Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadselen te verzoeken, te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, en kemelen, dragende specerijen en goud in menigte, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem al wat in haar hart was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En toen de koninginH4436 van SchebaH7614 het geruchtH8088 van SalomoH8010hoordeH8085, kwamH935 zij, om SalomoH8010 met raadselenH2420 te verzoekenH5254, te JeruzalemH3389, met een zeerH3966zwaarH3515heirH2428, en kemelenH1581, dragendeH5375specerijenH1314 en goudH2091 in menigteH7230, en kostelijkH3368gesteenteH68; en zij kwamH935totH413SalomoH8010, en sprakH1696metH5973 hem alH3605watH834 in haar hartH3824wasH1961.En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadselen te verzoeken, te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, en kemelen, dragende specerijen en goud in menigte, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem al wat in haar hart was.
KJVAnd when the queen1of Sheba2heard3of the fame5of Solomon,6she came7to prove8Solomon10with hard questions11at Jerusalem,12with a very15great14company,13and camels16that bare17spices,18and gold19in abundance,20and precious22stones:21and when she was come23to Solomon,25she communed26with him of all that was in her heart.33
1וּמַֽלְכַּתH4436koningin, koninginnenqueen2שְׁבָ֗אH7614Scheba, Sabeers, SebaSheba, Sabeans3שָֽׁמְעָה֮H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שֵׁ֣מַעH8088gerucht, tijding, gehoorbruit, fame, hear(-ing), loud, report, speech, tidings6שְׁלֹמֹה֒H8010SalomoSolomon7וַתָּב֣וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8לְנַסּוֹת֩H5254verzocht, verzoeken, verzochtenadventure, assay, prove, tempt, try9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁלֹמֹ֨הH8010SalomoSolomon11בְחִיד֜וֹתH2420raadsel, raadselen, duistere woordendark saying (sentence, speech), hard question, proverb, riddle12בִּירֽוּשָׁלִַ֗םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem13בְּחַ֣יִלH2428heir, kloeke, vermogenable, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily)14כָּבֵ֣דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick15מְאֹ֡דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well16וּ֠גְמַלִּיםH1581kemelen, kemels, kemelcamel17נֹשְׂאִ֨יםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield18בְּשָׂמִ֧יםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)19וְזָהָ֛בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather20לָרֹ֖בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)21וְאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)22יְקָרָ֑הH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation23וַתָּבוֹא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way24אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon26וַתְּדַבֵּ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work27עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)28אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)29כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)30אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection31הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use32עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)33לְבָבָֽהּH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding
2En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En SalomoH8010verklaardeH5046 haar alH3605 haar woordenH1697; en geenH3808dingH1697 was er verborgenH5956 voor SalomoH8010, datH834 hij haar nietH3808verklaardeH5046.En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde.
KJVAnd Solomon3told1her all her questions:6and there was nothing hid8from Solomon10which he told13her not.
1וַיַּגֶּדH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2לָ֥הּ3שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דְּבָרֶ֑יהָH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8נֶעְלַ֤םH5956verborgen, verbergen, verbergt[idiom] any ways, blind, dissembler, hide (self), secret (thing)9דָּבָר֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10מִשְּׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon11אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לֹ֦אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הִגִּ֖ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter14לָֽהּ
3Als nu de koningin van Scheba zag de wijsheid van Salomo, en het huis, dat hij gebouwd had,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Als nu de koninginH4436 van SchebaH7614zagH7200 de wijsheidH2451 van SalomoH8010, en het huisH1004, datH834 hij gebouwdH1129 had,Als nu de koningin van Scheba zag de wijsheid van Salomo, en het huis, dat hij gebouwd had,
KJVAnd when the queen2of Sheba3had seen1the wisdom5of Solomon,6and the house7that he had built,9
1וַתֵּ֨רֶא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2מַֽלְכַּתH4436koningin, koninginnenqueen3שְׁבָ֔אH7614Scheba, Sabeers, SebaSheba, Sabeans4אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5חָכְמַ֣תH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit6שְׁלֹמֹ֑הH8010SalomoSolomon7וְהַבַּ֖יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בָּנָֽהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely
4En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En de spijzeH3978 zijner tafelH7979, en het zittenH4186 zijner knechtenH5650, en het staanH4612 zijner dienarenH8334, en hun kledingenH4403, en zijn schenkersH8248, en hun kledingenH4403, en zijn opgangH5944, waardoorH834 hij opgingH5927 in het huisH1004 des HEERENH3068, zo wasH1961 in haar geenH3808geestH7307meerH5750.En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
KJVAnd the meat1of his table,2and the sitting3of his servants,4and the attendance5of his ministers,6and their apparel;7his cupbearersalso, and their apparel;9and his ascent10by which he went up12into the house13of the LORD;14there was no more spirit19in her.
1וּמַאֲכַ֣לH3978spijze, spijs, Spijzefood, fruit, (bake-)meat(-s), victual2שֻׁלְחָנ֡וֹH7979tafel, tafelen, tafelstable3וּמוֹשַׁ֣בH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning4עֲבָדָיו֩H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5וּמַעֲמַ֨דH4612staan, standplaats, standattendance, office, place, state6מְשָׁרְתָ֜יוH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on7וּמַלְבּֽוּשֵׁיהֶ֗םH4403kleding, kledingen, gewaadapparel, raiment, vestment8וּמַשְׁקָיו֙H4945drank, drinkvaten, bevochtigdebutler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered9וּמַלְבּ֣וּשֵׁיהֶ֔םH4403kleding, kledingen, gewaadapparel, raiment, vestment10וַעֲלִיָּת֔וֹH5944opperzaal, opperzalen, opperkamerascent, (upper) chamber, going up, loft, parlour11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12יַעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16הָ֥יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)18בָּ֖הּ19רֽוּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
5En zij zeide tot den koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En zij zeideH559totH413 den koningH4428: Het is een waarachtigH571woordH1697 geweest, datH834 ik in mijn landH776gehoordH8085 heb, van uw zakenH1697 en van uw wijsheidH2451.En zij zeide tot den koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
KJVAnd she said1to the king,3It was a true4report5which I heard7in mine own land8of thine acts,10and of thy wisdom:12
1וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal4אֱמֶת֙H571waarheid, trouw, waarachtigassured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity5הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7שָׁמַ֖עְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8בְּאַרְצִ֑יH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10דְּבָרֶ֖יךָH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12חָכְמָתֶֽךָH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit
6En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid uwer wijsheid is mij niet aangezegd; gij hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En ik heb hun woordenH1697nietH3808geloofdH539, totdatH5704 ik gekomenH935 ben, en mijn ogenH5869datH834gezienH7200 hebben; en zieH2009, de helftH2677 van de grootheidH4768 uwer wijsheidH2451 is mij nietH3808aangezegdH5046; gij hebt overtroffenH3254 het geruchtH8052, datH834 ik gehoordH8085 heb.En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid uwer wijsheid is mij niet aangezegd; gij hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
KJVHowbeit I believed2not their words,3until I came,6and mine eyes8had seen7it: and, behold, the one half13of the greatness14of thy wisdom15was not told11me: for thou exceedest16the fame18that I heard.20
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2הֶאֱמַ֣נְתִּיH539getrouw, geloven, geloofdhence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right3לְדִבְרֵיהֶ֗םH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4עַ֤דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6בָּ֨אתִי֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7וַתִּרְאֶ֣ינָהH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8עֵינַ֔יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)9וְהִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see10לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11הֻגַּדH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter12לִ֔י13חֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts14מַרְבִּ֣יתH4768menigte, grootheid, overwinstgreatest part, greatness, increase, multitude15חָכְמָתֶ֑ךָH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit16יָסַ֕פְתָּH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הַשְּׁמוּעָ֖הH8052gerucht, tijding, gehoordbruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20שָׁמָֽעְתִּיH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness
7Welgelukzalig zijn uw mannen, en welgelukzalig deze uw knechten, die geduriglijk voor uw aangezicht staan, en uw wijsheid horen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7WelgelukzaligH835 zijn uw mannenH582, en welgelukzaligH835 deze uw knechtenH5650, die geduriglijkH8548 voor uw aangezichtH6440staanH5975, en uw wijsheidH2451horenH8085.Welgelukzalig zijn uw mannen, en welgelukzalig deze uw knechten, die geduriglijk voor uw aangezicht staan, en uw wijsheid horen.
KJVHappy1are thy men,and happy3are these thy servants,4which stand6continually8before7thee, and hear9thy wisdom.11
1אַשְׁרֵ֣יH835Welgelukzalig, welgelukzalig, gelukzaligblessed, happy2אֲנָשֶׁ֔יךָH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3וְאַשְׁרֵ֖יH835Welgelukzalig, welgelukzalig, gelukzaligblessed, happy4עֲבָדֶ֣יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)6הָעֹמְדִ֤יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry7לְפָנֶ֨יךָ֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8תָּמִ֔ידH8548geduriglijk, gedurig, gedurigealway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual9וְשֹׁמְעִ֖יםH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11חָכְמָתֶֽךָH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
8Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u gehad heeft, om u op Zijn troon, den HEERE, uw God, tot een koning te zetten; overmits uw God Israel bemint, om hetzelve tot in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8GeloofdH1288zijH1961 de HEEREH3068, uw GodH430, DieH834behagenH2654 in u gehad heeft, om u op Zijn troonH3678, den HEEREH3068, uw GodH430, tot een koningH4428 te zettenH5414; overmits uw GodH430IsraelH3478bemintH160, om hetzelve tot in eeuwigheidH5769 op te richten, zo heeft Hij u tot een koningH4428overH5921 hen gesteldH5414, om rechtH4941 en gerechtigheidH6666 te doenH6213.Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u gehad heeft, om u op Zijn troon, den HEERE, uw God, tot een koning te zetten; overmits uw God Israel bemint, om hetzelve tot in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
KJVBlessed4be the LORD2thy God,3which delighted6in thee to set8thee on his throne,10to be king11for the LORD12thy God:13because thy God15loved14Israel,17to establish18them for ever,19therefore made20he thee king22over them, to do23judgment24and justice.25
1יְהִ֨יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֨יךָ֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4בָּר֔וּךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6חָפֵ֣ץH2654lust, welbehagen, behaagt[idiom] any at all, (have, take) delight, desire, favour, like, move, be (well) pleased, have pleasure, will, would7בְּךָ֗8לְתִתְּךָ֤H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10כִּסְאוֹ֙H3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne11לְמֶ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal12לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֶ֑יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14בְּאַהֲבַ֨תH160liefde, liefhad, bemintlove15אֱלֹהֶ֤יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17יִשְׂרָאֵל֙H3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael18לְהַעֲמִיד֣וֹH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry19לְעוֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)20וַיִּתֶּנְךָ֤H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield21עֲלֵיהֶם֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22לְמֶ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal23לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use24מִשְׁפָּ֥טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong25וּצְדָקָֽהH6666gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheidjustice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness)
9En zij gaf de koning honderd en twintig talenten gouds, en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was gelijk deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, geen geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En zij gafH5414 de koningH4428honderdH3967 en twintigH6242talentenH3603goudsH2091, en specerijenH1314 in groteH3966menigteH7230, en kostelijkH3368gesteenteH68; en er wasH1961 gelijk deze specerijH1314, die de koninginH4436 van SchebaH7614 den koningH4428SalomoH8010gafH5414, geenH3808 geweest.En zij gaf de koning honderd en twintig talenten gouds, en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was gelijk deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, geen geweest.
KJVAnd she gave1the king2an hundred3and twenty4talents5of gold,6and of spices7great9abundance,8and precious11stones:10neither was there any such spice14as the queen18of Sheba19gave17king20Solomon.21
1וַתִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לַמֶּ֜לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3מֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore4וְעֶשְׂרִ֣יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)5כִּכַּ֣רH3603talenten, talent, vlakteloaf, morsel, piece, plain, talent6זָהָ֗בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7וּבְשָׂמִ֛יםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)8לָרֹ֥בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)9מְאֹ֖דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well10וְאֶ֣בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)11יְקָרָ֑הH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation12וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13הָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14כַּבֹּ֣שֶׂםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)15הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who16אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17נָתְנָ֥הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18מַֽלְכַּתH4436koningin, koninginnenqueen19שְׁבָ֖אH7614Scheba, Sabeers, SebaSheba, Sabeans20לַמֶּ֥לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal21שְׁלֹמֹֽהH8010SalomoSolomon
10Verder ook Hurams knechten, en Salomo's knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout en edelgesteente.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Verder ookH1571HuramsH2361knechtenH5650, en SalomoH8010's knechtenH5650, dieH834goudH2091brachtenH935 uit OfirH211, brachtenH935algummimhoutH418 en edelgesteenteH3368.Verder ook Hurams knechten, en Salomo's knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout en edelgesteente.
KJVAnd the servants2also of Huram,3and the servants4of Solomon,5which brought7gold8from Ophir,9brought10algum12trees11and precious14stones.13
1וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2עַבְדֵ֤יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3חוּרָם֙H2361Huram, HuramsHuram. Compare H2438 (חִירָם)4וְעַבְדֵ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant5שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon6אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7הֵבִ֥יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9מֵאוֹפִ֑ירH211OfirOphir10הֵבִ֛יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11עֲצֵ֥יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood12אַלְגּוּמִּ֖יםH418algummimhoutalgum (trees)13וְאֶ֥בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)14יְקָרָֽהH3368kostelijk, kostelijke, edelgesteentebrightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation
11En de koning maakte van dat algummimhout hoge gangen tot het huis des HEEREN en tot het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers; desgelijks ook was te voren in het land van Juda niet geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En de koningH4428maakteH6213 van dat algummimhoutH418 hoge gangenH4546 tot het huisH1004 des HEERENH3068 en tot het huisH1004 des koningsH4428, mitsgaders harpenH3658 en luitenH5035 voor de zangersH7891; desgelijks ook was te vorenH6440 in het landH776 van JudaH3063nietH3808 geweest.En de koning maakte van dat algummimhout hoge gangen tot het huis des HEEREN en tot het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers; desgelijks ook was te voren in het land van Juda niet geweest.
KJVAnd the king2made1of the algum5trees4terraces6to the house7of the LORD,8and to the king's10palace,9and harps11and psalteries12for singers:13and there were none such16seen15before17in the land18of Judah.19
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַ֠מֶּלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4עֲצֵ֨יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood5הָֽאַלְגּוּמִּ֜יםH418algummimhoutalgum (trees)6מְסִלּ֤וֹתH4546hogen weg, baan, straatcauseway, course, highway, path, terrace7לְבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9וּלְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11וְכִנֹּר֥וֹתH3658harp, harpenharp12וּנְבָלִ֖יםH5035luiten, luit, flessenbottle, pitcher, psaltery, vessel, viol13לַשָּׁרִ֑יםH7891zangers, zingen, Zingtbehold (by mistake for H7789 (שׁוּר)), sing(-er, -ing man, -ing woman)14וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נִרְא֥וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16כָהֵ֛םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye17לְפָנִ֖יםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
12En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde, behalve hetgeen zij tot den koning gebracht had; zo keerde zij, en toog naar haar land, zij en haar knechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de koningH4428SalomoH8010gafH5414 de koninginH4436 van SchebaH7614alH3605 haar behagenH2656, watH834 zij begeerdeH7592, behalve hetgeenH834 zij tot den koningH4428gebrachtH935 had; zo keerdeH2015 zij, en toogH3212 naar haar landH776, zijH1931 en haar knechtenH5650.En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde, behalve hetgeen zij tot den koning gebracht had; zo keerde zij, en toog naar haar land, zij en haar knechten.
KJVAnd king1Solomon2gave3to the queen4of Sheba5all her desire,8whatsoever she asked,10beside that which she had brought13unto the king.15So she turned,16and went away17to her own land,18she and her servants.20
1וְהַמֶּ֨לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2שְׁלֹמֹ֜הH8010SalomoSolomon3נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לְמַֽלְכַּתH4436koningin, koninginnenqueen5שְׁבָ֗אH7614Scheba, Sabeers, SebaSheba, Sabeans6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8חֶפְצָהּ֙H2656lust, voornemen, welbehagenacceptable, delight(-some), desire, things desired, matter, pleasant(-ure), purpose, willingly9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10שָׁאָ֔לָהH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish11מִלְּבַ֖דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13הֵבִ֣יאָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal16וַֽתַּהֲפֹ֛ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)17וַתֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak18לְאַרְצָ֖הּH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19הִ֥יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who20וַעֲבָדֶֽיהָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
13Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam, was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Het gewichtH4948 nu van het goudH2091, datH834 voor SalomoH8010 op eenH259jaarH8141inkwamH935, wasH1961zeshonderdH8337zesH8337 en zestigH8346talentenH3603goudsH2091;Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam, was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;
14Behalve dat zij van de kramers en de kooplieden inbrachten; ook brachten alle koningen van Arabie, en de vorsten deszelven lands, goud en zilver aan Salomo.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Behalve dat zij van de kramersH582 en de koopliedenH5503inbrachtenH935; ook brachtenH935alleH3605koningenH4428 van ArabieH6152, en de vorstenH6346 deszelven landsH776, goudH2091 en zilverH3701 aan SalomoH8010.Behalve dat zij van de kramers en de kooplieden inbrachten; ook brachten alle koningen van Arabie, en de vorsten deszelven lands, goud en zilver aan Salomo.
KJVBeside that which chapmen3and merchants4brought.5And all the kings7of Arabia8and governors9of the country10brought11gold12and silver13to Solomon.14
1לְבַ֞דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength2מֵאַנְשֵׁ֧יH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הַתָּרִ֛יםH8446verspieden, verspied, speurenchap(-man), sent to descry, be excellent, merchant(-man), search (out), seek, (e-) spy (out)4וְהַסֹּחֲרִ֖יםH5503kooplieden, koophandel, handelaarsgo about, merchant(-man), occupy with, pant, trade, traffick5מְבִיאִ֑יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מַלְכֵ֤יH4428koning, konings, koningenking, royal8עֲרַב֙H6152ArabieArabia9וּפַח֣וֹתH6346landvoogden, vorst, vorstencaptain, deputy, governor10הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11מְבִיאִ֛יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather13וָכֶ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)14לִשְׁלֹמֹֽהH8010SalomoSolomon
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Daartoe maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen van geslagen goud liet hij opwegen tot elke rondas.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daartoe maakteH6213 de koningH4428SalomoH8010tweehonderdH3967rondassenH6793 van geslagenH7820goudH2091; zeshonderdH8337 sikkelen van geslagenH7820goudH2091 liet hij opwegenH5927 tot elke rondasH6793.Daartoe maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen van geslagen goud liet hij opwegen tot elke rondas.
KJVAnd king2Solomon3made1two hundred4targets5of beaten7gold:6six8hundred9shekels of beaten11gold10went12to one15target.14
1וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֛הH8010SalomoSolomon4מָאתַ֥יִםH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore5צִנָּ֖הH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target6זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7שָׁח֑וּטH7820geslagenbeat8שֵׁ֤שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth9מֵאוֹת֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather11שָׁח֔וּטH7820geslagenbeat12יַעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הַצִּנָּ֥הH6793rondas, rondassen, hakenbuckler, cold, hook, shield, target15הָאֶחָֽתH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
16Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; driehonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van den Libanon.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Insgelijks driehonderdH7969schildenH4043 van geslagenH7820goudH2091; driehonderdH7969 sikkelen goudsH2091 liet hij opwegenH5927 tot elk schildH4043; en de koningH4428 legde ze in het huisH1004 des woudsH3293 van den LibanonH3844.Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; driehonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van den Libanon.
Ook in dit vers
leideH5414
KJVAnd three1hundred2shields3made he of beaten5gold:4three6hundred7shekels of gold8went9to one12shield.11And the king14put13them in the house15of the forest16of Lebanon.17
1וּשְׁלֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)2מֵא֤וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore3מָֽגִנִּים֙H4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield4זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5שָׁח֔וּטH7820geslagenbeat6שְׁלֹ֤שׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7מֵאוֹת֙H3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore8זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather9יַעֲלֶ֖הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַמָּגֵ֣ןH4043schild, Schild, schilden[idiom] armed, buckler, defence, ruler, [phrase] scale, shield12הָאֶחָ֑תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,13וַיִּתְּנֵ֣םH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14הַמֶּ֔לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal15בְּבֵ֖יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16יַ֥עַרH3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood17הַלְּבָנֽוֹןH3844LibanonLebanon
17Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met louter goud.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Nog maakteH6213 de koningH4428 een grotenH1419elpenbenenH8127troonH3678, en hij overtoogH6823 denzelven met louterH2889goudH2091.Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met louter goud.
KJVMoreover the king2made1a great5throne3of ivory,4and overlaid6it with pure8gold.7
18En de troon had zes trappen en een voetbank van goud, aan den troon vast zijnde, en leuningen aan beide zijden, tot de zitplaats toe; en twee leeuwen stonden bij de leuningen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En de troonH3678 had zesH8337trappenH4609 en een voetbankH3534 van goudH2091, aan den troonH3678vastH270 zijnde, en leuningenH3027 aan beideH4480zijdenH4480, tot de zitplaatsH4725 toe; en tweeH8147leeuwenH738stondenH5975 bij de leuningenH3027.En de troon had zes trappen en een voetbank van goud, aan den troon vast zijnde, en leuningen aan beide zijden, tot de zitplaats toe; en twee leeuwen stonden bij de leuningen.
KJVAnd there were six1steps2to the throne,3with a footstool4of gold,5which were fastened7to the throne,6and stays8on each side of the sitting13place,12and two14lions15standing16by17the stays:18
1וְשֵׁ֣שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2מַעֲל֣וֹתH4609Hammaaloth, trappen, gradenthings that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story3לַ֠כִּסֵּאH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne4וְכֶ֨בֶשׁH3534voetbankfootstool5בַּזָּהָ֤בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather6לַכִּסֵּא֙H3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne7מָאֳחָזִ֔יםH270bevangen, vast, bezitters[phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion)8וְיָד֛וֹתH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves9מִזֶּ֥הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וּמִזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מְק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13הַשָּׁ֑בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry14וּשְׁנַ֣יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two15אֲרָי֔וֹתH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)16עֹמְדִ֖יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry17אֵ֥צֶלH681bij, naast, nevensat, (hard) by, (from) (beside), near (unto), toward, with. See also H1018 (בֵּית הָאֵצֶל)18הַיָּדֽוֹתH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19En twaalf leeuwen stonden daar aan beide zijden, op de zes trappen; desgelijks is in geen koninkrijk gemaakt geweest.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En twaalfH8147leeuwenH738stondenH5975daarH8033 aan beideH4480zijdenH4480, op de zesH8337trappenH4609; desgelijks is in geenH3808koninkrijkH4467gemaaktH6213 geweest.En twaalf leeuwen stonden daar aan beide zijden, op de zes trappen; desgelijks is in geen koninkrijk gemaakt geweest.
KJVAnd twelve1lions3stood4there on the one side and on the other upon the six7steps.8There was not the like made12in any kingdom.15
1וּשְׁנֵ֧יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two2עָשָׂ֣רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)3אֲרָי֗וֹתH738leeuw, leeuwen, leeuws(young) lion, [phrase] pierce (from the margin)4עֹמְדִ֥יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5שָׁ֛םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7שֵׁ֥שׁH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth8הַֽמַּעֲל֖וֹתH4609Hammaaloth, trappen, gradenthings that come up, (high) degree, deal, go up, stair, step, story9מִזֶּ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10וּמִזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12נַעֲשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you14לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15מַמְלָכָֽהH4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
20Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van den Libanon waren van gesloten goud; het zilver was in de dagen van Salomo niet voor iets geacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Ook waren alleH3605drinkvatenH4945 van den koningH4428SalomoH8010 van goudH2091, en alleH3605vatenH3627 van het huisH1004 des woudsH3293 van den LibanonH3844 waren van geslotenH5462goudH2091; het zilverH3701 was in de dagenH3117 van SalomoH8010nietH369 voor ietsH3972geachtH2803.Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van den Libanon waren van gesloten goud; het zilver was in de dagen van Salomo niet voor iets geacht.
KJVAnd all the drinking3vessels2of king4Solomon5were of gold,6and all the vessels8of the house9of the forest10of Lebanon11were of pure13gold:12none were of silver;15it was not any19thing accounted16of in the days17of Solomon.18
1וְ֠כֹלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2כְּלֵ֞יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever3מַשְׁקֵ֨הH4945drank, drinkvaten, bevochtigdebutler(-ship), cupbearer, drink(-ing), fat pasture, watered4הַמֶּ֤לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal5שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon6זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather7וְכֹ֗לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8כְּלֵ֛יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever9בֵּֽיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10יַ֥עַרH3293woud, wouds, wouden(honey-) comb, forest, wood11הַלְּבָנ֖וֹןH3844LibanonLebanon12זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather13סָג֑וּרH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly14אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15כֶּ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)16נֶחְשָׁ֛בH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think17בִּימֵ֥יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon19לִמְאֽוּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing
21Want des konings schepen voeren naar Tharsis, met de knechten van Huram; eens in drie jaren kwamen de schepen van Tharsis in, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21WantH3588 des koningsH4428schepenH591voerenH1980 naar TharsisH8659, metH5973 de knechtenH5650 van HuramH2361; eens in drieH7969jarenH8141kwamenH935 de schepenH591 van TharsisH8659 in, brengendeH5375goudH2091, en zilverH3701, elpenbeenH8143, en apenH6971, en pauwenH8500.Want des konings schepen voeren naar Tharsis, met de knechten van Huram; eens in drie jaren kwamen de schepen van Tharsis in, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
KJVFor the king's3ships2went4to Tarshish5with the servants7of Huram:8every three10years11once9came12the ships13of Tarshish14bringing15gold,16and silver,17ivory,18and apes,19and peacocks.20
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֳנִיּ֤וֹתH591schepen, schipship(-men)3לַמֶּ֨לֶךְ֙H4428koning, konings, koningenking, royal4הֹלְכ֣וֹתH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl5תַּרְשִׁ֔ישׁH8659Tarsis, Tharsis, TharsisaTarshish, Tharshish6עִ֖םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7עַבְדֵ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8חוּרָ֑םH2361Huram, HuramsHuram. Compare H2438 (חִירָם)9אַחַת֩H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10לְשָׁל֨וֹשׁH7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)11שָׁנִ֜יםH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)12תָּב֣וֹאנָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֳנִיּ֣וֹתH591schepen, schipship(-men)14תַּרְשִׁ֗ישׁH8659Tarsis, Tharsis, TharsisaTarshish, Tharshish15נֹֽשְׂאוֹת֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield16זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather17וָכֶ֔סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)18שֶׁנְהַבִּ֥יםH8143elpenbeenivory19וְקוֹפִ֖יםH6971apenape20וְתוּכִּיִּֽיםH8500pauwenpeacock
22Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde in rijkdom en wijsheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Alzo werd de koningH4428SalomoH8010groterH1431 dan alleH3605koningenH4428 der aardeH776 in rijkdomH6239 en wijsheidH2451.Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde in rijkdom en wijsheid.
KJVAnd king2Solomon3passed1all the kings5of the earth6in riches7and wisdom.8
1וַיִּגְדַּל֙H1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon4מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal6הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7לְעֹ֖שֶׁרH6239rijkdom, rijkdoms, Rijkdom[idiom] far (richer), riches8וְחָכְמָֽהH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit
23En alle koningen der aarde zochten Salomo's aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En alleH3605koningenH4428 der aardeH776zochtenH1245SalomoH8010's aangezichtH6440, om zijn wijsheidH2451 te horenH8085, dieH834GodH430 in zijn hartH3820gegevenH5414 had.En alle koningen der aarde zochten Salomo's aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
KJVAnd all the kings2of the earth3sought4the presence6of Solomon,7to hear8his wisdom,10that God13had put12in his heart.14
1וְכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מַלְכֵ֣יH4428koning, konings, koningenking, royal3הָאָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4מְבַקְשִׁ֖יםH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7שְׁלֹמֹ֑הH8010SalomoSolomon8לִשְׁמֹ֨עַ֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10חָכְמָת֔וֹH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12נָתַ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14בְּלִבּֽוֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
24En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, harnas, en specerijen, paarden, en muilezelen, van elk van jaar tot jaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En zijH1992brachtenH935 een iederH376 zijn geschenkH4503, zilverenH3701vatenH3627, en goudenH2091vatenH3627, en klederenH8008, harnasH5402, en specerijenH1314, paardenH5483, en muilezelenH6505, van elk van jaarH8141 tot jaarH8141.En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, harnas, en specerijen, paarden, en muilezelen, van elk van jaar tot jaar.
25Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Ook had SalomoH8010vierH702duizendH505paardenstallenH723, en wagenenH4818, en twaalfH8147duizendH505ruiterenH6571; en hij legde ze in de wagenstedenH7393, en bijH5973 den koningH4428 te JeruzalemH3389.Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.
Ook in dit vers
leideH3240
KJVAnd Solomon2had four3thousand4stalls5for horses6and chariots,7and twelve8thousand10horsemen;11whom he bestowed12in the chariot14cities,13and with the king16at Jerusalem.17
1וַיְהִ֨יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לִשְׁלֹמֹ֜הH8010SalomoSolomon3אַרְבַּעַת֩H702vier, vierhonderd, veertienfour4אֲלָפִ֨יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand5אֻֽרְי֤וֹתH723paardenstallen, stallenstall6סוּסִים֙H5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)7וּמַרְכָּב֔וֹתH4818wagen, wagenen, wagenschariot. See also H1024 (בֵּית הַמַּרְכָּבוֹת)8וּשְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)10אֶ֖לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand11פָּרָשִׁ֑יםH6571ruiteren, ruiters, paardenhorseman12וַיַּנִּיחֵם֙H3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)13בְּעָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14הָרֶ֔כֶבH7393wagenen, wagen, wagenschariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon15וְעִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)16הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal17בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
26En hij heerste over alle koningen, van de rivier tot aan het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En hij heersteH1961 over alleH3605koningenH4428, vanH4480 de rivierH5104 tot aanH5704 het landH776 der FilistijnenH6430, en totH5704 aan de landpaleH1366 van EgypteH4714.En hij heerste over alle koningen, van de rivier tot aan het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte.
KJVAnd he reigned2over all the kings4from the river6even unto the land8of the Philistines,9and to the border11of Egypt.12
1וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2מוֹשֵׁ֖לH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הַמְּלָכִ֑יםH4428koning, konings, koningenking, royal5מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with6הַנָּהָר֙H5104rivier, rivieren, stromenflood, river7וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world9פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine10וְעַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11גְּב֥וּלH1366landpale, landpalen, palenborder, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space12מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
27Ook maakte de koning het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Ook maakte de koningH4428 het zilverH3701 in JeruzalemH3389 te zijn als stenenH68, en de cederenH730 maakte hij te zijn als de wilde vijgebomenH8256, dieH834 in de laagteH8219 zijn, in menigteH7230.Ook maakte de koning het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.
KJVAnd the king2made1silver4in Jerusalem5as stones,6and cedar trees8made9he as the sycomore trees10that are in the low plains12in abundance.13
1וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2הַמֶּ֧לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַכֶּ֛סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5בִּירוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6כָּאֲבָנִ֑יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)7וְאֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָאֲרָזִ֗יםH730cederen, ceder, cederenhoutcedar (tree)9נָתַ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10כַּשִּׁקְמִ֥יםH8256wilde vijgebomen, wilde vijgensycamore (fruit, tree)11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12בַּשְּׁפֵלָ֖הH8219laagte, laagtenlow country, (low) plain, vale(-ley)13לָרֹֽבH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)
28En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en uit al die landen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En zij brachtenH3318 voor SalomoH8010paardenH5483 uit EgypteH4714, en uit alH3605 die landenH776.En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en uit al die landen.
KJVAnd they brought1unto Solomon4horses2out of Egypt,3and out of all lands.6
1וּמוֹצִיאִ֨יםH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2סוּסִ֧יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)3מִמִּצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim4לִשְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon5וּמִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הָאֲרָצֽוֹתH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
29Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, der eerste en der laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, den profeet, en in de profetie van Ahia, den Siloniet, en in de gezichten van Jedi, den ziener, aangaande Jerobeam, den zoon van Nebat?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Het overigeH7605 nu der geschiedenissenH1697 van SalomoH8010, der eersteH7223 en der laatsteH314, zijn dieH1992nietH3808geschrevenH3789 in de woordenH1697 van NathanH5416, den profeetH5030, en in de profetieH5016 van AhiaH281, den SilonietH7888, en in de gezichtenH2378 van JediH3260, den zienerH2374, aangaande JerobeamH3379, den zoonH1121 van NebatH5028?Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, der eerste en der laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, den profeet, en in de profetie van Ahia, den Siloniet, en in de gezichten van Jedi, den ziener, aangaande Jerobeam, den zoon van Nebat?
KJVNow the rest1of the acts2of Solomon,3first4and last,5are they not written8in the book10of Nathan11the prophet,12and in the prophecy14of Ahijah15the Shilonite,16and in the visions17of Iddo18the seer19against Jeroboam21the son22of Nebat?23
1וּשְׁאָר֙H7605overblijfsel, overige, overgebleven[idiom] other, remnant, residue, rest2דִּבְרֵ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon4הָרִאשֹׁנִ֖יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past5וְהָאֲחֲרוֹנִ֑יםH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most6הֲלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7הֵ֣םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye8כְּתוּבִ֗יםH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10דִּבְרֵי֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11נָתָ֣ןH5416NathanNathan12הַנָּבִ֔יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet13וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14נְבוּאַ֞תH5016profetieprophecy15אֲחִיָּ֣הH281AhiaAhiah, Ahijah16הַשִּֽׁילוֹנִ֗יH7888Siloniet, SilonietenShilonite17וּבַחֲזוֹת֙H2378gezichtenvision18יֶעְדּ֣וֹH3260JediIddo (from the margin) See H3035 (יִדּוֹ)19הַחֹזֶ֔הH2374ziener, zieners, zienagreement, prophet, see that, seer, (star-) gazer20עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21יָרָבְעָ֖םH3379Jerobeam, Jerobeams, jerobeamJeroboam22בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth23נְבָֽטH5028NebatNebat
30En Salomo regeerde te Jeruzalem over gans Israel, veertig jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30En SalomoH8010regeerdeH4427 te JeruzalemH3389overH5921gansH3605IsraelH3478, veertigH705jarenH8141.En Salomo regeerde te Jeruzalem over gans Israel, veertig jaren.
KJVAnd Solomon2reigned1in Jerusalem3over all Israel6forty7years.8
1וַיִּמְלֹ֨ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely2שְׁלֹמֹ֧הH8010SalomoSolomon3בִֽירוּשָׁלִַ֛םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty8שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
31En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad zijns vaders Davids; en zijn zoon Rehabeam werd koning in zijn plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En SalomoH8010ontsliepH7901metH5973 zijn vaderenH1, en zij begroevenH6912 hem in de stadH5892 zijns vadersH1DavidsH1732; en zijn zoonH1121RehabeamH7346 werd koningH4427 in zijn plaatsH8478.En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad zijns vaders Davids; en zijn zoon Rehabeam werd koning in zijn plaats.
KJVAnd Solomon2slept1with his fathers,4and he was buried5in the city6of David7his father:8and Rehoboam10his son11reigned9in his stead.
1וַיִּשְׁכַּ֤בH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon3עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4אֲבֹתָ֔יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5וַֽיִּקְבְּרֻ֔הוּH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6בְּעִ֖ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid8אָבִ֑יוH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וַיִּמְלֹ֛ךְH4427koning, regeerde, regerenconsult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely10רְחַבְעָ֥םH7346RehabeamRehoboam11בְּנ֖וֹH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12תַּחְתָּֽיוH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 9:1— En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadselen te verzoeken, te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, en kemelen, dragende specerijen en goud in menigte, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem al wat in haar hart was.Mattheüs 12:42→Lukas 11:31→1 Koningen 10:1→2 Kronieken 9:9→Genesis 10:7→1 Koningen 4:31→Mattheüs 13:35→2 Kronieken 1:12→
2 Kronieken 9:2— En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde.Markus 4:11→Johannes 15:15→Markus 4:34→Kolossenzen 2:3→Jakobus 1:5→1 Koningen 3:12→Spreuken 13:20→Spreuken 18:4→
2 Kronieken 9:3— Als nu de koningin van Scheba zag de wijsheid van Salomo, en het huis, dat hij gebouwd had,2 Kronieken 3:1→1 Koningen 10:3→1 Koningen 6:1→Handelingen 11:23→
2 Kronieken 9:4— En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.1 Kronieken 9:18→Nehemia 1:11→Ezechiël 46:2→Psalmen 119:81→Ezechiël 44:3→2 Kronieken 23:13→Daniël 10:17→Lukas 12:37→
2 Kronieken 9:5— En zij zeide tot den koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.1 Koningen 10:6→
2 Kronieken 9:6— En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid uwer wijsheid is mij niet aangezegd; gij hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.1 Koningen 10:7→1 Johannes 3:2→2 Kronieken 9:5→Zacharia 9:17→1 Korinthe 2:9→Psalmen 31:19→Hooglied 5:9→Johannes 20:25→
2 Kronieken 9:7— Welgelukzalig zijn uw mannen, en welgelukzalig deze uw knechten, die geduriglijk voor uw aangezicht staan, en uw wijsheid horen.Psalmen 84:10→1 Koningen 10:8→Psalmen 27:4→Lukas 11:28→Spreuken 8:34→Spreuken 10:21→Spreuken 13:20→Spreuken 3:3→
2 Kronieken 9:8— Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u gehad heeft, om u op Zijn troon, den HEERE, uw God, tot een koning te zetten; overmits uw God Israel bemint, om hetzelve tot in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.2 Kronieken 2:11→1 Kronieken 29:23→Deuteronomium 7:8→Psalmen 18:19→2 Korinthe 9:12→1 Koningen 3:28→Spreuken 21:3→1 Kronieken 28:5→
2 Kronieken 9:9— En zij gaf de koning honderd en twintig talenten gouds, en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was gelijk deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, geen geweest.2 Kronieken 9:1→Exodus 30:34→Psalmen 72:10→1 Koningen 10:10→2 Kronieken 9:24→Psalmen 72:15→1 Koningen 9:14→Genesis 43:11→
2 Kronieken 9:10— Verder ook Hurams knechten, en Salomo's knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout en edelgesteente.2 Kronieken 8:18→1 Koningen 10:11→1 Koningen 9:27→1 Koningen 10:22→
2 Kronieken 9:11— En de koning maakte van dat algummimhout hoge gangen tot het huis des HEEREN en tot het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers; desgelijks ook was te voren in het land van Juda niet geweest.1 Koningen 10:12→Openbaring 5:8→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 23:5→Psalmen 92:1→Psalmen 150:3→
2 Kronieken 9:12— En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde, behalve hetgeen zij tot den koning gebracht had; zo keerde zij, en toog naar haar land, zij en haar knechten.1 Koningen 10:13→Efeze 3:20→Psalmen 20:4→
2 Kronieken 9:13— Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam, was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;Psalmen 72:15→Psalmen 72:10→1 Koningen 10:14→Psalmen 68:29→
2 Kronieken 9:14— Behalve dat zij van de kramers en de kooplieden inbrachten; ook brachten alle koningen van Arabie, en de vorsten deszelven lands, goud en zilver aan Salomo.Psalmen 68:29→Psalmen 72:10→
2 Kronieken 9:15— Daartoe maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen van geslagen goud liet hij opwegen tot elke rondas.2 Kronieken 12:9→1 Koningen 10:16→
2 Kronieken 9:16— Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; driehonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van den Libanon.1 Koningen 7:2→
2 Kronieken 9:17— Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met louter goud.Psalmen 45:8→Openbaring 20:11→1 Koningen 10:18→
2 Kronieken 9:18— En de troon had zes trappen en een voetbank van goud, aan den troon vast zijnde, en leuningen aan beide zijden, tot de zitplaats toe; en twee leeuwen stonden bij de leuningen.Genesis 49:9→Numeri 23:24→Numeri 24:9→Openbaring 5:5→
2 Kronieken 9:19— En twaalf leeuwen stonden daar aan beide zijden, op de zes trappen; desgelijks is in geen koninkrijk gemaakt geweest.Mattheüs 19:28→Openbaring 21:12→
2 Kronieken 9:20— Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van den Libanon waren van gesloten goud; het zilver was in de dagen van Salomo niet voor iets geacht.1 Koningen 10:21→Jeremia 31:5→Daniël 5:2→Esther 1:7→2 Kronieken 9:27→Jesaja 2:22→
2 Kronieken 9:21— Want des konings schepen voeren naar Tharsis, met de knechten van Huram; eens in drie jaren kwamen de schepen van Tharsis in, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.Job 39:13→1 Koningen 10:22→2 Kronieken 20:36→1 Koningen 22:48→
2 Kronieken 9:22— Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde in rijkdom en wijsheid.2 Kronieken 1:12→1 Koningen 4:30→Psalmen 89:27→1 Koningen 10:23→Mattheüs 12:42→Kolossenzen 2:2→1 Koningen 3:12→
2 Kronieken 9:23— En alle koningen der aarde zochten Salomo's aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.1 Koningen 4:34→2 Kronieken 1:10→2 Kronieken 9:6→Jesaja 11:10→Jesaja 11:2→Spreuken 2:6→1 Korinthe 1:30→1 Koningen 3:28→
2 Kronieken 9:24— En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, harnas, en specerijen, paarden, en muilezelen, van elk van jaar tot jaar.Job 42:11→Psalmen 72:10→1 Koningen 10:10→1 Koningen 10:25→1 Koningen 9:14→1 Samuël 10:27→2 Kronieken 9:9→
2 Kronieken 9:25— Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.1 Koningen 4:26→1 Koningen 10:26→2 Kronieken 1:14→Deuteronomium 17:16→
2 Kronieken 9:26— En hij heerste over alle koningen, van de rivier tot aan het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte.1 Koningen 4:21→Genesis 15:18→1 Koningen 4:24→Exodus 23:31→Daniël 7:14→Jozua 13:2→Openbaring 19:16→Psalmen 72:8→
2 Kronieken 9:27— Ook maakte de koning het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.2 Kronieken 1:15→Psalmen 78:47→Job 22:24→Amos 7:14→1 Kronieken 27:28→Lukas 19:4→2 Kronieken 9:20→1 Koningen 10:27→
2 Kronieken 9:28— En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en uit al die landen.2 Kronieken 1:16→1 Koningen 10:28→Jesaja 31:1→Jesaja 2:7→2 Kronieken 9:25→
2 Kronieken 9:29— Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, der eerste en der laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, den profeet, en in de profetie van Ahia, den Siloniet, en in de gezichten van Jedi, den ziener, aangaande Jerobeam, den zoon van Nebat?1 Kronieken 29:29→1 Koningen 11:29→1 Koningen 11:41→2 Samuël 12:1→2 Kronieken 13:22→2 Kronieken 12:15→2 Samuël 7:1→1 Koningen 1:8→
2 Kronieken 9:30— En Salomo regeerde te Jeruzalem over gans Israel, veertig jaren.1 Koningen 11:42→
2 Kronieken 9:31— En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad zijns vaders Davids; en zijn zoon Rehabeam werd koning in zijn plaats.1 Koningen 2:10→2 Samuël 7:12→1 Koningen 1:21→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 9 vers 1— En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadselen te verzoeken, te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, en kemelen, dragende specerijen en goud in menigte, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem al wat in haar hart was.
toen de koningin
Zie de bredere verklaring van dit hfdst. 1Ki 10 , alwaar deze historie eerst beschreven is.
Hertaald:toen de koningin
Zie de uitvoeriger verklaring van dit hoofdstuk in 1 Kon. 10, waar deze geschiedenis eerst beschreven is.
2 Kronieken 9 vers 4— En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
zitten
Zie 1 Kon. 10:5 .
Hertaald:zitten
Zie 1 Kon. 10:5.
staan
Versta, den welgeschikten, waarden en vaardigen dienst, die hem zittende aan de tafel van zijn hofdienaren gedaan werd. Het kan ook verstaan worden van zijn dienaren in het algemeen, die omtrent hem stonden, of bij de hand waren, bereid om op zijn bevelen te wachten.
Hertaald:staan
Versta hieronder de goed geregelde, waardige en vlotte bediening die hem, zittend aan de tafel van zijn hofdienaren, bewezen werd. Het kan ook betrekking hebben op zijn dienaren in het algemeen, die om hem heen stonden of bij de hand waren, gereed om zijn bevelen af te wachten.
zo was in haar geen geest meer
Zie 1 Kon. 10:5 .
Hertaald:zo was in haar geen geest meer
Zie 1 Kon. 10:5.
2 Kronieken 9 vers 5— En zij zeide tot den koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
zaken
Hebreeuws, van uwe woorden.
Hertaald:zaken
Hebreeuws: van uw woorden.
2 Kronieken 9 vers 6— En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid uwer wijsheid is mij niet aangezegd; gij hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
gij hebt overtroffen
Hebreeuws, gij hebt toegedaan tot, of boven het gerucht, enz.
Hertaald:gij hebt overtroffen
Hebreeuws: u hebt toegevoegd aan, of: boven het gerucht, enzovoort.
2 Kronieken 9 vers 8— Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u gehad heeft, om u op Zijn troon, den HEERE, uw God, tot een koning te zetten; overmits uw God Israel bemint, om hetzelve tot in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
Zijn troon,
1 Kon. 10:9 staat, op den troon Israëls. Zij verstaat dat de Israëlieten Gods bijzonder volk en de koningen Gods stadhouders waren, vervolgens dat hij God in zijn regering voor zijn overste moest kennen en in zijn naam zijn volk rechtdoen.
Hertaald:Zijn troon,
In 1 Kon. 10:9 staat: op de troon van Israël. Zij begrijpt dat de Israëlieten het bijzondere volk van God waren en de koningen plaatsvervangers van God, en dat hij dus God als zijn heer moest erkennen in zijn regering en in Zijn naam recht moest doen aan zijn volk.
den HEERE,
Dat is, om hem in zulken koninklijken staat alzo te dienen dat zijn naam daardoor groot gemaakt werd.
Hertaald:den HEERE,
Dat is: om Hem in zo'n koninklijke staat zo te dienen dat Zijn naam daardoor groot gemaakt werd.
op te richten,
Of, te bevestigen, of staande gehouden.
Hertaald:op te richten,
Of: te bevestigen, of: staande te houden.
2 Kronieken 9 vers 9— En zij gaf de koning honderd en twintig talenten gouds, en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was gelijk deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, geen geweest.
talenten gouds,
Zie Ex. 25:39 .
Hertaald:talenten gouds,
Zie Ex. 25:39.
gelijk deze specerij,
Te weten in zulke menigte. Vergelijk 1 Kon. 10:10 .
Hertaald:gelijk deze specerij,
Namelijk: in zo'n grote hoeveelheid. Vergelijk 1 Kon. 10:10.
2 Kronieken 9 vers 10— Verder ook Hurams knechten, en Salomo's knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout en edelgesteente.
Ofir,
Zie 1 Kon. 9:28 .
Hertaald:Ofir,
Zie 1 Kon. 9:28.
algummimhout
Ook genaamd almuggimhout, 1 Kon. 10:11 . Zie aldaar de aantekening.
Hertaald:algummimhout
Ook almuggimhout genoemd, 1 Kon. 10:11. Zie de aantekening daar.
2 Kronieken 9 vers 11— En de koning maakte van dat algummimhout hoge gangen tot het huis des HEEREN en tot het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers; desgelijks ook was te voren in het land van Juda niet geweest.
hoge gangen
Hebbende aan beide zijden handleuningen en ondersteunsels, waarom zij ook steunsels genaamd zijn, 1 Kon. 10:12 ; door deze gangen ging men van het huis des konings tot het huis des Heeren. Zie 1 Kon. 10:12 .
Hertaald:hoge gangen
Met aan beide zijden handleuningen en steunpunten, waarom zij ook steunsels genoemd worden, 1 Kon. 10:12; via deze gangen ging men van het huis van de koning naar het huis van de HEERE. Zie 1 Kon. 10:12.
desgelijks
Te weten, algummimhout.
Hertaald:desgelijks
Namelijk: algummimhout.
2 Kronieken 9 vers 12— En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde, behalve hetgeen zij tot den koning gebracht had; zo keerde zij, en toog naar haar land, zij en haar knechten.
behalve hetgeen
Dat is, zonder hetgeen, dat hij haar gaf voor hetgeen, dat zij hem geschonken had.
Hertaald:behalve hetgeen
Dat is: zonder wat hij haar gaf tegenover wat zij hem geschonken had.
2 Kronieken 9 vers 14— Behalve dat zij van de kramers en de kooplieden inbrachten; ook brachten alle koningen van Arabie, en de vorsten deszelven lands, goud en zilver aan Salomo.
kramers
Zie van dezen 1 Kon. 10:15 .
Hertaald:kramers
Zie hierover 1 Kon. 10:15.
brachten
Te weten, om hun jaarlijkse schatting te betalen.
Hertaald:brachten
Namelijk: om hun jaarlijkse schatting te betalen.
2 Kronieken 9 vers 15— Daartoe maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen van geslagen goud liet hij opwegen tot elke rondas.
sikkelen
Van den gemenen gouden sikkel, zie Gen. 24:22 .
Hertaald:sikkelen
Zie over de gewone gouden sikkel Gen. 24:22.
2 Kronieken 9 vers 16— Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; driehonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van den Libanon.
driehonderd sikkelen
Of drie ponden, of minen gouds, gelijk er staat 1 Kon. 10:17 , doende elk pond honderd sikkelen. Zie aldaar de aantekening.
Hertaald:driehonderd sikkelen
Of drie pond, of minen goud, zoals er staat in 1 Kon. 10:17, waarbij elk pond honderd sikkels bevatte. Zie de aantekening daar.
het huis des wouds
Zie van dit huis 1 Kon. 7:2 , enz., en de aantekening.
Hertaald:het huis des wouds
Zie over dit huis 1 Kon. 7:2, enzovoort, en de aantekening.
2 Kronieken 9 vers 17— Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met louter goud.
louter goud
Ja met het allergelouterdste. Zie 1 Kon. 10:18 , waar het dicht goud genaamd wordt.
Hertaald:louter goud
Ja, met het allerzuiverste. Zie 1 Kon. 10:18, waar het dicht goud genoemd wordt.
2 Kronieken 9 vers 18— En de troon had zes trappen en een voetbank van goud, aan den troon vast zijnde, en leuningen aan beide zijden, tot de zitplaats toe; en twee leeuwen stonden bij de leuningen.
leuningen
Hebreeuws, handen.
Hertaald:leuningen
Hebreeuws: handen.
aan beide zijden,
Hebreeuws, van hier, van van daar, of, van ginds, en van weer; alzo in vs.19.
Hertaald:aan beide zijden,
Hebreeuws: van hier, van daar, of: van ginds en van weer; zo ook in vers 19.
2 Kronieken 9 vers 20— Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van den Libanon waren van gesloten goud; het zilver was in de dagen van Salomo niet voor iets geacht.
gesloten goud;
Zie 1 Kon. 6:20 .
Hertaald:gesloten goud;
Zie 1 Kon. 6:20.
zilver
Deze woorden met de volgende van vs.20 worden ook aldus vertaald: Geen zilver was er aan; [want] het was in de dagen van Salomo [niet] voor enig ding geacht.
Hertaald:zilver
Deze woorden en de volgende van vers 20 worden ook zo vertaald: er was geen zilver aan; [want] het werd in de dagen van Salomo [niet] van enige waarde geacht.
2 Kronieken 9 vers 21— Want des konings schepen voeren naar Tharsis, met de knechten van Huram; eens in drie jaren kwamen de schepen van Tharsis in, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
eens in drie jaren
Het oorspronkelijke woord, hetwelk anders betekent ene, wordt dus voor eens, of eenmaal ook genomen; Ex. 30:10 ; Joz. 6:3 ; 2 Kon. 4:35 , en 2 Kon. 6:10 ; Job 33:14 , en Job 39:38 .
Hertaald:eens in drie jaren
Het oorspronkelijke woord, dat eigenlijk één betekent, wordt ook gebruikt voor eens, of eenmaal; Ex. 30:10; Joz. 6:3; 2 Kon. 4:35, en 2 Kon. 6:10; Job 33:14, en Job 39:38.
Tharsis in,
Zie 1 Kon. 10:22 .
Hertaald:Tharsis in,
Zie 1 Kon. 10:22.
2 Kronieken 9 vers 23— En alle koningen der aarde zochten Salomo's aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
alle koningen
Te weten, tot welke het gerucht van Salomo's wijsheid en rijkdom gekomen was.
Hertaald:alle koningen
Namelijk: aan wie het gerucht van Salomo's wijsheid en rijkdom bekend geworden was.
2 Kronieken 9 vers 24— En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, harnas, en specerijen, paarden, en muilezelen, van elk van jaar tot jaar.
elk van jaar
Hebreeuws, de zaak des jaars in het jaar; dat is, elk geschenk jaarlijks; alzo 1 Kon. 10:25 .
Hertaald:elk van jaar
Hebreeuws: de zaak van het jaar in het jaar; dat is: elk geschenk jaarlijks; zo ook 1 Kon. 10:25.
2 Kronieken 9 vers 25— Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.
vier duizend paardenstallen,
Hoe dit te vergelijken is met 1 Kon. 4:26 , waar het getal is van veertig duizend, zie aldaar de aantekening.
Hertaald:vier duizend paardenstallen,
Zie de aantekening bij 1 Kon. 4:26 over hoe dit te vergelijken is met het getal van veertigduizend dat daar staat.
wagens,
Versta niet van deze wagens, dat zij mede vier duizend zouden geweest zijn; maar het getal derzelve is hier verzwegen, en wordt uitgedrukt 1 Kon. 10:26 .
Hertaald:wagens,
Versta hieronder niet dat er ook vierduizend wagens waren; hun aantal wordt hier niet genoemd, maar wel vermeld in 1 Kon. 10:26.
wagensteden,
Zie 1 Kon. 9:19 .
Hertaald:wagensteden,
Zie 1 Kon. 9:19.
2 Kronieken 9 vers 26— En hij heerste over alle koningen, van de rivier tot aan het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte.
rivier
Namelijk, Eufraat, die door uitnemendheid, de rivier genoemd wordt. Zie Gen. 31:21 . Hier is de vervulling der beloften aan Abraham gedaan, Gen. 15:18 . Zie ook 1 Kon. 4:21 , en de aantekening.
Hertaald:rivier
Namelijk: de Eufraat, die bij uitstek de rivier genoemd wordt. Zie Gen. 31:21. Hier wordt de belofte aan Abraham vervuld, Gen. 15:18. Zie ook 1 Kon. 4:21, en de aantekening daar.
tot aan het land
Merk hier de landpalen van Palestina; de rivier Eufraat was zijn pale oost — en noordwaarts, het land der Filistijnen westwaarts, en Egypte zuidwaarts. Vergelijk Gen. 15:18 .
Hertaald:tot aan het land
Merk hier de grenzen van Palestina op: de rivier de Eufraat vormde zijn grens in het oosten en noorden, het land van de Filistijnen in het westen, en Egypte in het zuiden. Vergelijk Gen. 15:18.
2 Kronieken 9 vers 28— En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en uit al die landen.
paarden
Van den tol der paarden en andere waren uit Egypte komende, die Salomo trok, zie 1 Kon. 10:28 , en de aantekening, en boven, 2 Kron. 1:16 .
Hertaald:paarden
Zie over de tol op paarden en andere waren uit Egypte, die Salomo hief, 1 Kon. 10:28, en de aantekening, en hierboven 2 Kron. 1:16.
2 Kronieken 9 vers 29— Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, der eerste en der laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, den profeet, en in de profetie van Ahia, den Siloniet, en in de gezichten van Jedi, den ziener, aangaande Jerobeam, den zoon van Nebat?
geschiedenissen
Hebreeuws, woorden.
Hertaald:geschiedenissen
Hebreeuws: woorden.
woorden
Dat is, boeken of schriften. Deze nu hielden in de geschiedenissen van Salomo en Jerobeam, en zijn niet overgebleven, doch zonder nadeel van Gods kerk, zijnde de kanonieke Schrift, alzo zij ons van God nagelaten is, gans volkomen om ons volmaaktelijk te onderwijzen van al hetgeen, dat ons nodig is te geloven en te doen ter zaligheid.
Hertaald:woorden
Dat is: boeken of geschriften. Deze bevatten de geschiedenissen van Salomo en Jerobeam en zijn niet bewaard gebleven, maar zonder nadeel voor de kerk van God, aangezien de canonieke Schrift, zoals die ons door God is nagelaten, volkomen genoeg is om ons volledig te onderwijzen in alles wat wij nodig hebben te geloven en te doen tot zaligheid.
Nathan,
Zie van dezen profeet 2 Sam. 7:2 .
Hertaald:Nathan,
Zie over deze profeet 2 Sam. 7:2.
Ahia,
Zie van dezen ook 1 Kon. 11:29 .
Hertaald:Ahia,
Zie over hem ook 1 Kon. 11:29.
in de gezichten
Van de profetische gezichten, zie Gen. 15:1 .
Hertaald:in de gezichten
Zie over de profetische gezichten Gen. 15:1.
Jedi,
Zie van dezen onder, 2 Kron. 12:15 , waar hij Iddo genaamd wordt, en 2 Kron. 15:1 , waar hij heet Oded.
Hertaald:Jedi,
Zie over hem hieronder 2 Kron. 12:15, waar hij Iddo genoemd wordt, en 2 Kron. 15:1, waar hij Oded heet.
ziener,
Versta, een profeet, wien God verborgen dingen door gezichten openbaart. Zie Num. 12:6 , en Num. 24:4 ; 1 Sam. 9:9 .
Hertaald:ziener,
Versta hieronder een profeet aan wie God verborgen dingen openbaart door gezichten. Zie Num. 12:6, en Num. 24:4; 1 Sam. 9:9.
aangaande
Anders, van, of tegen.
Hertaald:aangaande
Anders: van, of: tegen.
2 Kronieken 9 vers 31— En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad zijns vaders Davids; en zijn zoon Rehabeam werd koning in zijn plaats.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het koninkrijkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
En Salomo ontsliep met zijn vaderen — 9:13-31
De Kronieken volgen het koninkrijk van zijn hoogtepunt tot zijn val. Dit hoofdstuk beschrijft het hoogtepunt: het goud, de tronen, de schepen, de koningen die op bezoek komen. En dan houdt het in twee verzen op.
De bloei van het koninkrijk wordt in cijfers beschreven, en het hoofdstuk eindigt met een graf.
De opsomming is duizelingwekkend en zij is met opzet zo genoteerd. Het goud dat in één jaar binnenkomt weegt zeshonderdzesenzestig talenten. Er zijn tweehonderd rondassen van geslagen goud en driehonderd schilden. Er staat een grote ivoren troon met zes trappen en twaalf leeuwen erop, en er staat bij dat er in geen koninkrijk zoiets gemaakt was. Zilver werd te Jeruzalem geacht als stenen.
En dan de samenvatting: “Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde in rijkdom en wijsheid. En alle koningen der aarde zochten Salomo's aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.”
Daar staat het hoogste punt van de hele oudtestamentische geschiedenis. Wat aan Abraham beloofd was en aan David bevestigd, is hier zichtbaar geworden: een volk in vrede, een tempel die staat, en de volken die uit zichzelf komen kijken.
En dan, na dat alles, komen twee verzen die het boek zonder omhaal afsluiten: hij regeerde veertig jaren, en “Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad zijns vaders Davids.”
Dat is het. Geen slotwoord over wat er blijft, geen belofte voor de toekomst. De grootste koning die Israël gekend heeft, wordt begraven, en zijn zoon Rehabeam volgt hem op — en met die zoon valt het rijk binnen één hoofdstuk uiteen.
Daar ligt de les van dit hoofdstuk, en de Kronieken maken haar zelf duidelijk door de plaatsing. Het bloeiende koninkrijk was echt, en het was mooi, en het hield niet. Wat God aan David beloofd had — een troon tot in eeuwigheid — was hiermee dus niet vervuld, want deze koning ligt in een graf.
Wie de geschiedenis verder leest, ziet dat de tronen kleiner worden en de koningen slechter, totdat de kroon driemaal omgekeerd wordt neergelegd. En pas eeuwen later staat er van Iemand dat God Hem de troon van Zijn vader David geven zal. Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.
Dat woord — geen einde — is precies wat er in 2 Kronieken 9 ontbreekt. En Christus heeft de vergelijking met deze koning Zelf gemaakt, in vier woorden: meer dan Salomo is hier.
2 Kronieken 9:13-21 — Goud, ivoor, schepen: de bloei wordt in cijfers vastgelegd.
2 Kronieken 9:22-23 — Groter dan alle koningen der aarde, en de volken komen uit zichzelf.
2 Kronieken 9:31 — En dan, in één zin: hij ontsliep, en zij begroeven hem.
2 Samuël 7:16 — Maar aan David was een troon tot in eeuwigheid beloofd.
Handelingen 2:29-31 — Petrus wijst er in Jeruzalem op dat het graf van David er nog is.
Lukas 1:32-33 — En van Zijn Koninkrijk zal geen einde zijn.
In het Nieuwe Testament: Lukas 1:32-33; Mattheüs 12:42; Hebreeën 7:23-25; 2 Samuël 7:16; Handelingen 2:29-31
Hoever dit reikt: Christus vergelijkt Zichzelf in Mattheüs 12 uitdrukkelijk met Salomo, maar Hij doet dat naar aanleiding van de koningin van Scheba en niet van dit hoofdstuk. Wat hier gelegd wordt rust op de plaatsing binnen de Kronieken: de hoogste bloei, en dan een graf. Dat de belofte aan David daarmee onvervuld bleef, is een gevolgtrekking, al wijst Petrus in Handelingen 2 op dezelfde manier naar het graf van David.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
VIII. Vs. 1-28.KruisverwijzingenMattheüs 12:42→Lukas 11:31→2 Kronieken 2:11→2 Kronieken 8:18→1 Koningen 10:1→2 Kronieken 9:9→Genesis 10:7→2 Kronieken 3:1→ — En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadselen te verzoeken, te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, en kemelen, dragende specerijen en goud in menigte, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem al wat in haar hart was. En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde. Als nu de koningin van Scheba zag de wijsheid van Salomo, en het huis, dat hij gebouwd had, En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer. En zij zeide tot den koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid. En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid uwer wijsheid is mij niet aangezegd; gij hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb. Welgelukzalig zijn uw mannen, en welgelukzalig deze uw knechten, die geduriglijk voor uw aangezicht staan, en uw wijsheid horen. Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u gehad heeft, om u op Zijn troon, den HEERE, uw God, tot een koning te zetten; overmits uw God Israel bemint, om hetzelve tot in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen. En zij gaf de koning honderd en twintig talenten gouds, en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was gelijk deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, geen geweest. Verder ook Hurams knechten, en Salomo's knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout en edelgesteente. Ten gevolge van de tochten naar Ofir komt het gerucht van Salomo’s ongewone mate van wijsheid, ook van de koningin van Scheba in zuidelijk Arabië ter ore (Genesis10: 7). Met een talrijk gevolg komt zij tot hem, om door een gesprek met hem in raadselspreuken zijn wijsheid te beproeven, en bevindt, dat hier het gerucht nog verre beneden de werkelijkheid is. Terwijl zij hen gelukkig prijst, die bestendig rondom zo’n man zich mogen bevinden, en de Heere looft, die Zijn volk zulk een koning heeft gegeven, vereert zij Salomo met haar meegebrachte geschenken en ontvangt van deze rijke tegengeschenken, waarop zij naar haar vaderland terugkeert. Hieraan knopen zich nadere opgaven vast, aangaande Salomo’s rijkdommen en hulpbronnen, de pracht van zijn hofhouding en de heerlijkheid van zijn koningschaps (Vergelijk 1 Koningen .20: 1-29).
KruisverwijzingenMattheüs 12:42→Lukas 11:31→1 Koningen 10:1→2 Kronieken 9:9→Genesis 10:7→1 Koningen 4:31→Mattheüs 13:35→2 Kronieken 1:12→— En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadselen te verzoeken, te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, en kemelen, dragende specerijen en goud in menigte, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem al wat in haar hart was.
En toen de koningin van Scheba, van Arabië felix, gelukkig Arabië, het gerucht van de buitengewone wijsheid van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadsels te verzoeken
, te Jeruzalem, met een zeer zwaar leger, een talrijk gevolg, en kamelen, dragende specerijen en goud in menigte en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem, al wat in haar hart was, al de raadselspreuken, die zij zich had voorgenomen om hem voor te leggen.
KruisverwijzingenMarkus 4:11→Johannes 15:15→Markus 4:34→Kolossenzen 2:3→Jakobus 1:5→1 Koningen 3:12→Spreuken 13:20→Spreuken 18:4→— En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde.
“1Ki 10: 1”
En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 3:1→1 Koningen 10:3→1 Koningen 6:1→Handelingen 11:23→— Als nu de koningin van Scheba zag de wijsheid van Salomo, en het huis, dat hij gebouwd had,
Als nu de koningin van Scheba zag de wijsheid van Salomo, en het huis, dat hij tot een koninklijk paleis voor zichzelf gebouwd had.
Kruisverwijzingen1 Kronieken 9:18→Nehemia 1:11→Ezechiël 46:2→Psalmen 119:81→Ezechiël 44:3→2 Kronieken 23:13→Daniël 10:17→Lukas 12:37→— En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer.
En daarenboven de glans van zijn hofhouding, het voedsel van zijn tafel, en het zitten van zijn knechten, en het staan van zijn dienaren, en hun kledingen en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij uit zijn koninklijk paleis opging in het huis van de Heere, en dat een werk van bijzondere kunst was, zo was in haar geen geest meer.
Hier schijnt van die opgang sprake te zijn, die uit het koninklijk paleis op Zion over het Tyropoïon naar het tempelgebouw voerde en dit met datgene verbond.
Kruisverwijzingen1 Koningen 10:6→— En zij zeide tot den koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
En zij zei tot de koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
Kruisverwijzingen1 Koningen 10:7→1 Johannes 3:2→2 Kronieken 9:5→Zacharia 9:17→1 Korinthe 2:9→Psalmen 31:19→Hooglied 5:9→Johannes 20:25→— En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid uwer wijsheid is mij niet aangezegd; gij hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid van uw wijsheid is mij niet aangezegd: u hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
KruisverwijzingenPsalmen 84:10→1 Koningen 10:8→Psalmen 27:4→Lukas 11:28→Spreuken 8:34→Spreuken 10:21→Spreuken 13:20→Spreuken 3:3→— Welgelukzalig zijn uw mannen, en welgelukzalig deze uw knechten, die geduriglijk voor uw aangezicht staan, en uw wijsheid horen.
Welgelukzalig zijn uw mannen, en welgelukzalig uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, en uw wijsheid horen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 2:11→1 Kronieken 29:23→Deuteronomium 7:8→Psalmen 18:19→2 Korinthe 9:12→1 Koningen 3:28→Spreuken 21:3→1 Kronieken 28:5→— Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u gehad heeft, om u op Zijn troon, den HEERE, uw God, tot een koning te zetten; overmits uw God Israel bemint, om hetzelve tot in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
Geloofd zij de Heere, uw God, die behagen in u gehad heeft, om u op zijn troon, de Heere, uw God, tot een koning te zetten 1)! overmits de oorzaak hiervan is, dat uw God Israël bemint om het, het volk Israël, in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
Hier zegt de koningin van Scheba veel meer dan in 1 Koningen .10: 9 gemeld werd; zij noemt hier de troon van Israël de troon van de Heere, en erkent dat Salomo de Heere, zijn God tot koning gemaakt was, d.i. hij moest niet alleen op bevel van God als diens onderkoning regeren, maar ook tot lof van de Heere, tot bevordering van de dienst en de vrees van God.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 9:1→Exodus 30:34→Psalmen 72:10→1 Koningen 10:10→2 Kronieken 9:24→Psalmen 72:15→1 Koningen 9:14→Genesis 43:11→— En zij gaf de koning honderd en twintig talenten gouds, en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was gelijk deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, geen geweest.
En zij gaf de koning, tot bewijs van haar hoge verering,honderdentwintig talenten goud (= 5.654.880 gld.), en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was zoals deze specerij, die de koningin van Scheba de koning Salomo gaf, geen geweest er was nooit zoveel specerij naar Jeruzalem gekomen.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 8:18→1 Koningen 10:11→1 Koningen 9:27→1 Koningen 10:22→— Verder ook Hurams knechten, en Salomo's knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout en edelgesteente.
Verder ook om hieraan een opmerking te verbinden omtrent andere kostbaarheden, die op die tijd te Jeruzalem aankwamen Hurams knechten en Salomo’s knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout, sandelhout, en edelgesteente.
Kruisverwijzingen1 Koningen 10:12→Openbaring 5:8→1 Kronieken 25:1→1 Kronieken 23:5→Psalmen 92:1→Psalmen 150:3→— En de koning maakte van dat algummimhout hoge gangen tot het huis des HEEREN en tot het huis des konings, mitsgaders harpen en luiten voor de zangers; desgelijks ook was te voren in het land van Juda niet geweest.
En de koning maakte van dat algummimhout hoge gangen tot het huis van de Heere, en tot het huis van de koning (1Ki 10: 12) mitsgaders harpen en luiten voor de zangers; desgelijks ook was te voren in het land van Juda niet gezien geweest.
Kruisverwijzingen1 Koningen 10:13→Efeze 3:20→Psalmen 20:4→— En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde, behalve hetgeen zij tot den koning gebracht had; zo keerde zij, en toog naar haar land, zij en haar knechten.
En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde 1), waarin zij bij het bezichtigen van zijn schatten bijzonder belang stelde, behalve, onaangemerkt zijn tegengeschenk voor hetgeen zij tot de koning gebracht had, zo keerde zij en toog naar haar land, zij en haar knechten.
De koningin van Scheba, die van verre uit het gelukkigste land van de wereld tot Salomo komt, hem geschenken brengt en van hem alles verkrijgt, wat zij kon wensen, vertegenwoordigt de koningen, die met hun volken van verre en van nabij tot de enige vredevorst komen, tot de Koning aller koningen en hem zullen heiligen (Psalm 72: 10 vv. Jes.60: 6). Haar bezoek is een geschiedkundige voorspelling ten opzichte van het ware, eeuwige Vrederijk.
KruisverwijzingenPsalmen 72:15→Psalmen 72:10→1 Koningen 10:14→Psalmen 68:29→— Het gewicht nu van het goud, dat voor Salomo op een jaar inkwam, was zeshonderd zes en zestig talenten gouds;
Het gewicht nu van het goud om hier weer terug te komen op de scheepvaart naar Ofir en andere hulpbronnen van de rijkdom dat voor Salomo op één jaar inkwam, was zeshonderd zesenzestig talenten goud (35.964.000 gld., of 17.982.000 gld.).
KruisverwijzingenPsalmen 68:29→Psalmen 72:10→— Behalve dat zij van de kramers en de kooplieden inbrachten; ook brachten alle koningen van Arabie, en de vorsten deszelven lands, goud en zilver aan Salomo.
Daartoe maakte de koning Salomo, tot een te prachtiger uitrusting van zijn lijfwachten, tweehonderd grotere rondassen van geslagen goud; zes honderd sikkels van geslagen goud (= 4.323 Ned. pd.) liet hij opwegen tot elke rondas.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 12:9→1 Koningen 10:16→— Daartoe maakte de koning Salomo tweehonderd rondassen van geslagen goud; zeshonderd sikkelen van geslagen goud liet hij opwegen tot elke rondas.
Insgelijks driehonderd kleinere schilden van geslagen goud; drie honderd sikkels goud (= 2.1615 Ned. pd.), liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis van het woud van de Libanon, een afdeling van zijn paleis (1Ki 7: 5).
Kruisverwijzingen1 Koningen 7:2→— Insgelijks driehonderd schilden van geslagen goud; driehonderd sikkelen gouds liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis des wouds van den Libanon.
Nog maakte de koning, voor de troonzaal in zijn paleis (1 Koningen .7: 7), een grote elpenbenen troon, en hij overtoog die met louter goud (1Ki 10: 18).
KruisverwijzingenPsalmen 45:8→Openbaring 20:11→1 Koningen 10:18→— Nog maakte de koning een groten elpenbenen troon, en hij overtoog denzelven met louter goud.
En de troon had zes trappen en een voetbank van goud, aan de troon, aan zijn voet vast zijnde, en leuningen aan beide zijden, tot de zitplaats, de zetel, toe, en twee leeuwen als veelbetekenend zinnebeeld van David’s huis, stonden bij de leuningen.
KruisverwijzingenGenesis 49:9→Numeri 23:24→Numeri 24:9→Openbaring 5:5→— En de troon had zes trappen en een voetbank van goud, aan den troon vast zijnde, en leuningen aan beide zijden, tot de zitplaats toe; en twee leeuwen stonden bij de leuningen.
En twaalf leeuwen, als symbool en zinnebeeld van de 12 stammen van Israël, stonden daar aan beide zijden, op de zes trappen: desgelijks zo’n prachtige koningstroon, is in geen koninkrijk van die tijd gemaakt geweest.
KruisverwijzingenMattheüs 19:28→Openbaring 21:12→— En twaalf leeuwen stonden daar aan beide zijden, op de zes trappen; desgelijks is in geen koninkrijk gemaakt geweest.
Ook waren alle drinkvaten van de koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis van het woud van de Libanon waren van gesloten fijn goud; het zilver was in de dagen van Salomo niet voor iets geacht, zodat men het ook in het geheel niet voor huisraad van de koninklijke hofhouding gebruikte.
Kruisverwijzingen1 Koningen 10:21→Jeremia 31:5→Daniël 5:2→Esther 1:7→2 Kronieken 9:27→Jesaja 2:22→— Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van den Libanon waren van gesloten goud; het zilver was in de dagen van Salomo niet voor iets geacht.
Want des konings schepen 1) voeren naar Tarsis, met de knechten van Huram; eens in drie jaren kwamen de schepen van Tarsis in, heen en terug, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
“1Ki 10: 22”
Kruisverwijzingen2 Kronieken 1:12→1 Koningen 4:30→Psalmen 89:27→1 Koningen 10:23→Mattheüs 12:42→Kolossenzen 2:2→1 Koningen 3:12→— Alzo werd de koning Salomo groter dan alle koningen der aarde in rijkdom en wijsheid.
Alzo, ten gevolge van deze overrijke hulpbronnen, werd de koning Salomo groter dan alle koningen van de aarde in rijkdom en wijsheid, zoals God hem beloofd had (Hoofdstuk 1: 11 vv.).
Kruisverwijzingen1 Koningen 4:34→2 Kronieken 1:10→2 Kronieken 9:6→Jesaja 11:10→Jesaja 11:2→Spreuken 2:6→1 Korinthe 1:30→1 Koningen 3:28→— En alle koningen der aarde zochten Salomo's aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
En alle koningen van de aarde, evenals de koningin van Scheba (vs. 1 vv.), zochten Salomo’s aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
KruisverwijzingenJob 42:11→Psalmen 72:10→1 Koningen 10:10→1 Koningen 10:25→1 Koningen 9:14→1 Samuël 10:27→2 Kronieken 9:9→— En zij brachten een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en klederen, harnas, en specerijen, paarden, en muilezelen, van elk van jaar tot jaar.
En zij brachten, door dezelfde verering als de koningin gedreven, hem een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en kleen (Jud 14: 19), harnas (wapenrustingen), en specerijen, in het bijzonder ook echte balsem, zoals later in de tuinen te Jericho en bij Engedi geteeld werd, paarden, en muilezels, muildieren, van elk van jaar tot jaar 1).
Dit wil zeggen, dat deze geschenken het karakter verkregen van een jaarlijks inkomen.
Kruisverwijzingen1 Koningen 4:26→1 Koningen 10:26→2 Kronieken 1:14→Deuteronomium 17:16→— Ook had Salomo vier duizend paardenstallen, en wagenen, en twaalf duizend ruiteren; en hij legde ze in de wagensteden, en bij den koning te Jeruzalem.
Ook had Salomo vierduizend paardenstallen, en wagens, en twaalfduizend ruiteren; en hij leide ze eensdeels in de wagensteden, en bracht ze anderdeels onder dak bij de koning te Jeruzalem (Hoofdstuk 1: 14).
Kruisverwijzingen1 Koningen 4:21→Genesis 15:18→1 Koningen 4:24→Exodus 23:31→Daniël 7:14→Jozua 13:2→Openbaring 19:16→Psalmen 72:8→— En hij heerste over alle koningen, van de rivier tot aan het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte.
En hij heerste over alle koningen, koninkrijken of landen, van de rivier, de Eufraat in het noordoosten tot aan het land van de Filistijnen in het zuidwesten, en tot aan de landpaal van Egypte in het zuiden (1 Koningen .4: 21).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 1:15→Psalmen 78:47→Job 22:24→Amos 7:14→1 Kronieken 27:28→Lukas 19:4→2 Kronieken 9:20→1 Koningen 10:27→— Ook maakte de koning het zilver in Jeruzalem te zijn als stenen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgebomen, die in de laagte zijn, in menigte.
Ook maakte de koning, door de buitengewone rijkdommen, die hij het land toevoerde, het zilver te Jeruzalem te zijn als stenen, die buiten in het veld overal in het rond liggen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgenbomen, sycomoren, die in de laagte, de vlakte langs de zee, zijn, in menigte (Hoofdstuk 1: 15).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 1:16→1 Koningen 10:28→Jesaja 31:1→Jesaja 2:7→2 Kronieken 9:25→— En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en uit al die landen.
En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en voorwerpen van waarde uit al die landen 1) (Hoofdstuk 1: 16 vv.).
Het is verwonderlijk, hoe zo iets zich snel kan ophopen en ook spoedig weer kan verdwijnen. De mens zou het ook niet kunnen verdragen, wanneer het altijd zo was. Zij zouden dan nog veel meer van God verwijderen en in het schepsel opgaan, zoals het dan ook bij Salomo niet lang goed gegaan is. Hij had wat door zijn vader David was verworven, te genieten, waarvan deze eerst door het kruis had moeten gaan. Daarentegen Salomo is dadelijk in het bezit gekomen. Dit is een zeer groot onderscheid.
IX. Vs. 29-31.Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:29→1 Koningen 2:10→1 Koningen 11:29→1 Koningen 11:41→2 Samuël 12:1→2 Kronieken 13:22→2 Kronieken 12:15→1 Koningen 11:42→ — Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, der eerste en der laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, den profeet, en in de profetie van Ahia, den Siloniet, en in de gezichten van Jedi, den ziener, aangaande Jerobeam, den zoon van Nebat? En Salomo regeerde te Jeruzalem over gans Israel, veertig jaren. En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad zijns vaders Davids; en zijn zoon Rehabeam werd koning in zijn plaats. Terwijl de afgoderij, waartoe Salomo tengevolge van zijn liefde tot vreemde vrouwen in zijn ouderdom verviel, en insgelijks het goddelijke strafvonnis, dat deswegen over zijn huis kwam (1 Koningen .11: 1-40) wordt overgeslagen, gaat de Schrijver, voor wie Salomo zijn hoofdbetekenis als bouwer van de tempel heeft, haastig over tot het slot van de geschiedenis van deze overigens zo hoog begenadigde koning, terwijl Hij met verwijzing naar andere geschriften, waar meer van hem te lezen is, nog de duur van zijn regering en zijn levenseinde bericht. (Vergelijk 1 Koningen .11: 41-43).
Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:29→1 Koningen 11:29→1 Koningen 11:41→2 Samuël 12:1→2 Kronieken 13:22→2 Kronieken 12:15→2 Samuël 7:1→1 Koningen 1:8→— Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, der eerste en der laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, den profeet, en in de profetie van Ahia, den Siloniet, en in de gezichten van Jedi, den ziener, aangaande Jerobeam, den zoon van Nebat?
Het overige nu van de geschiedenissen van Salomo, van de eerste en van de laatste (1 Kronieken 29: 29), zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, de profeet, en in de profetie van Ahia, de Siloniet, en in de gezichten van Jedi, de ziener, aangaande Jerobeam, de zoon van Nebat? zoals ook in het uit deze drie afzonderlijke geschriften samengestelde geheel: “het boek van de geschiedenissen van Salomo” (1 Koningen .11: 41).
Van de laatste levensjaren aan Salomo vermeldt de gewijde Schrijver niets. Niet, om de zonde en de afval van de wijze koning opzettelijk te verzwijgen. De Heilige Geest verzwijgt nergens, waar het moet, de zonden van Gods kinderen. Hij verwijst dan ook naar andere, toen bekende geschriften, waarin van de laatste daden van Salomo is melding gemaakt. De enige reden is omdat voor de Schrijver Salomo’s hoge betekenis ligt in de kost lijken Tempelbouw.
Kruisverwijzingen1 Koningen 11:42→— En Salomo regeerde te Jeruzalem over gans Israel, veertig jaren.
En Salomo regeerde te Jeruzalem over gans Israël, veertig jaren, van 1015-975 vóór Christus.
Kruisverwijzingen1 Koningen 2:10→2 Samuël 7:12→1 Koningen 1:21→— En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad zijns vaders Davids; en zijn zoon Rehabeam werd koning in zijn plaats.
En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van zijn vader David 1) (1Ki 2: 10); en zijn enige zoon Rehabeam, buiten wie hij slechts nog twee dochters had (1 Koningen .4: 11,15), werd koning in zijne plaats.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 9
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
VIII. Vs. 1-28.KruisverwijzingenMattheüs 12:42→Lukas 11:31→2 Kronieken 2:11→2 Kronieken 8:18→1 Koningen 10:1→2 Kronieken 9:9→Genesis 10:7→2 Kronieken 3:1→
— En toen de koningin van Scheba het gerucht van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadselen te verzoeken, te Jeruzalem, met een zeer zwaar heir, en kemelen, dragende specerijen en goud in menigte, en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem al wat in haar hart was. En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde. Als nu de koningin van Scheba zag de wijsheid van Salomo, en het huis, dat hij gebouwd had, En de spijze zijner tafel, en het zitten zijner knechten, en het staan zijner dienaren, en hun kledingen, en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij opging in het huis des HEEREN, zo was in haar geen geest meer. En zij zeide tot den koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid. En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid uwer wijsheid is mij niet aangezegd; gij hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb. Welgelukzalig zijn uw mannen, en welgelukzalig deze uw knechten, die geduriglijk voor uw aangezicht staan, en uw wijsheid horen. Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u gehad heeft, om u op Zijn troon, den HEERE, uw God, tot een koning te zetten; overmits uw God Israel bemint, om hetzelve tot in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen. En zij gaf de koning honderd en twintig talenten gouds, en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was gelijk deze specerij, die de koningin van Scheba den koning Salomo gaf, geen geweest. Verder ook Hurams knechten, en Salomo's knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout en edelgesteente.
Ten gevolge van de tochten naar Ofir komt het gerucht van Salomo’s ongewone mate van wijsheid, ook van de koningin van Scheba in zuidelijk Arabië ter ore (Genesis10: 7). Met een talrijk gevolg komt zij tot hem, om door een gesprek met hem in raadselspreuken zijn wijsheid te beproeven, en bevindt, dat hier het gerucht nog verre beneden de werkelijkheid is. Terwijl zij hen gelukkig prijst, die bestendig rondom zo’n man zich mogen bevinden, en de Heere looft, die Zijn volk zulk een koning heeft gegeven, vereert zij Salomo met haar meegebrachte geschenken en ontvangt van deze rijke tegengeschenken, waarop zij naar haar vaderland terugkeert. Hieraan knopen zich nadere opgaven vast, aangaande Salomo’s rijkdommen en hulpbronnen, de pracht van zijn hofhouding en de heerlijkheid van zijn koningschaps (Vergelijk 1 Koningen .20: 1-29).
En toen de koningin van Scheba, van Arabië felix, gelukkig Arabië, het gerucht van de buitengewone wijsheid van Salomo hoorde, kwam zij, om Salomo met raadsels te verzoeken
, te Jeruzalem, met een zeer zwaar leger, een talrijk gevolg, en kamelen, dragende specerijen en goud in menigte en kostelijk gesteente; en zij kwam tot Salomo, en sprak met hem, al wat in haar hart was, al de raadselspreuken, die zij zich had voorgenomen om hem voor te leggen.
“1Ki 10: 1”
En Salomo verklaarde haar al haar woorden; en geen ding was er verborgen voor Salomo, dat hij haar niet verklaarde.
Als nu de koningin van Scheba zag de wijsheid van Salomo, en het huis, dat hij tot een koninklijk paleis voor zichzelf gebouwd had.
En daarenboven de glans van zijn hofhouding, het voedsel van zijn tafel, en het zitten van zijn knechten, en het staan van zijn dienaren, en hun kledingen en zijn schenkers, en hun kledingen, en zijn opgang, waardoor hij uit zijn koninklijk paleis opging in het huis van de Heere, en dat een werk van bijzondere kunst was, zo was in haar geen geest meer.
Hier schijnt van die opgang sprake te zijn, die uit het koninklijk paleis op Zion over het Tyropoïon naar het tempelgebouw voerde en dit met datgene verbond.
En zij zei tot de koning: Het is een waarachtig woord geweest, dat ik in mijn land gehoord heb, van uw zaken en van uw wijsheid.
En ik heb hun woorden niet geloofd, totdat ik gekomen ben, en mijn ogen dat gezien hebben; en zie, de helft van de grootheid van uw wijsheid is mij niet aangezegd: u hebt overtroffen het gerucht, dat ik gehoord heb.
Welgelukzalig zijn uw mannen, en welgelukzalig uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, en uw wijsheid horen.
Geloofd zij de Heere, uw God, die behagen in u gehad heeft, om u op zijn troon, de Heere, uw God, tot een koning te zetten 1)! overmits de oorzaak hiervan is, dat uw God Israël bemint om het, het volk Israël, in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.
Hier zegt de koningin van Scheba veel meer dan in 1 Koningen .10: 9 gemeld werd; zij noemt hier de troon van Israël de troon van de Heere, en erkent dat Salomo de Heere, zijn God tot koning gemaakt was, d.i. hij moest niet alleen op bevel van God als diens onderkoning regeren, maar ook tot lof van de Heere, tot bevordering van de dienst en de vrees van God.
En zij gaf de koning, tot bewijs van haar hoge verering,honderdentwintig talenten goud (= 5.654.880 gld.), en specerijen in grote menigte, en kostelijk gesteente; en er was zoals deze specerij, die de koningin van Scheba de koning Salomo gaf, geen geweest er was nooit zoveel specerij naar Jeruzalem gekomen.
Verder ook om hieraan een opmerking te verbinden omtrent andere kostbaarheden, die op die tijd te Jeruzalem aankwamen Hurams knechten en Salomo’s knechten, die goud brachten uit Ofir, brachten algummimhout, sandelhout, en edelgesteente.
En de koning maakte van dat algummimhout hoge gangen tot het huis van de Heere, en tot het huis van de koning (1Ki 10: 12) mitsgaders harpen en luiten voor de zangers; desgelijks ook was te voren in het land van Juda niet gezien geweest.
En de koning Salomo gaf de koningin van Scheba al haar behagen, wat zij begeerde 1), waarin zij bij het bezichtigen van zijn schatten bijzonder belang stelde, behalve, onaangemerkt zijn tegengeschenk voor hetgeen zij tot de koning gebracht had, zo keerde zij en toog naar haar land, zij en haar knechten.
De koningin van Scheba, die van verre uit het gelukkigste land van de wereld tot Salomo komt, hem geschenken brengt en van hem alles verkrijgt, wat zij kon wensen, vertegenwoordigt de koningen, die met hun volken van verre en van nabij tot de enige vredevorst komen, tot de Koning aller koningen en hem zullen heiligen (Psalm 72: 10 vv. Jes.60: 6). Haar bezoek is een geschiedkundige voorspelling ten opzichte van het ware, eeuwige Vrederijk.
Het gewicht nu van het goud om hier weer terug te komen op de scheepvaart naar Ofir en andere hulpbronnen van de rijkdom dat voor Salomo op één jaar inkwam, was zeshonderd zesenzestig talenten goud (35.964.000 gld., of 17.982.000 gld.).
Daartoe maakte de koning Salomo, tot een te prachtiger uitrusting van zijn lijfwachten, tweehonderd grotere rondassen van geslagen goud; zes honderd sikkels van geslagen goud (= 4.323 Ned. pd.) liet hij opwegen tot elke rondas.
Insgelijks driehonderd kleinere schilden van geslagen goud; drie honderd sikkels goud (= 2.1615 Ned. pd.), liet hij opwegen tot elk schild; en de koning legde ze in het huis van het woud van de Libanon, een afdeling van zijn paleis (1Ki 7: 5).
Nog maakte de koning, voor de troonzaal in zijn paleis (1 Koningen .7: 7), een grote elpenbenen troon, en hij overtoog die met louter goud (1Ki 10: 18).
En de troon had zes trappen en een voetbank van goud, aan de troon, aan zijn voet vast zijnde, en leuningen aan beide zijden, tot de zitplaats, de zetel, toe, en twee leeuwen als veelbetekenend zinnebeeld van David’s huis, stonden bij de leuningen.
En twaalf leeuwen, als symbool en zinnebeeld van de 12 stammen van Israël, stonden daar aan beide zijden, op de zes trappen: desgelijks zo’n prachtige koningstroon, is in geen koninkrijk van die tijd gemaakt geweest.
Ook waren alle drinkvaten van de koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis van het woud van de Libanon waren van gesloten fijn goud; het zilver was in de dagen van Salomo niet voor iets geacht, zodat men het ook in het geheel niet voor huisraad van de koninklijke hofhouding gebruikte.
Want des konings schepen 1) voeren naar Tarsis, met de knechten van Huram; eens in drie jaren kwamen de schepen van Tarsis in, heen en terug, brengende goud, en zilver, elpenbeen, en apen, en pauwen.
“1Ki 10: 22”
Alzo, ten gevolge van deze overrijke hulpbronnen, werd de koning Salomo groter dan alle koningen van de aarde in rijkdom en wijsheid, zoals God hem beloofd had (Hoofdstuk 1: 11 vv.).
En alle koningen van de aarde, evenals de koningin van Scheba (vs. 1 vv.), zochten Salomo’s aangezicht, om zijn wijsheid te horen, die God in zijn hart gegeven had.
En zij brachten, door dezelfde verering als de koningin gedreven, hem een ieder zijn geschenk, zilveren vaten, en gouden vaten, en kleen (Jud 14: 19), harnas (wapenrustingen), en specerijen, in het bijzonder ook echte balsem, zoals later in de tuinen te Jericho en bij Engedi geteeld werd, paarden, en muilezels, muildieren, van elk van jaar tot jaar 1).
Dit wil zeggen, dat deze geschenken het karakter verkregen van een jaarlijks inkomen.
Ook had Salomo vierduizend paardenstallen, en wagens, en twaalfduizend ruiteren; en hij leide ze eensdeels in de wagensteden, en bracht ze anderdeels onder dak bij de koning te Jeruzalem (Hoofdstuk 1: 14).
En hij heerste over alle koningen, koninkrijken of landen, van de rivier, de Eufraat in het noordoosten tot aan het land van de Filistijnen in het zuidwesten, en tot aan de landpaal van Egypte in het zuiden (1 Koningen .4: 21).
Ook maakte de koning, door de buitengewone rijkdommen, die hij het land toevoerde, het zilver te Jeruzalem te zijn als stenen, die buiten in het veld overal in het rond liggen, en de cederen maakte hij te zijn als de wilde vijgenbomen, sycomoren, die in de laagte, de vlakte langs de zee, zijn, in menigte (Hoofdstuk 1: 15).
En zij brachten voor Salomo paarden uit Egypte, en voorwerpen van waarde uit al die landen 1) (Hoofdstuk 1: 16 vv.).
Het is verwonderlijk, hoe zo iets zich snel kan ophopen en ook spoedig weer kan verdwijnen. De mens zou het ook niet kunnen verdragen, wanneer het altijd zo was. Zij zouden dan nog veel meer van God verwijderen en in het schepsel opgaan, zoals het dan ook bij Salomo niet lang goed gegaan is. Hij had wat door zijn vader David was verworven, te genieten, waarvan deze eerst door het kruis had moeten gaan. Daarentegen Salomo is dadelijk in het bezit gekomen. Dit is een zeer groot onderscheid.
IX. Vs. 29-31.Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:29→1 Koningen 2:10→1 Koningen 11:29→1 Koningen 11:41→2 Samuël 12:1→2 Kronieken 13:22→2 Kronieken 12:15→1 Koningen 11:42→
— Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, der eerste en der laatste, zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, den profeet, en in de profetie van Ahia, den Siloniet, en in de gezichten van Jedi, den ziener, aangaande Jerobeam, den zoon van Nebat? En Salomo regeerde te Jeruzalem over gans Israel, veertig jaren. En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad zijns vaders Davids; en zijn zoon Rehabeam werd koning in zijn plaats.
Terwijl de afgoderij, waartoe Salomo tengevolge van zijn liefde tot vreemde vrouwen in zijn ouderdom verviel, en insgelijks het goddelijke strafvonnis, dat deswegen over zijn huis kwam (1 Koningen .11: 1-40) wordt overgeslagen, gaat de Schrijver, voor wie Salomo zijn hoofdbetekenis als bouwer van de tempel heeft, haastig over tot het slot van de geschiedenis van deze overigens zo hoog begenadigde koning, terwijl Hij met verwijzing naar andere geschriften, waar meer van hem te lezen is, nog de duur van zijn regering en zijn levenseinde bericht. (Vergelijk 1 Koningen .11: 41-43).
Het overige nu van de geschiedenissen van Salomo, van de eerste en van de laatste (1 Kronieken 29: 29), zijn die niet geschreven in de woorden van Nathan, de profeet, en in de profetie van Ahia, de Siloniet, en in de gezichten van Jedi, de ziener, aangaande Jerobeam, de zoon van Nebat? zoals ook in het uit deze drie afzonderlijke geschriften samengestelde geheel: “het boek van de geschiedenissen van Salomo” (1 Koningen .11: 41).
Van de laatste levensjaren aan Salomo vermeldt de gewijde Schrijver niets. Niet, om de zonde en de afval van de wijze koning opzettelijk te verzwijgen. De Heilige Geest verzwijgt nergens, waar het moet, de zonden van Gods kinderen. Hij verwijst dan ook naar andere, toen bekende geschriften, waarin van de laatste daden van Salomo is melding gemaakt. De enige reden is omdat voor de Schrijver Salomo’s hoge betekenis ligt in de kost lijken Tempelbouw.
En Salomo regeerde te Jeruzalem over gans Israël, veertig jaren, van 1015-975 vóór Christus.
En Salomo ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad van zijn vader David 1) (1Ki 2: 10); en zijn enige zoon Rehabeam, buiten wie hij slechts nog twee dochters had (1 Koningen .4: 11,15), werd koning in zijne plaats.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel