Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Om drieH7969 overtredingenH6588 van MoabH4124, en om vierH702 zal Ik dat nietH3808 afwendenH7725; omdat hij de beenderenH6106 des koningsH4428 van EdomH123 tot kalkH7875 verbrandH8313 heeft.
Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Moab, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hij de beenderen des konings van Edom tot kalk verbrand heeft.
KJV
Thus saith2
the LORD;3
For three5
transgressions6
of Moab,7
and for four,9
I will not turn away11
the punishment thereof; because he burned13
the bones14
of the king15
of Edom16
into lime:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Daarom zal Ik een vuurH784 in MoabH4124 zendenH7971, dat zal de paleizenH759 van KeriothH7152 verterenH398; en MoabH4124 zal stervenH4191 met groot gedruisH7588, met gejuichH8643, met geluidH6963 der bazuinH7782.
Daarom zal Ik een vuur in Moab zenden, dat zal de paleizen van Kerioth verteren; en Moab zal sterven met groot gedruis, met gejuich, met geluid der bazuin.
KJV
But I will send1
a fire2
upon Moab,3
and it shall devour4
the palaces5
of Kerioth:6
and Moab9
shall die7
with tumult,8
with shouting,10
and with the sound11
of the trumpet:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En Ik zal den rechterH8199 uit het middenH7130 van haar uitroeienH3772; en alH3605 haar vorstenH8269 zal Ik metH5973 hem dodenH2026, zegtH559 de HEEREH3068.
En Ik zal den rechter uit het midden van haar uitroeien; en al haar vorsten zal Ik met hem doden, zegt de HEERE.
KJV
And I will cut off1
the judge2
from the midst3
thereof, and will slay6
all the princes5
thereof with him, saith8
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Om drieH7969 overtredingenH6588 van JudaH3063, en om vierH702 zal Ik dat nietH3808 afwendenH7725; omdat zij de wetH8451 des HEERENH3068 verworpenH3988, en Zijn inzettingenH2706 nietH3808 bewaardH8104 hebben; en hun leugenenH3577 hen verleidH8582 hebben, dieH834 hun vadersH1 hebben nagewandeldH310.
Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Juda, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij de wet des HEEREN verworpen, en Zijn inzettingen niet bewaard hebben; en hun leugenen hen verleid hebben, die hun vaders hebben nagewandeld.
KJV
Thus saith2
the LORD;3
For three5
transgressions6
of Judah,7
and for four,9
I will not turn away11
the punishment thereof; because they have despised13
the law15
of the LORD,16
and have not kept19
his commandments,17
and their lies21
caused them to err,20
after25
the which their fathers24
have walked:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Daarom zal Ik een vuurH784 in JudaH3063 zendenH7971, dat zal JeruzalemsH3389 paleizenH759 verterenH398.
Daarom zal Ik een vuur in Juda zenden, dat zal Jeruzalems paleizen verteren.
KJV
But I will send1
a fire2
upon Judah,3
and it shall devour4
the palaces5
of Jerusalem.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068: Om drieH7969 overtredingenH6588 van IsraelH3478, en om vierH702 zal Ik dat nietH3808 afwendenH7725; omdat zij den rechtvaardigeH6662 voor geldH3701 verkopenH4376, en den nooddruftigeH34 om een paar schoenenH5275.
Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Israel, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij den rechtvaardige voor geld verkopen, en den nooddruftige om een paar schoenen.
KJV
Thus saith2
the LORD;3
For three5
transgressions6
of Israel,7
and for four,9
I will not turn away11
the punishment thereof; because they sold13
the righteous15
for silver,14
and the poor16
for a pair of shoes;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Die er naar hijgenH7602, dat het stofH6083 der aardeH776 opH5921 het hoofdH7218 der armenH1800 zij, en den wegH1870 der zachtmoedigenH6035 verkerenH5186; en de manH376 en zijn vaderH1 gaanH3212 totH413 een jonge dochterH5291 omH4616 Mijn heiligenH6944 NaamH8034 te ontheiligenH2490.
Die er naar hijgen, dat het stof der aarde op het hoofd der armen zij, en den weg der zachtmoedigen verkeren; en de man en zijn vader gaan tot een jonge dochter om Mijn heiligen Naam te ontheiligen.
KJV
That pant1
after the dust3
of the earth4
on the head5
of the poor,6
and turn aside9
the way7
of the meek:8
and a man10
and his father11
will go12
in unto the same maid,14
to profane16
my holy19
name:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
En zij leggenH5186 zich neder bij elkH3605 altaarH4196 op de verpandeH2254 klederenH899, en drinkenH8354 den wijnH3196 der geboetenH6064 in het huisH1004 van hun godenH430.
En zij leggen zich neder bij elk altaar op de verpande klederen, en drinken den wijn der geboeten in het huis van hun goden.
KJV
And they lay themselves down4
upon clothes2
laid to pledge3
by5
every altar,7
and they drink10
the wine8
of the condemned9
in the house11
of their god.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Ik daarentegen heb den AmorietH567 voor hunlieder aangezichtH6440 verdelgdH8045, wiens hoogteH1363 was als de hoogteH1363 der cederenH730, en hijH1931 was sterkH2634 als de eikenH437; maar Ik heb zijn vruchtH6529 van boven, en zijn wortelenH8328 van onderenH8478 verdelgdH8045.
Ik daarentegen heb den Amoriet voor hunlieder aangezicht verdelgd, wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en hij was sterk als de eiken; maar Ik heb zijn vrucht van boven, en zijn wortelen van onderen verdelgd.
KJV
Yet destroyed2
I the Amorite4
before5
them, whose height7
was like the height9
of the cedars,8
and he was strong10
as the oaks;12
yet I destroyed13
his fruit14
from above,15
and his roots
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Ook heb Ik ulieden uit EgyptelandH776 opgevoerdH5927; en Ik heb u veertigH705 jarenH8141 in de woestijnH4057 geleidH3212, opdat gij het landH776 van den AmorietH567 erfelijkH3423 bezat.
Ook heb Ik ulieden uit Egypteland opgevoerd; en Ik heb u veertig jaren in de woestijn geleid, opdat gij het land van den Amoriet erfelijk bezat.
KJV
Also I brought you up2
from the land4
of Egypt,5
and led6
you forty9
years10
through the wilderness,8
to possess11
the land13
of the Amorite.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
En Ik heb sommigen uit uw zonenH1121 tot profetenH5030 verwektH6965, en uit uw jongelingenH970 tot NazireenH5139; is ditH2063 nietH369 alzo, gij kinderenH1121 IsraelsH3478? spreektH5002 de HEEREH3068.
En Ik heb sommigen uit uw zonen tot profeten verwekt, en uit uw jongelingen tot Nazireen; is dit niet alzo, gij kinderen Israels? spreekt de HEERE.
KJV
And I raised up1
of your sons2
for prophets,3
and of your young men4
for Nazarites.5
Is it not even thus, O ye children9
of Israel?10
saith11
the LORD.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Maar gijlieden hebt aanH5921 de NazireenH5139 wijnH3196 te drinkenH8248 gegeven, en gij hebt den profetenH5030 gebodenH6680 zeggendeH559: Gij zult nietH3808 profeterenH5012.
Maar gijlieden hebt aan de Nazireen wijn te drinken gegeven, en gij hebt den profeten geboden zeggende: Gij zult niet profeteren.
KJV
But ye gave the Nazarites3
wine4
to drink;1
and commanded7
the prophets,6
saying,8
Prophesy
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
ZietH2009, IkH595 zal uw plaatsen drukkenH5781, gelijk als een wagenH5699 druktH5781, dieH834 volH4392 garvenH5995 is.
Ziet, Ik zal uw plaatsen drukken, gelijk als een wagen drukt, die vol garven is.
KJV
Behold, I am pressed3
under you, as a cart7
is pressed6
that is full
of sheaves.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Zodat de snelleH7031 niet zal ontvliedenH4498, en de sterkeH2389 zijn krachtH3581 nietH3808 verkloekenH553, en een heldH1368 zal zijn zielH5315 nietH3808 bevrijdenH4422.
Zodat de snelle niet zal ontvlieden, en de sterke zijn kracht niet verkloeken, en een held zal zijn ziel niet bevrijden.
KJV
Therefore the flight2
shall perish1
from the swift,3
and the strong4
shall not strengthen6
his force,7
neither shall the mighty8
deliver10
himself:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
En die den boogH7198 handeltH8610, zal nietH3808 bestaanH5975, en die lichtH7031 is op zijn voetenH7272, zal zich nietH3808 bevrijdenH4422; ook zal, die te paardH5483 rijdtH7392, zijn zielH5315 nietH3808 bevrijdenH4422.
En die den boog handelt, zal niet bestaan, en die licht is op zijn voeten, zal zich niet bevrijden; ook zal, die te paard rijdt, zijn ziel niet bevrijden.
KJV
Neither shall he stand4
that handleth1
the bow;2
and he that is swift5
of foot6
shall not deliver8
himself: neither shall he that rideth9
the horse10
deliver12
himself.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
En de kloekhartigsteH533 onder de heldenH1368 zal te dienH1931 dageH3117 naaktH6174 heenvliedenH5127, spreektH5002 de HEEREH3068.
En de kloekhartigste onder de helden zal te dien dage naakt heenvlieden, spreekt de HEERE.
KJV
And he that is courageous1
among the mighty3
shall flee away5
naked4
in that day,6
saith8
the LORD.
Om drie overtredingen van Moab,
Zie Am. 1:3 .
Hertaald:
Om drie overtredingen van Moab,
Zie Amos 1:3.
hij
Moab, en voornamelijk de koning der Moabieten.
Hertaald:
hij
Namelijk Moab, en vooral de koning van de Moabieten.
beenderen des konings van Edom
Hiervan wordt nergens elders in de Heilige Schrift vermeld. Sommigen willen het duiden op de historie 2 Kon. 3:27 ; zie de aantekening aldaar. Anderen menen dat zekere koning der Moabieten een koning van Edom heeft laten verbranden tot as, en daarvan een kalk doen maken, waarmede hij de muren van zijn paleis heeft laten bestrijken. In alle gevalle is er een buitengewone, onmenselijke wreedheid gepleegd, die God niet heeft willen ongestraft laten.
Hertaald:
beenderen des konings van Edom
Hiervan wordt nergens anders in de Heilige Schrift melding gemaakt. Sommigen willen het betrekken op de geschiedenis in 2 Kon. 3:27; zie de aantekening daar. Anderen menen dat een zekere koning van de Moabieten een koning van Edom tot as heeft laten verbranden en daarvan kalk heeft laten maken, waarmee hij de muren van zijn paleis liet bestrijken. In elk geval is er een buitengewone, onmenselijke wreedheid begaan, die God niet ongestraft heeft willen laten.
vuur in Moab zenden,
Gelijk in vs.4, en in vs.5.
Hertaald:
vuur in Moab zenden,
Zoals vers 4 en 5.
Keriòth verteren;
Eene stad der Moabieten. Zie Jer. 48:24 .
Hertaald:
Keriòth verteren;
Een stad van de Moabieten. Zie Jer. 48:24.
sterven
Dat is, ondergaan, zijn staat verliezen. Verg. Hos. 13:1 , met de aantekening. Doch men kan hier eigenlijk verstaan dat de Moabieten omgebracht zullen worden door den vijand.
Hertaald:
sterven
Dat is: ondergaan, zijn staat verliezen. Vergelijk Hos. 13:1 met de aantekening. Maar men kan hier ook letterlijk verstaan dat de Moabieten door de vijand gedood zullen worden.
gedruis,
Van oorlog en vijandelijken overval.
Hertaald:
gedruis,
Van oorlog en vijandelijke overval.
gejuich,
Gelijk in Am. 1:14 , zie aldaar.
Hertaald:
gejuich,
Zoals Amos 1:14; zie daar.
richter
Of, regent.
Hertaald:
richter
Of: bestuurder.
hem uitroeien;
Moabs land, of Kerioth.
Hertaald:
hem uitroeien;
Namelijk het land van Moab, of Kerioth.
hem doden,
Moab, voornamelijk den Moabietische koning.
Hertaald:
hem doden,
Namelijk Moab, vooral de koning van de Moabieten.
leugenen
Afgoden, afgoderij, bijgelovigheid en alle aanklevende ijdelheden.
Hertaald:
leugenen
Afgoden, afgoderij, bijgeloof en alle ijdelheden die daarbij horen.
Israël,
Der tien stammen.
Hertaald:
Israël,
Namelijk van de tien stammen.
rechtvaardige
Den vromen, onschuldigen, die een rechtvaardige zaak heeft, in het gericht verdrukken, en den arme, die niets heeft te geven, maar zelf behoeftig is, om een kleine gift der rijken, verdoemen en in de macht van zijn wederpartijder overleveren; zie Am. 8:6 .
Hertaald:
rechtvaardige
De vrome, onschuldige mens, die een rechtvaardige zaak heeft, in het gericht verdrukken; en de arme, die niets te geven heeft maar zelf behoeftig is, voor een kleine gift van de rijken veroordelen en aan zijn tegenpartij overleveren; zie Amos 8:6.
stof der aarde
Dat is, die niet rusten voordat zij den arme, die toch bereids uitgeput is, als in het stof der aarde onder hunne voeten vertreden en in de uiterste nietigheid als langs de aarde slepen. Verg. de aantekening bij 1 Kon. 16:2 , en Job 16:15 , enz.; idem Am. 5:11 . Of, dat de armen, als schuldigen en misdadigers, met aarde op het hoofd, voor het gericht mogen staan treuren, den rijken [die geschenken gaven] ten gevalle.
Hertaald:
stof der aarde
Dat is: zij rusten niet voordat zij de arme, die toch al uitgeput is, als in het stof van de aarde onder hun voeten vertrapt hebben en tot de uiterste nietigheid als langs de grond gesleept hebben. Vergelijk de aantekening bij 1 Kon. 16:2 en Job 16:15, enzovoort, en ook Amos 5:11. Of: dat de armen als schuldigen en misdadigers, met aarde op het hoofd, treurend voor het gericht moeten staan, de rijken die geschenken gaven ten gevalle.
weg
Dat is, het voornemen en doen desgenen, die gaarne in stilheid God zou gehoorzamen, ten ergste duiden, verdraaien, hem in alle manieren beletten, lastig vallen en kwellen; idem heeft hij een goede zaak voor in het gericht, die buigen en verderven zij, wendende zijn recht van hem. Sommigen nemen het alzo, dat zij met hun geweld en stoutheid zulk een schrik onder de lieden maakten, dat de vromen voor hen uit den weg moesten wijken, als niet durvende onder hunne ogen komen.
Hertaald:
weg
Dat is: het voornemen en het doen van iemand die graag in stilte God zou gehoorzamen ten kwade duiden, verdraaien, hem op alle manieren belemmeren, lastigvallen en kwellen; en ook: heeft hij een goede zaak voor het gericht, dan verbuigen en verderven zij die en wenden zij zijn recht van hem af. Sommigen vatten het zo op dat zij met hun geweld en brutaliteit zo'n schrik onder de mensen brachten dat de vromen voor hen uit de weg moesten gaan, omdat zij hun niet onder ogen durfden komen.
zachtmoedigen
Zie Ps. 10:17 .
Hertaald:
zachtmoedigen
Zie Ps. 10:17.
verkeren;
Of, afwenden, buigen.
Hertaald:
verkeren;
Of: afwenden, verbuigen.
man en zijn vader
De zoon en de vader.
Hertaald:
man en zijn vader
De zoon en de vader.
Mijn heiligen Naam
Hebr. naam mijner heiligheid; dat is, mijn heiligen naam, naar welken zij genoemd zijn.
Hertaald:
Mijn heiligen Naam
Hebreeuws: de naam van Mijn heiligheid; dat is: Mijn heilige naam, waarnaar zij genoemd zijn.
ontheiligen
Door onbeschaamde onkuischheid te onteren en verachtelijk te maken.
Hertaald:
ontheiligen
Door die met onbeschaamde onkuisheid te onteren en verachtelijk te maken.
leggen zich neder
Hebr. buigen zich; dat is, zij zijn zo onbeschaamd, dat zij alle boosheid aan den nooddruftige gepleegd hebbende, dan nog in de tempels hunner afgoden durven verschijnen, om aldaar met hun onrechtvaardig gewin te pronken, en daarvan op hun afgodische feestdagen te banketteren, verzwarende hun geweld door afgoderij, en de afgoderij door hun geweld.
Hertaald:
leggen zich neder
Hebreeuws: buigen zich; dat is: zij zijn zo onbeschaamd dat zij, nadat zij alle boosheid tegen de behoeftige bedreven hebben, nog in de tempels van hun afgoden durven verschijnen om daar met hun onrechtvaardige winst te pronken en er op hun afgodische feestdagen van te banketteren — zo verzwaren zij hun geweld door afgoderij en hun afgoderij door geweld.
verpande klederen,
Die aan hen verzet zijn, die zij te pand hebben genomen. Zie Ex. 22:26 .
Hertaald:
verpande klederen,
Kleren die bij hen verpand zijn en die zij als onderpand genomen hebben. Zie Ex. 22:26.
geboeten
Dat is, dien zij kopen voor de boeten dergenen, die zij onschuldig hebben veroordeeld.
Hertaald:
geboeten
Dat is: wijn die zij kopen van de boeten van hen die zij onschuldig veroordeeld hebben.
Amoriet
Dat is, Kanaän ietische heidense volken, alzo somtijds genoemd naar de voornaamste natie, namelijk Amorieten.
Hertaald:
Amoriet
Dat is: de heidense volken van Kanaän, die soms zo genoemd worden naar het voornaamste volk, namelijk de Amorieten.
wiens hoogte was
Verbloemde manieren van spreken; zie Num. 13:28 , Num. 13:32-33 .
Hertaald:
wiens hoogte was
Beeldende manieren van spreken; zie Num. 13:28, Num. 13:32-33.
vrucht
Manier van spreken, betekenende de uiterste verwoesting. Zie Hos. 9:16 .
Hertaald:
vrucht
Een manier van spreken die de uiterste verwoesting aanduidt. Zie Hos. 9:16.
Nazireën;
Zie Num. 6:2 .
Hertaald:
Nazireën;
Zie Num. 6:2.
is dit niet alzo,
Alsof God zeide: Immers is dit waar, gij kunt het zelf niet ontkennen.
Hertaald:
is dit niet alzo,
Alsof God zei: dit is toch waar, u kunt het zelf niet ontkennen.
wijn te drinken gegeven,
Tegen Gods uitgedrukt bevel, Num. 6:3 , om hem te tergen en met alle godzaligheid te spotten.
Hertaald:
wijn te drinken gegeven,
Tegen Gods uitdrukkelijke gebod in, Num. 6:3, om Hem te tergen en met alle godzaligheid te spotten.
den profeten geboden
Hebr. aan, over, of tegen de profeten geboden; dat is, hun verboden. Alzo wordt het woord gebeiden somtijds gebruikt; zie Gen. 2:16 ; Lev. 4:2 ; Deut. 2:37 , en Deut. 4:23 , met de aantekening.
Hertaald:
den profeten geboden
Hebreeuws: aan, over of tegen de profeten geboden; dat is: het hun verboden. Zo wordt het woord gebieden soms gebruikt; zie Gen. 2:16; Lev. 4:2; Deut. 2:37 en Deut. 4:23 met de aantekening.
Gij zult niet profeteren
Verg. Jes. 30:10 ; Jer. 11:21 ; Am. 7:13 .
Hertaald:
Gij zult niet profeteren
Vergelijk Jes. 30:10; Jer. 11:21; Amos 7:13.
uw plaatsen drukken,
Dat is, het land met de inwoners, met mijn straffende hand, door den vijand, zo persen en benauwen, gelijk een volgeladen wagen met koren drukt en perst datgene, of dengene dien hij overrijdt. Verg. Am. 6:14 .
Hertaald:
uw plaatsen drukken,
Dat is: Ik zal het land met zijn inwoners door de vijand met Mijn straffende hand zo persen en benauwen als een volgeladen korenwagen datgene of degene perst waar hij overheen rijdt. Vergelijk Amos 6:14.
Zodat de snelle
Hebr. en de toevlucht zal van den snellen, of lichten, [te weten, op de voeten, gelijk in het volgende vers] vergaan, of verloren zijn.
Hertaald:
Zodat de snelle
Hebreeuws: en de toevlucht zal van de snelle — namelijk van de snelvoetige, zoals in het volgende vers — vergaan of verloren zijn.
verkloeken,
Hij zal zijne kracht niet kunnen gebruiken, of zo hij ze aanlegt, het zal tevergeefs zijn.
Hertaald:
verkloeken,
Hij zal zijn kracht niet kunnen gebruiken, of wanneer hij die inzet zal het tevergeefs zijn.
ziel niet bevrijden
Dat is, leven; zie Gen. 19:17 , alzo in vs.15.
Hertaald:
ziel niet bevrijden
Dat is: zijn leven; zie Gen. 19:17, zo ook vers 15.
bestaan,
Of, blijven staan, die anderzins een kloek en dapper krijgsman placht te zijn.
Hertaald:
bestaan,
Of: blijven staan, terwijl hij anders een flink en dapper krijgsman placht te zijn.
kloekhartigste
Hebr. de sterkte zijns harten, of die sterk [is met zijn hart. Verg. Ps. 76:6 .
Hertaald:
kloekhartigste
Hebreeuws: de sterkte van zijn hart, of: wie sterk is met zijn hart. Vergelijk Ps. 76:6.
naakt heenvlieden,
Wapen en kleed wegwerpende, om te lichter op de vlucht te zijn.
Hertaald:
naakt heenvlieden,
Terwijl hij wapen en kleed wegwerpt om lichter te kunnen vluchten. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas Na zeven volken komt het laatste vonnis: "Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Israel, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij den rechtvaardige voor geld verkopen, en den nooddruftige om een paar schoenen" (Amos 2:6). Er volgen meer zonden: "die er naar hijgen, dat het stof der aarde op het hoofd der armen zij" (Amos 2:7), en het misbruik van pandgoederen "bij elk altaar" (Amos 2:8). Bijbelse betekenis: Merk op het verschil met de vorige zeven vonnissen. Bij de volken ging het om oorlogsmisdaden — dingen die zelfs een heiden zou afkeuren; bij Israël gaat het om rechtspraak en handel, om wat er dagelijks op de markt en in de rechtbank gebeurt. Let vervolgens op de goedkoopte van het onrecht: "om een paar schoenen." De rechtvaardige wordt niet voor een groot bedrag verkocht maar voor een kleinigheid — het onrecht wordt niet eens duur betaald. Let ten slotte op "bij elk altaar" in Amos 2:8. De onderdrukking gebeurt niet ondanks de godsdienst maar er middenin; de verpande klederen van de arme worden gebruikt om op te liggen in het huis van de goden. Typologie: Jakobus veroordeelt hetzelfde: "Overweldigen u niet de rijken, en trekken zij u niet tot de rechterstoelen?" (Jak. 2:6, reeds behandeld). Onrecht tegen de arme blijft in de Schrift een zonde die God bijzonder aanrekent. Amos 2:6-8; Jak. 2:6 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Amos 2
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen


Amos 2
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
BEDREIGING VAN STRAFFEN OVER MOAB, JUDA EN ISRAëL.
Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Moab, aan de oostzijde der Dode zee, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat hijkort na den oorlog van Joram, koning van Israël, en Josafat, koning van Juda, tegen hun land (2 Kon. 3) de beenderen des konings van Edom, die toen aan Juda onderworpen was mede den krijg voerde, uit zijn graf heeft genomen, entot stof even als kalk verbrand heeft. Zo wilden zij door het schenden van den dode nog hun wraak aan Edom en daardoor aan het volk Gods koelen (2 Kron. 23:16). Voor korten tijd is in het oude land der Moabieten een grote zwarte steen gevonden, die een hoogst gewichtig opschrift bevat in de Fenicische taal, afkomstig uit de negende eeuw vóór Christus. Dit geeft een verhaal over dien oorlog van Joram en Josafat in verbond met den koning van Edom uit den mond van den toenmaligen koning van Moab, die zich Mesa noemt. Deze is dezelfde, die zijnen zoon op de muren van zijne hoofdstad Kir-Hareset aan zijnen afgod Kamoz offerde. De steen is, helaas door de Bedouïnen in stukken geslagen, voordat men een volledig afdruksel van het opschrift kon nemen. De brokstukken werden door den Fransen consul te Jeruzalem, Clermont, en den Engelsen kapitein Warren naar Jeruzalem gezonden en de letters bij elkaar gevoegd. Wat daaruit bekend is, bevestigt het bericht over dezen oorlog in 2 Kon. 3 volledig tot in bijzonderheden. Daardoor wordt ook het geschiedkundige van de in ons vers genoemde gebeurtenis bewaarheid. Ook wordt Keriôth door het opschrift als ene hoofdstad van Moab genoemd. (vgl. 2 Kon. 3:5).
Daarom, om dien hoon, Mijn volk aangedaan, zal Ik een vuur in Moab zenden, dat zal de paleizen van Keriôth, ene van de hoofdsteden van Moab (Jer. 48:24), ook wel alleen Kir genaamd (Jes. 15:1) verteren, en de volksstam Moab zal sterven met groot gedruis van wapenen, met gejuich der krijgsknechten, met geluid der bazuin.
En Ik zal den rechter, den koning van Moab, uit het midden van haar uitroeien, zodat zij geen volk meer zijn, en al hare vorsten zal Ik met hem doden, zegt de HEERE. Het is zeer waarschijnlijk, dat de Assyrische koning Salmanassar, toen hij tegen het rijk der tien stammen optrok, om het uit te roeien, eerst de Moabieten overvallen heeft, hun steden ingenomen en hun land verwoest, om van achteren veilig te zijn. Naderhand hebben de Moabieten zich enigermate hersteld, maar Nebukadnezar heeft hen, vijf jaren na het verwoesten van Jeruzalem, geheel en al ten onder gebracht (Jozef. Antiq. Jud. X, 11). Eindelijk zijn zij door Alexander Janneus nog eens verslagen en vervolgens onder de Arabieren versmolten.
Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Juda, en om vier zal Ik dat niet afwenden, al is het in ‘t bezit van het heiligdom en den koningstroon van David; omdat zij de wet des HEEREN verworpen, en Zijne inzettingen, de bijzondere geboden van den in de wet geopenbaarden wil Gods, niet bewaard hebben, en hun leugenen, hun nietige, gelogene afgoden, hen verleid hebben, die reeds hun vaders bijna zonder tusschenpoos sedert den tocht door de woestijn hebben nagewandeld. De versmading van Gods woord is de grootste zonde van de Kerk, die vergeleken mag worden bij de verschrikkelijke zonden van anderen, als zijnde een grote zonde in zich zelf, om het gezag van den groten God te verachten en ook de grote weldaden, die hen worden aangeboden op de gehoorzaamheid aan Zijn Woord, als ook een droeve verzwaring van alle hun overtredingen en zonden. Hierom wordt Juda, in plaats van die wrede zonden der heidenen, inzonderheid hiervan beschuldigd, omdat zij de Wet des Heeren hebben verworpen. Hier bepaalt God bij de hoofdzonde van Juda, waar uit alle de andere zonden zijn voortgekomen, n. l. het verwerpen van Gods woord, den leugen liefhebben boven de waarheid. Zowel onder het Oude als Nieuwe verbond is het daarom dat God uitroept: Tot de Wet en tot de Getuigenis. Wie Gods woord verwerpt, wandelt op den rand van den afgrond, die tijdelijk en geestelijk tot verderf voert.
Daarom zal Ik aan vuur in Juda zenden, dat zal Jeruzalems paleizen verteren, de gehele stad, en voornamelijk de plaatsen, van waar de afval van den levenden God uitgaat. Ook bij Juda wordt niet deze of gene bijzondere daad van zonde op den voorgrond gesteld, maar alleen de ééne hoofdzonde genoemd, die de maat volmaakt. Bij de heidenen was deze hoofdzonde de vijandschap tegen God en Zijn volk; hier is het de afval van den Heere en Zijne geopenbaarde waarheid, als de bron van alle andere zonden, de zonde tegen het eerste gebod, waarin alle geboden vervat zijn. Zulk een afval was voor Juda ene des te zwaardere misdaad, daar het alleen verwaardigd was, om de waarheid en den zuiveren godsdienst te bezitten. Nu kan de Profeet uit Juda ook de laatste schrede doen. Nu is hij aan zijn doel gekomen. Hij heeft als het ware een verschrikkelijk onweder zien optrekken over de volken, de donder rolt, de bliksems schieten, nu valt hier dan daar de verschrikkelijke straal, brandverwekkende, neer. Vreemde volken der heidenen zijn getroffen, verwante volken hebben het vernomen, zelfs Juda is niet verschoond: zal Israël vrij blijven? Thans wendt zich Amos tot dit, het schuldige hoofd, waarop het onweder doelt, is Israël. 6.
II. Vs. 6-16.KruisverwijzingenAmos 5:12→Deuteronomium 2:7→Joël 3:3→Amos 6:6→Maleachi 4:1→Job 18:16→Exodus 12:51→Amos 7:13→
— Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Israel, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij den rechtvaardige voor geld verkopen, en den nooddruftige om een paar schoenen. Die er naar hijgen, dat het stof der aarde op het hoofd der armen zij, en den weg der zachtmoedigen verkeren; en de man en zijn vader gaan tot een jonge dochter om Mijn heiligen Naam te ontheiligen. En zij leggen zich neder bij elk altaar op de verpande klederen, en drinken den wijn der geboeten in het huis van hun goden. Ik daarentegen heb den Amoriet voor hunlieder aangezicht verdelgd, wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en hij was sterk als de eiken; maar Ik heb zijn vrucht van boven, en zijn wortelen van onderen verdelgd. Ook heb Ik ulieden uit Egypteland opgevoerd; en Ik heb u veertig jaren in de woestijn geleid, opdat gij het land van den Amoriet erfelijk bezat. En Ik heb sommigen uit uw zonen tot profeten verwekt, en uit uw jongelingen tot Nazireen; is dit niet alzo, gij kinderen Israels? spreekt de HEERE. Maar gijlieden hebt aan de Nazireen wijn te drinken gegeven, en gij hebt den profeten geboden zeggende: Gij zult niet profeteren. Ziet, Ik zal uw plaatsen drukken, gelijk als een wagen drukt, die vol garven is. Zodat de snelle niet zal ontvlieden, en de sterke zijn kracht niet verkloeken, en een held zal zijn ziel niet bevrijden. En die den boog handelt, zal niet bestaan, en die licht is op zijn voeten, zal zich niet bevrijden; ook zal, die te paard rijdt, zijn ziel niet bevrijden.
De Profeet kondigt aan Israël, in denzelfden vorm als een der vroeger genoemde volken, het gericht als onherroepelijk aan, doch zo, dat hij de misdaad van Israël meer uitvoerig voorstelt. Eerst bestraft hij de heersende zonden van ongerechtigheid en verdrukking, van schaamteloze ontucht en misdadige verachting van God, als voorbeelden van gehelen afval van den Heere en van Zijne wet, die ene hoofdzonde, die de maat vol maakt; vervolgens toont hij aan, hoe de zonden des te verschrikkelijker zijn, daar zij hun snode verachting te kennen geven van de hun door den Heere betoonde weldaden, en bedreigt hen eindelijk daarvoor met onontkoombare verdrukking.
Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Israël, en om vier, waardoor zij de maat der zonden hebben vol gemaakt, zal Ik dat niet afwenden; omdat zij, en in de eerste plaats hun rechters, den rechtvaardige, den onschuldig aangeklaagde, voor a) geld, dat zij van den aanklager ontvangen, en waardoor zij zich laten omkopen, veroordelen; bovendien verkopen zij den arme en den nooddruftige voor een kleinigheid, bijvoorbeeld om een paar schoenen, die zij den schuldeisers niet kunnen betalen; zij veroordelen hen, en wijzen hen als slaven toe, toepassende Lev. 25:39 (vgl. (2 Kon. 4:1).
Amos 8:6.
Zij zijn mensen, die er naar hijgen, die met duivelse begeerte vervuld zijn, dat het stof der aarde op het hoofd der armen zij; de vromen, die zonder aardse hulp alleen in hunnen God rijk en machtig zijn, zoeken zij door allerlei listen in ellende en druk te brengen, zodat zij van droefheid as op het hoofd strooien (Job 2:12); en den weg der zachtmoedigen, der stillen in den lande, die in ootmoed en overgave het lijden van dezen tijd dragen, en de toekomstige verlossing in stilte wachten, verkeren zij; door allerlei vijandige listen en vervolgingen zoeken zij hen ten val te brengen; en nog is er ene veel zwaardere misdaad onder hen, namelijk hun schaamteloze ontucht, de man en zijn vader gaan beide tot ene en dezelfde jonge dochter(Esth. 2:4), en schamen zich niet, noch over hun hoererij, noch over die verschrikkelijke bloedschande, die toch den dood verdient (Lev. 18:7, 15; 20:11). Die gruwelen doen zij in opzettelijken opstand tegen Mij, om door zulke verachting van Mijne geboden (Lev. 22:32. (Jer. 34:16) Mijnen heiligen naam te ontheiligen. 1)
De Heere noemt hier de zonde bij name, inzonderheid die der rijken en machtigen, de gerusten te Sion en der zekeren op den berg van Samaria. Vooreerst dat men de armen, ellendigen, verdrukt, ja, niet uit zwakheid of gewoonte, maar met opzet, zodat men al zijn macht gebruikt om de armen, de zachtmoedigen, de ellendigen, het zo benauwd mogelijk te maken. En vervolgens, dat men zich zelfs aan de zonde van bloedschande overgeeft, niet bij den tempel, zoals sommigen menen, maar in het algemeen, een zonde, die door den Heere ten uiterste vervloekt was. Alle gevoel van recht en gerechtigheid was geweken, alle schaamte- en zedelijkheidsgevoel was opzij gezet.
En zij openbaarden ook overigens misdadige verachting van God, want zij leggen zich neer bij elk altaar, dat zij op de hoogten voor Mijnen naam hebben gebouwd, en houden offermaaltijden op de verpande klederen der armen, hoewel hun (Ex. 22:26) uitdrukkelijk is geboden den armen het uit nood verpande opperkleed vóór den nacht terug te geven, en niet op zulke panden te slapen (Deut. 24:12 vv.). Vooral hun onrechtvaardige rechters houden bij die maaltijden drinkgelagen, en drinken den wijn der geboeten van het geld dat zij op onrechtvaardige wijze als boete oplegden, in het huis hunner goden, 1) namelijk te Bethel en Dan, waar zij Mij in eigenwilligen godsdienst onder beelden van stieren vereren.
Hier wijst de Heere aan hoe zij zelfs alle medelijden hebben uitgesloten en God openlijk tergen door aan de armen het opperkleed niet terug te geven, maar zelfs daarop hun drinkgelagen te houden, bij de altaren te Dan en Bethel. Het was een openlijk spotten met alle rechten en inzettingen des Heeren.
Ik daarentegen heb alles voor hen gedaan; Ik heb den a) Amoriet, en alle andere Kanaänietische volken, die vóór hen het land bezaten, door Mijne grote macht en heerlijkheid voor hunlieder aangezicht verdelgd, terwijl de verspieders hem voorstelden (Num. 13:32 vv.) als wiens hoogte was als de hoogte der cederen, en hij was sterk als de eiken. Hij is niet door uwe kracht overwonnen, maar Ik heb zijne vrucht van boven, en zijne wortelen van onderen verdelgd, zowel zijn vruchtdragenden kruin als stam en wortel, dus geheel en al.
Num. 21:24. Deut. 2:31. Joz. 24:8.
Ook heb Ik ulieden uit Egypteland opgevoerd; en Ik heb u veertig jaren in de woestijn geleid, opdat gij het land van den Amoriet erfelijk bezat, het als uwe beloofde erve in bezit zoudt nemen.
Ex. 12:51. Amos noemt van de vele Kanaänietische volken alleen de Amorieten, als de sterkste en gevaarlijkste, die daarom alle andere vertegenwoordigen, zo als ook in Gen. 15:16. Joz. 24:15.
En Ik heb sedert dien tijd u twee grote genadegiften verleend, door welke gij als volk van God en drager der zaligheid boven alle heidenen, waart verheven. Vooreerst heb Ik sommigen uit uwe zonen tot Profeten verwekt, 1) om u den raad en den wil van God bekend te maken, en ten tweede uit uwe jongelingen tot Nazireën, tot aan God gewijden (Num. 6:4), opdat gij aan deze ten allen tijde het doel uwer goddelijke roeping, om een heilig volk van God te zijn, duidelijk kon zien, en ook weten, hoe Ik zelf de kracht mededeel, om dat doel te bereiken; is dit niet alzo, gij kinderen Israël’s? Waarlijk gij kunt het niet loochenen, spreekt de HEERE.
Zij hadden Profeten, die krachtige onderwijzers waren in de godvruchtigheid, Goddelijk aangeblazen, en gelast om Gods wil aan hen bekend te maken, hen aan te wijzen, wat Gode welbehaaglijk was, en wat Hem mishaagde, om hen te straffen voor hun fouten en hen te waarschuwen voor het gevaar, om hen te bestieren in hun zwarigheden en hen te vertroosten in hun droefenissen. God verwekte hen Profeten, bemoedigde hen tot dat werk en gebruikte hen daarin. Het was ene ere op hun volk gelegd en op hun geslachten, dat zij hun eigene lieden hadden, die Gods boden tot hen waren, van hun eigen taal, geen vreemdelingen uit een ander land gezonden, die zij konden verdacht houden, van vooringenomen te zijn tegen hen en hun land, maar zulken, die zij wisten dat hun het goede toewensten.
Maar gijlieden hebt u door die voorbeelden niet laten leiden tot ernstige heiliging des levens, maar aan de Nazireën wijn te drinken gegeven, gij hebt ze verleid om hun gelofte te verbreken; en gij hebt den Profeten geboden, zeggende: Gij zult niet profeteren, omdat het woord Gods u lastig is en u in uw zondig leven hindert (Hoofdst. 7:10 vv. Micha 2:6).
Ziet de straf voor zulk ene snode verachting van Mijne genade zal ook niet achterblijven. Ik zal uwe plaatsen drukken 1), gelijk als een wagen drukt, die vol garven is.
In het Hebr. staat: “een wagen, vol van zich zelf, ” d. i. van zijn eigen last. De dorswagens werden gewoonlijk met steen of andere zwaarte belast, om door zo veel sterker drukking de graankorrels uit de aren te drijven. Het is dus ene allerzwaarste en bangste verdrukking, die hier den Israëlieten bedreigd wordt. In het Hebr. Anoki meeïk tachtheekem. Beter: Ik zal u nederdrukken. De Heere dreigt hier met krijgsvolk, hetwelk ook de dappersten onder hen zal neerdrukken. Overweldiging door de vijanden wordt hier geprofeteerd, vanwege de zonden des volks.
Zodat de anders snelle in ‘t vluchten niet zal ontvlieden van de vijanden, die Ik over u zend, en de sterke zijne kracht niet verkloeken maar integendeel zijnen moed zal voelen wegzinken, endie in den krijg anders een held was zal zijne ziel niet bevrijden, zal het leven niet behouden.
En die den boog handelt zal niet bestaan, zal geen stand kunnen houden, en die licht is op zijne voeten zal zich niet bevrijden; ook zal die te paard rijdt, zelfs de snelle ruiter, zijne ziel niet bevrijden, maar hij zal zowel als de anderen zich aan de woede der vijanden moeten overgeven.
En die anders de kloekhartigste onder de heldenis, zal te dien dage lafhartig en vol wanhoop zijne klederen in de handen van de vijanden laten, en naakt henenvlieden, om nog, ware het mogelijk, zijn leven te redden, zodat niemand onder u het gericht des ondergangs zal ontgaan, spreekt de HEERE. Dat is zeker een harde bedreiging, waarop wij ernstig moeten acht geven. O dierbaar vaderland! hebt gij ook gene buitengewone weldaden Gods ontvangen? Zegt, is er een volk onder de zon, waaraan de Heere God grotere en heerlijker weldaden geschonken heeft en nog dagelijks schenkt dan aan u? Gij hebt Zijn zaligmakend, zuiver Woord en zijt wonderbaar uit de duisternis gered. God heeft u verscheidene getrouwe leraars gegeven en voortreffelijke, godvruchtige mannen in school en kerk. Gij hebt ook gehad deugdzame bestuurders, onderhouders der kerk, godzalige vorsten en verder voortreffelijke, wijze mensen in de steden. God heeft u gegeven velerlei wetenschap en kunst, vrede, en al wat tot onderhoud van dit tijdelijk leven kan dienen, ja veel meer dan dit, overvloed zelfs. Is het niet aldus? Wie wil of kan anders zeggen? Maar wat doen wij? Hoe gedraagt gij u daartegenover? Wat goeds is er thans bij u? verachting van Gods woord en van getrouwe leraars, gerustheid, godslastering, trotsheid, pracht, overmoed, ongehoorzaamheid, ontrouw, verkwisting en misbruik der menigvuldige gaven Gods, overdaad, brasserij, onverzadelijkheid, eergierigheid en geldgierigheid, woeker, leugen, bedrog en allerlei duivelse gruwel heeft uw hart ingenomen en bezet. Daarom treft ook ons en zal ons treffen de toorn Gods, gelijk wij dagelijks voor onze ogen zien.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel