Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Samuël 16

1 Als nu David een weinig van de hoogte was voortgegaan, ziet, toen ontmoette hem Ziba, Mefiboseths jongen, met een paar gezadelde ezelen, en daarop tweehonderd broden, met honderd stukken rozijnen, en honderd stukken zomervruchten, en een lederen zak wijns.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Als nu DavidH1732 een weinigH4592 van de hoogteH7218 was voortgegaanH5674, zietH2009, toen ontmoetteH7125 hem ZibaH6717, MefibosethsH4648 jongenH5288, met een paarH6776 gezadeldeH2280 ezelenH2543, en daarop tweehonderdH3967 brodenH3899, met honderdH3967 stukken rozijnenH6778, en honderdH3967 stukken zomervruchtenH7019, en een lederen zakH5035 wijnsH3196. Als nu David een weinig van de hoogte was voortgegaan, ziet, toen ontmoette hem Ziba, Mefiboseths jongen, met een paar gezadelde ezelen, en daarop tweehonderd broden, met honderd stukken rozijnen, en honderd stukken zomervruchten, en een lederen zak wijns.

KJV And when David1 was a little3 past2 the top4 of the hill, behold, Ziba6 the servant7 of Mephibosheth8 met him, with a couple11 of asses12 saddled,13 and upon them two hundred15 loaves of bread,16 and an hundred17 bunches of raisins,18 and an hundred19 of summer fruits,20 and a bottle21 of wine.22

1 וְדָוִ֗ד H1732 David, Davids David 2 עָבַ֤ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 3 מְעַט֙ H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 4 מֵֽהָרֹ֔אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 צִיבָ֛א H6717 Ziba Ziba 7 נַ֥עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 8 מְפִי H4648 Mefiboseth, Mefiboseths Mephibosheth 9 בֹ֖שֶׁת H4648 Mefiboseth, Mefiboseths Mephibosheth 10 לִקְרָאת֑וֹ H7122 wedervaren, geval, ontmoette befall, (by) chance, (cause to) come (upon), fall out, happen, meet 11 וְצֶ֨מֶד H6776 juk, paar, bunderen acre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen) 12 חֲמֹרִ֜ים H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 13 חֲבֻשִׁ֗ים H2280 verbinden, zadelde, verbindt bind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about 14 וַעֲלֵיהֶם֩ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 מָאתַ֨יִם H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 16 לֶ֜חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 17 וּמֵאָ֧ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 18 צִמּוּקִ֛ים H6778 stukken rozijnen bunch (cluster) of raisins 19 וּמֵ֥אָה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 20 קַ֖יִץ H7019 zomervruchten, zomer, zomerhuis summer (fruit, house) 21 וְנֵ֥בֶל H5035 luiten, luit, flessen bottle, pitcher, psaltery, vessel, viol 22 יָֽיִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de koning zeide tot Ziba: Wat zult gij daarmede? En Ziba zeide: De ezels zijn voor het huis des konings, om op te rijden en het brood en de zomervruchten, om te eten voor de jongens; en de wijn, opdat de moeden in de woestijn drinken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En de koningH4428 zeideH559 totH413 ZibaH6717: WatH4100 zult gij daarmede? En ZibaH6717 zeideH559: De ezelsH2543 zijn voor het huisH1004 des koningsH4428, om op te rijdenH7392 en het broodH3899 en de zomervruchtenH7019, om te etenH398 voor de jongensH5288; en de wijnH3196, opdat de moedenH3287 in de woestijnH4057 drinkenH8354. En de koning zeide tot Ziba: Wat zult gij daarmede? En Ziba zeide: De ezels zijn voor het huis des konings, om op te rijden en het brood en de zomervruchten, om te eten voor de jongens; en de wijn, opdat de moeden in de woestijn drinken.

KJV And the king2 said1 unto Ziba,4 What meanest thou by these? And Ziba9 said,8 The asses10 be for the king's12 household11 to ride on;13 and the bread14 and summer fruit15 for the young men17 to eat;16 and the wine,18 that such as be faint20 in the wilderness21 may drink.19

1 וַיֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 צִיבָ֖א H6717 Ziba Ziba 5 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 לָּ֑ךְ 8 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 צִ֠יבָא H6717 Ziba Ziba 10 הַחֲמוֹרִ֨ים H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 11 לְבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 לִרְכֹּ֗ב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 14 וְהַלֶּ֤חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 15 וְהַקַּ֨יִץ֙ H7019 zomervruchten, zomer, zomerhuis summer (fruit, house) 16 לֶאֱכ֣וֹל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 17 הַנְּעָרִ֔ים H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 18 וְהַיַּ֕יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 19 לִשְׁתּ֥וֹת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 20 הַיָּעֵ֖ף H3287 moede, moeden faint, weary 21 בַּמִּדְבָּֽר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen zeide de koning: Waar is dan de zoon uws heren? En Ziba zeide tot den koning: Zie, hij blijft te Jeruzalem, want hij zeide: Heden zal mij het huis Israels mijns vaders koninkrijk wedergeven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen zeideH559 de koningH4428: Waar is dan de zoonH1121 uws herenH113? En ZibaH6717 zeideH559 totH413 den koningH4428: ZieH2009, hij blijftH3427 te JeruzalemH3389, wantH3588 hij zeideH559: HedenH3117 zal mij het huisH1004 IsraelsH3478 mijns vadersH1 koninkrijkH4468 wedergevenH7725. Toen zeide de koning: Waar is dan de zoon uws heren? En Ziba zeide tot den koning: Zie, hij blijft te Jeruzalem, want hij zeide: Heden zal mij het huis Israels mijns vaders koninkrijk wedergeven.

KJV And the king2 said,1 And where is thy master's5 son?4 And Ziba7 said6 unto the king,9 Behold, he abideth11 at Jerusalem:12 for he said,14 To day15 shall the house18 of Israel19 restore16 me the kingdom21 of my father.22

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 וְאַיֵּ֖ה H346 waar? where 4 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 אֲדֹנֶ֑יךָ H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 6 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 צִיבָ֜א H6717 Ziba Ziba 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הַמֶּ֗לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 הִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 11 יוֹשֵׁ֣ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 בִּירוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אָמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 הַיּ֗וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 יָשִׁ֤יבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 17 לִי֙ 18 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 19 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 20 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 מַמְלְכ֥וּת H4468 koninkrijk, koninkrijks kingdom, reign 22 אָבִֽי H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zo zeide de koning tot Ziba: Zie, het zal het uwe zijn alles wat Mefiboseth heeft. En Ziba zeide: Ik buig mij neder, laat mij genade vinden in uw ogen, mijn heer koning!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zo zeideH559 de koningH4428 tot ZibaH6717: ZieH2009, het zal het uwe zijn allesH3605 watH834 MefibosethH4648 heeft. En ZibaH6717 zeideH559: Ik buigH7812 mij neder, laat mij genadeH2580 vindenH4672 in uw ogenH5869, mijn heerH113 koningH4428! Zo zeide de koning tot Ziba: Zie, het zal het uwe zijn alles wat Mefiboseth heeft. En Ziba zeide: Ik buig mij neder, laat mij genade vinden in uw ogen, mijn heer koning!

KJV Then said1 the king2 to Ziba,3 Behold, thine are all that pertained unto Mephibosheth.8 And Ziba11 said,10 I humbly12 beseech thee that I may find13 grace14 in thy sight,15 my lord,16 O king.17

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 לְצִבָ֔א H6717 Ziba Ziba 4 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 לְךָ֔ 6 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לִמְפִי H4648 Mefiboseth, Mefiboseths Mephibosheth 9 בֹ֑שֶׁת H4648 Mefiboseth, Mefiboseths Mephibosheth 10 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 צִיבָא֙ H6717 Ziba Ziba 12 הִֽשְׁתַּחֲוֵ֔יתִי H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 13 אֶמְצָא H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 14 חֵ֥ן H2580 genade, aangenaam, gunst favour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured 15 בְּעֵינֶ֖יךָ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 16 אֲדֹנִ֥י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 17 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Als nu de koning David tot aan Bahurim kwam, ziet, toen kwam van daar een man uit, van het geslacht van het huis van Saul, wiens naam was Simei, de zoon van Gera; hij ging steeds voort, en vloekte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Als nu de koningH4428 DavidH1732 tot aan BahurimH980 kwam, zietH2009, toen kwam van daarH8033 een manH376 uit, van het geslachtH4940 van het huisH1004 van SaulH7586, wiens naamH8034 was SimeiH8096, de zoonH1121 van GeraH1617; hij ging steeds voortH3318, en vloekteH7043. Als nu de koning David tot aan Bahurim kwam, ziet, toen kwam van daar een man uit, van het geslacht van het huis van Saul, wiens naam was Simei, de zoon van Gera; hij ging steeds voort, en vloekte.

KJV And when king2 David3 came1 to Bahurim,5 behold, thence came out9 a man8 of the family10 of the house11 of Saul,12 whose name13 was Shimei,14 the son15 of Gera:16 he came forth,17 and cursed19 still as he came.18

1 וּבָ֛א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הַמֶּ֥לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 דָּוִ֖ד H1732 David, Davids David 4 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 בַּֽחוּרִ֑ים H980 Bahurim Bahurim 6 וְהִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 מִשָּׁם֩ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 8 אִ֨ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 יוֹצֵ֜א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 מִמִּשְׁפַּ֣חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 11 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 שָׁא֗וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 13 וּשְׁמוֹ֙ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 14 שִׁמְעִ֣י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 15 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 גֵּרָ֔א H1617 Gera Gera 17 יֹצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 18 יָצ֖וֹא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 19 וּמְקַלֵּֽל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij wierp David met stenen, mitsgaders alle knechten van den koning David, hoewel al het volk en al de helden aan zijn rechter- en aan zijn linkerhand waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij wierpH5619 DavidH1732 met stenenH68, mitsgaders alle knechtenH5650 van den koningH4428 DavidH1732, hoewelH3605 al het volkH5971 en al de heldenH1368 aan zijn rechterH3225- en aan zijn linkerhandH8040 waren. En hij wierp David met stenen, mitsgaders alle knechten van den koning David, hoewel al het volk en al de helden aan zijn rechter- en aan zijn linkerhand waren.

KJV And he cast1 stones2 at David,4 and at all the servants7 of king8 David:9 and all the people11 and all the mighty men13 were on his right hand14 and on his left.15

1 וַיְסַקֵּ֤ל H5619 stenigen, gestenigd, wierp (cast, gather out, throw) stone(-s), [idiom] surely 2 בָּֽאֲבָנִים֙ H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 דָּוִ֔ד H1732 David, Davids David 5 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עַבְדֵ֖י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 8 הַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 דָּוִ֑ד H1732 David, Davids David 10 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 12 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הַגִּבֹּרִ֔ים H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 14 מִימִינ֖וֹ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 15 וּמִשְּׂמֹאלֽוֹ H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Aldus nu zeide Simei in zijn vloeken: Ga uit, ga uit, gij, man des bloeds, en gij, Belials man!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 AldusH3541 nu zeideH559 SimeiH8096 in zijn vloekenH7043: Ga uit, ga uit, gij, manH376 des bloedsH1818, en gij, BelialsH1100 manH376! Aldus nu zeide Simei in zijn vloeken: Ga uit, ga uit, gij, man des bloeds, en gij, Belials man!

KJV And thus said2 Shimei3 when he cursed,4 Come out,5 come out,6 thou bloody8 man,7 and thou man9 of Belial:10

1 וְכֹֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 שִׁמְעִ֖י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 4 בְּקַֽלְל֑וֹ H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 5 צֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 צֵ֛א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 7 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 הַדָּמִ֖ים H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 וְאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 הַבְּלִיָּֽעַל H1100 Belials, Belialsstuk, Belial Belial, evil, naughty, ungodly (men), wicked
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De HEERE heeft op u doen wederkomen al het bloed van Sauls huis, in wiens plaats gij geregeerd hebt; nu heeft de HEERE het koninkrijk gegeven in de hand van Absalom, uw zoon; zie nu, gij zijt in uw ongeluk, omdat gij een man des bloeds zijt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De HEEREH3068 heeft opH5921 u doen wederkomenH7725 alH3605 het bloedH1818 van SaulsH7586 huisH1004, in wiens plaatsH8478 gij geregeerdH4427 hebt; nu heeft de HEEREH3068 het koninkrijkH4410 gegevenH5414 in de handH3027 van AbsalomH53, uw zoonH1121; zieH2009 nu, gij zijt in uw ongelukH7451, omdatH3588 gij een manH376 des bloedsH1818 zijt. De HEERE heeft op u doen wederkomen al het bloed van Sauls huis, in wiens plaats gij geregeerd hebt; nu heeft de HEERE het koninkrijk gegeven in de hand van Absalom, uw zoon; zie nu, gij zijt in uw ongeluk, omdat gij een man des bloeds zijt.

KJV The LORD3 hath returned1 upon thee all the blood5 of the house6 of Saul,7 in whose stead thou hast reigned;9 and the LORD12 hath delivered11 the kingdom14 into the hand15 of Absalom16 thy son:17 and, behold, thou art taken in thy mischief,19 because thou art a bloody22 man.21

1 הֵשִׁיב֩ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 עָלֶ֨יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 כֹּ֣ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 דְּמֵ֣י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 6 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 שָׁא֗וּל H7586 Saul, Sauls, sauls Saul, Shaul 8 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 מָלַ֨כְתָּ֙ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 תַּחְתָּ֔יו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 11 וַיִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 12 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַמְּלוּכָ֔ה H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal 15 בְּיַ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 אַבְשָׁל֣וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 17 בְּנֶ֑ךָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 וְהִנְּךָ֙ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 19 בְּרָ֣עָתֶ֔ךָ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 20 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 21 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 22 דָּמִ֖ים H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 23 אָֽתָּה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Toen zeide Abisai, de zoon van Zeruja, tot den koning: Waarom zou deze dode hond mijn heer den koning vloeken? Laat mij toch overgaan en zijn kop wegnemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Toen zeideH559 AbisaiH52, de zoonH1121 van ZerujaH6870, totH413 den koningH4428: WaaromH4100 zou dezeH2088 dodeH4191 hondH3611 mijn heerH113 den koningH4428 vloekenH7043? Laat mij tochH4994 overgaanH5674 en zijn kopH7218 wegnemenH5493. Toen zeide Abisai, de zoon van Zeruja, tot den koning: Waarom zou deze dode hond mijn heer den koning vloeken? Laat mij toch overgaan en zijn kop wegnemen.

KJV Then said1 Abishai2 the son3 of Zeruiah4 unto the king,6 Why should this dead10 dog9 curse8 my lord13 the king?14 let me go over,15 I pray thee, and take off17 his head.19

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲבִישַׁ֤י H52 Abisai Abishai 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 צְרוּיָה֙ H6870 Zeruja Zeruiah 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 לָ֣מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 יְקַלֵּ֞ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 9 הַכֶּ֤לֶב H3611 honden, hond, honds dog 10 הַמֵּת֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אֲדֹנִ֖י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 14 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 אֶעְבְּרָה H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 16 נָּ֖א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 17 וְאָסִ֥ירָה H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 רֹאשֽׁוֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar de koning zeide: Wat heb ik met u te doen, gij zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want de HEERE toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt gij alzo gedaan?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Maar de koningH4428 zeideH559: WatH4100 heb ik met u te doen, gij zonenH1121 van ZerujaH6870? Ja, laat hem vloekenH7043; wantH3588 de HEEREH3068 toch heeft tot hem gezegdH559: VloekH7043 DavidH1732; wieH4310 zou dan zeggenH559: Waarom hebt gij alzo gedaanH6213? Maar de koning zeide: Wat heb ik met u te doen, gij zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want de HEERE toch heeft tot hem gezegd: Vloek David; wie zou dan zeggen: Waarom hebt gij alzo gedaan?

KJV And the king2 said,1 What have I to do with you, ye sons6 of Zeruiah?7 so let him curse,9 because the LORD11 hath said12 unto him, Curse14 David.16 Who shall then say,18 Wherefore hast thou done so?20

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 לִּ֥י 5 וְלָכֶ֖ם 6 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 צְרֻיָ֑ה H6870 Zeruja Zeruiah 8 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 9 יְקַלֵּ֗ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 10 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 אָ֤מַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 לוֹ֙ 14 קַלֵּ֣ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 דָּוִ֔ד H1732 David, Davids David 17 וּמִ֣י H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 18 יֹאמַ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 מַדּ֖וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 20 עָשִׂ֥יתָה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 כֵּֽן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Voorts zeide David tot Abisai en tot al zijn knechten: Ziet, mijn zoon, die van mijn lijf is voortgekomen, zoekt mijn ziel; hoeveel te meer dan nu deze zoon van Jemini? Laat hem geworden, dat hij vloeke, want de HEERE heeft het hem gezegd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Voorts zeideH559 DavidH1732 totH413 AbisaiH52 en totH413 alH3605 zijn knechtenH5650: ZietH2009, mijn zoonH1121, dieH834 van mijn lijfH4578 is voortgekomenH3318, zoektH1245 mijn zielH5315; hoeveelH637 te meer dan nu deze zoon van JeminiH1145? Laat hem geworden, dat hij vloekeH7043, wantH3588 de HEEREH3068 heeft het hem gezegdH559. Voorts zeide David tot Abisai en tot al zijn knechten: Ziet, mijn zoon, die van mijn lijf is voortgekomen, zoekt mijn ziel; hoeveel te meer dan nu deze zoon van Jemini? Laat hem geworden, dat hij vloeke, want de HEERE heeft het hem gezegd.

KJV And David2 said1 to Abishai,4 and to all his servants,7 Behold, my son,9 which came forth11 of my bowels,12 seeketh13 my life:15 how much more now may this Benjamite19 do it? let him alone,21 and let him curse;23 for the LORD27 hath bidden25 him.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 דָּוִ֤ד H1732 David, Davids David 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֲבִישַׁי֙ H52 Abisai Abishai 5 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 עֲבָדָ֔יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 8 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 9 בְנִ֛י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יָצָ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 12 מִמֵּעַ֖י H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 13 מְבַקֵּ֣שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 נַפְשִׁ֑י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 16 וְאַ֨ף H637 ook, ja zelfs also, [phrase] although, and (furthermore, yet), but, even, [phrase] how much less (more, rather than), moreover, with, yea 17 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 18 עַתָּ֜ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 19 בֶּן H1145 Jemini, Benjamin, zoon Jemini Benjamite, of Benjamin 20 הַיְמִינִ֗י H1145 Jemini, Benjamin, zoon Jemini Benjamite, of Benjamin 21 הַנִּ֤חוּ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 22 לוֹ֙ 23 וִֽיקַלֵּ֔ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 24 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 25 אָֽמַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 26 ל֖וֹ 27 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Misschien zal de HEERE mijn ellende aanzien; en de HEERE zal mij goed vergelden voor zijn vloek, te dezen dage.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Misschien zal de HEEREH3068 mijn ellendeH5869 aanzienH7200; en de HEEREH3068 zal mij goedH2896 vergeldenH7725 voorH8478 zijn vloekH7045, te dezenH2088 dageH3117. Misschien zal de HEERE mijn ellende aanzien; en de HEERE zal mij goed vergelden voor zijn vloek, te dezen dage.

KJV It may be that the LORD3 will look2 on mine affliction,4 and that the LORD6 will requite5 me good8 for his cursing10 this day.11

1 אוּלַ֛י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 2 יִרְאֶ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 בְּעֵינִ֑י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 וְהֵשִׁ֨יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 לִי֙ 8 טוֹבָ֔ה H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 9 תַּ֥חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 10 קִלְלָת֖וֹ H7045 vloek, vloeken (ac-) curse(-d, -ing) 11 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Alzo ging David met zijn lieden op den weg; en Simei ging al voort langs de zijde des bergs tegen hem over, en vloekte, en wierp met stenen van tegenover hem, en stoof met stof.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Alzo gingH3212 DavidH1732 met zijn liedenH582 op den wegH1870; en SimeiH8096 ging al voortH1980 langsH6763 de zijde des bergsH2022 tegen hem over, en vloekteH7043, en wierpH5619 met stenenH68 van tegenoverH5980 hem, en stoofH6080 met stofH6083. Alzo ging David met zijn lieden op den weg; en Simei ging al voort langs de zijde des bergs tegen hem over, en vloekte, en wierp met stenen van tegenover hem, en stoof met stof.

KJV And as David2 and his men went1 by the way,4 Shimei5 went along6 on the hill's8 side7 over against9 him, and cursed11 as he went,10 and threw12 stones13 at14 him, and cast15 dust.16

1 וַיֵּ֧לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 דָּוִ֛ד H1732 David, Davids David 3 וַאֲנָשָׁ֖יו H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 בַּדָּ֑רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 וְשִׁמְעִ֡י H8096 Simei Shimeah (from the margin), Shimei, Shimhi, Shimi 6 הֹלֵךְ֩ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 7 בְּצֵ֨לַע H6763 zijkameren, zijden, zijkamer beam, board, chamber, corner, leaf, plank, rib, side (chamber) 8 הָהָ֜ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 9 לְעֻמָּת֗וֹ H5980 tegenover, Tegenover, dicht (over) against, at, beside, hard by, in points 10 הָלוֹךְ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 11 וַיְקַלֵּ֔ל H7043 lichter, vloeken, vloekte abate, make bright, bring into contempt, (ac-) curse, despise, (be) ease(-y, -ier), (be a, make, make somewhat, move, seem a, set) light(-en, -er, -ly, -ly afflict, -ly esteem, thing), [idiom] slight(-ly), be swift(-er), (be, be more, make, re-) vile, whet 12 וַיְסַקֵּ֤ל H5619 stenigen, gestenigd, wierp (cast, gather out, throw) stone(-s), [idiom] surely 13 בָּֽאֲבָנִים֙ H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 14 לְעֻמָּת֔וֹ H5980 tegenover, Tegenover, dicht (over) against, at, beside, hard by, in points 15 וְעִפַּ֖ר H6080 stoof cast (dust) 16 בֶּעָפָֽר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de koning kwam in, en al het volk, dat met hem was, moede zijnde; en hij verkwikte zich aldaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de koningH4428 kwamH935 in, en alH3605 het volkH5971, datH834 metH854 hem was, moedeH5889 zijnde; en hij verkwikteH5314 zich aldaarH8033. En de koning kwam in, en al het volk, dat met hem was, moede zijnde; en hij verkwikte zich aldaar.

KJV And the king,2 and all the people4 that were with him, came1 weary,7 and refreshed8 themselves there.

1 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 עֲיֵפִ֑ים H5889 moede, vermoeide, dorstig faint, thirsty, weary 8 וַיִּנָּפֵ֖שׁ H5314 adem scheppe, verkwikt, verkwikte (be) refresh selves (-ed) 9 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Absalom nu en al het volk, de mannen van Israel, kwamen te Jeruzalem, en Achitofel met hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 AbsalomH53 nu en alH3605 het volkH5971, de mannenH376 van IsraelH3478, kwamenH935 te JeruzalemH3389, en AchitofelH302 metH854 hem. Absalom nu en al het volk, de mannen van Israel, kwamen te Jeruzalem, en Achitofel met hem.

KJV And Absalom,1 and all the people3 the men4 of Israel,5 came6 to Jerusalem,7 and Ahithophel8 with him.

1 וְאַבְשָׁל֗וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 2 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 בָּ֖אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 וַאֲחִיתֹ֖פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 9 אִתּֽוֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En het geschiedde, als Husai, de Archiet, Davids vriend, tot Absalom kwam, dat Husai tot Absalom zeide: De koning leve, de koning leve!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En het geschieddeH1961, als HusaiH2365, de ArchietH757, DavidsH1732 vriendH7463, totH413 AbsalomH53 kwamH935, datH834 HusaiH2365 totH413 AbsalomH53 zeideH559: De koningH4428 leveH2421, de koningH4428 leveH2421! En het geschiedde, als Husai, de Archiet, Davids vriend, tot Absalom kwam, dat Husai tot Absalom zeide: De koning leve, de koning leve!

KJV And it came to pass, when Hushai4 the Archite,5 David's7 friend,6 was come3 unto Absalom,9 that Hushai11 said10 unto Absalom,13 God save14 the king,15 God save16 the king.17

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּֽאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 בָּ֞א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 חוּשַׁ֧י H2365 Husai Hushai 5 הָאַרְכִּ֛י H757 Archiet, Archiets Archi, Archite 6 רֵעֶ֥ה H7463 vriend friend 7 דָוִ֖ד H1732 David, Davids David 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 אַבְשָׁל֑וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 10 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 חוּשַׁי֙ H2365 Husai Hushai 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 אַבְשָׁלֹ֔ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 14 יְחִ֥י H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 15 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 16 יְחִ֥י H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 17 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Maar Absalom zeide tot Husai: Is dit uw weldadigheid aan uw vriend? Waarom zijt gij niet met uw vriend getogen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Maar AbsalomH53 zeideH559 tot HusaiH2365: Is ditH2088 uw weldadigheidH2617 aanH413 uw vriendH7453? WaaromH4100 zijt gij nietH3808 metH854 uw vriendH7453 getogenH1980? Maar Absalom zeide tot Husai: Is dit uw weldadigheid aan uw vriend? Waarom zijt gij niet met uw vriend getogen?

KJV And Absalom2 said1 to Hushai,4 Is this thy kindness6 to thy friend?8 why wentest11 thou not with thy friend?13

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַבְשָׁלוֹם֙ H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 חוּשַׁ֔י H2365 Husai Hushai 5 זֶ֥ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 חַסְדְּךָ֖ H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 7 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 רֵעֶ֑ךָ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 9 לָ֥מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 10 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 הָלַ֖כְתָּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 12 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 13 רֵעֶֽךָ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En Husai zeide tot Absalom: Neen, maar welken de HEERE verkiest, en al dit volk, en alle mannen van Israel, diens zal ik zijn, en bij hem zal ik blijven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En HusaiH2365 zeideH559 tot AbsalomH53: NeenH3808, maarH3588 welkenH834 de HEEREH3068 verkiestH977, en al ditH2088 volkH5971, en alleH3605 mannenH376 vanH854 IsraelH3478, diensH3808 zal ik zijnH1961, en bij hem zal ik blijven. En Husai zeide tot Absalom: Neen, maar welken de HEERE verkiest, en al dit volk, en alle mannen van Israel, diens zal ik zijn, en bij hem zal ik blijven.

KJV And Hushai2 said1 unto Absalom,4 Nay; but whom the LORD,9 and this people,10 and all the men13 of Israel,14 choose,8 his will I be, and with him will I abide.18

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 חוּשַׁי֮ H2365 Husai Hushai 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְשָׁלֹם֒ H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 5 לֹ֕א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 כִּי֩ H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 בָּחַ֧ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 9 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 וְהָעָ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 15 ל֥וֹ 16 אֶהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 וְאִתּ֥וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 18 אֵשֵֽׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En ten andere, wien zou ik dienen? Zou het niet zijn voor het aangezicht zijns zoons? Gelijk als ik voor het aangezicht uws vaders gediend heb, alzo zal ik voor uw aangezicht zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En ten andere, wienH4310 zou ikH589 dienenH5647? Zou het nietH3808 zijn voor het aangezichtH6440 zijns zoonsH1121? Gelijk als ik voor het aangezichtH6440 uws vadersH1 gediendH5647 heb, alzoH3651 zal ik voor uw aangezichtH6440 zijnH1961. En ten andere, wien zou ik dienen? Zou het niet zijn voor het aangezicht zijns zoons? Gelijk als ik voor het aangezicht uws vaders gediend heb, alzo zal ik voor uw aangezicht zijn.

KJV And again,1 whom should I serve?4 should I not serve in the presence6 of his son?7 as I have served9 in thy father's11 presence,10 so will I be in thy presence.14

1 וְהַשֵּׁנִ֗ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 2 לְמִי֙ H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 3 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 אֶֽעֱבֹ֔ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 5 הֲל֖וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 בְנ֑וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 כַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָבַ֨דְתִּי֙ H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 10 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 אָבִ֔יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 כֵּ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 13 אֶהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לְפָנֶֽיךָ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Toen zeide Absalom tot Achitofel: Geeft onder ulieden raad, wat zullen wij doen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Toen zeideH559 AbsalomH53 totH413 AchitofelH302: GeeftH3051 onder ulieden raadH6098, watH4100 zullen wij doenH6213? Toen zeide Absalom tot Achitofel: Geeft onder ulieden raad, wat zullen wij doen?

KJV Then said1 Absalom2 to Ahithophel,4 Give5 counsel7 among you what we shall do.9

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַבְשָׁל֖וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אֲחִיתֹ֑פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 5 הָב֥וּ H3051 Geeft, Geef, geeft ascribe, bring, come on, give, go, set, take 6 לָכֶ֛ם 7 עֵצָ֖ה H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 8 מַֽה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 9 נַּעֲשֶֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Achitofel zeide tot Absalom: Ga in tot de bijwijven uws vaders, die hij gelaten heeft om het huis te bewaren; zo zal gans Israel horen, dat gij bij uw vader stinkende zijt geworden, en de handen van allen, die met u zijn, zullen gesterkt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En AchitofelH302 zeideH559 tot AbsalomH53: Ga in tot de bijwijvenH6370 uws vadersH1, dieH834 hij gelatenH3240 heeft om het huisH1004 te bewarenH8104; zo zal gansH3605 IsraelH3478 horenH8085, dat gij bijH854 uw vaderH1 stinkendeH887 zijt geworden, en de handenH3027 vanH854 allen, dieH834 met u zijn, zullen gesterktH2388 worden. En Achitofel zeide tot Absalom: Ga in tot de bijwijven uws vaders, die hij gelaten heeft om het huis te bewaren; zo zal gans Israel horen, dat gij bij uw vader stinkende zijt geworden, en de handen van allen, die met u zijn, zullen gesterkt worden.

KJV And Ahithophel2 said1 unto Absalom,4 Go in5 unto thy father's8 concubines,7 which he hath left10 to keep11 the house;12 and all Israel15 shall hear13 that thou art abhorred17 of thy father:19 then shall the hands21 of all that are with thee be strong.20

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲחִיתֹ֨פֶל֙ H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אַבְשָׁלֹ֔ם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 5 בּ֚וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 פִּלַגְשֵׁ֣י H6370 bijwijf, bijwijven concubine, paramour 8 אָבִ֔יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הִנִּ֖יחַ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 11 לִשְׁמ֣וֹר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 12 הַבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 וְשָׁמַ֤ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 יִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 16 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 נִבְאַ֣שְׁתָּ H887 stinkende, stinken, stonk (make to) be abhorred (had in abomination, loathsome, odious), (cause a, make to) stink(-ing savour), [idiom] utterly 18 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 19 אָבִ֔יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 20 וְחָ֣זְק֔וּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 21 יְדֵ֖י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 24 אִתָּֽךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Zo spanden zij Absalom een tent op het dak; en Absalom ging in tot de bijwijven zijns vaders, voor de ogen van het ganse Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Zo spandenH5186 zij AbsalomH53 een tentH168 opH5921 het dakH1406; en AbsalomH53 ging in totH413 de bijwijvenH6370 zijns vadersH1, voor de ogenH5869 van het ganseH3605 IsraelH3478. Zo spanden zij Absalom een tent op het dak; en Absalom ging in tot de bijwijven zijns vaders, voor de ogen van het ganse Israel.

KJV So they spread1 Absalom2 a tent3 upon the top of the house;5 and Absalom7 went in6 unto his father's10 concubines9 in the sight11 of all Israel.13

1 וַיַּטּ֧וּ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 2 לְאַבְשָׁל֛וֹם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 3 הָאֹ֖הֶל H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הַגָּ֑ג H1406 dak, daken roof (of the house), (house) top (of the house) 6 וַיָּבֹ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 אַבְשָׁלוֹם֙ H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 פִּֽלַגְשֵׁ֣י H6370 bijwijf, bijwijven concubine, paramour 10 אָבִ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 לְעֵינֵ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En in die dagen was Achitofels raad, dien hij raadde, als of men naar Gods woord gevraagd had; alzo was alle raad van Achitofel, zo bij David als bij Absalom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En in die dagenH3117 was AchitofelsH302 raadH6098, dienH834 hij raaddeH3289, als of men naar GodsH430 woordH1697 gevraagdH7592 had; alzoH3651 was alleH3605 raadH6098 van AchitofelH302, zo bij DavidH1732 als bij AbsalomH53. En in die dagen was Achitofels raad, dien hij raadde, als of men naar Gods woord gevraagd had; alzo was alle raad van Achitofel, zo bij David als bij Absalom.

KJV And the counsel1 of Ahithophel,2 which he counselled4 in those days,5 was as if a man9 had enquired8 at the oracle10 of God:11 so was all the counsel14 of Ahithophel15 both with David17 and with Absalom.19

1 וַעֲצַ֣ת H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 2 אֲחִיתֹ֗פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 3 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 יָעַץ֙ H3289 raad, beraadslaagd, geraden advertise, take advise, advise (well), consult, (give, take) counsel(-lor), determine, devise, guide, purpose 5 בַּיָּמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 הָהֵ֔ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 7 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 יִשְׁאַל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 9 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 בִּדְבַ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 כֵּ֚ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 עֲצַ֣ת H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 15 אֲחִיתֹ֔פֶל H302 Achitofel, Achitofels Ahithophel 16 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 17 לְדָוִ֖ד H1732 David, Davids David 18 גַּ֥ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 19 לְאַבְשָׁלֹֽם H53 Absalom, Absaloms, Abisalom Abishalom, Absalom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Samuël 16:1 1 Samuël 25:18 2 Samuël 15:32 2 Samuël 9:2 2 Samuël 15:30 Jeremia 40:10 2 Samuël 19:32 Amos 8:1 1 Samuël 10:3
2 Samuël 16:2 2 Samuël 17:29 Richteren 10:4 Richteren 5:10 Genesis 21:29 Spreuken 31:6 1 Samuël 14:28 Ezechiël 37:18 1 Samuël 25:27
2 Samuël 16:3 2 Samuël 9:9 1 Timotheüs 6:9 Spreuken 21:28 Exodus 20:16 Psalmen 15:3 Psalmen 101:5 Spreuken 1:19 Deuteronomium 19:18
2 Samuël 16:4 2 Samuël 14:22 2 Samuël 14:10 2 Samuël 14:4 Exodus 23:8 Spreuken 18:17 Spreuken 18:13 Deuteronomium 19:15 Spreuken 19:2
2 Samuël 16:5 2 Samuël 3:16 1 Koningen 2:8 Exodus 22:28 1 Koningen 2:36 2 Samuël 17:18 1 Samuël 17:43 Prediker 10:20 Psalmen 109:16
2 Samuël 16:7 2 Samuël 3:37 1 Koningen 21:13 Psalmen 5:6 Psalmen 51:14 Deuteronomium 13:13 1 Samuël 25:17 2 Samuël 12:9 1 Koningen 21:10
2 Samuël 16:8 2 Samuël 1:16 2 Samuël 3:28 Richteren 9:24 1 Koningen 2:32 Richteren 9:56 Handelingen 28:4 2 Samuël 4:8 Openbaring 16:6
2 Samuël 16:9 Exodus 22:28 2 Samuël 9:8 2 Samuël 3:8 1 Samuël 24:14 Job 31:30 1 Petrus 2:17 Jeremia 40:13 Lukas 9:54
2 Samuël 16:10 2 Samuël 19:22 Romeinen 9:20 2 Samuël 3:39 Johannes 18:11 2 Koningen 18:25 1 Petrus 2:23 Mattheüs 16:23 Genesis 50:20
2 Samuël 16:11 2 Samuël 17:1 2 Samuël 7:2 Genesis 45:5 2 Koningen 19:37 Genesis 15:4 2 Kronieken 32:21 Jesaja 10:5 Mattheüs 10:21
2 Samuël 16:12 Romeinen 8:28 Deuteronomium 23:5 Exodus 2:24 Psalmen 25:18 Hebreeën 12:10 1 Samuël 1:11 Exodus 3:7 Genesis 29:32
2 Samuël 16:13 Handelingen 23:23 2 Samuël 16:5
2 Samuël 16:15 2 Samuël 15:37 2 Samuël 15:12
2 Samuël 16:16 2 Koningen 11:12 1 Samuël 10:24 1 Koningen 1:25 Daniël 6:6 Daniël 2:4 1 Koningen 1:34 Daniël 6:21 Mattheüs 21:9
2 Samuël 16:17 2 Samuël 19:25 2 Samuël 15:32 Spreuken 17:17 Deuteronomium 32:6 Spreuken 18:24
2 Samuël 16:18 1 Samuël 16:13 2 Samuël 5:1
2 Samuël 16:19 2 Samuël 15:34 1 Samuël 28:2 1 Samuël 29:8 Psalmen 55:21 Galaten 2:13
2 Samuël 16:20 Mattheüs 27:1 Exodus 1:10 Jesaja 8:10 Psalmen 37:12 Jesaja 29:15 Psalmen 2:2 Spreuken 21:30 Handelingen 4:23
2 Samuël 16:21 2 Samuël 20:3 2 Samuël 15:16 2 Samuël 2:7 Zacharia 8:13 2 Samuël 12:11 1 Samuël 27:12 1 Koningen 2:17 Genesis 34:30
2 Samuël 16:22 2 Samuël 12:11 2 Samuël 15:16 2 Samuël 20:3 Jesaja 3:9 Jeremia 8:12 Numeri 25:6 Ezechiël 24:7 2 Samuël 11:2
2 Samuël 16:23 2 Samuël 15:12 2 Samuël 17:14 2 Samuël 17:23 Jeremia 8:9 1 Petrus 4:11 Psalmen 28:2 1 Korinthe 3:19 Psalmen 19:7
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Samuël 16 vers 1

hoogte Des Olijfbergs.

Hertaald: hoogte Van de Olijfberg.

jongen, Dat is, knecht of dienaar. Zie van dezen boven, 2 Sam. 9:2, enz.

Hertaald: jongen, Dat is: knecht of dienaar. Zie hierover hierboven, 2 Sam. 9:2, enzovoort.

gezadelde ezelen, Anders, gegorde, geladene.

Hertaald: gezadelde ezelen, Anders: opgetuigde, geladen.

2 Samuël 16 vers 2

Wat zult gij daarmede? Hebreeuws, wat [zullen] u die?

Hertaald: Wat zult gij daarmede? Hebreeuws: wat [zullen] die u zijn?

huis des konings, Als daar waren enige vrouwen, mitsgaders de vrienden en hovelingen des konings, benevens de koning zelf, die te voet ging; boven, 2 Sam. 15:16-17, 2 Sam. 15:30.

Hertaald: huis des konings, Zoals daar waren enkele vrouwen, evenals de vrienden en hovelingen van de koning, naast de koning zelf, die te voet ging; hierboven, 2 Sam. 15:16-17, 2 Sam. 15:30.

woestijn drinken Zie boven, 2 Sam. 15:23, en onder, 2 Sam. 17:29.

Hertaald: woestijn drinken Zie hierboven, 2 Sam. 15:23, en hieronder, 2 Sam. 17:29.

2 Samuël 16 vers 3

zoon Mefiboseth.

Hertaald: zoon Mefiboseth.

heren? Jonathans.

Hertaald: heren? Van Jonathan.

zeide Een schandelijke ontrouw aan zijn heer, met een stoute leugen, die David, zonder onderzoek, al te haast geloofd heeft. Zie onder, 2 Sam. 19:26-27.

Hertaald: zeide Een schandelijke ontrouw aan zijn heer, met een brutale leugen, die David, zonder onderzoek, al te snel geloofd heeft. Zie hieronder, 2 Sam. 19:26-27.

2 Samuël 16 vers 4

het zal het uwe zijn Een haastig oordeel van zo wijzen koning. Zie onder, 2 Sam. 19:27, enz.

Hertaald: het zal het uwe zijn Een overhaast oordeel van zo'n wijze koning. Zie hieronder, 2 Sam. 19:27, enzovoort.

heeft Zie boven, 2 Sam. 9:7, 2 Sam. 9:9.

Hertaald: heeft Zie hierboven, 2 Sam. 9:7, 2 Sam. 9:9.

buig mij neder, Tot teken van eerbied en dankbaarheid, gelijk boven, 2 Sam. 14:22. Hierom was het Ziba te doen, die deze gelegenheid waarnam om zijn particulier profijt te doen met Davids nood.

Hertaald: buig mij neder, Tot teken van eerbied en dankbaarheid, zoals hierboven, 2 Sam. 14:22. Hierop was het Ziba te doen, die deze gelegenheid gebruikte om zelf voordeel te trekken uit Davids nood.

2 Samuël 16 vers 5

Bahurim kwam, Zie boven, 2 Sam. 3:16, en onder, 2 Sam. 19:16.

Hertaald: Bahurim kwam, Zie hierboven, 2 Sam. 3:16, en hieronder, 2 Sam. 19:16.

Simeï, Hebreeuws, Schimi

Hertaald: Simeï, Hebreeuws: Schimi.

ging steeds voort, Hebreeuws, hij ging, of kwam uit, uitgaande, of, uitkomende, en vloekte; dat is, hij ging algaande en vloekende.

Hertaald: ging steeds voort, Hebreeuws: hij ging, of kwam uit, uitgaand, of uitkomend, en vloekte; dat is: hij ging al gaande en vloekend.

2 Samuël 16 vers 6

hoewel Niettegenstaande dat deze allen aan Davids zijde gingen, bestond hij zulk een stout stuk.

Hertaald: hoewel Ondanks dat deze allen aan de kant van David stonden, waagde hij zo'n brutale daad.

2 Samuël 16 vers 7

in zijn vloeken Of, als, of terwijl hij hem [David] vloekte

Hertaald: in zijn vloeken Of: terwijl hij hem [David] vervloekte.

man des bloeds, Hebreeuws, man der bloeden; dat is, gij moordenaar, gij bloeddorstige, bloedgierige; zie Ps. 5:7.

Hertaald: man des bloeds, Hebreeuws: man van de bloeden; dat is: u moordenaar, u bloeddorstige, bloedgierige; zie Ps. 5:7.

Belials man Zie Deut. 13:13.

Hertaald: Belials man Zie Deut. 13:13.

2 Samuël 16 vers 8

op u Zie Richt. 9:24.

Hertaald: op u Zie Richt. 9:24.

Sauls huis, Hij scheldt David als een auteur van Abners en Isboseths moord, waardoor hij wil zeggen dat David aan de kroon geraakt is van gans Israël.

Hertaald: Sauls huis, Hij scheldt David uit als aanstichter van de moord op Abner en Isboseth, waarmee hij wil zeggen dat David zo aan de troon van heel Israël gekomen is.

ongeluk, Hebreeuws, kwaad; dat is, ellende, straf uwer zonde.

Hertaald: ongeluk, Hebreeuws: kwaad; dat is: ellende, straf voor uw zonde.

2 Samuël 16 vers 9

dode hond Zie boven, 2 Sam. 9:8.

Hertaald: dode hond Zie hierboven, 2 Sam. 9:8.

2 Samuël 16 vers 10

Wat heb ik met u te doen, Hebreeuws, wat [is] mij en ulieden? of wat hebben ik en gijlieden? te weten, met elkander te doen. Alsof hij zeide: Wat zijt gij mij altijd lastig met uw toorn en hevigheid, waardoor gij geneigd zijt terstond met het zwaard vaardig te zijn. Alzo onder, 2 Sam. 19:22; Richt. 11:12, enz.

Hertaald: Wat heb ik met u te doen, Hebreeuws: wat [is] mij en u? Of wat hebben ik en u? Namelijk: met elkaar te maken. Alsof hij zei: waarom valt u mij steeds lastig met uw woede en heftigheid, waardoor u geneigd bent meteen naar het zwaard te grijpen. Zo ook hieronder, 2 Sam. 19:22; Richt. 11:12, enzovoort.

Ja, Of, dat hij vloekte

Hertaald: Ja, Of: dat hij vloekte.

gezegd Versta dit niet eigenlijk alsof God, òf uitwendiglijk door zijn woord, òf inwendiglijk door zijn Heiligen Geest zulks zou hebben bevolen; maar, door gelijkenis, van de heimelijke regering en voorzienigheid Gods, door welke Hij dezen Simeï den satan en zijn eigen boze lusten heeft overgegeven, en zijn boosheid, die hij van zichzelven had, alzo geregeerd, dat hij ze nu tegen David aanwendt, om dien vaderlijk te kastijden en te vernederen, en de boosheid van Simeï daarna rechtvaardiglijk te straffen. Vergelijk 1 Sam. 18:10-11; 1 Kon. 22:21-22; 1 Kron. 21:1, en boven, 2 Sam. 12:11-12, onder, 2 Sam. 24:1.

Hertaald: gezegd Versta dit niet letterlijk alsof God, hetzij uitwendig door Zijn woord, hetzij inwendig door Zijn Heilige Geest, dit bevolen zou hebben; maar, bij wijze van spreken, doelt dit op het verborgen bestuur en de voorzienigheid van God, waardoor Hij deze Simeï aan de satan en aan zijn eigen boze verlangens heeft overgegeven, en zijn boosheid, die hij uit zichzelf had, zo bestuurd heeft dat hij die nu tegen David gebruikt, om hem vaderlijk te tuchtigen en te vernederen, en de boosheid van Simeï daarna rechtvaardig te straffen. Vergelijk 1 Sam. 18:10-11; 1 Kon. 22:21-22; 1 Kron. 21:1, en hierboven, 2 Sam. 12:11-12, hieronder, 2 Sam. 24:1.

zeggen Te weten, tot den Heere. Alhoewel nu God David geen onrecht deed, zo beging nochtans Simeï een grote misdaad, die David oordeelde strafbaar te zijn. Zie 1 Kon. 2:9.

Hertaald: zeggen Namelijk: tegen de HEERE. Hoewel God David dus geen onrecht deed, beging Simeï toch een grote misdaad, die David strafbaar achtte. Zie 1 Kon. 2:9.

2 Samuël 16 vers 11

zoekt mijn ziel; Dat is, staat naar mijn leven. Zie boven, 2 Sam. 4:8.

Hertaald: zoekt mijn ziel; Dat is: staat naar mijn leven. Zie hierboven, 2 Sam. 4:8.

Jemini? Dat is, deze Benjaminiet, gelijk Richt. 19:16, Simeï was van Sauls geslacht, boven, vs.5, en Saul was uit den stam Benjamin. Zie boven, 2 Sam. 3:19, en onder, 2 Sam. 19:16.

Hertaald: Jemini? Dat is: deze Benjaminiet, zoals Richt. 19:16, Simeï was van het geslacht van Saul, hierboven, vers 5, en Saul was uit de stam Benjamin. Zie hierboven, 2 Sam. 3:19, en hieronder, 2 Sam. 19:16.

gezegd Zie op vs.10.

Hertaald: gezegd Zie bij vers 10.

2 Samuël 16 vers 12

ellende aanzien; Anders, mijn oog; dat is, mijn tranen.

Hertaald: ellende aanzien; Anders: mijn oog; dat is: mijn tranen.

vloek, Dat is, waarmede Simeï mij op dezen dag vloekt; of, God zal mij misschien, zelfs ook op dezen dag, wat goeds bescheren voor dezen vloek.

Hertaald: vloek, Dat is: waarmee Simeï mij vandaag vervloekt; of: God zal mij misschien, zelfs op deze dag, iets goeds bezorgen als vergoeding voor deze vloek.

2 Samuël 16 vers 13

ging al voort Hebreeuws, ging gaande

Hertaald: ging al voort Hebreeuws: ging gaande.

hem over, David.

Hertaald: hem over, David.

van tegenover hem, Of, tegen hem aan

Hertaald: van tegenover hem, Of: tegenover hem.

stoof met stof Dat is, hij verwekte stof en schopte, of wierp het op David en zijn volk; of hij wierp met aarden kluiten, zodat David en de zijnen van derzelver stof bestoven werden.

Hertaald: stoof met stof Dat is: hij wierp stof op, en schopte, of wierp het naar David en zijn volk; of hij gooide met aardkluiten, zodat David en de zijnen onder het stof kwamen.

2 Samuël 16 vers 15

hem Absalom.

Hertaald: hem Absalom.

2 Samuël 16 vers 16

De koning leve, Dat is: Ik wens den koning geluk en heil met een lang leven.

Hertaald: De koning leve, Dat is: ik wens de koning geluk en heil met een lang leven.

2 Samuël 16 vers 19

zijns zoons? Davids.

Hertaald: zijns zoons? Van David.

2 Samuël 16 vers 21

Ga in tot de bijwijven uws vaders, Dat is, beslaap haar. Zie Gen. 6:4.

Hertaald: Ga in tot de bijwijven uws vaders, Dat is: slaap met haar. Zie Gen. 6:4.

horen, Dat is, dat horende, zullen zij verstaan en merken dat gij met ernst tegen uw vader gaat, en naar hem niet vraagt, zulks dat zij niet hebben te vrezen, dat gij u met uw vader mocht verzoenen, en zij alsdan in perijkel van straf blijven.

Hertaald: horen, Dat is: als zij dat horen, zullen zij begrijpen en merken dat u serieus tegen uw vader ingaat en niets meer met hem te maken wilt hebben, zodat zij niet hoeven te vrezen dat u zich met uw vader zou verzoenen en zij dan het risico op straf zouden lopen.

stinkende zijt geworden, Zie Gen. 34:30.

Hertaald: stinkende zijt geworden, Zie Gen. 34:30.

gesterkt worden Dat is, zij zullen moed en courage nemen, om met u tegen uw vader dapperlijk en zonder schromen aan te gaan. Gelijk daarentegen, het slap worden der handen betekent moed en courage te verliezen. Zie boven, 2 Sam. 4:1.

Hertaald: gesterkt worden Dat is: zij zullen moed en durf krijgen om samen met u dapper en zonder schroom tegen uw vader op te trekken. Zoals daarentegen slappe handen betekenen dat men moed en durf verliest. Zie hierboven, 2 Sam. 4:1.

2 Samuël 16 vers 22

dak; Zie Deut. 22:8, en boven, 2 Sam. 11:2.

Hertaald: dak; Zie Deut. 22:8, en hierboven, 2 Sam. 11:2.

de ogen van het ganse Israël Zonder schroom en schaamte voor God en mensen volgde hij dezen schandelijken raad, omdat hij van Achitofel kwam, wiens raad van zulke waarde was gelijk volgt. En alzo wordt hier vervuld hetgeen God door Nathan David had voorzegd, boven, 2 Sam. 12:11-12.

Hertaald: de ogen van het ganse Israël Zonder schroom of schaamte voor God en mensen volgde hij deze schandelijke raad, omdat die van Achitofel kwam, wiens raad zo hoog geacht werd, zoals volgt. En zo wordt hier vervuld wat God door Nathan aan David had voorzegd, hierboven, 2 Sam. 12:11-12.

2 Samuël 16 vers 23

als of men Dat is, zo veel en hoog geacht, alsof de raad van God zelven kwam. Zulks dat David wel reden had om te bidden tot God, gelijk te zien, boven, 2 Sam. 15:31. Hoe nu God David verhoord en Achitofel met zijn raad te schande gemaakt heeft, zie daarvan in 2Sa 17.

Hertaald: als of men Dat is: net zo hoog geacht alsof de raad van God zelf kwam. Zodat David wel reden had om tot God te bidden, zoals te zien is hierboven, 2 Sam. 15:31. Hoe God David toen verhoord en Achitofel met zijn raad te schande gemaakt heeft, zie daarover in 2 Sam. 17.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Absalom  — vader van vrede

De derde zoon van David, bij Maächa, en de broer van Tamar. Nadat Amnon zijn zuster onteerd had, liet hij deze halfbroer twee jaar later tijdens een feest vermoorden en vluchtte naar zijn grootvader in Gesur (2 Sam. 13:23-38). Later zou hij, na terugkeer, een omvangrijke opstand tegen zijn eigen vader David beginnen (2 Sam. 15), die uiteindelijk tot zijn eigen dood zou leiden (2 Sam. 18).

Achitofel  — broeder der dwaasheid

Davids raadsman, wiens raad destijds gold 'alsof men God zelf geraadpleegd had' (2 Sam. 16:23). Bij Absaloms opstand liep hij naar hem over, mogelijk uit wrok omdat Bathseba, Davids vrouw, zijn kleindochter was (vergelijk 2 Sam. 11:3 en 23:34). Toen zijn listige raad tegen David door Husai verijdeld werd, verhing hij zichzelf uit gekrenkte trots (2 Sam. 17:1-23).

Simeï  — beroemd, befaamd

Zoon van Gera, uit het geslacht van Sauls huis, afkomstig uit Bahurim. Toen David voor Absalom moest vluchten, kwam hij hem tegemoet, wierp met stenen en vloekte hem, hem een "man des bloeds" noemend om de dood van Sauls huis. David liet hem begaan, in de gedachte dat de HEERE hem dit had opgelegd (2 Sam. 16:5-13). Bij Davids terugkeer smeekte hij om genade, die hem toen ook geschonken werd (2 Sam. 19:16-23).

Husai  — haastig

De Archiet, een vriend van David, die zich na Absaloms opstand als raadsman bij Absalom voegde om in het geheim voor David te blijven werken. Zijn advies om eerst geheel Israël te verzamelen won het van Achitofels plan om David terstond te achtervolgen, en gaf David zo de tijd om te ontkomen (2 Sam. 15:32-37; 16:16-19; 17:5-16).

Mefiboset  — uit de mond van de schande

De zoon van Jonathan, kleinzoon van Saul, die als vijfjarige kreupel werd toen zijn voedster met hem vluchtte bij het bericht van Sauls en Jonathans dood (2 Sam. 4:4). Om de vriendschap met Jonathan liet David hem opsporen, gaf hem alle bezittingen van Saul terug, en liet hem voortaan als een van zijn eigen zonen aan zijn tafel eten (2 Sam. 9).

Ziba  — standbeeld, of: plant

Een voormalige knecht van Sauls huis, die David over Mefibosets bezittingen aanstelde om die voor hem te bewerken (2 Sam. 9:2-12). Later, tijdens Absaloms opstand, beschuldigde hij Mefiboset vals van verraad en kreeg daarvoor diens bezit, totdat bij Davids terugkeer bleek dat Mefiboset trouw gebleven was (2 Sam. 16:1-4; 19:24-30).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bahurim  — Hebreeuws, mogelijk "jonge mannen" of "gekozenen"

Ligging: In het bergland van Benjamin, op de weg tussen Jeruzalem en de Jordaan.

Geschiedenis: Hier vervloekte Simeï, een man uit het geslacht van Saul, David tijdens zijn vlucht voor Absalom en wierp met stenen naar hem, David en het huis van Saul beschuldigend van bloedvergieten; David verbood echter zijn mannen Simeï te doden, met de woorden "laat hem vloeken, want de HEERE heeft het hem gezegd" (2 Sam. 16:5-13). Hier ook, kort daarna, verscholen de priesterzonen Jonathan en Ahimaäz zich in een waterput om David geheime berichten van Absaloms hof door te geven (2 Sam. 17:18-21).

Bijbelse betekenis: Een aangrijpend voorbeeld van Davids nederige aanvaarding van vernedering als mogelijk (zij het door een onwaardig middel uitgesproken) oordeel van de HEERE over zijn eigen zonde — in plaats van zich te verdedigen, onderwierp David zich, in de hoop dat de HEERE zijn ellende zou aanzien en hem uiteindelijk goed zou vergelden (2 Sam. 16:12).

2 Sam. 16:5-13; 17:18-21; 19:16-23; 1 Kon. 2:8-9

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Vloek mij niet tegen (Simeï en Davids berusting)  — wanneer Simeï, uit Sauls geslacht, de vluchtende David met stenen en vloeken achtervolgt, weerhoudt David zijn mannen ervan hem te doden: "laat hem geworden, dat hij vloeke, want de HEERE heeft het hem gezegd" (2 Sam. 16:11)

Op zijn vlucht ontmoet David Simeï, een man uit Sauls geslacht, die hem voortdurend vervloekt en met stenen bekogelt: "Ga uit, ga uit, gij, man des bloeds, en gij, Belials man!" (2 Sam. 16:7). En hij legt er zijn eigen uitleg bij: "De HEERE heeft op u doen wederkomen al het bloed van Sauls huis" (2 Sam. 16:5-8). Abisai wil hem doden: "Waarom zou deze dode hond mijn heer den koning vloeken?" (2 Sam. 16:9). David weigert: "Wat heb ik met u te doen, gij zonen van Zeruja? Ja, laat hem vloeken; want de HEERE toch heeft tot hem gezegd: Vloek David" (2 Sam. 16:10). Hij voegt eraan toe dat als zijn eigen zoon hem naar het leven staat, deze vreemde vervolging niet hoeft te verbazen. Hij spreekt de hoop uit dat de HEERE zijn ellende zal aanzien en hem goed zal vergelden voor deze vloek (2 Sam. 16:11-12). Simeï blijft hem al vloekend en stenigend volgen tot aan het einde van de reis (2 Sam. 16:13-14).

Bijbelse betekenis: David onderscheidt hier scherp tussen de mens die vloekt en de HEERE Die dat toelaat. Hij weerhoudt zijn mannen niet omdat Simeï's woorden waar of terecht zijn, maar omdat hij zijn eigen ellende als een middel in Gods hand herkent, ook wanneer het via een vijandige mond tot hem komt. Dit is dezelfde overgave die zijn hele leven al kenmerkte: geen greep naar eigen recht, zelfs niet tegenover onverdiende smaad, in het vertrouwen dat de HEERE uiteindelijk recht zal doen.

Typologie: Petrus tekent in Christus Zelf de volmaakte vervulling van deze houding: "als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde; maar gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt" (1 Petr. 2:23, reeds behandeld bij De gezalfde des HEEREN).

2 Sam. 16:5-14; 1 Petr. 2:23

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Laat hem geworden, dat hij vloeke — 16:5-14

Het koninkrijk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Absalom heeft de harten van Israël gestolen en David vlucht uit zijn eigen stad. Hij is de Kidron overgegaan en de Olijfberg opgeklommen, wenend en met bedekt hoofd. Bij Bahurim komt er iemand naar buiten.

De gezalfde koning wordt vervloekt en bekogeld, en verbiedt zijn mannen om hem te verdedigen.

**De vervloeking.** Simeï is uit het huis van Saul; hij gaat langs de berghelling mee, gooit stenen, werpt stof, en roept: “Ga uit, ga uit, gij, man des bloeds, en gij, Belials man!”

Een koning met zijn helden aan beide zijden, en een enkele man die het waagt hem te bespotten omdat hij weet dat de koning aan het verliezen is.

**Wat Abisai vraagt.** Laat mij zijn hoofd wegnemen. Dat is de gewone gang van zaken bij een majesteitsschennis.

**Wat David antwoordt.** “Laat hem geworden, dat hij vloeke, want de HEERE heeft het hem gezegd.”

De kanttekening is hier voorzichtig en nauwkeurig: dat moet niet zo verstaan worden alsof God dit bevolen zou hebben. Het gaat om de verborgen regering van Zijn voorzienigheid, waardoor Hij de boosheid die Simeï uit zichzelf had zo geleid heeft dat zij David tot vernedering diende. En zij zegt erbij dat Simeï daarmee wel degelijk een grote misdaad beging.

**En dan de hoop.** “Misschien zal de HEERE mijn ellende aanzien; en de HEERE zal mij goed vergelden voor zijn vloek, te dezen dage.”

Geen zekerheid, geen belofte. Misschien.

**Waarom dit in de koningslijn staat.** Dit is de gezalfde van Israël: de man die door Samuël met de hoorn was overgoten, aan wie een eeuwig huis beloofd was. En hij loopt de Olijfberg op, wenend, bespot, met alleen zijn trouwe mannen, en laat het geschieden.

Eeuwen later gaat er Iemand over dezelfde beek Kidron en dezelfde Olijfberg, ook 's nachts, ook verlaten door de stad die Hem had ingehaald. Ook Hij verbiedt het zwaard van Zijn man, en ook Hij laat de bespotting toe.

De overeenkomst ligt in het verloop en niet in een aanhaling. Maar de zoon van David die hier zwijgend onder stenen doorloopt, is niet de laatste geweest die dat deed.

**Het slot van het gedeelte.** Er staat geen wraak en geen redding, alleen dit: “En de koning kwam in, en al het volk, dat met hem was, moede zijnde; en hij verkwikte zich aldaar.”

  1. 2 Samuël 7:16 — Uw huis en uw koninkrijk zullen bestendig zijn, is David beloofd.
  2. 2 Samuël 15:30 — En toch klimt hij wenend de Olijfberg op, met bedekt hoofd.
  3. 2 Samuël 16:10 — Laat hem vloeken — de koning verbiedt het zwaard.
  4. Johannes 18:1 — Later gaat Iemand over dezelfde beek Kidron.
  5. Mattheüs 26:52 — Steek uw zwaard weer in zijn plaats.
  6. 1 Petrus 2:23 — Gescholden zijnde, schold Hij niet weder.

In het Nieuwe Testament: 2 Samuël 15:30; Johannes 18:1; Mattheüs 26:52; 1 Petrus 2:23; Lukas 22:39; 2 Samuël 7:16

Hoever dit reikt: De kanttekening waarschuwt uitdrukkelijk tegen een verkeerde lezing van de woorden dat de HEERE het Simeï gezegd heeft: het gaat om Gods voorzienigheid, niet om een bevel, en Simeï blijft schuldig. De overeenkomst met het lijden van Christus ligt in het verloop — de Kidron, de Olijfberg, het weigeren van het zwaard — en niet in een aanhaling van het Nieuwe Testament.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

2 Samuël 16

2 Samuël 16:11-12.KruisverwijzingenRomeinen 8:28Deuteronomium 23:5Exodus 2:24Psalmen 25:18Hebreeën 12:102 Samuël 17:12 Samuël 7:2Genesis 45:5
— Voorts zeide David tot Abisai en tot al zijn knechten: Ziet, mijn zoon, die van mijn lijf is voortgekomen, zoekt mijn ziel; hoeveel te meer dan nu deze zoon van Jemini? Laat hem geworden, dat hij vloeke, want de HEERE heeft het hem gezegd. Misschien zal de HEERE mijn ellende aanzien; en de HEERE zal mij goed vergelden voor zijn vloek, te dezen dage.
David is in de tijd van zijn moeite, en de aanval van Simeï is laf, ruw, vals en bitter. En toch is David hier zo bewonderenswaardig en zijn gedrag zo prijselijk, dat ik hem allen tot een voorbeeld voorhoud. Vier dingen in deze zaak behoren wij allen na te volgen. Het eerste was de afwezigheid van wrok in het hart van David. Het tweede was zijn volkomen onderwerping aan de goddelijke wil. Het derde was zijn verwachting van God alleen. En het vierde was zijn zien op de lichte zijde en het toch hebben van hoop.

David had gemakkelijk een einde aan Simeï kunnen maken en werd er door anderen tot aangespoord. Maar hij deed het niet. Het was schoon van David verontschuldigingen voor Simeï te maken: “Wel, daar is Absalom, mijn zoon — hij zoekt mijn leven. Geen wonder dat deze man het doet. Hij is geen verwant van mij. Ik kon van hem geen liefde verwachten.”

David gevoelde de goddeloze daad van zijn vijand scherp, maar hij gevoelde dat zij gezonden was tot zijn verdere tuchtiging; en daarom nam hij haar bereidwillig aan. Het is de Heere — dat is genoeg voor David. Is dat genoeg voor ons? De HEERE heeft het gedaan. Zou ik mijn mond weer opendoen wanneer ik weet dat mijn Vader het gedaan heeft? Heeft Hij mijn kind genomen? Wel, geloofd zij Zijn Naam dat Hij mijn kleine zo lief had. Heeft Hij mijn goud genomen? Wel, Hij heeft het mij maar geleend, en iets dat geleend is behoort lachend naar zijn eigenaar terug te gaan.

David schijnt mij toe zich, om zo te zeggen, voor God neergelegd te hebben onder een gevoel van kwaad gedaan te hebben in vroeger dagen, en tot Hem gezegd te hebben: “Mijn Vader, tuchtig mij juist zoals U wilt. Mijn weerspannige geest is voor U verootmoedigd. Is het nodig voor mijn goed dat ik van Uw hand lijd, deze verdrukking en duizend andere, ga dan voort. Uw kind mag wenen, maar hij zal niet klagen. Uw kind mag lijden, maar hij zal geen aanklacht tegen U inbrengen.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content