Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1NeemtH8104 waar de maandH2320AbibH24, dat gij den HEEREH3068, uw GodH430, paschaH6453houdtH6213; wantH3588 in de maandH2320AbibH24 heeft u de HEEREH3068, uw GodH430, uit EgyptelandH4714uitgevoerdH3318, bij nachtH3915.Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.
KJVObserve1the month3of Abib,4and keep5the passover6unto the LORD7thy God:8for in the month10of Abib11the LORD13thy God14brought thee forth12out of Egypt15by night.
1שָׁמוֹר֙H8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon4הָאָבִ֔יבH24Abib, aar, groene arenAbib, ear, green ears of corn (not maize)5וְעָשִׂ֣יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6פֶּ֔סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)7לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9כִּ֞יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10בְּחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon11הָֽאָבִ֗יבH24Abib, aar, groene arenAbib, ear, green ears of corn (not maize)12הוֹצִ֨יאֲךָ֜H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter13יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֶ֛יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15מִמִּצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16לָֽיְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)
2Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Dan zult gij den HEEREH3068, uw GodH430, het paschaH6453slachtenH2076, schapenH6629 en runderenH1241, in de plaatsH4725, dieH834 de HEEREH3068verkiezenH977 zal, om Zijn NaamH8034aldaarH8033 te doen wonenH7931.Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
KJVThou shalt therefore sacrifice1the passover2unto the LORD3thy God,4of the flock5and the herd,6in the place7which the LORD10shall choose9to place11his name
1וְזָבַ֥חְתָּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay2פֶּ֛סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)3לַיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5צֹ֣אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)6וּבָקָ֑רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox7בַּמָּקוֹם֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9יִבְחַ֣רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לְשַׁכֵּ֥ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)12שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
3Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Gij zult niets gedesemdsH2557opH5921 hetzelve etenH398; zevenH7651dagenH3117 zult gij ongezuurdeH4682opH5921 hetzelve etenH398, een broodH3899 der ellendeH6040, (wantH3588 in der haastH2649 zijt gij uit EgyptelandH776 uitgetogen); opdatH4616 gij gedenktH2142 aan den dagH3117 van uw uittrekkenH3318 uit EgyptelandH4714, alH3605 de dagenH3117 uws levensH2416.Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
KJVThou shalt eat2no leavened bread4with it; seven5days6shalt thou eat7unleavened bread9therewith, even the bread10of affliction;11for thou camest forth14out of the land15of Egypt16in haste:13that thou mayest remember18the day20when thou camest forth21out of the land22of Egypt23all the days25of thy life.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תֹאכַ֤לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3עָלָיו֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4חָמֵ֔ץH2557gedesemde, gedesemd, desemleaven, leavened (bread)5שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)6יָמִ֛יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7תֹּֽאכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8עָלָ֥יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9מַצּ֖וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven10לֶ֣חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals11עֹ֑נִיH6040ellende, verdrukking, drukafflicted(-ion), trouble12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13בְחִפָּז֗וֹןH2649haasthaste14יָצָ֨אתָ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter15מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim17לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to18תִּזְכֹּר֔H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20י֤וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger21צֵֽאתְךָ֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter22מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world23מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim24כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25יְמֵ֥יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger26חַיֶּֽיךָH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop
4Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Er zal bij u in zevenH7651dagenH3117geenH3808zuurdeegH7603gezienH7200 worden in enigeH3605 uwer landpalenH1366; ook zal van het vleesH1320, datH834 gij aan den avondH6153 van den eerstenH7223dagH3117geslachtH2076 zult hebben, niets tot den morgenH1242overnachtenH3885.Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten.
KJVAnd there shall be no leavened bread4seen2with thee in all thy coast6seven7days;8neither shall there any thing of the flesh,12which thou sacrificedst14the first17day16at even,15remain10all night until the morning.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יֵרָאֶ֨הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3לְךָ֥4שְׂאֹ֛רH7603zuurdeeg, zuurdesemleaven5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6גְּבֻלְךָ֖H1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space7שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8יָמִ֑יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יָלִ֣יןH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)11מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הַבָּשָׂ֗רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin13אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14תִּזְבַּ֥חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay15בָּעֶ֛רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night16בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger17הָרִאשׁ֖וֹןH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past18לַבֹּֽקֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow
5Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Gij zult het paschaH6453nietH3808mogenH3201slachtenH2076 in eenH259 uwer poortenH8179, dieH834 de HEEREH3068, uw GodH430, u geeftH5414.Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft.
KJVThou mayest2not sacrifice3the passover5within any6of thy gates,7which the LORD9thy God10giveth
1לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תוּכַ֖לH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3לִזְבֹּ֣חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַפָּ֑סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)6בְּאַחַ֣דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,7שְׁעָרֶ֔יךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)8אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield12לָֽךְ
6Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6MaarH3588aanH413 de plaatsH4725, dieH834 de HEEREH3068, uw GodH430, verkiezenH977 zal om daar Zijn NaamH8034 te doen wonenH7931, aldaarH8033 zult gij het paschaH6453slachtenH2076 aan den avondH6153, als de zonH8121ondergaatH935, ter bestemder tijdH4150 van uw uittrekkenH3318 uit EgypteH4714.Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.
KJVBut at the place4which the LORD7thy God8shall choose6to place9his name10in, there thou shalt sacrifice12the passover14at even,15at the going down16of the sun,17at the season18that thou camest forth19out of Egypt.
1כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִֽםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַמָּק֞וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יִבְחַ֨רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require7יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9לְשַׁכֵּ֣ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)10שְׁמ֔וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report11שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither12תִּזְבַּ֥חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַפֶּ֖סַחH6453pascha, paasofferen, paaslammerenpassover (offering)15בָּעָ֑רֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night16כְּב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17הַשֶּׁ֔מֶשׁH8121zon, Zon, glasvensters[phrase] east side(-ward), sun (rising), [phrase] west(-ward), window. See also H1053 (בֵּית שֶׁמֶשׁ)18מוֹעֵ֖דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)19צֵֽאתְךָ֥H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter20מִמִּצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
7Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Dan zult gij het kokenH1310 en etenH398 in de plaatsH4725, dieH834 de HEEREH3068, uw GodH430, verkiezenH977 zal; daarna zult gij u des morgensH1242kerenH6437, en heengaanH1980 naar uw tentenH168.Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.
KJVAnd thou shalt roast1and eat2it in the place3which the LORD6thy God7shall choose:5and thou shalt turn9in the morning,10and go11unto thy tents.
1וּבִשַּׁלְתָּ֙H1310koken, gezoden, gekooktbake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden)2וְאָ֣כַלְתָּ֔H398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3בַּמָּק֕וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)4אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יִבְחַ֛רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require6יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8בּ֑וֹ9וּפָנִ֣יתָH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)10בַבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow11וְהָלַכְתָּ֖H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl12לְאֹהָלֶֽיךָH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent
8Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8ZesH8337dagenH3117 zult gij ongezuurdeH4682 broden etenH398, en aan den zevendenH7637dagH3117 is een verbodsH6116 dag den HEEREH3068, uw GodH430; dan zult gij geenH3808werkH4399doenH6213.Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.
KJVSix1days2thou shalt eat3unleavened bread:4and on the seventh6day5shall be a solemn assembly7to the LORD8thy God:9thou shalt do11no work
1שֵׁ֥שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2יָמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תֹּאכַ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4מַצּ֑וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven5וּבַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשְּׁבִיעִ֗יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7עֲצֶ֨רֶת֙H6116verbodsdag, verbods, hoop(solemn) assembly (meeting)8לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תַעֲשֶׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12מְלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
9Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9ZevenH7651wekenH7620 zult gij u tellenH5608; van dat men met de sikkelH2770begintH2490 in het staande korenH7054, zult gij de zevenH7651wekenH7620beginnenH2490 te tellenH5608.Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
KJVSeven1weeks2shalt thou number3unto thee: begin5to number9the seven10weeks11from such time as thou beginnest8to put the sickle6to the corn.
10Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Daarna zult gij den HEEREH3068, uw GodH430, het feestH2282 der wekenH7620houdenH6213; het zal een vrijwilligeH5071schattingH4530 uwer handH3027 zijn, datH834 gij gevenH5414 zult, naardat u de HEEREH3068, uw GodH430, zal gezegendH1288 hebben.Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
KJVAnd thou shalt keep1the feast2of weeks3unto the LORD4thy God5with a tribute6of a freewill offering7of thine hand,8which thou shalt give10unto the LORD thy God, according as the LORD13thy God14hath blessed
1וְעָשִׂ֜יתָH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2חַ֤גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity3שָׁבֻעוֹת֙H7620weken, week, tijdenseven, week4לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6מִסַּ֛תH4530schattingtribute7נִדְבַ֥תH5071vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gavefree(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering)8יָדְךָ֖H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10תִּתֵּ֑ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יְבָרֶכְךָ֖H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank13יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
11En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om Zijnen Naam aldaar te doen wonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En gij zult vrolijkH8055 zijn voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, uws GodsH430, gijH859, en uw zoonH1121, en uw dochterH1323, en uw dienstknechtH5650, en uw dienstmaagdH519, en de LevietH3881, dieH834 in uw poortenH8179 is, en de vreemdelingH1616, en de weesH3490, en de weduweH490, dieH834 in het middenH7130 van u zijn; in de plaatsH4725, dieH834 de HEEREH3068, uw GodH430, zal verkiezenH977, om Zijnen NaamH8034aldaarH8033 te doen wonenH7931.En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om Zijnen Naam aldaar te doen wonen.
KJVAnd thou shalt rejoice1before2the LORD3thy God,4thou, and thy son,6and thy daughter,7and thy manservant,8and thy maidservant,9and the Levite10that is within thy gates,12and the stranger,13and the fatherless,14and the widow,15that are among17you, in the place18which the LORD21thy God22hath chosen20to place23his name
1וְשָׂמַחְתָּ֞H8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very2לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you3יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5אַתָּ֨הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6וּבִנְךָ֣H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וּבִתֶּךָ֮H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8וְעַבְדְּךָ֣H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9וַאֲמָתֶךָ֒H519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)10וְהַלֵּוִי֙H3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בִּשְׁעָרֶ֔יךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)13וְהַגֵּ֛רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger14וְהַיָּת֥וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan15וְהָאַלְמָנָ֖הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17בְּקִרְבֶּ֑ךָH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self18בַּמָּק֗וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)19אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20יִבְחַר֙H977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require21יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty23לְשַׁכֵּ֥ןH7931wonen, woont, woneabide, continue, (cause to, make to) dwell(-er), have habitation, inhabit, lay, place, (cause to) remain, rest, set (up)24שְׁמ֖וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report25שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
12En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; en gij zult deze inzettingen houden en doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En gij zult gedenkenH2142, datH3588 gij een dienstknechtH5650geweestH1961 zijt in EgypteH4714; en gij zult dezeH428inzettingenH2706houdenH8104 en doenH6213.En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; en gij zult deze inzettingen houden en doen.
13Het feest der loofhutten zult gij u zeven dagen houden, als gij zult hebben ingezameld van uw dorsvloer en van uw wijnpers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Het feestH2282 der loofhuttenH5521 zult gij u zevenH7651dagenH3117houdenH6213, als gij zult hebben ingezameldH622 van uw dorsvloerH1637 en van uw wijnpersH3342.Het feest der loofhutten zult gij u zeven dagen houden, als gij zult hebben ingezameld van uw dorsvloer en van uw wijnpers.
14En gij zult vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in uw poorten zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En gij zult vrolijkH8055 zijn op uw feestH2282, gijH859, en uw zoonH1121, en uw dochterH1323, en uw dienstknechtH5650, en uw dienstmaagdH519, en de LevietH3881, en de vreemdelingH1616, en de weesH3490, en de weduweH490, dieH834 in uw poortenH8179 zijn.En gij zult vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in uw poorten zijn.
KJVAnd thou shalt rejoice1in thy feast,2thou, and thy son,4and thy daughter,5and thy manservant,6and thy maidservant,7and the Levite,8the stranger,9and the fatherless,10and the widow,11that are within thy gates.
1וְשָׂמַחְתָּ֖H8055verblijd, verblijden, vrolijkcheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very2בְּחַגֶּ֑ךָH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity3אַתָּ֨הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4וּבִנְךָ֤H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5וּבִתֶּ֨ךָ֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6וְעַבְדְּךָ֣H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7וַאֲמָתֶ֔ךָH519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)8וְהַלֵּוִ֗יH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite9וְהַגֵּ֛רH1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger10וְהַיָּת֥וֹםH3490wees, niemand, rechtzaakfatherless (child), orphan11וְהָאַלְמָנָ֖הH490weduwe, weduwen, weduwvrouwdesolate house (palace), widow12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13בִּשְׁעָרֶֽיךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)
15Zeven dagen zult gij den HEERE, uw God, feest houden, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15ZevenH7651dagenH3117 zult gij den HEEREH3068, uw GodH430, feest houdenH2287, in de plaatsH4725, dieH834 de HEEREH3068verkiezenH977 zal; wantH3588 de HEEREH3068, uw GodH430, zal u zegenenH1288 in alH3605 uw inkomenH8393, en in alH3605 het werkH4639 uwer handenH3027; daarom zult gij immers vrolijkH8056zijnH1961.Zeven dagen zult gij den HEERE, uw God, feest houden, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.
KJVSeven1days2shalt thou keep a solemn feast3unto the LORD4thy God5in the place6which the LORD9shall choose:8because the LORD12thy God13shall bless11thee in all thine increase,15and in all the works17of thine hands,18therefore thou shalt surely rejoice.
1שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)2יָמִ֗יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תָּחֹג֙H2287vieren, feest houden, dansencelebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro4לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6בַּמָּק֖וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יִבְחַ֣רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11יְבָרֶכְךָ֞H1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank12יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14בְּכֹ֤לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15תְּבוּאָֽתְךָ֙H8393inkomst, inkomen, inkomstenfruit, gain, increase, revenue16וּבְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17מַעֲשֵׂ֣הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought18יָדֶ֔יךָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves19וְהָיִ֖יתָH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20אַ֥ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)21שָׂמֵֽחַH8056blijde, vrolijk, verblijd(be) glad, joyful, (making) merry((-hearted), -ily), rejoice(-ing)
16Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16DriemaalH7969 in het jaarH8141 zal allesH3605, wat mannelijkH2138 onder u is, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, uws GodsH430, verschijnenH7200, in de plaatsH4725, dieH834 Hij verkiezenH977 zal: op het feestH2282 der ongezuurdeH4682, en op het feestH2282 der wekenH7620, en op het feestH2282 der loofhuttenH5521; maar het zal nietH3808ledigH7387 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068verschijnenH7200:Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:
KJVThree1times2in a year3shall all thy males6appear4before8the LORD9thy God10in the place11which he shall choose;13in the feast14of unleavened bread,15and in the feast16of weeks,17and in the feast18of tabernacles:19and they shall not appear21before23the LORD24empty:
1שָׁל֣וֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)2פְּעָמִ֣יםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel3בַּשָּׁנָ֡הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4יֵרָאֶ֨הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6זְכוּרְךָ֜H2138mannelijk, mannenmales, men-children7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11בַּמָּקוֹם֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13יִבְחָ֔רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require14בְּחַ֧גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity15הַמַּצּ֛וֹתH4682ongezuurde, ongezuurde broden, ongezuurdunleaved (bread, cake), without leaven16וּבְחַ֥גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity17הַשָּׁבֻע֖וֹתH7620weken, week, tijdenseven, week18וּבְחַ֣גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity19הַסֻּכּ֑וֹתH5521loofhutten, tenten, hutbooth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent20וְלֹ֧אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21יֵרָאֶ֛הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions22אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you24יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)25רֵיקָֽםH7387ledig, oorzaakwithout cause, empty, in vain, void
17Een ieder, naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Een iederH376, naar de gaveH4979 zijner handH3027, naar den zegenH1293 des HEERENH3068, uws GodsH430, dienH834 Hij u gegevenH5414 heeft.Een ieder, naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.
KJVEvery man1shall give as he is able,2according to the blessing4of the LORD5thy God6which he hath given
1אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)2כְּמַתְּנַ֣תH4979gaven, geschenk, gavegift3יָד֑וֹH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4כְּבִרְכַּ֛תH1293zegen, zegeningen, zegeningblessing, liberal, pool, present5יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נָֽתַןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לָֽךְ
18Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18RechtersH8199 en ambtliedenH7860 zult gij u stellenH5414 in alH3605 uw poortenH8179, dieH834 de HEEREH3068, uw GodH430, u geven zal, onder uw stammenH7626; dat zij het volkH5971richtenH8199 met een gerichtH4941 der gerechtigheidH6664.Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.
KJVJudges1and officers2shalt thou make3thee in all thy gates,6which the LORD8thy God9giveth10thee, throughout thy tribes:12and they shall judge13the people15with just17judgment.
1שֹׁפְטִ֣יםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule2וְשֹֽׁטְרִ֗יםH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler3תִּֽתֶּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לְךָ֙5בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6שְׁעָרֶ֔יךָH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)7אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8יְהוָ֧הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֱלֹהֶ֛יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11לְךָ֖12לִשְׁבָטֶ֑יךָH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe13וְשָׁפְט֥וּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16מִשְׁפַּטH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong17צֶֽדֶקH6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)
19Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Gij zult het gerichtH4941nietH3808buigenH5186; gij zult het aangezichtH6440 niet kennenH5234; ook zult gij geen geschenkH7810nemenH3947; wantH3588 het geschenkH7810verblindtH5786 de ogenH5869 der wijzenH2450, en verkeertH5557 de woordenH1697 der rechtvaardigenH6662.Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen.
KJVThou shalt not wrest2judgment;3thou shalt not respect5persons,6neither take8a gift:9for a gift11doth blind12the eyes13of the wise,14and pervert15the words16of the righteous.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תַטֶּ֣הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield3מִשְׁפָּ֔טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong4לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5תַכִּ֖ירH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)6פָּנִ֑יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תִקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win9שֹׁ֔חַדH7810geschenk, geschenkenbribe(-ry), gift, present, reward10כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הַשֹּׁ֗חַדH7810geschenk, geschenkenbribe(-ry), gift, present, reward12יְעַוֵּר֙H5786verblindde, verblindtblind, put out. See also H5895 (עַיִר)13עֵינֵ֣יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14חֲכָמִ֔יםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)15וִֽיסַלֵּ֖ףH5557omkeren, verkeert, stortoverthrow, pervert16דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17צַדִּיקִֽםH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)
20Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij najagen; opdat gij leeft, en erfelijk bezit het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20GerechtigheidH6664, gerechtigheidH6664 zult gij najagenH7291; opdatH4616 gij leeftH2421, en erfelijkH3423 bezit het landH776, datH834 u de HEEREH3068, uw GodH430, gevenH5414 zal.Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij najagen; opdat gij leeft, en erfelijk bezit het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
KJVThat which is altogether1just2shalt thou follow,3that thou mayest live,5and inherit6the land8which the LORD10thy God11giveth
1צֶ֥דֶקH6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)2צֶ֖דֶקH6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)3תִּרְדֹּ֑ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)4לְמַ֤עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to5תִּֽחְיֶה֙H2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole6וְיָרַשְׁתָּ֣H3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12נֹתֵ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לָֽךְ
21Gij zult u geen bos planten van enig geboomte, bij het altaar des HEEREN, uws Gods, dat gij u maken zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Gij zult u geenH3808bosH842plantenH5193 van enigH3605geboomteH6086, bij het altaarH4196 des HEERENH3068, uws GodsH430, datH834 gij u makenH6213 zult.Gij zult u geen bos planten van enig geboomte, bij het altaar des HEEREN, uws Gods, dat gij u maken zult.
KJVThou shalt not plant2thee a grove4of any trees6near unto7the altar8of the LORD9thy God,10which thou shalt make
1לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תִטַּ֥עH5193planten, geplant, plantfastened, plant(-er)3לְךָ֛4אֲשֵׁרָ֖הH842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6עֵ֑ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood7אֵ֗צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)8מִזְבַּ֛חH4196altaar, altaren, altaarsaltar9יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12תַּעֲשֶׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לָּֽךְ
22Ook zult gij u geen opgericht beeld stellen, hetwelk de HEERE, uw God, haat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ook zult gij u geenH3808 opgericht beeldH4676stellenH6965, hetwelkH834 de HEEREH3068, uw GodH430, haatH8130.Ook zult gij u geen opgericht beeld stellen, hetwelk de HEERE, uw God, haat.
KJVNeither shalt thou set thee up2any image;4which the LORD7thy God8hateth.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תָקִ֥יםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3לְךָ֖4מַצֵּבָ֑הH4676opgerichte beelden, opgericht teken, opgericht beeldgarrison, (standing) image, pillar5אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6שָׂנֵ֖אH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly7יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֶֽיךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 16:1— Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.Exodus 34:18→Exodus 13:4→Exodus 12:2→Numeri 28:16→Leviticus 23:5→Exodus 23:15→Numeri 9:2→Exodus 12:29→
Deuteronomium 16:2— Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.Deuteronomium 12:5→Deuteronomium 12:26→Deuteronomium 12:11→Markus 14:12→1 Korinthe 5:7→Deuteronomium 12:18→Lukas 22:15→Numeri 28:16→
Deuteronomium 16:3— Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.Exodus 12:39→Exodus 34:18→Numeri 9:11→Exodus 12:19→Exodus 12:8→Psalmen 111:4→Exodus 12:11→Exodus 12:32→
Deuteronomium 16:4— Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten.Exodus 34:25→Exodus 12:10→Exodus 13:7→Exodus 12:15→Exodus 12:8→
Deuteronomium 16:5— Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft.Deuteronomium 16:2→Deuteronomium 12:5→
Deuteronomium 16:6— Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.Numeri 9:3→Hebreeën 9:26→Mattheüs 26:20→Exodus 12:6→1 Petrus 1:19→Numeri 9:11→Deuteronomium 12:5→Hebreeën 1:2→
Deuteronomium 16:7— Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.2 Kronieken 35:13→Deuteronomium 16:2→2 Koningen 23:23→Deuteronomium 16:6→Johannes 11:55→Psalmen 22:14→Johannes 2:13→Johannes 2:23→
Deuteronomium 16:8— Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.Leviticus 23:36→Exodus 12:15→Leviticus 23:6→Numeri 28:17→Exodus 13:6→Nehemia 8:18→Joël 1:14→2 Kronieken 7:9→
Deuteronomium 16:9— Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.Exodus 34:22→Exodus 23:16→Handelingen 2:1→2 Kronieken 8:13→Deuteronomium 16:16→1 Korinthe 16:8→Deuteronomium 16:10→Leviticus 23:15→
Deuteronomium 16:10— Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.1 Korinthe 16:2→2 Korinthe 8:10→Deuteronomium 16:16→Hagai 2:15→Spreuken 3:9→Leviticus 12:8→2 Korinthe 8:12→Numeri 31:37→
Deuteronomium 16:11— En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om Zijnen Naam aldaar te doen wonen.Deuteronomium 12:12→Deuteronomium 12:7→Deuteronomium 12:18→Romeinen 5:11→2 Korinthe 1:24→Habakuk 3:18→Jesaja 64:5→Filippenzen 4:4→
Deuteronomium 16:12— En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; en gij zult deze inzettingen houden en doen.Deuteronomium 15:15→Romeinen 6:17→Efeze 2:11→Klaagliederen 3:19→Efeze 2:1→Deuteronomium 16:15→
Deuteronomium 16:13— Het feest der loofhutten zult gij u zeven dagen houden, als gij zult hebben ingezameld van uw dorsvloer en van uw wijnpers.Exodus 23:16→Leviticus 23:34→Deuteronomium 31:10→2 Kronieken 7:8→Numeri 29:12→Exodus 34:22→2 Kronieken 8:13→Johannes 7:2→
Deuteronomium 16:14— En gij zult vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in uw poorten zijn.Nehemia 8:9→Deuteronomium 16:11→Jesaja 12:1→Jesaja 35:10→Jesaja 30:29→1 Thessalonicenzen 5:16→Deuteronomium 12:12→Prediker 9:7→
Deuteronomium 16:15— Zeven dagen zult gij den HEERE, uw God, feest houden, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.Deuteronomium 7:13→Deuteronomium 28:8→Numeri 29:12→Deuteronomium 16:10→Leviticus 23:36→Deuteronomium 30:16→
Deuteronomium 16:16— Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:Spreuken 3:9→Hagai 1:9→Mattheüs 2:11→Exodus 23:14→1 Kronieken 29:3→1 Kronieken 29:14→Exodus 34:20→Exodus 34:22→
Deuteronomium 16:17— Een ieder, naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.Deuteronomium 16:10→2 Korinthe 8:12→Leviticus 27:8→Markus 12:41→2 Korinthe 9:6→Ezra 2:63→
Deuteronomium 16:18— Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.1 Kronieken 23:4→Deuteronomium 19:17→Romeinen 13:1→Exodus 18:25→Deuteronomium 17:9→Deuteronomium 1:15→Deuteronomium 17:12→1 Kronieken 26:29→
Deuteronomium 16:19— Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen.Exodus 23:2→Leviticus 19:15→Prediker 7:7→Spreuken 24:23→Deuteronomium 10:17→Deuteronomium 24:17→Exodus 23:6→Deuteronomium 27:19→
Deuteronomium 16:20— Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij najagen; opdat gij leeft, en erfelijk bezit het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.Deuteronomium 4:1→Romeinen 10:5→Ezechiël 18:9→Deuteronomium 25:13→Filippenzen 4:8→Ezechiël 18:5→Micha 6:8→
Deuteronomium 16:21— Gij zult u geen bos planten van enig geboomte, bij het altaar des HEEREN, uws Gods, dat gij u maken zult.2 Koningen 17:16→2 Kronieken 33:3→2 Koningen 21:3→Exodus 34:13→1 Koningen 16:33→1 Koningen 14:15→Deuteronomium 7:5→Richteren 3:7→
Deuteronomium 16:22— Ook zult gij u geen opgericht beeld stellen, hetwelk de HEERE, uw God, haat.Leviticus 26:1→Exodus 20:4→Openbaring 2:15→Deuteronomium 12:31→Zacharia 8:17→Jeremia 44:4→Openbaring 2:6→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 16 vers 1— Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.
Abib,
Ex. 13:4, en boven, Deut. 1:3.
Hertaald:Abib,
Ex. 13:4, en hierboven, Deut. 1:3.
pascha
Zie Ex. 12:11. Hebreeuws, Pesach
Hertaald:pascha
Zie Ex. 12:11. Hebreeuws: Pesach.
houdt;
Anders, maakt, of, doet. Anders, Pascha bereidt
Hertaald:houdt;
Anders: maakt, of: doet. Anders: bereidt het pascha.
bij nacht
Zie Ex. 12:31.
Hertaald:bij nacht
Zie Ex. 12:31.
Deuteronomium 16 vers 2— Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
slachten,
Of, offeren, en zo vs.4-6.
Hertaald:slachten,
Of: offeren, en zo ook vers 4-6.
schapen en runderen,
Dat is, al zulke offeranden, als de Heere op dit feest te slachten en te offeren bevolen had; Num. 28:16; een jong lam of geit was eigenlijk het paasoffer genoemd. Zie Ex. 12:3-5, Ex. 12:27. Daarbenevens moesten ook andere offeranden op het feest geslacht en geofferd worden.
Hertaald:schapen en runderen,
Dat is: alle offers die de HEERE op dit feest te slachten en te offeren bevolen had; Num. 28:16. Een jong lam of een geit werd eigenlijk het paasoffer genoemd. Zie Ex. 12:3-5, Ex. 12:27. Daarnaast moesten er op het feest ook andere offers geslacht en geofferd worden.
Deuteronomium 16 vers 3— Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
op hetzelve eten;
Te weten, feest. Anders, daarmede; te weten, met het lam, en daarna met de offeranden.
Hertaald:op hetzelve eten;
Namelijk: het feest. Anders: daarmee, namelijk met het lam, en daarna met de offers.
der ellende
Dat is, waarmede gij indachtig zult zijn aan de verdrukking, die gij in Egypte geleden hebt; of zulk brood, wat in der haast zowat toegemaakt wordt, wanneer de nood en de haast niet toelaten dat men het naar gewone wijze ten volle bereide en aangenaam of smakelijk make.
Hertaald:der ellende
Dat is: waarmee u zult terugdenken aan de verdrukking die u in Egypte geleden hebt; of: zulk brood als in haast maar half wordt toebereid, wanneer de nood en de haast niet toelaten dat men het op de gewone wijze volledig bereidt en aangenaam of smakelijk maakt.
Deuteronomium 16 vers 5— Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft.
poorten,
Dat is, binnen een uwer steden of woonplaatsen.
Hertaald:poorten,
Dat is: binnen een van uw steden of woonplaatsen.
Deuteronomium 16 vers 6— Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.
aan de plaats,
Anders, [reizende] naar de plaats, enz., aldaar zult gij, enz.
Hertaald:aan de plaats,
Anders: [reizende] naar de plaats, enzovoort, daar zult u, enzovoort.
ter bestemder tijd
Dat is, juist, of even op dien tijd, toen gij uit Egypte uittoogt, op den veertienden dag der maand Abib; Ex. 13:3-4.
Hertaald:ter bestemder tijd
Dat is: juist of precies op de tijd waarop u uit Egypte uittrok, op de veertiende dag van de maand Abib; Ex. 13:3-4.
Deuteronomium 16 vers 7— Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.
koken en eten in de plaats,
Dat is, braden. Zie Ex. 12:9; 2 Kron. 35:13.
Hertaald:koken en eten in de plaats,
Dat is: braden. Zie Ex. 12:9; 2 Kron. 35:13.
daarna zult gij u des morgens keren,
Als het feest over is, hetwelk zeven dagen duurde.
Hertaald:daarna zult gij u des morgens keren,
Wanneer het feest voorbij is, dat zeven dagen duurde.
tenten
Versta, woningen of huizen, zoals die dan zouden zijn.
Hertaald:tenten
Versta: woningen of huizen, zoals die er dan zouden zijn.
Deuteronomium 16 vers 8— Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.
verbods dag den HEERE,
Zie Lev. 23:36.
Hertaald:verbods dag den HEERE,
Zie Lev. 23:36.
Deuteronomium 16 vers 9— Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
sikkel begint
Om den Heere een garf te offeren. Zie Lev. 2:14, en Lev. 23:10.
Hertaald:sikkel begint
Om de HEERE een garf te offeren. Zie Lev. 2:14, en Lev. 23:10.
Deuteronomium 16 vers 10— Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
weken houden;
Namelijk, der zeven voorzegde weken. Dit feest wordt anders genoemd het feest der eerstelingen; Num. 28:26, idem pinksterfeest, Hand. 2:1.
Hertaald:weken houden;
Namelijk: van de zeven eerder genoemde weken. Dit feest wordt elders het feest van de eerstelingen genoemd; Num. 28:26, en ook het pinksterfeest, Hand. 2:1.
vrijwillige schatting uwer hand zijn,
Hebreeuws, tribuut, of, schatting der vrijwilligheid; zie hiervan onder, Deut. 26:1, enz. Anders, met een vrijwillige schatting, of genoegzaamheid ener vrijwillige offerande.
Hertaald:vrijwillige schatting uwer hand zijn,
Hebreeuws: tribuut, of: schatting van de vrijwilligheid; zie hierover hieronder, Deut. 26:1, enzovoort. Anders: met een vrijwillige schatting, of met een toereikende vrijwillige gave.
Deuteronomium 16 vers 13— Het feest der loofhutten zult gij u zeven dagen houden, als gij zult hebben ingezameld van uw dorsvloer en van uw wijnpers.
loofhutten
Zie Lev. 23:34.
Hertaald:loofhutten
Zie Lev. 23:34.
Deuteronomium 16 vers 15— Zeven dagen zult gij den HEERE, uw God, feest houden, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.
want de HEERE, uw God,
Anders, wanneer de HEERE, uw God, u zal gezegend hebben.
Hertaald:want de HEERE, uw God,
Anders: wanneer de HEERE, uw God, u gezegend zal hebben.
Deuteronomium 16 vers 17— Een ieder, naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.
naar de gave zijner hand,
Naardat zijn hand vermag te geven, gelijk de volgende woorden schijnen te verklaren. Anders, naardat aan zijn hand gegeven is. Hetwelk ook op het volgende niet kwalijk past. Vergelijk Ps. 55:23; Num. 18:6; Ezech. 46:5, Eze 467, Eze 4611.
Hertaald:naar de gave zijner hand,
Naar wat zijn hand vermag te geven, zoals de volgende woorden schijnen te verklaren. Anders: naar wat aan zijn hand gegeven is, wat op het volgende ook niet slecht past. Vergelijk Ps. 55:23; Num. 18:6; Ezech. 46:5, Ezech. 46:7, Ezech. 46:11.
Deuteronomium 16 vers 18— Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.
Rechters en ambtlieden
Vergelijk 1 Kron. 23:4, en 1 Kron. 26:29; 2 Kron. 19:8.
Hertaald:Rechters en ambtlieden
Vergelijk 1 Kron. 23:4, en 1 Kron. 26:29; 2 Kron. 19:8.
onder uw stammen;
Of, voor, naar uw stammen.
Hertaald:onder uw stammen;
Of: voor, naar uw stammen.
Deuteronomium 16 vers 19— Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen.
aangezicht niet kennen;
Zie boven, Deut. 1:17.
Hertaald:aangezicht niet kennen;
Zie hierboven, Deut. 1:17.
woorden der rechtvaardigen
Versta, de woorden der rechters, dat zij kwade vonnissen uitspreken, of, de woorden dergenen, die een rechtvaardige zaak hebben, die door den omgekochten rechter verkeerd en verdraaid worden. Anders, zaken.
Hertaald:woorden der rechtvaardigen
Versta: de woorden van de rechters, zodat zij verkeerde vonnissen uitspreken; of: de woorden van hen die een rechtvaardige zaak hebben, die door de omgekochte rechter verkeerd en verdraaid worden. Anders: zaken.
Deuteronomium 16 vers 20— Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij najagen; opdat gij leeft, en erfelijk bezit het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
Gerechtigheid, gerechtigheid
Dat is enkel of louter gerechtigheid. Het is gesproken met nadruk. Vergelijk Deut. 2:27; Jes. 26:5, Jes. 26:15; Ezech. 21:9, met de aantekeningen.
Hertaald:Gerechtigheid, gerechtigheid
Dat is: enkel of louter gerechtigheid. Het is met nadruk gezegd. Vergelijk Deut. 2:27; Jes. 26:5, Jes. 26:15; Ezech. 21:9, met de aantekeningen.
Deuteronomium 16 vers 21— Gij zult u geen bos planten van enig geboomte, bij het altaar des HEEREN, uws Gods, dat gij u maken zult.
van enig geboomte,
Of, bosplanten [noch] enig geboomte
bij het altaar des HEEREN,
Dat is, met de mening van enige godsdienstigheid, hetwelk gij er mede zoudt te kennen geven, wanneer gij enig bos nabij het altaar of den tempel des HEEREN zoudt planten, of anderszins hetzelve nevens des HEEREN altaar enige heiligheid toeschrijven, en van gelijke of meerdere waarde houden. Zie 2 Kon. 16, 2 Kon. 17.
Hertaald:bij het altaar des HEEREN,
Dat is: met de bedoeling er iets godsdienstigs mee aan te duiden, wat u te kennen zou geven wanneer u een bos dicht bij het altaar of de tempel van de HEERE zou planten, of er anderszins naast het altaar van de HEERE enige heiligheid aan zou toeschrijven en het van gelijke of grotere waarde zou houden. Zie 2 Kon. 16 en 2 Kon. 17.
Deuteronomium 16 vers 22— Ook zult gij u geen opgericht beeld stellen, hetwelk de HEERE, uw God, haat.
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenExodus 12:39→Exodus 34:18→Exodus 34:25→Exodus 12:10→Exodus 34:22→Exodus 23:16→Exodus 13:4→Deuteronomium 12:5→ — Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht. Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen. Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens. Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten. Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft. Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte. Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten. Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen. Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen. Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben. Terwijl Mozes tot nu toe vooral over de godsdienstige inrichtingen sprak, die betrekking hebben op zijn uitgangspunt-één plaats voor de eredienst (hoofdstuk 12) – komt hij bij het einde van zijn rede over het godsdienstig kerkelijk leven, tot de vermelding van de drie grote hoofdfeesten (Paas-, Pinkster- en Loofhuttenfeest). Zij moeten het volk jaarlijks driemaal vergaderen bij het middenpunt het heiligdom; worden zij op de juiste wijze gehouden, dan zat dit ook in andere opzichten een heilzame invloed oefenen op het godsdienstig kerkelijk leven van Israël.
KruisverwijzingenExodus 34:18→Exodus 13:4→Exodus 12:2→Numeri 28:16→Leviticus 23:5→Exodus 23:15→Numeri 9:2→Exodus 12:29→— Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.
Neemt waar, 1) onderscheidt door een groot feest, de maand Abib, alzo, dat gij van de 14 en 21 dag, zoals reeds vroeger omschreven is (Ex.12:1-27, 43-49; 13:3-10 (Leviticus. 23:5-14 Numeri. 28:16-25) de HEERE; uw God, Pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypte gevoerd bij nacht (Ex.12:29-42,51).
In het laatste gedeelte van het voorgaande hoofdstuk heeft Mozes gesproken over de offermaaltijden. Uit dit oogpunt beschouwt hij nu ook de drie grote feesten. Vandaar dat hij met stilzwijgen voorbij gaat, wat reeds vroeger, omtrent deze feesten is verordend en nu Israël meer bepaalt bij de offermaaltijden, welke op die feesten door het Verbondsvolk moesten worden gehouden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:5→Deuteronomium 12:26→Deuteronomium 12:11→Markus 14:12→1 Korinthe 5:7→Deuteronomium 12:18→Lukas 22:15→Numeri 28:16→— Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
Dan zult gij de HEERE, uw God, het Pascha 1) slachten, niet alleen het Paaslam, maar ook bijzondere dankoffers, die gij behalve de door de wet voorgeschreven (Leviticus. 23:8 (Numeri. 28:19 vv.), brengen wilt (Numeri. 29:39 ), schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om zijnnaam aldaar te doen wonen.
Onder Pascha wordt niet alleen verstaan, het eigenlijke Paaslam, maar ook de bijzondere dankoffers, vroeger voorgeschreven. Immers dit blijkt uit vs.3, waar gezegd wordt, dat zij gedurende zeven dagen het zouden eten, en daarop of daarbij ongezuurde broden. Het eigenlijke Paaslam werd aan de avond van de 14de dag van de maand gegeten. Hierdoor wordt ook opgehelderd, hetgeen de Apostel Johannes zegt ten opzichte van de joden, toen zij de Heer en Zaligmaker naar Pilatus hadden gebracht, dat zij niet in het rechthuis gingen, opdat zij niet verontreinigd werden, maar opdat zij het Pascha mochten eten (Johannes 18:28). Het Paaslam hadden zij toch de vorige avond reeds gegeten. Met dit Pascha wordt dan ook bedoeld, de Paasoffers, bestaande uit schapen en runderen.
KruisverwijzingenExodus 12:39→Exodus 34:18→Numeri 9:11→Exodus 12:19→Exodus 12:8→Psalmen 111:4→Exodus 12:11→Exodus 12:32→— Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
Gij zult echter niets gedesemds, niet alleen bij de Paasmaaltijd en de offers, maar ook op het feest eten; zeven dagen, na elkaar, zult gij ongezuurde broden hierop eten, een brood, dat zich (zie “Ex 12.38) door zijn gebrekkige toebereiding en minder aangename smaak onderscheidt als brood van ellende 1) (want in de haast, zonder dat men u tijd liet om het gekneedde deeg behoorlijk te doorzuren en gereed te maken voor de reis, zijt gij uit Egypte vertrokken); daarom zult gij op elkpaasfeest ongezuurde broden eten, zoals in die tijd, opdat gij gedenkt aan de dag van uw vertrek uit Egypte, al de dagen van uw leven.
Daar zij door dit symbool herinnerd werden, dat zij uit de aanwezige nood haastig waren uitgevoerd, daarom scherpt Mozes hen zo dikwijls het verbod van het gedesemde in. Maar dit wordt nu alzo uitgedrukt, opdat de ellende in hun geheugen zou worden teruggeroepen, waaruit zij waren gerukt. Want, wanneer hen zelfs geen tijd, om het brood te bereiden, werd overgelaten, dan moesten zij wel door grote bezwaren gedrukt zijn geweest. Daarom wordt het brood hier genoemd, het brood van ellende, opdat de wijze van bevrijding de genade van God des te meer zou verheffen.
Volgens de joodse schrijvers brak de vader het ongedesemde brood, gaf aan ieder van de aanzittenden een stuk en sprak: “Dit is het brood van ellende, dat uw vaderen in Egypte hebben gegeten.” Ongetwijfeld heeft: dit is, de betekenis van: dit vertoont.
Gij zult echter niets gedesemds, niet alleen bij de Paasmaaltijd en de offers, maar ook op het feest eten; zeven dagen, na elkaar, zult gij ongezuurde broden hierop eten, een brood, dat zich (zie “Ex 12.38) door zijn gebrekkige toebereiding en minder aangename smaak onderscheidt als brood van ellende 1) (want in de haast, zonder dat men u tijd liet om het gekneedde deeg behoorlijk te doorzuren en gereed te maken voor de reis, zijt gij uit Egypte vertrokken); daarom zult gij op elkpaasfeest ongezuurde broden eten, zoals in die tijd, opdat gij gedenkt aan de dag van uw vertrek uit Egypte, al de dagen van uw leven.
Daar zij door dit symbool herinnerd werden, dat zij uit de aanwezige nood haastig waren uitgevoerd, daarom scherpt Mozes hen zo dikwijls het verbod van het gedesemde in. Maar dit wordt nu alzo uitgedrukt, opdat de ellende in hun geheugen zou worden teruggeroepen, waaruit zij waren gerukt. Want, wanneer hen zelfs geen tijd, om het brood te bereiden, werd overgelaten, dan moesten zij wel door grote bezwaren gedrukt zijn geweest. Daarom wordt het brood hier genoemd, het brood van ellende, opdat de wijze van bevrijding de genade van God des te meer zou verheffen.
Volgens de joodse schrijvers brak de vader het ongedesemde brood, gaf aan ieder van de aanzittenden een stuk en sprak: “Dit is het brood van ellende, dat uw vaderen in Egypte hebben gegeten.” Ongetwijfeld heeft: dit is, de betekenis van: dit vertoont.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 35:13→Deuteronomium 16:2→2 Koningen 23:23→Deuteronomium 16:6→Johannes 11:55→Psalmen 22:14→Johannes 2:13→Johannes 2:23→— Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.
Dan zult gij het koken (letterlijk gaar maken, d.i. aan het spit braden, (Ex.12:9), en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, terwijl gij de avond tot na middernacht in de open lucht bij het heiligdom vertoeft (2 Kron.35:13 Jesaja. 30:29); daarna, na middernacht, zult u gij ’ s morgens keren, de omtrek van het heiligdom, verlaten, en gaan naar uw tenten, 1) of de woning van uw gastvriend.
Deze bestemming houdt een nieuw moment in, dat Mozes in betrekking tot de viering van het Paasfeest in het land Kanaän voorschrijft, en waardoor hij het voorschrift ten opzichte van het eerste feest in Egypte regelt naar de veranderde toestanden van het volk. In Egypte, waar Israël nog niet tot volk van Jehova was verheven en nog geen heiligdom en geen gemeenschappelijk altaar had, moesten de huizen als offerplaatsen dienen. Met het ophouden van deze noodtoestand moest ook het slachten en eten van het Pascha in de huizen ophouden en ter plaatse van het Heiligdom voor het aangezicht van de Heere plaatsvinden, zoals het ook reeds bij de viering van het Pascha bij Sinaï was gebeurd. Daarmee werd ook stilzwijgend het bestrijken van de deurposten met het bloed opgeheven; omdat het bloed, zoals reeds bij Sinaï was gebeurd, als offerbloed, aan het altaar moest worden gesprenkeld.
KruisverwijzingenLeviticus 23:36→Exodus 12:15→Leviticus 23:6→Numeri 28:17→Exodus 13:6→Nehemia 8:18→Joël 1:14→2 Kronieken 7:9→— Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.
Zes dagen zult gij nog daarna ongezuurde broden eten; en op de zevende dag, zoals op de eerste (Leviticus. 23:6 vv. (Numeri. 28:18,25), is een verbodsdag (letterlijk ene weerhouding, Azereth), deHEERE, uw God; dan, zult gij geen werk doen. 1)
De grote reden, waarom Israëls feesten hier nogmaals genoemd worden, is blijkbaar de herinnering, dat zij niet thuis, maar in de plaats van het heiligdom gevierd moeten worden. Daarom worden alleen die feesten genoemd, waarop alle mannelijke personen voor de Heere moesten verschijnen, terwijl Mozes de andere (Numeri 28 en 29) niet noemt. Opmerkelijk is bij de beschrijving van het Paasfeest, dat Mozes zich het vergaderde volk voorstelt als wonende in tenten om het heiligdom. Zo was het geweest bij de tweede viering om de Sinaï (Numeri. 9:1 vv.); later, vooral na de tijd van de Babylonische ballingschap werd het echter een gewoonte, dat de feestreiziger bij vrienden, die in Jeruzalem woonden, hun intrek namen, en daar het feest vierden; zij gaven dan aan hun gastvriend de huid van het geslachte lam en de gebruikte aarde vaten. Dit was een terugkeren tot de eerste feestviering, toen het Pascha nog doorgaans het karakter van een huiselijk feest droeg.
KruisverwijzingenExodus 34:22→Exodus 23:16→Handelingen 2:1→2 Kronieken 8:13→Deuteronomium 16:16→1 Korinthe 16:8→Deuteronomium 16:10→Leviticus 23:15→— Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
Zeven weken zult gij u na het gevierde paasfeest tellen, naar het bevel (Leviticus. 23:15); vanaf dat men met de sikkel begint in het staande koren, wanneer men door de aanbieding van de eerstelings-handvol op de 16de Abib de oogst geopend heeft, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 16:2→2 Korinthe 8:10→Deuteronomium 16:16→Hagai 2:15→Spreuken 3:9→Leviticus 12:8→2 Korinthe 8:12→Numeri 31:37→— Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
Daarna zult gij de HEERE, uw God, het feest van de weken, het pinksterfeest houden; het zal een vrijwillige schatting van uw hand zijn, dat gij behalve de nieuwe spijsoffers (Leviticus. 23:16 vv.), en de andere feestoffers (Numeri. 28:27 vv.), die door degehele gemeente gegeven worden, geven zult, naar dat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
Zij moesten de Heere een offerande toebrengen, een vrijwillige schatting van hun hand, die van hen als een schatting aan hun Souvereine Heer en Eigenaar gevorderd werd, Wie alles toekwam, hetgeen zij bezaten, en nochthans wordt het een vrijwillige schatting genoemd, omdat de Wet de hoeveelheid niet bepaalde, maar aan een ieders edelmoedigheid werd overgelaten hoeveel hij offeren wilde, en daarom wordt het genoemd een vrijwillig offer. Het was een dankbare erkentenis voor Gods goedheid jegens hen in het zegenen van het gewas van hun granen, waar de oogst thans geëindigd was, daar moest de offerande geëvenredigd zijn waarnaar de Heere God hen gezegend had. Waar God mild zaait, daar verwacht Hij ook mild te zullen maaien.
KruisverwijzingenDeuteronomium 12:12→Deuteronomium 12:7→Deuteronomium 12:18→Romeinen 5:11→2 Korinthe 1:24→Habakuk 3:18→Jesaja 64:5→Filippenzen 4:4→— En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om Zijnen Naam aldaar te doen wonen.
En gij zult, terwijl gij van deze vrijwillige gave een offermaaltijd bereidt, vrolijk zijn voor het aangezicht van de Heere, uw God, gij en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om zijn naam aldaar te doen wonen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 15:15→Romeinen 6:17→Efeze 2:11→Klaagliederen 3:19→Efeze 2:1→Deuteronomium 16:15→— En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; en gij zult deze inzettingen houden en doen.
En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; 1) nu echter heeft de Heere, uw God, u verlost, u een goed en vruchtbaar land gegeven, en de rijke zegen van de oogst, waarvan gij een vrijwillige gave afzondert; dat zal uw hart gewillig en bereid maken, en gij zult deze instellingen houden en doen en vóór alles ook de behoeftigen in uw vreugde doen delen.
Daarom herinnert God hen weer aan de verlossing uit Egypte, opdat het Israël een grote zaak zou zijn, dat het in het eigen land, verlost van de slavernij, vrijuit de Heere een feest zou kunnen vieren. Wat zou het hun een grote zaak zijn geweest, indien zij in Egypte één ogenblik slechts de hand van de drijver niet hadden gevoeld, welnu, wil de Heere zeggen, waar gij nu van die hand bevrijd zijt, daar is het uw roeping, u te verblijden over de grote genade, u geschied.
KruisverwijzingenExodus 23:16→Leviticus 23:34→Deuteronomium 31:10→2 Kronieken 7:8→Numeri 29:12→Exodus 34:22→2 Kronieken 8:13→Johannes 7:2→— Het feest der loofhutten zult gij u zeven dagen houden, als gij zult hebben ingezameld van uw dorsvloer en van uw wijnpers.
Het feest van de loofhutten zult gij u zeven dagen houden, van de 15de dag van de maand Tisri tot en met de 21ste (Leviticus. 23:34), als gij geheel zult hebben ingezameld de vrucht van het veld van uw dorsvloeren van uw wijn- en olijfpers.
KruisverwijzingenNehemia 8:9→Deuteronomium 16:11→Jesaja 12:1→Jesaja 35:10→Jesaja 30:29→1 Thessalonicenzen 5:16→Deuteronomium 12:12→Prediker 9:7→— En gij zult vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in uw poorten zijn.
En gij zult bij de maaltijd van het bijzonder offer vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in uw poortenzijn, want deze allen moeten ook op het feest tot uw maaltijden genodigd worden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 7:13→Deuteronomium 28:8→Numeri 29:12→Deuteronomium 16:10→Leviticus 23:36→Deuteronomium 30:16→— Zeven dagen zult gij den HEERE, uw God, feest houden, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.
Zeven dagen zult gij de HEERE, uw God, feesthouden, in de plaats, die de HEERE, verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk van uw handen; daarom zult gij immers op dit hoofdfeest met uitbundige blijdschap vrolijk zijn 1) (zie “Le 23.43).
Het is de wil van God, dat Zijn volk een welgemoed, vrijwillig volk zij. Indien zij, die onder de wet waren, voor het aangezicht van God moesten vrolijk zijn, veel meer dan moesten wij, die onder de genadige bedeling van het Evangelie leven, ons verheugen, moetende wij niet alleen, zoals hier, vrolijk zijn op onze feesten, maar ook altijd verblijd zijn en ons in de Heere verblijden te allen tijde.
Als het slot van de feesten wordt het Loofhuttenfeest vooral gekenmerkt door de omstandigheid, dat de priesters, volgens Numeri. 29:12 vv. verplicht waren, in deze tijd buitengewoon veel offerdamp, d.i. huldiging en verzoeningsgebed, te laten opstijgen: 70 varren moesten gedurende 7 dagen geofferd worden. Het profetische van deze Sabbatviering moest bij dit alles bijzonder duidelijk zijn. God, die in het verloop van het jaar deze voleindiging wilde, moest haar ook willen in het verloop van grotere tijdperken, ja, aan het einde van de gehele tijd (Zach.14:16 vv.). Nu mag voorzeker ook de Christen op de rust en de vreugde van het einde zien (Hebr.4:9); maar onder de Nieuwe Bedeling wordt toch niet door feesten afgebeeld, wat men nog ontvangen moet. Onze feesten hebben betrekking op hetgeen reeds gegeven is, en slechts genomen behoeft te worden; het zijn geen feesten van de zevende, maar van de eerste dag. Het was daarom noodzakelijk, dat het Loofhuttenfeest prijs gegeven werd. Ons hoogste feest mag niet aan het einde, maar aan het begin herinneren, want het heil, dat ons aangeboden wordt, werkt juist in zijn aanvang, de menswording van Gods Zoon, zowel de hoogste bewondering als de hoogste feestvreugde.
KruisverwijzingenSpreuken 3:9→Hagai 1:9→Mattheüs 2:11→Exodus 23:14→1 Kronieken 29:3→1 Kronieken 29:14→Exodus 34:20→Exodus 34:22→— Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:
Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u
is, voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal (Ex.23:17; 34:23); op het feest van deongezuurde broden (vs.1-8), en op het feest van de weken (vs.9-12), en op het feest van de loofhutten (vs.13-15); maar het zal niet met lege handen, niet zonder offergaven, voor het aangezicht van de HEERE verschijnen, 2) (Ex.23:15; 34:20) wie dit deed, zou immers de rijkdom van zijn God en het recht van zijn Heer verloochenen.
De vrouwen behoefden niet, maar mochten toch mee gaan (1 Samuel 1:3,21 Luk.2:21 vv. ) Evenzo verloochent een Christen zonder deugd de kracht van Christus en van de Heilige Geest (2 Petr.1:8).
God was niet onredelijk in Zijn eis; laat een ieder slechts geven, waartoe hij in staat is, niets meer werd geëist en verwacht. Dezelfde regel is nog steeds het richtsnoer van de weldadigheid. Zij, die naar hun vermogen geven, zullen een welgevallen bij God trekken, maar zij, die boven hun vermogen geven, worden dubbel ere waardig geacht (2 Corinthiers. 8:3), gelijk de arme weduwe gaf alle de leeftocht die zij had (Luk.21:4)
KruisverwijzingenDeuteronomium 16:10→2 Korinthe 8:12→Leviticus 27:8→Markus 12:41→2 Korinthe 9:6→Ezra 2:63→— Een ieder, naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.
Een ieder brengt integendeel, naar de gave van zijn hand, naar het vermogen, dat hem gegeven is (vs.10), naar de zegen van de HEERE, uw God, die Hij u gegeven heeft (Luk.12:48). VERPLICHTING, VERKIEZING EN AMBT VAN RECHTERS, VOORAL VAN EEN KONING.
II. Vs. 18-17Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:4→Deuteronomium 19:17→Romeinen 13:1→Exodus 18:25→Deuteronomium 17:9→Deuteronomium 1:15→Deuteronomium 17:12→1 Kronieken 26:29→ — Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid. :20. Verder (zie De 12.1) regelt Mozes de staatkundige betrekkingen van Israël. Hij verordent tot nauwkeurige bediening van het recht in de verschillende plaatsen de aanstelling van rechters en ambtslieden, die in het vervolg de geringere twistzaken beslechten moeten, terwijl voor de moeilijke rechtsgedingen, die hij zelf voorheen beslist had, in de plaats van het heiligdom een hoogst gerechtshof zou ingesteld worden. Vervolgens geeft hij een koningswet, met het oog op de tijd, waarin Israël zelf behoefte zou voelen aan de benoeming van een koning, zoals de naburige volken.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:4→Deuteronomium 19:17→Romeinen 13:1→Exodus 18:25→Deuteronomium 17:9→Deuteronomium 1:15→Deuteronomium 17:12→1 Kronieken 26:29→— Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.
Rechters, 1)zoals sedert lang (Deuteronomium. 1:9 vv.) op Jethro’s raad (Ex.18:13 vv.) onder u aangesteld zijn, en ambtslieden (zie “Ex 5.10”; (Deuteronomium. 1:15), die hun als schrijvers en ondergeschikte beambten ter zijdestaan, zult gij, wanneer gij in het beloofde land gekomen, en in verschillende plaatselijke gemeenten verdeeld zijt, zodat de tegenwoordige vorm van de rechtspleging veranderd moet worden, u stellen in al uw poorten, of steden, die de HEERE, uw God, u geven zal; en wel onder uw stammen; 2) op dezelfde wijze als in hoofdstuk 1:13, zult gij hen kiezen, en door uw oversten laten inwijden, dat zij het volk richten met een gericht van de gerechtigheid.
Ik breng deze plaats tot de bijvoegselen van het vijfde gebod, omdat, indien het God behaagt, dat er rechters over het volk zijn, om het te besturen, daaruit volgt, dat men aan hun wetten en besluiten gehoorzaam moet zijn. Alzo wordt de vaderlijke macht daartoe tot hen uitgestrekt. Overigens, opdat het volk zich des te gewilliger aan de rechters zou onderwerpen, herinnert God, dat het menselijk geslacht anders niet in stand kan worden gehouden. Daarom het publieke nut, omdat overigens het bewind van de Magistraat hatelijk zou zijn, maakt dit juist aangenaam en beminnelijk. Maar ofschoon het niet aan allen gegeven is, rechters uit te kiezen, omdat God het uitverkoren volk met dit voorrecht heeft verwaardigd, toch beveelt God over het algemeen deze politieke orde, omdat Hij aanduidt, dat de menselijke maatschappij niet anders kan blijven bestaan, dan indien Hij autoriteit aan de wettig gekozen bestuurders toestaat, om de rechtspraak uit te oefenen. Hetzij daarom de Magistraat door de stem van het volk is verkozen, hetzij hij op ene andere manier is ingesteld, laten wij hieruit leren, dat zij als dienaren van God noodzakelijk zijn, opdat zij allen onder het juk van de wet houden.
Naast de oudsten, d.i. voornaamste hoofden van de stammen, geslachten, vaderlijke huizen en families, die ook verder een zeker aanzien in hun kring behouden, en, om zo te spreken, een overheidscollege vormen moesten, dat de burgers van stam, stad of dorp vertegenwoordigt, de gemeenschappelijke belangen bezorgt, en de orde in de gezinnen en geslachten bewaren moet (hoofdstuk 19:12; 21:2-9; 22:15,18; 25:7 vv. Jozua. 20:4; 24:31 Ruth 4:2 vv.; 1 Kon.21:8 vv. Jer.26:16 vv. Judith 10:1 ), stelt Mozes hier de plaatselijke of mindere rechtbanken in voor de steden. Zij moeten het eindvonnis vellen over alle twistpunten, die uit de wet gemakkelijker beslist kunnen worden, en de schuldigen straffen. Voor alle ingewikkelde rechtsgevallen echter, in welke Mozes tot nu toe uitspraak gedaan had wordt (hoofdstuk 17:8) een hoog gerechtshof ingezet, dat zijn zetel heeft in de plaats van het heiligdom, en uit priesters en rechters bestaat, met de Hogepriester en een wereldlijke opperrechter aan het hoofd. De mindere rechtbanken vervangen dus de plaats van de rechters over duizend, honderd, enz., zoals het hooggerechtshof de taak van Mozes overneemt. In hoofdstuk 19:16 vv. is een bijzonder geval meegedeeld, dat daar behandeld moet worden. Door deze inrichting wordt de handhaving van het recht aan de gemeente opgedragen, die als heilig volk van de Heere plicht en roeping heeft, om het boze uit haar midden weg te doen; zij oefent echter de rechtspleging door gekozene en aangestelde rechters, in deze moeten weer hun ambt openlijk vervullen, op de ruime plaats in de poorten. Hoevele personen zo’n mindere rechtbank vormen wordt niet gezegd, maar het aantal werd waarschijnlijk berekend naar de grootte van de bevolking. Over deze instellingen in de tijd van Jezus Christus, zie Mt 5.22
In het Hebreeuws Lischbatèka. De LXX kata fulav. De vertaling is dan ook beter: naar uw stammen, of stamsgewijs. De toestand van het volk veranderde enigszins als het in Kanaän zou komen. Hadden zij tot nu toe rechters en ambtslieden gehad over duizenden en honderden, waar zij in vaste steden zouden wonen, moest nu ook iedere plaats deze hebben, die het recht spraken. In al uw poorten, omdat in de poorten het recht gesproken werd. De ambtslieden waren zoveel als de secretarissen van de rechters. Het Hebreeuwse woord betekent dan ook eigenlijk schrijver.
KruisverwijzingenExodus 23:2→Leviticus 19:15→Prediker 7:7→Spreuken 24:23→Deuteronomium 10:17→Deuteronomium 24:17→Exodus 23:6→Deuteronomium 27:19→— Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen.
Gij, geheel Israël, zult, in deze door u zelf aangestelde rechters en ambtslieden het gericht niet buigen, gij zult het aangezicht niet kennen, ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblind de ogen van de wijzen, en verkeert de woorden van de rechtvaardigen (hoofdstuk 1:17 Ex.23:6-8 Leviticus. 19:15 ).
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:1→Romeinen 10:5→Ezechiël 18:9→Deuteronomium 25:13→Filippenzen 4:8→Ezechiël 18:5→Micha 6:8→— Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij najagen; opdat gij leeft, en erfelijk bezit het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
Gerechtigheid, gerechtigheid 1) zult gij najagen, opdat gij leeft en erfelijk bezit het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, en niet door zijn oordelen verdreven wordt.
De herhaling van het woord gerechtigheid dient, om de rechters op het hart te drukken, dat zij gerechtigheid en niets anders dan gerechtigheid zouden spreken, dat zij niet anders dan recht zouden doen, en nimmer onrecht plegen.
Kruisverwijzingen2 Koningen 17:16→2 Kronieken 33:3→2 Koningen 21:3→Exodus 34:13→1 Koningen 16:33→1 Koningen 14:15→Deuteronomium 7:5→Richteren 3:7→— Gij zult u geen bos planten van enig geboomte, bij het altaar des HEEREN, uws Gods, dat gij u maken zult.
1) Gij zult u daarom geen bos 2) planten van enig geboomte (andere vertaling: geen boom als Aschéra oprichten) bij het altaar van de HEERE, uw God, dat gij u, naar het voorschrift (Ex.20:24) maken zult, om daarop uw slachtoffers te offeren, want indien gij ookbedoelt, om zodoende niet de Kanaänitische Astoreth, maar de Heere, uw God, te vereren, wil toch de Heere van dergelijke inrichtingen niets weten, die aan het Heiligdom ontleend zijn, en tot het Heiligdom voeren.
Wij weten, dat de heidense volken heilige bomen hadden, zodat bijna geen enkele godsverering goed tot haar recht kon komen, zonder de schaduw van de bomen. Daarom, opdat geen gelijkheid met dit algemeen gebruik de zuivere dienst van God zou verontreinigen, wordt dit verbod gegeven. Deze verkiezing heeft daarom dit doel, dat de joden alle bijkomstigheden, bij de godsdienstige handelingen, zouden vluchten, opdat niet, indien zij enige van de gewoonten van de heidenen zouden nabij komen, er een verkeerde vermenging zou plaats hebben. Verder, hoe noodzakelijk dit verbod was, blijkt wel uit de vurige naijver waarvan wijd en zijd in de heilige geschiedenis sprake is. Want nauwelijks is er één tijd geweest, waarin zij zich vrijgehouden hebben van buitensporigheden. Niet zonder reden hebben Jesaja en Jeremia hun verweten, dat zij onder alle groene bomen gehoereerd hebben.
In dit vers en in de volgende, ook die van hoofdstuk 17, worden enige voorbeelden van gerechtzaken aangegeven en de wijze, waarop deze ten uitvoer moesten worden gebracht.
De vertaling van de zeventig en de Vulgata hebben het Hebreeuwse woord Aschera overal in het Oude Testament door “bos” vertaald (Ex.34:13 Deuteronomium. 7:5 vv. ); evenals onze Statenvertaling. De uitdrukking wijst echter op houten zuilen, waardoor Astarte, de vrouwelijke natuurgodheid van de Kanaänieten afgebeeld werd, en die bijna altijd naast een altaar van Baäl stonden, om de dienst van beide goden met elkaar te verbinden. Baäl (Syr. Beël, Chald. Bel, Grieks Belos, Lat. Belus) is de mannelijke hoofdgod bij alle volken van Voor-Azië. Hij werd onder verschillende namen (Baäl-Berith, Richteren. 8:33; 9:4,46; Baäl-Peor, Numeri. 25:1 vv. en Baäl-Zebub 2 Koningen. 1:2,16 ) vereerd, waarom ook menigmaal in het meervoud van de Baälim of de Baäls gesproken wordt (Richteren. 2:11; 3:7; 8:13; 10:10; 1 Samuel. 7:4; 12:10), en is de zonnegod, in wie het heidendom de telende of voortplantende natuur in plaats van de Schepper vereerde. De dienst van dezen god verenigde wreedheid en wellust, zoals we bij Numeri. 25:5 opmerkten, en was doorgaans verbonden met de verering van Astarte, de godin van de maan, waarin de vrouwelijke of ontvangende natuurkracht verheerlijkt werd. In het enkelvoud draagt zij de naam Asthoreth (1 Kon.11:5,33), in het meervoud naar de verschillende vormen van de voorstelling Astharoth (Richteren. 2:13), en niet zelden worden deze met de Baälim genoemd (1 Samuel 7:8 vv.; 12:10). Ook deze dienst was door ontucht gekenmerkt. In de tempels van de godin werden gewijden (Hebreeuws Kedeschim, Genesis 38:15) onderhouden, die zich tot haar eer prostitueerden, en wel onder tenten, die zij zelf vervaardigd hadden (2 Koningen. 23:7). Waar echter geen tempels waren, vervaardigde men zuilen uit het hout van de Tamariskus (zie Ex 16.14), die aan deze godin gewijd was, en plantte bossen in de rondte, om zo een verborgen plaats voor de afschuwelijke daden van ontucht te hebben. Zelfs de kinderen van Israël schijnen later het Tamariskenbos van Abraham bij Ber-séba (Genesis 21:3) en het door Jakob geheiligde Bethel (Genesis 28:19 vv.; 35:6 vv.) tot dit doel gebruikt te hebben (Amos 5:5; 8:14). Wij zien hieruit hoe noodzakelijk het bevel was, om deze Aschera’s te vernietigen en het oprichten van nieuwe te verbieden. Zoals nu de Astaroth houten zuilen hadden, zo hadden de Baälim stenen zuilen, die hen zinnebeeldig voorstelden. Het volgende vers wijst hierop.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 16
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-17.KruisverwijzingenExodus 12:39→Exodus 34:18→Exodus 34:25→Exodus 12:10→Exodus 34:22→Exodus 23:16→Exodus 13:4→Deuteronomium 12:5→
— Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht. Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen. Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens. Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten. Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft. Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte. Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten. Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen. Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen. Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
Terwijl Mozes tot nu toe vooral over de godsdienstige inrichtingen sprak, die betrekking hebben op zijn uitgangspunt-één plaats voor de eredienst (hoofdstuk 12) – komt hij bij het einde van zijn rede over het godsdienstig kerkelijk leven, tot de vermelding van de drie grote hoofdfeesten (Paas-, Pinkster- en Loofhuttenfeest). Zij moeten het volk jaarlijks driemaal vergaderen bij het middenpunt het heiligdom; worden zij op de juiste wijze gehouden, dan zat dit ook in andere opzichten een heilzame invloed oefenen op het godsdienstig kerkelijk leven van Israël.
Neemt waar, 1) onderscheidt door een groot feest, de maand Abib, alzo, dat gij van de 14 en 21 dag, zoals reeds vroeger omschreven is (Ex.12:1-27, 43-49; 13:3-10 (Leviticus. 23:5-14 Numeri. 28:16-25) de HEERE; uw God, Pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypte gevoerd bij nacht (Ex.12:29-42,51).
In het laatste gedeelte van het voorgaande hoofdstuk heeft Mozes gesproken over de offermaaltijden. Uit dit oogpunt beschouwt hij nu ook de drie grote feesten. Vandaar dat hij met stilzwijgen voorbij gaat, wat reeds vroeger, omtrent deze feesten is verordend en nu Israël meer bepaalt bij de offermaaltijden, welke op die feesten door het Verbondsvolk moesten worden gehouden.
Dan zult gij de HEERE, uw God, het Pascha 1) slachten, niet alleen het Paaslam, maar ook bijzondere dankoffers, die gij behalve de door de wet voorgeschreven (Leviticus. 23:8 (Numeri. 28:19 vv.), brengen wilt (Numeri. 29:39 ), schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om zijnnaam aldaar te doen wonen.
Onder Pascha wordt niet alleen verstaan, het eigenlijke Paaslam, maar ook de bijzondere dankoffers, vroeger voorgeschreven. Immers dit blijkt uit vs.3, waar gezegd wordt, dat zij gedurende zeven dagen het zouden eten, en daarop of daarbij ongezuurde broden. Het eigenlijke Paaslam werd aan de avond van de 14de dag van de maand gegeten. Hierdoor wordt ook opgehelderd, hetgeen de Apostel Johannes zegt ten opzichte van de joden, toen zij de Heer en Zaligmaker naar Pilatus hadden gebracht, dat zij niet in het rechthuis gingen, opdat zij niet verontreinigd werden, maar opdat zij het Pascha mochten eten (Johannes 18:28). Het Paaslam hadden zij toch de vorige avond reeds gegeten. Met dit Pascha wordt dan ook bedoeld, de Paasoffers, bestaande uit schapen en runderen.
Gij zult echter niets gedesemds, niet alleen bij de Paasmaaltijd en de offers, maar ook op het feest eten; zeven dagen, na elkaar, zult gij ongezuurde broden hierop eten, een brood, dat zich (zie “Ex 12.38) door zijn gebrekkige toebereiding en minder aangename smaak onderscheidt als brood van ellende 1) (want in de haast, zonder dat men u tijd liet om het gekneedde deeg behoorlijk te doorzuren en gereed te maken voor de reis, zijt gij uit Egypte vertrokken); daarom zult gij op elkpaasfeest ongezuurde broden eten, zoals in die tijd, opdat gij gedenkt aan de dag van uw vertrek uit Egypte, al de dagen van uw leven.
Daar zij door dit symbool herinnerd werden, dat zij uit de aanwezige nood haastig waren uitgevoerd, daarom scherpt Mozes hen zo dikwijls het verbod van het gedesemde in. Maar dit wordt nu alzo uitgedrukt, opdat de ellende in hun geheugen zou worden teruggeroepen, waaruit zij waren gerukt. Want, wanneer hen zelfs geen tijd, om het brood te bereiden, werd overgelaten, dan moesten zij wel door grote bezwaren gedrukt zijn geweest. Daarom wordt het brood hier genoemd, het brood van ellende, opdat de wijze van bevrijding de genade van God des te meer zou verheffen.
Volgens de joodse schrijvers brak de vader het ongedesemde brood, gaf aan ieder van de aanzittenden een stuk en sprak: “Dit is het brood van ellende, dat uw vaderen in Egypte hebben gegeten.” Ongetwijfeld heeft: dit is, de betekenis van: dit vertoont.
Gij zult echter niets gedesemds, niet alleen bij de Paasmaaltijd en de offers, maar ook op het feest eten; zeven dagen, na elkaar, zult gij ongezuurde broden hierop eten, een brood, dat zich (zie “Ex 12.38) door zijn gebrekkige toebereiding en minder aangename smaak onderscheidt als brood van ellende 1) (want in de haast, zonder dat men u tijd liet om het gekneedde deeg behoorlijk te doorzuren en gereed te maken voor de reis, zijt gij uit Egypte vertrokken); daarom zult gij op elkpaasfeest ongezuurde broden eten, zoals in die tijd, opdat gij gedenkt aan de dag van uw vertrek uit Egypte, al de dagen van uw leven.
Daar zij door dit symbool herinnerd werden, dat zij uit de aanwezige nood haastig waren uitgevoerd, daarom scherpt Mozes hen zo dikwijls het verbod van het gedesemde in. Maar dit wordt nu alzo uitgedrukt, opdat de ellende in hun geheugen zou worden teruggeroepen, waaruit zij waren gerukt. Want, wanneer hen zelfs geen tijd, om het brood te bereiden, werd overgelaten, dan moesten zij wel door grote bezwaren gedrukt zijn geweest. Daarom wordt het brood hier genoemd, het brood van ellende, opdat de wijze van bevrijding de genade van God des te meer zou verheffen.
Volgens de joodse schrijvers brak de vader het ongedesemde brood, gaf aan ieder van de aanzittenden een stuk en sprak: “Dit is het brood van ellende, dat uw vaderen in Egypte hebben gegeten.” Ongetwijfeld heeft: dit is, de betekenis van: dit vertoont.
Dan zult gij het koken (letterlijk gaar maken, d.i. aan het spit braden, (Ex.12:9), en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal, terwijl gij de avond tot na middernacht in de open lucht bij het heiligdom vertoeft (2 Kron.35:13 Jesaja. 30:29); daarna, na middernacht, zult u gij ’ s morgens keren, de omtrek van het heiligdom, verlaten, en gaan naar uw tenten, 1) of de woning van uw gastvriend.
Deze bestemming houdt een nieuw moment in, dat Mozes in betrekking tot de viering van het Paasfeest in het land Kanaän voorschrijft, en waardoor hij het voorschrift ten opzichte van het eerste feest in Egypte regelt naar de veranderde toestanden van het volk. In Egypte, waar Israël nog niet tot volk van Jehova was verheven en nog geen heiligdom en geen gemeenschappelijk altaar had, moesten de huizen als offerplaatsen dienen. Met het ophouden van deze noodtoestand moest ook het slachten en eten van het Pascha in de huizen ophouden en ter plaatse van het Heiligdom voor het aangezicht van de Heere plaatsvinden, zoals het ook reeds bij de viering van het Pascha bij Sinaï was gebeurd. Daarmee werd ook stilzwijgend het bestrijken van de deurposten met het bloed opgeheven; omdat het bloed, zoals reeds bij Sinaï was gebeurd, als offerbloed, aan het altaar moest worden gesprenkeld.
Zes dagen zult gij nog daarna ongezuurde broden eten; en op de zevende dag, zoals op de eerste (Leviticus. 23:6 vv. (Numeri. 28:18,25), is een verbodsdag (letterlijk ene weerhouding, Azereth), deHEERE, uw God; dan, zult gij geen werk doen. 1)
De grote reden, waarom Israëls feesten hier nogmaals genoemd worden, is blijkbaar de herinnering, dat zij niet thuis, maar in de plaats van het heiligdom gevierd moeten worden. Daarom worden alleen die feesten genoemd, waarop alle mannelijke personen voor de Heere moesten verschijnen, terwijl Mozes de andere (Numeri 28 en 29) niet noemt. Opmerkelijk is bij de beschrijving van het Paasfeest, dat Mozes zich het vergaderde volk voorstelt als wonende in tenten om het heiligdom. Zo was het geweest bij de tweede viering om de Sinaï (Numeri. 9:1 vv.); later, vooral na de tijd van de Babylonische ballingschap werd het echter een gewoonte, dat de feestreiziger bij vrienden, die in Jeruzalem woonden, hun intrek namen, en daar het feest vierden; zij gaven dan aan hun gastvriend de huid van het geslachte lam en de gebruikte aarde vaten. Dit was een terugkeren tot de eerste feestviering, toen het Pascha nog doorgaans het karakter van een huiselijk feest droeg.
Zeven weken zult gij u na het gevierde paasfeest tellen, naar het bevel (Leviticus. 23:15); vanaf dat men met de sikkel begint in het staande koren, wanneer men door de aanbieding van de eerstelings-handvol op de 16de Abib de oogst geopend heeft, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
Daarna zult gij de HEERE, uw God, het feest van de weken, het pinksterfeest houden; het zal een vrijwillige schatting van uw hand zijn, dat gij behalve de nieuwe spijsoffers (Leviticus. 23:16 vv.), en de andere feestoffers (Numeri. 28:27 vv.), die door degehele gemeente gegeven worden, geven zult, naar dat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
Zij moesten de Heere een offerande toebrengen, een vrijwillige schatting van hun hand, die van hen als een schatting aan hun Souvereine Heer en Eigenaar gevorderd werd, Wie alles toekwam, hetgeen zij bezaten, en nochthans wordt het een vrijwillige schatting genoemd, omdat de Wet de hoeveelheid niet bepaalde, maar aan een ieders edelmoedigheid werd overgelaten hoeveel hij offeren wilde, en daarom wordt het genoemd een vrijwillig offer. Het was een dankbare erkentenis voor Gods goedheid jegens hen in het zegenen van het gewas van hun granen, waar de oogst thans geëindigd was, daar moest de offerande geëvenredigd zijn waarnaar de Heere God hen gezegend had. Waar God mild zaait, daar verwacht Hij ook mild te zullen maaien.
En gij zult, terwijl gij van deze vrijwillige gave een offermaaltijd bereidt, vrolijk zijn voor het aangezicht van de Heere, uw God, gij en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om zijn naam aldaar te doen wonen.
En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; 1) nu echter heeft de Heere, uw God, u verlost, u een goed en vruchtbaar land gegeven, en de rijke zegen van de oogst, waarvan gij een vrijwillige gave afzondert; dat zal uw hart gewillig en bereid maken, en gij zult deze instellingen houden en doen en vóór alles ook de behoeftigen in uw vreugde doen delen.
Daarom herinnert God hen weer aan de verlossing uit Egypte, opdat het Israël een grote zaak zou zijn, dat het in het eigen land, verlost van de slavernij, vrijuit de Heere een feest zou kunnen vieren. Wat zou het hun een grote zaak zijn geweest, indien zij in Egypte één ogenblik slechts de hand van de drijver niet hadden gevoeld, welnu, wil de Heere zeggen, waar gij nu van die hand bevrijd zijt, daar is het uw roeping, u te verblijden over de grote genade, u geschied.
Het feest van de loofhutten zult gij u zeven dagen houden, van de 15de dag van de maand Tisri tot en met de 21ste (Leviticus. 23:34), als gij geheel zult hebben ingezameld de vrucht van het veld van uw dorsvloeren van uw wijn- en olijfpers.
En gij zult bij de maaltijd van het bijzonder offer vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht en uw dienstmaagd, en de Leviet, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in uw poortenzijn, want deze allen moeten ook op het feest tot uw maaltijden genodigd worden.
Zeven dagen zult gij de HEERE, uw God, feesthouden, in de plaats, die de HEERE, verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk van uw handen; daarom zult gij immers op dit hoofdfeest met uitbundige blijdschap vrolijk zijn 1) (zie “Le 23.43).
Het is de wil van God, dat Zijn volk een welgemoed, vrijwillig volk zij. Indien zij, die onder de wet waren, voor het aangezicht van God moesten vrolijk zijn, veel meer dan moesten wij, die onder de genadige bedeling van het Evangelie leven, ons verheugen, moetende wij niet alleen, zoals hier, vrolijk zijn op onze feesten, maar ook altijd verblijd zijn en ons in de Heere verblijden te allen tijde.
Als het slot van de feesten wordt het Loofhuttenfeest vooral gekenmerkt door de omstandigheid, dat de priesters, volgens Numeri. 29:12 vv. verplicht waren, in deze tijd buitengewoon veel offerdamp, d.i. huldiging en verzoeningsgebed, te laten opstijgen: 70 varren moesten gedurende 7 dagen geofferd worden. Het profetische van deze Sabbatviering moest bij dit alles bijzonder duidelijk zijn. God, die in het verloop van het jaar deze voleindiging wilde, moest haar ook willen in het verloop van grotere tijdperken, ja, aan het einde van de gehele tijd (Zach.14:16 vv.). Nu mag voorzeker ook de Christen op de rust en de vreugde van het einde zien (Hebr.4:9); maar onder de Nieuwe Bedeling wordt toch niet door feesten afgebeeld, wat men nog ontvangen moet. Onze feesten hebben betrekking op hetgeen reeds gegeven is, en slechts genomen behoeft te worden; het zijn geen feesten van de zevende, maar van de eerste dag. Het was daarom noodzakelijk, dat het Loofhuttenfeest prijs gegeven werd. Ons hoogste feest mag niet aan het einde, maar aan het begin herinneren, want het heil, dat ons aangeboden wordt, werkt juist in zijn aanvang, de menswording van Gods Zoon, zowel de hoogste bewondering als de hoogste feestvreugde.
Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u
is, voor het aangezicht van de HEERE, uw God, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal (Ex.23:17; 34:23); op het feest van deongezuurde broden (vs.1-8), en op het feest van de weken (vs.9-12), en op het feest van de loofhutten (vs.13-15); maar het zal niet met lege handen, niet zonder offergaven, voor het aangezicht van de HEERE verschijnen, 2) (Ex.23:15; 34:20) wie dit deed, zou immers de rijkdom van zijn God en het recht van zijn Heer verloochenen.
De vrouwen behoefden niet, maar mochten toch mee gaan (1 Samuel 1:3,21 Luk.2:21 vv. ) Evenzo verloochent een Christen zonder deugd de kracht van Christus en van de Heilige Geest (2 Petr.1:8).
God was niet onredelijk in Zijn eis; laat een ieder slechts geven, waartoe hij in staat is, niets meer werd geëist en verwacht. Dezelfde regel is nog steeds het richtsnoer van de weldadigheid. Zij, die naar hun vermogen geven, zullen een welgevallen bij God trekken, maar zij, die boven hun vermogen geven, worden dubbel ere waardig geacht (2 Corinthiers. 8:3), gelijk de arme weduwe gaf alle de leeftocht die zij had (Luk.21:4)
Een ieder brengt integendeel, naar de gave van zijn hand, naar het vermogen, dat hem gegeven is (vs.10), naar de zegen van de HEERE, uw God, die Hij u gegeven heeft (Luk.12:48). VERPLICHTING, VERKIEZING EN AMBT VAN RECHTERS, VOORAL VAN EEN KONING.
II. Vs. 18-17Kruisverwijzingen1 Kronieken 23:4→Deuteronomium 19:17→Romeinen 13:1→Exodus 18:25→Deuteronomium 17:9→Deuteronomium 1:15→Deuteronomium 17:12→1 Kronieken 26:29→
— Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.
:20. Verder (zie De 12.1) regelt Mozes de staatkundige betrekkingen van Israël. Hij verordent tot nauwkeurige bediening van het recht in de verschillende plaatsen de aanstelling van rechters en ambtslieden, die in het vervolg de geringere twistzaken beslechten moeten, terwijl voor de moeilijke rechtsgedingen, die hij zelf voorheen beslist had, in de plaats van het heiligdom een hoogst gerechtshof zou ingesteld worden. Vervolgens geeft hij een koningswet, met het oog op de tijd, waarin Israël zelf behoefte zou voelen aan de benoeming van een koning, zoals de naburige volken.
Rechters, 1)zoals sedert lang (Deuteronomium. 1:9 vv.) op Jethro’s raad (Ex.18:13 vv.) onder u aangesteld zijn, en ambtslieden (zie “Ex 5.10”; (Deuteronomium. 1:15), die hun als schrijvers en ondergeschikte beambten ter zijdestaan, zult gij, wanneer gij in het beloofde land gekomen, en in verschillende plaatselijke gemeenten verdeeld zijt, zodat de tegenwoordige vorm van de rechtspleging veranderd moet worden, u stellen in al uw poorten, of steden, die de HEERE, uw God, u geven zal; en wel onder uw stammen; 2) op dezelfde wijze als in hoofdstuk 1:13, zult gij hen kiezen, en door uw oversten laten inwijden, dat zij het volk richten met een gericht van de gerechtigheid.
Ik breng deze plaats tot de bijvoegselen van het vijfde gebod, omdat, indien het God behaagt, dat er rechters over het volk zijn, om het te besturen, daaruit volgt, dat men aan hun wetten en besluiten gehoorzaam moet zijn. Alzo wordt de vaderlijke macht daartoe tot hen uitgestrekt. Overigens, opdat het volk zich des te gewilliger aan de rechters zou onderwerpen, herinnert God, dat het menselijk geslacht anders niet in stand kan worden gehouden. Daarom het publieke nut, omdat overigens het bewind van de Magistraat hatelijk zou zijn, maakt dit juist aangenaam en beminnelijk. Maar ofschoon het niet aan allen gegeven is, rechters uit te kiezen, omdat God het uitverkoren volk met dit voorrecht heeft verwaardigd, toch beveelt God over het algemeen deze politieke orde, omdat Hij aanduidt, dat de menselijke maatschappij niet anders kan blijven bestaan, dan indien Hij autoriteit aan de wettig gekozen bestuurders toestaat, om de rechtspraak uit te oefenen. Hetzij daarom de Magistraat door de stem van het volk is verkozen, hetzij hij op ene andere manier is ingesteld, laten wij hieruit leren, dat zij als dienaren van God noodzakelijk zijn, opdat zij allen onder het juk van de wet houden.
Naast de oudsten, d.i. voornaamste hoofden van de stammen, geslachten, vaderlijke huizen en families, die ook verder een zeker aanzien in hun kring behouden, en, om zo te spreken, een overheidscollege vormen moesten, dat de burgers van stam, stad of dorp vertegenwoordigt, de gemeenschappelijke belangen bezorgt, en de orde in de gezinnen en geslachten bewaren moet (hoofdstuk 19:12; 21:2-9; 22:15,18; 25:7 vv. Jozua. 20:4; 24:31 Ruth 4:2 vv.; 1 Kon.21:8 vv. Jer.26:16 vv. Judith 10:1 ), stelt Mozes hier de plaatselijke of mindere rechtbanken in voor de steden. Zij moeten het eindvonnis vellen over alle twistpunten, die uit de wet gemakkelijker beslist kunnen worden, en de schuldigen straffen. Voor alle ingewikkelde rechtsgevallen echter, in welke Mozes tot nu toe uitspraak gedaan had wordt (hoofdstuk 17:8) een hoog gerechtshof ingezet, dat zijn zetel heeft in de plaats van het heiligdom, en uit priesters en rechters bestaat, met de Hogepriester en een wereldlijke opperrechter aan het hoofd. De mindere rechtbanken vervangen dus de plaats van de rechters over duizend, honderd, enz., zoals het hooggerechtshof de taak van Mozes overneemt. In hoofdstuk 19:16 vv. is een bijzonder geval meegedeeld, dat daar behandeld moet worden. Door deze inrichting wordt de handhaving van het recht aan de gemeente opgedragen, die als heilig volk van de Heere plicht en roeping heeft, om het boze uit haar midden weg te doen; zij oefent echter de rechtspleging door gekozene en aangestelde rechters, in deze moeten weer hun ambt openlijk vervullen, op de ruime plaats in de poorten. Hoevele personen zo’n mindere rechtbank vormen wordt niet gezegd, maar het aantal werd waarschijnlijk berekend naar de grootte van de bevolking. Over deze instellingen in de tijd van Jezus Christus, zie Mt 5.22
In het Hebreeuws Lischbatèka. De LXX kata fulav. De vertaling is dan ook beter: naar uw stammen, of stamsgewijs. De toestand van het volk veranderde enigszins als het in Kanaän zou komen. Hadden zij tot nu toe rechters en ambtslieden gehad over duizenden en honderden, waar zij in vaste steden zouden wonen, moest nu ook iedere plaats deze hebben, die het recht spraken. In al uw poorten, omdat in de poorten het recht gesproken werd. De ambtslieden waren zoveel als de secretarissen van de rechters. Het Hebreeuwse woord betekent dan ook eigenlijk schrijver.
Gij, geheel Israël, zult, in deze door u zelf aangestelde rechters en ambtslieden het gericht niet buigen, gij zult het aangezicht niet kennen, ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblind de ogen van de wijzen, en verkeert de woorden van de rechtvaardigen (hoofdstuk 1:17 Ex.23:6-8 Leviticus. 19:15 ).
Gerechtigheid, gerechtigheid 1) zult gij najagen, opdat gij leeft en erfelijk bezit het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal, en niet door zijn oordelen verdreven wordt.
De herhaling van het woord gerechtigheid dient, om de rechters op het hart te drukken, dat zij gerechtigheid en niets anders dan gerechtigheid zouden spreken, dat zij niet anders dan recht zouden doen, en nimmer onrecht plegen.
1) Gij zult u daarom geen bos 2) planten van enig geboomte (andere vertaling: geen boom als Aschéra oprichten) bij het altaar van de HEERE, uw God, dat gij u, naar het voorschrift (Ex.20:24) maken zult, om daarop uw slachtoffers te offeren, want indien gij ookbedoelt, om zodoende niet de Kanaänitische Astoreth, maar de Heere, uw God, te vereren, wil toch de Heere van dergelijke inrichtingen niets weten, die aan het Heiligdom ontleend zijn, en tot het Heiligdom voeren.
Wij weten, dat de heidense volken heilige bomen hadden, zodat bijna geen enkele godsverering goed tot haar recht kon komen, zonder de schaduw van de bomen. Daarom, opdat geen gelijkheid met dit algemeen gebruik de zuivere dienst van God zou verontreinigen, wordt dit verbod gegeven. Deze verkiezing heeft daarom dit doel, dat de joden alle bijkomstigheden, bij de godsdienstige handelingen, zouden vluchten, opdat niet, indien zij enige van de gewoonten van de heidenen zouden nabij komen, er een verkeerde vermenging zou plaats hebben. Verder, hoe noodzakelijk dit verbod was, blijkt wel uit de vurige naijver waarvan wijd en zijd in de heilige geschiedenis sprake is. Want nauwelijks is er één tijd geweest, waarin zij zich vrijgehouden hebben van buitensporigheden. Niet zonder reden hebben Jesaja en Jeremia hun verweten, dat zij onder alle groene bomen gehoereerd hebben.
In dit vers en in de volgende, ook die van hoofdstuk 17, worden enige voorbeelden van gerechtzaken aangegeven en de wijze, waarop deze ten uitvoer moesten worden gebracht.
De vertaling van de zeventig en de Vulgata hebben het Hebreeuwse woord Aschera overal in het Oude Testament door “bos” vertaald (Ex.34:13 Deuteronomium. 7:5 vv. ); evenals onze Statenvertaling. De uitdrukking wijst echter op houten zuilen, waardoor Astarte, de vrouwelijke natuurgodheid van de Kanaänieten afgebeeld werd, en die bijna altijd naast een altaar van Baäl stonden, om de dienst van beide goden met elkaar te verbinden. Baäl (Syr. Beël, Chald. Bel, Grieks Belos, Lat. Belus) is de mannelijke hoofdgod bij alle volken van Voor-Azië. Hij werd onder verschillende namen (Baäl-Berith, Richteren. 8:33; 9:4,46; Baäl-Peor, Numeri. 25:1 vv. en Baäl-Zebub 2 Koningen. 1:2,16 ) vereerd, waarom ook menigmaal in het meervoud van de Baälim of de Baäls gesproken wordt (Richteren. 2:11; 3:7; 8:13; 10:10; 1 Samuel. 7:4; 12:10), en is de zonnegod, in wie het heidendom de telende of voortplantende natuur in plaats van de Schepper vereerde. De dienst van dezen god verenigde wreedheid en wellust, zoals we bij Numeri. 25:5 opmerkten, en was doorgaans verbonden met de verering van Astarte, de godin van de maan, waarin de vrouwelijke of ontvangende natuurkracht verheerlijkt werd. In het enkelvoud draagt zij de naam Asthoreth (1 Kon.11:5,33), in het meervoud naar de verschillende vormen van de voorstelling Astharoth (Richteren. 2:13), en niet zelden worden deze met de Baälim genoemd (1 Samuel 7:8 vv.; 12:10). Ook deze dienst was door ontucht gekenmerkt. In de tempels van de godin werden gewijden (Hebreeuws Kedeschim, Genesis 38:15) onderhouden, die zich tot haar eer prostitueerden, en wel onder tenten, die zij zelf vervaardigd hadden (2 Koningen. 23:7). Waar echter geen tempels waren, vervaardigde men zuilen uit het hout van de Tamariskus (zie Ex 16.14), die aan deze godin gewijd was, en plantte bossen in de rondte, om zo een verborgen plaats voor de afschuwelijke daden van ontucht te hebben. Zelfs de kinderen van Israël schijnen later het Tamariskenbos van Abraham bij Ber-séba (Genesis 21:3) en het door Jakob geheiligde Bethel (Genesis 28:19 vv.; 35:6 vv.) tot dit doel gebruikt te hebben (Amos 5:5; 8:14). Wij zien hieruit hoe noodzakelijk het bevel was, om deze Aschera’s te vernietigen en het oprichten van nieuwe te verbieden. Zoals nu de Astaroth houten zuilen hadden, zo hadden de Baälim stenen zuilen, die hen zinnebeeldig voorstelden. Het volgende vers wijst hierop.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel