Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Daniël 9

1 In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In het eersteH259 jaarH8141 van DariusH1867, den zoonH1121 van AhasverosH325, uit het zaadH2233 der MedenH4074, dieH834 koningH4427 gemaakt was overH5921 het koninkrijkH4438 der ChaldeenH3778; In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen;

KJV In the first2 year1 of Darius3 the son4 of Ahasuerus,5 of the seed6 of the Medes,7 which was made king9 over the realm11 of the Chaldeans;

1 בִּשְׁנַ֣ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 אַחַ֗ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 לְדָרְיָ֛וֶשׁ H1867 Darius Darius 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אֲחַשְׁוֵר֖וֹשׁ H325 Ahasveros Ahasuerus 6 מִזֶּ֣רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 7 מָדָ֑י H4074 Meden, Medie, Madai Madai, Medes, Media 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 הָמְלַ֔ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 מַלְכ֥וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 12 כַּשְׂדִּֽים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 In het eersteH259 jaarH8141 zijner regeringH4427, merkteH995 ikH589, DanielH1840, in de boekenH5612, dat het getalH4557 der jarenH8141, van dewelkeH834 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 den profeetH5030 JeremiaH3414 geschied was, in het vervullenH4390 der verwoestingenH2723 van JeruzalemH3389, zeventigH7657 jarenH8141 was. In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.

KJV In the first2 year1 of his reign3 I Daniel5 understood6 by books7 the number8 of the years,9 whereof the word12 of the LORD13 came to Jeremiah15 the prophet,16 that he would accomplish17 seventy20 years21 in the desolations18 of Jerusalem.

1 בִּשְׁנַ֤ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 אַחַת֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 לְמָלְכ֔וֹ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 4 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 5 דָּֽנִיֵּ֔אל H1840 Daniel Daniel 6 בִּינֹ֖תִי H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 7 בַּסְּפָרִ֑ים H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 8 מִסְפַּ֣ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 9 הַשָּׁנִ֗ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 יִרְמִיָ֣ה H3414 Jeremia, Jirmeja, Jormeja Jeremiah 16 הַנָּבִ֔יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 17 לְמַלֹּ֛אות H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 18 לְחָרְב֥וֹת H2723 woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsen decayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place) 19 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 20 שִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 21 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En ik steldeH5414 mijn aangezichtH6440 totH413 GodH136, den HeereH430, om Hem te zoekenH1245 met het gebedH8605, en smekingenH8469, met vastenH6685, en zakH8242, en asH665. En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.

KJV And I set1 my face3 unto the Lord5 God,6 to seek7 by prayer8 and supplications,9 with fasting,10 and sackcloth,11 and ashes:

1 וָאֶתְּנָ֣ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 פָּנַ֗י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֲדֹנָי֙ H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 הָֽאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 לְבַקֵּ֥שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 8 תְּפִלָּ֖ה H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 9 וְתַחֲנוּנִ֑ים H8469 smekingen, gebeden intreaty, supplication 10 בְּצ֖וֹם H6685 vasten, vast, vastendag fast(-ing) 11 וְשַׂ֥ק H8242 zak, zakken, zaks sack(-cloth, -clothes) 12 וָאֵֽפֶר H665 as ashes
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Ik badH6419 dan tot den HEEREH136, mijn God, en deed belijdenisH3034, en zeideH559: OchH577 HeereH3068! Gij groteH1419 en verschrikkelijkeH3372 God, Die het verbondH1285 en de weldadigheidH2617 houdtH8104 dien, die Hem liefhebbenH157 en Zijn gebodenH4687 houdenH8104. Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.

Ook in dit vers GodH410 GodH430

KJV And I prayed1 unto the LORD2 my God,3 and made my confession,4 and said,5 O6 Lord,7 the great9 and dreadful10 God,8 keeping11 the covenant12 and mercy13 to them that love14 him, and to them that keep15 his commandments;

1 וָֽאֶתְפַּֽלְלָ֛ה H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 2 לַיהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהַ֖י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 וָאֶתְוַדֶּ֑ה H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 5 וָאֹֽמְרָ֗ה H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אָנָּ֤א H577 Och, Ei, och I (me) beseech (pray) thee, O 7 אֲדֹנָי֙ H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 8 הָאֵ֤ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 9 הַגָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 10 וְהַנּוֹרָ֔א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 11 שֹׁמֵ֤ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 12 הַבְּרִית֙ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 13 וְֽהַחֶ֔סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 14 לְאֹהֲבָ֖יו H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 15 וּלְשֹׁמְרֵ֥י H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 16 מִצְוֺתָֽיו H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Wij hebben gezondigdH2398, en hebben onrechtH5753 gedaan, en goddelooslijkH7561 gehandeld, en gerebelleerdH4775, met af te wijkenH5493 van Uw gebodenH4687, en van Uw rechtenH4941. Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.

KJV We have sinned,1 and have committed iniquity,2 and have done wickedly,3 and have rebelled,4 even by departing5 from thy precepts6 and from thy judgments:

1 חָטָ֥אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 2 וְעָוִ֖ינוּ H5753 verkeerd, verkeerdelijk, krom do amiss, bow down, make crooked, commit iniquity, pervert, (do) perverse(-ly), trouble, [idiom] turn, do wickedly, do wrong 3 הִרְשַׁ֣עְנוּ H7561 goddelooslijk, verdoemen, goddeloos condemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness) 4 וּמָרָ֑דְנוּ H4775 wederspannig, gerebelleerd, rebelleerde rebel(-lious) 5 וְס֥וֹר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 6 מִמִּצְוֺתֶ֖ךָ H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 7 וּמִמִּשְׁפָּטֶֽיךָ H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En wij hebben nietH3808 gehoordH8085 naarH413 Uw dienstknechtenH5650, de profetenH5030, dieH834 in Uw NaamH8034 sprakenH1696 totH413 onze koningenH4428, onze vorstenH8269 en onze vadersH1, en totH413 alH3605 het volkH5971 des landsH776. En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.

KJV Neither have we hearkened2 unto thy servants4 the prophets,5 which spake7 in thy name8 to our kings,10 our princes,11 and our fathers,12 and to all the people15 of the land.

1 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 שָׁמַ֨עְנוּ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עֲבָדֶ֣יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 הַנְּבִיאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 דִּבְּרוּ֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 8 בְּשִׁמְךָ֔ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 מְלָכֵ֥ינוּ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 שָׂרֵ֖ינוּ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 12 וַאֲבֹתֵ֑ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 13 וְאֶ֖ל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 עַ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 16 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Bij U, o HeereH136! is de gerechtigheidH6666, maar bij ons de beschaamdheidH1322 der aangezichtenH6440, gelijk het is te dezeH2088 dageH3117; bij de mannenH376 van JudaH3063, en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, en geheelH3605 IsraelH3478, die nabijH7138 en die verreH7350 zijn, in alH3605 de landenH776, waar Gij ze henengedrevenH5080 hebt, zij tegen U overtreden hebben. Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.

Ook in dit vers tegenover tredenH4603 overtredingH4604

KJV O Lord,2 righteousness3 belongeth unto thee, but unto us confusion5 of faces,6 as at this day;7 to the men9 of Judah,10 and to the inhabitants11 of Jerusalem,12 and unto all Israel,14 that are near,15 and that are far off,16 through all the countries18 whither thou hast driven20 them, because of their trespass22 that they have trespassed

1 לְךָ֤ 2 אֲדֹנָי֙ H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 הַצְּדָקָ֔ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 4 וְלָ֛נוּ 5 בֹּ֥שֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 6 הַפָּנִ֖ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 כַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 9 לְאִ֤ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 יְהוּדָה֙ H3063 Juda Judah 11 וּלְיוֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 יְרֽוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 וּֽלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 יִשְׂרָאֵ֞ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 הַקְּרֹבִ֣ים H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 16 וְהָרְחֹקִ֗ים H7350 verre, verren, ver (a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come 17 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 הָֽאֲרָצוֹת֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 19 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 הִדַּחְתָּ֣ם H5080 gedreven, verdreven, verdrevenen banish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw 21 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 22 בְּמַעֲלָ֖ם H4604 overtreding, overtreden, overtredingen falsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very 23 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 24 מָֽעֲלוּ H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 25 בָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 O HeereH136! bij ons is de beschaamdheidH1322 der aangezichtenH6440, bij onze koningenH4428, bij onze vorstenH8269, en bij onze vadersH1, omdat wij tegen U gezondigdH2398 hebben. O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.

Ook in dit vers HEEREH3068

KJV O Lord, to us belongeth confusion3 of face,4 to our kings,5 to our princes,6 and to our fathers,7 because we have sinned

1 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 לָ֚נוּ 3 בֹּ֣שֶׁת H1322 schaamte, beschaamdheid, beschaming ashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing) 4 הַפָּנִ֔ים H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 לִמְלָכֵ֥ינוּ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 לְשָׂרֵ֖ינוּ H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 7 וְלַאֲבֹתֵ֑ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 חָטָ֖אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 10 לָֽךְ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Bij den HeereH136, onzen GodH430, zijn de barmhartighedenH7356 en vergevingenH5547, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerdH4775 hebben. Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.

KJV To the Lord1 our God2 belong mercies3 and forgivenesses,4 though we have rebelled

1 לַֽאדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 2 אֱלֹהֵ֔ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 הָרַחֲמִ֖ים H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb 4 וְהַסְּלִח֑וֹת H5547 vergevingen, vergeving forgiveness, pardon 5 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 מָרַ֖דְנוּ H4775 wederspannig, gerebelleerd, rebelleerde rebel(-lious) 7 בּֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En wij hebben der stemH6963 des HEERENH3068, onzes GodsH430, nietH3808 gehoorzaamdH8085, dat wij in Zijn wettenH8451 wandelenH3212 zouden, dieH834 Hij gegevenH5414 heeft voor onze aangezichtenH6440, door de handH3027 van Zijn knechtenH5650, de profetenH5030. En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.

KJV Neither have we obeyed2 the voice3 of the LORD4 our God,5 to walk6 in his laws,7 which he set9 before10 us by11 his servants12 the prophets.

1 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 שָׁמַ֔עְנוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 בְּק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֵ֑ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 לָלֶ֤כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 בְּתֽוֹרֹתָיו֙ H8451 wet, wetten, leer law 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 נָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 לְפָנֵ֔ינוּ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 בְּיַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 עֲבָדָ֥יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 הַנְּבִיאִֽים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Maar geheelH3605 IsraelH3478 heeft Uw wetH8451 overtredenH5674, met af te wijkenH5493, dat zij Uwer stemH6963 nietH1115 gehoorzaamdenH8085; daarom is overH5921 ons uitgestortH5413 die vloekH423, en die eedH7621, dieH834 geschrevenH3789 is in de wetH8451 van MozesH4872, den knechtH5650 GodsH430, dewijlH3588 wij tegen Hem gezondigdH2398 hebben. Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.

KJV Yea, all Israel2 have transgressed3 thy law,5 even by departing,6 that they might not obey8 thy voice;9 therefore the curse12 is poured10 upon us, and the oath13 that is written15 in the law16 of Moses17 the servant18 of God,19 because we have sinned

1 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 עָֽבְרוּ֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 תּ֣וֹרָתֶ֔ךָ H8451 wet, wetten, leer law 6 וְס֕וֹר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 7 לְבִלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 8 שְׁמ֣וֹעַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 9 בְּקֹלֶ֑ךָ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 10 וַתִּתַּ֨ךְ H5413 uitgestort, uitgegoten, gesmolten drop, gather (together), melt, pour (forth, out) 11 עָלֵ֜ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הָאָלָ֣ה H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 13 וְהַשְּׁבֻעָ֗ה H7621 eed, eeds, eden curse, oath, [idiom] sworn 14 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 כְּתוּבָה֙ H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 16 בְּתוֹרַת֙ H8451 wet, wetten, leer law 17 מֹשֶׁ֣ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 18 עֶֽבֶד H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 19 הָֽאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 21 חָטָ֖אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 22 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En Hij heeft Zijn woordenH1697 bevestigdH6965, dieH834 Hij gesprokenH1696 heeft tegenH5921 ons, en tegenH5921 onze richtersH8199, dieH834 ons richttenH8199, brengendeH935 overH5921 ons een grootH1419 kwaadH7451, hetwelkH834 nietH3808 geschiedH6213 is onderH8478 den gansenH3605 hemelH8064, gelijk aan JeruzalemH3389 geschiedH6213 is. En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.

KJV And he hath confirmed1 his words,3 which he spake5 against us, and against our judges8 that judged10 us, by bringing11 upon us a great14 evil:13 for under the whole heaven20 hath not been done17 as hath been done22 upon Jerusalem.

1 וַיָּ֜קֶם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 דְּבָר֣וֹ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 דִּבֶּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 6 עָלֵ֗ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 וְעַ֤ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 שֹֽׁפְטֵ֨ינוּ֙ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 שְׁפָט֔וּנוּ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 11 לְהָבִ֥יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 עָלֵ֖ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 רָעָ֣ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 14 גְדֹלָ֑ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 15 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 נֶעֶשְׂתָ֗ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 תַּ֚חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 הַשָּׁמַ֔יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 21 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 22 נֶעֶשְׂתָ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 23 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Gelijk als in de wetH8451 van MozesH4872 geschrevenH3789 is, alzo is alH3605 dat kwaadH7451 overH5921 ons gekomenH935; en wij smeektenH2470 het aangezichtH6440 des HEERENH3068, onzes GodsH430, nietH3808, afkerendeH7725 van onze ongerechtighedenH5771, en verstandelijk acht gevendeH7919 op Uw waarheidH571. Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.

KJV As it is written2 in the law3 of Moses,4 all this evil7 is come9 upon us: yet made we not our prayer12 before14 the LORD15 our God,16 that we might turn17 from our iniquities,18 and understand19 thy truth.

1 כַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 כָּתוּב֙ H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 3 בְּתוֹרַ֣ת H8451 wet, wetten, leer law 4 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָרָעָ֥ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 8 הַזֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 9 בָּ֣אָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 עָלֵ֑ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 חִלִּ֜ינוּ H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֱלֹהֵ֗ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 לָשׁוּב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 18 מֵֽעֲוֺנֵ֔נוּ H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 19 וּלְהַשְׂכִּ֖יל H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 20 בַּאֲמִתֶּֽךָ H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Daarom heeft de HEEREH3068 overH5921 het kwadeH7451 gewaaktH8245, en Hij heeft het overH5921 ons gebrachtH935; wantH3588 de HEEREH3068, onze GodH430, is rechtvaardigH6662 in alH3605 Zijn werkenH4639, dieH834 Hij gedaanH6213 heeft, dewijl wij Zijner stemH6963 nietH3808 gehoorzaamdenH8085. Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.

KJV Therefore hath the LORD2 watched1 upon the evil,4 and brought5 it upon us: for the LORD9 our God10 is righteous8 in all his works13 which he doeth:15 for we obeyed17 not his voice.

1 וַיִּשְׁקֹ֤ד H8245 waken, gewaakt, waakt hasten, remain, wake, watch (for) 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הָ֣רָעָ֔ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 5 וַיְבִיאֶ֖הָ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 עָלֵ֑ינוּ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 צַדִּ֞יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 9 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֱלֹהֵ֗ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 מַֽעֲשָׂיו֙ H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 14 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 שָׁמַ֖עְנוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 18 בְּקֹלֽוֹ H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En nuH6258, o HeereH136, onze GodH430! Die Uw volkH5971 uit EgyptelandH776 gevoerdH3318 hebt, met een sterkeH2389 handH3027, en hebt U een NaamH8034 gemaaktH6213, gelijk hij is te dezenH2088 dageH3117; wij hebben gezondigdH2398, wij zijn goddeloosH7561 geweest. En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.

KJV And now, O Lord2 our God,3 that hast brought5 thy people7 forth out of the land8 of Egypt9 with a mighty11 hand,10 and hast gotten12 thee renown,14 as at this day;15 we have sinned,17 we have done wickedly.

1 וְעַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 אֱלֹהֵ֗ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 הוֹצֵ֨אתָ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 עַמְּךָ֜ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 8 מֵאֶ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 10 בְּיָ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 חֲזָקָ֔ה H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 12 וַתַּֽעַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 לְךָ֥ 14 שֵׁ֖ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 15 כַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 17 חָטָ֖אנוּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 18 רָשָֽׁעְנוּ H7561 goddelooslijk, verdoemen, goddeloos condemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 O HeereH136! naar alH3605 Uw gerechtighedenH6666, laat tochH4994 Uw toornH639 en Uw grimmigheidH2534 afgekeerdH7725 worden van Uw stadH5892 JeruzalemH3389, Uw heiligenH6944 bergH2022; wantH3588 om onzer zondenH2399 wil en om onzer vaderenH1 ongerechtighedenH5771, zijn JeruzalemH3389 en Uw volkH5971 tot versmaadheidH2781 bij allenH3605, die rondomH5439 ons zijn. O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.

KJV O Lord,1 according to all thy righteousness,3 I beseech thee, let thine anger6 and thy fury7 be turned away4 from thy city8 Jerusalem,9 thy holy11 mountain:10 because for our sins,13 and for the iniquities14 of our fathers,15 Jerusalem16 and thy people17 are become a reproach18 to all that are about

1 אֲדֹנָ֗י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 2 כְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 צִדְקֹתֶ֨ךָ֙ H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 4 יָֽשָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 נָ֤א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 6 אַפְּךָ֙ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 7 וַחֲמָ֣תְךָ֔ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 8 מֵעִֽירְךָ֥ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 הַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 קָדְשֶׁ֑ךָ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 12 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 בַחֲטָאֵ֨ינוּ֙ H2399 zonde, zonden, zwaarlijk fault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin 14 וּבַעֲוֺנ֣וֹת H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 15 אֲבֹתֵ֔ינוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 16 יְרוּשָׁלִַ֧ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 17 וְעַמְּךָ֛ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 לְחֶרְפָּ֖ה H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 19 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 סְבִיבֹתֵֽינוּ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En nuH6258, o onze GodH430! hoorH8085 naarH413 het gebedH8605 Uws knechtsH5650, en naarH413 zijn smekingenH8469; en doe Uw aangezichtH6440 lichtenH215 overH5921 Uw heiligdomH4720, dat verwoestH8076 is; omH4616 des HEERENH136 wil. En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.

KJV Now therefore, O our God,3 hear2 the prayer5 of thy servant,6 and his supplications,8 and cause thy face10 to shine9 upon thy sanctuary12 that is desolate,13 for the Lord's

1 וְעַתָּ֣ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 שְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 אֱלֹהֵ֗ינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 תְּפִלַּ֤ת H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 6 עַבְדְּךָ֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 תַּ֣חֲנוּנָ֔יו H8469 smekingen, gebeden intreaty, supplication 9 וְהָאֵ֣ר H215 lichten, verlicht, licht [idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine 10 פָּנֶ֔יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מִקְדָּשְׁךָ֖ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 13 הַשָּׁמֵ֑ם H8076 verwoest, woestheid desolate 14 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 15 אֲדֹנָֽי H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 NeigH5186 Uw oorH241, mijn GodH430! en hoorH8085, doe Uw ogenH5869 op, en zieH7200 onze verwoestingenH8074, en de stadH5892, dieH834 naar Uw NaamH8034 genoemdH7121 is; wantH3588 wij werpenH5307 onze smekingenH8469 voor Uw aangezichtH6440 nietH3808 nederH5307 opH5921 onze gerechtighedenH6666, maarH3588 opH5921 Uw barmhartighedenH7356, die grootH7227 zijn. Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.

KJV O my God,2 incline1 thine ear,3 and hear;4 open5 thine eyes,6 and behold7 our desolations, and the city9 which is called11 by thy name:12 for we do not present19 our supplications20 before21 thee for our righteousnesses,17 but for thy great25 mercies.

1 הַטֵּ֨ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 2 אֱלֹהַ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אָזְנְךָ֮ H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 4 וּֽשֲׁמָע֒ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 פְּקַ֣ח H6491 open, opende, geopend open 6 עֵינֶ֗יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 7 וּרְאֵה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 8 שֹֽׁמְמֹתֵ֔ינוּ H8077 verwoesting, woest, woeste (laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste 9 וְהָעִ֕יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 נִקְרָ֥א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 12 שִׁמְךָ֖ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 עָלֶ֑יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 צִדְקֹתֵ֗ינוּ H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 18 אֲנַ֨חְנוּ H587 wij ourselves, us, we 19 מַפִּילִ֤ים H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 20 תַּחֲנוּנֵ֨ינוּ֙ H8469 smekingen, gebeden intreaty, supplication 21 לְפָנֶ֔יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 22 כִּ֖י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 23 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 רַחֲמֶ֥יךָ H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb 25 הָרַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 O HeereH136, hoorH8085! o HeereH136, vergeefH5545! o HeereH136, merkH7181 opH5921 en doeH6213 het, vertraagH309 het nietH408! OmH4616 Uws Zelfs wil, o mijn GodH430! WantH3588 Uw stadH5892, en Uw volkH5971 is naar Uw NaamH8034 genoemdH7121. O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.

KJV O Lord,1 hear;2 O Lord,3 forgive;4 O Lord,5 hearken6 and do;7 defer9 not,8 for thine own sake, O my God:11 for thy city16 and thy people18 are called14 by thy name.

1 אֲדֹנָ֤י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 2 שְׁמָ֨עָה֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 סְלָ֔חָה H5545 vergeven, vergeef, vergeve forgive, pardon, spare 5 אֲדֹנָ֛י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 הַֽקֲשִׁ֥יבָה H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 7 וַעֲשֵׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 9 תְּאַחַ֑ר H309 vertoeven, achter, vertoef continue, defer, delay, hinder, be late (slack), stay (there), tarry (longer) 10 לְמַֽעֲנְךָ֣ H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 11 אֱלֹהַ֔י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 שִׁמְךָ֣ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 14 נִקְרָ֔א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 עִירְךָ֖ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 17 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 עַמֶּֽךָ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Als ikH589 nogH5750 sprakH1696, en badH6419, en beleedH3034 mijn zondeH2403, en de zondeH2403 mijns volksH5971 van IsraelH3478, en mijn smekingH8467 nederwierpH5307 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, mijns GodsH430, om des heiligenH6944 bergsH2022 wil mijns GodsH430; Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;

KJV And whiles I was speaking,3 and praying,4 and confessing5 my sin6 and the sin7 of my people8 Israel,9 and presenting10 my supplication11 before12 the LORD13 my God14 for the holy17 mountain16 of my God;

1 וְע֨וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 מְדַבֵּר֙ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 וּמִתְפַּלֵּ֔ל H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 5 וּמִתְוַדֶּה֙ H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 6 חַטָּאתִ֔י H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 7 וְחַטַּ֖את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 8 עַמִּ֣י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 וּמַפִּ֣יל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 11 תְּחִנָּתִ֗י H8467 smeking, genade, smeken favour, grace, supplication 12 לִפְנֵי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֱלֹהַ֔י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 הַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 17 קֹ֥דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 18 אֱלֹהָֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Als ikH589 nogH5750 sprakH1696 in het gebedH8605, zo kwam de manH376 GabrielH1403, dieH834 ik in het beginH8462 in een gezichtH2377 gezienH7200 had, snellijkH3288 gevlogenH3286, mij aanrakendeH5060, omtrent den tijdH6256 des avondoffersH6153. Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.

KJV Yea, whiles I was speaking3 in prayer,4 even the man5 Gabriel,6 whom I had seen8 in the vision9 at the beginning,10 being caused to fly11 swiftly,12 touched13 me about the time15 of the evening17 oblation.

1 וְע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 מְדַבֵּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 בַּתְּפִלָּ֑ה H8605 gebed, gebeden, gebeds prayer 5 וְהָאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 גַּבְרִיאֵ֡ל H1403 Gabriel Garbriel 7 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 רָאִ֨יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 9 בֶחָז֤וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 10 בַּתְּחִלָּה֙ H8462 begin, eerst, vooreerst begin(-ning), first (time) 11 מֻעָ֣ף H3286 mat, moede, amechtig faint, cause to fly, (be) weary (self) 12 בִּיעָ֔ף H3288 snellijk swiftly.e 13 נֹגֵ֣עַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 14 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 כְּעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 16 מִנְחַת H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 17 עָֽרֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En hij onderrichtteH995 mij en sprakH1696 metH5973 mij, en zeideH559: DanielH1840! nuH6258 ben ik uitgegaanH3318, om u den zinH998 te doen verstaanH7919. En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.

KJV And he informed1 me, and talked2 with me, and said,4 O Daniel,5 I am now come forth7 to give thee skill8 and understanding.

1 וַיָּ֖בֶן H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 2 וַיְדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 3 עִמִּ֑י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 וַיֹּאמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 דָּנִיֵּ֕אל H1840 Daniel Daniel 6 עַתָּ֥ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 7 יָצָ֖אתִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 לְהַשְׂכִּילְךָ֥ H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 9 בִינָֽה H998 verstand, verstands, Verstand knowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 In het beginH8462 uwer smekingenH8469 is het woordH1697 uitgegaanH3318, en ikH589 ben gekomenH935, om u dat te kennenH5046 te geven; wantH3588 gij zijt een zeer gewenstH2532 man; verstaH995 dan dit woordH1697, en merkH995 op dit gezichtH4758. In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.

KJV At the beginning1 of thy supplications2 the commandment4 came forth,3 and I am come6 to shew7 thee; for thou art greatly beloved: therefore understand11 the matter,12 and consider13 the vision.

1 בִּתְחִלַּ֨ת H8462 begin, eerst, vooreerst begin(-ning), first (time) 2 תַּחֲנוּנֶ֜יךָ H8469 smekingen, gebeden intreaty, supplication 3 יָצָ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 4 דָבָ֗ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 וַאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 בָּ֣אתִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 לְהַגִּ֔יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 8 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 חֲמוּד֖וֹת H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing) 10 אָ֑תָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 11 וּבִין֙ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 12 בַּדָּבָ֔ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 וְהָבֵ֖ן H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 14 בַּמַּרְאֶֽה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 ZeventigH7657 wekenH7620 zijn bestemdH2852 overH5921 uw volkH5971, en overH5921 uw heiligeH6944 stadH5892, om de overtredingH6588 te sluitenH3607, en om de zondenH2403 te verzegelen, en om de ongerechtigheidH5771 te verzoenenH3722, en om een eeuwigeH5769 gerechtigheidH6664 aan te brengenH935, en om het gezichtH2377, en den profeetH5030 te verzegelen, en om de heiligheidH6944 der heilighedenH6944 te zalvenH4886. Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.

Ook in dit vers verzegelenH2856 verzegelenH8552

KJV Seventy2 weeks1 are determined3 upon thy people5 and upon thy holy8 city,7 to finish9 the transgression,10 and to make an end11 of sins,12 and to make reconciliation13 for iniquity,14 and to bring in15 everlasting17 righteousness,16 and to seal up18 the vision19 and prophecy,20 and to anoint21 the most22 Holy.

1 שָׁבֻעִ֨ים H7620 weken, week, tijden seven, week 2 שִׁבְעִ֜ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 3 נֶחְתַּ֥ךְ H2852 bestemd determine 4 עַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 עַמְּךָ֣ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 קָדְשֶׁ֗ךָ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 לְכַלֵּ֨א H3607 besloten, geweerd, onthouden finish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold 10 הַפֶּ֜שַׁע H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 11 וּלְהָתֵ֤ם H8552 verteerd, verdaan, geeindigd accomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole 12 חַטָּאת֙ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 13 וּלְכַפֵּ֣ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 14 עָוֺ֔ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 15 וּלְהָבִ֖יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 צֶ֣דֶק H6664 gerechtigheid, rechte, rechtvaardige [idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness) 17 עֹֽלָמִ֑ים H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 18 וְלַחְתֹּם֙ H2856 verzegeld, verzegelde, verzegelen make an end, mark, seal (up), stop 19 חָז֣וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 20 וְנָבִ֔יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 21 וְלִמְשֹׁ֖חַ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 22 קֹ֥דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 23 קָֽדָשִֽׁים H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 WeetH3045 dan, en verstaH7919: vanH4480 den uitgangH4161 des woordsH1697, om te doen wederkerenH7725, en om JeruzalemH3389 te bouwenH1129, totH5704 op MessiasH4899 den VorstH5057, zijn zevenH7651 wekenH7620, en tweeH8147 en zestigH8346 wekenH7620; de stratenH7339, en de grachtenH2742 zullen wederomH7725 gebouwdH1129 worden, doch in benauwdheidH6695 der tijdenH6256. Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.

KJV Know1 therefore and understand,2 that from the going forth4 of the commandment5 to restore6 and to build7 Jerusalem8 unto the Messiah10 the Prince11 shall be seven13 weeks,12 and threescore15 and two16 weeks:14 the street19 shall be built18 again,17 and the wall,20 even in troublous21 times.

1 וְתֵדַ֨ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 וְתַשְׂכֵּ֜ל H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 3 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 מֹצָ֣א H4161 uitgang, uitgangen, gegaan brought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs) 5 דָבָ֗ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 6 לְהָשִׁיב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 וְלִבְנ֤וֹת H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 8 יְרֽוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 מָשִׁ֣יחַ H4899 gezalfde, gezalfden, Gezalfde anointed, Messiah 11 נָגִ֔יד H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 12 שָׁבֻעִ֖ים H7620 weken, week, tijden seven, week 13 שִׁבְעָ֑ה H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 14 וְשָׁבֻעִ֞ים H7620 weken, week, tijden seven, week 15 שִׁשִּׁ֣ים H8346 zestig sixty, three score 16 וּשְׁנַ֗יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 17 תָּשׁוּב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 18 וְנִבְנְתָה֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 19 רְח֣וֹב H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 20 וְחָר֔וּץ H2742 vlijtigen, uitgegraven goud, dorswagens decision, diligent, (fine) gold, pointed things, sharp, threshing instrument, wall 21 וּבְצ֖וֹק H6695 angst, benauwdheid anguish, [idiom] troublous 22 הָעִתִּֽים H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En naH310 die tweeH8147 en zestigH8346 wekenH7620 zal de MessiasH4899 uitgeroeidH3772 worden, maar het zal nietH369 voor Hem zelven zijn; en een volkH5971 des vorstenH5057, hetwelk komenH935 zal, zal de stadH5892 en het heiligdomH6944 verdervenH7843, en zijn eindeH7093 zal zijn met een overstromende vloedH7858, en tot het eindeH7093 toe zal er krijgH4421 zijn, en vastelijk beslotenH2782 verwoestingenH8074. En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.

KJV And after1 threescore3 and two4 weeks2 shall Messiah6 be cut off,5 but not for himself: and the people12 of the prince13 that shall come14 shall destroy11 the city9 and the sanctuary;10 and the end15 thereof shall be with a flood,16 and unto the end18 of the war19 desolations21 are determined.

1 וְאַחֲרֵ֤י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הַשָּׁבֻעִים֙ H7620 weken, week, tijden seven, week 3 שִׁשִּׁ֣ים H8346 zestig sixty, three score 4 וּשְׁנַ֔יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 יִכָּרֵ֥ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 6 מָשִׁ֖יחַ H4899 gezalfde, gezalfden, Gezalfde anointed, Messiah 7 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 ל֑וֹ 9 וְהָעִ֨יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 וְהַקֹּ֜דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 11 יַ֠שְׁחִית H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 12 עַ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 נָגִ֤יד H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 14 הַבָּא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 וְקִצּ֣וֹ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 16 בַשֶּׁ֔טֶף H7858 overloop, overloping, overstromenden vloed flood, outrageous, overflowing 17 וְעַד֙ H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 18 קֵ֣ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 19 מִלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 20 נֶחֱרֶ֖צֶת H2782 vastelijk besloten, bestemd, geroerd bestir self, decide, decree, determine, maim, move 21 שֹׁמֵמֽוֹת H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En hij zal velenH7227 het verbondH1285 versterkenH1396 eenH259 weekH7620; en in de helftH2677 der weekH7620 zal hij het slachtofferH2077 en het spijsofferH4503 doen ophoudenH7673, en overH5921 den gruwelijkenH8251 vleugelH3671 zal een verwoesterH8074 zijn, ook totH5704 de voleindingH3617 toe, die vastelijk beslotenH2782 zijnde, zal uitgestortH5413 worden overH5921 den verwoesteH8074. En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.

KJV And he shall confirm1 the covenant2 with many3 for one5 week:4 and in the midst6 of the week7 he shall cause the sacrifice9 and the oblation10 to cease,8 and for the overspreading12 of abominations13 he shall make it desolate,14 even until the consummation,16 and that determined17 shall be poured18 upon the desolate.

1 וְהִגְבִּ֥יר H1396 overhand, geweldig, machtig exceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant 2 בְּרִ֛ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 3 לָרַבִּ֖ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 4 שָׁב֣וּעַ H7620 weken, week, tijden seven, week 5 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 וַחֲצִ֨י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 7 הַשָּׁב֜וּעַ H7620 weken, week, tijden seven, week 8 יַשְׁבִּ֣ית H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 9 זֶ֣בַח H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 10 וּמִנְחָ֗ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 11 וְעַ֨ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 כְּנַ֤ף H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 13 שִׁקּוּצִים֙ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 14 מְשֹׁמֵ֔ם H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder 15 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 כָּלָה֙ H3617 voleinding, uiterste, verdelging altogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance 17 וְנֶ֣חֱרָצָ֔ה H2782 vastelijk besloten, bestemd, geroerd bestir self, decide, decree, determine, maim, move 18 תִּתַּ֖ךְ H5413 uitgestort, uitgegoten, gesmolten drop, gather (together), melt, pour (forth, out) 19 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 20 שֹׁמֵֽם H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Daniël 9:1 Daniël 11:1 Daniël 1:21 Daniël 5:31 Daniël 6:28
Daniël 9:2 2 Kronieken 36:21 Jeremia 29:10 Jeremia 25:11 Zacharia 7:5 Ezra 1:1 Jesaja 64:10 Micha 3:12 Psalmen 119:24
Daniël 9:3 Nehemia 9:1 Esther 4:16 Ezra 9:5 Ezechiël 36:37 Daniël 10:2 Jakobus 5:16 Esther 4:1 Joël 2:12
Daniël 9:4 Nehemia 9:32 Deuteronomium 7:9 1 Koningen 8:23 2 Kronieken 7:14 Micha 7:18 Jakobus 1:12 Nehemia 1:5 Numeri 14:18
Daniël 9:5 Psalmen 106:6 Daniël 9:15 Jesaja 64:5 Jeremia 14:7 Hosea 1:2 Jeremia 3:25 Nehemia 9:33 Hebreeën 3:12
Daniël 9:6 Ezra 9:7 2 Kronieken 36:15 Nehemia 9:34 Jeremia 44:4 Lukas 20:10 Jeremia 44:16 Jeremia 25:3 Zacharia 1:4
Daniël 9:7 Daniël 9:14 Psalmen 44:15 Deuteronomium 4:27 Jeremia 3:25 Jeremia 2:26 Daniël 9:8 Romeinen 6:21 Amos 9:9
Daniël 9:8 Daniël 9:6 Klaagliederen 1:18 Klaagliederen 3:42 Klaagliederen 5:16 Klaagliederen 1:7 Jeremia 14:20
Daniël 9:9 Psalmen 86:15 Psalmen 130:4 Jeremia 14:7 Efeze 2:4 Daniël 9:5 Efeze 1:6 Psalmen 130:7 Klaagliederen 3:22
Daniël 9:10 2 Koningen 18:12 Daniël 9:6 Ezra 9:10 Hebreeën 1:1 2 Koningen 17:13 Nehemia 9:13
Daniël 9:11 Jesaja 1:4 Jeremia 8:5 Deuteronomium 27:15 Deuteronomium 28:15 2 Koningen 17:18 Ezechiël 22:26 Deuteronomium 29:20 Deuteronomium 32:19
Daniël 9:12 Ezechiël 5:9 Klaagliederen 1:12 Jesaja 44:26 Klaagliederen 2:13 Job 12:17 Psalmen 148:11 Klaagliederen 2:17 Zacharia 1:6
Daniël 9:13 Jeremia 2:30 Daniël 9:11 Jesaja 9:13 Jeremia 31:18 Psalmen 119:27 Hosea 7:10 Job 36:13 Jeremia 5:3
Daniël 9:14 Daniël 9:7 Nehemia 9:33 Jeremia 44:27 Jeremia 31:28 Psalmen 51:14
Daniël 9:15 Nehemia 9:10 Exodus 6:1 Nehemia 1:10 Exodus 14:18 Exodus 32:11 Daniël 9:5 1 Koningen 8:51 Jeremia 32:10
Daniël 9:16 Zacharia 8:3 Daniël 9:20 Psalmen 31:1 Exodus 20:5 Joël 3:17 Psalmen 87:1 Klaagliederen 2:15 Psalmen 71:2
Daniël 9:17 Psalmen 80:19 Klaagliederen 5:18 Psalmen 80:7 Psalmen 80:3 2 Korinthe 1:20 Numeri 6:23 Psalmen 119:135 Johannes 16:24
Daniël 9:18 Jesaja 37:17 Jeremia 25:29 Jeremia 36:7 2 Koningen 19:16 Ezechiël 36:32 Jeremia 14:7 Jeremia 7:10 Jesaja 64:6
Daniël 9:19 Lukas 11:8 Daniël 9:18 Jeremia 14:7 Jeremia 14:9 Amos 7:2 Ezechiël 20:22 Efeze 1:12 Psalmen 74:9
Daniël 9:20 Jesaja 58:9 Psalmen 145:18 Jesaja 6:5 Daniël 9:16 Jesaja 65:24 Daniël 10:2 Prediker 7:20 Openbaring 21:2
Daniël 9:21 Lukas 1:19 Daniël 8:16 Daniël 10:16 1 Koningen 18:36 Hebreeën 1:14 Exodus 29:39 Daniël 8:18 Jesaja 6:2
Daniël 9:22 Daniël 8:16 Daniël 10:21 Zacharia 1:9 Daniël 9:24 Zacharia 1:14 Zacharia 6:4 Openbaring 4:1
Daniël 9:23 Daniël 10:19 Mattheüs 24:15 Daniël 10:11 Lukas 1:28 Hooglied 7:10 Ezechiël 24:16 Ezechiël 26:12
Daniël 9:24 Jeremia 23:5 Jesaja 56:1 Jesaja 61:1 Handelingen 3:22 Numeri 14:34 Psalmen 2:6 Romeinen 5:10 Psalmen 45:7
Daniël 9:25 Ezra 4:24 Jesaja 9:6 Jesaja 55:4 Johannes 1:41 Johannes 4:25 Nehemia 3:1 Nehemia 4:8 Daniël 8:11
Daniël 9:26 Jesaja 53:8 Nahum 1:8 Lukas 24:26 Mattheüs 24:2 Lukas 19:43 Markus 9:12 Markus 13:2 Psalmen 22:15
Daniël 9:27 Mattheüs 24:15 Lukas 21:20 Jesaja 10:22 Daniël 12:11 Jesaja 28:22 Lukas 21:24 Markus 13:14 Jesaja 55:3
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Daniël 9 vers 1

het eerste jaar van Darius, Zie boven Dan. 6:1 .

Hertaald: het eerste jaar van Darius, Zie Dan. 6:1.

Ahasveros, Verscheidene koningen der Perzen hebben dezen naam gehad.

Hertaald: Ahasveros, Verscheidene koningen van de Perzen hebben deze naam gedragen.

uit het zaad der Meden, Dat is uit het geslacht, uit de natie der Meden. Dit wordt hier bijgevoegd tot onderscheiding van Darius, den koning in Perzië, in wiens tweede jaar de tempel is volbouwd geworden; Ezra 4:24 .

Hertaald: uit het zaad der Meden, Dat is: uit het geslacht, uit het volk van de Meden. Dit wordt hier toegevoegd ter onderscheiding van Darius, de koning van Perzië, in wiens tweede jaar de tempel voltooid is; Ezra 4:24.

die koning Of, in hetwelk, te weten jaar, hij koning geworden was.

Hertaald: die koning Of: in welk jaar hij koning geworden was.

gemaakt was Zie boven Dan. 6:1 .

Hertaald: gemaakt was Zie Dan. 6:1.

Daniël 9 vers 2

merkte ik, Daniël, Of, verstond ik Daniël, uit, enz.

Hertaald: merkte ik, Daniël, Of: begreep ik, Daniël, uit, enzovoort.

in de boeken, Te weten in de schriften van den profeet Jeremia. Ofschoon Daniël zulk een wijs en voortreffelijk profeet was, zo heeft hij evenwel niet nagelaten de heilige Schrift te lezen, gelijk de geestdrijvers en verachters van Gods Woord dat nalaten.

Hertaald: in de boeken, Namelijk in de geschriften van de profeet Jeremia. Hoewel Daniël zo'n wijs en voortreffelijk profeet was, heeft hij toch niet nagelaten de Heilige Schrift te lezen — anders dan de geestdrijvers en verachters van Gods Woord, die dat wel nalaten.

tot den profeet Jeremia geschied was, Zie Jer. 25:11-12 , en Jer. 27:7 , en Jer. 29:10 .

Hertaald: tot den profeet Jeremia geschied was, Zie Jer. 25:11-12, Jer. 27:7 en Jer. 29:10.

in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, Dat is, dat wanneer de verwoesting van Jeruzalem een einde zou nemen, zeventig jaar was.

Hertaald: in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, Dat is: dat de verwoesting van Jeruzalem na zeventig jaar een einde zou nemen.

Daniël 9 vers 3

ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, Hebreeuws, ik gaf mijn aangezicht.

Hertaald: ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, Hebreeuws: ik gaf mijn aangezicht.

zak, en as Dat is, in een zakkleed en in de as.

Hertaald: zak, en as Dat is: in een zak en in de as.

Daniël 9 vers 4

deed belijdenis, Te weten van mijn eigen zonden en van de zonden van mijn volk, onder vs.20.

Hertaald: deed belijdenis, Namelijk van mijn eigen zonden en van de zonden van mijn volk, vers 20.

Och Heere Vergelijk dit gebed met het gebed van Nehemia, Neh. 1:5 , en Neh. 9:32 .

Hertaald: Och Heere Vergelijk dit gebed met het gebed van Nehemia, Neh. 1:5 en Neh. 9:32.

verschrikkelijke God, Te weten den goddelozen.

Hertaald: verschrikkelijke God, Namelijk voor de goddelozen.

Hem liefhebben Verandering van persoon voor, die U liefhebben en uwe geboden houden.

Hertaald: Hem liefhebben Een verandering van persoon, in plaats van: die U liefhebben en Uw geboden houden.

Daniël 9 vers 5

Wij hebben gezondigd, Zie meer dergelijke belijdenissen, Ps. 106:6 .

Hertaald: Wij hebben gezondigd, Zie meer soortgelijke belijdenissen in Ps. 106:6.

gerebelleerd, Van trap tot trap opklimmende, en niet rustende totdat wij tot de hoogste trap der zonden gekomen waren.

Hertaald: gerebelleerd, Van trap tot trap opklimmend, en niet rustend voordat wij de hoogste trap van de zonde bereikt hadden.

rechten Versta hier, en elders meer, door rechten of oordelen, die wetten waarmede een ieder gegeven wordt wat hem toekomt, en het gelijke van het ongelijke onderscheiden wordt.

Hertaald: rechten Versta hier en elders onder rechten of oordelen de wetten waardoor aan ieder gegeven wordt wat hem toekomt en het gelijke van het ongelijke onderscheiden wordt.

Daniël 9 vers 6

niet gehoord naar Uw dienstknechten, Dat is, niet gehoorzaamd.

Hertaald: niet gehoord naar Uw dienstknechten, Dat is: niet gehoorzaamd.

des lands Te weten van het Joodse land.

Hertaald: des lands Namelijk van het Joodse land.

Daniël 9 vers 7

Bij U, o Heere Dat is, aan uwe zijde, U komt de lof der gerechtigheid toe. Of, uwe is, enz.

Hertaald: Bij U, o Heere Dat is: aan Uw kant; U komt de lof van de gerechtigheid toe. Of: van U is de gerechtigheid, enzovoort.

gerechtigheid, Zie Deut. 6:25 .

Hertaald: gerechtigheid, Zie Deut. 6:25.

maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, Met deze woorden bekent de profeet, dat de oordelen Gods over zijn volk rechtvaardig zijn. Vergelijk Jer. 7:19 .

Hertaald: maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, Met deze woorden erkent de profeet dat Gods oordelen over zijn volk rechtvaardig zijn. Vergelijk Jer. 7:19.

Daniël 9 vers 8

omdat wij tegen U gezondigd hebben Of, die wij tegen U gezondigd hebben.

Hertaald: omdat wij tegen U gezondigd hebben Of: die wij tegen U gezondigd hebben.

Daniël 9 vers 9

den Heere, onzen God, Dat is, aan des Heeren barmhartigheid en genadige vergeving alleen, hangt ten enenmale al onze behoudenis; want bij ons is niets dan oorzaak van verderving te vinden.

Hertaald: den Heere, onzen God, Dat is: al onze behoudenis hangt volkomen alleen af van de barmhartigheid en genadige vergeving van de HEERE; want bij ons is niets dan oorzaak tot verderf te vinden.

de barmhartigheden en vergevingen, Hij gebruikt deze woorden in het veelvoudig getal, om te betekenen de menigvuldige genaden des Heeren in het vergeven der veelvuldige zonden.

Hertaald: de barmhartigheden en vergevingen, Hij gebruikt deze woorden in het meervoud om de veelvuldige genade van de HEERE aan te duiden in het vergeven van onze veelvuldige zonden.

Daniël 9 vers 10

door de hand van Zijn knechten, de profeten Dat is, door den dienst zijner dienstknechten.

Hertaald: door de hand van Zijn knechten, de profeten Dat is: door de dienst van Zijn dienstknechten.

Daniël 9 vers 11

heeft Uw wet overtreden, Hebreeuws, hebben overtreden, ziende op den zin.

Hertaald: heeft Uw wet overtreden, Hebreeuws: hebben overtreden, waarbij op de betekenis gelet wordt.

uitgestort die vloek, Of, gedropen.

Hertaald: uitgestort die vloek, Of: uitgedruppeld.

die geschreven is in de wet van Mozes, Zie Lev. 26:14 , enz.; Deut. 27:15 , enz., en Deut. 28:15 , enz., en Deut. 29:20 , en Deut. 30:17 , enz., en Deut. 31:17-18 , en Deut. 32:19 , enz.; Klaagl. 2:17 .

Hertaald: die geschreven is in de wet van Mozes, Zie Lev. 26:14, enzovoort; Deut. 27:15, enzovoort, Deut. 28:15, enzovoort, Deut. 29:20, Deut. 30:17, enzovoort, Deut. 31:17-18 en Deut. 32:19, enzovoort; Klaagl. 2:17.

Daniël 9 vers 12

bevestigd, Hebreeuws, verwekt, of doen opstaan.

Hertaald: bevestigd, Hebreeuws: verwekt, of doen opstaan.

die ons richtten, Dat is, die ons regeerden.

Hertaald: die ons richtten, Dat is: die ons regeerden.

een groot kwaad, Te weten het kwaad der straf, dat is, een groot ongeluk, hetwelk in de Klaagliederen van Jeremia in het brede verhaald wordt. Zie aldaar Klaagl. 1:12 , en Klaagl. 2:13 , enz.

Hertaald: een groot kwaad, Namelijk het kwaad van de straf, dat is: een groot ongeluk, dat in de Klaagliederen van Jeremia uitvoerig verhaald wordt. Zie daar Klaagl. 1:12 en Klaagl. 2:13, enzovoort.

Daniël 9 vers 13

in de wet van Mozes geschreven is, Zie boven vs.11.

Hertaald: in de wet van Mozes geschreven is, Zie hierboven vers 11.

op Uw waarheid Dat is, op de zekerheid uwer dreigementen.

Hertaald: op Uw waarheid Dat is: op de zekerheid van Uw bedreigingen.

Daniël 9 vers 14

Daarom heeft de HEERE Of, daarom is de HEERE wakker geweest met dit kwaad. De zin is: Hij heeft doen blijken dat Hij niet sliep en zijne dreigementen niet vergeten had. Terwijl de zondaren in hunne zonden gerust slapen, zo waakt de Heere al vast over hunne straf. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen waken, maar ook vervroegen, verwakkeren, verhaasten, gelijk Jer. 1:12 . Zie de aantekening aldaar.

Hertaald: Daarom heeft de HEERE Of: daarom is de HEERE wakker geweest met dit kwaad. De betekenis is: Hij heeft laten blijken dat Hij niet sliep en Zijn bedreigingen niet vergeten was. Terwijl de zondaars gerust in hun zonden slapen, waakt de HEERE over hun straf. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen waken, maar ook vervroegen, verhaasten, zoals Jer. 1:12. Zie de aantekening daar.

het kwade gewaakt, Zie vs.13.

Hertaald: het kwade gewaakt, Zie vers 13.

Daniël 9 vers 15

Gij die Uw volk Tot dien einde heeft God de kinderen Israëls verlost uit Egypteland, om hun daardoor van zijnentwege te verzekeren, dat Hij hun God wilde zijn en blijven; zie Lev. 22:33 ; Ps. 81:11 ; Jes. 63:16 . Daarom is het geen wonder dat de gelovigen zo menigmaal Gode deze zijne weldaad voorhouden, zo om hun geloof te sterken als om den Heere te bewegen aan zijn oude barmhartigheid te gedenken. Zie Ex. 32:11 ; Neh. 1:10 , en Neh. 9:10 ; Ps. 77:8 .

Hertaald: Gij die Uw volk God heeft de kinderen Israëls uit Egypteland verlost om hun daarmee van Zijn kant te verzekeren dat Hij hun God wilde zijn en blijven; zie Lev. 22:33; Ps. 81:11; Jes. 63:16. Daarom is het geen wonder dat de gelovigen God zo vaak deze weldaad voorhouden, zowel om hun geloof te sterken als om de HEERE te bewegen aan Zijn oude barmhartigheid te denken. Zie Ex. 32:11; Neh. 1:10 en Neh. 9:10; Ps. 77:8.

hebt U een Naam gemaakt, De zin is: Gij hebt ons verlost en beschermd om uws naams wil, om uwe macht bekend te maken; Ps. 106:8 . Wend derhalve uw toornig gemoed van ons, opdat uwe eer niet gekwetst worde. Zie Ex. 32:12 ; Ps. 115:1 .

Hertaald: hebt U een Naam gemaakt, De betekenis is: U hebt ons verlost en beschermd om Uw naam, om Uw macht bekend te maken (Ps. 106:8). Wend daarom Uw toornig gemoed van ons af, opdat Uw eer niet gekrenkt wordt. Zie Ex. 32:12; Ps. 115:1.

wij hebben gezondigd, Dit moet men zo niet verstaan, alsof God onze gebeden verhoorde en ons weldeed omdat wij gezondigd hebben en goddeloos geweest zijn, want daarom is God op ons vertoornd en daarom straft Hij ons; maar alsdan verhoort Hij onze gebeden, als wij onze zonden belijden en onze onwaardigheid bekennen. Vergelijk Ps. 25:11 , en Ps. 106:4-6 .

Hertaald: wij hebben gezondigd, Dit moet men niet zo verstaan alsof God onze gebeden verhoorde en ons weldeed omdat wij gezondigd hebben en goddeloos geweest zijn — want daarom is God juist op ons vertoornd en daarom straft Hij ons. Maar Hij verhoort onze gebeden wanneer wij onze zonden belijden en onze onwaardigheid erkennen. Vergelijk Ps. 25:11 en Ps. 106:4-6.

Daniël 9 vers 16

naar al uw gerechtigheden, De zin is: Heere, dat Gij uwe dreigementen hebt waar gemaakt, ons verlatende en onzen vijanden sterkte tegen ons gevende, enz., dat is alles geschied naar uwe gerechtigheid, want wij hebben het met onze zonden duizendmaal over verdiend; maar, Heere, vergeet ook dat deel uwer gerechtigheid niet, waardoor Gij allen boetvaardigen houdt hetgeen Gij hun uit genade beloofd hebt. Gelijk God maar een is, alzo is er ook maar eene gerechtigheid of rechtvaardigheid in God, maar er zijn velerlei betoningen derzelve, en onder anderen betoont Hij dezelve, wanneer Hij den boetvaardigen houdt hetgeen Hij hun uit genade beloofd heeft. Vergelijk Neh. 1:8-9 , en Neh. 9:8 ; Ps. 51:16 .

Hertaald: naar al uw gerechtigheden, De betekenis is: HEERE, dat U Uw bedreigingen waargemaakt hebt door ons te verlaten en onze vijanden kracht tegen ons te geven, is alles naar Uw gerechtigheid gebeurd, want wij hebben het met onze zonden duizendmaal verdiend. Maar, HEERE, vergeet ook dat deel van Uw gerechtigheid niet waardoor U aan alle boetvaardigen houdt wat U hun uit genade beloofd hebt. Zoals God één is, zo is er ook maar één gerechtigheid in God; maar er zijn allerlei betoningen daarvan, en onder andere betoont Hij die wanneer Hij de boetvaardigen houdt wat Hij hun uit genade beloofd heeft. Vergelijk Neh. 1:8-9 en Neh. 9:8; Ps. 51:16.

laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid Dat is, laat toch ophouden die zware straffen, die Gij rechtvaardiglijk over Jeruzalem en het ganse Joodse volk hebt uitgestort om hunne zonden te straffen. Zie Mi. 7:9 ; Openb. 15:7 . Anders: uw toorn en uwe grimmigheid wende zich af van, enz.

Hertaald: laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid Dat is: laat toch die zware straffen ophouden die U rechtvaardig over Jeruzalem en het hele Joodse volk uitgestort hebt om hun zonden te straffen. Zie Micha 7:9; Openb. 15:7. Anders: laat Uw toorn en Uw grimmigheid zich afwenden van, enzovoort.

Uw stad Jeruzalem, Alsof hij zeide: Dit is uwe stad, die Gij u verkoren hebt uit al de steden van den gansen aardbodem, wend derhalve uw toorn van haar af.

Hertaald: Uw stad Jeruzalem, Alsof hij zei: dit is Uw stad, die U voor Uzelf uitgekozen hebt uit alle steden van de hele aardbodem; wend daarom Uw toorn van haar af.

Uw heiligen berg; Hebreeuws, den berg uwe heiligheid. Zie Ps. 2:6 .

Hertaald: Uw heiligen berg; Hebreeuws: de berg van Uw heiligheid. Zie Ps. 2:6.

bij allen, Hebreeuws, bij al onze rondommigheden; dat is, bij allen die rondom ons gelegen zijn. Vergelijk Klaagl. 1:8 , enz., en Klaagl. 2:15-16 , en Klaagl. 3:14 , en Ps. 44:14-17 , en Ps. 79:4 , en Ps. 89:42 , Ps. 89:51 .

Hertaald: bij allen, Hebreeuws: bij allen rondom ons; dat is: bij allen die rondom ons wonen. Vergelijk Klaagl. 1:8, enzovoort, Klaagl. 2:15-16 en Klaagl. 3:14, en Ps. 44:14-17, Ps. 79:4 en Ps. 89:42, Ps. 89:51.

Daniël 9 vers 17

het gebed Uws knechts, Dat is, naar mijn gebed, die uw knecht ben.

Hertaald: het gebed Uws knechts, Dat is: naar mijn gebed, van mij die Uw knecht ben.

lichten Dat is, aanschouw uw heiligdom met een vriendelijk en gunstig gelaat. Van deze manier van spreken, zie Num. 6:25 .

Hertaald: lichten Dat is: aanschouw Uw heiligdom met een vriendelijk en gunstig gelaat. Over deze manier van spreken, zie Num. 6:25.

over Uw heiligdom, Dat is, over uwen tempel, of veel meer, over de binnenste plaats des tempels, waar God op de ark of cherubim zat.

Hertaald: over Uw heiligdom, Dat is: over Uw tempel, of veeleer over de binnenste plaats van de tempel, waar God op de ark of de cherubs zetelde.

om des HEEREN wil Dat is, doe het niet om onze waardigheid, maar om des Heeren Christus' wil. Alzo staat er Jes. 10:27 :Het juk zal afgescheurd worden om des Gezalfden, of om des Messias' wil. En Ps. 80:16 :Om des Zoons wil; en ook Ps. 84:10 .

Hertaald: om des HEEREN wil Dat is: doe het niet om onze waardigheid, maar om de Heere Christus. Zo staat er in Jes. 10:27: het juk zal verscheurd worden om de Gezalfde, of om de Messias. En in Ps. 80:16: om de Zoon; en ook Ps. 84:10.

Daniël 9 vers 18

Neig Uw oor, mijn God Vergelijk de woorden, die de koning Hizkia gebruikt, Jes. 37:17 .

Hertaald: Neig Uw oor, mijn God Vergelijk de woorden die koning Hizkia gebruikt in Jes. 37:17.

onze verwoestingen, Dat is, hoe jammerlijk wij verwoest zijn.

Hertaald: onze verwoestingen, Dat is: hoe jammerlijk wij verwoest zijn.

die naar Uw Naam genoemd is; Dat is, die de stad des Heeren genoemd wordt; zie Deut. 28:10 ; Am. 9:12 ; 1 Kon. 14:21 . Hebreeuws, over welke uw naam is [of wordt] aangeroepen, of uitgeroepen.

Hertaald: die naar Uw Naam genoemd is; Dat is: die de stad van de HEERE genoemd wordt; zie Deut. 28:10; Amos 9:12; 1 Kon. 14:21. Hebreeuws: waarover Uw naam aangeroepen of uitgeroepen wordt.

wij werpen onze smekingen Zie van deze manier van spreken Jer. 36:7 ; Ps. 141:2 .

Hertaald: wij werpen onze smekingen Zie over deze manier van spreken Jer. 36:7; Ps. 141:2.

op onze gerechtigheden, Dat is, steunende op onze rechtvaardige daden, of werken, of vanwege.

Hertaald: op onze gerechtigheden, Dat is: steunend op onze rechtvaardige daden of werken, of: op grond daarvan.

Daniël 9 vers 19

Uw stad, en Uw volk Zie boven vs.18.

Hertaald: Uw stad, en Uw volk Zie hierboven vers 18.

Daniël 9 vers 20

nederwierp Gelijk boven vs.18.

Hertaald: nederwierp Zoals hierboven vers 18.

om den wille van den heiligen berg mijns Gods; Hebreeuws, over, of voor den berg der heiligheid van mijnen God; dat is, opdat Gods kerk in haar vorigen stand moge hersteld worden.

Hertaald: om den wille van den heiligen berg mijns Gods; Hebreeuws: over of voor de berg van de heiligheid van mijn God; dat is: opdat Gods kerk in haar vorige staat hersteld mag worden.

Daniël 9 vers 21

de man Zie boven Dan. 8:15 .

Hertaald: de man Zie Dan. 8:15.

Gabriël, Zie van den naam en persoon van dezen engel, boven Dan. 8:16 .

Hertaald: Gabriël, Zie over de naam en de persoon van deze engel Dan. 8:16.

in het begin in een gezicht gezien had, Of, tevoren, of in het eerste, te weten in het gezicht van den ram met twee horens en van den bok, Dan 8 .

Hertaald: in het begin in een gezicht gezien had, Of: tevoren, of: in het eerste, namelijk in het gezicht van de ram met twee horens en van de bok, Dan. 8.

snellijk gevlogen, Hebreeuws, met vermoeidheid; niet dat de engelen kunnen vermoeid of moede worden, maar het wordt zo gezegd om uit te drukken zulk ene snelheid als, naar ons begrip, vermoeidheid moet veroorzaken. Anders: in de vlucht.

Hertaald: snellijk gevlogen, Hebreeuws: met vermoeidheid. Niet dat engelen vermoeid of moe kunnen worden, maar het wordt zo gezegd om een snelheid uit te drukken die naar ons begrip vermoeidheid zou moeten veroorzaken. Anders: in de vlucht.

mij aanrakende, Bij dit aanraken, of aanroeren des engels heeft God den profeet gesterkt. Zie onder Dan. 10:19 .

Hertaald: mij aanrakende, Door dit aanraken van de engel heeft God de profeet gesterkt. Zie Dan. 10:19.

des avondoffers Dat is, in het laatste vierendeel van den dag, ter welker uur het avondoffer placht geofferd te worden; toen de tempel en Joodse godsdienst nog in wezen waren; zie Ex. 28:39 , Ex. 28:41 ; Num. 28:4 . Te dezer tijd bad ook Elia, 1 Kon. 18:36 , enz., zie ook Hand. 3:1 . Hieruit nemen sommigen af dat Daniël hier geopenbaard is in welken tijd van den dag Christus zichzelven voor onze zonden zou opofferen.

Hertaald: des avondoffers Dat is: in het laatste kwart van de dag, op het uur waarop het avondoffer geofferd placht te worden, toen de tempel en de Joodse godsdienst nog bestonden; zie Ex. 28:39, Ex. 28:41; Num. 28:4. Op dat tijdstip bad ook Elia (1 Kon. 18:36, enzovoort); zie ook Hand. 3:1. Sommigen leiden hieruit af dat aan Daniël hier geopenbaard is op welk uur van de dag Christus Zichzelf voor onze zonden zou offeren.

Daniël 9 vers 22

uitgegaan, Te weten uit den hemel, van God gezonden zijnde.

Hertaald: uitgegaan, Namelijk uit de hemel, gezonden door God.

den zin te doen verstaan Hebreeuws, het verstand; namelijk om u te onderrichten van de wederopbouwing der stad Jeruzalem en de herstelling van den staat van het Joodse volk.

Hertaald: den zin te doen verstaan Hebreeuws: het verstand; namelijk om u te onderrichten over de herbouw van de stad Jeruzalem en het herstel van de staat van het Joodse volk.

Daniël 9 vers 23

In het begin uwer smekingen Dat is, van dien tijd af, dat gij hebt begonnen te bidden voor de verlossing van Israël, heb ik bevel ontvangen van u te antwoorden.

Hertaald: In het begin uwer smekingen Dat is: vanaf het moment dat u begonnen bent te bidden voor de verlossing van Israël, heb ik bevel gekregen u te antwoorden.

het woord uitgegaan, Dat is, het bevel.

Hertaald: het woord uitgegaan, Dat is: het bevel.

een zeer gewenst man; Hebreeuws, begeerten; dat is, een man der begeerten; zie onder Dan. 10:11 ; dat is, een man dien men zeer begeert, een man Gode en den mensen aangenaam; alzo staat er Dan. 10:3 :brood der begeerten, en vaten der begeerten, 2 Kron. 20:25 , en klederen der begeerten, Gen. 27:15 . Sommigen menen dat Daniël genoemd wordt een man der begeerten, omdat hij meer dan ooit enig man begeerd en gewenst heeft de verlossign van zijn volk, wederopbouwing van den tempel en den godsdienst, gelijk zulks af te nemen is uit zijn gebed en zijn vasten, Dan 10 .

Hertaald: een zeer gewenst man; Hebreeuws: begeerten; dat is: een man van begeerten (zie Dan. 10:11), dat is: een man naar wie men zeer verlangt, een man die God en de mensen aangenaam is. Zo staat er in Dan. 10:3: brood van begeerten, en in 2 Kron. 20:25: vaten van begeerten, en in Gen. 27:15: kleren van begeerten. Sommigen menen dat Daniël een man van begeerten genoemd wordt omdat hij meer dan wie ook verlangd heeft naar de verlossing van zijn volk, de herbouw van de tempel en het herstel van de godsdienst, zoals af te leiden is uit zijn gebed en zijn vasten in Dan. 10.

dit woord, Of, deze zaak.

Hertaald: dit woord, Of: deze zaak.

merk op dit gezicht Of, leer dit gezicht, dat is, deze profetie, die ik u zal te kennen geven, wel terdege verstaan.

Hertaald: merk op dit gezicht Of: leer dit gezicht, dat is: deze profetie die ik u zal meedelen, terdege verstaan.

Daniël 9 vers 24

Zeventig Daniël had maar gebeden om de verlossing van zijn volk uit Babel, de Heere geeft hem dat niet alleen, maar oneindig meer, want Hij openbaart hem daarenboven den tijd, wanneer niet alleen de Joden, maar ook zijn ganse volk uit de macht des duivels en der eeuwige verdoemenis door den Messias zou verlost worden.

Hertaald: Zeventig Daniël had alleen gebeden om de verlossing van zijn volk uit Babel; de HEERE geeft hem dat niet alleen, maar oneindig veel meer. Want Hij openbaart hem bovendien de tijd waarop niet alleen de Joden, maar Zijn hele volk door de Messias uit de macht van de duivel en van de eeuwige verdoemenis verlost zou worden.

weken Versta hier jaarweken, gelijk Lev. 25:8 ; elke week van zeven jaren, tezamen makende vier honderd en negentig jaren; waar nu deze vier honderd en negentig jaren beginnen en waar zij eindigen, daarvan is verscheiden gevoelen. Sommigen beginnen ze van het eerste jaar der monarchie van Cyrus, en eindigen ze in den dood van Christus; hetwelk wel de eenvoudigste mening schijnt te zijn, uit Jes. 44:28 , en Jes. 45:13 ; 2 Kron. 36:22-23 ; Ezra 1:1 , enz.; doch anderen beginnen ze van het zevende jaar van Artaxerxes Longimanus, en eindigen ze ook in den dood van Christus. Anderen beginnen ze van het tweede jaar van Darius Nothus, en eindigen ze in de verstoring van Jeruzalem door Titus. Van welk alles de verstandige lezer zal mogen oordelen.

Hertaald: weken Versta hier jaarweken, zoals Lev. 25:8: elke week van zeven jaar, samen vierhonderdnegentig jaar. Waar deze vierhonderdnegentig jaar beginnen en waar zij eindigen, daarover verschilt men van mening. Sommigen laten ze beginnen bij het eerste jaar van de monarchie van Kores en eindigen bij de dood van Christus, wat de eenvoudigste opvatting lijkt te zijn op grond van Jes. 44:28 en Jes. 45:13; 2 Kron. 36:22-23; Ezra 1:1, enzovoort. Maar anderen laten ze beginnen bij het zevende jaar van Artaxerxes Longimanus en eveneens eindigen bij de dood van Christus. Weer anderen laten ze beginnen bij het tweede jaar van Darius Nothus en eindigen bij de verwoesting van Jeruzalem door Titus. Over dit alles kan de verstandige lezer oordelen.

zijn bestemd Te weten van God. Hebreeuws, zijn afgehouwen, of afgesneden; dat is bescheiden, besloten.

Hertaald: zijn bestemd Namelijk door God. Hebreeuws: zijn afgehouwen of afgesneden; dat is: bepaald, vastgesteld.

over uw volk, Gedurende welke uw volk en uw heilige stad zal overkomen hetgeen ik u straks zal openbaren.

Hertaald: over uw volk, Waarin uw volk en uw heilige stad zal overkomen wat ik u meteen zal openbaren.

om de overtreding te sluiten, Of, om op te sluiten, of om te bedwingen de overtreding. Anders: dat Hij, te weten Christus ] de overtreding besluit; dat is, dat hij voor de zonden des volks genoeg doe, opdat dezelve als in een kerker besloten worden, dat zij niet meer voor Gods aangezicht komen.

Hertaald: om de overtreding te sluiten, Of: om op te sluiten, of om te bedwingen de overtreding. Anders: opdat Hij, namelijk Christus, de overtreding besluit; dat is: opdat Hij voor de zonden van het volk genoegdoening geeft, zodat die als in een kerker opgesloten worden en niet meer voor Gods aangezicht komen.

om de zonden te verzegelen, Dat is, om te bedekken de zonden der uitverkorenen, dat zij voor het aangezicht van God niet komen. Dit heeft Christus door zijnen dood teweeg gebracht. Anders: om de zonden te verdelgen.

Hertaald: om de zonden te verzegelen, Dat is: om de zonden van de uitverkorenen te bedekken, zodat zij niet voor Gods aangezicht komen. Dat heeft Christus door Zijn dood tot stand gebracht. Anders: om de zonden te verdelgen.

om de ongerechtigheid te verzoenen, Te weten door de offerande van Christus aan het kruis.

Hertaald: om de ongerechtigheid te verzoenen, Namelijk door de offerande van Christus aan het kruis.

om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, Hebreeuws, ene gerechtigheid der eeuwigheden, door welke alleen zij, die ooit gerechtvaardigd zijn en rechtvaardig zullen worden, moeten gerechtvaardigd worden voor God, Hebr. 9:12 . Deze gerechtigheid is gelegen in de vergeving der zonden en toerekening der gerechtigheid van Jezus Christus.

Hertaald: om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, Hebreeuws: een gerechtigheid van de eeuwigheden; de gerechtigheid waardoor als enige allen die ooit gerechtvaardigd zijn en rechtvaardig zullen worden, voor God gerechtvaardigd moeten worden (Hebr. 9:12). Deze gerechtigheid bestaat in de vergeving van de zonden en de toerekening van de gerechtigheid van Jezus Christus.

den profeet te verzegelen, Dat is, de profetie, te weten de profetieën der profeten van Christus' lijden en de heerlijkheid daarop volgende, 1 Petr. 1:11 , welke God den profeten door gezichten heeft geopenbaard.

Hertaald: den profeet te verzegelen, Dat is: de profetie, namelijk de profetieën van de profeten over het lijden van Christus en de heerlijkheid die daarop volgt (1 Petr. 1:11), die God de profeten door gezichten geopenbaard heeft.

de heiligheid der heiligheden Dat is, den Heere Christus, die daar is het waarachtige heilige der heiligen, omdat in Hem al de schatten van heiligheid, rechtvaardigheid, en ook van wijsheid en kennis van God verborgen zijn, ons ten goede; en dat Hij is de ware ark des verbonds, door welken God de woorden des levens tot de wereld spreekt; de rechte genadestoel, door welken wij de verzoening hebben, enz.

Hertaald: de heiligheid der heiligheden Dat is: de Heere Christus, Die het ware heilige der heiligen is, omdat in Hem al de schatten van heiligheid en gerechtigheid, en ook van wijsheid en kennis van God verborgen zijn, ons ten goede; en omdat Hij de ware ark van het verbond is, door Wie God de woorden van het leven tot de wereld spreekt, en het echte verzoendeksel door Wie wij de verzoening hebben, enzovoort.

te zalven Te weten met den Heiligen Geest; dat is als in te wijden en te bereiden tot zijn zaligmakend ambt.

Hertaald: te zalven Namelijk met de Heilige Geest; dat is: als het ware ingewijd en toegerust tot Zijn zaligmakende ambt.

Daniël 9 vers 25

Weet dan, en versta Onze Heere Jezus Christus doet even deze zelfde vermaning, aangaande deze profetie; Matt. 24:15 .

Hertaald: Weet dan, en versta Onze Heere Jezus Christus geeft precies dezelfde vermaning met betrekking tot deze profetie; Matth. 24:15.

van den uitgang des woords, Dat is, van dien tijd af, dat er een bevel zal uitgaan dat men het volk, [te weten het Joodse volk] wederbrengen, dat is loslaten zal uit de Babylonische gevangenschap, en hetzelve Jeruzalem herbouwen zal. Versta hier door het woord het bevel, gelijk vs.23, te weten het bevel van Cyrus, naar sommiger gevoelen. Zie 2 Kron. 36:22-23 , en Ezra 1:1 , en boven de aantekening vs.24, van het begin der zeventig weken. Anders: om weder te brengen; dat is, om weder ter hand te stellen; te weten de vaten des tempels, die uit den tempel naar Babel gevoerd waren. Anders: om te herstellen, namelijk den staat der kerk en der regering.

Hertaald: van den uitgang des woords, Dat is: vanaf het moment dat er een bevel zal uitgaan dat men het volk — namelijk het Joodse volk — zal terugbrengen, dat is: vrijlaten uit de Babylonische gevangenschap, en dat men Jeruzalem zal herbouwen. Versta hier onder het woord het bevel, zoals vers 23, namelijk volgens sommigen het bevel van Kores. Zie 2 Kron. 36:22-23 en Ezra 1:1, en hierboven de aantekening bij vers 24 over het begin van de zeventig weken. Anders: om terug te brengen, dat is: om weer ter hand te stellen, namelijk de vaten van de tempel die uit de tempel naar Babel gevoerd waren. Anders: om te herstellen, namelijk de staat van de kerk en van het bestuur.

Messias Dat is, tot op Christus, het Hebreeuwse woord Messias, [hetwelk even hetzelfde, dat Christus betekent, namelijk een gezalfde] staat ook Joh. 1:42 , en Joh. 4:25 .

Hertaald: Messias Dat is: tot op Christus. Het Hebreeuwse woord Messias — dat precies hetzelfde betekent als Christus, namelijk een Gezalfde — staat ook in Joh. 1:42 en Joh. 4:25.

den Vorst, Of, leidsman, gelijk Jes. 55:4 , of hertog, gelijk 2 Sam. 7:8 , en 2 Kon. 20:5 .

Hertaald: den Vorst, Of: Leidsman, zoals Jes. 55:4, of Vorst, zoals 2 Sam. 7:8 en 2 Kon. 20:5.

de straten, Hebreeuws, de straat en de gracht. Anders: uitgehouwen gracht. Versta dit van de stadsgrachten.

Hertaald: de straten, Hebreeuws: de straat en de gracht. Anders: uitgehouwen gracht. Versta dit van de stadsgrachten.

in benauwdheid der tijden Want al wat onder Ezra aan de muren gebouwd was, dat werd kort daarna door de vijanden der Joden weder omvergeworpen, en de poorten met vuur verbrand. En onder Nehemia moesten zij bouwen met den troffel in de ene en het geweer in de andere hand, Neh. 4:17 ; waarom de Joden zich zozeer haastten, dat zij het gebouw van den muur optrokken in twee en vijftig dagen.

Hertaald: in benauwdheid der tijden Want alles wat onder Ezra aan de muren gebouwd was, werd kort daarna door de vijanden van de Joden weer omvergeworpen en de poorten werden met vuur verbrand. En onder Nehemia moesten zij bouwen met de troffel in de ene en het wapen in de andere hand (Neh. 4:17); daarom haastten de Joden zich zo dat zij de muur in tweeënvijftig dagen optrokken.

Daniël 9 vers 26

na die twee en zestig weken Namelijk na de negen en zestigste week, want de zeven voorgenoemde weken moeten bij deze twee en zestig weken gevoegd worden.

Hertaald: na die twee en zestig weken Namelijk na de negenenzestigste week, want de zeven eerder genoemde weken moeten bij deze tweeënzestig weken opgeteld worden.

uitgeroeid worden, Het Hebreeuwse woord betekent somtijds zoveel als een misdadiger om het leven brengen. Zie Lev. 17:4 .

Hertaald: uitgeroeid worden, Het Hebreeuwse woord betekent soms zoveel als: een misdadiger ter dood brengen. Zie Lev. 17:4.

maar het zal niet voor Hem zelven zijn; Dat is, niet tot zijn voordeel, maar tot voordeel van zijne uitverkorenen; of niet om zijner zonden wil. Anders, doch Hij zal gene [schuld] hebben, of maar zonder zijne [misdaad]. Of, zonder enige [schuld]. Anders, en zal geen [helper] hebben. Zie Dan. 11:44 . Anders, en niet meer zijn; te weten onder de mensen, opgenomen zijnde ter rechterhand des Vaders. Vergelijk Gen. 5:24 .

Hertaald: maar het zal niet voor Hem zelven zijn; Dat is: niet tot Zijn eigen voordeel, maar tot voordeel van Zijn uitverkorenen; of: niet vanwege Zijn eigen zonden. Anders: maar Hij zal geen schuld hebben, of: zonder Zijn eigen misdaad. Of: zonder enige schuld. Anders: en zal geen helper hebben. Zie Dan. 11:44. Anders: en niet meer zijn, namelijk onder de mensen, omdat Hij opgenomen is aan de rechterhand van de Vader. Vergelijk Gen. 5:24.

een volk des vorsten, Dat is, het heirleger der Romeinen.

Hertaald: een volk des vorsten, Dat is: het leger van de Romeinen.

zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, Te weten het einde, hetwelk de Romeinse vorst het Joodse volk zal aanbrengen. Of, het laatste dat hij het Joodse volk zal aandoen.

Hertaald: zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, Namelijk het einde dat de Romeinse vorst het Joodse volk zal bezorgen. Of: het laatste dat hij het Joodse volk zal aandoen.

vastelijk besloten verwoestingen De zin is: Zij zijn vastelijk besloten, en de tijd is precies bestemd, wanneer zij komen en wanneer zij ophouden zullen. Sommigen verstaan dit aldus: Totdat Gods oorlog tegen zijn volk een einde hebbe, zijn de verwoestingen precies bestemd.

Hertaald: vastelijk besloten verwoestingen De betekenis is: zij zijn vast besloten, en de tijd is nauwkeurig bepaald wanneer zij zullen komen en wanneer zij zullen ophouden. Sommigen verstaan dit zo: totdat Gods oorlog tegen Zijn volk een einde heeft, zijn de verwoestingen nauwkeurig bepaald.

Daniël 9 vers 27

velen het verbond versterken Of, voortreffelijken; te weten de uitverkorenen en gelovigen.

Hertaald: velen het verbond versterken Of: voortreffelijken; namelijk de uitverkorenen en gelovigen.

een week; Dat is, zeven jaren, in het midden van welke de Heere Christus is gedood, en in den overigen tijd hebben de apostelen de Joden met het Evangelie van Christus bediend.

Hertaald: een week; Dat is: zeven jaar, in het midden waarvan de Heere Christus gedood is; in de overige tijd hebben de apostelen de Joden met het Evangelie van Christus gediend.

in de helft der week Te weten in het midden van die zeventigste week.

Hertaald: in de helft der week Namelijk in het midden van die zeventigste week.

doen ophouden, Te weten door zijnen dood, die een offerande en slachtoffer is, waardoor alle heiligen in der eeuwigheid geheiligd worden, voor welken al de Levietische offeranden verdwenen zijn, gelijk de schaduw voor de zon. Want hoewel zij nog een weinig tijds na de hemelvaart van Christus geduurd hebben, zo heeft nochtans met den dood van Christus straks al hare wettelijkheid en nuttigheid opgehouden.

Hertaald: doen ophouden, Namelijk door Zijn dood, die een offerande en slachtoffer is waardoor alle heiligen in eeuwigheid geheiligd worden, en waarvoor alle Levitische offeranden verdwenen zijn zoals de schaduw voor de zon. Want hoewel die nog een korte tijd na de hemelvaart van Christus voortgeduurd hebben, is met de dood van Christus toch meteen al hun wettelijke geldigheid en nut opgehouden.

over den gruwelijken Hebreeuws, over den vleugel der verfoeiselen, of verfoeiingen. Versta, het verfoeilijke heidense Romeinse krijgsvolk, [ Matt. 24:15 ] , over hetwelk een krijgsoverste zal zijn, die deze verwoesting zal aanrichten naar Gods rechtvaardig oordeel.

Hertaald: over den gruwelijken Hebreeuws: over de vleugel van de gruwelen of verfoeiselen. Versta daaronder het verfoeilijke heidense Romeinse krijgsvolk (Matth. 24:15), waarover een legeraanvoerder zal staan die deze verwoesting zal aanrichten naar Gods rechtvaardig oordeel.

vleugel Of, benden. Zie Ezech. 12:14 .

Hertaald: vleugel Of: benden. Zie Ezech. 12:14.

tot de voleinding toe, Zie de aantekening Jer. 4:27 .

Hertaald: tot de voleinding toe, Zie de aantekening bij Jer. 4:27.

die vastelijk besloten zijnde, Zie Jes. 28:22 .

Hertaald: die vastelijk besloten zijnde, Zie Jes. 28:22.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Darius (de Meder)  — (Perzisch-Meedse koningsnaam: die het goede bezit)

De Meder, die het koninkrijk van de Chaldeen ontving na Belsazars dood, tweeënzestig jaar oud. Hij stelde Daniël aan tot een van de drie hoogste vorsten, maar werd door jaloerse ambtgenoten misleid tot een verbod op gebed, waardoor Daniël in de leeuwenkuil geworpen werd; toen Daniël ongedeerd bleek, liet Darius zijn belagers zelf in de kuil werpen en eerde hij de God van Daniël in het gehele rijk (Dan. 6).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het gebed van Daniël  — een schuldbelijdenis waarin de bidder zichzelf niet uitzondert (Dan. 9:3-19)

Daniël leest bij Jeremia dat de ballingschap zeventig jaar duren zal (Dan. 9:2, reeds behandeld bij Jer. 25:11-12), en zijn eerste antwoord daarop is geen berekening maar een gebed: "En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as" (Dan. 9:3). Het gebed begint met een belijdenis: "Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd" (Dan. 9:5). Telkens keert dezelfde tegenstelling terug: "Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten" (Dan. 9:7). Het loopt uit op een smeking die niets voor zichzelf opeist: "wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn" (Dan. 9:18), en op de korte roep: "O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil" (Dan. 9:19).

Bijbelse betekenis: Merk op wie er in dit gebed "wij" is. Daniël wordt in dit boek getekend als een man zonder gevonden misdaad (reeds behandeld bij Dan. 6:5), en toch zegt hij vanaf het eerste woord wij hebben gezondigd, niet zij. Hij rekent zich bij het volk en niet erboven. Let vervolgens op de opbouw: eerst de schuld van het volk in alle onderdelen, dan de rechtvaardiging van het oordeel volgens de wet van Mozes, en pas daarna de smeking. Er wordt niet gebeden tot de schuld erkend is. Let ten slotte op de grond van Dan. 9:19: om Uws Zelfs wil. Niet de verdienste van het volk, en zelfs niet zijn nood op zichzelf, maar Gods eigen Naam is de laatste grond van de bede.

Typologie: Nehemia bidt met dezelfde tegenstelling: "Doch Gij zijt rechtvaardig, in alles, wat ons overkomen is; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld" (Neh. 9:33, reeds behandeld). En de tollenaar in de gelijkenis bidt in dezelfde toon: "O God! wees mij zondaar genadig!" (Luk. 18:13).

Dan. 9:2-3,5,7,18-19; Dan. 6:5; Jer. 25:11-12; Neh. 9:33; Luk. 18:13

De zeventig weken  — een tweede, kleinere termijn, binnen de eerste van zeventig jaar (Dan. 9:24-27)

Terwijl Daniël nog bidt, komt Gabriël met een antwoord dat verder gaat dan zijn vraag: "Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad" (Dan. 9:24). Zes dingen worden in dat vers genoemd: de overtreding sluiten, de zonden verzegelen, de ongerechtigheid verzoenen, een eeuwige gerechtigheid aanbrengen, het gezicht en de profeet verzegelen, de heiligheid der heiligheden zalven. De termijn wordt verdeeld: "zeven weken, en twee en zestig weken" tot op "Messias den Vorst" (Dan. 9:25), en daarna: "na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn" (Dan. 9:26). In datzelfde vers volgt de verwoesting van stad en heiligdom door "een volk des vorsten". Het slot spreekt van één week waarin het slachtoffer en het spijsoffer ophouden (Dan. 9:27).

Bijbelse betekenis: Merk eerst op wat de tekst zelf geeft en wat niet. Het getal weken staat er, evenals de volgorde van de gebeurtenissen; welk kalenderjaar daarmee overeenkomt en hoe de weken precies gerekend moeten worden, daarover lopen de berekeningen binnen de eigen traditie zelf uiteen. Het register vult daarom geen jaartelling in en doet geen uitspraak over het tijdstip, dezelfde terughoudendheid als bij het beeld van Dan. 2 en de gezichten van Dan. 7-8 (reeds behandeld bij Dan. 7:17,23). Let vervolgens op wat wél vaststaat: de Messias wordt uitgeroeid, en dat niet voor Zichzelf — een sterven ten behoeve van anderen, midden in een profetie die met een schuldbelijdenis begon. Let ten slotte op de tegenstelling tussen wat de Messias brengt (verzoening, eeuwige gerechtigheid) en wat de vorst brengt die na Hem komt (verwoesting). Beide horen in dezelfde profetie, maar niet in dezelfde persoon.

Typologie: Wat hier aangekondigd wordt, legt de Heere Jezus Zelf naast Zijn eigen tijd wanneer Hij spreekt van "den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, de profeet" (Matt. 24:15). Paulus zegt van Christus dat Hij "gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften" (1 Kor. 15:3) — hetzelfde "niet voor Hem zelven" van Dan. 9:26.

Dan. 9:24-27; Dan. 7:17,23; Matt. 24:15; 1 Kor. 15:3

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen

De Messias zal uitgeroeid worden, maar niet voor Zichzelf — 9:24-27

Daniël heeft in de boeken gelezen dat de ballingschap zeventig jaar duren zou, en hij bidt een lang schuldbelijdend gebed. Terwijl hij nog spreekt, komt Gabriël met een antwoord dat veel verder reikt dan zijn vraag.

Er komt een tijd waarin de ongerechtigheid verzoend wordt — en daarin wordt de Messias uitgeroeid, maar niet om Zijn eigen schuld.

Het antwoord begint met zes dingen die binnen die weken volbracht worden: de overtreding gesloten, de zonden verzegeld, de ongerechtigheid verzoend, een eeuwige gerechtigheid aangebracht, het gezicht en de profetie verzegeld, en de Heiligheid der heiligheden gezalfd.

Dat gaat niet over het einde van de ballingschap. Daar wordt geen zonde door verzoend en geen eeuwige gerechtigheid door aangebracht.

Het beslissende staat in vers 26: na die tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn. De kanttekening legt beide helften uit. Bij het uitroeien: het Hebreeuwse woord betekent soms zoveel als een misdadiger ter dood brengen. En bij het vervolg: dat is, niet tot Zijn eigen voordeel maar tot voordeel van Zijn uitverkorenen; of: niet vanwege Zijn eigen zonden, zonder enige schuld.

Daar staat in één zin wat heel Jesaja 53 uitwerkt: Hij sterft als een misdadiger, en het is niet voor Hemzelf.

Wat erop volgt is even nuchter als somber: een volk des vorsten zal de stad en het heiligdom verderven. Christus verwijst naar dit hoofdstuk wanneer Hij over de verwoesting van Jeruzalem spreekt, en de tempel is in het jaar zeventig inderdaad gevallen — na de dood van de Messias, niet ervoor.

Over de telling van de weken is veel geschreven en zijn de uitleggers het niet eens. Wat vaststaat en niet van een berekening afhangt, is de volgorde: eerst komt de Gezalfde, dan wordt Hij uitgeroeid zonder eigen schuld, en daarna valt de stad.

  1. Daniël 9:24 — Binnen deze weken wordt de ongerechtigheid verzoend en eeuwige gerechtigheid aangebracht.
  2. Daniël 9:26 — De Messias wordt uitgeroeid, maar niet voor Hem zelven.
  3. Jesaja 53:8 — Hij is afgesneden uit het land der levenden, om de overtreding Mijns volks.
  4. Daniël 9:26 — Daarna verderft een volk de stad en het heiligdom.
  5. Lukas 21:20 — Christus voorzegt de omsingeling en verwoesting van Jeruzalem.
  6. Hebreeën 9:26 — Eenmaal is Hij geopenbaard tot vernietiging der zonde door Zijn offerande.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 9:26-28; Lukas 21:20-24; Romeinen 5:6-8; 1 Petrus 3:18

Hoever dit reikt: Over de telling van de zeventig weken lopen de verklaringen uiteen; die rekening wordt hier niet gemaakt. Wat de tekst zelf zegt is de volgorde en de reden: de Messias wordt uitgeroeid, en niet voor Zichzelf.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Daniël 9

Daniël 9:1-2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21Jeremia 29:10Jeremia 25:11Zacharia 7:5Daniël 11:1Ezra 1:1Daniël 1:21Daniël 5:31
— In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen; In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.
Daniël was zelf een profeet, en toch bestudeerde hij de ingegeven profetieën van Jeremia. Als zo’n man de Schrift nodig had te lezen, hoeveel te meer wij! Welk licht wij ook menen dat in ons woont, wij doen goed te wandelen bij het vaste profetische woord.

Zo ontdekte hij dat het einde van de gevangenschap bijna gekomen was. En hij zette zich ertoe krachtig bij God te pleiten dat Hij nu de hand van Zijn liefde zou keren naar de verwoeste en eenzame stad Jeruzalem. Merk op dat Daniël zich de nauwkeurige datum herinnerde waarop de ballingschap eindigen zou.

Heeft God aan een beproeving of een kastijding van ons een termijn gesteld, dan moesten ook wij die onthouden en onder onze bijzondere aantekeningen opschrijven. Ik vrees dat dit niet altijd zo is. Wij vergeten niet wanneer een grote droefheid ons overviel. Wij kunnen ons waarschijnlijk herinneren wanneer een geliefde stierf, en wij weten nog de dag van de week en van de maand waarop dat gebeurde. Maar houden wij de gedachtenis van Gods goedertierenheid even taai vast? Ik vrees van niet, en toch behoorde het zo te zijn.

Wij moesten er even bepaald over kunnen schrijven als Daniël deed toen hij zei: “In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden.” En dan noemen wij de tijd waarop wij een bijzonder uitgelezen gemeenschap met God hadden. Of waarop wij tot meer dan gewone ernst in het gebed gebracht werden, of een bijzonder genadig antwoord van onze God ontvingen.

Daniël 9:3.KruisverwijzingenNehemia 9:1Esther 4:16Ezra 9:5Ezechiël 36:37Daniël 10:2Jakobus 5:16Esther 4:1Joël 2:12
— En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
“En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere.” Deze uitdrukking is vol betekenis. Mensen kunnen hun aangezicht vastbesloten tot het gebed stellen, met heel hun gemoed die kant op, God zoekend met hun gezicht naar Hem toe. Doen zij dat niet voor de schijn maar in diepe en plechtige ernst, dan slagen zij met hun smeking.

Daniël spreekt van “het gebed, en smekingen”, waaruit wij mogen opmaken dat hij veel bad en vaak bad, en dat hij daar een geregeld en aanzienlijk deel van zijn tijd voor afzonderde. Hij was een zeer bezet man, want hij was de eerste van de vorsten over de honderdtwintig stadhouders. En toch, of juist daarom, wilde hij zijn tijd voor de omgang met God hebben. Daarin deed hij wijs, want elk deel van onze tijd dat aan het gebed ontstolen wordt, wordt ook aan onszelf ontstolen. Het oude gezegde is waar: bidden en voeren vertraagt geen reis.

Daniël had zeker minder gerebelleerd dan al zijn landgenoten, en toch is hij de eerste die namens hen belijdenis doet. Zo moeten ook wij, broeders, wanneer wij onze eigen zonden beleden en barmhartigheid gevonden hebben, voorbidders voor anderen worden. Wij moeten belijdenis doen van de zonden van ons gezin, van de zonden van onze stad, van de zonden van ons land. Hoeven wij niet langer om zaligheid voor onszelf te pleiten omdat wij die verkregen hebben, laten wij dan de volle kracht van onze gebeden ten nutte van anderen aanwenden.

Daniël 9:4.KruisverwijzingenNehemia 9:32Deuteronomium 7:91 Koningen 8:232 Kronieken 7:14Micha 7:18Jakobus 1:12Nehemia 1:5Numeri 14:18
— Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
U zult wel opgemerkt hebben hoe heilige mannen van vroeger in het gebed de namen van God plachten af te wisselen. Hier vinden wij Daniël Hem aanspreken als de “grote en verschrikkelijke God”. Maar die titel werd niet in het wilde weg gekozen. De profeet gevoelde dat, nu Jeruzalem zo lang een woestenij gebleven was, de ontzagwekkende kant van Gods karakter nog opvallender was dan de tedere. Toch koppelde hij er die genadige waarheid aan: Hij is de God “Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden”.

Daniël 9:5-6.KruisverwijzingenPsalmen 106:6Ezra 9:72 Kronieken 36:15Daniël 9:15Jesaja 64:5Jeremia 14:7Nehemia 9:34Jeremia 44:4
— Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten. En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.
Daniël belijdt de zonden van het volk, en hij spaart geen enkel passend woord om ze te beschrijven: “Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd.” In elk woord dat hij gebruikte zag hij op zijn minst een schakering van verschil. Dit zijn geen ijdele herhalingen; Daniël vermenigvuldigde zijn uitdrukkingen omdat hij een diep besef had van de zondigheid van de zonde en van de schuld van zijn volk.

Let er ook op hoe hij de verzwaring van hun zonde aanwijst in hun weigering te luisteren naar de boodschappen die God hun door Zijn knechten gezonden had. Is er iets in de wereld dat de zonde meer dan gewoon zondig maken kan, dan is het dat men in de zonde volhardt ondanks de duidelijke waarschuwingen van God.

Daniël 9:7.KruisverwijzingenDaniël 9:14Psalmen 44:15Deuteronomium 4:27Jeremia 3:25Jeremia 2:26Daniël 9:8Romeinen 6:21Amos 9:9
— Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.
Dit vers zou vandaag even waarachtig uitgesproken kunnen worden als in het eerste jaar van Darius de Meder. Ook wij kunnen zeggen: “Bij U, o Heere! is de gerechtigheid.” Elders is zij nergens te vinden. En het andere deel van het vers is even waar, want ons komt de beschaamdheid van het aangezicht toe, net als de mensen uit Daniëls dagen.

Daniël 9:8-9.KruisverwijzingenPsalmen 86:15Psalmen 130:4Jeremia 14:7Efeze 2:4Daniël 9:5Efeze 1:6Psalmen 130:7Daniël 9:6
— O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
Wat een genadig vers is dit! Het mocht wel met gouden letters gedrukt worden, en elke bevende, boetvaardige zondaar mocht ernaar kijken totdat er eindelijk stralen licht in de duisternis van zijn wanhoop schoten.

Wat een kostbare verzekering! Naar de mate van uw besef van zonde zult u haar waarderen. Voelt u dat de beschaamdheid van het aangezicht bij u hoort? Dan zult u zich er ook over verblijden dat de barmhartigheden en de vergevingen bij de Heere zijn. Hij wacht om ze te schenken aan allen die Zijn aangezicht zoeken in boetvaardigheid en geloof.

Daniël 9:10-11.Kruisverwijzingen2 Koningen 18:12Daniël 9:6Jesaja 1:4Jeremia 8:5Deuteronomium 27:15Deuteronomium 28:15Ezra 9:10Hebreeën 1:1
— En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten. Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
Het hoorde bij dat oude verbond dat zij, als zij tegen de HEERE zondigden, onder alle volken van de aarde verstrooid zouden worden. En hun lijden kwam nauwkeurig overeen met wat God gedreigd had. De profeet gebruikt dat feit in zekere mate als een bron van vertroosting. Hij redeneert namelijk zo: is God getrouw aan de donkere zijde van het verbond, dan zal Hij ook getrouw zijn aan de heldere zijde ervan. En zo is het: Die Zijn dreigementen getrouw vervult, zal Zijn beloften even getrouw houden.

Daniël 9:12-13.KruisverwijzingenEzechiël 5:9Jeremia 2:30Daniël 9:11Jesaja 9:13Klaagliederen 1:12Jesaja 44:26Jeremia 31:18Psalmen 119:27
— En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is. Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
Och, die droeve hardheid van hart en onboetvaardigheid! Jeruzalem was zo zwaar geslagen, en toch keerde het volk zich niet in het gebed tot God.

Daniël 9:14-21.KruisverwijzingenJesaja 37:17Daniël 9:7Nehemia 9:33Nehemia 9:10Zacharia 8:3Lukas 1:19Daniël 8:16Jeremia 44:27
— Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden. En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest. O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn. En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil. Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn. O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd. Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods; Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.
Dat is de tijd waarop het gebed altijd gehoord wordt: wanneer het lam geofferd is en zijn bloed gesprengd. En geloofd zij God, het offer waarop wij vertrouwen is eens voor altijd gebracht. De Christus, Die als een geslacht Lam de hemel is binnengegaan, heeft door Zijn ene offerande een altijddurende offerande aan de Allerhoogste voor ons gebracht. Bidden wij dus wanneer wij willen, dan mogen wij een antwoord verwachten. Zie hoe snel het bij Daniël ging. Terwijl hij nog sprak in het gebed, verscheen de engel Gabriël hem in de gedaante van een man en bracht hem het antwoord op zijn smeking.

Daniël 9:23.KruisverwijzingenDaniël 10:19Mattheüs 24:15Daniël 10:11Lukas 1:28Hooglied 7:10Ezechiël 24:16Ezechiël 26:12
— In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.
“In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.”

En toen vertelde hij hem van de Messias Die komen zou, van alles wat Hem overkomen zou en van de week van uitstel. En daarna van de laatste voleinding. Dan zou God de vreemde vorst toelaten om de stad en het heiligdom te verwoesten en er de verwoestingen over uit te storten die Hij vastbesloten had.

Het gebed van Daniël werd meteen verhoord, terwijl hij nog sprak. Ja, in het begin van zijn smeking. Zo gaat het niet altijd. Met Jeremia hebben anderen geroepen: “Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.” Zo hebben ware heiligen maandenlang in geduldig wachten volhard, en er zijn gevallen waarin hun gebeden zelfs jaren zonder antwoord bleven. Niet omdat zij niet vurig waren of niet aangenomen werden, maar omdat het Hem zo behaagde Die soeverein is en Die geeft naar Zijn eigen welbehagen.

Behaagt het Hem onze lijdzaamheid te laten oefenen, zal Hij dan niet met het Zijne doen wat Hij wil? Bedelaars mogen niet kieskeurig zijn, niet naar tijd, niet naar plaats en niet naar vorm. Wij moeten uitstel in het gebed niet voor weigering houden: Gods wissels op lange termijn worden stipt gehonoreerd. Wij mogen de satan ons vertrouwen in de God van de waarheid niet laten schokken door ons op onze onverhoorde gebeden te wijzen. Wij hebben te doen met Iemand Wiens jaren geen einde hebben, voor Wie één dag is als duizend jaren. Het zij verre van ons Hem traag te noemen door Zijn daden aan de maatstaf van ons kleine uurtje af te meten.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Onverhoorde smekingen zijn niet ongehoord. God houdt van onze gebeden een bewaarplaats bij. Zij worden niet door de wind weggeblazen; zij liggen als een schat in de archieven van de Koning.

Ter overdenking

Soms wacht het gebed als een smekeling bij de poort, totdat de koning komt om hem te vervullen met de zegeningen die hij zoekt. Van de HEERE is bekend dat Hij, wanneer Hij een groot geloof gegeven heeft, dat geloof beproeft met lang uitstel. Hij heeft de stem van Zijn knechten in hun eigen oren laten weerklinken als tegen een koperen hemel. Zij hebben aan de gouden poort geklopt, maar zij bleef onbeweeglijk, alsof zij in haar hengsels vastgeroest zat.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content