Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Amos 4

1 Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij, die op den berg van Samaria zijt, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; gij, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 HoortH8085 ditH2088 woordH1697, gij koeienH6510 van BasanH1316! gij, die op den bergH2022 van SamariaH8111 zijt, die de armenH1800 verdruktH6231, die de nooddruftigenH34 verplettertH7533; gij, die tot hunlieder herenH113 zegtH559: BrengtH935 aan, opdat wij drinkenH8354. Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij, die op den berg van Samaria zijt, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; gij, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken.

KJV Hear1 this word,2 ye kine4 of Bashan,5 that are in the mountain7 of Samaria,8 which oppress9 the poor,10 which crush11 the needy,12 which say13 to their masters,14 Bring,15 and let us drink.

1 שִׁמְע֞וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 הַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 הַזֶּ֗ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 4 פָּר֤וֹת H6510 koeien, vaars, koe cow, heifer, kine 5 הַבָּשָׁן֙ H1316 Bazan, Basan Bashan 6 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 בְּהַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 8 שֹֽׁמְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 9 הָעֹשְׁק֣וֹת H6231 verdrukt, geweld, verdrukken get deceitfully, deceive, defraud, drink up, (use) oppress(-ion), -or), do violence (wrong) 10 דַּלִּ֔ים H1800 armen, arme, arm lean, needy, poor (man), weaker 11 הָרֹצְצ֖וֹת H7533 onderdrukt, gebroken, stukken gestoten break, bruise, crush, discourage, oppress, struggle together 12 אֶבְיוֹנִ֑ים H34 nooddruftige, nooddruftigen, armen beggar, needy, poor (man) 13 הָאֹמְרֹ֥ת H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 לַאֲדֹֽנֵיהֶ֖ם H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 15 הָבִ֥יאָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 וְנִשְׁתֶּֽה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De Heere HEERE heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over ulieden zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De HeereH136 HEEREH3069 heeft gezworenH7650 bij Zijn heiligheidH6944, datH3588 er, zietH2009, dagenH3117 over ulieden zullen komenH935, dat men u zal optrekkenH5375 met hakenH6793, en uw nakomelingenH319 met visangelenH1729. De Heere HEERE heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over ulieden zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen.

KJV The Lord2 GOD3 hath sworn1 by his holiness,4 that, lo, the days7 shall come8 upon you, that he will take you away10 with hooks,12 and your posterity13 with fishhooks.15

1 נִשְׁבַּ֨ע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 2 אֲדֹנָ֤י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 יְהוִה֙ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 4 בְּקָדְשׁ֔וֹ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 5 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 בָּאִ֣ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 עֲלֵיכֶ֑ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 וְנִשָּׂ֤א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 11 אֶתְכֶם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 בְּצִנּ֔וֹת H6793 rondas, rondassen, haken buckler, cold, hook, shield, target 13 וְאַחֲרִיתְכֶ֖ן H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 14 בְּסִיר֥וֹת H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 15 דּוּגָֽה H1729 visangelen fish (hook)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En gij zult door de bressen uitgaan, een ieder voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleis gebracht is, wegwerpen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En gij zult door de bressenH6556 uitgaanH3318, een ieder voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleisH2038 gebracht is, wegwerpenH7993, spreektH5002 de HEEREH3068. En gij zult door de bressen uitgaan, een ieder voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleis gebracht is, wegwerpen, spreekt de HEERE.

KJV And ye shall go out2 at the breaches,1 every3 cow at that which is before her; and ye shall cast5 them into the palace,6 saith7 the LORD.

1 וּפְרָצִ֥ים H6556 scheur, breuk, bressen breach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap 2 תֵּצֶ֖אנָה H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 אִשָּׁ֣ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 נֶגְדָּ֑הּ H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 5 וְהִשְׁלַכְתֶּ֥נָה H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 6 הַהַרְמ֖וֹנָה H2038 paleis palace 7 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 8 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Komt te Beth-El, en overtreedt te Gilgal; maakt des overtredens veel, en brengt uw offers des morgens, uw tienden om de drie dagen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 KomtH935 te Beth-ElH1008, en overtreedtH6586 te GilgalH1537; maaktH7235 des overtredensH6586 veelH7235, en brengtH935 uw offersH2077 des morgensH1242, uw tiendenH4643 om de drieH7969 dagenH3117! Komt te Beth-El, en overtreedt te Gilgal; maakt des overtredens veel, en brengt uw offers des morgens, uw tienden om de drie dagen!

KJV Come1 to Bethel,2 and transgress;4 at Gilgal5 multiply6 transgression;7 and bring8 your sacrifices10 every morning,9 and your tithes13 after three11 years:

1 בֹּ֤אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 בֵֽית H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 3 אֵל֙ H1008 Beth-el, huis Gods Beth-el 4 וּפִשְׁע֔וּ H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 5 הַגִּלְגָּ֖ל H1537 Gilgal Gilgal. See also H1019 (בֵּית הַגִּלְגָּל) 6 הַרְבּ֣וּ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 7 לִפְשֹׁ֑עַ H6586 overtreden, overtreders, vielen offend, rebel, revolt, transgress(-ion, -or) 8 וְהָבִ֤יאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 לַבֹּ֨קֶר֙ H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 10 זִבְחֵיכֶ֔ם H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 11 לִשְׁלֹ֥שֶׁת H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 12 יָמִ֖ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 13 מַעְשְׂרֹֽתֵיכֶֽם H4643 tienden, tiende tenth (part), tithe(-ing)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En rookt van het gedesemde een lofoffer, en roept vrijwillige offers uit, doet het horen; want alzo hebt gij het gaarne, gij kinderen Israels! spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En rooktH6999 van het gedesemdeH2557 een lofofferH8426, en roeptH7121 vrijwillige offersH5071 uit, doet het horenH8085; wantH3588 alzoH3651 hebt gij het gaarneH157, gij kinderenH1121 IsraelsH3478! spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. En rookt van het gedesemde een lofoffer, en roept vrijwillige offers uit, doet het horen; want alzo hebt gij het gaarne, gij kinderen Israels! spreekt de Heere HEERE.

KJV And offer1 a sacrifice of thanksgiving3 with leaven,2 and proclaim4 and publish6 the free offerings:5 for this8 liketh9 you, O ye children10 of Israel,11 saith12 the Lord13 GOD.

1 וְקַטֵּ֤ר H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 2 מֵֽחָמֵץ֙ H2557 gedesemde, gedesemd, desem leaven, leavened (bread) 3 תּוֹדָ֔ה H8426 dankzegging, lof, lofofferen confession, (sacrifice of) praise, thanks(-giving, offering) 4 וְקִרְא֥וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 נְדָב֖וֹת H5071 vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gave free(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering) 6 הַשְׁמִ֑יעוּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 כֵ֤ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 9 אֲהַבְתֶּם֙ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 10 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 13 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 14 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Daarom heb Ik ulieden ookH1571 reinheidH5356 der tandenH8127 gegevenH5414 in alH3605 uw stedenH5892, en gebrekH2640 van broodH3899 in alH3605 uw plaatsenH4725; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 totH5704 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068. Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

KJV And I also have given3 you cleanness5 of teeth6 in all your cities,8 and want9 of bread10 in all your places:12 yet have ye not returned14 unto me, saith16 the LORD.

1 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֲנִי֩ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 נָתַ֨תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 לָכֶ֜ם 5 נִקְי֤וֹן H5356 onschuld, reinheid cleanness, innocency 6 שִׁנַּ֨יִם֙ H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 7 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 עָ֣רֵיכֶ֔ם H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 9 וְחֹ֣סֶר H2640 gebrek in want of 10 לֶ֔חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 11 בְּכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 מְקוֹמֹֽתֵיכֶ֑ם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 13 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 שַׁבְתֶּ֥ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 15 עָדַ֖י H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daartoe heb Ik ook den regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot den oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daartoe heb IkH595 ookH1571 den regenH1653 vanH4480 ulieden geweerdH4513, als er nogH5750 drieH7969 maandenH2320 waren tot den oogstH7105, en heb doen regenenH4305 overH5921 de eneH259 stadH5892, maar overH5921 de andere stadH5892 nietH3808 doen regenenH4305; het eneH259 stuk landsH2513 werd beregendH4305, maar het andere stuk landsH2513, waarH834 het nietH3808 opH5921 regendeH4305, verdordeH3001. Daartoe heb Ik ook den regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot den oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.

KJV And also I have withholden3 the rain6 from you, when there were yet three8 months9 to the harvest:10 and I caused it to rain11 upon one14 city,13 and caused it not to rain19 upon another17 city:16 one21 piece20 was rained22 upon, and the piece23 whereupon it rained26 not withered.

1 וְגַ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אָנֹכִי֩ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 3 מָנַ֨עְתִּי H4513 geweerd, onthouden, Bedwing deny, keep (back), refrain, restrain, withhold 4 מִכֶּ֜ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַגֶּ֗שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 7 בְּע֨וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 8 שְׁלֹשָׁ֤ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 9 חֳדָשִׁים֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 10 לַקָּצִ֔יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 11 וְהִמְטַרְתִּי֙ H4305 regenen, regende, beregend (cause to) rain (upon) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 אֶחָ֔ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 15 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 עִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 17 אַחַ֖ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 18 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 אַמְטִ֑יר H4305 regenen, regende, beregend (cause to) rain (upon) 20 חֶלְקָ֤ה H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 21 אַחַת֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 22 תִּמָּטֵ֔ר H4305 regenen, regende, beregend (cause to) rain (upon) 23 וְחֶלְקָ֛ה H2513 stuk, deel, stuk akkers field, flattering(-ry), ground, parcel, part, piece of land (ground), plat, portion, slippery place, smooth (thing) 24 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 25 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 26 תַמְטִ֥יר H4305 regenen, regende, beregend (cause to) rain (upon) 27 עָלֶ֖יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 28 תִּיבָֽשׁ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En twee, drie steden togen om tot een stad, opdat zij water mochten drinken, maar werden niet verzadigd; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En tweeH8147, drieH7969 stedenH5892 togenH5128 om tot eenH259 stadH5892, opdat zij waterH4325 mochten drinkenH8354, maar werden nietH3808 verzadigdH7646; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 tot Mij, spreektH5002 de HEEREH3068. En twee, drie steden togen om tot een stad, opdat zij water mochten drinken, maar werden niet verzadigd; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

KJV So two2 or three3 cities4 wandered1 unto one7 city,6 to drink8 water;9 but they were not satisfied:11 yet have ye not returned13 unto me, saith15 the LORD.

1 וְנָע֡וּ H5128 schudden, omzwerven, bewogen continually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down) 2 שְׁתַּיִם֩ H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 שָׁלֹ֨שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 4 עָרִ֜ים H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 עִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 אַחַ֛ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 לִשְׁתּ֥וֹת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 9 מַ֖יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יִשְׂבָּ֑עוּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of 12 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 שַׁבְתֶּ֥ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 עָדַ֖י H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Ik heb ulieden geslagen met brandkoren en met honigdauw; de veelheid uwer hoven, en uwer wijngaarden, en uwer vijgebomen, en uwer olijfbomen at de rups op; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Ik heb ulieden geslagenH5221 met brandkorenH7711 en met honigdauwH3420; de veelheidH7235 uwer hovenH1593, en uwer wijngaardenH3754, en uwer vijgebomenH8384, en uwer olijfbomenH2132 atH398 de rupsH1501 op; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 totH5704 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068. Ik heb ulieden geslagen met brandkoren en met honigdauw; de veelheid uwer hoven, en uwer wijngaarden, en uwer vijgebomen, en uwer olijfbomen at de rups op; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

KJV I have smitten1 you with blasting3 and mildew:4 when your gardens6 and your vineyards7 and your fig trees8 and your olive trees9 increased,5 the palmerworm11 devoured10 them: yet have ye not returned13 unto me, saith15 the LORD.

1 הִכֵּ֣יתִי H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 אֶתְכֶם֮ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בַּשִּׁדָּפ֣וֹן H7711 brandkoren blasted(-ing) 4 וּבַיֵּרָקוֹן֒ H3420 honigdauw, bleekheid greenish, yellow 5 הַרְבּ֨וֹת H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 6 גַּנּוֹתֵיכֶ֧ם H1593 hoven, hof garden 7 וְכַרְמֵיכֶ֛ם H3754 wijngaarden, wijngaard, wijngaards vines, (increase of the) vineyard(-s), vintage. See also H1021 (בֵּית הַכֶּרֶם) 8 וּתְאֵנֵיכֶ֥ם H8384 vijgeboom, vijgen, vijgebomen fig (tree) 9 וְזֵיתֵיכֶ֖ם H2132 olijfbomen, olijfboom, olijfgaarden olive (tree, -yard), Olivet 10 יֹאכַ֣ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 11 הַגָּזָ֑ם H1501 rups palmer-worm 12 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 שַׁבְתֶּ֥ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 14 עָדַ֖י H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ik heb de pestilentie onder ulieden gezonden, naar de wijze van Egypte; Ik heb uw jongelingen door het zwaard gedood, en uw paarden gevankelijk laten wegvoeren; en Ik heb den stank uwer heirlegeren zelfs in uw neus doen opgaan; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Ik heb de pestilentieH1698 onder ulieden gezondenH7971, naar de wijzeH1870 van EgypteH4714; Ik heb uw jongelingenH970 door het zwaardH2719 gedoodH2026, en uw paardenH5483 gevankelijkH7628 laten wegvoeren; en Ik heb den stankH889 uwer heirlegerenH4264 zelfs in uw neusH639 doen opgaanH5927; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 totH5704 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068. Ik heb de pestilentie onder ulieden gezonden, naar de wijze van Egypte; Ik heb uw jongelingen door het zwaard gedood, en uw paarden gevankelijk laten wegvoeren; en Ik heb den stank uwer heirlegeren zelfs in uw neus doen opgaan; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

KJV I have sent1 among you the pestilence3 after the manner4 of Egypt:5 your young men8 have I slain6 with the sword,7 and have taken away10 your horses;11 and I have made the stink13 of your camps14 to come up12 unto your nostrils:15 yet have ye not returned17 unto me, saith19 the LORD.

1 שִׁלַּ֨חְתִּי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 בָכֶ֥ם 3 דֶּ֨בֶר֙ H1698 pestilentie, pest, pestilentien murrain, pestilence, plague 4 בְּדֶ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 הָרַ֤גְתִּי H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 7 בַחֶ֨רֶב֙ H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 8 בַּח֣וּרֵיכֶ֔ם H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 9 עִ֖ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 10 שְׁבִ֣י H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 11 סֽוּסֵיכֶ֑ם H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 12 וָאַעֲלֶ֞ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 בְּאֹ֤שׁ H889 stank stink 14 מַחֲנֵיכֶם֙ H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 15 וּֽבְאַפְּכֶ֔ם H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 16 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 שַׁבְתֶּ֥ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 18 עָדַ֖י H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 20 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ik heb sommigen onder ulieden omgekeerd, gelijk God Sodom en Gomorra omkeerde, u, die waart als een vuurbrand, dat uit den brand gered is; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Ik heb sommigen onder ulieden omgekeerdH2015, gelijk GodH430 SodomH5467 en GomorraH6017 omkeerdeH4114, u, die waartH1961 als een vuurbrandH181, dat uit den brandH8316 geredH5337 is; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 totH5704 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068. Ik heb sommigen onder ulieden omgekeerd, gelijk God Sodom en Gomorra omkeerde, u, die waart als een vuurbrand, dat uit den brand gered is; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.

KJV I have overthrown1 some of you, as God4 overthrew3 Sodom6 and Gomorrah,8 and ye were as a firebrand10 plucked out11 of the burning:12 yet have ye not returned14 unto me, saith16 the LORD.

1 הָפַ֣כְתִּי H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 2 בָכֶ֗ם 3 כְּמַהְפֵּכַ֤ת H4114 omkering, omgekeerd, omkeerde when...overthrew, overthrow(-n) 4 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 סְדֹ֣ם H5467 Sodom Sodom 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עֲמֹרָ֔ה H6017 Gomorra Gomorrah 9 וַתִּהְי֕וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 כְּא֖וּד H181 vuurbrand, vuurbranden (fire-) brand 11 מֻצָּ֣ל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out) 12 מִשְׂרֵפָ֑ה H8316 brand, branding, brands burning 13 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 שַׁבְתֶּ֥ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 15 עָדַ֖י H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 DaaromH3651 zal Ik u alzo doen, o IsraelH3478! omdatH3588 Ik u dan ditH2063 doenH6213 zal, zo schikH3559 u, o IsraelH3478! om uw GodH430 te ontmoetenH7125. Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten.

KJV Therefore thus will I do3 unto thee, O Israel:5 and because6 I will do9 this unto thee, prepare11 to meet12 thy God,13 O Israel.

1 לָכֵ֕ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אֶעֱשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 לְּךָ֖ 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 עֵ֚קֶב H6118 loon, einde, geschieden [idiom] because, by, end, for, if, reward 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 זֹ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 9 אֶֽעֱשֶׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 לָּ֔ךְ 11 הִכּ֥וֹן H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 12 לִקְרַאת H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 13 אֱלֹהֶ֖יךָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 14 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Want zie, Die de bergen formeert, en den wind schept, en den mens bekend maakt, wat zijn gedachte zij, Die den dageraad duisternis maakt, en op de hoogten der aarde treedt, HEERE, God der heirscharen, is Zijn Naam.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 WantH3588 zieH2009, Die de bergenH2022 formeertH3335, en den windH7307 scheptH1254, en den mensH120 bekendH5046 maaktH6213, watH4100 zijn gedachteH7808 zij, Die den dageraadH7837 duisternisH5890 maakt, en opH5921 de hoogtenH1116 der aardeH776 treedtH1869, HEEREH3068, GodH430 der heirscharenH6635, is Zijn NaamH8034. Want zie, Die de bergen formeert, en den wind schept, en den mens bekend maakt, wat zijn gedachte zij, Die den dageraad duisternis maakt, en op de hoogten der aarde treedt, HEERE, God der heirscharen, is Zijn Naam.

KJV For, lo, he that formeth3 the mountains,4 and createth5 the wind,6 and declareth7 unto man8 what is his thought,10 that maketh11 the morning12 darkness,13 and treadeth14 upon the high places16 of the earth,17 The LORD,18 The God19 of hosts,20 is his name.

1 כִּ֡י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּה֩ H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 יוֹצֵ֨ר H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 4 הָרִ֜ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 5 וּבֹרֵ֣א H1254 geschapen, schiep, schep choose, create (creator), cut down, dispatch, do, make (fat) 6 ר֗וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 וּמַגִּ֤יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 8 לְאָדָם֙ H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 9 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 שֵּׂח֔וֹ H7808 gedachte thought 11 עֹשֵׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 שַׁ֨חַר֙ H7837 dageraad, dageraads, hasschachar day(-spring), early, light, morning, whence riseth 13 עֵיפָ֔ה H5890 duisternis, stikdonker darkness 14 וְדֹרֵ֖ךְ H1869 treden, gespannen, getreden archer, bend, come, draw, go (over), guide, lead (forth), thresh, tread (down), walk 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 בָּ֣מֳתֵי H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 17 אָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 18 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 אֱלֹהֵֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 21 שְׁמֽוֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Amos 4:1 Psalmen 22:12 Amos 6:1 Ezechiël 39:18 Amos 5:11 Psalmen 140:12 Spreuken 23:10 Amos 3:9 Deuteronomium 28:33
Amos 4:2 Psalmen 89:35 Jeremia 16:16 Amos 6:8 Habakuk 1:15 Jesaja 37:29 Ezechiël 39:4
Amos 4:3 Ezechiël 12:5 Ezechiël 12:12 2 Koningen 7:7 Sefanja 1:18 2 Koningen 7:15 Jesaja 31:7 Mattheüs 16:26 Jesaja 2:20
Amos 4:4 Hosea 4:15 Ezechiël 20:39 Hosea 12:11 Mattheüs 23:32 Hosea 9:15 Numeri 28:3 Amos 5:21 Joël 3:9
Amos 4:5 Leviticus 22:18 Psalmen 81:12 Leviticus 7:12 Hosea 9:10 Mattheüs 6:2 Hosea 9:1 Leviticus 23:17 Deuteronomium 12:6
Amos 4:6 Hagai 2:17 Jeremia 5:3 Jesaja 9:13 Leviticus 26:26 Openbaring 16:10 1 Koningen 18:2 2 Kronieken 28:22 Jesaja 3:1
Amos 4:7 Jeremia 3:3 Exodus 9:26 Exodus 9:4 Jesaja 5:6 Exodus 10:23 Richteren 6:37 Openbaring 11:6 1 Koningen 8:35
Amos 4:8 Amos 4:6 Hagai 1:6 1 Koningen 18:5 Jeremia 23:14 Jesaja 41:17 Jeremia 3:7 Hosea 7:10 Amos 4:9
Amos 4:9 Hagai 2:17 Deuteronomium 28:22 Joël 1:4 Amos 7:1 Amos 4:6 1 Koningen 8:37 Job 36:8 Amos 4:8
Amos 4:10 Joël 2:20 Deuteronomium 28:60 Leviticus 26:25 2 Koningen 13:7 Jeremia 18:21 Jeremia 48:15 Jeremia 11:22 2 Koningen 13:3
Amos 4:11 Jesaja 13:19 Zacharia 3:2 Genesis 19:24 Judas 1:23 Amos 4:6 Jeremia 49:18 2 Petrus 2:6 Hosea 11:8
Amos 4:12 1 Thessalonicenzen 5:2 Jakobus 4:1 Ezechiël 13:5 Hosea 13:8 Amos 9:1 Mattheüs 5:25 Amos 5:4 Markus 13:32
Amos 4:13 Amos 5:8 Micha 1:3 Amos 9:6 Jeremia 10:16 Daniël 2:28 Jesaja 47:4 Psalmen 65:6 Jeremia 10:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Amos 4 vers 1

koeien van Basan Verg. Ps. 22:13 , met de aantekening, idem Jes. 28:1 ; Hos. 4:16 , en versta hier, de goddeloze en trotse regeerders en richters, die zich mestten van de geschenken der rijken, die de armen voor het gericht betrokken en onderdrukken. Zij worden genoemd koeien van Basan, omdat er vette weiden en koeien in Basan waren.

Hertaald: koeien van Basan Vergelijk Ps. 22:13 met de aantekening, en ook Jes. 28:1; Hos. 4:16. Versta hier de goddeloze en trotse bestuurders en rechters, die zich mestten met de geschenken van de rijken en die de armen voor het gericht sleepten en onderdrukten. Zij worden koeien van Basan genoemd, omdat er in Basan vette weiden en koeien waren.

hunlieder heren zegt Der armen rijke schuldheren, of crediteuren, die de behoeftige lieden, als slaven, in hunne macht hadden.

Hertaald: hunlieder heren zegt De rijke schuldeisers van de armen, die de behoeftigen als slaven in hun macht hadden.

Brengt aan, Brengt ons maar geld of geschenken, opdat wij daarvan mogen zuipen en zwelgen, en maakt gij het dan met de armen zoals gij wilt. Verg. Hos. 4:18 .

Hertaald: Brengt aan, Breng ons maar geld of geschenken, zodat wij daarvan kunnen zuipen en zwelgen, en doe dan met de armen wat u wilt. Vergelijk Hos. 4:18.

Amos 4 vers 2

bij Zijn heiligheid, Zie Gen. 22:16 .

Hertaald: bij Zijn heiligheid, Zie Gen. 22:16.

dagen over ulieden zullen komen, Dat is, bestemde tijden van plagen. Zie Ps. 37:13 ; Jer. 50:27 , Jer. 50:31 , en Joël 1:15 , met de aantekening.

Hertaald: dagen over ulieden zullen komen, Dat is: vastgestelde tijden van plagen. Zie Ps. 37:13; Jer. 50:27, Jer. 50:31 en Joël 1:15 met de aantekening.

dat men u Hebr. dat hij; dat is, dat men, of de vijand, enz.

Hertaald: dat men u Hebreeuws: dat hij; dat is: dat men, of de vijand, enzovoort.

zal optrekken met haken, Of, wegnemen, wegvoeren, in het volgende met haken. Versta, gelijk men de grote vissen met haken uit de zee optrekt, zal Ik u door den vijand uit uw land wegrukken, hoe node of ongaarne gij ook daaruit zoudt willen, Verg. Jer. 16:16 ; Hab. 1:14-15 , en voorts Job 40:21 ; Jes. 37:29 ; Ezech. 19:4 , Ezech. 19:9 , en Ezech. 29:4 .

Hertaald: zal optrekken met haken, Of: wegnemen, wegvoeren, in het vervolg met haken. Versta: zoals men de grote vissen met haken uit de zee ophaalt, zo zal Ik u door de vijand uit uw land wegrukken, hoe ongaarne u daar ook uit zou willen. Vergelijk Jer. 16:16; Hab. 1:14-15, en verder Job 40:21; Jes. 37:29; Ezech. 19:4, Ezech. 19:9 en Ezech. 29:4.

nakomelingen Of, uw laatste, achterste; dat is, die achtergebleven en mogen zijn, of zich achterlijk houden. Zie van het Hebr. woord ziet. Zie Job 40:21 .

Hertaald: nakomelingen Of: uw laatsten, achtersten; dat is: zij die achtergebleven zijn of zich achteraf houden.

visangelen Die scherp en stekende zijn als doornen, of naar de wijze van die gemaakt, waarop het Hebr. woord ziet. Zie Job 40:21 .

Hertaald: visangelen Die scherp en stekend zijn als doornen, of naar het model daarvan gemaakt; daarop ziet het Hebreeuwse woord. Zie Job 40:21.

Amos 4 vers 3

gij zult Koeien van Basan, waarvan in vs.1.

Hertaald: gij zult Namelijk koeien van Basan, over wie vers 1.

bressen uitgaan, Van den stadsmuur, die de vijand daarin zal hebben gemaakt, om te zien of gij zoudt kunnen ontvlieden; of gij zult door den vijand uitgevoerd worden in de gevangenis. Verg. Ezech. 12:5 , Ezech. 12:12 , enz.

Hertaald: bressen uitgaan, Namelijk uit de stadsmuur, die de vijand daarin geslagen zal hebben, om te zien of u zou kunnen ontkomen; of: u zult door de vijand in gevangenschap weggevoerd worden. Vergelijk Ezech. 12:5, Ezech. 12:12, enzovoort.

ieder Koe van Basan, dat is, een iegenlijk van ulieden, gij die nu zo weelderig en stout zijt.

Hertaald: ieder Namelijk elke koe van Basan, dat is: ieder van u die nu zo weelderig en brutaal bent.

voor zich henen; Zonder te denken op de anderen, ziende slechts voor uzelven om een heenkomen, gelijk men zegt. Verg. Am. 2:15-16 . Of, gij zult een voor een gevangen henen voorbijgaan met uw gevangen gereedschap.

Hertaald: voor zich henen; Zonder aan de anderen te denken, terwijl u alleen voor uzelf een goed heenkomen zoekt, zoals men zegt. Vergelijk Amos 2:15-16. Of: u zult een voor een gevangen voorbijtrekken met uw meegenomen gereedschap.

hetgeen in het paleis gebracht is, Dat gij in uwe paleizen hebt vergaderd door geweld en roverij; zie Am. 3:10 . Anders: gij zult de paleizen wegwerpen, dat is, verlaten.

Hertaald: hetgeen in het paleis gebracht is, Wat u door geweld en roverij in uw paleizen bijeengebracht hebt; zie Amos 3:10. Anders: u zult de paleizen wegwerpen, dat is: verlaten.

Amos 4 vers 4

Komt Een bevel, spottenderwijze gegeven; want aldus bespot de Heere den hittigen brand en de dolheid der Israëlieten in het bedrijven der afgoderij, die den afgoden gaven wat met Gode alleen te Jeruzalem moest geven, en daarenboven veel meer deden ter ere der afgoden dan God voor zich bevoelen had; verg. Jer. 7:21 ; Ezech. 20:39 , met de aantekening.

Hertaald: Komt Een bevel dat bij wijze van spot gegeven wordt. Zo bespot de HEERE de brandende ijver en de dolheid van de Israëlieten in het bedrijven van hun afgoderij. Zij gaven aan de afgoden wat alleen aan God in Jeruzalem gegeven moest worden, en deden bovendien veel meer ter ere van de afgoden dan God voor Zichzelf bevolen had. Vergelijk Jer. 7:21; Ezech. 20:39 met de aantekening.

Bethel, Zie Hos. 4:15 , en Hos. 12:5 , en Am. 5:5 .

Hertaald: Bethel, Zie Hos. 4:15, Hos. 12:5 en Amos 5:5.

te Gilgal; Versta hierop: Komt gaat vrij naar Gilgal, enz.

Hertaald: te Gilgal; Vul hierbij aan: kom, ga gerust naar Gilgal, enzovoort.

des overtredens veel, Hebr. maakt veel, of vermenigvuldigt overtredende, of met overtreden.

Hertaald: des overtredens veel, Hebreeuws: maakt veel, of: vermenigvuldigt overtredend, of: met overtreden.

drie dagen Dat is, om alle drie jaren der dagen; dat is drrie volle jaren, naar het bevel Gods, Deut. 14:28 ; alzo wordt dagen voor vele dagen, of een jaar der dagen voor vele dagen, of een jaar der dagen [dat is, een vol jaar] genomen, Lev. 25:29 ; Num. 9:22 ; 1 Sam. 27:7 ; zie de met de aantekening aldaar. Sommigen verstaan het van de vrolijke maaltijden, die zij op de drie feesten, pasen, pinksteren en der loofhutten, hielden van hunne tienden, Deut. 14:22 . Eenigen menen dat zij wel alle drie dagen den afgoden deden, wat men Gode slechts deed om de drie jaren.

Hertaald: drie dagen Dat is: om de drie jaar der dagen, dat is: drie volle jaren, naar Gods bevel in Deut. 14:28. Zo wordt een jaar der dagen genomen voor een vol jaar; Lev. 25:29; Num. 9:22; 1 Sam. 27:7; zie de aantekening daar. Sommigen verstaan het van de vrolijke maaltijden die zij op de drie feesten — pasen, pinksteren en het loofhuttenfeest — van hun tienden hielden, Deut. 14:22. Anderen menen dat zij om de drie dagen voor de afgoden deden wat men voor God maar om de drie jaar deed.

Amos 4 vers 5

rookt Zie Lev. 2:1 , Lev. 2:15 .

Hertaald: rookt Zie Lev. 2:1, Lev. 2:15.

gedesemde Zie Lev. 2:11 , en Lev. 7:13 . Doch het schijnt dat de Israëlieten een nieuw reukoffer uit zuurdesem hadden verzonnen, doende alzo vele zonden tevens.<i>I.</i> Gevende den afgoden wat Gode toekwam.<i>II.</i> In een andere plaats den te Jeruzalem.<i>III.</i> Nieuwe overtollige diensten tegen Gods wet invoerende, om kwanswijs een ijver te betonen.

Hertaald: gedesemde Zie Lev. 2:11 en Lev. 7:13. Maar het lijkt erop dat de Israëlieten een nieuw spijsoffer met zuurdeeg verzonnen hadden, waarmee zij verscheidene zonden tegelijk begingen: ten eerste door aan de afgoden te geven wat God toekwam; ten tweede door het op een andere plaats te doen dan in Jeruzalem; en ten derde door nieuwe, overbodige diensten tegen Gods wet in te voeren, om zogenaamd ijver te tonen.

hebt gij het gaarne, Hebr. hebt gijlieden lief, of bemint gij, gelijk elders; alsof God zeide: Gij wilt het toch zo hebben, doet het dan, maar bedenkt hoe het u bekomen is, en wijders bekomen zal, gelijk volgt.

Hertaald: hebt gij het gaarne, Hebreeuws: hebt u lief, of: bemint u, zoals elders. Alsof God zei: u wilt het toch zo hebben, doe het dan maar — maar bedenk hoe het u vergaan is en verder zal vergaan, zoals volgt.

Amos 4 vers 6

reinheid der tanden Dat is, gebrek aan spijs, of honger; want waar niets is te eten, daar kleeft geen spijs aan de tanden. Verg. 1 Kon. 17:18 ; Joël 1:1 , en zie wijders de aantekening. Spr. 14:4 ; Jes. 3:26 .

Hertaald: reinheid der tanden Dat is: gebrek aan voedsel, of honger; want waar niets te eten is, blijft er geen spijs aan de tanden hangen. Vergelijk 1 Kon. 17:18; Joël 1:1, en zie verder de aantekening bij Spr. 14:4; Jes. 3:26.

tot Mij, Hebr. tot mij toe. Zie van deze manier van spreken Joël 2:12 , alzo in het volgende.

Hertaald: tot Mij, Hebreeuws: tot Mij toe. Zie over deze manier van spreken Joël 2:12; zo ook in het vervolg.

Amos 4 vers 7

regen van ulieden geweerd, Dien de Heere placht te geven tegen den oogst, om het koren zwaar en rijp te maken. Zie Joël 2:23 .

Hertaald: regen van ulieden geweerd, De regen die de HEERE placht te geven tegen de oogsttijd, om het koren zwaar en rijp te maken. Zie Joël 2:23.

Amos 4 vers 8

verzadigd; Dat is, zij konden niet genoeg bekomen tot hun nooddruft.

Hertaald: verzadigd; Dat is: zij konden niet genoeg krijgen voor hun behoefte.

Amos 4 vers 9

brandkoren en met honigdauw; Zie van deze beide plagen, Deut. 28:22 .

Hertaald: brandkoren en met honigdauw; Zie over deze beide plagen Deut. 28:22.

veelheid uwer hoven, Hebr. het vermenigvuldigen uwer hoven.

Hertaald: veelheid uwer hoven, Hebreeuws: het vermenigvuldigen van uw hoven.

rups op; Zie Joël 1:4 .

Hertaald: rups op; Zie Joël 1:4.

Amos 4 vers 10

wijze van Egypte; Hebr. in, of op, naar den weg van Egypte; dat is, naar de wuijze [gelijk Gen. 31:35 ] , gelijkerwijs als Ik de sterfte eertijds gezonden heb in Egypte. Zie Ex. 9:3 , Ex. 9:6 ; Ps. 78:50 . Anders, opden weg van Egypte; dat is, als gij op den weg waart om in Egypte hulp te zoeken. Zie Hos. 7:11-12 .

Hertaald: wijze van Egypte; Hebreeuws: in, op of naar de weg van Egypte; dat is: naar de wijze van Egypte, zoals Gen. 31:35 — zoals Ik de sterfte vroeger in Egypte gezonden heb. Zie Ex. 9:3, Ex. 9:6; Ps. 78:50. Anders: op de weg naar Egypte, dat is: toen u onderweg was om in Egypte hulp te zoeken. Zie Hos. 7:11-12.

en uw paarden Hebr. met gevangenis uwer paarden, die rijke en prachtige jonkmannen bij menigte gebruikt hadden.

Hertaald: en uw paarden Hebreeuws: met de gevangenschap van uw paarden, die de rijke en pralende jongemannen bij menigten gebruikt hadden.

stank Zo van de gestorvenen door Gods plaag als van de geslagenen door den vijand.

Hertaald: stank Zowel van hen die door Gods plaag gestorven waren als van hen die door de vijand verslagen waren.

Amos 4 vers 11

omgekeerd, Uw staat bijkans geheel verwoest. Zie 2 Kon. 13:3 , en 2 Kon. 14:26 .

Hertaald: omgekeerd, Uw staat is bijna geheel verwoest. Zie 2 Kon. 13:3 en 2 Kon. 14:26.

Sodom en Gomórra omkeerde, Met andere steden. Zie Gen. 19:24 ; Jes. 13:19 ; Jer. 49:18 ; Hos. 11:8 .

Hertaald: Sodom en Gomórra omkeerde, Met de andere steden. Zie Gen. 19:24; Jes. 13:19; Jer. 49:18; Hos. 11:8.

vuurbrand, Gelijk een hout, dat half of bijkans verbrand was, als Ik u genadiglijk uit dat verderf uitrukte en herstelde door Jerobeam, den zoon van Joas. Zie 2 Kon. 14:25 , en vrg. Zach. 3:2 .

Hertaald: vuurbrand, Als een stuk hout dat half of bijna verbrand was, toen Ik u genadig uit dat verderf trok en herstelde door Jerobeam, de zoon van Joas. Zie 2 Kon. 14:25 en vergelijk Zach. 3:2.

Amos 4 vers 12

alzo doen, Om uwe zonden en hardnekkigheid [in het voorgaande verhaald] zal Ik zo met u handelen, gelijk Ik in vs.2,3, gedreigd heb.

Hertaald: alzo doen, Om uw zonden en hardnekkigheid, die in het voorgaande verteld zijn, zal Ik zo met u handelen als Ik in vers 2 en 3 gedreigd heb.

om uw God te ontmoeten Hebr. tot ontmoeting van uwen God; dat is, dat gij Hem ontmoet met ware bekering, omzijn toorn te stillen; of, bereid u om [zo gij kunt] tegen Hem aan te gaan, en zijne aankomst, als van uwen vijand, af te keren. Verg. Ezech. 13:5 , en Ezech. 22:30 , op beide past het volgende, waarin die God beschreven wordt, met wien zij te doen hadden, en die hun dit alles dreigde.

Hertaald: om uw God te ontmoeten Hebreeuws: tot ontmoeting van uw God; dat is: dat u Hem tegemoet gaat met ware bekering, om Zijn toorn te stillen. Of: maak u gereed om — als u dat kunt — tegen Hem op te trekken en Zijn komst als die van uw vijand af te weren. Vergelijk Ezech. 13:5 en Ezech. 22:30. Bij beide opvattingen past het vervolg, waarin beschreven wordt met welke God zij te maken hadden en Die hun dit alles dreigde.

Amos 4 vers 13

zijn gedachte zij, Die het hart des mensen doorgrondt en zijn verborgenste gedachten weet, doende zulks blijken metterdaad, wanneer Hij des mensen geheimste aanslagen en voornemens dikwijls wonderbaarlijk ontdekt en belet. Of men kan het nemen voor een bewijs van Gods almacht, dewijl Hij toekomende dingen, die Hij in zijnen raad besloten heeft, den mensen openbaart, en evenwel onverhinderd in het werk stelt. Verg. Jes. 41:22 , Jes. 41:26 .

Hertaald: zijn gedachte zij, Die het hart van de mens doorgrondt en zijn meest verborgen gedachten kent, en dat metterdaad laat blijken wanneer Hij de geheimste plannen en voornemens van de mens vaak op wonderlijke wijze ontdekt en verhindert. Of men kan het opvatten als een bewijs van Gods almacht, omdat Hij toekomstige dingen die Hij in Zijn raad besloten heeft aan de mensen openbaart en ze toch ongehinderd tot uitvoering brengt. Vergelijk Jes. 41:22, Jes. 41:26.

dageraad Dat is, licht in duisternis verandert, als het Hem belieft. Zie Am. 5:8 . Anders: dageraad [en] de duisternis, dat is, dag en nacht maakt.

Hertaald: dageraad Dat is: Die het licht in duisternis verandert wanneer het Hem behaagt. Zie Amos 5:8. Anders: dageraad en duisternis, dat is: Die dag en nacht maakt.

hoogten der aarde treedt, Dat is, die verheven is boven alle heerlijkheid en souvereiniteit, alle wereldse hoogheid als onder zijne voeten hebbende. Verg. Mi. 1:3 .

Hertaald: hoogten der aarde treedt, Dat is: Die verheven is boven alle heerlijkheid en soevereiniteit, en alle wereldse hoogheid als het ware onder Zijn voeten heeft. Vergelijk Micha 1:3.

heirscharen, Zie 2 Kon. 18:15 .

Hertaald: heirscharen, Zie 2 Kon. 18:15.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij  — vijf tuchtigingen op rij, elk gevolgd door hetzelfde weerkerende refrein (Amos 4:6-11)

Vijf keer beschrijft God een straf die Hij zond, en vijf keer sluit Hij af met hetzelfde refrein: "nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE." Eerst honger: "Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen" (Amos 4:6). Dan droogte, waarbij de ene stad wel regen kreeg en de andere niet (Amos 4:7), zodat men van stad tot stad trok om water te vinden zonder verzadigd te worden (Amos 4:8). Dan brandkoren, honigdauw en de rups die hoven, wijngaarden en olijfbomen opat (Amos 4:9). Dan pest en oorlog, "naar de wijze van Egypte" (Amos 4:10). En ten slotte een omkering "gelijk God Sodom en Gomorra omkeerde" (Amos 4:11). Bij elk van de vijf staat hetzelfde refrein.

Bijbelse betekenis: Merk op wat elke tuchtiging gemeen heeft: zij is een middel, geen doel op zich. God straft niet om te straffen maar om terug te roepen; dat blijkt uit het feit dat elke tuchtiging dezelfde bedoeling had. Let vervolgens op de opklimming in zwaarte: van honger, via droogte en plaag, naar pest en oorlog, tot een omkering als van Sodom en Gomorra — de zwaarste vergelijking die er is. Vijf keer neemt de straf toe, en vijf keer blijft het antwoord uit. Let ten slotte op het refrein zelf. Het wordt niet gevarieerd; dezelfde vijf woorden keren telkens terug, alsof het boek zelf de hoorder wil laten voelen hoe hardnekkig de weigering was.

Typologie: Paulus stelt dezelfde vraag aan wie Gods goedertierenheid veracht: "Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?" (Rom. 2:4, reeds behandeld). Wat bij Amos tuchtiging was, noemt Paulus daar goedertierenheid — beide zijn erop gericht dezelfde omkeer te bewerken.

Amos 4:6-11; Rom. 2:4

Schik u, o Israël, om uw God te ontmoeten  — na vijf vergeefse waarschuwingen komt de aankondiging zelf, gedragen door een lofprijzing (Amos 4:12-13)

Na de vijf tuchtigingen die niets uithaalden, komt het vonnis: "Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten" (Amos 4:12). Het hoofdstuk sluit met een lofprijzing op de Macht van Wie dit vonnis komt: "Die de bergen formeert, en den wind schept, en den mens bekend maakt, wat zijn gedachte zij, Die den dageraad duisternis maakt, en op de hoogten der aarde treedt, HEERE, God der heirscharen, is Zijn Naam" (Amos 4:13).

Bijbelse betekenis: Merk op wat er niet meer staat in Amos 4:12: geen zesde tuchtiging, geen nieuwe kans om te leren. Wat volgt is een ontmoeting, niet nog een waarschuwing. Let vervolgens op het woord ontmoeten. Het is een woord dat evengoed voor een vriendschappelijke samenkomst gebruikt kan worden, maar hier krijgt het door de context een andere lading: schik u erop voor. Let ten slotte op de plaats van de lofprijzing in Amos 4:13. Vlak na een aankondiging van oordeel klinkt een lied over Wie God is — Schepper van bergen en wind, Kenner van des mensen gedachten. Het vonnis komt niet van een onbekende macht maar van Degene Die alles gemaakt heeft en alles weet.

Typologie: De Hebreeënbrief gebruikt bijna dezelfde woorden voor wie de genade veracht: "vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods" (Hebr. 10:31, reeds behandeld).

Amos 4:12-13; Hebr. 10:31

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Amos 4

Amos 4:12.Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 5:2Jakobus 4:1Ezechiël 13:5Hosea 13:8Amos 9:1Mattheüs 5:25Amos 5:4Markus 13:32
— Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten.
“Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten.”

Soms raakt het volk van de HEERE de weg van de omgang en de gemeenschap met Hem kwijt. Zo was het met Israël in de dagen van Amos. En toch verklaart de HEERE hier nog altijd hún God te zijn, want Hij zegt: schik u om uw Gód te ontmoeten.

Voor wie Zijn volk zijn, is Hij nog altijd hun God. Zij mogen in een koude toestand van hart vervallen zijn en nu in de duisternis wandelen zonder licht te zien. Toch roept Hij hen om Hem te ontmoeten, want Hij begeert hun gezelschap. Hij heeft hen telkens weer gekastijd omdat zij niet dicht bij Hem wilden wandelen, en Hij staat gereed hen nog meer te kastijden. Maar Hij zal Zijn hand inhouden als zij nu tot Hem naderen.

Bedenk dat Elifaz Job aanspoorde het bevel op te volgen: “Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.”

Zou iemand vragen: wat moeten wij doen om ons toe te bereiden Hem te ontmoeten? Dan antwoord ik: werp de afgoden uit uw hart. Heb niemand en niets anders lief zoals u Hém liefhebt, maar geef Hem uw hele lichaam, ziel en geest. Verneder uzelf voor Hem.

Kom ook met een vast vertrouwen op Zijn onveranderlijke barmhartigheid, gelovend dat Hij u nooit verlaten heeft, hoe vaak u Hém ook verlaten hebt. Zie opnieuw op het kostbare bloed van Jezus, dat de enige weg van toegang tot de Vader is, en kom er nu mee besprengd.

Waarom zou iemand niet meteen tot Hem komen? God heeft de heerlijkste manieren om Zijn volk opeens te zegenen. Ik weet wat het is om op te rijzen uit de diepten van de wanhoop, weg van de plaats waar ik door duizend zorgen, smarten en zonden verscheurd werd. Dan stijgt men op in de heldere lucht van een volkomen verzoening met God en een bewuste gemeenschap met Hem.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content