Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Samuël 17

1 Voorts zeide Achitofel tot Absalom: Laat mij nu twaalf duizend mannen uitlezen, dat ik mij opmake en David dezen nacht achterna jage.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Voorts zeideH559 AchitofelH302 totH413 AbsalomH53: Laat mij nu twaalfH8147 duizendH505 mannenH376 uitlezenH977, dat ik mij opmakeH6965 en DavidH1732 dezen nachtH3915 achternaH310 jageH7291. Voorts zeide Achitofel tot Absalom: Laat mij nu twaalf duizend mannen uitlezen, dat ik mij opmake en David dezen nacht achterna jage.

KJV Moreover Ahithophel2 said1 unto Absalom,4 Let me now choose out5 twelve7 thousand9 men,10 and I will arise11 and pursue12 after13 David14 this night:15

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲחִיתֹ֖פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְשָׁלֹ֑ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 5 אֶבְחֲרָ֣ה H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 6 נָּ֗א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 7 שְׁנֵים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 עָשָׂ֥ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 9 אֶ֨לֶף֙ H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 10 אִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 וְאָק֛וּמָה H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 12 וְאֶרְדְּפָ֥ה H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 13 אַחֲרֵי H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 14 דָוִ֖ד H1732 David, Davids David 15 הַלָּֽיְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo zal ik over hem komen, daar hij moede en slap van handen is, en zal hem verschrikken, en al het volk, dat met hem is, zal vluchten; dan zal ik den koning alleen slaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zo zal ik overH5921 hem komenH935, daar hijH1931 moedeH3023 en slapH7504 van handenH3027 is, en zal hem verschrikkenH2729, en alH3605 het volkH5971, dat met hem is, zal vluchtenH5127; dan zal ik den koningH4428 alleen slaanH5221. Zo zal ik over hem komen, daar hij moede en slap van handen is, en zal hem verschrikken, en al het volk, dat met hem is, zal vluchten; dan zal ik den koning alleen slaan.

KJV And I will come1 upon him while he is weary4 and weak5 handed,6 and will make him afraid:7 and all the people11 that are with him shall flee;9 and I will smite14 the king16 only:

1 וְאָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עָלָ֗יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 וְה֤וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 יָגֵ֨עַ֙ H3023 moede, mat full of labour, weary 5 וּרְפֵ֣ה H7504 slappe, slap, zwak weak. raphah, Raphah. See H7497 (רָפָא), H7498 (רָפָא). riphah. See H7383 (רִיפָה) 6 יָדַ֔יִם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 וְהַֽחֲרַדְתִּ֣י H2729 verschrikken, verschrikte, bevende be (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble 8 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 וְנָ֖ס H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 אִתּ֑וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 14 וְהִכֵּיתִ֥י H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 לְבַדּֽוֹ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En ik zal al het volk tot u doen wederkeren; de man, dien gij zoekt, is gelijk het wederkeren van allen; zo zal al het volk in vrede zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En ik zal alH3605 het volkH5971 totH413 u doen wederkerenH7725; de manH376, dienH834 gijH859 zoektH1245, is gelijk het wederkerenH7725 van allen; zo zal al het volkH5971 in vredeH7965 zijnH1961. En ik zal al het volk tot u doen wederkeren; de man, dien gij zoekt, is gelijk het wederkeren van allen; zo zal al het volk in vrede zijn.

KJV And I will bring back1 all the people3 unto thee: the man7 whom thou seekest10 is as if all returned:5 so all the people12 shall be in peace.14

1 וְאָשִׁ֥יבָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אֵלֶ֑יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 כְּשׁ֣וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 הַכֹּ֔ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הָאִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 מְבַקֵּ֔שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 13 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 שָׁלֽוֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Dit woord nu was recht in Absaloms ogen, en in de ogen van alle oudsten Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Dit woordH1697 nu was rechtH3474 in AbsalomsH53 ogen, en in de ogen van alle oudstenH2205 IsraelsH3478. Dit woord nu was recht in Absaloms ogen, en in de ogen van alle oudsten Israels.

Ook in dit vers ogenH3605 ogenH5869

KJV And the saying2 pleased1 Absalom4 well,3 and all the elders7 of Israel.8

1 וַיִּישַׁ֥ר H3474 recht, bevallig, beviel direct, fit, seem good (meet), [phrase] please (will), be (esteem, go) right (on), bring (look, make, take the) straight (way), be upright(-ly) 2 הַדָּבָ֖ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 אַבְשָׁלֹ֑ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 5 וּבְעֵינֵ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 זִקְנֵ֥י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 8 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Doch Absalom zeide: Roep toch ook Husai, den Archiet, en laat ons horen, wat hij ook zegt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Doch AbsalomH53 zeideH559: RoepH7121 tochH4994 ookH1571 HusaiH2365, den ArchietH757, en laat ons horenH8085, watH4100 hijH1931 ookH1571 zegtH6310. Doch Absalom zeide: Roep toch ook Husai, den Archiet, en laat ons horen, wat hij ook zegt.

KJV Then said1 Absalom,2 Call3 now Hushai6 the Archite7 also, and let us hear8 likewise what he saith.10

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַבְשָׁל֔וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 3 קְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 4 נָ֔א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 5 גַּ֖ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 לְחוּשַׁ֣י H2365 Husai Hushai 7 הָאַרְכִּ֑י H757 Archiet, Archiets Archi, Archite 8 וְנִשְׁמְעָ֥ה H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 9 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 בְּפִ֖יו H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 11 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 12 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En als Husai tot Absalom inkwam, zo sprak Absalom tot hem, zeggende: Aldus heeft Achitofel gesproken; zullen wij zijn woord doen? Zo niet, spreek gij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En als HusaiH2365 totH413 AbsalomH53 inkwamH935, zo sprakH559 AbsalomH53 totH413 hem, zeggendeH559: AldusH2088 heeft AchitofelH302 gesprokenH1696; zullen wij zijn woordH1697 doenH6213? ZoH518 nietH369, spreekH1696 gijH859. En als Husai tot Absalom inkwam, zo sprak Absalom tot hem, zeggende: Aldus heeft Achitofel gesproken; zullen wij zijn woord doen? Zo niet, spreek gij.

KJV And when Hushai2 was come1 to Absalom,4 Absalom6 spake5 unto him, saying,8 Ahithophel12 hath spoken11 after this manner:9 shall we do13 after his saying?15 if not; speak19 thou.

1 וַיָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 חוּשַׁי֮ H2365 Husai Hushai 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְשָׁלוֹם֒ H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 5 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אַבְשָׁל֨וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 7 אֵלָ֜יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 כַּדָּבָ֤ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 10 הַזֶּה֙ H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 דִּבֶּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 12 אֲחִיתֹ֔פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 13 הֲנַעֲשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 דְּבָר֑וֹ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 16 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 17 אַ֖יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 18 אַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 19 דַבֵּֽר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Toen zeide Husai tot Absalom: De raad, dien Achitofel op ditmaal geraden heeft, is niet goed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Toen zeideH559 HusaiH2365 totH413 AbsalomH53: De raadH6098, dienH834 AchitofelH302 op ditmaalH6471 geradenH3289 heeft, is nietH3808 goedH2896. Toen zeide Husai tot Absalom: De raad, dien Achitofel op ditmaal geraden heeft, is niet goed.

KJV And Hushai2 said1 unto Absalom,4 The counsel7 that Ahithophel10 hath given9 is not good6 at this time.11

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 חוּשַׁ֖י H2365 Husai Hushai 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְשָׁל֑וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 טוֹבָ֧ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 הָעֵצָ֛ה H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 8 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 יָעַ֥ץ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 10 אֲחִיתֹ֖פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 11 בַּפַּ֥עַם H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel 12 הַזֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Wijders zeide Husai: Gij kent uw vader en zijn mannen, dat zij helden zijn, dat zij bitter van gemoed zijn, als een beer, die van de jongen beroofd is in het veld; daartoe is uw vader een krijgsman, en zal niet vernachten met het volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Wijders zeideH559 HusaiH2365: GijH859 kentH3045 uw vaderH1 en zijn mannenH582, dat zij heldenH1368 zijn, dat zijH1992 bitterH4751 van gemoedH5315 zijn, als een beerH1677, dieH1992 van de jongenH7909 beroofdH7704 is in het veld; daartoe is uw vaderH1 een krijgsmanH376, en zal nietH3808 vernachtenH3885 metH854 het volkH5971. Wijders zeide Husai: Gij kent uw vader en zijn mannen, dat zij helden zijn, dat zij bitter van gemoed zijn, als een beer, die van de jongen beroofd is in het veld; daartoe is uw vader een krijgsman, en zal niet vernachten met het volk.

KJV For, said1 Hushai,2 thou knowest4 thy father6 and his men, that they be mighty men,10 and they be chafed12 in their minds,13 as a bear15 robbed16 of her whelps in the field:17 and thy father18 is a man8 of war,20 and will not lodge22 with the people.24

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 חוּשַׁ֗י H2365 Husai Hushai 3 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 4 יָ֠דַעְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אָבִ֨יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֲנָשָׁ֜יו H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 כִּ֧י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 גִבֹּרִ֣ים H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 11 הֵ֗מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 וּמָרֵ֥י H4751 bitter, bitterheid, bitterlijk [phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy 13 נֶ֨פֶשׁ֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 14 הֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 כְּדֹ֥ב H1677 beer, beren, beers bear 16 שַׁכּ֖וּל H7909 beroofd, jongeloos, jongen barren, bereaved (robbed) of children (whelps) 17 בַּשָּׂדֶ֑ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 18 וְאָבִ֨יךָ֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 19 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 20 מִלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 21 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 יָלִ֖ין H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 23 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 24 הָעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Zie, nu heeft hij zich verstoken in een der holen, of in een der plaatsen. En het zal geschieden, als er in het eerst sommigen onder hen vallen, dat een ieder, die het zal horen, alsdan zal zeggen: Er is een slag geschied onder het volk, dat Absalom navolgt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 ZieH2009, nuH6258 heeft hijH1931 zich verstokenH2244 in eenH259 der holenH6354, ofH176 in eenH259 der plaatsenH4725. En het zal geschiedenH1961, als er in het eerstH8462 sommigen onder hen vallenH5307, dat een ieder, die het zal horenH8085, alsdan zal zeggenH559: Er is een slagH4046 geschiedH1961 onder het volkH5971, dat AbsalomH53 navolgtH310. Zie, nu heeft hij zich verstoken in een der holen, of in een der plaatsen. En het zal geschieden, als er in het eerst sommigen onder hen vallen, dat een ieder, die het zal horen, alsdan zal zeggen: Er is een slag geschied onder het volk, dat Absalom navolgt.

KJV Behold, he is hid4 now in some5 pit,6 or in some8 other place:9 and it will come to pass, when some of them be overthrown11 at the first,13 that whosoever14 heareth15 it will say,16 There is a slaughter18 among the people19 that follow21 Absalom.22

1 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 עַתָּ֤ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 3 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 נֶחְבָּא֙ H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly 5 בְּאַחַ֣ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 הַפְּחָתִ֔ים H6354 kuil, holen, hols hole, pit, snare 7 א֖וֹ H176 of also, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether 8 בְּאַחַ֣ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 הַמְּקוֹמֹ֑ת H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 10 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 כִּנְפֹ֤ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 12 בָּהֶם֙ 13 בַּתְּחִלָּ֔ה H8462 begin, eerst, vooreerst begin(-ning), first (time) 14 וְשָׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 15 הַשֹּׁמֵ֨עַ֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 16 וְאָמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 הָֽיְתָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 מַגֵּפָ֔ה H4046 plaag, plage, slag ([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke 19 בָּעָ֕ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 20 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 אַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 22 אַבְשָׁלֹֽם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zo zou hij, die ook een dapper man is, wiens hart is als een leeuwenhart, te enen male smelten; want gans Israel weet, dat uw vader een held is, en het dappere mannen zijn, die met hem zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zo zou hijH1931, die ookH1571 een dapperH2428 manH1121 is, wiens hartH3820 is alsH3588 een leeuwenhartH3820, te enen male smeltenH4549; wantH3588 gansH3605 IsraelH3478 weetH3045, dat uw vaderH1 een heldH1368 is, en het dappereH2428 mannenH1121 zijn, die metH854 hem zijn. Zo zou hij, die ook een dapper man is, wiens hart is als een leeuwenhart, te enen male smelten; want gans Israel weet, dat uw vader een held is, en het dappere mannen zijn, die met hem zijn.

KJV And he also that is valiant,3 whose heart6 is as the heart7 of a lion,8 shall utterly9 melt:10 for all Israel14 knoweth12 that thy father17 is a mighty man,16 and they which be with him are valiant4 men.18

1 וְה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 חַ֗יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לִבּ֛וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 7 כְּלֵ֥ב H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 8 הָאַרְיֵ֖ה H738 leeuw, leeuwen, leeuws (young) lion, [phrase] pierce (from the margin) 9 הִמֵּ֣ס H4549 smelten, versmolt, versmelten discourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly 10 יִמָּ֑ס H4549 smelten, versmolt, versmelten discourage, faint, be loosed, melt (away), refuse, [idiom] utterly 11 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 יֹדֵ֤עַ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 גִבּ֣וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 17 אָבִ֔יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 18 וּבְנֵי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 חַ֖יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 20 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 אִתּֽוֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar ik rade, dat in alle haast tot u verzameld worde gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, als zand, dat aan de zee is, in menigte; en dat uw persoon medega in den strijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 MaarH3588 ik radeH3289, dat in alle haastH622 tot u verzameldH622 worde gansH3605 IsraelH3478, van Dan totH5704 Ber-sebaH884 toe, als zandH2344, dat aan de zeeH3220 is, in menigteH7230; en dat uw persoonH6440 medegaH1980 in den strijdH7128. Maar ik rade, dat in alle haast tot u verzameld worde gans Israel, van Dan tot Ber-seba toe, als zand, dat aan de zee is, in menigte; en dat uw persoon medega in den strijd.

KJV Therefore I counsel2 that all Israel7 be generally3 gathered4 unto thee, from Dan8 even to Beersheba,10 as the sand12 that is by the sea15 for multitude;16 and that thou go18 to battle19 in thine own person.17

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יָעַ֗צְתִּי H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 3 הֵ֠אָסֹף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 4 יֵאָסֵ֨ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 5 עָלֶ֤יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 מִדָּן֙ H1835 Dan Daniel 9 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 בְּאֵ֣ר H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 11 שֶׁ֔בַע H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 12 כַּח֥וֹל H2344 zand, zands sand 13 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הַיָּ֖ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 16 לָרֹ֑ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 17 וּפָנֶ֥יךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 18 הֹלְכִ֖ים H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 19 בַּקְרָֽב H7128 strijds, strijd, krijg battle, war
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Dan zullen wij tot hem komen, in een der plaatsen, waar hij gevonden wordt, en hem gemakkelijk overvallen, gelijk als de dauw op den aardbodem valt; en er zal van hem, en van al de mannen, die met hem zijn, ook niet een worden overgelaten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Dan zullen wij tot hem komenH935, in eenH259 der plaatsenH4725, waar hij gevondenH4672 wordt, en hem gemakkelijk overvallenH5168, gelijk als de dauwH2919 opH5921 den aardbodemH127 valtH5307; en er zal van hem, en van alH3605 de mannenH582, dieH834 met hem zijn, ookH1571 nietH3808 eenH259 worden overgelatenH3498. Dan zullen wij tot hem komen, in een der plaatsen, waar hij gevonden wordt, en hem gemakkelijk overvallen, gelijk als de dauw op den aardbodem valt; en er zal van hem, en van al de mannen, die met hem zijn, ook niet een worden overgelaten.

KJV So shall we come1 upon him in some3 place4 where he shall be found,6 and we will light upon him as the dew12 falleth11 on the ground:14 and of him and of all the men that are with him there shall not be left16 so much as22 one.23

1 וּבָ֣אנוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֵלָ֗יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּאַחַ֤ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 הַמְּקוֹמֹת֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 נִמְצָ֣א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 7 שָׁ֔ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 וְנַ֣חְנוּ H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 9 עָלָ֔יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כַּאֲשֶׁ֛ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יִפֹּ֥ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 12 הַטַּ֖ל H2919 dauw, dauws dew 13 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 הָאֲדָמָ֑ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 15 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 נ֥וֹתַר H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 17 בּ֛וֹ 18 וּבְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 הָאֲנָשִׁ֥ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 20 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 22 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 23 אֶחָֽד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En indien hij zich in een stad zal begeven, zo zal gans Israel koorden tot dezelve stad aandragen, en wij zullen ze tot in de beek nedertrekken, totdat ook niet een steentje aldaar gevonden worde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En indien hij zich in een stadH5892 zal begevenH622, zo zal gansH3605 IsraelH3478 koordenH2256 tot dezelveH1931 stadH5892 aandragenH5375, en wij zullen ze tot in de beekH5158 nedertrekkenH5498, totdatH5704 ookH1571 nietH3808 een steentjeH6872 aldaarH8033 gevondenH4672 worde. En indien hij zich in een stad zal begeven, zo zal gans Israel koorden tot dezelve stad aandragen, en wij zullen ze tot in de beek nedertrekken, totdat ook niet een steentje aldaar gevonden worde.

KJV Moreover, if1 he be gotten4 into a city,3 then shall all Israel7 bring5 ropes11 to that city,9 and we will draw12 it into the river,15 until there be not one21 small stone22 found19 there.

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 עִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 יֵֽאָסֵ֔ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 5 וְהִשִּׂ֧יאוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 6 כָֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הָעִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 הַהִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 חֲבָלִ֑ים H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 12 וְסָחַ֤בְנוּ H5498 nedertrekken, slepen draw (out), tear 13 אֹתוֹ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 הַנַּ֔חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 16 עַ֛ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 אֲשֶֽׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 נִמְצָ֥א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 20 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 21 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 22 צְרֽוֹר H6872 bundeltje, bundel, steentje bag, [idiom] bendeth, bundle, least grain, small stone
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen zeide Absalom, en alle man van Israel: De raad van Husai, den Archiet, is beter dan Achitofels raad. Doch de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen zeideH559 AbsalomH53, en alleH3605 manH376 van IsraelH3478: De raadH6098 van HusaiH2365, den ArchietH757, is beterH2896 dan AchitofelsH302 raadH6098. Doch de HEEREH3068 had het gebodenH6680, om den goedenH2896 raadH6098 van AchitofelH302 te vernietigenH6565, opdat de HEEREH3068 het kwaadH7451 over AbsalomH53 brachtH935. Toen zeide Absalom, en alle man van Israel: De raad van Husai, den Archiet, is beter dan Achitofels raad. Doch de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht.

KJV And Absalom2 and all the men4 of Israel5 said,1 The counsel7 of Hushai8 the Archite9 is better6 than the counsel10 of Ahithophel.11 For the LORD12 had appointed13 to defeat14 the good18 counsel16 of Ahithophel,17 to the intent19 that the LORD21 might bring20 evil25 upon Absalom.23

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַבְשָׁלוֹם֙ H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 טוֹבָ֗ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 עֲצַת֙ H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 8 חוּשַׁ֣י H2365 Husai Hushai 9 הָאַרְכִּ֔י H757 Archiet, Archiets Archi, Archite 10 מֵעֲצַ֖ת H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 11 אֲחִיתֹ֑פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 12 וַיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צִוָּ֗ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 14 לְהָפֵ֞ר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 עֲצַ֤ת H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 17 אֲחִיתֹ֨פֶל֙ H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 18 הַטּוֹבָ֔ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 19 לְבַעֲב֗וּר H5668 wil, harentwil, waarlijk because of, for (...'s sake), (intent) that, to 20 הָבִ֧יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 21 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 23 אַבְשָׁל֖וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 24 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 25 הָרָעָֽה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Husai zeide tot Zadok en tot Abjathar, de priesters: Alzo en alzo heeft Achitofel Absalom en den oudsten van Israel geraden, maar alzo en alzo heb ik geraden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En HusaiH2365 zeideH559 totH413 ZadokH6659 en totH413 AbjatharH54, de priestersH3548: Alzo en alzo heeft AchitofelH302 AbsalomH53 en den oudstenH2205 van IsraelH3478 geradenH3289, maar alzo en alzo heb ikH589 geradenH3289. En Husai zeide tot Zadok en tot Abjathar, de priesters: Alzo en alzo heeft Achitofel Absalom en den oudsten van Israel geraden, maar alzo en alzo heb ik geraden.

KJV Then said1 Hushai2 unto Zadok4 and to Abiathar6 the priests,7 Thus and thus did Ahithophel11 counsel10 Absalom13 and the elders15 of Israel;16 and thus and thus have I counselled.19

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 חוּשַׁ֗י H2365 Husai Hushai 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 צָד֤וֹק H6659 Zadok, Zadoks Zadok 5 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 אֶבְיָתָר֙ H54 Abjathar, Abjathars Abiathar 7 הַכֹּ֣הֲנִ֔ים H3548 priester, priesters, priesteren chief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer 8 כָּזֹ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 9 וְכָזֹ֗את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 יָעַ֤ץ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 11 אֲחִיתֹ֨פֶל֙ H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אַבְשָׁלֹ֔ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 14 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 זִקְנֵ֣י H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 16 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 וְכָזֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 18 וְכָזֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 19 יָעַ֥צְתִּי H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 20 אָֽנִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Nu dan, zendt haastelijk henen, en boodschapt David, zeggende: Vernacht dezen nacht niet in de vlakke velden der woestijn, en ook ga spoedig over; opdat de koning niet verslonden worde, en al het volk, dat met hem is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Nu dan, zendtH7971 haastelijkH4120 henen, en boodschaptH5046 DavidH1732, zeggendeH559: VernachtH3885 dezen nachtH3915 nietH408 in de vlakke veldenH6160 der woestijnH4057, en ookH1571 ga spoedigH5674 over; opdat de koningH4428 niet verslondenH1104 worde, en alH3605 het volkH5971, datH834 metH854 hem is. Nu dan, zendt haastelijk henen, en boodschapt David, zeggende: Vernacht dezen nacht niet in de vlakke velden der woestijn, en ook ga spoedig over; opdat de koning niet verslonden worde, en al het volk, dat met hem is.

KJV Now therefore send2 quickly,3 and tell4 David,5 saying,6 Lodge8 not this night9 in the plains10 of the wilderness,11 but speedily13 pass over;14 lest the king17 be swallowed up,16 and all the people19 that are with him.

1 וְעַתָּ֡ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 שִׁלְח֣וּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 3 מְהֵרָה֩ H4120 haastelijk, haast, Haast hastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly 4 וְהַגִּ֨ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 5 לְדָוִ֜ד H1732 David, Davids David 6 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 8 תָּ֤לֶן H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 9 הַלַּ֨יְלָה֙ H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 10 בְּעַֽרְב֣וֹת H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 11 הַמִּדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 12 וְגַ֖ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 13 עָב֣וֹר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 14 תַּעֲב֑וֹר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 פֶּ֚ן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 16 יְבֻלַּ֣ע H1104 verslonden, verslinden, verslond cover, destroy, devour, eat up, be at end, spend up, swallow down (up) 17 לַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 וּלְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 19 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 20 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 21 אִתּֽוֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Jonathan nu en Ahimaaz stonden bij de fontein Rogel; en een dienstmaagd ging henen en zeide het hun aan; en zij gingen henen en zeiden het den koning David aan; want zij mochten zich niet zien laten, dat zij in de stad kwamen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 JonathanH3083 nu en AhimaazH290 stondenH5975 bij de fontein RogelH5883; en een dienstmaagdH8198 gingH1980 henen en zeideH5046 het hun aan; en zij gingenH3212 henen en zeidenH5046 het den koningH4428 DavidH1732 aan; wantH3588 zij mochtenH3201 zich nietH3808 zienH7200 laten, dat zij in de stadH5892 kwamenH935. Jonathan nu en Ahimaaz stonden bij de fontein Rogel; en een dienstmaagd ging henen en zeide het hun aan; en zij gingen henen en zeiden het den koning David aan; want zij mochten zich niet zien laten, dat zij in de stad kwamen.

KJV Now Jonathan1 and Ahimaaz2 stayed3 by Enrogel;4 for they might17 not be seen18 to come19 into the city:20 and a wench7 went6 and told8 them; and they went11 and told12 king13 David.14

1 וִיהוֹנָתָ֨ן H3083 Jonathan, Jonathans Jonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן) 2 וַאֲחִימַ֜עַץ H290 Ahimaaz Ahimaaz 3 עֹמְדִ֣ים H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 4 בְּעֵין H5883 fontein Rogel, En-rogel En-rogel 5 רֹגֵ֗ל H5883 fontein Rogel, En-rogel En-rogel 6 וְהָלְכָ֤ה H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 הַשִּׁפְחָה֙ H8198 dienstmaagd, dienstmaagden, maagden (bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant 8 וְהִגִּ֣ידָה H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 9 לָהֶ֔ם 10 וְהֵם֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 יֵֽלְכ֔וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 12 וְהִגִּ֖ידוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 13 לַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 דָּוִ֑ד H1732 David, Davids David 15 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יוּכְל֛וּ H3201 konden, kan, kon be able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer 18 לְהֵרָא֖וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 19 לָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 הָעִֽירָה H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Een jongen dan nog zag hen, en zeide het Absalom aan; doch die beiden gingen haastelijk, en kwamen in eens mans huis te Bahurim, dewelke een put had in zijn voorhof, en zij daalden daarin.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Een jongenH5288 dan nog zagH7200 hen, en zeideH5046 het AbsalomH53 aanH413; doch die beidenH8147 gingenH3212 haastelijkH4120, en kwamenH935 in eens mansH376 huisH1004 te BahurimH980, dewelke een putH875 had in zijn voorhofH2691, en zij daaldenH3381 daarin. Een jongen dan nog zag hen, en zeide het Absalom aan; doch die beiden gingen haastelijk, en kwamen in eens mans huis te Bahurim, dewelke een put had in zijn voorhof, en zij daalden daarin.

KJV Nevertheless a lad3 saw1 them, and told4 Absalom:5 but they went6 both7 of them away quickly,8 and came9 to a man's12 house11 in Bahurim,13 which had a well15 in his court;16 whither18 they went down.17

1 וַיַּ֤רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 נַ֔עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 4 וַיַּגֵּ֖ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 5 לְאַבְשָׁלֹ֑ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 6 וַיֵּלְכוּ֩ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 שְׁנֵיהֶ֨ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 מְהֵרָ֜ה H4120 haastelijk, haast, Haast hastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly 9 וַיָּבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 בֵּֽית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 בְּבַחוּרִ֗ים H980 Bahurim Bahurim 14 וְל֥וֹ 15 בְאֵ֛ר H875 put, puts, waterput pit, well 16 בַּחֲצֵר֖וֹ H2691 voorhof, dorpen, voorhofs court, tower, village 17 וַיֵּ֥רְדוּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 18 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de vrouw nam en spreidde een deksel over het opene van den put, en strooide gort daarop. Alzo werd de zaak niet bekend.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de vrouwH802 namH3947 en spreiddeH6566 een dekselH4539 overH5921 het openeH6440 van den putH875, en strooideH7849 gortH7383 daarop. Alzo werd de zaakH1697 nietH3808 bekendH3045. En de vrouw nam en spreidde een deksel over het opene van den put, en strooide gort daarop. Alzo werd de zaak niet bekend.

KJV And the woman2 took1 and spread3 a covering5 over the well's8 mouth,7 and spread9 ground corn11 thereon; and the thing14 was not known.13

1 וַתִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 הָאִשָּׁ֗ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 וַתִּפְרֹ֤שׂ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הַמָּסָךְ֙ H4539 deksel, deksels covering, curtain, hanging 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 הַבְּאֵ֔ר H875 put, puts, waterput pit, well 9 וַתִּשְׁטַ֥ח H7849 breidt, spreidden, strek all abroad, enlarge, spread, stretch out 10 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 הָֽרִפ֑וֹת H7383 gestoten graan, gort ground corn, wheat 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 נוֹדַ֖ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 14 דָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen nu Absaloms knechten tot de vrouw in het huis kwamen, zeiden zij: Waar zijn Ahimaaz en Jonathan? En de vrouw zeide tot hen: Zij zijn over dat waterriviertje gegaan. En toen zij hen gezocht en niet gevonden hadden, keerden zij weder naar Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen nu AbsalomsH53 knechtenH5650 totH413 de vrouwH802 in het huisH1004 kwamenH935, zeidenH559 zij: Waar zijn AhimaazH290 en JonathanH3083? En de vrouwH802 zeideH559 tot hen: Zij zijn over dat waterriviertjeH4323 gegaanH5674. En toen zij hen gezochtH1245 en nietH3808 gevondenH4672 hadden, keerdenH7725 zij weder naar JeruzalemH3389. Toen nu Absaloms knechten tot de vrouw in het huis kwamen, zeiden zij: Waar zijn Ahimaaz en Jonathan? En de vrouw zeide tot hen: Zij zijn over dat waterriviertje gegaan. En toen zij hen gezocht en niet gevonden hadden, keerden zij weder naar Jeruzalem.

KJV And when Absalom's3 servants2 came1 to the woman5 to the house,6 they said,7 Where is Ahimaaz9 and Jonathan?10 And the woman13 said11 unto them, They be gone over14 the brook15 of water.16 And when they had sought17 and could not find19 them, they returned20 to Jerusalem.21

1 וַיָּבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 עַבְדֵי֩ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 3 אַבְשָׁל֨וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 4 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הָאִשָּׁ֜ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 הַבַּ֗יְתָה H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 וַיֹּֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 אַיֵּ֗ה H346 waar? where 9 אֲחִימַ֨עַץ֙ H290 Ahimaaz Ahimaaz 10 וִיה֣וֹנָתָ֔ן H3083 Jonathan, Jonathans Jonathan. Compare H3129 (יוֹנָתָן) 11 וַתֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 לָהֶם֙ 13 הָֽאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 14 עָבְר֖וּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 מִיכַ֣ל H4323 waterriviertje brook 16 הַמָּ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 17 וַיְבַקְשׁוּ֙ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 18 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 מָצָ֔אוּ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 20 וַיָּשֻׁ֖בוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 21 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En het geschiedde, nadat zij weggegaan waren, zo klommen zij uit den put, en gingen henen en boodschapten het den koning David; en zij zeiden tot David: Maakt ulieden op, en gaat haastelijk over het water, want alzo heeft Achitofel tegen ulieden geraden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En het geschiedde, nadatH310 zij weggegaanH3212 waren, zo klommenH5927 zij uit den putH875, en gingenH3212 henen en boodschaptenH5046 het den koningH4428 DavidH1732; en zij zeidenH559 totH413 DavidH1732: MaaktH6965 ulieden op, en gaat haastelijkH4120 over het waterH4325, wantH3588 alzo heeft AchitofelH302 tegen ulieden geradenH3289. En het geschiedde, nadat zij weggegaan waren, zo klommen zij uit den put, en gingen henen en boodschapten het den koning David; en zij zeiden tot David: Maakt ulieden op, en gaat haastelijk over het water, want alzo heeft Achitofel tegen ulieden geraden.

KJV And it came to pass, after2 they were departed,3 that they came up4 out of the well,5 and went6 and told7 king8 David,9 and said10 unto David,12 Arise,13 and pass quickly15 over14 the water:17 for thus hath Ahithophel22 counselled20 against you.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 לֶכְתָּ֗ם H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 וַֽיַּעֲלוּ֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 מֵֽהַבְּאֵ֔ר H875 put, puts, waterput pit, well 6 וַיֵּ֣לְכ֔וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 וַיַּגִּ֖דוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 8 לַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 דָּוִ֑ד H1732 David, Davids David 10 וַיֹּאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 דָּוִ֗ד H1732 David, Davids David 13 ק֣וּמוּ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 14 וְעִבְר֤וּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 מְהֵרָה֙ H4120 haastelijk, haast, Haast hastily, quickly, shortly, soon, make (with) speed(-ily), swiftly 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 הַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 18 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 כָ֛כָה H3602 alzo, op deze wijze after that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus 20 יָעַ֥ץ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 21 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 אֲחִיתֹֽפֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Toen maakte zich David op, en al het volk, dat met hem was; en zij gingen over de Jordaan. Aan het morgenlicht ontbrak er niet tot een toe, die niet over de Jordaan gegaan was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Toen maakte zich DavidH1732 op, en alH3605 het volkH5971, datH834 metH854 hem was; en zij gingenH5674 over de JordaanH3383. AanH5704 het morgenlichtH1242 ontbrakH5737 er niet tot eenH259 toeH5704, dieH834 nietH3808 over de JordaanH3383 gegaanH5674 was. Toen maakte zich David op, en al het volk, dat met hem was; en zij gingen over de Jordaan. Aan het morgenlicht ontbrak er niet tot een toe, die niet over de Jordaan gegaan was.

KJV Then David2 arose,1 and all the people4 that were with him, and they passed over7 Jordan:9 by the morning12 light11 there lacked16 not one14 of them that was not gone over19 Jordan.21

1 וַיָּ֣קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 דָּוִ֗ד H1732 David, Davids David 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 אִתּ֔וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 וַיַּעַבְר֖וּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַיַּרְדֵּ֑ן H3383 Jordaan Jordan 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 א֣וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 12 הַבֹּ֗קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 13 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 14 אַחַד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 15 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 נֶעְדָּ֔ר H5737 gemist, ontbreekt, feilen dig, fail, keep (rank), lack 17 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 עָבַ֖ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 20 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 הַיַּרְדֵּֽן H3383 Jordaan Jordan
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Als nu Achitofel zag, dat zijn raad niet gedaan was, zadelde hij den ezel, en maakte zich op, en toog naar zijn huis in zijn stad, en gaf bevel aan zijn huis, en verhing zich. Alzo stierf hij, en werd begraven in zijns vaders graf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Als nu AchitofelH302 zagH7200, datH3588 zijn raadH6098 nietH3808 gedaanH6213 was, zadeldeH2280 hij den ezelH2543, en maakte zich op, en toogH3212 naarH413 zijn huisH1004 in zijn stadH5892, en gaf bevelH6680 aanH413 zijn huisH1004, en verhingH2614 zich. Alzo stierfH4191 hij, en werd begravenH6912 in zijns vadersH1 grafH6913. Als nu Achitofel zag, dat zijn raad niet gedaan was, zadelde hij den ezel, en maakte zich op, en toog naar zijn huis in zijn stad, en gaf bevel aan zijn huis, en verhing zich. Alzo stierf hij, en werd begraven in zijns vaders graf.

KJV And when Ahithophel1 saw2 that his counsel6 was not followed,5 he saddled7 his ass,9 and arose,10 and gat him home11 to his house,13 to his city,15 and put his household18 in order,16 and hanged19 himself, and died,20 and was buried21 in the sepulchre22 of his father.23

1 וַאֲחִיתֹ֣פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 2 רָאָ֗ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 נֶעֶשְׂתָה֮ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 עֲצָתוֹ֒ H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 7 וַיַּחֲבֹ֣שׁ H2280 verbinden, zadelde, verbindt bind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about 8 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 הַחֲמ֗וֹר H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 10 וַיָּ֜קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 11 וַיֵּ֤לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 בֵּיתוֹ֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 עִיר֔וֹ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 וַיְצַ֥ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 בֵּית֖וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 וַיֵּחָנַ֑ק H2614 verhing, worgde hang self, strangle 20 וַיָּ֕מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 21 וַיִּקָּבֵ֖ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 22 בְּקֶ֥בֶר H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 23 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 David nu kwam te Mahanaim, en Absalom toog over de Jordaan, hij en alle mannen van Israel met hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 DavidH1732 nu kwamH935 te MahanaimH4266, en AbsalomH53 toogH5674 over de JordaanH3383, hijH1931 en alleH3605 mannenH376 van IsraelH3478 metH5973 hem. David nu kwam te Mahanaim, en Absalom toog over de Jordaan, hij en alle mannen van Israel met hem.

KJV Then David1 came2 to Mahanaim.3 And Absalom4 passed over5 Jordan,7 he and all the men10 of Israel11 with him.

1 וְדָוִ֖ד H1732 David, Davids David 2 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 מַחֲנָ֑יְמָה H4266 Mahanaim Mahanaim 4 וְאַבְשָׁלֹ֗ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 5 עָבַר֙ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַיַּרְדֵּ֔ן H3383 Jordaan Jordan 8 ה֕וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 עִמּֽוֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Absalom had Amasa in Joabs plaats gesteld over het heir. Amasa nu was eens mans zoon, wiens naam was Jethra, de Israeliet, die ingegaan was tot Abigail, dochter van Nahas, zuster van Zeruja, Joabs moeder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En AbsalomH53 had AmasaH6021 in JoabsH3097 plaatsH8478 gesteldH7760 overH5921 het heirH6635. AmasaH6021 nu was eens mansH376 zoonH1121, wiens naamH8034 was JethraH3501, de IsraelietH3481, dieH834 ingegaanH935 was totH413 AbigailH26, dochterH1323 van NahasH5176, zusterH269 van ZerujaH6870, JoabsH3097 moederH517. En Absalom had Amasa in Joabs plaats gesteld over het heir. Amasa nu was eens mans zoon, wiens naam was Jethra, de Israeliet, die ingegaan was tot Abigail, dochter van Nahas, zuster van Zeruja, Joabs moeder.

KJV And Absalom4 made3 Amasa2 captain of the host8 instead of Joab:6 which Amasa9 was a man's11 son,10 whose name12 was Ithra13 an Israelite,14 that went in16 to Abigail18 the daughter19 of Nahash,20 sister21 to Zeruiah22 Joab's24 mother.23

1 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 עֲמָשָׂ֗א H6021 Amasa Amasa 3 שָׂ֧ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 4 אַבְשָׁלֹ֛ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 5 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 6 יוֹאָ֖ב H3097 Joab, Joabs Joab 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הַצָּבָ֑א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 9 וַעֲמָשָׂ֣א H6021 Amasa Amasa 10 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 אִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 12 וּשְׁמוֹ֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 יִתְרָ֣א H3501 Jethra Ithra 14 הַיִּשְׂרְאֵלִ֔י H3481 Israeliet, Israelietisch of Israel, Israelite 15 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 בָּא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 אֲבִיגַ֣ל H26 Abigail Abigal 19 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 20 נָחָ֔שׁ H5176 Nahas Nahash 21 אֲח֥וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 22 צְרוּיָ֖ה H6870 Zeruja Zeruiah 23 אֵ֥ם H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 24 יוֹאָֽב H3097 Joab, Joabs Joab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Israel nu en Absalom legerden zich in het land van Gilead.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 IsraelH3478 nu en AbsalomH53 legerdenH2583 zich in het landH776 van GileadH1568. Israel nu en Absalom legerden zich in het land van Gilead.

KJV So Israel2 and Absalom3 pitched1 in the land4 of Gilead.5

1 וַיִּ֤חַן H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 2 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 וְאַבְשָׁלֹ֔ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 4 אֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 הַגִּלְעָֽד H1568 Gilead, Gileadieten, Gileads Gilead, Gileadite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En het geschiedde, als David te Mahanaim gekomen was, dat Sobi, de zoon van Nahas, van Rabba der kinderen Ammons, en Machir, de zoon van Ammiel, van Lodebar, en Barzillai, de Gileadiet, van Rogelim,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En het geschiedde, als DavidH1732 te MahanaimH4266 gekomenH935 was, dat SobiH7629, de zoonH1121 van NahasH5176, van RabbaH7237 der kinderenH1121 AmmonsH5983, en MachirH4353, de zoonH1121 van AmmielH5988, van LodebarH3810, en BarzillaiH1271, de GileadietH1569, van RogelimH7274, En het geschiedde, als David te Mahanaim gekomen was, dat Sobi, de zoon van Nahas, van Rabba der kinderen Ammons, en Machir, de zoon van Ammiel, van Lodebar, en Barzillai, de Gileadiet, van Rogelim,

KJV And it came to pass, when David3 was come2 to Mahanaim,4 that Shobi5 the son6 of Nahash7 of Rabbah8 of the children9 of Ammon,10 and Machir11 the son12 of Ammiel13 of Lodebar,14 and Barzillai16 the Gileadite17 of Rogelim,18

1 וַיְהִ֕י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כְּב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 דָוִ֖ד H1732 David, Davids David 4 מַחֲנָ֑יְמָה H4266 Mahanaim Mahanaim 5 וְשֹׁבִ֨י H7629 Sobi Shobi 6 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 נָחָ֜שׁ H5176 Nahas Nahash 8 מֵרַבַּ֣ת H7237 Rabba Rabbah, Rabbath 9 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 עַמּ֗וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 11 וּמָכִ֤יר H4353 Machir Machir 12 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 עַמִּיאֵל֙ H5988 Ammiel Ammiel 14 מִלֹּ֣א H3810 Lodebar Debir, Lodebar 15 דְבָ֔ר H3810 Lodebar Debir, Lodebar 16 וּבַרְזִלַּ֥י H1271 Barzillai Barzillai 17 הַגִּלְעָדִ֖י H1569 Gileadiet, Gileadieten Gileadite 18 מֵרֹגְלִֽים H7274 Rogelim Rogelim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Beddewerk, en schalen, en aarden vaten, en tarwe, en gerst, en meel, en geroost koren, en bonen, en linzen, ook geroost,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 BeddewerkH4904, en schalenH5592, en aardenH3335 vatenH3627, en tarweH2406, en gerstH8184, en meelH7058, en geroostH7039 koren, en bonenH6321, en linzenH5742, ook geroostH7039, Beddewerk, en schalen, en aarden vaten, en tarwe, en gerst, en meel, en geroost koren, en bonen, en linzen, ook geroost,

KJV Brought beds,1 and basons,2 and earthen4 vessels,3 and wheat,5 and barley,6 and flour,7 and parched8 corn, and beans,9 and lentiles,10 and parched11 pulse,

1 מִשְׁכָּ֤ב H4904 leger, bijligging, legers bed(-chamber), couch, lieth (lying) with 2 וְסַפּוֹת֙ H5592 dorpel, dorpelen, schalen bason, bowl, cup, door (post), gate, post, threshold 3 וּכְלִ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 4 יוֹצֵ֔ר H3335 geformeerd, formeert, pottenbakker [idiom] earthen, fashion, form, frame, make(-r), potter, purpose 5 וְחִטִּ֥ים H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 6 וּשְׂעֹרִ֖ים H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley 7 וְקֶ֣מַח H7058 meel, meels flour, meal 8 וְקָלִ֑י H7039 geroost, geroost koren parched corn 9 וּפ֥וֹל H6321 bonen beans 10 וַעֲדָשִׁ֖ים H5742 linzen lentile 11 וְקָלִֽי H7039 geroost, geroost koren parched corn
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 En honig, en boter, en schapen, en koeienkazen, brachten tot David, en tot het volk, dat met hem was, om te eten, want zij zeiden: Dit volk is hongerig, en moede, en dorstig in de woestijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 En honigH1706, en boterH2529, en schapenH6629, en koeienkazenH8194, brachtenH5066 tot DavidH1732, en tot het volkH5971, dat met hem was, om te etenH398, wantH3588 zij zeidenH559: Dit volkH5971 is hongerigH7457, en moedeH5889, en dorstigH6771 in de woestijnH4057. En honig, en boter, en schapen, en koeienkazen, brachten tot David, en tot het volk, dat met hem was, om te eten, want zij zeiden: Dit volk is hongerig, en moede, en dorstig in de woestijn.

KJV And honey,1 and butter,2 and sheep,3 and cheese4 of kine,5 for David,7 and for the people8 that were with him, to eat:11 for they said,13 The people14 is hungry,15 and weary,16 and thirsty,17 in the wilderness.18

1 וּדְבַ֣שׁ H1706 honig, honigs, honigvloed honey(-comb) 2 וְחֶמְאָ֗ה H2529 boter, Boter butter 3 וְצֹאן֙ H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 4 וּשְׁפ֣וֹת H8194 koeienkazen cheese 5 בָּקָ֔ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 6 הִגִּ֧ישׁוּ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 7 לְדָוִ֛ד H1732 David, Davids David 8 וְלָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 11 לֶאֱכ֑וֹל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 אָמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 15 רָעֵ֛ב H7457 hongerige, hongerig, hongerigen hunger bitten, hungry 16 וְעָיֵ֥ף H5889 moede, vermoeide, dorstig faint, thirsty, weary 17 וְצָמֵ֖א H6771 dorstige, dorstig, dorstigen (that) thirst(-eth, -y) 18 בַּמִּדְבָּֽר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Samuël 17:1 Psalmen 109:2 Psalmen 3:3 Spreuken 4:16 Jesaja 59:7 Psalmen 4:8 Spreuken 1:16
2 Samuël 17:2 1 Koningen 22:31 2 Samuël 16:14 Zacharia 13:7 Deuteronomium 25:18 Mattheüs 26:31 Mattheüs 21:38 Johannes 11:50 Johannes 18:4
2 Samuël 17:3 1 Thessalonicenzen 5:3 Jesaja 57:21 2 Samuël 3:21 Jesaja 48:22
2 Samuël 17:4 Romeinen 1:32 1 Samuël 23:21 Esther 1:21 Esther 5:14 2 Kronieken 30:4 1 Samuël 18:20
2 Samuël 17:5 2 Samuël 15:32 2 Samuël 16:16
2 Samuël 17:7 Spreuken 31:8
2 Samuël 17:8 Hosea 13:8 1 Samuël 16:18 Daniël 7:5 Hebreeën 11:32 Spreuken 17:12 Spreuken 28:15 2 Samuël 15:18 2 Samuël 21:18
2 Samuël 17:9 Richteren 20:32 Jozua 7:5 1 Samuël 14:14 Jozua 8:6 1 Samuël 22:1 1 Samuël 24:3
2 Samuël 17:10 Jozua 2:9 Spreuken 28:1 Genesis 49:9 Jesaja 19:1 Hooglied 3:7 2 Samuël 1:23 Exodus 15:15 Deuteronomium 1:28
2 Samuël 17:11 Genesis 22:17 Richteren 20:1 Jozua 11:4 Psalmen 9:16 1 Koningen 4:20 1 Koningen 20:10 2 Samuël 12:28 Psalmen 7:15
2 Samuël 17:12 2 Koningen 18:23 Jesaja 10:13 Obadja 1:3 1 Koningen 20:10 1 Samuël 23:23 2 Koningen 19:24
2 Samuël 17:13 Mattheüs 24:2 Micha 1:6
2 Samuël 17:14 2 Samuël 15:34 2 Samuël 15:31 2 Samuël 16:23 Exodus 9:16 Job 5:12 Deuteronomium 2:30 1 Korinthe 3:19 2 Kronieken 25:20
2 Samuël 17:15 2 Samuël 15:35
2 Samuël 17:16 2 Samuël 15:28 1 Korinthe 15:54 2 Korinthe 5:4 2 Samuël 15:14 1 Samuël 20:38 Psalmen 35:25 2 Samuël 20:19 Psalmen 57:3
2 Samuël 17:17 2 Samuël 15:27 Jozua 15:7 2 Samuël 15:36 Jozua 18:16 Jozua 2:4 1 Koningen 1:9
2 Samuël 17:18 2 Samuël 3:16 2 Samuël 16:5 2 Samuël 19:16
2 Samuël 17:19 Jozua 2:4 Exodus 1:19
2 Samuël 17:20 Exodus 1:19 Jozua 2:22 1 Samuël 19:12 2 Samuël 15:34 Jozua 2:3 1 Samuël 21:2 1 Samuël 27:11
2 Samuël 17:21 2 Samuël 17:15
2 Samuël 17:22 Johannes 18:9 Mattheüs 10:16 Numeri 31:49 2 Samuël 17:24 Spreuken 27:12
2 Samuël 17:23 Mattheüs 27:5 2 Koningen 20:1 2 Samuël 15:12 1 Koningen 16:18 Psalmen 55:23 Job 31:3 1 Samuël 31:4 Spreuken 19:3
2 Samuël 17:24 2 Samuël 2:8 Genesis 32:2 Jozua 13:26
2 Samuël 17:25 2 Samuël 19:13 1 Kronieken 2:13 2 Samuël 20:9 1 Koningen 2:5 1 Koningen 2:32 2 Samuël 20:4 1 Kronieken 2:16
2 Samuël 17:26 Numeri 32:1 Jozua 17:1 Deuteronomium 3:15
2 Samuël 17:27 1 Koningen 2:7 2 Samuël 10:1 2 Samuël 9:4 1 Samuël 11:1 Ezra 2:61 2 Samuël 12:26 2 Samuël 19:31 2 Samuël 12:29
2 Samuël 17:28 Jesaja 32:8 Obadja 1:3 2 Samuël 16:1 1 Samuël 25:18
2 Samuël 17:29 2 Samuël 16:2 2 Samuël 16:14 Prediker 11:1 1 Samuël 17:18 2 Samuël 17:2 Psalmen 84:11 Jesaja 21:14 Richteren 8:4
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Samuël 17 vers 2

slap van handen is, Zie boven, 2 Sam. 4:1.

Hertaald: slap van handen is, Zie hierboven, 2 Sam. 4:1.

2 Samuël 17 vers 3

de man, Hij wil zeggen: Het is u toch om David te doen; het volk zoudt gij gaarne tot u trekken. Als ik nu David zal hebben omgebracht, daarmede zal het gedaan zijn, zo zal ik het volk lichtelijk tot u wenden, ja zijn dood is inderdaadde wederkering van al het volk, dat tevreden zal zijn en u voor koning aannemen, als maar David vankant is. Anders, als zij allen wederkeren [hij is [toch] de man, dien gij zoekt] [zo] zal al het volk tevreden zijn

Hertaald: de man, Hij wil zeggen: het gaat u toch om David; het volk zou u graag naar u toe trekken. Als ik David nu heb omgebracht, is daarmee de zaak beslist, en zal ik het volk gemakkelijk naar u toe wenden, ja zijn dood betekent in feite de terugkeer van heel het volk, dat tevreden zal zijn en u als koning zal aannemen, zodra David uit de weg is. Anders: als zij allen terugkeren [hij is toch de man die u zoekt] [dan] zal heel het volk tevreden zijn.

vrede zijn Hebreeuws, zal vrede zijn. Vergelijk 1 Sam. 25:6; onder 2 Sam. 20:8; Job 21:9, enz.

Hertaald: vrede zijn Hebreeuws: zal er vrede zijn. Vergelijk 1 Sam. 25:6; hieronder 2 Sam. 20:8; Job 21:9, enzovoort.

2 Samuël 17 vers 4

woord nu Of, deze zaak, deze raad.

Hertaald: woord nu Of: deze zaak, deze raad.

recht Dat is, beviel Absalom wel, docht hem recht en goed te zijn.

Hertaald: recht Dat is: beviel Absalom goed, hij vond het juist en goed.

2 Samuël 17 vers 5

wat hij ook zegt Hebreeuws, wat hij ook [hebbe] in zijn mond.

Hertaald: wat hij ook zegt Hebreeuws: wat hij ook [heeft] in zijn mond.

2 Samuël 17 vers 6

Aldus heeft Achitófel gesproken; Hebreeuws, naar ditzelve woord; dat is aldus, in deze manier heeft hij geraden.

Hertaald: Aldus heeft Achitófel gesproken; Hebreeuws: naar hetzelfde woord; dat is: zo, op deze manier heeft hij geadviseerd.

gij Geef gij ook uw raad.

Hertaald: gij Geef u ook uw advies.

2 Samuël 17 vers 7

ditmaal geraden heeft, Alsof hij zeide: Hij is anders een kloek raadsheer, maar hierin heeft hij gefeild.

Hertaald: ditmaal geraden heeft, Alsof hij zei: hij is verder een verstandige raadgever, maar hierin heeft hij zich vergist.

2 Samuël 17 vers 8

gemoed zijn, Hebreeuws, ziel; gelijk Richt. 18:25; dat is, bitterlijk vertoornd.

Hertaald: gemoed zijn, Hebreeuws: ziel; zoals Richt. 18:25; dat is: bitter verbitterd.

met het volk Maar zich van hen afgeven, en ergens in een onbekende plaats versteken of verzekeren, gelijk hij in zijn ballingschap bij Sauls tijden dikwijls gedaan had.

Hertaald: met het volk Maar zich van hen afzonderen en zich ergens op een onbekende plaats verbergen of in veiligheid brengen, zoals hij in zijn ballingschap in de tijd van Saul vaak gedaan had.

2 Samuël 17 vers 9

plaatsen Die hem van Sauls tijden af bekend zijn.

Hertaald: plaatsen Die hem sinds de tijd van Saul bekend zijn.

onder hen vallen, Onder degenen, die David vervolgen. Anders, door hen; dat is, door Davids krijgslieden mochten geslagen worden.

Hertaald: onder hen vallen, Onder hen die David achtervolgen. Anders: door hen; dat is: door de strijders van David geslagen zouden kunnen worden.

een ieder, Hebreeuws, de horende zal horen en zeggen

Hertaald: een ieder, Hebreeuws: wie het hoort zal het horen en zeggen.

navolgt Hebreeuws, achter Absalom is.

Hertaald: navolgt Hebreeuws: achter Absalom is.

2 Samuël 17 vers 10

dapper man is, Hebreeuws, een zoon, of, kind der dapperheid, kloekheid. Zie boven, 2 Sam. 3:34. Alzo in het volgende.

Hertaald: dapper man is, Hebreeuws: een zoon, of kind van de dapperheid, kloekheid. Zie hierboven, 2 Sam. 3:34. Zo ook in het vervolg.

te enen male smelten; Hebreeuws, smeltende smelten; dat is, gans moedeloos en versaagd worden. Zie Deut. 1:28.

Hertaald: te enen male smelten; Hebreeuws: smeltende smelten; dat is: geheel moedeloos en angstig worden. Zie Deut. 1:28.

2 Samuël 17 vers 11

in alle haast Hebreeuws, verzameld wordende verzameld worden

Hertaald: in alle haast Hebreeuws: verzameld wordend verzameld worden.

Dan tot Ber-séba toe, De twee uiterste landpalen in het noorden en zuiden.

Hertaald: Dan tot Ber-séba toe, De twee uiterste grenzen, in het noorden en zuiden.

persoon Hebreeuws, uw aangezicht.

Hertaald: persoon Hebreeuws: uw aangezicht.

2 Samuël 17 vers 12

gemakkelijk overvallen, Of, belegeren, of tegen hem zijn.

Hertaald: gemakkelijk overvallen, Of: belegeren, of tegen hem optrekken.

2 Samuël 17 vers 13

beek nedertrekken, Dat is, in de gracht.

Hertaald: beek nedertrekken, Dat is: in de gracht.

gevonden worde Te weten, op den anderen liggende; hij wil zeggen: Wij zullen de stad lichtelijk en geheellijk verwoesten of uitroeien.

Hertaald: gevonden worde Namelijk: op de ander liggend; hij wil zeggen: wij zullen de stad gemakkelijk en volledig verwoesten of uitroeien.

2 Samuël 17 vers 14

geboden, Dat is, alzo gewild, verordineerd, en door zijn Goddelijke voorzienigheid ten beste van David geschikt. Vergelijk boven, 2 Sam. 16:10-12, en zie Lev. 25:21; Am. 6:11, en Am. 9:3; Nah. 1:14; idem Ps. 33:9, en Ps. 111:9, en Ps. 148:5.

Hertaald: geboden, Dat is: zo gewild, verordend, en door Zijn goddelijke voorzienigheid ten beste van David geregeld. Vergelijk hierboven, 2 Sam. 16:10-12, en zie Lev. 25:21; Am. 6:11, en Am. 9:3; Nah. 1:14; ook Ps. 33:9, en Ps. 111:9, en Ps. 148:5.

goeden raad Dienstiger voor Absalom, om David te overvallen en geen tijd van rust te geven; hoewel deze raad in zichzelven onrechtvaardig was.

Hertaald: goeden raad Nuttiger voor Absalom, om David te overvallen en geen tijd van rust te geven; hoewel deze raad op zichzelf onrechtvaardig was.

kwaad De welverdiende straf, waarvan in het volgende.

Hertaald: kwaad De welverdiende straf, waarover in het vervolg.

2 Samuël 17 vers 16

spoedig Hebreeuws, overgaande gaat over

Hertaald: spoedig Hebreeuws: overgaande gaat over.

over; Over de Jordaan, gelijk in het volgende verklaard wordt.

Hertaald: over; Over de Jordaan, zoals in het vervolg verklaard wordt.

2 Samuël 17 vers 17

Jónathan Zie boven, 2 Sam. 15:27-28.

Hertaald: Jónathan Zie hierboven, 2 Sam. 15:27-28.

stonden bij de fontein Rogel; Dat is, zij verhielden zich daar, en verwachtten tijding, die zij David mochten overbrengen. Van de plaats, zie Joz. 15:7, en Joz. 18:16.

Hertaald: stonden bij de fontein Rogel; Dat is: zij hielden zich daar op en wachtten op bericht dat zij aan David konden overbrengen. Zie over de plaats Joz. 15:7, en Joz. 18:16.

dienstmaagd ging henen Die men zonder nadenken tot een fontein kon zenden, om iets te wassen of om water te halen.

Hertaald: dienstmaagd ging henen Die men zonder achterdocht te wekken naar een bron kon sturen om iets te wassen of water te halen.

mochten zich niet zien laten, Dat is, zij durfden in de stad niet komen, en alsdan weder uitgaan naar David, om geen achterdenken te geven.

Hertaald: mochten zich niet zien laten, Dat is: zij durfden niet in de stad te komen en dan weer naar buiten te gaan naar David, om geen achterdocht te wekken.

2 Samuël 17 vers 18

voorhof, Versta, een open plaats aan zijn huis.

Hertaald: voorhof, Versta: een open plek bij zijn huis.

2 Samuël 17 vers 19

het opene van den put, Hebreeuws, het aangezicht.

Hertaald: het opene van den put, Hebreeuws: het aangezicht.

2 Samuël 17 vers 20

waterriviertje gegaan Of, waterveer.

Hertaald: waterriviertje gegaan Of: waterovergang.

2 Samuël 17 vers 21

zij weggegaan waren, Absaloms knechten.

Hertaald: zij weggegaan waren, De knechten van Absalom.

water, De Jordaan, gelijk volgt.

Hertaald: water, De Jordaan, zoals volgt.

alzo Gelijk boven verhaald is.

Hertaald: alzo Zoals hierboven verteld is.

2 Samuël 17 vers 22

ontbrak er niet tot een toe, Bij nacht gingen zij allen over, zodat er in den morgen niet een aan de andere zijde gebleven was.

Hertaald: ontbrak er niet tot een toe, In de nacht staken zij allemaal over, zodat er 's morgens niemand meer aan de overkant achtergebleven was.

2 Samuël 17 vers 23

stad, Boven genoemd Gilo; 2 Sam. 15:12.

Hertaald: stad, Hierboven Gilo genoemd; 2 Sam. 15:12.

gaf bevel aan zijn huis, Of, gaf, stelde orde, disponeerde over zijn huis; dat is, huisgezin en goederen; hetwelk zoveel is als: hij verklaarde zijn uitersten wil, en maakte zijn testament. Vergelijk 2 Kon. 20:1; Jes. 38:1.

Hertaald: gaf bevel aan zijn huis, Of: gaf orde over, regelde, beschikte over zijn huis; dat is: zijn gezin en bezittingen; wat zoveel betekent als: hij verklaarde zijn laatste wil en maakte zijn testament. Vergelijk 2 Kon. 20:1; Jes. 38:1.

2 Samuël 17 vers 24

Mahanáïm, Zie boven, 2 Sam. 2:8.

Hertaald: Mahanáïm, Zie hierboven, 2 Sam. 2:8.

2 Samuël 17 vers 25

Jethra, Hebreeuws, Jithra de Israëliet, anders genoemd Jether, 1 Kron. 2:17, alwaar hij genoemd wordt een Ismaëliet; waaruit door sommigen wordt afgenomen dat hij van afkomst een Ismaëliet was, maar, bekeerd zijnde, het volk Gods ingelijfd en ten aanzien van dien een Israëliet genoemd. Anderen menen dat hij een Israëliet was van afkomst, maar onder de Ismaëlieten gewoond en verkeerd had, en daarvan ook alzo genoemd.

Hertaald: Jethra, Hebreeuws: Jithra de Israëliet, ook Jether genoemd, 1 Kron. 2:17, waar hij een Ismaëliet genoemd wordt; waaruit sommigen afleiden dat hij van afkomst een Ismaëliet was, maar, na zijn bekering, bij het volk van God ingelijfd en daarom een Israëliet genoemd werd. Anderen menen dat hij van afkomst een Israëliet was, maar onder de Ismaëlieten gewoond en verkeerd had, en daarnaar ook zo genoemd werd.

ingegaan was Dat is, die bij haar gelegen had. Zie Gen. 6:4.

Hertaald: ingegaan was Dat is: die met haar geslapen had. Zie Gen. 6:4.

Abigaïl, 1 Kron. 2:16-17 genoemd Abigaïl. Deze was Davids zuster, gelijk Zeruja ook was.

Hertaald: Abigaïl, In 1 Kron. 2:16-17 Abigaïl genoemd. Zij was de zuster van David, zoals ook Zeruja dat was.

Nahas, Huisvrouw [gelijk sommigen menen] van Isaï, Davids vader. Anderen menen dat Isaï zelf anders Nahas genoemd is geweest. Hebreeuws, Nachas.

Hertaald: Nahas, De vrouw [zoals sommigen menen] van Isaï, de vader van David. Anderen menen dat Isaï zelf ook Nahas genoemd werd. Hebreeuws: Nachas.

2 Samuël 17 vers 26

Gilead Waar Manahaïm ook gelegen was, om David van alle kanten te omsingelen, volgens den raad van Husai.

Hertaald: Gilead Waar Mahanaïm ook lag, om David van alle kanten te omsingelen, volgens het advies van Husai.

2 Samuël 17 vers 27

Sobi, Hebreeuws, Schobi. Eenigen menen dat deze een broeder was van Hanun, waarvan boven, 2 Sam. 10:1 enz., gesproken is, en dat David Hanun, toen hij Rabba innam [boven 2 Sam. 12:30-31 ] afgezet of ook gedood hebbende, dezen broeder in zijn plaats tot koning heeft gesteld, die overzulks hier zijn dankbaarheid zou hebben bewezen.

Hertaald: Sobi, Hebreeuws: Schobi. Sommigen menen dat dit een broer van Hanun was, over wie hierboven, 2 Sam. 10:1, enzovoort, gesproken is, en dat David, nadat hij Hanun afgezet of ook gedood had toen hij Rabba innam [hierboven 2 Sam. 12:30-31], deze broer in zijn plaats tot koning gemaakt heeft, die daarom hier zijn dankbaarheid zou hebben getoond.

Machir, Zie boven, 2 Sam. 9:4-5.

Hertaald: Machir, Zie hierboven, 2 Sam. 9:4-5.

Barzillai, Zie onder, 2 Sam. 19:31-32, enz.

Hertaald: Barzillai, Zie hieronder, 2 Sam. 19:31-32, enzovoort.

2 Samuël 17 vers 28

aarden vaten, Hebreeuws, vaten der formeerders; dat is, des pottenbakkers.

Hertaald: aarden vaten, Hebreeuws: potten van de vormers; dat is: van de pottenbakker.

geroost, Te weten, de bonen en linzen.

Hertaald: geroost, Namelijk: de bonen en linzen.

2 Samuël 17 vers 29

zeiden Te weten, bij zichzelven; dat is, dachten, horende van Davids vluchten uit Jeruzalem, en haastig passeren door de woestijn, dat zij ontwijfelbaar aldaar aan alles gebrek zouden hebben geleden; daarom hadden zij deze provisie bereid om hen te verversen.

Hertaald: zeiden Namelijk: bij zichzelf; dat is: dachten, toen zij hoorden van Davids vlucht uit Jeruzalem en zijn snelle tocht door de woestijn, dat zij daar ongetwijfeld overal gebrek aan geleden zouden hebben; daarom hadden zij deze proviand bereid om hen te verkwikken.

in de woestijn Of, van de woestijn.

Hertaald: in de woestijn Of: uit de woestijn.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Absalom  — vader van vrede

De derde zoon van David, bij Maächa, en de broer van Tamar. Nadat Amnon zijn zuster onteerd had, liet hij deze halfbroer twee jaar later tijdens een feest vermoorden en vluchtte naar zijn grootvader in Gesur (2 Sam. 13:23-38). Later zou hij, na terugkeer, een omvangrijke opstand tegen zijn eigen vader David beginnen (2 Sam. 15), die uiteindelijk tot zijn eigen dood zou leiden (2 Sam. 18).

Achitofel  — broeder der dwaasheid

Davids raadsman, wiens raad destijds gold 'alsof men God zelf geraadpleegd had' (2 Sam. 16:23). Bij Absaloms opstand liep hij naar hem over, mogelijk uit wrok omdat Bathseba, Davids vrouw, zijn kleindochter was (vergelijk 2 Sam. 11:3 en 23:34). Toen zijn listige raad tegen David door Husai verijdeld werd, verhing hij zichzelf uit gekrenkte trots (2 Sam. 17:1-23).

Husai  — haastig

De Archiet, een vriend van David, die zich na Absaloms opstand als raadsman bij Absalom voegde om in het geheim voor David te blijven werken. Zijn advies om eerst geheel Israël te verzamelen won het van Achitofels plan om David terstond te achtervolgen, en gaf David zo de tijd om te ontkomen (2 Sam. 15:32-37; 16:16-19; 17:5-16).

Jonathan  — gave des HEEREN

Zoon van de priester Abjathar. Samen met Ahimaäz, de zoon van Zadok, hield hij zich bij de fontein Rogel op om David tijdens Absaloms opstand in het geheim van berichten te voorzien; toen hun aanwezigheid dreigde te worden verraden, verborgen zij zich in een put te Bahurim, en zij brachten David de waarschuwing van Husai over (2 Sam. 17:15-22).

Ahimaäz  — broeder des toorns

Zoon van de priester Zadok. Hij bracht met Jonathan boodschappen aan David over tijdens Absaloms opstand, en liep later, ondanks Joabs waarschuwing, David de tijding van de overwinning en van Absaloms dood tegemoet (2 Sam. 17:17-21; 18:19-32).

Amasa  — last, lastdrager

Zoon van Jithra, de Israëliet, en van Abigaïl, een zuster van Zeruja; hierdoor een neef van Joab. Absalom stelde hem tot legeroverste aan in Joabs plaats (2 Sam. 17:25). Na Absaloms dood benoemde David hem tot bevelhebber, tot ergernis van Joab, die hem bij Gibeon verraderlijk doodstak (2 Sam. 19:13; 20:4-10).

Sobi  — gevangennemer

Zoon van Nahas, uit Rabba der kinderen Ammons. Hij was een van de mannen die David en zijn volk te Mahanaim, tijdens de vlucht voor Absalom, van voedsel en beddengoed voorzagen (2 Sam. 17:27-29).

Machir  — verkocht

Zoon van Ammiël, uit Lodebar; in zijn huis had Mefiboseth, Jonathans zoon, eerder onderdak gevonden (2 Sam. 9:4-5). Ook hij behoorde tot degenen die David te Mahanaim van levensmiddelen voorzagen (2 Sam. 17:27-29). Niet te verwarren met Machir, de zoon van Manasse (Gen. 50:23).

Barzillai  — man van ijzer

Een zeer bejaarde en vermogende Gileadiet uit Rogelim, die David tijdens zijn verblijf te Mahanaim onderhield (2 Sam. 17:27-29) en hem later tot over de Jordaan begeleidde. Wegens zijn hoge leeftijd van tachtig jaar sloeg hij Davids aanbod af om hem aan het hof te Jeruzalem te onderhouden, en zond in zijn plaats zijn zoon Chimham mee (2 Sam. 19:31-39).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
En-Rogel  — Hebreeuws voor "bron van de voetwasser" (of "bron der spieders")

Ligging: Vlak buiten Jeruzalem, bij de samenvloeiing van het dal Kidron en het dal Hinnom.

Geschiedenis: Hier hielden Jonathan en Ahimaäz zich schuil om Davids geheime berichtgevers te zijn tijdens Absaloms opstand, tot een dienstmaagd hen waarschuwde dat zij ontdekt waren (2 Sam. 17:17). Later ook de plaats waar Adonia, Davids oudste overgebleven zoon, zichzelf voortijdig tot koning liet uitroepen, vlak voordat Salomo, op Davids eigen bevel, bij de Gihon-bron tot koning gezalfd werd (1 Kon. 1:9).

Bijbelse betekenis: Een plaats die tot tweemaal toe verbonden is met de opvolgingsstrijd rond Davids troon — eerst als schuilplaats voor Davids trouwe boodschappers tijdens Absaloms opstand, later als de plek van Adonia's overhaaste, uiteindelijk mislukte greep naar de kroon.

2 Sam. 17:17; 1 Kon. 1:9

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Achitofels raad verijdeld (Davids gebed verhoord)  — Achitofel raadt een snelle, dodelijke achtervolging van David aan; Husai, Davids vriend, overtuigt Absalom van een tragere, minder doeltreffende strategie: "de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht" (2 Sam. 17:14)

Achitofel raadt Absalom aan onmiddellijk, met twaalfduizend man, David te achtervolgen terwijl deze nog moe en zwak is, en hem alleen te doden zonder het overige volk te schaden (2 Sam. 17:1-4). Absalom laat ook Husai roepen, Davids stille bondgenoot binnen zijn eigen hof (vgl. Hfst. 15, reeds behandeld), en Husai weerlegt Achitofels raad met een beroep op Davids beproefde krijgservaring: beter om eerst heel Israël te verzamelen en met overmacht toe te slaan (2 Sam. 17:5-13). Absalom en zijn mannen kiezen voor Husais tragere plan — en de verteller onthult meteen waarom: "de HEERE had het geboden, om den goeden raad van Achitofel te vernietigen, opdat de HEERE het kwaad over Absalom bracht" (2 Sam. 17:14). Achitofel, ziende dat zijn raad verworpen is, gaat naar huis en verhangt zich (2 Sam. 17:23). Onderweg wordt David door verscheidene mannen, onder wie Barzillai de Gileadiet, met voedsel en beddengoed verzorgd (2 Sam. 17:27-29).

Bijbelse betekenis: Dit vers beantwoordt rechtstreeks Davids korte gebed van een paar hoofdstukken eerder: "maak toch Achitofels raad tot zotheid" (2 Sam. 15:31, reeds behandeld). Wat van buiten een gewone politieke discussie tussen twee raadslieden lijkt, blijkt van binnen iets anders. Het is het antwoord op een enkel, kort gebed: de HEERE regeert de overwegingen van een opstandige zoon en zijn raad, zonder dat een van hen het beseft. Achitofels wanhoopsdaad tekent bovendien de bitterheid van wie zijn vertrouwde positie en eer in één keer verliest.

Typologie: Salomo, Davids eigen zoon, vat later precies dit patroon samen: "Des konings hart is in de hand des HEEREN als waterbeken. Hij neigt het tot al wat Hij wil" (Spr. 21:1, niet apart aangehaald) — een les die hij wellicht mede aan deze geschiedenis van zijn vader ontleende.

2 Sam. 17:1-14,23; 2 Sam. 15:31

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

2 Samuël 17

2 Samuël 17:23.KruisverwijzingenMattheüs 27:52 Koningen 20:12 Samuël 15:121 Koningen 16:18Psalmen 55:23Job 31:31 Samuël 31:4Spreuken 19:3
— Als nu Achitofel zag, dat zijn raad niet gedaan was, zadelde hij den ezel, en maakte zich op, en toog naar zijn huis in zijn stad, en gaf bevel aan zijn huis, en verhing zich. Alzo stierf hij, en werd begraven in zijns vaders graf.
Achitofel was een man van scherp doorzicht, en wie hem raadpleegden volgden zijn raad met even veel vertrouwen als was hij een godsspraak uit de hemel geweest. Hij was een groot meester in de staatkunde, ervaren in de kunsten van de list — vooruitziend, voorzichtig, diep. Jarenlang was hij Davids vriend en raadsman. Maar omdat hij het verstandig achtte aan de kant van de meerderheid te staan, verliet hij zijn oude meester om een aanzienlijke plaats onder Absalom te bekleden. Dit was, om in staatkundige taal te spreken, niet alleen een misdaad maar ook een misrekening.

Toen hij zich ten laatste door een andere raadsman verdrongen zag, was hij zo verbolgen dat hij Absalom verliet, naar huis snelde, zijn persoonlijke zaken regelde en zich uit louter verdriet ophing.

Zijn geval leert ons dat de grootste wereldse wijsheid iemand niet zal bewaren van de uiterste dwaasheid. Hier was een man die vermaard was omdat hij in wijsheid uitstak, en die toch niet genoeg verstand had om zijn nek uit de dodelijke strop te houden. Vele mensen, die voor een tijd bovenmate wijs zijn, falen op de lange duur.

De wijsheid die alleen op dit leven ziet, faalt zelfs op haar eigen gebied. Haar kunstgrepen zijn te oppervlakkig, haar vindingen te tijdelijk; en het geheel komt met een slag omlaag wanneer men het minst verwacht dat het valt. Welke droeve gevallen hebben wij gezien van mensen die wijs waren in beleid en die volkomen gefaald hebben bij gebrek aan beginsel! Bij gebrek aan de geest van eer en waarheid om hen te bevestigen, hebben zij paleizen van ijs gebouwd die weggesmolten zijn voordat zij voltooid waren. “De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht” (Spr. 1:7). De wijsheid die van boven komt is de enige wijsheid.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

De wijsheid die alleen op dit leven ziet, faalt zelfs op haar eigen gebied. Haar kunstgrepen zijn te oppervlakkig, haar vindingen te tijdelijk; en het geheel komt met een slag omlaag wanneer men het minst verwacht dat het valt.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content