Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
HoortH8085 ditH2088 woordH1697, dat IkH595 overH5921 ulieden ophefH5375, een klaagliedH7015, o huisH1004 IsraelsH3478!
Hoort dit woord, dat Ik over ulieden ophef, een klaaglied, o huis Israels!
KJV
Hear1
ye this word3
which I take up7
against you, even a lamentation,9
O house10
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
De jonkvrouwH1330 IsraelsH3478 is gevallenH5307, zij zal niet weder opstaanH6965; zij is verlatenH5203 opH5921 haar landH127, er is niemandH369, die haar oprichtH6965.
De jonkvrouw Israels is gevallen, zij zal niet weder opstaan; zij is verlaten op haar land, er is niemand, die haar opricht.
KJV
The virgin5
of Israel6
is fallen;1
she shall no more3
rise:4
she is forsaken7
upon her land;9
there is none to raise her up.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: De stadH5892, die uitgaatH3318 met duizendH505, zal honderdH3967 overhoudenH7604, en die uitgaatH3318 met honderdH3967, zal tienH6235 overhoudenH7604, in het huisH1004 IsraelsH3478.
Want zo zegt de Heere HEERE: De stad, die uitgaat met duizend, zal honderd overhouden, en die uitgaat met honderd, zal tien overhouden, in het huis Israels.
KJV
For thus saith3
the Lord4
GOD;5
The city6
that went out7
by a thousand8
shall leave9
an hundred,10
and that which went forth11
by an hundred12
shall leave13
ten,14
to the house15
of Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantH3588 zoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 tot het huisH1004 IsraelsH3478: ZoektH1875 Mij, en leeftH2421.
Want zo zegt de HEERE tot het huis Israels: Zoekt Mij, en leeft.
KJV
For thus saith3
the LORD4
unto the house5
of Israel,6
Seek7
ye me, and ye shall live:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Maar zoektH1875 Beth-ElH1008 niet, en komtH935 niet te GilgalH1537, en gaat niet over naar Ber-SebaH884; wantH3588 GilgalH1537 zal voorzekerH1540 gevankelijkH1540 worden weggevoerd, en Beth-ElH1008 zal worden tot niet.
Maar zoekt Beth-El niet, en komt niet te Gilgal, en gaat niet over naar Ber-Seba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en Beth-El zal worden tot niet.
KJV
But seek2
not Bethel,3
nor enter7
into Gilgal,5
and pass11
not to Beersheba:8
for Gilgal13
shall surely14
go into captivity,15
and Bethel4
shall come to nought.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
ZoektH1875 den HEEREH3068, en leeftH2421; opdat Hij niet doorbrekeH6743 in het huisH1004 van JozefH3130 als een vuurH784, dat vertereH398, zodat er niemandH369 zij, die het blusseH3518 in Beth-ElH1008;
Zoekt den HEERE, en leeft; opdat Hij niet doorbreke in het huis van Jozef als een vuur, dat vertere, zodat er niemand zij, die het blusse in Beth-El;
KJV
Seek1
the LORD,3
and ye shall live;4
lest he break out6
like fire7
in the house8
of Joseph,9
and devour10
it, and there be none to quench12
it in Bethel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Die het rechtH4941 in alsemH3939 verkerenH2015, en de gerechtigheidH6666 ter aardeH776 doen liggenH3240.
Die het recht in alsem verkeren, en de gerechtigheid ter aarde doen liggen.
KJV
Ye who turn1
judgment3
to wormwood,2
and leave off6
righteousness4
in the earth,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Die het ZevengesternteH3598 en den OrionH3685 maaktH6213, en de doodsschaduwH6757 in den morgenstondH1242 verandertH2015, en den dagH3117 als den nachtH3915 verduistertH2821; Die de waterenH4325 der zeeH3220 roeptH7121, en gietH8210 ze uit opH5921 den aardbodemH6440, HEEREH3068 is Zijn NaamH8034.
Die het Zevengesternte en den Orion maakt, en de doodsschaduw in den morgenstond verandert, en den dag als den nacht verduistert; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem, HEERE is Zijn Naam.
KJV
Seek him that maketh1
the seven stars2
and Orion,3
and turneth4
the shadow of death6
into the morning,5
and maketh the day7
dark9
with night:8
that calleth10
for the waters11
of the sea,12
and poureth them out13
upon the face15
of the earth:16
The LORD17
is his name:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Die Zich verkwiktH1082 door verwoestingH7701 overH5921 een sterkeH5794; zodat de verwoestingH7701 komtH935 overH5921 een vestingH4013.
Die Zich verkwikt door verwoesting over een sterke; zodat de verwoesting komt over een vesting.
KJV
That strengtheneth1
the spoiled2
against the strong,4
so that the spoiled5
shall come8
against the fortress.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Zij hatenH8130 in de poortH8179 dengene, die bestraftH3198, en hebben een gruwelH8581 van dien, die oprechtelijkH8549 spreektH1696.
Zij haten in de poort dengene, die bestraft, en hebben een gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt.
KJV
They hate1
him that rebuketh3
in the gate,2
and they abhor6
him that speaketh4
uprightly.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Daarom, omdat gij den armeH1800 vertreedtH1318 en een lastH4864 korenH1250 van hem neemtH3947, zo hebt gij wel huizenH1004 gebouwdH1129 van gehouwen steenH1496, maar gij zult daarin nietH3808 wonenH3427; gij hebt gewensteH2531 wijngaardenH3754 geplantH5193, maar gij zult derzelver wijnH3196 nietH3808 drinkenH8354.
Daarom, omdat gij den arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt gij wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar gij zult daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant, maar gij zult derzelver wijn niet drinken.
KJV
Forasmuch2
therefore as your treading3
is upon the poor,5
and ye take8
from him burdens6
of wheat:7
ye have built12
houses10
of hewn stone,11
but ye shall not dwell14
in them; ye have planted18
pleasant17
vineyards,16
but ye shall not drink20
wine
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Want Ik weetH3045, dat uw overtredingenH6588 menigvuldigH7227, en uw zondenH2403 machtig veleH6099 zijn; zij benauwenH6887 den rechtvaardigeH6662, nemenH3947 zoengeldH3724, en verstotenH5186 de nooddruftigenH34 in de poortH8179.
Want Ik weet, dat uw overtredingen menigvuldig, en uw zonden machtig vele zijn; zij benauwen den rechtvaardige, nemen zoengeld, en verstoten de nooddruftigen in de poort.
KJV
For I know2
your manifold3
transgressions4
and your mighty5
sins:6
they afflict7
the just,8
they take9
a bribe,10
and they turn aside13
the poor11
in the gate
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
DaaromH3651 zal de verstandigeH7919 te dier tijdH6256 zwijgenH1826, wantH3588 hetH1931 zal een bozeH7451 tijdH6256 zijn.
Daarom zal de verstandige te dier tijd zwijgen, want het zal een boze tijd zijn.
KJV
Therefore the prudent2
shall keep silence5
in that time;3
for it is an evil8
time.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
ZoektH1875 het goedeH2896, en nietH408 het bozeH7451, opdatH4616 gij leeftH2421; en alzoH3651 zal de HEEREH3068, de GodH430 der heirscharenH6635, metH854 ulieden zijnH1961, gelijk als gij zegtH559.
Zoekt het goede, en niet het boze, opdat gij leeft; en alzo zal de HEERE, de God der heirscharen, met ulieden zijn, gelijk als gij zegt.
KJV
Seek1
good,2
and not evil,4
that ye may live:6
and so the LORD,9
the God10
of hosts,11
shall be with you, as ye have spoken.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
HaatH8130 het bozeH7451, en hebt liefH157 het goedeH2896, en besteltH3322 het rechtH4941 in de poortH8179, misschien zal de HEEREH3068, de GodH430 der heirscharenH6635, aan JozefsH3130 overblijfselH7611 genadigH2603 zijn.
Haat het boze, en hebt lief het goede, en bestelt het recht in de poort, misschien zal de HEERE, de God der heirscharen, aan Jozefs overblijfsel genadig zijn.
KJV
Hate1
the evil,2
and love3
the good,4
and establish5
judgment7
in the gate:6
it may be that the LORD10
God11
of hosts12
will be gracious9
unto the remnant13
of Joseph.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
DaaromH3651, zo zegtH559 de HEEREH136, de GodH430 der heirscharenH6635, de HeereH3068: Op alleH3605 stratenH7339 zal rouwklageH4553 zijn, en in alleH3605 wijkenH2351 zullen zij zeggenH559: OchH1930! ochH1930! en zullen den akkermanH406 roepenH7121 totH413 treurenH60, en rouwklageH4553 zal zijn bij degenen, die verstandH3045 van kermenH5092 hebben.
Daarom, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de Heere: Op alle straten zal rouwklage zijn, en in alle wijken zullen zij zeggen: Och! och! en zullen den akkerman roepen tot treuren, en rouwklage zal zijn bij degenen, die verstand van kermen hebben.
KJV
Therefore the LORD,4
the God5
of hosts,6
the Lord,7
saith3
thus; Wailing10
shall be in all streets;9
and they shall say13
in all the highways,12
Alas!14
alas!15
and they shall call16
the husbandman17
to mourning,19
and such as are skilful22
of lamentation23
to wailing.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Ja, in alleH3605 wijngaardenH3754 zal rouwklageH4553 zijn; wantH3588 Ik zal door het middenH7130 van u doorgaanH5674; zegtH559 de HEEREH3068.
Ja, in alle wijngaarden zal rouwklage zijn; want Ik zal door het midden van u doorgaan; zegt de HEERE.
KJV
And in all vineyards2
shall be wailing:3
for I will pass5
through6
thee, saith7
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
WeeH1945 dien, die des HEERENH3068 dagH3117 begerenH183! WaartoeH4100 toch zal ulieden de dagH3117 des HEERENH3068 zijn? HijH1931 zal duisternisH2822 wezen en geenH3808 lichtH216.
Wee dien, die des HEEREN dag begeren! Waartoe toch zal ulieden de dag des HEEREN zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht.
KJV
Woe1
unto you that desire2
the day4
of the LORD!5
to what end6
is it for you? the day9
of the LORD10
is darkness,12
and not light.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Als wanneer iemandH376 vloodH5127 voor het aangezichtH6440 eens leeuwsH738, en hem ontmoetteH6293 een beerH1677; of datH834 hij kwamH935 in een huisH1004, en leundeH5564 met zijn handH3027 aanH5921 den wandH7023, en hem beetH5391 een slangH5175.
Als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws, en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijn hand aan den wand, en hem beet een slang.
KJV
As if a man3
did flee2
from4
a lion,5
and a bear7
met6
him; or went8
into the house,9
and leaned10
his hand11
on the wall,13
and a serpent15
bit
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Zal dan niet des HEERENH3068 dagH3117 duisternisH2822 zijn, en geen lichtH216? En donkerheidH651, zodat er geenH3808 glansH5051 aan zij?
Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn, en geen licht? En donkerheid, zodat er geen glans aan zij?
KJV
Shall not the day3
of the LORD4
be darkness,2
and not light?6
even very dark,7
and no brightness
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Ik haatH8130, Ik versmaadH3988 uw feestenH2282, en Ik mag uw verbodsH6116 dagen nietH3808 riekenH7306.
Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken.
KJV
I hate,1
I despise2
your feast days,3
and I will not smell5
in your solemn assemblies.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
WantH3588 ofschoonH518 gij Mij brandofferenH5930 offertH5927, mitsgaders uw spijsofferenH4503, Ik heb er toch geen welgevallenH7521 aan; en het dankofferH8002 van uw vetteH4806 beesten magH3808 Ik niet aanzienH5027.
Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien.
KJV
Though ye offer3
me burnt offerings5
and your meat offerings,6
I will not accept8
them: neither will I regard12
the peace offerings9
of your fat beasts.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
Doe het getierH1995 uwer liederenH7892 van Mij wegH5493; ook mag Ik uw luitenH5035 spelH2172 nietH3808 horenH8085.
Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uw luiten spel niet horen.
KJV
Take thou away1
from me the noise3
of thy songs;4
for I will not hear8
the melody5
of thy viols.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Maar laat het oordeelH4941 zich daarhenen wendenH1556 als de waterenH4325, en de gerechtigheidH6666 als een sterkeH386 beekH5158.
Maar laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek.
KJV
But let judgment3
run down1
as waters,2
and righteousness4
as a mighty6
stream.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Hebt gij Mij veertigH705 jarenH8141 in de woestijnH4057 slachtofferenH2077 en spijsofferH4503 toegebrachtH5066, o huisH1004 IsraelsH3478?
Hebt gij Mij veertig jaren in de woestijn slachtofferen en spijsoffer toegebracht, o huis Israels?
KJV
Have ye offered3
unto me sacrifices1
and offerings2
in the wilderness5
forty6
years,7
O house8
of Israel?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
Ja, gij droegtH5375 de tentH5522 van uw MelechH4428, en den KijunH3594, uw beeldenH6754, de sterH3556 uws godsH430, dienH834 gij uzelfH6213 hadt gemaakt.
Ja, gij droegt de tent van uw Melech, en den Kijun, uw beelden, de ster uws gods, dien gij uzelf hadt gemaakt.
KJV
But ye have borne1
the tabernacle3
of your Moloch
and Chiun6
your images,7
the star8
of your god,9
which ye made
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
Daarom zal Ik ulieden gevankelijkH1540 wegvoeren, verH1973 boven DamaskusH1834 henen, zegtH559 de HEEREH3068, Wiens NaamH8034 is GodH430 der heirscharenH6635.
Daarom zal Ik ulieden gevankelijk wegvoeren, ver boven Damaskus henen, zegt de HEERE, Wiens Naam is God der heirscharen.
KJV
Therefore will I cause you to go into captivity1
beyond3
Damascus,4
saith5
the LORD,6
whose name9
is The God7
of hosts.
jonkvrouw Israëls
Versta, het koninkrijk en den staat der tien stammen; verg. 2 Kon. 19:21 ; Jes. 23:12 , en Jes. 47:1 ; Jer. 14:17 , enz. met de aantekening.
Hertaald:
jonkvrouw Israëls
Versta: het koninkrijk en de staat van de tien stammen; vergelijk 2 Kon. 19:21; Jes. 23:12 en Jes. 47:1; Jer. 14:17, enzovoort, met de aantekening.
is gevallen,
Dat is, zal zekerlijk al haast vallen, zie Hos. 4:5 , en Hos. 5:5 , en Hos. 14:2 .
Hertaald:
is gevallen,
Dat is: zal zeker spoedig vallen; zie Hos. 4:5, Hos. 5:5 en Hos. 14:2.
weder opstaan;
Hebr. niet toedoen op te staan; als wanneer iemand ter aarde is nedergestoten, en niet vanzelf weder kunnende opstaan, van alle anderen verlaten wordt en ter aarde liggen blijft; alzo zou Israël tot zijn vorigen bloeienden staat niet wederkomen; ofschoon er enig overblijfsel [gelijk volgt] moge worden gelaten.
Hertaald:
weder opstaan;
Hebreeuws: niet toedoen op te staan. Zoals iemand die ter aarde geslagen is en niet vanzelf weer kan opstaan, door alle anderen verlaten wordt en op de grond blijft liggen — zo zou Israël niet tot zijn vroegere bloeiende staat terugkeren, ook al zou er enig overblijfsel gelaten worden, zoals volgt.
uitgaat met duizend,
Dat is, die zoveel volk nu ter oorlog uitzendt, waar men met zoveel volk uittrekt, of die zoveel placht uit te leveren.
Hertaald:
uitgaat met duizend,
Dat is: die nu zoveel volk ten oorlog uitzendt, of waaruit men met zoveel volk uittrekt, of die er zoveel placht te leveren.
honderd overhouden,
Dat is, er zal nauwelijks van tien een overblijven; zie wijders vs.15, en Am. 6:9 .
Hertaald:
honderd overhouden,
Dat is: er zal nauwelijks één van de tien overblijven; zie verder vers 15 en Amos 6:9.
leeft
Dat is, gij zult bevinden dat gij zekerlijk zult leven; zie van zulke beloften Spr. 3:3 ; Ps. 37:3 ; Ezech. 16:6 , met de aantekening. Alzo in vs.6.
Hertaald:
leeft
Dat is: u zult ondervinden dat u zeker zult leven; zie over zulke beloften Spr. 3:3; Ps. 37:3; Ezech. 16:6 met de aantekening. Zo ook vers 6.
Bethel niet,
Om gemeenschap te hebben met de afgoderij, die men aldaar bedrijft; verg. dit met Hos. 4:15 , en Hos. 12:12 ; idem in Am. 4:4 .
Hertaald:
Bethel niet,
Om gemeenschap te hebben met de afgoderij die men daar bedrijft; vergelijk dit met Hos. 4:15 en Hos. 12:12, en ook met Amos 4:4.
Gilgal,
Zie Hos. 4:15 .
Hertaald:
Gilgal,
Zie Hos. 4:15.
Ber-seba;
Alwaar men ook al enige afgoderij gesticht had, vermits der oudvaders gezichten. Zie Gen. 26:24-25 . en verg. in Am. 8:14 .
Hertaald:
Ber-seba;
Waar men ook al enige afgoderij gesticht had, vanwege de verschijningen aan de aartsvaders. Zie Gen. 26:24-25 en vergelijk Amos 8:14.
Gilgal zal
De afgodische inwoners, en die part en deel hebben aan de afgoderij van GilGal.
Hertaald:
Gilgal zal
De afgodische inwoners, en zij die deel hebben aan de afgoderij van Gilgal.
voorzeker
Hebr. zal gevankelijk weggevoerd wordende, gevankelijk worden weggevoerd.
Hertaald:
voorzeker
Hebreeuws: zal gevankelijk weggevoerd wordend gevankelijk weggevoerd worden.
niet
Hebr. Aven, waarvan God Beth-El genoemd heeft Beth Aven, dat is, huis der nietigheid, of ijdelheid, enz. Zie Hos. 4:15 .
Hertaald:
niet
Hebreeuws: Aven; daarnaar heeft God Bethel Beth-Aven genoemd, dat is: huis van de nietigheid of ijdelheid, enzovoort. Zie Hos. 4:15.
huis van Jozef
Dat is, Israël, of de tien stammen; waarvan Efraïm, uit Jozefs zoon, de voornaamste was. Verg. vs.15.
Hertaald:
huis van Jozef
Dat is: Israël, of de tien stammen, waarvan Efraïm, de zoon van Jozef, de voornaamste was. Vergelijk vers 15.
vuur,
Gelijk Am. 1:4 , enz.
Hertaald:
vuur,
Zoals Amos 1:4, enzovoort.
in Bethel;
Dit kan men met sommigen voegen bij het voorgaande woord, vertere, de zaak op een uitkomende.
Hertaald:
in Bethel;
Dit kan men met sommigen bij het voorgaande woord verteren voegen; de betekenis komt op hetzelfde neer.
Die het recht
Dit kan men passen op die van Bethel, of die van het huis van Jozef in het algemeen, in het voorgaande vers vermeld. Sommigen nemen het als een verwijtende aanspraak: Gij die, of gij zijt degene, die, enz.
Hertaald:
Die het recht
Dit kan men toepassen op die van Bethel, of op het huis van Jozef in het algemeen, dat in het vorige vers genoemd is. Sommigen vatten het op als een verwijtende aanspraak: u die, of: u bent degenen die, enzovoort.
alsem verkeren,
Dat is, in enkel bitterheid, doende onrecht en leed aan de onschuldigen, die tot het recht [zijnde in zichzelven zeer zoet en aangenaam] hunne toevlucht veiliglijk behoorden te nemen, en daardoor bescherm te zijn. Verg. Am. 6:12 .
Hertaald:
alsem verkeren,
Dat is: in louter bitterheid, doordat zij onrecht en leed aandoen aan de onschuldigen, die juist bij het recht — dat op zichzelf zeer zoet en aangenaam is — veilig hun toevlucht behoorden te zoeken en daardoor beschermd behoorden te worden. Vergelijk Amos 6:12.
doen liggen
Als een onwaardig en veracht ding, dat vertreden wordt.
Hertaald:
doen liggen
Als iets onwaardigs en verachtelijks dat vertrapt wordt.
Die het
Hierop verstaan sommigen de voorgaande woorden: Zoekt dien, die, enz. Anderen hechten het aan het volgende vers, beginnende aldus: [diezelfve is het] die, enz. beide in een goeden zin. Verg. Am. 4:13 .
Hertaald:
Die het
Sommigen vullen hierbij de voorgaande woorden aan: zoekt Hem Die, enzovoort. Anderen verbinden het met het volgende vers en beginnen zo: Dezelfde is het Die, enzovoort. Beide geven een goede zin. Vergelijk Amos 4:13.
Zevengesternte en den Orion maakt,
Zie hiervan en van Orion, Job 9:9 .
Hertaald:
Zevengesternte en den Orion maakt,
Zie hierover en over Orion Job 9:9.
doodsschaduw
Zie Job 3:5 , en Ps. 23:4 , met de aantekening.
Hertaald:
doodsschaduw
Zie Job 3:5 en Ps. 23:4 met de aantekening.
als den nacht verduistert;
Of, door den nacht.
Hertaald:
als den nacht verduistert;
Of: door de nacht.
roept,
Dat is, beschikt dat zij [als op een uitdrukkelijk bevel] uit de zee opklimmen naar boven en den regen maken, dien God op de aarde uitstort. Verg. Jer. 25:29 , met de aantekening.
Hertaald:
roept,
Dat is: beschikt dat zij, als op een uitdrukkelijk bevel, uit de zee omhoog stijgen en de regen vormen die God op de aarde uitstort. Vergelijk Jer. 25:29 met de aantekening.
aardbodem,
Hebr. op het aangezicht der aarde.
Hertaald:
aardbodem,
Hebreeuws: op het aangezicht van de aarde.
verkwikt
Als hebbende een welgevallen aan de werken zijner gerechtigheid. Aldus wordt het Hebr. woord ook gebruikt voorzich verkwikken, Job 9:27 , en Job 10:20 ; Ps. 39:14 . Verg. wijders Deut. 28:63 . Anders: die den verstoorder, of den verstoorde [die niet was dan enkel verwoesting, [ganselijk verwoest] sterkt, of met dapperheid geeft, over, of tegen den, of ene sterke, dat hij dien overwinne en zijne vestingen inneme.
Hertaald:
verkwikt
Omdat Hij een welgevallen heeft aan de werken van Zijn gerechtigheid. Zo wordt het Hebreeuwse woord ook gebruikt voor zich verkwikken: Job 9:27 en Job 10:20; Ps. 39:14. Vergelijk verder Deut. 28:63. Anders: Die de verwoester — of de verwoeste, die niets dan verwoesting was — sterkt en dapperheid geeft tegenover een sterke, zodat hij die overwint en zijn vestingen inneemt.
vesting
Daar het menselijk gans ongezien en onverwacht was. Dien behoorde Israël te vrezen en te zoeken, om zulke zijne oordelen te ontgaan; maar integendeel, enz., gelijk volgt.
Hertaald:
vesting
Terwijl het menselijk gezien volstrekt onverwacht was. Hem behoorde Israël te vrezen en te zoeken, om zulke oordelen van Hem te ontgaan; maar in plaats daarvan, enzovoort, zoals volgt.
poort dengene,
Dat is, in het gericht, dat men in de poorten hield. Zie Gen. 22:17 ; Job 5:4 ; Ps. 127:5 , met de aantekening. Alzo vs.12, en verg. Jes. 29:21 .
Hertaald:
poort dengene,
Dat is: in het gericht, dat men in de poorten hield. Zie Gen. 22:17; Job 5:4; Ps. 127:5 met de aantekening. Zo ook vers 12, en vergelijk Jes. 29:21.
oprechtelijk spreekt
Of, hetgeen oprecht is.
Hertaald:
oprechtelijk spreekt
Of: wat oprecht is.
vertreedt
Hebr. op den arme treedt, alsof hij stof en slijk ware. Verg. Am. 2:7 , met de aantekening.
Hertaald:
vertreedt
Hebreeuws: op de arme treedt, alsof hij stof en slijk was. Vergelijk Amos 2:7 met de aantekening.
last koren van hem neemt,
Dat is, [gelijk sommigen dit bekwamelijk verstaan] zoveel als een mens, of arme, op zijne schouders kan dragen, dat hij met zijn zuren arbeid verdiend of verkregen heeft, menende daarvan met zijn huisgezin te leven, dat neemt gij wolven van hem. Anders: met, of bij lasten neemt gij het koren van hem, door geweld, of hem zulke ontijdige voldoening afdringende, als u maar belieft, zonder op enige billijkheid te zien.
Hertaald:
last koren van hem neemt,
Dat is: zoals sommigen dit terecht opvatten, zoveel als een mens, of een arme, op zijn schouders kan dragen, wat hij met zijn zure arbeid verdiend of verkregen heeft en waarvan hij met zijn gezin meent te leven — dat neemt u wolven van hem af. Anders: bij vrachten tegelijk neemt u het koren van hem, met geweld, of doordat u hem een zo ontijdige betaling afdwingt als u maar belieft, zonder op enige billijkheid te letten.
gebouwd van gehouwen steen,
Versta, door veel onrechts, waarvan in het voorgaande en volgende; verg. met dit vers Mi. 6:15 ; Sef. 1:13 ; idem Jes. 65:21 .
Hertaald:
gebouwd van gehouwen steen,
Versta: door veel onrecht, waarover het voorgaande en het volgende gaat; vergelijk met dit vers Micha 6:15; Zef. 1:13, en ook Jes. 65:21.
gewenste wijngaarden geplant,
Hebr. wijngaarden der begeerte, of van den wens.
Hertaald:
gewenste wijngaarden geplant,
Hebreeuws: wijngaarden van de begeerte of van de wens.
zij benauwen den rechtvaardige,
Of, gij benauwt, enz.
Hertaald:
zij benauwen den rechtvaardige,
Of: u benauwt, enzovoort.
zoengeld,
Of, losgeld, rantsoen, om den schuldigen en strafwaardige vrij te laten, tegen Gods wet, Num. 35:31 . Of, zij nemen het van den onschuldige, die het hun moet geven zo hij hun geweld ontgaan wil.
Hertaald:
zoengeld,
Of: losgeld, rantsoen, om de schuldige en strafwaardige vrij te laten, tegen Gods wet in, Num. 35:31. Of: zij nemen het van de onschuldige, die het hun moet geven wanneer hij aan hun geweld wil ontkomen.
verstoten de nooddruftigen
Te weten, van zijn recht, of wijzen hem af, doen hem ter zijde afgaan, van zijn recht, dat buigende en verkerende.
Hertaald:
verstoten de nooddruftigen
Namelijk van zijn recht; of: zij wijzen hem af en laten hem opzijgaan, en verbuigen en verdraaien zijn recht.
poort
Gelijk in vs.10.
Hertaald:
poort
Zoals vers 10.
verstandige
Die God vreest, en dienvolgens recht wijs is. Of, de onderwijzer, leraar.
Hertaald:
verstandige
Wie God vreest en daardoor werkelijk wijs is. Of: de onderwijzer, de leraar.
dier tijd
Als God dit boze volk straffen zal.
Hertaald:
dier tijd
Wanneer God dit boze volk zal straffen.
zwijgen,
Niet murmurerende tegen Gods oordelen en straffen, hoewel zij zeer zwaar zullen zijn, maar Hem in alles recht gevende, omdat de zonden van Israël zoveel en gruwelijk waren, gelijk voorzegd. Verg. Ps. 37:7 . Sommigen verstaan dat God hen straffen zou met het stilzwijgen der profeten of leraars en andere vromen, die het met God hielden, omdat zij niet wilden onderwezen en gestraft zijn, maar de bestraffers bitterlijk haatte en vervolgden, gelijk vs.10. Verg. Matt. 7:6 .
Hertaald:
zwijgen,
Zonder tegen Gods oordelen en straffen te mopperen, hoe zwaar die ook zullen zijn, maar door Hem in alles gelijk te geven, omdat de zonden van Israël zo talrijk en gruwelijk waren als voorzegd is. Vergelijk Ps. 37:7. Sommigen verstaan dat God hen zou straffen met het stilzwijgen van de profeten of leraars en van andere vromen die het met God hielden, omdat zij zich niet wilden laten onderwijzen en bestraffen, maar de bestraffers bitter haatten en vervolgden, zoals vers 10. Vergelijk Matth. 7:6.
boze tijd zijn
Of, tijd van het kwaad; dat is, der straf, van grote ellende en verwoesting, gelijk Ps. 37:19 ; Jer. 15:11 ; Mi. 2:3 . Sommigen duiden het op de voorgemelde grote boosheid van het volk in dien tijd.
Hertaald:
boze tijd zijn
Of: tijd van het kwaad, dat is: van de straf, van grote ellende en verwoesting, zoals Ps. 37:19; Jer. 15:11; Micha 2:3. Sommigen betrekken het op de eerder genoemde grote boosheid van het volk in die tijd.
met ulieden zijn,
Zie Gen. 21:22 .
Hertaald:
met ulieden zijn,
Zie Gen. 21:22.
zegt
Dat is, gelijk gij u dus pleegt te beroemen, maar ten onrechte, zolang gij u niet bekeert; of gelijk gij voorgeeft te begeren dat God met u moge zijn.
Hertaald:
zegt
Dat is: zoals u zich pleegt te beroemen, maar ten onrechte zolang u zich niet bekeert; of: zoals u voorgeeft te verlangen dat God met u mag zijn.
misschien zal de HEERE,
Verg. Joël 2:14 , met de aantekening.
Hertaald:
misschien zal de HEERE,
Vergelijk Joël 2:14 met de aantekening.
Jozefs overblijfsel
Gelijk vs.6.
Hertaald:
Jozefs overblijfsel
Zoals vers 6.
Daarom,
Omdat gij alle vermaningen en bestraffingen veracht en geen hoop geeft van bekering.
Hertaald:
Daarom,
Omdat u alle vermaningen en bestraffingen veracht en geen hoop op bekering geeft.
straten zal rouwklage zijn,
Het zal een universele of algemene ellende zijn, en daarom zal het overal vol misbaar, huilen en wenen zijn.
Hertaald:
straten zal rouwklage zijn,
Het zal een algemene ellende zijn, en daarom zal het overal vol misbaar, gehuil en geween zijn.
rouwklage zal zijn bij degenen,
Of, en ter rouwklage, die verstand van kermen hebben.
Hertaald:
rouwklage zal zijn bij degenen,
Of: en tot rouwklacht, wie verstand van kermen hebben.
die verstand van kermen hebben
Zie Jer. 9:17 .
Hertaald:
die verstand van kermen hebben
Zie Jer. 9:17.
wijngaarden
Waar men over den wijnoogst vrolijk placht te zingen, enz. Zie Ps. 4:8 , en Jer. 25:30 , met de aantekening.
Hertaald:
wijngaarden
Waar men over de wijnoogst vrolijk placht te zingen, enzovoort. Zie Ps. 4:8 en Jer. 25:30 met de aantekening.
doorgaan;
Of, als Ik zal doorgaan, enz. met mijne plagen; als Ik den verwoestenden vijand door het ganse land zal doen gaan, gelijk God gezegd werd door Egypte te passeren, als Hij den engel zond om de eertsgeborenen te slaan; Ex. 12:12 .
Hertaald:
doorgaan;
Of: wanneer Ik zal doortrekken met Mijn plagen; wanneer Ik de verwoestende vijand door het hele land zal laten gaan — zoals van God gezegd werd dat Hij door Egypte trok toen Hij de engel zond om de eerstgeborenen te slaan; Ex. 12:12.
dag
Den bestemden tijd van Gods oordeel en straf. Zie Joël 1:15 .
Hertaald:
dag
De vastgestelde tijd van Gods oordeel en straf. Zie Joël 1:15.
begeren
Door huichelarij, alsof zij onschuldig waren, en Gods straffen niet hadden te vrezen, of door spotternij, alsof zij zeiden: Wij mochten dien dag wel eens zien, waar blijft hij? Zie Jes. 5:19 ; Jer. 17:15 , met de aantekening, idem in Am. 6:3 .
Hertaald:
begeren
Uit huichelarij, alsof zij onschuldig waren en Gods straffen niet hoefden te vrezen; of uit spotternij, alsof zij zeiden: wij zouden die dag wel eens willen zien, waar blijft hij? Zie Jes. 5:19; Jer. 17:15 met de aantekening, en ook Amos 6:3.
duisternis wezen en geen licht
Zie Joël 2:2 .
Hertaald:
duisternis wezen en geen licht
Zie Joël 2:2.
Als wanneer iemand vlood
Zodanig zal des Heeren dag zijn, dat gij de straf niet zult ontgaan, maar van het ene verschrikkelijke gevaar in het andere vallen, totdat gij omkomt. Zie Jes. 24:18 ; Jer. 48:44 ; Hos. 13:7-8 .
Hertaald:
Als wanneer iemand vlood
Zo zal de dag van de HEERE zijn: u zult de straf niet ontgaan, maar van het ene verschrikkelijke gevaar in het andere vallen totdat u omkomt. Zie Jes. 24:18; Jer. 48:44; Hos. 13:7-8.
Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn,
Ja gewisselijk, wil de profeet zeggen, gij moogt het loochenen, of u het tegendeel inbeelden zoveel gij wilt, het zal nochtans alzo zijn.
Hertaald:
Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn,
Ja, zeker, wil de profeet zeggen; u mag het ontkennen of u het tegendeel inbeelden zoveel u wilt, maar het zal toch zo zijn.
haat,
Zie Jes. 1:11-14 , met de aantekening.
Hertaald:
haat,
Zie Jes. 1:11-14 met de aantekening.
Verbods- dagen
Zie Lev. 23:36 .
Hertaald:
Verbods- dagen
Zie Lev. 23:36.
rieken
Gelijk wij ook in onze taal spreken van personen en zaken, waarvan wij een groten afkeer hebben. Anders: op uwe verbondsdagen mag, of zal Ik niet rieken; te weten, uw reukwerk, dat gij mij alsdan offert, dat anders in recht gebruik een lieflijke reuk was voor den Heere. Zie Lev. 26:31 .
Hertaald:
rieken
Zoals wij ook in onze taal spreken over personen en zaken waar wij een grote afkeer van hebben. Anders: op uw verbodsdagen zal Ik niet rieken, namelijk aan het reukwerk dat u Mij dan offert, dat bij een juist gebruik anders een liefelijke geur voor de HEERE was. Zie Lev. 26:31.
dankoffer
Of, uw vette dankoffers.
Hertaald:
dankoffer
Of: uw vette dankoffers.
getier uwer liederen van Mij weg;
Het Hebr. woord betekent allerlei gedruis, en ook menigte, overvloed. Het zingen en spelen was mede van God te dien tijde in zijne uiterlijken dienst ingesteld, maar van hen [als de rest] verdorven door huichelarij en goddeloosheid, en voornamelijk door die snode afgoderij, bij welke zij hun gezang gebruikten. Zie Am. 8:3 .
Hertaald:
getier uwer liederen van Mij weg;
Het Hebreeuwse woord betekent allerlei gedruis, en ook menigte of overvloed. Het zingen en spelen was in die tijd ook door God in Zijn uiterlijke dienst ingesteld, maar door hen — net als de rest — bedorven door huichelarij en goddeloosheid, en vooral door de lage afgoderij waarbij zij hun gezang gebruikten. Zie Amos 8:3.
luiten
Anders: harpen.
Hertaald:
luiten
Anders: harpen.
spel
Of, melodie, gezang.
Hertaald:
spel
Of: melodie, gezang.
oordeel
Dat is, weest overvloedig en ijverig in recht en gerechtigheid, dat is, het wat Ik eis. Anders: Maar het oordeel zal zich, enz.; dat is, mijne straffen zullen u met geweld en menigte overvallen en overal doordringen, om al uwe huichelarij, afgoderij en goddeloosheid.
Hertaald:
oordeel
Dat is: weest overvloedig en ijverig in recht en gerechtigheid, want dat is wat Ik eis. Anders: maar het oordeel zal zich, enzovoort; dat is: Mijn straffen zullen u met geweld en in menigte overvallen en overal doordringen, om al uw huichelarij, afgoderij en goddeloosheid.
Mij veertig jaren
Geenszins, wil God zeggen, want uw hart is niet bij of met mij geweest, niet oprecht voor mij, in dit alles, maar enz., gelijk volgt. Deze vraag loochent sterkelijk. Verg. Hand. 7:41-43 .
Hertaald:
Mij veertig jaren
Volstrekt niet, wil God zeggen, want uw hart is in dit alles niet bij Mij geweest en niet oprecht voor Mij, maar, enzovoort, zoals volgt. Deze vraag ontkent met nadruk. Vergelijk Hand. 7:41-43.
droegt
Dit kan men alzo verstaan dat zij [als moedwillige en ongebonden afgodendienaars], zulks naar de letter somwijlen mogen hebben gedaan; of alzo, dat hun hart niet bij Gods tent [die zij met het lichaam droegen] en zijn Godsdienst, maar bij hunne afgoden geweest is, die zij in het hart droegen, zulks dat hun uiterlijke huichelende godsdienst voor God niets dan enkel afgoderij is geacht geweest.
Hertaald:
droegt
Dit kan men zo verstaan dat zij als moedwillige en ongebonden afgodendienaars dit soms letterlijk gedaan kunnen hebben; of zo, dat hun hart niet bij Gods tent was, die zij met hun lichaam droegen, en niet bij Zijn godsdienst, maar bij hun afgoden, die zij in hun hart droegen — zodat hun uiterlijke, huichelachtige godsdienst voor God niets dan pure afgoderij geweest is.
tent
Of, hut, gehemelte, deksel. Het Hebr. woord wordt alleenlijk hier zo gevonden. Het schijnt dat de profeet de heidense afgodische namen verwijtend hier gebruikt, om Israël te beschamen.
Hertaald:
tent
Of: hut, gehemelte, afdak. Het Hebreeuwse woord komt alleen hier in deze betekenis voor. Het lijkt erop dat de profeet hier verwijtend de heidense afgodennamen gebruikt om Israël te beschamen.
Melech,
Dat is, koning; versta den afgod Molech, of Milcom, en zie Jer. 49:1 , idem in Am. 7:13 .
Hertaald:
Melech,
Dat is: koning; versta de afgod Molech of Milcom, en zie Jer. 49:1 en Amos 7:13.
Kijûn,
Dit houden sommigen voor den naam van een afgod, idem de planeet Saturnus. Doch men kan het ook bekwamelijk met anderen aldus overzetten: en het gereedschap, [of, stelling, stijlen, het gestoelte] uwer beelden.
Hertaald:
Kijûn,
Dit houden sommigen voor de naam van een afgod, en ook voor de planeet Saturnus. Maar men kan het met anderen ook goed vertalen als: en het gereedschap — of het gestel, de standaards, het onderstel — van uw beelden.
ster uws gods,
Dat is, de beeltenis van de ster van uwen afgod; verg. Hand. 7:41-43 ; idem Jer. 7:18 , met de aantekening. Eenigen menen dat Molech Saturnus is geweest, en anderen van Baäl, de andere planeten of sterren. Anders: het gesternte uwer goden, enz.
Hertaald:
ster uws gods,
Dat is: de afbeelding van de ster van uw afgod; vergelijk Hand. 7:41-43, en ook Jer. 7:18 met de aantekening. Sommigen menen dat Molech Saturnus geweest is en dat andere planeten of sterren onder Baäl vielen. Anders: het gesternte van uw goden, enzovoort.
ver boven Damaskus henen,
Tot de uiterste omstreken van Assyrië, ja boven Babylonië. Zie Hand. 7:43 ; idem 2 Kon. 17:6 . Van Damaskus, zie Gen. 14:15 , en 2 Sam. 8:5 . Sommigen duiden het ook op de scherpheid dezer gevangenschap, die veel harder zou zijn dan die van Syrië, onder Hazael; 2 Kon. 13:3 , 2 Kon. 13:7 .
Hertaald:
ver boven Damaskus henen,
Tot in de uiterste streken van Assyrië, ja voorbij Babylonië. Zie Hand. 7:43 en ook 2 Kon. 17:6. Over Damascus, zie Gen. 14:15 en 2 Sam. 8:5. Sommigen betrekken het ook op de hardheid van deze gevangenschap, die veel zwaarder zou zijn dan die van Syrië onder Hazaël; 2 Kon. 13:3, 2 Kon. 13:7. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Want zo zegt de HEERE tot het huis Israels: Zoekt Mij, en leeft" (Amos 5:4). Onmiddellijk daarop volgt een waarschuwing: "Maar zoekt Beth-El niet, en komt niet te Gilgal, en gaat niet over naar Ber-Seba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en Beth-El zal worden tot niet" (Amos 5:5). En de oproep wordt herhaald: "Zoekt den HEERE, en leeft; opdat Hij niet doorbreke in het huis van Jozef als een vuur" (Amos 5:6). Bijbelse betekenis: Merk op de drie plaatsen die genoemd worden: Beth-El, Gilgal, Ber-Seba. Het waren alle drie heiligdommen met een lange geschiedenis — Beth-El waar Jakob God ontmoette, Gilgal waar Israël het land introk. De plaatsen zelf waren niet fout; wat fout ging, was dat men de plaats zocht in plaats van de Persoon. Let vervolgens op het tweevoudige leven en niet. Zoeken heeft hier een uitkomst: leven, tegenover het vuur dat volgt als men het niet doet. Let ten slotte op de herhaling van zoekt in twee verzen. Het wordt niet toegelicht met een lange redenering; de oproep zelf, tweemaal herhaald, moet het doen. Typologie: De Heere Jezus zegt tegen de Samaritaanse vrouw dat de ware aanbidders de Vader niet op déze berg en niet in Jeruzalem zullen aanbidden, maar in geest en in waarheid (Joh. 4:21,23, reeds behandeld). Wat bij Amos nog aan drie plaatsen hing, wordt daar helemaal van de plaats losgemaakt. Amos 5:4-6; Joh. 4:21,23 "Wee dien, die des HEEREN dag begeren! Waartoe toch zal ulieden de dag des HEEREN zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht" (Amos 5:18). Er volgt een beeld: "Als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws, en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijn hand aan den wand, en hem beet een slang" (Amos 5:19). En de conclusie wordt herhaald: "Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn, en geen licht? En donkerheid, zodat er geen glans aan zij?" (Amos 5:20). Bijbelse betekenis: Merk op wie hier aangesproken wordt: mensen die deze dag begeren. Zij verwachtten kennelijk dat de dag des HEEREN hun eigen bevrijding zou brengen en het oordeel alleen de vijand zou treffen. Die dag is elders in het register al getekend als een dag van oordeel over de wereld (reeds behandeld bij Jes. 13:6-13). Amos keert die verwachting om: voor wie zelf onder het oordeel valt, is die dag niet minder donker. Let vervolgens op het drievoudige beeld in Amos 5:19: leeuw, beer, slang. Wie aan de een ontkomt, loopt in de volgende; er is geen schuilplaats waar men veilig is als men zelf schuldig staat. Let ten slotte op de herhaling van de vraag in Amos 5:20. Het antwoord ligt al in de vraagvorm besloten. Typologie: Paulus waarschuwt de gemeente voor hetzelfde soort zelfverzekerdheid: "wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen" (1 Thess. 5:3, reeds behandeld). Amos 5:18-20; Jes. 13:6-13; 1 Thess. 5:3 "Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken" (Amos 5:21). Ook de offers worden afgewezen: "ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan" (Amos 5:22), en zelfs de muziek: "Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uw luiten spel niet horen" (Amos 5:23). Dan komt het beeld waar het hoofdstuk om bekendstaat: "Maar laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek" (Amos 5:24). Bijbelse betekenis: Deze afwijzing van eredienst zonder recht staat niet op zichzelf in de Schrift. Dezelfde zaak is uitvoeriger behandeld bij Jesaja (reeds behandeld bij Jes. 1:10-17), waar dezelfde reden gegeven wordt: niet de offers waren fout, maar de handen die ze brachten. Let hier vooral op het beeld van Amos 5:24. Er staat niet: laat er een beetje recht zijn, maar: als de wateren, als een sterke beek — iets dat niet tegen te houden is en overal doordringt. Let ten slotte op het woord daarhenen wenden. Het recht dat er wel was, stroomde ergens anders heen dan het hoorde; Amos vraagt niet om iets nieuws maar om een omkering van richting. Typologie: De Heere Jezus verwijt de Farizeeën dezelfde scheefgroei — nauwkeurig in het uiterlijke, nalatig in het wezenlijke: "gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof" (Matt. 23:23, reeds behandeld). Amos 5:21-24; Jes. 1:10-17; Matt. 23:23 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Zoek Hem Die het Zevengesternte en de Orion maakt. Amos 5:8 (Engelse vertaling) De redenen die voor het zoeken van de Heere worden gegeven, zijn in geestelijke zin… Zoek Hem Die het Zevengesternte en de Orion maakt. Amos 5:8 (Engelse vertaling) Nu zullen we de tekst uit een wat geestelijker oogpunt beschouwen. We spreken tot degenen… Zoek Hem Die het Zevengesternte en de Orion maakt. Amos 5:8 (Engelse vertaling) Richt de blik omhoog naar het firmament met zijn sterren, kijk naar het Zevengesternte en… Zoek Hem Die het Zevengesternte en de Orion maakt. Amos 5:8 (Engelse vertaling) De Heere, de ware God, is zeer krachtig: Hij maakt het Zevengesternte en de Orion,… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Amos 5
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Tot Wie zou u anders gaan?
De zekerheid dat u Hem zult vinden
Laten wij de Heere zoeken
Een overtuigend argument om Hem te zoeken


Amos 5
Amos 5:4.KruisverwijzingenSefanja 2:3→2 Kronieken 15:2→Jesaja 55:3→Jesaja 55:6→1 Kronieken 28:9→Jeremia 29:12→Psalmen 105:3→Mattheüs 7:8→
— Want zo zegt de HEERE tot het huis Israels: Zoekt Mij, en leeft.
En dat is precies de boodschap van God aan belijdende christenen van nu: zoekt Míj. Kom weg van uw enkel uitwendige plechtigheden en van het vertrouwen op uw uitwendige verrichtingen, en kom tot God Zelf. Ga voorbij uw medeaanbidders en uw voorgangers, voorbij uw kerkgebouwen en uw vermeende heilige plaatsen, en kom in geest en in waarheid tot God Zelf: “Zoekt Mij, en leeft.”
Amos 5:5.KruisverwijzingenAmos 4:4→Amos 8:14→Hosea 4:15→Genesis 21:33→1 Samuël 7:16→1 Korinthe 2:6→Amos 7:17→Hosea 12:11→
— Maar zoekt Beth-El niet, en komt niet te Gilgal, en gaat niet over naar Ber-Seba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en Beth-El zal worden tot niet.
Dit waren de plaatsen waar de kalveren en andere afgoden opgericht waren om God door zichtbare zinnebeelden te aanbidden. Dat was het roomse van die dagen. God had een zuiver geestelijke eredienst verordend, maar dat was de afgodische Israëlieten niet genoeg. Zij moesten en zouden het beeld van een os oprichten, het zinnebeeld van de kracht. Niet dat zij de os wilden aanbidden, zeiden zij, maar zij wilden de God van de kracht door dat zinnebeeld heen aanbidden.
En dat is tot op vandaag het pleidooi van de roomsen: wij aanbidden dat kruis niet, wij aanbidden dat beeld niet, maar deze dingen helpen ons; het zijn zinnebeelden. Maar God verbiedt ze volstrekt: “Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen.” Het eerste gebod verbiedt ons een andere God te hebben dan de HEERE; het tweede verbiedt ons Hem door welk zinnebeeld of teken ook te aanbidden.
Amos 5:6-7.KruisverwijzingenAmos 6:12→Amos 5:4→Markus 9:43→Amos 5:14→Hosea 10:4→Sefanja 1:6→Amos 6:6→Genesis 48:8→
— Zoekt den HEERE, en leeft; opdat Hij niet doorbreke in het huis van Jozef als een vuur, dat vertere, zodat er niemand zij, die het blusse in Beth-El; Die het recht in alsem verkeren, en de gerechtigheid ter aarde doen liggen.
Hier hebt u nog een grote waarheid: om God recht te zoeken, moeten wij ons van de zonde afkeren. Alle vormendienst ter wereld zal ons niet zaligmaken en God niet aangenaam zijn. Er moet reinheid van leven zijn en heiligheid van karakter. Er moet recht gedaan worden tussen mens en mens, en wij moeten ernaar zoeken recht te staan voor de rechtvaardige en heilige God.
Amos 5:8-9.KruisverwijzingenAmos 4:13→Job 9:9→Psalmen 104:20→Amos 9:6→Amos 8:9→Job 12:22→Job 38:31→Job 38:34→
— Die het Zevengesternte en den Orion maakt, en de doodsschaduw in den morgenstond verandert, en den dag als den nacht verduistert; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem, HEERE is Zijn Naam. Die Zich verkwikt door verwoesting over een sterke; zodat de verwoesting komt over een vesting.
De Schepper van het Zevengesternte dat de lente brengt, en van de Orion die de winter brengt. Hij is de God van de zwakken, de Beschermer van de verdrukten. U die de armen verdrukt en het volk vertreedt: zoek Hém, en was uw handen van de vlekken van uw voorbije onrecht.
Amos 5:10.Kruisverwijzingen1 Koningen 22:8→Jesaja 29:21→Jeremia 17:16→2 Kronieken 36:16→Johannes 7:7→Johannes 15:19→Johannes 15:22→2 Kronieken 25:16→
— Zij haten in de poort dengene, die bestraft, en hebben een gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt.
Er is nog altijd een geslacht dat er niet tegen kan van zijn fouten te horen, en dat zijn venijn toont tegen alles wat recht is.
Amos 5:11.KruisverwijzingenMicha 6:15→Deuteronomium 28:30→Jakobus 2:6→Sefanja 1:13→Jesaja 5:7→Openbaring 11:8→Jesaja 65:21→Micha 3:1→
— Daarom, omdat gij den arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt gij wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar gij zult daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant, maar gij zult derzelver wijn niet drinken.
God heeft vaak getoond hoe Hij hen omverwerpen kan die de armen verdrukken.
Amos 5:12-17.KruisverwijzingenRomeinen 12:9→Joël 2:14→Jozua 1:9→Psalmen 97:10→Joël 1:11→Exodus 12:12→Amos 2:6→Prediker 3:7→
— Want Ik weet, dat uw overtredingen menigvuldig, en uw zonden machtig vele zijn; zij benauwen den rechtvaardige, nemen zoengeld, en verstoten de nooddruftigen in de poort. Daarom zal de verstandige te dier tijd zwijgen, want het zal een boze tijd zijn. Zoekt het goede, en niet het boze, opdat gij leeft; en alzo zal de HEERE, de God der heirscharen, met ulieden zijn, gelijk als gij zegt. Haat het boze, en hebt lief het goede, en bestelt het recht in de poort, misschien zal de HEERE, de God der heirscharen, aan Jozefs overblijfsel genadig zijn. Daarom, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de Heere: Op alle straten zal rouwklage zijn, en in alle wijken zullen zij zeggen: Och! och! en zullen den akkerman roepen tot treuren, en rouwklage zal zijn bij degenen, die verstand van kermen hebben. Ja, in alle wijngaarden zal rouwklage zijn; want Ik zal door het midden van u doorgaan; zegt de HEERE.
Nationale zonden brengen nationale oordelen. En wanneer God toornig wordt op het volk, maakt Hij de plaatsen van hun feestvieren tot de plaatsen van hun droefheid. Ook de wijngaarden waar hun uitgelezen ranken groeien, zodat er van alle kanten gejammer en benauwdheid gehoord wordt. Och, dat de volken de dag van hun bezoeking kenden en recht deden! Dan zouden zulke oordelen afgewend worden.
Amos 5:18.KruisverwijzingenJoël 1:15→Joël 2:1→Jesaja 5:30→Jesaja 5:19→Jeremia 30:7→Joël 2:31→Jesaja 28:15→2 Petrus 3:10→
— Wee dien, die des HEEREN dag begeren! Waartoe toch zal ulieden de dag des HEEREN zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht.
De dag van de HEERE is duisternis en geen licht voor mensen als u: onboetvaardige, onrechtvaardige, genadeloze zondaars. De dag van de HEERE zal u geen zegeningen brengen.
Amos 5:19.KruisverwijzingenJesaja 24:17→Jeremia 15:2→Jeremia 48:43→1 Koningen 20:29→Handelingen 28:4→Job 20:24→Amos 9:1→
— Als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws, en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijn hand aan den wand, en hem beet een slang.
Van kwaad tot erger gaan zij, die menen aan de tegenwoordige ellende te ontkomen door zich in de tegenwoordigheid van God te storten. De zelfmoordenaar is van alle dwazen de grootste, want hij verschijnt voor God met zijn eigen aanklachten in de hand, ja, met zijn eigen vonnis. Hij heeft geen rechtsgeding nodig; hij heeft zichzelf veroordeeld.
Amos 5:20-22.KruisverwijzingenJesaja 1:11→Jeremia 6:20→Leviticus 26:31→Jesaja 66:3→Jesaja 13:10→Spreuken 15:8→Spreuken 28:9→Spreuken 21:27→
— Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn, en geen licht? En donkerheid, zodat er geen glans aan zij? Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken. Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien.
Zie hoe God spreekt over de openbare eredienst en de vormelijke offers wanneer het hart niet recht voor Hem is. Is de zedelijke wandel van wie offert verkeerd, dan zal de HEERE zijn offerande niet aannemen.
Amos 5:23-24.KruisverwijzingenAmos 6:5→Amos 8:3→Micha 6:8→Amos 8:10→Amos 5:7→Spreuken 21:3→Markus 12:32→Job 29:12→
— Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uw luiten spel niet horen. Maar laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek.
Dit is wat God vraagt: gerechtigheid, en geen zoete muziek. Hebben zij niet juist in deze tijd wat eens huizen van het gebed waren tot muziekzalen gemaakt? Hebben zij hun afgoden niet in onze kerken opgericht en hun priesters getooid met elk soort Babylonisch gewaad dat zij in Rome, het verborgen Babel, vinden konden? Zijn zij dit volk niet weer terug aan het brengen naar dat vervloekte pausdom, waarvan onze vaderen het juk niet dragen konden? Daarom is de HEERE toornig op dit land en pakken zich onweerswolken boven samen. Het is niet genoeg in verontwaardiging ontstoken tegen die afgodische mensen die weer op de voorgrond zoeken te komen.
Amos 5:25.KruisverwijzingenHandelingen 7:42→Nehemia 9:21→Jozua 24:14→Nehemia 9:18→Ezechiël 20:24→Jesaja 43:23→Deuteronomium 32:17→Zacharia 7:5→
— Hebt gij Mij veertig jaren in de woestijn slachtofferen en spijsoffer toegebracht, o huis Israels?
Hebt u Míj aangebeden? Hebt u Míj slachtoffers gebracht? Nee, zegt God, dat hebt u niet gedaan.
Amos 5:26-27.KruisverwijzingenHandelingen 7:43→2 Koningen 17:6→1 Koningen 11:33→2 Koningen 23:12→Amos 4:13→Leviticus 20:2→Leviticus 18:21→2 Koningen 15:29→
— Ja, gij droegt de tent van uw Melech, en den Kijun, uw beelden, de ster uws gods, dien gij uzelf hadt gemaakt. Daarom zal Ik ulieden gevankelijk wegvoeren, ver boven Damaskus henen, zegt de HEERE, Wiens Naam is God der heirscharen.
Och, om een zuivere eredienst! Och, om een zuiver leven! Och, om harten die de HEERE geestelijk aanbidden! Want Jezus zei: “God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” En tot de goddeloze zegt God: “Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
IV. Vs. 1-3.KruisverwijzingenEzechiël 19:1→Jeremia 14:17→Jeremia 9:17→Jeremia 7:29→Jeremia 9:10→Ezechiël 28:12→Amos 5:16→Amos 4:1→
— Hoort dit woord, dat Ik over ulieden ophef, een klaaglied, o huis Israels! De jonkvrouw Israels is gevallen, zij zal niet weder opstaan; zij is verlaten op haar land, er is niemand, die haar opricht. Want zo zegt de Heere HEERE: De stad, die uitgaat met duizend, zal honderd overhouden, en die uitgaat met honderd, zal tien overhouden, in het huis Israels.
De beide hoofdstukken 5 en 6 vormen een bij elkaar behorend geheel van drangredenen, waarin de Profeet het volk nogmaals voorhoudt wat God daarvan eist, om daardoor duidelijk te bewijzen, dat het gedreigde gericht van den ondergang welverdiend is en onafwendbaar, om daardoor den onboetvaardigen zondaars hun gerustheid te ontnemen, en de valse steunsels weg te rukken, waarop zij zich verlaten. Aan het geheel laat hij als thema, dat de hoofdgedachten van hier daarop volgende strafreden bevat, een treurzang voorafgaan (vs. 2) over den diepen val der dochter Israëls, die gelijk hij er in vs. 3 verklarend bijvoegt zo verschrikkelijk zou zijn, dat niemand daaruit zou kunnen redden. Nauwelijks het tiende gedeelte zou overblijven in het nabijzijnd onweder, dat over het gehele land zou losbarsten. Ook in deze strafrede (Hoofdst. 5 en 6) wendt zich Amos hoofdzakelijk tegen de tien stammen van Israël, wien hij herhaaldelijk ondergang en wegvoering aankondigt, maar tevens richten zich zijne woorden ook tot het gehele Israël der 12 stammen. Even als reeds in Hoofdst. 3:1 en 6:1 roept hij een wee uit ook over de trotsen op den Zion, zodat Zijne gehele voorzegging ook tevens op het rijk van Juda ziet, waaraan hij bij gelijke verzondiging hetzelfde lot als aan het noordelijk rijk voor ogen houdt.
Hoort dit woord, dat Ik voor ulieden, de tien stammen van het Noordelijk rijk, ophef, namelijk een klaaglied als over ene reeds gestorvene, o huis Israëls!
De jonkvrouw Israëls, die naar hare hoge Goddelijke roeping door niemand zou worden overweldigd, alleen haren God zou toebehoren en Hem dienen, is gevallen, zij zal niet weer opstaan; zij is verlaten, nedergestort op haar land door de vijanden, die het gericht Gods aan haar volvoerden; er is niemand, die haar opricht 1).
De jonkvrouw Israëls of liever de jonkvrouw van Israël (d. i. de inwoners van Samaria en het Rijk van Israël) zal vallen n. l. door het zwaard der vijanden en zó vallen dat er geen opstaan meer mogelijk is. In dit klaaglied wordt de algehele verwoesting door de vijanden blootgelegd en aangetoond, opdat er nog zou zijn een terugkeer tot den God der vaderen. De Heere houdt aan, totdat het ten leste blijkt dat er van geen genezing meer sprake is. Zover het klaaglied; het volgende verheldert en rechtvaardigt nu zijnen inhoud.
Want, zo zegt de Heere HEERE: De stad in Israël, die uitgaat met duizend gewapende krijgslieden, om den vijand terug te drijven, zal honderd overhouden, en die uitgaat met honderd zal tien overhouden, in het huis Israëls. Niemand verschrikke te zeer voor ene grote menigte, die tegen hem is, God kan haar spoedig zeer klein maken. 4.
V. Vs. 4-12.KruisverwijzingenAmos 4:13→Amos 6:12→Amos 4:4→Amos 8:14→Job 9:9→1 Koningen 22:8→Jesaja 29:21→Micha 6:15→
— Want zo zegt de HEERE tot het huis Israels: Zoekt Mij, en leeft. Maar zoekt Beth-El niet, en komt niet te Gilgal, en gaat niet over naar Ber-Seba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en Beth-El zal worden tot niet. Zoekt den HEERE, en leeft; opdat Hij niet doorbreke in het huis van Jozef als een vuur, dat vertere, zodat er niemand zij, die het blusse in Beth-El; Die het recht in alsem verkeren, en de gerechtigheid ter aarde doen liggen. Die het Zevengesternte en den Orion maakt, en de doodsschaduw in den morgenstond verandert, en den dag als den nacht verduistert; Die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem, HEERE is Zijn Naam. Die Zich verkwikt door verwoesting over een sterke; zodat de verwoesting komt over een vesting. Zij haten in de poort dengene, die bestraft, en hebben een gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt. Daarom, omdat gij den arme vertreedt en een last koren van hem neemt, zo hebt gij wel huizen gebouwd van gehouwen steen, maar gij zult daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant, maar gij zult derzelver wijn niet drinken. Want Ik weet, dat uw overtredingen menigvuldig, en uw zonden machtig vele zijn; zij benauwen den rechtvaardige, nemen zoengeld, en verstoten de nooddruftigen in de poort.
Op deze korte voorlopige aanwijzing omtrent het Klaaglied volgt nu de uitvoerige aanwijzing, dat Israël rijp is voor het gericht, omdat dit het tegendeel doet van datgene, wat God van Zijn volk verlangt. God eist Hem te zoeken en den afgodendienst te laten varen om te leven. Israël daarentegen verandert het recht in ongerechtigheid zonder den almachtigen God en diens gericht is vrezen. Dat dwingt God ten oordeel te komen.
Want zo zegt de HEERE tot het huis Israëls: Zoekt Mijmet hartelijk berouw en oprechte boete van ganser harte, en leeft 1), Zo gij Mij zoekt zult gij Mij vinden, en daardoor reeds op aarde gerust en gelukkig leven, en het ware eeuwige leven verkrijgen (Jes. 55:6 vv.).
Zij die goederen zoeken, welke vergaan, zullen met hen vergaan, maar zij die den levenden God zoeken, zullen met Hem leven: Gij zult verlost worden van de dodende oordelen, waarmee gij gedreigd wordt. Uw volk zal leven, zal hersteld worden van zijn tegenwoordige kastijdingen. Uwe zielen zullen leven. Gij zult geheiligd en vertroost worden en voor eeuwig gelukkig gemaakt. Gij zult leven. God zoeken is niets anders dan Hem recht erkennen, gelijk Hij zich in Zijn woord en in Zijne werken geopenbaard heeft, Zich voor Hem verootmoedigen, Hem aanroepen in ware erkentenis, geloof vertrouwen en belijdenis van den waren Messias, Zijnen lieven Zoon onzen Heere Jezus Christus en van Hem bidden en begeren vergeving der zonden en redding en verlossing van alle kwaad, en het leven verbeteren naar den wil Gods. Wie nu God alzo zoekt, die zal leven, d. i. hij zal allerlei weldaden en zegeningen van God ontvangen, beide innerlijk in genade, geloof en vertroosting, geduld en andere gaven des heiligen Geestes, en uitwendig in gezondheid, voedsel, vrede, rust en welvaart.
Maar zoekt Mij, waar Ik te vinden ben, in Mijn woord en Mijne wet, in den waren godsdienst en niet op de plaatsen van afgoderij, van valsen, eigengemaakten godsdienst. Gaat naar Beth-El niet, en komt niet te Gilgal (Hoofdst. 4:4), en gaat niet over naar Berseba 1) in het Zuiden van het rijk van Juda, dat gij om de heilige herinneringen uit den tijd der aartsvaders (Gen. 21:31, 33; 26:24; 46:1 door afgodische verering van Mijnen naam hebt ontwijd: want al wie naar Gilgal gaat zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en zal het bevestigen wat die naam Gilgal (= vertrek) zegt, en Beth-El zal voor zijne aanbidders worden tot een Beth Aven, d. i. ene plaats des verderfs, tot niet (Hos. 4:15).
De koningen van het rijk van Israël kozen opzettelijk voor hun afgoderij die plaatsen, welke door de aartsvaderen waren geheiligd, zo als Bethel, Gilgal Gilead waren, ten einde de harten af te trekken van de eerst later gewijde stad Davids. Daardoor werden ook inderdaad vele vromen verlokt, gelijk de godsverering met beeldendienst en heidense feesten gepaard, de vleselijk gezinden aantrok. Zulk een onreine eredienst was nu ook te Berseba in Juda gesticht.
Zoekt den HEERE en leeft 1) (vs. 4), opdat Hij niet in Zijnen toorn doorbreke, in het huis van Jozef, den vader van Efraïm, den stamvader van den hoofdstam in het rijk van Israël, dat daarom ook huis van Efraïm of van Jozef wordt genoemd, en Hij daar zij als een vuur, dat vertere, zodat er niemand zij, die het blusse in het land, welks hoofdheiligdom en hoofdzonde in Beth-El gelegen is, zodat het gehele land wel met dien naam kan worden genoemd.
In vs. 5 is gewezen op den valsen godsdienst der kalveren en daartegenover wordt hier gesteld de Almacht Gods, van dien God, die zich immer geopenbaard heeft, als hier onder (vs. 8 en 9) wordt aangeduid. In het zoeken van God is alleen leven en vrede, geluk en welvaart, in het dienen van de afgoden of van de kalveren is alleen ellende en ongeluk. Het rechte zoeken van Hem is dan ook afstand doen van alles, wat met Zijn dienst en de ere van Zijn Naam in strijd is.
Die het recht in alsem, in bitter onrecht verkeren, en de gerechtigheid ter aarde doen liggen en met voeten treden.
Gij wist het wel, dat de Heere de Almachtige is, dieplotseling verderf over u kan brengen. Hij is het, die als Schepper de helder schitterende sterren, het Zevengesternte der Plejaden in het sterrenbeeld aan den Oostelijken hemel, en den Orion, (Job 9:9 (Job 38:31 1) maakt, en de doodschaduw, de ellende en de droefheid in den morgenstond, van heil en geluk verandert, en den dag als den nacht verduistert, die evenzo gemakkelijk het geluk verandert in smart; die de wateren der zee roept, en giet ze uit op den aardbodem 1), zodat zij tot een zondvloed worden en de goddelozen verderven. HEERE Jehova is Zijn Naam en in dien heerlijken, ondoorgrondelijken naam wordt Zijne macht en ernst, zowel als Zijne goedheid en genade voor mensen uitgesproken.
Hij kan tegenspoed in voorspoed en voorspoed in tegenspoed veranderen, zoals het Hem behaagt, en als Hij stilt wie zal den beroeren, en als Hij beroert wie zal dan stillen? En daarom is de kortste weg tot welzijn Hem te zoeken.
Wie zou Hem kunnen weerstaan, Hem, die Zich verkwikt door verwoesting over enen sterke (liever: die met spoed verwoesting over enen sterke doet komen), zodat de verwoesting komt over ene vesting 1). Zoudt nu gij, die op uwe sterkte en op uwe vestingen vertrouwt, Zijn gericht kunnen ontvlieden?
In het Hebr. Hammablig sjood al-aaz wesjood mibstsar jaboo. Beter Hij die plotseling verwoesting beschikt over den sterke en verwoesting over de vesting.
Zij haten in de poort bij de gerichtshandeling dengenen, die bestraft vanwege hun ongerechtigheden (Gen. 19:4), en hebben enen gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt, die recht en waarheid voorhoudt. Is er onder hen nog de een of ander, die in het gericht de zaak des rechts en der waarheid durft voorstaan, hij wordt van allen gehaat en verfoeid.
Daarom, omdat hij voor recht onrecht doet, den arme vertreedt zowel in het gericht als in het openbaar leven, en een last koren van hem neemt, waardoor gij u laat omkopen, en zonder hetwelk gij hun geen recht wilt doen, zo hebt gij zeker het oordeel Gods te vrezen. Gij hebt wel huizen gebouwd van a) gehouwen steen, prachtige woningen, maar gij zult gelijk Ik u reeds in Deut. 28:29, 30 gezegd heb, daarin niet wonen; gij hebt gewenste wijngaarden geplant; gij hebt die door ongerechtigheid verkregen, maar gij zult derzelver wijn niet drinken, uw land zal worden uitgeplunderd, en gij zult gevankelijk worden weggevoerd.
Zef. 1:13.
Want Ik weet dat uwe overtredingen menigvuldig, en uwe zonden machtig vele zijn; om uwe hoofdzonden, de ongerechtigheid in het gericht nog eens voor ogen te stellen, zij benauwen den rechtvaardige, degene die in godsvrucht en godzaligheid leeft; zij nemen tegen uitdrukkelijk verbod in de wet (Num. 35:31) zoengeldaan; zij staan dus toe dat rijke misdadigers en moordenaars zich van de straf loskopen, en verstoten de nooddruftigen, die niets kunnen betalen, om de bescherming voor hun onschuld en hun recht te kopen, in de poort, bij de gerichtshandeling. Door de rijkeren worden zij overweldigd, en tegenover hen worden ongerechtige onderdrukkers in het gelijk gesteld (Ex. 23:6. Deut. 16:19). 13.
VI. Vs. 13-17.KruisverwijzingenRomeinen 12:9→Joël 2:14→Jozua 1:9→Psalmen 97:10→Joël 1:11→Exodus 12:12→Prediker 3:7→Micha 2:3→
— Daarom zal de verstandige te dier tijd zwijgen, want het zal een boze tijd zijn. Zoekt het goede, en niet het boze, opdat gij leeft; en alzo zal de HEERE, de God der heirscharen, met ulieden zijn, gelijk als gij zegt. Haat het boze, en hebt lief het goede, en bestelt het recht in de poort, misschien zal de HEERE, de God der heirscharen, aan Jozefs overblijfsel genadig zijn. Daarom, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de Heere: Op alle straten zal rouwklage zijn, en in alle wijken zullen zij zeggen: Och! och! en zullen den akkerman roepen tot treuren, en rouwklage zal zijn bij degenen, die verstand van kermen hebben. Ja, in alle wijngaarden zal rouwklage zijn; want Ik zal door het midden van u doorgaan; zegt de HEERE.
Alle spreken en vermanen baat niet meer; alleen door oprechte bekering, liefde tot gerechtigheid en haat van het kwade zult gij u kunnen redden, anders zal diepe treurigheid over u allen komen, want Gods gericht is nabij.
Daarom, omdat gij zo diep in het verderf zijt gezonken, zal den verstandige, die weet, dat God zich niet laat bespotten, te dier tijd zwijgen, wie wijs is spaart zijne vruchteloze vermaningen en waarschuwingen, nu men toch geheel doof is voor het woord van God; want het zal een boze tijd zijn 1), een tijd van afval van God.
Boos vooral hierom dat de goddelozen niet meer gewaarschuwd willen wezen, niet meer van hun bozen weg willen afgemaand zijn. Daarom zou de verstandige, degene, die inzicht in de zaken heeft, die weet, onder wie hij leeft, zwijgen. Er komen tijden in het leven van volken en personen, dat alle vermanen vruchteloos is en dat daarom wie anders nog spreken zou, daarvan afziet, omdat het gericht niet meer te voorkomen is.
Toch laat Mijne liefde niet toe, dat Ik u niet nog weer zou vermanen. Zoekt den Heere in berouw en geloof; zoekt het goede, en niet het boze, niet den afval van Hem, opdat gij reeds nu veilig en gelukkig leeft, en het eeuwige leven moogt verkrijgen; en alzo zal de HEERE, de God der heirscharen, met ulieden zijn, en u van de vijanden en uit het gericht redden, gelijk als gij zegt, zo als gij uzelven bedriegt alsof het Abrahams kinderen naar het vlees daaraan nooit zou kunnen ontbreken, en als kon die gedreigde straf u nooit treffen, omdat gij behoort tot het volk van God.
a) Haat integendeel het boze, en hebt lief het goede, en bestelt weer het recht, een rechtvaardig oordeel bij de handelingen des gerichts in de poort (Gen. 19:1); misschien zal de HEERE, de God der heirscharen, als almachtig Redder met u zijn. In plaats van naar Zijne gerechtigheid met u te handelen, en u geheel en al te verdelgen, daar de mate uwer zonden vol is, zal Hij de straf, die u wacht, afwenden, en aan Jozefs overblijfsel (vs. 6), het kleine overschot, dat uit het gericht overblijft en zich bekeert, genadig zijn (Joël 3:5. (Jes. 6:13).
Ps. 34:15; 97:10. Rom. 12:9.
Maar ach, Ik weet, dat al Mijne waarschuwingen en vermaningen tot bekering krachteloos zijn. Daarom, zo zegt de HEERE, de God der heirscharen, de boven alles machtige Heere: Op alle straten van de hoofdstad Samaria en de andere steden van Israël zal rouwklage zijn over verslagenen, en in alle wijken zullen zij een geween over de gruwelen aanheffen, en zeggen: Och! och! en zullen den akkerman van het veld roepen tot treuren om enen in zijn huis gestorvene, zodat de akkers onbebouwd blijven liggen, en rouwklage zal zijn bij degenen, die verstand van kermen hebben, namelijk bij de klaagvrouwen, die het zingen van klaagliederen over de doden verstaan (Jer. 9:16. Matth. 9:23).
Ja in alle wijngaarden, de plaatsen waar anders vreugde pleegt te heersen, zal rouwklage over de doden zijn; want Ik, de Heilige en de Rechtvaardige, de Sterke en IJverige, zal door het midden van u doorgaan. 1) Ik zal de goddelozen doden, gelijk Ik eens door Egypte ging, en het vonnis van het doden der eerstgeborenen aldaar ten uitvoer bracht (Ex. 12:12). Gij toch zijt van een begenadigd volk van God een verworpen Egypte geworden, zegt de HEERE.
Niet meer met gunst en genade onder u wonen. (ENG. GODGEL. GEN.).
Dit ziet op het doorgaan door Egypte, toen de Heere de eerstgeborenen sloeg. Israël is nu Egypte geworden. Het verbond is verbroken. God is Israël in een tegenpartijder verkeerd, en daarom zal Hij niet verschonen, maar Zich straffende tegenover Israël stellen. 18.
VII. Vs. 18-27.KruisverwijzingenJoël 1:15→Jesaja 1:11→Jeremia 6:20→Leviticus 26:31→Joël 2:1→Jesaja 24:17→Jesaja 66:3→Amos 6:5→
— Wee dien, die des HEEREN dag begeren! Waartoe toch zal ulieden de dag des HEEREN zijn? Hij zal duisternis wezen en geen licht. Als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws, en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijn hand aan den wand, en hem beet een slang. Zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn, en geen licht? En donkerheid, zodat er geen glans aan zij? Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken. Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien. Doe het getier uwer liederen van Mij weg; ook mag Ik uw luiten spel niet horen. Maar laat het oordeel zich daarhenen wenden als de wateren, en de gerechtigheid als een sterke beek. Hebt gij Mij veertig jaren in de woestijn slachtofferen en spijsoffer toegebracht, o huis Israels? Ja, gij droegt de tent van uw Melech, en den Kijun, uw beelden, de ster uws gods, dien gij uzelf hadt gemaakt. Daarom zal Ik ulieden gevankelijk wegvoeren, ver boven Damaskus henen, zegt de HEERE, Wiens Naam is God der heirscharen.
“Wee degenen onder u, ” zo gaat de Profeet voort, om deze laatste bedreiging (vs. 17) uit te werken en hare reden te verklaren: die den groten dag des Heeren begeren: en menen, dat het voor hen een dag van redding zal zijn! Neen! hij zal het oordeel over u brengen. Uwe huichelachtige godsdienst kan den Heere niet verzoenen. Van den beginne af heeft zich Israël aan afgodendienst schuldig gemaakt; nu zal het tot straf naar Assyrië in ballingschap worden gevoerd.
Wee dien onder u, die des HEEREN groten oordeelsdag begeren, op welken de Heere, gelijk reeds Joël geprofeteerd heeft, over alle heidenen gericht zal houden, de Zijnen uit allen nood verlossen, tot macht en heerschappij van alle volken verheffen en met ere en heerlijkheid kronen zal! waartoe toch zal ulieden, die Hij niet voor de Zijnen kan erkennen (Joël 3:5), de dag des HEEREN zijn? Meent gij dat die dag u redding van uwe vijanden zal aanbrengen, alleen omdat gij uiterlijk tot het volk van God behoort? Neen, verlangt niet naar dien dag; hij zal b) duisternis voor u wezen, vol onheil en verderf, en geen licht 1); hij zal u geen heil aanbrengen.
(Jes. 5:19. b) Jer. 30:7. Zef. 1:15.
Omdat God te doen had met mensen van ene bedorvene gesteldheid, die noch door aanbiedingen van weldaden gelokt, noch door bedreigingen van oordelen verschrikt zullen worden, opdat zij Hem mochten zoeken, maar zich koesterden in zorgeloosheid door vele valse voorgevene en vermetele opvattingen, daarom verdedigt hij in het laatst van dit kapittel hun valse vertonen, opdat de bedreigingen diep in hun gemoederen mochten zinken en hen tot bekering brengen. Op grond van Joëls profetie begeerde men den dag van ‘s Heeren wraak over de vijanden, maar men vergat dat er alleen ontkoming zou zijn voor hen, die den Naam des Heeren zouden aanroepen. Men bedacht dus niet dat die dag der wrake Gods ook hen zou treffen, die den Naam des Heeren verachtten en zich aan de afgoden hadden overgegeven. De Heere gebruikt nu verder een beeld uit het dagelijks leven, wanneer Hij voorstelt, dat wie meent uit het ene gevaar gered te zijn, op een ander stuit.
Hun, die in zulk ene vleselijke, onboetvaardige gerustheid den dag des Heeren nabij wensen, zal het zijn, als wanneer iemand vlood voor het aangezicht eens leeuws en hem ontmoette een beer; of dat hij kwam in een huis, en leunde met zijne hand aan den wand, om zich in een gevaar staande te houden, en hem beet ene slang, die in een spleet van den muur zich had verborgen, met haren dodelijken beet. Wie dus op dien dag het ene gevaar ontkomt, die zal in een tweede en derde geraken, en ook eindelijk den dood vinden; want overal, buiten en binnen, zullen dan de gevaren loeren op degenen, die aan het oordeel zijn overgegeven.
Waarom hoopt nog iemand uwer op dien dag? zal dan niet des HEEREN dag duisternis zijn en geen licht, voor u, die het kwaad en niet het goede zoekt? en donkerheid, zodat er geen glans aan zij?
Meent toch niet door uwen valsen godsdienst het dreigend oordeel te kunnen afwenden. Ik haat, Ik versmaad uwe Paasch-, Pinkster- en Loofhuttenfeesten, a) en Ik mag, daar uwe harten verre van Mij zijn, uwe verbodsdagen niet rieken; Ik heb een afkeer van uwe plechtige samenroepingen.
Jes. 1:11. Jer. 6:20.
Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uwe spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; zij zijn uitwendige werken zonder boete en geloof, waarmee gij gene genade bij Mij kunt verkrijgen; en het dankoffer van uwe vette beesten, al is het dat gij uwe dankofferen van mestkalveren brengt, mag Ik niet aanzien.
Doe, o volk! het getier uwer liederen van Mij weg, want zij zijn zonder geloof en liefde, hoe schoon zij ook klinken; ook mag Ik uwer luiten spel, daar het niets dan huichelarij is, niet horen. Hoe velen zingen met den mond en zwijgen met het hart! En hoe velen zwijgen met de lippen en schreien met het hart! Maar het hart van den mens horen de oren de Heeren. Velen worden bij gesloten mond verhoord, en velen worden bij luid geschrei niet verhoord. Men moet met het hart bidden en spreken. Wat gij zingt met den mond, dat kome voort uit uw hart. Uw hart moet met den mond samenstemmen, anders moest gij niet denken, niet zingen.
Wacht niet de vervulling uwer valse hoop, maar laat het oordeel over uwen afval van Mij zich daarhenen wentelen als de wateren, en de gerechtigheid Gods in het straffen als ene sterke beek (Jes. 10:22). De tekening is ontleend aan iets, hetwelk men meermalen ziet in bergachtige landstreken, dat namelijk de sneeuw, in het voorjaar smeltende, met zulk ene kracht van de gebergten stroomt, dat daardoor gehele beken geformeerd worden, welke alles overstromen. Het geeft te kennen, dat een gehele vloed van vreselijke oordelen het Joodse land overstromen zou, zodat er gene verberging of schuilplaats zou te vinden zijn.
Uw afval is diep ingeworteld en daarom hopeloos; van den beginne af hebt gij een afgodisch en trouweloos hart. Of hebt gij Mij veertig jaren, den tijd, dien hij (Num. 14:23 v.) sedert uw oproer te Kades moest rondzwerven, in de woestijn slachtofferen en spijsoffer, bloedige en onbloedige offeranden toegebracht, o huis Israëls!
Ja, gij droegt, in plaats van uwen waren Koning Jehova te vrezen, in plechtige optochten de tent van uwen god Melechrond, en den Kijûn, uwe beelden (of de stellaadje uwer beelden) namelijk: de ster uws gods, dien zij uzelven hadt gemaakt. De gedachte van het vers is, dat de Israëlieten enen afgod in de gedaante van ene ster in een huis of tempeltje geplaatst, op ene stellaadje in godsdienstige optochten hebben rondgedragen. Nu was de Egyptische afgodendienst, in ‘t bijzonder verering der zon als van de schitterendste ster, die licht, leven en groei veroorzaakte. Volgens Herod. (II. 42) waren Osiris en Isis de enige goden, die door alle Egyptenaren gemeenschappelijk worden vereerd. Osiris heet in Egypte Ra, d. i. zonnegod, en werd als de oorsprong aller koningen, als hoogste god en koning van alle goden beschouwd. Volgens Herodotus was het ook gebruikelijk kleine, gewoonlijk vergulde, met bloemen en op andere wijze versierde kapellen te maken, die bestemd waren om bij optochten een klein afgodsbeeld op te nemen en daarmee rondgedragen te worden. Diensvolgens is het hoogstwaarschijnlijk dat de sterrengod, dien de Israëlieten in de woestijn vereerden en in beelden belichaamden, geen ander was, dan de Egyptische Ra of Osiris; de tent en de stellaadje waren voor de bewaring en het transport der beelden van den sterrengod. Desgelijks was ook het gouden kalf, dat Israël bij den Sinaï aanbad, niets anders dan ene navolging van den Egyptischen stier Apis, die eveneens ene afbeelding van den zonnegod Osiris was. Wat Amos hier van Israëls afgodendienst gedurende de 40 jaren in de woestijn zegt, heeft natuurlijk alleen Betrekking op de massa van het volk, waarbij ook de besnijdenis achterwege bleef (Joz. 5:5-7), en de offerdienst steeds meer verviel, zodat eindelijk in ‘t geheel gene offers meer gebracht werden. Er bestonden zeker ook talrijke uitzonderingen. Hiermede komt overeen wat de 5 Boeken van Mozes over het gedrag des volks in het geheel gedurende dien tijd zeggen. “Behalve de verschillende grovere uitbrekingen van oproer des volks tegen den Heere, die daar omstandig zijn bericht, en duidelijk genoeg aantonen, dat het volk niet van harte aan zijnen God was overgegeven, worden ook sporen gevonden van openbaren afgodendienst. Daartoe behoort deels de verordening (Lev. 17) dat ieder, die een offerdier slachtte, dat tot den tabernakel moest brengen, terwijl daarbij gevoegd wordt, dat zij hun offeranden niet meer moesten brengen aan de Seïrim, dat zij nahoereerden (vs. 7), en verder de waarschuwing voor de aanbidding van zon, maan en sterren, dat gehele heir des hemels, waaruit men mag besluiten dat daartoe aanleiding geweest is. ” In Hand. 7:42 en 43 haalt Stefanus in zijne rede ons vers aan, en wel volgens de Griekse vertaling, die niet getrouw is, en op ene verkeerde opvatting van den Hebr. tekst berust. Dit doet echter aan de waarheid van deze plaats zijner rede geen afbreuk; want hij wil alleen den Joden bewijzen, dat zij altijd den Heiligen Geest hebben tegengestaan, en reeds in de woestijn het heir des hemels gediend hebben, en dit is in de Griekse overzetting juist uitgedrukt even als in den grondtekst.
Dewijl nu uw afval een zo diep gewortelde van ouds af toenemende is, daarom zal Ik ulieden gevankelijk wegvoeren, ver boven Damascus henen, die oude grens van het uwen vaderen beloofde land, zegt de Heere, wiens naam is God der heirscharen, en die macht heeft dezen Zijnen naam te bevestigen. Gij zult verder uit uw land vervoerd worden, dan toen Hazaël, koning van Syrië, zovele Israëlieten gevankelijk wegvoerde naar Damascus (Hoofdst. 1:4), en gevolgelijk minder hoop kunnen scheppen van weer te keren. De koning van Syrië voerde de tien stammen gevankelijk naar Medië (2 Kon. 14:6).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel