Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
HoortH8085 ditH2088 woordH1697, gij koeienH6510 van BasanH1316! gij, die op den bergH2022 van SamariaH8111 zijt, die de armenH1800 verdruktH6231, die de nooddruftigenH34 verplettertH7533; gij, die tot hunlieder herenH113 zegtH559: BrengtH935 aan, opdat wij drinkenH8354.
Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij, die op den berg van Samaria zijt, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; gij, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken.
KJV
Hear1
this word,2
ye kine4
of Bashan,5
that are in the mountain7
of Samaria,8
which oppress9
the poor,10
which crush11
the needy,12
which say13
to their masters,14
Bring,15
and let us drink.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
De HeereH136 HEEREH3069 heeft gezworenH7650 bij Zijn heiligheidH6944, datH3588 er, zietH2009, dagenH3117 over ulieden zullen komenH935, dat men u zal optrekkenH5375 met hakenH6793, en uw nakomelingenH319 met visangelenH1729.
De Heere HEERE heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over ulieden zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen.
KJV
The Lord2
GOD3
hath sworn1
by his holiness,4
that, lo, the days7
shall come8
upon you, that he will take you away10
with hooks,12
and your posterity13
with fishhooks.15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En gij zult door de bressenH6556 uitgaanH3318, een ieder voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleisH2038 gebracht is, wegwerpenH7993, spreektH5002 de HEEREH3068.
En gij zult door de bressen uitgaan, een ieder voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleis gebracht is, wegwerpen, spreekt de HEERE.
KJV
And ye shall go out2
at the breaches,1
every3
cow at that which is before her; and ye shall cast5
them into the palace,6
saith7
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
KomtH935 te Beth-ElH1008, en overtreedtH6586 te GilgalH1537; maaktH7235 des overtredensH6586 veelH7235, en brengtH935 uw offersH2077 des morgensH1242, uw tiendenH4643 om de drieH7969 dagenH3117!
Komt te Beth-El, en overtreedt te Gilgal; maakt des overtredens veel, en brengt uw offers des morgens, uw tienden om de drie dagen!
KJV
Come1
to Bethel,2
and transgress;4
at Gilgal5
multiply6
transgression;7
and bring8
your sacrifices10
every morning,9
and your tithes13
after three11
years:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En rooktH6999 van het gedesemdeH2557 een lofofferH8426, en roeptH7121 vrijwillige offersH5071 uit, doet het horenH8085; wantH3588 alzoH3651 hebt gij het gaarneH157, gij kinderenH1121 IsraelsH3478! spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069.
En rookt van het gedesemde een lofoffer, en roept vrijwillige offers uit, doet het horen; want alzo hebt gij het gaarne, gij kinderen Israels! spreekt de Heere HEERE.
KJV
And offer1
a sacrifice of thanksgiving3
with leaven,2
and proclaim4
and publish6
the free offerings:5
for this8
liketh9
you, O ye children10
of Israel,11
saith12
the Lord13
GOD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Daarom heb Ik ulieden ookH1571 reinheidH5356 der tandenH8127 gegevenH5414 in alH3605 uw stedenH5892, en gebrekH2640 van broodH3899 in alH3605 uw plaatsenH4725; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 totH5704 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068.
Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
KJV
And I also have given3
you cleanness5
of teeth6
in all your cities,8
and want9
of bread10
in all your places:12
yet have ye not returned14
unto me, saith16
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Daartoe heb IkH595 ookH1571 den regenH1653 vanH4480 ulieden geweerdH4513, als er nogH5750 drieH7969 maandenH2320 waren tot den oogstH7105, en heb doen regenenH4305 overH5921 de eneH259 stadH5892, maar overH5921 de andere stadH5892 nietH3808 doen regenenH4305; het eneH259 stuk landsH2513 werd beregendH4305, maar het andere stuk landsH2513, waarH834 het nietH3808 opH5921 regendeH4305, verdordeH3001.
Daartoe heb Ik ook den regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot den oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.
KJV
And also I have withholden3
the rain6
from you, when there were yet three8
months9
to the harvest:10
and I caused it to rain11
upon one14
city,13
and caused it not to rain19
upon another17
city:16
one21
piece20
was rained22
upon, and the piece23
whereupon it rained26
not withered.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En tweeH8147, drieH7969 stedenH5892 togenH5128 om tot eenH259 stadH5892, opdat zij waterH4325 mochten drinkenH8354, maar werden nietH3808 verzadigdH7646; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 tot Mij, spreektH5002 de HEEREH3068.
En twee, drie steden togen om tot een stad, opdat zij water mochten drinken, maar werden niet verzadigd; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
KJV
So two2
or three3
cities4
wandered1
unto one7
city,6
to drink8
water;9
but they were not satisfied:11
yet have ye not returned13
unto me, saith15
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Ik heb ulieden geslagenH5221 met brandkorenH7711 en met honigdauwH3420; de veelheidH7235 uwer hovenH1593, en uwer wijngaardenH3754, en uwer vijgebomenH8384, en uwer olijfbomenH2132 atH398 de rupsH1501 op; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 totH5704 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068.
Ik heb ulieden geslagen met brandkoren en met honigdauw; de veelheid uwer hoven, en uwer wijngaarden, en uwer vijgebomen, en uwer olijfbomen at de rups op; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
KJV
I have smitten1
you with blasting3
and mildew:4
when your gardens6
and your vineyards7
and your fig trees8
and your olive trees9
increased,5
the palmerworm11
devoured10
them: yet have ye not returned13
unto me, saith15
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Ik heb de pestilentieH1698 onder ulieden gezondenH7971, naar de wijzeH1870 van EgypteH4714; Ik heb uw jongelingenH970 door het zwaardH2719 gedoodH2026, en uw paardenH5483 gevankelijkH7628 laten wegvoeren; en Ik heb den stankH889 uwer heirlegerenH4264 zelfs in uw neusH639 doen opgaanH5927; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 totH5704 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068.
Ik heb de pestilentie onder ulieden gezonden, naar de wijze van Egypte; Ik heb uw jongelingen door het zwaard gedood, en uw paarden gevankelijk laten wegvoeren; en Ik heb den stank uwer heirlegeren zelfs in uw neus doen opgaan; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
KJV
I have sent1
among you the pestilence3
after the manner4
of Egypt:5
your young men8
have I slain6
with the sword,7
and have taken away10
your horses;11
and I have made the stink13
of your camps14
to come up12
unto your nostrils:15
yet have ye not returned17
unto me, saith19
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Ik heb sommigen onder ulieden omgekeerdH2015, gelijk GodH430 SodomH5467 en GomorraH6017 omkeerdeH4114, u, die waartH1961 als een vuurbrandH181, dat uit den brandH8316 geredH5337 is; nochtans hebt gij u nietH3808 bekeerdH7725 totH5704 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068.
Ik heb sommigen onder ulieden omgekeerd, gelijk God Sodom en Gomorra omkeerde, u, die waart als een vuurbrand, dat uit den brand gered is; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
KJV
I have overthrown1
some of you, as God4
overthrew3
Sodom6
and Gomorrah,8
and ye were as a firebrand10
plucked out11
of the burning:12
yet have ye not returned14
unto me, saith16
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
DaaromH3651 zal Ik u alzo doen, o IsraelH3478! omdatH3588 Ik u dan ditH2063 doenH6213 zal, zo schikH3559 u, o IsraelH3478! om uw GodH430 te ontmoetenH7125.
Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten.
KJV
Therefore thus will I do3
unto thee, O Israel:5
and because6
I will do9
this unto thee, prepare11
to meet12
thy God,13
O Israel.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
WantH3588 zieH2009, Die de bergenH2022 formeertH3335, en den windH7307 scheptH1254, en den mensH120 bekendH5046 maaktH6213, watH4100 zijn gedachteH7808 zij, Die den dageraadH7837 duisternisH5890 maakt, en opH5921 de hoogtenH1116 der aardeH776 treedtH1869, HEEREH3068, GodH430 der heirscharenH6635, is Zijn NaamH8034.
Want zie, Die de bergen formeert, en den wind schept, en den mens bekend maakt, wat zijn gedachte zij, Die den dageraad duisternis maakt, en op de hoogten der aarde treedt, HEERE, God der heirscharen, is Zijn Naam.
KJV
For, lo, he that formeth3
the mountains,4
and createth5
the wind,6
and declareth7
unto man8
what is his thought,10
that maketh11
the morning12
darkness,13
and treadeth14
upon the high places16
of the earth,17
The LORD,18
The God19
of hosts,20
is his name.
koeien van Basan
Verg. Ps. 22:13 , met de aantekening, idem Jes. 28:1 ; Hos. 4:16 , en versta hier, de goddeloze en trotse regeerders en richters, die zich mestten van de geschenken der rijken, die de armen voor het gericht betrokken en onderdrukken. Zij worden genoemd koeien van Basan, omdat er vette weiden en koeien in Basan waren.
Hertaald:
koeien van Basan
Vergelijk Ps. 22:13 met de aantekening, en ook Jes. 28:1; Hos. 4:16. Versta hier de goddeloze en trotse bestuurders en rechters, die zich mestten met de geschenken van de rijken en die de armen voor het gericht sleepten en onderdrukten. Zij worden koeien van Basan genoemd, omdat er in Basan vette weiden en koeien waren.
hunlieder heren zegt
Der armen rijke schuldheren, of crediteuren, die de behoeftige lieden, als slaven, in hunne macht hadden.
Hertaald:
hunlieder heren zegt
De rijke schuldeisers van de armen, die de behoeftigen als slaven in hun macht hadden.
Brengt aan,
Brengt ons maar geld of geschenken, opdat wij daarvan mogen zuipen en zwelgen, en maakt gij het dan met de armen zoals gij wilt. Verg. Hos. 4:18 .
Hertaald:
Brengt aan,
Breng ons maar geld of geschenken, zodat wij daarvan kunnen zuipen en zwelgen, en doe dan met de armen wat u wilt. Vergelijk Hos. 4:18.
bij Zijn heiligheid,
Zie Gen. 22:16 .
Hertaald:
bij Zijn heiligheid,
Zie Gen. 22:16.
dagen over ulieden zullen komen,
Dat is, bestemde tijden van plagen. Zie Ps. 37:13 ; Jer. 50:27 , Jer. 50:31 , en Joël 1:15 , met de aantekening.
Hertaald:
dagen over ulieden zullen komen,
Dat is: vastgestelde tijden van plagen. Zie Ps. 37:13; Jer. 50:27, Jer. 50:31 en Joël 1:15 met de aantekening.
dat men u
Hebr. dat hij; dat is, dat men, of de vijand, enz.
Hertaald:
dat men u
Hebreeuws: dat hij; dat is: dat men, of de vijand, enzovoort.
zal optrekken met haken,
Of, wegnemen, wegvoeren, in het volgende met haken. Versta, gelijk men de grote vissen met haken uit de zee optrekt, zal Ik u door den vijand uit uw land wegrukken, hoe node of ongaarne gij ook daaruit zoudt willen, Verg. Jer. 16:16 ; Hab. 1:14-15 , en voorts Job 40:21 ; Jes. 37:29 ; Ezech. 19:4 , Ezech. 19:9 , en Ezech. 29:4 .
Hertaald:
zal optrekken met haken,
Of: wegnemen, wegvoeren, in het vervolg met haken. Versta: zoals men de grote vissen met haken uit de zee ophaalt, zo zal Ik u door de vijand uit uw land wegrukken, hoe ongaarne u daar ook uit zou willen. Vergelijk Jer. 16:16; Hab. 1:14-15, en verder Job 40:21; Jes. 37:29; Ezech. 19:4, Ezech. 19:9 en Ezech. 29:4.
nakomelingen
Of, uw laatste, achterste; dat is, die achtergebleven en mogen zijn, of zich achterlijk houden. Zie van het Hebr. woord ziet. Zie Job 40:21 .
Hertaald:
nakomelingen
Of: uw laatsten, achtersten; dat is: zij die achtergebleven zijn of zich achteraf houden.
visangelen
Die scherp en stekende zijn als doornen, of naar de wijze van die gemaakt, waarop het Hebr. woord ziet. Zie Job 40:21 .
Hertaald:
visangelen
Die scherp en stekend zijn als doornen, of naar het model daarvan gemaakt; daarop ziet het Hebreeuwse woord. Zie Job 40:21.
gij zult
Koeien van Basan, waarvan in vs.1.
Hertaald:
gij zult
Namelijk koeien van Basan, over wie vers 1.
bressen uitgaan,
Van den stadsmuur, die de vijand daarin zal hebben gemaakt, om te zien of gij zoudt kunnen ontvlieden; of gij zult door den vijand uitgevoerd worden in de gevangenis. Verg. Ezech. 12:5 , Ezech. 12:12 , enz.
Hertaald:
bressen uitgaan,
Namelijk uit de stadsmuur, die de vijand daarin geslagen zal hebben, om te zien of u zou kunnen ontkomen; of: u zult door de vijand in gevangenschap weggevoerd worden. Vergelijk Ezech. 12:5, Ezech. 12:12, enzovoort.
ieder
Koe van Basan, dat is, een iegenlijk van ulieden, gij die nu zo weelderig en stout zijt.
Hertaald:
ieder
Namelijk elke koe van Basan, dat is: ieder van u die nu zo weelderig en brutaal bent.
voor zich henen;
Zonder te denken op de anderen, ziende slechts voor uzelven om een heenkomen, gelijk men zegt. Verg. Am. 2:15-16 . Of, gij zult een voor een gevangen henen voorbijgaan met uw gevangen gereedschap.
Hertaald:
voor zich henen;
Zonder aan de anderen te denken, terwijl u alleen voor uzelf een goed heenkomen zoekt, zoals men zegt. Vergelijk Amos 2:15-16. Of: u zult een voor een gevangen voorbijtrekken met uw meegenomen gereedschap.
hetgeen in het paleis gebracht is,
Dat gij in uwe paleizen hebt vergaderd door geweld en roverij; zie Am. 3:10 . Anders: gij zult de paleizen wegwerpen, dat is, verlaten.
Hertaald:
hetgeen in het paleis gebracht is,
Wat u door geweld en roverij in uw paleizen bijeengebracht hebt; zie Amos 3:10. Anders: u zult de paleizen wegwerpen, dat is: verlaten.
Komt
Een bevel, spottenderwijze gegeven; want aldus bespot de Heere den hittigen brand en de dolheid der Israëlieten in het bedrijven der afgoderij, die den afgoden gaven wat met Gode alleen te Jeruzalem moest geven, en daarenboven veel meer deden ter ere der afgoden dan God voor zich bevoelen had; verg. Jer. 7:21 ; Ezech. 20:39 , met de aantekening.
Hertaald:
Komt
Een bevel dat bij wijze van spot gegeven wordt. Zo bespot de HEERE de brandende ijver en de dolheid van de Israëlieten in het bedrijven van hun afgoderij. Zij gaven aan de afgoden wat alleen aan God in Jeruzalem gegeven moest worden, en deden bovendien veel meer ter ere van de afgoden dan God voor Zichzelf bevolen had. Vergelijk Jer. 7:21; Ezech. 20:39 met de aantekening.
Bethel,
Zie Hos. 4:15 , en Hos. 12:5 , en Am. 5:5 .
Hertaald:
Bethel,
Zie Hos. 4:15, Hos. 12:5 en Amos 5:5.
te Gilgal;
Versta hierop: Komt gaat vrij naar Gilgal, enz.
Hertaald:
te Gilgal;
Vul hierbij aan: kom, ga gerust naar Gilgal, enzovoort.
des overtredens veel,
Hebr. maakt veel, of vermenigvuldigt overtredende, of met overtreden.
Hertaald:
des overtredens veel,
Hebreeuws: maakt veel, of: vermenigvuldigt overtredend, of: met overtreden.
drie dagen
Dat is, om alle drie jaren der dagen; dat is drrie volle jaren, naar het bevel Gods, Deut. 14:28 ; alzo wordt dagen voor vele dagen, of een jaar der dagen voor vele dagen, of een jaar der dagen [dat is, een vol jaar] genomen, Lev. 25:29 ; Num. 9:22 ; 1 Sam. 27:7 ; zie de met de aantekening aldaar. Sommigen verstaan het van de vrolijke maaltijden, die zij op de drie feesten, pasen, pinksteren en der loofhutten, hielden van hunne tienden, Deut. 14:22 . Eenigen menen dat zij wel alle drie dagen den afgoden deden, wat men Gode slechts deed om de drie jaren.
Hertaald:
drie dagen
Dat is: om de drie jaar der dagen, dat is: drie volle jaren, naar Gods bevel in Deut. 14:28. Zo wordt een jaar der dagen genomen voor een vol jaar; Lev. 25:29; Num. 9:22; 1 Sam. 27:7; zie de aantekening daar. Sommigen verstaan het van de vrolijke maaltijden die zij op de drie feesten — pasen, pinksteren en het loofhuttenfeest — van hun tienden hielden, Deut. 14:22. Anderen menen dat zij om de drie dagen voor de afgoden deden wat men voor God maar om de drie jaar deed.
rookt
Zie Lev. 2:1 , Lev. 2:15 .
Hertaald:
rookt
Zie Lev. 2:1, Lev. 2:15.
gedesemde
Zie Lev. 2:11 , en Lev. 7:13 . Doch het schijnt dat de Israëlieten een nieuw reukoffer uit zuurdesem hadden verzonnen, doende alzo vele zonden tevens.<i>I.</i> Gevende den afgoden wat Gode toekwam.<i>II.</i> In een andere plaats den te Jeruzalem.<i>III.</i> Nieuwe overtollige diensten tegen Gods wet invoerende, om kwanswijs een ijver te betonen.
Hertaald:
gedesemde
Zie Lev. 2:11 en Lev. 7:13. Maar het lijkt erop dat de Israëlieten een nieuw spijsoffer met zuurdeeg verzonnen hadden, waarmee zij verscheidene zonden tegelijk begingen: ten eerste door aan de afgoden te geven wat God toekwam; ten tweede door het op een andere plaats te doen dan in Jeruzalem; en ten derde door nieuwe, overbodige diensten tegen Gods wet in te voeren, om zogenaamd ijver te tonen.
hebt gij het gaarne,
Hebr. hebt gijlieden lief, of bemint gij, gelijk elders; alsof God zeide: Gij wilt het toch zo hebben, doet het dan, maar bedenkt hoe het u bekomen is, en wijders bekomen zal, gelijk volgt.
Hertaald:
hebt gij het gaarne,
Hebreeuws: hebt u lief, of: bemint u, zoals elders. Alsof God zei: u wilt het toch zo hebben, doe het dan maar — maar bedenk hoe het u vergaan is en verder zal vergaan, zoals volgt.
reinheid der tanden
Dat is, gebrek aan spijs, of honger; want waar niets is te eten, daar kleeft geen spijs aan de tanden. Verg. 1 Kon. 17:18 ; Joël 1:1 , en zie wijders de aantekening. Spr. 14:4 ; Jes. 3:26 .
Hertaald:
reinheid der tanden
Dat is: gebrek aan voedsel, of honger; want waar niets te eten is, blijft er geen spijs aan de tanden hangen. Vergelijk 1 Kon. 17:18; Joël 1:1, en zie verder de aantekening bij Spr. 14:4; Jes. 3:26.
tot Mij,
Hebr. tot mij toe. Zie van deze manier van spreken Joël 2:12 , alzo in het volgende.
Hertaald:
tot Mij,
Hebreeuws: tot Mij toe. Zie over deze manier van spreken Joël 2:12; zo ook in het vervolg.
regen van ulieden geweerd,
Dien de Heere placht te geven tegen den oogst, om het koren zwaar en rijp te maken. Zie Joël 2:23 .
Hertaald:
regen van ulieden geweerd,
De regen die de HEERE placht te geven tegen de oogsttijd, om het koren zwaar en rijp te maken. Zie Joël 2:23.
verzadigd;
Dat is, zij konden niet genoeg bekomen tot hun nooddruft.
Hertaald:
verzadigd;
Dat is: zij konden niet genoeg krijgen voor hun behoefte.
brandkoren en met honigdauw;
Zie van deze beide plagen, Deut. 28:22 .
Hertaald:
brandkoren en met honigdauw;
Zie over deze beide plagen Deut. 28:22.
veelheid uwer hoven,
Hebr. het vermenigvuldigen uwer hoven.
Hertaald:
veelheid uwer hoven,
Hebreeuws: het vermenigvuldigen van uw hoven.
rups op;
Zie Joël 1:4 .
Hertaald:
rups op;
Zie Joël 1:4.
wijze van Egypte;
Hebr. in, of op, naar den weg van Egypte; dat is, naar de wuijze [gelijk Gen. 31:35 ] , gelijkerwijs als Ik de sterfte eertijds gezonden heb in Egypte. Zie Ex. 9:3 , Ex. 9:6 ; Ps. 78:50 . Anders, opden weg van Egypte; dat is, als gij op den weg waart om in Egypte hulp te zoeken. Zie Hos. 7:11-12 .
Hertaald:
wijze van Egypte;
Hebreeuws: in, op of naar de weg van Egypte; dat is: naar de wijze van Egypte, zoals Gen. 31:35 — zoals Ik de sterfte vroeger in Egypte gezonden heb. Zie Ex. 9:3, Ex. 9:6; Ps. 78:50. Anders: op de weg naar Egypte, dat is: toen u onderweg was om in Egypte hulp te zoeken. Zie Hos. 7:11-12.
en uw paarden
Hebr. met gevangenis uwer paarden, die rijke en prachtige jonkmannen bij menigte gebruikt hadden.
Hertaald:
en uw paarden
Hebreeuws: met de gevangenschap van uw paarden, die de rijke en pralende jongemannen bij menigten gebruikt hadden.
stank
Zo van de gestorvenen door Gods plaag als van de geslagenen door den vijand.
Hertaald:
stank
Zowel van hen die door Gods plaag gestorven waren als van hen die door de vijand verslagen waren.
omgekeerd,
Uw staat bijkans geheel verwoest. Zie 2 Kon. 13:3 , en 2 Kon. 14:26 .
Hertaald:
omgekeerd,
Uw staat is bijna geheel verwoest. Zie 2 Kon. 13:3 en 2 Kon. 14:26.
Sodom en Gomórra omkeerde,
Met andere steden. Zie Gen. 19:24 ; Jes. 13:19 ; Jer. 49:18 ; Hos. 11:8 .
Hertaald:
Sodom en Gomórra omkeerde,
Met de andere steden. Zie Gen. 19:24; Jes. 13:19; Jer. 49:18; Hos. 11:8.
vuurbrand,
Gelijk een hout, dat half of bijkans verbrand was, als Ik u genadiglijk uit dat verderf uitrukte en herstelde door Jerobeam, den zoon van Joas. Zie 2 Kon. 14:25 , en vrg. Zach. 3:2 .
Hertaald:
vuurbrand,
Als een stuk hout dat half of bijna verbrand was, toen Ik u genadig uit dat verderf trok en herstelde door Jerobeam, de zoon van Joas. Zie 2 Kon. 14:25 en vergelijk Zach. 3:2.
alzo doen,
Om uwe zonden en hardnekkigheid [in het voorgaande verhaald] zal Ik zo met u handelen, gelijk Ik in vs.2,3, gedreigd heb.
Hertaald:
alzo doen,
Om uw zonden en hardnekkigheid, die in het voorgaande verteld zijn, zal Ik zo met u handelen als Ik in vers 2 en 3 gedreigd heb.
om uw God te ontmoeten
Hebr. tot ontmoeting van uwen God; dat is, dat gij Hem ontmoet met ware bekering, omzijn toorn te stillen; of, bereid u om [zo gij kunt] tegen Hem aan te gaan, en zijne aankomst, als van uwen vijand, af te keren. Verg. Ezech. 13:5 , en Ezech. 22:30 , op beide past het volgende, waarin die God beschreven wordt, met wien zij te doen hadden, en die hun dit alles dreigde.
Hertaald:
om uw God te ontmoeten
Hebreeuws: tot ontmoeting van uw God; dat is: dat u Hem tegemoet gaat met ware bekering, om Zijn toorn te stillen. Of: maak u gereed om — als u dat kunt — tegen Hem op te trekken en Zijn komst als die van uw vijand af te weren. Vergelijk Ezech. 13:5 en Ezech. 22:30. Bij beide opvattingen past het vervolg, waarin beschreven wordt met welke God zij te maken hadden en Die hun dit alles dreigde.
zijn gedachte zij,
Die het hart des mensen doorgrondt en zijn verborgenste gedachten weet, doende zulks blijken metterdaad, wanneer Hij des mensen geheimste aanslagen en voornemens dikwijls wonderbaarlijk ontdekt en belet. Of men kan het nemen voor een bewijs van Gods almacht, dewijl Hij toekomende dingen, die Hij in zijnen raad besloten heeft, den mensen openbaart, en evenwel onverhinderd in het werk stelt. Verg. Jes. 41:22 , Jes. 41:26 .
Hertaald:
zijn gedachte zij,
Die het hart van de mens doorgrondt en zijn meest verborgen gedachten kent, en dat metterdaad laat blijken wanneer Hij de geheimste plannen en voornemens van de mens vaak op wonderlijke wijze ontdekt en verhindert. Of men kan het opvatten als een bewijs van Gods almacht, omdat Hij toekomstige dingen die Hij in Zijn raad besloten heeft aan de mensen openbaart en ze toch ongehinderd tot uitvoering brengt. Vergelijk Jes. 41:22, Jes. 41:26.
dageraad
Dat is, licht in duisternis verandert, als het Hem belieft. Zie Am. 5:8 . Anders: dageraad [en] de duisternis, dat is, dag en nacht maakt.
Hertaald:
dageraad
Dat is: Die het licht in duisternis verandert wanneer het Hem behaagt. Zie Amos 5:8. Anders: dageraad en duisternis, dat is: Die dag en nacht maakt.
hoogten der aarde treedt,
Dat is, die verheven is boven alle heerlijkheid en souvereiniteit, alle wereldse hoogheid als onder zijne voeten hebbende. Verg. Mi. 1:3 .
Hertaald:
hoogten der aarde treedt,
Dat is: Die verheven is boven alle heerlijkheid en soevereiniteit, en alle wereldse hoogheid als het ware onder Zijn voeten heeft. Vergelijk Micha 1:3.
heirscharen,
Zie 2 Kon. 18:15 .
Hertaald:
heirscharen,
Zie 2 Kon. 18:15. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Vijf keer beschrijft God een straf die Hij zond, en vijf keer sluit Hij af met hetzelfde refrein: "nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE." Eerst honger: "Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen" (Amos 4:6). Dan droogte, waarbij de ene stad wel regen kreeg en de andere niet (Amos 4:7), zodat men van stad tot stad trok om water te vinden zonder verzadigd te worden (Amos 4:8). Dan brandkoren, honigdauw en de rups die hoven, wijngaarden en olijfbomen opat (Amos 4:9). Dan pest en oorlog, "naar de wijze van Egypte" (Amos 4:10). En ten slotte een omkering "gelijk God Sodom en Gomorra omkeerde" (Amos 4:11). Bij elk van de vijf staat hetzelfde refrein. Bijbelse betekenis: Merk op wat elke tuchtiging gemeen heeft: zij is een middel, geen doel op zich. God straft niet om te straffen maar om terug te roepen; dat blijkt uit het feit dat elke tuchtiging dezelfde bedoeling had. Let vervolgens op de opklimming in zwaarte: van honger, via droogte en plaag, naar pest en oorlog, tot een omkering als van Sodom en Gomorra — de zwaarste vergelijking die er is. Vijf keer neemt de straf toe, en vijf keer blijft het antwoord uit. Let ten slotte op het refrein zelf. Het wordt niet gevarieerd; dezelfde vijf woorden keren telkens terug, alsof het boek zelf de hoorder wil laten voelen hoe hardnekkig de weigering was. Typologie: Paulus stelt dezelfde vraag aan wie Gods goedertierenheid veracht: "Of veracht gij den rijkdom Zijner goedertierenheid, en verdraagzaamheid, en lankmoedigheid, niet wetende, dat de goedertierenheid Gods u tot bekering leidt?" (Rom. 2:4, reeds behandeld). Wat bij Amos tuchtiging was, noemt Paulus daar goedertierenheid — beide zijn erop gericht dezelfde omkeer te bewerken. Amos 4:6-11; Rom. 2:4 Na de vijf tuchtigingen die niets uithaalden, komt het vonnis: "Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten" (Amos 4:12). Het hoofdstuk sluit met een lofprijzing op de Macht van Wie dit vonnis komt: "Die de bergen formeert, en den wind schept, en den mens bekend maakt, wat zijn gedachte zij, Die den dageraad duisternis maakt, en op de hoogten der aarde treedt, HEERE, God der heirscharen, is Zijn Naam" (Amos 4:13). Bijbelse betekenis: Merk op wat er niet meer staat in Amos 4:12: geen zesde tuchtiging, geen nieuwe kans om te leren. Wat volgt is een ontmoeting, niet nog een waarschuwing. Let vervolgens op het woord ontmoeten. Het is een woord dat evengoed voor een vriendschappelijke samenkomst gebruikt kan worden, maar hier krijgt het door de context een andere lading: schik u erop voor. Let ten slotte op de plaats van de lofprijzing in Amos 4:13. Vlak na een aankondiging van oordeel klinkt een lied over Wie God is — Schepper van bergen en wind, Kenner van des mensen gedachten. Het vonnis komt niet van een onbekende macht maar van Degene Die alles gemaakt heeft en alles weet. Typologie: De Hebreeënbrief gebruikt bijna dezelfde woorden voor wie de genade veracht: "vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods" (Hebr. 10:31, reeds behandeld). Amos 4:12-13; Hebr. 10:31 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Amos 4
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Amos 4
Amos 4:12.Kruisverwijzingen1 Thessalonicenzen 5:2→Jakobus 4:1→Ezechiël 13:5→Hosea 13:8→Amos 9:1→Mattheüs 5:25→Amos 5:4→Markus 13:32→
— Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten.
“Daarom zal Ik u alzo doen, o Israel! omdat Ik u dan dit doen zal, zo schik u, o Israel! om uw God te ontmoeten.”
Soms raakt het volk van de HEERE de weg van de omgang en de gemeenschap met Hem kwijt. Zo was het met Israël in de dagen van Amos. En toch verklaart de HEERE hier nog altijd hún God te zijn, want Hij zegt: schik u om uw Gód te ontmoeten.
Voor wie Zijn volk zijn, is Hij nog altijd hun God. Zij mogen in een koude toestand van hart vervallen zijn en nu in de duisternis wandelen zonder licht te zien. Toch roept Hij hen om Hem te ontmoeten, want Hij begeert hun gezelschap. Hij heeft hen telkens weer gekastijd omdat zij niet dicht bij Hem wilden wandelen, en Hij staat gereed hen nog meer te kastijden. Maar Hij zal Zijn hand inhouden als zij nu tot Hem naderen.
Bedenk dat Elifaz Job aanspoorde het bevel op te volgen: “Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.”
Zou iemand vragen: wat moeten wij doen om ons toe te bereiden Hem te ontmoeten? Dan antwoord ik: werp de afgoden uit uw hart. Heb niemand en niets anders lief zoals u Hém liefhebt, maar geef Hem uw hele lichaam, ziel en geest. Verneder uzelf voor Hem.
Kom ook met een vast vertrouwen op Zijn onveranderlijke barmhartigheid, gelovend dat Hij u nooit verlaten heeft, hoe vaak u Hém ook verlaten hebt. Zie opnieuw op het kostbare bloed van Jezus, dat de enige weg van toegang tot de Vader is, en kom er nu mee besprengd.
Waarom zou iemand niet meteen tot Hem komen? God heeft de heerlijkste manieren om Zijn volk opeens te zegenen. Ik weet wat het is om op te rijzen uit de diepten van de wanhoop, weg van de plaats waar ik door duizend zorgen, smarten en zonden verscheurd werd. Dan stijgt men op in de heldere lucht van een volkomen verzoening met God en een bewuste gemeenschap met Hem.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
III. Vs. 1-13.KruisverwijzingenPsalmen 22:12→Hagai 2:17→Deuteronomium 28:22→Amos 6:1→Psalmen 89:35→Jeremia 16:16→Ezechiël 12:5→Hosea 4:15→
— Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij, die op den berg van Samaria zijt, die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert; gij, die tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, opdat wij drinken. De Heere HEERE heeft gezworen bij Zijn heiligheid, dat er, ziet, dagen over ulieden zullen komen, dat men u zal optrekken met haken, en uw nakomelingen met visangelen. En gij zult door de bressen uitgaan, een ieder voor zich henen; en gij zult, hetgeen in het paleis gebracht is, wegwerpen, spreekt de HEERE. Komt te Beth-El, en overtreedt te Gilgal; maakt des overtredens veel, en brengt uw offers des morgens, uw tienden om de drie dagen! En rookt van het gedesemde een lofoffer, en roept vrijwillige offers uit, doet het horen; want alzo hebt gij het gaarne, gij kinderen Israels! spreekt de Heere HEERE. Daarom heb Ik ulieden ook reinheid der tanden gegeven in al uw steden, en gebrek van brood in al uw plaatsen; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE. Daartoe heb Ik ook den regen van ulieden geweerd, als er nog drie maanden waren tot den oogst, en heb doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen; het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde. En twee, drie steden togen om tot een stad, opdat zij water mochten drinken, maar werden niet verzadigd; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE. Ik heb ulieden geslagen met brandkoren en met honigdauw; de veelheid uwer hoven, en uwer wijngaarden, en uwer vijgebomen, en uwer olijfbomen at de rups op; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE. Ik heb de pestilentie onder ulieden gezonden, naar de wijze van Egypte; Ik heb uw jongelingen door het zwaard gedood, en uw paarden gevankelijk laten wegvoeren; en Ik heb den stank uwer heirlegeren zelfs in uw neus doen opgaan; nochtans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
Eerst gaat Amos nog verder voort de zonden van het volk te bestraffen, die God tot straffen noodzaken, en wel richt hij zich tot de vrouwen van Samaria. Vervolgens stelt hij de nietigheid van den godsdienst des volks voor. De Heere heeft reeds om den afgoden- en beeldendienst vele straffen over Israël gebracht, zonder dat het zich tot Hem had bekeerd. Hij zal daarom voortgaan het te kastijden, totdat het leert Hem te vrezen.
Hoort dit woord (Hoofdst. 3:1), gij koeien, gij rijke, weelderige vrouwen van Basan! gij, die op den berg van Samaria zijt, die de armen verdrukt door allerlei afpersingen, tot welke gij uwe mannen noodzaakt, opdat gij uwe lusten zoudt kunnen bevredigen, die de nooddruftigen verplettert; gij, die ieder in ‘t bijzonder tot hunlieder heren zegt: Brengt aan, verschaft ons middelen, opdat wij drinken.
Daarom zal ook zeker het gericht over u niet uitblijven, want de Heere HEERE heeft gezworen bij Zijne Heiligheid, die uwe ongerechtigheid niet kan dulden, dat er, ziet, dagen over ulieden zullen komen, dat men uuit uw zwelgend leven, uw element, gelijk vissen uit het water, zal optrekken met haken, en uwe nakomelingen (have en uw overblijfsel) met vishaken.
En gij zult in plaats van door de poorten, die thans verwoest zullen zijn, door de bressen uitgaan, die bij de verovering zijn ontstaan, een ieder in stomme wanhoop voor zich henen, zonder dat gij rechts of links moogt zien; en gij zult hetgeen in het paleis is, wegwerpen 1), spreekt de HEERE.
In het Hebr. Wehisjlaktèna haharmona. Beter: en gij zult weggeworpen worden naar Hermon henen. Zo vertaalt ook Luther e. a. Het is moeilijk te verklaren, wat de Profeet hiermede wil zeggen. De Heere God spreekt hier evenwel ontegenzeglijk van het land der ballingschap.
Komt te Bethel, alle gij inwoners van het rijk van Israël, en overtreedt door uwe afgoderij te Gilgal, op de door u gekozene plaats der valse godsverering op het gebergte van Efraïm (Joz. 9:6. (Hos. 4:15; 9:15; 12:12. 5:5), maakt des overtredens veel, en brengt wat Mij aangaat, uwe slacht- en dankoffers des morgens, iederen morgen, uwe tienden om de drie dagen 1), doet in beide opzichten veel meer dan de Heere in Zijne wet voor den waren godsdienst heeft bevolen, namelijk één brandoffer op elken dag, en de tienden elk derde jaar. (Num. 28:3. Deut. 14:28; 26:12).
De Heere God spreekt hier op ironische wijze om Israël aldus te wijzen op zijn grote schuld, maar ook op het schandelijke en schadelijke van zijn doen en laten. Was het woord der vermaning te vergeefs geweest, daarom komt de Heere nu met Zijn goddelijke wraak.
En a) rookt, verbrandt in uwen onheiligen verstandelozen ijver op het heilig brandofferaltaar van het gedesemde een lofoffer, hoewel de Heere (Ex. 7:12 vv.) uitdrukkelijk heeft geboden, dat de bijkomende gave tot een dank- en lofoffer op het altaar alleen uit ongezuurde koeken mag bestaan, daarentegen gezuurde koeken (Lev. 2:11) nooit, op het altaar mogen worden gebracht, maar alleen voor den maaltijd, die op het dankoffer volgt, door de priesters en offeraars mogen gebezigd worden. En roept vrijwillige offers uit, doet het horen; roept in tegenspraak met het wezen dezer offers de mensen op, dat zij zulke geloften van offeranden, die alleen aan de vrijwillige liefde en dankbaarheid zijn overgelaten, brengen zullen en moeten (Lev. 22:18 vv. (Deut. 12:6); want alzo hebt gij het gaarne. Zulk ene zondige dwaasheid volbrengt gij met al uwen ijver, en gij meent daardoor des Heeren genade en welbehagen te kunnen verdienen, gij kinderen Israëls, spreekt de Heere HEERE.
Lev. 2:1, 15; 7:13. Het is bittere ironie tegen het onverstand van Israëls onverstandigen ijver bij hunnen godsdienst te Bethel, Gilgal en op andere plaatsen, deels door oude heilige herinneringen gewijd, gedeeltelijk door afgodendienst en beeldendienst ontwijd, welke uit deze woorden spreekt. In den dagelijksen godsdienst moesten vóór alles brandoffers tot verzoening des volks worden gebracht. Eerst op grond der daardoor verworpene vergeving der zonde was den Heere het slacht- en dankoffer aangenaam. De Israëlieten hadden echter het begrip van de noodzakelijkheid des brandoffers vóór andere offeranden geheel verloren, en brachten volgens den wens der wereld en van het natuurlijke hart, alleen dankoffers. De Profeet wil echter in vs. 4 ganselijk niet beweren, dat werkelijk te Bethel en Gilgal dagelijks dankoffers moesten gebracht worden, en iederen derden dag de tienden gegeven. De zin is: wanneer gij werkelijk zo onverstandig en boven de voorschriften der Wet ijvert, zo zoudt gij daardoor uwen afval van den levenden God slechts verergeren.
Met dat alles zult gij nooit de oordelen Gods afwenden. Daarom heb Ik ulieden ook in vroegeren tijd dikwijls gezocht, en u gedrongen u tot Mij te bekeren. De eerste kastijding, die Ik over u bracht naar de bedreiging in Deut. 28:48, 57 was hongersnood. Ik heb u reinheid der tanden 1) gegeven in al uwe steden, en gebrek van brood in al uwe plaatsen: nochthans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
Ten tijde van den Profeet Elia en naderhand in de dagen van den Profeet Eliza, heerste er onder de Israëlieten nijpende hongersnood, zodat er reinheid of ledigheid der tanden was in al hun steden en gebrek aan brood in al hun plaatsen (1 Kon. 17. en 2 Kon. 6:25). Er is geen twijfel aan, of de Israëlieten zijn meermalen met hongersnood bezocht, hoewel ons de geschiedkundige bescheiden daarvan ontbreken. Reinheid der tanden is gelijkluidend met gebrek aan brood. De Heere spreekt het hier derhalve uit, dat de eerste straf zal zijn een hongersnood, waarmee het volk zal worden bezocht.
Daartoe heb Ik ook als tweede kastijding droogte, gebrek aan water en misgewas over u gebracht, gelijk Ik u voorzegd heb (Lev. 26:19. Deut. 28:23). Ik heb den regen van ulieden geweerd, den spaden regen, zonder welken de aren en graanvrucht niet krachtig kunnen gevormd worden, noch tot rijpheid komen. Ik deed dat, als er nog drie maanden waren tot den oogst, op het einde van Februari en ‘t begin van Maart, daar de oogst op het einde van April begint, en Mei en Juni duurt; En opdat gij te duidelijker zoudt zien, dat regen en droogte uit Mijne hand komen, heb Ik doen regenen over de ene stad, maar over de andere stad niet doen regenen: het ene stuk lands werd beregend, maar het andere stuk lands, waar het niet op regende, verdorde.
En er kwam onder u groot gebrek aan het onmisbare drinkwater: twee, drie steden, in welke de broden verdroogd waren, togenhalf versmacht en met onvaste en wankelende schreden om tot ééne stad, waar het geregend had, opdat zij water mochten drinken, maar zij konden niet genoeg vinden; zij werden niet verzadigd; nochthans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
Ik heb ulieden, ten derde, gelijk Ik evenzeer den overtreders Mijner geboden vooruit gezegd heb (Deut. 28:22; 39 vv. 43), geslagen met brandkoren en met honingdauw; de veelheid uwer hoven, en uwer wijngaarden, en uwer vijgebomen, en uwer olijfbomen at de rups op; nochthans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
Ik heb in de vierde plaats de pestilentie onder ulieden gezonden, gelijk Ik in Lev. 26:25. Deut. 28:60 gezegd heb, naar de wijze van Egypte; Ik heb uwe jongelingen door het zwaard gedood, door zware nederlagen van wege uwe vijanden, bijv. in de oorlogen met de Syriërs (1 Kon. 8:12; 13:3, 7), en uwe paarden gevankelijk laten wegvoeren; en Ik heb de stad uwer heirlegers, tengevolge der vele verslagenen zelfs in uwen neus doen opgaan, zodat gij duidelijk moest gewaar worden, wat oordelen uwe zonden over u hadden gebracht; nochthans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE.
Ik heb eindelijk sommigen onder ulieden omgekeerdten gevolge der voorafgenoemde straffen, en als hoogste gericht ene verwoesting en uitroeiing over hen gebracht, gelijk God a) Sodom en Gomorra omkeerde, waardoor mede Zijne bedreiging (Deut. 29:22) vervuld is. Nog spaarde Ik u, die waart als een vuurbrand, dat uit den brand gered is; nog zal Ik u voor den gehelen ondergang bewaren door enen van Mij gezonden redder Jerobeam II (2 (Kon. 13:5); nochthans hebt gij u niet bekeerd tot Mij, spreekt de HEERE 1).
Gen. 19:24. In dit vers wijst de Heere er op hoevele bemoeienissen Hij reeds heeft gehad met zijn volk. Al de straffen en oordelen, welke Hij onder Zijn volk had gezonden hadden moeten dienen om het volk tot Hem terug te brengen, opdat zij zich zouden bekeren tot den levenden God. Als God nog bemoeienis met personen en volken heeft zendt Hij Zijn oordelen uit, opdat er uit de diepte der ellende nog een roepen tot Hem zou zijn, en een zich wenden tot Hem, om redding en hulpe, na boete en berouw.
Dewijl nu al Mijne kastijdingen tevergeefs waren, en geen berouw of bekering konden teweeg brengen, daarom zal ik u alzo doen, o Israël!als enen bij wien de mate der zonde is vol geworden, en wien het gericht voor de deur staat, omdat Ik u dan dit doen zal, namelijk het zwaarste, zo schik u tot belijdenis, o Israël! om uwen God te ontmoeten. Houd u bereid om voor God, uwen Rechter, te verschijnen, en door ernstige verandering het hoogste gericht af te wenden. De Profeet verzwijgt wat de Heere aan Zijn volk wil doen uit aandoening bij de vreselijke gedachte, die niet over zijne lippen wil. Uit het volgende kan men echter besluiten, dat dit oordeel van gehele verwerping is. Toch blijft de dreiging van dit ergste niet zonder een straal van hoop. Wij weten toch, dat de Profeten, ook wanneer zij het uitverkoren volk met den ondergang bedreigen, toch altijd het harde hunner aankondiging verzachten, omdat, hoewel ook verborgen, toch nog een klein zaad van godvrezende mensen over was. Schik u, zegt hij, om uwen God te ontmoeten, als wilde hij zeggen; “Hoewel gij het verdiend hebt, om vernietigd te worden, hoewel de Heere besloten heeft de deuren te sluiten, en u van alle zijden wanhoop wacht, zo kunt gij toch nog den toorn Gods stillen, schik u slechts om uwen God te ontmoeten. Maar zulk een ontmoeten sluit ene oprechte vernieuwing des harten in zich, waarbij de mens zichzelven mishaagt, zich met boetvaardigheid aan God onderwerpt, en ernstig om vergeving bidt.
Want zie, Hij is de Almachtige en Alwetende, dien gij niet zult ontvlieden a) en voor wien u ook niets kan verbergen. Hij is het, die de bergen formeert en den wind schept, en den mens door middel van Zijne Profeten bekend maakt wat zijne gedachte is, wat zijne gezindheden zijn, zodat Hij niet alleen de uitwendige handelingen, maar ook de meest verborgene bewegingen des harten doorzoekt en oordeelt (Hebr. 4:12). Hij is het, die den dageraad duisternis maakt, den allerbloeiensten geluksstaat in een treurigen staat van rampen en ellenden verandert, enals de almachtige Beheerser der aarde op de hoogten der aarde treedt; in ‘t kort wat Hij is, duidt Zijn naam aan: HEERE Jehova, God der heirscharen, Beheerser van al het heir des hemels en der aarde is Zijn naam 1).
Hagg. 1:3.
Hier openbaart zich de Heere niet alleen als Israëls Verbonds God, maar bovenal als de God der ganse wereld, die heerst en regeert over alles. Juist dat had Israël vergeten, dat had Israël niet bedacht en daarom zou het volk het ervaren, dat Hij machtig is om te redden, maar ook machtig om te verderven.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel