Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Samuël 8

1 En het geschiedde daarna, dat David de Filistijnen sloeg, en bracht hen ten onder; en David nam Meteg-Amma uit der Filistijnen hand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeH1961 daarnaH310, dat DavidH1732 de FilistijnenH6430 sloegH5221, en bracht hen ten onder; en DavidH1732 namH3947 Meteg-AmmaH4965 uit der FilistijnenH6430 handH3027. En het geschiedde daarna, dat David de Filistijnen sloeg, en bracht hen ten onder; en David nam Meteg-Amma uit der Filistijnen hand.

Ook in dit vers bracht hem ten onderH3665

KJV And after2 this it came to pass, that David5 smote4 the Philistines,7 and subdued8 them: and David10 took9 Methegammah12 out of the hand14 of the Philistines.15

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אַֽחֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 כֵ֔ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 4 וַיַּ֥ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 5 דָּוִ֛ד H1732 David, Davids David 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 פְּלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 8 וַיַּכְנִיעֵ֑ם H3665 vernederd, ondergebracht, vernederde bring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue 9 וַיִּקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 דָּוִ֛ד H1732 David, Davids David 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 מֶ֥תֶג H4965 Meteg-amma Metheg-ammah 13 הָאַמָּ֖ה H4965 Meteg-amma Metheg-ammah 14 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 פְּלִשְׁתִּֽים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Ook sloeg hij de Moabieten, en mat hen met een snoer, doende hen ter aarde nederliggen; en hij mat met twee snoeren om te doden, en met een vol snoer om in het leven te laten. Alzo werden de Moabieten David tot knechten, brengende geschenken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Ook sloegH5221 hij de MoabietenH4124, en matH4058 hen met een snoerH2256, doende hen ter aardeH776 nederliggenH7901; en hij matH4058 met tweeH8147 snoerenH2256 om te dodenH4191, en met een volH4393 snoerH2256 om in het levenH2421 te laten. Alzo werdenH1961 de MoabietenH4124 DavidH1732 tot knechtenH5650, brengendeH5375 geschenkenH4503. Ook sloeg hij de Moabieten, en mat hen met een snoer, doende hen ter aarde nederliggen; en hij mat met twee snoeren om te doden, en met een vol snoer om in het leven te laten. Alzo werden de Moabieten David tot knechten, brengende geschenken.

KJV And he smote1 Moab,3 and measured4 them with a line,5 casting them down6 to the ground;8 even with two10 lines11 measured9 he to put to death,12 and with one full13 line14 to keep alive.15 And so the Moabites17 became David's18 servants,19 and brought20 gifts.21

1 וַיַּ֣ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מוֹאָ֗ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 4 וַֽיְמַדְּדֵ֤ם H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 5 בַּחֶ֨בֶל֙ H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 6 הַשְׁכֵּ֣ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 7 אוֹתָ֣ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אַ֔רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 9 וַיְמַדֵּ֤ד H4058 mat, meten, gemeten measure, mete, stretch self 10 שְׁנֵֽי H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 11 חֲבָלִים֙ H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 12 לְהָמִ֔ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 13 וּמְלֹ֥א H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude 14 הַחֶ֖בֶל H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 15 לְהַחֲי֑וֹת H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 16 וַתְּהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 מוֹאָב֙ H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 18 לְדָוִ֔ד H1732 David, Davids David 19 לַעֲבָדִ֖ים H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 20 נֹשְׂאֵ֥י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 21 מִנְחָֽה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heentoog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 DavidH1732 sloegH5221 ook Hadad-ezer, den zoonH1121 van RechobH7340, den koningH4428 van ZobaH6678, toen hij heentoog, om zijn handH3027 te wendenH7725 naar de rivierH5104 FrathH6578. David sloeg ook Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba, toen hij heentoog, om zijn hand te wenden naar de rivier Frath.

Ook in dit vers toogH3212

KJV David2 smote1 also Hadadezer,4 the son5 of Rehob,6 king7 of Zobah,8 as he went9 to recover10 his border11 at the river12 Euphrates.13

1 וַיַּ֣ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 2 דָּוִ֔ד H1732 David, Davids David 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הֲדַדְעֶ֥זֶר H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר) 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 רְחֹ֖ב H7340 Rechob, Rehob Rehob 7 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 צוֹבָ֑ה H6678 Zoba Zoba, Zobah 9 בְּלֶכְתּ֕וֹ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 10 לְהָשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 בִּֽנְהַר H5104 rivier, rivieren, stromen flood, river 13 פְּרָֽת H6578 Frath Euphrates
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagenen over.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En DavidH1732 namH3920 hem duizendH505 wagens afH4480, en zevenhonderdH7651 ruiterenH6571, en twintigH6242 duizendH505 manH376 te voetH7273; en DavidH1732 ontzenuwdeH6131 alleH3605 wagenpaardenH7393, en hieldH3498 daarvan honderdH3967 wagenenH7393 over. En David nam hem duizend wagens af, en zevenhonderd ruiteren, en twintig duizend man te voet; en David ontzenuwde alle wagenpaarden, en hield daarvan honderd wagenen over.

KJV And David2 took1 from him a thousand4 chariots, and seven5 hundred6 horsemen,7 and twenty8 thousand9 footmen:10 and David13 houghed12 all the chariot16 horses, but reserved17 of them for an hundred19 chariots.20

1 וַיִּלְכֹּ֨ד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 2 דָּוִ֜ד H1732 David, Davids David 3 מִמֶּ֗נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 4 אֶ֤לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 5 וּשְׁבַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 6 מֵאוֹת֙ H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 7 פָּרָשִׁ֔ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 8 וְעֶשְׂרִ֥ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 9 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 10 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 רַגְלִ֑י H7273 voet, voetvolks, voetgangers (on) foot(-man) 12 וַיְעַקֵּ֤ר H6131 ontzenuwde, roeien, uitgeworteld dig down, hough, pluck up, root up 13 דָּוִד֙ H1732 David, Davids David 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 הָרֶ֔כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 17 וַיּוֹתֵ֥ר H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 18 מִמֶּ֖נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 19 מֵ֥אָה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 20 רָֽכֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de Syriers van Damaskus kwamen om Hadad-ezer, den koning van Zoba, te helpen; maar David sloeg van de Syriers twee en twintig duizend man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de SyriersH758 van DamaskusH1834 kwamenH935 om Hadad-ezer, den koningH4428 van ZobaH6678, te helpenH5826; maar DavidH1732 sloegH5221 van de SyriersH758 tweeH8147 en twintigH6242 duizendH505 manH376. En de Syriers van Damaskus kwamen om Hadad-ezer, den koning van Zoba, te helpen; maar David sloeg van de Syriers twee en twintig duizend man.

Ook in dit vers Hadad-H1909

KJV And when the Syrians2 of Damascus3 came1 to succour4 Hadadezer5 king6 of Zobah,7 David9 slew8 of the Syrians10 two12 and twenty11 thousand13 men.14

1 וַתָּבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֲרַ֣ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 3 דַּמֶּ֔שֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 4 לַעְזֹ֕ר H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 5 לַהֲדַדְעֶ֖זֶר H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר) 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 צוֹבָ֑ה H6678 Zoba Zoba, Zobah 8 וַיַּ֤ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 9 דָּוִד֙ H1732 David, Davids David 10 בַּֽאֲרָ֔ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 11 עֶשְׂרִֽים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 12 וּשְׁנַ֥יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 13 אֶ֖לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 14 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En David legde bezettingen in Syrie van Damaskus, en de Syriers werden David tot knechten, brengende geschenken; en de HEERE behoedde David overal, waar hij heentoog.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En DavidH1732 legde bezettingenH5333 in SyrieH758 van DamaskusH1834, en de SyriersH758 werdenH1961 DavidH1732 tot knechtenH5650, brengendeH5375 geschenkenH4503; en de HEEREH3068 behoeddeH3467 DavidH1732 overalH3605, waarH834 hij heentoogH1980. En David legde bezettingen in Syrie van Damaskus, en de Syriers werden David tot knechten, brengende geschenken; en de HEERE behoedde David overal, waar hij heentoog.

Ook in dit vers leideH7760

KJV Then David2 put1 garrisons3 in Syria4 of Damascus:5 and the Syrians7 became servants9 to David,8 and brought10 gifts.11 And the LORD13 preserved12 David15 whithersoever he went.18

1 וַיָּ֨שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 דָּוִ֤ד H1732 David, Davids David 3 נְצִבִים֙ H5333 bezettingen, bezetting, bestelmeester garrison, officer, pillar 4 בַּאֲרַ֣ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 5 דַּמֶּ֔שֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 6 וַתְּהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 אֲרָם֙ H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 8 לְדָוִ֔ד H1732 David, Davids David 9 לַעֲבָדִ֖ים H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 10 נוֹשְׂאֵ֣י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 11 מִנְחָ֑ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 12 וַיֹּ֤שַׁע H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 13 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 דָּוִ֔ד H1732 David, Davids David 16 בְּכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 הָלָֽךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En David nam de gouden schilden die bij Hadad-ezers knechten geweest waren, en bracht ze te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En DavidH1732 namH3947 de goudenH2091 schildenH7982 dieH834 bij Hadad-ezers knechtenH5650 geweest waren, en brachtH935 ze te JeruzalemH3389. En David nam de gouden schilden die bij Hadad-ezers knechten geweest waren, en bracht ze te Jeruzalem.

KJV And David2 took1 the shields4 of gold5 that were on the servants9 of Hadadezer,10 and brought11 them to Jerusalem.12

1 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 דָּוִ֗ד H1732 David, Davids David 3 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 שִׁלְטֵ֣י H7982 schilden shield 5 הַזָּהָ֔ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 הָי֔וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 אֶ֖ל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 עַבְדֵ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 10 הֲדַדְעָ֑זֶר H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר) 11 וַיְבִיאֵ֖ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daartoe nam de koning David zeer veel kopers uit Betach, en uit Berothai, steden van Hadad-ezer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Daartoe namH3947 de koningH4428 DavidH1732 zeerH3966 veelH7235 kopersH5178 uit BetachH984, en uit BerothaiH1268, stedenH5892 van Hadad-ezer. Daartoe nam de koning David zeer veel kopers uit Betach, en uit Berothai, steden van Hadad-ezer.

Ook in dit vers Hadad-H1909

KJV And from Betah,1 and from Berothai,2 cities3 of Hadadezer,4 king6 David7 took5 exceeding10 much9 brass.8

1 וּמִבֶּ֥טַח H984 Betach Betah 2 וּמִבֵּֽרֹתַ֖י H1268 Berotha, Berothai Berothah, Berothai 3 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 הֲדַדְעָ֑זֶר H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר) 5 לָקַ֞ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 הַמֶּ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 דָּוִ֛ד H1732 David, Davids David 8 נְחֹ֖שֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 9 הַרְבֵּ֥ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 10 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Als nu Thoi, de koning van Hamath, hoorde, dat David het ganse heir van Hadad-ezer geslagen had;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Als nu ThoiH8583, de koningH4428 van HamathH2574, hoordeH8085, datH3588 DavidH1732 het ganseH3605 heirH2428 van Hadad-ezer geslagenH5221 had; Als nu Thoi, de koning van Hamath, hoorde, dat David het ganse heir van Hadad-ezer geslagen had;

Ook in dit vers Hadad-H1909

KJV When Toi2 king3 of Hamath4 heard1 that David7 had smitten6 all the host of Hadadezer,11

1 וַיִּשְׁמַ֕ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 תֹּ֖עִי H8583 Thoi, Thou Toi, Tou 3 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 חֲמָ֑ת H2574 Hamath, Hammath Hamath, Hemath 5 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 הִכָּ֣ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 7 דָוִ֔ד H1732 David, Davids David 8 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 חֵ֥יל H2426 heir, voormuur, buitenmuur army, bulwark, host, [phrase] poor, rampart, trench, wall 11 הֲדַדְעָֽזֶר H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zo zond Thoi zijn zoon Joram tot den koning David, om hem te vragen naar zijn welstand, en om hem te zegenen, vanwege dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgd en hem geslagen had, (want Hadad-ezer voerde steeds krijg tegen Thoi); en in zijn hand waren zilveren vaten, en gouden vaten, en koperen vaten;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zo zondH7971 ThoiH8583 zijn zoonH1121 JoramH3141 totH413 den koningH4428 DavidH1732, om hem te vragenH7592 naar zijn welstandH7965, en om hem te zegenenH1288, vanwegeH5921 dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgdH3898 en hem geslagenH5221 had, (wantH3588 Hadad-ezer voerde steeds krijgH4421 tegen ThoiH8583); en in zijn handH3027 warenH1961 zilverenH3701 vatenH3627, en goudenH2091 vatenH3627, en koperenH5178 vatenH3627; Zo zond Thoi zijn zoon Joram tot den koning David, om hem te vragen naar zijn welstand, en om hem te zegenen, vanwege dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgd en hem geslagen had, (want Hadad-ezer voerde steeds krijg tegen Thoi); en in zijn hand waren zilveren vaten, en gouden vaten, en koperen vaten;

Ook in dit vers Hadad-H1909

KJV Then Toi2 sent1 Joram4 his son5 unto king7 David,8 to salute9 him, and to bless12 him, because he had fought15 against Hadadezer,16 and smitten17 him: for Hadadezer23 had wars19 with Toi.21 And Joram brought with him24 vessels26 of silver,27 and vessels28 of gold,29 and vessels30 of brass:31

1 וַיִּשְׁלַ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 תֹּ֣עִי H8583 Thoi, Thou Toi, Tou 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 יֽוֹרָם H3141 Joram Joram 5 בְּנ֣וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 8 דָּ֠וִד H1732 David, Davids David 9 לִשְׁאָל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 10 ל֨וֹ 11 לְשָׁל֜וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 12 וּֽלְבָרֲכ֗וֹ H1288 zegenen, gezegend, zegende [idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank 13 עַל֩ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 נִלְחַ֤ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 16 בַּהֲדַדְעֶ֨זֶר֙ H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר) 17 וַיַּכֵּ֔הוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 18 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 20 מִלְחֲמ֥וֹת H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 21 תֹּ֖עִי H8583 Thoi, Thou Toi, Tou 22 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 23 הֲדַדְעָ֑זֶר H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר) 24 וּבְיָד֗וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 25 הָי֛וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 26 כְּלֵֽי H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 27 כֶ֥סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 28 וּכְלֵֽי H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 29 זָהָ֖ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 30 וּכְלֵ֥י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 31 נְחֹֽשֶׁת H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Welke de koning David ook den HEERE heiligde, met het zilver en het goud, dat hij geheiligd had van alle heidenen, die hij zich onderworpen had;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Welke de koningH4428 DavidH1732 ookH1571 den HEEREH3068 heiligdeH6942, metH5973 het zilverH3701 en het goudH2091, datH834 hij geheiligdH6942 had van alleH3605 heidenenH1471, dieH834 hij zich onderworpenH3533 had; Welke de koning David ook den HEERE heiligde, met het zilver en het goud, dat hij geheiligd had van alle heidenen, die hij zich onderworpen had;

KJV Which also king4 David5 did dedicate3 unto the LORD,6 with the silver8 and gold9 that he had dedicated11 of all nations13 which he subdued;15

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֹתָ֕ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הִקְדִּ֛ישׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 4 הַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 5 דָּוִ֖ד H1732 David, Davids David 6 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 הַכֶּ֤סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 9 וְהַזָּהָב֙ H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 10 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 הִקְדִּ֔ישׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 12 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 14 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 כִּבֵּֽשׁ H3533 ondergebracht, onderworpen, onderwerpen bring into bondage, force, keep under, subdue, bring into subjection
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Van Syrie, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Van SyrieH758, en van MoabH4124, en van de kinderenH1121 AmmonsH5983, en van de FilistijnenH6430, en van AmalekH6002, en van den roofH7998 van Hadad-ezer, den zoonH1121 van RechobH7340, den koningH4428 van ZobaH6678. Van Syrie, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.

Ook in dit vers Hadad-H1909

KJV Of Syria,1 and of Moab,2 and of the children3 of Ammon,4 and of the Philistines,5 and of Amalek,6 and of the spoil7 of Hadadezer,8 son9 of Rehob,10 king11 of Zobah.12

1 מֵאֲרָ֤ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 2 וּמִמּוֹאָב֙ H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 3 וּמִבְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 עַמּ֔וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 5 וּמִפְּלִשְׁתִּ֖ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 6 וּמֵֽעֲמָלֵ֑ק H6002 Amalek, Amalekieten, watAmalek Amalek 7 וּמִשְּׁלַ֛ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 8 הֲדַדְעֶ֥זֶר H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר) 9 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 רְחֹ֖ב H7340 Rechob, Rehob Rehob 11 מֶ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 צוֹבָֽה H6678 Zoba Zoba, Zobah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriers geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ook maakteH6213 zich DavidH1732 een naamH8034, als hij wederkwamH7725, nadatH4480 hij de SyriersH758 geslagenH5221 had, in het ZoutdalH1516, achttienH8083 duizendH505. Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriers geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend.

KJV And David2 gat1 him a name3 when he returned4 from smiting5 of the Syrians7 in the valley8 of salt,9 being eighteen10 thousand12 men.

1 וַיַּ֤עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 דָּוִד֙ H1732 David, Davids David 3 שֵׁ֔ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 בְּשֻׁב֕וֹ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 מֵהַכּוֹת֥וֹ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֲרָ֖ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 8 בְּגֵיא H1516 dal, dalen, vallei valley 9 מֶ֑לַח H4417 zout, Zoutzee salt(-pit) 10 שְׁמוֹנָ֥ה H8083 acht, achttien, achthonderd eight(-een, -eenth), eighth 11 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 12 אָֽלֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En hij legde bezettingen in Edom; in gans Edom legde hij bezettingen; en alle Edomieten werden David tot knechten; en de HEERE behoedde David overal, waar hij heentoog.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En hij legde bezettingenH5333 in EdomH123; in gansH3605 EdomH123 legde hij bezettingenH5333; en alle EdomietenH123 werdenH1961 DavidH1732 tot knechtenH5650; en de HEEREH3068 behoeddeH3467 DavidH1732 overalH3605, waarH834 hij heentoogH1980. En hij legde bezettingen in Edom; in gans Edom legde hij bezettingen; en alle Edomieten werden David tot knechten; en de HEERE behoedde David overal, waar hij heentoog.

Ook in dit vers leideH7760 leideH7760

KJV And he put1 garrisons3 in Edom;2 throughout all Edom5 put6 he garrisons,7 and all they of Edom10 became David's12 servants.11 And the LORD14 preserved13 David16 whithersoever he went.19

1 וַיָּ֨שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 בֶּאֱד֜וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 3 נְצִבִ֗ים H5333 bezettingen, bezetting, bestelmeester garrison, officer, pillar 4 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֱדוֹם֙ H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 6 שָׂ֣ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 נְצִבִ֔ים H5333 bezettingen, bezetting, bestelmeester garrison, officer, pillar 8 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אֱד֖וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 11 עֲבָדִ֣ים H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 12 לְדָוִ֑ד H1732 David, Davids David 13 וַיּ֤וֹשַׁע H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 14 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 דָּוִ֔ד H1732 David, Davids David 17 בְּכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 19 הָלָֽךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Alzo regeerde David over gans Israel, en David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Alzo regeerdeH4427 DavidH1732 overH5921 gansH3605 IsraelH3478, en DavidH1732 deedH6213 aan zijnH1961 ganse volkH5971 rechtH4941 en gerechtigheidH6666. Alzo regeerde David over gans Israel, en David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid.

KJV And David2 reigned1 over all Israel;5 and David7 executed8 judgment9 and justice10 unto all his people.12

1 וַיִּמְלֹ֥ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 2 דָּוִ֖ד H1732 David, Davids David 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 דָוִ֗ד H1732 David, Davids David 8 עֹשֶׂ֛ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 מִשְׁפָּ֥ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 10 וּצְדָקָ֖ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 11 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 עַמּֽוֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Joab nu, de zoon van Zeruja, was over het heir; en Josafat, zoon van Achilud, was kanselier.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 JoabH3097 nu, de zoonH1121 van ZerujaH6870, was overH5921 het heirH6635; en JosafatH3092, zoonH1121 van AchiludH286, was kanselierH2142. Joab nu, de zoon van Zeruja, was over het heir; en Josafat, zoon van Achilud, was kanselier.

KJV And Joab1 the son2 of Zeruiah3 was over the host;5 and Jehoshaphat6 the son7 of Ahilud8 was recorder;9

1 וְיוֹאָ֥ב H3097 Joab, Joabs Joab 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 צְרוּיָ֖ה H6870 Zeruja Zeruiah 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַצָּבָ֑א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 וִיהוֹשָׁפָ֥ט H3092 Josafat, Josafath, Josafats Jehoshaphat. Compare H3146 (יוֹשָׁפָט) 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אֲחִיל֖וּד H286 Ahilud, Achilud Ahilud 9 מַזְכִּֽיר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En Zadok, zoon van Ahitub, en Achimelech, zoon van Abjathar, waren priesters; en Seraja was schrijver.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En ZadokH6659, zoonH1121 van AhitubH285, en AchimelechH288, zoonH1121 van AbjatharH54, waren priestersH3548; en SerajaH8304 was schrijverH5608. En Zadok, zoon van Ahitub, en Achimelech, zoon van Abjathar, waren priesters; en Seraja was schrijver.

KJV And Zadok1 the son2 of Ahitub,3 and Ahimelech4 the son5 of Abiathar,6 were the priests;7 and Seraiah8 was the scribe;9

1 וְצָד֧וֹק H6659 Zadok, Zadoks Zadok 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אֲחִיט֛וּב H285 Ahitub Ahitub 4 וַאֲחִימֶ֥לֶךְ H288 Achimelech, Abimelech Ahimelech 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אֶבְיָתָ֖ר H54 Abjathar, Abjathars Abiathar 7 כֹּהֲנִ֑ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 וּשְׂרָיָ֖ה H8304 Seraja, Zeraja Seraiah 9 סוֹפֵֽר H5608 schrijver, vertellen, tellen commune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Er was ook Benaja, zoon van Jojada, met de Krethi en de Plethi; maar Davids zonen waren prinsen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Er was ook BenajaH1141, zoonH1121 van JojadaH3077, met de KrethiH3774 en de PlethiH6432; maar DavidsH1732 zonenH1121 warenH1961 prinsenH3548. Er was ook Benaja, zoon van Jojada, met de Krethi en de Plethi; maar Davids zonen waren prinsen.

KJV And Benaiah1 the son2 of Jehoiada3 was over both the Cherethites4 and the Pelethites;5 and David's7 sons6 were chief rulers.8

1 וּבְנָיָ֨הוּ֙ H1141 Benaja Benaiah 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 יְה֣וֹיָדָ֔ע H3077 Jojada, Jehojada Jehoiada. Compare H3111 (יוֹיָדָע) 4 וְהַכְּרֵתִ֖י H3774 Krethi, Cherethieten, Cheretim Cherethims, Cherethites 5 וְהַפְּלֵתִ֑י H6432 Plethi Pelethites 6 וּבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 דָוִ֖ד H1732 David, Davids David 8 כֹּהֲנִ֥ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 9 הָיֽוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Samuël 8:1 1 Kronieken 18:1 2 Samuël 2:24 2 Samuël 21:15 2 Samuël 7:9
2 Samuël 8:2 Numeri 24:17 Psalmen 60:8 1 Samuël 10:27 2 Samuël 8:6 1 Samuël 14:47 1 Kronieken 18:2 2 Koningen 1:1 Psalmen 108:9
2 Samuël 8:3 1 Samuël 14:47 2 Samuël 10:19 2 Samuël 10:16 2 Samuël 10:6 1 Kronieken 18:3 1 Koningen 11:23 1 Koningen 4:21 Deuteronomium 11:24
2 Samuël 8:4 Jozua 11:6 Jozua 11:9 Deuteronomium 17:16 Psalmen 20:7 1 Kronieken 18:4 1 Koningen 10:26 Psalmen 33:16
2 Samuël 8:5 1 Koningen 11:23 2 Samuël 8:3 Job 9:13 1 Kronieken 18:5 Jesaja 8:9 Jesaja 31:3 Jesaja 7:8 Psalmen 83:4
2 Samuël 8:6 2 Samuël 8:14 2 Samuël 7:9 Psalmen 5:11 1 Samuël 14:1 1 Samuël 14:6 Psalmen 121:7 1 Kronieken 18:13 Psalmen 140:7
2 Samuël 8:7 1 Koningen 10:16 1 Koningen 14:26 2 Kronieken 9:15 1 Kronieken 18:7
2 Samuël 8:8 1 Kronieken 18:8 1 Kronieken 29:7 1 Kronieken 22:14 1 Kronieken 22:16 2 Kronieken 4:1 Ezechiël 47:16
2 Samuël 8:9 1 Koningen 8:65 1 Kronieken 18:9 Amos 6:2 2 Kronieken 8:4
2 Samuël 8:10 Jesaja 39:1 Genesis 43:27 1 Koningen 1:47 1 Samuël 13:10 1 Kronieken 18:10 Psalmen 129:8
2 Samuël 8:11 1 Koningen 7:51 Micha 4:13 1 Kronieken 22:14 1 Kronieken 18:11 1 Kronieken 26:26 1 Kronieken 29:2
2 Samuël 8:12 2 Samuël 10:14 1 Kronieken 18:11 2 Samuël 8:2 2 Samuël 5:17 2 Samuël 10:11 1 Samuël 30:20 2 Samuël 12:26 1 Samuël 27:8
2 Samuël 8:13 2 Koningen 14:7 2 Samuël 7:9 1 Kronieken 18:12 2 Kronieken 25:11 Psalmen 60:1
2 Samuël 8:14 Genesis 27:29 Genesis 25:23 2 Samuël 8:6 Psalmen 60:8 1 Kronieken 18:13 Genesis 27:37 Numeri 24:17 Psalmen 108:9
2 Samuël 8:15 Jeremia 23:5 2 Samuël 5:5 Psalmen 101:1 1 Kronieken 18:14 Amos 5:15 Psalmen 45:6 Amos 5:24 Psalmen 89:14
2 Samuël 8:16 1 Koningen 4:3 1 Kronieken 11:6 2 Samuël 19:13 2 Samuël 20:23 1 Kronieken 18:15
2 Samuël 8:17 1 Kronieken 6:8 1 Kronieken 18:16 1 Kronieken 16:39 1 Kronieken 6:53 1 Kronieken 24:3
2 Samuël 8:18 1 Samuël 30:14 2 Samuël 15:18 2 Samuël 20:7 2 Samuël 20:23 1 Kronieken 18:17 1 Koningen 1:44 2 Samuël 23:20 1 Koningen 1:38
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Samuël 8 vers 1

Meteg-amma Dat is, den toom van Amma, of van den elleboog. Het schijnt ganselijk dat hierdoor verstaan wordt de koninklijke hoofdstad der Filistijnen, Gath, die uitdrukkelijk vermeld is 1 Kron. 18:1, en [gelijk sommigen menen] gelegen op een berg genoemd Amma, en hier geheten een toom, omdat zij door hare vastigheid en macht de omliggende plaatsen in bedwang hield, en der vijanden inval belette.

Hertaald: Meteg-amma Dat is: de teugel van Amma, of van de elleboog. Het lijkt er sterk op dat hiermee de koninklijke hoofdstad van de Filistijnen bedoeld wordt, Gath, die uitdrukkelijk vermeld wordt in 1 Kron. 18:1, en [zoals sommigen menen] gelegen was op een berg genaamd Amma, en hier een teugel genoemd wordt, omdat zij door haar sterkte en macht de omliggende plaatsen in bedwang hield en de vijand belette binnen te vallen.

2 Samuël 8 vers 2

mat hen met een snoer, Dat is, hij deelde hun land bij meting, hetwelk men te dien tijde deed met snoeren of koorden, ombrengende bij loting de inwoners van twee delen, maar een volkomen deel latende in het leven. Of, hij deelde het volk in drie gelijke delen bij loting, zo gelijk, alsof zij met snoeren gemeten waren, enz. God had wel bevolen Ammon en Moab [als Loths nakomelingen] te verschonen, Deut. 2:9, Deut. 2:19, maar dewijl zij bittere vijandschap tegen Gods volk gepleegd hadden en met de vijanden aanspanden, zo heeft hen David, als zodanig, vijandelijk moeten behandelen. Zie Num. 22:2-4, enz., en Num. 24:17, en Num. 25:17-18, en Num. 31:2; Richt. 3:14, Richt. 3:21, Richt. 3:28, Richt. 3:30; 1 Sam. 14:47, en onder 2 Sam. 10:4, 2 Sam. 10:7, enz.

Hertaald: mat hen met een snoer, Dat is: hij verdeelde hun land door meting, wat men in die tijd deed met snoeren of koorden, waarbij hij door loting de inwoners van twee delen liet ombrengen, maar een volledig deel liet leven. Of: hij verdeelde het volk in drie gelijke delen door loting, zo gelijk alsof zij met snoeren gemeten waren, enzovoort. God had wel bevolen Ammon en Moab [als nakomelingen van Lot] te sparen, Deut. 2:9, Deut. 2:19, maar omdat zij bittere vijandschap tegen Gods volk gepleegd hadden en met de vijanden samenspanden, heeft David hen als zodanig als vijand moeten behandelen. Zie Num. 22:2-4, enzovoort, en Num. 24:17, en Num. 25:17-18, en Num. 31:2; Richt. 3:14, Richt. 3:21, Richt. 3:28, Richt. 3:30; 1 Sam. 14:47, en hieronder 2 Sam. 10:4, 2 Sam. 10:7, enzovoort.

doende hen ter aarde nederliggen; Uit verachting hen ter aarde nederleggende. Of, hen alzo afmattende, dat zij als ter aarde nederbukten, mat en overwonnen zijnde.

Hertaald: doende hen ter aarde nederliggen; Uit verachting hen ter aarde neerleggend. Of: hen zo afmattend dat zij als het ware ter aarde neerbogen, moe en overwonnen.

geschenken Tot een teken van onderdanigheid. Alzo onder, vs.6.

Hertaald: geschenken Tot een teken van onderdanigheid. Zo ook hieronder, vers 6.

2 Samuël 8 vers 3

Hadad-ézer, Ook genoemd Hadarezer, 1 Kron. 18:3.

Hertaald: Hadad-ézer, Ook Hadarezer genoemd, 1 Kron. 18:3.

Zoba, Zie 1 Sam. 14:47. Dit meent men geweest te zijn het gedeelte van Syrië, dat Sofene genoemd wordt; komende deze woorden Zoba, of Zova, en Sofene zeer na overeen. Zie ook onder, 2 Sam. 10:6.

Hertaald: Zoba, Zie 1 Sam. 14:47. Men neemt aan dat dit het deel van Syrië was dat Sofene genoemd wordt; deze woorden Zoba, of Zova, en Sofene lijken sterk op elkaar. Zie ook hieronder, 2 Sam. 10:6.

hij heentoog David, of gelijk sommigen, Hadadezer.

Hertaald: hij heentoog David, of zoals sommigen menen, Hadadezer.

om zijn hand Dat is, om zijn macht uit te strekken, enz. Anders, om zijn grenzen te stellen, of herstellen. [Hebreeuws, te doen wederkeren, of weder te brengen] aan de rivier Fraat; dat is Eufraat, welke landpale Israël van God beloofd was, en dienvolgens hem moest toegeëigend worden. Vergelijk 1 Kron. 18:3, en zie Gen. 15:18, enz.

Hertaald: om zijn hand Dat is: om zijn macht uit te breiden, enzovoort. Anders: om zijn grenzen vast te stellen, of te herstellen. [Hebreeuws: te doen terugkeren, of terug te brengen] tot aan de rivier Fraat; dat is: de Eufraat, welke grens door God aan Israël beloofd was, en daarom aan hem moest toekomen. Vergelijk 1 Kron. 18:3, en zie Gen. 15:18, enzovoort.

2 Samuël 8 vers 4

wagens af, Dat is hier ingevoegd uit 1 Kron. 18:4, waar deze historie wordt wederhaald.

Hertaald: wagens af, Dit is hier ingevoegd uit 1 Kron. 18:4, waar deze geschiedenis herhaald wordt.

ruiteren, Versta, [zoals enigen dit nemen] rotten van ruiters, elk rot bestaande uit tien, makende alzo tezamen zeven duizend ruiters, welk getal uitdrukkelijk staat 1 Kron. 18:4. Vergelijk 2 Sam. 10:18.

Hertaald: ruiteren, Versta: [zoals sommigen dit opvatten] groepen ruiters, elke groep bestaand uit tien, zodat er samen zevenduizend ruiters waren, welk aantal uitdrukkelijk staat in 1 Kron. 18:4. Vergelijk 2 Sam. 10:18.

alle Uitgezonderd de honder, die hij behield, gelijk volgt.

Hertaald: alle Behalve de honderd die hij behield, zoals volgt.

wagenpaarden, Of, wagens. Zie Joz. 11:6.

Hertaald: wagenpaarden, Of: wagens. Zie Joz. 11:6.

2 Samuël 8 vers 5

de Syriërs van Damaskus Hebreeuws, Aram; dat is, Syrië. Zie Gen. 10:22, en Gen. 22:21, waardoor de Syriërs verstaan worden. Syrië van Damaskus was wel het voornaamste deel of koninkrijk onder al de gedeelten, landen, provinciën of koninkrijken, [waarvan enige verhaald worden, onder, 2 Sam. 10:6 ] , die onder Syrië begrepen waren; zijnde tot onderscheiding genoemd Syrië van Damaskus, van den naam der vermaarde hoofdstad van dit koninkrijk.

Hertaald: de Syriërs van Damaskus Hebreeuws: Aram; dat is: Syrië. Zie Gen. 10:22, en Gen. 22:21, waarmee de Syriërs bedoeld worden. Syrië van Damaskus was wel het voornaamste deel of koninkrijk onder alle gebieden, landen, provincies of koninkrijken, [waarvan enkele verteld worden hieronder, 2 Sam. 10:6], die onder Syrië begrepen waren; ter onderscheiding Syrië van Damaskus genoemd, naar de naam van de bekende hoofdstad van dit koninkrijk.

2 Samuël 8 vers 6

brengende geschenken; Gelijk boven, vs.2.

Hertaald: brengende geschenken; Zoals hierboven, vers 2.

behoedde David overal, Of, gaf David heil, of overwinning; waardoor het Hebreeuwse woord bekwamelijk kan worden genomen in krijgszaken. Alzo onder, vs.14, en 2 Sam. 22:51, en 2 Sam. 23:10, 2 Sam. 23:12; Ps. 20:6; Spr. 21:31, enz.

Hertaald: behoedde David overal, Of: gaf David heil, of overwinning; het Hebreeuwse woord kan in oorlogszaken goed zo opgevat worden. Zo ook hieronder, vers 14, en 2 Sam. 22:51, en 2 Sam. 23:10, 2 Sam. 23:12; Ps. 20:6; Spr. 21:31, enzovoort.

2 Samuël 8 vers 7

knechten geweest waren, Dat is, officieren.

Hertaald: knechten geweest waren, Dat is: officieren.

2 Samuël 8 vers 8

Betach, en uit Beróthai, Tibehat en Chun genoemd 1 Kron. 18:8.

Hertaald: Betach, en uit Beróthai, Tibehat en Chun genoemd in 1 Kron. 18:8.

2 Samuël 8 vers 9

Thoï, Ook genoemd Thou, 1 Kron. 18:9.

Hertaald: Thoï, Ook Thou genoemd, 1 Kron. 18:9.

Hamath, Zie Num. 13:21.

Hertaald: Hamath, Zie Num. 13:21.

2 Samuël 8 vers 10

Joram Hadoram genoemd, 1 Kron. 18:10.

Hertaald: Joram Hadoram genoemd, 1 Kron. 18:10.

welstand, Hebreeuws, naar vrede; dat is, om hem vriendelijk te begroeten. Zie Gen. 43:27.

Hertaald: welstand, Hebreeuws: naar vrede; dat is: om hem vriendelijk te begroeten. Zie Gen. 43:27.

zegenen, Hem te begroeten en geluk te wensen vanwege de verkregen victorie, dat is [gelijk men zegt] te congratuleren.

Hertaald: zegenen, Hem te begroeten en geluk te wensen vanwege de behaalde overwinning, dat is [zoals men zegt] te feliciteren.

voerde steeds krijg tegen Thoï Hebreeuws, was een man der krijgen van Thoï; dat is, hij deed hem steeds den oorlog aan, was zijn vijand en tegenstrijder, die hem niet ongekweld liet. Zie Gen. 9:20, en vergelijk Richt. 12:2; onder 2 Sam. 18:20, en 2 Kron. 35:21; Ps. 41:10.

Hertaald: voerde steeds krijg tegen Thoï Hebreeuws: was een man van de oorlogen van Thoï; dat is: hij voerde voortdurend oorlog tegen hem, was zijn vijand en tegenstander, die hem niet met rust liet. Zie Gen. 9:20, en vergelijk Richt. 12:2; hieronder 2 Sam. 18:20, en 2 Kron. 35:21; Ps. 41:10.

zijn hand Dit is, Joram, de zoon van Thoï, had deze geschenken bij zich, onder zijn handen, gelijk men zegt. Zie gelijke manier van spreken 1 Sam. 9:8; 2 Kon. 5:5, enz.

Hertaald: zijn hand Dit betekent dat Joram, de zoon van Thoï, deze geschenken bij zich had, onder zijn handen, zoals men zegt. Zie een soortgelijke manier van spreken 1 Sam. 9:8; 2 Kon. 5:5, enzovoort.

2 Samuël 8 vers 13

in het Zoutdal, Te weten, maakte hij zich een naam, of, [staande] in het Zoutdal, enz. waarvan zie 2 Kon. 14:7. Dit dal lag aan het zuidelijke einde van de Zoutzee, aan het oostelijke einde van het gebergte der Edomieten of Seïr.

Hertaald: in het Zoutdal, Namelijk: hij maakte zich een naam, of [terwijl hij stond] in het Zoutdal, enzovoort, waarover zie 2 Kon. 14:7. Dit dal lag aan het zuidelijke einde van de Zoutzee, aan het oostelijke einde van het gebergte van de Edomieten of Seïr.

achttien duizend Van de Edomieten, zie 1 Kron. 18:12, waarop vs.14 past. Vergelijk ook Ps. 60:2.

Hertaald: achttien duizend Van de Edomieten, zie 1 Kron. 18:12, wat past bij vers 14. Vergelijk ook Ps. 60:2.

2 Samuël 8 vers 14

David tot knechten; En zijn nakomelingen, tot den tijd van Joram, Josafats zoon. Zie 2 Kon. 8:22.

Hertaald: David tot knechten; En zijn nakomelingen, tot de tijd van Joram, de zoon van Josafat. Zie 2 Kon. 8:22.

behoedde David overal, Gelijk boven, vs.6.

Hertaald: behoedde David overal, Zoals hierboven, vers 6.

2 Samuël 8 vers 15

deed aan zijn ganse volk Hebreeuws, was doende.

Hertaald: deed aan zijn ganse volk Hebreeuws: was doende.

recht en gerechtigheid Zie Gen. 18:19.

Hertaald: recht en gerechtigheid Zie Gen. 18:19.

2 Samuël 8 vers 16

over het heir; Dat is, generaal krijgsoverste.

Hertaald: over het heir; Dat is: opperbevelhebber van het leger.

kanselier Zie 1 Kon. 4:3.

Hertaald: kanselier Zie 1 Kon. 4:3.

2 Samuël 8 vers 17

Zadok, Van Aärons linie, door Eleazar, 1 Kron. 6:4, 1 Kron. 6:8, en 1 Kron. 24:3. Zie van dezen onder 2 Sam. 15:24, en 2 Sam. 20:25; 1 Kron. 16:39, en 1 Kron. 24:3, en 1 Kron. 29:22; idem 1 Kon. 1:8, 1 Kon. 1:32, 1 Kon. 1:38, en 1 Kon. 2:35.

Hertaald: Zadok, Uit de linie van Aäron, via Eleazar, 1 Kron. 6:4, 1 Kron. 6:8, en 1 Kron. 24:3. Zie hierover hieronder 2 Sam. 15:24, en 2 Sam. 20:25; 1 Kron. 16:39, en 1 Kron. 24:3, en 1 Kron. 29:22; ook 1 Kon. 1:8, 1 Kon. 1:32, 1 Kon. 1:38, en 1 Kon. 2:35.

Achimélech, Van Aärons linie, door Ithamar en Eli, 1 Kron. 24:3.

Hertaald: Achimélech, Uit de linie van Aäron, via Ithamar en Eli, 1 Kron. 24:3.

priesters; Van de ordeningen der priesteren zie Num. 3:32, en 2 Kon. 23:4.

Hertaald: priesters; Zie over de indeling van de priesters Num. 3:32, en 2 Kon. 23:4.

schrijver Zie 1 Kon. 4:3.

Hertaald: schrijver Zie 1 Kon. 4:3.

2 Samuël 8 vers 18

Krethi en de Plethi; Over welke Benaja overste was. Zie 2 Sam. 20:23; 1 Kron. 18:17. Van Krethi en Plethi, zie 1 Kon. 1:38.

Hertaald: Krethi en de Plethi; Over wie Benaja overste was. Zie 2 Sam. 20:23; 1 Kron. 18:17. Zie over de Krethi en de Plethi 1 Kon. 1:38.

prinsen Of, hoofdofficieren. Van het Hebreeuwse woord [dat anders gemeenlijk priesters betekent], zie Gen. 41:45. Hier kan het geen priesters betekenen, omdat Davids zonen uit den stam van Juda waren, niet uit den stam van Levi. Dit woord wordt 1 Kron. 18:17 aldus verklaard: Davids zonen waren de eersten aan de hand des konings, of den koning ter hand, gelijk men zegt.

Hertaald: prinsen Of: hoofdofficieren. Zie over het Hebreeuwse woord [dat anders meestal priesters betekent] Gen. 41:45. Hier kan het geen priesters betekenen, omdat de zonen van David uit de stam van Juda waren, niet uit de stam van Levi. Dit woord wordt in 1 Kron. 18:17 zo verklaard: de zonen van David waren de eersten aan de hand van de koning, of de koning ter hand, zoals men zegt.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Joab  — de HEERE is vader

De zoon van Davids zuster Zeruja, broer van Abisaï en Asaël, en Davids voornaamste legeroverste. Hier voor het eerst als zodanig genoemd, streed hij bij Gibeon tegen Abner, waarbij zijn broer Asaël sneuvelde (2 Sam. 2:12-23). Hij zou later Abner uit wraak vermoorden (2 Sam. 3:27) en Davids trouwste, maar ook meest onbuigzame en gewelddadige, legeroverste blijven tot aan Davids dood.

Hadad-Ezer  — Hadad is hulp

De koning van Zoba, die door David verslagen werd toen hij zijn macht aan de Eufraat wilde herstellen; David nam zijn hele leger, wagens en een grote buit aan koper (2 Sam. 8:3-8). Later huurde de koning van Ammon hem in tegen David, maar ook dan werd hij verslagen (2 Sam. 10).

Benaja  — de HEERE heeft gebouwd

De zoon van de priester Jojada, uit Kabzeël, een van Davids dappere helden: hij versloeg twee 'leeuwachtige mannen' van Moab, doodde een leeuw in een kuil op een besneeuwde dag, en versloeg een reusachtige Egyptenaar met diens eigen speer (2 Sam. 23:20-22). David stelde hem aan over zijn lijfwacht van Krethi en Plethi (2 Sam. 8:18). Later zou hij trouw blijven aan Salomo bij diens troonsbestijging en hem als legeroverste dienen (1 Kon. 1-2).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Aram-Zoba en Damaskus  — Aram: de algemene naam voor de Syrische volken/gebieden; Zoba: van onzekere afleiding; Damaskus: van onzekere, mogelijk voor-Semitische afleiding

Ligging: Aram-Zoba lag ten noorden van Damaskus, in het gebied van de latere Bekavallei; Damaskus zelf, een van de oudste onafgebroken bewoonde steden ter wereld, aan de rand van de Syrische woestijn.

Geschiedenis: David versloeg Hadadezer, de koning van Zoba, en nam een groot deel van zijn leger, wagens en ruiters gevangen; toen de Syriërs van Damaskus Hadadezer te hulp kwamen, versloeg David ook hen, doodde tweeëntwintigduizend man, en legde bezettingen in Damaskus, zodat de Syriërs David schatplichtig werden (2 Sam. 8:3-8). Koning Toï van Hamath, verheugd over Davids overwinning op zijn eigen vijand Hadadezer, zond zijn zoon met geschenken van goud, zilver en koper naar David (2 Sam. 8:9-12).

Bijbelse betekenis: Onderdeel van de reeks overwinningen waarmee de HEERE Davids koninkrijk aanzienlijk uitbreidde, tot ver buiten de grenzen van het beloofde land zelf — een voorproefje van de vrede en welvaart die zijn zoon Salomo later zou genieten, en, in profetisch perspectief, een voorafschaduwing van de uiteindelijke, wereldomvattende heerschappij van de grotere Zoon van David.

2 Sam. 8:3-12; 10:6-19; 1 Kon. 11:23-25; Jes. 7:8; 17:1-3

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
David deed recht en gerechtigheid  — een overzicht van Davids overwinningen op de omringende volken — Filistijnen, Moabieten, Syriërs, Edomieten — besloten met de samenvatting: "Alzo regeerde David over gans Israel, en David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid" (2 Sam. 8:15)

David onderwerpt na elkaar de Filistijnen, de Moabieten, de Syriërs van Zoba en Damaskus, en later ook Edom (2 Sam. 8:1-6,13-14). Telkens wordt vermeld: "de HEERE behoedde David overal, waar hij heentoog" (2 Sam. 8:6,14). De buit — zilver, goud en koperen vaten, ook van koningen die David eerden in plaats van bestreden, zoals Thoï van Hamath — heiligt David "den HEERE", in plaats van het voor zichzelf te houden (2 Sam. 8:7-12). Het hoofdstuk sluit met een korte samenvatting van heel Davids regering: "David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid" (2 Sam. 8:15).

Bijbelse betekenis: Deze verzen vatten in het kort samen wat de voorgaande hoofdstukken al lieten zien: een koningschap dat groeit, niet door Davids eigen kracht, maar doordat "de HEERE behoedde David", en dat zijn buit niet potten maar teruggeeft aan de HEERE Zelf. De slotzin — recht en gerechtigheid voor het hele volk — is de vrucht die van een koning naar Gods hart verwacht mag worden: niet alleen militaire overwinning, maar een regering die het volk zelf ten goede komt.

Typologie: Dat een koning naar Gods hart de rechtvaardigheid liefheeft, wijst vooruit naar de Zoon, van Wie de Hebreeënbrief zegt: "Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter. Gij hebt rechtvaardigheid liefgehad, en ongerechtigheid gehaat" (Hebr. 1:8-9).

2 Sam. 8:1-15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

2 Samuël 8

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content