Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

2 Samuël 11

1 En het geschiedde met de wederkomst van het jaar, ter tijde als de koningen uittrekken, dat David Joab, en zijn knechten met hem, en gans Israel henenzond, dat zij de kinderen Ammons verderven, en Rabba belegeren zouden. Doch David bleef te Jeruzalem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het geschieddeH1961 met de wederkomstH8666 van het jaarH8141, ter tijdeH6256 als de koningenH4428 uittrekkenH3318, dat DavidH1732 JoabH3097, en zijn knechtenH5650 metH5973 hem, en gansH3605 IsraelH3478 henenzondH7971, dat zij de kinderenH1121 AmmonsH5983 verdervenH7843, en RabbaH7237 belegerenH6696 zouden. Doch DavidH1732 bleefH3427 te JeruzalemH3389. En het geschiedde met de wederkomst van het jaar, ter tijde als de koningen uittrekken, dat David Joab, en zijn knechten met hem, en gans Israel henenzond, dat zij de kinderen Ammons verderven, en Rabba belegeren zouden. Doch David bleef te Jeruzalem.

KJV And it came to pass, after the year3 was expired,2 at the time4 when kings6 go forth5 to battle, that David8 sent7 Joab,10 and his servants12 with him, and all Israel;16 and they destroyed17 the children19 of Ammon,20 and besieged21 Rabbah.23 But David24 tarried still25 at Jerusalem.26

1 וַיְהִי֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לִתְשׁוּבַ֨ת H8666 wederkomst, antwoorden, keerde answer, be expired, return 3 הַשָּׁנָ֜ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 לְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 5 צֵ֣את H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 הַמַּלְאֿכִ֗ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 וַיִּשְׁלַ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 8 דָּוִ֡ד H1732 David, Davids David 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 יוֹאָב֩ H3097 Joab, Joabs Joab 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 עֲבָדָ֨יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 עִמּ֜וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 וַיַּשְׁחִ֨תוּ֙ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 עַמּ֔וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 21 וַיָּצֻ֖רוּ H6696 belegeren, belegerde, belegerden adversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags 22 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 23 רַבָּ֑ה H7237 Rabba Rabbah, Rabbath 24 וְדָוִ֖ד H1732 David, Davids David 25 יוֹשֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 26 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Zo geschiedde het tegen den avondtijd, dat David van zijn leger opstond, en wandelde op het dak van het koningshuis, en zag van het dak een vrouw, zich wassende; deze vrouw nu was zeer schoon van aanzien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Zo geschiedde het tegenH5921 den avondtijdH6153, dat DavidH1732 van zijn legerH4904 opstondH6965, en wandeldeH1980 opH5921 het dakH1406 van het koningshuisH4428, en zagH7200 van het dakH1406 een vrouwH802, zich wassendeH7364; deze vrouwH802 nu was zeerH3966 schoonH2896 van aanzienH4758. Zo geschiedde het tegen den avondtijd, dat David van zijn leger opstond, en wandelde op het dak van het koningshuis, en zag van het dak een vrouw, zich wassende; deze vrouw nu was zeer schoon van aanzien.

KJV And it came to pass in an eveningtide,3 that David5 arose4 from off his bed,7 and walked8 upon the roof10 of the king's12 house:11 and from the roof17 he saw13 a woman14 washing15 herself; and the woman18 was very21 beautiful19 to look upon.20

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 הָעֶ֗רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 4 וַיָּ֨קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 5 דָּוִ֜ד H1732 David, Davids David 6 מֵעַ֤ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 מִשְׁכָּבוֹ֙ H4904 leger, bijligging, legers bed(-chamber), couch, lieth (lying) with 8 וַיִּתְהַלֵּךְ֙ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 גַּ֣ג H1406 dak, daken roof (of the house), (house) top (of the house) 11 בֵּית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 אִשָּׁ֛ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 15 רֹחֶ֖צֶת H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 16 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 הַגָּ֑ג H1406 dak, daken roof (of the house), (house) top (of the house) 18 וְהָ֣אִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 19 טוֹבַ֥ת H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 20 מַרְאֶ֖ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 21 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En David zond henen, en ondervraagde naar deze vrouw; en men zeide: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de huisvrouw van Uria, den Hethiet?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En DavidH1732 zondH7971 henen, en ondervraagdeH1875 naar deze vrouwH802; en men zeideH559: Is datH2063 nietH3808 BathsebaH1339, de dochterH1323 van EliamH463, de huisvrouwH802 van UriaH223, den HethietH2850? En David zond henen, en ondervraagde naar deze vrouw; en men zeide: Is dat niet Bathseba, de dochter van Eliam, de huisvrouw van Uria, den Hethiet?

KJV And David2 sent1 and enquired3 after the woman.4 And one said,5 Is not this Bathsheba,8 the daughter10 of Eliam,11 the wife12 of Uriah13 the Hittite?14

1 וַיִּשְׁלַ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 דָּוִ֔ד H1732 David, Davids David 3 וַיִּדְרֹ֖שׁ H1875 zoeken, vragen, gezocht ask, [idiom] at all, care for, [idiom] diligently, inquire, make inquisition, (necro-) mancer, question, require, search, seek (for, out), [idiom] surely 4 לָֽאִשָּׁ֑ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 הֲלוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 זֹאת֙ H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 8 בַּת H1339 Bathseba Bath-sheba 9 שֶׁ֣בַע H1339 Bathseba Bath-sheba 10 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 11 אֱלִיעָ֔ם H463 Eliam Eliam 12 אֵ֖שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 אוּרִיָּ֥ה H223 Uria Uriah, Urijah 14 הַחִתִּֽי H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen zond David boden henen, en liet haar halen. En als zij tot hem ingekomen was, lag hij bij haar, (zij nu had zich van haar onreinigheid gezuiverd), daarna keerde zij weder naar haar huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen zondH7971 DavidH1732 bodenH4397 henen, en liet haar halenH3947. En als zij totH413 hem ingekomenH935 was, lagH7901 hij bijH5973 haar, (zij nu had zich van haar onreinigheidH2932 gezuiverd), daarna keerdeH7725 zij weder naarH413 haar huisH1004. Toen zond David boden henen, en liet haar halen. En als zij tot hem ingekomen was, lag hij bij haar, (zij nu had zich van haar onreinigheid gezuiverd), daarna keerde zij weder naar haar huis.

KJV And David2 sent1 messengers,3 and took4 her; and she came in5 unto him, and he lay7 with her; for she was purified10 from her uncleanness:11 and she returned12 unto her house.14

1 וַיִּשְׁלַח֩ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 דָּוִ֨ד H1732 David, Davids David 3 מַלְאָכִ֜ים H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 וַיִּקָּחֶ֗הָ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 וַתָּב֤וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 וַיִּשְׁכַּ֣ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 8 עִמָּ֔הּ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 וְהִ֥יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 מִתְקַדֶּ֖שֶׁת H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 11 מִטֻּמְאָתָ֑הּ H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 12 וַתָּ֖שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 בֵּיתָֽהּ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En die vrouw werd zwanger; zo zond zij henen, en liet David weten, en zeide: Ik ben zwanger geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En die vrouwH802 werd zwanger; zo zondH7971 zij henen, en liet DavidH1732 wetenH5046, en zeideH559: IkH595 ben zwanger geworden. En die vrouw werd zwanger; zo zond zij henen, en liet David weten, en zeide: Ik ben zwanger geworden.

Ook in dit vers zwangerH2029 zwangerH2030

KJV And the woman2 conceived,1 and sent3 and told4 David,5 and said,6 I am with child.7

1 וַתַּ֖הַר H2029 bevrucht, zwanger, ontvangen been, be with child, conceive, progenitor 2 הָֽאִשָּׁ֑ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 וַתִּשְׁלַח֙ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 וַתַּגֵּ֣ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 5 לְדָוִ֔ד H1732 David, Davids David 6 וַתֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 הָרָ֥ה H2030 zwanger, zwangere, bevrucht (be, woman) with child, conceive, [idiom] great 8 אָנֹֽכִי H595 ik, mij I, me, [idiom] which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen zond David tot Joab, zeggende: Zend Uria, den Hethiet, tot mij. En Joab zond Uria tot David.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen zondH7971 DavidH1732 totH413 JoabH3097, zeggende: ZendH7971 UriaH223, den HethietH2850, tot mij. En JoabH3097 zondH7971 UriaH223 totH413 DavidH1732. Toen zond David tot Joab, zeggende: Zend Uria, den Hethiet, tot mij. En Joab zond Uria tot David.

KJV And David2 sent1 to Joab,4 saying, Send5 me Uriah8 the Hittite.9 And Joab11 sent10 Uriah13 to David.15

1 וַיִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 דָּוִד֙ H1732 David, Davids David 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יוֹאָ֔ב H3097 Joab, Joabs Joab 5 שְׁלַ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 6 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֽוּרִיָּ֖ה H223 Uria Uriah, Urijah 9 הַחִתִּ֑י H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities 10 וַיִּשְׁלַ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 יוֹאָ֛ב H3097 Joab, Joabs Joab 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 אֽוּרִיָּ֖ה H223 Uria Uriah, Urijah 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 דָּוִֽד H1732 David, Davids David
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Als nu Uria tot hem kwam, zo vraagde David naar den welstand van Joab, en naar den welstand des volks, en naar den welstand des krijgs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Als nu UriaH223 totH413 hem kwamH935, zo vraagdeH7592 DavidH1732 naar den welstandH7965 van JoabH3097, en naar den welstandH7965 des volksH5971, en naar den welstandH7965 des krijgsH4421. Als nu Uria tot hem kwam, zo vraagde David naar den welstand van Joab, en naar den welstand des volks, en naar den welstand des krijgs.

KJV And when Uriah2 was come1 unto him, David5 demanded4 of him how Joab7 did,6 and how the people9 did,8 and how the war11 prospered.10

1 וַיָּבֹ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אוּרִיָּ֖ה H223 Uria Uriah, Urijah 3 אֵלָ֑יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 וַיִּשְׁאַ֣ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 5 דָּוִ֗ד H1732 David, Davids David 6 לִשְׁל֤וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 7 יוֹאָב֙ H3097 Joab, Joabs Joab 8 וְלִשְׁל֣וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 9 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 וְלִשְׁל֖וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 11 הַמִּלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daarna zeide David tot Uria: Ga af naar uw huis, en was uw voeten. En toen Uria uit des konings huis uitging, volgde hem een gerecht des konings achterna.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Daarna zeideH559 DavidH1732 tot UriaH223: Ga af naar uw huisH1004, en was uw voetenH7272. En toen UriaH223 uit des koningsH4428 huisH1004 uitgingH3318, volgde hem een gerechtH4864 des koningsH4428 achternaH310. Daarna zeide David tot Uria: Ga af naar uw huis, en was uw voeten. En toen Uria uit des konings huis uitging, volgde hem een gerecht des konings achterna.

KJV And David2 said1 to Uriah,3 Go down4 to thy house,5 and wash6 thy feet.7 And Uriah9 departed out8 of the king's11 house,10 and there followed13 him a mess14 of meat from the king.15

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 דָּוִד֙ H1732 David, Davids David 3 לְא֣וּרִיָּ֔ה H223 Uria Uriah, Urijah 4 רֵ֥ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 5 לְבֵיתְךָ֖ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 וּרְחַ֣ץ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 7 רַגְלֶ֑יךָ H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 8 וַיֵּצֵ֤א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 אֽוּרִיָּה֙ H223 Uria Uriah, Urijah 10 מִבֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 וַתֵּצֵ֥א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 13 אַחֲרָ֖יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 14 מַשְׂאַ֥ת H4864 gerecht, gerechten, last burden, collection, sign of fire, (great) flame, gift, lifting up, mess, oblation, reward 15 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar Uria legde zich neder voor de deur van des konings huis, met al de knechten zijns heren; en hij ging niet af in zijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maar UriaH223 legde zich nederH3381 voor de deurH6607 van des koningsH4428 huisH1004, metH854 alH3605 de knechtenH5650 zijns herenH113; en hij ging nietH3808 af in zijn huisH1004. Maar Uria legde zich neder voor de deur van des konings huis, met al de knechten zijns heren; en hij ging niet af in zijn huis.

Ook in dit vers leideH7901

KJV But Uriah2 slept1 at the door3 of the king's5 house4 with all the servants8 of his lord,9 and went not down11 to his house.13

1 וַיִּשְׁכַּ֣ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 אוּרִיָּ֗ה H223 Uria Uriah, Urijah 3 פֶּ֚תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 4 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 5 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 אֵ֖ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 עַבְדֵ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 אֲדֹנָ֑יו H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 10 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 יָרַ֖ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 בֵּיתֽוֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zij gaven het David te kennen, zeggende: Uria is niet afgegaan in zijn huis. Toen zeide David tot Uria: Komt gij niet van de reis? Waarom zijt gij niet afgegaan in uw huis?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zij gavenH5046 het DavidH1732 te kennenH5046, zeggendeH559: UriaH223 is nietH3808 afgegaanH3381 in zijn huisH1004. Toen zeideH559 DavidH1732 totH413 UriaH223: KomtH935 gijH859 nietH3808 van de reisH1870? Waarom zijt gij nietH3808 afgegaanH3381 in uw huisH1004? En zij gaven het David te kennen, zeggende: Uria is niet afgegaan in zijn huis. Toen zeide David tot Uria: Komt gij niet van de reis? Waarom zijt gij niet afgegaan in uw huis?

KJV And when they had told1 David,2 saying,3 Uriah6 went not down5 unto his house,8 David10 said9 unto Uriah,12 Camest16 thou not from thy journey?14 why then didst thou not go down19 unto thine house?21

1 וַיַּגִּ֤דוּ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 לְדָוִד֙ H1732 David, Davids David 3 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יָרַ֥ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 6 אוּרִיָּ֖ה H223 Uria Uriah, Urijah 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 בֵּית֑וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 דָּוִ֜ד H1732 David, Davids David 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 אוּרִיָּ֗ה H223 Uria Uriah, Urijah 13 הֲל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 מִדֶּ֨רֶךְ֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 15 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 16 בָ֔א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 מַדּ֖וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 18 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יָרַ֥דְתָּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 20 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 בֵּיתֶֽךָ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Uria zeide tot David: De ark, en Israel, en Juda blijven in de tenten; en mijn heer Joab, en de knechten mijns heren zijn gelegerd op het open veld, en zou ik in mijn huis gaan, om te eten en te drinken, en bij mijn huisvrouw te liggen? Zo waarachtig als gij leeft en uw ziel leeft, indien ik deze zaak doen zal!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En UriaH223 zeideH559 totH413 DavidH1732: De arkH727, en IsraelH3478, en JudaH3063 blijven in de tentenH5521; en mijn heerH113 JoabH3097, en de knechtenH5650 mijns herenH113 zijn gelegerdH2583 opH5921 het openH6440 veldH7704, en zou ikH589 in mijn huisH1004 gaan, om te etenH398 en te drinkenH8354, en bij mijn huisvrouwH802 te liggenH7901? Zo waarachtig als gij leeftH2416 en uw zielH5315 leeftH2416, indienH518 ik dezeH2088 zaakH1697 doenH6213 zal! En Uria zeide tot David: De ark, en Israel, en Juda blijven in de tenten; en mijn heer Joab, en de knechten mijns heren zijn gelegerd op het open veld, en zou ik in mijn huis gaan, om te eten en te drinken, en bij mijn huisvrouw te liggen? Zo waarachtig als gij leeft en uw ziel leeft, indien ik deze zaak doen zal!

KJV And Uriah2 said1 unto David,4 The ark,5 and Israel,6 and Judah,7 abide8 in tents;9 and my lord10 Joab,11 and the servants12 of my lord,13 are encamped17 in the open15 fields;16 shall I18 then go19 into mine house,21 to eat22 and to drink,23 and to lie24 with my wife?26 as thou livest,27 and as thy soul29 liveth,28 I will not do31 this thing.33

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אוּרִיָּ֜ה H223 Uria Uriah, Urijah 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 דָּוִ֗ד H1732 David, Davids David 5 הָ֠אָרוֹן H727 ark, kist ark, chest, coffin 6 וְיִשְׂרָאֵ֨ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 וִֽיהוּדָ֜ה H3063 Juda Judah 8 יֹשְׁבִ֣ים H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 בַּסֻּכּ֗וֹת H5521 loofhutten, tenten, hut booth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent 10 וַאדֹנִ֨י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 11 יוֹאָ֜ב H3097 Joab, Joabs Joab 12 וְעַבְדֵ֤י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 אֲדֹנִ֨י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 פְּנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 16 הַשָּׂדֶה֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 17 חֹנִ֔ים H2583 legerden, legeren, gelegerd abide (in tents), camp, dwell, encamp, grow to an end, lie, pitch (tent), rest in tent 18 וַאֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 19 אָב֧וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 בֵּיתִ֛י H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 22 לֶאֱכֹ֥ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 23 וְלִשְׁתּ֖וֹת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 24 וְלִשְׁכַּ֣ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 25 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 26 אִשְׁתִּ֑י H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 27 חַיֶּ֨ךָ֙ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 28 וְחֵ֣י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 29 נַפְשֶׁ֔ךָ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 30 אִֽם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 31 אֶעֱשֶׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 32 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 33 הַדָּבָ֥ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 34 הַזֶּֽה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen zeide David tot Uria: Blijf ook heden hier, zo zal ik u morgen afzenden. Alzo bleef Uria te Jeruzalem, dien dag en den anderen dag.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen zeideH559 DavidH1732 totH413 UriaH223: BlijfH3427 ookH1571 hedenH3117 hierH2088, zo zal ik u morgenH4279 afzendenH7971. Alzo bleefH3427 UriaH223 te JeruzalemH3389, dien dag en den anderen dag. Toen zeide David tot Uria: Blijf ook heden hier, zo zal ik u morgen afzenden. Alzo bleef Uria te Jeruzalem, dien dag en den anderen dag.

Ook in dit vers dagH3117 dagH4283

KJV And David2 said1 to Uriah,4 Tarry5 here to day8 also, and to morrow9 I will let thee depart.10 So Uriah12 abode11 in Jerusalem13 that day,14 and the morrow.16

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 דָּוִ֜ד H1732 David, Davids David 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 אוּרִיָּ֗ה H223 Uria Uriah, Urijah 5 שֵׁ֥ב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 6 בָּזֶ֛ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 8 הַיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 וּמָחָ֣ר H4279 morgen, Morgen time to come, tomorrow 10 אֲשַׁלְּחֶ֑ךָּ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 וַיֵּ֨שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 אוּרִיָּ֧ה H223 Uria Uriah, Urijah 13 בִירוּשָׁלִַ֛ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 15 הַה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 16 וּמִֽמָּחֳרָֽת H4283 daags, dag, gansen morrow, next day
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En David nodigde hem, zodat hij voor zijn aangezicht at en dronk, en hij maakte hem dronken. Daarna ging hij in den avond uit, om zich neder te leggen op zijn leger, met zijns heren knechten, maar ging niet af in zijn huis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En DavidH1732 nodigdeH7121 hem, zodat hij voor zijn aangezichtH6440 atH398 en dronkH8354, en hij maakte hem dronkenH7937. Daarna ging hij in den avondH6153 uit, om zich nederH3381 te leggen op zijn legerH4904, metH5973 zijns herenH113 knechtenH5650, maar ging nietH3808 af in zijn huisH1004. En David nodigde hem, zodat hij voor zijn aangezicht at en dronk, en hij maakte hem dronken. Daarna ging hij in den avond uit, om zich neder te leggen op zijn leger, met zijns heren knechten, maar ging niet af in zijn huis.

Ook in dit vers neder leggenH7901

KJV And when David3 had called1 him, he did eat4 and drink6 before5 him; and he made him drunk:7 and at even9 he went out8 to lie10 on his bed11 with the servants13 of his lord,14 but went not down18 to his house.16

1 וַיִּקְרָא H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 ל֣וֹ 3 דָוִ֗ד H1732 David, Davids David 4 וַיֹּ֧אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 לְפָנָ֛יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 וַיֵּ֖שְׁתְּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 7 וַֽיְשַׁכְּרֵ֑הוּ H7937 dronken, dronken aanstellen, dronkenen (be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).) 8 וַיֵּצֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 9 בָעֶ֗רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 10 לִשְׁכַּ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 11 בְּמִשְׁכָּבוֹ֙ H4904 leger, bijligging, legers bed(-chamber), couch, lieth (lying) with 12 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 עַבְדֵ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 14 אֲדֹנָ֔יו H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 15 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 בֵּית֖וֹ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 17 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יָרָֽד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Des morgens nu geschiedde het, dat David een brief schreef aan Joab; en hij zond dien door de hand van Uria.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Des morgensH1242 nu geschieddeH1961 het, dat DavidH1732 een briefH5612 schreefH3789 aanH413 JoabH3097; en hij zondH7971 dien door de handH3027 van UriaH223. Des morgens nu geschiedde het, dat David een brief schreef aan Joab; en hij zond dien door de hand van Uria.

KJV And it came to pass in the morning,2 that David4 wrote3 a letter5 to Joab,7 and sent8 it by the hand9 of Uriah.10

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַבֹּ֔קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 3 וַיִּכְתֹּ֥ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 4 דָּוִ֛ד H1732 David, Davids David 5 סֵ֖פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 יוֹאָ֑ב H3097 Joab, Joabs Joab 8 וַיִּשְׁלַ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 9 בְּיַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 אוּרִיָּֽה H223 Uria Uriah, Urijah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En hij schreef in dien brief, zeggende: Stel Uria vooraan tegenover den sterksten strijd, en keer van achter hem af, opdat hij geslagen worde en sterve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En hij schreefH3789 in dien briefH5612, zeggendeH559: StelH3051 UriaH223 vooraanH6440 tegenoverH4136 den sterkstenH2389 strijdH4421, en keer van achterH310 hem af, opdat hij geslagenH5221 worde en sterveH4191. En hij schreef in dien brief, zeggende: Stel Uria vooraan tegenover den sterksten strijd, en keer van achter hem af, opdat hij geslagen worde en sterve.

KJV And he wrote1 in the letter,2 saying,3 Set4 ye Uriah6 in the forefront9 of the hottest11 battle,10 and retire12 ye from him,13 that he may be smitten,14 and die.15

1 וַיִּכְתֹּ֥ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 2 בַּסֵּ֖פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 3 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 הָב֣וּ H3051 Geeft, Geef, geeft ascribe, bring, come on, give, go, set, take 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 אֽוּרִיָּ֗ה H223 Uria Uriah, Urijah 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 מוּל֙ H4136 tegenover, voorste, nagel (over) against, before, (fore-) front, from, (God-) ward, toward, with 9 פְּנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 הַמִּלְחָמָה֙ H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 11 הַֽחֲזָקָ֔ה H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 12 וְשַׁבְתֶּ֥ם H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 מֵאַחֲרָ֖יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 14 וְנִכָּ֥ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 15 וָמֵֽת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zo geschiedde het, als Joab op de stad gelet had, dat hij Uria stelde aan de plaats, waarvan hij wist, dat aldaar strijdbare mannen waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zo geschiedde het, alsH3588 JoabH3097 op de stadH5892 geletH8104 had, dat hij UriaH223 steldeH5414 aanH413 de plaatsH4725, waarvan hij wistH3045, dat aldaarH8033 strijdbareH2428 mannenH582 waren. Zo geschiedde het, als Joab op de stad gelet had, dat hij Uria stelde aan de plaats, waarvan hij wist, dat aldaar strijdbare mannen waren.

KJV And it came to pass, when Joab3 observed2 the city,5 that he assigned6 Uriah8 unto a place10 where he knew12 that valiant15 men were.

1 וַיְהִ֕י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בִּשְׁמ֥וֹר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 3 יוֹאָ֖ב H3097 Joab, Joabs Joab 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הָעִ֑יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 6 וַיִּתֵּן֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 א֣וּרִיָּ֔ה H223 Uria Uriah, Urijah 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַמָּקוֹם֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 יָדַ֔ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 אַנְשֵׁי H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 15 חַ֖יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 16 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Als nu de mannen der stad uittogen en met Joab streden, vielen er van het volk, van Davids knechten, en Uria, de Hethiet, stierf ook.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Als nu de mannenH582 der stadH5892 uittogenH3318 en metH854 JoabH3097 stredenH3898, vielenH5307 er van het volkH5971, van DavidsH1732 knechtenH5650, en UriaH223, de HethietH2850, stierfH4191 ookH1571. Als nu de mannen der stad uittogen en met Joab streden, vielen er van het volk, van Davids knechten, en Uria, de Hethiet, stierf ook.

KJV And the men of the city3 went out,1 and fought4 with Joab:6 and there fell7 some of the people9 of the servants10 of David;11 and Uriah14 the Hittite15 died12 also.

1 וַיֵּ֨צְא֜וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 אַנְשֵׁ֤י H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 הָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 4 וַיִּלָּחֲמ֣וּ H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 5 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 יוֹאָ֔ב H3097 Joab, Joabs Joab 7 וַיִּפֹּ֥ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 8 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 9 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 מֵעַבְדֵ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 11 דָוִ֑ד H1732 David, Davids David 12 וַיָּ֕מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 13 גַּ֖ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 אוּרִיָּ֥ה H223 Uria Uriah, Urijah 15 הַחִתִּֽי H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen zond Joab heen, en liet David den gansen handel van dezen strijd weten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen zondH7971 JoabH3097 heen, en lietH5046 DavidH1732 den gansenH3605 handel van dezen strijdH4421 wetenH5046. Toen zond Joab heen, en liet David den gansen handel van dezen strijd weten.

KJV Then Joab2 sent1 and told3 David4 all the things7 concerning the war;8

1 וַיִּשְׁלַ֖ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 יוֹאָ֑ב H3097 Joab, Joabs Joab 3 וַיַּגֵּ֣ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 4 לְדָוִ֔ד H1732 David, Davids David 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 דִּבְרֵ֖י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 הַמִּלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En hij beval den bode, zeggende: Als gij zult geeindigd hebben den gansen handel van dezen strijd tot den koning uit te spreken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En hij bevalH6680 den bodeH4397, zeggendeH559: Als gij zult geeindigdH3615 hebben den gansenH3605 handelH1697 van dezen strijdH4421 totH413 den koningH4428 uit te sprekenH1696; En hij beval den bode, zeggende: Als gij zult geeindigd hebben den gansen handel van dezen strijd tot den koning uit te spreken;

KJV And charged1 the messenger,3 saying,4 When thou hast made an end5 of telling10 the matters8 of the war9 unto the king,12

1 וַיְצַ֥ו H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַמַּלְאָ֖ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 כְּכַלּוֹתְךָ֗ H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 6 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 הַמִּלְחָמָ֖ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 10 לְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En het zal geschieden, indien de grimmigheid des konings opkomt, en hij tot u zegt: Waarom zijt gij zo na aan de stad gekomen om te strijden? Wist gij niet, dat zij van den muur zouden schieten?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En het zal geschiedenH1961, indienH518 de grimmigheidH2534 des koningsH4428 opkomtH5927, en hij totH413 u zegtH559: Waarom zijt gij zo na aan de stadH5892 gekomen om te strijdenH3898? WistH3045 gij nietH3808, datH834 zij van den muurH2346 zouden schietenH3384? En het zal geschieden, indien de grimmigheid des konings opkomt, en hij tot u zegt: Waarom zijt gij zo na aan de stad gekomen om te strijden? Wist gij niet, dat zij van den muur zouden schieten?

KJV And if so be that the king's5 wrath4 arise,3 and he say6 unto thee, Wherefore approached ye so nigh9 unto the city11 when ye did fight?12 knew14 ye not that they would shoot17 from the wall?19

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אִֽם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 תַּעֲלֶה֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 4 חֲמַ֣ת H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 5 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 וְאָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 לְךָ֔ 8 מַדּ֛וּעַ H4069 waarom? how, wherefore, why 9 נִגַּשְׁתֶּ֥ם H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הָעִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 12 לְהִלָּחֵ֑ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 13 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יְדַעְתֶּ֔ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 15 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 יֹר֖וּ H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 18 מֵעַ֥ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 הַחוֹמָֽה H2346 muur, muren, muurs wall, walled
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Wie sloeg Abimelech, den zoon van Jerubbeseth? Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen op hem van den muur, dat hij te Thebez stierf? Waarom zijt gij tot den muur genaderd? Dan zult gij zeggen: Uw knecht, Uria, de Hethiet, is ook dood.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 WieH4310 sloegH5221 AbimelechH40, den zoonH1121 van JerubbesethH3380? WierpH7993 nietH3808 een vrouwH802 een stukH6400 van een molensteenH7393 opH5921 hem van den muurH2346, dat hij te ThebezH8405 stierfH4191? WaaromH4100 zijt gij totH413 den muurH2346 genaderdH5066? Dan zult gij zeggenH559: Uw knechtH5650, UriaH223, de HethietH2850, is ookH1571 doodH4191. Wie sloeg Abimelech, den zoon van Jerubbeseth? Wierp niet een vrouw een stuk van een molensteen op hem van den muur, dat hij te Thebez stierf? Waarom zijt gij tot den muur genaderd? Dan zult gij zeggen: Uw knecht, Uria, de Hethiet, is ook dood.

KJV Who smote2 Abimelech4 the son5 of Jerubbesheth?6 did not a woman8 cast9 a piece11 of a millstone12 upon him from the wall,14 that he died15 in Thebez?16 why went ye nigh18 the wall?20 then say21 thou, Thy servant23 Uriah24 the Hittite25 is dead26 also.

1 מִֽי H4310 wie, wien, wiens any (man), [idiom] he, [idiom] him, [phrase] O that! what, which, who(-m, -se, -soever), [phrase] would to God 2 הִכָּ֞ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 אֲבִימֶ֣לֶךְ H40 Abimelech, Abimelechs Abimelech 5 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 יְרֻבֶּ֗שֶׁת H3380 Jerubbeseth Jerubbesheth 7 הֲלֽוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 אִשָּׁ֡ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 הִשְׁלִ֣יכָה H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 10 עָלָיו֩ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 פֶּ֨לַח H6400 stuk, deel piece 12 רֶ֜כֶב H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 13 מֵעַ֤ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 הַֽחוֹמָה֙ H2346 muur, muren, muurs wall, walled 15 וַיָּ֣מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 16 בְּתֵבֵ֔ץ H8405 Thebez Thebez 17 לָ֥מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 18 נִגַּשְׁתֶּ֖ם H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 19 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 20 הַֽחוֹמָ֑ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 21 וְאָ֣מַרְתָּ֔ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 22 גַּ֗ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 23 עַבְדְּךָ֛ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 24 אוּרִיָּ֥ה H223 Uria Uriah, Urijah 25 הַחִתִּ֖י H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities 26 מֵֽת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En de bode ging heen, en kwam in, en gaf David te kennen alles, waar hem Joab om uitgezonden had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En de bodeH4397 gingH3212 heen, en kwamH935 in, en gaf DavidH1732 te kennenH5046 allesH3605, waarH834 hem JoabH3097 om uitgezondenH7971 had. En de bode ging heen, en kwam in, en gaf David te kennen alles, waar hem Joab om uitgezonden had.

KJV So the messenger2 went,1 and came3 and shewed4 David5 all that Joab10 had sent9 him for.

1 וַיֵּ֖לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 הַמַּלְאָ֑ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 3 וַיָּבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 וַיַּגֵּ֣ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 5 לְדָוִ֔ד H1732 David, Davids David 6 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 שְׁלָח֖וֹ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 יוֹאָֽב H3097 Joab, Joabs Joab
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En de bode zeide tot David: Die mannen zijn ons zeker te machtig geweest, en zijn tot ons uitgetogen in het veld; maar wij zijn tegen hen aan geweest tot aan de deur der poort.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En de bodeH4397 zeideH559 tot DavidH1732: Die mannenH582 zijn ons zeker te machtigH1396 geweest, en zijn tot ons uitgetogenH3318 in het veldH7704; maarH3588 wij zijnH1961 tegen hen aan geweest tot aan de deurH6607 der poortH8179. En de bode zeide tot David: Die mannen zijn ons zeker te machtig geweest, en zijn tot ons uitgetogen in het veld; maar wij zijn tegen hen aan geweest tot aan de deur der poort.

KJV And the messenger2 said1 unto David,4 Surely the men prevailed6 against us, and came out9 unto us into the field,11 and we were upon them even unto the entering15 of the gate.16

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַמַּלְאָךְ֙ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 דָּוִ֔ד H1732 David, Davids David 5 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 6 גָבְר֤וּ H1396 overhand, geweldig, machtig exceed, confirm, be great, be mighty, prevail, put to more (strength), strengthen, be stronger, be valiant 7 עָלֵ֨ינוּ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הָֽאֲנָשִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 וַיֵּצְא֥וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 10 אֵלֵ֖ינוּ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הַשָּׂדֶ֑ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 12 וַנִּהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 פֶּ֥תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 16 הַשָּֽׁעַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Toen schoten de schutters van den muur af op uw knechten, dat er van des konings knechten dood gebleven zijn; en uw knecht, Uria, de Hethiet, is ook dood.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Toen schotenH3384 de schuttersH3384 van den muurH2346 af opH5921 uw knechtenH5650, dat er van des koningsH4428 knechtenH5650 doodH4191 gebleven zijn; en uw knechtH5650, UriaH223, de HethietH2850, is ookH1571 doodH4191. Toen schoten de schutters van den muur af op uw knechten, dat er van des konings knechten dood gebleven zijn; en uw knecht, Uria, de Hethiet, is ook dood.

KJV And the shooters1 shot2 from off the wall6 upon thy servants;4 and some of the king's9 servants8 be dead,7 and thy servant11 Uriah12 the Hittite13 is dead14 also.

1 וַיֹּר֨וּ H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 2 הַמּוֹרִ֤ים H3384 leren, schieten, schutters ([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עֲבָדֶ֨ךָ֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 מֵעַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַחוֹמָ֔ה H2346 muur, muren, muurs wall, walled 7 וַיָּמ֖וּתוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 8 מֵעַבְדֵ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 וְגַ֗ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 11 עַבְדְּךָ֛ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 12 אוּרִיָּ֥ה H223 Uria Uriah, Urijah 13 הַחִתִּ֖י H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities 14 מֵֽת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Toen zeide David tot den bode: Zo zult gij tot Joab zeggen: Laat deze zaak niet kwaad zijn in uw ogen, want het zwaard verteert zowel dezen als genen; versterk uw strijd tegen de stad, en verstoor ze; versterk hem alzo.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Toen zeideH559 DavidH1732 totH413 den bodeH4397: ZoH3541 zult gij totH413 JoabH3097 zeggenH559: Laat deze zaakH1697 nietH408 kwaadH3415 zijn in uw ogenH5896, want het zwaardH2719 verteertH398 zowel dezen alsH3588 genenH2088; versterkH2388 uw strijdH4421 tegenH413 de stadH5892, en verstoorH2040 ze; versterkH2388 hem alzo. Toen zeide David tot den bode: Zo zult gij tot Joab zeggen: Laat deze zaak niet kwaad zijn in uw ogen, want het zwaard verteert zowel dezen als genen; versterk uw strijd tegen de stad, en verstoor ze; versterk hem alzo.

KJV Then David2 said1 unto the messenger,4 Thus shalt thou say6 unto Joab,8 Let not this thing13 displease11 thee, for the sword19 devoureth18 one as well as another:16 make thy battle21 more strong20 against the city,23 and overthrow24 it: and encourage25 thou him.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 דָּוִ֜ד H1732 David, Davids David 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַמַּלְאָ֗ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 5 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 6 תֹאמַ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 יוֹאָב֙ H3097 Joab, Joabs Joab 9 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 10 יֵרַ֤ע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 11 בְּעֵינֶ֨יךָ֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 14 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 כָזֹ֥ה H2090 deze, dit as well as another, it, this, that, thus and thus 17 וְכָזֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 18 תֹּאכַ֣ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 19 הֶחָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 20 הַחֲזֵ֨ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 21 מִלְחַמְתְּךָ֧ H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 22 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 23 הָעִ֛יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 24 וְהָרְסָ֖הּ H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 25 וְחַזְּקֵֽהוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Als nu de huisvrouw van Uria hoorde, dat haar man Uria dood was, zo droeg zij leed over haar heer.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Als nu de huisvrouwH802 van UriaH223 hoordeH8085, datH3588 haar manH376 UriaH223 doodH4191 was, zo droeg zij leed overH5921 haar heerH1167. Als nu de huisvrouw van Uria hoorde, dat haar man Uria dood was, zo droeg zij leed over haar heer.

Ook in dit vers droeg leedH5594

KJV And when the wife2 of Uriah3 heard1 that Uriah6 her husband7 was dead,5 she mourned8 for her husband.10

1 וַתִּשְׁמַע֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 אֵ֣שֶׁת H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 3 אֽוּרִיָּ֔ה H223 Uria Uriah, Urijah 4 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 מֵ֖ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 6 אוּרִיָּ֣ה H223 Uria Uriah, Urijah 7 אִישָׁ֑הּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 וַתִּסְפֹּ֖ד H5594 beklagen, rouwklagen, misbaar lament, mourn(-er), wail 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 בַּעְלָֽהּ H1167 burgers, heer, man [phrase] archer, [phrase] babbler, [phrase] bird, captain, chief man, [phrase] confederate, [phrase] have to do, [phrase] dreamer, those to whom it is due, [phrase] furious, those that are given to it, great, [phrase] hairy, he that hath it, have, [phrase] horseman, husband, lord, man, [phrase] married, master, person, [phrase] sworn, they of
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En als de rouw was overgegaan, zond David heen, en nam haar in zijn huis; en zij werd hem ter vrouwe, en baarde hem een zoon. Doch deze zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEEREN.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En als de rouwH60 was overgegaanH5674, zondH7971 DavidH1732 heen, en namH622 haar in zijn huisH1004; en zij werdH1961 hem ter vrouweH802, en baardeH3205 hem een zoonH1121. Doch deze zaakH1697, dieH834 DavidH1732 gedaanH6213 had, was kwaadH3415 in de ogenH5869 des HEERENH3068. En als de rouw was overgegaan, zond David heen, en nam haar in zijn huis; en zij werd hem ter vrouwe, en baarde hem een zoon. Doch deze zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEEREN.

KJV And when the mourning2 was past,1 David4 sent3 and fetched5 her to his house,7 and she became his wife,10 and bare11 him a son.13 But the thing15 that David18 had done17 displeased19 the LORD.20

1 וַיַּעֲבֹ֣ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 הָאֵ֗בֶל H60 rouw, treuren, treurigheid mourning 3 וַיִּשְׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 4 דָּוִ֜ד H1732 David, Davids David 5 וַיַּאַסְפָ֤הּ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 בֵּיתוֹ֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 וַתְּהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 ל֣וֹ 10 לְאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 וַתֵּ֥לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 12 ל֖וֹ 13 בֵּ֑ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 וַיֵּ֧רַע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 15 הַדָּבָ֛ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 16 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 עָשָׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 דָוִ֖ד H1732 David, Davids David 19 בְּעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 20 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Samuël 11:1 1 Kronieken 20:1 1 Koningen 20:26 1 Koningen 20:22 2 Kronieken 36:10 Deuteronomium 3:11 Zacharia 14:3 2 Samuël 12:26 Ezechiël 21:20
2 Samuël 11:2 Deuteronomium 22:8 Mattheüs 5:28 Handelingen 10:9 Job 31:1 Spreuken 19:15 Jeremia 19:13 Spreuken 31:30 1 Petrus 4:7
2 Samuël 11:3 2 Samuël 23:39 1 Kronieken 3:5 Jeremia 5:8 Jakobus 1:14 1 Kronieken 11:41 Hosea 7:6
2 Samuël 11:4 Leviticus 18:19 Jakobus 1:14 Leviticus 12:2 Psalmen 51:1 Spreuken 30:20 Psalmen 50:18 Job 31:9 Leviticus 15:19
2 Samuël 11:5 Deuteronomium 22:22 Spreuken 6:34
2 Samuël 11:6 Spreuken 28:13 Mattheüs 26:72 Jesaja 29:13 Mattheüs 26:74 Mattheüs 26:70 Genesis 38:18 Job 20:12 Genesis 4:7
2 Samuël 11:7 1 Samuël 17:22 Genesis 37:14 Genesis 29:6
2 Samuël 11:8 Genesis 18:4 Hebreeën 4:13 Genesis 43:34 Jesaja 29:15 Psalmen 12:2 Lukas 7:44 Psalmen 44:21 Psalmen 55:21
2 Samuël 11:9 Spreuken 21:30 Job 5:12
2 Samuël 11:11 2 Samuël 7:2 2 Samuël 7:6 2 Samuël 20:6 1 Samuël 1:26 Jesaja 22:12 2 Timotheüs 2:3 Johannes 13:14 1 Samuël 25:26
2 Samuël 11:12 Jeremia 2:37 Jeremia 2:22
2 Samuël 11:13 Habakuk 2:15 Spreuken 20:1 Genesis 19:32 Exodus 32:21
2 Samuël 11:14 1 Koningen 21:8 Psalmen 62:9 Psalmen 19:13 Psalmen 52:2 Micha 7:3 Jeremia 9:1 Jeremia 17:9
2 Samuël 11:15 2 Samuël 12:9 2 Samuël 11:17 Psalmen 51:14 1 Samuël 18:21 1 Samuël 18:17 1 Samuël 18:25 Psalmen 51:4 Jeremia 20:13
2 Samuël 11:16 2 Koningen 10:6 2 Samuël 11:21 1 Koningen 2:31 Hosea 5:11 1 Samuël 22:17 Spreuken 29:12 Handelingen 5:29 2 Samuël 20:9
2 Samuël 11:17 2 Samuël 12:9 Psalmen 51:14
2 Samuël 11:21 2 Samuël 3:34 Richteren 6:32 Richteren 7:1 Richteren 9:50 2 Samuël 3:27 Jesaja 14:10 Ezechiël 16:51 Psalmen 39:8
2 Samuël 11:25 Prediker 9:1 2 Samuël 12:26 Jozua 7:8 Prediker 9:11 1 Samuël 6:9
2 Samuël 11:26 Genesis 27:41 2 Samuël 14:2 2 Samuël 3:31
2 Samuël 11:27 2 Samuël 12:9 Psalmen 51:4 2 Samuël 5:13 1 Kronieken 21:7 Hebreeën 13:4 Genesis 38:10 2 Samuël 3:2 Deuteronomium 22:29
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Samuël 11 vers 1

wederkomst Dat is, als het jaar om was en de zomertijd des volgenden jaars aankwam, wanneer de koningen plachten te velde te trekken om krijg te voeren; zijnde het weder alsdan bekwaam om voederingen en nooddruftige behoeften voor mensen en beesten te bekomen. Zie 1 Kon. 20:22, 1 Kon. 20:26; 1 Kron. 20:1, en 2 Kron. 36:10.

Hertaald: wederkomst Dat is: toen het jaar om was en de zomertijd van het volgende jaar aanbrak, wanneer de koningen plachten ten strijde te trekken; want het weer was dan geschikt om voer en het nodige voor mensen en dieren te verkrijgen. Zie 1 Kon. 20:22, 1 Kon. 20:26; 1 Kron. 20:1, en 2 Kron. 36:10.

knechten met hem, Dat is, zijn krijgsoverste met de soldaten.

Hertaald: knechten met hem, Dat is: zijn legeraanvoerder met de soldaten.

Rabba belegeren zouden De hoofdstad der Ammonieten, gelegen over de Jordaan aan het gebergte Gileads, bij den oorsprong van de beek Jabbok. Zie ook onder 2 Sam. 12:26, enz.

Hertaald: Rabba belegeren zouden De hoofdstad van de Ammonieten, gelegen aan de overkant van de Jordaan, bij het gebergte van Gilead, dichtbij de bron van de beek Jabbok. Zie ook hieronder 2 Sam. 12:26, enzovoort.

2 Samuël 11 vers 2

leger opstond, Waarop hij zijn middagrust genomen had. Vergelijk boven, 2 Sam. 4:5, 2 Sam. 4:7.

Hertaald: leger opstond, Waarop hij zijn middagrust had genomen. Vergelijk hierboven, 2 Sam. 4:5, 2 Sam. 4:7.

dak Zie van de gelegenheid der daken Deut. 22:8.

Hertaald: dak Zie over de indeling van de daken Deut. 22:8.

2 Samuël 11 vers 3

men zeide Hebreeuws, hij zeide. Dat is, iemand van zijn hofgezin zeide.

Hertaald: men zeide Hebreeuws: hij zei. Dat is: iemand van zijn hofhouding zei.

Is dat niet Hij wil zeggen dat het zekerlijk Bathseba was. Zie van zulk vragen Richt. 4:6, en boven, 2 Sam. 10:3.

Hertaald: Is dat niet Hij wil zeggen dat het zeker Bathseba was. Zie over zo'n vraag Richt. 4:6, en hierboven, 2 Sam. 10:3.

Bathséba, Anders genoemd Bathsua, 1 Kron. 3:5.

Hertaald: Bathséba, Ook Bathsua genoemd, 1 Kron. 3:5.

Eliam, Anders genoemd Ammiël; 1 Kron. 3:5.

Hertaald: Eliam, Ook Ammiël genoemd; 1 Kron. 3:5.

Hethiet? Maar bekeerd tot de ware religie, en daarin ijverende, gelijk te zien is onder, vs.11. Vergelijk 1 Sam. 26:6. Sommigen menen dat hij een Hethiet genoemd is, omdat hij bij de kinderen Heths gewoond had. Van dit volk, zie Gen. 23:3, enz.

Hertaald: Hethiet? Maar bekeerd tot de ware godsdienst, en daarin ijverig, zoals te zien is hieronder, vers 11. Vergelijk 1 Sam. 26:6. Sommigen menen dat hij Hethiet genoemd wordt omdat hij bij de kinderen van Heth gewoond had. Zie over dit volk Gen. 23:3, enzovoort.

2 Samuël 11 vers 4

zond David boden henen, Niettegenstaande dat hij verstaan had, dat zij een echten had.

Hertaald: zond David boden henen, Hoewel hij begrepen had dat zij een echtgenoot had.

liet haar halen Hebreeuws, nam haar; dat is, liet haar nemen en brengen.

Hertaald: liet haar halen Hebreeuws: nam haar; dat is: liet haar meenemen en brengen.

gezuiverd Hebreeuws, geheiligd; dat is, gezuiverd, gereinigd. Zie hiervan Lev. 15:19-21, enz.

Hertaald: gezuiverd Hebreeuws: geheiligd; dat is: gezuiverd, gereinigd. Zie hierover Lev. 15:19-21, enzovoort.

2 Samuël 11 vers 5

zond zij henen, Merkende dat zij zwanger geworden was van Davids bijligging.

Hertaald: zond zij henen, Omdat zij merkte dat zij zwanger was geworden van Davids bijslaap.

zeide Dat is, liet hem zeggen.

Hertaald: zeide Dat is: liet hem zeggen.

2 Samuël 11 vers 7

welstand van Joab, Hebreeuws, naar den vrede; en zo in het volgende. Zie boven, 2 Sam. 8:10, en Gen. 43:27.

Hertaald: welstand van Joab, Hebreeuws: naar de vrede; en zo ook in het vervolg. Zie hierboven, 2 Sam. 8:10, en Gen. 43:27.

2 Samuël 11 vers 8

was uw voeten Zie Gen. 18:4.

Hertaald: was uw voeten Zie Gen. 18:4.

volgde hem een gerecht des konings achterna Hebreeuws, ging een gerecht des konings achter hem uit. Versta een gerecht van des konings tafel, waardoor David Uria wilde verwekken om zich met zijn vrouw vrolijk te maken en bij haar te slapen, om daarna te doen geloven dat Uria des kinds vader was, en alzo zijn overspel voor de mensen te verbergen.

Hertaald: volgde hem een gerecht des konings achterna Hebreeuws: er ging een gerecht van de koning achter hem aan. Versta: een gerecht van de tafel van de koning, waarmee David Uria wilde bewegen om zich met zijn vrouw te ontspannen en bij haar te slapen, om daarna te doen geloven dat Uria de vader van het kind was, en zo zijn overspel voor de mensen te verbergen.

2 Samuël 11 vers 10

reis? Hebreeuws, weg.

Hertaald: reis? Hebreeuws: weg.

2 Samuël 11 vers 11

ark, Die zij in zware oorlogen plachten mede te nemen, om, in den nood zijnde, den Heere raad te vragen, gelijk te zien is Num. 31:6, 1 Sam. 4:4, en 1 Sam. 14:18, hoewel zulks ten aanzien der huichelaars [die ongelovig zijnde, zich op de uiterlijke genadetekenen tevergeefs verlaten] vruchteloos was.

Hertaald: ark, Die zij bij zware oorlogen plachten mee te nemen, om, als er nood was, de HEERE om raad te vragen, zoals te zien is in Num. 31:6, 1 Sam. 4:4, en 1 Sam. 14:18, hoewel dit voor huichelaars [die, ongelovig als zij zijn, zich vergeefs verlaten op de uiterlijke genadetekenen] vruchteloos was.

veld, Hebreeuws, aangezicht des velds

Hertaald: veld, Hebreeuws: aangezicht van het veld.

gij leeft en uw ziel leeft, Zie Gen. 42:16.

Hertaald: gij leeft en uw ziel leeft, Zie Gen. 42:16.

indien ik deze zaak doen zal Waarop te verstaan is: Zo doe mij God dit en dat. Van zulk een afgebroken manier van spreken, in het eedzweren gebruikelijk, zie Gen. 14:23. Deze ijverige en godvruchtige redenen van Uria behoorden David wel bewogen te hebben, om zich aan deze vromen man niet verder te bezondigen.

Hertaald: indien ik deze zaak doen zal Waarbij te verstaan is: zo moge God mij dit en dat doen. Zie over zo'n afgebroken manier van spreken, gebruikelijk bij het zweren, Gen. 14:23. Deze ijverige en godvrezende woorden van Uria hadden David wel moeten bewegen om zich niet verder tegenover deze vrome man te bezondigen.

2 Samuël 11 vers 13

voor zijn aangezicht at en dronk, Dat is, in Davids tegenwoordigheid, aan zijn tafel.

Hertaald: voor zijn aangezicht at en dronk, Dat is: in de aanwezigheid van David, aan zijn tafel.

hij maakte hem dronken David maakte Uria dronken, strekkende dit al tot hetzelfde einde, waarvan vs.8 gezegd is.

Hertaald: hij maakte hem dronken David maakte Uria dronken, wat hetzelfde doel diende als in vers 8 gezegd is.

hij in den avond uit, Uria.

Hertaald: hij in den avond uit, Uria.

heren knechten, Davids.

Hertaald: heren knechten, Van David.

ging niet af in zijn huis Niettegenstaande dat hij dronken, of beschonken was, bleef hij bestendig bij zijn verklaring vs.11 gedaan.

Hertaald: ging niet af in zijn huis Ondanks dat hij dronken, of beschonken was, bleef hij standvastig bij de verklaring die hij in vers 11 gegeven had.

2 Samuël 11 vers 14

een brief schreef aan Joab; Toen hij merkte dat het eerste voornemen, om zijn overspel door Uria en Bathseba's bijslapen te verbergen, niet gelukt was, neemt hij voor, den goeden Uria op zulk een wijze te doen ombrengen, dat men het beleid en de praktijk [zo hij meende] niet zou merken; vallende alzo door zijn vleselijke verblinding en des duivels verleiding, van de ene zware zonde in de andere.

Hertaald: een brief schreef aan Joab; Toen hij merkte dat zijn eerste voornemen, om zijn overspel te verbergen door Uria bij Bathseba te laten slapen, niet gelukt was, besluit hij de goede Uria op zo'n manier te laten ombrengen dat men, naar hij dacht, het beraming en de list niet zou merken; en zo valt hij, door zijn zinnelijke verblinding en de verleiding van de duivel, van de ene zware zonde in de andere.

2 Samuël 11 vers 15

zeggende Dat is, aldus, in dezer voege.

Hertaald: zeggende Dat is: aldus, op deze manier.

Stel Uria Hebreeuws, geef, breng

Hertaald: Stel Uria Hebreeuws: geef, breng.

vooraan Hebreeuws, tegenover het aangezicht des sterksten strijds; dat is, waar de kloekste en dapperste krijgslieden des vijands zijn, gelijk in vs.16 gezegd wordt, opdat hij, van u verlaten zijnde, zonder teil verslagen worde en omkome.

Hertaald: vooraan Hebreeuws: tegenover het aangezicht van de zwaarste strijd; dat is: waar de sterkste en dapperste strijders van de vijand zijn, zoals in vers 16 gezegd wordt, zodat hij, verlaten door u, zonder bescherming verslagen wordt en omkomt.

2 Samuël 11 vers 16

stad Namelijk, Rabba, die hij belegerd had; boven, vs.1.

Hertaald: stad Namelijk: Rabba, die hij belegerd had; hierboven, vers 1.

gelet had, Om te vernemen waar de belegerden hun kloekste krijgslieden mochten gebruiken, en om Uria tegen dezelve vooraan te stellen. Anders, wacht tegen de stad gesteld had.

Hertaald: gelet had, Om te achterhalen waar de belegerden hun sterkste strijders zouden inzetten, en om Uria daar tegenover te plaatsen. Anders: wacht tegen de stad had gesteld.

2 Samuël 11 vers 17

vielen er van het volk, Dat is, en werden sommigen doodgeslagen.

Hertaald: vielen er van het volk, Dat is: en sommigen werden gedood.

2 Samuël 11 vers 20

schieten? Met pijlen of andere krijgswapenen, gelijk te dien tijde gebruikelijk was. Zie vs.24.

Hertaald: schieten? Met pijlen of andere wapens, zoals in die tijd gebruikelijk was. Zie vers 24.

2 Samuël 11 vers 21

Jerubbéseth? Anders genoemd Jerubaäl; dat is, Gideon. Zie Richt. 7:1.

Hertaald: Jerubbéseth? Ook Jerubbaäl genoemd; dat is: Gideon. Zie Richt. 7:1.

2 Samuël 11 vers 23

Die mannen Van de belegerde stad Rabba.

Hertaald: Die mannen Van de belegerde stad Rabba.

zijn ons zeker te machtig geweest, Of, omdat de mannen [der stad] zich mannelijk, of dapperlijk tegen ons gedroegen, en tot ons in het veld uitkwamen, zo zijn wij, enz.

Hertaald: zijn ons zeker te machtig geweest, Of: omdat de mannen [van de stad] zich dapper gedroegen tegen ons en naar buiten kwamen in het veld, zijn wij, enzovoort.

poort Dat is, tot aan den ingang van de stadspoort toe hebben wij hen teruggedreven, zulks dat wij, door de hitte des strijds wat te na komende, sommigen van de onzen verloren hebben.

Hertaald: poort Dat is: tot aan de ingang van de stadspoort hebben wij hen teruggedreven, zodat wij, doordat wij door de hitte van de strijd te dicht op hen zaten, enkelen van de onzen verloren hebben.

2 Samuël 11 vers 25

Laat deze zaak Dat is, laat u dit niet mishagen, laat u het niet vreemd dunken.

Hertaald: Laat deze zaak Dat is: laat u dit niet mishagen, laat het u niet vreemd voorkomen.

zowel dezen als genen; Hebreeuws, na dat en na dit, of dezen; of alzo en aldus

Hertaald: zowel dezen als genen; Hebreeuws: naar dat en naar dit, of dezen; of: zo en zo.

versterk hem alzo David beveelt den bode, dat hij Joab aldus zal sterken en van des konings wege goeden moed geven. Deze historie wordt vervolgd 2 Sam. 12:26.

Hertaald: versterk hem alzo David draagt de bode op dat hij Joab zo zal bemoedigen en namens de koning goede moed zal geven. Deze geschiedenis wordt voortgezet in 2 Sam. 12:26.

2 Samuël 11 vers 26

heer Of, man. Vergelijk Gen. 20:3, en zie Ex. 21:3.

Hertaald: heer Of: man. Vergelijk Gen. 20:3, en zie Ex. 21:3.

2 Samuël 11 vers 27

nam haar in zijn huis; Hebreeuws, verzamelde haar. Zie Richt. 19:15.

Hertaald: nam haar in zijn huis; Hebreeuws: verzamelde haar. Zie Richt. 19:15.

was kwaad in de ogen des HEEREN Dat is, deze ganse handelwijze van David mishaagde den Heere zeer.

Hertaald: was kwaad in de ogen des HEEREN Dat is: deze hele handelwijze van David mishaagde de HEERE zeer.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Joab  — de HEERE is vader

De zoon van Davids zuster Zeruja, broer van Abisaï en Asaël, en Davids voornaamste legeroverste. Hier voor het eerst als zodanig genoemd, streed hij bij Gibeon tegen Abner, waarbij zijn broer Asaël sneuvelde (2 Sam. 2:12-23). Hij zou later Abner uit wraak vermoorden (2 Sam. 3:27) en Davids trouwste, maar ook meest onbuigzame en gewelddadige, legeroverste blijven tot aan Davids dood.

Bathseba  — dochter van de eed, of: dochter van zeven

De dochter van Eliam en vrouw van Uria de Hethiet. David zag haar baden vanaf zijn dak, liet haar halen en verwekte bij haar een kind; om zijn overspel te verbergen liet hij haar man Uria in de strijd sneuvelen en nam haar daarna tot vrouw (2 Sam. 11). Het eerste kind stierf als straf voor deze zonde, maar later baarde zij David ook Salomo, die haar zoon op de troon zou opvolgen dankzij haar tussenkomst bij David (1 Kon. 1).

Uria  — de HEERE is mijn licht

Een Hethiet, een van Davids dappere helden en de eerste man van Bathseba. Toen hij, teruggeroepen van het front, weigerde naar zijn huis te gaan uit solidariteit met zijn strijdmakkers in het veld, liet David hem via een brief aan Joab op het slagveld in de voorste linie plaatsen, waar hij sneuvelde — David verborg zo zijn overspel met Uria's vrouw door hem te laten vermoorden (2 Sam. 11:6-25).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Davids zonde met Bathséba en Uria  — David, gebleven te Jeruzalem terwijl zijn leger ten strijde is, ziet Bathséba, de vrouw van Uria, laat haar halen, en probeert vervolgens, wanneer zij zwanger blijkt, de zonde te verbergen door Uria's dood te bewerken: "deze zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEEREN" (2 Sam. 11:27)

Terwijl heel Israël onder Joab ten strijde is tegen Ammon, blijft David te Jeruzalem (2 Sam. 11:1). Hij ziet vanaf zijn dak Bathséba, de vrouw van Uria de Hethiet, een van zijn eigen dappere krijgsknechten, laat haar halen, en ligt bij haar (2 Sam. 11:2-4). Zij wordt zwanger (2 Sam. 11:5). David probeert dit te verbergen door Uria van het slagveld terug te roepen, in de hoop dat hij naar huis zal gaan — maar Uria, uit solidariteit met zijn strijdmakkers, weigert tot tweemaal toe (2 Sam. 11:6-13). Wanneer die list mislukt, stuurt David Uria terug naar het front met een brief aan Joab die zijn eigen doodvonnis bevat: hem vooraan te plaatsen in de zwaarste strijd en zich terug te trekken (2 Sam. 11:14-17). Uria sterft. David neemt Bathséba tot vrouw, na de gebruikelijke rouwtijd (2 Sam. 11:26-27). Het hoofdstuk sluit met het korte, zware oordeel van de verteller: "deze zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEEREN" (2 Sam. 11:27).

Bijbelse betekenis: Deze geschiedenis toont hoe één zonde de volgende voortbrengt: begeerte leidt tot overspel, overspel tot bedrog, en bedrog, wanneer het mislukt, tot moord — een reeks waarin elke volgende stap dieper gaat dan de vorige om de vorige te verbergen. Opmerkelijk is ook de plaats: David, de man die als koning juist op het slagveld had moeten zijn, is thuis, werkeloos, wanneer de verleiding komt. De HEERE Zelf velt in de laatste zin het vonnis over deze hele geschiedenis, zonder dat het verhaal zelf nog enig woord van verontschuldiging toevoegt.

Typologie: Wat hier gebeurt, is de bittere illustratie van wat Jakobus later als de vaste gang van zonde beschrijft: "een iegelijk wordt verzocht, als hij van zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt wordt. Daarna de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde; en de zonde voleindigd zijnde baart den dood" (Jak. 1:14-15).

2 Sam. 11:1-27; Jak. 1:14-15

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

2 Samuël 11

2 Samuël 11:1.Kruisverwijzingen1 Kronieken 20:11 Koningen 20:261 Koningen 20:222 Kronieken 36:10Deuteronomium 3:11Zacharia 14:32 Samuël 12:26Ezechiël 21:20
— En het geschiedde met de wederkomst van het jaar, ter tijde als de koningen uittrekken, dat David Joab, en zijn knechten met hem, en gans Israel henenzond, dat zij de kinderen Ammons verderven, en Rabba belegeren zouden. Doch David bleef te Jeruzalem.
David weigerde nooit ten strijde te gaan zolang hij door zijn tegenstander Saul benauwd werd. Zolang hij als een veldhoen op de bergen gejaagd wordt, is Davids karakter onbevlekt en zijn ijver zonder gelijke. Maar nu ligt een sluipender vijand in een hinderlaag.

Zolang de duivel ons aanvalt aan de rechterhand en aan de linkerhand, zullen wij nauwelijks kunnen rusten op de rustbank van de vleselijke gerustheid. De hond der hel houdt ons wakker door in onze oren te blaffen; maar wanneer hij ophoudt met huilen, worden onze oogleden zwaar, tenzij de goddelijke genade het verhoedt. Wanneer wij niet meer door woedende aanvallen uit de hel op onze knieën gedreven worden, dan zijn wij in gevaar.

Sommige verzoekingen komen tot de vlijtigen, maar alle verzoekingen vallen de ledigen aan.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Sommige verzoekingen komen tot de vlijtigen, maar alle verzoekingen vallen de ledigen aan.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content