Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Daniël 3

1 De koning Nebukadnezar maakte een beeld van goud, welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen; hij richtte het op in het dal Dura, in het landschap van Babel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De koningH4430 NebukadnezarH5020 maakte een beeldH6755 van goudH1722, welks hoogteH7314 was zestigH8361 ellenH521, zijn breedteH6613 zesH8353 ellenH521; hij richtteH6966 het op in het dalH1236 DuraH1757, in het landschapH4083 van BabelH895. De koning Nebukadnezar maakte een beeld van goud, welks hoogte was zestig ellen, zijn breedte zes ellen; hij richtte het op in het dal Dura, in het landschap van Babel.

KJV Nebuchadnezzar1 the king2 made3 an image4 of gold,6 whose height7 was threescore9 cubits,8 and the breadth10 thereof six12 cubits:11 he set it up13 in the plain14 of Dura,15 in the province16 of Babylon.

1 נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 2 מַלְכָּ֗א H4430 koning, konings, koningen king, royal 3 עֲבַד֙ H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 4 צְלֵ֣ם H6755 beeld, gedaante form, image 5 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 דְהַ֔ב H1722 gouden, goud gold(-en) 7 רוּמֵהּ֙ H7314 hoogte height 8 אַמִּ֣ין H521 ellen cubit 9 שִׁתִּ֔ין H8361 zestig threescore 10 פְּתָיֵ֖הּ H6613 breedte breadth 11 אַמִּ֣ין H521 ellen cubit 12 שִׁ֑ת H8353 zes, zesde six(-th) 13 אֲקִימֵהּ֙ H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 14 בְּבִקְעַ֣ת H1236 dal plain 15 דּוּרָ֔א H1757 Dura Dura 16 בִּמְדִינַ֖ת H4083 landschap, landschappen province 17 בָּבֶֽל H895 Babel Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de koning Nebukadnezar zond henen, om te verzamelen, de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtlieden, en al de heerschappers der landschappen, dat zij komen zouden tot de inwijding van het beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En de koningH4430 NebukadnezarH5020 zondH7972 henen, om te verzamelenH3673, de stadhoudersH324, de overhedenH5460, en de landvoogdenH6347, de wethoudersH148, de schatmeestersH1411, de raadsherenH1884, de ambtliedenH8614, en al de heerschappersH7984 der landschappenH4083, dat zij komenH858 zouden tot de inwijdingH2597 van het beeldH6755, hetwelk de koningH4430 NebukadnezarH5020 had opgerichtH6966. En de koning Nebukadnezar zond henen, om te verzamelen, de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtlieden, en al de heerschappers der landschappen, dat zij komen zouden tot de inwijding van het beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht.

KJV Then Nebuchadnezzar1 the king2 sent3 to gather together4 the princes,5 the governors,6 and the captains,7 the judges,8 the treasurers,9 the counsellors,10 the sheriffs,11 and all12 the rulers13 of the provinces,14 to come15 to the dedication16 of the image17 which Nebuchadnezzar20 the king21 had set up.

1 וּנְבוּכַדְנֶצַּ֣ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 2 מַלְכָּ֡א H4430 koning, konings, koningen king, royal 3 שְׁלַ֡ח H7972 gezonden, zond, zonden put, send 4 לְמִכְנַ֣שׁ H3673 vergaderden, verzamelden, verzamelen gather together 5 לַֽאֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֡א H324 stadhouders prince 6 סִגְנַיָּ֣א H5460 overheden governor 7 וּֽפַחֲוָתָ֡א H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 8 אֲדַרְגָּזְרַיָּא֩ H148 wethouders judge 9 גְדָ֨בְרַיָּ֤א H1411 schatmeesters treasurer 10 דְּתָבְרַיָּא֙ H1884 raadsheren counsellor 11 תִּפְתָּיֵ֔א H8614 ambtlieden sheriff 12 וְכֹ֖ל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 13 שִׁלְטֹנֵ֣י H7984 heerschappers ruler 14 מְדִֽינָתָ֑א H4083 landschap, landschappen province 15 לְמֵתֵא֙ H858 gebracht, brachten, voorbrengen (be-) come, bring 16 לַחֲנֻכַּ֣ת H2597 inwijding dedication 17 צַלְמָ֔א H6755 beeld, gedaante form, image 18 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 19 הֲקֵ֖ים H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 20 נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 21 מַלְכָּֽא H4430 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen verzamelden zich de stadhouders, de overheden, de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtlieden, en al de heerschappers der landschappen, tot inwijding van het beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht; en zij stonden voor het beeld, dat Nebukadnezar had opgericht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen verzameldenH3673 zich de stadhoudersH324, de overhedenH5460, de landvoogdenH6347, de wethoudersH148, de schatmeestersH1411, de raadsherenH1884, de ambtliedenH8614, en al de heerschappersH7984 der landschappenH4083, tot inwijdingH2597 van het beeldH6755, hetwelk de koningH4430 NebukadnezarH5020 had opgerichtH6966; en zij stondenH6966 voor het beeldH6755, dat NebukadnezarH5020 had opgerichtH6966. Toen verzamelden zich de stadhouders, de overheden, de landvoogden, de wethouders, de schatmeesters, de raadsheren, de ambtlieden, en al de heerschappers der landschappen, tot inwijding van het beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht; en zij stonden voor het beeld, dat Nebukadnezar had opgericht.

KJV Then1 the princes,3 the governors,4 and captains,5 the judges,6 the treasurers,7 the counsellors,8 the sheriffs,9 and all10 the rulers11 of the provinces,12 were gathered together2 unto the dedication13 of the image14 that Nebuchadnezzar17 the king18 had set up;16 and they stood19 before20 the image21 that Nebuchadnezzar24 had set up.

1 בֵּאדַ֡יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 מִֽתְכַּנְּשִׁ֡ין H3673 vergaderden, verzamelden, verzamelen gather together 3 אֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֡א H324 stadhouders prince 4 סִגְנַיָּ֣א H5460 overheden governor 5 וּֽפַחֲוָתָ֡א H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 6 אֲדַרְגָּזְרַיָּ֣א H148 wethouders judge 7 גְדָבְרַיָּא֩ H1411 schatmeesters treasurer 8 דְּתָ֨בְרַיָּ֜א H1884 raadsheren counsellor 9 תִּפְתָּיֵ֗א H8614 ambtlieden sheriff 10 וְכֹל֙ H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 11 שִׁלְטֹנֵ֣י H7984 heerschappers ruler 12 מְדִֽינָתָ֔א H4083 landschap, landschappen province 13 לַחֲנֻכַּ֣ת H2597 inwijding dedication 14 צַלְמָ֔א H6755 beeld, gedaante form, image 15 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 16 הֲקֵ֖ים H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 17 נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 18 מַלְכָּ֑א H4430 koning, konings, koningen king, royal 19 וְקָֽיְמִין֙ H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 20 לָקֳבֵ֣ל H6903 tegenover, aangezien, daarom (Aramees) [phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore 21 צַלְמָ֔א H6755 beeld, gedaante form, image 22 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 23 הֲקֵ֖ים H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 24 נְבוּכַדְנֶצַּֽר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En een heraut riep met kracht: Men zegt u aan, gij volken, gij natien, en tongen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En een herautH3744 riepH7123 met krachtH2429: Men zegtH560 u aan, gij volkenH5972, gij natienH524, en tongenH3961! En een heraut riep met kracht: Men zegt u aan, gij volken, gij natien, en tongen!

KJV Then an herald1 cried2 aloud,3 To you it is commanded,5 O people,6 nations,7 and languages,

1 וְכָרוֹזָ֖א H3744 heraut herald 2 קָרֵ֣א H7123 lezen, gelezen, riep call, cry, read 3 בְחָ֑יִל H2429 kracht, heir, geweld aloud, army, [idiom] most (mighty), power 4 לְכ֤וֹן 5 אָֽמְרִין֙ H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 6 עַֽמְמַיָּ֔א H5972 volken, volk, haalt people 7 אֻמַּיָּ֖א H524 natien, natie, volkeren nation 8 וְלִשָּׁנַיָּֽא H3961 tongen, tong language
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Ten tijde als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, zo zult gijlieden nedervallen, en aanbidden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar heeft opgericht;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Ten tijdeH5732 als gij horenH8086 zult het geluidH7032 des hoornsH7162, der pijpH4953, der citerH7030, der vedelH5443, der psalterenH6460, des akkoordgezangsH5481, en allerleiH3606 soortenH2178 van muziekH2170, zo zult gijlieden nedervallenH5308, en aanbiddenH5457 het goudenH1722 beeldH6755, hetwelk de koningH4430 NebukadnezarH5020 heeft opgerichtH6966; Ten tijde als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, zo zult gijlieden nedervallen, en aanbidden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar heeft opgericht;

KJV That at what time1 ye hear3 the sound4 of the cornet,5 flute,6 harp,7 sackbut,8 psaltery,9 dulcimer,10 and all11 kinds12 of musick,13 ye fall down14 and worship15 the golden17 image16 that Nebuchadnezzar20 the king21 hath set up:

1 בְּעִדָּנָ֡א H5732 tijden, tijd, tijde time 2 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 תִשְׁמְע֡וּן H8086 horen, gehoord, gehoorzamen hear, obey 4 קָ֣ל H7032 geluid, stem sound, voice 5 קַרְנָ֣א H7162 hoorn, hoornen, hoorns horn, cornet 6 מַ֠שְׁרוֹקִיתָא H4953 pijp flute 7 קַתְר֨וֹס H7030 citer harp 8 סַבְּכָ֤א H5443 vedel sackbut 9 פְּסַנְתֵּרִין֙ H6460 psalteren psaltery 10 סוּמְפֹּ֣נְיָ֔ה H5481 akkoordgezangs dulcimer 11 וְכֹ֖ל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 12 זְנֵ֣י H2178 soorten, soort kind 13 זְמָרָ֑א H2170 muziek musick 14 תִּפְּל֤וּן H5308 nedervallen, nedervalt, viel fall (down), have occasion 15 וְתִסְגְּדוּן֙ H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship 16 לְצֶ֣לֶם H6755 beeld, gedaante form, image 17 דַּהֲבָ֔א H1722 gouden, goud gold(-en) 18 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 19 הֲקֵ֖ים H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 20 נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 21 מַלְכָּֽא H4430 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En wie niet nedervalt en aanbidt, die zal te dierzelfder ure in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En wie niet nedervaltH5308 en aanbidtH5457, die zal te dierzelfder ureH8160 in het middenH1459 van den ovenH861 des brandendenH3345 vuursH5135 geworpenH7412 worden. En wie niet nedervalt en aanbidt, die zal te dierzelfder ure in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden.

KJV And whoso1 falleth4 not3 down and worshippeth5 shall the same hour7 be cast8 into the midst9 of a burning12 fiery11 furnace.

1 וּמַן H4479 wie what, who(-msoever, [phrase] -so) 2 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 4 יִפֵּ֖ל H5308 nedervallen, nedervalt, viel fall (down), have occasion 5 וְיִסְגֻּ֑ד H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship 6 בַּהּ 7 שַׁעֲתָ֣א H8160 ure, uur hour 8 יִתְרְמֵ֔א H7412 geworpen, wierpen, gezet cast (down), impose 9 לְגֽוֹא H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 10 אַתּ֥וּן H861 oven furnace 11 נוּרָ֖א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 12 יָקִֽדְתָּֽא H3345 brandenden burning
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom te dier tijd, als al die volken hoorden het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, en allerlei soorten der muziek, alle volken, natien, en tongen nedervallende, aanbaden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom te dier tijdH2166, als al die volkenH5972 hoordenH8086 het geluidH7032 des hoornsH7162, der pijpH4953, der citerH7030, der vedelH5443, der psalterenH6460, en allerleiH3606 soortenH2178 der muziekH2170, alle volkenH5972, natienH524, en tongenH3961 nedervallendeH5308, aanbadenH5457 het goudenH1722 beeldH6755, hetwelk de koningH4430 NebukadnezarH5020 had opgerichtH6966. Daarom te dier tijd, als al die volken hoorden het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, en allerlei soorten der muziek, alle volken, natien, en tongen nedervallende, aanbaden het gouden beeld, hetwelk de koning Nebukadnezar had opgericht.

KJV Therefore2 at that time,5 when6 all1 the people9 heard7 the sound10 of the cornet,11 flute,12 harp,13 sackbut,14 psaltery,15 and all8 kinds17 of musick,18 all16 the people,21 the nations,22 and the languages,23 fell down19 and worshipped24 the golden26 image25 that Nebuchadnezzar29 the king30 had set up.

1 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 2 קֳבֵ֣ל H6903 tegenover, aangezien, daarom (Aramees) [phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore 3 דְּנָ֡ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 4 בֵּהּ 5 זִמְנָ֡א H2166 tijd, tijden, stonden season, time 6 כְּדִ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 7 שָֽׁמְעִ֣ין H8086 horen, gehoord, gehoorzamen hear, obey 8 כָּֽל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 9 עַמְמַיָּ֡א H5972 volken, volk, haalt people 10 קָ֣ל H7032 geluid, stem sound, voice 11 קַרְנָא֩ H7162 hoorn, hoornen, hoorns horn, cornet 12 מַשְׁר֨וֹקִיתָ֜א H4953 pijp flute 13 קַתְר֤וֹס H7030 citer harp 14 שַׂבְּכָא֙ H5443 vedel sackbut 15 פְּסַנְטֵרִ֔ין H6460 psalteren psaltery 16 וְכֹ֖ל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 17 זְנֵ֣י H2178 soorten, soort kind 18 זְמָרָ֑א H2170 muziek musick 19 נָֽפְלִ֨ין H5308 nedervallen, nedervalt, viel fall (down), have occasion 20 כָּֽל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 21 עַֽמְמַיָּ֜א H5972 volken, volk, haalt people 22 אֻמַיָּ֣א H524 natien, natie, volkeren nation 23 וְלִשָּׁנַיָּ֗א H3961 tongen, tong language 24 סָֽגְדִין֙ H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship 25 לְצֶ֣לֶם H6755 beeld, gedaante form, image 26 דַּהֲבָ֔א H1722 gouden, goud gold(-en) 27 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 28 הֲקֵ֖ים H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 29 נְבוּכַדְנֶצַּ֥ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 30 מַלְכָּֽא H4430 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarom naderden even ter zelfder tijd Chaldeeuwse mannen, die de Joden openlijk beschuldigden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Daarom naderdenH7127 even ter zelfder tijdH2166 ChaldeeuwseH3779 mannenH1400, die de JodenH3062 openlijkH399 beschuldigdenH7170; Daarom naderden even ter zelfder tijd Chaldeeuwse mannen, die de Joden openlijk beschuldigden;

Ook in dit vers even zelfderH1836

KJV Wherefore2 at that3 time5 certain7 Chaldeans8 came near,6 and accused10 the Jews.

1 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 2 קֳבֵ֤ל H6903 tegenover, aangezien, daarom (Aramees) [phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore 3 דְּנָה֙ H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 4 בֵּהּ 5 זִמְנָ֔א H2166 tijd, tijden, stonden season, time 6 קְרִ֖בוּ H7127 naderde, genaderd, nader approach, come (near, nigh), draw near 7 גֻּבְרִ֣ין H1400 mannen, man certain, man 8 כַּשְׂדָּאִ֑ין H3779 Chaldeen, Chaldeer, Chaldeeuwse Chaldean 9 וַאֲכַ֥לוּ H399 at, beschuldigd, eet [phrase] accuse, devour, eat 10 קַרְצֵיה֖וֹן H7170 beschuldigden, overluid [phrase] accuse 11 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 12 יְהוּדָיֵֽא H3062 Joden, Joodse Jew
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zij antwoordden en zeiden tot den koning Nebukadnezar: O koning! leef in der eeuwigheid!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Zij antwoorddenH6032 en zeidenH560 tot den koningH4430 NebukadnezarH5020: O koningH4430! leefH2418 in der eeuwigheidH5957! Zij antwoordden en zeiden tot den koning Nebukadnezar: O koning! leef in der eeuwigheid!

KJV They spake1 and said2 to the king4 Nebuchadnezzar,3 O king,5 live7 for ever.

1 עֲנוֹ֙ H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 2 וְאָ֣מְרִ֔ין H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 3 לִנְבוּכַדְנֶצַּ֖ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 4 מַלְכָּ֑א H4430 koning, konings, koningen king, royal 5 מַלְכָּ֖א H4430 koning, konings, koningen king, royal 6 לְעָלְמִ֥ין H5957 eeuwigheid, eeuwig, eeuwige for (n-)ever (lasting), old 7 חֱיִֽי H2418 leef live, keep alive
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Gij, o koning! hebt een bevel gegeven, dat alle mensen, die horen zouden het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, en des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, nedervallen, en het gouden beeld aanbidden zouden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Gij, o koningH4430! hebt een bevelH2942 gegevenH7761, dat alle mensenH606, die horenH8086 zouden het geluidH7032 des hoornsH7162, der pijpH4953, der citerH7030, der vedelH5443, der psalterenH6460, en des akkoordgezangsH5481, en allerleiH3606 soortenH2178 van muziekH2170, nedervallenH5308, en het goudenH1722 beeldH6755 aanbiddenH5457 zouden; Gij, o koning! hebt een bevel gegeven, dat alle mensen, die horen zouden het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, en des akkoordgezangs, en allerlei soorten van muziek, nedervallen, en het gouden beeld aanbidden zouden;

KJV Thou,1 O king,2 hast made3 a decree,4 that every6 man7 that shall hear9 the sound10 of the cornet,11 flute,12 harp,13 sackbut,14 psaltery,15 and dulcimer,16 and all17 kinds18 of musick,19 shall fall down20 and worship21 the golden23 image:

1 אַ֣נְתְּ H607 gij as for thee, thou 2 מַלְכָּא֮ H4430 koning, konings, koningen king, royal 3 שָׂ֣מְתָּ H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 4 טְּעֵם֒ H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 5 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 כָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 7 אֱנָ֡שׁ H606 mensen, mens, man man, [phrase] whosoever 8 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 9 יִשְׁמַ֡ע H8086 horen, gehoord, gehoorzamen hear, obey 10 קָ֣ל H7032 geluid, stem sound, voice 11 קַרְנָ֣א H7162 hoorn, hoornen, hoorns horn, cornet 12 מַ֠שְׁרֹקִיתָא H4953 pijp flute 13 קַתְר֨וֹס H7030 citer harp 14 שַׂבְּכָ֤א H5443 vedel sackbut 15 פְסַנְתֵּרִין֙ H6460 psalteren psaltery 16 וְסוּפֹּ֣נְיָ֔ה H5481 akkoordgezangs dulcimer 17 וְכֹ֖ל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 18 זְנֵ֣י H2178 soorten, soort kind 19 זְמָרָ֑א H2170 muziek musick 20 יִפֵּ֥ל H5308 nedervallen, nedervalt, viel fall (down), have occasion 21 וְיִסְגֻּ֖ד H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship 22 לְצֶ֥לֶם H6755 beeld, gedaante form, image 23 דַּהֲבָֽא H1722 gouden, goud gold(-en)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En wie niet nederviel, en aanbad, die zou in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En wie niet nedervielH5308, en aanbadH5457, die zou in het middenH1459 van den ovenH861 des brandendenH3345 vuursH5135 geworpenH7412 worden. En wie niet nederviel, en aanbad, die zou in het midden van den oven des brandenden vuurs geworpen worden.

KJV And whoso1 falleth4 not3 down and worshippeth,5 that he should be cast6 into the midst7 of a burning10 fiery9 furnace.

1 וּמַן H4479 wie what, who(-msoever, [phrase] -so) 2 דִּי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 3 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 4 יִפֵּ֖ל H5308 nedervallen, nedervalt, viel fall (down), have occasion 5 וְיִסְגֻּ֑ד H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship 6 יִתְרְמֵ֕א H7412 geworpen, wierpen, gezet cast (down), impose 7 לְגֽוֹא H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 8 אַתּ֥וּן H861 oven furnace 9 נוּרָ֖א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 10 יָקִֽדְתָּֽא H3345 brandenden burning
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Er zijn Joodse mannen, die gij over de bediening van het landschap van Babel gesteld hebt, Sadrach, Mesach en Abed-nego; deze mannen hebben, o koning! op u geen acht gesteld; uw goden eren zij niet, en zij bidden het gouden beeld niet aan, hetwelk gij opgericht hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Er zijn JoodseH3062 mannenH1400, die gij over de bedieningH5673 van het landschapH4083 van BabelH895 gesteld hebt, SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665; deze mannenH1400 hebben, o koningH4430! op u geen achtH2942 gesteld; uw godenH426 erenH6399 zij niet, en zij biddenH5457 het goudenH1722 beeldH6755 niet aan, hetwelk gij opgerichtH6966 hebt. Er zijn Joodse mannen, die gij over de bediening van het landschap van Babel gesteld hebt, Sadrach, Mesach en Abed-nego; deze mannen hebben, o koning! op u geen acht gesteld; uw goden eren zij niet, en zij bidden het gouden beeld niet aan, hetwelk gij opgericht hebt.

Ook in dit vers gesteldH4483 gesteldH7761

KJV There are1 certain2 Jews3 whom6 thou hast set5 over7 the affairs8 of the province9 of Babylon,10 Shadrach,11 Meshach,12 and Abednego;13 these16 men,15 O king,20 have18 not17 regarded21 thee:19 they serve24 not23 thy gods,22 nor29 worship30 the golden26 image25 which thou hast set up.

1 אִיתַ֞י H383 er is art thou, can, do ye, have, it be, there is (are), [idiom] we will not 2 גֻּבְרִ֣ין H1400 mannen, man certain, man 3 יְהוּדָאיִ֗ן H3062 Joden, Joodse Jew 4 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 מַנִּ֤יתָ H4483 gesteld, geteld, stel number, ordain, set 6 יָתְהוֹן֙ H3487 [phrase] whom 7 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 8 עֲבִידַת֙ H5673 bediening, werk, arbeid affairs, service, work 9 מְדִינַ֣ת H4083 landschap, landschappen province 10 בָּבֶ֔ל H895 Babel Babylon 11 שַׁדְרַ֥ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 12 מֵישַׁ֖ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 13 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 14 נְג֑וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 15 גֻּבְרַיָּ֣א H1400 mannen, man certain, man 16 אִלֵּ֗ךְ H479 deze, die these, those 17 לָא H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 18 שָׂ֨מֽוּ H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 19 עֲלָ֤ךְ H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 20 מַלְכָּא֙ H4430 koning, konings, koningen king, royal 21 טְעֵ֔ם H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 22 לֵֽאלָהָךְ֙ H426 God, Gods, goden God, god 23 לָ֣א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 24 פָלְחִ֔ין H6399 eren, eert, dienaars minister, serve 25 וּלְצֶ֧לֶם H6755 beeld, gedaante form, image 26 דַּהֲבָ֛א H1722 gouden, goud gold(-en) 27 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 28 הֲקֵ֖ימְתָּ H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 29 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 30 סָגְדִֽין H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Toen zeide Nebukadnezar in toorn en grimmigheid, dat men Sadrach, Mesach en Abed-nego voorbrengen zou; toen werden die mannen voor den koning gebracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Toen zeideH560 NebukadnezarH5020 in toornH7266 en grimmigheidH2528, dat men SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665 voorbrengenH858 zou; toen werden die mannenH1400 voor den koningH4430 gebrachtH858. Toen zeide Nebukadnezar in toorn en grimmigheid, dat men Sadrach, Mesach en Abed-nego voorbrengen zou; toen werden die mannen voor den koning gebracht.

KJV Then1 Nebuchadnezzar2 in his rage3 and fury4 commanded5 to bring6 Shadrach,7 Meshach,8 and Abednego.9 Then11 they brought14 these13 men12 before15 the king.

1 בֵּאדַ֤יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 נְבוּכַדְנֶצַּר֙ H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 3 בִּרְגַ֣ז H7266 toorn rage 4 וַחֲמָ֔ה H2528 grimmigheid fury 5 אֲמַר֙ H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 6 לְהַיְתָיָ֔ה H858 gebracht, brachten, voorbrengen (be-) come, bring 7 לְשַׁדְרַ֥ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 8 מֵישַׁ֖ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 9 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 10 נְג֑וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 11 בֵּאדַ֨יִן֙ H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 12 גֻּבְרַיָּ֣א H1400 mannen, man certain, man 13 אִלֵּ֔ךְ H479 deze, die these, those 14 הֵיתָ֖יוּ H858 gebracht, brachten, voorbrengen (be-) come, bring 15 קֳדָ֥ם H6925 voor, in tegenwoordigheid van (Aramees) before, [idiom] from, [idiom] I (thought), [idiom] me, [phrase] of, [idiom] it pleased, presence 16 מַלְכָּֽא H4430 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Nebukadnezar antwoordde en zeide tot hen: Is het met opzet, Sadrach, Mesach en Abed-nego, dat gijlieden mijn goden niet eert, en het gouden beeld, dat ik opgericht heb, niet aanbidt?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 NebukadnezarH5020 antwoorddeH6032 en zeideH560 tot hen: Is het met opzetH6656, SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665, dat gijlieden mijn godenH426 niet eertH6399, en het goudenH1722 beeldH6755, dat ik opgerichtH6966 heb, niet aanbidtH5457? Nebukadnezar antwoordde en zeide tot hen: Is het met opzet, Sadrach, Mesach en Abed-nego, dat gijlieden mijn goden niet eert, en het gouden beeld, dat ik opgericht heb, niet aanbidt?

KJV Nebuchadnezzar2 spake1 and said3 unto them, Is it true,5 O Shadrach,6 Meshach,7 and Abednego,8 do not11 ye12 serve13 my gods,10 nor18 worship19 the golden15 image14 which I have set

1 עָנֵ֤ה H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 2 נְבֻֽכַדְנֶצַּר֙ H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 3 וְאָמַ֣ר H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 4 לְה֔וֹן 5 הַצְדָּ֕א H6656 opzet true 6 שַׁדְרַ֥ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 7 מֵישַׁ֖ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 8 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 9 נְג֑וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 10 לֵֽאלָהַ֗י H426 God, Gods, goden God, god 11 לָ֤א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 12 אִֽיתֵיכוֹן֙ H383 er is art thou, can, do ye, have, it be, there is (are), [idiom] we will not 13 פָּֽלְחִ֔ין H6399 eren, eert, dienaars minister, serve 14 וּלְצֶ֧לֶם H6755 beeld, gedaante form, image 15 דַּהֲבָ֛א H1722 gouden, goud gold(-en) 16 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 17 הֲקֵ֖ימֶת H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 18 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 19 סָֽגְדִֽין H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Nu dan, zo gijlieden gereed zijt, dat gij ten tijde, als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, en des akkoordgezangs, en allerlei soort der muziek, nedervalt, en aanbidt het beeld, dat ik gemaakt heb, zo is het wel; maar zo gijlieden het niet aanbidt; ter zelfder ure zult gijlieden geworpen worden in het midden van den oven des brandenden vuurs; en wie is de God, Die ulieden uit mijn handen verlossen zou?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Nu dan, zo gijlieden gereedH6263 zijt, dat gij ten tijdeH5732, als gij horenH8086 zult het geluidH7032 des hoornsH7162, der pijpH4953, der citerH7030, der vedelH5443, der psalterenH6460, en des akkoordgezangsH5481, en allerleiH3606 soortH2178 der muziekH2170, nedervaltH5308, en aanbidtH5457 het beeldH6755, dat ik gemaakt heb, zo is het wel; maar zo gijlieden het niet aanbidtH5457; ter zelfder ureH8160 zult gijlieden geworpenH7412 worden in het middenH1459 van den ovenH861 des brandendenH3345 vuursH5135; en wie is de GodH426, Die ulieden uit mijn handenH3028 verlossenH7804 zou? Nu dan, zo gijlieden gereed zijt, dat gij ten tijde, als gij horen zult het geluid des hoorns, der pijp, der citer, der vedel, der psalteren, en des akkoordgezangs, en allerlei soort der muziek, nedervalt, en aanbidt het beeld, dat ik gemaakt heb, zo is het wel; maar zo gijlieden het niet aanbidt; ter zelfder ure zult gijlieden geworpen worden in het midden van den oven des brandenden vuurs; en wie is de God, Die ulieden uit mijn handen verlossen zou?

KJV Now1 if2 ye be3 ready4 that at what time6 ye hear8 the sound9 of the cornet,10 flute,11 harp,12 sackbut,13 psaltery,14 and dulcimer,15 and all16 kinds17 of musick,18 ye fall down19 and worship20 the image21 which I have made;23 well: but if24 ye worship26 not,25 ye shall be cast29 the same hour28 into the midst30 of a burning33 fiery32 furnace;31 and who34 is that God36 that shall deliver38 you out of39 my hands?

1 כְּעַ֞ן H3705 nu now 2 הֵ֧ן H2006 indien, zie (that) if, or, whether 3 אִֽיתֵיכ֣וֹן H383 er is art thou, can, do ye, have, it be, there is (are), [idiom] we will not 4 עֲתִידִ֗ין H6263 gereed ready 5 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 בְעִדָּנָ֡א H5732 tijden, tijd, tijde time 7 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 8 תִשְׁמְע֡וּן H8086 horen, gehoord, gehoorzamen hear, obey 9 קָ֣ל H7032 geluid, stem sound, voice 10 קַרְנָ֣א H7162 hoorn, hoornen, hoorns horn, cornet 11 מַשְׁרוֹקִיתָ֣א H4953 pijp flute 12 קַתְר֣וֹס H7030 citer harp 13 שַׂבְּכָ֡א H5443 vedel sackbut 14 פְּסַנְתֵּרִין֩ H6460 psalteren psaltery 15 וְסוּמְפֹּ֨נְיָ֜ה H5481 akkoordgezangs dulcimer 16 וְכֹ֣ל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 17 זְנֵ֣י H2178 soorten, soort kind 18 זְמָרָ֗א H2170 muziek musick 19 תִּפְּל֣וּן H5308 nedervallen, nedervalt, viel fall (down), have occasion 20 וְתִסְגְּדוּן֮ H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship 21 לְצַלְמָ֣א H6755 beeld, gedaante form, image 22 דִֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 23 עַבְדֵת֒ H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 24 וְהֵן֙ H2006 indien, zie (that) if, or, whether 25 לָ֣א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 26 תִסְגְּד֔וּן H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship 27 בַּהּ 28 שַׁעֲתָ֣ה H8160 ure, uur hour 29 תִתְרְמ֔וֹן H7412 geworpen, wierpen, gezet cast (down), impose 30 לְגֽוֹא H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 31 אַתּ֥וּן H861 oven furnace 32 נוּרָ֖א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 33 יָקִֽדְתָּ֑א H3345 brandenden burning 34 וּמַן H4479 wie what, who(-msoever, [phrase] -so) 35 ה֣וּא H1932 hij, zij, het (Aramees) [idiom] are, it, this 36 אֱלָ֔הּ H426 God, Gods, goden God, god 37 דֵּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 38 יְשֵֽׁיזְבִנְכ֖וֹן H7804 verlossen, verlost, verlosse deliver 39 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 40 יְדָֽי H3028 hand, handen, geweld hand, power
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Sadrach, Mesach en Abed-nego antwoordden en zeiden tot den koning Nebukadnezar: Wij hebben niet nodig u op deze zaak te antwoorden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665 antwoorddenH6032 en zeidenH560 tot den koningH4430 NebukadnezarH5020: Wij hebben niet nodigH2818 u op deze zaakH6600 te antwoordenH8421. Sadrach, Mesach en Abed-nego antwoordden en zeiden tot den koning Nebukadnezar: Wij hebben niet nodig u op deze zaak te antwoorden.

KJV Shadrach,2 Meshach,3 and Abednego,4 answered1 and said6 to the king,7 O Nebuchadnezzar,8 we11 are not9 careful10 to answer15 thee in12 this13 matter.

1 עֲנ֗וֹ H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 2 שַׁדְרַ֤ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 3 מֵישַׁךְ֙ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 4 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 5 נְג֔וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 6 וְאָמְרִ֖ין H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 7 לְמַלְכָּ֑א H4430 koning, konings, koningen king, royal 8 נְבֽוּכַדְנֶצַּ֔ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 9 לָֽא H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 10 חַשְׁחִ֨ין H2818 nodig careful, have need of 11 אֲנַ֧חְנָה H586 we 12 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 13 דְּנָ֛ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 14 פִּתְגָ֖ם H6600 antwoord, zaak, verhaal answer, letter, matter, word 15 לַהֲתָבוּתָֽךְ H8421 antwoorden, bracht, wederbrachten answer, restore, return (an answer)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zal het zo zijn, onze GodH426, Dien wij erenH6399, is machtigH3202 ons te verlossenH7804 uit den ovenH861 des brandendenH3345 vuursH5135, en Hij zal ons uit uw handH3028, o koningH4430! verlossenH7804. Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen.

KJV If1 it be so, our God3 whom we5 serve6 is2 able7 to deliver8 us from9 the burning12 fiery11 furnace,10 and13 he will deliver16 us out of thine hand,14 O king.

1 הֵ֣ן H2006 indien, zie (that) if, or, whether 2 אִיתַ֗י H383 er is art thou, can, do ye, have, it be, there is (are), [idiom] we will not 3 אֱלָהַ֨נָא֙ H426 God, Gods, goden God, god 4 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 אֲנַ֣חְנָא H586 we 6 פָֽלְחִ֔ין H6399 eren, eert, dienaars minister, serve 7 יָכִ֖ל H3202 machtig, kan, konden be able, can, couldest, prevail 8 לְשֵׁיזָבוּתַ֑נָא H7804 verlossen, verlost, verlosse deliver 9 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 10 אַתּ֨וּן H861 oven furnace 11 נוּרָ֧א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 12 יָקִֽדְתָּ֛א H3345 brandenden burning 13 וּמִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 14 יְדָ֥ךְ H3028 hand, handen, geweld hand, power 15 מַלְכָּ֖א H4430 koning, konings, koningen king, royal 16 יְשֵׁיזִֽב H7804 verlossen, verlost, verlosse deliver
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Maar zo niet, u zij bekend, o koning! dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Maar zo niet, u zij bekendH3046, o koningH4430! dat wij uw godenH426 niet zullen erenH6399, noch het goudenH1722 beeldH6755, dat gij hebt opgerichtH6966, zullen aanbiddenH5457. Maar zo niet, u zij bekend, o koning! dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden.

KJV But if1 not,2 be it4 known3 unto thee, O king,6 that we will10 not9 serve11 thy gods,8 nor16 worship17 the golden13 image12 which thou hast set up.

1 וְהֵ֣ן H2006 indien, zie (that) if, or, whether 2 לָ֔א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 3 יְדִ֥יעַ H3046 bekend, weten, kennen certify, know, make known, teach 4 לֶהֱוֵא H1934 zag, geschieden, wilde be, become, [phrase] behold, [phrase] came (to pass), [phrase] cease, [phrase] cleave, [phrase] consider, [phrase] do, [phrase] give, [phrase] have, [phrase] judge, [phrase] keep, [phrase] labour, [phrase] mingle (self), [phrase] put, [phrase] see, [phrase] seek, [phrase] set, [phrase] slay, [phrase] take heed, tremble, [phrase] walk, [phrase] would 5 לָ֖ךְ 6 מַלְכָּ֑א H4430 koning, konings, koningen king, royal 7 דִּ֤י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 8 לֵֽאלָהָךְ֙ H426 God, Gods, goden God, god 9 לָא H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 10 אִיתַ֣נָא H383 er is art thou, can, do ye, have, it be, there is (are), [idiom] we will not 11 פָֽלְחִ֔ין H6399 eren, eert, dienaars minister, serve 12 וּלְצֶ֧לֶם H6755 beeld, gedaante form, image 13 דַּהֲבָ֛א H1722 gouden, goud gold(-en) 14 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 15 הֲקֵ֖ימְתָּ H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 16 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 17 נִסְגֻּֽד H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Toen werd Nebukadnezar vol grimmigheid, en de gedaante zijns aangezichts veranderde tegen Sadrach, Mesach en Abed-nego; hij antwoordde en zeide, dat men den oven zevenmaal meer heet zou maken dan men dien pleegt heet te maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Toen werd NebukadnezarH5020 volH4391 grimmigheidH2528, en de gedaanteH6755 zijns aangezichtsH600 veranderdeH8133 tegen SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665; hij antwoorddeH6032 en zeideH560, dat men den ovenH861 zevenmaalH2298 meer heetH228 zou maken dan men dien pleegtH2370 heetH228 te maken. Toen werd Nebukadnezar vol grimmigheid, en de gedaante zijns aangezichts veranderde tegen Sadrach, Mesach en Abed-nego; hij antwoordde en zeide, dat men den oven zevenmaal meer heet zou maken dan men dien pleegt heet te maken.

KJV Then1 was Nebuchadnezzar2 full3 of fury,4 and the form5 of his visage6 was changed7 against8 Shadrach,9 Meshach,10 and Abednego:11 therefore he spake,13 and commanded14 that they should heat15 the furnace16 one17 seven times18 more19 than20 it was wont21 to be heated.

1 בֵּאדַ֨יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 נְבוּכַדְנֶצַּ֜ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 3 הִתְמְלִ֣י H4391 vervulde, vol fill, be full 4 חֱמָ֗א H2528 grimmigheid fury 5 וּצְלֵ֤ם H6755 beeld, gedaante form, image 6 אַנְפּ֨וֹהִי֙ H600 aangezicht, aangezichts face, visage 7 אֶשְׁתַּנִּ֔י H8133 veranderd, verscheiden, veranderde alter, change, (be) diverse 8 עַל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 9 שַׁדְרַ֥ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 10 מֵישַׁ֖ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 11 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 12 נְג֑וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 13 עָנֵ֤ה H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 14 וְאָמַר֙ H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 15 לְמֵזֵ֣א H228 heet heat, hot 16 לְאַתּוּנָ֔א H861 oven furnace 17 חַ֨ד H2298 eerste, zamen, zevenmaal a, first, one, together 18 שִׁבְעָ֔ה H7655 zeven seven (times) 19 עַ֛ל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 20 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 21 חֲזֵ֖ה H2370 zag, zien, Zag behold, have (a dream), see, be wont 22 לְמֵזְיֵֽהּ H228 heet heat, hot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En tot de sterkste mannen van kracht, die in zijn heir waren, zeide hij, dat zij Sadrach, Mesach en Abed-nego binden zouden, om te werpen in den oven des brandenden vuurs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En tot de sterksteH1401 mannenH1400 van krachtH2429, die in zijn heirH2429 waren, zeideH560 hij, dat zij SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665 bindenH3729 zouden, om te werpenH7412 in den ovenH861 des brandendenH3345 vuursH5135. En tot de sterkste mannen van kracht, die in zijn heir waren, zeide hij, dat zij Sadrach, Mesach en Abed-nego binden zouden, om te werpen in den oven des brandenden vuurs.

KJV And he commanded6 the most3 mighty2 men1 that were in his army5 to bind7 Shadrach,8 Meshach,9 and Abednego,10 and to cast12 them into the burning15 fiery14 furnace.

1 וּלְגֻבְרִ֤ין H1400 mannen, man certain, man 2 גִּבָּֽרֵי H1401 sterkste mighty 3 חַ֨יִל֙ H2429 kracht, heir, geweld aloud, army, [idiom] most (mighty), power 4 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 בְחַיְלֵ֔הּ H2429 kracht, heir, geweld aloud, army, [idiom] most (mighty), power 6 אֲמַר֙ H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 7 לְכַפָּתָ֔ה H3729 gebonden, binden bind 8 לְשַׁדְרַ֥ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 9 מֵישַׁ֖ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 10 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 11 נְג֑וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 12 לְמִרְמֵ֕א H7412 geworpen, wierpen, gezet cast (down), impose 13 לְאַתּ֥וּן H861 oven furnace 14 נוּרָ֖א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 15 יָקִֽדְתָּֽא H3345 brandenden burning
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen werden die mannen gebonden in hun mantels, hun broeken, en hun hoeden, en hun andere klederen, en zij wierpen hen in het midden van den oven des brandenden vuurs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen werden die mannenH1400 gebondenH3729 in hun mantelsH5622, hun broekenH6361, en hun hoedenH3737, en hun andere klederenH3831, en zij wierpenH7412 hen in het middenH1459 van den ovenH861 des brandendenH3345 vuursH5135. Toen werden die mannen gebonden in hun mantels, hun broeken, en hun hoeden, en hun andere klederen, en zij wierpen hen in het midden van den oven des brandenden vuurs.

KJV Then1 these3 men2 were bound4 in their coats,5 their hosen,6 and their hats,7 and their other garments,8 and were cast9 into the midst10 of the burning13 fiery12 furnace.

1 בֵּאדַ֜יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 גֻּבְרַיָּ֣א H1400 mannen, man certain, man 3 אִלֵּ֗ךְ H479 deze, die these, those 4 כְּפִ֨תוּ֙ H3729 gebonden, binden bind 5 בְּסַרְבָּלֵיהוֹן֙ H5622 mantels coat 6 פַּטְּשֵׁיה֔וֹן H6361 broeken hose 7 וְכַרְבְּלָתְה֖וֹן H3737 hoeden hat 8 וּלְבֻשֵׁיה֑וֹן H3831 klederen, kleed garment 9 וּרְמִ֕יו H7412 geworpen, wierpen, gezet cast (down), impose 10 לְגֽוֹא H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 11 אַתּ֥וּן H861 oven furnace 12 נוּרָ֖א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 13 יָקִֽדְתָּֽא H3345 brandenden burning
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Daarom dan, dewijl het woord des konings aandreef, en de oven zeer heet was, zo hebben de vonken des vuurs die mannen, die Sadrach, Mesach en Abed-nego opgeheven hadden, gedood.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Daarom dan, dewijl het woordH4406 des koningsH4430 aandreefH2685, en de ovenH861 zeer heetH228 was, zo hebben de vonkenH7631 des vuursH5135 die mannenH1400, die SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665 opgehevenH5267 hadden, gedoodH6992. Daarom dan, dewijl het woord des konings aandreef, en de oven zeer heet was, zo hebben de vonken des vuurs die mannen, die Sadrach, Mesach en Abed-nego opgeheven hadden, gedood.

KJV Therefore1 because4 the king's7 commandment6 was urgent,8 and the furnace9 exceeding11 hot,10 the flame22 of the fire24 slew20 those13 men12 that took up15 Shadrach,16 Meshach,17 and Abednego.

1 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 2 קֳבֵ֣ל H6903 tegenover, aangezien, daarom (Aramees) [phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore 3 דְּנָ֗ה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which 4 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 5 דִּ֞י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 6 מִלַּ֤ת H4406 woord, zaak, woorden commandment, matter, thing. word 7 מַלְכָּא֙ H4430 koning, konings, koningen king, royal 8 מַחְצְפָ֔ה H2685 aandreef, verhaast hasty, be urgent 9 וְאַתּוּנָ֖א H861 oven furnace 10 אֵזֵ֣ה H228 heet heat, hot 11 יַתִּ֑ירָא H3493 voortreffelijke, groter exceeding(-ly), excellent 12 גֻּבְרַיָּ֣א H1400 mannen, man certain, man 13 אִלֵּ֗ךְ H479 deze, die these, those 14 דִּ֤י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 15 הַסִּ֨קוּ֙ H5267 opgeheven, opgetrokken, trekken take up 16 לְשַׁדְרַ֤ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 17 מֵישַׁךְ֙ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 18 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 19 נְג֔וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 20 קַטִּ֣ל H6992 gedood, doden slay 21 הִמּ֔וֹן H1994 zij, hen [idiom] are, them, those 22 שְׁבִיבָ֖א H7631 vonken flame 23 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 24 נוּרָֽא H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar als die drie mannen, Sadrach, Mesach en Abed-nego, in het midden van den oven des brandenden vuurs, gebonden zijnde, gevallen waren,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Maar als die drieH8532 mannenH1400, SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665, in het middenH1459 van den ovenH861 des brandendenH3345 vuursH5135, gebondenH3729 zijnde, gevallenH5308 waren, Maar als die drie mannen, Sadrach, Mesach en Abed-nego, in het midden van den oven des brandenden vuurs, gebonden zijnde, gevallen waren,

KJV And these2 three3 men,1 Shadrach,4 Meshach,5 and Abednego,6 fell down8 bound13 into the midst9 of the burning12 fiery11 furnace.

1 וְגֻבְרַיָּ֤א H1400 mannen, man certain, man 2 אִלֵּךְ֙ H479 deze, die these, those 3 תְּלָ֣תֵּה֔וֹן H8532 drie, derden third, three 4 שַׁדְרַ֥ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 5 מֵישַׁ֖ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 6 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 7 נְג֑וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 8 נְפַ֛לוּ H5308 nedervallen, nedervalt, viel fall (down), have occasion 9 לְגֽוֹא H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 10 אַתּוּן H861 oven furnace 11 נוּרָ֥א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 12 יָֽקִדְתָּ֖א H3345 brandenden burning 13 מְכַפְּתִֽין H3729 gebonden, binden bind
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Toen ontzette zich de koning Nebukadnezar, en hij stond op in der haast, antwoordde en zeide tot zijn raadsheren: Hebben wij niet drie mannen in het midden des vuurs, gebonden zijnde, geworpen? Zij antwoordden en zeiden tot den koning: Het is gewis, o koning!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Toen ontzetteH8429 zich de koningH4430 NebukadnezarH5020, en hij stondH6966 op in der haastH927, antwoorddeH6032 en zeideH560 tot zijn raadsherenH1907: Hebben wij niet drieH8532 mannenH1400 in het middenH1459 des vuursH5135, gebondenH3729 zijnde, geworpenH7412? Zij antwoorddenH6032 en zeidenH560 tot den koningH4430: Het is gewisH3330, o koningH4430! Toen ontzette zich de koning Nebukadnezar, en hij stond op in der haast, antwoordde en zeide tot zijn raadsheren: Hebben wij niet drie mannen in het midden des vuurs, gebonden zijnde, geworpen? Zij antwoordden en zeiden tot den koning: Het is gewis, o koning!

KJV Then1 Nebuchadnezzar2 the king3 was astonied,4 and rose up5 in haste,6 and spake,7 and said8 unto his counsellors,9 Did not10 we cast13 three12 men11 bound16 into the midst14 of the fire?15 They answered17 and said18 unto the king,19 True,20 O king.

1 אֱדַ֨יִן֙ H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 נְבוּכַדְנֶצַּ֣ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 3 מַלְכָּ֔א H4430 koning, konings, koningen king, royal 4 תְּוַ֖הּ H8429 ontzette be astonied 5 וְקָ֣ם H6966 opgericht, opstaan, stelde appoint, establish, make, raise up self, (a-) rise (up), (make to) stand, set (up) 6 בְּהִתְבְּהָלָ֑ה H927 haast, verschrikten, beroerden in haste, trouble 7 עָנֵ֨ה H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 8 וְאָמַ֜ר H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 9 לְהַדָּֽבְר֗וֹהִי H1907 raadsheren counsellor 10 הֲלָא֩ H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 11 גֻבְרִ֨ין H1400 mannen, man certain, man 12 תְּלָתָ֜א H8532 drie, derden third, three 13 רְמֵ֤ינָא H7412 geworpen, wierpen, gezet cast (down), impose 14 לְגוֹא H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 15 נוּרָא֙ H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 16 מְכַפְּתִ֔ין H3729 gebonden, binden bind 17 עָנַ֤יִן H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 18 וְאָמְרִין֙ H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 19 לְמַלְכָּ֔א H4430 koning, konings, koningen king, royal 20 יַצִּיבָ֖א H3330 gewis, vaste, zekerheid certain(-ty), true, truth 21 מַלְכָּֽא H4430 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Hij antwoorddeH6032 en zeideH560: Ziet, ik zieH2370 vierH703 mannenH1400, losH8271 wandelendeH1981 in het middenH1459 des vuursH5135, en er is geen verderfH2257 aan hen; en de gedaanteH7299 des vierdenH7244 is gelijk eens zoonsH1247 der godenH426. Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.

KJV He answered1 and said,2 Lo,3 I4 see5 four7 men6 loose,8 walking9 in the midst10 of the fire,11 and they have14 no13 hurt;12 and the form16 of the fourth18 is like19 the Son20 of God.

1 עָנֵ֣ה H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 2 וְאָמַ֗ר H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 3 הָֽא H1888 even, lo 4 אֲנָ֨ה H576 ik I, as for me 5 חָזֵ֜ה H2370 zag, zien, Zag behold, have (a dream), see, be wont 6 גֻּבְרִ֣ין H1400 mannen, man certain, man 7 אַרְבְּעָ֗ה H703 vier, vierhonderd four 8 שְׁרַ֨יִן֙ H8271 los, begonnen, ontbinden begin, dissolve, dwell, loose 9 מַהְלְכִ֣ין H1981 wandelen, wandelende walk 10 בְּגֽוֹא H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 11 נוּרָ֔א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 12 וַחֲבָ֖ל H2257 verderf, schade damage, hurt 13 לָא H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 14 אִיתַ֣י H383 er is art thou, can, do ye, have, it be, there is (are), [idiom] we will not 15 בְּה֑וֹן 16 וְרֵוֵהּ֙ H7299 gedaante form 17 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 18 רְֽבִיעָאָ֔ה H7244 vierde, vierden fourth 19 דָּמֵ֖ה H1821 be like 20 לְבַר H1247 zoon, oud, zoons [idiom] old, son 21 אֱלָהִֽין H426 God, Gods, goden God, god
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Toen naderde Nebukadnezar tot de deur van den oven des brandenden vuurs, antwoordde en sprak: Gij Sadrach, Mesach en Abed-nego, gij knechten des allerhoogsten Gods! gaat uit en komt hier! Toen gingen Sadrach, Mesach en Abed-nego uit het midden des vuurs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Toen naderdeH7127 NebukadnezarH5020 tot de deurH8651 van den ovenH861 des brandendenH3345 vuursH5135, antwoorddeH6032 en sprakH560: Gij Sadrach, Mesach en Abed-nego, gij knechtenH5649 des allerhoogstenH5943 GodsH426! gaat uit en komtH858 hier! Toen gingenH7715 Sadrach, Mesach en Abed-nego uit het middenH1459 des vuursH5135. Toen naderde Nebukadnezar tot de deur van den oven des brandenden vuurs, antwoordde en sprak: Gij Sadrach, Mesach en Abed-nego, gij knechten des allerhoogsten Gods! gaat uit en komt hier! Toen gingen Sadrach, Mesach en Abed-nego uit het midden des vuurs.

Ook in dit vers MesachH4336 MesachH5665 SadrachH4336 SadrachH7715 Abed-negoH5312 Abed-negoH5665

KJV Then1 Nebuchadnezzar3 came near2 to the mouth4 of the burning7 fiery6 furnace,5 and spake,8 and said,9 Shadrach,10 Meshach,11 and Abednego,12 ye servants14 of the most high17 God,16 come forth,18 and come19 hither. Then20 Shadrach,22 Meshach,23 and Abednego,13 came forth21 of26 the midst27 of the fire.

1 בֵּאדַ֜יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 קְרֵ֣ב H7127 naderde, genaderd, nader approach, come (near, nigh), draw near 3 נְבוּכַדְנֶצַּ֗ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 4 לִתְרַע֮ H8651 deur, poort gate mouth 5 אַתּ֣וּן H861 oven furnace 6 נוּרָ֣א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 7 יָקִֽדְתָּא֒ H3345 brandenden burning 8 עָנֵ֣ה H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 9 וְאָמַ֗ר H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 10 שַׁדְרַ֨ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 11 מֵישַׁ֧ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 12 וַעֲבֵד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 13 נְג֛וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 14 עַבְד֛וֹהִי H5649 knechten, knecht servant 15 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 16 אֱלָהָ֥א H426 God, Gods, goden God, god 17 עִלָּאָ֖ה H5943 Allerhoogste, Allerhoogsten, allerhoogste (most) high 18 פֻּ֣קוּ H5312 weggevoerd, Abed-nego, uitgehaald come (go, take) forth (out) 19 וֶאֱת֑וֹ H858 gebracht, brachten, voorbrengen (be-) come, bring 20 בֵּאדַ֣יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 21 נָֽפְקִ֗ין H5312 weggevoerd, Abed-nego, uitgehaald come (go, take) forth (out) 22 שַׁדְרַ֥ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 23 מֵישַׁ֛ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 24 וַעֲבֵ֥ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 25 נְג֖וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 26 מִן H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 27 גּ֥וֹא H1459 midden, daarbinnen midst, same, there-(where-) in 28 נוּרָֽא H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Toen vergaderden de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, en de raadsheren des konings, deze mannen beziende, omdat het vuur over hun lichamen niet geheerst had, en dat het haar huns hoofds niet verbrand was, en hun mantels niet veranderd waren, ja, dat de reuk des vuurs daardoor niet gegaan was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Toen vergaderdenH3673 de stadhoudersH324, de overhedenH5460, en de landvoogdenH6347, en de raadsherenH1907 des koningsH4430, deze mannenH1400 beziendeH2370, omdat het vuurH5135 over hun lichamenH1655 niet geheerstH7981 had, en dat het haar huns hoofdsH7217 niet verbrandH2761 was, en hun mantelsH5622 niet veranderdH8133 waren, ja, dat de reukH7382 des vuursH5135 daardoor niet gegaanH5709 was. Toen vergaderden de stadhouders, de overheden, en de landvoogden, en de raadsheren des konings, deze mannen beziende, omdat het vuur over hun lichamen niet geheerst had, en dat het haar huns hoofds niet verbrand was, en hun mantels niet veranderd waren, ja, dat de reuk des vuurs daardoor niet gegaan was.

KJV And the princes,2 governors,3 and captains,4 and the king's6 counsellors,5 being gathered together,1 saw7 these9 men,8 upon whose bodies14 the fire13 had no11 power,12 nor17 was an hair15 of their head16 singed,18 neither20 were their coats19 changed,21 nor24 the smell22 of fire23 had passed

1 וּ֠מִֽתְכַּנְּשִׁין H3673 vergaderden, verzamelden, verzamelen gather together 2 אֲחַשְׁדַּרְפְּנַיָּ֞א H324 stadhouders prince 3 סִגְנַיָּ֣א H5460 overheden governor 4 וּפַחֲוָתָא֮ H6347 Thathnai landvoogd, landvoogden, landvoogd captain, governor 5 וְהַדָּבְרֵ֣י H1907 raadsheren counsellor 6 מַלְכָּא֒ H4430 koning, konings, koningen king, royal 7 חָזַ֣יִן H2370 zag, zien, Zag behold, have (a dream), see, be wont 8 לְגֻבְרַיָּ֣א H1400 mannen, man certain, man 9 אִלֵּ֡ךְ H479 deze, die these, those 10 דִּי֩ H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 11 לָֽא H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 12 שְׁלֵ֨ט H7981 heerser, geheerst, heersen have the mastery, have power, bear rule, be (make) ruler 13 נוּרָ֜א H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 14 בְּגֶשְׁמְה֗וֹן H1655 lichaam, lichamen body 15 וּשְׂעַ֤ר H8177 hair 16 רֵֽאשְׁהוֹן֙ H7217 hoofds, hoofd, hoofden chief, head, sum 17 לָ֣א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 18 הִתְחָרַ֔ךְ H2761 verbrand singe 19 וְסָרְבָּלֵיה֖וֹן H5622 mantels coat 20 לָ֣א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 21 שְׁנ֑וֹ H8133 veranderd, verscheiden, veranderde alter, change, (be) diverse 22 וְרֵ֣יחַ H7382 reuk smell 23 נ֔וּר H5135 vuurs, vuur, vurige fiery, fire 24 לָ֥א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 25 עֲדָ֖ת H5709 gegaan, nam, mag herroepen alter, depart, pass (away), remove, take (away) 26 בְּהֽוֹן
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Nebukadnezar antwoordde en zeide: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, Die Zijn engel gezonden, en Zijn knechten verlost heeft, die op Hem vertrouwd hebben, en des konings woord veranderd, en hun lichamen overgegeven hebben, opdat zij geen god eerden noch aanbaden, dan hun God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 NebukadnezarH5020 antwoorddeH6032 en zeideH560: GeloofdH1289 zij de GodH426 van SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665, Die Zijn engelH4398 gezondenH7972, en Zijn knechtenH5649 verlostH7804 heeft, die op Hem vertrouwdH7365 hebben, en des koningsH4430 woordH4406 veranderdH8133, en hun lichamenH1655 overgegevenH3052 hebben, opdat zij geen godH426 eerdenH6399 noch aanbadenH5457, dan hun GodH426. Nebukadnezar antwoordde en zeide: Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, Die Zijn engel gezonden, en Zijn knechten verlost heeft, die op Hem vertrouwd hebben, en des konings woord veranderd, en hun lichamen overgegeven hebben, opdat zij geen god eerden noch aanbaden, dan hun God.

KJV Then Nebuchadnezzar2 spake,1 and said,3 Blessed4 be the God5 of Shadrach,7 Meshach,8 and Abednego,9 who hath sent12 his angel,13 and delivered14 his servants15 that trusted17 in him,18 and have changed21 the king's20 word,19 and yielded22 their bodies,23 that they might not25 serve26 nor27 worship28 any29 god,30 except31 their own God.

1 עָנֵ֨ה H6032 antwoordde, antwoordden, Sprak answer, speak 2 נְבֽוּכַדְנֶצַּ֜ר H5020 Nebukadnezar Nebuchadnezzar 3 וְאָמַ֗ר H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 4 בְּרִ֤יךְ H1289 loofde, knielde, Geloofd bless, kneel 5 אֱלָהֲהוֹן֙ H426 God, Gods, goden God, god 6 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 7 שַׁדְרַ֤ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 8 מֵישַׁךְ֙ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 9 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 10 נְג֔וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 11 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 12 שְׁלַ֤ח H7972 gezonden, zond, zonden put, send 13 מַלְאֲכֵהּ֙ H4398 engel angel 14 וְשֵׁיזִ֣ב H7804 verlossen, verlost, verlosse deliver 15 לְעַבְד֔וֹהִי H5649 knechten, knecht servant 16 דִּ֥י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 17 הִתְרְחִ֖צוּ H7365 vertrouwd trust 18 עֲל֑וֹהִי H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 19 וּמִלַּ֤ת H4406 woord, zaak, woorden commandment, matter, thing. word 20 מַלְכָּא֙ H4430 koning, konings, koningen king, royal 21 שַׁנִּ֔יו H8133 veranderd, verscheiden, veranderde alter, change, (be) diverse 22 וִיהַ֣בוּ H3052 gegeven, overgegeven, geef deliver, give, lay, [phrase] prolong, pay, yield 23 גֶשְׁמְה֗וֹן H1655 lichaam, lichamen body 24 דִּ֠י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 25 לָֽא H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 26 יִפְלְח֤וּן H6399 eren, eert, dienaars minister, serve 27 וְלָֽא H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 28 יִסְגְּדוּן֙ H5457 aanbidt, aanbidden, aanbad worship 29 לְכָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 30 אֱלָ֔הּ H426 God, Gods, goden God, god 31 לָהֵ֖ן H3861 daarom; behalve, tenzij (Aramees) but, except, save, therefore, wherefore 32 לֵאלָֽהֲהֽוֹן H426 God, Gods, goden God, god
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Daarom wordt van mij een bevel gegeven, dat alle volk, natie en tong, die lastering spreekt tegen den God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, in stukken gehouwen worde, en zijn huis tot een drekhoop gesteld worde; want er is geen ander God, Die alzo verlossen kan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Daarom wordt van mij een bevelH2942 gegevenH7761, dat alle volkH5972, natieH524 en tongH3961, die lasteringH7960 spreektH560 tegen den GodH426 van SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665, in stukkenH1917 gehouwenH5648 worde, en zijn huisH1005 tot een drekhoopH5122 gesteldH7739 worde; want er is geen anderH321 GodH426, Die alzo verlossenH5338 kanH3202. Daarom wordt van mij een bevel gegeven, dat alle volk, natie en tong, die lastering spreekt tegen den God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, in stukken gehouwen worde, en zijn huis tot een drekhoop gesteld worde; want er is geen ander God, Die alzo verlossen kan.

KJV Therefore I1 make2 a decree,3 That every5 people,6 nation,7 and language,8 which speak10 any thing amiss11 against12 the God13 of Shadrach,15 Meshach,16 and Abednego,17 shall be cut20 in pieces,19 and their houses21 shall be made23 a dunghill:22 because25 there is28 no27 other30 God29 that can32 deliver33 after this

1 וּמִנִּי֮ H4481 van, uit (Aramees) according, after, [phrase] because, [phrase] before, by, for, from, [idiom] him, [idiom] more than, (out) of, part, since, [idiom] these, to, upon, [phrase] when 2 שִׂ֣ים H7761 gegeven, gesteld, Geeft [phrase] command, give, lay, make, [phrase] name, [phrase] regard, set 3 טְעֵם֒ H2942 bevel, acht, geproefd [phrase] chancellor, [phrase] command, commandment, decree, [phrase] regard, taste, wisdom 4 דִּי֩ H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 5 כָל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 6 עַ֨ם H5972 volken, volk, haalt people 7 אֻמָּ֜ה H524 natien, natie, volkeren nation 8 וְלִשָּׁ֗ן H3961 tongen, tong language 9 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 10 יֵאמַ֤ר H560 zeide, zeiden, beval command, declare, say, speak, tell 11 שָׁלוּ֙ H7960 feil, lastering, vergrijping error, [idiom] fail, thing amiss 12 עַ֣ל H5922 op, over, tegen (Aramees) about, against, concerning, for, (there-) fore, from, in, [idiom] more, of, (there-, up-) on, (in-) to, [phrase] why with 13 אֱלָהֲה֗וֹן H426 God, Gods, goden God, god 14 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 15 שַׁדְרַ֤ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 16 מֵישַׁךְ֙ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 17 וַעֲבֵ֣ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 18 נְג֔וֹא H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 19 הַדָּמִ֣ין H1917 stukken piece 20 יִתְעֲבֵ֔ד H5648 doen, maken, bereiden (Aramees) [idiom] cut, do, execute, go on, make, move, work 21 וּבַיְתֵ֖הּ H1005 huis, huize, huizen house 22 נְוָלִ֣י H5122 drekhoop dunghill 23 יִשְׁתַּוֵּ֑ה H7739 gesteld make like 24 כָּל H3606 alles, allerlei, enigen all, any, + (forasmuch) as, + be-(for this) cause, every, + no (manner, -ne), + there (where) -fore, + though, what (where, who) -soever, (the) whole 25 קֳבֵ֗ל H6903 tegenover, aangezien, daarom (Aramees) [phrase] according to, [phrase] as, [phrase] because, before, [phrase] for this cause, [phrase] forasmuch as, [phrase] by this means, over against, by reason of, [phrase] that, [phrase] therefore, [phrase] though, [phrase] wherefore 26 דִּ֣י H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 27 לָ֤א H3809 niet, geen (Aramees) or even, neither, no(-ne, -r), (can-) not, as nothing, without 28 אִיתַי֙ H383 er is art thou, can, do ye, have, it be, there is (are), [idiom] we will not 29 אֱלָ֣ה H426 God, Gods, goden God, god 30 אָחֳרָ֔ן H321 ander, anders (an-) other 31 דִּֽי H1768 die, dat; van (Aramees) [idiom] as, but, for(-asmuch [phrase]), [phrase] now, of, seeing, than, that, therefore, until, [phrase] what (-soever), when, which, whom, whose 32 יִכֻּ֥ל H3202 machtig, kan, konden be able, can, couldest, prevail 33 לְהַצָּלָ֖ה H5338 redden, redt, verlossen deliver, rescue 34 כִּדְנָֽה H1836 dezen, aldus, ander (afore-) time, [phrase] after this manner, here (-after), one...another, such, there(-fore), these, this (matter), [phrase] thus, where(-fore), which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-nego voorspoedig in het landschap van Babel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Toen maakte de koningH4430 SadrachH7715, MesachH4336 en Abed-negoH5665 voorspoedigH6744 in het landschapH4083 van BabelH895. Toen maakte de koning Sadrach, Mesach en Abed-nego voorspoedig in het landschap van Babel.

KJV Then1 the king2 promoted3 Shadrach,4 Meshach,5 and Abednego,6 in the province8 of Babylon.

1 בֵּאדַ֣יִן H116 toen, alsdan (Aramees) now, that time, then 2 מַלְכָּ֗א H4430 koning, konings, koningen king, royal 3 הַצְלַ֛ח H6744 voorspoediglijk, voorspoed, voorspoedig promote, prosper 4 לְשַׁדְרַ֥ךְ H7715 Sadrach, gingen Shadrach 5 מֵישַׁ֛ךְ H4336 Mesach, Sadrach Meshak 6 וַעֲבֵ֥ד H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 7 נְג֖וֹ H5665 Abed-nego, Mesach Abed-nego 8 בִּמְדִינַ֥ת H4083 landschap, landschappen province 9 בָּבֶֽל H895 Babel Babylon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Daniël 3:1 Jeremia 16:20 Habakuk 2:19 Jesaja 46:6 Hosea 8:4 Psalmen 135:15 Jesaja 40:19 1 Koningen 12:28 Psalmen 115:4
Daniël 3:2 Daniël 3:27 Openbaring 17:2 Richteren 16:23 Numeri 25:2 Spreuken 29:12 Exodus 32:4 1 Koningen 12:32 Daniël 6:6
Daniël 3:3 Openbaring 17:17 Psalmen 82:1 Romeinen 1:21 1 Korinthe 1:24 Openbaring 13:13 Handelingen 19:34 Romeinen 3:11 Openbaring 17:13
Daniël 3:4 Daniël 4:1 Daniël 6:25 Daniël 4:14 Micha 6:16 Jesaja 58:1 Hosea 5:11 Jesaja 40:9 Spreuken 9:13
Daniël 3:5 Daniël 3:15 Daniël 3:10 Daniël 3:7
Daniël 3:6 Jeremia 29:22 Daniël 3:15 Mattheüs 13:42 Mattheüs 13:50 Daniël 3:11 Ezechiël 22:18 Openbaring 9:2 Openbaring 14:11
Daniël 3:7 Openbaring 19:20 Openbaring 12:9 Openbaring 13:14 Openbaring 17:8 Handelingen 14:16 Openbaring 13:3 1 Johannes 5:19 Openbaring 13:8
Daniël 3:8 Daniël 6:12 Ezra 4:12 Esther 3:8 Daniël 2:10 1 Petrus 4:3 Handelingen 28:22 Handelingen 17:6 Esther 3:6
Daniël 3:9 Daniël 6:6 Daniël 5:10 Daniël 6:21 Daniël 2:4 Romeinen 13:7 Daniël 3:4
Daniël 3:10 Daniël 3:4 Daniël 6:12 Esther 3:12 2 Kronieken 29:25 Psalmen 94:20 Exodus 1:16 Exodus 32:18 Psalmen 150:3
Daniël 3:12 Daniël 2:49 Daniël 6:13 Handelingen 5:28 Prediker 4:4 1 Samuël 18:7 Spreuken 27:4 Esther 3:8 Handelingen 17:7
Daniël 3:13 Daniël 3:19 Daniël 2:12 Esther 3:5 Genesis 4:5 Spreuken 17:12 Spreuken 29:22 Handelingen 24:24 Lukas 21:12
Daniël 3:14 Daniël 3:1 Jesaja 46:1 Jeremia 50:2 Daniël 4:8 Exodus 21:13
Daniël 3:15 Exodus 5:2 2 Koningen 18:35 Markus 13:11 Handelingen 5:29 Lukas 21:14 Handelingen 4:19 Handelingen 4:8 2 Kronieken 32:15
Daniël 3:16 Daniël 1:7 Daniël 3:12
Daniël 3:17 Psalmen 27:1 Handelingen 20:24 Hebreeën 7:25 Lukas 1:37 Romeinen 8:31 Daniël 6:27 Genesis 18:14 Jeremia 1:8
Daniël 3:18 Lukas 12:3 Jozua 24:15 Mattheüs 10:39 Openbaring 2:10 Mattheüs 10:32 Exodus 20:3 Job 13:15 Leviticus 19:4
Daniël 3:19 Daniël 3:13 Leviticus 26:24 Leviticus 26:21 Leviticus 26:18 Leviticus 26:28 Spreuken 16:14 Lukas 12:4 Mattheüs 27:63
Daniël 3:20 Handelingen 12:4 Handelingen 16:23 Handelingen 16:25 Daniël 3:15
Daniël 3:22 Spreuken 21:18 Exodus 12:33 Spreuken 11:8 Daniël 2:15 Daniël 6:24 Daniël 1:7 Mattheüs 27:5 Zacharia 12:2
Daniël 3:23 Daniël 6:16 Psalmen 124:1 Jeremia 38:6 Psalmen 34:19 Psalmen 66:11 2 Korinthe 4:17 2 Korinthe 1:8 Klaagliederen 3:52
Daniël 3:24 Daniël 6:7 Daniël 5:6 Handelingen 9:6 Handelingen 5:23 Daniël 4:27 Handelingen 12:13 Handelingen 26:13 1 Samuël 17:55
Daniël 3:25 Jesaja 43:2 Handelingen 28:5 Psalmen 91:3 Psalmen 34:7 Daniël 3:28 Job 1:6 Markus 16:18 Job 38:7
Daniël 3:26 Daniël 3:17 Daniël 2:47 Handelingen 16:17 Daniël 4:2 Galaten 1:10 Jesaja 52:12 Openbaring 19:5 Jozua 4:16
Daniël 3:27 Jesaja 43:2 Hebreeën 11:34 2 Koningen 19:19 Daniël 3:2 Mattheüs 10:30 Lukas 21:17 Handelingen 27:34 Jesaja 26:11
Daniël 3:28 Jesaja 26:3 Handelingen 5:19 Psalmen 34:7 Daniël 3:25 Psalmen 62:8 Romeinen 12:1 Jesaja 37:36 Exodus 20:5
Daniël 3:29 Daniël 2:5 Daniël 6:26 Psalmen 76:10 Deuteronomium 32:31 Daniël 3:15 Ezra 6:11 Psalmen 3:8 Daniël 3:17
Daniël 3:30 Daniël 2:49 Romeinen 8:31 Johannes 12:26 Psalmen 1:3 Daniël 3:12 1 Samuël 2:30 Psalmen 91:14
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Daniël 3 vers 1

maakte een beeld van goud, Hieruit blijkt genoegzaam dat de belijdenis, die hij Dan. 2:47 gedaan heeft, geen oprechte bestendige belijdenis geweest is; zie de aantekening aldaar.

Hertaald: maakte een beeld van goud, Hieruit blijkt genoeg dat de belijdenis die hij in Dan. 2:47 deed geen oprechte en blijvende belijdenis geweest is; zie de aantekening daar.

welks hoogte was Uit het vervolg der historie schijnt dat de koning uit raad en aandrijven der voornaamsten onder de Chaldeën dit beeld heeft opgericht; vergelijk Dan. 6:4-6 . Zij hebben dit behendig bedacht uit haat, inzonderheid tegen Daniëls metgezellen, benijdende de aanzienlijkheid en hoge staten, die zij bedienden, opdat zij, dit weigerende, niet alleen van hunne waardigheden beroofd, maar ook aan het leven mochten gestraft worden. Want om andere Babyloniërs halve, die vanzelf genoegzaam tot afgoderij geneigd waren, was het niet van node dat men hen met zulk een wreed dreigement tot deze afgoderij zou dwingen. De tijd, wanneer dit beeld is opgericht, wordt hier niet uitgedrukt, maar het is wel te vermoeden dat het enigen tijd nadat hij dien droom gehad heeft geschied is.

Hertaald: welks hoogte was Uit het vervolg van de geschiedenis lijkt het erop dat de koning dit beeld heeft opgericht op raad en aandringen van de voornaamsten onder de Chaldeeën; vergelijk Dan. 6:4-6. Zij hebben dit slim bedacht uit haat, vooral tegen de metgezellen van Daniël, omdat zij hun aanzien en de hoge ambten die zij bekleedden benijdden — opdat zij, als zij dit weigerden, niet alleen van hun waardigheden beroofd maar ook met de dood gestraft zouden worden. Want voor de andere Babyloniërs, die vanzelf al genoeg tot afgoderij geneigd waren, was het niet nodig hen met zo'n wrede bedreiging tot deze afgoderij te dwingen. De tijd waarop dit beeld opgericht is, wordt hier niet genoemd, maar het is wel aannemelijk dat het enige tijd na die droom gebeurd is.

Daniël 3 vers 3

de stadhouders, De koning heeft al deze hoge officieren geschreven en gewild dat zij daar zouden tegenwoordig zijn, eensdeels ter ere van dit beeld, anderdeels opdat alle onderzaten hun voorbeeld des te vrijwilliger zouden navolgen, ook om de Joden, die weigerlijk zouden wezen, een schrik aan te jagen.

Hertaald: de stadhouders, De koning heeft al deze hoge ambtenaren aangeschreven en gewild dat zij daarbij aanwezig zouden zijn, deels ter ere van dit beeld, deels opdat alle onderdanen hun voorbeeld des te bereidwilliger zouden volgen, en ook om de Joden die zouden weigeren schrik aan te jagen.

Daniël 3 vers 4

een heraut riep met kracht Of, uitroeper, afkondiger, die openlijk van des Heeren wege iets afkondigde.

Hertaald: een heraut riep met kracht Of: uitroeper, afkondiger, iemand die van overheidswege in het openbaar iets afkondigde.

Men zegt u aan, Of, zij zeggen u aan; te weten de koning en zijne raden.

Hertaald: Men zegt u aan, Of: zij zeggen u aan, namelijk de koning en zijn raadsheren.

gij volken, gij natiën, en tongen Dat is, gij volken, van wat tong of taal dat gij zijt.

Hertaald: gij volken, gij natiën, en tongen Dat is: u volken, van welke tong of taal u ook bent.

Daniël 3 vers 5

des hoorns, der pijp, Chaldeeuws, karna, in het Latijn cornu.

Hertaald: des hoorns, der pijp, Chaldeeuws: karna, in het Latijn cornu.

der citer, Chaldeeuws, kytros, of katros.

Hertaald: der citer, Chaldeeuws: kytros of katros.

vedel, der psalteren, Chaldeeuws, sabbechia, bij de Grieken en Latijnen sambuca genoemd, enigen zetten het over een harp, anderen een hakkebord.

Hertaald: vedel, der psalteren, Chaldeeuws: sabbechia, bij de Grieken en Latijnen sambuca genoemd; sommigen vertalen het met harp, anderen met hakkebord.

des akkoordgezangs, Chaldeeuws, sumfoniah. Hetwelk sommigen menen met het Grieks overeen te komen, betekenende een gezang van vele stemmen samen wel overeenstemmende. Doch anderen menen dat het is een Chaldeeuwse naam van een zeker muziekinstrument, als orgel, klavecimbaal, te dien tijde bekend.

Hertaald: des akkoordgezangs, Chaldeeuws: sumfonia. Sommigen menen dat dit overeenkomt met het Griekse woord en een samenzang van veel goed samenklinkende stemmen aanduidt. Anderen menen dat het een Chaldeeuwse naam is van een bepaald muziekinstrument dat in die tijd bekend was, zoals een orgel of klavecimbel.

Daniël 3 vers 7

der psalteren, Na psalteren staat vs.5, des accoordgezangs, hetwelk hier nagelaten is.

Hertaald: der psalteren, In vers 5 volgt na psalters nog: het samenklinkend gezang, wat hier weggelaten is.

Daniël 3 vers 8

Daarom naderden Hier wordt te kennen gegeven dat die boze officieren des konings geloerd hebben op deze gelegenheid, om de Joden, doch inzonderheid de drie jongelingen, in hun net te krijgen. Zie vs.1.

Hertaald: Daarom naderden Hier wordt te kennen gegeven dat die boze ambtenaren van de koning op deze gelegenheid geloerd hebben om de Joden, en vooral de drie jongemannen, in hun net te krijgen. Zie vers 1.

even ter zelfder tijd Te weten straks, zo haast als zij zagen dat de drie jongelingen het gouden beeld niet aanbaden, niet zo lang kunnende wachten, totdat deze afgodische ceremonie geëindigd was.

Hertaald: even ter zelfder tijd Namelijk meteen, zodra zij zagen dat de drie jongemannen het gouden beeld niet aanbaden; zij konden niet eens wachten totdat deze afgodische plechtigheid afgelopen was.

die de Joden openlijk beschuldigden; Chaldeeuws, die de beschuldigingen der Joden uitriepen; dat is, die de Joden met een groot geroep bij den koning aanklaagden, doch inzonderheid de drie jongelingen, waar het hun meest om te doen was, omdat zij tot hoge staten verheven waren.

Hertaald: die de Joden openlijk beschuldigden; Chaldeeuws: die de beschuldigingen van de Joden uitriepen; dat is: die de Joden met luid geroep bij de koning aanklaagden, maar vooral de drie jongemannen, om wie het hun het meest te doen was omdat zij tot hoge ambten verheven waren.

Daniël 3 vers 9

Zij antwoordden en zeiden Dat is, zij spraken; alzo meermalen.

Hertaald: Zij antwoordden en zeiden Dat is: zij spraken; zo ook vaker.

leef in der eeuwigheid Zie boven Dan. 2:4 .

Hertaald: leef in der eeuwigheid Zie hierboven Dan. 2:4.

Daniël 3 vers 10

gegeven, Chaldeeuws, gesteld; dat is laten uitgaan.

Hertaald: gegeven, Chaldeeuws: gesteld; dat is: laten uitgaan.

Daniël 3 vers 12

die gij over Alsof zij zeiden: Inplaats daar zij u alle gehoorzaamheid behoorden te bewijzen, vanwege de menigvuldige eer, genaden en weldaden, die zij van u ontvangen hebbben, zo zijn zij u allerongehoorzaamst.

Hertaald: die gij over Alsof zij zeiden: in plaats dat zij u alle gehoorzaamheid zouden bewijzen vanwege de vele eer, gunsten en weldaden die zij van u ontvangen hebben, zijn zij u juist het meest ongehoorzaam.

de bediening van het landschap van Babel gesteld hebt, Of, werk, of zaken.

Hertaald: de bediening van het landschap van Babel gesteld hebt, Of: werk, of zaken.

Sadrach, Mesach en Abed-nego; Waarom beschuldigen zij ook tegelijk Daniël niet? Of hij is hier niet bij geweest, zijnde ergens ver van de hand om grootwichtige zaken van den koning te verrichten; of was hij hier tegenwoordig, zo wisten zij wel dat hij bij den koning zo heel groot was, dat zij hem tevergeefs zouden beschuldigd hebben. Zo hebben zij dan van hem stilgezwegen, tenminste voor een tijd, zoekende deze drie mannen vooreerst van kant te helpen, die zich uit deze algemene bijeenkomst niet hebben kunnen of mogen weghouden.

Hertaald: Sadrach, Mesach en Abed-nego; Waarom klagen zij niet tegelijk Daniël aan? Óf hij was hier niet bij, omdat hij ver weg was om gewichtige zaken van de koning te behartigen; óf, als hij hier wel aanwezig was, wisten zij wel dat hij zo hoog stond bij de koning dat zij hem tevergeefs zouden hebben aangeklaagd. Zij hebben dus over hem gezwegen, in elk geval voorlopig, en hebben eerst deze drie mannen uit de weg willen ruimen, die zich aan deze algemene bijeenkomst niet konden en mochten onttrekken.

uw goden Gelijk 1 Kon. 11:33 . Anders: uwen god, dat is, dit beeld, waar gij een god van maakt. Of waarin, of waardoor gij uw god aanbidt.

Hertaald: uw goden Zoals 1 Kon. 11:33. Anders: uw god, dat is: dit beeld, dat u tot een god maakt. Of: waarin of waardoor u uw god aanbidt.

eren Of, dienen.

Hertaald: eren Of: dienen.

zij niet, Te weten die drie jongelingen. In deze historie wordt nergens gezegd dat de andere Joden zijn aangeklaagd en gestraft geworden. Sommigen menen dat deze boze Chaldeën zo blijde waren als zij die drie jongelingen in hun net hadden gekregen, dat zij op de rest niet letten.

Hertaald: zij niet, Namelijk die drie jongemannen. In deze geschiedenis wordt nergens gezegd dat de andere Joden aangeklaagd en gestraft zijn. Sommigen menen dat deze boze Chaldeeën zo blij waren toen zij die drie jongemannen in hun net gekregen hadden, dat zij op de rest niet meer letten.

Daniël 3 vers 14

Is het met opzet, Alsof hij zeide: Doet gij dit in goeden ernst en met voorbedachten rade, of spot en gekt gij met mij, en met dezen mijn god? Anders: is het waar?

Hertaald: Is het met opzet, Alsof hij zei: doet u dit in volle ernst en met opzet, of drijft u de spot met mij en met deze god van mij? Anders: is het waar?

Daniël 3 vers 15

zo is het wel ; De zin is: Indien gij nu nog mijn bevel gehoorzaamt, ik zal u genadig zijn. Dergelijke onvolmaakte rede vindt men Luc. 13:9 . Anders in het begin van het vs. aldus: Nu ziet, weest gijlieden gereed, enz. bevelsgewijze.

Hertaald: zo is het wel ; De betekenis is: als u nu alsnog mijn bevel gehoorzaamt, zal ik u genadig zijn. Een soortgelijke onvoltooide zin vindt men in Luk. 13:9. Anders kan het begin van dit vers als bevel gelezen worden: nu dan, houdt u gereed, enzovoort.

wie is de God, Hieronder begrijpt hij ook den waren God; zodat dit een gruwelijke godslastering is. Vergelijk hiermede de woorden van Senacherib, 2Ki 19 , en der Farizeën, Matt. 27:43 .

Hertaald: wie is de God, Hieronder begrijpt hij ook de ware God, zodat dit een gruwelijke godslastering is. Vergelijk hiermee de woorden van Sanherib (2 Kon. 19) en van de farizeeën (Matth. 27:43).

verlossen zou? Of, verlossen zal.

Hertaald: verlossen zou? Of: verlossen zal.

Daniël 3 vers 16

Wij hebben niet nodig u op deze zaak te antwoorden De zin is: Wij zouden u tevergeefs antwoorden, want gij hebt vastelijk besloten ons te doden indien wij uwe goden niet aanbidden, en wij hebben een vast voornemen die te versmaden; dewijl dan gij van uw voornemen, en wij van het onze niet te brengen zijn, zo is het tevergeefs dat wij veel woorden gebruiken, daar zal geen voordeel van komen. Zie gelijke betekenis van het Hebreeuwse woord Ezra 6:9 , en Ezra 7:20 .

Hertaald: Wij hebben niet nodig u op deze zaak te antwoorden De betekenis is: wij zouden u tevergeefs antwoorden, want u hebt vast besloten ons te doden als wij uw goden niet aanbidden, en wij zijn vast van plan die te versmaden. Aangezien u dus niet van uw voornemen af te brengen bent en wij niet van het onze, is het tevergeefs veel woorden te gebruiken; daar zal geen voordeel van komen. Zie een soortgelijke betekenis van het Hebreeuwse woord in Ezra 6:9 en Ezra 7:20.

Daniël 3 vers 17

Zal het zo zijn, onze God, Te weten dat wij in dezen vurigen oven zullen geworpen worden. Of aldus: Zie, onze God dien wij eren, is machtig, enz.

Hertaald: Zal het zo zijn, onze God, Namelijk dat wij in deze brandende oven geworpen zullen worden. Of zo: zie, onze God Die wij eren is machtig, enzovoort.

Daniël 3 vers 18

Maar zo niet, Indien het onzen God niet belieft ons te verlossen, zo zullen wij evenwel deze afgoderij niet begaan, ja zelfs niet met het uiterlijk gelaat; liever willen wij sterven.

Hertaald: Maar zo niet, Als het onze God niet behaagt ons te verlossen, zullen wij deze afgoderij toch niet bedrijven, zelfs niet met de uiterlijke schijn; liever willen wij sterven.

Daniël 3 vers 19

de gedaante zijns aangezichts veranderde Chaldeeuws, het beeld; dat is, het gelaat van zijn aangezicht, hetgeen waaraan men den mens kent.

Hertaald: de gedaante zijns aangezichts veranderde Chaldeeuws: het beeld; dat is: de uitdrukking van zijn gezicht, waaraan men de mens herkent.

zevenmaal Chaldeeuws, een zevenmaal boven dan het gezien was dien heet te maken. De oven was alrede heet gemaakt, gelijk af te nemen is uit vs.6, maar dat was niet genoeg, hij moest zevenmaal heter gemaakt worden.

Hertaald: zevenmaal Chaldeeuws: zevenmaal meer dan men gewoon was hem heet te stoken. De oven was al heet gestookt, zoals uit vers 6 af te leiden is, maar dat was niet genoeg: hij moest zevenmaal heter gemaakt worden.

dan men dien pleegt heet te maken Anders: dan het behoorlijk was dien te heten. Dit beval die wrede en in zijn afgodischen ijver brandende koning, om anderen hierdoor een schrik aan te jagen en te maken dat zij hem gehoorzamen zouden.

Hertaald: dan men dien pleegt heet te maken Anders: dan het gepast was hem te stoken. Dat beval die wrede koning, die brandde van afgodische ijver, om anderen daarmee schrik aan te jagen en hen zo tot gehoorzaamheid te brengen.

Daniël 3 vers 20

En tot de sterkste mannen van kracht, Chaldeeuws, tot de mannen, de mannen der sterkte, of kracht, dat is, tot de sterkste mannen.

Hertaald: En tot de sterkste mannen van kracht, Chaldeeuws: tot de mannen, de mannen van sterkte of kracht; dat is: tot de sterkste mannen.

die in zijn heir waren, Of, die in zijn gevolg, of garde, waren. Eertijds plachten de koningen de executiën van hunne bevelen te laten geschieden door hunne soldaten, of trawanten; zie 2 Sam. 1:15 .

Hertaald: die in zijn heir waren, Of: die in zijn gevolg of lijfwacht waren. Vroeger lieten de koningen de uitvoering van hun bevelen doen door hun soldaten of lijfwachten; zie 2 Sam. 1:15.

Daniël 3 vers 21

gebonden Om des te bekwamer in te werpen.

Hertaald: gebonden Om hen des te gemakkelijker naar binnen te kunnen werpen.

mantels, Dat is, opperklederen, die buiten twijfel schoon en sierlijk waren, gelijk zulken mannen betaamde te dragen. Hier wordt aangewezen dat deze uitvoerders van het bevel des konings zo ijverig geweest zijn om den wreden koning te gehoorzamen, dat zij hun de klederen, hoe schoon en kostelijk dat zij geweest zijn, niet hebben afgenomen, maar zij hebben ze terstond met de mannen in het vuur geworpen.

Hertaald: mantels, Dat is: bovenkleren, die ongetwijfeld mooi en sierlijk waren, zoals bij zulke mannen paste. Hier wordt aangewezen dat de uitvoerders van het koninklijk bevel zo ijverig waren om de wrede koning te gehoorzamen, dat zij hun de kleren niet eens uitgetrokken hebben, hoe mooi en kostbaar die ook waren, maar hen er meteen mee in het vuur geworpen hebben.

Daniël 3 vers 22

het woord des konings aandreef, Dat is, het bevel.

Hertaald: het woord des konings aandreef, Dat is: het bevel.

de vonken des vuurs die mannen, De zin is dat de spranken, of het uiterste der vlam, of rook en damp, die sterke kerels, die het vuur stookten, heeft verbrand, maar dat die drie jongelingen in het midden der vlam, der kolen en van den gloed, onbezeerd zijn gebleven; de almogende kracht der voorzienigheid des Heeren heeft gemaakt dat die verbrand werden, die de koning wilde sparen, en die hij wilde verbrand hebben, werden gespaard. Vergelijk onder Dan. 6:25 .

Hertaald: de vonken des vuurs die mannen, De betekenis is dat de vonken, of het uiterste van de vlam, of de rook en de damp die sterke kerels die het vuur stookten verbrand hebben, terwijl die drie jongemannen midden in de vlam, de kolen en de gloed onbeschadigd bleven. De almachtige kracht van de voorzienigheid van de HEERE maakte dat zij verbrand werden die de koning wilde sparen, en dat zij gespaard werden die hij verbrand wilde zien. Vergelijk Dan. 6:25.

opgeheven hadden, Of, opgenomen hadden. Chaldeeuws, hadden doen opgaan; dat is, die hen eerst omhoog geheven hadden, om in den vurigen oven te werpen. Want dewijl de oven hoger of verhevener was dan de aarde, zo moesten de dienaars deze jongelingen eerst omhoog heffen en dan in het vuur laten vallen, of werpen.

Hertaald: opgeheven hadden, Of: opgenomen hadden. Chaldeeuws: hadden doen opgaan; dat is: die hen eerst omhoog getild hadden om hen in de brandende oven te werpen. Want omdat de oven hoger lag dan de grond, moesten de dienaars deze jongemannen eerst omhoogtillen en hen dan in het vuur laten vallen of werpen.

Daniël 3 vers 23

gebonden zijnde, Gelijk de profeet zegt dat zij gebonden zijnde in den oven vielen of geworpen werden, zo geeft hij te kennen dat zij zich voor het vuur nergens konden wachten, en derhalve natuurlijkerwijze noodzakelijk straks hadden moeten verbranden. Sommige overzetters voegen hierbij den lofzang, dien deze mannen in den oven gezongen zouden hebben. Doch deze wordt in den Hebreeuwse Bijbel niet gevonden, en is derhalve apocriEf.

Hertaald: gebonden zijnde, Doordat de profeet zegt dat zij gebonden in de oven vielen of geworpen werden, geeft hij te kennen dat zij zich nergens tegen het vuur konden beschermen en dus van nature onvermijdelijk meteen hadden moeten verbranden. Sommige vertalers voegen hier de lofzang aan toe die deze mannen in de oven gezongen zouden hebben. Maar die staat niet in de Hebreeuwse Bijbel en is dus apocrief.

Daniël 3 vers 24

Toen ontzette zich de koning Nebukadnezar, Te weten toen hij vier mannen in den oven zag wandelen.

Hertaald: Toen ontzette zich de koning Nebukadnezar, Namelijk toen hij vier mannen in de oven zag lopen.

hij stond op Tevoren zat hij als een koning in zijnen stoel, om de marteling van de drie jongelingen aan te zien.

Hertaald: hij stond op Tevoren zat hij als koning op zijn zetel om de terechtstelling van de drie jongemannen aan te zien.

in der haast, Of, met beroering.

Hertaald: in der haast, Of: met ontroering.

raadsheren Anders: gouverneurs, of bijstanders, of lijfwachten.

Hertaald: raadsheren Anders: gouverneurs, of bijstanders, of lijfwachten.

wij niet drie mannen in het midden des vuurs, Te weten ik, op ulieder verzoek en met ulieder raad.

Hertaald: wij niet drie mannen in het midden des vuurs, Namelijk ik, op uw verzoek en op uw raad.

gebonden zijnde, Zij werden wel, met koorden gebonden zijnde, in den vurigen oven geworpen; maar die zijn straks in stukken gebrand, of van den engel losgemaakt en ontbonden.

Hertaald: gebonden zijnde, Zij werden inderdaad met touwen gebonden in de brandende oven geworpen, maar die zijn meteen verbrand, of door de engel losgemaakt.

Het is gewis, Zij moeten, zowel als de koning, van de waarheid getuigenis geven.

Hertaald: Het is gewis, Zij moeten evengoed als de koning van de waarheid getuigenis geven.

Daniël 3 vers 25

gelijk eens zoons der goden Of, gelijk een zoon van God; dat is, voortreffelijk schoon, uitstekende in schoonheid, alsof hij niet van menselijke, maar van goddelijke afkomst ware. vs.28 noemt hij hem recht, een engel Gods. Hoe de engelen genoemd worden zonen Gods, zie de aantekening Job 1:6 , en Job 38:7 . Dezen engel heeft God de Heere dezen drie mannen bijgevoegd tot hun troost en tot verlichting en verkwikking, opdat zij in het midden des vuurs en der vlam niet bezwijken zouden; vergelijk 2 Kon. 6:15 ; Ps. 34:8 , en Ps. 91:11 . Sommigen menen dat het de Heere Christus zelf geweest is, die dezen jongelingen verschenen is.

Hertaald: gelijk eens zoons der goden Of: gelijk een zoon van God; dat is: buitengewoon mooi, uitblinkend in schoonheid, alsof hij niet van menselijke maar van goddelijke afkomst was. In vers 28 noemt hij hem terecht een engel van God. Hoe de engelen zonen van God genoemd worden, zie de aantekening bij Job 1:6 en Job 38:7. God de HEERE heeft deze engel aan deze drie mannen toegevoegd tot hun troost, verlichting en verkwikking, opdat zij midden in het vuur en de vlam niet zouden bezwijken; vergelijk 2 Kon. 6:15; Ps. 34:8 en Ps. 91:11. Sommigen menen dat het de Heere Christus Zelf geweest is Die aan deze jongemannen verschenen is.

Daniël 3 vers 26

Toen naderde Nebukadnezar Hij die tevoren deze drie jongelingen bevolen had tot hem te brengen, vs.13, die gaat nu zelf met verslagenheid en verbaasdheid des gemoeds tot hen.

Hertaald: Toen naderde Nebukadnezar Hij die tevoren bevolen had deze drie jongemannen bij hem te brengen (vers 13), gaat nu zelf met verslagenheid en verbijstering van gemoed naar hen toe.

gij knechten Wiens knechten waren dan de Chaldeën en Nebukadnezar zelf? Knechten der valse goden en afgoden, die zij zichzelven verzonnen en gemaakt hadden.

Hertaald: gij knechten Wier knechten waren de Chaldeeën en Nebukadnezar zelf dan? Knechten van de valse goden en afgoden die zij zichzelf verzonnen en gemaakt hadden.

des allerhoogsten Gods Aldus noemt hij den waren God niet zozeer uit rechte mening van zijn gemoed, als uit verslagenheid des harten, door aanschouwen van het grote wonder. Wien hij tevoren het allergrootste ongelijk aangedaan had, dien doet hij nu de grootste eer aan. Dezelfde mond, die hen tevoren had verwezen, ontschuldigt hen nu.

Hertaald: des allerhoogsten Gods Zo noemt hij de ware God niet zozeer uit een oprechte overtuiging van zijn gemoed als wel uit verslagenheid van hart bij het zien van dit grote wonder. Hem Die hij tevoren het allergrootste onrecht aangedaan had, bewijst hij nu de grootste eer. Dezelfde mond die hen tevoren veroordeeld had, spreekt hen nu vrij.

Toen gingen Sadrach, Mesach en Abed-nego God heeft gewild dat deze mannen niet zouden uitgaan totdat de koning het hun gelastte, door wiens bevel zij in den vurigen oven geworpen waren, opdat het wonderwerk te meer mocht bekend zijn en de koning ten volle overtuigd.

Hertaald: Toen gingen Sadrach, Mesach en Abed-nego God heeft gewild dat deze mannen niet naar buiten zouden komen voordat de koning het hun beval — dezelfde koning op wiens bevel zij in de brandende oven geworpen waren — opdat het wonderwerk des te bekender zou worden en de koning volledig overtuigd.

uit het midden des vuurs God had wel het vuur kunnen uitblussen, maar het heeft hem belieft het nog te laten branden, opdat zijne macht des te langer voor de ogen van alle mensen zou blijken.

Hertaald: uit het midden des vuurs God had het vuur wel kunnen doven, maar het heeft Hem behaagd het nog te laten branden, opdat Zijn macht des te langer voor de ogen van alle mensen zou blijken.

Daniël 3 vers 27

Toen vergaderden de stadhouders, Dat is, zij kwamen nader bij elkander, spraken van dit wonder hetwelk zij daar zagen. Het heeft God beliefd dat de vorsten der Chaldeën dit wonder terdeeg zouden zien, om elk bij de hunnen daarvan te mogen spreken, hetwelk meer kracht had dan dat al de Joden daarvan gesproken en bij de heidenen getuigenis gegeven hadden.

Hertaald: Toen vergaderden de stadhouders, Dat is: zij kwamen dichter bij elkaar en spraken over dit wonder dat zij daar zagen. Het heeft God behaagd dat de vorsten van de Chaldeeën dit wonder terdege zouden zien, om er ieder bij de zijnen over te kunnen spreken — wat meer kracht had dan wanneer alle Joden erover gesproken en er bij de heidenen getuigenis van gegeven hadden.

niet geheerst had, Dat is, geen macht gehad had.

Hertaald: niet geheerst had, Dat is: geen macht gehad had.

het haar huns hoofds Of, geen haar.

Hertaald: het haar huns hoofds Of: geen haar.

verbrand was, Of, verzengd.

Hertaald: verbrand was, Of: verzengd.

niet veranderd waren, Dat is, dat er niet een nop of wolletje aan was, hetwelk van het vuur gekwetst was of zijne kleur veranderd had.

Hertaald: niet veranderd waren, Dat is: dat er geen pluisje of wolvezeltje aan zat dat door het vuur beschadigd was of van kleur veranderd.

daardoor niet gegaan was Hetzij door hunne lichamen of door hunne klederen; de zin is: zij roken niet eens naar den brand, of het vuur.

Hertaald: daardoor niet gegaan was Hetzij door hun lichamen, hetzij door hun kleren; de betekenis is: zij roken niet eens naar brand of vuur.

Daniël 3 vers 28

antwoordde en zeide Dat is, sprak.

Hertaald: antwoordde en zeide Dat is: sprak.

de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, Chaldeeuws, geloofd zij deze God van Sadrach, enz. Waarom zegt hij niet: mijn God zij geloofd? Omdat hij zijn valse goden nog niet wilde verlaten, om den enen waren God, die een jaloers God is, alleen te dienen.

Hertaald: de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, Chaldeeuws: geprezen zij deze God van Sadrach, enzovoort. Waarom zegt hij niet: geprezen zij mijn God? Omdat hij zijn valse goden nog niet wilde verlaten om de ene ware God, Die een jaloers God is, alleen te dienen.

Zijn engel gezonden, Dat deze heidense koning hier weet te spreken van den engel des Heeren, dat zal hij vermoedelijk gehoord en geleerd hebben uit den mond der drie jongelingen, nadat zij uit den oven verlost zijnde, met hem gesproken en hem alles verteld hadden; vergelijk deze historie met Dan. 6:23 .

Hertaald: Zijn engel gezonden, Dat deze heidense koning hier over de engel van de HEERE weet te spreken, zal hij vermoedelijk gehoord en geleerd hebben uit de mond van de drie jongemannen, nadat zij uit de oven verlost waren en met hem gesproken en hem alles verteld hadden; vergelijk deze geschiedenis met Dan. 6:23.

veranderd, Dat is, niet geacht noch gehoorzaamd hebben; namelijk omdat het streed met Gods bevel, die de afgoderij verbiedt. Zie dergelijke manier van spreken Ezra 6:11 .

Hertaald: veranderd, Dat is: niet geacht en niet gehoorzaamd hebben, namelijk omdat het in strijd was met Gods gebod, dat de afgoderij verbiedt. Zie een soortgelijke manier van spreken in Ezra 6:11.

overgegeven hebben, Te weten ten vure.

Hertaald: overgegeven hebben, Namelijk aan het vuur.

opdat zij geen god eerden noch aanbaden, De koning prijst wel deze jongelingen hierin, dat zij zo standvastig bij hunne, dat is bij den waren God gebleven zijn, maar hij had hen behoren na te volgen in het eren van dezen waren God.

Hertaald: opdat zij geen god eerden noch aanbaden, De koning prijst deze jongemannen erom dat zij zo standvastig bij hun God — dat is: bij de ware God — gebleven zijn; maar hij had hen behoren na te volgen in het eren van deze ware God.

Daniël 3 vers 29

lastering spreekt Of, dwaling, of vergrijping spreekt; dat is, een ijdel, lichtvaardig en dwalend woord spreekt, die zich met woorden tegen den God van Sadrach, enz., vergrijpt; hoeveel meer die een smadelijk of lasterlijk woord zouden gesproken hebben?

Hertaald: lastering spreekt Of: een dwaling of vergrijp spreekt; dat is: een ijdel, lichtvaardig en dwalend woord spreekt en zich met woorden vergrijpt aan de God van Sadrach, enzovoort — hoeveel te meer wie een smadelijk of lasterlijk woord zou spreken?

tegen den God Hij doet den waren God die eer nog niet, die hij zijn beeld of afgod gedaan heeft, bevelende allen volken en natiën het aan te bidden. Van den waren God gebiedt hij alleen, dat men geen kwaad van Hem spreken en Hem niet lasteren zou; ook noemt hij den waren God niet zijn God, maar den god van Sadrach, enz. Waaruit af te nemen is dat Nebukadnezar zijne afgoden niet verlaten heeft, maar de schrik en vrees hebben hem deze belijdenis uitgeperst. Dit blijkt ook uit Dan 4 ; want toen hij wederom een droom had, heeft hij de Chaldeën en tovenaars wederom aangezocht om de uitlegging daarvan te hebben.

Hertaald: tegen den God Hij bewijst de ware God nog niet de eer die hij zijn beeld of afgod bewezen heeft, toen hij alle volken en naties beval dat te aanbidden. Over de ware God gebiedt hij alleen dat men geen kwaad van Hem spreekt en Hem niet lastert; ook noemt hij de ware God niet zijn God, maar de God van Sadrach, enzovoort. Daaruit is af te leiden dat Nebukadnezar zijn afgoden niet verlaten heeft, maar dat schrik en vrees hem deze belijdenis afgeperst hebben. Dat blijkt ook uit Dan. 4: toen hij opnieuw een droom had, heeft hij weer de Chaldeeën en tovenaars geraadpleegd om de uitlegging daarvan te krijgen.

in stukken gehouwen worde, zijn huis tot een drekhoop gesteld worde Zie boven Dan. 2:5 .

Hertaald: in stukken gehouwen worde, zijn huis tot een drekhoop gesteld worde Zie hierboven Dan. 2:5.

Die alzo verlossen kan Namelijk, zo wonderlijk, zo snel, zo machtig. Anders: die verlossen kan gelijk deze.

Hertaald: Die alzo verlossen kan Namelijk zo wonderlijk, zo snel, zo machtig. Anders: Die kan verlossen zoals Deze.

Daniël 3 vers 30

Toen maakte de koning Anders: toen herstelde de koning Sadrach, enz., te weten in hun vorige staten en waardigheden, elk in de provincie waar hij tevoren gewoond en gebied gehad had. Dit was zoveel, alsof de koning drie voortreffelijke leraars had uitgezonden, om door het ganse land te verkondigen de krachten en wonderheden van den waren God aan hen bewezen.

Hertaald: Toen maakte de koning Anders: toen herstelde de koning Sadrach, enzovoort, namelijk in hun vorige ambten en waardigheden, ieder in de provincie waar hij tevoren gewoond en gezag gehad had. Dat kwam erop neer dat de koning drie voortreffelijke leraars uitzond om door het hele land de krachten en wonderen van de ware God te verkondigen die aan hen bewezen waren.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Het dal Dura  — van onzekere, mogelijk Akkadische afleiding, "omwalling" of "vlakte"

Ligging: Een vlakte in het landschap van Babel, vermoedelijk niet ver van de hoofdstad zelf.

Geschiedenis: Hier richtte koning Nebukadnezar het zestig ellen hoge, gouden beeld op waarvoor alle volken, natiën en tongen zich moesten neerbuigen — en hier weigerden Sadrach, Mesach en Abed-Nego, ondanks de doodsbedreiging van de brandende vurige oven, voor dit beeld te buigen, waarna de HEERE hen op wonderlijke wijze uit het vuur verloste, zodat zelfs de reuk van het vuur niet aan hen kwam (Dan. 3:1-27).

Bijbelse betekenis: Het dal Dura is de plaats van een van de meest geliefde geloofsgetuigenissen uit het hele Oude Testament: de drie jongelingen kozen liever de vurige oven dan afgodische ontrouw, met de onvergetelijke belijdenis "onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen; ... doch zo niet, het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet zullen eren" (Dan. 3:17-18) — geloofsgehoorzaamheid zonder enige garantie op een aards gunstige afloop.

Recente inzichten: De precieze ligging is niet met zekerheid vast te stellen; verschillende, kleinere heuvels bij het huidige Bagdad dragen nog altijd de naam "Douair" of "Dura", wat als herinnering aan deze plaats wordt beschouwd.

Dan. 3:1-27

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De belijdenis van de drie mannen  — een geloof dat niet op de uitkomst rust (Dan. 3:16-18)

De koning heeft een gouden beeld opgericht en gebiedt dat iedereen zich daarvoor neerbuigt (Dan. 3:1). Drie mannen doen dat niet, en dat wordt aangebracht: "zij bidden het gouden beeld niet aan, hetwelk gij opgericht hebt" (Dan. 3:12). Voor de koning gebracht antwoorden zij kort: "Wij hebben niet nodig u op deze zaak te antwoorden" (Dan. 3:16). Dan volgen de twee zinnen waar dit hoofdstuk om bekendstaat: "onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen" (Dan. 3:17), en: "Maar zo niet, u zij bekend, o koning! dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden" (Dan. 3:18).

Bijbelse betekenis: Merk op waar het scharnier van deze belijdenis ligt. In de drie woorden maar zo niet. Zij spreken uit dat God machtig is te verlossen, en zij houden er rekening mee dat Hij het niet doet; hun besluit hangt niet af van de afloop. Wie alleen standhoudt op de verwachting van redding, houdt geen stand zodra die verwachting wegvalt. Let vervolgens op wat zij niet doen. Zij bestrijden de koning niet en zij redeneren niet; zij zeggen wat zij wel en niet zullen doen. Let ten slotte op wat er gehoorzaamd wordt en wat niet. Zij dienen deze koning in zijn landschap en zij weigeren hem als god; het onderscheid tussen het een en het ander is precies de zaak waar het om gaat.

Typologie: Petrus en de apostelen geven voor de raad hetzelfde antwoord: "Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen" (Hand. 5:29). En Job spreekt dezelfde soort verwachting uit, die niet op de uitkomst rust: "Ziet, zo Hij mij doodde, zou ik niet hopen?" (Job 13:15).

Dan. 3:1,12,16-18; Hand. 5:29; Job 13:15

De vierde man in het vuur  — wat de koning ziet en hoe hij het zelf benoemt (Dan. 3:24-28)

De koning schrikt op en telt na: er zijn er drie gebonden in het vuur geworpen (Dan. 3:24). Dan zegt hij wat hij ziet: "Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden" (Dan. 3:25). Even later noemt hij het anders: "Geloofd zij de God van Sadrach, Mesach en Abed-nego, Die Zijn engel gezonden, en Zijn knechten verlost heeft" (Dan. 3:28).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier spreekt. Het is de heidense koning die de vierde beschrijft, en hij doet dat in de taal van zijn eigen godsdienst. In Dan. 3:28 zegt hij het opnieuw en dan noemt hij Hem Gods engel. Velen hebben in deze vierde de Zoon van God gezien; die uitleg is oud en eerbiedwaardig, maar de tekst zelf noemt Hem niet zo, en het register gaat daarom niet verder dan wat er staat. Let vervolgens op wat er wél vaststaat. Zij worden niet uit het vuur gehouden maar in het vuur bewaard, en het enige wat verbrandt zijn hun banden: gebonden gingen zij erin en los wandelen zij erin rond. Let ten slotte op de uitkomst voor de koning. Het teken bekeert hem niet, maar hij erkent wel wat hij gezien heeft; het volgende hoofdstuk laat zien dat er meer nodig was.

Typologie: Wat hier gebeurt, is bij Jesaja beloofd in bijna dezelfde woorden: "wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken" (Jes. 43:2). In datzelfde vers staat de grond ervan: Ik zal bij u zijn.

Dan. 3:24-28; Jes. 43:2

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst functie

De vierde in de oven — 3:19-28

Nebukadnezar heeft een gouden beeld opgericht en een orkest laten aantreden. Wie niet neervalt gaat de oven in. Drie Joodse mannen blijven staan, en zij zeggen er nog iets bij dat scherper is dan hun weigering: onze God kan ons verlossen, maar zo niet, dan nog dienen wij uw goden niet.

De koning laat drie mannen gebonden in het vuur werpen en ziet er vier ongebonden rondlopen.

De voorbereiding wordt met zorg verteld, want zij maakt het wonder hard. De oven wordt zevenmaal heter gestookt dan gewoonlijk. De sterkste mannen van het leger moeten de veroordeelden binden. De vlam slaat zo ver naar buiten dat die mannen zelf omkomen. En de drie worden gebonden naar binnen geworpen, met mantels, broeken, hoeden en al.

En dan gaat de koning opeens overeind staan. Hij had als rechter zitten toekijken; nu vraagt hij zijn raadsheren of het er niet drie waren. Zij bevestigen het, want ook zij moeten van de waarheid getuigenis geven. Dan zegt hij wat hij ziet: “Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.”

Drie dingen zijn er veranderd sinds zij naar binnen gingen. Zij zijn met hun vieren. Zij zijn niet meer gebonden — de touwen zijn verbrand, merkt de kanttekening op, of door de engel losgemaakt. En zij lopen; zij liggen niet, zij wandelen.

Wie is die vierde? Hier moet men de kanttekening precies volgen, want zij is voorzichtiger dan menigeen die dit hoofdstuk aanhaalt. Zij vertaalt de woorden van de koning als gelijk een zoon van God, en zij legt uit wat een heidense vorst daarmee bedoelde: buitengewoon mooi, uitblinkend in schoonheid, alsof hij niet van menselijke maar van goddelijke afkomst was. Zij wijst er ook op dat de koning zelf hem in vers 28 een engel van God noemt. En pas daarna, als laatste, voegt zij toe: sommigen menen dat het de Heere Christus Zelf geweest is Die aan deze jongemannen verschenen is.

Zo hoort het hier ook te staan. Dat de vierde de Zoon van God was, is een uitleg die de kanttekenaars noemen maar niet als de hunne overnemen. De tekst zelf zegt dat een heiden Iemand bij hen zag die er niet als een mens uitzag, en de koning noemt hem een engel. Dat is minder dan velen ervan maken, en het is genoeg.

Want wat vaststaat is dit: God verloste hen niet uit het vuur maar in het vuur. Hij doofde het niet. De kanttekening zegt zelfs waarom niet — het heeft Hem behaagd het te laten branden, opdat Zijn macht des te langer voor de ogen van alle mensen zou blijken. En de drie mochten pas naar buiten toen dezelfde koning die hen erin liet gooien hen eruit riep, opdat het wonder des te bekender zou worden.

Daar ligt de lijn naar het Evangelie. Niet in de vraag wie de vierde was, maar in wat er gebeurt: God gaat mee de oven in. Jesaja zegt het tegen ditzelfde volk in bijna dezelfde bewoordingen — wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, want Ik ben met u. En de belofte waarmee het Evangelie van Mattheüs sluit, is er de laatste vorm van: zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.

  1. Daniël 3:17-18 — Onze God kan verlossen; en zo niet, dan nog dienen wij uw goden niet.
  2. Daniël 3:23 — Gebonden gaan zij het vuur in, dat zevenmaal heter gestookt is.
  3. Daniël 3:25 — De koning ziet er vier, ongebonden, en aan hen is geen verderf.
  4. Daniël 3:28 — Diezelfde koning noemt de vierde een engel, door God gezonden.
  5. Jesaja 43:2 — Wanneer gij door het vuur gaat, zult gij niet verbranden, want Ik ben met u.
  6. Mattheüs 28:20 — Zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.

In het Nieuwe Testament: Jesaja 43:2; Mattheüs 28:20; Hebreeën 11:33-34; Mattheüs 1:23; Handelingen 7:55-56

Hoever dit reikt: Dit is een mogelijke toepassing en niet meer. De kanttekening noemt de uitleg dat de vierde de Heere Christus was uitdrukkelijk als de mening van sommigen. Zijzelf zet de engel voorop, met de opmerking dat de koning hem in vers 28 zo noemt. Het Nieuwe Testament komt er niet op terug; Hebreeën 11 noemt wel dat gelovigen de kracht des vuurs uitgeblust hebben, maar zegt niets over een vierde gestalte. Wie deze plaats gebruikt, doet er goed aan te zeggen wat er staat — er was Iemand bij hen — en de vraag wie precies open te laten.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Daniël 3

Daniël 3:14.KruisverwijzingenDaniël 3:1Jesaja 46:1Jeremia 50:2Daniël 4:8Exodus 21:13
— Nebukadnezar antwoordde en zeide tot hen: Is het met opzet, Sadrach, Mesach en Abed-nego, dat gijlieden mijn goden niet eert, en het gouden beeld, dat ik opgericht heb, niet aanbidt?
“Nebukadnezar antwoordde en zeide tot hen: Is het met opzet, Sadrach, Mesach en Abed-nego, dat gijlieden mijn goden niet eert, en het gouden beeld, dat ik opgericht heb, niet aanbidt?”

De wereld verwacht, net als Nebukadnezar, dat wij allen haar mode volgen en haar regels gehoorzamen. De god van deze wereld is de duivel, en hij eist onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. De zonde is, in de een of andere vorm, het beeld dat de satan opricht en dat wij dienen moeten.

De fluit en de harp van de wereld moeten voor ons tevergeefs klinken. Een edeler muziek moet ons oor bekoren en ons de dreigementen van de wereld doen trotseren. De ware gelovige moet stelling nemen, en wij moeten besluiten dat wij Gode meer gehoorzaam zullen zijn dan de mensen. Wat ons geweten als recht, rein en waar aanbeveelt, moeten wij zonder voorbehoud volgen. Maar wat verkeerd, vuil en vals is, moeten wij met een vast besluit verlaten. Wij kunnen geen discipelen van Christus zijn tenzij wij daartoe gekomen zijn en daarbij blijven, want Jezus leidt alleen op de wegen van de gerechtigheid.

De wereld mag eisen dat wij ons aan haar bevelen onderwerpen. Maar als knechten van de Heere Jezus Christus zullen wij dat weigeren. Zoals Sadrach, Mesach en Abed-nego tegen Nebukadnezar zeiden, zo zullen ware gelovigen tegen de wereld zeggen: “wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden”.

Daniël 3:25.KruisverwijzingenJesaja 43:2Handelingen 28:5Psalmen 91:3Psalmen 34:7Daniël 3:28Job 1:6Markus 16:18Job 38:7
— Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.
“Hij antwoordde en zeide: Ziet, ik zie vier mannen, los wandelende in het midden des vuurs, en er is geen verderf aan hen; en de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden.”

Een vierde man in de oven, zo helder en heerlijk dat zelfs de heidense ogen van Nebukadnezar een bovennatuurlijke glans aan hem konden onderscheiden. “de gedaante des vierden is gelijk eens zoons der goden”, zei hij.

Telkens wanneer de HEERE verschijnt, is het aan Zijn volk terwijl zij in de strijd staan. Mozes zag God bij Horeb, maar het was in een brandend braambos. Jozua zag Hem, maar met een uitgetogen zwaard in Zijn hand, om te tonen dat Zijn volk nog altijd een strijdend volk is. En hier, waar de heiligen hun Zaligmaker zagen, was het Hemzelf in de oven.

De rijkste gedachte waar een christen misschien van leven kan, is deze: Christus is met hem in de oven. Wanneer wij lijden, lijdt Christus. Geen lid van het lichaam kan pijn hebben zonder dat het hoofd zijn deel draagt. Zo doen ook wij, als leden van het lichaam van Christus, met elke pijn die wij voelen het Hoofd pijn, Christus Jezus. Hij brengt ons door geen enkele kamer zo donker of Hij is er Zelf in die duisternis. Door Zijn tegenwoordigheid maakt Hij die duisternis licht en verblijdt en verkwikt Hij ons hart.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Willen wij een christen zijn en daarom het juk van deze tegenwoordige boze wereld afwerpen, dan moet ons besluit vaststaan om alle gevolgen te dragen liever dan de afgod van het ogenblik te aanbidden.

Wij moeten de oven in, willen wij de nauwste en dierbaarste omgang met Christus Jezus hebben.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content