Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Samuël 4

1 Als nu Sauls zoon hoorde, dat Abner te Hebron gestorven was, werden zijn handen slap, en gans Israel werd verschrikt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Als nu SaulsH7586 zoonH1121 hoordeH8085, datH3588 AbnerH74 te HebronH2275 gestorvenH4191 was, werden zijn handenH3027 slapH7503, en gansH3605 IsraelH3478 werd verschriktH926. Als nu Sauls zoon hoorde, dat Abner te Hebron gestorven was, werden zijn handen slap, en gans Israel werd verschrikt.

KJV And when Saul's3 son2 heard1 that Abner6 was dead5 in Hebron,7 his hands9 were feeble,8 and all the Israelites11 were troubled.12

1 וַיִּשְׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 שָׁא֗וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 4 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 מֵ֤ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 6 אַבְנֵר֙ H74 Abner, Abners, Abi- Abner 7 בְּחֶבְר֔וֹן H2275 Hebron Hebron 8 וַיִּרְפּ֖וּ H7503 slap, begeven, ledig abate, cease, consume, draw (toward evening), fail, (be) faint, be (wax) feeble, forsake, idle, leave, let alone (go, down), (be) slack, stay, be still, be slothful, (be) weak(-en). See H7495 (רָפָא) 9 יָדָ֑יו H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 נִבְהָֽלוּ H926 verschrikt, beroerd, verbaasd be (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Sauls zoon had twee mannen, oversten van benden; de naam des enen was Baena, en de naam des anderen Rechab, zonen van Rimmon, den Beerothiet, van de kinderen van Benjamin; want ook Beeroth werd aan Benjamin gerekend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En SaulsH7586 zoonH1121 had tweeH8147 mannenH582, overstenH8269 van bendenH1416; de naamH8034 des enenH259 wasH1961 BaenaH1196, en de naamH8034 des anderen RechabH7394, zonenH1121 van RimmonH7417, den BeerothietH886, van de kinderenH1121 van BenjaminH1144; wantH3588 ookH1571 BeerothH881 werd aanH5921 BenjaminH1144 gerekendH2803. En Sauls zoon had twee mannen, oversten van benden; de naam des enen was Baena, en de naam des anderen Rechab, zonen van Rimmon, den Beerothiet, van de kinderen van Benjamin; want ook Beeroth werd aan Benjamin gerekend.

KJV And Saul's7 son6 had5 two1 men that were captains3 of bands:4 the name8 of the one9 was Baanah,10 and the name11 of the other12 Rechab,13 the sons14 of Rimmon15 a Beerothite,16 of the children17 of Benjamin:18 (for Beeroth21 also was reckoned22 to Benjamin:24

1 וּשְׁנֵ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 2 אֲנָשִׁ֣ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 שָׂרֵֽי H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 גְדוּדִ֣ים H1416 benden, bende, bende straatschenders army, band (of men), company, troop (of robbers) 5 הָי֪וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 שָׁא֟וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 8 שֵׁם֩ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 הָאֶחָ֨ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 בַּֽעֲנָ֜ה H1196 Baena, Baana Baanah 11 וְשֵׁ֧ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 12 הַשֵּׁנִ֣י H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 13 רֵכָ֗ב H7394 Rechab Rechab 14 בְּנֵ֛י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 רִמּ֥וֹן H7417 Rimmon, Rimmon-methoar, Rimmono Remmon, Rimmon 16 הַבְּאֶֽרֹתִ֖י H886 Beerothiet, Beerothieten Beerothite 17 מִבְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 בִנְיָמִ֑ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 19 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 20 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 21 בְּאֵר֔וֹת H881 Beeroth Beeroth 22 תֵּחָשֵׁ֖ב H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 23 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 24 בִּנְיָמִֽן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de Beerothieten waren gevloden naar Gitthaim, en waren aldaar vreemdelingen tot op dezen dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En de BeerothietenH886 waren gevlodenH1272 naar GitthaimH1664, en warenH1961 aldaarH8033 vreemdelingenH1481 totH5704 op dezenH2088 dagH3117. En de Beerothieten waren gevloden naar Gitthaim, en waren aldaar vreemdelingen tot op dezen dag.

KJV And the Beerothites2 fled1 to Gittaim,3 and were sojourners6 there until this day.)8

1 וַיִּבְרְח֥וּ H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 2 הַבְּאֵרֹתִ֖ים H886 Beerothiet, Beerothieten Beerothite 3 גִּתָּ֑יְמָה H1664 Gitthaim Gittaim 4 וַֽיִּהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 שָׁ֣ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 גָּרִ֔ים H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 7 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Jonathan, Sauls zoon, had een zoon, die geslagen was aan beide voeten; vijf jaren was hij oud als het gerucht van Saul en Jonathan uit Jizreel kwam; en zijn voedster hem opnam, en vluchtte; en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd; en zijn naam was Mefiboseth.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En JonathanH3083, SaulsH7586 zoonH1121, had een zoonH1121, die geslagenH5223 was aan beide voetenH7272; vijfH2568 jarenH8141 wasH1961 hij oudH1121 als het geruchtH8052 van SaulH7586 en JonathanH3083 uit JizreelH3157 kwamH935; en zijn voedsterH539 hem opnamH5375, en vluchtteH5127; en het geschieddeH1961, als zij haastteH2648, om te vluchtenH5127, dat hij vielH5307 en kreupelH6452 werd; en zijn naamH8034 was MefibosethH4648. En Jonathan, Sauls zoon, had een zoon, die geslagen was aan beide voeten; vijf jaren was hij oud als het gerucht van Saul en Jonathan uit Jizreel kwam; en zijn voedster hem opnam, en vluchtte; en het geschiedde, als zij haastte, om te vluchten, dat hij viel en kreupel werd; en zijn naam was Mefiboseth.

KJV And Jonathan,1 Saul's3 son,2 had a son4 that was lame5 of his feet.6 He was five8 years9 old7 when the tidings12 came11 of Saul13 and Jonathan14 out of Jezreel,15 and his nurse17 took him up,16 and fled:18 and it came to pass, as she made haste20 to flee,21 that he fell,22 and became lame.23 And his name24 was Mephibosheth.25

1 וְלִיהֽוֹנָתָן֙ H3083 Jonathan, Jonathans Jonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן) 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 שָׁא֔וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 4 בֵּ֖ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 נְכֵ֣ה H5223 geslagen, verslagene contrite, lame 6 רַגְלָ֑יִם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 חָמֵ֣שׁ H2568 vijf, vijfhonderd, vijftien fif(-teen), fifth, five ([idiom] apiece) 9 שָׁנִ֣ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 הָיָ֡ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 בְּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 שְׁמֻעַת֩ H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 13 שָׁא֨וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 14 וִיהֽוֹנָתָ֜ן H3083 Jonathan, Jonathans Jonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן) 15 מִֽיִּזְרְעֶ֗אל H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel 16 וַתִּשָּׂאֵ֤הוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 17 אֹֽמַנְתּוֹ֙ H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right 18 וַתָּנֹ֔ס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 19 וַיְהִ֞י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 20 בְּחָפְזָ֥הּ H2648 haasten, haastte, haastten (make) haste (away), tremble 21 לָנ֛וּס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 22 וַיִּפֹּ֥ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 23 וַיִּפָּסֵ֖חַ H6452 voorbijgaan, doorgaande, hinkt halt, become lame, leap, pass over 24 וּשְׁמ֥וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 25 מְפִיבֹֽשֶׁת H4648 Mefiboseth, Mefiboseths Mephibosheth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de zonen van Rimmon: den Beerothiet, Rechab en Baena, gingen heen, en kwamen ten huize van Isboseth, als de dag heet geworden was; en hij lag op de slaapstede, in den middag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de zonenH1121 van RimmonH7417: den BeerothietH886, RechabH7394 en BaenaH1196, gingenH3212 heen, en kwamenH935 ten huizeH1004 van IsbosethH378, als de dagH3117 heetH2527 geworden was; en hijH1931 lagH7901 op de slaapstedeH4904, in den middagH6672. En de zonen van Rimmon: den Beerothiet, Rechab en Baena, gingen heen, en kwamen ten huize van Isboseth, als de dag heet geworden was; en hij lag op de slaapstede, in den middag.

KJV And the sons2 of Rimmon3 the Beerothite,4 Rechab5 and Baanah,6 went,1 and came7 about the heat8 of the day9 to the house11 of Ishbosheth,12 who lay15 on a bed17 at noon.18

1 וַיֵּ֨לְכ֜וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 רִמּ֤וֹן H7417 Rimmon, Rimmon-methoar, Rimmono Remmon, Rimmon 4 הַבְּאֵֽרֹתִי֙ H886 Beerothiet, Beerothieten Beerothite 5 רֵכָ֣ב H7394 Rechab Rechab 6 וּבַעֲנָ֔ה H1196 Baena, Baana Baanah 7 וַיָּבֹ֨אוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 כְּחֹ֣ם H2527 heet, hitte, warm heat, to be hot (warm) 9 הַיּ֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 בֵּ֖ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 אִ֣ישׁ H378 Isboseth, Isboseths Ish-bosheth 13 בֹּ֑שֶׁת H378 Isboseth, Isboseths Ish-bosheth 14 וְה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 שֹׁכֵ֔ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 16 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 מִשְׁכַּ֥ב H4904 leger, bijligging, legers bed(-chamber), couch, lieth (lying) with 18 הַֽצָּהֳרָֽיִם H6672 middag, middags, venster midday, noon(-day, -tide), window
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En zij kwamen daarin tot het midden des huizes, zullende tarwe halen; en zij sloegen hem aan de vijfde rib; en Rechab en zijn broeder Baena ontkwamen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En zij kwamenH935 daarin tot het middenH8432 des huizesH1004, zullende tarweH2406 halenH3947; en zij sloegenH5221 hem aan de vijfdeH2570 rib; en RechabH7394 en zijn broederH251 BaenaH1196 ontkwamenH4422. En zij kwamen daarin tot het midden des huizes, zullende tarwe halen; en zij sloegen hem aan de vijfde rib; en Rechab en zijn broeder Baena ontkwamen.

KJV And they came thither2 into the midst4 of the house,5 as though they would have fetched6 wheat;7 and they smote8 him under the fifth10 rib: and Rechab11 and Baanah12 his brother13 escaped.14

1 וְ֠הֵנָּה H2007 zij, deze (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein 2 בָּ֜אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 תּ֤וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 5 הַבַּ֨יִת֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 לֹקְחֵ֣י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 7 חִטִּ֔ים H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 8 וַיַּכֻּ֖הוּ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַחֹ֑מֶשׁ H2570 vijfde fifth (rib) 11 וְרֵכָ֛ב H7394 Rechab Rechab 12 וּבַעֲנָ֥ה H1196 Baena, Baana Baanah 13 אָחִ֖יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 נִמְלָֽטוּ H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Want zij kwamen in huis, als hij op zijn bed lag, in zijn slaapkamer, en sloegen hem, en doodden hem, en hieuwen zijn hoofd af; en zij namen zijn hoofd, en gingen henen, den weg op het vlakke veld, den gansen nacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Want zij kwamenH935 in huisH1004, als hijH1931 opH5921 zijn bedH4296 lagH7901, in zijn slaapkamerH2315, en sloegenH5221 hem, en dooddenH4191 hem, en hieuwenH5493 zijn hoofdH7218 af; en zij namenH3947 zijn hoofd, en gingenH3212 henen, den wegH1870 op het vlakke veldH6160, den gansenH3605 nachtH3915. Want zij kwamen in huis, als hij op zijn bed lag, in zijn slaapkamer, en sloegen hem, en doodden hem, en hieuwen zijn hoofd af; en zij namen zijn hoofd, en gingen henen, den weg op het vlakke veld, den gansen nacht.

KJV For when they came1 into the house,2 he lay4 on his bed6 in his bedchamber,7 and they smote9 him, and slew10 him, and beheaded11 him, and took14 his head,13 and gat them away17 through18 the plain19 all night.21

1 וַיָּבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הַבַּ֗יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 וְהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 שֹׁכֵ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 מִטָּתוֹ֙ H4296 bed, bedsteden, baar bed(-chamber), bier 7 בַּחֲדַ֣ר H2315 kamer, binnenkameren, slaapkamer ((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within 8 מִשְׁכָּב֔וֹ H4904 leger, bijligging, legers bed(-chamber), couch, lieth (lying) with 9 וַיַּכֻּ֨הוּ֙ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 10 וַיְמִתֻ֔הוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 וַיָּסִ֖ירוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 רֹאשׁ֑וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 14 וַיִּקְחוּ֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 רֹאשׁ֔וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 17 וַיֵּֽלְכ֛וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 18 דֶּ֥רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 19 הָעֲרָבָ֖ה H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 20 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 21 הַלָּֽיְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot den koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, den zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, alzo heeft de HEERE mijn heer den koning te dezen dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En zij brachtenH935 het hoofdH7218 van IsbosethH378 totH413 DavidH1732 te HebronH2275, en zeidenH559 totH413 den koningH4428: ZieH2009, daar is het hoofdH7218 van IsbosethH378, den zoonH1121 van SaulH7586, uw vijandH341, die uw zielH5315 zochtH1245, alzo heeft de HEEREH3068 mijn heerH113 den koningH4428 te dezenH2088 dageH3117 wrakeH5360 gegevenH5414 van SaulH7586 en van zijn zaadH2233. En zij brachten het hoofd van Isboseth tot David te Hebron, en zeiden tot den koning: Zie, daar is het hoofd van Isboseth, den zoon van Saul, uw vijand, die uw ziel zocht, alzo heeft de HEERE mijn heer den koning te dezen dage wrake gegeven van Saul en van zijn zaad.

KJV And they brought1 the head3 of Ishbosheth4 unto David7 to Hebron,8 and said9 to the king,11 Behold the head13 of Ishbosheth5 the son16 of Saul17 thine enemy,18 which sought20 thy life;22 and the LORD24 hath23 avenged27 my lord25 the king26 this day28 of Saul,30 and of his seed.31

1 וַ֠יָּבִאוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 רֹ֨אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 4 אִֽישׁ H378 Isboseth, Isboseths Ish-bosheth 5 בֹּ֥שֶׁת H378 Isboseth, Isboseths Ish-bosheth 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 דָּוִד֮ H1732 David, Davids David 8 חֶבְרוֹן֒ H2275 Hebron Hebron 9 וַיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 הִנֵּֽה H2009 ziet, zie behold, lo, see 13 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 14 אִֽישׁ H378 Isboseth, Isboseths Ish-bosheth 15 בֹּ֗שֶׁת H378 Isboseth, Isboseths Ish-bosheth 16 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 שָׁאוּל֙ H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 18 אֹֽיִבְךָ֔ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 19 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 בִּקֵּ֖שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 נַפְשֶׁ֑ךָ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 23 וַיִּתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 24 יְ֠הוָה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 25 לַֽאדֹנִ֨י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 26 הַמֶּ֤לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 27 נְקָמוֹת֙ H5360 wraak, volkomene wraak, wrake [phrase] avenge, revenge(-ing), vengeance 28 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 29 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 30 מִשָּׁא֖וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 31 וּמִזַּרְעֽוֹ H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar David antwoordde Rechab en zijn broeder Baena, den zonen van Rimmon, den Beerothiet, en zeide tot hen: Zo waarachtig als De HEERE leeft, Die mijn ziel uit alle benauwdheid verlost heeft!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maar DavidH1732 antwoorddeH6030 RechabH7394 en zijn broederH251 BaenaH1196, den zonenH1121 van RimmonH7417, den BeerothietH886, en zeideH559 tot hen: Zo waarachtig als De HEEREH3068 leeftH2416, DieH834 mijn zielH5315 uit alleH3605 benauwdheidH6869 verlostH6299 heeft! Maar David antwoordde Rechab en zijn broeder Baena, den zonen van Rimmon, den Beerothiet, en zeide tot hen: Zo waarachtig als De HEERE leeft, Die mijn ziel uit alle benauwdheid verlost heeft!

KJV And David2 answered1 Rechab4 and Baanah6 his brother,7 the sons8 of Rimmon9 the Beerothite,10 and said11 unto them, As the LORD14 liveth,13 who hath redeemed16 my soul18 out of all adversity,20

1 וַיַּ֨עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 דָּוִ֜ד H1732 David, Davids David 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 רֵכָ֣ב H7394 Rechab Rechab 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בַּעֲנָ֣ה H1196 Baena, Baana Baanah 7 אָחִ֗יו H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 8 בְּנֵ֛י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 רִמּ֥וֹן H7417 Rimmon, Rimmon-methoar, Rimmono Remmon, Rimmon 10 הַבְּאֵֽרֹתִ֖י H886 Beerothiet, Beerothieten Beerothite 11 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 לָהֶ֑ם 13 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 14 יְהוָ֕ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 פָּדָ֥ה H6299 verlost, lossen, verlossen [idiom] at all, deliver, [idiom] by any means, ransom, (that are to be, let be) redeem(-ed), rescue, [idiom] surely 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 19 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 צָרָֽה H6869 benauwdheid, benauwdheden, nood adversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Dewijl ik hem, die mij boodschapte, zeggende: Zie, Saul is dood; daar hij in zijn ogen was als een, die goede boodschap bracht, nochtans gegrepen en te Ziklag gedood heb, hoewel hij meende, dat ik hem bodenloon zou geven;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Dewijl ik hem, die mij boodschapteH5046, zeggendeH559: ZieH2009, SaulH7586 is doodH4191; daar hijH1931 in zijn ogenH5869 was als een, die goede boodschapH1319 bracht, nochtans gegrepenH270 en te ZiklagH6860 gedoodH2026 heb, hoewelH834 hij meende, dat ik hem bodenloonH1309 zou gevenH5414; Dewijl ik hem, die mij boodschapte, zeggende: Zie, Saul is dood; daar hij in zijn ogen was als een, die goede boodschap bracht, nochtans gegrepen en te Ziklag gedood heb, hoewel hij meende, dat ik hem bodenloon zou geven;

KJV When one told2 me, saying,4 Behold, Saul7 is dead,6 thinking to have brought11 good tidings,10 I took hold12 of him, and slew14 him in Ziklag,15 who thought that I would have given17 him a reward for his tidings:19

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הַמַּגִּיד֩ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 3 לִ֨י 4 לֵאמֹ֜ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 מֵ֣ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 7 שָׁא֗וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 8 וְהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 הָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 כִמְבַשֵּׂר֙ H1319 boodschap, boodschappen, boodschapt messenger, preach, publish, shew forth, (bear, bring, carry, preach, good, tell good) tidings 11 בְּעֵינָ֔יו H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 וָאֹחֲזָ֣ה H270 bevangen, vast, bezitters [phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion) 13 ב֔וֹ 14 וָאֶהְרְגֵ֖הוּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 15 בְּצִֽקְלָ֑ג H6860 Ziklag Ziklag 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 לְתִתִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 18 ל֖וֹ 19 בְּשֹׂרָֽה H1309 boodschap, bodenloon reward for tidings
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Hoeveel te meer, wanneer goddeloze mannen een rechtvaardigen man in zijn huis op zijn slaapstede hebben gedood? Nu dan, zou ik zijn bloed van uw handen niet eisen, en u van de aarde wegdoen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 HoeveelH637 te meer, wanneer goddelozeH7563 mannenH582 een rechtvaardigenH6662 manH376 in zijn huisH1004 opH5921 zijn slaapstedeH4904 hebben gedoodH2026? NuH6258 dan, zou ik zijn bloedH1818 van uw handenH3027 nietH3808 eisenH1245, en u vanH4480 de aardeH776 wegdoenH1197? Hoeveel te meer, wanneer goddeloze mannen een rechtvaardigen man in zijn huis op zijn slaapstede hebben gedood? Nu dan, zou ik zijn bloed van uw handen niet eisen, en u van de aarde wegdoen?

KJV How much more, when wicked4 men have slain5 a righteous8 person3 in his own house9 upon his bed?11 shall I not therefore now require14 his blood16 of your hand,17 and take you away18 from the earth?21

1 אַ֞ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 אֲנָשִׁ֣ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 רְשָׁעִ֗ים H7563 goddelozen, goddeloze, goddeloos [phrase] condemned, guilty, ungodly, wicked (man), that did wrong 5 הָרְג֧וּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 צַדִּ֛יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 9 בְּבֵית֖וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 מִשְׁכָּב֑וֹ H4904 leger, bijligging, legers bed(-chamber), couch, lieth (lying) with 12 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 13 הֲל֨וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 אֲבַקֵּ֤שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 דָּמוֹ֙ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 17 מִיֶּדְכֶ֔ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 וּבִעַרְתִּ֥י H1197 wegdoen, branden, aangestoken be brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste 19 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 21 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En David gebood zijn jongens, en zij doodden hen, en hieuwen hun handen en hun voeten af, en hingen ze op bij den vijver te Hebron, maar het hoofd van Isboseth namen zij, en begroeven het in Abners graf te Hebron.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En DavidH1732 geboodH6680 zijn jongensH5288, en zij dooddenH2026 hen, en hieuwenH7112 hun handenH3027 en hun voetenH7272 af, en hingen ze op bij den vijverH1295 te HebronH2275, maar het hoofdH7218 van IsbosethH378 namenH3947 zij, en begroevenH6912 het in AbnersH74 grafH6913 te HebronH2275. En David gebood zijn jongens, en zij doodden hen, en hieuwen hun handen en hun voeten af, en hingen ze op bij den vijver te Hebron, maar het hoofd van Isboseth namen zij, en begroeven het in Abners graf te Hebron.

KJV And David2 commanded1 his young men,4 and they slew5 them, and cut off6 their hands8 and their feet,10 and hanged them up11 over the pool13 in Hebron.14 But they took19 the head16 of Ishbosheth,17 and buried20 it in the sepulchre21 of Abner22 in Hebron.23

1 וַיְצַו֩ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 דָּוִ֨ד H1732 David, Davids David 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַנְּעָרִ֜ים H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 5 וַיַּהַרְג֗וּם H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 6 וַֽיְקַצְּצ֤וּ H7112 afgekort, afgehouwen, hieuw cut (asunder, in pieces, in sunder, off), [idiom] utmost 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יְדֵיהֶם֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 רַגְלֵיהֶ֔ם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 11 וַיִּתְל֥וּ H8518 hangen, gehangen, hing hang (up) 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 הַבְּרֵכָ֖ה H1295 vijvers, vijver, watervijver (fish-) pool 14 בְּחֶבְר֑וֹן H2275 Hebron Hebron 15 וְאֵ֨ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 רֹ֤אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 17 אִֽישׁ H378 Isboseth, Isboseths Ish-bosheth 18 בֹּ֨שֶׁת֙ H378 Isboseth, Isboseths Ish-bosheth 19 לָקָ֔חוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 20 וַיִּקְבְּר֥וּ H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 21 בְקֶֽבֶר H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 22 אַבְנֵ֖ר H74 Abner, Abners, Abi- Abner 23 בְּחֶבְרֽוֹן H2275 Hebron Hebron
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Samuël 4:1 Ezra 4:4 Jeremia 6:24 Jesaja 13:7 Mattheüs 2:2 2 Samuël 17:2 2 Samuël 3:27 Sefanja 3:16 Nehemia 6:9
2 Samuël 4:2 Jozua 18:25 Jozua 9:17 2 Koningen 5:2 2 Koningen 6:23 2 Samuël 3:22
2 Samuël 4:3 Nehemia 11:33 1 Samuël 31:7
2 Samuël 4:4 2 Samuël 9:3 1 Kronieken 8:34 1 Kronieken 9:40 1 Samuël 29:1 2 Samuël 9:6 1 Samuël 29:11 1 Samuël 31:1
2 Samuël 4:5 2 Samuël 2:8 2 Kronieken 33:24 2 Kronieken 24:25 1 Thessalonicenzen 5:3 2 Kronieken 25:27 2 Samuël 11:2 1 Koningen 16:9 Spreuken 24:33
2 Samuël 4:6 2 Samuël 2:23 2 Samuël 3:27 2 Samuël 20:10
2 Samuël 4:7 Mattheüs 14:11 1 Samuël 31:9 2 Samuël 2:29 Markus 6:28 2 Koningen 10:6 1 Samuël 17:54
2 Samuël 4:8 1 Samuël 25:29 1 Samuël 23:15 2 Samuël 18:31 Psalmen 63:9 1 Samuël 20:1 1 Samuël 24:4 2 Samuël 22:48 Openbaring 6:10
2 Samuël 4:9 1 Koningen 1:29 Genesis 48:16 Psalmen 71:23 Psalmen 107:2 2 Timotheüs 4:17 Psalmen 106:10 Psalmen 34:6 Psalmen 103:4
2 Samuël 4:10 2 Samuël 1:2
2 Samuël 4:11 Psalmen 9:12 Genesis 9:5 Jeremia 10:11 2 Samuël 3:39 Exodus 9:15 1 Johannes 3:12 Psalmen 109:15 Habakuk 1:4
2 Samuël 4:12 2 Samuël 1:15 2 Samuël 3:32 Mattheüs 7:2 2 Samuël 21:9 Deuteronomium 21:22 Psalmen 55:23
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Samuël 4 vers 1

zoon Isboseth.

Hertaald: zoon Isboseth.

slap, Dat is, hij verloor allen moed en dapperheid om tegen David te krijgen. Vergelijk onder, 2 Sam. 17:2; Ezra 4:4; Jes. 13:7, en Jes. 35:3; Jer. 38:4, en Jer. 47:3, en Jer. 50:43; Sef. 3:16.

Hertaald: slap, Dat is: hij verloor alle moed en dapperheid om tegen David te strijden. Vergelijk hieronder, 2 Sam. 17:2; Ezra 4:4; Jes. 13:7, en Jes. 35:3; Jer. 38:4, en Jer. 47:3, en Jer. 50:43; Sef. 3:16.

verschrikt Of, beroerd; omdat Abner, met hen gehandeld hebbende van het koninkrijk op David te brengen, nu gestorven was, zulks dat zij niet wisten wat van de zaak zou mogen worden. De anderen, die het nog met Sauls huis hielden, zijn verbaasd geworden door het verlies van dezen krijgsoverste, op welken het huis Sauls steunde.

Hertaald: verschrikt Of: verontrust; omdat Abner, die met hen onderhandeld had om het koningschap op David over te brengen, nu gestorven was, zodat zij niet wisten wat er van de zaak zou worden. De anderen, die nog het huis van Saul aanhingen, waren verbijsterd door het verlies van deze legeraanvoerder, op wie het huis van Saul steunde.

2 Samuël 4 vers 2

benden; Van stropend en rovend krijgsvolk, gelijk boven, 2 Sam. 3:22.

Hertaald: benden; Van rovend en plunderend krijgsvolk, zoals hierboven, 2 Sam. 3:22.

Báëna, Hebreeuws, BaäNahum

Hertaald: Báëna, Hebreeuws: BaäNahum.

Beërothiet, Zie Joz. 18:25.

Hertaald: Beërothiet, Zie Joz. 18:25.

gerekend Ofschoon de Benjaminieten na Sauls nederlaag [gelijk in het volgende verhaald worden] daaruit gevlucht waren, en de Filistijnen deze plaats [gelijk andere] mogen hebben ingenomen. Zie 1 Sam. 31:7.

Hertaald: gerekend Ofschoon de Benjaminieten na de nederlaag van Saul [zoals in het vervolg verteld wordt] daaruit gevlucht waren, en de Filistijnen deze plaats [zoals andere] mogelijk ingenomen hadden. Zie 1 Sam. 31:7.

2 Samuël 4 vers 3

Gitthaïm, Neh. 11:33 wordt een stad van dezen naam gesteld in Benjamin. Sommigen menen dat er nog een andere plaats bij de zuidelijke grenzen van Juda is geweest, waarheen zij veiligheidshalve zouden gevlucht zijn, en zich daar zo wel bevonden, dat zij aan het wederkeren niet dachten, totdat de zaken van Sauls huis aldus waren verlopen, en dit beschreven werd ten tijde als het verser daad geschied was.

Hertaald: Gitthaïm, In Neh. 11:33 wordt een stad met deze naam vermeld in Benjamin. Sommigen menen dat er nog een andere plaats bij de zuidelijke grenzen van Juda geweest is, waarheen zij voor de veiligheid gevlucht zouden zijn, en zich daar zo goed thuis voelden dat zij niet aan terugkeren dachten, totdat de zaken van het huis van Saul zo verlopen waren, en dit beschreven werd op het moment dat het net gebeurd was.

2 Samuël 4 vers 4

Jónathan, Die in den strijd met zijn vader Saul gebleven was.

Hertaald: Jónathan, Die in de strijd met zijn vader Saul gesneuveld was.

geslagen was aan beide voeten; Dat is, lam; gelijk volgt. Alzo onder, 2 Sam. 9:3.

Hertaald: geslagen was aan beide voeten; Dat is: verlamd; zoals volgt. Zo ook hieronder, 2 Sam. 9:3.

vijf jaren was hij oud Hebreeuws, hij was een zoon van vijf jaren

Hertaald: vijf jaren was hij oud Hebreeuws: hij was een zoon van vijf jaar.

gerucht De tijding van de nederlaag.

Hertaald: gerucht Het bericht van de nederlaag.

Mefibóseth Hebreeuws, Mefiboscheth, ander genoemd Merib-baal , 1 Kron. 8:34.

Hertaald: Mefibóseth Hebreeuws: Mefiboscheth, ook Merib-baäl genoemd, 1 Kron. 8:34.

2 Samuël 4 vers 5

gingen heen, Ziende dat Isboseths zaken, na Abners dood, van kleinen omvang waren, en dat David ongetwijfeld aan het koninkrijk zou komen, dewijl Mefiboseth, als lam zijnde, [gelijk in vs.4 verhaald is] ongeschikt was tot de opvolging en zijn wraak niet te vrezen, zo hebben zij dezen moord bestaan om bij David in gunst te geraken.

Hertaald: gingen heen, Omdat zij zagen dat de zaken van Isboseth, na de dood van Abner, weinig voorstelden, en dat David ongetwijfeld aan het koningschap zou komen, en omdat Mefiboseth, doordat hij verlamd was, [zoals in vers 4 verteld is] ongeschikt was voor de opvolging en zijn wraak niet te vrezen was, hebben zij deze moord ondernomen om bij David in de gunst te komen.

als de dag heet geworden was; Of, omtrent de hitte des daags

Hertaald: als de dag heet geworden was; Of: rond het heetst van de dag.

lag op de slaapstede, Om te rusten, of een middagslaap te nemen. Vergelijk onder, 2 Sam. 11:2.

Hertaald: lag op de slaapstede, Om te rusten, of een middagdutje te doen. Vergelijk hieronder, 2 Sam. 11:2.

2 Samuël 4 vers 6

tarwe halen; Zich verstellende en gelatende alsof zij korenlopers, of korendragers waren.

Hertaald: tarwe halen; Zich voordoend alsof zij korenlopers of korendragers waren.

vijfde rib; Gelijk boven, 2 Sam. 2:23, en 2 Sam. 3:27.

Hertaald: vijfde rib; Zoals hierboven, 2 Sam. 2:23, en 2 Sam. 3:27.

2 Samuël 4 vers 7

hieuwen zijn hoofd af; Hebreeuws, deden zijn hoofd weg, of af

Hertaald: hieuwen zijn hoofd af; Hebreeuws: deden zijn hoofd weg, of af.

vlakke veld, Van Mahanaïm [waar Isboseth hof hield; boven, 2 Sam. 2:8, 2 Sam. 2:29 ] de Jordaan passerende, gingen zij haastelijk over de vlakke velden van Jericho naar Hebron.

Hertaald: vlakke veld, Vanuit Mahanaïm [waar Isboseth hof hield; hierboven, 2 Sam. 2:8, 2 Sam. 2:29], staken zij de Jordaan over en gingen zij haastig over de vlakke velden van Jericho naar Hebron.

2 Samuël 4 vers 8

uw ziel zocht, Dat is, die uw leven zocht, u naar het leven stond. Zie Ex. 4:19; 1 Sam. 20:1, en 1 Sam. 23:15; 2 Sam. 16:11; Ps. 63:10, enz.; elders betekent deze manier van spreken ook iemands leven zoeken te behouden, Spr. 29:10.

Hertaald: uw ziel zocht, Dat is: die uw leven zocht, u naar het leven stond. Zie Ex. 4:19; 1 Sam. 20:1, en 1 Sam. 23:15; 2 Sam. 16:11; Ps. 63:10, enzovoort; elders betekent deze manier van spreken ook iemands leven proberen te behouden, Spr. 29:10.

2 Samuël 4 vers 10

Saul is dood; Zeggende daarbij dat hij zelf Saul op zijn begeren had helpen doden; boven, 2 Sam. 1:10.

Hertaald: Saul is dood; En zei daarbij dat hij zelf Saul op zijn eigen verzoek had helpen doden; hierboven, 2 Sam. 1:10.

zijn ogen was Dat is, hem docht, hij maakte zich wijs.

Hertaald: zijn ogen was Dat is: hij dacht, hij maakte zichzelf wijs.

gegrepen Dat is, doen grijpen en doodslaan. Zie boven, 2 Sam. 1:15.

Hertaald: gegrepen Dat is: liet hem grijpen en doden. Zie hierboven, 2 Sam. 1:15.

hoewel hij meende, Anders, welk het bodenloon was, dat ik hem behoorde te geven.

Hertaald: hoewel hij meende, Anders: wat het bodenloon was dat ik hem had moeten geven.

2 Samuël 4 vers 11

Hoeveel te meer, Te weten, behoor ik zulks te doen.

Hertaald: Hoeveel te meer, Namelijk: behoor ik dat te doen.

rechtvaardigen man Dat is, die zulks aan hen gans niet verdiend had.

Hertaald: rechtvaardigen man Dat is: die dat helemaal niet aan hen verdiend had.

eisen, Mits u te straffen, omdat gij zijn bloed hebt vergoten, en kunt het, alsook den man zijn leven, niet wedergeven. Zie Gen. 9:5; Ps. 9:13; Ezech. 3:18, Ezech. 3:20, en Ezech. 33:8.

Hertaald: eisen, Door u te straffen, omdat u zijn bloed vergoten hebt, en zijn bloed, evenals zijn leven, kunt u niet teruggeven. Zie Gen. 9:5; Ps. 9:13; Ezech. 3:18, Ezech. 3:20, en Ezech. 33:8.

2 Samuël 4 vers 12

jongens, Dat is, dienaars, hovelingen, officieren, pages.

Hertaald: jongens, Dat is: dienaren, hovelingen, officieren, pages.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Isboseth  — man der schande

De overgebleven zoon van Saul, die door Abner tot koning over Israël werd uitgeroepen, terwijl David slechts over Juda regeerde te Hebron (2 Sam. 2:8-10). Twee jaar lang bestond er oorlog tussen zijn huis en dat van David; nadat Abner naar David overliep, werd hij door twee van zijn eigen hoofdlieden vermoord (2 Sam. 4).

Rechab  — ruiter, wagenmenner

Een van de twee hoofdlieden van Isboseths benden, zoon van Rimmon de Beërothiet. Samen met zijn broer Baëna vermoordde hij Isboseth in zijn slaap en bracht diens hoofd naar David, in de hoop op beloning; in plaats daarvan liet David hen beiden ter dood brengen wegens de moord op een onschuldig man (2 Sam. 4:2-12).

Baëna  — in verdrukking

De broer van Rechab, met wie hij Isboseth vermoordde. Beiden werden door David terechtgesteld voor deze moord op de zoon van Saul (2 Sam. 4:2-12).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Isboseths moord (het patroon herhaald)  — twee van Isboseths eigen legeroversten vermoorden hem in zijn slaap en brengen zijn hoofd naar David, in de verwachting van beloning. David laat hen doden, precies zoals hij eerder de Amalekiet deed die zich beroemde op Sauls dood (2 Sam. 4:9-12)

Na Abners dood verzwakt Isboseths positie verder (2 Sam. 4:1). Twee van zijn eigen legeroversten, Baena en Rechab, sluipen zijn huis binnen terwijl hij op zijn bed rust en doden hem. Zij brengen zijn afgehouwen hoofd naar David, in de veronderstelling dat de HEERE David daarmee "wrake gegeven" heeft van Saul en zijn nageslacht (2 Sam. 4:5-8). David antwoordt met een herinnering aan zijn eerdere oordeel over de Amalekiet (Hfst. 1, reeds behandeld bij De Amalekiet en de gezalfde des HEEREN), en oordeelt nu nog scherper: "Hoeveel te meer, wanneer goddeloze mannen een rechtvaardigen man in zijn huis op zijn slaapstede hebben gedood? Nu dan, zou ik zijn bloed van uw handen niet eisen, en u van de aarde wegdoen?" (2 Sam. 4:9-11). Hij laat hen doden en hun lichamen tentoonstellen; Isboseths hoofd wordt eervol in Abners graf begraven (2 Sam. 4:12).

Bijbelse betekenis: Voor de derde maal in twee hoofdstukken (na de Amalekiet en na Joabs moord op Abner) laat David zien dat zijn koningschap niet gebouwd wordt op moord, zelfs niet op moord die hem lijkt te bevoordelen. Steeds weer weigert hij de vrucht van andermans geweld te aanvaarden als een gunst, en straft hij het geweld zelf. Dit vaste patroon — drie keer herhaald — maakt duidelijk dat het geen toeval of uitzondering is, maar Davids diepste overtuiging: het koningschap dat God hem gegeven heeft, wordt niet bevestigd door bloedvergieten dat hij zelf niet bevolen heeft.

Typologie: Datzelfde weigeren om de vrucht van andermans geweld voor zichzelf te nemen, en de wraak aan God alleen te laten, leert Paulus: "Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere" (reeds behandeld bij Rom. 12:19).

2 Sam. 4:1-12; 2 Sam. 1:13-16

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

2 Samuël 4

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content