor geld van henkopen, dat gij drinkt.
Want de HEERE, uw God, heeft u, o Israël, gezegend in al het werk van uw hand, 1) zodat gij geen gebrek hebt aan geld, en dus niet zoals een roofvolk op onrechtvaardige wijze het eigendom van anderen mag wegnemen, maar integendeel tegenover Edom als een gezegende van de Heere moet optreden; Hij kent2) uw wandelen door deze zo grote woestijn; deze veertig jaren is de HEERE, uw God, in vaderlijke tederheid en zorgvuldige trouw (hoofdstuk 1:31) met u geweest; geen ding heeft u ontbroken; daarom moet gij de zegen ook verder niet van de zonde, maar van Hem verwachten, en aan de volken tonen, welke schatten in Hem uw eigendom zijn (Genesis 14:22 vv.).
Uit dit woord blijkt, dat Israël in de woestijn niet zonder arbeid geweest is. Zij moesten niet alleen hun vee verzorgen, maar ook op de plaatsen van de wildernis, waar men langere tijd verbleef en de toestand van de grond dit toeliet, zaaien en oogsten; bovendien stelde de kunstvaardigheid, die zij in Egypte overgenomen hadden, hen in staat, om allerlei voorwerpen te vervaardigen, en in deze voortbrengselen van de kunst met de naburige Arabieren enig handel te drijven.
Het Hebreeuwse woord betekent wel kennen, maar hier heeft het een ruimere betekenis. In verband met het eerste deel van dit vers, waar gezegd wordt: Want de Heere, uw God, heeft u gezegend in al het werk van uw hand, betekent het hier, acht slaan op, zorg dragen voor. In die betekenis komt het voor in Psalm. 31:8; 144:3 Nehemiah. 1:7. Deze vertaling is de zuivere: Hij heeft gedurende uw wandelen door deze zo grote woestijn acht op u geslagen, of, zorg voor u gedragen. Dit acht op hen slaan heeft ten gevolge gehad, dat zij in hun handenwerk zijn gezegend geworden, en het hun aan geen ding heeft ontbroken.
Als wij nu doorgetrokken waren van onze broeders, de kinderen van Ezau, die in Seïr woonden, en hun gebied van de weg van het vlakke veld, eerst aan de westzijde, maar daarna van Elath, en van Ezeon-Geber, aan de oostzijdeomtrokken, zo keerden wij ons bij Ijim, het voorgebergte van de Abarimketen (Numeri. 21:4-11), en doortrokken in noordelijke richting de weg van de woestijn van Moab.
Toen wij nog aan de zuidoosthoek van het land van de Moabieten stonden, sprak de HEERE tot mij: Beangstig, zoals voorheen de Edomieten (vs.5 vv.) Moab niet en meng u niet met hen in de strijd, ofschoon zij u vroeger, evenals Edom, de doortocht door hun land geweigerd hebben (Richteren. 11:17); want ik zal u geen erfenis van hun land geven, omdat Ik aan Lots 1) kinderen (Genesis 19:37) Ar Moab, de hoofd- en grensstad met het gehele daarbijbehorende land, tot erfenis gegeven heb.
Waarom mochten zij zich niet mengen met de Moabieten en Ammonieten? a. Omdat zij waren de kinderen van Lot, van de rechtvaardige Lot die zijn rechtvaardigheid in Sodom had behouden. Nota bene: het nageslacht van de oprechten, ofschoon verbasterd, wordt nochthans met tijdelijke goederen gezegend. b. Omdat het land, dat zij bezaten, door God aan hen gegeven en niet aan Israël was toebedacht. Zelfs goddelozen hebben recht en aanspraak op hun aardse bezittingen en behoren daarin niet verongelijkt te worden. Aan het onkruid wordt een plaats op de akker vergund, en het moet voor de oogst niet worden uitgeroeid. God schenkt uitwendige zegeningen aan goddelozen en handhaaft hen daarin, om te doen zien, dat die zegeningen de beste niet zijn, maar dat Hij er beter in voorraad heeft voor Zijn eigen kinderen.
De Emieten, d.i. de vreselijke, de oorspronkelijke inwoners, woonden tevoren daarin een groot en veelvuldig en lang volk 1) zoals de Enakieten (zie “Nu 21.30).
Lang volk, d.i. een volk van reusachtige lichaamsgrootte. De oorsprong zowel van de Emieten als van de Horieten ligt in het duister.
Deze werden ook voor reuzen gehouden als de Enakieten, en de Moabieten noemden hen Emieten.
1) Ook woonden de Horieten (d.i. de holbewoners) tevoren in Seïr; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting, en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hun plaats gewoond (Genesis 30), zoals Israël gedaan heeft 2) aan het land van zijn erfenis, dat de HEERE hun gegeven heeft.
In vs.10-12 wordt de rede van God afgebroken door een bij het te boek stellen ingevoegde opmerking over de oorspronkelijke bewoners van het land van de Moabieten en Edomieten. Deze opmerking staat hier evenwel op een geschikte plaats, want zij bevestigt het woord van de Heere (vs.9,5): “Ik heb Ar (het gebergte Seïr) aan de kinderen van Lot (aan de kinderen van Ezau) gegeven tot erfenis.” De terugblik op de vroegere inwoners, die als geslachten van reuzen niet door de macht van Moab en Edom, maar slechts door de krachtige hand van God verdreven konden worden, was tevens een beschaming voor Israël, dat geen geloof had, om het ontvangen erfdeel aan de reuzen te ontnemen (hoofdstuk 1:26 vv.). Hetzelfde geldt omtrent vs.20-23 die ook de toespraak van God (vs.17-19) afbreken, totdat deze in vs.24 wordt voortgezet.
Dit ziet zonder twijfel op het veroveren door Israël van het z.g. Overjordaanse, dat verdeeld was onder de 2« stam, en niet op hetgeen Israël later heeft gedaan door de verovering van geheel Kanaän.
1) Ook woonden de Horieten (d.i. de holbewoners) tevoren in Seïr; maar de kinderen van Ezau verdreven hen uit de bezitting, en verdelgden hen van hun aangezicht, en hebben in hun plaats gewoond (Genesis 30), zoals Israël gedaan heeft 2) aan het land van zijn erfenis, dat de HEERE hun gegeven heeft.
In vs.10-12 wordt de rede van God afgebroken door een bij het te boek stellen ingevoegde opmerking over de oorspronkelijke bewoners van het land van de Moabieten en Edomieten. Deze opmerking staat hier evenwel op een geschikte plaats, want zij bevestigt het woord van de Heere (vs.9,5): “Ik heb Ar (het gebergte Seïr) aan de kinderen van Lot (aan de kinderen van Ezau) gegeven tot erfenis.” De terugblik op de vroegere inwoners, die als geslachten van reuzen niet door de macht van Moab en Edom, maar slechts door de krachtige hand van God verdreven konden worden, was tevens een beschaming voor Israël, dat geen geloof had, om het ontvangen erfdeel aan de reuzen te ontnemen (hoofdstuk 1:26 vv.). Hetzelfde geldt omtrent vs.20-23 die ook de toespraak van God (vs.17-19) afbreken, totdat deze in vs.24 wordt voortgezet.
Dit ziet zonder twijfel op het veroveren door Israël van het z.g. Overjordaanse, dat verdeeld was onder de 2« stam, en niet op hetgeen Israël later heeft gedaan door de verovering van geheel Kanaän.
Nu maakt u op en trekt over de beek Zered, het hoger gelegen gedeelte, zonder op enige plaats in het binnenland van de Moabieten door te dringen. Alzo gehoorzaam aan het bevel van God (vs.9,13), trokken wij over de beek Zered (Numeri. 21:12).
De dagen nu die wij gewandeld hebben van Kades-Barnéa, totdat wij over de beek Zered getrokken zijn, waren bijna achtendertig jaar; wij moesten echter zolang in de woestijn rondtrekken, totdat het gehele geslacht van de krijgslieden, tot welke men in het 20ste levensjaar gerekend werd, uit het midden van het leger verteerd was, zoals de HEERE hun (Numeri. 14:20 vv.) gezworen had.
Zo was ook de hand van de HEERE tegen hen, om hen door buitengewone straffen (Numeri. 16:35,49; 21:6) uit het midden van het leger te verslaan, totdat zij verteerd waren. 1)
Het is niet zonder betekenis, dat het oude geslacht reeds bij het verblijf aan de beek Zered geheel uitgestorven was. Volgens Seetzen (die gedurende de jaren 1805-1807 in het land Belka, aan de oostzijde van de Dode Zee en in de woestijn Paran tot de Sinaï toe reisde, en in het jaar 1811 in Arabië vermoord werd), heeft men van de hoogte van de bergen van de Zered-Thales een heerlijk uitzicht op de omstreken van de Dode Zee, en kan men bij helder weer zelfs Jeruzalem zien. Wanneer dus bij de Zered nog leden van het voorgaande geslacht waren geweest, zij zouden tenminste nog een gedeelte van het beloofde land gezien hebben. Op die wijze zou een letterlijke vervulling van het vonnis (Numeri. 14:23) onmogelijk geworden zijn.
En het geschiedde toen al de krijgslieden verteerd waren, uit het midden van het leger wegstervende,
Dat de HEERE, bij het vertrek naar een volgende verblijfplaats (Numeri. 21:13), tot mij sprak, zeggende:
Gij zult heden doortrekken aan Ar, de grens van Moab bij de Arnon.
En gij zult naderen tegenover de oostelijk wonende kinderen van Ammon: beangstig die niet evenals de Moabieten (vs.9 vv.) en meng u met hen niet: want Ik zal u van het land van de kinderen van Ammon geen erfenisgeven, omdat Ik het aan Lots kinderen tot erfenis gegeven heb (Genesis 19:38).
1) Dit werd ook voor een land van reuzen gehouden; de reuzen woonden tevoren daarin, zoals in Moab, en de Ammonieten noemden hen Zamzummieten 2) (d.i. die boze voornemens koesteren).
In vs.20-23 wordt wederom de rede van God afgebroken door een ingevoegde opmerking over de oorspronkelijke bewoners van het land van de kinderen van Ammon. Dat ook hier Israël gewezen wordt op het feit, dat die oorspronkelijke bewoners reuzen waren en dat toch de Heere God hen verdelgd had voor het aangezicht van die volken, moest wel dienen, om hen hun ongelovigheid en onwilligheid op het geweten te binden, waardoor zij Kanaän niet hadden willen binnentrekken.
Wellicht is dit hetzelfde volk, dat in Genesis 14:5 Zuzieten wordt genoemd.
Een groot en veelvuldig en lang volk als de Enakieten, en de HEERE verdelgde hen voor hun, de Ammonieten, aangezicht; zodat zij hen uit de bezitting verdreven, en ophun plaats woonden.
Zoals hij aan de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, gedaan heeft, voor wier aangezicht hij de Horieten verdelgde, en zij verdreven hen uit de bezitting, en hebbenop hun plaats gewoond tot op deze dag (vs.12).
Ook hebben de Kafthorieten (Genesis 10:14), die uit Kafthor, van het eiland Kreta in de Middellandse Zee (Jeremia. 47:4 Amos 9:7 ) uittrokken, de Avieten, een volk, dat tot de reuzengeslachten ten westen van de Jordaan behoorde, die in Hazerim (volgens een andere verklaring op hofsteden of in dorpen) tot Gaza toe woonden, verdelgd en op hun plaats gewoond. Wat de oorspronkelijke inwoners van Seïr, het land van de Edomieten, aangaat, hun naam Horieten (Hor = hol) tekent hen als holbewoners of Troglodieten. Waarschijnlijk behoorden ook zij tot de grote stam van de Ludieten (Genesis 10:22) en zijn dus evenals de Refaïeten en Enakieten (Genesis 14:5 vv.) van Semietische afkomst. In het boek Job (hoofdstuk 24:4 vv.; 30:1-8) komen zij reeds voor als een gezonken geslacht, een ellendig, zwervend leven leidend, tenzij dan, dat men op die plaatsen aan de oorspronkelijke inwoners van Hauran, het land van Trachonitis in Bazan te denken heeft. Als oorspronkelijke bewoners van Kanaän, aan beide zijden van de Jordaan worden ons genoemd: de Refaïeten (d.i. die hoog opgewassen zijn), reuzen ten oosten van de Jordaan, de Enakieten, (die een lange hals hebben), reuzen ten westen van de Jordaan. Tot de laatsten behoorden de Arvieten op de zuidelijke vlakte bij de zee, tot de eersten de Emieten, tussen de Zered en de Arnon woonachtig, de Zuzieten, tussen de Arnon en de Jabbok, en de Refaïeten, als afzonderlijke stamafdeling, in het hoogland van Bazan. Behalve dezen worden nog (Genesis 15:19) de Kenieten, Kenisieten en Kadmonieten genoemd, die waarschijnlijk in de zuidoostelijke grensgewesten van Palestina thuis hoorden en in de tijden van Mozes of geheel te niet gegaan, of onder andere stammen verdwenen waren.
Maakt u op, zei de Heere later, toen wij aan de zuidzijde van de Arnon gelegerd waren (Numeri. 21:13 vv.), tot mij: reist heen, en gaat over de beek Arnon; ziet, Ik heb Sihon, de koning van Hesbon, de Amoriet, en zijn land, in uw hand gegeven; begint nu te erven, nadat Ik u tot nu toe alle veroveringstochten verboden had en mengt u met hen in de strijd.
Op deze dag, waarop gij de grenzen van het land van de Moabieten en Ammonieten verlaat, zal Ik beginnen uw schrik en uw vrees te geven over het aangezicht van de volken, onder de gehele hemel; die uw gerucht zullen horen, die zullen sidderen en bang zijn van uw aangezicht, omdat gij voortaan slechts met volken in aanraking komen zult, die door mij verworpen en aan de ondergang gewijd zijn.
Toen zond ik, om niet zonder reden de koning, die in onze hand gegeven was, aan te vallen, maar hem eerst de gelegenheid te bieden tot het nemen van een besluit, boden uit de woestijn van Kedémot, een Amoritische stad (zie “Nu 21.15), tot Sihon, de koning van Hesbon, met woorden van vrede, zoals tevoren tot de Edomieten en Moabieten (Numeri. 20:14 vv.), zeggende:
Laat mij door uw land doortrekken; ik zal alleen langs de weg 1) voorttrekken: ik zal noch ter rechter- noch ter linkerhand uitwijken.
In het Hebreeuws Baddèrek baddérek, eigenlijk op de weg en op de weg alleen d.i. op de openbare landswegen. Hiermee wil Mozes hem bewijzen, dat hij niet komt, om het land te verspieden, maar om er slechts door te trekken naar Kanaän. Mozes wil het eerst langs de weg van de vrede beproeven, want hoewel in Gods Raad besloten lag, dat Sihon en Og door Israël zouden overwonnen worden, toch hief dßt de verantwoordelijkheid van deze koningen niet op, waar zij uit eigen beweging zich vijandelijk gedroegen tegen het volk van God.
Verkoop mij spijze voor geld, dat ik eet, en geef mij water voor geld, dat ik drink; alleen laat mij op mijn voeten doortrekken.
Zoals de kinderen van Ezau, die in Seïr wonen, en de Moabieten, die in Ar wonen, toen ik langs hun gebied voorbijtrok (vs.4,9,13), mij gedaan hebben; 1) totdat ik over de Jordaan kom, in het land, dat de HEERE, onze God, ons geven zal.
Deze mededeling is niet in tegenspraak met het in hoofdstuk 23:5 de Moabieten tot verwijt gemaakte onbroederlijk gedrag, dat zij Israël op zijn tocht niet met brood en water waren tegemoet gekomen. Het tegemoet komen betekent: gastvrije opname, belangeloze uitreiking van spijs en drank, wat toch van het verkopen voor geld wel degelijk te onderscheiden is.
Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons hierdoor niet laten doortrekken, want de HEERE, uw God, verhardde zijn geest, en verstokte Zijn hart, 1) terwijl Hij hem met heilige rechtvaardigheid overgaf aan een verkeerde zin, om dingen te doen, die niet betamen (Rom.1:28), zoals dit ook bij Farao gebeurde (Exodus. 3:18), opdat Hij hem in uw hand gaf, zoals het is op deze dag, zoals de ondervinding zelf nu bewijst (Genesis 50:20).
Deze moedwillige verharding kan aangemerkt worden, én als een misdaad én als een straf; de eerste als van Sihon en de laatste als van God komende; latende de Heere de misdaad toe, om de schuldige te straffen.
En de HEERE zei tot mij, nadat de gezanten, die met woorden van vrede tot de koning gezonden waren, een weigerend antwoord hadden teruggebracht: Zie, Ik hebbegonnen Sihon en zijn land voor uw aangezicht aan u prijs te geven; begin dan te erven om zijn land erfelijk te bezitten, 1) want gij zijt nu door niets verplicht, om hem te sparen.
Het is een eeuwige en voor het Godsrijk zeer vertroostende waarheid, dat de opstand van de tegenstanders altijd reeds het begin is van de openbaring van de Goddelijke genade aan de vrienden van Zijn Naam.
En Sihon trok uit ons tegemoet, hij en al zijn volk, ten strijde, naar Jahaz (Numeri. 21:23 vv.).
En de HEERE, onze God, gaf hem voor ons aangezicht in onze macht; en wij sloegen hem, en zijn zonen, die mee in de strijd getrokken waren, en al zijn volk.
En wij namen in die tijd al zijn steden in, en wij sloegen alle steden met de ban, vernietigden ter ere van God (zie “Le 27.28) alle inwoners, mannen, en vrouwen, en kinderen; wij lieten niemand overblijven.
Het vee alleen roofden wij voor ons, en de roof, de roerende goederen, van de steden, die wij innamen.
Van Aroër in het zuiden af, dat aan de oever van de beek Arnon is, aan de noordelijke zijde van het Arnon-dal, en de stad, die aan de beek is, en nog iets meer naar het zuiden, vanaf de stad Ar-Moab, die in het dal zelf ligt(zie “Nu 21.15), ook noordwaarts, tot Gilead toe, tussen de berg Oscha en de rivier Jabbok (zie “Nu 21.30), was er geen stad, die voor ons te hoog, te sterk bevestigd was; de HEERE, onze God, gaf dat alles voor ons aangezicht in onze hand.
Behalve tot het land van de kinderen vna Ammon, aan de oostzijde van deze gehele landstreek naderde gij niet, noch tot de gehele hoger gelegen streek van de beek Jabbok, noch tot de steden van het gebergte, het Ammonitisch bergland, noch tot iets, dat de HEERE, onze God, ons verboden had.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel