Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In het eersteH259jaarH8141 van DariusH1867, den zoonH1121 van AhasverosH325, uit het zaadH2233 der MedenH4074, dieH834koningH4427 gemaakt was overH5921 het koninkrijkH4438 der ChaldeenH3778;In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen;
KJVIn the first2year1of Darius3the son4of Ahasuerus,5of the seed6of the Medes,7which was made king9over the realm11of the Chaldeans;
1בִּשְׁנַ֣תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2אַחַ֗תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3לְדָרְיָ֛וֶשׁH1867DariusDarius4בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אֲחַשְׁוֵר֖וֹשׁH325AhasverosAhasuerus6מִזֶּ֣רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time7מָדָ֑יH4074Meden, Medie, MadaiMadai, Medes, Media8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9הָמְלַ֔ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11מַלְכ֥וּתH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal12כַּשְׂדִּֽיםH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
2In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2In het eersteH259jaarH8141 zijner regeringH4427, merkteH995ikH589, DanielH1840, in de boekenH5612, dat het getalH4557 der jarenH8141, van dewelkeH834 het woordH1697 des HEERENH3068totH413 den profeetH5030JeremiaH3414 geschied was, in het vervullenH4390 der verwoestingenH2723 van JeruzalemH3389, zeventigH7657jarenH8141 was.In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.
KJVIn the first2year1of his reign3I Daniel5understood6by books7the number8of the years,9whereof the word12of the LORD13came to Jeremiah15the prophet,16that he would accomplish17seventy20years21in the desolations18of Jerusalem.
1בִּשְׁנַ֤תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)2אַחַת֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,3לְמָלְכ֔וֹH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely4אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5דָּֽנִיֵּ֔אלH1840DanielDaniel6בִּינֹ֖תִיH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)7בַּסְּפָרִ֑יםH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll8מִסְפַּ֣רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time9הַשָּׁנִ֗יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15יִרְמִיָ֣הH3414Jeremia, Jirmeja, JormejaJeremiah16הַנָּבִ֔יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet17לְמַלֹּ֛אותH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly18לְחָרְב֥וֹתH2723woestheid, woeste plaatsen, verwoeste plaatsendecayed place, desolate (place, -tion), destruction, (laid) waste (place)19יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem20שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)21שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
3En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En ik steldeH5414 mijn aangezichtH6440totH413GodH136, den HeereH430, om Hem te zoekenH1245 met het gebedH8605, en smekingenH8469, met vastenH6685, en zakH8242, en asH665.En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
KJVAnd I set1my face3unto the Lord5God,6to seek7by prayer8and supplications,9with fasting,10and sackcloth,11and ashes:
1וָאֶתְּנָ֣הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3פָּנַ֗יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֲדֹנָי֙H136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty7לְבַקֵּ֥שׁH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)8תְּפִלָּ֖הH8605gebed, gebeden, gebedsprayer9וְתַחֲנוּנִ֑יםH8469smekingen, gebedenintreaty, supplication10בְּצ֖וֹםH6685vasten, vast, vastendagfast(-ing)11וְשַׂ֥קH8242zak, zakken, zakssack(-cloth, -clothes)12וָאֵֽפֶרH665asashes
4Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Ik badH6419 dan tot den HEEREH136, mijn God, en deed belijdenisH3034, en zeideH559: OchH577HeereH3068! Gij groteH1419 en verschrikkelijkeH3372 God, Die het verbondH1285 en de weldadigheidH2617houdtH8104 dien, die Hem liefhebbenH157 en Zijn gebodenH4687houdenH8104.Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJVAnd I prayed1unto the LORD2my God,3and made my confession,4and said,5O6Lord,7the great9and dreadful10God,8keeping11the covenant12and mercy13to them that love14him, and to them that keep15his commandments;
5Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Wij hebben gezondigdH2398, en hebben onrechtH5753 gedaan, en goddelooslijkH7561 gehandeld, en gerebelleerdH4775, met af te wijkenH5493 van Uw gebodenH4687, en van Uw rechtenH4941.Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.
KJVWe have sinned,1and have committed iniquity,2and have done wickedly,3and have rebelled,4even by departing5from thy precepts6and from thy judgments:
1חָטָ֥אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass2וְעָוִ֖ינוּH5753verkeerd, verkeerdelijk, kromdo amiss, bow down, make crooked, commit iniquity, pervert, (do) perverse(-ly), trouble, [idiom] turn, do wickedly, do wrong3הִרְשַׁ֣עְנוּH7561goddelooslijk, verdoemen, goddelooscondemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness)4וּמָרָ֑דְנוּH4775wederspannig, gerebelleerd, rebelleerderebel(-lious)5וְס֥וֹרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without6מִמִּצְוֺתֶ֖ךָH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept7וּמִמִּשְׁפָּטֶֽיךָH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong
6En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En wij hebben nietH3808gehoordH8085naarH413 Uw dienstknechtenH5650, de profetenH5030, dieH834 in Uw NaamH8034sprakenH1696totH413 onze koningenH4428, onze vorstenH8269 en onze vadersH1, en totH413alH3605 het volkH5971 des landsH776.En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.
KJVNeither have we hearkened2unto thy servants4the prophets,5which spake7in thy name8to our kings,10our princes,11and our fathers,12and to all the people15of the land.
1וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2שָׁמַ֨עְנוּ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עֲבָדֶ֣יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5הַנְּבִיאִ֔יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7דִּבְּרוּ֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work8בְּשִׁמְךָ֔H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10מְלָכֵ֥ינוּH4428koning, konings, koningenking, royal11שָׂרֵ֖ינוּH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward12וַאֲבֹתֵ֑ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'13וְאֶ֖לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15עַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
7Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Bij U, o HeereH136! is de gerechtigheidH6666, maar bij ons de beschaamdheidH1322 der aangezichtenH6440, gelijk het is te dezeH2088dageH3117; bij de mannenH376 van JudaH3063, en de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, en geheelH3605IsraelH3478, die nabijH7138 en die verreH7350 zijn, in alH3605 de landenH776, waar Gij ze henengedrevenH5080 hebt, zij tegen U overtreden hebben.Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.
Ook in dit vers
tegenover tredenH4603
overtredingH4604
KJVO Lord,2righteousness3belongeth unto thee, but unto us confusion5of faces,6as at this day;7to the men9of Judah,10and to the inhabitants11of Jerusalem,12and unto all Israel,14that are near,15and that are far off,16through all the countries18whither thou hast driven20them, because of their trespass22that they have trespassed
1לְךָ֤2אֲדֹנָי֙H136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord3הַצְּדָקָ֔הH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)4וְלָ֛נוּ5בֹּ֥שֶׁתH1322schaamte, beschaamdheid, beschamingashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)6הַפָּנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7כַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)9לְאִ֤ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10יְהוּדָה֙H3063JudaJudah11וּלְיוֹשְׁבֵ֣יH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry12יְרֽוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem13וּֽלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14יִשְׂרָאֵ֞לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael15הַקְּרֹבִ֣יםH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)16וְהָרְחֹקִ֗יםH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come17בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18הָֽאֲרָצוֹת֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20הִדַּחְתָּ֣םH5080gedreven, verdreven, verdrevenenbanish, bring, cast down (out), chase, compel, draw away, drive (away, out, quite), fetch a stroke, force, go away, outcast, thrust away (out), withdraw21שָׁ֔םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither22בְּמַעֲלָ֖םH4604overtreding, overtreden, overtredingenfalsehood, grievously, sore, transgression, trespass, [idiom] very23אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection24מָֽעֲלוּH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)25בָֽךְ
8O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8O HeereH136! bij ons is de beschaamdheidH1322 der aangezichtenH6440, bij onze koningenH4428, bij onze vorstenH8269, en bij onze vadersH1, omdat wij tegen U gezondigdH2398 hebben.O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVO Lord,to us belongeth confusion3of face,4to our kings,5to our princes,6and to our fathers,7because we have sinned
1יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2לָ֚נוּ3בֹּ֣שֶׁתH1322schaamte, beschaamdheid, beschamingashamed, confusion, [phrase] greatly, (put to) shame(-ful thing)4הַפָּנִ֔יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5לִמְלָכֵ֥ינוּH4428koning, konings, koningenking, royal6לְשָׂרֵ֖ינוּH8269vorsten, oversten, overstecaptain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward7וְלַאֲבֹתֵ֑ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9חָטָ֖אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass10לָֽךְ
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
9Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Bij den HeereH136, onzen GodH430, zijn de barmhartighedenH7356 en vergevingenH5547, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerdH4775 hebben.Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
KJVTo the Lord1our God2belong mercies3and forgivenesses,4though we have rebelled
10En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En wij hebben der stemH6963 des HEERENH3068, onzes GodsH430, nietH3808gehoorzaamdH8085, dat wij in Zijn wettenH8451wandelenH3212 zouden, dieH834 Hij gegevenH5414 heeft voor onze aangezichtenH6440, door de handH3027 van Zijn knechtenH5650, de profetenH5030.En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.
KJVNeither have we obeyed2the voice3of the LORD4our God,5to walk6in his laws,7which he set9before10us by11his servants12the prophets.
1וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2שָׁמַ֔עְנוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3בְּק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֑ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6לָלֶ֤כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7בְּתֽוֹרֹתָיו֙H8451wet, wetten, leerlaw8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10לְפָנֵ֔ינוּH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11בְּיַ֖דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves12עֲבָדָ֥יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant13הַנְּבִיאִֽיםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet
11Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar geheelH3605IsraelH3478 heeft Uw wetH8451overtredenH5674, met af te wijkenH5493, dat zij Uwer stemH6963nietH1115gehoorzaamdenH8085; daarom is overH5921 ons uitgestortH5413 die vloekH423, en die eedH7621, dieH834geschrevenH3789 is in de wetH8451 van MozesH4872, den knechtH5650GodsH430, dewijlH3588 wij tegen Hem gezondigdH2398 hebben.Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
KJVYea, all Israel2have transgressed3thy law,5even by departing,6that they might not obey8thy voice;9therefore the curse12is poured10upon us, and the oath13that is written15in the law16of Moses17the servant18of God,19because we have sinned
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3עָֽבְרוּ֙H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5תּ֣וֹרָתֶ֔ךָH8451wet, wetten, leerlaw6וְס֕וֹרH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without7לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without8שְׁמ֣וֹעַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9בְּקֹלֶ֑ךָH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10וַתִּתַּ֨ךְH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)11עָלֵ֜ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הָאָלָ֣הH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing13וְהַשְּׁבֻעָ֗הH7621eed, eeds, edencurse, oath, [idiom] sworn14אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15כְּתוּבָה֙H3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)16בְּתוֹרַת֙H8451wet, wetten, leerlaw17מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses18עֶֽבֶדH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21חָטָ֖אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass22לֽוֹ
12En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En Hij heeft Zijn woordenH1697bevestigdH6965, dieH834 Hij gesprokenH1696 heeft tegenH5921 ons, en tegenH5921 onze richtersH8199, dieH834 ons richttenH8199, brengendeH935overH5921 ons een grootH1419kwaadH7451, hetwelkH834nietH3808geschiedH6213 is onderH8478 den gansenH3605hemelH8064, gelijk aan JeruzalemH3389geschiedH6213 is.En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
KJVAnd he hath confirmed1his words,3which he spake5against us, and against our judges8that judged10us, by bringing11upon us a great14evil:13for under the whole heaven20hath not been done17as hath been done22upon Jerusalem.
1וַיָּ֜קֶםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3דְּבָר֣וֹH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5דִּבֶּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6עָלֵ֗ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7וְעַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8שֹֽׁפְטֵ֨ינוּ֙H8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10שְׁפָט֔וּנוּH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule11לְהָבִ֥יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עָלֵ֖ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13רָעָ֣הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)14גְדֹלָ֑הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נֶעֶשְׂתָ֗הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18תַּ֚חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)21כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection22נֶעֶשְׂתָ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
13Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Gelijk als in de wetH8451 van MozesH4872geschrevenH3789 is, alzo is alH3605 dat kwaadH7451overH5921 ons gekomenH935; en wij smeektenH2470 het aangezichtH6440 des HEERENH3068, onzes GodsH430, nietH3808, afkerendeH7725 van onze ongerechtighedenH5771, en verstandelijk acht gevendeH7919 op Uw waarheidH571.Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
KJVAs it is written2in the law3of Moses,4all this evil7is come9upon us: yet made we not our prayer12before14the LORD15our God,16that we might turn17from our iniquities,18and understand19thy truth.
1כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2כָּתוּב֙H3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)3בְּתוֹרַ֣תH8451wet, wetten, leerlaw4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7הָרָעָ֥הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)8הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9בָּ֣אָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10עָלֵ֑ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12חִלִּ֜ינוּH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you15יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֱלֹהֵ֗ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17לָשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw18מֵֽעֲוֺנֵ֔נוּH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin19וּלְהַשְׂכִּ֖ילH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly20בַּאֲמִתֶּֽךָH571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity
14Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Daarom heeft de HEEREH3068overH5921 het kwadeH7451gewaaktH8245, en Hij heeft het overH5921 ons gebrachtH935; wantH3588 de HEEREH3068, onze GodH430, is rechtvaardigH6662 in alH3605 Zijn werkenH4639, dieH834 Hij gedaanH6213 heeft, dewijl wij Zijner stemH6963nietH3808gehoorzaamdenH8085.Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.
KJVTherefore hath the LORD2watched1upon the evil,4and brought5it upon us: for the LORD9our God10is righteous8in all his works13which he doeth:15for we obeyed17not his voice.
1וַיִּשְׁקֹ֤דH8245waken, gewaakt, waakthasten, remain, wake, watch (for)2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הָ֣רָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)5וַיְבִיאֶ֖הָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6עָלֵ֑ינוּH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8צַדִּ֞יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)9יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֱלֹהֵ֗ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13מַֽעֲשָׂיו֙H4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought14אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15עָשָׂ֔הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17שָׁמַ֖עְנוּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness18בְּקֹלֽוֹH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell
15En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En nuH6258, o HeereH136, onze GodH430! Die Uw volkH5971 uit EgyptelandH776gevoerdH3318 hebt, met een sterkeH2389handH3027, en hebt U een NaamH8034gemaaktH6213, gelijk hij is te dezenH2088dageH3117; wij hebben gezondigdH2398, wij zijn goddeloosH7561 geweest.En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.
KJVAnd now, O Lord2our God,3that hast brought5thy people7forthout of the land8of Egypt9with a mighty11hand,10and hast gotten12thee renown,14as at this day;15we have sinned,17we have done wickedly.
1וְעַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord3אֱלֹהֵ֗ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הוֹצֵ֨אתָH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עַמְּךָ֜H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people8מֵאֶ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9מִצְרַ֨יִם֙H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim10בְּיָ֣דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11חֲזָקָ֔הH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)12וַתַּֽעַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13לְךָ֥14שֵׁ֖םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report15כַּיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger16הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)17חָטָ֖אנוּH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass18רָשָֽׁעְנוּH7561goddelooslijk, verdoemen, goddelooscondemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness)
16O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16O HeereH136! naar alH3605 Uw gerechtighedenH6666, laat tochH4994 Uw toornH639 en Uw grimmigheidH2534afgekeerdH7725 worden van Uw stadH5892JeruzalemH3389, Uw heiligenH6944bergH2022; wantH3588 om onzer zondenH2399 wil en om onzer vaderenH1ongerechtighedenH5771, zijn JeruzalemH3389 en Uw volkH5971 tot versmaadheidH2781 bij allenH3605, die rondomH5439 ons zijn.O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.
KJVO Lord,1according to all thy righteousness,3I beseech thee, let thine anger6and thy fury7be turned away4from thy city8Jerusalem,9thy holy11mountain:10because for our sins,13and for the iniquities14of our fathers,15Jerusalem16and thy people17are become a reproach18to all that are about
1אֲדֹנָ֗יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord2כְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3צִדְקֹתֶ֨ךָ֙H6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)4יָֽשָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5נָ֤אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh6אַפְּךָ֙H639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath7וַחֲמָ֣תְךָ֔H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)8מֵעִֽירְךָ֥H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town9יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem10הַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11קָדְשֶׁ֑ךָH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary12כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13בַחֲטָאֵ֨ינוּ֙H2399zonde, zonden, zwaarlijkfault, [idiom] grievously, offence, (punishment of) sin14וּבַעֲוֺנ֣וֹתH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin15אֲבֹתֵ֔ינוּH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'16יְרוּשָׁלִַ֧םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem17וְעַמְּךָ֛H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18לְחֶרְפָּ֖הH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame19לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20סְבִיבֹתֵֽינוּH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
17En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En nuH6258, o onze GodH430! hoorH8085naarH413 het gebedH8605 Uws knechtsH5650, en naarH413 zijn smekingenH8469; en doe Uw aangezichtH6440lichtenH215overH5921 Uw heiligdomH4720, dat verwoestH8076 is; omH4616 des HEERENH136 wil.En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.
KJVNow therefore, O our God,3hear2the prayer5of thy servant,6and his supplications,8and cause thy face10to shine9upon thy sanctuary12that is desolate,13for the Lord's
1וְעַתָּ֣הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֱלֹהֵ֗ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5תְּפִלַּ֤תH8605gebed, gebeden, gebedsprayer6עַבְדְּךָ֙H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8תַּ֣חֲנוּנָ֔יוH8469smekingen, gebedenintreaty, supplication9וְהָאֵ֣רH215lichten, verlicht, licht[idiom] break of day, glorious, kindle, (be, en-, give, show) light (-en, -ened), set on fire, shine10פָּנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מִקְדָּשְׁךָ֖H4720heiligdom, heiligdoms, heiligdommenchapel, hallowed part, holy place, sanctuary13הַשָּׁמֵ֑םH8076verwoest, woestheiddesolate14לְמַ֖עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to15אֲדֹנָֽיH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord
18Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18NeigH5186 Uw oorH241, mijn GodH430! en hoorH8085, doe Uw ogenH5869 op, en zieH7200 onze verwoestingenH8074, en de stadH5892, dieH834 naar Uw NaamH8034genoemdH7121 is; wantH3588 wij werpenH5307 onze smekingenH8469 voor Uw aangezichtH6440nietH3808nederH5307opH5921 onze gerechtighedenH6666, maarH3588opH5921 Uw barmhartighedenH7356, die grootH7227 zijn.Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.
KJVO my God,2incline1thine ear,3and hear;4open5thine eyes,6and behold7our desolations,and the city9which is called11by thy name:12for we do not present19our supplications20before21thee for our righteousnesses,17but for thy great25mercies.
1הַטֵּ֨הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield2אֱלֹהַ֥יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty3אָזְנְךָ֮H241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show4וּֽשֲׁמָע֒H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness5פְּקַ֣חH6491open, opende, geopendopen6עֵינֶ֗יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)7וּרְאֵה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8שֹֽׁמְמֹתֵ֔ינוּH8077verwoesting, woest, woeste(laid, [idiom] most) desolate(-ion), waste9וְהָעִ֕ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11נִקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say12שִׁמְךָ֖H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13עָלֶ֑יהָH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet15לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17צִדְקֹתֵ֗ינוּH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)18אֲנַ֨חְנוּH587wijourselves, us, we19מַפִּילִ֤יםH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down20תַּחֲנוּנֵ֨ינוּ֙H8469smekingen, gebedenintreaty, supplication21לְפָנֶ֔יךָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you22כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet23עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with24רַחֲמֶ֥יךָH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb25הָרַבִּֽיםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19O HeereH136, hoorH8085! o HeereH136, vergeefH5545! o HeereH136, merkH7181opH5921 en doeH6213 het, vertraagH309 het nietH408! OmH4616 Uws Zelfs wil, o mijn GodH430! WantH3588 Uw stadH5892, en Uw volkH5971 is naar Uw NaamH8034genoemdH7121.O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.
KJVO Lord,1hear;2O Lord,3forgive;4O Lord,5hearken6and do;7defer9not,8for thine own sake, O my God:11for thy city16and thy people18are called14by thy name.
1אֲדֹנָ֤יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord2שְׁמָ֨עָה֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4סְלָ֔חָהH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare5אֲדֹנָ֛יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6הַֽקֲשִׁ֥יבָהH7181merk, merkt, opmerkenattend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard7וַעֲשֵׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than9תְּאַחַ֑רH309vertoeven, achter, vertoefcontinue, defer, delay, hinder, be late (slack), stay (there), tarry (longer)10לְמַֽעֲנְךָ֣H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to11אֱלֹהַ֔יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13שִׁמְךָ֣H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report14נִקְרָ֔אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16עִירְךָ֖H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town17וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18עַמֶּֽךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
20Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Als ikH589nogH5750sprakH1696, en badH6419, en beleedH3034 mijn zondeH2403, en de zondeH2403 mijns volksH5971 van IsraelH3478, en mijn smekingH8467nederwierpH5307 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, mijns GodsH430, om des heiligenH6944bergsH2022 wil mijns GodsH430;Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;
KJVAnd whiles I was speaking,3and praying,4and confessing5my sin6and the sin7of my people8Israel,9and presenting10my supplication11before12the LORD13my God14for the holy17mountain16of my God;
1וְע֨וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3מְדַבֵּר֙H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4וּמִתְפַּלֵּ֔לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication5וּמִתְוַדֶּה֙H3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)6חַטָּאתִ֔יH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)7וְחַטַּ֖אתH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)8עַמִּ֣יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael10וּמַפִּ֣ילH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down11תְּחִנָּתִ֗יH8467smeking, genade, smekenfavour, grace, supplication12לִפְנֵי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you13יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֱלֹהַ֔יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion17קֹ֥דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary18אֱלֹהָֽיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
21Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Als ikH589nogH5750sprakH1696 in het gebedH8605, zo kwam de manH376GabrielH1403, dieH834 ik in het beginH8462 in een gezichtH2377gezienH7200 had, snellijkH3288gevlogenH3286, mij aanrakendeH5060, omtrent den tijdH6256 des avondoffersH6153.Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.
KJVYea, whiles I was speaking3in prayer,4even the man5Gabriel,6whom I had seen8in the vision9at the beginning,10being caused to fly11swiftly,12touched13me about the time15of the evening17oblation.
1וְע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3מְדַבֵּ֖רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4בַּתְּפִלָּ֑הH8605gebed, gebeden, gebedsprayer5וְהָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6גַּבְרִיאֵ֡לH1403GabrielGarbriel7אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8רָאִ֨יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9בֶחָז֤וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision10בַּתְּחִלָּה֙H8462begin, eerst, vooreerstbegin(-ning), first (time)11מֻעָ֣ףH3286mat, moede, amechtigfaint, cause to fly, (be) weary (self)12בִּיעָ֔ףH3288snellijkswiftly.e13נֹגֵ֣עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch14אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15כְּעֵ֖תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when16מִנְחַתH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice17עָֽרֶבH6153avond, avonds, avonden[phrase] day, even(-ing, tide), night
22En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En hij onderrichtteH995 mij en sprakH1696metH5973 mij, en zeideH559: DanielH1840! nuH6258 ben ik uitgegaanH3318, om u den zinH998 te doen verstaanH7919.En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.
KJVAnd he informed1me, and talked2with me, and said,4O Daniel,5I am now come forth7to give thee skill8and understanding.
1וַיָּ֖בֶןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)2וַיְדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work3עִמִּ֑יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4וַיֹּאמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5דָּנִיֵּ֕אלH1840DanielDaniel6עַתָּ֥הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas7יָצָ֖אתִיH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8לְהַשְׂכִּילְךָ֥H7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly9בִינָֽהH998verstand, verstands, Verstandknowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom
23In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23In het beginH8462 uwer smekingenH8469 is het woordH1697uitgegaanH3318, en ikH589 ben gekomenH935, om u dat te kennenH5046 te geven; wantH3588 gij zijt een zeer gewenstH2532 man; verstaH995 dan dit woordH1697, en merkH995 op dit gezichtH4758.In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.
KJVAt the beginning1of thy supplications2the commandment4came forth,3and I am come6to shew7thee; for thou art greatly beloved:therefore understand11the matter,12and consider13the vision.
1בִּתְחִלַּ֨תH8462begin, eerst, vooreerstbegin(-ning), first (time)2תַּחֲנוּנֶ֜יךָH8469smekingen, gebedenintreaty, supplication3יָצָ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter4דָבָ֗רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5וַאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6בָּ֣אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7לְהַגִּ֔ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter8כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9חֲמוּד֖וֹתH2530begeren, begeerd, begeerlijkbeauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing)10אָ֑תָּהH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11וּבִין֙H995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)12בַּדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13וְהָבֵ֖ןH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)14בַּמַּרְאֶֽהH4758gedaante, aanzien, gezicht[idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24ZeventigH7657wekenH7620 zijn bestemdH2852overH5921 uw volkH5971, en overH5921 uw heiligeH6944stadH5892, om de overtredingH6588 te sluitenH3607, en om de zondenH2403 te verzegelen, en om de ongerechtigheidH5771 te verzoenenH3722, en om een eeuwigeH5769gerechtigheidH6664 aan te brengenH935, en om het gezichtH2377, en den profeetH5030 te verzegelen, en om de heiligheidH6944 der heilighedenH6944 te zalvenH4886.Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.
Ook in dit vers
verzegelenH2856
verzegelenH8552
KJVSeventy2weeks1are determined3upon thy people5and upon thy holy8city,7to finish9the transgression,10and to make an end11of sins,12and to make reconciliation13for iniquity,14and to bring in15everlasting17righteousness,16and to seal up18the vision19and prophecy,20and to anoint21the most22Holy.
1שָׁבֻעִ֨יםH7620weken, week, tijdenseven, week2שִׁבְעִ֜יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)3נֶחְתַּ֥ךְH2852bestemddetermine4עַֽלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5עַמְּךָ֣H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7עִ֣ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town8קָדְשֶׁ֗ךָH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9לְכַלֵּ֨אH3607besloten, geweerd, onthoudenfinish, forbid, keep (back), refrain, restrain, retain, shut up, be stayed, withhold10הַפֶּ֜שַׁעH6588overtredingen, overtreding, afvalrebellion, sin, transgression, trespass11וּלְהָתֵ֤םH8552verteerd, verdaan, geeindigdaccomplish, cease, be clean (pass-) ed, consume, have done, (come to an, have an, make an) end, fail, come to the full, be all gone, [idiom] be all here, be (make) perfect, be spent, sum, be (shew self) upright, be wasted, whole12חַטָּאת֙H2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)13וּלְכַפֵּ֣רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)14עָוֺ֔ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin15וּלְהָבִ֖יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16צֶ֣דֶקH6664gerechtigheid, rechte, rechtvaardige[idiom] even, ([idiom] that which is altogether) just(-ice), (un-)right(-eous) (cause, -ly, -ness)17עֹֽלָמִ֑יםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)18וְלַחְתֹּם֙H2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop19חָז֣וֹןH2377gezicht, gezichten, gezichtsvision20וְנָבִ֔יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet21וְלִמְשֹׁ֖חַH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint22קֹ֥דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary23קָֽדָשִֽׁיםH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
25Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25WeetH3045 dan, en verstaH7919: vanH4480 den uitgangH4161 des woordsH1697, om te doen wederkerenH7725, en om JeruzalemH3389 te bouwenH1129, totH5704 op MessiasH4899 den VorstH5057, zijn zevenH7651wekenH7620, en tweeH8147 en zestigH8346wekenH7620; de stratenH7339, en de grachtenH2742 zullen wederomH7725gebouwdH1129 worden, doch in benauwdheidH6695 der tijdenH6256.Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.
KJVKnow1therefore and understand,2that from the going forth4of the commandment5to restore6and to build7Jerusalem8unto the Messiah10the Prince11shall be seven13weeks,12and threescore15and two16weeks:14the street19shall be built18again,17and the wall,20even in troublous21times.
1וְתֵדַ֨עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot2וְתַשְׂכֵּ֜לH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly3מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with4מֹצָ֣אH4161uitgang, uitgangen, gegaanbrought out, bud, that which came out, east, going forth, goings out, that which (thing that) is gone out, outgoing, proceeded out, spring, vein, (water-) course (springs)5דָבָ֗רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6לְהָשִׁיב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7וְלִבְנ֤וֹתH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely8יְרֽוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10מָשִׁ֣יחַH4899gezalfde, gezalfden, Gezalfdeanointed, Messiah11נָגִ֔ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler12שָׁבֻעִ֖יםH7620weken, week, tijdenseven, week13שִׁבְעָ֑הH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)14וְשָׁבֻעִ֞יםH7620weken, week, tijdenseven, week15שִׁשִּׁ֣יםH8346zestigsixty, three score16וּשְׁנַ֗יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two17תָּשׁוּב֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw18וְנִבְנְתָה֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely19רְח֣וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)20וְחָר֔וּץH2742vlijtigen, uitgegraven goud, dorswagensdecision, diligent, (fine) gold, pointed things, sharp, threshing instrument, wall21וּבְצ֖וֹקH6695angst, benauwdheidanguish, [idiom] troublous22הָעִתִּֽיםH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when
26En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En naH310 die tweeH8147 en zestigH8346wekenH7620 zal de MessiasH4899uitgeroeidH3772 worden, maar het zal nietH369 voor Hem zelven zijn; en een volkH5971 des vorstenH5057, hetwelk komenH935 zal, zal de stadH5892 en het heiligdomH6944verdervenH7843, en zijn eindeH7093 zal zijn met een overstromende vloedH7858, en tot het eindeH7093 toe zal er krijgH4421 zijn, en vastelijk beslotenH2782verwoestingenH8074.En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.
KJVAnd after1threescore3and two4weeks2shall Messiah6be cut off,5but not for himself: and the people12of the prince13that shall come14shall destroy11the city9and the sanctuary;10and the end15thereof shall be with a flood,16and unto the end18of the war19desolations21are determined.
1וְאַחֲרֵ֤יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with2הַשָּׁבֻעִים֙H7620weken, week, tijdenseven, week3שִׁשִּׁ֣יםH8346zestigsixty, three score4וּשְׁנַ֔יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two5יִכָּרֵ֥תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want6מָשִׁ֖יחַH4899gezalfde, gezalfden, Gezalfdeanointed, Messiah7וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8ל֑וֹ9וְהָעִ֨ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town10וְהַקֹּ֜דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary11יַ֠שְׁחִיתH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)12עַ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13נָגִ֤ידH5057voorganger, overste, vorstcaptain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler14הַבָּא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way15וְקִצּ֣וֹH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process16בַשֶּׁ֔טֶףH7858overloop, overloping, overstromenden vloedflood, outrageous, overflowing17וְעַד֙H5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18קֵ֣ץH7093einde, uiterste[phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process19מִלְחָמָ֔הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)20נֶחֱרֶ֖צֶתH2782vastelijk besloten, bestemd, geroerdbestir self, decide, decree, determine, maim, move21שֹׁמֵמֽוֹתH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder
27En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En hij zal velenH7227 het verbondH1285versterkenH1396eenH259weekH7620; en in de helftH2677 der weekH7620 zal hij het slachtofferH2077 en het spijsofferH4503 doen ophoudenH7673, en overH5921 den gruwelijkenH8251vleugelH3671 zal een verwoesterH8074 zijn, ook totH5704 de voleindingH3617 toe, die vastelijk beslotenH2782 zijnde, zal uitgestortH5413 worden overH5921 den verwoesteH8074.En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.
KJVAnd he shall confirm1the covenant2with many3for one5week:4and in the midst6of the week7he shall cause the sacrifice9and the oblation10to cease,8and for the overspreading12of abominations13he shall make it desolate,14even until the consummation,16and that determined17shall be poured18upon the desolate.
1וְהִגְבִּ֥ירH1396overhand, geweldig, machtigexceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant2בְּרִ֛יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league3לָרַבִּ֖יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4שָׁב֣וּעַH7620weken, week, tijdenseven, week5אֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6וַחֲצִ֨יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts7הַשָּׁב֜וּעַH7620weken, week, tijdenseven, week8יַשְׁבִּ֣יתH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away9זֶ֣בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice10וּמִנְחָ֗הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice11וְעַ֨לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12כְּנַ֤ףH3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)13שִׁקּוּצִים֙H8251verfoeiselen, verfoeisel, gruwelabominable filth (idol, -ation), detestable (thing)14מְשֹׁמֵ֔םH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder15וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet16כָּלָה֙H3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance17וְנֶ֣חֱרָצָ֔הH2782vastelijk besloten, bestemd, geroerdbestir self, decide, decree, determine, maim, move18תִּתַּ֖ךְH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20שֹׁמֵֽםH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Daniël 9:1— In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen;Daniël 11:1→Daniël 1:21→Daniël 5:31→Daniël 6:28→
Daniël 9:2— In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.2 Kronieken 36:21→Jeremia 29:10→Jeremia 25:11→Zacharia 7:5→Ezra 1:1→Jesaja 64:10→Micha 3:12→Psalmen 119:24→
Daniël 9:3— En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.Nehemia 9:1→Esther 4:16→Ezra 9:5→Ezechiël 36:37→Daniël 10:2→Jakobus 5:16→Esther 4:1→Joël 2:12→
Daniël 9:4— Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.Nehemia 9:32→Deuteronomium 7:9→1 Koningen 8:23→2 Kronieken 7:14→Micha 7:18→Jakobus 1:12→Nehemia 1:5→Numeri 14:18→
Daniël 9:5— Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.Psalmen 106:6→Daniël 9:15→Jesaja 64:5→Jeremia 14:7→Hosea 1:2→Jeremia 3:25→Nehemia 9:33→Hebreeën 3:12→
Daniël 9:6— En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.Ezra 9:7→2 Kronieken 36:15→Nehemia 9:34→Jeremia 44:4→Lukas 20:10→Jeremia 44:16→Jeremia 25:3→Zacharia 1:4→
Daniël 9:7— Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.Daniël 9:14→Psalmen 44:15→Deuteronomium 4:27→Jeremia 3:25→Jeremia 2:26→Daniël 9:8→Romeinen 6:21→Amos 9:9→
Daniël 9:8— O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.Daniël 9:6→Klaagliederen 1:18→Klaagliederen 3:42→Klaagliederen 5:16→Klaagliederen 1:7→Jeremia 14:20→
Daniël 9:9— Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.Psalmen 86:15→Psalmen 130:4→Jeremia 14:7→Efeze 2:4→Daniël 9:5→Efeze 1:6→Psalmen 130:7→Klaagliederen 3:22→
Daniël 9:10— En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.2 Koningen 18:12→Daniël 9:6→Ezra 9:10→Hebreeën 1:1→2 Koningen 17:13→Nehemia 9:13→
Daniël 9:11— Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.Jesaja 1:4→Jeremia 8:5→Deuteronomium 27:15→Deuteronomium 28:15→2 Koningen 17:18→Ezechiël 22:26→Deuteronomium 29:20→Deuteronomium 32:19→
Daniël 9:12— En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.Ezechiël 5:9→Klaagliederen 1:12→Jesaja 44:26→Klaagliederen 2:13→Job 12:17→Psalmen 148:11→Klaagliederen 2:17→Zacharia 1:6→
Daniël 9:13— Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.Jeremia 2:30→Daniël 9:11→Jesaja 9:13→Jeremia 31:18→Psalmen 119:27→Hosea 7:10→Job 36:13→Jeremia 5:3→
Daniël 9:14— Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.Daniël 9:7→Nehemia 9:33→Jeremia 44:27→Jeremia 31:28→Psalmen 51:14→
Daniël 9:15— En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.Nehemia 9:10→Exodus 6:1→Nehemia 1:10→Exodus 14:18→Exodus 32:11→Daniël 9:5→1 Koningen 8:51→Jeremia 32:10→
Daniël 9:16— O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.Zacharia 8:3→Daniël 9:20→Psalmen 31:1→Exodus 20:5→Joël 3:17→Psalmen 87:1→Klaagliederen 2:15→Psalmen 71:2→
Daniël 9:17— En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.Psalmen 80:19→Klaagliederen 5:18→Psalmen 80:7→Psalmen 80:3→2 Korinthe 1:20→Numeri 6:23→Psalmen 119:135→Johannes 16:24→
Daniël 9:18— Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.Jesaja 37:17→Jeremia 25:29→Jeremia 36:7→2 Koningen 19:16→Ezechiël 36:32→Jeremia 14:7→Jeremia 7:10→Jesaja 64:6→
Daniël 9:19— O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.Lukas 11:8→Daniël 9:18→Jeremia 14:7→Jeremia 14:9→Amos 7:2→Ezechiël 20:22→Efeze 1:12→Psalmen 74:9→
Daniël 9:20— Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;Jesaja 58:9→Psalmen 145:18→Jesaja 6:5→Daniël 9:16→Jesaja 65:24→Daniël 10:2→Prediker 7:20→Openbaring 21:2→
Daniël 9:21— Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.Lukas 1:19→Daniël 8:16→Daniël 10:16→1 Koningen 18:36→Hebreeën 1:14→Exodus 29:39→Daniël 8:18→Jesaja 6:2→
Daniël 9:22— En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.Daniël 8:16→Daniël 10:21→Zacharia 1:9→Daniël 9:24→Zacharia 1:14→Zacharia 6:4→Openbaring 4:1→
Daniël 9:23— In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.Daniël 10:19→Mattheüs 24:15→Daniël 10:11→Lukas 1:28→Hooglied 7:10→Ezechiël 24:16→Ezechiël 26:12→
Daniël 9:24— Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.Jeremia 23:5→Jesaja 56:1→Jesaja 61:1→Handelingen 3:22→Numeri 14:34→Psalmen 2:6→Romeinen 5:10→Psalmen 45:7→
Daniël 9:25— Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.Ezra 4:24→Jesaja 9:6→Jesaja 55:4→Johannes 1:41→Johannes 4:25→Nehemia 3:1→Nehemia 4:8→Daniël 8:11→
Daniël 9:26— En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.Jesaja 53:8→Nahum 1:8→Lukas 24:26→Mattheüs 24:2→Lukas 19:43→Markus 9:12→Markus 13:2→Psalmen 22:15→
Daniël 9:27— En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.Mattheüs 24:15→Lukas 21:20→Jesaja 10:22→Daniël 12:11→Jesaja 28:22→Lukas 21:24→Markus 13:14→Jesaja 55:3→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Daniël 9 vers 1— In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen;
het eerste jaar van Darius,
Zie boven Dan. 6:1 .
Hertaald:het eerste jaar van Darius,
Zie Dan. 6:1.
Ahasveros,
Verscheidene koningen der Perzen hebben dezen naam gehad.
Hertaald:Ahasveros,
Verscheidene koningen van de Perzen hebben deze naam gedragen.
uit het zaad der Meden,
Dat is uit het geslacht, uit de natie der Meden. Dit wordt hier bijgevoegd tot onderscheiding van Darius, den koning in Perzië, in wiens tweede jaar de tempel is volbouwd geworden; Ezra 4:24 .
Hertaald:uit het zaad der Meden,
Dat is: uit het geslacht, uit het volk van de Meden. Dit wordt hier toegevoegd ter onderscheiding van Darius, de koning van Perzië, in wiens tweede jaar de tempel voltooid is; Ezra 4:24.
die koning
Of, in hetwelk, te weten jaar, hij koning geworden was.
Hertaald:die koning
Of: in welk jaar hij koning geworden was.
gemaakt was
Zie boven Dan. 6:1 .
Hertaald:gemaakt was
Zie Dan. 6:1.
Daniël 9 vers 2— In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.
merkte ik, Daniël,
Of, verstond ik Daniël, uit, enz.
in de boeken,
Te weten in de schriften van den profeet Jeremia. Ofschoon Daniël zulk een wijs en voortreffelijk profeet was, zo heeft hij evenwel niet nagelaten de heilige Schrift te lezen, gelijk de geestdrijvers en verachters van Gods Woord dat nalaten.
Hertaald:in de boeken,
Namelijk in de geschriften van de profeet Jeremia. Hoewel Daniël zo'n wijs en voortreffelijk profeet was, heeft hij toch niet nagelaten de Heilige Schrift te lezen — anders dan de geestdrijvers en verachters van Gods Woord, die dat wel nalaten.
tot den profeet Jeremia geschied was,
Zie Jer. 25:11-12 , en Jer. 27:7 , en Jer. 29:10 .
Hertaald:tot den profeet Jeremia geschied was,
Zie Jer. 25:11-12, Jer. 27:7 en Jer. 29:10.
in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem,
Dat is, dat wanneer de verwoesting van Jeruzalem een einde zou nemen, zeventig jaar was.
Hertaald:in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem,
Dat is: dat de verwoesting van Jeruzalem na zeventig jaar een einde zou nemen.
Daniël 9 vers 3— En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere,
Hebreeuws, ik gaf mijn aangezicht.
Hertaald:ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere,
Hebreeuws: ik gaf mijn aangezicht.
zak, en as
Dat is, in een zakkleed en in de as.
Hertaald:zak, en as
Dat is: in een zak en in de as.
Daniël 9 vers 4— Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
deed belijdenis,
Te weten van mijn eigen zonden en van de zonden van mijn volk, onder vs.20.
Hertaald:deed belijdenis,
Namelijk van mijn eigen zonden en van de zonden van mijn volk, vers 20.
Och Heere
Vergelijk dit gebed met het gebed van Nehemia, Neh. 1:5 , en Neh. 9:32 .
Hertaald:Och Heere
Vergelijk dit gebed met het gebed van Nehemia, Neh. 1:5 en Neh. 9:32.
verschrikkelijke God,
Te weten den goddelozen.
Hertaald:verschrikkelijke God,
Namelijk voor de goddelozen.
Hem liefhebben
Verandering van persoon voor, die U liefhebben en uwe geboden houden.
Hertaald:Hem liefhebben
Een verandering van persoon, in plaats van: die U liefhebben en Uw geboden houden.
Daniël 9 vers 5— Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.
Wij hebben gezondigd,
Zie meer dergelijke belijdenissen, Ps. 106:6 .
Hertaald:Wij hebben gezondigd,
Zie meer soortgelijke belijdenissen in Ps. 106:6.
gerebelleerd,
Van trap tot trap opklimmende, en niet rustende totdat wij tot de hoogste trap der zonden gekomen waren.
Hertaald:gerebelleerd,
Van trap tot trap opklimmend, en niet rustend voordat wij de hoogste trap van de zonde bereikt hadden.
rechten
Versta hier, en elders meer, door rechten of oordelen, die wetten waarmede een ieder gegeven wordt wat hem toekomt, en het gelijke van het ongelijke onderscheiden wordt.
Hertaald:rechten
Versta hier en elders onder rechten of oordelen de wetten waardoor aan ieder gegeven wordt wat hem toekomt en het gelijke van het ongelijke onderscheiden wordt.
Daniël 9 vers 6— En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.
niet gehoord naar Uw dienstknechten,
Dat is, niet gehoorzaamd.
Hertaald:niet gehoord naar Uw dienstknechten,
Dat is: niet gehoorzaamd.
des lands
Te weten van het Joodse land.
Hertaald:des lands
Namelijk van het Joodse land.
Daniël 9 vers 7— Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.
Bij U, o Heere
Dat is, aan uwe zijde, U komt de lof der gerechtigheid toe. Of, uwe is, enz.
Hertaald:Bij U, o Heere
Dat is: aan Uw kant; U komt de lof van de gerechtigheid toe. Of: van U is de gerechtigheid, enzovoort.
gerechtigheid,
Zie Deut. 6:25 .
Hertaald:gerechtigheid,
Zie Deut. 6:25.
maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten,
Met deze woorden bekent de profeet, dat de oordelen Gods over zijn volk rechtvaardig zijn. Vergelijk Jer. 7:19 .
Hertaald:maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten,
Met deze woorden erkent de profeet dat Gods oordelen over zijn volk rechtvaardig zijn. Vergelijk Jer. 7:19.
Daniël 9 vers 8— O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
omdat wij tegen U gezondigd hebben
Of, die wij tegen U gezondigd hebben.
Hertaald:omdat wij tegen U gezondigd hebben
Of: die wij tegen U gezondigd hebben.
Daniël 9 vers 9— Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
den Heere, onzen God,
Dat is, aan des Heeren barmhartigheid en genadige vergeving alleen, hangt ten enenmale al onze behoudenis; want bij ons is niets dan oorzaak van verderving te vinden.
Hertaald:den Heere, onzen God,
Dat is: al onze behoudenis hangt volkomen alleen af van de barmhartigheid en genadige vergeving van de HEERE; want bij ons is niets dan oorzaak tot verderf te vinden.
de barmhartigheden en vergevingen,
Hij gebruikt deze woorden in het veelvoudig getal, om te betekenen de menigvuldige genaden des Heeren in het vergeven der veelvuldige zonden.
Hertaald:de barmhartigheden en vergevingen,
Hij gebruikt deze woorden in het meervoud om de veelvuldige genade van de HEERE aan te duiden in het vergeven van onze veelvuldige zonden.
Daniël 9 vers 10— En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.
door de hand van Zijn knechten, de profeten
Dat is, door den dienst zijner dienstknechten.
Hertaald:door de hand van Zijn knechten, de profeten
Dat is: door de dienst van Zijn dienstknechten.
Daniël 9 vers 11— Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
heeft Uw wet overtreden,
Hebreeuws, hebben overtreden, ziende op den zin.
Hertaald:heeft Uw wet overtreden,
Hebreeuws: hebben overtreden, waarbij op de betekenis gelet wordt.
uitgestort die vloek,
Of, gedropen.
Hertaald:uitgestort die vloek,
Of: uitgedruppeld.
die geschreven is in de wet van Mozes,
Zie Lev. 26:14 , enz.; Deut. 27:15 , enz., en Deut. 28:15 , enz., en Deut. 29:20 , en Deut. 30:17 , enz., en Deut. 31:17-18 , en Deut. 32:19 , enz.; Klaagl. 2:17 .
Hertaald:die geschreven is in de wet van Mozes,
Zie Lev. 26:14, enzovoort; Deut. 27:15, enzovoort, Deut. 28:15, enzovoort, Deut. 29:20, Deut. 30:17, enzovoort, Deut. 31:17-18 en Deut. 32:19, enzovoort; Klaagl. 2:17.
Daniël 9 vers 12— En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
bevestigd,
Hebreeuws, verwekt, of doen opstaan.
Hertaald:bevestigd,
Hebreeuws: verwekt, of doen opstaan.
die ons richtten,
Dat is, die ons regeerden.
Hertaald:die ons richtten,
Dat is: die ons regeerden.
een groot kwaad,
Te weten het kwaad der straf, dat is, een groot ongeluk, hetwelk in de Klaagliederen van Jeremia in het brede verhaald wordt. Zie aldaar Klaagl. 1:12 , en Klaagl. 2:13 , enz.
Hertaald:een groot kwaad,
Namelijk het kwaad van de straf, dat is: een groot ongeluk, dat in de Klaagliederen van Jeremia uitvoerig verhaald wordt. Zie daar Klaagl. 1:12 en Klaagl. 2:13, enzovoort.
Daniël 9 vers 13— Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
in de wet van Mozes geschreven is,
Zie boven vs.11.
Hertaald:in de wet van Mozes geschreven is,
Zie hierboven vers 11.
op Uw waarheid
Dat is, op de zekerheid uwer dreigementen.
Hertaald:op Uw waarheid
Dat is: op de zekerheid van Uw bedreigingen.
Daniël 9 vers 14— Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.
Daarom heeft de HEERE
Of, daarom is de HEERE wakker geweest met dit kwaad. De zin is: Hij heeft doen blijken dat Hij niet sliep en zijne dreigementen niet vergeten had. Terwijl de zondaren in hunne zonden gerust slapen, zo waakt de Heere al vast over hunne straf. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen waken, maar ook vervroegen, verwakkeren, verhaasten, gelijk Jer. 1:12 . Zie de aantekening aldaar.
Hertaald:Daarom heeft de HEERE
Of: daarom is de HEERE wakker geweest met dit kwaad. De betekenis is: Hij heeft laten blijken dat Hij niet sliep en Zijn bedreigingen niet vergeten was. Terwijl de zondaars gerust in hun zonden slapen, waakt de HEERE over hun straf. Het Hebreeuwse woord betekent niet alleen waken, maar ook vervroegen, verhaasten, zoals Jer. 1:12. Zie de aantekening daar.
het kwade gewaakt,
Zie vs.13.
Hertaald:het kwade gewaakt,
Zie vers 13.
Daniël 9 vers 15— En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.
Gij die Uw volk
Tot dien einde heeft God de kinderen Israëls verlost uit Egypteland, om hun daardoor van zijnentwege te verzekeren, dat Hij hun God wilde zijn en blijven; zie Lev. 22:33 ; Ps. 81:11 ; Jes. 63:16 . Daarom is het geen wonder dat de gelovigen zo menigmaal Gode deze zijne weldaad voorhouden, zo om hun geloof te sterken als om den Heere te bewegen aan zijn oude barmhartigheid te gedenken. Zie Ex. 32:11 ; Neh. 1:10 , en Neh. 9:10 ; Ps. 77:8 .
Hertaald:Gij die Uw volk
God heeft de kinderen Israëls uit Egypteland verlost om hun daarmee van Zijn kant te verzekeren dat Hij hun God wilde zijn en blijven; zie Lev. 22:33; Ps. 81:11; Jes. 63:16. Daarom is het geen wonder dat de gelovigen God zo vaak deze weldaad voorhouden, zowel om hun geloof te sterken als om de HEERE te bewegen aan Zijn oude barmhartigheid te denken. Zie Ex. 32:11; Neh. 1:10 en Neh. 9:10; Ps. 77:8.
hebt U een Naam gemaakt,
De zin is: Gij hebt ons verlost en beschermd om uws naams wil, om uwe macht bekend te maken; Ps. 106:8 . Wend derhalve uw toornig gemoed van ons, opdat uwe eer niet gekwetst worde. Zie Ex. 32:12 ; Ps. 115:1 .
Hertaald:hebt U een Naam gemaakt,
De betekenis is: U hebt ons verlost en beschermd om Uw naam, om Uw macht bekend te maken (Ps. 106:8). Wend daarom Uw toornig gemoed van ons af, opdat Uw eer niet gekrenkt wordt. Zie Ex. 32:12; Ps. 115:1.
wij hebben gezondigd,
Dit moet men zo niet verstaan, alsof God onze gebeden verhoorde en ons weldeed omdat wij gezondigd hebben en goddeloos geweest zijn, want daarom is God op ons vertoornd en daarom straft Hij ons; maar alsdan verhoort Hij onze gebeden, als wij onze zonden belijden en onze onwaardigheid bekennen. Vergelijk Ps. 25:11 , en Ps. 106:4-6 .
Hertaald:wij hebben gezondigd,
Dit moet men niet zo verstaan alsof God onze gebeden verhoorde en ons weldeed omdat wij gezondigd hebben en goddeloos geweest zijn — want daarom is God juist op ons vertoornd en daarom straft Hij ons. Maar Hij verhoort onze gebeden wanneer wij onze zonden belijden en onze onwaardigheid erkennen. Vergelijk Ps. 25:11 en Ps. 106:4-6.
Daniël 9 vers 16— O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.
naar al uw gerechtigheden,
De zin is: Heere, dat Gij uwe dreigementen hebt waar gemaakt, ons verlatende en onzen vijanden sterkte tegen ons gevende, enz., dat is alles geschied naar uwe gerechtigheid, want wij hebben het met onze zonden duizendmaal over verdiend; maar, Heere, vergeet ook dat deel uwer gerechtigheid niet, waardoor Gij allen boetvaardigen houdt hetgeen Gij hun uit genade beloofd hebt. Gelijk God maar een is, alzo is er ook maar eene gerechtigheid of rechtvaardigheid in God, maar er zijn velerlei betoningen derzelve, en onder anderen betoont Hij dezelve, wanneer Hij den boetvaardigen houdt hetgeen Hij hun uit genade beloofd heeft. Vergelijk Neh. 1:8-9 , en Neh. 9:8 ; Ps. 51:16 .
Hertaald:naar al uw gerechtigheden,
De betekenis is: HEERE, dat U Uw bedreigingen waargemaakt hebt door ons te verlaten en onze vijanden kracht tegen ons te geven, is alles naar Uw gerechtigheid gebeurd, want wij hebben het met onze zonden duizendmaal verdiend. Maar, HEERE, vergeet ook dat deel van Uw gerechtigheid niet waardoor U aan alle boetvaardigen houdt wat U hun uit genade beloofd hebt. Zoals God één is, zo is er ook maar één gerechtigheid in God; maar er zijn allerlei betoningen daarvan, en onder andere betoont Hij die wanneer Hij de boetvaardigen houdt wat Hij hun uit genade beloofd heeft. Vergelijk Neh. 1:8-9 en Neh. 9:8; Ps. 51:16.
laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid
Dat is, laat toch ophouden die zware straffen, die Gij rechtvaardiglijk over Jeruzalem en het ganse Joodse volk hebt uitgestort om hunne zonden te straffen. Zie Mi. 7:9 ; Openb. 15:7 . Anders: uw toorn en uwe grimmigheid wende zich af van, enz.
Hertaald:laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid
Dat is: laat toch die zware straffen ophouden die U rechtvaardig over Jeruzalem en het hele Joodse volk uitgestort hebt om hun zonden te straffen. Zie Micha 7:9; Openb. 15:7. Anders: laat Uw toorn en Uw grimmigheid zich afwenden van, enzovoort.
Uw stad Jeruzalem,
Alsof hij zeide: Dit is uwe stad, die Gij u verkoren hebt uit al de steden van den gansen aardbodem, wend derhalve uw toorn van haar af.
Hertaald:Uw stad Jeruzalem,
Alsof hij zei: dit is Uw stad, die U voor Uzelf uitgekozen hebt uit alle steden van de hele aardbodem; wend daarom Uw toorn van haar af.
Uw heiligen berg;
Hebreeuws, den berg uwe heiligheid. Zie Ps. 2:6 .
Hertaald:Uw heiligen berg;
Hebreeuws: de berg van Uw heiligheid. Zie Ps. 2:6.
bij allen,
Hebreeuws, bij al onze rondommigheden; dat is, bij allen die rondom ons gelegen zijn. Vergelijk Klaagl. 1:8 , enz., en Klaagl. 2:15-16 , en Klaagl. 3:14 , en Ps. 44:14-17 , en Ps. 79:4 , en Ps. 89:42 , Ps. 89:51 .
Hertaald:bij allen,
Hebreeuws: bij allen rondom ons; dat is: bij allen die rondom ons wonen. Vergelijk Klaagl. 1:8, enzovoort, Klaagl. 2:15-16 en Klaagl. 3:14, en Ps. 44:14-17, Ps. 79:4 en Ps. 89:42, Ps. 89:51.
Daniël 9 vers 17— En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.
het gebed Uws knechts,
Dat is, naar mijn gebed, die uw knecht ben.
Hertaald:het gebed Uws knechts,
Dat is: naar mijn gebed, van mij die Uw knecht ben.
lichten
Dat is, aanschouw uw heiligdom met een vriendelijk en gunstig gelaat. Van deze manier van spreken, zie Num. 6:25 .
Hertaald:lichten
Dat is: aanschouw Uw heiligdom met een vriendelijk en gunstig gelaat. Over deze manier van spreken, zie Num. 6:25.
over Uw heiligdom,
Dat is, over uwen tempel, of veel meer, over de binnenste plaats des tempels, waar God op de ark of cherubim zat.
Hertaald:over Uw heiligdom,
Dat is: over Uw tempel, of veeleer over de binnenste plaats van de tempel, waar God op de ark of de cherubs zetelde.
om des HEEREN wil
Dat is, doe het niet om onze waardigheid, maar om des Heeren Christus' wil. Alzo staat er Jes. 10:27 :Het juk zal afgescheurd worden om des Gezalfden, of om des Messias' wil. En Ps. 80:16 :Om des Zoons wil; en ook Ps. 84:10 .
Hertaald:om des HEEREN wil
Dat is: doe het niet om onze waardigheid, maar om de Heere Christus. Zo staat er in Jes. 10:27: het juk zal verscheurd worden om de Gezalfde, of om de Messias. En in Ps. 80:16: om de Zoon; en ook Ps. 84:10.
Daniël 9 vers 18— Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.
Neig Uw oor, mijn God
Vergelijk de woorden, die de koning Hizkia gebruikt, Jes. 37:17 .
Hertaald:Neig Uw oor, mijn God
Vergelijk de woorden die koning Hizkia gebruikt in Jes. 37:17.
onze verwoestingen,
Dat is, hoe jammerlijk wij verwoest zijn.
Hertaald:onze verwoestingen,
Dat is: hoe jammerlijk wij verwoest zijn.
die naar Uw Naam genoemd is;
Dat is, die de stad des Heeren genoemd wordt; zie Deut. 28:10 ; Am. 9:12 ; 1 Kon. 14:21 . Hebreeuws, over welke uw naam is [of wordt] aangeroepen, of uitgeroepen.
Hertaald:die naar Uw Naam genoemd is;
Dat is: die de stad van de HEERE genoemd wordt; zie Deut. 28:10; Amos 9:12; 1 Kon. 14:21. Hebreeuws: waarover Uw naam aangeroepen of uitgeroepen wordt.
wij werpen onze smekingen
Zie van deze manier van spreken Jer. 36:7 ; Ps. 141:2 .
Hertaald:wij werpen onze smekingen
Zie over deze manier van spreken Jer. 36:7; Ps. 141:2.
op onze gerechtigheden,
Dat is, steunende op onze rechtvaardige daden, of werken, of vanwege.
Hertaald:op onze gerechtigheden,
Dat is: steunend op onze rechtvaardige daden of werken, of: op grond daarvan.
Daniël 9 vers 19— O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.
Uw stad, en Uw volk
Zie boven vs.18.
Hertaald:Uw stad, en Uw volk
Zie hierboven vers 18.
Daniël 9 vers 20— Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;
nederwierp
Gelijk boven vs.18.
Hertaald:nederwierp
Zoals hierboven vers 18.
om den wille van den heiligen berg mijns Gods;
Hebreeuws, over, of voor den berg der heiligheid van mijnen God; dat is, opdat Gods kerk in haar vorigen stand moge hersteld worden.
Hertaald:om den wille van den heiligen berg mijns Gods;
Hebreeuws: over of voor de berg van de heiligheid van mijn God; dat is: opdat Gods kerk in haar vorige staat hersteld mag worden.
Daniël 9 vers 21— Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.
de man
Zie boven Dan. 8:15 .
Hertaald:de man
Zie Dan. 8:15.
Gabriël,
Zie van den naam en persoon van dezen engel, boven Dan. 8:16 .
Hertaald:Gabriël,
Zie over de naam en de persoon van deze engel Dan. 8:16.
in het begin in een gezicht gezien had,
Of, tevoren, of in het eerste, te weten in het gezicht van den ram met twee horens en van den bok, Dan 8 .
Hertaald:in het begin in een gezicht gezien had,
Of: tevoren, of: in het eerste, namelijk in het gezicht van de ram met twee horens en van de bok, Dan. 8.
snellijk gevlogen,
Hebreeuws, met vermoeidheid; niet dat de engelen kunnen vermoeid of moede worden, maar het wordt zo gezegd om uit te drukken zulk ene snelheid als, naar ons begrip, vermoeidheid moet veroorzaken. Anders: in de vlucht.
Hertaald:snellijk gevlogen,
Hebreeuws: met vermoeidheid. Niet dat engelen vermoeid of moe kunnen worden, maar het wordt zo gezegd om een snelheid uit te drukken die naar ons begrip vermoeidheid zou moeten veroorzaken. Anders: in de vlucht.
mij aanrakende,
Bij dit aanraken, of aanroeren des engels heeft God den profeet gesterkt. Zie onder Dan. 10:19 .
Hertaald:mij aanrakende,
Door dit aanraken van de engel heeft God de profeet gesterkt. Zie Dan. 10:19.
des avondoffers
Dat is, in het laatste vierendeel van den dag, ter welker uur het avondoffer placht geofferd te worden; toen de tempel en Joodse godsdienst nog in wezen waren; zie Ex. 28:39 , Ex. 28:41 ; Num. 28:4 . Te dezer tijd bad ook Elia, 1 Kon. 18:36 , enz., zie ook Hand. 3:1 . Hieruit nemen sommigen af dat Daniël hier geopenbaard is in welken tijd van den dag Christus zichzelven voor onze zonden zou opofferen.
Hertaald:des avondoffers
Dat is: in het laatste kwart van de dag, op het uur waarop het avondoffer geofferd placht te worden, toen de tempel en de Joodse godsdienst nog bestonden; zie Ex. 28:39, Ex. 28:41; Num. 28:4. Op dat tijdstip bad ook Elia (1 Kon. 18:36, enzovoort); zie ook Hand. 3:1. Sommigen leiden hieruit af dat aan Daniël hier geopenbaard is op welk uur van de dag Christus Zichzelf voor onze zonden zou offeren.
Daniël 9 vers 22— En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.
uitgegaan,
Te weten uit den hemel, van God gezonden zijnde.
Hertaald:uitgegaan,
Namelijk uit de hemel, gezonden door God.
den zin te doen verstaan
Hebreeuws, het verstand; namelijk om u te onderrichten van de wederopbouwing der stad Jeruzalem en de herstelling van den staat van het Joodse volk.
Hertaald:den zin te doen verstaan
Hebreeuws: het verstand; namelijk om u te onderrichten over de herbouw van de stad Jeruzalem en het herstel van de staat van het Joodse volk.
Daniël 9 vers 23— In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.
In het begin uwer smekingen
Dat is, van dien tijd af, dat gij hebt begonnen te bidden voor de verlossing van Israël, heb ik bevel ontvangen van u te antwoorden.
Hertaald:In het begin uwer smekingen
Dat is: vanaf het moment dat u begonnen bent te bidden voor de verlossing van Israël, heb ik bevel gekregen u te antwoorden.
het woord uitgegaan,
Dat is, het bevel.
Hertaald:het woord uitgegaan,
Dat is: het bevel.
een zeer gewenst man;
Hebreeuws, begeerten; dat is, een man der begeerten; zie onder Dan. 10:11 ; dat is, een man dien men zeer begeert, een man Gode en den mensen aangenaam; alzo staat er Dan. 10:3 :brood der begeerten, en vaten der begeerten, 2 Kron. 20:25 , en klederen der begeerten, Gen. 27:15 . Sommigen menen dat Daniël genoemd wordt een man der begeerten, omdat hij meer dan ooit enig man begeerd en gewenst heeft de verlossign van zijn volk, wederopbouwing van den tempel en den godsdienst, gelijk zulks af te nemen is uit zijn gebed en zijn vasten, Dan 10 .
Hertaald:een zeer gewenst man;
Hebreeuws: begeerten; dat is: een man van begeerten (zie Dan. 10:11), dat is: een man naar wie men zeer verlangt, een man die God en de mensen aangenaam is. Zo staat er in Dan. 10:3: brood van begeerten, en in 2 Kron. 20:25: vaten van begeerten, en in Gen. 27:15: kleren van begeerten. Sommigen menen dat Daniël een man van begeerten genoemd wordt omdat hij meer dan wie ook verlangd heeft naar de verlossing van zijn volk, de herbouw van de tempel en het herstel van de godsdienst, zoals af te leiden is uit zijn gebed en zijn vasten in Dan. 10.
dit woord,
Of, deze zaak.
Hertaald:dit woord,
Of: deze zaak.
merk op dit gezicht
Of, leer dit gezicht, dat is, deze profetie, die ik u zal te kennen geven, wel terdege verstaan.
Hertaald:merk op dit gezicht
Of: leer dit gezicht, dat is: deze profetie die ik u zal meedelen, terdege verstaan.
Daniël 9 vers 24— Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.
Zeventig
Daniël had maar gebeden om de verlossing van zijn volk uit Babel, de Heere geeft hem dat niet alleen, maar oneindig meer, want Hij openbaart hem daarenboven den tijd, wanneer niet alleen de Joden, maar ook zijn ganse volk uit de macht des duivels en der eeuwige verdoemenis door den Messias zou verlost worden.
Hertaald:Zeventig
Daniël had alleen gebeden om de verlossing van zijn volk uit Babel; de HEERE geeft hem dat niet alleen, maar oneindig veel meer. Want Hij openbaart hem bovendien de tijd waarop niet alleen de Joden, maar Zijn hele volk door de Messias uit de macht van de duivel en van de eeuwige verdoemenis verlost zou worden.
weken
Versta hier jaarweken, gelijk Lev. 25:8 ; elke week van zeven jaren, tezamen makende vier honderd en negentig jaren; waar nu deze vier honderd en negentig jaren beginnen en waar zij eindigen, daarvan is verscheiden gevoelen. Sommigen beginnen ze van het eerste jaar der monarchie van Cyrus, en eindigen ze in den dood van Christus; hetwelk wel de eenvoudigste mening schijnt te zijn, uit Jes. 44:28 , en Jes. 45:13 ; 2 Kron. 36:22-23 ; Ezra 1:1 , enz.; doch anderen beginnen ze van het zevende jaar van Artaxerxes Longimanus, en eindigen ze ook in den dood van Christus. Anderen beginnen ze van het tweede jaar van Darius Nothus, en eindigen ze in de verstoring van Jeruzalem door Titus. Van welk alles de verstandige lezer zal mogen oordelen.
Hertaald:weken
Versta hier jaarweken, zoals Lev. 25:8: elke week van zeven jaar, samen vierhonderdnegentig jaar. Waar deze vierhonderdnegentig jaar beginnen en waar zij eindigen, daarover verschilt men van mening. Sommigen laten ze beginnen bij het eerste jaar van de monarchie van Kores en eindigen bij de dood van Christus, wat de eenvoudigste opvatting lijkt te zijn op grond van Jes. 44:28 en Jes. 45:13; 2 Kron. 36:22-23; Ezra 1:1, enzovoort. Maar anderen laten ze beginnen bij het zevende jaar van Artaxerxes Longimanus en eveneens eindigen bij de dood van Christus. Weer anderen laten ze beginnen bij het tweede jaar van Darius Nothus en eindigen bij de verwoesting van Jeruzalem door Titus. Over dit alles kan de verstandige lezer oordelen.
zijn bestemd
Te weten van God. Hebreeuws, zijn afgehouwen, of afgesneden; dat is bescheiden, besloten.
Hertaald:zijn bestemd
Namelijk door God. Hebreeuws: zijn afgehouwen of afgesneden; dat is: bepaald, vastgesteld.
over uw volk,
Gedurende welke uw volk en uw heilige stad zal overkomen hetgeen ik u straks zal openbaren.
Hertaald:over uw volk,
Waarin uw volk en uw heilige stad zal overkomen wat ik u meteen zal openbaren.
om de overtreding te sluiten,
Of, om op te sluiten, of om te bedwingen de overtreding. Anders: dat Hij, te weten Christus ] de overtreding besluit; dat is, dat hij voor de zonden des volks genoeg doe, opdat dezelve als in een kerker besloten worden, dat zij niet meer voor Gods aangezicht komen.
Hertaald:om de overtreding te sluiten,
Of: om op te sluiten, of om te bedwingen de overtreding. Anders: opdat Hij, namelijk Christus, de overtreding besluit; dat is: opdat Hij voor de zonden van het volk genoegdoening geeft, zodat die als in een kerker opgesloten worden en niet meer voor Gods aangezicht komen.
om de zonden te verzegelen,
Dat is, om te bedekken de zonden der uitverkorenen, dat zij voor het aangezicht van God niet komen. Dit heeft Christus door zijnen dood teweeg gebracht. Anders: om de zonden te verdelgen.
Hertaald:om de zonden te verzegelen,
Dat is: om de zonden van de uitverkorenen te bedekken, zodat zij niet voor Gods aangezicht komen. Dat heeft Christus door Zijn dood tot stand gebracht. Anders: om de zonden te verdelgen.
om de ongerechtigheid te verzoenen,
Te weten door de offerande van Christus aan het kruis.
Hertaald:om de ongerechtigheid te verzoenen,
Namelijk door de offerande van Christus aan het kruis.
om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen,
Hebreeuws, ene gerechtigheid der eeuwigheden, door welke alleen zij, die ooit gerechtvaardigd zijn en rechtvaardig zullen worden, moeten gerechtvaardigd worden voor God, Hebr. 9:12 . Deze gerechtigheid is gelegen in de vergeving der zonden en toerekening der gerechtigheid van Jezus Christus.
Hertaald:om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen,
Hebreeuws: een gerechtigheid van de eeuwigheden; de gerechtigheid waardoor als enige allen die ooit gerechtvaardigd zijn en rechtvaardig zullen worden, voor God gerechtvaardigd moeten worden (Hebr. 9:12). Deze gerechtigheid bestaat in de vergeving van de zonden en de toerekening van de gerechtigheid van Jezus Christus.
den profeet te verzegelen,
Dat is, de profetie, te weten de profetieën der profeten van Christus' lijden en de heerlijkheid daarop volgende, 1 Petr. 1:11 , welke God den profeten door gezichten heeft geopenbaard.
Hertaald:den profeet te verzegelen,
Dat is: de profetie, namelijk de profetieën van de profeten over het lijden van Christus en de heerlijkheid die daarop volgt (1 Petr. 1:11), die God de profeten door gezichten geopenbaard heeft.
de heiligheid der heiligheden
Dat is, den Heere Christus, die daar is het waarachtige heilige der heiligen, omdat in Hem al de schatten van heiligheid, rechtvaardigheid, en ook van wijsheid en kennis van God verborgen zijn, ons ten goede; en dat Hij is de ware ark des verbonds, door welken God de woorden des levens tot de wereld spreekt; de rechte genadestoel, door welken wij de verzoening hebben, enz.
Hertaald:de heiligheid der heiligheden
Dat is: de Heere Christus, Die het ware heilige der heiligen is, omdat in Hem al de schatten van heiligheid en gerechtigheid, en ook van wijsheid en kennis van God verborgen zijn, ons ten goede; en omdat Hij de ware ark van het verbond is, door Wie God de woorden van het leven tot de wereld spreekt, en het echte verzoendeksel door Wie wij de verzoening hebben, enzovoort.
te zalven
Te weten met den Heiligen Geest; dat is als in te wijden en te bereiden tot zijn zaligmakend ambt.
Hertaald:te zalven
Namelijk met de Heilige Geest; dat is: als het ware ingewijd en toegerust tot Zijn zaligmakende ambt.
Daniël 9 vers 25— Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.
Weet dan, en versta
Onze Heere Jezus Christus doet even deze zelfde vermaning, aangaande deze profetie; Matt. 24:15 .
Hertaald:Weet dan, en versta
Onze Heere Jezus Christus geeft precies dezelfde vermaning met betrekking tot deze profetie; Matth. 24:15.
van den uitgang des woords,
Dat is, van dien tijd af, dat er een bevel zal uitgaan dat men het volk, [te weten het Joodse volk] wederbrengen, dat is loslaten zal uit de Babylonische gevangenschap, en hetzelve Jeruzalem herbouwen zal. Versta hier door het woord het bevel, gelijk vs.23, te weten het bevel van Cyrus, naar sommiger gevoelen. Zie 2 Kron. 36:22-23 , en Ezra 1:1 , en boven de aantekening vs.24, van het begin der zeventig weken. Anders: om weder te brengen; dat is, om weder ter hand te stellen; te weten de vaten des tempels, die uit den tempel naar Babel gevoerd waren. Anders: om te herstellen, namelijk den staat der kerk en der regering.
Hertaald:van den uitgang des woords,
Dat is: vanaf het moment dat er een bevel zal uitgaan dat men het volk — namelijk het Joodse volk — zal terugbrengen, dat is: vrijlaten uit de Babylonische gevangenschap, en dat men Jeruzalem zal herbouwen. Versta hier onder het woord het bevel, zoals vers 23, namelijk volgens sommigen het bevel van Kores. Zie 2 Kron. 36:22-23 en Ezra 1:1, en hierboven de aantekening bij vers 24 over het begin van de zeventig weken. Anders: om terug te brengen, dat is: om weer ter hand te stellen, namelijk de vaten van de tempel die uit de tempel naar Babel gevoerd waren. Anders: om te herstellen, namelijk de staat van de kerk en van het bestuur.
Messias
Dat is, tot op Christus, het Hebreeuwse woord Messias, [hetwelk even hetzelfde, dat Christus betekent, namelijk een gezalfde] staat ook Joh. 1:42 , en Joh. 4:25 .
Hertaald:Messias
Dat is: tot op Christus. Het Hebreeuwse woord Messias — dat precies hetzelfde betekent als Christus, namelijk een Gezalfde — staat ook in Joh. 1:42 en Joh. 4:25.
den Vorst,
Of, leidsman, gelijk Jes. 55:4 , of hertog, gelijk 2 Sam. 7:8 , en 2 Kon. 20:5 .
Hertaald:den Vorst,
Of: Leidsman, zoals Jes. 55:4, of Vorst, zoals 2 Sam. 7:8 en 2 Kon. 20:5.
de straten,
Hebreeuws, de straat en de gracht. Anders: uitgehouwen gracht. Versta dit van de stadsgrachten.
Hertaald:de straten,
Hebreeuws: de straat en de gracht. Anders: uitgehouwen gracht. Versta dit van de stadsgrachten.
in benauwdheid der tijden
Want al wat onder Ezra aan de muren gebouwd was, dat werd kort daarna door de vijanden der Joden weder omvergeworpen, en de poorten met vuur verbrand. En onder Nehemia moesten zij bouwen met den troffel in de ene en het geweer in de andere hand, Neh. 4:17 ; waarom de Joden zich zozeer haastten, dat zij het gebouw van den muur optrokken in twee en vijftig dagen.
Hertaald:in benauwdheid der tijden
Want alles wat onder Ezra aan de muren gebouwd was, werd kort daarna door de vijanden van de Joden weer omvergeworpen en de poorten werden met vuur verbrand. En onder Nehemia moesten zij bouwen met de troffel in de ene en het wapen in de andere hand (Neh. 4:17); daarom haastten de Joden zich zo dat zij de muur in tweeënvijftig dagen optrokken.
Daniël 9 vers 26— En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.
na die twee en zestig weken
Namelijk na de negen en zestigste week, want de zeven voorgenoemde weken moeten bij deze twee en zestig weken gevoegd worden.
Hertaald:na die twee en zestig weken
Namelijk na de negenenzestigste week, want de zeven eerder genoemde weken moeten bij deze tweeënzestig weken opgeteld worden.
uitgeroeid worden,
Het Hebreeuwse woord betekent somtijds zoveel als een misdadiger om het leven brengen. Zie Lev. 17:4 .
Hertaald:uitgeroeid worden,
Het Hebreeuwse woord betekent soms zoveel als: een misdadiger ter dood brengen. Zie Lev. 17:4.
maar het zal niet voor Hem zelven zijn;
Dat is, niet tot zijn voordeel, maar tot voordeel van zijne uitverkorenen; of niet om zijner zonden wil. Anders, doch Hij zal gene [schuld] hebben, of maar zonder zijne [misdaad]. Of, zonder enige [schuld]. Anders, en zal geen [helper] hebben. Zie Dan. 11:44 . Anders, en niet meer zijn; te weten onder de mensen, opgenomen zijnde ter rechterhand des Vaders. Vergelijk Gen. 5:24 .
Hertaald:maar het zal niet voor Hem zelven zijn;
Dat is: niet tot Zijn eigen voordeel, maar tot voordeel van Zijn uitverkorenen; of: niet vanwege Zijn eigen zonden. Anders: maar Hij zal geen schuld hebben, of: zonder Zijn eigen misdaad. Of: zonder enige schuld. Anders: en zal geen helper hebben. Zie Dan. 11:44. Anders: en niet meer zijn, namelijk onder de mensen, omdat Hij opgenomen is aan de rechterhand van de Vader. Vergelijk Gen. 5:24.
een volk des vorsten,
Dat is, het heirleger der Romeinen.
Hertaald:een volk des vorsten,
Dat is: het leger van de Romeinen.
zijn einde zal zijn met een overstromende vloed,
Te weten het einde, hetwelk de Romeinse vorst het Joodse volk zal aanbrengen. Of, het laatste dat hij het Joodse volk zal aandoen.
Hertaald:zijn einde zal zijn met een overstromende vloed,
Namelijk het einde dat de Romeinse vorst het Joodse volk zal bezorgen. Of: het laatste dat hij het Joodse volk zal aandoen.
vastelijk besloten verwoestingen
De zin is: Zij zijn vastelijk besloten, en de tijd is precies bestemd, wanneer zij komen en wanneer zij ophouden zullen. Sommigen verstaan dit aldus: Totdat Gods oorlog tegen zijn volk een einde hebbe, zijn de verwoestingen precies bestemd.
Hertaald:vastelijk besloten verwoestingen
De betekenis is: zij zijn vast besloten, en de tijd is nauwkeurig bepaald wanneer zij zullen komen en wanneer zij zullen ophouden. Sommigen verstaan dit zo: totdat Gods oorlog tegen Zijn volk een einde heeft, zijn de verwoestingen nauwkeurig bepaald.
Daniël 9 vers 27— En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.
velen het verbond versterken
Of, voortreffelijken; te weten de uitverkorenen en gelovigen.
Hertaald:velen het verbond versterken
Of: voortreffelijken; namelijk de uitverkorenen en gelovigen.
een week;
Dat is, zeven jaren, in het midden van welke de Heere Christus is gedood, en in den overigen tijd hebben de apostelen de Joden met het Evangelie van Christus bediend.
Hertaald:een week;
Dat is: zeven jaar, in het midden waarvan de Heere Christus gedood is; in de overige tijd hebben de apostelen de Joden met het Evangelie van Christus gediend.
in de helft der week
Te weten in het midden van die zeventigste week.
Hertaald:in de helft der week
Namelijk in het midden van die zeventigste week.
doen ophouden,
Te weten door zijnen dood, die een offerande en slachtoffer is, waardoor alle heiligen in der eeuwigheid geheiligd worden, voor welken al de Levietische offeranden verdwenen zijn, gelijk de schaduw voor de zon. Want hoewel zij nog een weinig tijds na de hemelvaart van Christus geduurd hebben, zo heeft nochtans met den dood van Christus straks al hare wettelijkheid en nuttigheid opgehouden.
Hertaald:doen ophouden,
Namelijk door Zijn dood, die een offerande en slachtoffer is waardoor alle heiligen in eeuwigheid geheiligd worden, en waarvoor alle Levitische offeranden verdwenen zijn zoals de schaduw voor de zon. Want hoewel die nog een korte tijd na de hemelvaart van Christus voortgeduurd hebben, is met de dood van Christus toch meteen al hun wettelijke geldigheid en nut opgehouden.
over den gruwelijken
Hebreeuws, over den vleugel der verfoeiselen, of verfoeiingen. Versta, het verfoeilijke heidense Romeinse krijgsvolk, [ Matt. 24:15 ] , over hetwelk een krijgsoverste zal zijn, die deze verwoesting zal aanrichten naar Gods rechtvaardig oordeel.
Hertaald:over den gruwelijken
Hebreeuws: over de vleugel van de gruwelen of verfoeiselen. Versta daaronder het verfoeilijke heidense Romeinse krijgsvolk (Matth. 24:15), waarover een legeraanvoerder zal staan die deze verwoesting zal aanrichten naar Gods rechtvaardig oordeel.
vleugel
Of, benden. Zie Ezech. 12:14 .
Hertaald:vleugel
Of: benden. Zie Ezech. 12:14.
tot de voleinding toe,
Zie de aantekening Jer. 4:27 .
Hertaald:tot de voleinding toe,
Zie de aantekening bij Jer. 4:27.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Darius (de Meder) — (Perzisch-Meedse koningsnaam: die het goede bezit)
De Meder, die het koninkrijk van de Chaldeen ontving na Belsazars dood, tweeënzestig jaar oud. Hij stelde Daniël aan tot een van de drie hoogste vorsten, maar werd door jaloerse ambtgenoten misleid tot een verbod op gebed, waardoor Daniël in de leeuwenkuil geworpen werd; toen Daniël ongedeerd bleek, liet Darius zijn belagers zelf in de kuil werpen en eerde hij de God van Daniël in het gehele rijk (Dan. 6).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het gebed van Daniël — een schuldbelijdenis waarin de bidder zichzelf niet uitzondert (Dan. 9:3-19)
Daniël leest bij Jeremia dat de ballingschap zeventig jaar duren zal (Dan. 9:2, reeds behandeld bij Jer. 25:11-12), en zijn eerste antwoord daarop is geen berekening maar een gebed: "En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as" (Dan. 9:3). Het gebed begint met een belijdenis: "Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd" (Dan. 9:5). Telkens keert dezelfde tegenstelling terug: "Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten" (Dan. 9:7). Het loopt uit op een smeking die niets voor zichzelf opeist: "wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn" (Dan. 9:18), en op de korte roep: "O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil" (Dan. 9:19).
Bijbelse betekenis: Merk op wie er in dit gebed "wij" is. Daniël wordt in dit boek getekend als een man zonder gevonden misdaad (reeds behandeld bij Dan. 6:5), en toch zegt hij vanaf het eerste woord wij hebben gezondigd, niet zij. Hij rekent zich bij het volk en niet erboven. Let vervolgens op de opbouw: eerst de schuld van het volk in alle onderdelen, dan de rechtvaardiging van het oordeel volgens de wet van Mozes, en pas daarna de smeking. Er wordt niet gebeden tot de schuld erkend is. Let ten slotte op de grond van Dan. 9:19: om Uws Zelfs wil. Niet de verdienste van het volk, en zelfs niet zijn nood op zichzelf, maar Gods eigen Naam is de laatste grond van de bede.
Typologie: Nehemia bidt met dezelfde tegenstelling: "Doch Gij zijt rechtvaardig, in alles, wat ons overkomen is; want Gij hebt trouwelijk gehandeld, maar wij hebben goddelooslijk gehandeld" (Neh. 9:33, reeds behandeld). En de tollenaar in de gelijkenis bidt in dezelfde toon: "O God! wees mij zondaar genadig!" (Luk. 18:13).
De zeventig weken — een tweede, kleinere termijn, binnen de eerste van zeventig jaar (Dan. 9:24-27)
Terwijl Daniël nog bidt, komt Gabriël met een antwoord dat verder gaat dan zijn vraag: "Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad" (Dan. 9:24). Zes dingen worden in dat vers genoemd: de overtreding sluiten, de zonden verzegelen, de ongerechtigheid verzoenen, een eeuwige gerechtigheid aanbrengen, het gezicht en de profeet verzegelen, de heiligheid der heiligheden zalven. De termijn wordt verdeeld: "zeven weken, en twee en zestig weken" tot op "Messias den Vorst" (Dan. 9:25), en daarna: "na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn" (Dan. 9:26). In datzelfde vers volgt de verwoesting van stad en heiligdom door "een volk des vorsten". Het slot spreekt van één week waarin het slachtoffer en het spijsoffer ophouden (Dan. 9:27).
Bijbelse betekenis: Merk eerst op wat de tekst zelf geeft en wat niet. Het getal weken staat er, evenals de volgorde van de gebeurtenissen; welk kalenderjaar daarmee overeenkomt en hoe de weken precies gerekend moeten worden, daarover lopen de berekeningen binnen de eigen traditie zelf uiteen. Het register vult daarom geen jaartelling in en doet geen uitspraak over het tijdstip, dezelfde terughoudendheid als bij het beeld van Dan. 2 en de gezichten van Dan. 7-8 (reeds behandeld bij Dan. 7:17,23). Let vervolgens op wat wél vaststaat: de Messias wordt uitgeroeid, en dat niet voor Zichzelf — een sterven ten behoeve van anderen, midden in een profetie die met een schuldbelijdenis begon. Let ten slotte op de tegenstelling tussen wat de Messias brengt (verzoening, eeuwige gerechtigheid) en wat de vorst brengt die na Hem komt (verwoesting). Beide horen in dezelfde profetie, maar niet in dezelfde persoon.
Typologie: Wat hier aangekondigd wordt, legt de Heere Jezus Zelf naast Zijn eigen tijd wanneer Hij spreekt van "den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniel, de profeet" (Matt. 24:15). Paulus zegt van Christus dat Hij "gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften" (1 Kor. 15:3) — hetzelfde "niet voor Hem zelven" van Dan. 9:26.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
De Messias zal uitgeroeid worden, maar niet voor Zichzelf — 9:24-27
Daniël heeft in de boeken gelezen dat de ballingschap zeventig jaar duren zou, en hij bidt een lang schuldbelijdend gebed. Terwijl hij nog spreekt, komt Gabriël met een antwoord dat veel verder reikt dan zijn vraag.
Er komt een tijd waarin de ongerechtigheid verzoend wordt — en daarin wordt de Messias uitgeroeid, maar niet om Zijn eigen schuld.
Het antwoord begint met zes dingen die binnen die weken volbracht worden: de overtreding gesloten, de zonden verzegeld, de ongerechtigheid verzoend, een eeuwige gerechtigheid aangebracht, het gezicht en de profetie verzegeld, en de Heiligheid der heiligheden gezalfd.
Dat gaat niet over het einde van de ballingschap. Daar wordt geen zonde door verzoend en geen eeuwige gerechtigheid door aangebracht.
Het beslissende staat in vers 26: na die tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn. De kanttekening legt beide helften uit. Bij het uitroeien: het Hebreeuwse woord betekent soms zoveel als een misdadiger ter dood brengen. En bij het vervolg: dat is, niet tot Zijn eigen voordeel maar tot voordeel van Zijn uitverkorenen; of: niet vanwege Zijn eigen zonden, zonder enige schuld.
Daar staat in één zin wat heel Jesaja 53 uitwerkt: Hij sterft als een misdadiger, en het is niet voor Hemzelf.
Wat erop volgt is even nuchter als somber: een volk des vorsten zal de stad en het heiligdom verderven. Christus verwijst naar dit hoofdstuk wanneer Hij over de verwoesting van Jeruzalem spreekt, en de tempel is in het jaar zeventig inderdaad gevallen — na de dood van de Messias, niet ervoor.
Over de telling van de weken is veel geschreven en zijn de uitleggers het niet eens. Wat vaststaat en niet van een berekening afhangt, is de volgorde: eerst komt de Gezalfde, dan wordt Hij uitgeroeid zonder eigen schuld, en daarna valt de stad.
Daniël 9:24 — Binnen deze weken wordt de ongerechtigheid verzoend en eeuwige gerechtigheid aangebracht.
Daniël 9:26 — De Messias wordt uitgeroeid, maar niet voor Hem zelven.
Jesaja 53:8 — Hij is afgesneden uit het land der levenden, om de overtreding Mijns volks.
Daniël 9:26 — Daarna verderft een volk de stad en het heiligdom.
Lukas 21:20 — Christus voorzegt de omsingeling en verwoesting van Jeruzalem.
Hebreeën 9:26 — Eenmaal is Hij geopenbaard tot vernietiging der zonde door Zijn offerande.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 9:26-28; Lukas 21:20-24; Romeinen 5:6-8; 1 Petrus 3:18
Hoever dit reikt: Over de telling van de zeventig weken lopen de verklaringen uiteen; die rekening wordt hier niet gemaakt. Wat de tekst zelf zegt is de volgorde en de reden: de Messias wordt uitgeroeid, en niet voor Zichzelf.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Daniël 9:1-2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Jeremia 29:10→Jeremia 25:11→Zacharia 7:5→Daniël 11:1→Ezra 1:1→Daniël 1:21→Daniël 5:31→ — In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen; In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was. Daniël was zelf een profeet, en toch bestudeerde hij de ingegeven profetieën van Jeremia. Als zo’n man de Schrift nodig had te lezen, hoeveel te meer wij! Welk licht wij ook menen dat in ons woont, wij doen goed te wandelen bij het vaste profetische woord.
Zo ontdekte hij dat het einde van de gevangenschap bijna gekomen was. En hij zette zich ertoe krachtig bij God te pleiten dat Hij nu de hand van Zijn liefde zou keren naar de verwoeste en eenzame stad Jeruzalem. Merk op dat Daniël zich de nauwkeurige datum herinnerde waarop de ballingschap eindigen zou.
Heeft God aan een beproeving of een kastijding van ons een termijn gesteld, dan moesten ook wij die onthouden en onder onze bijzondere aantekeningen opschrijven. Ik vrees dat dit niet altijd zo is. Wij vergeten niet wanneer een grote droefheid ons overviel. Wij kunnen ons waarschijnlijk herinneren wanneer een geliefde stierf, en wij weten nog de dag van de week en van de maand waarop dat gebeurde. Maar houden wij de gedachtenis van Gods goedertierenheid even taai vast? Ik vrees van niet, en toch behoorde het zo te zijn.
Wij moesten er even bepaald over kunnen schrijven als Daniël deed toen hij zei: “In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden.” En dan noemen wij de tijd waarop wij een bijzonder uitgelezen gemeenschap met God hadden. Of waarop wij tot meer dan gewone ernst in het gebed gebracht werden, of een bijzonder genadig antwoord van onze God ontvingen.
Daniël 9:3.KruisverwijzingenNehemia 9:1→Esther 4:16→Ezra 9:5→Ezechiël 36:37→Daniël 10:2→Jakobus 5:16→Esther 4:1→Joël 2:12→ — En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as. “En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere.” Deze uitdrukking is vol betekenis. Mensen kunnen hun aangezicht vastbesloten tot het gebed stellen, met heel hun gemoed die kant op, God zoekend met hun gezicht naar Hem toe. Doen zij dat niet voor de schijn maar in diepe en plechtige ernst, dan slagen zij met hun smeking.
Daniël spreekt van “het gebed, en smekingen”, waaruit wij mogen opmaken dat hij veel bad en vaak bad, en dat hij daar een geregeld en aanzienlijk deel van zijn tijd voor afzonderde. Hij was een zeer bezet man, want hij was de eerste van de vorsten over de honderdtwintig stadhouders. En toch, of juist daarom, wilde hij zijn tijd voor de omgang met God hebben. Daarin deed hij wijs, want elk deel van onze tijd dat aan het gebed ontstolen wordt, wordt ook aan onszelf ontstolen. Het oude gezegde is waar: bidden en voeren vertraagt geen reis.
Daniël had zeker minder gerebelleerd dan al zijn landgenoten, en toch is hij de eerste die namens hen belijdenis doet. Zo moeten ook wij, broeders, wanneer wij onze eigen zonden beleden en barmhartigheid gevonden hebben, voorbidders voor anderen worden. Wij moeten belijdenis doen van de zonden van ons gezin, van de zonden van onze stad, van de zonden van ons land. Hoeven wij niet langer om zaligheid voor onszelf te pleiten omdat wij die verkregen hebben, laten wij dan de volle kracht van onze gebeden ten nutte van anderen aanwenden.
Daniël 9:4.KruisverwijzingenNehemia 9:32→Deuteronomium 7:9→1 Koningen 8:23→2 Kronieken 7:14→Micha 7:18→Jakobus 1:12→Nehemia 1:5→Numeri 14:18→ — Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden. U zult wel opgemerkt hebben hoe heilige mannen van vroeger in het gebed de namen van God plachten af te wisselen. Hier vinden wij Daniël Hem aanspreken als de “grote en verschrikkelijke God”. Maar die titel werd niet in het wilde weg gekozen. De profeet gevoelde dat, nu Jeruzalem zo lang een woestenij gebleven was, de ontzagwekkende kant van Gods karakter nog opvallender was dan de tedere. Toch koppelde hij er die genadige waarheid aan: Hij is de God “Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden”.
Daniël 9:5-6.KruisverwijzingenPsalmen 106:6→Ezra 9:7→2 Kronieken 36:15→Daniël 9:15→Jesaja 64:5→Jeremia 14:7→Nehemia 9:34→Jeremia 44:4→ — Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten. En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands. Daniël belijdt de zonden van het volk, en hij spaart geen enkel passend woord om ze te beschrijven: “Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd.” In elk woord dat hij gebruikte zag hij op zijn minst een schakering van verschil. Dit zijn geen ijdele herhalingen; Daniël vermenigvuldigde zijn uitdrukkingen omdat hij een diep besef had van de zondigheid van de zonde en van de schuld van zijn volk.
Let er ook op hoe hij de verzwaring van hun zonde aanwijst in hun weigering te luisteren naar de boodschappen die God hun door Zijn knechten gezonden had. Is er iets in de wereld dat de zonde meer dan gewoon zondig maken kan, dan is het dat men in de zonde volhardt ondanks de duidelijke waarschuwingen van God.
Daniël 9:7.KruisverwijzingenDaniël 9:14→Psalmen 44:15→Deuteronomium 4:27→Jeremia 3:25→Jeremia 2:26→Daniël 9:8→Romeinen 6:21→Amos 9:9→ — Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben. Dit vers zou vandaag even waarachtig uitgesproken kunnen worden als in het eerste jaar van Darius de Meder. Ook wij kunnen zeggen: “Bij U, o Heere! is de gerechtigheid.” Elders is zij nergens te vinden. En het andere deel van het vers is even waar, want ons komt de beschaamdheid van het aangezicht toe, net als de mensen uit Daniëls dagen.
Daniël 9:8-9.KruisverwijzingenPsalmen 86:15→Psalmen 130:4→Jeremia 14:7→Efeze 2:4→Daniël 9:5→Efeze 1:6→Psalmen 130:7→Daniël 9:6→ — O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben. Wat een genadig vers is dit! Het mocht wel met gouden letters gedrukt worden, en elke bevende, boetvaardige zondaar mocht ernaar kijken totdat er eindelijk stralen licht in de duisternis van zijn wanhoop schoten.
Wat een kostbare verzekering! Naar de mate van uw besef van zonde zult u haar waarderen. Voelt u dat de beschaamdheid van het aangezicht bij u hoort? Dan zult u zich er ook over verblijden dat de barmhartigheden en de vergevingen bij de Heere zijn. Hij wacht om ze te schenken aan allen die Zijn aangezicht zoeken in boetvaardigheid en geloof.
Daniël 9:10-11.Kruisverwijzingen2 Koningen 18:12→Daniël 9:6→Jesaja 1:4→Jeremia 8:5→Deuteronomium 27:15→Deuteronomium 28:15→Ezra 9:10→Hebreeën 1:1→ — En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten. Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben. Het hoorde bij dat oude verbond dat zij, als zij tegen de HEERE zondigden, onder alle volken van de aarde verstrooid zouden worden. En hun lijden kwam nauwkeurig overeen met wat God gedreigd had. De profeet gebruikt dat feit in zekere mate als een bron van vertroosting. Hij redeneert namelijk zo: is God getrouw aan de donkere zijde van het verbond, dan zal Hij ook getrouw zijn aan de heldere zijde ervan. En zo is het: Die Zijn dreigementen getrouw vervult, zal Zijn beloften even getrouw houden.
Daniël 9:12-13.KruisverwijzingenEzechiël 5:9→Jeremia 2:30→Daniël 9:11→Jesaja 9:13→Klaagliederen 1:12→Jesaja 44:26→Jeremia 31:18→Psalmen 119:27→ — En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is. Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid. Och, die droeve hardheid van hart en onboetvaardigheid! Jeruzalem was zo zwaar geslagen, en toch keerde het volk zich niet in het gebed tot God.
Daniël 9:14-21.KruisverwijzingenJesaja 37:17→Daniël 9:7→Nehemia 9:33→Nehemia 9:10→Zacharia 8:3→Lukas 1:19→Daniël 8:16→Jeremia 44:27→ — Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden. En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest. O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn. En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil. Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn. O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd. Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods; Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers. Dat is de tijd waarop het gebed altijd gehoord wordt: wanneer het lam geofferd is en zijn bloed gesprengd. En geloofd zij God, het offer waarop wij vertrouwen is eens voor altijd gebracht. De Christus, Die als een geslacht Lam de hemel is binnengegaan, heeft door Zijn ene offerande een altijddurende offerande aan de Allerhoogste voor ons gebracht. Bidden wij dus wanneer wij willen, dan mogen wij een antwoord verwachten. Zie hoe snel het bij Daniël ging. Terwijl hij nog sprak in het gebed, verscheen de engel Gabriël hem in de gedaante van een man en bracht hem het antwoord op zijn smeking.
Daniël 9:23.KruisverwijzingenDaniël 10:19→Mattheüs 24:15→Daniël 10:11→Lukas 1:28→Hooglied 7:10→Ezechiël 24:16→Ezechiël 26:12→ — In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht. “In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.”
En toen vertelde hij hem van de Messias Die komen zou, van alles wat Hem overkomen zou en van de week van uitstel. En daarna van de laatste voleinding. Dan zou God de vreemde vorst toelaten om de stad en het heiligdom te verwoesten en er de verwoestingen over uit te storten die Hij vastbesloten had.
Het gebed van Daniël werd meteen verhoord, terwijl hij nog sprak. Ja, in het begin van zijn smeking. Zo gaat het niet altijd. Met Jeremia hebben anderen geroepen: “Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.” Zo hebben ware heiligen maandenlang in geduldig wachten volhard, en er zijn gevallen waarin hun gebeden zelfs jaren zonder antwoord bleven. Niet omdat zij niet vurig waren of niet aangenomen werden, maar omdat het Hem zo behaagde Die soeverein is en Die geeft naar Zijn eigen welbehagen.
Behaagt het Hem onze lijdzaamheid te laten oefenen, zal Hij dan niet met het Zijne doen wat Hij wil? Bedelaars mogen niet kieskeurig zijn, niet naar tijd, niet naar plaats en niet naar vorm. Wij moeten uitstel in het gebed niet voor weigering houden: Gods wissels op lange termijn worden stipt gehonoreerd. Wij mogen de satan ons vertrouwen in de God van de waarheid niet laten schokken door ons op onze onverhoorde gebeden te wijzen. Wij hebben te doen met Iemand Wiens jaren geen einde hebben, voor Wie één dag is als duizend jaren. Het zij verre van ons Hem traag te noemen door Zijn daden aan de maatstaf van ons kleine uurtje af te meten.
I. Vs. 1-9.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Jeremia 29:10→Jeremia 25:11→Zacharia 7:5→Nehemia 9:32→Deuteronomium 7:9→Daniël 11:1→Ezra 1:1→ — In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen; In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was. En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as. Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden. Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten. En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands. Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben. O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben. In het eerste jaar der regering van Darius, den Meder, dus ten tijde toen de door den Profeet Jeremia voorspelde zeventigjarige ballingschap der Joden onder Babel aan de ene zijde haar einde scheen bereikt te hebben, daar het toch met Babels wereldheerschappij gedaan was, en toch aan de andere zijde Juda’s gevangenis te Babel nog voortging en men nog in het geheel niet kon gissen, wanneer en hoe deze ballingschap zou eindigen, maakt Daniël de daarop betrekking hebbende plaatsen van Jeremia tot een onderwerp van navorsen en nadenken. Hij kan de reden, waarom de belofte vertoeft, slechts daarin vinden, dat de zonde van zijn volk niet genoegzaam beleden is; daarom wendt hij zich nu tot God in diepe treurigheid vastende, in een haren gewaad en in as. In den naam der gehele gemeente stort hij zijn gehele hart, dat door smart over de zonde is aangegrepen, en dat naar genade en vergeving verlangt, voor den Heere uit, Hem biddende, dat Hij genadig den smaad van Jeruzalem en van Zijn volk afwende, en over Zijn heiligdom, dat nog verwoest is, zijn aangezicht doe lichten.
KruisverwijzingenDaniël 11:1→Daniël 1:21→Daniël 5:31→Daniël 6:28→— In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen;
In het eerste jaar van Darius, d. i. Cyraxares II, den zoon van Ahasveros of Cyraxares I (zie 2 Kon. 22:2), uit het zaad, den stam der Meden, die in het jaar 556 v. Chr. koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeën (Hoofdst. 5:3)
Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Jeremia 29:10→Jeremia 25:11→Zacharia 7:5→Ezra 1:1→Jesaja 64:10→Micha 3:12→Psalmen 119:24→— In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.
In het eerste jaar zijner regering, sedert het begin van het koninkrijk der Chaldeën met het jaar 626 v. Chr. 70 jaren waren verlopen, merkte ik, Daniël, in de verzameling van de heilige boeken, die ik in afschrift bezat (Nehem. 8:1), dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den Profeet Jeremia (zie Jer. 25:11 vv. 29:10 1) geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was, ik bemerkte dat in 70 jaren de tijd vervuld zou zijn, waarin Jeruzalem verwoest zou blijven liggen.
KruisverwijzingenNehemia 9:1→Esther 4:16→Ezra 9:5→Ezechiël 36:37→Daniël 10:2→Jakobus 5:16→Esther 4:1→Joël 2:12→— En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
Toen verontrustte het mij, dat hoewel het ééne deel van ‘s Heeren woord vervuld was, het Chaldeeuwse rijk zijn einde had gevonden, echter niets bespeurd werd van de vervulling van het andere gedeelte, namelijk de verlossing van Israël (2 Kon. 25:27), en ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, ik wendde het aangezicht naar de plaats des tempels (Hoofdst. 6:10 v.) en geestelijk het hart naar den hemel, om Hem te zoeken met het gebed en smekingen, met vasten, en zak en as 1) (2 Sam. 12:16. Ezra 9:3 vv. opdat mij mocht verklaard worden, hoe het eigenlijk met die 70 jaren stond in betrekking tot het beloofde wederkeren des Heeren tot Zijn volk, en het herstellen van stad en tempel.
Waar Daniël een zak aan doet en zich met as bestrooit en tegelijk vast, werpt hij zich als een smekeling voor Gods aangezicht om vergiffenis te vragen en te verzoeken dat God, wat Hij beloofd heeft, ook door de daad zelf tot stand brenge. Nu zijn hier twee zaken door ons vast te houden. De eerste is dat ons geloof voortdurend moet geoefend worden door gebeden, vervolgens waar God ons iets uitstekends en uitnemends belooft, wij er ook meer vurig naar moeten verlangen en dat dit als het ware een scherpe prikkel is. Wat nu het vasten in zak en as betreft, dit is in het kort aan te merken, dat de heilige vaders, het gewoon waren, deze ceremoniën met buitengewone gebeden te verbinden, voornamelijk wanneer zij hun schuld voor Gods aangezicht wilden bekennen en als schuldigen voor Zijn aangezicht zich stelden, die er reeds geheel van overtuigd waren en geheel hun hoop stelden op de bede om vergiffenis. Ofschoon Daniël een Profeet des Heeren was, achtte hij zich echter daarmee niet verheven boven de Schrift; neen, hij beminde en bestudeerde haar als het levende Woord des Allerhoogsten. De ene Profeet las van zelven den anderen, en verenigde zijne profetie met de voorafgaande; ja, wat zeg ik, de grootste der Profeten en hun Hoofd, Christus, beriep Zich gedurig op de Schrift. Hieruit kan men den hoogmoed afmeten van de ongelovige geleerden van onzen tijd, die de Schrift als verouderd wegwerpen, en hun eigene geschriften tot Schrift maken, als ook de verkeerdheid der gelovigen, die het meer met hun bevindingen dan met de Schrift houden. Daniël bidt om hetgeen God beloofd heeft te doen. Ene vreemde zaak voor het vleselijk verstand, Men zou zeggen: als God het beloofd heeft, dan behoeft men er niet om te bidden. Het tegendeel is waar. Een gelovige bidt, niet onbepaald, maar overeenkomstig het woord van God. Wij bidden naar Gods wil, en zijn daarom verzekerd verhoord te zullen worden. Daniël belijdt zijne zonden. Ook weer ene vreemde zaak; ene zondenbelijdenis op dit ogenblik, waarop God Zich gaat ontfermen, door een einde te maken aan de ballingschap! Doch juist zulke tegenstrijdige dingen, waarvan de wereld geen begrip heeft, zijn bij de gelovigen gewone zaken. Gods weldaden verootmoedigen hen nog meer dan Gods kastijdingen. Als God ons zegent, ons kroont met goedertierenheid en barmhartigheden, dan in tranen weg te smelten en zich zondaar te gevoelen, dat is genade. Niet alleen beleed Daniël eigene zonden, hij beleed ook die van anderen. Wij klagen dikwijls over gebrek aan verootmoediging onder de broederen; dat wij voorgaan! Een gelovige moet in zijne binnenkamer nooit voor zich zelven alleen staan, maar voor de gehele gemeente Gods. Hij alleen moet op zijne wijze in de bres staan voor allen; dit behoort tot het algemene priesterschap der gelovigen. De Heere, die alleen stond voor ons allen in het oordeel en alleen voor ons allen triomfeerde, heeft ons deze genade gegeven. Hier is inderdaad een voorbeeld voor ieder Christen. Laat hem desgelijks verstaan door de Goddelijke Boeken, de Schriften van Profeten en Apostelen, dat de tijd nadert, wanneer de kerk zal bevrijd zijn van hare gevangenschap, de slavernij der zonde, en gebracht worden in de heerlijke vrijheid der kinderen Gods. Dat hij daarom als een vreemdeling en pelgrim op aarde afstand doe van vleselijke lusten, ten allen tijd biddende en zich haastende, dat de dag des Heeren kome.
KruisverwijzingenNehemia 9:32→Deuteronomium 7:9→1 Koningen 8:23→2 Kronieken 7:14→Micha 7:18→Jakobus 1:12→Nehemia 1:5→Numeri 14:18→— Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
Ik bad dan tot den HEERE, mijnen God, en deed belijdenisvan onze zonde, 1) die zeker de oorzaak was, waarom de vervulling Zijner belofte vertraagde, en zei: “Och Heere! Gij grote en verschriklijke God, a) die het verbond de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en zijne geboden houden 2) (Ex. 20:5 v. (Neh. 1:5 vv.).
Deut. 7:9.
Het belijden is tweeërlei, òf een belijden van zonden òf van lof. Wanneer het ons in moeilijke omstandigheden kwalijk gaat, moeten wij onze zonde belijden; wanneer het ons goed is, bij de overwinning der gerechtigheid moeten wij belijden, dat de Heere groot en goed is, moeten wij Hem loven; zonder belijdenis mogen wij echter nooit zijn.
Daniël belijdt hier in den aanhef van zijn gebed zowel de Majesteit Gods en Zijne heiligheid als Zijne barmhartigheid en genade. Hij wend zich tot God, zoals Hij Zich van oude tijden heeft geopenbaard. als tot dien Heere, die uit kracht Zijner heiligheid en rechtvaardigheid, de zonde geenszins kan gedogen, maar ook uit kracht van Zijne barmhartigheid en genade met den zondaar kan te doen hebben in den weg van vergevende genade5. a) Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uwe geboden, én van uwe rechten 1) (1 (Kon. 8:47).
Ps. 106:6. Jes. 64:5-7.
Hij moet daarmee beginnen, dewijl in het algemeen is aan te merken, dat onze gebeden Gode niet kunnen behagen, tenzij wij als schuldigen voor Zijn aangezicht komen en onze gehele hoop stellen op Zijne barmhartigheid. Maar in het belijden was er bij den Profeet een reden voor, dewijl hij niet gebeden heeft op de gewone wijze, zoals gezegd is, maar al vastende en met zak en as. Dit was dus een plechtige belijdenis, waarin Daniël zich verenigde met het ganse volk. Ten tijde toen Gij hen (de kinderen Israëls) kastijddet, stortten zij gebeden voor U uit; want zij wisten, dat de verdrukking, die over hen gekomen was in de ballingschap, Uwe straf was en niet een toeval, en dat Gij hen voor hun zonden kastijddet. Daarom loofden zij U en baden zij tot U; zo deden zij gedurende den gansen tijd der ballingschap. (D. KIMCHI). Daniëls gebed is een van die Bijbelse gebeden, waar men niet verklaren kan, waar men gevoelt, dat de woorden zich zelf moeten verklaren in ons hart, wanneer men de bedoeling en den zin zal vatten. Daniël, de getrouwe en rechtvaardige knecht Gods, verdiept zich geheel in de schuld en de zonde van zijn volk; zijne priesterlijke gezindheid identificeert zich zo geheel daarmee, hij doet zo innig in den naam van gans Israël belijdenis, dat wij hier iets gevoelen van hetgeen in het binnenste omging van Hem, die in onze plaats belijdenis deed, dat wij over Daniël heen zien in het gebedsoffer van Gethsemane en van Golgotha. Daniël stelt als een voorbeeld in zijn biddend lijden ons dien hoogsten Hogepriester voor, die, toen Hij werd uitgeroeid (vs. 26), het slachtoffer en het spijsoffer des Ouden Verbonds deed ophouden (vs.
, daar Hij zelf de schuld verzoend en de eeuwige gerechtigheid aangebracht heeft (vs. 24); voor deze openbaring des Nieuw-Testamentische hogepriesterschaps moest Daniël juist nu hij zelf als priester gestaan had, bijzonder ontvankelijk zijn.
KruisverwijzingenEzra 9:7→2 Kronieken 36:15→Nehemia 9:34→Jeremia 44:4→Lukas 20:10→Jeremia 44:16→Jeremia 25:3→Zacharia 1:4→— En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.
En wij hebben niet gehoord naar uwe dienstknechten, de Profeten, die in Uwen naam spraken tot onze koningen, onze vorsten, de hoofden van stammen en de geslachten, en onze vaders, de familiehoofden, en tot al het volk des lands.
KruisverwijzingenDaniël 9:14→Psalmen 44:15→Deuteronomium 4:27→Jeremia 3:25→Jeremia 2:26→Daniël 9:8→Romeinen 6:21→Amos 9:9→— Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.
Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, 1) bij het bewustzijn, dat wij door onze zonden zware straffen verdiend hebben, gelijk het is te dezen dage bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israël, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, om hun overtreding, waarmee zij tegen U overtreden hebben.
De ware boetvaardigen zijn altoos gewoon God te loven, te rechtvaardigen, opdat Hij rechtvaardig zij in Zijn spreken en rein in Zijn handelen, en de zondaar de schuld alleen drage. Hij erkent, dat het de zonde was, die hen in al deze ellende dompelde. Hij erkent de gerechtigheid van God daarin, dat Hij hen, in alles dat Hij over hen had laten komen, geen onrecht gedaan, maar hen naar hun verdienste behandeld had.
KruisverwijzingenDaniël 9:6→Klaagliederen 1:18→Klaagliederen 3:42→Klaagliederen 5:16→Klaagliederen 1:7→Jeremia 14:20→— O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Een klaar en diep bewustzijn van zonde, van hare snoodheid en van de straf, die zij verdient, behoort ons te verootmoedigen voor den troon. Wij hebben gezondigd als Christenen. Helaas! dat het zo moest zijn. Hoe begunstigd wij ook zijn, hebben wij ons nochthans aan ondankbaarheid schuldig gemaakt; boven de meesten bevoorrecht, hebben wij echter niet naar die mate vruchten gedragen. Wie is er, al heeft hij nog zo lang aan den Christelijken krijg deelgenomen, die niet een blos zijn aangezicht zal voelen bedekken, wanneer hij terugziet op het verledene? Wat onze dagen betreft vóór onze bekering mogen zij vergeven en vergeten zijn; maar sedert dien tijd, hoewel wij niet zondigen als te voren, hebben wij toch gezondigd tegen licht en tegen liefde, licht dat ons gemoed waarlijk had bestraald, en liefde, waarin wij ons hadden verblijd. O, hoe snood is de zonde ener begenadigde ziel! De zondaar, die de vergeving nog niet deelachtig is, zondigt oneindig minder zwaar dan Gods uitverkorenen, die met Christus gemeenschap hebben gesmaakt, en op Zijn boezem hun hoofd hebben neergevleid. Zie op David! Velen spreken over zijne zonde, maar ik bid u, zie op zijn berouw, en naar zijne gebrokene beenderen, terwijl ieder hunner zijne smartvolle belijdenis uitstort; Merk op zijne tranen, hoe zij ter aarde vallen, en de diepe verzuchtingen, die de gedempte tonen zijner harp vergezellen! Wij zijn allen afgeweken, laat ons dan den geest der bekering zoeken deelachtig te worden. Merk wederom op Petrus! Wij spreken veel van zijne verloochening van den Meester. Bedenk, dat er is geschreven: “Hij weende bitterlijk. ” Hebben wij gene verloocheningen onzer met tranen te bewenen? Helaas! deze onze zonden vóór en na de bekering, zouden ons gewis naar de plaats van het onuitbluslijk vuur verwijzen, ware het niet om de souvereine genade, die ons onderscheidde, ons rukkende als vuurbranden uit het vuur. Mijne ziel, buig u neer onder het besef uwer natuurlijke zondigheid, en aanbid uwen God. Bewonder de genade, die u behoudt, de goedertierenheid, die u spaart, de liefde, die u geeft.
KruisverwijzingenPsalmen 86:15→Psalmen 130:4→Jeremia 14:7→Efeze 2:4→Daniël 9:5→Efeze 1:6→Psalmen 130:7→Klaagliederen 3:22→— Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
a) Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen (Ps. 130:4) en deze hebben wij thans in bijzondere mate nodig; daarom hopen wij nog, alhoewel onze zonde zwaar is, en wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
Ps. 130:3, 7. Klaagl. 3:22. Houdt Daniël zich hier niet enkel en geheel vast aan de genade? Hoe dwalen zij, die zeggen, dat onder het Oude Testament het Evangelie niet bekend was! . Daniël pleit hier en houdt zich vast aan Gods barmhartigheid en Zijn vergevende genade. Hij weet het, en is er van overtuigd, dat zal Israël uit Babel verlost worden, het enkel zal zijn uit vrije genade en ongehoudene goedertierenheid. Maar Daniël heeft ook een breed inzicht in de liefde Gods. Hij weet het dat er een ogenblik is in Zijnen toorn, maar een leven in Zijne goedgunstigheid. Hij weet het, dat Gods verbond vast staat, en dat de trouweloosheid van zijn volk de eeuwige trouw Gods niet te niet maakt. Aan de ene zijde ziet hij een stroom van ongerechtigheid, maar aan de andere zijde een vuur van Gods liefde, hetwelk den toorn verslindt.
Kruisverwijzingen2 Koningen 18:12→Daniël 9:6→Ezra 9:10→Hebreeën 1:1→2 Koningen 17:13→Nehemia 9:13→— En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten.
En wij hebben de stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijne wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijne knechten, de Profeten.
KruisverwijzingenJesaja 1:4→Jeremia 8:5→Deuteronomium 27:15→Deuteronomium 28:15→2 Koningen 17:18→Ezechiël 22:26→Deuteronomium 29:20→Deuteronomium 32:19→— Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
Maar geheel Israël heeft Uwe wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die a) vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, wij ontvangen rechtvaardige vergelding, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
KruisverwijzingenEzechiël 5:9→Klaagliederen 1:12→Jesaja 44:26→Klaagliederen 2:13→Job 12:17→Psalmen 148:11→Klaagliederen 2:17→Zacharia 1:6→— En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
En Hij heeft Zijne woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, hoewel zij veel meer ons verleidden, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
KruisverwijzingenJeremia 2:30→Daniël 9:11→Jesaja 9:13→Jeremia 31:18→Psalmen 119:27→Hosea 7:10→Job 36:13→Jeremia 5:3→— Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uwe waarheid
KruisverwijzingenDaniël 9:7→Nehemia 9:33→Jeremia 44:27→Jeremia 31:28→Psalmen 51:14→— Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.
Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt. Hij heeft er acht op geslagen, dat het niet zou uitblijven (Jer. 1:12; 44:27), en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijne werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden. 1)
Slotsom is dit, dat het volk niet zo zwaar is gekastijd en voor zo veel rampen en ellende is getroffen, dan omdat het de straf Gods had geprovoceerd, en dat dit gemakkelijk uit de bedreigingen kon opgemaakt worden, dewijl God reeds eeuwen te voren had verkondigd, wat toen door de zaak zelf was gebleken, dat het geen scherts was. Vervolgens dat niet alleen de macht Gods in de verliezen van het volk schitterde, maar ook Zijne rechtvaardigheid. Maar dit is ook op te merken, dat de Profeet door deze worden de vele beproevingen tegentreedt, waarmee de gelovigen zonder twijfel werden beroerd, zodat hun geloof bijna schipbreuk leed.
KruisverwijzingenNehemia 9:10→Exodus 6:1→Nehemia 1:10→Exodus 14:18→Exodus 32:11→Daniël 9:5→1 Koningen 8:51→Jeremia 32:10→— En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest.
a) En nu, o Heere, onze God! b) die Uw volk uit Egypteland uitgevoerd hebt met ene sterke hand, en hebt genen naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest; toch ligt voor ons in die grote verlossing een bewijs, dat Gij ons niet geheel verwerpen, maar weer in genade zult aannemen.
(Ps. 105:7; 106:47 b) Exod. 32:11. Num. 14:13 vv. De uittocht uit Egypte was voor Israël ene opgerichte banier, naar welke alle gelovigen van alle tijden in Israël, als naar het eeuwig monument der getrouwheid Gods terug zagen. Voor ons, gelovigen onder het Nieuwe Testament, is het kruis van Christus zulk ene banier, het nog eindeloos heerlijker monument der Goddelijke genade, want daaraan is onze eeuwige verlossing volbracht. Daarop rusteloos terug te zien, is het werk van ons geloof, de grond onzer hope, de drijfveer onzer liefde.
KruisverwijzingenZacharia 8:3→Daniël 9:20→Psalmen 31:1→Exodus 20:5→Joël 3:17→Psalmen 87:1→Klaagliederen 2:15→Psalmen 71:2→— O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.
O Heere! naar al uwe gerechtigheden 1), laat toch Uwe toorn en Uwe grimmigheid afgekeerd worden van Uwe stad Jeruzalem, Uwen heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.
Is er dan meer dan ééne gerechtigheid bij God? Ja. er is ene gerechtigheid, die straf eist en ene, die voldaan is. Het is niet, zo als de volgers van Arminius zeggen, dat God van den troon des rechts opstaat en zich op dien der genade neerzet. Neen, God staat niet op van Zijnen troon, maar van den troon der gerechtigheid wordt de troon der genade door het offer, dat geslacht is.
KruisverwijzingenPsalmen 80:19→Klaagliederen 5:18→Psalmen 80:7→Psalmen 80:3→2 Korinthe 1:20→Numeri 6:23→Psalmen 119:135→Johannes 16:24→— En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil.
En nu, onze God hoor naar het gebed Uws knechts, en naar Zijne smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des Heeren wil 1).
“Om des Heeren (Adonai’s) wil. ” Dit herinnert aan Ps. 110:1 en 2, David zingt: “De Heere heeft gezegd tot mijnen Heer (Adonai) enz. ” De Heere, die Davids Heere is, moet meer zijn. dan alleen Davids zoon; de Heere, om wiens wil God Zich over Zijn heiligdom moet erbarmen, moet God gelijk zijn, omdat Hij den naam Gods, Adonai, draagt; maar Hij moet tevens een ander zijn.
KruisverwijzingenJesaja 37:17→Jeremia 25:29→Jeremia 36:7→2 Koningen 19:16→Ezechiël 36:32→Jeremia 14:7→Jeremia 7:10→Jesaja 64:6→— Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn.
Neig Uw oor, mijn God! en hoor naar onze smekingen, doe Uwe ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uwen naam genoemd is, want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neer op onze gerechtigheden, maar op Uwe barmhartigheden, die groot zijn. Welk een uitdrukking: wij werpen onze smeking neer als een last, die ons op de ziel ligt! zo baden de heiligen; zij baden met kracht; zo bad ook Elia, zeggende: Heere, mijn God! hebt Gij dan ook deze weduwe, bij welke ik herberg, zo kwalijk gedaan, dat Gij haren zoon gedood hebt? Zo bad Luther bij het ziekbed van Melanchton, die zijne rechterhand was, zeggende: “Heere! zo Gij hem wegneemt, zo doe ik niets meer. ” En Melanchton werd beter. Doch vergeten wij vooral niet, dat niet de stoutmoedigheid het doet, maar het geloof, waaruit zij voortvloeit. Merkt op hoe zorgvuldig en omzichtig de Profeet is, om tot de genade de toevlucht te nemen en de verdienste te verzaken. Zo doen alle heiligen.
KruisverwijzingenLukas 11:8→Daniël 9:18→Jeremia 14:7→Jeremia 14:9→Amos 7:2→Ezechiël 20:22→Efeze 1:12→Psalmen 74:9→— O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd.
O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere a), merk op en doe het, vertrek het niet, stel het niet uit! Om Uws zelfs wil, o mijn God! want Uwe stad, en Uw volk is naar Uwen naam genoemd 2).
Daniël openbaart hier niet, zoals de hypokrieten gewoon zijn te doen enige welsprekendheid, maar hij leert door zijn voorbeeld, welke de ware wet en wijze van bidden is. Het is hier niet twijfelachtig of hij werd gedreven door een singulieren ijver om anderen mede te slepen. God heeft dat zelf in den Profeet gewerkt door Zijn Heiligen Geest, opdat hij zelf een leermeester voor alle naderen zijn zou van bidden, en opdat zijn gebed een algemeen norm zou zijn voor geheel de kerk. Met dit doel vermeldt Daniël wat hij in zich had opgenomen. Hij had gebeden zonder getuigen, maar nu roept hij geheel de kerk zamen en wil dat zij getuige zou zijn van zijn ijver en eerbied, opdat als het ware allen zouden volgen, wat niet hij zelf hen allen voorschrijft, maar God. Waarom ook hier wederom juist driemalen: “Heere?” Omdat God Drieëenig is. In de Drieëenheid ligt de volheid der Godheid. Daniël pleit hier op Gods Naam en op zijn eeuwige trouw. Hij weet het dat zal God genadig zijn, Hij het moet doen om Zijns naams wil. Uit zich zelven moet God bewogen worden om Zijn volk te redden uit ‘s vijands macht. Niets is noch in hem, noch in een zijner medegelovigen, waardoor God zou bewogen worden om zijn volk genadig te zijn. Hij wijst, als een andere Mozes, den Heere God op Zijn verbond.
Het zijn vooral de volgende bijzonderheden, welke ons dit gebed voor Daniëls toenmalige gemoedsstemming en toestand hoogst karakteristiek, en met die als in overeenstemming voorkomen. Vooreerst is er geen nauwkeurig bepaald, logisch gerangschikte gedachtengang op te merken; integendeel keert altijd dezelfde gedachte terug, aan de ene zijde aan Israëls zonde en ellende, en de daardoor veroorzaakte kastijding des Heeren, aan de andere zijde aan de enige hulp en de bijzondere barmhartigheid van God, op ene wijze gelijk het den gelovige betaamt, zodat de laatste de overhand behoudt, dat de genade en het bewustzijn daarvan triumfeert, gelijk dit hier bijzonder in vs. 19 op het krachtigst blijkt. Het eigenaardige van deze omstandigheid ligt juist daarin, dat waar de diepste weemoed over een geliefd voorwerp, de levendigste smart over de zonden de ziel doordring, wij daar ook aan dat punt van droefheid vasthouden, en daarbij onze tranen overvloedig laten vloeien. De eigenlijke uitwerking der klacht is daarom eentonigheid. Datzelfde merken wij op bij alle boet- en klaagpsalmen, in ‘t bijzonder ook in de klaagliederen van Jeremia, in welke zelfs de rythmus dat karakter op ene met de gedachte schoon overeenstemmende wijze heeft aangenomen. Vervolgens merken wij op, wat met de eerste beschouwing zamenhangt, hoe de Profeet den eigenlijken inhoud en het onderwerp van zijn gebed slechts kort aanroert, (vs. 17 vv. .), en dat slechts in ‘t algemeen aangeeft, biddende om Gods hulpe voor het land, voor Jeruzalem en voor het heiligdom. Ook hierin zien wij dien groten ootmoed, welken de Profeet bezat, ondanks de grote genade, die hij bij God had gevonden: hij stelt alles aan de wijsheid des Heeren voor, wien hij niets wil voorschrijven. Dit kon des te minder in zijne gedachte komen, daar de wonderbare bevrijding der Israëlieten door Cyrus toen de menselijke bevattingskracht nog verre moest overtreffen, dat het “hoe?” van Israëls verlossing nog slechts aan Gods almacht kon worden voorgesteld. Eindelijk beschouwe men den alleen waren weg der zaligheid, die in ieder gebed van enen waarlijk vrome moet openbaar worden, en dien Melanchton zo treffend tekent: “Daniël belijdt de zonden van het volk en geeft Gode den lof der gerechtigheid, dat Hij het volk rechtvaardig gestraft heeft. Daarop vraagt hij om vergeving der zonden en terugvoering van het volk. Dat is dus het ware berouw, Gods toorn tegen onze zonden te erkennen, van wege Gods toorn te verschrikken, te beklagen, dat wij God beledigd hebben, Hem de ere geven, dat Hij ons op ene rechtvaardige wijze straft, en bij Zijne straffen Hem gehoorzaam zijn. Toch is het niet genoeg de zonden te erkennen en op de straffen acht te geven, maar ook de vertroosting moet daarbij komen. 20.
II. Vs. 20-26.KruisverwijzingenJesaja 53:8→Lukas 1:19→Daniël 8:16→Daniël 10:19→Mattheüs 24:15→Daniël 10:11→Jeremia 23:5→Jesaja 56:1→ — Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods; Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers. En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan. In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht. Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden. En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen. Nauwelijks heeft Daniël zijn gebed geëindigd, of de Engel Gabriël ijlt volgens bevel van God tot hem, om hem te openbaren, wat er zal geschieden. Hij blijft echter niet staan bij de 70 jaren der ballingschap, integendeel gaat hij stilzwijgend over dezen tijd henen, die zo spoedig geëindigd zal wezen; welk einde het terugkeren in het vaderland en het weer opbouwen van het altaar en van den tempel ten gevolge zal hebben. Hij laat hem in de verte, in ene tijdruimte van 70 jaarweken zien, en in de gebeurtenissen van de laatste dezer weken de toekomst van het aangename jaar des Heeren. Nauwelijks heeft enige andere plaats der Heilige Schrift er zoveel toe bijgedragen, dat men in den tijd, waarin de Heiland later werkelijk verschenen is, Zijne verschijning algemeen verwachtte; nauwelijks is er ook enige andere plaats zo zeer als deze onderzocht en in het licht gesteld. Dit veroorzaakt dat zij, even als Hij, van wien zij getuigt, zelf tot een val en tot ene opstanding van velen in Israël geworden is.
KruisverwijzingenJesaja 58:9→Psalmen 145:18→Jesaja 6:5→Daniël 9:16→Jesaja 65:24→Daniël 10:2→Prediker 7:20→Openbaring 21:2→— Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods;
Als ik nog sprak, en had, en beleed mijne zonde, en de zonde mijns volks van Israël, en mijne smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods, ten gunste van dien heiligen berg, zijne bewoners en zijnen tempel (vs. 17 vv.); God heeft zijnen gelovigen beloofd: “Eer zij roepen zo zal Ik antwoorden, terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen” (Jes. 65:24), en de ondervinding der gelovigen bevestigt dit. Wij kunnen dus al de redeneringen der ongelovigen over de onverhoorbaarheid van het gebed veilig als dwaasheden ter zijde stellen. Waar persoonlijke ondervinding bestaat, is alle tegenspraak een bewijs van onkunde. Aan den anderen kant moet deze prediking des ongeloofs ons niet verwonderen, want bij de ongelovigen is werkelijk gene gebedsverhoring. God betuigt, zodanige mensen, als zij tot Hem roepen, niet te zullen antwoorden (Spr. 1:28; vgl. 1 Sam. 28:6, 15. 9:31).
KruisverwijzingenLukas 1:19→Daniël 8:16→Daniël 10:16→1 Koningen 18:36→Hebreeën 1:14→Exodus 29:39→Daniël 8:18→Jesaja 6:2→— Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.
Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriëlin groten haast (Openb. 13:6), de Aartsengel, die de gedaante eens mensen had aangenomen, en dien ik in het begin in een gezicht(Hoofdst. 8:15 vv.) gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende 1) omtrent den tijd des avondoffers, des namiddags ten 3 ure (zie (Num. 28:8 1 Kon. 18:36. Ezra 9:4 vv. Matth. 27:51), hetzelfde ogenblik, waarin Christus eeuwen later uitriep: “Het is volbracht. “
In het Hebr. Muaf, biaf nogea’ elai. Onze Staten overzetters geven weer, in navolging van de Septuaginta, snellijk gevlogen, mij aanrakende. Beter is de vertaling: Dien ik in het begin in een gezicht gezien had, in den toestand van afgematheid kwam tot mij. Daniël wijst op een vroegere verschijning, (Hfst. 8:17 en vv). Het werkwoord betekent nooit: snel zijn, maar altijd: vermoeid zijn, afgemat zijn.
KruisverwijzingenDaniël 8:16→Daniël 10:21→Zacharia 1:9→Daniël 9:24→Zacharia 1:14→Zacharia 6:4→Openbaring 4:1→— En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan.
En hij onderrichtte mij omtrent de zaak, die mij zozeer had bekommerd, en sprak met mij, en zei: Daniël! nu ben ik uitgegaan, van God, die mij tot u gezonden heeft, om u den zin te doen verstaan.
KruisverwijzingenDaniël 10:19→Mattheüs 24:15→Daniël 10:11→Lukas 1:28→Hooglied 7:10→Ezechiël 24:16→Ezechiël 26:12→— In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.
In het begin uwer smekingen is het woord 1) uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven, wat gij verlangd hebt, hoe naar Gods raad de zaken zich zullen ontwikkelen, want gij zijt een zeer gewenst man, den Heere lief en dierbaar (Hoofdst. 10:11, 19); versta dan dit woord en merk op dit gezicht 2). Onder het woord, is niet te verstaan het bevel aan Gabriël door God gedaan, om tot Daniël te gaan, maar wat Gabriël tot Daniël heeft te verkondigen en ons bewaard is in vs. 24-27. Terwijl Daniël begon te smeken, gaf God aan Gabriël het Gods woord, hetwelk hij tot troost en verkwikking van Zijn knecht en van geheel het volk moest verkondigen. Ook hier werd bevestigd: Eer zij roepen zal Ik antwoorden.
Wij vinden hier denzelfden Engel, die aan Maria de geboorte van den Messias bekend maakt (Luk. 1:26 vv.) Meer dan een vijftal eeuwen te voren moet hij met de grootste chronologische zekerheid profeteren. Het is alsof de Goddelijke openbaring op dit toppunt der Oud-Testamentische profetie heeft willen tonen, dat zij van hare heilige hoogte af ook het hoogste kan verschaffen, waar de profetie tot aan de grenzen van het waarzeggen gaat, zonder die toch te overschrijden; want ook in de volgende woorden des Engels is voor relatieve omsluiering wel gezorgd, daar zowel het punt van aanvang der 70 weken, als het tijdstip, waarop zij eindigen in een zeker duister gehuld is. Niet voor zijn persoon alleen, maar als vertegenwoordiger van dat Israël, dat aan Gods verbond getrouw was, wordt Daniël als een kleinood voor God voorgesteld. Israël was dit kleinood in de eerste plaats als het volk, dat God Zich uit alle volken der aarde verkoren heeft, om Zijn eigendom te zijn, dat Hij door alle tijden heen als een edelgesteente bewaart, waarom Hij, ook wanneer het Hem ontrouw is geworden, dingt, gelijk een man om zijn bruid. Thans ligt dit volk onder de kastijdende hand van zijnen God; maar in Daniël ziet de Heere den vertegenwoordiger van het volk, dat vroom is en getrouw aan het verbond; gelijk zich eigenlijk het volk, zoals het moest zijn, in dezen concentreert, zo concentreert zich ook Gods liefde tot Zijn volk op dezen plaatsbekleder daarvan.
KruisverwijzingenJeremia 23:5→Jesaja 56:1→Jesaja 61:1→Handelingen 3:22→Numeri 14:34→Psalmen 2:6→Romeinen 5:10→Psalmen 45:7→— Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven.
Zeventig weken (Hebr. “zeventig gezevende” of “zeventig zeventijden, ” waaronder gene weken van dagen maar jaarweken d. i. tijdruimten elk van zeven jaren moeten worden verstaan, dus te zamen 70 x 70 = 490 jaren (vgl. Lev. 27:8) zijn bestemd, en deze weer in bijzondere afdelingen verdeeld (vs. 25 vv.)over uw volk en over uwe heilige stad, voor welke gij hebt gebeden (vs. 16. vv.), om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, als het ware in een verzegeld graf te leggen, d. i. te bedekken, uit het oog te verwijderen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om ene eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, met het zegel der bevestiging te voorzien (de zonde wordt verzegeld wanneer zij vervuld wordt), en om de heiligheid der heiligheden te zalven. De openbaring, die Daniël hier ontvangt, heeft de bedoeling, om datgene uit elkaar te zetten, wat de Profeten tot hiertoe volgens de wet van het profetische perspektief gezamelijk gezien hebben: de verlossing van Israël uit de ballingschap en het begin van de gehele Messiaanse verlossing. Dat toch was over ‘t algemeen in het Oude Testament meer dan eens het geval, dat gedeeltelijke vervullingen van vroegere beloften plaats zonden, bij welke men moest weten, dat het nog niet de hoogste en eigenlijke vervullingen waren, en zo wordt ook in onze voorzegging den Profeet in plaats van de 70 jaren; aan wier naderend einde hij de zaligheid verwachtte, een meer verwijderde termijn van 70 jaarweken genoemd, welke verlopen moest van de meer nabijzijnde vervulling tot aan de meer verwijderde en volkomene, van het bevel tot de herstelling en opbouwing van Jeruzalem (vs. 25) tot op den tijd van den Messias. Even als de Heere Petrus op de vraag, of het genoeg was, wanneer hij zijnen broeder zeven malen vergaf, antwoordde: “niet zeven maal, maar zeventig maal zeven maal” (Matth. 18:21 v. 1), zo antwoordt hier de Engel aan Daniël: “niet zeventig jaren, maar zeven maal zeventig jaren zijn over uw volk en uwe heilige stad bestemd. Opdat hij de volkomene vervulling der belofte niet naderbij verwacht, dan God het bepaald heeft, is in den grondtekst Let woord: “gezevende” vóór het telwoord: “zeventig” geplaatst, waardoor duidelijk en bepaald moet worden aangewezen, dat in de plaats der zeventig jaren ene andere tijdruimte, die van 70 jaarweken kwam. Op deze tijdruimte van 70 jaarweken, niet meer gelijk tot hiertoe op die van 70 jaren, moet zich voortaan in Israël de verwachting naar zaligheid richten. Terwijl nu ons vers het fondament vormt van de gehele openbaring, die vervolgens in de drie verzen naar hare bijzondere punten nader wordt uiteengezet, hebben wij hierin ene in elkaar grijpende keten van uitdrukkingen, van welke de ene de andere verbindt en draagt en verklaart, die echter ook in hare afwisselende betrekking op elkaar de Messiaanse verlossing naar hare beide zijden, naar de positieve, zowel als naar de negatieve, verklaren; want 1 en 4, 2 en 5, 3 en 6 komen even zo met elkaar overeen, als de werken der zes dagen in Gen. 1:3 (vgl. vs. 3 vv. met vs. 14 vv. vs. 6 vv. met vs. 27 vv. 9 vv. met 24 vv.): 1 de overtreding gesloten, 4 ene eeuwige gerechtigheid aangebracht, 2 de zonde verzegeld, 5 het gezicht en den Profeet verzegeld, 3 de ongerechtigheid verzoend, 6 de heiligheden gezalfd. Hierbij is tevens op te merken, hoe zeer alle deze uitdrukkingen slaan op hetgeen Daniël in zijn gebed gezegd heeft. Hij had gebeden om vergeving der zonden voor zijn volk-in 70 jaarweken, heet het, zal de volledige verzoening geschieden, en de eeuwige gerechtigheid worden aangebracht. Hij had gebeden om de vervulling van de door Jeremia gegevene belofte-in 70 jaarweken zou de vervulling niet alleen van deze maar van alle profetieën en gezichten volgen. Hij had gebeden om de wederoprichting van het heiligdom binnen 70 jaarweken, zo verkrijgt hij ten antwoord zal een heiligdom der heiligdommen worden gezalfd. Wat de uitdrukkingen in ‘t bijzonder aangaat, zo wordt bijzonder nadruk op de verzoening gelegd, en door ene drievoudige uitdrukking als het wezenlijke fondament van allen Messiaansen zegen voorgesteld. “Dat stemt zo juist overeen met het gehele karakter van het gebed van den Profeet, die in de diepte van zijn smartgevoel over de zonde gene woorden genoeg kan vinden ter belijdenis van Israëls schuld. Wanneer hierop bij de drie negatieve uitdrukkingen als positieve aanwijzing van dezelfde gedachte nog de herstelling der eeuwige gerechtigheid komt, zo heeft dit eveneens betrekking op Daniëls gebed in vs. 16 en 18. Is echter eerst de volle verzoening geschied en de eeuwige gerechtigheid aangebracht, zo volgt al het andere. De profetieën der Profeten worden vervuld, en een Allerheilige is er, waarin God in den volsten zin des woords onder Zijn volk woont. De laatste uitdrukking: “de heiligheid der heiligheden te zalven, ” komt moeilijk voor, wij behoeven echter slechts te herinneren, dat het eerste heiligdom door zalving met olie tot ene woonplaats van Jehova, tot ene plaats van zijne tegenwoordigheid onder het uitverkoren volk gewijd werd (Ex. 30:22 vv. 40:9 vv. Lev. 8:10 vv.) In werkelijkheid zal nu ook het nieuwe heiligdom met olie, namelijk met den Heiligen Geest, die daarmee wordt bedoeld, worden gezalfd. Dit brengt ons daartoe, dat wij bij het nieuwe heiligdom aan levende personen hebben te denken; niet aan den Messias alleen, maar aan het verbondsvolk des Nieuwen Testaments (Jes. 33:20 v. Jer. 3:16 v. 31:31 vv.) Door de opstanding en hemelvaart van Christus werd Zijn eigen leven in de heerlijkheid des Geestes verhoogd en tot ene volkomene woning Gods gemaakt; door de uitstorting des Heiligen Geestes begon het hoofd zich een lichaam te scheppen, de gemeente, die ene woonstede Gods is in den Geest (Joh. 2:19 vv. Kol. 1:18. Efeze. 2:20 vv. 1 Kor. 3:16. 2 Kor. 6:16. 1 Joh. 2:20 Co 1Jo). Zo veel blijkt terstond, dat hier ene opeenstapeling van uitdrukkingen ter aanduiding van dezelfde hoofdzaak wordt aangetroffen. Het is onzes inziens evenmin climax, als anticlimax, maar veeleer accumulatie en dat die grote hoofdzaak ene belofte is van geestelijk heil. Bij het “sluiten der overtreding” schijnen wij te moeten denken aan zulk ene inteugeling of insluiting der zonde, waardoor zij in hare vrije ontwikkeling en werking belemmerd wordt; een denkbeeld dat een uitnemend gepasten overgang tot het onmiddellijk volgende aanbiedt. Het “verzegelen der zonden” duidt op symbolische wijze hare verwijdering van voor Gods aangezicht aan. Zaken, die men reeds afgesloten of ter zijde gelegd had, verzegelde men niet zelden tot nog grotere veiligheid (Joh. 9:7. Hoogl. 4:12). Het “bedekken der ongerechtigheid” eindelijk is ene duidelijke zinspeling op de wijze der schuldverzoening, verordend onder het Oude verbond. Gelijk het bloed des geslachten offerdiers zich als het ware tussen Jehova en den offeraar plaatste, zodat Hij niet den schuldige, maar dat reinigend offerbloed aanzag, zo zou Hij thans, gelijk een ander Profeet het had uitgedrukt, alle hun zouden in de diepte der zee werpen (Micha 7:19). “Ene eeuwige gerechtigheid zou worden aangebracht. ” De rechtvaardigheid van God, het hoogste, wat zich een vrome Daniël wensen kon, zou uit genade geschonken worden, maar bij tegenoverstelling tegen de kortstondige, telkens weer verbeurde gerechtigheid van den Israëliet, die vruchteloos in zijne werken den grond zijner begenadiging zocht, zou zij ene “eeuwige” zijn. Alzo zou tevens “het gezicht en de Profeet verzegeld, ” d. i. besloten worden doordat beiden het eindpunt bereikten, waarop zij van den aanvang af gericht zijn geweest. En waar alzo de profetie veilig als een gesloten boek kan beschouwd worden, daar wordt eindelijk: “de heiligheid der heiligheden gezalfd. ” Wie waagt het den gehelen zin dezer uitdrukking beschrijven? Wat vertegenwoordigde het heilige der heiligen? De tabernakel. En wat vertegenwoordigde deze? Het lichaam van Christus. En wat vertegenwoordigt het lichaam van Christus? Zijne gemeente. Zo is dan de zalving van de heiligheid der heiligheden: de beloftenis des Vaders, de belofte van de uitstorting des Heiligen Geestes, van den Pinksterdag. De vlees geworden Joden verwachtten een Messias, die hen van het juk der Romeinen zou verlossen, en hun aardse macht en goederen geven zou, doch hier wordt hun gezegd, dat de Messias tot een ander einde zou komen, zuiver geestelijk en waarom zijn komst des te aangenamer zou zijn. Het gezicht en den profeet te verzegelen wil niet anders zeggen dan vervullen, volkomen vervullen wat van Hem gezegd was, dus volkomen beantwoorden aan wat van hem geopenbaard was. Hij zou te niet doen den schaduwdienst en alle offeranden overbodig maken, dewijl Hij zelf het eeuwige en volkomen slachtoffer voor Zijn volk zou zijn.
KruisverwijzingenEzra 4:24→Jesaja 9:6→Jesaja 55:4→Johannes 1:41→Johannes 4:25→Nehemia 3:1→Nehemia 4:8→Daniël 8:11→— Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden.
Weet dan nog bovendien hoe die zeventig weken verdeeld worden, en versta nog nader de bijzondere gebeurtenissen in die tijdvakken: van den uitgang des woords, van het bevel 1) om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, d. i. van den tijd van Artaxerxes Longimanus, en wel van het zevende jaar zijner regering of van het jaar 457 v. Chr. (Ezra 7:1 vv.), tot op Messias (= Christus, Gezalfde) den Vorst, volgens den grondtekst Maschiach-Nagid), 1) zijn zeven weken en twee en zestig weken, 2) dus te zamen 483 jaren-dit brengt ons op het jaar 26 na Chr. geboorte, toen Pontius Pilatus landvoogd van Judea werd (zie (Luk. 3:1). Wat nu de eerste zeven weken, van 457-408 v. Chr. aangaat, de straten, en de grachten zullen in verloop van dien tijd wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden 3) (vgl. Nehemia).
Het tijdstip van den aanvang dier 70 weken is, het bevel om Jeruzalem te herbouwen, niet het verlof tot den terugkeer onder Cyrus. Dit bevel ging volgens Ezra 7:1, 7, 11 vv. Ezr 1, 11 uit in het zevende jaar van Arthasastha, want de bevelschriften van Cyrus en Darius Hystaspes (Ezra 1 en 6) hebben op den tempelbouw betrekking. In het 7de jaar van Arthasatha of Artaxerxes Longimanus (langhand) trok ook Ezra met ene tweede afdeling Joden naar Jeruzalem.
De profetie bemint dergelijke splitsing van een zeker tijdperk: men denke aan de uitdrukking: een tijd, tijden en een halve tijd, Dan. 7:26.
Het waren benauwde tijden, zowel als de daarop volgende twee en zestig weken. Vooreerst hadden de teruggekeerden met de bewoners des lands te kampen. Later zuchtten zij, Gods oude volk tot 333, onder de heerschappij van Alexander, nog later, tot 203, onder die der Ptolemeën in Egypte. Vervolgens geraakten zij onder den druk der Syriërs, met wie zij, 63 voor Chr. aan de Romeinse heerschappij ten deel vielen, over welke zij, ten tijde van ‘s Heilands verschijning op aarde, zo ontevreden waren. Benauwde tijden waren deze jaren ook in geestelijken zin. Gene profeten stonden onder hen op. De Syrische koning Antiochus (170-164) trachte hun het geloof hunner vaderen te ontroven, en deed velen den marteldood ondergaan, terwijl anderen gewillig tot het heidendom overgingen. Griekse beschaving, taal, kleding en denkbeelden, Griekse spelen en schouwburgen kwamen meer en meer in zwang. Het volk zonk al dieper, hoewel het door zijne Heilige Schriften en zijn herstelden godsdienst, zich boven het alom ontbindend en verbasterd heidendom had behoren te verheffen. Hoezeer het onder de vaan van Sadduceën, de voorstanders des ongeloofs en der Farizeën, de aanhangers van het bijgeloof, tot ene licht- en levenloze massa werd, bemerken wij uit ‘s Heilands onfeilbare getuigenissen.
KruisverwijzingenJesaja 53:8→Nahum 1:8→Lukas 24:26→Mattheüs 24:2→Lukas 19:43→Markus 9:12→Markus 13:2→Psalmen 22:15→— En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.
En na die twee en zestig weken, dus in het tijdvak, dat met het jaar 26 na Chr. begint, als Pontius Pilatus landvoogd is, zal de Messias uitgeroeid worden, een geweldigen dood ondergaan, maar het zal niet voor Hem zelven zijn 1), maar ten behoeve van anderen; en een volk des vorsten 2), het krijgsleger des Romeinsen keizers, hetwelk komen zaltot straf van Israël wegens die uitroeiing van den Messias, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met enen overstromenden vloed, even plotseling alsof zij door een geweldigen stroom werden weggevoerd, en tot het sinds toe zal er krijg zijn, en vastelijk beslotene verwoestingen3); gedurende de zeven jaren, dat de strijd duurt tot aan het einde der verwoesting van stad en tempel zal er ene ontzettende verwoesting zijn als ene door God beslotene straf 4).
Zo het niet voor Hem zelven zijn zou, voor wien dan? Immers voor ons en allen, die zich zondaar weten, en erkennen te zijn en door het geloof behouden worden. Gij ziet, ook hier is de borggerechtigheid van Christus volkomen uitgesproken. Het is het Nieuw-Testamentische woord des Heeren in anderen vorm: “De Zoon des mensen is gekomen, niet om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijne ziele te geven tot een rantsoen, tot een losprijs, voor velen. ” . Geprezen zij Zijn naam, daar was geen oorzaak des doods in Hem. Noch erf- noch werkelijke zonde bezoedelde hem. Daarom ook had de dood tegen Hem geen eis. Niemand had met enig recht Hem het leven kunnen benemen, want niemand had hij enig onrecht gedaan; evenmin had men Hem met geweld van het leven kunnen beroven, indien het Hem niet had behaagd Zich zelven in den dood te geven. Maar ziet, één zondigt en een ander lijdt. De gerechtigheid werd door een beledigd, maar rond hare voldoening in Hem. Beken van tranen, bergen van offeranden, oceanen vol stierenbloed en heuvelen van wierook konden niets baten tot wegneming der zonde, maar Jezus werd voor ons uitgeroeid en met Hem werd de oorzaak der wraak voor altijd verwijderd, omdat de zonde voor eeuwig weggenomen werd. Hierin is de wijsheid, dat de plaatsbekleding, de zekere en gewisse weg ter verzoening werd daargesteld! Hierin is de nederbuigende liefde, die Messias, den Vorst, ene doornenkroon deed dragen en sneven aan het vloekhout. Hierin is de liefde, die den Heiland Zijn leven deed afleggen voor Zijne vijanden. Het is echter niet voldoende het schouwspel te bewonderen van den onschuldige voor schuldigen Zijn bloed vergietende, wij moeten ons verzekeren van ons deelgenootschap daaraan. Het bepaalde doel van des Messias’ dood was het behoud Zijner gemeente; hebben wij een lot en deel onder degenen, voor wie Hij Zijn leven ten rantsoen heeft gesteld? Stond Jezus daar als onze vertegenwoordiger? Zijn wij door Zijne striemen genezen? Ontzettend zou het wezen, indien wij geen deel aan Zijne offerande hadden, beter ware het ons dan nooit geboren te zijn geweest. Ernstig doet die vraag zich aan ons voor, maar het is ook ene verblijdende zaak, dat wij een klaar en duidelijk antwoord daarop kunnen geven. Voor allen die in Hem geloven, is de Heere Jezus een Zaligmaker van nabij, en zij allen zijn met het bloed der verzoening besprengd. Laat allen, die vertrouwen op de zoenverdiensten van des Messias’ dood, zich dan ook bij elke herinnering aan Hem verheugen, en laat hun dankbare erkentelijkheid hem tot volkomen toewijding aan zijnen dienst leiden. Behoudt men de vertaling: het zal van Hem zelven niet zijn, dan is de verklaring deze, dat Hij niet om eigen zonde zou sterven maar om de zonde zijns volks. Een andere vertaling-grammatisch beter is, en aan Hem niets zijn, en dan is de verklaring niet anders dan, dat Hij, hoewel Hij uitgeroeid zou worden door zijn volk, en alzo zou ophouden de Messias der Joden te zijn, Hij toch het wezen van Messias zou behouden, door een Zaligmaker en Verlosser van het geestelijk Israël te zijn.
Ieder Romeins burger achtte zich een koning gelijk; het was ook in zijne kracht een volk van koningen, niet zo als Israël bestemd was te zijn, op geestelijk gebied, maar naar de wereld in heerschappij, machtoefening. Hier is voorzegd, dat het volk des vorsten, hetwelk komen zal, de werktuigen van het verderf zouden zijn, dat is een Romeins heirleger, behorende tot een monarchie, die nog zou opstaan. Christus is de Vorst, die komen zal en dit volk zal door Hem in dezen dienst gebruikt worden.
De Romeinse veldheer had vast besloten den tempel te sparen, doch een Romeins soldaat wierp er achteloos den brandfakkel in, en de tempel ging in vlammen op. Men had de Joden als het ware gebeden zich over te geven; ware dat geschied, er zou nog veel gespaard zijn, doch niets kon baten, Gods raad moest vervuld worden. De verwoesting was vast besloten.
Het oordeel over de Joden wordt drieledig uitgedrukt, welke uitdrukkingen in vs. 27 bijna woordelijk terugkeren. De stad en het heiligdom werden door de Romeinen verwoest, het Joodse land werd door een vloed van Romeinse krijgslegers overstroomd; de oorlog was geen veroverings- maar een verdelgings krijg, klaarblijkelijk een strafgericht des Allerhoogsten, gelijk ook Titus erkende, toen hij na zijne overwinning uitriep: waarlijk, met God hebben wij overwonnen! God heeft de Joden uit deze bolwerken verdreven, want wat vermochten mensenhanden en belegeringswerktuigen tegen zulke steenmassa’s!” .
KruisverwijzingenMattheüs 24:15→Lukas 21:20→Jesaja 10:22→Daniël 12:11→Jesaja 28:22→Lukas 21:24→Markus 13:14→Jesaja 55:3→— En hij zal velen het verbond versterken een week; en in de helft der week zal hij het slachtoffer en het spijsoffer doen ophouden, en over den gruwelijken vleugel zal een verwoester zijn, ook tot de voleinding toe, die vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste.
En Hij, de Messias, zal velen, namelijk al die Israëlieten, die in Zijnen naam geloven, het verbond met God, dat voor de grote menigte der overigen om huns ongeloofs wil wegvalt, versterken, door het in het Nieuwe of Evangelische verbond te doen overgaan (Jer. 31:31 vv. (Ezech. 16:60), ééne week, terwijl de laatste of zeventigste van de in vs. 24 vermelde weken, d. i. in den tijd van het begin Zijner openbare werkzaamheid tot op de stichting en uitbreiding der christelijke kerk in het Joodse land, of van het jaar 26/27-33/34 na Chr. valt; en in de helft der zeventigste week, in de lente van het jaar 40, zal Hij, daar Zijn eigen offerdood ene vervulling is van het gehele Oud-Testamentische offer, dat slechts ene voorafschaduwing was, en dit dus overbodig maakt (Matth. 27:61. Hebr. 9 en 10), het slachtoffer en het spijsoffer in den tempel, wat hun wezen betreft, doen ophouden, hoewel de uitwendige aanbidding nog een tijd lang zal voortgaan 1), en over den gruwlijken vleugel, over het verfoeielijke Romeinse volk zal een verwoester zijn 2), zal een krijgsoverste wezen, die naar Gods raad die verwoestingen zal te weeg brengen, ook tot de voleinding der gerichten toe, die met de verwoesting van stad en tempel begonnen, en vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste, over het verwoeste en nu door de gehele wereld verstrooide volk.
Er was nog een tussentijd gesteld tussen de kruisiging van den Messias en de opheffing van den Joodsen staat. Even als ene losgemaakte locomotief nog van zelf enigen tijd voortloopt in het onbepaalde, zonder trein achter haar, zo ook de Mozaïsche eredienst. Naar onze wijze van zien zou het natuurlijk geweest zijn, als God dadelijk na den dood van Christus den Mozaïschen tempeldienst had doen ophouden; doch neen, toen scheurde enkel het voorhangsel des tempels. Het was ene aanwijzing van het vonnis en voor de uitvoering geeft God altijd een tijd van genade. Des Heeren opstanding, hemelvaart en de uitstorting van den H. Geest, de prediking des Evangelies te Samaria, te Antiochië en aan al de beschaafde volken, volgden nog geregeld en geleidelijk op elkaar; eerst op den veertienden Juli van het jaar 70 werd het laatste offer in den tempel geofferd, en sedert dien tijd had Israël geen tempeldienst meer.
Liever: op den vleugel (Gr. op den tempel) zal de verwoestende gruwel, misschien de Romeinse adelaar staan; of: op de vleugels op de hoogste en heiligste plaatsen des lands, in den tempel (Matth. 24:15. (Mark. 13:14) zullen niet lang daarna, opdat ook de offerdienst, die nog maar als een schijn voortbestaat, ook uitwendig eindigen, staan gruwelen der verwoesting, welke het ongelovige en door God verworpene volk daar op ontzettende wijze uitoefent, en die ten laatste de gehele verwoesting van het heiligdom ten gevolge hebben (Hand 28:31). De uiteenlopende meningen aangaande den “gruwel der verwoesting”, waaraan de Heere in het Nieuwe Testament spreekt, duiden aan, dat het diep gezonken volk zich zelf had verwoest, eer de verwoestende Romeinen aanrukten. Velen denken bij deze uitdrukking aan de ontheiliging des tempels door de dolzinnige, altijd nog op uitredding hopende Zeloten of Joodse ijveraars bij gelegenheid van Jeruzalems verdediging, anderen aan de Romeinse krijgsbenden, die de heilige stad zouden omringen, anderen aan de Romeinse adelaars, op den tempeltin geplant. Ja zelfs anderen nog, aan den standaard der halvemaan, welke tot op den huidigen dag op Zions kruin wordt gezien. Op de verwoeste stad, dus besluit de Engel, blijft ter oorzake der misdaad door het onheilige volk aan den Heilige gepleegd, de vloek rusten, tot op een door God te voren bepaald eindgezicht. Oordeel op oordeel treft het Joodse volk, totdat ten laatste de vloek zich uitstort over zijne verwoesters zelven. “Gelijk Jeremia in de voorzegging van 70 jaren ene gehele periode had overzien, van het begin van het wereldrijk van Babel tot aan zijne vernietiging, van het begin der dienstbaarheid van Juda tot zijne herstelling, zo overziet Daniël ene grotere periode van 70 jaarweken, en wel, van het opbouwen van Jeruzalem tot aan ene tweede verwoesting. Jeremia zag een treurig begin en een goed einde; Daniël daarentegen ziet een goed begin en een schrikkelijk einde. ” Intussen is hem de vreugde, die boven alle vreugde is, de komst van Christus op enen door God bepaalden tijd verkondigd en tevens gezegd, dat Hij, de Messias, tot ene opstanding van velen in Israël gezet was (Luk. 2:34); daarom kan het hem wel bedroeven maar niet ten bodem nederslaan, wanneer hij daarnevens moet horen, hoe dezelfde Verlosser voor velen een teken zal zijn, dat zal wedersproken worden, en dat hun ten val verstrekt, ten minste wordt de smart daarover, dat stad en heiligdom in de handen der heidenen zullen worden overgegeven, verzacht door het uitzicht, hetwelk tegelijk geopend is, dat, evenals Christus bereid is tot heerlijkheid van Zijn volk Israël, Hij zo ook een licht zal zijn om de heidenen te verlichten (Luk 2:32). Dit ligt in den naam van Christus: Maschiach-nagid (vs. 25), want met het eerste woord: “Maschiach” is Hij voorgesteld als Israëls koning, als de met den Geest gezalfde, geestelijke vorst van Zijn volk, met den anderen: “nagid” daarentegen, die vervolgens (in vs. 26) voor den Romeinsen keizer wordt gebruikt (doch zo, dat het eigenlijk de Heere zelf is, die in het volk der Romeinse keizers ten gerichte tegen Jeruzalem optrekt), als koning der heidenen, en beheerser der gehele wereld (Ps. 2:2. (Jes. 55:4) Eindelijk maken wij er opmerkzaam op, dat achter de donkere wolken, waarmee de openbaring aan het einde van het vers 27, wat Israël aangaat, besluit, er toch nog ene schemering van licht schittert, die met hoop vervult, het is die, welke Paulus ons in Rom. 11:25 vv. noemt. Vers 24 noemt ons 70 weken. “De gehele getallen-symboliek rust op de betekenis van de getallen drie en vier in hun verschillende verhoudingen. Drie is het getal der Godheid, vier der wereld. Te zamen, zeven, het getal der algemeenheid, oneindigheid in God, onbeperktheid in de wereld. Driemaal vier, twaalf, is het getal der geheiligde wereld, dat is der gemeente. Zes, zeven min één, het getal der afgeknotte algemeenheid, het niet voltooide; vandaar wellicht ook het getal 666 als het getal van het dier in de Openbaring van Johannes. Het getal tien heeft tot grondslag het getal der wereld, vier. Het is twee en een halfmaal vier, naar denzelfden maatstaf, als waarin gesproken wordt van tijd, tijden en een halve tijd, of in de Openbaring van de 42 maanden, d. i. 3 1/2 jaar. Het duidt aan, niet de algemeenheid, het onbeperkte, maar de beperkte veelheid, dus de wereld in de verscheidenheid harer levensvormen, met name harer koninkrijken. Het driemaal vermenigvuldigen van 10 met zich zelf geeft het getal 1. 000, het getal van het Godsrijk in de wereld, het duizendjarig rijk. In het getal 70 komt het tiental voor als met het zevental vermenigvuldigd; het menselijke is door het goddelijke bepaald en bestemd. Het getal 70 is dus in de 70 jaren der ballingschap het kenmerk van een tijd, gedurende welken de wereldmacht naar Gods bestel over Israël triomfeert, gedurende welken de Godsgerichten door de wereldmacht aan Israël worden volvoerd. In de zeven maal zeventig jaren, of in de zeventig jaarweken wordt ook nog het wereldgetal tien teruggevonden; het volk Gods staat nog onder de wereldmacht, maar het goddelijk getal is met zichzelven vermenigvuldigd en verkrijgt alzo nog rijker betekenis. In vs. 24 zijn de 70 weken nog als een gesloten geheel voorgesteld zonder ene aanwijzing, of van het begin van het tegenwoordige of nog te verwachten punt des tijds het begin van die drie weken moet gerekend worden; in de volgende verzen ligt niet zozeer de opgaaf van dat punt van aanvang, maar de zeven weken worden in drie en wel aan elkaar schijnbaar zeer ongelijke delen verdeeld: 7 en 62 en 1 = 70 (zie vs. 25). Aan welk tijdpunt hebben wij nu te denken als wij lezen (vs 25): “van den uitgang des woords enz. ?” De geschiedenis na de ballingschap, gelijk wij die in de Boeken van Ezra en van Nehemia vinden, wordt namelijk verdeeld in twee perioden of grotere tijdvakken: de eerste (Ezra 1:1-6 :22) omvat het terugkeren uit den Ballingschap onder Jozua en Zerubbabel, en den tempelbouw met de aanvankelijk daaraan verbonden moeilijkheden en den lateren voortgang ten gevolge van Haggaï’s en Zacharia’s profetieën tot aan zijne voltooiing in het 6de jaar van Darius Hystaspes (536-515 voor Chr.); de tweede karakteriseert zich als de periode der herstelling van het volk en van de opbouwing der stad en duurt van het jaar van Ezra’s komst in het heilige land (475 vóór Chr.) tot aan den tijd van Nehemia’s einde (Ezra 7:4-Neh 13 :31), welke tijd niet nader kan bepaald worden. Nu hebben wel Calvijn, Luther en andere Protestantse Schriftverklaarders van den ouderen tijd, of het edikt van Cyrus van het jaar 536, of dat van Darius Hystaspes van het jaar 520 vóór Chr. (Ezra 1:1 vv. 6:6 vv.) onder dat bevel (vs. 25) willen verstaan, het is echter tegenwoordig bijna algemeen erkend, dat die woorden niet op ene gebeurtenis van de eerste maar van de tweede periode wijzen. Wat de laatste mening aangaat lopen de gedachten der tegenwoordige Schriftverklaarders weer in twee delen uiteen. Sommigen houden het twintigste jaar van Artaxerxes Longimanus, waarin Nehemia met de bepaalde toestemming om de stad op te bouwen naar Jeruzalem gezonden werd (Neh. 1:1-2 :8), als het door de profetie bedoelde jaar, anderen houden integendeel het zevende jaar van dezen koning als het punt, waarbij men moet beginnen te tellen (Ezra 7:27) (vgl. vs. 25 1) Wij kunnen met de eerste mening niet instemmen, hoewel de uitwendige klank der woorden er voor schijnt te spreken, daar men daarbij de aangenomene chronologie ten opzichte van den tijd van Artaxerxes regering moet omstoten; daarentegen heeft Auberlen bewezen, dat de tweede mening de ware is, wanneer hij schrijft: “De tijd van Ezra en Nehemia vormt ene zamenhangende periode van zegen voor Israël, en het zou reeds op zichzelve opmerkelijk zijn, wanneer niet het eerste begin der periode, dat den grond legde, bedoeld ware, maar een tweede termijn, van welke niets wezenlijk nieuws, maar alleen een verdere ontwikkeling van het reeds door Ezra begonnen werk dateert. Het gewijde verhaal wijst zelf de ondergeschikte betekenis van het edikt aan, dat op Nehemia betrekking heeft, door het niet mede te delen, terwijl Ezra 7:11 vv. uitvoerig te lezen is. Daar komt bij, dat, wanneer wij op de wereldmacht zien, van welke de volvoering van het Goddelijk raadsbesluit haar aards geschiedkundig begin moest nemen, het niet dezelfde koning Artaxerxes is, die Ezra, als die Nehemia laat gaan. Zijn hart is dus reeds in zijn 7de jaar gunstig voor Israël gestemd; toen moet het woord om Jeruzalem te herstellen en op te bouwen reeds van God zijn uitgegaan, toen verkreeg die goede Geest door ene nieuwe overwinning over den Engel van het Perzische rijk de overhand bij den wereldbeheerser. Ezra spreekt zelf het bewustzijn hier duidelijk uit, wanneer hij na het aanvoeren van het koninklijk edikt voortgaat: “Geloofd zij de Heere, de God onzer vaderen; die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des Heeren, dat te Jeruzalem is. En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren en allergeweldigste vorsten des konings! (Ezra 7:27 v.) De door God gewerkte verandering bij het wereldmacht ten gunste van het Godsrijk, is hier duidelijk en bepaald uitgesproken. Ezra en Nehemia handelen ook geheel op dezelfde wijze in het bewustzijn, dat zij als volbrengers van het Goddelijke raadsbesluit onder Gods bijzondere leiding en bescherming staan. Van daar die schone, in het dagboek van beide mannen gedurig terugkerende spreekwijze: “door de goede hand mijns Gods over mij. ” Wat nu de woorden van den Engel in vs. 24 v. aangaat, zo luiden zij niet slechts: zeven weken zijn bestemd over uwe heilige stad, maar: over uw volk en uwe heilige stad. Dat herbouwen der stad staat dus in een meer innigen zamenhang met de herstelling van het volk, en dan weten wij, dat die eerste zeker ene zaak van Nehemia was, de laatste het werk van Ezra. De uitwendige opbouwing der stad nu staat tot den termijn van aanvang der 70 jaarweken van Daniël, d. i. tot het terugkeren van Ezra naar Jeruzalem in dezelfde verhouding als de uitwendige verwoesting der stad door Nebukadnezar tot den termijn van aanvang der 70 jaren van Jeremia. Deze beginnen reeds in het jaar 606 vóór Chr. dus 18 jaren vóór de verwoesting van Jeruzalem, omdat reeds toen de zelfstandige Theokratie ophield te bestaan; gene beginnen 13 jaren vóór den herbouw der stad, omdat toen reeds de herstelling der Theokratie begon. Juist bij onze opvatting wordt dus het parallelismus tussen voorbeeld en tegenbeeld eerst volledig. Hetzelfde zien wij weer aan het slot der 70 weken. Deze duren tot in het jaar 33 vóór Chr; van toen af ging het reeds met Israël naar het einde, terwijl de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen eerst in het jaar 70 valt. Wij vinden dus hier ene algemene wet der Goddelijke wereld- en rijks-regering, ene wet, die wij reeds in het Paradijs hare werkzaamheid zien beginnen. Adam en Eva toch worden dadelijk op den dag hunner eerste zonde aan den dood overgegeven (Gen. 2:17 en toch sterven zij eerst eeuwen daarna. Dat is de blik Gods, die de dingen werkelijk doorziet, ze in het hart ziet en van welke het daarom heet. (1 Sam. 16:7): “het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan. ” De vervulling dezer berekening kan nu ook niet juister zijn: de 70 weken = 490 duren van het jaar 457 voor Chr. tot het jaar 33 na Chr. Om dezen tijd moet het geweest zijn (meer nauwkeurige chronologische data bezitten wij niet), tot op welken het Evangelie uitsluitend aan de Joden is verkondigd geworden, en de Christelijke gemeente genade had bij het ganse volk (Hand. 2:47; 5:13 v.). Vervolgens braken de vervolgingen van de zijde van Israël over de Apostolische kerk uit, als wier offer Stefanus viel, en nu was ook de tijd der lankmoedigheid, die nog aan het volk gegeven was na de werkzaamheid van den Heere Jezus, ten einde. Wat nu eindelijk de verdeling van 70 weken in 7 en 62 en 1 weken aangaat, zo volgt de laatste, als afgezonderde week, als ene slotweek op de voorafgegane mindere dagen even als de aan God gewijde Sabbath als een slot op de werkdagen volgt. De Messiaanse tijd wordt daarmee als de heilige rust- en feestdag der Israëlietische geschiedenis voorgesteld, op welken God nog eens aan het volk al Zijne genade aanbiedt, op welken echter ook de geschiedenis van Israël tot haar voorlopig einde komt. Deze tijd gaat die der 62 weken vóór; het is een op zich zelf onbeduidende, van Goddelijke openbaring ontblote tijd, welke tot de voorafgaande zeven weken in verhouding staat als de nacht tot de avondschemering, want die zijn de laatste flikkering van de Oud Testamentische openbaring. Maar weer staan de zeven weken in betrekking tot de laatste ééne week, als de avondschemering tot den lichten dag, die den nacht aflost, even als het voorlopige geluk na de ballingschap tot den vollen Messiaansen zegen. ” Wanneer nu (afgezien van de uitleggers, welke de voorzegging van den tijd van Antiochus verklaren) anderen onze plaats in eschatologischen zin opvatten, d. i. als ene verkondiging van de ontwikkeling van het Godsrijk van het einde der ballingschap tot aan de voltooiing van dat rijk door de wederkomst van Christus aan het einde der dagen (a) de 7 weken gaan van den tijd van het edikt van Cyrus (Ezra 1:1 vv.) tot op de verschijning van Christus in het vlees, b) de 62 weken doelen op den tijd van het bouwen en het uitbreiden der Christelijke kerk “in benauwdheid der tijden, ” c) de 70 weken echter omvat den tijd der laatste wereldweek, welke vooreerst het werk en dan den val van den Antichrist omvat), zo geven wij toe dat ten gunste van deze opvatting veel schoons en treffends dan gezegd worden; want Gods woord heeft in ‘t algemeen naar verschillende kanten zijne volle waarheid, en even als de geschiedenis van de ontwikkeling van het Godsrijk steeds bij gewichtige voorvallen in zekere parallellijnen uitloopt, zo heeft in ‘t bijzonder de tijd van de eerste toekomst van Christus veel gelijkheid en verwantschap met dien van de tweede. Wij laten er ons echter niet van afbrengen dat de profetie is de eerste plaats en vóór alle dingen doelt op de verschijning van Christus in het vlees. Zijnen dood en de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen; eerst in de tweede plaats kan zij ook toegepast worden op den gehelen tijd van de ballingschap tot aan het einde der dagen. Naar onze mening was behalve Bileam’s voorzegging van de ster uit Jakob (Num. 24:17) ook die van Daniël van de 70 weken voorbereidend voor de Wijzen uit het Oosten (Matth. 2:1 vv.), dat zij de betekenis van de hun verschenen ster konden verstaan en weten, dat nu de tijd vervuld was en de Koning der Joden geboren, op wien zij met Israël hoopten; zie wat Israël aangaat Luk. 2:26; 3:15. Zo geeft de profetie van Daniël bijna even nauwkeurig en klaarblijkelijk het verschijnen der verbazendste feiten aan, als de sterrenkunde het verschijnen van nieuwe hemellichten binnen het bereik van onzen gezichtskring verkondigt! Maar de sterrenhemel gehoorzaamt aan onwrikbare wetten, terwijl de geschiedenis der volkeren het schouwtoneel van vrije daden mag heten, bestuurd door duizend omstandigheden, onberekenbaar zelfs voor den scherpzinnigsten blik. Gewis, al ware het begrip van buitengewone openbaring nog nimmer bevredigend vastgesteld, het feit, dat zij hier te vinden is, zal misschien tegengesproken, maar zeker niet gemakkelijk weerlegd kunnen worden. Het is ene bekende anecdote, dat Frederik de Grote van Pruisen, wiens voorliefde voor Voltaire en het oppervlakkig deïsme der Franse Encyclopedisten bekend is, eens aan den koninklijken dis, zijnen hofprediker in het nauw willende brengen, hem verzocht om in een enkel woord een tastbaar argument te geven voor de waarheid van het Christendom, en dat deze na enig nadenken, dat ééne woord uitsprak: “Israël, Sire!” Het was een zinrijk antwoord. Het volk van Israël in zijne verstrooiing, in zijne onverdelgbare nationaliteit, en toch, naar de wereld, hopeloze toekomst, blijft nog altijd, en zelfs is dit sinds Frederik de Grote meer en meer openbaar geworden het bij iedere naturalistische beschouwing der wereldgeschiedenis onverklaarbaar raadsel. Alle levensvoorwaarden mist het, en toch, ziet, het leeft. Israël is het opgerichte gedenkteken in de wereld voor de waarheid der Schrift.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Onverhoorde smekingen zijn niet ongehoord. God houdt van onze gebeden een bewaarplaats bij. Zij worden niet door de wind weggeblazen; zij liggen als een schat in de archieven van de Koning.
Ter overdenking
Soms wacht het gebed als een smekeling bij de poort, totdat de koning komt om hem te vervullen met de zegeningen die hij zoekt. Van de HEERE is bekend dat Hij, wanneer Hij een groot geloof gegeven heeft, dat geloof beproeft met lang uitstel. Hij heeft de stem van Zijn knechten in hun eigen oren laten weerklinken als tegen een koperen hemel. Zij hebben aan de gouden poort geklopt, maar zij bleef onbeweeglijk, alsof zij in haar hengsels vastgeroest zat.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Daniël 9
Daniël 9:1-2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Jeremia 29:10→Jeremia 25:11→Zacharia 7:5→Daniël 11:1→Ezra 1:1→Daniël 1:21→Daniël 5:31→
— In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen; In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was.
Daniël was zelf een profeet, en toch bestudeerde hij de ingegeven profetieën van Jeremia. Als zo’n man de Schrift nodig had te lezen, hoeveel te meer wij! Welk licht wij ook menen dat in ons woont, wij doen goed te wandelen bij het vaste profetische woord.
Zo ontdekte hij dat het einde van de gevangenschap bijna gekomen was. En hij zette zich ertoe krachtig bij God te pleiten dat Hij nu de hand van Zijn liefde zou keren naar de verwoeste en eenzame stad Jeruzalem. Merk op dat Daniël zich de nauwkeurige datum herinnerde waarop de ballingschap eindigen zou.
Heeft God aan een beproeving of een kastijding van ons een termijn gesteld, dan moesten ook wij die onthouden en onder onze bijzondere aantekeningen opschrijven. Ik vrees dat dit niet altijd zo is. Wij vergeten niet wanneer een grote droefheid ons overviel. Wij kunnen ons waarschijnlijk herinneren wanneer een geliefde stierf, en wij weten nog de dag van de week en van de maand waarop dat gebeurde. Maar houden wij de gedachtenis van Gods goedertierenheid even taai vast? Ik vrees van niet, en toch behoorde het zo te zijn.
Wij moesten er even bepaald over kunnen schrijven als Daniël deed toen hij zei: “In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden.” En dan noemen wij de tijd waarop wij een bijzonder uitgelezen gemeenschap met God hadden. Of waarop wij tot meer dan gewone ernst in het gebed gebracht werden, of een bijzonder genadig antwoord van onze God ontvingen.
Daniël 9:3.KruisverwijzingenNehemia 9:1→Esther 4:16→Ezra 9:5→Ezechiël 36:37→Daniël 10:2→Jakobus 5:16→Esther 4:1→Joël 2:12→
— En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as.
“En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere.” Deze uitdrukking is vol betekenis. Mensen kunnen hun aangezicht vastbesloten tot het gebed stellen, met heel hun gemoed die kant op, God zoekend met hun gezicht naar Hem toe. Doen zij dat niet voor de schijn maar in diepe en plechtige ernst, dan slagen zij met hun smeking.
Daniël spreekt van “het gebed, en smekingen”, waaruit wij mogen opmaken dat hij veel bad en vaak bad, en dat hij daar een geregeld en aanzienlijk deel van zijn tijd voor afzonderde. Hij was een zeer bezet man, want hij was de eerste van de vorsten over de honderdtwintig stadhouders. En toch, of juist daarom, wilde hij zijn tijd voor de omgang met God hebben. Daarin deed hij wijs, want elk deel van onze tijd dat aan het gebed ontstolen wordt, wordt ook aan onszelf ontstolen. Het oude gezegde is waar: bidden en voeren vertraagt geen reis.
Daniël had zeker minder gerebelleerd dan al zijn landgenoten, en toch is hij de eerste die namens hen belijdenis doet. Zo moeten ook wij, broeders, wanneer wij onze eigen zonden beleden en barmhartigheid gevonden hebben, voorbidders voor anderen worden. Wij moeten belijdenis doen van de zonden van ons gezin, van de zonden van onze stad, van de zonden van ons land. Hoeven wij niet langer om zaligheid voor onszelf te pleiten omdat wij die verkregen hebben, laten wij dan de volle kracht van onze gebeden ten nutte van anderen aanwenden.
Daniël 9:4.KruisverwijzingenNehemia 9:32→Deuteronomium 7:9→1 Koningen 8:23→2 Kronieken 7:14→Micha 7:18→Jakobus 1:12→Nehemia 1:5→Numeri 14:18→
— Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden.
U zult wel opgemerkt hebben hoe heilige mannen van vroeger in het gebed de namen van God plachten af te wisselen. Hier vinden wij Daniël Hem aanspreken als de “grote en verschrikkelijke God”. Maar die titel werd niet in het wilde weg gekozen. De profeet gevoelde dat, nu Jeruzalem zo lang een woestenij gebleven was, de ontzagwekkende kant van Gods karakter nog opvallender was dan de tedere. Toch koppelde hij er die genadige waarheid aan: Hij is de God “Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden”.
Daniël 9:5-6.KruisverwijzingenPsalmen 106:6→Ezra 9:7→2 Kronieken 36:15→Daniël 9:15→Jesaja 64:5→Jeremia 14:7→Nehemia 9:34→Jeremia 44:4→
— Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten. En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands.
Daniël belijdt de zonden van het volk, en hij spaart geen enkel passend woord om ze te beschrijven: “Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd.” In elk woord dat hij gebruikte zag hij op zijn minst een schakering van verschil. Dit zijn geen ijdele herhalingen; Daniël vermenigvuldigde zijn uitdrukkingen omdat hij een diep besef had van de zondigheid van de zonde en van de schuld van zijn volk.
Let er ook op hoe hij de verzwaring van hun zonde aanwijst in hun weigering te luisteren naar de boodschappen die God hun door Zijn knechten gezonden had. Is er iets in de wereld dat de zonde meer dan gewoon zondig maken kan, dan is het dat men in de zonde volhardt ondanks de duidelijke waarschuwingen van God.
Daniël 9:7.KruisverwijzingenDaniël 9:14→Psalmen 44:15→Deuteronomium 4:27→Jeremia 3:25→Jeremia 2:26→Daniël 9:8→Romeinen 6:21→Amos 9:9→
— Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben.
Dit vers zou vandaag even waarachtig uitgesproken kunnen worden als in het eerste jaar van Darius de Meder. Ook wij kunnen zeggen: “Bij U, o Heere! is de gerechtigheid.” Elders is zij nergens te vinden. En het andere deel van het vers is even waar, want ons komt de beschaamdheid van het aangezicht toe, net als de mensen uit Daniëls dagen.
Daniël 9:8-9.KruisverwijzingenPsalmen 86:15→Psalmen 130:4→Jeremia 14:7→Efeze 2:4→Daniël 9:5→Efeze 1:6→Psalmen 130:7→Daniël 9:6→
— O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
Wat een genadig vers is dit! Het mocht wel met gouden letters gedrukt worden, en elke bevende, boetvaardige zondaar mocht ernaar kijken totdat er eindelijk stralen licht in de duisternis van zijn wanhoop schoten.
Wat een kostbare verzekering! Naar de mate van uw besef van zonde zult u haar waarderen. Voelt u dat de beschaamdheid van het aangezicht bij u hoort? Dan zult u zich er ook over verblijden dat de barmhartigheden en de vergevingen bij de Heere zijn. Hij wacht om ze te schenken aan allen die Zijn aangezicht zoeken in boetvaardigheid en geloof.
Daniël 9:10-11.Kruisverwijzingen2 Koningen 18:12→Daniël 9:6→Jesaja 1:4→Jeremia 8:5→Deuteronomium 27:15→Deuteronomium 28:15→Ezra 9:10→Hebreeën 1:1→
— En wij hebben der stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijn wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijn knechten, de profeten. Maar geheel Israel heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
Het hoorde bij dat oude verbond dat zij, als zij tegen de HEERE zondigden, onder alle volken van de aarde verstrooid zouden worden. En hun lijden kwam nauwkeurig overeen met wat God gedreigd had. De profeet gebruikt dat feit in zekere mate als een bron van vertroosting. Hij redeneert namelijk zo: is God getrouw aan de donkere zijde van het verbond, dan zal Hij ook getrouw zijn aan de heldere zijde ervan. En zo is het: Die Zijn dreigementen getrouw vervult, zal Zijn beloften even getrouw houden.
Daniël 9:12-13.KruisverwijzingenEzechiël 5:9→Jeremia 2:30→Daniël 9:11→Jesaja 9:13→Klaagliederen 1:12→Jesaja 44:26→Jeremia 31:18→Psalmen 119:27→
— En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is. Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uw waarheid.
Och, die droeve hardheid van hart en onboetvaardigheid! Jeruzalem was zo zwaar geslagen, en toch keerde het volk zich niet in het gebed tot God.
Daniël 9:14-21.KruisverwijzingenJesaja 37:17→Daniël 9:7→Nehemia 9:33→Nehemia 9:10→Zacharia 8:3→Lukas 1:19→Daniël 8:16→Jeremia 44:27→
— Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden. En nu, o Heere, onze God! Die Uw volk uit Egypteland gevoerd hebt, met een sterke hand, en hebt U een Naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest. O Heere! naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn en Uw grimmigheid afgekeerd worden van Uw stad Jeruzalem, Uw heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn. En nu, o onze God! hoor naar het gebed Uws knechts, en naar zijn smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des HEEREN wil. Neig Uw oor, mijn God! en hoor, doe Uw ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uw Naam genoemd is; want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neder op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn. O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd. Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods; Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers.
Dat is de tijd waarop het gebed altijd gehoord wordt: wanneer het lam geofferd is en zijn bloed gesprengd. En geloofd zij God, het offer waarop wij vertrouwen is eens voor altijd gebracht. De Christus, Die als een geslacht Lam de hemel is binnengegaan, heeft door Zijn ene offerande een altijddurende offerande aan de Allerhoogste voor ons gebracht. Bidden wij dus wanneer wij willen, dan mogen wij een antwoord verwachten. Zie hoe snel het bij Daniël ging. Terwijl hij nog sprak in het gebed, verscheen de engel Gabriël hem in de gedaante van een man en bracht hem het antwoord op zijn smeking.
Daniël 9:23.KruisverwijzingenDaniël 10:19→Mattheüs 24:15→Daniël 10:11→Lukas 1:28→Hooglied 7:10→Ezechiël 24:16→Ezechiël 26:12→
— In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.
“In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht.”
En toen vertelde hij hem van de Messias Die komen zou, van alles wat Hem overkomen zou en van de week van uitstel. En daarna van de laatste voleinding. Dan zou God de vreemde vorst toelaten om de stad en het heiligdom te verwoesten en er de verwoestingen over uit te storten die Hij vastbesloten had.
Het gebed van Daniël werd meteen verhoord, terwijl hij nog sprak. Ja, in het begin van zijn smeking. Zo gaat het niet altijd. Met Jeremia hebben anderen geroepen: “Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed doorkwam.” Zo hebben ware heiligen maandenlang in geduldig wachten volhard, en er zijn gevallen waarin hun gebeden zelfs jaren zonder antwoord bleven. Niet omdat zij niet vurig waren of niet aangenomen werden, maar omdat het Hem zo behaagde Die soeverein is en Die geeft naar Zijn eigen welbehagen.
Behaagt het Hem onze lijdzaamheid te laten oefenen, zal Hij dan niet met het Zijne doen wat Hij wil? Bedelaars mogen niet kieskeurig zijn, niet naar tijd, niet naar plaats en niet naar vorm. Wij moeten uitstel in het gebed niet voor weigering houden: Gods wissels op lange termijn worden stipt gehonoreerd. Wij mogen de satan ons vertrouwen in de God van de waarheid niet laten schokken door ons op onze onverhoorde gebeden te wijzen. Wij hebben te doen met Iemand Wiens jaren geen einde hebben, voor Wie één dag is als duizend jaren. Het zij verre van ons Hem traag te noemen door Zijn daden aan de maatstaf van ons kleine uurtje af te meten.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-9.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:21→Jeremia 29:10→Jeremia 25:11→Zacharia 7:5→Nehemia 9:32→Deuteronomium 7:9→Daniël 11:1→Ezra 1:1→
— In het eerste jaar van Darius, den zoon van Ahasveros, uit het zaad der Meden, die koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeen; In het eerste jaar zijner regering, merkte ik, Daniel, in de boeken, dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was. En ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, om Hem te zoeken met het gebed, en smekingen, met vasten, en zak, en as. Ik bad dan tot den HEERE, mijn God, en deed belijdenis, en zeide: Och Heere! Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en Zijn geboden houden. Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten. En wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam spraken tot onze koningen, onze vorsten en onze vaders, en tot al het volk des lands. Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te deze dage; bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israel, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, zij tegen U overtreden hebben. O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
In het eerste jaar der regering van Darius, den Meder, dus ten tijde toen de door den Profeet Jeremia voorspelde zeventigjarige ballingschap der Joden onder Babel aan de ene zijde haar einde scheen bereikt te hebben, daar het toch met Babels wereldheerschappij gedaan was, en toch aan de andere zijde Juda’s gevangenis te Babel nog voortging en men nog in het geheel niet kon gissen, wanneer en hoe deze ballingschap zou eindigen, maakt Daniël de daarop betrekking hebbende plaatsen van Jeremia tot een onderwerp van navorsen en nadenken. Hij kan de reden, waarom de belofte vertoeft, slechts daarin vinden, dat de zonde van zijn volk niet genoegzaam beleden is; daarom wendt hij zich nu tot God in diepe treurigheid vastende, in een haren gewaad en in as. In den naam der gehele gemeente stort hij zijn gehele hart, dat door smart over de zonde is aangegrepen, en dat naar genade en vergeving verlangt, voor den Heere uit, Hem biddende, dat Hij genadig den smaad van Jeruzalem en van Zijn volk afwende, en over Zijn heiligdom, dat nog verwoest is, zijn aangezicht doe lichten.
In het eerste jaar van Darius, d. i. Cyraxares II, den zoon van Ahasveros of Cyraxares I (zie 2 Kon. 22:2), uit het zaad, den stam der Meden, die in het jaar 556 v. Chr. koning gemaakt was over het koninkrijk der Chaldeën (Hoofdst. 5:3)
In het eerste jaar zijner regering, sedert het begin van het koninkrijk der Chaldeën met het jaar 626 v. Chr. 70 jaren waren verlopen, merkte ik, Daniël, in de verzameling van de heilige boeken, die ik in afschrift bezat (Nehem. 8:1), dat het getal der jaren, van dewelke het woord des HEEREN tot den Profeet Jeremia (zie Jer. 25:11 vv. 29:10 1) geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem, zeventig jaren was, ik bemerkte dat in 70 jaren de tijd vervuld zou zijn, waarin Jeruzalem verwoest zou blijven liggen.
Toen verontrustte het mij, dat hoewel het ééne deel van ‘s Heeren woord vervuld was, het Chaldeeuwse rijk zijn einde had gevonden, echter niets bespeurd werd van de vervulling van het andere gedeelte, namelijk de verlossing van Israël (2 Kon. 25:27), en ik stelde mijn aangezicht tot God, den Heere, ik wendde het aangezicht naar de plaats des tempels (Hoofdst. 6:10 v.) en geestelijk het hart naar den hemel, om Hem te zoeken met het gebed en smekingen, met vasten, en zak en as 1) (2 Sam. 12:16. Ezra 9:3 vv. opdat mij mocht verklaard worden, hoe het eigenlijk met die 70 jaren stond in betrekking tot het beloofde wederkeren des Heeren tot Zijn volk, en het herstellen van stad en tempel.
Waar Daniël een zak aan doet en zich met as bestrooit en tegelijk vast, werpt hij zich als een smekeling voor Gods aangezicht om vergiffenis te vragen en te verzoeken dat God, wat Hij beloofd heeft, ook door de daad zelf tot stand brenge. Nu zijn hier twee zaken door ons vast te houden. De eerste is dat ons geloof voortdurend moet geoefend worden door gebeden, vervolgens waar God ons iets uitstekends en uitnemends belooft, wij er ook meer vurig naar moeten verlangen en dat dit als het ware een scherpe prikkel is. Wat nu het vasten in zak en as betreft, dit is in het kort aan te merken, dat de heilige vaders, het gewoon waren, deze ceremoniën met buitengewone gebeden te verbinden, voornamelijk wanneer zij hun schuld voor Gods aangezicht wilden bekennen en als schuldigen voor Zijn aangezicht zich stelden, die er reeds geheel van overtuigd waren en geheel hun hoop stelden op de bede om vergiffenis. Ofschoon Daniël een Profeet des Heeren was, achtte hij zich echter daarmee niet verheven boven de Schrift; neen, hij beminde en bestudeerde haar als het levende Woord des Allerhoogsten. De ene Profeet las van zelven den anderen, en verenigde zijne profetie met de voorafgaande; ja, wat zeg ik, de grootste der Profeten en hun Hoofd, Christus, beriep Zich gedurig op de Schrift. Hieruit kan men den hoogmoed afmeten van de ongelovige geleerden van onzen tijd, die de Schrift als verouderd wegwerpen, en hun eigene geschriften tot Schrift maken, als ook de verkeerdheid der gelovigen, die het meer met hun bevindingen dan met de Schrift houden. Daniël bidt om hetgeen God beloofd heeft te doen. Ene vreemde zaak voor het vleselijk verstand, Men zou zeggen: als God het beloofd heeft, dan behoeft men er niet om te bidden. Het tegendeel is waar. Een gelovige bidt, niet onbepaald, maar overeenkomstig het woord van God. Wij bidden naar Gods wil, en zijn daarom verzekerd verhoord te zullen worden. Daniël belijdt zijne zonden. Ook weer ene vreemde zaak; ene zondenbelijdenis op dit ogenblik, waarop God Zich gaat ontfermen, door een einde te maken aan de ballingschap! Doch juist zulke tegenstrijdige dingen, waarvan de wereld geen begrip heeft, zijn bij de gelovigen gewone zaken. Gods weldaden verootmoedigen hen nog meer dan Gods kastijdingen. Als God ons zegent, ons kroont met goedertierenheid en barmhartigheden, dan in tranen weg te smelten en zich zondaar te gevoelen, dat is genade. Niet alleen beleed Daniël eigene zonden, hij beleed ook die van anderen. Wij klagen dikwijls over gebrek aan verootmoediging onder de broederen; dat wij voorgaan! Een gelovige moet in zijne binnenkamer nooit voor zich zelven alleen staan, maar voor de gehele gemeente Gods. Hij alleen moet op zijne wijze in de bres staan voor allen; dit behoort tot het algemene priesterschap der gelovigen. De Heere, die alleen stond voor ons allen in het oordeel en alleen voor ons allen triomfeerde, heeft ons deze genade gegeven. Hier is inderdaad een voorbeeld voor ieder Christen. Laat hem desgelijks verstaan door de Goddelijke Boeken, de Schriften van Profeten en Apostelen, dat de tijd nadert, wanneer de kerk zal bevrijd zijn van hare gevangenschap, de slavernij der zonde, en gebracht worden in de heerlijke vrijheid der kinderen Gods. Dat hij daarom als een vreemdeling en pelgrim op aarde afstand doe van vleselijke lusten, ten allen tijd biddende en zich haastende, dat de dag des Heeren kome.
Ik bad dan tot den HEERE, mijnen God, en deed belijdenisvan onze zonde, 1) die zeker de oorzaak was, waarom de vervulling Zijner belofte vertraagde, en zei: “Och Heere! Gij grote en verschriklijke God, a) die het verbond de weldadigheid houdt dien, die Hem liefhebben en zijne geboden houden 2) (Ex. 20:5 v. (Neh. 1:5 vv.).
Deut. 7:9.
Het belijden is tweeërlei, òf een belijden van zonden òf van lof. Wanneer het ons in moeilijke omstandigheden kwalijk gaat, moeten wij onze zonde belijden; wanneer het ons goed is, bij de overwinning der gerechtigheid moeten wij belijden, dat de Heere groot en goed is, moeten wij Hem loven; zonder belijdenis mogen wij echter nooit zijn.
Daniël belijdt hier in den aanhef van zijn gebed zowel de Majesteit Gods en Zijne heiligheid als Zijne barmhartigheid en genade. Hij wend zich tot God, zoals Hij Zich van oude tijden heeft geopenbaard. als tot dien Heere, die uit kracht Zijner heiligheid en rechtvaardigheid, de zonde geenszins kan gedogen, maar ook uit kracht van Zijne barmhartigheid en genade met den zondaar kan te doen hebben in den weg van vergevende genade5. a) Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uwe geboden, én van uwe rechten 1) (1 (Kon. 8:47).
Ps. 106:6. Jes. 64:5-7.
Hij moet daarmee beginnen, dewijl in het algemeen is aan te merken, dat onze gebeden Gode niet kunnen behagen, tenzij wij als schuldigen voor Zijn aangezicht komen en onze gehele hoop stellen op Zijne barmhartigheid. Maar in het belijden was er bij den Profeet een reden voor, dewijl hij niet gebeden heeft op de gewone wijze, zoals gezegd is, maar al vastende en met zak en as. Dit was dus een plechtige belijdenis, waarin Daniël zich verenigde met het ganse volk. Ten tijde toen Gij hen (de kinderen Israëls) kastijddet, stortten zij gebeden voor U uit; want zij wisten, dat de verdrukking, die over hen gekomen was in de ballingschap, Uwe straf was en niet een toeval, en dat Gij hen voor hun zonden kastijddet. Daarom loofden zij U en baden zij tot U; zo deden zij gedurende den gansen tijd der ballingschap. (D. KIMCHI). Daniëls gebed is een van die Bijbelse gebeden, waar men niet verklaren kan, waar men gevoelt, dat de woorden zich zelf moeten verklaren in ons hart, wanneer men de bedoeling en den zin zal vatten. Daniël, de getrouwe en rechtvaardige knecht Gods, verdiept zich geheel in de schuld en de zonde van zijn volk; zijne priesterlijke gezindheid identificeert zich zo geheel daarmee, hij doet zo innig in den naam van gans Israël belijdenis, dat wij hier iets gevoelen van hetgeen in het binnenste omging van Hem, die in onze plaats belijdenis deed, dat wij over Daniël heen zien in het gebedsoffer van Gethsemane en van Golgotha. Daniël stelt als een voorbeeld in zijn biddend lijden ons dien hoogsten Hogepriester voor, die, toen Hij werd uitgeroeid (vs. 26), het slachtoffer en het spijsoffer des Ouden Verbonds deed ophouden (vs.
, daar Hij zelf de schuld verzoend en de eeuwige gerechtigheid aangebracht heeft (vs. 24); voor deze openbaring des Nieuw-Testamentische hogepriesterschaps moest Daniël juist nu hij zelf als priester gestaan had, bijzonder ontvankelijk zijn.
En wij hebben niet gehoord naar uwe dienstknechten, de Profeten, die in Uwen naam spraken tot onze koningen, onze vorsten, de hoofden van stammen en de geslachten, en onze vaders, de familiehoofden, en tot al het volk des lands.
Bij U, o Heere! is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, 1) bij het bewustzijn, dat wij door onze zonden zware straffen verdiend hebben, gelijk het is te dezen dage bij de mannen van Juda, en de inwoners van Jeruzalem, en geheel Israël, die nabij en die verre zijn, in al de landen, waar Gij ze henengedreven hebt, om hun overtreding, waarmee zij tegen U overtreden hebben.
De ware boetvaardigen zijn altoos gewoon God te loven, te rechtvaardigen, opdat Hij rechtvaardig zij in Zijn spreken en rein in Zijn handelen, en de zondaar de schuld alleen drage. Hij erkent, dat het de zonde was, die hen in al deze ellende dompelde. Hij erkent de gerechtigheid van God daarin, dat Hij hen, in alles dat Hij over hen had laten komen, geen onrecht gedaan, maar hen naar hun verdienste behandeld had.
O Heere! bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Een klaar en diep bewustzijn van zonde, van hare snoodheid en van de straf, die zij verdient, behoort ons te verootmoedigen voor den troon. Wij hebben gezondigd als Christenen. Helaas! dat het zo moest zijn. Hoe begunstigd wij ook zijn, hebben wij ons nochthans aan ondankbaarheid schuldig gemaakt; boven de meesten bevoorrecht, hebben wij echter niet naar die mate vruchten gedragen. Wie is er, al heeft hij nog zo lang aan den Christelijken krijg deelgenomen, die niet een blos zijn aangezicht zal voelen bedekken, wanneer hij terugziet op het verledene? Wat onze dagen betreft vóór onze bekering mogen zij vergeven en vergeten zijn; maar sedert dien tijd, hoewel wij niet zondigen als te voren, hebben wij toch gezondigd tegen licht en tegen liefde, licht dat ons gemoed waarlijk had bestraald, en liefde, waarin wij ons hadden verblijd. O, hoe snood is de zonde ener begenadigde ziel! De zondaar, die de vergeving nog niet deelachtig is, zondigt oneindig minder zwaar dan Gods uitverkorenen, die met Christus gemeenschap hebben gesmaakt, en op Zijn boezem hun hoofd hebben neergevleid. Zie op David! Velen spreken over zijne zonde, maar ik bid u, zie op zijn berouw, en naar zijne gebrokene beenderen, terwijl ieder hunner zijne smartvolle belijdenis uitstort; Merk op zijne tranen, hoe zij ter aarde vallen, en de diepe verzuchtingen, die de gedempte tonen zijner harp vergezellen! Wij zijn allen afgeweken, laat ons dan den geest der bekering zoeken deelachtig te worden. Merk wederom op Petrus! Wij spreken veel van zijne verloochening van den Meester. Bedenk, dat er is geschreven: “Hij weende bitterlijk. ” Hebben wij gene verloocheningen onzer met tranen te bewenen? Helaas! deze onze zonden vóór en na de bekering, zouden ons gewis naar de plaats van het onuitbluslijk vuur verwijzen, ware het niet om de souvereine genade, die ons onderscheidde, ons rukkende als vuurbranden uit het vuur. Mijne ziel, buig u neer onder het besef uwer natuurlijke zondigheid, en aanbid uwen God. Bewonder de genade, die u behoudt, de goedertierenheid, die u spaart, de liefde, die u geeft.
a) Bij den Heere, onzen God, zijn de barmhartigheden en vergevingen (Ps. 130:4) en deze hebben wij thans in bijzondere mate nodig; daarom hopen wij nog, alhoewel onze zonde zwaar is, en wij tegen Hem gerebelleerd hebben.
Ps. 130:3, 7. Klaagl. 3:22. Houdt Daniël zich hier niet enkel en geheel vast aan de genade? Hoe dwalen zij, die zeggen, dat onder het Oude Testament het Evangelie niet bekend was! . Daniël pleit hier en houdt zich vast aan Gods barmhartigheid en Zijn vergevende genade. Hij weet het, en is er van overtuigd, dat zal Israël uit Babel verlost worden, het enkel zal zijn uit vrije genade en ongehoudene goedertierenheid. Maar Daniël heeft ook een breed inzicht in de liefde Gods. Hij weet het dat er een ogenblik is in Zijnen toorn, maar een leven in Zijne goedgunstigheid. Hij weet het, dat Gods verbond vast staat, en dat de trouweloosheid van zijn volk de eeuwige trouw Gods niet te niet maakt. Aan de ene zijde ziet hij een stroom van ongerechtigheid, maar aan de andere zijde een vuur van Gods liefde, hetwelk den toorn verslindt.
En wij hebben de stem des HEEREN, onzes Gods, niet gehoorzaamd, dat wij in Zijne wetten wandelen zouden, die Hij gegeven heeft voor onze aangezichten, door de hand van Zijne knechten, de Profeten.
Maar geheel Israël heeft Uwe wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uwer stem niet gehoorzaamden; daarom is over ons uitgestort die a) vloek, en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, wij ontvangen rechtvaardige vergelding, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
Lev. 26:14 vv. Deut. 27:15 vv. 28:15 vv. 29:20; 30:17 vv. 31:17 vv. 32:19 vv. Klaagl. 2:17.
En Hij heeft Zijne woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, hoewel zij veel meer ons verleidden, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
Gelijk als in de wet van Mozes geschreven is, alzo is al dat kwaad over ons gekomen; en wij smeekten het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, niet, afkerende van onze ongerechtigheden, en verstandelijk acht gevende op Uwe waarheid
Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt. Hij heeft er acht op geslagen, dat het niet zou uitblijven (Jer. 1:12; 44:27), en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijne werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden. 1)
Slotsom is dit, dat het volk niet zo zwaar is gekastijd en voor zo veel rampen en ellende is getroffen, dan omdat het de straf Gods had geprovoceerd, en dat dit gemakkelijk uit de bedreigingen kon opgemaakt worden, dewijl God reeds eeuwen te voren had verkondigd, wat toen door de zaak zelf was gebleken, dat het geen scherts was. Vervolgens dat niet alleen de macht Gods in de verliezen van het volk schitterde, maar ook Zijne rechtvaardigheid. Maar dit is ook op te merken, dat de Profeet door deze worden de vele beproevingen tegentreedt, waarmee de gelovigen zonder twijfel werden beroerd, zodat hun geloof bijna schipbreuk leed.
a) En nu, o Heere, onze God! b) die Uw volk uit Egypteland uitgevoerd hebt met ene sterke hand, en hebt genen naam gemaakt, gelijk hij is te dezen dage; wij hebben gezondigd, wij zijn goddeloos geweest; toch ligt voor ons in die grote verlossing een bewijs, dat Gij ons niet geheel verwerpen, maar weer in genade zult aannemen.
(Ps. 105:7; 106:47 b) Exod. 32:11. Num. 14:13 vv. De uittocht uit Egypte was voor Israël ene opgerichte banier, naar welke alle gelovigen van alle tijden in Israël, als naar het eeuwig monument der getrouwheid Gods terug zagen. Voor ons, gelovigen onder het Nieuwe Testament, is het kruis van Christus zulk ene banier, het nog eindeloos heerlijker monument der Goddelijke genade, want daaraan is onze eeuwige verlossing volbracht. Daarop rusteloos terug te zien, is het werk van ons geloof, de grond onzer hope, de drijfveer onzer liefde.
O Heere! naar al uwe gerechtigheden 1), laat toch Uwe toorn en Uwe grimmigheid afgekeerd worden van Uwe stad Jeruzalem, Uwen heiligen berg; want om onzer zonden wil en om onzer vaderen ongerechtigheden, zijn Jeruzalem en Uw volk tot versmaadheid bij allen, die rondom ons zijn.
Is er dan meer dan ééne gerechtigheid bij God? Ja. er is ene gerechtigheid, die straf eist en ene, die voldaan is. Het is niet, zo als de volgers van Arminius zeggen, dat God van den troon des rechts opstaat en zich op dien der genade neerzet. Neen, God staat niet op van Zijnen troon, maar van den troon der gerechtigheid wordt de troon der genade door het offer, dat geslacht is.
En nu, onze God hoor naar het gebed Uws knechts, en naar Zijne smekingen; en doe Uw aangezicht lichten over Uw heiligdom, dat verwoest is; om des Heeren wil 1).
“Om des Heeren (Adonai’s) wil. ” Dit herinnert aan Ps. 110:1 en 2, David zingt: “De Heere heeft gezegd tot mijnen Heer (Adonai) enz. ” De Heere, die Davids Heere is, moet meer zijn. dan alleen Davids zoon; de Heere, om wiens wil God Zich over Zijn heiligdom moet erbarmen, moet God gelijk zijn, omdat Hij den naam Gods, Adonai, draagt; maar Hij moet tevens een ander zijn.
Neig Uw oor, mijn God! en hoor naar onze smekingen, doe Uwe ogen op, en zie onze verwoestingen, en de stad, die naar Uwen naam genoemd is, want wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neer op onze gerechtigheden, maar op Uwe barmhartigheden, die groot zijn. Welk een uitdrukking: wij werpen onze smeking neer als een last, die ons op de ziel ligt! zo baden de heiligen; zij baden met kracht; zo bad ook Elia, zeggende: Heere, mijn God! hebt Gij dan ook deze weduwe, bij welke ik herberg, zo kwalijk gedaan, dat Gij haren zoon gedood hebt? Zo bad Luther bij het ziekbed van Melanchton, die zijne rechterhand was, zeggende: “Heere! zo Gij hem wegneemt, zo doe ik niets meer. ” En Melanchton werd beter. Doch vergeten wij vooral niet, dat niet de stoutmoedigheid het doet, maar het geloof, waaruit zij voortvloeit. Merkt op hoe zorgvuldig en omzichtig de Profeet is, om tot de genade de toevlucht te nemen en de verdienste te verzaken. Zo doen alle heiligen.
O Heere, hoor! o Heere, vergeef! o Heere a), merk op en doe het, vertrek het niet, stel het niet uit! Om Uws zelfs wil, o mijn God! want Uwe stad, en Uw volk is naar Uwen naam genoemd 2).
Daniël openbaart hier niet, zoals de hypokrieten gewoon zijn te doen enige welsprekendheid, maar hij leert door zijn voorbeeld, welke de ware wet en wijze van bidden is. Het is hier niet twijfelachtig of hij werd gedreven door een singulieren ijver om anderen mede te slepen. God heeft dat zelf in den Profeet gewerkt door Zijn Heiligen Geest, opdat hij zelf een leermeester voor alle naderen zijn zou van bidden, en opdat zijn gebed een algemeen norm zou zijn voor geheel de kerk. Met dit doel vermeldt Daniël wat hij in zich had opgenomen. Hij had gebeden zonder getuigen, maar nu roept hij geheel de kerk zamen en wil dat zij getuige zou zijn van zijn ijver en eerbied, opdat als het ware allen zouden volgen, wat niet hij zelf hen allen voorschrijft, maar God. Waarom ook hier wederom juist driemalen: “Heere?” Omdat God Drieëenig is. In de Drieëenheid ligt de volheid der Godheid. Daniël pleit hier op Gods Naam en op zijn eeuwige trouw. Hij weet het dat zal God genadig zijn, Hij het moet doen om Zijns naams wil. Uit zich zelven moet God bewogen worden om Zijn volk te redden uit ‘s vijands macht. Niets is noch in hem, noch in een zijner medegelovigen, waardoor God zou bewogen worden om zijn volk genadig te zijn. Hij wijst, als een andere Mozes, den Heere God op Zijn verbond.
Het zijn vooral de volgende bijzonderheden, welke ons dit gebed voor Daniëls toenmalige gemoedsstemming en toestand hoogst karakteristiek, en met die als in overeenstemming voorkomen. Vooreerst is er geen nauwkeurig bepaald, logisch gerangschikte gedachtengang op te merken; integendeel keert altijd dezelfde gedachte terug, aan de ene zijde aan Israëls zonde en ellende, en de daardoor veroorzaakte kastijding des Heeren, aan de andere zijde aan de enige hulp en de bijzondere barmhartigheid van God, op ene wijze gelijk het den gelovige betaamt, zodat de laatste de overhand behoudt, dat de genade en het bewustzijn daarvan triumfeert, gelijk dit hier bijzonder in vs. 19 op het krachtigst blijkt. Het eigenaardige van deze omstandigheid ligt juist daarin, dat waar de diepste weemoed over een geliefd voorwerp, de levendigste smart over de zonden de ziel doordring, wij daar ook aan dat punt van droefheid vasthouden, en daarbij onze tranen overvloedig laten vloeien. De eigenlijke uitwerking der klacht is daarom eentonigheid. Datzelfde merken wij op bij alle boet- en klaagpsalmen, in ‘t bijzonder ook in de klaagliederen van Jeremia, in welke zelfs de rythmus dat karakter op ene met de gedachte schoon overeenstemmende wijze heeft aangenomen. Vervolgens merken wij op, wat met de eerste beschouwing zamenhangt, hoe de Profeet den eigenlijken inhoud en het onderwerp van zijn gebed slechts kort aanroert, (vs. 17 vv. .), en dat slechts in ‘t algemeen aangeeft, biddende om Gods hulpe voor het land, voor Jeruzalem en voor het heiligdom. Ook hierin zien wij dien groten ootmoed, welken de Profeet bezat, ondanks de grote genade, die hij bij God had gevonden: hij stelt alles aan de wijsheid des Heeren voor, wien hij niets wil voorschrijven. Dit kon des te minder in zijne gedachte komen, daar de wonderbare bevrijding der Israëlieten door Cyrus toen de menselijke bevattingskracht nog verre moest overtreffen, dat het “hoe?” van Israëls verlossing nog slechts aan Gods almacht kon worden voorgesteld. Eindelijk beschouwe men den alleen waren weg der zaligheid, die in ieder gebed van enen waarlijk vrome moet openbaar worden, en dien Melanchton zo treffend tekent: “Daniël belijdt de zonden van het volk en geeft Gode den lof der gerechtigheid, dat Hij het volk rechtvaardig gestraft heeft. Daarop vraagt hij om vergeving der zonden en terugvoering van het volk. Dat is dus het ware berouw, Gods toorn tegen onze zonden te erkennen, van wege Gods toorn te verschrikken, te beklagen, dat wij God beledigd hebben, Hem de ere geven, dat Hij ons op ene rechtvaardige wijze straft, en bij Zijne straffen Hem gehoorzaam zijn. Toch is het niet genoeg de zonden te erkennen en op de straffen acht te geven, maar ook de vertroosting moet daarbij komen. 20.
II. Vs. 20-26.KruisverwijzingenJesaja 53:8→Lukas 1:19→Daniël 8:16→Daniël 10:19→Mattheüs 24:15→Daniël 10:11→Jeremia 23:5→Jesaja 56:1→
— Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israel, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods; Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel, die ik in het begin in een gezicht gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende, omtrent den tijd des avondoffers. En hij onderrichtte mij en sprak met mij, en zeide: Daniel! nu ben ik uitgegaan, om u den zin te doen verstaan. In het begin uwer smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven; want gij zijt een zeer gewenst man; versta dan dit woord, en merk op dit gezicht. Zeventig weken zijn bestemd over uw volk, en over uw heilige stad, om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, en om de heiligheid der heiligheden te zalven. Weet dan, en versta: van den uitgang des woords, om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias den Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden. En na die twee en zestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hem zelven zijn; en een volk des vorsten, hetwelk komen zal, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met een overstromende vloed, en tot het einde toe zal er krijg zijn, en vastelijk besloten verwoestingen.
Nauwelijks heeft Daniël zijn gebed geëindigd, of de Engel Gabriël ijlt volgens bevel van God tot hem, om hem te openbaren, wat er zal geschieden. Hij blijft echter niet staan bij de 70 jaren der ballingschap, integendeel gaat hij stilzwijgend over dezen tijd henen, die zo spoedig geëindigd zal wezen; welk einde het terugkeren in het vaderland en het weer opbouwen van het altaar en van den tempel ten gevolge zal hebben. Hij laat hem in de verte, in ene tijdruimte van 70 jaarweken zien, en in de gebeurtenissen van de laatste dezer weken de toekomst van het aangename jaar des Heeren. Nauwelijks heeft enige andere plaats der Heilige Schrift er zoveel toe bijgedragen, dat men in den tijd, waarin de Heiland later werkelijk verschenen is, Zijne verschijning algemeen verwachtte; nauwelijks is er ook enige andere plaats zo zeer als deze onderzocht en in het licht gesteld. Dit veroorzaakt dat zij, even als Hij, van wien zij getuigt, zelf tot een val en tot ene opstanding van velen in Israël geworden is.
Als ik nog sprak, en had, en beleed mijne zonde, en de zonde mijns volks van Israël, en mijne smeking nederwierp voor het aangezicht des HEEREN, mijns Gods, om des heiligen bergs wil mijns Gods, ten gunste van dien heiligen berg, zijne bewoners en zijnen tempel (vs. 17 vv.); God heeft zijnen gelovigen beloofd: “Eer zij roepen zo zal Ik antwoorden, terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen” (Jes. 65:24), en de ondervinding der gelovigen bevestigt dit. Wij kunnen dus al de redeneringen der ongelovigen over de onverhoorbaarheid van het gebed veilig als dwaasheden ter zijde stellen. Waar persoonlijke ondervinding bestaat, is alle tegenspraak een bewijs van onkunde. Aan den anderen kant moet deze prediking des ongeloofs ons niet verwonderen, want bij de ongelovigen is werkelijk gene gebedsverhoring. God betuigt, zodanige mensen, als zij tot Hem roepen, niet te zullen antwoorden (Spr. 1:28; vgl. 1 Sam. 28:6, 15. 9:31).
Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriëlin groten haast (Openb. 13:6), de Aartsengel, die de gedaante eens mensen had aangenomen, en dien ik in het begin in een gezicht(Hoofdst. 8:15 vv.) gezien had, snellijk gevlogen, mij aanrakende 1) omtrent den tijd des avondoffers, des namiddags ten 3 ure (zie (Num. 28:8 1 Kon. 18:36. Ezra 9:4 vv. Matth. 27:51), hetzelfde ogenblik, waarin Christus eeuwen later uitriep: “Het is volbracht. “
In het Hebr. Muaf, biaf nogea’ elai. Onze Staten overzetters geven weer, in navolging van de Septuaginta, snellijk gevlogen, mij aanrakende. Beter is de vertaling: Dien ik in het begin in een gezicht gezien had, in den toestand van afgematheid kwam tot mij. Daniël wijst op een vroegere verschijning, (Hfst. 8:17 en vv). Het werkwoord betekent nooit: snel zijn, maar altijd: vermoeid zijn, afgemat zijn.
En hij onderrichtte mij omtrent de zaak, die mij zozeer had bekommerd, en sprak met mij, en zei: Daniël! nu ben ik uitgegaan, van God, die mij tot u gezonden heeft, om u den zin te doen verstaan.
In het begin uwer smekingen is het woord 1) uitgegaan, en ik ben gekomen, om u dat te kennen te geven, wat gij verlangd hebt, hoe naar Gods raad de zaken zich zullen ontwikkelen, want gij zijt een zeer gewenst man, den Heere lief en dierbaar (Hoofdst. 10:11, 19); versta dan dit woord en merk op dit gezicht 2). Onder het woord, is niet te verstaan het bevel aan Gabriël door God gedaan, om tot Daniël te gaan, maar wat Gabriël tot Daniël heeft te verkondigen en ons bewaard is in vs. 24-27. Terwijl Daniël begon te smeken, gaf God aan Gabriël het Gods woord, hetwelk hij tot troost en verkwikking van Zijn knecht en van geheel het volk moest verkondigen. Ook hier werd bevestigd: Eer zij roepen zal Ik antwoorden.
Wij vinden hier denzelfden Engel, die aan Maria de geboorte van den Messias bekend maakt (Luk. 1:26 vv.) Meer dan een vijftal eeuwen te voren moet hij met de grootste chronologische zekerheid profeteren. Het is alsof de Goddelijke openbaring op dit toppunt der Oud-Testamentische profetie heeft willen tonen, dat zij van hare heilige hoogte af ook het hoogste kan verschaffen, waar de profetie tot aan de grenzen van het waarzeggen gaat, zonder die toch te overschrijden; want ook in de volgende woorden des Engels is voor relatieve omsluiering wel gezorgd, daar zowel het punt van aanvang der 70 weken, als het tijdstip, waarop zij eindigen in een zeker duister gehuld is. Niet voor zijn persoon alleen, maar als vertegenwoordiger van dat Israël, dat aan Gods verbond getrouw was, wordt Daniël als een kleinood voor God voorgesteld. Israël was dit kleinood in de eerste plaats als het volk, dat God Zich uit alle volken der aarde verkoren heeft, om Zijn eigendom te zijn, dat Hij door alle tijden heen als een edelgesteente bewaart, waarom Hij, ook wanneer het Hem ontrouw is geworden, dingt, gelijk een man om zijn bruid. Thans ligt dit volk onder de kastijdende hand van zijnen God; maar in Daniël ziet de Heere den vertegenwoordiger van het volk, dat vroom is en getrouw aan het verbond; gelijk zich eigenlijk het volk, zoals het moest zijn, in dezen concentreert, zo concentreert zich ook Gods liefde tot Zijn volk op dezen plaatsbekleder daarvan.
Zeventig weken (Hebr. “zeventig gezevende” of “zeventig zeventijden, ” waaronder gene weken van dagen maar jaarweken d. i. tijdruimten elk van zeven jaren moeten worden verstaan, dus te zamen 70 x 70 = 490 jaren (vgl. Lev. 27:8) zijn bestemd, en deze weer in bijzondere afdelingen verdeeld (vs. 25 vv.)over uw volk en over uwe heilige stad, voor welke gij hebt gebeden (vs. 16. vv.), om de overtreding te sluiten, en om de zonden te verzegelen, als het ware in een verzegeld graf te leggen, d. i. te bedekken, uit het oog te verwijderen, en om de ongerechtigheid te verzoenen, en om ene eeuwige gerechtigheid aan te brengen, en om het gezicht, en den profeet te verzegelen, met het zegel der bevestiging te voorzien (de zonde wordt verzegeld wanneer zij vervuld wordt), en om de heiligheid der heiligheden te zalven. De openbaring, die Daniël hier ontvangt, heeft de bedoeling, om datgene uit elkaar te zetten, wat de Profeten tot hiertoe volgens de wet van het profetische perspektief gezamelijk gezien hebben: de verlossing van Israël uit de ballingschap en het begin van de gehele Messiaanse verlossing. Dat toch was over ‘t algemeen in het Oude Testament meer dan eens het geval, dat gedeeltelijke vervullingen van vroegere beloften plaats zonden, bij welke men moest weten, dat het nog niet de hoogste en eigenlijke vervullingen waren, en zo wordt ook in onze voorzegging den Profeet in plaats van de 70 jaren; aan wier naderend einde hij de zaligheid verwachtte, een meer verwijderde termijn van 70 jaarweken genoemd, welke verlopen moest van de meer nabijzijnde vervulling tot aan de meer verwijderde en volkomene, van het bevel tot de herstelling en opbouwing van Jeruzalem (vs. 25) tot op den tijd van den Messias. Even als de Heere Petrus op de vraag, of het genoeg was, wanneer hij zijnen broeder zeven malen vergaf, antwoordde: “niet zeven maal, maar zeventig maal zeven maal” (Matth. 18:21 v. 1), zo antwoordt hier de Engel aan Daniël: “niet zeventig jaren, maar zeven maal zeventig jaren zijn over uw volk en uwe heilige stad bestemd. Opdat hij de volkomene vervulling der belofte niet naderbij verwacht, dan God het bepaald heeft, is in den grondtekst Let woord: “gezevende” vóór het telwoord: “zeventig” geplaatst, waardoor duidelijk en bepaald moet worden aangewezen, dat in de plaats der zeventig jaren ene andere tijdruimte, die van 70 jaarweken kwam. Op deze tijdruimte van 70 jaarweken, niet meer gelijk tot hiertoe op die van 70 jaren, moet zich voortaan in Israël de verwachting naar zaligheid richten. Terwijl nu ons vers het fondament vormt van de gehele openbaring, die vervolgens in de drie verzen naar hare bijzondere punten nader wordt uiteengezet, hebben wij hierin ene in elkaar grijpende keten van uitdrukkingen, van welke de ene de andere verbindt en draagt en verklaart, die echter ook in hare afwisselende betrekking op elkaar de Messiaanse verlossing naar hare beide zijden, naar de positieve, zowel als naar de negatieve, verklaren; want 1 en 4, 2 en 5, 3 en 6 komen even zo met elkaar overeen, als de werken der zes dagen in Gen. 1:3 (vgl. vs. 3 vv. met vs. 14 vv. vs. 6 vv. met vs. 27 vv. 9 vv. met 24 vv.): 1 de overtreding gesloten, 4 ene eeuwige gerechtigheid aangebracht, 2 de zonde verzegeld, 5 het gezicht en den Profeet verzegeld, 3 de ongerechtigheid verzoend, 6 de heiligheden gezalfd. Hierbij is tevens op te merken, hoe zeer alle deze uitdrukkingen slaan op hetgeen Daniël in zijn gebed gezegd heeft. Hij had gebeden om vergeving der zonden voor zijn volk-in 70 jaarweken, heet het, zal de volledige verzoening geschieden, en de eeuwige gerechtigheid worden aangebracht. Hij had gebeden om de vervulling van de door Jeremia gegevene belofte-in 70 jaarweken zou de vervulling niet alleen van deze maar van alle profetieën en gezichten volgen. Hij had gebeden om de wederoprichting van het heiligdom binnen 70 jaarweken, zo verkrijgt hij ten antwoord zal een heiligdom der heiligdommen worden gezalfd. Wat de uitdrukkingen in ‘t bijzonder aangaat, zo wordt bijzonder nadruk op de verzoening gelegd, en door ene drievoudige uitdrukking als het wezenlijke fondament van allen Messiaansen zegen voorgesteld. “Dat stemt zo juist overeen met het gehele karakter van het gebed van den Profeet, die in de diepte van zijn smartgevoel over de zonde gene woorden genoeg kan vinden ter belijdenis van Israëls schuld. Wanneer hierop bij de drie negatieve uitdrukkingen als positieve aanwijzing van dezelfde gedachte nog de herstelling der eeuwige gerechtigheid komt, zo heeft dit eveneens betrekking op Daniëls gebed in vs. 16 en 18. Is echter eerst de volle verzoening geschied en de eeuwige gerechtigheid aangebracht, zo volgt al het andere. De profetieën der Profeten worden vervuld, en een Allerheilige is er, waarin God in den volsten zin des woords onder Zijn volk woont. De laatste uitdrukking: “de heiligheid der heiligheden te zalven, ” komt moeilijk voor, wij behoeven echter slechts te herinneren, dat het eerste heiligdom door zalving met olie tot ene woonplaats van Jehova, tot ene plaats van zijne tegenwoordigheid onder het uitverkoren volk gewijd werd (Ex. 30:22 vv. 40:9 vv. Lev. 8:10 vv.) In werkelijkheid zal nu ook het nieuwe heiligdom met olie, namelijk met den Heiligen Geest, die daarmee wordt bedoeld, worden gezalfd. Dit brengt ons daartoe, dat wij bij het nieuwe heiligdom aan levende personen hebben te denken; niet aan den Messias alleen, maar aan het verbondsvolk des Nieuwen Testaments (Jes. 33:20 v. Jer. 3:16 v. 31:31 vv.) Door de opstanding en hemelvaart van Christus werd Zijn eigen leven in de heerlijkheid des Geestes verhoogd en tot ene volkomene woning Gods gemaakt; door de uitstorting des Heiligen Geestes begon het hoofd zich een lichaam te scheppen, de gemeente, die ene woonstede Gods is in den Geest (Joh. 2:19 vv. Kol. 1:18. Efeze. 2:20 vv. 1 Kor. 3:16. 2 Kor. 6:16. 1 Joh. 2:20 Co 1Jo). Zo veel blijkt terstond, dat hier ene opeenstapeling van uitdrukkingen ter aanduiding van dezelfde hoofdzaak wordt aangetroffen. Het is onzes inziens evenmin climax, als anticlimax, maar veeleer accumulatie en dat die grote hoofdzaak ene belofte is van geestelijk heil. Bij het “sluiten der overtreding” schijnen wij te moeten denken aan zulk ene inteugeling of insluiting der zonde, waardoor zij in hare vrije ontwikkeling en werking belemmerd wordt; een denkbeeld dat een uitnemend gepasten overgang tot het onmiddellijk volgende aanbiedt. Het “verzegelen der zonden” duidt op symbolische wijze hare verwijdering van voor Gods aangezicht aan. Zaken, die men reeds afgesloten of ter zijde gelegd had, verzegelde men niet zelden tot nog grotere veiligheid (Joh. 9:7. Hoogl. 4:12). Het “bedekken der ongerechtigheid” eindelijk is ene duidelijke zinspeling op de wijze der schuldverzoening, verordend onder het Oude verbond. Gelijk het bloed des geslachten offerdiers zich als het ware tussen Jehova en den offeraar plaatste, zodat Hij niet den schuldige, maar dat reinigend offerbloed aanzag, zo zou Hij thans, gelijk een ander Profeet het had uitgedrukt, alle hun zouden in de diepte der zee werpen (Micha 7:19). “Ene eeuwige gerechtigheid zou worden aangebracht. ” De rechtvaardigheid van God, het hoogste, wat zich een vrome Daniël wensen kon, zou uit genade geschonken worden, maar bij tegenoverstelling tegen de kortstondige, telkens weer verbeurde gerechtigheid van den Israëliet, die vruchteloos in zijne werken den grond zijner begenadiging zocht, zou zij ene “eeuwige” zijn. Alzo zou tevens “het gezicht en de Profeet verzegeld, ” d. i. besloten worden doordat beiden het eindpunt bereikten, waarop zij van den aanvang af gericht zijn geweest. En waar alzo de profetie veilig als een gesloten boek kan beschouwd worden, daar wordt eindelijk: “de heiligheid der heiligheden gezalfd. ” Wie waagt het den gehelen zin dezer uitdrukking beschrijven? Wat vertegenwoordigde het heilige der heiligen? De tabernakel. En wat vertegenwoordigde deze? Het lichaam van Christus. En wat vertegenwoordigt het lichaam van Christus? Zijne gemeente. Zo is dan de zalving van de heiligheid der heiligheden: de beloftenis des Vaders, de belofte van de uitstorting des Heiligen Geestes, van den Pinksterdag. De vlees geworden Joden verwachtten een Messias, die hen van het juk der Romeinen zou verlossen, en hun aardse macht en goederen geven zou, doch hier wordt hun gezegd, dat de Messias tot een ander einde zou komen, zuiver geestelijk en waarom zijn komst des te aangenamer zou zijn. Het gezicht en den profeet te verzegelen wil niet anders zeggen dan vervullen, volkomen vervullen wat van Hem gezegd was, dus volkomen beantwoorden aan wat van hem geopenbaard was. Hij zou te niet doen den schaduwdienst en alle offeranden overbodig maken, dewijl Hij zelf het eeuwige en volkomen slachtoffer voor Zijn volk zou zijn.
Weet dan nog bovendien hoe die zeventig weken verdeeld worden, en versta nog nader de bijzondere gebeurtenissen in die tijdvakken: van den uitgang des woords, van het bevel 1) om te doen wederkeren, en om Jeruzalem te bouwen, d. i. van den tijd van Artaxerxes Longimanus, en wel van het zevende jaar zijner regering of van het jaar 457 v. Chr. (Ezra 7:1 vv.), tot op Messias (= Christus, Gezalfde) den Vorst, volgens den grondtekst Maschiach-Nagid), 1) zijn zeven weken en twee en zestig weken, 2) dus te zamen 483 jaren-dit brengt ons op het jaar 26 na Chr. geboorte, toen Pontius Pilatus landvoogd van Judea werd (zie (Luk. 3:1). Wat nu de eerste zeven weken, van 457-408 v. Chr. aangaat, de straten, en de grachten zullen in verloop van dien tijd wederom gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden 3) (vgl. Nehemia).
Het tijdstip van den aanvang dier 70 weken is, het bevel om Jeruzalem te herbouwen, niet het verlof tot den terugkeer onder Cyrus. Dit bevel ging volgens Ezra 7:1, 7, 11 vv. Ezr 1, 11 uit in het zevende jaar van Arthasastha, want de bevelschriften van Cyrus en Darius Hystaspes (Ezra 1 en 6) hebben op den tempelbouw betrekking. In het 7de jaar van Arthasatha of Artaxerxes Longimanus (langhand) trok ook Ezra met ene tweede afdeling Joden naar Jeruzalem.
De profetie bemint dergelijke splitsing van een zeker tijdperk: men denke aan de uitdrukking: een tijd, tijden en een halve tijd, Dan. 7:26.
Het waren benauwde tijden, zowel als de daarop volgende twee en zestig weken. Vooreerst hadden de teruggekeerden met de bewoners des lands te kampen. Later zuchtten zij, Gods oude volk tot 333, onder de heerschappij van Alexander, nog later, tot 203, onder die der Ptolemeën in Egypte. Vervolgens geraakten zij onder den druk der Syriërs, met wie zij, 63 voor Chr. aan de Romeinse heerschappij ten deel vielen, over welke zij, ten tijde van ‘s Heilands verschijning op aarde, zo ontevreden waren. Benauwde tijden waren deze jaren ook in geestelijken zin. Gene profeten stonden onder hen op. De Syrische koning Antiochus (170-164) trachte hun het geloof hunner vaderen te ontroven, en deed velen den marteldood ondergaan, terwijl anderen gewillig tot het heidendom overgingen. Griekse beschaving, taal, kleding en denkbeelden, Griekse spelen en schouwburgen kwamen meer en meer in zwang. Het volk zonk al dieper, hoewel het door zijne Heilige Schriften en zijn herstelden godsdienst, zich boven het alom ontbindend en verbasterd heidendom had behoren te verheffen. Hoezeer het onder de vaan van Sadduceën, de voorstanders des ongeloofs en der Farizeën, de aanhangers van het bijgeloof, tot ene licht- en levenloze massa werd, bemerken wij uit ‘s Heilands onfeilbare getuigenissen.
En na die twee en zestig weken, dus in het tijdvak, dat met het jaar 26 na Chr. begint, als Pontius Pilatus landvoogd is, zal de Messias uitgeroeid worden, een geweldigen dood ondergaan, maar het zal niet voor Hem zelven zijn 1), maar ten behoeve van anderen; en een volk des vorsten 2), het krijgsleger des Romeinsen keizers, hetwelk komen zaltot straf van Israël wegens die uitroeiing van den Messias, zal de stad en het heiligdom verderven, en zijn einde zal zijn met enen overstromenden vloed, even plotseling alsof zij door een geweldigen stroom werden weggevoerd, en tot het sinds toe zal er krijg zijn, en vastelijk beslotene verwoestingen3); gedurende de zeven jaren, dat de strijd duurt tot aan het einde der verwoesting van stad en tempel zal er ene ontzettende verwoesting zijn als ene door God beslotene straf 4).
Zo het niet voor Hem zelven zijn zou, voor wien dan? Immers voor ons en allen, die zich zondaar weten, en erkennen te zijn en door het geloof behouden worden. Gij ziet, ook hier is de borggerechtigheid van Christus volkomen uitgesproken. Het is het Nieuw-Testamentische woord des Heeren in anderen vorm: “De Zoon des mensen is gekomen, niet om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijne ziele te geven tot een rantsoen, tot een losprijs, voor velen. ” . Geprezen zij Zijn naam, daar was geen oorzaak des doods in Hem. Noch erf- noch werkelijke zonde bezoedelde hem. Daarom ook had de dood tegen Hem geen eis. Niemand had met enig recht Hem het leven kunnen benemen, want niemand had hij enig onrecht gedaan; evenmin had men Hem met geweld van het leven kunnen beroven, indien het Hem niet had behaagd Zich zelven in den dood te geven. Maar ziet, één zondigt en een ander lijdt. De gerechtigheid werd door een beledigd, maar rond hare voldoening in Hem. Beken van tranen, bergen van offeranden, oceanen vol stierenbloed en heuvelen van wierook konden niets baten tot wegneming der zonde, maar Jezus werd voor ons uitgeroeid en met Hem werd de oorzaak der wraak voor altijd verwijderd, omdat de zonde voor eeuwig weggenomen werd. Hierin is de wijsheid, dat de plaatsbekleding, de zekere en gewisse weg ter verzoening werd daargesteld! Hierin is de nederbuigende liefde, die Messias, den Vorst, ene doornenkroon deed dragen en sneven aan het vloekhout. Hierin is de liefde, die den Heiland Zijn leven deed afleggen voor Zijne vijanden. Het is echter niet voldoende het schouwspel te bewonderen van den onschuldige voor schuldigen Zijn bloed vergietende, wij moeten ons verzekeren van ons deelgenootschap daaraan. Het bepaalde doel van des Messias’ dood was het behoud Zijner gemeente; hebben wij een lot en deel onder degenen, voor wie Hij Zijn leven ten rantsoen heeft gesteld? Stond Jezus daar als onze vertegenwoordiger? Zijn wij door Zijne striemen genezen? Ontzettend zou het wezen, indien wij geen deel aan Zijne offerande hadden, beter ware het ons dan nooit geboren te zijn geweest. Ernstig doet die vraag zich aan ons voor, maar het is ook ene verblijdende zaak, dat wij een klaar en duidelijk antwoord daarop kunnen geven. Voor allen die in Hem geloven, is de Heere Jezus een Zaligmaker van nabij, en zij allen zijn met het bloed der verzoening besprengd. Laat allen, die vertrouwen op de zoenverdiensten van des Messias’ dood, zich dan ook bij elke herinnering aan Hem verheugen, en laat hun dankbare erkentelijkheid hem tot volkomen toewijding aan zijnen dienst leiden. Behoudt men de vertaling: het zal van Hem zelven niet zijn, dan is de verklaring deze, dat Hij niet om eigen zonde zou sterven maar om de zonde zijns volks. Een andere vertaling-grammatisch beter is, en aan Hem niets zijn, en dan is de verklaring niet anders dan, dat Hij, hoewel Hij uitgeroeid zou worden door zijn volk, en alzo zou ophouden de Messias der Joden te zijn, Hij toch het wezen van Messias zou behouden, door een Zaligmaker en Verlosser van het geestelijk Israël te zijn.
Ieder Romeins burger achtte zich een koning gelijk; het was ook in zijne kracht een volk van koningen, niet zo als Israël bestemd was te zijn, op geestelijk gebied, maar naar de wereld in heerschappij, machtoefening. Hier is voorzegd, dat het volk des vorsten, hetwelk komen zal, de werktuigen van het verderf zouden zijn, dat is een Romeins heirleger, behorende tot een monarchie, die nog zou opstaan. Christus is de Vorst, die komen zal en dit volk zal door Hem in dezen dienst gebruikt worden.
De Romeinse veldheer had vast besloten den tempel te sparen, doch een Romeins soldaat wierp er achteloos den brandfakkel in, en de tempel ging in vlammen op. Men had de Joden als het ware gebeden zich over te geven; ware dat geschied, er zou nog veel gespaard zijn, doch niets kon baten, Gods raad moest vervuld worden. De verwoesting was vast besloten.
Het oordeel over de Joden wordt drieledig uitgedrukt, welke uitdrukkingen in vs. 27 bijna woordelijk terugkeren. De stad en het heiligdom werden door de Romeinen verwoest, het Joodse land werd door een vloed van Romeinse krijgslegers overstroomd; de oorlog was geen veroverings- maar een verdelgings krijg, klaarblijkelijk een strafgericht des Allerhoogsten, gelijk ook Titus erkende, toen hij na zijne overwinning uitriep: waarlijk, met God hebben wij overwonnen! God heeft de Joden uit deze bolwerken verdreven, want wat vermochten mensenhanden en belegeringswerktuigen tegen zulke steenmassa’s!” .
En Hij, de Messias, zal velen, namelijk al die Israëlieten, die in Zijnen naam geloven, het verbond met God, dat voor de grote menigte der overigen om huns ongeloofs wil wegvalt, versterken, door het in het Nieuwe of Evangelische verbond te doen overgaan (Jer. 31:31 vv. (Ezech. 16:60), ééne week, terwijl de laatste of zeventigste van de in vs. 24 vermelde weken, d. i. in den tijd van het begin Zijner openbare werkzaamheid tot op de stichting en uitbreiding der christelijke kerk in het Joodse land, of van het jaar 26/27-33/34 na Chr. valt; en in de helft der zeventigste week, in de lente van het jaar 40, zal Hij, daar Zijn eigen offerdood ene vervulling is van het gehele Oud-Testamentische offer, dat slechts ene voorafschaduwing was, en dit dus overbodig maakt (Matth. 27:61. Hebr. 9 en 10), het slachtoffer en het spijsoffer in den tempel, wat hun wezen betreft, doen ophouden, hoewel de uitwendige aanbidding nog een tijd lang zal voortgaan 1), en over den gruwlijken vleugel, over het verfoeielijke Romeinse volk zal een verwoester zijn 2), zal een krijgsoverste wezen, die naar Gods raad die verwoestingen zal te weeg brengen, ook tot de voleinding der gerichten toe, die met de verwoesting van stad en tempel begonnen, en vastelijk besloten zijnde, zal uitgestort worden over den verwoeste, over het verwoeste en nu door de gehele wereld verstrooide volk.
Er was nog een tussentijd gesteld tussen de kruisiging van den Messias en de opheffing van den Joodsen staat. Even als ene losgemaakte locomotief nog van zelf enigen tijd voortloopt in het onbepaalde, zonder trein achter haar, zo ook de Mozaïsche eredienst. Naar onze wijze van zien zou het natuurlijk geweest zijn, als God dadelijk na den dood van Christus den Mozaïschen tempeldienst had doen ophouden; doch neen, toen scheurde enkel het voorhangsel des tempels. Het was ene aanwijzing van het vonnis en voor de uitvoering geeft God altijd een tijd van genade. Des Heeren opstanding, hemelvaart en de uitstorting van den H. Geest, de prediking des Evangelies te Samaria, te Antiochië en aan al de beschaafde volken, volgden nog geregeld en geleidelijk op elkaar; eerst op den veertienden Juli van het jaar 70 werd het laatste offer in den tempel geofferd, en sedert dien tijd had Israël geen tempeldienst meer.
Liever: op den vleugel (Gr. op den tempel) zal de verwoestende gruwel, misschien de Romeinse adelaar staan; of: op de vleugels op de hoogste en heiligste plaatsen des lands, in den tempel (Matth. 24:15. (Mark. 13:14) zullen niet lang daarna, opdat ook de offerdienst, die nog maar als een schijn voortbestaat, ook uitwendig eindigen, staan gruwelen der verwoesting, welke het ongelovige en door God verworpene volk daar op ontzettende wijze uitoefent, en die ten laatste de gehele verwoesting van het heiligdom ten gevolge hebben (Hand 28:31). De uiteenlopende meningen aangaande den “gruwel der verwoesting”, waaraan de Heere in het Nieuwe Testament spreekt, duiden aan, dat het diep gezonken volk zich zelf had verwoest, eer de verwoestende Romeinen aanrukten. Velen denken bij deze uitdrukking aan de ontheiliging des tempels door de dolzinnige, altijd nog op uitredding hopende Zeloten of Joodse ijveraars bij gelegenheid van Jeruzalems verdediging, anderen aan de Romeinse krijgsbenden, die de heilige stad zouden omringen, anderen aan de Romeinse adelaars, op den tempeltin geplant. Ja zelfs anderen nog, aan den standaard der halvemaan, welke tot op den huidigen dag op Zions kruin wordt gezien. Op de verwoeste stad, dus besluit de Engel, blijft ter oorzake der misdaad door het onheilige volk aan den Heilige gepleegd, de vloek rusten, tot op een door God te voren bepaald eindgezicht. Oordeel op oordeel treft het Joodse volk, totdat ten laatste de vloek zich uitstort over zijne verwoesters zelven. “Gelijk Jeremia in de voorzegging van 70 jaren ene gehele periode had overzien, van het begin van het wereldrijk van Babel tot aan zijne vernietiging, van het begin der dienstbaarheid van Juda tot zijne herstelling, zo overziet Daniël ene grotere periode van 70 jaarweken, en wel, van het opbouwen van Jeruzalem tot aan ene tweede verwoesting. Jeremia zag een treurig begin en een goed einde; Daniël daarentegen ziet een goed begin en een schrikkelijk einde. ” Intussen is hem de vreugde, die boven alle vreugde is, de komst van Christus op enen door God bepaalden tijd verkondigd en tevens gezegd, dat Hij, de Messias, tot ene opstanding van velen in Israël gezet was (Luk. 2:34); daarom kan het hem wel bedroeven maar niet ten bodem nederslaan, wanneer hij daarnevens moet horen, hoe dezelfde Verlosser voor velen een teken zal zijn, dat zal wedersproken worden, en dat hun ten val verstrekt, ten minste wordt de smart daarover, dat stad en heiligdom in de handen der heidenen zullen worden overgegeven, verzacht door het uitzicht, hetwelk tegelijk geopend is, dat, evenals Christus bereid is tot heerlijkheid van Zijn volk Israël, Hij zo ook een licht zal zijn om de heidenen te verlichten (Luk 2:32). Dit ligt in den naam van Christus: Maschiach-nagid (vs. 25), want met het eerste woord: “Maschiach” is Hij voorgesteld als Israëls koning, als de met den Geest gezalfde, geestelijke vorst van Zijn volk, met den anderen: “nagid” daarentegen, die vervolgens (in vs. 26) voor den Romeinsen keizer wordt gebruikt (doch zo, dat het eigenlijk de Heere zelf is, die in het volk der Romeinse keizers ten gerichte tegen Jeruzalem optrekt), als koning der heidenen, en beheerser der gehele wereld (Ps. 2:2. (Jes. 55:4) Eindelijk maken wij er opmerkzaam op, dat achter de donkere wolken, waarmee de openbaring aan het einde van het vers 27, wat Israël aangaat, besluit, er toch nog ene schemering van licht schittert, die met hoop vervult, het is die, welke Paulus ons in Rom. 11:25 vv. noemt. Vers 24 noemt ons 70 weken. “De gehele getallen-symboliek rust op de betekenis van de getallen drie en vier in hun verschillende verhoudingen. Drie is het getal der Godheid, vier der wereld. Te zamen, zeven, het getal der algemeenheid, oneindigheid in God, onbeperktheid in de wereld. Driemaal vier, twaalf, is het getal der geheiligde wereld, dat is der gemeente. Zes, zeven min één, het getal der afgeknotte algemeenheid, het niet voltooide; vandaar wellicht ook het getal 666 als het getal van het dier in de Openbaring van Johannes. Het getal tien heeft tot grondslag het getal der wereld, vier. Het is twee en een halfmaal vier, naar denzelfden maatstaf, als waarin gesproken wordt van tijd, tijden en een halve tijd, of in de Openbaring van de 42 maanden, d. i. 3 1/2 jaar. Het duidt aan, niet de algemeenheid, het onbeperkte, maar de beperkte veelheid, dus de wereld in de verscheidenheid harer levensvormen, met name harer koninkrijken. Het driemaal vermenigvuldigen van 10 met zich zelf geeft het getal 1. 000, het getal van het Godsrijk in de wereld, het duizendjarig rijk. In het getal 70 komt het tiental voor als met het zevental vermenigvuldigd; het menselijke is door het goddelijke bepaald en bestemd. Het getal 70 is dus in de 70 jaren der ballingschap het kenmerk van een tijd, gedurende welken de wereldmacht naar Gods bestel over Israël triomfeert, gedurende welken de Godsgerichten door de wereldmacht aan Israël worden volvoerd. In de zeven maal zeventig jaren, of in de zeventig jaarweken wordt ook nog het wereldgetal tien teruggevonden; het volk Gods staat nog onder de wereldmacht, maar het goddelijk getal is met zichzelven vermenigvuldigd en verkrijgt alzo nog rijker betekenis. In vs. 24 zijn de 70 weken nog als een gesloten geheel voorgesteld zonder ene aanwijzing, of van het begin van het tegenwoordige of nog te verwachten punt des tijds het begin van die drie weken moet gerekend worden; in de volgende verzen ligt niet zozeer de opgaaf van dat punt van aanvang, maar de zeven weken worden in drie en wel aan elkaar schijnbaar zeer ongelijke delen verdeeld: 7 en 62 en 1 = 70 (zie vs. 25). Aan welk tijdpunt hebben wij nu te denken als wij lezen (vs 25): “van den uitgang des woords enz. ?” De geschiedenis na de ballingschap, gelijk wij die in de Boeken van Ezra en van Nehemia vinden, wordt namelijk verdeeld in twee perioden of grotere tijdvakken: de eerste (Ezra 1:1-6 :22) omvat het terugkeren uit den Ballingschap onder Jozua en Zerubbabel, en den tempelbouw met de aanvankelijk daaraan verbonden moeilijkheden en den lateren voortgang ten gevolge van Haggaï’s en Zacharia’s profetieën tot aan zijne voltooiing in het 6de jaar van Darius Hystaspes (536-515 voor Chr.); de tweede karakteriseert zich als de periode der herstelling van het volk en van de opbouwing der stad en duurt van het jaar van Ezra’s komst in het heilige land (475 vóór Chr.) tot aan den tijd van Nehemia’s einde (Ezra 7:4-Neh 13 :31), welke tijd niet nader kan bepaald worden. Nu hebben wel Calvijn, Luther en andere Protestantse Schriftverklaarders van den ouderen tijd, of het edikt van Cyrus van het jaar 536, of dat van Darius Hystaspes van het jaar 520 vóór Chr. (Ezra 1:1 vv. 6:6 vv.) onder dat bevel (vs. 25) willen verstaan, het is echter tegenwoordig bijna algemeen erkend, dat die woorden niet op ene gebeurtenis van de eerste maar van de tweede periode wijzen. Wat de laatste mening aangaat lopen de gedachten der tegenwoordige Schriftverklaarders weer in twee delen uiteen. Sommigen houden het twintigste jaar van Artaxerxes Longimanus, waarin Nehemia met de bepaalde toestemming om de stad op te bouwen naar Jeruzalem gezonden werd (Neh. 1:1-2 :8), als het door de profetie bedoelde jaar, anderen houden integendeel het zevende jaar van dezen koning als het punt, waarbij men moet beginnen te tellen (Ezra 7:27) (vgl. vs. 25 1) Wij kunnen met de eerste mening niet instemmen, hoewel de uitwendige klank der woorden er voor schijnt te spreken, daar men daarbij de aangenomene chronologie ten opzichte van den tijd van Artaxerxes regering moet omstoten; daarentegen heeft Auberlen bewezen, dat de tweede mening de ware is, wanneer hij schrijft: “De tijd van Ezra en Nehemia vormt ene zamenhangende periode van zegen voor Israël, en het zou reeds op zichzelve opmerkelijk zijn, wanneer niet het eerste begin der periode, dat den grond legde, bedoeld ware, maar een tweede termijn, van welke niets wezenlijk nieuws, maar alleen een verdere ontwikkeling van het reeds door Ezra begonnen werk dateert. Het gewijde verhaal wijst zelf de ondergeschikte betekenis van het edikt aan, dat op Nehemia betrekking heeft, door het niet mede te delen, terwijl Ezra 7:11 vv. uitvoerig te lezen is. Daar komt bij, dat, wanneer wij op de wereldmacht zien, van welke de volvoering van het Goddelijk raadsbesluit haar aards geschiedkundig begin moest nemen, het niet dezelfde koning Artaxerxes is, die Ezra, als die Nehemia laat gaan. Zijn hart is dus reeds in zijn 7de jaar gunstig voor Israël gestemd; toen moet het woord om Jeruzalem te herstellen en op te bouwen reeds van God zijn uitgegaan, toen verkreeg die goede Geest door ene nieuwe overwinning over den Engel van het Perzische rijk de overhand bij den wereldbeheerser. Ezra spreekt zelf het bewustzijn hier duidelijk uit, wanneer hij na het aanvoeren van het koninklijk edikt voortgaat: “Geloofd zij de Heere, de God onzer vaderen; die alzulks in het hart des konings gegeven heeft, om te versieren het huis des Heeren, dat te Jeruzalem is. En heeft tot mij weldadigheid geneigd, voor het aangezicht des konings en zijner raadsheren en allergeweldigste vorsten des konings! (Ezra 7:27 v.) De door God gewerkte verandering bij het wereldmacht ten gunste van het Godsrijk, is hier duidelijk en bepaald uitgesproken. Ezra en Nehemia handelen ook geheel op dezelfde wijze in het bewustzijn, dat zij als volbrengers van het Goddelijke raadsbesluit onder Gods bijzondere leiding en bescherming staan. Van daar die schone, in het dagboek van beide mannen gedurig terugkerende spreekwijze: “door de goede hand mijns Gods over mij. ” Wat nu de woorden van den Engel in vs. 24 v. aangaat, zo luiden zij niet slechts: zeven weken zijn bestemd over uwe heilige stad, maar: over uw volk en uwe heilige stad. Dat herbouwen der stad staat dus in een meer innigen zamenhang met de herstelling van het volk, en dan weten wij, dat die eerste zeker ene zaak van Nehemia was, de laatste het werk van Ezra. De uitwendige opbouwing der stad nu staat tot den termijn van aanvang der 70 jaarweken van Daniël, d. i. tot het terugkeren van Ezra naar Jeruzalem in dezelfde verhouding als de uitwendige verwoesting der stad door Nebukadnezar tot den termijn van aanvang der 70 jaren van Jeremia. Deze beginnen reeds in het jaar 606 vóór Chr. dus 18 jaren vóór de verwoesting van Jeruzalem, omdat reeds toen de zelfstandige Theokratie ophield te bestaan; gene beginnen 13 jaren vóór den herbouw der stad, omdat toen reeds de herstelling der Theokratie begon. Juist bij onze opvatting wordt dus het parallelismus tussen voorbeeld en tegenbeeld eerst volledig. Hetzelfde zien wij weer aan het slot der 70 weken. Deze duren tot in het jaar 33 vóór Chr; van toen af ging het reeds met Israël naar het einde, terwijl de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen eerst in het jaar 70 valt. Wij vinden dus hier ene algemene wet der Goddelijke wereld- en rijks-regering, ene wet, die wij reeds in het Paradijs hare werkzaamheid zien beginnen. Adam en Eva toch worden dadelijk op den dag hunner eerste zonde aan den dood overgegeven (Gen. 2:17 en toch sterven zij eerst eeuwen daarna. Dat is de blik Gods, die de dingen werkelijk doorziet, ze in het hart ziet en van welke het daarom heet. (1 Sam. 16:7): “het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan. ” De vervulling dezer berekening kan nu ook niet juister zijn: de 70 weken = 490 duren van het jaar 457 voor Chr. tot het jaar 33 na Chr. Om dezen tijd moet het geweest zijn (meer nauwkeurige chronologische data bezitten wij niet), tot op welken het Evangelie uitsluitend aan de Joden is verkondigd geworden, en de Christelijke gemeente genade had bij het ganse volk (Hand. 2:47; 5:13 v.). Vervolgens braken de vervolgingen van de zijde van Israël over de Apostolische kerk uit, als wier offer Stefanus viel, en nu was ook de tijd der lankmoedigheid, die nog aan het volk gegeven was na de werkzaamheid van den Heere Jezus, ten einde. Wat nu eindelijk de verdeling van 70 weken in 7 en 62 en 1 weken aangaat, zo volgt de laatste, als afgezonderde week, als ene slotweek op de voorafgegane mindere dagen even als de aan God gewijde Sabbath als een slot op de werkdagen volgt. De Messiaanse tijd wordt daarmee als de heilige rust- en feestdag der Israëlietische geschiedenis voorgesteld, op welken God nog eens aan het volk al Zijne genade aanbiedt, op welken echter ook de geschiedenis van Israël tot haar voorlopig einde komt. Deze tijd gaat die der 62 weken vóór; het is een op zich zelf onbeduidende, van Goddelijke openbaring ontblote tijd, welke tot de voorafgaande zeven weken in verhouding staat als de nacht tot de avondschemering, want die zijn de laatste flikkering van de Oud Testamentische openbaring. Maar weer staan de zeven weken in betrekking tot de laatste ééne week, als de avondschemering tot den lichten dag, die den nacht aflost, even als het voorlopige geluk na de ballingschap tot den vollen Messiaansen zegen. ” Wanneer nu (afgezien van de uitleggers, welke de voorzegging van den tijd van Antiochus verklaren) anderen onze plaats in eschatologischen zin opvatten, d. i. als ene verkondiging van de ontwikkeling van het Godsrijk van het einde der ballingschap tot aan de voltooiing van dat rijk door de wederkomst van Christus aan het einde der dagen (a) de 7 weken gaan van den tijd van het edikt van Cyrus (Ezra 1:1 vv.) tot op de verschijning van Christus in het vlees, b) de 62 weken doelen op den tijd van het bouwen en het uitbreiden der Christelijke kerk “in benauwdheid der tijden, ” c) de 70 weken echter omvat den tijd der laatste wereldweek, welke vooreerst het werk en dan den val van den Antichrist omvat), zo geven wij toe dat ten gunste van deze opvatting veel schoons en treffends dan gezegd worden; want Gods woord heeft in ‘t algemeen naar verschillende kanten zijne volle waarheid, en even als de geschiedenis van de ontwikkeling van het Godsrijk steeds bij gewichtige voorvallen in zekere parallellijnen uitloopt, zo heeft in ‘t bijzonder de tijd van de eerste toekomst van Christus veel gelijkheid en verwantschap met dien van de tweede. Wij laten er ons echter niet van afbrengen dat de profetie is de eerste plaats en vóór alle dingen doelt op de verschijning van Christus in het vlees. Zijnen dood en de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen; eerst in de tweede plaats kan zij ook toegepast worden op den gehelen tijd van de ballingschap tot aan het einde der dagen. Naar onze mening was behalve Bileam’s voorzegging van de ster uit Jakob (Num. 24:17) ook die van Daniël van de 70 weken voorbereidend voor de Wijzen uit het Oosten (Matth. 2:1 vv.), dat zij de betekenis van de hun verschenen ster konden verstaan en weten, dat nu de tijd vervuld was en de Koning der Joden geboren, op wien zij met Israël hoopten; zie wat Israël aangaat Luk. 2:26; 3:15. Zo geeft de profetie van Daniël bijna even nauwkeurig en klaarblijkelijk het verschijnen der verbazendste feiten aan, als de sterrenkunde het verschijnen van nieuwe hemellichten binnen het bereik van onzen gezichtskring verkondigt! Maar de sterrenhemel gehoorzaamt aan onwrikbare wetten, terwijl de geschiedenis der volkeren het schouwtoneel van vrije daden mag heten, bestuurd door duizend omstandigheden, onberekenbaar zelfs voor den scherpzinnigsten blik. Gewis, al ware het begrip van buitengewone openbaring nog nimmer bevredigend vastgesteld, het feit, dat zij hier te vinden is, zal misschien tegengesproken, maar zeker niet gemakkelijk weerlegd kunnen worden. Het is ene bekende anecdote, dat Frederik de Grote van Pruisen, wiens voorliefde voor Voltaire en het oppervlakkig deïsme der Franse Encyclopedisten bekend is, eens aan den koninklijken dis, zijnen hofprediker in het nauw willende brengen, hem verzocht om in een enkel woord een tastbaar argument te geven voor de waarheid van het Christendom, en dat deze na enig nadenken, dat ééne woord uitsprak: “Israël, Sire!” Het was een zinrijk antwoord. Het volk van Israël in zijne verstrooiing, in zijne onverdelgbare nationaliteit, en toch, naar de wereld, hopeloze toekomst, blijft nog altijd, en zelfs is dit sinds Frederik de Grote meer en meer openbaar geworden het bij iedere naturalistische beschouwing der wereldgeschiedenis onverklaarbaar raadsel. Alle levensvoorwaarden mist het, en toch, ziet, het leeft. Israël is het opgerichte gedenkteken in de wereld voor de waarheid der Schrift.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel